{
 "number": 31,
 "verses": [
  {
   "number": 1,
   "textSV1888": "Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zal Ik allen geslachten Israëls tot een God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn.",
   "text1637": "TEr selver tijt, spreeckt de HEERE, sal ick allen geslachten Israëls tot eenen [1] Godt zijn: ende sy sullen my tot een volck zijn.",
   "text2026": "Ter zelfder tijd, spreekt JAHWEH, zal Ik alle geslachten van Israël tot een God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "1",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "1 God zijn: Gelijk boven Jer. 30:22, en onder vers 33, en Jer. 32:38, enz. Jeremia 30:22: En gij zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn. Jeremia 31:33: Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. Jeremia 32:38: Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.",
     "text1637": "Als bov. 30.22. ende ond. vers 33. ende 32.38. etc.",
     "text2026": "1 God zijn: Gelijk boven Jer. 30:22, en onder vers 33, en Jer. 32:38, enz. Jeremia 30:22: En u zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn. Jeremia 31:33: Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt JAHWEH: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. Jeremia 32:38: Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "בָּ/עֵ֤ת",
     "strongs": "H6256",
     "morph": "HRd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/הִיא֙",
     "strongs": "H1931",
     "morph": "HTd/Pp3fs"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֶֽהְיֶה֙",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "לֵֽ/אלֹהִ֔ים",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HR/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "לְ/כֹ֖ל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "מִשְׁפְּח֣וֹת",
     "strongs": "H4940",
     "morph": "HNcfpc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֑ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/הֵ֖מָּה",
     "strongs": "H1992",
     "morph": "HC/Pp3mp"
    },
    {
     "woord": "יִֽהְיוּ",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "לִ֥/י",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לְ/עָֽם",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ter zelfder tijd, spreekt JAHWEH, zal Ik alle geslachten van Israël tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zal Ik allen geslachten Israëls tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn.",
   "text1637_html": "TEr selver tijt, spreeckt de HEERE, sal ick allen geslachten Israëls tot eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Godt zijn: ende sy sullen my tot een volck zijn.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "allen",
     "new": "alle",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "Israëls",
     "new": "van Israël",
     "principe": "O26"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 2,
   "textSV1888": "Zo zegt de HEERE: Het volk der overgeblevenen van het zwaard heeft genade gevonden in de woestijn, namelijk Israël, als Ik henenging om hem tot rust te brengen.",
   "text1637": "Soo seyt de HEERE; Het volck [2] der overgeblevenen van den sweerde, heeft [3] genade gevonden in de woestijne: [namelick] Israël, als ick henen ginck om [4] hem tot ruste te brengen.",
   "text2026": "Zo zegt JAHWEH: Het volk van de overgeblevenen van het zwaard heeft genade gevonden in de woestijn, namelijk Israël, als Ik heenging om hem tot rust te brengen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "2",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "2 der overgeblevenen van het zwaard: Dat is, dat niet mede omgebracht was, zo van andere vijandelijke volken, als inzonderheid toen de Levieten door Gods last een grote menigte hunner broeders om de afgoderij, die zij met het gouden kalf hadden bedreven, met het zwaard doden. Zie Exod. 32:27, 32:28. Exodus 32:27: En hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God van Israël: Een ieder doe zijn zwaard aan zijn heup; gaat door en keert weder, van poort tot poort in het leger, en een iegelijk dode zijn broeder, en elk zijn vriend, en elk zijn naaste! Exodus 32:28: En de zonen van Levi deden naar het woord van Mozes; en er vielen van het volk, op dien dag, drie duizend man.",
     "text1637": "D. dat niet mede omgebracht was, soo van andere vyantlicke volckeren, als insonderheyt, doe de Leviten door Godts last eene groote menichte harer broederen om de Afgoderye, die sy met het gouden kalf hadden bedreven, met den sweerde doodden. siet Exod. 32.27, 28.",
     "text2026": "2 van de overgeblevenen van het zwaard: Dat is, dat niet mee omgebracht was, zo van andere vijandelijke volken, als in het bijzonder toen de Levieten door Gods last een grote menigte hun broers om de afgoderij, die zij met het gouden kalf hadden bedreven, met het zwaard doden. Zie Ex. 32:27, 32:28. Exodus 32:27: En hij zei tot hen: Zo zegt JAHWEH, de God van Israël: Een ieder doe zijn zwaard aan zijn heup; gaat door en keert weer, van poort tot poort in het leger, en een iedereen dode zijn broer, en elk zijn vriend, en elk zijn naaste! Exodus 32:28: En de zonen van Levi deden naar het woord van Mozes; en er vielen van het volk, op die dag, drie duizend man."
    },
    {
     "marker": "3",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "3 genade gevonden: Om Mozes' voorbede, Exod. 32:30, 32:31, enz.; alzo [wil God zeggen] zullen nu ook de overgeblevenen van het zwaard der Babyloniërs genade vinden door den Messias, waarvan in het volgende. Exodus 32:30: En het geschiedde des anderen daags, dat Mozes tot het volk zeide: Gijlieden hebt een grote zonde gezondigd; doch nu, ik zal tot den HEERE opklimmen; misschien zal ik een verzoening doen voor uw zonde. Exodus 32:31: Zo keerde Mozes weder tot den HEERE, en zeide: Och, dit volk heeft een grote zonde gezondigd, dat zij zich gouden goden gemaakt hebben.",
     "text1637": "Op Mosis voorbede, Exod. 32.30, 31. etc. alsoo (wil Godt seggen) sullen nu oock de overgeblevene van het sweert der Babyloniers genade vinden door den Messiam, waer van in’t volgende.",
     "text2026": "3 genade gevonden: Om Mozes' voorbede, Ex. 32:30, 32:31, enz.; zo [wil God zeggen] zullen nu ook de overgeblevenen van het zwaard van de Babyloniërs genade vinden door de Messias, waarvan in het volgende. Exodus 32:30: En het geschiedde van de anderen daags, dat Mozes tot het volk zei: Gijlieden hebt een grote zonde gezondigd; maar nu, ik zal tot JAHWEH opklimmen; misschien zal ik een verzoening doen voor uw zonde. Exodus 32:31: Zo keerde Mozes weer tot JAHWEH, en zei: Och, dit volk heeft een grote zonde gezondigd, dat zij zich gouden goden gemaakt hebben."
    },
    {
     "marker": "4",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "4 hem tot rust te brengen: Om Israël in het land Kanaän te geleiden.",
     "text1637": "Om Israel in’t lant Canaan te geleyden.",
     "text2026": "4 hem tot rust te brengen: Om Israël in het land Kanaän te geleiden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כֹּ֚ה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֣ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מָצָ֥א",
     "strongs": "H4672",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "חֵן֙",
     "strongs": "H2580",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "בַּ/מִּדְבָּ֔ר",
     "strongs": "H4057",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "עַ֖ם",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "שְׂרִ֣ידֵי",
     "strongs": "H8300",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "חָ֑רֶב",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "הָל֥וֹךְ",
     "strongs": "H1980",
     "morph": "HVqa"
    },
    {
     "woord": "לְ/הַרְגִּיע֖/וֹ",
     "strongs": "H7280",
     "morph": "HR/Vhc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵֽל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "Zo zegt JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Het volk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> van de overgeblevenen van het zwaard heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> genade gevonden in de woestijn, namelijk Israël, als Ik heenging om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> hem tot rust te brengen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Zo zegt de HEERE: Het volk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> der overgeblevenen van het zwaard heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> genade gevonden in de woestijn, namelijk Israël, als Ik henenging om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> hem tot rust te brengen.",
   "text1637_html": "Soo seyt de HEERE; Het volck <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> der overgeblevene<i>n</i> van den sweerde, heeft <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> genade gevonden in de woestijne: [namelick] Israël, als ick henen ginck om <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> hem tot ruste te brengen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE:",
     "new": "JAHWEH:",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "henenging",
     "new": "heenging",
     "principe": "V679"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 3,
   "textSV1888": "De HEERE is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.",
   "text1637": "[5] De HEERE is my verschenen van [6] verre [tijden]: Ia ick heb [7] u liefgehadt [met] eene [8] eeuwige liefde, daerom [9] heb ick u getrocken [met] goedertierenheyt.",
   "text2026": "JAHWEH is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "5",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "5 De HEERE is mij verschenen: Woorden der zwakgeloviven, die aldus tegenwerpen: Wel is waar dat God mij in voortijden zeer vriendelijk en weldadig geweest is, maar nu [willen zij zeggen] schijnt de liefde verkoud, of verminderd, veranderd te zijn. Hierop antwoordt God met de volgende woorden: Ja Ik heb, enz.",
     "text1637": "Woorden der swackgeloovigen, die aldus tegenwerpen: Wel is waer dat Godt my in voortijden seer vriendelick ende weldadich geweest is, maer nu (willen sy seggen) schijnt de liefde verkoudt, ofte vermindert, verandert te zijn. hier op antwoort Godt met de volgende woorden. Ia ick hebbe, etc.",
     "text2026": "5 JAHWEH is mij verschenen: Woorden van de zwakgeloviven, die aldus tegenwerpen: Wel is waar dat God mij in voortijden zeer vriendelijk en weldadig geweest is, maar nu [willen zij zeggen] schijnt de liefde verkoud, of verminderd, veranderd te zijn. Hierop antwoordt God met de volgende woorden: Ja Ik heb, enz."
    },
    {
     "marker": "6",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "6 verre tijden: Dat is, vanouds, in lang verleden tijden. Sommigen nemen dit voor woorden der kerke, sprekende van God, en vullen den zin aan met het woord zeggende, aldus: De Heere is mij verschenen van verre tijden [zeggende] et c.",
     "text1637": "D. van outs, in lange verleden tijden, sommige nemen dit voor woorden der kercke, sprekende van Godt, ende vervullen den sin met het woordt, seggende, aldus: De Heere is my verschenen van verre tijden [seggende] etc.",
     "text2026": "6 verre tijden: Dat is, vanouds, in lang verleden tijden. Sommigen nemen dit voor woorden van de kerke, sprekende van God, en vullen de zin aan met het woord zeggende, aldus: De Heer is mij verschenen van verre tijden [zeggende] et c."
    },
    {
     "marker": "7",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "7 u liefgehad: Te weten mijne kerk, Zion. Het woord staat in het vrouwelijk geslacht.",
     "text1637": "T.w. mijne kercke, Zion. ’t woort staet in’t vrouwelick geslachte.",
     "text2026": "7 u liefgehad: Te weten mijn kerk, Zion. Het woord staat in het vrouwelijk geslacht."
    },
    {
     "marker": "8",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "8 eeuwige liefde: Hebreeuws, liefde der eeuwigheid. Vergelijk Joh. 13:1. Johannes 13:1: En voor het feest van het pascha, Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.",
     "text1637": "Hebr. liefde der eeuwicheyt. Verg. Ioh. 13.1.",
     "text2026": "8 eeuwige liefde: Hebreeuws, liefde van de eeuwigheid (עוֹלָם). Vergelijk Joh. 13:1. Johannes 13:1: En voor het feest van het pascha, Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot de Vader, zo Hij de Zijn, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde."
    },
    {
     "marker": "9",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "9 getrokken met goedertierenheid: Of, de goedertierenheid voortaan over u uitgestrekt, of vervolgd, of daarom vervolgd, of continueer Ik de goedertierenheid aan u, en zal bij u doen, gelijk volgt. Vergelijk Ps. 36:11, en Ps. 85:8; Pred. 2:3. Psalmen 36:11: Strek Uw goedertierenheid uit over degenen, die U kennen, en Uw gerechtigheid over de oprechten van hart. Psalmen 85:8: Toon ons Uw goedertierenheid, o HEERE, en geef ons Uw heil. Prediker 2:3: Ik heb in mijn hart nagespeurd, om mijn vlees op te houden in den wijn, (nochtans leidende mijn hart in wijsheid) en om de dwaasheid vast te houden, totdat ik zou zien wat den kinderen der mensen het best ware, dat zij doen zouden onder den hemel, gedurende het getal der dagen huns levens.",
     "text1637": "Ofte, de goedertierenheyt voortaen over u uytgestreckt, ofte, geconinueert, ofte, daerom vervolge, ofte, continuere ick de goedertierenheyt aen u, ende sal by u doen, als volgt. Vergel. Psal. 36.11. ende 85.6. Eccl. 2.3.",
     "text2026": "9 getrokken met goedertierenheid: Of, de goedertierenheid voortaan over u uitgestrekt, of vervolgd, of daarom vervolgd, of continueer Ik de goedertierenheid aan u, en zal bij u doen, gelijk volgt. Vergelijk Ps. 36:11, en Ps. 85:8; Pred. 2:3. Psalmen 36:11: Strek Uw goedertierenheid uit over degenen, die U kennen, en Uw gerechtigheid over de oprechten van hart. Psalmen 85:8: Toon ons Uw goedertierenheid, o JAHWEH, en geef ons Uw heil. Prediker 2:3: Ik heb in mijn hart nagespeurd, om mijn vlees op te houden in de wijn, (nochtans leidende mijn hart in wijsheid) en om de dwaasheid vast te houden, totdat ik zou zien wat de kinderen van de mensen het best ware, dat zij doen zouden onder de hemel, gedurende het getal van de dagen huns levens."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "מֵ/רָח֕וֹק",
     "strongs": "H7350",
     "morph": "HR/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֖ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "נִרְאָ֣ה",
     "strongs": "H7200",
     "morph": "HVNp3ms"
    },
    {
     "woord": "לִ֑/י",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "וְ/אַהֲבַ֤ת",
     "strongs": "H160",
     "morph": "HC/Ncfsc"
    },
    {
     "woord": "עוֹלָם֙",
     "strongs": "H5769",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אֲהַבְתִּ֔י/ךְ",
     "strongs": "H157",
     "morph": "HVqp1cs/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "כֵּ֖ן",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "מְשַׁכְתִּ֥י/ךְ",
     "strongs": "H4900",
     "morph": "HVqp1cs/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "חָֽסֶד",
     "strongs": "H2617",
     "morph": "HNcmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup><span class=\"god-speaks\"><i> JAHWEH is mij verschenen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> verre tijden! Ja, Ik heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> u liefgehad met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> een eeuwige liefde; daarom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> heb Ik u getrokken met goedertierenheid.</i></span>",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> De HEERE is mij verschenen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> verre tijden! Ja, Ik heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> u liefgehad met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> een eeuwige liefde; daarom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> heb Ik u getrokken met goedertierenheid.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> De HEERE is my verschenen van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> verre [tijden]: Ia ick heb <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> u liefgehadt [met] eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> eeuwige liefde, daerom <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> heb ick u getrocken [met] goedertierenheyt.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "De HEERE",
     "new": "JAHWEH",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 4,
   "textSV1888": "Ik zal u weder bouwen, en gij zult gebouwd worden, o jonkvrouw Israëls! gij zult weder versierd zijn met uw trommelen, en uitgaan met den rei der spelenden.",
   "text1637": "Ick sal u weder bouwen, ende ghy sult gebouwt worden, ô Ionckvrouwe Israëls: ghy sult weder verciert zijn met uwe [10] trommelen, ende uyt gaen met den rey [a] der [11] spelenden.",
   "text2026": "Ik zal u weer bouwen, en u zult gebouwd worden, o jonkvrouw van Israël! u zult weer versierd zijn met uw trommelen, en uitgaan met de rei van de spelenden.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "10",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, vreugde bedrijven, zulks te dien tijde alzo gebruikelijk was. Zie Ps. 68:26, waardoor hier de geestelijke vreugde der kerk Gods bij den tijd van het Evangelie wordt afgebeeld; alzo in het volgende. Psalmen 68:26: De zangers gingen voor, de speellieden achter, in het midden de trommelende maagden.",
     "text1637": "D. vreuchde bedrijven, sulcx te dier tijt alsoo gebruyckelick was. siet Psal. 68. op vers 26. waer door hier de geestelicke vreuchde der kercke Godts by den tijt des Euangeliums wort afgebeeldt: alsoo in ’t volgende.",
     "text2026": "Dat is, vreugde bedrijven, zulks te die tijde zo gebruikelijk was. Zie Ps. 68:26, waardoor hier de geestelijke vreugde van de kerk van God bij de tijd van het Evangelie wordt afgebeeld; zo in het volgende. Psalmen 68:26: De zangers gingen voor, de speellieden achter, in het midden de trommelende maagden."
    },
    {
     "marker": "11",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie boven Jer. 30:19. Jeremia 30:19: En van hen zal dankzegging uitgaan, en een stem der spelenden; en Ik zal hen vermeerderen, en zij zullen niet verminderd worden, en Ik zal hen verheerlijken, en zij zullen niet gering worden.",
     "text1637": "Siet bov. 30. op vers 19.",
     "text2026": "Zie boven Jer. 30:19. Jeremia 30:19: En van hen zal dankzegging uitgaan, en een stem van de spelenden; en Ik zal hen vermeerderen, en zij zullen niet verminderd worden, en Ik zal hen verheerlijken, en zij zullen niet gering worden."
    },
    {
     "marker": "a",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 30:19. Jeremia 30:19: En van hen zal dankzegging uitgaan, en een stem der spelenden; en Ik zal hen vermeerderen, en zij zullen niet verminderd worden, en Ik zal hen verheerlijken, en zij zullen niet gering worden.",
     "text1637": "Ierem. 30.19.",
     "text2026": "Jer. 30:19. Jeremia 30:19: En van hen zal dankzegging uitgaan, en een stem van de spelenden; en Ik zal hen vermeerderen, en zij zullen niet verminderd worden, en Ik zal hen verheerlijken, en zij zullen niet gering worden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "ע֤וֹד",
     "strongs": "H5750",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אֶבְנֵ/ךְ֙",
     "strongs": "H1129",
     "morph": "HVqi1cs/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "וְֽ/נִבְנֵ֔ית",
     "strongs": "H1129",
     "morph": "HC/VNq2fs"
    },
    {
     "woord": "בְּתוּלַ֖ת",
     "strongs": "H1330",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֑ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "ע֚וֹד",
     "strongs": "H5750",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "תַּעְדִּ֣י",
     "strongs": "H5710",
     "morph": "HVqi2fs"
    },
    {
     "woord": "תֻפַּ֔יִ/ךְ",
     "strongs": "H8596",
     "morph": "HNcmpc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/יָצָ֖את",
     "strongs": "H3318",
     "morph": "HC/Vqq2fs"
    },
    {
     "woord": "בִּ/מְח֥וֹל",
     "strongs": "H4234",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "מְשַׂחֲקִֽים",
     "strongs": "H7832",
     "morph": "HVprmpa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ik zal u weer bouwen, en u zult gebouwd worden, o jonkvrouw van Israël! u zult weer versierd zijn met uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> trommelen, en uitgaan met de rei<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> de spelenden.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Ik zal u weder bouwen, en gij zult gebouwd worden, o jonkvrouw Israëls! gij zult weder versierd zijn met uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> trommelen, en uitgaan met den rei<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> spelenden.",
   "text1637_html": "Ick sal u weder bouwen, ende ghy sult gebouwt worden, ô Ionckvrouwe Israëls: ghy sult weder verciert zijn met uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> trommelen, ende uyt gaen met den rey <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> spelenden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "weder",
     "new": "weer",
     "principe": "V66"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "Israëls! gij",
     "new": "van Israël! u",
     "principe": "O26"
    },
    {
     "old": "weder",
     "new": "weer",
     "principe": "V66"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 5,
   "textSV1888": "Gij zult weder wijngaarden planten op de bergen van Samaria; de planters zullen planten, en de vrucht genieten.",
   "text1637": "Ghy sult weder [b] wijngaerden planten op de bergen van Samaria: de planters sullen planten, ende [12] de vrucht genieten.",
   "text2026": "U zult weer wijngaarden planten op de bergen van Samaria; de planters zullen planten, en de vrucht genieten.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "12",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "12 de vrucht genieten: Hebreeuws, ontheiligen; dat is, de vruchten vrijelijk gebruiken en eten; zie Deut. 20:6. Deuteronomium 20:6: En wie is de man, die een wijngaard geplant heeft, en deszelfs vrucht niet heeft genoten? Die ga henen en kere weder naar zijn huis, opdat hij niet misschien in den strijd sterve en iemand anders die geniete.",
     "text1637": "Hebr. ontheyligen. D. de vruchten vrijelick gebruycken ende eten. siet Deut. 20. op vers 6.",
     "text2026": "12 de vrucht genieten: Hebreeuws, ontheiligen; dat is, de vruchten vrij gebruiken en eten; zie Deut. 20:6. Deuteronomium 20:6: En wie is de man, die een wijngaard geplant heeft, en daarvan vrucht niet heeft genoten? Die ga heen en kere weer naar zijn huis, opdat hij niet misschien in de strijd sterve en iemand anders die geniete."
    },
    {
     "marker": "b",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jes. 65:21. Jesaja 65:21: En zij zullen huizen bouwen en bewonen, en zij zullen wijngaarden planten, en derzelver vrucht eten.",
     "text1637": "Iesa. 65.21.",
     "text2026": "Jes. 65:21. Jesaja 65:21: En zij zullen huizen bouwen en bewonen, en zij zullen wijngaarden planten, en derzelver vrucht eten."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "ע֚וֹד",
     "strongs": "H5750",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "תִּטְּעִ֣י",
     "strongs": "H5193",
     "morph": "HVqi2fs"
    },
    {
     "woord": "כְרָמִ֔ים",
     "strongs": "H3754",
     "morph": "HNcbpa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/הָרֵ֖י",
     "strongs": "H2022",
     "morph": "HR/Ncmpc"
    },
    {
     "woord": "שֹֽׁמְר֑וֹן",
     "strongs": "H8111",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "נָטְע֥וּ",
     "strongs": "H5193",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "נֹטְעִ֖ים",
     "strongs": "H5193",
     "morph": "HVqrmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/חִלֵּֽלוּ",
     "strongs": "H2490",
     "morph": "HC/Vpq3cp"
    }
   ],
   "text2026_html": "U zult weer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> wijngaarden planten op de bergen van Samaria; de planters zullen planten, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> de vrucht genieten.",
   "textSV1888_html": "Gij zult weder<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> wijngaarden planten op de bergen van Samaria; de planters zullen planten, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> de vrucht genieten.",
   "text1637_html": "Ghy sult weder <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> wijngaerden planten op de bergen van Samaria: de planters sullen planten, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> de vrucht genieten.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "weder",
     "new": "weer",
     "principe": "V66"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 6,
   "textSV1888": "Want er zal een dag zijn, waarin de hoeders op Efraïms gebergte zullen roepen: Maakt ulieden op, en laat ons opgaan naar Sion, tot den HEERE, onzen God!",
   "text1637": "Want daer sal een [13] dach zijn, [daerin] de [14] hoeders op Ephraims geberchte sullen [15] roepen: [c] Maeckt ulieden op, ende [16] laet ons opgaen [nae] Zion, tot den HEERE onsen Godt.",
   "text2026": "Want er zal een dag zijn, waarin de hoeders op Efraïms gebergte zullen roepen: Maak u op, en laat ons opgaan naar Sion, tot JAHWEH, onze God!",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "13",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "13 een dag zijn: Dat is, een tijd der genade en vreugde.",
     "text1637": "D. een tijd, der genade ende vreuchde.",
     "text2026": "13 een dag zijn: Dat is, een tijd van de genade en vreugde."
    },
    {
     "marker": "14",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "14 de hoeders: De herders van Gods kerk, predikers van het Evangelie. Hebreeuws, nozerim, met welk woord sommigen menen dat God gezien heeft op den naam der Nazarenen, die men den Christenen gaf; Hand. 24:5. Zie ook Num. 6:2. Handelingen 24:5: Want wij hebben dezen man bevonden te zijn een pest, en een, die oproer verwekt onder al de Joden, door de ganse wereld, en een oppersten voorstander van de sekte der Nazarenen. Numeri 6:2: Spreek tot de kinderen Israëls, en zeg tot hen: Wanneer een man of een vrouw zich afgescheiden zal hebben, belovende de gelofte eens Nazireërs, om zich den HEERE af te zonderen;",
     "text1637": "De herders van Godts kercke, Predikers des Euangeliums. Hebr. Nozerim, met welck woort sommige meynen, dat Godt gesien hebbe op den naem der Nazarenen, diemen den Christenen gaf. Act. 24.5. siet oock Num. 6. op vers 2.",
     "text2026": "14 de hoeders: De herders van Gods kerk, predikers van het Evangelie. Hebreeuws, nozerim, met welk woord sommigen menen dat God gezien heeft op de naam van de Nazarenen, die men de Christenen gaf; Hand. 24:5. Zie ook Num. 6:2. Handelingen 24:5: Want wij hebben deze man bevonden te zijn een pest, en een, die oproer verwekt onder al de Joden, door de gehele wereld, en een oppersten voorstander van de sekte van de Nazarenen. Numeri 6:2: Spreek tot de kinderen van Israël, en zeg tot hen: Wanneer een man of een vrouw zich afgescheiden zal hebben, belovende de gelofte eens Nazireërs, om zich JAHWEH af te zonderen;"
    },
    {
     "marker": "15",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "15 zullen roepen: Hebreeuws, hebben geroepen, of roepen; dat is, alsdan zullen roepen.",
     "text1637": "Hebr. hebben geroepen, ofte, roepen. D. alsdan sullen roepen.",
     "text2026": "15 zullen roepen: Hebreeuws, hebben geroepen, of roepen (קָרְאוּ); dat is, alsdan zullen roepen."
    },
    {
     "marker": "16",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "16 laat ons opgaan naar Sion: Vergelijk Jes. 2:2, 2:3; Micha 4:2, met de aantekening. Jesaja 2:2: En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot denzelven zullen alle heidenen toevloeien. Jesaja 2:3: En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem. Micha 4:2: En vele heidenen zullen henengaan, en zeggen: Komt en laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, en ten huize van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en wij in Zijn paden wandelen; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem.",
     "text1637": "Vergel. Ies. 2.2, 3. Mich. 4.2. met d’aenteeck.",
     "text2026": "16 laat ons opgaan naar Sion: Vergelijk Jes. 2:2, 2:3; Micha 4:2, met de aantekening. Jesaja 2:2: En het zal gebeuren in het laatste van de dagen, dat de berg van het huis van JAHWEH zal vastgesteld zijn op de top van de bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot dezelfde zullen alle heidenen toevloeien. Jesaja 2:3: En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot de berg van JAHWEH, tot het huis van de God van Jakob, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en van JAHWEH woord uit Jeruzalem. Micha 4:2: En vele heidenen zullen heengaan, en zeggen: Komt en laat ons opgaan tot de berg van JAHWEH, en in het huis van de God van Jakob, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en wij in Zijn paden wandelen; want uit Sion zal de wet uitgaan, en van JAHWEH woord uit Jeruzalem."
    },
    {
     "marker": "c",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jes. 2:2; idem v. 3; Micha 4:2. Jesaja 2:2: En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot denzelven zullen alle heidenen toevloeien. Jesaja 2:3: En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem. Micha 4:2: En vele heidenen zullen henengaan, en zeggen: Komt en laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, en ten huize van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en wij in Zijn paden wandelen; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem.",
     "text1637": "Ies. 2.2.3. Mich. 4.2.",
     "text2026": "Jes. 2:2; idem v. 3; Micha 4:2. Jesaja 2:2: En het zal gebeuren in het laatste van de dagen, dat de berg van het huis van JAHWEH zal vastgesteld zijn op de top van de bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot dezelfde zullen alle heidenen toevloeien. Jesaja 2:3: En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot de berg van JAHWEH, tot het huis van de God van Jakob, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en van JAHWEH woord uit Jeruzalem. Micha 4:2: En vele heidenen zullen heengaan, en zeggen: Komt en laat ons opgaan tot de berg van JAHWEH, en in het huis van de God van Jakob, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en wij in Zijn paden wandelen; want uit Sion zal de wet uitgaan, en van JAHWEH woord uit Jeruzalem."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "יֶשׁ",
     "strongs": "H3426",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "י֔וֹם",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "קָרְא֥וּ",
     "strongs": "H7121",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "נֹצְרִ֖ים",
     "strongs": "H5341",
     "morph": "HVqrmpa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/הַ֣ר",
     "strongs": "H2022",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "אֶפְרָ֑יִם",
     "strongs": "H669",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "ק֚וּמוּ",
     "strongs": "H6965",
     "morph": "HVqv2mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/נַעֲלֶ֣ה",
     "strongs": "H5927",
     "morph": "HC/Vqh1cp"
    },
    {
     "woord": "צִיּ֔וֹן",
     "strongs": "H6726",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֖ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהֵֽי/נוּ",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
    }
   ],
   "text2026_html": "Want er zal een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> dag zijn, waarin de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> hoeders op Efraïms gebergte zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> roepen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Maak u op, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> laat ons opgaan naar Sion, tot JAHWEH, onze God!</i></span>",
   "textSV1888_html": "Want er zal een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> dag zijn, waarin de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> hoeders op Efraïms gebergte zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> roepen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Maakt ulieden op, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> laat ons opgaan naar Sion, tot den HEERE, onzen God!",
   "text1637_html": "Want daer sal een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> dach zijn, [daerin] de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> hoeders op Ephraims geberchte sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> roepen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Maeckt ulieden op, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> laet ons opgaen [nae] Zion, tot den HEERE onsen Godt.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Maakt ulieden",
     "new": "Maak u",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "den HEERE, onzen",
     "new": "JAHWEH, onze",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 7,
   "textSV1888": "Want zo zegt de HEERE: Roept luide over Jakob met vreugde, en juicht vanwege het hoofd der heidenen; doet het horen, lofzingt, en zegt: O HEERE! behoud Uw volk, het overblijfsel van Israël.",
   "text1637": "Want soo seyt de HEERE; [17] Roepet luyde over Iacob [met] vreuchde, ende [18] juychet [19] van wegen het hooft der heydenen: doet het hooren, lofsinget, ende segget; O HEERE [20] behoudt u volck, het [21] overblijfsel van Israël:",
   "text2026": "Want zo zegt JAHWEH: Roep luide over Jakob met vreugde, en juicht vanwege het hoofd van de heidenen; doet het horen, lofzingt, en zegt: O JAHWEH! behoud Uw volk, het overblijfsel van Israël.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "17",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "17 Roept luide: Of, zingt triomf, juicht.",
     "text1637": "Ofte, singet triumph, juychet.",
     "text2026": "17 Roept luide: Of, zingt triomf, juicht."
    },
    {
     "marker": "18",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Het Hebreeuwse woord wordt eigenlijk gebruikt van het hunkeren, wensen en briesen der paarden, maar ook van mensen, hier en Esth. 8:15; Jes. 10:30, en Jes. 24:14, betekenende een klare, heldere, vrolijke stem van zich te geven. Esther 8:15: En Mordechai ging uit van voor het aangezicht des konings in een hemelsblauw en wit koninklijk kleed, en met een grote gouden kroon, en met een opperkleed van fijn linnen en purper; en de stad Susan juichte en was vrolijk. Jesaja 10:30: Roep luide met uw stem, gij dochter van Gallim! laat ze horen tot Laïs toe, o ellendige Anathoth! Jesaja 24:14: Die zullen hun stem opheffen, zij zullen vrolijk zingen; vanwege de heerlijkheid des HEEREN zullen zij juichen van de zee af.",
     "text1637": "Het Hebr. woort wort eygentlick gebruyckt van het hunckeren, wrenschen ende briesschen der peerden, maer oock van menschen, hier, ende Esth. 8.15. Iesa, 10.30. ende 24.14. beteeckenende eene clare, heldere, vrolicke, stemme van sich te geven.",
     "text2026": "Het Hebreeuwse woord wordt eigenlijk gebruikt van het hunkeren, wensen en briesen van de paarden, maar ook van mensen, hier en Esth. 8:15; Jes. 10:30, en Jes. 24:14, betekenende een klare, heldere, vrolijke stem van zich te geven. Esther 8:15: En Mordechai ging uit van voor het aangezicht van de koning in een hemelsblauw en wit koninklijk kleed, en met een grote gouden kroon, en met een opperkleed van fijn linnen en purper; en de stad Susan juichte en was vrolijk. Jesaja 10:30: Roep luide met uw stem, u dochter van Gallim! laat ze horen tot Laïs toe, o ellendige Anathoth! Jesaja 24:14: Die zullen hun stem opheffen, zij zullen vrolijk zingen; vanwege de heerlijkheid van JAHWEH zullen zij juichen van de zee af."
    },
    {
     "marker": "19",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "19 hoofd der heidenen: Omdat de Joden onder het hoofd der heidenen, dat is de Babyloniërs, gevangen zijnde, evenwel zekerlijk zouden verlost en van het hoofd der heidenen niet ondergehouden kunnen worden. Anders: onder het hoofd, of onder de voornaamste heidenen, te weten in Babel en overal, waar de Joden onder den koning van Babel die het hoofd der heidenen was gevangen waren, gelijk wij allen geestelijk onder den satan, den prins der wereld en vorst der duisternis. Anders: in het voorste, vooraan (dat is, op de kruiswegen, de ingangen en uitgangen der wegen, of straten, gelijk Spreuk. 1:20, 1:21); onder de heidenen; dat is, openlijk, in het openbaar, voor degenen, wien het heil des Heeren zal worden geopenbaard. Spreuken 1:20: De opperste Wijsheid roept overluid daarbuiten; Zij verheft Haar stem op de straten. Spreuken 1:21: Zij roept in het voorste der woelingen; aan de deuren der poorten spreekt Zij Haar redenen in de stad;",
     "text1637": "Om dat de Ioden onder het hooft der Heydenen. D. de Babyloniers, gevange zijnde, evenwel sekerlick souden verlost, ende van het hooft der Heydenen niet ondergehouden connen worden. And. onder het hooft, ofte, onder de voornaemste Heydenen. T.w. in Babel ende overal, daer de Ioden onder den Coninck van Babel (die ’t hooft der heydenen was) gevangen waren, gelijck wy alle geestlick onder den Satan, den Prince der werelt, ende vorst der duysternisse. and. in’t voorste, vooraen, (D. op de cruyswegen, de ingangen ende uytgangen der wegen, ofte straten, als Prov. 1.20, 21.) onder de heydenen: D. opentlick, in’t openbaer, voor de gene, dien’t heyl des Heeren sal worden geopenbaert.",
     "text2026": "19 hoofd van de heidenen: Omdat de Joden onder het hoofd van de heidenen, dat is de Babyloniërs, gevangen zijnde, evenwel zekerlijk zouden verlost en van het hoofd van de heidenen niet ondergehouden kunnen worden. Anders: onder het hoofd, of onder de voornaamste heidenen, te weten in Babel en overal, waar de Joden onder de koning van Babel die het hoofd van de heidenen was gevangen waren, gelijk wij allen geestelijk onder de satan, de prins van de wereld en vorst van de duisternis. Anders: in het voorste, vooraan (dat is, op de kruiswegen, de ingangen en uitgangen van de wegen, of straten, gelijk Spreuk. 1:20, 1:21); onder de heidenen; dat is, openlijk, in het openbaar, voor degenen, wie het heil van de Heern zal worden geopenbaard. Spreuken 1:20: De opperste Wijsheid roept overluid daarbuiten; Zij verheft Haar stem op de straten. Spreuken 1:21: Zij roept in het voorste van de woelingen; aan de deuren van de poorten spreekt Zij Haar redenen in de stad;"
    },
    {
     "marker": "20",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, verlost, maakt zalig.",
     "text1637": "Ofte, verlost, maeckt salich.",
     "text2026": "Of, verlost, maakt zalig."
    },
    {
     "marker": "21",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "21 het overblijfsel van Israël: Vergelijk Rom. 9:27. Romeinen 9:27: En Jesaja roept over Israël: Al ware het getal der kinderen Israëls gelijk het zand der zee, zo zal het overblijfsel behouden worden.",
     "text1637": "Vergelijckt Rom. 9.27.",
     "text2026": "21 het overblijfsel van Israël: Vergelijk Rom. 9:27. Romeinen 9:27: En Jesaja roept over Israël: Al ware het getal van de kinderen van Israël gelijk het zand van de zee, zo zal het overblijfsel behouden worden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "כֹ֣ה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֣ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֗ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "רָנּ֤וּ",
     "strongs": "H7442",
     "morph": "HVqv2mp"
    },
    {
     "woord": "לְ/יַֽעֲקֹב֙",
     "strongs": "H3290",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "שִׂמְחָ֔ה",
     "strongs": "H8057",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/צַהֲל֖וּ",
     "strongs": "H6670",
     "morph": "HC/Vqv2mp"
    },
    {
     "woord": "בְּ/רֹ֣אשׁ",
     "strongs": "H7218",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/גּוֹיִ֑ם",
     "strongs": "H1471",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "הַשְׁמִ֤יעוּ",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HVhv2mp"
    },
    {
     "woord": "הַֽלְלוּ֙",
     "strongs": "H1984",
     "morph": "HVpv2mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אִמְר֔וּ",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HC/Vqv2mp"
    },
    {
     "woord": "הוֹשַׁ֤ע",
     "strongs": "H3467",
     "morph": "HVhv2ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָה֙",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֶֽת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "עַמְּ/ךָ֔",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "אֵ֖ת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "שְׁאֵרִ֥ית",
     "strongs": "H7611",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵֽל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "Want zo zegt JAHWEH: Roep luide over Jakob met vreugde, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> juicht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> vanwege het hoofd van de heidenen; doet het horen, lofzingt, en zegt: O JAHWEH!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> behoud Uw volk, het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> overblijfsel van Israël.",
   "textSV1888_html": "Want zo zegt de HEERE:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Roept luide over Jakob met vreugde, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> juicht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> vanwege het hoofd der heidenen; doet het horen, lofzingt, en zegt: O HEERE!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> behoud Uw volk, het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> overblijfsel van Israël.",
   "text1637_html": "Want soo seyt de HEERE; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Roepet luyde over Iacob [met] vreuchde, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> juychet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> van wegen het hooft der heydenen: doet het hooren, lofsinget, ende segget; O HEERE <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> behoudt u volck, het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> overblijfsel van Israël:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE: Roept",
     "new": "JAHWEH: Roep",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "HEERE!",
     "new": "JAHWEH!",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 8,
   "textSV1888": "Ziet, Ik zal ze aanbrengen uit het land van het noorden, en zal hen vergaderen van de zijden der aarde; onder hen zullen zijn blinden en lammen, zwangeren en barenden te zamen; met een grote gemeente zullen zij herwaarts wederkomen.",
   "text1637": "Siet, ick salse aenbrengen uyt den lande van’t [d] [22] Noorden, ende salse vergaderen van de [23] zijden der aerde; onder hen sullen zijn [24] blinde ende lamme, [25] swangere ende barende te samen: [met] een groote gemeynte sullen sy herwaert wederkomen.",
   "text2026": "Zie, Ik zal ze aanbrengen uit het land van het noorden, en zal hen verzamelen van de zijden van de aarde; onder hen zullen zijn blinden en lammen, zwangeren en barenden samen; met een grote gemeente zullen zij herwaarts terugkomen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "22",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "22 land van het noorden: Dat is, Babel. Zie boven Jer. 1:14, waar Juda gevangen was; afbeeldende de geestelijke gevangenis. Jeremia 1:14: En de HEERE zeide tot mij: Van het noorden zal zich dit kwaad opdoen over alle inwoners des lands.",
     "text1637": "D. Babel. siet bov. 1.14. daer Iuda gevangen was: afbeeldende de geestelicke gevanckenisse.",
     "text2026": "22 land van het noorden: Dat is, Babel. Zie boven Jer. 1:14, waar Juda gevangen was; afbeeldende de geestelijke gevangenis. Jeremia 1:14: En JAHWEH zei tot mij: Van het noorden zal zich dit kwaad opdoen over alle inwoners van het land."
    },
    {
     "marker": "23",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "23 de zijden der aarde: Dat is, de andere landen, waar de tien stammen gevangen waren, als Assyrië, Medië, enz.",
     "text1637": "D. d’andre landen, daer de tien stammen gevangen waren, als, Assyrien, Meden etc.",
     "text2026": "23 de zijden van de aarde: Dat is, de andere landen, waar de tien stammen gevangen waren, als Assyrië, Medië, enz."
    },
    {
     "marker": "24",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "24 blinden en lammen: Vergelijk Jes. 35:5, 35:6. Jesaja 35:5: Alsdan zullen der blinden ogen opengedaan worden, en der doven oren zullen geopend worden. Jesaja 35:6: Alsdan zal de kreupele springen als een hert, en de tong des stommen zal juichen; want in de woestijn zullen wateren uitbarsten, en beken in de wildernis.",
     "text1637": "Vergel. Iesa. 35.5, 6.",
     "text2026": "24 blinden en lammen: Vergelijk Jes. 35:5, 35:6. Jesaja 35:5: Alsdan zullen van de blinden ogen opengedaan worden, en van de doven oren zullen geopend worden. Jesaja 35:6: Alsdan zal de kreupele springen als een hert, en de tong van de stommen zal juichen; want in de woestijn zullen wateren uitbarsten, en beken in de wildernis."
    },
    {
     "marker": "25",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "25 zwangeren en barenden te zamen: Dat is, zelfs van de allerzwaksten zullen er optrekken van Babel lichamelijk, en versta dit wijders geestelijk, beladen met zonden en zeer zwak. Zie Matth. 11:28. Mattheüs 11:28: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.",
     "text1637": "D. selfs van de alderswackste sullender optrecken van Babel lichamelick, ende verstaet dit wijders geestelick, Beladen met sonden, ende seer swack. siet Matth. 11.28.",
     "text2026": "25 zwangeren en barenden te zamen: Dat is, zelfs van de allerzwaksten zullen er optrekken van Babel lichamelijk, en versta dit verder geestelijk, beladen met zonden en zeer zwak. Zie Matt. 11:28. Mattheüs 11:28: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven."
    },
    {
     "marker": "d",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 3:18. Jeremia 3:18: In die dagen zal het huis van Juda gaan tot het huis van Israël; en zij zullen te zamen komen uit het land van het noorden, in het land, dat Ik uw vaderen ten erve gegeven heb.",
     "text1637": "Ierem. 3.18.",
     "text2026": "Jer. 3:18. Jeremia 3:18: In die dagen zal het huis van Juda gaan tot het huis van Israël; en zij zullen te zamen komen uit het land van het noorden, in het land, dat Ik uw vaderen ten erve gegeven heb."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הִנְ/נִי֩",
     "strongs": "H2005",
     "morph": "HTm/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "מֵבִ֨יא",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVhrmsa"
    },
    {
     "woord": "אוֹתָ֜/ם",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אֶ֣רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "צָפ֗וֹן",
     "strongs": "H6828",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/קִבַּצְתִּי/ם֮",
     "strongs": "H6908",
     "morph": "HC/Vpq1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "מִ/יַּרְכְּתֵי",
     "strongs": "H3411",
     "morph": "HR/Ncfdc"
    },
    {
     "woord": "אָרֶץ֒",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "בָּ֚/ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "עִוֵּ֣ר",
     "strongs": "H5787",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/פִסֵּ֔חַ",
     "strongs": "H6455",
     "morph": "HC/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "הָרָ֥ה",
     "strongs": "H2030",
     "morph": "HAafsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/יֹלֶ֖דֶת",
     "strongs": "H3205",
     "morph": "HC/Vqrfsa"
    },
    {
     "woord": "יַחְדָּ֑ו",
     "strongs": "H3162",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "קָהָ֥ל",
     "strongs": "H6951",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "גָּד֖וֹל",
     "strongs": "H1419",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "יָשׁ֥וּבוּ",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "הֵֽנָּה",
     "strongs": "H2008",
     "morph": "HD"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik zal ze aanbrengen uit het land van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> het noorden, en zal hen verzamelen van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> zijden van de aarde; onder hen zullen zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> blinden en lammen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> zwangeren en barenden samen; met een grote gemeente zullen zij herwaarts terugkomen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Ziet, Ik zal ze aanbrengen uit het land van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> het noorden, en zal hen vergaderen van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> zijden der aarde; onder hen zullen zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> blinden en lammen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> zwangeren en barenden te zamen; met een grote gemeente zullen zij herwaarts wederkomen.",
   "text1637_html": "Siet, ick salse aenbrengen uyt den lande van’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Noorden, ende salse vergaderen van de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> zijden der aerde; onder hen sullen zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> blinde ende lamme, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> swangere ende barende te samen: [met] een groote gemeynte sullen sy herwaert wederkomen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Ziet,",
     "new": "Zie,",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "vergaderen",
     "new": "verzamelen",
     "principe": "V318"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "te zamen;",
     "new": "samen;",
     "principe": "V374"
    },
    {
     "old": "wederkomen.",
     "new": "terugkomen.",
     "principe": "V769"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 9,
   "textSV1888": "Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de waterbeken, in een rechte weg, waarin zij zich niet zullen stoten; want Ik ben Israël tot een Vader, en Efraïm is Mijn eerstgeborene.",
   "text1637": "Sy sullen komen met [26] geween, ende met [27] smeeckingen sal ickse voeren, ick salse leyden aen de [28] waterbeken, in eenen [29] rechten wech, daer in sy sich niet en sullen [30] stooten: want ick ben Israël tot eenen vander, ende Ephraim, die is mijn [e] [31] eerstgeborene.",
   "text2026": "Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de waterbeken, in een rechte weg, waarin zij zich niet zullen stoten; want Ik ben Israël tot een Vader, en Efraïm is Mijn eerstgeborene.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "26",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Over hunne zonden. Zie Matth. 3:6; Hand. 2:37, enz. Mattheüs 3:6: En werden van hem gedoopt in de Jordaan, belijdende hun zonden. Handelingen 2:37: En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen mannen broeders?",
     "text1637": "Over hare sonden. siet Matt. 3.6. Act. 2.37, etc.",
     "text2026": "Over hun zonden. Zie Matt. 3:6; Hand. 2:37, enz. Mattheüs 3:6: En werden van hem gedoopt in de Jordaan, belijdende hun zonden. Handelingen 2:37: En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen mannen broers?"
    },
    {
     "marker": "27",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, biddingen om genade; te weten tot mij, om vergeving.",
     "text1637": "Ofte, biddingen om genade. T.w. tot my, om vergevinge.",
     "text2026": "Of, biddingen om genade; te weten tot mij, om vergeving."
    },
    {
     "marker": "28",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie Matth. 5:6; Joh. 4:14, enz. en Joh. 7:37, enz., idem Ps. 23:2. Mattheüs 5:6: Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden. Johannes 4:14: Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven. Johannes 7:37: En op den laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Psalmen 23:2: Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren.",
     "text1637": "Siet Matth. 5.6. Ioh. 4.14. etc. ende 7.37, etc. item Psal. 23.2.",
     "text2026": "Zie Matt. 5:6; Joh. 4:14, enz. en Joh. 7:37, enz., idem Ps. 23:2. Mattheüs 5:6: Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden. Johannes 4:14: Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, die zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven. Johannes 7:37: En op de laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Psalmen 23:2: Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren."
    },
    {
     "marker": "29",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "29 rechten weg: De zaligmakende leer van het Evangelie.",
     "text1637": "Der salichmakende leere des Euangeliums.",
     "text2026": "29 rechte weg: De zaligmakende leer van het Evangelie."
    },
    {
     "marker": "30",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Vergelijk Joh. 8:12, en Joh. 12:35. Johannes 8:12: Jezus dan sprak wederom tot henlieden, zeggende: Ik ben het licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben. Johannes 12:35: Jezus dan zeide tot hen: Nog een kleinen tijd is het Licht bij ulieden; wandelt, terwijl gij het Licht hebt, opdat de duisternis u niet bevange. En die in de duisternis wandelt, weet niet, waar hij heengaat.",
     "text1637": "Vergel. Ioh. 8.12. ende 12.35.",
     "text2026": "Vergelijk Joh. 8:12, en Joh. 12:35. Johannes 8:12: Jezus dan sprak opnieuw tot henlieden, zeggende: Ik ben het licht van de wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht van het leven hebben. Johannes 12:35: Jezus dan zei tot hen: Nog een kleinen tijd is het Licht bij u; wandelt, terwijl u het Licht hebt, opdat de duisternis u niet bevange. En die in de duisternis wandelt, weet niet, waar hij heengaat."
    },
    {
     "marker": "31",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie Exod. 4:22. Exodus 4:22: Dan zult gij tot Farao zeggen: Alzo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël.",
     "text1637": "Siet Exod. 4. op vers 22.",
     "text2026": "Zie Ex. 4:22. Exodus 4:22: Dan zult u tot Farao zeggen: Zo zegt JAHWEH: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël."
    },
    {
     "marker": "e",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Exod. 4:22. Exodus 4:22: Dan zult gij tot Farao zeggen: Alzo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël.",
     "text1637": "Exod. 4.22",
     "text2026": "Ex. 4:22. Exodus 4:22: Dan zult u tot Farao zeggen: Zo zegt JAHWEH: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "בִּ/בְכִ֣י",
     "strongs": "H1065",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "יָבֹ֗אוּ",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "וּֽ/בְ/תַחֲנוּנִים֮",
     "strongs": "H8469",
     "morph": "HC/R/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "אֽוֹבִילֵ/ם֒",
     "strongs": "H2986",
     "morph": "HVhi1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אֽוֹלִיכֵ/ם֙",
     "strongs": "H3212",
     "morph": "HVhi1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "נַ֣חֲלֵי",
     "strongs": "H5158",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "מַ֔יִם",
     "strongs": "H4325",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/דֶ֣רֶךְ",
     "strongs": "H1870",
     "morph": "HR/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "יָשָׁ֔ר",
     "strongs": "H3477",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "יִכָּשְׁל֖וּ",
     "strongs": "H3782",
     "morph": "HVNi3mp"
    },
    {
     "woord": "בָּ֑/הּ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "הָיִ֤יתִי",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "לְ/יִשְׂרָאֵל֙",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "לְ/אָ֔ב",
     "strongs": "H1",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶפְרַ֖יִם",
     "strongs": "H669",
     "morph": "HC/Np"
    },
    {
     "woord": "בְּכֹ֥רִ/י",
     "strongs": "H1060",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "הֽוּא",
     "strongs": "H1931",
     "morph": "HPp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zij zullen komen met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> geween, en met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> waterbeken, in een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> rechte weg, waarin zij zich niet zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> stoten; want Ik ben Israël tot een Vader, en Efraïm is Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> eerstgeborene.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Zij zullen komen met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> geween, en met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> waterbeken, in een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> rechte weg, waarin zij zich niet zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> stoten; want Ik ben Israël tot een Vader, en Efraïm is Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> eerstgeborene.",
   "text1637_html": "Sy sullen komen met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> geween, ende met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> smeeckingen sal ickse voeren, ick salse leyden aen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> waterbeken, in eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> rechten wech, daer in sy sich niet en sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> stooten: want ick ben Israël tot eenen vander, ende Ephraim, die is mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> eerstgeborene."
  },
  {
   "number": 10,
   "textSV1888": "Hoort des HEEREN woord, gij heidenen! en verkondigt in de eilanden, die verre zijn, en zegt: Hij, Die Israël verstrooid heeft, zal hem weder vergaderen, en hem bewaren als een herder zijn kudde.",
   "text1637": "Hooret des HEEREN woort, ghy heydenen, ende verkondiget in de eylanden [32] die verre zijn, ende segget; Hy die Israël verstroyt heeft, sal [33] hem weder vergaderen, ende hem bewaren als een [34] herder sijne kudde.",
   "text2026": "Hoort het woord van JAHWEH, u heidenen! en verkondigt in de eilanden, die verre zijn, en zegt: Hij, Die Israël verstrooid heeft, zal hem weer verzamelen, en hem bewaren als een herder zijn kudde.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "32",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "32 verre zijn: Hebreeuws, van verre; vergelijk Spreuk. 7:19. Spreuken 7:19: Want de man is niet in zijn huis, hij is een verren weg getogen;",
     "text1637": "Hebr. van verre. Vergel. Prov. 7. op vers 19.",
     "text2026": "32 verre zijn: Hebreeuws, van verre; vergelijk Spreuk. 7:19. Spreuken 7:19: Want de man is niet in zijn huis, hij is een verren weg getogen;"
    },
    {
     "marker": "33",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Israël.",
     "text1637": "Israel.",
     "text2026": "Israël."
    },
    {
     "marker": "34",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie Joh. 10:11. Johannes 10:11: Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.",
     "text1637": "Siet Ioh. 10.11.",
     "text2026": "Zie Joh. 10:11. Johannes 10:11: Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "שִׁמְע֤וּ",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HVqv2mp"
    },
    {
     "woord": "דְבַר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָה֙",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "גּוֹיִ֔ם",
     "strongs": "H1471",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הַגִּ֥ידוּ",
     "strongs": "H5046",
     "morph": "HC/Vhv2mp"
    },
    {
     "woord": "בָ/אִיִּ֖ים",
     "strongs": "H339",
     "morph": "HRd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "מִ/מֶּרְחָ֑ק",
     "strongs": "H4801",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אִמְר֗וּ",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HC/Vqv2mp"
    },
    {
     "woord": "מְזָרֵ֤ה",
     "strongs": "H2219",
     "morph": "HVprmsc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵל֙",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "יְקַבְּצֶ֔/נּוּ",
     "strongs": "H6908",
     "morph": "HVpi3ms/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וּ/שְׁמָר֖/וֹ",
     "strongs": "H8104",
     "morph": "HC/Vqq3ms/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "כְּ/רֹעֶ֥ה",
     "strongs": "H7462",
     "morph": "HR/Vqrmsa"
    },
    {
     "woord": "עֶדְרֽ/וֹ",
     "strongs": "H5739",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "Hoort het woord van JAHWEH, u heidenen! en verkondigt in de eilanden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> die verre zijn, en zegt: <span class=\"direct-speech\"><i>Hij, Die Israël verstrooid heeft, zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> hem weer verzamelen, en hem bewaren als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> herder zijn kudde.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Hoort des HEEREN woord, gij heidenen! en verkondigt in de eilanden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> die verre zijn, en zegt: Hij, Die Israël verstrooid heeft, zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> hem weder vergaderen, en hem bewaren als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> herder zijn kudde.",
   "text1637_html": "Hooret des HEEREN woort, ghy heydenen, ende verkondiget in de eylanden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> die verre zijn, ende segget; Hy die Israël verstroyt heeft, sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> hem weder vergaderen, ende hem bewaren als een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> herder sijne kudde.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "des HEEREN woord, gij",
     "new": "het woord van JAHWEH, u",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "weder vergaderen,",
     "new": "weer verzamelen,",
     "principe": "V66"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 11,
   "textSV1888": "Want de HEERE heeft Jakob vrijgekocht, en Hij heeft hem verlost uit de hand desgenen, die sterker was dan hij.",
   "text1637": "Want de HEERE [35] heeft Iacob [36] vrygekocht: ende hy heeft hem [37] verlost uyt de hant des genen [f] die [38] stercker was dan hy.",
   "text2026": "Want JAHWEH heeft Jakob vrijgekocht, en Hij heeft hem verlost uit de hand van degene, die sterker was dan hij.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "35",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, Christus zal zijn volk zo zekerlijk verlossen alsof het alreeds geschied ware.",
     "text1637": "D. Christus sal sijn volck soo sekerlick verlossen, als oft alreede geschiet ware.",
     "text2026": "Dat is, Christus zal zijn volk zo zekerlijk verlossen alsof het alreeds geschied ware."
    },
    {
     "marker": "36",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, gerantsoeneerd.",
     "text1637": "Ofte, geransoeneert.",
     "text2026": "Of, gerantsoeneerd."
    },
    {
     "marker": "37",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, gelost, gered.",
     "text1637": "Ofte, gelost, gereddet.",
     "text2026": "Of, gelost, gered."
    },
    {
     "marker": "38",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "38 sterker was dan hij: Te weten hunner vijanden, voornamelijk des duivels. Vergelijk Jes. 40:10; Matth. 12:29; Joh. 12:31; Kol. 2:15; Hebr. 2:14; 1 Joh. 3:8. Jesaja 40:10: Ziet, de Heere HEERE zal komen tegen den sterke, en Zijn arm zal heersen; ziet, Zijn loon is bij Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht. Mattheüs 12:29: Of hoe kan iemand in het huis eens sterken inkomen, en zijn vaten ontroven, tenzij dat hij eerst den sterke gebonden hebbe? en alsdan zal hij zijn huis beroven. Johannes 12:31: Nu is het oordeel dezer wereld; nu zal de overste dezer wereld buiten geworpen worden. Kolossensen 2:15: En de overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelve over hen getriomfeerd. Hebreeën 2:14: Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel; 1 Johannes 3:8: Die de zonde doet, is uit den duivel; want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou. Johannes 3:8: De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit den Geest geboren is.",
     "text1637": "T.w. harer vyanden, principalick des Duyvels. Vergel. Ies. 40.10. Matth. 12.29. Ioh. 12.31. Coloss. 2.15. Hebr. 2.14. 1.Ioh. 3.8.",
     "text2026": "38 sterker was dan hij: Te weten hun vijanden, voornamelijk van de duivel. Vergelijk Jes. 40:10; Matt. 12:29; Joh. 12:31; Kol. 2:15; Hebr. 2:14; 1 Joh. 3:8. Jesaja 40:10: Ziet, de Heer JAHWEH zal komen tegen de sterke, en Zijn arm zal heersen; ziet, Zijn loon is bij Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht. Mattheüs 12:29: Of hoe kan iemand in het huis eens sterken inkomen, en zijn vaten ontroven, tenzij dat hij eerst de sterke gebonden hebbe? en alsdan zal hij zijn huis beroven. Johannes 12:31: Nu is het oordeel van deze wereld; nu zal de overste van deze wereld buiten geworpen worden. Kolossensen 2:15: En de overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelfde over hen getriomfeerd. Hebreeën 2:14: Omdat dan de kinderen van het vlees en bloed deelachtig zijn, zo is Hij ook evenzo derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door de dood te niet doen zou dengene, die het geweld van de dood had, dat is, de duivel; 1 Johannes 3:8: Die de zonde doet, is uit de duivel; want de duivel zondigt van de beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken van de duivel verbreken zou. Johannes 3:8: De wind blaast, waarheen hij wil, en u hoort zijn geluid; maar u weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; zo is een iedereen, die uit de Geest geboren is."
    },
    {
     "marker": "f",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jes. 40:10; Jes. 49:24; idem 49:25. Jesaja 40:10: Ziet, de Heere HEERE zal komen tegen den sterke, en Zijn arm zal heersen; ziet, Zijn loon is bij Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht. Jesaja 49:24: Zou ook een machtige de vangst ontnomen worden, of zouden de gevangenen eens rechtvaardigen ontkomen? Jesaja 49:25: Doch alzo zegt de HEERE: Ja, de gevangenen des machtigen zullen hem ontnomen worden, en de vangst des tirans zal ontkomen; want met uw twisters zal Ik twisten, en uw kinderen zal Ik verlossen.",
     "text1637": "Ies. 40.10. ende 49.24, 25.",
     "text2026": "Jes. 40:10; Jes. 49:24; idem 49:25. Jesaja 40:10: Ziet, de Heer JAHWEH zal komen tegen de sterke, en Zijn arm zal heersen; ziet, Zijn loon is bij Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht. Jesaja 49:24: Zou ook een machtige de vangst ontnomen worden, of zouden de gevangenen eens rechtvaardigen ontkomen? Jesaja 49:25: Maar zo zegt JAHWEH: Ja, de gevangenen van de machtigen zullen hem ontnomen worden, en de vangst van de tirans zal ontkomen; want met uw twisters zal Ik twisten, en uw kinderen zal Ik verlossen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "פָדָ֥ה",
     "strongs": "H6299",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֖ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֶֽת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "יַעֲקֹ֑ב",
     "strongs": "H3290",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וּ/גְאָל֕/וֹ",
     "strongs": "H1350",
     "morph": "HC/Vqp3ms/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "מִ/יַּ֖ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "חָזָ֥ק",
     "strongs": "H2389",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "מִמֶּֽ/נּוּ",
     "strongs": "H4480",
     "morph": "HR/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "Want JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> heeft Jakob<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> vrijgekocht, en Hij heeft hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> verlost uit de hand van degene,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> sterker was dan hij.",
   "textSV1888_html": "Want de HEERE<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> heeft Jakob<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> vrijgekocht, en Hij heeft hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> verlost uit de hand desgenen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> sterker was dan hij.",
   "text1637_html": "Want de HEERE <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> heeft Iacob <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> vrygekocht: ende hy heeft hem <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> verlost uyt de hant des genen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> stercker was dan hy.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE",
     "new": "JAHWEH",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "desgenen,",
     "new": "van degene,",
     "principe": "O14"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 12,
   "textSV1888": "Dies zullen zij komen, en op de hoogte van Sion juichen, en toevloeien tot des HEEREN goed, tot het koren, en tot den most, en tot de olie, en tot de jonge schapen en runderen; en hun ziel zal zijn als een gewaterde hof, en zij zullen voortaan niet meer treurig zijn.",
   "text1637": "Dies sullen sy komen, ende op de [39] hoochte van Zion juychen, ende [40] toevloeyen tot des HEEREN [41] goet, tot het koorn, ende tot den most, ende tot de olye, ende tot de [42] jonge schapen ende runderen: ende hare ziele sal zijn als een [g] [43] gewaterden hof, ende sy en sullen [44] voortaen niet meer treurich zijn.",
   "text2026": "Daarom zullen zij komen, en op de hoogte van Sion juichen, en toevloeien tot het goed van JAHWEH, tot het koren, en tot de nieuwe wijn, en tot de olie, en tot de jonge schapen en runderen; en hun ziel zal zijn als een gewaterde hof, en zij zullen voortaan niet meer treurig zijn.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "39",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "39 op de hoogte van Sion: Te weten in den tempel; dat is, in de Christelijke kerk.",
     "text1637": "T.w. in den Tempel. D. in de Christelicke kercke.",
     "text2026": "39 op de hoogte van Sion: Te weten in de tempel; dat is, in de Christelijke kerk."
    },
    {
     "marker": "40",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Bij menigten, als waterstromen. Vergelijk Ps. 34:6; Jes. 2:2; Micha 4:1. Psalmen 34:6: He. Vau. Zij hebben op Hem gezien, ja, Hem als een waterstroom aangelopen; en hun aangezichten zijn niet schaamrood geworden. Jesaja 2:2: En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot denzelven zullen alle heidenen toevloeien. Micha 4:1: Maar in het laatste der dagen zal het geschieden, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen; en hij zal verheven zijn boven de heuvelen, en de volken zullen tot hem toevloeien.",
     "text1637": "In menichten, als waterstroomen. Vergel. Psal. 34.6. Iesa. 2.2. Mich. 4.1.",
     "text2026": "Bij menigten, als waterstromen. Vergelijk Ps. 34:6; Jes. 2:2; Micha 4:1. Psalmen 34:6: He. Vau. Zij hebben op Hem gezien, ja, Hem als een waterstroom aangelopen; en hun aangezichten zijn niet schaamrood geworden. Jesaja 2:2: En het zal gebeuren in het laatste van de dagen, dat de berg van het huis van JAHWEH zal vastgesteld zijn op de top van de bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot dezelfde zullen alle heidenen toevloeien. Micha 4:1: Maar in het laatste van de dagen zal het gebeuren, dat de berg van het huis van JAHWEH zal vastgesteld zijn op de top van de bergen; en hij zal verheven zijn boven de heuvelen, en de volken zullen tot hem toevloeien."
    },
    {
     "marker": "41",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, goedheid, alzo onder vers 14; dat is, de weldaden en gaven van den Heere Christus, die hier [gelijk elders dikwijls] door lichamelijke goederen en gaven worden afgebeeld. Jeremia 31:14: En Ik zal de ziel der priesteren met vettigheid dronken maken; en Mijn volk zal met Mijn goed verzadigd worden, spreekt de HEERE.",
     "text1637": "Ofte, goeheyt. alsoo ond. vers 14. D. de weldaden ende gaven des Heeren Christi, die hier (als elders dickwils) door lichamelicke goederen ende gaven worden afgebeeldt.",
     "text2026": "Of, goedheid, zo onder vers 14; dat is, de weldaden en gaven van de Heer Christus, die hier [gelijk elders dikwijls] door lichamelijke goederen en gaven worden afgebeeld. Jeremia 31:14: En Ik zal de ziel van de priesters met vettigheid dronken maken; en Mijn volk zal met Mijn goed verzadigd worden, spreekt JAHWEH."
    },
    {
     "marker": "42",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "42 jonge schapen en runderen: Hebreeuws, kinderen der schapen, of geiten, of van klein vee.",
     "text1637": "Hebr. kinderen der schapen, ofte, geyten, ofte, van kleyn vee.",
     "text2026": "42 jonge schapen en runderen: Hebreeuws, kinderen van de schapen, of geiten, of van klein vee (בְּנֵי)."
    },
    {
     "marker": "43",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "43 gewaterde hof: Vervuld met geestelijke gaven en vertroostingen van den Heiligen Geest.",
     "text1637": "Vervult met geestelijcke gaven ende vertroostingen des H. Geests.",
     "text2026": "43 gewaterde hof: Vervuld met geestelijke gaven en vertroostingen van de Heilige Geest."
    },
    {
     "marker": "44",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "44 niet meer treurig zijn: Hebreeuws, zullen niet toedoen, of voortvaren meer, of voortgaan treurig te zijn; te weten uit mistroostigheid over hunne zonden.",
     "text1637": "Hebr. sullen niet toedoen, ofte, voortvaren meer, ofte, voortaen treurich te zijn. T.w. uyt mistroosticheyt over hare sonden.",
     "text2026": "44 niet meer treurig zijn: Hebreeuws, zullen niet toedoen, of voortvaren meer, of voortgaan treurig te zijn; te weten uit mistroostigheid over hun zonden."
    },
    {
     "marker": "g",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jes. 61:11. Jesaja 61:11: Want gelijk de aarde haar spruit voortbrengt, en gelijk een hof, hetgeen in hem gezaaid is, doet uitspruiten; alzo zal de Heere HEERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor al de volken.",
     "text1637": "Ies. 61.10.",
     "text2026": "Jes. 61:11. Jesaja 61:11: Want gelijk de aarde haar spruit voortbrengt, en gelijk een hof, wat in hem gezaaid is, doet uitspruiten; zo zal de Heer JAHWEH gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor al de volken."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וּ/בָאוּ֮",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "וְ/רִנְּנ֣וּ",
     "strongs": "H7442",
     "morph": "HC/Vpq3cp"
    },
    {
     "woord": "בִ/מְרוֹם",
     "strongs": "H4791",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "צִיּוֹן֒",
     "strongs": "H6726",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/נָהֲר֞וּ",
     "strongs": "H5102",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "ט֣וּב",
     "strongs": "H2898",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֗ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "דָּגָן֙",
     "strongs": "H1715",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "תִּירֹ֣שׁ",
     "strongs": "H8492",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "יִצְהָ֔ר",
     "strongs": "H3323",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "בְּנֵי",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "צֹ֖אן",
     "strongs": "H6629",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בָקָ֑ר",
     "strongs": "H1241",
     "morph": "HC/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הָיְתָ֤ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HC/Vqq3fs"
    },
    {
     "woord": "נַפְשָׁ/ם֙",
     "strongs": "H5315",
     "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "כְּ/גַ֣ן",
     "strongs": "H1588",
     "morph": "HR/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "רָוֶ֔ה",
     "strongs": "H7302",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/לֹא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "יוֹסִ֥יפוּ",
     "strongs": "H3254",
     "morph": "HVhi3mp"
    },
    {
     "woord": "לְ/דַאֲבָ֖ה",
     "strongs": "H1669",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "עֽוֹד",
     "strongs": "H5750",
     "morph": "HD"
    }
   ],
   "text2026_html": "Daarom zullen zij komen, en op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> hoogte van Sion juichen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> toevloeien tot het goed van JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup>, tot het koren, en tot de nieuwe wijn, en tot de olie, en tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> jonge schapen en runderen; en hun ziel zal zijn als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> gewaterde hof, en zij zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> voortaan niet meer treurig zijn.",
   "textSV1888_html": "Dies zullen zij komen, en op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> hoogte van Sion juichen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> toevloeien tot des HEEREN<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> goed, tot het koren, en tot den most, en tot de olie, en tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> jonge schapen en runderen; en hun ziel zal zijn als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> gewaterde hof, en zij zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> voortaan niet meer treurig zijn.",
   "text1637_html": "Dies sullen sy komen, ende op de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> hoochte van Zion juychen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> toevloeyen tot des HEEREN <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> goet, tot het koorn, ende tot den most, ende tot de olye, ende tot de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> jonge schapen ende runderen: ende hare ziele sal zijn als een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> gewaterden hof, ende sy en sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> voortaen niet meer treurich zijn.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Dies",
     "new": "Daarom",
     "principe": "V333"
    },
    {
     "old": "des HEEREN goed,",
     "new": "het goed van JAHWEH,",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "den most,",
     "new": "de nieuwe wijn,",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 13,
   "textSV1888": "Dan zal zich de jonkvrouw verblijden in den rei, daartoe de jongelingen en ouden te zamen; want Ik zal hunlieder rouw in vrolijkheid veranderen, en zal hen troosten, en zal hen verblijden naar hun droefenis.",
   "text1637": "Dan sal haer de [45] jonckvrouwe verblijden in den [46] rey, daertoe de jongelingen ende oude te samen: want ick sal haerlieder rouwe in vrolickheyt veranderen, ende salse troosten, ende salse verblijden na hare droeffenisse.",
   "text2026": "Dan zal zich de jonkvrouw verblijden in de rei, daartoe de jongemannen en ouden samen; want Ik zal hun rouw in vrolijkheid veranderen, en zal hen troosten, en zal hen verblijden naar hun droefenis.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "45",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, jonkvrouwen zullen, enz.",
     "text1637": "D. Ionckvrouwen sullen, etc.",
     "text2026": "Dat is, jonkvrouwen zullen, enz."
    },
    {
     "marker": "46",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie boven vers 4. Jeremia 31:4: Ik zal u weder bouwen, en gij zult gebouwd worden, o jonkvrouw Israëls! gij zult weder versierd zijn met uw trommelen, en uitgaan met den rei der spelenden.",
     "text1637": "Siet bov. vers 4.",
     "text2026": "Zie boven vers 4. Jeremia 31:4: Ik zal u weer bouwen, en u zult gebouwd worden, o jonkvrouw Israëls! u zult weer versierd zijn met uw trommelen, en uitgaan met de rei van de spelenden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אָ֣ז",
     "strongs": "H227",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "תִּשְׂמַ֤ח",
     "strongs": "H8055",
     "morph": "HVqi3fs"
    },
    {
     "woord": "בְּתוּלָה֙",
     "strongs": "H1330",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/מָח֔וֹל",
     "strongs": "H4234",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בַחֻרִ֥ים",
     "strongs": "H970",
     "morph": "HC/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וּ/זְקֵנִ֖ים",
     "strongs": "H2205",
     "morph": "HC/Aampa"
    },
    {
     "woord": "יַחְדָּ֑ו",
     "strongs": "H3162",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "וְ/הָפַכְתִּ֨י",
     "strongs": "H2015",
     "morph": "HC/Vqq1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶבְלָ֤/ם",
     "strongs": "H60",
     "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לְ/שָׂשׂוֹן֙",
     "strongs": "H8342",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/נִ֣חַמְתִּ֔י/ם",
     "strongs": "H5162",
     "morph": "HC/Vpq1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/שִׂמַּחְתִּ֖י/ם",
     "strongs": "H8055",
     "morph": "HC/Vpp1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "מִ/יגוֹנָֽ/ם",
     "strongs": "H3015",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Dan zal zich de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> jonkvrouw verblijden in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> rei, daartoe de jongemannen en ouden samen; want Ik zal hun rouw in vrolijkheid veranderen, en zal hen troosten, en zal hen verblijden naar hun droefenis.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Dan zal zich de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> jonkvrouw verblijden in den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> rei, daartoe de jongelingen en ouden te zamen; want Ik zal hunlieder rouw in vrolijkheid veranderen, en zal hen troosten, en zal hen verblijden naar hun droefenis.",
   "text1637_html": "Dan sal haer de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> jonckvrouwe verblijden in den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> rey, daertoe de jongelingen ende oude te samen: want ick sal haerlieder rouwe in vrolickheyt veranderen, ende salse troosten, ende salse verblijden na hare droeffenisse.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "jongelingen",
     "new": "jongemannen",
     "principe": "V79"
    },
    {
     "old": "te zamen;",
     "new": "samen;",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "hunlieder",
     "new": "hun",
     "principe": "V329"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 14,
   "textSV1888": "En Ik zal de ziel der priesteren met vettigheid dronken maken; en Mijn volk zal met Mijn goed verzadigd worden, spreekt de HEERE.",
   "text1637": "Ende ick sal de ziele der [47] Priesteren [met] [48] vetticheyt droncken maken: ende mijn volck [49] sal met mijn [50] goet versadicht worden, spreeckt de HEERE;",
   "text2026": "En Ik zal de ziel van de priesters met vettigheid dronken maken; en Mijn volk zal met Mijn goed verzadigd worden, spreekt JAHWEH.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "47",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Van de kerkedienaars. Vergelijk Jes. 66:21. Jesaja 66:21: En ook zal Ik uit dezelve enigen tot priesters en tot Levieten nemen, zegt de HEERE.",
     "text1637": "Der kerckendienaren. Vergel. Iesa. 66.21.",
     "text2026": "Van de kerkedienaars. Vergelijk Jes. 66:21. Jesaja 66:21: En ook zal Ik uit dezelfde enige tot priesters en tot Levieten nemen, zegt JAHWEH."
    },
    {
     "marker": "48",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, geestelijke gaven; gelijk de priesters in het Oude Testament het schoon vet vlees van groot en klein geofferd vee plachten te ontvangen. Vergelijk de manier van spreken met Ps. 36:9, en de aantekening. Psalmen 36:9: Zij worden dronken van de vettigheid Uws huizes; en Gij drenkt hen uit de beek Uwer wellusten.",
     "text1637": "D. geestelicke gaven: gelijck de Priesters in’t oude Testament het schoon vet vleesch van groot ende kleyn geoffert vee plachten te ontfangen. Vergel. de maniere van spreken met Psal. 36.9. ende d’aenteeck.",
     "text2026": "Dat is, geestelijke gaven; gelijk de priesters in het Oude Testament het schoon vet vlees van groot en klein geofferd vee plachten te ontvangen. Vergelijk de manier van spreken met Ps. 36:9, en de aantekening. Psalmen 36:9: Zij worden dronken van de vettigheid Uws huizes; en U drenkt hen uit de beek van Uw wellusten."
    },
    {
     "marker": "49",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebreeuws, zullen, enz.",
     "text1637": "Hebr. sullen, etc.",
     "text2026": "Hebreeuws, zullen, enz."
    },
    {
     "marker": "50",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Gelijk boven vers 12. Jeremia 31:12: Dies zullen zij komen, en op de hoogte van Sion juichen, en toevloeien tot des HEEREN goed, tot het koren, en tot den most, en tot de olie, en tot de jonge schapen en runderen; en hun ziel zal zijn als een gewaterde hof, en zij zullen voortaan niet meer treurig zijn.",
     "text1637": "Als bov. vers 12.",
     "text2026": "Gelijk boven vers 12. Jeremia 31:12: Daarom zullen zij komen, en op de hoogte van Sion juichen, en toevloeien tot de goed van JAHWEH, tot het koren, en tot de most, en tot de olie, en tot de jonge schapen en runderen; en hun ziel zal zijn als een gewaterde hof, en zij zullen voortaan niet meer treurig zijn."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/רִוֵּיתִ֛י",
     "strongs": "H7301",
     "morph": "HC/Vpq1cs"
    },
    {
     "woord": "נֶ֥פֶשׁ",
     "strongs": "H5315",
     "morph": "HNcbsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/כֹּהֲנִ֖ים",
     "strongs": "H3548",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "דָּ֑שֶׁן",
     "strongs": "H1880",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַמִּ֛/י",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HC/Ncmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "טוּבִ֥/י",
     "strongs": "H2898",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂבָּ֖עוּ",
     "strongs": "H7646",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָֽה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal de ziel van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> de priesters<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> met vettigheid dronken maken; en Mijn volk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> zal met Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> goed verzadigd worden, spreekt JAHWEH.</i></span>",
   "textSV1888_html": "En Ik zal de ziel der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> priesteren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> met vettigheid dronken maken; en Mijn volk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> zal met Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> goed verzadigd worden, spreekt de HEERE.",
   "text1637_html": "Ende ick sal de ziele der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Priesteren [met] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> vetticheyt droncken maken: ende mijn volck <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> sal met mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> goet versadicht worden, spreeckt de HEERE;",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "der priesteren",
     "new": "van de priesters",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "de HEERE.",
     "new": "JAHWEH.",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 15,
   "textSV1888": "Zo zegt de HEERE: Er is een stem gehoord in Rama, een klage, een zeer bitter geween; Rachel weent over haar kinderen; zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat zij niet zijn.",
   "text1637": "Soo seyt de HEERE; [h] [51] Daer is een stemme gehoort in [52] Rama, eene klage, een [53] seer bitter geween; [54] Rachel weent over [55] hare kinderen: sy weygert haer te laten troosten over hare kinderen, om datse niet en [56] zijn.",
   "text2026": "Zo zegt JAHWEH: Er is een stem gehoord in Rama, een klage, een zeer bitter geween; Rachel weent over haar kinderen; zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat zij niet zijn.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "51",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "51 Er is een stem gehoord: Zie de voornaamste vervulling dezer profetie Matth. 2:16, 2:17, 2:18. God wil zeggen, dat de grote geestelijke vreugde over den Messias niet wezen zal zonder kruis, maar dat Hij zulks in vreugde weder zal veranderen, als volgt. Mattheüs 2:16: Als Herodes zag, dat hij van de wijzen bedrogen was, toen werd hij zeer toornig, en enigen afgezonden hebbende, heeft omgebracht al de kinderen, die binnen Bethlehem, en in al deszelfs landpalen waren, van twee jaren oud en daaronder, naar den tijd, dien hij van de wijzen naarstiglijk onderzocht had. Mattheüs 2:17: Toen is vervuld geworden, hetgeen gesproken is door den profeet Jeremia, zeggende: Mattheüs 2:18: Een stem is in Rama gehoord, geklag, geween en veel gekerm; Rachel beweende haar kinderen, en wilde niet vertroost wezen, omdat zij niet zijn!",
     "text1637": "Siet de voornaemste vervullinge deser Prophetye Matth. 2.16, 17, 18. Godt wil seggen, dat de groote geestelicke vreuchde over den Messia niet wesen en sal sonder cruys, maer dat hy sulcx in vreuchde weder sal veranderen, als volgt.",
     "text2026": "51 Er is een stem gehoord: Zie de voornaamste vervulling van deze profetie Matt. 2:16, 2:17, 2:18. God wil zeggen, dat de grote geestelijke vreugde over de Messias niet wezen zal zonder kruis, maar dat Hij zulks in vreugde weer zal veranderen, als volgt. Mattheüs 2:16: Als Herodes zag, dat hij van de wijzen bedrogen was, toen werd hij zeer toornig, en enige afgezonden hebbende, heeft omgebracht al de kinderen, die binnen Bethlehem, en in al daarvan gebied waren, van twee jaren oud en daaronder, naar de tijd, die hij van de wijzen naarstiglijk onderzocht had. Mattheüs 2:17: Toen is vervuld geworden, wat gesproken is door de profeet Jeremia, zeggende: Mattheüs 2:18: Een stem is in Rama gehoord, geklag, geween en veel gekerm; Rachel beweende haar kinderen, en wilde niet vertroost wezen, omdat zij niet zijn!"
    },
    {
     "marker": "52",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, in de omstreken tussen Rama en Bethlehem, waar Rachel in barenspijn gestorven en begraven was; Gen. 35:16, 35:19, 35:20; 1 Sam. 10:2. Van Rama, zie Joz. 18:21, 18:25; 1 Sam. 1:1, 1:19, en 1 Sam. 17:17, en 1 Sam. 8:4, enz., en 1 Sam. 25:1, enz. Genesis 35:16: En zij reisden van Beth-el; en er was nog een kleine streek lands om tot Efrath te komen; en Rachel baarde, en zij had het hard in haar baren. Genesis 35:19: Alzo stierf Rachel; en zij werd begraven aan den weg naar Efrath, hetwelk is Bethlehem. Genesis 35:20: En Jakob richtte een gedenkteken op boven haar graf, dit is het gedenkteken van Rachels graf tot op dezen dag. 1 Samuël 10:2: Als gij heden van mij gaat, zo zult gij twee mannen vinden bij het graf van Rachel, aan de landpale van Benjamin, te Zelzah; die zullen tot u zeggen: De ezelinnen zijn gevonden, die gij zijt gaan zoeken, en zie, uw vader heeft de zaken der ezelinnen verlaten, en hij is bekommerd voor ulieden, zeggende: Wat zal ik om mijn zoon doen? Jozua 18:21: De steden nu van den stam der kinderen van Benjamin, naar hun huisgezinnen, zijn: Jericho, en Beth-Hogla, en Emek-Keziz, Jozua 18:25: Gibeon, en Rama, en Beëroth, 1 Samuël 1:1: Daar was een man van Ramathaim-zofim, van het gebergte van Efraïm, wiens naam was Elkana, een zoon van Jerocham, den zoon van Elihu, den zoon van Tochu, den zoon van Zuf, een Efrathiet. 1 Samuël 1:19: En zij stonden des morgens vroeg op, en zij aanbaden voor het aangezicht des HEEREN, en zij keerden weder, en kwamen tot hun huis te Rama. En Elkana bekende zijn huisvrouw Hanna, en de HEERE gedacht aan haar. 1 Samuël 17:17: En Isaï zeide tot zijn zoon David: Neem toch voor uw broeders een efa van dit geroost koren, en deze tien broden, en breng ze terloops in het leger tot uw broederen. 1 Samuël 8:4: Toen vergaderden zich alle oudsten van Israël, en zij kwamen tot Samuël te Rama; 1 Samuël 25:1: En Samuël stierf; en gans Israël vergaderde zich, en zij bedreven rouw over hem, en begroeven hem in zijn huis te Rama. En David maakte zich op, en toog af naar de woestijn Paran.",
     "text1637": "D. inde contreyen tusschen Rama ende Bethlehem, daer Rachel in barens pijne gestorven ende begraven was. Gen. 35.16, 19, 20. 1.Sam. 10.2. van Rama. siet Iosu. 18.21, 25. 1.Sam. 1.1, 19. ende 7.17. ende 8.4. etc. ende 25.1. etc.",
     "text2026": "Dat is, in de omstreken tussen Rama en Bethlehem, waar Rachel in barenspijn gestorven en begraven was; Gen. 35:16, 35:19, 35:20; 1 Sam. 10:2. Van Rama, zie Joz. 18:21, 18:25; 1 Sam. 1:1, 1:19, en 1 Sam. 17:17, en 1 Sam. 8:4, enz., en 1 Sam. 25:1, enz. Genesis 35:16: En zij reisden van Beth-el; en er was nog een kleine streek lands om tot Efrath te komen; en Rachel baarde, en zij had het hard in haar baren. Genesis 35:19: Zo stierf Rachel; en zij werd begraven aan de weg naar Efrath, dat is Bethlehem. Genesis 35:20: En Jakob richtte een gedenkteken op boven haar graf, dit is het gedenkteken van Rachels graf tot op deze dag. 1 Samuël 10:2: Als u heden van mij gaat, zo zult u twee mannen vinden bij het graf van Rachel, aan de landpale van Benjamin, te Zelzah; die zullen tot u zeggen: De ezelinnen zijn gevonden, die u bent gaan zoeken, en zie, uw vader heeft de zaken van de ezelinnen verlaten, en hij is bekommerd voor u, zeggende: Wat zal ik om mijn zoon doen? Jozua 18:21: De steden nu van de stam van de kinderen van Benjamin, naar hun huisgezinnen, zijn: Jericho, en Beth-Hogla, en Emek-Keziz, Jozua 18:25: Gibeon, en Rama, en Beëroth, 1 Samuël 1:1: Daar was een man van Ramathaim-zofim, van het gebergte van Efraïm, wiens naam was Elkana, een zoon van Jerocham, de zoon van Elihu, de zoon van Tochu, de zoon van Zuf, een Efrathiet. 1 Samuël 1:19: En zij stonden van de morgen vroeg op, en zij aanbaden voor het aangezicht van JAHWEH, en zij keerden weer, en kwamen tot hun huis te Rama. En Elkana bekende zijn huisvrouw Hanna, en JAHWEH gedacht aan haar. 1 Samuël 17:17: En Isaï zei tot zijn zoon David: Neem toch voor uw broers een efa van dit geroost koren, en deze tien broden, en breng ze terloops in het leger tot uw broers. 1 Samuël 8:4: Toen vergaderden zich alle oudsten van Israël, en zij kwamen tot Samuël te Rama; 1 Samuël 25:1: En Samuël stierf; en geheel Israël vergaderde zich, en zij bedreven rouw over hem, en begroeven hem in zijn huis te Rama. En David maakte zich op, en toog af naar de woestijn Paran."
    },
    {
     "marker": "53",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "53 zeer bitter geween: Hebreeuws, geween der bitterheden.",
     "text1637": "Hebr. geween der bitterheden.",
     "text2026": "53 zeer bitter geween: Hebreeuws, geween van de bitterheden."
    },
    {
     "marker": "54",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Die overlang dood en begraven was, wordt hier figuurlijk ingevoerd als wenende, dat zij gedaan zou hebben indien zij ten tijde van de Babylonische verwoesting en van Herodes' kindermoord geleefd had. Sommigen verstaan door Rachel de moeders daaromtrent wonende, afkomstig van Rachel. Men kan ook wijders Rachel nemen als afbeeldende de kerk.",
     "text1637": "Die over lange doot ende begraven was, wort hier figuerlick ingevoert, als weenende, dat sy gedaen soude hebben, in dien sy ten tijde vande Babylonische verwoestinge, ende Herodis kindermoorden geleeft hadde. sommige verstaen door Rachel de moeders daer omtrent woonende, afcomstich van Rachel. men kan oock wijders Rachel nemen als afbeeldende de kercke.",
     "text2026": "Die overlang dood en begraven was, wordt hier figuurlijk ingevoerd als wenende, dat zij gedaan zou hebben als zij ten tijde van de Babylonische verwoesting en van Herodes' kindermoord geleefd had. Sommigen verstaan door Rachel de moeders daaromtrent wonende, afkomstig van Rachel. Men kan ook verder Rachel nemen als afbeeldende de kerk."
    },
    {
     "marker": "55",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "55 haar kinderen: De kinderen van Jozef en Benjamin hare zonen en nakomelingen, eerst vermoord, of weggevoerd naar Babel, daarna ten tijde der geboorte van Christus van Herodes tirannelijk omgebracht te Bethlehem en in de omliggende streken.",
     "text1637": "De kinderen van Iosephs ende Benjamins (harer sonen) nakomelingen eerst vermoort, ofte wechgevoert nae Babel, daer na ten tijde der geboorte Christi van Herodes tyrannelick omgebracht te Bethlehem ende inde omliggende contreyen.",
     "text2026": "55 haar kinderen: De kinderen van Jozef en Benjamin haar zonen en nakomelingen, eerst vermoord, of weggevoerd naar Babel, daarna ten tijde van de geboorte van Christus van Herodes tirannelijk omgebracht te Bethlehem en in de omliggende streken."
    },
    {
     "marker": "56",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "56 omdat zij niet zijn: Hebreeuws, omdat hij niet is, dat is, geen van hen behouden is.",
     "text1637": "Hebr. om dat hy niet [en is] dat is, geen van hen behouden is.",
     "text2026": "56 omdat zij niet zijn: Hebreeuws, omdat hij niet is, dat is, geen van hen behouden is."
    },
    {
     "marker": "h",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Matth. 2:17; idem v. 18. Mattheüs 2:17: Toen is vervuld geworden, hetgeen gesproken is door den profeet Jeremia, zeggende: Mattheüs 2:18: Een stem is in Rama gehoord, geklag, geween en veel gekerm; Rachel beweende haar kinderen, en wilde niet vertroost wezen, omdat zij niet zijn!",
     "text1637": "Matth. 2.17, 18.",
     "text2026": "Matt. 2:17; idem v. 18. Mattheüs 2:17: Toen is vervuld geworden, wat gesproken is door de profeet Jeremia, zeggende: Mattheüs 2:18: Een stem is in Rama gehoord, geklag, geween en veel gekerm; Rachel beweende haar kinderen, en wilde niet vertroost wezen, omdat zij niet zijn!"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כֹּ֣ה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֣ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֗ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "ק֣וֹל",
     "strongs": "H6963",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/רָמָ֤ה",
     "strongs": "H7414",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "נִשְׁמָע֙",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HVNsmsa"
    },
    {
     "woord": "נְהִי֙",
     "strongs": "H5092",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "בְּכִ֣י",
     "strongs": "H1065",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "תַמְרוּרִ֔ים",
     "strongs": "H8563",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "רָחֵ֖ל",
     "strongs": "H7354",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מְבַכָּ֣ה",
     "strongs": "H1058",
     "morph": "HVprfsa"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "בָּנֶ֑י/הָ",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmpc/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "מֵאֲנָ֛ה",
     "strongs": "H3985",
     "morph": "HVpp3fs"
    },
    {
     "woord": "לְ/הִנָּחֵ֥ם",
     "strongs": "H5162",
     "morph": "HR/VNc"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "בָּנֶ֖י/הָ",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmpc/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "כִּ֥י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אֵינֶֽ/נּוּ",
     "strongs": "H369",
     "morph": "HTn/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "Zo zegt JAHWEH: Er is een stem gehoord in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> Rama, een klage, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> zeer bitter geween;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> Rachel weent over<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> haar kinderen; zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat zij niet zijn.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup>",
   "textSV1888_html": "Zo zegt de HEERE:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> Er is een stem gehoord in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> Rama, een klage, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> zeer bitter geween;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> Rachel weent over<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> haar kinderen; zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat zij niet zijn.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup>",
   "text1637_html": "Soo seyt de HEERE; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> Daer is een stemme gehoort in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> Rama, eene klage, een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> seer bitter geween; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> Rachel weent over <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> hare kinderen: sy weygert haer te laten troosten over hare kinderen, om datse niet en <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> zijn.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE:",
     "new": "JAHWEH:",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 16,
   "textSV1888": "Zo zegt de HEERE: Bedwing uw stem van geween, en uw ogen van tranen; want er is loon voor uw arbeid, spreekt de HEERE; want zij zullen uit des vijands land wederkomen.",
   "text1637": "Soo seyt de HEERE; Bedwingt uwe stemme van geween, ende uwe oogen van tranen: want daer is loon voor uwen [57] arbeyt, spreeckt de HEERE; want sy sullen uyt des [58] vyants lant weder komen.",
   "text2026": "Zo zegt JAHWEH: Bedwing uw stem van geween, en uw ogen van tranen; want er is loon voor uw arbeid, spreekt JAHWEH; want zij zullen uit het land van de vijand terugkomen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "57",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Uw lijden en bekommernis om kinderen.",
     "text1637": "U lijden, ende becommernisse om kinderen.",
     "text2026": "Uw lijden en bekommernis om kinderen."
    },
    {
     "marker": "58",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Gij zult kinderen genoeg weder bekomen, die lichamelijk uit Babel en geestelijk uit het rijk der duisternis zullen geroepen en u toegebracht worden.",
     "text1637": "Ghy sult kinderen genoech weder becomen, die lichamelick uyt Babel, ende geestelick uyt het rijcke der duysternisse sullen geroepen ende u toe gebracht worden.",
     "text2026": "U zult kinderen genoeg weer bekomen, die lichamelijk uit Babel en geestelijk uit het rijk van de duisternis zullen geroepen en u toegebracht worden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כֹּ֣ה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֣ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֗ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מִנְעִ֤י",
     "strongs": "H4513",
     "morph": "HVqv2fs"
    },
    {
     "woord": "קוֹלֵ/ךְ֙",
     "strongs": "H6963",
     "morph": "HNcmsc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "מִ/בֶּ֔כִי",
     "strongs": "H1065",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/עֵינַ֖יִ/ךְ",
     "strongs": "H5869",
     "morph": "HC/Ncbdc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "מִ/דִּמְעָ֑ה",
     "strongs": "H1832",
     "morph": "HR/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "כִּי֩",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "יֵ֨שׁ",
     "strongs": "H3426",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "שָׂכָ֤ר",
     "strongs": "H7939",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "לִ/פְעֻלָּתֵ/ךְ֙",
     "strongs": "H6468",
     "morph": "HR/Ncfsc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/שָׁ֖בוּ",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אֶ֥רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HR/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "אוֹיֵֽב",
     "strongs": "H341",
     "morph": "HVqrmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Zo zegt JAHWEH: Bedwing uw stem van geween, en uw ogen van tranen; want er is loon voor uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> arbeid, spreekt JAHWEH; want zij zullen uit het land van de vijand terugkomen.",
   "textSV1888_html": "Zo zegt de HEERE: Bedwing uw stem van geween, en uw ogen van tranen; want er is loon voor uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> arbeid, spreekt de HEERE; want zij zullen uit des<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> vijands land wederkomen.",
   "text1637_html": "Soo seyt de HEERE; Bedwingt uwe stemme van geween, ende uwe oogen van tranen: want daer is loon voor uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> arbeyt, spreeckt de HEERE; want sy sullen uyt des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> vyants lant weder komen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE:",
     "new": "JAHWEH:",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "de HEERE;",
     "new": "JAHWEH;",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "des vijands",
     "new": "het",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "wederkomen.",
     "new": "van de vijand terugkomen.",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 17,
   "textSV1888": "En er is verwachting voor uw nakomelingen, spreekt de HEERE; want uw kinderen zullen wederkomen tot hun landpale.",
   "text1637": "Ende daer is verwachtinge [59] voor uwe nakomelingen, spreeckt de HEERE; want [uwe] [60] kinderen sullen wederkomen tot hare [61] lantpale.",
   "text2026": "En er is verwachting voor uw nakomelingen, spreekt JAHWEH; want uw kinderen zullen terugkomen tot hun gebied.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "59",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "59 voor uw nakomelingen: Of, in uw einde; dat is, gij hebt nog ten laatste veel goeds te verwachten. Hebreeuws, achterste, laatste, uiterste; zie Ps. 37:37, en Ps. 109:13, en boven Jer. 29:11; Amos 4:2. Psalmen 37:37: Schin. Let op den vrome, en zie naar den oprechte; want het einde van dien man zal vrede zijn. Psalmen 109:13: Dat zijn nakomelingen uitgeroeid worden; hun naam worde uitgedelgd in het andere geslacht. Jeremia 29:11: Want Ik weet de gedachten, die Ik over u denk, spreekt de HEERE, gedachten des vredes, en niet des kwaads, dat Ik u geve het einde en de verwachting. Amos 4:2: De Heere HEERE heeft gezworen bij Zijn heiligheid, dat er, ziet, dagen over ulieden zullen komen, dat men u zal optrekken met haken, en uw nakomelingen met visangelen.",
     "text1637": "Ofte, in u eynde. D. ghy hebt noch ten laetsten veel goets te verwachten. Hebr. achterste, laetste, uyterste. siet Psal. 37. op vers 37 ende 109. op vers 13. ende bov. 29. op vers 11. Amos 4. op vers 2.",
     "text2026": "59 voor uw nakomelingen: Of, in uw einde; dat is, u hebt nog ten laatste veel goeds te verwachten. Hebreeuws, achterste, laatste, uiterste; zie Ps. 37:37, en Ps. 109:13, en boven Jer. 29:11; Amos 4:2. Psalmen 37:37: Schin. Let op de vrome, en zie naar de oprechte; want het einde van die man zal vrede zijn. Psalmen 109:13: Dat zijn nakomelingen uitgeroeid worden; hun naam worde uitgedelgd in het andere geslacht. Jeremia 29:11: Want Ik weet de gedachten, die Ik over u denk, spreekt JAHWEH, gedachten van de vrede, en niet van het kwaad, dat Ik u geve het einde en de verwachting. Amos 4:2: De Heer JAHWEH heeft gezworen bij Zijn heiligheid, dat er, ziet, dagen over u zullen komen, dat men u zal optrekken met haken, en uw nakomelingen met visangelen."
    },
    {
     "marker": "60",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Vergelijk Jes. 29:23, enz. Jesaja 29:23: Want als hij zijn kinderen, het werk Mijner handen, zien zal in het midden van hen, zullen zij Mijn Naam heiligen; en zij zullen den Heilige Jakobs heiligen, en den God van Israël vrezen.",
     "text1637": "Vergel. Iesa. 29.23. etc.",
     "text2026": "Vergelijk Jes. 29:23, enz. Jesaja 29:23: Want als hij zijn kinderen, het werk Mijn handen, zien zal in het midden van hen, zullen zij Mijn Naam heiligen; en zij zullen de Heilige Jakobs heiligen, en de God van Israël vrezen."
    },
    {
     "marker": "61",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Kanaän en de Christelijke kerk.",
     "text1637": "Canaan, ende de Christelicke kercke.",
     "text2026": "Kanaän en de Christelijke kerk."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/יֵשׁ",
     "strongs": "H3426",
     "morph": "HC/Tm"
    },
    {
     "woord": "תִּקְוָ֥ה",
     "strongs": "H8615",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/אַחֲרִיתֵ֖/ךְ",
     "strongs": "H319",
     "morph": "HR/Ncfsc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֑ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/שָׁ֥בוּ",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "בָנִ֖ים",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "לִ/גְבוּלָֽ/ם",
     "strongs": "H1366",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "En er is verwachting<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> voor uw nakomelingen, spreekt JAHWEH; want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> uw kinderen zullen terugkomen tot hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> gebied.",
   "textSV1888_html": "En er is verwachting<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> voor uw nakomelingen, spreekt de HEERE; want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> uw kinderen zullen wederkomen tot hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> landpale.",
   "text1637_html": "Ende daer is verwachtinge <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> voor uwe nakomelingen, spreeckt de HEERE; want [uwe] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> kinderen sullen wederkomen tot hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> lantpale.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE;",
     "new": "JAHWEH;",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "wederkomen",
     "new": "terugkomen",
     "principe": "V769"
    },
    {
     "old": "landpale.",
     "new": "gebied.",
     "principe": "V1199"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 18,
   "textSV1888": "Ik heb wel gehoord, dat zich Efraïm beklaagt, zeggende: Gij hebt mij getuchtigd, en ik ben getuchtigd geworden als een ongewend kalf. Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want Gij zijt de HEERE, mijn God!",
   "text1637": "Ick hebbe [62] wel gehoort, dat sich Ephraim [63] beklaegt [seggende]; Ghy hebt my getuchtigt, ende ick ben [64] getuchtigt geworden, als een [65] ongewennet kalf: [i] Bekeert my, so sal ick bekeert zijn; want ghy zijt de HEERE mijn Godt.",
   "text2026": "Ik heb wel gehoord, dat zich Efraïm beklaagt, zeggende: U hebt mij getuchtigd, en ik ben getuchtigd geworden als een ongewend kalf. Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want U bent JAHWEH, mijn God!",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "62",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "62 wel gehoord: Hebreeuws, horende gehoord.",
     "text1637": "Hebr. hoorende gehoort.",
     "text2026": "62 wel gehoord: Hebreeuws, horende gehoord."
    },
    {
     "marker": "63",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Anders, troost.",
     "text1637": "And. troost.",
     "text2026": "Anders, troost."
    },
    {
     "marker": "64",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "64 getuchtigd geworden: Dat is, onderwezen, of geleerd van mijn schuldigen plicht.",
     "text1637": "D. onderwesen, ofte, geleert van mijnen schuldigen plicht.",
     "text2026": "64 getuchtigd geworden: Dat is, onderwezen, of geleerd van mijn schuldigen plicht."
    },
    {
     "marker": "65",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebreeuws, ongeleerd; zie boven Jer. 2:24. Versta, niet gewend tot het juk, maar dartel en weelderig. Jeremia 2:24: Zij is een woudezelin, gewend in de woestijn, naar den lust harer ziel schept zij den wind, wie zou haar ontmoeting afkeren? Allen, die haar zoeken, zullen niet moede worden, in haar maand zullen zij haar vinden.",
     "text1637": "Hebr. ongeleert. siet bov. 2. op vers 24. verstaet, niet gewent tot het jock, maer dertel ende weeldich.",
     "text2026": "Hebreeuws, ongeleerd; zie boven Jer. 2:24. Versta, niet gewend tot het juk, maar dartel en weelderig. Jeremia 2:24: Zij is een woudezelin, gewend in de woestijn, naar de lust haar ziel schept zij de wind, wie zou haar ontmoeting afkeren? Allen, die haar zoeken, zullen niet moe worden, in haar maand zullen zij haar vinden."
    },
    {
     "marker": "i",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Klaagl. 5:21. Klaagliederen 5:21: HEERE, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn; vernieuw onze dagen als van ouds.",
     "text1637": "Thren. 5.21",
     "text2026": "Klaagl. 5:21. Klaagliederen 5:21: JAHWEH, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn; vernieuw onze dagen als van ouds."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "שָׁמ֣וֹעַ",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HVqa"
    },
    {
     "woord": "שָׁמַ֗עְתִּי",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶפְרַ֨יִם֙",
     "strongs": "H669",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מִתְנוֹדֵ֔ד",
     "strongs": "H5110",
     "morph": "HVrrmsa"
    },
    {
     "woord": "יִסַּרְתַּ֨/נִי֙",
     "strongs": "H3256",
     "morph": "HVpp2ms/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "וָֽ/אִוָּסֵ֔ר",
     "strongs": "H3256",
     "morph": "HC/VNw1cs"
    },
    {
     "woord": "כְּ/עֵ֖גֶל",
     "strongs": "H5695",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "לֹ֣א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "לֻמָּ֑ד",
     "strongs": "H3925",
     "morph": "HVPp3ms"
    },
    {
     "woord": "הֲשִׁיבֵ֣/נִי",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HVhv2ms/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "וְ/אָשׁ֔וּבָה",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HC/Vqh1cs"
    },
    {
     "woord": "כִּ֥י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אַתָּ֖ה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HPp2ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֥ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהָֽ/י",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ik heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> wel gehoord, dat zich Efraïm<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> beklaagt, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>U hebt mij getuchtigd, en ik ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> getuchtigd geworden als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> ongewend kalf.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want U bent JAHWEH, mijn God!</i></span></i></span>",
   "textSV1888_html": "Ik heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> wel gehoord, dat zich Efraïm<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> beklaagt, zeggende: Gij hebt mij getuchtigd, en ik ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> getuchtigd geworden als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> ongewend kalf.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want Gij zijt de HEERE, mijn God!",
   "text1637_html": "Ick hebbe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> wel gehoort, dat sich Ephraim <sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> beklaegt [seggende]; Ghy hebt my getuchtigt, ende ick ben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> getuchtigt geworden, als een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> ongewennet kalf: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> Bekeert my, so sal ick bekeert zijn; want ghy zijt de HEERE mijn Godt.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "Gij zijt de HEERE,",
     "new": "U bent JAHWEH,",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 19,
   "textSV1888": "Zekerlijk, nadat ik bekeerd ben, heb ik berouw gehad, en nadat ik mijzelven ben bekend gemaakt, heb ik op de heup geklopt, ik ben beschaamd, ja, ook schaamrood geworden, omdat ik de smaadheid mijner jeugd gedragen heb.",
   "text1637": "Sekerlick [k] na dat ick bekeert ben heb ick berouw gehadt, ende na dat ick my selven ben [66] bekent gemaeckt, heb ick op de [67] heupe geklopt: ick ben beschaemt, ja oock [68] schaemroot geworden, om dat ick de smaetheyt [69] mijner jeucht gedragen hebbe.",
   "text2026": "Zeker, nadat ik bekeerd ben, heb ik berouw gehad, en nadat ik mijzelf ben bekend gemaakt, heb ik op de heup geklopt, ik ben beschaamd, ja, ook schaamrood geworden, omdat ik de smaad van mijn jeugd gedragen heb.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "66",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "66 bekend gemaakt: Verlicht zijnde door den Heiligen Geest, tot kennis van mijzelven en Gods genade.",
     "text1637": "Verlicht zijnde door den H. Geest, tot kennisse van my selfs, ende Godts genade.",
     "text2026": "66 bekend gemaakt: Verlicht zijnde door de Heilige Geest, tot kennis van mijzelf en Gods genade."
    },
    {
     "marker": "67",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "67 heup geklopt: Dat is, getreurd of misbaar bedreven, gelijk degenen doen, die hartzeer en groten weedom gevoelen; alzo Ezech. 21:12. Ezechiël 21:12: Schreeuw en huil, o mensenkind, want hetzelve zal zijn tegen Mijn volk, het zal zijn tegen al de vorsten van Israël; verschrikkingen zullen vanwege het zwaard bij Mijn volk zijn; daarom klop op de heup.",
     "text1637": "D. getreurt, ofte, misbaer bedreven, als de gene doen, die hertzeer ende grooten weedom gevoelen. alsoo Ezech. 21.17.",
     "text2026": "67 heup geklopt: Dat is, getreurd of luid weeklagen bedreven, gelijk degenen doen, die hartzeer en grote weedom gevoelen; zo Ez. 21:12. Ezechiël 21:12: Schreeuw en huil, o mensenkind, want hetzelfde zal zijn tegen Mijn volk, het zal zijn tegen al de vorsten van Israël; verschrikkingen zullen vanwege het zwaard bij Mijn volk zijn; daarom klop op de heup."
    },
    {
     "marker": "68",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "68 schaamrood geworden: Of, te schande geworden.",
     "text1637": "Ofte, te schande geworden.",
     "text2026": "68 schaamrood geworden: Of, te schande geworden."
    },
    {
     "marker": "69",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "69 mijner jeugd: Die ik mij met mijn grove en menigvuldige zonden, in voortijden, als door jeugdelijke domheid, en bijzonderlijk in de woestijn, idem in mijn bloeienden staat, op den hals heb gehaald. Van Israëls jeugd zie boven Jer. 2:2; Hos. 2:2, en Hos. 11:1, enz. Jeremia 2:2: Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land. Hosea 2:2: Opdat Ik ze niet naakt uitstrope, en zette ze als ten dage, toen zij geboren werd; ja, make ze als een woestijn, en zette ze als een dor land, en dode ze door dorst; Hosea 11:1: Als Israël een kind was, toen heb Ik hem liefgehad, en Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen.",
     "text1637": "Die ick my met mijne grove ende menichvuldige sonden, in voortijden, als door jeuchdelicke dommicheyt, ende bysonderlick inde woestijne, item in mijnen bloeyenden staet, op den hals hebbe gehaelt. van Israëls jeucht. siet bov. 2.2. Hos. 2.3. ende 11.1. etc.",
     "text2026": "69 mijn jeugd: Die ik mij met mijn grove en menigvuldige zonden, in voortijden, als door jeugdelijke domheid, en bijzonderlijk in de woestijn, idem in mijn bloeienden staat, op de hals heb gehaald. Van Israëls jeugd zie boven Jer. 2:2; Hos. 2:2, en Hos. 11:1, enz. Jeremia 2:2: Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt JAHWEH: Ik gedenk van de weldadigheid uw jeugd, van de liefde uw ondertrouw, toen u Mij nawandelde in de woestijn, in onbezaaid land. Hosea 2:2: Opdat Ik ze niet naakt uitstrope, en zette ze als op de dag toen zij geboren werd; ja, make ze als een woestijn, en zette ze als een dor land, en dode ze door dorst; Hosea 11:1: Als Israël een kind was, toen heb Ik hem liefgehad, en Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen."
    },
    {
     "marker": "k",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Deut. 30:2. Deuteronomium 30:2: En gij zult u bekeren tot den HEERE, uw God, en Zijner stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u heden gebiede, gij en uw kinderen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel.",
     "text1637": "Deut. 30.2.",
     "text2026": "Deut. 30:2. Deuteronomium 30:2: En u zult u bekeren tot JAHWEH, uw God, en Zijn stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u heden gebiede, u en uw kinderen, met uw gehele hart en met uw gehele ziel."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אַחֲרֵ֤י",
     "strongs": "H310",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "שׁוּבִ/י֙",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HVqc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "נִחַ֔מְתִּי",
     "strongs": "H5162",
     "morph": "HVNp1cs"
    },
    {
     "woord": "וְ/אַֽחֲרֵי֙",
     "strongs": "H310",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "הִוָּ֣דְעִ֔/י",
     "strongs": "H3045",
     "morph": "HVNc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "סָפַ֖קְתִּי",
     "strongs": "H5606",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "יָרֵ֑ךְ",
     "strongs": "H3409",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "בֹּ֚שְׁתִּי",
     "strongs": "H954",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "וְ/גַם",
     "strongs": "H1571",
     "morph": "HC/Ta"
    },
    {
     "woord": "נִכְלַ֔מְתִּי",
     "strongs": "H3637",
     "morph": "HVNp1cs"
    },
    {
     "woord": "כִּ֥י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "נָשָׂ֖אתִי",
     "strongs": "H5375",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "חֶרְפַּ֥ת",
     "strongs": "H2781",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "נְעוּרָֽ/י",
     "strongs": "H5271",
     "morph": "HNcbpc/Sp1cs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Zeker,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> nadat ik bekeerd ben, heb ik berouw gehad, en nadat ik mijzelf ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> bekend gemaakt, heb ik op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> heup geklopt, ik ben beschaamd, ja, ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> schaamrood geworden, omdat ik de smaad<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> van mijn jeugd gedragen heb.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Zekerlijk,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> nadat ik bekeerd ben, heb ik berouw gehad, en nadat ik mijzelven ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> bekend gemaakt, heb ik op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> heup geklopt, ik ben beschaamd, ja, ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> schaamrood geworden, omdat ik de smaadheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> mijner jeugd gedragen heb.",
   "text1637_html": "Sekerlick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> na dat ick bekeert ben heb ick berouw gehadt, ende na dat ick my selven ben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> bekent gemaeckt, heb ick op de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> heupe geklopt: ick ben beschaemt, ja oock <sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> schaemroot geworden, om dat ick de smaetheyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> mijner jeucht gedragen hebbe.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Zekerlijk,",
     "new": "Zeker,",
     "principe": "V74"
    },
    {
     "old": "mijzelven",
     "new": "mijzelf",
     "principe": "O13"
    },
    {
     "old": "smaadheid mijner",
     "new": "smaad van mijn",
     "principe": "N7"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 20,
   "textSV1888": "Is niet Efraïm Mij een dierbare zoon, is hij Mij niet een troetelkind? Want sinds Ik tegen hem gesproken heb, denk Ik nog ernstelijk aan hem; daarom rommelt Mijn ingewand over hem; Ik zal Mij zijner zekerlijk ontfermen, spreekt de HEERE.",
   "text1637": "[70] Is [niet] Ephraim my een dierbaer sone? is hy [my niet] een [71] troetelkint? want sint dat ick [72] tegen hem gesproken hebbe, dencke ick noch [73] eernstelick aen hem: daerom [74] rommelt mijn ingewant over hem; ick sal my sijner [75] sekerlick ontfermen, spreeckt de HEERE.",
   "text2026": "Is niet Efraïm Mij een dierbare zoon, is hij Mij niet een troetelkind? Want sinds Ik tegen hem gesproken heb, denk Ik nog ernstig aan hem; daarom rommelt Mijn binnenste over hem; Ik zal Mij zeker over hem ontfermen, spreekt JAHWEH.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "70",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "70 Is niet: Hij is het zekerlijk, wil God zegge; hoewel Ik hem kastijd, want enz.",
     "text1637": "Hy ist sekerlick, wil Godt seggen: hoewel ick hem castijde: want etc.",
     "text2026": "70 Is niet: Hij is het zekerlijk, wil God zegge; hoewel Ik hem kastijd, want enz."
    },
    {
     "marker": "71",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebreeuws, een kind der vermakingen, of vermakelijkheden, pleisieren. Vergelijk Jes. 66:12. Jesaja 66:12: Want alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal den vrede over haar uitstrekken als een rivier, en de heerlijkheid der heidenen als een overlopende beek; dan zult gijlieden zuigen; gij zult op de zijden gedragen worden, en op de knieën zeer vriendelijk getroeteld worden.",
     "text1637": "Hebr. een kint der vermakingen, ofte, vermaecklickheden, playsieren. Vergel. Iesa. 66.12.",
     "text2026": "Hebreeuws, een kind van de vermakingen, of vermakelijkheden, pleisieren (יֶלֶד). Vergelijk Jes. 66:12. Jesaja 66:12: Want zo zegt JAHWEH: Ziet, Ik zal de vrede over haar uitstrekken als een rivier, en de heerlijkheid van de heidenen als een overlopende beek; dan zult u zuigen; u zult op de zijden gedragen worden, en op de knieën zeer vriendelijk getroeteld worden."
    },
    {
     "marker": "72",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "72 tegen hem: Anders: van hem.",
     "text1637": "And. van hem.",
     "text2026": "72 tegen hem: Anders: van hem."
    },
    {
     "marker": "73",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "73 denk Ik nog ernstelijk: Hebreeuws, gedenkende zal Ik zijner gedenken.",
     "text1637": "Hebr. gedenckende sal ick sijner gedencken.",
     "text2026": "73 denk Ik nog ernstig: Hebreeuws, gedenkende zal Ik zijn gedenken."
    },
    {
     "marker": "74",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "74 rommelt Mijn ingewand: Dat is, Ik ben innerlijk over hem bewogen. Zie Jes. 63:15. Jesaja 63:15: Zie van den hemel af, en aanschouw van Uw heilige en Uw heerlijke woning; waar zijn Uw ijver en Uw mogendheden, het gerommel Uws ingewands en Uwer barmhartigheden? Zij houden zich tegen mij in.",
     "text1637": "D. ick ben innerlick over hem bewogen. siet Iesa. 63.15.",
     "text2026": "74 rommelt Mijn ingewand: Dat is, Ik ben innerlijk over hem bewogen. Zie Jes. 63:15. Jesaja 63:15: Zie van de hemel af, en aanschouw van Uw heilige en Uw heerlijke woning; waar zijn Uw ijver en Uw mogendheden, het gerommel Uws ingewands en van Uw barmhartigheden? Zij houden zich tegen mij in."
    },
    {
     "marker": "75",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "75 zekerlijk ontfermen: Hebreeuws, ontfermende ontfermen.",
     "text1637": "Hebr. ontfermende ontfermen.",
     "text2026": "75 zekerlijk ontfermen: Hebreeuws, ontfermende ontfermen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הֲ/בֵן֩",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HTi/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "יַקִּ֨יר",
     "strongs": "H3357",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "לִ֜/י",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶפְרַ֗יִם",
     "strongs": "H669",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אִ֚ם",
     "strongs": "H518",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "יֶ֣לֶד",
     "strongs": "H3206",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "שַׁעֲשֻׁעִ֔ים",
     "strongs": "H8191",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "מִ/דֵּ֤י",
     "strongs": "H1767",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "דַבְּרִ/י֙",
     "strongs": "H1696",
     "morph": "HVpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "בּ֔/וֹ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "זָכֹ֥ר",
     "strongs": "H2142",
     "morph": "HVqa"
    },
    {
     "woord": "אֶזְכְּרֶ֖/נּוּ",
     "strongs": "H2142",
     "morph": "HVqi1cs/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "ע֑וֹד",
     "strongs": "H5750",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "כֵּ֗ן",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "הָמ֤וּ",
     "strongs": "H1993",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "מֵעַ/י֙",
     "strongs": "H4578",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "ל֔/וֹ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "רַחֵ֥ם",
     "strongs": "H7355",
     "morph": "HVpa"
    },
    {
     "woord": "אֲֽרַחֲמֶ֖/נּוּ",
     "strongs": "H7355",
     "morph": "HVpi1cs/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָֽה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Is niet Efraïm Mij een dierbare zoon, is hij Mij niet een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> troetelkind? Want sinds Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> tegen hem gesproken heb, denk Ik nog<sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> ernstig aan hem; daarom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> rommelt Mijn binnenste over hem; Ik zal Mij zeker over hem ontfermen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup>, spreekt JAHWEH.</i></span>",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> Is niet Efraïm Mij een dierbare zoon, is hij Mij niet een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> troetelkind? Want sinds Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> tegen hem gesproken heb, denk Ik nog<sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> ernstelijk aan hem; daarom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> rommelt Mijn ingewand over hem; Ik zal Mij zijner<sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> zekerlijk ontfermen, spreekt de HEERE.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> Is [niet] Ephraim my een dierbaer sone? is hy [my niet] een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> troetelkint? want sint dat ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> tegen hem gesproke<i>n</i> hebbe, dencke ick noch <sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> eernstelick aen hem: daerom <sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> rommelt mijn ingewant over hem; ick sal my sijner <sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> sekerlick ontfermen, spreeckt de HEERE.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "ernstelijk",
     "new": "ernstig",
     "principe": "V657"
    },
    {
     "old": "ingewand",
     "new": "binnenste",
     "principe": "V383"
    },
    {
     "old": "zijner zekerlijk",
     "new": "zeker over hem",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "de HEERE.",
     "new": "JAHWEH.",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 21,
   "textSV1888": "Richt u merktekenen op, stel u spitse pilaren, zet uw hart op de baan, op den weg, dien gij gewandeld hebt; keer weder, o jonkvrouw Israëls, keer weder tot deze uw steden!",
   "text1637": "Richt u merckteeckenen op, stelt u [76] spitze-pilaren, sett u herte op de [77] bane, [op] den wech, [78] ô Ionckvrouwe Isralës, keert weder tot [79] dese uwe steden.",
   "text2026": "Richt u merktekenen op, stel u spitse pilaren, zet uw hart op de baan, op de weg, die u gewandeld hebt; keer weer, o jonkvrouw van Israël, keer weer tot deze uw steden!",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "76",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "76 spitse pilaren: Het Hebreeuwse woord Tamrurim, dat boven (van een anderen oorsprong genomen) vers 15, bitterheden betekende, schijnt hier genomen te zijn van Thamar, dat is een palmboom (waarbij de afgodische beelden vergeleken worden Jer. 10:5), die zijn spits in de hoogte opsteekt, en alzo wijders te betekenen spits, omhoog opgerichte pilaren, piramiden, hoge steenhopen (gelijk sommigen) of palmtekenen, om de wegen te kennen. God wil zeggen dat zij den weg wel zullen onthouden, dien zij gegaan zijn naar Babel, omdat zij vandaar zekerlijk zullen wederkeren tot hun land. Jeremia 31:15: Zo zegt de HEERE: Er is een stem gehoord in Rama, een klage, een zeer bitter geween; Rachel weent over haar kinderen; zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat zij niet zijn. Jeremia 10:5: Zij zijn gelijk een palmboom van dicht werk, maar kunnen niet spreken; zij moeten gedragen worden, want zij kunnen niet gaan; vreest niet voor hen, want zij kunnen geen kwaad doen, ook is er geen goeddoen bij hen.",
     "text1637": "Het Hebr. woort, Tamrurim, dat boven (van eenen anderen oorspronck genomen) vers 15. bitterheden beteeckende, schijnt hier genomen te zijn van Thamar. D. eenen palmboom, (waer by de afgodische beelden vergeleken worden Ierem. 10.5.) die sijne spitze in de hoochte opsteeckt, ende alsoo wijders te beteeckenen spitze, om hooge opgerechte pilaren, pyramiden, hooge steen-hoopen (als sommige) ofte, palmteeckenen, om de wegen te kennen. Godt wil seggen, dat sy den wech wel sullen onthouden, dien sy gegaen zijn nae Babel, om dat sy van daer sekerlick sullen wederkeeren tot haer lant.",
     "text2026": "76 spitse pilaren: Het Hebreeuwse woord Tamrurim, dat boven (van een anderen oorsprong genomen) vers 15, bitterheden betekende, schijnt hier genomen te zijn van Thamar, dat is een palmboom (waarbij de afgodische beelden vergeleken worden Jer. 10:5), die zijn spits in de hoogte opsteekt, en zo verder te betekenen spits, omhoog opgerichte pilaren, piramiden, hoge steenhopen (gelijk sommigen) of palmtekenen, om de wegen te kennen. God wil zeggen dat zij de weg wel zullen onthouden, die zij gegaan zijn naar Babel, omdat zij vandaar zekerlijk zullen terugkeren tot hun land. Jeremia 31:15: Zo zegt JAHWEH: Er is een stem gehoord in Rama, een klage, een zeer bitter geween; Rachel weent over haar kinderen; zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat zij niet zijn. Jeremia 10:5: Zij zijn gelijk een palmboom van dicht werk, maar kunnen niet spreken; zij moeten gedragen worden, want zij kunnen niet gaan; vreest niet voor hen, want zij kunnen geen kwaad doen, ook is er geen goeddoen bij hen."
    },
    {
     "marker": "77",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, opgehoogden, gebaanden weg, of straat.",
     "text1637": "Ofte, opgehoochden, gebaenden wech, ofte¸ strate.",
     "text2026": "Of, opgehoogden, gebaanden weg, of straat."
    },
    {
     "marker": "78",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "78 o jonkvrouw Israëls: Vergelijk boven 14:17, alzo Amos 5:2. Jeremia 14:17: Daarom zult gij dit woord tot hen zeggen: Mijn ogen zullen van tranen nederdalen nacht en dag, en niet ophouden; want de jonkvrouw der dochter Mijns volks is gebroken met een grote breuk, een plage, die zeer smartelijk is. Amos 5:2: De jonkvrouw Israëls is gevallen, zij zal niet weder opstaan; zij is verlaten op haar land, er is niemand, die haar opricht.",
     "text1637": "Vergelijckt bov. 14. op vers 17. alsoo Amos 5.2.",
     "text2026": "78 o jonkvrouw Israëls: Vergelijk boven 14:17, zo Amos 5:2. Jeremia 14:17: Daarom zult u dit woord tot hen zeggen: Mijn ogen zullen van tranen nederdalen nacht en dag, en niet ophouden; want de jonkvrouw van de dochter van Mijn volk is gebroken met een grote breuk, een plage, die zeer smartelijk is. Amos 5:2: De jonkvrouw Israëls is gevallen, zij zal niet weer opstaan; zij is verlaten op haar land, er is niemand, die haar opricht."
    },
    {
     "marker": "79",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "79 deze uw steden: Uit welke gij gevankelijk zijt weggevoerd.",
     "text1637": "Uyt de welcke ghy gevanckelick zijt wechgevoert.",
     "text2026": "79 deze uw steden: Uit welke u gevankelijk bent weggevoerd."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הַצִּ֧יבִי",
     "strongs": "H5324",
     "morph": "HVhv2fs"
    },
    {
     "woord": "לָ֣/ךְ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "צִיֻּנִ֗ים",
     "strongs": "H6725",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "שִׂ֤מִי",
     "strongs": "H7760",
     "morph": "HVqv2fs"
    },
    {
     "woord": "לָ/ךְ֙",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "תַּמְרוּרִ֔ים",
     "strongs": "H8564",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "שִׁ֣תִי",
     "strongs": "H7896",
     "morph": "HVqv2fs"
    },
    {
     "woord": "לִבֵּ֔/ךְ",
     "strongs": "H3820",
     "morph": "HNcmsc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "לַֽ/מְסִלָּ֖ה",
     "strongs": "H4546",
     "morph": "HRd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "דֶּ֣רֶךְ",
     "strongs": "H1870",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "הלכתי",
     "strongs": "H1980",
     "morph": "HVqp2fs"
    },
    {
     "woord": "שׁ֚וּבִי",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HVqv2fs"
    },
    {
     "woord": "בְּתוּלַ֣ת",
     "strongs": "H1330",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "שֻׁ֖בִי",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HVqv2fs"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "עָרַ֥יִ/ךְ",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HNcfpc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "אֵֽלֶּה",
     "strongs": "H428",
     "morph": "HPdxcp"
    }
   ],
   "text2026_html": "Richt u merktekenen op, stel u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> spitse pilaren, zet uw hart op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> baan, op de weg,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup> die u gewandeld hebt; keer weer, o jonkvrouw van Israël, keer weer tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"79\">79</sup> deze uw steden!",
   "textSV1888_html": "Richt u merktekenen op, stel u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> spitse pilaren, zet uw hart op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> baan, op den weg,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup> dien gij gewandeld hebt; keer weder, o jonkvrouw Israëls, keer weder tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"79\">79</sup> deze uw steden!",
   "text1637_html": "Richt u merckteeckenen op, stelt u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> spitze-pilaren, sett u herte op de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> bane, [op] den wech, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup> ô Ionckvrouwe Isralës, keert weder tot <sup class=\"note-marker\" data-note=\"79\">79</sup> dese uwe steden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "dien gij",
     "new": "die u",
     "principe": "N4"
    },
    {
     "old": "weder,",
     "new": "weer,",
     "principe": "V66"
    },
    {
     "old": "Israëls,",
     "new": "van Israël,",
     "principe": "O26"
    },
    {
     "old": "weder",
     "new": "weer",
     "principe": "V66"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 22,
   "textSV1888": "Hoe lang zult gij u onttrekken, gij afkerige dochter? Want de HEERE heeft wat nieuws op de aarde geschapen: de vrouw zal den man omvangen.",
   "text1637": "Hoe lange sult ghy u [80] onttrecken, ghy afkeerige dochter? [81] want de HEERE [82] heeft wat nieuws op der aerden geschapen; [83] De vrouwe sal den man [84] omvangen.",
   "text2026": "Hoe lang zult u zich onttrekken, u afkerige dochter? Want JAHWEH heeft wat nieuws op de aarde geschapen: de vrouw zal de man omvangen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "80",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, uitdraaien, omdraaien, omgaan, omwenden; dat gij u niet recht tot mij bekeert, maar loopt overal, heen en weder, van mij af. Vergelijk Hoogl. 5:6, en Hoogl. 7:1, waar het Hebreeuwse woord ook gevonden wordt. Hooglied 5:6: Ik deed mijn Liefste open, maar mijn Liefste was geweken, Hij was doorgegaan; mijn ziel ging uit vanwege Zijn spreken; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet, ik riep Hem, doch Hij antwoordde mij niet. Hooglied 7:1: Hoe schoon zijn uw gangen in de schoenen, gij prinsendochter! de omdraaiingen uwer heupen zijn als kostelijke ketens, zijnde het werk van de handen eens kunstenaars.",
     "text1637": "Ofte, uytdraeyen, omdraeyen, omgaen, omwenden: dat ghy u niet recht tot my bekeeret, maer loopt over al, heen ende weder, van my af. Vergel. Cant. 5.6. ende 7.1. daer het Hebr. woort oock gevonden wort.",
     "text2026": "Of, uitdraaien, omdraaien, omgaan, omwenden; dat u u niet recht tot mij bekeert, maar loopt overal, heen en weer, van mij af. Vergelijk Hoogl. 5:6, en Hoogl. 7:1, waar het Hebreeuwse woord ook gevonden wordt. Hooglied 5:6: Ik deed mijn Liefste open, maar mijn Liefste was geweken, Hij was doorgegaan; mijn ziel ging uit vanwege Zijn spreken; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet, ik riep Hem, maar Hij antwoordde mij niet. Hooglied 7:1: Hoe schoon zijn uw gangen in de schoenen, u prinsendochter! de omdraaiingen uw heupen zijn als kostelijke ketens, zijnde het werk van de handen eens kunstenaars."
    },
    {
     "marker": "81",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, dewijl, idem, zekerlijk.",
     "text1637": "Ofte, dewijle; item, sekerlick.",
     "text2026": "Of, omdat, idem, zekerlijk."
    },
    {
     "marker": "82",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "82 heeft wat nieuws op de aarde geschapen: Dat is, zal het zekerlijk doen; Hij zal een ongelooflijk en wonderlijk ding werken. Vergelijk Num. 16:30; idem Jes. 43:19. Numeri 16:30: Maar indien de HEERE wat nieuws zal scheppen, en het aardrijk zijn mond zal opendoen, en verslinden hen met alles wat hunner is, en zij levend ter helle zullen nedervaren; alsdan zult gij bekennen, dat deze mannen de HEERE getergd hebben. Jesaja 43:19: Ziet, Ik zal wat nieuws maken, nu zal het uitspruiten, zult gijlieden dat niet weten? Ja, Ik zal in de woestijn een weg leggen, en rivieren in de wildernis.",
     "text1637": "D. sal ’t sekerlick doen: hy sal een ongelooflick ende wonderlick dinck wercken. Vergel. Num. 16.30. item Iesa. 43.19.",
     "text2026": "82 heeft wat nieuws op de aarde geschapen: Dat is, zal het zekerlijk doen; Hij zal een ongelooflijk en wonderlijk ding werken. Vergelijk Num. 16:30; idem Jes. 43:19. Numeri 16:30: Maar als JAHWEH wat nieuws zal scheppen, en het aarde zijn mond zal opendoen, en verslinden hen met alles wat hun is, en zij levend naar het dodenrijk zullen nedervaren; alsdan zult u bekennen, dat deze mannen JAHWEH getergd hebben. Jesaja 43:19: Ziet, Ik zal wat nieuws maken, nu zal het uitspruiten, zult u dat niet weten? Ja, Ik zal in de woestijn een weg leggen, en rivieren in de wildernis."
    },
    {
     "marker": "83",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "83 de vrouw: Of, ene vrouw zal een man, enz.",
     "text1637": "Ofte, eene vrouwe sal eenen man, etc.",
     "text2026": "83 de vrouw: Of, ene vrouw zal een man, enz."
    },
    {
     "marker": "84",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, omsingelen, omringen; dat is, (gelijk sommigen verstaan) de kerk Gods, die als een zwak vrouwspersoon is, zal hare vijanden, vergeleken bij een sterken man (waarop het Hebreeuwse woord ziet) door de kracht van haren Heere Jezus Christus en het geloof overwinnen; Joh. 16:33; 1 Joh. 5:4. Doch de oude leraars verstaan dit van de moeder des Heeren, Maria (die ook ene vrouw genoemd wordt, Gal. 4:4) die den rechten sterken held en leeuw uit Juda, den Messias, door de verborgen werking van den Heiligen Geest, zonder mans toedoen, in haar lichaam heeft ontvangen, omvangen, of omgeven, en gedragen, dat wel met recht ene schepping van een nieuw groot wonder mag genoemd worden, en op het voorgaande en volgende mede niet kwalijk past. Het Hebreeuwse woord betekent niet alleen vijandelijk omsingelen en belegeren, maar ook anderszins omvangen, omringen, omgeven; zie 1 Kon. 7:15, 7:24; Ps. 7:8, en Ps. 32:10, enz. Men kan het ook verstaan van de kerk, uit Joden en heidenen bekeerd zijnde, dat zij haren bruidegom Christus met grote liefde zal omhelzen. Johannes 16:33: Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen. 1 Johannes 5:4: Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof. Johannes 5:4: Want een engel daalde neder op zekeren tijd in dat badwater, en beroerde het water; die dan eerst daarin kwam, na de beroering van het water, die werd gezond, van wat ziekte hij ook bevangen was. Galaten 4:4: Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet; 1 Koningen 7:15: Want hij vormde twee koperen pilaren; de hoogte van den enen pilaar was achttien ellen, en een draad van twaalf ellen omving den anderen pilaar. 1 Koningen 7:24: En onder haar rand waren knoppen, dezelve rondom omsingelende, tien in een el, omringende die zee rondom; twee rijen dezer knoppen waren in haar gieting gegoten. Psalmen 7:8: Zo zal de vergadering der volken U omsingelen; keer dan boven haar weder in de hoogte. Psalmen 32:10: De goddeloze heeft veel smarten, maar die op den HEERE vertrouwt, dien zal de goedertierenheid omringen.",
     "text1637": "Ofte, omcingelen, omringen. D. (als sommige verstaen) de kercke Godts, die als een swack vrouspersoon is, sal hare vyanden, vergeleken by eenen stercken man (daerop het Hebr. woort siet) door de kracht haers Heeren I. Christi, ende het geloove, overwinnen. Ioh. 16.33. 1.Ioh. 5.4. Doch de oude Leeraers verstaen dit van de Moeder des Heeren, Maria (die oock een vrouwe genoemt wort Gal. 4.4.) die den rechten stercken helt ende leeuwe uyt Iuda, den Messiam, door de verborgene werckinge des H. Geests, sonder mans toedoen, in haer lichaem heeft ontfangen, omvangen, ofte, omgeven, ende gedragen, dat wel met recht eene scheppinge van een nieuw groot wonder mach genoemt worden, ende op het voorgaende ende volgende mede niet qualick en past. Het Hebr. woort beteeck. niet allen vyantlick omsingelen ende belegeren, maer oock andersins omvangen, omringen, omgeven. siet 1.Reg. 7.15, 24. Psal. 7.8. ende 32.10. etc. men kan’t oock verstaen van de kercke uyt Ioden ende Heydenen bekeert zijnde, datse haren bruydegom Christum met grooter liefde sal omhelsen.",
     "text2026": "Of, omsingelen, omringen; dat is, (gelijk sommigen verstaan) de kerk van God, die als een zwak vrouwspersoon is, zal haar vijanden, vergeleken bij een sterken man (waarop het Hebreeuwse woord ziet) door de kracht van haar Heer Jezus Christus en het geloof overwinnen; Joh. 16:33; 1 Joh. 5:4. Maar de oude leraars verstaan dit van de moeder van de Heern, Maria (die ook ene vrouw genoemd wordt, Gal. 4:4) die de rechten sterken held en leeuw uit Juda, de Messias, door de verborgen werking van de Heilige Geest, zonder mans toedoen, in haar lichaam heeft ontvangen, omvangen, of omgeven, en gedragen, dat wel met recht ene schepping van een nieuw groot wonder mag genoemd worden, en op het voorgaande en volgende mee niet kwalijk past. Het Hebreeuwse woord betekent niet alleen vijandelijk omsingelen en belegeren, maar ook anders omvangen, omringen, omgeven; zie 1 Kon. 7:15, 7:24; Ps. 7:8, en Ps. 32:10, enz. Men kan het ook verstaan van de kerk, uit Joden en heidenen bekeerd zijnde, dat zij haar bruidegom Christus met grote liefde zal omhelzen. Johannes 16:33: Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat u in Mij vrede hebt. In de wereld zult u verdrukking hebben, maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen. 1 Johannes 5:4: Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof. Johannes 5:4: Want een engel daalde neder op zekeren tijd in dat badwater, en beroerde het water; die dan eerst daarin kwam, na de beroering van het water, die werd gezond, van wat ziekte hij ook bevangen was. Galaten 4:4: Maar wanneer de volheid van de tijd gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet; 1 Koningen 7:15: Want hij vormde twee koperen pilaren; de hoogte van de enen pilaar was achttien ellen, en een draad van twaalf ellen omving de anderen pilaar. 1 Koningen 7:24: En onder haar rand waren knoppen, dezelfde rondom omsingelende, tien in een el, omringende die zee rondom; twee rijen van deze knoppen waren in haar gieting gegoten. Psalmen 7:8: Zo zal de vergadering van de volken U omsingelen; keer dan boven haar weer in de hoogte. Psalmen 32:10: De goddeloze heeft veel smarten, maar die op JAHWEH vertrouwt, die zal de goedertierenheid omringen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "עַד",
     "strongs": "H5704",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "מָתַי֙",
     "strongs": "H4970",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "תִּתְחַמָּקִ֔י/ן",
     "strongs": "H2559",
     "morph": "HVti2fs/Sn"
    },
    {
     "woord": "הַ/בַּ֖ת",
     "strongs": "H1323",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/שּֽׁוֹבֵבָ֑ה",
     "strongs": "H7728",
     "morph": "HTd/Aafsa"
    },
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "בָרָ֨א",
     "strongs": "H1254",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֤ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "חֲדָשָׁה֙",
     "strongs": "H2319",
     "morph": "HAafsa"
    },
    {
     "woord": "בָּ/אָ֔רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HRd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "נְקֵבָ֖ה",
     "strongs": "H5347",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "תְּס֥וֹבֵֽב",
     "strongs": "H5437",
     "morph": "HVmi3fs"
    },
    {
     "woord": "גָּֽבֶר",
     "strongs": "H1397",
     "morph": "HNcmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Hoe lang zult u zich onttrekken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"80\">80</sup>, u afkerige dochter?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"81\">81</sup> Want JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"82\">82</sup> heeft wat nieuws op de aarde geschapen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"83\">83</sup> de vrouw zal de man<sup class=\"note-marker\" data-note=\"84\">84</sup> omvangen.",
   "textSV1888_html": "Hoe lang zult gij u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"80\">80</sup> onttrekken, gij afkerige dochter?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"81\">81</sup> Want de HEERE<sup class=\"note-marker\" data-note=\"82\">82</sup> heeft wat nieuws op de aarde geschapen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"83\">83</sup> de vrouw zal den man<sup class=\"note-marker\" data-note=\"84\">84</sup> omvangen.",
   "text1637_html": "Hoe lange sult ghy u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"80\">80</sup> onttrecken, ghy afkeerige dochter? <sup class=\"note-marker\" data-note=\"81\">81</sup> want de HEERE <sup class=\"note-marker\" data-note=\"82\">82</sup> heeft wat nieuws op der aerden geschapen; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"83\">83</sup> De vrouwe sal den man <sup class=\"note-marker\" data-note=\"84\">84</sup> omvangen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "gij",
     "new": "",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "",
     "new": "zich",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "de HEERE",
     "new": "JAHWEH",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 23,
   "textSV1888": "Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Dit woord zullen zij nog zeggen in het land van Juda, en in zijn steden, als Ik hun gevangenis wenden zal: De HEERE zegene u, gij woning der gerechtigheid, gij berg der heiligheid!",
   "text1637": "Soo seyt de HEERE der heyrscharen, de Godt Israëls; Dit woort sullen sy noch seggen in den lande van Iuda, ende in sijne steden, als ick hare gevanckenisse wenden sal: De HEERE segene u, ghy [l] [85] wooninge der gerechticheyt, ghy berch der heylicheyt.",
   "text2026": "Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Dit woord zullen zij nog zeggen in het land van Juda, en in zijn steden, als Ik hun gevangenis wenden zal: JAHWEH zegene u, u woning van de gerechtigheid, u berg van de heiligheid!",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "85",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "85 woning der gerechtigheid: Gelijk onder Jer. 50:7. Versta, de kerk van Jezus Christus. Jeremia 50:7: Allen, die hen vonden, aten hen op, en hun wederpartijders zeiden: Wij zullen geen schuld hebben; daarom dat zij gezondigd hebben tegen den HEERE, in de woning der gerechtigheid, ja, tegen den HEERE, de Verwachting hunner vaderen.",
     "text1637": "Als ond. 50.7. verstaet de kercke I. Christi.",
     "text2026": "85 woning van de gerechtigheid: Gelijk onder Jer. 50:7. Versta, de kerk van Jezus Christus. Jeremia 50:7: Allen, die hen vonden, aten hen op, en hun wederpartijders zeiden: Wij zullen geen schuld hebben; daarom dat zij gezondigd hebben tegen JAHWEH, in de woning van de gerechtigheid, ja, tegen JAHWEH, de Verwachting hun vaderen."
    },
    {
     "marker": "l",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 50:7. Jeremia 50:7: Allen, die hen vonden, aten hen op, en hun wederpartijders zeiden: Wij zullen geen schuld hebben; daarom dat zij gezondigd hebben tegen den HEERE, in de woning der gerechtigheid, ja, tegen den HEERE, de Verwachting hunner vaderen.",
     "text1637": "Ierem. 50.7.",
     "text2026": "Jer. 50:7. Jeremia 50:7: Allen, die hen vonden, aten hen op, en hun wederpartijders zeiden: Wij zullen geen schuld hebben; daarom dat zij gezondigd hebben tegen JAHWEH, in de woning van de gerechtigheid, ja, tegen JAHWEH, de Verwachting hun vaderen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כֹּֽה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֞ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֤ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "צְבָאוֹת֙",
     "strongs": "H6635",
     "morph": "HNcbpa"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "ע֣וֹד",
     "strongs": "H5750",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "יֹאמְר֞וּ",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הַ/דָּבָ֣ר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֶּ֗ה",
     "strongs": "H2088",
     "morph": "HTd/Pdxms"
    },
    {
     "woord": "בְּ/אֶ֤רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָה֙",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/עָרָ֔י/ו",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HC/R/Ncfpc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "בְּ/שׁוּבִ֖/י",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "שְׁבוּתָ֑/ם",
     "strongs": "H7622",
     "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "יְבָרֶכְ/ךָ֧",
     "strongs": "H1288",
     "morph": "HVpi3ms/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֛ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "נְוֵה",
     "strongs": "H5116",
     "morph": "HNcbsc"
    },
    {
     "woord": "צֶ֖דֶק",
     "strongs": "H6664",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ֥ר",
     "strongs": "H2022",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/קֹּֽדֶשׁ",
     "strongs": "H6944",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: <span class=\"god-speaks\"><i>Dit woord zullen zij nog zeggen in het land van Juda, en in zijn steden, als Ik hun gevangenis wenden zal: <span class=\"direct-speech\"><i>JAHWEH zegene u, u woning van de gerechtigheid, u berg van de heiligheid!</i></span></i></span>",
   "textSV1888_html": "Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Dit woord zullen zij nog zeggen in het land van Juda, en in zijn steden, als Ik hun gevangenis wenden zal: De HEERE zegene u, gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"85\">85</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> woning der gerechtigheid, gij berg der heiligheid!",
   "text1637_html": "Soo seyt de HEERE der heyrscharen, de Godt Israëls; Dit woort sullen sy noch seggen in den lande van Iuda, ende in sijne steden, als ick hare gevanckenisse wenden sal: De HEERE segene u, ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"85\">85</sup> wooninge der gerechticheyt, ghy berch der heylicheyt.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "",
     "new": "JAHWEH van",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "HEERE der heirscharen,",
     "new": "legermachten,",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "Israëls:",
     "new": "van Israël:",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "De HEERE",
     "new": "JAHWEH",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 24,
   "textSV1888": "En Juda, mitsgaders al zijn steden, zullen te zamen daarin wonen; de akkerlieden, en die met de kudde reizen.",
   "text1637": "Ende Iuda, mitsgaders alle sijne [86] steden, sullen t’samen daer in woonen: de ackerlieden, ende [die] met de [87] kudden reysen.",
   "text2026": "En Juda, en ook al zijn steden, zullen samen daarin wonen; de akkerlieden, en die met de kudde reizen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "86",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, allen, die tot de steden van Juda behoren, zullen in hare steden weder wonen.",
     "text1637": "D. alle die tot de steden van Iuda gehooren, sullen in hare steden weder woonen.",
     "text2026": "Dat is, allen, die tot de steden van Juda behoren, zullen in haar steden weer wonen."
    },
    {
     "marker": "87",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "87 met de kudde reizen: Hetwelk een teken is van rust en vrede in het land.",
     "text1637": "Het welcke een teecken is van ruste ende vrede in den lande.",
     "text2026": "87 met de kudde reizen: Dat een teken is van rust en vrede in het land."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/יָ֥שְׁבוּ",
     "strongs": "H3427",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "בָ֛/הּ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֥ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/כָל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HC/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "עָרָ֖י/ו",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HNcfpc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "יַחְדָּ֑ו",
     "strongs": "H3162",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אִכָּרִ֕ים",
     "strongs": "H406",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/נָסְע֖וּ",
     "strongs": "H5265",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "בַּ/עֵֽדֶר",
     "strongs": "H5739",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "En Juda, en ook al zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"86\">86</sup> steden, zullen samen daarin wonen; de akkerlieden, en die met de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"87\">87</sup> kudde reizen.",
   "textSV1888_html": "En Juda, mitsgaders al zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"86\">86</sup> steden, zullen te zamen daarin wonen; de akkerlieden, en die met de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"87\">87</sup> kudde reizen.",
   "text1637_html": "Ende Iuda, mitsgaders alle sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"86\">86</sup> steden, sullen t’samen daer in woonen: de ackerlieden, ende [die] met de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"87\">87</sup> kudden reysen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "mitsgaders",
     "new": "en ook",
     "principe": "V7"
    },
    {
     "old": "te zamen",
     "new": "samen",
     "principe": "V374"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 25,
   "textSV1888": "Want Ik heb de vermoeide ziel dronken gemaakt, en Ik heb alle treurige ziel vervuld.",
   "text1637": "Want ick [88] hebbe de [89] vermoeyde ziele [90] droncken gemaeckt: ende ick hebbe alle treurige ziele [91] vervult.",
   "text2026": "Want Ik heb de vermoeide ziel dronken gemaakt, en Ik heb alle treurige ziel vervuld.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "88",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, Ik zal het doen, gelijk boven vers 22. Jeremia 31:22: Hoe lang zult gij u onttrekken, gij afkerige dochter? Want de HEERE heeft wat nieuws op de aarde geschapen: de vrouw zal den man omvangen.",
     "text1637": "D. ick salt doen, als bov. vers 22.",
     "text2026": "Dat is, Ik zal het doen, gelijk boven vers 22. Jeremia 31:22: Hoe lang zult u u onttrekken, u afkerige dochter? Want JAHWEH heeft wat nieuws op de aarde geschapen: de vrouw zal de man omvangen."
    },
    {
     "marker": "89",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "89 vermoeide ziel: Dat is, dorstige (gelijk de dorst door arbeid en vermoeidheid veroorzaakt wordt. Zie Ps. 63:2), te weten naar genade, vergeving van zonden en gerechtigheid. Vergelijk Matth. 5:6 en Matth. 11:28, 11:29. Psalmen 63:2: O God! Gij zijt mijn God! ik zoek U in den dageraad; mijn ziel dorst naar U; mijn vlees verlangt naar U, in een land, dor en mat, zonder water. Mattheüs 5:6: Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden. Mattheüs 11:28: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Mattheüs 11:29: Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen.",
     "text1637": "D. dorstige (gelijck den dorst van arbeydt ende vermoeytheyt veroorsaeckt wort. siet Psal. 63. op vers 2.) T.w. nae genade, vergevinge van sonden ende gerechticheyt. Vergel. Matth. 5.6. ende 11.28, 29.",
     "text2026": "89 vermoeide ziel: Dat is, dorstige (gelijk de dorst door arbeid en vermoeidheid veroorzaakt wordt. Zie Ps. 63:2), te weten naar genade, vergeving van zonden en gerechtigheid. Vergelijk Matt. 5:6 en Matt. 11:28, 11:29. Psalmen 63:2: O God! U bent mijn God! ik zoek U in de dageraad; mijn ziel dorst naar U; mijn vlees verlangt naar U, in een land, dor en mat, zonder water. Mattheüs 5:6: Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden. Mattheüs 11:28: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Mattheüs 11:29: Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw zielen."
    },
    {
     "marker": "90",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "90 dronken gemaakt: Met geestelijke vertroosting en vreugde; vergelijk boven vers 14. Jeremia 31:14: En Ik zal de ziel der priesteren met vettigheid dronken maken; en Mijn volk zal met Mijn goed verzadigd worden, spreekt de HEERE.",
     "text1637": "Met geestlicke vertroostinge ende vreuchde. Vergel. bov. vers 14.",
     "text2026": "90 dronken gemaakt: Met geestelijke vertroosting en vreugde; vergelijk boven vers 14. Jeremia 31:14: En Ik zal de ziel van de priesters met vettigheid dronken maken; en Mijn volk zal met Mijn goed verzadigd worden, spreekt JAHWEH."
    },
    {
     "marker": "91",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Met geestelijke spijs en drank verzadigd.",
     "text1637": "Met geestelicke spijse ende dranck versadigt.",
     "text2026": "Met geestelijke voedsel en drank verzadigd."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּ֥י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "הִרְוֵ֖יתִי",
     "strongs": "H7301",
     "morph": "HVhp1cs"
    },
    {
     "woord": "נֶ֣פֶשׁ",
     "strongs": "H5315",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "עֲיֵפָ֑ה",
     "strongs": "H5889",
     "morph": "HAafsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/כָל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HC/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "נֶ֥פֶשׁ",
     "strongs": "H5315",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "דָּאֲבָ֖ה",
     "strongs": "H1669",
     "morph": "HVqp3fs"
    },
    {
     "woord": "מִלֵּֽאתִי",
     "strongs": "H4390",
     "morph": "HVpp1cs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"88\">88</sup> heb de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"89\">89</sup> vermoeide ziel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"90\">90</sup> dronken gemaakt, en Ik heb alle treurige ziel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"91\">91</sup> vervuld.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Want Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"88\">88</sup> heb de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"89\">89</sup> vermoeide ziel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"90\">90</sup> dronken gemaakt, en Ik heb alle treurige ziel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"91\">91</sup> vervuld.",
   "text1637_html": "Want ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"88\">88</sup> hebbe de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"89\">89</sup> vermoeyde ziele <sup class=\"note-marker\" data-note=\"90\">90</sup> droncken gemaeckt: ende ick hebbe alle treurige ziele <sup class=\"note-marker\" data-note=\"91\">91</sup> vervult."
  },
  {
   "number": 26,
   "textSV1888": "(Hierop ontwaakte ik, en zag toe, en mijn slaap was mij zoet.)",
   "text1637": "[92] (Hier op ontwaeckte ick, ende sach toe: ende mijn slaep [93] was my soet.)",
   "text2026": "(Hierop ontwaakte ik, en zag toe, en mijn slaap was mij zoet.)",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "92",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, hierom. Dit zijn woorden van Jeremia, die hij hier invoegt om zijn geestelijke vreugde te betuigen over deze heerlijke profetie van den Messias, die God hem in den slaap openbaarde.",
     "text1637": "Ofte, hierom. Dit zijn woorden van Ieremia, die hy hier invoegt om sijne geestelicke vreuchde te betuygen over dese heerlicke Prophetye van den Messia, die Godt hem in den slaep openbaerde.",
     "text2026": "Of, hierom. Dit zijn woorden van Jeremia, die hij hier invoegt om zijn geestelijke vreugde te betuigen over deze heerlijke profetie van de Messias, die God hem in de slaap openbaarde."
    },
    {
     "marker": "93",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, werd.",
     "text1637": "Ofte, wert.",
     "text2026": "Of, werd."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "זֹ֖את",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HPdxfs"
    },
    {
     "woord": "הֱקִיצֹ֣תִי",
     "strongs": "H6974",
     "morph": "HVhp1cs"
    },
    {
     "woord": "וָ/אֶרְאֶ֑ה",
     "strongs": "H7200",
     "morph": "HC/Vqw1cs"
    },
    {
     "woord": "וּ/שְׁנָתִ֖/י",
     "strongs": "H8142",
     "morph": "HC/Ncfsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "עָ֥רְבָה",
     "strongs": "H6149",
     "morph": "HVqp3fs"
    },
    {
     "woord": "לִּֽ/י",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"92\">92</sup>(Hierop ontwaakte ik, en zag toe, en mijn slaap<sup class=\"note-marker\" data-note=\"93\">93</sup> was mij zoet.)",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"92\">92</sup>(Hierop ontwaakte ik, en zag toe, en mijn slaap<sup class=\"note-marker\" data-note=\"93\">93</sup> was mij zoet.)",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"92\">92</sup> (Hier op ontwaeckte ick, en<i>de</i> sach toe: ende mijn slaep <sup class=\"note-marker\" data-note=\"93\">93</sup> was my soet.)"
  },
  {
   "number": 27,
   "textSV1888": "Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik het huis van Israël en het huis van Juda bezaaien zal met zaad van mensen en zaad van beesten.",
   "text1637": "Siet, de dagen komen, spreeckt de HEERE; dat ick het huys Israëls, ende het huys Iuda, [94] bezaeyen sal, [met] zaet van [95] menschen ende zaet van beesten.",
   "text2026": "Zie, de dagen komen, spreekt JAHWEH, dat Ik het huis van Israël en het huis van Juda bezaaien zal met zaad van mensen en zaad van beesten.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "94",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "94 bezaaien zal: Wel enigszins na de gevangenschap van Babel, lichamelijk, maar inzonderheid mijne kerk met Joden, die bij mensen, en heidenen, die bij beesten schijnen verstaan te worden; gelijk Matth. 15:25, 15:27, allen wedergeboren door het onvergankelijk zaad van het Evangelie, 1 Petr. 1:23. Vergelijk Ezech. 36:9, 36:10, 36:37, 36:38; Hos. 2:22, met de aantekening. Mattheüs 15:25: En zij kwam en aanbad Hem, zeggende: Heere, help mij! Mattheüs 15:27: En zij zeide: Ja, Heere! doch de hondekens eten ook van de brokjes die er vallen van de tafel van hun heren. 1 Petrus 1:23: Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God. Ezechiël 36:9: Want ziet, Ik ben bij u, en Ik zal u aanzien, en gij zult gebouwd en bezaaid worden. Ezechiël 36:10: En Ik zal mensen op u vermenigvuldigen, het ganse huis Israëls, ja, dat geheel; en de steden zullen bewoond, en de eenzame plaatsen bebouwd worden. Ezechiël 36:37: Alzo zegt de Heere HEERE: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israëls verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen. Ezechiël 36:38: Gelijk de geheiligde schapen, gelijk de schapen van Jeruzalem op hun gezette hoogtijden, alzo zullen de eenzame steden vol zijn van mensenkudden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben. Hosea 2:22: En Ik zal ze Mij op de aarde zaaien, en zal Mij ontfermen over Lo-ruchama; en Ik zal zeggen tot Lo-ammi: Gij zijt Mijn volk; en dat zal zeggen: O, mijn God!",
     "text1637": "Wel eenichsins nae de gevanckenisse van Babel, lichaemlick, maer insonderheyt mijne kercke met Ioden, die by menschen, ende heydenen, die by beesten schijnen verstaen te worden. gelijck Matth. 15.26, 27. alle wedergeboren door het onvergancklick zaet des Euangeliums, 1.Pet. 1.23. Vergel. Ezech. 36.9, 10, 37, 38. Hos. 2.23. met d’aenteeck.",
     "text2026": "94 bezaaien zal: Wel enigszins na de gevangenschap van Babel, lichamelijk, maar in het bijzonder mijn kerk met Joden, die bij mensen, en heidenen, die bij beesten schijnen verstaan te worden; gelijk Matt. 15:25, 15:27, allen wedergeboren door het onvergankelijk zaad van het Evangelie, 1 Petr. 1:23. Vergelijk Ez. 36:9, 36:10, 36:37, 36:38; Hos. 2:22, met de aantekening. Mattheüs 15:25: En zij kwam en aanbad Hem, zeggende: Heer, help mij! Mattheüs 15:27: En zij zei: Ja, Heer! maar de hondjes eten ook van de brokjes die er vallen van de tafel van hun heren. 1 Petrus 1:23: U, die wedergeboren bent, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God. Ezechiël 36:9: Want ziet, Ik ben bij u, en Ik zal u aanzien, en u zult gebouwd en bezaaid worden. Ezechiël 36:10: En Ik zal mensen op u vermenigvuldigen, het gehele huis van Israël, ja, dat geheel; en de steden zullen bewoond, en de eenzame plaatsen bebouwd worden. Ezechiël 36:37: Zo zegt de Heer JAHWEH: Daarenboven zal Ik hierom van het huis van Israël verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen. Ezechiël 36:38: Gelijk de geheiligde schapen, gelijk de schapen van Jeruzalem op hun vastgestelde hoogtijden, zo zullen de eenzame steden vol zijn van mensenkudden; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben. Hosea 2:22: En Ik zal ze Mij op de aarde zaaien, en zal Mij ontfermen over Lo-ruchama; en Ik zal zeggen tot Lo-ammi: U bent Mijn volk; en dat zal zeggen: O, mijn God!"
    },
    {
     "marker": "95",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "95 mensen en zaad van beesten: Hebreeuws, mens en beest.",
     "text1637": "Hebr. mensch ende beeft.",
     "text2026": "95 mensen en zaad van beesten: Hebreeuws, mens en beest."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הִנֵּ֛ה",
     "strongs": "H2009",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "יָמִ֥ים",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "בָּאִ֖ים",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqrmpa"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֑ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/זָרַעְתִּ֗י",
     "strongs": "H2232",
     "morph": "HC/Vqq1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "בֵּ֤ית",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵל֙",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "בֵּ֣ית",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֔ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "זֶ֥רַע",
     "strongs": "H2233",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אָדָ֖ם",
     "strongs": "H120",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/זֶ֥רַע",
     "strongs": "H2233",
     "morph": "HC/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "בְּהֵמָֽה",
     "strongs": "H929",
     "morph": "HNcfsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zie, de dagen komen, spreekt JAHWEH, dat Ik het huis van Israël en het huis van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"94\">94</sup> Juda bezaaien zal met zaad van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"95\">95</sup> mensen en zaad van beesten.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik het huis van Israël en het huis van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"94\">94</sup> Juda bezaaien zal met zaad van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"95\">95</sup> mensen en zaad van beesten.",
   "text1637_html": "Siet, de dagen komen, spreeckt de HEERE; dat ick het huys Israëls, ende het huys Iuda, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"94\">94</sup> bezaeyen sal, [met] zaet van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"95\">95</sup> menschen ende zaet van beesten.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Ziet,",
     "new": "Zie,",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "de HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 28,
   "textSV1888": "En het zal geschieden, gelijk als Ik over hen gewaakt heb, om uit te rukken, en af te breken, en te verstoren, en te verderven, en kwaad aan te doen; alzo zal Ik over hen waken, om te bouwen en te planten, spreekt de HEERE.",
   "text1637": "Ende ’t sal geschieden, [96] gelijck als ick over hen [97] gewaeckt hebbe, om uyt te rucken, ende af te breken, ende te verstooren, ende te verderven, ende quaet aen te doen: alsoo sal ick over hen waken om te [98] bouwen ende te planten, spreeckt de HEERE.",
   "text2026": "En het zal gebeuren, zoals Ik over hen gewaakt heb, om uit te rukken, en af te breken, en te verstoren, en te verderven, en kwaad aan te doen; zo zal Ik over hen waken, om te bouwen en te planten, spreekt JAHWEH.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "96",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "96 gelijk als Ik: Gelijk Ik waarlijk mijne dreigementen door straffen heb volvoerd, alzo zal Ik ook daarentegen doen in het volbrengen mijner genadebeloften.",
     "text1637": "Gelijck ick wackerlijck mijne dreygementen door straffen hebbe volvoert, alsoo sal ick oock daertegens doen in’t volbrengen mijner genaden-beloften.",
     "text2026": "96 gelijk als Ik: Gelijk Ik waarlijk mijn dreigementen door straffen heb volvoerd, zo zal Ik ook daarentegen doen in het volbrengen mijn genadebeloften."
    },
    {
     "marker": "97",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "97 gewaakt heb: Of, wakker ben geweest. Vergelijk boven Jer. 1:12, en onder Jer. 32:42. Jeremia 1:12: En de HEERE zeide tot mij: Gij hebt wel gezien; want Ik zal wakker zijn over Mijn woord, om dat te doen. Jeremia 32:42: Want zo zegt de HEERE: Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote kwaad, alzo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen spreke.",
     "text1637": "Ofte, wacker ben geweest. Vergel. bov. 1.12. ende ond. 32.42.",
     "text2026": "97 gewaakt heb: Of, wakker ben geweest. Vergelijk boven Jer. 1:12, en onder Jer. 32:42. Jeremia 1:12: En JAHWEH zei tot mij: U hebt wel gezien; want Ik zal wakker zijn over Mijn woord, om dat te doen. Jeremia 32:42: Want zo zegt JAHWEH: Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote kwaad, zo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen spreke."
    },
    {
     "marker": "98",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "98 bouwen en te planten: Gelijk boven Jer. 24:6. Jeremia 24:6: En Ik zal Mijn oog op hen stellen ten goede, en zal hen wederbrengen in dit land; en Ik zal hen bouwen, en niet afbreken; en zal hen planten, en niet uitrukken.",
     "text1637": "Als bov. 24.6.",
     "text2026": "98 bouwen en te planten: Gelijk boven Jer. 24:6. Jeremia 24:6: En Ik zal Mijn oog op hen stellen ten goede, en zal hen wederbrengen in dit land; en Ik zal hen bouwen, en niet afbreken; en zal hen planten, en niet uitrukken."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/הָיָ֞ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    },
    {
     "woord": "כַּ/אֲשֶׁ֧ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HR/Tr"
    },
    {
     "woord": "שָׁקַ֣דְתִּי",
     "strongs": "H8245",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "עֲלֵי/הֶ֗ם",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לִ/נְת֧וֹשׁ",
     "strongs": "H5428",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "וְ/לִ/נְת֛וֹץ",
     "strongs": "H5422",
     "morph": "HC/R/Vqc"
    },
    {
     "woord": "וְ/לַ/הֲרֹ֖ס",
     "strongs": "H2040",
     "morph": "HC/R/Vqc"
    },
    {
     "woord": "וּ/לְ/הַאֲבִ֣יד",
     "strongs": "H6",
     "morph": "HC/R/Vhc"
    },
    {
     "woord": "וּ/לְ/הָרֵ֑עַ",
     "strongs": "H7489",
     "morph": "HC/R/Vhc"
    },
    {
     "woord": "כֵּ֣ן",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "אֶשְׁקֹ֧ד",
     "strongs": "H8245",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "עֲלֵי/הֶ֛ם",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לִ/בְנ֥וֹת",
     "strongs": "H1129",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "וְ/לִ/נְט֖וֹעַ",
     "strongs": "H5193",
     "morph": "HC/R/Vqc"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָֽה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En het zal gebeuren,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"96\">96</sup> zoals Ik over hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"97\">97</sup> gewaakt heb, om uit te rukken, en af te breken, en te verstoren, en te verderven, en kwaad aan te doen; zo zal Ik over hen waken, om te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"98\">98</sup> bouwen en te planten, spreekt JAHWEH.</i></span>",
   "textSV1888_html": "En het zal geschieden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"96\">96</sup> gelijk als Ik over hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"97\">97</sup> gewaakt heb, om uit te rukken, en af te breken, en te verstoren, en te verderven, en kwaad aan te doen; alzo zal Ik over hen waken, om te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"98\">98</sup> bouwen en te planten, spreekt de HEERE.",
   "text1637_html": "Ende ’t sal geschieden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"96\">96</sup> gelijck als ick over hen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"97\">97</sup> gewaeckt hebbe, om uyt te rucken, ende af te breken, ende te verstooren, ende te verderven, ende quaet aen te doen: alsoo sal ick over hen waken om te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"98\">98</sup> bouwen ende te planten, spreeckt de HEERE.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "geschieden, gelijk als",
     "new": "gebeuren, zoals",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "alzo",
     "new": "zo",
     "principe": "V42"
    },
    {
     "old": "de HEERE.",
     "new": "JAHWEH.",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 29,
   "textSV1888": "In die dagen zullen zij niet meer zeggen: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en der kinderen tanden zijn stomp geworden.",
   "text1637": "In die dagen en sullen sy niet meer seggen; [m] [99] De vaders hebben onrijpe [100] druyven gegeten: ende der kinderen tanden [101] zijn stomp geworden.",
   "text2026": "In die dagen zullen zij niet meer zeggen: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden van de kinderen zijn stomp geworden.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "100",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "En dienvolgens zure, anders genoemd wrange.",
     "text1637": "Ende dien volgens, suyre, anders genoemt wrangen.",
     "text2026": "En dienvolgens zure, anders genoemd wrange."
    },
    {
     "marker": "101",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "101 stomp geworden: Of, worden stomp, eggig. Hebreeuws eigenlijk, zullen, of zouden stomp worden.",
     "text1637": "Ofte, worden stomp. eggig. Hebr. eygentl. sullen, ofte, souden stomp worden.",
     "text2026": "101 stomp geworden: Of, worden stomp, eggig. Hebreeuws eigenlijk, zullen, of zouden stomp worden."
    },
    {
     "marker": "99",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "99 De vaders hebben: Dat is, onze voorouders hebben in de woestijn en daarna gezondigd, en wij moeten daarom lijden. Dit was het spreekwoord der spottende huichelaars en onboetvaardige murmurerende Joden, die God van onrecht beschuldigden in zijne dreigementen en straffen en zichzelven rechtvaardigden. Zie Ezech. 18:2, 18:3, enz. met de aantekening. Ezechiël 18:2: Wat is ulieden, dat gij dit spreekwoord gebruikt van het land Israëls, zeggende: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden der kinderen zijn stomp geworden? Ezechiël 18:3: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo het ulieden meer gebeuren zal, dit spreekwoord in Israël te gebruiken!",
     "text1637": "D. onse voorouders hebben in de woestijne ende daerna gesondigt, ende wy moeten daerom lijden. Dit was het spreeckwoort der spottische huychelaren, ende onboetveerdige murmurerende Ioden, die Godt van onrecht beschuldigden in sijne dreygementen ende straffen, ende haer selven rechtveerdigden. siet Ezech. 18.2, 3. etc. met d’aenteeck.",
     "text2026": "99 De vaders hebben: Dat is, onze voorouders hebben in de woestijn en daarna gezondigd, en wij moeten daarom lijden. Dit was het spreekwoord van de spottende huichelaars en onboetvaardige murmurerende Joden, die God van onrecht beschuldigden in zijn dreigementen en straffen en zichzelven rechtvaardigden. Zie Ez. 18:2, 18:3, enz. met de aantekening. Ezechiël 18:2: Wat is u, dat u dit spreekwoord gebruikt van het land van Israël, zeggende: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden van de kinderen zijn stomp geworden? Ezechiël 18:3: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heer JAHWEH, zo het u meer gebeuren zal, dit spreekwoord in Israël te gebruiken!"
    },
    {
     "marker": "m",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Ezech. 18:2. Ezechiël 18:2: Wat is ulieden, dat gij dit spreekwoord gebruikt van het land Israëls, zeggende: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden der kinderen zijn stomp geworden?",
     "text1637": "Ezech. 18.2. etc.",
     "text2026": "Ez. 18:2. Ezechiël 18:2: Wat is u, dat u dit spreekwoord gebruikt van het land van Israël, zeggende: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden van de kinderen zijn stomp geworden?"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "בַּ/יָּמִ֣ים",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HRd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "הָ/הֵ֔ם",
     "strongs": "H1992",
     "morph": "HTd/Pp3mp"
    },
    {
     "woord": "לֹא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "יֹאמְר֣וּ",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "ע֔וֹד",
     "strongs": "H5750",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָב֖וֹת",
     "strongs": "H1",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "אָ֣כְלוּ",
     "strongs": "H398",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "בֹ֑סֶר",
     "strongs": "H1155",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/שִׁנֵּ֥י",
     "strongs": "H8127",
     "morph": "HC/Ncbdc"
    },
    {
     "woord": "בָנִ֖ים",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "תִּקְהֶֽינָה",
     "strongs": "H6949",
     "morph": "HVqi3fp"
    }
   ],
   "text2026_html": "In die dagen zullen zij niet meer zeggen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"99\">99</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>De vaders hebben onrijpe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"100\">100</sup> druiven gegeten, en de tanden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"101\">101</sup> van de kinderen zijn stomp geworden.</i></span>",
   "textSV1888_html": "In die dagen zullen zij niet meer zeggen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"99\">99</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> De vaders hebben onrijpe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"100\">100</sup> druiven gegeten, en der kinderen tanden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"101\">101</sup> zijn stomp geworden.",
   "text1637_html": "In die dagen en sullen sy niet meer seggen; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"99\">99</sup> De vaders hebben onrijpe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"100\">100</sup> druyven gegeten: ende der kindere<i>n</i> tanden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"101\">101</sup> zijn stomp geworden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "der",
     "new": "de tanden van de",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "tanden",
     "new": "",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 30,
   "textSV1888": "Maar een iegelijk zal om zijn ongerechtigheid sterven; een ieder mens, die de onrijpe druiven eet, zijn tanden zullen stomp worden.",
   "text1637": "Maer een yegelick sal om sijne ongerechticheyt sterven: een yeder mensche die d’onrijpe druyven eet, sijne tanden sullen stomp worden.",
   "text2026": "Maar ieder zal om zijn ongerechtigheid sterven; een ieder mens, die de onrijpe druiven eet, zijn tanden zullen stomp worden.",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּ֛י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אִם",
     "strongs": "H518",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אִ֥ישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "בַּ/עֲוֺנ֖/וֹ",
     "strongs": "H5771",
     "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "יָמ֑וּת",
     "strongs": "H4191",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הָֽ/אָדָ֛ם",
     "strongs": "H120",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הָ/אֹכֵ֥ל",
     "strongs": "H398",
     "morph": "HTd/Vqrmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/בֹּ֖סֶר",
     "strongs": "H1155",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "תִּקְהֶ֥ינָה",
     "strongs": "H6949",
     "morph": "HVqi3fp"
    },
    {
     "woord": "שִׁנָּֽי/ו",
     "strongs": "H8127",
     "morph": "HNcbdc/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "Maar ieder zal om zijn ongerechtigheid sterven; een ieder mens, die de onrijpe druiven eet, zijn tanden zullen stomp worden.",
   "text1637_html": "Maer een yegelick sal om sijne ongerechticheyt sterven: een yeder mensche die d’onrijpe druyven eet, sijne tanden sullen stomp worden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "een iegelijk",
     "new": "ieder",
     "principe": "V5"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 31,
   "textSV1888": "Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken;",
   "text1637": "Siet, [n] de dagen komen, spreeckt de HEERE: dat ick met den huyse Israëls ende met den huyse Iuda een [102] nieuw verbont sal [103] maken.",
   "text2026": "Zie, de dagen komen, spreekt JAHWEH, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken;",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "102",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "102 nieuw verbond: Zie Hebr. 8:6, 8:13. Hebreeën 8:6: En nu heeft Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, hetwelk in betere beloftenissen bevestigd is. Hebreeën 8:13: Als Hij zegt: Een nieuw verbond, zo heeft Hij het eerste oud gemaakt; dat nu oud gemaakt is en verouderd, is nabij de verdwijning.",
     "text1637": "Siet Hebr. 8.6, 13.",
     "text2026": "102 nieuw verbond: Zie Hebr. 8:6, 8:13. Hebreeën 8:6: En nu heeft Hij zoveel uitmuntender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, dat in betere beloftenissen bevestigd is. Hebreeën 8:13: Als Hij zegt: Een nieuw verbond, zo heeft Hij het eerste oud gemaakt; dat nu oud gemaakt is en verouderd, is nabij de verdwijning."
    },
    {
     "marker": "103",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie Gen. 15:17, 15:18. Genesis 15:17: En het geschiedde, dat de zon onderging en het duister werd, en ziet, daar was een rokende oven en vurige fakkel, die tussen die stukken doorging. Genesis 15:18: Ten zelfden dage maakte de HEERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath:",
     "text1637": "Siet Gen. 15. op vers 17, 18.",
     "text2026": "Zie Gen. 15:17, 15:18. Genesis 15:17: En het geschiedde, dat de zon onderging en het duister werd, en ziet, daar was een rokende oven en vurige fakkel, die tussen die stukken doorging. Genesis 15:18: Ten zelfden dage maakte JAHWEH een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath:"
    },
    {
     "marker": "n",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Hebr. 8:8. Hebreeën 8:8: Want hen berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israëls, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten;",
     "text1637": "Hebr. 8.8.",
     "text2026": "Hebr. 8:8. Hebreeën 8:8: Want hen berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heer, en Ik zal over het huis van Israël, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten;"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הִנֵּ֛ה",
     "strongs": "H2009",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "יָמִ֥ים",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "בָּאִ֖ים",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqrmpa"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֑ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/כָרַתִּ֗י",
     "strongs": "H3772",
     "morph": "HC/Vqq1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "בֵּ֧ית",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֛ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶת",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "בֵּ֥ית",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֖ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בְּרִ֥ית",
     "strongs": "H1285",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "חֲדָשָֽׁה",
     "strongs": "H2319",
     "morph": "HAafsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zie,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> de dagen komen, spreekt JAHWEH, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"102\">102</sup> nieuw verbond zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"103\">103</sup> maken;</i></span>",
   "textSV1888_html": "Ziet,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"102\">102</sup> nieuw verbond zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"103\">103</sup> maken;",
   "text1637_html": "Siet, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> de dagen komen, spreeckt de HEERE: dat ick met den huyse Israëls ende met den huyse Iuda een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"102\">102</sup> nieuw verbont sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"103\">103</sup> maken.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Ziet,",
     "new": "Zie,",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "de HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 32,
   "textSV1888": "Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE;",
   "text1637": "[104] Niet nae ’t verbont, dat ick met hare vaderen gemaeckt hebbe, ten dage als ick hare [105] hant aengreep, om haer uyt Egyptenlant uyt te voeren: [106] welck mijn verbont sy [107] vernieticht hebben, hoe-wel ickse [108] getrouwt hadde, spreeckt de HEERE.",
   "text2026": "Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaders gemaakt heb, op de dag als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt JAHWEH;",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "104",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "104 Niet naar het verbond: Sommigen verstaan dit van het verbond der wet of der werken, geschreven in stenen tafelen, overmits de volgende tegenstelling, en uit vergelijking met 2 Kor. 3:3, 3:6, 3:7, enz. Anderen verstaan het oude verbond der genade, zoals dat in het Oude Testament vóór de komst van Christus in het vlees is bediend geweest, onder verscheidene schaduwen, met veel mindere klaarheid en sobere gaven van den Heiligen Geest, enz. 2 Korinthiërs 3:3: Als die openbaar zijt geworden, dat gij een brief van Christus zijt, en door onzen dienst bereid, die geschreven is niet met inkt, maar door den Geest des levenden Gods, niet in stenen tafelen, maar in vlezen tafelen des harten. 2 Korinthiërs 3:6: Die ons ook bekwaam gemaakt heeft, om te zijn dienaars des Nieuwen Testaments, niet der letter, maar des Geestes; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. 2 Korinthiërs 3:7: En indien de bediening des doods in letteren bestaande, en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest, alzo dat de kinderen Israëls het aangezicht van Mozes niet konden sterk aanzien, om de heerlijkheid zijns aangezichts, die te niet gedaan zou worden.",
     "text1637": "Sommige verstaen dit van’t verbont der wet, ofte, der wercken geschreven in steenen tafelen; vermits de volgende tegenstellinge, ende uyt vergelijckinge met 2.Cor. 3.3, 6, 7. etc. Andere verstaen het oude verbont der genade, soo als dat in den ouden Testamente voor de comste Christi in den vleesche is bedient geweest, onder verscheydene schaduwen, met veel minderer claricheyt, ende soberer gaven des H. Geestes, etc.",
     "text2026": "104 Niet naar het verbond: Sommigen verstaan dit van het verbond van de wet of van de werken, geschreven in stenen tafelen, omdat de volgende tegenstelling, en uit vergelijking met 2 Kor. 3:3, 3:6, 3:7, enz. Anderen verstaan het oude verbond van de genade, zoals dat in het Oude Testament vóór de komst van Christus in het vlees is bediend geweest, onder verscheidene schaduwen, met veel mindere klaarheid en sobere gaven van de Heilige Geest, enz. 2 Korinthiërs 3:3: Als die openbaar zijt geworden, dat u een brief van Christus bent, en door onze dienst bereid, die geschreven is niet met inkt, maar door de Geest van de levenden Gods, niet in stenen tafelen, maar in vlezen tafelen van het hart. 2 Korinthiërs 3:6: Die ons ook bekwaam gemaakt heeft, om te zijn dienaren van de Nieuwen Testaments, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. 2 Korinthiërs 3:7: En als de bediening van de dood in letteren bestaande, en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest, zo dat de kinderen van Israël het aangezicht van Mozes niet konden sterk aanzien, om de heerlijkheid zijn aangezichts, die te niet gedaan zou worden."
    },
    {
     "marker": "105",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "105 hun hand aangreep: Om hen door mijne kracht, en zeer vriendelijk, als hand aan hand samengaande, te geleiden.",
     "text1637": "Om haer door mijne kracht, ende seer vriendelick, als hant aen hant t’samen gaende, te geleyden.",
     "text2026": "105 hun hand aangreep: Om hen door mijn kracht, en zeer vriendelijk, als hand aan hand samengaande, te geleiden."
    },
    {
     "marker": "106",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "106 welk Mijn verbond: Of, omdat zij Mijn verbond vernietigd, of gebroken hebben.",
     "text1637": "Ofte, om datse mijn verbont vernietigt, ofte, gebroken hebben.",
     "text2026": "106 welk Mijn verbond: Of, omdat zij Mijn verbond vernietigd, of gebroken hebben."
    },
    {
     "marker": "107",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "107 vernietigd hebben: Zie boven Jer. 11:7, 11:8. Jeremia 11:7: Want Ik heb uw vaderen ernstiglijk betuigd, ten dage als Ik hen uit Egypteland opvoerde, tot op dezen dag, vroeg op zijnde en betuigende, zeggende: Hoort naar Mijn stem! Jeremia 11:8: Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, maar hebben gewandeld, een iegelijk naar het goeddunken van hunlieder boos hart; daarom heb Ik over hen gebracht al de woorden dezes verbonds, dat Ik geboden heb te doen, maar zij niet gedaan hebben.",
     "text1637": "Siet bov. 11.7, 8.",
     "text2026": "107 vernietigd hebben: Zie boven Jer. 11:7, 11:8. Jeremia 11:7: Want Ik heb uw vaderen ernstiglijk betuigd, op de dag als Ik hen uit Egypteland opvoerde, tot op deze dag, vroeg op zijnde en betuigende, zeggende: Hoort naar Mijn stem! Jeremia 11:8: Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, maar hebben gewandeld, een iedereen naar het goeddunken van hunlieder boos hart; daarom heb Ik over hen gebracht al de woorden van deze verbonds, dat Ik geboden heb te doen, maar zij niet gedaan hebben."
    },
    {
     "marker": "108",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "108 getrouwd had: Of, hunlieder man, of Heere over hen was, mij als hun man, of Heere, gedragen had, hebbende over hen het mannelijk recht, en hen weldoende als een man zijne vrouw. Vergelijk boven Jer. 3:14, en Hos. 2:6, 2:7. Anders: zou Ik hun man, of Heere gebleven zijn? alsof de Heere zeide: Geenszins, maar Ik heb hen veracht, gelijk sommigen verstaan dat de apostel dit verklaard heeft; Hebr. 8:9. Jeremia 3:14: Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion. Hosea 2:6: En zij zal haar boelen nalopen, maar dezelve niet aantreffen; en zij zal hen zoeken, maar niet vinden; dan zal zij zeggen: Ik zal henengaan, en keren weder tot mijn vorigen Man, want toen was mij beter dan nu. Hosea 2:7: Zij bekent toch niet, dat Ik haar het koren, en den most, en de olie gegeven heb, en haar het zilver en goud vermenigvuldigd heb, dat zij tot den Baäl gebruikt hebben. Hebreeën 8:9: Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage, als Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in dit Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb op hen niet geacht, zegt de Heere.",
     "text1637": "Ofte, haerlieder man, ofte, heer over hen was, my als haren man, ofte, heer, gedragen hadde, hebbende over haer het manlick recht, ende haer weldoende als een man sijner vrouwe. Vergel. bov. 2.14. end Hos. 2.7, 8. And. ende soude ick haer man, ofte, heer gebleven zijn? alsof de Heere seyde: Geensins, maer ick hebse veracht, gelijck sommige verstaen, dat d’Apostel dit verclaert hebbe. Hebr. 9.8.",
     "text2026": "108 getrouwd had: Of, hunlieder man, of Heer over hen was, mij als hun man, of Heer, gedragen had, hebbende over hen het mannelijk recht, en hen weldoende als een man zijn vrouw. Vergelijk boven Jer. 3:14, en Hos. 2:6, 2:7. Anders: zou Ik hun man, of Heer gebleven zijn? alsof de Heer zei: In geen geval, maar Ik heb hen veracht, gelijk sommigen verstaan dat de apostel dit verklaard heeft; Hebr. 8:9. Jeremia 3:14: Bekeert u, u afkerige kinderen! spreekt JAHWEH, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion. Hosea 2:6: En zij zal haar boelen nalopen, maar dezelfde niet aantreffen; en zij zal hen zoeken, maar niet vinden; dan zal zij zeggen: Ik zal heengaan, en keren weer tot mijn vorigen Man, want toen was mij beter dan nu. Hosea 2:7: Zij bekent toch niet, dat Ik haar het koren, en de most, en de olie gegeven heb, en haar het zilver en goud vermenigvuldigd heb, dat zij tot de Baäl gebruikt hebben. Hebreeën 8:9: Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, op de dag als Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in dit Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb op hen niet geacht, zegt de Heer."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "לֹ֣א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "כַ/בְּרִ֗ית",
     "strongs": "H1285",
     "morph": "HRd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֤ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "כָּרַ֨תִּי֙",
     "strongs": "H3772",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "אֲבוֹתָ֔/ם",
     "strongs": "H1",
     "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "בְּ/יוֹם֙",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "הֶחֱזִיקִ֣/י",
     "strongs": "H2388",
     "morph": "HVhc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "בְ/יָדָ֔/ם",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לְ/הוֹצִיאָ֖/ם",
     "strongs": "H3318",
     "morph": "HR/Vhc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אֶ֖רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "מִצְרָ֑יִם",
     "strongs": "H4714",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "הֵ֜מָּה",
     "strongs": "H1992",
     "morph": "HPp3mp"
    },
    {
     "woord": "הֵפֵ֣רוּ",
     "strongs": "H6565",
     "morph": "HVhp3cp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "בְּרִיתִ֗/י",
     "strongs": "H1285",
     "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "וְ/אָנֹכִ֛י",
     "strongs": "H595",
     "morph": "HC/Pp1cs"
    },
    {
     "woord": "בָּעַ֥לְתִּי",
     "strongs": "H1166",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "בָ֖/ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָֽה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"104\">104</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaders gemaakt heb, op de dag als Ik hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"105\">105</sup> hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"106\">106</sup> welk Mijn verbond zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"107\">107</sup> vernietigd hebben, hoewel Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"108\">108</sup> hen getrouwd had, spreekt JAHWEH;</i></span>",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"104\">104</sup> Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"105\">105</sup> hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"106\">106</sup> welk Mijn verbond zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"107\">107</sup> vernietigd hebben, hoewel Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"108\">108</sup> hen getrouwd had, spreekt de HEERE;",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"104\">104</sup> Niet nae ’t verbont, dat ick met hare vaderen gemaeckt hebbe, ten dage als ick hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"105\">105</sup> hant aengreep, om haer uyt Egyptenlant uyt te voeren: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"106\">106</sup> welck mijn verbont sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"107\">107</sup> vernieticht hebben, hoe-wel ickse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"108\">108</sup> getrouwt hadde, spreeckt de HEERE.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "vaderen",
     "new": "vaders",
     "principe": "MR-1KR-007"
    },
    {
     "old": "ten dage",
     "new": "op de dag",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "de HEERE;",
     "new": "JAHWEH;",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 33,
   "textSV1888": "Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.",
   "text1637": "Maer dit ist verbont, dat ick na die dagen met den huyse Israëls maken sal, spreeckt de HEERE; Ick [109] sal mijne wet in haer [110] binnenste geven, ende sal die in haer [111] herte schrijven: ende ick sal hen [o] tot eenen [112] Godt zijn, ende sy sullen my tot een volck zijn.",
   "text2026": "Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt JAHWEH: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "109",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "109 zal … geven: Hebreeuws, Ik heb gegeven; dat is, Ik zal het zekerlijk doen; gelijk het volgende verklaart.",
     "text1637": "Hebr. ick heb gegeven. D. ick sal’t sekerlick doen: als het volgende verclaert.",
     "text2026": "109 zal … geven: Hebreeuws, Ik heb gegeven; dat is, Ik zal het zekerlijk doen; gelijk het volgende verklaart."
    },
    {
     "marker": "110",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, hart, gelijk in het volgende verklaard wordt. Vergelijk onder Jer. 32:40, met de aantekening. Jeremia 32:40: En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.",
     "text1637": "D. herte, als in’t volgende verclaert wort. Vergel. ond. 32.40. met d’aenteeck.",
     "text2026": "Dat is, hart, gelijk in het volgende verklaard wordt. Vergelijk onder Jer. 32:40, met de aantekening. Jeremia 32:40: En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken."
    },
    {
     "marker": "111",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "111 hart schrijven: Vergelijk onder Jer. 32:39, 32:40; Ezech. 36:25, 36:26, 36:27, en 2 Kor. 3:3. Jeremia 32:39: En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen. Jeremia 32:40: En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken. Ezechiël 36:25: Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen. Ezechiël 36:26: En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven. Ezechiël 36:27: En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen. 2 Korinthiërs 3:3: Als die openbaar zijt geworden, dat gij een brief van Christus zijt, en door onzen dienst bereid, die geschreven is niet met inkt, maar door den Geest des levenden Gods, niet in stenen tafelen, maar in vlezen tafelen des harten.",
     "text1637": "Vergel. ond. 32.39, 40. Ezech. 36.25, 26, 27, ende 2.Cor. 3.3.",
     "text2026": "111 hart schrijven: Vergelijk onder Jer. 32:39, 32:40; Ez. 36:25, 36:26, 36:27, en 2 Kor. 3:3. Jeremia 32:39: En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, en ook hun kinderen na hen. Jeremia 32:40: En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken. Ezechiël 36:25: Dan zal Ik rein water op u sprengen, en u zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen. Ezechiël 36:26: En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven. Ezechiël 36:27: En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat u in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen. 2 Korinthiërs 3:3: Als die openbaar zijt geworden, dat u een brief van Christus bent, en door onze dienst bereid, die geschreven is niet met inkt, maar door de Geest van de levenden Gods, niet in stenen tafelen, maar in vlezen tafelen van het hart."
    },
    {
     "marker": "112",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "112 God zijn: Gelijk boven vers 1. Jeremia 31:1: Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zal Ik allen geslachten Israëls tot een God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn.",
     "text1637": "Als bov. vers 1.",
     "text2026": "112 God zijn: Gelijk boven vers 1. Jeremia 31:1: Ter zelfder tijd, spreekt JAHWEH, zal Ik allen geslachten Israëls tot een God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn."
    },
    {
     "marker": "o",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 24:7; Jer. 30:22; boven, v. 1. Jeremia 24:7: En Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen, dat Ik de HEERE ben; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn; want zij zullen zich tot Mij met hun ganse hart bekeren. Jeremia 30:22: En gij zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn. Jeremia 31:1: Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zal Ik allen geslachten Israëls tot een God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn.",
     "text1637": "Ierem. 24.7. ende 30.22. ende bov. vers 1.",
     "text2026": "Jer. 24:7; Jer. 30:22; boven, v. 1. Jeremia 24:7: En Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen, dat Ik JAHWEH ben; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn; want zij zullen zich tot Mij met hun gehele hart bekeren. Jeremia 30:22: En u zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn. Jeremia 31:1: Ter zelfder tijd, spreekt JAHWEH, zal Ik allen geslachten Israëls tot een God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "זֹ֣את",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HPdxfs"
    },
    {
     "woord": "הַ/בְּרִ֡ית",
     "strongs": "H1285",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "אֶכְרֹת֩",
     "strongs": "H3772",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "בֵּ֨ית",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֜ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אַחֲרֵ֨י",
     "strongs": "H310",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הַ/יָּמִ֤ים",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "הָ/הֵם֙",
     "strongs": "H1992",
     "morph": "HTd/Pp3mp"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "נָתַ֤תִּי",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "תּֽוֹרָתִ/י֙",
     "strongs": "H8451",
     "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/קִרְבָּ֔/ם",
     "strongs": "H7130",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "לִבָּ֖/ם",
     "strongs": "H3820",
     "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אֶכְתֲּבֶ֑/נָּה",
     "strongs": "H3789",
     "morph": "HVqi1cs/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/הָיִ֤יתִי",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HC/Vqp1cs"
    },
    {
     "woord": "לָ/הֶם֙",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לֵֽ/אלֹהִ֔ים",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HR/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הֵ֖מָּה",
     "strongs": "H1992",
     "morph": "HC/Pp3mp"
    },
    {
     "woord": "יִֽהְיוּ",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "לִ֥/י",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לְ/עָֽם",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"109\">109</sup> zal Mijn wet in hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"110\">110</sup> binnenste geven, en zal die in hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"111\">111</sup> hart schrijven; en Ik zal hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"112\">112</sup> God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.</i></span></i></span>",
   "textSV1888_html": "Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"109\">109</sup> zal Mijn wet in hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"110\">110</sup> binnenste geven, en zal die in hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"111\">111</sup> hart schrijven; en Ik zal hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"112\">112</sup> God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.",
   "text1637_html": "Maer dit ist verbont, dat ick na die dagen met den huyse Israëls maken sal, spreeckt de HEERE; Ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"109\">109</sup> sal mijne wet in haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"110\">110</sup> binnenste geven, ende sal die in haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"111\">111</sup> herte schrijven: ende ick sal hen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> tot eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"112\">112</sup> Godt zijn, ende sy sullen my tot een volck zijn.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE:",
     "new": "JAHWEH:",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 34,
   "textSV1888": "En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken.",
   "text1637": "Ende sy en sullen [113] niet meer, een yegelick sijnen naesten, ende een yegelick sijnen broeder, leeren, seggende; Kennet den HEERE: want [p] sy sullen my alle kennen, van haren kleynste af tot haren grootsten toe, spreeckt de HEERE; [q] want ick sal hare ongerechticheyt vergeven, ende harer sonden niet meer [114] gedencken.",
   "text2026": "En zij zullen niet meer, ieder zijn naaste, en ieder zijn broer, leren, zeggende: Ken JAHWEH! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt JAHWEH; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en van hun zonden niet meer gedenken.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "113",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "113 niet meer: Hiermede wil God den heiligen kerkedienst en schuldigen plicht van onderling onderwijs en vermaning geenszins uit het Nieuwe Testament wegnemen, waarvan Hij zelf de oorsprong en insteller is, maar te kennen geven dat de klaarheid van het heilige Evangelie en de werking van den Heiligen Geest zodanig zal zijn, dat er geen grote moeite of dwang zal van node zijn om de gelovigen tot hun plicht aan te drijven, dewijl zij van den Heiligen Geest geleerd, daartoe gedreven en vuriglijk genegen zullen zijn. Vergelijk deze manier van spreken met Joh. 16:26, 16:27, en 1 Joh. 2:27, en zie Jes. 11:9; Joh. 6:45; 1 Kor. 1:5, 1:7, en 1 Kor. 2:10, enz.; 1 Joh. 2:20. Johannes 16:26: In dien dag zult gij in Mijn Naam bidden; en Ik zeg u niet, dat Ik den Vader voor u bidden zal; Johannes 16:27: Want de Vader Zelf heeft u lief, dewijl gij Mij liefgehad hebt, en hebt geloofd, dat Ik van God ben uitgegaan. 1 Johannes 2:27: En de zalving, die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, zo is zij ook waarachtig, en is geen leugen; en gelijk zij u geleerd heeft, zo zult gij in Hem blijven. Jesaja 11:9: Men zal nergens leed doen noch verderven op den gansen berg Mijner heiligheid; want de aarde zal vol van kennis des HEEREN zijn, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken. Johannes 6:45: Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan, die het van den Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij. 1 Korinthiërs 1:5: Dat gij in alles rijk zijt geworden in Hem, in alle rede en alle kennis; 1 Korinthiërs 1:7: Alzo dat het u aan gene gave ontbreekt, verwachtende de openbaring van onzen Heere Jezus Christus. 1 Korinthiërs 2:10: Doch God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods. 1 Johannes 2:20: Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen.",
     "text1637": "Hier mede wil Godt den H. kercken-dienst, ende schuldigen plicht van onderling onderwijs ende vermaninge geensins uyt den nieuwen Testamente wechnemen, waer van hy selfs d’autheur ende insteller is, maer te kennen geven, dat de claerheyt des H. Euangelij ende de werckinge des H. Geests sodanich sal zijn, datter geen groote moeyte ofte dwanck sal van nooden zijn, om de geloovige tot haren plicht aen te drijven, dewijle sy van den H. Geest geleert, daer toe gedreven, ende vyerichlick genegen sullen zijn. Verg. dese maniere van spreken met Ioh. 16.26, 27. ende 1.Ioh. 2.27. ende siet Ies. 11.9. Ioh. 6.45. I.Cor. 1.5, 7. ende 2.10. etc. 1.Ioh. 2.20.",
     "text2026": "113 niet meer: Hiermede wil God de heiligen kerkedienst en schuldigen plicht van onderling onderwijs en vermaning in geen geval uit het Nieuwe Testament wegnemen, waarvan Hij zelf de oorsprong en insteller is, maar te kennen geven dat de klaarheid van het heilige Evangelie en de werking van de Heilige Geest zodanig zal zijn, dat er geen grote moeite of dwang zal nodig zijn om de gelovigen tot hun plicht aan te drijven, omdat zij van de Heilige Geest geleerd, daartoe gedreven en vuriglijk genegen zullen zijn. Vergelijk deze manier van spreken met Joh. 16:26, 16:27, en 1 Joh. 2:27, en zie Jes. 11:9; Joh. 6:45; 1 Kor. 1:5, 1:7, en 1 Kor. 2:10, enz.; 1 Joh. 2:20. Johannes 16:26: In die dag zult u in Mijn Naam bidden; en Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u bidden zal; Johannes 16:27: Want de Vader Zelf heeft u lief, omdat u Mij liefgehad hebt, en hebt geloofd, dat Ik van God ben uitgegaan. 1 Johannes 2:27: En de zalving, die u van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en u hebt niet nodig, dat iemand u lere; maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, zo is zij ook waarachtig, en is geen leugen; en gelijk zij u geleerd heeft, zo zult u in Hem blijven. Jesaja 11:9: Men zal nergens leed doen noch verderven op de gansen berg Mijn heiligheid; want de aarde zal vol van kennis van JAHWEH zijn, gelijk de wateren de bodem van de zee bedekken. Johannes 6:45: Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iedereen dan, die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij. 1 Korinthiërs 1:5: Dat u in alles rijk bent geworden in Hem, in alle rede en alle kennis; 1 Korinthiërs 1:7: Zo dat het u aan gene gave ontbreekt, verwachtende de openbaring van onze Heer Jezus Christus. 1 Korinthiërs 2:10: Maar God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods. 1 Johannes 2:20: Maar u hebt de zalving van de Heilige, en u weet alle dingen."
    },
    {
     "marker": "114",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie Ps. 79:8; Ezech. 18:22; Micha 7:18, met de aantekening. Psalmen 79:8: Gedenk ons de vorige misdaden niet; haast U, laat Uw barmhartigheden ons voorkomen; want wij zijn zeer dun geworden. Ezechiël 18:22: Al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, zullen hem niet gedacht worden; in zijn gerechtigheid, die hij gedaan heeft, zal hij leven. Micha 7:18: Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding van het overblijfsel Zijner erfenis voorbij gaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; want Hij heeft lust aan goedertierenheid.",
     "text1637": "Siet Psal. 79.8. Ezech. 18.22. Mich. 7.18. met d’aenteeck.",
     "text2026": "Zie Ps. 79:8; Ez. 18:22; Micha 7:18, met de aantekening. Psalmen 79:8: Gedenk ons de vorige misdaden niet; haast U, laat Uw barmhartigheden ons voorkomen; want wij zijn zeer dun geworden. Ezechiël 18:22: Al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, zullen hem niet gedacht worden; in zijn gerechtigheid, die hij gedaan heeft, zal hij leven. Micha 7:18: Wie is een God gelijk U, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding van het overblijfsel Zijn erfenis voorbij gaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; want Hij heeft lust aan goedertierenheid."
    },
    {
     "marker": "p",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jes. 54:13; Joh. 6:45. Jesaja 54:13: En al uw kinderen zullen van den HEERE geleerd zijn, en de vrede uwer kinderen zal groot zijn. Johannes 6:45: Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan, die het van den Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij.",
     "text1637": "Ies. 54.13. Ioh. 6.45.",
     "text2026": "Jes. 54:13; Joh. 6:45. Jesaja 54:13: En al uw kinderen zullen van JAHWEH geleerd zijn, en de vrede uw kinderen zal groot zijn. Johannes 6:45: Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iedereen dan, die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij."
    },
    {
     "marker": "q",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 33:8; Micha 7:18; Hand. 10:43. Jeremia 33:8: En Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheid, met dewelke zij tegen Mij gezondigd hebben; en Ik zal vergeven al hun ongerechtigheden, met dewelke zij tegen Mij gezondigd en met dewelke zij tegen Mij overtreden hebben. Micha 7:18: Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding van het overblijfsel Zijner erfenis voorbij gaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; want Hij heeft lust aan goedertierenheid. Handelingen 10:43: Dezen geven getuigenis al de profeten, dat een iegelijk, die in Hem gelooft, vergeving der zonden ontvangen zal door Zijn Naam.",
     "text1637": "Ier. 33.8. Mich. 7.18. Act. 10.43.",
     "text2026": "Jer. 33:8; Micha 7:18; Hand. 10:43. Jeremia 33:8: En Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheid, met die zij tegen Mij gezondigd hebben; en Ik zal vergeven al hun ongerechtigheden, met die zij tegen Mij gezondigd en met die zij tegen Mij overtreden hebben. Micha 7:18: Wie is een God gelijk U, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding van het overblijfsel Zijn erfenis voorbij gaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; want Hij heeft lust aan goedertierenheid. Handelingen 10:43: Deze geven getuigenis al de profeten, dat een iedereen, die in Hem gelooft, vergeving van de zonden ontvangen zal door Zijn Naam."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/לֹ֧א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "יְלַמְּד֣וּ",
     "strongs": "H3925",
     "morph": "HVpi3mp"
    },
    {
     "woord": "ע֗וֹד",
     "strongs": "H5750",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אִ֣ישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "רֵעֵ֜/הוּ",
     "strongs": "H7453",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/אִ֤ישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "אָחִי/ו֙",
     "strongs": "H251",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹ֔ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "דְּע֖וּ",
     "strongs": "H3045",
     "morph": "HVqv2mp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֑ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "כוּלָּ/ם֩",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "יֵדְע֨וּ",
     "strongs": "H3045",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "אוֹתִ֜/י",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לְ/מִ/קְטַנָּ֤/ם",
     "strongs": "H6996",
     "morph": "HR/R/Aamsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַד",
     "strongs": "H5704",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "גְּדוֹלָ/ם֙",
     "strongs": "H1419",
     "morph": "HAamsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "כִּ֤י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אֶסְלַח֙",
     "strongs": "H5545",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "לַֽ/עֲוֺנָ֔/ם",
     "strongs": "H5771",
     "morph": "HR/Ncbsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וּ/לְ/חַטָּאתָ֖/ם",
     "strongs": "H2403",
     "morph": "HC/R/Ncfsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "אֶזְכָּר",
     "strongs": "H2142",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "עֽוֹד",
     "strongs": "H5750",
     "morph": "HD"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En zij zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"113\">113</sup> niet meer, ieder zijn naaste, en ieder zijn broer, leren, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>Ken JAHWEH!</i></span> want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"p\">p</sup> zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt JAHWEH; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en van hun zonden niet meer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"114\">114</sup> gedenken.</i></span>",
   "textSV1888_html": "En zij zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"113\">113</sup> niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"p\">p</sup> zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"q\">q</sup> want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"114\">114</sup> gedenken.",
   "text1637_html": "En<i>de</i> sy en sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"113\">113</sup> niet meer, een yegelick sijnen naesten, ende een yegelick sijnen broeder, leeren, seggende; Kennet den HEERE: want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"p\">p</sup> sy sullen my alle kennen, van haren kleynste af tot haren grootsten toe, spreeckt de HEERE; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"q\">q</sup> want ick sal hare ongerechticheyt vergeven, ende harer sonden niet meer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"114\">114</sup> gedencken.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "een iegelijk",
     "new": "ieder",
     "principe": "V5"
    },
    {
     "old": "een iegelijk",
     "new": "ieder",
     "principe": "V5"
    },
    {
     "old": "broeder,",
     "new": "broer,",
     "principe": "O22a"
    },
    {
     "old": "Kent den HEERE!",
     "new": "Ken JAHWEH!",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "de HEERE;",
     "new": "JAHWEH;",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "hunner",
     "new": "van hun",
     "principe": "N7"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 35,
   "textSV1888": "Zo zegt de HEERE, Die de zon ten lichte geeft des daags, de ordeningen der maan en der sterren ten lichte des nachts, Die de zee klieft, dat haar golven bruisen, HEERE der heirscharen is Zijn Naam:",
   "text1637": "Soo seyt de HEERE, die de [r] Sonne ten lichte geeft, des daegs, de [115] ordeningen der Mane ende der sterren ten lichte, des nachts: [s] die de zee klooft, dat hare golven bruysen, HEERE der [116] heyrscharen is sijn naem:",
   "text2026": "Zo zegt JAHWEH, Die de zon ten lichte geeft overdag, de ordeningen van de maan en van de sterren ten lichte in de nacht, Die de zee klieft, dat haar golven bruisen, JAHWEH van de legermachten is Zijn Naam:",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "115",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, gezette perken; dat is, haar verordineerden loop.",
     "text1637": "Ofte, gesette percken, D. haren verordineerden loop.",
     "text2026": "Of, vastgestelde perken; dat is, haar verordineerden loop."
    },
    {
     "marker": "116",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie 1 Kon. 18:15. 1 Koningen 18:15: En Elia zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!",
     "text1637": "Siet 1.Reg. 18. op vers 15.",
     "text2026": "Zie 1 Kon. 18:15. 1 Koningen 18:15: En Elia zei: Zo waarachtig als JAHWEH van de legermachten leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!"
    },
    {
     "marker": "r",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Gen. 1:16. Genesis 1:16: God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren.",
     "text1637": "Gen. 1.16.",
     "text2026": "Gen. 1:16. Genesis 1:16: God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij van de dag, en dat kleine licht tot heerschappij van de nacht; ook de sterren."
    },
    {
     "marker": "s",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jes. 51:15. Jesaja 51:15: Want Ik ben de HEERE, uw God, Die de zee klieft, dat haar golven bruisen; HEERE der heirscharen is Zijn Naam.",
     "text1637": "Ies. 51.15.",
     "text2026": "Jes. 51:15. Jesaja 51:15: Want Ik ben JAHWEH, uw God, Die de zee klieft, dat haar golven bruisen; JAHWEH van de legermachten is Zijn Naam."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כֹּ֣ה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֣ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֗ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "נֹתֵ֥ן",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqrmsa"
    },
    {
     "woord": "שֶׁ֨מֶשׁ֙",
     "strongs": "H8121",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/א֣וֹר",
     "strongs": "H216",
     "morph": "HR/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "יוֹמָ֔ם",
     "strongs": "H3119",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "חֻקֹּ֛ת",
     "strongs": "H2708",
     "morph": "HNcbpc"
    },
    {
     "woord": "יָרֵ֥חַ",
     "strongs": "H3394",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/כוֹכָבִ֖ים",
     "strongs": "H3556",
     "morph": "HC/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "לְ/א֣וֹר",
     "strongs": "H216",
     "morph": "HR/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "לָ֑יְלָה",
     "strongs": "H3915",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "רֹגַ֤ע",
     "strongs": "H7280",
     "morph": "HVqrmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/יָּם֙",
     "strongs": "H3220",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וַ/יֶּהֱמ֣וּ",
     "strongs": "H1993",
     "morph": "HC/Vqw3mp"
    },
    {
     "woord": "גַלָּ֔י/ו",
     "strongs": "H1530",
     "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֥ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "צְבָא֖וֹת",
     "strongs": "H6635",
     "morph": "HNcbpa"
    },
    {
     "woord": "שְׁמֽ/וֹ",
     "strongs": "H8034",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "Zo zegt JAHWEH, Die de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"r\">r</sup> zon ten lichte geeft overdag, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"115\">115</sup> ordeningen van de maan en van de sterren ten lichte in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"s\">s</sup> nacht, Die de zee klieft, dat haar golven bruisen, JAHWEH van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"116\">116</sup> de legermachten is Zijn Naam:",
   "textSV1888_html": "Zo zegt de HEERE, Die de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"r\">r</sup> zon ten lichte geeft des daags, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"115\">115</sup> ordeningen der maan en der sterren ten lichte des nachts,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"s\">s</sup> Die de zee klieft, dat haar golven bruisen, HEERE der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"116\">116</sup> heirscharen is Zijn Naam:",
   "text1637_html": "Soo seyt de HEERE, die de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"r\">r</sup> Sonne te<i>n</i> lichte geeft, des daegs, de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"115\">115</sup> ordeningen der Mane ende der sterren ten lichte, des nachts: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"s\">s</sup> die de zee klooft, dat hare golven bruysen, HEERE der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"116\">116</sup> heyrscharen is sijn naem:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "des daags,",
     "new": "overdag,",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "des nachts,",
     "new": "in de nacht,",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "HEERE der heirscharen",
     "new": "JAHWEH van de legermachten",
     "principe": "N2"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 36,
   "textSV1888": "Indien deze ordeningen van voor Mijn aangezicht zullen wijken, spreekt de HEERE, zo zal ook het zaad Israëls ophouden, dat het geen volk zij voor Mijn aangezicht, al de dagen.",
   "text1637": "Indien dese [117] ordeningen van voor mijn aengesichte sullen [118] wijcken, spreeckt de HEERE; so sal oock het [119] zaet Israëls ophouden dat het [120] geen volck en zy voor mijn aengesichte, [121] alle de dagen.",
   "text2026": "Als deze ordeningen van voor Mijn aangezicht zullen wijken, spreekt JAHWEH, zo zal ook het zaad van Israël ophouden, dat het geen volk zij voor Mijn aangezicht, al de dagen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "117",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "In vers 35 vermeld. Jeremia 31:35: Zo zegt de HEERE, Die de zon ten lichte geeft des daags, de ordeningen der maan en der sterren ten lichte des nachts, Die de zee klieft, dat haar golven bruisen, HEERE der heirscharen is Zijn Naam:",
     "text1637": "In’t voorgaende vers vermeldet.",
     "text2026": "In vers 35 vermeld. Jeremia 31:35: Zo zegt JAHWEH, Die de zon ten lichte geeft van de dag, de ordeningen van de maan en van de sterren ten lichte van de nacht, Die de zee klieft, dat haar golven bruisen, JAHWEH van de legermachten is Zijn Naam:"
    },
    {
     "marker": "118",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, ophouden van hare richting, voor mij.",
     "text1637": "D. ophouden van haren cours, voor my.",
     "text2026": "Dat is, ophouden van haar richting, voor mij."
    },
    {
     "marker": "119",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "119 zaad Israëls: Dat is, de kerk.",
     "text1637": "D. de kercke.",
     "text2026": "119 zaad van Israël: Dat is, de kerk."
    },
    {
     "marker": "120",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "120 geen volk zij: Dat is, gelijk de voorschreven zaken zullen blijven en bestaan, alzo zal er altijd op aarde ene kerk zijn, die mijn volk is. Vergelijk Ps. 72:5, 72:17, en Ps. 89:37, 89:38, en Ps. 102:29. Psalmen 72:5: Zij zullen U vrezen, zolang de zon en maan zullen zijn, van geslacht tot geslacht. Psalmen 72:17: Zijn naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon is, zal zijn naam van kind tot kind voortgeplant worden; en zij zullen in hem gezegend worden; alle heidenen zullen hem welgelukzalig roemen. Psalmen 89:37: Zijn zaad zal in der eeuwigheid zijn, en zijn troon zal voor Mij zijn gelijk de zon. Psalmen 89:38: Hij zal eeuwiglijk bevestigd worden, gelijk de maan; en de Getuige in den hemel is getrouw. Sela. Psalmen 102:29: De kinderen Uwer knechten zullen wonen, en hun zaad zal voor Uw aangezicht bevestigd worden.",
     "text1637": "D. gelijck de voorsz. saken sullen blijven ende bestaen, alsoo salder altoos op aerden eene kercke zijn, die mijn volck zy. Vergel. Psal. 72.5, 17. ende 89.37, 38. ende 102.29.",
     "text2026": "120 geen volk zij: Dat is, gelijk de voorschreven zaken zullen blijven en bestaan, zo zal er altijd op aarde ene kerk zijn, die mijn volk is. Vergelijk Ps. 72:5, 72:17, en Ps. 89:37, 89:38, en Ps. 102:29. Psalmen 72:5: Zij zullen U vrezen, zolang de zon en maan zullen zijn, van geslacht tot geslacht. Psalmen 72:17: Zijn naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon is, zal zijn naam van kind tot kind voortgeplant worden; en zij zullen in hem gezegend worden; alle heidenen zullen hem welgelukzalig roemen. Psalmen 89:37: Zijn zaad zal in eeuwigheid zijn, en zijn troon zal voor Mij zijn gelijk de zon. Psalmen 89:38: Hij zal eeuwig bevestigd worden, gelijk de maan; en de Getuige in de hemel is getrouw. Sela. Psalmen 102:29: De kinderen van Uw knechten zullen wonen, en hun zaad zal voor Uw aangezicht bevestigd worden."
    },
    {
     "marker": "121",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "121 al de dagen: Vergelijk Matth. 28:20. Mattheüs 28:20: En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.",
     "text1637": "Vergel. Matth. 28.20.",
     "text2026": "121 al de dagen: Vergelijk Matt. 28:20. Mattheüs 28:20: En ziet, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding van de wereld. Amen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אִם",
     "strongs": "H518",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "יָמֻ֜שׁוּ",
     "strongs": "H4185",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "הַ/חֻקִּ֥ים",
     "strongs": "H2706",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "הָ/אֵ֛לֶּה",
     "strongs": "H428",
     "morph": "HTd/Pdxcp"
    },
    {
     "woord": "מִ/לְּ/פָנַ֖/י",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HR/R/Ncbpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֑ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "גַּם֩",
     "strongs": "H1571",
     "morph": "HTa"
    },
    {
     "woord": "זֶ֨רַע",
     "strongs": "H2233",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֜ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "יִשְׁבְּת֗וּ",
     "strongs": "H7673",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "מִֽ/הְי֥וֹת",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "גּ֛וֹי",
     "strongs": "H1471",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/פָנַ֖/י",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HR/Ncbpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/יָּמִֽים",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Als deze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"117\">117</sup> ordeningen van voor Mijn aangezicht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"118\">118</sup> zullen wijken, spreekt JAHWEH, zo zal ook het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"119\">119</sup> zaad van Israël ophouden, dat het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"120\">120</sup> geen volk zij voor Mijn aangezicht,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"121\">121</sup> al de dagen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Indien deze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"117\">117</sup> ordeningen van voor Mijn aangezicht zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"118\">118</sup> wijken, spreekt de HEERE, zo zal ook het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"119\">119</sup> zaad Israëls ophouden, dat het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"120\">120</sup> geen volk zij voor Mijn aangezicht,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"121\">121</sup> al de dagen.",
   "text1637_html": "Indien dese <sup class=\"note-marker\" data-note=\"117\">117</sup> ordeningen van voor mijn aengesichte sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"118\">118</sup> wijcken, spreeckt de HEERE; so sal oock het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"119\">119</sup> zaet Israëls ophouden dat het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"120\">120</sup> geen volck en zy voor mijn aengesichte, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"121\">121</sup> alle de dagen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Indien",
     "new": "Als",
     "principe": "V41"
    },
    {
     "old": "de HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "Israëls",
     "new": "van Israël",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 37,
   "textSV1888": "Zo zegt de HEERE: Indien de hemelen daarboven gemeten, en de fondamenten der aarde beneden doorgrond kunnen worden, zo zal Ik ook het ganse zaad Israëls verwerpen, om alles, wat zij gedaan hebben, spreekt de HEERE.",
   "text1637": "Soo seyt de HEERE; Indien de hemelen daer boven, gemeten, ende de fondamenten der aerde beneden, doorgrondt konnen worden; so sal ick oock het gantsche zaet Israëls verwerpen, [122] om alles dat sy gedaen hebben, spreeckt de HEERE.",
   "text2026": "Zo zegt JAHWEH: Als de hemelen daarboven gemeten, en de fundamenten van de aarde beneden doorgrond kunnen worden, zo zal Ik ook het hele zaad van Israël verwerpen, om alles, wat zij gedaan hebben, spreekt JAHWEH.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "122",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "122 om alles: Dat is, om hunner zonden wil, dewijl die omdes Messias' wil vergeven en vergeten zullen zijn, boven vers 34. De Heere wil zeggen dat Hij hen geenszins daarom zal verwerpen. Jeremia 31:34: En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken.",
     "text1637": "D. om harer sonden wille, dewijle die om des Messie wille vergeven ende vergeten sullen zijn. bov. vers 34. de Heere wil seggen, dat hyse geensins daerom en sal verwerpen.",
     "text2026": "122 om alles: Dat is, om hun zonden wil, omdat die omdes Messias' wil vergeven en vergeten zullen zijn, boven vers 34. De Heer wil zeggen dat Hij hen in geen geval daarom zal verwerpen. Jeremia 31:34: En zij zullen niet meer, een iedereen zijn naaste, en een iedereen zijn broer, leren, zeggende: Kent JAHWEH! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt JAHWEH; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hun zonden niet meer gedenken."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כֹּ֣ה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֣ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֗ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אִם",
     "strongs": "H518",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "יִמַּ֤דּוּ",
     "strongs": "H4058",
     "morph": "HVNi3mp"
    },
    {
     "woord": "שָׁמַ֨יִם֙",
     "strongs": "H8064",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "מִ/לְ/מַ֔עְלָ/ה",
     "strongs": "H4605",
     "morph": "HR/R/D/Sd"
    },
    {
     "woord": "וְ/יֵחָקְר֥וּ",
     "strongs": "H2713",
     "morph": "HC/VNi3mp"
    },
    {
     "woord": "מֽוֹסְדֵי",
     "strongs": "H4146",
     "morph": "HNcbpc"
    },
    {
     "woord": "אֶ֖רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/מָ֑טָּה",
     "strongs": "H4295",
     "morph": "HR/D"
    },
    {
     "woord": "גַּם",
     "strongs": "H1571",
     "morph": "HTa"
    },
    {
     "woord": "אֲנִ֞י",
     "strongs": "H589",
     "morph": "HPp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶמְאַ֨ס",
     "strongs": "H3988",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/כָל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "זֶ֧רַע",
     "strongs": "H2233",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֛ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "עַֽל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "עָשׂ֖וּ",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָֽה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "Zo zegt JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Als de hemelen daarboven gemeten, en de fundamenten van de aarde beneden doorgrond kunnen worden, zo zal Ik ook het hele zaad van Israël verwerpen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"122\">122</sup> om alles, wat zij gedaan hebben, spreekt JAHWEH.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Zo zegt de HEERE: Indien de hemelen daarboven gemeten, en de fondamenten der aarde beneden doorgrond kunnen worden, zo zal Ik ook het ganse zaad Israëls verwerpen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"122\">122</sup> om alles, wat zij gedaan hebben, spreekt de HEERE.",
   "text1637_html": "Soo seyt de HEERE; Indien de hemelen daer boven, gemeten, ende de fondamente<i>n</i> der aerde beneden, doorgrondt konnen worden; so sal ick oock het gantsche zaet Israëls verwerpen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"122\">122</sup> om alles dat sy gedaen hebben, spreeckt de HEERE.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE: Indien",
     "new": "JAHWEH: Als",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "fondamenten der",
     "new": "fundamenten van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "ganse",
     "new": "hele",
     "principe": "V3"
    },
    {
     "old": "Israëls",
     "new": "van Israël",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "de HEERE.",
     "new": "JAHWEH.",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 38,
   "textSV1888": "Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat deze stad den HEERE zal herbouwd worden, van den toren Hananeel af tot aan de Hoekpoort.",
   "text1637": "Siet, de dagen komen, spreeckt de HEERE; dat dese stadt den HEERE sal herbouwt worden, van den toren [123] Hananeël af tot aen de [124] hoeck-poorte.",
   "text2026": "Zie, de dagen komen, spreekt JAHWEH, dat deze stad voor JAHWEH zal herbouwd worden, van de toren Hananeel af tot aan de Hoekpoort.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "123",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie Neh. 3:1, en vergelijk Zach. 2:1, 2:2, 2:3, 2:4, en Zach. 14:10, enz. Nehemia 3:1: En Eljasib, de hogepriester, maakte zich op met zijn broederen, de priesteren, en zij bouwden de Schaapspoort; zij heiligden ze, en richtten haar deuren op; ja, zij heiligden ze tot aan den toren Mea, tot aan den toren Hananeël. Zacharia 2:1: Wederom hief ik mijn ogen op, en ik zag; en ziet, er was een man, en in zijn hand was een meetsnoer. Zacharia 2:2: En ik zeide: Waar gaat gij henen? En hij zeide tot mij: Om Jeruzalem te meten; om te zien, hoe groot haar breedte, en hoe groot haar lengte wezen zal. Zacharia 2:3: En ziet, de Engel, Die met mij sprak, ging uit; en een andere Engel ging uit, hem tegemoet. Zacharia 2:4: En hij zeide tot hem: Loop, spreek dezen jongeling aan, zeggende: Jeruzalem zal dorpsgewijze bewoond worden, vanwege de veelheid der mensen en der beesten, die in het midden derzelve wezen zal. Zacharia 14:10: Dit ganse land zal rondom als een vlak veld gemaakt worden, van Geba tot Rimmon toe, zuidwaarts van Jeruzalem; en zij zal verhoogd en bewoond worden in haar plaats; van de poort van Benjamin af, tot aan de plaats van de eerste poort, tot aan de Hoekpoort toe; en van den toren van Hananeel, tot aan des konings wijnbakken toe.",
     "text1637": "Siet Neh. 3.1. ende vergel. Zach. 2.1, 2, 3, 4. ende 14.10. etc.",
     "text2026": "Zie Neh. 3:1, en vergelijk Zach. 2:1, 2:2, 2:3, 2:4, en Zach. 14:10, enz. Nehemia 3:1: En Eljasib, de hogepriester, maakte zich op met zijn broers, de priesters, en zij bouwden de Schaapspoort; zij heiligden ze, en richtten haar deuren op; ja, zij heiligden ze tot aan de toren Mea, tot aan de toren Hananeël. Zacharia 2:1: Opnieuw hief ik mijn ogen op, en ik zag; en ziet, er was een man, en in zijn hand was een meetsnoer. Zacharia 2:2: En ik zei: Waar gaat u heen? En hij zei tot mij: Om Jeruzalem te meten; om te zien, hoe groot haar breedte, en hoe groot haar lengte wezen zal. Zacharia 2:3: En ziet, de Engel, Die met mij sprak, ging uit; en een andere Engel ging uit, hem tegemoet. Zacharia 2:4: En hij zei tot hem: Loop, spreek deze jongeling aan, zeggende: Jeruzalem zal dorpsgewijze bewoond worden, vanwege de veelheid van de mensen en van de beesten, die in het midden derzelve wezen zal. Zacharia 14:10: Dit gehele land zal rondom als een vlak veld gemaakt worden, van Geba tot Rimmon toe, zuidwaarts van Jeruzalem; en zij zal verhoogd en bewoond worden in haar plaats; van de poort van Benjamin af, tot aan de plaats van de eerste poort, tot aan de Hoekpoort toe; en van de toren van Hananeel, tot aan van de koning wijnbakken toe."
    },
    {
     "marker": "124",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie 2 Kon. 14:13. 2 Koningen 14:13: En Joas, de koning van Israël, greep Amazia, den koning van Juda, den zoon van Joas, den zoon van Ahazia, te Beth-semes, en kwam te Jeruzalem; en hij brak aan den muur van Jeruzalem, van de poort van Efraïm tot aan de Hoekpoort, vierhonderd ellen.",
     "text1637": "Siet 2.Reg. 14. op vers 13.",
     "text2026": "Zie 2 Kon. 14:13. 2 Koningen 14:13: En Joas, de koning van Israël, greep Amazia, de koning van Juda, de zoon van Joas, de zoon van Ahazia, te Beth-semes, en kwam te Jeruzalem; en hij brak aan de muur van Jeruzalem, van de poort van Efraïm tot aan de Hoekpoort, vierhonderd ellen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הִנֵּ֛ה",
     "strongs": "H2009",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "יָמִ֥ים",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֑ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/נִבְנְתָ֤ה",
     "strongs": "H1129",
     "morph": "HC/VNq3fs"
    },
    {
     "woord": "הָ/עִיר֙",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "לַֽ/יהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "מִ/מִּגְדַּ֥ל",
     "strongs": "H4026",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "חֲנַנְאֵ֖ל",
     "strongs": "H2606",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "שַׁ֥עַר",
     "strongs": "H8179",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/פִּנָּֽה",
     "strongs": "H6438",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Zie, de dagen komen, spreekt JAHWEH, dat deze stad voor JAHWEH zal herbouwd worden, van de toren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"123\">123</sup> Hananeel af tot aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"124\">124</sup> Hoekpoort.",
   "textSV1888_html": "Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat deze stad den HEERE zal herbouwd worden, van den toren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"123\">123</sup> Hananeel af tot aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"124\">124</sup> Hoekpoort.",
   "text1637_html": "Siet, de dagen komen, spreeckt de HEERE; dat dese stadt den HEERE sal herbouwt worde<i>n</i>, van den toren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"123\">123</sup> Hananeël af tot aen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"124\">124</sup> hoeck-poorte.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Ziet,",
     "new": "Zie,",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "de HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "den HEERE",
     "new": "voor JAHWEH",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 39,
   "textSV1888": "En het meetsnoer zal wijders nevens dezelve uitgaan tot aan den heuvel Gareb, en zich naar Goath omwenden.",
   "text1637": "Ende [125] het meet-snoer sal wijders neffens [126] de selve uytgaen tot aen den heuvel [127] Gareb: ende sich nae [128] Goath omwenden.",
   "text2026": "En het meetsnoer zal verder daarnaast uitgaan tot aan de heuvel Gareb, en zich naar Goath omwenden.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "125",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "125 het meetsnoer: Anders: haar meetsnoer; te weten der stad.",
     "text1637": "And. haer meet-snoer. T.w. der stadt.",
     "text2026": "125 het meetsnoer: Anders: haar meetsnoer; te weten van de stad."
    },
    {
     "marker": "126",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hoekpoort.",
     "text1637": "Hoeckpoorte.",
     "text2026": "Hoekpoort."
    },
    {
     "marker": "127",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, des grindigen, of schurften, alzo [naar sommiger gevoelen] genoemd, omdat aldaar de grindige en andere onreine mensen moesten wonen, buiten de stad bij de gerechtplaats; zodat de stad veel wijder en groter zou gebouwd worden dan tevoren.",
     "text1637": "D. des grindigen, ofte, schurfden, alsoo (nae sommiger gevoelen) genoemt, om dat aldaer de grindige, ende andere onreyne menschen moesten woonen, buyten de stadt by de gericht-plaetse: so dat de stadt veel wijder ende grooter soude gebouwt worden, als te vooren.",
     "text2026": "Dat is, van de grindigen, of schurften, zo [naar sommiger gevoelen] genoemd, omdat daar de grindige en andere onreine mensen moesten wonen, buiten de stad bij de gerechtplaats; zodat de stad veel wijder en groter zou gebouwd worden dan tevoren."
    },
    {
     "marker": "128",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dit houden sommigen voor een hogen berg in het uiterste deel der stad Davids, tegen het westen en het zuiden.",
     "text1637": "Dit houden sommige voor eenen hoogen berch in’t uyterste deel der stadt Davids, tegen’t Westen ende Suyden.",
     "text2026": "Dit houden sommigen voor een hoge berg in het uiterste deel van de stad van David, tegen het westen en het zuiden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/יָצָ֨א",
     "strongs": "H3318",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    },
    {
     "woord": "ע֜וֹד",
     "strongs": "H5750",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "קוה",
     "strongs": "H6961",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/מִּדָּה֙",
     "strongs": "H4060",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "נֶגְדּ֔/וֹ",
     "strongs": "H5048",
     "morph": "HR/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "עַ֖ל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "גִּבְעַ֣ת",
     "strongs": "H1389",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "גָּרֵ֑ב",
     "strongs": "H1619",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/נָסַ֖ב",
     "strongs": "H5437",
     "morph": "HC/VNq3ms"
    },
    {
     "woord": "גֹּעָֽתָ/ה",
     "strongs": "H1601",
     "morph": "HNp/Sd"
    }
   ],
   "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"125\">125</sup> het meetsnoer zal verder daarnaast<sup class=\"note-marker\" data-note=\"126\">126</sup> uitgaan tot aan de heuvel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"127\">127</sup> Gareb, en zich naar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"128\">128</sup> Goath omwenden.",
   "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"125\">125</sup> het meetsnoer zal wijders nevens<sup class=\"note-marker\" data-note=\"126\">126</sup> dezelve uitgaan tot aan den heuvel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"127\">127</sup> Gareb, en zich naar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"128\">128</sup> Goath omwenden.",
   "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"125\">125</sup> het meet-snoer sal wijders neffens <sup class=\"note-marker\" data-note=\"126\">126</sup> de selve uytgaen tot aen den heuvel <sup class=\"note-marker\" data-note=\"127\">127</sup> Gareb: ende sich nae <sup class=\"note-marker\" data-note=\"128\">128</sup> Goath omwenden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "wijders nevens dezelve",
     "new": "verder daarnaast",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 40,
   "textSV1888": "En het ganse dal der dode lichamen en der as, en al de velden tot aan de beek Kidron, tot aan den hoek van de Paardenpoort tegen het oosten, zal den HEERE een heiligheid zijn; er zal niets weder uitgerukt, noch afgebroken worden in eeuwigheid.",
   "text1637": "Ende het gantsche dal der [129] doode lichamen, ende der assche, ende alle de velden tot aen de beke [130] Kidron, tot aen den hoeck van de [131] Peerts-poorte tegen ’t oosten, sal den HEERE eene [132] heylicheyt zijn: daer en sal [133] niets weder uytgeruckt, noch afgebroken worden in eeuwicheyt.",
   "text2026": "En het hele dal van de dode lichamen en van de as, en al de velden tot aan de beek Kidron, tot aan de hoek van de Paardenpoort tegen het oosten, zal JAHWEH een heiligheid zijn; er zal niets weer uitgerukt, noch afgebroken worden in eeuwigheid.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "129",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "129 dal der dode lichamen: Hierdoor kan men verstaan het dal Hinnoms, waar de kinderen tot as verbrand werden (zie boven Jer. 7:31); of ene plaats voor de dode lichamen der misdadigers; idem, de velden buiten de Mistpoort. De zin is dat de kerk Gods zal zijn ter plaatse, waar tevoren allerlei heidense gruwelen en onreinigheden gepleegd zijn. Jeremia 7:31: En zij hebben gebouwd de hoogten van Tofeth, dat in het dal des zoons van Hinnom is, om hun zonen en hun dochteren met vuur te verbranden; hetwelk Ik niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen.",
     "text1637": "Hier door kanmen verstaen het dal Hinnoms, daer de kinderen tot assche verbrandt wierden: (Siet bov. 7.31.) ofte, eene plaetse voor de doode lichamen der misdadigen. item de velden buyten de mist-poorte. de sin is, dat de kercke Godts sal zijn ter plaetsen, daer te vooren allerley heydensche grouwelen ende onreynicheden gepleegt zijn.",
     "text2026": "129 dal van de dode lichamen: Hierdoor kan men verstaan het dal Hinnoms, waar de kinderen tot as verbrand werden (zie boven Jer. 7:31); of ene plaats voor de dode lichamen van de misdadigers; idem, de velden buiten de Mistpoort. De zin is dat de kerk van God zal zijn ter plaatse, waar tevoren allerlei heidense gruwelen en onreinigheden gepleegd zijn. Jeremia 7:31: En zij hebben gebouwd de hoogten van Tofeth, dat in het dal van de zoon van Hinnom is, om hun zonen en hun dochters met vuur te verbranden; dat Ik niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen."
    },
    {
     "marker": "130",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie 2 Sam. 15:23. 2 Samuël 15:23: En het ganse land weende met luider stem, als al het volk overging; ook ging de koning over de beek Kidron, en al het volk ging over, recht naar den weg der woestijn.",
     "text1637": "Siet 2.Sam. 15. op vers 23.",
     "text2026": "Zie 2 Sam. 15:23. 2 Samuël 15:23: En het gehele land weende met luide stem, als al het volk overging; ook ging de koning over de beek Kidron, en al het volk ging over, recht naar de weg van de woestijn."
    },
    {
     "marker": "131",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie Neh. 3:28. Nehemia 3:28: Van boven de Paardenpoort verbeterden de priesteren, een iegelijk tegenover zijn huis.",
     "text1637": "Siet Nehem. 3.28.",
     "text2026": "Zie Neh. 3:28. Nehemia 3:28: Van boven de Paardenpoort verbeterden de priesters, een iedereen tegenover zijn huis."
    },
    {
     "marker": "132",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "132 een heiligheid zijn: Dat is, zeer heilig.",
     "text1637": "D. seer heylich.",
     "text2026": "132 een heiligheid zijn: Dat is, zeer heilig."
    },
    {
     "marker": "133",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "133 niets weder uitgerukt: Hieruit blijkt dat deze profetie niet gaat op het herbouwde aardse Jeruzalem (dat van de Romeinen is verwoest) maar op het geestelijke, te weten Gods kerk. Vergelijk Ezech. 48:35. Ezechiël 48:35: Rondom achttien duizend; en de naam der stad zal van dien dag af zijn: DE HEERE IS ALDAAR.",
     "text1637": "Hier uyt blijckt dat dese Prophetye niet en gae op het herbouwde aerdsche Ierusalem (dat van de Romeynen is verwoest) maer op het geestelicke, T.w. Godts kercke. Vergel. Ezech. 48.35. etc.",
     "text2026": "133 niets weer uitgerukt: Hieruit blijkt dat deze profetie niet gaat op het herbouwde aardse Jeruzalem (dat van de Romeinen is verwoest) maar op het geestelijke, te weten Gods kerk. Vergelijk Ez. 48:35. Ezechiël 48:35: Rondom achttien duizend; en de naam van de stad zal van die dag af zijn: DE JAHWEH IS ALDAAR."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/כָל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HC/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "הָ/עֵ֣מֶק",
     "strongs": "H6010",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/פְּגָרִ֣ים",
     "strongs": "H6297",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הַ/דֶּ֡שֶׁן",
     "strongs": "H1880",
     "morph": "HC/Td/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/כָֽל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HC/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "ה/שרמות",
     "strongs": "H8309",
     "morph": "HTd/Ncfpa"
    },
    {
     "woord": "עַד",
     "strongs": "H5704",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "נַ֨חַל",
     "strongs": "H5158",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "קִדְר֜וֹן",
     "strongs": "H6939",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "עַד",
     "strongs": "H5704",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "פִּנַּ֨ת",
     "strongs": "H6438",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "שַׁ֤עַר",
     "strongs": "H8179",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/סּוּסִים֙",
     "strongs": "H5483",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "מִזְרָ֔חָ/ה",
     "strongs": "H4217",
     "morph": "HNcmsa/Sd"
    },
    {
     "woord": "קֹ֖דֶשׁ",
     "strongs": "H6944",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "לַֽ/יהוָ֑ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "לֹֽא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "יִנָּתֵ֧שׁ",
     "strongs": "H5428",
     "morph": "HVNi3ms"
    },
    {
     "woord": "וְֽ/לֹא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "יֵהָרֵ֛ס",
     "strongs": "H2040",
     "morph": "HVNi3ms"
    },
    {
     "woord": "ע֖וֹד",
     "strongs": "H5750",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "לְ/עוֹלָֽם",
     "strongs": "H5769",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "En het hele dal van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"129\">129</sup> de dode lichamen en van de as, en al de velden tot aan de beek<sup class=\"note-marker\" data-note=\"130\">130</sup> Kidron, tot aan de hoek van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"131\">131</sup> Paardenpoort tegen het oosten, zal JAHWEH een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"132\">132</sup> heiligheid zijn; er zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"133\">133</sup> niets weer uitgerukt, noch afgebroken worden in eeuwigheid.",
   "textSV1888_html": "En het ganse dal der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"129\">129</sup> dode lichamen en der as, en al de velden tot aan de beek<sup class=\"note-marker\" data-note=\"130\">130</sup> Kidron, tot aan den hoek van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"131\">131</sup> Paardenpoort tegen het oosten, zal den HEERE een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"132\">132</sup> heiligheid zijn; er zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"133\">133</sup> niets weder uitgerukt, noch afgebroken worden in eeuwigheid.",
   "text1637_html": "Ende het gantsche dal der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"129\">129</sup> doode lichamen, ende der assche, ende alle de velden tot aen de beke <sup class=\"note-marker\" data-note=\"130\">130</sup> Kidron, tot aen den hoeck van de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"131\">131</sup> Peerts-poorte tegen ’t oosten, sal den HEERE eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"132\">132</sup> heylicheyt zijn: daer en sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"133\">133</sup> niets weder uytgeruckt, noch afgebroken worden in eeuwicheyt.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "ganse",
     "new": "hele",
     "principe": "V3"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "den HEERE",
     "new": "JAHWEH",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "weder",
     "new": "weer",
     "principe": "V66"
    }
   ]
  }
 ],
 "chapterIntro": {
  "text1637": "Vorder prophetye (onder het voorbeelt van de verlossinge uyt de Babylonische gevanckenisse) van de vergaderinge, oprichtinge, ende segeningen der algemeyne kercke der uytverkoren Ioden ende heydenen, door den Messiam Iesum Christum, vers 1, etc. van’t nieuw genaden-verbont, 31. Van de vasticheyt ende uytbreydinge der kercke, 35.",
  "text2026": "Verdere profetie (onder het voorbeeld van de verlossing uit de Babylonische gevangenschap) over de vergadering, oprichting en zegeningen van de algemene kerk van de uitverkoren Joden en heidenen, door de Messias Jezus Christus, vers 1, enz. over het nieuwe genadeverbond, 31. Over de vastheid en uitbreiding van de kerk, 35."
 }
}
