{
 "number": 32,
 "verses": [
  {
   "number": 1,
   "textSV1888": "Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadnezar.",
   "text1637": "HEt [1] woort, dat tot Ieremia geschiet is van den HEERE; in’t tiende jaer van Zedekia, Coninck van Iuda: Dit jaer was het achtiende jaer van Nebucadrezar.",
   "text2026": "Het woord, dat tot Jeremia gebeurd is van JAHWEH, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadnezar.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "1",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat in vers 7 verhaald wordt. Jeremia 32:7: Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want gij hebt het recht van lossing, om te kopen.",
     "text1637": "Dat in’t volgende vers 7. verhaelt wort.",
     "text2026": "Dat in vers 7 verhaald wordt. Jeremia 32:7: Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want u hebt het recht van lossing, om te kopen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הַ/דָּבָ֞ר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "הָיָ֤ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶֽל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "יִרְמְיָ֨הוּ֙",
     "strongs": "H3414",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אֵ֣ת",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR/R"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "ב/שנת",
     "strongs": "H8141",
     "morph": "HRd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "הָ/עֲשִׂרִ֔ית",
     "strongs": "H6224",
     "morph": "HTd/Aofsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/צִדְקִיָּ֖הוּ",
     "strongs": "H6667",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "מֶ֣לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֑ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הִ֧יא",
     "strongs": "H1931",
     "morph": "HPp3fs"
    },
    {
     "woord": "הַ/שָּׁנָ֛ה",
     "strongs": "H8141",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "שְׁמֹנֶֽה",
     "strongs": "H8083",
     "morph": "HAcfsa"
    },
    {
     "woord": "עֶשְׂרֵ֥ה",
     "strongs": "H6240",
     "morph": "HAcfsa"
    },
    {
     "woord": "שָׁנָ֖ה",
     "strongs": "H8141",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "לִ/נְבֽוּכַדְרֶאצַּֽר",
     "strongs": "H5019",
     "morph": "HR/Np"
    }
   ],
   "text2026_html": "Het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> woord, dat tot Jeremia gebeurd is van JAHWEH, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadnezar.",
   "textSV1888_html": "Het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadnezar.",
   "text1637_html": "HEt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> woort, dat tot Ieremia geschiet is van den HEERE; in’t tiende jaer van Zedekia, Coninck van Iuda: Dit jaer was het achtiende jaer van Nebucadrezar.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "geschied",
     "new": "gebeurd",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "den HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 2,
   "textSV1888": "(Het heir nu des konings van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof der bewaring, dat in het huis des konings van Juda is.",
   "text1637": "(Het heyr nu des Conincx van Babel belegerde doe Ierusalem: ende de Propheet Ieremia was besloten in het [2] voorhof der bewaringe, dat in’t huys des Conincx van Iuda is.",
   "text2026": "(Het leger nu van de koning van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof van de bewaring, dat in het huis van de koning van Juda is.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "2",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "2 voorhof der bewaring: Alzo onder vers 8, 32:12 en Jer. 33:1, en Jer. 37:21. Vergelijk Neh. 12:39. Dit was een milder, ruimer en vrijer gevangenis dan het gevangenhuis. Zie onder Jer. 37:15, 37:18, 37:20, 37:21. Jeremia 32:8: Alzo kwam Hanameel, mijns ooms zoon, naar des HEEREN woord, tot mij, in het voorhof der bewaring, en zeide tot mij: Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht, en gij hebt de lossing, koop het voor u. Toen merkte ik, dat het des HEEREN woord was. Jeremia 32:12: En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten. Jeremia 33:1: Voorts geschiedde des HEEREN woord ten tweeden male tot Jeremia, als hij nog in het voorhof der bewaring was opgesloten, zeggende: Jeremia 37:21: Toen gaf de koning Zedekia bevel; en zij bestelden Jeremia in het voorhof der bewaring, en men gaf hem des daags een bol broods uit de Bakkerstraat, totdat al het brood van de stad op was. Alzo bleef Jeremia in het voorhof der bewaring. Nehemia 12:39: En van boven de poort van Efraïm, en boven de Oude poort, en boven de Vispoort, en den toren Hananeël, en den toren Mea, tot aan de Schaapspoort, en zij bleven staan in de Gevangenpoort. Jeremia 37:15: En de vorsten werden zeer toornig op Jeremia en sloegen hem; en zij stelden hem in het gevangenhuis, ten huize van Jonathan, den schrijver; want zij hadden dat tot een gevangenhuis gemaakt. Jeremia 37:18: Voorts zeide Jeremia tot den koning Zedekia: Wat heb ik tegen u, of tegen uw knechten, of tegen dit volk gezondigd, dat gijlieden mij in het gevangenhuis gesteld hebt? Jeremia 37:20: Nu dan, hoor toch, o mijn heer koning! laat toch mijn smeking voor uw aangezicht nedervallen, en breng mij niet weder in het huis van Jonathan, den schrijver, opdat ik aldaar niet sterve. Jeremia 37:21: Toen gaf de koning Zedekia bevel; en zij bestelden Jeremia in het voorhof der bewaring, en men gaf hem des daags een bol broods uit de Bakkerstraat, totdat al het brood van de stad op was. Alzo bleef Jeremia in het voorhof der bewaring.",
     "text1637": "Alsoo ond. vers 8, 12. ende 33.1. ende 37.21. Vergel. Nehem. 12.39. dit was een milder, ruymer, ende vryer gevanckenisse, als ’t gevangenhuys. siet ond. 37.15, 18, 20, 21.",
     "text2026": "2 voorhof van de bewaring: Zo onder vers 8, 32:12 en Jer. 33:1, en Jer. 37:21. Vergelijk Neh. 12:39. Dit was een milder, ruimer en vrijer gevangenis dan het gevangenhuis. Zie onder Jer. 37:15, 37:18, 37:20, 37:21. Jeremia 32:8: Zo kwam Hanameel, mijn ooms zoon, naar het woord van JAHWEH, tot mij, in het voorhof van de bewaring, en zei tot mij: Koop toch mijn veld, dat is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want u hebt het erfrecht, en u hebt de lossing, koop het voor u. Toen merkte ik, dat dit het woord van JAHWEH was. Jeremia 32:12: En ik gaf de koopbrief aan Baruch, de zoon van Nerija, de zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijn ooms zoon, en voor de ogen van de getuigen die de koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof van de bewaring zaten. Jeremia 33:1: Verder geschiedde van JAHWEH woord ten tweede male tot Jeremia, als hij nog in het voorhof van de bewaring was opgesloten, zeggende: Jeremia 37:21: Toen gaf de koning Zedekia bevel; en zij bestelden Jeremia in het voorhof van de bewaring, en men gaf hem van de dag een bol broods uit de Bakkerstraat, totdat al het brood van de stad op was. Zo bleef Jeremia in het voorhof van de bewaring. Nehemia 12:39: En van boven de poort van Efraïm, en boven de Oude poort, en boven de Vispoort, en de toren Hananeël, en de toren Mea, tot aan de Schaapspoort, en zij bleven staan in de Gevangenpoort. Jeremia 37:15: En de vorsten werden zeer toornig op Jeremia en sloegen hem; en zij stelden hem in het gevangenhuis, in het huis van Jonathan, de schrijver; want zij hadden dat tot een gevangenhuis gemaakt. Jeremia 37:18: Verder zei Jeremia tot de koning Zedekia: Wat heb ik tegen u, of tegen uw knechten, of tegen dit volk gezondigd, dat u mij in het gevangenhuis gesteld hebt? Jeremia 37:20: Nu dan, hoor toch, o mijn heer koning! laat toch mijn smeking voor uw aangezicht nedervallen, en breng mij niet weer in het huis van Jonathan, de schrijver, opdat ik daar niet sterve. Jeremia 37:21: Toen gaf de koning Zedekia bevel; en zij bestelden Jeremia in het voorhof van de bewaring, en men gaf hem van de dag een bol broods uit de Bakkerstraat, totdat al het brood van de stad op was. Zo bleef Jeremia in het voorhof van de bewaring."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/אָ֗ז",
     "strongs": "H227",
     "morph": "HC/D"
    },
    {
     "woord": "חֵ֚יל",
     "strongs": "H2428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "מֶ֣לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֔ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "צָרִ֖ים",
     "strongs": "H6696",
     "morph": "HVqrmpa"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "יְרוּשָׁלִָ֑ם",
     "strongs": "H3389",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/יִרְמְיָ֣הוּ",
     "strongs": "H3414",
     "morph": "HC/Np"
    },
    {
     "woord": "הַ/נָּבִ֗יא",
     "strongs": "H5030",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הָיָ֤ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "כָלוּא֙",
     "strongs": "H3607",
     "morph": "HVqsmsa"
    },
    {
     "woord": "בַּ/חֲצַ֣ר",
     "strongs": "H2691",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/מַּטָּרָ֔ה",
     "strongs": "H4307",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֖ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "בֵּֽית",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "מֶ֥לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָֽה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "(Het leger nu van de koning van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> voorhof van de bewaring, dat in het huis van de koning van Juda is.",
   "textSV1888_html": "(Het heir nu des konings van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> voorhof der bewaring, dat in het huis des konings van Juda is.",
   "text1637_html": "(Het heyr nu des Conincx van Babel belegerde doe Ierusalem: ende de Propheet Ieremia was besloten in het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> voorhof der bewaringe, dat in’t huys des Conincx van Iuda is.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "heir",
     "new": "leger",
     "principe": "O2"
    },
    {
     "old": "des konings",
     "new": "van de koning",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "des konings",
     "new": "van de koning",
     "principe": "N3"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 3,
   "textSV1888": "Want Zedekia, de koning van Juda, had hem besloten, zeggende: Waarom profeteert gij, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze innemen;",
   "text1637": "Want Zedekia de Coninck van Iuda hadde hem besloten, seggende: Waerom propheteert ghy, seggende; Soo seyt de HEERE; Siet ick geve dese stadt in de hant des Conincx van Babel, ende hy salse innemen.",
   "text2026": "Want Zedekia, de koning van Juda, had hem besloten, zeggende: Waarom profeteert u, zeggende: Zo zegt JAHWEH: Zie, Ik geef deze stad in de hand van de koning van Babel, en hij zal ze innemen;",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "כְּלָא֔/וֹ",
     "strongs": "H3607",
     "morph": "HVqp3ms/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "צִדְקִיָּ֥הוּ",
     "strongs": "H6667",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֖ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹ֑ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "מַדּוּעַ֩",
     "strongs": "H4069",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "אַתָּ֨ה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HPp2ms"
    },
    {
     "woord": "נִבָּ֜א",
     "strongs": "H5012",
     "morph": "HVNrmsa"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹ֗ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "כֹּ֚ה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֣ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הִנְ/נִ֨י",
     "strongs": "H2005",
     "morph": "HTm/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "נֹתֵ֜ן",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqrmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הָ/עִ֥יר",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֹּ֛את",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HTd/Pdxfs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/יַ֥ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֖ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וּ/לְכָדָֽ/הּ",
     "strongs": "H3920",
     "morph": "HC/Vqq3ms/Sp3fs"
    }
   ],
   "text2026_html": "Want Zedekia, de koning van Juda, had hem besloten, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>Waarom profeteert u, zeggende: Zo zegt JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik geef deze stad in de hand van de koning van Babel, en hij zal ze innemen;</i></span></i></span>",
   "text1637_html": "Want Zedekia de Coninck van Iuda hadde hem besloten, seggende: Waerom propheteert ghy, seggende; Soo seyt de HEERE; Siet ick geve dese stadt in de hant des Conincx van Babel, ende hy salse innemen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "gij,",
     "new": "u,",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "de HEERE: Ziet,",
     "new": "JAHWEH: Zie,",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "des konings",
     "new": "van de koning",
     "principe": "N3"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 4,
   "textSV1888": "En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand der Chaldeeën niet ontkomen; maar hij zal zekerlijk gegeven worden in de hand des konings van Babel, en zijn mond zal tot deszelfs mond spreken, en zijn ogen zullen deszelfs ogen zien;",
   "text1637": "Ende Zedekia, de Coninck van Iuda, en sal van de hant der [3] Chaldeen niet ontkomen: maer [a] hy sal [4] sekerlick gegeven worden in de hant des Conincx van Babel, ende [5] sijn mont sal tot des selven mont spreken, ende sijne oogen sullen des selven oogen sien.",
   "text2026": "En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand van de Chaldeeën niet ontkomen; maar hij zal zeker gegeven worden in de hand van de koning van Babel, en zijn mond zal tot diens mond spreken, en zijn ogen zullen diens ogen zien;",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "3",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "3 Chaldeeën niet ontkomen: Babyloniërs.",
     "text1637": "Babyloniers.",
     "text2026": "3 Chaldeeën niet ontkomen: Babyloniërs."
    },
    {
     "marker": "4",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebreeuws, gegeven wordende gegeven worden.",
     "text1637": "Hebr. gegeven wordende gegeven worden.",
     "text2026": "Hebreeuws, gegeven wordende gegeven worden."
    },
    {
     "marker": "5",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "5 zijn mond: Dat is, zij zullen mond voor mond [gelijk men zegt] of mondeling met elkander spreken; vergelijk onder Jer. 34:3, 34:4, en zie de vervulling Jer. 39:5, enz. en Jer. 52:9. Jeremia 34:3: En gij zult van zijn hand niet ontkomen, maar zekerlijk gegrepen, en in zijn hand gegeven worden; en uw ogen zullen de ogen des konings van Babel zien, en zijn mond zal tot uw mond spreken, en gij zult te Babel komen. Jeremia 34:4: Maar hoor des HEEREN woord, o Zedekia, koning van Juda! zo zegt de HEERE van u: Gij zult door het zwaard niet sterven. Jeremia 39:5: Doch het heir der Chaldeeën jaagde hen achterna; en zij achterhaalden Zedekia in de vlakke velden van Jericho, en vingen hem, en brachten hem opwaarts tot Nebukadrezar, den koning van Babel, naar Ribla, in het land van Hamath; die sprak oordelen tegen hem uit. Jeremia 52:9: Zij dan grepen den koning, en voerden hem opwaarts tot den koning van Babel naar Ribla, in het land van Hamath; die sprak oordelen tegen hem.",
     "text1637": "D. sy sullen mont voor mont (alsmen seyt) ofte mondelick met malkanderen spreken. Verg. ond. 34.3, 4. ende siet de vervullinge cap. 39.5. etc. ende 52.9.",
     "text2026": "5 zijn mond: Dat is, zij zullen mond voor mond [gelijk men zegt] of mondeling met elkaar spreken; vergelijk onder Jer. 34:3, 34:4, en zie de vervulling Jer. 39:5, enz. en Jer. 52:9. Jeremia 34:3: En u zult van zijn hand niet ontkomen, maar zekerlijk gegrepen, en in zijn hand gegeven worden; en uw ogen zullen de ogen van de koning van Babel zien, en zijn mond zal tot uw mond spreken, en u zult te Babel komen. Jeremia 34:4: Maar hoor van JAHWEH woord, o Zedekia, koning van Juda! zo zegt JAHWEH van u: U zult door het zwaard niet sterven. Jeremia 39:5: Maar het legermacht van de Chaldeeën jaagde hen achterna; en zij achterhaalden Zedekia in de vlakke velden van Jericho, en vingen hem, en brachten hem opwaarts tot Nebukadrezar, de koning van Babel, naar Ribla, in het land van Hamath; die sprak oordelen tegen hem uit. Jeremia 52:9: Zij dan grepen de koning, en voerden hem opwaarts tot de koning van Babel naar Ribla, in het land van Hamath; die sprak oordelen tegen hem."
    },
    {
     "marker": "a",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 34:3. Jeremia 34:3: En gij zult van zijn hand niet ontkomen, maar zekerlijk gegrepen, en in zijn hand gegeven worden; en uw ogen zullen de ogen des konings van Babel zien, en zijn mond zal tot uw mond spreken, en gij zult te Babel komen.",
     "text1637": "Ierem. 34.3",
     "text2026": "Jer. 34:3. Jeremia 34:3: En u zult van zijn hand niet ontkomen, maar zekerlijk gegrepen, en in zijn hand gegeven worden; en uw ogen zullen de ogen van de koning van Babel zien, en zijn mond zal tot uw mond spreken, en u zult te Babel komen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/צִדְקִיָּ֨הוּ֙",
     "strongs": "H6667",
     "morph": "HC/Np"
    },
    {
     "woord": "מֶ֣לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֔ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "יִמָּלֵ֖ט",
     "strongs": "H4422",
     "morph": "HVNi3ms"
    },
    {
     "woord": "מִ/יַּ֣ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/כַּשְׂדִּ֑ים",
     "strongs": "H3778",
     "morph": "HTd/Np"
    },
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "הִנָּתֹ֤ן",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVNa"
    },
    {
     "woord": "יִנָּתֵן֙",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVNi3ms"
    },
    {
     "woord": "בְּ/יַ֣ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֔ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/דִבֶּר",
     "strongs": "H1696",
     "morph": "HC/Vpq3ms"
    },
    {
     "woord": "פִּ֣י/ו",
     "strongs": "H6310",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "עִם",
     "strongs": "H5973",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "פִּ֔י/ו",
     "strongs": "H6310",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/עֵינָ֖י/ו",
     "strongs": "H5869",
     "morph": "HC/Ncbdc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "עינ/ו",
     "strongs": "H5869",
     "morph": "HNcbdc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "תִּרְאֶֽינָה",
     "strongs": "H7200",
     "morph": "HVqi3fp"
    }
   ],
   "text2026_html": "En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> de Chaldeeën niet ontkomen; maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> zeker gegeven worden in de hand van de koning van Babel, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> zijn mond zal tot diens mond spreken, en zijn ogen zullen diens ogen zien;",
   "textSV1888_html": "En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Chaldeeën niet ontkomen; maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> zekerlijk gegeven worden in de hand des konings van Babel, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> zijn mond zal tot deszelfs mond spreken, en zijn ogen zullen deszelfs ogen zien;",
   "text1637_html": "En<i>de</i> Zedekia, de Coninck van Iuda, en sal van de hant der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Chaldeen niet ontkomen: maer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> hy sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> sekerlick gegeven worden in de hant des Conincx van Babel, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> sijn mont sal tot des selven mont spreken, ende sijne oogen sullen des selven oogen sien.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "zekerlijk",
     "new": "zeker",
     "principe": "V74"
    },
    {
     "old": "des konings",
     "new": "van de koning",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "deszelfs",
     "new": "diens",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "deszelfs",
     "new": "diens",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 5,
   "textSV1888": "En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en aldaar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt de HEERE; ofschoon gijlieden tegen de Chaldeeën strijdt, gij zult toch geen geluk hebben.)",
   "text1637": "Ende hy sal Zedekia nae Babel voeren, ende aldaer sal hy [6] zijn, tot dat ick hem [7] besoecke, spreeckt de HEERE: of ghylieden schoon tegen de Chaldeen strijdet, ghy en sult [doch] geen geluck hebben.)",
   "text2026": "En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en daar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt JAHWEH; hoewel u tegen de Chaldeeën strijdt, u zult toch geen geluk hebben.)",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "6",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "6 zijn, totdat Ik hem: Dat is, blijven, gelijk boven Jer. 27:22. Jeremia 27:22: Naar Babel zullen zij gebracht worden, en aldaar zullen zij zijn, tot den dag toe, dat Ik ze bezoeken zal, spreekt de HEERE; dan zal Ik ze opvoeren, en zal ze wederbrengen tot deze plaats.",
     "text1637": "D. blijven, als bov. 27.22.",
     "text2026": "6 zijn, totdat Ik hem: Dat is, blijven, gelijk boven Jer. 27:22. Jeremia 27:22: Naar Babel zullen zij gebracht worden, en daar zullen zij zijn, tot de dag toe, dat Ik ze bezoeken zal, spreekt JAHWEH; dan zal Ik ze opvoeren, en zal ze wederbrengen tot deze plaats."
    },
    {
     "marker": "7",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, de genade, bewijze dat hij door het zwaard niet omkome, maar in vrede sterve en eerlijk begraven worde; zie onder Jer. 34:4, 34:5, en Gen. 21:1. Jeremia 34:4: Maar hoor des HEEREN woord, o Zedekia, koning van Juda! zo zegt de HEERE van u: Gij zult door het zwaard niet sterven. Jeremia 34:5: Gij zult sterven in vrede, en naar de brandingen van uw vaderen, de vorige koningen, die voor u geweest zijn, alzo zullen zij over u branden, en u beklagen, zeggende: Och heer! want Ik heb het woord gesproken, spreekt de HEERE. Genesis 21:1: En de HEERE bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en de HEERE deed aan Sara, gelijk als Hij gesproken had.",
     "text1637": "D. de genade bewijse, dat hy door’t sweert niet omkome, maer in vrede sterve ende eerlick begraven worde. siet ond. 34.4, 5. ende Gen. 21. op vers 1.",
     "text2026": "Dat is, de genade, bewijze dat hij door het zwaard niet omkome, maar in vrede sterve en eerlijk begraven worde; zie onder Jer. 34:4, 34:5, en Gen. 21:1. Jeremia 34:4: Maar hoor van JAHWEH woord, o Zedekia, koning van Juda! zo zegt JAHWEH van u: U zult door het zwaard niet sterven. Jeremia 34:5: U zult sterven in vrede, en naar de brandingen van uw vaderen, de vorige koningen, die voor u geweest zijn, zo zullen zij over u branden, en u beklagen, zeggende: Och heer! want Ik heb het woord gesproken, spreekt JAHWEH. Genesis 21:1: En JAHWEH bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en JAHWEH deed aan Sara, gelijk als Hij gesproken had."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וּ/בָבֶ֞ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HC/Np"
    },
    {
     "woord": "יוֹלִ֤ךְ",
     "strongs": "H3212",
     "morph": "HVhi3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "צִדְקִיָּ֨הוּ֙",
     "strongs": "H6667",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/שָׁ֣ם",
     "strongs": "H8033",
     "morph": "HC/D"
    },
    {
     "woord": "יִֽהְיֶ֔ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "עַד",
     "strongs": "H5704",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "פָּקְדִ֥/י",
     "strongs": "H6485",
     "morph": "HVqc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֹת֖/וֹ",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֑ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "כִּ֧י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "תִֽלָּחֲמ֛וּ",
     "strongs": "H3898",
     "morph": "HVNi2mp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הַ/כַּשְׂדִּ֖ים",
     "strongs": "H3778",
     "morph": "HTd/Np"
    },
    {
     "woord": "לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "תַצְלִֽיחוּ",
     "strongs": "H6743",
     "morph": "HVhi2mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en daar zal hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> zijn, totdat Ik hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> bezoek, spreekt JAHWEH; hoewel u tegen de Chaldeeën strijdt, u zult toch geen geluk hebben.)</i></span>",
   "textSV1888_html": "En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en aldaar zal hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> zijn, totdat Ik hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> bezoek, spreekt de HEERE; ofschoon gijlieden tegen de Chaldeeën strijdt, gij zult toch geen geluk hebben.)",
   "text1637_html": "Ende hy sal Zedekia nae Babel voeren, ende aldaer sal hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> zijn, tot dat ick hem <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> besoecke, spreeckt de HEERE: of ghylieden schoon tegen de Chaldeen strijdet, ghy en sult [doch] geen geluck hebben.)",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "aldaar",
     "new": "daar",
     "principe": "V36"
    },
    {
     "old": "de HEERE; ofschoon gijlieden",
     "new": "JAHWEH; hoewel u",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 6,
   "textSV1888": "Jeremia dan zeide: Des HEEREN woord is tot mij geschied, zeggende:",
   "text1637": "Ieremia dan seyde: Des HEEREN woort is tot my geschiet, seggende:",
   "text2026": "Jeremia dan zei: Het woord van JAHWEH is tot mij gebeurd, zeggende:",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/יֹּ֖אמֶר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HC/Vqw3ms"
    },
    {
     "woord": "יִרְמְיָ֑הוּ",
     "strongs": "H3414",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הָיָ֥ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "דְּבַר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֖ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֵלַ֥/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹֽר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    }
   ],
   "text2026_html": "Jeremia dan zei: <span class=\"direct-speech\"><i>Het woord van JAHWEH is tot mij gebeurd, zeggende:</i></span>",
   "text1637_html": "Ieremia dan seyde: Des HEEREN woort is tot my geschiet, seggende:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "zeide: Des HEEREN",
     "new": "zei: Het",
     "principe": "W1"
    },
    {
     "old": "",
     "new": "van JAHWEH",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "geschied,",
     "new": "gebeurd,",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 7,
   "textSV1888": "Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want gij hebt het recht van lossing, om te kopen.",
   "text1637": "Siet Hanameël, de sone Sallums, uwes ooms, sal tot u komen, seggende: Koopt u mijn [8] velt, dat by [9] Anathoth is, want ghy hebt het recht van [10] lossinge, om te koopen [11]:",
   "text2026": "Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want u hebt het recht van losprijs, om te kopen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "10",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie Ruth 2:20. Ruth 2:20: Toen zeide Naomi tot haar schoondochter: Gezegend zij hij den HEERE, Die Zijn weldadigheid niet heeft nagelaten aan de levenden en aan de doden! Voorts zeide Naomi tot haar: Die man is ons nabestaande; hij is een van onze lossers.",
     "text1637": "Siet Ruth 2. op vers 20.",
     "text2026": "Zie Ruth 2:20. Ruth 2:20: Toen zei Naomi tot haar schoondochter: Gezegend zij hij JAHWEH, Die Zijn weldadigheid niet heeft nagelaten aan de levenden en aan de doden! Verder zei Naomi tot haar: Die man is ons nabestaande; hij is een van onze lossers."
    },
    {
     "marker": "11",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "11 om te kopen: Versta hierbij Gods bevel aan Jeremia, van dien akker alsdan van hem te kopen, gelijk het volgende uitwijst.",
     "text1637": "Verstaet hier by Godts bevel aen Ieremia, van dien acker alsdan van hem te koopen, als het volgende uytwijst.",
     "text2026": "11 om te kopen: Versta hierbij Gods bevel aan Jeremia, van die akker alsdan van hem te kopen, gelijk het volgende uitwijst."
    },
    {
     "marker": "8",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Van de velden der Levieten, zie Num. 35:2. Numeri 35:2: Gebied den kinderen Israëls, dat zij van de erfenis hunner bezitting aan de Levieten steden zullen geven om te bewonen; daartoe zult gijlieden aan de Levieten voorsteden geven, aan de steden rondom dezelve.",
     "text1637": "Van de velden der Leviten. siet Num. 35. op vers 2.",
     "text2026": "Van de velden van de Levieten, zie Num. 35:2. Numeri 35:2: Gebied de kinderen van Israël, dat zij van de erfenis hun bezitting aan de Levieten steden zullen geven om te bewonen; daartoe zult u aan de Levieten voorsteden geven, aan de steden rondom dezelfde."
    },
    {
     "marker": "9",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "9 Anathoth is: Zie boven Jer. 1:1. Jeremia 1:1: De woorden van Jeremia, den zoon van Hilkia, uit de priesteren, die te Anathoth waren, in het land van Benjamin;",
     "text1637": "Siet bov. 1.1.",
     "text2026": "9 Anathoth is: Zie boven Jer. 1:1. Jeremia 1:1: De woorden van Jeremia, de zoon van Hilkia, uit de priesters, die te Anathoth waren, in het land van Benjamin;"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הִנֵּ֣ה",
     "strongs": "H2009",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "חֲנַמְאֵ֗ל",
     "strongs": "H2601",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בֶּן",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "שַׁלֻּם֙",
     "strongs": "H7967",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "דֹּֽדְ/ךָ֔",
     "strongs": "H1730",
     "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "בָּ֥א",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqrmsa"
    },
    {
     "woord": "אֵלֶ֖י/ךָ",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹ֑ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "קְנֵ֣ה",
     "strongs": "H7069",
     "morph": "HVqv2ms"
    },
    {
     "woord": "לְ/ךָ֗",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "שָׂדִ/י֙",
     "strongs": "H7704",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "בַּ/עֲנָת֔וֹת",
     "strongs": "H6068",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "כִּ֥י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "לְ/ךָ֛",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "מִשְׁפַּ֥ט",
     "strongs": "H4941",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/גְּאֻלָּ֖ה",
     "strongs": "H1353",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "לִ/קְנֽוֹת",
     "strongs": "H7069",
     "morph": "HR/Vqc"
    }
   ],
   "text2026_html": "Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>Koop u mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> veld, dat bij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Anathoth is, want u hebt het recht van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> losprijs, om te kopen.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup></i></span>",
   "textSV1888_html": "Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> veld, dat bij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Anathoth is, want gij hebt het recht van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> lossing, om te kopen.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup>",
   "text1637_html": "Siet Hanameël, de sone Sallums, uwes ooms, sal tot u komen, seggende: Koopt u mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> velt, dat by <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Anathoth is, want ghy hebt het recht van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> lossinge, om te koopen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup>:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "lossing,",
     "new": "losprijs,",
     "principe": "V242"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 8,
   "textSV1888": "Alzo kwam Hanameel, mijns ooms zoon, naar des HEEREN woord, tot mij, in het voorhof der bewaring, en zeide tot mij: Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht, en gij hebt de lossing, koop het voor u. Toen merkte ik, dat het des HEEREN woord was.",
   "text1637": "Also quam Hanameël, mijns ooms sone, nae des HEEREN woort, tot my, in den voorhof der bewaringe, ende seyde tot my, Koopt doch mijn velt, het welcke is by Anathoth, dat in den lande Benjamins is; want ghy hebt het erfrecht, ende ghy hebt de lossinge, koopt [het] voor u: Doe merckte ick dat het des HEEREN [12] woort was.",
   "text2026": "Zo kwam Hanameel, de zoon van mijn oom, naar het woord van JAHWEH, tot mij, in het voorhof van de bewaring, en zei tot mij: Koop toch mijn veld, dat is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want u hebt het erfrecht, en u hebt de losprijs, koop het voor u. Toen merkte ik, dat dit het woord van JAHWEH was.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "12",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "12 woord was: Dat is, dat dit naar des Heeren woord geschiedde.",
     "text1637": "D. date dit nae des Heeren woort geschiedde.",
     "text2026": "12 woord was: Dat is, dat dit naar van de Heern woord geschiedde."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/יָּבֹ֣א",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HC/Vqw3ms"
    },
    {
     "woord": "אֵ֠לַ/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "חֲנַמְאֵ֨ל",
     "strongs": "H2601",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בֶּן",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "דֹּדִ֜/י",
     "strongs": "H1730",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "כִּ/דְבַ֣ר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָה֮",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "חֲצַ֣ר",
     "strongs": "H2691",
     "morph": "HNcbsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/מַּטָּרָה֒",
     "strongs": "H4307",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "וַ/יֹּ֣אמֶר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HC/Vqw3ms"
    },
    {
     "woord": "אֵלַ֡/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "קְנֵ֣ה",
     "strongs": "H7069",
     "morph": "HVqv2ms"
    },
    {
     "woord": "נָ֠א",
     "strongs": "H4994",
     "morph": "HTe"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "שָׂדִ֨/י",
     "strongs": "H7704",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "בַּ/עֲנָת֜וֹת",
     "strongs": "H6068",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "בְּ/אֶ֣רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "בִּנְיָמִ֗ין",
     "strongs": "H1144",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "לְ/ךָ֞",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "מִשְׁפַּ֧ט",
     "strongs": "H4941",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/יְרֻשָּׁ֛ה",
     "strongs": "H3425",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/לְ/ךָ֥",
     "strongs": "",
     "morph": "HC/R/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "הַ/גְּאֻלָּ֖ה",
     "strongs": "H1353",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "קְנֵה",
     "strongs": "H7069",
     "morph": "HVqv2ms"
    },
    {
     "woord": "לָ֑/ךְ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "וָ/אֵדַ֕ע",
     "strongs": "H3045",
     "morph": "HC/Vqw1cs"
    },
    {
     "woord": "כִּ֥י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "דְבַר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֖ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הֽוּא",
     "strongs": "H1931",
     "morph": "HPp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "Zo kwam Hanameel, de zoon van mijn oom, naar het woord van JAHWEH, tot mij, in het voorhof van de bewaring, en zei tot mij: <span class=\"direct-speech\"><i>Koop toch mijn veld, dat is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want u hebt het erfrecht, en u hebt de losprijs, koop het voor u.</i></span> Toen merkte ik, dat dit het woord van JAHWEH was.",
   "textSV1888_html": "Alzo kwam Hanameel, mijns ooms zoon, naar des HEEREN woord, tot mij, in het voorhof der bewaring, en zeide tot mij: Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht, en gij hebt de lossing, koop het voor u. Toen merkte ik, dat het des HEEREN<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> woord was.",
   "text1637_html": "Also quam Hanameël, mijns ooms sone, nae des HEEREN woort, tot my, in den voorhof der bewaringe, ende seyde tot my, Koopt doch mijn velt, het welcke is by Anathoth, dat in den lande Benjamins is; want ghy hebt het erfrecht, ende ghy hebt de lossinge, koopt [het] voor u: Doe merckte ick dat het des HEEREN <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> woort was.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Alzo",
     "new": "Zo",
     "principe": "V42"
    },
    {
     "old": "mijns ooms zoon,",
     "new": "de zoon van mijn oom,",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "des HEEREN woord,",
     "new": "het woord van JAHWEH,",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "zeide",
     "new": "zei",
     "principe": "W1"
    },
    {
     "old": "hetwelk",
     "new": "dat",
     "principe": "N6"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "lossing,",
     "new": "losprijs,",
     "principe": "V242"
    },
    {
     "old": "",
     "new": "dit",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "des HEEREN",
     "new": "",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "",
     "new": "van JAHWEH",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 9,
   "textSV1888": "Dies kocht ik van Hanameel, mijns ooms zoon, het veld, dat bij Anathoth is; en ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkelen.",
   "text1637": "Dies kocht ick van Hanameël, mijns ooms sone, het velt, dat by Anathoth is: ende ick [13] woech hem het gelt toe, seventien silvere [14] sikelen.",
   "text2026": "Daarom kocht ik van Hanameel, de zoon van mijn oom, het veld, dat bij Anathoth is; en ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkels.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "13",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "13 woog hem het geld toe: Zie Gen. 23:16. Genesis 23:16: En Abraham luisterde naar Efron; en Abraham woog Efron het geld, waarvan hij gesproken had voor de oren van de zonen Heths, vierhonderd sikkelen zilvers, onder den koopman gangbaar.",
     "text1637": "Siet Gen. 23. op vers 16.",
     "text2026": "13 woog hem het geld toe: Zie Gen. 23:16. Genesis 23:16: En Abraham luisterde naar Efron; en Abraham woog Efron het geld, waarvan hij gesproken had voor de oren van de zonen Heths, vierhonderd sikkelen zilvers, onder de koopman gangbaar."
    },
    {
     "marker": "14",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebreeuws, zeven sikkelen en tien van zilver. Van den zilveren sikkel, zie Gen. 20:16. Genesis 20:16: En tot Sara zeide hij: Zie, ik heb uw broeder duizend zilverlingen gegeven; zie, hij zij u een deksel der ogen, allen, die met u zijn, ja, bij allen, en wees geleerd.",
     "text1637": "Hebr. seven sikelen ende tien van silver. van den silveren sikel, siet Gen. 20. op vers 16.",
     "text2026": "Hebreeuws, zeven sikkelen en tien van zilver (כֶּסֶף). Van de zilveren sikkel, zie Gen. 20:16. Genesis 20:16: En tot Sara zei hij: Zie, ik heb uw broer duizend zilverlingen gegeven; zie, hij zij u een deksel van de ogen, allen, die met u zijn, ja, bij allen, en wees geleerd."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וָֽ/אֶקְנֶה֙",
     "strongs": "H7069",
     "morph": "HC/Vqw1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הַ/שָּׂדֶ֔ה",
     "strongs": "H7704",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אֵ֛ת",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR/R"
    },
    {
     "woord": "חֲנַמְאֵ֥ל",
     "strongs": "H2601",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בֶּן",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "דֹּדִ֖/י",
     "strongs": "H1730",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "בַּ/עֲנָת֑וֹת",
     "strongs": "H6068",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "וָֽ/אֶשְׁקֲלָ/ה",
     "strongs": "H8254",
     "morph": "HC/Vqw1cs/Sh"
    },
    {
     "woord": "לּ/וֹ֙",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הַ/כֶּ֔סֶף",
     "strongs": "H3701",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "שִׁבְעָ֥ה",
     "strongs": "H7651",
     "morph": "HAcmsa"
    },
    {
     "woord": "שְׁקָלִ֖ים",
     "strongs": "H8255",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "וַ/עֲשָׂרָ֥ה",
     "strongs": "H6235",
     "morph": "HC/Acmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/כָּֽסֶף",
     "strongs": "H3701",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Daarom kocht ik van Hanameel, de zoon van mijn oom, het veld, dat bij Anathoth is; en ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> woog hem het geld toe, zeventien zilveren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> sikkels.",
   "textSV1888_html": "Dies kocht ik van Hanameel, mijns ooms zoon, het veld, dat bij Anathoth is; en ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> woog hem het geld toe, zeventien zilveren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> sikkelen.",
   "text1637_html": "Dies kocht ick van Hanameël, mijns ooms sone, het velt, dat by Anathoth is: ende ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> woech hem het gelt toe, seventien silvere <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> sikelen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Dies",
     "new": "Daarom",
     "principe": "V333"
    },
    {
     "old": "mijns ooms zoon,",
     "new": "de zoon van mijn oom,",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "sikkelen.",
     "new": "sikkels.",
     "principe": "V941"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 10,
   "textSV1888": "En ik onderschreef den brief en verzegelde dien, en deed het getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had.",
   "text1637": "Ende ick [15] onderschreef den [16] brief ende verzegelde [dien], ende dede [het] getuygen [17] betuygen: als ick het gelt op de weegschale gewogen hadde.",
   "text2026": "En ik onderschreef de brief en verzegelde die, en deed het getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "15",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebreeuws eigenlijk, schreef in den brief, dat is, onderschreef; ondertekende gelijk te zien is vers 12. Jeremia 32:12: En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten.",
     "text1637": "Hebr. eygentl. schreef in den brief, D. onderschreef, onderteyckende, als te sien vers 12.",
     "text2026": "Hebreeuws eigenlijk, schreef in de brief, dat is, onderschreef; ondertekende gelijk te zien is vers 12. Jeremia 32:12: En ik gaf de koopbrief aan Baruch, de zoon van Nerija, de zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijn ooms zoon, en voor de ogen van de getuigen die de koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof van de bewaring zaten."
    },
    {
     "marker": "16",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Te weten koopbrief, gelijk volgt.",
     "text1637": "T.w. koop-brief, als volgt.",
     "text2026": "Te weten koopbrief, gelijk volgt."
    },
    {
     "marker": "17",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Te weten door onderschrijving of ondertekening, gelijk vers 12; alzo onder vers 25, 32:44; waarvoor wij zeggen, getuigen daartoe te nemen. Jeremia 32:12: En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten. Jeremia 32:25: Evenwel hebt Gij tot mij gezegd, Heere HEERE! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen betuigen; daar de stad in der Chaldeeën hand gegeven is. Jeremia 32:44: Velden zal men voor geld kopen, en de brieven onderschrijven, en verzegelen, en getuigen doen betuigen, in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, en in de steden van het gebergte, en in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden; want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt de HEERE.",
     "text1637": "T.w. door onderschrijvinge, ofte, onderteeckeninge, als vers 12. alsoo ond. vers 25, 44. waer voor wy seggen, getuygen daer toe te nemen.",
     "text2026": "Te weten door onderschrijving of ondertekening, gelijk vers 12; zo onder vers 25, 32:44; waarvoor wij zeggen, getuigen daartoe te nemen. Jeremia 32:12: En ik gaf de koopbrief aan Baruch, de zoon van Nerija, de zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijn ooms zoon, en voor de ogen van de getuigen die de koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof van de bewaring zaten. Jeremia 32:25: Evenwel hebt U tot mij gezegd, Heer JAHWEH! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen betuigen; daar de stad in van de Chaldeeën hand gegeven is. Jeremia 32:44: Velden zal men voor geld kopen, en de brieven onderschrijven, en verzegelen, en getuigen doen betuigen, in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, en in de steden van het gebergte, en in de steden van de laagte, en in de steden van het zuiden; want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt JAHWEH."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וָ/אֶכְתֹּ֤ב",
     "strongs": "H3789",
     "morph": "HC/Vqw1cs"
    },
    {
     "woord": "בַּ/סֵּ֨פֶר֙",
     "strongs": "H5612",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וָֽ/אֶחְתֹּ֔ם",
     "strongs": "H2856",
     "morph": "HC/Vqw1cs"
    },
    {
     "woord": "וָ/אָעֵ֖ד",
     "strongs": "H5749",
     "morph": "HC/Vhw1cs"
    },
    {
     "woord": "עֵדִ֑ים",
     "strongs": "H5707",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "וָ/אֶשְׁקֹ֥ל",
     "strongs": "H8254",
     "morph": "HC/Vqw1cs"
    },
    {
     "woord": "הַ/כֶּ֖סֶף",
     "strongs": "H3701",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/מֹאזְנָֽיִם",
     "strongs": "H3976",
     "morph": "HR/Ncmda"
    }
   ],
   "text2026_html": "En ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> onderschreef de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> brief en verzegelde die, en deed het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had.",
   "textSV1888_html": "En ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> onderschreef den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> brief en verzegelde dien, en deed het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had.",
   "text1637_html": "Ende ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> onderschreef den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> brief ende verzegelde [dien], ende dede [het] getuygen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> betuygen: als ick het gelt op de weegschale gewogen hadde.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "dien,",
     "new": "die,",
     "principe": "N4"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 11,
   "textSV1888": "En ik nam den koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en den open brief;",
   "text1637": "Ende ick nam den koop-brief; die verzegelt was [nae] ’t gebodt ende de insettingen, ende den [18] openen [brief]:",
   "text2026": "En ik nam de koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de voorschriften, en de open brief;",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "18",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "18 open brief: Gelijk vers 14; waardoor sommigen verstaan een copie of afschrift, uitschrift van den koopbrief; anderen, een patent van bevestiging of openbaar bescheid der overheid, dienende tot bevestiging van dezen koop, in al zijne omstandigheden. Anderen verstaan het van een brief, die diende om den koop een ieder bekend te maken. Jeremia 32:14: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Neem deze brieven, dezen koopbrief, zo den verzegelden als dezen open brief, en doe ze in een aarden vat, opdat zij vele dagen mogen bestaan.",
     "text1637": "Als vers 14. waer door sommige verstaen, eene copye, ofte affschrift, uytschrift des koopbriefs, andere, een patent van ratificatie, ofte publijck bescheyt der Overheyt, dienende tot bevestinge van desen koop, in alle sijne omstandigheden. andere verstaen ’t van eenen brief die diende om den koop een yegelick bekent te maken.",
     "text2026": "18 open brief: Gelijk vers 14; waardoor sommigen verstaan een copie of afschrift, uitschrift van de koopbrief; anderen, een patent van bevestiging of openbaar bescheid van de overheid, dienende tot bevestiging van deze koop, in al zijn omstandigheden. Anderen verstaan het van een brief, die diende om de koop een ieder bekend te maken. Jeremia 32:14: Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Neem deze brieven, deze koopbrief, zo de verzegelden als deze open brief, en doe ze in een aarden vat, opdat zij vele dagen mogen bestaan."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וָ/אֶקַּ֖ח",
     "strongs": "H3947",
     "morph": "HC/Vqw1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "סֵ֣פֶר",
     "strongs": "H5612",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/מִּקְנָ֑ה",
     "strongs": "H4736",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הֶֽ/חָת֛וּם",
     "strongs": "H2856",
     "morph": "HTd/Vqsmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/מִּצְוָ֥ה",
     "strongs": "H4687",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הַ/חֻקִּ֖ים",
     "strongs": "H2706",
     "morph": "HC/Td/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "הַ/גָּלֽוּי",
     "strongs": "H1540",
     "morph": "HTd/Vqsmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "En ik nam de koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de voorschriften, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> open brief;",
   "textSV1888_html": "En ik nam den koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> open brief;",
   "text1637_html": "Ende ick nam den koop-brief; die verzegelt was [nae] ’t gebodt ende de insettingen, ende den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> openen [brief]:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "inzettingen,",
     "new": "voorschriften,",
     "principe": "V76"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 12,
   "textSV1888": "En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten.",
   "text1637": "Ende ick gaf den koop-brief aen [19] Baruch, den sone Nerija, des soons Machseja, voor de oogen van Hanameël mijns ooms [20] [sone], ende voor de oogen der getuygen, die den koopbrief hadden [21] onderschreven: voor de oogen aller der Ioden, die in het voorhof der bewaringe [22] saten.",
   "text2026": "En ik gaf de koopbrief aan Baruch, de zoon van Nerija, de zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, de zoon van mijn oom, en voor de ogen van de getuigen die de koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof van de bewaring zaten.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "19",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Den schrijver en dienaar van den profeet Jeremia; zie onder Jer. 33:4, 33:5, enz. Jeremia 33:4: Want zo zegt de HEERE, de God Israëls, van de huizen dezer stad, en van de huizen der koningen van Juda, die door de wallen en door het zwaard zijn afgebroken: Jeremia 33:5: Er zijn er wel ingekomen, om te strijden tegen de Chaldeeën, maar het is om die te vullen met dode lichamen van mensen, die Ik verslagen heb in Mijn toorn en in Mijn grimmigheid; en omdat Ik Mijn aangezicht van deze stad verborgen heb, om al hunlieder boosheid.",
     "text1637": "Den Schrijver, ende dienaer van den Propheet Ieremia. siet ond. 36.4, 5. etc.",
     "text2026": "De schrijver en dienaar van de profeet Jeremia; zie onder Jer. 33:4, 33:5, enz. Jeremia 33:4: Want zo zegt JAHWEH, de God van Israël, van de huizen van deze stad, en van de huizen van de koningen van Juda, die door de wallen en door het zwaard zijn afgebroken: Jeremia 33:5: Er zijn er wel ingekomen, om te strijden tegen de Chaldeeën, maar het is om die te vullen met dode lichamen van mensen, die Ik verslagen heb in Mijn toorn en in Mijn grimmigheid; en omdat Ik Mijn aangezicht van deze stad verborgen heb, om al hunlieder boosheid."
    },
    {
     "marker": "20",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dit is hier bijgevoegd uit vers 7, 32:8, 32:9. Anders: van mijn neef; dewijl het Hebreeuwse woord dod ook breder somtijds, en voor een beminden en zeer lieven vriend genomen wordt, gelijk te zien is in Salomo's Hooglied. Jeremia 32:7: Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want gij hebt het recht van lossing, om te kopen. Jeremia 32:8: Alzo kwam Hanameel, mijns ooms zoon, naar des HEEREN woord, tot mij, in het voorhof der bewaring, en zeide tot mij: Koop toch mijn veld, hetwelk is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want gij hebt het erfrecht, en gij hebt de lossing, koop het voor u. Toen merkte ik, dat het des HEEREN woord was. Jeremia 32:9: Dies kocht ik van Hanameel, mijns ooms zoon, het veld, dat bij Anathoth is; en ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkelen.",
     "text1637": "Dit is hier by gevoegt uyt vers 7, 8, 9. and. mijnes neefs: dewijle het Hebr. woordeken Dod, oock breeder somtijts, ende voor eenen beminden, ende seer lieven vrient genomen wort, als te sien is in Salomons hooge-liedt.",
     "text2026": "Dit is hier bijgevoegd uit vers 7, 32:8, 32:9. Anders: van mijn neef; omdat het Hebreeuwse woord dod ook breder somtijds, en voor een beminden en zeer lieven vriend genomen wordt, gelijk te zien is in Salomo's Hooglied. Jeremia 32:7: Zie, Hanameel, de zoon van Sallum, uw oom, zal tot u komen, zeggende: Koop u mijn veld, dat bij Anathoth is, want u hebt het recht van lossing, om te kopen. Jeremia 32:8: Zo kwam Hanameel, mijn ooms zoon, naar het woord van JAHWEH, tot mij, in het voorhof van de bewaring, en zei tot mij: Koop toch mijn veld, dat is bij Anathoth, dat in het land van Benjamin is; want u hebt het erfrecht, en u hebt de lossing, koop het voor u. Toen merkte ik, dat dit het woord van JAHWEH was. Jeremia 32:9: Daarom kocht ik van Hanameel, mijn ooms zoon, het veld, dat bij Anathoth is; en ik woog hem het geld toe, zeventien zilveren sikkelen."
    },
    {
     "marker": "21",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebreeuws, in den koopbrief hadden geschreven, gelijk boven vers 10. Jeremia 32:10: En ik onderschreef den brief en verzegelde dien, en deed het getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had.",
     "text1637": "Hebr. in den koop-brief hadden geschreven. als bov. vers 10.",
     "text2026": "Hebreeuws, in de koopbrief hadden geschreven, gelijk boven vers 10. Jeremia 32:10: En ik onderschreef de brief en verzegelde die, en deed het getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had."
    },
    {
     "marker": "22",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, woonden.",
     "text1637": "Ofte, woonden.",
     "text2026": "Of, woonden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וָ/אֶתֵּ֞ן",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HC/Vqw1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הַ/סֵּ֣פֶר",
     "strongs": "H5612",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/מִּקְנָ֗ה",
     "strongs": "H4736",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "בָּר֣וּךְ",
     "strongs": "H1263",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בֶּן",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "נֵרִיָּה֮",
     "strongs": "H5374",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בֶּן",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "מַחְסֵיָה֒",
     "strongs": "H4271",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "לְ/עֵינֵי֙",
     "strongs": "H5869",
     "morph": "HR/Ncbdc"
    },
    {
     "woord": "חֲנַמְאֵ֣ל",
     "strongs": "H2601",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "דֹּדִ֔/י",
     "strongs": "H1730",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "וּ/לְ/עֵינֵי֙",
     "strongs": "H5869",
     "morph": "HC/R/Ncbdc"
    },
    {
     "woord": "הָֽ/עֵדִ֔ים",
     "strongs": "H5707",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "הַ/כֹּתְבִ֖ים",
     "strongs": "H3789",
     "morph": "HTd/Vqrmpa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/סֵ֣פֶר",
     "strongs": "H5612",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/מִּקְנָ֑ה",
     "strongs": "H4736",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/עֵינֵי֙",
     "strongs": "H5869",
     "morph": "HR/Ncbdc"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/יְּהוּדִ֔ים",
     "strongs": "H3064",
     "morph": "HTd/Ngmpa"
    },
    {
     "woord": "הַ/יֹּשְׁבִ֖ים",
     "strongs": "H3427",
     "morph": "HTd/Vqrmpa"
    },
    {
     "woord": "בַּ/חֲצַ֥ר",
     "strongs": "H2691",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/מַּטָּרָֽה",
     "strongs": "H4307",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "En ik gaf de koopbrief aan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Baruch, de zoon van Nerija, de zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, de zoon van mijn oom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup>, en voor de ogen van de getuigen die de koopbrief hadden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> bewaring zaten.",
   "textSV1888_html": "En ik gaf den koopbrief aan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> zaten.",
   "text1637_html": "Ende ick gaf den koop-brief aen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Baruch, den sone Nerija, des soons Machseja, voor de oogen van Hanameël mijns ooms <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> [sone], ende voor de oogen der getuygen, die den koopbrief hadden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> onderschreven: voor de oogen aller der Ioden, die in het voorhof der bewaringe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> saten.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "mijns ooms zoon,",
     "new": "de zoon van mijn oom,",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 13,
   "textSV1888": "En ik beval Baruch voor hun ogen, zeggende:",
   "text1637": "Ende ick beval Baruch voor hare [23] oogen, seggende:",
   "text2026": "En ik beval Baruch voor hun ogen, zeggende:",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "23",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, in hunne tegenwoordigheid, gelijk boven dikwijls.",
     "text1637": "D. in hare tegenwoordicheyt, als bov. dickwijls.",
     "text2026": "Dat is, in hun aanwezigheid, gelijk boven dikwijls."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וָֽ/אֲצַוֶּה֙",
     "strongs": "H6680",
     "morph": "HC/Vpw1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "בָּר֔וּךְ",
     "strongs": "H1263",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "לְ/עֵינֵי/הֶ֖ם",
     "strongs": "H5869",
     "morph": "HR/Ncbdc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹֽר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    }
   ],
   "text2026_html": "En ik beval Baruch voor hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> ogen, zeggende:",
   "textSV1888_html": "En ik beval Baruch voor hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> ogen, zeggende:",
   "text1637_html": "Ende ick beval Baruch voor hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> oogen, seggende:"
  },
  {
   "number": 14,
   "textSV1888": "Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Neem deze brieven, dezen koopbrief, zo den verzegelden als dezen open brief, en doe ze in een aarden vat, opdat zij vele dagen mogen bestaan.",
   "text1637": "Soo seyt de HEERE der heyrscharen, de Godt Israëls, Neemt dese brieven, desen koopbrief, soo den verzegelden, als desen [24] openen brief, ende doetse in een aerden vat, op datse vele dagen [25] mogen bestaen.",
   "text2026": "Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Neem deze brieven, deze koopbrief, zo de verzegelden als deze open brief, en doe ze in een aarden pot, opdat zij vele dagen mogen bestaan.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "24",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "24 open brief: Zie vers 11. Jeremia 32:11: En ik nam den koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en den open brief;",
     "text1637": "Siet op vers 11.",
     "text2026": "24 open brief: Zie vers 11. Jeremia 32:11: En ik nam de koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en de open brief;"
    },
    {
     "marker": "25",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "25 mogen bestaan: Dat is, opdat zij een langen tijd mogen duren.",
     "text1637": "D. op datse eenen langen tijt mogen dueren.",
     "text2026": "25 mogen bestaan: Dat is, opdat zij een langen tijd mogen duren."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כֹּֽה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַר֩",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֨ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "צְבָא֜וֹת",
     "strongs": "H6635",
     "morph": "HNcbpa"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֗ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "לָק֣וֹחַ",
     "strongs": "H3947",
     "morph": "HVqa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הַ/סְּפָרִ֣ים",
     "strongs": "H5612",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "הָ/אֵ֡לֶּה",
     "strongs": "H428",
     "morph": "HTd/Pdxcp"
    },
    {
     "woord": "אֵ֣ת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "סֵפֶר֩",
     "strongs": "H5612",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/מִּקְנָ֨ה",
     "strongs": "H4736",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֶּ֜ה",
     "strongs": "H2088",
     "morph": "HTd/Pdxms"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֵ֣ת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "הֶ/חָת֗וּם",
     "strongs": "H2856",
     "morph": "HTd/Vqsmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֵ֨ת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "סֵ֤פֶר",
     "strongs": "H5612",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/גָּלוּי֙",
     "strongs": "H1540",
     "morph": "HTd/Vqsmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֶּ֔ה",
     "strongs": "H2088",
     "morph": "HTd/Pdxms"
    },
    {
     "woord": "וּ/נְתַתָּ֖/ם",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HC/Vqq2ms/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "בִּ/כְלִי",
     "strongs": "H3627",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "חָ֑רֶשׂ",
     "strongs": "H2789",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "לְמַ֥עַן",
     "strongs": "H4616",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "יַעַמְד֖וּ",
     "strongs": "H5975",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "יָמִ֥ים",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "רַבִּֽים",
     "strongs": "H7227",
     "morph": "HAampa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Neem deze brieven, deze koopbrief, zo de verzegelden als deze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> open brief, en doe ze in een aarden pot, opdat zij vele dagen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> mogen bestaan.",
   "textSV1888_html": "Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Neem deze brieven, dezen koopbrief, zo den verzegelden als dezen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> open brief, en doe ze in een aarden vat, opdat zij vele dagen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> mogen bestaan.",
   "text1637_html": "Soo seyt de HEERE der heyrscharen, de Godt Israëls, Neemt dese brieven, desen koopbrief, soo den verzegelden, als desen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> openen brief, ende doetse in een aerden vat, op datse vele dagen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> mogen bestaen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "",
     "new": "JAHWEH van",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "HEERE der heirscharen,",
     "new": "legermachten,",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "Israëls:",
     "new": "van Israël:",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "dezen",
     "new": "deze",
     "principe": "N4"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "dezen",
     "new": "deze",
     "principe": "N4"
    },
    {
     "old": "vat,",
     "new": "pot,",
     "principe": "V1650"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 15,
   "textSV1888": "Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Er zullen nog huizen, en velden, en wijngaarden in dit land gekocht worden.",
   "text1637": "Want soo seyt de HEERE der heyrscharen, de Godt Israëls, [26] Daer sullen [27] noch huysen, ende velden, ende wijgaerden in dit lant gekocht worden.",
   "text2026": "Want zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Er zullen nog huizen, en velden, en wijngaarden in dit land gekocht worden.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "26",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "26 Er zullen: Hieruit blijkt wat God met dezen vreemden handel, ten tijde der belegering van Jeruzalem, voorhad, te weten zijn volk te verzekeren dat de gevangenschap van Babel een einde zou nemen en zij nog weder in hun land komen en dat bezitten, enz.; zie onder vers 43, 32:44. Jeremia 32:43: En er zullen velden gekocht worden in dit land, waarvan gij zegt: Het is woest, dat er geen mens noch beest in is; het is in der Chaldeeën hand gegeven. Jeremia 32:44: Velden zal men voor geld kopen, en de brieven onderschrijven, en verzegelen, en getuigen doen betuigen, in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, en in de steden van het gebergte, en in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden; want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt de HEERE.",
     "text1637": "Hier uyt blijckt, wat Godt met desen vreemden handel, ten tijde der belegeringe van Ierusalem, voor hadde, T.w. sijn volck te versekeren, dat de gevanckenisse van Babel een eynde soude nemen, ende sy noch weder in haer lant komen, ende dat besitten etc. siet ond. vers 43, 44.",
     "text2026": "26 Er zullen: Hieruit blijkt wat God met deze vreemden handel, ten tijde van de belegering van Jeruzalem, voorhad, te weten zijn volk te verzekeren dat de gevangenschap van Babel een einde zou nemen en zij nog weer in hun land komen en dat bezitten, enz.; zie onder vers 43, 32:44. Jeremia 32:43: En er zullen velden gekocht worden in dit land, waarvan u zegt: Het is woest, dat er geen mens noch beest in is; het is in van de Chaldeeën hand gegeven. Jeremia 32:44: Velden zal men voor geld kopen, en de brieven onderschrijven, en verzegelen, en getuigen doen betuigen, in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, en in de steden van het gebergte, en in de steden van de laagte, en in de steden van het zuiden; want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt JAHWEH."
    },
    {
     "marker": "27",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "27 nog huizen: Of, wederom.",
     "text1637": "Ofte, wederom.",
     "text2026": "27 nog huizen: Of, opnieuw."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "כֹ֥ה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֛ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֥ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "צְבָא֖וֹת",
     "strongs": "H6635",
     "morph": "HNcbpa"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֑ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "ע֣וֹד",
     "strongs": "H5750",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "יִקָּנ֥וּ",
     "strongs": "H7069",
     "morph": "HVNi3mp"
    },
    {
     "woord": "בָתִּ֛ים",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/שָׂד֥וֹת",
     "strongs": "H7704",
     "morph": "HC/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וּ/כְרָמִ֖ים",
     "strongs": "H3754",
     "morph": "HC/Ncbpa"
    },
    {
     "woord": "בָּ/אָ֥רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HRd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֹּֽאת",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HTd/Pdxfs"
    }
   ],
   "text2026_html": "Want zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Er zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> nog huizen, en velden, en wijngaarden in dit land gekocht worden.",
   "textSV1888_html": "Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Er zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> nog huizen, en velden, en wijngaarden in dit land gekocht worden.",
   "text1637_html": "Want soo seyt de HEERE der heyrscharen, de Godt Israëls, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Daer sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> noch huysen, ende velden, ende wijgaerden in dit lant gekocht worden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "",
     "new": "JAHWEH van",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "HEERE der heirscharen,",
     "new": "legermachten,",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "Israëls:",
     "new": "van Israël:",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 16,
   "textSV1888": "Voorts, nadat ik den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, gegeven had, bad ik tot den HEERE, zeggende:",
   "text1637": "",
   "text2026": "Verder, nadat ik de koopbrief aan Baruch, de zoon van Nerija, gegeven had, bad ik tot JAHWEH, zeggende:",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וָ/אֶתְפַּלֵּ֖ל",
     "strongs": "H6419",
     "morph": "HC/Vtw1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֑ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אַחֲרֵ֤י",
     "strongs": "H310",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "תִתִּ/י֙",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "סֵ֣פֶר",
     "strongs": "H5612",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/מִּקְנָ֔ה",
     "strongs": "H4736",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "בָּר֥וּךְ",
     "strongs": "H1263",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בֶּן",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "נֵרִיָּ֖ה",
     "strongs": "H5374",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹֽר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    }
   ],
   "text2026_html": "Verder, nadat ik de koopbrief aan Baruch, de zoon van Nerija, gegeven had, bad ik tot JAHWEH, zeggende:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Voorts,",
     "new": "Verder,",
     "principe": "V27"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "den HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 17,
   "textSV1888": "Ach, Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekten arm; geen ding is U te wonderlijk.",
   "text1637": "Ach Heere HEERE, Siet, ghy hebt de hemelen ende de aerde gemaeckt, door uwe groote cracht, ende door uwen [28] uytgestreckten arm: geen dinck is u [29] te wonderlick.",
   "text2026": "Ach, Adonai JAHWEH! Zie, U hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekte arm; geen ding is U te wonderlijk.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "28",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "28 uitgestrekten arm: Gelijk Exod. 6:5, enz. Exodus 6:5: Derhalve zeg tot de kinderen Israëls: Ik ben de HEERE! en Ik zal ulieden uitleiden van onder de lasten der Egyptenaren, en Ik zal u redden uit hun dienstbaarheid, en zal u verlossen door een uitgestrekten arm, en door grote gerichten;",
     "text1637": "Als Erod. 6.5, etc.",
     "text2026": "28 uitgestrekte arm: Gelijk Ex. 6:5, enz. Exodus 6:5: Daarom zeg tot de kinderen van Israël: Ik ben JAHWEH! en Ik zal u uitleiden van onder de lasten van de Egyptenaren, en Ik zal u redden uit hun dienstbaarheid, en zal u verlossen door een uitgestrekten arm, en door grote gerichten;"
    },
    {
     "marker": "29",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "29 te wonderlijk: Te weten om te dienen; alzo onder vers 27. Hebreeuws eigenlijk, wonderlijker dan Gij; dat is, zo wonderbaar dat Gij het niet zoudt kunnen doen als Gij het belooft; geen ding is U onmogelijk. Vergelijk Gen. 18:14, met de aantekening; Matth. 19:26, en Luk. 1:37. Dit ziet op de verlossing uit de Babylonische gevangenschap, die bij den mens onmogelijk scheen. Vergelijk Ezech. 37:3, 37:11, 37:12, enz. Jeremia 32:27: Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees; zou Mij enig ding te wonderlijk zijn? Genesis 18:14: Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn? Ter gezetter tijd zal Ik tot u wederkomen, omtrent dezen tijd des levens, en Sara zal een zoon hebben! Mattheüs 19:26: En Jezus, hen aanziende, zeide tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk. Lukas 1:37: Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn. Ezechiël 37:3: En Hij zeide tot mij: Mensenkind! zullen deze beenderen levend worden? En ik zeide: Heere HEERE, Gij weet het! Ezechiël 37:11: Toen zeide Hij tot mij: Mensenkind! deze beenderen zijn het ganse huis Israëls; ziet, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord, en onze verwachting is verloren, wij zijn afgesneden. Ezechiël 37:12: Daarom, profeteer en zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal uw graven openen, en zal ulieden uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk! en Ik zal u brengen in het land Israëls.",
     "text1637": "T.w. om te doen. alsoo ond. vers 27. Hebr. eygentl. wonderlicker dan ghy. D. soo wonderbaer dat ghy ’t niet soudt konnen doen als ghy’t belooft: geen dinck is u onmogelick. Vergel. Gen. 18.17. met d ’aent. Luc. 1.37. ende Matth. 19.26. dit siet op de verlossinge uyt de Babylonische gevanckenisse, die by den menschen onmogelijck scheen. Vergel. Ezech. 37.3, 11, 12. etc.",
     "text2026": "29 te wonderlijk: Te weten om te dienen; zo onder vers 27. Hebreeuws eigenlijk, wonderlijker dan U; dat is, zo wonderbaar dat U het niet zoudt kunnen doen als U het belooft; geen ding is U onmogelijk. Vergelijk Gen. 18:14, met de aantekening; Matt. 19:26, en Luk. 1:37. Dit ziet op de verlossing uit de Babylonische gevangenschap, die bij de mens onmogelijk scheen. Vergelijk Ez. 37:3, 37:11, 37:12, enz. Jeremia 32:27: Zie, Ik ben JAHWEH, de God van alle vlees; zou Mij enig ding te wonderlijk zijn? Genesis 18:14: Zou iets voor JAHWEH te wonderlijk zijn? Ter gezetter tijd zal Ik tot u wederkomen, omtrent deze tijd van het leven, en Sara zal een zoon hebben! Mattheüs 19:26: En Jezus, hen aanziende, zei tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk. Lukas 1:37: Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn. Ezechiël 37:3: En Hij zei tot mij: Mensenkind! zullen deze beenderen levend worden? En ik zei: Heer JAHWEH, U weet het! Ezechiël 37:11: Toen zei Hij tot mij: Mensenkind! deze beenderen zijn het gehele huis van Israël; ziet, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord, en onze verwachting is verloren, wij zijn afgesneden. Ezechiël 37:12: Daarom, profeteer en zeg tot hen: Zo zegt de Heer JAHWEH: Ziet, Ik zal uw graven openen, en zal u uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk! en Ik zal u brengen in het land van Israël."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אֲהָהּ֮",
     "strongs": "H162",
     "morph": "HTj"
    },
    {
     "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוִה֒",
     "strongs": "H3069",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הִנֵּ֣ה",
     "strongs": "H2009",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "אַתָּ֣ה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HPp2ms"
    },
    {
     "woord": "עָשִׂ֗יתָ",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HVqp2ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הַ/שָּׁמַ֨יִם֙",
     "strongs": "H8064",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "הָ/אָ֔רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HTd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/כֹֽחֲ/ךָ֙",
     "strongs": "H3581",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "הַ/גָּד֔וֹל",
     "strongs": "H1419",
     "morph": "HTd/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בִֽ/זְרֹעֲ/ךָ֖",
     "strongs": "H2220",
     "morph": "HC/R/Ncbsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "הַ/נְּטוּיָ֑ה",
     "strongs": "H5186",
     "morph": "HTd/Vqsfsa"
    },
    {
     "woord": "לֹֽא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "יִפָּלֵ֥א",
     "strongs": "H6381",
     "morph": "HVNi3ms"
    },
    {
     "woord": "מִמְּ/ךָ֖",
     "strongs": "H4480",
     "morph": "HR/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "דָּבָֽר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Ach, Adonai JAHWEH! Zie, U hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> uitgestrekte arm; geen ding is U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> te wonderlijk.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Ach, Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> uitgestrekten arm; geen ding is U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> te wonderlijk.",
   "text1637_html": "Ach Heere HEERE, Siet, ghy hebt de hemelen ende de aerde gemaeckt, door uwe groote cracht, ende door uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> uytgestreckten arm: geen dinck is u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> te wonderlick.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Heere HEERE!",
     "new": "Adonai JAHWEH!",
     "principe": "G4"
    },
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "uitgestrekten",
     "new": "uitgestrekte",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 18,
   "textSV1888": "Gij, Die goedertierenheid doet aan duizenden, en de ongerechtigheid der vaderen vergeldt in den schoot hunner kinderen na hen; Gij grote, Gij geweldige God, Wiens Naam is HEERE der heirscharen!",
   "text1637": "[b] Ghy die goedertierenheyt doet aen duysenden, ende de ongerechticheyt der vaderen vergeldt in den [30] schoot harer [31] kinderen, na hen: ghy groote, ghy geweldige Godt, wiens [32] naem is HEERE der heyrscharen.",
   "text2026": "U, Die goedertierenheid doet aan duizenden, en de ongerechtigheid van de vaders vergeldt in de schoot van hun kinderen na hen; U grote, U geweldige God, Wiens Naam is JAHWEH van de legermachten!",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "30",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "30 schoot hunner: Zie Ps. 79:12. Psalmen 79:12: En geef onze naburen zevenvoudig weder in hun schoot hun smaad, waarmede zij U, o Heere! gesmaad hebben.",
     "text1637": "siet Psal. 79. op vers 12.",
     "text2026": "30 schoot hun: Zie Ps. 79:12. Psalmen 79:12: En geef onze naburen zevenvoudig weer in hun schoot hun smaad, waarmee zij U, o Heer! gesmaad hebben."
    },
    {
     "marker": "31",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "31 kinderen na hen: Die de zonden der vaderen deelachtig zijn en hunne voetstappen navolgen. Zie Exod. 20:5, 20:6. Exodus 20:5: Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten; Exodus 20:6: En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden.",
     "text1637": "Die der vaderen sonden deelachtich zijn, ende hare voetstappen na-volgen. siet Exod. 20.5, 6.",
     "text2026": "31 kinderen na hen: Die de zonden van de vaderen deelachtig zijn en hun voetstappen navolgen. Zie Ex. 20:5, 20:6. Exodus 20:5: U zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, JAHWEH uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad van de vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten; Exodus 20:6: En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden."
    },
    {
     "marker": "32",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "32 Naam is HEERE der heirscharen: Gelijk boven Jer. 31:35. Zie 1 Kon. 18:15. Jeremia 31:35: Zo zegt de HEERE, Die de zon ten lichte geeft des daags, de ordeningen der maan en der sterren ten lichte des nachts, Die de zee klieft, dat haar golven bruisen, HEERE der heirscharen is Zijn Naam: 1 Koningen 18:15: En Elia zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!",
     "text1637": "Als bov. 31.35. siet 1.Reg. 18. op vers 15.",
     "text2026": "32 Naam is JAHWEH van de legermachten: Gelijk boven Jer. 31:35. Zie 1 Kon. 18:15. Jeremia 31:35: Zo zegt JAHWEH, Die de zon ten lichte geeft van de dag, de ordeningen van de maan en van de sterren ten lichte van de nacht, Die de zee klieft, dat haar golven bruisen, JAHWEH van de legermachten is Zijn Naam: 1 Koningen 18:15: En Elia zei: Zo waarachtig als JAHWEH van de legermachten leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!"
    },
    {
     "marker": "b",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Exod. 34:7. Exodus 34:7: Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft; Die den schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen, en aan de kindskinderen, in het derde en vierde lid.",
     "text1637": "Exod. 34.7.",
     "text2026": "Ex. 34:7. Exodus 34:7: Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft; Die de schuldige in geen geval onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid van de vaderen aan de kinderen, en aan de kleinkinderen, in het derde en vierde lid."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "עֹ֤שֶׂה",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HVqrmsa"
    },
    {
     "woord": "חֶ֨סֶד֙",
     "strongs": "H2617",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "לַֽ/אֲלָפִ֔ים",
     "strongs": "H505",
     "morph": "HR/Acbpa"
    },
    {
     "woord": "וּ/מְשַׁלֵּם֙",
     "strongs": "H7999",
     "morph": "HC/Vprmsa"
    },
    {
     "woord": "עֲוֺ֣ן",
     "strongs": "H5771",
     "morph": "HNcbsc"
    },
    {
     "woord": "אָב֔וֹת",
     "strongs": "H1",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "חֵ֥יק",
     "strongs": "H2436",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בְּנֵי/הֶ֖ם",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אַחֲרֵי/הֶ֑ם",
     "strongs": "H310",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "הָ/אֵ֤ל",
     "strongs": "H410",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/גָּדוֹל֙",
     "strongs": "H1419",
     "morph": "HTd/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/גִּבּ֔וֹר",
     "strongs": "H1368",
     "morph": "HTd/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֥ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "צְבָא֖וֹת",
     "strongs": "H6635",
     "morph": "HNcbpa"
    },
    {
     "woord": "שְׁמֽ/וֹ",
     "strongs": "H8034",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup><span class=\"direct-speech\"><i> U, Die goedertierenheid doet aan duizenden, en de ongerechtigheid van de vaders vergeldt in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> schoot van hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> kinderen na hen; U grote, U geweldige God, Wiens<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Naam is JAHWEH van de legermachten!</i></span>",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Gij, Die goedertierenheid doet aan duizenden, en de ongerechtigheid der vaderen vergeldt in den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> schoot hunner<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> kinderen na hen; Gij grote, Gij geweldige God, Wiens<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Naam is HEERE der heirscharen!",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Ghy die goedertierenheyt doet aen duysenden, ende de ongerechticheyt der vaderen vergeldt in den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> schoot harer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> kinderen, na hen: ghy groote, ghy geweldige Godt, wiens <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> naem is HEERE der heyrscharen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gij,",
     "new": "U,",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "der vaderen",
     "new": "van de vaders",
     "principe": "MR-1KR-007"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "hunner",
     "new": "van hun",
     "principe": "N7"
    },
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "HEERE der heirscharen!",
     "new": "JAHWEH van de legermachten!",
     "principe": "N2"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 19,
   "textSV1888": "Groot van raad en machtig van daad; want Uw ogen zijn open over alle wegen der mensenkinderen, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, en naar de vrucht zijner handelingen.",
   "text1637": "Groot van [c] rade ende machtich van dade: (want uwe [d] [33] oogen zijn open over alle [34] wegen der menschen kinderen, om eenen yegelicken te [e] geven nae sijne wegen, ende nae de [35] vrucht sijner handelingen.)",
   "text2026": "Groot van raad en machtig van daad; want Uw ogen zijn open over alle wegen van de mensenkinderen, om ieder te geven naar zijn wegen, en naar de vrucht van zijn handelingen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "33",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "33 ogen zijn open: Dit betekent somtijds Gods bijzondere voorzorg, gelijk 1 Kon. 8:29, en Ps. 32:8; somtijds Gods voorzienigheid en toezicht op alles wat er omgaat, gelijk hier. Vergelijk Spreuk. 5:21, en Spreuk. 15:3; idem 2 Kon. 16:9. 1 Koningen 8:29: Dat Uw ogen open zijn, nacht en dag, over dit huis, over deze plaats, van dewelke Gij gezegd hebt: Mijn Naam zal daar zijn; om te horen naar het gebed, hetwelk Uw knecht bidden zal in deze plaats. Psalmen 32:8: Ik zal u onderwijzen, en u leren van den weg, dien gij gaan zult; ik zal raad geven, mijn oog zal op u zijn. Spreuken 5:21: Want eens iegelijks wegen zijn voor de ogen des HEEREN, en Hij weegt al zijne gangen. Spreuken 15:3: De ogen des HEEREN zijn in alle plaatsen, beschouwende de kwaden en de goeden. 2 Koningen 16:9: Zo hoorde de koning van Assyrië naar hem; want de koning van Assyrië toog op tegen Damaskus, en nam haar in, en voerde hen gevankelijk naar Kir, en hij doodde Rezin.",
     "text1637": "Dit beteeckent somtijts Godts bysondere voorsorge, als 1.Reg. 8. op vers 24. ende Psal. 32. op vers 8. somtijts Godts voorsichticheyt ende toesicht op alles watter omgaet, als hier. Vergel. Prov. 5.21. ende 15.3. item 2.Chron. 16. op vers 9.",
     "text2026": "33 ogen zijn open: Dit betekent somtijds Gods bijzondere voorzorg, gelijk 1 Kon. 8:29, en Ps. 32:8; somtijds Gods voorzienigheid en toezicht op alles wat er omgaat, gelijk hier. Vergelijk Spreuk. 5:21, en Spreuk. 15:3; idem 2 Kon. 16:9. 1 Koningen 8:29: Dat Uw ogen open zijn, nacht en dag, over dit huis, over deze plaats, van die U gezegd hebt: Mijn Naam zal daar zijn; om te horen naar het gebed, dat Uw knecht bidden zal in deze plaats. Psalmen 32:8: Ik zal u onderwijzen, en u leren van de weg, die u gaan zult; ik zal raad geven, mijn oog zal op u zijn. Spreuken 5:21: Want van een ieder wegen zijn voor de ogen van JAHWEH, en Hij weegt al zijn gangen. Spreuken 15:3: De ogen van JAHWEH zijn in alle plaatsen, beschouwende de kwaden en de goeden. 2 Koningen 16:9: Zo hoorde de koning van Assyrië naar hem; want de koning van Assyrië toog op tegen Damascus, en nam haar in, en voerde hen gevankelijk naar Kir, en hij doodde Rezin."
    },
    {
     "marker": "34",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "34 wegen der mensenkinderen: Zie Gen. 6:12. Genesis 6:12: Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.",
     "text1637": "Siet Gen. 6. op vers 12.",
     "text2026": "34 wegen van de mensenkinderen: Zie Gen. 6:12. Genesis 6:12: Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde."
    },
    {
     "marker": "35",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "35 vrucht zijner handelingen: Zie boven Jer. 17:10. Jeremia 17:10: Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen.",
     "text1637": "Siet bov. 17. op vers 10.",
     "text2026": "35 vrucht zijn handelingen: Zie boven Jer. 17:10. Jeremia 17:10: Ik, JAHWEH, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iedereen te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijn handelingen."
    },
    {
     "marker": "c",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jes. 28:29. Jesaja 28:29: Zulks komt ook voort van den HEERE der heirscharen; Hij is wonderlijk van raad, Hij is groot van daad.",
     "text1637": "Iesa. 28.29.",
     "text2026": "Jes. 28:29. Jesaja 28:29: Zulks komt ook voort van JAHWEH van de legermachten; Hij is wonderlijk van raad, Hij is groot van daad."
    },
    {
     "marker": "d",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Job 34:21; Spreuk. 5:21; Jer. 16:17. Job 34:21: Want Zijn ogen zijn op ieders wegen, en Hij ziet al zijn treden. Spreuken 5:21: Want eens iegelijks wegen zijn voor de ogen des HEEREN, en Hij weegt al zijne gangen. Jeremia 16:17: Want Mijn ogen zijn op al hun wegen; zij zijn voor Mijn aangezicht niet verborgen, noch hun ongerechtigheid verholen van voor Mijn ogen.",
     "text1637": "Iob. 34.21. Prov. 5.21. Ierem. 16.17.",
     "text2026": "Job 34:21; Spreuk. 5:21; Jer. 16:17. Job 34:21: Want Zijn ogen zijn op ieders wegen, en Hij ziet al zijn treden. Spreuken 5:21: Want van een ieder wegen zijn voor de ogen van JAHWEH, en Hij weegt al zijn gangen. Jeremia 16:17: Want Mijn ogen zijn op al hun wegen; zij zijn voor Mijn aangezicht niet verborgen, noch hun ongerechtigheid verborgen van voor Mijn ogen."
    },
    {
     "marker": "e",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 17:10. Jeremia 17:10: Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen.",
     "text1637": "Ierem. 17.10.",
     "text2026": "Jer. 17:10. Jeremia 17:10: Ik, JAHWEH, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iedereen te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijn handelingen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "גְּדֹל֙",
     "strongs": "H1419",
     "morph": "HAamsc"
    },
    {
     "woord": "הָֽ/עֵצָ֔ה",
     "strongs": "H6098",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/רַ֖ב",
     "strongs": "H7227",
     "morph": "HC/Aamsc"
    },
    {
     "woord": "הָ/עֲלִֽילִיָּ֑ה",
     "strongs": "H5950",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "עֵינֶ֣י/ךָ",
     "strongs": "H5869",
     "morph": "HNcbdc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "פְקֻח֗וֹת",
     "strongs": "H6491",
     "morph": "HVqsfpa"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "דַּרְכֵי֙",
     "strongs": "H1870",
     "morph": "HNcbpc"
    },
    {
     "woord": "בְּנֵ֣י",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "אָדָ֔ם",
     "strongs": "H120",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "לָ/תֵ֤ת",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "לְ/אִישׁ֙",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "כִּ/דְרָכָ֔י/ו",
     "strongs": "H1870",
     "morph": "HR/Ncbpc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/כִ/פְרִ֖י",
     "strongs": "H6529",
     "morph": "HC/R/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "מַעֲלָלָֽי/ו",
     "strongs": "H4611",
     "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Groot van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> raad en machtig van daad; want Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> ogen zijn open over alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> wegen van de mensenkinderen, om ieder te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> geven naar zijn wegen, en naar de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> vrucht van zijn handelingen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Groot van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> raad en machtig van daad; want Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> ogen zijn open over alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> wegen der mensenkinderen, om een iegelijk te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> geven naar zijn wegen, en naar de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> vrucht zijner handelingen.",
   "text1637_html": "Groot van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> rade ende machtich van dade: (want uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> oogen zijn open over alle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> wegen der menschen kinderen, om eenen yegelicken te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> geven nae sijne wegen, ende nae de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> vrucht sijner handelingen.)",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "een iegelijk",
     "new": "ieder",
     "principe": "V5"
    },
    {
     "old": "zijner",
     "new": "van zijn",
     "principe": "N7"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 20,
   "textSV1888": "Gij, Die tekenen en wonderen gesteld hebt in Egypteland, tot op dezen dag, zo in Israël, als onder andere mensen, en hebt U een Naam gemaakt, als Hij is te dezen dage!",
   "text1637": "Ghy die teeckenen ende wonderen gestelt hebt in Egypten-lant, [36] tot op desen dach, soo in Israël, als onder [andere] [37] menschen: ende hebt u eenen naem gemaeckt, als hy is te desen dage.",
   "text2026": "U, Die tekenen en wonderen gesteld hebt in Egypteland, tot op deze dag, zo in Israël, als onder andere mensen, en hebt U een Naam gemaakt, als Hij is op deze dag!",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "36",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "36 tot op dezen dag: Welker gedachtenis duurt tot op dezen dag.",
     "text1637": "Welcker gedachtenisse duert tot op desen dach.",
     "text2026": "36 tot op deze dag: Van welke gedachtenis duurt tot op deze dag."
    },
    {
     "marker": "37",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebreeuws, mens; dat is, mensen, gelijk dikwijls.",
     "text1637": "Hebr. mensch. D. menschen, als dickwijls.",
     "text2026": "Hebreeuws, mens; dat is, mensen, gelijk dikwijls."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "שַׂ֠מְתָּ",
     "strongs": "H7760",
     "morph": "HVqp2ms"
    },
    {
     "woord": "אֹת֨וֹת",
     "strongs": "H226",
     "morph": "HNcbpa"
    },
    {
     "woord": "וּ/מֹפְתִ֤ים",
     "strongs": "H4159",
     "morph": "HC/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/אֶֽרֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "מִצְרַ֨יִם֙",
     "strongs": "H4714",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "עַד",
     "strongs": "H5704",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הַ/יּ֣וֹם",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֶּ֔ה",
     "strongs": "H2088",
     "morph": "HTd/Pdxms"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/יִשְׂרָאֵ֖ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HC/R/Np"
    },
    {
     "woord": "וּ/בָֽ/אָדָ֑ם",
     "strongs": "H120",
     "morph": "HC/Rd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וַ/תַּעֲשֶׂה",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HC/Vqw2ms"
    },
    {
     "woord": "לְּ/ךָ֥",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "שֵׁ֖ם",
     "strongs": "H8034",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "כַּ/יּ֥וֹם",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֶּֽה",
     "strongs": "H2088",
     "morph": "HTd/Pdxms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>U, Die tekenen en wonderen gesteld hebt in Egypteland,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> tot op deze dag, zo in Israël, als onder<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> andere mensen, en hebt U een Naam gemaakt, als Hij is op deze dag!</i></span>",
   "textSV1888_html": "Gij, Die tekenen en wonderen gesteld hebt in Egypteland,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> tot op dezen dag, zo in Israël, als onder<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> andere mensen, en hebt U een Naam gemaakt, als Hij is te dezen dage!",
   "text1637_html": "Ghy die teeckenen ende wonderen gestelt hebt in Egypten-lant, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> tot op desen dach, soo in Israël, als onder [andere] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> menschen: ende hebt u eenen naem gemaeckt, als hy is te desen dage.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gij,",
     "new": "U,",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "dezen",
     "new": "deze",
     "principe": "N4"
    },
    {
     "old": "te dezen dage!",
     "new": "op deze dag!",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 21,
   "textSV1888": "En hebt Uw volk Israël uit Egypteland uitgevoerd, door tekenen en door wonderen, en door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door grote verschrikking.",
   "text1637": "Ende hebt u volck Israël [f] uyt Egypten-lant uytgevoert: door teeckenen ende door wonderen, ende door eene stercke hant, ende door eenen uytgestreckten arm, ende door groote verschrickinge.",
   "text2026": "En hebt Uw volk Israël uit Egypteland uitgevoerd, door tekenen en door wonderen, en door een sterke hand, en door een uitgestrekte arm, en door grote verschrikking.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "f",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Exod. 6:6; 2 Sam. 7:23; 1 Kron. 17:21. Exodus 6:6: En Ik zal ulieden tot Mijn volk aannemen, en Ik zal u tot een God zijn; en gijlieden zult bekennen, dat Ik de HEERE uw God ben, Die u uitleide van onder de lasten der Egyptenaren. 2 Samuël 7:23: En wie is, gelijk Uw volk, gelijk Israël, een enig volk op aarde, hetwelk God is heengegaan Zich tot een volk te verlossen, en om Zich een Naam te zetten, en om voor ulieden deze grote en verschrikkelijke dingen te doen aan Uw land, voor het aangezicht Uws volks, dat Gij U uit Egypte verlost hebt, de heidenen en hun goden verdrijvende. 1 Kronieken 17:21: En wie is als Uw volk Israël, een enig volk op de aarde, hetwelk God heengegaan is Zich tot een volk te verlossen, dat Gij U een Naam maaktet van grote en verschrikkelijke dingen, met de heidenen uit te stoten van het aangezicht Uws volks, hetwelk Gij uit Egypte verlost hebt?",
     "text1637": "Exod. 6.6. 2.Sam. 7.23. 1.Chron. 17.21.",
     "text2026": "Ex. 6:6; 2 Sam. 7:23; 1 Kron. 17:21. Exodus 6:6: En Ik zal u tot Mijn volk aannemen, en Ik zal u tot een God zijn; en u zult bekennen, dat Ik JAHWEH uw God ben, Die u uitleide van onder de lasten van de Egyptenaren. 2 Samuël 7:23: En wie is, gelijk Uw volk, gelijk Israël, een enig volk op aarde, dat God is heengegaan Zich tot een volk te verlossen, en om Zich een Naam te zetten, en om voor u deze grote en verschrikkelijke dingen te doen aan Uw land, voor het aangezicht Uws volks, dat U U uit Egypte verlost hebt, de heidenen en hun goden verdrijvende. 1 Kronieken 17:21: En wie is als Uw volk Israël, een enig volk op de aarde, dat God heengegaan is Zich tot een volk te verlossen, dat U U een Naam maaktet van grote en verschrikkelijke dingen, met de heidenen uit te stoten van het aangezicht Uws volks, dat U uit Egypte verlost hebt?"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/תֹּצֵ֛א",
     "strongs": "H3318",
     "morph": "HC/Vhw2ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "עַמְּ/ךָ֥",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֖ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אֶ֣רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "מִצְרָ֑יִם",
     "strongs": "H4714",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בְּ/אֹת֣וֹת",
     "strongs": "H226",
     "morph": "HR/Ncbpa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/מוֹפְתִ֗ים",
     "strongs": "H4159",
     "morph": "HC/R/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/יָ֤ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HC/R/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "חֲזָקָה֙",
     "strongs": "H2389",
     "morph": "HAafsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/אֶזְר֣וֹעַ",
     "strongs": "H248",
     "morph": "HC/R/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "נְטוּיָ֔ה",
     "strongs": "H5186",
     "morph": "HVqsfsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/מוֹרָ֖א",
     "strongs": "H4172",
     "morph": "HC/R/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "גָּדֽוֹל",
     "strongs": "H1419",
     "morph": "HAamsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>En hebt Uw volk Israël<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> uit Egypteland uitgevoerd, door tekenen en door wonderen, en door een sterke hand, en door een uitgestrekte arm, en door grote verschrikking.</i></span>",
   "textSV1888_html": "En hebt Uw volk Israël<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> uit Egypteland uitgevoerd, door tekenen en door wonderen, en door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en door grote verschrikking.",
   "text1637_html": "Ende hebt u volck Israël <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> uyt Egypten-lant uytgevoert: door teeckenen ende door wonderen, ende door eene stercke hant, ende door eenen uytgestreckten arm, ende door groote verschrickinge.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "uitgestrekten",
     "new": "uitgestrekte",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 22,
   "textSV1888": "En hebt hun dit land gegeven, dat Gij hun vaderen gezworen hadt hun te zullen geven, een land vloeiende van melk en honig;",
   "text1637": "Ende hebt haer dit lant gegeven, dat ghy haren vaderen gesworen hadt haer te sullen geven: een lant [38] vloeyende van melck ende honich.",
   "text2026": "En hebt hun dit land gegeven, dat U hun vaders gezworen had hun te zullen geven, een land vloeiende van melk en honing;",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "38",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "38 vloeiende van melk en honig: Zie Exod. 3:8. Exodus 3:8: Daarom ben Ik nedergekomen, dat Ik het verlosse uit de hand der Egyptenaren, en het opvoere uit dit land, naar een goed en ruim land, naar een land, vloeiende van melk en honig, tot de plaats der Kanaänieten, en der Hethieten, en der Amorieten, en der Ferezieten, en der Hevieten, en der Jebusieten.",
     "text1637": "Siet Exod. 3. op vers 8.",
     "text2026": "38 vloeiende van melk en honig: Zie Ex. 3:8. Exodus 3:8: Daarom ben Ik nedergekomen, dat Ik het verlosse uit de hand van de Egyptenaren, en het opvoere uit dit land, naar een goed en ruim land, naar een land, vloeiende van melk en honig, tot de plaats van de Kanaänieten, en van de Hethieten, en van de Amorieten, en van de Ferezieten, en van de Hevieten, en van de Jebusieten."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/תִּתֵּ֤ן",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HC/Vqw2ms"
    },
    {
     "woord": "לָ/הֶם֙",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הָ/אָ֣רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HTd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֹּ֔את",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HTd/Pdxfs"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "נִשְׁבַּ֥עְתָּ",
     "strongs": "H7650",
     "morph": "HVNp2ms"
    },
    {
     "woord": "לַ/אֲבוֹתָ֖/ם",
     "strongs": "H1",
     "morph": "HR/Ncmpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לָ/תֵ֣ת",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "לָ/הֶ֑ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אֶ֛רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "זָבַ֥ת",
     "strongs": "H2100",
     "morph": "HVqrfsc"
    },
    {
     "woord": "חָלָ֖ב",
     "strongs": "H2461",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/דְבָֽשׁ",
     "strongs": "H1706",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>En hebt hun dit land gegeven, dat U hun vaders gezworen had hun te zullen geven, een land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> vloeiende van melk en honing;</i></span>",
   "textSV1888_html": "En hebt hun dit land gegeven, dat Gij hun vaderen gezworen hadt hun te zullen geven, een land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> vloeiende van melk en honig;",
   "text1637_html": "Ende hebt haer dit lant gegeven, dat ghy haren vaderen gesworen hadt haer te sullen geven: een lant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> vloeyende van melck ende honich.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "vaderen",
     "new": "vaders",
     "principe": "MR-1KR-007"
    },
    {
     "old": "hadt",
     "new": "had",
     "principe": "V206"
    },
    {
     "old": "honig;",
     "new": "honing;",
     "principe": "V233"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 23,
   "textSV1888": "Zij zijn er ook ingekomen en hebben het erfelijk bezeten, maar hebben Uwer stem niet gehoorzaamd, en in Uw wet niet gewandeld; zij hebben niets gedaan van alles, wat Gij hun geboden hadt te doen; dies hebt Gij hun al dit kwaad doen bejegenen.",
   "text1637": "Sy zijnder oock ingekomen ende hebben ’t erflick beseten, maer en hebben uwer stemme niet gehoorsaemt, ende in uwe wet niet gewandelt; sy en hebben [39] niets gedaen van alles, dat ghy hen geboden hadt te doen: Dies hebt ghy hen al dit [40] quaet doen bejegenen.",
   "text2026": "Zij zijn er ook ingekomen en hebben het erfelijk bezeten, maar hebben Uw stem niet gehoorzaamd, en in Uw wet niet gewandeld; zij hebben niets gedaan van alles, wat U hun geboden had te doen; daarom hebt U hun al dit kwaad doen bejegenen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "39",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "39 niets gedaan: Hebreeuws, al wat Gij, enz. hebben zij niet gedaan; dat is, niets van hetgeen Gij hun geboden hadt. Zie 1 Kon. 11:34. 1 Koningen 11:34: Doch niets van dit koninkrijk zal Ik uit zijn hand nemen; maar Ik stel hem tot een vorst al de dagen zijns levens, om Mijns knechts Davids wil, dien Ik verkoren heb, die Mijn geboden en Mijn inzettingen gehouden heeft.",
     "text1637": "Hebr. al wat ghy etc. en hebbense niet gedaen. D. niets van’t gene ghy hen geboden hadt. siet 1.Reg. 11.op vers 34.",
     "text2026": "39 niets gedaan: Hebreeuws, al wat U, enz. hebben zij niet gedaan; dat is, niets van wat U hun geboden hadt. Zie 1 Kon. 11:34. 1 Koningen 11:34: Maar niets van dit koninkrijk zal Ik uit zijn hand nemen; maar Ik stel hem tot een vorst al de dagen zijn levens, om Mijn knechts Davids wil, die Ik gekozen heb, die Mijn geboden en Mijn inzettingen gehouden heeft."
    },
    {
     "marker": "40",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "40 kwaad doen bejegenen: Der straf.",
     "text1637": "Der straffe.",
     "text2026": "40 kwaad doen bejegenen: Van de straf."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/יָּבֹ֜אוּ",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HC/Vqw3mp"
    },
    {
     "woord": "וַ/יִּֽרְשׁ֣וּ",
     "strongs": "H3423",
     "morph": "HC/Vqw3mp"
    },
    {
     "woord": "אֹתָ֗/הּ",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/לֹֽא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "שָׁמְע֤וּ",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "בְ/קוֹלֶ֨/ךָ֙",
     "strongs": "H6963",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "ו/ב/תרות/ך",
     "strongs": "H8451",
     "morph": "HC/R/Ncfpc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "לֹא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "הָלָ֔כוּ",
     "strongs": "H1980",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "אֵת֩",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֨ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "צִוִּ֧יתָה",
     "strongs": "H6680",
     "morph": "HVpp2ms"
    },
    {
     "woord": "לָ/הֶ֛ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לַ/עֲשׂ֖וֹת",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "לֹ֣א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "עָשׂ֑וּ",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "וַ/תַּקְרֵ֣א",
     "strongs": "H7122",
     "morph": "HC/Vhw2ms"
    },
    {
     "woord": "אֹתָ֔/ם",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אֵ֥ת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הָ/רָעָ֖ה",
     "strongs": "H7451",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֹּֽאת",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HTd/Pdxfs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Zij zijn er ook ingekomen en hebben het erfelijk bezeten, maar hebben Uw stem niet gehoorzaamd, en in Uw wet niet gewandeld; zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> niets gedaan van alles, wat U hun geboden had te doen; daarom hebt U hun al dit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> kwaad doen bejegenen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Zij zijn er ook ingekomen en hebben het erfelijk bezeten, maar hebben Uwer stem niet gehoorzaamd, en in Uw wet niet gewandeld; zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> niets gedaan van alles, wat Gij hun geboden hadt te doen; dies hebt Gij hun al dit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> kwaad doen bejegenen.",
   "text1637_html": "Sy zijnder oock ingekomen ende hebben ’t erflick beseten, maer en hebben uwer stemme niet gehoorsaemt, en<i>de</i> in uwe wet niet gewandelt; sy en hebben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> niets gedaen van alles, dat ghy hen gebode<i>n</i> hadt te doen: Dies hebt ghy hen al dit <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> quaet doen bejegenen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Uwer",
     "new": "Uw",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "hadt",
     "new": "had",
     "principe": "V206"
    },
    {
     "old": "dies",
     "new": "daarom",
     "principe": "V333"
    },
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 24,
   "textSV1888": "Zie, de wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand der Chaldeeën, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en den honger en de pestilentie; en wat Gij gesproken hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het.",
   "text1637": "Siet, de [41] wallen! sy zijn gekomen aen de stadt om die in te nemen, ende de stadt is [42] gegeven in de hant der Chaldeen, die tegen haer strijden; van wegen het sweert ende den honger ende de pestilentie: ende wat ghy gesproken hebt, is geschiet, ende siet, ghy siet [het].",
   "text2026": "Zie, de wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand van de Chaldeeën, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en de honger en de pest; en wat U gesproken hebt, is gebeurd, en zie, U ziet het.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "41",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Opgeworpen hoogten, schansen, bolwerken, forten, buiten de stad; zie 2 Sam. 20:15. Sommigen verstaan andere krijgsinstrumenten, opgericht en dienende om muren en grote sterke gebouwen te verbreken en onder den voet te werpen, of uit en van dezelve met allerlei geweer den vijand te beschadigen. Vergelijk onder Jer. 33:4. 2 Samuël 20:15: En zij kwamen en belegerden hem in Abel Beth-Maächa, en zij wierpen een wal op tegen de stad, dat hij aan den buitenmuur stond; en al het volk, dat met Joab was, verdorven den muur, om dien neder te vellen. Jeremia 33:4: Want zo zegt de HEERE, de God Israëls, van de huizen dezer stad, en van de huizen der koningen van Juda, die door de wallen en door het zwaard zijn afgebroken:",
     "text1637": "Opgeworpene hoochten, schansen, bolwercken, trencheen, buyten de stadt. siet 2.Sam. 20. op vers 15. sommige verstaen andere krijchsinstrumenten, opgericht ende dienende om mueren ende groote stercke gebouwen te verbreken ende onder voeten te werpen, ofte uyt ende vande selve met allerley geweer den vyant te beschadigen. Vergel. ond. 33.4.",
     "text2026": "Opgeworpen hoogten, schansen, bolwerken, forten, buiten de stad; zie 2 Sam. 20:15. Sommigen verstaan andere krijgsinstrumenten, opgericht en dienende om muren en grote sterke gebouwen te verbreken en onder de voet te werpen, of uit en van dezelfde met allerlei geweer de vijand te beschadigen. Vergelijk onder Jer. 33:4. 2 Samuël 20:15: En zij kwamen en belegerden hem in Abel Beth-Maächa, en zij wierpen een wal op tegen de stad, dat hij aan de buitenmuur stond; en al het volk, dat met Joab was, verdorven de muur, om die neder te vellen. Jeremia 33:4: Want zo zegt JAHWEH, de God van Israël, van de huizen van deze stad, en van de huizen van de koningen van Juda, die door de wallen en door het zwaard zijn afgebroken:"
    },
    {
     "marker": "42",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "42 gegeven in de hand der Chaldeeën: Of, wordt gegeven; alzo vers 25, 32:36, 32:43; dat is, zij is zo goed [gelijk men zegt] als gegeven, zij zal toch zekerlijk gegeven worden; de zaken zijn er zo binnen gesteld, dat men tastelijk merken kan dat uw woord in alles waarachtig is, en voorts vervuld zal worden. Jeremia 32:25: Evenwel hebt Gij tot mij gezegd, Heere HEERE! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen betuigen; daar de stad in der Chaldeeën hand gegeven is. Jeremia 32:36: En nu, daarom zegt de HEERE, de God Israëls, alzo van deze stad, waar gij van zegt: Zij is gegeven in de hand des konings van Babel, door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie; Jeremia 32:43: En er zullen velden gekocht worden in dit land, waarvan gij zegt: Het is woest, dat er geen mens noch beest in is; het is in der Chaldeeën hand gegeven.",
     "text1637": "Ofte, wort gegeven: alsoo versen 25, 36, 43. D. sy is soo goet (alsmen seyt) als gegeven, sy sal doch sekerlick gegeven worden: de saken zijnder soo binnen gesteld, datmen tastlick mercken kan, dat u woort in alles waerachtich is, ende voorts vervult sal worden.",
     "text2026": "42 gegeven in de hand van de Chaldeeën: Of, wordt gegeven; zo vers 25, 32:36, 32:43; dat is, zij is zo goed [gelijk men zegt] als gegeven, zij zal toch zekerlijk gegeven worden; de zaken zijn er zo binnen gesteld, dat men tastelijk merken kan dat uw woord in alles waarachtig is, en verder vervuld zal worden. Jeremia 32:25: Evenwel hebt U tot mij gezegd, Heer JAHWEH! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen betuigen; daar de stad in van de Chaldeeën hand gegeven is. Jeremia 32:36: En nu, daarom zegt JAHWEH, de God van Israël, zo van deze stad, waar u van zegt: Zij is gegeven in de hand van de koning van Babel, door het zwaard, en door de honger, en door de pestilentie; Jeremia 32:43: En er zullen velden gekocht worden in dit land, waarvan u zegt: Het is woest, dat er geen mens noch beest in is; het is in van de Chaldeeën hand gegeven."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הִנֵּ֣ה",
     "strongs": "H2009",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "הַ/סֹּלְל֗וֹת",
     "strongs": "H5550",
     "morph": "HTd/Ncfpa"
    },
    {
     "woord": "בָּ֣אוּ",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "הָ/עִיר֮",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/לָכְדָ/הּ֒",
     "strongs": "H3920",
     "morph": "HR/Vqc/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/הָ/עִ֣יר",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HC/Td/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "נִתְּנָ֗ה",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVNp3fs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/יַ֤ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/כַּשְׂדִּים֙",
     "strongs": "H3778",
     "morph": "HTd/Np"
    },
    {
     "woord": "הַ/נִּלְחָמִ֣ים",
     "strongs": "H3898",
     "morph": "HTd/VNrmpa"
    },
    {
     "woord": "עָלֶ֔י/הָ",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "מִ/פְּנֵ֛י",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HR/Ncbpc"
    },
    {
     "woord": "הַ/חֶ֥רֶב",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הָ/רָעָ֖ב",
     "strongs": "H7458",
     "morph": "HC/Td/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הַ/דָּ֑בֶר",
     "strongs": "H1698",
     "morph": "HC/Td/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וַ/אֲשֶׁ֥ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HC/Tr"
    },
    {
     "woord": "דִּבַּ֛רְתָּ",
     "strongs": "H1696",
     "morph": "HVpp2ms"
    },
    {
     "woord": "הָיָ֖ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/הִנְּ/ךָ֥",
     "strongs": "H2005",
     "morph": "HC/Tj/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "רֹאֶֽה",
     "strongs": "H7200",
     "morph": "HVqrmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Zie, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> gegeven in de hand van de Chaldeeën, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en de honger en de pest; en wat U gesproken hebt, is gebeurd, en zie, U ziet het.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Zie, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> gegeven in de hand der Chaldeeën, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en den honger en de pestilentie; en wat Gij gesproken hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het.",
   "text1637_html": "Siet, de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> wallen! sy zijn gekomen aen de stadt om die in te nemen, en<i>de</i> de stadt is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> gegeven in de hant der Chaldeen, die tegen haer strijden; van wegen het sweert ende den honger ende de pestilentie: ende wat ghy gesproken hebt, is geschiet, ende siet, ghy siet [het].",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "pestilentie;",
     "new": "pest;",
     "principe": "V914"
    },
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "geschied,",
     "new": "gebeurd,",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 25,
   "textSV1888": "Evenwel hebt Gij tot mij gezegd, Heere HEERE! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen betuigen; daar de stad in der Chaldeeën hand gegeven is.",
   "text1637": "Evenwel hebt ghy tot my geseyt, Heere HEERE; Koopt u dat velt voor gelt, ende doet [het] getuygen betuygen: [43] daer de stadt in der Chaldeen hant gegeven is!",
   "text2026": "Evenwel hebt U tot mij gezegd, Adonai JAHWEH! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen betuigen; daar de stad in de hand van de Chaldeeën gegeven is.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "43",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "43 daar de stad: Alsof hij zeide: Dit is voor het menselijk vernuft een vreemde en wonderlijke zaak.",
     "text1637": "Als of hy seyde: Dit is voor het menschlick vernuft, eene vreemde ende wonderlicke sake.",
     "text2026": "43 daar de stad: Alsof hij zei: Dit is voor het menselijk vernuft een vreemde en wonderlijke zaak."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/אַתָּ֞ה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HC/Pp2ms"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֤רְתָּ",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp2ms"
    },
    {
     "woord": "אֵלַ/י֙",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוִ֔ה",
     "strongs": "H3069",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "קְנֵֽה",
     "strongs": "H7069",
     "morph": "HVqv2ms"
    },
    {
     "woord": "לְ/ךָ֧",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "הַ/שָּׂדֶ֛ה",
     "strongs": "H7704",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "בַּ/כֶּ֖סֶף",
     "strongs": "H3701",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הָעֵ֣ד",
     "strongs": "H5749",
     "morph": "HC/Vhv2ms"
    },
    {
     "woord": "עֵדִ֑ים",
     "strongs": "H5707",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הָ/עִ֥יר",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HC/Td/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "נִתְּנָ֖ה",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVNp3fs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/יַ֥ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/כַּשְׂדִּֽים",
     "strongs": "H3778",
     "morph": "HTd/Np"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Evenwel hebt U tot mij gezegd, Adonai JAHWEH! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> betuigen; daar de stad in de hand van de Chaldeeën gegeven is.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Evenwel hebt Gij tot mij gezegd, Heere HEERE! koop u dat veld voor geld, en doe het getuigen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> betuigen; daar de stad in der Chaldeeën hand gegeven is.",
   "text1637_html": "Evenwel hebt ghy tot my geseyt, Heere HEERE; Koopt u dat velt voor gelt, ende doet [het] getuygen betuygen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> daer de stadt in der Chaldeen hant gegeven is!",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "Heere HEERE!",
     "new": "Adonai JAHWEH!",
     "principe": "G4"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "de hand van de",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "hand",
     "new": "",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 26,
   "textSV1888": "Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:",
   "text1637": "Doe geschiedde des HEEREN woort tot Ieremia, seggende:",
   "text2026": "Toen kwam het woord van JAHWEH tot Jeremia, zeggende:",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/יְהִי֙",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HC/Vqw3ms"
    },
    {
     "woord": "דְּבַר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֶֽל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "יִרְמְיָ֖הוּ",
     "strongs": "H3414",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹֽר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    }
   ],
   "text2026_html": "Toen kwam het woord van JAHWEH tot Jeremia, zeggende:",
   "text1637_html": "Doe geschiedde des HEEREN woort tot Ieremia, seggende:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "geschiedde des HEEREN",
     "new": "kwam het",
     "principe": "V1230"
    },
    {
     "old": "",
     "new": "van JAHWEH",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 27,
   "textSV1888": "Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees; zou Mij enig ding te wonderlijk zijn?",
   "text1637": "Siet, Ick ben de HEERE, de [g] Godt alles [44] vleesches: soude my eenich dinck [45] te wonderlick zijn?",
   "text2026": "Zie, Ik ben JAHWEH, de God van alle vlees; zou Mij enig ding te wonderlijk zijn?",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "44",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie Gen. 6:12; Num. 16:22. Genesis 6:12: Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde. Numeri 16:22: Maar zij vielen op hun aangezichten, en zeiden: O God! God der geesten van alle vlees! een enig man zal gezondigd hebben, en zult Gij U over deze ganse vergadering grotelijks vertoornen?",
     "text1637": "Siet Gen. 6. op vers 12. ende Num. 16. op vers 22.",
     "text2026": "Zie Gen. 6:12; Num. 16:22. Genesis 6:12: Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde. Numeri 16:22: Maar zij vielen op hun aangezichten, en zeiden: O God! God van de geesten van alle vlees! een enig man zal gezondigd hebben, en zult U U over deze gehele vergadering grotelijks vertoornen?"
    },
    {
     "marker": "45",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "45 te wonderlijk zijn: Zie boven vers 17. Jeremia 32:17: Ach, Heere HEERE! Zie, Gij hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekten arm; geen ding is U te wonderlijk.",
     "text1637": "Siet bov. op vers 17.",
     "text2026": "45 te wonderlijk zijn: Zie boven vers 17. Jeremia 32:17: Ach, Heer JAHWEH! Zie, U hebt de hemelen en de aarde gemaakt, door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekten arm; geen ding is U te wonderlijk."
    },
    {
     "marker": "g",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Num. 16:22. Numeri 16:22: Maar zij vielen op hun aangezichten, en zeiden: O God! God der geesten van alle vlees! een enig man zal gezondigd hebben, en zult Gij U over deze ganse vergadering grotelijks vertoornen?",
     "text1637": "Num. 16.22.",
     "text2026": "Num. 16:22. Numeri 16:22: Maar zij vielen op hun aangezichten, en zeiden: O God! God van de geesten van alle vlees! een enig man zal gezondigd hebben, en zult U U over deze gehele vergadering grotelijks vertoornen?"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הִנֵּה֙",
     "strongs": "H2009",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "אֲנִ֣י",
     "strongs": "H589",
     "morph": "HPp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהֵ֖י",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּשָׂ֑ר",
     "strongs": "H1320",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "הֲֽ/מִמֶּ֔/נִּי",
     "strongs": "H4480",
     "morph": "HTi/R/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יִפָּלֵ֖א",
     "strongs": "H6381",
     "morph": "HVNi3ms"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "דָּבָֽר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik ben JAHWEH, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> God van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> alle vlees; zou Mij enig<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> ding te wonderlijk zijn?</i></span>",
   "textSV1888_html": "Zie, Ik ben de HEERE, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> God van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> alle vlees; zou Mij enig<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> ding te wonderlijk zijn?",
   "text1637_html": "Siet, Ick ben de HEERE, de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> Godt alles <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> vleesches: soude my eenich dinck <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> te wonderlick zijn?",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 28,
   "textSV1888": "Daarom zegt de HEERE alzo: Zie, Ik geef deze stad in de hand der Chaldeeën, en in de hand van Nebukadnezar, den koning van Babel, en hij zal ze innemen.",
   "text1637": "Daerom seyt de HEERE alsoo: Siet ick geve dese stadt in de hant der Chaldeen, ende in de hant Nebucadrezars des Conincks van Babel, ende hy salse innemen.",
   "text2026": "Daarom zegt JAHWEH zo: Zie, Ik geef deze stad in de hand van de Chaldeeën, en in de hand van Nebukadnezar, de koning van Babel, en hij zal ze innemen.",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "לָ/כֵ֕ן",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HR/D"
    },
    {
     "woord": "כֹּ֖ה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֣ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֑ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הִנְ/נִ֣י",
     "strongs": "H2005",
     "morph": "HTm/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "נֹתֵן֩",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqrmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הָ/עִ֨יר",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֹּ֜את",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HTd/Pdxfs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/יַ֣ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/כַּשְׂדִּ֗ים",
     "strongs": "H3778",
     "morph": "HTd/Np"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/יַ֛ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HC/R/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "נְבֽוּכַדְרֶאצַּ֥ר",
     "strongs": "H5019",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֖ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וּ/לְכָדָֽ/הּ",
     "strongs": "H3920",
     "morph": "HC/Vqq3ms/Sp3fs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Daarom zegt JAHWEH zo: Zie, Ik geef deze stad in de hand van de Chaldeeën, en in de hand van Nebukadnezar, de koning van Babel, en hij zal ze innemen.</i></span>",
   "text1637_html": "Daerom seyt de HEERE alsoo: Siet ick geve dese stadt in de hant der Chaldeen, ende in de hant Nebucadrezars des Conincks van Babel, ende hy salse innemen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE alzo:",
     "new": "JAHWEH zo:",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 29,
   "textSV1888": "En de Chaldeeën, die tegen deze stad strijden, zullen er inkomen, en deze stad met vuur aansteken, en zullen ze verbranden, met de huizen, op welker daken zij aan Baäl gerookt, en anderen goden drankofferen geofferd hebben, om Mij te vertoornen.",
   "text1637": "Ende de Chaldeen, die tegen dese stadt strijden, sullender inkomen, ende dese stadt met vyer aensteken, ende sullense [h] verbranden, met de huysen, op welcker daken sy den Baal geroockt, ende anderen Goden dranck-offeren [46] geoffert hebben, om my te [47] vertoornen.",
   "text2026": "En de Chaldeeën, die tegen deze stad strijden, zullen er inkomen, en deze stad met vuur aansteken, en zullen ze verbranden, met de huizen, op wier daken zij aan Baäl gerookt, en aan andere goden drankoffers geofferd hebben, om Mij te vertoornen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "46",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "46 geofferd hebben: Gelijk boven Jer. 7:18. Jeremia 7:18: De kinderen lezen hout op, en de vaders steken het vuur aan, en de vrouwen kneden het deeg, om gebeelde koeken te maken voor de Melecheth des hemels, en anderen goden drankofferen te offeren, om Mij verdriet aan te doen.",
     "text1637": "Als bov. 7.18.",
     "text2026": "46 geofferd hebben: Gelijk boven Jer. 7:18. Jeremia 7:18: De kinderen lezen hout op, en de vaders steken het vuur aan, en de vrouwen kneden het deeg, om gebeelde koeken te maken voor de Melecheth van de hemel, en anderen goden drankofferen te offeren, om Mij verdriet aan te doen."
    },
    {
     "marker": "47",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, te tergen; alzo in het volgende.",
     "text1637": "Ofte, te tergen. alsoo in’t volgende.",
     "text2026": "Of, te tergen; zo in het volgende."
    },
    {
     "marker": "h",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 21:10. Jeremia 21:10: Want Ik heb Mijn aangezicht tegen deze stad gesteld ten kwade en niet ten goede, spreekt de HEERE; zij zal gegeven worden in de hand des konings van Babel, en hij zal ze met vuur verbranden.",
     "text1637": "Ierem. 21.10.",
     "text2026": "Jer. 21:10. Jeremia 21:10: Want Ik heb Mijn aangezicht tegen deze stad gesteld ten kwade en niet ten goede, spreekt JAHWEH; zij zal gegeven worden in de hand van de koning van Babel, en hij zal ze met vuur verbranden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וּ/בָ֣אוּ",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "הַ/כַּשְׂדִּ֗ים",
     "strongs": "H3778",
     "morph": "HTd/Np"
    },
    {
     "woord": "הַ/נִּלְחָמִים֙",
     "strongs": "H3898",
     "morph": "HTd/VNrmpa"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הָ/עִ֣יר",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֹּ֔את",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HTd/Pdxfs"
    },
    {
     "woord": "וְ/הִצִּ֜יתוּ",
     "strongs": "H3341",
     "morph": "HC/Vhp3cp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הָ/עִ֥יר",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֹּ֛את",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HTd/Pdxfs"
    },
    {
     "woord": "בָּ/אֵ֖שׁ",
     "strongs": "H784",
     "morph": "HRd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/שְׂרָפ֑וּ/הָ",
     "strongs": "H8313",
     "morph": "HC/Vqq3cp/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֵ֣ת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "הַ/בָּתִּ֡ים",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר֩",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "קִטְּר֨וּ",
     "strongs": "H6999",
     "morph": "HVpp3cp"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "גַּגּֽוֹתֵי/הֶ֜ם",
     "strongs": "H1406",
     "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לַ/בַּ֗עַל",
     "strongs": "H1168",
     "morph": "HRd/Np"
    },
    {
     "woord": "וְ/הִסִּ֤כוּ",
     "strongs": "H5258",
     "morph": "HC/Vhp3cp"
    },
    {
     "woord": "נְסָכִים֙",
     "strongs": "H5262",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אלֹהִ֣ים",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HR/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "אֲחֵרִ֔ים",
     "strongs": "H312",
     "morph": "HAampa"
    },
    {
     "woord": "לְמַ֖עַן",
     "strongs": "H4616",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הַכְעִסֵֽ/נִי",
     "strongs": "H3707",
     "morph": "HVhc/Sp1cs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En de Chaldeeën, die tegen deze stad strijden, zullen er inkomen, en deze stad met vuur aansteken, en zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> ze verbranden, met de huizen, op wier daken zij aan Baäl gerookt, en aan andere goden drankoffers<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> geofferd hebben, om Mij te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> vertoornen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "En de Chaldeeën, die tegen deze stad strijden, zullen er inkomen, en deze stad met vuur aansteken, en zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> ze verbranden, met de huizen, op welker daken zij aan Baäl gerookt, en anderen goden drankofferen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> geofferd hebben, om Mij te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> vertoornen.",
   "text1637_html": "Ende de Chaldeen, die tegen dese stadt strijden, sullender inkomen, ende dese stadt met vyer aensteken, ende sullense <sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> verbranden, met de huysen, op welcker daken sy den Baal geroockt, ende anderen Goden dranck-offeren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> geoffert hebben, om my te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> vertoornen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "welker",
     "new": "wier",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "anderen",
     "new": "aan andere",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "drankofferen",
     "new": "drankoffers",
     "principe": "V1173"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 30,
   "textSV1888": "Want de kinderen Israëls en de kinderen van Juda hebben van hun jeugd aan alleenlijk gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen; want de kinderen Israëls hebben Mij door het werk hunner handen alleenlijk vertoornd, spreekt de HEERE.",
   "text1637": "Want de kinderen Israëls ende de kinderen Iuda hebben van hare [48] jeucht aen [49] alleenlick gedaen dat quaet was in mijne oogen: want de kinderen Israëls hebben my door ’t werck harer handen alleenlick vertoornt, spreeckt de HEERE.",
   "text2026": "Want de Israëlieten en de kinderen van Juda hebben van hun jeugd aan alleen gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen; want de Israëlieten hebben Mij door het werk van hun handen alleen vertoornd, spreekt JAHWEH.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "48",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "48 jeugd aan: Zie boven Jer. 2:2. Jeremia 2:2: Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land.",
     "text1637": "Siet bov. 2. op vers 2.",
     "text2026": "48 jeugd aan: Zie boven Jer. 2:2. Jeremia 2:2: Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt JAHWEH: Ik gedenk van de weldadigheid uw jeugd, van de liefde uw ondertrouw, toen u Mij nawandelde in de woestijn, in onbezaaid land."
    },
    {
     "marker": "49",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "49 alleenlijk gedaan: Dat is, anders niets gedaan dan enz.",
     "text1637": "D. anders niet gedaen, als etc.",
     "text2026": "49 alleen gedaan: Dat is, anders niets gedaan dan enz."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "הָי֨וּ",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "בְנֵֽי",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֜ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְנֵ֣י",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HC/Ncmpc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֗ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אַ֣ךְ",
     "strongs": "H389",
     "morph": "HTa"
    },
    {
     "woord": "עֹשִׂ֥ים",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HVqrmpa"
    },
    {
     "woord": "הָ/רַ֛ע",
     "strongs": "H7451",
     "morph": "HTd/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/עֵינַ֖/י",
     "strongs": "H5869",
     "morph": "HR/Ncbdc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "מִ/נְּעֻרֹֽתֵי/הֶ֑ם",
     "strongs": "H5271",
     "morph": "HR/Ncbpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "בְנֵֽי",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֗ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אַ֣ךְ",
     "strongs": "H389",
     "morph": "HTa"
    },
    {
     "woord": "מַכְעִסִ֥ים",
     "strongs": "H3707",
     "morph": "HVhrmpa"
    },
    {
     "woord": "אֹתִ֛/י",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/מַעֲשֵׂ֥ה",
     "strongs": "H4639",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "יְדֵי/הֶ֖ם",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HNcbdc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָֽה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want de Israëlieten en de kinderen van Juda hebben van hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> jeugd aan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> alleen gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen; want de Israëlieten hebben Mij door het werk van hun handen alleen vertoornd, spreekt JAHWEH.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Want de kinderen Israëls en de kinderen van Juda hebben van hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> jeugd aan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> alleenlijk gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen; want de kinderen Israëls hebben Mij door het werk hunner handen alleenlijk vertoornd, spreekt de HEERE.",
   "text1637_html": "Want de kinderen Israëls ende de kinderen Iuda hebben van hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> jeucht aen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> alleenlick gedaen dat quaet was in mijne oogen: want de kinderen Israëls hebben my door ’t werck harer handen alleenlick vertoornt, spreeckt de HEERE.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "kinderen Israëls",
     "new": "Israëlieten",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "alleenlijk",
     "new": "alleen",
     "principe": "V12"
    },
    {
     "old": "kinderen Israëls",
     "new": "Israëlieten",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "hunner",
     "new": "van hun",
     "principe": "N7"
    },
    {
     "old": "alleenlijk",
     "new": "alleen",
     "principe": "V12"
    },
    {
     "old": "de HEERE.",
     "new": "JAHWEH.",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 31,
   "textSV1888": "Want tot Mijn toorn en tot Mijn grimmigheid is Mij deze stad geweest, van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op dezen dag toe; opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed;",
   "text1637": "Want [50] tot mijnen toorn ende tot mijne grimmicheyt is my dese stadt geweest, van den dach af dat syse gebouwt hebben, tot op desen dach toe: op dat ick haer van mijn aengesichte wechdede:",
   "text2026": "Want tot Mijn toorn en tot Mijn woede is Mij deze stad geweest, van de dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op deze dag toe; opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed;",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "50",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "50 tot Mijn toorn: Dat is, zij heeft niets anders gedaan dan dat diende om mijn toorn en grimmigheid te verwekken, daarover zijn zij [gelijk men zegt] altijd uit geweest, daarop hebben zij toegelegd. Anders: in mijnen toorn; dat is, Ik ben op hen vertoornd geweest, enz.",
     "text1637": "D. Sy heeft niet anders gedaen, als dat diende om mijnen toorn ende grimmicheyt te verwecken, daerover zijn sy (alsmen seyt) altoos uyt geweest, daer op hebben sy toegeleyt. and. in mijnen toorn, D. ick ben op haer vertoornt geweest, etc.",
     "text2026": "50 tot Mijn toorn: Dat is, zij heeft niets anders gedaan dan dat diende om mijn toorn en grimmigheid te verwekken, daarover zijn zij [gelijk men zegt] altijd uit geweest, daarop hebben zij toegelegd. Anders: in mijn toorn; dat is, Ik ben op hen vertoornd geweest, enz."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּ֧י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "אַפִּ֣/י",
     "strongs": "H639",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "חֲמָתִ֗/י",
     "strongs": "H2534",
     "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "הָ֤יְתָה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp3fs"
    },
    {
     "woord": "לִּ/י֙",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "הָ/עִ֣יר",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֹּ֔את",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HTd/Pdxfs"
    },
    {
     "woord": "לְ/מִן",
     "strongs": "H4480",
     "morph": "HR/R"
    },
    {
     "woord": "הַ/יּוֹם֙",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "בָּנ֣וּ",
     "strongs": "H1129",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "אוֹתָ֔/הּ",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַ֖ד",
     "strongs": "H5704",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "הַ/יּ֣וֹם",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֶּ֑ה",
     "strongs": "H2088",
     "morph": "HTd/Pdxms"
    },
    {
     "woord": "לַ/הֲסִירָ֖/הּ",
     "strongs": "H5493",
     "morph": "HR/Vhc/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "מֵ/עַ֥ל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/R"
    },
    {
     "woord": "פָּנָֽ/י",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HNcbpc/Sp1cs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> tot Mijn toorn en tot Mijn woede is Mij deze stad geweest, van de dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op deze dag toe; opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed;</i></span>",
   "textSV1888_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> tot Mijn toorn en tot Mijn grimmigheid is Mij deze stad geweest, van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op dezen dag toe; opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed;",
   "text1637_html": "Want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> tot mijnen toorn ende tot mijne grimmicheyt is my dese stadt geweest, van den dach af dat syse gebouwt hebben, tot op desen dach toe: op dat ick haer van mijn aengesichte wechdede:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "grimmigheid",
     "new": "woede",
     "principe": "V77"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "dezen",
     "new": "deze",
     "principe": "N4"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 32,
   "textSV1888": "Om al de boosheid der kinderen Israëls en der kinderen van Juda, die zij gedaan hebben om Mij te vertoornen, zij, hun koningen, hun vorsten, hun priesteren, en hun profeten, en de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem;",
   "text1637": "Om alle de boosheyt der kinderen Israëls ende der kinderen Iuda, die sy gedaen hebben om my te vertoornen; sy, hare Coningen, hare Vorsten, hare Priesteren, ende hare Propheten, ende de [51] mannen van Iuda, ende de inwoonders van Ierusalem:",
   "text2026": "Om al de boosheid van de Israëlieten en van de kinderen van Juda, die zij gedaan hebben om Mij te vertoornen, zij, hun koningen, hun vorsten, hun priesters, en hun profeten, en de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem;",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "51",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "51 mannen van Juda: Hebreeuws, man; gelijk boven Jer. 4:3. Jeremia 4:3: Want zo zegt de HEERE tot de mannen van Juda, en tot Jeruzalem: Braakt ulieden een braakland, en zaait niet onder de doornen.",
     "text1637": "Hebr. man. als bov. 4.3.",
     "text2026": "51 mannen van Juda: Hebreeuws, man (אִישׁ); gelijk boven Jer. 4:3. Jeremia 4:3: Want zo zegt JAHWEH tot de mannen van Juda, en tot Jeruzalem: Braakt u een braakland, en zaait niet onder de doornen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "עַל֩",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "רָעַ֨ת",
     "strongs": "H7451",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "בְּנֵֽי",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֜ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְנֵ֣י",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HC/Ncmpc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֗ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֤ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "עָשׂוּ֙",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "לְ/הַכְעִסֵ֔/נִי",
     "strongs": "H3707",
     "morph": "HR/Vhc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "הֵ֤מָּה",
     "strongs": "H1992",
     "morph": "HPp3mp"
    },
    {
     "woord": "מַלְכֵי/הֶם֙",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "שָֽׂרֵי/הֶ֔ם",
     "strongs": "H8269",
     "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "כֹּהֲנֵי/הֶ֖ם",
     "strongs": "H3548",
     "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וּ/נְבִֽיאֵי/הֶ֑ם",
     "strongs": "H5030",
     "morph": "HC/Ncmpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אִ֣ישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HC/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֔ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/יֹשְׁבֵ֖י",
     "strongs": "H3427",
     "morph": "HC/Vqrmpc"
    },
    {
     "woord": "יְרוּשָׁלִָֽם",
     "strongs": "H3389",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Om al de boosheid van de Israëlieten en van de kinderen van Juda, die zij gedaan hebben om Mij te vertoornen, zij, hun koningen, hun vorsten, hun priesters, en hun profeten, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem;</i></span>",
   "textSV1888_html": "Om al de boosheid der kinderen Israëls en der kinderen van Juda, die zij gedaan hebben om Mij te vertoornen, zij, hun koningen, hun vorsten, hun priesteren, en hun profeten, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem;",
   "text1637_html": "Om alle de boosheyt der kinderen Israëls ende der kinderen Iuda, die sy gedaen hebben om my te vertoornen; sy, hare Coningen, hare Vorsten, hare Priesteren, ende hare Propheten, en<i>de</i> de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> mannen van Iuda, en<i>de</i> de inwoonders van Ierusalem:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "der kinderen Israëls",
     "new": "van de Israëlieten",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "priesteren,",
     "new": "priesters,",
     "principe": "V561"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 33,
   "textSV1888": "Die Mij den nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht; hoewel Ik hen leerde, vroeg op zijnde en lerende, evenwel hoorden zij niet, om tucht aan te nemen;",
   "text1637": "Die my den [i] [52] necke hebben toegekeert ende niet het aengesicht: hoewel ickse leerde, [k] [53] vroech op zijnde ende leerende, evenwel en hoorden sy niet, om [54] tucht aen te nemen:",
   "text2026": "Die Mij de nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht; hoewel Ik hen leerde, vroeg op zijnde en lerende, evenwel hoorden zij niet, om tucht aan te nemen;",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "52",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "52 nek hebben toegekeerd: Zie boven Jer. 2:27. Jeremia 2:27: Die tot een hout zeggen: Gij zijt mijn vader; en tot een steen: Gij hebt mij gegenereerd; want zij keren Mij den nek toe, en niet het aangezicht; maar ten tijde huns kwaads zeggen zij: Sta op en verlos ons.",
     "text1637": "Siet bov. 2.27.",
     "text2026": "52 nek hebben toegekeerd: Zie boven Jer. 2:27. Jeremia 2:27: Die tot een hout zeggen: U bent mijn vader; en tot een steen: U hebt mij gegenereerd; want zij keren Mij de nek toe, en niet het aangezicht; maar ten tijde huns kwaads zeggen zij: Sta op en verlos ons."
    },
    {
     "marker": "53",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "53 vroeg op zijnde: Zie boven Jer. 7:13. Jeremia 7:13: En nu, omdat gijlieden al deze werken doet, spreekt de HEERE, en Ik tot u gesproken heb, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij niet gehoord hebt, en Ik u geroepen, maar gij niet geantwoord hebt;",
     "text1637": "Siet bov. 7. op vers 13.",
     "text2026": "53 vroeg op zijnde: Zie boven Jer. 7:13. Jeremia 7:13: En nu, omdat u al deze werken doet, spreekt JAHWEH, en Ik tot u gesproken heb, vroeg op zijnde en sprekende, maar u niet gehoord hebt, en Ik u geroepen, maar u niet geantwoord hebt;"
    },
    {
     "marker": "54",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "54 tucht aan te nemen: Zie Spreuk. 1:2, enz. Spreuken 1:2: Om wijsheid en tucht te weten; om te verstaan redenen des verstands;",
     "text1637": "Siet Prov. 1. op vers 2. etc.",
     "text2026": "54 tucht aan te nemen: Zie Spreuk. 1:2, enz. Spreuken 1:2: Om wijsheid en tucht te weten; om te verstaan redenen van het verstand;"
    },
    {
     "marker": "i",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 2:27; Jer. 7:24. Jeremia 2:27: Die tot een hout zeggen: Gij zijt mijn vader; en tot een steen: Gij hebt mij gegenereerd; want zij keren Mij den nek toe, en niet het aangezicht; maar ten tijde huns kwaads zeggen zij: Sta op en verlos ons. Jeremia 7:24: Doch zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, maar gewandeld in de raadslagen, in het goeddunken van hun boos hart; en zij zijn achterwaarts gekeerd, en niet voorwaarts.",
     "text1637": "Ierem. 2, 27. ende 7.24.",
     "text2026": "Jer. 2:27; Jer. 7:24. Jeremia 2:27: Die tot een hout zeggen: U bent mijn vader; en tot een steen: U hebt mij gegenereerd; want zij keren Mij de nek toe, en niet het aangezicht; maar ten tijde huns kwaads zeggen zij: Sta op en verlos ons. Jeremia 7:24: Maar zij hebben niet gehoord, noch hun oor geneigd, maar gewandeld in de raadslagen, in het goeddunken van hun boos hart; en zij zijn achterwaarts gekeerd, en niet voorwaarts."
    },
    {
     "marker": "k",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 7:13; idem 7:25; Jer. 25:3; Jer. 26:5; Jer. 29:19. Jeremia 7:13: En nu, omdat gijlieden al deze werken doet, spreekt de HEERE, en Ik tot u gesproken heb, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij niet gehoord hebt, en Ik u geroepen, maar gij niet geantwoord hebt; Jeremia 7:25: Van dien dag af, dat uw vaders uit Egypteland zijn uitgegaan, tot op dezen dag, zo heb Ik tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, dagelijks vroeg op zijnde en zendende. Jeremia 25:3: Van het dertiende jaar van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda, tot op dezen dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord. Jeremia 26:5: Horende naar de woorden Mijner knechten, de profeten, die Ik tot u zende, zelfs vroeg op zijnde en zendende; doch gij niet gehoord hebt; Jeremia 29:19: Omdat zij naar Mijn woorden niet gehoord hebben, spreekt de HEERE, als Ik Mijn knechten, de profeten, tot hen zond, vroeg op zijnde en zendende; maar gijlieden hebt niet gehoord, spreekt de HEERE.",
     "text1637": "Ierem. 7.13, 25. ende 25.3. ende 26.5. ende 29.19.",
     "text2026": "Jer. 7:13; idem 7:25; Jer. 25:3; Jer. 26:5; Jer. 29:19. Jeremia 7:13: En nu, omdat u al deze werken doet, spreekt JAHWEH, en Ik tot u gesproken heb, vroeg op zijnde en sprekende, maar u niet gehoord hebt, en Ik u geroepen, maar u niet geantwoord hebt; Jeremia 7:25: Van die dag af, dat uw vaders uit Egypteland zijn uitgegaan, tot op deze dag, zo heb Ik tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, dagelijks vroeg op zijnde en zendende. Jeremia 25:3: Van het dertiende jaar van Josia, de zoon van Amon, de koning van Juda, tot op deze dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord van JAHWEH tot mij geschied; en ik heb tot u gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar u hebt niet gehoord. Jeremia 26:5: Horende naar de woorden Mijn knechten, de profeten, die Ik tot u zend, zelfs vroeg op zijnde en zendende; maar u niet gehoord hebt; Jeremia 29:19: Omdat zij naar Mijn woorden niet gehoord hebben, spreekt JAHWEH, als Ik Mijn knechten, de profeten, tot hen zond, vroeg op zijnde en zendende; maar u hebt niet gehoord, spreekt JAHWEH."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/יִּפְנ֥וּ",
     "strongs": "H6437",
     "morph": "HC/Vqw3mp"
    },
    {
     "woord": "אֵלַ֛/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "עֹ֖רֶף",
     "strongs": "H6203",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/לֹ֣א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "פָנִ֑ים",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HNcbpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/לַמֵּ֤ד",
     "strongs": "H3925",
     "morph": "HC/Vpa"
    },
    {
     "woord": "אֹתָ/ם֙",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "הַשְׁכֵּ֣ם",
     "strongs": "H7925",
     "morph": "HVha"
    },
    {
     "woord": "וְ/לַמֵּ֔ד",
     "strongs": "H3925",
     "morph": "HC/Vpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֵינָ֥/ם",
     "strongs": "H369",
     "morph": "HC/Tn/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "שֹׁמְעִ֖ים",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HVqrmpa"
    },
    {
     "woord": "לָ/קַ֥חַת",
     "strongs": "H3947",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "מוּסָֽר",
     "strongs": "H4148",
     "morph": "HNcmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Die Mij de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht; hoewel Ik hen leerde,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> vroeg op zijnde en lerende, evenwel hoorden zij niet, om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> tucht aan te nemen;</i></span>",
   "textSV1888_html": "Die Mij den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht; hoewel Ik hen leerde,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> vroeg op zijnde en lerende, evenwel hoorden zij niet, om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> tucht aan te nemen;",
   "text1637_html": "Die my den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> necke hebben toegekeert ende niet het aengesicht: hoewel ickse leerde, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> vroech op zijnde ende leerende, evenwel en hoorden sy niet, om <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> tucht aen te nemen:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 34,
   "textSV1888": "Maar zij hebben hun verfoeiselen gesteld in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, om dat te verontreinigen.",
   "text1637": "Maer sy hebben hare [55] verfoeyselen gestelt in’t [56] huys, [57] dat nae mijnen name genoemt is, om dat te verontreynigen.",
   "text2026": "Maar zij hebben hun gruwelijke dingen gesteld in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, om dat te verontreinigen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "55",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "55 verfoeiselen gesteld: Zie boven Jer. 4:1. Jeremia 4:1: Zo gij u bekeren zult, Israël! spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij; en zo gij uw verfoeiselen van Mijn aangezicht zult wegdoen, zo zwerft niet om.",
     "text1637": "Siet bov. 4. op vers 1.",
     "text2026": "55 verfoeiselen gesteld: Zie boven Jer. 4:1. Jeremia 4:1: Zo u u bekeren zult, Israël! spreekt JAHWEH, bekeer u tot Mij; en zo u uw verfoeiselen van Mijn aangezicht zult wegdoen, zo zwerft niet om."
    },
    {
     "marker": "56",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Den tempel.",
     "text1637": "Den Tempel.",
     "text2026": "De tempel."
    },
    {
     "marker": "57",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "57 dat naar Mijn Naam genoemd is: Gelijk boven Jer. 7:31. Jeremia 7:31: En zij hebben gebouwd de hoogten van Tofeth, dat in het dal des zoons van Hinnom is, om hun zonen en hun dochteren met vuur te verbranden; hetwelk Ik niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen.",
     "text1637": "Als bov. 7.10.",
     "text2026": "57 dat naar Mijn Naam genoemd is: Gelijk boven Jer. 7:31. Jeremia 7:31: En zij hebben gebouwd de hoogten van Tofeth, dat in het dal van de zoon van Hinnom is, om hun zonen en hun dochters met vuur te verbranden; dat Ik niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/יָּשִׂ֣ימוּ",
     "strongs": "H7760",
     "morph": "HC/Vqw3mp"
    },
    {
     "woord": "שִׁקּֽוּצֵי/הֶ֗ם",
     "strongs": "H8251",
     "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "בַּ/בַּ֛יִת",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "נִקְרָֽא",
     "strongs": "H7121",
     "morph": "HVNp3ms"
    },
    {
     "woord": "שְׁמִ֥/י",
     "strongs": "H8034",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "עָלָ֖י/ו",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "לְ/טַמְּאֽ/וֹ",
     "strongs": "H2930",
     "morph": "HR/Vpc/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Maar zij hebben hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> gruwelijke dingen gesteld in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, om dat te verontreinigen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Maar zij hebben hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> verfoeiselen gesteld in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, om dat te verontreinigen.",
   "text1637_html": "Maer sy hebben hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> verfoeyselen gestelt in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> huys, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> dat nae mijnen name genoemt is, om dat te verontreynigen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "verfoeiselen",
     "new": "gruwelijke dingen",
     "principe": "V101"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 35,
   "textSV1888": "En zij hebben de hoogten van Baäl gebouwd, die in het dal des zoons van Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochteren den Molech door het vuur te laten gaan; hetwelk Ik hun niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen, dat zij dezen gruwel zouden doen; opdat zij Juda mochten doen zondigen.",
   "text1637": "[58] Ende sy hebben de [l] hoochten Baals gebouwt, die in den dale des soons Hinnoms zijn, om hare sonen ende hare dochteren den [59] Molech door [’t vyer] te laten gaen; het welcke ick hen niet en hebbe geboden, noch [60] in mijn herte is opgekomen, dat sy desen grouwel souden doen: op datse Iuda mochten doen sondigen.",
   "text2026": "En zij hebben de hoogten van Baäl gebouwd, die in het dal van de zoon van Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochters voor de Molech door het vuur te laten gaan; dat Ik hun niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen, dat zij deze gruwel zouden doen; opdat zij Juda mochten doen zondigen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "58",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "58 En zij hebben: Zie boven Jer. 7:10, met de aantekening. Jeremia 7:10: En dan komen en staan voor Mijn aangezicht in dit huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, en zeggen: Wij zijn verlost, om al deze gruwelen te doen?",
     "text1637": "Siet bov. 7.10. met d’aenteeck.",
     "text2026": "58 En zij hebben: Zie boven Jer. 7:10, met de aantekening. Jeremia 7:10: En dan komen en staan voor Mijn aangezicht in dit huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, en zeggen: Wij zijn verlost, om al deze gruwelen te doen?"
    },
    {
     "marker": "59",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, ten dienste en ter ere van dezen afgod. Zie Lev. 18:21. Leviticus 18:21: En van uw zaad zult gij niet geven, om voor den Molech door het vuur te doen gaan; en den Naam uws Gods zult gij niet ontheiligen; Ik ben de HEERE!",
     "text1637": "D. ten dienste ende ter eeren deses Afgodts. siet Lev. 18. op vers 21.",
     "text2026": "Dat is, ten dienste en ter ere van deze afgod. Zie Lev. 18:21. Leviticus 18:21: En van uw zaad zult u niet geven, om voor de Molech door het vuur te doen gaan; en de Naam uws Gods zult u niet ontheiligen; Ik ben JAHWEH!"
    },
    {
     "marker": "60",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "60 in Mijn hart is opgekomen: Zie boven Jer. 7:31. Jeremia 7:31: En zij hebben gebouwd de hoogten van Tofeth, dat in het dal des zoons van Hinnom is, om hun zonen en hun dochteren met vuur te verbranden; hetwelk Ik niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen.",
     "text1637": "Siet bov. 7.31.",
     "text2026": "60 in Mijn hart is opgekomen: Zie boven Jer. 7:31. Jeremia 7:31: En zij hebben gebouwd de hoogten van Tofeth, dat in het dal van de zoon van Hinnom is, om hun zonen en hun dochters met vuur te verbranden; dat Ik niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen."
    },
    {
     "marker": "l",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 19:5. Jeremia 19:5: Want zij hebben de hoogten van Baäl gebouwd, om hun zonen met vuur te verbranden, aan Baäl tot brandofferen; hetwelk Ik niet geboden, noch gesproken heb, noch in Mijn hart is opgekomen?",
     "text1637": "Ierem. 19.5.",
     "text2026": "Jer. 19:5. Jeremia 19:5: Want zij hebben de hoogten van Baäl gebouwd, om hun zonen met vuur te verbranden, aan Baäl tot brandofferen; dat Ik niet geboden, noch gesproken heb, noch in Mijn hart is opgekomen?"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/יִּבְנוּ֩",
     "strongs": "H1129",
     "morph": "HC/Vqw3mp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "בָּמ֨וֹת",
     "strongs": "H1116",
     "morph": "HNcfpc"
    },
    {
     "woord": "הַ/בַּ֜עַל",
     "strongs": "H1168",
     "morph": "HTd/Np"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "בְּ/גֵ֣יא",
     "strongs": "H1516",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "בֶן",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הִנֹּ֗ם",
     "strongs": "H2011",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "לְ֠/הַעֲבִיר",
     "strongs": "H5674",
     "morph": "HR/Vhc"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "בְּנֵי/הֶ֣ם",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "בְּנוֹתֵי/הֶם֮",
     "strongs": "H1323",
     "morph": "HNcfpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לַ/מֹּלֶךְ֒",
     "strongs": "H4432",
     "morph": "HRd/Np"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "לֹֽא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "צִוִּיתִ֗י/ם",
     "strongs": "H6680",
     "morph": "HVpp1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/לֹ֤א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "עָֽלְתָה֙",
     "strongs": "H5927",
     "morph": "HVqp3fs"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "לִבִּ֔/י",
     "strongs": "H3820",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לַ/עֲשׂ֖וֹת",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "הַ/תּוֹעֵבָ֣ה",
     "strongs": "H8441",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֹּ֑את",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HTd/Pdxfs"
    },
    {
     "woord": "לְמַ֖עַן",
     "strongs": "H4616",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "החטי",
     "strongs": "H2398",
     "morph": "HVhc"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָֽה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup><span class=\"god-speaks\"><i> En zij hebben de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> hoogten van Baäl gebouwd, die in het dal van de zoon van Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochters voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> Molech door het vuur te laten gaan; dat Ik hun niet heb geboden, noch<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> in Mijn hart is opgekomen, dat zij deze gruwel zouden doen; opdat zij Juda mochten doen zondigen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> En zij hebben de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> hoogten van Baäl gebouwd, die in het dal des zoons van Hinnom zijn, om hun zonen en hun dochteren den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> Molech door het vuur te laten gaan; hetwelk Ik hun niet heb geboden, noch<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> in Mijn hart is opgekomen, dat zij dezen gruwel zouden doen; opdat zij Juda mochten doen zondigen.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> Ende sy hebben de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> hoochten Baals gebouwt, die in den dale des soons Hinnoms zijn, om hare sonen ende hare dochteren den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> Molech door [’t vyer] te laten gaen; het welcke ick hen niet en hebbe geboden, noch <sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> in mijn herte is opgekomen, dat sy desen grouwel souden doen: op datse Iuda mochten doen sondigen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "des zoons",
     "new": "van de zoon",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "dochteren den",
     "new": "dochters voor de",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "hetwelk",
     "new": "dat",
     "principe": "N6"
    },
    {
     "old": "dezen",
     "new": "deze",
     "principe": "N4"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 36,
   "textSV1888": "En nu, daarom zegt de HEERE, de God Israëls, alzo van deze stad, waar gij van zegt: Zij is gegeven in de hand des konings van Babel, door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie;",
   "text1637": "Ende nu, daerom seyt de HEERE de Godt Israëls alsoo, van dese stadt, daer ghy van segget; Sy is [61] gegeven in de hant des Conincks van Babel, door ’t sweert, ende door den honger, ende door de pestilentie:",
   "text2026": "En nu, daarom zegt JAHWEH, de God van Israël, zo van deze stad, waar u van zegt: Zij is gegeven in de hand van de koning van Babel, door het zwaard, en door de honger, en door de pest;",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "61",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "61 gegeven in de hand des konings van Babel: Gelijk boven vers 24. Jeremia 32:24: Zie, de wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand der Chaldeeën, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en den honger en de pestilentie; en wat Gij gesproken hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het.",
     "text1637": "Als bov. vers 24.",
     "text2026": "61 gegeven in de hand van de koning van Babel: Gelijk boven vers 24. Jeremia 32:24: Zie, de wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand van de Chaldeeën, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en de honger en de pestilentie; en wat U gesproken hebt, is geschied, en zie, U ziet het."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/עַתָּ֕ה",
     "strongs": "H6258",
     "morph": "HC/D"
    },
    {
     "woord": "לָ/כֵ֛ן",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HR/D"
    },
    {
     "woord": "כֹּֽה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֥ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֖ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֑ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הָ/עִ֨יר",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֹּ֜את",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HTd/Pdxfs"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "אַתֶּ֣ם",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HPp2mp"
    },
    {
     "woord": "אֹמְרִ֗ים",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqrmpa"
    },
    {
     "woord": "נִתְּנָה֙",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVNp3fs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/יַ֣ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֔ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בַּ/חֶ֖רֶב",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HRd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בָ/רָעָ֥ב",
     "strongs": "H7458",
     "morph": "HC/Rd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בַ/דָּֽבֶר",
     "strongs": "H1698",
     "morph": "HC/Rd/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "En nu, daarom zegt JAHWEH, de God van Israël, zo van deze stad, waar u van zegt: <span class=\"direct-speech\"><i>Zij is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> gegeven in de hand van de koning van Babel, door het zwaard, en door de honger, en door de pest;</i></span>",
   "textSV1888_html": "En nu, daarom zegt de HEERE, de God Israëls, alzo van deze stad, waar gij van zegt: Zij is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> gegeven in de hand des konings van Babel, door het zwaard, en door den honger, en door de pestilentie;",
   "text1637_html": "Ende nu, daerom seyt de HEERE de Godt Israëls alsoo, van dese stadt, daer ghy van segget; Sy is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> gegeven in de hant des Conincks van Babel, door ’t sweert, ende door den honger, ende door de pestilentie:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "Israëls, alzo",
     "new": "van Israël, zo",
     "principe": "V42"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "des konings",
     "new": "van de koning",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "pestilentie",
     "new": "pest",
     "principe": "V914"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 37,
   "textSV1888": "Ziet, Ik zal hen vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik hen zal verdreven hebben in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Ik zal hen tot deze plaats wederbrengen, en zal hen zeker doen wonen.",
   "text1637": "Siet ick salse [62] [m] vergaderen uyt alle de landen, daer henen ickse sal verdreven hebben, in mijnen toorn, ende in mijne grimmicheyt, ende in groote verbolgentheyt: ende ick salse tot dese plaetse wederbrengen, ende salse [63] seker doen woonen.",
   "text2026": "Zie, Ik zal hen verzamelen uit al de landen, waarheen Ik hen zal verdreven hebben in Mijn toorn, en in Mijn woede, en in grote toorn; en Ik zal hen tot deze plaats teruggeven, en zal hen zeker doen wonen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "62",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "62 vergaderen uit al de landen: Te weten mijn volk.",
     "text1637": "T.w. mijn volck.",
     "text2026": "62 vergaderen uit al de landen: Te weten mijn volk."
    },
    {
     "marker": "63",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "63 zeker doen wonen: Hebreeuws, in zekerheid, of in vertrouwen; dat is gerust, zeker en veilig, gelijk elders dikwijls.",
     "text1637": "Hebr. in sekerheyt, ofte, in vertrouwen. D. gerust, seker, ende veylichlick, als elders dickwijls.",
     "text2026": "63 zeker doen wonen: Hebreeuws, in zekerheid, of in vertrouwen; dat is gerust, zeker en veilig, gelijk elders dikwijls."
    },
    {
     "marker": "m",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 23:3; Jer. 29:14; Jer. 31:10. Jeremia 23:3: En Ik zal het overblijfsel Mijner schapen Zelf vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik ze verdreven heb; en Ik zal ze wederbrengen tot hun kooien, en zij zullen vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen. Jeremia 29:14: En Ik zal van ulieden gevonden worden, spreekt de HEERE, en Ik zal uw gevangenis wenden, en u vergaderen uit al de volken, en uit al de plaatsen, waarhenen Ik u gedreven heb, spreekt de HEERE; en Ik zal u wederbrengen tot de plaats, van waar Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren. Jeremia 31:10: Hoort des HEEREN woord, gij heidenen! en verkondigt in de eilanden, die verre zijn, en zegt: Hij, Die Israël verstrooid heeft, zal hem weder vergaderen, en hem bewaren als een herder zijn kudde.",
     "text1637": "Ierem. 23.3. ende 29.14. ende 31.10.",
     "text2026": "Jer. 23:3; Jer. 29:14; Jer. 31:10. Jeremia 23:3: En Ik zal het overblijfsel Mijn schapen Zelf vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik ze verdreven heb; en Ik zal ze wederbrengen tot hun kooien, en zij zullen vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen. Jeremia 29:14: En Ik zal van u gevonden worden, spreekt JAHWEH, en Ik zal uw gevangenis wenden, en u vergaderen uit al de volken, en uit al de plaatsen, waarhenen Ik u gedreven heb, spreekt JAHWEH; en Ik zal u wederbrengen tot de plaats, van waar Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren. Jeremia 31:10: Hoort van JAHWEH woord, u heidenen! en verkondigt in de eilanden, die verre zijn, en zegt: Hij, Die Israël verstrooid heeft, zal hem weer vergaderen, en hem bewaren als een herder zijn kudde."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הִנְ/נִ֤י",
     "strongs": "H2005",
     "morph": "HTm/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "מְקַבְּצָ/ם֙",
     "strongs": "H6908",
     "morph": "HVprmsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "מִ/כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "הָ֣/אֲרָצ֔וֹת",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HTd/Ncbpa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֨ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "הִדַּחְתִּ֥י/ם",
     "strongs": "H5080",
     "morph": "HVhp1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "שָׁ֛ם",
     "strongs": "H8033",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "בְּ/אַפִּ֥/י",
     "strongs": "H639",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "וּ/בַ/חֲמָתִ֖/י",
     "strongs": "H2534",
     "morph": "HC/R/Ncfsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/קֶ֣צֶף",
     "strongs": "H7110",
     "morph": "HC/R/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "גָּד֑וֹל",
     "strongs": "H1419",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "וַ/הֲשִֽׁבֹתִי/ם֙",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HC/Vhq1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הַ/מָּק֣וֹם",
     "strongs": "H4725",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֶּ֔ה",
     "strongs": "H2088",
     "morph": "HTd/Pdxms"
    },
    {
     "woord": "וְ/הֹשַׁבְתִּ֖י/ם",
     "strongs": "H3427",
     "morph": "HC/Vhq1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לָ/בֶֽטַח",
     "strongs": "H983",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> hen verzamelen uit al de landen, waarheen Ik hen zal verdreven hebben in Mijn toorn, en in Mijn woede, en in grote toorn; en Ik zal hen tot deze plaats teruggeven, en zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> hen zeker doen wonen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Ziet, Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> hen vergaderen uit al de landen, waarhenen Ik hen zal verdreven hebben in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Ik zal hen tot deze plaats wederbrengen, en zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> hen zeker doen wonen.",
   "text1637_html": "Siet ick salse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> vergaderen uyt alle de landen, daer henen ickse sal verdreven hebben, in mijnen toorn, ende in mijne grimmicheyt, ende in groote verbolgentheyt: ende ick salse tot dese plaetse wederbrengen, ende salse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> seker doen woonen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Ziet,",
     "new": "Zie,",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "vergaderen",
     "new": "verzamelen",
     "principe": "V318"
    },
    {
     "old": "waarhenen",
     "new": "waarheen",
     "principe": "V232"
    },
    {
     "old": "grimmigheid,",
     "new": "woede,",
     "principe": "V77"
    },
    {
     "old": "verbolgenheid;",
     "new": "toorn;",
     "principe": "V477"
    },
    {
     "old": "wederbrengen,",
     "new": "teruggeven,",
     "principe": "V1031"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 38,
   "textSV1888": "Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.",
   "text1637": "[n] Ia sy sullen my tot een [64] volck zijn: ende ick sal hen tot eenen Godt zijn.",
   "text2026": "Ja, zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "64",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "64 volk zijn: Gelijk boven Jer. 30:22, en Jer. 31:1, 31:33. Jeremia 30:22: En gij zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn. Jeremia 31:1: Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zal Ik allen geslachten Israëls tot een God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn. Jeremia 31:33: Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.",
     "text1637": "Als bov. 30.22. ende 31.1.",
     "text2026": "64 volk zijn: Gelijk boven Jer. 30:22, en Jer. 31:1, 31:33. Jeremia 30:22: En u zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn. Jeremia 31:1: Ter zelfder tijd, spreekt JAHWEH, zal Ik allen geslachten Israëls tot een God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn. Jeremia 31:33: Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt JAHWEH: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn."
    },
    {
     "marker": "n",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 24:7; Jer. 30:22; Jer. 31:1; idem 31:33. Jeremia 24:7: En Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen, dat Ik de HEERE ben; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn; want zij zullen zich tot Mij met hun ganse hart bekeren. Jeremia 30:22: En gij zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn. Jeremia 31:1: Ter zelfder tijd, spreekt de HEERE, zal Ik allen geslachten Israëls tot een God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn. Jeremia 31:33: Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.",
     "text1637": "Ierem. 24.7. ende 30.22. ende 31.1, 33.",
     "text2026": "Jer. 24:7; Jer. 30:22; Jer. 31:1; idem 31:33. Jeremia 24:7: En Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen, dat Ik JAHWEH ben; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn; want zij zullen zich tot Mij met hun gehele hart bekeren. Jeremia 30:22: En u zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn. Jeremia 31:1: Ter zelfder tijd, spreekt JAHWEH, zal Ik allen geslachten Israëls tot een God zijn; en zij zullen Mij tot een volk zijn. Jeremia 31:33: Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt JAHWEH: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/הָ֥יוּ",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HC/Vqq3cp"
    },
    {
     "woord": "לִ֖/י",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לְ/עָ֑ם",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וַ/אֲנִ֕י",
     "strongs": "H589",
     "morph": "HC/Pp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶהְיֶ֥ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "לָ/הֶ֖ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אלֹהִֽים",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HR/Ncmpa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Ja, zij zullen Mij tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.</i></span>",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> Ja, zij zullen Mij tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> Ia sy sullen my tot een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> volck zijn: ende ick sal hen tot eenen Godt zijn."
  },
  {
   "number": 39,
   "textSV1888": "En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen.",
   "text1637": "Ende ick sal hen [65] eenderley herte ende eenderley [66] wech geven, om my te vreesen alle de dagen: hen ten [67] goede, mitsgaders haren kinderen na hen.",
   "text2026": "En Ik zal hun dezelfde hart en dezelfde weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, en ook hun kinderen na hen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "65",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "65 enerlei hart: Ik zal door mijn Geest alzo in de harten van mijne uitverkorenen werken, dat zij door één geloof en één godsdienst in liefde aan elkander zullen verbonden en verenigd zijn.",
     "text1637": "Ick sal door mijnen Geest alsoo in de herten van mijne uytvercorene wercken, datse door een geloof ende eenen Godtsdienst in liefde aen malkanderen sullen verbonden ende vereenigt zijn.",
     "text2026": "65 enerlei hart: Ik zal door mijn Geest zo in de harten van mijn uitverkorenen werken, dat zij door één geloof en één godsdienst in liefde aan elkaar zullen verbonden en verenigd zijn."
    },
    {
     "marker": "66",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "66 weg geven: Dat is, enerlei godsdienst of religie, enerlei manier of wijze van geloof en leven, zie Jes. 30:21, en Jes. 35:8; boven Jer. 6:16; Matth. 22:16; Hand. 9:2, en Hand. 18:25, 18:26, enz. Jesaja 30:21: En uw oren zullen horen het woord desgenen, die achter u is, zeggende: Dit is de weg, wandelt in denzelven; als gij zoudt afwijken ter rechterhand of ter linkerhand. Jesaja 35:8: En aldaar zal een verheven baan, en een weg zijn, welke de heilige weg zal genaamd worden; de onreine zal er niet doorgaan, maar hij zal voor deze zijn; die dezen weg wandelt, zelfs de dwazen zullen niet dwalen. Jeremia 6:16: Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen. Mattheüs 22:16: En zij zonden uit tot Hem hun discipelen, met de Herodianen, zeggende: Meester! wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en den weg Gods in der waarheid leert, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan; Handelingen 9:2: En begeerde brieven van hem naar Damaskus, aan de synagogen, opdat, zo hij enigen, die van dien weg waren, vond, hij dezelve, beiden mannen en vrouwen, zou gebonden brengen naar Jeruzalem. Handelingen 18:25: Deze was in den weg des Heeren onderwezen; en vurig zijnde van geest, sprak hij en leerde naarstiglijk de zaken des Heeren, wetende alleenlijk den doop van Johannes. Handelingen 18:26: En deze begon vrijmoediglijk te spreken in de synagoge. En als hem Aquila en Priscilla gehoord hadden, namen zij hem tot zich, en legden hem den weg Gods bescheidenlijker uit.",
     "text1637": "D. eenderley Godtsdienst, ofte Religie, eenderley maniere ofte wijse van geloove ende leven. siet Iesa. 30.21. ende 35.8. bov. 6.16. Matth. 22.16. Act. 9.2. ende 18.25, 26, etc.",
     "text2026": "66 weg geven: Dat is, enerlei godsdienst of religie, enerlei manier of wijze van geloof en leven, zie Jes. 30:21, en Jes. 35:8; boven Jer. 6:16; Matt. 22:16; Hand. 9:2, en Hand. 18:25, 18:26, enz. Jesaja 30:21: En uw oren zullen horen het woord van degene, die achter u is, zeggende: Dit is de weg, wandelt in dezelfde; als u zoudt afwijken ter rechterhand of ter linkerhand. Jesaja 35:8: En daar zal een verheven baan, en een weg zijn, welke de heilige weg zal genaamd worden; de onreine zal er niet doorgaan, maar hij zal voor deze zijn; die deze weg wandelt, zelfs de dwazen zullen niet dwalen. Jeremia 6:16: Zo zegt JAHWEH: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult u rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen. Mattheüs 22:16: En zij zonden uit tot Hem hun discipelen, met de Herodianen, zeggende: Meester! wij weten, dat U waarachtig bent, en de weg van God in van de waarheid leert, en naar niemand vraagt; want U ziet de persoon van de mensen niet aan; Handelingen 9:2: En begeerde brieven van hem naar Damascus, aan de synagogen, opdat, zo hij enige, die van die weg waren, vond, hij dezelfde, zowel mannen als vrouwen, zou gebonden brengen naar Jeruzalem. Handelingen 18:25: Deze was in de weg van de Heern onderwezen; en vurig zijnde van geest, sprak hij en leerde naarstiglijk de zaken van de Heern, wetende alleen de doop van Johannes. Handelingen 18:26: En deze begon vrijmoedig te spreken in de synagoge. En als hem Aquila en Priscilla gehoord hadden, namen zij hem tot zich, en legden hem de weg van God bescheidenlijker uit."
    },
    {
     "marker": "67",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, tot hun best, heil en zaligheid.",
     "text1637": "D. tot haren besten, heyl ende salicheyt.",
     "text2026": "Dat is, tot hun best, heil en zaligheid."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/נָתַתִּ֨י",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HC/Vqq1cs"
    },
    {
     "woord": "לָ/הֶ֜ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לֵ֤ב",
     "strongs": "H3820",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶחָד֙",
     "strongs": "H259",
     "morph": "HAcmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/דֶ֣רֶךְ",
     "strongs": "H1870",
     "morph": "HC/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "אֶחָ֔ד",
     "strongs": "H259",
     "morph": "HAcmsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/יִרְאָ֥ה",
     "strongs": "H3372",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "אוֹתִ֖/י",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/יָּמִ֑ים",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "לְ/ט֣וֹב",
     "strongs": "H2896",
     "morph": "HR/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "לָ/הֶ֔ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/לִ/בְנֵי/הֶ֖ם",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HC/R/Ncmpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אַחֲרֵי/הֶֽם",
     "strongs": "H310",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> dezelfde hart en dezelfde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> goede, en ook hun kinderen na hen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "En Ik zal hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> enerlei hart en enerlei<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> goede, mitsgaders hun kinderen na hen.",
   "text1637_html": "Ende ick sal hen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> eenderley herte ende eenderley <sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> wech geven, om my te vreesen alle de dagen: hen ten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> goede, mitsgaders haren kinderen na hen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "enerlei",
     "new": "dezelfde",
     "principe": "V1163"
    },
    {
     "old": "enerlei",
     "new": "dezelfde",
     "principe": "V1163"
    },
    {
     "old": "mitsgaders",
     "new": "en ook",
     "principe": "V7"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 40,
   "textSV1888": "En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.",
   "text1637": "Ende ick sal een eeuwich verbont met hen [68] maken, dat ick [69] van achter hen niet en sal afkeeren, op dat ick hen weldoe: ende ick sal mijne vreese in haer herte geven, datse niet van my af en wijcken.",
   "text2026": "En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken, dat Ik van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vrees in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "68",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Gelijk boven Jer. 31:31, enz. Jeremia 31:31: Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken;",
     "text1637": "Als bov. 31.31. etc.",
     "text2026": "Gelijk boven Jer. 31:31, enz. Jeremia 31:31: Ziet, de dagen komen, spreekt JAHWEH, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken;"
    },
    {
     "marker": "69",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "69 van achter hen: Dat is, dat Ik hen nimmermeer zal verlaten, maar zal geduriglijk bij hen wonen en hen volgen met mijne weldadigheid; zie boven Jer. 31:33, en vergelijk wijders Rom. 8:30; 1 Petr. 1:5, 1:9; 1 Joh. 2:19, 2:20, 2:27, en 1 Joh. 3:9, en 1 Joh. 5:18. Jeremia 31:33: Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. Romeinen 8:30: En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt. 1 Petrus 1:5: Die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, die bereid is, om geopenbaard te worden in den laatsten tijd. 1 Petrus 1:9: Verkrijgende het einde uws geloofs, namelijk de zaligheid der zielen. 1 Johannes 2:19: Zij zijn uit ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zo zouden zij met ons gebleven zijn; maar dit is geschied, opdat zij zouden openbaar worden, dat zij niet allen uit ons zijn. 1 Johannes 2:20: Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen. 1 Johannes 2:27: En de zalving, die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, zo is zij ook waarachtig, en is geen leugen; en gelijk zij u geleerd heeft, zo zult gij in Hem blijven. 1 Johannes 3:9: Een iegelijk, die uit God geboren is, die doet de zonde niet, want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren. 1 Johannes 5:18: Wij weten, dat een iegelijk, die uit God geboren is, niet zondigt; maar die uit God geboren is, bewaart zichzelven, en de boze vat hem niet.",
     "text1637": "D. dat ickse nimmermeer en sal verlaten, maer salse geduerichlick by woonen ende volgen met mijne weldadicheyt, siet bov. 31. op vers 33. ende verg. wijders Rom. 8.30. 1.Pet. 1.5, 9. 1.Ioh. 2.19, 20, 27. ende 3.9. ende 5.18.",
     "text2026": "69 van achter hen: Dat is, dat Ik hen nimmermeer zal verlaten, maar zal geduriglijk bij hen wonen en hen volgen met mijn weldadigheid; zie boven Jer. 31:33, en vergelijk verder Rom. 8:30; 1 Petr. 1:5, 1:9; 1 Joh. 2:19, 2:20, 2:27, en 1 Joh. 3:9, en 1 Joh. 5:18. Jeremia 31:33: Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt JAHWEH: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. Romeinen 8:30: En die Hij te voren verordineerd heeft, deze heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, deze heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, deze heeft Hij ook verheerlijkt. 1 Petrus 1:5: Die in de kracht van God bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, die bereid is, om geopenbaard te worden in de laatsten tijd. 1 Petrus 1:9: Verkrijgende het einde uws geloofs, namelijk de zaligheid van de zielen. 1 Johannes 2:19: Zij zijn uit ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want als zij uit ons geweest waren, zo zouden zij met ons gebleven zijn; maar dit is geschied, opdat zij zouden openbaar worden, dat zij niet allen uit ons zijn. 1 Johannes 2:20: Maar u hebt de zalving van de Heilige, en u weet alle dingen. 1 Johannes 2:27: En de zalving, die u van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en u hebt niet nodig, dat iemand u lere; maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, zo is zij ook waarachtig, en is geen leugen; en gelijk zij u geleerd heeft, zo zult u in Hem blijven. 1 Johannes 3:9: Een iedereen, die uit God geboren is, die doet de zonde niet, want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren. 1 Johannes 5:18: Wij weten, dat een iedereen, die uit God geboren is, niet zondigt; maar die uit God geboren is, bewaart zichzelven, en de boze vat hem niet."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/כָרַתִּ֤י",
     "strongs": "H3772",
     "morph": "HC/Vqq1cs"
    },
    {
     "woord": "לָ/הֶם֙",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "בְּרִ֣ית",
     "strongs": "H1285",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "עוֹלָ֔ם",
     "strongs": "H5769",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֤ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "לֹֽא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "אָשׁוּב֙",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אַ֣חֲרֵי/הֶ֔ם",
     "strongs": "H310",
     "morph": "HR/R/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לְ/הֵיטִיבִ֖/י",
     "strongs": "H3190",
     "morph": "HR/Vhc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אוֹתָ֑/ם",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "יִרְאָתִ/י֙",
     "strongs": "H3374",
     "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶתֵּ֣ן",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "בִּ/לְבָבָ֔/ם",
     "strongs": "H3824",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לְ/בִלְתִּ֖י",
     "strongs": "H1115",
     "morph": "HR/C"
    },
    {
     "woord": "ס֥וּר",
     "strongs": "H5493",
     "morph": "HVqc"
    },
    {
     "woord": "מֵ/עָלָֽ/י",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/R/Sp1cs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal een eeuwig verbond met hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> maken, dat Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vrees in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.</i></span>",
   "textSV1888_html": "En Ik zal een eeuwig verbond met hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> maken, dat Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> van achter hen niet zal afkeren, opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.",
   "text1637_html": "Ende ick sal een eeuwich verbont met hen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> maken, dat ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> van achter hen niet en sal afkeeren, op dat ick hen weldoe: ende ick sal mijne vreese in haer herte geven, datse niet van my af en wijcken."
  },
  {
   "number": 41,
   "textSV1888": "En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe; en Ik zal hen getrouwelijk in dat land planten, met Mijn ganse hart en met Mijn ganse ziel.",
   "text1637": "Ende ick sal [70] my over hen verblijden, dat ick hen weldoe: ende ick salse [71] getrouwelick in desen lande [o] planten, met mijn gantsche herte, ende met mijne gantsche ziele.",
   "text2026": "En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe; en Ik zal hen trouw in dat land planten, met Mijn hele hart en met Mijn hele ziel.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "70",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "70 Mij over hen verblijden: Vergelijk Deut. 30:9. Deuteronomium 30:9: En de HEERE, uw God, zal u doen overvloeien in al het werk uwer hand, in de vrucht uws buiks, en in de vrucht uwer beesten, en in de vrucht uws lands, ten goede; want de HEERE zal wederkeren, om Zich over u te verblijden ten goede, gelijk als Hij Zich over uw vaderen verblijd heeft;",
     "text1637": "Vergel. Deut. 30.9.",
     "text2026": "70 Mij over hen verblijden: Vergelijk Deut. 30:9. Deuteronomium 30:9: En JAHWEH, uw God, zal u doen overvloeien in al het werk uw hand, in de vrucht uws buiks, en in de vrucht uw beesten, en in de vrucht uws lands, ten goede; want JAHWEH zal terugkeren, om Zich over u te verblijden ten goede, gelijk als Hij Zich over uw vaderen verblijd heeft;"
    },
    {
     "marker": "71",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "71 getrouwelijk in dat land planten: Hebreeuws, in, of met getrouwheid, of waarheid.",
     "text1637": "Hebr. in, ofte, met getrouwicheyt, ofte, waerheyt.",
     "text2026": "71 getrouwelijk in dat land planten: Hebreeuws, in, of met getrouwheid, of waarheid (אֱמֶת)."
    },
    {
     "marker": "o",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 24:6; Amos 9:15. Jeremia 24:6: En Ik zal Mijn oog op hen stellen ten goede, en zal hen wederbrengen in dit land; en Ik zal hen bouwen, en niet afbreken; en zal hen planten, en niet uitrukken. Amos 9:15: En Ik zal ze in hun land planten; en zij zullen niet meer worden uitgerukt uit hun land, dat Ik hunlieden gegeven heb, zegt de HEERE, uw God.",
     "text1637": "Ierem. 24.6. Amos 9.15.",
     "text2026": "Jer. 24:6; Amos 9:15. Jeremia 24:6: En Ik zal Mijn oog op hen stellen ten goede, en zal hen wederbrengen in dit land; en Ik zal hen bouwen, en niet afbreken; en zal hen planten, en niet uitrukken. Amos 9:15: En Ik zal ze in hun land planten; en zij zullen niet meer worden uitgerukt uit hun land, dat Ik hunlieden gegeven heb, zegt JAHWEH, uw God."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/שַׂשְׂתִּ֥י",
     "strongs": "H7797",
     "morph": "HC/Vqq1cs"
    },
    {
     "woord": "עֲלֵי/הֶ֖ם",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לְ/הֵטִ֣יב",
     "strongs": "H2895",
     "morph": "HR/Vhc"
    },
    {
     "woord": "אוֹתָ֑/ם",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וּ/נְטַעְתִּ֞י/ם",
     "strongs": "H5193",
     "morph": "HC/Vqq1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "בָּ/אָ֤רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HRd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֹּאת֙",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HTd/Pdxfs"
    },
    {
     "woord": "בֶּ/אֱמֶ֔ת",
     "strongs": "H571",
     "morph": "HR/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/כָל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "לִבִּ֖/י",
     "strongs": "H3820",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/כָל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HC/R/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "נַפְשִֽׁ/י",
     "strongs": "H5315",
     "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe; en Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> hen trouw in dat land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> planten, met Mijn hele hart en met Mijn hele ziel.</i></span>",
   "textSV1888_html": "En Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe; en Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> hen getrouwelijk in dat land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> planten, met Mijn ganse hart en met Mijn ganse ziel.",
   "text1637_html": "Ende ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> my over hen verblijden, dat ick hen weldoe: ende ick salse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> getrouwelick in desen lande <sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> planten, met mijn gantsche herte, ende met mijne gantsche ziele.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "getrouwelijk",
     "new": "trouw",
     "principe": "V100"
    },
    {
     "old": "ganse",
     "new": "hele",
     "principe": "V3"
    },
    {
     "old": "ganse",
     "new": "hele",
     "principe": "V3"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 42,
   "textSV1888": "Want zo zegt de HEERE: Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote kwaad, alzo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen spreke.",
   "text1637": "Want soo seyt de HEERE; Gelijck als ick over dit volck gebracht hebbe al dit groote [72] quaet; alsoo sal ick over hen brengen al het goede, dat ick over hen [73] spreke.",
   "text2026": "Want zo zegt JAHWEH: Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote kwaad, zo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen spreke.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "72",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Te weten der straf; dat is, ellende, ongeluk, tegenspoed.",
     "text1637": "T.w. Der straffe, D. elende, ongeluck, tegenspoet.",
     "text2026": "Te weten van de straf; dat is, ellende, ongeluk, tegenspoed."
    },
    {
     "marker": "73",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, hun beloof, of beloofd heb.",
     "text1637": "D. hen beloove, ofte belooft hebbe.",
     "text2026": "Dat is, hun beloof, of beloofd heb."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "כֹה֙",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֣ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "כַּ/אֲשֶׁ֤ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HR/Tr"
    },
    {
     "woord": "הֵבֵ֨אתִי֙",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVhp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הָ/עָ֣ם",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֶּ֔ה",
     "strongs": "H2088",
     "morph": "HTd/Pdxms"
    },
    {
     "woord": "אֵ֛ת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הָ/רָעָ֥ה",
     "strongs": "H7451",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/גְּדוֹלָ֖ה",
     "strongs": "H1419",
     "morph": "HTd/Aafsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֹּ֑את",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HTd/Pdxfs"
    },
    {
     "woord": "כֵּ֣ן",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "אָנֹכִ֞י",
     "strongs": "H595",
     "morph": "HPp1cs"
    },
    {
     "woord": "מֵבִ֤יא",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVhrmsa"
    },
    {
     "woord": "עֲלֵי/הֶם֙",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/טּוֹבָ֔ה",
     "strongs": "H2896",
     "morph": "HTd/Aafsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "אָנֹכִ֖י",
     "strongs": "H595",
     "morph": "HPp1cs"
    },
    {
     "woord": "דֹּבֵ֥ר",
     "strongs": "H1696",
     "morph": "HVqrmsa"
    },
    {
     "woord": "עֲלֵי/הֶֽם",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "Want zo zegt JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> kwaad, zo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> spreke.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Want zo zegt de HEERE: Gelijk als Ik over dit volk gebracht heb al dit grote<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> kwaad, alzo zal Ik over hen brengen al het goede, dat Ik over hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> spreke.",
   "text1637_html": "Want soo seyt de HEERE; Gelijck als ick over dit volck gebracht hebbe al dit groote <sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> quaet; alsoo sal ick over hen brengen al het goede, dat ick over hen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> spreke.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE:",
     "new": "JAHWEH:",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "alzo",
     "new": "zo",
     "principe": "V42"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 43,
   "textSV1888": "En er zullen velden gekocht worden in dit land, waarvan gij zegt: Het is woest, dat er geen mens noch beest in is; het is in der Chaldeeën hand gegeven.",
   "text1637": "Ende daer sullen [74] velden gekocht worden in dit lant, daer van ghy [75] segget; Het is woest, datter geen mensch noch beest in en is; het is in der Chaldeen hant [76] gegeven.",
   "text2026": "En er zullen velden gekocht worden in dit land, waarvan u zegt: Het is woest, dat er geen mens noch beest in is; het is in de hand van de Chaldeeën gegeven.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "74",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "74 velden gekocht worden: Hebreeuws, een veld zal, enz.; dat is, velden, gelijk in vers 44. Jeremia 32:44: Velden zal men voor geld kopen, en de brieven onderschrijven, en verzegelen, en getuigen doen betuigen, in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, en in de steden van het gebergte, en in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden; want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt de HEERE.",
     "text1637": "Hebr. een velt sal, etc. D. velden als in’t volgende vers.",
     "text2026": "74 velden gekocht worden: Hebreeuws, een veld zal, enz.; dat is, velden, gelijk in vers 44. Jeremia 32:44: Velden zal men voor geld kopen, en de brieven onderschrijven, en verzegelen, en getuigen doen betuigen, in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, en in de steden van het gebergte, en in de steden van de laagte, en in de steden van het zuiden; want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt JAHWEH."
    },
    {
     "marker": "75",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, alsdan zult gij zeggen, als het zal verwoest zijn; alzo onder Jer. 33:10. Jeremia 33:10: Alzo zegt de HEERE: In deze plaats (waarvan gij zegt: Zij is woest, dat er geen mens en geen beest in is), in de steden van Juda, en op de straten van Jeruzalem, die zo verwoest zijn, dat er geen mens, en geen inwoner, en geen beest in is, zal wederom gehoord worden,",
     "text1637": "D. alsdan sullet ghy seggen, alst sal verwoest zijn: alsoo ond. 33.10.",
     "text2026": "Dat is, alsdan zult u zeggen, als het zal verwoest zijn; zo onder Jer. 33:10. Jeremia 33:10: Zo zegt JAHWEH: In deze plaats (waarvan u zegt: Zij is woest, dat er geen mens en geen beest in is), in de steden van Juda, en op de straten van Jeruzalem, die zo verwoest zijn, dat er geen mens, en geen inwoner, en geen beest in is, zal opnieuw gehoord worden,"
    },
    {
     "marker": "76",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Gelijk boven vers 24. Jeremia 32:24: Zie, de wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand der Chaldeeën, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en den honger en de pestilentie; en wat Gij gesproken hebt, is geschied, en zie, Gij ziet het.",
     "text1637": "als bov. vers 24.",
     "text2026": "Gelijk boven vers 24. Jeremia 32:24: Zie, de wallen! zij zijn gekomen aan de stad, om die in te nemen, en de stad is gegeven in de hand van de Chaldeeën, die tegen haar strijden; vanwege het zwaard en de honger en de pestilentie; en wat U gesproken hebt, is geschied, en zie, U ziet het."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/נִקְנָ֥ה",
     "strongs": "H7069",
     "morph": "HC/VNq3ms"
    },
    {
     "woord": "הַ/שָּׂדֶ֖ה",
     "strongs": "H7704",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "בָּ/אָ֣רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HRd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֹּ֑את",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HTd/Pdxfs"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "אַתֶּ֣ם",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HPp2mp"
    },
    {
     "woord": "אֹמְרִ֗ים",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqrmpa"
    },
    {
     "woord": "שְׁמָמָ֥ה",
     "strongs": "H8077",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "הִיא֙",
     "strongs": "H1931",
     "morph": "HPp3fs"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אֵ֤ין",
     "strongs": "H369",
     "morph": "HR/Tn"
    },
    {
     "woord": "אָדָם֙",
     "strongs": "H120",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְהֵמָ֔ה",
     "strongs": "H929",
     "morph": "HC/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "נִתְּנָ֖ה",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVNp3fs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/יַ֥ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/כַּשְׂדִּֽים",
     "strongs": "H3778",
     "morph": "HTd/Np"
    }
   ],
   "text2026_html": "En er zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> velden gekocht worden in dit land, waarvan u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> zegt: <span class=\"direct-speech\"><i>Het is woest, dat er geen mens noch beest in is; het is in de hand van de Chaldeeën gegeven.</i></span>",
   "textSV1888_html": "En er zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> velden gekocht worden in dit land, waarvan gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> zegt: Het is woest, dat er geen mens noch beest in is; het is in der Chaldeeën hand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> gegeven.",
   "text1637_html": "Ende daer sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> velden gekocht worden in dit lant, daer van ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> segget; Het is woest, datter geen mensch noch beest in en is; het is in der Chaldeen hant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> gegeven.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "de hand van de",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "hand",
     "new": "",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 44,
   "textSV1888": "Velden zal men voor geld kopen, en de brieven onderschrijven, en verzegelen, en getuigen doen betuigen, in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, en in de steden van het gebergte, en in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden; want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt de HEERE.",
   "text1637": "Velden [77] salmen voor gelt koopen, ende de brieven [78] onderschrijven, ende versegelen, ende getuygen doen betuygen, in den lande [79] Benjamins, ende in de plaetsen rondom Ierusalem, ende in de steden van Iuda, ende inde steden van ’t geberchte: ende in de steden der leegte, ende in de steden van ’t Suyden: want ick sal hare gevanckenisse wenden, spreeckt de HEERE.",
   "text2026": "Velden zal men voor geld kopen, en de brieven onderschrijven, en verzegelen, en getuigen doen betuigen, in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, en in de steden van het gebergte, en in de steden van de laagte, en in de steden van het zuiden; want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt JAHWEH.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "77",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "77 zal men voor geld kopen: Hebreeuws, zullen zij, enz. gelijk dikwijls.",
     "text1637": "Hebr. sullen sy, etc. als dickwijls.",
     "text2026": "77 zal men voor geld kopen: Hebreeuws, zullen zij, enz. gelijk dikwijls."
    },
    {
     "marker": "78",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie boven vers 10, 32:12. Jeremia 32:10: En ik onderschreef den brief en verzegelde dien, en deed het getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had. Jeremia 32:12: En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten.",
     "text1637": "Siet bov. vers 10, 12.",
     "text2026": "Zie boven vers 10, 32:12. Jeremia 32:10: En ik onderschreef de brief en verzegelde die, en deed het getuigen betuigen, als ik het geld op de weegschaal gewogen had. Jeremia 32:12: En ik gaf de koopbrief aan Baruch, de zoon van Nerija, de zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijn ooms zoon, en voor de ogen van de getuigen die de koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof van de bewaring zaten."
    },
    {
     "marker": "79",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Vergelijk boven Jer. 17:26. Jeremia 17:26: En zij zullen komen uit de steden van Juda, en uit de plaatsen rondom Jeruzalem, en uit het land van Benjamin, en uit de laagte, en van het gebergte, en van het zuiden, aanbrengende brandoffer, en slachtoffer, en spijsoffer, en wierook, en aanbrengende lofoffer, ten huize des HEEREN.",
     "text1637": "Vergel. bov. 17.26.",
     "text2026": "Vergelijk boven Jer. 17:26. Jeremia 17:26: En zij zullen komen uit de steden van Juda, en uit de plaatsen rondom Jeruzalem, en uit het land van Benjamin, en uit de laagte, en van het gebergte, en van het zuiden, aanbrengende brandoffer, en slachtoffer, en spijsoffer, en wierook, en aanbrengende lofoffer, in het huis van JAHWEH."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "שָׂד֞וֹת",
     "strongs": "H7704",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "בַּ/כֶּ֣סֶף",
     "strongs": "H3701",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "יִקְנ֗וּ",
     "strongs": "H7069",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/כָת֨וֹב",
     "strongs": "H3789",
     "morph": "HC/Vqa"
    },
    {
     "woord": "בַּ/סֵּ֥פֶר",
     "strongs": "H5612",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/חָתוֹם֮",
     "strongs": "H2856",
     "morph": "HC/Vqa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הָעֵ֣ד",
     "strongs": "H5749",
     "morph": "HC/Vha"
    },
    {
     "woord": "עֵדִים֒",
     "strongs": "H5707",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/אֶ֨רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "בִּנְיָמִ֜ן",
     "strongs": "H1144",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וּ/בִ/סְבִיבֵ֣י",
     "strongs": "H5439",
     "morph": "HC/R/Ncbpc"
    },
    {
     "woord": "יְרוּשָׁלִַ֗ם",
     "strongs": "H3389",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/עָרֵ֤י",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HC/R/Ncfpc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָה֙",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/עָרֵ֣י",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HC/R/Ncfpc"
    },
    {
     "woord": "הָ/הָ֔ר",
     "strongs": "H2022",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/עָרֵ֥י",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HC/R/Ncfpc"
    },
    {
     "woord": "הַ/שְּׁפֵלָ֖ה",
     "strongs": "H8219",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/עָרֵ֣י",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HC/R/Ncfpc"
    },
    {
     "woord": "הַ/נֶּ֑גֶב",
     "strongs": "H5045",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אָשִׁ֥יב",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HVhi1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "שְׁבוּתָ֖/ם",
     "strongs": "H7622",
     "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָֽה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Velden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> zal men voor geld kopen, en de brieven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup> onderschrijven, en verzegelen, en getuigen doen betuigen, in het land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"79\">79</sup> van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, en in de steden van het gebergte, en in de steden van de laagte, en in de steden van het zuiden; want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt JAHWEH.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Velden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> zal men voor geld kopen, en de brieven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup> onderschrijven, en verzegelen, en getuigen doen betuigen, in het land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"79\">79</sup> van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, en in de steden van het gebergte, en in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden; want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt de HEERE.",
   "text1637_html": "Velden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> salmen voor gelt koopen, ende de brieven <sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup> onderschrijven, ende versegelen, ende getuygen doen betuygen, in den lande <sup class=\"note-marker\" data-note=\"79\">79</sup> Benjamins, ende in de plaetsen rondom Ierusalem, ende in de steden van Iuda, ende inde steden van ’t geberchte: ende in de steden der leegte, ende in de steden van ’t Suyden: want ick sal hare gevanckenisse wenden, spreeckt de HEERE.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "de HEERE.",
     "new": "JAHWEH.",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  }
 ],
 "chapterIntro": {
  "text1637": "Ieremia, inde belegeringe Ierusalems om sijne prophetyen van de Coninck Zedekia gevangen gestelt zijnde, koopt, door Godts bevel, eenen acker, neemt getuygen, maeckt brief en segel daer van, ende geeft die te bewaren tot een teecken dat de Ioden uyt Babel weder in haer lant souden komen, vers 1, 2, etc. Ieremia bidt ootmoedichlick tot Godt, met verwonderinge over sijne Majesteyt ende wercken, ende draecht hem voor, sijnen strijt over dese ongesiene sake, 16. waerop hem Godt versekert, dat hy wel eerst sijn volck sal straffen, over hare groote sonden, maer daerna sijne belofte volbrengen, ende voorts sijne kercke de genade des nieuwen verbonts tijtlick ende eeuwichlick, lichamelick ende geestelich doen genieten, 26.",
  "text2026": "Jeremia, tijdens de belegering van Jeruzalem om zijn profetieën door de koning Zedekia gevangengezet zijnde, koopt op Gods bevel een akker, neemt getuigen, maakt er een brief en zegel van, en geeft die te bewaren als een teken dat de Joden uit Babel weer in hun land zouden komen, vers 1, 2, enz. Jeremia bidt ootmoedig tot God, met verwondering over Zijn Majesteit en werken, en draagt Hem zijn strijd over deze ongeziene zaak voor, 16. waarop God hem verzekert dat Hij wel eerst Zijn volk zal straffen, over hun grote zonden, maar daarna Zijn belofte zal volbrengen, en voorts Zijn kerk de genade van het nieuwe verbond tijdelijk en eeuwig, lichamelijk en geestelijk zal doen genieten, 26."
 }
}
