{
 "number": 34,
 "verses": [
  {
   "number": 1,
   "textSV1888": "Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE (als Nebukadnezar, koning van Babel, en zijn ganse heir, en alle koninkrijken der aarde, die onder de heerschappij zijner hand waren, en al de volken tegen Jeruzalem streden, en tegen al haar steden), zeggende:",
   "text1637": "HEt woort, dat tot Ieremia geschiet is van den HEERE; [a] (als [1] Nebucadnezar Coninck van Babel, ende sijn gantsche heyr, ende alle Coninckrijcken der aerde, die [onder] de heerschappye sijner hant waren, ende alle de volcken tegen Ierusalem streden ende tegen alle hare steden,) seggende:",
   "text2026": "Het woord, dat tot Jeremia gebeurd is van JAHWEH (als Nebukadnezar, koning van Babel, en zijn hele leger, en alle koninkrijken van de aarde, die onder de heerschappij van zijn hand waren, en al de volken tegen Jeruzalem streden, en tegen al haar steden), zeggende:",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "1",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Anders in dit boek, en bij Ezechiël meest genoemd Nebukadnezar.",
     "text1637": "Anders in dit boeck, ende by Ezechiel, meest genoemt Nebucadrezar",
     "text2026": "Anders in dit boek, en bij Ezechiël meest genoemd Nebukadnezar."
    },
    {
     "marker": "a",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "2 Kon. 25:1; Jer. 52. 2 Koningen 25:1: En het geschiedde in het negende jaar zijner regering, in de tiende maand, op den tienden der maand, dat Nebukadnezar, de koning van Babel, kwam tegen Jeruzalem, hij en zijn ganse heir, en legerde zich tegen haar; en zij bouwden tegen haar sterkten rondom.",
     "text1637": "2.Reg. 25.1, etc. Ierem. cap. 52.",
     "text2026": "2 Kon. 25:1; Jer. 52. 2 Koningen 25:1: En het geschiedde in het negende jaar zijn regering, in de tiende maand, op de tienden van de maand, dat Nebukadnezar, de koning van Babel, kwam tegen Jeruzalem, hij en zijn gehele legermacht, en legerde zich tegen haar; en zij bouwden tegen haar sterkten rondom."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הַ/דָּבָ֛ר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "הָיָ֥ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶֽל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "יִרְמְיָ֖הוּ",
     "strongs": "H3414",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אֵ֣ת",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR/R"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֑ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וּ/נְבוּכַדְרֶאצַּ֣ר",
     "strongs": "H5019",
     "morph": "HC/Np"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֣ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/כָל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HC/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "חֵיל֡/וֹ",
     "strongs": "H2428",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/כָל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HC/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "מַמְלְכ֣וֹת",
     "strongs": "H4467",
     "morph": "HNcfpc"
    },
    {
     "woord": "אֶרֶץ֩",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "מֶמְשֶׁ֨לֶת",
     "strongs": "H4475",
     "morph": "HNcbsc"
    },
    {
     "woord": "יָד֜/וֹ",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/כָל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HC/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "הָ/עַמִּ֗ים",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "נִלְחָמִ֧ים",
     "strongs": "H3898",
     "morph": "HVNrmpa"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "יְרוּשָׁלִַ֛ם",
     "strongs": "H3389",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "עָרֶ֖י/הָ",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HNcfpc/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹֽר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    }
   ],
   "text2026_html": "Het woord, dat tot Jeremia gebeurd is van JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> (als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Nebukadnezar, koning van Babel, en zijn hele leger, en alle koninkrijken van de aarde, die onder de heerschappij van zijn hand waren, en al de volken tegen Jeruzalem streden, en tegen al haar steden), zeggende:",
   "textSV1888_html": "Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> (als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Nebukadnezar, koning van Babel, en zijn ganse heir, en alle koninkrijken der aarde, die onder de heerschappij zijner hand waren, en al de volken tegen Jeruzalem streden, en tegen al haar steden), zeggende:",
   "text1637_html": "HEt woort, dat tot Ieremia geschiet is van den HEERE; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> (als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Nebucadnezar Coninck van Babel, ende sijn gantsche heyr, ende alle Coninckrijcken der aerde, die [onder] de heerschappye sijner hant waren, ende alle de volcken tegen Ierusalem streden ende tegen alle hare steden,) seggende:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "geschied",
     "new": "gebeurd",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "den HEERE",
     "new": "JAHWEH",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "ganse heir,",
     "new": "hele leger,",
     "principe": "V3"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "zijner",
     "new": "van zijn",
     "principe": "N7"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 2,
   "textSV1888": "Zo zegt de HEERE, de God Israëls: Ga henen en spreek tot Zedekia, den koning van Juda, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE: Zie, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze met vuur verbranden.",
   "text1637": "Soo seyt de HEERE de Godt Israëls; Gaet henen ende spreeckt tot Zedekia den Coninck van Iuda, ende segt tot hem; Soo seyt de HEERE; Siet ick geve dese stadt in de hant des Conincks van Babel, ende hy salse met vyer [b] verbranden.",
   "text2026": "Zo zegt JAHWEH, de God van Israël: Ga heen en spreek tot Zedekia, de koning van Juda, en zeg tot hem: Zo zegt JAHWEH: Zie, Ik geef deze stad in de hand van de koning van Babel, en hij zal ze met vuur verbranden.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "b",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 21:10; Jer. 32:29. Jeremia 21:10: Want Ik heb Mijn aangezicht tegen deze stad gesteld ten kwade en niet ten goede, spreekt de HEERE; zij zal gegeven worden in de hand des konings van Babel, en hij zal ze met vuur verbranden. Jeremia 32:29: En de Chaldeeën, die tegen deze stad strijden, zullen er inkomen, en deze stad met vuur aansteken, en zullen ze verbranden, met de huizen, op welker daken zij aan Baäl gerookt, en anderen goden drankofferen geofferd hebben, om Mij te vertoornen.",
     "text1637": "Ierem. 21.10. ende 32.29.",
     "text2026": "Jer. 21:10; Jer. 32:29. Jeremia 21:10: Want Ik heb Mijn aangezicht tegen deze stad gesteld ten kwade en niet ten goede, spreekt JAHWEH; zij zal gegeven worden in de hand van de koning van Babel, en hij zal ze met vuur verbranden. Jeremia 32:29: En de Chaldeeën, die tegen deze stad strijden, zullen er inkomen, en deze stad met vuur aansteken, en zullen ze verbranden, met de huizen, op van welke daken zij aan Baäl gerookt, en anderen goden drankofferen geofferd hebben, om Mij te vertoornen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כֹּֽה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֤ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָה֙",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הָלֹךְ֙",
     "strongs": "H1980",
     "morph": "HVqa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אָ֣מַרְתָּ֔",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HC/Vqq2ms"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "צִדְקִיָּ֖הוּ",
     "strongs": "H6667",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶ֣לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֑ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אָמַרְתָּ֣",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HC/Vqq2ms"
    },
    {
     "woord": "אֵלָ֗י/ו",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "כֹּ֚ה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֣ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הִנְ/נִ֨י",
     "strongs": "H2005",
     "morph": "HTm/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "נֹתֵ֜ן",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqrmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הָ/עִ֤יר",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֹּאת֙",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HTd/Pdxfs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/יַ֣ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֔ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וּ/שְׂרָפָ֖/הּ",
     "strongs": "H8313",
     "morph": "HC/Vqq3ms/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "בָּ/אֵֽשׁ",
     "strongs": "H784",
     "morph": "HRd/Ncbsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Zo zegt JAHWEH, de God van Israël: <span class=\"god-speaks\"><i>Ga heen en spreek tot Zedekia, de koning van Juda, en zeg tot hem: Zo zegt JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik geef deze stad in de hand van de koning van Babel, en hij zal ze met vuur<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> verbranden.</i></span></i></span>",
   "textSV1888_html": "Zo zegt de HEERE, de God Israëls: Ga henen en spreek tot Zedekia, den koning van Juda, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE: Zie, Ik geef deze stad in de hand des konings van Babel, en hij zal ze met vuur<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> verbranden.",
   "text1637_html": "Soo seyt de HEERE de Godt Israëls; Gaet henen ende spreeckt tot Zedekia den Coninck van Iuda, ende segt tot hem; Soo seyt de HEERE; Siet ick geve dese stadt in de hant des Conincks van Babel, en<i>de</i> hy salse met vyer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> verbranden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "Israëls:",
     "new": "van Israël:",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "henen",
     "new": "heen",
     "principe": "V67"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "de HEERE:",
     "new": "JAHWEH:",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "des konings",
     "new": "van de koning",
     "principe": "N3"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 3,
   "textSV1888": "En gij zult van zijn hand niet ontkomen, maar zekerlijk gegrepen, en in zijn hand gegeven worden; en uw ogen zullen de ogen des konings van Babel zien, en zijn mond zal tot uw mond spreken, en gij zult te Babel komen.",
   "text1637": "Ende ghy en sult van sijner hant niet ontkomen, maer [2] sekerlick [c] gegrepen, ende in sijne hant gegeven worden, ende uwe [3] oogen sullen de oogen des Conincks van Babel sien, ende sijn mont sal tot uwen monde spreken, ende ghy sult te Babel komen.",
   "text2026": "En u zult van zijn hand niet ontkomen, maar zeker gegrepen, en in zijn hand gegeven worden; en uw ogen zullen de ogen van de koning van Babel zien, en zijn mond zal tot uw mond spreken, en u zult te Babel komen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "2",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "2 zekerlijk gegrepen: Hebreeuws, grijpende gegrepen worden.",
     "text1637": "Hebr. grijpende gegrepen worden.",
     "text2026": "2 zekerlijk gegrepen: Hebreeuws, grijpende gegrepen worden."
    },
    {
     "marker": "3",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "3 ogen zullen de ogen des konings van Babel zien: Vergelijk boven Jer. 32:4, en onder Jer. 52:9, 52:10, 52:11. Jeremia 32:4: En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand der Chaldeeën niet ontkomen; maar hij zal zekerlijk gegeven worden in de hand des konings van Babel, en zijn mond zal tot deszelfs mond spreken, en zijn ogen zullen deszelfs ogen zien; Jeremia 52:9: Zij dan grepen den koning, en voerden hem opwaarts tot den koning van Babel naar Ribla, in het land van Hamath; die sprak oordelen tegen hem. Jeremia 52:10: En de koning van Babel slachtte de zonen van Zedekia voor zijn ogen; en hij slachtte ook al de vorsten van Juda te Ribla. Jeremia 52:11: En hij verblindde de ogen van Zedekia, en hij bond hem met twee koperen ketenen; alzo bracht hem de koning van Babel naar Babel, en stelde hem in het gevangenhuis, tot den dag zijns doods toe.",
     "text1637": "Vergel. bov. 32.4. ende ond. 52.9, 10, 11.",
     "text2026": "3 ogen zullen de ogen van de koning van Babel zien: Vergelijk boven Jer. 32:4, en onder Jer. 52:9, 52:10, 52:11. Jeremia 32:4: En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand van de Chaldeeën niet ontkomen; maar hij zal zekerlijk gegeven worden in de hand van de koning van Babel, en zijn mond zal tot daarvan mond spreken, en zijn ogen zullen daarvan ogen zien; Jeremia 52:9: Zij dan grepen de koning, en voerden hem opwaarts tot de koning van Babel naar Ribla, in het land van Hamath; die sprak oordelen tegen hem. Jeremia 52:10: En de koning van Babel slachtte de zonen van Zedekia voor zijn ogen; en hij slachtte ook al de vorsten van Juda te Ribla. Jeremia 52:11: En hij verblindde de ogen van Zedekia, en hij bond hem met twee koperen ketenen; zo bracht hem de koning van Babel naar Babel, en stelde hem in het gevangenhuis, tot de dag zijn doods toe."
    },
    {
     "marker": "c",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 32:4. Jeremia 32:4: En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand der Chaldeeën niet ontkomen; maar hij zal zekerlijk gegeven worden in de hand des konings van Babel, en zijn mond zal tot deszelfs mond spreken, en zijn ogen zullen deszelfs ogen zien;",
     "text1637": "Ierem. 32.4.",
     "text2026": "Jer. 32:4. Jeremia 32:4: En Zedekia, de koning van Juda, zal van de hand van de Chaldeeën niet ontkomen; maar hij zal zekerlijk gegeven worden in de hand van de koning van Babel, en zijn mond zal tot daarvan mond spreken, en zijn ogen zullen daarvan ogen zien;"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/אַתָּ֗ה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HC/Pp2ms"
    },
    {
     "woord": "לֹ֚א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "תִמָּלֵט֙",
     "strongs": "H4422",
     "morph": "HVNi2ms"
    },
    {
     "woord": "מִ/יָּד֔/וֹ",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "כִּ֚י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "תָּפֹ֣שׂ",
     "strongs": "H8610",
     "morph": "HVqa"
    },
    {
     "woord": "תִּתָּפֵ֔שׂ",
     "strongs": "H8610",
     "morph": "HVNi2ms"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/יָד֖/וֹ",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HC/R/Ncbsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "תִּנָּתֵ֑ן",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVNi2ms"
    },
    {
     "woord": "וְֽ֠/עֵינֶי/ךָ",
     "strongs": "H5869",
     "morph": "HC/Ncbdc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "עֵינֵ֨י",
     "strongs": "H5869",
     "morph": "HNcbdc"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֜ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "תִּרְאֶ֗ינָה",
     "strongs": "H7200",
     "morph": "HVqi3fp"
    },
    {
     "woord": "וּ/פִ֛י/הוּ",
     "strongs": "H6310",
     "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "פִּ֥י/ךָ",
     "strongs": "H6310",
     "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "יְדַבֵּ֖ר",
     "strongs": "H1696",
     "morph": "HVpi3ms"
    },
    {
     "woord": "וּ/בָבֶ֥ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HC/Np"
    },
    {
     "woord": "תָּבֽוֹא",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqi2ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "En u zult van zijn hand niet ontkomen, maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> zeker<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> gegrepen, en in zijn hand gegeven worden; en uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> ogen zullen de ogen van de koning van Babel zien, en zijn mond zal tot uw mond spreken, en u zult te Babel komen.",
   "textSV1888_html": "En gij zult van zijn hand niet ontkomen, maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> zekerlijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> gegrepen, en in zijn hand gegeven worden; en uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> ogen zullen de ogen des konings van Babel zien, en zijn mond zal tot uw mond spreken, en gij zult te Babel komen.",
   "text1637_html": "Ende ghy en sult van sijner hant niet ontkomen, maer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> sekerlick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> gegrepen, ende in sijne hant gegeven worden, ende uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> oogen sullen de oogen des Conincks van Babel sien, ende sijn mont sal tot uwen monde spreken, ende ghy sult te Babel komen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "zekerlijk",
     "new": "zeker",
     "principe": "V74"
    },
    {
     "old": "des konings",
     "new": "van de koning",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 4,
   "textSV1888": "Maar hoor des HEEREN woord, o Zedekia, koning van Juda! zo zegt de HEERE van u: Gij zult door het zwaard niet sterven.",
   "text1637": "Maer hoort des HEEREN woort, ô Zedekia Coninck van Iuda: Soo seyt de HEERE van u; [4] Ghy en sult door het sweert niet sterven.",
   "text2026": "Maar hoor het woord van JAHWEH, o Zedekia, koning van Juda! zo zegt JAHWEH van u: U zult door het zwaard niet sterven.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "4",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "4 Gij zult door het zwaard niet sterven: Vergelijk boven Jer. 32:5, met de aantekening. Jeremia 32:5: En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en aldaar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt de HEERE; ofschoon gijlieden tegen de Chaldeeën strijdt, gij zult toch geen geluk hebben.)",
     "text1637": "Vergel. bov. 32.5. met d’aenteeck.",
     "text2026": "4 U zult door het zwaard niet sterven: Vergelijk boven Jer. 32:5, met de aantekening. Jeremia 32:5: En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en daar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt JAHWEH; ofschoon u tegen de Chaldeeën strijdt, u zult toch geen geluk hebben.)"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אַ֚ךְ",
     "strongs": "H389",
     "morph": "HTa"
    },
    {
     "woord": "שְׁמַ֣ע",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HVqv2ms"
    },
    {
     "woord": "דְּבַר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "צִדְקִיָּ֖הוּ",
     "strongs": "H6667",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶ֣לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֑ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "כֹּֽה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֤ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָה֙",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "עָלֶ֔י/ךָ",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "תָמ֖וּת",
     "strongs": "H4191",
     "morph": "HVqi2ms"
    },
    {
     "woord": "בֶּ/חָֽרֶב",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HRd/Ncfsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Maar hoor het woord van JAHWEH, o Zedekia, koning van Juda! zo zegt JAHWEH van u:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> U zult door het zwaard niet sterven.",
   "textSV1888_html": "Maar hoor des HEEREN woord, o Zedekia, koning van Juda! zo zegt de HEERE van u:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Gij zult door het zwaard niet sterven.",
   "text1637_html": "Maer hoort des HEEREN woort, ô Zedekia Coninck van Iuda: Soo seyt de HEERE van u; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Ghy en sult door het sweert niet sterven.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "des HEEREN woord,",
     "new": "het woord van JAHWEH,",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "de HEERE",
     "new": "JAHWEH",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 5,
   "textSV1888": "Gij zult sterven in vrede, en naar de brandingen van uw vaderen, de vorige koningen, die voor u geweest zijn, alzo zullen zij over u branden, en u beklagen, zeggende: Och heer! want Ik heb het woord gesproken, spreekt de HEERE.",
   "text1637": "Ghy sult sterven in vrede, ende [5] nae de brandingen uwer vaderen, der voorige Coningen, die voor u geweest zijn, alsoo sullen sy over u branden, ende u beklagen, [seggende,] [6] Och heere! want ick hebbe’t woort gesproken, spreeckt de HEERE.",
   "text2026": "U zult sterven in vrede, en naar de vuren van uw vaders, de vorige koningen, die voor u geweest zijn, zo zullen zij over u branden, en u beklagen, zeggende: Och heer! want Ik heb het woord gesproken, spreekt JAHWEH.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "5",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "5 naar de brandingen: Of, met de brandingen; dat is, gelijk men uwe voorzaten bij hunne begrafenis vereerd heeft met vuren of het branden van allerlei kostelijke specerijen, alzo zal u ook geschieden. Zie hiervan 2 Kron. 16:14, met de aantekening. 2 Kronieken 16:14: En zij begroeven hem in zijn graf, dat hij voor zich gegraven had in de stad Davids, en leiden hem op het bed, hetwelk hij gevuld had met specerijen, en dat van verscheidene soorten, naar apothekerskunst toebereid; en zij brandden over hem een gans grote branding.",
     "text1637": "Ofte, met de brandingen. D. gelijckmen uwe voorsaten by hare begraeffenisse vereert heeft met vyeren ofte branden van alderleye kostelicke speceryen, alsoo sal u oock geschieden. siet hier van 2.Chro. 16.14. met d’aenteeck.",
     "text2026": "5 naar de brandingen: Of, met de brandingen; dat is, gelijk men uwe voorzaten bij hun begrafenis vereerd heeft met vuren of het branden van allerlei kostelijke specerijen, zo zal u ook gebeuren. Zie hiervan 2 Kron. 16:14, met de aantekening. 2 Kronieken 16:14: En zij begroeven hem in zijn graf, dat hij voor zich gegraven had in de stad van David, en leiden hem op het bed, dat hij gevuld had met specerijen, en dat van verscheidene soorten, naar apothekerskunst toebereid; en zij brandden over hem een geheel grote branding."
    },
    {
     "marker": "6",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "6 Och heer: Vergelijk boven Jer. 22:18, 22:19. Jeremia 22:18: Daarom zegt de HEERE alzo van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda: Zij zullen hem niet beklagen: Och mijn broeder! of, och zuster! Zij zullen hem niet beklagen: Och, heer! of, och zijn majesteit! Jeremia 22:19: Met een ezelsbegrafenis zal hij begraven worden; men zal hem slepen en daarhenen werpen, verre weg van de poorten van Jeruzalem.",
     "text1637": "Vergel. bov. 22.18, 19.",
     "text2026": "6 Och heer: Vergelijk boven Jer. 22:18, 22:19. Jeremia 22:18: Daarom zegt JAHWEH zo van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda: Zij zullen hem niet beklagen: Och mijn broer! of, och zus! Zij zullen hem niet beklagen: Och, heer! of, och zijn majesteit! Jeremia 22:19: Met een ezelsbegrafenis zal hij begraven worden; men zal hem slepen en daarheen werpen, verre weg van de poorten van Jeruzalem."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "בְּ/שָׁל֣וֹם",
     "strongs": "H7965",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "תָּמ֗וּת",
     "strongs": "H4191",
     "morph": "HVqi2ms"
    },
    {
     "woord": "וּֽ/כְ/מִשְׂרְפ֣וֹת",
     "strongs": "H4955",
     "morph": "HC/R/Ncfpc"
    },
    {
     "woord": "אֲ֠בוֹתֶי/ךָ",
     "strongs": "H1",
     "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "הַ/מְּלָכִ֨ים",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "הָ/רִֽאשֹׁנִ֜ים",
     "strongs": "H7223",
     "morph": "HTd/Aampa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "הָי֣וּ",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "לְ/פָנֶ֗י/ךָ",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HR/Ncbpc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "כֵּ֚ן",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרְפוּ",
     "strongs": "H8313",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "לָ֔/ךְ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/ה֥וֹי",
     "strongs": "H1945",
     "morph": "HC/Tj"
    },
    {
     "woord": "אָד֖וֹן",
     "strongs": "H113",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "יִסְפְּדוּ",
     "strongs": "H5594",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "לָ֑/ךְ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "דָבָ֥ר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אֲנִֽי",
     "strongs": "H589",
     "morph": "HPp1cs"
    },
    {
     "woord": "דִבַּ֖רְתִּי",
     "strongs": "H1696",
     "morph": "HVpp1cs"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָֽה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>U zult sterven in vrede, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> naar de vuren van uw vaders, de vorige koningen, die voor u geweest zijn, zo zullen zij over u branden, en u beklagen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>Och heer!</i></span> want Ik heb het woord gesproken, spreekt JAHWEH.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Gij zult sterven in vrede, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> naar de brandingen van uw vaderen, de vorige koningen, die voor u geweest zijn, alzo zullen zij over u branden, en u beklagen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> zeggende: Och heer! want Ik heb het woord gesproken, spreekt de HEERE.",
   "text1637_html": "Ghy sult sterven in vrede, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> nae de brandingen uwer vaderen, der voorige Coningen, die voor u geweest zijn, alsoo sullen sy over u branden, ende u beklagen, [seggende,] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Och heere! want ick hebbe’t woort gesproken, spreeckt de HEERE.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "brandingen",
     "new": "vuren",
     "principe": "V1507"
    },
    {
     "old": "vaderen,",
     "new": "vaders,",
     "principe": "MR-1KR-007"
    },
    {
     "old": "alzo",
     "new": "zo",
     "principe": "V42"
    },
    {
     "old": "de HEERE.",
     "new": "JAHWEH.",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 6,
   "textSV1888": "En de profeet Jeremia sprak al deze woorden tot Zedekia, den koning van Juda, te Jeruzalem.",
   "text1637": "Ende de Propheet Ieremia sprack alle dese woorden tot Zedekia den Coninck van Iuda te Ierusalem:",
   "text2026": "En de profeet Jeremia sprak al deze woorden tot Zedekia, de koning van Juda, te Jeruzalem.",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/יְדַבֵּר֙",
     "strongs": "H1696",
     "morph": "HC/Vpw3ms"
    },
    {
     "woord": "יִרְמְיָ֣הוּ",
     "strongs": "H3414",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הַ/נָּבִ֔יא",
     "strongs": "H5030",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "צִדְקִיָּ֖הוּ",
     "strongs": "H6667",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶ֣לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֑ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֵ֛ת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/דְּבָרִ֥ים",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "הָ/אֵ֖לֶּה",
     "strongs": "H428",
     "morph": "HTd/Pdxcp"
    },
    {
     "woord": "בִּ/ירוּשָׁלִָֽם",
     "strongs": "H3389",
     "morph": "HR/Np"
    }
   ],
   "text2026_html": "En de profeet Jeremia sprak al deze woorden tot Zedekia, de koning van Juda, te Jeruzalem.",
   "text1637_html": "Ende de Propheet Ieremia sprack alle dese woorden tot Zedekia de<i>n</i> Coninck van Iuda te Ierusalem:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 7,
   "textSV1888": "Als het heir des konings van Babel streed tegen Jeruzalem, en tegen al de overgeblevene steden van Juda, tegen Lachis en tegen Azeka; want deze, zijnde vaste steden, waren overgebleven onder de steden van Juda.",
   "text1637": "[7] Als het heyr des Conincks van Babel streedt tegen Ierusalem, ende tegen alle de overgeblevene steden van Iuda; tegen [8] Lachis, ende tegen [9] Azeka: want dese, [zijnde] [10] vaste steden, waren overgebleven onder de steden van Iuda.",
   "text2026": "Als het leger van de koning van Babel streed tegen Jeruzalem, en tegen al de overgeblevene steden van Juda, tegen Lachis en tegen Azeka; want deze, zijnde versterkte steden, waren overgebleven onder de steden van Juda.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "10",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "10 vaste steden: Hebreeuws, steden der vesting.",
     "text1637": "Hebr. steden der vestinge.",
     "text2026": "10 vaste steden: Hebreeuws, steden van de vesting."
    },
    {
     "marker": "7",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "7 Als het heir des konings van Babel: Hiermede wordt te kennen gegeven de gehoorzaamheid, godzalige vrijmoedigheid en het vertrouwen van Jeremia, die niet geschroomd heeft in zulke gelegenheid van zaken den koning Zedekia aan te zeggen hetgeen hem van God belast was.",
     "text1637": "Hiermede wort te kennen gegeven de gehoorsaemheyt, godtsalige vrymoedicheyt, ende het vertrouwen van Ieremia, die niet geschroomt en heeft in sulcke gelegentheyt van saken den Coninck Zedekia aen te seggen ’t gene hem van Godt belast was.",
     "text2026": "7 Als het legermacht van de koning van Babel: Hiermede wordt te kennen gegeven de gehoorzaamheid, godzalige vrijmoedigheid en het vertrouwen van Jeremia, die niet geschroomd heeft in zulke gelegenheid van zaken de koning Zedekia aan te zeggen wat hem van God belast was."
    },
    {
     "marker": "8",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie 2 Kon. 14:19. 2 Koningen 14:19: En zij maakten een verbintenis tegen hem te Jeruzalem, dat hij vluchtte naar Lachis; maar zij zonden hem na tot Lachis, en doodden hem aldaar.",
     "text1637": "Siet 2.Reg. 14. op vers 19.",
     "text2026": "Zie 2 Kon. 14:19. 2 Koningen 14:19: En zij maakten een verbintenis tegen hem te Jeruzalem, dat hij vluchtte naar Lachis; maar zij zonden hem na tot Lachis, en doodden hem daar."
    },
    {
     "marker": "9",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie 1 Sam. 17:1. 1 Samuël 17:1: En de Filistijnen verzamelden hun heir ten strijde, en verzamelden zich te Socho, dat in Juda is; en zij legerden zich tussen Socho en tussen Azeka, aan het einde van Dammim.",
     "text1637": "Siet 1.Sam. 17. op vers 1.",
     "text2026": "Zie 1 Sam. 17:1. 1 Samuël 17:1: En de Filistijnen verzamelden hun legermacht ten strijde, en verzamelden zich te Socho, dat in Juda is; en zij legerden zich tussen Socho en tussen Azeka, aan het einde van Dammim."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/חֵ֣יל",
     "strongs": "H2428",
     "morph": "HC/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֗ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "נִלְחָמִים֙",
     "strongs": "H3898",
     "morph": "HVNrmpa"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "יְר֣וּשָׁלִַ֔ם",
     "strongs": "H3389",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַ֛ל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "עָרֵ֥י",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HNcfpc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֖ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הַ/נּֽוֹתָר֑וֹת",
     "strongs": "H3498",
     "morph": "HTd/VNrfpa"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "לָכִישׁ֙",
     "strongs": "H3923",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "עֲזֵקָ֔ה",
     "strongs": "H5825",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "הֵ֗נָּה",
     "strongs": "H2007",
     "morph": "HPp3fp"
    },
    {
     "woord": "נִשְׁאֲר֛וּ",
     "strongs": "H7604",
     "morph": "HVNp3cp"
    },
    {
     "woord": "בְּ/עָרֵ֥י",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HR/Ncfpc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֖ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "עָרֵ֥י",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HNcfpc"
    },
    {
     "woord": "מִבְצָֽר",
     "strongs": "H4013",
     "morph": "HNcmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Als het leger van de koning van Babel streed tegen Jeruzalem, en tegen al de overgeblevene steden van Juda, tegen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Lachis en tegen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Azeka; want deze,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> zijnde versterkte steden, waren overgebleven onder de steden van Juda.",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Als het heir des konings van Babel streed tegen Jeruzalem, en tegen al de overgeblevene steden van Juda, tegen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Lachis en tegen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Azeka; want deze,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> zijnde vaste steden, waren overgebleven onder de steden van Juda.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Als het heyr des Conincks van Babel streedt tegen Ierusalem, ende tegen alle de overgeblevene steden van Iuda; tegen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Lachis, ende tegen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Azeka: want dese, [zijnde] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> vaste steden, waren overgebleven onder de steden van Iuda.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "heir des konings",
     "new": "leger van de koning",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "vaste",
     "new": "versterkte",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 8,
   "textSV1888": "Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, nadat de koning Zedekia een verbond gemaakt had met het ganse volk, dat te Jeruzalem was, om vrijheid voor hen uit te roepen.",
   "text1637": "Het woort, dat tot Ieremia geschiet is, van den HEERE: na dat de Coninck Zedekia een verbont [11] gemaeckt hadde met den [12] gantsche volcke dat te Ierusalem was, om [d] vryheyt [13] voor hen uyt te roepen:",
   "text2026": "Het woord, dat tot Jeremia gebeurd is van JAHWEH, nadat de koning Zedekia een verbond gemaakt had met het hele volk, dat te Jeruzalem was, om vrijheid voor hen uit te roepen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "11",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "11 gemaakt had: Zie de manier van dit verbondmaken onder vers 18, 34:19, en vergelijk Gen. 15:17, 15:18. Jeremia 34:18: En Ik zal de mannen overgeven, die Mijn verbond hebben overtreden, die niet bevestigd hebben de woorden des verbonds, dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden, met het kalf, dat zij in tweeën hadden gehouwen, en waren tussen zijn stukken doorgegaan: Jeremia 34:19: De vorsten van Juda, en de vorsten van Jeruzalem, de kamerlingen, en de priesteren, en al het volk des lands, die door de stukken des kalfs zijn doorgegaan. Genesis 15:17: En het geschiedde, dat de zon onderging en het duister werd, en ziet, daar was een rokende oven en vurige fakkel, die tussen die stukken doorging. Genesis 15:18: Ten zelfden dage maakte de HEERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath:",
     "text1637": "Siet de maniere van dit verbont maken, ond. vers 18, 19. ende vergel. Gen. 15. op vers 17, 18.",
     "text2026": "11 gemaakt had: Zie de manier van dit verbondmaken onder vers 18, 34:19, en vergelijk Gen. 15:17, 15:18. Jeremia 34:18: En Ik zal de mannen overgeven, die Mijn verbond hebben overtreden, die niet bevestigd hebben de woorden van het verbond, dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden, met het kalf, dat zij in tweeën hadden gehouwen, en waren tussen zijn stukken doorgegaan: Jeremia 34:19: De vorsten van Juda, en de vorsten van Jeruzalem, de kamerlingen, en de priesters, en al het volk van het land, die door de stukken van de kalfs zijn doorgegaan. Genesis 15:17: En het geschiedde, dat de zon onderging en het duister werd, en ziet, daar was een rokende oven en vurige fakkel, die tussen die stukken doorging. Genesis 15:18: Ten zelfden dage maakte JAHWEH een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath:"
    },
    {
     "marker": "12",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "12 ganse volk: Versta, allen die dienstboden hadden.",
     "text1637": "Verst. alle die dienstboden hadden.",
     "text2026": "12 gehele volk: Versta, allen die dienstboden hadden."
    },
    {
     "marker": "13",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "13 voor hen uit te roepen: Te weten, alle knechten en maagden, in het zevende jaar, volgens de wet, onder vers 13, 34:14. Dit deed Zedekia om door dit uiterlijk werk van gehoorzaamheid verlossing en overwinning van God te verkrijgen, maar hoe zij het, naar de wijze van de huichelaars, hebben gemeend en onderhouden, wordt in het volgende verhaald. Jeremia 34:13: Zo zegt de HEERE, de God Israëls: Ik heb een verbond gemaakt met uw vaderen, ten dage, als Ik hen uit Egypteland, uit het diensthuis uitvoerde, zeggende: Jeremia 34:14: Ten einde van zeven jaren zult gij laten gaan, een iegelijk zijn broeder, een Hebreër, die u zal verkocht zijn, en u zes jaren gediend heeft; gij zult hem dan van u laten vrijgaan; maar uw vaders hoorden niet naar Mij, en neigden hun oor niet.",
     "text1637": "T.w. alle knechten ende maegden, in’t sevende jaer, volgens de wet, ond. vers 13, 14. Dit dede Zedekia, om door dit uyterlick werck van gehoorsaemheyt verlossinge ende overwinninge van Godt te verkrijgen, maer hoe sy ’t, nae der huychelaren wijse, hebben gemeynt ende onderhouden, wort in’t volgende verhaelt.",
     "text2026": "13 voor hen uit te roepen: Te weten, alle knechten en maagden, in het zevende jaar, volgens de wet, onder vers 13, 34:14. Dit deed Zedekia om door dit uiterlijk werk van gehoorzaamheid verlossing en overwinning van God te verkrijgen, maar hoe zij het, naar de wijze van de huichelaar, hebben gemeend en onderhouden, wordt in het volgende verhaald. Jeremia 34:13: Zo zegt JAHWEH, de God van Israël: Ik heb een verbond gemaakt met uw vaderen, op de dag als Ik hen uit Egypteland, uit het diensthuis uitvoerde, zeggende: Jeremia 34:14: Ten einde van zeven jaren zult u laten gaan, een iedereen zijn broer, een Hebreër, die u zal verkocht zijn, en u zes jaren gediend heeft; u zult hem dan van u laten vrijgaan; maar uw vaders hoorden niet naar Mij, en neigden hun oor niet."
    },
    {
     "marker": "d",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Exod. 21:2. Exodus 21:2: Als gij een Hebreeuwsen knecht kopen zult, die zal zes jaren dienen; maar in het zevende zal hij voor vrij uitgaan, om niet.",
     "text1637": "Exod. 21.2.",
     "text2026": "Ex. 21:2. Exodus 21:2: Als u een Hebreeuwsen knecht kopen zult, die zal zes jaren dienen; maar in het zevende zal hij voor vrij uitgaan, om niet."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הַ/דָּבָ֛ר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "הָיָ֥ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶֽל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "יִרְמְיָ֖הוּ",
     "strongs": "H3414",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אֵ֣ת",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR/R"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֑ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אַחֲרֵ֡י",
     "strongs": "H310",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "כְּרֹת֩",
     "strongs": "H3772",
     "morph": "HVqc"
    },
    {
     "woord": "הַ/מֶּ֨לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "צִדְקִיָּ֜הוּ",
     "strongs": "H6667",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בְּרִ֗ית",
     "strongs": "H1285",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הָ/עָם֙",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "בִּ/ירֽוּשָׁלִַ֔ם",
     "strongs": "H3389",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "לִ/קְרֹ֥א",
     "strongs": "H7121",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "לָ/הֶ֖ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "דְּרֽוֹר",
     "strongs": "H1865",
     "morph": "HNcmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Het woord, dat tot Jeremia gebeurd is van JAHWEH, nadat de koning Zedekia een verbond<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> gemaakt had met het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> hele volk, dat te Jeruzalem was, om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> vrijheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> voor hen uit te roepen.",
   "textSV1888_html": "Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, nadat de koning Zedekia een verbond<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> gemaakt had met het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> ganse volk, dat te Jeruzalem was, om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> vrijheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> voor hen uit te roepen.",
   "text1637_html": "Het woort, dat tot Ieremia geschiet is, van den HEERE: na dat de Coninck Zedekia een verbont <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> gemaeckt hadde met den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> gantsche volcke dat te Ierusalem was, om <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> vryheyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> voor hen uyt te roepen:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "geschied",
     "new": "gebeurd",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "den HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "ganse",
     "new": "hele",
     "principe": "V3"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 9,
   "textSV1888": "Dat een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, zijnde een Hebreër of een Hebreïnne, zou laten vrijgaan; zodat niemand zich van hen, van een Jood, zijn broeder, zou doen dienen.",
   "text1637": "Dat een yegelick sijnen knecht, ende een yegelick sijne maecht, zijnde een Hebreer ofte eene Hebreerinne, soude laten vry gaen: so dat niemant sich van hen, van eenen Iode, sijnen broeder, soude [14] doen dienen.",
   "text2026": "Dat ieder zijn knecht, en ieder zijn maagd, zijnde een Hebreër of een Hebreïnne, zou laten vrijgaan; zodat niemand zich van hen, van een Jood, zijn broer, zou doen dienen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "14",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "14 doen dienen: Zie boven Jer. 22:13. Jeremia 22:13: Wee dien, die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn opperzalen met onrecht; die zijns naasten dienst om niet gebruikt, en geeft hen zijn arbeidsloon niet!",
     "text1637": "Siet bov. 22. op vers 13.",
     "text2026": "14 doen dienen: Zie boven Jer. 22:13. Jeremia 22:13: Wee die, die zijn huis bouwt met ongerechtigheid, en zijn opperzalen met onrecht; die zijn naasten dienst om niet gebruikt, en geeft hen zijn arbeidsloon niet!"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "לְ֠/שַׁלַּח",
     "strongs": "H7971",
     "morph": "HR/Vpc"
    },
    {
     "woord": "אִ֣ישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "עַבְדּ֞/וֹ",
     "strongs": "H5650",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/אִ֧ישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "שִׁפְחָת֛/וֹ",
     "strongs": "H8198",
     "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "הָ/עִבְרִ֥י",
     "strongs": "H5680",
     "morph": "HTd/Ngmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הָ/עִבְרִיָּ֖ה",
     "strongs": "H5680",
     "morph": "HC/Td/Ngfsa"
    },
    {
     "woord": "חָפְשִׁ֑ים",
     "strongs": "H2670",
     "morph": "HAampa"
    },
    {
     "woord": "לְ/בִלְתִּ֧י",
     "strongs": "H1115",
     "morph": "HR/C"
    },
    {
     "woord": "עֲבָד",
     "strongs": "H5647",
     "morph": "HVqc"
    },
    {
     "woord": "בָּ֛/ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "בִּ/יהוּדִ֥י",
     "strongs": "H3064",
     "morph": "HR/Ngmsa"
    },
    {
     "woord": "אָחִ֖י/הוּ",
     "strongs": "H251",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "אִֽישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HNcmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Dat ieder zijn knecht, en ieder zijn maagd, zijnde een Hebreër of een Hebreïnne, zou laten vrijgaan; zodat niemand zich van hen, van een Jood, zijn broer, zou<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> doen dienen.",
   "textSV1888_html": "Dat een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, zijnde een Hebreër of een Hebreïnne, zou laten vrijgaan; zodat niemand zich van hen, van een Jood, zijn broeder, zou<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> doen dienen.",
   "text1637_html": "Dat een yegelick sijnen knecht, ende een yegelick sijne maecht, zijnde een Hebreer ofte eene Hebreerinne, soude laten vry gaen: so dat niemant sich van hen, van eenen Iode, sijnen broeder, soude <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> doen dienen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "een iegelijk",
     "new": "ieder",
     "principe": "V5"
    },
    {
     "old": "een iegelijk",
     "new": "ieder",
     "principe": "V5"
    },
    {
     "old": "broeder,",
     "new": "broer,",
     "principe": "O22a"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 10,
   "textSV1888": "Nu hoorden al de vorsten en al het volk, die het verbond hadden ingegaan, dat zij, een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd zouden laten vrijgaan, zodat zij zich niet meer van hen zouden doen dienen; zij hoorden dan, en lieten hen gaan;",
   "text1637": "Nu [15] hoorden alle de Vorsten, ende al ’t volck, die ’t verbont hadden ingegaen, dat sy, een yegelick sijnen knecht, ende een yegelick sijne maecht souden laten vrygaen, so datse sich niet meer van hen souden doen dienen: sy hoorden dan, ende lietense gaen:",
   "text2026": "Nu hoorden al de vorsten en al het volk, die het verbond hadden ingegaan, dat zij, ieder zijn knecht, en ieder zijn maagd zouden laten vrijgaan, zodat zij zich niet meer van hen zouden doen dienen; zij hoorden dan, en lieten hen gaan;",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "15",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "15 hoorden al de vorsten: Dat is, gehoorzaamden, gelijk terstond wederom en elders dikwijls.",
     "text1637": "D. gehoorsaemden, als terstont wederom, ende elders dickwijls.",
     "text2026": "15 hoorden al de vorsten: Dat is, gehoorzaamden, gelijk meteen opnieuw en elders dikwijls."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/יִּשְׁמְעוּ֩",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HC/Vqw3mp"
    },
    {
     "woord": "כָל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/שָּׂרִ֨ים",
     "strongs": "H8269",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/כָל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HC/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "הָ/עָ֜ם",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "בָּ֣אוּ",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "בַ/בְּרִ֗ית",
     "strongs": "H1285",
     "morph": "HRd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "לְ֠/שַׁלַּח",
     "strongs": "H7971",
     "morph": "HR/Vpc"
    },
    {
     "woord": "אִ֣ישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "עַבְדּ֞/וֹ",
     "strongs": "H5650",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/אִ֤ישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "שִׁפְחָת/וֹ֙",
     "strongs": "H8198",
     "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "חָפְשִׁ֔ים",
     "strongs": "H2670",
     "morph": "HAampa"
    },
    {
     "woord": "לְ/בִלְתִּ֥י",
     "strongs": "H1115",
     "morph": "HR/C"
    },
    {
     "woord": "עֲבָד",
     "strongs": "H5647",
     "morph": "HVqc"
    },
    {
     "woord": "בָּ֖/ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "ע֑וֹד",
     "strongs": "H5750",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "וַֽ/יִּשְׁמְע֖וּ",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HC/Vqw3mp"
    },
    {
     "woord": "וַ/יְשַׁלֵּֽחוּ",
     "strongs": "H7971",
     "morph": "HC/Vpw3mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "Nu<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hoorden al de vorsten en al het volk, die het verbond hadden ingegaan, dat zij, ieder zijn knecht, en ieder zijn maagd zouden laten vrijgaan, zodat zij zich niet meer van hen zouden doen dienen; zij hoorden dan, en lieten hen gaan;",
   "textSV1888_html": "Nu<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hoorden al de vorsten en al het volk, die het verbond hadden ingegaan, dat zij, een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd zouden laten vrijgaan, zodat zij zich niet meer van hen zouden doen dienen; zij hoorden dan, en lieten hen gaan;",
   "text1637_html": "Nu <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hoorden alle de Vorsten, ende al ’t volck, die ’t verbont hadden ingegaen, dat sy, een yegelick sijnen knecht, ende een yegelick sijne maecht souden laten vrygaen, so datse sich niet meer van hen souden doen dienen: sy hoorden dan, ende lietense gaen:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "een iegelijk",
     "new": "ieder",
     "principe": "V5"
    },
    {
     "old": "een iegelijk",
     "new": "ieder",
     "principe": "V5"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 11,
   "textSV1888": "Maar zij keerden daarna wederom, en deden de knechten en maagden wederkomen, die zij hadden laten vrijgaan, en zij brachten hen ten onder tot knechten en tot maagden.",
   "text1637": "Maer sy keerden daerna wederom, ende deden de knechten ende maechden [16] weder komen, die sy hadden laten vrygaen: ende sy brachtense t’ onder, tot knechten, ende tot maechden.",
   "text2026": "Maar zij keerden daarna opnieuw, en deden de knechten en maagden terugkomen, die zij hadden laten vrijgaan, en zij brachten hen ten onder tot knechten en tot maagden.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "16",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Tot hun vorigen dienst, alzo vers 16. Dit schijnen zij gedaan te hebben omdat de Babyloniërs van Jeruzalem aftrokken tegen de Egyptenaars, zichzelven ijdellijk inbeeldende dat zij het gevaar alleen waren ontkomen, waar zij integendeel Gods toorn opnieuw verwekten; zie onder vers 21, 34:22. Jeremia 34:16: Maar gij zijt weder omgekeerd, en hebt Mijn Naam ontheiligd, en doen wederkomen, een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, die gij hadt laten vrijgaan naar hun lust; en gij hebt hen ten ondergebracht, om ulieden te wezen tot knechten en tot maagden. Jeremia 34:21: Zelfs Zedekia, den koning van Juda, en zijn vorsten, zal Ik overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken, te weten, in de hand van het heir des konings van Babel, die van ulieden nu zijn opgetogen. Jeremia 34:22: Ziet, Ik zal bevel geven, spreekt de HEERE, en zal hen weder tot deze stad brengen, en zij zullen tegen haar strijden, en zullen ze innemen, en zullen ze met vuur verbranden; en Ik zal de steden van Juda stellen tot een verwoesting, dat er niemand in wone.",
     "text1637": "Tot haren voorigen dienst, alsoo vers 16. dit schijnen sy gedaen te hebben, om dat de Babyloniers van Ierusalem aftrocken tegen de Egyptenaers, haer selven ydelick inbeeldende, dat sy ’t perijckel al waren ontkomen, daer sy ter contrarie Godts toorn van nieuws verweckten. siet ond. vers 21, 22.",
     "text2026": "Tot hun vorigen dienst, zo vers 16. Dit schijnen zij gedaan te hebben omdat de Babyloniërs van Jeruzalem aftrokken tegen de Egyptenaars, zichzelven zinloos inbeeldende dat zij het gevaar alleen waren ontkomen, waar zij integendeel Gods toorn opnieuw verwekten; zie onder vers 21, 34:22. Jeremia 34:16: Maar u bent weer omgekeerd, en hebt Mijn Naam ontheiligd, en doen wederkomen, een iedereen zijn knecht, en een iedereen zijn maagd, die u hadt laten vrijgaan naar hun lust; en u hebt hen ten ondergebracht, om u te wezen tot knechten en tot maagden. Jeremia 34:21: Zelfs Zedekia, de koning van Juda, en zijn vorsten, zal Ik overgeven in de hand hun vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken, te weten, in de hand van het legermacht van de koning van Babel, die van u nu zijn opgetogen. Jeremia 34:22: Ziet, Ik zal bevel geven, spreekt JAHWEH, en zal hen weer tot deze stad brengen, en zij zullen tegen haar strijden, en zullen ze innemen, en zullen ze met vuur verbranden; en Ik zal de steden van Juda stellen tot een verwoesting, dat er niemand in woon."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/יָּשׁ֨וּבוּ֙",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HC/Vqw3mp"
    },
    {
     "woord": "אַחֲרֵי",
     "strongs": "H310",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "כֵ֔ן",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "וַ/יָּשִׁ֗בוּ",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HC/Vhw3mp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הָֽ/עֲבָדִים֙",
     "strongs": "H5650",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "הַ/שְּׁפָח֔וֹת",
     "strongs": "H8198",
     "morph": "HTd/Ncfpa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "שִׁלְּח֖וּ",
     "strongs": "H7971",
     "morph": "HVpp3cp"
    },
    {
     "woord": "חָפְשִׁ֑ים",
     "strongs": "H2670",
     "morph": "HAampa"
    },
    {
     "woord": "ו/יכבישו/ם",
     "strongs": "H3533",
     "morph": "HC/Vhw3mp/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לַ/עֲבָדִ֖ים",
     "strongs": "H5650",
     "morph": "HR/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/לִ/שְׁפָחֽוֹת",
     "strongs": "H8198",
     "morph": "HC/R/Ncfpa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Maar zij keerden daarna opnieuw, en deden de knechten en maagden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> terugkomen, die zij hadden laten vrijgaan, en zij brachten hen ten onder tot knechten en tot maagden.",
   "textSV1888_html": "Maar zij keerden daarna wederom, en deden de knechten en maagden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> wederkomen, die zij hadden laten vrijgaan, en zij brachten hen ten onder tot knechten en tot maagden.",
   "text1637_html": "Maer sy keerden daerna wederom, ende deden de knechten ende maechden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> weder komen, die sy hadden laten vrygaen: ende sy brachtense t’ onder, tot knechten, ende tot maechden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "wederom,",
     "new": "opnieuw,",
     "principe": "V6"
    },
    {
     "old": "wederkomen,",
     "new": "terugkomen,",
     "principe": "V769"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 12,
   "textSV1888": "Daarom geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:",
   "text1637": "Daerom geschiedde des HEEREN woort tot Ieremia, van den HEERE, seggende:",
   "text2026": "Daarom kwam het woord van JAHWEH tot Jeremia, van JAHWEH, zeggende:",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/יְהִ֤י",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HC/Vqw3ms"
    },
    {
     "woord": "דְבַר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָה֙",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֶֽל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "יִרְמְיָ֔הוּ",
     "strongs": "H3414",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אֵ֥ת",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR/R"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֖ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹֽר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    }
   ],
   "text2026_html": "Daarom kwam het woord van JAHWEH tot Jeremia, van JAHWEH, zeggende:",
   "text1637_html": "Daerom geschiedde des HEEREN woort tot Ieremia, van den HEERE, seggende:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "geschiedde des HEEREN",
     "new": "kwam het",
     "principe": "V1230"
    },
    {
     "old": "",
     "new": "van JAHWEH",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "den HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 13,
   "textSV1888": "Zo zegt de HEERE, de God Israëls: Ik heb een verbond gemaakt met uw vaderen, ten dage, als Ik hen uit Egypteland, uit het diensthuis uitvoerde, zeggende:",
   "text1637": "Soo seyt de HEERE, de Godt Israëls: Ick hebbe een verbont gemaeckt met uwe vaderen, ten dage als ickse uyt Egypten-lant, uyt den [17] diensthuyse, uytvoerde, seggende:",
   "text2026": "Zo zegt JAHWEH, de God van Israël: Ik heb een verbond gemaakt met uw vaders, op de dag als Ik hen uit Egypteland, uit het diensthuis uitvoerde, zeggende:",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "17",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "17 diensthuis uitvoerde: Hebreeuws, huis der dienstknechten.",
     "text1637": "Hebr. huyse der dienstknechten.",
     "text2026": "17 diensthuis uitvoerde: Hebreeuws, huis van de dienaren (בֵּית)."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כֹּֽה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֥ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֖ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֑ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אָנֹכִ֗י",
     "strongs": "H595",
     "morph": "HPp1cs"
    },
    {
     "woord": "כָּרַ֤תִּֽי",
     "strongs": "H3772",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "בְרִית֙",
     "strongs": "H1285",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "אֲב֣וֹתֵי/כֶ֔ם",
     "strongs": "H1",
     "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "בְּ/י֨וֹם",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "הוֹצִאִ֤/י",
     "strongs": "H3318",
     "morph": "HVhc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אוֹתָ/ם֙",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אֶ֣רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "מִצְרַ֔יִם",
     "strongs": "H4714",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מִ/בֵּ֥ית",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "עֲבָדִ֖ים",
     "strongs": "H5650",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אמֹֽר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    }
   ],
   "text2026_html": "Zo zegt JAHWEH, de God van Israël: <span class=\"god-speaks\"><i>Ik heb een verbond gemaakt met uw vaders, op de dag als Ik hen uit Egypteland, uit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> het diensthuis uitvoerde, zeggende:</i></span>",
   "textSV1888_html": "Zo zegt de HEERE, de God Israëls: Ik heb een verbond gemaakt met uw vaderen, ten dage, als Ik hen uit Egypteland, uit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> het diensthuis uitvoerde, zeggende:",
   "text1637_html": "Soo seyt de HEERE, de Godt Israëls: Ick hebbe een verbont gemaeckt met uwe vaderen, ten dage als ickse uyt Egypten-lant, uyt den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> diensthuyse, uytvoerde, seggende:",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "Israëls:",
     "new": "van Israël:",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "vaderen, ten dage,",
     "new": "vaders, op de dag",
     "principe": "MR-1KR-007"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 14,
   "textSV1888": "Ten einde van zeven jaren zult gij laten gaan, een iegelijk zijn broeder, een Hebreër, die u zal verkocht zijn, en u zes jaren gediend heeft; gij zult hem dan van u laten vrijgaan; maar uw vaders hoorden niet naar Mij, en neigden hun oor niet.",
   "text1637": "[e] Ten eynde van seven jaren sullet ghy laten gaen, een yegelick sijnen broeder, eenen Hebreer, die u sal [18] verkocht zijn, ende u ses jaren gedient heeft; ghy sult hem dan van u laten vrygaen; maer uwe vaders en hoorden niet nae my, noch en neychden hare oore niet.",
   "text2026": "Ten einde van zeven jaren zult u laten gaan, ieder zijn broer, een Hebreër, die u zal verkocht zijn, en u zes jaren gediend heeft; u zult hem dan van u laten vrijgaan; maar uw vaders hoorden niet naar Mij, en neigden hun oor niet.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "18",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "18 verkocht zijn: Of, die zich aan u verkocht zal hebben.",
     "text1637": "Ofte, die sich aen u verkocht sal hebben.",
     "text2026": "18 verkocht zijn: Of, die zich aan u verkocht zal hebben."
    },
    {
     "marker": "e",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Exod. 21:2; Deut. 15:12. Exodus 21:2: Als gij een Hebreeuwsen knecht kopen zult, die zal zes jaren dienen; maar in het zevende zal hij voor vrij uitgaan, om niet. Deuteronomium 15:12: Wanneer uw broeder, een Hebreër of een Hebreïnne, aan u verkocht zal zijn, zo zal hij u zes jaren dienen; maar in het zevende jaar zult gij hem vrij van u laten gaan.",
     "text1637": "Exod. 21.2. Deut. 15.12.",
     "text2026": "Ex. 21:2; Deut. 15:12. Exodus 21:2: Als u een Hebreeuwsen knecht kopen zult, die zal zes jaren dienen; maar in het zevende zal hij voor vrij uitgaan, om niet. Deuteronomium 15:12: Wanneer uw broer, een Hebreër of een Hebreïnne, aan u verkocht zal zijn, zo zal hij u zes jaren dienen; maar in het zevende jaar zult u hem vrij van u laten gaan."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "מִ/קֵּ֣ץ",
     "strongs": "H7093",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "שֶׁ֣בַע",
     "strongs": "H7651",
     "morph": "HAcfsa"
    },
    {
     "woord": "שָׁנִ֡ים",
     "strongs": "H8141",
     "morph": "HNcfpa"
    },
    {
     "woord": "תְּֽשַׁלְּח֡וּ",
     "strongs": "H7971",
     "morph": "HVpi2mp"
    },
    {
     "woord": "אִישׁ֩",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "אָחִ֨י/ו",
     "strongs": "H251",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "הָ/עִבְרִ֜י",
     "strongs": "H5680",
     "morph": "HTd/Ngmsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶֽׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "יִמָּכֵ֣ר",
     "strongs": "H4376",
     "morph": "HVNi3ms"
    },
    {
     "woord": "לְ/ךָ֗",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "וַ/עֲבָֽדְ/ךָ֙",
     "strongs": "H5647",
     "morph": "HC/Vqq3ms/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "שֵׁ֣שׁ",
     "strongs": "H8337",
     "morph": "HAcfsa"
    },
    {
     "woord": "שָׁנִ֔ים",
     "strongs": "H8141",
     "morph": "HNcfpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/שִׁלַּחְתּ֥/וֹ",
     "strongs": "H7971",
     "morph": "HC/Vpq2ms/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "חָפְשִׁ֖י",
     "strongs": "H2670",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "מֵֽ/עִמָּ֑/ךְ",
     "strongs": "H5973",
     "morph": "HR/R/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/לֹֽא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "שָׁמְע֤וּ",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "אֲבֽוֹתֵי/כֶם֙",
     "strongs": "H1",
     "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "אֵלַ֔/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "וְ/לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "הִטּ֖וּ",
     "strongs": "H5186",
     "morph": "HVhp3cp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "אָזְנָֽ/ם",
     "strongs": "H241",
     "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Ten einde van zeven jaren zult u laten gaan, ieder zijn broer, een Hebreër, die u zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> verkocht zijn, en u zes jaren gediend heeft; u zult hem dan van u laten vrijgaan; maar uw vaders hoorden niet naar Mij, en neigden hun oor niet.</i></span>",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Ten einde van zeven jaren zult gij laten gaan, een iegelijk zijn broeder, een Hebreër, die u zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> verkocht zijn, en u zes jaren gediend heeft; gij zult hem dan van u laten vrijgaan; maar uw vaders hoorden niet naar Mij, en neigden hun oor niet.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Ten eynde van seven jaren sullet ghy laten gaen, een yegelick sijnen broeder, eenen Hebreer, die u sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> verkocht zijn, ende u ses jaren gedient heeft; ghy sult hem dan van u laten vrygaen; maer uwe vaders en hoorden niet nae my, noch en neychden hare oore niet.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "een iegelijk",
     "new": "ieder",
     "principe": "V5"
    },
    {
     "old": "broeder,",
     "new": "broer,",
     "principe": "O22a"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 15,
   "textSV1888": "Gijlieden nu waart heden wedergekeerd, en hadt gedaan, dat recht is in Mijn ogen, vrijheid uitroepende, een iegelijk voor zijn naaste; en gij hadt een verbond gemaakt voor Mijn aangezicht, in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is.",
   "text1637": "Ghylieden nu waert heden [19] wedergekeert, ende haddet gedaen dat recht is in mijne oogen, vryheyt uytroepende, een yegelijck voor sijnen naesten: ende ghy haddet een verbont gemaeckt voor mijn aengesichte, in’t Huys, dat [20] nae mijnen name genoemt is.",
   "text2026": "U nu was vandaag teruggekeerd, en had gedaan, dat recht is in Mijn ogen, vrijheid uitroepende, ieder voor zijn naaste; en u had een verbond gemaakt voor Mijn aangezicht, in het huis, dat naar Mijn Naam genoemd is.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "19",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, hadt u bekeerd; te weten naar het uiterlijk aanzien, zoveel het uiterlijk werk aangaat.",
     "text1637": "Ofte, haddet u bekeert, T.w. nae ’t uyterlick aensien, soo veel het uyterlick werck aengaet.",
     "text2026": "Of, hadt u bekeerd; te weten naar het uiterlijk aanzien, zoveel het uiterlijk werk betreft."
    },
    {
     "marker": "20",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "20 naar Mijn Naam genoemd is: Zie boven Jer. 7:10. Versta, den tempel. Jeremia 7:10: En dan komen en staan voor Mijn aangezicht in dit huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, en zeggen: Wij zijn verlost, om al deze gruwelen te doen?",
     "text1637": "Siet bov. 7. op vers 10. verst. den Tempel.",
     "text2026": "20 naar Mijn Naam genoemd is: Zie boven Jer. 7:10. Versta, de tempel. Jeremia 7:10: En dan komen en staan voor Mijn aangezicht in dit huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, en zeggen: Wij zijn verlost, om al deze gruwelen te doen?"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/תָּשֻׁ֨בוּ",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HC/Vqw2mp"
    },
    {
     "woord": "אַתֶּ֜ם",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HPp2mp"
    },
    {
     "woord": "הַ/יּ֗וֹם",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וַ/תַּעֲשׂ֤וּ",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HC/Vqw2mp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הַ/יָּשָׁר֙",
     "strongs": "H3477",
     "morph": "HTd/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/עֵינַ֔/י",
     "strongs": "H5869",
     "morph": "HR/Ncbdc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לִ/קְרֹ֥א",
     "strongs": "H7121",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "דְר֖וֹר",
     "strongs": "H1865",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אִ֣ישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/רֵעֵ֑/הוּ",
     "strongs": "H7453",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וַ/תִּכְרְת֤וּ",
     "strongs": "H3772",
     "morph": "HC/Vqw2mp"
    },
    {
     "woord": "בְרִית֙",
     "strongs": "H1285",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/פָנַ֔/י",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HR/Ncbpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "בַּ/בַּ֕יִת",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "נִקְרָ֥א",
     "strongs": "H7121",
     "morph": "HVNp3ms"
    },
    {
     "woord": "שְׁמִ֖/י",
     "strongs": "H8034",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "עָלָֽי/ו",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>U nu was vandaag<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> teruggekeerd, en had gedaan, dat recht is in Mijn ogen, vrijheid uitroepende, ieder voor zijn naaste; en u had een verbond gemaakt voor Mijn aangezicht, in het huis, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> naar Mijn Naam genoemd is.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Gijlieden nu waart heden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> wedergekeerd, en hadt gedaan, dat recht is in Mijn ogen, vrijheid uitroepende, een iegelijk voor zijn naaste; en gij hadt een verbond gemaakt voor Mijn aangezicht, in het huis, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> naar Mijn Naam genoemd is.",
   "text1637_html": "Ghylieden nu waert heden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> wedergekeert, en<i>de</i> haddet gedaen dat recht is in mijne oogen, vryheyt uytroepende, een yegelijck voor sijnen naesten: ende ghy haddet een verbont gemaeckt voor mijn aengesichte, in’t Huys, dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> nae mijnen name genoemt is.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gijlieden",
     "new": "U",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "waart heden wedergekeerd,",
     "new": "was vandaag teruggekeerd,",
     "principe": "V986"
    },
    {
     "old": "hadt",
     "new": "had",
     "principe": "V206"
    },
    {
     "old": "een iegelijk",
     "new": "ieder",
     "principe": "V5"
    },
    {
     "old": "gij hadt",
     "new": "u had",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 16,
   "textSV1888": "Maar gij zijt weder omgekeerd, en hebt Mijn Naam ontheiligd, en doen wederkomen, een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, die gij hadt laten vrijgaan naar hun lust; en gij hebt hen ten ondergebracht, om ulieden te wezen tot knechten en tot maagden.",
   "text1637": "Maer ghy zijt weder omgekeert, ende hebbet mijnen [21] name ontheylicht, ende doen [22] weder komen, een yegelick sijnen knecht, ende een yegelick sijne maecht die ghy haddet laten vry gaen, nae haren [23] lust: ende ghy hebtse t’ondergebracht, om u lieden te wesen tot knechten ende tot maechden.",
   "text2026": "Maar u bent weer omgekeerd, en hebt Mijn Naam ontheiligd, en doen terugkomen, ieder zijn knecht, en ieder zijn maagd, die u had laten vrijgaan naar hun lust; en u hebt hen ten ondergebracht, om u te wezen tot knechten en tot maagden.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "21",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "21 Naam ontheiligd: Dien gij in den eed van het verbond gebruikt hebt.",
     "text1637": "Dien ghy in den eedt des verbonts gebruyckt hebt.",
     "text2026": "21 Naam ontheiligd: Die u in de eed van het verbond gebruikt hebt."
    },
    {
     "marker": "22",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Gelijk vers 11. Jeremia 34:11: Maar zij keerden daarna wederom, en deden de knechten en maagden wederkomen, die zij hadden laten vrijgaan, en zij brachten hen ten onder tot knechten en tot maagden.",
     "text1637": "Als vers 11.",
     "text2026": "Gelijk vers 11. Jeremia 34:11: Maar zij keerden daarna opnieuw, en deden de knechten en maagden wederkomen, die zij hadden laten vrijgaan, en zij brachten hen ten onder tot knechten en tot maagden."
    },
    {
     "marker": "23",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, begeerte, wens, welgevallen, wil. Hebreeuws, ziel; zie Ps. 27:12. Anders: voor henzelven, voor hunne personen; dat is, om hun zelfs eigen en vrij te zijn. Psalmen 27:12: Geef mij niet over in de begeerte mijner tegenpartijders; want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan, mitsgaders die wrevel uitblaast.",
     "text1637": "Ofte, begeerte, wensch, welgevallen, wille. Hebr. ziele. siet Psal. 27. op vers 12. And. voor haer selven, voor hare persoonen, D. om haer selfs eygen ende vry te zijn.",
     "text2026": "Of, begeerte, wens, welgevallen, wil. Hebreeuws, ziel (נַפְשָׁ); zie Ps. 27:12. Anders: voor henzelven, voor hun personen; dat is, om hun zelfs eigen en vrij te zijn. Psalmen 27:12: Geef mij niet over in de begeerte mijn tegenstanders; want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan, en ook die wrevel uitblaast."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/תָּשֻׁ֨בוּ֙",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HC/Vqw2mp"
    },
    {
     "woord": "וַ/תְּחַלְּל֣וּ",
     "strongs": "H2490",
     "morph": "HC/Vpw2mp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "שְׁמִ֔/י",
     "strongs": "H8034",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "וַ/תָּשִׁ֗בוּ",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HC/Vhw2mp"
    },
    {
     "woord": "אִ֤ישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "עַבְדּ/וֹ֙",
     "strongs": "H5650",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/אִ֣ישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "שִׁפְחָת֔/וֹ",
     "strongs": "H8198",
     "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "שִׁלַּחְתֶּ֥ם",
     "strongs": "H7971",
     "morph": "HVpp2mp"
    },
    {
     "woord": "חָפְשִׁ֖ים",
     "strongs": "H2670",
     "morph": "HAampa"
    },
    {
     "woord": "לְ/נַפְשָׁ֑/ם",
     "strongs": "H5315",
     "morph": "HR/Ncbsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וַ/תִּכְבְּשׁ֣וּ",
     "strongs": "H3533",
     "morph": "HC/Vqw2mp"
    },
    {
     "woord": "אֹתָ֔/ם",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לִֽ/הְי֣וֹת",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "לָ/כֶ֔ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "לַ/עֲבָדִ֖ים",
     "strongs": "H5650",
     "morph": "HR/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/לִ/שְׁפָחֽוֹת",
     "strongs": "H8198",
     "morph": "HC/R/Ncfpa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Maar u bent weer omgekeerd, en hebt Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Naam ontheiligd, en doen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> terugkomen, ieder zijn knecht, en ieder zijn maagd, die u had laten vrijgaan naar hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> lust; en u hebt hen ten ondergebracht, om u te wezen tot knechten en tot maagden.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Maar gij zijt weder omgekeerd, en hebt Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Naam ontheiligd, en doen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> wederkomen, een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, die gij hadt laten vrijgaan naar hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> lust; en gij hebt hen ten ondergebracht, om ulieden te wezen tot knechten en tot maagden.",
   "text1637_html": "Maer ghy zijt weder omgekeert, ende hebbet mijnen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> name ontheylicht, ende doen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> weder komen, een yegelick sijnen knecht, ende een yegelick sijne maecht die ghy haddet laten vry gaen, nae haren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> lust: ende ghy hebtse t’ondergebracht, om u lieden te wesen tot knechten ende tot maechden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "gij zijt weder",
     "new": "u bent weer",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "wederkomen, een iegelijk",
     "new": "terugkomen, ieder",
     "principe": "V5"
    },
    {
     "old": "een iegelijk",
     "new": "ieder",
     "principe": "V5"
    },
    {
     "old": "gij hadt",
     "new": "u had",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "ulieden",
     "new": "u",
     "principe": "A2"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 17,
   "textSV1888": "Daarom zegt de HEERE alzo: Gijlieden hebt naar Mij niet gehoord, om vrijheid uit te roepen, een iegelijk voor zijn broeder, en een iegelijk voor zijn naaste; ziet, zo roep Ik uit tegen ulieden, spreekt de HEERE, een vrijheid ten zwaarde, ter pestilentie, en ten honger, en zal u overgeven ter beroering allen koninkrijken der aarde.",
   "text1637": "Daerom seyt de HEERE alsoo; Ghylieden hebt nae my niet gehoort, om vryheyt uyt te roepen, een yegelick voor sijnen broeder, ende een yegelick voor sijnen naesten: Siet soo roep ick uyt tegen u lieden, spreeckt de HEERE, eene [24] vryheyt ten sweerde, ter pestilentie, ende ten honger, ende sal u overgeven ter [f] [25] beroeringe, allen Coninckrijcken der aerde.",
   "text2026": "Daarom zegt JAHWEH zo: U hebt naar Mij niet gehoord, om vrijheid uit te roepen, ieder voor zijn broer, en ieder voor zijn naaste; zie, zo roep Ik uit tegen u, spreekt JAHWEH, een vrijheid ten zwaarde, ter pest, en ten honger, en zal u overgeven ter beroering aan alle koninkrijken van de aarde.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "24",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "24 vrijheid ten zwaarde: Een aardige verandering of omkering der woorden van vrijheid uit te roepen, tevoren ten goede, maar hier ten kwade; dat is, tot straf, die God door zijn rechtvaardig oordeel over hen wil uitvoeren en onder hen laten woeden. Sommigen stellen, aan het zwaard, enz. Alsof God zeide: Ik zal het zwaard, de pestilentie, enz. vrijheid geven om onder ulieden te woeden.",
     "text1637": "Eene aerdige veranderinge, ofte omkeeringe der woorden van, vryheyt uyt te roepen. te vooren ten goede, maer hier ten quade, dat is, tot straffe, die Godt door sijn rechtveerdich oordeel over hen wil uytvoeren, ende onder hen laten woeden. sommige stellen, aen ’t sweert, etc. als of Godt seyde, ick sal het sweert, de pestilentie, etc. vryheyt geven om onder u lieden te woeden.",
     "text2026": "24 vrijheid ten zwaarde: Een aardige verandering of omkering van de woorden van vrijheid uit te roepen, tevoren ten goede, maar hier ten kwade; dat is, tot straf, die God door zijn rechtvaardig oordeel over hen wil uitvoeren en onder hen laten woeden. Sommigen stellen, aan het zwaard, enz. Alsof God zei: Ik zal het zwaard, de pestilentie, enz. vrijheid geven om onder u te woeden."
    },
    {
     "marker": "25",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "25 beroering allen koninkrijken der aarde: Zie Deut. 28:25. Deuteronomium 28:25: De HEERE zal u geslagen geven voor het aangezicht uwer vijanden; door een weg zult gij tot hem uittrekken, en door zeven wegen zult gij voor zijn aangezicht vlieden; en gij zult van alle koninkrijken der aarde beroerd worden.",
     "text1637": "Siet Deut. 28. op vers 25.",
     "text2026": "25 beroering allen koninkrijken van de aarde: Zie Deut. 28:25. Deuteronomium 28:25: JAHWEH zal u geslagen geven voor het aangezicht uw vijanden; door een weg zult u tot hem uittrekken, en door zeven wegen zult u voor zijn aangezicht vluchten; en u zult van alle koninkrijken van de aarde beroerd worden."
    },
    {
     "marker": "f",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Deut. 28:25; Jer. 15:4; Jer. 24:9. Deuteronomium 28:25: De HEERE zal u geslagen geven voor het aangezicht uwer vijanden; door een weg zult gij tot hem uittrekken, en door zeven wegen zult gij voor zijn aangezicht vlieden; en gij zult van alle koninkrijken der aarde beroerd worden. Jeremia 15:4: En Ik zal hen overgeven tot een beroering aan alle koninkrijken der aarde, vanwege Manasse, zoon van Jehizkia, koning van Juda, om hetgeen hij te Jeruzalem gedaan heeft. Jeremia 24:9: En Ik zal hen overgeven tot een beroering ten kwade, allen koninkrijken der aarde; tot smaadheid, en tot een spreekwoord, tot een spotrede, en tot een vloek, in al de plaatsen, waarhenen Ik hen gedreven zal hebben;",
     "text1637": "Deut. 28.25. Ierem. 15.4. ende 24.9, etc.",
     "text2026": "Deut. 28:25; Jer. 15:4; Jer. 24:9. Deuteronomium 28:25: JAHWEH zal u geslagen geven voor het aangezicht uw vijanden; door een weg zult u tot hem uittrekken, en door zeven wegen zult u voor zijn aangezicht vluchten; en u zult van alle koninkrijken van de aarde beroerd worden. Jeremia 15:4: En Ik zal hen overgeven tot een beroering aan alle koninkrijken van de aarde, vanwege Manasse, zoon van Jehizkia, koning van Juda, om wat hij te Jeruzalem gedaan heeft. Jeremia 24:9: En Ik zal hen overgeven tot een beroering ten kwade, allen koninkrijken van de aarde; tot smaadheid, en tot een spreekwoord, tot een spotrede, en tot een vloek, in al de plaatsen, waarhenen Ik hen gedreven zal hebben;"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "לָ/כֵן֮",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HR/D"
    },
    {
     "woord": "כֹּה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֣ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָה֒",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אַתֶּם֙",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HPp2mp"
    },
    {
     "woord": "לֹֽא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "שְׁמַעְתֶּ֣ם",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HVqp2mp"
    },
    {
     "woord": "אֵלַ֔/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לִ/קְרֹ֣א",
     "strongs": "H7121",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "דְר֔וֹר",
     "strongs": "H1865",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אִ֥ישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/אָחִ֖י/ו",
     "strongs": "H251",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/אִ֣ישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/רֵעֵ֑/הוּ",
     "strongs": "H7453",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "הִנְ/נִ֣י",
     "strongs": "H2005",
     "morph": "HTm/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "קֹרֵא֩",
     "strongs": "H7121",
     "morph": "HVqrmsa"
    },
    {
     "woord": "לָ/כֶ֨ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "דְּר֜וֹר",
     "strongs": "H1865",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֗ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הַ/חֶ֨רֶב֙",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הַ/דֶּ֣בֶר",
     "strongs": "H1698",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "הָ/רָעָ֔ב",
     "strongs": "H7458",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/נָתַתִּ֤י",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HC/Vqq1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶתְ/כֶם֙",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "ל/זועה",
     "strongs": "H2113",
     "morph": "HR/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/כֹ֖ל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "מַמְלְכ֥וֹת",
     "strongs": "H4467",
     "morph": "HNcfpc"
    },
    {
     "woord": "הָ/אָֽרֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HTd/Ncbsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Daarom zegt JAHWEH zo: U hebt naar Mij niet gehoord, om vrijheid uit te roepen, ieder voor zijn broer, en ieder voor zijn naaste; zie, zo roep Ik uit tegen u, spreekt JAHWEH, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> vrijheid ten zwaarde, ter pest, en ten honger, en zal u overgeven ter<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> beroering aan alle koninkrijken van de aarde.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Daarom zegt de HEERE alzo: Gijlieden hebt naar Mij niet gehoord, om vrijheid uit te roepen, een iegelijk voor zijn broeder, en een iegelijk voor zijn naaste; ziet, zo roep Ik uit tegen ulieden, spreekt de HEERE, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> vrijheid ten zwaarde, ter pestilentie, en ten honger, en zal u overgeven ter<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> beroering allen koninkrijken der aarde.",
   "text1637_html": "Daerom seyt de HEERE alsoo; Ghylieden hebt nae my niet gehoort, om vryheyt uyt te roepen, een yegelick voor sijnen broeder, ende een yegelick voor sijnen naesten: Siet soo roep ick uyt tegen u lieden, spreeckt de HEERE, eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> vryheyt ten sweerde, ter pestilentie, ende ten honger, ende sal u overgeven ter <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> beroeringe, allen Coninckrijcken der aerde.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE alzo: Gijlieden",
     "new": "JAHWEH zo: U",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "een iegelijk",
     "new": "ieder",
     "principe": "V5"
    },
    {
     "old": "broeder,",
     "new": "broer,",
     "principe": "O22a"
    },
    {
     "old": "een iegelijk",
     "new": "ieder",
     "principe": "V5"
    },
    {
     "old": "ziet,",
     "new": "zie,",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "ulieden,",
     "new": "u,",
     "principe": "A2"
    },
    {
     "old": "de HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "pestilentie,",
     "new": "pest,",
     "principe": "V914"
    },
    {
     "old": "allen",
     "new": "aan alle",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 18,
   "textSV1888": "En Ik zal de mannen overgeven, die Mijn verbond hebben overtreden, die niet bevestigd hebben de woorden des verbonds, dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden, met het kalf, dat zij in tweeën hadden gehouwen, en waren tussen zijn stukken doorgegaan:",
   "text1637": "Ende ick sal de mannen overgeven, die mijn verbont hebben overgetreden, die niet [26] bevesticht en hebben de woorden des verbonts, dat sy voor mijn aengesichte gemaeckt hadden; [27] [met] het kalf, dat sy in [28] twee hadden gehouwen, ende waren tusschen sijne stucken doorgegaen.",
   "text2026": "En Ik zal de mannen overgeven, die Mijn verbond hebben overtreden, die niet bevestigd hebben de woorden van het verbond, dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden, met het kalf, dat zij in tweeën hadden gehouwen, en waren tussen zijn stukken doorgegaan:",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "26",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "26 bevestigd hebben de woorden des verbonds: Metterdaad niet volbracht, niet gehouden hebben. Hebreeuws eigenlijk, niet hebben doen rijzen, of opstaan; zie Deut. 27:26, en onder Jer. 35:14. Deuteronomium 27:26: Vervloekt zij, die de woorden dezer wet niet zal bevestigen, doende dezelve! En al het volk zal zeggen: Amen. Jeremia 35:14: De woorden van Jonadab, den zoon van Rechab, die hij zijn kinderen geboden heeft, dat zij geen wijn zouden drinken, zijn bevestigd; want zij hebben geen gedronken tot op dezen dag, maar het gebod huns vaders gehoord; en Ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt naar Mij niet gehoord.",
     "text1637": "Metter daet niet volbracht, niet gehouden en hebben. Hebr. eyg. niet hebben doen rijsen, ofte, opstaen. Siet Deut. 27.26. ende ond. 35.14.",
     "text2026": "26 bevestigd hebben de woorden van het verbond: Metterdaad niet volbracht, niet gehouden hebben. Hebreeuws eigenlijk, niet hebben doen rijzen, of opstaan; zie Deut. 27:26, en onder Jer. 35:14. Deuteronomium 27:26: Vervloekt zij, die de woorden van deze wet niet zal bevestigen, doende dezelfde! En al het volk zal zeggen: Amen. Jeremia 35:14: De woorden van Jonadab, de zoon van Rechab, die hij zijn kinderen geboden heeft, dat zij geen wijn zouden drinken, zijn bevestigd; want zij hebben geen gedronken tot op deze dag, maar het gebod huns vaders gehoord; en Ik heb tot u gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar u hebt naar Mij niet gehoord."
    },
    {
     "marker": "27",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "27 met het kalf: Anders: [gelijk] het kalf, enz. dat is, Ik zal hen in stukken doen scheuren door het gevogelte, enz. gelijk vers 20. Jeremia 34:20: Ja, Ik zal hen overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken; en hun dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn.",
     "text1637": "And. [als] het kalf, etc. D. ick salse in stucken doen scheuren, van ’t gevogelte, etc. als vers 20.",
     "text2026": "27 met het kalf: Anders: [gelijk] het kalf, enz. dat is, Ik zal hen in stukken doen scheuren door het gevogelte, enz. gelijk vers 20. Jeremia 34:20: Ja, Ik zal hen overgeven in de hand hun vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken; en hun dode lichamen zullen het gevogelte van de hemel en het gedierte van de aarde tot voedsel zijn."
    },
    {
     "marker": "28",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "28 tweeën hadden gehouwen: Zie Gen. 15:17, 15:18. Genesis 15:17: En het geschiedde, dat de zon onderging en het duister werd, en ziet, daar was een rokende oven en vurige fakkel, die tussen die stukken doorging. Genesis 15:18: Ten zelfden dage maakte de HEERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath:",
     "text1637": "Siet Gen. 15. op vers 17, 18.",
     "text2026": "28 tweeën hadden gehouwen: Zie Gen. 15:17, 15:18. Genesis 15:17: En het geschiedde, dat de zon onderging en het duister werd, en ziet, daar was een rokende oven en vurige fakkel, die tussen die stukken doorging. Genesis 15:18: Ten zelfden dage maakte JAHWEH een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath:"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/נָתַתִּ֣י",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HC/Vqq1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "הָ/אֲנָשִׁ֗ים",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "הָ/עֹֽבְרִים֙",
     "strongs": "H5674",
     "morph": "HTd/Vqrmpa"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "בְּרִתִ֔/י",
     "strongs": "H1285",
     "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֤ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "לֹֽא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "הֵקִ֨ימוּ֙",
     "strongs": "H6965",
     "morph": "HVhp3cp"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "דִּבְרֵ֣י",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "הַ/בְּרִ֔ית",
     "strongs": "H1285",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "כָּרְת֖וּ",
     "strongs": "H3772",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "לְ/פָנָ֑/י",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HR/Ncbpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "הָ/עֵ֨גֶל֙",
     "strongs": "H5695",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "כָּרְת֣וּ",
     "strongs": "H3772",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "לִ/שְׁנַ֔יִם",
     "strongs": "H8147",
     "morph": "HR/Acmda"
    },
    {
     "woord": "וַ/יַּעַבְר֖וּ",
     "strongs": "H5674",
     "morph": "HC/Vqw3mp"
    },
    {
     "woord": "בֵּ֥ין",
     "strongs": "H996",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "בְּתָרָֽי/ו",
     "strongs": "H1335",
     "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal de mannen overgeven, die Mijn verbond hebben overtreden, die niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> bevestigd hebben de woorden van het verbond, dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> met het kalf, dat zij in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> tweeën hadden gehouwen, en waren tussen zijn stukken doorgegaan:</i></span>",
   "textSV1888_html": "En Ik zal de mannen overgeven, die Mijn verbond hebben overtreden, die niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> bevestigd hebben de woorden des verbonds, dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> met het kalf, dat zij in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> tweeën hadden gehouwen, en waren tussen zijn stukken doorgegaan:",
   "text1637_html": "Ende ick sal de mannen overgeven, die mijn verbont hebben overgetreden, die niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> bevesticht en hebben de woorden des verbonts, dat sy voor mijn aengesichte gemaeckt hadden; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> [met] het kalf, dat sy in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> twee hadden gehouwen, ende waren tusschen sijne stucken doorgegaen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "des verbonds,",
     "new": "van het verbond,",
     "principe": "N3"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 19,
   "textSV1888": "De vorsten van Juda, en de vorsten van Jeruzalem, de kamerlingen, en de priesteren, en al het volk des lands, die door de stukken des kalfs zijn doorgegaan.",
   "text1637": "De Vorsten van Iuda, ende de Vorsten van Ierusalem, de [29] Camerlingen, ende de Priesteren, ende al’t volck des lants, die door de stucken des kalfs zijn doorgegaen.",
   "text2026": "De vorsten van Juda, en de vorsten van Jeruzalem, de kamerlingen, en de priesters, en al het volk van het land, die door de stukken van het kalf zijn doorgegaan.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "29",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, hovelingen; zie Gen. 37:36. Genesis 37:36: En de Midianieten verkochten hem in Egypte, aan Potifar, een hoveling van Farao, overste der trawanten.",
     "text1637": "Ofte, hovelingen. Siet Gen. 37. op vers 36.",
     "text2026": "Of, hovelingen; zie Gen. 37:36. Genesis 37:36: En de Midianieten verkochten hem in Egypte, aan Potifar, een hoveling van Farao, overste van de trawanten."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "שָׂרֵ֨י",
     "strongs": "H8269",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֜ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/שָׂרֵ֣י",
     "strongs": "H8269",
     "morph": "HC/Ncmpc"
    },
    {
     "woord": "יְרוּשָׁלִַ֗ם",
     "strongs": "H3389",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הַ/סָּֽרִסִים֙",
     "strongs": "H5631",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הַ/כֹּ֣הֲנִ֔ים",
     "strongs": "H3548",
     "morph": "HC/Td/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/כֹ֖ל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HC/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "עַ֣ם",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הָ/אָ֑רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HTd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "הָ/עֹ֣בְרִ֔ים",
     "strongs": "H5674",
     "morph": "HTd/Vqrmpa"
    },
    {
     "woord": "בֵּ֖ין",
     "strongs": "H996",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "בִּתְרֵ֥י",
     "strongs": "H1335",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "הָ/עֵֽגֶל",
     "strongs": "H5695",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "De vorsten van Juda, en de vorsten van Jeruzalem, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> kamerlingen, en de priesters, en al het volk van het land, die door de stukken van het kalf zijn doorgegaan.",
   "textSV1888_html": "De vorsten van Juda, en de vorsten van Jeruzalem, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> kamerlingen, en de priesteren, en al het volk des lands, die door de stukken des kalfs zijn doorgegaan.",
   "text1637_html": "De Vorsten van Iuda, en<i>de</i> de Vorsten van Ierusalem, de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Camerlingen, ende de Priesteren, en<i>de</i> al’t volck des lants, die door de stucken des kalfs zijn doorgegaen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "priesteren,",
     "new": "priesters,",
     "principe": "V561"
    },
    {
     "old": "des lands,",
     "new": "van het land,",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "des kalfs",
     "new": "van het kalf",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 20,
   "textSV1888": "Ja, Ik zal hen overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken; en hun dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn.",
   "text1637": "Ia ick salse overgeven in de hant harer vyanden, ende inde hant der gener die hare [30] ziele soecken: ende hare [g] [31] doode lichamen sullen den gevogelte des hemels ende den gedierte der aerde tot spijse zijn.",
   "text2026": "Ja, Ik zal hen overgeven in de hand van hun vijanden, en in de hand van degenen, die hun ziel zoeken; en hun dode lichamen zullen het gevogelte van de hemel en het gedierte van de aarde tot voedsel zijn.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "30",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "30 ziel zoeken: Dat is, die naar hun leven staan. Zie Exod. 4:19; 2 Sam. 4:8; alzo in vers 21. Exodus 4:19: Ook zeide de HEERE tot Mozes in Midian: Ga heen, keer weder in Egypte, want al de mannen zijn dood, die uw ziel zochten. 2 Samuël 4:8: En zij brachten het hoofd van Isboseth tot David te Hebron, en zeiden tot den koning: Zie, daar is het hoofd van Isboseth, den zoon van Saul, uw vijand, die uw ziel zocht, alzo heeft de HEERE mijn heer den koning te dezen dage wrake gegeven van Saul en van zijn zaad. Jeremia 34:21: Zelfs Zedekia, den koning van Juda, en zijn vorsten, zal Ik overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken, te weten, in de hand van het heir des konings van Babel, die van ulieden nu zijn opgetogen.",
     "text1637": "D. die nae haer leven staen. siet Exod. 4. op vers 19. ende 2.Sam. 4. op vers 8. alsoo in’t volgende vers.",
     "text2026": "30 ziel zoeken: Dat is, die naar hun leven staan. Zie Ex. 4:19; 2 Sam. 4:8; zo in vers 21. Exodus 4:19: Ook zei JAHWEH tot Mozes in Midian: Ga heen, keer weer in Egypte, want al de mannen zijn dood, die uw ziel zochten. 2 Samuël 4:8: En zij brachten het hoofd van Isboseth tot David te Hebron, en zeiden tot de koning: Zie, daar is het hoofd van Isboseth, de zoon van Saul, uw vijand, die uw ziel zocht, zo heeft JAHWEH mijn heer de koning te deze dage wrake gegeven van Saul en van zijn zaad. Jeremia 34:21: Zelfs Zedekia, de koning van Juda, en zijn vorsten, zal Ik overgeven in de hand hun vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken, te weten, in de hand van het legermacht van de koning van Babel, die van u nu zijn opgetogen."
    },
    {
     "marker": "31",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "31 dode lichamen: Hebreeuws, dood lichaam; gelijk boven Jer. 7:33. Jeremia 7:33: En de dode lichamen dezes volks zullen het gevogelte des hemels, en het gedierte der aarde tot spijze zijn, en niemand zal ze afschrikken.",
     "text1637": "Hebr. doot lichaem: als bov. 7.33.",
     "text2026": "31 dode lichamen: Hebreeuws, dood lichaam; gelijk boven Jer. 7:33. Jeremia 7:33: En de dode lichamen van deze volks zullen het gevogelte van de hemel, en het gedierte van de aarde tot voedsel zijn, en niemand zal ze afschrikken."
    },
    {
     "marker": "g",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 7:33; Jer. 16:4; Jer. 19:7. Jeremia 7:33: En de dode lichamen dezes volks zullen het gevogelte des hemels, en het gedierte der aarde tot spijze zijn, en niemand zal ze afschrikken. Jeremia 16:4: Zij zullen pijnlijke doden sterven, zij zullen niet beklaagd noch begraven worden, zij zullen tot mest op den aardbodem zijn, en zij zullen door het zwaard en door den honger verteerd worden, en hun dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn. Jeremia 19:7: Want Ik zal den raad van Juda en Jeruzalem in deze plaats verijdelen, en zal hen voor het aangezicht hunner vijanden doen vallen door het zwaard, en door de hand dergenen, die hun ziel zoeken; en Ik zal hun dode lichamen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze geven.",
     "text1637": "Ierem. 7.33. ende 16.4. ende 19.7.",
     "text2026": "Jer. 7:33; Jer. 16:4; Jer. 19:7. Jeremia 7:33: En de dode lichamen van deze volks zullen het gevogelte van de hemel, en het gedierte van de aarde tot voedsel zijn, en niemand zal ze afschrikken. Jeremia 16:4: Zij zullen pijnlijke doden sterven, zij zullen niet beklaagd noch begraven worden, zij zullen tot mest op de aardbodem zijn, en zij zullen door het zwaard en door de honger verteerd worden, en hun dode lichamen zullen het gevogelte van de hemel en het gedierte van de aarde tot voedsel zijn. Jeremia 19:7: Want Ik zal de raad van Juda en Jeruzalem in deze plaats verijdelen, en zal hen voor het aangezicht hun vijanden doen vallen door het zwaard, en door de hand dergenen, die hun ziel zoeken; en Ik zal hun dode lichamen het gevogelte van de hemel en het gedierte van de aarde tot voedsel geven."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/נָתַתִּ֤י",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HC/Vqq1cs"
    },
    {
     "woord": "אוֹתָ/ם֙",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "בְּ/יַ֣ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "אֹֽיְבֵי/הֶ֔ם",
     "strongs": "H341",
     "morph": "HVqrmpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/יַ֖ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HC/R/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "מְבַקְשֵׁ֣י",
     "strongs": "H1245",
     "morph": "HVprmpc"
    },
    {
     "woord": "נַפְשָׁ֑/ם",
     "strongs": "H5315",
     "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/הָיְתָ֤ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HC/Vqq3fs"
    },
    {
     "woord": "נִבְלָתָ/ם֙",
     "strongs": "H5038",
     "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "לְ/מַֽאֲכָ֔ל",
     "strongs": "H3978",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/ע֥וֹף",
     "strongs": "H5775",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/שָּׁמַ֖יִם",
     "strongs": "H8064",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וּ/לְ/בֶהֱמַ֥ת",
     "strongs": "H929",
     "morph": "HC/R/Ncfsc"
    },
    {
     "woord": "הָ/אָֽרֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HTd/Ncbsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ja, Ik zal hen overgeven in de hand van hun vijanden, en in de hand van degenen, die hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> ziel zoeken; en hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> dode lichamen zullen het gevogelte van de hemel en het gedierte van de aarde tot voedsel zijn.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Ja, Ik zal hen overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> ziel zoeken; en hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> dode lichamen zullen het gevogelte des hemels en het gedierte der aarde tot spijze zijn.",
   "text1637_html": "Ia ick salse overgeven in de hant harer vyanden, ende inde hant der gener die hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> ziele soecken: ende hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> doode lichamen sullen den gevogelte des hemels ende den gedierte der aerde tot spijse zijn.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "hunner",
     "new": "van hun",
     "principe": "N7"
    },
    {
     "old": "dergenen,",
     "new": "van degenen,",
     "principe": "V302"
    },
    {
     "old": "des hemels",
     "new": "van de hemel",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "spijze",
     "new": "voedsel",
     "principe": "V49"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 21,
   "textSV1888": "Zelfs Zedekia, den koning van Juda, en zijn vorsten, zal Ik overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken, te weten, in de hand van het heir des konings van Babel, die van ulieden nu zijn opgetogen.",
   "text1637": "Selfs Zedekia den Coninck van Iuda, ende sijne Vorsten, sal ick overgeven inde hant harer vyanden, ende in de hant der gener die hare ziele soecken; te weten, in de hant des heyrs des Conincks van Babel, die [h] [32] van ulieden [nu] zijn opgetogen.",
   "text2026": "Zelfs Zedekia, de koning van Juda, en zijn vorsten, zal Ik overgeven in de hand van hun vijanden, en in de hand van degenen, die hun ziel zoeken, te weten, in de hand van het leger van de koning van Babel, die van u nu zijn opgetogen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "32",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "32 van ulieden nu zijn opgetogen: Dat is, van Jeruzalem afgetogen, opgetrokken, [zie boven vers 11, en onder Jer. 37:5, 37:11], tegen den koning van Egypte, die tot hulp van Zedekia in aantocht was. Jeremia 34:11: Maar zij keerden daarna wederom, en deden de knechten en maagden wederkomen, die zij hadden laten vrijgaan, en zij brachten hen ten onder tot knechten en tot maagden. Jeremia 37:5: En Farao's heir was uit Egypte uitgetogen; en de Chaldeeën, die Jeruzalem belegerden, als zij het gerucht van hen gehoord hadden, zo waren zij van Jeruzalem opgetogen). Jeremia 37:11: Voorts geschiedde het, als het heir der Chaldeeën van Jeruzalem was opgetogen, vanwege Farao's heir;",
     "text1637": "D. van Ierusalem afgetogen, opgetrocken, (siet bov. op vers 11. ende ond. cap. 37.5, 11.) tegen den Coninck van Egypten, die tot hulpe van Zedekia in aentocht was.",
     "text2026": "32 van u nu zijn opgetogen: Dat is, van Jeruzalem afgetogen, opgetrokken, [zie boven vers 11, en onder Jer. 37:5, 37:11], tegen de koning van Egypte, die tot hulp van Zedekia in aantocht was. Jeremia 34:11: Maar zij keerden daarna opnieuw, en deden de knechten en maagden wederkomen, die zij hadden laten vrijgaan, en zij brachten hen ten onder tot knechten en tot maagden. Jeremia 37:5: En Farao's legermacht was uit Egypte uitgetogen; en de Chaldeeën, die Jeruzalem belegerden, als zij het gerucht van hen gehoord hadden, zo waren zij van Jeruzalem opgetogen). Jeremia 37:11: Verder geschiedde het, als het legermacht van de Chaldeeën van Jeruzalem was opgetogen, vanwege Farao's legermacht;"
    },
    {
     "marker": "h",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 37:11. Jeremia 37:11: Voorts geschiedde het, als het heir der Chaldeeën van Jeruzalem was opgetogen, vanwege Farao's heir;",
     "text1637": "Ierem. 37.1.",
     "text2026": "Jer. 37:11. Jeremia 37:11: Verder geschiedde het, als het legermacht van de Chaldeeën van Jeruzalem was opgetogen, vanwege Farao's legermacht;"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ/אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "צִדְקִיָּ֨הוּ",
     "strongs": "H6667",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֜ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "שָׂרָ֗י/ו",
     "strongs": "H8269",
     "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֶתֵּן֙",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/יַ֣ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "אֹֽיְבֵי/הֶ֔ם",
     "strongs": "H341",
     "morph": "HVqrmpc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/יַ֖ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HC/R/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "מְבַקְשֵׁ֣י",
     "strongs": "H1245",
     "morph": "HVprmpc"
    },
    {
     "woord": "נַפְשָׁ֑/ם",
     "strongs": "H5315",
     "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/יַד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HC/R/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "חֵ֚יל",
     "strongs": "H2428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "מֶ֣לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֔ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הָ/עֹלִ֖ים",
     "strongs": "H5927",
     "morph": "HTd/Vqrmpa"
    },
    {
     "woord": "מֵ/עֲלֵי/כֶֽם",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/R/Sp2mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zelfs Zedekia, de koning van Juda, en zijn vorsten, zal Ik overgeven in de hand van hun vijanden, en in de hand van degenen, die hun ziel zoeken, te weten, in de hand van het leger van de koning van Babel, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> van u nu zijn opgetogen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Zelfs Zedekia, den koning van Juda, en zijn vorsten, zal Ik overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken, te weten, in de hand van het heir des konings van Babel, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> van ulieden nu zijn opgetogen.",
   "text1637_html": "Selfs Zedekia den Coninck van Iuda, ende sijne Vorsten, sal ick overgeven inde hant harer vyanden, ende in de hant der gener die hare ziele soecken; te weten, in de hant des heyrs des Conincks van Babel, die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> van ulieden [nu] zijn opgetogen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "hunner",
     "new": "van hun",
     "principe": "N7"
    },
    {
     "old": "dergenen,",
     "new": "van degenen,",
     "principe": "V302"
    },
    {
     "old": "heir des konings",
     "new": "leger van de koning",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "ulieden",
     "new": "u",
     "principe": "A2"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 22,
   "textSV1888": "Ziet, Ik zal bevel geven, spreekt de HEERE, en zal hen weder tot deze stad brengen, en zij zullen tegen haar strijden, en zullen ze innemen, en zullen ze met vuur verbranden; en Ik zal de steden van Juda stellen tot een verwoesting, dat er niemand in wone.",
   "text1637": "Siet ick sal [33] bevel geven, spreeckt de HEERE, ende salse weder tot dese stadt brengen, ende sy sullen tegen haer strijden, ende sullense innemen, ende sullense met vyer verbranden: ende ick sal de steden van Iuda stellen [tot] eene verwoestinge, datter niemant in en woone.",
   "text2026": "Zie, Ik zal bevel geven, spreekt JAHWEH, en zal hen weer tot deze stad brengen, en zij zullen tegen haar strijden, en zullen ze innemen, en zullen ze met vuur verbranden; en Ik zal de steden van Juda stellen tot een verwoesting, dat er niemand in woont.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "33",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "33 bevel geven: Dat is, Ik zal door mijne voorzienigheid en regering beschikken dat de Chaldeën wederkomen. Vergelijk Lev. 25:21, en boven Jer. 25:29; Amos 6:11, en Amos 9:9. Leviticus 25:21: Zo zal Ik Mijn zegen gebieden over u in het zesde jaar, dat het de inkomst voor drie jaren zal voortbrengen. Jeremia 25:29: Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zoudt gij enigszins onschuldig gehouden worden? Gij zult niet onschuldig worden gehouden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners der aarde, spreekt de HEERE der heirscharen. Amos 6:11: Want ziet, de HEERE geeft bevel, en Hij zal het grote huis slaan met inwatering, en het kleine huis met spleten. Amos 9:9: Want ziet, Ik geef bevel, en Ik zal het huis Israëls onder al de heidenen schudden, gelijk als zaad geschud wordt in een zeef; en niet een steentje zal er ter aarde vallen.",
     "text1637": "D. ick sal door mijne voorsichticheyt ende regeringe beschicken dat de Chaldeen weder-komen. Vergel. Levit. 25. op vers 21. ende bov. 25. op vers 29. Amos 6.11. ende 9.9.",
     "text2026": "33 bevel geven: Dat is, Ik zal door mijn voorzienigheid en regering beschikken dat de Chaldeën wederkomen. Vergelijk Lev. 25:21, en boven Jer. 25:29; Amos 6:11, en Amos 9:9. Leviticus 25:21: Zo zal Ik Mijn zegen gebieden over u in het zesde jaar, dat het de inkomst voor drie jaren zal voortbrengen. Jeremia 25:29: Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zoudt u enigszins onschuldig gehouden worden? U zult niet onschuldig worden gehouden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners van de aarde, spreekt JAHWEH van de legermachten. Amos 6:11: Want ziet, JAHWEH geeft bevel, en Hij zal het grote huis slaan met inwatering, en het kleine huis met spleten. Amos 9:9: Want ziet, Ik geef bevel, en Ik zal het huis van Israël onder al de heidenen schudden, gelijk als zaad geschud wordt in een zeef; en niet een steentje zal er ter aarde vallen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הִנְ/נִ֨י",
     "strongs": "H2005",
     "morph": "HTm/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "מְצַוֶּ֜ה",
     "strongs": "H6680",
     "morph": "HVprmsa"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֗ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וַ/הֲשִׁ֨בֹתִ֜י/ם",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HC/Vhq1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הָ/עִ֤יר",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HTd/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/זֹּאת֙",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HTd/Pdxfs"
    },
    {
     "woord": "וְ/נִלְחֲמ֣וּ",
     "strongs": "H3898",
     "morph": "HC/VNq3cp"
    },
    {
     "woord": "עָלֶ֔י/הָ",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "וּ/לְכָד֖וּ/הָ",
     "strongs": "H3920",
     "morph": "HC/Vqq3cp/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "וּ/שְׂרָפֻ֣/הָ",
     "strongs": "H8313",
     "morph": "HC/Vqq3cp/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "בָ/אֵ֑שׁ",
     "strongs": "H784",
     "morph": "HRd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "עָרֵ֧י",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HNcfpc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָ֛ה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֶתֵּ֥ן",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "שְׁמָמָ֖ה",
     "strongs": "H8077",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אֵ֥ין",
     "strongs": "H369",
     "morph": "HR/Tn"
    },
    {
     "woord": "יֹשֵֽׁב",
     "strongs": "H3427",
     "morph": "HVqrmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> bevel geven, spreekt JAHWEH, en zal hen weer tot deze stad brengen, en zij zullen tegen haar strijden, en zullen ze innemen, en zullen ze met vuur verbranden; en Ik zal de steden van Juda stellen tot een verwoesting, dat er niemand in woont.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Ziet, Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> bevel geven, spreekt de HEERE, en zal hen weder tot deze stad brengen, en zij zullen tegen haar strijden, en zullen ze innemen, en zullen ze met vuur verbranden; en Ik zal de steden van Juda stellen tot een verwoesting, dat er niemand in wone.",
   "text1637_html": "Siet ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> bevel geven, spreeckt de HEERE, ende salse weder tot dese stadt brengen, ende sy sullen tegen haer strijden, ende sullense innemen, ende sullense met vyer verbranden: ende ick sal de steden van Iuda stellen [tot] eene verwoestinge, datter niemant in en woone.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Ziet,",
     "new": "Zie,",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "de HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "weder",
     "new": "weer",
     "principe": "V66"
    },
    {
     "old": "wone.",
     "new": "woont.",
     "principe": null
    }
   ]
  }
 ],
 "chapterIntro": {
  "text1637": "Godt laet den Coninck Zedekia door den Propheet aenseggen, wat Ierusalem, ende sijn persoon sal over komen, ende wat eynde hy sal hebben, vers 1. etc. Ende dewijle het volck met een solemneel verbont alle dienstboden, nae de wet, hadden vrygelaten, maer daerna, als de Babyloniers vande stadt eens waren opgebroken, weder in dienstbaerheyt getrocken, voorseyt haer Godt, dat hy den vyant sal doen wederkomen, Ierusalem ende ’t gantsche lant verwoesten, ende dese verbontbrekers bysonderlick straffen, 8.",
  "text2026": "God laat de koning Zedekia door de profeet aanzeggen wat Jeruzalem en zijn persoon zal overkomen, en welk einde hij zal hebben, vers 1, enz. En omdat het volk met een plechtig verbond alle dienstboden naar de wet had vrijgelaten, maar daarna, toen de Babyloniërs eenmaal van de stad waren opgebroken, weer in dienstbaarheid getrokken hadden, voorzegt God hun dat Hij de vijand zal doen terugkeren, Jeruzalem en het hele land zal verwoesten, en deze verbondsbrekers in het bijzonder zal straffen, 8."
 }
}
