{
  "number": 35,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in de dagen van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, zeggende:",
      "text1637": "HEt woort, dat tot Ieremia geschiet is, van den HEERE; in de dagen [1] Iojakims, des soons Iosia: des Conincks van Iuda, seggende:",
      "text2026": "Het woord, dat tot Jeremia gebeurd is van JAHWEH, in de dagen van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda, zeggende:",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven Jer. 1:3, en Jer. 21:1, en Jer. 25:1, en Jer. 26:1, en Jer. 27:1, 27:12, en Jer. 28:1, en Jer. 32:1. Uit welke vergelijking blijkt dat in het bijeenbrengen dezer profetieën niet altijd gezien is op de orde des tijds; vergelijk onder Jer. 45:1; Ezech. 30:20. Jeremia 1:3: Ook geschiedde het tot hem in de dagen van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, totdat voleind werd het elfde jaar van Zedekia, zoon van Josia, koning van Juda; totdat Jeruzalem gevankelijk werd weggevoerd in de vijfde maand. Jeremia 21:1: Het woord, dat van den HEERE geschied is tot Jeremia, als koning Zekekia tot hem zond Pashur, den zoon van Malchia, en Zefanja, den zoon van Maaseja, den priester, zeggende: Jeremia 25:1: Het woord, dat tot Jeremia geschied is over het ganse volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadnezar, koning van Babel); Jeremia 26:1: In het begin des koninkrijks van Jojakim, den zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord van den HEERE, zeggende: Jeremia 27:1: In het begin des koninkrijks van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende: Jeremia 27:12: Daarna sprak ik tot Zedekia, den koning van Juda, naar al deze woorden, zeggende: Brengt uw halzen onder het juk des konings van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult gij leven. Jeremia 28:1: Voorts geschiedde het in hetzelfde jaar, in het begin des koninkrijks van Zedekia, koning van Juda, in het vierde jaar, in de vijfde maand, dat Hananja, zoon van Azur, de profeet, die van Gibeon was, tot mij sprak, in het huis des HEEREN, voor de ogen der priesteren en des gansen volks, zeggende: Jeremia 32:1: Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadnezar. Jeremia 45:1: Het woord, dat de profeet Jeremia gesproken heeft tot Baruch, den zoon van Nerija, als hij die woorden uit den mond van Jeremia in een boek schreef, in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, zeggende: Ezechiël 30:20: Ook gebeurde het in het elfde jaar, in de eerste maand, op den zevenden der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:",
          "text1637": "Siet bov. 1.3. ende 21.1. ende 25.1. ende 26.1. ende 27.1, 12. ende 28.1. ende 32.1. uyt welcker vergelijckinge blijckt, dat in het by een brengen deser Prophetien niet altijts gesien is op den order des tijts. Vergel. ond. 45. op vers 1. ende Ezech. 30. op vers 20.",
          "text2026": "Zie boven Jer. 1:3, en Jer. 21:1, en Jer. 25:1, en Jer. 26:1, en Jer. 27:1, 27:12, en Jer. 28:1, en Jer. 32:1. Uit welke vergelijking blijkt dat in het bijeenbrengen van deze profetieën niet altijd gezien is op de orde van de tijd; vergelijk onder Jer. 45:1; Ez. 30:20. Jeremia 1:3: Ook geschiedde het tot hem in de dagen van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, totdat voltooid werd het elfde jaar van Zedekia, zoon van Josia, koning van Juda; totdat Jeruzalem gevankelijk werd weggevoerd in de vijfde maand. Jeremia 21:1: Het woord, dat van JAHWEH geschied is tot Jeremia, als koning Zekekia tot hem zond Pashur, de zoon van Malchia, en Zefanja, de zoon van Maaseja, de priester, zeggende: Jeremia 25:1: Het woord, dat tot Jeremia geschied is over het gehele volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadnezar, koning van Babel); Jeremia 26:1: In het begin van het koninkrijk van Jojakim, de zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord van JAHWEH, zeggende: Jeremia 27:1: In het begin van het koninkrijk van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van JAHWEH, zeggende: Jeremia 27:12: Daarna sprak ik tot Zedekia, de koning van Juda, naar al deze woorden, zeggende: Brengt uw halzen onder het juk van de koning van Babel, en dient hem en zijn volk, zo zult u leven. Jeremia 28:1: Verder geschiedde het in hetzelfde jaar, in het begin van het koninkrijk van Zedekia, koning van Juda, in het vierde jaar, in de vijfde maand, dat Hananja, zoon van Azur, de profeet, die van Gibeon was, tot mij sprak, in het huis van JAHWEH, voor de ogen van de priesters en van de gansen volks, zeggende: Jeremia 32:1: Het woord, dat tot Jeremia geschied is van JAHWEH, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadnezar. Jeremia 45:1: Het woord, dat de profeet Jeremia gesproken heeft tot Baruch, de zoon van Nerija, als hij die woorden uit de mond van Jeremia in een boek schreef, in het vierde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda, zeggende: Ezechiël 30:20: Ook gebeurde het in het elfde jaar, in de eerste maand, op de zevenden van de maand, dat het woord van JAHWEH tot mij geschiedde, zeggende:"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַ/דָּבָ֛ר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "הָיָ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶֽל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֖הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֵ֣ת",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בִּ/ימֵ֨י",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוֹיָקִ֧ים",
          "strongs": "H3079",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יֹאשִׁיָּ֛הוּ",
          "strongs": "H2977",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶ֥לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֖ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹֽר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Het woord, dat tot Jeremia gebeurd is van JAHWEH, in de dagen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda, zeggende:",
      "textSV1888_html": "Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in de dagen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, zeggende:",
      "text1637_html": "HEt woort, dat tot Ieremia geschiet is, van den HEERE; in de dagen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Iojakims, des soons Iosia: des Conincks van Iuda, seggende:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geschied",
          "new": "gebeurd",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Ga henen tot der Rechabieten huis, en spreek met hen, en breng hen in des HEEREN huis, in een der kameren, en geef hun wijn te drinken.",
      "text1637": "Gaet henen tot der Rechabiten [2] huys, ende spreeckt met hen, ende brengtse in des HEEREN huys, in eene der [3] cameren, ende [4] geeftse wijn te drincken.",
      "text2026": "Ga heen tot het huis van de Rechabieten, en spreek met hen, en breng hen in het huis van JAHWEH, in één van de kamers, en geef hun wijn te drinken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de familie, of het geslacht der Rechabieten, alzo terstond vers 3, zie van deze 1 Kron. 2:55. Jeremia 35:3: Toen nam ik Jaazanja, den zoon van Jeremia, den zoon van Habazzinja, mitsgaders zijn broederen, en al zijn zonen, en het ganse huis der Rechabieten; 1 Kronieken 2:55: En de huisgezinnen der schrijvers, die te Jabes woonden, de Tirathieten, de Simeathieten, de Suchathieten; dezen zijn de Kenieten, die gekomen zijn van Hammath, den vader van het huis van Rechab.",
          "text1637": "D. het familie, ofte geslachte der Rechabiten, alsoo terstont vers 3. Siet van dese 1.Chron. 2. op vers 55.",
          "text2026": "Dat is, de familie, of het geslacht van de Rechabieten, zo meteen vers 3, zie van deze 1 Kron. 2:55. Jeremia 35:3: Toen nam ik Jaazanja, de zoon van Jeremia, de zoon van Habazzinja, en ook zijn broers, en al zijn zonen, en het gehele huis van de Rechabieten; 1 Kronieken 2:55: En de huisgezinnen van de schrijvers, die te Jabes woonden, de Tirathieten, de Simeathieten, de Suchathieten; deze zijn de Kenieten, die gekomen zijn van Hammath, de vader van het huis van Rechab."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die aan den tempel waren; zie 1 Kon. 6:5. 1 Koningen 6:5: En rondom aan den wand van het huis bouwde hij kameren, aan de wanden van het huis rondom, beide van den tempel en van de aanspraakplaats. Alzo maakte hij zijkameren rondom.",
          "text1637": "Die aen den Tempel waren. siet 1.Reg. 6. op vers 5.",
          "text2026": "Die aan de tempel waren; zie 1 Kon. 6:5. 1 Koningen 6:5: En rondom aan de wand van het huis bouwde hij kamers, aan de wanden van het huis rondom, zowel van de tempel als van de aanspraakplaats. Zo maakte hij zijkameren rondom."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "4 geef hun wijn te drinken: Dat is, presenteer, bied, schenk hun, enz.",
          "text1637": "D. presenteert, biedt, schencktse, etc.",
          "text2026": "4 geef hun wijn te drinken: Dat is, presenteer, bied, schenk hun, enz."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הָלוֹךְ֮",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVqa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/רֵכָבִים֒",
          "strongs": "H7397",
          "morph": "HTd/Ngmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/דִבַּרְתָּ֣",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HC/Vpq2ms"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ֔/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וַ/הֲבִֽאוֹתָ/ם֙",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhq2ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אַחַ֖ת",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/לְּשָׁכ֑וֹת",
          "strongs": "H3957",
          "morph": "HTd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִשְׁקִיתָ֥",
          "strongs": "H8248",
          "morph": "HC/Vhq2ms"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ֖/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יָֽיִן",
          "strongs": "H3196",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ga heen tot het huis van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Rechabieten, en spreek met hen, en breng hen in het huis van JAHWEH, in één van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> de kamers, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> geef hun wijn te drinken.",
      "textSV1888_html": "Ga henen tot der Rechabieten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> huis, en spreek met hen, en breng hen in des HEEREN huis, in een der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> kameren, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> geef hun wijn te drinken.",
      "text1637_html": "Gaet henen tot der Rechabiten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> huys, ende spreeckt met hen, ende brengtse in des HEEREN huys, in eene der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> cameren, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> geeftse wijn te drincken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "henen",
          "new": "heen",
          "principe": "V67"
        },
        {
          "old": "der Rechabieten huis,",
          "new": "het huis van de Rechabieten,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "des HEEREN huis,",
          "new": "het huis van JAHWEH,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "een der kameren,",
          "new": "één van de kamers,",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Toen nam ik Jaazanja, den zoon van Jeremia, den zoon van Habazzinja, mitsgaders zijn broederen, en al zijn zonen, en het ganse huis der Rechabieten;",
      "text1637": "Doe nam ick Iaazanja, den sone Ieremia, des soons Habazinia, mitsgaders sijne broederen, ende alle sijne sonen, ende het gantsche huys des Rechabiten,",
      "text2026": "Toen nam ik Jaazanja, de zoon van Jeremia, de zoon van Habazzinja, en ook zijn broers, en al zijn zonen, en het hele huis van de Rechabieten;",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וָ/אֶקַּ֞ח",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יַאֲזַנְיָ֤ה",
          "strongs": "H2970",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶֽן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֨הוּ֙",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "חֲבַצִּנְיָ֔ה",
          "strongs": "H2262",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֖י/ו",
          "strongs": "H251",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּנָ֑י/ו",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֖ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/רֵכָבִֽים",
          "strongs": "H7397",
          "morph": "HTd/Ngmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen nam ik Jaazanja, de zoon van Jeremia, de zoon van Habazzinja, en ook zijn broers, en al zijn zonen, en het hele huis van de Rechabieten;",
      "text1637_html": "Doe nam ick Iaazanja, den sone Ieremia, des soons Habazinia, mitsgaders sijne broederen, ende alle sijne sonen, ende het gantsche huys des Rechabiten,",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "mitsgaders",
          "new": "en ook",
          "principe": "V7"
        },
        {
          "old": "broederen,",
          "new": "broers,",
          "principe": "O22b"
        },
        {
          "old": "ganse",
          "new": "hele",
          "principe": "V3"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "En bracht hen in des HEEREN huis, in de kamer der zonen van Hanan, den zoon van Jigdalia, den man Gods; welke is bij de kamer der oversten, die daar is boven de kamer van Maaseja, den zoon van Sallum, den dorpelbewaarder.",
      "text1637": "Ende brachtse in des HEEREN huys, in de kamer der sonen Hanans, des soons Iegdalia, des [5] mans Godts; [6] welcke is by der [7] Oversten Camer, die daer is boven de kamer Maaseja des soons Salums, des dorpel-bewaerders.",
      "text2026": "En bracht hen in het huis van JAHWEH, in de kamer van de zonen van Hanan, de zoon van Jigdalia, de man van God; die is bij de kamer van de oversten, die daar is boven de kamer van Maaseja, de zoon van Sallum, de dorpelbewaarder.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "5 man Gods: Dat is, profeet. Zie Deut. 33:1, en Richt. 13:6. Deze omstandigheden dienden om aan de zaak te meer aanzien en geloof te maken bij de hardnekkige Joden. Deuteronomium 33:1: Dit nu is de zegen, met welken Mozes, de man Gods, de kinderen Israëls gezegend heeft, voor zijn dood. Richteren 13:6: Toen kwam deze vrouw in, en sprak tot haar man, zeggende: Er kwam een Man Gods tot mij, Wiens aangezicht was als het aangezicht van een Engel Gods, zeer vreselijk; en ik vraagde Hem niet, van waar Hij was, en Zijn naam gaf Hij mij niet te kennen.",
          "text1637": "D. Propheten. siet Deut. 33. op vers 1. ende Iud. 13. op vers 6. dese omstandicheden dienden, om der sake te meer aensiens ende geloofs te maken by de hartneckige Ioden.",
          "text2026": "5 man van God: Dat is, profeet. Zie Deut. 33:1, en Richt. 13:6. Deze omstandigheden dienden om aan de zaak te meer aanzien en geloof te maken bij de hardnekkige Joden. Deuteronomium 33:1: Dit nu is de zegen, met welke Mozes, de man van God, de kinderen van Israël gezegend heeft, voor zijn dood. Richteren 13:6: Toen kwam deze vrouw in, en sprak tot haar man, zeggende: Er kwam een Man van God tot mij, Wiens aangezicht was als het aangezicht van een Engel van God, zeer vreselijk; en ik vraagde Hem niet, van waar Hij was, en Zijn naam gaf Hij mij niet te kennen."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten kamer.",
          "text1637": "T.w. camer.",
          "text2026": "Te weten kamer."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "7 kamer der oversten: Of, prinsen, dat is, regeerders; versta des tempels, of des heiligdoms [zie Jes. 43:28], als daar waren de hoofden der priesters en Levieten, en voornamelijk de hogepriester en de naasten aan hem. Zulke Hebreeuwse woorden worden gebruikt van kerkelijke en politieke diensten. Vergelijk boven Jer. 20:1 en Jer. 29:26; idem Gen. 41:45; Num. 3:32; 1 Kor. 12:28, enz. Jesaja 43:28: Daarom zal Ik de oversten des heiligdoms ontheiligen, en Jakob ten ban overgeven, en Israël tot beschimpingen. Jeremia 20:1: Als Pashur, de zoon van Immer, de priester (deze nu was bestelde voorganger in het huis des HEEREN), Jeremia hoorde, diezelve woorden profeterende, Jeremia 29:26: De HEERE heeft u tot priester gesteld, in plaats van den priester Jojada, dat gij opzieners zoudt zijn in des HEEREN huis over allen man, die onzinnig is, en zich voor een profeet uitgeeft, dat gij dien stelt in de gevangenis en in den stok. Genesis 41:45: En Farao noemde Jozefs naam Zafnath Paaneah, en gaf hem Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, tot een vrouw; en Jozef toog uit door het land van Egypte. Numeri 3:32: De overste nu der oversten van Levi zal zijn Eleazar, de zoon van Aäron, den priester; zijn opzicht zal zijn over degenen, die de wacht des heiligdoms waarnemen. 1 Korinthiërs 12:28: En God heeft er sommigen in de Gemeente gesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven der gezondmakingen, behulpsels, regeringen, menigerlei talen.",
          "text1637": "Ofte, Princen. D. Regeerders. Verstaet des Tempels ofte des heylichdoms. (siet Ies. 43.28.) als daer waren de hoofden der Priesteren ende Leviten, ende principalick de Hooge-priester ende de naeste aen hem. Sulcke Hebr. woorden worden gebruyckt van kerckelijcke ende Politijcke diensten. Vergel. bov. 20. op vers 1. ende 29.26. item Gen. 41. op vers 45. Num. 3.32. 1.Cor. 12.28, etc.",
          "text2026": "7 kamer van de oversten: Of, prinsen, dat is, regeerders; versta van de tempel, of van het heiligdom [zie Jes. 43:28], als daar waren de hoofden van de priester en Levieten, en voornamelijk de hogepriester en de naasten aan hem. Zulke Hebreeuwse woorden worden gebruikt van kerkelijke en politieke diensten. Vergelijk boven Jer. 20:1 en Jer. 29:26; idem Gen. 41:45; Num. 3:32; 1 Kor. 12:28, enz. Jesaja 43:28: Daarom zal Ik de oversten van het heiligdom ontheiligen, en Jakob ten ban overgeven, en Israël tot beschimpingen. Jeremia 20:1: Als Pashur, de zoon van Immer, de priester (deze nu was bestelde voorganger in het huis van JAHWEH), Jeremia hoorde, diezelve woorden profeterende, Jeremia 29:26: JAHWEH heeft u tot priester gesteld, in plaats van de priester Jojada, dat u opzieners zoudt zijn in de huis van JAHWEH over allen man, die onzinnig is, en zich voor een profeet uitgeeft, dat u die stelt in de gevangenis en in de stok. Genesis 41:45: En Farao noemde Jozefs naam Zafnath Paaneah, en gaf hem Asnath, de dochter van Potifera, overste van On, tot een vrouw; en Jozef toog uit door het land van Egypte. Numeri 3:32: De overste nu van de oversten van Levi zal zijn Eleazar, de zoon van Aäron, de priester; zijn opzicht zal zijn over degenen, die de wacht van het heiligdom waarnemen. 1 Korinthiërs 12:28: En God heeft er sommigen in de Gemeente gesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven van de gezondmakingen, behulpsels, regeringen, menigerlei talen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וָ/אָבִ֤א",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhw1cs"
        },
        {
          "woord": "אֹתָ/ם֙",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "לִשְׁכַּ֗ת",
          "strongs": "H3957",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵ֛י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "חָנָ֥ן",
          "strongs": "H2605",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יִגְדַּלְיָ֖הוּ",
          "strongs": "H3012",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אִ֣ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֱלֹהִ֑ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אֵ֨צֶל֙",
          "strongs": "H681",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "לִשְׁכַּ֣ת",
          "strongs": "H3957",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂרִ֔ים",
          "strongs": "H8269",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "מִ/מַּ֗עַל",
          "strongs": "H4605",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "לְ/לִשְׁכַּ֛ת",
          "strongs": "H3957",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "מַעֲשֵׂיָ֥הוּ",
          "strongs": "H4641",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שַׁלֻּ֖ם",
          "strongs": "H7967",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שֹׁמֵ֥ר",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HVqrmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/סַּֽף",
          "strongs": "H5592",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En bracht hen in het huis van JAHWEH, in de kamer van de zonen van Hanan, de zoon van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Jigdalia, de man van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> God; die is bij de kamer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> van de oversten, die daar is boven de kamer van Maaseja, de zoon van Sallum, de dorpelbewaarder.",
      "textSV1888_html": "En bracht hen in des HEEREN huis, in de kamer der zonen van Hanan, den zoon van Jigdalia,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> den man<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Gods; welke is bij de kamer der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> oversten, die daar is boven de kamer van Maaseja, den zoon van Sallum, den dorpelbewaarder.",
      "text1637_html": "Ende brachtse in des HEEREN huys, in de kamer der sonen Hanans, des soons Iegdalia, des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> mans Godts; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> welcke is by der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Oversten Camer, die daer is boven de kamer Maaseja des soons Salums, des dorpel-bewaerders.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN huis,",
          "new": "het huis van JAHWEH,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Gods; welke",
          "new": "van God; die",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "En ik zette den kinderen van het huis der Rechabieten koppen vol wijn en bekers voor; en ik zeide tot hen: Drinkt wijn.",
      "text1637": "Ende ick settede den kinderen van der Rechabiten huyse [8] koppen vol wijns ende bekers [9] voor: ende ick seyde tot hen, Drincket wijn.",
      "text2026": "En ik zette de kinderen van het huis van de Rechabieten koppen vol wijn en bekers voor; en ik zei tot hen: Drink wijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "8 koppen vol wijn: Of, schalen. Het Hebreeuwse woord komt zeer na overeen met een ander, dat een heuvel betekent, en kan derhalve hebben de betekenis van een verheven kop, schaal, of beker, enz. Zie Gen. 44:2. Het volgende woord betekent ook bekers, of dergelijke drinkvaten, welker onderscheid nu onzeker is. Genesis 44:2: En mijn beker, den zilveren beker, zult gij leggen in den mond van den zak des kleinsten, met het geld van zijn koren. En hij deed naar Jozefs woord, hetwelk hij gesproken had.",
          "text1637": "Ofte, schalen. Het Hebr. woort komt seer nae over een met een ander, dat eenen heuvel beteeckent, ende kan derhalven hebben de beteeckeninge van eenen verhevenen cop, schale, ofte, beker, etc. siet Gen. 44. op vers 2. Het volgende woort beteeckent oock bekers, ofte diergelijcke drinckvaten, welcker onderscheyt nu onseker is.",
          "text2026": "8 koppen vol wijn: Of, schalen. Het Hebreeuwse woord komt zeer na overeen met een ander, dat een heuvel betekent, en kan daarom hebben de betekenis van een verheven kop, schaal, of beker, enz. Zie Gen. 44:2. Het volgende woord betekent ook bekers, of dergelijke drinkvaten, van welke onderscheid nu onzeker is. Genesis 44:2: En mijn beker, de zilveren beker, zult u leggen in de mond van de zak van de kleinsten, met het geld van zijn koren. En hij deed naar Jozefs woord, dat hij gesproken had."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, voor het aangezicht der, enz; gelijk Gen. 18:8, enz. Genesis 18:8: En hij nam boter en melk, en het kalf, dat hij toegemaakt had, en hij zette het hun voor, en stond bij hen onder dien boom, en zij aten.",
          "text1637": "Hebr. voor het aengesichte der, etc. als Gen. 18.8, etc.",
          "text2026": "Hebreeuws, voor het aangezicht van de, enz (פְנֵי); gelijk Gen. 18:8, enz. Genesis 18:8: En hij nam boter en melk, en het kalf, dat hij toegemaakt had, en hij zette het hun voor, en stond bij hen onder die boom, en zij aten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וָ/אֶתֵּ֞ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנֵ֣י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵ֣י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "בֵית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/רֵכָבִ֗ים",
          "strongs": "H7397",
          "morph": "HTd/Ngmpa"
        },
        {
          "woord": "גְּבִעִ֛ים",
          "strongs": "H1375",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מְלֵאִ֥ים",
          "strongs": "H4392",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "יַ֖יִן",
          "strongs": "H3196",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/כֹס֑וֹת",
          "strongs": "H3563",
          "morph": "HC/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "וָ/אֹמַ֥ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶ֖ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "שְׁתוּ",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "יָֽיִן",
          "strongs": "H3196",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En ik zette de kinderen van het huis van de Rechabieten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> koppen vol wijn en bekers<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> voor; en ik zei tot hen: <span class=\"direct-speech\"><i>Drink wijn.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En ik zette den kinderen van het huis der Rechabieten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> koppen vol wijn en bekers<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> voor; en ik zeide tot hen: Drinkt wijn.",
      "text1637_html": "Ende ick settede den kinderen van der Rechabiten huyse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> koppen vol wijns ende bekers <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> voor: ende ick seyde tot hen, Drincket wijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "zeide",
          "new": "zei",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "Drinkt",
          "new": "Drink",
          "principe": "V1158"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Maar zij zeiden: Wij zullen geen wijn drinken; want Jonadab, de zoon van Rechab, onze vader, heeft ons geboden, zeggende: Gijlieden zult geen wijn drinken, gij, noch uw kinderen, tot in eeuwigheid.",
      "text1637": "Maer sy seyden, Wy en [10] sullen geenen wijn drincken: want Ionadab de sone Rechabs, onse [11] vader, heeft ons [12] geboden, seggende: Ghylieden en sult geenen wijn drincken, ghy, noch uwe kinderen, tot in [13] eeuwicheyt.",
      "text2026": "Maar zij zeiden: Wij zullen geen wijn drinken; want Jonadab, de zoon van Rechab, onze vader, heeft ons geboden, zeggende: U zult geen wijn drinken, u, noch uw kinderen, tot in eeuwigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 zullen geen wijn drinken: Dat is, mogen of moeten geen wijn drinken.",
          "text1637": "D. mogen ofte moeten geenen wijn drincken.",
          "text2026": "10 zullen geen wijn drinken: Dat is, mogen of moeten geen wijn drinken."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, voorvader. Dewijl velen het daarvoor houden dat hij dezelfde is, die 2 Kon. 10:15, 10:23 vermeld wordt; zijnde geweest een zeer Godvruchtig, aanzienlijk en zeer vermogend persoon, zodat ook Jehu zich in zijn ijver en nieuwen staat door diens gezelschap en tegenwoordigheid heeft willen sterken. Deze Jonadab, naar sommiger gevoelen, wijselijk overdenkende zijne afkomst, en de verdorvenheid, die al te dien tijde in zwang ging, misschien ook door een profetischen geest voorziende de toekomstige straffen en verwoestingen, heeft zijnen nakomelingen door deze particuliere of bijzondere bevelen willen inscherpen dat zij, tevreden zijnde met deze genade dat zij tot de gemeenschap Gods en zijner kerk waren aangenomen, voor de rest zich zo ingetogen, nederig en eenvoudig zouden gedragen, dat zij [als vreemdelingen in Israël, afkomstig van Jethro, Mozes' schoonvader] den Israëlieten niet mochten onaangenaam of aanstotelijk worden, gelijk het dan vreemdelingen somtijds haast [gelijk men zegt] plegen te verkerven; idem dat zij ook niet door gierigheid, of wellust en weelde met anderen bedorven en gestraft mochten worden, of door bezit van huizen en erfenissen vervallen in vertrouwen op tijdelijk goed, en belet worden ten tijde van ballingschap, beroving van goederen, enz. Wat God wijders met dit voorbeeld der Rechabieten heeft voorgehad, blijkt uit dezen gansen handel, dien Jeremia door zijn last met hen gehad heeft. 2 Koningen 10:15: En van daar gegaan zijnde, zo vond hij Jonadab, den zoon van Rechab, hem tegemoet; die hem groette; en hij zeide tot hem: Is uw hart recht, gelijk als mijn hart met uw hart is? En Jonadab zeide: Het is, ja, het is; geef uw hand. En hij gaf zijn hand, en hij deed hem tot zich op den wagen klimmen. 2 Koningen 10:23: En Jehu kwam met Jonadab, den zoon van Rechab, in het huis van Baäl; en hij zeide tot de dienaren van Baäl: Onderzoekt, en ziet toe, dat hier misschien bij u niemand zij van de dienaren des HEEREN, maar van de dienaren van Baäl alleen.",
          "text1637": "D. voorvader. dewijle vele het daer voor houden, dat hy deselve is, die 2.Reg. 10.15, 23. vermeldt wort; zijnde geweest een seer Godtvruchtich, aensienlick, ende seer vermogend personagie, so dat oock Iehu sich in sijnen yver, ende nieuwen staet door des selven geselschap ende tegenwoordicheyt heeft willen stercken. Dese Ionadab, nae sommiger gevoelen, wijslick over denckende, sijne afkomste, ende de verdorventheyt die al te dier tijt in swange ginck, misschien oock door eenen Prophetischen geest voorsiende de toekomstige straffen ende verwoestingen, heeft sijne nakomelingen door dese particuliere ofte bysondere bevelen willen in scherpen, dat sy, te vreden zijnde met dese genade, dat sy tot de gemeenschap Godts ende sijner kercke waren aengenomen, voor de reste haer so ingetogen, nedrich ende slecht souden dragen, dat sy (als vreemdelingen in Israël, afkomstich van Iethro, Mosis schoonvader) den Israëliten niet mochten onaengenaem ofte aenstootelick worden, gelijck het dan vreemdelingen somtijts haest (alsmen seyt) plegen te verkerven: item, dat sy oock niet door giericheyt, ofte wellust ende weelde met andere verdorven ende gestraft mochten worden, ofte, door besit van huysen ende erffenissen vervallen in vertrouwen op tydelick goet, ende belett worden ten tijde van ballinckschap, beroovinge van goederen, etc. wat Godt wijders met dit exempel der Rechabiten hebbe voorgehadt, blijckt uyt desen gantschen handel, dien Ieremia, door sijnen last, met hen gehad heeft.",
          "text2026": "Dat is, voorvader. Omdat velen het daarvoor houden dat hij dezelfde is, die 2 Kon. 10:15, 10:23 vermeld wordt; zijnde geweest een zeer Godvruchtig, aanzienlijk en zeer vermogend persoon, zodat ook Jehu zich in zijn ijver en nieuwen staat door diens gezelschap en aanwezigheid heeft willen sterken. Deze Jonadab, naar sommiger gevoelen, wijselijk overdenkende zijn afkomst, en de verdorvenheid, die al te die tijde in zwang ging, misschien ook door een profetischen geest voorziende de toekomstige straffen en verwoestingen, heeft zijn nakomelingen door deze particuliere of bijzondere bevelen willen inscherpen dat zij, tevreden zijnde met deze genade dat zij tot de gemeenschap Gods en zijn kerk waren aangenomen, voor de rest zich zo ingetogen, nederig en eenvoudig zouden gedragen, dat zij [als vreemdelingen in Israël, afkomstig van Jethro, Mozes' schoonvader] de Israëlieten niet mochten onaangenaam of aanstotelijk worden, gelijk het dan vreemdelingen somtijds haast [gelijk men zegt] plegen te verkerven; idem dat zij ook niet door gierigheid, of wellust en weelde met anderen bedorven en gestraft mochten worden, of door bezit van huizen en erfenissen vervallen in vertrouwen op tijdelijk goed, en belet worden ten tijde van ballingschap, beroving van goederen, enz. Wat God verder met dit voorbeeld van de Rechabieten heeft voorgehad, blijkt uit deze gansen handel, die Jeremia door zijn last met hen gehad heeft. 2 Koningen 10:15: En van daar gegaan zijnde, zo vond hij Jonadab, de zoon van Rechab, hem tegemoet; die hem groette; en hij zei tot hem: Is uw hart recht, gelijk als mijn hart met uw hart is? En Jonadab zei: Het is, ja, het is; geef uw hand. En hij gaf zijn hand, en hij deed hem tot zich op de wagen klimmen. 2 Koningen 10:23: En Jehu kwam met Jonadab, de zoon van Rechab, in het huis van Baäl; en hij zei tot de dienaren van Baäl: Onderzoekt, en ziet toe, dat hier misschien bij u niemand zij van de dienaren van JAHWEH, maar van de dienaren van Baäl alleen."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, heeft het ons verboden; zie Lev. 4:2. Leviticus 4:2: Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Als een ziel zal gezondigd hebben, door afdwaling van enige geboden des HEEREN, dat niet zou gedaan worden, en tegen een van die zal gedaan hebben;",
          "text1637": "Ofte, heeft’t ons verboden. Siet Levit. 4. op vers 2.",
          "text2026": "Of, heeft het ons verboden; zie Lev. 4:2. Leviticus 4:2: Spreek tot de kinderen van Israël, zeggende: Als een ziel zal gezondigd hebben, door afdwaling van enige geboden van JAHWEH, dat niet zou gedaan worden, en tegen één van die zal gedaan hebben;"
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, nimmermeer; vergelijk 1 Kor. 8:13. 1 Korinthiërs 8:13: Daarom, indien de spijs mijn broeder ergert, zo zal ik in eeuwigheid geen vlees eten, opdat ik mijn broeder niet ergere.",
          "text1637": "D. nimmeermeer. Vergel. 1.Cor. 8.13.",
          "text2026": "Dat is, nimmermeer; vergelijk 1 Kor. 8:13. 1 Korinthiërs 8:13: Daarom, als de voedsel mijn broer ergert, zo zal ik in eeuwigheid geen vlees eten, opdat ik mijn broer niet ergere."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֹּאמְר֖וּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "נִשְׁתֶּה",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HVqi1cp"
        },
        {
          "woord": "יָּ֑יִן",
          "strongs": "H3196",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כִּי֩",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יוֹנָדָ֨ב",
          "strongs": "H3122",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "רֵכָ֜ב",
          "strongs": "H7394",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אָבִ֗י/נוּ",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "צִוָּ֤ה",
          "strongs": "H6680",
          "morph": "HVpp3ms"
        },
        {
          "woord": "עָלֵ֨י/נוּ֙",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹ֔ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "לֹ֧א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִשְׁתּוּ",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "יַ֛יִן",
          "strongs": "H3196",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אַתֶּ֥ם",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְנֵי/כֶ֖ם",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar zij zeiden: <span class=\"direct-speech\"><i>Wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> zullen geen wijn drinken; want Jonadab, de zoon van Rechab,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> onze vader, heeft ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> geboden, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>U zult geen wijn drinken, u, noch uw kinderen, tot in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> eeuwigheid.</i></span></i></span>",
      "textSV1888_html": "Maar zij zeiden: Wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> zullen geen wijn drinken; want Jonadab, de zoon van Rechab,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> onze vader, heeft ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> geboden, zeggende: Gijlieden zult geen wijn drinken, gij, noch uw kinderen, tot in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> eeuwigheid.",
      "text1637_html": "Maer sy seyden, Wy en <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> sullen geenen wijn drincken: want Ionadab de sone Rechabs, onse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> vader, heeft ons <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> geboden, seggende: Ghylieden en sult geenen wijn drincken, ghy, noch uwe kinderen, tot in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> eeuwicheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gijlieden",
          "new": "U",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gij,",
          "new": "u,",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Ook zult gijlieden geen huis bouwen, noch zaad zaaien, noch wijngaard planten, noch hebben; maar gij zult in tenten wonen al uw dagen; opdat gij veel dagen leeft in het land, alwaar gij als vreemdeling verkeert.",
      "text1637": "Oock en sult ghylieden geen huys bouwen, noch zaet zaeyen, noch wijngaert planten, noch [14] hebben: maer ghy sult in tenten woonen alle [15] uwe dagen; op dat ghy [16] vele dagen levet [17] in den lande, alwaer ghy als vreemdelingen verkeert.",
      "text2026": "Ook zult u geen huis bouwen, noch zaad zaaien, noch wijngaard planten, noch hebben; maar u zult in tenten wonen al uw dagen; opdat u veel dagen leeft in het land, alwaar u als vreemdeling verkeert.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, bezitten.",
          "text1637": "D. besitten.",
          "text2026": "Dat is, bezitten."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "15 uw dagen: Dat is, de dagen uws levens; alzo in vers 8. Jeremia 35:8: Zo hebben wij der stemme van Jonadab, den zoon van Rechab, onzen vader, gehoorzaamd in alles, wat hij ons geboden heeft; zodat wij geen wijn drinken al onze dagen, wij, onze vrouwen, onze zonen, en onze dochteren;",
          "text1637": "D. de dagen uwes levens, alsoo in’t volgende vers.",
          "text2026": "15 uw dagen: Dat is, de dagen uws levens; zo in vers 8. Jeremia 35:8: Zo hebben wij van de stemme van Jonadab, de zoon van Rechab, onze vader, gehoorzaamd in alles, wat hij ons geboden heeft; zodat wij geen wijn drinken al onze dagen, wij, onze vrouwen, onze zonen, en onze dochters;"
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "16 veel dagen leeft: Dat is, langen tijd.",
          "text1637": "D. langen tijt.",
          "text2026": "16 veel dagen leeft: Dat is, langen tijd."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 in het land: Hebreeuws, op het aangezicht des lands.",
          "text1637": "Hebr. op het aengesichte des lants.",
          "text2026": "17 in het land: Hebreeuws, op het aangezicht van het land (פְּנֵי)."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/בַ֣יִת",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִבְנ֗וּ",
          "strongs": "H1129",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/זֶ֤רַע",
          "strongs": "H2233",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִזְרָ֨עוּ֙",
          "strongs": "H2232",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/כֶ֣רֶם",
          "strongs": "H3754",
          "morph": "HC/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִטָּ֔עוּ",
          "strongs": "H5193",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יִֽהְיֶ֖ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶ֑ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֠י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אֳהָלִ֤ים",
          "strongs": "H168",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "תֵּֽשְׁבוּ֙",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְמֵי/כֶ֔ם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "לְמַ֨עַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "תִּֽחְי֜וּ",
          "strongs": "H2421",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "יָמִ֤ים",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "רַבִּים֙",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "פְּנֵ֣י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֲדָמָ֔ה",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אַתֶּ֖ם",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2mp"
        },
        {
          "woord": "גָּרִ֥ים",
          "strongs": "H1481",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "שָֽׁם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Ook zult u geen huis bouwen, noch zaad zaaien, noch wijngaard planten, noch<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> hebben; maar u zult in tenten wonen al<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> uw dagen; opdat u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> veel dagen leeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> in het land, alwaar u als vreemdeling verkeert.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ook zult gijlieden geen huis bouwen, noch zaad zaaien, noch wijngaard planten, noch<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> hebben; maar gij zult in tenten wonen al<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> uw dagen; opdat gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> veel dagen leeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> in het land, alwaar gij als vreemdeling verkeert.",
      "text1637_html": "Oock en sult ghylieden geen huys bouwen, noch zaet zaeyen, noch wijngaert planten, noch <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> hebben: maer ghy sult in tenten woonen alle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> uwe dagen; op dat ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> vele dagen levet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> in den lande, alwaer ghy als vreemdelingen verkeert.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gijlieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Zo hebben wij der stemme van Jonadab, den zoon van Rechab, onzen vader, gehoorzaamd in alles, wat hij ons geboden heeft; zodat wij geen wijn drinken al onze dagen, wij, onze vrouwen, onze zonen, en onze dochteren;",
      "text1637": "So hebben wy der stemme Ionadabs, des soons Rechabs, onses vaders, gehoorsaemt, in alles dat hy ons geboden heeft: so dat wy geenen wijn en drincken alle onse dagen, wy, onse wijven, onse sonen, ende onse dochteren:",
      "text2026": "Zo hebben wij de stem van Jonadab, de zoon van Rechab, onze vader, gehoorzaamd in alles, wat hij ons geboden heeft; zodat wij geen wijn drinken al onze dagen, wij, onze vrouwen, onze zonen, en onze dochters;",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/נִּשְׁמַ֗ע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HC/Vqw1cp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ק֨וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוֹנָדָ֤ב",
          "strongs": "H3082",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "רֵכָב֙",
          "strongs": "H7394",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אָבִ֔י/נוּ",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "לְ/כֹ֖ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "צִוָּ֑/נוּ",
          "strongs": "H6680",
          "morph": "HVpp3ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "לְ/בִלְתִּ֤י",
          "strongs": "H1115",
          "morph": "HR/C"
        },
        {
          "woord": "שְׁתֽוֹת",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "יַ֨יִן֙",
          "strongs": "H3196",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יָמֵ֔י/נוּ",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "אֲנַ֣חְנוּ",
          "strongs": "H587",
          "morph": "HPp1cp"
        },
        {
          "woord": "נָשֵׁ֔י/נוּ",
          "strongs": "H802",
          "morph": "HNcfpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "בָּנֵ֖י/נוּ",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְנֹתֵֽי/נוּ",
          "strongs": "H1323",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Zo hebben wij de stem van Jonadab, de zoon van Rechab, onze vader, gehoorzaamd in alles, wat hij ons geboden heeft; zodat wij geen wijn drinken al onze dagen, wij, onze vrouwen, onze zonen, en onze dochters;</i></span>",
      "text1637_html": "So hebben wy der stemme Ionadabs, des soons Rechabs, onses vaders, gehoorsaemt, in alles dat hy ons geboden heeft: so dat wy geenen wijn en drincken alle onse dagen, wy, onse wijven, onse sonen, ende onse dochteren:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der stemme",
          "new": "de stem",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "onzen",
          "new": "onze",
          "principe": "N8"
        },
        {
          "old": "dochteren;",
          "new": "dochters;",
          "principe": "V569"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "En dat wij geen huizen bouwen tot onze woning; ook hebben wij geen wijngaard, noch veld, noch zaad;",
      "text1637": "Ende dat wy geene huysen en bouwen tot [18] onse wooninge: oock en hebben wy geenen wijngaert, noch velt, noch zaet:",
      "text2026": "En dat wij geen huizen bouwen tot onze woning; ook hebben wij geen wijngaard, noch veld, noch zaad;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "18 onze woning: Of tot ons verblijf.",
          "text1637": "Ofte, tot ons verblijf.",
          "text2026": "18 onze woning: Of tot ons verblijf."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/לְ/בִלְתִּ֛י",
          "strongs": "H1115",
          "morph": "HC/R/R"
        },
        {
          "woord": "בְּנ֥וֹת",
          "strongs": "H1129",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "בָּתִּ֖ים",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/שִׁבְתֵּ֑/נוּ",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HR/Vqc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/כֶ֧רֶם",
          "strongs": "H3754",
          "morph": "HC/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָׂדֶ֛ה",
          "strongs": "H7704",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/זֶ֖רַע",
          "strongs": "H2233",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִֽהְיֶה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לָּֽ/נוּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>En dat wij geen huizen bouwen tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> onze woning; ook hebben wij geen wijngaard, noch veld, noch zaad;</i></span>",
      "textSV1888_html": "En dat wij geen huizen bouwen tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> onze woning; ook hebben wij geen wijngaard, noch veld, noch zaad;",
      "text1637_html": "Ende dat wy geene huysen en bouwen tot <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> onse wooninge: oock en hebben wy geenen wijngaert, noch velt, noch zaet:"
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "En wij hebben in tenten gewoond; alzo hebben wij gehoord en gedaan naar alles, wat ons onze vader Jonadab geboden heeft.",
      "text1637": "Ende wy hebben in tenten gewoont: Also hebben wy gehoort ende gedaen nae alles dat ons onse vader Ionadab geboden heeft.",
      "text2026": "En wij hebben in tenten gewoond; zo hebben wij gehoord en gedaan naar alles, wat ons onze vader Jonadab geboden heeft.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/נֵּ֖שֶׁב",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vqw1cp"
        },
        {
          "woord": "בָּֽ/אֳהָלִ֑ים",
          "strongs": "H168",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וַ/נִּשְׁמַ֣ע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HC/Vqw1cp"
        },
        {
          "woord": "וַ/נַּ֔עַשׂ",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqw1cp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/כֹ֥ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "צִוָּ֖/נוּ",
          "strongs": "H6680",
          "morph": "HVpp3ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "יוֹנָדָ֥ב",
          "strongs": "H3122",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אָבִֽי/נוּ",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>En wij hebben in tenten gewoond; zo hebben wij gehoord en gedaan naar alles, wat ons onze vader Jonadab geboden heeft.</i></span>",
      "text1637_html": "Ende wy hebben in tenten gewoont: Also hebben wy gehoort ende gedaen nae alles dat ons onse vader Ionadab geboden heeft.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Maar het is geschied, als Nebukadrezar, de koning van Babel, naar dit land optoog, dat wij zeiden: Komt, en laat ons naar Jeruzalem trekken vanwege het heir der Chaldeeën, en vanwege het heir der Syriërs; alzo zijn wij te Jeruzalem gebleven.",
      "text1637": "[19] Maer het is geschiet, als Nebucadrezar, de Coninck van Babel, nae dit lant optooch, dat wy [20] seyden; Comt, ende laet ons nae Ierusalem trecken [21] van wegen het heyr der Chaldeen, ende van wegen het heyr der [22] Syriers: also zijn wy te Ierusalem gebleven.",
      "text2026": "Maar het is gebeurd, als Nebukadrezar, de koning van Babel, naar dit land optoog, dat wij zeiden: Kom, en laat ons naar Jeruzalem trekken vanwege het leger van de Chaldeeën, en vanwege het leger van de Syriërs; zo zijn wij te Jeruzalem gebleven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "19 Maar het is geschied: Hier geven zij reden waarom zij in deze ene zaak, [namelijk dat zij nu niet in hutten woonden, maar zich binnen Jeruzalem hadden begeven] huns voorvaders bevel, voor dezen tijd niet zijn nagekomen; tonende daarmede dat het een menselijke ordinantie was, die zij ter nood en naar gelegenheid der zaken, zonder tegen hun plicht te doen, wel mochten verlaten, om Gods wet niet te overtreden, zulks ook Jonadabs oogmerk en Gode aangenaam was.",
          "text1637": "Hier geven sy reden, waerom sy in dese eene sake (namelick datse nu niet in hutten en woonden, maer haer binne Ierusalem hadden begeven) haers voorvaders bevel, voor desen tijt, niet zijn naegekomen: toonende daermede, dat het een menschelicke ordinantie was, die sy ter noot ende nae gelegentheyt der saken, sonder tegen haren plicht te doen, wel mochten verlaten, om Godts wet niet t’overtreden, sulcx oock Ionadabs intentie, ende Gode aengenaem was.",
          "text2026": "19 Maar het is geschied: Hier geven zij reden waarom zij in deze ene zaak, [namelijk dat zij nu niet in hutten woonden, maar zich binnen Jeruzalem hadden begeven] huns voorvaders bevel, voor deze tijd niet zijn nagekomen; tonende daarmede dat het een menselijke ordinantie was, die zij ter nood en naar gelegenheid van de zaken, zonder tegen hun plicht te doen, wel mochten verlaten, om Gods wet niet te overtreden, zulks ook Jonadabs oogmerk en voor God aangenaam was."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten tot elkander.",
          "text1637": "T.w. tot malkanderen.",
          "text2026": "Te weten tot elkaar."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "21 vanwege het heir der Chaldeeën: Hebreeuws, van, of voor het aangezicht, dat is, om hun te ontgaan, uit vrees van hun overlast en tirannie.",
          "text1637": "Hebr. van, ofte, voor’t aengesichte. D. om haer t’ontgaen, uyt vreese van haren overlast ende Tyrannie.",
          "text2026": "21 vanwege het legermacht van de Chaldeeën: Hebreeuws, van, of voor het aangezicht, dat is, om hun te ontgaan, uit vrees van hun overlast en tirannie (פְּנֵי)."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, Aram; zie Gen. 10:22. Genesis 10:22: Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.",
          "text1637": "Hebr. Aram. siet Gen. 10. op. vers 22.",
          "text2026": "Hebreeuws, Aram; zie Gen. 10:22. Genesis 10:22: Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְהִ֗י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "בַּ/עֲל֨וֹת",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "נְבוּכַדְרֶאצַּ֥ר",
          "strongs": "H5019",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶל֮",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָרֶץ֒",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/נֹּ֗אמֶר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw1cp"
        },
        {
          "woord": "בֹּ֚אוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָב֣וֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqi1cp"
        },
        {
          "woord": "יְרוּשָׁלִַ֔ם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִ/פְּנֵי֙",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "חֵ֣יל",
          "strongs": "H2428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/כַּשְׂדִּ֔ים",
          "strongs": "H3778",
          "morph": "HTd/Np"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ/פְּנֵ֖י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HC/R/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "חֵ֣יל",
          "strongs": "H2428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲרָ֑ם",
          "strongs": "H758",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/נֵּ֖שֶׁב",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vqw1cp"
        },
        {
          "woord": "בִּ/ירוּשָׁלִָֽם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup><span class=\"direct-speech\"><i> Maar het is gebeurd, als Nebukadrezar, de koning van Babel, naar dit land optoog, dat wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> zeiden: <span class=\"direct-speech\"><i>Kom, en laat ons naar Jeruzalem trekken vanwege het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> leger van de Chaldeeën, en vanwege het leger van de Syriërs;</i></span><sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> zo zijn wij te Jeruzalem gebleven.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Maar het is geschied, als Nebukadrezar, de koning van Babel, naar dit land optoog, dat wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> zeiden: Komt, en laat ons naar Jeruzalem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> trekken vanwege het heir der Chaldeeën, en vanwege het heir der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Syriërs; alzo zijn wij te Jeruzalem gebleven.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Maer het is geschiet, als Nebucadrezar, de Coninck van Babel, nae dit lant optooch, dat wy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> seyden; Comt, ende laet ons nae Ierusalem trecken <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> van wegen het heyr der Chaldeen, ende van wegen het heyr der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Syriers: also zijn wy te Ierusalem gebleven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geschied,",
          "new": "gebeurd,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Komt,",
          "new": "Kom,",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "heir der",
          "new": "leger van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "heir der",
          "new": "leger van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:",
      "text1637": "Doe geschiedde des HEEREN woort tot Ieremia, seggende:",
      "text2026": "Toen kwam het woord van JAHWEH tot Jeremia, zeggende:",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַֽ/יְהִי֙",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "דְּבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶֽל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֖הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹֽר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen kwam het woord van JAHWEH tot Jeremia, zeggende:",
      "text1637_html": "Doe geschiedde des HEEREN woort tot Ieremia, seggende:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geschiedde des HEEREN",
          "new": "kwam het",
          "principe": "V1230"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ga henen en zeg tot de mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem: Zult gijlieden geen tucht aannemen, dat gij hoort naar Mijn woorden? spreekt de HEERE.",
      "text1637": "Soo seyt de HEERE der heyrscharen, de Godt Israëls; Gaet henen ende segt tot de [23] mannen van Iuda, ende tot de inwoonders van Ierusalem: En sult ghylieden geene tucht [24] aennemen, dat ghy hooret nae mijne woorden, spreeckt de HEERE?",
      "text2026": "Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Ga heen en zeg tot de mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem: Zult u geen tucht aannemen, dat u hoort naar Mijn woorden? spreekt JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 mannen van Juda: Hebreeuws, man. Zie boven Jer. 4:3. Jeremia 4:3: Want zo zegt de HEERE tot de mannen van Juda, en tot Jeruzalem: Braakt ulieden een braakland, en zaait niet onder de doornen.",
          "text1637": "Hebr. man. siet bov. 4. op vers 3.",
          "text2026": "23 mannen van Juda: Hebreeuws, man (אִישׁ). Zie boven Jer. 4:3. Jeremia 4:3: Want zo zegt JAHWEH tot de mannen van Juda, en tot Jeruzalem: Braakt u een braakland, en zaait niet onder de doornen."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk boven Jer. 32:33. Jeremia 32:33: Die Mij den nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht; hoewel Ik hen leerde, vroeg op zijnde en lerende, evenwel hoorden zij niet, om tucht aan te nemen;",
          "text1637": "Als bov. 32.33",
          "text2026": "Gelijk boven Jer. 32:33. Jeremia 32:33: Die Mij de nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht; hoewel Ik hen leerde, vroeg op zijnde en lerende, evenwel hoorden zij niet, om tucht aan te nemen;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֞ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֤ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "צְבָאוֹת֙",
          "strongs": "H6635",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הָלֹ֤ךְ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVqa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָֽמַרְתָּ֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/אִ֣ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֔ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/לְ/יֽוֹשְׁבֵ֖י",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/R/Vqrmpc"
        },
        {
          "woord": "יְרֽוּשָׁלִָ֑ם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הֲ/ל֨וֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTi/Tn"
        },
        {
          "woord": "תִקְח֥וּ",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "מוּסָ֛ר",
          "strongs": "H4148",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁמֹ֥עַ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "דְּבָרַ֖/י",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נְאֻם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: <span class=\"god-speaks\"><i>Ga heen en zeg tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem: Zult u geen tucht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> aannemen, dat u hoort naar Mijn woorden? spreekt JAHWEH.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ga henen en zeg tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem: Zult gijlieden geen tucht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> aannemen, dat gij hoort naar Mijn woorden? spreekt de HEERE.",
      "text1637_html": "Soo seyt de HEERE der heyrscharen, de Godt Israëls; Gaet henen ende segt tot de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> mannen van Iuda, ende tot de inwoonders van Ierusalem: En sult ghylieden geene tucht <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> aennemen, dat ghy hooret nae mijne woorden, spreeckt de HEERE?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "",
          "new": "JAHWEH van",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "HEERE der heirscharen,",
          "new": "legermachten,",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Israëls:",
          "new": "van Israël:",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "henen",
          "new": "heen",
          "principe": "V67"
        },
        {
          "old": "gijlieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "spreekt de HEERE.",
          "new": "spreek JAHWEH.",
          "principe": "V1158"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "De woorden van Jonadab, den zoon van Rechab, die hij zijn kinderen geboden heeft, dat zij geen wijn zouden drinken, zijn bevestigd; want zij hebben geen gedronken tot op dezen dag, maar het gebod huns vaders gehoord; en Ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt naar Mij niet gehoord.",
      "text1637": "De woorden Ionadabs, des soons Rechabs, die hy sijnen kinderen geboden heeft, dat sy geenen wijn en souden drincken, [25] zijn bevesticht; want sy en hebben geenen gedroncken tot op desen dach, maer het gebodt haers vaders [26] gehoort: ende ick hebbe tot u lieden gesproken, [a] [27] vroech op zijnde ende sprekende, maer ghy en hebt nae my niet gehoort.",
      "text2026": "De woorden van Jonadab, de zoon van Rechab, die hij zijn kinderen geboden heeft, dat zij geen wijn zouden drinken, zijn bevestigd; want zij hebben er geen gedronken tot op deze dag, maar het gebod van hun vader gehoord; en Ik heb tot u gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar u hebt naar Mij niet gehoord.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 zijn bevestigd: Hebreeuws, is bevestigd; dat is, elkeen zijner woorden is volbracht of gehouden, niettegenstaande zij door nood in een enig stuk nu anders hadden gedaan, waarin zij verontschuldigd zijn; alzo vers 16. Vergelijk wijders Deut. 27:26, met de aantekening en onder vers 18, idem boven Jer. 34:18, en onder Jer. 44:25. Jeremia 35:16: Dewijl dan de kinderen van Jonadab, den zoon van Rechab, het gebod huns vaders, dat hij hun geboden heeft, bevestigd hebben, maar dit volk naar Mij niet hoort; Deuteronomium 27:26: Vervloekt zij, die de woorden dezer wet niet zal bevestigen, doende dezelve! En al het volk zal zeggen: Amen. Jeremia 35:18: Tot het huis nu der Rechabieten zeide Jeremia: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Omdat gijlieden het gebod van uw vader Jonadab zijt gehoorzaam geweest, en hebt al zijn geboden bewaard, en gedaan naar alles, wat hij ulieden geboden heeft; Jeremia 34:18: En Ik zal de mannen overgeven, die Mijn verbond hebben overtreden, die niet bevestigd hebben de woorden des verbonds, dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden, met het kalf, dat zij in tweeën hadden gehouwen, en waren tussen zijn stukken doorgegaan: Jeremia 44:25: Zo spreekt de HEERE der heirscharen, de God Israëls, zeggende: Aangaande u en uw vrouwen, zij hebben toch met uw mond gesproken, en gij hebt het met uw handen vervuld, zeggende: Wij zullen onze geloften, die wij beloofd hebben, ganselijk houden, rokende aan Melecheth des hemels, en haar drankofferen offerende; nu, zij hebben uw geloften volkomenlijk bevestigd en uw geloften volkomenlijk gehouden.",
          "text1637": "Hebr. is bevestigt. D. elck een sijner woorden is volbracht ofte gehouden, niet tegenstaende dat sy door noot in een eenich stuck nu anders hadden gedaen, waer in sy geexcuseert zijn. alsoo vers 16. Vergel. wijders Deut. 27.26. met d’aenteeck. ende ond. vers 18. item bov. 34.18. ende ond. 44.25.",
          "text2026": "25 zijn bevestigd: Hebreeuws, is bevestigd; dat is, elk zijn woorden is volbracht of gehouden, niettegenstaande zij door nood in een enig stuk nu anders hadden gedaan, waarin zij verontschuldigd zijn; zo vers 16. Vergelijk verder Deut. 27:26, met de aantekening en onder vers 18, idem boven Jer. 34:18, en onder Jer. 44:25. Jeremia 35:16: Omdat dan de kinderen van Jonadab, de zoon van Rechab, het gebod huns vaders, dat hij hun geboden heeft, bevestigd hebben, maar dit volk naar Mij niet hoort; Deuteronomium 27:26: Vervloekt zij, die de woorden van deze wet niet zal bevestigen, doende dezelfde! En al het volk zal zeggen: Amen. Jeremia 35:18: Tot het huis nu van de Rechabieten zei Jeremia: Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Omdat u het gebod van uw vader Jonadab bent gehoorzaam geweest, en hebt al zijn geboden bewaard, en gedaan naar alles, wat hij u geboden heeft; Jeremia 34:18: En Ik zal de mannen overgeven, die Mijn verbond hebben overtreden, die niet bevestigd hebben de woorden van het verbond, dat zij voor Mijn aangezicht gemaakt hadden, met het kalf, dat zij in tweeën hadden gehouwen, en waren tussen zijn stukken doorgegaan: Jeremia 44:25: Zo spreekt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël, zeggende: Aangaande u en uw vrouwen, zij hebben toch met uw mond gesproken, en u hebt het met uw handen vervuld, zeggende: Wij zullen onze geloften, die wij beloofd hebben, ganselijk houden, rokende aan Melecheth van de hemel, en haar drankofferen offerende; nu, zij hebben uw geloften volkomenlijk bevestigd en uw geloften volkomenlijk gehouden."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, gehoorzaamd.",
          "text1637": "D. gehoorsaemt.",
          "text2026": "Dat is, gehoorzaamd."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "27 vroeg op zijnde en sprekende: Zie boven Jer. 7:13, en 2 Kron. 36:15. Jeremia 7:13: En nu, omdat gijlieden al deze werken doet, spreekt de HEERE, en Ik tot u gesproken heb, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij niet gehoord hebt, en Ik u geroepen, maar gij niet geantwoord hebt; 2 Kronieken 36:15: En de HEERE, de God hunner vaderen, zond tot hen, door de hand Zijner boden, vroeg op zijnde, om die te zenden; want Hij verschoonde Zijn volk en Zijn woning.",
          "text1637": "Siet bov. 7. op vers 13. ende 2.Chron. 36. op vers 15.",
          "text2026": "27 vroeg op zijnde en sprekende: Zie boven Jer. 7:13, en 2 Kron. 36:15. Jeremia 7:13: En nu, omdat u al deze werken doet, spreekt JAHWEH, en Ik tot u gesproken heb, vroeg op zijnde en sprekende, maar u niet gehoord hebt, en Ik u geroepen, maar u niet geantwoord hebt; 2 Kronieken 36:15: En JAHWEH, de God hun vaderen, zond tot hen, door de hand Zijn boden, vroeg op zijnde, om die te zenden; want Hij verschoonde Zijn volk en Zijn woning."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 11:7; Jer. 25:3; Jer. 26:5; Jer. 29:19; Jer. 32:33. Jeremia 11:7: Want Ik heb uw vaderen ernstiglijk betuigd, ten dage als Ik hen uit Egypteland opvoerde, tot op dezen dag, vroeg op zijnde en betuigende, zeggende: Hoort naar Mijn stem! Jeremia 25:3: Van het dertiende jaar van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda, tot op dezen dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord. Jeremia 26:5: Horende naar de woorden Mijner knechten, de profeten, die Ik tot u zende, zelfs vroeg op zijnde en zendende; doch gij niet gehoord hebt; Jeremia 29:19: Omdat zij naar Mijn woorden niet gehoord hebben, spreekt de HEERE, als Ik Mijn knechten, de profeten, tot hen zond, vroeg op zijnde en zendende; maar gijlieden hebt niet gehoord, spreekt de HEERE. Jeremia 32:33: Die Mij den nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht; hoewel Ik hen leerde, vroeg op zijnde en lerende, evenwel hoorden zij niet, om tucht aan te nemen;",
          "text1637": "Ierem. 11.7. ende 25.3. ende 26.5. ende 29.19. ende 32.33.",
          "text2026": "Jer. 11:7; Jer. 25:3; Jer. 26:5; Jer. 29:19; Jer. 32:33. Jeremia 11:7: Want Ik heb uw vaderen ernstiglijk betuigd, op de dag als Ik hen uit Egypteland opvoerde, tot op deze dag, vroeg op zijnde en betuigende, zeggende: Hoort naar Mijn stem! Jeremia 25:3: Van het dertiende jaar van Josia, de zoon van Amon, de koning van Juda, tot op deze dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord van JAHWEH tot mij geschied; en ik heb tot u gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar u hebt niet gehoord. Jeremia 26:5: Horende naar de woorden Mijn knechten, de profeten, die Ik tot u zend, zelfs vroeg op zijnde en zendende; maar u niet gehoord hebt; Jeremia 29:19: Omdat zij naar Mijn woorden niet gehoord hebben, spreekt JAHWEH, als Ik Mijn knechten, de profeten, tot hen zond, vroeg op zijnde en zendende; maar u hebt niet gehoord, spreekt JAHWEH. Jeremia 32:33: Die Mij de nek hebben toegekeerd en niet het aangezicht; hoewel Ik hen leerde, vroeg op zijnde en lerende, evenwel hoorden zij niet, om tucht aan te nemen;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הוּקַ֡ם",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HVHp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "דִּבְרֵ֣י",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוֹנָדָ֣ב",
          "strongs": "H3082",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "רֵ֠כָב",
          "strongs": "H7394",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "צִוָּ֨ה",
          "strongs": "H6680",
          "morph": "HVpp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "בָּנָ֜י/ו",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/בִלְתִּ֣י",
          "strongs": "H1115",
          "morph": "HR/C"
        },
        {
          "woord": "שְׁתֽוֹת",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "יַ֗יִן",
          "strongs": "H3196",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "שָׁתוּ֙",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/יּ֣וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּ֔ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "שָֽׁמְע֔וּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֖ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מִצְוַ֣ת",
          "strongs": "H4687",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "אֲבִי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָ֨נֹכִ֜י",
          "strongs": "H595",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "דִּבַּ֤רְתִּי",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/כֶם֙",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "הַשְׁכֵּ֣ם",
          "strongs": "H7925",
          "morph": "HVha"
        },
        {
          "woord": "וְ/דַבֵּ֔ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HC/Vpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "שְׁמַעְתֶּ֖ם",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֵלָֽ/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>De woorden van Jonadab, de zoon van Rechab, die hij zijn kinderen geboden heeft, dat zij geen wijn zouden drinken,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> zijn bevestigd; want zij hebben er geen gedronken tot op deze dag, maar het gebod van hun vader<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> gehoord; en Ik heb tot u gesproken,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> vroeg op zijnde en sprekende, maar u hebt naar Mij niet gehoord.</i></span>",
      "textSV1888_html": "De woorden van Jonadab, den zoon van Rechab, die hij zijn kinderen geboden heeft, dat zij geen wijn zouden drinken,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> zijn bevestigd; want zij hebben geen gedronken tot op dezen dag, maar het gebod huns vaders<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> gehoord; en Ik heb tot ulieden gesproken,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt naar Mij niet gehoord.",
      "text1637_html": "De woorden Ionadabs, des soons Rechabs, die hy sijnen kinderen geboden heeft, dat sy geenen wijn en soude<i>n</i> drincken, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> zijn bevesticht; want sy en hebben geenen gedroncken tot op desen dach, maer het gebodt haers vaders <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> gehoort: ende ick hebbe tot u lieden gesproken, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> vroech op zijnde ende sprekende, maer ghy en hebt nae my niet gehoort.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "er",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "dezen",
          "new": "deze",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "huns vaders",
          "new": "van hun vader",
          "principe": "V205"
        },
        {
          "old": "ulieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw handelingen goed, en wandelt andere goden niet na, om hen te dienen, zo zult gij in het land blijven, dat Ik u en uw vaderen gegeven heb; maar gij hebt uw oor niet geneigd, en naar Mij niet gehoord.",
      "text1637": "Ende ick hebbe tot u gesonden alle mijne knechten, de Propheten, vroech op zijnde ende sendende, om te seggen, [b] Bekeeret u doch, een yegelick van sijnen boosen [28] wech, ende [29] maket uwe handelingen goet, ende wandelt andere Goden niet na, om hen te dienen; [30] so sullet ghy inden lande blijven, dat ick u ende uwen vaderen gegeven hebbe: maer ghy en hebt uwe oore niet geneycht, nochte nae my gehoort.",
      "text2026": "En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen: Bekeer u toch, ieder van zijn boze weg, en maakt uw handelingen goed, en wandelt andere goden niet na, om hen te dienen, zo zult u in het land blijven, dat Ik u en uw vaders gegeven heb; maar u hebt uw oor niet geneigd, en naar Mij niet gehoord.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Gen. 6:12. Genesis 6:12: Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.",
          "text1637": "Siet Gen. 6. op vers 12.",
          "text2026": "Zie Gen. 6:12. Genesis 6:12: Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "29 maakt uw handelingen goed: Zie boven Jer. 7:3. Jeremia 7:3: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Maakt uw wegen en uw handelingen goed, zo zal Ik ulieden doen wonen in deze plaats.",
          "text1637": "Siet bov. 7. op vers 3.",
          "text2026": "29 maakt uw handelingen goed: Zie boven Jer. 7:3. Jeremia 7:3: Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Maakt uw wegen en uw handelingen goed, zo zal Ik u doen wonen in deze plaats."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "30 zo zult gij in het land blijven: Hebreeuws, en blijft, of woont in het land; dat is, zo zult gij zekerlijk daarin blijven wonen. Zie Ps. 37:3. Psalmen 37:3: Beth. Vertrouw op den HEERE, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u met getrouwigheid.",
          "text1637": "Hebr. ende blijvet, ofte, woonet in’t lant. D. so sult ghy sekerlick daer in blyven woonen. Siet Psal. 37. op vers 3.",
          "text2026": "30 zo zult u in het land blijven: Hebreeuws, en blijft, of woont in het land (אֲדָמָה); dat is, zo zult u zekerlijk daarin blijven wonen. Zie Ps. 37:3. Psalmen 37:3: Beth. Vertrouw op JAHWEH, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u met getrouwigheid."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 18:21; Jer. 25:5. Jeremia 18:21: Daarom, geef hun zonen den honger over, en doe ze wegvloeien door het geweld des zwaards, en laat hun vrouwen van kinderen beroofd en weduwen worden, en laat hun mannen door den dood omgebracht, en hun jongelingen met het zwaard geslagen worden in den strijd. Jeremia 25:5: Zeggende: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en van de boosheid uwer handelingen, en woont in het land, dat de HEERE u en uw vaderen gegeven heeft, van eeuw tot in eeuw;",
          "text1637": "Ierem 18.21. ende 25.5.",
          "text2026": "Jer. 18:21; Jer. 25:5. Jeremia 18:21: Daarom, geef hun zonen de honger over, en doe ze wegvloeien door het geweld van het zwaard, en laat hun vrouwen van kinderen beroofd en weduwen worden, en laat hun mannen door de dood omgebracht, en hun jongelingen met het zwaard geslagen worden in de strijd. Jeremia 25:5: Zeggende: Bekeert u toch, een iedereen van zijn bozen weg, en van de boosheid uw handelingen, en woont in het land, dat JAHWEH u en uw vaderen gegeven heeft, van eeuw tot in eeuw;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וָ/אֶשְׁלַ֣ח",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/כֶ֣ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עֲבָדַ֣/י",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הַ/נְּבִאִ֣ים",
          "strongs": "H5030",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הַשְׁכֵּ֣ים",
          "strongs": "H7925",
          "morph": "HVha"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָׁלֹ֣חַ",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HC/Vqa"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹ֡ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "שֻׁבוּ",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "נָ֡א",
          "strongs": "H4994",
          "morph": "HTe"
        },
        {
          "woord": "אִישׁ֩",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/דַּרְכּ֨/וֹ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "הָ/רָעָ֜ה",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הֵיטִ֣יבוּ",
          "strongs": "H3190",
          "morph": "HC/Vhv2mp"
        },
        {
          "woord": "מַֽעַלְלֵי/כֶ֗ם",
          "strongs": "H4611",
          "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תֵּ֨לְכ֜וּ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqj2mp"
        },
        {
          "woord": "אַחֲרֵ֨י",
          "strongs": "H310",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֤ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲחֵרִים֙",
          "strongs": "H312",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "לְ/עָבְדָ֔/ם",
          "strongs": "H5647",
          "morph": "HR/Vqc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/שְׁבוּ֙",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vqv2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ֣/אֲדָמָ֔ה",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "נָתַ֥תִּי",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לַ/אֲבֹֽתֵי/כֶ֑ם",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HC/R/Ncmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "הִטִּיתֶם֙",
          "strongs": "H5186",
          "morph": "HVhp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶֽת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "אָזְנְ/כֶ֔ם",
          "strongs": "H241",
          "morph": "HNcfsc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "שְׁמַעְתֶּ֖ם",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֵלָֽ/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Bekeer u toch, ieder van zijn boze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> weg, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> maakt uw handelingen goed, en wandelt andere goden niet na, om hen te dienen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> zo zult u in het land blijven, dat Ik u en uw vaders gegeven heb;</i></span> maar u hebt uw oor niet geneigd, en naar Mij niet gehoord.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik heb tot u gezonden al Mijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende, om te zeggen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> weg, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> maakt uw handelingen goed, en wandelt andere goden niet na, om hen te dienen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> zo zult gij in het land blijven, dat Ik u en uw vaderen gegeven heb; maar gij hebt uw oor niet geneigd, en naar Mij niet gehoord.",
      "text1637_html": "Ende ick hebbe tot u gesonden alle mijne knechten, de Propheten, vroech op zijnde ende sendende, om te seggen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Bekeeret u doch, een yegelick van sijnen boosen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> wech, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> maket uwe handelingen goet, ende wandelt andere Goden niet na, om hen te dienen; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> so sullet ghy inden lande blijven, dat ick u ende uwen vaderen gegeven hebbe: maer ghy en hebt uwe oore niet geneycht, nochte nae my gehoort.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Bekeert",
          "new": "Bekeer",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "een iegelijk",
          "new": "ieder",
          "principe": "V5"
        },
        {
          "old": "bozen",
          "new": "boze",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "vaderen",
          "new": "vaders",
          "principe": "MR-1KR-007"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Dewijl dan de kinderen van Jonadab, den zoon van Rechab, het gebod huns vaders, dat hij hun geboden heeft, bevestigd hebben, maar dit volk naar Mij niet hoort;",
      "text1637": "Dewijle [dan] de kinderen Ionadabs, des soons Rechabs, het gebodt haers vaders, dat hy hen geboden heeft, [31] bevesticht hebben; maer dit volck nae my niet en hooren.",
      "text2026": "Omdat dan de kinderen van Jonadab, de zoon van Rechab, het gebod van hun vader, dat hij hun geboden heeft, bevestigd hebben, maar dit volk naar Mij niet hoort;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "31 bevestigd hebben: Zie boven vers 14. Jeremia 35:14: De woorden van Jonadab, den zoon van Rechab, die hij zijn kinderen geboden heeft, dat zij geen wijn zouden drinken, zijn bevestigd; want zij hebben geen gedronken tot op dezen dag, maar het gebod huns vaders gehoord; en Ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt naar Mij niet gehoord.",
          "text1637": "Siet bov. vers 14.",
          "text2026": "31 bevestigd hebben: Zie boven vers 14. Jeremia 35:14: De woorden van Jonadab, de zoon van Rechab, die hij zijn kinderen geboden heeft, dat zij geen wijn zouden drinken, zijn bevestigd; want zij hebben geen gedronken tot op deze dag, maar het gebod huns vaders gehoord; en Ik heb tot u gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar u hebt naar Mij niet gehoord."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הֵקִ֗ימוּ",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HVhp3cp"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵי֙",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוֹנָדָ֣ב",
          "strongs": "H3082",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "רֵכָ֔ב",
          "strongs": "H7394",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מִצְוַ֥ת",
          "strongs": "H4687",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "אֲבִי/הֶ֖ם",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "צִוָּ֑/ם",
          "strongs": "H6680",
          "morph": "HVpp3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָ/עָ֣ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HC/Td/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּ֔ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "שָׁמְע֖וּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֵלָֽ/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Omdat dan de kinderen van Jonadab, de zoon van Rechab, het gebod van hun vader, dat hij hun geboden heeft,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> bevestigd hebben, maar dit volk naar Mij niet hoort;</i></span>",
      "textSV1888_html": "Dewijl dan de kinderen van Jonadab, den zoon van Rechab, het gebod huns vaders, dat hij hun geboden heeft,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> bevestigd hebben, maar dit volk naar Mij niet hoort;",
      "text1637_html": "Dewijle [dan] de kinderen Ionadabs, des soons Rechabs, het gebodt haers vaders, dat hy hen geboden heeft, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> bevesticht hebben; maer dit volck nae my niet en hooren.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Dewijl",
          "new": "Omdat",
          "principe": "V2"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "huns vaders,",
          "new": "van hun vader,",
          "principe": "V205"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Daarom alzo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israëls: Ziet, Ik zal over Juda en over alle inwoners van Jeruzalem brengen al het kwaad, dat Ik tegen hen gesproken heb; omdat Ik tot hen gesproken heb, maar zij niet gehoord hebben, en Ik tot hen geroepen heb, maar zij niet hebben geantwoord.",
      "text1637": "Daerom alsoo seyt de HEERE, de Godt der heyrscharen, de Godt Israëls; Siet ick sal over Iuda ende over alle inwoonders van Ierusalem brengen al het [32] quaet dat ick tegen hen gesproken hebbe: om dat ick tot hen gesproken hebbe, maer sy niet gehoort en hebben, ende ick tot hen geroepen hebbe, maer sy niet en hebben geantwoordt.",
      "text2026": "Daarom zo zegt JAHWEH, de God van de legermachten, de God van Israël: Zie, Ik zal over Juda en over alle inwoners van Jeruzalem brengen al het kwaad, dat Ik tegen hen gesproken heb; omdat Ik tot hen gesproken heb, maar zij niet gehoord hebben, en Ik tot hen geroepen heb, maar zij niet hebben geantwoord.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Der straf.",
          "text1637": "Der straffe.",
          "text2026": "Van de straf."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ֠/כֵן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֨ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֜ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֤י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "צְבָאוֹת֙",
          "strongs": "H6635",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִ֧י",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵבִ֣יא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVhrmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֗ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶ֤ל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יֽוֹשְׁבֵי֙",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "יְר֣וּשָׁלִַ֔ם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֚ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ֣/רָעָ֔ה",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "דִּבַּ֖רְתִּי",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יַ֣עַן",
          "strongs": "H3282",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "דִּבַּ֤רְתִּי",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶם֙",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "שָׁמֵ֔עוּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "וָ/אֶקְרָ֥א",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "עָנֽוּ",
          "strongs": "H6030",
          "morph": "HVqp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom zo zegt JAHWEH, de God van de legermachten, de God van Israël: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik zal over Juda en over alle inwoners van Jeruzalem brengen al het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> kwaad, dat Ik tegen hen gesproken heb; omdat Ik tot hen gesproken heb, maar zij niet gehoord hebben, en Ik tot hen geroepen heb, maar zij niet hebben geantwoord.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom alzo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israëls: Ziet, Ik zal over Juda en over alle inwoners van Jeruzalem brengen al het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> kwaad, dat Ik tegen hen gesproken heb; omdat Ik tot hen gesproken heb, maar zij niet gehoord hebben, en Ik tot hen geroepen heb, maar zij niet hebben geantwoord.",
      "text1637_html": "Daerom alsoo seyt de HEERE, de Godt der heyrscharen, de Godt Israëls; Siet ick sal over Iuda ende over alle inwoonders van Ierusalem brengen al het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> quaet dat ick tegen hen gesproken hebbe: om dat ick tot hen gesproken hebbe, maer sy niet gehoort en hebben, ende ick tot hen geroepen hebbe, maer sy niet en hebben geantwoordt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "der heirscharen,",
          "new": "van de legermachten,",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Israëls: Ziet,",
          "new": "van Israël: Zie,",
          "principe": "V198"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Tot het huis nu der Rechabieten zeide Jeremia: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Omdat gijlieden het gebod van uw vader Jonadab zijt gehoorzaam geweest, en hebt al zijn geboden bewaard, en gedaan naar alles, wat hij ulieden geboden heeft;",
      "text1637": "Tot het huys nu der Rechabiten seyde Ieremia; Soo seyt de HEERE der heyrscharen, de Godt Israëls; Om dat ghylieden den gebode uwes vaders Ionadabs zijt gehoorsaem geweest, ende hebt alle sijne geboden bewaert, ende gedaen nae alles wat hy u lieden geboden heeft:",
      "text2026": "Tot het huis nu van de Rechabieten zei Jeremia: Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Omdat u het gebod van uw vader Jonadab bent gehoorzaam geweest, en hebt al zijn geboden bewaard, en gedaan naar alles, wat hij u geboden heeft;",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/לְ/בֵ֨ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HC/R/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/רֵכָבִ֜ים",
          "strongs": "H7397",
          "morph": "HTd/Ngmsa"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֗הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֞ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֤ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "צְבָאוֹת֙",
          "strongs": "H6635",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יַ֚עַן",
          "strongs": "H3282",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "שְׁמַעְתֶּ֔ם",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp2mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מִצְוַ֖ת",
          "strongs": "H4687",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוֹנָדָ֣ב",
          "strongs": "H3082",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲבִי/כֶ֑ם",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmsc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/תִּשְׁמְרוּ֙",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HC/Vqw2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְוֺתָ֔י/ו",
          "strongs": "H4687",
          "morph": "HNcfpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/תַּעֲשׂ֔וּ",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqw2mp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/כֹ֥ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "צִוָּ֖ה",
          "strongs": "H6680",
          "morph": "HVpp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶתְ/כֶֽם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Tot het huis nu van de Rechabieten zei Jeremia: Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Omdat u het gebod van uw vader Jonadab bent gehoorzaam geweest, en hebt al zijn geboden bewaard, en gedaan naar alles, wat hij u geboden heeft;",
      "text1637_html": "Tot het huys nu der Rechabiten seyde Ieremia; Soo seyt de HEERE der heyrscharen, de Godt Israëls; Om dat ghylieden den gebode uwes vaders Ionadabs zijt gehoorsaem geweest, ende hebt alle sijne geboden bewaert, ende gedaen nae alles wat hy u lieden geboden heeft:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "zeide",
          "new": "zei",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "JAHWEH van",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "HEERE der heirscharen,",
          "new": "legermachten,",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Israëls:",
          "new": "van Israël:",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gijlieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "zijt",
          "new": "bent",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "ulieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Daarom alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Er zal Jonadab, den zoon van Rechab, niet worden afgesneden een man, die voor Mijn aangezicht sta, al de dagen.",
      "text1637": "Daerom alsoo seyt de HEERE der heyrscharen, de Godt Israëls: Daer en sal Ionadab, den sone Rechabs, niet worden [33] afgesneden een man, die voor mijn aengesichte [34] stae, [35] alle de dagen.",
      "text2026": "Daarom zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Er zal Jonadab, de zoon van Rechab, niet worden afgesneden een man, die voor Mijn aangezicht sta, al de dagen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "33 afgesneden een man: Vergelijk de manier van spreken met boven Jer. 33:17. Jeremia 33:17: Want zo zegt de HEERE: Aan David zal niet worden afgesneden een Man, Die op den troon van het huis Israëls zitte.",
          "text1637": "Vergel. de maniere van spreken met bov. 33.17.",
          "text2026": "33 afgesneden een man: Vergelijk de manier van spreken met boven Jer. 33:17. Jeremia 33:17: Want zo zegt JAHWEH: Aan David zal niet worden afgesneden een Man, Die op de troon van het huis van Israël zitte."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, wien Ik deze genade doe, dat hij in mijn huis, dat is onder mijn volk, of in mijne kerk, plaatshebbe en mij naar mijn woord diene. De manier van spreken schijnt genomen te zijn van de priesters en Levieten, die in den tabernakel en tempel voor den Heere stonden te dienen, en voorts in het algemeen van dienaars en dienaressen, die steeds omtrent en onder de ogen hunner heren moesten zijn en oppassen. Zie Deut. 1:38, en Deut. 10:8, en 1 Kon. 1:2. Sommigen verstaan dit enkel van de onderhouding en voortduring van dit geslacht der Rechabieten onder Israël, zolang als de Joodse staat zou duren, uit vergelijking van boven vers 7. Van den priesterlijken of Levietischen stand kan het niet worden verstaan, dewijl zij uit den stam van Levi niet waren, zelfs geen Israëlieten, maar vreemdelingen, gelijk boven verhaald is, en heidenen van afkomst, waarom zij ook bij sommigen aangemerkt worden als een voorteken van de beroeping der heidenen, en als een geestelijk priesterdom door het geloof. Deuteronomium 1:38: Jozua, de zoon van Nun, die voor uw aangezicht staat, die zal daarin komen; sterk denzelven, want hij zal het Israël doen erven. Deuteronomium 10:8: Ter zelver tijd scheidde de HEERE den stam Levi uit, om de ark des verbonds des HEEREN te dragen, om voor het aangezicht des HEEREN te staan, om Hem te dienen, en om in Zijn Naam te zegenen, tot op dezen dag. 1 Koningen 1:2: Toen zeiden zijn knechten tot hem: Laat ze mijn heer den koning een jonge dochter, een maagd zoeken, die voor het aangezicht des konings sta, en hem koestere; en zij slape in uw schoot, dat mijn heer de koning warm worde. Jeremia 35:7: Ook zult gijlieden geen huis bouwen, noch zaad zaaien, noch wijngaard planten, noch hebben; maar gij zult in tenten wonen al uw dagen; opdat gij veel dagen leeft in het land, alwaar gij als vreemdeling verkeert.",
          "text1637": "D. dien ick dese genade doe, dat hy in mijn huys, D. onder mijn volck, ofte in mijn kercke, plaetse hebbe, ende my nae mijn woort diene. De maniere van spreken schijnt genomen te zijn van de Priesters ende Leviten, die in den Tabernakel ende Tempel voor den Heere stonden te dienen, ende voorts in´t gemeyn van dienaers ende dienarerssen, die steets ontrent ende onder de oogen harer Heeren moesten zijn, ende op passen. siet Deut. 10. op vers 8. item Deut. 1. op vers 38. ende 1.Reg. 1. op vers 2. Sommige verstaen dit slechtelick van de onderhoudinge, ende continuatie deses geslachtes der Rechabiten onder Israël, soo lange als de Ioodsche Politie soude dueren, uyt vergelijckinge van bov. vers 7. van den Priesterlicken ofte Levitischen stant en kan ’t niet worden verstaen, dewijle sy uyt den stam Levi niet en waren, selfs geen Israëliten, maer vreemdelingen, als bov. verhaelt is, ende heydenen van afkomste, waerom sy oock by sommige aengemerckt worden, als een voorteecken van de beroepinge der heydenen, ende als een geestelick Priesterdom door den geloove.",
          "text2026": "Dat is, wie Ik deze genade doe, dat hij in mijn huis, dat is onder mijn volk, of in mijn kerk, plaatshebbe en mij naar mijn woord diene. De manier van spreken schijnt genomen te zijn van de priester en Levieten, die in de tabernakel en tempel voor de Heer stonden te dienen, en verder in het algemeen van dienaren en dienaressen, die steeds omtrent en onder de ogen hun heren moesten zijn en oppassen. Zie Deut. 1:38, en Deut. 10:8, en 1 Kon. 1:2. Sommigen verstaan dit enkel van de onderhouding en voortduring van dit geslacht van de Rechabieten onder Israël, zolang als de Joodse staat zou duren, uit vergelijking van boven vers 7. Van de priesterlijken of Levietischen stand kan het niet worden verstaan, omdat zij uit de stam van Levi niet waren, zelfs geen Israëlieten, maar vreemdelingen, gelijk boven verhaald is, en heidenen van afkomst, waarom zij ook bij sommigen aangemerkt worden als een voorteken van de beroeping van de heidenen, en als een geestelijk priesterdom door het geloof. Deuteronomium 1:38: Jozua, de zoon van Nun, die voor uw aangezicht staat, die zal daarin komen; sterk dezelfde, want hij zal het Israël doen erven. Deuteronomium 10:8: Ter zelver tijd scheidde JAHWEH de stam Levi uit, om de ark van het verbond van JAHWEH te dragen, om voor het aangezicht van JAHWEH te staan, om Hem te dienen, en om in Zijn Naam te zegenen, tot op deze dag. 1 Koningen 1:2: Toen zeiden zijn knechten tot hem: Laat ze mijn heer de koning een jonge dochter, een maagd zoeken, die voor het aangezicht van de koning sta, en hem koestere; en zij slape in uw schoot, dat mijn heer de koning warm worde. Jeremia 35:7: Ook zult u geen huis bouwen, noch zaad zaaien, noch wijngaard planten, noch hebben; maar u zult in tenten wonen al uw dagen; opdat u veel dagen leeft in het land, alwaar u als vreemdeling verkeert."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "35 al de dagen: Gelijk boven Jer. 33:18. Jeremia 33:18: Ook zal den Levietischen priesteren, van voor Mijn aangezicht, niet worden afgesneden een Man, Die brandoffer offere, en spijsoffer aansteke, en slachtoffer bereide al de dagen.",
          "text1637": "Als bov. 33.17.",
          "text2026": "35 al de dagen: Gelijk boven Jer. 33:18. Jeremia 33:18: Ook zal de Levietischen priesters, van voor Mijn aangezicht, niet worden afgesneden een Man, Die brandoffer offere, en spijsoffer aansteke, en slachtoffer bereide al de dagen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֗ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֥ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֛ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֥ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "צְבָא֖וֹת",
          "strongs": "H6635",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֑ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִכָּרֵ֨ת",
          "strongs": "H3772",
          "morph": "HVNi3ms"
        },
        {
          "woord": "אִ֜ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/יוֹנָדָ֧ב",
          "strongs": "H3122",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "רֵכָ֛ב",
          "strongs": "H7394",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עֹמֵ֥ד",
          "strongs": "H5975",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/פָנַ֖/י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יָּמִֽים",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: <span class=\"god-speaks\"><i>Er zal Jonadab, de zoon van Rechab, niet worden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> afgesneden een man, die voor Mijn aangezicht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> sta,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> al de dagen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Daarom alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Er zal Jonadab, den zoon van Rechab, niet worden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> afgesneden een man, die voor Mijn aangezicht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> sta,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> al de dagen.",
      "text1637_html": "Daerom alsoo seyt de HEERE der heyrscharen, de Godt Israëls: Daer en sal Ionadab, den sone Rechabs, niet worden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> afgesneden een man, die voor mijn aengesichte <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> stae, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> alle de dagen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "JAHWEH van",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "HEERE der heirscharen,",
          "new": "legermachten,",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Israëls:",
          "new": "van Israël:",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Ieremia vergadert, door Godts bevel, de Rechabiten, ende noodichtse tot wijn drincken, vers 1, etc. maer sy weygeren ’t selve, van wegen ’t verbodt hares vaders Ionadabs, 6. met welck exempel Godt sijn ongehoorsaem ende onboetveerdich volck beschaemt, ende hen ’t verderf voorseyt, 12. maer den Rechabiten belooft hy sijnen segen, 18.",
    "text2026": "Jeremia verzamelt, op Gods bevel, de Rechabieten en nodigt hen uit tot wijn drinken, vers 1, enz. maar zij weigeren dat, vanwege het verbod van hun vader Jonadab, 6. met welk voorbeeld God Zijn ongehoorzame en onboetvaardige volk beschaamt en hun het verderf voorzegt, 12. maar de Rechabieten belooft Hij Zijn zegen, 18."
  }
}
