{
  "number": 36,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Het gebeurde ook in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, dat dit woord tot Jeremia geschiedde van den HEERE, zeggende:",
      "text1637": "HEt gebeurde oock in den [1] vierden jare Iojakims, des soons Iosia, des Conincks van Iuda, [dat] dit woort tot Ieremia geschiedde van den HEERE, seggende:",
      "text2026": "Het gebeurde ook in het vierde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda, dat dit woord van JAHWEH tot Jeremia kwam, zeggende:",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "1 vierde jaar van Jojakim: Zie boven Jer. 25:1. Jeremia 25:1: Het woord, dat tot Jeremia geschied is over het ganse volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadnezar, koning van Babel);",
          "text1637": "Siet bov. 25.1.",
          "text2026": "1 vierde jaar van Jojakim: Zie boven Jer. 25:1. Jeremia 25:1: Het woord, dat tot Jeremia geschied is over het gehele volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadnezar, koning van Babel);"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַֽ/יְהִי֙",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "בַּ/שָּׁנָ֣ה",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הָ/רְבִיעִ֔ת",
          "strongs": "H7243",
          "morph": "HTd/Aofsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/יהוֹיָקִ֥ים",
          "strongs": "H3079",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יֹאשִׁיָּ֖הוּ",
          "strongs": "H2977",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֑ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הָיָ֞ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/דָּבָ֤ר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּה֙",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "אֶֽל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֔הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֵ֥ת",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹֽר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Het gebeurde ook in het vierde jaar van Jojakim, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> zoon van Josia, de koning van Juda, dat dit woord van JAHWEH tot Jeremia kwam, zeggende:",
      "textSV1888_html": "Het gebeurde ook in het vierde jaar van Jojakim, den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> zoon van Josia, den koning van Juda, dat dit woord tot Jeremia geschiedde van den HEERE, zeggende:",
      "text1637_html": "HEt gebeurde oock in den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> vierden jare Iojakims, des soons Iosia, des Conincks van Iuda, [dat] dit woort tot Ieremia geschiedde van den HEERE, seggende:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dit woord tot Jeremia geschiedde van den HEERE",
          "new": "dit woord van JAHWEH tot Jeremia kwam",
          "principe": "V1230"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "geschiedde",
          "new": "gebeurde",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Neem u een rol des boeks, en schrijf daarop al de woorden, die Ik tot u gesproken heb, over Israël, en over Juda, en over al de volken, van den dag aan, dat Ik tot u gesproken heb, van de dagen van Josia aan, tot op dezen dag.",
      "text1637": "Neemt u eene [a] rolle des [2] boecks, ende [b] schrijft daer op alle de woorden, die ick tot u gesproken hebbe, over Israël, ende over Iuda, ende over alle de volcken: van den dach aen [dat] ick tot u gesproken heb-be, van de dagen [3] Iosia aen, tot op desen dach.",
      "text2026": "Neem u een rol van het boek, en schrijf daarop al de woorden, die Ik tot u gesproken heb, over Israël, en over Juda, en over al de volken, van de dag aan, dat Ik tot u gesproken heb, van de dagen van Josia aan, tot op deze dag.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Het woord sepher, dat voor een boek genomen wordt, heeft ook een algemene betekenis van allerlei schriften, brieven, patenten, kaarten, enz.; zie boven Jer. 32:11, 32:12, enz.; Deut. 24:1; 2 Kon. 5:5, 5:6, en kan hier een rol des boeks zoveel zijn als een grote schrijfrol inplaats van een boek, dienende om beschreven en samengerold te worden; zie wijders Ezra 6:2. Hiervan komt deze manier van spreken: De hemelen zullen worden samengerold als een boek, Jes. 34:4; Openb. 6:14; vergelijk Jes. 8:1. Jeremia 32:11: En ik nam den koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en den open brief; Jeremia 32:12: En ik gaf den koopbrief aan Baruch, den zoon van Nerija, den zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijns ooms zoon, en voor de ogen der getuigen die den koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof der bewaring zaten. Deuteronomium 24:1: Wanneer een man een vrouw zal genomen en die getrouwd hebben, zo zal het geschieden, indien zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis. 2 Koningen 5:5: Toen zeide de koning van Syrië: Ga heen, kom, en ik zal een brief aan den koning van Israël zenden. En hij ging heen, en nam in zijn hand tien talenten zilvers, en zes duizend sikkelen gouds, en tien wisselklederen. 2 Koningen 5:6: En hij bracht den brief tot den koning van Israël, zeggende: Zo wanneer nu deze brief tot u zal gekomen zijn, zie, ik heb mijn knecht Naäman tot u gezonden, dat gij hem ontledigt van zijn melaatsheid. Ezra 6:2: En te Achmetha, in de burcht, die in het landschap Medië is, werd een rol gevonden; en daarin was aldus geschreven: GEDACHTENIS; Jesaja 34:4: En al het heir der hemelen zal uitteren, en de hemelen zullen toegerold worden, gelijk een boek, en al hun heir zal afvallen, gelijk een blad van den wijnstok afvalt, en gelijk een vijg afvalt van den vijgeboom. Openbaring 6:14: En de hemel is weggeweken, als een boek, dat toegerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun plaatsen. Jesaja 8:1: Verder zeide de HEERE tot mij: Neem u een grote rol, en schrijf daarop met eens mensen griffel: Haastende tot den roof, is hij spoedig tot den buit!",
          "text1637": "Het woort, Sepher, dat voor een boeck genomen wort, heeft oock eene gemeyner beteeckeninge van allerley schriften, brieven, patenten, caerten, etc. Siet bov. 32.11, 12, etc. Deut. 24.1. 2.Reg. 5.5, 6. ende kan hier eene rolle des boecks, soo veel zijn, als eene groote schrijfrolle, in plaetse van een boeck, dienende om beschreven, ende t’samen gerolt te worden. Siet wijders Ezr. 6. op vers 2. hier van komt dese maniere van spreken: de hemelen sullen worden t’samen gerolt als een boeck. Ies. 34.4. Apoc. 6.14. Vergel. Ies. 8.1.",
          "text2026": "Het woord sepher, dat voor een boek genomen wordt, heeft ook een algemene betekenis van allerlei schriften, brieven, patenten, kaarten, enz.; zie boven Jer. 32:11, 32:12, enz.; Deut. 24:1; 2 Kon. 5:5, 5:6, en kan hier een rol van het boek zoveel zijn als een grote schrijfrol inplaats van een boek, dienende om beschreven en samengerold te worden; zie verder Ezra 6:2. Hiervan komt deze manier van spreken: De hemelen zullen worden samengerold als een boek, Jes. 34:4; Openb. 6:14; vergelijk Jes. 8:1. Jeremia 32:11: En ik nam de koopbrief, die verzegeld was naar het gebod en de inzettingen, en de open brief; Jeremia 32:12: En ik gaf de koopbrief aan Baruch, de zoon van Nerija, de zoon van Machseja, voor de ogen van Hanameel, mijn ooms zoon, en voor de ogen van de getuigen die de koopbrief hadden onderschreven; voor de ogen van al de Joden, die in het voorhof van de bewaring zaten. Deuteronomium 24:1: Wanneer een man een vrouw zal genomen en die getrouwd hebben, zo zal het gebeuren, als zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis. 2 Koningen 5:5: Toen zei de koning van Syrië: Ga heen, kom, en ik zal een brief aan de koning van Israël zenden. En hij ging heen, en nam in zijn hand tien talenten zilvers, en zes duizend sikkelen gouds, en tien wisselklederen. 2 Koningen 5:6: En hij bracht de brief tot de koning van Israël, zeggende: Zo wanneer nu deze brief tot u zal gekomen zijn, zie, ik heb mijn knecht Naäman tot u gezonden, dat u hem ontledigt van zijn melaatsheid. Ezra 6:2: En te Achmetha, in de burcht, die in het landschap Medië is, werd een rol gevonden; en daarin was aldus geschreven: GEDACHTENIS; Jesaja 34:4: En al het legermacht van de hemelen zal uitteren, en de hemelen zullen toegerold worden, gelijk een boek, en al hun legermacht zal afvallen, gelijk een blad van de wijnstok afvalt, en gelijk een vijg afvalt van de vijgeboom. Openbaring 6:14: En de hemel is weggeweken, als een boek, dat toegerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun plaatsen. Jesaja 8:1: Verder zei JAHWEH tot mij: Neem u een grote rol, en schrijf daarop met eens mensen griffel: Haastende tot de roof, is hij spoedig tot de buit!"
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "3 Josia aan: Zie boven Jer. 1:2. Jeremia 1:2: Tot welken het woord des HEEREN geschiedde, in de dagen van Josia, zoon van Amon, koning van Juda, in het dertiende jaar zijner regering.",
          "text1637": "Siet bov. 1.2.",
          "text2026": "3 Josia aan: Zie boven Jer. 1:2. Jeremia 1:2: Tot welke het woord van JAHWEH geschiedde, in de dagen van Josia, zoon van Amon, koning van Juda, in het dertiende jaar zijn regering."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 8:1. Jesaja 8:1: Verder zeide de HEERE tot mij: Neem u een grote rol, en schrijf daarop met eens mensen griffel: Haastende tot den roof, is hij spoedig tot den buit!",
          "text1637": "Ies. 8.1.",
          "text2026": "Jes. 8:1. Jesaja 8:1: Verder zei JAHWEH tot mij: Neem u een grote rol, en schrijf daarop met eens mensen griffel: Haastende tot de roof, is hij spoedig tot de buit!"
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 30:2. Jeremia 30:2: Zo spreekt de HEERE, de God Israëls, zeggende: Schrijf u al de woorden, die Ik tot u gesproken heb, in een boek.",
          "text1637": "Ierem. 30.2.",
          "text2026": "Jer. 30:2. Jeremia 30:2: Zo spreekt JAHWEH, de God van Israël, zeggende: Schrijf u al de woorden, die Ik tot u gesproken heb, in een boek."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "קַח",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֮",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מְגִלַּת",
          "strongs": "H4039",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "סֵפֶר֒",
          "strongs": "H5612",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/כָתַבְתָּ֣",
          "strongs": "H3789",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלֶ֗י/הָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "אֵ֣ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דְּבָרִ֞ים",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "דִּבַּ֧רְתִּי",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵלֶ֛י/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֥ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֖ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֑ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/יּ֞וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "דִּבַּ֤רְתִּי",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵלֶ֨י/ךָ֙",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/ימֵ֣י",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "יֹאשִׁיָּ֔הוּ",
          "strongs": "H2977",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַ֖ד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "הַ/יּ֥וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּֽה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Neem u een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> rol van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> het boek, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> schrijf daarop al de woorden, die Ik tot u gesproken heb, over Israël, en over Juda, en over al de volken, van de dag aan, dat Ik tot u gesproken heb, van de dagen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> van Josia aan, tot op deze dag.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Neem u een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> rol des<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> boeks, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> schrijf daarop al de woorden, die Ik tot u gesproken heb, over Israël, en over Juda, en over al de volken, van den dag aan, dat Ik tot u gesproken heb, van de dagen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> van Josia aan, tot op dezen dag.",
      "text1637_html": "Neemt u eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> rolle des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> boecks, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> schrijft daer op alle de woorden, die ick tot u gesproken hebbe, over Israël, en<i>de</i> over Iuda, ende over alle de volcken: van den dach aen [dat] ick tot u gesproken heb-be, van de dagen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Iosia aen, tot op desen dach.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des boeks,",
          "new": "van het boek,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "dezen",
          "new": "deze",
          "principe": "N4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Misschien zullen die van het huis van Juda horen al het kwaad, dat Ik hun gedenk te doen; opdat zij zich bekeren, een iegelijk van zijn bozen weg, en Ik hun ongerechtigheid en hun zonde vergeve.",
      "text1637": "[4] Misschien [5] sullen die van den huyse Iuda hooren al het [6] quaet, dat ick hen gedencke te doen: op dat sy haer bekeeren, een yegelick van sijnen boosen wech, ende ick hare ongerechticheyt ende hare sonde vergeve.",
      "text2026": "Misschien zullen die van het huis van Juda horen al het kwaad, dat Ik hun gedenk te doen; opdat zij zich bekeren, ieder van zijn boze weg, en Ik hun ongerechtigheid en hun zonde vergeve.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Menselijkerwijze van den alwetenden God gesproken, om te tonen hoe aangenaam hem de ware bekering is. Vergelijk Deut. 5:29, alzo ook terstond in het woord denken, en elders dikwijls. Deuteronomium 5:29: Och, dat zij zulk een hart hadden, om Mij te vrezen, en al Mijn geboden te allen dage te onderhouden; opdat het hun en hun kinderen welging in eeuwigheid!",
          "text1637": "Menschelicker wijse van den alwetenden Godt gesproken, om te toonen, hoe aengenaem hem de ware bekeeringe zy. Vergel. Deut. 5. op vers 29. alsoo oock terstont in ’t woort, dencken, ende elders, dickwijls.",
          "text2026": "Menselijkerwijze van de alwetenden God gesproken, om te tonen hoe aangenaam hem de ware bekering is. Vergelijk Deut. 5:29, zo ook meteen in het woord denken, en elders dikwijls. Deuteronomium 5:29: Och, dat zij zulk een hart hadden, om Mij te vrezen, en al Mijn geboden te alle dage te onderhouden; opdat het hun en hun kinderen welging in eeuwigheid!"
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "5 zullen die van het huis van Juda horen: Hebreeuws, zullen het huis Juda horen.",
          "text1637": "Hebr. sullen het huys Iuda hooren.",
          "text2026": "5 zullen die van het huis van Juda horen: Hebreeuws, zullen het huis Juda horen (בֵּית)."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Der straf. Dit dient tot bewijs van de vertwijfelde hardnekkigheid van het volk, die nu zover waren vervallen, dat er gene middelen overbleven dan dreigementen van kwaad.",
          "text1637": "Der straffe. dit dient tot bewijs van des volcx vertwijfelde hartneckicheyt, die nu soo verre waren vervallen, datter geen middelen resteerden, als dreygementen van quaet.",
          "text2026": "Van de straf. Dit dient tot bewijs van de vertwijfelde hardnekkigheid van het volk, die nu zover waren vervallen, dat er gene middelen overbleven dan dreigementen van kwaad."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אוּלַ֤י",
          "strongs": "H194",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁמְעוּ֙",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֔ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֚ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ֣/רָעָ֔ה",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֛ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אָנֹכִ֥י",
          "strongs": "H595",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "חֹשֵׁ֖ב",
          "strongs": "H2803",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/עֲשׂ֣וֹת",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֑ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְמַ֣עַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יָשׁ֗וּבוּ",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "אִ֚ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/דַּרְכּ֣/וֹ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "הָ/רָעָ֔ה",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/סָלַחְתִּ֥י",
          "strongs": "H5545",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "לַ/עֲוֺנָ֖/ם",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/לְ/חַטָּאתָֽ/ם",
          "strongs": "H2403",
          "morph": "HC/R/Ncfsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Misschien<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> zullen die van het huis van Juda horen al het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> kwaad, dat Ik hun gedenk te doen; opdat zij zich bekeren, ieder van zijn boze weg, en Ik hun ongerechtigheid en hun zonde vergeve.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Misschien<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> zullen die van het huis van Juda horen al het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> kwaad, dat Ik hun gedenk te doen; opdat zij zich bekeren, een iegelijk van zijn bozen weg, en Ik hun ongerechtigheid en hun zonde vergeve.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Misschien <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> sullen die van den huyse Iuda hooren al het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> quaet, dat ick hen gedencke te doen: op dat sy haer bekeeren, een yegelick van sijnen boosen wech, ende ick hare ongerechticheyt ende hare sonde vergeve.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "een iegelijk",
          "new": "ieder",
          "principe": "V5"
        },
        {
          "old": "bozen",
          "new": "boze",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Toen riep Jeremia Baruch, den zoon van Nerija; en Baruch schreef uit den mond van Jeremia alle woorden des HEEREN, die Hij tot hem gesproken had, op een rol des boeks.",
      "text1637": "Doe riep Ieremia Baruch den sone van Nerija: ende Baruch schreef uyt den mont van Ieremia alle woorden des HEEREN, die hy tot hem gesproken hadde, op eene rolle des boecks.",
      "text2026": "Toen riep Jeremia Baruch, de zoon van Nerija; en Baruch schreef uit de mond van Jeremia alle woorden van JAHWEH, die Hij tot hem gesproken had, op een rol van het boek.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּקְרָ֣א",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֔הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "בָּר֖וּךְ",
          "strongs": "H1263",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "נֵֽרִיָּ֑ה",
          "strongs": "H5374",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּכְתֹּ֨ב",
          "strongs": "H3789",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "בָּר֜וּךְ",
          "strongs": "H1263",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִ/פִּ֣י",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֗הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֣ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "דִּבְרֵ֧י",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֛ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "דִּבֶּ֥ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלָ֖י/ו",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מְגִלַּת",
          "strongs": "H4039",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "סֵֽפֶר",
          "strongs": "H5612",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen riep Jeremia Baruch, de zoon van Nerija; en Baruch schreef uit de mond van Jeremia alle woorden van JAHWEH, die Hij tot hem gesproken had, op een rol van het boek.",
      "text1637_html": "Doe riep Ieremia Baruch den sone van Nerija: ende Baruch schreef uyt den mont van Ieremia alle woorden des HEEREN, die hy tot hem gesproken hadde, op eene rolle des boecks.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des HEEREN,",
          "new": "van JAHWEH,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "des boeks.",
          "new": "van het boek.",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "En Jeremia gebood Baruch, zeggende: Ik ben opgehouden, ik zal in des HEEREN huis niet kunnen gaan.",
      "text1637": "Ende Ieremia geboodt Baruch, seggende: Ick ben [7] opgehouden, ick en sal in des HEEREN huys niet konnen gaen.",
      "text2026": "En Jeremia gebood Baruch, zeggende: Ik ben opgehouden, ik zal in het huis van JAHWEH niet kunnen gaan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of opgesloten, dat sommigen verstaan van enige gevangenschap, of gevangenneming, uit boven Jer. 33:1, waar hetzelfde Hebreeuwse woord gebruikt wordt. Maar anderen, oordelende dat zulks niet wel overeenkomt met onder vers 19, nemen het voor enig ander beletsel, als door een bijzonder bevel van God, of enige uiterlijke onreinheid der wet, of een godsdienstige belofte, zie Num. 19:11, enz.; 1 Sam. 21:7; Neh. 6:10. Jeremia 33:1: Voorts geschiedde des HEEREN woord ten tweeden male tot Jeremia, als hij nog in het voorhof der bewaring was opgesloten, zeggende: Jeremia 36:19: Toen zeiden de vorsten tot Baruch: Ga henen, verberg u, gij en Jeremia; en niemand wete, waar gijlieden zijt. Numeri 19:11: Wie een dode, enig dood lichaam van een mens, aanroert, die zal zeven dagen onrein zijn. 1 Samuël 21:7: Daar was nu een man van de knechten van Saul, te dienzelven dage opgehouden voor het aangezicht des HEEREN, en zijn naam was Doëg, een Edomiet, de machtigste onder de herderen, die Saul had. Nehemia 6:10: Als ik nu kwam in het huis van Semaja, den zoon van Delaja, den zoon van Mehetabeel (hij nu was besloten), zo zeide hij: Laat ons samenkomen in het huis Gods, in het midden des tempels, en laat ons de deuren des tempels toesluiten; want zij zullen komen om u te doden, ja, bij nacht zullen zij komen, om u te doden.",
          "text1637": "Ofte, opgesloten: dat sommige verstaen van eenige gevanckenisse, ofte confinatie, uyt bov. 33.1. alwaer het selve Hebr. woort gebruyckt wort. maer andere oordeelende, dat sulcx niet wel over een komt met ond. vers 19. nemen ’t voor eenich ander beletsel, als door een bysonder bevel Godts, ofte eenige uyterlicke onreynicheyt der wet, ofte eene religieuse gelofte. Siet Num. 19.11, etc. 1.Sam. 21. op vers 7. ende Nehem. 6. op vers 10.",
          "text2026": "Of opgesloten, dat sommigen verstaan van enige gevangenschap, of gevangenneming, uit boven Jer. 33:1, waar hetzelfde Hebreeuwse woord gebruikt wordt. Maar anderen, oordelende dat zulks niet wel overeenkomt met onder vers 19, nemen het voor enig ander beletsel, als door een bijzonder bevel van God, of enige uiterlijke onreinheid van de wet, of een godsdienstige belofte, zie Num. 19:11, enz.; 1 Sam. 21:7; Neh. 6:10. Jeremia 33:1: Verder geschiedde van JAHWEH woord ten tweede male tot Jeremia, als hij nog in het voorhof van de bewaring was opgesloten, zeggende: Jeremia 36:19: Toen zeiden de vorsten tot Baruch: Ga heen, verberg u, u en Jeremia; en niemand wete, waar u bent. Numeri 19:11: Wie een dode, enig dood lichaam van een mens, aanroert, die zal zeven dagen onrein zijn. 1 Samuël 21:7: Daar was nu een man van de knechten van Saul, te dienzelven dage opgehouden voor het aangezicht van JAHWEH, en zijn naam was Doëg, een Edomiet, de machtigste onder de herderen, die Saul had. Nehemia 6:10: Als ik nu kwam in het huis van Semaja, de zoon van Delaja, de zoon van Mehetabeel (hij nu was besloten), zo zei hij: Laat ons samenkomen in het huis van God, in het midden van de tempel, en laat ons de deuren van de tempel toesluiten; want zij zullen komen om u te doden, ja, bij nacht zullen zij komen, om u te doden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְצַוֶּ֣ה",
          "strongs": "H6680",
          "morph": "HC/Vpw3ms"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֔הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "בָּר֖וּךְ",
          "strongs": "H1263",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹ֑ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָצ֔וּר",
          "strongs": "H6113",
          "morph": "HVqsmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אוּכַ֔ל",
          "strongs": "H3201",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/ב֖וֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En Jeremia gebood Baruch, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>Ik ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> opgehouden, ik zal in het huis van JAHWEH niet kunnen gaan.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Jeremia gebood Baruch, zeggende: Ik ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> opgehouden, ik zal in des HEEREN huis niet kunnen gaan.",
      "text1637_html": "En<i>de</i> Ieremia geboodt Baruch, seggende: Ick ben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> opgehouden, ick en sal in des HEEREN huys niet konnen gaen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "het",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Zo ga gij henen, en lees in de rol, in dewelke gij uit mijn mond geschreven hebt, de woorden des HEEREN, voor de oren des volks, in des HEEREN huis, op den vastendag; en gij zult ze ook lezen voor de oren van gans Juda, die uit hun steden komen.",
      "text1637": "So gaet ghy henen, ende leest in de rolle, [in] de welcke ghy uyt mijnen monde geschreven hebt, de woorden des HEEREN, voor de ooren des volcks, in des HEEREN huys, op den [8] vastendach: ende ghy sultse oock lesen voor de ooren des gantschen Iuda, die uyt hare steden [9] komen.",
      "text2026": "Zo ga zelf heen, en lees in de rol, waarin u uit mijn mond geschreven hebt, de woorden van JAHWEH, voor de oren van het volk, in het huis van JAHWEH, op de vastendag; en u zult ze ook lezen voor de oren van geheel Juda, die uit hun steden komen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dien zij buitengewoon door hun eigen goedvinden hadden aangesteld, merkende zonder twijfel uit verscheidene tekenen dat God vertoornd was; zie onder vers 9. Jeremia 36:9: Want het geschiedde in het vijfde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, in de negende maand, dat zij een vasten voor des HEEREN aangezicht uitriepen, allen volke te Jeruzalem, mitsgaders allen volke, die uit de steden van Juda te Jeruzalem kwamen.",
          "text1637": "Dien sy extraordinaerlick door haer eygen goetvinden hadden aengestelt, merckende sonder twijfel uyt verscheyden teeckenen, dat Godtvertoorntwas, Siet ond. vers 9.",
          "text2026": "Die zij buitengewoon door hun eigen goedvinden hadden aangesteld, merkende zonder twijfel uit verscheidene tekenen dat God vertoornd was; zie onder vers 9. Jeremia 36:9: Want het geschiedde in het vijfde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda, in de negende maand, dat zij een vasten voor de aangezicht van JAHWEH uitriepen, allen volk te Jeruzalem, en ook allen volk, die uit de steden van Juda te Jeruzalem kwamen."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te Jeruzalem, op den vastendag; gelijk onder vers 9. Jeremia 36:9: Want het geschiedde in het vijfde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, in de negende maand, dat zij een vasten voor des HEEREN aangezicht uitriepen, allen volke te Jeruzalem, mitsgaders allen volke, die uit de steden van Juda te Jeruzalem kwamen.",
          "text1637": "Te Ierusalem, op den vastendach: als ond. vers 9.",
          "text2026": "Te Jeruzalem, op de vastendag; gelijk onder vers 9. Jeremia 36:9: Want het geschiedde in het vijfde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda, in de negende maand, dat zij een vasten voor de aangezicht van JAHWEH uitriepen, allen volk te Jeruzalem, en ook allen volk, die uit de steden van Juda te Jeruzalem kwamen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/בָאתָ֣",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֡ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/קָרָ֣אתָ",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HC/Vqq2ms"
        },
        {
          "woord": "בַ/מְּגִלָּ֣ה",
          "strongs": "H4039",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "כָּתַֽבְתָּ",
          "strongs": "H3789",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/פִּ/י֩",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "דִּבְרֵ֨י",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֜ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אָזְנֵ֥י",
          "strongs": "H241",
          "morph": "HR/Ncfdc"
        },
        {
          "woord": "הָ/עָ֛ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/י֣וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "צ֑וֹם",
          "strongs": "H6685",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/גַ֨ם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HC/Ta"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אָזְנֵ֧י",
          "strongs": "H241",
          "morph": "HR/Ncfdc"
        },
        {
          "woord": "כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֛ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/בָּאִ֥ים",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/עָרֵי/הֶ֖ם",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "תִּקְרָאֵֽ/ם",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqi2ms/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Zo ga zelf heen, en lees in de rol, waarin u uit mijn mond geschreven hebt, de woorden van JAHWEH, voor de oren van het volk, in het huis van JAHWEH, op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> vastendag; en u zult ze ook lezen voor de oren van geheel Juda, die uit hun steden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> komen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zo ga gij henen, en lees in de rol, in dewelke gij uit mijn mond geschreven hebt, de woorden des HEEREN, voor de oren des volks, in des HEEREN huis, op den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> vastendag; en gij zult ze ook lezen voor de oren van gans Juda, die uit hun steden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> komen.",
      "text1637_html": "So gaet ghy henen, ende leest in de rolle, [in] de welcke ghy uyt mijnen monde geschreven hebt, de woorden des HEEREN, voor de ooren des volcks, in des HEEREN huys, op den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> vastendach: ende ghy sultse oock lesen voor de ooren des gantschen Iuda, die uyt hare steden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> komen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij henen,",
          "new": "zelf heen,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "in dewelke gij",
          "new": "waarin u",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "des HEEREN,",
          "new": "van JAHWEH,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "des volks,",
          "new": "van het volk,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "des HEEREN huis,",
          "new": "het huis van JAHWEH,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gans",
          "new": "geheel",
          "principe": "V414"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Misschien zal hunlieder smeking voor des HEEREN aangezicht nedervallen, en zij zullen zich bekeren, een iegelijk van zijn bozen weg; want groot is de toorn en de grimmigheid, die de HEERE tegen dit volk heeft uitgesproken.",
      "text1637": "Misschien sal haerlieder smeeckinge voor des HEEREN aengesichte [10] nedervallen, ende sy sullen haer bekeeren, een yegelick van sijnen boosen wech: want groot is de [11] toorn, ende de grimmicheyt, die de HEERE tegen dit volck heeft uytgesproken.",
      "text2026": "Misschien zal hun smeking voor het aangezicht van JAHWEH neervallen, en zij zullen zich bekeren, ieder van zijn boze weg; want groot is de toorn en de woede, die JAHWEH tegen dit volk heeft uitgesproken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, misschien zullen zij met ootmoedig smeken en bidden voor God nedervallen, of hun smeken Hem voordragen. Men kan het ook aldus nemen dat, gelijk het gebed gezegd wordt op te klimmen, ten aanzien van het geloof, alzo ook met recht gezegd wordt voor den Heere neder te vallen, ten aanzien der nederigheid en bekentenis onzer onwaardigheid. Sommigen nemen vallen voor bevallen, gevallen, welgevallen; dat is, aangenaam zijn, gelijk onder Jer. 37:20. Vergelijk ook Jer. 38:26, en Jer. 42:2, 42:9. Jeremia 37:20: Nu dan, hoor toch, o mijn heer koning! laat toch mijn smeking voor uw aangezicht nedervallen, en breng mij niet weder in het huis van Jonathan, den schrijver, opdat ik aldaar niet sterve. Jeremia 38:26: Zo zult gij tot hen zeggen: Ik wierp mijn smeking voor des konings aangezicht neder, dat hij mij niet zou weder laten brengen in Jonathans huis, om aldaar te sterven. Jeremia 42:2: En zij zeiden tot den profeet Jeremia: Laat toch onze smeking voor uw aangezicht nedervallen, en bid voor ons tot den HEERE, uw God, voor dit ganse overblijfsel; want wij zijn weinigen van velen overgelaten, gelijk als uw ogen ons zien; Jeremia 42:9: En hij zeide tot hen: Zo zegt de HEERE, de God Israëls, tot Welken gij mij gezonden hebt, om uw smeking voor Zijn aangezicht neder te werpen:",
          "text1637": "D. misschien sullense met ootmoedich smeecken ende bidden voor Godt nedervallen, ofte, haer smeecken hem voordragen. men kan ’t oock aldus nemen, dat, gelijck het gebedt geseyt wort op te climmen, ten aensien van ’t geloove, alsoo oock met recht geseyt wort voor den Heere neder te vallen, ten aensien der nedricheyt, ende bekentenisse onser onweerdicheyt. Sommige nemen, vallen, voor bevallen, gevallen, welgevallen. D. aengenaem zijn, als ond. 37.20. Vergel. oock 38.26. ende 42.2, 9.",
          "text2026": "Dat is, misschien zullen zij met ootmoedig smeken en bidden voor God nedervallen, of hun smeken Hem voordragen. Men kan het ook aldus nemen dat, gelijk het gebed gezegd wordt op te klimmen, ten aanzien van het geloof, zo ook met recht gezegd wordt voor de Heer neder te vallen, ten aanzien van de nederigheid en bekentenis onzer onwaardigheid. Sommigen nemen vallen voor bevallen, gevallen, welgevallen; dat is, aangenaam zijn, gelijk onder Jer. 37:20. Vergelijk ook Jer. 38:26, en Jer. 42:2, 42:9. Jeremia 37:20: Nu dan, hoor toch, o mijn heer koning! laat toch mijn smeking voor uw aangezicht nedervallen, en breng mij niet weer in het huis van Jonathan, de schrijver, opdat ik daar niet sterve. Jeremia 38:26: Zo zult u tot hen zeggen: Ik wierp mijn smeking voor het aangezicht van de koning neder, dat hij mij niet zou weer laten brengen in Jonathans huis, om daar te sterven. Jeremia 42:2: En zij zeiden tot de profeet Jeremia: Laat toch onze smeking voor uw aangezicht nedervallen, en bid voor ons tot JAHWEH, uw God, voor dit gehele overblijfsel; want wij zijn weinigen van velen overgelaten, gelijk als uw ogen ons zien; Jeremia 42:9: En hij zei tot hen: Zo zegt JAHWEH, de God van Israël, tot Welke u mij gezonden hebt, om uw smeking voor Zijn aangezicht neder te werpen:"
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "11 toorn en de grimmigheid: De straffen, plagen en ellenden, die Hij hun gedreigd heeft, indien zij zich niet bekeren.",
          "text1637": "De straffen, plagen, ende elenden, die hy haer gedreygt heeft, indien sy haer niet bekeeren.",
          "text2026": "11 toorn en de grimmigheid: De straffen, plagen en ellenden, die Hij hun gedreigd heeft, als zij zich niet bekeren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אוּלַ֞י",
          "strongs": "H194",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "תִּפֹּ֤ל",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "תְּחִנָּתָ/ם֙",
          "strongs": "H8467",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנֵ֣י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָשֻׁ֕בוּ",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        },
        {
          "woord": "אִ֖ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/דַּרְכּ֣/וֹ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "הָ/רָעָ֑ה",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "גָד֤וֹל",
          "strongs": "H1419",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אַף֙",
          "strongs": "H639",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַ֣/חֵמָ֔ה",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HC/Td/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "דִּבֶּ֥ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/עָ֥ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּֽה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Misschien zal hun smeking voor het aangezicht van JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> neervallen, en zij zullen zich bekeren, ieder van zijn boze weg; want groot is de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> toorn en de woede, die JAHWEH tegen dit volk heeft uitgesproken.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Misschien zal hunlieder smeking voor des HEEREN aangezicht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> nedervallen, en zij zullen zich bekeren, een iegelijk van zijn bozen weg; want groot is de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> toorn en de grimmigheid, die de HEERE tegen dit volk heeft uitgesproken.",
      "text1637_html": "Misschien sal haerlieder smeeckinge voor des HEEREN aengesichte <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> nedervallen, ende sy sullen haer bekeeren, een yegelick van sijnen boosen wech: want groot is de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> toorn, ende de grimmicheyt, die de HEERE tegen dit volck heeft uytgesproken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hunlieder",
          "new": "hun",
          "principe": "V329"
        },
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "het",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "nedervallen,",
          "new": "van JAHWEH neervallen,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "een iegelijk",
          "new": "ieder",
          "principe": "V5"
        },
        {
          "old": "bozen",
          "new": "boze",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "grimmigheid,",
          "new": "woede,",
          "principe": "V77"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "En Baruch, de zoon van Nerija, deed naar alles, wat hem de profeet Jeremia geboden had, lezende in dat boek de woorden des HEEREN, in het huis des HEEREN.",
      "text1637": "Ende Baruch, de sone van Nerija, dede nae alles dat hem de Propheet Ieremia geboden hadde: lesende in dat boeck de woorden des HEEREN, [in] het huys de HEEREN.",
      "text2026": "En Baruch, de zoon van Nerija, deed naar alles, wat hem de profeet Jeremia geboden had, lezende in dat boek de woorden van JAHWEH, in het huis van JAHWEH.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יַּ֗עַשׂ",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "בָּרוּךְ֙",
          "strongs": "H1263",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "נֵ֣רִיָּ֔ה",
          "strongs": "H5374",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/כֹ֥ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "צִוָּ֖/הוּ",
          "strongs": "H6680",
          "morph": "HVpp3ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֣הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/נָּבִ֑יא",
          "strongs": "H5030",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/קְרֹ֥א",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "בַ/סֵּ֛פֶר",
          "strongs": "H5612",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "דִּבְרֵ֥י",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהֹוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En Baruch, de zoon van Nerija, deed naar alles, wat hem de profeet Jeremia geboden had, lezende in dat boek de woorden van JAHWEH, in het huis van JAHWEH.",
      "text1637_html": "Ende Baruch, de sone van Nerija, dede nae alles dat hem de Propheet Ieremia geboden hadde: lesende in dat boeck de woorden des HEEREN, [in] het huys de HEEREN.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN,",
          "new": "van JAHWEH,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "des HEEREN.",
          "new": "van JAHWEH.",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Want het geschiedde in het vijfde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, in de negende maand, dat zij een vasten voor des HEEREN aangezicht uitriepen, allen volke te Jeruzalem, mitsgaders allen volke, die uit de steden van Juda te Jeruzalem kwamen.",
      "text1637": "Want het geschiedde in den vijfden jare Iojakims, des soons Iosia, des Conincks van Iuda, in de [12] negende maent, [dat] sy een vasten [13] voor des HEEREN aengesichte, uytriepen, allen volcke te Ierusalem: mitsgaders allen volcke, die uyt de steden van Iuda te Ierusalem [14] quamen.",
      "text2026": "Want het gebeurde in het vijfde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda, in de negende maand, dat zij een vasten voor het aangezicht van JAHWEH uitriepen, al het volk te Jeruzalem, en ook al het volk, die uit de steden van Juda te Jeruzalem kwamen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "12 negende maand: Van het lopende jaar, genoemd [in het kerkelijke jaar] de maand Chisleu of Casleu, passende op onzen November en December.",
          "text1637": "Des loopenden jaers, genoemt (in’t kerckelick jaer) de maent Chisleu, ofte, Casleu, passende op onsen November ende December.",
          "text2026": "12 negende maand: Van het lopende jaar, genoemd [in het kerkelijke jaar] de maand Chisleu of Casleu, passende op onze November en December."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "13 voor des HEEREN aangezicht uitriepen: Om in zijn huis voor Hem belijdenis te doen van zonden en Hem om genade te bidden, waartoe het vasten een dienstig hulpmiddel was. Maar wat God van het vasten der goddelozen en huichelaars hield, zie daarvan Jes. 58:3, 58:4, 58:5, enz. Jesaja 58:3: Zeggende: Waarom vasten wij, en Gij ziet het niet aan, waarom kwellen wij onze ziel, en Gij weet het niet? Ziet, ten dage, wanneer gijlieden vast, zo vindt gij uw lust, en gij eist gestrengelijk al uw arbeid. Jesaja 58:4: Ziet, tot twist en gekijf vast gijlieden, en om goddelooslijk met de vuist te slaan; vast niet gelijk heden, om uw stem te doen horen in de hoogte. Jesaja 58:5: Zou het zulk een vasten zijn, dat Ik verkiezen zou, dat de mens zijn ziel een dag kwelle, dat hij zijn hoofd kromme gelijk een bieze, en een zak en as onder zich spreide? Zoudt gij dat een vasten heten, en een dag den HEERE aangenaam?",
          "text1637": "Om in sijn huys voor hem belijdenisse te doen van sonden, ende hem om genade te bidden, waer toe het vasten een dienstich behulp-middel was. maer wat Godt van het vasten der godtloosen ende huychelaren hieldt, siet daer van Ies. 58.3, 4, 5, etc.",
          "text2026": "13 voor de aangezicht van JAHWEH uitriepen: Om in zijn huis voor Hem belijdenis te doen van zonden en Hem om genade te bidden, waartoe het vasten een dienstig hulpmiddel was. Maar wat God van het vasten van de goddelozen en huichelaars hield, zie daarvan Jes. 58:3, 58:4, 58:5, enz. Jesaja 58:3: Zeggende: Waarom vasten wij, en U ziet het niet aan, waarom kwellen wij onze ziel, en U weet het niet? Ziet, op de dag wanneer u vast, zo vindt u uw lust, en u eist streng al uw arbeid. Jesaja 58:4: Ziet, tot twist en gekijf vast u, en om goddeloos met de vuist te slaan; vast niet gelijk heden, om uw stem te doen horen in de hoogte. Jesaja 58:5: Zou het zulk een vasten zijn, dat Ik verkiezen zou, dat de mens zijn ziel een dag kwelle, dat hij zijn hoofd kromme gelijk een bieze, en een zak en as onder zich spreide? Zoudt u dat een vasten heten, en een dag JAHWEH aangenaam?"
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, gekomen waren.",
          "text1637": "Ofte, gekomen waren.",
          "text2026": "Of, gekomen waren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְהִ֣י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "בַ/שָּׁנָ֣ה",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הַ֠/חֲמִשִׁית",
          "strongs": "H2549",
          "morph": "HTd/Aofsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/יהוֹיָקִ֨ים",
          "strongs": "H3079",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יֹאשִׁיָּ֤הוּ",
          "strongs": "H2977",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָה֙",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/חֹ֣דֶשׁ",
          "strongs": "H2320",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/תְּשִׁעִ֔י",
          "strongs": "H8671",
          "morph": "HTd/Aomsa"
        },
        {
          "woord": "קָרְא֨וּ",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "צ֜וֹם",
          "strongs": "H6685",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנֵ֧י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֛ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/עָ֖ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בִּ/ירֽוּשָׁלִָ֑ם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/עָ֗ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/בָּאִ֛ים",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/עָרֵ֥י",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HR/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֖ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בִּ/ירוּשָׁלִָֽם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want het gebeurde in het vijfde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda, in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> negende maand, dat zij een vasten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> voor het aangezicht van JAHWEH uitriepen, al het volk te Jeruzalem, en ook al het volk, die uit de steden van Juda te Jeruzalem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> kwamen.",
      "textSV1888_html": "Want het geschiedde in het vijfde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> negende maand, dat zij een vasten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> voor des HEEREN aangezicht uitriepen, allen volke te Jeruzalem, mitsgaders allen volke, die uit de steden van Juda te Jeruzalem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> kwamen.",
      "text1637_html": "Want het geschiedde in den vijfden jare Iojakims, des soons Iosia, des Conincks van Iuda, in de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> negende maent, [dat] sy een vasten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> voor des HEEREN aengesichte, uytriepen, allen volcke te Ierusalem: mitsgaders allen volcke, die uyt de steden van Iuda te Ierusalem <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> quamen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geschiedde",
          "new": "gebeurde",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "het",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "allen volke",
          "new": "al het volk",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "mitsgaders allen volke,",
          "new": "en ook al het volk,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Zo las Baruch in dat boek de woorden van Jeremia in des HEEREN huis, in de kamer van Gemarja, den zoon van Safan, den schrijver, in het bovenste voorhof, aan de deur der nieuwe poort van het huis des HEEREN, voor de oren des gansen volks.",
      "text1637": "So las Baruch in dat boeck de woorden van Ieremia [in] des HEEREN huys; in de [15] kamer Gemaria, des soons Saphans, des [16] Schrijvers, in den [17] bovensten voorhof, [aen] de deure der [18] nieuwe poorte van ’t huys des HEEREN, voor de ooren des gantschen volcx.",
      "text2026": "Zo las Baruch in dat boek de woorden van Jeremia in het huis van JAHWEH, in de kamer van Gemarja, de zoon van Safan, de schrijver, in het bovenste voorhof, aan de deur van de nieuwe poort van het huis van JAHWEH, voor de oren van het hele volk.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "15 kamer van Gemarja: Anders: aan, of bij de kamer. Zie van het gebouw dezer kamers, 1 Kon. 6:5, 6:6, met de aantekening. 1 Koningen 6:5: En rondom aan den wand van het huis bouwde hij kameren, aan de wanden van het huis rondom, beide van den tempel en van de aanspraakplaats. Alzo maakte hij zijkameren rondom. 1 Koningen 6:6: De onderste kamer was van vijf ellen in haar breedte, en de middelste van zes ellen in haar breedte, en de derde van zeven ellen in haar breedte; want hij had aan het huis rondom buitenwaarts inkortingen gemaakt, opdat zij zich niet hielden in de wanden van het huis.",
          "text1637": "And. aen, ofte, by de camer. Siet van ’t gebouw deser cameren. 1.Reg. 6.5, 6. met d’aenteeck.",
          "text2026": "15 kamer van Gemarja: Anders: aan, of bij de kamer. Zie van het gebouw van deze kamers, 1 Kon. 6:5, 6:6, met de aantekening. 1 Koningen 6:5: En rondom aan de wand van het huis bouwde hij kamers, aan de wanden van het huis rondom, zowel van de tempel als van de aanspraakplaats. Zo maakte hij zijkameren rondom. 1 Koningen 6:6: De onderste kamer was van vijf ellen in haar breedte, en de middelste van zes ellen in haar breedte, en de derde van zeven ellen in haar breedte; want hij had aan het huis rondom buitenwaarts inkortingen gemaakt, opdat zij zich niet hielden in de wanden van het huis."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, die de openbare akten van Gods huis en de profetieën, die aldaar werden gelezen of uitgesproken, optekenend, gelijk enigen menen; of der schriftgeleerden, waarvan te zien is Ezra 7:6. Anders wordt het Hebreeuwse woord genomen vers 12, waar het een staatssecretaris van den koning betekent. Ezra 7:6: Deze Ezra toog op uit Babel; en hij was een vaardig schriftgeleerde in de wet van Mozes, die de HEERE, de God Israëls, gegeven heeft; en de koning gaf hem, naar de hand des HEEREN, zijns Gods, over hem, al zijn verzoek. Jeremia 36:12: Zo ging hij af ten huize des konings in de kamer des schrijvers; en ziet, aldaar zaten al de vorsten: Elisama, de schrijver, en Delaja, de zoon van Semaja, en Elnathan, de zoon van Achbor, en Gemarja, de zoon van Safan, en Zedekia, de zoon van Hananja, en al de vorsten.",
          "text1637": "D. die de publijcke acten van Godts huys, ende de Prophetien die aldaer wierden gelesen ofte uytgesproken, opteeckende, als eenige meynen: ofte des Schrift-geleerden, waer van te sien is Ezr. 7. op vers 6. anders wort het Hebr. woort genomen vers 12. alwaer het eenen politijcken Secretaris des Conincks beteeckent.",
          "text2026": "Dat is, die de openbare akten van Gods huis en de profetieën, die daar werden gelezen of uitgesproken, optekenend, gelijk enige menen; of van de schriftgeleerden, waarvan te zien is Ezra 7:6. Anders wordt het Hebreeuwse woord genomen vers 12, waar het een staatssecretaris van de koning betekent. Ezra 7:6: Deze Ezra toog op uit Babel; en hij was een bekwaam schriftgeleerde in de wet van Mozes, die JAHWEH, de God van Israël, gegeven heeft; en de koning gaf hem, naar de hand van JAHWEH, zijn Gods, over hem, al zijn verzoek. Jeremia 36:12: Zo ging hij af in het huis van de koning in de kamer van de schrijvers; en ziet, daar zaten al de vorsten: Elisama, de schrijver, en Delaja, de zoon van Semaja, en Elnathan, de zoon van Achbor, en Gemarja, de zoon van Safan, en Zedekia, de zoon van Hananja, en al de vorsten."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "17 bovenste voorhof: Anders, naar sommiger gevoelen, genoemd het voorhof der priesters, onderscheiden van het grote voorhof der gemeente, dat daaraan was. Zie 2 Kron. 4:9. Doch sommigen verstaan dit van het binnenste en bovenste deel van het voorhof van het volk. Het kan zijn dat hij in het venster van ene der kamers, die in het voorhof waren gelegen, en het volk, hetwelk in het voorhof was, voorgelezen had. 2 Kronieken 4:9: Verder maakte hij het voorhof der priesteren, en het grote voorhof, mitsgaders de deuren voor het voorhof, en overtoog hun deuren met koper.",
          "text1637": "Anders, nae sommiger gevoelen, genoemt het voorhof der Priesteren, onderscheyden van het groote voorhof der Gemeynte, dat daer aen was. Siet 2.Chron. 4. op vers 9. Doch sommige verstaen dit van ’t binnenste ende bovenste deel des voorhofs des volcx. ’t kan zijn dat hy in’t venster van eene der cameren die in’t voorhof waren gelegen, ende den volcke, ’t welck in den voorhof was, voorgelesen hebbe.",
          "text2026": "17 bovenste voorhof: Anders, naar sommiger gevoelen, genoemd het voorhof van de priester, onderscheiden van het grote voorhof van de gemeente, dat daaraan was. Zie 2 Kron. 4:9. Maar sommigen verstaan dit van het binnenste en bovenste deel van het voorhof van het volk. Het kan zijn dat hij in het venster van ene van de kamers, die in het voorhof waren gelegen, en het volk, dat in het voorhof was, voorgelezen had. 2 Kronieken 4:9: Verder maakte hij het voorhof van de priesters, en het grote voorhof, en ook de deuren voor het voorhof, en overtoog hun deuren met koper."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "18 nieuwe poort van het huis des HEEREN: Zie boven Jer. 26:10. Jeremia 26:10: Als nu de vorsten van Juda deze woorden hoorden, gingen zij op uit het huis des konings naar het huis des HEEREN; en zij zetten zich bij de deur der nieuwe poort des HEEREN.",
          "text1637": "Siet bov. 26. op vers 10.",
          "text2026": "18 nieuwe poort van het huis van JAHWEH: Zie boven Jer. 26:10. Jeremia 26:10: Als nu de vorsten van Juda deze woorden hoorden, gingen zij op uit het huis van de koning naar het huis van JAHWEH; en zij zetten zich bij de deur van de nieuwe poort van JAHWEH."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּקְרָ֨א",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "בָר֥וּךְ",
          "strongs": "H1263",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/סֵּ֛פֶר",
          "strongs": "H5612",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "דִּבְרֵ֥י",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֖הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/לִשְׁכַּ֡ת",
          "strongs": "H3957",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "גְּמַרְיָהוּ֩",
          "strongs": "H1587",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שָׁפָ֨ן",
          "strongs": "H8227",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/סֹּפֵ֜ר",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בֶּ/חָצֵ֣ר",
          "strongs": "H2691",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֶלְי֗וֹן",
          "strongs": "H5945",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "פֶּ֣תַח",
          "strongs": "H6607",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שַׁ֤עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בֵּית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָה֙",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הֶֽ/חָדָ֔שׁ",
          "strongs": "H2319",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אָזְנֵ֖י",
          "strongs": "H241",
          "morph": "HR/Ncfdc"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/עָֽם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo las Baruch in dat boek de woorden van Jeremia in het huis van JAHWEH, in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> kamer van Gemarja, de zoon van Safan,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> de schrijver, in het bovenste voorhof, aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> deur van de nieuwe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> poort van het huis van JAHWEH, voor de oren van het hele volk.",
      "textSV1888_html": "Zo las Baruch in dat boek de woorden van Jeremia in des HEEREN huis, in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> kamer van Gemarja, den zoon van Safan,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> den schrijver, in het bovenste voorhof, aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> deur der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> nieuwe poort van het huis des HEEREN, voor de oren des gansen volks.",
      "text1637_html": "So las Baruch in dat boeck de woorden van Ieremia [in] des HEEREN huys; in de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> kamer Gemaria, des soons Saphans, des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Schrijvers, in den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> bovensten voorhof, [aen] de deure der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> nieuwe poorte van ’t huys des HEEREN, voor de ooren des gantschen volcx.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN huis,",
          "new": "het huis van JAHWEH,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "des HEEREN,",
          "new": "van JAHWEH,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "des gansen volks.",
          "new": "van het hele volk.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Als nu Michaja, de zoon van Gemarja, den zoon van Safan, al de woorden des HEEREN uit dat boek gehoord had;",
      "text1637": "Als nu Michaja, de sone Gemaria des soons Saphans, alle de woorden des HEEREN uyt dat boeck gehoort hadde;",
      "text2026": "Als nu Michaja, de zoon van Gemarja, de zoon van Safan, al de woorden van JAHWEH uit dat boek gehoord had;",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ֠/יִּשְׁמַ֗ע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "מִכָ֨יְהוּ",
          "strongs": "H4321",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "גְּמַרְיָ֧הוּ",
          "strongs": "H1587",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שָׁפָ֛ן",
          "strongs": "H8227",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "דִּבְרֵ֥י",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֵ/עַ֥ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "הַ/סֵּֽפֶר",
          "strongs": "H5612",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Als nu Michaja, de zoon van Gemarja, de zoon van Safan, al de woorden van JAHWEH uit dat boek gehoord had;",
      "text1637_html": "Als nu Michaja, de sone Gemaria des soons Saphans, alle de woorden des HEEREN uyt dat boeck gehoort hadde;",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Zo ging hij af ten huize des konings in de kamer des schrijvers; en ziet, aldaar zaten al de vorsten: Elisama, de schrijver, en Delaja, de zoon van Semaja, en Elnathan, de zoon van Achbor, en Gemarja, de zoon van Safan, en Zedekia, de zoon van Hananja, en al de vorsten.",
      "text1637": "So ginck hy af ten huyse des Conincks in de Camer des [19] Schrijvers; ende siet, aldaer saten alle de Vorsten: Elisama de Schrijver, ende Delaja de sone van Semaja, ende [20] Elnathan de sone Achbors, ende [21] Gemaria de sone Saphans, ende Zedekia de sone van Hananja, ende alle de Vorsten.",
      "text2026": "Zo ging hij af in het huis van de koning in de kamer van de schrijver; en zie, daar zaten al de vorsten: Elisama, de schrijver, en Delaja, de zoon van Semaja, en Elnathan, de zoon van Achbor, en Gemarja, de zoon van Safan, en Zedekia, de zoon van Hananja, en al de vorsten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, des konings secretaris, en in de schrijverskamer; dat isk, in de secretarie, kanselarij, of raadkamer; zie 1 Kon. 4:3. Deze schrijver wordt terstond genoemd Elisama. 1 Koningen 4:3: Elihoref, en Ahia, de zoon van Sisa, waren schrijvers; Josafat, de zoon van Ahilud, was kanselier.",
          "text1637": "D. des Conincx Secretaris, ende in de Schrijvers-kamer, D. in de Secretarie, Cantzelye, ofte raet-camer. siet 1.Reg. 4. op vers 3. Dese Schrijver wort terstont genoemt Elisama.",
          "text2026": "Dat is, van de koning secretaris, en in de schrijverskamer; dat isk, in de secretarie, kanselarij, of raadkamer; zie 1 Kon. 4:3. Deze schrijver wordt meteen genoemd Elisama. 1 Koningen 4:3: Elihoref, en Ahia, de zoon van Sisa, waren schrijvers; Josafat, de zoon van Ahilud, was kanselier."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven Jer. 26:22. Jeremia 26:22: Maar de koning Jojakim zond mannen naar Egypte, Elnathan, den zoon van Achbor, en andere mannen met hem, in Egypte;",
          "text1637": "Siet bov. 26.22.",
          "text2026": "Zie boven Jer. 26:22. Jeremia 26:22: Maar de koning Jojakim zond mannen naar Egypte, Elnathan, de zoon van Achbor, en andere mannen met hem, in Egypte;"
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of deze dezelfde is, die boven vers 10, vermeld is, en vermits zijn aanzien en ervarenheid [gelijk een kerkelijk geschiedschrijver of schriftgeleerde, gelijk Ezra was] in dezen raad, of raadpleging, op den vastendag, gebruikt is, dan of het een ander is geweest van de vorsten, van wie enigen menen dat de voornaamste hier genoemd worden, kan de verstandige lezer nadenken. Jeremia 36:10: Zo las Baruch in dat boek de woorden van Jeremia in des HEEREN huis, in de kamer van Gemarja, den zoon van Safan, den schrijver, in het bovenste voorhof, aan de deur der nieuwe poort van het huis des HEEREN, voor de oren des gansen volks.",
          "text1637": "Of dese de selve sy, die bov. vers 10. vermeldt is, ende vermits syn aensien ende ervarentheyt (als een kerckelick historie-schrijver ofte Schriftgeleerde, gelijck Ezra was) in desen raet, ofte raetpleginge, op den Vastendach, gebruyckt zy; dan of het een ander zy geweest van de Vorsten, van de welcke eenige meynen dat de principaelste hier genoemt worden, kan de verstandige leser nadencken.",
          "text2026": "Of deze dezelfde is, die boven vers 10, vermeld is, en vermits zijn aanzien en ervarenheid [gelijk een kerkelijk geschiedschrijver of schriftgeleerde, gelijk Ezra was] in deze raad, of raadpleging, op de vastendag, gebruikt is, dan of het een ander is geweest van de vorsten, van wie enige menen dat de voornaamste hier genoemd worden, kan de verstandige lezer nadenken. Jeremia 36:10: Zo las Baruch in dat boek de woorden van Jeremia in de huis van JAHWEH, in de kamer van Gemarja, de zoon van Safan, de schrijver, in het bovenste voorhof, aan de deur van de nieuwe poort van het huis van JAHWEH, voor de oren van de gansen volks."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֵּ֤רֶד",
          "strongs": "H3381",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "בֵּית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֶּ֨לֶךְ֙",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "לִשְׁכַּ֣ת",
          "strongs": "H3957",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/סֹּפֵ֔ר",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִ֨נֵּה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HC/Tm"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֔ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂרִ֖ים",
          "strongs": "H8269",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "יֽוֹשְׁבִ֑ים",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "אֱלִישָׁמָ֣ע",
          "strongs": "H476",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/סֹּפֵ֡ר",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/דְלָיָ֣הוּ",
          "strongs": "H1806",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שְׁ֠מַעְיָהוּ",
          "strongs": "H8098",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶלְנָתָ֨ן",
          "strongs": "H494",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עַכְבּ֜וֹר",
          "strongs": "H5907",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/גְמַרְיָ֧הוּ",
          "strongs": "H1587",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שָׁפָ֛ן",
          "strongs": "H8227",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/צִדְקִיָּ֥הוּ",
          "strongs": "H6667",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "חֲנַנְיָ֖הוּ",
          "strongs": "H2608",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂרִֽים",
          "strongs": "H8269",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo ging hij af in het huis van de koning in de kamer van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> de schrijver; en zie, daar zaten al de vorsten: Elisama, de schrijver, en Delaja, de zoon van Semaja, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> Elnathan, de zoon van Achbor, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Gemarja, de zoon van Safan, en Zedekia, de zoon van Hananja, en al de vorsten.",
      "textSV1888_html": "Zo ging hij af ten huize des konings in de kamer des<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> schrijvers; en ziet, aldaar zaten al de vorsten: Elisama, de schrijver, en Delaja, de zoon van Semaja, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> Elnathan, de zoon van Achbor, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Gemarja, de zoon van Safan, en Zedekia, de zoon van Hananja, en al de vorsten.",
      "text1637_html": "So ginck hy af ten huyse des Conincks in de Camer des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Schrijvers; ende siet, aldaer saten alle de Vorsten: Elisama de Schrijver, ende Delaja de sone van Semaja, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> Elnathan de sone Achbors, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Gemaria de sone Saphans, ende Zedekia de sone van Hananja, ende alle de Vorsten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "ten huize des konings",
          "new": "in het huis van de koning",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "des schrijvers;",
          "new": "van de schrijver;",
          "principe": "V1167"
        },
        {
          "old": "ziet, aldaar",
          "new": "zie, daar",
          "principe": "V36"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "En Michaja maakte hun bekend al de woorden, die hij gehoord had, als Baruch uit dat boek las voor de oren des volks.",
      "text1637": "Ende Michaja [22] maeckte hen bekent alle de woorden, die hy gehoort hadde: als Baruch uyt dat boeck las voor de ooren des volcks.",
      "text2026": "En Michaja maakte hun bekend al de woorden, die hij gehoord had, als Baruch uit dat boek las voor de oren van het volk.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "22 maakte hun bekend al de woorden: Of hij dit gedaan heeft ter goeder mening, om den vorsten in bedenking te geven hoe men Gods toorn zou mogen afwenden, gelijk sommigen daaruit willen afnemen, dat de vorsten zijn bericht gehoord hebbende, zich niet dan beleefd jegens Baruch hebben gedragen, over de zaken zijn bewogen geweest, en zorg hebben gedragen voor de behoudenis van Jeremia en Baruch, gelijk volgt; dan of hij Jeremia in lijden heeft willen brengen, is onzeker; vergelijk boven Jer. 20:10. Jeremia 20:10: Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven; al mijn vredegenoten nemen acht op mijn hinking; zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, dan zullen wij hem overmogen, en onze wraak van hem nemen.",
          "text1637": "Of hy dit gedaen hebbe ter goeder meyninge, om den Vorsten in bedencken te geven, hoemen Godts toorn soude mogen afwenden, gelijck sommige daer uyt willen afnemen, dat de Vorsten sijn rappoort gehoort hebbende, haer niet dan beleefdelick tegen Baruch hebben gedragen, over de saken zijn bewogen geweest, ende hebben sorge gedragen voor de behoudenisse van Ieremia ende Baruch, als volgt: dan of hy Ieremia in lijden heeft willen brengen, is onseker. Vergel. bov. 20.10.",
          "text2026": "22 maakte hun bekend al de woorden: Of hij dit gedaan heeft ter goeder mening, om de vorsten in bedenking te geven hoe men Gods toorn zou mogen afwenden, gelijk sommigen daaruit willen afnemen, dat de vorsten zijn bericht gehoord hebbende, zich niet dan beleefd tegenover Baruch hebben gedragen, over de zaken zijn bewogen geweest, en zorg hebben gedragen voor de behoudenis van Jeremia en Baruch, gelijk volgt; dan of hij Jeremia in lijden heeft willen brengen, is onzeker; vergelijk boven Jer. 20:10. Jeremia 20:10: Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven; al mijn vredegenoten nemen acht op mijn hinking; zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, dan zullen wij hem overmogen, en onze wraak van hem nemen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יַּגֵּ֤ד",
          "strongs": "H5046",
          "morph": "HC/Vhw3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶם֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מִכָ֔יְהוּ",
          "strongs": "H4321",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֥ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דְּבָרִ֖ים",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "שָׁמֵ֑עַ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "בִּ/קְרֹ֥א",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "בָר֛וּךְ",
          "strongs": "H1263",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/סֵּ֖פֶר",
          "strongs": "H5612",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אָזְנֵ֥י",
          "strongs": "H241",
          "morph": "HR/Ncfdc"
        },
        {
          "woord": "הָ/עָֽם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En Michaja<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> maakte hun bekend al de woorden, die hij gehoord had, als Baruch uit dat boek las voor de oren van het volk.",
      "textSV1888_html": "En Michaja<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> maakte hun bekend al de woorden, die hij gehoord had, als Baruch uit dat boek las voor de oren des volks.",
      "text1637_html": "Ende Michaja <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> maeckte hen bekent alle de woorden, die hy gehoort hadde: als Baruch uyt dat boeck las voor de ooren des volcks.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des volks.",
          "new": "van het volk.",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Toen zonden al de vorsten Jehudi, den zoon van Nethanja, den zoon van Selemja, den zoon van Cuschi, tot Baruch, om te zeggen: De rol, waarin gij voor de oren des volks gelezen hebt, neem die in uw hand, en kom. Alzo nam Baruch, de zoon van Nerija, de rol in zijn hand, en kwam tot hen.",
      "text1637": "Doe sonden alle de Vorsten Iehudi, den sone Nethanja, des soons Selemia, des soons Cuschi, tot Baruch, om te seggen; De rolle, daer in ghy voor de ooren des volcx gelesen hebt, neemt die in uwe hant, ende komt: Also nam Baruch, de sone van Nerija, de rolle in sijne hant, ende quam tot hen.",
      "text2026": "Toen zonden al de vorsten Jehudi, de zoon van Nethanja, de zoon van Selemja, de zoon van Cuschi, tot Baruch, om te zeggen: De rol, waarin u voor de oren van het volk gelezen hebt, neem die in uw hand, en kom. Zo nam Baruch, de zoon van Nerija, de rol in zijn hand, en kwam tot hen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּשְׁלְח֨וּ",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂרִ֜ים",
          "strongs": "H8269",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "בָּר֗וּךְ",
          "strongs": "H1263",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדִ֡י",
          "strongs": "H3065",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "נְ֠תַנְיָהוּ",
          "strongs": "H5418",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שֶׁלֶמְיָ֣הוּ",
          "strongs": "H8018",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "כּוּשִׁי֮",
          "strongs": "H3570",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹר֒",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "הַ/מְּגִלָּ֗ה",
          "strongs": "H4039",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֨ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "קָרָ֤אתָ",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "בָּ/הּ֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אָזְנֵ֣י",
          "strongs": "H241",
          "morph": "HR/Ncfdc"
        },
        {
          "woord": "הָ/עָ֔ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "קָחֶ֥/נָּה",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqv2ms/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "בְ/יָדְ/ךָ֖",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וָ/לֵ֑ךְ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "וַ֠/יִּקַּח",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "בָּר֨וּךְ",
          "strongs": "H1263",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "נֵרִיָּ֤הוּ",
          "strongs": "H5374",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/מְּגִלָּה֙",
          "strongs": "H4039",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יָד֔/וֹ",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּבֹ֖א",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen zonden al de vorsten Jehudi, de zoon van Nethanja, de zoon van Selemja, de zoon van Cuschi, tot Baruch, om te zeggen: <span class=\"direct-speech\"><i>De rol, waarin u voor de oren van het volk gelezen hebt, neem die in uw hand, en kom.</i></span> Zo nam Baruch, de zoon van Nerija, de rol in zijn hand, en kwam tot hen.",
      "text1637_html": "Doe sonden alle de Vorsten Iehudi, den sone Nethanja, des soons Selemia, des soons Cuschi, tot Baruch, om te seggen; De rolle, daer in ghy voor de ooren des volcx gelesen hebt, neemt die in uwe hant, ende komt: Also nam Baruch, de sone van Nerija, de rolle in sijne hant, ende quam tot hen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "des volks",
          "new": "van het volk",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "En zij zeiden tot hem: Zit toch neder, en lees ze voor onze oren; en Baruch las voor hun oren.",
      "text1637": "Ende sy seyden tot hem; Sitt doch neder, ende [23] leestse voor onse ooren: ende Baruch las voor hare ooren.",
      "text2026": "En zij zeiden tot hem: Zit toch neer, en lees ze voor onze oren; en Baruch las voor hun oren.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 lees ze voor onze oren: Lees de rol; dat is, hetgeen gij daarin geschreven hebt.",
          "text1637": "Leest de rolle. D. ’t gene ghy daer in geschreven hebt.",
          "text2026": "23 lees ze voor onze oren: Lees de rol; dat is, wat u daarin geschreven hebt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֹּאמְר֣וּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "אֵלָ֔י/ו",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "שֵׁ֣ב",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "נָ֔א",
          "strongs": "H4994",
          "morph": "HTe"
        },
        {
          "woord": "וּ/קְרָאֶ֖/נָּה",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HC/Vqv2ms/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אָזְנֵ֑י/נוּ",
          "strongs": "H241",
          "morph": "HR/Ncfdc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּקְרָ֥א",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "בָר֖וּךְ",
          "strongs": "H1263",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אָזְנֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H241",
          "morph": "HR/Ncfdc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zij zeiden tot hem: <span class=\"direct-speech\"><i>Zit toch neer, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> lees ze voor onze oren;</i></span> en Baruch las voor hun oren.",
      "textSV1888_html": "En zij zeiden tot hem: Zit toch neder, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> lees ze voor onze oren; en Baruch las voor hun oren.",
      "text1637_html": "Ende sy seyden tot hem; Sitt doch neder, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> leestse voor onse ooren: ende Baruch las voor hare ooren.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "neder,",
          "new": "neer,",
          "principe": "V354"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "En het geschiedde, als zij al de woorden hoorden, dat zij verschrikten, de een tegen den ander; en zij zeiden tot Baruch: Voorzeker zullen wij al deze woorden den koning bekend maken.",
      "text1637": "Ende het geschiedde, als sy alle de woorden hoorden, [dat] sy verschrickten, [24] d’een tegen den anderen: ende sy seyden tot Baruch; [25] Voor seker sullen wy alle dese woorden den Coninck bekent maken.",
      "text2026": "En het gebeurde, als zij al de woorden hoorden, dat zij verschrikten, de één tegen de ander; en zij zeiden tot Baruch: Voorzeker zullen wij al deze woorden de koning bekend maken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "24 de een tegen den ander: Hebreeuws, de man, of een iegelijk tegen zijn naaste of metgezel; dat is, zij zagen elkander met verschriktheid aan, de een zag op den ander.",
          "text1637": "Hebr. de man, ofte, een yegelijck tegen sijnen naesten, ofte, metgeselle. D. sy sagen malkanderen met verschricktheyt aen, d’een sach op den ander.",
          "text2026": "24 de één tegen de ander: Hebreeuws, de man, of een iedereen tegen zijn naaste of metgezel (אִישׁ); dat is, zij zagen elkaar met verschriktheid aan, de één zag op de ander."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 Voorzeker zullen wij al deze woorden: Of, wij moeten ganselijk, enz. Hebreeuws, wij zullen bekendmakende bekendmaken.",
          "text1637": "Ofte, wy moeten gantschelick, etc. Hebr. wy sullen bekent makende bekent maken.",
          "text2026": "25 Voorzeker zullen wij al deze woorden: Of, wij moeten ganselijk, enz. Hebreeuws, wij zullen bekendmakende bekendmaken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְהִ֗י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "כְּ/שָׁמְעָ/ם֙",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HR/Vqc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דְּבָרִ֔ים",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "פָּחֲד֖וּ",
          "strongs": "H6342",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "אִ֣ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "רֵעֵ֑/הוּ",
          "strongs": "H7453",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/יֹּֽאמְרוּ֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "בָּר֔וּךְ",
          "strongs": "H1263",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַגֵּ֤יד",
          "strongs": "H5046",
          "morph": "HVha"
        },
        {
          "woord": "נַגִּיד֙",
          "strongs": "H5046",
          "morph": "HVhi1cp"
        },
        {
          "woord": "לַ/מֶּ֔לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֵ֥ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דְּבָרִ֖ים",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵֽלֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En het gebeurde, als zij al de woorden hoorden, dat zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> verschrikten, de één tegen de ander; en zij zeiden tot Baruch:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Voorzeker zullen wij al deze woorden de koning bekend maken.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En het geschiedde, als zij al de woorden hoorden, dat zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> verschrikten, de een tegen den ander; en zij zeiden tot Baruch:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Voorzeker zullen wij al deze woorden den koning bekend maken.",
      "text1637_html": "Ende het geschiedde, als sy alle de woorden hoorden, [dat] sy verschrickten, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> d’een tegen den anderen: ende sy seyden tot Baruch; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Voor seker sullen wy alle dese woorden den Coninck bekent maken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geschiedde,",
          "new": "gebeurde,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "En zij vraagden Baruch, zeggende: Verklaar ons toch, hoe hebt gij al deze woorden uit zijn mond geschreven?",
      "text1637": "Ende sy vraechden Baruch, seggende: Verklaert ons doch, hoe hebt ghy alle dese woorden uyt sijnen monde geschreven?",
      "text2026": "En zij vraagden Baruch, zeggende: Verklaar ons toch, hoe hebt u al deze woorden uit zijn mond geschreven?",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אֶ֨ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "בָּר֔וּךְ",
          "strongs": "H1263",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שָׁאֲל֖וּ",
          "strongs": "H7592",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹ֑ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "הַגֶּד",
          "strongs": "H5046",
          "morph": "HVhv2ms"
        },
        {
          "woord": "נָ֣א",
          "strongs": "H4994",
          "morph": "HTe"
        },
        {
          "woord": "לָ֔/נוּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֗יךְ",
          "strongs": "H349",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "כָּתַ֛בְתָּ",
          "strongs": "H3789",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דְּבָרִ֥ים",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֖לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        },
        {
          "woord": "מִ/פִּֽי/ו",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zij vraagden Baruch, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>Verklaar ons toch, hoe hebt u al deze woorden uit zijn mond geschreven?</i></span>",
      "text1637_html": "Ende sy vraechden Baruch, seggende: Verklaert ons doch, hoe hebt ghy alle dese woorden uyt sijnen monde geschreven?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "En Baruch zeide tot hen: Uit zijn mond las hij tot mij al deze woorden, en ik schreef ze met inkt in dit boek.",
      "text1637": "Ende Baruch seyde tot hen; Uyt sijnen monde [26] las hy tot my alle dese woorden, ende ick schreefse met [27] inckt in dit [28] boeck.",
      "text2026": "En Baruch zei tot hen: Uit zijn mond las hij tot mij al deze woorden, en ik schreef ze met inkt in dit boek.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "26 las hij tot mij al deze woorden: Of, hij riep, hij sprak luide uit zijnen mond tot mij; dat is, [gelijk men spreekt] hij dicteerde mij van woord tot woord.",
          "text1637": "Ofte, hy riep, hy sprack luyde uyt sijnen mont tot my. D. (alsmen spreeckt) hy dicteerde my van woort tot woort.",
          "text2026": "26 las hij tot mij al deze woorden: Of, hij riep, hij sprak luide uit zijn mond tot mij; dat is, [gelijk men spreekt] hij dicteerde mij van woord tot woord."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Het Hebreeuwse woord wordt alleenlijk hier gevonden.",
          "text1637": "Het Hebr. woort wort alleenlick hier gevonden.",
          "text2026": "Het Hebreeuwse woord wordt alleen hier gevonden."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, in deze schrijfrol.",
          "text1637": "D. in dese schrijfrolle.",
          "text2026": "Dat is, in deze schrijfrol."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֹּ֤אמֶר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶם֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בָּר֔וּךְ",
          "strongs": "H1263",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִ/פִּי/ו֙",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִקְרָ֣א",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֔/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵ֥ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דְּבָרִ֖ים",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֑לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        },
        {
          "woord": "וַ/אֲנִ֛י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "כֹּתֵ֥ב",
          "strongs": "H3789",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/סֵּ֖פֶר",
          "strongs": "H5612",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/דְּיֽוֹ",
          "strongs": "H1773",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En Baruch zei tot hen: <span class=\"direct-speech\"><i>Uit zijn mond<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> las hij tot mij al deze woorden, en ik schreef ze met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> inkt in dit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> boek.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Baruch zeide tot hen: Uit zijn mond<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> las hij tot mij al deze woorden, en ik schreef ze met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> inkt in dit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> boek.",
      "text1637_html": "Ende Baruch seyde tot hen; Uyt sijnen monde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> las hy tot my alle dese woorden, ende ick schreefse met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> inckt in dit <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> boeck.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zeide",
          "new": "zei",
          "principe": "W1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Toen zeiden de vorsten tot Baruch: Ga henen, verberg u, gij en Jeremia; en niemand wete, waar gijlieden zijt.",
      "text1637": "Doe seyden de Vorsten tot Baruch; Gaet henen, verbergt u, ghy ende Ieremia: ende niemant en wete, waer ghylieden zijt.",
      "text2026": "Toen zeiden de vorsten tot Baruch: Ga heen, verberg u, u en Jeremia; en niemand wete, waar u bent.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֹּאמְר֤וּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂרִים֙",
          "strongs": "H8269",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "בָּר֔וּךְ",
          "strongs": "H1263",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֵ֥ךְ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "הִסָּתֵ֖ר",
          "strongs": "H5641",
          "morph": "HVNv2ms"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִרְמְיָ֑הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "וְ/אִ֥ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יֵדַ֖ע",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqj3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵיפֹ֥ה",
          "strongs": "H375",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "אַתֶּֽם",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen zeiden de vorsten tot Baruch: <span class=\"direct-speech\"><i>Ga heen, verberg u, u en Jeremia; en niemand wete, waar u bent.</i></span>",
      "text1637_html": "Doe seyden de Vorsten tot Baruch; Gaet henen, verbergt u, ghy ende Ieremia: ende niemant en wete, waer ghylieden zijt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "henen,",
          "new": "heen,",
          "principe": "V67"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gijlieden zijt.",
          "new": "u bent.",
          "principe": "A2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Zij dan gingen in tot den koning in het voorhof; maar de rol leiden zij weg in de kamer van Elisama, den schrijver; en zij verklaarden al die woorden voor de oren des konings.",
      "text1637": "Sy dan gingen in tot den Coninck in den [29] voorhof; maer de rolle [30] leydense wech in de Camer Elisama des Schrijvers: ende sy verklaerden alle die woorden voor de ooren des Conincks.",
      "text2026": "Zij dan gingen in tot de koning in het voorhof; maar de rol legden zij weg in de kamer van Elisama, de schrijver; en zij verklaarden al die woorden voor de oren van de koning.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van het koninklijk paleis.",
          "text1637": "Van ’t Conincklick Palleys.",
          "text2026": "Van het koninklijk paleis."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "30 legden zij weg: Te weten onder iemands hand, gelijk deze manier van spreken gevonden wordt 2 Kron. 12:10; of bewaarden, zij gaven te bewaren; gelijk Lev. 6:4, en onder Jer. 37:21. 2 Kronieken 12:10: En de koning Rehabeam maakte, in plaats van die, koperen schilden; en hij beval die onder de hand van de oversten der trawanten, die de deur van het huis des konings bewaarden. Leviticus 6:4: Het zal dan geschieden, dewijl hij gezondigd heeft, en schuldig geworden is, dat hij wederuitkeren zal den roof, dien hij geroofd, of het onthoudene, dat hij met geweld onthoudt, of het bewaarde, dat bij hem te bewaren gegeven was, of het verlorene, dat hij gevonden heeft; Jeremia 37:21: Toen gaf de koning Zedekia bevel; en zij bestelden Jeremia in het voorhof der bewaring, en men gaf hem des daags een bol broods uit de Bakkerstraat, totdat al het brood van de stad op was. Alzo bleef Jeremia in het voorhof der bewaring.",
          "text1637": "T.w. onder yemants hant, gelijck dese maniere van spreken gevonden wort. 2.Chro. 12.10. ofte, bewaerden, sy gaven te bewaren, als Levit. 6.4. ende ond. 37.21.",
          "text2026": "30 legden zij weg: Te weten onder iemands hand, gelijk deze manier van spreken gevonden wordt 2 Kron. 12:10; of bewaarden, zij gaven te bewaren; gelijk Lev. 6:4, en onder Jer. 37:21. 2 Kronieken 12:10: En de koning Rehabeam maakte, in plaats van die, koperen schilden; en hij beval die onder de hand van de oversten van de trawanten, die de deur van het huis van de koning bewaarden. Leviticus 6:4: Het zal dan gebeuren, omdat hij gezondigd heeft, en schuldig geworden is, dat hij wederuitkeren zal de roof, die hij geroofd, of het onthoudene, dat hij met geweld onthoudt, of het bewaarde, dat bij hem te bewaren gegeven was, of het verlorene, dat hij gevonden heeft; Jeremia 37:21: Toen gaf de koning Zedekia bevel; en zij bestelden Jeremia in het voorhof van de bewaring, en men gaf hem van de dag een bol broods uit de Bakkerstraat, totdat al het brood van de stad op was. Zo bleef Jeremia in het voorhof van de bewaring."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יָּבֹ֤אוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֶּ֨לֶךְ֙",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "חָצֵ֔רָ/ה",
          "strongs": "H2691",
          "morph": "HNcbsa/Sd"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "הַ/מְּגִלָּ֣ה",
          "strongs": "H4039",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הִפְקִ֔דוּ",
          "strongs": "H6485",
          "morph": "HVhp3cp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/לִשְׁכַּ֖ת",
          "strongs": "H3957",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "אֱלִישָׁמָ֣ע",
          "strongs": "H476",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/סֹּפֵ֑ר",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יַּגִּ֨ידוּ֙",
          "strongs": "H5046",
          "morph": "HC/Vhw3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אָזְנֵ֣י",
          "strongs": "H241",
          "morph": "HR/Ncfdc"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֶּ֔לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֵ֖ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דְּבָרִֽים",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij dan gingen in tot de koning in het voorhof; maar de rol legden zij weg in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> kamer van Elisama, de schrijver;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> en zij verklaarden al die woorden voor de oren van de koning.",
      "textSV1888_html": "Zij dan gingen in tot den koning in het voorhof; maar de rol leiden zij weg in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> kamer van Elisama, den schrijver;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> en zij verklaarden al die woorden voor de oren des konings.",
      "text1637_html": "Sy dan gingen in tot den Coninck in den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> voorhof; maer de rolle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> leydense wech in de Camer Elisama des Schrijvers: ende sy verklaerden alle die woorden voor de ooren des Conincks.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "leiden",
          "new": "legden",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des konings.",
          "new": "van de koning.",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Toen zond de koning Jehudi, om de rol te halen; en hij haalde ze uit de kamer van Elisama, den schrijver; en Jehudi las ze voor de oren des konings, en voor de oren van al de vorsten, die omtrent den koning stonden.",
      "text1637": "Doe sondt de Coninck [31] Iehudi om de rolle te [32] halen; ende hy haeldese uyt de kamer Elisama des Schrijvers: ende Iehudi lasse voor de ooren des Conincks, ende voor de ooren aller der Vorsten, die [33] omtrent den Coninck stonden.",
      "text2026": "Toen zond de koning Jehudi, om de rol te halen; en hij haalde ze uit de kamer van Elisama, de schrijver; en Jehudi las ze voor de oren van de koning, en voor de oren van al de vorsten, die rondom de koning stonden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van welken boven vers 14. Jeremia 36:14: Toen zonden al de vorsten Jehudi, den zoon van Nethanja, den zoon van Selemja, den zoon van Cuschi, tot Baruch, om te zeggen: De rol, waarin gij voor de oren des volks gelezen hebt, neem die in uw hand, en kom. Alzo nam Baruch, de zoon van Nerija, de rol in zijn hand, en kwam tot hen.",
          "text1637": "Van welcken bov. vers 14.",
          "text2026": "Van welke boven vers 14. Jeremia 36:14: Toen zonden al de vorsten Jehudi, de zoon van Nethanja, de zoon van Selemja, de zoon van Cuschi, tot Baruch, om te zeggen: De rol, waarin u voor de oren van het volk gelezen hebt, neem die in uw hand, en kom. Zo nam Baruch, de zoon van Nerija, de rol in zijn hand, en kwam tot hen."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, nemen; dat is nemen en brengen, waarvoor wij zeggen, halen. Zie Gen. 12:15. Genesis 12:15: Ook zagen haar de vorsten van Farao, en prezen haar bij Farao; en die vrouw werd weggenomen naar het huis van Farao.",
          "text1637": "Hebr. nemen. D. nemen ende brengen, waer voor wy seggen, halen, siet Gen. 12. op vers 15.",
          "text2026": "Hebreeuws, nemen; dat is nemen en brengen, waarvoor wij zeggen, halen. Zie Gen. 12:15. Genesis 12:15: Ook zagen haar de vorsten van Farao, en prezen haar bij Farao; en die vrouw werd weggenomen naar het huis van Farao."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "33 omtrent den koning stonden: Of, bezijden, tegenover, om.",
          "text1637": "Ofte, bezijden, tegen over, om.",
          "text2026": "33 omtrent de koning stonden: Of, bezijden, tegenover, om."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּשְׁלַ֨ח",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֶּ֜לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדִ֗י",
          "strongs": "H3065",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לָ/קַ֨חַת֙",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/מְּגִלָּ֔ה",
          "strongs": "H4039",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּ֨קָּחֶ֔/הָ",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HC/Vqw3ms/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "מִ/לִּשְׁכַּ֖ת",
          "strongs": "H3957",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "אֱלִישָׁמָ֣ע",
          "strongs": "H476",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/סֹּפֵ֑ר",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּקְרָאֶ֤/הָ",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HC/Vqw3ms/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדִי֙",
          "strongs": "H3065",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אָזְנֵ֣י",
          "strongs": "H241",
          "morph": "HR/Ncfdc"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֶּ֔לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/אָזְנֵי֙",
          "strongs": "H241",
          "morph": "HC/R/Ncfdc"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂרִ֔ים",
          "strongs": "H8269",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֹמְדִ֖ים",
          "strongs": "H5975",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/עַ֥ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֶּֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen zond de koning<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Jehudi, om de rol te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> halen; en hij haalde ze uit de kamer van Elisama, de schrijver; en Jehudi las ze voor de oren van de koning, en voor de oren van al de vorsten, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> rondom de koning stonden.",
      "textSV1888_html": "Toen zond de koning<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Jehudi, om de rol te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> halen; en hij haalde ze uit de kamer van Elisama, den schrijver; en Jehudi las ze voor de oren des konings, en voor de oren van al de vorsten, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> omtrent den koning stonden.",
      "text1637_html": "Doe sondt de Coninck <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Iehudi om de rolle te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> halen; ende hy haeldese uyt de kamer Elisama des Schrijvers: ende Iehudi lasse voor de ooren des Conincks, ende voor de ooren aller der Vorsten, die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> omtrent den Coninck stonden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des konings,",
          "new": "van de koning,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "omtrent den",
          "new": "rondom de",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "(De koning nu zat in het winterhuis in de negende maand; en er was een vuur voor zijn aangezicht op den haard aangestoken.)",
      "text1637": "(De Coninck nu satt [in]den [34] winterhuyse, in de [35] negende maent: [36] ende daer was [een vyer] voor sijn aengesichte [37] op den heert aengesteken.)",
      "text2026": "(De koning nu zat in het winterhuis in de negende maand; en er was een vuur voor zijn aangezicht op de haard aangestoken.)",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk de koningen en andere groten verscheidene vertrekken, zelfs winterhuizen en zomerhuizen, hadden; zie Richt. 3:20; Ezra 6:2; Amos 3:15, met de aantekening. Richteren 3:20: En Ehud kwam tot hem in, daar hij was zittende in een koele opperzaal, die hij voor zich alleen had; zo zeide Ehud: Ik heb een woord Gods aan u. Toen stond hij op van den stoel. Ezra 6:2: En te Achmetha, in de burcht, die in het landschap Medië is, werd een rol gevonden; en daarin was aldus geschreven: GEDACHTENIS; Amos 3:15: En Ik zal het winterhuis met het zomerhuis slaan; en de elpenbenen huizen zullen vergaan, en de grote huizen een einde nemen, spreekt de HEERE.",
          "text1637": "Gelijck de Coningen, ende andere Groote, verscheyden vertrecken, selfs winter-huysen ende Somer-huysen hadden. siet Iud. 3.20. Ezr. 6.2. Amos 3.15. met d´aenteeck.",
          "text2026": "Gelijk de koningen en andere grote verscheidene vertrekken, zelfs winterhuizen en zomerhuizen, hadden; zie Richt. 3:20; Ezra 6:2; Amos 3:15, met de aantekening. Richteren 3:20: En Ehud kwam tot hem in, daar hij was zittende in een koele opperzaal, die hij voor zich alleen had; zo zei Ehud: Ik heb een woord van God aan u. Toen stond hij op van de stoel. Ezra 6:2: En te Achmetha, in de burcht, die in het landschap Medië is, werd een rol gevonden; en daarin was aldus geschreven: GEDACHTENIS; Amos 3:15: En Ik zal het winterhuis met het zomerhuis slaan; en de elpenbenen huizen zullen vergaan, en de grote huizen een einde nemen, spreekt JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "35 negende maand: Gelijk boven vers 9. Jeremia 36:9: Want het geschiedde in het vijfde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, in de negende maand, dat zij een vasten voor des HEEREN aangezicht uitriepen, allen volke te Jeruzalem, mitsgaders allen volke, die uit de steden van Juda te Jeruzalem kwamen.",
          "text1637": "Als bov. vers 9.",
          "text2026": "35 negende maand: Gelijk boven vers 9. Jeremia 36:9: Want het geschiedde in het vijfde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda, in de negende maand, dat zij een vasten voor de aangezicht van JAHWEH uitriepen, allen volk te Jeruzalem, en ook allen volk, die uit de steden van Juda te Jeruzalem kwamen."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "36 en er was een vuur: Hebreeuws eigenlijk: en de haard was voor zijn aangezicht aangestoken, of brandende; dat is, een vuur op den haard.",
          "text1637": "Hebr. eyg. ende de heert was voor sijn aengesichte aengesteken, ofte, brandende: D. een vyer op den heert.",
          "text2026": "36 en er was een vuur: Hebreeuws eigenlijk: en de haard was voor zijn aangezicht aangestoken, of brandende; dat is, een vuur op de haard."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "37 op den haard aangestoken: Sommigen verstaan een vuurpan vol gloeiende kolen, waar men hout op aanstak. Het Hebreeuwse woord wordt alleenlijk in deze plaats alzo gevonden.",
          "text1637": "Sommige verstaen een vyer-panne vol gloeyende kolen daermen hout op aenstack. Het Hebr. woort wort alleenlick in dese plaetse alsoo gevonden.",
          "text2026": "37 op de haard aangestoken: Sommigen verstaan een vuurpan vol gloeiende kolen, waar men hout op aanstak. Het Hebreeuwse woord wordt alleen in deze plaats zo gevonden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הַ/מֶּ֗לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HC/Td/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יוֹשֵׁב֙",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/חֹ֔רֶף",
          "strongs": "H2779",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/חֹ֖דֶשׁ",
          "strongs": "H2320",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/תְּשִׁיעִ֑י",
          "strongs": "H8671",
          "morph": "HTd/Aomsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֖ח",
          "strongs": "H254",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/פָנָ֥י/ו",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מְבֹעָֽרֶת",
          "strongs": "H1197",
          "morph": "HVPsfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "(De koning nu zat in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> het winterhuis in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> negende maand;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> en er was een vuur voor zijn aangezicht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> op de haard aangestoken.)",
      "textSV1888_html": "(De koning nu zat in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> het winterhuis in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> negende maand;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> en er was een vuur voor zijn aangezicht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> op den haard aangestoken.)",
      "text1637_html": "(De Coninck nu satt [in]den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> winterhuyse, in de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> negende maent: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> ende daer was [een vyer] voor sijn aengesichte <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> op den heert aengesteken.)",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "En het geschiedde, als Jehudi drie stukken, of vier gelezen had, versneed hij ze met een schrijfmes, en wierp ze in het vuur, dat op den haard was, totdat de ganse rol verteerd was in het vuur, dat op den haard was.",
      "text1637": "Ende ’t geschiedde, als Iehudi drie [38] stucken, ofte vier gelesen hadde, versneedt [39] hyse met een [40] schrijfmes, ende wierpse in’t vyer, dat op den heert was: tot dat de gantsche rolle verteert was in’t vyer, dat op den heert was.",
      "text2026": "En het gebeurde, als Jehudi drie stukken, of vier gelezen had, versneed hij ze met een schrijfmes, en wierp ze in het vuur, dat op de haard was, totdat de hele rol verteerd was in het vuur, dat op de haard was.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, deuren; dat is kolommen; waarvan wij nu gebruiken, de zijden, of bladen en hoofdstukken van een boek.",
          "text1637": "Hebr. Deuren. D. columnen: waer voor wy nu gebruycken, de zijden, ofte, bladen, ende capittelen, eens boecks.",
          "text2026": "Hebreeuws, deuren; dat is kolommen; waarvan wij nu gebruiken, de zijden, of bladen en hoofdstukken van een boek."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "39 hij ze: De koning sneed de rol in stukken.",
          "text1637": "De Coninck sneedt de rolle in stucken.",
          "text2026": "39 hij ze: De koning sneed de rol in stukken."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws eigenlijk, een schrijversscheermes; dat is een pennemes, gelijk wij nu spreken.",
          "text1637": "Hebr. eyg. een schrijvers scheermes, D. een pennemes, als wy nu spreken.",
          "text2026": "Hebreeuws eigenlijk, een schrijversscheermes; dat is een pennemes, gelijk wij nu spreken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְהִ֣י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "כִּ/קְר֣וֹא",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדִ֗י",
          "strongs": "H3065",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שָׁלֹ֣שׁ",
          "strongs": "H7969",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "דְּלָתוֹת֮",
          "strongs": "H1817",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַרְבָּעָה֒",
          "strongs": "H702",
          "morph": "HC/Acmsa"
        },
        {
          "woord": "יִֽקְרָעֶ֨/הָ֙",
          "strongs": "H7167",
          "morph": "HVqi3ms/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תַ֣עַר",
          "strongs": "H8593",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/סֹּפֵ֔ר",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַשְׁלֵ֕ךְ",
          "strongs": "H7993",
          "morph": "HC/Vha"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֖שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֑ח",
          "strongs": "H254",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "תֹּם֙",
          "strongs": "H8552",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/מְּגִלָּ֔ה",
          "strongs": "H4039",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֖שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָֽח",
          "strongs": "H254",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En het gebeurde, als Jehudi drie<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> stukken, of vier gelezen had, versneed<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> hij ze met een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> schrijfmes, en wierp ze in het vuur, dat op de haard was, totdat de hele rol verteerd was in het vuur, dat op de haard was.",
      "textSV1888_html": "En het geschiedde, als Jehudi drie<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> stukken, of vier gelezen had, versneed<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> hij ze met een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> schrijfmes, en wierp ze in het vuur, dat op den haard was, totdat de ganse rol verteerd was in het vuur, dat op den haard was.",
      "text1637_html": "Ende ’t geschiedde, als Iehudi drie <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> stucken, ofte vier gelesen hadde, versneedt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> hyse met een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> schrijfmes, ende wierpse in’t vyer, dat op den heert was: tot dat de gantsche rolle verteert was in’t vyer, dat op den heert was.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geschiedde,",
          "new": "gebeurde,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "ganse",
          "new": "hele",
          "principe": "V3"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "En zij verschrikten niet, en scheurden hun klederen niet, de koning noch al zijn knechten, die al deze woorden gehoord hadden.",
      "text1637": "Ende sy en verschrickten niet, noch en [41] scheurden hare kleederen niet, de Coninck, noch alle sijne [42] knechten, die alle dese woorden gehoort hadden.",
      "text2026": "En zij verschrikten niet, en scheurden hun kleren niet, de koning noch al zijn knechten, die al deze woorden gehoord hadden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "41 scheurden hun klederen niet: Gelijk men in rouw en harteleed gewoon was te doen; [zie Gen. 37:29; 2 Kon. 18:37, en 2 Kon. 19:1, en 2 Kon. 22:11], maar zij voegden zich naar den koning, vergeten hebbende hun voorgaande beweging, vers 16. Genesis 37:29: Als nu Ruben tot den kuil wederkeerde, ziet, zo was Jozef niet in den kuil; toen scheurde hij zijn klederen. 2 Koningen 18:37: Toen kwam Eljakim, de zoon van Hilkia, de hofmeester, en Sebna, de schrijver, en Joah, de zoon van Asaf, de kanselier, tot Hizkia, met gescheurde klederen; en zij gaven hem de woorden van Rabsake te kennen. 2 Koningen 19:1: En het geschiedde, als de koning Hizkia dat hoorde, zo scheurde hij zijn klederen, en bedekte zich met een zak, en ging in het huis des HEEREN. 2 Koningen 22:11: Het geschiedde nu, als de koning de woorden des wetboeks hoorde, dat hij zijn klederen scheurde. Jeremia 36:16: En het geschiedde, als zij al de woorden hoorden, dat zij verschrikten, de een tegen den ander; en zij zeiden tot Baruch: Voorzeker zullen wij al deze woorden den koning bekend maken.",
          "text1637": "Gelijckmen in rouwe ende hertenleet gewoon was te doen, (siet Gen. 37. vers 29. ende 2.Reg. 18.37. ende 19.1. ende 22.11.) maer sy voechden haer nae den Coninck, vergeten hebbende hare voorgaende beweginge, vers 16.",
          "text2026": "41 scheurden hun kleren niet: Gelijk men in rouw en harteleed gewoon was te doen; [zie Gen. 37:29; 2 Kon. 18:37, en 2 Kon. 19:1, en 2 Kon. 22:11], maar zij voegden zich naar de koning, vergeten hebbende hun voorgaande beweging, vers 16. Genesis 37:29: Als nu Ruben tot de kuil keerde terug, ziet, zo was Jozef niet in de kuil; toen scheurde hij zijn kleren. 2 Koningen 18:37: Toen kwam Eljakim, de zoon van Hilkia, de hofmeester, en Sebna, de schrijver, en Joah, de zoon van Asaf, de kanselier, tot Hizkia, met gescheurde kleren; en zij gaven hem de woorden van Rabsake te kennen. 2 Koningen 19:1: En het geschiedde, als de koning Hizkia dat hoorde, zo scheurde hij zijn kleren, en bedekte zich met een zak, en ging in het huis van JAHWEH. 2 Koningen 22:11: Het geschiedde nu, als de koning de woorden van de wetboeks hoorde, dat hij zijn kleren scheurde. Jeremia 36:16: En het geschiedde, als zij al de woorden hoorden, dat zij verschrikten, de één tegen de ander; en zij zeiden tot Baruch: Voorzeker zullen wij al deze woorden de koning bekend maken."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, niemand van zijne officieren en hovelingen, die omtrent hem waren.",
          "text1637": "D. niemant van sijne officieren ende hovelingen, die omtrent hem waren.",
          "text2026": "Dat is, niemand van zijn officieren en hovelingen, die omtrent hem waren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "פָחֲד֔וּ",
          "strongs": "H6342",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "קָרְע֖וּ",
          "strongs": "H7167",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "בִּגְדֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H899",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֶּ֨לֶךְ֙",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "עֲבָדָ֔י/ו",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/שֹּׁ֣מְעִ֔ים",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "אֵ֥ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דְּבָרִ֖ים",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵֽלֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HTd/Pdxcp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zij verschrikten niet, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> scheurden hun kleren niet, de koning noch al zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> knechten, die al deze woorden gehoord hadden.",
      "textSV1888_html": "En zij verschrikten niet, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> scheurden hun klederen niet, de koning noch al zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> knechten, die al deze woorden gehoord hadden.",
      "text1637_html": "Ende sy en verschrickten niet, noch en <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> scheurden hare kleederen niet, de Coninck, noch alle sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> knechten, die alle dese woorden gehoort hadden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "klederen",
          "new": "kleren",
          "principe": "V68"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "Hoewel ook Elnathan, en Delaja, en Gemarja bij den koning daarvoor spraken, dat hij de rol niet zou verbranden; doch hij hoorde niet naar hen.",
      "text1637": "Hoewel oock Elnathan, ende Delaja, ende Gemaria by den Coninck daer voor spraken, dat hy de rolle niet en soude verbranden: [43] doch hy en hoorde niet nae hen.",
      "text2026": "Hoewel ook Elnathan, en Delaja, en Gemarja bij de koning daarvoor spraken, dat hij de rol niet zou verbranden; maar hij hoorde niet naar hen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "43 doch hij hoorde naar hen niet: Of, zo hoorde hij toch niet naar hen.",
          "text1637": "Ofte, so en hoorde hy doch niet nae hen.",
          "text2026": "43 maar hij hoorde naar hen niet: Of, zo hoorde hij toch niet naar hen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/גַם֩",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HC/Ta"
        },
        {
          "woord": "אֶלְנָתָ֨ן",
          "strongs": "H494",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/דְלָיָ֤הוּ",
          "strongs": "H1806",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "וּ/גְמַרְיָ֨הוּ֙",
          "strongs": "H1587",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "הִפְגִּ֣עוּ",
          "strongs": "H6293",
          "morph": "HVhp3cp"
        },
        {
          "woord": "בַ/מֶּ֔לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/בִלְתִּ֥י",
          "strongs": "H1115",
          "morph": "HR/C"
        },
        {
          "woord": "שְׂרֹ֖ף",
          "strongs": "H8313",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/מְּגִלָּ֑ה",
          "strongs": "H4039",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "שָׁמַ֖ע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hoewel ook Elnathan, en Delaja, en Gemarja bij de koning daarvoor spraken, dat hij de rol niet zou verbranden;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> maar hij hoorde niet naar hen.",
      "textSV1888_html": "Hoewel ook Elnathan, en Delaja, en Gemarja bij den koning daarvoor spraken, dat hij de rol niet zou verbranden;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> doch hij hoorde niet naar hen.",
      "text1637_html": "Hoewel oock Elnathan, ende Delaja, ende Gemaria by den Coninck daer voor spraken, dat hy de rolle niet en soude verbranden: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> doch hy en hoorde niet nae hen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "doch",
          "new": "maar",
          "principe": "V1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 26,
      "textSV1888": "Daartoe gebood de koning aan Jerahmeel, den zoon van Hammelech, en Zeraja, den zoon van Azriël, en Selemja, den zoon van Abdeël, om den schrijver Baruch en den profeet Jeremia te vangen. Maar de HEERE had hen verborgen.",
      "text1637": "Daer toe geboodt de Coninck Ierahmeël den sone [44] Hammelechs, ende Zeraja den sone Azriëls, ende Selemia den sone Abdeëls, om den Schrijver Baruch, ende den Propheet Ieremia te [45] vangen: Maer de HEERE hadse verborgen.",
      "text2026": "Daartoe gebood de koning aan Jerahmeel, de zoon van Hammelech, en Zeraja, de zoon van Azriël, en Selemja, de zoon van Abdeël, om de schrijver Baruch en de profeet Jeremia te vangen. Maar JAHWEH had hen verborgen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, des konings; dat is, zijn eigen zoon; alzo onder Jer. 38:6. Jeremia 38:6: Toen namen zij Jeremia en wierpen hem in den kuil van Malchia, den zoon van Hammelech, die in het voorhof der bewaring was, en zij lieten Jeremia af met zelen; in den kuil nu was geen water, maar slijk; en Jeremia zonk in het slijk.",
          "text1637": "Ofte, des Conincks. D. sijnen eygenen sone: alsoo ond. 38.6.",
          "text2026": "Of, van de koning; dat is, zijn eigen zoon; zo onder Jer. 38:6. Jeremia 38:6: Toen namen zij Jeremia en wierpen hem in de kuil van Malchia, de zoon van Hammelech, die in het voorhof van de bewaring was, en zij lieten Jeremia af met zelen; in de kuil nu was geen water, maar slijk; en Jeremia zonk in het slijk."
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Alzo wordt het Hebreeuwse woord, dat anders nemen en voorts halen betekent, ook gebruikt; Spreuk. 24:11, en onder Jer. 39:5. Spreuken 24:11: Red degenen, die ter dood gegrepen zijn; want zij wankelen ter doding, zo gij u onthoudt. Jeremia 39:5: Doch het heir der Chaldeeën jaagde hen achterna; en zij achterhaalden Zedekia in de vlakke velden van Jericho, en vingen hem, en brachten hem opwaarts tot Nebukadrezar, den koning van Babel, naar Ribla, in het land van Hamath; die sprak oordelen tegen hem uit.",
          "text1637": "Alsoo wort het Hebr. woort, dat anders, nemen ende voorts halen beteeckent, oock gebruyckt Prov. 24.11. ende ond. 39.5.",
          "text2026": "Zo wordt het Hebreeuwse woord, dat anders nemen en verder halen betekent, ook gebruikt; Spreuk. 24:11, en onder Jer. 39:5. Spreuken 24:11: Red degenen, die ter dood gegrepen zijn; want zij wankelen ter doding, zo u u onthoudt. Jeremia 39:5: Maar het legermacht van de Chaldeeën jaagde hen achterna; en zij achterhaalden Zedekia in de vlakke velden van Jericho, en vingen hem, en brachten hem opwaarts tot Nebukadrezar, de koning van Babel, naar Ribla, in het land van Hamath; die sprak oordelen tegen hem uit."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְצַוֶּ֣ה",
          "strongs": "H6680",
          "morph": "HC/Vpw3ms"
        },
        {
          "woord": "הַ֠/מֶּלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יְרַחְמְאֵ֨ל",
          "strongs": "H3396",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֶּ֜לֶךְ",
          "strongs": "H4429",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "שְׂרָיָ֣הוּ",
          "strongs": "H8304",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עַזְרִיאֵ֗ל",
          "strongs": "H5837",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "שֶֽׁלֶמְיָ֨הוּ֙",
          "strongs": "H8018",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּֽן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עַבְדְּאֵ֔ל",
          "strongs": "H5655",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לָ/קַ֨חַת֙",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "בָּר֣וּךְ",
          "strongs": "H1263",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/סֹּפֵ֔ר",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֖ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֣הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/נָּבִ֑יא",
          "strongs": "H5030",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יַּסְתִּרֵ֖/ם",
          "strongs": "H5641",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daartoe gebood de koning aan Jerahmeel, de zoon<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> van Hammelech, en Zeraja, de zoon van Azriël, en Selemja, de zoon van Abdeël, om de schrijver Baruch en de profeet Jeremia te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> vangen. Maar JAHWEH had hen verborgen.",
      "textSV1888_html": "Daartoe gebood de koning aan Jerahmeel, den zoon<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> van Hammelech, en Zeraja, den zoon van Azriël, en Selemja, den zoon van Abdeël, om den schrijver Baruch en den profeet Jeremia te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> vangen. Maar de HEERE had hen verborgen.",
      "text1637_html": "Daer toe geboodt de Coninck Ierahmeël den sone <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> Hammelechs, ende Zeraja den sone Azriëls, ende Selemia den sone Abdeëls, om den Schrijver Baruch, ende den Propheet Ieremia te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> vangen: Maer de HEERE hadse verborgen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 27,
      "textSV1888": "Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, nadat de koning de rol en de woorden, die Baruch geschreven had uit den mond van Jeremia, verbrand had, zeggende:",
      "text1637": "Doe geschiedde des HEEREN woort tot Ieremia: na dat de Coninck de rolle ende de woorden, die Baruch geschreven hadde uyt den mont van Ieremia, verbrandt hadde, seggende:",
      "text2026": "Toen kwam het woord van JAHWEH tot Jeremia, nadat de koning de rol en de woorden, die Baruch geschreven had uit de mond van Jeremia, verbrand had, zeggende:",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְהִ֥י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "דְבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶֽל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֑הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אַחֲרֵ֣י",
          "strongs": "H310",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שְׂרֹ֣ף",
          "strongs": "H8313",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֶּ֗לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/מְּגִלָּה֙",
          "strongs": "H4039",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "הַ/דְּבָרִ֔ים",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֨ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "כָּתַ֥ב",
          "strongs": "H3789",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "בָּר֛וּךְ",
          "strongs": "H1263",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִ/פִּ֥י",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֖הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹֽר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen kwam het woord van JAHWEH tot Jeremia, nadat de koning de rol en de woorden, die Baruch geschreven had uit de mond van Jeremia, verbrand had, zeggende:",
      "text1637_html": "Doe geschiedde des HEEREN woort tot Ieremia: na dat de Coninck de rolle ende de woorden, die Baruch geschreven hadde uyt den mont van Ieremia, verbrandt hadde, seggende:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geschiedde des HEEREN",
          "new": "kwam het",
          "principe": "V1230"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 28,
      "textSV1888": "Neem u weder een andere rol, en schrijf daarop al de eerste woorden, die geweest zijn op de eerste rol, die Jojakim, de koning van Juda, verbrand heeft.",
      "text1637": "[46] Neemt u weder eene andere rolle: ende schrijft daer op alle de eerste woorden, die geweest zijn op de eerste rolle, die Iojakim, de Coninck van Iuda, verbrandt heeft.",
      "text2026": "Neem u weer een andere rol, en schrijf daarop al de eerste woorden, die geweest zijn op de eerste rol, die Jojakim, de koning van Juda, verbrand heeft.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "46 Neem u weder een andere rol: Hebreeuws, keer weder, neem; dat is, neem weder, gelijk dikwijls.",
          "text1637": "Hebr. keert weder neemt. D. neemt weder, als dickwijls.",
          "text2026": "46 Neem u weer een andere rol: Hebreeuws, keer weer, neem; dat is, neem weer, gelijk dikwijls."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שׁ֥וּב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "קַח",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֖",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מְגִלָּ֣ה",
          "strongs": "H4039",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אַחֶ֑רֶת",
          "strongs": "H312",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/כְתֹ֣ב",
          "strongs": "H3789",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "עָלֶ֗י/הָ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "אֵ֤ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/דְּבָרִים֙",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הָ/רִ֣אשֹׁנִ֔ים",
          "strongs": "H7223",
          "morph": "HTd/Aampa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "הָי֗וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/מְּגִלָּה֙",
          "strongs": "H4039",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הָ/רִ֣אשֹׁנָ֔ה",
          "strongs": "H7223",
          "morph": "HTd/Aafsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "שָׂרַ֖ף",
          "strongs": "H8313",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוֹיָקִ֥ים",
          "strongs": "H3079",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָֽה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> Neem u weer een andere rol, en schrijf daarop al de eerste woorden, die geweest zijn op de eerste rol, die Jojakim, de koning van Juda, verbrand heeft.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> Neem u weder een andere rol, en schrijf daarop al de eerste woorden, die geweest zijn op de eerste rol, die Jojakim, de koning van Juda, verbrand heeft.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> Neemt u weder eene andere rolle: ende schrijft daer op alle de eerste woorden, die geweest zijn op de eerste rolle, die Iojakim, de Coninck van Iuda, verbrandt heeft.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "weder",
          "new": "weer",
          "principe": "V66"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 29,
      "textSV1888": "En tot Jojakim, den koning van Juda, zult gij zeggen: Zo zegt de HEERE: Gij hebt deze rol verbrand, zeggende: Waarom hebt gij daarop geschreven, zeggende: De koning van Babel zal zekerlijk komen, en dit land verderven, en maken, dat mens en beest daarin ophouden?",
      "text1637": "Ende [47] tot Iojakim, den Coninck van Iuda, sult ghy [48] seggen; Soo seyt de HEERE: Ghy hebt dese rolle verbrandt, seggende; Waerom hebt ghy daerop geschreven, [49] seggende; De Coninck van Babel sal [50] sekerlick komen, ende dit lant verderven, ende maken dat mensch ende beest [51] daerin ophouden?",
      "text2026": "En tot Jojakim, de koning van Juda, zult u zeggen: Zo zegt JAHWEH: U hebt deze rol verbrand, zeggende: Waarom hebt u daarop geschreven, zeggende: De koning van Babel zal zeker komen, en dit land verderven, en maken, dat mens en beest daarin ophouden?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "47 tot Jojakim: Anders: van, dat is, gij zult in uwe profetieën van hem schrijven door mijn last.",
          "text1637": "And. van. D. ghy sult in uwe Prophetien van hem schrijven door mijnen last.",
          "text2026": "47 tot Jojakim: Anders: van, dat is, u zult in uwe profetieën van hem schrijven door mijn last."
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta daarna, in volgenden tijd, alzo hij te dezer tijd door der vorsten raad en Gods voorzorg verborgen was; zie vers 19, 36:26; maar God kon lichtelijk [als het Hem beliefde] des konings hoogmoed en wreedheid alzo bedwingen, dat hij Jeremia voor zijn aangezicht moest leiden en horen spreken. Jeremia 36:19: Toen zeiden de vorsten tot Baruch: Ga henen, verberg u, gij en Jeremia; en niemand wete, waar gijlieden zijt. Jeremia 36:26: Daartoe gebood de koning aan Jerahmeel, den zoon van Hammelech, en Zeraja, den zoon van Azriël, en Selemja, den zoon van Abdeël, om den schrijver Baruch en den profeet Jeremia te vangen. Maar de HEERE had hen verborgen.",
          "text1637": "Verst. daerna, in volgenden tijt: also hy te deser tijt door der vorsten raet, ende Godts voorsorge, verborgen was. siet vers 19, 26. maer Godt konde lichtelick (alst hem beliefde) des Conincx hoochmoet ende wreetheyt alsoo bedwingen, dat hy Ieremia voor sijn aengesicht moeste lyden, ende hooren spreken.",
          "text2026": "Versta daarna, in volgenden tijd, zo hij te van deze tijd door van de vorsten raad en Gods voorzorg verborgen was; zie vers 19, 36:26; maar God kon lichtelijk [als het Hem beliefde] van de koning hoogmoed en wreedheid zo bedwingen, dat hij Jeremia voor zijn aangezicht moest leiden en horen spreken. Jeremia 36:19: Toen zeiden de vorsten tot Baruch: Ga heen, verberg u, u en Jeremia; en niemand wete, waar u bent. Jeremia 36:26: Daartoe gebood de koning aan Jerahmeel, de zoon van Hammelech, en Zeraja, de zoon van Azriël, en Selemja, de zoon van Abdeël, om de schrijver Baruch en de profeet Jeremia te vangen. Maar JAHWEH had hen verborgen."
        },
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, aldus.",
          "text1637": "D. aldus.",
          "text2026": "Dat is, aldus."
        },
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "50 zekerlijk komen: Hebreeuws, komende komen.",
          "text1637": "Hebr. komende komen.",
          "text2026": "50 zekerlijk komen: Hebreeuws, komende komen (בֹּֽא)."
        },
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "51 daarin ophouden: Hebreeuws, daaruit, of daarvan; dat is, dat er gene meer zijn.",
          "text1637": "Hebr. daer uyt, ofte, daer van, D. datter geene meer en zijn.",
          "text2026": "51 daarin ophouden: Hebreeuws, daaruit, of daarvan; dat is, dat er gene meer zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "יְהוֹיָקִ֤ים",
          "strongs": "H3079",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָה֙",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "תֹּאמַ֔ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֖ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אַ֠תָּה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "שָׂרַ֜פְתָּ",
          "strongs": "H8313",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/מְּגִלָּ֤ה",
          "strongs": "H4039",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֹּאת֙",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HTd/Pdxfs"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹ֔ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "מַדּוּעַ֩",
          "strongs": "H4069",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "כָּתַ֨בְתָּ",
          "strongs": "H3789",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "עָלֶ֜י/הָ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹ֗ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "בֹּֽא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqa"
        },
        {
          "woord": "יָב֤וֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶל֙",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִשְׁחִית֙",
          "strongs": "H7843",
          "morph": "HC/Vhq3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֹּ֔את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HTd/Pdxfs"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִשְׁבִּ֥ית",
          "strongs": "H7673",
          "morph": "HC/Vhq3ms"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּ֖/נָּה",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֥ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְהֵמָֽה",
          "strongs": "H929",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> tot Jojakim, de koning van Juda, zult u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> zeggen: Zo zegt JAHWEH: U hebt deze rol verbrand, zeggende: Waarom hebt u daarop geschreven,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>De koning van Babel zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> zeker komen, en dit land verderven, en maken, dat mens en beest<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> daarin ophouden?</i></span>",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> tot Jojakim, den koning van Juda, zult gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> zeggen: Zo zegt de HEERE: Gij hebt deze rol verbrand, zeggende: Waarom hebt gij daarop geschreven,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> zeggende: De koning van Babel zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> zekerlijk komen, en dit land verderven, en maken, dat mens en beest<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> daarin ophouden?",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> tot Iojakim, den Coninck van Iuda, sult ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> seggen; Soo seyt de HEERE: Ghy hebt dese rolle verbrandt, seggende; Waerom hebt ghy daerop geschreve<i>n</i>, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> seggende; De Coninck van Babel sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> sekerlick komen, ende dit lant verderven, ende maken dat mensch ende beest <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> daerin ophouden?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de HEERE: Gij",
          "new": "JAHWEH: U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "zekerlijk",
          "new": "zeker",
          "principe": "V74"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 30,
      "textSV1888": "Daarom zegt de HEERE alzo van Jojakim, den koning van Juda: Hij zal geen hebben, die op Davids troon zitte; en zijn dood lichaam zal weggeworpen zijn, des daags in de hitte, en des nachts in de vorst.",
      "text1637": "Daerom seyt de HEERE alsoo, van Iojakim, den Coninck van Iuda; Hy en sal [52] geenen hebben, die op Davids throon sitte: ende sijn [c] [53] doot lichaem sal wechgeworpen zijn, des daechs in de hitte, ende des nachts in de vorst.",
      "text2026": "Daarom zegt JAHWEH zo van Jojakim, de koning van Juda: Hij zal niemand hebben, die op Davids troon zitte; en zijn dood lichaam zal weggeworpen zijn, overdag in de hitte, en in de nacht in de vorst.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "52 geen hebben: Versta, zoon, die hem in de koninklijke regering opvolgt, alzo, te weten dat het den naam van opvolging en regering met recht zou mogen hebben; want zijn zoon Jechonia of Jojachin is maar drie maanden koning geweest, [hetwelk voor geen zitten gerekend wordt] en toen naar Babel gevoerd, 2 Kon. 24:8, 24:12, en Zedekia, die in zijne plaats kwam, was niet Jojakims zoon, maar broeder, tevoren genoemd Mattanja, 2 Kon. 24:17. 2 Koningen 24:8: Jojachin was achttien jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde drie maanden te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Nehusta, een dochter van Elnathan, van Jeruzalem. 2 Koningen 24:12: Toen ging Jojachin, de koning van Juda, uit tot den koning van Babel, hij, en zijn moeder, en zijn knechten, en zijn vorsten, en zijn hovelingen; en de koning van Babel nam hem gevangen in het achtste jaar zijner regering. 2 Koningen 24:17: En de koning van Babel maakte Mattanja, deszelfs oom, koning in plaats van hem, en veranderde zijn naam in Zedekia.",
          "text1637": "Verst. sone, die hem in de Conincklicke regeringe succedere: alsoo te weten, dat het den naem van successie ende regeringe met recht soude mogen hebben: want sijn sone Iechonja, ofte, Iojachin maer drie maenden Coninck geweest en is, (het welcke voor geen sitten gerekent en wort.) ende doe nae Babel gevoert 2.Reg. 24.8, 12. ende Zedekia, die in sijne plaetse quam, was niet Iojakims sone, maer broeder, te vooren genaemt Mattania. 2.Reg. 24.17.",
          "text2026": "52 niemand hebben: Versta, zoon, die hem in de koninklijke regering opvolgt, zo, te weten dat het de naam van opvolging en regering met recht zou mogen hebben; want zijn zoon Jechonia of Jojachin is maar drie maanden koning geweest, [dat voor geen zitten gerekend wordt] en toen naar Babel gevoerd, 2 Kon. 24:8, 24:12, en Zedekia, die in zijn plaats kwam, was niet Jojakims zoon, maar broer, tevoren genoemd Mattanja, 2 Kon. 24:17. 2 Koningen 24:8: Jojachin was achttien jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde drie maanden te Jeruzalem; en de naam zijn moeder was Nehusta, een dochter van Elnathan, van Jeruzalem. 2 Koningen 24:12: Toen ging Jojachin, de koning van Juda, uit tot de koning van Babel, hij, en zijn moeder, en zijn knechten, en zijn vorsten, en zijn hovelingen; en de koning van Babel nam hem gevangen in het achtste jaar zijn regering. 2 Koningen 24:17: En de koning van Babel maakte Mattanja, daarvan oom, koning in plaats van hem, en veranderde zijn naam in Zedekia."
        },
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "53 dood lichaam zal weggeworpen zijn: Vergelijk boven Jer. 22:19, met de aantekening. Jeremia 22:19: Met een ezelsbegrafenis zal hij begraven worden; men zal hem slepen en daarhenen werpen, verre weg van de poorten van Jeruzalem.",
          "text1637": "Vergel. bov. 22.19. met d´aenteeck.",
          "text2026": "53 dood lichaam zal weggeworpen zijn: Vergelijk boven Jer. 22:19, met de aantekening. Jeremia 22:19: Met een ezelsbegrafenis zal hij begraven worden; men zal hem slepen en daarheen werpen, verre weg van de poorten van Jeruzalem."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 22:19. Jeremia 22:19: Met een ezelsbegrafenis zal hij begraven worden; men zal hem slepen en daarhenen werpen, verre weg van de poorten van Jeruzalem.",
          "text1637": "Ier. 22.19.",
          "text2026": "Jer. 22:19. Jeremia 22:19: Met een ezelsbegrafenis zal hij begraven worden; men zal hem slepen en daarheen werpen, verre weg van de poorten van Jeruzalem."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ/כֵ֞ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהֽוֹיָקִים֙",
          "strongs": "H3079",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֔ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִֽהְיֶה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לּ֥/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יוֹשֵׁ֖ב",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כִּסֵּ֣א",
          "strongs": "H3678",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "דָוִ֑ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִבְלָת/וֹ֙",
          "strongs": "H5038",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "תִּֽהְיֶ֣ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "מֻשְׁלֶ֔כֶת",
          "strongs": "H7993",
          "morph": "HVHsfsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/חֹ֥רֶב",
          "strongs": "H2721",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/יּ֖וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לַ/קֶּ֥רַח",
          "strongs": "H7140",
          "morph": "HC/Rd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/לָּֽיְלָה",
          "strongs": "H3915",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom zegt JAHWEH zo van Jojakim, de koning van Juda: Hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> niemand hebben, die op Davids troon zitte; en zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> dood lichaam zal weggeworpen zijn, overdag in de hitte, en in de nacht in de vorst.",
      "textSV1888_html": "Daarom zegt de HEERE alzo van Jojakim, den koning van Juda: Hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> geen hebben, die op Davids troon zitte; en zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> dood lichaam zal weggeworpen zijn, des daags in de hitte, en des nachts in de vorst.",
      "text1637_html": "Daerom seyt de HEERE alsoo, van Iojakim, den Coninck van Iuda; Hy en sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> geenen hebben, die op Davids throon sitte: ende sijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> doot lichaem sal wechgeworpen zijn, des daechs in de hitte, ende des nachts in de vorst.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE alzo",
          "new": "JAHWEH zo",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "geen",
          "new": "niemand",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "des daags",
          "new": "overdag",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "des nachts",
          "new": "in de nacht",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 31,
      "textSV1888": "En Ik zal over hem, en over zijn zaad, en over zijn knechten hunlieder ongerechtigheid bezoeken; en Ik zal over hen, en over de inwoners van Jeruzalem, en over de mannen van Juda, al het kwaad brengen, dat Ik tot hen gesproken heb; maar zij hebben niet gehoord.",
      "text1637": "Ende ick sal over hem, ende over sijn zaet, ende over sijne [54] knechten, haerlieder ongerechticheyt [55] besoecken: ende ick sal over hen, ende over de inwoonders van Ierusalem, ende over de mannen van Iuda, al het quaet brengen, dat ick tot hen [56] gesproken hebbe, maer sy en hebben niet gehoort.",
      "text2026": "En Ik zal over hem, en over zijn zaad, en over zijn knechten hun ongerechtigheid bezoeken; en Ik zal over hen, en over de inwoners van Jeruzalem, en over de mannen van Juda, al het kwaad brengen, dat Ik tot hen gesproken heb; maar zij hebben niet gehoord.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "54 knechten hunlieder ongerechtigheid: Gelijk boven vers 24. Jeremia 36:24: En zij verschrikten niet, en scheurden hun klederen niet, de koning noch al zijn knechten, die al deze woorden gehoord hadden.",
          "text1637": "Als bov. vers 24.",
          "text2026": "54 knechten hunlieder ongerechtigheid: Gelijk boven vers 24. Jeremia 36:24: En zij verschrikten niet, en scheurden hun kleren niet, de koning noch al zijn knechten, die al deze woorden gehoord hadden."
        },
        {
          "marker": "55",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, straffen; zie Gen. 21:1. Genesis 21:1: En de HEERE bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en de HEERE deed aan Sara, gelijk als Hij gesproken had.",
          "text1637": "D. straffen. siet Gen. 21. op vers 1.",
          "text2026": "Dat is, straffen; zie Gen. 21:1. Genesis 21:1: En JAHWEH bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en JAHWEH deed aan Sara, gelijk als Hij gesproken had."
        },
        {
          "marker": "56",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "56 gesproken heb: En in de vorige rol begrepen was.",
          "text1637": "Ende in de voorige rolle begrepen was.",
          "text2026": "56 gesproken heb: En in de vorige rol begrepen was."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/פָקַדְתִּ֨י",
          "strongs": "H6485",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "עָלָ֧י/ו",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "זַרְע֛/וֹ",
          "strongs": "H2233",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "עֲבָדָ֖י/ו",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "עֲוֺנָ֑/ם",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הֵבֵאתִ֣י",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "עֲ֠לֵי/הֶם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "יֹשְׁבֵ֨י",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "יְרוּשָׁלִַ֜ם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "אִ֣ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֗ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֧ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/רָעָ֛ה",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "דִּבַּ֥רְתִּי",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/הֶ֖ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "שָׁמֵֽעוּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal over hem, en over zijn zaad, en over zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> knechten hun ongerechtigheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> bezoeken; en Ik zal over hen, en over de inwoners van Jeruzalem, en over de mannen van Juda, al het kwaad brengen, dat Ik tot hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> gesproken heb; maar zij hebben niet gehoord.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal over hem, en over zijn zaad, en over zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> knechten hunlieder ongerechtigheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> bezoeken; en Ik zal over hen, en over de inwoners van Jeruzalem, en over de mannen van Juda, al het kwaad brengen, dat Ik tot hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> gesproken heb; maar zij hebben niet gehoord.",
      "text1637_html": "Ende ick sal over hem, ende over sijn zaet, ende over sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> knechten, haerlieder ongerechticheyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> besoecken: ende ick sal over hen, ende over de inwoonders van Ierusalem, ende over de mannen van Iuda, al het quaet brengen, dat ick tot hen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> gesproken hebbe, maer sy en hebben niet gehoort.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hunlieder",
          "new": "hun",
          "principe": "V329"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 32,
      "textSV1888": "Jeremia dan nam een andere rol, en gaf ze aan den schrijver Baruch, den zoon van Nerija; die schreef daarop, uit den mond van Jeremia, al de woorden des boeks, dat Jojakim, de koning van Juda, met vuur verbrand had; en tot dezelve werden nog veel dergelijke woorden toegedaan.",
      "text1637": "Ieremia dan nam eene andere rolle, ende gafse aen de Schrijver Baruch, den sone van Nerija; die schreef daerop uyt den mont van Ieremia, alle de woorden des boecks, dat Iojakim, de Coninck van Iuda, met vyer verbrandt hadde: ende tot de selve werden noch vele diergelijcke woorden toegedaen.",
      "text2026": "Jeremia dan nam een andere rol, en gaf ze aan de schrijver Baruch, de zoon van Nerija; die schreef daarop, uit de mond van Jeremia, al de woorden van het boek, dat Jojakim, de koning van Juda, met vuur verbrand had; en daartoe werden nog veel dergelijke woorden toegedaan.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/יִרְמְיָ֜הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "לָקַ֣ח",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "מְגִלָּ֣ה",
          "strongs": "H4039",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אַחֶ֗רֶת",
          "strongs": "H312",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/יִּתְּנָ/הּ֮",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqw3ms/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "בָּר֣וּךְ",
          "strongs": "H1263",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "נֵרִיָּהוּ֮",
          "strongs": "H5374",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/סֹּפֵר֒",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּכְתֹּ֤ב",
          "strongs": "H3789",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "עָלֶ֨י/הָ֙",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "מִ/פִּ֣י",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֔הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֚ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "דִּבְרֵ֣י",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/סֵּ֔פֶר",
          "strongs": "H5612",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "שָׂרַ֛ף",
          "strongs": "H8313",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוֹיָקִ֥ים",
          "strongs": "H3079",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֖ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אֵ֑שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/ע֨וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HC/D"
        },
        {
          "woord": "נוֹסַ֧ף",
          "strongs": "H3254",
          "morph": "HVNp3ms"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/הֶ֛ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "דְּבָרִ֥ים",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "רַבִּ֖ים",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "כָּ/הֵֽמָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Jeremia dan nam een andere rol, en gaf ze aan de schrijver Baruch, de zoon van Nerija; die schreef daarop, uit de mond van Jeremia, al de woorden van het boek, dat Jojakim, de koning van Juda, met vuur verbrand had; en daartoe werden nog veel dergelijke woorden toegedaan.",
      "text1637_html": "Ieremia dan nam eene andere rolle, ende gafse aen de Schrijver Baruch, den sone van Nerija; die schreef daerop uyt den mont van Ieremia, alle de woorden des boecks, dat Iojakim, de Coninck van Iuda, met vyer verbrandt hadde: ende tot de selve werden noch vele diergelijcke woorden toegedaen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des boeks,",
          "new": "van het boek,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "tot dezelve",
          "new": "daartoe",
          "principe": "O3"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Ieremia laet, op Godts bevel, Baruch sijne Prophetyen in eene groote rolle schrijven, ende op den vastendach in het huys des Heeren, den gantschen volcke daer uyt voorlesen, vers 1, etc. Dit wort den Vorsten des Conincks aengedient, die Baruch met de rolle terstont ontbieden, ende hebbende haer daer uyt laten voorlesen, brengen sy de sake by den Coninck Iojakim, 11. die de rolle laet halen, ende hebbende een gedeelte daer uyt hooren lesen, versnijt hy de rolle, ende werptse in’t vyer ende verbrantse, niet tegenstaende dat eenige van de Vorsten hem daer van afmaenden, 21. beveelt Ieremia ende Baruch te vangen, dat Godt voorkomt, 26. Ieremia laet alle dese ende meer diergelijcke prophetyen, door Godts bevel, weder in een ander rolle schrijven, ende voorseyt den Coninck, Stadt, ende lant, hare straffen, 27.",
    "text2026": "Jeremia laat, op Gods bevel, Baruch zijn profetieën op een grote rol schrijven en op de vastendag in het huis van de HEERE aan het hele volk daaruit voorlezen, vers 1, enz. Dit wordt de vorsten van de koning gemeld, die Baruch met de rol terstond ontbieden, en nadat zij zich daaruit hebben laten voorlezen, brengen zij de zaak bij de koning Jojakim, 11. die de rol laat halen, en nadat hij een gedeelte daaruit heeft horen lezen, snijdt hij de rol stuk en werpt die in het vuur en verbrandt die, niettegenstaande dat enige van de vorsten hem daarvan afmaanden, 21. beveelt Jeremia en Baruch te vangen, wat God voorkomt, 26. Jeremia laat al deze en meer dergelijke profetieën, op Gods bevel, weer op een andere rol schrijven, en voorzegt de koning, stad en land hun straffen, 27."
  }
}
