{
  "number": 37,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "En Zedekia, zoon van Josia, regeerde, koning zijnde, in plaats van Chonja, Jojakims zoon, welken Zedekia Nebukadrezar, de koning van Babel, koning gemaakt had in het land van Juda.",
      "text1637": "ENde Zedekia, sone van Iosia, regeerde, [1] Coninck zijnde, in plaetse van [2] Chonja Iojakims sone: welcken [3] [Zedekia] Nebucadrezar, de Coninck van Babel, Coninck gemaeckt hadde in den lande van Iuda.",
      "text2026": "En Zedekia, zoon van Josia, regeerde, koning zijnde, in plaats van Chonja, Jojakims zoon, die Zedekia Nebukadrezar, de koning van Babel, koning gemaakt had in het land van Juda.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "1 koning zijnde: Zie dezelfde manier van spreken boven, Jer. 23:5. Anders: en de koning Zedekia regeerde in plaats, enz. Sommigen houden dat deze manier van spreken hier van Zedekia alzo gebruikt wordt, omdat Chonia, [anders genoemd Jechonia of Jojachin] zijn voorzaat, niet meer dan drie maanden had geregeerd, en als voor geen koning gehouden was; vergelijk boven Jer. 36:30, met de aantekening. Jeremia 23:5: Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde. Jeremia 36:30: Daarom zegt de HEERE alzo van Jojakim, den koning van Juda: Hij zal geen hebben, die op Davids troon zitte; en zijn dood lichaam zal weggeworpen zijn, des daags in de hitte, en des nachts in de vorst.",
          "text1637": "Siet de selve maniere van spreken bov. 23.5. And. ende de Coninck Zedekia regeerde in plaetse, etc. Sommige houden, dat dese maniere van spreken hier van Zedekia alsoo gebruyckt wort, om dat Chonia, (anders genoemt Iechonia, ofte, Iojachin) sijn voorsaet, niet meer als drie maenden hadde geregeert, ende als voor geenen Coninck gehouden en was. Vergel. bov. 36.30. met d’aent.",
          "text2026": "1 koning zijnde: Zie dezelfde manier van spreken boven, Jer. 23:5. Anders: en de koning Zedekia regeerde in plaats, enz. Sommigen houden dat deze manier van spreken hier van Zedekia zo gebruikt wordt, omdat Chonia, [anders genoemd Jechonia of Jojachin] zijn voorzaat, niet meer dan drie maanden had geregeerd, en als voor geen koning gehouden was; vergelijk boven Jer. 36:30, met de aantekening. Jeremia 23:5: Ziet, de dagen komen, spreekt JAHWEH, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde. Jeremia 36:30: Daarom zegt JAHWEH zo van Jojakim, de koning van Juda: Hij zal geen hebben, die op Davids troon zitte; en zijn dood lichaam zal weggeworpen zijn, van de dag in de hitte, en van de nacht in de vorst."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven Jer. 22:24. Jeremia 22:24: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, ofschoon Chonia, de zoon van Jojakim, den koning van Juda, een zegelring ware aan Mijn rechterhand, zo zal Ik u toch van daar wegrukken.",
          "text1637": "Siet bov. 22. op vers 24.",
          "text2026": "Zie boven Jer. 22:24. Jeremia 22:24: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt JAHWEH, ofschoon Chonia, de zoon van Jojakim, de koning van Juda, een zegelring ware aan Mijn rechterhand, zo zal Ik u toch van daar wegrukken."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie 2 Kon. 24:17. 2 Koningen 24:17: En de koning van Babel maakte Mattanja, deszelfs oom, koning in plaats van hem, en veranderde zijn naam in Zedekia.",
          "text1637": "Siet 1.Reg. 24.17.",
          "text2026": "Zie 2 Kon. 24:17. 2 Koningen 24:17: En de koning van Babel maakte Mattanja, daarvan oom, koning in plaats van hem, en veranderde zijn naam in Zedekia."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּ֨מְלָךְ",
          "strongs": "H4427",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "מֶ֔לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "צִדְקִיָּ֖הוּ",
          "strongs": "H6667",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יֹֽאשִׁיָּ֑הוּ",
          "strongs": "H2977",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "תַּ֗חַת",
          "strongs": "H8478",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כָּנְיָ֨הוּ֙",
          "strongs": "H3659",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְה֣וֹיָקִ֔ים",
          "strongs": "H3079",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "הִמְלִ֛יךְ",
          "strongs": "H4427",
          "morph": "HVhp3ms"
        },
        {
          "woord": "נְבוּכַדְרֶאצַּ֥ר",
          "strongs": "H5019",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶ֖ל",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אֶ֥רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָֽה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En Zedekia, zoon van Josia, regeerde,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> koning zijnde, in plaats van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Chonja, Jojakims zoon, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Zedekia Nebukadrezar, de koning van Babel, koning gemaakt had in het land van Juda.",
      "textSV1888_html": "En Zedekia, zoon van Josia, regeerde,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> koning zijnde, in plaats van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Chonja, Jojakims zoon, welken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Zedekia Nebukadrezar, de koning van Babel, koning gemaakt had in het land van Juda.",
      "text1637_html": "ENde Zedekia, sone van Iosia, regeerde, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Coninck zijnde, in plaetse van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Chonja Iojakims sone: welcken <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> [Zedekia] Nebucadrezar, de Coninck van Babel, Coninck gemaeckt hadde in den lande van Iuda.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "welken",
          "new": "die",
          "principe": "V808"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Maar hij hoorde niet, hij, noch zijn knechten, noch het volk des lands, naar de woorden des HEEREN, die Hij sprak door den dienst van den profeet Jeremia.",
      "text1637": "Maer hy en hoorde niet, hy, noch sijne [4] knechten, noch het volck des lants, nae de woorden des HEEREN, die hy sprack door den [5] dienst des Propheten Ieremia.",
      "text2026": "Maar hij hoorde niet, hij, noch zijn knechten, noch het volk van het land, naar de woorden van JAHWEH, die Hij sprak door de dienst van de profeet Jeremia.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, officieren en hovelingen.",
          "text1637": "D. officieren, ende hovelingen.",
          "text2026": "Dat is, officieren en hovelingen."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "5 dienst van den profeet Jeremia: Hebreeuws, hand.",
          "text1637": "Hebr. hant.",
          "text2026": "5 dienst van de profeet Jeremia: Hebreeuws, hand (יַד)."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "שָׁמַ֛ע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "ה֥וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/עֲבָדָ֖י/ו",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַ֣ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "דִּבְרֵ֣י",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "דִּבֶּ֔ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יַ֖ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֥הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/נָּבִֽיא",
          "strongs": "H5030",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar hij hoorde niet, hij, noch zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> knechten, noch het volk van het land, naar de woorden van JAHWEH, die Hij sprak door de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> dienst van de profeet Jeremia.",
      "textSV1888_html": "Maar hij hoorde niet, hij, noch zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> knechten, noch het volk des lands, naar de woorden des HEEREN, die Hij sprak door den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> dienst van den profeet Jeremia.",
      "text1637_html": "Maer hy en hoorde niet, hy, noch sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> knechten, noch het volck des lants, nae de woorden des HEEREN, die hy sprack door den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> dienst des Propheten Ieremia.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des lands,",
          "new": "van het land,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "des HEEREN,",
          "new": "van JAHWEH,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Nochtans zond de koning Zedekia Juchal, den zoon van Selemja, en Sefanja, den zoon van Maaseja, den priester, tot den profeet Jeremia, om te zeggen: Bid toch voor ons tot den HEERE, onzen God!",
      "text1637": "Nochtans sondt de Coninck Zedekia, Iuchal den sone van Selemja, ende Zephanja den sone van Maaseja, den Priester, tot den Propheet Ieremia, om te seggen: Bidt doch voor ons, tot den HEERE onsen Godt [6].",
      "text2026": "Toch zond de koning Zedekia Juchal, de zoon van Selemja, en Sefanja, de zoon van Maaseja, de priester, tot de profeet Jeremia, om te zeggen: Bid toch voor ons tot JAHWEH, onze God!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "6 onzen God: Vervolg deze zaak in vers 6. Jeremia 37:6: Toen geschiedde des HEEREN woord tot den profeet Jeremia, zeggende:",
          "text1637": "Siet het vervolg deser sake. vers 6.",
          "text2026": "6 onze God: Vervolg deze zaak in vers 6. Jeremia 37:6: Toen geschiedde van JAHWEH woord tot de profeet Jeremia, zeggende:"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּשְׁלַח֩",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֶּ֨לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "צִדְקִיָּ֜הוּ",
          "strongs": "H6667",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יְהוּכַ֣ל",
          "strongs": "H3081",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שֶֽׁלֶמְיָ֗ה",
          "strongs": "H8018",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "צְפַנְיָ֤הוּ",
          "strongs": "H6846",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מַֽעֲשֵׂיָה֙",
          "strongs": "H4641",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/כֹּהֵ֔ן",
          "strongs": "H3548",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֥הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/נָּבִ֖יא",
          "strongs": "H5030",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹ֑ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "הִתְפַּלֶּל",
          "strongs": "H6419",
          "morph": "HVtv2ms"
        },
        {
          "woord": "נָ֣א",
          "strongs": "H4994",
          "morph": "HTe"
        },
        {
          "woord": "בַעֲדֵ֔/נוּ",
          "strongs": "H1157",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵֽי/נוּ",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toch zond de koning Zedekia Juchal, de zoon van Selemja, en Sefanja, de zoon van Maaseja, de priester, tot de profeet Jeremia, om te zeggen: <span class=\"direct-speech\"><i>Bid toch voor ons tot JAHWEH, onze God!</i></span><sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup>",
      "textSV1888_html": "Nochtans zond de koning Zedekia Juchal, den zoon van Selemja, en Sefanja, den zoon van Maaseja, den priester, tot den profeet Jeremia, om te zeggen: Bid toch voor ons tot den HEERE, onzen God!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup>",
      "text1637_html": "Nochtans sondt de Coninck Zedekia, Iuchal den sone van Selemja, ende Zephanja den sone van Maaseja, den Priester, tot den Propheet Ieremia, om te seggen: Bidt doch voor ons, tot den HEERE onsen Godt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup>.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Nochtans",
          "new": "Toch",
          "principe": "V73"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den HEERE, onzen",
          "new": "JAHWEH, onze",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "(Want Jeremia was nog ingaande en uitgaande in het midden des volks, en zij hadden hem nog in het gevangenhuis niet gesteld.",
      "text1637": "(Want Ieremia was [noch] [7] ingaende ende uytgaende in ’t midden des volcks: ende sy en hadden hem [noch] in ’t [8] gevangenhuys niet gestelt.",
      "text2026": "(Want Jeremia was nog ingaande en uitgaande in het midden van het volk, en zij hadden hem nog in de gevangenis niet gesteld.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "7 ingaande en uitgaande: Dat is, hij verkeerde nog vrijelijk onder het volk, doende zijn ambt onverhinderd; vergelijk Deut. 31:2. Deuteronomium 31:2: En zeide tot hen: Ik ben heden honderd en twintig jaren oud; ik zal niet meer kunnen uitgaan en ingaan; daartoe heeft de HEERE tot mij gezegd: Gij zult over deze Jordaan niet gaan.",
          "text1637": "D. hy verkeerde noch vryelick onder den volcke, doende sijn ampt onverhindert. Vergel. Deut. 31. op vers 2.",
          "text2026": "7 ingaande en uitgaande: Dat is, hij verkeerde nog vrij onder het volk, doende zijn ambt onverhinderd; vergelijk Deut. 31:2. Deuteronomium 31:2: En zei tot hen: Ik ben heden honderd en twintig jaren oud; ik zal niet meer kunnen uitgaan en ingaan; daartoe heeft JAHWEH tot mij gezegd: U zult over deze Jordaan niet gaan."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "8 gevangenhuis niet gesteld: Hebreeuws eigenlijk, huis der besluiting, of ophouding, bedwang; alzo onder vers 15, 37:18, alsof men zeide: sluithuis, Jer. 37;15, ook genoemd het huis van den band, dat is, der banden; alsof men zeide: bindhuis. Jeremia 37:15: En de vorsten werden zeer toornig op Jeremia en sloegen hem; en zij stelden hem in het gevangenhuis, ten huize van Jonathan, den schrijver; want zij hadden dat tot een gevangenhuis gemaakt. Jeremia 37:18: Voorts zeide Jeremia tot den koning Zedekia: Wat heb ik tegen u, of tegen uw knechten, of tegen dit volk gezondigd, dat gijlieden mij in het gevangenhuis gesteld hebt?",
          "text1637": "Hebr. eyg. huys der besluytinge, ofte, ophoudinge, bedwanck: alsoo ond. vers 15, 18. als ofmen seyde, Sluyt huys: vers 15. oock genoemt het huys des bants. D. der banden: als ofmen seyde bindt-huys.",
          "text2026": "8 gevangenhuis niet gesteld: Hebreeuws eigenlijk, huis van de besluiting, of ophouding, bedwang; zo onder vers 15, 37:18, alsof men zei: sluithuis, Jer. 37;15, ook genoemd het huis van de band, dat is, van de banden; alsof men zei: bindhuis. Jeremia 37:15: En de vorsten werden zeer toornig op Jeremia en sloegen hem; en zij stelden hem in het gevangenhuis, in het huis van Jonathan, de schrijver; want zij hadden dat tot een gevangenhuis gemaakt. Jeremia 37:18: Verder zei Jeremia tot de koning Zedekia: Wat heb ik tegen u, of tegen uw knechten, of tegen dit volk gezondigd, dat u mij in het gevangenhuis gesteld hebt?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/יִרְמְיָ֕הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "בָּ֥א",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יֹצֵ֖א",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HC/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ת֣וֹךְ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/עָ֑ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "נָתְנ֥וּ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֹת֖/וֹ",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "ה/כליא",
          "strongs": "H3628",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "(Want Jeremia was<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> nog ingaande en uitgaande in het midden van het volk, en zij hadden hem nog in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> gevangenis niet gesteld.",
      "textSV1888_html": "(Want Jeremia was<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> nog ingaande en uitgaande in het midden des volks, en zij hadden hem nog in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> gevangenhuis niet gesteld.",
      "text1637_html": "(Want Ieremia was [noch] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> ingaende ende uytgaende in ’t midden des volcks: ende sy en hadden hem [noch] in ’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> gevangenhuys niet gestelt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des volks,",
          "new": "van het volk,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "het gevangenhuis",
          "new": "de gevangenis",
          "principe": "V1506"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "En Farao's heir was uit Egypte uitgetogen; en de Chaldeeën, die Jeruzalem belegerden, als zij het gerucht van hen gehoord hadden, zo waren zij van Jeruzalem opgetogen).",
      "text1637": "Ende [9] Pharaos heyr was uyt Egypten uytgetogen: ende de Chaldeen, die Ierusalem belegerden, als sy ’t geruchte van [10] hen gehoort hadden, so waren sy [a] van Ierusalem [11] opgetogen.)",
      "text2026": "En Farao's leger was uit Egypte vertrokken; en de Chaldeeën, die Jeruzalem belegerden, als zij het gerucht van hen gehoord hadden, zo waren zij van Jeruzalem opgetogen).",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "10 hen gehoord hadden: Van de Egyptenaars.",
          "text1637": "Van de Egyptenaren.",
          "text2026": "10 hen gehoord hadden: Van de Egyptenaars."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, afgetogen, opgebroken, gelijk boven Jer. 34:21, en onder vers 11. Jeremia 34:21: Zelfs Zedekia, den koning van Juda, en zijn vorsten, zal Ik overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken, te weten, in de hand van het heir des konings van Babel, die van ulieden nu zijn opgetogen. Jeremia 37:11: Voorts geschiedde het, als het heir der Chaldeeën van Jeruzalem was opgetogen, vanwege Farao's heir;",
          "text1637": "D. afgetogen, opgebroken, als bov. 34.21. ende ond. vers 11.",
          "text2026": "Dat is, afgetogen, opgebroken, gelijk boven Jer. 34:21, en onder vers 11. Jeremia 34:21: Zelfs Zedekia, de koning van Juda, en zijn vorsten, zal Ik overgeven in de hand hun vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken, te weten, in de hand van het legermacht van de koning van Babel, die van u nu zijn opgetogen. Jeremia 37:11: Verder geschiedde het, als het legermacht van de Chaldeeën van Jeruzalem was opgetogen, vanwege Farao's legermacht;"
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "9 Farao's heir was uit Egypte uitgetogen: Van den koning van Egypte, dien Zedekia en de Joden tegen Nebukadnezar te hulp hadden geroepen. Van dezen naam Farao, zie Gen. 12:15. Genesis 12:15: Ook zagen haar de vorsten van Farao, en prezen haar bij Farao; en die vrouw werd weggenomen naar het huis van Farao.",
          "text1637": "Des Conincks van Egypten, dien Zedekia ende de Ioden tegen Nebucadrezar te hulpe hadden geroepen. van desen naem Pharao, siet Gen. 12. op vers 15.",
          "text2026": "9 Farao's legermacht was uit Egypte uitgetogen: Van de koning van Egypte, die Zedekia en de Joden tegen Nebukadnezar te hulp hadden geroepen. Van deze naam Farao, zie Gen. 12:15. Genesis 12:15: Ook zagen haar de vorsten van Farao, en prezen haar bij Farao; en die vrouw werd weggenomen naar het huis van Farao."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 34:21. Jeremia 34:21: Zelfs Zedekia, den koning van Juda, en zijn vorsten, zal Ik overgeven in de hand hunner vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken, te weten, in de hand van het heir des konings van Babel, die van ulieden nu zijn opgetogen.",
          "text1637": "Ierem. 34.21.",
          "text2026": "Jer. 34:21. Jeremia 34:21: Zelfs Zedekia, de koning van Juda, en zijn vorsten, zal Ik overgeven in de hand hun vijanden, en in de hand dergenen, die hun ziel zoeken, te weten, in de hand van het legermacht van de koning van Babel, die van u nu zijn opgetogen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/חֵ֥יל",
          "strongs": "H2428",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "פַּרְעֹ֖ה",
          "strongs": "H6547",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יָצָ֣א",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/מִּצְרָ֑יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּשְׁמְע֨וּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "הַ/כַּשְׂדִּ֜ים",
          "strongs": "H3778",
          "morph": "HTd/Np"
        },
        {
          "woord": "הַ/צָּרִ֤ים",
          "strongs": "H6696",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְרוּשָׁלִַ֨ם֙",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "שִׁמְעָ֔/ם",
          "strongs": "H8088",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יֵּ֣עָל֔וּ",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HC/VNw3mp"
        },
        {
          "woord": "מֵ/עַ֖ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "יְרוּשָׁלִָֽם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Farao's leger was uit Egypte vertrokken; en de Chaldeeën, die Jeruzalem belegerden, als zij het gerucht van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> hen gehoord hadden, zo waren zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> van Jeruzalem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> opgetogen).",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Farao's heir was uit Egypte uitgetogen; en de Chaldeeën, die Jeruzalem belegerden, als zij het gerucht van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> hen gehoord hadden, zo waren zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> van Jeruzalem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> opgetogen).",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Pharaos heyr was uyt Egypten uytgetogen: ende de Chaldeen, die Ierusalem belegerden, als sy ’t geruchte van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> hen gehoort hadden, so waren sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> van Ierusalem <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> opgetogen.)",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "heir",
          "new": "leger",
          "principe": "O2"
        },
        {
          "old": "uitgetogen;",
          "new": "vertrokken;",
          "principe": "V1129"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Toen geschiedde des HEEREN woord tot den profeet Jeremia, zeggende:",
      "text1637": "Doe geschiedde des HEEREN woort tot den Propheet Ieremia, seggende:",
      "text2026": "Toen kwam het woord van JAHWEH tot de profeet Jeremia, zeggende:",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַֽ/יְהִי֙",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "דְּבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֥הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/נָּבִ֖יא",
          "strongs": "H5030",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹֽר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen kwam het woord van JAHWEH tot de profeet Jeremia, zeggende:",
      "text1637_html": "Doe geschiedde des HEEREN woort tot den Propheet Ieremia, seggende:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geschiedde des HEEREN",
          "new": "kwam het",
          "principe": "V1230"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Zo zegt de HEERE, de God Israëls: Zo zult gijlieden zeggen tot den koning van Juda, die u tot Mij gezonden heeft, om Mij te vragen: Ziet, Farao's heir, dat u ter hulpe uitgetogen is, zal wederkeren in zijn land, in Egypte;",
      "text1637": "Soo seyt de HEERE, de Godt Israëls; Soo sult ghylieden seggen tot den Coninck van Iuda, die u tot my gesonden heeft, om my te vragen; Siet, Pharaos heyr, dat u ter hulpe uytgetogen is, sal wederkeeren in sijn lant, [in] Egypten.",
      "text2026": "Zo zegt JAHWEH, de God van Israël: Zo zult u zeggen tot de koning van Juda, die u tot Mij gezonden heeft, om Mij te vragen: Zie, Farao's leger, dat u ter hulpe uitgetogen is, zal terugkeren in zijn land, in Egypte;",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֤ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָה֙",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֤ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "תֹֽאמְרוּ֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מֶ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֔ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/שֹּׁלֵ֧חַ",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HTd/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶתְ/כֶ֛ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֖/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָרְשֵׁ֑/נִי",
          "strongs": "H1875",
          "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הִנֵּ֣ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "חֵ֣יל",
          "strongs": "H2428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "פַּרְעֹ֗ה",
          "strongs": "H6547",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/יֹּצֵ֤א",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HTd/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶם֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/עֶזְרָ֔ה",
          "strongs": "H5833",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֥ב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/אַרְצ֖/וֹ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִצְרָֽיִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt JAHWEH, de God van Israël: <span class=\"god-speaks\"><i>Zo zult u zeggen tot de koning van Juda, die u tot Mij gezonden heeft, om Mij te vragen: Zie, Farao's leger, dat u ter hulpe uitgetogen is, zal terugkeren in zijn land, in Egypte;</i></span>",
      "text1637_html": "Soo seyt de HEERE, de Godt Israëls; Soo sult ghylieden seggen tot den Coninck van Iuda, die u tot my gesonden heeft, om my te vragen; Siet, Pharaos heyr, dat u ter hulpe uytgetogen is, sal wederkeeren in sijn lant, [in] Egypten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "Israëls:",
          "new": "van Israël:",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gijlieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Ziet,",
          "new": "Zie,",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "heir,",
          "new": "leger,",
          "principe": "O2"
        },
        {
          "old": "wederkeren",
          "new": "terugkeren",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "En de Chaldeeën zullen wederkeren, en tegen deze stad strijden; en zij zullen ze innemen, en zullen ze met vuur verbranden.",
      "text1637": "Ende de Chaldeen sullen wederkeeren, ende tegen dese stadt strijden: ende sy sullense innemen, ende sullense met vyer verbranden.",
      "text2026": "En de Chaldeeën zullen terugkeren, en tegen deze stad strijden; en zij zullen ze innemen, en zullen ze met vuur verbranden.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/שָׁ֨בוּ֙",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "הַ/כַּשְׂדִּ֔ים",
          "strongs": "H3778",
          "morph": "HTd/Np"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִלְחֲמ֖וּ",
          "strongs": "H3898",
          "morph": "HC/VNq3cp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/עִ֣יר",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֹּ֑את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HTd/Pdxfs"
        },
        {
          "woord": "וּ/לְכָדֻ֖/הָ",
          "strongs": "H3920",
          "morph": "HC/Vqq3cp/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "וּ/שְׂרָפֻ֥/הָ",
          "strongs": "H8313",
          "morph": "HC/Vqq3cp/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "בָ/אֵֽשׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En de Chaldeeën zullen terugkeren, en tegen deze stad strijden; en zij zullen ze innemen, en zullen ze met vuur verbranden.",
      "text1637_html": "Ende de Chaldeen sullen wederkeeren, ende tegen dese stadt strijden: ende sy sullense innemen, ende sullense met vyer verbranden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederkeren,",
          "new": "terugkeren,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Zo zegt de HEERE: Bedriegt uw zielen niet, zeggende: De Chaldeeën zullen zekerlijk van ons wegtrekken; want zij zullen niet wegtrekken.",
      "text1637": "Soo seyt de HEERE; En bedrieget uwe [12] zielen niet, seggende, De Chaldeen sullen [13] sekerlick van ons wechtrecken: want sy en sullen niet [14] wechtrecken.",
      "text2026": "Zo zegt JAHWEH: Bedriegt uw zielen niet, zeggende: De Chaldeeën zullen zeker van ons wegtrekken; want zij zullen niet wegtrekken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "12 zielen niet: Dat is, uzelven; zie onder Jer. 38:17. Jeremia 38:17: Jeremia dan zeide tot Zedekia: Zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de God Israëls: Indien gij gewilliglijk tot de vorsten des koning van Babel zult uitgaan, zo zal uw ziel leven, en deze stad zal niet verbrand worden met vuur; en gij zult leven, gij en uw huis.",
          "text1637": "D. u selven. Siet ond. 38. op vers 17.",
          "text2026": "12 zielen niet: Dat is, uzelven; zie onder Jer. 38:17. Jeremia 38:17: Jeremia dan zei tot Zedekia: Zo zegt JAHWEH, de God van de legermachten, de God van Israël: Als u gewillig tot de vorsten van de koning van Babel zult uitgaan, zo zal uw ziel leven, en deze stad zal niet verbrand worden met vuur; en u zult leven, u en uw huis."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "13 zekerlijk van ons wegtrekken: Hebreeuws, wegtrekkende wegtrekken.",
          "text1637": "Hebr. wechtreckende wechtrecken.",
          "text2026": "13 zekerlijk van ons wegtrekken: Hebreeuws, wegtrekkende wegtrekken."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten ten enenmale en alzo dat zij de belegering niet zouden hervatten, of gij hunne wederkomst niet zoudt hebben te verwachten.",
          "text1637": "T.w. teenemael, ende alsoo, datse de belegeringe niet en souden hervatten, ofte, ghy hare wederkomste niet en soudt hebben te verwachten.",
          "text2026": "Te weten ten enenmale en zo dat zij de belegering niet zouden hervatten, of u hun wederkomst niet zoudt hebben te verwachten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּ֣ה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תַּשִּׁ֤אוּ",
          "strongs": "H5377",
          "morph": "HVhj2mp"
        },
        {
          "woord": "נַפְשֹֽׁתֵי/כֶם֙",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹ֔ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "הָלֹ֛ךְ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVqa"
        },
        {
          "woord": "יֵלְכ֥וּ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "מֵ/עָלֵ֖י/נוּ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/R/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "הַ/כַּשְׂדִּ֑ים",
          "strongs": "H3778",
          "morph": "HTd/Np"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לֹ֖א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יֵלֵֽכוּ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt JAHWEH: Bedriegt uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> zielen niet, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>De Chaldeeën zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> zeker van ons wegtrekken; want zij zullen niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> wegtrekken.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zo zegt de HEERE: Bedriegt uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> zielen niet, zeggende: De Chaldeeën zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> zekerlijk van ons wegtrekken; want zij zullen niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> wegtrekken.",
      "text1637_html": "Soo seyt de HEERE; En bedrieget uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> zielen niet, seggende, De Chaldeen sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> sekerlick van ons wechtrecken: want sy en sullen niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> wechtrecken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE:",
          "new": "JAHWEH:",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "zekerlijk",
          "new": "zeker",
          "principe": "V74"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Want al sloegt gijlieden het ganse heir der Chaldeeën, die tegen u strijden, en er bleven van hen enige verwonde mannen over, zo zouden zich die, een iegelijk in zijn tent, opmaken, en deze stad met vuur verbranden.",
      "text1637": "Want al sloegt ghylieden het gantsche heyr der Chaldeen, die tegen u strijden, ende daer bleven van hen [eenige] [15] verwondde mannen over, so souden sich die, een yegelick in sijne tente, op maken, ende dese stadt met vyer verbranden.",
      "text2026": "Want al sloegt u het hele leger van de Chaldeeën, die tegen u strijden, en er bleven van hen enige verwonde mannen over, zo zouden zich die, ieder in zijn tent, opmaken, en deze stad met vuur verbranden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "15 verwonde mannen over: Of, gestoken.",
          "text1637": "Ofte, gestekene.",
          "text2026": "15 verwonde mannen over: Of, gestoken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הִכִּיתֶ֞ם",
          "strongs": "H5221",
          "morph": "HVhp2mp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "חֵ֤יל",
          "strongs": "H2428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "כַּשְׂדִּים֙",
          "strongs": "H3778",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/נִּלְחָמִ֣ים",
          "strongs": "H3898",
          "morph": "HTd/VNrmpa"
        },
        {
          "woord": "אִתְּ/כֶ֔ם",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִ֨שְׁאֲרוּ",
          "strongs": "H7604",
          "morph": "HC/VNp3cp"
        },
        {
          "woord": "בָ֔/ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֲנָשִׁ֖ים",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מְדֻקָּרִ֑ים",
          "strongs": "H1856",
          "morph": "HVPsmpa"
        },
        {
          "woord": "אִ֤ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אָהֳל/וֹ֙",
          "strongs": "H168",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יָק֔וּמוּ",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָֽׂרְפ֛וּ",
          "strongs": "H8313",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הָ/עִ֥יר",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֹּ֖את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HTd/Pdxfs"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אֵֽשׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want al sloegt u het hele leger van de Chaldeeën, die tegen u strijden, en er bleven van hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> enige verwonde mannen over, zo zouden zich die, ieder in zijn tent, opmaken, en deze stad met vuur verbranden.",
      "textSV1888_html": "Want al sloegt gijlieden het ganse heir der Chaldeeën, die tegen u strijden, en er bleven van hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> enige verwonde mannen over, zo zouden zich die, een iegelijk in zijn tent, opmaken, en deze stad met vuur verbranden.",
      "text1637_html": "Want al sloegt ghylieden het gantsche heyr der Chaldeen, die tegen u strijden, ende daer bleven van hen [eenige] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> verwondde manne<i>n</i> over, so souden sich die, een yegelick in sijne tente, op maken, ende dese stadt met vyer verbranden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gijlieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "ganse heir der",
          "new": "hele leger van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "een iegelijk",
          "new": "ieder",
          "principe": "V5"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Voorts geschiedde het, als het heir der Chaldeeën van Jeruzalem was opgetogen, vanwege Farao's heir;",
      "text1637": "Voorts geschiedde ’t als het heyr der Chaldeen van Ierusalem was opgetogen, [16] van wegen Pharaos heyr;",
      "text2026": "Verder gebeurde het, als het leger van de Chaldeeën van Jeruzalem was opgetogen, vanwege Farao's leger;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "16 vanwege Farao's heir: Gelijk boven vers 5. Jeremia 37:5: En Farao's heir was uit Egypte uitgetogen; en de Chaldeeën, die Jeruzalem belegerden, als zij het gerucht van hen gehoord hadden, zo waren zij van Jeruzalem opgetogen).",
          "text1637": "Als bov. vers 5.",
          "text2026": "16 vanwege Farao's legermacht: Gelijk boven vers 5. Jeremia 37:5: En Farao's legermacht was uit Egypte uitgetogen; en de Chaldeeën, die Jeruzalem belegerden, als zij het gerucht van hen gehoord hadden, zo waren zij van Jeruzalem opgetogen)."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָיָ֗ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/הֵֽעָלוֹת֙",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HR/VNc"
        },
        {
          "woord": "חֵ֣יל",
          "strongs": "H2428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/כַּשְׂדִּ֔ים",
          "strongs": "H3778",
          "morph": "HTd/Np"
        },
        {
          "woord": "מֵ/עַ֖ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "יְרֽוּשָׁלִָ֑ם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִ/פְּנֵ֖י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "חֵ֥יל",
          "strongs": "H2428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "פַּרְעֹֽה",
          "strongs": "H6547",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Verder gebeurde het, als het leger van de Chaldeeën van Jeruzalem was opgetogen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> vanwege Farao's leger;",
      "textSV1888_html": "Voorts geschiedde het, als het heir der Chaldeeën van Jeruzalem was opgetogen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> vanwege Farao's heir;",
      "text1637_html": "Voorts geschiedde ’t als het heyr der Chaldeen van Ierusalem was opgetogen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> van wegen Pharaos heyr;",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Voorts geschiedde",
          "new": "Verder gebeurde",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "heir der",
          "new": "leger van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "heir;",
          "new": "leger;",
          "principe": "O2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Dat Jeremia uit Jeruzalem uitging, om te gaan in het land van Benjamin, om van daar te scheiden door het midden des volks.",
      "text1637": "Dat Ieremia uyt Ierusalem uytginck, om te gaen [in] den lande [17] Benjamins: om van [18] daer te [19] scheyden door ’t midden des volcks.",
      "text2026": "Dat Jeremia uit Jeruzalem uitging, om te gaan in het land van Benjamin, om van daar te scheiden door het midden van het volk.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zijnde zijn vaderland, waar Anathoth gelegen was.",
          "text1637": "Zijnde sijn vaderlant, daer Anathoth gelegen was.",
          "text2026": "Zijnde zijn vaderland, waar Anathoth gelegen was."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van Jeruzalem.",
          "text1637": "Van Ierusalem.",
          "text2026": "Van Jeruzalem."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, te ontslibberen, zachtjes te ontgaan, onder de menigte van het volk, die nu naar hunne woonplaats, vermits den aftocht der Babyloniërs, wederkeerden.",
          "text1637": "Ofte, te ontslibberen, sacktkens te ontgaen, onder de menichte van ’t volck, die nu nae hare woonplaetse, vermits den optocht der Babyloniers, wederkeerden.",
          "text2026": "Of, te ontslibberen, zachtjes te ontgaan, onder de menigte van het volk, die nu naar hun woonplaats, vermits de aftocht van de Babyloniërs, wederkeerden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֵּצֵ֤א",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֨הוּ֙",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִ/יר֣וּשָׁלִַ֔ם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "לָ/לֶ֖כֶת",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "בִּנְיָמִ֑ן",
          "strongs": "H1144",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לַ/חֲלִ֥ק",
          "strongs": "H2505",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "מִ/שָּׁ֖ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ת֥וֹךְ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/עָֽם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dat Jeremia uit Jeruzalem uitging, om te gaan in het land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> van Benjamin, om van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> daar te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> scheiden door het midden van het volk.",
      "textSV1888_html": "Dat Jeremia uit Jeruzalem uitging, om te gaan in het land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> van Benjamin, om van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> daar te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> scheiden door het midden des volks.",
      "text1637_html": "Dat Ieremia uyt Ierusalem uytginck, om te gaen [in] den lande <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Benjamins: om van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> daer te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> scheyden door ’t midden des volcks.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des volks.",
          "new": "van het volk.",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Als hij in de poort van Benjamin was, zo was daar de wachtmeester, wiens naam was Jerija, de zoon van Selemja, den zoon van Hananja; die greep den profeet Jeremia, zeggende: Gij wilt tot de Chaldeeën vallen!",
      "text1637": "Als hy in de poorte [20] Benjamins was, so was daer de Wacht-meester, wiens naem was Ierija, de sone Selemja, des soons Hananja: die greep den Propheet Ieremia, seggende: Ghy wilt tot de Chaldeen [21] vallen.",
      "text2026": "Als hij in de poort van Benjamin was, zo was daar de wachtmeester, van wie de naam Jerija was, de zoon van Selemja, de zoon van Hananja; die greep de profeet Jeremia, zeggende: U wilt tot de Chaldeeën vallen!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "20 Benjamin was: Waar men naar het land van Benjamin ging.",
          "text1637": "Daermen nae ’t lant Benjamins ginck.",
          "text2026": "20 Benjamin was: Waar men naar het land van Benjamin ging."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, overgaan, afwijken tot den vijand. Hebreeuws, gij zijt vallende, enz.",
          "text1637": "D. overgaen, afwijcken tot den vyant. Hebr. ghy zijt vallende, etc.",
          "text2026": "Dat is, overgaan, afwijken tot de vijand. Hebreeuws, u bent vallende, enz."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְהִי",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "ה֞וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/שַׁ֣עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "בִּנְיָמִ֗ן",
          "strongs": "H1144",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָׁם֙",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HC/D"
        },
        {
          "woord": "בַּ֣עַל",
          "strongs": "H1167",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "פְּקִדֻ֔ת",
          "strongs": "H6488",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/שְׁמ/וֹ֙",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִרְאִיָּ֔יה",
          "strongs": "H3376",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שֶֽׁלֶמְיָ֖ה",
          "strongs": "H8018",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "חֲנַנְיָ֑ה",
          "strongs": "H2608",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּתְפֹּ֞שׂ",
          "strongs": "H8610",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶֽת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֤הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/נָּבִיא֙",
          "strongs": "H5030",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹ֔ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/כַּשְׂדִּ֖ים",
          "strongs": "H3778",
          "morph": "HTd/Np"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֥ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "נֹפֵֽל",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Als hij in de poort<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> van Benjamin was, zo was daar de wachtmeester, van wie de naam Jerija was, de zoon van Selemja, de zoon van Hananja; die greep de profeet Jeremia, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>U wilt tot de Chaldeeën<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> vallen!</i></span>",
      "textSV1888_html": "Als hij in de poort<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> van Benjamin was, zo was daar de wachtmeester, wiens naam was Jerija, de zoon van Selemja, den zoon van Hananja; die greep den profeet Jeremia, zeggende: Gij wilt tot de Chaldeeën<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> vallen!",
      "text1637_html": "Als hy in de poorte <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> Benjamins was, so was daer de Wacht-meester, wiens naem was Ierija, de sone Selemja, des soons Hananja: die greep den Propheet Ieremia, seggende: Ghy wilt tot de Chaldeen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> vallen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wiens",
          "new": "van wie de",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "was Jerija,",
          "new": "Jerija was,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "En Jeremia zeide: Het is vals, ik wil niet tot de Chaldeeën vallen. Doch hij hoorde niet naar hem; maar Jerija greep Jeremia aan, en bracht hem tot de vorsten.",
      "text1637": "Ende Ieremia seyde, ’Tis valsch, ick en wil niet tot de Chaldeen vallen; Doch [22] hy en hoorde niet nae hem: maer Ierija greep Ieremia aen, ende bracht hem tot de Vorsten.",
      "text2026": "En Jeremia zei: Het is vals, ik wil niet tot de Chaldeeën vallen. Maar hij hoorde niet naar hem; maar Jerija greep Jeremia aan, en bracht hem tot de vorsten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "22 hij hoorde niet naar hem: Jeria hoorde niet naar Jeremia en geloofde hem niet.",
          "text1637": "Ieria en hoorde niet nae Ieremia, en geloofde hem niet.",
          "text2026": "22 hij hoorde niet naar hem: Jeria hoorde niet naar Jeremia en geloofde hem niet."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֹּ֨אמֶר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֜הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ֗קֶר",
          "strongs": "H8267",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֵינֶ֤/נִּי",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נֹפֵל֙",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/כַּשְׂדִּ֔ים",
          "strongs": "H3778",
          "morph": "HTd/Np"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "שָׁמַ֖ע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלָ֑י/ו",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּתְפֹּ֤שׂ",
          "strongs": "H8610",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "יִרְאִיָּיה֙",
          "strongs": "H3376",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יִרְמְיָ֔הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וַ/יְבִאֵ֖/הוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂרִֽים",
          "strongs": "H8269",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En Jeremia zei: <span class=\"direct-speech\"><i>Het is vals, ik wil niet tot de Chaldeeën vallen.</i></span> Maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> hij hoorde niet naar hem; maar Jerija greep Jeremia aan, en bracht hem tot de vorsten.",
      "textSV1888_html": "En Jeremia zeide: Het is vals, ik wil niet tot de Chaldeeën vallen. Doch<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> hij hoorde niet naar hem; maar Jerija greep Jeremia aan, en bracht hem tot de vorsten.",
      "text1637_html": "Ende Ieremia seyde, ’Tis valsch, ick en wil niet tot de Chaldeen vallen; Doch <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> hy en hoorde niet nae hem: maer Ierija greep Ieremia aen, ende bracht hem tot de Vorsten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zeide:",
          "new": "zei:",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "Doch",
          "new": "Maar",
          "principe": "V1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "En de vorsten werden zeer toornig op Jeremia en sloegen hem; en zij stelden hem in het gevangenhuis, ten huize van Jonathan, den schrijver; want zij hadden dat tot een gevangenhuis gemaakt.",
      "text1637": "Ende de Vorsten werden seer toornich op Ieremia, ende [23] sloegen hem: ende sy stelden hem in’t [24] gevangen-huys, ten huyse Ionathans des Schrijvers; want sy hadden dat tot een [25] gevangen-huys gemaeckt.",
      "text2026": "En de vorsten werden zeer boos op Jeremia en sloegen hem; en zij stelden hem in de gevangenis, in het huis van Jonathan, de schrijver; want zij hadden dat tot een gevangenis gemaakt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "23 sloegen hem: Dat is, zij lieten hem staan en stellen enz.",
          "text1637": "D. sy lieten hem staen, ende stellen, etc.",
          "text2026": "23 sloegen hem: Dat is, zij lieten hem staan en stellen enz."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, huis des bands; zie boven vers 4. Jeremia 37:4: (Want Jeremia was nog ingaande en uitgaande in het midden des volks, en zij hadden hem nog in het gevangenhuis niet gesteld.",
          "text1637": "Hebr. huys des bants. Siet bov. op vers 4.",
          "text2026": "Hebreeuws, huis van de bands (בֵּית); zie boven vers 4. Jeremia 37:4: (Want Jeremia was nog ingaande en uitgaande in het midden van het volk, en zij hadden hem nog in het gevangenhuis niet gesteld."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "25 gevangenhuis gemaakt: Hebreeuws, huis der besluiting; gelijk boven vers 4. Jeremia 37:4: (Want Jeremia was nog ingaande en uitgaande in het midden des volks, en zij hadden hem nog in het gevangenhuis niet gesteld.",
          "text1637": "Hebr. huys der besluytinge. als bov. vers 4.",
          "text2026": "25 gevangenhuis gemaakt: Hebreeuws, huis van de besluiting (בֵּית); gelijk boven vers 4. Jeremia 37:4: (Want Jeremia was nog ingaande en uitgaande in het midden van het volk, en zij hadden hem nog in het gevangenhuis niet gesteld."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּקְצְפ֧וּ",
          "strongs": "H7107",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂרִ֛ים",
          "strongs": "H8269",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "עַֽל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֖הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִכּ֣וּ",
          "strongs": "H5221",
          "morph": "HC/Vhp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֹת֑/וֹ",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָתְנ֨וּ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqp3cp"
        },
        {
          "woord": "אוֹת֜/וֹ",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵס֗וּר",
          "strongs": "H612",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֚ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוֹנָתָ֣ן",
          "strongs": "H3083",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/סֹּפֵ֔ר",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֹת֥/וֹ",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "עָשׂ֖וּ",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לְ/בֵ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/כֶּֽלֶא",
          "strongs": "H3608",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En de vorsten werden zeer boos op Jeremia en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> sloegen hem; en zij stelden hem in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> de gevangenis, in het huis van Jonathan, de schrijver; want zij hadden dat tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> gevangenis gemaakt.",
      "textSV1888_html": "En de vorsten werden zeer toornig op Jeremia en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> sloegen hem; en zij stelden hem in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> het gevangenhuis, ten huize van Jonathan, den schrijver; want zij hadden dat tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> gevangenhuis gemaakt.",
      "text1637_html": "Ende de Vorsten werden seer toornich op Ieremia, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> sloegen hem: ende sy stelden hem in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> gevangen-huys, ten huyse Ionathans des Schrijvers; want sy hadden dat tot een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> gevangen-huys gemaeckt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "toornig",
          "new": "boos",
          "principe": "V262"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "de gevangenis, in",
          "principe": "V1527"
        },
        {
          "old": "gevangenhuis, ten huize",
          "new": "huis",
          "principe": "V1506"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gevangenhuis",
          "new": "gevangenis",
          "principe": "V1506"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Als Jeremia in de plaats des kuils, en in de kotjes gekomen was, en Jeremia aldaar veel dagen gezeten had;",
      "text1637": "Als Ieremia in de [26] plaetse des kuyls, ende in de [27] kotjens gekomen was; [28] ende Ieremia aldaer [29] vele dagen geseten hadde:",
      "text2026": "Als Jeremia in de plaats van de kuil, en in de kotjes gekomen was, en Jeremia daar veel dagen gezeten had;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "26 plaats des kuils: Hebreeuws, huis, dat ook voor plaats genomen wordt. Versta hier, een diepe, vuile, onderaardse gevangenis.",
          "text1637": "Hebr. huys, dat voor plaetse, oock genomen wort. verstaet hier eene diepe, vuyle, onder-aerdsche gevanckenisse.",
          "text2026": "26 plaats van de kuils: Hebreeuws, huis, dat ook voor plaats genomen wordt (בֵּית). Versta hier, een diepe, vuile, onderaardse gevangenis."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "27 kotjes gekomen was: Of, celletjes, kamertjes, die in zulke gevangenissen plegen te zijn.",
          "text1637": "Ofte, cellekens, camerkens, die in sulcke gevanckenissen plegen te zijn.",
          "text2026": "27 kotjes gekomen was: Of, celletjes, kamertjes, die in zulke gevangenissen plegen te zijn."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 en Jeremia: Of, zo bleef Jeremia aldaar vele dagen; daarna, enz.",
          "text1637": "Ofte, so bleef Ieremia aldaer vele dagen: daerna, etc.",
          "text2026": "28 en Jeremia: Of, zo bleef Jeremia daar vele dagen; daarna, enz."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "29 veel dagen gezeten had: Dat is, een geruimen tijd.",
          "text1637": "D. eenen geruymen tijt.",
          "text2026": "29 veel dagen gezeten had: Dat is, een geruimen tijd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "בָ֧א",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֛הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/בּ֖וֹר",
          "strongs": "H953",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "הַֽ/חֲנֻ֑יוֹת",
          "strongs": "H2588",
          "morph": "HTd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יֵּֽשֶׁב",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֥ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֖הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יָמִ֥ים",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "רַבִּֽים",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAampa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Als Jeremia in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> plaats van de kuil, en in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> kotjes gekomen was,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> en Jeremia daar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> veel dagen gezeten had;",
      "textSV1888_html": "Als Jeremia in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> plaats des kuils, en in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> kotjes gekomen was,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> en Jeremia aldaar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> veel dagen gezeten had;",
      "text1637_html": "Als Ieremia in de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> plaetse des kuyls, ende in de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> kotjens gekomen was; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> ende Ieremia aldaer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> vele dagen geseten hadde:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des kuils,",
          "new": "van de kuil,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "aldaar",
          "new": "daar",
          "principe": "V36"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Zo zond de koning Zedekia henen, en liet hem halen; en de koning vraagde hem in zijn huis, in het verborgene, en zeide: Is er ook een woord van den HEERE? En Jeremia zeide: Er is; en hij zeide: Gij zult in de hand des konings van Babel gegeven worden.",
      "text1637": "So sondt de Coninck Zedekia henen, ende [30] liet hem halen; ende de Coninck vraechde hem in sijn huys, in ’t verborgen, ende seyde, [31] Isser oock een woort, van den HEERE? ende Ieremia seyde, Daer is, ende seyde, Ghy sult in de hant des Conincx van Babel gegeven worden.",
      "text2026": "Zo zond de koning Zedekia heen, en liet hem halen; en de koning vraagde hem in zijn huis, in het verborgene, en zei: Is er ook een woord van JAHWEH? En Jeremia zei: Er is; en hij zei: U zult in de hand van de koning van Babel gegeven worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "30 liet hem halen: Hebreeuws, nam hem; dat is, liet hem vandaar nemen en tot zich brengen; zie Gen. 12:15, en boven Jer. 36:21, en onder Jer. 38:14, en Jer. 40:1, 40:2, enz. Genesis 12:15: Ook zagen haar de vorsten van Farao, en prezen haar bij Farao; en die vrouw werd weggenomen naar het huis van Farao. Jeremia 36:21: Toen zond de koning Jehudi, om de rol te halen; en hij haalde ze uit de kamer van Elisama, den schrijver; en Jehudi las ze voor de oren des konings, en voor de oren van al de vorsten, die omtrent den koning stonden. Jeremia 38:14: Toen zond de koning Zedekia henen, en liet den profeet Jeremia tot zich halen, in den derden ingang, die aan des HEEREN huis was; en de koning zeide tot Jeremia: Ik zal u een ding vragen, verheel geen ding voor mij. Jeremia 40:1: Het woord, dat van den HEERE geschied is tot Jeremia, nadat Nebuzaradan, de overste der trawanten, hem had laten gaan van Rama; als hij hem had laten halen, daar hij met ketenen gebonden was in het midden aller gevangenen van Jeruzalem en Juda, die naar Babel gevankelijk werden weggevoerd. Jeremia 40:2: Want de overste der trawanten liet Jeremia halen, en zeide tot hem: De HEERE, uw God, heeft dit kwaad over deze plaats gesproken.",
          "text1637": "Hebr. nam hem. D. liet hem van daer nemen ende tot sich brengen. siet Gen. 12. op vers 15. ende bov. 36.21. ende ond. 38.14. ende 40.1, 2, etc.",
          "text2026": "30 liet hem halen: Hebreeuws, nam hem; dat is, liet hem vandaar nemen en tot zich brengen; zie Gen. 12:15, en boven Jer. 36:21, en onder Jer. 38:14, en Jer. 40:1, 40:2, enz. Genesis 12:15: Ook zagen haar de vorsten van Farao, en prezen haar bij Farao; en die vrouw werd weggenomen naar het huis van Farao. Jeremia 36:21: Toen zond de koning Jehudi, om de rol te halen; en hij haalde ze uit de kamer van Elisama, de schrijver; en Jehudi las ze voor de oren van de koning, en voor de oren van al de vorsten, die omtrent de koning stonden. Jeremia 38:14: Toen zond de koning Zedekia heen, en liet de profeet Jeremia tot zich halen, in de derden ingang, die aan de huis van JAHWEH was; en de koning zei tot Jeremia: Ik zal u een ding vragen, verheel geen ding voor mij. Jeremia 40:1: Het woord, dat van JAHWEH geschied is tot Jeremia, nadat Nebuzaradan, de overste van de trawanten, hem had laten gaan van Rama; als hij hem had laten halen, daar hij met ketenen gebonden was in het midden aller gevangenen van Jeruzalem en Juda, die naar Babel gevankelijk werden weggevoerd. Jeremia 40:2: Want de overste van de trawanten liet Jeremia halen, en zei tot hem: JAHWEH, uw God, heeft dit kwaad over deze plaats gesproken."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "31 Is er ook een woord van den HEERE: Heeft u God enige nieuwe profetieën geopenbaard aangaande dezen onzen ellendigen toestand? Hieruit blijkt dat de koning Jeremia voor een waarachtigen profeet van God hield; desniettegenstaande liet hij toe dat men hem zo kwalijk behandelde; zie onder Jer. 38:5, en vergelijk Mark. 6:20, enz. Jeremia 38:5: En de koning Zedekia zeide: Ziet, hij is in uw hand; want de koning zou geen ding tegen u vermogen. Marcus 6:20: Want Herodes vreesde Johannes, wetende, dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen, en hoorde hem gaarne.",
          "text1637": "Heeft u Godt eenige nieuwe Prophetie geopenbaert, aengaende desen onsen elendigen toestant? hier uyt blijckt, dat de Coninck Ieremiam voor een waerachtich Propheet Godts hieldt: desen niet tegenstaende liet hy toe, dat men hem soo qualick tracteerde. Siet ond. 38.5. ende vergel. Marc. 6.20, etc.",
          "text2026": "31 Is er ook een woord van JAHWEH: Heeft u God enige nieuwe profetieën geopenbaard wat dit betreft onze ellendigen toestand? Hieruit blijkt dat de koning Jeremia voor een waarachtigen profeet van God hield; desniettegenstaande liet hij toe dat men hem zo kwalijk behandelde; zie onder Jer. 38:5, en vergelijk Mark. 6:20, enz. Jeremia 38:5: En de koning Zedekia zei: Ziet, hij is in uw hand; want de koning zou geen ding tegen u vermogen. Marcus 6:20: Want Herodes vreesde Johannes, wetende, dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hield hem in waarde; en als hij hem hoorde, deed hij vele dingen, en hoorde hem graag."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּשְׁלַח֩",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֶּ֨לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "צִדְקִיָּ֜הוּ",
          "strongs": "H6667",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּקָּחֵ֗/הוּ",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HC/Vqw3ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּשְׁאָלֵ֨/הוּ",
          "strongs": "H7592",
          "morph": "HC/Vqw3ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֶּ֤לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/בֵית/וֹ֙",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בַּ/סֵּ֔תֶר",
          "strongs": "H5643",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יֹּ֕אמֶר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "הֲ/יֵ֥שׁ",
          "strongs": "H3426",
          "morph": "HTi/Tm"
        },
        {
          "woord": "דָּבָ֖ר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֵ֣ת",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יֹּ֤אמֶר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֨הוּ֙",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יֵ֔שׁ",
          "strongs": "H3426",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "וַ/יֹּ֕אמֶר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יַ֥ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶ֖ל",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "תִּנָּתֵֽן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVNi2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zond de koning Zedekia heen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> liet hem halen; en de koning vraagde hem in zijn huis, in het verborgene, en zei:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Is er ook een woord van JAHWEH?</i></span> En Jeremia zei: <span class=\"direct-speech\"><i>Er is;</i></span> en hij zei: <span class=\"direct-speech\"><i>U zult in de hand van de koning van Babel gegeven worden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zo zond de koning Zedekia henen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> liet hem halen; en de koning vraagde hem in zijn huis, in het verborgene, en zeide:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Is er ook een woord van den HEERE? En Jeremia zeide: Er is; en hij zeide: Gij zult in de hand des konings van Babel gegeven worden.",
      "text1637_html": "So sondt de Coninck Zedekia henen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> liet hem halen; ende de Coninck vraechde hem in sijn huys, in ’t verborgen, en<i>de</i> seyde, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Isser oock een woort, van den HEERE? ende Ieremia seyde, Daer is, ende seyde, Ghy sult in de hant des Conincx van Babel gegeven worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "henen,",
          "new": "heen,",
          "principe": "V67"
        },
        {
          "old": "zeide:",
          "new": "zei:",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "den HEERE?",
          "new": "JAHWEH?",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "zeide:",
          "new": "zei:",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "zeide: Gij",
          "new": "zei: U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "des konings",
          "new": "van de koning",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Voorts zeide Jeremia tot den koning Zedekia: Wat heb ik tegen u, of tegen uw knechten, of tegen dit volk gezondigd, dat gijlieden mij in het gevangenhuis gesteld hebt?",
      "text1637": "Voorts seyde Ieremia tot den Coninck Zedekia: Wat heb ick tegen u, ofte tegen uwe knechten, ofte tegen dit volck gesondicht, dat ghylieden my in’t [32] gevangen-huys gestelt hebt?",
      "text2026": "Verder zei Jeremia tot de koning Zedekia: Wat heb ik tegen u, of tegen uw knechten, of tegen dit volk gezondigd, dat u mij in de gevangenis gesteld hebt?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "32 gevangenhuis gesteld hebt: Gelijk boven vers 4. Jeremia 37:4: (Want Jeremia was nog ingaande en uitgaande in het midden des volks, en zij hadden hem nog in het gevangenhuis niet gesteld.",
          "text1637": "Als bov. vers 4.",
          "text2026": "32 gevangenhuis gesteld hebt: Gelijk boven vers 4. Jeremia 37:4: (Want Jeremia was nog ingaande en uitgaande in het midden van het volk, en zij hadden hem nog in het gevangenhuis niet gesteld."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֹּ֣אמֶר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֔הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֶּ֖לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "צִדְקִיָּ֑הוּ",
          "strongs": "H6667",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶה֩",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "חָטָ֨אתִֽי",
          "strongs": "H2398",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֤",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לַ/עֲבָדֶ֨י/ךָ֙",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HC/R/Ncmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לָ/עָ֣ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HC/Rd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּ֔ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "נְתַתֶּ֥ם",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp2mp"
        },
        {
          "woord": "אוֹתִ֖/י",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/כֶּֽלֶא",
          "strongs": "H3608",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Verder zei Jeremia tot de koning Zedekia: <span class=\"direct-speech\"><i>Wat heb ik tegen u, of tegen uw knechten, of tegen dit volk gezondigd, dat u mij in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> de gevangenis gesteld hebt?</i></span>",
      "textSV1888_html": "Voorts zeide Jeremia tot den koning Zedekia: Wat heb ik tegen u, of tegen uw knechten, of tegen dit volk gezondigd, dat gijlieden mij in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> het gevangenhuis gesteld hebt?",
      "text1637_html": "Voorts seyde Ieremia tot den Coninck Zedekia: Wat heb ick tegen u, ofte tegen uwe knechten, ofte tegen dit volck gesondicht, dat ghylieden my in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> gevangen-huys gestelt hebt?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Voorts zeide",
          "new": "Verder zei",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gijlieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "het gevangenhuis",
          "new": "de gevangenis",
          "principe": "V1506"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Waar zijn nu ulieder profeten, die u geprofeteerd hebben, zeggende: De koning van Babel zal niet tegen ulieden, noch tegen dit land komen.",
      "text1637": "Waer sijn nu u lieder [33] Propheten, die u gepropheteert hebben, seggende: De Coninck van Babel en sal niet tegen u lieden, noch tegen dit lant komen.",
      "text2026": "Waar zijn nu uw profeten, die u geprofeteerd hebben, zeggende: De koning van Babel zal niet tegen u, noch tegen dit land komen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta, valse.",
          "text1637": "Verst. valsche.",
          "text2026": "Versta, valse."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ו/אי/ו",
          "strongs": "H335",
          "morph": "HC/Ti/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "נְבִ֣יאֵי/כֶ֔ם",
          "strongs": "H5030",
          "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "נִבְּא֥וּ",
          "strongs": "H5012",
          "morph": "HVNp3cp"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹ֑ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָבֹ֤א",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶל֙",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/כֶ֔ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַ֖ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֥רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֹּֽאת",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HTd/Pdxfs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Waar zijn nu uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> profeten, die u geprofeteerd hebben, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>De koning van Babel zal niet tegen u, noch tegen dit land komen.</i></span></i></span>",
      "textSV1888_html": "Waar zijn nu ulieder<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> profeten, die u geprofeteerd hebben, zeggende: De koning van Babel zal niet tegen ulieden, noch tegen dit land komen.",
      "text1637_html": "Waer sijn nu u lieder <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Propheten, die u gepropheteert hebben, seggende: De Coninck van Babel en sal niet tegen u lieden, noch tegen dit lant komen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "ulieder",
          "new": "uw",
          "principe": "V311"
        },
        {
          "old": "ulieden,",
          "new": "u,",
          "principe": "A2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Nu dan, hoor toch, o mijn heer koning! laat toch mijn smeking voor uw aangezicht nedervallen, en breng mij niet weder in het huis van Jonathan, den schrijver, opdat ik aldaar niet sterve.",
      "text1637": "Nu dan, hoort doch, ô mijn heer Coninck: [34] laet doch mijne smeeckinge voor u aengesichte nedervallen, ende en [35] brengt my niet weder [in] Ionathans des Schrijvers huys, op dat ick aldaer niet en sterve.",
      "text2026": "Nu dan, hoor toch, o mijn heer koning! laat toch mijn smeking voor uw aangezicht neervallen, en breng mij niet weer in het huis van Jonathan, de schrijver, opdat ik daar niet sterve.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "34 laat toch mijn smeking: Dat is, laat mij toch met smeken voor u nedervallen; of laat mijn smeken voor of bij u gelden, bevallen, aangenaam zijn; zie boven Jer. 36:7. Jeremia 36:7: Misschien zal hunlieder smeking voor des HEEREN aangezicht nedervallen, en zij zullen zich bekeren, een iegelijk van zijn bozen weg; want groot is de toorn en de grimmigheid, die de HEERE tegen dit volk heeft uitgesproken.",
          "text1637": "D. laet my doch met smeecken voor u nedervallen: ofte, laet mijn smeecken voor ofte by u gelden, bevallen, aengenaem sijn. siet bov. 36. op vers 7.",
          "text2026": "34 laat toch mijn smeking: Dat is, laat mij toch met smeken voor u nedervallen; of laat mijn smeken voor of bij u gelden, bevallen, aangenaam zijn; zie boven Jer. 36:7. Jeremia 36:7: Misschien zal hunlieder smeking voor de aangezicht van JAHWEH nedervallen, en zij zullen zich bekeren, een iedereen van zijn bozen weg; want groot is de toorn en de grimmigheid, die JAHWEH tegen dit volk heeft uitgesproken."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "35 breng mij niet weder: Dat is, laat mij niet wederbrengen; of, doe mij niet wederkeren.",
          "text1637": "D. laet my niet wederbrengen: ofte, doet my niet wederkeeren.",
          "text2026": "35 breng mij niet weer: Dat is, laat mij niet wederbrengen; of, doe mij niet terugkeren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/עַתָּ֕ה",
          "strongs": "H6258",
          "morph": "HC/D"
        },
        {
          "woord": "שְֽׁמַֽע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "נָ֖א",
          "strongs": "H4994",
          "morph": "HTe"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנִ֣/י",
          "strongs": "H113",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֶּ֑לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "תִּפָּל",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqj3fs"
        },
        {
          "woord": "נָ֤א",
          "strongs": "H4994",
          "morph": "HTe"
        },
        {
          "woord": "תְחִנָּתִ/י֙",
          "strongs": "H8467",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/פָנֶ֔י/ךָ",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תְּשִׁבֵ֗/נִי",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVhj2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֚ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוֹנָתָ֣ן",
          "strongs": "H3083",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/סֹּפֵ֔ר",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אָמ֖וּת",
          "strongs": "H4191",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "שָֽׁם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Nu dan, hoor toch, o mijn heer koning!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> laat toch mijn smeking voor uw aangezicht neervallen, en breng<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> mij niet weer in het huis van Jonathan, de schrijver, opdat ik daar niet sterve.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Nu dan, hoor toch, o mijn heer koning!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> laat toch mijn smeking voor uw aangezicht nedervallen, en breng<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> mij niet weder in het huis van Jonathan, den schrijver, opdat ik aldaar niet sterve.",
      "text1637_html": "Nu dan, hoort doch, ô mijn heer Coninck: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> laet doch mijne smeeckinge voor u aengesichte nedervallen, ende en <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> brengt my niet weder [in] Ionathans des Schrijvers huys, op dat ick aldaer niet en sterve.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "nedervallen,",
          "new": "neervallen,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "weder",
          "new": "weer",
          "principe": "V66"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "aldaar",
          "new": "daar",
          "principe": "V36"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Toen gaf de koning Zedekia bevel; en zij bestelden Jeremia in het voorhof der bewaring, en men gaf hem des daags een bol broods uit de Bakkerstraat, totdat al het brood van de stad op was. Alzo bleef Jeremia in het voorhof der bewaring.",
      "text1637": "Doe gaf de Coninck Zedekia bevel; ende sy [36] bestelden Ieremia in den [37] voorhove der [b] bewaringe, ende men gaf hem des daechs eene [38] bolle broots uyt de backers-strate, tot dat al ’t broot van de stadt [30[39]] op was, alsoo [40] bleef Ieremia in den voorhove der bewaringe.",
      "text2026": "Toen gaf de koning Zedekia bevel; en zij bestelden Jeremia in het voorhof van de bewaring, en men gaf hem overdag een bol broods uit de Bakkerstraat, totdat al het brood van de stad op was. Zo bleef Jeremia in het voorhof van de bewaring.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "36 bestelden Jeremia: Of, gaven te bewaren, bevalen. Vergelijk boven Jer. 36:20. Jeremia 36:20: Zij dan gingen in tot den koning in het voorhof; maar de rol leiden zij weg in de kamer van Elisama, den schrijver; en zij verklaarden al die woorden voor de oren des konings.",
          "text1637": "Ofte, gaven te bewaren, bevalen. Vergel. bov. 36. op vers 20.",
          "text2026": "36 bestelden Jeremia: Of, gaven te bewaren, bevalen. Vergelijk boven Jer. 36:20. Jeremia 36:20: Zij dan gingen in tot de koning in het voorhof; maar de rol leiden zij weg in de kamer van Elisama, de schrijver; en zij verklaarden al die woorden voor de oren van de koning."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "37 voorhof der bewaring: Zie boven Jer. 32:2. Jeremia 32:2: (Het heir nu des konings van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof der bewaring, dat in het huis des konings van Juda is.",
          "text1637": "Siet bov. 32. op vers 2.",
          "text2026": "37 voorhof van de bewaring: Zie boven Jer. 32:2. Jeremia 32:2: (Het legermacht nu van de koning van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof van de bewaring, dat in het huis van de koning van Juda is."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "38 bol broods uit de Bakkerstraat: Zie Richt. 8:5, met de aantekening. Richteren 8:5: En hij zeide tot de lieden van Sukkoth: Geeft toch enige bollen broods aan het volk, dat mijn voetstappen volgt, want zij zijn moede; en ik jaag Zebah en Tsalmuna, de koningen der Midianieten, achterna.",
          "text1637": "Siet Iudic. 8.5. met d’aenteeck.",
          "text2026": "38 bol broods uit de Bakkerstraat: Zie Richt. 8:5, met de aantekening. Richteren 8:5: En hij zei tot de mensen van Sukkoth: Geeft toch enige bollen broods aan het volk, dat mijn voetstappen volgt, want zij zijn moe; en ik jaag Zebah en Tsalmuna, de koningen van de Midianieten, achterna."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "39 op was: Of, ten einde was, verteerd was.",
          "text1637": "",
          "text2026": "39 op was: Of, ten einde was, verteerd was."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "40 bleef Jeremia: Of, zat.",
          "text1637": "Ofte, satt.",
          "text2026": "40 bleef Jeremia: Of, zat."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 32:2. Jeremia 32:2: (Het heir nu des konings van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof der bewaring, dat in het huis des konings van Juda is.",
          "text1637": "Ier. 32.2.",
          "text2026": "Jer. 32:2. Jeremia 32:2: (Het legermacht nu van de koning van Babel belegerde toen Jeruzalem, en de profeet Jeremia was besloten in het voorhof van de bewaring, dat in het huis van de koning van Juda is."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְצַוֶּ֞ה",
          "strongs": "H6680",
          "morph": "HC/Vpw3ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֶּ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "צִדְקִיָּ֗הוּ",
          "strongs": "H6667",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יַּפְקִ֣דוּ",
          "strongs": "H6485",
          "morph": "HC/Vhw3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶֽת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָהוּ֮",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/חֲצַ֣ר",
          "strongs": "H2691",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/מַּטָּרָה֒",
          "strongs": "H4307",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָתֹן֩",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqa"
        },
        {
          "woord": "ל֨/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כִכַּר",
          "strongs": "H3603",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "לֶ֤חֶם",
          "strongs": "H3899",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/יּוֹם֙",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/ח֣וּץ",
          "strongs": "H2351",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֹפִ֔ים",
          "strongs": "H644",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "תֹּ֥ם",
          "strongs": "H8552",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/לֶּ֖חֶם",
          "strongs": "H3899",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/עִ֑יר",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יֵּ֣שֶׁב",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֔הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/חֲצַ֖ר",
          "strongs": "H2691",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/מַּטָּרָֽה",
          "strongs": "H4307",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen gaf de koning Zedekia bevel; en zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> bestelden Jeremia in het voorhof van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> bewaring,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> en men gaf hem overdag een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> bol broods uit de Bakkerstraat, totdat al het brood van de stad op was. Zo<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> bleef Jeremia in het voorhof van de bewaring.",
      "textSV1888_html": "Toen gaf de koning Zedekia bevel; en zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> bestelden Jeremia in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> voorhof der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> bewaring, en men gaf hem des daags een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> bol broods uit de Bakkerstraat, totdat al het brood van de stad op was. Alzo<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> bleef Jeremia in het voorhof der bewaring.",
      "text1637_html": "Doe gaf de Coninck Zedekia bevel; ende sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> bestelden Ieremia in den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> voorhove der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> bewaringe, ende men gaf hem des daechs eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> bolle broots uyt de backers-strate, tot dat al ’t broot van de stadt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30[39]\">30[39]</sup> op was, alsoo <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> bleef Ieremia in den voorhove der bewaringe.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "des daags",
          "new": "overdag",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Zedekia, hoewel ongehoorsaem zijnde, laet nochtans Ieremiam versoecken om voorbede by Godt, dewijle het scheen, als of de Chaldeen met Pharao te doen krijgende, de belegeringe wel gantsch mochten verlaten, vers 1, 2, etc. maer krijcht voor antwoort, dat Pharao daer uyt sal scheyden, ende de Chaldeen wederkomen, de stadt innemen ende verbranden sullen, al warense noch soo weynich ende machteloos, 6. Ieremia, by occasie van ’t opbreken der Chaldeen, soeckt uyt de stadt te gaen, maer wort gegrepen, tot de Vorsten gebracht, geslagen, ende in snoode gevanckenisse gestelt, 11. waer uyt hem Zedekia heymelick laet halen, om yets troostelicks te hooren, maer krijcht al ’t oude bescheyt: laet hem nochtans in de voorige gevanckenisse, op sijn begeeren, wederbrengen, 16.",
    "text2026": "Zedekia, hoewel ongehoorzaam zijnde, laat nochtans Jeremia verzoeken om voorbidding bij God, omdat het scheen alsof de Chaldeeën, doordat zij met Farao te maken kregen, de belegering wel geheel zouden verlaten, vers 1, 2, enz. maar krijgt als antwoord dat Farao daaruit zal weggaan en de Chaldeeën zullen terugkeren, de stad zullen innemen en verbranden, al waren zij nog zo weinig en machteloos, 6. Jeremia tracht, bij gelegenheid van het opbreken van de Chaldeeën, de stad uit te gaan, maar wordt gegrepen, voor de vorsten gebracht, geslagen en in een snode gevangenis gezet, 11. waaruit Zedekia hem heimelijk laat halen om iets troostrijks te horen, maar krijgt al het oude bescheid; laat hem nochtans op zijn verzoek in de vorige gevangenis terugbrengen, 16."
  }
}
