{
  "number": 40,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Het woord, dat van den HEERE geschied is tot Jeremia, nadat Nebuzaradan, de overste der trawanten, hem had laten gaan van Rama; als hij hem had laten halen, daar hij met ketenen gebonden was in het midden aller gevangenen van Jeruzalem en Juda, die naar Babel gevankelijk werden weggevoerd.",
      "text1637": "HEt [1] woort, dat van den HEERE geschiet is tot Ieremia; na dat Nebuzaradan, de Overste der Trauwanten, hem [2] hadde laten gaen van [3] Rama: als hy hem hadde [4] laten halen, daer hy met ketenen gebonden was in ’t midden aller [5] gevangenen van Ierusalem ende Iuda, die nae Babel gevanckelick wierden wechgevoert.",
      "text2026": "Het woord, dat van JAHWEH gebeurd is tot Jeremia, nadat Nebuzaradan, de overste van de lijfwachten, hem had laten gaan van Rama; als hij hem had laten halen, daar hij met ketenen gebonden was in het midden van alle gevangenen van Jeruzalem en Juda, die naar Babel als gevangene werden weggevoerd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "1 Het woord: De woorden dezer profetie volgen eerst Jer. 42:7, enz. maar hier wordt in het volgende ingevoegd een verhaal van de geschiedenissen, die tot de voorzegde profetie de aanleiding hebben gegeven. Jeremia 42:7: En het gebeurde ten einde van tien dagen, dat des HEEREN woord tot Jeremia geschiedde.",
          "text1637": "De woorden deser Prophetie volgen eerst cap. 42.7, etc. maer hier wort in’t volgende ingevoecht een verhael van de geschiedenissen, die tot de voorseyde Prophetie d’occasie hebben gegeven.",
          "text2026": "1 Het woord: De woorden van deze profetie volgen eerst Jer. 42:7, enz. maar hier wordt in het volgende ingevoegd een verhaal van de geschiedenissen, die tot de voorzegde profetie de aanleiding hebben gegeven. Jeremia 42:7: En het gebeurde ten einde van tien dagen, dat van JAHWEH woord tot Jeremia geschiedde."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "2 had laten gaan: En de andere dingen ook geschied waren, die onder, na Jeremia's loslating, worden verhaald, te weten dat Gedalia verraderlijk was omgebracht en de Joden naar Egypte wilden trekken.",
          "text1637": "Ende de andere dingen oock geschiet waren, die onder, na Ieremie los latinge, worden verhaelt, te weten, dat Gedalia verraderlick was omgebracht, ende de Ioden nae Egypten wilden trecken.",
          "text2026": "2 had laten gaan: En de andere dingen ook geschied waren, die onder, na Jeremia's loslating, worden verhaald, te weten dat Gedalia verraderlijk was omgebracht en de Joden naar Egypte wilden trekken."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie 1 Kon. 15:17. 1 Koningen 15:17: Want Baësa, de koning van Israël, toog op tegen Juda, en bouwde Rama; opdat hij niemand toeliet uit te gaan en in te komen tot Asa, den koning van Juda.",
          "text1637": "Siet 1.Reg. 15. op vers 17.",
          "text2026": "Zie 1 Kon. 15:17. 1 Koningen 15:17: Want Baësa, de koning van Israël, toog op tegen Juda, en bouwde Rama; opdat hij niemand toeliet uit te gaan en in te komen tot Asa, de koning van Juda."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "4 had laten halen: Hebreeuws, genomen had. Zie boven Jer. 37:17; alzo terstond vers 2. Jeremia 37:17: Zo zond de koning Zedekia henen, en liet hem halen; en de koning vraagde hem in zijn huis, in het verborgene, en zeide: Is er ook een woord van den HEERE? En Jeremia zeide: Er is; en hij zeide: Gij zult in de hand des konings van Babel gegeven worden. Jeremia 40:2: Want de overste der trawanten liet Jeremia halen, en zeide tot hem: De HEERE, uw God, heeft dit kwaad over deze plaats gesproken.",
          "text1637": "Hebr. genomen hadde. Siet bov. 37. op vers 17. alsoo terstont vers 2.",
          "text2026": "4 had laten halen: Hebreeuws, genomen had. Zie boven Jer. 37:17; zo meteen vers 2. Jeremia 37:17: Zo zond de koning Zedekia heen, en liet hem halen; en de koning vraagde hem in zijn huis, in het verborgene, en zei: Is er ook een woord van JAHWEH? En Jeremia zei: Er is; en hij zei: U zult in de hand van de koning van Babel gegeven worden. Jeremia 40:2: Want de overste van de trawanten liet Jeremia halen, en zei tot hem: JAHWEH, uw God, heeft dit kwaad over deze plaats gesproken."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, gevangenis, of gevankelijke wegvoering; gelijk elders dikwijls.",
          "text1637": "Hebr. gevanckenisse, ofte, gevanckelicke wechvoeringe: als elders dickwijls.",
          "text2026": "Hebreeuws, gevangenis, of gevankelijke wegvoering; gelijk elders dikwijls."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַ/דָּבָ֞ר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "הָיָ֤ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶֽל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֨הוּ֙",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֵ֣ת",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אַחַ֣ר",
          "strongs": "H310",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שַׁלַּ֣ח",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HVpc"
        },
        {
          "woord": "אֹת֗/וֹ",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "נְבוּזַרְאֲדָ֛ן",
          "strongs": "H5018",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "רַב",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "טַבָּחִ֖ים",
          "strongs": "H2876",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָֽ/רָמָ֑ה",
          "strongs": "H7414",
          "morph": "HTd/Np"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קַחְתּ֣/וֹ",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HR/Vqc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֹת֗/וֹ",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/הֽוּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HC/Pp3ms"
        },
        {
          "woord": "אָס֤וּר",
          "strongs": "H631",
          "morph": "HVqsmsa"
        },
        {
          "woord": "בָּֽ/אזִקִּים֙",
          "strongs": "H246",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ת֨וֹךְ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "גָּל֤וּת",
          "strongs": "H1546",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "יְרוּשָׁלִַ֨ם֙",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וִֽ/יהוּדָ֔ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "הַ/מֻּגְלִ֖ים",
          "strongs": "H1540",
          "morph": "HTd/VHsmpa"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶֽלָ/ה",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp/Sd"
        }
      ],
      "text2026_html": "Het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> woord, dat van JAHWEH gebeurd is tot Jeremia, nadat Nebuzaradan, de overste van de lijfwachten, hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> had laten gaan van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Rama; als hij hem had<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> laten halen, daar hij met ketenen gebonden was in het midden van alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> gevangenen van Jeruzalem en Juda, die naar Babel als gevangene werden weggevoerd.",
      "textSV1888_html": "Het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> woord, dat van den HEERE geschied is tot Jeremia, nadat Nebuzaradan, de overste der trawanten, hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> had laten gaan van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Rama; als hij hem had<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> laten halen, daar hij met ketenen gebonden was in het midden aller<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> gevangenen van Jeruzalem en Juda, die naar Babel gevankelijk werden weggevoerd.",
      "text1637_html": "HEt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> woort, dat van den HEERE geschiet is tot Ieremia; na dat Nebuzaradan, de Overste der Trauwanten, hem <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> hadde laten gaen van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Rama: als hy hem hadde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> laten halen, daer hy met ketenen gebonden was in ’t midden aller <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> gevangenen van Ierusalem ende Iuda, die nae Babel gevanckelick wierden wechgevoert.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE geschied",
          "new": "JAHWEH gebeurd",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der trawanten,",
          "new": "van de lijfwachten,",
          "principe": "MR-2K-GLOBAL-003"
        },
        {
          "old": "aller",
          "new": "van alle",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gevankelijk",
          "new": "als gevangene",
          "principe": "V78"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Want de overste der trawanten liet Jeremia halen, en zeide tot hem: De HEERE, uw God, heeft dit kwaad over deze plaats gesproken.",
      "text1637": "Want de Overste der Trauwanten liet Ieremia halen, ende seyde tot hem; De [6] HEERE uwe Godt heeft dit [7] quaet over dese plaetse gesproken:",
      "text2026": "Want de overste van de lijfwachten liet Jeremia halen, en zei tot hem: JAHWEH, uw God, heeft dit kwaad over deze plaats gesproken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "6 HEERE, uw God: Aldus spreekt een heiden, tot beschaming der Joden. Hieruit blijkt dat de koning van Babel verstaan had wat Jeremia geprofeteerd had; vergelijk boven Jer. 39:11. Jeremia 39:11: Maar van Jeremia had Nebukadrezar, de koning van Babel, bevel gegeven in de hand van Nebuzaradan, den overste der trawanten, zeggende:",
          "text1637": "Aldus spreeckt een heyden, tot beschaminge der Ioden. Hier uyt blijckt dat de Coninck van Babel verstaen hadde, wat Ieremia gepropheteert hadde. Vergel. bov. 39.11.",
          "text2026": "6 JAHWEH, uw God: Aldus spreekt een heiden, tot beschaming van de Joden. Hieruit blijkt dat de koning van Babel verstaan had wat Jeremia geprofeteerd had; vergelijk boven Jer. 39:11. Jeremia 39:11: Maar van Jeremia had Nebukadrezar, de koning van Babel, bevel gegeven in de hand van Nebuzaradan, de overste van de trawanten, zeggende:"
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ongeluk, ellende, kwaad der straf.",
          "text1637": "Ongeluck, elende, quaet der straffe.",
          "text2026": "Ongeluk, ellende, kwaad van de straf."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּקַּ֥ח",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "רַב",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "טַבָּחִ֖ים",
          "strongs": "H2876",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/יִרְמְיָ֑הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וַ/יֹּ֣אמֶר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלָ֔י/ו",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "דִּבֶּר֙",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הָ/רָעָ֣ה",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֹּ֔את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HTd/Pdxfs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/מָּק֖וֹם",
          "strongs": "H4725",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּֽה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want de overste van de lijfwachten liet Jeremia halen, en zei tot hem: <span class=\"direct-speech\"><i>JAHWEH, uw God, heeft dit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> kwaad over deze plaats gesproken.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want de overste der trawanten liet Jeremia halen, en zeide tot hem: De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> HEERE, uw God, heeft dit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> kwaad over deze plaats gesproken.",
      "text1637_html": "Want de Overste der Trauwanten liet Ieremia halen, ende seyde tot hem; De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> HEERE uwe Godt heeft dit <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> quaet over dese plaetse gesproken:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der trawanten",
          "new": "van de lijfwachten",
          "principe": "MR-2K-GLOBAL-003"
        },
        {
          "old": "zeide",
          "new": "zei",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "De HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "En de HEERE heeft het doen komen, en gedaan, gelijk als Hij gesproken had; want gijlieden hebt gezondigd tegen den HEERE, en Zijner stem niet gehoorzaamd; daarom is ulieden deze zaak geschied.",
      "text1637": "Ende de HEERE heeft’et doen komen, ende gedaen gelijck als hy gesproken hadde: want ghylieden hebt gesondicht tegen den HEERE, ende sijner stemme niet gehoorsaemt; daerom is u lieden [8] dese sake geschiet.",
      "text2026": "En JAHWEH heeft het doen komen, en gedaan, zoals Hij gesproken had; want u hebt gezondigd tegen JAHWEH, en Zijn stem niet gehoorzaamd; daarom is u deze zaak gebeurd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "8 deze zaak geschied: Of, dit woord aan u geschied; dat is, dit woord des Heeren aan u vervuld; vergelijk boven Jer. 39:16. Jeremia 39:16: Ga henen, en spreek tot Ebed-melech, den Moorman, zeggende: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Zie, Ik zal Mijn woorden brengen over deze stad, ten kwade en niet ten goede; en zij zullen te dien dage voor uw aangezicht zijn.",
          "text1637": "Ofte, dit woort aen u geschiet. D. dit woort des Heeren aen u vervult, vergel. bov. 39.16.",
          "text2026": "8 deze zaak geschied: Of, dit woord aan u geschied; dat is, dit woord van de Heern aan u vervuld; vergelijk boven Jer. 39:16. Jeremia 39:16: Ga heen, en spreek tot Ebed-melech, de Moorman, zeggende: Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Zie, Ik zal Mijn woorden brengen over deze stad, ten kwade en niet ten goede; en zij zullen op die dag voor uw aangezicht zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יָּבֵ֥א",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhw3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/יַּ֛עַשׂ",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כַּ/אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HR/Tr"
        },
        {
          "woord": "דִּבֵּ֑ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp3ms"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "חֲטָאתֶ֤ם",
          "strongs": "H2398",
          "morph": "HVqp2mp"
        },
        {
          "woord": "לַֽ/יהוָה֙",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "שְׁמַעְתֶּ֣ם",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp2mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קוֹל֔/וֹ",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָיָ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "דבר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּֽה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>En JAHWEH heeft het doen komen, en gedaan, zoals Hij gesproken had; want u hebt gezondigd tegen JAHWEH, en Zijn stem niet gehoorzaamd; daarom is u deze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> zaak gebeurd.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En de HEERE heeft het doen komen, en gedaan, gelijk als Hij gesproken had; want gijlieden hebt gezondigd tegen den HEERE, en Zijner stem niet gehoorzaamd; daarom is ulieden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> deze zaak geschied.",
      "text1637_html": "Ende de HEERE heeft’et doen komen, ende gedaen gelijck als hy gesproken hadde: want ghylieden hebt gesondicht tegen den HEERE, ende sijner stemme niet gehoorsaemt; daerom is u lieden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> dese sake geschiet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "gelijk als",
          "new": "zoals",
          "principe": "V804"
        },
        {
          "old": "gijlieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "den HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Zijner",
          "new": "Zijn",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "ulieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "geschied.",
          "new": "gebeurd.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Nu dan, zie, ik heb u heden losgemaakt van de ketenen, die aan uw hand waren; indien het goed is in uw ogen met mij naar Babel te komen, zo kom, en ik zal mijn oog op u stellen; maar indien het kwaad is in uw ogen met mij naar Babel te komen, zo laat het; zie, het ganse land is voor uw aangezicht, waarhenen het goed en recht in uw ogen is te gaan, ga daar.",
      "text1637": "[9] Nu dan, siet ick hebbe u heden los gemaeckt van de ketenen, die aen uwe [10] hant waren, indien ’t [11] goet is in uwe oogen met my nae Babel te komen, so komt, ende ick sal mijn [12] ooge op u stellen; maer indien ’t [13] quaet is in uwe oogen met my nae Babel te komen, so laet het: Siet het gantsche lant is [14] voor u aengesichte, waer henen het goet ende recht in uwe oogen is te gaen, daer gaet:",
      "text2026": "Nu dan, zie, ik heb u vandaag losgemaakt van de ketenen, die aan uw hand waren; als het goed is in uw ogen met mij naar Babel te komen, zo kom, en ik zal mijn oog op u stellen; maar als het kwaad is in uw ogen met mij naar Babel te komen, zo laat het; zie, het hele land is voor uw aangezicht, waarheen het goed en recht in uw ogen is te gaan, ga daar.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders: handen.",
          "text1637": "And. handen.",
          "text2026": "Anders: handen."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "11 goed is in uw ogen: Dat is, indien het u behaagt.",
          "text1637": "D. in dien ’t u behaecht.",
          "text2026": "11 goed is in uw ogen: Dat is, als het u behaagt."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "12 oog op u stellen: Zie boven Jer. 39:12. Jeremia 39:12: Neem hem, en stel uw ogen op hem, en doe hem niets kwaads; maar gelijk als hij tot u spreken zal, doe alzo met hem.",
          "text1637": "Siet bov. 39.12.",
          "text2026": "12 oog op u stellen: Zie boven Jer. 39:12. Jeremia 39:12: Neem hem, en stel uw ogen op hem, en doe hem niets kwaads; maar gelijk als hij tot u spreken zal, doe zo met hem."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "13 kwaad is in uw ogen: Dat is, u mishaagt, niet bevalt.",
          "text1637": "D. u mishaegt, niet bevalt.",
          "text2026": "13 kwaad is in uw ogen: Dat is, u mishaagt, niet bevalt."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "14 voor uw aangezicht: Dat is, staat voor u open; zie Gen. 13:9. Genesis 13:9: Is niet het ganse land voor uw aangezicht? Scheid u toch van mij; zo gij de linkerhand kiest, zo zal ik ter rechterhand gaan; en zo gij de rechterhand, zo zal ik ter linkerhand gaan.",
          "text1637": "D. staet voor u open. Siet Gen. 13. op vers 9.",
          "text2026": "14 voor uw aangezicht: Dat is, staat voor u open; zie Gen. 13:9. Genesis 13:9: Is niet het gehele land voor uw aangezicht? Scheid u toch van mij; zo u de linkerhand kiest, zo zal ik ter rechterhand gaan; en zo u de rechterhand, zo zal ik ter linkerhand gaan."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "9 Nu dan: Dewijl gij bevonden zijt een waarachtig profeet te zijn.",
          "text1637": "Dewijle ghy bevonden zijt een warachtich Propheet te zijn.",
          "text2026": "9 Nu dan: Omdat u bevonden bent een waarachtig profeet te zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/עַתָּ֞ה",
          "strongs": "H6258",
          "morph": "HC/D"
        },
        {
          "woord": "הִנֵּ֧ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "פִתַּחְתִּ֣י/ךָ",
          "strongs": "H6605",
          "morph": "HVpp1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/יּ֗וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מִֽן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/אזִקִּים֮",
          "strongs": "H246",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יָדֶ/ךָ֒",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "ט֨וֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עֵינֶ֜י/ךָ",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HR/Ncbdc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/ב֧וֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "אִתִּ֣/י",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בָבֶ֗ל",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֹּ֚א",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָשִׂ֤ים",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HC/Vqi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "עֵינִ/י֙",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָלֶ֔י/ךָ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC/C"
        },
        {
          "woord": "רַ֧ע",
          "strongs": "H7489",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עֵינֶ֛י/ךָ",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HR/Ncbdc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/בֽוֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "אִתִּ֥/י",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בָבֶ֖ל",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "חֲדָ֑ל",
          "strongs": "H2308",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "רְאֵה֙",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/פָנֶ֔י/ךָ",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "ט֨וֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "הַ/יָּשָׁ֧ר",
          "strongs": "H3477",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עֵינֶ֛י/ךָ",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HR/Ncbdc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/לֶ֥כֶת",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֖מָּ/ה",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD/Sd"
        },
        {
          "woord": "לֵֽךְ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqv2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup><span class=\"direct-speech\"><i> Nu dan, zie, ik heb u vandaag losgemaakt van de ketenen, die aan uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> hand waren; als het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> goed is in uw ogen met mij naar Babel te komen, zo kom, en ik zal mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> oog op u stellen; maar als het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> kwaad is in uw ogen met mij naar Babel te komen, zo laat het; zie, het hele land is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> voor uw aangezicht, waarheen het goed en recht in uw ogen is te gaan, ga daar.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Nu dan, zie, ik heb u heden losgemaakt van de ketenen, die aan uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> hand waren; indien het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> goed is in uw ogen met mij naar Babel te komen, zo kom, en ik zal mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> oog op u stellen; maar indien het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> kwaad is in uw ogen met mij naar Babel te komen, zo laat het; zie, het ganse land is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> voor uw aangezicht, waarhenen het goed en recht in uw ogen is te gaan, ga daar.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Nu dan, siet ick hebbe u heden los gemaeckt van de ketenen, die aen uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> hant ware<i>n</i>, indien ’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> goet is in uwe oogen met my nae Babel te komen, so komt, ende ick sal mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> ooge op u stellen; maer indien ’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> quaet is in uwe oogen met my nae Babel te komen, so laet het: Siet het gantsche lant is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> voor u aengesichte, waer henen het goet ende recht in uwe oogen is te gaen, daer gaet:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "heden",
          "new": "vandaag",
          "principe": "V986"
        },
        {
          "old": "indien",
          "new": "als",
          "principe": "V41"
        },
        {
          "old": "indien",
          "new": "als",
          "principe": "V41"
        },
        {
          "old": "ganse",
          "new": "hele",
          "principe": "V3"
        },
        {
          "old": "waarhenen",
          "new": "waarheen",
          "principe": "V232"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "En dewijl hij nog niet zal wederkeren, zo keer gij tot Gedalia, den zoon van Ahikam, den zoon van Safan, dien de koning van Babel over de steden van Juda gesteld heeft; en woon bij hem in het midden des volks; of overal, waar het in uw ogen recht is te gaan, ga er henen. En de overste der trawanten gaf hem reiskost en een geschenk, en liet hem gaan.",
      "text1637": "Ende dewijle [15] hy noch niet en sal wederkeeren, so keert ghy tot Gedalia, den sone Ahikams, des soons Saphans, dien de Coninck van Babel over de steden van Iuda gestelt heeft, ende woont by hem in ’t midden des volcks; ofte over al daer ’t in uwe oogen recht is te gaen, gaeter henen: Ende de Overste der Trauwanten gaf hem [16] reys-kost ende een geschenck, ende liet hem gaen.",
      "text2026": "En omdat hij nog niet zal terugkeren, zo keer u tot Gedalia, de zoon van Ahikam, de zoon van Safan, die de koning van Babel over de steden van Juda gesteld heeft; en woon bij hem in het midden van het volk; of overal, waar het in uw ogen recht is te gaan, ga er heen. En de overste van de lijfwachten gaf hem reiskost en een geschenk, en liet hem gaan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Namelijk, Gedalia die terstond genoemd wordt, die zo haast niet weder hier zal komen, dat gij daarnaar zoudt dienen te wachten, want hij heeft te Mizpa nog veel te doen. Anders: en dewijl hij [namelijk Jeremia] nog niet was wedergekeerd, [zeide hij, namelijk Nebuzaradan wijders] of keert, enz. met welke weinige tussen ingevoegde woorden zou worden aangewezen, hoe het is bijgekomen dat Jeremia onder andere gevangenen mede geraakt en weggevoerd is, te weten omdat hij zich tevoren nog niet begeven had tot Gedalia, als hij uit het voorhof der gevangenis verlost was, maar was gebleven onder het volk, en alzo mede nevens anderen gevonden en tot hiertoe gebracht; daarom slaat hem Nebuzaradan nu voor dat hij tot Gedalia zou mogen trekken, om onder zijne bescherming verzekerd te zijn. Anders: dewijl hij [te weten Zedekia; door verachting gesproken] niet meer zal wederkeren, enz.",
          "text1637": "N. Gedalia, die terstont genoemt wort, die soo haest niet en sal weder hier komen, dat ghy daer nae soudt dienen te wachten, want hy te Mizpa noch vele te doen heeft. and. Ende dewijle hy (naemlick Ieremia) noch niet en was wedergekeert [seyde hy, naemlick, Nebuzaradan wijders:] ofte keert etc. met welcke weynige tusschen in gevoegde woorden soude worden aengewesen, hoe het zy bygekomen, dat Ieremia onder andere gevangenen mede geraeckt ende wech-gevoert zy: T.w. om dat hy sich te vooren noch niet begeven hadde tot Gedalia, als hy uyt den voorhof der gevanckenisse verlost was, maer was gebleven onder ’t volck, ende alsoo mede neffens andere gebonden, ende tot hier toe gebracht: daerom slaet hem Nebuzaradan nu voor, dat hy tot Gedalia soude mogen trecken, om onder sijne bescherminge versekert te zijn. And. Dewijle hy (T.w. Zedekia; door verachtinge gesproken) niet meer en sal wederkeeren, etc.",
          "text2026": "Namelijk, Gedalia die meteen genoemd wordt, die zo haast niet weer hier zal komen, dat u daarnaar zoudt dienen te wachten, want hij heeft te Mizpa nog veel te doen. Anders: en omdat hij [namelijk Jeremia] nog niet was teruggekeerd, [zei hij, namelijk Nebuzaradan verder] of keert, enz. met welke weinige tussen ingevoegde woorden zou worden aangewezen, hoe het is bijgekomen dat Jeremia onder andere gevangenen mee geraakt en weggevoerd is, te weten omdat hij zich tevoren nog niet begeven had tot Gedalia, als hij uit het voorhof van de gevangenis verlost was, maar was gebleven onder het volk, en zo mee naast anderen gevonden en tot hiertoe gebracht; daarom slaat hem Nebuzaradan nu voor dat hij tot Gedalia zou mogen trekken, om onder zijn bescherming verzekerd te zijn. Anders: omdat hij [te weten Zedekia; door verachting gesproken] niet meer zal terugkeren, enz."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Het Hebreeuwse woord betekent zulks eigenlijk; maar wordt algemeen genomen voor dagelijks onderhoud, dat men iemand toelegt, onder Jer. 52:34; zie wijders Spreuk. 15:17. Jeremia 52:34: En aangaande zijn tering, een gedurige tering werd hem van den koning van Babel gegeven, elk dagelijks bestemde deel op zijn dag, tot op den dag zijns doods, al de dagen zijns levens. Spreuken 15:17: Beter is een gerecht van groen moes, waar ook liefde is, dan een gemeste os, en haat daarbij.",
          "text1637": "Het Hebr. woort beteeckent sulcx eygentlick: maer wort oock generalick genomen voor dagelicx onderhout, datmen yemant toeleyt, ond. 52.34. Siet wijders. Prov. 15. op vers 17.",
          "text2026": "Het Hebreeuwse woord betekent zulks eigenlijk; maar wordt algemeen genomen voor dagelijks onderhoud, dat men iemand toelegt, onder Jer. 52:34; zie verder Spreuk. 15:17. Jeremia 52:34: En aangaande zijn tering, een gedurige tering werd hem van de koning van Babel gegeven, elk dagelijks bestemde deel op zijn dag, tot op de dag zijn doods, al de dagen zijn levens. Spreuken 15:17: Beter is een gerecht van groen moes, waar ook liefde is, dan een gemeste os, en haat daarbij."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/עוֹדֶ֣/נּוּ",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HC/D/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָשׁ֗וּב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/שֻׁ֡בָ/ה",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HC/Vqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "גְּדַלְיָ֣ה",
          "strongs": "H1436",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲחִיקָ֣ם",
          "strongs": "H296",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שָׁפָ֡ן",
          "strongs": "H8227",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר֩",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "הִפְקִ֨יד",
          "strongs": "H6485",
          "morph": "HVhp3ms"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶ֜ל",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עָרֵ֣י",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HR/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֗ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/שֵׁ֤ב",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "אִתּ/וֹ֙",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ת֣וֹךְ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/עָ֔ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "א֠וֹ",
          "strongs": "H176",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יָּשָׁ֧ר",
          "strongs": "H3477",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עֵינֶ֛י/ךָ",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HR/Ncbdc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/לֶ֖כֶת",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "לֵ֑ךְ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּתֶּן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "ל֧/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "רַב",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "טַבָּחִ֛ים",
          "strongs": "H2876",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲרֻחָ֥ה",
          "strongs": "H737",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מַשְׂאֵ֖ת",
          "strongs": "H4864",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/יְשַׁלְּחֵֽ/הוּ",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HC/Vpw3ms/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>En omdat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hij nog niet zal terugkeren, zo keer u tot Gedalia, de zoon van Ahikam, de zoon van Safan, die de koning van Babel over de steden van Juda gesteld heeft; en woon bij hem in het midden van het volk; of overal, waar het in uw ogen recht is te gaan, ga er heen.</i></span> En de overste van de lijfwachten gaf hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> reiskost en een geschenk, en liet hem gaan.",
      "textSV1888_html": "En dewijl<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hij nog niet zal wederkeren, zo keer gij tot Gedalia, den zoon van Ahikam, den zoon van Safan, dien de koning van Babel over de steden van Juda gesteld heeft; en woon bij hem in het midden des volks; of overal, waar het in uw ogen recht is te gaan, ga er henen. En de overste der trawanten gaf hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> reiskost en een geschenk, en liet hem gaan.",
      "text1637_html": "Ende dewijle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hy noch niet en sal wederkeeren, so keert ghy tot Gedalia, den sone Ahikams, des soons Saphans, dien de Coninck van Babel over de steden van Iuda gestelt heeft, ende woont by hem in ’t midden des volcks; ofte over al daer ’t in uwe oogen recht is te gaen, gaeter hene<i>n</i>: Ende de Overste der Trauwanten gaf hem <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> reys-kost ende een geschenck, ende liet hem gaen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dewijl",
          "new": "omdat",
          "principe": "V2"
        },
        {
          "old": "wederkeren,",
          "new": "terugkeren,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "des volks;",
          "new": "van het volk;",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "henen.",
          "new": "heen.",
          "principe": "V67"
        },
        {
          "old": "der trawanten",
          "new": "van de lijfwachten",
          "principe": "MR-2K-GLOBAL-003"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Alzo kwam Jeremia tot Gedalia, den zoon van Ahikam, te Mizpa; en hij woonde bij hem in het midden des volks, die in het land waren overgelaten.",
      "text1637": "Also quam Ieremia tot Gedalia, den sone Ahikams, te [17] Mizpa: ende hy woonde by hem in’t midden des volcks, die inden lande waren overgelaten.",
      "text2026": "Zo kwam Jeremia tot Gedalia, de zoon van Ahikam, te Mizpa; en hij woonde bij hem in het midden van het volk, die in het land waren overgelaten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelegen in het land Benjamins, gelijk sommigen menen. Zie Richt. 10:17. Richteren 10:17: En de kinderen Ammons werden bijeengeroepen, en legerden zich in Gilead; daarentegen werden de kinderen Israëls vergaderd, en legerden zich te Mizpa.",
          "text1637": "Gelegen in den lande Benjamins, als sommige meynen. Siet Iud. 19. op vers 17.",
          "text2026": "Gelegen in het land Benjamins, gelijk sommigen menen. Zie Richt. 10:17. Richteren 10:17: En de kinderen Ammons werden bijeengeroepen, en legerden zich in Gilead; daarentegen werden de kinderen van Israël vergaderd, en legerden zich te Mizpa."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יָּבֹ֧א",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "יִרְמְיָ֛הוּ",
          "strongs": "H3414",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "גְּדַלְיָ֥ה",
          "strongs": "H1436",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲחִיקָ֖ם",
          "strongs": "H296",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/מִּצְפָּ֑תָ/ה",
          "strongs": "H4708",
          "morph": "HTd/Np/Sd"
        },
        {
          "woord": "וַ/יֵּ֤שֶׁב",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אִתּ/וֹ֙",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ת֣וֹךְ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/עָ֔ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/נִּשְׁאָרִ֖ים",
          "strongs": "H7604",
          "morph": "HTd/VNrmpa"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo kwam Jeremia tot Gedalia, de zoon van Ahikam, te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Mizpa; en hij woonde bij hem in het midden van het volk, die in het land waren overgelaten.",
      "textSV1888_html": "Alzo kwam Jeremia tot Gedalia, den zoon van Ahikam, te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Mizpa; en hij woonde bij hem in het midden des volks, die in het land waren overgelaten.",
      "text1637_html": "Also quam Ieremia tot Gedalia, den sone Ahikams, te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Mizpa: ende hy woonde by hem in’t midden des volcks, die inden lande waren overgelaten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des volks,",
          "new": "van het volk,",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Toen nu alle oversten der heiren, die in het veld waren, zij en hun mannen, hoorden, dat de koning van Babel Gedalia, den zoon van Ahikam, over het land gesteld had, en dat hij aan hem bevolen had de mannen, en de vrouwen, en de kinderkens, en van de armsten des lands, van degenen, die niet naar Babel gevankelijk waren weggevoerd;",
      "text1637": "Doe nu alle [18] Overste der heyren, die in ’t velt waren, sy ende hare [19] mannen, hoorden, dat de Coninck van Babel Gedalia den sone Ahikams, over het lant gestelt hadde, ende dat hy aen hem bevolen hadde de mannen, ende de wijven, ende de kinderkens, ende van de [20] armste des lants, van de gene die niet nae Babel gevanckelick waren wech gevoert:",
      "text2026": "Toen nu alle oversten van de legers, die in het veld waren, zij en hun mannen, hoorden, dat de koning van Babel Gedalia, de zoon van Ahikam, over het land gesteld had, en dat hij aan hem bevolen had de mannen, en de vrouwen, en de kinderen, en van de armsten van het land, van degenen, die niet naar Babel als gevangene waren weggevoerd;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "18 oversten der heiren: Dat is, kapiteins, hoplieden; alzo dikwijls in het volgende; vergelijk dit verhaal met 2 Kon. 25:23, enz., die in het veld waren; dat is, in het veld zich onthielden. 2 Koningen 25:23: Toen nu al de oversten der heiren, zij en hun mannen, hoorden, dat de koning van Babel Gedalia tot overste gesteld had, kwamen zij tot Gedalia naar Mizpa; namelijk, Ismaël, de zoon van Nethanja, en Johanan, de zoon van Kareah, en Seraja, de zoon van Tanhumeth, de Netofathiet, en Jaäzanja, de zoon van den Maächathiet, zij en hun mannen.",
          "text1637": "D. Capiteynen, hoplieden: alsoo dickwijls in ’t volgende. Vergel. dit verhael met 2.Reg. 25.23, etc. die in’t velt waren. D. in’t velt haer onthielden.",
          "text2026": "18 oversten van de heiren: Dat is, kapiteins, hoplieden; telkens in het volgende; vergelijk dit verhaal met 2 Kon. 25:23, enz., die in het veld waren; dat is, in het veld zich onthielden. 2 Koningen 25:23: Toen nu al de oversten van de heiren, zij en hun mannen, hoorden, dat de koning van Babel Gedalia tot overste gesteld had, kwamen zij tot Gedalia naar Mizpa; namelijk, Ismaël, de zoon van Nethanja, en Johanan, de zoon van Kareah, en Seraja, de zoon van Tanhumeth, de Netofathiet, en Jaäzanja, de zoon van de Maächathiet, zij en hun mannen."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de krijgslieden, die zij bij zich hadden; alzo vers 8. Jeremia 40:8: Zo kwamen zij tot Gedalia te Mizpa, namelijk, Ismaël, de zoon van Nethanja, en Johanan en Jonathan, de zonen van Kareah, en Seraja, de zoon van Tanhumeth, en de zonen van Efai, den Netofathiet, en Jezanja, de zoon eens Maachathiets, zij en hun mannen.",
          "text1637": "D. de krijchslieden die sy by haer hadden. alsoo vers 8.",
          "text2026": "Dat is, de krijgslieden, die zij bij zich hadden; zo vers 8. Jeremia 40:8: Zo kwamen zij tot Gedalia te Mizpa, namelijk, Ismaël, de zoon van Nethanja, en Johanan en Jonathan, de zonen van Kareah, en Seraja, de zoon van Tanhumeth, en de zonen van Efai, de Netofathiet, en Jezanja, de zoon eens Maachathiets, zij en hun mannen."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "20 armsten des lands: Hebreeuws, armoede, of dunheid des lands. Zie 2 Kon. 24:14. 2 Koningen 24:14: En hij voerde gans Jeruzalem weg, mitsgaders al de vorsten, en alle strijdbare helden, tien duizend gevangen, en alle timmerlieden en smeden; niemand werd overgelaten, dan het arme volk des lands.",
          "text1637": "Hebr. armoede, ofte, dunheyt des lants. Siet 2.Reg. 24. op vers 14.",
          "text2026": "20 armsten van het land: Hebreeuws, armoede, of dunheid van het land (אָרֶץ). Zie 2 Kon. 24:14. 2 Koningen 24:14: En hij voerde geheel Jeruzalem weg, en ook al de vorsten, en alle strijdbare helden, tien duizend gevangen, en alle timmerlieden en smeden; niemand werd overgelaten, dan het arme volk van het land."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּשְׁמְעוּ֩",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שָׂרֵ֨י",
          "strongs": "H8269",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/חֲיָלִ֜ים",
          "strongs": "H2428",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "בַּ/שָּׂדֶ֗ה",
          "strongs": "H7704",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הֵ֚מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַנְשֵׁי/הֶ֔ם",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הִפְקִ֧יד",
          "strongs": "H6485",
          "morph": "HVhp3ms"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶ֛ל",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "גְּדַלְיָ֥הוּ",
          "strongs": "H1436",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲחִיקָ֖ם",
          "strongs": "H296",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/כִ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC/C"
        },
        {
          "woord": "הִפְקִ֣יד",
          "strongs": "H6485",
          "morph": "HVhp3ms"
        },
        {
          "woord": "אִתּ֗/וֹ",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲנָשִׁ֤ים",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָשִׁים֙",
          "strongs": "H802",
          "morph": "HC/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "וָ/טָ֔ף",
          "strongs": "H2945",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ/דַּלַּ֣ת",
          "strongs": "H1803",
          "morph": "HC/R/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֔רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HR/Tr"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "הָגְל֖וּ",
          "strongs": "H1540",
          "morph": "HVHp3cp"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶֽלָ/ה",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp/Sd"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen nu alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> oversten van de legers, die in het veld waren, zij en hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> mannen, hoorden, dat de koning van Babel Gedalia, de zoon van Ahikam, over het land gesteld had, en dat hij aan hem bevolen had de mannen, en de vrouwen, en de kinderen, en van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> armsten van het land, van degenen, die niet naar Babel als gevangene waren weggevoerd;",
      "textSV1888_html": "Toen nu alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> oversten der heiren, die in het veld waren, zij en hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> mannen, hoorden, dat de koning van Babel Gedalia, den zoon van Ahikam, over het land gesteld had, en dat hij aan hem bevolen had de mannen, en de vrouwen, en de kinderkens, en van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> armsten des lands, van degenen, die niet naar Babel gevankelijk waren weggevoerd;",
      "text1637_html": "Doe nu alle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Overste der heyren, die in ’t velt waren, sy ende hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> manne<i>n</i>, hoorden, dat de Coninck van Babel Gedalia den sone Ahikams, over het lant gestelt hadde, ende dat hy aen hem bevolen hadde de mannen, ende de wijven, ende de kinderkens, ende van de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> armste des lants, van de gene die niet nae Babel gevanckelick waren wech gevoert:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der heiren,",
          "new": "van de legers,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "kinderkens,",
          "new": "kinderen,",
          "principe": "V62"
        },
        {
          "old": "des lands,",
          "new": "van het land,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "gevankelijk",
          "new": "als gevangene",
          "principe": "V78"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Zo kwamen zij tot Gedalia te Mizpa, namelijk, Ismaël, de zoon van Nethanja, en Johanan en Jonathan, de zonen van Kareah, en Seraja, de zoon van Tanhumeth, en de zonen van Efai, den Netofathiet, en Jezanja, de zoon eens Maachathiets, zij en hun mannen.",
      "text1637": "So quamen sy tot Gedalia te Mizpa: naemlick, [21] Ismaël de sone van Nethanja, ende Iohanan, ende Ionathan, de sone van Kareah, ende Seraja, de sone van Tanhumeth, ende de sonen van Ephai den Netophatiter, ende Iezanja, de sone eens Maachathiters, sy ende hare mannen.",
      "text2026": "Zo kwamen zij tot Gedalia te Mizpa, namelijk, Ismaël, de zoon van Nethanja, en Johanan en Jonathan, de zonen van Kareah, en Seraja, de zoon van Tanhumeth, en de zonen van Efai, de Netofathiet, en Jezanja, de zoon van een Maachathiet, zij en hun mannen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie 2 Kon. 25:23. 2 Koningen 25:23: Toen nu al de oversten der heiren, zij en hun mannen, hoorden, dat de koning van Babel Gedalia tot overste gesteld had, kwamen zij tot Gedalia naar Mizpa; namelijk, Ismaël, de zoon van Nethanja, en Johanan, de zoon van Kareah, en Seraja, de zoon van Tanhumeth, de Netofathiet, en Jaäzanja, de zoon van den Maächathiet, zij en hun mannen.",
          "text1637": "Siet 2.Reg. 25. op vers 23.",
          "text2026": "Zie 2 Kon. 25:23. 2 Koningen 25:23: Toen nu al de oversten van de heiren, zij en hun mannen, hoorden, dat de koning van Babel Gedalia tot overste gesteld had, kwamen zij tot Gedalia naar Mizpa; namelijk, Ismaël, de zoon van Nethanja, en Johanan, de zoon van Kareah, en Seraja, de zoon van Tanhumeth, de Netofathiet, en Jaäzanja, de zoon van de Maächathiet, zij en hun mannen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יָּבֹ֥אוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "גְּדַלְיָ֖ה",
          "strongs": "H1436",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/מִּצְפָּ֑תָ/ה",
          "strongs": "H4708",
          "morph": "HTd/Np/Sd"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִשְׁמָעֵ֣אל",
          "strongs": "H3458",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "נְתַנְיָ֡הוּ",
          "strongs": "H5418",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יוֹחָנָ֣ן",
          "strongs": "H3110",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "וְ/יוֹנָתָ֣ן",
          "strongs": "H3129",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵֽי",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "קָ֠רֵחַ",
          "strongs": "H7143",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/שְׂרָיָ֨ה",
          "strongs": "H8304",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "תַּנְחֻ֜מֶת",
          "strongs": "H8576",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְנֵ֣י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HC/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "עופי",
          "strongs": "H5778",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/נְּטֹפָתִ֗י",
          "strongs": "H5200",
          "morph": "HTd/Ngmsa"
        },
        {
          "woord": "וִֽ/יזַנְיָ֨הוּ֙",
          "strongs": "H3153",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/מַּ֣עֲכָתִ֔י",
          "strongs": "H4602",
          "morph": "HTd/Ngmsa"
        },
        {
          "woord": "הֵ֖מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַנְשֵׁי/הֶֽם",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo kwamen zij tot Gedalia te Mizpa, namelijk,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Ismaël, de zoon van Nethanja, en Johanan en Jonathan, de zonen van Kareah, en Seraja, de zoon van Tanhumeth, en de zonen van Efai, de Netofathiet, en Jezanja, de zoon van een Maachathiet, zij en hun mannen.",
      "textSV1888_html": "Zo kwamen zij tot Gedalia te Mizpa, namelijk,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Ismaël, de zoon van Nethanja, en Johanan en Jonathan, de zonen van Kareah, en Seraja, de zoon van Tanhumeth, en de zonen van Efai, den Netofathiet, en Jezanja, de zoon eens Maachathiets, zij en hun mannen.",
      "text1637_html": "So quamen sy tot Gedalia te Mizpa: naemlick, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Ismaël de sone van Nethanja, ende Iohanan, ende Ionathan, de sone van Kareah, ende Seraja, de sone van Tanhumeth, ende de sonen van Ephai den Netophatiter, ende Iezanja, de sone eens Maachathiters, sy ende hare mannen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "eens Maachathiets,",
          "new": "van een Maachathiet,",
          "principe": "V735"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "En Gedalia, de zoon van Ahikam, den zoon van Safan, zwoer hun en hun mannen, zeggende: Vreest niet van de Chaldeeën te dienen; blijft in het land, en dient den koning van Babel, zo zal het u welgaan.",
      "text1637": "Ende Gedalia de sone Ahikams, des soons Saphans, swoer hen ende haren mannen, seggende; En vreeset niet van den Chaldeen te dienen: [22] blijvet in den lande, ende dienet den Coninck van Babel, so sal’t u wel gaen.",
      "text2026": "En Gedalia, de zoon van Ahikam, de zoon van Safan, zwoer hun en hun mannen, zeggende: Vrees niet van de Chaldeeën te dienen; blijf in het land, en dient de koning van Babel, zo zal het u welgaan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, woont.",
          "text1637": "Ofte, woonet.",
          "text2026": "Of, woont."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּשָּׁבַ֨ע",
          "strongs": "H7650",
          "morph": "HC/VNw3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֜ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "גְּדַלְיָ֨הוּ",
          "strongs": "H1436",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲחִיקָ֤ם",
          "strongs": "H296",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שָׁפָן֙",
          "strongs": "H8227",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/לְ/אַנְשֵׁי/הֶ֣ם",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HC/R/Ncmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹ֔ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּֽירְא֖וּ",
          "strongs": "H3372",
          "morph": "HVqj2mp"
        },
        {
          "woord": "מֵ/עֲב֣וֹד",
          "strongs": "H5647",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "הַ/כַּשְׂדִּ֑ים",
          "strongs": "H3778",
          "morph": "HTd/Np"
        },
        {
          "woord": "שְׁב֣וּ",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "בָ/אָ֗רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עִבְד֛וּ",
          "strongs": "H5647",
          "morph": "HC/Vqv2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מֶ֥לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶ֖ל",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִיטַ֥ב",
          "strongs": "H3190",
          "morph": "HC/Vqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/כֶֽם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En Gedalia, de zoon van Ahikam, de zoon van Safan, zwoer hun en hun mannen, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>Vrees niet van de Chaldeeën te dienen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> blijf in het land, en dient de koning van Babel, zo zal het u welgaan.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Gedalia, de zoon van Ahikam, den zoon van Safan, zwoer hun en hun mannen, zeggende: Vreest niet van de Chaldeeën te dienen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> blijft in het land, en dient den koning van Babel, zo zal het u welgaan.",
      "text1637_html": "Ende Gedalia de sone Ahikams, des soons Saphans, swoer hen ende haren mannen, seggende; En vreeset niet van den Chaldeen te dienen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> blijvet in den lande, ende dienet den Coninck van Babel, so sal’t u wel gaen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Vreest",
          "new": "Vrees",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "blijft",
          "new": "blijf",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "En ziet, ik woon te Mizpa, om te staan voor het aangezicht der Chaldeeën, die tot ons zullen komen; gijlieden dan verzamelt wijn, en zomervruchten, en olie, en doet ze in uw vaten, en woont in uw steden, die gij hebt ingenomen.",
      "text1637": "Ende siet ick woone te Mizpa, om te [23] staen voor’t aengesichte der Chaldeen, die tot ons sullen komen: Ghylieden dan versamelt wijn, ende somer-vruchten, ende olye, ende doetse in uwe vaten, ende woonet in uwe steden, die ghy hebt [24] ingenomen.",
      "text2026": "En ziet, ik woon te Mizpa, om te staan voor het aangezicht van de Chaldeeën, die tot ons zullen komen; u dan verzamelt wijn, en zomervruchten, en olie, en doet ze in uw kruiken, en woont in uw steden, die u hebt ingenomen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, om hen te dienen; zie Deut. 1:38, en 1 Kon. 1:2. Deuteronomium 1:38: Jozua, de zoon van Nun, die voor uw aangezicht staat, die zal daarin komen; sterk denzelven, want hij zal het Israël doen erven. 1 Koningen 1:2: Toen zeiden zijn knechten tot hem: Laat ze mijn heer den koning een jonge dochter, een maagd zoeken, die voor het aangezicht des konings sta, en hem koestere; en zij slape in uw schoot, dat mijn heer de koning warm worde.",
          "text1637": "D. om hen te dienen. Siet Deut. 1. op vers 38. ende 1.Reg. 1. op vers 2.",
          "text2026": "Dat is, om hen te dienen; zie Deut. 1:38, en 1 Kon. 1:2. Deuteronomium 1:38: Jozua, de zoon van Nun, die voor uw aangezicht staat, die zal daarin komen; sterk dezelfde, want hij zal het Israël doen erven. 1 Koningen 1:2: Toen zeiden zijn knechten tot hem: Laat ze mijn heer de koning een jonge dochter, een maagd zoeken, die voor het aangezicht van de koning sta, en hem koestere; en zij slape in uw schoot, dat mijn heer de koning warm worde."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, genomen tot uwe woonplaatsen.",
          "text1637": "D. genomen tot uwe woonplaetsen.",
          "text2026": "Dat is, genomen tot uwe woonplaatsen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/אֲנִ֗י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "הִנְ/נִ֤י",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יֹשֵׁב֙",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/מִּצְפָּ֔ה",
          "strongs": "H4709",
          "morph": "HRd/Np"
        },
        {
          "woord": "לַֽ/עֲמֹד֙",
          "strongs": "H5975",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנֵ֣י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/כַּשְׂדִּ֔ים",
          "strongs": "H3778",
          "morph": "HTd/Np"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "יָבֹ֖אוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "אֵלֵ֑י/נוּ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַתֶּ֡ם",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2mp"
        },
        {
          "woord": "אִסְפוּ֩",
          "strongs": "H622",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "יַ֨יִן",
          "strongs": "H3196",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/קַ֜יִץ",
          "strongs": "H7019",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/שֶׁ֗מֶן",
          "strongs": "H8081",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/שִׂ֨מוּ֙",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HC/Vqv2mp"
        },
        {
          "woord": "בִּ/כְלֵי/כֶ֔ם",
          "strongs": "H3627",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/שְׁב֖וּ",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vqv2mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עָרֵי/כֶ֥ם",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "תְּפַשְׂתֶּֽם",
          "strongs": "H8610",
          "morph": "HVqp2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>En ziet, ik woon te Mizpa, om te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> staan voor het aangezicht van de Chaldeeën, die tot ons zullen komen; u dan verzamelt wijn, en zomervruchten, en olie, en doet ze in uw kruiken, en woont in uw steden, die u hebt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> ingenomen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En ziet, ik woon te Mizpa, om te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> staan voor het aangezicht der Chaldeeën, die tot ons zullen komen; gijlieden dan verzamelt wijn, en zomervruchten, en olie, en doet ze in uw vaten, en woont in uw steden, die gij hebt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> ingenomen.",
      "text1637_html": "Ende siet ick woone te Mizpa, om te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> staen voor’t aengesichte der Chaldeen, die tot ons sullen komen: Ghylieden dan versamelt wijn, ende somer-vruchten, ende olye, ende doetse in uwe vaten, ende woonet in uwe steden, die ghy hebt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> ingenomen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "gijlieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "vaten,",
          "new": "kruiken,",
          "principe": "V1650"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Als ook al de Joden, die in Moab, en onder de kinderen Ammons, en in Edom, en die in al die landen waren, hoorden, dat de koning van Babel in Juda een overblijfsel gelaten had; en dat hij Gedalia, den zoon van Ahikam, den zoon van Safan, over hen gesteld had;",
      "text1637": "Als oock alle de Ioden, die in Moab, ende onder de kinderen Ammons, ende in Edom, ende die in alle die [25] landen waren, hoorden, dat de Coninck van Babel in Iuda een overblijfsel [26] gelaten hadde: ende dat hy Gedalia den sone Ahikams, des soons Saphans, over [27] hen gestelt hadde:",
      "text2026": "Als ook al de Joden, die in Moab, en onder de kinderen Ammons, en in Edom, en die in al die landen waren, hoorden, dat de koning van Babel in Juda een overblijfsel gelaten had; en dat hij Gedalia, de zoon van Ahikam, de zoon van Safan, over hen gesteld had;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, in de omstreken daaromtrent gevlucht waren.",
          "text1637": "D. inde contreyen daer ontrent gevlucht waren.",
          "text2026": "Dat is, in de omstreken daaromtrent gevlucht waren."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "26 gelaten had: Of, gesteld, toegelaten. Hebreeuws eigenlijk gegeven.",
          "text1637": "Ofte, gestelt, toegelaten. Hebr. eygentl. gegeven.",
          "text2026": "26 gelaten had: Of, gesteld, toegelaten. Hebreeuws eigenlijk gegeven."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De overgelatenen.",
          "text1637": "De overgelatene.",
          "text2026": "De overgelatenen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/גַ֣ם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HC/Ta"
        },
        {
          "woord": "כָּֽל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יְּהוּדִ֡ים",
          "strongs": "H3064",
          "morph": "HTd/Ngmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מוֹאָ֣ב",
          "strongs": "H4124",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וּ/בִ/בְנֵֽי",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HC/R/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "עַמּ֨וֹן",
          "strongs": "H5983",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בֶ/אֱד֜וֹם",
          "strongs": "H123",
          "morph": "HC/R/Np"
        },
        {
          "woord": "וַ/אֲשֶׁ֤ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HC/Tr"
        },
        {
          "woord": "בְּ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הָֽ/אֲרָצוֹת֙",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "שָֽׁמְע֔וּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "נָתַ֧ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "מֶֽלֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶ֛ל",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שְׁאֵרִ֖ית",
          "strongs": "H7611",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/יהוּדָ֑ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וְ/כִי֙",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC/C"
        },
        {
          "woord": "הִפְקִ֣יד",
          "strongs": "H6485",
          "morph": "HVhp3ms"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/הֶ֔ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "גְּדַלְיָ֖הוּ",
          "strongs": "H1436",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲחִיקָ֥ם",
          "strongs": "H296",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שָׁפָֽן",
          "strongs": "H8227",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Als ook al de Joden, die in Moab, en onder de kinderen Ammons, en in Edom, en die in al die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> landen waren, hoorden, dat de koning van Babel in Juda een overblijfsel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> gelaten had; en dat hij Gedalia, de zoon van Ahikam, de zoon van Safan, over<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> hen gesteld had;",
      "textSV1888_html": "Als ook al de Joden, die in Moab, en onder de kinderen Ammons, en in Edom, en die in al die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> landen waren, hoorden, dat de koning van Babel in Juda een overblijfsel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> gelaten had; en dat hij Gedalia, den zoon van Ahikam, den zoon van Safan, over<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> hen gesteld had;",
      "text1637_html": "Als oock alle de Ioden, die in Moab, ende onder de kinderen Ammons, ende in Edom, ende die in alle die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> landen waren, hoorden, dat de Coninck van Babel in Iuda een overblijfsel <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> gelaten hadde: ende dat hy Gedalia de<i>n</i> sone Ahikams, des soons Saphans, over <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> hen gestelt hadde:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Zo keerden al de Joden weder uit al de plaatsen, waarhenen zij gedreven waren, en kwamen in het land van Juda tot Gedalia te Mizpa; en zij verzamelden zeer veel wijns en zomervruchten.",
      "text1637": "So keerden alle de Ioden weder uyt alle de plaetsen, daer henen sy gedreven waren, ende quamen in den lande Iuda tot Gedalia te Mizpa: ende sy versamelden seer veel wijns ende somer-vruchten.",
      "text2026": "Zo keerden al de Joden weer uit al de plaatsen, waarheen zij gedreven waren, en kwamen in het land van Juda tot Gedalia te Mizpa; en zij verzamelden zeer veel wijn en zomervruchten.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יָּשֻׁ֣בוּ",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יְּהוּדִ֗ים",
          "strongs": "H3064",
          "morph": "HTd/Ngmpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/מְּקֹמוֹת֙",
          "strongs": "H4725",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "נִדְּחוּ",
          "strongs": "H5080",
          "morph": "HVNp3cp"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֔ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּבֹ֧אוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֛ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "גְּדַלְיָ֖הוּ",
          "strongs": "H1436",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/מִּצְפָּ֑תָ/ה",
          "strongs": "H4708",
          "morph": "HTd/Np/Sd"
        },
        {
          "woord": "וַ/יַּאַסְפ֛וּ",
          "strongs": "H622",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "יַ֥יִן",
          "strongs": "H3196",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/קַ֖יִץ",
          "strongs": "H7019",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַרְבֵּ֥ה",
          "strongs": "H7235",
          "morph": "HVha"
        },
        {
          "woord": "מְאֹֽד",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo keerden al de Joden weer uit al de plaatsen, waarheen zij gedreven waren, en kwamen in het land van Juda tot Gedalia te Mizpa; en zij verzamelden zeer veel wijn en zomervruchten.",
      "text1637_html": "So keerden alle de Ioden weder uyt alle de plaetsen, daer henen sy gedreven waren, ende quamen in den lande Iuda tot Gedalia te Mizpa: ende sy versamelden seer veel wijns ende somer-vruchten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "weder",
          "new": "weer",
          "principe": "V66"
        },
        {
          "old": "waarhenen",
          "new": "waarheen",
          "principe": "V232"
        },
        {
          "old": "wijns",
          "new": "wijn",
          "principe": "V654"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Doch Johanan, de zoon van Kareah, en alle oversten der heiren, die in het veld waren, kwamen tot Gedalia te Mizpa;",
      "text1637": "Doch Iohanan de sone van Kareah, ende [28] alle Overste der heyren, die in’t velt waren, quamen tot Gedalia te Mizpa;",
      "text2026": "Maar Johanan, de zoon van Kareah, en alle oversten van de legers, die in het veld waren, kwamen tot Gedalia te Mizpa;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "28 alle oversten: Uitgenomen Ismaël, van wien in het volgende.",
          "text1637": "Uytgenomen Ismaël, van welcken in’t volgende.",
          "text2026": "28 alle oversten: Uitgenomen Ismaël, van wie in het volgende."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/יֽוֹחָנָן֙",
          "strongs": "H3110",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "קָרֵ֔חַ",
          "strongs": "H7143",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "שָׂרֵ֥י",
          "strongs": "H8269",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/חֲיָלִ֖ים",
          "strongs": "H2428",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "בַּ/שָּׂדֶ֑ה",
          "strongs": "H7704",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בָּ֥אוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "גְּדַלְיָ֖הוּ",
          "strongs": "H1436",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/מִּצְפָּֽתָ/ה",
          "strongs": "H4708",
          "morph": "HTd/Np/Sd"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar Johanan, de zoon van Kareah, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> alle oversten van de legers, die in het veld waren, kwamen tot Gedalia te Mizpa;",
      "textSV1888_html": "Doch Johanan, de zoon van Kareah, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> alle oversten der heiren, die in het veld waren, kwamen tot Gedalia te Mizpa;",
      "text1637_html": "Doch Iohanan de sone van Kareah, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> alle Overste der heyren, die in’t velt waren, quamen tot Gedalia te Mizpa;",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Doch",
          "new": "Maar",
          "principe": "V1"
        },
        {
          "old": "der heiren,",
          "new": "van de legers,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "En zeiden tot hem: Weet gij wel, dat Baälis, de koning der kinderen Ammons, Ismaël, den zoon van Nethanja, uitgezonden heeft, om u aan het leven te slaan? Maar Gedalia, de zoon van Ahikam, geloofde hen niet.",
      "text1637": "Ende seyden tot hem; [29] Weet ghy wel dat Baalis, de Coninck der kinderen Ammons, Ismaël, den sone van Nethanja, uytgesonden heeft, om u [30] aen’t leven te slaen? Maer Gedalia de sone Ahikams, en geloofde hen niet.",
      "text2026": "En zeiden tot hem: Weet u wel, dat Baälis, de koning van de kinderen Ammons, Ismaël, de zoon van Nethanja, uitgezonden heeft, om u aan het leven te slaan? Maar Gedalia, de zoon van Ahikam, geloofde hen niet.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "29 Weet gij wel: Hebreeuws, weet gij wetende.",
          "text1637": "Hebr. weet ghy wetende.",
          "text2026": "29 Weet u wel: Hebreeuws, weet u wetende."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "30 om u aan het leven te slaan: Hebreeuws, om u te slaan aan de ziel; dat is, u om het leven te brengen. Zie Deut. 19:6, met de aantekening alzo in vers 15. Deuteronomium 19:6: Opdat de bloedwreker den doodslager niet najage, als zijn hart verhit is, en hem achterhale, omdat de weg te verre zou zijn, en hem sla aan het leven; zo toch geen oordeel des doods aan hem is; want hij haatte hem niet van gisteren en eergisteren. Jeremia 40:15: Johanan nochtans, de zoon van Kareah, sprak tot Gedalia, in het verborgene, te Mizpa, zeggende: Laat mij toch henengaan, en Ismaël, den zoon van Nethanja, slaan, en niemand zal het weten; waarom zou hij u aan het leven slaan, en gans Juda, die tot u vergaderd zijn, verstrooid worden, en het overblijfsel van Juda verloren gaan?",
          "text1637": "Hebr. om u te slaen [aen] de ziele. D. u om ’t leven te brengen, siet Deut. 19.6. met d’aenteeckeninge. alsoo in ’t volgende vers.",
          "text2026": "30 om u aan het leven te slaan: Hebreeuws, om u te slaan de ziel (הַכֹּתְ); dat is, u om het leven te brengen. Zie Deut. 19:6, met de aantekening zo in vers 15. Deuteronomium 19:6: Opdat de bloedwreker de moordenaar niet najage, als zijn hart verhit is, en hem achterhale, omdat de weg te verre zou zijn, en hem sla aan het leven; zo toch geen oordeel van de dood aan hem is; want hij haatte hem niet van gisteren en eergisteren. Jeremia 40:15: Johanan nochtans, de zoon van Kareah, sprak tot Gedalia, in het verborgene, te Mizpa, zeggende: Laat mij toch heengaan, en Ismaël, de zoon van Nethanja, slaan, en niemand zal het weten; waarom zou hij u aan het leven slaan, en geheel Juda, die tot u vergaderd zijn, verstrooid worden, en het overblijfsel van Juda verloren gaan?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֹּאמְר֣וּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "אֵלָ֗י/ו",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "הֲ/יָדֹ֤עַ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HTi/Vqa"
        },
        {
          "woord": "תֵּדַע֙",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "כִּ֞י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "בַּעֲלִ֣יס",
          "strongs": "H1185",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵֽי",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "עַמּ֗וֹן",
          "strongs": "H5983",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שָׁלַח֙",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁמָעֵ֣אל",
          "strongs": "H3458",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "נְתַנְיָ֔ה",
          "strongs": "H5418",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לְ/הַכֹּתְ/ךָ֖",
          "strongs": "H5221",
          "morph": "HR/Vhc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "נָ֑פֶשׁ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "הֶאֱמִ֣ין",
          "strongs": "H539",
          "morph": "HVhp3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֔ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "גְּדַלְיָ֖הוּ",
          "strongs": "H1436",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲחִיקָֽם",
          "strongs": "H296",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zeiden tot hem:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Weet u wel, dat Baälis, de koning van de kinderen Ammons, Ismaël, de zoon van Nethanja, uitgezonden heeft, om u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> aan het leven te slaan?</i></span> Maar Gedalia, de zoon van Ahikam, geloofde hen niet.",
      "textSV1888_html": "En zeiden tot hem:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Weet gij wel, dat Baälis, de koning der kinderen Ammons, Ismaël, den zoon van Nethanja, uitgezonden heeft, om u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> aan het leven te slaan? Maar Gedalia, de zoon van Ahikam, geloofde hen niet.",
      "text1637_html": "Ende seyden tot hem; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Weet ghy wel dat Baalis, de Coninck der kinderen Ammons, Ismaël, den sone van Nethanja, uytgesonden heeft, om u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> aen’t leven te slaen? Maer Gedalia de sone Ahikams, en geloofde hen niet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Johanan nochtans, de zoon van Kareah, sprak tot Gedalia, in het verborgene, te Mizpa, zeggende: Laat mij toch henengaan, en Ismaël, den zoon van Nethanja, slaan, en niemand zal het weten; waarom zou hij u aan het leven slaan, en gans Juda, die tot u vergaderd zijn, verstrooid worden, en het overblijfsel van Juda verloren gaan?",
      "text1637": "Iohanan nochtans, de sone van Kareah, sprack tot Gedalia, in ’t verborgen, te Mizpa, seggende: Laet my doch henen gaen, ende Ismaël, den sone van Nethanja, slaen, ende niemant en sal’t weten: waerom soude hy u aen ’t leven slaen, ende gantsch Iuda, die tot u vergadert zijn, verstroyt worden, ende het overblijfsel van Iuda verloren gaen?",
      "text2026": "Johanan toch, de zoon van Kareah, sprak tot Gedalia, in het verborgene, te Mizpa, zeggende: Laat mij toch heengaan, en Ismaël, de zoon van Nethanja, slaan, en niemand zal het weten; waarom zou hij u aan het leven slaan, en geheel Juda, die tot u verzameld zijn, verstrooid worden, en het overblijfsel van Juda verloren gaan?",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/יוֹחָנָ֣ן",
          "strongs": "H3110",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "קָרֵ֡חַ",
          "strongs": "H7143",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "גְּדַלְיָהוּ֩",
          "strongs": "H1436",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בַ/סֵּ֨תֶר",
          "strongs": "H5643",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/מִּצְפָּ֜ה",
          "strongs": "H4709",
          "morph": "HRd/Np"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אמֹ֗ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "אֵ֤לְכָה",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "נָּא֙",
          "strongs": "H4994",
          "morph": "HTj"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַכֶּה֙",
          "strongs": "H5221",
          "morph": "HC/Vhh1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁמָעֵ֣אל",
          "strongs": "H3458",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "נְתַנְיָ֔ה",
          "strongs": "H5418",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אִ֖ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יֵדָ֑ע",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ֧/מָּה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HR/Ti"
        },
        {
          "woord": "יַכֶּ֣/כָּה",
          "strongs": "H5221",
          "morph": "HVhi3ms/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "נֶּ֗פֶשׁ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/נָפֹ֨צוּ֙",
          "strongs": "H6327",
          "morph": "HC/VNq3cp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֔ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/נִּקְבָּצִ֣ים",
          "strongs": "H6908",
          "morph": "HTd/VNsmpa"
        },
        {
          "woord": "אֵלֶ֔י/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָבְדָ֖ה",
          "strongs": "H6",
          "morph": "HC/Vqq3fs"
        },
        {
          "woord": "שְׁאֵרִ֥ית",
          "strongs": "H7611",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָֽה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Johanan toch, de zoon van Kareah, sprak tot Gedalia, in het verborgene, te Mizpa, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>Laat mij toch heengaan, en Ismaël, de zoon van Nethanja, slaan, en niemand zal het weten; waarom zou hij u aan het leven slaan, en geheel Juda, die tot u verzameld zijn, verstrooid worden, en het overblijfsel van Juda verloren gaan?</i></span>",
      "text1637_html": "Iohanan nochtans, de sone va<i>n</i> Kareah, sprack tot Gedalia, in ’t verborgen, te Mizpa, seggende: Laet my doch henen gaen, ende Ismaël, den sone van Nethanja, slaen, ende niemant en sal’t weten: waerom soude hy u aen ’t leven slaen, ende gantsch Iuda, die tot u vergadert zijn, verstroyt worden, ende het overblijfsel van Iuda verloren gaen?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "nochtans,",
          "new": "toch,",
          "principe": "V73"
        },
        {
          "old": "henengaan,",
          "new": "heengaan,",
          "principe": "V679"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gans",
          "new": "geheel",
          "principe": "V414"
        },
        {
          "old": "vergaderd",
          "new": "verzameld",
          "principe": "V318"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Maar Gedalia, de zoon van Ahikam, zeide tot Johanan, den zoon van Kareah: Doe deze zaak niet, want gij spreekt vals van Ismaël.",
      "text1637": "Maer Gedalia, de sone Ahikams, seyde tot Iohanan den sone van Kareah; En doet dese sake niet: want ghy spreeckt valsch [31] van Ismaël.",
      "text2026": "Maar Gedalia, de zoon van Ahikam, zei tot Johanan, de zoon van Kareah: Doe deze zaak niet, want u spreekt vals van Ismaël.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, tegen. Dit was een teken van Gedalia's vroomhartigheid: maar hij had de waarheid van de zaak wel behoorlijk mogen onderzoeken, en op zijn hoede zijn, om het onheil te voorkomen, dat hem daarna van deze verrader is overkomen. Zie het volgende hoofdstuk.",
          "text1637": "Ofte, tegen, dit was een teecken van Gedalia vroomherticheyt: maer hy hadde de waerheyt van de sake wel behoorlick mogen ondersoecken, ende op sijne hoed zijn, om het onheyl voor te komen, dat hem daer na van desen verrader is overgekomen. Siet het volgende cap.",
          "text2026": "Of, tegen. Dit was een teken van Gedalia's vroomhartigheid: maar hij had de waarheid van de zaak wel behoorlijk mogen onderzoeken, en op zijn hoede zijn, om het onheil te voorkomen, dat hem daarna van deze verrader is overkomen. Zie het volgende hoofdstuk."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֹּ֨אמֶר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "גְּדַלְיָ֤הוּ",
          "strongs": "H1436",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲחִיקָם֙",
          "strongs": "H296",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יוֹחָנָ֣ן",
          "strongs": "H3110",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "קָרֵ֔חַ",
          "strongs": "H7143",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אַֽל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תעש",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ/דָּבָ֣ר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/זֶּ֑ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HTd/Pdxms"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ֛קֶר",
          "strongs": "H8267",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֥ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "דֹבֵ֖ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁמָעֵֽאל",
          "strongs": "H3458",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar Gedalia, de zoon van Ahikam, zei tot Johanan, de zoon van Kareah: <span class=\"direct-speech\"><i>Doe deze zaak niet, want u spreekt vals<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> van Ismaël.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Maar Gedalia, de zoon van Ahikam, zeide tot Johanan, den zoon van Kareah: Doe deze zaak niet, want gij spreekt vals<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> van Ismaël.",
      "text1637_html": "Maer Gedalia, de sone Ahikams, seyde tot Iohanan den sone van Kareah; En doet dese sake niet: want ghy spreeckt valsch <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> van Ismaël.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zeide",
          "new": "zei",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Tot eenen inganck van Ieremie vordere prophetien tot d’overgeblevene Ioden, wort hier verhaelt, hoe hy uyt het midden der gevangenen gehaelt, ende seer gunstichlick bejegent zijnde, sich begeven hebbe by Gedalia te Mizpa, vers 1, etc. alwaer alle gevluchte, ende in ’t lant overgelatene haer vervoegen, ende worden van Gedalia getroost ende vermaent, 7. sommige van dien (bysonderlick Iohanan) waerschouwen Gedalia voor Ismaël, maer hy en gelooftse niet, 13.",
    "text2026": "Als inleiding op Jeremia's verdere profetieën tot de overgebleven Joden, wordt hier verhaald hoe hij, uit het midden van de gevangenen gehaald en zeer gunstig bejegend zijnde, zich begeven heeft bij Gedalja te Mizpa, vers 1, enz. waar alle gevluchte en in het land overgelaten Joden zich voegen, en door Gedalja getroost en vermaand worden, 7. sommigen van hen (in het bijzonder Johanan) waarschuwen Gedalja voor Ismaël, maar hij gelooft hen niet, 13."
  }
}
