{
 "number": 46,
 "verses": [
  {
   "number": 1,
   "textSV1888": "Het woord des HEEREN, dat tot den profeet Jeremia geschied is tegen de heidenen.",
   "text1637": "HEt woordt des HEEREN, dat tot den Propheet Ieremia geschiet is, tegen de heydenen.",
   "text2026": "Het woord van JAHWEH, dat tot de profeet Jeremia gebeurd is tegen de heidenen.",
   "marginNotes": [],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֨ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "הָיָ֧ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "דְבַר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֛ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "יִרְמְיָ֥הוּ",
     "strongs": "H3414",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הַ/נָּבִ֖יא",
     "strongs": "H5030",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "הַ/גּוֹיִֽם",
     "strongs": "H1471",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Het woord van JAHWEH, dat tot de profeet Jeremia gebeurd is tegen de heidenen.",
   "text1637_html": "HEt woordt des HEEREN, dat tot den Propheet Ieremia geschiet is, tegen de heydenen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "des HEEREN,",
     "new": "van JAHWEH,",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "geschied",
     "new": "gebeurd",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 2,
   "textSV1888": "Tegen Egypte; tegen het heir van Farao Necho, koning van Egypte, dat aan de rivier Frath, bij Karchemis was, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda.",
   "text1637": "[1] Tegen Egypten: tegen het heyr van Pharao Necho, Coninck van Egypten; [2] dat aen de riviere [3] Phrath, [4] by Carchemis was: dat Nebucadrezar, de Coninck van Babel, [5] sloech, in den vierden jare Iojakims, des soons Iosia, des Conincks van Iuda.",
   "text2026": "Tegen Egypte; tegen het leger van Farao Necho, koning van Egypte, dat aan de rivier Frath, bij Karchemis was, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, in het vierde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "1",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "1 Tegen Egypte: Of, van Egypte, of de Egyptenaars.",
     "text1637": "Ofte, van Egypten, ofte, de Egyptenaers.",
     "text2026": "1 Tegen Egypte: Of, van Egypte, of de Egyptenaars."
    },
    {
     "marker": "2",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, die, te weten Farao Necho.",
     "text1637": "Ofte, die, T.w. Pharao Necho.",
     "text2026": "Of, die, te weten Farao Necho."
    },
    {
     "marker": "3",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Eufraat. Zie Gen. 2:14; alzo in het volgende. Genesis 2:14: En de naam der derde rivier is Hiddekel; deze is gaande naar het oosten van Assur. En de vierde rivier is Frath.",
     "text1637": "Euphrates. Siet Gen. 2. op vers 14. alsoo in’t volgende.",
     "text2026": "Eufraat. Zie Gen. 2:14; zo in het volgende. Genesis 2:14: En de naam van de derde rivier is Hiddekel; deze is gaande naar het oosten van Assur. En de vierde rivier is Frath."
    },
    {
     "marker": "4",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "4 bij Karchemis: Of, te Karchemis; verstaande zulks van den koning Farao Necho zelf, hebbende zijn leger daaromtrent; alzo het onzeker is of hij ten tijde van Josia, dien hij overwon, deze stad die Sanherib den Syriërs afgenomen had na de overwinning heeft ingenomen, dan of hij nu wederom met zijn leger daarvoor is geweest om die te winnen, òf van dien tijd af de belegering voortgezet heeft; zie 2 Kon. 23:29; en 2 Kron. 35:20; idem, Jes. 10:9. 2 Koningen 23:29: In zijn dagen toog Farao Necho, de koning van Egypte, op tegen den koning van Assyrië, naar de rivier Frath; en de koning Josia toog hem tegemoet, en hij doodde hem te Megiddo, als hij hem gezien had. 2 Kronieken 35:20: Na dit alles, toen Josia het huis toebereid had, toog Necho, de koning van Egypte, op, om te krijgen tegen Karchemis, aan den Frath; en Josia toog uit hem tegemoet. Jesaja 10:9: Is niet Kalno gelijk Karchemis? Is Hamath niet gelijk Arfad? Is niet Samaria gelijk Damaskus?",
     "text1637": "Ofte, te Carchemis: verstaende sulcx van den Coninck Pharao Necho selfs, hebbende sijn leger daer omtrent: also het onseker is, of hy ter tijt van Iosia, dien hy overwon, dese stadt (die Sanherib den Syriers afgenomen hadde) na de victorie hebbe ingenomen, dan of hy nu wederom met sijn leger daer voor is geweest, om die te winnen, ofte van dien tijt af de belegeringe gecontinueert hebbe. siet 2.Reg. 23. op vers 19. ende 2.Chron. 35.20. item Ies. 10.9.",
     "text2026": "4 bij Karchemis: Of, te Karchemis; verstaande zulks van de koning Farao Necho zelf, hebbende zijn leger daaromtrent; zo het onzeker is of hij ten tijde van Josia, die hij overwon, deze stad die Sanherib de Syriërs afgenomen had na de overwinning heeft ingenomen, dan of hij nu opnieuw met zijn leger daarvoor is geweest om die te winnen, òf van die tijd af de belegering voortgezet heeft; zie 2 Kon. 23:29; en 2 Kron. 35:20; idem, Jes. 10:9. 2 Koningen 23:29: In zijn dagen toog Farao Necho, de koning van Egypte, op tegen de koning van Assyrië, naar de rivier Frath; en de koning Josia toog hem tegemoet, en hij doodde hem te Megiddo, als hij hem gezien had. 2 Kronieken 35:20: Na dit alles, toen Josia het huis toebereid had, toog Necho, de koning van Egypte, op, om te krijgen tegen Karchemis, aan de Frath; en Josia toog uit hem tegemoet. Jesaja 10:9: Is niet Kalno gelijk Karchemis? Is Hamath niet gelijk Arfad? Is niet Samaria gelijk Damascus?"
    },
    {
     "marker": "5",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Bij het leven van zijn vader Nabopolassar, nadat Jeremia zulks alles tevoren geprofeteerd had, gelijk volgt; na welke nederlaag de koning van Egypte tehuis bleef, hoewel hij ten tijde van Zedekia nog een tocht voornam, maar tevergeefs;; zie 2 Kon. 24:7, en boven Jer. 37:5, 37:11. 2 Koningen 24:7: De koning nu van Egypte toog voortaan niet meer uit zijn land; want de koning van Babel had, van de rivier van Egypte af tot aan de rivier Frath, ingenomen al wat van den koning van Egypte was. Jeremia 37:5: En Farao's heir was uit Egypte uitgetogen; en de Chaldeeën, die Jeruzalem belegerden, als zij het gerucht van hen gehoord hadden, zo waren zij van Jeruzalem opgetogen). Jeremia 37:11: Voorts geschiedde het, als het heir der Chaldeeën van Jeruzalem was opgetogen, vanwege Farao's heir;",
     "text1637": "By ’t leven sijns vaders Nabopolassars, na dat Ieremia sulcx alles te vooren gepropheteert hadde, als volgt: na welcke nederlage de Coninck van Egypten t’huys bleef, hoewel hy ten tijde van Zedekia noch eenen tocht voornam, maer te vergeefs. siet 2.Reg. 24.7. ende bov. 37.5, 11.",
     "text2026": "Bij het leven van zijn vader Nabopolassar, nadat Jeremia zulks alles tevoren geprofeteerd had, gelijk volgt; na welke nederlaag de koning van Egypte tehuis bleef, hoewel hij ten tijde van Zedekia nog een tocht voornam, maar tevergeefs;; zie 2 Kon. 24:7, en boven Jer. 37:5, 37:11. 2 Koningen 24:7: De koning nu van Egypte toog voortaan niet meer uit zijn land; want de koning van Babel had, van de rivier van Egypte af tot aan de rivier Frath, ingenomen al wat van de koning van Egypte was. Jeremia 37:5: En Farao's legermacht was uit Egypte uitgetogen; en de Chaldeeën, die Jeruzalem belegerden, als zij het gerucht van hen gehoord hadden, zo waren zij van Jeruzalem opgetogen). Jeremia 37:11: Verder geschiedde het, als het legermacht van de Chaldeeën van Jeruzalem was opgetogen, vanwege Farao's legermacht;"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "לְ/מִצְרַ֗יִם",
     "strongs": "H4714",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "חֵ֨יל",
     "strongs": "H2428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "פַּרְעֹ֤ה",
     "strongs": "H6549",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "נְכוֹ֙",
     "strongs": "H6549",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶ֣לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "מִצְרַ֔יִם",
     "strongs": "H4714",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "הָיָ֥ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "נְהַר",
     "strongs": "H5104",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "פְּרָ֖ת",
     "strongs": "H6578",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בְּ/כַרְכְּמִ֑שׁ",
     "strongs": "H3751",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "הִכָּ֗ה",
     "strongs": "H5221",
     "morph": "HVhp3ms"
    },
    {
     "woord": "נְבֽוּכַדְרֶאצַּר֙",
     "strongs": "H5019",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶ֣לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֔ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "בִּ/שְׁנַת֙",
     "strongs": "H8141",
     "morph": "HR/Ncfsc"
    },
    {
     "woord": "הָֽ/רְבִיעִ֔ית",
     "strongs": "H7243",
     "morph": "HTd/Aofsa"
    },
    {
     "woord": "לִ/יהוֹיָקִ֥ים",
     "strongs": "H3079",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "בֶּן",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יֹאשִׁיָּ֖הוּ",
     "strongs": "H2977",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶ֥לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוּדָֽה",
     "strongs": "H3063",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Tegen Egypte; tegen het leger van Farao Necho, koning van Egypte,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> dat aan de rivier<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Frath,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> bij Karchemis was, dat Nebukadrezar, de koning van Babel,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> sloeg, in het vierde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda.",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Tegen Egypte; tegen het heir van Farao Necho, koning van Egypte,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> dat aan de rivier<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Frath,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> bij Karchemis was, dat Nebukadrezar, de koning van Babel,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> sloeg, in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Tegen Egypten: tegen het heyr van Pharao Necho, Coninck van Egypten; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> dat aen de riviere <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Phrath, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> by Carchemis was: dat Nebucadrezar, de Coninck van Babel, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> sloech, in den vierden jare Iojakims, des soons Iosia, des Conincks van Iuda.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "heir",
     "new": "leger",
     "principe": "O2"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 3,
   "textSV1888": "Rust het schild en de rondas toe, en nadert tot den strijd!",
   "text1637": "Rustet den schilt ende de rondasse toe, ende [6] naederet tot den strijt.",
   "text2026": "Rust het schild en het grote schild toe, en nadert tot de strijd!",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "6",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "6 nadert tot den strijd: Om slag te leveren. Aldus spreekt de profeet de Egyptische krijgslieden aan, bespottenderwijze, alsof hij zeide: Bereidt u vrij op het best dat gij moogt, het zal maar tevergeefs zijn, gij zult evenwel geslagen worden. Vergelijk onder Jer. 51:11. Jeremia 51:11: Zuivert de pijlen, rust de schilden volkomenlijk toe; de HEERE heeft den geest der koningen van Medië opgewekt; want Zijn voornemen is tegen Babel, dat Hij haar verderve; want dit is de wraak des HEEREN, de wraak Zijns tempels.",
     "text1637": "Om slach te leveren, aldus spreeckt de Propheet de Egyptische krijchslieden aen, bespottender wijse: als of hy seyde, bereydt u vry op ’t beste dat ghy meugt, ’t sal maer te vergeefs zijn, ghy sult evenwel geslagen worden. Vergel. ond. 51.11.",
     "text2026": "6 nadert tot de strijd: Om slag te leveren. Aldus spreekt de profeet de Egyptische krijgslieden aan, bespottenderwijze, alsof hij zei: Bereidt u vrij op het best dat u mag, het zal maar tevergeefs zijn, u zult evenwel geslagen worden. Vergelijk onder Jer. 51:11. Jeremia 51:11: Zuivert de pijlen, rust de schilden volkomenlijk toe; JAHWEH heeft de geest van de koningen van Medië opgewekt; want Zijn voornemen is tegen Babel, dat Hij haar verderve; want dit is de wraak van JAHWEH, de wraak Zijn tempels."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "עִרְכ֤וּ",
     "strongs": "H6186",
     "morph": "HVqv2mp"
    },
    {
     "woord": "מָגֵן֙",
     "strongs": "H4043",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/צִנָּ֔ה",
     "strongs": "H6793",
     "morph": "HC/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "וּ/גְשׁ֖וּ",
     "strongs": "H5066",
     "morph": "HC/Vqv2mp"
    },
    {
     "woord": "לַ/מִּלְחָמָֽה",
     "strongs": "H4421",
     "morph": "HRd/Ncfsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Rust het schild en het grote schild toe, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> nadert tot de strijd!",
   "textSV1888_html": "Rust het schild en de rondas toe, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> nadert tot den strijd!",
   "text1637_html": "Rustet den schilt ende de rondasse toe, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> naederet tot den strijt.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de rondas",
     "new": "het grote schild",
     "principe": "V1236"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 4,
   "textSV1888": "Spant de paarden aan, en klimt op, gij ruiters! en stelt u met helmen; veegt de spiesen, trekt de pantsiers aan!",
   "text1637": "[7] Spannet de peerden aen, ende klimmet op, ghy ruyters, ende stellet u met helmen: [a] vaecht de spiessen, trecket de pantziers aen.",
   "text2026": "Span de paarden aan, en klimt op, u ruiters! en stelt u met helmen; veegt de speren, trekt de pantsiers aan!",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "7",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "7 Spant de paarden aan: Te weten, aan de wagens, van dewelke de wagenruiters te dier tijd plachten te vechten, zie 2 Sam. 10:18. Hebreeuws, bindt. Vergel. Gen. 46:29 en Exod. 14:6, 1 Kon. 18:44 etc., alwaar hetzelfde Hebreeuwse woord gebruikt wordt. Anders, zadelt de peerden. 2 Samuël 10:18: Maar de Syriërs vloden voor Israëls aangezicht, en David versloeg van de Syriërs zevenhonderd wagenen, en veertig duizend ruiteren; daartoe sloeg hij Sobach, hun krijgsoverste, dat hij aldaar stierf. Genesis 46:29: Toen spande Jozef zijn wagen aan, en toog op, zijn vader Israël tegemoet naar Gosen; en als hij zich aan hem vertoonde, zo viel hij hem aan zijn hals, en weende lang aan zijn hals. Exodus 14:6: En hij spande zijn wagen aan, en nam zijn volk met zich. 1 Koningen 18:44: En het geschiedde op de zevende maal, dat hij zeide: Zie, een kleine wolk, als eens mans hand, gaat op van de zee. En hij zeide: Ga op, zeg tot Achab: Span aan, en kom af, dat u de regen niet ophoude.",
     "text1637": "T.w. aen de wagens, van de welcke de wagen-ruyters te dier tijt plachtten te vechten. siet 2.Sam. 10. op vers 18. Hebr. bindet. Vergel. Gen. 46.29. ende Exod. 14.6. 1.Reg. 18.44, etc. alwaer het selve Hebr. woort gebruyckt wort. And. sadelt de peerden.",
     "text2026": "7 Spant de paarden aan: Te weten, aan de wagens, van die de wagenruiters in die tijd plachten te vechten, zie 2 Sam. 10:18. Hebreeuws, bindt. Vergel. Gen. 46:29 en Ex. 14:6, 1 Kon. 18:44 etc., alwaar hetzelfde Hebreeuwse woord gebruikt wordt. Anders, zadelt de peerden. 2 Samuël 10:18: Maar de Syriërs vloden voor Israëls aangezicht, en David versloeg van de Syriërs zevenhonderd wagens, en veertig duizend ruiteren; daartoe sloeg hij Sobach, hun krijgsoverste, dat hij daar stierf. Genesis 46:29: Toen spande Jozef zijn wagen aan, en toog op, zijn vader Israël tegemoet naar Gosen; en als hij zich aan hem vertoonde, zo viel hij hem aan zijn hals, en weende lang aan zijn hals. Exodus 14:6: En hij spande zijn wagen aan, en nam zijn volk met zich. 1 Koningen 18:44: En het geschiedde op de zevende maal, dat hij zei: Zie, een kleine wolk, als van een man hand, gaat op van de zee. En hij zei: Ga op, zeg tot Achab: Span aan, en kom af, dat u de regen niet ophoude."
    },
    {
     "marker": "a",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 51:11. Jeremia 51:11: Zuivert de pijlen, rust de schilden volkomenlijk toe; de HEERE heeft den geest der koningen van Medië opgewekt; want Zijn voornemen is tegen Babel, dat Hij haar verderve; want dit is de wraak des HEEREN, de wraak Zijns tempels.",
     "text1637": "Ierem. 51.11.",
     "text2026": "Jer. 51:11. Jeremia 51:11: Zuivert de pijlen, rust de schilden volkomenlijk toe; JAHWEH heeft de geest van de koningen van Medië opgewekt; want Zijn voornemen is tegen Babel, dat Hij haar verderve; want dit is de wraak van JAHWEH, de wraak Zijn tempels."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אִסְר֣וּ",
     "strongs": "H631",
     "morph": "HVqv2mp"
    },
    {
     "woord": "הַ/סּוּסִ֗ים",
     "strongs": "H5483",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וַֽ/עֲלוּ֙",
     "strongs": "H5927",
     "morph": "HC/Vqv2mp"
    },
    {
     "woord": "הַ/פָּ֣רָשִׁ֔ים",
     "strongs": "H6571",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הִֽתְיַצְּב֖וּ",
     "strongs": "H3320",
     "morph": "HC/Vtv2mp"
    },
    {
     "woord": "בְּ/כ֥וֹבָעִ֑ים",
     "strongs": "H3553",
     "morph": "HR/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "מִרְקוּ֙",
     "strongs": "H4838",
     "morph": "HVqv2mp"
    },
    {
     "woord": "הָֽ/רְמָחִ֔ים",
     "strongs": "H7420",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "לִבְשׁ֖וּ",
     "strongs": "H3847",
     "morph": "HVqv2mp"
    },
    {
     "woord": "הַ/סִּרְיֹנֹֽת",
     "strongs": "H5630",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Span de paarden aan, en klimt op, u ruiters! en stelt u met helmen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> veegt de speren, trekt de pantsiers aan!",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Spant de paarden aan, en klimt op, gij ruiters! en stelt u met helmen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> veegt de spiesen, trekt de pantsiers aan!",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Spannet de peerden aen, en<i>de</i> klimmet op, ghy ruyters, ende stellet u met helmen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> vaecht de spiessen, trecket de pantziers aen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Spant",
     "new": "Span",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "spiesen,",
     "new": "speren,",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 5,
   "textSV1888": "Waarom zie Ik, dat zij versaagd en achterwaarts gedreven zijn? Zelfs hun helden zijn verslagen, en nemen de vlucht, en zien niet om; er is schrik van rondom, spreekt de HEERE.",
   "text1637": "Waerom [8] sie ick, [dat] sy vertsaecht [ende] achterwaerts gedreven zijn? selfs hare helden zijn verslagen, ende [9] nemen de vlucht, ende en sien niet om: daer is schrick van rontomme, spreeckt de HEERE.",
   "text2026": "Waarom zie Ik, dat zij versaagd en achteruit gedreven zijn? Zelfs hun helden zijn verslagen, en nemen de vlucht, en zien niet om; er is schrik van rondom, spreekt JAHWEH.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "8",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "8 zie Ik: In het profetisch gezicht, dat hem God dienaangaande vertoonde.",
     "text1637": "In ’t prophetisch gesichte, dat hem Godt desen aengaende vertoonde.",
     "text2026": "8 zie Ik: In het profetisch gezicht, dat hem God dienaangaande vertoonde."
    },
    {
     "marker": "9",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "9 nemen de vlucht: Hebreeuws, vluchtende vlucht.",
     "text1637": "Hebr. vluchten de vlucht.",
     "text2026": "9 nemen de vlucht: Hebreeuws, vluchtende vlucht."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "מַדּ֣וּעַ",
     "strongs": "H4069",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "רָאִ֗יתִי",
     "strongs": "H7200",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "הֵ֣מָּה",
     "strongs": "H1992",
     "morph": "HPp3mp"
    },
    {
     "woord": "חַתִּים֮",
     "strongs": "H2844",
     "morph": "HAampa"
    },
    {
     "woord": "נְסֹגִ֣ים",
     "strongs": "H5472",
     "morph": "HVNrmpa"
    },
    {
     "woord": "אָחוֹר֒",
     "strongs": "H268",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/גִבּוֹרֵי/הֶ֣ם",
     "strongs": "H1368",
     "morph": "HC/Aampc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "יֻכַּ֔תּוּ",
     "strongs": "H3807",
     "morph": "HVHi3mp"
    },
    {
     "woord": "וּ/מָנ֥וֹס",
     "strongs": "H4498",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "נָ֖סוּ",
     "strongs": "H5127",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "וְ/לֹ֣א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "הִפְנ֑וּ",
     "strongs": "H6437",
     "morph": "HVhp3cp"
    },
    {
     "woord": "מָג֥וֹר",
     "strongs": "H4032",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "מִ/סָּבִ֖יב",
     "strongs": "H5439",
     "morph": "HR/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָֽה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Waarom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> zie Ik, dat zij versaagd en achteruit gedreven zijn? Zelfs hun helden zijn verslagen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> nemen de vlucht, en zien niet om; er is schrik van rondom, spreekt JAHWEH.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Waarom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> zie Ik, dat zij versaagd en achterwaarts gedreven zijn? Zelfs hun helden zijn verslagen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> nemen de vlucht, en zien niet om; er is schrik van rondom, spreekt de HEERE.",
   "text1637_html": "Waerom <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> sie ick, [dat] sy vertsaecht [ende] achterwaerts gedreven zijn? selfs hare helden zijn verslagen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> nemen de vlucht, ende en sien niet om: daer is schrick van rontomme, spreeckt de HEERE.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "achterwaarts",
     "new": "achteruit",
     "principe": "V157"
    },
    {
     "old": "de HEERE.",
     "new": "JAHWEH.",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 6,
   "textSV1888": "De snelle ontvliede niet, en de held ontkome niet; tegen het noorden, aan den oever der rivier Frath zijn zij gestruikeld en gevallen.",
   "text1637": "De [10] snelle en ontvliede niet, ende de heldt en ontkome niet: tegen ’t Noorden, aen den [11] oever der riviere Phrath zijnse gestruyckelt ende gevallen.",
   "text2026": "De snelle ontvlucht niet, en de held ontkome niet; tegen het noorden, aan de oever van de rivier Frath zijn zij gestruikeld en gevallen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "10",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebreeuws, lichte; te weten op de voeten; gelijk 2 Sam. 2:18; dat is, snel in het lopen. God wil zeggen dat hen noch snelheid noch sterkte zal helpen. Anders: de snelle zal niet ontvlieden, en de held zal niet ontkomen. 2 Samuël 2:18: Nu waren aldaar drie zonen van Zeruja, Joab, en Abisai en Asahel; en Asahel was licht op zijn voeten, als een der reeën, die in het veld zijn.",
     "text1637": "Hebr. lichte. T.w. op de voeten: als 2.Sam. 2.18. dat is, snel in’t loopen. Godt wil seggen, dat haer noch snelheyt noch sterckte sal helpen. And. de snelle en sal niet ontvlieden, ende de helt en sal niet ontkomen.",
     "text2026": "Hebreeuws, lichte; te weten op de voeten; gelijk 2 Sam. 2:18; dat is, snel in het lopen. God wil zeggen dat hen noch snelheid noch sterkte zal helpen. Anders: de snelle zal niet ontvluchten, en de held zal niet ontkomen. 2 Samuël 2:18: Nu waren daar drie zonen van Zeruja, Joab, en Abisai en Asahel; en Asahel was licht op zijn voeten, als één van de reeën, die in het veld zijn."
    },
    {
     "marker": "11",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "11 aan den oever: Hebreeuws, aan de hand, of zijde; zie boven Jer. 41:9. Jeremia 41:9: De kuil nu, waarin Ismaël al de dode lichamen der mannen, die hij aan de zijde van Gedalia geslagen had, henenwierp, is dezelfde, dien de koning Asa maakte vanwege Baësa, den koning Israëls; dezen vulde Ismaël, de zoon van Nethanja, met de verslagenen.",
     "text1637": "Hebr. aen de hant, ofte, zijde: siet bov. 41.9.",
     "text2026": "11 aan de oever: Hebreeuws, aan de hand, of zijde (יַד); zie boven Jer. 41:9. Jeremia 41:9: De kuil nu, waarin Ismaël al de dode lichamen van de mannen, die hij aan de zijde van Gedalia geslagen had, henenwierp, is dezelfde, die de koning Asa maakte vanwege Baësa, de koning van Israël; deze vulde Ismaël, de zoon van Nethanja, met de verslagenen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אַל",
     "strongs": "H408",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "יָנ֣וּס",
     "strongs": "H5127",
     "morph": "HVqj3ms"
    },
    {
     "woord": "הַ/קַּ֔ל",
     "strongs": "H7031",
     "morph": "HTd/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אַל",
     "strongs": "H408",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "יִמָּלֵ֖ט",
     "strongs": "H4422",
     "morph": "HVNj3ms"
    },
    {
     "woord": "הַ/גִּבּ֑וֹר",
     "strongs": "H1368",
     "morph": "HTd/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "צָפ֨וֹנָ/ה֙",
     "strongs": "H6828",
     "morph": "HNcfsa/Sd"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "יַ֣ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HNcbsc"
    },
    {
     "woord": "נְהַר",
     "strongs": "H5104",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "פְּרָ֔ת",
     "strongs": "H6578",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "כָּשְׁל֖וּ",
     "strongs": "H3782",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "וְ/נָפָֽלוּ",
     "strongs": "H5307",
     "morph": "HC/Vqp3cp"
    }
   ],
   "text2026_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> snelle ontvlucht niet, en de held ontkome niet; tegen het noorden, aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> oever van de rivier Frath zijn zij gestruikeld en gevallen.",
   "textSV1888_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> snelle ontvliede niet, en de held ontkome niet; tegen het noorden, aan den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> oever der rivier Frath zijn zij gestruikeld en gevallen.",
   "text1637_html": "De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> snelle en ontvliede niet, ende de heldt en ontkome niet: tegen ’t Noorden, aen den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> oever der riviere Phrath zijnse gestruyckelt ende gevallen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "ontvliede",
     "new": "ontvlucht",
     "principe": "V533"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 7,
   "textSV1888": "Wie is deze, die optrekt als een stroom, wiens wateren zich bewegen als de rivieren?",
   "text1637": "Wie is dese, [die] optreckt als een [12] stroom? wiens wateren sich bewegen als de rivieren.",
   "text2026": "Wie is deze, die optrekt als een stroom, wiens wateren zich bewegen als de rivieren?",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "12",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Deze gelijkenissen zien op de gelegenheid van Egypteland, dat vele rivieren of waterstromen had. Versta hierdoor de menigte zijner krijgslieden, met welke Farao zeer prachtig aankwam.",
     "text1637": "Dese gelijckenissen sien op de gelegentheyt van Egyptenlant, dat vele rivieren ofte waterstroomen hadde. verstaet hier door, de menichte sijner krijchs-lieden, met dewelcke Pharao seer prachtich aenquam.",
     "text2026": "Deze gelijkenissen zien op de gelegenheid van Egypteland, dat vele rivieren of waterstromen had. Versta hierdoor de menigte zijn krijgslieden, met welke Farao zeer prachtig aankwam."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "מִי",
     "strongs": "H4310",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "זֶ֖ה",
     "strongs": "H2088",
     "morph": "HPdxms"
    },
    {
     "woord": "כַּ/יְאֹ֣ר",
     "strongs": "H2975",
     "morph": "HRd/Np"
    },
    {
     "woord": "יַֽעֲלֶ֑ה",
     "strongs": "H5927",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "כַּ/נְּהָר֕וֹת",
     "strongs": "H5104",
     "morph": "HRd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "יִֽתְגָּעֲשׁ֖וּ",
     "strongs": "H1607",
     "morph": "HVti3mp"
    },
    {
     "woord": "מֵימָֽי/ו",
     "strongs": "H4325",
     "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "Wie is deze, die optrekt als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> stroom, wiens wateren zich bewegen als de rivieren?",
   "textSV1888_html": "Wie is deze, die optrekt als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> stroom, wiens wateren zich bewegen als de rivieren?",
   "text1637_html": "Wie is dese, [die] optreckt als een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> stroom? wiens wateren sich bewegen als de rivieren.",
   "phraseDiff": []
  },
  {
   "number": 8,
   "textSV1888": "Egypte trekt op als een stroom, en zijn wateren bewegen zich als de rivieren; en hij zegt: Ik zal optrekken, ik zal de aarde bedekken, ik zal de stad, en die daarin wonen, verderven.",
   "text1637": "[13] Egypten treckt op als een stroom, ende [sijne] wateren bewegen sich als de rivieren: ende hy seyt; Ick sal optrecken, ick sal de aerde [14] bedecken, ick sal de [15] stadt, ende die daer in woonen, verderven.",
   "text2026": "Egypte trekt op als een stroom, en zijn wateren bewegen zich als de rivieren; en hij zegt: Ik zal optrekken, ik zal de aarde bedekken, ik zal de stad, en die daarin wonen, verderven.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "13",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, de Egyptenaars.",
     "text1637": "D. de Egyptenaers.",
     "text2026": "Dat is, de Egyptenaars."
    },
    {
     "marker": "14",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Met de menigte van mijn krijgsvolk, als met een wolk.",
     "text1637": "Met de menichte van mijn krijchsvolck, als met eene wolcke.",
     "text2026": "Met de menigte van mijn krijgsvolk, als met een wolk."
    },
    {
     "marker": "15",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Indien men dit duidt op Karchemis, waarvan boven vers 2, zo heeft hij deze stad nog niet ingehad, maar nu gemeend te vermeesteren. Anderen verstaan door de stad, in het algemeen, steden en inwoners; alzo onder Jer. 47:2. Jeremia 46:2: Tegen Egypte; tegen het heir van Farao Necho, koning van Egypte, dat aan de rivier Frath, bij Karchemis was, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda. Jeremia 47:2: Zo zegt de HEERE: Ziet, wateren komen op van het noorden, en zullen worden tot een overlopende beek, en overlopen het land en de volheid van hetzelve, de stad en die daarin wonen; en de mensen zullen schreeuwen, en al de inwoners des lands zullen huilen;",
     "text1637": "Indien men dit duyt op Carchemis, waer van bov. vers 2. so en heeft hy dese stadt noch niet ingehadt, maer nu gemeent te vermeesteren. andere verstaen door, de stadt, in’t gemeyn, steden ende inwoonders: alsoo ond. 47.2.",
     "text2026": "Als men dit duidt op Karchemis, waarvan boven vers 2, zo heeft hij deze stad nog niet ingehad, maar nu gemeend te vermeesteren. Anderen verstaan door de stad, in het algemeen, steden en inwoners; zo onder Jer. 47:2. Jeremia 46:2: Tegen Egypte; tegen het legermacht van Farao Necho, koning van Egypte, dat aan de rivier Frath, bij Karchemis was, dat Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, in het vierde jaar van Jojakim, de zoon van Josia, de koning van Juda. Jeremia 47:2: Zo zegt JAHWEH: Ziet, wateren komen op van het noorden, en zullen worden tot een overlopende beek, en overlopen het land en de volheid van hetzelfde, de stad en die daarin wonen; en de mensen zullen schreeuwen, en al de inwoners van het land zullen huilen;"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "מִצְרַ֨יִם֙",
     "strongs": "H4714",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "כַּ/יְאֹ֣ר",
     "strongs": "H2975",
     "morph": "HRd/Np"
    },
    {
     "woord": "יַֽעֲלֶ֔ה",
     "strongs": "H5927",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/כַ/נְּהָר֖וֹת",
     "strongs": "H5104",
     "morph": "HC/Rd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "יִתְגֹּ֣עֲשׁוּ",
     "strongs": "H1607",
     "morph": "HVri3mp"
    },
    {
     "woord": "מָ֑יִם",
     "strongs": "H4325",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "וַ/יֹּ֗אמֶר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HC/Vqw3ms"
    },
    {
     "woord": "אַֽעֲלֶה֙",
     "strongs": "H5927",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "אֲכַסֶּה",
     "strongs": "H3680",
     "morph": "HVpi1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶ֔רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "אֹבִ֥ידָה",
     "strongs": "H6",
     "morph": "HVhh1cs"
    },
    {
     "woord": "עִ֖יר",
     "strongs": "H5892",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/יֹ֥שְׁבֵי",
     "strongs": "H3427",
     "morph": "HC/Vqrmpc"
    },
    {
     "woord": "בָֽ/הּ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3fs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Egypte trekt op als een stroom, en zijn wateren bewegen zich als de rivieren; en hij zegt: <span class=\"direct-speech\"><i>Ik zal optrekken, ik zal de aarde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> bedekken, ik zal de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> stad, en die daarin wonen, verderven.</i></span>",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Egypte trekt op als een stroom, en zijn wateren bewegen zich als de rivieren; en hij zegt: Ik zal optrekken, ik zal de aarde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> bedekken, ik zal de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> stad, en die daarin wonen, verderven.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Egypten treckt op als een stroom, ende [sijne] wateren bewegen sich als de rivieren: ende hy seyt; Ick sal optrecken, ick sal de aerde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> bedecken, ick sal de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> stadt, ende die daer in woonen, verderven."
  },
  {
   "number": 9,
   "textSV1888": "Trekt op, gij paarden! en raast, gij wagens! en laat de helden uittrekken: de Moren, en de Puteërs, die het schild handelen, en de Lydiërs, die den boog handelen en spannen.",
   "text1637": "Trecket op, ghy peerden, ende [16] raset, ghy wagens; ende laet de helden uyttrecken: de [17] Mooren, ende de Puteers, die den schilt [18] handelen, ende de Lydiers, die den [b] boge handelen [ende] [19] spannen.",
   "text2026": "Trek op, u paarden! en raast, u wagens! en laat de helden uittrekken: de Moren, en de Puteërs, die het schild handelen, en de Lydiërs, die de boog handelen en spannen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "16",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Alsof gij dol en onzinnig waart.",
     "text1637": "Als of ghy dul ende onsinnich waert.",
     "text2026": "Alsof u dol en onzinnig was."
    },
    {
     "marker": "17",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebreeuws, Chusch; zie hiervan, en van de Puteërs en Lydiërs, Gen. 10:6, 10:13; dezen waren gehuurd door den koning van Egypte; zie vers 16, 46:17, 46:21. Genesis 10:6: En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaän. Genesis 10:13: En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten, Jeremia 46:16: Hij maakte der struikelenden veel; ja, de een viel op den ander; zodat zij zeiden: Staat op en laat ons wederkeren tot ons volk, en tot het land onzer geboorte, vanwege het verdrukkende zwaard. Jeremia 46:17: Daar riepen zij: Farao, de koning van Egypte, is maar een gedruis; hij heeft den gezetten tijd laten voorbijgaan. Jeremia 46:21: Zelfs haar gehuurden in haar midden zijn als gemeste kalveren; maar die hebben zich ook gewend, zij zijn te zamen gevlucht, zij hebben niet gestaan; want de dag huns verderfs is over hen gekomen, de tijd hunner bezoeking.",
     "text1637": "Hebr. Chusch. siet hier van, ende van de Puteers, ende Lydiers. Gen. 10. op vers 6, 13. dese waren gehuert van den Coninck van Egypten. siet vers 16, 17, 21.",
     "text2026": "Hebreeuws, Chusch; zie hiervan, en van de Puteërs en Lydiërs, Gen. 10:6, 10:13; deze waren gehuurd door de koning van Egypte; zie vers 16, 46:17, 46:21. Genesis 10:6: En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaän. Genesis 10:13: En Mitsraim verwekte de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten, Jeremia 46:16: Hij maakte van de struikelenden veel; ja, de één viel op de ander; zodat zij zeiden: Staat op en laat ons terugkeren tot ons volk, en tot het land onzer geboorte, vanwege het verdrukkende zwaard. Jeremia 46:17: Daar riepen zij: Farao, de koning van Egypte, is maar een gedruis; hij heeft de gezetten tijd laten voorbijgaan. Jeremia 46:21: Zelfs haar gehuurden in haar midden zijn als gemeste kalveren; maar die hebben zich ook gewend, zij zijn te zamen gevlucht, zij hebben niet gestaan; want de dag huns verderfs is over hen gekomen, de tijd hun bezoeking."
    },
    {
     "marker": "18",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, voeren, daarmede omgaan.",
     "text1637": "D. voeren, daermede omgaen.",
     "text2026": "Dat is, voeren, daarmede omgaan."
    },
    {
     "marker": "19",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebreeuws eigenlijk, treden; zie Ps. 7:13. Psalmen 7:13: Indien hij zich niet bekeert, zo zal Hij Zijn zwaard wetten; Hij heeft Zijn boog gespannen, en dien bereid.",
     "text1637": "Hebr. eyg. treden. Siet Psal. 7.13.",
     "text2026": "Hebreeuws eigenlijk, treden; zie Ps. 7:13. Psalmen 7:13: Als hij zich niet bekeert, zo zal Hij Zijn zwaard wetten; Hij heeft Zijn boog gespannen, en die bereid."
    },
    {
     "marker": "b",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jes. 66:19. Jesaja 66:19: En Ik zal een teken aan hen zetten, en uit hen, die het ontkomen zullen zijn, zal Ik zenden tot de heidenen naar Tarsis, Pul, en Lud, de boogschutters, naar Tubal en Javan, tot de ver gelegen eilanden, die Mijn gerucht niet gehoord, noch Mijn heerlijkheid gezien hebben; en zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen.",
     "text1637": "Ies. 66.19.",
     "text2026": "Jes. 66:19. Jesaja 66:19: En Ik zal een teken aan hen zetten, en uit hen, die het ontkomen zullen zijn, zal Ik zenden tot de heidenen naar Tarsis, Pul, en Lud, de boogschutters, naar Tubal en Javan, tot de ver gelegen eilanden, die Mijn gerucht niet gehoord, noch Mijn heerlijkheid gezien hebben; en zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "עֲל֤וּ",
     "strongs": "H5927",
     "morph": "HVqv2mp"
    },
    {
     "woord": "הַ/סּוּסִים֙",
     "strongs": "H5483",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/הִתְהֹלְל֣וּ",
     "strongs": "H1984",
     "morph": "HC/Vrv2mp"
    },
    {
     "woord": "הָ/רֶ֔כֶב",
     "strongs": "H7393",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/יֵצְא֖וּ",
     "strongs": "H3318",
     "morph": "HC/Vqi3mp"
    },
    {
     "woord": "הַ/גִּבּוֹרִ֑ים",
     "strongs": "H1368",
     "morph": "HTd/Aampa"
    },
    {
     "woord": "כּ֤וּשׁ",
     "strongs": "H3568",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וּ/פוּט֙",
     "strongs": "H6316",
     "morph": "HC/Np"
    },
    {
     "woord": "תֹּפְשֵׂ֣י",
     "strongs": "H8610",
     "morph": "HVqrmpc"
    },
    {
     "woord": "מָגֵ֔ן",
     "strongs": "H4043",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/לוּדִ֕ים",
     "strongs": "H3866",
     "morph": "HC/Np"
    },
    {
     "woord": "תֹּפְשֵׂ֖י",
     "strongs": "H8610",
     "morph": "HVqrmpc"
    },
    {
     "woord": "דֹּ֥רְכֵי",
     "strongs": "H1869",
     "morph": "HVqrmpc"
    },
    {
     "woord": "קָֽשֶׁת",
     "strongs": "H7198",
     "morph": "HNcfsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Trek op, u paarden! en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> raast, u wagens! en laat de helden uittrekken: de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Moren, en de Puteërs, die het schild<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> handelen, en de Lydiërs, die de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> boog handelen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> en spannen.",
   "textSV1888_html": "Trekt op, gij paarden! en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> raast, gij wagens! en laat de helden uittrekken: de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Moren, en de Puteërs, die het schild<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> handelen, en de Lydiërs, die den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> boog handelen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> en spannen.",
   "text1637_html": "Trecket op, ghy peerden, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> raset, ghy wagens; ende laet de helden uyttrecken: de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Mooren, ende de Puteers, die den schilt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> handelen, ende de Lydiers, die den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> boge handelen [ende] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> spannen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Trekt",
     "new": "Trek",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 10,
   "textSV1888": "Maar deze dag is des HEEREN, des HEEREN der heirscharen, een dag der wrake, dat Hij zich wreke van Zijn wederpartijders, en het zwaard zal vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed; want de Heere, HEERE der heirscharen, heeft een slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier Frath.",
   "text1637": "Maer dese dach is des Heeren, des HEEREN der [20] heyrscharen; een dach der wrake, dat hy sich wreke van sijne wederpartijders, ende het sweert sal vreten, ende versadicht, ende droncken worden van haer bloet: want de Heere HEERE der heyrscharen, heeft een [21] slachtoffer in den lande van’t [22] Noorden aen de riviere Phrath.",
   "text2026": "Maar deze dag is van JAHWEH, van JAHWEH van de legermachten, een dag van de wraak, dat Hij zich wreke van Zijn tegenstanders, en het zwaard zal vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed; want de Heere, JAHWEH van de legermachten, heeft een slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier Frath.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "20",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie 1 Kon. 18:15. 1 Koningen 18:15: En Elia zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!",
     "text1637": "Siet 1.Reg.18. op vers 15.",
     "text2026": "Zie 1 Kon. 18:15. 1 Koningen 18:15: En Elia zei: Zo waarachtig als JAHWEH van de legermachten leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!"
    },
    {
     "marker": "21",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of slachtmaal; dat is, Hij zal zijne vijanden laten slachten, en dit zijn rechtvaardig oordeel zal voor hem zo aangenaam zijn als een slachtoffer, want zijn naam zal daardoor verheerlijkt worden. Vergelijk Jes. 34:6; Ezech. 39:17, enz. met de aantekening. Jesaja 34:6: Het zwaard des HEEREN is vol van bloed, het is vet geworden van smeer, van het bloed der lammeren en der bokken, van het smeer der nieren van de rammen; want de HEERE heeft een slachtoffer te Bozra, en een grote slachting in het land der Edomieten. Ezechiël 39:17: Gij dan, mensenkind! zo zegt de Heere HEERE: Zeg tot het gevogelte van allen vleugel, en tot al het gedierte des velds: Vergadert u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer, op de bergen Israëls, en eet vlees, en drinkt bloed.",
     "text1637": "Ofte, slachtmael. D. hy sal sijne vyanden laten slachten, ende dit sijn rechtveerdich oordeel sal voor hem soo aengenaem zijn als een slacht-offer, want sijn naem sal daer door vereerlickt worden. Vergel. Ies. 34.6. Ezech. 39.17, etc. met d’aenteeck.",
     "text2026": "Of slachtmaal; dat is, Hij zal zijn vijanden laten slachten, en dit zijn rechtvaardig oordeel zal voor hem zo aangenaam zijn als een slachtoffer, want zijn naam zal daardoor verheerlijkt worden. Vergelijk Jes. 34:6; Ez. 39:17, enz. met de aantekening. Jesaja 34:6: Het zwaard van JAHWEH is vol van bloed, het is vet geworden van smeer, van het bloed van de lammeren en van de bokken, van het smeer van de nieren van de rammen; want JAHWEH heeft een slachtoffer te Bozra, en een grote slachting in het land van de Edomieten. Ezechiël 39:17: U dan, mensenkind! zo zegt de Heer JAHWEH: Zeg tot het gevogelte van allen vleugel, en tot al het gedierte van het veld: Vergadert u, en komt aan, verzamelt u van rondom, tot Mijn slachtoffer, dat Ik voor u geslacht heb, een groot slachtoffer, op de bergen Israëls, en eet vlees, en drinkt bloed."
    },
    {
     "marker": "22",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Want Karchemis was tegen het noorden van Egypte af gelegen.",
     "text1637": "Want Carchemis tegen ’t Noorden van Egypten af gelegen was.",
     "text2026": "Want Karchemis was tegen het noorden van Egypte af gelegen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְֽ/הַ/יּ֨וֹם",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HC/Td/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הַ/ה֜וּא",
     "strongs": "H1931",
     "morph": "HTd/Pp3ms"
    },
    {
     "woord": "לַ/אדֹנָ֧/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HR/Ncmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוִ֣ה",
     "strongs": "H3069",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "צְבָא֗וֹת",
     "strongs": "H6635",
     "morph": "HNcbpa"
    },
    {
     "woord": "י֤וֹם",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "נְקָמָה֙",
     "strongs": "H5360",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/הִנָּקֵ֣ם",
     "strongs": "H5358",
     "morph": "HR/VNc"
    },
    {
     "woord": "מִ/צָּרָ֔י/ו",
     "strongs": "H6862",
     "morph": "HR/Ncmpc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/אָכְלָ֥ה",
     "strongs": "H398",
     "morph": "HC/Vqq3fs"
    },
    {
     "woord": "חֶ֨רֶב֙",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/שָׂ֣בְעָ֔ה",
     "strongs": "H7646",
     "morph": "HC/Vqq3fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/רָוְתָ֖ה",
     "strongs": "H7301",
     "morph": "HC/Vqq3fs"
    },
    {
     "woord": "מִ/דָּמָ֑/ם",
     "strongs": "H1818",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "זֶ֠בַח",
     "strongs": "H2077",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "לַ/אדֹנָ֨/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HR/Ncmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוִ֧ה",
     "strongs": "H3069",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "צְבָא֛וֹת",
     "strongs": "H6635",
     "morph": "HNcbpa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/אֶ֥רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "צָפ֖וֹן",
     "strongs": "H6828",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "נְהַר",
     "strongs": "H5104",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "פְּרָֽת",
     "strongs": "H6578",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "Maar deze dag is van JAHWEH, van JAHWEH van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> de legermachten, een dag van de wraak, dat Hij zich wreke van Zijn tegenstanders, en het zwaard zal vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed; want de Heere, JAHWEH van de legermachten, heeft een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Frath.",
   "textSV1888_html": "Maar deze dag is des HEEREN, des HEEREN der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> heirscharen, een dag der wrake, dat Hij zich wreke van Zijn wederpartijders, en het zwaard zal vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed; want de Heere, HEERE der heirscharen, heeft een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Frath.",
   "text1637_html": "Maer dese dach is des Heeren, des HEEREN der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> heyrscharen; een dach der wrake, dat hy sich wreke van sijne wederpartijders, ende het sweert sal vreten, ende versadicht, ende droncken worden van haer bloet: want de Heere HEERE der heyrscharen, heeft een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> slachtoffer in den lande van’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Noorden aen de riviere Phrath.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "des HEEREN, des HEEREN der heirscharen,",
     "new": "van JAHWEH, van JAHWEH van de legermachten,",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "der wrake,",
     "new": "van de wraak,",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "wederpartijders,",
     "new": "tegenstanders,",
     "principe": "V93"
    },
    {
     "old": "HEERE der heirscharen,",
     "new": "JAHWEH van de legermachten,",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 11,
   "textSV1888": "Ga henen op naar Gilead, en haal balsem, gij jonkvrouw, dochter van Egypte! Tevergeefs vermenigvuldigt gij de medicijnen, er is geen heling voor u.",
   "text1637": "Gaet henen op nae [c] [23] Gilead, ende [24] haelt [25] balsem, ghy [26] Ionckvrouwe dochter van Egypten: te vergeefs vermenichvuldicht ghy de medicinen, daer en is geen [27] heelinge voor u.",
   "text2026": "Ga heen op naar Gilead, en haal balsem, u jonkvrouw, dochter van Egypte! Tevergeefs vermenigvuldigt u de medicijnen, er is geen heling voor u.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "23",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie Gen. 37:25, met de aantekening. Genesis 37:25: Daarna zaten zij neder om brood te eten, en hieven hun ogen op, en zagen, en ziet, een reisgezelschap van Ismaëlieten kwam uit Gilead; en hun kemelen droegen specerijen en balsem, en mirre, reizende, om dat af te brengen naar Egypte.",
     "text1637": "Siet Gen. 37.25. met d’aenteeck.",
     "text2026": "Zie Gen. 37:25, met de aantekening. Genesis 37:25: Daarna zaten zij neder om brood te eten, en hieven hun ogen op, en zagen, en ziet, een reisgezelschap van Ismaëlieten kwam uit Gilead; en hun kamelen droegen specerijen en balsem, en mirre, reizende, om dat af te brengen naar Egypte."
    },
    {
     "marker": "24",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebreeuws, neem. Zie boven Jer. 37:17. Jeremia 37:17: Zo zond de koning Zedekia henen, en liet hem halen; en de koning vraagde hem in zijn huis, in het verborgene, en zeide: Is er ook een woord van den HEERE? En Jeremia zeide: Er is; en hij zeide: Gij zult in de hand des konings van Babel gegeven worden.",
     "text1637": "Hebr. neemt. Siet bov. 37. op vers 17.",
     "text2026": "Hebreeuws, neem. Zie boven Jer. 37:17. Jeremia 37:17: Zo zond de koning Zedekia heen, en liet hem halen; en de koning vraagde hem in zijn huis, in het verborgene, en zei: Is er ook een woord van JAHWEH? En Jeremia zei: Er is; en hij zei: U zult in de hand van de koning van Babel gegeven worden."
    },
    {
     "marker": "25",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Om de geslagen wonden te genezen. Vergelijk boven Jer. 8:22, en onder Jer. 51:8. Jeremia 8:22: Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen? Jeremia 51:8: Schielijk is Babel gevallen en verbroken; huilt over haar, neemt balsem tot haar pijn, misschien zal zij genezen worden.",
     "text1637": "Om de geslagene wonden te genesen, vergel. bov. 8.22. ende ond. 51.8.",
     "text2026": "Om de geslagen wonden te genezen. Vergelijk boven Jer. 8:22, en onder Jer. 51:8. Jeremia 8:22: Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester daar? Want waarom is de gezondheid van de dochter mijn volks niet gerezen? Jeremia 51:8: Schielijk is Babel gevallen en verbroken; huilt over haar, neemt balsem tot haar pijn, misschien zal zij genezen worden."
    },
    {
     "marker": "26",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "26 jonkvrouw, dochter van Egypte: Dat is, gij volk of inwoners van Egypte, die met uwe menigte, macht, weelde en onoverwinnelijkheid praalt, alsof u niemand zou kunnen overweldigen of schofferen, gelijk een jonge dochter praalt met hare schoonheid en maagdelijken staat. VergelijK 2 Kon. 19:21. 2 Koningen 19:21: Dit is het woord, dat de HEERE over hem gesproken heeft: De jonkvrouw, de dochter van Sion, veracht u, zij bespot u, de dochter van Jeruzalem schudt het hoofd achter u.",
     "text1637": "D. ghy volck ofte inwoonders van Egypten, die met uwe menichte, macht, weelde ende onverwinnelickheyt praelt, als of u niemant en soude konnen overweldigen ofte schofferen: gelijck eene jonge dochter praelt met hare schoonheyt ende maegdelicken staet. Vergel. 2.Reg. 19. op vers 21.",
     "text2026": "26 jonkvrouw, dochter van Egypte: Dat is, u volk of inwoners van Egypte, die met uwe menigte, macht, weelde en onoverwinnelijkheid praalt, alsof u niemand zou kunnen overweldigen of schofferen, gelijk een jonge dochter praalt met haar schoonheid en maagdelijken staat. VergelijK 2 Kon. 19:21. 2 Koningen 19:21: Dit is het woord, dat JAHWEH over hem gesproken heeft: De jonkvrouw, de dochter van Sion, veracht u, zij bespot u, de dochter van Jeruzalem schudt het hoofd achter u."
    },
    {
     "marker": "27",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, pleister. Hebreeuws, opgang, rijzing, opkomen, enz., [zie boven Jer. 30:13, 30:17] zodat al uw medicineren niet helpen zal. Jeremia 30:13: Er is niemand, die uw zaak oordeelt, aangaande het gezwel; gij hebt geen heelpleisters. Jeremia 30:17: Want Ik zal u de gezondheid doen rijzen, en u van uw plagen genezen, spreekt de HEERE; omdat zij u noemen: De verdrevene. Het is Sion, zeggen zij; niemand vraagt naar haar.",
     "text1637": "Ofte, plaester. Hebr. opganck, rijsinge, opkomen, etc. (siet bov. 30. op vers 13. ende 17.) so dat al u medicineeren niet helpen en sal.",
     "text2026": "Of, pleister. Hebreeuws, opgang, rijzing, opkomen, enz., [zie boven Jer. 30:13, 30:17] zodat al uw medicineren niet helpen zal. Jeremia 30:13: Er is niemand, die uw zaak oordeelt, aangaande het gezwel; u hebt geen heelpleisters. Jeremia 30:17: Want Ik zal u de gezondheid doen rijzen, en u van uw plagen genezen, spreekt JAHWEH; omdat zij u noemen: De verdrevene. Het is Sion, zeggen zij; niemand vraagt naar haar."
    },
    {
     "marker": "c",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 8:22. Jeremia 8:22: Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen?",
     "text1637": "Ierem. 8.22.",
     "text2026": "Jer. 8:22. Jeremia 8:22: Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester daar? Want waarom is de gezondheid van de dochter mijn volks niet gerezen?"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "עֲלִ֤י",
     "strongs": "H5927",
     "morph": "HVqv2fs"
    },
    {
     "woord": "גִלְעָד֙",
     "strongs": "H1568",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וּ/קְחִ֣י",
     "strongs": "H3947",
     "morph": "HC/Vqv2fs"
    },
    {
     "woord": "צֳרִ֔י",
     "strongs": "H6875",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "בְּתוּלַ֖ת",
     "strongs": "H1330",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "בַּת",
     "strongs": "H1323",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "מִצְרָ֑יִם",
     "strongs": "H4714",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "לַ/שָּׁוְא֙",
     "strongs": "H7723",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "הרביתי",
     "strongs": "H7235",
     "morph": "HVhp1cs"
    },
    {
     "woord": "רְפֻא֔וֹת",
     "strongs": "H7499",
     "morph": "HNcfpa"
    },
    {
     "woord": "תְּעָלָ֖ה",
     "strongs": "H8585",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "אֵ֥ין",
     "strongs": "H369",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "לָֽ/ךְ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2fs"
    }
   ],
   "text2026_html": "Ga heen op naar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Gilead, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> haal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> balsem, u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> jonkvrouw, dochter van Egypte! Tevergeefs vermenigvuldigt u de medicijnen, er is geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> heling voor u.",
   "textSV1888_html": "Ga henen op naar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Gilead, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> haal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> balsem, gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> jonkvrouw, dochter van Egypte! Tevergeefs vermenigvuldigt gij de medicijnen, er is geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> heling voor u.",
   "text1637_html": "Gaet henen op nae <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Gilead, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> haelt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> balsem, ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Ionckvrouwe dochter van Egypten: te vergeefs vermenichvuldicht ghy de medicinen, daer en is geen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> heelinge voor u.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "henen",
     "new": "heen",
     "principe": "V67"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 12,
   "textSV1888": "De volken hebben uw schande gehoord, en het land is vol van uw gekrijt; want zij hebben zich gestoten, held tegen held, zij zijn beiden te zamen gevallen.",
   "text1637": "De volcken hebben uwe schande gehoort, ende het lant is vol van u gekrijt: want sy hebben sich gestooten, helt [28] tegen helt, sy zijn beyde t’ samen gevallen.",
   "text2026": "De volken hebben uw schande gehoord, en het land is vol van uw hulpgeroep; want zij hebben zich gestoten, held tegen held, zij zijn beiden samen gevallen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "28",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "28 gestoten, held tegen held: Of, is gestruikeld over den ander. Hebreeuws, held tegen held hebben zich gestoten, of held over held zijn gestruikeld.",
     "text1637": "Ofte, heeft gestruyckelt over den anderen. Hebr. helt tegen helt hebben sich gestooten, ofte, helt by, ofte, over helt zijn gestruyckelt.",
     "text2026": "28 gestoten, held tegen held: Of, is gestruikeld over de ander. Hebreeuws, held tegen held hebben zich gestoten, of held over held zijn gestruikeld."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "שָׁמְע֤וּ",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "גוֹיִם֙",
     "strongs": "H1471",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "קְלוֹנֵ֔/ךְ",
     "strongs": "H7036",
     "morph": "HNcmsc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/צִוְחָתֵ֖/ךְ",
     "strongs": "H6682",
     "morph": "HC/Ncfsc/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "מָלְאָ֣ה",
     "strongs": "H4390",
     "morph": "HVqp3fs"
    },
    {
     "woord": "הָ/אָ֑רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HTd/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "גִבּ֤וֹר",
     "strongs": "H1368",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/גִבּוֹר֙",
     "strongs": "H1368",
     "morph": "HR/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "כָּשָׁ֔לוּ",
     "strongs": "H3782",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "יַחְדָּ֖יו",
     "strongs": "H3162",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "נָפְל֥וּ",
     "strongs": "H5307",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "שְׁנֵי/הֶֽם",
     "strongs": "H8147",
     "morph": "HAcmdc/Sp3mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "De volken hebben uw schande gehoord, en het land is vol van uw hulpgeroep; want zij hebben zich gestoten, held<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> tegen held, zij zijn beiden samen gevallen.",
   "textSV1888_html": "De volken hebben uw schande gehoord, en het land is vol van uw gekrijt; want zij hebben zich gestoten, held<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> tegen held, zij zijn beiden te zamen gevallen.",
   "text1637_html": "De volcken hebben uwe schande gehoort, ende het lant is vol van u gekrijt: want sy hebben sich gestooten, helt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> tegen helt, sy zijn beyde t’ samen gevallen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "gekrijt;",
     "new": "hulpgeroep;",
     "principe": "V997"
    },
    {
     "old": "te zamen",
     "new": "samen",
     "principe": "V374"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 13,
   "textSV1888": "Het woord, dat de HEERE tot den profeet Jeremia sprak, van de aankomst van Nebukadrezar, den koning van Babel, om Egypteland te slaan.",
   "text1637": "[29] Het woort, dat de HEERE tot den Propheet Ieremia sprack; van de aenkomste Nebucadrezars, des Conincks van Babel, om Egypten-lant te [30] slaen.",
   "text2026": "Het woord, dat JAHWEH tot de profeet Jeremia sprak, van de aankomst van Nebukadrezar, de koning van Babel, om Egypteland te slaan.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "29",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "29 Het woord: Dit is nu ene profetie van Nebukadnezars optocht naar Egypte. Vergelijk Jes. 19:1, enz., en Ezech. 29,30,32. Jesaja 19:1: De last van Egypte. Ziet, de HEERE rijdt op een snelle wolk, en Hij zal in Egypte komen; en de afgoden van Egypte zullen bewogen worden van Zijn aangezicht, en het hart der Egyptenaren zal smelten in het binnenste van hen.",
     "text1637": "Dit is nu eene Prophetie van Nabucadrezars optocht nae Egypten. Vergel. Ies. 19.1, etc. ende Ezech. capp. 29. 30. ende 32.",
     "text2026": "29 Het woord: Dit is nu ene profetie van Nebukadnezars optocht naar Egypte. Vergelijk Jes. 19:1, enz., en Ez. 29,30,32. Jesaja 19:1: De last van Egypte. Ziet, JAHWEH rijdt op een snelle wolk, en Hij zal in Egypte komen; en de afgoden van Egypte zullen bewogen worden van Zijn aangezicht, en het hart van de Egyptenaren zal smelten in het binnenste van hen."
    },
    {
     "marker": "30",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "30 Egypteland te slaan: Dat is, het land te overweldigen en de inwoners te verslaan. Vergelijk boven Jer. 43:11, en onder Jer. 47:1, enz. Jeremia 43:11: En hij zal komen en Egypteland slaan: wie ten dood, ten dode; en wie ter gevangenis, ter gevangenis; en wie ten zwaard, ten zwaarde. Jeremia 47:1: Het woord des HEEREN, dat tot den profeet Jeremia geschiedde, tegen de Filistijnen; eer dat Farao Gaza sloeg.",
     "text1637": "D. ’t lant te overweldigen ende de inwoonders te verslaen. Vergel. bov. 43.11. ende ond. 47.1, etc.",
     "text2026": "30 Egypteland te slaan: Dat is, het land te overweldigen en de inwoners te verslaan. Vergelijk boven Jer. 43:11, en onder Jer. 47:1, enz. Jeremia 43:11: En hij zal komen en Egypteland slaan: wie ten dood, ten dode; en wie ter gevangenis, ter gevangenis; en wie ten zwaard, ten zwaarde. Jeremia 47:1: Het woord van JAHWEH, dat tot de profeet Jeremia geschiedde, tegen de Filistijnen; voordat dat Farao Gaza sloeg."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הַ/דָּבָר֙",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "דִּבֶּ֣ר",
     "strongs": "H1696",
     "morph": "HVpp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֶֽל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "יִרְמְיָ֖הוּ",
     "strongs": "H3414",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הַ/נָּבִ֑יא",
     "strongs": "H5030",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "לָ/ב֗וֹא",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "נְבֽוּכַדְרֶאצַּר֙",
     "strongs": "H5019",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶ֣לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֔ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "לְ/הַכּ֖וֹת",
     "strongs": "H5221",
     "morph": "HR/Vhc"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "אֶ֥רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HNcbsc"
    },
    {
     "woord": "מִצְרָֽיִם",
     "strongs": "H4714",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Het woord, dat JAHWEH tot de profeet Jeremia sprak, van de aankomst van Nebukadrezar, de koning van Babel, om Egypteland te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> slaan.",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Het woord, dat de HEERE tot den profeet Jeremia sprak, van de aankomst van Nebukadrezar, den koning van Babel, om Egypteland te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> slaan.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Het woort, dat de HEERE tot den Propheet Ieremia sprack; van de aenkomste Nebucadrezars, des Conincks van Babel, om Egypten-lant te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> slaen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "",
     "new": "JAHWEH tot",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "HEERE tot den",
     "new": "",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 14,
   "textSV1888": "Verkondigt in Egypte, en doet het horen te Migdol; doet het ook horen te Nof en Tachpanhes; zegt: Stelt er u naar, en maakt u gereed, want het zwaard heeft verteerd, wat rondom u is.",
   "text1637": "Verkondiget in Egypten, ende doet’et hooren te [31] Migdol; doet’et oock hooren te Noph, ende te Thachpanhes: segget; [32] Stelter u nae, ende maeckt u gereet; want het sweert heeft [33] verteert wat rontom u is.",
   "text2026": "Verkondig in Egypte, en doet het horen te Migdol; doet het ook horen te Nof en Tachpanhes; zeg: Stel er u naar, en maakt u gereed, want het zwaard heeft verteerd, wat rondom u is.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "31",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie van deze plaatsen boven Jer. 44:1. Jeremia 44:1: Het woord, dat tot Jeremia geschiedde aan al de Joden, die in Egypteland woonden, die te Migdol woonden, en te Tachpanhes, en te Nof, en in het land Pathros, zeggende:",
     "text1637": "Siet van dese plaetsen bov. 44. op vers 1.",
     "text2026": "Zie van deze plaatsen boven Jer. 44:1. Jeremia 44:1: Het woord, dat tot Jeremia geschiedde aan al de Joden, die in Egypteland woonden, die te Migdol woonden, en te Tachpanhes, en te Nof, en in het land Pathros, zeggende:"
    },
    {
     "marker": "32",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "32 Stelt er u naar: Tot tegenweer, gelijk boven vers 4. Jeremia 46:4: Spant de paarden aan, en klimt op, gij ruiters! en stelt u met helmen; veegt de spiesen, trekt de pantsiers aan!",
     "text1637": "Tot tegenweer, als bov. vers 4.",
     "text2026": "32 Stelt er u naar: Tot tegenweer, gelijk boven vers 4. Jeremia 46:4: Spant de paarden aan, en klimt op, u ruiters! en stelt u met helmen; veegt de spiesen, trekt de pantsiers aan!"
    },
    {
     "marker": "33",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zal het zekerlijk doen; of gelijk het zwaard der Babyloniërs verslonden heeft wat rondom u is, alzo zal het nu uwe beurt zijn.",
     "text1637": "D. sal ’t sekerlick doen: ofte, gelijck het sweert der Babyloniers verslonden heeft wat rontom u is, alsoo sal ’t nu uwe beurte zijn.",
     "text2026": "Zal het zekerlijk doen; of gelijk het zwaard van de Babyloniërs verslonden heeft wat rondom u is, zo zal het nu uwe beurt zijn."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הַגִּ֤ידוּ",
     "strongs": "H5046",
     "morph": "HVhv2mp"
    },
    {
     "woord": "בְ/מִצְרַ֨יִם֙",
     "strongs": "H4714",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "וְ/הַשְׁמִ֣יעוּ",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HC/Vhv2mp"
    },
    {
     "woord": "בְ/מִגְדּ֔וֹל",
     "strongs": "H4024",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "וְ/הַשְׁמִ֥יעוּ",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HC/Vhv2mp"
    },
    {
     "woord": "בְ/נֹ֖ף",
     "strongs": "H5297",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/תַחְפַּנְחֵ֑ס",
     "strongs": "H8471",
     "morph": "HC/R/Np"
    },
    {
     "woord": "אִמְר֗וּ",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqv2mp"
    },
    {
     "woord": "הִתְיַצֵּב֙",
     "strongs": "H3320",
     "morph": "HVtv2ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/הָכֵ֣ן",
     "strongs": "H3559",
     "morph": "HC/Vhv2ms"
    },
    {
     "woord": "לָ֔/ךְ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אָכְלָ֥ה",
     "strongs": "H398",
     "morph": "HVqp3fs"
    },
    {
     "woord": "חֶ֖רֶב",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "סְבִיבֶֽי/ךָ",
     "strongs": "H5439",
     "morph": "HNcbpc/Sp2ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "Verkondig in Egypte, en doet het horen te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Migdol; doet het ook horen te Nof en Tachpanhes; zeg: Stel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> er u naar, en maakt u gereed, want het zwaard heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> verteerd, wat rondom u is.",
   "textSV1888_html": "Verkondigt in Egypte, en doet het horen te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Migdol; doet het ook horen te Nof en Tachpanhes; zegt: Stelt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> er u naar, en maakt u gereed, want het zwaard heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> verteerd, wat rondom u is.",
   "text1637_html": "Verkondiget in Egypten, ende doet’et hooren te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Migdol; doet’et oock hooren te Noph, ende te Thachpanhes: segget; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Stelter u nae, ende maeckt u gereet; want het sweert heeft <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> verteert wat rontom u is.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Verkondigt",
     "new": "Verkondig",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "zegt: Stelt",
     "new": "zeg: Stel",
     "principe": "V1158"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 15,
   "textSV1888": "Waarom zijn uw sterken weggeveegd? Zij stonden niet, omdat hen de HEERE voortdreef.",
   "text1637": "Waerom [34] zijn uwe stercke wechgeveecht? sy en [35] stonden niet, om datse de HEERE [36] voortdreef.",
   "text2026": "Waarom zijn uw sterken weggeveegd? Zij stonden niet, omdat hen JAHWEH voortdreef.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "34",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "34 zijn uw sterken: Hebreeuws staat het woord sterken, [in het getal van velen] weggevaagd [in het getal van enen], dat is, elkeen van uw sterke krijgslieden; alzo in het volgende.",
     "text1637": "Hebr. staet het woort stercke, (in’t getal van velen) wech-geveecht (in’t getal van eenen) D. elck een van uwe stercke krijchslieden: alsoo in’t volgende.",
     "text2026": "34 zijn uw sterken: Hebreeuws staat het woord sterken, [in het getal van velen] weggevaagd [in het getal van enen], dat is, elk van uw sterke krijgslieden; zo in het volgende."
    },
    {
     "marker": "35",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "35 stonden niet: Dat is, zij konden en durfden niet blijven staan tegen de Babyloniërs.",
     "text1637": "D. sy konden noch dorsten niet staen blijven tegen de Babyloniers.",
     "text2026": "35 stonden niet: Dat is, zij konden en durfden niet blijven staan tegen de Babyloniërs."
    },
    {
     "marker": "36",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, aanstoot, nederstiet.",
     "text1637": "Ofte, aenstiet, nederstiet.",
     "text2026": "Of, aanstoot, nederstiet."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "מַדּ֖וּעַ",
     "strongs": "H4069",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "נִסְחַ֣ף",
     "strongs": "H5502",
     "morph": "HVNp3ms"
    },
    {
     "woord": "אַבִּירֶ֑י/ךָ",
     "strongs": "H47",
     "morph": "HAampc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "לֹ֣א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "עָמַ֔ד",
     "strongs": "H5975",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "כִּ֥י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֖ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הֲדָפֽ/וֹ",
     "strongs": "H1920",
     "morph": "HVqp3ms/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "Waarom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> zijn uw sterken weggeveegd? Zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> stonden niet, omdat hen JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> voortdreef.",
   "textSV1888_html": "Waarom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> zijn uw sterken weggeveegd? Zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> stonden niet, omdat hen de HEERE<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> voortdreef.",
   "text1637_html": "Waerom <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> zijn uwe stercke wechgeveecht? sy en <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> stonden niet, om datse de HEERE <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> voortdreef.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE",
     "new": "JAHWEH",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 16,
   "textSV1888": "Hij maakte der struikelenden veel; ja, de een viel op den ander; zodat zij zeiden: Staat op en laat ons wederkeren tot ons volk, en tot het land onzer geboorte, vanwege het verdrukkende zwaard.",
   "text1637": "Hy [37] maeckte der struyckelenden vele: ja [38] d’een viel op den anderen: so datse [39] seyden, Staet op, ende laet ons wederkeeren tot ons volck, ende tot het lant onser [40] geboorte, [41] van wegen het [42] verdruckende sweert.",
   "text2026": "Hij maakte van de struikelenden veel; ja, de één viel op de ander; zodat zij zeiden: Sta op en laat ons terugkeren tot ons volk, en tot het land van onze geboorte, vanwege het verdrukkende zwaard.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "37",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "37 maakte der struikelenden veel: Hebreeuws, Hij vermenigvuldigde den struikelende.",
     "text1637": "Hebr. hy vermenichvuldichde den struyckelenden.",
     "text2026": "37 maakte van de struikelenden veel: Hebreeuws, Hij vermenigvuldigde de struikelende."
    },
    {
     "marker": "38",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "38 de een viel op: Hebreeuws, de man op, of met zijnen naaste.",
     "text1637": "Hebr. de man op, ofte, met sijnen naesten.",
     "text2026": "38 de één viel op: Hebreeuws, de man op, of met zijn naaste (אִישׁ)."
    },
    {
     "marker": "39",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Die Farao uit andere landen waren te hulp gekomen, zeiden alzo tot elkander; vergelijk Jes. 13:14. Jesaja 13:14: En een iegelijk zal zijn als een verjaagde ree, en als een schaap, dat niemand vergadert; een iegelijk zal naar zijn volk omzien, en een iegelijk zal naar zijn land vluchten.",
     "text1637": "Die Pharao uyt andere landen waren te hulpe gekomen, seyden alsoo tot malkanderen. Vergel. Ies. 13.16.",
     "text2026": "Die Farao uit andere landen waren te hulp gekomen, zeiden zo tot elkaar; vergelijk Jes. 13:14. Jesaja 13:14: En een iedereen zal zijn als een verjaagde ree, en als een schaap, dat niemand vergadert; een iedereen zal naar zijn volk omzien, en een iedereen zal naar zijn land vluchten."
    },
    {
     "marker": "40",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "40 land onzer geboorte: Dat is, ons vaderland.",
     "text1637": "D. ons vaderlant.",
     "text2026": "40 land van onze geboorte: Dat is, ons vaderland."
    },
    {
     "marker": "41",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, slechtelijk, voor, van. Hebreeuws, van het aangezicht.",
     "text1637": "Ofte slechtelick, voor, van. Hebr. van ’t aengesichte.",
     "text2026": "Of, slechtelijk, voor, van. Hebreeuws, van het aangezicht (פְּנֵי)."
    },
    {
     "marker": "42",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "42 verdrukkende zwaard: Anders: vanwege het zwaard des verdrukkenden lands. Zie boven Jer. 25:38. Jeremia 25:38: Hij heeft, als een jonge leeuw, Zijn hutte verlaten; want hunlieder land is geworden tot een verwoesting, vanwege de hittigheid des verdrukkers, ja, vanwege de hittigheid Zijns toorns.",
     "text1637": "And. van wegen het sweert des verdruckenden [lants]. siet bov. 25. op vers 38.",
     "text2026": "42 verdrukkende zwaard: Anders: vanwege het zwaard van de verdrukkenden lands. Zie boven Jer. 25:38. Jeremia 25:38: Hij heeft, als een jonge leeuw, Zijn hutte verlaten; want hunlieder land is geworden tot een verwoesting, vanwege de hitte van de verdrukkers, ja, vanwege de hitte van Zijn toorn."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הִרְבָּ֖ה",
     "strongs": "H7235",
     "morph": "HVhp3ms"
    },
    {
     "woord": "כּוֹשֵׁ֑ל",
     "strongs": "H3782",
     "morph": "HVqrmsa"
    },
    {
     "woord": "גַּם",
     "strongs": "H1571",
     "morph": "HTa"
    },
    {
     "woord": "נָפַ֞ל",
     "strongs": "H5307",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "אִ֣ישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "רֵעֵ֗/הוּ",
     "strongs": "H7453",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וַ/יֹּֽאמְרוּ֙",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HC/Vqw3mp"
    },
    {
     "woord": "ק֣וּמָ/ה",
     "strongs": "H6965",
     "morph": "HVqv2ms/Sh"
    },
    {
     "woord": "וְ/נָשֻׁ֣בָה",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HC/Vqh1cp"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "עַמֵּ֗/נוּ",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "אֶ֨רֶץ֙",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HNcbsc"
    },
    {
     "woord": "מֽוֹלַדְתֵּ֔/נוּ",
     "strongs": "H4138",
     "morph": "HNcfsc/Sp1cp"
    },
    {
     "woord": "מִ/פְּנֵ֖י",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HR/Ncbpc"
    },
    {
     "woord": "חֶ֥רֶב",
     "strongs": "H2719",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/יּוֹנָֽה",
     "strongs": "H3238",
     "morph": "HTd/Vqrfsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> maakte van de struikelenden veel; ja,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> de één viel op de ander; zodat zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> zeiden: <span class=\"direct-speech\"><i>Sta op en laat ons terugkeren tot ons volk, en tot het land van onze geboorte<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup>,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> vanwege het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> verdrukkende zwaard.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> maakte der struikelenden veel; ja,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> de een viel op den ander; zodat zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> zeiden: Staat op en laat ons wederkeren tot ons volk, en tot het land onzer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> geboorte,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> vanwege het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> verdrukkende zwaard.",
   "text1637_html": "Hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> maeckte der struyckelenden vele: ja <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> d’een viel op den anderen: so datse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> seyden, Staet op, ende laet ons wederkeeren tot ons volck, ende tot het lant onser <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> geboorte, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> van wegen het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> verdruckende sweert.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "een",
     "new": "één",
     "principe": "V735"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "Staat",
     "new": "Sta",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "wederkeren",
     "new": "terugkeren",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "onzer",
     "new": "van onze",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 17,
   "textSV1888": "Daar riepen zij: Farao, de koning van Egypte, is maar een gedruis; hij heeft den gezetten tijd laten voorbijgaan.",
   "text1637": "Daer riepen sy: Pharao de Coninck van Egypten, is [maer] een [43] gedruys; hy heeft den [44] gesetten tijt laten voor by gaen.",
   "text2026": "Daar riepen zij: Farao, de koning van Egypte, is maar een geluid; hij heeft de gezetten tijd laten voorbijgaan.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "43",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, een pocher en snorker, die ene grote beweging en gewoel maakt, maar het heeft met hem inderdaad niets te beduiden; hij heeft zijn tijd zorgelooslijk verzuimd, hij is te laat op; dat moeten wij nu mede ontgelden. Anders: is verwoest,of geruineerd.Hebreeuws, een groot gedruis, of ene verwoesting, die met groot gedruis of gekraak geschiedt.",
     "text1637": "D. een poccher ende snorcker, die een groot Boha ende gewoel maeckt, maer ’t heeft met hem in der daet niet te beduyden: hy heeft sijnen tijt sorglooslick versuymt, hy is te laet op: dat moeten wy nu mede ontgelden. And. is verwoest. ofte, geruyneert. Hebr. een groot gedruys, ofte, eene verwoestinge die met groot gedruys, ofte, gekraeck, geschiet.",
     "text2026": "Dat is, een pocher en snorker, die ene grote beweging en gewoel maakt, maar het heeft met hem inderdaad niets te beduiden; hij heeft zijn tijd zorgelooslijk verzuimd, hij is te laat op; dat moeten wij nu mee ontgelden. Anders: is verwoest,of geruineerd.Hebreeuws, een groot gedruis, of ene verwoesting, die met groot gedruis of gekraak geschiedt."
    },
    {
     "marker": "44",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "44 gezetten tijd: Of, bekwamen tijd, om te krijgen, of dit onheil, volgende de gedane waarschuwing, voor te komen.",
     "text1637": "Ofte, bequamen tijt, om te krijgen, ofte dit onheyl, volgens de gedaene waerschouwinge, voor te komen.",
     "text2026": "44 gezetten tijd: Of, bekwamen tijd, om te krijgen, of dit onheil, volgende de gedane waarschuwing, voor te komen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "קָרְא֖וּ",
     "strongs": "H7121",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "שָׁ֑ם",
     "strongs": "H8033",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "פַּרְעֹ֤ה",
     "strongs": "H6547",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "מִצְרַ֨יִם֙",
     "strongs": "H4714",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "שָׁא֔וֹן",
     "strongs": "H7588",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "הֶעֱבִ֖יר",
     "strongs": "H5674",
     "morph": "HVhp3ms"
    },
    {
     "woord": "הַ/מּוֹעֵֽד",
     "strongs": "H4150",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Daar riepen zij: <span class=\"direct-speech\"><i>Farao, de koning van Egypte, is maar een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> geluid; hij heeft de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> gezetten tijd laten voorbijgaan.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Daar riepen zij: Farao, de koning van Egypte, is maar een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> gedruis; hij heeft den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> gezetten tijd laten voorbijgaan.",
   "text1637_html": "Daer riepen sy: Pharao de Coninck van Egypten, is [maer] een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> gedruys; hy heeft den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> gesetten tijt laten voor by gaen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "gedruis",
     "new": "geluid",
     "principe": "V908"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 18,
   "textSV1888": "Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Koning, Wiens Naam is HEERE der heirscharen; hij zal voorzeker, als Thabor onder de bergen, en als Karmel bij de zee, aankomen!",
   "text1637": "[Soo waerachtich als] ick leve, spreeckt de Coninck, wiens naem is HEERE der heyrscharen; hy sal voorseker, [45] als Thabor onder de bergen, ende als Carmel by de zee, aenkomen.",
   "text2026": "Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Koning, Wiens Naam is JAHWEH van de legermachten; hij zal voorzeker, als Thabor onder de bergen, en als Karmel bij de zee, aankomen!",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "45",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "45 als Thabor onder de bergen: Dat is, gelijk de berg Thabor boven andere bergen, en de berg Karmel in zee uitsteekt, alzo zal Nebukadnezar al zijne vijanden teboven gaan, en hen onder zich brengen. Anderen nemen het als een afgebroken rede van eedzwering in dezen zin; zo zeker als die bergen vast en wel geworteld zijn, zal ook dit mijn werk volbracht worden. Van Thabor, zie Richt. 4:6, van Karmel, 1 Kon. 18:19. Richteren 4:6: En zij zond heen en riep Barak, den zoon van Abinoam, van Kedes-nafthali; en zij zeide tot hem: Heeft de HEERE, de God Israëls, niet geboden: Ga heen en trek op den berg Thabor, en neem met u tien duizend man, van de kinderen van Nafthali, en van de kinderen van Zebulon? 1 Koningen 18:19: Nu dan, zend heen, verzamel tot mij het ganse Israël op den berg Karmel, en de vierhonderd en vijftig profeten van Baäl, en de vierhonderd profeten van het bos, die van de tafel van Izebel eten.",
     "text1637": "D. gelijck de berch Thabor boven andere bergen, ende de berch Carmel in zee uytsteeckt, alsoo sal Nebucadrezar alle sijne vyanden te boven gaen, ende haer onder sich brengen. Andere nemen ’t als een afgebroken reden van eedtsweeringe in desen sin: soo seker als die bergen vast ende wel gewortelt zijn, sal oock dit mijn werck volbracht worden, van Thabor, siet Iudic. 4. op vers 6. van Carmel, 1.Reg.18. op vers 19.",
     "text2026": "45 als Thabor onder de bergen: Dat is, gelijk de berg Thabor boven andere bergen, en de berg Karmel in zee uitsteekt, zo zal Nebukadnezar al zijn vijanden teboven gaan, en hen onder zich brengen. Anderen nemen het als een afgebroken rede van eedzwering in deze zin; zo zeker als die bergen vast en wel geworteld zijn, zal ook dit mijn werk volbracht worden. Van Thabor, zie Richt. 4:6, van Karmel, 1 Kon. 18:19. Richteren 4:6: En zij zond heen en riep Barak, de zoon van Abinoam, van Kedes-nafthali; en zij zei tot hem: Heeft JAHWEH, de God van Israël, niet geboden: Ga heen en trek op de berg Thabor, en neem met u tien duizend man, van de kinderen van Nafthali, en van de kinderen van Zebulon? 1 Koningen 18:19: Nu dan, zend heen, verzamel tot mij het gehele Israël op de berg Karmel, en de vierhonderd en vijftig profeten van Baäl, en de vierhonderd profeten van het bos, die van de tafel van Izebel eten."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "חַי",
     "strongs": "H2416",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "אָ֨נִי֙",
     "strongs": "H589",
     "morph": "HPp1cs"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/מֶּ֔לֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֥ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "צְבָא֖וֹת",
     "strongs": "H6635",
     "morph": "HNcbpa"
    },
    {
     "woord": "שְׁמ֑/וֹ",
     "strongs": "H8034",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "כִּ֚י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "כְּ/תָב֣וֹר",
     "strongs": "H8396",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "בֶּֽ/הָרִ֔ים",
     "strongs": "H2022",
     "morph": "HRd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "וּ/כְ/כַרְמֶ֖ל",
     "strongs": "H3760",
     "morph": "HC/R/Np"
    },
    {
     "woord": "בַּ/יָּ֥ם",
     "strongs": "H3220",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "יָבֽוֹא",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqi3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Koning, Wiens Naam is JAHWEH van de legermachten; hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> voorzeker, als Thabor onder de bergen, en als Karmel bij de zee, aankomen!</i></span>",
   "textSV1888_html": "Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Koning, Wiens Naam is HEERE der heirscharen; hij zal voorzeker,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> als Thabor onder de bergen, en als Karmel bij de zee, aankomen!",
   "text1637_html": "[Soo waerachtich als] ick leve, spreeckt de Coninck, wiens naem is HEERE der heyrscharen; hy sal voorseker, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> als Thabor onder de bergen, ende als Carmel by de zee, aenkomen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "HEERE der heirscharen;",
     "new": "JAHWEH van de legermachten;",
     "principe": "N2"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 19,
   "textSV1888": "Maak voor u gereedschap der gevankelijke wegvoering, gij inwoneres, gij dochter van Egypte! want Nof zal ter verwoesting worden, en zal verbrand worden, dat er niemand in wone.",
   "text1637": "Maeckt voor u [46] gereetschap der gevanckelicke wechvoeringe, ghy [47] inwoonersse, ghy dochter van Egypten: want [48] Noph sal ter verwoestinge worden, ende sal [49] verbrant worden, datter niemant in en woone.",
   "text2026": "Maak voor u gereedschap van de wegvoering, u inwoneres, u dochter van Egypte! want Nof zal ter verwoesting worden, en zal verbrand worden, dat er niemand in woont.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "46",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "46 gereedschap der gevankelijke wegvoering: Dat is, pak en zak [gelijk men zegt] en maak uw bagage gereed, die gij van doen moogt hebben, als gij gaan zult in gevangenschap. Vergelijk Ezech. 12:4, enz. Ezechiël 12:4: Gij zult dan uw gereedschap bij dag voor hun ogen uitbrengen, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna zult gij in den avond uitgaan voor hun ogen, gelijk zij uitgaan, die vertrekken.",
     "text1637": "D. packt ende sackt (alsmen seyt) ende maeckt u bagagie gereedt, die ghy van doen meugt hebben, als ghy passeren sult in gevanckenisse. Vergel. Ezech. 12.4, etc.",
     "text2026": "46 gereedschap van de wegvoering: Dat is, pak en zak [gelijk men zegt] en maak uw bagage gereed, die u van doen mag hebben, als u gaan zult in gevangenschap. Vergelijk Ez. 12:4, enz. Ezechiël 12:4: U zult dan uw gereedschap bij dag voor hun ogen uitbrengen, als het gereedschap dergenen, die vertrekken; daarna zult u in de avond uitgaan voor hun ogen, gelijk zij uitgaan, die vertrekken."
    },
    {
     "marker": "47",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Die gij zo zeker en vast meent te wonen; vergelijk Jes. 47:8, en onder Jer. 48:18. Jesaja 47:8: Nu dan, hoor dit, gij weelderige! die zo zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en niemand meer dan ik: ik zal geen weduwe zitten, noch de beroving van kinderen kennen. Jeremia 48:18: Daal neder uit uw heerlijkheid, en woon in dorst, gij inwoneres, gij dochter van Dibon! want Moabs verstoorder is tegen u opgetogen, hij heeft uw vestingen verdorven.",
     "text1637": "Die ghy soo seker ende vast meynt te woonen. Vergel. Ies. 47.8. ende ond. 48.18.",
     "text2026": "Die u zo zeker en vast meent te wonen; vergelijk Jes. 47:8, en onder Jer. 48:18. Jesaja 47:8: Nu dan, hoor dit, u weelderige! die zo zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en niemand meer dan ik: ik zal geen weduwe zitten, noch de beroving van kinderen kennen. Jeremia 48:18: Daal neder uit uw heerlijkheid, en woon in dorst, u inwoneres, u dochter van Dibon! want Moabs verstoorder is tegen u opgetogen, hij heeft uw vestingen verdorven."
    },
    {
     "marker": "48",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Gelijk boven vers 14. Jeremia 46:14: Verkondigt in Egypte, en doet het horen te Migdol; doet het ook horen te Nof en Tachpanhes; zegt: Stelt er u naar, en maakt u gereed, want het zwaard heeft verteerd, wat rondom u is.",
     "text1637": "Als boven B. 14.",
     "text2026": "Gelijk boven vers 14. Jeremia 46:14: Verkondigt in Egypte, en doet het horen te Migdol; doet het ook horen te Nof en Tachpanhes; zegt: Stelt er u naar, en maakt u gereed, want het zwaard heeft verteerd, wat rondom u is."
    },
    {
     "marker": "49",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "49 zal verbrand worden: Anders: zal verwoest, of bedorven worden.",
     "text1637": "And. sal verwoest, ofte, desolaet worden.",
     "text2026": "49 zal verbrand worden: Anders: zal verwoest, of bedorven worden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כְּלֵ֤י",
     "strongs": "H3627",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "גוֹלָה֙",
     "strongs": "H1473",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "עֲשִׂ֣י",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HVqv2fs"
    },
    {
     "woord": "לָ֔/ךְ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2fs"
    },
    {
     "woord": "יוֹשֶׁ֖בֶת",
     "strongs": "H3427",
     "morph": "HVqrfsc"
    },
    {
     "woord": "בַּת",
     "strongs": "H1323",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "מִצְרָ֑יִם",
     "strongs": "H4714",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "נֹף֙",
     "strongs": "H5297",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "לְ/שַׁמָּ֣ה",
     "strongs": "H8047",
     "morph": "HR/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "תִֽהְיֶ֔ה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqi3fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/נִצְּתָ֖ה",
     "strongs": "H3341",
     "morph": "HC/VNq3fs"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אֵ֥ין",
     "strongs": "H369",
     "morph": "HR/Tn"
    },
    {
     "woord": "יוֹשֵֽׁב",
     "strongs": "H3427",
     "morph": "HVqrmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Maak voor u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> gereedschap van de wegvoering,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> u inwoneres, u dochter van Egypte! want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> Nof zal ter verwoesting worden, en zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> verbrand worden, dat er niemand in woont.",
   "textSV1888_html": "Maak voor u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> gereedschap der gevankelijke wegvoering, gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> inwoneres, gij dochter van Egypte! want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> Nof zal ter verwoesting worden, en zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> verbrand worden, dat er niemand in wone.",
   "text1637_html": "Maeckt voor u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> gereetschap der gevanckelicke wechvoeringe, ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> inwoonersse, ghy dochter van Egypten: want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> Noph sal ter verwoestinge worden, ende sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> verbrant worden, datter niemant in en woone.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "der gevankelijke",
     "new": "van de",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "wone.",
     "new": "woont.",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 20,
   "textSV1888": "Egypte is een zeer schone vaarze; de slachter komt, hij komt van het noorden.",
   "text1637": "Egypten is een seer schoone [50] veerse: de [51] slachter [52] komt, hy komt van ’t Noorden.",
   "text2026": "Egypte is een zeer schone vaars; de slachter komt, hij komt van het noorden.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "50",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, gelijk een jong koekalf, een jonge vaars, vet, dartel en weelderig.",
     "text1637": "D. gelijck een jonck koe-kalf, eene jonge veerse, vet, dertel, ende weeldich.",
     "text2026": "Dat is, gelijk een jong koekalf, een jonge vaars, vet, dartel en weelderig."
    },
    {
     "marker": "51",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, kerver, houwer. Hebreeuws, de kerving, snijding, versnijding; dat is, de kerver, dien wij noemen slachter of houwer. Zie Job 35:13, en Job 33:6. Job 35:13: Gewisselijk zal God de ijdelheid niet verhoren, en de Almachtige zal die niet aanschouwen. Job 33:6: Zie, ik ben Godes, gelijk gij; uit het leem ben ik ook afgesneden.",
     "text1637": "Ofte, kerver, houwer. Hebr. de kervinge, snijdinge, versnijdinge. D. de kerver, (dien wy noemen, slachter) ofte, houwer. Siet Iob 35. op vers 13. ende 33. op vers 6.",
     "text2026": "Of, kerver, houwer. Hebreeuws, de kerving, snijding, versnijding; dat is, de kerver, die wij noemen slachter of houwer. Zie Job 35:13, en Job 33:6. Job 35:13: Gewisselijk zal God de ijdelheid niet verhoren, en de Almachtige zal die niet aanschouwen. Job 33:6: Zie, ik ben van God, gelijk u; uit het leem ben ik ook afgesneden."
    },
    {
     "marker": "52",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "52 komt, hij komt: Of, de slachter van het noorden, die komt, die komt; dat is, zal gewisselijk en haast komen.",
     "text1637": "Ofte, de slachter van ’t Noorden, die komt, die komt, D. sal gewislick ende haest komen.",
     "text2026": "52 komt, hij komt: Of, de slachter van het noorden, die komt, die komt; dat is, zal gewisselijk en haast komen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "עֶגְלָ֥ה",
     "strongs": "H5697",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "יְפֵֽה",
     "strongs": "H3304",
     "morph": "HAafsa"
    },
    {
     "woord": "פִיָּ֖ה",
     "strongs": "H3304",
     "morph": "HAafsa"
    },
    {
     "woord": "מִצְרָ֑יִם",
     "strongs": "H4714",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "קֶ֥רֶץ",
     "strongs": "H7171",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "מִ/צָּפ֖וֹן",
     "strongs": "H6828",
     "morph": "HR/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "בָּ֥א",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "בָֽא",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "Egypte is een zeer schone<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> vaars; de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> slachter<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> komt, hij komt van het noorden.",
   "textSV1888_html": "Egypte is een zeer schone<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> vaarze; de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> slachter<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> komt, hij komt van het noorden.",
   "text1637_html": "Egypten is een seer schoone <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> veerse: de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> slachter <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> komt, hy komt van ’t Noorden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "vaarze;",
     "new": "vaars;",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 21,
   "textSV1888": "Zelfs haar gehuurden in haar midden zijn als gemeste kalveren; maar die hebben zich ook gewend, zij zijn te zamen gevlucht, zij hebben niet gestaan; want de dag huns verderfs is over hen gekomen, de tijd hunner bezoeking.",
   "text1637": "Selfs hare [53] gehuerde, in haer midden, zijn als [54] gemeste kalvers; maer die [55] hebben sich oock gewendt, sy zijn t’ samen gevlucht, sy en hebben niet gestaen: want de dach haers [56] verderfs is over hen gekomen, de tijt harer [57] besoeckinge.",
   "text2026": "Zelfs haar gehuurden in haar midden zijn als gemeste kalveren; maar die hebben zich ook gewend, zij zijn samen gevlucht, zij hebben niet gestaan; want de dag van hun verderf is over hen gekomen, de tijd van hun bezoeking.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "53",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Die soldaten, die Egypte [die jonge vaars, die weelderige dochter] om geld of soldij gehuurd en aangenomen heeft, die onder haar krijgsvolk zijn.",
     "text1637": "Die soldaten, die Egypten (de jonge veerse, die weeldige dochter) om gelt ofte soudye gehuert ende aengenomen heeft, die onder haer krijchsvolck zijn.",
     "text2026": "Die soldaten, die Egypte [die jonge vaars, die weelderige dochter] om geld of soldij gehuurd en aangenomen heeft, die onder haar krijgsvolk zijn."
    },
    {
     "marker": "54",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "54 gemeste kalveren: Hebreeuws, kalveren der mesting.",
     "text1637": "Hebr. kalvers der mestinge.",
     "text2026": "54 gemeste kalveren: Hebreeuws, kalveren van de mesting."
    },
    {
     "marker": "55",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "55 hebben zich ook gewend: Dat is, zullen zich omwenden, en zo in het volgende.",
     "text1637": "D. sullen sich om wenden ende soo in ’t volgende.",
     "text2026": "55 hebben zich ook gewend: Dat is, zullen zich omwenden, en zo in het volgende."
    },
    {
     "marker": "56",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, van ondergang, dodelijk ongeval.",
     "text1637": "Ofte, ondergancks, dootlicken ongevals.",
     "text2026": "Of, van ondergang, dodelijk ongeval."
    },
    {
     "marker": "57",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, straf; zie Gen. 21:1. Genesis 21:1: En de HEERE bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en de HEERE deed aan Sara, gelijk als Hij gesproken had.",
     "text1637": "D. straffe. siet Gen. 21. op vers 1.",
     "text2026": "Dat is, straf; zie Gen. 21:1. Genesis 21:1: En JAHWEH bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en JAHWEH deed aan Sara, gelijk als Hij gesproken had."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "גַּם",
     "strongs": "H1571",
     "morph": "HTa"
    },
    {
     "woord": "שְׂכִרֶ֤י/הָ",
     "strongs": "H7916",
     "morph": "HAampc/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "בְ/קִרְבָּ/הּ֙",
     "strongs": "H7130",
     "morph": "HR/Ncmsc/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "כְּ/עֶגְלֵ֣י",
     "strongs": "H5695",
     "morph": "HR/Ncmpc"
    },
    {
     "woord": "מַרְבֵּ֔ק",
     "strongs": "H4770",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "גַם",
     "strongs": "H1571",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "הֵ֧מָּה",
     "strongs": "H1992",
     "morph": "HPp3mp"
    },
    {
     "woord": "הִפְנ֛וּ",
     "strongs": "H6437",
     "morph": "HVhp3cp"
    },
    {
     "woord": "נָ֥סוּ",
     "strongs": "H5127",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "יַחְדָּ֖יו",
     "strongs": "H3162",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "לֹ֣א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "עָמָ֑דוּ",
     "strongs": "H5975",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "כִּ֣י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "י֥וֹם",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אֵידָ֛/ם",
     "strongs": "H343",
     "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "בָּ֥א",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "עֲלֵי/הֶ֖ם",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "עֵ֥ת",
     "strongs": "H6256",
     "morph": "HNcbsc"
    },
    {
     "woord": "פְּקֻדָּתָֽ/ם",
     "strongs": "H6486",
     "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "Zelfs haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> gehuurden in haar midden zijn als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> gemeste kalveren; maar die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> hebben zich ook gewend, zij zijn samen gevlucht, zij hebben niet gestaan; want de dag van hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> verderf is over hen gekomen, de tijd van hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> bezoeking.",
   "textSV1888_html": "Zelfs haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> gehuurden in haar midden zijn als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> gemeste kalveren; maar die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> hebben zich ook gewend, zij zijn te zamen gevlucht, zij hebben niet gestaan; want de dag huns<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> verderfs is over hen gekomen, de tijd hunner<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> bezoeking.",
   "text1637_html": "Selfs hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> gehuerde, in haer midden, zijn als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> gemeste kalvers; maer die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> hebben sich oock gewendt, sy zijn t’ samen gevlucht, sy en hebben niet gestaen: want de dach haers <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> verderfs is over hen gekomen, de tijt harer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> besoeckinge.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "te zamen",
     "new": "samen",
     "principe": "V374"
    },
    {
     "old": "huns verderfs",
     "new": "van hun verderf",
     "principe": "V205"
    },
    {
     "old": "hunner",
     "new": "van hun",
     "principe": "N7"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 22,
   "textSV1888": "Haar stem zal gaan als van een slang; want zij zullen met krijgsmacht daarhenen trekken, en tot haar met bijlen komen, gelijk houthouwers.",
   "text1637": "[58] Haer stemme sal gaen als eener slange: want [59] sy sullen met krijchsmacht daer henen trecken, ende tot haer met bijlen komen, gelijck houthouwers.",
   "text2026": "Haar stem zal gaan als van een slang; want zij zullen met krijgsmacht daarheen trekken, en tot haar met bijlen komen, gelijk houthouwers.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "58",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "58 Haar stem zal gaan als van een slang: Dat is, Egypte zal niet meer zo blazen en snorken als tevoren, maar wel klein piepen en ootmoedig spreken, als de Babyloniërs hen zullen overkomen. Vergelijk Jes. 29:4. Jesaja 29:4: Dan zult gij vernederd worden, gij zult uit de aarde spreken, en uw spraak zal uit het stof zachtjes voortkomen; en uw stem zal zijn uit de aarde als van een tovenaar, en uw spraak zal uit het stof piepen.",
     "text1637": "D. Egypten sal niet meer soo blasen ende snorcken als te vooren, maer wel kleyn pijpen, ende ootmoedich spreken, als de Babyloniers haer sullen overkomen. Vergel. Ies. 29.4.",
     "text2026": "58 Haar stem zal gaan als van een slang: Dat is, Egypte zal niet meer zo blazen en snorken als tevoren, maar wel klein piepen en ootmoedig spreken, als de Babyloniërs hen zullen overkomen. Vergelijk Jes. 29:4. Jesaja 29:4: Dan zult u vernederd worden, u zult uit de aarde spreken, en uw spraak zal uit het stof zachtjes voortkomen; en uw stem zal zijn uit de aarde als van een tovenaar, en uw spraak zal uit het stof piepen."
    },
    {
     "marker": "59",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "De Babyloniërs.",
     "text1637": "De Babyloniers.",
     "text2026": "De Babyloniërs."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "קוֹלָ֖/הּ",
     "strongs": "H6963",
     "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "כַּ/נָּחָ֣שׁ",
     "strongs": "H5175",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "יֵלֵ֑ךְ",
     "strongs": "H3212",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "כִּֽי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "בְ/חַ֣יִל",
     "strongs": "H2428",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "יֵלֵ֔כוּ",
     "strongs": "H3212",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/קַרְדֻּמּוֹת֙",
     "strongs": "H7134",
     "morph": "HC/R/Ncbpa"
    },
    {
     "woord": "בָּ֣אוּ",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "לָ֔/הּ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "כְּ/חֹטְבֵ֖י",
     "strongs": "H2404",
     "morph": "HR/Vqrmpc"
    },
    {
     "woord": "עֵצִֽים",
     "strongs": "H6086",
     "morph": "HNcmpa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> Haar stem zal gaan als van een slang; want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> zij zullen met krijgsmacht daarheen trekken, en tot haar met bijlen komen, gelijk houthouwers.",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> Haar stem zal gaan als van een slang; want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> zij zullen met krijgsmacht daarhenen trekken, en tot haar met bijlen komen, gelijk houthouwers.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> Haer stemme sal gaen als eener slange: want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> sy sullen met krijchsmacht daer henen trecken, ende tot haer met bijlen komen, gelijck houthouwers.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "daarhenen",
     "new": "daarheen",
     "principe": "V223"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 23,
   "textSV1888": "Zij hebben haar woud afgehouwen, spreekt de HEERE, hoewel het niet is te onderzoeken; want zij zijn meerder dan de sprinkhanen, zodat men hen niet tellen kan.",
   "text1637": "Sy hebben haer [60] wout afgehouwen, spreeckt de HEERE, hoewel het niet en is te [61] ondersoecken: want sy zijn meerder dan de sprinckhanen, so datmense [62] niet tellen en kan.",
   "text2026": "Zij hebben haar woud afgehouwen, spreekt JAHWEH, hoewel het niet is te onderzoeken; want zij zijn meerder dan de sprinkhanen, zodat men hen niet tellen kan.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "60",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, de steden en dorpen, idem het volk, of de krijgslieden van Egypte, die vanwege de dichte menigte der mensen bij een woud vol bomen worden vergeleken; vergelijk Jes. 10:18, 10:19. Jesaja 10:18: Ook zal Hij verteren de heerlijkheid zijns wouds en zijns vruchtbaren velds; van de ziel af, tot het vlees toe; en hij zal zijn, gelijk als wanneer een vaandrager versmelt. Jesaja 10:19: En de overgebleven bomen zijns wouds zullen weinig in getal zijn, ja, een jongen zou ze opschrijven.",
     "text1637": "D. de steden ende dorpen, item het volck, ofte, de krijchslieden van Egypten, die van wegen de dichte menichte der menschen by een wout vol bomen worden vergeleken. Vergel. Ies. 10.18, 19.",
     "text2026": "Dat is, de steden en dorpen, idem het volk, of de krijgslieden van Egypte, die vanwege de dichte menigte van de mensen bij een woud vol bomen worden vergeleken; vergelijk Jes. 10:18, 10:19. Jesaja 10:18: Ook zal Hij verteren de heerlijkheid zijn wouds en zijn vruchtbaren velds; van de ziel af, tot het vlees toe; en hij zal zijn, gelijk als wanneer een vaandrager versmelt. Jesaja 10:19: En de overgebleven bomen zijn wouds zullen weinig in getal zijn, ja, een jongen zou ze opschrijven."
    },
    {
     "marker": "61",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Te weten het getal der bomen, dat is der mensen.",
     "text1637": "T.w. het getal der boomen. D. der menschen.",
     "text2026": "Te weten het getal van de bomen, dat is van de mensen."
    },
    {
     "marker": "62",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "62 hen niet tellen kan: Hebreeuws, zij hebben geen getal; alzo Richt. 6:5. Richteren 6:5: Want zij kwamen op met hun vee en hun tenten; zij kwamen gelijk de sprinkhanen in menigte, dat men hen en hun kemelen niet tellen kon; en zij kwamen in het land, om dat te verderven.",
     "text1637": "Hebr. sy hebben geen getal: alsoo Iud. 6. op vers 5.",
     "text2026": "62 hen niet tellen kan: Hebreeuws, zij hebben geen getal; zo Richt. 6:5. Richteren 6:5: Want zij kwamen op met hun vee en hun tenten; zij kwamen gelijk de sprinkhanen in menigte, dat men hen en hun kamelen niet tellen kon; en zij kwamen in het land, om dat te verderven."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כָּרְת֤וּ",
     "strongs": "H3772",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "יַעְרָ/הּ֙",
     "strongs": "H3293",
     "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "כִּ֖י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "לֹ֣א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "יֵֽחָקֵ֑ר",
     "strongs": "H2713",
     "morph": "HVNi3ms"
    },
    {
     "woord": "כִּ֤י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "רַבּוּ֙",
     "strongs": "H7231",
     "morph": "HVqp3cp"
    },
    {
     "woord": "מֵֽ/אַרְבֶּ֔ה",
     "strongs": "H697",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֵ֥ין",
     "strongs": "H369",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "לָ/הֶ֖ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "מִסְפָּֽר",
     "strongs": "H4557",
     "morph": "HNcmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Zij hebben haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> woud afgehouwen, spreekt JAHWEH, hoewel het niet is te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> onderzoeken; want zij zijn meerder dan de sprinkhanen, zodat men<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> hen niet tellen kan.",
   "textSV1888_html": "Zij hebben haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> woud afgehouwen, spreekt de HEERE, hoewel het niet is te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> onderzoeken; want zij zijn meerder dan de sprinkhanen, zodat men<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> hen niet tellen kan.",
   "text1637_html": "Sy hebben haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> wout afgehouwen, spreeckt de HEERE, hoewel het niet en is te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> ondersoecken: want sy zijn meerder dan de sprinckhanen, so datmense <sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> niet tellen en kan.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE,",
     "new": "JAHWEH,",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 24,
   "textSV1888": "De dochter van Egypte is beschaamd; zij is gegeven in de hand des volks van het noorden.",
   "text1637": "De dochter van Egypten is beschaemt: sy is gegeven in de hant des volcx van ’t [63] Noorden.",
   "text2026": "De dochter van Egypte is beschaamd; zij is gegeven in de hand van het volk van het noorden.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "63",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, der Babyloniërs.",
     "text1637": "D. der Babyloniers.",
     "text2026": "Dat is, van de Babyloniërs."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הֹבִ֖ישָׁה",
     "strongs": "H3001",
     "morph": "HVhp3fs"
    },
    {
     "woord": "בַּת",
     "strongs": "H1323",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "מִצְרָ֑יִם",
     "strongs": "H4714",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "נִתְּנָ֖ה",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVNp3fs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/יַ֥ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "עַם",
     "strongs": "H5971",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "צָפֽוֹן",
     "strongs": "H6828",
     "morph": "HNcfsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "De dochter van Egypte is beschaamd; zij is gegeven in de hand van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> volk van het noorden.",
   "textSV1888_html": "De dochter van Egypte is beschaamd; zij is gegeven in de hand des volks van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> noorden.",
   "text1637_html": "De dochter van Egypten is beschaemt: sy is gegeven in de hant des volcx van ’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> Noorden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "des volks",
     "new": "van het volk",
     "principe": "N3"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 25,
   "textSV1888": "De HEERE der heirscharen, de God Israëls, zegt: Ziet, Ik zal bezoeking doen over de menigte van No, en over Farao, en over Egypte, en over haar goden, en over haar koningen, ja, over Farao, en over degenen, die op hem vertrouwen.",
   "text1637": "De HEERE der heyrscharen, de Godt Israëls, seyt; Siet ick sal besoeckinge doen over de [64] menichte van No, ende over Pharao, ende over Egypten, ende over hare Goden, ende over hare [65] Coningen: Ia over Pharao, ende over de gene die op hem vertrouwen.",
   "text2026": "JAHWEH van de legermachten, de God van Israël, zegt: Zie, Ik zal bezoeking doen over de menigte van No, en over Farao, en over Egypte, en over haar goden, en over haar koningen, ja, over Farao, en over degenen, die op hem vertrouwen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "64",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, gemeen volk. Het Hebreeuwse woord Amon wordt ook alzo in dit boek genomen, onder Jer. 52:15, voor Hamon; dat is, menigte, hoop volks, of schare, die door gewoel en menigte gedruis maakt; vergelijk Ezech. 30:15, gelijk dan de stad No, dat is, naar het algemeen gevoelen, Alexandrië, een zeer vermaarde volkrijke zee- en koopstad in Egypte was. Anders betekent Amon een voeder, voedsterheer, of voedsterling, die iemand voedt en opkweekt, of van iemand gevoed wordt; waarom sommigen hier overzetten: De voedsterheer, of de voedsterlingen; dat is, zich generen van No, gelijk zulks ook met waarheid van grote koopsteden gezegd mag worden, dat vele mensen daarvan leven; vergelijk Nah. 3:8. Jeremia 52:15: Van de armsten nu des volks en het overige des volks, die in de stad overgelaten waren, en de afvalligen, die tot den koning van Babel gevallen waren, en het overige der menigte, voerde Nebuzaradan, de overste der trawanten, gevankelijk weg. Ezechiël 30:15: En Ik zal Mijn grimmigheid uitgieten over Sin, de sterkte van Egypte; en Ik zal de menigte van No uitroeien. Nahum 3:8: Zijt gij beter dan No, de volkrijke, gelegen in de rivieren? die rondom henen water heeft, welker voormuur de zee is, haar muur is van zee.",
     "text1637": "Ofte, gemeen volck. het Hebr. woort Amon, wort oock alsoo in dit boeck genomen ond. 52.15. voor Hamon. D. menichte, hoop volcks, ofte, schare, die door gewoel ende menichte gedruys maeckt: vergel. Ezec. 30.15. gelijck dan de stadt No, D. nae’t gemeen gevoelen, Alexandria, een seer vermaerde volckrijcke zee ende coopstadt in Egypten was. anders beteeckent, Amon, een voeder, voesterheer, ofte, voesterlinck, die yemant voet ende opqueect, ofte van yemant gevoedt wort: daerom sommige hier oversetten: den voesterheer, ofte, de voesterlingen, D. die haer geneeren van No, gelijck sulcx oock met waerheyt van groote koopsteden geseyt mach worden, dat vele menschen daer van leven. Vergel. Nah. 3.8.",
     "text2026": "Of, gemeen volk. Het Hebreeuwse woord Amon wordt ook zo in dit boek genomen, onder Jer. 52:15, voor Hamon; dat is, menigte, hoop volks, of schare, die door gewoel en menigte gedruis maakt; vergelijk Ez. 30:15, gelijk dan de stad No, dat is, naar het algemeen gevoelen, Alexandrië, een zeer vermaarde volkrijke zee- en koopstad in Egypte was. Anders betekent Amon een voeder, voedsterheer, of voedsterling, die iemand voedt en opkweekt, of van iemand gevoed wordt; waarom sommigen hier overzetten: De voedsterheer, of de voedsterlingen; dat is, zich generen van No, gelijk zulks ook met waarheid van grote koopsteden gezegd mag worden, dat vele mensen daarvan leven; vergelijk Nah. 3:8. Jeremia 52:15: Van de armsten nu van het volk en het overige van het volk, die in de stad overgelaten waren, en de afvalligen, die tot de koning van Babel gevallen waren, en het overige van de menigte, voerde Nebuzaradan, de overste van de trawanten, gevankelijk weg. Ezechiël 30:15: En Ik zal Mijn grimmigheid uitgieten over Sin, de sterkte van Egypte; en Ik zal de menigte van No uitroeien. Nahum 3:8: Zijt u beter dan No, de volkrijke, gelegen in de rivieren? die rondom heen water heeft, van welke voormuur de zee is, haar muur is van zee."
    },
    {
     "marker": "65",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, niet alleen dezen koning, maar ook zijne navolgers, of de vorsten en regenten van Egypte, die op hun koning vertrouwden, en mede als kleine koningen in zo een machtig koninkrijk waren; vergelijk boven Jer. 19:3, en wijders Gen. 14:1, en Deut. 33:5; idem Joz. 12:9, enz. Jeremia 19:3: En zeg: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem! Alzo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Ziet, Ik zal een kwaad brengen over deze plaats, van hetwelk een ieder, die het hoort, zijn oren klinken zullen; Genesis 14:1: En het geschiedde in de dagen van Amrafel, den koning van Sinear, van Arioch, den koning van Ellasar, van Kedor-laomer, den koning van Elam, en van Tideal, den koning der volken; Deuteronomium 33:5: En Hij was koning in Jeschurun, als de hoofden des volks zich vergaderden, samen met de stammen Israëls. Jozua 12:9: De koning van Jericho, een; de koning van Ai, die ter zijde van Beth-El is, een;",
     "text1637": "D. niet alleen desen Coninck, maer oock sijne navolgers, ofte, de Vorsten ende regenten van Egypten die op haren Coninck vertrouwden, ende mede als kleyne Coningen in soo een machtich Coninckrijck waren. Vergel. bov. 19. op vers 3. ende wijders Gen. 14. op vers 1. ende Deut. 33. op vers 5. item Ios. 12.9, etc.",
     "text2026": "Dat is, niet alleen deze koning, maar ook zijn navolgers, of de vorsten en regenten van Egypte, die op hun koning vertrouwden, en mee als kleine koningen in zo een machtig koninkrijk waren; vergelijk boven Jer. 19:3, en verder Gen. 14:1, en Deut. 33:5; idem Joz. 12:9, enz. Jeremia 19:3: En zeg: Hoort van JAHWEH woord, u koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem! Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Ziet, Ik zal een kwaad brengen over deze plaats, van dat een ieder, die het hoort, zijn oren klinken zullen; Genesis 14:1: En het geschiedde in de dagen van Amrafel, de koning van Sinear, van Arioch, de koning van Ellasar, van Kedor-laomer, de koning van Elam, en van Tideal, de koning van de volken; Deuteronomium 33:5: En Hij was koning in Jeschurun, als de hoofden van het volk zich vergaderden, samen met de stammen van Israël. Jozua 12:9: De koning van Jericho, een; de koning van Ai, die ter zijde van Beth-El is, een;"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אָמַר֩",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֨ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "צְבָא֜וֹת",
     "strongs": "H6635",
     "morph": "HNcbpa"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֗ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "הִנְ/נִ֤י",
     "strongs": "H2005",
     "morph": "HTm/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "פוֹקֵד֙",
     "strongs": "H6485",
     "morph": "HVqrmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "אָמ֣וֹן",
     "strongs": "H528",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מִ/נֹּ֔א",
     "strongs": "H4996",
     "morph": "HR/Np"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "פַּרְעֹה֙",
     "strongs": "H6547",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "מִצְרַ֔יִם",
     "strongs": "H4714",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהֶ֖י/הָ",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "מְלָכֶ֑י/הָ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmpc/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַ֨ל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "פַּרְעֹ֔ה",
     "strongs": "H6547",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/עַ֥ל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "הַ/בֹּטְחִ֖ים",
     "strongs": "H982",
     "morph": "HTd/Vqrmpa"
    },
    {
     "woord": "בּֽ/וֹ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>JAHWEH van de legermachten, de God van Israël, zegt: <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Ik zal bezoeking doen over de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> menigte van No, en over Farao, en over Egypte, en over haar goden, en over haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> koningen, ja, over Farao, en over degenen, die op hem vertrouwen.</i></span></i></span>",
   "textSV1888_html": "De HEERE der heirscharen, de God Israëls, zegt: Ziet, Ik zal bezoeking doen over de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> menigte van No, en over Farao, en over Egypte, en over haar goden, en over haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> koningen, ja, over Farao, en over degenen, die op hem vertrouwen.",
   "text1637_html": "De HEERE der heyrscharen, de Godt Israëls, seyt; Siet ick sal besoeckinge doen over de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> menichte van No, en<i>de</i> over Pharao, ende over Egypte<i>n</i>, ende over hare Goden, ende over hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> Coningen: Ia over Pharao, ende over de gene die op hem vertrouwen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "De HEERE der heirscharen,",
     "new": "JAHWEH van de legermachten,",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "Israëls,",
     "new": "van Israël,",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "Ziet,",
     "new": "Zie,",
     "principe": "V1158"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 26,
   "textSV1888": "En Ik zal hen geven in de hand dergenen, die hunlieder ziel zoeken, en in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en in de hand zijner knechten. Maar daarna zal zij bewoond worden als in de dagen van ouds, spreekt de HEERE.",
   "text1637": "Ende ick salse geven in de hant der gener die haerlieder [66] ziele soecken, ende in de hant Nebucadrezars, des Conincks van Babel, ende in de hant sijner knechten: Maer daerna [67] salse [68] bewoont worden als [in] de dagen van outs, spreeckt de HEERE.",
   "text2026": "En Ik zal hen geven in de hand van degenen, die hun ziel zoeken, en in de hand van Nebukadrezar, de koning van Babel, en in de hand van zijn knechten. Maar daarna zal zij bewoond worden als in de dagen van ouds, spreekt JAHWEH.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "66",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "66 hunlieder ziel zoeken: Dat is, die naar hun leven staan; gelijk boven dikwijls.",
     "text1637": "D. die nae haer leven staen: als bov. dickwijls.",
     "text2026": "66 hunlieder ziel zoeken: Dat is, die naar hun leven staan; gelijk boven dikwijls."
    },
    {
     "marker": "67",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Namelijk de dochter van Egypte, dat is Egypteland. Zie vers 24, en vers 11 met de aantekening. Jeremia 46:24: De dochter van Egypte is beschaamd; zij is gegeven in de hand des volks van het noorden. Jeremia 46:11: Ga henen op naar Gilead, en haal balsem, gij jonkvrouw, dochter van Egypte! Tevergeefs vermenigvuldigt gij de medicijnen, er is geen heling voor u.",
     "text1637": "N. de dochter van Egypten, D. Egypten-lant. siet vers 24. ende 11. met d’aenteeck.",
     "text2026": "Namelijk de dochter van Egypte, dat is Egypteland. Zie vers 24, en vers 11 met de aantekening. Jeremia 46:24: De dochter van Egypte is beschaamd; zij is gegeven in de hand van het volk van het noorden. Jeremia 46:11: Ga heen op naar Gilead, en haal balsem, u jonkvrouw, dochter van Egypte! Tevergeefs vermenigvuldigt u de medicijnen, er is geen heling voor u."
    },
    {
     "marker": "68",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "68 bewoond worden: Vergelijk Ezech. 29:11, 29:13, 29:14, en zie het tegendeel van Babel, onder Jer. 50:39. Ezechiël 29:11: Geen mensenvoet zal door hetzelve doorgaan, en geen beestenvoet zal door hetzelve doorgaan, en het zal veertig jaren onbewoond zijn. Ezechiël 29:13: Maar zo zegt de Heere HEERE: Ten einde van veertig jaren zal Ik de Egyptenaars vergaderen uit de volken, waarhenen zij verstrooid zijn geworden. Ezechiël 29:14: En Ik zal de gevangenis der Egyptenaren wenden, en hen wederbrengen in het land van Pathros, in het land huns koophandels; en aldaar zullen zij een nederig koninkrijk zijn. Jeremia 50:39: Daarom zo zullen de wilde dieren der woestijnen met de wilde dieren der eilanden daarin wonen; ook zullen de jonge struisen daarin wonen; en men zal er geen verblijf meer hebben in eeuwigheid, en zij zal niet bewoond worden van geslacht tot geslacht.",
     "text1637": "Vergel. Ezech. 29.11, 13, 14. ende siet het contrarie, van Babel, ond. 50.39.",
     "text2026": "68 bewoond worden: Vergelijk Ez. 29:11, 29:13, 29:14, en zie het tegendeel van Babel, onder Jer. 50:39. Ezechiël 29:11: Geen mensenvoet zal door hetzelfde doorgaan, en geen beestenvoet zal door hetzelfde doorgaan, en het zal veertig jaren onbewoond zijn. Ezechiël 29:13: Maar zo zegt de Heer JAHWEH: Ten einde van veertig jaren zal Ik de Egyptenaars vergaderen uit de volken, waarhenen zij verstrooid zijn geworden. Ezechiël 29:14: En Ik zal de gevangenis van de Egyptenaren wenden, en hen wederbrengen in het land van Pathros, in het land huns koophandels; en daar zullen zij een nederig koninkrijk zijn. Jeremia 50:39: Daarom zo zullen de wilde dieren van de woestijnen met de wilde dieren van de eilanden daarin wonen; ook zullen de jonge struisen daarin wonen; en men zal er geen verblijf meer hebben in eeuwigheid, en zij zal niet bewoond worden van geslacht tot geslacht."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וּ/נְתַתִּ֗י/ם",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HC/Vqq1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "בְּ/יַד֙",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "מְבַקְשֵׁ֣י",
     "strongs": "H1245",
     "morph": "HVprmpc"
    },
    {
     "woord": "נַפְשָׁ֔/ם",
     "strongs": "H5315",
     "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/יַ֛ד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HC/R/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "נְבֽוּכַדְרֶאצַּ֥ר",
     "strongs": "H5019",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "מֶֽלֶךְ",
     "strongs": "H4428",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "בָּבֶ֖ל",
     "strongs": "H894",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/יַד",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HC/R/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "עֲבָדָ֑י/ו",
     "strongs": "H5650",
     "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/אַחֲרֵי",
     "strongs": "H310",
     "morph": "HC/R"
    },
    {
     "woord": "כֵ֛ן",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "תִּשְׁכֹּ֥ן",
     "strongs": "H7931",
     "morph": "HVqi3fs"
    },
    {
     "woord": "כִּֽ/ימֵי",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HR/Ncmpc"
    },
    {
     "woord": "קֶ֖דֶם",
     "strongs": "H6924",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָֽה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal hen geven in de hand van degenen, die hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> ziel zoeken, en in de hand van Nebukadrezar, de koning van Babel, en in de hand van zijn knechten. Maar daarna<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> zij bewoond worden als in de dagen van ouds, spreekt JAHWEH.</i></span>",
   "textSV1888_html": "En Ik zal hen geven in de hand dergenen, die hunlieder<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> ziel zoeken, en in de hand van Nebukadrezar, den koning van Babel, en in de hand zijner knechten. Maar daarna<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> zij bewoond worden als in de dagen van ouds, spreekt de HEERE.",
   "text1637_html": "Ende ick salse geven in de hant der gener die haerlieder <sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> ziele soecken, ende in de hant Nebucadrezars, des Conincks van Babel, ende in de hant sijner knechten: Maer daerna <sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> salse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> bewoont worden als [in] de dagen van outs, spreeckt de HEERE.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "dergenen,",
     "new": "van degenen,",
     "principe": "V302"
    },
    {
     "old": "hunlieder",
     "new": "hun",
     "principe": "V329"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "zijner",
     "new": "van zijn",
     "principe": "N7"
    },
    {
     "old": "de HEERE.",
     "new": "JAHWEH.",
     "principe": "G1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 27,
   "textSV1888": "Maar gij, Mijn knecht Jakob! vrees niet, en ontzet u niet, o Israël! want zie, Ik zal u verlossen uit verre landen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en niemand zal hem verschrikken.",
   "text1637": "Maer [d] ghy, mijn knecht Iacob, en vreest niet, ende en ontset u niet, ô Israël; want siet ick sal u verlossen uyt verre [landen], ende u [69] zaet uyt den lande harer gevanckenisse: ende Iacob sal wederkomen, ende stille ende gerust zijn, ende niemant en sal [hem] [70] verschricken.",
   "text2026": "Maar u, Mijn knecht Jakob! vrees niet, en ontzet u niet, o Israël! want zie, Ik zal u verlossen uit verre landen, en uw zaad uit het land van hun gevangenis; en Jakob zal terugkomen, en stil en gerust zijn, en niemand zal hem verschrikken.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "69",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is nakomelingen.",
     "text1637": "D. nakomelingen.",
     "text2026": "Dat is nakomelingen."
    },
    {
     "marker": "70",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, sidderen, beven.",
     "text1637": "Ofte, doen zitteren, beven.",
     "text2026": "Of, sidderen, beven."
    },
    {
     "marker": "d",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jes. 41:13; Jes. 43:5; Jes. 44:1; Jer. 30:10. Jesaja 41:13: Want Ik, de HEERE, uw God, grijp uw rechterhand aan, Die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u. Jesaja 43:5: Vrees niet, want Ik ben met u; Ik zal uw zaad van den opgang brengen, en Ik zal u verzamelen van den ondergang. Jesaja 44:1: Maar hoor nu Mijn knecht Jakob, en Israël, dien Ik verkoren heb! Jeremia 30:10: Gij dan, vrees niet, o Mijn knecht Jakob! spreekt de HEERE, ontzet u niet, Israël! want zie, Ik zal u uit verre landen verlossen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en er zal niemand zijn, die hem verschrikke.",
     "text1637": "Ies. 41.13. ende 43.5. ende 44.1. Ier. 30.10.",
     "text2026": "Jes. 41:13; Jes. 43:5; Jes. 44:1; Jer. 30:10. Jesaja 41:13: Want Ik, JAHWEH, uw God, grijp uw rechterhand aan, Die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u. Jesaja 43:5: Vrees niet, want Ik ben met u; Ik zal uw zaad van de opgang brengen, en Ik zal u verzamelen van de ondergang. Jesaja 44:1: Maar hoor nu Mijn knecht Jakob, en Israël, die Ik gekozen heb! Jeremia 30:10: U dan, vrees niet, o Mijn knecht Jakob! spreekt JAHWEH, ontzet u niet, Israël! want zie, Ik zal u uit verre landen verlossen, en uw zaad uit het land hun gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en er zal niemand zijn, die hem verschrikke."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וְ֠/אַתָּה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HC/Pp2ms"
    },
    {
     "woord": "אַל",
     "strongs": "H408",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "תִּירָ֞א",
     "strongs": "H3372",
     "morph": "HVqj2ms"
    },
    {
     "woord": "עַבְדִּ֤/י",
     "strongs": "H5650",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יַֽעֲקֹב֙",
     "strongs": "H3290",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/אַל",
     "strongs": "H408",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "תֵּחַ֣ת",
     "strongs": "H2865",
     "morph": "HVNj2ms"
    },
    {
     "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
     "strongs": "H3478",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "כִּ֠י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "הִנְ/נִ֤י",
     "strongs": "H2005",
     "morph": "HTm/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "מוֹשִֽׁעֲ/ךָ֙",
     "strongs": "H3467",
     "morph": "HVhrmsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "מֵֽ/רָח֔וֹק",
     "strongs": "H7350",
     "morph": "HR/Aamsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶֽת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To"
    },
    {
     "woord": "זַרְעֲ/ךָ֖",
     "strongs": "H2233",
     "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אֶ֣רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "שִׁבְיָ֑/ם",
     "strongs": "H7628",
     "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "וְ/שָׁ֧ב",
     "strongs": "H7725",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    },
    {
     "woord": "יַעֲק֛וֹב",
     "strongs": "H3290",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/שָׁקַ֥ט",
     "strongs": "H8252",
     "morph": "HC/Vqq3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/שַׁאֲנַ֖ן",
     "strongs": "H7599",
     "morph": "HC/Vkp3ms"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֵ֥ין",
     "strongs": "H369",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "מַחֲרִֽיד",
     "strongs": "H2729",
     "morph": "HVhrmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> u, Mijn knecht Jakob! vrees niet, en ontzet u niet, o Israël! want zie, Ik zal u verlossen uit verre landen, en uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> zaad uit het land van hun gevangenis; en Jakob zal terugkomen, en stil en gerust zijn, en niemand zal hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> verschrikken.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> gij, Mijn knecht Jakob! vrees niet, en ontzet u niet, o Israël! want zie, Ik zal u verlossen uit verre landen, en uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en niemand zal hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> verschrikken.",
   "text1637_html": "Maer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> ghy, mijn knecht Iacob, en vreest niet, ende en ontset u niet, ô Israël; want siet ick sal u verlossen uyt verre [landen], ende u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> zaet uyt den lande harer gevanckenisse: ende Iacob sal wederkomen, ende stille ende gerust zijn, ende niemant en sal [hem] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> verschricken.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "gij,",
     "new": "u,",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "hunner",
     "new": "van hun",
     "principe": "N7"
    },
    {
     "old": "wederkomen,",
     "new": "terugkomen,",
     "principe": "V769"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 28,
   "textSV1888": "Gij dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt de HEERE; want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, doch met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden.",
   "text1637": "Ghy [dan], mijn knecht Iacob, en vreest niet, spreeckt de HEERE; want ick ben met u: want ick sal eene [71] voleyndinge maken met alle de heydenen, daer ick u henen gedreven sal hebben, doch met u en sal ick geene voleyndinge maken, maer u [e] castijden met [72] mate, ende u [73] niet gantsch ontschuldich houden.",
   "text2026": "U dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt JAHWEH; want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarheen Ik u gedreven zal hebben, maar met u zal Ik geen voleinding maken, maar u straffen met mate, en u niet geheel onschuldig houden.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "71",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "71 voleinding maken: Zie boven Jer. 4:27. Jeremia 4:27: Want zo zegt de HEERE: Dit ganse land zal een woestijn zijn (doch Ik zal geen voleinding maken);",
     "text1637": "Siet bov. 4. op vers 27.",
     "text2026": "71 voleinding maken: Zie boven Jer. 4:27. Jeremia 4:27: Want zo zegt JAHWEH: Dit gehele land zal een woestijn zijn (maar Ik zal geen voleinding maken);"
    },
    {
     "marker": "72",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie boven Jer. 10:24. Jeremia 10:24: Kastijd mij, HEERE! doch met mate; niet in Uw toorn, opdat Gij mij niet te niet maakt.",
     "text1637": "Siet bov. 10. op vers 24.",
     "text2026": "Zie boven Jer. 10:24. Jeremia 10:24: Kastijd mij, JAHWEH! maar met mate; niet in Uw toorn, opdat U mij niet te niet maakt."
    },
    {
     "marker": "73",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "73 niet gans onschuldig houden: Hebreeuws, onschuldig houdende, niet onschuldig houden; gelijk boven Jer. 30:11; dat is, ten enenmale ongestraft laten. Jeremia 30:11: Want Ik ben met u, spreekt de HEERE, om u te verlossen; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u verstrooid heb; maar met u zal Ik geen voleinding maken; maar Ik zal u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden.",
     "text1637": "Hebr. onschuldich houdende, niet onschuldich houden. als bov. 30.11. D. niet t’eenemael ongestraft laten.",
     "text2026": "73 niet geheel onschuldig houden: Hebreeuws, onschuldig houdende, niet onschuldig houden; gelijk boven Jer. 30:11; dat is, ten enenmale ongestraft laten. Jeremia 30:11: Want Ik ben met u, spreekt JAHWEH, om u te verlossen; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u verstrooid heb; maar met u zal Ik geen voleinding maken; maar Ik zal u kastijden met mate, en u niet geheel onschuldig houden."
    },
    {
     "marker": "e",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Jer. 10:24; Jer. 30:11. Jeremia 10:24: Kastijd mij, HEERE! doch met mate; niet in Uw toorn, opdat Gij mij niet te niet maakt. Jeremia 30:11: Want Ik ben met u, spreekt de HEERE, om u te verlossen; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u verstrooid heb; maar met u zal Ik geen voleinding maken; maar Ik zal u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden.",
     "text1637": "Ierem. 10.24. ende 30.11.",
     "text2026": "Jer. 10:24; Jer. 30:11. Jeremia 10:24: Kastijd mij, JAHWEH! maar met mate; niet in Uw toorn, opdat U mij niet te niet maakt. Jeremia 30:11: Want Ik ben met u, spreekt JAHWEH, om u te verlossen; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u verstrooid heb; maar met u zal Ik geen voleinding maken; maar Ik zal u kastijden met mate, en u niet geheel onschuldig houden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אַ֠תָּה",
     "strongs": "H859",
     "morph": "HPp2ms"
    },
    {
     "woord": "אַל",
     "strongs": "H408",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "תִּירָ֞א",
     "strongs": "H3372",
     "morph": "HVqj2ms"
    },
    {
     "woord": "עַבְדִּ֤/י",
     "strongs": "H5650",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יַֽעֲקֹב֙",
     "strongs": "H3290",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "נְאֻם",
     "strongs": "H5002",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "כִּ֥י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אִתְּ/ךָ֖",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "אָ֑נִי",
     "strongs": "H589",
     "morph": "HPp1cs"
    },
    {
     "woord": "כִּי֩",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אֶעֱשֶׂ֨ה",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "כָלָ֜ה",
     "strongs": "H3617",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/כָֽל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ/גּוֹיִ֣ם",
     "strongs": "H1471",
     "morph": "HTd/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֧ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "הִדַּחְתִּ֣י/ךָ",
     "strongs": "H5080",
     "morph": "HVhp1cs/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "שָׁ֗מָּ/ה",
     "strongs": "H8033",
     "morph": "HD/Sd"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֹֽתְ/ךָ֙",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HC/To/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "לֹא",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "אֶעֱשֶׂ֣ה",
     "strongs": "H6213",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "כָלָ֔ה",
     "strongs": "H3617",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/יִסַּרְתִּ֨י/ךָ֙",
     "strongs": "H3256",
     "morph": "HC/Vpq1cs/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "לַ/מִּשְׁפָּ֔ט",
     "strongs": "H4941",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/נַקֵּ֖ה",
     "strongs": "H5352",
     "morph": "HC/Vpa"
    },
    {
     "woord": "לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "אֲנַקֶּֽ/ךָּ",
     "strongs": "H5352",
     "morph": "HVpi1cs/Sp2ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>U dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt JAHWEH; want Ik ben met u; want Ik zal een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> voleinding maken met al de heidenen, waarheen Ik u gedreven zal hebben, maar met u zal Ik geen voleinding maken, maar u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> straffen met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> mate, en u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> niet geheel onschuldig houden.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Gij dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt de HEERE; want Ik ben met u; want Ik zal een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, doch met u zal Ik geen voleinding maken, maar u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> kastijden met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> mate, en u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> niet gans onschuldig houden.",
   "text1637_html": "Ghy [dan], mijn knecht Iacob, en vreest niet, spreeckt de HEERE; want ick ben met u: want ick sal eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> voleyndinge maken met alle de heydenen, daer ick u henen gedreven sal hebben, doch met u en sal ick geene voleyndinge maken, maer u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> castijden met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> mate, ende u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> niet gantsch ontschuldich houden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "de HEERE;",
     "new": "JAHWEH;",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "waarhenen",
     "new": "waarheen",
     "principe": "V232"
    },
    {
     "old": "doch",
     "new": "maar",
     "principe": "V1"
    },
    {
     "old": "kastijden",
     "new": "straffen",
     "principe": "V787"
    },
    {
     "old": "gans",
     "new": "geheel",
     "principe": "V414"
    }
   ]
  }
 ],
 "chapterIntro": {
  "text1637": "Tytel der volgende prophetyen, vers 1. prophetye van de nederlage des Conincks van Egypten, Pharao Necho, 2. ende wijders vande geheele verwoestinge van Egypten door Nebucadrezar, met eene bygevoegde belofte, 13. Godts volck wort getroost in hare kastijdingen, 27.",
  "text2026": "Titel van de volgende profetieën, vers 1. profetie over de nederlaag van de koning van Egypte, Farao Necho, 2. en verder over de gehele verwoesting van Egypte door Nebukadrezar, met een bijgevoegde belofte, 13. Gods volk wordt getroost in hun kastijdingen, 27."
 }
}
