{
  "number": 42,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal het recht den heidenen voortbrengen.",
      "text1637": "[1] SIet mijn knecht, [2] dien ick ondersteune, mijn uytverkoren [in den welcken] mijne ziele [a] een welbehagen heeft: [b] Ick hebbe [3] mijnen Geest op hem gegeven, [4] hy sal het recht [5] den heydenen [6] voortbrengen.",
      "text2026": "Zie, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal het recht aan de heidenen voortbrengen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ziet, Mijn Knecht: Dit spreekt God de Vader van zijnen Zoon Christus, dien Hij zijnen knecht noemt, te dien aanzien, dat Christus, als onze Middelaar, de gedaante eens knechts heeft aangenomen. Vergelijk Jes. 53:11 ; Matth. 12:18 ; Filipp. 2:6 , 2:7 , 2:8 . Jesaja 53:11 : Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen. Mattheüs 12:18 : Ziet, Mijn Knecht, Welken Ik verkoren heb, Mijn Beminde, in Welken Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal Mijn Geest op Hem leggen, en Hij zal het oordeel den heidenen verkondigen. Filippensen 2:6 : Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; Filippensen 2:7 : Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; Filippensen 2:8 : En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.",
          "text1637": "Dit spreeckt Godt de Vader van sijnen sone Christo, den welcken hy sijnen knecht noemt, ten dien aensien, dat Christus, als onse Middelaer, de gedaente eenes knechts heeft aengenomen. Vergel. Ies. 53.11. Matt. 12.11. Phil. 2. versen 6, 7, 8.",
          "text2026": "Ziet, Mijn Knecht: Dit spreekt God de Vader van zijn Zoon Christus, die Hij zijn knecht noemt, te die aanzien, dat Christus, als onze Middelaar, de gedaante van een knecht heeft aangenomen. Vergelijk Jes. 53:11 ; Matt. 12:18 ; Fil. 2:6 , 2:7 , 2:8 . Jesaja 53:11 : Om de arbeid Zijn ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen. Mattheüs 12:18 : Ziet, Mijn Knecht, Welke Ik gekozen heb, Mijn Beminde, in Welke Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal Mijn Geest op Hem leggen, en Hij zal het oordeel de heidenen verkondigen. Filippenzen 2:6 : Die in de gestalte van God zijnde, geen roof geacht heeft voor God even gelijk te zijn; Filippenzen 2:7 : Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestalte van een dienaar aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden; Filippenzen 2:8 : En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot de dood, ja, de dood van het kruis."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dien Ik ondersteun: Dat is, dien Ik versterk, dat Hij niet bezwijke onder den onverdragelijken last mijns toorns, die Hij een tijdlang gevoelen moet om uwe zonden [voor welke Hij zichzelven heeft overgegeven] uit te delgen en te verzoenen.",
          "text1637": "D. dien ick verstercke, dat hy niet en beswijcke onder den onverdragelicken last mijnes toorns, die hy eenen tijt lanck gevoelen moet, om uwe sonden (voor de welcke hy hem selven heeft over gegeven) uyt te delgen, ende te versoenen.",
          "text2026": "Die Ik ondersteun: Dat is, die Ik versterk, dat Hij niet bezwijke onder de onverdragelijken last mijn toorns, die Hij een tijdlang gevoelen moet om uwe zonden [voor welke Hij zichzelven heeft overgegeven] uit te delgen en te verzoenen."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Matth. 3:17 ; Matth. 17:5 ; Efez. 1:6 . Mattheüs 3:17 : En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb! Mattheüs 17:5 : Terwijl hij nog sprak, ziet, een luchtige wolk heeft hen overschaduwd; en ziet, een stem uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem! Efeziërs 1:6 : Tot prijs der heerlijkheid Zijner genade, door welke Hij ons begenadigd heeft in den Geliefde;",
          "text1637": "Mat. 3.17. ende 17.5. Eph. 1.6.",
          "text2026": "Matt. 3:17 ; Matt. 17:5 ; Ef. 1:6 . Mattheüs 3:17 : En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb! Mattheüs 17:5 : Terwijl hij nog sprak, ziet, een luchtige wolk heeft hen overschaduwd; en ziet, een stem uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem! Efeziërs 1:6 : Tot prijs van de heerlijkheid Zijn genade, door welke Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde;"
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 11:2 ; Joh. 3:34 . Jesaja 11:2 : En op Hem zal de Geest des HEEREN rusten, de Geest der wijsheid en des verstands, de Geest des raads en der sterkte, de Geest der kennis en der vreze des HEEREN. Johannes 3:34 : Want Dien God gezonden heeft, Die spreekt de woorden Gods; want God geeft Hem den Geest niet met mate.",
          "text1637": "Ies. 11.2. Ioh. 3.34.",
          "text2026": "Jes. 11:2 ; Joh. 3:34 . Jesaja 11:2 : En op Hem zal de Geest van JAHWEH rusten, de Geest van de wijsheid en van het verstand, de Geest van de raad en van de sterkte, de Geest van de kennis en van de vrees voor JAHWEH. Johannes 3:34 : Want Die God gezonden heeft, Die spreekt de woorden van God; want God geeft Hem de Geest niet met mate."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Mijn Geest: Te weten de gaven des Heiligen Geestes, die Hij van node heeft om het Middelaarsambt te verrichten; zie Jes. 11:2 ; Matth. 3:16 . Jesaja 11:2 : En op Hem zal de Geest des HEEREN rusten, de Geest der wijsheid en des verstands, de Geest des raads en der sterkte, de Geest der kennis en der vreze des HEEREN. Mattheüs 3:16 : En Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag den Geest Gods nederdalen, gelijk een duive, en op Hem komen.",
          "text1637": "T.w. de gaven des H. Geestes, die hy van nooden heeft, om het middelaer-ampt te verrichten. Siet Ies. 11.2. Matt. 3.16.",
          "text2026": "Mijn Geest: Te weten de gaven van de Heiligen Geestes, die Hij nodig heeft om het Middelaarsambt te verrichten; zie Jes. 11:2 ; Matt. 3:16 . Jesaja 11:2 : En op Hem zal de Geest van JAHWEH rusten, de Geest van de wijsheid en van het verstand, de Geest van de raad en van de sterkte, de Geest van de kennis en van de vrees voor JAHWEH. Mattheüs 3:16 : En Jezus, gedoopt zijnde, is meteen opgeklommen uit het water; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag de Geest van God nederdalen, gelijk een duif, en op Hem komen."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij zal het recht: Dat is, Hij zal de rechte leer van de zaligheid der mensen, door de predikatie van het heilige Evangelie, den heidenen voordragen en hen alzo tot zijne gehoorzaamheid en tot hunne zaligheid brengen.",
          "text1637": "D. hy sal de rechte leere van de salicheyt der menschen, door de predicatie des H. Euangelii, den heydenen voordragen, ende haer alsoo tot sijne gehoorsaemheyt, ende tot hare salicheyt brengen.",
          "text2026": "Hij zal het recht: Dat is, Hij zal de rechte leer van de zaligheid van de mensen, door de predikatie van het heilige Evangelie, de heidenen voordragen en hen zo tot zijn gehoorzaamheid en tot hun zaligheid brengen."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "den heidenen: Of, den volken, zo den Joden als den heidenen. Zie Rom. 1:16 . Romeinen 1:16 : Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek.",
          "text1637": "Of, den volckeren, soo den Ioden, als den heydenen. Siet Rom. 1.16.",
          "text2026": "de heidenen: Of, de volken, zo de Joden als de heidenen. Zie Rom. 1:16 . Romeinen 1:16 : Want ik schaam mij van het Evangelie van Christus niet; want het is een kracht van God tot zaligheid een iedereen, die gelooft, eerst de Jood, en ook de Griek."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten uit den schoot des Vaders; Joh. 1:18 . Dit zal Hij doen ten dele in eigen persoon, ten dele door zijne apostelen en andere leraars van het heilige Evangelie. Johannes 1:18 : Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.",
          "text1637": "T.w. uyt den schoot des Vaders, Ioh. 1.18. Dit sal hy doen ten deele in eygener persoone, ten deele door sijne Apostelen, ende andre leeraers des H. Euangelii.",
          "text2026": "Te weten uit de schoot van de Vader; Joh. 1:18 . Dit zal Hij doen ten dele in eigen persoon, ten dele door zijn apostelen en andere leraars van het heilige Evangelie. Johannes 1:18 : Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in de schoot van de Vader is, Die heeft Hem ons verklaard."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הֵ֤ן",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "עַבְדִּ/י֙",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶתְמָךְ",
          "strongs": "H8551",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בּ֔/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּחִירִ֖/י",
          "strongs": "H972",
          "morph": "HAamsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "רָצְתָ֣ה",
          "strongs": "H7521",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִׁ֑/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נָתַ֤תִּי",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "רוּחִ/י֙",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָלָ֔י/ו",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁפָּ֖ט",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/גּוֹיִ֥ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "יוֹצִֽיא",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVhi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Mijn Knecht,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Wie Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> ziel een welbehagen heeft!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Ik heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Mijn geest op Hem gegeven;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Hij zal het recht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> aan de heidenen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> voortbrengen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Ziet, Mijn Knecht,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> ziel een welbehagen heeft!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Ik heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Mijn geest op Hem gegeven;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Hij zal het recht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> den heidenen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> voortbrengen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> SIet mijn knecht, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> dien ick ondersteune, mijn uytverkoren [in den welcken] mijne ziele <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> een welbehage<i>n</i> heeft: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Ick hebbe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> mijnen Geest op hem gegeven, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> hy sal het recht <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> den heydene<i>n</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> voortbrengen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Ziet,",
          "new": "Zie,",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "Dien",
          "new": "Die",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Denwelken",
          "new": "Wie",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "aan de",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Hij zal niet schreeuwen, noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straat horen laten.",
      "text1637": "Hy en sal niet [7] schreeuwen, noch sijne [stemme] verheffen: noch sijne stemme op de strate hooren laten.",
      "text2026": "Hij zal niet schreeuwen, noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straat horen laten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, roepen, tieren; zie Matth. 12:19 . De zin is: Hij zal niet veel pochen, of veel rumoer maken, niet veel tumult, gelijk de prinsen dezer wereld doen; ook zal Hij niet veel uiterlijk geprang of gedruis maken; maar Hij zal zich stil, beleefdelijk en deemoedig gedragen, duldende goedertieren al de de onvolmaaktheden zijner uitverkorenen. Zie Matth. 12:18 , 12:19 , 12:20 , en Luk. 17:20 . Mattheüs 12:19 : Hij zal niet twisten, noch roepen, noch zal er iemand Zijn stem op de straten horen. Mattheüs 12:18 : Ziet, Mijn Knecht, Welken Ik verkoren heb, Mijn Beminde, in Welken Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal Mijn Geest op Hem leggen, en Hij zal het oordeel den heidenen verkondigen. Mattheüs 12:19 : Hij zal niet twisten, noch roepen, noch zal er iemand Zijn stem op de straten horen. Mattheüs 12:20 : Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en het rokende lemmet zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning. Lukas 17:20 : En gevraagd zijnde van de Farizeën, wanneer het Koninkrijk Gods komen zou, heeft Hij hun geantwoord en gezegd: Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat.",
          "text1637": "Of, roepen, tieren. Siet Matt. 12.19. De sin is: Hy en sal niet veel pocchen, noch veel rumoers maken, met veel tumult, gelijck de princen deser werelt doen: Oock en sal hy niet veel uyterlick geprang, of gedruys maken: Maer hy sal sich stille, beleefdelick, ende demoedich dragen: duldende goedertierentlick alle de onvolmaecktheden sijner uytverkorenen. Siet Mat. cap. 12. versen 18, 19, 20. ende Luc. 17.20.",
          "text2026": "Of, roepen, tieren; zie Matt. 12:19 . De zin is: Hij zal niet veel pochen, of veel rumoer maken, niet veel tumult, gelijk de prinsen van deze wereld doen; ook zal Hij niet veel uiterlijk geprang of gedruis maken; maar Hij zal zich stil, beleefdelijk en deemoedig gedragen, duldende goedertieren al de de onvolmaaktheden zijn uitverkorenen. Zie Matt. 12:18 , 12:19 , 12:20 , en Luk. 17:20 . Mattheüs 12:19 : Hij zal niet twisten, noch roepen, noch zal er iemand Zijn stem op de straten horen. Mattheüs 12:18 : Ziet, Mijn Knecht, Welke Ik gekozen heb, Mijn Beminde, in Welke Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal Mijn Geest op Hem leggen, en Hij zal het oordeel de heidenen verkondigen. Mattheüs 12:19 : Hij zal niet twisten, noch roepen, noch zal er iemand Zijn stem op de straten horen. Mattheüs 12:20 : Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en het rokende lemmet zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning. Lukas 17:20 : En gevraagd zijnde van de Farizeën, wanneer het Koninkrijk van God komen zou, heeft Hij hun geantwoord en gezegd: Het Koninkrijk van God komt niet met uiterlijk gelaat."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִצְעַ֖ק",
          "strongs": "H6817",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יִשָּׂ֑א",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יַשְׁמִ֥יעַ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "בַּ/ח֖וּץ",
          "strongs": "H2351",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "קוֹלֽ/וֹ",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hij zal niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> schreeuwen, noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straat horen laten.",
      "textSV1888_html": "Hij zal niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> schreeuwen, noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straat horen laten.",
      "text1637_html": "Hy en sal niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> schreeuwen, noch sijne [stemme] verheffen: noch sijne stemme op de strate hooren laten."
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen.",
      "text1637": "[8] Het gecroockte riedt en sal hy niet verbreken, ende [9] de roockende vlas-wiecke, die en sal hy niet uytblusschen, [10] met waerheyt sal hy het recht [11] voortbrengen.",
      "text2026": "Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Het gekrookte riet: Dat is, Hij zal geduld hebben met de zwakheden der arme zondaars, en Hij zal hun verslagen conscientiën verkwikken en hen vertroosten door de belofte van de vergeving hunner zonden. Zie Ps. 34:19 ; Matth. 11:28 . Psalmen 34:19 : Koph. De HEERE is nabij de gebrokenen van harte, en Hij behoudt de verslagenen van geest. Mattheüs 11:28 : Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.",
          "text1637": "D. hy sal gedult hebben met de swackheden der arme sondaren, ende hy sal hare verslagene conscientien verquicken, ende haer vertroosten door de belofte van de vergevinge harer sonden. Siet Psal. 34.19. Mat. 11.28.",
          "text2026": "Het gekrookte riet: Dat is, Hij zal geduld hebben met de zwakheden van de arme zondaars, en Hij zal hun verslagen conscientiën verkwikken en hen vertroosten door de belofte van de vergeving hun zonden. Zie Ps. 34:19 ; Matt. 11:28 . Psalmen 34:19 : Koph. JAHWEH is nabij de gebrokenen van hart, en Hij behoudt de verslagenen van geest. Mattheüs 11:28 : Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de rokende vlaswiek: Dat is, de wiek, die in de lamp schier uitgebrand is, nauwelijks schijnsel of licht meer gevende, maar alleen nog rokende.",
          "text1637": "D. de wiecke die in de lampe schier uytgebrant is, naeuw schijnsel of licht meer gevende, maer alleen noch roockende.",
          "text2026": "de rokende vlaswiek: Dat is, de wiek, die in de lamp schier uitgebrand is, nauwelijks schijnsel of licht meer gevende, maar alleen nog rokende."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met waarheid: Dat is, oprechtelijk, getrouwelijk, want waarheid betekent hier trouw.",
          "text1637": "D. oprechtelick, getrouwelick, want waerheyt beteeckent hier trouwe.",
          "text2026": "met waarheid: Dat is, oprecht, getrouwelijk, want waarheid betekent hier trouw."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, uitvoeren, en dienvolgens overwinnen, gelijk waarheid en recht eindelijk overwinnen. Zie Matth. 12:20 . Mattheüs 12:20 : Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en het rokende lemmet zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning.",
          "text1637": "Of, uytvoeren. ende dien volgens, overwinnen, gelijck waerheyt ende recht eyndelick overwinnen. Siet Matth. 12.20.",
          "text2026": "Of, uitvoeren, en dienvolgens overwinnen, gelijk waarheid en recht eindelijk overwinnen. Zie Matt. 12:20 . Mattheüs 12:20 : Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en het rokende lemmet zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "קָנֶ֤ה",
          "strongs": "H7070",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "רָצוּץ֙",
          "strongs": "H7533",
          "morph": "HVqsmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁבּ֔וֹר",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/פִשְׁתָּ֥ה",
          "strongs": "H6594",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "כֵהָ֖ה",
          "strongs": "H3544",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יְכַבֶּ֑/נָּה",
          "strongs": "H3518",
          "morph": "HVpi3ms/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "לֶ/אֱמֶ֖ת",
          "strongs": "H571",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "יוֹצִ֥יא",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁפָּֽט",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> met waarheid zal Hij het recht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> voortbrengen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> met waarheid zal Hij het recht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> voortbrengen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Het gecroockte riedt en sal hy niet verbreke<i>n</i>, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> de roockende vlas-wiecke, die en sal hy niet uytblussche<i>n</i>, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> met waerheyt sal hy het recht <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> voortbrengen."
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Hij zal niet verdonkerd worden, en Hij zal niet verbroken worden, totdat Hij het recht op aarde zal hebben besteld; en de eilanden zullen naar Zijn leer wachten.",
      "text1637": "[12] Hy en sal niet verdonckert worden, ende [13] hy en sal niet verbroken worden, [14] tot dat hy [15] het recht op aerden sal hebben bestelt: ende [16] de eylanden sullen nae [17] sijne leere wachten.",
      "text2026": "Hij zal niet verdonkerd worden, en Hij zal niet verbroken worden, voordat Hij het recht op aarde zal hebben besteld; en de eilanden zullen naar Zijn leer wachten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij zal niet verdonkerd: Maar Hij zal helder en klaar lichten en schijnen; Christus' licht gesteld tegen het rokende en smokende vlas, en zijne macht tegen het gekrookte riet. Anders: Hij zal niet versmachten; te weten in het verrichten van zijn ambt, Matth. 26:39 ; Luk. 12:50 ; hetzelfde wordt straks met andere woorden gezegd. Sommigen verstaan dit, verdonkerd en gebroken worden, van het lijden en sterven van onzen Heere Christus, hetwelk niet geschieden zou eer Hij het Evangelie had verkondigd naar den raad van zijnen Vader. Mattheüs 26:39 : En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan! doch niet, gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt. Lukas 12:50 : Maar Ik moet met een doop gedoopt worden; en hoe worde Ik geperst, totdat het volbracht zij!",
          "text1637": "Maer hy sal helder en klaer lichten en schijnen. Christi licht wort gestelt tegen het roockende ende smoockende vlas, ende sijne macht tegen het gecroockte riedt. And. hy en sal niet versmachten. T.w. in het verrichten sijnes ampts. Mat. 26.39. ende Luc. 12.50. 't selve wort stracks met andre woorden geseyt. sommige verstaen dit verdonckert ende gebroken worden, van het lijden ende sterven onses Heeren Christi, 't welck niet geschieden en soude eer hy 't Euangelium hadde verkondicht nae den raet sijns Vaders.",
          "text2026": "Hij zal niet verdonkerd: Maar Hij zal helder en klaar lichten en schijnen; Christus' licht gesteld tegen het rokende en smokende vlas, en zijn macht tegen het gekrookte riet. Anders: Hij zal niet versmachten; te weten in het verrichten van zijn ambt, Matt. 26:39 ; Luk. 12:50 ; hetzelfde wordt straks met andere woorden gezegd. Sommigen verstaan dit, verdonkerd en gebroken worden, van het lijden en sterven van onze Heer Christus, dat niet gebeuren zou eer Hij het Evangelie had verkondigd naar de raad van zijn Vader. Mattheüs 26:39 : En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker van Mij voorbijgaan! maar niet, gelijk Ik wil, maar gelijk U wilt. Lukas 12:50 : Maar Ik moet met een doop gedoopt worden; en hoe worde Ik geperst, totdat het volbracht zij!"
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij zal niet verbroken: Dat is, Hij zal onder den zwaren last zijner bediening niet bezwijken.",
          "text1637": "D. hy en sal onder den swaren last sijner bedieninge niet beswijcken.",
          "text2026": "Hij zal niet verbroken: Dat is, Hij zal onder de zwaren last zijn bediening niet bezwijken."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "totdat Hij: Te weten door de predikatie van het heilige Evangelie in de ganse wereld; hetwelk niet geschieden kon vóór en aleer Christus gestorven en tot zijn hemelsen Vader opgevaren was, en den Heiligen Geest op de apostelen gezonden had. Zie Joh. 16:7 . Johannes 16:7 : Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden.",
          "text1637": "T.w. door de Predicatie des H. Euangelii in de gantsche werelt: 't welck niet geschieden en konde voor ende aleer dat Christus gestorven, ende tot sijnen hemelschen Vader opgevaren ware, ende den H. Geest op d'Apostelen gesonden hadde. Siet Ioh. 16.7.",
          "text2026": "totdat Hij: Te weten door de predikatie van het heilige Evangelie in de gehele wereld; dat niet gebeuren kon vóór en aleer Christus gestorven en tot zijn hemelsen Vader opgevaren was, en de Heilige Geest op de apostelen gezonden had. Zie Joh. 16:7 . Johannes 16:7 : Maar Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want als Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar als Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het recht: Dat is, de leer, gelijk straks volgt.",
          "text1637": "D. de leere, als stracx volgt.",
          "text2026": "het recht: Dat is, de leer, gelijk straks volgt."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de eilanden: Met deze woorden geeft de profeet te kennen dat de leer van het heilige Evangelie niet zou besloten blijven binnen de grenzen van het Joodse land; Gen. 49:10 ; Matth. 28:19 . Genesis 49:10 : De schepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn. Mattheüs 28:19 : Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.",
          "text1637": "Met dese woorden geeft de Prophete te kennen, dat de leere des H. Euangelii niet en soude besloten blyven binnen de palen van het Ioodsche lant. Gen. 49.10. Mat. 28.19.",
          "text2026": "de eilanden: Met deze woorden geeft de profeet te kennen dat de leer van het heilige Evangelie niet zou besloten blijven binnen de grenzen van het Joodse land; Gen. 49:10 ; Matt. 28:19 . Genesis 49:10 : De schepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Dezelfde zullen de volken gehoorzaam zijn. Mattheüs 28:19 : Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelfde dopende in de Naam van de Vader, en van de Zoon, en van de Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zijn leer: Dit is hetzelfde, dat Hij straks genoemd heeft het recht, namelijk het Evangelie.",
          "text1637": "Dit is 't selve dat hy stracx genoemt heeft het recht, namelick het Euangelium.",
          "text2026": "Zijn leer: Dit is hetzelfde, dat Hij straks genoemd heeft het recht, namelijk het Evangelie."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִכְהֶה֙",
          "strongs": "H3543",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יָר֔וּץ",
          "strongs": "H7533",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יָשִׂ֥ים",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אָ֖רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁפָּ֑ט",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/לְ/תוֹרָת֖/וֹ",
          "strongs": "H8451",
          "morph": "HC/R/Ncfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אִיִּ֥ים",
          "strongs": "H339",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יְיַחֵֽילוּ",
          "strongs": "H3176",
          "morph": "HVpi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Hij zal niet verdonkerd worden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Hij zal niet verbroken worden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> voordat Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> het recht op aarde zal hebben besteld; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> de eilanden zullen naar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Zijn leer wachten.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Hij zal niet verdonkerd worden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Hij zal niet verbroken worden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> totdat Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> het recht op aarde zal hebben besteld; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> de eilanden zullen naar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Zijn leer wachten.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Hy en sal niet verdonckert worde<i>n</i>, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> hy en sal niet verbroken worden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> tot dat hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> het recht op aerden sal hebben bestelt: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> de eylanden sullen nae <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> sijne leere wachten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "totdat",
          "new": "voordat",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Alzo zegt God, de HEERE, Die de hemelen geschapen, en dezelve uitgebreid heeft, Die de aarde uitgespannen heeft, en wat daaruit voortkomt; Die den volke, dat daarop is, den adem geeft, en den geest dengenen, die daarop wandelen:",
      "text1637": "Alsoo seyt Godt de HEERE, die de hemelen geschapen, ende [18] de selve uytgebreydt heeft, die de aerde uyt [19] gespannen heeft, ende [20] wat daer uyt voortkomt: die den volcke [dat] daer op is, den adem geeft, ende [21] den geest den genen die daer op wandelen.",
      "text2026": "Zo zegt God, JAHWEH, Die de hemelen geschapen, en ze uitgebreid heeft, Die de aarde uitgespannen heeft, en wat daaruit voortkomt; Die het volk, dat daarop is, de adem geeft, en de geest aan hen, die daarop wandelen:",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebreeuws, derzelve uitbreiders, of, die dezelve uitbreiden. Zie Job 35:10 . Job 35:10 : Maar niemand zegt: Waar is God, mijn Maker, die de psalmen geeft in den nacht?",
          "text1637": "Hebr. der selven uytbreyders, ofte, die de selve uytbreyden. Siet Iob 35.10.",
          "text2026": "Hebreeuws, derzelve uitbreiders, of, die dezelfde uitbreiden. Zie Job 35:10 . Job 35:10 : Maar niemand zegt: Waar is God, mijn Maker, die de psalmen geeft in de nacht?"
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "uitgespannen heeft: Te weten in het rond.",
          "text1637": "T.w. in't ronde.",
          "text2026": "uitgespannen heeft: Te weten in het rond."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "wat daaruit: Hebreeuws, hare uitgangen; dat is al wat daaruit spruit en wast.",
          "text1637": "Of, hare uytgangen. D. al wat daer uyt spruyt ende wast.",
          "text2026": "wat daaruit: Hebreeuws, haar uitgangen; dat is al wat daaruit spruit en wast."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "den geest dengenen: Versta hier door den geest de redelijke ziel. Zie Num. 16:22 . Numeri 16:22 : Maar zij vielen op hun aangezichten, en zeiden: O God! God der geesten van alle vlees! een enig man zal gezondigd hebben, en zult Gij U over deze ganse vergadering grotelijks vertoornen?",
          "text1637": "Verstaet hier door den geest, de redelicke ziele. Siet Num. 16. op vers 22.",
          "text2026": "de geest dengenen: Versta hier door de geest de redelijke ziel. Zie Num. 16:22 . Numeri 16:22 : Maar zij vielen op hun aangezichten, en zeiden: O God! God van de geesten van alle vlees! een enig man zal gezondigd hebben, en zult U U over deze gehele vergadering grotelijks vertoornen?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֹּֽה",
          "strongs": "H3541",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֞ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֵ֣ל",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בּוֹרֵ֤א",
          "strongs": "H1254",
          "morph": "HVqrmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׁמַ֨יִם֙",
          "strongs": "H8064",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/נ֣וֹטֵי/הֶ֔ם",
          "strongs": "H5186",
          "morph": "HC/Vqrmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "רֹקַ֥ע",
          "strongs": "H7554",
          "morph": "HVqrmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֖רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/צֶאֱצָאֶ֑י/הָ",
          "strongs": "H6631",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "נֹתֵ֤ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "נְשָׁמָה֙",
          "strongs": "H5397",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לָ/עָ֣ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עָלֶ֔י/הָ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/ר֖וּחַ",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HC/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/הֹלְכִ֥ים",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HRd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "בָּֽ/הּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zegt God, JAHWEH, Die de hemelen geschapen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> ze uitgebreid heeft, Die de aarde uitgespannen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> heeft, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> wat daaruit voortkomt; Die het volk, dat daarop is, de adem geeft, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> de geest aan hen, die daarop wandelen:",
      "textSV1888_html": "Alzo zegt God, de HEERE, Die de hemelen geschapen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> dezelve uitgebreid heeft, Die de aarde uitgespannen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> heeft, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> wat daaruit voortkomt; Die den volke, dat daarop is, den adem geeft, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> den geest dengenen, die daarop wandelen:",
      "text1637_html": "Alsoo seyt Godt de HEERE, die de hemelen geschapen, en<i>de</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> de selve uytgebreydt heeft, die de aerde uyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> gespannen heeft, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> wat daer uyt voortkomt: die den volcke [dat] daer op is, den adem geeft, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> den geest den genen die daer op wandelen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "dezelve",
          "new": "ze",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den volke,",
          "new": "het volk,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "dengenen,",
          "new": "aan hen,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Ik, de HEERE, heb u geroepen in gerechtigheid, en Ik zal u bij uw hand grijpen; en Ik zal u behoeden, en Ik zal u geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen.",
      "text1637": "Ick de HEERE hebbe [22] u [23] geroepen [24] in gerechticheyt, ende [25] ick sal [u] by uwe hant grypen: ende [26] ick sal u behoeden, ende ick sal u geven [27] tot een verbont des volcks, [28] tot een licht der heydenen.",
      "text2026": "Ik, JAHWEH, heb u geroepen in gerechtigheid, en Ik zal u bij uw hand grijpen; en Ik zal u behoeden, en Ik zal u geven tot een Verbond van het volk, tot een Licht van de heidenen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "O mijn Zoon Jezus Christus.",
          "text1637": "ô Mijn Sone, Iesu Christe.",
          "text2026": "O mijn Zoon Jezus Christus."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten tot een Middelaar.",
          "text1637": "T.w. tot eenen Middelaer.",
          "text2026": "Te weten tot een Middelaar."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in gerechtigheid: Of, met gerechtigheid; dat is op behoorlijke wijze, want Gij hebt U goedwillig tot het middelaarsambt overgegeven; zie Ps. 40:9 ; Hebr. 10:7 . Of, met gerechtigheid; dat is, achtervolgens mijne beloften, die Ik door de patriarchen en profeten mijn volk dikwijls gedaan heb. Psalmen 40:9 : Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden mijns ingewands. Hebreeën 10:7 : Toen sprak Ik: Zie, Ik kom (in het begin des boeks is van Mij geschreven), om Uw wil te doen, o God!",
          "text1637": "Of, met gerechticheyt. D. op behoorlicke wyse, Want ghy hebt u goetwillichlick tot het Middelaer-ampt overgegeven. siet Psal. 40.9. Hebr. 10.7. Of, met gerechticheyt. D. achtervolgens mijne beloften, die ick door de Patriarchen ende Propheten, mijnen volcke dickwijls hebbe gedaen.",
          "text2026": "in gerechtigheid: Of, met gerechtigheid; dat is op behoorlijke wijze, want U hebt U goedwillig tot het middelaarsambt overgegeven; zie Ps. 40:9 ; Hebr. 10:7 . Of, met gerechtigheid; dat is, achtervolgens mijn beloften, die Ik door de patriarchen en profeten mijn volk dikwijls gedaan heb. Psalmen 40:9 : Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden mijn ingewands. Hebreeën 10:7 : Toen sprak Ik: Zie, Ik kom (in het begin van het boek is van Mij geschreven), om Uw wil te doen, o God!"
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ik zal u : Dat is, Ik zal u bijstaan, mits u gevende noodwendige krachten tot uitvoering van uw middelaarsambt.",
          "text1637": "D. ick sal u bystaen, mits u gevende nootwendige crachten tot uytvoeringe uwes Middelaer-ampts.",
          "text2026": "Ik zal u : Dat is, Ik zal u bijstaan, mits u gevende noodwendige krachten tot uitvoering van uw middelaarsambt."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ik zal u behoeden: Alzo dat Gij vóór den bestemden tijd niet onderdrukt wordt, alsook dat Gij in de overgrote pijn niet bezwijkt.",
          "text1637": "Alsoo dat ghy voor den bestemden tijt niet onderdruckt en wort, als oock, dat ghy in de over-groote pijne niet en beswijckt.",
          "text2026": "Ik zal u behoeden: Zo dat U vóór de bestemden tijd niet onderdrukt wordt, alsook dat U in de overgrote pijn niet bezwijkt."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tot een Verbond: Dat is, tot een Middelaar des verbonds, namelijk des genadeverbonds, hetwelk Ik met Abraham en zijn zaad gemaakt heb. Dit verbond zult Gij bevestigen; te weten alzo, dat door U mijn volk met mij zal worden verzoend en voorts alle volken in een verbond zullen verenigd worden, niet alleen de Israëlieten, maar ook de heidenen, gelijk straks volgt.",
          "text1637": "D. tot eenen middelaer des Verbonts, namelick des genaden-verbonts, 't welck ick met Abraham ende sijnen zade gemaeckt hebbe. Dit verbont sult ghy bevestigen, te weten alsoo, dat door u mijn volck met my sal worden versoent, ende voorts alle volckeren in een Verbont sullen vereenicht worden, niet alleen de Israëliten, maer oock de heydenen, als stracx volcht.",
          "text2026": "tot een Verbond: Dat is, tot een Middelaar van het verbond, namelijk van de genadeverbonds, dat Ik met Abraham en zijn zaad gemaakt heb. Dit verbond zult U bevestigen; te weten zo, dat door U mijn volk met mij zal worden verzoend en verder alle volken in een verbond zullen verenigd worden, niet alleen de Israëlieten, maar ook de heidenen, gelijk straks volgt."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tot een Licht: Dat is, opdat Gij hen verlicht met de zaligmakende kennis Gods en van hunnen Zaligmaker, waardoor de uitverkorenen onder alle natiën zullen verheugd worden. Want gelijk het licht den mens naar het lichaam verheugt en verkwikt, alzo verheugt de kennis van Christus het gemoed der kinderen Gods innerlijk. Vergelijk Jes. 9:1 , en Jes. 49:6 ; Luk. 3:32 ; Hand. 13:47 , en Hand. 16:34 . Jesaja 9:1 : Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen. Jesaja 49:6 : Verder zeide Hij: Het is te gering, dat Gij Mij een Knecht zoudt zijn, om op te richten de stammen van Jakob, en om weder te brengen de bewaarden in Israël; Ik heb U ook gegeven tot een Licht der heidenen, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde. Lukas 3:32 : Den zoon van Jesse, den zoon van Obed, den zoon van Booz, den zoon van Salmon, den zoon van Nahasson, Handelingen 13:47 : Want alzo heeft ons de Heere geboden, zeggende: Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij zoudt zijn tot zaligheid, tot aan het uiterste der aarde. Handelingen 16:34 : En hij bracht hen in zijn huis, en zette hun de tafel voor, en verheugde zich, dat hij met al zijn huis aan God gelovig geworden was.",
          "text1637": "D. op dat ghyse verlicht met de salich-makende kennisse Godes, ende hares Salichmakers, waer door de uytverkorene onder alle Natien sullen verheucht worden. Want gelijck het licht den mensche nae den lichame verheucht ende verquickt, alsoo verheugt de kennisse Christi het gemoet der kinderen Godes innerlick. Vergel. Ies. 9.1. ende 49.6. Luc. 2.32. Act. 13.47. ende 16.34.",
          "text2026": "tot een Licht: Dat is, opdat U hen verlicht met de zaligmakende kennis van God en van hun Zaligmaker, waardoor de uitverkorenen onder alle natiën zullen verheugd worden. Want gelijk het licht de mens naar het lichaam verheugt en verkwikt, zo verheugt de kennis van Christus het gemoed van de kinderen van God innerlijk. Vergelijk Jes. 9:1 , en Jes. 49:6 ; Luk. 3:32 ; Hand. 13:47 , en Hand. 16:34 . Jesaja 9:1 : Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw van de dood, over dezelfde zal een licht schijnen. Jesaja 49:6 : Verder zei Hij: Het is te gering, dat U Mij een Knecht zoudt zijn, om op te richten de stammen van Jakob, en om weer te brengen de bewaarden in Israël; Ik heb U ook gegeven tot een Licht van de heidenen, om Mijn heil te zijn tot aan het einde van de aarde. Lukas 3:32 : De zoon van Jesse, de zoon van Obed, de zoon van Booz, de zoon van Salmon, de zoon van Nahasson, Handelingen 13:47 : Want zo heeft ons de Heer geboden, zeggende: Ik heb u gesteld tot een licht van de heidenen, opdat u zoudt zijn tot zaligheid, tot aan het uiterste van de aarde. Handelingen 16:34 : En hij bracht hen in zijn huis, en zette hun de tafel voor, en verheugde zich, dat hij met al zijn huis aan God gelovig geworden was."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲנִ֧י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֛ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "קְרָאתִ֥י/ךָֽ",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqp1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְ/צֶ֖דֶק",
          "strongs": "H6664",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַחְזֵ֣ק",
          "strongs": "H2388",
          "morph": "HC/Vhi1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יָדֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶצָּרְ/ךָ֗",
          "strongs": "H5341",
          "morph": "HC/Vqi1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶתֶּנְ/ךָ֛",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqi1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/בְרִ֥ית",
          "strongs": "H1285",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "עָ֖ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/א֥וֹר",
          "strongs": "H216",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "גּוֹיִֽם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HNcmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ik, JAHWEH, heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> geroepen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> in gerechtigheid, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Ik zal u bij uw hand grijpen; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Ik zal u behoeden, en Ik zal u geven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> tot een Verbond van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> volk, tot een Licht van de heidenen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ik, de HEERE, heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> geroepen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> in gerechtigheid, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Ik zal u bij uw hand grijpen; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Ik zal u behoeden, en Ik zal u geven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> tot een Verbond des volks,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> tot een Licht der heidenen.",
      "text1637_html": "Ick de HEERE hebbe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> geroepen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> in gerechticheyt, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> ick sal [u] by uwe hant grypen: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> ick sal u behoeden, ende ick sal u geven <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> tot een verbont des volcks, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> tot een licht der heydenen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "des volks,",
          "new": "van het volk,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten.",
      "text1637": "Om [29] te openen [30] de blinde oogen: om den gebondenen [31] uyt te voeren uyt de gevangenisse, [ende] uyt het gevangen-huys die, die in [32] duysternisse sitten.",
      "text2026": "Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het huis van bewaring, die in duisternis zitten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "te openen: Te weten door de predikatie van het heilige Evangelie en de verlichting van den Heiligen Geest; zie Hand. 13:46 , 13:47 , en Hand. 26:17 , 26:18 . Handelingen 13:46 : Maar Paulus en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: Het was nodig, dat eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch nademaal gij hetzelve verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet waardig oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen. Handelingen 13:47 : Want alzo heeft ons de Heere geboden, zeggende: Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij zoudt zijn tot zaligheid, tot aan het uiterste der aarde. Handelingen 26:17 : Verlossende u van dit volk, en van de heidenen, tot dewelke Ik u nu zende; Handelingen 26:18 : Om hun ogen te openen, en hen te bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht des satans tot God; opdat zij vergeving der zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij.",
          "text1637": "T.w. door de Predicatie des H. Euangelii, ende de verlichtinge des H. Geestes. Siet Act. 13.46, 47. ende cap. 26. versen 17, 18.",
          "text2026": "te openen: Te weten door de predikatie van het heilige Evangelie en de verlichting van de Heilige Geest; zie Hand. 13:46 , 13:47 , en Hand. 26:17 , 26:18 . Handelingen 13:46 : Maar Paulus en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: Het was nodig, dat eerst tot u het Woord van God gesproken zou worden; maar aangezien u hetzelfde verstoot, en uzelven van de eeuwigen levens niet waard oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen. Handelingen 13:47 : Want zo heeft ons de Heer geboden, zeggende: Ik heb u gesteld tot een licht van de heidenen, opdat u zoudt zijn tot zaligheid, tot aan het uiterste van de aarde. Handelingen 26:17 : Verlossende u van dit volk, en van de heidenen, tot die Ik u nu zend; Handelingen 26:18 : Om hun ogen te openen, en hen te bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van de satan tot God; opdat zij vergeving van de zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de blinde ogen: Te weten de ogen van het verstand. Zie Jes. 35:5 . Jesaja 35:5 : Alsdan zullen der blinden ogen opengedaan worden, en der doven oren zullen geopend worden.",
          "text1637": "T.w. de oogen des verstants. siet Ies. 35.5.",
          "text2026": "de blinde ogen: Te weten de ogen van het verstand. Zie Jes. 35:5 . Jesaja 35:5 : Alsdan zullen van de blinden ogen opengedaan worden, en van de doven oren zullen geopend worden."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "uit te voeren: Te weten uit de geestelijke dienstbaarheid der zonde en des duivels, de uitverkorenen alzo bevrijdende en verlossende uit den schrik en de vrees der hel. Zie Jes. 49:9 , en Jes. 61:1 ; Luk. 4:18 ; Hebr. 2:14 , 2:15 . Jesaja 49:9 : Om te zeggen tot de gebondenen: Gaat uit; tot hen, die in duisternis zijn: Komt te voorschijn; zij zullen op de wegen weiden, en op alle hoge plaatsen zal hun weide wezen. Jesaja 61:1 : De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis; Lukas 4:18 : De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart; Hebreeën 2:14 : Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel; Hebreeën 2:15 : En verlossen zou al degenen, die met vreze des doods, door al hun leven, der dienstbaarheid onderworpen waren.",
          "text1637": "T.w. uyt de geestelicke dienstbaerheyt der sonde, ende des duyvels, de uytverkorene alsoo bevrydende ende verlossende uyt den schrick ende vreese der helle. siet Ies. 49.9. ende 61.1. Luc. 4.18. Hebr. 2.14. ende 15.",
          "text2026": "uit te voeren: Te weten uit de geestelijke dienstbaarheid van de zonde en van de duivel, de uitverkorenen zo bevrijdende en verlossende uit de schrik en de vrees van het dodenrijk. Zie Jes. 49:9 , en Jes. 61:1 ; Luk. 4:18 ; Hebr. 2:14 , 2:15 . Jesaja 49:9 : Om te zeggen tot de gebondenen: Gaat uit; tot hen, die in duisternis zijn: Komt te voorschijn; zij zullen op de wegen weiden, en op alle hoge plaatsen zal hun weide wezen. Jesaja 61:1 : De Geest van de Heer JAHWEH is op Mij, omdat JAHWEH Mij gezalfd heeft, om een blij boodschap te brengen de zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart, om de gevangenen vrijheid uit te roepen, en de gebondenen opening van de gevangenis; Lukas 4:18 : De Geest van de Heern is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om de armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart; Hebreeën 2:14 : Omdat dan de kinderen van het vlees en bloed deelachtig zijn, zo is Hij ook evenzo derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door de dood te niet doen zou dengene, die het geweld van de dood had, dat is, de duivel; Hebreeën 2:15 : En verlossen zou al degenen, die met vrees voor de dood, door al hun leven, van de dienstbaarheid onderworpen waren."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta hier, de duisternis der onwetendheid. Zie boven, Jes. 9:1 . Jesaja 9:1 : Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen.",
          "text1637": "Verstaet hier de duysternisse der onwetenheyt. Siet bov. 9. vers 1.",
          "text2026": "Versta hier, de duisternis van de onwetendheid. Zie boven, Jes. 9:1 . Jesaja 9:1 : Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw van de dood, over dezelfde zal een licht schijnen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לִ/פְקֹ֖חַ",
          "strongs": "H6491",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "עֵינַ֣יִם",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbda"
        },
        {
          "woord": "עִוְר֑וֹת",
          "strongs": "H5787",
          "morph": "HAafpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/הוֹצִ֤יא",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "מִ/מַּסְגֵּר֙",
          "strongs": "H4525",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אַסִּ֔יר",
          "strongs": "H616",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/בֵּ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "כֶּ֖לֶא",
          "strongs": "H3608",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יֹ֥שְׁבֵי",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "חֹֽשֶׁךְ",
          "strongs": "H2822",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> te openen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> de blinde ogen, om de gebondenen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> uit te voeren uit de gevangenis, en uit het huis van bewaring, die in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> duisternis zitten.",
      "textSV1888_html": "Om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> te openen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> de blinde ogen, om de gebondenen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> duisternis zitten.",
      "text1637_html": "Om <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> te openen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> de blinde oogen: om den gebondenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> uyt te voeren uyt de gevangenisse, [en<i>de</i>] uyt het gevangen-huys die, die in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> duysternisse sitten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "het gevangenhuis,",
          "new": "de gevangenis,",
          "principe": "V1506"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Ik ben de HEERE, dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik geen anderen geven, noch Mijn lof den gesneden beelden.",
      "text1637": "Ick ben [33] de HEERE, dat is mijn naem: ende [b] mijne eere en sal ick geenen anderen geven, noch mijnen lof den gesnedenen beelden.",
      "text2026": "Ik ben JAHWEH, dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik geen ander geven, noch Mijn lof de gesneden beelden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de HEERE: Hebreeuws, Jehovah; dat is de eeuwige, zelfstandige, onveranderlijke God.",
          "text1637": "Hebr. Iehovah. D. de eeuwige, selfstandige, onveranderlicke Godt.",
          "text2026": "JAHWEH: Hebreeuws, JAHWEH; dat is de eeuwige, zelfstandige, onveranderlijke God."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 48:11 . Jesaja 48:11 : Om Mijnentwil, om Mijnentwil zal Ik het doen, want hoe zou Hij ontheiligd worden? en Ik zal Mijn eer aan geen ander geven.",
          "text1637": "",
          "text2026": "Jes. 48:11 . Jesaja 48:11 : Om Mijnentwil, om Mijnentwil zal Ik het doen, want hoe zou Hij ontheiligd worden? en Ik zal Mijn eer aan geen ander geven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "ה֣וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "שְׁמִ֑/י",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/כְבוֹדִ/י֙",
          "strongs": "H3519",
          "morph": "HC/Ncbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/אַחֵ֣ר",
          "strongs": "H312",
          "morph": "HR/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֶתֵּ֔ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/תְהִלָּתִ֖/י",
          "strongs": "H8416",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לַ/פְּסִילִֽים",
          "strongs": "H6456",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ik ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> JAHWEH, dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik geen ander geven, noch Mijn lof de gesneden beelden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ik ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> de HEERE, dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik geen anderen geven, noch Mijn lof den gesneden beelden.",
      "text1637_html": "Ick ben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> de HEERE, dat is mijn naem: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> mijne eere en sal ick geenen anderen geven, noch mijnen lof den gesnedenen beelden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "anderen",
          "new": "ander",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Ziet, de voorgaande dingen zijn gekomen, en nieuwe dingen verkondig Ik; eer dat zij uitspruiten, doe Ik ulieden die horen.",
      "text1637": "Siet, [34] de voorgaende dingen zijn gekomen: ende nieuwe dingen verkondige ick, eer dat sy uytspruyten doe ick u lieden die hooren.",
      "text2026": "Zie, de voorgaande dingen zijn gekomen, en nieuwe dingen verkondig Ik; voordat zij uitspruiten, doe Ik u die horen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de voorgaande: De zin is: Wat Ik mijn volk tevoren verkondigd heb, dat is vervuld; nu verkondig Ik ulieden wat nieuws, hetwelk ook zekerlijk geschieden zal, namelijk de verschijning van den Messias in het vlees, die zal van punt tot punt alzo voltrokken worden, gelijk Ik ze door mijne profeten voorzegd heb.",
          "text1637": "De sin is, Wat ick mijnen volcke te vooren verkondicht hebbe, dat is vervult: Nu verkondige ick u lieden wat nieuws, 't welck oock sekerlick geschieden sal, namelick, de verschijninge des Messiae in den vleesche, die sal van poinct tot poinct alsoo voltrocken worden, gelijck ickse door mijne Propheten voorseyt hebbe.",
          "text2026": "de voorgaande: De zin is: Wat Ik mijn volk tevoren verkondigd heb, dat is vervuld; nu verkondig Ik u wat nieuws, dat ook zekerlijk gebeuren zal, namelijk de verschijning van de Messias in het vlees, die zal van punt tot punt zo voltrokken worden, gelijk Ik ze door mijn profeten voorzegd heb."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הָ/רִֽאשֹׁנ֖וֹת",
          "strongs": "H7223",
          "morph": "HTd/Aafpa"
        },
        {
          "woord": "הִנֵּה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "בָ֑אוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/חֲדָשׁוֹת֙",
          "strongs": "H2319",
          "morph": "HC/Aafpa"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "מַגִּ֔יד",
          "strongs": "H5046",
          "morph": "HVhrmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/טֶ֥רֶם",
          "strongs": "H2962",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "תִּצְמַ֖חְנָה",
          "strongs": "H6779",
          "morph": "HVqi3fp"
        },
        {
          "woord": "אַשְׁמִ֥יע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶתְ/כֶֽם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zie,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> de voorgaande dingen zijn gekomen, en nieuwe dingen verkondig Ik; voordat zij uitspruiten, doe Ik u die horen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ziet,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> de voorgaande dingen zijn gekomen, en nieuwe dingen verkondig Ik; eer dat zij uitspruiten, doe Ik ulieden die horen.",
      "text1637_html": "Siet, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> de voorgaende dingen zijn gekomen: ende nieuwe dingen verkondige ick, eer dat sy uytspruyten doe ick u lieden die hooren.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Ziet,",
          "new": "Zie,",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "eer dat",
          "new": "voordat",
          "principe": "V32"
        },
        {
          "old": "ulieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Zingt den HEERE een nieuw lied, Zijn lof van het einde der aarde; gij, die ter zee vaart, en al wat daarin is, gij eilanden en hun inwoners.",
      "text1637": "[c] Singt den HEERE [35] een nieuw liet, sijnen lof [36] van het eynde der aerde: ghy [37] die ter zee vaert, ende [38] al wat daer in is, ghy eylanden, ende hare inwoonders.",
      "text2026": "Zing JAHWEH een nieuw lied, Zijn lof van het einde van de aarde; u, die ter zee vaart, en al wat daarin is, u eilanden en hun inwoners.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 33:3 . Psalmen 33:3 : Zingt Hem een nieuw lied; speelt wel met vrolijk geschal.",
          "text1637": "",
          "text2026": "Ps. 33:3 . Psalmen 33:3 : Zingt Hem een nieuw lied; speelt wel met vrolijk geschal."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "een nieuw lied: Dat is, een voortreffelijk lied. Zie Ps. 32:3 . Psalmen 32:3 : Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd, in mijn brullen den gansen dag.",
          "text1637": "D. Een voortreffelick liet. siet Psal. 33.3.",
          "text2026": "een nieuw lied: Dat is, een voortreffelijk lied. Zie Ps. 32:3 . Psalmen 32:3 : Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd, in mijn brullen de gansen dag."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van het einde: Dat is, gijlieden, die aan de uiterste einden der wereld woont, alle mensen van welken staat of natie gij zijt; aangezien het heil, dat de Messias aanbrengt, allerlei volken en natiën aangaat; zo hebben zich dan billijk alle volken en natiën in Hem te verheugen en te verblijden.",
          "text1637": "D. ghylieden die aen de uyterste eynden der werelt woont, alle menschen van wat staet of natie dat ghy zijt, Aengesien dat het heyl dat de Messias aenbrengt, allerley volckeren ende Natien aengaet: So hebben sich dan billick alle volckeren ende natien in hem te verheugen ende te verblyden.",
          "text2026": "van het einde: Dat is, u, die aan de uiterste einden van de wereld woont, alle mensen van welke staat of natie u bent; aangezien het heil, dat de Messias aanbrengt, allerlei volken en natiën betreft; zo hebben zich dan billijk alle volken en natiën in Hem te verheugen en te verblijden."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "die ter zee: Hebreeuws, nederdaalt op de zee; te weten in het schip, dat op de zee zal varen.",
          "text1637": "Hebr. nederdaelt op de zee. T.w. in't schip dat op der zee sal varen.",
          "text2026": "die ter zee: Hebreeuws, neerdaalt op de zee (יָּם); te weten in het schip, dat op de zee zal varen."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "al wat daarin: Gij mensen altegaar, die in de eilanden woont, die rondom in de zee liggen. Hebreeuws, de volheid derzelve; gelijk Ps. 24:1 . Psalmen 24:1 : Een psalm van David. De aarde is des HEEREN, mitsgaders haar volheid, de wereld, en die daarin wonen.",
          "text1637": "Ghy menschen allegaer die in de eylanden woont, die rontom in de zee liggen. Hebr. de volheyt der selver, als Psal. 24.1.",
          "text2026": "al wat daarin: U mensen altegaar, die in de eilanden woont, die rondom in de zee liggen. Hebreeuws, de volheid derzelve; gelijk Ps. 24:1 . Psalmen 24:1 : Een psalm van David. De aarde is van JAHWEH, en ook haar volheid, de wereld, en die daarin wonen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שִׁ֤ירוּ",
          "strongs": "H7891",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "לַֽ/יהוָה֙",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "שִׁ֣יר",
          "strongs": "H7892",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "חָדָ֔שׁ",
          "strongs": "H2319",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "תְּהִלָּת֖/וֹ",
          "strongs": "H8416",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/קְצֵ֣ה",
          "strongs": "H7097",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "יוֹרְדֵ֤י",
          "strongs": "H3381",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יָּם֙",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מְלֹא֔/וֹ",
          "strongs": "H4393",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אִיִּ֖ים",
          "strongs": "H339",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יֹשְׁבֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vqrmpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zing JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> een nieuw lied, Zijn lof<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> van het einde van de aarde; u,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> die ter zee vaart, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> al wat daarin is, u eilanden en hun inwoners.",
      "textSV1888_html": "Zingt den HEERE<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> een nieuw lied, Zijn lof<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> van het einde der aarde; gij,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> die ter zee vaart, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> al wat daarin is, gij eilanden en hun inwoners.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Singt den HEERE <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> een nieuw liet, sijnen lof <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> van het eynde der aerde: ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> die ter zee vaert, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> al wat daer in is, ghy eylande<i>n</i>, ende hare inwoonders.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Zingt den HEERE",
          "new": "Zing JAHWEH",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "gij,",
          "new": "u,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Laat de woestijn en haar steden de stem verheffen, met de dorpen, die Kedar bewoont; laat hen juichen, die in de rotsstenen wonen, en van den top der bergen af schreeuwen.",
      "text1637": "Laet de woestijne, ende [39] hare steden [de stemme] verheffen, met [40] de dorpen [die] Kedar bewoont: laetse juychen [41] die in de rots-steenen woonen, [ende] [42] van den top der bergen af schreeuwen.",
      "text2026": "Laat de woestijn en haar steden de stem verheffen, met de dorpen, die Kedar bewoont; laat hen juichen, die in de rotsstenen wonen, en van de top van de bergen af schreeuwen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "haar steden: Dat is, de steden, die in of nabij dezelve liggen.",
          "text1637": "D. de Steden die in, of naeby de selve liggen.",
          "text2026": "haar steden: Dat is, de steden, die in of nabij dezelfde liggen."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de dorpen, die Kedar bewoont: Dat is, de dorpen der Kedarenen; dat is der Arabieren, alzo genaamd naar Kedar, den zoon van Ismaël; Gen. 25:13 ; Ps. 120:5 . Genesis 25:13 : En dit zijn de namen der zonen van Ismaël, met hun namen naar hun geboorten. De eerstgeborene van Ismaël, Nabajoth; daarna Kedar, en Adbeel, en Mibsam, Psalmen 120:5 : O, wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars wone.",
          "text1637": "D. de dorpen der Kedarenen, D. de Arabiers, alsoo genaemt van Kedar den sone Ismaëls, Gen. 25.13. Psal. 102.5.",
          "text2026": "de dorpen, die Kedar bewoont: Dat is, de dorpen van de Kedarenen; dat is van de Arabieren, zo genaamd naar Kedar, de zoon van Ismaël; Gen. 25:13 ; Ps. 120:5 . Genesis 25:13 : En dit zijn de namen van de zonen van Ismaël, met hun namen naar hun geboorten. De eerstgeborene van Ismaël, Nabajoth; daarna Kedar, en Adbeel, en Mibsam, Psalmen 120:5 : O, wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars woon."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "die in de rotsstenen wonen: Anders: die te Sela wonen, welke is de hoofdstad van Arabië. Zie boven Jes. 16:1 . Jesaja 16:1 : Zendt de lammeren van den heerser des lands van Sela af, naar de woestijn henen, tot den berg der dochter van Sion.",
          "text1637": "And. die te Sela woonen, welcke is de hooft-stadt van Arabia. siet bov. cap. 16. vers 1.",
          "text2026": "die in de rotsstenen wonen: Anders: die te Sela wonen, welke is de hoofdstad van Arabië. Zie boven Jes. 16:1 . Jesaja 16:1 : Zendt de lammeren van de heerser van het land van Sela af, naar de woestijn heen, tot de berg van de dochter van Sion."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van den top der bergen: Hebreeuws, van het hoofd der bergen.",
          "text1637": "Hebr. Van het hooft der bergen.",
          "text2026": "van de top van de bergen: Hebreeuws, van het hoofd van de bergen (רֹאשׁ)."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִשְׂא֤וּ",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "מִדְבָּר֙",
          "strongs": "H4057",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָרָ֔י/ו",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "חֲצֵרִ֖ים",
          "strongs": "H2691",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "תֵּשֵׁ֣ב",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "קֵדָ֑ר",
          "strongs": "H6938",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יָרֹ֨נּוּ֙",
          "strongs": "H7442",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "יֹ֣שְׁבֵי",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "סֶ֔לַע",
          "strongs": "H5554",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֵ/רֹ֥אשׁ",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הָרִ֖ים",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יִצְוָֽחוּ",
          "strongs": "H6681",
          "morph": "HVqi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat de woestijn en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> haar steden de stem verheffen, met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> de dorpen, die Kedar bewoont; laat hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> juichen, die in de rotsstenen wonen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> en van de top van de bergen af schreeuwen.",
      "textSV1888_html": "Laat de woestijn en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> haar steden de stem verheffen, met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> de dorpen, die Kedar bewoont; laat hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> juichen, die in de rotsstenen wonen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> en van den top der bergen af schreeuwen.",
      "text1637_html": "Laet de woestijne, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> hare stede<i>n</i> [de stemme] verheffen, met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> de dorpe<i>n</i> [die] Kedar bewoont: laetse juychen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> die in de rots-steenen woonen, [ende] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> van den top der bergen af schreeuwen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Laat ze den HEERE de eer geven, en Zijn lof in de eilanden verkondigen.",
      "text1637": "Laetse den HEERE de eere geven, ende sijnen lof in de Eylanden vercondigen.",
      "text2026": "Laat ze JAHWEH de eer geven, en Zijn lof in de eilanden verkondigen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יָשִׂ֥ימוּ",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "לַֽ/יהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "כָּב֑וֹד",
          "strongs": "H3519",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/תְהִלָּת֖/וֹ",
          "strongs": "H8416",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אִיִּ֥ים",
          "strongs": "H339",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "יַגִּֽידוּ",
          "strongs": "H5046",
          "morph": "HVhi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat ze JAHWEH de eer geven, en Zijn lof in de eilanden verkondigen.",
      "text1637_html": "Laetse den HEERE de eere geven, ende sijnen lof in de Eylanden vercondigen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "De HEERE zal uittrekken als een held; Hij zal den ijver opwekken als een krijgsman; Hij zal juichen, ja, Hij zal een groot getier maken; Hij zal Zijn vijanden overweldigen.",
      "text1637": "[43] De HEERE [44] sal uyt-trecken als een helt, hy sal den yver op-wecken als een krijchsman, hy sal juychen, ja [45] hy sal een groot getier maken: hy sal sijne vyanden overweldigen.",
      "text2026": "JAHWEH zal uittrekken als een held; Hij zal de ijver opwekken als een soldaat; Hij zal juichen, ja, Hij zal een groot getier maken; Hij zal Zijn vijanden overweldigen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De HEERE: Te weten Jezus Christus.",
          "text1637": "T.w. Iesus Christus.",
          "text2026": "JAHWEH: Te weten Jezus Christus."
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zal uittrekken: Dat is, Hij zal zijn goddelijke macht doen blijken, als Hij den duivel en de wereld overwinnen zal door zijne predikatiën, zijnen dood, zijne verrijzenis, hemelvaart en het zitten ter rechterhand zijns Vaders en wederkomst ten oordeel.",
          "text1637": "D. hy sal sijne goddelicke macht doen blijcken, als hy den duyvel ende de werelt overwinnen sal door sijne predicatien, sijne doot, sijne verrysenisse, hemelvaert, ende 'tsitten ter rechterhant sijnes Vaders, ende wedercomste ten oordeele.",
          "text2026": "zal uittrekken: Dat is, Hij zal zijn goddelijke macht doen blijken, als Hij de duivel en de wereld overwinnen zal door zijn predikatiën, zijn dood, zijn verrijzenis, hemelvaart en het zitten ter rechterhand zijn Vaders en wederkomst tot het oordeel."
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij zal een groot: Sommigen menen dat het Hebreeuwse woord betekent tieren, brullen, of bulderen, gelijk de olifanten.",
          "text1637": "Sommige meynen, dat het Hebr. woort, beteeckent, tieren, brullen, of bulderen, gelijck de elephanten.",
          "text2026": "Hij zal een groot: Sommigen menen dat het Hebreeuwse woord betekent tieren, brullen, of bulderen, gelijk de olifanten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְהוָה֙",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כַּ/גִּבּ֣וֹר",
          "strongs": "H1368",
          "morph": "HRd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "יֵצֵ֔א",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "כְּ/אִ֥ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מִלְחָמ֖וֹת",
          "strongs": "H4421",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "יָעִ֣יר",
          "strongs": "H5782",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "קִנְאָ֑ה",
          "strongs": "H7068",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "יָרִ֨יעַ֙",
          "strongs": "H7321",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "אַף",
          "strongs": "H637",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "יַצְרִ֔יחַ",
          "strongs": "H6873",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֹיְבָ֖י/ו",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִתְגַּבָּֽר",
          "strongs": "H1396",
          "morph": "HVti3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> zal uittrekken als een held; Hij zal de ijver opwekken als een soldaat; Hij zal juichen, ja,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> Hij zal een groot getier maken; Hij zal Zijn vijanden overweldigen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> De HEERE<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> zal uittrekken als een held; Hij zal den ijver opwekken als een krijgsman; Hij zal juichen, ja,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> Hij zal een groot getier maken; Hij zal Zijn vijanden overweldigen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> De HEERE <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> sal uyt-trecken als een helt, hy sal den yver op-wecken als een krijchsman, hy sal juychen, ja <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> hy sal een groot getier maken: hy sal sijne vyanden overweldigen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "De HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "krijgsman;",
          "new": "soldaat;",
          "principe": "V119"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Ik heb van ouds gezwegen, Ik heb Mij stil gehouden en Mij ingehouden; Ik zal uitschreeuwen, als een, die baart, Ik zal ze verwoesten, en te zamen opslokken.",
      "text1637": "[46] Ick hebbe van outs geswegen, [47] ick hebbe my stille gehouden, [ende] my ingehouden: Ick sal uytschreeuwen, als eene die baert, ick salse verwoesten, ende t'samen opslocken.",
      "text2026": "Ik heb van ouds gezwegen, Ik heb Mij stil gehouden en Mij ingehouden; Ik zal uitschreeuwen, als een, die baart, Ik zal ze verwoesten, en samen opslokken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ik heb van ouds: Dit zijn de woorden Gods. Alsof Hij zeide: Dit is wel vanouds mijne wijze en manier van doen geweest, dat Ik mijne en de vijanden mijner kerk een tijdlang heb laten begaan.",
          "text1637": "Dit zijn de woorden Godts. Als of hy seyde, Dit is wel van outs af mijne wijse ende maniere van doen geweest, dat ick mijne, ende mijner kercke vyanden eenen tijt lanck hebbe laten begaen.",
          "text2026": "Ik heb van ouds: Dit zijn de woorden van God. Alsof Hij zei: Dit is wel vanouds mijn wijze en manier van doen geweest, dat Ik mijn en de vijanden mijn kerk een tijdlang heb laten begaan."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ik heb Mij stil: Of, zou Ik [langer] stilzwijgen? Zou ik mij [nog] inhouden?",
          "text1637": "Of, soude ick [langer] stille swygen? soude ick my [noch] inhouden?",
          "text2026": "Ik heb Mij stil: Of, zou Ik [langer] stilzwijgen? Zou ik mij [nog] inhouden?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הֶחֱשֵׁ֨יתִי֙",
          "strongs": "H2814",
          "morph": "HVhp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵֽ/עוֹלָ֔ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אַחֲרִ֖ישׁ",
          "strongs": "H2790",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶתְאַפָּ֑ק",
          "strongs": "H662",
          "morph": "HVti1cs"
        },
        {
          "woord": "כַּ/יּוֹלֵדָ֣ה",
          "strongs": "H3205",
          "morph": "HRd/Vqrfsa"
        },
        {
          "woord": "אֶפְעֶ֔ה",
          "strongs": "H6463",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶשֹּׁ֥ם",
          "strongs": "H5395",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶשְׁאַ֖ף",
          "strongs": "H7602",
          "morph": "HC/Vqi1cs"
        },
        {
          "woord": "יָֽחַד",
          "strongs": "H3162",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>Ik heb van ouds gezwegen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Ik heb Mij stil gehouden en Mij ingehouden; Ik zal uitschreeuwen, als een, die baart, Ik zal ze verwoesten, en samen opslokken.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> Ik heb van ouds gezwegen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Ik heb Mij stil gehouden en Mij ingehouden; Ik zal uitschreeuwen, als een, die baart, Ik zal ze verwoesten, en te zamen opslokken.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> Ick hebbe van outs geswegen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> ick hebbe my stille gehouden, [ende] my ingehouden: Ick sal uytschreeuwen, als eene die baert, ick salse verwoesten, ende t'samen opslocken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "te zamen",
          "new": "samen",
          "principe": "V374"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Ik zal bergen en heuvelen woest maken, en al hun gras zal Ik doen verdorren; en Ik zal de rivieren tot eilanden maken, en de poelen uitdrogen.",
      "text1637": "[48] Ick sal bergen ende heuvelen woest maken, ende al haer gras sal ick doen verdorren: ende ick sal de rivieren tot Eylanden maken, ende de poelen uytdroogen.",
      "text2026": "Ik zal bergen en heuvelen woest maken, en al hun gras zal Ik doen verdorren; en Ik zal de rivieren tot eilanden maken, en de poelen uitdrogen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ik zal bergen: Dat is, Ik zal de grote en trotse vijanden mijner kerk verdelgen, en Ik zal uit den weg weren alle verhinderingen, die mijne gelovigen kunnen hinderen of schaden om tot mij in den hemel te komen.",
          "text1637": "D. ick sal de groote ende trotse vyanden mijner kercke verdelgen, ende ick sal uyt den wech weeren alle verhinderinge, die mijne geloovige kunnen hinderen ofte schaden, om tot my inden hemel te komen.",
          "text2026": "Ik zal bergen: Dat is, Ik zal de grote en trotse vijanden mijn kerk verdelgen, en Ik zal uit de weg weren alle verhinderingen, die mijn gelovigen kunnen hinderen of schaden om tot mij in de hemel te komen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַחֲרִ֤יב",
          "strongs": "H2717",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "הָרִים֙",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וּ/גְבָע֔וֹת",
          "strongs": "H1389",
          "morph": "HC/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "עֶשְׂבָּ֖/ם",
          "strongs": "H6212",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אוֹבִ֑ישׁ",
          "strongs": "H3001",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/שַׂמְתִּ֤י",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HC/Vqq1cs"
        },
        {
          "woord": "נְהָרוֹת֙",
          "strongs": "H5104",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "לָֽ/אִיִּ֔ים",
          "strongs": "H339",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וַ/אֲגַמִּ֖ים",
          "strongs": "H98",
          "morph": "HC/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אוֹבִֽישׁ",
          "strongs": "H3001",
          "morph": "HVhi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Ik zal bergen en heuvelen woest maken, en al hun gras zal Ik doen verdorren; en Ik zal de rivieren tot eilanden maken, en de poelen uitdrogen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> Ik zal bergen en heuvelen woest maken, en al hun gras zal Ik doen verdorren; en Ik zal de rivieren tot eilanden maken, en de poelen uitdrogen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> Ick sal bergen ende heuvelen woest maken, ende al haer gras sal ick doen verdorren: ende ick sal de rivieren tot Eylanden maken, ende de poelen uytdroogen."
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "En Ik zal de blinden leiden door den weg, dien zij niet geweten hebben, Ik zal ze doen treden door de paden, die zij niet geweten hebben; Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken, en het kromme tot recht; deze dingen zal Ik hun doen, en Ik zal hen niet verlaten.",
      "text1637": "Ende ick sal [49] de blinde [50] leyden [51] door den wech, [dien] sy niet geweten en hebben, Ick salse doen treden door de paden, [die] sy niet geweten en hebben: Ick sal de duysternisse voor haer aengesichte ten lichte maken, ende [d] het cromme tot recht: dese dingen sal ick haer doen, ende ick en salse niet verlaten.",
      "text2026": "En Ik zal de blinden leiden door de weg, die zij niet geweten hebben, Ik zal ze doen treden door de paden, die zij niet geweten hebben; Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken, en het kromme tot recht; deze dingen zal Ik hun doen, en Ik zal hen niet verlaten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de blinden: Dat is, die den waren God tevoren niet kenden, maar van Hem en zijne leer afdwaalden en in grote blindheid der onwetendheid en afgoderij staken.",
          "text1637": "D. die den waren Godt te vooren niet en kenden, maer van hem ende sijne leere afdwaelden, ende in groote blintheyt der onwetenheyt, ende afgoderye staken.",
          "text2026": "de blinden: Dat is, die de waren God tevoren niet kenden, maar van Hem en zijn leer afdwaalden en in grote blindheid van de onwetendheid en afgoderij staken."
        },
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten door mijn Geest en de predikatie van het heilig Evangelie.",
          "text1637": "T.w. door mijnen Geest, ende de predicatie des H. Euangelii.",
          "text2026": "Te weten door mijn Geest en de predikatie van het heilig Evangelie."
        },
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "door den weg: Dat is, door den weg der hemelse en zaligmakende waarheid en godzaligheid.",
          "text1637": "D. door den wech der hemelscher ende salichmakender waerheyt ende godtsalicheyt.",
          "text2026": "door de weg: Dat is, door de weg van de hemele en zaligmakende waarheid en godzaligheid."
        },
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 40:3 ; idem v. 4 . Jesaja 40:3 : Een stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des HEEREN, maakt recht in de wildernis een baan voor onzen God! Jesaja 40:4 : Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvelen zullen vernederd worden; en wat krom is, dat zal recht, en wat hobbelachtig is, dat zal tot een vallei gemaakt worden.",
          "text1637": "",
          "text2026": "Jes. 40:3 ; idem v. 4 . Jesaja 40:3 : Een stem van de roependen in de woestijn: Bereidt de weg van JAHWEH, maakt recht in de wildernis een baan voor onze God! Jesaja 40:4 : Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvelen zullen vernederd worden; en wat krom is, dat zal recht, en wat hobbelachtig is, dat zal tot een vallei gemaakt worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הוֹלַכְתִּ֣י",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HC/Vhq1cs"
        },
        {
          "woord": "עִוְרִ֗ים",
          "strongs": "H5787",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/דֶ֨רֶךְ֙",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָדָ֔עוּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בִּ/נְתִיב֥וֹת",
          "strongs": "H5410",
          "morph": "HR/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָדְע֖וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "אַדְרִיכֵ֑/ם",
          "strongs": "H1869",
          "morph": "HVhi1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אָשִׂים֩",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "מַחְשָׁ֨ךְ",
          "strongs": "H4285",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנֵי/הֶ֜ם",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לָ/א֗וֹר",
          "strongs": "H216",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מַֽעֲקַשִּׁים֙",
          "strongs": "H4625",
          "morph": "HC/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/מִישׁ֔וֹר",
          "strongs": "H4334",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֵ֚לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HPdxcp"
        },
        {
          "woord": "הַ/דְּבָרִ֔ים",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "עֲשִׂיתִ֖/ם",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqp1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "עֲזַבְתִּֽי/ם",
          "strongs": "H5800",
          "morph": "HVqp1cs/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> de blinden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> leiden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> door de weg, die zij niet geweten hebben, Ik zal ze doen treden door de paden, die zij niet geweten hebben; Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken, en het kromme tot recht; deze dingen zal Ik hun doen, en Ik zal hen niet verlaten.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> de blinden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> leiden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> door den weg, dien zij niet geweten hebben, Ik zal ze doen treden door de paden, die zij niet geweten hebben; Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken, en het kromme tot recht; deze dingen zal Ik hun doen, en Ik zal hen niet verlaten.",
      "text1637_html": "Ende ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> de blinde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> leyden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> door den wech, [dien] sy niet geweten en hebben, Ick salse doen treden door de paden, [die] sy niet geweten en hebben: Ick sal de duysternisse voor haer aengesichte ten lichte maken, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> het cromme tot recht: dese dingen sal ick haer doen, ende ick en salse niet verlaten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Maar die zich op gesneden beelden verlaten, die tot de gegoten beelden zeggen: Gij zijt onze goden; die zullen achterwaarts keren, en met schaamte beschaamd worden.",
      "text1637": "[Maer] die haer op gesnedene beelden verlaten, die tot de gegotene beelden seggen, Ghy zijt onse Goden, [e] die sullen achterwaerts keeren, [ende] [52] met schaemte beschaemt worden.",
      "text2026": "Maar die zich op gesneden beelden verlaten, die tot de gegoten beelden zeggen: U bent onze goden; die zullen achteruit keren, en met schaamte beschaamd worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 97:7 ; Jes. 1:29 ; Jes. 44:11 ; Jes. 45:16 . Psalmen 97:7 : Beschaamd moeten wezen allen, die de beelden dienen, die zich op afgoden beroemen; buigt u neder voor Hem, alle gij goden! Jesaja 1:29 : Want zij zullen beschaamd worden om der eiken wil, die gijlieden begeerd hebt, en gij zult schaamrood worden, om der hoven wil, die gij verkoren hebt. Jesaja 44:11 : Ziet, al hun medegenoten zullen beschaamd worden, want de werkmeesters zijn uit de mensen; dat zij zich altemaal vergaderen, dat zij opstaan, zij zullen verschrikken, zij zullen te zamen beschaamd worden. Jesaja 45:16 : Zij zullen beschaamd en ook tot schande worden, zij allen; te zamen zullen zij met schande heengaan, die de afgoden maken.",
          "text1637": "",
          "text2026": "Ps. 97:7 ; Jes. 1:29 ; Jes. 44:11 ; Jes. 45:16 . Psalmen 97:7 : Beschaamd moeten wezen allen, die de beelden dienen, die zich op afgoden beroemen; buigt u neder voor Hem, alle u goden! Jesaja 1:29 : Want zij zullen beschaamd worden vanwege de eiken, die u begeerd hebt, en u zult schaamrood worden, vanwege de hoven, die u gekozen hebt. Jesaja 44:11 : Ziet, al hun medegenoten zullen beschaamd worden, want de werkmeesters zijn uit de mensen; dat zij zich allemaal vergaderen, dat zij opstaan, zij zullen verschrikken, zij zullen te zamen beschaamd worden. Jesaja 45:16 : Zij zullen beschaamd en ook tot schande worden, zij allen; te zamen zullen zij met schande heengaan, die de afgoden maken."
        },
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met schaamte: Dat is, gans en al te schande worden.",
          "text1637": "D. gantsch en gaer te schande worden.",
          "text2026": "met schaamte: Dat is, geheel en al te schande worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נָסֹ֤גוּ",
          "strongs": "H5472",
          "morph": "HVNp3cp"
        },
        {
          "woord": "אָחוֹר֙",
          "strongs": "H268",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יֵבֹ֣שׁוּ",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "בֹ֔שֶׁת",
          "strongs": "H1322",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/בֹּטְחִ֖ים",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/פָּ֑סֶל",
          "strongs": "H6459",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֹמְרִ֥ים",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/מַסֵּכָ֖ה",
          "strongs": "H4541",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אַתֶּ֥ם",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵֽי/נוּ",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar die zich op gesneden beelden verlaten, die tot de gegoten beelden zeggen: <span class=\"direct-speech\"><i>U bent onze goden; die zullen achteruit keren,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> en met schaamte beschaamd worden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Maar die zich op gesneden beelden verlaten, die tot de gegoten beelden zeggen: Gij zijt onze goden; die zullen achterwaarts keren,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> en met schaamte beschaamd worden.",
      "text1637_html": "[Maer] die haer op gesnedene beelden verlaten, die tot de gegotene beelden seggen, Ghy zijt onse Goden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> die sullen achterwaerts keere<i>n</i>, [ende] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> met schaemte beschaemt worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "achterwaarts",
          "new": "achteruit",
          "principe": "V157"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Hoort, gij doven! en schouwt aan, gij blinden! om te zien.",
      "text1637": "[53] Hoort ghy doove, ende schouwt aen ghy blinde, om te sien.",
      "text2026": "Hoor, u doven! en schouwt aan, u blinden! om te zien.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hier spreekt de HEERE de Joden aan, die moedwillig doof en blind waren, niet willende met aandacht zijn woord horen noch in acht nemen zijne werken en gerichten.",
          "text1637": "Hier spreeckt de HEERE de Ioden aen, die moetwillich doof en blint waren, niet willende met aendacht sijn woort hooren, noch in achtinge nemen sijne wercken ende gerichten.",
          "text2026": "Hier spreekt JAHWEH de Joden aan, die moedwillig doof en blind waren, niet willende met aandacht zijn woord horen noch in acht nemen zijn werken en gerichten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַ/חֵרְשִׁ֖ים",
          "strongs": "H2795",
          "morph": "HTd/Aampa"
        },
        {
          "woord": "שְׁמָ֑עוּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַ/עִוְרִ֖ים",
          "strongs": "H5787",
          "morph": "HC/Td/Aampa"
        },
        {
          "woord": "הַבִּ֥יטוּ",
          "strongs": "H5027",
          "morph": "HVhv2mp"
        },
        {
          "woord": "לִ/רְאֽוֹת",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> Hoor, u doven! en schouwt aan, u blinden! om te zien.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> Hoort, gij doven! en schouwt aan, gij blinden! om te zien.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> Hoort ghy doove, ende schouwt aen ghy blinde, om te sien.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Hoort, gij",
          "new": "Hoor, u",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Wie is er blind als Mijn knecht, en doof, gelijk Mijn bode, dien Ik zende? Wie is blind, gelijk de volmaakte, en blind, gelijk de knecht des HEEREN?",
      "text1637": "Wie isser blint dan [54] mijn knecht? ende doof gelijck [55] mijn bode [56] [dien] ick sende? wie is blint gelijck [57] de volmaeckte? ende blint gelijck de knecht des HEEREN?",
      "text2026": "Wie is er blind als Mijn knecht, en doof, gelijk Mijn bode, die Ik zend? Wie is blind, gelijk de volmaakte, en blind, gelijk de knecht van JAHWEH?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Mijn knecht: Dat is, het volk van Israël, dat ik mijnen wil heb geopenbaard en beroepen heb, opdat het mij daarna zou dienen, gelijk boven Jes. 41:8 , en straks wederom in vers 19 . Jesaja 41:8 : Maar gij, Israël, Mijn knecht! gij Jakob, dien Ik verkoren heb! het zaad van Abraham, Mijn liefhebber! Jesaja 42:19 : Wie is er blind als Mijn knecht, en doof, gelijk Mijn bode, dien Ik zende? Wie is blind, gelijk de volmaakte, en blind, gelijk de knecht des HEEREN?",
          "text1637": "D. het volck van Israël, dat ick mijnen wille hebbe geopenbaert, ende beroepen hebbe, op dat het my daer na soude dienen, als bov. c. 41. vers 8. ende stracx wederom in dit vers.",
          "text2026": "Mijn knecht: Dat is, het volk van Israël, dat ik mijn wil heb geopenbaard en beroepen heb, opdat het mij daarna zou dienen, gelijk boven Jes. 41:8 , en straks opnieuw in vers 19 . Jesaja 41:8 : Maar u, Israël, Mijn knecht! u Jakob, die Ik gekozen heb! het zaad van Abraham, Mijn liefhebber! Jesaja 42:19 : Wie is er blind als Mijn knecht, en doof, gelijk Mijn bode, die Ik zend? Wie is blind, gelijk de volmaakte, en blind, gelijk de knecht van JAHWEH?"
        },
        {
          "marker": "55",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Mijn bode: De priesters en Levieten, door wie God het volk zijnen wil te kennen gaf.",
          "text1637": "De Priesters ende Leviten, door de welcke Godt, den volcke sijnen wille te kennen gaf.",
          "text2026": "Mijn bode: De priesters en Levieten, door wie God het volk zijn wil te kennen gaf."
        },
        {
          "marker": "56",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "dien Ik zende: Te weten om mijn volk te leren.",
          "text1637": "T.w. om mijn volck te leeren.",
          "text2026": "die Ik zend: Te weten om mijn volk te leren."
        },
        {
          "marker": "57",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de volmaakte: Of, volkomen, dat is, het volk van Israël, hetwelk Ik vele grote, zo geestelijke als lichamelijke weldaden bewezen heb, alzo dat het niets ontbrak; waaruit het behoorde te zien en bekennen hoe getrouw Ik het met hen voorhad.",
          "text1637": "Of volcomene, D. het volck van Israël, 't welck ick veel groote, soo geestelicke, als lichamelicke weldaden bewesen hebbe, also dat het selve niets en ontbrack: daer uyt het behoorde te sien ende bekennen, hoe getrouwelick dat ick het met hen voor hadde.",
          "text2026": "de volmaakte: Of, volkomen, dat is, het volk van Israël, dat Ik vele grote, zo geestelijke als lichamelijke weldaden bewezen heb, zo dat het niets ontbrak; waaruit het behoorde te zien en bekennen hoe getrouw Ik het met hen voorhad."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִ֤י",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "עִוֵּר֙",
          "strongs": "H5787",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "עַבְדִּ֔/י",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/חֵרֵ֖שׁ",
          "strongs": "H2795",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "כְּ/מַלְאָכִ֣/י",
          "strongs": "H4397",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶשְׁלָ֑ח",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ֤י",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "עִוֵּר֙",
          "strongs": "H5787",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "כִּ/מְשֻׁלָּ֔ם",
          "strongs": "H7999",
          "morph": "HR/VPsmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עִוֵּ֖ר",
          "strongs": "H5787",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "כְּ/עֶ֥בֶד",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Wie is er blind<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> als Mijn knecht, en doof, gelijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> Mijn bode,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> die Ik zend? Wie is blind, gelijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> de volmaakte, en blind, gelijk de knecht van JAHWEH?",
      "textSV1888_html": "Wie is er blind<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> als Mijn knecht, en doof, gelijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> Mijn bode,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> dien Ik zende? Wie is blind, gelijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> de volmaakte, en blind, gelijk de knecht des HEEREN?",
      "text1637_html": "Wie isser blint dan <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> mijn knecht? ende doof gelijck <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> mijn bode <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> [dien] ick sende? wie is blint gelijck <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> de volmaeckte? ende blint gelijck de knecht des HEEREN?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "zende?",
          "new": "zend?",
          "principe": "W14"
        },
        {
          "old": "des HEEREN?",
          "new": "van JAHWEH?",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Gij ziet wel veel dingen, maar gij bewaart ze niet; of schoon hij de oren opendoet, zo hoort hij toch niet.",
      "text1637": "Ghy siet [wel] [58] vele dingen, maer [f] ghy en bewaertse niet: of [59] hy [schoon] de ooren open doet, [60] so en hoort hy doch niet.",
      "text2026": "U ziet wel veel dingen, maar u bewaart ze niet; of schoon hij de oren opendoet, zo hoort hij toch niet.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "58",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "veel dingen: Te weten vele wonderwerken van God, die Hij tot uw best doet.",
          "text1637": "T.w. vele wonderwercken Godes, die hy tot uwen besten doet.",
          "text2026": "veel dingen: Te weten vele wonderwerken van God, die Hij tot uw best doet."
        },
        {
          "marker": "g",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Rom. 2:2 . Romeinen 2:2 : En wij weten, dat het oordeel Gods naar waarheid is, over degenen, die zulke dingen doen.",
          "text1637": "",
          "text2026": "Rom. 2:2 . Romeinen 2:2 : En wij weten, dat het oordeel van God naar waarheid is, over degenen, die zulke dingen doen."
        },
        {
          "marker": "59",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hij de oren: Te weten de knecht des Heeren, dat is, het volk van Israël. De zin is: Dit volk stelt zich wel uiterlijk alzo aan, alsof het mijn woord horen wilde, maar het is hun geen ernst, het gaat hun niet ter harte wat zij horen. In het eerste lid van vers 20 wordt er gesproken tot den tweeden persoon; maar in het tweede lid van den derden persoon. Dit geeft wat duisterheid in den zin. Jesaja 42:20 : Gij ziet wel veel dingen, maar gij bewaart ze niet; of schoon hij de oren opendoet, zo hoort hij toch niet.",
          "text1637": "T.w. de knecht des Heeren, D. het volck van Israël. De sin is, Dit volck stelt sich wel uyterlick alsoo aen, als of het mijn woort hooren wilde, maer ten is hem geen eernst, ten gaet hen niet ter herten wat sy hooren. In het eerste lit des vers worter gesproken tot de tweede persoone: Maer in het tweede lit van de derde persoone. dit geeft wat duysterheyt in den sin.",
          "text2026": "hij de oren: Te weten de knecht van de Heern, dat is, het volk van Israël. De zin is: Dit volk stelt zich wel uiterlijk zo aan, alsof het mijn woord horen wilde, maar het is hun geen ernst, het gaat hun niet ter hart wat zij horen. In het eerste lid van vers 20 wordt er gesproken tot de tweede persoon; maar in het tweede lid van de derden persoon. Dit geeft wat duisterheid in de zin. Jesaja 42:20 : U ziet wel veel dingen, maar u bewaart ze niet; of schoon hij de oren opendoet, zo hoort hij toch niet."
        },
        {
          "marker": "60",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zo hoort hij: Dat is, zo behartigt hij het niet.",
          "text1637": "D. so en beherticht hy het niet.",
          "text2026": "zo hoort hij: Dat is, zo behartigt hij het niet."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ראית",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "רַבּ֖וֹת",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAafpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תִשְׁמֹ֑ר",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "פָּק֥וֹחַ",
          "strongs": "H6491",
          "morph": "HVqa"
        },
        {
          "woord": "אָזְנַ֖יִם",
          "strongs": "H241",
          "morph": "HNcfda"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁמָֽע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "U ziet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> wel veel dingen, maar u bewaart ze niet; of<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> schoon hij de oren opendoet,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> zo hoort hij toch niet.",
      "textSV1888_html": "Gij ziet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> wel veel dingen, maar gij bewaart ze niet; of<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> schoon hij de oren opendoet,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> zo hoort hij toch niet.",
      "text1637_html": "Ghy siet [wel] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> vele dingen, maer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> ghy en bewaertse niet: of <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> hy [schoon] de ooren open doet, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> so en hoort hy doch niet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "De HEERE had lust aan hem, om Zijner gerechtigheid wil; Hij maakte hem groot door de wet, en Hij maakte hem heerlijk.",
      "text1637": "De HEERE hadde lust [61] [aen hem] [62] om sijner gerechticheyts wille: Hy maeckte [hem] groot [63] [door] de wet, ende hy maeckte [hem] heerlick.",
      "text2026": "JAHWEH had lust aan hem, omwille van Zijn gerechtigheid; Hij maakte hem groot door de wet, en Hij maakte hem heerlijk.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "61",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "aan hem, : Te weten aan zijn knecht; dat is aan zijn volk, of aan hen, te weten deze lieden. Sommigen duiden het op de wet en de uitvoering van Gods oordelen over dit zondig volk.",
          "text1637": "T.w. aen sijnen knecht, D. aen sijn volck, of, aen haer. T.w. dese lieden. Sommige duyden 't op de wet ende de uytvoeringe van Godts oordeelen over dit sondige volck.",
          "text2026": "aan hem, : Te weten aan zijn knecht; dat is aan zijn volk, of aan hen, te weten deze mensen. Sommigen duiden het op de wet en de uitvoering van Gods oordelen over dit zondig volk."
        },
        {
          "marker": "62",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "om Zijner: Dat is, vanwege zijne waarheid en trouw, namelijk terwijl Hij den oudvaders beloofd heeft dat Hij hun zaad zou goeddoen; zie Ps. 31:2 . Psalmen 31:2 : Op U, o HEERE! betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; help mij uit door Uw gerechtigheid.",
          "text1637": "D. van wegen sijne waerheyt ende trouwe, namelick, dewijle hy den out-vaderen belooft heeft, dat hy haer zaet soude goet doen. siet Psa. 31. op vers 2.",
          "text2026": "om Zijn: Dat is, vanwege zijn waarheid en trouw, namelijk terwijl Hij de oudvaders beloofd heeft dat Hij hun zaad zou goeddoen; zie Ps. 31:2 . Psalmen 31:2 : Op U, o JAHWEH! betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; help mij uit door Uw gerechtigheid."
        },
        {
          "marker": "63",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "door de wet: Namelijk, die Hij hun gegeven had door Mozes. Zie Deut. 4:6 ; Ps. 147:19 , 147:20 . Deuteronomium 4:6 : Behoudt ze dan, en doet ze; want dat zal uw wijsheid en uw verstand zijn voor de ogen der volken, die al deze inzettingen horen zullen, en zeggen: Dit grote volk alleen is een wijs en verstandig volk! Psalmen 147:19 : Hij maakt Jakob Zijn woorden bekend, Israël Zijn inzettingen en Zijn rechten. Psalmen 147:20 : Alzo heeft Hij geen volk gedaan; en Zijn rechten, die kennen zij niet. Hallelujah!",
          "text1637": "Namelick, die hy haer gegeven hadde door Mose. Siet Deut. 4.6. Psal. 147.19, 20.",
          "text2026": "door de wet: Namelijk, die Hij hun gegeven had door Mozes. Zie Deut. 4:6 ; Ps. 147:19 , 147:20 . Deuteronomium 4:6 : Behoudt ze dan, en doet ze; want dat zal uw wijsheid en uw verstand zijn voor de ogen van de volken, die al deze inzettingen horen zullen, en zeggen: Dit grote volk alleen is een wijs en verstandig volk! Psalmen 147:19 : Hij maakt Jakob Zijn woorden bekend, Israël Zijn inzettingen en Zijn rechten. Psalmen 147:20 : Zo heeft Hij geen volk gedaan; en Zijn rechten, die kennen zij niet. Hallelujah!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְהוָ֥ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "חָפֵ֖ץ",
          "strongs": "H2654",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְמַ֣עַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "צִדְק֑/וֹ",
          "strongs": "H6664",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יַגְדִּ֥יל",
          "strongs": "H1431",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "תּוֹרָ֖ה",
          "strongs": "H8451",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יַאְדִּֽיר",
          "strongs": "H142",
          "morph": "HC/Vhi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH had lust<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> aan hem, omwille van Zijn gerechtigheid; Hij maakte hem groot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> door de wet, en Hij maakte hem heerlijk.",
      "textSV1888_html": "De HEERE had lust<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> aan hem, om Zijner gerechtigheid wil; Hij maakte hem groot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> door de wet, en Hij maakte hem heerlijk.",
      "text1637_html": "De HEERE hadde lust <sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> [aen hem] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> om sijner gerechticheyts wille: Hy maeckte [hem] groot <sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> [door] de wet, ende hy maeckte [hem] heerlick.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "De HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "om Zijner gerechtigheid wil;",
          "new": "omwille van Zijn gerechtigheid;",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "Maar nu is het een beroofd en geplunderd volk; zij zijn allen verstrikt in de holen, en verstoken in de gevangenhuizen; zij zijn tot een roof geworden, en er is niemand, die ze redt; tot een plundering, en niemand zegt: Geeft ze weder.",
      "text1637": "Maer [nu] [64] is het [65] een berooft ende geplundert volck: sy zijn alle verstrickt in de holen, ende versteken in de gevangen-huysen: sy zijn tot eenen roof geworden, ende [66] daer en is niemant diese reddet: [tot] eene plunderinge, ende [67] niemant seyt, Geeft[se] weder.",
      "text2026": "Maar nu is het een beroofd en geplunderd volk; zij zijn allen verstrikt in de holen, en verstopt in de gevangenhuizen; zij zijn tot een roof geworden, en er is niemand, die ze redt; tot een plundering, en niemand zegt: Geef ze weer.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "64",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "is het: Te weten het volk van Israël; [anders: is hij ], te weten de knecht des Heeren, gelijk vers 19 . Anderen aldus: En dat volk is beroofd en geplunderd; al de jongelingen zuchten, of, zij zuchten allen in de spelonken of holen der aarde. Jesaja 42:19 : Wie is er blind als Mijn knecht, en doof, gelijk Mijn bode, dien Ik zende? Wie is blind, gelijk de volmaakte, en blind, gelijk de knecht des HEEREN?",
          "text1637": "T.w. het volck van Israël. And. Is hy] te weten de knecht des Heeren. als vers 19. Andre aldus, Ende dat volck is berooft ende geplundert: Alle de jongelingen suchten, of, sy suchten alle inde speloncken, of holen der aerde.",
          "text2026": "is het: Te weten het volk van Israël; [anders: is hij ], te weten de knecht van de Heern, gelijk vers 19 . Anderen aldus: En dat volk is beroofd en geplunderd; al de jongelingen zuchten, of, zij zuchten allen in de spelonken of holen van de aarde. Jesaja 42:19 : Wie is er blind als Mijn knecht, en doof, gelijk Mijn bode, die Ik zend? Wie is blind, gelijk de volmaakte, en blind, gelijk de knecht van JAHWEH?"
        },
        {
          "marker": "65",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "een beroofd: De zin is: God heeft dit volk in de handen zijner vijanden overgegeven, omdat het zijne genade en goedertierenheid niet heeft in acht genomen.",
          "text1637": "De sin is, Godt heeft dit volck in sijner vyanden handen over-gegeven, om dat het sijne genade ende goedertierenheyt niet en heeft in achtinge genomen.",
          "text2026": "een beroofd: De zin is: God heeft dit volk in de handen zijn vijanden overgegeven, omdat het zijn genade en goedertierenheid niet heeft in acht genomen."
        },
        {
          "marker": "66",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "er is niemand, die ze redt: Hebreeuws, daar is geen redder.",
          "text1637": "Hebr. daer en is geen redder.",
          "text2026": "er is niemand, die ze redt: Hebreeuws, daar is geen redder."
        },
        {
          "marker": "67",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "niemand zegt: Daar is niemand, die hen beschermt of verdedigt, of die de vijanden dwingt weder te geven wat zij hun afgenomen hebben.",
          "text1637": "D. daer is niemant diese beschermt of verdedicht, of die de vyanden dwingt weder te geven, datse haer afgenomen hebben.",
          "text2026": "niemand zegt: Daar is niemand, die hen beschermt of verdedigt, of die de vijanden dwingt weer te geven wat zij hun afgenomen hebben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הוּא֮",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HC/Pp3ms"
        },
        {
          "woord": "עַם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בָּז֣וּז",
          "strongs": "H962",
          "morph": "HVqsmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָׁסוּי֒",
          "strongs": "H8154",
          "morph": "HC/Vqsmsa"
        },
        {
          "woord": "הָפֵ֤חַ",
          "strongs": "H6351",
          "morph": "HVha"
        },
        {
          "woord": "בַּֽ/חוּרִים֙",
          "strongs": "H2352",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "כֻּלָּ֔/ם",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/בָתֵּ֥י",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HC/R/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "כְלָאִ֖ים",
          "strongs": "H3608",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "הָחְבָּ֑אוּ",
          "strongs": "H2244",
          "morph": "HVHp3cp"
        },
        {
          "woord": "הָי֤וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לָ/בַז֙",
          "strongs": "H957",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֣ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "מַצִּ֔יל",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HVhrmsa"
        },
        {
          "woord": "מְשִׁסָּ֖ה",
          "strongs": "H4933",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אֹמֵ֥ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "הָשַֽׁב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVhv2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> nu is het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> een beroofd en geplunderd volk; zij zijn allen verstrikt in de holen, en verstopt in de gevangenhuizen; zij zijn tot een roof geworden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> er is niemand, die ze redt; tot een plundering, en niemand zegt:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Geef ze weer.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> nu is het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> een beroofd en geplunderd volk; zij zijn allen verstrikt in de holen, en verstoken in de gevangenhuizen; zij zijn tot een roof geworden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> er is niemand, die ze redt; tot een plundering, en niemand zegt:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> Geeft ze weder.",
      "text1637_html": "Maer [nu] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> is het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> een berooft ende geplundert volck: sy zijn alle verstrickt in de holen, ende versteken in de gevangen-huysen: sy zijn tot eenen roof geworden, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> daer en is niemant diese reddet: [tot] eene plunderinge, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> niemant seyt, Geeft[se] weder.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "verstoken",
          "new": "verstopt",
          "principe": "V540"
        },
        {
          "old": "Geeft",
          "new": "Geef",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "weder.",
          "new": "weer.",
          "principe": "V66"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "Wie onder ulieden neemt zulks ter oren? Wie merkt op en hoort, wat hierna zijn zal?",
      "text1637": "Wie onder u lieden, neemt sulcx ter ooren? [wie] merckt op, ende hoort [68] wat hier na zijn sal?",
      "text2026": "Wie onder u neemt dat ter ore? Wie merkt op en hoort, wat hierna zijn zal?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "68",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "wat hierna: Want de straffen en plagen des Heeren, die hier in dit leven komen over de onboetvaardige zondaars, zijn maar beginselen van hunne smarten, zo zij niet intijds opmerken en zich beteren en met belijdenis hunner zonden zeggen: Wie heeft Jakob, enz. vers 24 . Jesaja 42:24 : Wie heeft Jakob tot een plundering overgegeven, en Israël den rovers? Is het niet de HEERE, Hij, tegen Wien wij gezondigd hebben? Want zij wilden niet wandelen in Zijn wegen, en zij hoorden niet naar Zijn wet.",
          "text1637": "Want de straffen ende plagen des Heeren, die hier in dit leven komen over de onboetveerdige sondaren, die en zijn maer beginselen van hare smerten, so sy niet in tijts opmercken, ende haer beteren, ende met belijdenisse harer sonden seggen, Wie heeft Iacob, etc. vers 24.",
          "text2026": "wat hierna: Want de straffen en plagen van de Heern, die hier in dit leven komen over de onboetvaardige zondaars, zijn maar beginselen van hun smarten, zo zij niet intijds opmerken en zich beteren en met belijdenis hun zonden zeggen: Wie heeft Jakob, enz. vers 24 . Jesaja 42:24 : Wie heeft Jakob tot een plundering overgegeven, en Israël de rovers? Is het niet JAHWEH, Hij, tegen Wie wij gezondigd hebben? Want zij wilden niet wandelen in Zijn wegen, en zij hoorden niet naar Zijn wet."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִ֥י",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "בָ/כֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "יַאֲזִ֣ין",
          "strongs": "H238",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "זֹ֑את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HPdxfs"
        },
        {
          "woord": "יַקְשִׁ֥ב",
          "strongs": "H7181",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִשְׁמַ֖ע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HC/Vqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/אָחֽוֹר",
          "strongs": "H268",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Wie onder u neemt dat ter ore? Wie merkt op en hoort,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> wat hierna zijn zal?",
      "textSV1888_html": "Wie onder ulieden neemt zulks ter oren? Wie merkt op en hoort,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> wat hierna zijn zal?",
      "text1637_html": "Wie onder u lieden, neemt sulcx ter ooren? [wie] merckt op, ende hoort <sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> wat hier na zijn sal?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "ulieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "zulks",
          "new": "dat",
          "principe": "V400"
        },
        {
          "old": "oren?",
          "new": "ore?",
          "principe": "V1205"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "Wie heeft Jakob tot een plundering overgegeven, en Israël den rovers? Is het niet de HEERE, Hij, tegen Wien wij gezondigd hebben? Want zij wilden niet wandelen in Zijn wegen, en zij hoorden niet naar Zijn wet.",
      "text1637": "Wie heeft [69] Iacob tot een plunderinge overgegeven, ende [69] Israël den roovers? [70] Ist niet de HEERE? hy, tegen wien wy gesondicht hebben? want sy en wilden niet wandelen in sijne wegen, ende sy en hoorden niet nae sijne Wet.",
      "text2026": "Wie heeft Jakob tot een plundering overgegeven, en Israël aan de rovers? Is het niet JAHWEH, Hij, tegen Wie wij gezondigd hebben? Want zij wilden niet wandelen in Zijn wegen, en zij hoorden niet naar Zijn wet.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "69",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de nakomelingen van Jakob, de Israëlieten.",
          "text1637": "D. de nacomelingen Iacobs, de Israëliten.",
          "text2026": "Dat is, de nakomelingen van Jakob, de Israëlieten."
        },
        {
          "marker": "70",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de nakomelingen van Jakob, de Israëlieten.",
          "text1637": "D. 'tis seker dat de Heere ons, ende onse goederen, om onser sonden wille, in hare handen heeft over-gegeven.",
          "text2026": "Dat is, de nakomelingen van Jakob, de Israëlieten."
        },
        {
          "marker": "71",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Is het niet: Dat is, het is zeker dat de Heere ons en onze goederen, om onzer zonden wil, in hunne handen heeft overgegeven.",
          "text1637": "",
          "text2026": "Is het niet: Dat is, het is zeker dat de Heer ons en onze goederen, om onzer zonden wil, in hun handen heeft overgegeven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִֽי",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "נָתַ֨ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "ל/משוסה",
          "strongs": "H4882",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "יַעֲקֹ֛ב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִשְׂרָאֵ֥ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "לְ/בֹזְזִ֖ים",
          "strongs": "H962",
          "morph": "HR/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "הֲ/ל֣וֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTi/Tn"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "ז֚וּ",
          "strongs": "H2098",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "חָטָ֣אנוּ",
          "strongs": "H2398",
          "morph": "HVqp1cp"
        },
        {
          "woord": "ל֔/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אָב֤וּ",
          "strongs": "H14",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בִ/דְרָכָי/ו֙",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "הָל֔וֹךְ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVqa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "שָׁמְע֖וּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תוֹרָתֽ/וֹ",
          "strongs": "H8451",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Wie heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> Jakob tot een plundering overgegeven, en Israël aan de rovers?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> Is het niet JAHWEH, Hij, tegen Wie wij gezondigd hebben? Want zij wilden niet wandelen in Zijn wegen, en zij hoorden niet naar Zijn wet.",
      "textSV1888_html": "Wie heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> Jakob tot een plundering overgegeven, en Israël den rovers?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> Is het niet de HEERE, Hij, tegen Wien wij gezondigd hebben? Want zij wilden niet wandelen in Zijn wegen, en zij hoorden niet naar Zijn wet.",
      "text1637_html": "Wie heeft <sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> Iacob tot een plunderinge overgegeven, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> Israël den roovers? <sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> Ist niet de HEERE? hy, tegen wien wy gesondicht hebben? want sy en wilden niet wandelen in sijne wegen, ende sy en hoorden niet nae sijne Wet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "aan de",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "Wien",
          "new": "Wie",
          "principe": "V34"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "Daarom heeft Hij over hen uitgestort de grimmigheid Zijns toorns en de macht des oorlogs; en Hij heeft ze rondom in vlam gezet, doch zij merken het niet; en Hij heeft ze in brand gestoken, doch zij nemen het niet ter harte.",
      "text1637": "Daerom heeft hy [71] over haer uytgestort [72] de grimmicheyt sijnes toorns ende [73] de macht der oorloge: ende hy heeftse rontomme in vlamme geset, doch [74] sy en mercken 't niet; ende hy heeftse [75] in brant gesteken, doch [74] sy en nemen 't niet ter herten.",
      "text2026": "Daarom heeft Hij over hen uitgestort de woede van Zijn toorn en de macht van de oorlog; en Hij heeft ze rondom in vlam gezet, maar zij merken het niet; en Hij heeft ze in brand gestoken, maar zij nemen het niet ter harte.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "72",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "over hen: Hebreeuws, over hem; te weten over Jakob, of over Israël, uit vers 24 . Jesaja 42:24 : Wie heeft Jakob tot een plundering overgegeven, en Israël den rovers? Is het niet de HEERE, Hij, tegen Wien wij gezondigd hebben? Want zij wilden niet wandelen in Zijn wegen, en zij hoorden niet naar Zijn wet.",
          "text1637": "D. sijne straffen. Siet de aent. Psal. 79. op vers 6.",
          "text2026": "over hen: Hebreeuws, over hem; te weten over Jakob, of over Israël, uit vers 24 . Jesaja 42:24 : Wie heeft Jakob tot een plundering overgegeven, en Israël de rovers? Is het niet JAHWEH, Hij, tegen Wie wij gezondigd hebben? Want zij wilden niet wandelen in Zijn wegen, en zij hoorden niet naar Zijn wet."
        },
        {
          "marker": "73",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de grimmigheid: Dat is, zijne straffen; zie de aantekening Ps. 79:6 . Psalmen 79:6 : Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de koninkrijken, die Uw Naam niet aanroepen.",
          "text1637": "Het leger der Assyriers, ende andere vyanden.",
          "text2026": "de grimmigheid: Dat is, zijn straffen; zie de aantekening Ps. 79:6 . Psalmen 79:6 : Stort Uw grimmigheid uit over de heidenen, die U niet kennen, en over de koninkrijken, die Uw Naam niet aanroepen."
        },
        {
          "marker": "74",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de macht: Het leger der Assyriërs en andere vijanden.",
          "text1637": "D. de Israëliten en hebben geen achtinge gegeven op de gerichten Godes, ende d'oorsaken der selver.",
          "text2026": "de macht: Het leger van de Assyriërs en andere vijanden."
        },
        {
          "marker": "75",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zij merken het niet: Dat is, de Israëlieten hebben geen acht gegeven op de gerichten van God en de oorzaken derzelve.",
          "text1637": "D. hy heeftse vernielt door velerley pijnelicke jammeren ende elenden.",
          "text2026": "zij merken het niet: Dat is, de Israëlieten hebben geen acht gegeven op de gerichten van God en de oorzaken derzelve."
        },
        {
          "marker": "76",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in brand gestoken: Dat is, Hij heeft hen vernield door velerlei pijnlijke jammeren en ellenden.",
          "text1637": "",
          "text2026": "in brand gestoken: Dat is, Hij heeft hen vernield door velerlei pijnlijke jammeren en ellenden."
        },
        {
          "marker": "77",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zij nemen het niet ter harte: Dat is, de Israëlieten hebben geen acht gegeven op de gerichten van God en de oorzaken derzelve.",
          "text1637": "",
          "text2026": "zij nemen het niet ter hart: Dat is, de Israëlieten hebben geen acht gegeven op de gerichten van God en de oorzaken derzelve."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּשְׁפֹּ֤ךְ",
          "strongs": "H8210",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "עָלָי/ו֙",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "חֵמָ֣ה",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אַפּ֔/וֹ",
          "strongs": "H639",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וֶ/עֱז֖וּז",
          "strongs": "H5807",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מִלְחָמָ֑ה",
          "strongs": "H4421",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/תְּלַהֲטֵ֤/הוּ",
          "strongs": "H3857",
          "morph": "HC/Vpw3fs/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/סָּבִיב֙",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יָדָ֔ע",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/תִּבְעַר",
          "strongs": "H1197",
          "morph": "HC/Vqw3fs"
        },
        {
          "woord": "בּ֖/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יָשִׂ֥ים",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "לֵֽב",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom heeft Hij over hen uitgestort<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> de woede van Zijn toorn en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> de macht van de oorlog; en Hij heeft ze rondom in vlam gezet, maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> zij merken het niet; en Hij heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> ze in brand gestoken, maar zij nemen het niet ter harte.",
      "textSV1888_html": "Daarom heeft Hij over hen uitgestort<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> de grimmigheid Zijns toorns en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> de macht des oorlogs; en Hij heeft ze rondom in vlam gezet, doch<sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> zij merken het niet; en Hij heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> ze in brand gestoken, doch zij nemen het niet ter harte.",
      "text1637_html": "Daerom heeft hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> over haer uytgestort <sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> de grimmicheyt sijnes toorns en<i>de</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> de macht der oorloge: en<i>de</i> hy heeftse rontomme in vlamme geset, doch <sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> sy en mercken 't niet; en<i>de</i> hy heeftse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> in brant gesteken, doch <sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> sy en nemen 't niet ter herten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "grimmigheid Zijns toorns",
          "new": "woede van Zijn toorn",
          "principe": "V77"
        },
        {
          "old": "des oorlogs;",
          "new": "van de oorlog;",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "doch",
          "new": "maar",
          "principe": "V1"
        },
        {
          "old": "doch",
          "new": "maar",
          "principe": "V1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Prophetie van de komste des Messiae, ende wat sijn ampt zy, vers 1. hoe hy hem daer in dragen sal, 2. Bystant welcken hem de Heere doen sal, 5. die een jaloërs Godt is, 8. ende alles te vooren weet, 9. Vermaninge tot dancksegginge voor de ontfangene weldaden, 10. dat oock de bekeerde heydenen sulcx moeten doen, 11. dewyle de Heere alle hare vyanden overweldigen sal, 13. Voorder Prophetie van de beroepinge der heydenen, 16. ende straffe der Afgoden-dienaers, 17. Wee-klachte over de verstocktheyt der Ioden, soo des volcks, als der Priesteren, 19. ende haren elendigen staet, 22. van wegen hare sonden, 24. ende verstocktheyt, 25.",
    "text2026": "Profetie van de komst van de Messias en wat zijn ambt is, vers 1, hoe Hij zich daarin zal gedragen, 2. De bijstand die de Heere Hem zal verlenen, 5, die een naijverig God is, 8, en alles van tevoren weet, 9. Vermaning tot dankzegging voor de ontvangen weldaden, 10, dat ook de bekeerde heidenen dit moeten doen, 11, aangezien de Heere al hun vijanden zal overweldigen, 13. Verdere profetie van de roeping van de heidenen, 16, en de straf van de afgodendienaars, 17. Weeklacht over de verstoktheid van de Joden, zowel van het volk als van de priesters, 19, en hun ellendige toestand, 22, vanwege hun zonden, 24, en verstoktheid, 25."
  }
}
