{
 "number": 50,
 "verses": [
  {
   "number": 1,
   "textSV1888": "Alzo zegt de HEERE: Waar is de scheidbrief van ulieder moeder, waarmede Ik haar weggezonden heb? Of wie is er van Mijn schuldeisers, aan wien Ik u verkocht heb? Ziet, om uw ongerechtigheden zijt gij verkocht, en om uw overtredingen is uw moeder weggezonden.",
   "text1637": "ALsoo seyt de HEERE, [1] Waer is [2] de scheyd-brief van u lieder moeder, daer mede ickse [3] wech-gesonden hebbe? of wie isser van mijne [4] schult-eyschers, [5] dien ick u vercocht hebbe? siet, om uwe ongerechticheden zijt ghy verkocht, ende om uwe overtredingen is uwe moeder wech gesonden.",
   "text2026": "Zo zegt JAHWEH: Waar is de scheidbrief van uw moeder, waarmee Ik haar weggezonden heb? Of wie is er van Mijn schuldeisers, aan wie Ik u verkocht heb? Zie, om uw ongerechtigheden bent u verkocht, en om uw overtredingen is uw moeder weggezonden.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "1",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Waar is: God spreekt hier de boze Joden aan, bij welken het eertijds ene wijze was dat zij hunne vrouwen een scheidbrief gaven, als zij naar hun zin niet waren; Deut. 24:1 . Alzo heeft God met het Joodse volk niet gehandeld, dat Hij hen zonder grote oorzaak naar Babel zou hebben weggezonden, maar zij hebben gruwelijk en menigmaal tegen Hem gezondigd. Deuteronomium 24:1 : Wanneer een man een vrouw zal genomen en die getrouwd hebben, zo zal het geschieden, indien zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis.",
     "text1637": "Godt spreeckt hier de boose Ioden aen, by de welcke het eertijts eenen wyse was, dat sy hare wyven eenen scheyd-brief gaven, als sy nae haren sin niet en waren, Deut. 24.1. Alsoo en heeft Godt met het Ioodsche volck niet gehandelt, dat hyse sonder groote oorsake soude nae Babel hebben wech gesonden, maer sy hebben grouwelick ende menichmael tegen hem gesondicht.",
     "text2026": "Waar is: God spreekt hier de boze Joden aan, bij welke het eertijds ene wijze was dat zij hun vrouwen een scheidbrief gaven, als zij naar hun zin niet waren; Deut. 24:1 . Zo heeft God met het Joodse volk niet gehandeld, dat Hij hen zonder grote oorzaak naar Babel zou hebben weggezonden, maar zij hebben gruwelijk en dikwijls tegen Hem gezondigd. Deuteronomium 24:1 : Wanneer een man een vrouw zal genomen en die getrouwd hebben, zo zal het gebeuren, als zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis."
    },
    {
     "marker": "2",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "de scheidbrief: Wat het geven van een scheidbrief aangaat, zie Deut. 24:1 . Deuteronomium 24:1 : Wanneer een man een vrouw zal genomen en die getrouwd hebben, zo zal het geschieden, indien zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis.",
     "text1637": "Wat het geven van eenen scheydt-brief aengaet. siet Deut. 24. op vers 1.",
     "text2026": "de scheidbrief: Wat het geven van een scheidbrief betreft, zie Deut. 24:1 . Deuteronomium 24:1 : Wanneer een man een vrouw zal genomen en die getrouwd hebben, zo zal het gebeuren, als zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis."
    },
    {
     "marker": "3",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "weggezonden heb: Dat is, verlaten heb, dat is hier te zeggen, gevankelijk heb laten wegvoeren.",
     "text1637": "D. verlaten hebbe, dat is hier te seggen, gevanckelick hebbe wech-voeren laten.",
     "text2026": "weggezonden heb: Dat is, verlaten heb, dat is hier te zeggen, gevankelijk heb laten wegvoeren."
    },
    {
     "marker": "4",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, schuldheren.",
     "text1637": "Of, schult-heeren.",
     "text2026": "Of, schuldheren."
    },
    {
     "marker": "5",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "wien Ik: Het placht bij de Joden geoorloofd en gebruikelijk te zijn dat een vader, die schuld had en niet betalen kon, zijne dochter tot ene dienstmaagd mocht verkopen, Exod. 21:7 , en 2 Kon. 4:1 , ofschoon de kinderen zulks niet verdiend hadden; maar alzo heeft God met de Joden niet gehandeld, maar Hij heeft hen om hunne ongerechtigheden verkocht, dat is, in handen der Babyloniërs overgeleverd. Exodus 21:7 : Wanneer nu iemand zijn dochter zal verkocht hebben tot een dienstmaagd, zo zal zij niet uitgaan, gelijk de knechten uitgaan. 2 Koningen 4:1 : Een vrouw nu uit de vrouwen van de zonen der profeten riep tot Elisa, zeggende: Uw knecht, mijn man, is gestorven, en gij weet, dat uw knecht den HEERE was vrezende; nu is de schuldheer gekomen, om mijn beide kinderen voor zich tot knechten te nemen.",
     "text1637": "Het pleegt by de Ioden geoorlooft ende gebruyckelick te zijn, dat een Vader die verschuldet was, ende niet betalen en konde, mocht sijn dochter tot eene dienst-maecht verkoopen, Exod. 21.7. ende 2.Reg. 4.1. of schoon de kinderen sulcx niet verdient en hadden: maer alsoo en heeft Godt met de Ioden niet gehandelt, maer hy heeftse om hare ongerechticheden verkocht, D. in handen der Babyloniers overgelevert.",
     "text2026": "wie Ik: Het placht bij de Joden geoorloofd en gebruikelijk te zijn dat een vader, die schuld had en niet betalen kon, zijn dochter tot ene dienstmaagd mocht verkopen, Ex. 21:7 , en 2 Kon. 4:1 , ofschoon de kinderen zulks niet verdiend hadden; maar zo heeft God met de Joden niet gehandeld, maar Hij heeft hen om hun ongerechtigheden verkocht, dat is, in handen van de Babyloniërs overgeleverd. Exodus 21:7 : Wanneer nu iemand zijn dochter zal verkocht hebben tot een dienstmaagd, zo zal zij niet uitgaan, gelijk de knechten uitgaan. 2 Koningen 4:1 : Een vrouw nu uit de vrouwen van de zonen van de profeten riep tot Elisa, zeggende: Uw knecht, mijn man, is gestorven, en u weet, dat uw knecht JAHWEH was vrezende; nu is de schuldheer gekomen, om mijn beide kinderen voor zich tot knechten te nemen."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כֹּ֣ה",
     "strongs": "H3541",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אָמַ֣ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֗ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "אֵ֣י",
     "strongs": "H335",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "זֶ֠ה",
     "strongs": "H2088",
     "morph": "HPdxms"
    },
    {
     "woord": "סֵ֣פֶר",
     "strongs": "H5612",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "כְּרִית֤וּת",
     "strongs": "H3748",
     "morph": "HNcfsc"
    },
    {
     "woord": "אִמְּ/כֶם֙",
     "strongs": "H517",
     "morph": "HNcfsc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "שִׁלַּחְתִּ֔י/הָ",
     "strongs": "H7971",
     "morph": "HVpp1cs/Sp3fs"
    },
    {
     "woord": "א֚וֹ",
     "strongs": "H176",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "מִ֣י",
     "strongs": "H4310",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "מִ/נּוֹשַׁ֔/י",
     "strongs": "H5383",
     "morph": "HR/Vqrmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "מָכַ֥רְתִּי",
     "strongs": "H4376",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֶתְ/כֶ֖ם",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "ל֑/וֹ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "הֵ֤ן",
     "strongs": "H2005",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "בַּ/עֲוֺנֹֽתֵי/כֶם֙",
     "strongs": "H5771",
     "morph": "HR/Ncbpc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "נִמְכַּרְתֶּ֔ם",
     "strongs": "H4376",
     "morph": "HVNp2mp"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/פִשְׁעֵי/כֶ֖ם",
     "strongs": "H6588",
     "morph": "HC/R/Ncmpc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "שֻׁלְּחָ֥ה",
     "strongs": "H7971",
     "morph": "HVPp3fs"
    },
    {
     "woord": "אִמְּ/כֶֽם",
     "strongs": "H517",
     "morph": "HNcfsc/Sp2mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "Zo zegt JAHWEH: <span class=\"god-speaks\"><i>Waar is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> de scheidbrief van uw moeder, waarmee Ik haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> weggezonden heb? Of wie is er van Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> schuldeisers,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> aan wie Ik u verkocht heb? Zie, om uw ongerechtigheden bent u verkocht, en om uw overtredingen is uw moeder weggezonden.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Alzo zegt de HEERE:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Waar is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> de scheidbrief van ulieder moeder, waarmede Ik haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> weggezonden heb? Of wie is er van Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> schuldeisers,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> aan wien Ik u verkocht heb? Ziet, om uw ongerechtigheden zijt gij verkocht, en om uw overtredingen is uw moeder weggezonden.",
   "text1637_html": "ALsoo seyt de HEERE, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Waer is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> de scheyd-brief van u lieder moeder, daer mede ickse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> wech-gesonden hebbe? of wie isser van mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> schult-eyschers, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> dien ick u vercocht hebbe? siet, om uwe ongerechticheden zijt ghy verkocht, ende om uwe overtredingen is uwe moeder wech gesonden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Alzo",
     "new": "Zo",
     "principe": "V42"
    },
    {
     "old": "de HEERE:",
     "new": "JAHWEH:",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "ulieder",
     "new": "uw",
     "principe": "V311"
    },
    {
     "old": "waarmede",
     "new": "waarmee",
     "principe": "V479"
    },
    {
     "old": "wien",
     "new": "wie",
     "principe": "V34"
    },
    {
     "old": "Ziet,",
     "new": "Zie,",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "zijt gij",
     "new": "bent u",
     "principe": "A1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 2,
   "textSV1888": "Waarom kwam Ik, en er was niemand, waarom riep Ik, en niemand antwoordde? Is Mijn hand dus gans kort geworden, dat zij niet verlossen kan, of is er in Mij geen kracht om uit te redden? Ziet, door Mijn schelding maak Ik de zee droog, Ik stel de rivieren tot een woestijn, dat haar vis stinkt, omdat er geen water is, en sterft van dorst.",
   "text1637": "Waerom quam ick, ende [6] daer en was niemant? [waerom] riep ick, ende niemant en antwoordde? [a] is mijne hant dus [7] gantsch kort geworden, dat sy niet verlossen en can? of en isser in my geen cracht om uyt te redden? siet, door mijne scheldinge [8] make ick de zee drooge, ick stelle de rivieren [tot] eene woestijne, dat haren visch stinckt, om datter geen water en is, ende sterft van dorste.",
   "text2026": "Waarom kwam Ik, en er was niemand, waarom riep Ik, en niemand antwoordde? Is Mijn hand dus geheel kort geworden, dat zij niet verlossen kan, of is er in Mij geen kracht om uit te redden? Zie, door Mijn bestraffing maak Ik de zee droog, Ik stel de rivieren tot een woestijn, dat haar vis stinkt, omdat er geen water is, en sterft van dorst.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "6",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "daar was niemand: Te weten die mijn woord hoorde en gehoorzaamde, toen Ik ulieden door de profeten, mijne dienaars, tot boete liet roepen en mijne genade aanbieden.",
     "text1637": "T.w. die mijn woort hoorde, ende gehoorsaemde, doe ick u lieden door de Propheten mijne dienaers liet tot boete roepen, ende mijne genade aenbieden.",
     "text2026": "daar was niemand: Te weten die mijn woord hoorde en gehoorzaamde, toen Ik u door de profeten, mijn dienaren, tot boete liet roepen en mijn genade aanbieden."
    },
    {
     "marker": "a",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Num. 11:23 ; Jes. 59:1 . Numeri 11:23 : Doch de HEERE zeide tot Mozes: Zou dan des HEEREN hand verkort zijn? Gij zult nu zien, of Mijn woord u wedervaren zal, of niet. Jesaja 59:1 : Ziet, de hand des HEEREN is niet verkort, dat zij niet zou kunnen verlossen; en Zijn oor is niet zwaar geworden, dat het niet zou kunnen horen.",
     "text1637": "Num. 11.23. Ies. 59.1",
     "text2026": "Num. 11:23 ; Jes. 59:1 . Numeri 11:23 : Maar JAHWEH zei tot Mozes: Zou dan van JAHWEH hand verkort zijn? U zult nu zien, of Mijn woord u wedervaren zal, of niet. Jesaja 59:1 : Ziet, de hand van JAHWEH is niet verkort, dat zij niet zou kunnen verlossen; en Zijn oor is niet zwaar geworden, dat het niet zou kunnen horen."
    },
    {
     "marker": "7",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "gans kort: Hebreeuws, kort wordende kort geworden. Alsof de Heere zeide: Hebt gij mij daarom niet willen horen of gehoorzamen, omdat gij aan mijne almacht getwijfeld hebt, alsof Ik u uit uwe ellende niet zou kunnen verlossen?",
     "text1637": "Hebr. kort wordende kort geworden. als of de Heere seyde, Hebt ghy my daerom niet willen hooren noch gehoorsamen, om dat ghy aen mijne almachticheyt getwijffelt hebt? als of ick u uyt uwe ellende niet soude kunnen verlossen?",
     "text2026": "geheel kort: Hebreeuws, kort wordende kort geworden. Alsof de Heer zei: Hebt u mij daarom niet willen horen of gehoorzamen, omdat u aan mijn almacht getwijfeld hebt, alsof Ik u uit uwe ellende niet zou kunnen verlossen?"
    },
    {
     "marker": "8",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "maak Ik de zee: Gelijk gebleken is aan de Rode zee, Exod. 14:21 , en aan de Jordaan; Joz. 3:16 . Alsof de Heere zeide: Dewijl Ik zulks doen kan, zo ontbreekt mij ook gene macht om ulieden te redden. Van Gods schelding zie Ps. 9:6 , en Ps. 18:16 , en Ps. 104:7 . Exodus 14:21 : Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd. Jozua 3:16 : Zo stonden de wateren, die van boven afkwamen; zij rezen op een hoop, zeer verre van de stad Adam af, die ter zijde van Sarthan ligt; en die naar de zee des vlakken velds, te weten de Zoutzee, afliepen, vergingen, zij werden afgesneden. Toen trok het volk over, tegenover Jericho. Psalmen 9:6 : Gij hebt de heidenen gescholden, den goddeloze verdaan, hun naam uitgedelgd, tot in eeuwigheid en altoos. Psalmen 18:16 : En de diepe kolken der wateren werden gezien, en de gronden der wereld werden ontdekt, van Uw schelden, o HEERE! van het geblaas des winds van Uw neus. Psalmen 104:7 : Van Uw schelden vloden zij, zij haastten zich weg voor de stem Uws donders.",
     "text1637": "Gelijck gebleken is aen de roode zee Exo. 14.21. ende aen de Iordane, Ios. 3.16. als of de Heere seyde, Dewyle ick sulcx doen kan, so en ontbreeckt my oock geen macht om u lieden te redden. Van Godts scheldinge, Siet Psal. 9. op vers 6. ende 18.16. ende 104.7.",
     "text2026": "maak Ik de zee: Gelijk gebleken is aan de Rode zee, Ex. 14:21 , en aan de Jordaan; Joz. 3:16 . Alsof de Heer zei: Omdat Ik zulks doen kan, zo ontbreekt mij ook gene macht om u te redden. Van Gods schelding zie Ps. 9:6 , en Ps. 18:16 , en Ps. 104:7 . Exodus 14:21 : Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed JAHWEH de zee weggaan, door een sterken oostenwind, die gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd. Jozua 3:16 : Zo stonden de wateren, die van boven afkwamen; zij rezen op één hoop, zeer verre van de stad Adam af, die ter zijde van Sarthan ligt; en die naar de zee van de vlakken velds, te weten de Zoutzee, afliepen, vergingen, zij werden afgesneden. Toen trok het volk over, tegenover Jericho. Psalmen 9:6 : U hebt de heidenen gescholden, de goddeloze verdaan, hun naam uitgedelgd, tot in eeuwigheid en altijd. Psalmen 18:16 : En de diepe kolken van de wateren werden gezien, en de gronden van de wereld werden ontdekt, van Uw schelden, o JAHWEH! van het geblaas van de wind van Uw neus. Psalmen 104:7 : Van Uw schelden vloden zij, zij haastten zich weg voor de stem Uws donders."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "מַדּ֨וּעַ",
     "strongs": "H4069",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "בָּ֜אתִי",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֵ֣ין",
     "strongs": "H369",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "אִ֗ישׁ",
     "strongs": "H376",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "קָרָֽאתִי֮",
     "strongs": "H7121",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֵ֣ין",
     "strongs": "H369",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "עוֹנֶה֒",
     "strongs": "H6030",
     "morph": "HVqrmsa"
    },
    {
     "woord": "הֲ/קָצ֨וֹר",
     "strongs": "H7114",
     "morph": "HTi/Vqa"
    },
    {
     "woord": "קָצְרָ֤ה",
     "strongs": "H7114",
     "morph": "HVqp3fs"
    },
    {
     "woord": "יָדִ/י֙",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "מִ/פְּד֔וּת",
     "strongs": "H6304",
     "morph": "HR/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אִם",
     "strongs": "H518",
     "morph": "HC/C"
    },
    {
     "woord": "אֵֽין",
     "strongs": "H369",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "בִּ֥/י",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "כֹ֖חַ",
     "strongs": "H3581",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/הַצִּ֑יל",
     "strongs": "H5337",
     "morph": "HR/Vhc"
    },
    {
     "woord": "הֵ֣ן",
     "strongs": "H2005",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "בְּ/גַעֲרָתִ֞/י",
     "strongs": "H1606",
     "morph": "HR/Ncfsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אַחֲרִ֣יב",
     "strongs": "H2717",
     "morph": "HVhi1cs"
    },
    {
     "woord": "יָ֗ם",
     "strongs": "H3220",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "אָשִׂ֤ים",
     "strongs": "H7760",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "נְהָרוֹת֙",
     "strongs": "H5104",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "מִדְבָּ֔ר",
     "strongs": "H4057",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "תִּבְאַ֤שׁ",
     "strongs": "H887",
     "morph": "HVqi3fs"
    },
    {
     "woord": "דְּגָתָ/ם֙",
     "strongs": "H1710",
     "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אֵ֣ין",
     "strongs": "H369",
     "morph": "HR/Tn"
    },
    {
     "woord": "מַ֔יִם",
     "strongs": "H4325",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/תָמֹ֖ת",
     "strongs": "H4191",
     "morph": "HC/Vqi3fs"
    },
    {
     "woord": "בַּ/צָּמָֽא",
     "strongs": "H6772",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Waarom kwam Ik, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> er was niemand, waarom riep Ik, en niemand antwoordde?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Is Mijn hand dus<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> geheel kort geworden, dat zij niet verlossen kan, of is er in Mij geen kracht om uit te redden? Zie, door Mijn bestraffing<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> maak Ik de zee droog, Ik stel de rivieren tot een woestijn, dat haar vis stinkt, omdat er geen water is, en sterft van dorst.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Waarom kwam Ik, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> er was niemand, waarom riep Ik, en niemand antwoordde?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Is Mijn hand dus<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> gans kort geworden, dat zij niet verlossen kan, of is er in Mij geen kracht om uit te redden? Ziet, door Mijn schelding<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> maak Ik de zee droog, Ik stel de rivieren tot een woestijn, dat haar vis stinkt, omdat er geen water is, en sterft van dorst.",
   "text1637_html": "Waerom quam ick, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> daer en was niemant? [waerom] riep ick, ende niemant en antwoordde? <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> is mijne hant dus <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> gantsch kort geworden, dat sy niet verlossen en can? of en isser in my geen cracht om uyt te redden? siet, door mijne scheldinge <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> make ick de zee drooge, ick stelle de rivieren [tot] eene woestijne, dat haren visch stinckt, om datter geen water en is, ende sterft van dorste.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "gans",
     "new": "geheel",
     "principe": "V414"
    },
    {
     "old": "Ziet,",
     "new": "Zie,",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "schelding",
     "new": "bestraffing",
     "principe": true
    }
   ]
  },
  {
   "number": 3,
   "textSV1888": "Ik bekleed den hemel met zwartheid, en stel een zak tot zijn deksel.",
   "text1637": "[9] Ick becleede den hemel met [10] swartheyt, ende stelle [11] eenen sack [tot] sijn decksel.",
   "text2026": "Ik bekleed de hemel met zwartheid, en stel een zak tot zijn deksel.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "9",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Ik bekleed: Dat is, Ik overtrek den hemel met duistere wolken als het mij belieft; zie Exod. 20:21 . Exodus 20:21 : En het volk stond van verre; maar Mozes naderde tot de donkerheid, alwaar God was.",
     "text1637": "D. ick overtrecke den hemel met duystere wolcken, alst my belieft. Siet Exod. 20.21.",
     "text2026": "Ik bekleed: Dat is, Ik overtrek de hemel met duistere wolken als het mij belieft; zie Ex. 20:21 . Exodus 20:21 : En het volk stond van verre; maar Mozes naderde tot de donkerheid, alwaar God was."
    },
    {
     "marker": "10",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, donkerheid.",
     "text1637": "D. donckerheyt.",
     "text2026": "Dat is, donkerheid."
    },
    {
     "marker": "11",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "een zak: Dat is, een duistere wolk, als een zak of haren kleed.",
     "text1637": "D. een duystere wolcke, als, eenen sack, of hayren kleedt.",
     "text2026": "een zak: Dat is, een duistere wolk, als een zak of haar kleed."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אַלְבִּ֥ישׁ",
     "strongs": "H3847",
     "morph": "HVhi1cs"
    },
    {
     "woord": "שָׁמַ֖יִם",
     "strongs": "H8064",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "קַדְר֑וּת",
     "strongs": "H6940",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/שַׂ֖ק",
     "strongs": "H8242",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אָשִׂ֥ים",
     "strongs": "H7760",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "כְּסוּתָֽ/ם",
     "strongs": "H3682",
     "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Ik bekleed de hemel met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> zwartheid, en stel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> een zak tot zijn deksel.</i></span>",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Ik bekleed den hemel met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> zwartheid, en stel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> een zak tot zijn deksel.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Ick becleede den hemel met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> swartheyt, ende stelle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> eenen sack [tot] sijn decksel.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1b"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 4,
   "textSV1888": "De Heere HEERE heeft Mij een tong der geleerden gegeven, opdat Ik wete met den moede een woord ter rechter tijd te spreken; Hij wekt allen morgen, Hij wekt Mij het oor, dat Ik hore, gelijk die geleerd worden.",
   "text1637": "[12] De Heere HEERE heeft my een tonge [13] der geleerden gegeven, op dat ick wete [14] met den moeden een woort [15] ter rechter tijt te spreken: [16] Hy weckt [17] alle morgen, [18] hy weckt my de oore, dat ick hoore, [19] gelijck die geleert worden.",
   "text2026": "Adonai JAHWEH heeft Mij een tong van de geleerden gegeven, opdat Ik wete met de moede een woord op de juiste tijd te spreken; Hij wekt elke morgen, Hij wekt Mij het oor, dat Ik hore, gelijk die geleerd worden.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "12",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "De Heere HEERE: Dit spreekt de Heere Christus, of de profeet in Christus' naam, en versta hier door den Heere HEERE God den Vader.",
     "text1637": "Dit spreeckt de Heere Christus, of de Prophete in Christi name, ende verstaet hier door den Heere HEERE, Godt den Vader.",
     "text2026": "De Heer JAHWEH: Dit spreekt de Heer Christus, of de profeet in Christus' naam, en versta hier door de Heer JAHWEH God de Vader."
    },
    {
     "marker": "13",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "der geleerden: Dat is, dergenen, die Gods woord wel naarstiglijk geleerd hebben en die door zijnen Geest geregeerd worden. Zie Matth. 10:19 , 10:20 . Mattheüs 10:19 : Doch wanneer zij u overleveren, zo zult gij niet bezorgd zijn, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in dezelve ure gegeven worden, wat gij spreken zult. Mattheüs 10:20 : Want gij zijt het niet, die spreekt, maar het is de Geest uws Vaders, Die in u spreekt.",
     "text1637": "D. der gener, die Godes woort wel neerstelick geleert hebben, ende die door sijnen Geest geregeert worden. Siet Mat. 10. vers 19, 20.",
     "text2026": "van de geleerden: Dat is, dergenen, die Gods woord wel naarstiglijk geleerd hebben en die door zijn Geest geregeerd worden. Zie Matt. 10:19 , 10:20 . Mattheüs 10:19 : Maar wanneer zij u overleveren, zo zult u niet bezorgd zijn, hoe of wat u spreken zult; want het zal u in dezelfde ure gegeven worden, wat u spreken zult. Mattheüs 10:20 : Want u bent het niet, die spreekt, maar het is de Geest uws Vaders, Die in u spreekt."
    },
    {
     "marker": "14",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "met den moede: Dat is, met dergenen, die in hun gemoed verslagen zijn, die troost en verkwik ik. Zie Matth. 11:28 . Mattheüs 11:28 : Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.",
     "text1637": "D. met de gene die in haer gemoet verslagen zijn, die trooste ende verquicke ick. Siet Mat. 11.28.",
     "text2026": "met de moe: Dat is, met dergenen, die in hun gemoed verslagen zijn, die troost en verkwik ik. Zie Matt. 11:28 . Mattheüs 11:28 : Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven."
    },
    {
     "marker": "15",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "ter rechter tijd: Het Hebreeuwse woord, dat hier gebruikt wordt, betekent zoveel als iets ter rechter of ter bekwamer tijd spreken of doen.",
     "text1637": "Het Hebr. woort dat hier gebruyckt wort, beteeckent so vele, als yets ter rechter, of ter bequamer tijt spreken, of doen.",
     "text2026": "ter rechter tijd: Het Hebreeuwse woord, dat hier gebruikt wordt, betekent zoveel als iets ter rechter of ter bekwamer tijd spreken of doen."
    },
    {
     "marker": "16",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hij wekt: Dat is, Hij maakt mij geduriglijk mijn ambt indachtig door de inwendige werking van zijn Heiligen Geest, en Hij maakt mij gewillig om zijnen wil te doen.",
     "text1637": "D. hy maeckt my geduerichlick mijnes ampts indachtich, door de inwendige werckinge sijnes H. Geestes, ende hy maeckt my willich om sijnen wille te doen.",
     "text2026": "Hij wekt: Dat is, Hij maakt mij geduriglijk mijn ambt indachtig door de inwendige werking van zijn Heilige Geest, en Hij maakt mij gewillig om zijn wil te doen."
    },
    {
     "marker": "17",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "allen morgen: Hebreeuws, in morgenstond in morgenstond.",
     "text1637": "Hebr. in morgenstont in morgenstont.",
     "text2026": "elke morgen: Hebreeuws, in morgenstond in morgenstond."
    },
    {
     "marker": "18",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hij wekt Mij: Dat is, Hij maakt dat Ik zijn woord gaarne hoor en hetzelve recht versta, Hij onderwijst mij naarstiglijk als een meester zijnen discipel, mij leerzaam en onderdanig makende.",
     "text1637": "D. hy maeckt dat ick sijn woort geerne hoore, ende 't selve recht verstae, hy onderwijst my neerstelick, als een meester sijnen discipel, my leersaem ende onderdanich makende.",
     "text2026": "Hij wekt Mij: Dat is, Hij maakt dat Ik zijn woord graag hoor en hetzelfde recht versta, Hij onderwijst mij naarstiglijk als een meester zijn discipel, mij leerzaam en onderdanig makende."
    },
    {
     "marker": "19",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "gelijk die: Dat is, met vlijt en aandacht, gelijk zij doen, die wensen en begeren geleerd te worden.",
     "text1637": "D. met vlijt ende aendacht, gelijck die doen, die wenschen ende begeeren geleert te worden.",
     "text2026": "gelijk die: Dat is, met vlijt en aandacht, gelijk zij doen, die wensen en begeren geleerd te worden."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהֹוִ֗ה",
     "strongs": "H3069",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "נָ֤תַן",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "לִ/י֙",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לְשׁ֣וֹן",
     "strongs": "H3956",
     "morph": "HNcbsc"
    },
    {
     "woord": "לִמּוּדִ֔ים",
     "strongs": "H3928",
     "morph": "HAampa"
    },
    {
     "woord": "לָ/דַ֛עַת",
     "strongs": "H3045",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "לָ/ע֥וּת",
     "strongs": "H5790",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "אֶת",
     "strongs": "H853",
     "morph": "HTo"
    },
    {
     "woord": "יָעֵ֖ף",
     "strongs": "H3287",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "דָּבָ֑ר",
     "strongs": "H1697",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "יָעִ֣יר",
     "strongs": "H5782",
     "morph": "HVhi3ms"
    },
    {
     "woord": "בַּ/בֹּ֣קֶר",
     "strongs": "H1242",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "בַּ/בֹּ֗קֶר",
     "strongs": "H1242",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "יָעִ֥יר",
     "strongs": "H5782",
     "morph": "HVhi3ms"
    },
    {
     "woord": "לִ/י֙",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֹ֔זֶן",
     "strongs": "H241",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "לִ/שְׁמֹ֖עַ",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "כַּ/לִּמּוּדִֽים",
     "strongs": "H3928",
     "morph": "HRd/Aampa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>Adonai JAHWEH heeft Mij een tong<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> van de geleerden gegeven, opdat Ik wete<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> met de moede een woord<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> op de juiste tijd te spreken;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Hij wekt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> elke morgen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Hij wekt Mij het oor, dat Ik hore,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> gelijk die geleerd worden.</i></span>",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> De Heere HEERE heeft Mij een tong<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> der geleerden gegeven, opdat Ik wete<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> met den moede een woord<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> ter rechter tijd te spreken;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Hij wekt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> allen morgen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Hij wekt Mij het oor, dat Ik hore,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> gelijk die geleerd worden.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> De Heere HEERE heeft my een tonge <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> der geleerden gegeven, op dat ick wete <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> met den moeden een woort <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> ter rechter tijt te spreken: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Hy weckt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> alle morgen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> hy weckt my de oore, dat ick hoore, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> gelijck die geleert worden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "De Heere HEERE",
     "new": "Adonai JAHWEH",
     "principe": "G4"
    },
    {
     "old": "der",
     "new": "van de",
     "principe": "N2"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "ter rechter",
     "new": "op de juiste",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "allen",
     "new": "elke",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 5,
   "textSV1888": "De Heere HEERE heeft Mij het oor geopend, en Ik ben niet wederspannig, Ik wijk niet achterwaarts.",
   "text1637": "De Heere HEERE [20] heeft my de oore geopent, ende [b] ick en ben niet wederspannich, ick en wijcke niet achterwaerts.",
   "text2026": "Adonai JAHWEH heeft Mij het oor geopend, en Ik ben niet opstandig, Ik wijk niet achteruit.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "20",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "heeft Mij: Dat is, Hij heeft mij gewillig en bekwaam gemaakt om te doen wat Hij mij beveelt.",
     "text1637": "D. hy heeft my willich ende bequaem gemaekt, om te doen dat hy my beveelt.",
     "text2026": "heeft Mij: Dat is, Hij heeft mij gewillig en bekwaam gemaakt om te doen wat Hij mij beveelt."
    },
    {
     "marker": "b",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Joh. 14:31 ; Filip. 2:8 ; Hebr. 10:5 . Johannes 14:31 : Maar opdat de wereld wete, dat Ik den Vader liefheb, en alzo doe, gelijkerwijs Mij de Vader geboden heeft. Staat op, laat ons van hier gaan. Filippensen 2:8 : En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises. Hebreeën 10:5 : Daarom, komende in de wereld, zegt Hij: Slachtoffer en offerande hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij het lichaam toebereid;",
     "text1637": "Ioh. 14.31. Phil. 2.8. Heb. 10.5, etc.",
     "text2026": "Joh. 14:31 ; Fil. 2:8 ; Hebr. 10:5 . Johannes 14:31 : Maar opdat de wereld wete, dat Ik de Vader liefheb, en zo doe, zoals Mij de Vader geboden heeft. Staat op, laat ons van hier gaan. Filippenzen 2:8 : En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot de dood, ja, de dood van het kruis. Hebreeën 10:5 : Daarom, komende in de wereld, zegt Hij: Slachtoffer en offerande hebt U niet gewild, maar U hebt Mij het lichaam toebereid;"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אֲדֹנָ֤/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוִה֙",
     "strongs": "H3069",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "פָּתַֽח",
     "strongs": "H6605",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "לִ֣/י",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "אֹ֔זֶן",
     "strongs": "H241",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אָנֹכִ֖י",
     "strongs": "H595",
     "morph": "HC/Pp1cs"
    },
    {
     "woord": "לֹ֣א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "מָרִ֑יתִי",
     "strongs": "H4784",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "אָח֖וֹר",
     "strongs": "H268",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "נְסוּגֹֽתִי",
     "strongs": "H5472",
     "morph": "HVNp1cs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Adonai JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> heeft Mij het oor geopend, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Ik ben niet opstandig, Ik wijk niet achteruit.</i></span>",
   "textSV1888_html": "De Heere HEERE<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> heeft Mij het oor geopend, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Ik ben niet wederspannig, Ik wijk niet achterwaarts.",
   "text1637_html": "De Heere HEERE <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> heeft my de oore geopent, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> ick en ben niet wederspannich, ick en wijcke niet achterwaerts.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "De Heere HEERE",
     "new": "Adonai JAHWEH",
     "principe": "G4"
    },
    {
     "old": "wederspannig,",
     "new": "opstandig,",
     "principe": "V455"
    },
    {
     "old": "achterwaarts.",
     "new": "achteruit.",
     "principe": "V157"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 6,
   "textSV1888": "Ik geef Mijn rug dengenen, die Mij slaan, en Mijn wangen dengenen, die Mij het haar uitplukken; Mijn aangezicht verberg Ik niet voor smaadheden en speeksel.",
   "text1637": "[21] Ick geve mijnen rugge den genen die [my] slaen, ende mijne wangen den genen [22] die [my] 't hayr uytplucken: my aengesichte en verberge ick niet [23] voor smaetheden ende [24] speecksel.",
   "text2026": "Ik geef Mijn rug aan hen, die Mij slaan, en Mijn wangen aan hen, die Mij het haar uitplukken; Mijn aangezicht verberg Ik niet voor smaadheden en speeksel.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "21",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Ik geef Mijn rug: De zin is: Ik lijd alle leed, smaad en schande, dien men mij aandoet, met geduld en lijdzaamheid. Zie Matth. 26:67 , enz., en Matth. 27:26 . Mattheüs 26:67 : Toen spogen zij in Zijn aangezicht, en sloegen Hem met vuisten. Mattheüs 27:26 : Toen liet hij hun Bar-abbas los, maar Jezus gegeseld hebbende, gaf hij Hem over om gekruisigd te worden.",
     "text1637": "De sin is, Ick lyde alle leet, smaet, ende schande, diemen my aendoet, met gedult ende patientie. Siet Mat. 26. vers 27, 67, etc. ende cap. 27. vers 26.",
     "text2026": "Ik geef Mijn rug: De zin is: Ik lijd alle leed, smaad en schande, die men mij aandoet, met geduld en volharding. Zie Matt. 26:67 , enz., en Matt. 27:26 . Mattheüs 26:67 : Toen spogen zij in Zijn aangezicht, en sloegen Hem met vuisten. Mattheüs 27:26 : Toen liet hij hun Bar-abbas los, maar Jezus gegeseld hebbende, gaf hij Hem over om gekruisigd te worden."
    },
    {
     "marker": "22",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "die Mij het haar: Of, die [mij] de haren uitplukten.",
     "text1637": "Of, die [my] de hayren uyt-pluckten. of, ploten.",
     "text2026": "die Mij het haar: Of, die [mij] de haar uitplukten."
    },
    {
     "marker": "23",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "voor smaadheden: Of, voor menigerlei smaad.",
     "text1637": "Of, voor menigerley smaet.",
     "text2026": "voor smaadheden: Of, voor menigerlei smaad."
    },
    {
     "marker": "24",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie de aantekening Job 30:10 . Job 30:10 : Zij hebben een gruwel aan mij, zij maken zich verre van mij, ja, zij onthouden het speeksel niet van mijn aangezicht.",
     "text1637": "Siet de aenteeck. Iob cap. 30. op vers 10.",
     "text2026": "Zie de aantekening Job 30:10 . Job 30:10 : Zij hebben een gruwel aan mij, zij maken zich verre van mij, ja, zij onthouden het speeksel niet van mijn aangezicht."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "גֵּוִ/י֙",
     "strongs": "H1460",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "נָתַ֣תִּי",
     "strongs": "H5414",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "לְ/מַכִּ֔ים",
     "strongs": "H5221",
     "morph": "HR/Vhrmpa"
    },
    {
     "woord": "וּ/לְחָיַ֖/י",
     "strongs": "H3895",
     "morph": "HC/Ncbdc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לְ/מֹֽרְטִ֑ים",
     "strongs": "H4803",
     "morph": "HR/Vqrmpa"
    },
    {
     "woord": "פָּנַ/י֙",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HNcbpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לֹ֣א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "הִסְתַּ֔רְתִּי",
     "strongs": "H5641",
     "morph": "HVhp1cs"
    },
    {
     "woord": "מִ/כְּלִמּ֖וֹת",
     "strongs": "H3639",
     "morph": "HR/Ncfpa"
    },
    {
     "woord": "וָ/רֹֽק",
     "strongs": "H7536",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Ik geef Mijn rug aan hen, die Mij slaan, en Mijn wangen aan hen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> die Mij het haar uitplukken; Mijn aangezicht verberg Ik niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> voor smaadheden en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> speeksel.</i></span>",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Ik geef Mijn rug dengenen, die Mij slaan, en Mijn wangen dengenen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> die Mij het haar uitplukken; Mijn aangezicht verberg Ik niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> voor smaadheden en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> speeksel.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Ick geve mijnen rugge den genen die [my] slaen, ende mijne wangen den genen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> die [my] 't hayr uytplucken: my aengesichte en verberge ick niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> voor smaetheden ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> speecksel.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "dengenen,",
     "new": "aan hen,",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "dengenen,",
     "new": "aan hen,",
     "principe": null
    }
   ]
  },
  {
   "number": 7,
   "textSV1888": "Want de Heere HEERE helpt Mij, daarom word Ik niet te schande; daarom heb Ik Mijn aangezicht gesteld als een keisteen, want Ik weet, dat Ik niet zal beschaamd worden.",
   "text1637": "Want de Heere HEERE helpt my, daerom en worde ick niet te schande, daerom [25] hebbe ick mijn aengesichte gestelt als eenen key-steen, want ick weet, dat ick niet en sal beschaemt worden.",
   "text2026": "Want Adonai JAHWEH helpt Mij, daarom word Ik niet te schande; daarom heb Ik Mijn aangezicht gesteld als een keisteen, want Ik weet, dat Ik niet zal beschaamd worden.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "25",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "heb Ik Mijn aangezicht: Dat is, Ik overwin al het leed, dat men mij aandoet, met standvastigheid; zie gelijke manier van spreken Jer. 1:18 , en Jer. 15:20 ; Ezech. 3:8 , 3:9 . Jeremia 1:18 : Want zie, Ik stel u heden tot een vaste stad, en tot een ijzeren pilaar, en tot koperen muren tegen het ganse land; tegen de koningen van Juda, tegen haar vorsten, tegen haar priesteren, en tegen het volk van het land. Jeremia 15:20 : Want Ik heb u tegen dit volk gesteld tot een koperen vasten muur; zij zullen wel tegen u strijden, maar u niet overmogen; want Ik ben met u, om u te behouden en om u uit te rukken, spreekt de HEERE. Ezechiël 3:8 : Ziet, Ik heb uw aangezicht stijf gemaakt tegen hun aangezichten, en uw voorhoofd stijf tegen hun voorhoofd. Ezechiël 3:9 : Uw voorhoofd heb Ik gemaakt als een diamant, harder dan een rots; vrees hen niet, en ontzet u niet voor hun aangezichten, omdat zij een wederspannig huis zijn.",
     "text1637": "D. ick overwinne al het leet datmen my aendoet, met stantvasticheyt. Siet gelijcke maniere van spreken Ier. 1.18. ende 15.20. Eze. 3. vers 8, 9.",
     "text2026": "heb Ik Mijn aangezicht: Dat is, Ik overwin al het leed, dat men mij aandoet, met standvastigheid; zie gelijke manier van spreken Jer. 1:18 , en Jer. 15:20 ; Ez. 3:8 , 3:9 . Jeremia 1:18 : Want zie, Ik stel u heden tot een vaste stad, en tot een ijzeren pilaar, en tot koperen muren tegen het gehele land; tegen de koningen van Juda, tegen haar vorsten, tegen haar priesters, en tegen het volk van het land. Jeremia 15:20 : Want Ik heb u tegen dit volk gesteld tot een koperen vasten muur; zij zullen wel tegen u strijden, maar u niet overmogen; want Ik ben met u, om u te behouden en om u uit te rukken, spreekt JAHWEH. Ezechiël 3:8 : Ziet, Ik heb uw aangezicht stijf gemaakt tegen hun aangezichten, en uw voorhoofd stijf tegen hun voorhoofd. Ezechiël 3:9 : Uw voorhoofd heb Ik gemaakt als een diamant, harder dan een rots; vrees hen niet, en ontzet u niet voor hun aangezichten, omdat zij een opstandig huis zijn."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "וַ/אדֹנָ֤/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HC/Ncmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוִה֙",
     "strongs": "H3069",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "יַֽעֲזָר",
     "strongs": "H5826",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "לִ֔/י",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "כֵּ֖ן",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "לֹ֣א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "נִכְלָ֑מְתִּי",
     "strongs": "H3637",
     "morph": "HVNp1cs"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "כֵּ֞ן",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "שַׂ֤מְתִּי",
     "strongs": "H7760",
     "morph": "HVqp1cs"
    },
    {
     "woord": "פָנַ/י֙",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HNcbpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "כַּֽ/חַלָּמִ֔ישׁ",
     "strongs": "H2496",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "וָ/אֵדַ֖ע",
     "strongs": "H3045",
     "morph": "HC/Vqw1cs"
    },
    {
     "woord": "כִּי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "לֹ֥א",
     "strongs": "H3808",
     "morph": "HTn"
    },
    {
     "woord": "אֵבֽוֹשׁ",
     "strongs": "H954",
     "morph": "HVqi1cs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want Adonai JAHWEH helpt Mij, daarom word Ik niet te schande; daarom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> heb Ik Mijn aangezicht gesteld als een keisteen, want Ik weet, dat Ik niet zal beschaamd worden.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Want de Heere HEERE helpt Mij, daarom word Ik niet te schande; daarom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> heb Ik Mijn aangezicht gesteld als een keisteen, want Ik weet, dat Ik niet zal beschaamd worden.",
   "text1637_html": "Want de Heere HEERE helpt my, daerom en worde ick niet te schande, daerom <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> hebbe ick mijn aengesichte gestelt als eenen key-steen, want ick weet, dat ick niet en sal beschaemt worden.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de Heere HEERE",
     "new": "Adonai JAHWEH",
     "principe": "G4"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 8,
   "textSV1888": "Hij is nabij, Die Mij rechtvaardigt, wie zal met Mij twisten? Laat ons te zamen staan; wie heeft een rechtzaak tegen Mij? hij kome herwaarts tot Mij.",
   "text1637": "[26] Hy is naeby [c] die my rechtveerdicht, wie sal met my twisten? laet ons te samen staen: [27] wie heeft eene rechtsake tegen my? [28] hy come herwaerts tot my.",
   "text2026": "Hij is nabij, Die Mij rechtvaardigt, wie zal met Mij twisten? Laat ons samen staan; wie heeft een rechtzaak tegen Mij? hij kome herwaarts tot Mij.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "26",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hij is nabij: Alsof Christus zeide: God, mijn hemelse Vader, zal mijne onschuld aan den dag brengen, namelijk ten dele door de wondertekenen, die in mijn dood geschieden zullen, ten dele in mijne opstanding uit het graf en verhoging aan zijne rechterhand. Anderen nemen de eerste woorden van vers 8 aldus, alsof Christus zeide: Hij staat mij bij, en Hij verdedigt mij tegen mijne wederpartijders. Jesaja 50:8 : Hij is nabij, Die Mij rechtvaardigt, wie zal met Mij twisten? Laat ons te zamen staan; wie heeft een rechtzaak tegen Mij? hij kome herwaarts tot Mij.",
     "text1637": "Als of Christus seyde, Godt mijn hemelsche Vader, sal mijne onschult aen den dach brengen, namelijck ten deele door de wonderteeckenen die in mijne doot geschieden sullen, ten deele in mijne opstandinge uyt den grave, ende verhooginge aen sijne rechter-hant. Andre nemen de eerste woorden deses vers aldus, als of Christus seyde, Hy staet my by, ende hy verdedicht my tegen mijne wederpartyders.",
     "text2026": "Hij is nabij: Alsof Christus zei: God, mijn hemelse Vader, zal mijn onschuld aan de dag brengen, namelijk ten dele door de wondertekenen, die in mijn dood gebeuren zullen, ten dele in mijn opstanding uit het graf en verhoging aan zijn rechterhand. Anderen nemen de eerste woorden van vers 8 aldus, alsof Christus zei: Hij staat mij bij, en Hij verdedigt mij tegen mijn wederpartijders. Jesaja 50:8 : Hij is nabij, Die Mij rechtvaardigt, wie zal met Mij twisten? Laat ons te zamen staan; wie heeft een rechtzaak tegen Mij? hij kome herwaarts tot Mij."
    },
    {
     "marker": "c",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Rom. 8:32 ; idem v. 33 . Romeinen 8:32 : Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken? Romeinen 8:33 : Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt.",
     "text1637": "Rom. 8.32, 33.",
     "text2026": "Rom. 8:32 ; idem v. 33 . Romeinen 8:32 : Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken? Romeinen 8:33 : Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het, Die rechtvaardig maakt."
    },
    {
     "marker": "27",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "wie heeft: Of, wie heeft met mij te richten? Hebreeuws, wie is een Heere van mijn gericht; zie Gen. 14:13 . Genesis 14:13 : Toen kwam er een, die ontkomen was, en boodschapte het aan Abram, den Hebreër, die woonachtig was aan de eikenbossen van Mamre, den Amoriet, broeder van Eskol, en broeder van Aner, welke Abrams bondgenoten waren.",
     "text1637": "Of, wie heeft met my te rechten? Hebr. wie is een Heere mijnes gerichts. Siet Gen. 14. op vers 13.",
     "text2026": "wie heeft: Of, wie heeft met mij te richten? Hebreeuws, wie is een Heer van mijn gericht; zie Gen. 14:13 . Genesis 14:13 : Toen kwam er een, die ontkomen was, en boodschapte het aan Abram, de Hebreër, die woonachtig was aan de eikenbossen van Mamre, de Amoriet, broer van Eskol, en broer van Aner, welke Abrams bondgenoten waren."
    },
    {
     "marker": "28",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "hij kome herwaarts: Of, Hij naderde tot mij. Alsof Hij zeide: Hij stelt voet bij stuk.",
     "text1637": "Of, hy naedere tot my. als of hy seyde, Hy stelle voet by steck.",
     "text2026": "hij kome herwaarts: Of, Hij naderde tot mij. Alsof Hij zei: Hij stelt voet bij stuk."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "קָרוֹב֙",
     "strongs": "H7138",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "מַצְדִּיקִ֔/י",
     "strongs": "H6663",
     "morph": "HVhrmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "מִֽי",
     "strongs": "H4310",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "יָרִ֥יב",
     "strongs": "H7378",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "אִתִּ֖/י",
     "strongs": "H854",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "נַ֣עַמְדָה",
     "strongs": "H5975",
     "morph": "HVqh1cp"
    },
    {
     "woord": "יָּ֑חַד",
     "strongs": "H3162",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "מִֽי",
     "strongs": "H4310",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "בַ֥עַל",
     "strongs": "H1167",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "מִשְׁפָּטִ֖/י",
     "strongs": "H4941",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יִגַּ֥שׁ",
     "strongs": "H5066",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "אֵלָֽ/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Hij is nabij,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Die Mij rechtvaardigt, wie zal met Mij twisten? Laat ons samen staan;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> wie heeft een rechtzaak tegen Mij?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> hij kome herwaarts tot Mij.</i></span>",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Hij is nabij,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Die Mij rechtvaardigt, wie zal met Mij twisten? Laat ons te zamen staan;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> wie heeft een rechtzaak tegen Mij?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> hij kome herwaarts tot Mij.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Hy is naeby <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> die my rechtveerdicht, wie sal met my twisten? laet ons te samen staen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> wie heeft eene rechtsake tegen my? <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> hy come herwaerts tot my.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "te zamen",
     "new": "samen",
     "principe": "V374"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 9,
   "textSV1888": "Ziet, de Heere HEERE helpt Mij, wie is het, die Mij zal verdoemen? Ziet, zij zullen altemaal als een kleed verouden, de mot zal hen eten.",
   "text1637": "Siet de Heere HEERE helpt my, wie is 't [29] [die] my sal verdoemen? siet, [30] sy sullen altemael als een cleet verouden, de motte salse eten.",
   "text2026": "Zie, Adonai JAHWEH helpt Mij, wie is het, die Mij zal verdoemen? Zie, zij zullen allemaal als een kleed verouden, de mot zal hen eten.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "29",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "die mij zal verdoemen: Te weten met recht. Hebreeuws, goddeloos maken zal.",
     "text1637": "T.w. met rechte. Hebr. godloos maken sal.",
     "text2026": "die mij zal verdoemen: Te weten met recht. Hebreeuws, goddeloos maken zal."
    },
    {
     "marker": "30",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "zij zullen altemaal: Te weten al mijne tegenpartijders.",
     "text1637": "T.w. alle mijne tegenpartyders.",
     "text2026": "zij zullen allemaal: Te weten al mijn tegenstanders."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הֵ֣ן",
     "strongs": "H2005",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "אֲדֹנָ֤/י",
     "strongs": "H136",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "יְהוִה֙",
     "strongs": "H3069",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "יַֽעֲזָר",
     "strongs": "H5826",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "לִ֔/י",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "מִי",
     "strongs": "H4310",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "ה֖וּא",
     "strongs": "H1931",
     "morph": "HPp3ms"
    },
    {
     "woord": "יַרְשִׁיעֵ֑/נִי",
     "strongs": "H7561",
     "morph": "HVhi3ms/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "הֵ֤ן",
     "strongs": "H2005",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "כֻּלָּ/ם֙",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "כַּ/בֶּ֣גֶד",
     "strongs": "H899",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "יִבְל֔וּ",
     "strongs": "H1086",
     "morph": "HVqi3mp"
    },
    {
     "woord": "עָ֖שׁ",
     "strongs": "H6211",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "יֹאכְלֵֽ/ם",
     "strongs": "H398",
     "morph": "HVqi3ms/Sp3mp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zie, Adonai JAHWEH helpt Mij, wie is het,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> die Mij zal verdoemen? Zie,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> zij zullen allemaal als een kleed verouden, de mot zal hen eten.</i></span>",
   "textSV1888_html": "Ziet, de Heere HEERE helpt Mij, wie is het,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> die Mij zal verdoemen? Ziet,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> zij zullen altemaal als een kleed verouden, de mot zal hen eten.",
   "text1637_html": "Siet de Heere HEERE helpt my, wie is 't <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> [die] my sal verdoemen? siet, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> sy sullen altemael als een cleet verouden, de motte salse eten.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Ziet, de Heere HEERE",
     "new": "Zie, Adonai JAHWEH",
     "principe": "G4"
    },
    {
     "old": "Ziet,",
     "new": "Zie,",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "altemaal",
     "new": "allemaal",
     "principe": "V21"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 10,
   "textSV1888": "Wie is er onder ulieden, die den HEERE vreest, die naar de stem Zijns Knechts hoort? Als hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op den Naam des HEEREN, en steune op zijn God.",
   "text1637": "[31] Wie isser onder u lieden, die den HEERE vreest, die [32] nae de stemme sijnes knechts hoort? [33] als hy in de duysternissen wandelt, ende geen lichte heeft; dat hy betrouwe op den name des HEEREN, ende [34] steune op sijnen Godt.",
   "text2026": "Wie is er onder u, die JAHWEH vreest, die naar de stem van Zijn Knecht hoort? Als hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op de Naam van JAHWEH, en steune op zijn God.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "31",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Wie is er: Hier spreekt Christus de vrome en gelovige Joden aan.",
     "text1637": "Hier spreeckt Christus de vroome ende geloovige Ioden aen.",
     "text2026": "Wie is er: Hier spreekt Christus de vrome en gelovige Joden aan."
    },
    {
     "marker": "32",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "naar de stem: Dat is, mijne stem, die Ik des Heeren knecht ben, gelijk boven Jes. 42:1 , en Jes. 49:5 . Jesaja 42:1 : Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal het recht den heidenen voortbrengen. Jesaja 49:5 : En nu zegt de HEERE, Die Mij Zich van moeders buik af tot een Knecht geformeerd heeft, dat Ik Jakob tot Hem wederbrengen zou; maar Israël zal zich niet verzamelen laten; nochtans zal Ik verheerlijkt worden in de ogen des HEEREN, en Mijn God zal Mijn Sterkte zijn.",
     "text1637": "D. mijne stemme, die ick des Heeren knecht ben, als bov. 42.1. ende 49.5.",
     "text2026": "naar de stem: Dat is, mijn stem, die Ik van de Heern knecht ben, gelijk boven Jes. 42:1 , en Jes. 49:5 . Jesaja 42:1 : Ziet, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal het recht de heidenen voortbrengen. Jesaja 49:5 : En nu zegt JAHWEH, Die Mij Zich van moeders buik af tot een Knecht geformeerd heeft, dat Ik Jakob tot Hem wederbrengen zou; maar Israël zal zich niet verzamelen laten; nochtans zal Ik verheerlijkt worden in de ogen van JAHWEH, en Mijn God zal Mijn Sterkte zijn."
    },
    {
     "marker": "33",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Als hij: Of, die; dat is, ofschoon hij in ellende leeft. Zie Ps. 23:4 ; zie ook Jes. 9:1 . Psalmen 23:4 : Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij. Jesaja 9:1 : Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen.",
     "text1637": "Ofte, die. D. of hy schoon in elende leeft. siet Psal. 23.4. Siet oock Ies. 9.1.",
     "text2026": "Als hij: Of, die; dat is, ofschoon hij in ellende leeft. Zie Ps. 23:4 ; zie ook Jes. 9:1 . Psalmen 23:4 : Al ging ik ook in een dal van de schaduw van de dood, ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij. Jesaja 9:1 : Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw van de dood, over dezelfde zal een licht schijnen."
    },
    {
     "marker": "34",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "steune op zijn God: Dat is, hij verlate zich op dien God, die een genadeverbond met hem heeft opgericht.",
     "text1637": "D. hy verlate sich op dien Godt, die een genaden-verbont met hem heeft opgericht.",
     "text2026": "steune op zijn God: Dat is, hij verlate zich op die God, die een genadeverbond met hem heeft opgericht."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "מִ֤י",
     "strongs": "H4310",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "בָ/כֶם֙",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "יְרֵ֣א",
     "strongs": "H3373",
     "morph": "HAamsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "שֹׁמֵ֖עַ",
     "strongs": "H8085",
     "morph": "HVqrmsa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/ק֣וֹל",
     "strongs": "H6963",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "עַבְדּ֑/וֹ",
     "strongs": "H5650",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
     "strongs": "H834",
     "morph": "HTr"
    },
    {
     "woord": "הָלַ֣ךְ",
     "strongs": "H1980",
     "morph": "HVqp3ms"
    },
    {
     "woord": "חֲשֵׁכִ֗ים",
     "strongs": "H2825",
     "morph": "HNcfpa"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֵ֥ין",
     "strongs": "H369",
     "morph": "HC/Tn"
    },
    {
     "woord": "נֹ֨גַהּ֙",
     "strongs": "H5051",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "ל֔/וֹ",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "יִבְטַח֙",
     "strongs": "H982",
     "morph": "HVqi3ms"
    },
    {
     "woord": "בְּ/שֵׁ֣ם",
     "strongs": "H8034",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֔ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ/יִשָּׁעֵ֖ן",
     "strongs": "H8172",
     "morph": "HC/VNi3ms"
    },
    {
     "woord": "בֵּ/אלֹהָֽי/ו",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HR/Ncmpc/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Wie is er onder u, die JAHWEH vreest, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> naar de stem van Zijn Knecht hoort?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Als hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op de Naam van JAHWEH, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> steune op zijn God.",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Wie is er onder ulieden, die den HEERE vreest, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> naar de stem Zijns Knechts hoort?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Als hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op den Naam des HEEREN, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> steune op zijn God.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Wie isser onder u lieden, die den HEERE vreest, die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> nae de stemme sijnes knechts hoort? <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> als hy in de duysternissen wandelt, en<i>de</i> geen lichte heeft; dat hy betrouwe op den name des HEEREN, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> steune op sijnen Godt.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "ulieden,",
     "new": "u,",
     "principe": "A2"
    },
    {
     "old": "den HEERE",
     "new": "JAHWEH",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "Zijns Knechts",
     "new": "van Zijn Knecht",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "des HEEREN,",
     "new": "van JAHWEH,",
     "principe": "N3"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 11,
   "textSV1888": "Ziet, gij allen, die een vuur aansteekt, die u met spranken omgordt! wandelt in de vlam van uw vuur, en in de spranken, die gij ontstoken hebt. Dat geschiedt u van Mijn hand, in smart zult gijlieden liggen.",
   "text1637": "[35] Siet, ghy alle [36] die een vyer aensteeckt, die u met sprancken omgordet: [37] wandelt in de vlamme van u vyer, ende in de sprancken [die] ghy ontsteken hebt; [38] Dat geschiet u [39] van mijne hant, [40] in smerte sult ghylieden liggen.",
   "text2026": "Zie, u allen, die een vuur aansteekt, die u met spranken omgordt! wandel in de vlam van uw vuur, en in de spranken, die u ontstoken hebt. Dat gebeurt u van Mijn hand, in smart zult u liggen.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "35",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Ziet, gij allen: Hier spreekt Christus de valse leraars aan, te weten de schriftgeleerden en Farizeën.",
     "text1637": "Hier spreeckt Christus de valsche Leeraers aen, te weten, de Schriftgeleerde ende Pharizeen.",
     "text2026": "Ziet, u allen: Hier spreekt Christus de valse leraars aan, te weten de schriftgeleerden en Farizeën."
    },
    {
     "marker": "36",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "die een vuur: Dat is, die wijsheid voorgeeft uit uw eigen harten, buiten Gods Woord, hetwelk alleen het licht onzer voeten is; menende door uw eigen wijsheid en macht de ellende voor te komen of af te wenden.",
     "text1637": "D. die wijsheyt voor-geeft uyt uwe eygene herten, buyten Godes woort, 't welck alleen het licht onser voeten is: Meynende door uwe eygene wijsheyt ende macht de elende voor te komen, ofte af te wenden.",
     "text2026": "die een vuur: Dat is, die wijsheid voorgeeft uit uw eigen harten, buiten Gods Woord, dat alleen het licht onzer voeten is; menende door uw eigen wijsheid en macht de ellende voor te komen of af te wenden."
    },
    {
     "marker": "37",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "De zin is: Doet wat gij wilt of moogt, gebruikt al uwe kunsten, wandelt naar uw eigen goeddunken, dewijl gij immers in het licht van het goddelijke Woord niet wilt wandelen, hetwelk Ik ulieden voordraag.",
     "text1637": "De sin is, Doet wat ghy wilt of meugt, gebruyckt alle uwe konsten, wandelt nae uwe eygene fantasie, dewyle ghy immers in het licht des goddelicken woorts niet en wilt wandelen, 't welck ick u lieden voordrage.",
     "text2026": "De zin is: Doet wat u wilt of mag, gebruikt al uwe kunsten, wandelt naar uw eigen goeddunken, omdat u immers in het licht van het goddelijke Woord niet wilt wandelen, dat Ik u voordraag."
    },
    {
     "marker": "38",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat geschiedt u: Of, zulks.",
     "text1637": "Of, sulcx.",
     "text2026": "Dat geschiedt u: Of, zulks."
    },
    {
     "marker": "39",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "van Mijn hand: Door welke Ik u rechtvaardig overgeef in zulke verkeerdheid en verblinding des harten, daarom zult gij ook de straf niet kunnen ontgaan.",
     "text1637": "Door dewelcke ick u rechtveerdelijck overgeve in sulcke verkeertheyt ende verblindinge des herten, Daerom en sult ghy oock de straffen niet kunnen ontgaen.",
     "text2026": "van Mijn hand: Door welke Ik u rechtvaardig overgeef in zulke verkeerdheid en verblinding van het hart, daarom zult u ook de straf niet kunnen ontgaan."
    },
    {
     "marker": "40",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "in smart: Te weten in helse pijn, in smart en bekommernis uwer consciëntie. Een kwade consciëntie is een knagende worm, die nimmermeer sterft.",
     "text1637": "T.w. in helsche pijne, in smerte ende bekommernisse uwer conscientie: Een quade conscientie is een knagende worm, die nimmermeer en sterft.",
     "text2026": "in smart: Te weten in helse pijn, in smart en bekommernis uw consciëntie. Een kwade consciëntie is een knagende worm, die nimmermeer sterft."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הֵ֧ן",
     "strongs": "H2005",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "כֻּלְּ/כֶ֛ם",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "קֹ֥דְחֵי",
     "strongs": "H6919",
     "morph": "HVqrmpc"
    },
    {
     "woord": "אֵ֖שׁ",
     "strongs": "H784",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "מְאַזְּרֵ֣י",
     "strongs": "H247",
     "morph": "HVprmpc"
    },
    {
     "woord": "זִיק֑וֹת",
     "strongs": "H2131",
     "morph": "HNcbpa"
    },
    {
     "woord": "לְכ֣וּ",
     "strongs": "H3212",
     "morph": "HVqv2mp"
    },
    {
     "woord": "בְּ/א֣וּר",
     "strongs": "H217",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "אֶשְׁ/כֶ֗ם",
     "strongs": "H784",
     "morph": "HNcbsc/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "וּ/בְ/זִיקוֹת֙",
     "strongs": "H2131",
     "morph": "HC/R/Ncbpa"
    },
    {
     "woord": "בִּֽעַרְתֶּ֔ם",
     "strongs": "H1197",
     "morph": "HVpp2mp"
    },
    {
     "woord": "מִ/יָּדִ/י֙",
     "strongs": "H3027",
     "morph": "HR/Ncbsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "הָיְתָה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp3fs"
    },
    {
     "woord": "זֹּ֣את",
     "strongs": "H2063",
     "morph": "HPdxfs"
    },
    {
     "woord": "לָ/כֶ֔ם",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp2mp"
    },
    {
     "woord": "לְ/מַעֲצֵבָ֖ה",
     "strongs": "H4620",
     "morph": "HR/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "תִּשְׁכָּבֽוּ/ן",
     "strongs": "H7901",
     "morph": "HVqi2mp/Sn"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Zie, u allen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> die een vuur aansteekt, die u met spranken omgordt!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> wandel in de vlam van uw vuur, en in de spranken, die u ontstoken hebt.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> Dat gebeurt u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> van Mijn hand,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> in smart zult u liggen.</i></span>",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Ziet, gij allen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> die een vuur aansteekt, die u met spranken omgordt!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> wandelt in de vlam van uw vuur, en in de spranken, die gij ontstoken hebt.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> Dat geschiedt u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> van Mijn hand,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> in smart zult gijlieden liggen.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Siet, ghy alle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> die een vyer aensteeckt, die u met sprancken omgordet: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> wandelt in de vlamme van u vyer, ende in de sprancken [die] ghy ontsteken hebt; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> Dat geschiet u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> van mijne hant, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> in smerte sult ghylieden liggen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Ziet, gij",
     "new": "Zie, u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "wandelt",
     "new": "wandel",
     "principe": "V1158"
    },
    {
     "old": "gij",
     "new": "u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "geschiedt",
     "new": "gebeurt",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "gijlieden",
     "new": "u",
     "principe": "A2"
    }
   ]
  }
 ],
 "chapterIntro": {
  "text1637": "De Heere betuycht, dat hy geen oorsake en is van de verwerpinge der Ioden, maer hare sonden, vers 1. etc met verhael sijner macht, 2. Christus verhaelt hoe getrouwelick dat hy sijn ampt bedient hebbe, 4. selfs met versmaetheyt ende smerten, 6. door de hulpe sijnes hemelschen Vaders, 7. hy vermaent de geloovige Ioden op den Heere te vertrouwen, 10. ende dreycht de godtloose met de helsche smerten, 11.",
  "text2026": "De Heere getuigt dat niet Hij de oorzaak is van de verwerping van de Joden, maar hun zonden, vers 1 enzovoort, met een verhaal van zijn macht, 2. Christus verhaalt hoe trouw Hij zijn ambt heeft bediend, 4, zelfs met versmading en smarten, 6, door de hulp van zijn hemelse Vader, 7. Hij vermaant de gelovige Joden op de Heere te vertrouwen, 10, en dreigt de goddelozen met de helse smarten, 11."
 }
}
