{
  "number": 63,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Wie is Deze, Die van Edom komt met besprenkelde klederen, van Bozra? Deze, Die versierd is in Zijn gewaad? Die voorttrekt in Zijn grote kracht? Ik ben het, Die in gerechtigheid spreek, Die machtig ben te verlossen.",
      "text1637": "[1] WIe is dese, die [2] van Edom komt [3] met besprenckelde kleederen, van [4] Bozra? dese, die [5] verciert is in fijn gewaet? die [6] voort-treckt [7] in sijne groote kracht? [8] Ick ben 't [9] die in gerechticheyt spreke, [10] die machtich ben te verlossen.",
      "text2026": "Wie is Deze, Die van Edom komt met besprenkelde kleren, van Bozra? Deze, Die versierd is in Zijn gewaad? Die voorttrekt in Zijn grote kracht? Ik ben het, Die in gerechtigheid spreek, Die machtig ben te verlossen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "is Deze: Dit nemen enigen voor de woorden van Jesaja, die in een visioen, ziende de rechtvaardige straf van God over zijne vijanden, zeer verwonderd en als verbaasd staat; doch anderen menen dat de kerk hier spreekt, zich verwonderende over het groot geweld van Christus tegen zijne vijanden in zijn dood en opstanding uit de doden.",
          "text1637": "Dit nemen eenige voor de woorden Iesaiae, die in een visioen siende de rechtveerdige straffe Godes over sijne vyanden, seer verwondert, ende als verbaest staet: doch andre meynen, dat de kercke hier spreeckt, haer verwonderende over 't groot gewelt Christi tegens sijne vyanden, in sijne doot ende opstandinge uyt de dooden.",
          "text2026": "is Deze: Dit nemen enige voor de woorden van Jesaja, die in een visioen, ziende de rechtvaardige straf van God over zijn vijanden, zeer verwonderd en als verbaasd staat; maar anderen menen dat de kerk hier spreekt, zich verwonderende over het groot geweld van Christus tegen zijn vijanden in zijn dood en opstanding uit de doden."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van Edom: Dat is, uit der Edomieten land, of van de Edomieten. Versta dit, van de vijanden van het volk van God in het algemeen, doch inzonderheid van de geestelijke vijanden, te weten den duivel en de dienaren van den Antichrist; gelijk boven Jes. 34:5 . Jesaja 34:5 : Want Mijn zwaard is dronken geworden in den hemel; ziet, het zal ten oordeel nederdalen op Edom, en op het volk, hetwelk Ik verbannen heb.",
          "text1637": "D. uyt der Edomiten lant, of van de Edomiten. verstaet dit van de vyanden des volcx Godes in't gemeyn, doch insonderheyt van de geestelicke vyanden, T.w. den duyvel, ende de dienaren des Antichrists, als bov. 34.5.",
          "text2026": "van Edom: Dat is, uit van de Edomieten land, of van de Edomieten. Versta dit, van de vijanden van het volk van God in het algemeen, maar in het bijzonder van de geestelijke vijanden, te weten de duivel en de dienaren van de Antichrist; gelijk boven Jes. 34:5 . Jesaja 34:5 : Want Mijn zwaard is dronken geworden in de hemel; ziet, het zal tot het oordeel nederdalen op Edom, en op het volk, dat Ik verbannen heb."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met besprenkelde: Hebreeuws, gezuurdeegd van klederen. Zie de aantekening Ps. 71:4 , en Ps. 73:21 . De Griekse overzetters en anderen, met rood geverwde klederen, betekenende zijn toorn tegen zijne vijanden, met welker bloed zijne klederen besprenkeld waren. Vergelijk Openb. 19:13 . Psalmen 71:4 : Mijn God, bevrijd mij van de hand des goddelozen, van de hand desgenen, die verkeerdelijk handelt, en des opgeblazenen. Psalmen 73:21 : Als mijn hart opgezwollen was, en ik in mijn nieren geprikkeld werd, Openbaring 19:13 : En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was; en Zijn naam wordt genoemd het Woord Gods.",
          "text1637": "Hebr. gesuerdeecht van kleederen. siet de aent. Psal. 71. op vers 4. ende 73. op vers 21. De Griecksche oversetters, ende andre, met root-geverwde kleederen, beteeckenende sijnen toorn tegen sijne vyanden, met welcker bloet sijn kleederen besprenckelt waren. Vergel. Apoc. 19.13.",
          "text2026": "met besprenkelde: Hebreeuws, gezuurdeegd van kleren. Zie de aantekening Ps. 71:4 , en Ps. 73:21 . De Griekse overzetters en anderen, met rood geverwde kleren, betekenende zijn toorn tegen zijn vijanden, met van welke bloed zijn kleren besprenkeld waren. Vergelijk Openb. 19:13 . Psalmen 71:4 : Mijn God, bevrijd mij van de hand van de goddelozen, van de hand van degene, die verkeerd handelt, en van de hoogmoedigen. Psalmen 73:21 : Als mijn hart opgezwollen was, en ik in mijn nieren geprikkeld werd, Openbaring 19:13 : En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was; en Zijn naam wordt genoemd het Woord van God."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit was de hoofdstad van het land der Edomieten, waarvan ook melding gemaakt wordt Jes. 34:6 ; Jer. 49:13 , 49:22 ; en hier kan men door Bozra verstaan de hoofdstad van alle vijanden van Gods kerk. Jesaja 34:6 : Het zwaard des HEEREN is vol van bloed, het is vet geworden van smeer, van het bloed der lammeren en der bokken, van het smeer der nieren van de rammen; want de HEERE heeft een slachtoffer te Bozra, en een grote slachting in het land der Edomieten. Jeremia 49:13 : Want Ik heb bij Mijzelven gezworen, spreekt de HEERE, dat Bozra worden zal tot een ontzetting, tot een smaadheid, tot een woestheid, en tot een vloek; en al haar steden zullen worden tot eeuwige woestheden. Jeremia 49:22 : Ziet, hij zal opkomen en snel vliegen, als een arend, en zijn vleugelen over Bozra uitbreiden; en het hart van Edoms helden zal te dien dage wezen, als het hart ener vrouw, die in nood is.",
          "text1637": "Dit was de hooft-stadt inder Edomiten lant, daer van oock mentie gemaeckt wort Ies. 34.6. ende Ier. 49.13, 22. Ende hier can men door Bozra verstaen de hooftstadt aller vyanden van Godes kercke.",
          "text2026": "Dit was de hoofdstad van het land van de Edomieten, waarvan ook melding gemaakt wordt Jes. 34:6 ; Jer. 49:13 , 49:22 ; en hier kan men door Bozra verstaan de hoofdstad van alle vijanden van Gods kerk. Jesaja 34:6 : Het zwaard van JAHWEH is vol van bloed, het is vet geworden van smeer, van het bloed van de lammeren en van de bokken, van het smeer van de nieren van de rammen; want JAHWEH heeft een slachtoffer te Bozra, en een grote slachting in het land van de Edomieten. Jeremia 49:13 : Want Ik heb bij Mijzelf gezworen, spreekt JAHWEH, dat Bozra worden zal tot een ontzetting, tot een smaadheid, tot een woestheid, en tot een vloek; en al haar steden zullen worden tot eeuwige woestheden. Jeremia 49:22 : Ziet, hij zal opkomen en snel vliegen, als een adelaar, en zijn vleugelen over Bozra uitbreiden; en het hart van Edoms helden zal op die dag wezen, als het hart van een vrouw, die in nood is."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "versierd is: Versta hier door het sieraad de heiligheid van Christus en zijn koninklijke heerlijkheid in zijn triomf over de vijanden.",
          "text1637": "Verstaet hier door den cieraet, de heylicheyt Christi, ende sijne Conincklicke heerlickheyt in sijn triumph over de vyanden.",
          "text2026": "versierd is: Versta hier door het sieraad de heiligheid van Christus en zijn koninklijke heerlijkheid in zijn triomf over de vijanden."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Het Hebreeuwse woord betekent zoveel als in een vreemd land op en neder trekken, gelijk Jer. 48:12 . Jeremia 48:12 : Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik hem vreemde gasten zal toeschikken, die hem in vreemde plaatsen zullen voeren, en zijn vaten ledigen, en hunlieder flessen in stukken slaan.",
          "text1637": "Het Hebr. woort beteeckent soo veel, als in een vreemt lant op en neder trecken, als Ier. 48.12.",
          "text2026": "Het Hebreeuwse woord betekent zoveel als in een vreemd land op en neder trekken, gelijk Jer. 48:12 . Jeremia 48:12 : Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt JAHWEH, dat Ik hem vreemde gasten zal toeschikken, die hem in vreemde plaatsen zullen voeren, en zijn vaten ledigen, en hunlieder flessen in stukken slaan."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in Zijn grote kracht: Te weten in de kracht zijner godheid.",
          "text1637": "T.w. in de kracht sijner Godtheyt.",
          "text2026": "in Zijn grote kracht: Te weten in de kracht zijn godheid."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ik ben het: Hier antwoordt Christus de grote profeet, die in de wereld komen zou, gelijk beloofd wordt Deut. 18:15 . Deuteronomium 18:15 : Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de HEERE, uw God, verwekken; naar Hem zult gij horen;",
          "text1637": "Hier antwoort Christus de groote Prophete, die in de werelt comen soude, gelijcker belooft wort Deut. 18.15.",
          "text2026": "Ik ben het: Hier antwoordt Christus de grote profeet, die in de wereld komen zou, gelijk beloofd wordt Deut. 18:15 . Deuteronomium 18:15 : Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broers, als mij, zal u JAHWEH, uw God, verwekken; naar Hem zult u horen;"
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die in gerechtigheid spreek: Of, die met, of van gerechtigheid spreek; dat is, die de vijanden van het volk Gods, met de rechtvaardige straffen dreig.",
          "text1637": "Of, die met ofte van gerechticheyt spreke. D. die de vyanden des volcx Godes, met de rechtveerdige straffe Godes dreyge.",
          "text2026": "Die in gerechtigheid spreek: Of, die met, of van gerechtigheid spreek; dat is, die de vijanden van het volk van God, met de rechtvaardige straffen dreig."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die machtig ben: Of, die genoegzaam ben om te verlossen. Want Hem is gegeven alle macht in den hemel en op de aarde, Hij is een almachtig God met den Vader en den Heiligen Geest.",
          "text1637": "Of, die genoechsaem ben om te verlossen. want hem is gegeven alle gewelt in den hemel ende op der aerde, hy is een almachtich Godt met den Vader, ende den H. Geest.",
          "text2026": "Die machtig ben: Of, die genoegzaam ben om te verlossen. Want Hem is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde, Hij is een almachtig God met de Vader en de Heilige Geest."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִי",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "זֶ֣ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HPdxms"
        },
        {
          "woord": "בָּ֣א",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֱד֗וֹם",
          "strongs": "H123",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "חֲמ֤וּץ",
          "strongs": "H2556",
          "morph": "HVqsmsc"
        },
        {
          "woord": "בְּגָדִים֙",
          "strongs": "H899",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/בָּצְרָ֔ה",
          "strongs": "H1224",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "זֶ֚ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HPdxms"
        },
        {
          "woord": "הָד֣וּר",
          "strongs": "H1921",
          "morph": "HVqsmsa"
        },
        {
          "woord": "בִּ/לְבוּשׁ֔/וֹ",
          "strongs": "H3830",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "צֹעֶ֖ה",
          "strongs": "H6808",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/רֹ֣ב",
          "strongs": "H7230",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "כֹּח֑/וֹ",
          "strongs": "H3581",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֛י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "מְדַבֵּ֥ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVprmsa"
        },
        {
          "woord": "בִּ/צְדָקָ֖ה",
          "strongs": "H6666",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "רַ֥ב",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/הוֹשִֽׁיעַ",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HR/Vhc"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Wie is Deze, Die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> van Edom komt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> met besprenkelde kleren, van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Bozra? Deze, Die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> versierd is in Zijn gewaad? Die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> voorttrekt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> in Zijn grote kracht?</i></span><sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>Ik ben het,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Die in gerechtigheid spreek,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Die machtig ben te verlossen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Wie is Deze, Die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> van Edom komt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> met besprenkelde klederen, van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Bozra? Deze, Die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> versierd is in Zijn gewaad? Die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> voorttrekt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> in Zijn grote kracht?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Ik ben het,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Die in gerechtigheid spreek,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Die machtig ben te verlossen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> WIe is dese, die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> van Edom komt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> met besprenckelde kleederen, van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Bozra? dese, die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> verciert is in fijn gewaet? die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> voort-treckt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> in sijne groote kracht? <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Ick ben 't <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> die in gerechticheyt spreke, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> die machtich ben te verlossen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "klederen,",
          "new": "kleren,",
          "principe": "V68"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Waarom zijt Gij rood aan Uw gewaad, en Uw klederen als van een, die in de wijnpers treedt?",
      "text1637": "[11] Waerom zijt ghy [a] root aen u gewaet? ende uwe kleederen als eenes [12] die in de wijnpersse treedt?",
      "text2026": "Waarom bent U rood aan Uw gewaad, en Uw kleren als van een, die in de wijnpers treedt?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hier spreekt de kerk wederom, of de profeet, tot Christus, zeggende: waarom zijt gij, enz. De zin is: Waarom zijn de klederen rood, die gij aanhebt? Vergelijk Openb. 19:13 . Openbaring 19:13 : En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was; en Zijn naam wordt genoemd het Woord Gods.",
          "text1637": "Hier spreeckt de kercke wederom, of de Prophete, tot Christum, seggende, Waerom zijt ghy etc. De sin is, Waerom zijn de kleederen root die ghy aen hebt? Vergel. Apoc. 19.13.",
          "text2026": "Hier spreekt de kerk opnieuw, of de profeet, tot Christus, zeggende: waarom bent u, enz. De zin is: Waarom zijn de kleren rood, die u aanhebt? Vergelijk Openb. 19:13 . Openbaring 19:13 : En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was; en Zijn naam wordt genoemd het Woord van God."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Openb. 19:13 . Openbaring 19:13 : En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was; en Zijn naam wordt genoemd het Woord Gods.",
          "text1637": "Apoc. 19.13.",
          "text2026": "Openb. 19:13 . Openbaring 19:13 : En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was; en Zijn naam wordt genoemd het Woord van God."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "die in de wijnpers: Versta hierbij: en wiens klederen met roden wijn besprenkeld zijn. Deze gelijkenis wordt elders meer gebruikt, betekenende wraak; Klaagl. 1:15 ; Openb. 14:19 , 14:20 . Klaagliederen 1:15 : Samech. De Heere heeft al mijn sterken in het midden van mij vertreden; Hij heeft een bijeenkomst over mij uitgeroepen, om mijn jongelingen te verbreken; de Heere heeft de wijnpers der jonkvrouw, der dochter van Juda, aangetreden. Openbaring 14:19 : En de engel zond zijn sikkel op de aarde en sneed de druiven af van den wijngaard der aarde, en wierp ze in den groten wijnpersbak des toorns Gods. Openbaring 14:20 : En de wijnpersbak werd buiten de stad getreden, en er is bloed uit den wijnpersbak gekomen, tot aan de tomen der paarden, duizend zeshonderd stadiën ver.",
          "text1637": "Verstaet hier by, ende wiens kleederen met rooden wijn besprenckelt zijn. Dese gelijckenisse wort elders meer gebruyckt, beteeckenende wrake. Thre. 1.15. Apoc. 14.19, 20.",
          "text2026": "die in de wijnpers: Versta hierbij: en wiens kleren met roden wijn besprenkeld zijn. Deze gelijkenis wordt elders meer gebruikt, betekenende wraak; Klaagl. 1:15 ; Openb. 14:19 , 14:20 . Klaagliederen 1:15 : Samech. De Heer heeft al mijn sterken in het midden van mij vertreden; Hij heeft een bijeenkomst over mij uitgeroepen, om mijn jongelingen te verbreken; de Heer heeft de wijnpers van de jonkvrouw, van de dochter van Juda, aangetreden. Openbaring 14:19 : En de engel zond zijn sikkel op de aarde en sneed de druiven af van de wijngaard van de aarde, en wierp ze in de grote wijnpersbak van de toorn van God. Openbaring 14:20 : En de wijnpersbak werd buiten de stad getreden, en er is bloed uit de wijnpersbak gekomen, tot aan de tomen van de paarden, duizend zeshonderd stadiën ver."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מַדּ֥וּעַ",
          "strongs": "H4069",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "אָדֹ֖ם",
          "strongs": "H122",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/לְבוּשֶׁ֑/ךָ",
          "strongs": "H3830",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְגָדֶ֖י/ךָ",
          "strongs": "H899",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כְּ/דֹרֵ֥ךְ",
          "strongs": "H1869",
          "morph": "HR/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/גַֽת",
          "strongs": "H1660",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup><span class=\"direct-speech\"><i> Waarom bent U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> rood aan Uw gewaad, en Uw kleren als van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> een, die in de wijnpers treedt?</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Waarom zijt Gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> rood aan Uw gewaad, en Uw klederen als van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> een, die in de wijnpers treedt?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Waerom zijt ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> root aen u gewaet? ende uwe kleederen als eenes <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> die in de wijnpersse treedt?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zijt Gij",
          "new": "bent U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "klederen",
          "new": "kleren",
          "principe": "V68"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Ik heb de pers alleen getreden, en er was niemand van de volken met Mij; en Ik heb hen getreden in Mijn toorn, en heb hen vertrapt in Mijn grimmigheid; en hun kracht is gesprengd op Mijn klederen, en al Mijn gewaad heb Ik bezoedeld.",
      "text1637": "[13] Ick hebbe [14] de persse alleene getreden, ende [15] daer en was niemant van de volckeren met my; ende ich hebse getreden in mijnen toorne, ende hebse vertrapt in mijne grimmicheyt: ende [16] haer kracht is gesprengt op mijne kleederen, ende al mijn gewaet hebb' ick besoetelt.",
      "text2026": "Ik heb de pers alleen getreden, en er was niemand van de volken met Mij; en Ik heb hen getreden in Mijn toorn, en heb hen vertrapt in Mijn woede; en hun kracht is gesprengd op Mijn kleren, en al Mijn gewaad heb Ik bezoedeld.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ik heb: Hier spreekt Christus wederom, beantwoordende de vorige vraag aangaande zijne macht in het onderdrukken zijner vijanden en het verlossen zijner uitverkorenen.",
          "text1637": "Hier spreeckt Christus wederom, beantwoordende de voorige vrage, aengaende zijne macht in het onderdrucken sijner vyanden, ende het verlossen sijner uytvercorenen.",
          "text2026": "Ik heb: Hier spreekt Christus opnieuw, beantwoordende de vorige vraag aangaande zijn macht in het onderdrukken zijn vijanden en het verlossen zijn uitverkorenen."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de pers: Te weten de pers van den toorn Gods, gelijk af te nemen is uit Openb. 14:19 , en Openb. 19:15 . De zin is: Ik heb alleen, zonder menselijke hulp, den wil en het bevel van mijn hemelsen Vader, aangaande het straffen en verdelgen der vijanden zijner kerk, uitgericht. Openbaring 14:19 : En de engel zond zijn sikkel op de aarde en sneed de druiven af van den wijngaard der aarde, en wierp ze in den groten wijnpersbak des toorns Gods. Openbaring 19:15 : En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmede de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt den wijnpersbak van den wijn des toorns en der gramschap des almachtigen Gods.",
          "text1637": "T.w. de persse des toorns Godes, gelijck af te nemen is uyt Apoc. 14.19. ende 19.15. De sin is, Ick hebbe alleen, sonder menschelicke hulpe, den wille ende het bevel mijnes hemelschen Vaders, aengaende het straffen ende verdelgen der vyanden sijner kercke, uytgericht.",
          "text2026": "de pers: Te weten de pers van de toorn van God, gelijk af te nemen is uit Openb. 14:19 , en Openb. 19:15 . De zin is: Ik heb alleen, zonder menselijke hulp, de wil en het bevel van mijn hemelsen Vader, aangaande het straffen en verdelgen van de vijanden zijn kerk, uitgericht. Openbaring 14:19 : En de engel zond zijn sikkel op de aarde en sneed de druiven af van de wijngaard van de aarde, en wierp ze in de grote wijnpersbak van de toorn van God. Openbaring 19:15 : En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmede de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de toorn en van de toorn van de almachtigen Gods."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "er was niemand: Of, er is niemand van de volken bij mij geweest, om mij te helpen de vijanden te bestrijden en te overwinnen. Versta hier zo de geestelijke als de lichamelijke vijanden.",
          "text1637": "Of, daer en is niemant van de volckeren by my geweest, om my de vyanden te helpen bestrijden ende verwinnen. Verstaet hier soo de Geestelicke, als lichamelicke vyanden.",
          "text2026": "er was niemand: Of, er is niemand van de volken bij mij geweest, om mij te helpen de vijanden te bestrijden en te overwinnen. Versta hier zo de geestelijke als de lichamelijke vijanden."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hun kracht: Dat is hun bloed, waarin de sterkte van den mens bestaat. Of, hun bloed, dat is het bloed hunner sterke helden. Anders: en hunne victorie is op mijne klederen besprenkeld; dat is hun bloed, een teken mijner victorie over hen.",
          "text1637": "D. haer bloet, daer in de sterckte des menschen bestaet. Of, haer bloet] D. het bloet harer stercke helden. And. ende hare victorie is op mijn kleederen gesprenckelt. D. haer bloet, een teecken mijner victorie over haer.",
          "text2026": "hun kracht: Dat is hun bloed, waarin de sterkte van de mens bestaat. Of, hun bloed, dat is het bloed hun sterke helden. Anders: en hun victorie is op mijn kleren besprenkeld; dat is hun bloed, een teken mijn victorie over hen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "פּוּרָ֣ה",
          "strongs": "H6333",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "דָּרַ֣כְתִּי",
          "strongs": "H1869",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/בַדִּ֗/י",
          "strongs": "H905",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/מֵֽ/עַמִּים֙",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HC/R/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֵֽין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אִ֣ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אִתִּ֔/י",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶדְרְכֵ֣/ם",
          "strongs": "H1869",
          "morph": "HC/Vqi1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אַפִּ֔/י",
          "strongs": "H639",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶרְמְסֵ֖/ם",
          "strongs": "H7429",
          "morph": "HC/Vqi1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/חֲמָתִ֑/י",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/יֵ֤ז",
          "strongs": "H5137",
          "morph": "HC/Vqi3ms"
        },
        {
          "woord": "נִצְחָ/ם֙",
          "strongs": "H5332",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "בְּגָדַ֔/י",
          "strongs": "H899",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מַלְבּוּשַׁ֖/י",
          "strongs": "H4403",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶגְאָֽלְתִּי",
          "strongs": "H1351",
          "morph": "HVhp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Ik heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> de pers alleen getreden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> er was niemand van de volken met Mij; en Ik heb hen getreden in Mijn toorn, en heb hen vertrapt in Mijn woede; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hun kracht is gesprengd op Mijn kleren, en al Mijn gewaad heb Ik bezoedeld.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Ik heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> de pers alleen getreden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> er was niemand van de volken met Mij; en Ik heb hen getreden in Mijn toorn, en heb hen vertrapt in Mijn grimmigheid; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hun kracht is gesprengd op Mijn klederen, en al Mijn gewaad heb Ik bezoedeld.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Ick hebbe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> de persse alleene getreden, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> daer en was niemant van de volckeren met my; ende ich hebse getreden in mijnen toorne, ende hebse vertrapt in mijne grimmicheyt: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> haer kracht is gesprengt op mijne kleederen, ende al mijn gewaet hebb' ick besoetelt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "grimmigheid;",
          "new": "woede;",
          "principe": "V77"
        },
        {
          "old": "klederen,",
          "new": "kleren,",
          "principe": "V68"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Want de dag der wraak was in Mijn hart, en het jaar Mijner verlosten was gekomen.",
      "text1637": "Want [b] [17] de dach der wrake was in mijn herte: ende [18] het jaer mijner verlosten was gekomen.",
      "text2026": "Want de dag van de wraak was in Mijn hart, en het jaar van Mijn verlosten was gekomen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 61:2 . Jesaja 61:2 : Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten;",
          "text1637": "Iesa. 61.2.",
          "text2026": "Jes. 61:2 . Jesaja 61:2 : Om uit te roepen het jaar van het welbehagen van JAHWEH, en de dag van de wraak onze Gods; om alle treurigen te troosten;"
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de dag der wraak: Te weten dien dag, die van God bestemd was ter wraak, om de vijanden der kerk te straffen en de uitverkorenen te redden. Zie Jes. 34:8 , en Jes. 61:2 . Jesaja 34:8 : Want het zal zijn de dag der wraak des HEEREN, een jaar der vergeldingen, om Sions twistzaak. Jesaja 61:2 : Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten;",
          "text1637": "T.w. dien dach die van Godt bestemt was ter wrake, om de vyanden der kercke te straffen, ende de uytverkorene te redden. Siet Ies. 34.8. ende 61.2.",
          "text2026": "de dag van de wraak: Te weten die dag, die van God bestemd was ter wraak, om de vijanden van de kerk te straffen en de uitverkorenen te redden. Zie Jes. 34:8 , en Jes. 61:2 . Jesaja 34:8 : Want het zal zijn de dag van de wraak van JAHWEH, een jaar van de vergeldingen, om Sions twistzaak. Jesaja 61:2 : Om uit te roepen het jaar van het welbehagen van JAHWEH, en de dag van de wraak onze Gods; om alle treurigen te troosten;"
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het jaar: Dat is, het jaar of de tijd dergenen, die van mij zouden vrijgekocht of verlost worden. Het schijnt dat de profeet ziet op het geestelijke jubeljaar.",
          "text1637": "D. het jaer, of de tijt der gener die van my souden vry gekocht of verlost worden: 'tschijnt dat de Prophete siet op het geestelicke jubel-jaer.",
          "text2026": "het jaar: Dat is, het jaar of de tijd dergenen, die van mij zouden vrijgekocht of verlost worden. Het schijnt dat de profeet ziet op het geestelijke jubeljaar."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֛י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "י֥וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "נָקָ֖ם",
          "strongs": "H5359",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/לִבִּ֑/י",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/שְׁנַ֥ת",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "גְּאוּלַ֖/י",
          "strongs": "H1350",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בָּֽאָה",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> de dag van de wraak was in Mijn hart, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> het jaar van Mijn verlosten was gekomen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> de dag der wraak was in Mijn hart, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> het jaar Mijner verlosten was gekomen.",
      "text1637_html": "Want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> de dach der wrake was in mijn herte: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> het jaer mijner verlosten was gekomen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Mijner",
          "new": "van Mijn",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "En Ik zag toe, en er was niemand die hielp; en Ik ontzette Mij, en er was niemand, die ondersteunde; daarom heeft Mijn arm Mij heil beschikt, en Mijn grimmigheid heeft Mij ondersteund,",
      "text1637": "[c] [19] Ende ick sach toe, ende daer en was niemant die hielp; [20] ende ick ontset-tede my, ende daer en was niemant die ondersteunde: [21] daerom heeft mijn arm my heyl beschickt, ende [22] mijne grimmicheyt die heeft my ondersteunt.",
      "text2026": "En Ik zag toe, en er was niemand die hielp; en Ik ontzette Mij, en er was niemand, die ondersteunde; daarom heeft Mijn arm Mij heil beschikt, en Mijn woede heeft Mij ondersteund,",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 59:16 . Jesaja 59:16 : Dewijl Hij zag, dat er niemand was, zo ontzette Hij Zich, omdat er geen voorbidder was; daarom bracht Hem Zijn arm heil aan, en Zijn gerechtigheid ondersteunde Hem.",
          "text1637": "Ies 59.16.",
          "text2026": "Jes. 59:16 . Jesaja 59:16 : Omdat Hij zag, dat er niemand was, zo ontzette Hij Zich, omdat er geen voorbidder was; daarom bracht Hem Zijn arm heil aan, en Zijn gerechtigheid ondersteunde Hem."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "En Ik zag toe: Of, toen Ik omzag, dat er geen helper was, enz. Christus alleen is onze Helper, Heiland en Verlosser, die ons uit het geweld van den duivel en van den eeuwigen dood verlost heeft. Zie Jes. 59:16 , en Jes. 61:2 . Jesaja 59:16 : Dewijl Hij zag, dat er niemand was, zo ontzette Hij Zich, omdat er geen voorbidder was; daarom bracht Hem Zijn arm heil aan, en Zijn gerechtigheid ondersteunde Hem. Jesaja 61:2 : Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten;",
          "text1637": "Of, doe ick ommesach, ende datter geen helper en was etc. Christus alleen is onsen helper, heylant, ende verlosser, die ons uyt het gewelt des duyvels, ende des eeuwigen doots verlost heeft. Siet Ies. 59.16. ende 61.2.",
          "text2026": "En Ik zag toe: Of, toen Ik omzag, dat er geen helper was, enz. Christus alleen is onze Helper, Heiland en Verlosser, die ons uit het geweld van de duivel en van de eeuwigen dood verlost heeft. Zie Jes. 59:16 , en Jes. 61:2 . Jesaja 59:16 : Omdat Hij zag, dat er niemand was, zo ontzette Hij Zich, omdat er geen voorbidder was; daarom bracht Hem Zijn arm heil aan, en Zijn gerechtigheid ondersteunde Hem. Jesaja 61:2 : Om uit te roepen het jaar van het welbehagen van JAHWEH, en de dag van de wraak onze Gods; om alle treurigen te troosten;"
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "en Ik ontzette Mij: Te weten naar mijn menselijke natuur. Zie Matth. 26:38 . Mattheüs 26:38 : Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij.",
          "text1637": "T.w. nae mijne menschelicke natuere. Siet Mat. 26.38.",
          "text2026": "en Ik ontzette Mij: Te weten naar mijn menselijke natuur. Zie Matt. 26:38 . Mattheüs 26:38 : Toen zei Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood toe; blijft hier en waakt met Mij."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "daarom heeft: Dat is, mijn goddelijke kracht heeft mij onderstut in mijn zwaar lijden, dat Ik onder den zwaren last van den toorn Gods niet ben bezweken, maar dien gedragen, en mijn volk daarvan verlost en al hunne vijanden overwonnen heb.",
          "text1637": "D. mijne Goddelicke kracht heeft my onderstut in mijn swaer lijden, dat ick onder den swaren last des toorns Godes niet en ben besweken, maer den selven gedragen, ende mijn volck daer van verlost, ende alle hare vyanden overwonnen hebbe.",
          "text2026": "daarom heeft: Dat is, mijn goddelijke kracht heeft mij onderstut in mijn zwaar lijden, dat Ik onder de zwaren last van de toorn van God niet ben bezweken, maar die gedragen, en mijn volk daarvan verlost en al hun vijanden overwonnen heb."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Mijn grimmigheid: Te weten de grimmigheid, waarmede Ik onstoken ben tegen de vijanden mijner kerk.",
          "text1637": "T.w. de grimmicheyt, daer mede ick ontsteken ben tegen de vyanden mijner kercke.",
          "text2026": "Mijn grimmigheid: Te weten de grimmigheid, waarmee Ik onstoken ben tegen de vijanden mijn kerk."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַבִּיט֙",
          "strongs": "H5027",
          "morph": "HC/Vhi1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֣ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "עֹזֵ֔ר",
          "strongs": "H5826",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶשְׁתּוֹמֵ֖ם",
          "strongs": "H8074",
          "morph": "HC/Vri1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֣ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "סוֹמֵ֑ךְ",
          "strongs": "H5564",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/תּ֤וֹשַֽׁע",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HC/Vhw3fs"
        },
        {
          "woord": "לִ/י֙",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "זְרֹעִ֔/י",
          "strongs": "H2220",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/חֲמָתִ֖/י",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הִ֥יא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3fs"
        },
        {
          "woord": "סְמָכָֽתְ/נִי",
          "strongs": "H5564",
          "morph": "HVqp3fs/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup><span class=\"god-speaks\"><i> En Ik zag toe, en er was niemand die hielp;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> en Ik ontzette Mij, en er was niemand, die ondersteunde;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> daarom heeft Mijn arm Mij heil beschikt, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Mijn woede heeft Mij ondersteund,</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> En Ik zag toe, en er was niemand die hielp;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> en Ik ontzette Mij, en er was niemand, die ondersteunde;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> daarom heeft Mijn arm Mij heil beschikt, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Mijn grimmigheid heeft Mij ondersteund,",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Ende ick sach toe, ende daer en was niemant die hielp; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> ende ick ontset-tede my, ende daer en was niemant die ondersteunde: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> daerom heeft mijn arm my heyl beschickt, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> mijne grimmicheyt die heeft my ondersteunt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "grimmigheid",
          "new": "woede",
          "principe": "V77"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "En Ik heb de volken vertreden in Mijn toorn, en Ik heb hen dronken gemaakt in Mijn grimmigheid; en Ik heb hun kracht ter aarde doen nederdalen.",
      "text1637": "Ende [23] ick hebbe de volckeren vertreden in mijnen toorn, ende [24] ick hebse droncken gemaeckt in mijne grimmicheyt: ende ick hebbe [25] haer kracht ter aerde doen nederdalen.",
      "text2026": "En Ik heb de volken vertreden in Mijn toorn, en Ik heb hen dronken gemaakt in Mijn woede; en Ik heb hun kracht ter aarde doen neerdalen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ik heb de volken: Dat is, Ik heb de geestelijke vijanden overwonnen, daartoe bewogen zijnde door mijnen ijver tot de ere Gods en het heil zijner uitverkorenen.",
          "text1637": "D. ick hebbe de geestelicke vyanden overwonnen, daer toe beweecht zijnde door mijnen yver tot de eere Godes, ende het heyl sijner uytverkorenen.",
          "text2026": "Ik heb de volken: Dat is, Ik heb de geestelijke vijanden overwonnen, daartoe bewogen zijnde door mijn ijver tot de ere Gods en het heil zijn uitverkorenen."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ik heb hen dronken: Te weten met den drinkbeker mijner grimmigheid, tot hun verderf. Zie deze gelijkenis ook Ps. 60:5 , en Jes. 24:20 , en Jes. 49:26 , en Jes. 51:17 , 51:21 ; Jer. 51:57 , en elders. Psalmen 60:5 : Gij hebt Uw volk een harde zaak doen zien; Gij hebt ons gedrenkt met zwijmelwijn. Jesaja 24:20 : De aarde zal ganselijk waggelen, gelijk een dronkaard, en zij zal heen en weder bewogen worden, gelijk een nachthut; en haar overtreding zal zwaar op haar zijn, en zij zal vallen, en niet weder opstaan. Jesaja 49:26 : En Ik zal uw verdrukkers spijzen met hun eigen vlees, en van hun eigen bloed zullen zij dronken worden, als van zoeten wijn; en alle vlees zal gewaar worden, dat Ik, de HEERE, uw Heiland ben, en uw Verlosser, de Machtige Jakobs. Jesaja 51:17 : Waak op, waak op, sta op, Jeruzalem! gij, die gedronken hebt van de hand des HEEREN den beker Zijner grimmigheid; den droesem van den beker der zwijmeling hebt gij gedronken, ja, uitgezogen. Jesaja 51:21 : Daarom hoort nu dit, gij bedrukten! en gij dronkenen, maar niet van wijn! Jeremia 51:57 : En Ik zal haar vorsten, en haar wijzen, haar landvoogden, en haar overheden, en haar helden dronken maken; en zij zullen een eeuwigen slaap slapen, en niet opwaken, spreekt de Koning, Wiens Naam is HEERE der heirscharen.",
          "text1637": "T.w. met den drinckbeker mijner grimmicheyt, tot haren verderve. Siet dese gelijckenisse oock Psal. 60.5. ende Ies. 24.20. ende 49.26. ende 51.17, 21. Ier. 51.57. ende elders.",
          "text2026": "Ik heb hen dronken: Te weten met de drinkbeker mijn grimmigheid, tot hun verderf. Zie deze gelijkenis ook Ps. 60:5 , en Jes. 24:20 , en Jes. 49:26 , en Jes. 51:17 , 51:21 ; Jer. 51:57 , en elders. Psalmen 60:5 : U hebt Uw volk een harde zaak doen zien; U hebt ons gedrenkt met zwijmelwijn. Jesaja 24:20 : De aarde zal ganselijk waggelen, gelijk een dronkaard, en zij zal heen en weer bewogen worden, gelijk een nachthut; en haar overtreding zal zwaar op haar zijn, en zij zal vallen, en niet weer opstaan. Jesaja 49:26 : En Ik zal uw verdrukkers spijzen met hun eigen vlees, en van hun eigen bloed zullen zij dronken worden, als van zoeten wijn; en alle vlees zal gewaar worden, dat Ik, JAHWEH, uw Heiland ben, en uw Verlosser, de Machtige Jakobs. Jesaja 51:17 : Waak op, waak op, sta op, Jeruzalem! u, die gedronken hebt van de hand van JAHWEH de beker Zijn grimmigheid; de droesem van de beker van de zwijmeling hebt u gedronken, ja, uitgezogen. Jesaja 51:21 : Daarom hoort nu dit, u bedrukten! en u dronkenen, maar niet van wijn! Jeremia 51:57 : En Ik zal haar vorsten, en haar wijzen, haar landvoogden, en haar overheden, en haar helden dronken maken; en zij zullen een eeuwigen slaap slapen, en niet opwaken, spreekt de Koning, Wiens Naam is JAHWEH van de legermachten."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hun kracht: Zie boven vers 3 . Jesaja 63:3 : Ik heb de pers alleen getreden, en er was niemand van de volken met Mij; en Ik heb hen getreden in Mijn toorn, en heb hen vertrapt in Mijn grimmigheid; en hun kracht is gesprengd op Mijn klederen, en al Mijn gewaad heb Ik bezoedeld.",
          "text1637": "Siet boven vers 3.",
          "text2026": "hun kracht: Zie boven vers 3 . Jesaja 63:3 : Ik heb de pers alleen getreden, en er was niemand van de volken met Mij; en Ik heb hen getreden in Mijn toorn, en heb hen vertrapt in Mijn grimmigheid; en hun kracht is gesprengd op Mijn kleren, en al Mijn gewaad heb Ik bezoedeld."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אָב֤וּס",
          "strongs": "H947",
          "morph": "HC/Vqi1cs"
        },
        {
          "woord": "עַמִּים֙",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אַפִּ֔/י",
          "strongs": "H639",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/אֲשַׁכְּרֵ֖/ם",
          "strongs": "H7937",
          "morph": "HC/Vpi1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/חֲמָתִ֑/י",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אוֹרִ֥יד",
          "strongs": "H3381",
          "morph": "HC/Vhi1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/אָ֖רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "נִצְחָֽ/ם",
          "strongs": "H5332",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Ik heb de volken vertreden in Mijn toorn, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Ik heb hen dronken gemaakt in Mijn woede; en Ik heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> hun kracht ter aarde doen neerdalen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Ik heb de volken vertreden in Mijn toorn, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Ik heb hen dronken gemaakt in Mijn grimmigheid; en Ik heb<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> hun kracht ter aarde doen nederdalen.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> ick hebbe de volckeren vertreden in mijnen toorn, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> ick hebse droncken gemaeckt in mijne grimmicheyt: ende ick hebbe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> haer kracht ter aerde doen nederdalen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "grimmigheid;",
          "new": "woede;",
          "principe": "V77"
        },
        {
          "old": "nederdalen.",
          "new": "neerdalen.",
          "principe": "V"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Ik zal de goedertierenheden des HEEREN vermelden, den veelvoudigen lof des HEEREN, naar alles, wat de HEERE ons heeft bewezen, en de grote goedigheid aan het huis van Israël, die Hij hun bewezen heeft, naar Zijn barmhartigheden, en naar de veelheid Zijner goedertierenheden.",
      "text1637": "[26] Ick sal de goedertierenheden des HEEREN vermelden, [27] den veelvoudigen lof des HEEREN, [28] nae alles dat de HEERE ons heeft bewesen, ende de groote goedicheyt aen den huyse Israëls, die hy haer bewesen heeft, nae sijne barmherticheden, ende nae de veelheyt sijner goedertierenheden.",
      "text2026": "Ik zal de goedertierenheden van JAHWEH vermelden, de overvloedige lof van JAHWEH, naar alles, wat JAHWEH ons heeft bewezen, en de grote goedheid aan het huis van Israël, die Hij hun bewezen heeft, naar Zijn barmhartigheden, en naar de veelheid van Zijn goedertierenheden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ik zal: Dit spreekt het volk Gods, zijnde nu onderwezen van Christus en zijn grote daden, Hem tegelijk dankende voor de weldaden, die zij van Hem ontvangen hadden, wensende en biddende om den voortgang derzelve.",
          "text1637": "Dit spreeckt het volck Godes, zijnde nu onderwesen van Christo, ende sijne groote daden, hem te gelijcke danckende, voor de weldaden die sy van hem ontfangen hadden, wenschende ende biddende om de continuatie der selver.",
          "text2026": "Ik zal: Dit spreekt het volk van God, zijnde nu onderwezen van Christus en zijn grote daden, Hem tegelijk dankende voor de weldaden, die zij van Hem ontvangen hadden, wensende en biddende om de voortgang derzelve."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "den veelvoudigen lof: Of, menigvuldigen, of menigerlei lof, te weten den lof vanwege het goede, hetwelk mij de Heere gedaan heeft.",
          "text1637": "Of, menichvuldigen, of menigerley lof, T.w. den lof van wegen het goet, 'twelck my de Heere gedaen heeft.",
          "text2026": "de veelvoudigen lof: Of, menigvuldigen, of menigerlei lof, te weten de lof vanwege het goede, dat mij de Heer gedaan heeft."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "naar alles: Hebreeuws, als naar alles, te weten naar alles goeds. Van de betekenis van het woord bewezen, zie Ps. 13:6 . Psalmen 13:6 : Maar ik vertrouw op Uw goedertierenheid; mijn hart zal zich verheugen in Uw heil;",
          "text1637": "Hebr. als nae alles, t.w. nae alles goets. Van de beteeck. des woorts bewesen. siet Psal. 13. op vers 6.",
          "text2026": "naar alles: Hebreeuws, als naar alles, te weten naar alles goeds. Van de betekenis van het woord bewezen, zie Ps. 13:6 . Psalmen 13:6 : Maar ik vertrouw op Uw goedertierenheid; mijn hart zal zich verheugen in Uw heil;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "חַֽסְדֵ֨י",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֤ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אַזְכִּיר֙",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "תְּהִלֹּ֣ת",
          "strongs": "H8416",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/עַ֕ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֥ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "גְּמָלָ֖/נוּ",
          "strongs": "H1580",
          "morph": "HVqp3ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/רַב",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HC/Aamsc"
        },
        {
          "woord": "טוּב֙",
          "strongs": "H2898",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/בֵ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֔ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "גְּמָלָ֥/ם",
          "strongs": "H1580",
          "morph": "HVqp3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כְּֽ/רַחֲמָ֖י/ו",
          "strongs": "H7356",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/כְ/רֹ֥ב",
          "strongs": "H7230",
          "morph": "HC/R/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "חֲסָדָֽי/ו",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Ik zal de goedertierenheden van JAHWEH vermelden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> de overvloedige lof van JAHWEH,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> naar alles, wat JAHWEH ons heeft bewezen, en de grote goedheid aan het huis van Israël, die Hij hun bewezen heeft, naar Zijn barmhartigheden, en naar de veelheid van Zijn goedertierenheden.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Ik zal de goedertierenheden des HEEREN vermelden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> den veelvoudigen lof des HEEREN,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> naar alles, wat de HEERE ons heeft bewezen, en de grote goedigheid aan het huis van Israël, die Hij hun bewezen heeft, naar Zijn barmhartigheden, en naar de veelheid Zijner goedertierenheden.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Ick sal de goedertierenheden des HEEREN vermelden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> den veelvoudigen lof des HEEREN, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> nae alles dat de HEERE ons heeft bewesen, ende de groote goedicheyt aen den huyse Israëls, die hy haer bewesen heeft, nae sijne barmhertichede<i>n</i>, ende nae de veelheyt sijner goedertierenheden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "den veelvoudigen",
          "new": "de overvloedige",
          "principe": "V1600"
        },
        {
          "old": "des HEEREN,",
          "new": "van JAHWEH,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "goedigheid",
          "new": "goedheid",
          "principe": "V1048"
        },
        {
          "old": "Zijner",
          "new": "van Zijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Want Hij zeide: Zij zijn immers Mijn volk, kinderen, die niet liegen zullen? Alzo is Hij hun geworden tot een Heiland.",
      "text1637": "Want [29] hy seyde, Sy zijn immers mijn volck, kinderen [30] [die] niet liegen en sullen: also [31] is hy haer geworden tot eenen heylant.",
      "text2026": "Want Hij zei: Zij zijn immers Mijn volk, kinderen, die niet liegen zullen? Zo is Hij hun geworden tot een Heiland.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij zeide: Te weten toen Hij met onze voorouders een verbond maakte.",
          "text1637": "T.w. doe hy met onse voorouderen een verbont maeckte.",
          "text2026": "Hij zei: Te weten toen Hij met onze voorouders een verbond maakte."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "die : Of, die niet vals zijn zullen. God spreekt hier naar de wijze der mensen, die het beste van hunne kinderen hopen; en versta hierbij: maar zij zullen mij oprechtelijk dienen, als oprechte Israëlieten, in wie geen bedrog is. Anders: zij zullen niet ontaarden, of, verbasteren; te weten, nadat Ik hen zal herboren hebben door mijnen Heiligen Geest.",
          "text1637": "Of, die niet valsch zijn en sullen, Godt spreeckt hier nae der menschen wijse, die het beste van hare kinderen hopen. Ende verstaet hier by, maer sy sullen my oprechtelick dienen, als oprechte Israëliten, in de welcke geen bedroch en is. And. sy en sullen niet ontaerden, of verbastaerden: T.w. na dat ickse sal herboren hebben door mijnen H. Geest.",
          "text2026": "die : Of, die niet vals zijn zullen. God spreekt hier naar de wijze van de mensen, die het beste van hun kinderen hopen; en versta hierbij: maar zij zullen mij oprecht dienen, als oprechte Israëlieten, in wie geen bedrog is. Anders: zij zullen niet ontaarden, of, verbasteren; te weten, nadat Ik hen zal herboren hebben door mijn Heilige Geest."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "is Hij hun: Dat is, Hij heeft hen van hunne vijanden verlost.",
          "text1637": "D. hy heeftse van hare vyanden verlost.",
          "text2026": "is Hij hun: Dat is, Hij heeft hen van hun vijanden verlost."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֹּ֨אמֶר֙",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אַךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "עַמִּ֣/י",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הֵ֔מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "בָּנִ֖ים",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יְשַׁקֵּ֑רוּ",
          "strongs": "H8266",
          "morph": "HVpi3mp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יְהִ֥י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֖ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/מוֹשִֽׁיעַ",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HR/Vhrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Hij zei: <span class=\"direct-speech\"><i>Zij zijn immers Mijn volk, kinderen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> die niet liegen zullen? Zo<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> is Hij hun geworden tot een Heiland.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Hij zeide: Zij zijn immers Mijn volk, kinderen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> die niet liegen zullen? Alzo<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> is Hij hun geworden tot een Heiland.",
      "text1637_html": "Want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> hy seyde, Sy zijn immers mijn volck, kinderen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> [die] niet liegen en sullen: also <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> is hy haer geworden tot eene<i>n</i> heylant.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zeide:",
          "new": "zei:",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "In al hun benauwdheid was Hij benauwd, en de Engel Zijns aangezichts heeft hen behouden; door Zijn liefde en door Zijn genade heeft Hij hen verlost; en Hij nam hen op, en Hij droeg hen al de dagen van ouds.",
      "text1637": "[32] In alle hare benautheyt was hy benauwt, ende [33] de Engel sijnes aengesichtes heeftse behouden; [34] [d] door sijne liefde, ende door sijne genade heeft hyse verlost: ende [35] hy namse op, ende hy droegse [36] alle de dagen van outs.",
      "text2026": "In al hun benauwdheid was Hij benauwd, en de Engel van Zijn aangezicht heeft hen behouden; door Zijn liefde en door Zijn genade heeft Hij hen verlost; en Hij nam hen op, en Hij droeg hen al de dagen van ouds.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "In al hun: Dat is, Hij was benauwd of bedroefd vanwege hunne ellenden, die zij in Egypte leden. Alzo wordt Christus vervolgd in zijn heilige ledematen; Hand. 9:4 . Zie ook Zach. 2:8 ; Matth. 25:45 . Anders: in al hunne benauwdheid was gene benauwdheid; versta hierbij: maar een goedertierene vaderlijke kastijding. Of aldus: in al hunne benauwdheid is hij geen vijand of tegenpartijder geweest; maar de engel zijns aangezichts heeft hen behouden. De zin is: Hij heeft hen wel benauwd, maar niet als hun vijand zijnde. Handelingen 9:4 : En ter aarde gevallen zijnde, hoorde hij een stem, die tot hem zeide: Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij? Zacharia 2:8 : Want zo zegt de HEERE der heirscharen: Naar de heerlijkheid over u, heeft Hij mij gezonden tot die heidenen, die ulieden beroofd hebben; want die ulieden aanraakt, die raakt Zijn oogappel aan. Mattheüs 25:45 : Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van deze minsten niet gedaan hebt, zo hebt gij het Mij ook niet gedaan.",
          "text1637": "D. hy was benaeuwt ofte bedroeft, van wegen hare elenden die sy in Egypten leden. alsoo wort Christus vervolcht in sijne heylige ledematen, Act. 9.4. siet oock Mat. 25.45. ende Zach. 2.8. And. In alle hare benautheyt, en was geen benautheyt: Verstaet hier by, maer eene goedertierene vaderlicke kastijdinge. Ofte aldus: in alle hare benautheyt is hy geen vyant of tegenpartijder geweest, maer de Engel sijnes aengesichts heeftse behouden, De sin is, hy heeftse wel benaeuwt, maer niet als haer vyant zijnde.",
          "text2026": "In al hun: Dat is, Hij was benauwd of bedroefd vanwege hun ellenden, die zij in Egypte leden. Zo wordt Christus vervolgd in zijn heilige ledematen; Hand. 9:4 . Zie ook Zach. 2:8 ; Matt. 25:45 . Anders: in al hun benauwdheid was gene benauwdheid; versta hierbij: maar een goedertierene vaderlijke kastijding. Of aldus: in al hun benauwdheid is hij geen vijand of tegenstander geweest; maar de engel zijn aangezichts heeft hen behouden. De zin is: Hij heeft hen wel benauwd, maar niet als hun vijand zijnde. Handelingen 9:4 : En ter aarde gevallen zijnde, hoorde hij een stem, die tot hem zei: Saul, Saul! wat vervolgt u Mij? Zacharia 2:8 : Want zo zegt JAHWEH van de legermachten: Naar de heerlijkheid over u, heeft Hij mij gezonden tot die heidenen, die u beroofd hebben; want die u aanraakt, die raakt Zijn oogappel aan. Mattheüs 25:45 : Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel u dit één van deze minsten niet gedaan hebt, zo hebt u het Mij ook niet gedaan."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de Engel: Dat is de engel, die voor zijn aangezicht is, die voor hunne zaligheid zorg draagt, te weten Christus. Zie de aantekening Exod. 23:20 . Exodus 23:20 : Ziet, Ik zende een Engel voor uw aangezicht, om u te behoeden op dezen weg, en om u te brengen tot de plaats, die Ik bereid heb.",
          "text1637": "D. de Engel die voor sijn aengesichte is, die voor hare salicheyt sorge draecht: T.w. Christus. Siet Exod. cap. 23. de aenteeck. op vers 20.",
          "text2026": "de Engel: Dat is de engel, die voor zijn aangezicht is, die voor hun zaligheid zorg draagt, te weten Christus. Zie de aantekening Ex. 23:20 . Exodus 23:20 : Ziet, Ik zend een Engel voor uw aangezicht, om u te behoeden op deze weg, en om u te brengen tot de plaats, die Ik bereid heb."
        },
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Deut. 7:7 ; idem v. 8 ; idem v. 9 . Deuteronomium 7:7 : De HEERE heeft geen lust tot u gehad, noch u verkoren, om uw veelheid boven alle andere volken; want gij waart het weinigste van alle volken. Deuteronomium 7:8 : Maar omdat de HEERE ulieden liefhad, en opdat Hij hield den eed, dien Hij uw vaderen gezworen had, heeft u de HEERE met een sterke hand uitgevoerd, en heeft u verlost uit het diensthuis, uit de hand van Farao, koning van Egypte. Deuteronomium 7:9 : Gij zult dan weten, dat de HEERE, uw God, die God is, die getrouwe God, welke het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben, en Zijn geboden houden tot in duizend geslachten.",
          "text1637": "Deut. 7.7, 8, 9.",
          "text2026": "Deut. 7:7 ; idem v. 8 ; idem v. 9 . Deuteronomium 7:7 : JAHWEH heeft geen lust tot u gehad, noch u gekozen, om uw veelheid boven alle andere volken; want u was het weinigste van alle volken. Deuteronomium 7:8 : Maar omdat JAHWEH u liefhad, en opdat Hij hield de eed, die Hij uw vaderen gezworen had, heeft u JAHWEH met een sterke hand uitgevoerd, en heeft u verlost uit het diensthuis, uit de hand van Farao, koning van Egypte. Deuteronomium 7:9 : U zult dan weten, dat JAHWEH, uw God, die God is, die getrouwe God, welke het verbond en de weldadigheid houdt die, die Hem liefhebben, en Zijn geboden houden tot in duizend geslachten."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "door Zijn liefde: Dat is, Hij heeft hen verlost omdat Hij hen beminde; Deut. 7:7 , 7:8 . Deuteronomium 7:7 : De HEERE heeft geen lust tot u gehad, noch u verkoren, om uw veelheid boven alle andere volken; want gij waart het weinigste van alle volken. Deuteronomium 7:8 : Maar omdat de HEERE ulieden liefhad, en opdat Hij hield den eed, dien Hij uw vaderen gezworen had, heeft u de HEERE met een sterke hand uitgevoerd, en heeft u verlost uit het diensthuis, uit de hand van Farao, koning van Egypte.",
          "text1637": "D. hy heeftse verlost, om dat hyse beminde. Deut. 7. vers 7, 8.",
          "text2026": "door Zijn liefde: Dat is, Hij heeft hen verlost omdat Hij hen beminde; Deut. 7:7 , 7:8 . Deuteronomium 7:7 : JAHWEH heeft geen lust tot u gehad, noch u gekozen, om uw veelheid boven alle andere volken; want u was het weinigste van alle volken. Deuteronomium 7:8 : Maar omdat JAHWEH u liefhad, en opdat Hij hield de eed, die Hij uw vaderen gezworen had, heeft u JAHWEH met een sterke hand uitgevoerd, en heeft u verlost uit het diensthuis, uit de hand van Farao, koning van Egypte."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij nam hen op: Alsof hij zeide: Hij heeft hen op den rug geladen en gedragen, gelijk een arend zijne jongen draagt. Vergelijk dit met Deut. 32:11 , en zie ook Jes. 46:4 . Deuteronomium 32:11 : Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken; Jesaja 46:4 : En tot den ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, ja, tot de grijsheid toe zal Ik ulieden dragen; Ik heb het gedaan, en Ik zal u opnemen, en Ik zal dragen en redden.",
          "text1637": "Als of hy seyde, Hy heeftse op sijnen rugge geladen ende gedragen, gelijck een Arent sijne jongen draecht. Vergelijckt dit met Deut. 32.11. ende siet oock Ies. 46.4.",
          "text2026": "Hij nam hen op: Alsof hij zei: Hij heeft hen op de rug geladen en gedragen, gelijk een adelaar zijn jongen draagt. Vergelijk dit met Deut. 32:11 , en zie ook Jes. 46:4 . Deuteronomium 32:11 : Gelijk een adelaar zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken; Jesaja 46:4 : En tot de ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, ja, tot de grijsheid toe zal Ik u dragen; Ik heb het gedaan, en Ik zal u opnemen, en Ik zal dragen en redden."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "al de dagen: Hebreeuws, al de dagen der oudheid, of eeuw, gelijk vers 11 , 63:16 , 63:19 . Dat is, van dien tijd af dat Ik hen geroepen heb mijn volk te zijn. Zie van het Hebreeuwse woord de aantekening Jer. 2:20 . Jesaja 63:11 : Nochtans dacht Hij aan de dagen van ouds, aan Mozes en Zijn volk; maar nu, waar is Hij, Die hen uit de zee opgebracht heeft, met de herders Zijner kudde? Waar is Hij, Die Zijn Heiligen Geest in het midden van hen stelde? Jesaja 63:16 : Gij zijt toch onze Vader, want Abraham weet van ons niet, en Israël kent ons niet; Gij, o HEERE! zijt onze Vader, onze Verlosser van ouds af is Uw Naam. Jesaja 63:19 : Wij zijn geworden als die, over welke Gij van ouds niet hebt geheerst, en die naar Uw Naam niet zijn genoemd. Jeremia 2:20 : Als Ik van ouds uw juk verbroken, en uw banden verscheurd had, zo zeidet gij: Ik zal niet dienen; maar op allen hogen heuvel en onder allen groenen boom loopt gij om, hoererende.",
          "text1637": "Hebr. alle de dagen der outheyt, ofte eeuwe. als vers 11. ende 20, etc. D. van dien tijt af dat ickse geroepen hebbe om mijn volck te zijn. siet van het Hebr. woort. Ier. 2. de aenteeck. op vers 20.",
          "text2026": "al de dagen: Hebreeuws, al de dagen van de oudheid, of eeuw, gelijk vers 11 , 63:16 , 63:19 . Dat is, van die tijd af dat Ik hen geroepen heb mijn volk te zijn. Zie van het Hebreeuwse woord de aantekening Jer. 2:20 . Jesaja 63:11 : Nochtans dacht Hij aan de dagen van ouds, aan Mozes en Zijn volk; maar nu, waar is Hij, Die hen uit de zee opgebracht heeft, met de herders Zijn kudde? Waar is Hij, Die Zijn Heilige Geest in het midden van hen stelde? Jesaja 63:16 : U bent toch onze Vader, want Abraham weet van ons niet, en Israël kent ons niet; U, o JAHWEH! bent onze Vader, onze Verlosser van ouds af is Uw Naam. Jesaja 63:19 : Wij zijn geworden als die, over welke U van ouds niet hebt geheerst, en die naar Uw Naam niet zijn genoemd. Jeremia 2:20 : Als Ik van ouds uw juk verbroken, en uw banden verscheurd had, zo zeide u: Ik zal niet dienen; maar op allen hogen heuvel en onder alle groenen boom loopt u om, hoererende."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּֽ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "צָרָתָ֣/ם",
          "strongs": "H6869",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "צָ֗ר",
          "strongs": "H6862",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מַלְאַ֤ךְ",
          "strongs": "H4397",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "פָּנָי/ו֙",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "הֽוֹשִׁיעָ֔/ם",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HVhp3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אַהֲבָת֥/וֹ",
          "strongs": "H160",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/חֶמְלָת֖/וֹ",
          "strongs": "H2551",
          "morph": "HC/R/Ncfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ה֣וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "גְאָלָ֑/ם",
          "strongs": "H1350",
          "morph": "HVqp3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/יְנַטְּלֵ֥/ם",
          "strongs": "H5190",
          "morph": "HC/Vpw3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/יְנַשְּׂאֵ֖/ם",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HC/Vpw3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְמֵ֥י",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> In al hun benauwdheid was Hij benauwd, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> de Engel van Zijn aangezicht heeft hen behouden;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> door Zijn liefde en door Zijn genade heeft Hij hen verlost; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Hij nam hen op, en Hij droeg<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> hen al de dagen van ouds.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> In al hun benauwdheid was Hij benauwd, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> de Engel Zijns aangezichts heeft hen behouden;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> door Zijn liefde en door Zijn genade heeft Hij hen verlost; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Hij nam hen op, en Hij droeg<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> hen al de dagen van ouds.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> In alle hare benautheyt was hy benauwt, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> de Engel sijnes aengesichtes heeftse behouden; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> door sijne liefde, ende door sijne genade heeft hyse verlost: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> hy namse op, ende hy droegse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> alle de dagen van outs.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Zijns aangezichts",
          "new": "van Zijn aangezicht",
          "principe": "V201"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Maar zij zijn wederspannig geworden, en zij hebben Zijn Heiligen Geest smarten aangedaan; daarom is Hij hun in een vijand verkeerd, Hij Zelf heeft tegen hen gestreden.",
      "text1637": "[e] [37] Maer sy zijn wederspannich geworden, ende sy hebben [38] sijnen heyligen Geest [39] smerten aen gedaen: [40] daerom is hy haer in eenen vyant verkeert, hy selfs heeft tegen haer gestreden.",
      "text2026": "Maar zij zijn opstandig geworden, en zij hebben Zijn Heilige Geest smarten aangedaan; daarom is Hij hun in een vijand verkeerd, Hij Zelf heeft tegen hen gestreden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Num. 14:11 ; Ps. 78:57 ; Ps. 95:9 . Numeri 14:11 : En de HEERE zeide tot Mozes: Hoe lang zal mij dit volk tergen? En hoe lang zullen zij aan Mij niet geloven, door alle tekenen, die Ik in het midden van hen gedaan heb? Psalmen 78:57 : En zij weken terug, en handelden trouwelooslijk, gelijk hun vaders; zij zijn omgekeerd, als een bedriegelijke boog. Psalmen 95:9 : Waar Mij uw vaders verzochten, Mij beproefden, ook Mijn werk zagen.",
          "text1637": "Num. 14.11. Psal. 78.57. ende 95.9, etc.",
          "text2026": "Num. 14:11 ; Ps. 78:57 ; Ps. 95:9 . Numeri 14:11 : En JAHWEH zei tot Mozes: Hoe lang zal mij dit volk tergen? En hoe lang zullen zij aan Mij niet geloven, door alle tekenen, die Ik in het midden van hen gedaan heb? Psalmen 78:57 : En zij weken terug, en handelden trouweloos, gelijk hun vaders; zij zijn omgekeerd, als een bedriegelijke boog. Psalmen 95:9 : Waar Mij uw vaders verzochten, Mij beproefden, ook Mijn werk zagen."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, maar zij, zij rebelleerden; Num. 14:22 staat dat zij den Heere tienmaal verkocht hebben. Zie de aantekening aldaar. Zie ook Ps. 78:40 , 78:57 , en Ps. 95:9 . Numeri 14:22 : Want al de mannen, die gezien hebben Mijn heerlijkheid, en Mijn tekenen, die Ik in Egypte en in de woestijn gedaan heb, en Mij nu tienmaal verzocht hebben, en Mijner stem niet zijn gehoorzaam geweest; Psalmen 78:40 : Hoe dikwijls verbitterden zij Hem in de woestijn, deden Hem smart aan in de wildernis! Psalmen 78:57 : En zij weken terug, en handelden trouwelooslijk, gelijk hun vaders; zij zijn omgekeerd, als een bedriegelijke boog. Psalmen 95:9 : Waar Mij uw vaders verzochten, Mij beproefden, ook Mijn werk zagen.",
          "text1637": "Of, maer sy, sy rebelleerden. Num. 14.22. staet, dat sy den Heere tienmael versocht hebben. Siet de aenteeck. aldaer. Siet oock Psal. 78. vers 40, 57. ende Psal. 95.9.",
          "text2026": "Of, maar zij, zij rebelleerden; Num. 14:22 staat dat zij de Heer tienmaal verkocht hebben. Zie de aantekening daar. Zie ook Ps. 78:40 , 78:57 , en Ps. 95:9 . Numeri 14:22 : Want al de mannen, die gezien hebben Mijn heerlijkheid, en Mijn tekenen, die Ik in Egypte en in de woestijn gedaan heb, en Mij nu tienmaal verzocht hebben, en Mijn stem niet zijn gehoorzaam geweest; Psalmen 78:40 : Hoe dikwijls verbitterden zij Hem in de woestijn, deden Hem smart aan in de wildernis! Psalmen 78:57 : En zij weken terug, en handelden trouweloos, gelijk hun vaders; zij zijn omgekeerd, als een bedriegelijke boog. Psalmen 95:9 : Waar Mij uw vaders verzochten, Mij beproefden, ook Mijn werk zagen."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zijn Heiligen Geest: Hebreeuws, den Geest zijner heiligheid. Dezen bedroefden zij, doordien zij den wil Gods, welken de Heilige Geest door het woord hun geopenbaard had, moedwilliglijk tegenstonden. Zie Ef. 4:30 . Efeziërs 4:30 : En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.",
          "text1637": "Hebr. den Geest sijner heylicheyt. Desen bedroefden sy, door dien sy den wille Godes, welcken de H. Geest, door het woort, hen geopenbaert hadde, moetwillichlick tegenstonden. Siet Eph. 4.30.",
          "text2026": "Zijn Heilige Geest: Hebreeuws, de Geest zijn heiligheid (רוּחַ). Deze bedroefden zij, doordien zij de wil van God, welke de Heilige Geest door het woord hun geopenbaard had, moedwilliglijk tegenstonden. Zie Ef. 4:30 . Efeziërs 4:30 : En bedroeft de Heilige Geest van God niet, door Welke u verzegeld bent tot de dag van de verlossing."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders: bedroefd. Zie Gen. 6:6 . Genesis 6:6 : Toen berouwde het den HEERE, dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart.",
          "text1637": "And. bedroeft. Siet Gen. 6. op. vers 6.",
          "text2026": "Anders: bedroefd. Zie Gen. 6:6 . Genesis 6:6 : Toen berouwde JAHWEH, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "daarom is Hij: Dat is, Hij heeft zich aangesteld alsof Hij hun vijand geweest ware, toen Hij hen in de woestijn versloeg. Zie Ps. 78:31 , 78:33 , 78:59 , 78:60 , enz. Psalmen 78:31 : Als Gods toorn tegen hen opging, dat Hij van hun vetsten doodde, en de uitgelezenen van Israël nedervelde. Psalmen 78:33 : Dies deed Hij hun dagen vergaan in ijdelheid, en hun jaren in verschrikking. Psalmen 78:59 : God hoorde het en werd verbolgen, en versmaadde Israël zeer. Psalmen 78:60 : Dies verliet Hij den tabernakel te Silo, de tent, die Hij tot een woning gesteld had onder de mensen.",
          "text1637": "D. hy heeft sich aengestelt als of hy haren vyant geweest ware, doe hyse inde woestijne versloech. siet Psal. 78.31, 33, 59, 60, etc.",
          "text2026": "daarom is Hij: Dat is, Hij heeft zich aangesteld alsof Hij hun vijand geweest was, toen Hij hen in de woestijn versloeg. Zie Ps. 78:31 , 78:33 , 78:59 , 78:60 , enz. Psalmen 78:31 : Als Gods toorn tegen hen opging, dat Hij van hun vetsten doodde, en de uitgelezenen van Israël velde neer. Psalmen 78:33 : Daarom deed Hij hun dagen vergaan in ijdelheid, en hun jaren in verschrikking. Psalmen 78:59 : God hoorde het en werd toornig, en versmaadde Israël zeer. Psalmen 78:60 : Daarom verliet Hij de tabernakel te Silo, de tent, die Hij tot een woning gesteld had onder de mensen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הֵ֛מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HC/Pp3mp"
        },
        {
          "woord": "מָר֥וּ",
          "strongs": "H4784",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עִצְּב֖וּ",
          "strongs": "H6087",
          "morph": "HC/Vpq3cp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "ר֣וּחַ",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשׁ֑/וֹ",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/יֵּהָפֵ֥ךְ",
          "strongs": "H2015",
          "morph": "HC/VNw3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֛ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/אוֹיֵ֖ב",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HR/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "ה֥וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "נִלְחַם",
          "strongs": "H3898",
          "morph": "HVNp3ms"
        },
        {
          "woord": "בָּֽ/ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Maar zij zijn opstandig geworden, en zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> Zijn Heilige Geest<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> smarten aangedaan;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> daarom is Hij hun in een vijand verkeerd, Hij Zelf heeft tegen hen gestreden.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Maar zij zijn wederspannig geworden, en zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> Zijn Heiligen Geest<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> smarten aangedaan;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> daarom is Hij hun in een vijand verkeerd, Hij Zelf heeft tegen hen gestreden.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> Maer sy zijn wederspannich geworden, ende sy hebben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> sijnen heyligen Geest <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> smerten aen gedaen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> daerom is hy haer in eenen vyant verkeert, hy selfs heeft tegen haer gestreden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederspannig",
          "new": "opstandig",
          "principe": "V455"
        },
        {
          "old": "Heiligen",
          "new": "Heilige",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Nochtans dacht Hij aan de dagen van ouds, aan Mozes en Zijn volk; maar nu, waar is Hij, Die hen uit de zee opgebracht heeft, met de herders Zijner kudde? Waar is Hij, Die Zijn Heiligen Geest in het midden van hen stelde?",
      "text1637": "Nochtans dacht hy [41] aen de dagen van outs, aen Mose, [ende] sijn volck: [maer nu] [42] waer is hy diese [43] uyt de zee opgebracht heeft, [44] met de herders [45] sijner kudde? Waer is hy die sijnen heyligen Geest in het midden [46] van haer stelde?",
      "text2026": "Toch dacht Hij aan de dagen van ouds, aan Mozes en Zijn volk; maar nu, waar is Hij, Die hen uit de zee opgebracht heeft, met de herders van Zijn kudde? Waar is Hij, Die Zijn Heilige Geest in het midden van hen stelde?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "aan de dagen: In welke Hij hen wel om hunner zonden wil geslagen, maar zich nochtans wederom over hen ontfermd heeft, zonder dat Hij hen geheel heeft verdelgd.",
          "text1637": "In de welcke hy haer wel om harer sonden wille geslagen, maer sich nochtans wederom over de selve ontfermt heeft, sonder dat hyse geheelick heeft verdelcht.",
          "text2026": "aan de dagen: In welke Hij hen wel om hun zonden wil geslagen, maar zich nochtans opnieuw over hen ontfermd heeft, zonder dat Hij hen geheel heeft verdelgd."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "waar is Hij: Deze en de volgende woorden schijnt de kerk Gods tot God te spreken klagenderwijze. Anderen nemen het als woorden van God; alsof God zeide: Waaraan zou de heerlijkheid des Heeren blijken? te weten, indien Ik alzo wil voortvaren mijn volk naar hunne verdiensten te straffen. Aldus zou de profeet hier God den Heere invoeren, als met zichzelven twistende over zijne eer; vergelijk Exod. 32:11 , 32:12 . Exodus 32:11 : Doch Mozes aanbad het aangezicht des HEEREN zijns Gods, en hij zeide: O HEERE! waarom zou Uw toorn ontsteken tegen Uw volk, hetwelk Gij met grote kracht, en met een sterke hand, uit Egypteland uitgevoerd hebt? Exodus 32:12 : Waarom zouden de Egyptenaars spreken, zeggende: In kwaadheid heeft Hij hen uitgevoerd, opdat Hij hen doodde op de bergen, en opdat Hij hen vernielde van den aardbodem? Keer af van de hittigheid Uws toorns, en laat het U over het kwaad Uws volks berouwen.",
          "text1637": "Dese ende de volgende woorden schijnt de kercke Godts tot Godt te spreken, klaechswijse. andere nemen't als woorden Godts. Als of Godt seyde, Waer aen soude de heerlickheyt des Heeren blijcken? T.w. indien ick alsoo wilde voort-varen mijn volck nae hare verdiensten te straffen. Aldus soude de Prophete hier Godt den Heere invoeren, als met hemselven disputerende over sijne eere. Vergel. Exod. 32.11, 12.",
          "text2026": "waar is Hij: Deze en de volgende woorden schijnt de kerk van God tot God te spreken klagenderwijze. Anderen nemen het als woorden van God; alsof God zei: Waaraan zou de heerlijkheid van de Heern blijken? te weten, als Ik zo wil voortvaren mijn volk naar hun verdiensten te straffen. Aldus zou de profeet hier God de Heer invoeren, als met zichzelven twistende over zijn eer; vergelijk Ex. 32:11 , 32:12 . Exodus 32:11 : Maar Mozes aanbad het aangezicht van JAHWEH zijn Gods, en hij zei: O JAHWEH! waarom zou Uw toorn ontsteken tegen Uw volk, dat U met grote kracht, en met een sterke hand, uit Egypteland uitgevoerd hebt? Exodus 32:12 : Waarom zouden de Egyptenaars spreken, zeggende: In kwaadheid heeft Hij hen uitgevoerd, opdat Hij hen doodde op de bergen, en opdat Hij hen vernielde van de aardbodem? Keer af van de hitte Uws toorns, en laat het U over het kwaad Uws volks berouwen."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "uit de zee: Te weten uit de Rode zee; Exod. 14:21 , enz. De zin is: Hoe zou dat staan, dat Ik hen eertijds zou getrouwelijk uit allen nood en gevaar gevoerd en verlost heb? Exodus 14:21 : Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd.",
          "text1637": "T.w. uyt de roode zee. Exod. 14.21, etc. De sin is, Hoe soude dat staen, dat ickse nu verwerpen of verlaten soude, daer ickse eertijts soo getrouwelick uyt alle noot ende perijckel gevoert ende verlost hebbe?",
          "text2026": "uit de zee: Te weten uit de Rode zee; Ex. 14:21 , enz. De zin is: Hoe zou dat staan, dat Ik hen eertijds zou getrouwelijk uit allen nood en gevaar gevoerd en verlost heb? Exodus 14:21 : Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed JAHWEH de zee weggaan, door een sterken oostenwind, die gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd."
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met de herders: Aldus noemt Hij Mozes en Aäron, die het volk van Israël door de woestijn gevoerd hebben, gelijk de herders hunne schapen doen. Zie Ps. 77:21 . Psalmen 77:21 : Gij leiddet Uw volk, als een kudde door de hand van Mozes en Aäron.",
          "text1637": "Aldus noemt hy Mosen ende Aaron, die het volck van Israël door de woestijne gevoert hebbeu, als de herders hare schapen doen. Siet Psal. 77.21.",
          "text2026": "met de herders: Aldus noemt Hij Mozes en Aäron, die het volk van Israël door de woestijn gevoerd hebben, gelijk de herders hun schapen doen. Zie Ps. 77:21 . Psalmen 77:21 : U leidde Uw volk, als een kudde door de hand van Mozes en Aäron."
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zijner kudde: Dat is, van de kinderen Israëls.",
          "text1637": "D. der kinderen Iraëls.",
          "text2026": "Zijn kudde: Dat is, van de kinderen van Israël."
        },
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hen stelde: Te weten van het volk, gelijk vers 14 . Jesaja 63:14 : Gelijk een beest, dat afgaat in de valleien, heeft hun de Geest des HEEREN rust gegeven. Alzo hebt Gij Uw volk geleid, opdat Gij U een heerlijken Naam zoudt maken.",
          "text1637": "T.w. van het volck, als vers 14.",
          "text2026": "hen stelde: Te weten van het volk, gelijk vers 14 . Jesaja 63:14 : Gelijk een beest, dat afgaat in de valleien, heeft hun de Geest van JAHWEH rust gegeven. Zo hebt U Uw volk geleid, opdat U U een heerlijken Naam zoudt maken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּזְכֹּ֥ר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "יְמֵֽי",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָ֖ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מֹשֶׁ֣ה",
          "strongs": "H4872",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַמּ֑/וֹ",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אַיֵּ֣ה",
          "strongs": "H346",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "הַֽ/מַּעֲלֵ֣/ם",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HTd/Vhrmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/יָּ֗ם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֵ֚ת",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "רֹעֵ֣י",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "צֹאנ֔/וֹ",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אַיֵּ֛ה",
          "strongs": "H346",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּׂ֥ם",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HTd/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קִרְבּ֖/וֹ",
          "strongs": "H7130",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "ר֥וּחַ",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשֽׁ/וֹ",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toch dacht Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> aan de dagen van ouds, aan Mozes en Zijn volk; maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> nu, waar is Hij, Die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> hen uit de zee opgebracht heeft,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> met de herders<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> van Zijn kudde? Waar is Hij, Die Zijn Heilige Geest in het midden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> van hen stelde?",
      "textSV1888_html": "Nochtans dacht Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> aan de dagen van ouds, aan Mozes en Zijn volk; maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> nu, waar is Hij, Die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> hen uit de zee opgebracht heeft,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> met de herders<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> Zijner kudde? Waar is Hij, Die Zijn Heiligen Geest in het midden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> van hen stelde?",
      "text1637_html": "Nochtans dacht hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> aen de dagen van outs, aen Mose, [en<i>de</i>] sijn volck: [maer nu] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> waer is hy diese <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> uyt de zee opgebracht heeft, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> met de herders <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> sijner kudde? Waer is hy die sijnen heyligen Geest in het midden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> van haer stelde?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Nochtans",
          "new": "Toch",
          "principe": "V73"
        },
        {
          "old": "Zijner",
          "new": "van Zijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "Heiligen",
          "new": "Heilige",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Die den arm Zijner heerlijkheid heeft doen gaan aan de rechterhand van Mozes; Die de wateren voor hunlieder aangezichten kliefde opdat Hij Zich een eeuwigen Naam maakte?",
      "text1637": "[47] Die den arm sijner heerlickheyt heeft doen gaen aen de rechterhant van Mose: die [48] de wateren voor haer lieder aengesichten kloof, op dat hy sich eenen eeuwigen name maeckte?",
      "text2026": "Die de arm van Zijn heerlijkheid heeft doen gaan aan de rechterhand van Mozes; Die de wateren voor hun aangezichten kloof opdat Hij Zich een eeuwige Naam maakte?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die den arm: Of, die hen leidde aan de rechterhand van Mozes [met] zijn heerlijken arm; dat is, die Mozes in zijn zwaren dienst met zijn heerlijke macht en goddelijke hulp bijstond.",
          "text1637": "Of, diese leydde aen de rechterhant Mosis [met] sijnen heerlicken arm. D. die Mosi in sijnen swaren dienst, met sijne heerlicke macht, ende goddelicke hulpe bystont.",
          "text2026": "Die de arm: Of, die hen leidde aan de rechterhand van Mozes [met] zijn heerlijken arm; dat is, die Mozes in zijn zwaren dienst met zijn heerlijke macht en goddelijke hulp bijstond."
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de wateren: Te weten van de Rode zee, Exod. 14:21 , en daarna van de Jordaan; Joz. 3:15 , 3:16 . Exodus 14:21 : Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd. Jozua 3:15 : En als zij, die de ark droegen, tot aan de Jordaan gekomen waren, en de voeten der priesteren, dragende de ark, ingedoopt waren in het uiterste van het water (de Jordaan nu was vol al de dagen des oogstes aan al haar oevers); Jozua 3:16 : Zo stonden de wateren, die van boven afkwamen; zij rezen op een hoop, zeer verre van de stad Adam af, die ter zijde van Sarthan ligt; en die naar de zee des vlakken velds, te weten de Zoutzee, afliepen, vergingen, zij werden afgesneden. Toen trok het volk over, tegenover Jericho.",
          "text1637": "T.w. des rooden meyrs, Exod. 14.21. ende daer na der Iordane, Ios. 3. vers 15, 16.",
          "text2026": "de wateren: Te weten van de Rode zee, Ex. 14:21 , en daarna van de Jordaan; Joz. 3:15 , 3:16 . Exodus 14:21 : Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed JAHWEH de zee weggaan, door een sterken oostenwind, die gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd. Jozua 3:15 : En als zij, die de ark droegen, tot aan de Jordaan gekomen waren, en de voeten van de priesters, dragende de ark, ingedoopt waren in het uiterste van het water (de Jordaan nu was vol al de dagen van de oogst aan al haar oevers); Jozua 3:16 : Zo stonden de wateren, die van boven afkwamen; zij rezen op één hoop, zeer verre van de stad Adam af, die ter zijde van Sarthan ligt; en die naar de zee van de vlakken velds, te weten de Zoutzee, afliepen, vergingen, zij werden afgesneden. Toen trok het volk over, tegenover Jericho."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מוֹלִיךְ֙",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVhrmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/ימִ֣ין",
          "strongs": "H3225",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "מֹשֶׁ֔ה",
          "strongs": "H4872",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "זְר֖וֹעַ",
          "strongs": "H2220",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "תִּפְאַרְתּ֑/וֹ",
          "strongs": "H8597",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בּ֤וֹקֵֽעַ",
          "strongs": "H1234",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "מַ֨יִם֙",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פְּנֵי/הֶ֔ם",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לַ/עֲשׂ֥וֹת",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "ל֖/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "שֵׁ֥ם",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Die de arm van Zijn heerlijkheid heeft doen gaan aan de rechterhand van Mozes; Die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> de wateren voor hun aangezichten kloof opdat Hij Zich een eeuwige Naam maakte?",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Die den arm Zijner heerlijkheid heeft doen gaan aan de rechterhand van Mozes; Die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> de wateren voor hunlieder aangezichten kliefde opdat Hij Zich een eeuwigen Naam maakte?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> Die den arm sijner heerlickheyt heeft doen gaen aen de rechterhant van Mose: die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> de wateren voor haer lieder aengesichten kloof, op dat hy sich eenen eeuwigen name maeckte?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Zijner",
          "new": "van Zijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "hunlieder",
          "new": "hun",
          "principe": "V329"
        },
        {
          "old": "kliefde",
          "new": "kloof",
          "principe": "V456"
        },
        {
          "old": "eeuwigen",
          "new": "eeuwige",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Die hen leidde door de afgronden; als een paard in de woestijn, struikelden zij niet.",
      "text1637": "Diese [49] leydde [50] door de afgronden: als een peert in de woestijne, [51] [f] en struyckelden sy niet.",
      "text2026": "Die hen leidde door de afgronden; als een paard in de woestijn, struikelden zij niet.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten zachtjes en zoetjes, gelijk men een paard leidt bij den toom.",
          "text1637": "T.w. sachtkens en soetkens, gelijckmen een peert leydt by den toom.",
          "text2026": "Te weten zachtjes en zoetjes, gelijk men een paard leidt bij de toom."
        },
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "door de afgronden: Zie Exod. 15:5 ; Ps. 106:9 . Exodus 15:5 : De afgronden hebben hen bedekt; zij zijn in de diepten gezonken als een steen. Psalmen 106:9 : En Hij schold de Schelfzee, zodat zij verdroogde, en Hij deed hen wandelen door de afgronden, als door een woestijn.",
          "text1637": "Siet Exod. 15.5. Psa. 106.9.",
          "text2026": "door de afgronden: Zie Ex. 15:5 ; Ps. 106:9 . Exodus 15:5 : De afgronden hebben hen bedekt; zij zijn in de diepten gezonken als een steen. Psalmen 106:9 : En Hij schold de Schelfzee, zodat zij verdroogde, en Hij deed hen wandelen door de afgronden, als door een woestijn."
        },
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 105:37 . Psalmen 105:37 : En Hij voerde hen uit met zilver en goud; en onder hun stammen was niemand, die struikelde.",
          "text1637": "Psal. 105.37.",
          "text2026": "Ps. 105:37 . Psalmen 105:37 : En Hij voerde hen uit met zilver en goud; en onder hun stammen was niemand, die struikelde."
        },
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders: dat zij niet zouden struikelen.",
          "text1637": "And. dat sy niet en souden struyckelen.",
          "text2026": "Anders: dat zij niet zouden struikelen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מוֹלִיכָ֖/ם",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVhrmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/תְּהֹמ֑וֹת",
          "strongs": "H8415",
          "morph": "HRd/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "כַּ/סּ֥וּס",
          "strongs": "H5483",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/מִּדְבָּ֖ר",
          "strongs": "H4057",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִכָּשֵֽׁלוּ",
          "strongs": "H3782",
          "morph": "HVNi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> leidde door de afgronden; als een paard in de woestijn,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> struikelden zij niet.",
      "textSV1888_html": "Die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> leidde door de afgronden; als een paard in de woestijn,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> struikelden zij niet.",
      "text1637_html": "Diese <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> leydde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> door de afgronden: als een peert in de woestijne, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> en struyckelden sy niet."
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Gelijk een beest, dat afgaat in de valleien, heeft hun de Geest des HEEREN rust gegeven. Alzo hebt Gij Uw volk geleid, opdat Gij U een heerlijken Naam zoudt maken.",
      "text1637": "[52] Gelijck [53] een beest [dat] afgaet in de valleyen, [54] heeftse de Geest des HEEREN [55] ruste gegeven: Alsoo hebt [56] ghy u volck geleydet, op dat ghy u eenen heerlicken name soudet maken.",
      "text2026": "Gelijk een beest, dat afgaat in de valleien, heeft hun de Geest van JAHWEH rust gegeven. Zo hebt U Uw volk geleid, opdat U Zich een heerlijke Naam zou maken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hier spreekt wederom het volk Gods.",
          "text1637": "Hier spreeckt wederom het volck Godes.",
          "text2026": "Hier spreekt opnieuw het volk van God."
        },
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "een beest: Hetzij paard of koe.",
          "text1637": "Het zy peert, of koe.",
          "text2026": "een beest: Hetzij paard of koe."
        },
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "heeft hun de Geest: Te weten het volk.",
          "text1637": "T.w. den volcke.",
          "text2026": "heeft hun de Geest: Te weten het volk."
        },
        {
          "marker": "55",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "rust gegeven: Of, zacht geleid.",
          "text1637": "Of, sachte geleydet.",
          "text2026": "rust gegeven: Of, zacht geleid."
        },
        {
          "marker": "56",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij Uw volk: O Heere. De gemeente wendt nu hare aanspraak tot God, en zij bidden Hem dat Hij met zijn gewone goedheid wil voortvaren.",
          "text1637": "ô Heere. De Gemeynte wendt nu hare aensprake tot Godt, ende sy bidden hem, dat hy met sijne gewoonlicke goetheyt wille voortvaren.",
          "text2026": "U Uw volk: O Heer. De gemeente wendt nu haar aanspraak tot God, en zij bidden Hem dat Hij met zijn gewone goedheid wil voortvaren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כַּ/בְּהֵמָה֙",
          "strongs": "H929",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/בִּקְעָ֣ה",
          "strongs": "H1237",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "תֵרֵ֔ד",
          "strongs": "H3381",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "ר֥וּחַ",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "תְּנִיחֶ֑/נּוּ",
          "strongs": "H5117",
          "morph": "HVhi3fs/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כֵּ֚ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "נִהַ֣גְתָּ",
          "strongs": "H5090",
          "morph": "HVpp2ms"
        },
        {
          "woord": "עַמְּ/ךָ֔",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לַ/עֲשׂ֥וֹת",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֖",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "שֵׁ֥ם",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "תִּפְאָֽרֶת",
          "strongs": "H8597",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> Gelijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> een beest, dat afgaat in de valleien,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> heeft hun de Geest van JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> rust gegeven. Zo hebt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> U Uw volk geleid, opdat U Zich een heerlijke Naam zou maken.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> Gelijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> een beest, dat afgaat in de valleien,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> heeft hun de Geest des HEEREN<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> rust gegeven. Alzo hebt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> Gij Uw volk geleid, opdat Gij U een heerlijken Naam zoudt maken.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> Gelijck <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> een beest [dat] afgaet in de valleye<i>n</i>, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> heeftse de Geest des HEEREN <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> ruste gegeven: Alsoo hebt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> ghy u volck geleydet, op dat ghy u eenen heerlicken name soudet maken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "Zich",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "heerlijken",
          "new": "heerlijke",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "zoudt",
          "new": "zou",
          "principe": "V202"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Zie van den hemel af, en aanschouw van Uw heilige en Uw heerlijke woning; waar zijn Uw ijver en Uw mogendheden, het gerommel Uws ingewands en Uwer barmhartigheden? Zij houden zich tegen mij in.",
      "text1637": "[g] Siet van den hemel af, ende aenschouwt [57] van uwe heylige, ende uwe heerlicke wooninge: waer zijn [58] uwen yver, ende [59] uwe mogentheden? [60] het gerommel [61] uwes ingewants, ende uwer barmherticheden? [62] sy houden haer tegens my in.",
      "text2026": "Zie van de hemel af, en aanschouw van Uw heilige en Uw heerlijke woning; waar zijn Uw ijver en Uw mogendheden, het gerommel van Uw binnenste en van Uw barmhartigheden? Zij houden zich tegen mij in.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "g",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Deut. 26:15 . Deuteronomium 26:15 : Zie nederwaarts van Uw heilige woning, van den hemel, en zegen Uw volk Israël, en het land, dat Gij ons gegeven hebt, gelijk als Gij onzen vaderen gezworen hebt, een land van melk en honig vloeiende.",
          "text1637": "Deut. 26.15.",
          "text2026": "Deut. 26:15 . Deuteronomium 26:15 : Zie nederwaarts van Uw heilige woning, van de hemel, en zegen Uw volk Israël, en het land, dat U ons gegeven hebt, gelijk als U onze vaderen gezworen hebt, een land van melk en honig vloeiende."
        },
        {
          "marker": "57",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van Uw heilige: Dat is van den hemel, die ook Deut. 26:15 genoemd wordt de woning zijner heiligheid. Deuteronomium 26:15 : Zie nederwaarts van Uw heilige woning, van den hemel, en zegen Uw volk Israël, en het land, dat Gij ons gegeven hebt, gelijk als Gij onzen vaderen gezworen hebt, een land van melk en honig vloeiende.",
          "text1637": "D. van den hemel, die oock Deut. 26.15. genoemt wort de wooninge sijner heylicheyt.",
          "text2026": "van Uw heilige: Dat is van de hemel, die ook Deut. 26:15 genoemd wordt de woning zijn heiligheid. Deuteronomium 26:15 : Zie nederwaarts van Uw heilige woning, van de hemel, en zegen Uw volk Israël, en het land, dat U ons gegeven hebt, gelijk als U onze vaderen gezworen hebt, een land van melk en honig vloeiende."
        },
        {
          "marker": "58",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uw ijver: Over uw volk en tegen uwe vijanden? Menselijkerwijze van God gesproken. Zie boven Jes. 9:6 . Jesaja 9:6 : Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks doen.",
          "text1637": "Over u volck, ende tegen uwe vyanden? Menschelicker wijse van Godt gesproken. siet boven cap. 9. vers 6.",
          "text2026": "Uw ijver: Over uw volk en tegen uwe vijanden? Menselijkerwijze van God gesproken. Zie boven Jes. 9:6 . Jesaja 9:6 : Van de grootheid van deze heerschappij en van de vrede zal geen einde zijn op de troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver van JAHWEH van de legermachten zal zulks doen."
        },
        {
          "marker": "59",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uw mogendheden: Of, uwe machten, dat is, uw krachtige werken, of wonderen, gelijk Matth. 13:58 . Mattheüs 13:58 : En Hij heeft aldaar niet vele krachten gedaan, vanwege hun ongeloof.",
          "text1637": "Of, uwe machten, D. uwe krachtige wercken, of miraculen, als Mat. 13.59.",
          "text2026": "Uw mogendheden: Of, uwe machten, dat is, uw krachtige werken, of wonderen, gelijk Matt. 13:58 . Mattheüs 13:58 : En Hij heeft daar niet vele krachten gedaan, vanwege hun ongeloof."
        },
        {
          "marker": "60",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het gerommel: Of, het gewoel, het geluid. Anders: de veelheid.",
          "text1637": "Of, het gewoel, het geluyt. And. de veelheyt.",
          "text2026": "het gerommel: Of, het gewoel, het geluid. Anders: de veelheid."
        },
        {
          "marker": "61",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uws ingewands: Dat is, van uw hart.",
          "text1637": "D. uwes herten.",
          "text2026": "Uws ingewands: Dat is, van uw hart."
        },
        {
          "marker": "62",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zij houden zich: Of, zij houden zich tegen mij gesloten; dat is, zij laten zich tegen mij niet blijken, gelijk in voortijden. Anders: houden zij zich tegen mij gesloten?",
          "text1637": "Of, sy houden haer tegens my gesloten: D. sy en laten haer tegen my niet blijcken, als in voortijden. And. houden sy haer tegen my gesloten?",
          "text2026": "Zij houden zich: Of, zij houden zich tegen mij gesloten; dat is, zij laten zich tegen mij niet blijken, gelijk in voortijden. Anders: houden zij zich tegen mij gesloten?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַבֵּ֤ט",
          "strongs": "H5027",
          "morph": "HVhv2ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/שָּׁמַ֨יִם֙",
          "strongs": "H8064",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וּ/רְאֵ֔ה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/זְּבֻ֥ל",
          "strongs": "H2073",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשְׁ/ךָ֖",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/תִפְאַרְתֶּ֑/ךָ",
          "strongs": "H8597",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אַיֵּ֤ה",
          "strongs": "H346",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "קִנְאָֽתְ/ךָ֙",
          "strongs": "H7068",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/גְב֣וּרֹתֶ֔/ךָ",
          "strongs": "H1369",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הֲמ֥וֹן",
          "strongs": "H1995",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מֵעֶ֛י/ךָ",
          "strongs": "H4578",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/רַחֲמֶ֖י/ךָ",
          "strongs": "H7356",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֥/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הִתְאַפָּֽקוּ",
          "strongs": "H662",
          "morph": "HVtp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> Zie van de hemel af, en aanschouw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> van Uw heilige en Uw heerlijke woning; waar zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> Uw ijver en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> Uw mogendheden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> het gerommel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> van Uw binnenste en van Uw barmhartigheden?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> Zij houden zich tegen mij in.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> Zie van den hemel af, en aanschouw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> van Uw heilige en Uw heerlijke woning; waar zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> Uw ijver en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> Uw mogendheden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> het gerommel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> Uws ingewands en Uwer barmhartigheden?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> Zij houden zich tegen mij in.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> Siet van den hemel af, ende aenschouwt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> van uwe heylige, en<i>de</i> uwe heerlicke wooninge: waer zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> uwen yver, en<i>de</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> uwe mogentheden? <sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> het gerommel <sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> uwes ingewants, ende uwer barmherticheden? <sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> sy houden haer tegens my in.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1b"
        },
        {
          "old": "Uws ingewands",
          "new": "van Uw binnenste",
          "principe": "V200"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Gij zijt toch onze Vader, want Abraham weet van ons niet, en Israël kent ons niet; Gij, o HEERE! zijt onze Vader, onze Verlosser van ouds af is Uw Naam.",
      "text1637": "[63] Ghy zijt doch onse Vader, want Abraham en weet van ons niet, ende Israël en kent ons niet: Ghy ô HEERE, zijt onse Vader, [64] onse Verlosser van outs af, is uwen Naem.",
      "text2026": "U bent toch onze Vader, want Abraham weet van ons niet, en Israël kent ons niet; U, o JAHWEH! bent onze Vader, onze Verlosser van ouds af is Uw Naam.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "63",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij zijt toch: Of, Voorwaar, Gij zijt onze Vader.",
          "text1637": "Of, Voorwaer ghy zijt onse vader.",
          "text2026": "U bent toch: Of, Werkelijk, U bent onze Vader."
        },
        {
          "marker": "64",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "onze Verlosser: Dat is, Gij zijt vanouds, of van eeuwigheid af onze Verlosser geweest.",
          "text1637": "D. ghy zijt van outs, of van eeuwicheyt af onsen verlosser geweest.",
          "text2026": "onze Verlosser: Dat is, U bent vanouds, of van eeuwigheid af onze Verlosser geweest."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "אָבִ֔י/נוּ",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אַבְרָהָם֙",
          "strongs": "H85",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יְדָעָ֔/נוּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp3ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִשְׂרָאֵ֖ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יַכִּירָ֑/נוּ",
          "strongs": "H5234",
          "morph": "HVhi3ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֤ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָה֙",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אָבִ֔י/נוּ",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "גֹּאֲלֵ֥/נוּ",
          "strongs": "H1350",
          "morph": "HVqrmsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "מֵֽ/עוֹלָ֖ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁמֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> U bent toch onze Vader, want Abraham weet van ons niet, en Israël kent ons niet; U, o JAHWEH! bent onze Vader,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> onze Verlosser van ouds af is Uw Naam.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> Gij zijt toch onze Vader, want Abraham weet van ons niet, en Israël kent ons niet; Gij, o HEERE! zijt onze Vader,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> onze Verlosser van ouds af is Uw Naam.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> Ghy zijt doch onse Vader, want Abraham en weet van ons niet, ende Israël en kent ons niet: Ghy ô HEERE, zijt onse Vader, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> onse Verlosser van outs af, is uwen Naem.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij,",
          "new": "U,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "HEERE! zijt",
          "new": "JAHWEH! bent",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "HEERE! waarom doet Gij ons van Uw wegen dwalen, waarom verstokt Gij ons hart, dat wij U niet vrezen? Keer weder om Uwer knechten wil, de stammen Uws erfdeels.",
      "text1637": "Heere, waerom [65] doet ghy ons van uwe wegen dwalen? [waerom] [66] verstockt ghy ons herte, [67] dat wy u niet en vreesen? [68] keert weder [69] om uwer knechten wille, [70] de stammen [71] uwes erfdeels.",
      "text2026": "JAHWEH! waarom doet U ons van Uw wegen dwalen, waarom verstokt U ons hart, dat wij U niet vrezen? Keer weer omwille van Uw knechten, de stammen van Uw erfdeel.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "65",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "doet Gij: De gelovigen spreken hier van de meeste menigte van het volk. Van God wordt gezegd dat Hij de mensen doet dwalen en dat Hij hunne harten verhardt, niet dat Hij enige dwaling instort, maar de mensen rechtvaardiglijk in hun verkeerden zin en aan den dwaalgeest overgeeft, die hun hart vet en hard maakt; Joh. 12:39 , 12:40 ; Rom. 11:8 ; 2 Thess. 2:11 ; maar de mensen verharden hunne harten en dwalen af door de zonde te begaan; Ps. 95:8 , 95:10 . Johannes 12:39 : Daarom konden zij niet geloven, dewijl Jesaja wederom gezegd heeft: Johannes 12:40 : Hij heeft hun ogen verblind, en hun hart verhard; opdat zij met de ogen niet zien, en met het hart niet verstaan, en zij bekeerd worden, en Ik hen geneze. Romeinen 11:8 : (Gelijk geschreven is: God heeft hun gegeven een geest des diepen slaaps; ogen om niet te zien, en oren om niet te horen) tot op den huidigen dag. 2 Thessalonicensen 2:11 : En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven; Psalmen 95:8 : Verhardt uw hart niet, gelijk te Meriba, gelijk ten dage van Massa in de woestijn; Psalmen 95:10 : Veertig jaren heb Ik verdriet gehad aan dit geslacht, en heb gezegd: Zij zijn een volk, dwalende van hart, en zij kennen Mijn wegen niet.",
          "text1637": "De geloovige spreken hier van de meeste menichte des volcks. Van Godt wort geseyt, dat hy de menschen doet dwalen, ende dat hy hare herten verhart, niet dat hy eenige dwalinge instort, maer de menschen rechtveerdichlick in haren verkeerden sin, ende aen den dwael-geest overgeeft, die haer herte vet ende hart maeckt, Ioh. 12.39, 40. Rom. 11.8. 2.Thes. 2.11. maer de menschen verharden hare herten, ende dwalen af, met sonden te begaen. Psa. 95.8, 10.",
          "text2026": "doet U: De gelovigen spreken hier van de meeste menigte van het volk. Van God wordt gezegd dat Hij de mensen doet dwalen en dat Hij hun harten verhardt, niet dat Hij enige dwaling instort, maar de mensen rechtvaardiglijk in hun verkeerden zin en aan de dwaalgeest overgeeft, die hun hart vet en hard maakt; Joh. 12:39 , 12:40 ; Rom. 11:8 ; 2 Thess. 2:11 ; maar de mensen verharden hun harten en dwalen af door de zonde te begaan; Ps. 95:8 , 95:10 . Johannes 12:39 : Daarom konden zij niet geloven, omdat Jesaja opnieuw gezegd heeft: Johannes 12:40 : Hij heeft hun ogen verblind, en hun hart verhard; opdat zij met de ogen niet zien, en met het hart niet verstaan, en zij bekeerd worden, en Ik hen geneze. Romeinen 11:8 : (Gelijk geschreven is: God heeft hun gegeven een geest van de diepen slaaps; ogen om niet te zien, en oren om niet te horen) tot op de huidigen dag. 2 Thessalonicensen 2:11 : En daarom zal God hun zenden een kracht van de dwaling, dat zij de leugen zouden geloven; Psalmen 95:8 : Verhardt uw hart niet, gelijk te Meriba, gelijk op de dag van Massa in de woestijn; Psalmen 95:10 : Veertig jaren heb Ik verdriet gehad aan dit geslacht, en heb gezegd: Zij zijn een volk, dwalende van hart, en zij kennen Mijn wegen niet."
        },
        {
          "marker": "66",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, verhardt. Het Hebreeuwse woord vindt men alleen hier en Job 39:19 . Job 39:19 : Zij verhardt zich tegen haar jongen, alsof zij de hare niet waren; haar arbeid is te vergeefs, omdat zij zonder vreze is.",
          "text1637": "Of, verhart. het Hebr. woort vintmen alleene hier, ende Iob 39.19.",
          "text2026": "Of, verhardt. Het Hebreeuwse woord vindt men alleen hier en Job 39:19 . Job 39:19 : Zij verhardt zich tegen haar jongen, alsof zij de haar niet waren; haar arbeid is te vergeefs, omdat zij zonder vreze is."
        },
        {
          "marker": "67",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "dat wij: Hebreeuws, van uwe vrees.",
          "text1637": "Hebr. van uwe vreese.",
          "text2026": "dat wij: Hebreeuws, van uwe vrees."
        },
        {
          "marker": "68",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Keer weder: Dat is, doe ons wederom goed.",
          "text1637": "D. doet ons wederom goet.",
          "text2026": "Keer weer: Dat is, doe ons opnieuw goed."
        },
        {
          "marker": "69",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "om Uwer knechten wil: Dat is, onzenthalve, die Gij tot uwe knechten hebt verkoren. Of, die uwe knechten zijn, ten aanzien van het verbond, dat Gij met Abraham, Izak en Jakob gemaakt hebt, hun belovende dat Gij de God huns zaad zoudt wezen.",
          "text1637": "D. onsent halven, die ghy tot uwe knechten hebt vercoren. Of, die uwe knechten zijn, ten aensien des verbonts, dat ghy met Abraham, Isaac, ende Iacob gemaeckt hebt, haer belovende, dat ghy hares zaets Godt soudet wesen.",
          "text2026": "vanwege Uw knechten: Dat is, onzenthalve, die U tot uwe knechten hebt gekozen. Of, die uwe knechten zijn, ten aanzien van het verbond, dat U met Abraham, Izak en Jakob gemaakt hebt, hun belovende dat U de God huns zaad zoudt wezen."
        },
        {
          "marker": "70",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de stammen: Te weten de twaalf stammen, in welken het volk Gods afgedeeld was.",
          "text1637": "T.w. de twaelf stammen, in de welcke het volck Godes afgedeylt was.",
          "text2026": "de stammen: Te weten de twaalf stammen, in welke het volk van God afgedeeld was."
        },
        {
          "marker": "71",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uws erfdeels: Dat is, die Gij tot uwe erve hebt aangenomen en bezit, gelijk Deut. 32:9 . Deuteronomium 32:9 : Want des HEEREN deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijner erve.",
          "text1637": "D. die ghy tot uwe erve hebt aengenomen ende besittet. als Deut. 32.9.",
          "text2026": "Uws erfdeels: Dat is, die U tot uwe erve hebt aangenomen en bezit, gelijk Deut. 32:9 . Deuteronomium 32:9 : Want van JAHWEH deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijn erve."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ֣/מָּה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HR/Ti"
        },
        {
          "woord": "תַתְעֵ֤/נוּ",
          "strongs": "H8582",
          "morph": "HVhi2ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "יְהוָה֙",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִ/דְּרָכֶ֔י/ךָ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "תַּקְשִׁ֥יחַ",
          "strongs": "H7188",
          "morph": "HVhi2ms"
        },
        {
          "woord": "לִבֵּ֖/נוּ",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "מִ/יִּרְאָתֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H3374",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "שׁ֚וּב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לְמַ֣עַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עֲבָדֶ֔י/ךָ",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "שִׁבְטֵ֖י",
          "strongs": "H7626",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "נַחֲלָתֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H5159",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH! waarom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> doet U ons van Uw wegen dwalen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> waarom verstokt U ons hart,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> dat wij U niet vrezen?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> Keer weer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> omwille van Uw knechten,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> de stammen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> van Uw erfdeel.",
      "textSV1888_html": "HEERE! waarom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> doet Gij ons van Uw wegen dwalen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> waarom verstokt Gij ons hart,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> dat wij U niet vrezen?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> Keer weder<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> om Uwer knechten wil,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> de stammen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> Uws erfdeels.",
      "text1637_html": "Heere, waerom <sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> doet ghy ons van uwe wegen dwalen? [waerom] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> verstockt ghy ons herte, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> dat wy u niet en vreese<i>n</i>? <sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> keert weder <sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> om uwer knechten wille, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> de stammen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> uwes erfdeels.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "weder om Uwer knechten wil,",
          "new": "weer omwille van Uw knechten,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Uws erfdeels.",
          "new": "van Uw erfdeel.",
          "principe": "V200"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Uw heilig volk heeft het maar een weinig tijds bezeten; onze wederpartijders hebben Uw heiligdom vertreden.",
      "text1637": "U heylich volck en heeft [72] [het [73] maer] een weynich tijts beseten: [74] onse wederpartyders hebben [75] [h] u heylichdom vertreden.",
      "text2026": "Uw heilig volk heeft het maar een korte tijd bezeten; onze tegenstanders hebben Uw heiligdom vertreden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "72",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het : Te weten uw land, het land Kanaän, hetwelk Gij hun gegeven hadt. Of, uw heiligdom, gelijk hier straks volgt: zijnde zo het een als het ander tekenen van Gods gunst.",
          "text1637": "T.w. u lant, het lant Canaan, 'twelck ghy hen gegeven hadt. of, u heylichdom, gelijck hier stracx volcht: zijnde soo het een, als het ander, teeckenen van Godes gunste.",
          "text2026": "het : Te weten uw land, het land Kanaän, dat U hun gegeven hadt. Of, uw heiligdom, gelijk hier straks volgt: zijnde zo het een als het ander tekenen van Gods gunst."
        },
        {
          "marker": "73",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "maar een weinig tijds: Versta dit aldus, dat zij het maar een korten tijd in rust en in vrede bezeten hebben. Hiervan waren hunne zonden de oorzaak, gelijk te zien is Deut. 11:8 , 11:9 , 11:17 . Deuteronomium 11:8 : Houdt dan alle geboden, die ik u heden gebiede; opdat gij gesterkt wordt en inkomt, en erft het land, waarheen gij overtrekt, om dat te erven; Deuteronomium 11:9 : En opdat gij de dagen verlengt in het land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft, aan hen en aan hun zaad te geven; een land, vloeiende van melk en honig. Deuteronomium 11:17 : Dat de toorn des HEEREN tegen ulieden ontsteke, en Hij den hemel toesluite, dat er geen regen zij, en het aardrijk zijn gewas niet geve; en gij haastelijk omkomt van het goede land, dat u de HEERE geeft.",
          "text1637": "Verstaet dit aldus, dat sy het maer eenen korten tijt in ruste ende in vrede beseten hebben. hier van waren hare sonden d'oorsake, als te sien is Deut. 11. vers 8, 9, 17.",
          "text2026": "maar een weinig tijds: Versta dit aldus, dat zij het maar een korte tijd in rust en in vrede bezeten hebben. Hiervan waren hun zonden de oorzaak, gelijk te zien is Deut. 11:8 , 11:9 , 11:17 . Deuteronomium 11:8 : Houdt dan alle geboden, die ik u heden gebiede; opdat u gesterkt wordt en inkomt, en erft het land, waarheen u overtrekt, om dat te erven; Deuteronomium 11:9 : En opdat u de dagen verlengt in het land, dat JAHWEH uw vaderen gezworen heeft, aan hen en aan hun zaad te geven; een land, vloeiende van melk en honig. Deuteronomium 11:17 : Dat de toorn van JAHWEH tegen u ontsteke, en Hij de hemel toesluite, dat er geen regen zij, en het aarde zijn gewas niet geve; en u haastig omkomt van het goede land, dat u JAHWEH geeft."
        },
        {
          "marker": "74",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "onze wederpartijders: Te weten de Babyloniërs.",
          "text1637": "T.w. de Babyloniers.",
          "text2026": "onze wederpartijders: Te weten de Babyloniërs."
        },
        {
          "marker": "h",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 74:7 . Psalmen 74:7 : Zij hebben Uw heiligdommen in het vuur gezet; ter aarde toe hebben zij de woning Uws Naams ontheiligd.",
          "text1637": "Psal. 74.7.",
          "text2026": "Ps. 74:7 . Psalmen 74:7 : Zij hebben Uw heiligdommen in het vuur gezet; ter aarde toe hebben zij de woning Uws Naams ontheiligd."
        },
        {
          "marker": "75",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uw heiligdom: Dat is, uw heiligen tempel, bestaande nevens de voorhoven, uit het heilige en het heilige der heiligen.",
          "text1637": "D. uwen heyligen Tempel, bestaende neffens de voorhoven, uyt het heylige, ende het heylige der heyligen.",
          "text2026": "Uw heiligdom: Dat is, uw heilige tempel, bestaande naast de voorhoven, uit het heilige en het heilige van de heiligen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ/מִּצְעָ֕ר",
          "strongs": "H4705",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יָרְשׁ֖וּ",
          "strongs": "H3423",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "עַם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשֶׁ֑/ךָ",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "צָרֵ֕י/נוּ",
          "strongs": "H6862",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "בּוֹסְס֖וּ",
          "strongs": "H947",
          "morph": "HVop3cp"
        },
        {
          "woord": "מִקְדָּשֶֽׁ/ךָ",
          "strongs": "H4720",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Uw heilig volk heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> maar een korte tijd bezeten;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> onze tegenstanders hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> Uw heiligdom vertreden.",
      "textSV1888_html": "Uw heilig volk heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> het maar een weinig tijds bezeten;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> onze wederpartijders hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> Uw heiligdom vertreden.",
      "text1637_html": "U heylich volck en heeft <sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> [het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> maer] een weynich tijts beseten: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> onse wederpartyders hebben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> u heylichdom vertreden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "weinig tijds",
          "new": "korte tijd",
          "principe": "V300"
        },
        {
          "old": "wederpartijders",
          "new": "tegenstanders",
          "principe": "V93"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Wij zijn geworden als die, over welke Gij van ouds niet hebt geheerst, en die naar Uw Naam niet zijn genoemd.",
      "text1637": "[76] Wy zijn [77] geworden [als die], over welcke ghy van outs niet en hebt geheerscht, ende [78] die nae uwen name niet en zijn genoemt.",
      "text2026": "Wij zijn geworden als die, over wie U van ouds niet hebt geheerst, en die naar Uw Naam niet zijn genoemd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "76",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Wij zijn: Te weten Uw volk, of die, over welken Gij heerst.",
          "text1637": "T.w. u volck, of, die, over welcke ghy heerscht.",
          "text2026": "Wij zijn: Te weten Uw volk, of die, over welke U heerst."
        },
        {
          "marker": "77",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten vanwege onze zonden en overtredingen.",
          "text1637": "T.w. van wegen onse sonden ende overtredingen.",
          "text2026": "Te weten vanwege onze zonden en overtredingen."
        },
        {
          "marker": "78",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "die naar Uw Naam: Of, gelijk de Hebreeuwse woorden luiden, over welken uw naam niet is aangeroepen geworden. Zie deze manier van spreken Deut. 28:10 ; Jes. 4:1 ; Dan. 9:10 . Deuteronomium 28:10 : En alle volken der aarde zullen zien, dat de Naam des HEEREN over u genoemd is, en zij zullen voor u vrezen. Jesaja 4:1 : En te dien dage zullen zeven vrouwen een man aangrijpen, zeggende: Ons brood zullen wij eten, en met onze klederen zullen wij bekleed zijn, laat ons alleenlijk naar uw naam genoemd worden, neem onze smaadheid weg. Daniël 9:10 : En wij hebben der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaamd, dat wij in Zijn wetten wandelen zouden, die Hij gegeven heeft voor onze aangezichten, door de hand van Zijn knechten, de profeten.",
          "text1637": "Of, gelijck de Hebr. woorden luyden, over welcke uwen name niet en is aengeroepen geworden. Siet dese maniere van spreken Deut. 28.10. Ies. 4.1. Dan. 9.19.",
          "text2026": "die naar Uw Naam: Of, gelijk de Hebreeuwse woorden luiden, over welke uw naam niet is aangeroepen geworden. Zie deze manier van spreken Deut. 28:10 ; Jes. 4:1 ; Dan. 9:10 . Deuteronomium 28:10 : En alle volken van de aarde zullen zien, dat de Naam van JAHWEH over u genoemd is, en zij zullen voor u vrezen. Jesaja 4:1 : En op die dag zullen zeven vrouwen een man aangrijpen, zeggende: Ons brood zullen wij eten, en met onze kleren zullen wij bekleed zijn, laat ons alleen naar uw naam genoemd worden, neem onze smaadheid weg. Daniël 9:10 : En wij hebben van de stem van JAHWEH, onze Gods, niet gehoorzaamd, dat wij in Zijn wetten wandelen zouden, die Hij gegeven heeft voor onze aangezichten, door de hand van Zijn knechten, de profeten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הָיִ֗ינוּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp1cp"
        },
        {
          "woord": "מֵֽ/עוֹלָם֙",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "מָשַׁ֣לְתָּ",
          "strongs": "H4910",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "בָּ֔/ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "נִקְרָ֥א",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVNp3ms"
        },
        {
          "woord": "שִׁמְ/ךָ֖",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לוּא",
          "strongs": "H3863",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "קָרַ֤עְתָּ",
          "strongs": "H7167",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "שָׁמַ֨יִם֙",
          "strongs": "H8064",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יָרַ֔דְתָּ",
          "strongs": "H3381",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/פָּנֶ֖י/ךָ",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הָרִ֥ים",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "נָזֹֽלּוּ",
          "strongs": "H2151",
          "morph": "HVNp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> Wij zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> geworden als die, over wie U van ouds niet hebt geheerst, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup> die naar Uw Naam niet zijn genoemd.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> Wij zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> geworden als die, over welke Gij van ouds niet hebt geheerst, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup> die naar Uw Naam niet zijn genoemd.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> Wy zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> geworden [als die], over welcke ghy van outs niet en hebt geheerscht, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup> die nae uwen name niet en zijn genoemt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "welke Gij",
          "new": "wie U",
          "principe": null
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "De Prophete beschrijft de heerlicke victorie Christi over de vyanden sijner kercke, vers 1, etc. Lof en prijs der groote goedicheyt des Heeren, 7. ende bekentenisse der sonden des volcx, waer over sich Godt vertoornde, 10. doch wederom ontfermde, sich indachtich makende sijner vooriger barmherticheden, 11. Een gebedt om voorder genade, ende bescherminge, 15.",
    "text2026": "De profeet beschrijft de heerlijke overwinning van Christus over de vijanden van zijn kerk, vers 1 enzovoort. Lof en prijs voor de grote goedheid van de Heere, 7, en belijdenis van de zonden van het volk, waarover God zich vertoornde, 10, maar zich weer ontfermde, terwijl Hij zich zijn vroegere barmhartigheden herinnerde, 11. Een gebed om verdere genade en bescherming, 15."
  }
}
