{
  "number": 64,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Och, dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt, dat de bergen van Uw aangezicht vervloten;",
      "text1637": "[1] OCh dat ghy de hemelen [2] scheurdet, dat ghy neder quaemt, dat de bergen van u aengesichte [3] vervloten;",
      "text2026": "Och, dat U de hemelen scheurde, dat U neerkwam, dat de bergen van Uw aangezicht wegsmolten;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "dat Gij: Dit hangt nog aan Jes. 63:19 , zijnde een vervolg van het gebed der kerk, dat God zijne hulp uit den hemel zou willen doen blijken, tot verderf hunner vijanden en tot hunne verlossing, voornamelijk door de komts van den Messias in het vlees, waarop gezien wordt vers 4 . Jesaja 63:19 : Wij zijn geworden als die, over welke Gij van ouds niet hebt geheerst, en die naar Uw Naam niet zijn genoemd. Jesaja 64:4 : Ja, van ouds heeft men het niet gehoord, noch met oren vernomen, en geen oog heeft het gezien, behalve Gij, o God! wat Hij doen zal dien, die op Hem wacht.",
          "text1637": "Dit hangt noch aen het laetste vers des 63. cap. zijnde een continuatie van het gebet der kercke, dat Godt sijne hulpe soude willen uyt den hemel doen blijcken tot verderf harer vyanden, ende tot harer verlossinge, voornemelick door de comste des Messie in den vleesche, waer op gesien wort. vers 4.",
          "text2026": "dat U: Dit hangt nog aan Jes. 63:19 , zijnde een vervolg van het gebed van de kerk, dat God zijn hulp uit de hemel zou willen doen blijken, tot verderf hun vijanden en tot hun verlossing, voornamelijk door de komts van de Messias in het vlees, waarop gezien wordt vers 4 . Jesaja 63:19 : Wij zijn geworden als die, over welke U van ouds niet hebt geheerst, en die naar Uw Naam niet zijn genoemd. Jesaja 64:4 : Ja, van ouds heeft men het niet gehoord, noch met oren vernomen, en geen oog heeft het gezien, behalve U, o God! wat Hij doen zal die, die op Hem wacht."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, ontstoken zijnde met ijver en grimmigheid, gelijk de naastvolgende woorden zulks breder aanwijzen, altegaar daartoe strekkende om God te bidden, dat Hij zich in glorie en macht zou willen openbaren, gelijk Hij deed toen Hij zijne wet gaf; Exod. 19 .",
          "text1637": "T.w. ontsteken zijnde met yver en grimmicheyt, gelijck de naest-volgende woorden sulcx breeder aenwijsen, alle gaer daer toe streckende, om Godt te bidden, dat hy sich in glorie ende macht soude willen openbaren, gelijck hy dede doe hy sijne wet gaf, Exod. cap. 19.",
          "text2026": "Te weten, ontstoken zijnde met ijver en grimmigheid, gelijk de naastvolgende woorden zulks breder aanwijzen, altegaar daartoe strekkende om God te bidden, dat Hij zich in glorie en macht zou willen openbaren, gelijk Hij deed toen Hij zijn wet gaf; Ex. 19 ."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, dat zij mochten smelten en als water afvlieten, als verbaasd zijnde van de tegenwoordigheid uwer majesteit. Zie dergelijke zinnebeeldige manier van spreken Deut. 32:2 ; Richt. 5:4 , 5:5 , enz.; Ps. 18:8 , en Ps. 97:5 . Deuteronomium 32:2 : Mijn leer druipe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes, en als druppelen op het kruid. Richteren 5:4 : HEERE! toen Gij voorttoogt van Seïr, toen Gij daarheen traadt van het veld van Edom, beefde de aarde, ook droop de hemel, ook dropen de wolken van water. Richteren 5:5 : De bergen vervloten van het aangezicht des HEEREN; zelfs Sinaï van het aangezicht des HEEREN, des Gods van Israël. Psalmen 18:8 : Toen daverde en beefde de aarde, en de gronden der bergen beroerden zich en daverden, omdat Hij ontstoken was. Psalmen 97:5 : De bergen smelten als was voor het aanschijn des HEEREN, voor het aanschijn des HEEREN der ganse aarde.",
          "text1637": "D. dat sy mochten smelten, ende als water afvlieten, als verbaest zijnde van de tegenwoordicheyt uwer Majesteyt. Siet dergelijcke allegorische maniere van spreken, Deut. 32.2. Iud. cap. 5. vers 4, 5, etc. Psal. 18.8. ende 97.5.",
          "text2026": "Dat is, dat zij mochten smelten en als water afvlieten, als verbaasd zijnde van de aanwezigheid uw majesteit. Zie dergelijke zinnebeeldige manier van spreken Deut. 32:2 ; Richt. 5:4 , 5:5 , enz.; Ps. 18:8 , en Ps. 97:5 . Deuteronomium 32:2 : Mijn leer druipe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes, en als druppelen op het kruid. Richteren 5:4 : JAHWEH! toen U voorttoogt van Seïr, toen U daarheen traadt van het veld van Edom, beefde de aarde, ook droop de hemel, ook dropen de wolken van water. Richteren 5:5 : De bergen vervloten van het aangezicht van JAHWEH; zelfs Sinaï van het aangezicht van JAHWEH, van de God van Israël. Psalmen 18:8 : Toen daverde en beefde de aarde, en de gronden van de bergen beroerden zich en daverden, omdat Hij ontstoken was. Psalmen 97:5 : De bergen smelten als was voor het aangezicht van JAHWEH, voor het aangezicht van JAHWEH van de gehele aarde."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ/קְדֹ֧חַ",
          "strongs": "H6919",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "אֵ֣שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "הֲמָסִ֗ים",
          "strongs": "H2003",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מַ֚יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "תִּבְעֶה",
          "strongs": "H1158",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "אֵ֔שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/הוֹדִ֥יעַ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "שִׁמְ/ךָ֖",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/צָרֶ֑י/ךָ",
          "strongs": "H6862",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/פָּנֶ֖י/ךָ",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "גּוֹיִ֥ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יִרְגָּֽזוּ",
          "strongs": "H7264",
          "morph": "HVqi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Och, dat U de hemelen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> scheurde, dat U neerkwam, dat de bergen van Uw aangezicht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> wegsmolten;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Och, dat Gij de hemelen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> scheurdet, dat Gij nederkwaamt, dat de bergen van Uw aangezicht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> vervloten;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> OCh dat ghy de hemelen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> scheurdet, dat ghy neder quaemt, dat de bergen van u aengesichte <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> vervloten;",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "scheurdet,",
          "new": "scheurde,",
          "principe": "V433"
        },
        {
          "old": "Gij nederkwaamt,",
          "new": "U neerkwam,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "vervloten;",
          "new": "wegsmolten;",
          "principe": "V1601"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Gelijk een smeltvuur brandt, en het vuur de wateren doet opbobbelen, om Uw Naam aan Uw wederpartijders bekend te maken! Laat alzo de heidenen voor Uw aangezicht beven.",
      "text1637": "Gelijck [4] een smelt-vyer brandt, [ende] het vyer de wateren doet op-bobbelen; om [5] uwen name [6] uwe weder-partyders bekent te maken! laet [alsoo] de heydenen van u aengesichte beven.",
      "text2026": "Gelijk een smeltvuur brandt, en het vuur de wateren doet opbobbelen, om Uw Naam aan Uw tegenstanders bekend te maken! Laat zo de heidenen voor Uw aangezicht beven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "een smeltvuur: Hebreeuws, een vuur der smeltingen; dat is, gelijk een vuur hetwelk hetgeen men gieten wil doet smelten, en gelijk het vuur het water doet opbobbelen.",
          "text1637": "Hebr. Een vyer der smeltingen, D. gelijck een vyer 't welck 't gene datmen gieten wil, doet smelten: ende gelijck 't vyer het water doet op bobbelen.",
          "text2026": "een smeltvuur: Hebreeuws, een vuur van de smeltingen; dat is, gelijk een vuur dat wat men gieten wil doet smelten, en gelijk het vuur het water doet opbobbelen."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uw Naam: Dat is, uwe macht, met welke Gij u aan uwe vijanden wreekt.",
          "text1637": "D. uwe macht, met de welcke ghy u aen uwe vyanden wreeckt.",
          "text2026": "Uw Naam: Dat is, uwe macht, met welke U u aan uwe vijanden wreekt."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uw wederpartijders: Dat is, de vervolgers uwer kerk, die Gij houdt voor uwe vijanden; vergelijk Hand. 9:4 . Handelingen 9:4 : En ter aarde gevallen zijnde, hoorde hij een stem, die tot hem zeide: Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij?",
          "text1637": "D. de vervolgers uwer kercke, die ghy houdt voor uwe vyanden, vergel. Act. 9.4.",
          "text2026": "Uw wederpartijders: Dat is, de vervolgers uw kerk, die U houdt voor uwe vijanden; vergelijk Hand. 9:4 . Handelingen 9:4 : En ter aarde gevallen zijnde, hoorde hij een stem, die tot hem zei: Saul, Saul! wat vervolgt u Mij?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בַּ/עֲשׂוֹתְ/ךָ֥",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HR/Vqc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "נוֹרָא֖וֹת",
          "strongs": "H3372",
          "morph": "HVNrfpa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "נְקַוֶּ֑ה",
          "strongs": "H6960",
          "morph": "HVpi1cp"
        },
        {
          "woord": "יָרַ֕דְתָּ",
          "strongs": "H3381",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/פָּנֶ֖י/ךָ",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הָרִ֥ים",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "נָזֹֽלּוּ",
          "strongs": "H2151",
          "morph": "HVNp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Gelijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> een smeltvuur brandt, en het vuur de wateren doet opbobbelen, om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Uw Naam<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> aan Uw tegenstanders bekend te maken! Laat zo de heidenen voor Uw aangezicht beven.",
      "textSV1888_html": "Gelijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> een smeltvuur brandt, en het vuur de wateren doet opbobbelen, om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Uw Naam<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> aan Uw wederpartijders bekend te maken! Laat alzo de heidenen voor Uw aangezicht beven.",
      "text1637_html": "Gelijck <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> een smelt-vyer brandt, [en<i>de</i>] het vyer de wateren doet op-bobbelen; om <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> uwen name <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> uwe weder-partyders bekent te maken! laet [alsoo] de heydenen van u aengesichte beven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederpartijders",
          "new": "tegenstanders",
          "principe": "V93"
        },
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Toen Gij vreselijke dingen deedt, die wij niet verwachtten; Gij kwaamt neder, van Uw aangezicht vervloten de bergen.",
      "text1637": "[7] Doe ghy vreeslicke dingen dedet, [die] wy niet en verwachtten: [8] Ghy quaemt neder, van u aengesichte vervloten de bergen.",
      "text2026": "Toen U vreselijke dingen deedt, die wij niet verwachtten; U kwam neer, van Uw aangezicht smolten de bergen weg.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Toen Gij: Te weten, ten tijde onzer vaderen, zo in Egypte als in de woestijn.",
          "text1637": "T.w. ten tijde onser Vaderen, soo in Egypten, als in de woestijne.",
          "text2026": "Toen U: Te weten, ten tijde onzer vaderen, zo in Egypte als in de woestijn."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij kwaamt neder: Anders, opdat gij nederkwaamt en de bergen voor uw aangezicht vervloten.",
          "text1637": "And. op dat ghy neder quaemt, ende de bergen voor u aengesichte vervloten.",
          "text2026": "U kwaamt neder: Anders, opdat u nederkwaamt en de bergen voor uw aangezicht vervloten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/מֵ/עוֹלָ֥ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HC/R/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "שָׁמְע֖וּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "הֶאֱזִ֑ינוּ",
          "strongs": "H238",
          "morph": "HVhp3cp"
        },
        {
          "woord": "עַ֣יִן",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "רָאָ֗תָה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִים֙",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "זוּלָ֣תְ/ךָ֔",
          "strongs": "H2108",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יַעֲשֶׂ֖ה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/מְחַכֵּה",
          "strongs": "H2442",
          "morph": "HR/Vprmsc"
        },
        {
          "woord": "לֽ/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Toen U vreselijke dingen deedt, die wij niet verwachtten;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> U kwam neer, van Uw aangezicht smolten de bergen weg.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Toen Gij vreselijke dingen deedt, die wij niet verwachtten;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Gij kwaamt neder, van Uw aangezicht vervloten de bergen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Doe ghy vreeslicke dingen dedet, [die] wy niet en verwachtten: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Ghy quaemt neder, van u aengesichte vervloten de bergen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij kwaamt neder,",
          "new": "U kwam neer,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "vervloten",
          "new": "smolten",
          "principe": "V1601"
        },
        {
          "old": "bergen.",
          "new": "bergen weg.",
          "principe": "V1601"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Ja, van ouds heeft men het niet gehoord, noch met oren vernomen, en geen oog heeft het gezien, behalve Gij, o God! wat Hij doen zal dien, die op Hem wacht.",
      "text1637": "[9] Ia van outs en heeft men 't [a] niet gehoort, noch met ooren vernomen, [10] noch geen ooge en heeftet gesien, behalven ghy, ô Godt, [wat] [11] hy doen sal dien [12] die op hem wacht.",
      "text2026": "Ja, van ouds heeft men het niet gehoord, noch met oren vernomen, en geen oog heeft het gezien, behalve U, o God! wat Hij doen zal voor hem, die op Hem wacht.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit is voornamelijk te verstaan van de verborgenheden van het heilig Evangelie, onbekend en onbegrijpelijk in der mensen verstand, behalve dengenen, dien God het door zijn Geest openbaart, gelijk de apostel Paulus dit is bewijzende uit deze plaats 1 Kor. 2:9 , 2:10 . 1 Korinthiërs 2:9 : Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben. 1 Korinthiërs 2:10 : Doch God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods.",
          "text1637": "Dit is voornamelick te verstaen van de verborgentheden des H. Euangeliums, onbekent ende onbegrijpelick in der menschen verstant, behalven de gene die het Godt door sijnen Geest openbaert, gelijck d'Apostel Paulus dit is bewijsende uyt dese plaetse, 1.Corint. 2. vers 9, 10.",
          "text2026": "Dit is voornamelijk te verstaan van de verborgenheden van het heilig Evangelie, onbekend en onbegrijpelijk in van de mensen verstand, behalve dengenen, die God het door zijn Geest openbaart, gelijk de apostel Paulus dit is bewijzende uit deze plaats 1 Kor. 2:9 , 2:10 . 1 Korinthiërs 2:9 : Maar gelijk geschreven is: Wat het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart van de mensen niet is opgeklommen, wat God bereid heeft die, die Hem liefhebben. 1 Korinthiërs 2:10 : Maar God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 31:19 ; idem v. 20 ; 1 Kor. 2:9 . Psalmen 31:19 : Laat de valse lippen stom worden, die hard spreken tegen den rechtvaardige, in hoogmoed en verachting. Psalmen 31:20 : O, hoe groot is Uw goed, dat Gij weggelegd hebt voor degenen, die U vrezen; dat Gij gewrocht hebt voor degenen, die op U betrouwen, in de tegenwoordigheid der mensenkinderen! 1 Korinthiërs 2:9 : Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben.",
          "text1637": "1.Cor. 2.9. Psal. 31.19, 20.",
          "text2026": "Ps. 31:19 ; idem v. 20 ; 1 Kor. 2:9 . Psalmen 31:19 : Laat de valse lippen stom worden, die hard spreken tegen de rechtvaardige, in hoogmoed en verachting. Psalmen 31:20 : O, hoe groot is Uw goed, dat U weggelegd hebt voor degenen, die U vrezen; dat U gewrocht hebt voor degenen, die op U betrouwen, in de aanwezigheid van de mensenkinderen! 1 Korinthiërs 2:9 : Maar gelijk geschreven is: Wat het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart van de mensen niet is opgeklommen, wat God bereid heeft die, die Hem liefhebben."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "en geen oog: Ja het is nooit in enig mensenhart of gedachte gekomen, gelijk de apostel betuigt 1 Kor. 2:9 . 1 Korinthiërs 2:9 : Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben.",
          "text1637": "Ia 't en is noyt in eeniges menschen herte, of gedachte gecomen, gelijck d'Apostel getuycht, 1.Cor. 2.9.",
          "text2026": "en geen oog: Ja het is nooit in enig mensenhart of gedachte gekomen, gelijk de apostel betuigt 1 Kor. 2:9 . 1 Korinthiërs 2:9 : Maar gelijk geschreven is: Wat het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart van de mensen niet is opgeklommen, wat God bereid heeft die, die Hem liefhebben."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij doen zal dien: Voor wat Gij doen zult, dat is, wat weldaden Gij doen zult. De apostel zegt: wat God bereid heeft, te weten het koninkrijk der hemelen, hetwelk zulk een grote heerlijkheid is, dat zij alle menselijke verstand verre tebovengaat.",
          "text1637": "Voor, wat ghy doen sult. D. wat weldaden dat ghy doen sult. d'Apostel seyt wat Godt bereyt heeft: T.w. het Coninckrijcke der hemelen, 'twelck sulck een groote heerlickheyt is, dat sy alle menschelick verstant verre te boven gaet.",
          "text2026": "Hij doen zal die: Voor wat U doen zult, dat is, wat weldaden U doen zult. De apostel zegt: wat God bereid heeft, te weten het koninkrijk van de hemelen, dat zulk een grote heerlijkheid is, dat zij alle menselijke verstand verre tebovengaat."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "die op Hem wacht: De apostel verklaart deze woorden: voor degenen, die Hem liefhebben; want op God wachten is ene vrucht der liefde. Vergelijk met deze plaats Ps. 31:20 . Psalmen 31:20 : O, hoe groot is Uw goed, dat Gij weggelegd hebt voor degenen, die U vrezen; dat Gij gewrocht hebt voor degenen, die op U betrouwen, in de tegenwoordigheid der mensenkinderen!",
          "text1637": "d'Apostel verklaert dese woorden, voor de gene die hem lief hebben, want op Godt wachten, is een vrucht der liefde. Vergel. met dese plaetse. Psal. 31.20.",
          "text2026": "die op Hem wacht: De apostel verklaart deze woorden: voor degenen, die Hem liefhebben; want op God wachten is ene vrucht van de liefde. Vergelijk met deze plaats Ps. 31:20 . Psalmen 31:20 : O, hoe groot is Uw goed, dat U weggelegd hebt voor degenen, die U vrezen; dat U gewrocht hebt voor degenen, die op U betrouwen, in de aanwezigheid van de mensenkinderen!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "פָּגַ֤עְתָּ",
          "strongs": "H6293",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "שָׂשׂ֙",
          "strongs": "H7797",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עֹ֣שֵׂה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqrmsc"
        },
        {
          "woord": "צֶ֔דֶק",
          "strongs": "H6664",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בִּ/דְרָכֶ֖י/ךָ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יִזְכְּר֑וּ/ךָ",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqi3mp/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הֵן",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֤ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "קָצַ֨פְתָּ֙",
          "strongs": "H7107",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/נֶּחֱטָ֔א",
          "strongs": "H2398",
          "morph": "HC/Vqw1cp"
        },
        {
          "woord": "בָּ/הֶ֥ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָ֖ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִוָּשֵֽׁעַ",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HC/VNi1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Ja, van ouds heeft men het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> niet gehoord, noch met oren vernomen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> en geen oog heeft het gezien, behalve U, o God!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> wat Hij doen zal voor hem,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> die op Hem wacht.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Ja, van ouds heeft men het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> niet gehoord, noch met oren vernomen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> en geen oog heeft het gezien, behalve Gij, o God!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> wat Hij doen zal dien,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> die op Hem wacht.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Ia van outs en heeft men 't <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> niet gehoort, noch met ooren vernomen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> noch geen ooge en heeftet gesien, behalven ghy, ô Godt, [wat] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> hy doen sal dien <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> die op hem wacht.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij,",
          "new": "U,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "dien,",
          "new": "voor hem,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Gij ontmoet den vrolijke, en die gerechtigheid doet dengenen, die Uwer gedenken op Uw wegen; zie, Gij waart verbolgen, omdat wij gezondigd hebben; in dezelve is de eeuwigheid, opdat wij behouden wierden.",
      "text1637": "[13] Ghy ontmoet [14] den vrolicken, ende die gerechticheyt doet, [15] den genen die uwer gedencken op uwe wegen: siet, [16] ghy waert verbolgen, om dat wy gesondicht hebben; in [17] de selve is de eeuwicheyt, [18] op dat wy behouden wierden.",
      "text2026": "U ontmoet de vrolijke, en die gerechtigheid doet aan hen, die aan U gedenken op Uw wegen; zie, U was toornig, omdat wij gezondigd hebben; daarin is de eeuwigheid, opdat wij behouden werden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij ontmoet: Te weten, met uwe genade en goedertierenheid, en van hunne hulp, gelijk de engelen Jakob ontmoetten; Gen. 32:1 . Op andere plaatsen betekent het ene ontmoeting tot schade of kwetsing, gelijk Exod. 5:3 . Genesis 32:1 : Jakob toog ook zijns weegs; en de engelen Gods ontmoetten hem. Exodus 5:3 : Zij dan zeiden: De God der Hebreën is ons ontmoet; zo laat ons toch heentrekken, den weg van drie dagen in de woestijn, en den HEERE, onzen God, offeren, dat Hij ons niet overkome met pestilentie, of met het zwaard.",
          "text1637": "T.w. met uwe genade ende goedertierenheyt, ende harer hulpe: gelijck de Engelen Iacob ontmoeten, Gen. 32.1. op andre plaetsen beteeckent het eene ontmoetinge tot schade of quetsinge, als Exod. 5.3.",
          "text2026": "U ontmoet: Te weten, met uwe genade en goedertierenheid, en van hun hulp, gelijk de engelen Jakob ontmoetten; Gen. 32:1 . Op andere plaatsen betekent het ene ontmoeting tot schade of kwetsing, gelijk Ex. 5:3 . Genesis 32:1 : Jakob toog ook zijn weegs; en de engelen van God ontmoetten hem. Exodus 5:3 : Zij dan zeiden: De God van de Hebreën is ons ontmoet; zo laat ons toch heentrekken, de weg van drie dagen in de woestijn, en JAHWEH, onze God, offeren, dat Hij ons niet overkome met pestilentie, of met het zwaard."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "den vrolijke: Die zich met vreugde begeven om U te dienen, of die zich in u verblijden.",
          "text1637": "Die sich met vreucht begeven om u te dienen, of, die haer in u verblijden.",
          "text2026": "de vrolijke: Die zich met vreugde begeven om U te dienen, of die zich in u verblijden."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, die U loven en prijzen vanwege uw wonderlijke regering en bescherming.",
          "text1637": "D. die u loven en prijsen van wegen uwe wonderlicke regeringe ende bescherminge.",
          "text2026": "Dat is, die U loven en prijzen vanwege uw wonderlijke regering en bescherming."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij waart verbolgen: En derhalve hebt Gij ons geslagen.",
          "text1637": "Ende derhalven hebt ghy ons geslagen.",
          "text2026": "U was toornig: En daarom hebt U ons geslagen."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, uw wegen, wetten en wil; of in uwe genade en goedertierenheid, die Gij uw volk steeds bewijst.",
          "text1637": "T.w. uwe wegen, wetten, ende wille: of, in uwe genade ende goedertierenheyt, die ghy u volck steets bewijst.",
          "text2026": "Te weten, uw wegen, wetten en wil; of in uwe genade en goedertierenheid, die U uw volk steeds bewijst."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "opdat wij: Dat is, zo wij in dezelve hadden gewandeld, zouden wij behouden zijn geweest. Anders: Zie Gij waart verbolgen, omdat wij altijd tegen dezelve [te weten, wegen] hebben gezondigd, nochtans zijn wij behouden.",
          "text1637": "D. so wy in de selve hadden gewandelt, souden wy behouden zijn geweest. And. Siet ghy waert verbolgen, om dat wy altoos tegen de selve (T.w. wegen) hebben gesondicht, nochtans zijn wy behouden.",
          "text2026": "opdat wij: Dat is, zo wij in dezelfde hadden gewandeld, zouden wij behouden zijn geweest. Anders: Zie U was toornig, omdat wij altijd tegen dezelfde [te weten, wegen] hebben gezondigd, nochtans zijn wij behouden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/נְּהִ֤י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw1cp"
        },
        {
          "woord": "כַ/טָּמֵא֙",
          "strongs": "H2931",
          "morph": "HRd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "כֻּלָּ֔/נוּ",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וּ/כְ/בֶ֥גֶד",
          "strongs": "H899",
          "morph": "HC/R/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "עִדִּ֖ים",
          "strongs": "H5708",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "צִדְקֹתֵ֑י/נוּ",
          "strongs": "H6666",
          "morph": "HNcfpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וַ/נָּ֤בֶל",
          "strongs": "H5034",
          "morph": "HC/Vqw1cp"
        },
        {
          "woord": "כֶּֽ/עָלֶה֙",
          "strongs": "H5929",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כֻּלָּ֔/נוּ",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וַ/עֲוֺנֵ֖/נוּ",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HC/Ncbsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "כָּ/ר֥וּחַ",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "יִשָּׂאֻֽ/נוּ",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqi3mp/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup>U ontmoet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> de vrolijke, en die gerechtigheid doet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> aan hen, die aan U gedenken op Uw wegen; zie,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> U was toornig, omdat wij gezondigd hebben; daarin<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> is de eeuwigheid,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> opdat wij behouden werden.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Gij ontmoet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> den vrolijke, en die gerechtigheid doet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> dengenen, die Uwer gedenken op Uw wegen; zie,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Gij waart verbolgen, omdat wij gezondigd hebben; in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> dezelve is de eeuwigheid,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> opdat wij behouden wierden.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Ghy ontmoet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> den vrolicken, ende die gerechticheyt doet, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> den genen die uwer gedencken op uwe wegen: siet, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> ghy waert verbolgen, om dat wy gesondicht hebben; in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> de selve is de eeuwicheyt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> op dat wy behouden wierden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "dengenen,",
          "new": "aan hen,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "aan U",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "Gij waart verbolgen,",
          "new": "U was toornig,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "in dezelve",
          "new": "daarin",
          "principe": "O3"
        },
        {
          "old": "wierden.",
          "new": "werden.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Doch wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed; en wij allen vallen af als een blad, en onze misdaden voeren ons henen weg als een wind.",
      "text1637": "Doch wy alle zijn als een onreyne, ende [19] alle onse gerechticheden zijn [20] als een wech-werpelick kleet: ende [21] [b] wy alle vallen af, [22] als een blat, ende onse [23] misdaden voeren ons henen-wech als een wint.",
      "text2026": "Maar wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed; en wij allen vallen af als een blad, en onze misdaden voeren ons heen weg als een wind.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "al onze gerechtigheden: Dat is, al onze beste werken, of hetgeen dat wij goeds zouden mogen gedaan hebben. Versta hierbij, indien Gij het naar de strengheid uwer rechtvaardigheid zoudt willen onderzoeken, ons aanziende in ons eigen natuur, buiten Christus; zie Filipp. 3:8 . Filippensen 3:8 : Ja, gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wiens wil ik al die dingen schade gerekend heb, en acht die drek te zijn, opdat ik Christus moge gewinnen.",
          "text1637": "D. alle onse beste wercken, of 'tgene dat wy souden mogen goets gedaen hebben: Verstaet hier by, indien ghy het nae de strengicheyt uwer rechtveerdicheyt soudt willen examineren, ons aensiende in onse eygene nature, buyten Christum. siet Phil. 3.8.",
          "text2026": "al onze gerechtigheden: Dat is, al onze beste werken, of wat dat wij goeds zouden mogen gedaan hebben. Versta hierbij, als U het naar de strengheid uw rechtvaardigheid zoudt willen onderzoeken, ons aanziende in ons eigen natuur, buiten Christus; zie Fil. 3:8 . Filippenzen 3:8 : Ja, gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid van de kennis van Christus Jezus, mijn Heer; vanwege Wien ik al die dingen schade gerekend heb, en acht die drek te zijn, opdat ik Christus mag winnen."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "als een wegwerpelijk kleed: Hebreeuws, als een kleed der wegwerping; of als een vuil bezoedeld kleed; of een kleed van lompen en lappen samengeflikt. Zie integendeel hoedanigen wij zijn in Christus Jezus, Openb. 19:8 . Openbaring 19:8 : En haar is gegeven, dat zij bekleed worde met rein en blinkend fijn lijnwaad; want dit fijn lijnwaad zijn de rechtvaardigmakingen der heiligen.",
          "text1637": "Hebr. als een kleet der wech-werpinge: of, als een vuyl besoetelt kleet: of, een kleet van lompen en lappen t'samen gevlickt. Siet ter contrarie hoedanige wy zijn in Cristo Iesu, Apoc. 19.8.",
          "text2026": "als een wegwerpelijk kleed: Hebreeuws, als een kleed van de wegwerping; of als een vuil bezoedeld kleed; of een kleed van lompen en lappen samengeflikt. Zie integendeel hoedanigen wij zijn in Christus Jezus, Openb. 19:8 . Openbaring 19:8 : En haar is gegeven, dat zij bekleed worde met rein en blinkend fijn lijnwaad; want dit fijn lijnwaad zijn de rechtvaardigmakingen van de heiligen."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 90:5 ; idem v. 6 . Psalmen 90:5 : Gij overstroomt hen; zij zijn gelijk een slaap; in den morgenstond zijn zij gelijk het gras, dat verandert; Psalmen 90:6 : In den morgenstond bloeit het, en het verandert; des avonds wordt het afgesneden, en het verdort.",
          "text1637": "Psal. 90.5, 6.",
          "text2026": "Ps. 90:5 ; idem v. 6 . Psalmen 90:5 : U overstroomt hen; zij zijn gelijk een slaap; in de morgenstond zijn zij gelijk het gras, dat verandert; Psalmen 90:6 : In de morgenstond bloeit het, en het verandert; van de avond wordt het afgesneden, en het verdort."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "wij allen vallen af: Of, wij verwelken; te weten vanwege uwen toorn tegen ons ontstoken, dien wij met onze zonden veroorzaakt hebben. Zie Ps. 90:5 , 90:6 . Psalmen 90:5 : Gij overstroomt hen; zij zijn gelijk een slaap; in den morgenstond zijn zij gelijk het gras, dat verandert; Psalmen 90:6 : In den morgenstond bloeit het, en het verandert; des avonds wordt het afgesneden, en het verdort.",
          "text1637": "Of, wy verwelckeren. T.w. van wegen uwen toorn tegen ons ontsteken, dien wy met onse sonden veroorsaeckt hebben. Siet Psal. 90.5, 6.",
          "text2026": "wij allen vallen af: Of, wij verwelken; te weten vanwege uw toorn tegen ons ontstoken, die wij met onze zonden veroorzaakt hebben. Zie Ps. 90:5 , 90:6 . Psalmen 90:5 : U overstroomt hen; zij zijn gelijk een slaap; in de morgenstond zijn zij gelijk het gras, dat verandert; Psalmen 90:6 : In de morgenstond bloeit het, en het verandert; van de avond wordt het afgesneden, en het verdort."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "als een blad: Vergelijk deze plaats met Judas 12; het tegendeel is Ps. 1:3 . Psalmen 1:3 : Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken.",
          "text1637": "Vergel. dese plaetse met Iudae vers 12. het contrarie is Psal. 1.3.",
          "text2026": "als een blad: Vergelijk deze plaats met Judas 12; het tegendeel is Ps. 1:3 . Psalmen 1:3 : Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit woord bevat niet alleen de misdaden, maar ook de straf derzelve.",
          "text1637": "Dit woort begrijpt niet alleen de misdaden, maer oock de straffe der selver.",
          "text2026": "Dit woord bevat niet alleen de misdaden, maar ook de straf derzelve."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אֵין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "קוֹרֵ֣א",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בְ/שִׁמְ/ךָ֔",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִתְעוֹרֵ֖ר",
          "strongs": "H5782",
          "morph": "HVrrmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/הַחֲזִ֣יק",
          "strongs": "H2388",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "בָּ֑/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הִסְתַּ֤רְתָּ",
          "strongs": "H5641",
          "morph": "HVhp2ms"
        },
        {
          "woord": "פָנֶ֨י/ךָ֙",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּ֔/נּוּ",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וַ/תְּמוּגֵ֖/נוּ",
          "strongs": "H4127",
          "morph": "HC/Vqw2ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יַד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "עֲוֺנֵֽ/נוּ",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar wij allen zijn als een onreine, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> al onze gerechtigheden zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> als een wegwerpelijk kleed; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> wij allen vallen af<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> als een blad, en onze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> misdaden voeren ons heen weg als een wind.",
      "textSV1888_html": "Doch wij allen zijn als een onreine, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> al onze gerechtigheden zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> als een wegwerpelijk kleed; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> wij allen vallen af<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> als een blad, en onze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> misdaden voeren ons henen weg als een wind.",
      "text1637_html": "Doch wy alle zijn als een onreyne, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> alle onse gerechticheden zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> als een wech-werpelick kleet: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> wy alle vallen af, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> als een blat, ende onse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> misdaden voere<i>n</i> ons henen-wech als een wint.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Doch",
          "new": "Maar",
          "principe": "V1"
        },
        {
          "old": "henen",
          "new": "heen",
          "principe": "V67"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "En er is niemand, die Uw Naam aanroept, die zich opwekt, dat hij U aangrijpe; want Gij verbergt Uw aangezicht voor ons, en Gij doet ons smelten, door middel van onze ongerechtigheden.",
      "text1637": "Ende daer en is [24] niemant, die uwen name [25] aenroept, die sich opweckt, [26] dat hy u aengrype: want ghy [27] verbercht u aengesichte voor ons, ende ghy doet ons smelten, [28] door 't middel van onse ongerechticheden.",
      "text2026": "En er is niemand, die Uw Naam aanroept, die zich opwekt, dat hij U aangrijpe; want U verbergt Uw aangezicht voor ons, en U doet ons smelten, door middel van onze ongerechtigheden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is heel weinigen.",
          "text1637": "D. heel weynige.",
          "text2026": "Dat is heel weinigen."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten met waar geloof en met oprecht berouw en leedwezen, gelijk het betaamt.",
          "text1637": "T.w. met waren geloove, ende met oprecht berouw ende leetwesen, gelijck het betaemt.",
          "text2026": "Te weten met waar geloof en met oprecht berouw en leedwezen, gelijk het betaamt."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "dat hij U aangrijpe: Te weten om U terug te houden, dat Gij niet voortgaat met ons in uwen toorn te slaan. Anders: die zich aan U vasthoudt.",
          "text1637": "T.w. om u te rugge te houden, dat ghy niet voort en gaet met ons in uwen toorn te slaen. And. die sich aen u vaste houdt.",
          "text2026": "dat hij U aangrijpe: Te weten om U terug te houden, dat U niet voortgaat met ons in uw toorn te slaan. Anders: die zich aan U vasthoudt."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Deut. 31:17 . Deuteronomium 31:17 : Zo zal Mijn toorn te dien dage tegen hetzelve ontsteken, en Ik zal hen verlaten, en Mijn aangezicht van hen verbergen, dat zij ter spijze zijn, en vele kwaden en benauwdheden zullen het treffen; dat het te dien dage zal zeggen: Hebben mij deze kwaden niet getroffen, omdat mijn God in het midden van mij niet is?",
          "text1637": "Siet Deut. 31.17.",
          "text2026": "Zie Deut. 31:17 . Deuteronomium 31:17 : Zo zal Mijn toorn op die dag tegen hetzelfde ontsteken, en Ik zal hen verlaten, en Mijn aangezicht van hen verbergen, dat zij ter voedsel zijn, en vele kwaden en benauwdheden zullen het treffen; dat het op die dag zal zeggen: Hebben mij deze kwaden niet getroffen, omdat mijn God in het midden van mij niet is?"
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "door middel van onze ongerechtigheden: Of, door de kracht van onze ongerechtigheden. Hebreeuws, door de hand onzer ongerechtigheden. De zin is: Onze zonden hebben het vuur van uwen toorn ontstoken, door hetwelk wij versmolten en verdelgd worden.",
          "text1637": "Of, door de kracht van onse ongerechticheden, Hebr. door de hant onser ongerechticheden. De sin is, onse sonden hebben het vyer uwes toorns ontsteken, door het welcke wy versmolten, ende verdelcht worden.",
          "text2026": "door middel van onze ongerechtigheden: Of, door de kracht van onze ongerechtigheden. Hebreeuws, door de hand onzer ongerechtigheden (יָדְ). De zin is: Onze zonden hebben het vuur van uw toorn ontstoken, door dat wij versmolten en verdelgd worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/עַתָּ֥ה",
          "strongs": "H6258",
          "morph": "HC/D"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אָבִ֣י/נוּ",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "אָ֑תָּה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲנַ֤חְנוּ",
          "strongs": "H587",
          "morph": "HPp1cp"
        },
        {
          "woord": "הַ/חֹ֨מֶר֙",
          "strongs": "H2563",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2ms"
        },
        {
          "woord": "יֹצְרֵ֔/נוּ",
          "strongs": "H3335",
          "morph": "HVqrmsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מַעֲשֵׂ֥ה",
          "strongs": "H4639",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יָדְ/ךָ֖",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כֻּלָּֽ/נוּ",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En er is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> niemand, die Uw Naam<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> aanroept, die zich opwekt,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> dat hij U aangrijpe; want U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> verbergt Uw aangezicht voor ons, en U doet ons smelten,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> door middel van onze ongerechtigheden.",
      "textSV1888_html": "En er is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> niemand, die Uw Naam<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> aanroept, die zich opwekt,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> dat hij U aangrijpe; want Gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> verbergt Uw aangezicht voor ons, en Gij doet ons smelten,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> door middel van onze ongerechtigheden.",
      "text1637_html": "Ende daer en is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> niemant, die uwe<i>n</i> name <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> aenroept, die sich opweckt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> dat hy u aengrype: want ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> verbercht u aengesichte voor ons, ende ghy doet ons smelten, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> door 't middel van onse ongerechticheden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Doch nu, HEERE! Gij zijt onze Vader; wij zijn leem, en Gij zijt onze pottenbakker, en wij allen zijn Uwer handen werk.",
      "text1637": "Doch nu HEERE, [29] Ghy zijt onse Vader: wy zijn leem, ende ghy zijt onse [30] potte-backer, ende wy alle zijn uwer handen werck.",
      "text2026": "Maar nu, JAHWEH! U bent onze Vader; wij zijn leem, en U bent onze pottenbakker, en wij allen zijn het werk van Uw handen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij zijt onze Vader: God is aller mensen Vader, te dien aanzien, dat Hij hen allen geschapen heeft; maar zijner uitverkorenen ook daarom, omdat Hij hen uit genade tot kinderen heeft aangenomen. Zie Rom. 8:15 , 8:16 . Romeinen 8:15 : Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader! Romeinen 8:16 : Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.",
          "text1637": "Godt is aller menschen Vader, ten dien aensien dat hyse alle geschapen heeft: Maer sijner uytvercorenen oock daerom, om dat hyse uyt genade tot kinderen heeft aengenomen. Siet Rom. 8.15, 16.",
          "text2026": "U bent onze Vader: God is alle mensen Vader, te die aanzien, dat Hij hen allen geschapen heeft; maar zijn uitverkorenen ook daarom, omdat Hij hen uit genade tot kinderen heeft aangenomen. Zie Rom. 8:15 , 8:16 . Romeinen 8:15 : Want u hebt niet ontvangen de Geest van de dienstbaarheid opnieuw tot vreze; maar u hebt ontvangen de Geest van de aanneming tot kinderen, door Welke wij roepen: Abba, Vader! Romeinen 8:16 : Dezelfde Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen van God zijn."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, formeerder, of die ons geformeerd heeft, ons hart formerende, gelijk een pottenbakker uit klei of leem een vat formeert.",
          "text1637": "Of, formeerder, of, die ons geformeert heeft, ons herte formerende, gelijck een pottebacker uyt cley of leem, een vat formeert.",
          "text2026": "Of, formeerder, of die ons geformeerd heeft, ons hart formerende, gelijk een pottenbakker uit klei of leem een vat formeert."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּקְצֹ֤ף",
          "strongs": "H7107",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָה֙",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מְאֹ֔ד",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "לָ/עַ֖ד",
          "strongs": "H5703",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "תִּזְכֹּ֣ר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "עָוֺ֑ן",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "הֵ֥ן",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "הַבֶּט",
          "strongs": "H5027",
          "morph": "HVhv2ms"
        },
        {
          "woord": "נָ֖א",
          "strongs": "H4994",
          "morph": "HTe"
        },
        {
          "woord": "עַמְּ/ךָ֥",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כֻלָּֽ/נוּ",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar nu, JAHWEH!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> U bent onze Vader; wij zijn leem, en U bent onze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> pottenbakker, en wij allen zijn het werk van Uw handen.",
      "textSV1888_html": "Doch nu, HEERE!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Gij zijt onze Vader; wij zijn leem, en Gij zijt onze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> pottenbakker, en wij allen zijn Uwer handen werk.",
      "text1637_html": "Doch nu HEERE, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Ghy zijt onse Vader: wy zijn leem, ende ghy zijt onse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> potte-backer, ende wy alle zijn uwer handen werck.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Doch",
          "new": "Maar",
          "principe": "V1"
        },
        {
          "old": "HEERE! Gij zijt",
          "new": "JAHWEH! U bent",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Uwer handen werk.",
          "new": "het werk van Uw handen.",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "HEERE! wees niet zo zeer verbolgen, en gedenk niet eeuwiglijk der ongerechtigheid; zie, aanschouw toch, wij allen zijn Uw volk.",
      "text1637": "HEERE, en weest niet soo seer verbolgen, ende en [c] gedenckt niet eeuwichlick der ongerechticheyt: siet, aenschouwt doch, wy alle zijn u volck.",
      "text2026": "JAHWEH! wees niet zo zeer toornig, en gedenk niet eeuwig de ongerechtigheid; zie, aanschouw toch, wij allen zijn Uw volk.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 79:8 . Psalmen 79:8 : Gedenk ons de vorige misdaden niet; haast U, laat Uw barmhartigheden ons voorkomen; want wij zijn zeer dun geworden.",
          "text1637": "Psal. 79.8.",
          "text2026": "Ps. 79:8 . Psalmen 79:8 : Gedenk ons de vorige misdaden niet; haast U, laat Uw barmhartigheden ons voorkomen; want wij zijn zeer dun geworden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עָרֵ֥י",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשְׁ/ךָ֖",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הָי֣וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "מִדְבָּ֑ר",
          "strongs": "H4057",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "צִיּוֹן֙",
          "strongs": "H6726",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִדְבָּ֣ר",
          "strongs": "H4057",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הָיָ֔תָה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "יְרוּשָׁלִַ֖ם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שְׁמָמָֽה",
          "strongs": "H8077",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH! wees niet zo zeer toornig, en gedenk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> niet eeuwig de ongerechtigheid; zie, aanschouw toch, wij allen zijn Uw volk.",
      "textSV1888_html": "HEERE! wees niet zo zeer verbolgen, en gedenk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> niet eeuwiglijk der ongerechtigheid; zie, aanschouw toch, wij allen zijn Uw volk.",
      "text1637_html": "HEERE, en weest niet soo seer verbolgen, ende en <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> gedenckt niet eeuwichlick der ongerechticheyt: siet, aenschouwt doch, wy alle zijn u volck.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "verbolgen,",
          "new": "toornig,",
          "principe": "V262"
        },
        {
          "old": "eeuwiglijk der",
          "new": "eeuwig de",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Uw heilige steden zijn een woestijn geworden, Sion is een woestijn geworden, Jeruzalem een verwoesting.",
      "text1637": "[31] Uwe heylige steden zijn een woestijne geworden, Zion is een woestijne geworden, [32] Ierusalem een verwoestinge.",
      "text2026": "Uw heilige steden zijn een woestijn geworden, Sion is een woestijn geworden, Jeruzalem een verwoesting.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uw heilige steden: Hebreeuws, de steden uwer heiligheid; te weten Zion en Jeruzalem, en versta hier, door Zion de stad Davids, die het bovendeel der stad Jeruzalem was, gebouwd op den berg Zion; en door Jeruzalem wordt het benedendeel der stad verstaan. Of men kan door de heilige steden in het algemeen verstaan de steden van Juda, als zijnde steden van het heilige land en van Gods heilig volk, en voorts Zion en Jeruzalem, gelijk volgt.",
          "text1637": "Hebr. de steden uwer heylicheyt, T.w. Zion, ende Ierusalem, ende verstaet hier door Zion de stadt Davids, die het boven-deel der stadt van Ierusalem was, getimmert op den berch Zions: Ende door Ierusalem wort het benedendeel der stadt verstaen. ofte men kan door de heylige steden verstaen in't gemeen de steden Iuda, als zijnde steden des heyligen lants, ende van Godts heylich volck: ende voorts Zion ende Ierusalem, als volcht.",
          "text2026": "Uw heilige steden: Hebreeuws, de steden uw heiligheid; te weten Zion en Jeruzalem, en versta hier, door Zion de stad van David, die het bovendeel van de stad Jeruzalem was, gebouwd op de berg Zion; en door Jeruzalem wordt het benedendeel van de stad verstaan. Of men kan door de heilige steden in het algemeen verstaan de steden van Juda, als zijnde steden van het heilige land en van Gods heilig volk, en verder Zion en Jeruzalem, gelijk volgt."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, Jeruzalem is verwoest. Zie Ps. 79:1 . Psalmen 79:1 : Een psalm van Asaf. O God! Heidenen zijn gekomen in Uw erfenis; zij hebben den tempel Uwer heiligheid verontreinigd; zij hebben Jeruzalem tot steenhopen gesteld.",
          "text1637": "D. Ierusalem is verwoest. Siet Psal. 79.1.",
          "text2026": "Dat is, Jeruzalem is verwoest. Zie Ps. 79:1 . Psalmen 79:1 : Een psalm van Asaf. O God! Heidenen zijn gekomen in Uw erfenis; zij hebben de tempel van Uw heiligheid verontreinigd; zij hebben Jeruzalem tot steenhopen gesteld."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בֵּ֧ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשֵׁ֣/נוּ",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/תִפְאַרְתֵּ֗/נוּ",
          "strongs": "H8597",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֤ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "הִֽלְל֨וּ/ךָ֙",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HVpp3cp/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲבֹתֵ֔י/נוּ",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "הָיָ֖ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׂרֵ֣פַת",
          "strongs": "H8316",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "אֵ֑שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מַחֲמַדֵּ֖י/נוּ",
          "strongs": "H4261",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "הָיָ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/חָרְבָּֽה",
          "strongs": "H2723",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Uw heilige steden zijn een woestijn geworden, Sion is een woestijn geworden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Jeruzalem een verwoesting.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Uw heilige steden zijn een woestijn geworden, Sion is een woestijn geworden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Jeruzalem een verwoesting.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Uwe heylige steden zijn een woestijne geworden, Zion is een woestijne geworden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Ierusalem een verwoestinge."
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Ons heilig en ons heerlijk huis, waarin onze vaders U loofden, is met vuur verbrand; en al onze gewenste dingen zijn tot woestheid geworden.",
      "text1637": "[33] Ons heylich, ende ons heerlick huys, daer in onse Vaders u loofden, [34] is met vyere verbrant: ende alle onse gewenschte dingen, zijn tot woestheyt geworden.",
      "text2026": "Ons heilig en ons heerlijk huis, waarin onze vaders U loofden, is met vuur verbrand; en al onze gewenste dingen zijn tot woestheid geworden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ons heilig: Te weten de tempel, in welken de heilige godsdienst verricht werd en waar God zijne heerlijkheid en tegenwoordigheid zien liet. Zie 1 Kon. 8:13 , enz. 1 Koningen 8:13 : Ik heb immers een huis gebouwd, U ter woonstede, een vaste plaats tot Uw eeuwige woning.",
          "text1637": "T.w. de Tempel, in welcken de heylige Godtsdienst verricht wiert, ende daer Godt sijne heerlickheyt ende tegenwoordicheyt sien liet. Siet 1.Reg. 8.13, etc.",
          "text2026": "Ons heilig: Te weten de tempel, in welke de heilige godsdienst verricht werd en waar God zijn heerlijkheid en aanwezigheid zien liet. Zie 1 Kon. 8:13 , enz. 1 Koningen 8:13 : Ik heb immers een huis gebouwd, U ter woonstede, een vaste plaats tot Uw eeuwige woning."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met vuur: Te weten van de Babyloniërs. Want het schijnt dat dit gebed door den profeet het volk is voorgeschreven geweest, om te spreken ten tijde van de Babylonische gevangenschap. Anders: is [geëigend] ten vure. Hebreeuws, is geworden tot verbranding des vuurs. De eerste tempel is verbrand door Nebukadnezar; 2 Kon. 25:9 ; de tweede door den keizer Titus. Zie Matth. 24:2 . 2 Koningen 25:9 : En hij verbrandde het huis des HEEREN, en het huis des konings, mitsgaders alle huizen van Jeruzalem; en alle huizen der groten verbrandde hij met vuur. Mattheüs 24:2 : En Jezus zeide tot hen: Ziet gij niet al deze dingen? Voorwaar zeg Ik: Hier zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.",
          "text1637": "T.w. van de Babyloniers. want het schijnt, dat dit gebedt van den Prophete den volcke zy voor-geschreven geweest, om te spreken ten tijde van de Babylonische gevanckenisse. And. is [ge-eygent] ten vyere. Hebr. is geworden tot verbrandinge des vyers. De eerste Tempel is verbrant door Nebucadnezar, 2.Reg. 25.9. De tweede door den Keyser Titus. Siet Matt. 24.2.",
          "text2026": "met vuur: Te weten van de Babyloniërs. Want het schijnt dat dit gebed door de profeet het volk is voorgeschreven geweest, om te spreken ten tijde van de Babylonische gevangenschap. Anders: is [geëigend] ten vure. Hebreeuws, is geworden tot verbranding van het vuur. De eerste tempel is verbrand door Nebukadnezar; 2 Kon. 25:9 ; de tweede door de keizer Titus. Zie Matt. 24:2 . 2 Koningen 25:9 : En hij verbrandde het huis van JAHWEH, en het huis van de koning, en ook alle huizen van Jeruzalem; en alle huizen van de grote verbrandde hij met vuur. Mattheüs 24:2 : En Jezus zei tot hen: Ziet u niet al deze dingen? Werkelijk zeg Ik: Hier zal niet een steen op de anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַ/עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HTi/R"
        },
        {
          "woord": "אֵ֥לֶּה",
          "strongs": "H428",
          "morph": "HPdxcp"
        },
        {
          "woord": "תִתְאַפַּ֖ק",
          "strongs": "H662",
          "morph": "HVti2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "תֶּחֱשֶׁ֥ה",
          "strongs": "H2814",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/תְעַנֵּ֖/נוּ",
          "strongs": "H6031",
          "morph": "HC/Vpi2ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מְאֹֽד",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Ons heilig en ons heerlijk huis, waarin onze vaders U loofden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> is met vuur verbrand; en al onze gewenste dingen zijn tot woestheid geworden.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Ons heilig en ons heerlijk huis, waarin onze vaders U loofden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> is met vuur verbrand; en al onze gewenste dingen zijn tot woestheid geworden.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Ons heylich, ende ons heerlick huys, daer in onse Vaders u loofden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> is met vyere verbrant: ende alle onse gewenschte dingen, zijn tot woestheyt geworden."
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "HEERE! zoudt Gij U over deze dingen inhouden, zoudt Gij stilzwijgen, en ons zozeer bedrukken?",
      "text1637": "HEERE, soudt ghy u [35] over dese dingen [36] inhouden? soudt ghy stille swygen, ende ons soo seer [37] bedrucken?",
      "text2026": "JAHWEH! zou U Zich over deze dingen inhouden, zou U stilzwijgen, en ons zozeer bedrukken?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "over deze dingen: Te weten over dezen ellendigen staat van uw volk.",
          "text1637": "T.w. over desen elendigen staet uwes volcks.",
          "text2026": "over deze dingen: Te weten over deze ellendigen staat van uw volk."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, ophouden; te weten zonder wraak te doen over onze vijanden en zonder ons wederom te Jeruzalem te brengen, om den tempel te herbouwen en om uw heiligen godsdienst te herstellen?",
          "text1637": "Of, ophouden. T.w. sonder wrake te doen over onse vyanden, ende sonder ons wederom te Ierusalem te brengen, om den Tempel te herbouwen, ende om uwen H. Gods-dienst te her-stellen?",
          "text2026": "Of, ophouden; te weten zonder wraak te doen over onze vijanden en zonder ons opnieuw te Jeruzalem te brengen, om de tempel te herbouwen en om uw heiligen godsdienst te herstellen?"
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, nederslaan.",
          "text1637": "Of, neder-slaen.",
          "text2026": "Of, nederslaan."
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH! zou U Zich over deze dingen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> inhouden, zou U stilzwijgen, en ons zozeer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> bedrukken?",
      "textSV1888_html": "HEERE! zoudt Gij U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> over deze dingen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> inhouden, zoudt Gij stilzwijgen, en ons zozeer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> bedrukken?",
      "text1637_html": "HEERE, soudt ghy u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> over dese dingen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> inhouden? soudt ghy stille swygen, ende ons soo seer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> bedrucken?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE! zoudt Gij",
          "new": "JAHWEH! zou",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "Zich",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "zoudt Gij",
          "new": "zou U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Het volck Godes vaert voort in sijn gebet, 't welcke het op 'teynde van het 63 capittel begonnen heeft, vers 1. biddende dat Godt haer wille verlossen, gelijck hy voormaels gedaen heeft, 3. bekennende ende belydende hare vuyle sonden, 6. ende onweerdicheyt, 8. biddende insonderheyt om de opbouwinge Ierusalems, 10.",
    "text2026": "Het volk van God gaat voort met zijn gebed, dat het aan het eind van hoofdstuk 63 begonnen heeft, vers 1, terwijl het bidt dat God hen wil verlossen, zoals Hij vroeger gedaan heeft, 3, en zijn vuile zonden erkent en belijdt, 6, en zijn onwaardigheid, 8, terwijl het in het bijzonder bidt om de opbouw van Jeruzalem, 10."
  }
}
