{
  "number": 6,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Hoort nu, wat de HEERE zegt: Maak u op, twist met de bergen, en laat de heuvelen uw stem horen.",
      "text1637": "HOoret nu, wat de HEERE seyt: Maeckt u op, twist [1] met de bergen, ende laet de heuvelen uwe stemme hooren.",
      "text2026": "Hoor nu, wat JAHWEH zegt: Maak u op, twist met de bergen, en laat de heuvelen uw stem horen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met de bergen: Sommigen nemen dit, als tegen de bergen, verstaande door de bergen de groten, en door de heuvelen den gemenen man; maar het schijnt dat met hier zoveel is alsof de Heere zeide: Neem de bergen als te hulp, tot getuigen. Of, doe het, voor, bij, in tegenwoordigheid, enz., want God gebiedt den profeet in het volgende, de bergen aan te spreken, tot overtuiging en beschaming der mensen; verg. Deut. 4:26 , en Deut. 32:1 ; idem Micha 1:2 met de aantekening. Deuteronomium 4:26 : Zo roep ik heden den hemel en de aarde tot getuige tegen ulieden, dat gij voorzeker haast zult omkomen van dat land, waar gij over de Jordaan naar toe trekt, om dat te erven; gij zult uw dagen daarin niet verlengen, maar ganselijk verdelgd worden. Deuteronomium 32:1 : Neig de oren, gij hemel, en ik zal spreken; en de aarde hore de redenen mijns monds. Micha 1:2 : Hoort, gij volken altemaal! merk op, gij aarde, mitsgaders derzelver volheid! de Heere HEERE nu zal tot een getuige zijn tegen ulieden, de Heere uit den tempel Zijner heiligheid.",
          "text1637": "Sommige nemen dit, als tegen de bergen, verstaende door de bergen, de Groote, ende door de heuvelen den gemeynen man: maer ’t schijnt dat, met, hier soo veel is, als of de Heere seyde, neemt de bergen als te hulpe, tot getuygen. ofte, doet het, voor, by, in tegenwoordicheyt, etc. want Godt gebiedt den Propheet, in ’t volgende, de bergen aen te spreken, tot overtuyginge ende beschaminge der menschen. Vergel. Deu. 4.26. ende 32.1. item bov. 1.2. met d’aenteeck.",
          "text2026": "met de bergen: Sommigen nemen dit, als tegen de bergen, verstaande door de bergen de grote, en door de heuvelen de gemenen man; maar het schijnt dat met hier zoveel is alsof de Heer zei: Neem de bergen als te hulp, tot getuigen. Of, doe het, voor, bij, in aanwezigheid, enz., want God gebiedt de profeet in het volgende, de bergen aan te spreken, tot overtuiging en beschaming van de mensen; verg. Deut. 4:26 , en Deut. 32:1 ; idem Micha 1:2 met de aantekening. Deuteronomium 4:26 : Zo roep ik heden de hemel en de aarde tot getuige tegen u, dat u voorzeker haast zult omkomen van dat land, waar u over de Jordaan naar toe trekt, om dat te erven; u zult uw dagen daarin niet verlengen, maar ganselijk verdelgd worden. Deuteronomium 32:1 : Neig de oren, u hemel, en ik zal spreken; en de aarde hore de redenen mijns monds. Micha 1:2 : Hoort, u volken allemaal! merk op, u aarde, en ook derzelver volheid! de Heer JAHWEH nu zal tot een getuige zijn tegen u, de Heer uit de tempel Zijn heiligheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שִׁמְעוּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "נָ֕א",
          "strongs": "H4994",
          "morph": "HTe"
        },
        {
          "woord": "אֵ֥ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֹמֵ֑ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "ק֚וּם",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "רִ֣יב",
          "strongs": "H7378",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הֶ/הָרִ֔ים",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/תִשְׁמַ֥עְנָה",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HC/Vqi3fp"
        },
        {
          "woord": "הַ/גְּבָע֖וֹת",
          "strongs": "H1389",
          "morph": "HTd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "קוֹלֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hoor nu, wat JAHWEH zegt: <span class=\"god-speaks\"><i>Maak u op, twist<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> met de bergen, en laat de heuvelen uw stem horen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Hoort nu, wat de HEERE zegt: Maak u op, twist<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> met de bergen, en laat de heuvelen uw stem horen.",
      "text1637_html": "HOoret nu, wat de HEERE seyt: Maeckt u op, twist <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> met de bergen, ende laet de heuvelen uwe stemme hooren.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Hoort",
          "new": "Hoor",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Hoort, gij bergen! den twist des HEEREN, mitsgaders gij sterke fondamenten der aarde! want de HEERE heeft een twist met Zijn volk, en Hij zal Zich met Israël in recht begeven.",
      "text1637": "Hooret, ghy bergen, den twist des HEEREN, mitsgaders ghy [2] stercke fondamenten der aerde: want de [a] HEERE heeft eenen [3] twist met sijn volck, ende hy sal sich met Israël in recht begeven.",
      "text2026": "Hoor, u bergen! de twist van JAHWEH, en ook u sterke fundamenten van de aarde! want JAHWEH heeft een twist met Zijn volk, en Hij zal Zich met Israël in recht begeven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "sterke fondamenten der aarde: Dat is, gij vastgefondeerde aarde; of, gij gronden, wortelen, afsnijdingen [gelijk Jona 2:6 ] der bergen, rotsen en klippen, die als ene vastigheid of sterkte des aardrijks zijt. Jona 2:6 : Ik was nedergedaald tot de gronden der bergen; de grendelen der aarde waren om mij henen in eeuwigheid; maar Gij hebt mijn leven uit het verderf opgevoerd, o HEERE, mijn God!",
          "text1637": "D. ghy vast-gefondeerde aerde: ofte, ghy gronden, wortelen, afsnijdingen (als Iona 2.6.) der bergen, rotzen ende klippen, die als eene vasticheyt ofte sterckte des aerdrijcx zijt.",
          "text2026": "sterke fondamenten van de aarde: Dat is, u vastgefondeerde aarde; of, u gronden, wortelen, afsnijdingen [gelijk Jona 2:6 ] van de bergen, rotsen en klippen, die als een vastheid of sterkte van het aarde zijt. Jona 2:6 : Ik was nedergedaald tot de gronden van de bergen; de grendelen van de aarde waren om mij heen in eeuwigheid; maar U hebt mijn leven uit het verderf opgevoerd, o JAHWEH, mijn God!"
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hosea 4:1 . Hosea 4:1 : Hoort des HEEREN woord, gij kinderen Israëls! want de HEERE heeft een twist met de inwoners des lands, omdat er geen trouw, en geen weldadigheid, en geen kennis van God in het land is;",
          "text1637": "Hose. 4.1.",
          "text2026": "Hosea 4:1 . Hosea 4:1 : Hoort van JAHWEH woord, u kinderen van Israël! want JAHWEH heeft een twist met de inwoners van het land, omdat er geen trouw, en geen weldadigheid, en geen kennis van God in het land is;"
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "twist met Zijn volk: Of, pleit, rechtzaak. Verg. Jes. 1:18 , en Jes. 5:3 , 5:4 , en Jes. 43:26 , met de aantekening. Jesaja 1:18 : Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol. Jesaja 5:3 : Nu dan, gij inwoners van Jeruzalem, en gij mannen van Juda, oordeelt toch tussen Mij en tussen Mijn wijngaard. Jesaja 5:4 : Wat is er meer te doen aan Mijn wijngaard, hetwelk Ik aan hem niet gedaan heb? Waarom heb Ik verwacht, dat hij goede druiven voortbrengen zou, en hij heeft stinkende druiven voortgebracht? Jesaja 43:26 : Maakt Mij indachtig, laat ons te zamen richten, vertelt gij uw redenen, opdat gij moogt gerechtvaardigd worden.",
          "text1637": "Ofte, pleyt, rechtsake. Vergel. Ies. 1.18. ende 5.3, 4. ende 43.26. met d’aenteeck.",
          "text2026": "twist met Zijn volk: Of, pleit, rechtzaak. Verg. Jes. 1:18 , en Jes. 5:3 , 5:4 , en Jes. 43:26 , met de aantekening. Jesaja 1:18 : Komt dan, en laat ons samen rechte, zegt JAHWEH; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol. Jesaja 5:3 : Nu dan, u inwoners van Jeruzalem, en u mannen van Juda, oordeelt toch tussen Mij en tussen Mijn wijngaard. Jesaja 5:4 : Wat is er meer te doen aan Mijn wijngaard, dat Ik aan hem niet gedaan heb? Waarom heb Ik verwacht, dat hij goede druiven voortbrengen zou, en hij heeft stinkende druiven voortgebracht? Jesaja 43:26 : Maakt Mij indachtig, laat ons te zamen richten, vertelt u uw redenen, opdat u mag gerechtvaardigd worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שִׁמְע֤וּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "הָרִים֙",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "רִ֣יב",
          "strongs": "H7379",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָ/אֵתָנִ֖ים",
          "strongs": "H386",
          "morph": "HC/Td/Aampa"
        },
        {
          "woord": "מֹ֣סְדֵי",
          "strongs": "H4146",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "רִ֤יב",
          "strongs": "H7379",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "לַֽ/יהוָה֙",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "עִם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עַמּ֔/וֹ",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/עִם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֖ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יִתְוַכָּֽח",
          "strongs": "H3198",
          "morph": "HVti3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Hoor, u bergen! de twist van JAHWEH, en ook u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> sterke fundamenten van de aarde! want JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> heeft een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> twist met Zijn volk, en Hij zal Zich met Israël in recht begeven.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Hoort, gij bergen! den twist des HEEREN, mitsgaders gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> sterke fondamenten der aarde! want de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> HEERE heeft een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> twist met Zijn volk, en Hij zal Zich met Israël in recht begeven.",
      "text1637_html": "Hooret, ghy bergen, den twist des HEEREN, mitsgaders ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> stercke fondamenten der aerde: want de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> HEERE heeft eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> twist met sijn volck, ende hy sal sich met Israël in recht begeven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Hoort, gij",
          "new": "Hoor, u",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des HEEREN, mitsgaders gij",
          "new": "van JAHWEH, en ook u",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "fondamenten der",
          "new": "fundamenten van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "O Mijn volk! wat heb Ik u gedaan, en waarmede heb Ik u vermoeid? Betuig tegen Mij.",
      "text1637": "O mijn volck, [4] wat heb ick u gedaen? ende waer mede heb’ ick u [5] vermoeyt? betuycht tegen my.",
      "text2026": "O Mijn volk! wat heb Ik u gedaan, en waarmee heb Ik u vermoeid? Betuig tegen Mij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "wat heb Ik u gedaan: Verg. Jer. 2:5 , 2:31 . Jeremia 2:5 : Zo zegt de HEERE: Wat voor onrecht hebben uw vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn, en hebben de ijdelheid nagewandeld, en zij zijn ijdel geworden? Jeremia 2:31 : O geslacht, aanmerkt toch gijlieden des HEEREN woord! Ben Ik Israël een woestijn geweest, of een land der uiterste donkerheid? Waarom zegt dan Mijn volk: Wij zijn heren, wij zullen niet meer tot U komen?",
          "text1637": "Vergel. Ier. 2.5, 31.",
          "text2026": "wat heb Ik u gedaan: Verg. Jer. 2:5 , 2:31 . Jeremia 2:5 : Zo zegt JAHWEH: Wat voor onrecht hebben uw vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn, en hebben de ijdelheid nagewandeld, en zij zijn ijdel geworden? Jeremia 2:31 : O geslacht, aanmerkt toch u van JAHWEH woord! Ben Ik Israël een woestijn geweest, of een land van de uiterste donkerheid? Waarom zegt dan Mijn volk: Wij zijn heren, wij zullen niet meer tot U komen?"
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, moede gemaakt, ben Ik u moeilijk, lastig geweest? alsof de Heere zeide: Gij zijt immers in uwe conscientiën overtuigd, dat Ik u nooit kwaad, maar integendeel alles goeds heb gedaan; wat reden hebt gij dan dat gij u zo afkerig en wrevelig tegen mij gedraagt?",
          "text1637": "Ofte, moede gemaeckt, ben ick u moeyelick, lastich geweest? als of de Heere seyde: ghy zijt immers in uwe conscientien overtuycht, dat ick noyt quaet, maer ter contrarie alles goets hebbe gedaen: wat reden hebt ghy dan, dat ghy u soo af keerich ende wrevelich tegen my draecht?",
          "text2026": "Of, moe gemaakt, ben Ik u moeilijk, lastig geweest? alsof de Heer zei: U bent immers in uw conscientiën overtuigd, dat Ik u nooit kwaad, maar integendeel alles goeds heb gedaan; wat reden hebt u dan dat u u zo afkerig en wrevelig tegen mij gedraagt?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַמִּ֛/י",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֶה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "עָשִׂ֥יתִי",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֖",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/מָ֣ה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HC/Ti"
        },
        {
          "woord": "הֶלְאֵתִ֑י/ךָ",
          "strongs": "H3811",
          "morph": "HVhp1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "עֲנֵ֥ה",
          "strongs": "H6030",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "בִּֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>O Mijn volk!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> wat heb Ik u gedaan, en waarmee heb Ik u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> vermoeid? Betuig tegen Mij.</i></span>",
      "textSV1888_html": "O Mijn volk!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> wat heb Ik u gedaan, en waarmede heb Ik u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> vermoeid? Betuig tegen Mij.",
      "text1637_html": "O mijn volck, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> wat heb ick u gedaen? ende waer mede heb’ ick u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> vermoeyt? betuycht tegen my.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "waarmede",
          "new": "waarmee",
          "principe": "V479"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Immers heb Ik u uit Egypteland opgevoerd, en u uit het diensthuis verlost; en Ik heb voor uw aangezicht henen gezonden Mozes, Aäron en Mirjam.",
      "text1637": "Immers heb ick u uyt [b] Egyptenlant opgevoert, ende u uyt den [6] diensthuyse verlost: ende ick hebbe voor u aengesichte henen [7] gesonden, Mose, Aaron ende [8] Mirjam.",
      "text2026": "Immers heb Ik u uit Egypteland opgevoerd, en u uit het diensthuis verlost; en Ik heb voor uw aangezicht heen gezonden Mozes, Aäron en Mirjam.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 12:51 ; Exod. 14:30 . Exodus 12:51 : En het geschiedde even tenzelfden dage, dat de HEERE de kinderen Israëls uit Egypteland leidde, naar hun heiren. Exodus 14:30 : Alzo verloste de HEERE Israël aan dien dag uit de hand der Egyptenaren; en Israël zag de Egyptenaren dood aan den oever der zee.",
          "text1637": "Exod. 12.51. ende 14.30.",
          "text2026": "Ex. 12:51 ; Ex. 14:30 . Exodus 12:51 : En het geschiedde even tenzelfden dage, dat JAHWEH de kinderen van Israël uit Egypteland leidde, naar hun heiren. Exodus 14:30 : Zo verloste JAHWEH Israël aan die dag uit de hand van de Egyptenaren; en Israël zag de Egyptenaren dood aan de oever van de zee."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. huis der dienstknechten, of slaven, gelijk dikwijls. Zie Exod. 20:2 . Exodus 20:2 : Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.",
          "text1637": "Hebr. huys der dienst-knechten, ofte, slaven, als dickwijls. Siet Exod. 20.2.",
          "text2026": "Hebr. huis van de dienaren, of slaven, gelijk dikwijls. Zie Ex. 20:2 . Exodus 20:2 : Ik ben JAHWEH uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "henen gezonden Mozes, Aäron: Om u in het geestelijke en lichamelijke te geleiden en te helpen. Zie Jes. 63:11 , 63:12 . Jesaja 63:11 : Nochtans dacht Hij aan de dagen van ouds, aan Mozes en Zijn volk; maar nu, waar is Hij, Die hen uit de zee opgebracht heeft, met de herders Zijner kudde? Waar is Hij, Die Zijn Heiligen Geest in het midden van hen stelde? Jesaja 63:12 : Die den arm Zijner heerlijkheid heeft doen gaan aan de rechterhand van Mozes; Die de wateren voor hunlieder aangezichten kliefde opdat Hij Zich een eeuwigen Naam maakte?",
          "text1637": "Om u in’t geestlicke ende lichamelicke te geleyden ende t’assisteren. Siet Iesa. 63.11, 12.",
          "text2026": "heen gezonden Mozes, Aäron: Om u in het geestelijke en lichamelijke te geleiden en te helpen. Zie Jes. 63:11 , 63:12 . Jesaja 63:11 : Nochtans dacht Hij aan de dagen van ouds, aan Mozes en Zijn volk; maar nu, waar is Hij, Die hen uit de zee opgebracht heeft, met de herders Zijn kudde? Waar is Hij, Die Zijn Heilige Geest in het midden van hen stelde? Jesaja 63:12 : Die de arm Zijn heerlijkheid heeft doen gaan de rechterhand van Mozes; Die de wateren voor hun aangezichten kloof opdat Hij Zich een eeuwigen Naam maakte?"
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die ook ene profetes was. Zie Exod. 15:20 ; Num. 12:2 . Exodus 15:20 : En Mirjam, de profetes, Aärons zuster, nam een trommel in haar hand; en al de vrouwen gingen uit, haar na, met trommelen en met reien. Numeri 12:2 : En zij zeiden: Heeft dan de HEERE maar alleen door Mozes gesproken? Heeft Hij ook niet door ons gesproken? En de HEERE hoorde het!",
          "text1637": "Die oock een Prophetesse was. Siet Exod. 15.20. Num. 12.2.",
          "text2026": "Die ook een profetes was. Zie Ex. 15:20 ; Num. 12:2 . Exodus 15:20 : En Mirjam, de profetes, Aärons zus, nam een trommel in haar hand; en al de vrouwen gingen uit, haar na, met trommelen en met reien. Numeri 12:2 : En zij zeiden: Heeft dan JAHWEH maar alleen door Mozes gesproken? Heeft Hij ook niet door ons gesproken? En JAHWEH hoorde het!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הֶעֱלִתִ֨י/ךָ֙",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HVhp1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֔יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ/בֵּ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HC/R/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "עֲבָדִ֖ים",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "פְּדִיתִ֑י/ךָ",
          "strongs": "H6299",
          "morph": "HVqp1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וָ/אֶשְׁלַ֣ח",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/פָנֶ֔י/ךָ",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מֹשֶׁ֖ה",
          "strongs": "H4872",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אַהֲרֹ֥ן",
          "strongs": "H175",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִרְיָֽם",
          "strongs": "H4813",
          "morph": "HC/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Immers heb Ik u uit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Egypteland opgevoerd, en u uit het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> diensthuis verlost; en Ik heb voor uw aangezicht heen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> gezonden Mozes, Aäron en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Mirjam.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Immers heb Ik u uit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Egypteland opgevoerd, en u uit het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> diensthuis verlost; en Ik heb voor uw aangezicht henen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> gezonden Mozes, Aäron en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Mirjam.",
      "text1637_html": "Immers heb ick u uyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Egyptenlant opgevoert, ende u uyt den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> diensthuyse verlost: ende ick hebbe voor u aengesichte henen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> gesonden, Mose, Aaron ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Mirjam.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "henen",
          "new": "heen",
          "principe": "V67"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Mijn volk! gedenk toch wat Balak, de koning van Moab, beraadslaagde, en wat hem Bileam, de zoon van Beor, antwoordde; en wat geschied is van Sittim af tot Gilgal toe, opdat gij de gerechtigheden des HEEREN kent.",
      "text1637": "Mijn volck, gedenckt doch wat [c] Balak, de Coninck van Moab, [9] beraetslaechde, ende wat hem Bileam, de sone Beors, antwoordde: [ende wat geschiet zy] van [d] [10] Sittim aen tot [e] [11] Gilgal toe; op dat ghy de [12] gerechticheden des HEEREN kennet.",
      "text2026": "Mijn volk! gedenk toch wat Balak, de koning van Moab, beraadslaagde, en wat hem Bileam, de zoon van Beor, antwoordde; en wat gebeurd is van Sittim af tot Gilgal toe, opdat u de gerechtigheden van JAHWEH kent.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Num. 22:5 ; Num. 23:7 . Numeri 22:5 : Die zond boden aan Bileam, den zoon van Beor, te Pethor, hetwelk aan de rivier is, in het land der kinderen zijns volks, om hem te roepen, zeggende: Zie, er is een volk uit Egypte getogen; zie, het heeft het gezicht des lands bedekt, en het blijft liggen recht tegenover mij. Numeri 23:7 : Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Uit Syrië heeft mij Balak, de koning der Moabieten, laten halen, van het gebergte tegen het oosten, zeggende: Kom, vervloek mij Jakob, en kom, scheld Israël!",
          "text1637": "Num. 22.5. ende 23.7.",
          "text2026": "Num. 22:5 ; Num. 23:7 . Numeri 22:5 : Die zond boden aan Bileam, de zoon van Beor, te Pethor, dat aan de rivier is, in het land van de kinderen zijns volks, om hem te roepen, zeggende: Zie, er is een volk uit Egypte getogen; zie, het heeft het gezicht van het land bedekt, en het blijft liggen recht tegenover mij. Numeri 23:7 : Toen hief hij zijn spreuk op, en zei: Uit Syrië heeft mij Balak, de koning van de Moabieten, laten halen, van het gebergte tegen het oosten, zeggende: Kom, vervloek mij Jakob, en kom, scheld Israël!"
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hoe hij met alle middelen mijn vloek over u zocht te brengen, en hoe Ik dien in zulk een heerlijken zegen veranderde. Zie Num. 22:5 , en Num. 23:7 , en Num. 24:1 , 24:14 ; Deut. 23:4 , 23:5 ; Joz. 24:9 , 24:10 ; Openb. 2:14 . Numeri 22:5 : Die zond boden aan Bileam, den zoon van Beor, te Pethor, hetwelk aan de rivier is, in het land der kinderen zijns volks, om hem te roepen, zeggende: Zie, er is een volk uit Egypte getogen; zie, het heeft het gezicht des lands bedekt, en het blijft liggen recht tegenover mij. Numeri 23:7 : Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Uit Syrië heeft mij Balak, de koning der Moabieten, laten halen, van het gebergte tegen het oosten, zeggende: Kom, vervloek mij Jakob, en kom, scheld Israël! Numeri 24:1 : Toen Bileam zag, dat het goed was in de ogen des HEEREN, dat hij Israël zegende, zo ging hij ditmaal niet heen, gelijk meermalen, tot de toverijen; maar hij stelde zijn aangezicht naar de woestijn. Numeri 24:14 : En nu, zie, ik ga tot mijn volk; kom, ik zal u raad geven, en zeggen wat dit volk uw volk doen zal in de laatste dagen. Deuteronomium 23:4 : Ter oorzake dat zij ulieden op den weg niet tegengekomen zijn met brood en met water, als gij uit Egypte uittoogt; en omdat hij tegen u gehuurd heeft Bileam, den zoon van Beor, van Pethor uit Mesopotamië, om u te vloeken. Deuteronomium 23:5 : Doch de HEERE, uw God, heeft naar Bileam niet willen horen; maar de HEERE, uw God, heeft u den vloek in een zegen veranderd, omdat de HEERE, uw God, u liefhad. Jozua 24:9 : Ook maakte zich Balak op, de zoon van Zippor, de koning der Moabieten, en hij streed tegen Israël; en hij zond heen, en deed Bileam, den zoon van Beor, roepen, opdat hij u vervloeken zou. Jozua 24:10 : Maar Ik wilde Bileam niet horen; dies zegende hij u gestadig, en Ik verloste u uit zijn hand. Openbaring 2:14 : Maar Ik heb enige weinige dingen tegen u, dat gij aldaar hebt, die de lering van Balaäm houden, die Balak leerde den kinderen Israëls een aanstoot voor te werpen, opdat zij zouden afgodenoffer eten en hoereren.",
          "text1637": "Hoe hy met alle middelen mijnen vloeck over u socht te brengen, ende hoe ick dien in sulcken heerlicken segen veranderde. Siet Num. 22.5. ende 23.7. ende 24.1, 14. Deut. 23. versen 4, 5. Iosu. 24.9, 10. Apoc. 2.14.",
          "text2026": "Hoe hij met alle middelen mijn vloek over u zocht te brengen, en hoe Ik die in zulk een heerlijken zegen veranderde. Zie Num. 22:5 , en Num. 23:7 , en Num. 24:1 , 24:14 ; Deut. 23:4 , 23:5 ; Joz. 24:9 , 24:10 ; Openb. 2:14 . Numeri 22:5 : Die zond boden aan Bileam, de zoon van Beor, te Pethor, dat aan de rivier is, in het land van de kinderen zijns volks, om hem te roepen, zeggende: Zie, er is een volk uit Egypte getogen; zie, het heeft het gezicht van het land bedekt, en het blijft liggen recht tegenover mij. Numeri 23:7 : Toen hief hij zijn spreuk op, en zei: Uit Syrië heeft mij Balak, de koning van de Moabieten, laten halen, van het gebergte tegen het oosten, zeggende: Kom, vervloek mij Jakob, en kom, scheld Israël! Numeri 24:1 : Toen Bileam zag, dat het goed was in de ogen van JAHWEH, dat hij Israël zegende, zo ging hij ditmaal niet heen, gelijk meermalen, tot de toverijen; maar hij stelde zijn aangezicht naar de woestijn. Numeri 24:14 : En nu, zie, ik ga tot mijn volk; kom, ik zal u raad geven, en zeggen wat dit volk uw volk doen zal in de laatste dagen. Deuteronomium 23:4 : Ter oorzake dat zij u op de weg niet tegengekomen zijn met brood en met water, als u uit Egypte uittrokt; en omdat hij tegen u gehuurd heeft Bileam, de zoon van Beor, van Pethor uit Mesopotamië, om u te vloeken. Deuteronomium 23:5 : Maar JAHWEH, uw God, heeft naar Bileam niet willen horen; maar JAHWEH, uw God, heeft u de vloek in een zegen veranderd, omdat JAHWEH, uw God, u liefhad. Jozua 24:9 : Ook maakte zich Balak op, de zoon van Zippor, de koning van de Moabieten, en hij streed tegen Israël; en hij zond heen, en deed Bileam, de zoon van Beor, roepen, opdat hij u vervloeken zou. Jozua 24:10 : Maar Ik wilde Bileam niet horen; daarom zegende hij u gestadig, en Ik verloste u uit zijn hand. Openbaring 2:14 : Maar Ik heb enige weinige dingen tegen u, dat u daar hebt, die de lering van Balaäm houden, die Balak leerde de kinderen van Israël een aanstoot voor te werpen, opdat zij zouden afgodenoffer eten en hoereren."
        },
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Num. 25 .",
          "text1637": "Num. cap. 25.",
          "text2026": "Num. 25 ."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Sittim af: Waar gij zo schandelijk hoereerdet met den Baäl=Peor, Num. 25 .",
          "text1637": "Daer ghy soo schandelick hoereerdet met den Baal-Peor. Num. 25.",
          "text2026": "Sittim af: Waar u zo schandelijk hoereerde met de Baäl=Peor, Num. 25 ."
        },
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Joz. 5 .",
          "text1637": "Iosu. 5.",
          "text2026": "Joz. 5 ."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gilgal toe: Waar Ik, volgens mijne beloften, u, niettegenstaande uw veelvoudige ondankbaarheid, droogvoets door de Jordaan geleid en in het beloofde land gebracht hebbende, mijn verbond als opnieuw met u bevestigd heb door de besnijdenis. Zie Joz. 3 en Joz. 5:2 . Jozua 5:2 : Te dier tijd sprak de HEERE tot Jozua: Maak u stenen messen, en besnijd wederom de kinderen Israëls ten tweeden maal.",
          "text1637": "Daer ick, volgens mijne beloften, u, niet tegenstaende uwe veelvoudige ondanckbaerheyt, droogs voets door de Iordane geleydt ende in het beloofde lant gebracht hebbende, mijn verbont als van nieuws met u bevesticht hebbe, door de besnijdinge. Siet Iosu. cap. 3. ende 5.2, etc.",
          "text2026": "Gilgal toe: Waar Ik, volgens mijn beloften, u, niettegenstaande uw veelvoudige ondankbaarheid, droogvoets door de Jordaan geleid en in het beloofde land gebracht hebbende, mijn verbond als opnieuw met u bevestigd heb door de besnijdenis. Zie Joz. 3 en Joz. 5:2 . Jozua 5:2 : Te van die tijd sprak JAHWEH tot Jozua: Maak u stenen messen, en besnijd opnieuw de kinderen van Israël ten tweede maal."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "gerechtigheden des HEEREN kent: Dat is, de rechtvaardige daden, die de Heere voor u gedaan heeft tegen uwe vijanden, verlenende u die heerlijke overwinningen, van de koningen der Midianieten, idem Dihon en Og. Zie Num. 31:7 , 31:8 ; Deut. 2:33 , en Deut. 3:3 . Sommigen verstaan door de gerechtigheden des Heeren zijn grote getrouwheid in het houden zijner beloften, of zijn oneindige barmhartigheid. verg. Richt. 5:11 ; 1 Sam. 12:7 ; Dan. 9:16 , met de aantekening. Numeri 31:7 : En zij streden tegen de Midianieten, gelijk als de HEERE Mozes geboden had, en zij doodden al wat mannelijk was. Numeri 31:8 : Daartoe doodden zij boven hun verslagenen, de koningen der Midianieten, Evi, en Rekem, en Zur, en Hur, en Reba, vijf koningen der Midianieten; ook doodden zij met het zwaard Bileam, den zoon van Beor. Deuteronomium 2:33 : En de HEERE, onze God, gaf hem voor ons aangezicht; en wij sloegen hem, en zijn zonen, en al zijn volk. Deuteronomium 3:3 : En de HEERE, onze God, gaf ook Og, den koning van Bazan, en al zijn volk, in onze hand, zodat wij hem sloegen, totdat wij hem niemand lieten overblijven. Richteren 5:11 : Van het gedruis der schutters, tussen de plaatsen, waar men water schept, spreekt aldaar te zamen van de gerechtigheid des HEEREN, van de gerechtigheden, bewezen aan zijn dorpen in Israël; toen ging des HEEREN volk af tot de poorten. 1 Samuël 12:7 : En nu, stelt u hier, dat ik met ulieden rechte, voor het aangezicht des HEEREN, over al de gerechtigheden des HEEREN, die Hij aan u en aan uw vaderen gedaan heeft. Daniël 9:16 : O Heere! naar al Uw gerechtigheden, laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid afgekeerd worden van Uw stad Jeruzalem, Uw heiligen berg; want om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden, zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen, die rondom ons zijn.",
          "text1637": "D. de rechtveerdige daden, die de Heere voor u gedaen heeft tegen uwe vyanden, verleenende u die heerlicke victorien, van de Coningen der Midianiten, item Sihon ende Og. Siet Num. 31.7, 8. Deut. 2.33. ende 3.3. Sommige verstaen door de gerechticheden des Heeren, sijne groote getrouwicheyt in ’t houden sijner beloften, ofte, sijne oneyndelicke barmherticheyt, Vergel. Iudic. 5.11. ende 1.Sam. 12.7. Dan. 9.16. met d’aent.",
          "text2026": "gerechtigheden van JAHWEH kent: Dat is, de rechtvaardige daden, die de Heer voor u gedaan heeft tegen uw vijanden, verlenende u die heerlijke overwinningen, van de koningen van de Midianieten, idem Dihon en Og. Zie Num. 31:7 , 31:8 ; Deut. 2:33 , en Deut. 3:3 . Sommigen verstaan door de gerechtigheden van de Heern zijn grote getrouwheid in het houden zijn beloften, of zijn oneindige barmhartigheid. verg. Richt. 5:11 ; 1 Sam. 12:7 ; Dan. 9:16 , met de aantekening. Numeri 31:7 : En zij streden tegen de Midianieten, gelijk als JAHWEH Mozes geboden had, en zij doodden al wat mannelijk was. Numeri 31:8 : Daartoe doodden zij boven hun verslagenen, de koningen van de Midianieten, Evi, en Rekem, en Zur, en Hur, en Reba, vijf koningen van de Midianieten; ook doodden zij met het zwaard Bileam, de zoon van Beor. Deuteronomium 2:33 : En JAHWEH, onze God, gaf hem voor ons aangezicht; en wij sloegen hem, en zijn zonen, en al zijn volk. Deuteronomium 3:3 : En JAHWEH, onze God, gaf ook Og, de koning van Bazan, en al zijn volk, in onze hand, zodat wij hem sloegen, totdat wij hem niemand lieten overblijven. Richteren 5:11 : Van het gedruis van de schutters, tussen de plaatsen, waar men water schept, spreekt daar te zamen van de gerechtigheid van JAHWEH, van de gerechtigheden, bewezen aan zijn dorpen in Israël; toen ging van JAHWEH volk af tot de poorten. 1 Samuël 12:7 : En nu, stelt u hier, dat ik met u rechte, voor het aangezicht van JAHWEH, over al de gerechtigheden van JAHWEH, die Hij aan u en aan uw vaderen gedaan heeft. Daniël 9:16 : O Heer! naar al Uw gerechtigheden, laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid afgekeerd worden van Uw stad Jeruzalem, Uw heilige berg; want om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden, zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen, die rondom ons zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַמִּ֗/י",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "זְכָר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "נָא֙",
          "strongs": "H4994",
          "morph": "HTe"
        },
        {
          "woord": "מַה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "יָּעַ֗ץ",
          "strongs": "H3289",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "בָּלָק֙",
          "strongs": "H1111",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֶ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מוֹאָ֔ב",
          "strongs": "H4124",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מֶה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HC/Ti"
        },
        {
          "woord": "עָנָ֥ה",
          "strongs": "H6030",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֹת֖/וֹ",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בִּלְעָ֣ם",
          "strongs": "H1109",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בֶּן",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בְּע֑וֹר",
          "strongs": "H1160",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/שִּׁטִּים֙",
          "strongs": "H7851",
          "morph": "HTd/Np"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/גִּלְגָּ֔ל",
          "strongs": "H1537",
          "morph": "HTd/Np"
        },
        {
          "woord": "לְמַ֕עַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "דַּ֖עַת",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "צִדְק֥וֹת",
          "strongs": "H6666",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Mijn volk! gedenk toch wat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Balak, de koning van Moab,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> beraadslaagde, en wat hem Bileam, de zoon van Beor, antwoordde; en wat gebeurd is van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Sittim af tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Gilgal toe, opdat u de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> gerechtigheden van JAHWEH kent.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Mijn volk! gedenk toch wat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Balak, de koning van Moab,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> beraadslaagde, en wat hem Bileam, de zoon van Beor, antwoordde; en wat geschied is van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Sittim af tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Gilgal toe, opdat gij de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> gerechtigheden des HEEREN kent.",
      "text1637_html": "Mijn volck, gedenckt doch wat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Balak, de Coninck van Moab, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> beraetslaechde, ende wat hem Bileam, de sone Beors, antwoordde: [ende wat geschiet zy] van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Sittim aen tot <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Gilgal toe; op dat ghy de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> gerechticheden des HEEREN kennet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geschied",
          "new": "gebeurd",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Waarmede zal ik den HEERE tegenkomen, en mij bukken voor den hogen God? Zal ik Hem tegenkomen met brandofferen, met eenjarige kalveren?",
      "text1637": "[13] Waer mede sal ick den HEERE [14] tegen komen, [ende] my bucken voor den [15] hoogen Godt? sal ick hem tegen komen met brand-offeren? met [16] een-jarige kalveren?",
      "text2026": "Waarmee zal ik JAHWEH tegenkomen, en mij bukken voor de hoge God? Zal ik Hem tegenkomen met brandoffers, met eenjarige kalveren?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Waarmede zal ik den HEERE: Hier wordt het volk ingevoerd, als antwoordende op de voorgaande woorden van den profeet, en vragende wat zij dan zouden moeten doen, dat God behagen mocht.",
          "text1637": "Hier wort het volck ingevoert, als antwoordende op de voorgaende woorden des Propheten, ende vragende, watse dan souden moeten doen, dat Godt behagen mochte.",
          "text2026": "Waarmee zal ik JAHWEH: Hier wordt het volk ingevoerd, als antwoordende op de voorgaande woorden van de profeet, en vragende wat zij dan zouden moeten doen, dat God behagen mocht."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, bejegenen, tegemoet gaan. Alzo wordt het Hebr. woord genoemn, Deut. 23:4 ; Neh. 13:2 , enz.; of voorkomen, dat is, zijn toorn en straf ontgaan. Deuteronomium 23:4 : Ter oorzake dat zij ulieden op den weg niet tegengekomen zijn met brood en met water, als gij uit Egypte uittoogt; en omdat hij tegen u gehuurd heeft Bileam, den zoon van Beor, van Pethor uit Mesopotamië, om u te vloeken. Nehemia 13:2 : Omdat zij den kinderen Israëls niet waren tegengekomen met brood en met water, ja, Bileam tegen hen gehuurd hadden, om hen te vloeken, hoewel onze God den vloek omkeerde in een zegen.",
          "text1637": "D. bejegenen, te gemoete gaen. Alsoo wort het hebr. woort genomen Deut. 23.4. Nehem. 13.2, etc. ofte, voorkomen, D. sijn toorn ende straffe ontgaen.",
          "text2026": "Dat is, bejegenen, tegemoet gaan. Zo wordt het Hebr. woord genoemn, Deut. 23:4 ; Neh. 13:2 , enz.; of voorkomen, dat is, zijn toorn en straf ontgaan. Deuteronomium 23:4 : Ter oorzake dat zij u op de weg niet tegengekomen zijn met brood en met water, als u uit Egypte uittrokt; en omdat hij tegen u gehuurd heeft Bileam, de zoon van Beor, van Pethor uit Mesopotamië, om u te vloeken. Nehemia 13:2 : Omdat zij de kinderen van Israël niet waren tegengekomen met brood en met water, ja, Bileam tegen hen gehuurd hadden, om hen te vloeken, hoewel onze God de vloek omkeerde in een zegen."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hogen God: Hebr. den God der hoogheid.",
          "text1637": "Hebr. den Godt der hoocheyt.",
          "text2026": "hogen God: Hebr. de God van de hoogheid."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "eenjarige kalveren: Hebr. zonen, of kinderen van een jaar.",
          "text1637": "Hebr. sonen, ofte, kinderen eenes jaers.",
          "text2026": "eenjarige kalveren: Hebr. zonen, of kinderen van een jaar."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בַּ/מָּה֙",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HR/Ti"
        },
        {
          "woord": "אֲקַדֵּ֣ם",
          "strongs": "H6923",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֔ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אִכַּ֖ף",
          "strongs": "H3721",
          "morph": "HVNi1cs"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אלֹהֵ֣י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "מָר֑וֹם",
          "strongs": "H4791",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/אֲקַדְּמֶ֣/נּוּ",
          "strongs": "H6923",
          "morph": "HTi/Vpi1cs/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְ/עוֹל֔וֹת",
          "strongs": "H5930",
          "morph": "HR/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/עֲגָלִ֖ים",
          "strongs": "H5695",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵ֥י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "שָׁנָֽה",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Waarmee zal ik JAHWEH tegenkomen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> en mij bukken voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hoge God? Zal ik Hem tegenkomen met brandoffers, met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> eenjarige kalveren?</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Waarmede zal ik den HEERE<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> tegenkomen, en mij bukken voor den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hogen God? Zal ik Hem tegenkomen met brandofferen, met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> eenjarige kalveren?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Waer mede sal ick den HEERE <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> tegen komen, [ende] my bucken voor den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hoogen Godt? sal ick hem tegen komen met brand-offeren? met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> een-jarige kalveren?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Waarmede",
          "new": "Waarmee",
          "principe": "V479"
        },
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den hogen",
          "new": "de hoge",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "brandofferen,",
          "new": "brandoffers,",
          "principe": "V1173"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Zou de HEERE een welgevallen hebben aan duizenden van rammen, aan tien duizenden van oliebeken? Zal ik mijn eerstgeborene geven voor mijn overtreding, de vrucht mijns buiks voor de zonde mijner ziel?",
      "text1637": "[17] Soude de HEERE een welgevallen hebben aen duysenden van rammen? aen tien duysenden van oly-beken? [18] Sal ick mijnen eerst-geborenen geven [voor] mijne overtredinge? de vrucht mijns buycks [voor] de sonde mijner ziele?",
      "text2026": "Zou JAHWEH een welgevallen hebben aan duizenden van rammen, aan tien duizenden van oliebeken? Zal ik mijn eerstgeborene geven voor mijn overtreding, de vrucht van mijn buik voor de zonde van mijn ziel?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zou de HEERE een welgevallen hebben aan duizenden van rammen: Dit kan men nemen als het antwoord van den profeet op de voorgaande vraag van het volk, waarop hij met deze manier van vragen wel uitdrukkelijk ontkent dat het met het uiterlijk offeren zou te doen zijn, al deden zij dat nog zoveel.",
          "text1637": "Dit kanmen nemen als d’antwoorde des Propheten op de voorgaende vrage des volcks, waer op hy met dese maniere van vragen wel uytdruckelick ontkent, dat het met het uytterlick offeren soude te doen zijn, al dedense dat noch soo veel.",
          "text2026": "Zou JAHWEH een welgevallen hebben aan duizenden van rammen: Dit kan men nemen als het antwoord van de profeet op de voorgaande vraag van het volk, waarop hij met deze manier van vragen wel uitdrukkelijk ontkent dat het met het uiterlijk offeren zou te doen zijn, al deden zij dat nog zoveel."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zal ik mijn eerstgeborene geven voor mijn overtreding: Tegenbewijs des volks, alsof zij zeiden: Is het met beesten te offeren niet te doen, zullen wij dan mensen, ja onze eerstgeboren zonen, offeren? Zouden wij daarmede den vrede met God kunnene maken? Gelijk zij gewoon waren hunne kinderen, op zijn heidens, den afgoden te offeren; zie Lev. 18:21 ; 2 Kon. 23:10 ; Jer. 7:31 , en Jer. 19:5 , 19:6 ; Ezech. 16:20 , 16:21 , en Ezech. 23:39 met de aantekening. Aldus drukt de profeet zeer levendig uit met hoedanige gedachten zij zwanger gingen, en waarin zij [als huichelaars] den waren godsdienst en bekering stelden. Leviticus 18:21 : En van uw zaad zult gij niet geven, om voor den Molech door het vuur te doen gaan; en den Naam uws Gods zult gij niet ontheiligen; Ik ben de HEERE! 2 Koningen 23:10 : Hij verontreinigde ook Thofeth, dat in het dal der kinderen van Hinnom is, opdat niemand zijn zoon of zijn dochter voor den Molech door het vuur deed gaan. Jeremia 7:31 : En zij hebben gebouwd de hoogten van Tofeth, dat in het dal des zoons van Hinnom is, om hun zonen en hun dochteren met vuur te verbranden; hetwelk Ik niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen. Jeremia 19:5 : Want zij hebben de hoogten van Baäl gebouwd, om hun zonen met vuur te verbranden, aan Baäl tot brandofferen; hetwelk Ik niet geboden, noch gesproken heb, noch in Mijn hart is opgekomen? Jeremia 19:6 : Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat deze plaats niet meer zal genoemd worden het Tofeth, of dal des zoons van Hinnom, maar Moorddal. Ezechiël 16:20 : Verder hebt gij uw zonen en uw dochteren, die gij Mij gebaard hadt, genomen, en hebt ze denzelven geofferd om te verteren; is het wat kleins van uw hoererijen, Ezechiël 16:21 : Dat gij Mijn kinderen geslacht hebt, en hebt ze overgegeven, als gij dezelve voor hen door het vuur hebt doen gaan? Ezechiël 23:39 : Want als zij hun kinderen hun drekgoden geslacht hadden, zo kwamen zij op dienzelven dag in Mijn heiligdom, om dat te ontheiligen; en ziet, alzo hebben zij gedaan in het midden van Mijn huis.",
          "text1637": "Instantie des volcks, als ofse seyden: ist met beesten te offeren niet te doen, sullen wy dan menschen, ja onse eerstgeborene sonen, offeren? souden wy daermede den peys met Godt konnen maken? gelijck sy gewoon waren hare kinderen, op sijn heydensch, den Afgoden te offeren. Siet Levit. 18.21. 2.Reg. 23.10. Ier. 7.13. ende 19.5, 6. Ezech. 16.20, 21. ende 23.39. met d’aenteeck. Aldus druckt de Propheet seer levendich uyt, met hoedanige gedachten sy swanger gingen, ende waer in sy (als huychelaers) den waren Godts-dienst ende bekeeringe stelden.",
          "text2026": "Zal ik mijn eerstgeborene geven voor mijn overtreding: Tegenbewijs van het volk, alsof zij zeiden: Is het met beesten te offeren niet te doen, zullen wij dan mensen, ja onze eerstgeboren zonen, offeren? Zouden wij daarmee de vrede met God kunnene maken? Gelijk zij gewoon waren hun kinderen, op zijn heidens, de afgoden te offeren; zie Lev. 18:21 ; 2 Kon. 23:10 ; Jer. 7:31 , en Jer. 19:5 , 19:6 ; Ez. 16:20 , 16:21 , en Ez. 23:39 met de aantekening. Aldus drukt de profeet zeer levendig uit met hoedanige gedachten zij zwanger gingen, en waarin zij [als huichelaars] de waren godsdienst en bekering stelden. Leviticus 18:21 : En van uw zaad zult u niet geven, om voor de Molech door het vuur te doen gaan; en de Naam uws Gods zult u niet ontheiligen; Ik ben JAHWEH! 2 Koningen 23:10 : Hij verontreinigde ook Thofeth, dat in het dal van de kinderen van Hinnom is, opdat niemand zijn zoon of zijn dochter voor de Molech door het vuur deed gaan. Jeremia 7:31 : En zij hebben gebouwd de hoogten van Tofeth, dat in het dal van de zoon van Hinnom is, om hun zonen en hun dochters met vuur te verbranden; dat Ik niet heb geboden, noch in Mijn hart is opgekomen. Jeremia 19:5 : Want zij hebben de hoogten van Baäl gebouwd, om hun zonen met vuur te verbranden, aan Baäl tot brandofferen; dat Ik niet geboden, noch gesproken heb, noch in Mijn hart is opgekomen? Jeremia 19:6 : Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt JAHWEH, dat deze plaats niet meer zal genoemd worden het Tofeth, of dal van de zoon van Hinnom, maar Moorddal. Ezechiël 16:20 : Verder hebt u uw zonen en uw dochters, die u Mij gebaard hadt, genomen, en hebt ze dezelfde geofferd om te verteren; is het wat kleins van uw hoererijen, Ezechiël 16:21 : Dat u Mijn kinderen geslacht hebt, en hebt ze overgegeven, als u dezelfde voor hen door het vuur hebt doen gaan? Ezechiël 23:39 : Want als zij hun kinderen hun drekgoden geslacht hadden, zo kwamen zij op dienzelven dag in Mijn heiligdom, om dat te ontheiligen; en ziet, zo hebben zij gedaan in het midden van Mijn huis."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הֲ/יִרְצֶ֤ה",
          "strongs": "H7521",
          "morph": "HTi/Vqi3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָה֙",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אַלְפֵ֣י",
          "strongs": "H505",
          "morph": "HR/Acbpc"
        },
        {
          "woord": "אֵילִ֔ים",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/רִֽבְב֖וֹת",
          "strongs": "H7233",
          "morph": "HR/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "נַֽחֲלֵי",
          "strongs": "H5158",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֑מֶן",
          "strongs": "H8081",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/אֶתֵּ֤ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HTi/Vqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּכוֹרִ/י֙",
          "strongs": "H1060",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "פִּשְׁעִ֔/י",
          "strongs": "H6588",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "פְּרִ֥י",
          "strongs": "H6529",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בִטְנִ֖/י",
          "strongs": "H990",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "חַטַּ֥את",
          "strongs": "H2403",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִֽׁ/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup><span class=\"direct-speech\"><i> Zou JAHWEH een welgevallen hebben aan duizenden van rammen, aan tien duizenden van oliebeken?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Zal ik mijn eerstgeborene geven voor mijn overtreding, de vrucht van mijn buik voor de zonde van mijn ziel?</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Zou de HEERE een welgevallen hebben aan duizenden van rammen, aan tien duizenden van oliebeken?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Zal ik mijn eerstgeborene geven voor mijn overtreding, de vrucht mijns buiks voor de zonde mijner ziel?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Soude de HEERE een welgevallen hebben aen duysenden van rammen? aen tien duysenden van oly-beken? <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Sal ick mijnen eerst-geborenen geven [voor] mijne overtredinge? de vrucht mijns buycks [voor] de sonde mijner ziele?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "mijns buiks",
          "new": "van mijn buik",
          "principe": "V213"
        },
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Hij heeft u bekend gemaakt, o mens! wat goed is; en wat eist de HEERE van u, dan recht te doen, en weldadigheid lief te hebben, en ootmoediglijk te wandelen met uw God?",
      "text1637": "[19] Hy heeft u [20] bekent gemaeckt, ô mensche, wat goet is: ende wat [f] eyscht de HEERE van u, als [21] recht te doen, ende weldadicheyt lief te hebben, ende [22] ootmoedichlick te wandelen [23] met uwen Godt?",
      "text2026": "Hij heeft u bekend gemaakt, o mens! wat goed is; en wat eist JAHWEH van u, dan recht te doen, en goedertierenheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Namelijk den Heere.",
          "text1637": "N. de Heere.",
          "text2026": "Namelijk de Heer."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "bekend gemaakt, o mens: Door zijn woord; zodat gij gene ontwetendheid kunt voorwenden, en evenwel doet gij regelrecht daartegen, [gelijk hun in het volgende verweten wordt] en dan wilt gij u nog wijsmaken dat God met uw offeren moet tevreden zijn, alsof er dan niets aan schortte en niets anders van u te eisen zij.",
          "text1637": "Door sijn woort: so dat ghy geene onwetenheyt en kont voorwenden, ende evenwel doet ghy regel-recht daer tegen, (als haer in’t volgende verweten wort) ende dan wilt ghy u noch wijsmaken, dat Godt met u offeren moet te vreden zijn, als ofter dan niets aen en schorte, ende niet anders van u te eyschen zy.",
          "text2026": "bekend gemaakt, o mens: Door zijn woord; zodat u gene ontwetendheid kunt voorwenden, en evenwel doet u regelrecht daartegen, [gelijk hun in het volgende verweten wordt] en dan wilt u u nog wijsmaken dat God met uw offeren moet tevreden zijn, alsof er dan niets aan schortte en niets anders van u te eisen zij."
        },
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Deut. 10:12 . Deuteronomium 10:12 : Nu dan, Israël! wat eist de HEERE, uw God van u dan den HEERE, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te wandelen, en Hem lief te hebben, en den HEERE, uw God, te dienen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel;",
          "text1637": "Deut. 10.12.",
          "text2026": "Deut. 10:12 . Deuteronomium 10:12 : Nu dan, Israël! wat eist JAHWEH, uw God van u dan JAHWEH, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te wandelen, en Hem lief te hebben, en JAHWEH, uw God, te dienen, met uw gehele hart en met uw gehele ziel;"
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "recht te doen: Of, gericht. Zie Gen. 18:19 ; 1 Kon. 10:9 ; Jer. 4:2 met de aantekening. Deze eis Gods was zo klaar en overvloedig in zijn Woord uitgedrukt, dat zij, het tegendeel doende [gelijk zij deden] zonder alle onschuld waren. Genesis 18:19 : Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen, en zij den weg des HEEREN houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat de HEERE over Abraham brenge, hetgeen Hij over hem gesproken heeft. 1 Koningen 10:9 : Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u heeft gehad, om u op den troon van Israël te zetten! Omdat de HEERE Israël in eeuwigheid bemint, daarom heeft Hij u tot koning gesteld, om recht en gerechtigheid te doen. Jeremia 4:2 : Maar zweer: Zo waarachtig als de HEERE leeft! in waarheid, in recht en in gerechtigheid; zo zullen zich de heidenen in Hem zegenen, en zich in Hem beroemen.",
          "text1637": "Ofte, gerichte. siet Genes. 18.19. 1.Reg. 10.9. Ierem. 4.2. met d’aenteeck. Desen eysch Godes was soo klaer ende overvloedich in sijn woort uytgedruckt, dat sy, contrarie doende (gelijck sy deden) sonder alle onschult waren.",
          "text2026": "recht te doen: Of, gericht. Zie Gen. 18:19 ; 1 Kon. 10:9 ; Jer. 4:2 met de aantekening. Deze eis Gods was zo klaar en overvloedig in zijn Woord uitgedrukt, dat zij, het tegendeel doende [gelijk zij deden] zonder alle onschuld waren. Genesis 18:19 : Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zou bevelen, en zij de weg van JAHWEH houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat JAHWEH over Abraham brenge, wat Hij over hem gesproken heeft. 1 Koningen 10:9 : Geloofd zij JAHWEH, uw God, Die behagen in u heeft gehad, om u op de troon van Israël te zetten! Omdat JAHWEH Israël in eeuwigheid bemint, daarom heeft Hij u tot koning gesteld, om recht en gerechtigheid te doen. Jeremia 4:2 : Maar zweer: Zo waarachtig als JAHWEH leeft! in waarheid, in recht en in gerechtigheid; zo zullen zich de heidenen in Hem zegenen, en zich in Hem beroemen."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "ootmoediglijk te wandelen: Hebr. ootmoedig zijn wandelen, of zich verootmoedigen [met wandelen, of wandelende. Zie van zulke samenvoeging van twee woorden Ps. 45:5 . Psalmen 45:5 : En rijd voorspoediglijk in Uw heerlijkheid, op het woord der waarheid en rechtvaardige zachtmoedigheid; en Uw rechterhand zal U vreselijke dingen leren.",
          "text1637": "Hebr. ootmoedich zijn wandelen, ofte, sich verootmoedigen [met] wandelen, ofte, wandelende. Siet van sulcke t’samenvoeginge van twee woorden. Psal. 45. op vers 5.",
          "text2026": "ootmoediglijk te wandelen: Hebr. ootmoedig zijn wandelen, of zich verootmoedigen [met wandelen, of wandelende. Zie van zulke samenvoeging van twee woorden Ps. 45:5 . Psalmen 45:5 : En rijd voorspoediglijk in Uw heerlijkheid, op het woord van de waarheid en rechtvaardige zachtmoedigheid; en Uw rechterhand zal U vreselijke dingen leren."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met uw God: Zie Gen. 5:22 . Genesis 5:22 : En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach gewonnen had, driehonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.",
          "text1637": "Siet Genes. 5. op vers 22.",
          "text2026": "met uw God: Zie Gen. 5:22 . Genesis 5:22 : En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach gewonnen had, driehonderd jaren; en hij verwekte zonen en dochters."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הִגִּ֥יד",
          "strongs": "H5046",
          "morph": "HVhp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֛",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֖ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מַה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "טּ֑וֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מָֽה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HC/Ti"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֞ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "דּוֹרֵ֣שׁ",
          "strongs": "H1875",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "מִמְּ/ךָ֗",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "עֲשׂ֤וֹת",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁפָּט֙",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַ֣הֲבַת",
          "strongs": "H160",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "חֶ֔סֶד",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַצְנֵ֥עַ",
          "strongs": "H6800",
          "morph": "HC/Vha"
        },
        {
          "woord": "לֶ֖כֶת",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "עִם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֶֽי/ךָ",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Hij heeft u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> bekend gemaakt, o mens! wat goed is; en wat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> eist JAHWEH van u, dan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> recht te doen, en goedertierenheid lief te hebben, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> ootmoedig te wandelen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> met uw God?</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Hij heeft u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> bekend gemaakt, o mens! wat goed is; en wat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> eist de HEERE van u, dan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> recht te doen, en weldadigheid lief te hebben, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> ootmoediglijk te wandelen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> met uw God?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Hy heeft u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> bekent gemaeckt, ô mensche, wat goet is: ende wat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> eyscht de HEERE van u, als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> recht te doen, ende weldadicheyt lief te hebben, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> ootmoedichlick te wandelen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> met uwen Godt?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "weldadigheid",
          "new": "goedertierenheid",
          "principe": "V937"
        },
        {
          "old": "ootmoediglijk",
          "new": "ootmoedig",
          "principe": "V180"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "De stem des HEEREN roept tot de stad (want Uw Naam ziet het wezen): Hoort de roede, en wie ze besteld heeft!",
      "text1637": "De [24] stemme des HEEREN roept tot de [25] Stadt, (want uwen [26] Naem siet [27] het wesen:) Hoort de [28] roede, ende [29] wiese bestelt heeft.",
      "text2026": "De stem van JAHWEH roept tot de stad (want Uw Naam ziet het wezen): Hoor de roede, en wie ze besteld heeft!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "stem des HEEREN roept: Alsof de profeet zeide: Dat gij nu geheel anders doet dan gij wel weet dat God van u eist, en dat gij daarmede zijne straffen verdient en veroorzaakt, zulks wordt dagelijks door zijne profeten, en nu door mij, gepredikt en openlijk aangezegd.",
          "text1637": "Als of de Propheet seyde: dat ghy nu geheel anders doet, als ghy wel weet dat Godt van u eyscht, ende dat ghy daermede sijne straffen verdient ende veroorsaeckt, sulcks wort u dagelicx door sijne Propheten, ende nu door my, gepredickt, ende opentlick aengeseyt.",
          "text2026": "stem van JAHWEH roept: Alsof de profeet zei: Dat u nu geheel anders doet dan u wel weet dat God van u eist, en dat u daarmee zijn straffen verdient en veroorzaakt, zulks wordt dagelijks door zijn profeten, en nu door mij, gepredikt en openlijk aangezegd."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Jeruzalem: sommigen duiden het op Samaria uit vers 16 , of op beide deze hoofdsteden. Micha 6:16 : Want de inzettingen van Omri worden onderhouden, en het ganse werk van het huis van Achab; en gij wandelt in derzelver raadslagen; opdat Ik u stelle tot verwoesting, en haar inwoners tot aanfluiting; alzo zult gij de smaadheid Mijns volks dragen.",
          "text1637": "Ierusalem: sommige duyden ’t op Samaria, uyt vers 16. ofte, op beyde dese hooftsteden.",
          "text2026": "Jeruzalem: sommigen duiden het op Samaria uit vers 16 , of op beide deze hoofdsteden. Micha 6:16 : Want de inzettingen van Omri worden onderhouden, en het gehele werk van het huis van Achab; en u wandelt in derzelver raadslagen; opdat Ik u stelle tot verwoesting, en haar inwoners tot aanfluiting; zo zult u de smaadheid Mijns volks dragen."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Naam ziet: Dat is, Gij zelf, o Heere, [vol van heerlijkheid en majesteit] weet alles. Zie Deut. 28:58 . Deuteronomium 28:58 : Indien gij niet zult waarnemen te doen al de woorden dezer wet, die in dit boek geschreven zijn, om te vrezen dezen heerlijken en vreselijken Naam, den HEERE, uw God;",
          "text1637": "D. ghy selfs, ô Heere, (vol van heerlickheyt ende Maejesteyt) weet alles. Siet Deut. 28. op vers 58.",
          "text2026": "Naam ziet: Dat is, U zelf, o Heer, [vol van heerlijkheid en majesteit] weet alles. Zie Deut. 28:58 . Deuteronomium 28:58 : Als u niet zult waarnemen te doen al de woorden van deze wet, die in dit boek geschreven zijn, om te vrezen deze heerlijken en vreselijken Naam, JAHWEH, uw God;"
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het wezen): Of, water is, dat is alle ding; of wat er omgaat, hoe het er gesteld is. Anders: ziet naar de wijsheid [die in de ware bekering bestaat]. Anders: de wijsheid [dat is een wijs man] zal uwen naam zien; dat is, zal merken dat Gij het zijt, dat het uwe woorden en werken zijn, en zich daarnaar regelen. Zie van het Hebr. woord Job 5:12 . Job 5:12 : Hij maakt te niet de gedachten der arglistigen; dat hun handen niet een ding uitrichten.",
          "text1637": "Ofte, watter is. D. alle dinck: ofte, watter omgaet, hoe’t ter gestelt is, And. siet nae de wijsheyt. (die in de ware bekeeringe bestaet.) And. de wijsheyt (D. een wijs man) sal uwen name sien. D. sal mercken dat ghy ’t zijt, dat het uwe woorden ende wercken zijn, ende sich daer nae reguleren. Siet van ’t Hebr. woort Iob 5. op vers 12.",
          "text2026": "het wezen): Of, water is, dat is alle ding; of wat er omgaat, hoe het er gesteld is. Anders: ziet naar de wijsheid [die in de ware bekering bestaat]. Anders: de wijsheid [dat is een wijs man] zal uw naam zien; dat is, zal merken dat U het bent, dat het uw woorden en werken zijn, en zich daarnaar regelen. Zie van het Hebr. woord Job 5:12 . Job 5:12 : Hij maakt te niet de gedachten van de arglistigen; dat hun handen niet een ding uitrichten."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de profetie van Gods roede, dat is, straffen en plagen. Zie Job 9:34 ; Jes. 10:5 ; Klaagl. 3:1 met de aantekening. Job 9:34 : Dat Hij van op mij Zijn roede wegdoe, en dat Zijn verschrikking mij niet verbaasd make; Jesaja 10:5 : Wee den Assyriër, die de roede Mijns toorns is, en Mijn grimmigheid is een stok in hun hand! Klaagliederen 3:1 : Aleph. Ik ben de man, die ellende gezien heeft door de roede Zijner verbolgenheid.",
          "text1637": "D. de prophetie van Godts roede, D. straffen ende plagen. Siet Iob 9.34. Iesa. 10.5. Thren. 3.7. met d’aenteeck.",
          "text2026": "Dat is, de profetie van Gods roede, dat is, straffen en plagen. Zie Job 9:34 ; Jes. 10:5 ; Klaagl. 3:1 met de aantekening. Job 9:34 : Dat Hij van op mij Zijn roede wegdoe, en dat Zijn verschrikking mij niet verbaasd make; Jesaja 10:5 : Wee de Assyriër, die de roede Mijns toorns is, en Mijn grimmigheid is een stok in hun hand! Klaagliederen 3:1 : Aleph. Ik ben de man, die ellende gezien heeft door de roede Zijn toorn."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "wie ze besteld heeft: Dat is, dien die deze roede, of dat [kwaad] verordineerd, plaats en tijd bestemd heeft. Of, vragenderwijze: Wie heeft ze besteld? Te weten, anders dan God. Zie gelijke woorden van het zwaard des Heeren, Jer. 47:7 , en verg. Jes. 30:32 met de aantekening. Jeremia 47:7 : Hoe zoudt gij stil houden? De HEERE heeft toch aan het zwaard bevel gegeven; tegen Askelon en tegen de zeehaven, aldaar heeft Hij het besteld. Jesaja 30:32 : En alwaar die gegrondveste staf doorgegaan zal zijn (op welken de HEERE dien zal hebben doen rusten), daar zal men met trommelen en harpen zijn; want met bewegende bestrijdingen zal Hij tegen hen strijden.",
          "text1637": "D. dien die dese roede, ofte, dat [quaet] verordineert. plaetse ende tijt bestemt heeft: ofte, vraegswijse: wie heeftse bestelt? T.w. anders als Godt. siet gelijcke woorden van het sweert des Heeren, Ier. 47.7. ende vergel. Iesa. 30.32. met d’aenteeck.",
          "text2026": "wie ze besteld heeft: Dat is, die die deze roede, of dat [kwaad] verordineerd, plaats en tijd bestemd heeft. Of, vragenderwijze: Wie heeft ze besteld? Te weten, anders dan God. Zie gelijke woorden van het zwaard van de Heern, Jer. 47:7 , en verg. Jes. 30:32 met de aantekening. Jeremia 47:7 : Hoe zoudt u stil houden? JAHWEH heeft toch aan het zwaard bevel gegeven; tegen Askelon en tegen de zeehaven, daar heeft Hij het besteld. Jesaja 30:32 : En alwaar die gegrondveste staf doorgegaan zal zijn (op welke JAHWEH die zal hebben doen rusten), daar zal men met trommelen en harpen zijn; want met bewegende bestrijdingen zal Hij tegen hen strijden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ק֤וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָה֙",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לָ/עִ֣יר",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "יִקְרָ֔א",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/תוּשִׁיָּ֖ה",
          "strongs": "H8454",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "יִרְאֶ֣ה",
          "strongs": "H3372",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "שְׁמֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "שִׁמְע֥וּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "מַטֶּ֖ה",
          "strongs": "H4294",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ֥י",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HC/Ti"
        },
        {
          "woord": "יְעָדָֽ/הּ",
          "strongs": "H3259",
          "morph": "HVqp3ms/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> stem van JAHWEH roept tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> stad (want Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Naam ziet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> het wezen): Hoor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> roede, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> wie ze besteld heeft!</i></span>",
      "textSV1888_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> stem des HEEREN roept tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> stad (want Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Naam ziet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> het wezen): Hoort de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> roede, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> wie ze besteld heeft!",
      "text1637_html": "De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> stemme des HEEREN roept tot de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Stadt, (want uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Naem siet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> het wesen:) Hoort de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> roede, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> wiese bestelt heeft.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "Hoort",
          "new": "Hoor",
          "principe": "V1158"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Zijn er niet nog, in eens ieders goddelozen huis, schatten der goddeloosheid en een schaarse efa, dat te verfoeien is?",
      "text1637": "[30] Zijnder [niet] noch [in] eens yeders [31] godtloosen huys, schatten der [32] godtloosheyt? ende een [33] schaers [34] Epha, dat [35] te verfoeyen is?",
      "text2026": "Zijn er niet nog, in het huis van iedere goddeloze, schatten van de goddeloosheid en een schaarse efa, dat te verafschuwen is?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zijn er niet nog: Of, [heeft niet] nog een ieder een goddeloos huis? [of een huis eens goddelozen? ] [en] schatten der goddeloosheid? of, [met sommigen] aldus: Zijne r niet nog, in het huis der goddelozen, schatten der goddeloosheid? maar het schijnt dat de profeet ziet op de algemeenheid der boosheid, dat een ieder foorgaans met onrechtvaardigheid omging. Verg. Micha 7:2 , 7:3 , enz. Doch het Hebr. woord, [zoals het hier in den Hebr. tekst staat] kan ook genomen worden voor is, of zijn. Zie dergelijke 2 Sam. 14:19 , in de aantekening, waaruit deze verscheidenheid ontstaat. Micha 7:2 : De goedertierene is vergaan uit het land, en er is niemand oprecht onder de mensen; zij loeren altemaal op bloed, zij jagen, een iegelijk zijn broeder, met een jachtgaren. Micha 7:3 : Om met beide handen wel dapper kwaad te doen, zo eist de vorst, en de rechter oordeelt om vergelding; en de grote spreekt de verderving zijner ziel, en zij draaien ze dicht ineen. 2 Samuël 14:19 : En de koning zeide: Is Joabs hand met u in dit alles? En de vrouw antwoordde en zeide: Zo waarachtig als uw ziel leeft, mijn heer koning, indien iemand ter rechter- of ter linkerhand zou kunnen afwijken van alles, wat mijn heer de koning gesproken heeft; want uw knecht Joab heeft het mij geboden, en die heeft al deze woorden in den mond uwer dienstmaagd gelegd;",
          "text1637": "Ofte, [heeft niet] noch een yeder een godtloos huys? (ofte, een huys eens godtloosen?) [ende] schatten der godtloosheyt, ofte, (met sommige) aldus: zijnder niet noch, in’t huys des godtloosen, schatten der godtloosheyt? maer ’t schijnt dat de Propheet siet op de gemeynheyt der boosheyt, dat een yeder doorgaens met onrechtveerdicheyt omginck. Vergel. ond. 7.2, 3, etc. doch het Hebr. woordeken, (soo alst hier in den Hebr. text staet) kan oock genomen worden, voor, is, ofte, zijn. siet diergelijcks. 2.Sam. 14.19. in d’aenteeck. waer uyt dese verscheydenheyt ontstaet.",
          "text2026": "Zijn er niet nog: Of, [heeft niet] nog een ieder een goddeloos huis? [of een huis eens goddelozen? ] [en] schatten van de goddeloosheid? of, [met sommigen] aldus: Zijn r niet nog, in het huis van de goddelozen, schatten van de goddeloosheid? maar het schijnt dat de profeet ziet op de algemeenheid van de boosheid, dat een ieder foorgaans met onrechtvaardigheid omging. Verg. Micha 7:2 , 7:3 , enz. Maar het Hebr. woord, [zoals het hier in de Hebr. tekst staat] kan ook genomen worden voor is, of zijn. Zie dergelijke 2 Sam. 14:19 , in de aantekening, waaruit deze verscheidenheid ontstaat. Micha 7:2 : De goedertierene is vergaan uit het land, en er is niemand oprecht onder de mensen; zij loeren allemaal op bloed, zij jagen, een iedereen zijn broer, met een jachtgaren. Micha 7:3 : Om met beide handen wel dapper kwaad te doen, zo eist de vorst, en de rechter oordeelt om vergelding; en de grote spreekt de verderving zijn ziel, en zij draaien ze dicht ineen. 2 Samuël 14:19 : En de koning zei: Is Joabs hand met u in dit alles? En de vrouw antwoordde en zei: Zo waarachtig als uw ziel leeft, mijn heer koning, als iemand ter rechter- of ter linkerhand zou kunnen afwijken van alles, wat mijn heer de koning gesproken heeft; want uw knecht Joab heeft het mij geboden, en die heeft al deze woorden in de mond uw dienstmaagd gelegd;"
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "goddelozen huis: Na zoveel goddelijke waarschuwingen en kastijdingen, is het nog evenwel overal vol van goddeloosheid en onrecht.",
          "text1637": "Na soo vele godtlicke waerschouwingen, ende castijdingen, ist noch evenwel over al vol van godtloosheyt ende onrecht.",
          "text2026": "goddelozen huis: Na zoveel goddelijke waarschuwingen en kastijdingen, is het nog evenwel overal vol van goddeloosheid en onrecht."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die met goddeloosheid, schenderij en onrecht verkregen zijn.",
          "text1637": "Die met godtloosheyt, schenderye ende onrecht verkregen zijn.",
          "text2026": "Die met goddeloosheid, schenderij en onrecht verkregen zijn."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, scherp, dat is, wat te klein is. Hebr. ene efa der magerheid.",
          "text1637": "Ofte, scherp. D. dat te kleyn is. Hebr. een Epha der magerheyt.",
          "text2026": "Of, scherp, dat is, wat te klein is. Hebr. een efa van de magerheid."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Exod. 16:36 , en Deut. 25:15 , 25:16 ; Ezech. 45:10 , 45:11 , enz. Exodus 16:36 : Een gomer nu is het tiende deel van een efa. Deuteronomium 25:15 : Gij zult een volkomen en gerechten weegsteen hebben; gij zult een volkomene en gerechte efa hebben; opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal. Deuteronomium 25:16 : Want al wie zulks doet, is den HEERE, uw God, een gruwel; ja, al wie onrecht doet. Ezechiël 45:10 : Een rechte waag, en een rechte efa, en een rechte bath zult gijlieden hebben. Ezechiël 45:11 : Een efa en een bath zullen van enerlei mate zijn, dat een bath het tiende deel van een homer houde; ook een efa het tiende deel van een homer; de mate daarvan zal zijn naar den homer.",
          "text1637": "Siet Exod. 16. op vers 36. ende Deut. 25. versen 15, 16. Ezech. 45.10, 11, etc.",
          "text2026": "Zie Ex. 16:36 , en Deut. 25:15 , 25:16 ; Ez. 45:10 , 45:11 , enz. Exodus 16:36 : Een gomer nu is het tiende deel van een efa. Deuteronomium 25:15 : U zult een volkomen en gerechten weegsteen hebben; u zult een volkomen en gerechte efa hebben; opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u JAHWEH, uw God, geven zal. Deuteronomium 25:16 : Want al wie zulks doet, is JAHWEH, uw God, een gruwel; ja, al wie onrecht doet. Ezechiël 45:10 : Een rechte waag, en een rechte efa, en een rechte bath zult u hebben. Ezechiël 45:11 : Een efa en een bath zullen van enerlei mate zijn, dat een bath het tiende deel van een homer houde; ook een efa het tiende deel van een homer; de mate daarvan zal zijn naar de homer."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "te verfoeien is: Of, verfoeid wordt, behoort verfoeid te worden.",
          "text1637": "Ofte, verfoeyt wort, behoort verfoeyt te worden.",
          "text2026": "te verfoeien is: Of, verfoeid wordt, behoort verfoeid te worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ע֗וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "הַ/אִשׁ֙",
          "strongs": "H786",
          "morph": "HTi/Ta"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֣ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "רָשָׁ֔ע",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "אֹצְר֖וֹת",
          "strongs": "H214",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "רֶ֑שַׁע",
          "strongs": "H7562",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵיפַ֥ת",
          "strongs": "H374",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "רָז֖וֹן",
          "strongs": "H7332",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "זְעוּמָֽה",
          "strongs": "H2194",
          "morph": "HVqsfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Zijn er niet nog, in het huis van iedere<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> goddeloze, schatten van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> de goddeloosheid en een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> schaarse<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> efa, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> te verafschuwen is?</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> Zijn er niet nog, in eens ieders<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> goddelozen huis, schatten der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> goddeloosheid en een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> schaarse<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> efa, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> te verfoeien is?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> Zijnder [niet] noch [in] eens yeders <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> godtloosen huys, schatten der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> godtloosheyt? ende een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> schaers <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> Epha, dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> te verfoeyen is?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "eens ieders",
          "new": "van een ieder",
          "principe": "V424"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "verfoeien",
          "new": "verafschuwen",
          "principe": "V123"
        },
        {
          "old": "in van een ieder goddelozen huis",
          "new": "in het huis van iedere goddeloze",
          "principe": false
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Zou ik rein zijn, met een goddeloze weegschaal en met een zak van bedriegelijke weegstenen?",
      "text1637": "[36] Soud’ick reyn zijn, met een [37] godtloose [g] weech-schale? ende met eenen sack van bedriechlicke [38] weech-steenen?",
      "text2026": "Zou ik rein zijn, met een goddeloze weegschaal en met een zak van bedriegelijke weegstenen?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zou ik rein zijn: Dat is, zou iemand kunnen rein zijn, enz.",
          "text1637": "D. soude yemant konnen reyn zijn, etc.",
          "text2026": "Zou ik rein zijn: Dat is, zou iemand kunnen rein zijn, enz."
        },
        {
          "marker": "g",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hosea 12:8 . Hosea 12:8 : In des koopmans hand is een bedriegelijke weegschaal, hij bemint te verdrukken;",
          "text1637": "Hose. 12.8.",
          "text2026": "Hosea 12:8 . Hosea 12:8 : In van de koopmans hand is een bedriegelijke weegschaal, hij bemint te verdrukken;"
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "goddeloze weegschaal: Hebr. weegschalen der goddeloosheid, en alzo weegstenen des bedrogs.",
          "text1637": "Hebr. weechschalen der godtloosheyt. ende alsoo, weech-steenen des bedrochs.",
          "text2026": "goddeloze weegschaal: Hebr. weegschalen van de goddeloosheid, en zo weegstenen van het bedrog."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Namelijk van gewicht, dat zij in zakken hadden. Zie Lev. 19:36 , en Deut. 25:13 , enz. Geenszins [wil de Heere zeggen] zal Ik zulken voor rein houden; maar voor alzulken houden, en alzo behandelen, gelijk volgt. Leviticus 19:36 : Gij zult een rechte wage hebben, rechte weegstenen, een rechte efa, en een rechte hin; Ik ben de HEERE, uw God, die u uit Egypteland uitgevoerd heb! Deuteronomium 25:13 : Gij zult geen tweeërlei weegstenen in uw zak hebben; een groten en een kleinen.",
          "text1637": "N. van gewichte, datse in sacxkens hadden. Siet Levit. 10. op vers 36. ende Deut. 25.13, etc. geensins, (wil de Heere seggen) sal ick sulcke voor reyn houden: maer voor alsulcke houden, ende alsoo tracteeren, als volcht.",
          "text2026": "Namelijk van gewicht, dat zij in zakken hadden. Zie Lev. 19:36 , en Deut. 25:13 , enz. In geen geval [wil de Heer zeggen] zal Ik zulken voor rein houden; maar voor alzulken houden, en zo behandelen, gelijk volgt. Leviticus 19:36 : U zult een rechte wage hebben, rechte weegstenen, een rechte efa, en een rechte hin; Ik ben JAHWEH, uw God, die u uit Egypteland uitgevoerd heb! Deuteronomium 25:13 : U zult geen tweeërlei weegstenen in uw zak hebben; een grote en een kleine."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַ/אֶזְכֶּ֖ה",
          "strongs": "H2135",
          "morph": "HTi/Vqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מֹ֣אזְנֵי",
          "strongs": "H3976",
          "morph": "HR/Ncmdc"
        },
        {
          "woord": "רֶ֑שַׁע",
          "strongs": "H7562",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/כִ֖יס",
          "strongs": "H3599",
          "morph": "HC/R/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "אַבְנֵ֥י",
          "strongs": "H68",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "מִרְמָֽה",
          "strongs": "H4820",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Zou ik rein zijn, met een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> goddeloze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> weegschaal en met een zak van bedriegelijke<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> weegstenen?</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> Zou ik rein zijn, met een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> goddeloze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> weegschaal en met een zak van bedriegelijke<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> weegstenen?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> Soud’ick reyn zijn, met een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> godtloose <sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> weech-schale? ende met eenen sack van bedriechlicke <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> weech-steenen?"
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Dewijl haar rijke lieden vol zijn van geweld, en haar inwoners leugen spreken, en haar tong bedriegelijk is in haar mond;",
      "text1637": "Dewijle [39] haer rijcke lieden vol zijn van gewelt, ende hare inwoonders leugen spreken; ende [40] hare tonge [h] [41] bedriechlick is in haren monde:",
      "text2026": "Omdat haar rijke mensen vol zijn van geweld, en haar inwoners leugen spreken, en haar tong bedriegelijk is in haar mond;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "haar rijke lieden vol zijn van geweld: Van Jeruzalem, in vers 9 , of aldus, welker, [namelijk, stad Jeruzalem] rijken, enz., en welker inwoners, enz. Micha 6:9 : De stem des HEEREN roept tot de stad (want Uw Naam ziet het wezen): Hoort de roede, en wie ze besteld heeft!",
          "text1637": "Ierusalems, uyt vers 9. ofte aldus: welcker (N. stadt Ierusalem) rijcke, etc. ende welcker inwoonders. etc.",
          "text2026": "haar rijke mensen vol zijn van geweld: Van Jeruzalem, in vers 9 , of aldus, waarvan de, [namelijk, stad Jeruzalem] rijken, enz., en waarvan de inwoners, enz. Micha 6:9 : De stem van JAHWEH roept tot de stad (want Uw Naam ziet het wezen): Hoort de roede, en wie ze besteld heeft!"
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "haar tong: Der inwoners.",
          "text1637": "Der inwoonderen.",
          "text2026": "haar tong: Van de inwoners."
        },
        {
          "marker": "h",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 9:8 . Jeremia 9:8 : Hun tong is een moordpijl, zij spreekt bedrog; een ieder spreekt met zijn naaste van vrede met zijn mond, maar in zijn binnenste legt hij zijn lagen.",
          "text1637": "Ierem. 9.8.",
          "text2026": "Jer. 9:8 . Jeremia 9:8 : Hun tong is een moordpijl, zij spreekt bedrog; een ieder spreekt met zijn naaste van vrede met zijn mond, maar in zijn binnenste legt hij zijn lage."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "bedriegelijk is in haar mond: Hebr. bedrog.",
          "text1637": "Hebr. bedroch.",
          "text2026": "bedriegelijk is in haar mond: Hebr. bedrog."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֤ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "עֲשִׁירֶ֨י/הָ֙",
          "strongs": "H6223",
          "morph": "HAampc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "מָלְא֣וּ",
          "strongs": "H4390",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "חָמָ֔ס",
          "strongs": "H2555",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יֹשְׁבֶ֖י/הָ",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vqrmpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "דִּבְּרוּ",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp3cp"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֑קֶר",
          "strongs": "H8267",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/לְשׁוֹנָ֖/ם",
          "strongs": "H3956",
          "morph": "HC/Ncbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "רְמִיָּ֥ה",
          "strongs": "H7423",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/פִי/הֶֽם",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Omdat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> haar rijke mensen vol zijn van geweld, en haar inwoners leugen spreken, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> haar tong<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> bedriegelijk is in haar mond;</i></span>",
      "textSV1888_html": "Dewijl<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> haar rijke lieden vol zijn van geweld, en haar inwoners leugen spreken, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> haar tong<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> bedriegelijk is in haar mond;",
      "text1637_html": "Dewijle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> haer rijcke lieden vol zijn van gewelt, ende hare inwoonders leugen spreken; ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> hare tonge <sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> bedriechlick is in haren monde:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Dewijl",
          "new": "Omdat",
          "principe": "V2"
        },
        {
          "old": "lieden",
          "new": "mensen",
          "principe": "V10"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Zo zal Ik u ook krenken, u slaande, en verwoestende om uw zonden.",
      "text1637": "So sal ick [42] [u] oock krencken, u slaende, [ende] verwoestende om uwe sonden.",
      "text2026": "Zo zal Ik u ook krenken, u slaande, en verwoestende om uw zonden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "u ook krenken: Gij inwoners van Jeruzalem, of gij volk, Ik zal u krenken, krank, zwak maken, enz.",
          "text1637": "Ghy inwoonders van Ierusalem, ofte, ghy volck, ick sal u krencken, kranck, swack maken, etc.",
          "text2026": "u ook krenken: U inwoners van Jeruzalem, of u volk, Ik zal u krenken, ziek, zwak maken, enz."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/גַם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HC/Ta"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֖י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "הֶחֱלֵ֣יתִי",
          "strongs": "H2470",
          "morph": "HVhp1cs"
        },
        {
          "woord": "הַכּוֹתֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H5221",
          "morph": "HVhc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הַשְׁמֵ֖ם",
          "strongs": "H8074",
          "morph": "HVha"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "חַטֹּאתֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H2403",
          "morph": "HNcfpc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Zo zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> Ik u ook krenken, u slaande, en verwoestende om uw zonden.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zo zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> Ik u ook krenken, u slaande, en verwoestende om uw zonden.",
      "text1637_html": "So sal ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> [u] oock krencken, u slaende, [en<i>de</i>] verwoestende om uwe sonden."
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Gij zult eten, maar niet verzadigd worden, en uw nederdrukking zal in het midden van u zijn; en gij zult aangrijpen, maar niet wegbrengen, en wat gij zult wegbrengen, zal Ik aan het zwaard overgeven.",
      "text1637": "Ghy sult [i] eten, maer niet versadicht worden, ende uwe [43] nederdruckinge sal in’t [44] midden van u zijn: ende ghy sult [45] aengrijpen, maer niet wech-brengen, ende wat ghy sult [46] wech-brengen sal ick den sweerde over geven.",
      "text2026": "U zult eten, maar niet verzadigd worden, en uw neerdrukking zal in het midden van u zijn; en u zult aangrijpen, maar niet wegbrengen, en wat u zult wegbrengen, zal Ik aan het zwaard overgeven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "i",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hosea 4:10 . Hosea 4:10 : En zij zullen eten, maar niet zat worden, zullen hoereren, maar niet uitbreken in menigte; want zij hebben nagelaten den HEERE in acht te nemen.",
          "text1637": "Hose. 4.10.",
          "text2026": "Hosea 4:10 . Hosea 4:10 : En zij zullen eten, maar niet zat worden, zullen hoereren, maar niet uitbreken in menigte; want zij hebben nagelaten JAHWEH in acht te nemen."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij die nu zo fier daarhenen praalt en het hoofd omhoog steekt. Zie Micha 2:3 . Micha 2:3 : Daarom, alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik denk een kwaad over dit geslacht, waaruit gijlieden uw halzen niet zult uittrekken, en zo rechtop niet gaan; want het zal een boze tijd zijn.",
          "text1637": "Ghy die nu soo fier daer henen praelt, ende den kop om hooge steeckt. Siet bov. 2.3.",
          "text2026": "U die nu zo fier daarheen praalt en het hoofd omhoog steekt. Zie Micha 2:3 . Micha 2:3 : Daarom, zo zegt JAHWEH: Ziet, Ik denk een kwaad over dit geslacht, waaruit u uw halzen niet zult uittrekken, en zo rechtop niet gaan; want het zal een boze tijd zijn."
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "midden van u zijn: Of, binnen in u, in uw binnenste. Dit kan men duiden op de grote benauwdheid, die zij binnen de stad zouden lijden ten tijde der Babylonische belegering. Sommigen nemen het alsof God zeide: Gij zelf zult de oorzaak zijn van uwe ellenden, en niemand anders: of, gij zult voor uwe ogen moeten zien, dat gij van tijd tot tijd zult vervallen, totdat gij te gronde gaat.",
          "text1637": "Ofte binnen in u, in u binnenste. dit kanmen duyden op de groote benaeutheden, die sy binnen de stadt souden lijden ter tijt der Babylonische belegeringe. Sommige nemen’t als of Godt seyde: Ghy selfs sult d’oorsake zijn van uwe elenden, ende niemant anders, ofte, ghy sult voor uwe oogen moeten sien dat ghy van tijt tot tijt sult vervallen, tot dat ghy te gronde gaet.",
          "text2026": "midden van u zijn: Of, binnen in u, in uw binnenste. Dit kan men duiden op de grote benauwdheid, die zij binnen de stad zouden lijden ten tijde van de Babylonische belegering. Sommigen nemen het alsof God zei: U zelf zult de oorzaak zijn van uw ellenden, en niemand anders: of, u zult voor uw ogen moeten zien, dat u van tijd tot tijd zult vervallen, totdat u te gronde gaat."
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, verrukken, verroeren, verbrengen, van ene plaats in de andere, te weten, vrouw en kinderen, idem, goed en have, om die te behouden en daarvan te brengen, of te bergen, maar tevergeefs.",
          "text1637": "Ofte, verrucken, verroeren, verbrengen, van d’eene plaetse in d’andere, T.w. wijf ende kinderen, item, goet ende have, om die te salveren, ende daer van te brengen, ofte te bergen, maer te vergeefs.",
          "text2026": "Of, verrukken, verroeren, verbrengen, van een plaats in de andere, te weten, vrouw en kinderen, idem, goed en bezittingen, om die te behouden en daarvan te brengen, of te bergen, maar tevergeefs."
        },
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, zoudt mogen verkrijgen en menen al vrij en geborgen te zijn.",
          "text1637": "D. soudt mogen wech-krijgen, ende meynen al vry ende gebercht te zijn.",
          "text2026": "Dat is, zoudt mogen verkrijgen en menen al vrij en geborgen te zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַתָּ֤ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "תֹאכַל֙",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תִשְׂבָּ֔ע",
          "strongs": "H7646",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/יֶשְׁחֲ/ךָ֖",
          "strongs": "H3445",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קִרְבֶּ֑/ךָ",
          "strongs": "H7130",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/תַסֵּג֙",
          "strongs": "H5253",
          "morph": "HC/Vhi2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תַפְלִ֔יט",
          "strongs": "H6403",
          "morph": "HVhi2ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HC/Tr"
        },
        {
          "woord": "תְּפַלֵּ֖ט",
          "strongs": "H6403",
          "morph": "HVpi2ms"
        },
        {
          "woord": "לַ/חֶ֥רֶב",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֶתֵּֽן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>U zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> eten, maar niet verzadigd worden, en uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> neerdrukking zal in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> het midden van u zijn; en u zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> aangrijpen, maar niet wegbrengen, en wat u zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> wegbrengen, zal Ik aan het zwaard overgeven.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Gij zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> eten, maar niet verzadigd worden, en uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> nederdrukking zal in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> het midden van u zijn; en gij zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> aangrijpen, maar niet wegbrengen, en wat gij zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> wegbrengen, zal Ik aan het zwaard overgeven.",
      "text1637_html": "Ghy sult <sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> eten, maer niet versadicht worden, ende uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> nederdruckinge sal in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> midden van u zijn: ende ghy sult <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> aengrijpen, maer niet wech-brengen, ende wat ghy sult <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> wech-brengen sal ick den sweerde over geven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "nederdrukking",
          "new": "neerdrukking",
          "principe": "V354"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Gij zult zaaien, maar niet maaien; gij zult olijven treden, maar u met olie niet zalven, en most, maar geen wijn drinken.",
      "text1637": "Ghy sult [k] zaeyen, maer niet maeyen: ghy sult [47] olijven [48] treden, maer u met olye niet salven; ende [49] most, maer geenen wijn drincken.",
      "text2026": "U zult zaaien, maar niet maaien; u zult olijven treden, maar u met olie niet zalven, en nieuwe wijn, maar geen wijn drinken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "k",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Deut. 28:38 ; Hagg. 1:6 . Deuteronomium 28:38 : Gij zult veel zaads op den akker uitbrengen, maar gij zult weinig inzamelen; want de sprinkhaan zal het verteren. Haggai 1:6 : Gij zaait veel, en gij brengt weinig in; gij eet, maar niet tot verzadiging; gij drinkt, maar niet tot dronken worden toe; gij kleedt u, maar niet tot uw verwarming, en wie loon ontvangt, die ontvangt dat loon in een doorgeboorden buidel.",
          "text1637": "Deut. 28.38. Hagg. 1.6.",
          "text2026": "Deut. 28:38 ; Hagg. 1:6 . Deuteronomium 28:38 : U zult veel zaads op de akker uitbrengen, maar u zult weinig inzamelen; want de sprinkhaan zal het verteren. Haggai 1:6 : U zaait veel, en u brengt weinig in; u eet, maar niet tot verzadiging; u drinkt, maar niet tot dronken worden toe; u kleedt u, maar niet tot uw verwarming, en wie loon ontvangt, die ontvangt dat loon in een doorgeboorden buidel."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. den olijfboom.",
          "text1637": "Hebr. den olijfboom.",
          "text2026": "Hebr. de olijfboom."
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, persen.",
          "text1637": "D. perssen.",
          "text2026": "Dat is, persen."
        },
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, druiven treden. Verg. Amos 5:11 ; Zef. 1:13 . Amos 5:11 : Daarom, omdat gij den arme vertreedt en een last koren van hem neemt, zo hebt gij wel huizen gebouwd van gehouwen steen, maar gij zult daarin niet wonen; gij hebt gewenste wijngaarden geplant, maar gij zult derzelver wijn niet drinken. Zefanja 1:13 : Daarom zal hun vermogen ten roof worden, en hun huizen tot verwoesting; zij bouwen wel huizen, maar zij zullen ze niet bewonen; en zij planten wijngaarden, maar zij zullen derzelver wijn niet drinken.",
          "text1637": "D. druyven treden. Vergel. Amos 5. vers 11. Zepha. 1.13.",
          "text2026": "Dat is, druiven treden. Verg. Amos 5:11 ; Zef. 1:13 . Amos 5:11 : Daarom, omdat u de arme vertreedt en een last koren van hem neemt, zo hebt u wel huizen gebouwd van gehouwen steen, maar u zult daarin niet wonen; u hebt gewenste wijngaarden geplant, maar u zult derzelver wijn niet drinken. Zefanja 1:13 : Daarom zal hun vermogen ten roof worden, en hun huizen tot verwoesting; zij bouwen wel huizen, maar zij zullen ze niet bewonen; en zij planten wijngaarden, maar zij zullen derzelver wijn niet drinken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַתָּ֥ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "תִזְרַ֖ע",
          "strongs": "H2232",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תִקְצ֑וֹר",
          "strongs": "H7114",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֤ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "תִדְרֹֽךְ",
          "strongs": "H1869",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "זַ֨יִת֙",
          "strongs": "H2132",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תָס֣וּךְ",
          "strongs": "H5480",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ֔מֶן",
          "strongs": "H8081",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/תִיר֖וֹשׁ",
          "strongs": "H8492",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תִשְׁתֶּה",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "יָּֽיִן",
          "strongs": "H3196",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>U zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> zaaien, maar niet maaien; u zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> olijven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> treden, maar u met olie niet zalven, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> nieuwe wijn, maar geen wijn drinken.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Gij zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> zaaien, maar niet maaien; gij zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> olijven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> treden, maar u met olie niet zalven, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> most, maar geen wijn drinken.",
      "text1637_html": "Ghy sult <sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> zaeyen, maer niet maeyen: ghy sult <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> olijven <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> treden, maer u met olye niet salven; ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> most, maer geenen wijn drincken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "most",
          "new": "nieuwe wijn",
          "principe": "V909"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Want de inzettingen van Omri worden onderhouden, en het ganse werk van het huis van Achab; en gij wandelt in derzelver raadslagen; opdat Ik u stelle tot verwoesting, en haar inwoners tot aanfluiting; alzo zult gij de smaadheid Mijns volks dragen.",
      "text1637": "Want de [50] insettingen van [l] Omri worden onderhouden, ende ’t gantsche werck des huyses [m] Achabs; ende ghy wandelet in [51] der selver raedtslagen: [52] op dat ick u stelle tot verwoestinge, ende [53] hare inwoonders tot [54] aenfluytinge; Also sult ghy de [55] smaetheyt mijns volcks dragen.",
      "text2026": "Want de voorschriften van Omri worden onderhouden, en het hele werk van het huis van Achab; en u wandelt in van die raadslagen; opdat Ik u stelle tot verwoesting, en haar inwoners tot aanfluiting; zo zult u de smaad van Mijn volk dragen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "l",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "1 Kon. 16:25 ; idem v. 26 . 1 Koningen 16:25 : En Omri deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN; ja, hij deed erger dan allen, die voor hem geweest waren. 1 Koningen 16:26 : En hij wandelde in alle wegen van Jerobeam, den zoon van Nebat, en in zijn zonden, waarmede hij Israël had doen zondigen, verwekkende den HEERE, den God Israëls, tot toorn, door hun ijdelheden.",
          "text1637": "1.Reg. 16.25, 26.",
          "text2026": "1 Kon. 16:25 ; idem v. 26 . 1 Koningen 16:25 : En Omri deed wat kwaad was in de ogen van JAHWEH; ja, hij deed erger dan allen, die voor hem geweest waren. 1 Koningen 16:26 : En hij wandelde in alle wegen van Jerobeam, de zoon van Nebat, en in zijn zonden, waarmee hij Israël had doen zondigen, verwekkende JAHWEH, de God van Israël, tot toorn, door hun ijdelheden."
        },
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "inzettingen van Omri worden onderhouden: Versta, de afgoderijen die Omri en zijn zoon Achab onder de tien stammen op het allerhoogste hebben bevorderd; zie 1 Kon. 16:16 , 16:25 , 16:30 , 16:31 met de aantekening. 1 Koningen 16:16 : Het volk nu, dat zich gelegerd had, hoorde zeggen: Zimri heeft een verbintenis gemaakt, ja, heeft ook den koning verslagen; daarom maakte het ganse Israël ten zelfden dage Omri, den krijgsoverste, koning over Israël, in het leger. 1 Koningen 16:25 : En Omri deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN; ja, hij deed erger dan allen, die voor hem geweest waren. 1 Koningen 16:30 : En Achab, den zoon van Omri, deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN, meer dan allen, die voor hem geweest waren. 1 Koningen 16:31 : En het geschiedde (was het een lichte zaak, dat hij wandelde in de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat?), dat hij nog ter vrouwe nam Izebel, de dochter van Eth-baal, den koning der Sidoniërs, en heenging, en diende Baäl, en boog zich voor hem.",
          "text1637": "Verst. d’afgoderyen, die Omri ende sijn soon Achab onder de tien stammen op’t alderhoochste hebben gevordert. Siet 1.Reg. 16.16, 25, 30, 31. met d’aent.",
          "text2026": "inzettingen van Omri worden onderhouden: Versta, de afgoderijen die Omri en zijn zoon Achab onder de tien stammen op het allerhoogste hebben bevorderd; zie 1 Kon. 16:16 , 16:25 , 16:30 , 16:31 met de aantekening. 1 Koningen 16:16 : Het volk nu, dat zich gelegerd had, hoorde zeggen: Zimri heeft een verbintenis gemaakt, ja, heeft ook de koning verslagen; daarom maakte het gehele Israël ten zelfden dage Omri, de krijgsoverste, koning over Israël, in het leger. 1 Koningen 16:25 : En Omri deed wat kwaad was in de ogen van JAHWEH; ja, hij deed erger dan allen, die voor hem geweest waren. 1 Koningen 16:30 : En Achab, de zoon van Omri, deed wat kwaad was in de ogen van JAHWEH, meer dan allen, die voor hem geweest waren. 1 Koningen 16:31 : En het geschiedde (was het een lichte zaak, dat hij wandelde in de zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat?), dat hij nog ter vrouwe nam Izebel, de dochter van Eth-baal, de koning van de Sidoniërs, en heenging, en diende Baäl, en boog zich voor hem."
        },
        {
          "marker": "m",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "1 Kon. 16:30 . 1 Koningen 16:30 : En Achab, den zoon van Omri, deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN, meer dan allen, die voor hem geweest waren.",
          "text1637": "1.Reg. 16.30, etc.",
          "text2026": "1 Kon. 16:30 . 1 Koningen 16:30 : En Achab, de zoon van Omri, deed wat kwaad was in de ogen van JAHWEH, meer dan allen, die voor hem geweest waren."
        },
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "derzelver raadslagen: Raadslagen van Omri en Achab, om bij alle wegen en met alle handelingen de afgoderij te stijven en den gansen staat van het land daarnaar te vormen.",
          "text1637": "Raetslagen van Omri ende Achab, om by alle wege ende met alle practijcken d’afgoderye te stijven, ende den gantschen staet van ’t lant daernae te formeren.",
          "text2026": "derzelver raadslagen: Raadslagen van Omri en Achab, om bij alle wegen en met alle handelingen de afgoderij te stijven en de gansen staat van het land daarnaar te vormen."
        },
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "opdat Ik u stelle tot verwoesting: Waardoor gij het alzo maakt, dat Ik u zal moeten stellen, enz.; verg. Jer. 18:16 , en Jer. 27:10 , 27:15 , en Jer. 32:31 ; Klaagl. 2:14 ; Ezech. 8:6 , enz. met de aantekening. Jeremia 18:16 : Om hun land te stellen tot een ontzetting, tot eeuwige aanfluitingen; al wie daar voorbijgaat, zal zich ontzetten, en met zijn hoofd schudden. Jeremia 27:10 : Want zij profeteren u valsheid, om u verre uit uw land te brengen, en dat Ik u uitstote, en gij omkomt. Jeremia 27:15 : Want Ik heb ze niet gezonden, spreekt de HEERE, en zij profeteren valselijk in Mijn Naam; opdat Ik u uitstote, en gij omkomt, gij en de profeten, die u profeteren. Jeremia 32:31 : Want tot Mijn toorn en tot Mijn grimmigheid is Mij deze stad geweest, van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op dezen dag toe; opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed; Klaagliederen 2:14 : Nun. Uw profeten hebben u ijdelheid en ongerijmdheid gezien, en zij hebben u uw ongerechtigheid niet geopenbaard, om uw gevangenis af te wenden, maar zij hebben voor u gezien ijdele lasten en uitstotingen. Ezechiël 8:6 : En Hij zeide tot mij: Mensenkind, ziet gij wel, wat zij doen, de grote gruwelen, die het huis Israëls hier doet, opdat Ik van Mijn heiligdom verre wegga? Doch gij zult nog wederom grote gruwelen zien.",
          "text1637": "Waer door ghy ’t alsoo maeckt, dat ick u sal moeten stellen, etc. Vergel. Ierem. 18.16. ende 27.10, 15. ende 32.31. Thren. 2.14. Ezech. 8.6, etc. met d’aenteeck.",
          "text2026": "opdat Ik u stelle tot verwoesting: Waardoor u het zo maakt, dat Ik u zal moeten stellen, enz.; verg. Jer. 18:16 , en Jer. 27:10 , 27:15 , en Jer. 32:31 ; Klaagl. 2:14 ; Ez. 8:6 , enz. met de aantekening. Jeremia 18:16 : Om hun land te stellen tot een ontzetting, tot eeuwige aanfluitingen; al wie daar voorbijgaat, zal zich ontzetten, en met zijn hoofd schudden. Jeremia 27:10 : Want zij profeteren u valsheid, om u verre uit uw land te brengen, en dat Ik u uitstote, en u omkomt. Jeremia 27:15 : Want Ik heb ze niet gezonden, spreekt JAHWEH, en zij profeteren valselijk in Mijn Naam; opdat Ik u uitstote, en u omkomt, u en de profeten, die u profeteren. Jeremia 32:31 : Want tot Mijn toorn en tot Mijn grimmigheid is Mij deze stad geweest, van de dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op deze dag toe; opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed; Klaagliederen 2:14 : Nun. Uw profeten hebben u ijdelheid en ongerijmdheid gezien, en zij hebben u uw ongerechtigheid niet geopenbaard, om uw gevangenis af te wenden, maar zij hebben voor u gezien ijdele lasten en uitstotingen. Ezechiël 8:6 : En Hij zei tot mij: Mensenkind, ziet u wel, wat zij doen, de grote gruwelen, die het huis van Israël hier doet, opdat Ik van Mijn heiligdom verre wegga? Maar u zult nog opnieuw grote gruwelen zien."
        },
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "haar inwoners: Van Jeruzalem.",
          "text1637": "Ierusalems.",
          "text2026": "haar inwoners: Van Jeruzalem."
        },
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie 1 Kon. 9:8 . 1 Koningen 9:8 : En aangaande dit huis, dat verheven zal geweest zijn, al wie voor hetzelve zal voorbijgaan, zal zich ontzetten en fluiten; men zal zeggen: Waarom heeft de HEERE alzo gedaan aan dit land en aan dit huis?",
          "text1637": "Siet 1.Reg. 9. op vers 8.",
          "text2026": "Zie 1 Kon. 9:8 . 1 Koningen 9:8 : En wat dit betreft huis, dat verheven zal geweest zijn, al wie voor hetzelfde zal voorbijgaan, zal zich ontzetten en fluiten; men zal zeggen: Waarom heeft JAHWEH zo gedaan aan dit land en aan dit huis?"
        },
        {
          "marker": "55",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "smaadheid Mijns volks dragen: Dat is, de straf der smaadheid en schande, die gij mijn volk, [bijzonderlijk den armen en nooddruftigen] met de voorzeide schandelijke werken hebt aangedaan. Of, de smadheid van mijn volk; dat is, die mijn volk verdiend heeft. Alzo, smaadheid mijner jeugd; dat is, die ik in mijne jeugd verdiend, of op mijn hals gehaald heb; Jer. 31:19 . Jeremia 31:19 : Zekerlijk, nadat ik bekeerd ben, heb ik berouw gehad, en nadat ik mijzelven ben bekend gemaakt, heb ik op de heup geklopt, ik ben beschaamd, ja, ook schaamrood geworden, omdat ik de smaadheid mijner jeugd gedragen heb.",
          "text1637": "D. de straffe der smaetheyt ende schande, die ghy mijnen volcke, (bysonderlick den armen ende nootdurftigen) met de voorseyde schandelicke wercken hebt aengedaen. ofte, de smaetheyt mijns volcks, D. die mijn volck verdient heeft. alsoo, smaetheyt mijner jeucht; D. die ick in mijne jeucht verdient, ofte op mijnen hals gehaelt hebbe. Ierem. 31.19.",
          "text2026": "smaadheid Mijns volks dragen: Dat is, de straf van de smaadheid en schande, die u mijn volk, [bijzonderlijk de armen en nooddruftigen] met de voorzeide schandelijke werken hebt aangedaan. Of, de smadheid van mijn volk; dat is, die mijn volk verdiend heeft. Zo, smaadheid mijner jeugd; dat is, die ik in mijn jeugd verdiend, of op mijn hals gehaald heb; Jer. 31:19 . Jeremia 31:19 : Zekerlijk, nadat ik bekeerd ben, heb ik berouw gehad, en nadat ik mijzelf ben bekend gemaakt, heb ik op de heup geklopt, ik ben beschaamd, ja, ook schaamrood geworden, omdat ik de smaadheid mijner jeugd gedragen heb."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/יִשְׁתַּמֵּ֞ר",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HC/Vti3ms"
        },
        {
          "woord": "חֻקּ֣וֹת",
          "strongs": "H2708",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "עָמְרִ֗י",
          "strongs": "H6018",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/כֹל֙",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מַעֲשֵׂ֣ה",
          "strongs": "H4639",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בֵית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אַחְאָ֔ב",
          "strongs": "H256",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/תֵּלְכ֖וּ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HC/Vqw2mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מֹֽעֲצוֹתָ֑/ם",
          "strongs": "H4156",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְמַעַן֩",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "תִּתִּ֨/י",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֹתְ/ךָ֜",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/שַׁמָּ֗ה",
          "strongs": "H8047",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יֹשְׁבֶ֨י/הָ֙",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vqrmpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁרֵקָ֔ה",
          "strongs": "H8322",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/חֶרְפַּ֥ת",
          "strongs": "H2781",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "עַמִּ֖/י",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תִּשָּֽׂאוּ",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqi2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Want de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> voorschriften van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> Omri worden onderhouden, en het hele werk van het huis<sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> van Achab; en u wandelt in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> van die raadslagen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> opdat Ik u stelle tot verwoesting, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> haar inwoners tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> aanfluiting; zo zult u de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> smaad van Mijn volk dragen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> inzettingen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> Omri worden onderhouden, en het ganse werk van het huis<sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> van Achab; en gij wandelt in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> derzelver raadslagen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> opdat Ik u stelle tot verwoesting, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> haar inwoners tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> aanfluiting; alzo zult gij de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> smaadheid Mijns volks dragen.",
      "text1637_html": "Want de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> insettingen van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> Omri worden onderhouden, ende ’t gantsche werck des huyses <sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> Achabs; ende ghy wandelet in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> der selver raedtslagen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> op dat ick u stelle tot verwoestinge, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> hare inwoonders tot <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> aenfluytinge; Also sult ghy de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> smaetheyt mijns volcks dragen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "inzettingen",
          "new": "voorschriften",
          "principe": "V76"
        },
        {
          "old": "ganse",
          "new": "hele",
          "principe": "V3"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "derzelver",
          "new": "van die",
          "principe": "V82"
        },
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "smaadheid Mijns volks",
          "new": "smaad van Mijn volk",
          "principe": "V213"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Vercondinge van Godts twist met sijn volck, van wegen hare ondanckbaerheyt tegen sijne geduerige weldadicheyt, vers 1, etc. Godt verwerpt hare offerhanden, ende toont wat sijn eysch ende haren plicht zy, 6. ende dewijle het tegendeel onder haer bekent was, te weten, onrechtveerdicheyt, gewelt, leugen ende bedroch, item den Afgodischen handel van Omri, ende Achab, dreycht hy haer, de verwoestinge, den honger, reddeloos heyt, ende het sweert, 10.",
    "text2026": "Aankondiging van Gods twist met zijn volk, vanwege hun ondankbaarheid tegen zijn voortdurende weldadigheid, vers 1 enz. God verwerpt hun offers en toont wat zijn eis en hun plicht is, 6. en omdat het tegendeel onder hen bekend was, namelijk onrechtvaardigheid, geweld, leugen en bedrog, evenals de afgodische handel van Omri en Achab, dreigt Hij hen met de verwoesting, de honger, reddeloosheid en het zwaard, 10."
  }
}
