{
  "number": 7,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Ai mij! want ik ben, als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld; als wanneer de nalezingen in den wijnoogst geschied zijn; er is geen druif om te eten; mijn ziel begeert vroegrijpe vrucht.",
      "text1637": "[1] AY my! [2] want ick ben, [3] als wanneer de somer-vruchten zijn ingesamelt, als wanneer de na-lesingen in den wijn-oogst geschiet zijn: Daer en is geene [4] druyve om te eten; [5] mijne ziele begeert [6] vroech-rijpe vrucht.",
      "text2026": "Ai mij! want ik ben, als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld; als wanneer de nalezingen in de wijnoogst gebeurd zijn; er is geen druif om te eten; mijn ziel begeert vroegrijpe vrucht.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit is een weeklacht van den profeet, in naam der kerk, over de algemene boosheid van het volk.",
          "text1637": "Dit is eene wee-klage des Propheets, in der kercken name, over de gemeyne boosheyt des volcx.",
          "text2026": "Dit is een weeklacht van de profeet, in naam van de kerk, over de algemene boosheid van het volk."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "want ik ben: Of, dat ik ben, enz.",
          "text1637": "Ofte, dat ick ben, etc.",
          "text2026": "want ik ben: Of, dat ik ben, enz."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld: Hebr. als de inzamelingen der zomervruchten, [of des zomers] en als de nalezingen van den wijnoogst; dat is, het gaat mij als een reiziger, die na den oogst geen rijpe vruchten vindt om zich te verkwikken, dat hem zeer verdrietig valt; alzo [wil de profeet zeggen] verdriet het mij ten hoogste, dat ik niets goeds onder het volk zie of verneem, gelijk in het volgende verklaard wordt. Verg. hiermede Deut. 32:32 ; Ps. 12:2 , 12:8 , en Ps. 14:2 , 14:3 ; Jes. 24:13 ; Jer. 5:1 ; Ezech. 22:30 ; Hos. 11:7 , enz. Deuteronomium 32:32 : Want hun wijnstok is uit den wijnstok van Sodom, en uit de velden van Gomorra; hun wijndruiven zijn vergiftige wijndruiven; zij hebben bittere bezien. Psalmen 12:2 : Behoud, o HEERE; want de goedertierene ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen. Psalmen 12:8 : Gij, HEERE, zult hen bewaren; Gij zult hen behoeden voor dit geslacht, tot in eeuwigheid. Psalmen 14:2 : De HEERE heeft uit den hemel nedergezien op de mensenkinderen, om te zien, of iemand verstandig ware, die God zocht. Psalmen 14:3 : Zij zijn allen afgeweken, te zamen zijn zij stinkende geworden; er is niemand, die goed doet, ook niet een. Jesaja 24:13 : Want in het binnenste van het land, in het midden dezer volken, zal het alzo wezen, gelijk de afschudding des olijfbooms, gelijk de nalezingen, wanneer de wijnoogst geëindigd is. Jeremia 5:1 : Gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op haar straten, of gij iemand vindt, of er een is, die recht doet, die waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn. Ezechiël 22:30 : Ik zocht nu een man uit hen, die den muur mocht toemuren, en voor Mijn aangezicht in de bresse staan voor het land, opdat Ik het niet mocht verderven; maar Ik vond niemand. Hosea 11:7 : Want Mijn volk blijft hangen aan de afkering van Mij; zij roepen het wel tot den Allerhoogste, maar niet een verhoogt Hem.",
          "text1637": "Hebr. als de insamelingen der somervruchten, (ofte, des somers) ende als de nalesingen des wijnoogsts. D. het gaet my als eenen passant, die na den oogst geene rijpe vruchten en vindt, om sich te verquicken, dat hem seer verdrietich valt: alsoo (wil de propheet seggen) verdriet het my ten hoochsten dat ick niet goets onder den volcke sie ofte verneme, als in ’t volgende verklaert wort. Vergel. hiermede Deut. 32.32. Psal. 12.1, 2. ende 14.2, 3. Ies. 24.13. Ierem. 5.1. Ezech. 22.30. Hos. 11.7, etc.",
          "text2026": "als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld: Hebr. als de inzamelingen van de zomervruchten, [of van de zomers] en als de nalezingen van de wijnoogst; dat is, het gaat mij als een reiziger, die na de oogst geen rijpe vruchten vindt om zich te verkwikken, dat hem zeer verdrietig valt; zo [wil de profeet zeggen] verdriet het mij ten hoogste, dat ik niets goeds onder het volk zie of verneem, gelijk in het volgende verklaard wordt. Verg. hiermee Deut. 32:32 ; Ps. 12:2 , 12:8 , en Ps. 14:2 , 14:3 ; Jes. 24:13 ; Jer. 5:1 ; Ez. 22:30 ; Hos. 11:7 , enz. Deuteronomium 32:32 : Want hun wijnstok is uit de wijnstok van Sodom, en uit de velden van Gomorra; hun wijndruiven zijn vergiftige wijndruiven; zij hebben bittere bezien. Psalmen 12:2 : Behoud, o JAHWEH; want de goedertierene ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen. Psalmen 12:8 : U, JAHWEH, zult hen bewaren; U zult hen behoeden voor dit geslacht, tot in eeuwigheid. Psalmen 14:2 : JAHWEH heeft uit de hemel nedergezien op de mensenkinderen, om te zien, of iemand verstandig was, die God zocht. Psalmen 14:3 : Zij zijn allen afgeweken, te zamen zijn zij stinkende geworden; er is niemand, die goed doet, ook niet een. Jesaja 24:13 : Want in het binnenste van het land, in het midden van deze volken, zal het zo wezen, gelijk de afschudding van de olijfbooms, gelijk de nalezingen, wanneer de wijnoogst geëindigd is. Jeremia 5:1 : Gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op haar straten, of u iemand vindt, of er een is, die recht doet, die waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn. Ezechiël 22:30 : Ik zocht nu een man uit hen, die de muur mocht toemuren, en voor Mijn aangezicht in de bresse staan voor het land, opdat Ik het niet mocht verderven; maar Ik vond niemand. Hosea 11:7 : Want Mijn volk blijft hangen aan de afkering van Mij; zij roepen het wel tot de Allerhoogste, maar niet een verhoogt Hem."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "druif om te eten: Of, tros van druiven, gelijk Num. 13:23 , 13:24 . Numeri 13:23 : Daarna kwamen zij tot het dal Eskol, en sneden van daar een rank af met een tros wijndruiven, dien zij droegen met tweeën, op een draagstok; ook van de granaatappelen en van de vijgen. Numeri 13:24 : Diezelve plaats noemde men het dal Eskol, ter oorzake van den tros, dien de kinderen Israëls van daar afgesneden hadden.",
          "text1637": "Ofte, tros van druyven: als Num. 13.23, 24.",
          "text2026": "druif om te eten: Of, tros van druiven, gelijk Num. 13:23 , 13:24 . Numeri 13:23 : Daarna kwamen zij tot het dal Eskol, en sneden van daar een rank af met een tros wijndruiven, die zij droegen met tweeën, op een draagstok; ook van de granaatappelen en van de vijgen. Numeri 13:24 : Diezelve plaats noemde men het dal Eskol, ter oorzake van de tros, die de kinderen van Israël van daar afgesneden hadden."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mijn ziel begeert: Anders: [noch] vroegrijpe vrucht, [die] mijne ziel begeert.",
          "text1637": "And. [noch] vroegrijpe vrucht, [die] mijne ziele begeert.",
          "text2026": "mijn ziel begeert: Anders: [noch] vroegrijpe vrucht, [die] mijn ziel begeert."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "vroegrijpe vrucht: Die zeer aangenaam is en waarnaar men zeer verlangt, en verblijd is als men ze vindt. Zie Jes. 28:4 ; Jer. 24:2 ; Hos. 9:10 met de aantekening. Jesaja 28:4 : En de afvallende bloem zijns heerlijken sieraads, die op het hoofd der zeer vette vallei is, zal zijn gelijk een vroegrijpe vrucht voor den zomer, welke, wanneer ze iemand ziet, terwijl zij nog in zijn hand is, slokt hij ze op. Jeremia 24:2 : In den enen korf waren zeer goede vijgen, als de eerste rijpe vijgen zijn; maar in den anderen korf waren zeer boze vijgen, die vanwege de boosheid niet konden gegeten worden. Hosea 9:10 : Ik vond Israël als druiven in de woestijn, Ik zag uw vaderen als de eerste vrucht aan den vijgeboom in haar beginsel; maar zij gingen in tot Baäl-peor, en zonderden zich af tot die schaamte, en werden gans verfoeilijk naar hun boelerij.",
          "text1637": "Die seer aengenaem is, ende waernae men seer verlangt, ende verblijdt is, alsmense vindt. Siet Iesa. 28.4. Ier. 24.2. Hose. 9.10. met d’aenteeck.",
          "text2026": "vroegrijpe vrucht: Die zeer aangenaam is en waarnaar men zeer verlangt, en verblijd is als men ze vindt. Zie Jes. 28:4 ; Jer. 24:2 ; Hos. 9:10 met de aantekening. Jesaja 28:4 : En de afvallende bloem zijns heerlijken sieraads, die op het hoofd van de zeer vette vallei is, zal zijn gelijk een vroegrijpe vrucht voor de zomer, welke, wanneer ze iemand ziet, terwijl zij nog in zijn hand is, slokt hij ze op. Jeremia 24:2 : In de één korf waren zeer goede vijgen, als de eerste rijpe vijgen zijn; maar in de anderen korf waren zeer boze vijgen, die vanwege de boosheid niet konden gegeten worden. Hosea 9:10 : Ik vond Israël als druiven in de woestijn, Ik zag uw vaderen als de eerste vrucht aan de vijgeboom in haar begin; maar zij gingen in tot Baäl-peor, en zonderden zich af tot die schaamte, en werden geheel verfoeilijk naar hun boelerij."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַ֣לְלַי",
          "strongs": "H480",
          "morph": "HTj"
        },
        {
          "woord": "לִ֗/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הָיִ֨יתִי֙",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "כְּ/אָסְפֵּי",
          "strongs": "H625",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "קַ֔יִץ",
          "strongs": "H7019",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כְּ/עֹלְלֹ֖ת",
          "strongs": "H5955",
          "morph": "HR/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "בָּצִ֑יר",
          "strongs": "H1210",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֵין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֶשְׁכּ֣וֹל",
          "strongs": "H811",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לֶ/אֱכ֔וֹל",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "בִּכּוּרָ֖ה",
          "strongs": "H1063",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אִוְּתָ֥ה",
          "strongs": "H183",
          "morph": "HVpp3fs"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִֽׁ/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Ai mij!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> want ik ben,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld; als wanneer de nalezingen in de wijnoogst gebeurd zijn; er is geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> druif om te eten;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> mijn ziel begeert<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> vroegrijpe vrucht.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Ai mij!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> want ik ben,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld; als wanneer de nalezingen in den wijnoogst geschied zijn; er is geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> druif om te eten;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> mijn ziel begeert<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> vroegrijpe vrucht.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> AY my! <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> want ick ben, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> als wanneer de somer-vruchten zijn ingesamelt, als wanneer de na-lesingen in den wijn-oogst geschiet zijn: Daer en is geene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> druyve om te eten; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> mijne ziele begeert <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> vroech-rijpe vrucht.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "geschied",
          "new": "gebeurd",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "De goedertierene is vergaan uit het land, en er is niemand oprecht onder de mensen; zij loeren altemaal op bloed, zij jagen, een iegelijk zijn broeder, met een jachtgaren.",
      "text1637": "De [a] [7] goedertieren is vergaen [8] uyt den lande; ende daer en is niemant [9] oprecht onder de menschen: Sy loeren altemael op [10] bloet; sy jagen, een yegelick sijnen broeder, [met] een [11] jacht-garen.",
      "text2026": "De goedertierene is vergaan uit het land, en er is niemand oprecht onder de mensen; zij loeren allemaal op bloed, zij jagen, ieder zijn broer, met een jachtgaren.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 12:2 ; Hosea 4:1 . Psalmen 12:2 : Behoud, o HEERE; want de goedertierene ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen. Hosea 4:1 : Hoort des HEEREN woord, gij kinderen Israëls! want de HEERE heeft een twist met de inwoners des lands, omdat er geen trouw, en geen weldadigheid, en geen kennis van God in het land is;",
          "text1637": "Psal. 12.2. Hose. 4.1.",
          "text2026": "Ps. 12:2 ; Hosea 4:1 . Psalmen 12:2 : Behoud, o JAHWEH; want de goedertierene ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen. Hosea 4:1 : Hoort van JAHWEH woord, u kinderen van Israël! want JAHWEH heeft een twist met de inwoners van het land, omdat er geen trouw, en geen weldadigheid, en geen kennis van God in het land is;"
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "goedertierene is vergaan: Verg. Ps. 12:2 ; Jes. 57:1 met de aantekening aldaar. Psalmen 12:2 : Behoud, o HEERE; want de goedertierene ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen. Jesaja 57:1 : De rechtvaardige komt om, en er is niemand, die het ter harte neemt; en de weldadige lieden worden weggeraapt, zonder dat er iemand op let, dat de rechtvaardige weggeraapt wordt voor het kwaad.",
          "text1637": "Vergel. Psal. 12.2. Iesa. 57.1. met d’aenteeck. aldaer.",
          "text2026": "goedertierene is vergaan: Verg. Ps. 12:2 ; Jes. 57:1 met de aantekening daar. Psalmen 12:2 : Behoud, o JAHWEH; want de goedertierene ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen. Jesaja 57:1 : De rechtvaardige komt om, en er is niemand, die het ter hart neemt; en de weldadige mensen worden weggeraapt, zonder dat er iemand op let, dat de rechtvaardige weggeraapt wordt voor het kwaad."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "uit het land: Anders: van de aarde.",
          "text1637": "And. van der aerde.",
          "text2026": "uit het land: Anders: van de aarde."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "oprecht onder de mensen: Hebr. recht, of richting. Zie Ps. 7:11 . Hetzelfde woord staat ook in vers 4 . Psalmen 7:11 : Mijn schild is bij God, Die de oprechten van hart behoudt. Micha 7:4 : De beste van hen is als een doorn; de oprechtste is scherper dan een doornheg; de dag uwer wachters, uw bezoeking, is gekomen; nu zal hunlieder verwarring wezen.",
          "text1637": "Hebr. recht, ofte, richtich. Siet Psal. 7. op vers 11. ’t selve woort staet oock onder vers 4.",
          "text2026": "oprecht onder de mensen: Hebr. recht, of richting. Zie Ps. 7:11 . Hetzelfde woord staat ook in vers 4 . Psalmen 7:11 : Mijn schild is bij God, Die de oprechten van hart behoudt. Micha 7:4 : De beste van hen is als een doorn; de oprechtste is scherper dan een doornheg; de dag uw wachters, uw bezoeking, is gekomen; nu zal hun verwarring wezen."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hber. bloeden; dat is, doodslag en moordenarij. Zie Gen. 4:10 , en Gen. 37:26 . Genesis 4:10 : En Hij zeide: Wat hebt gij gedaan? daar is een stem des bloeds van uw broeder, dat tot Mij roept van den aardbodem. Genesis 37:26 : Toen zeide Juda tot zijn broederen: Wat gewin zal het zijn, dat wij onzen broeder doodslaan, en zijn bloed verbergen?",
          "text1637": "Hebr. bloeden. D. dootslach ende moorderye. Siet Gen. 4. op vers 10. ende 37. op vers 26.",
          "text2026": "Hber. bloeden; dat is, doodslag en moordenarij. Zie Gen. 4:10 , en Gen. 37:26 . Genesis 4:10 : En Hij zei: Wat hebt u gedaan? daar is een stem van het bloed van uw broer, dat tot Mij roept van de aardbodem. Genesis 37:26 : Toen zei Juda tot zijn broers: Wat winst zal het zijn, dat wij onze broer doodslaan, en zijn bloed verbergen?"
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Om hem met handelingen in het net te krijgen, te vangen, en als een roof te verslinden. Verg. Ps. 10:8 , 10:9 , 10:10 , en Ezech. 19:3 , 19:6 , enz. Psalmen 10:8 : Hij zit in de achterlage der hoeven, in verborgene plaatsen doodt hij den onschuldige; zijn ogen verbergen zich tegen den arme. Psalmen 10:9 : Hij legt lagen in een verborgen plaats, gelijk een leeuw in zijn hol; hij legt lagen, om den ellendige te roven; hij rooft den ellendige, als hij hem trekt in zijn net. Psalmen 10:10 : Hij duikt neder, hij buigt zich; en de arme hoop valt in zijn sterke poten. Ezechiël 19:3 : Zij toog nu een van haar welpen op; het werd een jonge leeuw, die leerde roof te roven, hij at mensen op. Ezechiël 19:6 : Deze wandelde steeds onder de leeuwen, werd een jonge leeuw, en leerde roof te roven, hij at mensen op.",
          "text1637": "Om hem met practijcken in ’t net te krijgen, te vangen, ende als een roof te verslinden. Vergel. Psal. 10.8, 9, 10. ende Ezech. 19.3, 6, etc.",
          "text2026": "Om hem met handelingen in het net te krijgen, te vangen, en als een roof te verslinden. Verg. Ps. 10:8 , 10:9 , 10:10 , en Ez. 19:3 , 19:6 , enz. Psalmen 10:8 : Hij zit in de achterlage van de hoeven, in verborgen plaatsen doodt hij de onschuldige; zijn ogen verbergen zich tegen de arme. Psalmen 10:9 : Hij legt lage in een verborgen plaats, gelijk een leeuw in zijn hol; hij legt lage, om de ellendige te roven; hij rooft de ellendige, als hij hem trekt in zijn net. Psalmen 10:10 : Hij duikt neder, hij buigt zich; en de arme hoop valt in zijn sterke poten. Ezechiël 19:3 : Zij toog nu één van haar welpen op; het werd een jonge leeuw, die leerde roof te roven, hij at mensen op. Ezechiël 19:6 : Deze wandelde steeds onder de leeuwen, werd een jonge leeuw, en leerde roof te roven, hij at mensen op."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָבַ֤ד",
          "strongs": "H6",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "חָסִיד֙",
          "strongs": "H2623",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֔רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָשָׁ֥ר",
          "strongs": "H3477",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אָדָ֖ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אָ֑יִן",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "כֻּלָּ/ם֙",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָמִ֣ים",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "יֶאֱרֹ֔בוּ",
          "strongs": "H693",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "אִ֥ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "אָחִ֖י/הוּ",
          "strongs": "H251",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יָצ֥וּדוּ",
          "strongs": "H6679",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "חֵֽרֶם",
          "strongs": "H2764",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> goedertierene is vergaan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> uit het land, en er is niemand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> oprecht onder de mensen; zij loeren allemaal op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> bloed, zij jagen, ieder zijn broer, met een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> jachtgaren.</i></span>",
      "textSV1888_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> goedertierene is vergaan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> uit het land, en er is niemand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> oprecht onder de mensen; zij loeren altemaal op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> bloed, zij jagen, een iegelijk zijn broeder, met een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> jachtgaren.",
      "text1637_html": "De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> goedertieren is vergaen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> uyt den lande; ende daer en is niemant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> oprecht onder de menschen: Sy loeren altemael op <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> bloet; sy jagen, een yegelick sijnen broeder, [met] een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> jacht-garen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "altemaal",
          "new": "allemaal",
          "principe": "V21"
        },
        {
          "old": "een iegelijk",
          "new": "ieder",
          "principe": "V5"
        },
        {
          "old": "broeder,",
          "new": "broer,",
          "principe": "O22a"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Om met beide handen wel dapper kwaad te doen, zo eist de vorst, en de rechter oordeelt om vergelding; en de grote spreekt de verderving zijner ziel, en zij draaien ze dicht ineen.",
      "text1637": "[12] Om [met] beyde handen wel dapper quaet te doen, so [13] eyscht de Vorst, ende de Richter [oordeelt] [b] om [14] vergeldinge: ende de [15] Groote, die spreeckt de [c] [16] verdervinge sijner [17] ziele, ende sy [18] draeyense dicht in een.",
      "text2026": "Om met beide handen wel dapper kwaad te doen, zo eist de vorst, en de rechter oordeelt om vergelding; en de grote spreekt de verderving van zijn ziel, en zij draaien ze dicht ineen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Om met beide handen wel dapper kwaad te doen: Of, de handen zijn tot kwaad, om goed te doen, [dat is, iemands zaak te bevorderen] eist de vorst [te weten, geschenken] en de rechter [te weten, eist] tot vergelding. Of, ten kwade zijn de handen zeer kloek, enz. Of, opdat beide handen, enz. kwaad mogen doen. Of, beide handen [zijn er op uit, of zijn bezig], om dergelijk, [of] dapperlijk, meesterlijk, kunstiglijk kwaad te doen, dat is te beschadigen. Zij zijn met al hun verstand leggen zij zich daarop. Van het Hebr. woord, dat hier is overgezet wel dapper, zie Jona 4:4 . Jona 4:4 : En de HEERE zeide: Is uw toorn billijk ontstoken?",
          "text1637": "Ofte: De handen zijn tot quaet, om goet te doen, (D. yemants sake te vorderen) eyscht de Vorst (T.w. geschencken) ende de Richter (T.w. eyscht) tot vergeldinge. ofte aldus: voor goet doen, zijn de handen tot quaet doen, etc. Ofte, Ten quade zijn de handen seer kloeck, etc. Ofte, op dat beyde handen, etc. quaet mogen doen. Ofte, beyde handen [zijnder op uyt, ofte, zijn besich], om degelick, (ofte, dapperlick, meesterlick, constichlick) quaet te doen. D. te beschadigen. Sy zijn met al haer vermogen daer aen, met al haer verstant leggen sy haer daerop, van tHebr. woort, dat hier is overgesett, wel dapper, Siet Ion. 4. op vers 4.",
          "text2026": "Om met beide handen wel dapper kwaad te doen: Of, de handen zijn tot kwaad, om goed te doen, [dat is, iemands zaak te bevorderen] eist de vorst [te weten, geschenken] en de rechter [te weten, eist] tot vergelding. Of, ten kwade zijn de handen zeer kloek, enz. Of, opdat beide handen, enz. kwaad mogen doen. Of, beide handen [zijn er op uit, of zijn bezig], om dergelijk, [of] dapperlijk, meesterlijk, kunstiglijk kwaad te doen, dat is te beschadigen. Zij zijn met al hun verstand leggen zij zich daarop. Van het Hebr. woord, dat hier is overgezet wel dapper, zie Jona 4:4 . Jona 4:4 : En JAHWEH zei: Is uw toorn billijk ontstoken?"
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "eist de vorst: Te weten, giften, geschenken. Verg. Hos. 4:18 . Hosea 4:18 : Hunlieder zuiperij is afvallig; zij doen niet dan hoereren; haar schilden (het is een schande!) beminnen het woord: Geeft.",
          "text1637": "T.w. giften, geschencken. Vergel. Hose. 4.18.",
          "text2026": "eist de vorst: Te weten, giften, geschenken. Verg. Hos. 4:18 . Hosea 4:18 : Hun zuiperij is afvallig; zij doen niet dan hoereren; haar schilden (het is een schande!) beminnen het woord: Geeft."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Micha 3:11 . Micha 3:11 : Haar hoofden rechten om geschenken, en haar priesters leren om loon, en haar profeten waarzeggen om geld; nog steunen zij op den HEERE, zeggende: Is de HEERE niet in het midden van ons? Ons zal geen kwaad overkomen.",
          "text1637": "Mich. 3.11.",
          "text2026": "Micha 3:11 . Micha 3:11 : Haar hoofden rechte om geschenken, en haar priesters leren om loon, en haar profeten waarzeggen om geld; nog steunen zij op JAHWEH, zeggende: Is JAHWEH niet in het midden van ons? Ons zal geen kwaad overkomen."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, om geschenken.",
          "text1637": "D. om geschenken.",
          "text2026": "Dat is, om geschenken."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "grote spreekt: Zie 2 Kon. 25:9 . 2 Koningen 25:9 : En hij verbrandde het huis des HEEREN, en het huis des konings, mitsgaders alle huizen van Jeruzalem; en alle huizen der groten verbrandde hij met vuur.",
          "text1637": "Siet 2.Reg. 25. op vers 9.",
          "text2026": "grote spreekt: Zie 2 Kon. 25:9 . 2 Koningen 25:9 : En hij verbrandde het huis van JAHWEH, en het huis van de koning, en ook alle huizen van Jeruzalem; en alle huizen van de grote verbrandde hij met vuur."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, hij durft wel onbeschaamd spreken wat verdriet, schade en jammer hij voorheeft anderen aan te doen; of hetgeen waardoor hij zijn eigen ziel in het verderf brengt.",
          "text1637": "D. hy derf wel onbeschaemdelick spreken, wat verdriet, schade ende jammer hy voor heeft anderen aen te doen: ofte ’t gene daer door hy sijne eygene ziele in ’t verderf brengt.",
          "text2026": "Dat is, hij durft wel onbeschaamd spreken wat verdriet, schade en jammer hij voorheeft anderen aan te doen; of wat waardoor hij zijn eigen ziel in het verderf brengt."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Micha 2:1 . Micha 2:1 : Wee dien, die ongerechtigheid bedenken, en kwaad werken op hun legers; in het licht van den morgenstond doen zij het, dewijl het in de macht van hunlieder hand is.",
          "text1637": "Mich. 2.1.",
          "text2026": "Micha 2:1 . Micha 2:1 : Wee die, die ongerechtigheid bedenken, en kwaad werken op hun legers; in het licht van de morgenstond doen zij het, omdat het in de macht van hun hand is."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, waar bij lust of begeerte toe heeft, wat hem slechts lust dat durft hij zeggen, bedenken en doen. Zie Ps. 27:12 , en verg. Micha 2:2 . Psalmen 27:12 : Geef mij niet over in de begeerte mijner tegenpartijders; want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan, mitsgaders die wrevel uitblaast. Micha 2:2 : En zij begeren akkers, en roven ze, en huizen, en nemen ze weg; alzo doen zij geweld aan den man en zijn huis, ja, aan een iegelijk en zijn erfenis.",
          "text1637": "D. daer hy lust ofte begeerte toe heeft, wat hem slechs lust dat derf hy seggen, practizeren, ende doen. Siet Psal. 27. op vers 12. ende vergel. bov. 2.2.",
          "text2026": "Dat is, waar bij lust of begeerte toe heeft, wat hem slechts lust dat durft hij zeggen, bedenken en doen. Zie Ps. 27:12 , en verg. Micha 2:2 . Psalmen 27:12 : Geef mij niet over in de begeerte mijner tegenstanders; want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan, en ook die wrevel uitblaast. Micha 2:2 : En zij begeren akkers, en roven ze, en huizen, en nemen ze weg; zo doen zij geweld aan de man en zijn huis, ja, aan een iedereen en zijn erfenis."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "draaien ze dicht ineen: Te weten, de schenderij. Gelijk men verscheidene kleine koorden of zelen tezamen draait om een dik touw daarvan te maken, alzo draaien zij hun schendige praktijken met elkander vast en dicht ineen, samenspannende met elkander, en zich verbindende, sterkende, om zonder fout hunne boosheid uit te werken. Verg. Pred. 4:12 ; Ps. 129:4 ; Jes. 5:18 . Prediker 4:12 : En indien iemand den een mocht overweldigen, zo zullen de twee tegen hem bestaan; en een drievoudig snoer wordt niet haast gebroken. Psalmen 129:4 : De HEERE, Die rechtvaardig is, heeft de touwen der goddelozen afgehouwen. Jesaja 5:18 : Wee dengenen, die de ongerechtigheid trekken met koorden der ijdelheid, en de zonde als met dikke wagenzelen!",
          "text1637": "T.w. de schenderye. gelijckmen verscheydene kleyne koorden, ofte zeelen te samen draeyt om een dick touw daer van te maken, alsoo draeyen sy hare schendige practijcken met malkanderen vast ende dicht in een, conspirerende met malkanderen, ende haer verbindende, sterckende, om sonder feyl hare boosheyt uyt te wercken. Vergel. Eccles. 4.12. Psal 129.4. Ies. 5.18.",
          "text2026": "draaien ze dicht ineen: Te weten, de schenderij. Gelijk men verscheidene kleine koorden of zelen tezamen draait om een dik touw daarvan te maken, zo draaien zij hun schendige praktijken met elkaar vast en dicht ineen, samenspannende met elkaar, en zich verbindende, sterkende, om zonder fout hun boosheid uit te werken. Verg. Pred. 4:12 ; Ps. 129:4 ; Jes. 5:18 . Prediker 4:12 : En als iemand de één mocht overweldigen, zo zullen de twee tegen hem bestaan; en een drievoudig snoer wordt niet haast gebroken. Psalmen 129:4 : JAHWEH, Die rechtvaardig is, heeft de touwen van de goddelozen afgehouwen. Jesaja 5:18 : Wee dengenen, die de ongerechtigheid trekken met koorden van de ijdelheid, en de zonde als met dikke wagenzelen!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/רַ֤ע",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "כַּפַּ֨יִם֙",
          "strongs": "H3709",
          "morph": "HNcfda"
        },
        {
          "woord": "לְ/הֵיטִ֔יב",
          "strongs": "H3190",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׂ֣ר",
          "strongs": "H8269",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "שֹׁאֵ֔ל",
          "strongs": "H7592",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַ/שֹּׁפֵ֖ט",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HC/Td/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/שִׁלּ֑וּם",
          "strongs": "H7966",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַ/גָּד֗וֹל",
          "strongs": "H1419",
          "morph": "HC/Td/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "דֹּבֵ֨ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "הַוַּ֥ת",
          "strongs": "H1942",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "נַפְשׁ֛/וֹ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "ה֖וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/יְעַבְּתֽוּ/הָ",
          "strongs": "H5686",
          "morph": "HC/Vpw3mp/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup><span class=\"direct-speech\"><i> Om met beide handen wel dapper kwaad te doen, zo<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> eist de vorst, en de rechter<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> oordeelt om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> vergelding; en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> grote spreekt de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> verderving van zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> ziel, en zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> draaien ze dicht ineen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Om met beide handen wel dapper kwaad te doen, zo<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> eist de vorst, en de rechter<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> oordeelt om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> vergelding; en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> grote spreekt de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> verderving zijner<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> ziel, en zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> draaien ze dicht ineen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Om [met] beyde handen wel dapper quaet te doen, so <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> eyscht de Vorst, ende de Richter [oordeelt] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> om <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> vergeldinge: ende de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Groote, die spreeckt de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> verdervinge sijner <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> ziele, ende sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> draeyense dicht in een.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zijner",
          "new": "van zijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "De beste van hen is als een doorn; de oprechtste is scherper dan een doornheg; de dag uwer wachters, uw bezoeking, is gekomen; nu zal hunlieder verwarring wezen.",
      "text1637": "De [19] beste van hen is als een [20] doorn; d’oprechtste is [scherper] als eene [21] doornhegge: de [22] dach uwer [23] wachters, [24] uwe [25] besoeckinge, [26] is gekomen; [27] Nu sal [28] haerlieder [29] verwerringe wesen.",
      "text2026": "De beste van hen is als een doorn; de oprechtste is scherper dan een doornheg; de dag van uw wachters, uw bezoeking, is gekomen; nu zal hun verwarring wezen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "beste van hen is: Dat is, dien men voor den minste in boosheid zou rekenen.",
          "text1637": "D. dien men voor den minsten in boosheydt soude rekenen.",
          "text2026": "beste van hen is: Dat is, die men voor de minste in boosheid zou rekenen."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ezech. 2:6 . Ezechiël 2:6 : En gij, mensenkind! vrees niet voor hen, en vrees niet voor hun woorden, hoewel wederwilligen en doornen bij u zijn, en gij bij schorpioenen woont; vrees voor hun woorden niet, en ontzet u niet voor hun aangezicht, want zij zijn een wederspannig huis.",
          "text1637": "Siet Ezech. 2. op vers 6.",
          "text2026": "Zie Ez. 2:6 . Ezechiël 2:6 : En u, mensenkind! vrees niet voor hen, en vrees niet voor hun woorden, hoewel wederwilligen en doornen bij u zijn, en u bij schorpioenen woont; vrees voor hun woorden niet, en ontzet u niet voor hun aangezicht, want zij zijn een opstandig huis."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. Spreuk. 15:19 . Spreuken 15:19 : De weg des luiaards is als een doornheg; maar het pad der oprechten is welgebaand.",
          "text1637": "Vergel. Prov. 15.19.",
          "text2026": "Verg. Spr. 15:19 . Spreuken 15:19 : De weg van de luiaards is als een doornheg; maar het pad van de oprechten is welgebaand."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De bestemde tijd. Zie Joel 1:15 . Joël 1:15 : Ach, die dag! want de dag des HEEREN is nabij, en zal als een verwoesting komen van den Almachtige.",
          "text1637": "De bestemde tijt, siet Ioel 1.15.",
          "text2026": "De bestemde tijd. Zie Joel 1:15 . Joël 1:15 : Ach, die dag! want de dag van JAHWEH is nabij, en zal als een verwoesting komen van de Almachtige."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, profeten; versta, dien de profeten, u van God toegezonden, geprofeteerd hebben. Zie Ezech. 3:17 . Ezechiël 3:17 : Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israëls; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.",
          "text1637": "D. Propheten, verstaet, dien de Propheten, u van Godt toegesonden, gepropheteert hebben. Siet Ezech. 3. op vers 17.",
          "text2026": "Dat is, profeten; versta, die de profeten, u van God toegezonden, geprofeteerd hebben. Zie Ez. 3:17 . Ezechiël 3:17 : Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis van Israël; zo zult u het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, uwer bezoeking; versta den dag uwer bezoeking.",
          "text1637": "Ofte, uwer besoeckinge, verst. de dach uwer besoeckinge.",
          "text2026": "Of, uw bezoeking; versta de dag uw bezoeking."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, straf. Zie Gen. 21:1 . Genesis 21:1 : En de HEERE bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en de HEERE deed aan Sara, gelijk als Hij gesproken had.",
          "text1637": "D. straffe. Siet Gen. 21. op vers 1.",
          "text2026": "Dat is, straf. Zie Gen. 21:1 . Genesis 21:1 : En JAHWEH bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en JAHWEH deed aan Sara, gelijk als Hij gesproken had."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "is gekomen: Dat is, zal zekerlijk komen, het is ophanden, dat u God bezoeken zal.",
          "text1637": "D. sal sekerlick komen, ’t is op handen, dat u Godt besoecken sal.",
          "text2026": "is gekomen: Dat is, zal zekerlijk komen, het is ophanden, dat u God bezoeken zal."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "nu zal: Dat is, al haast. Zie Hos. 10:3 . Hosea 10:3 : Want nu zullen zij zeggen: Wij hebben geen koning; want wij hebben den HEERE niet gevreesd; wat zou ons dan een koning doen?",
          "text1637": "D. al haest. Siet Hose. 10. op vers 3.",
          "text2026": "nu zal: Dat is, al haast. Zie Hos. 10:3 . Hosea 10:3 : Want nu zullen zij zeggen: Wij hebben geen koning; want wij hebben JAHWEH niet gevreesd; wat zou ons dan een koning doen?"
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Deze booswichten, die boven beschreven zijn.",
          "text1637": "Deser booswichten, die boven beschreven zijn.",
          "text2026": "Deze booswichten, die boven beschreven zijn."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "verwarring wezen: Gelijk zij alle verwarring hebben ingevoerd en alle boosheid samengedraaid, alzo zullen zij nu in de uiterste verwarring en verbijstering wederingewikkeld worden, zulks dat zij van benauwdheid niet zullen weten wat te doen of te laten, waaruit of waarin, gelijk men zegt. Verg. 2 Kron. 36 ; Jer. 39 ; Ezech. 4 , en Ezech. 24:3 , 24:4 , 24:5 , 24:6 , 24:9 , 24:10 , 24:11 . Ezechiël 24:3 : En gebruik een gelijkenis tot dat wederspannig huis, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Zet een pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin. Ezechiël 24:4 : Doe zijn stukken te zamen daarin, alle goede stukken, de dij en den schouder, vul hem met de keur der beenderen. Ezechiël 24:5 : Neem de keur van de kudde, en stook ook een brandstapel van de beenderen daaronder; doe hem wel opzieden; ook zullen zijn beenderen daarin gekookt worden. Ezechiël 24:6 : Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad, den pot, welks schuim in hem is, en van welken zijn schuim niet is uitgegaan! trek stuk bij stuk daaruit, en laat het lot over hem niet vallen. Ezechiël 24:9 : Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Wee der bloedstad! Ik zal ook den brandstapel groot maken! Ezechiël 24:10 : Draag veel houts toe, steek het vuur aan, verteer het vlees, en kruid het met specerijen, en laat de beenderen verbranden. Ezechiël 24:11 : Stel hem daarna ledig op zijn kolen, opdat hij heet worde, en zijn roest verbrande, en zijn onreinigheid in het midden van hem versmelte, zijn schuim verteerd worde.",
          "text1637": "Gelijck sy alle verwerringe hebben ingevoert, ende alle boosheyt t’samengedraeyt, alsoo sullense nu in d’uyterste verwerringe ende verbijstertheyt weder ingewickelt worden, sulcx datse van benaeutheyt niet en sullen weten wat te doen ofte te laten, waer uyt ofte waerin, alsmen seyt. Vergel. 2.Chro. cap. 36. Ierem. cap. 39. Ezech. cap. 4. ende 24.3, 4, 5, 6, 9, 10, 11.",
          "text2026": "verwarring wezen: Gelijk zij alle verwarring hebben ingevoerd en alle boosheid samengedraaid, zo zullen zij nu in de uiterste verwarring en verbijstering wederingewikkeld worden, zulks dat zij van benauwdheid niet zullen weten wat te doen of te laten, waaruit of waarin, gelijk men zegt. Verg. 2 Kron. 36 ; Jer. 39 ; Ez. 4 , en Ez. 24:3 , 24:4 , 24:5 , 24:6 , 24:9 , 24:10 , 24:11 . Ezechiël 24:3 : En gebruik een gelijkenis tot dat opstandig huis, en zeg tot hen: Zo zegt de Heer JAHWEH: Zet een pot toe, zet hem toe, en giet ook water daarin. Ezechiël 24:4 : Doe zijn stukken te zamen daarin, alle goede stukken, de dij en de schouder, vul hem met de keur van de beenderen. Ezechiël 24:5 : Neem de keur van de kudde, en stook ook een brandstapel van de beenderen daaronder; doe hem wel opzieden; ook zullen zijn beenderen daarin gekookt worden. Ezechiël 24:6 : Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Wee van de bloedstad, de pot, welks schuim in hem is, en van welke zijn schuim niet is uitgegaan! trek stuk bij stuk daaruit, en laat het lot over hem niet vallen. Ezechiël 24:9 : Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Wee van de bloedstad! Ik zal ook de brandstapel groot maken! Ezechiël 24:10 : Draag veel houts toe, steek het vuur aan, verteer het vlees, en kruid het met specerijen, en laat de beenderen verbranden. Ezechiël 24:11 : Stel hem daarna leeg op zijn kolen, opdat hij heet worde, en zijn roest verbrande, en zijn onreinigheid in het midden van hem versmelte, zijn schuim verteerd worde."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "טוֹבָ֣/ם",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/חֵ֔דֶק",
          "strongs": "H2312",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יָשָׁ֖ר",
          "strongs": "H3477",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/מְּסוּכָ֑ה",
          "strongs": "H4534",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "י֤וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מְצַפֶּ֨י/ךָ֙",
          "strongs": "H6822",
          "morph": "HVprmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "פְּקֻדָּתְ/ךָ֣",
          "strongs": "H6486",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בָ֔אָה",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "עַתָּ֥ה",
          "strongs": "H6258",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "תִהְיֶ֖ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "מְבוּכָתָֽ/ם",
          "strongs": "H3998",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> beste van hen is als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> doorn; de oprechtste is scherper dan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> een doornheg; de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> dag van uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> wachters,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> bezoeking,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> is gekomen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> nu zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> verwarring wezen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> beste van hen is als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> doorn; de oprechtste is scherper dan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> een doornheg; de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> dag uwer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> wachters,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> bezoeking,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> is gekomen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> nu zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> hunlieder<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> verwarring wezen.",
      "text1637_html": "De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> beste van hen is als een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> doorn; d’oprechtste is [scherper] als eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> doornhegge: de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> dach uwer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> wachters, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> besoeckinge, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> is gekomen; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> Nu sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> haerlieder <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> verwerringe wesen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "uwer",
          "new": "van uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "hunlieder",
          "new": "hun",
          "principe": "V329"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Gelooft een vriend niet, vertrouwt niet op een voornaamsten vriend; bewaar de deuren uws monds voor haar, die in uw schoot ligt.",
      "text1637": "En [30] geloovet eenen vrient niet; en vertrouwet niet op eenen [31] voorneemsten vrient: [32] bewaert de deuren uwes monts voor [33] haer die in uwen [34] schoot [35] leyt.",
      "text2026": "Geloof een vriend niet, vertrouwt niet op een voornaamste vriend; bewaar de deuren van uw mond voor haar, die in uw schoot ligt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelooft een vriend niet: Of, vertrouwt; geloof en trouw is weg, wil de profeet zeggen. Verg. Jer. 9:4 , 9:5 . Sommigen nemen het als een heilzamen raad, dien den profeet den vromen geeft van hetgeen zij hadden te vermijden. Jeremia 9:4 : Wacht u, een iegelijk van zijn vriend, en vertrouwt niet op enigen broeder; want elk broeder doet niet dan bedriegen, en elk vriend wandelt in achterklap. Jeremia 9:5 : En zij handelen bedriegelijk, een ieder met zijn vriend, en spreken de waarheid niet; zij leren hun tong leugen spreken, zij maken zich moede met verkeerdelijk te handelen.",
          "text1637": "Ofte, vertrouwet, geloove ende trouwe is wech, wil de Propheet seggen, vergel. Ierem. 9.4, 5. Sommige nemen ’t als eenen heylsamen raedt, die de Propheet den vroomen geeft van ’t gene sy hadden te vermijden.",
          "text2026": "Gelooft een vriend niet: Of, vertrouwt; geloof en trouw is weg, wil de profeet zeggen. Verg. Jer. 9:4 , 9:5 . Sommigen nemen het als een heilzamen raad, die de profeet de vromen geeft van wat zij hadden te vermijden. Jeremia 9:4 : Wacht u, een iedereen van zijn vriend, en vertrouwt niet op enige broer; want elk broer doet niet dan bedriegen, en elk vriend wandelt in achterklap. Jeremia 9:5 : En zij handelen bedriegelijk, een ieder met zijn vriend, en spreken de waarheid niet; zij leren hun tong leugen spreken, zij maken zich moe met verkeerd te handelen."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "voornaamsten vriend: Of, leidsman, voorganger, leraar, die met raad en daad voorgaat en bijstaat. Zie Ps. 55:14 ; Spreuk. 16:28 , en Spreuk. 17:9 met de aantekening. Psalmen 55:14 : Maar gij zijt het, o mens, als van mijn waardigheid, mijn leidsman en mijn bekende! Spreuken 16:28 : Een verkeerd man zal krakeel inwerpen; en een oorblazer scheidt den voornaamsten vriend. Spreuken 17:9 : Die de overtreding toedekt, zoekt liefde; maar die de zaak weder ophaalt, scheidt den voornaamsten vriend.",
          "text1637": "Ofte, leytsman, voorganger, leeraer, die met raet ende daet voorgaet ende bystaet, Siet Psal. 55.14. Prov. 16.23. ende 17.9. met de aenteeck.",
          "text2026": "voornaamsten vriend: Of, leidsman, voorganger, leraar, die met raad en daad voorgaat en bijstaat. Zie Ps. 55:14 ; Spr. 16:28 , en Spr. 17:9 met de aantekening. Psalmen 55:14 : Maar u bent het, o mens, als van mijn waardigheid, mijn leidsman en mijn bekende! Spreuken 16:28 : Een verkeerd man zal krakeel inwerpen; en een oorblazer scheidt de voornaamsten vriend. Spreuken 17:9 : Die de overtreding toedekt, zoekt liefde; maar die de zaak weer ophaalt, scheidt de voornaamsten vriend."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "bewaar de deuren uws monds: Dat gij de geheimen van uw hart niet openbaart, om niet bedrogen en verraden te worden.",
          "text1637": "Dat ghy de secreten uwes herten niet en openbaret, om niet bedrogen ende verraden te worden.",
          "text2026": "bewaar de deuren uws monds: Dat u de geheimen van uw hart niet openbaart, om niet bedrogen en verraden te worden."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, uw vrouw; verg. Deut. 13:6 , en zie de aantekening aldaar. Hebr. de liggende, of liggeres van uwen schoot. Deuteronomium 13:6 : Wanneer uw broeder, de zoon uwer moeder, of uw zoon, of uw dochter, of de vrouw van uw schoot, of uw vriend, die als uw ziel is, u zal aanporren in het heimelijke, zeggende: Laat ons gaan, en dienen andere goden, die gij niet gekend hebt, gij noch uw vaderen;",
          "text1637": "D. u wijf. Vergel. Deut. 13.6. ende siet d’ aent. aldaer. Hebr. de liggende, ofte, liggersche uwes schoots.",
          "text2026": "Dat is, uw vrouw; verg. Deut. 13:6 , en zie de aantekening daar. Hebr. de liggende, of liggeres van uw schoot. Deuteronomium 13:6 : Wanneer uw broer, de zoon uw moeder, of uw zoon, of uw dochter, of de vrouw van uw schoot, of uw vriend, die als uw ziel is, u zal aanporren in het geheime, zeggende: Laat ons gaan, en dienen andere goden, die u niet gekend hebt, u noch uw vaderen;"
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, boezem.",
          "text1637": "Ofte, boesem.",
          "text2026": "Of, boezem."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, slaapt, ligt te slapen; gelijk nederliggen voor slapen genomen wordt, en wijders ook voor sterven, of ontslapen; zie Deut. 31:16 . Deuteronomium 31:16 : En de HEERE zeide tot Mozes: Zie, gij zult slapen met uw vaderen; en dit volk zal opstaan, en nahoereren de goden der vreemden van dat land, waar het naar toe gaat, in het midden van hetzelve; en het zal Mij verlaten en vernietigen Mijn verbond, dat Ik met hetzelve gemaakt heb.",
          "text1637": "Ofte, slaept, leyt te slapen: gelijck nederliggen voor slapen genomen wort, ende wijders oock voor sterven, ofte, ontslapen. Siet Deut. 31. op vers 16.",
          "text2026": "Of, slaapt, ligt te slapen; gelijk nederliggen voor slapen genomen wordt, en verder ook voor sterven, of ontslapen; zie Deut. 31:16 . Deuteronomium 31:16 : En JAHWEH zei tot Mozes: Zie, u zult slapen met uw vaderen; en dit volk zal opstaan, en nahoereren de goden van de vreemden van dat land, waar het naar toe gaat, in het midden van hetzelfde; en het zal Mij verlaten en vernietigen Mijn verbond, dat Ik met hetzelfde gemaakt heb."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תַּאֲמִ֣ינוּ",
          "strongs": "H539",
          "morph": "HVhj2mp"
        },
        {
          "woord": "בְ/רֵ֔עַ",
          "strongs": "H7453",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אַֽל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּבְטְח֖וּ",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HVqj2mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אַלּ֑וּף",
          "strongs": "H441",
          "morph": "HR/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/שֹּׁכֶ֣בֶת",
          "strongs": "H7901",
          "morph": "HR/Vqrfsc"
        },
        {
          "woord": "חֵיקֶ֔/ךָ",
          "strongs": "H2436",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "שְׁמֹ֖ר",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "פִּתְחֵי",
          "strongs": "H6607",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "פִֽי/ךָ",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Geloof<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> een vriend niet, vertrouwt niet op een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> voornaamste vriend;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> bewaar de deuren van uw mond voor<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> haar, die in uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> schoot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> ligt.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Gelooft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> een vriend niet, vertrouwt niet op een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> voornaamsten vriend;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> bewaar de deuren uws monds voor<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> haar, die in uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> schoot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> ligt.",
      "text1637_html": "En <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> geloovet eenen vrient niet; en vertrouwet niet op eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> voorneemsten vrient: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> bewaert de deuren uwes monts voor <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> haer die in uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> schoot <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> leyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gelooft",
          "new": "Geloof",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "voornaamsten",
          "new": "voornaamste",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "uws monds",
          "new": "van uw mond",
          "principe": "V200"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Want de zoon veracht den vader, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder; eens mans vijanden zijn zijn huisgenoten.",
      "text1637": "Want de [d] sone [36] veracht den vader, de dochter staet op tegen hare moeder, de schoon-dochter tegen hare schoon-moeder: Eens [37] mans vyanden, zijn [38] sijne huysgenooten.",
      "text2026": "Want de zoon veracht de vader, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder; van een man vijanden zijn zijn huisgenoten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 22:7 ; Matth. 10:21 ; idem v. 35 ; idem v. 36 ; Lukas 12:53 . Ezechiël 22:7 : Vader en moeder hebben zij in u licht geacht; met den vreemdeling hebben zij in het midden van u door verdrukking gehandeld; zij hebben in u den wees en de weduwe verdrukt. Mattheüs 10:21 : En de ene broeder zal den anderen broeder overleveren tot den dood, en de vader het kind, en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden. Mattheüs 10:35 : Want Ik ben gekomen, om den mens tweedrachtig te maken tegen zijn vader, en de dochter tegen haar moeder, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder. Mattheüs 10:36 : En zij zullen des mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn. Lukas 12:53 : De vader zal tegen den zoon verdeeld zijn, en de zoon tegen den vader; de moeder tegen de dochter; en de dochter tegen de moeder; de schoonmoeder tegen haar schoondochter, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder.",
          "text1637": "Ezech. 22.7. Matth. 10.21, 35, 36. Luce 12.53.",
          "text2026": "Ez. 22:7 ; Matt. 10:21 ; idem v. 35 ; idem v. 36 ; Lukas 12:53 . Ezechiël 22:7 : Vader en moeder hebben zij in u licht geacht; met de vreemdeling hebben zij in het midden van u door verdrukking gehandeld; zij hebben in u de wees en de weduwe verdrukt. Mattheüs 10:21 : En de één broer zal de anderen broer overleveren tot de dood, en de vader het kind, en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden. Mattheüs 10:35 : Want Ik ben gekomen, om de mens tweedrachtig te maken tegen zijn vader, en de dochter tegen haar moeder, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder. Mattheüs 10:36 : En zij zullen van de mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn. Lukas 12:53 : De vader zal tegen de zoon verdeeld zijn, en de zoon tegen de vader; de moeder tegen de dochter; en de dochter tegen de moeder; de schoonmoeder tegen haar schoondochter, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "veracht den vader: Of, onteert, acht klein, of gering.",
          "text1637": "Ofte, onteert, acht kleyn, ofte, gering.",
          "text2026": "veracht de vader: Of, onteert, acht klein, of gering."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mans vijanden: Of, eens mensen. Deze plaats heeft de Heere Christus gebruikt, Matth. 10:35 , 10:36 ; hoewel tot een ander einde. Mattheüs 10:35 : Want Ik ben gekomen, om den mens tweedrachtig te maken tegen zijn vader, en de dochter tegen haar moeder, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder. Mattheüs 10:36 : En zij zullen des mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn.",
          "text1637": "Ofte, eens menschen. Dese plaetse heeft de Heere Christus gebruyckt, Mat. 10.35, 36. hoewel tot een ander eynde.",
          "text2026": "mans vijanden: Of, eens mensen. Deze plaats heeft de Heer Christus gebruikt, Matt. 10:35 , 10:36 ; hoewel tot een ander einde. Mattheüs 10:35 : Want Ik ben gekomen, om de mens tweedrachtig te maken tegen zijn vader, en de dochter tegen haar moeder, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder. Mattheüs 10:36 : En zij zullen van de mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijn huisgenoten: Hber. mensen, of lieden van zijn huis; dat is, die van zijn eigen huisgezin zijn hem ontrouw, verraden hem.",
          "text1637": "Hebr. menschen, ofte, lieden sijnes huyses. D. die van sijn eygen huysgesin zijn hem ontrouw, verraden hem.",
          "text2026": "zijn huisgenoten: Hber. mensen, of mensen van zijn huis; dat is, die van zijn eigen huisgezin zijn hem ontrouw, verraden hem."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "בֵן֙",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מְנַבֵּ֣ל",
          "strongs": "H5034",
          "morph": "HVprmsa"
        },
        {
          "woord": "אָ֔ב",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ֚ת",
          "strongs": "H1323",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "קָמָ֣ה",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HVqrfsa"
        },
        {
          "woord": "בְ/אִמָּ֔/הּ",
          "strongs": "H517",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "כַּלָּ֖ה",
          "strongs": "H3618",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/חֲמֹתָ֑/הּ",
          "strongs": "H2545",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "אֹיְבֵ֥י",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "אִ֖ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אַנְשֵׁ֥י",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "בֵיתֽ/וֹ",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Want de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> zoon<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> veracht de vader, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder; van een man<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> vijanden zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> zijn huisgenoten.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Want de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> zoon<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> veracht den vader, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder; eens<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> mans vijanden zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> zijn huisgenoten.",
      "text1637_html": "Want de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> sone <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> veracht den vader, de dochter staet op tegen hare moeder, de schoon-dochter tegen hare schoon-moeder: Eens <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> mans vyanden, zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> sijne huysgenooten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "eens mans",
          "new": "van een man",
          "principe": "V424"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Maar ik zal uitzien naar den HEERE, ik zal wachten op den God mijns heils; mijn God zal mij horen.",
      "text1637": "[39] Maer ick sal [40] uytsien nae den HEERE; ick sal [41] wachten op den Godt mijns heyls: mijn Godt sal my hooren.",
      "text2026": "Maar ik zal uitzien naar JAHWEH, ik zal wachten op de God van mijn heil; mijn God zal mij horen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Maar ik zal: Of, daarom.",
          "text1637": "Ofte, daerom.",
          "text2026": "Maar ik zal: Of, daarom."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "uitzien naar den HEERE: Of, wacht houden. Verg. Ps. 5:4 met de aantekening. Dit spreekt de profeet in den naam der kerk, of de kerk zelve, zich oprichtende door geloof op Gods genade en belofte. Psalmen 5:4 : Des morgens, HEERE, zult Gij mijn stem horen; des morgens zal ik mij tot U schikken, en wacht houden.",
          "text1637": "Ofte, wacht houden. Vergel. Psal. 5.4. met d’aenteeck. Dit spreeckt de Propheet inden name der kercke, ofte, de kercke selve, haer oprichtende door geloove op Godts genade ende beloften.",
          "text2026": "uitzien naar JAHWEH: Of, wacht houden. Verg. Ps. 5:4 met de aantekening. Dit spreekt de profeet in de naam van de kerk, of de kerk zelve, zich oprichtende door geloof op Gods genade en belofte. Psalmen 5:4 : Van de morgens, JAHWEH, zult U mijn stem horen; van de morgen zal ik mij tot U schikken, en wacht houden."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "wachten op de God mijns heils: Of, hopen.",
          "text1637": "Ofte, hopen.",
          "text2026": "wachten op de God mijns heils: Of, hopen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/אֲנִי֙",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/יהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "אֲצַפֶּ֔ה",
          "strongs": "H6822",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "אוֹחִ֖ילָה",
          "strongs": "H3176",
          "morph": "HVhh1cs"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אלֹהֵ֣י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁעִ֑/י",
          "strongs": "H3468",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁמָעֵ֖/נִי",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqi3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהָֽ/י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup><span class=\"direct-speech\"><i> Maar ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> zal uitzien naar JAHWEH, ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> wachten op de God van mijn heil; mijn God zal mij horen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> Maar ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> uitzien naar den HEERE, ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> wachten op den God mijns heils; mijn God zal mij horen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> Maer ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> uytsien nae den HEERE; ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> wachten op den Godt mijns heyls: mijn Godt sal my hooren.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "mijns heils;",
          "new": "van mijn heil;",
          "principe": "V213"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Verblijd u niet over mij, o mijn vijandin! wanneer ik gevallen ben, zal ik weder opstaan; wanneer ik in duisternis zal gezeten zijn, zal de HEERE mij een licht zijn.",
      "text1637": "En verblijdt u niet over [42] my, ô mijne [43] vyandinne; wanneer ick [44] gevallen ben, [45] sal ick weder opstaen: wanneer ick in [46] duysternisse [47] sal geseten zijn, sal my de HEERE een [48] licht zijn.",
      "text2026": "Verblijd u niet over mij, o mijn vijandin! wanneer ik gevallen ben, zal ik weer opstaan; wanneer ik in duisternis zal gezeten zijn, zal JAHWEH mij een licht zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Omdat ik in kruis en lijden ben.",
          "text1637": "Om dat ick in kruys ende lijden ben.",
          "text2026": "Omdat ik in kruis en lijden ben."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij gemeente der goddelozen, mijne vervolgster. De kerk vergelijkt zichzelf bij ene vrouw, en alzo ook hare vijanden.",
          "text1637": "Ghy gemeynte der godloosen, mijne vervolgersse. de kercke, vergelijckt haer selven by eene vrouwe, ende alsoo oock hare vyanden.",
          "text2026": "U gemeente van de goddelozen, mijn vervolgster. De kerk vergelijkt zichzelf bij een vrouw, en zo ook haar vijanden."
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "gevallen ben: In kruis en tegenspoed. Zie Spreuk. 24:16 . Spreuken 24:16 : Want de rechtvaardige zal zevenmaal vallen, en opstaan; maar de goddelozen zullen in het kwaad nederstruikelen.",
          "text1637": "In cruys ende tegenspoet. Siet Prov. 24. op vers 16.",
          "text2026": "gevallen ben: In kruis en tegenspoed. Zie Spr. 24:16 . Spreuken 24:16 : Want de rechtvaardige zal zevenmaal vallen, en opstaan; maar de goddelozen zullen in het kwaad nederstruikelen."
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zal ik weder opstaan: Of, sta ik, enz. Hebr. eigenlijk, ben ik weder opgestaan, dat is, zal ik zekerlijk weder opstaan, te weten, uit mijn kruis.",
          "text1637": "Ofte, stae ick, etc. Hebr. eyg. ben ick weder opgestaen. D. sal ick sekerlick weder opstaen, T.w. uyt mijn cruys.",
          "text2026": "zal ik weer opstaan: Of, sta ik, enz. Hebr. eigenlijk, ben ik weer opgestaan, dat is, zal ik zekerlijk weer opstaan, te weten, uit mijn kruis."
        },
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Gen. 15:12 . Genesis 15:12 : En het geschiedde, als de zon was aan het ondergaan, zo viel een diepe slaap op Abram; en ziet, een schrik, en grote duisternis viel op hem.",
          "text1637": "Siet Genes. 15. op vers 12.",
          "text2026": "Zie Gen. 15:12 . Genesis 15:12 : En het geschiedde, als de zon was aan het ondergaan, zo viel een diepe slaap op Abram; en ziet, een schrik, en grote duisternis viel op hem."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zal gezeten zijn: Of, zitte, is mij de HEERE een licht.",
          "text1637": "Ofte, sitte, is my de HEERE een licht.",
          "text2026": "zal gezeten zijn: Of, zitte, is mij JAHWEH een licht."
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "licht zijn: Zie Ps. 27:1 . Psalmen 27:1 : Een psalm van David. De HEERE is mijn Licht en mijn Heil, voor wien zou ik vrezen? De HEERE is mijns levens kracht, voor wien zou ik vervaard zijn?",
          "text1637": "Siet Psal. 27. op vers 1.",
          "text2026": "licht zijn: Zie Ps. 27:1 . Psalmen 27:1 : Een psalm van David. JAHWEH is mijn Licht en mijn Heil, voor wie zou ik vrezen? JAHWEH is mijns levens kracht, voor wie zou ik vervaard zijn?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַֽל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּשְׂמְחִ֤י",
          "strongs": "H8055",
          "morph": "HVqj2fs"
        },
        {
          "woord": "אֹיַ֨בְתִּ/י֙",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לִ֔/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "נָפַ֖לְתִּי",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "קָ֑מְתִּי",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֵשֵׁ֣ב",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/חֹ֔שֶׁךְ",
          "strongs": "H2822",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֖ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "א֥וֹר",
          "strongs": "H216",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Verblijd u niet over<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> mij, o mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> vijandin! wanneer ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> gevallen ben,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> zal ik weer opstaan; wanneer ik in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> duisternis<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> zal gezeten zijn, zal JAHWEH mij een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> licht zijn.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Verblijd u niet over<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> mij, o mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> vijandin! wanneer ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> gevallen ben,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> zal ik weder opstaan; wanneer ik in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> duisternis<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> zal gezeten zijn, zal de HEERE mij een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> licht zijn.",
      "text1637_html": "En verblijdt u niet over <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> my, ô mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> vyandinne; wanneer ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> gevallen ben, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> sal ick weder opstaen: wanneer ick in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> duysternisse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> sal geseten zijn, sal my de HEERE een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> licht zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "weder",
          "new": "weer",
          "principe": "V66"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Ik zal des HEEREN gramschap dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd; totdat Hij mijn twist twiste, en mijn recht uitvoere; Hij zal mij uitbrengen aan het licht; ik zal mijn lust zien aan Zijn gerechtigheid.",
      "text1637": "Ick sal des HEEREN [49] gramschap [50] dragen; want ick hebbe tegen hem gesondicht: tot dat hy mijnen [51] twist [e] twiste, ende mijn recht uytvoere; hy sal my [52] uytbrengen aen’t licht; ick sal [ [53] mijnen lust] sien aen sijne [54] gerechticheyt.",
      "text2026": "Ik zal de toorn van JAHWEH dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd; totdat Hij mijn twist twiste, en mijn recht uitvoere; Hij zal mij uitbrengen aan het licht; ik zal mijn lust zien aan Zijn gerechtigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, plagen, kastijden, uit zijne gramschap voortkomende; verg. Ezech. 7:3 . Ezechiël 7:3 : Nu is het einde over u; want Ik zal Mijn toorn tegen u zenden, en Ik zal u richten naar uw wegen, en Ik zal op u brengen al uw gruwelen.",
          "text1637": "D. plagen, castijdingen, uyt sijne gramschap voortkomede. Vergel. Ezech. 7. op vers 3.",
          "text2026": "Dat is, plagen, kastijden, uit zijn toorn voortkomende; verg. Ez. 7:3 . Ezechiël 7:3 : Nu is het einde over u; want Ik zal Mijn toorn tegen u zenden, en Ik zal u richten naar uw wegen, en Ik zal op u brengen al uw gruwelen."
        },
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Met een boetvaardig en geduldig hart, gelijk het volgende uitwijst.",
          "text1637": "Met een boetveerdich ende geduldich herte, als het volgende uytwijst.",
          "text2026": "Met een boetvaardig en geduldig hart, gelijk het volgende uitwijst."
        },
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 50:34 . Jeremia 50:34 : Maar hun Verlosser is sterk, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; Hij zal hun twist zekerlijk twisten, opdat Hij het land in rust brenge, maar de inwoners van Babel beroere.",
          "text1637": "Ierem. 50.34.",
          "text2026": "Jer. 50:34 . Jeremia 50:34 : Maar hun Verlosser is sterk, JAHWEH van de legermachten is Zijn Naam; Hij zal hun twist zekerlijk twisten, opdat Hij het land in rust brenge, maar de inwoners van Babel beroere."
        },
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "twist twiste, en mijn recht uitvoere: Dat is, mijn rechtzaak, mijn proces, dat ik niet tegen God [voor wien ik mij schuldig ken] maar tegen mijne vijanden open heb staan. Zie Ps. 35:1 . Psalmen 35:1 : Een psalm van David. Twist, HEERE! met mijn twisters; strijd met mijn bestrijders.",
          "text1637": "D. mijne rechtsake, mijn proces, dat ick niet tegen Godt, (voor welcken ick my schuldich kenne) maer tegen mijne vyanden open hebbe staen. siet Psal. 35. op vers 1.",
          "text2026": "twist twiste, en mijn recht uitvoere: Dat is, mijn rechtzaak, mijn proces, dat ik niet tegen God [voor wie ik mij schuldig ken] maar tegen mijn vijanden open heb staan. Zie Ps. 35:1 . Psalmen 35:1 : Een psalm van David. Twist, JAHWEH! met mijn twisters; strijd met mijn bestrijders."
        },
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "brengen aan het licht: Of, hervoorbrengen, uitvoeren, uit de duisternis, gelijk in het voorgaande vers gezegd.",
          "text1637": "Ofte, hervoor brengen, uytvoeren, uyt de duysternisse, als in ’t voorgaende vers geseyt.",
          "text2026": "brengen aan het licht: Of, hervoorbrengen, uitvoeren, uit de duisternis, gelijk in het voorgaande vers gezegd."
        },
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mijn lust : Dit is hier ingevoegd om den zin der Hebr. manier van spreken uit te drukken. Zie Ps. 22:18 ; alzo in het volgende vers. Anders: ik zal zijne gerechtigheid aanzien. Psalmen 22:18 : Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij.",
          "text1637": "Dit is hier ingevoecht, om den sin der Hebr. maniere van spreken uyt te drucken. siet Psal. 22. op vers 18. alsoo in ’t volgende vers And. ick sal sijne gerechticheyt aensien.",
          "text2026": "mijn lust : Dit is hier ingevoegd om de zin van de Hebr. manier van spreken uit te drukken. Zie Ps. 22:18 ; zo in het volgende vers. Anders: ik zal zijn gerechtigheid aanzien. Psalmen 22:18 : Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij."
        },
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Door welke Hij mij recht zal geven tegen mijne vijandin, mij verlossende en haar straffende; of aan zijn heil, dat Hij mij, naar zijne beloften, getrouwelijk zal bewijzen. Verg. Micha 6:5 met de aantekening. Micha 6:5 : Mijn volk! gedenk toch wat Balak, de koning van Moab, beraadslaagde, en wat hem Bileam, de zoon van Beor, antwoordde; en wat geschied is van Sittim af tot Gilgal toe, opdat gij de gerechtigheden des HEEREN kent.",
          "text1637": "Door de welcke hy my recht sal geven tegen mijne vyandinne, my verlossende, ende haer straffende: ofte, aen sijn heyl dat hy my, nae sijne beloften, getrouwelick sal bewijsen. Vergel. bov. 6.5. met d’aenteeck.",
          "text2026": "Door welke Hij mij recht zal geven tegen mijn vijandin, mij verlossende en haar straffende; of aan zijn heil, dat Hij mij, naar zijn beloften, getrouwelijk zal bewijzen. Verg. Micha 6:5 met de aantekening. Micha 6:5 : Mijn volk! gedenk toch wat Balak, de koning van Moab, beraadslaagde, en wat hem Bileam, de zoon van Beor, antwoordde; en wat geschied is van Sittim af tot Gilgal toe, opdat u de gerechtigheden van JAHWEH kent."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "זַ֤עַף",
          "strongs": "H2197",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָה֙",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶשָּׂ֔א",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "חָטָ֖אתִי",
          "strongs": "H2398",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "ל֑/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "עַד֩",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֨ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "יָרִ֤יב",
          "strongs": "H7378",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "רִיבִ/י֙",
          "strongs": "H7379",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָשָׂ֣ה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁפָּטִ֔/י",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יוֹצִיאֵ֣/נִי",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVhi3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/א֔וֹר",
          "strongs": "H216",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "אֶרְאֶ֖ה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/צִדְקָתֽ/וֹ",
          "strongs": "H6666",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Ik zal de toorn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> van JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd; totdat Hij mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> twist<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> twiste, en mijn recht uitvoere; Hij zal mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> uitbrengen aan het licht; ik zal mijn lust zien aan Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> gerechtigheid.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ik zal des HEEREN<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> gramschap<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd; totdat Hij mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> twist<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> twiste, en mijn recht uitvoere; Hij zal mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> uitbrengen aan het licht; ik zal mijn lust zien aan Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> gerechtigheid.",
      "text1637_html": "Ick sal des HEEREN <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> gramschap <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> dragen; want ick hebbe tegen hem gesondicht: tot dat hy mijnen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> twist <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> twiste, ende mijn recht uytvoere; hy sal my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> uytbrengen aen’t licht; ick sal [ <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> mijnen lust] sien aen sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> gerechticheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN gramschap",
          "new": "de toorn van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "En mijn vijandin zal het zien, en schaamte zal haar bedekken; die tot mij zegt: Waar is de HEERE, uw God? Mijn ogen zullen aan haar zien; nu zal zij worden tot vertreding, als slijk der straten.",
      "text1637": "Ende [55] mijne vyandinne sal [het] sien, ende schaemte sal haer bedecken; die tot my [f] seyt; Waer is de HEERE uwe Godt? mijne oogen sullen aen haer [56] sien; [57] Nu salse worden tot vertredinge, als [58] slijck der straten.",
      "text2026": "En mijn vijandin zal het zien, en schaamte zal haar bedekken; die tot mij zegt: Waar is JAHWEH, uw God? Mijn ogen zullen aan haar zien; nu zal zij worden tot vertreding, als slijk van de straten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "55",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mijn vijandin zal het zien: Anders: Gij [o Heere] zult mijne vijandin aanzien, [te weten, met een toornig aangezicht] en haar [met] schaamte bedekken.",
          "text1637": "And. ghy [ô Heere] sult mijne vyandinne aensien. (T.w. met een toornich aengesicht) ende haer [met] schaemte bedecken.",
          "text2026": "mijn vijandin zal het zien: Anders: U [o Heer] zult mijn vijandin aanzien, [te weten, met een toornig aangezicht] en haar [met] schaamte bedekken."
        },
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 79:10 ; Ps. 115:2 ; Joël 2:17 . Psalmen 79:10 : Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is hun God? Laat de wraak des vergoten bloeds Uwer knechten onder de heidenen voor onze ogen bekend worden. Psalmen 115:2 : Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is nu hun God? Joël 2:17 : Laat de priesters, des HEEREN dienaars, wenen tussen het voorhuis en het altaar, en laat hen zeggen: Spaar Uw volk, o HEERE! en geef Uw erfenis niet over tot een smaadheid, dat de heidenen over hen zouden heersen; waarom zouden zij onder de volken zeggen: Waar is hunlieder God?",
          "text1637": "Psal. 79.10. ende 115.2. Ioël 2.17.",
          "text2026": "Ps. 79:10 ; Ps. 115:2 ; Joël 2:17 . Psalmen 79:10 : Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is hun God? Laat de wraak van de vergoten bloed van Uw knechten onder de heidenen voor onze ogen bekend worden. Psalmen 115:2 : Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is nu hun God? Joël 2:17 : Laat de priesters, van JAHWEH dienaren, wenen tussen het voorhuis en het altaar, en laat hen zeggen: Spaar Uw volk, o JAHWEH! en geef Uw erfenis niet over tot een smaadheid, dat de heidenen over hen zouden heersen; waarom zouden zij onder de volken zeggen: Waar is hun God?"
        },
        {
          "marker": "56",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, mijne begeerte, verwachting; of Gods rechtvaardige wraak. Zie Ps. 54:9 met de aantekening. Psalmen 54:9 : Want Hij heeft mij gered uit alle benauwdheid; en mijn oog heeft gezien op mijn vijanden.",
          "text1637": "T.w. mijne begeerte, verwachtinge: ofte, Godes rechtveerdige wrake. siet Psal. 54.9. met d’aenteeck.",
          "text2026": "Te weten, mijn begeerte, verwachting; of Gods rechtvaardige wraak. Zie Ps. 54:9 met de aantekening. Psalmen 54:9 : Want Hij heeft mij gered uit alle benauwdheid; en mijn oog heeft gezien op mijn vijanden."
        },
        {
          "marker": "57",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "nu zal zij worden tot vertreding: Dat is, alhaast, het zal niet lang duren, gelijk in Micha 4:10 , en Micha 5:3 . Micha 4:10 : Lijd smart en arbeid om voort te brengen, o dochter Sions! als een barende vrouw; want nu zult gij wel uit de stad henen uitgaan, en op het veld wonen, en tot in Babel komen, maar aldaar zult gij gered worden; aldaar zal u de HEERE verlossen uit de hand uwer vijanden. Micha 5:3 : En Hij zal staan, en zal weiden in de kracht des HEEREN, in de hoogheid van den Naam des HEEREN, Zijns Gods, en zij zullen wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde.",
          "text1637": "D. al haest, ’ten sal niet lange dueren. als bov. 4.10. ende 5.4.",
          "text2026": "nu zal zij worden tot vertreding: Dat is, alhaast, het zal niet lang duren, gelijk in Micha 4:10 , en Micha 5:3 . Micha 4:10 : Lijd smart en arbeid om voort te brengen, o dochter van Sion! als een barende vrouw; want nu zult u wel uit de stad heen uitgaan, en op het veld wonen, en tot in Babel komen, maar daar zult u gered worden; daar zal u JAHWEH verlossen uit de hand uw vijanden. Micha 5:3 : En Hij zal staan, en zal weiden in de kracht van JAHWEH, in de hoogheid van de Naam van JAHWEH, Zijn Gods, en zij zullen wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden van de aarde."
        },
        {
          "marker": "58",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "slijk der straten: Dat is, tot de uiterste schande en versmaadheid gebracht worden. Zie Job 30:19 ; Jes. 41:25 ; Ps. 40:3 , met de aantekening; idem 2 Sam. 22:43 , en Ps. 18:43 . Job 30:19 : Hij heeft mij in het slijk geworpen, en ik ben gelijk geworden als stof en as. Jesaja 41:25 : Ik verwek een van het noorden, en hij zal opkomen van den opgang der zon; hij zal Mijn Naam aanroepen; en hij zal komen over de overheden als over leem, en gelijk een pottenbakker het slijk treedt. Psalmen 40:3 : En Hij heeft mij uit een ruisenden kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten op een rotssteen gesteld, Hij heeft mijn gangen vastgemaakt. 2 Samuël 22:43 : Toen vergruisde ik hen als stof der aarde; ik stampte ze, ik breidde hen uit als slijk der straten. Psalmen 18:43 : Toen vergruisde ik hen als stof voor den wind; ik ruimde hen weg als slijk der straten.",
          "text1637": "D. tot d’uyterste schande ende versmaetheyt gebracht worden. Siet Iob 30.19. Iesa. 41.25. Psal 40.3. met de aenteeck. item 2.Sam. 22.43. ende Psal. 18.43.",
          "text2026": "slijk van de straten: Dat is, tot de uiterste schande en versmaadheid gebracht worden. Zie Job 30:19 ; Jes. 41:25 ; Ps. 40:3 , met de aantekening; idem 2 Sam. 22:43 , en Ps. 18:43 . Job 30:19 : Hij heeft mij in het slijk geworpen, en ik ben gelijk geworden als stof en as. Jesaja 41:25 : Ik verwek één van het noorden, en hij zal opkomen van de opgang van de zon; hij zal Mijn Naam aanroepen; en hij zal komen over de overheden als over leem, en gelijk een pottenbakker het slijk treedt. Psalmen 40:3 : En Hij heeft mij uit een ruisenden kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten op een rotssteen gesteld, Hij heeft mijn gangen vastgemaakt. 2 Samuël 22:43 : Toen vergruisde ik hen als stof van de aarde; ik stampte ze, ik breidde hen uit als slijk van de straten. Psalmen 18:43 : Toen vergruisde ik hen als stof voor de wind; ik ruimde hen weg als slijk van de straten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/תֵרֶ֤א",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HC/Vqi3fs"
        },
        {
          "woord": "אֹיַ֨בְתִּ/י֙",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/תְכַסֶּ֣/הָ",
          "strongs": "H3680",
          "morph": "HC/Vpi3fs/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "בוּשָׁ֔ה",
          "strongs": "H955",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "הָ/אֹמְרָ֣ה",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HTd/Vqrfsa"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֔/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַיּ֖/וֹ",
          "strongs": "H346",
          "morph": "HTi/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהָ֑יִ/ךְ",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "עֵינַ/י֙",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תִּרְאֶ֣ינָּה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqi3fp"
        },
        {
          "woord": "בָּ֔/הּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "עַתָּ֛ה",
          "strongs": "H6258",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "תִּֽהְיֶ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "לְ/מִרְמָ֖ס",
          "strongs": "H4823",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כְּ/טִ֥יט",
          "strongs": "H2916",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "חוּצֽוֹת",
          "strongs": "H2351",
          "morph": "HNcmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> mijn vijandin zal het zien, en schaamte zal haar bedekken; die tot mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> zegt: Waar is JAHWEH, uw God? Mijn ogen zullen aan haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> zien;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> nu zal zij worden tot vertreding, als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> slijk van de straten.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> mijn vijandin zal het zien, en schaamte zal haar bedekken; die tot mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> zegt: Waar is de HEERE, uw God? Mijn ogen zullen aan haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> zien;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> nu zal zij worden tot vertreding, als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> slijk der straten.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> mijne vyandinne sal [het] sien, ende schaemte sal haer bedecken; die tot my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> seyt; Waer is de HEERE uwe Godt? mijne oogen sullen aen haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> sien; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> Nu salse worden tot vertredinge, als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> slijck der straten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Ten dage als Hij uw muren zal herbouwen, te dien dage zal het besluit verre heengaan.",
      "text1637": "Ten dage als hy [59] uwe [60] mueren sal [g] herbouwen; te dien dage sal het [61] Besluyt verre henen gaen.",
      "text2026": "Op de dag als Hij uw muren zal herbouwen, op die dag zal het besluit verre heengaan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "59",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit is een aanspraak tot de kerk van Christus.",
          "text1637": "Dit is eene aensprake tot de kercke Christi.",
          "text2026": "Dit is een aanspraak tot de kerk van Christus."
        },
        {
          "marker": "g",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Amos 9:11 . Amos 9:11 : Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, en Ik zal haar reten vertuinen, en wat aan haar is afgebroken, weder oprichten, en zal ze bouwen, als in de dagen van ouds;",
          "text1637": "Amos 9.11, etc.",
          "text2026": "Amos 9:11 . Amos 9:11 : Te die dage zal Ik de vervallen hut van David weer oprichten, en Ik zal haar reten vertuinen, en wat aan haar is afgebroken, weer oprichten, en zal ze bouwen, als in de dagen van ouds;"
        },
        {
          "marker": "60",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "muren zal herbouwen: Versta heiningmuren. Van het Hebr. woord, zie Ps. 62:4 . Dit is een Evangelische belofte van de herstelling en verzameling der kerk ten tijde van het Nieuwe Testament door den Messias. Verg. Amos 9:11 ; idem Micha 4:1 , 4:2 , 4:3 , en Micha 5:3 , 5:4 , 5:5 . Psalmen 62:4 : Hoe lang zult gijlieden kwaad aanstichten tegen een man? Gij allen zult gedood worden; gij zult zijn als een ingebogen wand, een aangestoten muur. Amos 9:11 : Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, en Ik zal haar reten vertuinen, en wat aan haar is afgebroken, weder oprichten, en zal ze bouwen, als in de dagen van ouds; Micha 4:1 : Maar in het laatste der dagen zal het geschieden, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen; en hij zal verheven zijn boven de heuvelen, en de volken zullen tot hem toevloeien. Micha 4:2 : En vele heidenen zullen henengaan, en zeggen: Komt en laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, en ten huize van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en wij in Zijn paden wandelen; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem. Micha 4:3 : En Hij zal onder grote volken richten, en machtige heidenen straffen, tot verre toe; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen den krijg niet meer leren. Micha 5:3 : En Hij zal staan, en zal weiden in de kracht des HEEREN, in de hoogheid van den Naam des HEEREN, Zijns Gods, en zij zullen wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde. Micha 5:4 : En Deze zal Vrede zijn; wanneer Assur in ons land zal komen, en wanneer hij in onze paleizen zal treden, zo zullen wij tegen hem stellen zeven herders, en acht vorsten uit de mensen. Micha 5:5 : Die zullen het land van Assur afweiden met het zwaard, en het land van Nimrod in deszelfs ingangen. Alzo zal Hij ons redden van Assur, wanneer dezelve in ons land zal komen, en wanneer hij in onze landpale zal treden.",
          "text1637": "Verst. heyning-mueren. van ’t Hebr. woort. siet Psal. 62. op vers 4. Dit is eene Euangelische beloofte, vande herstellinge ende versamelinge der kercke ten tijde des Nieuwen Testaments door den Messiam. Vergel. Amos 9.11. item bov. 4.1, 2, 3. ende 5.3, 4, 5.",
          "text2026": "muren zal herbouwen: Versta heiningmuren. Van het Hebr. woord, zie Ps. 62:4 . Dit is een Evangelische belofte van de herstelling en verzameling van de kerk ten tijde van het Nieuwe Testament door de Messias. Verg. Amos 9:11 ; idem Micha 4:1 , 4:2 , 4:3 , en Micha 5:3 , 5:4 , 5:5 . Psalmen 62:4 : Hoe lang zult u kwaad aanstichten tegen een man? U allen zult gedood worden; u zult zijn als een ingebogen wand, een aangestoten muur. Amos 9:11 : Te die dage zal Ik de vervallen hut van David weer oprichten, en Ik zal haar reten vertuinen, en wat aan haar is afgebroken, weer oprichten, en zal ze bouwen, als in de dagen van ouds; Micha 4:1 : Maar in het laatste van de dagen zal het gebeuren, dat de berg van het huis van JAHWEH zal vastgesteld zijn op de top van de bergen; en hij zal verheven zijn boven de heuvelen, en de volken zullen tot hem toevloeien. Micha 4:2 : En vele heidenen zullen heengaan, en zeggen: Komt en laat ons opgaan tot de berg van JAHWEH, en in het huis van de God van Jakob, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en wij in Zijn paden wandelen; want uit Sion zal de wet uitgaan, en van JAHWEH woord uit Jeruzalem. Micha 4:3 : En Hij zal onder grote volken richten, en machtige heidenen straffen, tot verre toe; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het een volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen de krijg niet meer leren. Micha 5:3 : En Hij zal staan, en zal weiden in de kracht van JAHWEH, in de hoogheid van de Naam van JAHWEH, Zijn Gods, en zij zullen wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden van de aarde. Micha 5:4 : En Deze zal Vrede zijn; wanneer Assur in ons land zal komen, en wanneer hij in onze paleizen zal treden, zo zullen wij tegen hem stellen zeven herders, en acht vorsten uit de mensen. Micha 5:5 : Die zullen het land van Assur afweiden met het zwaard, en het land van Nimrod in daarvan ingangen. Zo zal Hij ons redden van Assur, wanneer dezelfde in ons land zal komen, en wanneer hij in onze landpale zal treden."
        },
        {
          "marker": "61",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "besluit verre heengaan: Of, inzetting, ordinantie, te weten, Gods, van zijn eniggeboren Zoon, den Messias; dat is, het Evangelie zal wijd en verre uitgebreid worden. Verg. Ps. 2:7 , met de aantekening, en Ps. 110:2 ; Jes. 2:3 , en Micha 4:1 , enz., en zie hier van de verklaring in vers 14 , enz. Anders: de schatting, of het tribuut, of bevel [des vijands tirannie en overlast] zal verre [van u] weggedaan worden. Het Hebr. woord, dat hier en Ps. 2:7 gebruikt wordt van het Evangelische genadebesluit van God, wordt Ezech. 20:25 , gebruikt van goddelijke besluiten, of gezette vonnissen zijner straffen en oordelen, zie aldaar. Psalmen 2:7 : Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd. Psalmen 110:2 : De HEERE zal den scepter Uwer sterkte zenden uit Sion, zeggende: Heers in het midden Uwer vijanden. Jesaja 2:3 : En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem. Micha 4:1 : Maar in het laatste der dagen zal het geschieden, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen; en hij zal verheven zijn boven de heuvelen, en de volken zullen tot hem toevloeien. Micha 7:14 : Gij dan, weid Uw volk met Uw staf, de kudde Uwer erfenis, die alleen woont, in het woud, in het midden van een vruchtbaar land; laat ze weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van ouds. Psalmen 2:7 : Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd. Ezechiël 20:25 : Daarom gaf Ik hun ook besluitingen, die niet goed waren, en rechten, waarbij zij niet leven zouden.",
          "text1637": "Ofte, insettinge, ordinantie. T.w. Godes, van sijnen eenichgeborenen Sone, den Messia. D. het Euangelium sal wijt ende verre uytgebreydt worden. Vergel. Psal. 2.7. met d’aent. Psal. 110.2. Ies. 2.3. ende bov. 4. vers 1, etc. ende siet hier van de verclaringe ond. vers 14, etc. And. de schattinge, ofte, het tribuyt, ofte, bevel (des vyants tyrannye ende overlast) sal verre [van u] wechgedaen worden. Het Hebr. woordeken dat hier ende Psal. 2.7. gebruyckt wort van ’t Euangelisch genaden besluyt Godts, wort Ezech. 20.25. gebruyckt van Godtlicke besluyten, ofte, gesette vonnissen sijner straffen ende oordeelen. siet aldaer.",
          "text2026": "besluit verre heengaan: Of, inzetting, ordinantie, te weten, Gods, van zijn eniggeboren Zoon, de Messias; dat is, het Evangelie zal wijd en verre uitgebreid worden. Verg. Ps. 2:7 , met de aantekening, en Ps. 110:2 ; Jes. 2:3 , en Micha 4:1 , enz., en zie hier van de verklaring in vers 14 , enz. Anders: de schatting, of het tribuut, of bevel [van de vijand tirannie en overlast] zal verre [van u] weggedaan worden. Het Hebr. woord, dat hier en Ps. 2:7 gebruikt wordt van het Evangelische genadebesluit van God, wordt Ez. 20:25 , gebruikt van goddelijke besluiten, of vastgestelde vonnissen zijn straffen en oordelen, zie daar. Psalmen 2:7 : Ik zal van het besluit verhalen: JAHWEH heeft tot Mij gezegd: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd. Psalmen 110:2 : JAHWEH zal de scepter van Uw sterkte zenden uit Sion, zeggende: Heers in het midden van Uw vijanden. Jesaja 2:3 : En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot de berg van JAHWEH, tot het huis van de God van Jakob, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en van JAHWEH woord uit Jeruzalem. Micha 4:1 : Maar in het laatste van de dagen zal het gebeuren, dat de berg van het huis van JAHWEH zal vastgesteld zijn op de top van de bergen; en hij zal verheven zijn boven de heuvelen, en de volken zullen tot hem toevloeien. Micha 7:14 : U dan, weid Uw volk met Uw staf, de kudde van Uw erfenis, die alleen woont, in het woud, in het midden van een vruchtbaar land; laat ze weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van ouds. Psalmen 2:7 : Ik zal van het besluit verhalen: JAHWEH heeft tot Mij gezegd: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd. Ezechiël 20:25 : Daarom gaf Ik hun ook besluitingen, die niet goed waren, en rechte, waarbij zij niet leven zouden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "י֖וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/בְנ֣וֹת",
          "strongs": "H1129",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "גְּדֵרָ֑יִ/ךְ",
          "strongs": "H1447",
          "morph": "HNcmpc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "י֥וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/ה֖וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HTd/Pp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִרְחַק",
          "strongs": "H7368",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "חֹֽק",
          "strongs": "H2706",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Op de dag als Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> muren zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> herbouwen, op die dag zal het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> besluit verre heengaan.",
      "textSV1888_html": "Ten dage als Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> muren zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> herbouwen, te dien dage zal het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> besluit verre heengaan.",
      "text1637_html": "Ten dage als hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> mueren sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> herbouwen; te dien dage sal het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> Besluyt verre henen gaen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Ten dage",
          "new": "Op de dag",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "te dien dage",
          "new": "op die dag",
          "principe": "N4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Te dien dage zal het ook komen tot u toe, van Assur af, zelfs tot de vaste steden toe; en van de vestingen tot aan de rivier, en van zee tot zee, en van gebergte tot gebergte.",
      "text1637": "Te dien dage sal [62] het oock komen tot u toe, van [63] Assur af selfs [tot] de [64] vaste steden [toe]: ende van de [65] vestingen tot aen de [66] Riviere; ende van [67] zee [tot] zee, ende [van] geberchte tot geberchte.",
      "text2026": "Te die dage zal het ook komen tot u toe, van Assur af, zelfs tot de versterkte steden toe; en van de vestingen tot aan de rivier, en van zee tot zee, en van gebergte tot gebergte.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "62",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het ook komen tot u toe: Te weten, het voorgemelde besluit. Of, men zal tot u komen, verstaande zulks van den toeloop der volken tot de kerk Gods. Verg. Jes. 19:23 , 19:24 , enz. Anders: Hij [de] Messias zal tot u komen, enz. Jesaja 19:23 : Te dien dage zal er een gebaande weg wezen van Egypte in Assyrië, dat de Assyriërs in Egypte, en de Egyptenaars in Assyrië komen zullen; en de Egyptenaars zullen met de Assyriërs den Heere dienen. Jesaja 19:24 : Te dien dage zal Israël de derde wezen met de Egyptenaren en met de Assyriërs, een zegen in het midden van het land.",
          "text1637": "T.w. het voorgemelde besluyt. ofte, men sal tot u komen, verstaende sulcks van den toeloop der volckeren tot de kercke Godts, vergel. Iesa. 19.23, 24, etc. And. hy (de Messias) sal tot u komen, etc.",
          "text2026": "het ook komen tot u toe: Te weten, het voorgemelde besluit. Of, men zal tot u komen, verstaande zulks van de toeloop van de volken tot de kerk van God. Verg. Jes. 19:23 , 19:24 , enz. Anders: Hij [de] Messias zal tot u komen, enz. Jesaja 19:23 : Te die dage zal er een gebaande weg wezen van Egypte in Assyrië, dat de Assyriërs in Egypte, en de Egyptenaars in Assyrië komen zullen; en de Egyptenaars zullen met de Assyriërs de Heer dienen. Jesaja 19:24 : Te die dage zal Israël de derde wezen met de Egyptenaren en met de Assyriërs, een zegen in het midden van het land."
        },
        {
          "marker": "63",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Assur af: Noordwaarts van Kanaän gelegen.",
          "text1637": "Noordwaert van Canaan afgelegen.",
          "text2026": "Assur af: Noordwaarts van Kanaän gelegen."
        },
        {
          "marker": "64",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "vaste steden toe; : Namelijk Egypte, gelegen in het zuiden, zijnde zeer vast door de natuurlijke gelegenheid van wateren en groten arbeid en kunst der mensen. Hebr. steden der vesting. Hebr. Mazor, dat enige gelijkheid heeft met Mizraïm, dat is Egypte. Verg. Jes. 19:6 met de aantekening. Jesaja 19:6 : Zij zullen ook de rivieren verre terugdrijven, zij zullen ze uithozen, en de gedamde stromen opdrogen; het riet en het schilf zullen verwelken.",
          "text1637": "D. Egypten gelegen in’t Suyden, zijnde seer vast door de natuerlicke gelegentheyt van wateren, ende grooten arbeyt ende konst der menschen. Hebr. steden der vestinge. Hebr. Mazor, dat eenige gelijckheyt heeft met Mizraim. D. Egypten. Vergel. Ies. 19. d’aenteeck. op vers 6.",
          "text2026": "vaste steden toe; : Namelijk Egypte, gelegen in het zuiden, zijnde zeer vast door de natuurlijke gelegenheid van wateren en grote arbeid en kunst van de mensen. Hebr. steden van de vesting. Hebr. Mazor, dat enige gelijkheid heeft met Mizraïm, dat is Egypte. Verg. Jes. 19:6 met de aantekening. Jesaja 19:6 : Zij zullen ook de rivieren verre terugdrijven, zij zullen ze uithozen, en de gedamde stromen opdrogen; het riet en het schilf zullen verwelken."
        },
        {
          "marker": "65",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. vesting, of vastigheid.",
          "text1637": "Hebr. vestinge, ofte, vasticheyt.",
          "text2026": "Hebr. vesting, of vastheid."
        },
        {
          "marker": "66",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Eufraat.",
          "text1637": "Euphrates.",
          "text2026": "Eufraat."
        },
        {
          "marker": "67",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zee tot zee: Hebr. [tot] zee van zee; dat is, van de ene zee tot de andere, van het ene gebergte tot het andere; van het noorden tot het zuiden, van het oosten tot het westen. Kanaän had gebergten in het noorden, oosten en zuiden, en de Dode zee was in het oosten, de Middellandse in het westen; door welke ligging en grenzen van Kanaän de uitbreiding van het Evangelie door de ganse wereld en de vereniging der Joden en heidenen in Christus wordt afgebeeld.",
          "text1637": "Hebr. [tot] zee van zee. D. van d’eene zee tot d’andere, van ’t eene geberchte tot het ander: van ’t Noorden tot het Suyden, van’t Oosten tot het Westen. Canaan hadde geberchten in’t Noorden, Oosten ende Suyden, ende de doode zee was in’t Oosten, de middellantsche in’t Westen: door welcke gelegentheyt ende grenzen van Canaan, de uytbreydinge des Euangeliums door de gantsche werelt, ende de vereeniginge der Ioden ende Heydenen in Christo wort afgebeeldt.",
          "text2026": "zee tot zee: Hebr. [tot] zee van zee; dat is, van de één zee tot de andere, van het een gebergte tot het andere; van het noorden tot het zuiden, van het oosten tot het westen. Kanaän had gebergten in het noorden, oosten en zuiden, en de Dode zee was in het oosten, de Middellandse in het westen; door welke ligging en grenzen van Kanaän de uitbreiding van het Evangelie door de gehele wereld en de vereniging van de Joden en heidenen in Christus wordt afgebeeld."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "י֥וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הוּא֙",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָדֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HC/R/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יָב֔וֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/מִנִּ֥י",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "אַשּׁ֖וּר",
          "strongs": "H804",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָרֵ֣י",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HC/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "מָצ֑וֹר",
          "strongs": "H4692",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/לְ/מִנִּ֤י",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HC/R/R"
        },
        {
          "woord": "מָצוֹר֙",
          "strongs": "H4693",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "נָהָ֔ר",
          "strongs": "H5104",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָ֥ם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/יָּ֖ם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַ֥ר",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הָ/הָֽר",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Te die dage zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> het ook komen tot u toe, van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> Assur af, zelfs tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> versterkte steden toe; en van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> vestingen tot aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> rivier, en van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> zee tot zee, en van gebergte tot gebergte.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Te dien dage zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> het ook komen tot u toe, van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> Assur af, zelfs tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> vaste steden toe; en van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> vestingen tot aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> rivier, en van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> zee tot zee, en van gebergte tot gebergte.",
      "text1637_html": "Te dien dage sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> het oock komen tot u toe, van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> Assur af selfs [tot] de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> vaste steden [toe]: ende van de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> vestingen tot aen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> Riviere; ende van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> zee [tot] zee, ende [van] geberchte tot geberchte.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "vaste",
          "new": "versterkte",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Maar dit land zal worden tot een verwoesting, zijner inwoners halve, vanwege de vrucht hunner handelingen.",
      "text1637": "[68] Maer dit lant sal worden tot eene verwoestinge, [69] sijner inwoonders halven, van wegen de [h] [70] vrucht harer handelingen.",
      "text2026": "Maar dit land zal worden tot een verwoesting, zijn inwoners halve, vanwege de vrucht van hun handelingen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "68",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Maar dit land zal worden tot een verwoesting: Of, nadat, of als dit land zal geworden zijn, enz., of evenwel, nochtans zal dit land, versta Kanaän. Dit is eerst geschied ten tijde der Babylonische verwoesting, en naderhand bij de tijden van het Nieuwe Testament, en gaat voort nog vast ten huidigen dage. Verg. Dan. 9:26 , 9:27 , enz. Daniël 9:26 : En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromenden vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen. Daniël 9:27 : En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.",
          "text1637": "Ofte, na dat, ofte, als dit lant sal geworden zijn, etc. ofte, evenwel, nochtans sal dit lant, verstaet Canaan. dit is eerst geschiedt ten tijde der Babylonische verwoestinge, ende naderhant by de tijden des Nieuwen Testaments, ende continueert noch vast ten huydigen dage. Vergel. Dani. 9.26, 27, etc.",
          "text2026": "Maar dit land zal worden tot een verwoesting: Of, nadat, of als dit land zal geworden zijn, enz., of evenwel, nochtans zal dit land, versta Kanaän. Dit is eerst geschied ten tijde van de Babylonische verwoesting, en naderhand bij de tijden van het Nieuwe Testament, en gaat voort nog vast ten huidigen dage. Verg. Dan. 9:26 , 9:27 , enz. Daniël 9:26 : En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk van de vorsten, dat komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromenden vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen. Daniël 9:27 : En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft van de week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over de gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over de verwoeste."
        },
        {
          "marker": "69",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijner inwoners halve: Of, met zijne inwoners.",
          "text1637": "Ofte, met sijne inwoonders.",
          "text2026": "zijn inwoners halve: Of, met zijn inwoners."
        },
        {
          "marker": "h",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 21:14 . Jeremia 21:14 : En Ik zal over ulieden bezoeking doen naar de vrucht uwer handelingen, spreekt de HEERE; en Ik zal een vuur aansteken in haar woud, dat zal verteren al wat rondom haar is.",
          "text1637": "Ierem. 21.14.",
          "text2026": "Jer. 21:14 . Jeremia 21:14 : En Ik zal over u bezoeking doen naar de vrucht uw handelingen, spreekt JAHWEH; en Ik zal een vuur aansteken in haar woud, dat zal verteren al wat rondom haar is."
        },
        {
          "marker": "70",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "vrucht hunner handelingen: Dat is, verdienste, loon. Zie Spreuk. 1:31 . Spreuken 1:31 : Zo zullen zij eten van de vrucht van hun weg, en zich verzadigen met hun raadslagen.",
          "text1637": "D. verdienste, loon. Siet Prov. 1. op vers 31.",
          "text2026": "vrucht hun handelingen: Dat is, verdienste, loon. Zie Spr. 1:31 . Spreuken 1:31 : Zo zullen zij eten van de vrucht van hun weg, en zich verzadigen met hun raadslagen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָיְתָ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqq3fs"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֛רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁמָמָ֖ה",
          "strongs": "H8077",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יֹֽשְׁבֶ֑י/הָ",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "מִ/פְּרִ֖י",
          "strongs": "H6529",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מַֽעַלְלֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H4611",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Maar dit land zal worden tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> verwoesting, zijn inwoners halve, vanwege de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> vrucht van hun handelingen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> Maar dit land zal worden tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> verwoesting, zijner inwoners halve, vanwege de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> vrucht hunner handelingen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> Maer dit lant sal worden tot eene verwoestinge, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> sijner inwoonders halven, van wegen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> vrucht harer handelingen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zijner",
          "new": "zijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "hunner",
          "new": "van hun",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Gij dan, weid Uw volk met Uw staf, de kudde Uwer erfenis, die alleen woont, in het woud, in het midden van een vruchtbaar land; laat ze weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van ouds.",
      "text1637": "[71] Ghy [dan] [i] weydt u [72] volck met uwen [73] staf, de [74] kudde uwer [75] erffenisse, die [76] alleen woont, [in] den woude, in’t midden eenes [77] vruchtbaren lants: Laetse weyden [in] [78] Basan ende Gilead, als in de dagen van outs.",
      "text2026": "U dan, weid Uw volk met Uw staf, de kudde van Uw erfenis, die alleen woont, in het woud, in het midden van een vruchtbaar land; laat ze weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van ouds.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "71",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij dan, : Hier spreekt de kerk [verheugd zijnde in den geest] den Messias, den oppersten Herder der kerk, Jezus Christus, aan alsof zij Hem zag staan weiden en zijn herdersambt verrichten; verg. Micha 5:3 ; dit dient tot verklaring en vervolg van vers 11 , 7:12 . Micha 5:3 : En Hij zal staan, en zal weiden in de kracht des HEEREN, in de hoogheid van den Naam des HEEREN, Zijns Gods, en zij zullen wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde. Micha 7:11 : Ten dage als Hij uw muren zal herbouwen, te dien dage zal het besluit verre heengaan. Micha 7:12 : Te dien dage zal het ook komen tot u toe, van Assur af, zelfs tot de vaste steden toe; en van de vestingen tot aan de rivier, en van zee tot zee, en van gebergte tot gebergte.",
          "text1637": "Hier spreeckt de kercke (verheucht zijnde in den geest) den Messiam, den oppersten Herder der kercke, Iesum Christum, aen, als ofsy hem sach staen weyden, ende sijn Herders ampt verrichten. Verg. bov. 5.4. dit dient tot verklaringe ende vervolch van het 11. ende 12. vers.",
          "text2026": "U dan, : Hier spreekt de kerk [verheugd zijnde in de geest] de Messias, de oppersten Herder van de kerk, Jezus Christus, aan alsof zij Hem zag staan weiden en zijn herdersambt verrichten; verg. Micha 5:3 ; dit dient tot verklaring en vervolg van vers 11 , 7:12 . Micha 5:3 : En Hij zal staan, en zal weiden in de kracht van JAHWEH, in de hoogheid van de Naam van JAHWEH, Zijn Gods, en zij zullen wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden van de aarde. Micha 7:11 : Op de dag als Hij uw muren zal herbouwen, op die dag zal het besluit verre heengaan. Micha 7:12 : Te die dage zal het ook komen tot u toe, van Assur af, zelfs tot de vaste steden toe; en van de vestingen tot aan de rivier, en van zee tot zee, en van gebergte tot gebergte."
        },
        {
          "marker": "i",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Micha 5:3 . Micha 5:3 : En Hij zal staan, en zal weiden in de kracht des HEEREN, in de hoogheid van den Naam des HEEREN, Zijns Gods, en zij zullen wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde.",
          "text1637": "Mich. 5.4.",
          "text2026": "Micha 5:3 . Micha 5:3 : En Hij zal staan, en zal weiden in de kracht van JAHWEH, in de hoogheid van de Naam van JAHWEH, Zijn Gods, en zij zullen wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden van de aarde."
        },
        {
          "marker": "72",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, kerk, verstrooid op aarde en gehaat van de kinderen dezer wereld.",
          "text1637": "D. kercke, verstroyt op aerden, ende gehaet van de kinderen deser werelt.",
          "text2026": "Dat is, kerk, verstrooid op aarde en gehaat van de kinderen van deze wereld."
        },
        {
          "marker": "73",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, Woord en Geest. Verg. Ps. 23:4 . Psalmen 23:4 : Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.",
          "text1637": "D. woort ende Geest. Vergel. Psal. 23.4.",
          "text2026": "Dat is, Woord en Geest. Verg. Ps. 23:4 . Psalmen 23:4 : Al ging ik ook in een dal van de schaduw van de dood, ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij."
        },
        {
          "marker": "74",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De schaapskudde, waarbij de gelovigen hier en elders dikwijls worden vergeleken.",
          "text1637": "De schaeps kudde, waer by de geloovige hier ende elders dickwijls worden vergeleken.",
          "text2026": "De schaapskudde, waarbij de gelovigen hier en elders dikwijls worden vergeleken."
        },
        {
          "marker": "75",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Deut. 32:9 , met de aantekening. Deuteronomium 32:9 : Want des HEEREN deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijner erve.",
          "text1637": "Siet Deut. 32.9. met d’aenteeck.",
          "text2026": "Zie Deut. 32:9 , met de aantekening. Deuteronomium 32:9 : Want van JAHWEH deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijn erve."
        },
        {
          "marker": "76",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "alleen woont: Als een afgezonderd volk Gods, niet vermengd met de wereld, ketterijen en secten, [waarom zij ook dikwijls vervolgd en in eenzaamheid verdreven wordt] levende nochtans in zekerheid en vertrouwen tegen alle vijanden en de poorten der hel, onder bescherming van haren Herder; zie Num. 23:9 ; Deut. 33:28 ; Joh. 15:19 ; 1 Petr. 2:9 ; 1 Joh. 5:19 , en verg. de manier van spreken met Jer. 49:31 . Numeri 23:9 : Want van de hoogte der steenrotsen zie ik hem, en van de heuvelen aanschouw ik hem; ziet, dat volk zal alleen wonen, en het zal onder de heidenen niet gerekend worden. Deuteronomium 33:28 : Israël dan zal zeker alleen wonen, en Jakobs oog zal zijn op een land van koren en most; ja, zijn hemel zal van dauw druipen. Johannes 15:19 : Indien gij van de wereld waart, zo zou de wereld het hare liefhebben; doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat u de wereld. 1 Petrus 2:9 : Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht; 1 Johannes 5:19 : Wij weten, dat wij uit God zijn, en dat de gehele wereld ligt in het boze. Jeremia 49:31 : Maakt u op, trekt op tegen het volk, dat rust heeft, dat in zekerheid woont, spreekt de HEERE; dat geen deuren noch grendel heeft, die alleen wonen.",
          "text1637": "Als een afgesondert volck Godts, niet vermengt met de werelt, ketteryen noch secten, (daeromse oock dickwijls vervolgt ende in eensaemheyt verdreven wort) levende nochtans in sekerheyt ende vertrouwen tegen alle vyanden ende der hellen-poorten, onder de bescherminge haers herders. Siet Num. 23.9. Deut. 33.28. Ioan. 15.19. 1.Petr. 2.9. 1.Ioan. 5.19. ende vergel. de maniere van spreken met Ierem. 49.31.",
          "text2026": "alleen woont: Als een afgezonderd volk van God, niet vermengd met de wereld, ketterijen en secten, [waarom zij ook dikwijls vervolgd en in eenzaamheid verdreven wordt] levende nochtans in zekerheid en vertrouwen tegen alle vijanden en de poorten van het dodenrijk, onder bescherming van haar Herder; zie Num. 23:9 ; Deut. 33:28 ; Joh. 15:19 ; 1 Petr. 2:9 ; 1 Joh. 5:19 , en verg. de manier van spreken met Jer. 49:31 . Numeri 23:9 : Want van de hoogte van de steenrotsen zie ik hem, en van de heuvelen aanschouw ik hem; ziet, dat volk zal alleen wonen, en het zal onder de heidenen niet gerekend worden. Deuteronomium 33:28 : Israël dan zal zeker alleen wonen, en Jakobs oog zal zijn op een land van koren en most; ja, zijn hemel zal van dauw druipen. Johannes 15:19 : Als u van de wereld was, zo zou de wereld het haar liefhebben; maar omdat u van de wereld niet bent, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat u de wereld. 1 Petrus 2:9 : Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat u zoudt verkondigen de deugden Van Degene, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht; 1 Johannes 5:19 : Wij weten, dat wij uit God zijn, en dat de gehele wereld ligt in het boze. Jeremia 49:31 : Maakt u op, trekt op tegen het volk, dat rust heeft, dat in zekerheid woont, spreekt JAHWEH; dat geen deuren noch grendel heeft, die alleen wonen."
        },
        {
          "marker": "77",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "vruchtbaar land: Hebr. Karmel. Zie Jer. 2:7 , met de aantekening. Jeremia 2:7 : En Ik bracht u in een vruchtbaar land, om de vrucht van hetzelve en het goede er van te eten; maar toen gij daarin kwaamt, verontreinigdet gij Mijn land, en steldet Mijn erfenis tot een gruwel.",
          "text1637": "Hebr. Carmel. Siet Ier. 2.7. met d’aenteeck.",
          "text2026": "vruchtbaar land: Hebr. Karmel. Zie Jer. 2:7 , met de aantekening. Jeremia 2:7 : En Ik bracht u in een vruchtbaar land, om de vrucht van hetzelfde en het goede er van te eten; maar toen u daarin kwaamt, verontreinigde u Mijn land, en stelde Mijn erfenis tot een gruwel."
        },
        {
          "marker": "78",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Basan en Gilead: Overvloeiende van schone weiden. Zie Deut. 32:14 ; Ps. 22:13 ; Jer. 50:19 , en van Gilead, Gen. 31:21 ; Jer. 22:6 , met de aantekening. Deuteronomium 32:14 : Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet der lammeren en der rammen, die in Bazan weiden, en der bokken, met het vette der nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt gij gedronken. Psalmen 22:13 : Vele varren hebben mij omsingeld, sterke stieren van Basan hebben mij omringd. Jeremia 50:19 : En Ik zal Israël weder tot zijn woning brengen, en hij zal weiden op den Karmel en op den Basan; en zijn ziel zal op het gebergte van Efraïm en Gilead verzadigd worden. Genesis 31:21 : En hij vlood, en al wat het zijne was, en hij maakte zich op, en voer over de rivier, en hij zette zijn aangezicht naar het gebergte Gilead. Jeremia 22:6 : Want zo zegt de HEERE van het huis des konings van Juda: Gij zijt Mij een Gilead, een hoogte van Libanon; maar zo Ik u niet zette als een woestijn en onbewoonde steden!",
          "text1637": "Overvloeyende van schoone weyden. Siet Deut. 32. op vers 14. ende Psal. 22. op vers 13. Ierem. 50. op vers 19. ende van Gilead, Gen. 31.21. Ierem. 22.6. met d’aenteeck.",
          "text2026": "Basan en Gilead: Overvloeiende van schone weiden. Zie Deut. 32:14 ; Ps. 22:13 ; Jer. 50:19 , en van Gilead, Gen. 31:21 ; Jer. 22:6 , met de aantekening. Deuteronomium 32:14 : Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet van de lammeren en van de rammen, die in Bazan weiden, en van de bokken, met het vette van de nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt u gedronken. Psalmen 22:13 : Vele varren hebben mij omsingeld, sterke stieren van Basan hebben mij omringd. Jeremia 50:19 : En Ik zal Israël weer tot zijn woning brengen, en hij zal weiden op de Karmel en op de Basan; en zijn ziel zal op het gebergte van Efraïm en Gilead verzadigd worden. Genesis 31:21 : En hij vluchtte, en al wat het zijn was, en hij maakte zich op, en voer over de rivier, en hij zette zijn aangezicht naar het gebergte Gilead. Jeremia 22:6 : Want zo zegt JAHWEH van het huis van de koning van Juda: U bent Mij een Gilead, een hoogte van Libanon; maar zo Ik u niet zette als een woestijn en onbewoonde steden!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "רְעֵ֧ה",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "עַמְּ/ךָ֣",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְ/שִׁבְטֶ֗/ךָ",
          "strongs": "H7626",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "צֹ֚אן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "נַֽחֲלָתֶ֔/ךָ",
          "strongs": "H5159",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "שֹׁכְנִ֣י",
          "strongs": "H7931",
          "morph": "HVqrmsc"
        },
        {
          "woord": "לְ/בָדָ֔ד",
          "strongs": "H910",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יַ֖עַר",
          "strongs": "H3293",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ת֣וֹךְ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "כַּרְמֶ֑ל",
          "strongs": "H3760",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יִרְע֥וּ",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "בָשָׁ֛ן",
          "strongs": "H1316",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/גִלְעָ֖ד",
          "strongs": "H1568",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "כִּ/ימֵ֥י",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> dan, weid Uw volk met Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> staf, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> kudde van Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> erfenis, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> alleen woont, in het woud, in het midden van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> een vruchtbaar land; laat ze weiden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup> in Basan en Gilead, als in de dagen van ouds.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> Gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> dan, weid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> Uw volk met Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> staf, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> kudde Uwer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> erfenis, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> alleen woont, in het woud, in het midden van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> een vruchtbaar land; laat ze weiden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup> in Basan en Gilead, als in de dagen van ouds.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> Ghy [dan] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> weydt u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> volck met uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> staf, de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> kudde uwer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> erffenisse, die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> alleen woont, [in] den woude, in’t midden eenes <sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> vruchtbaren lants: Laetse weyden [in] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup> Basan ende Gilead, als in de dagen van outs.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Ik zal haar wonderen doen zien, als in de dagen, toen gij uit Egypteland uittoogt.",
      "text1637": "Ick sal [79] haer [k] wonderen doen sien; als in de dagen, doe [80] ghy uyt Egyptenlant uyt-toocht.",
      "text2026": "Ik zal haar wonderen doen zien, als in de dagen, toen u uit Egypteland uittrokt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "k",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Joël 2:26 ; idem v. 30 . Joël 2:26 : En gij zult overvloediglijk en tot verzadiging eten, en prijzen den Naam des HEEREN, uw Gods, Die wonderlijk bij u gehandeld heeft; en Mijn volk zal niet beschaamd worden tot in eeuwigheid. Joël 2:30 : En Ik zal wondertekenen geven in den hemel en op de aarde: bloed, en vuur, en rookpilaren.",
          "text1637": "Ioël 2.26, 30.",
          "text2026": "Joël 2:26 ; idem v. 30 . Joël 2:26 : En u zult overvloediglijk en tot verzadiging eten, en prijzen de Naam van JAHWEH, uw Gods, Die wonderlijk bij u gehandeld heeft; en Mijn volk zal niet beschaamd worden tot in eeuwigheid. Joël 2:30 : En Ik zal wondertekenen geven in de hemel en op de aarde: bloed, en vuur, en rookpilaren."
        },
        {
          "marker": "79",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "haar wonderen doen zien: Mijne kudde, dat is kerk, waarvan in het voorgaande vers. Dit is Jezus Christus' antwoord op de voorgaande aanspraak der kerk.",
          "text1637": "Mijne kudde, D. kercke, waer van in ’t voorgaende vers dit is Iesu Christi antwoort op de voorgaende aensprake der kercke.",
          "text2026": "haar wonderen doen zien: Mijn kudde, dat is kerk, waarvan in het voorgaande vers. Dit is Jezus Christus' antwoord op de voorgaande aanspraak van de kerk."
        },
        {
          "marker": "80",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "gij uit Egypteland uittoogt: O Israël.",
          "text1637": "ô Israel.",
          "text2026": "u uit Egypteland uittrokt: O Israël."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ/ימֵ֥י",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "צֵאתְ/ךָ֖",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "מִצְרָ֑יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אַרְאֶ֖/נּוּ",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVhi1cs/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "נִפְלָאֽוֹת",
          "strongs": "H6381",
          "morph": "HVNrfpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"god-speaks\"><i>Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"79\">79</sup> haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> wonderen doen zien, als in de dagen, toen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"80\">80</sup> u uit Egypteland uittrokt.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"79\">79</sup> haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> wonderen doen zien, als in de dagen, toen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"80\">80</sup> gij uit Egypteland uittoogt.",
      "text1637_html": "Ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"79\">79</sup> haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> wonderen doen sien; als in de dagen, doe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"80\">80</sup> ghy uyt Egyptenlant uyt-toocht.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "uittoogt.",
          "new": "uittrokt.",
          "principe": "V431"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "De heidenen zullen het zien, en beschaamd zijn, vanwege al hun macht; zij zullen de hand op den mond leggen; hun oren zullen doof worden.",
      "text1637": "De [81] heydenen sullen’t sien, ende beschaemt zijn; [82] van wegen alle hare macht: sy sullen de [83] hant op den mont leggen; hare ooren sullen [84] doof worden.",
      "text2026": "De heidenen zullen het zien, en beschaamd zijn, vanwege al hun macht; zij zullen de hand op de mond leggen; hun oren zullen doof worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "81",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "heidenen zullen het zien: Of, natiën, [te weten, de vijanden der kerk] zullen de heerlijkheid van het koninkrijk van Christus, of van zijne kerk moeten aanschouwen. Sommigen verstaan dit van de uitverkorenen onder de heidenen, die met schaamte en bekentenis hunner zonden tot gemeenschap der kerk zullen aankomen, uit vergelijking met Hos. 3:5 , en Hos. 11:10 , 11:11 ; idem Jes. 45:14 . Hosea 3:5 : Daarna zullen zich de kinderen Israëls bekeren, en zoeken den HEERE, hun God, en David, hun Koning; en zij zullen vrezende komen tot den HEERE en tot Zijn goedheid, in het laatste der dagen. Hosea 11:10 : Zij zullen den HEERE achterna wandelen, Hij zal brullen als een leeuw, wanneer Hij brullen zal, dan zullen de kinderen van de zee af al bevende aankomen. Hosea 11:11 : Zij zullen bevende aankomen als een vogeltje uit Egypte, en als een duif uit het land van Assur; en Ik zal hen doen wonen in hun huizen, spreekt de HEERE. Jesaja 45:14 : Alzo zegt de HEERE: De arbeid der Egyptenaren en de koophandel der Moren en der Sabeërs, der mannen van grote lengte, zullen tot u overkomen, en zij zullen de uwe zijn, zij zullen u navolgen, in boeien zullen zij overkomen; en zij zullen zich voor u buigen, zij zullen u smeken, zeggende: Gewisselijk, God is in u, en er is anders geen God meer.",
          "text1637": "Ofte, natien (T.w. de vyanden der kercke) sullen de heerlickheyt des Coninckrijcx Christi, ofte sijner kercke moeten aenschouwen. Sommige verstaen dit van de uytverkorene onder de heydenen, die met schaemte ende bekentenisse harer sonden tot gemeenschap der kercke sullen aenkomen, uyt vergel. met Hose. 3.5. ende 11.10, 11. item Iesa. 45.14.",
          "text2026": "heidenen zullen het zien: Of, natiën, [te weten, de vijanden van de kerk] zullen de heerlijkheid van het koninkrijk van Christus, of van zijn kerk moeten aanschouwen. Sommigen verstaan dit van de uitverkorenen onder de heidenen, die met schaamte en bekentenis hun zonden tot gemeenschap van de kerk zullen aankomen, uit vergelijking met Hos. 3:5 , en Hos. 11:10 , 11:11 ; idem Jes. 45:14 . Hosea 3:5 : Daarna zullen zich de kinderen van Israël bekeren, en zoeken JAHWEH, hun God, en David, hun Koning; en zij zullen vrezende komen tot JAHWEH en tot Zijn goedheid, in het laatste van de dagen. Hosea 11:10 : Zij zullen JAHWEH achterna wandelen, Hij zal brullen als een leeuw, wanneer Hij brullen zal, dan zullen de kinderen van de zee af al bevende aankomen. Hosea 11:11 : Zij zullen bevende aankomen als een vogeltje uit Egypte, en als een duif uit het land van Assur; en Ik zal hen doen wonen in hun huizen, spreekt JAHWEH. Jesaja 45:14 : Zo zegt JAHWEH: De arbeid van de Egyptenaren en de koophandel van de Moren en van de Sabeërs, van de mannen van grote lengte, zullen tot u overkomen, en zij zullen de uw zijn, zij zullen u navolgen, in boeien zullen zij overkomen; en zij zullen zich voor u buigen, zij zullen u smeken, zeggende: Gewisselijk, God is in u, en er is anders geen God meer."
        },
        {
          "marker": "82",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "vanwege al hun macht: Omdat al hun woelen en woeden tegen Gods werk en kerk vergeefs is; of [gelijk sommigen] om de geestelijke macht, die God zijne kerk bij de predikatie van het Evangelie zal verlenen. Zie 2 Kor. 10:4 , 10:5 , 10:6 , en verg. Micha 5:5 , 5:8 , enz.; Ps. 149:6 , 149:7 , 149:8 , 149:9 , met de aantekening. 2 Korinthiërs 10:4 : Want de wapenen van onzen krijg zijn niet vleselijk, maar krachtig door God, tot nederwerping der sterkten; 2 Korinthiërs 10:5 : Dewijl wij de overleggingen ter nederwerpen, en alle hoogte, die zich verheft tegen de kennis van God, en alle gedachte gevangen leiden tot de gehoorzaamheid van Christus; 2 Korinthiërs 10:6 : En gereed hebbende, hetgeen dient om te wreken alle ongehoorzaamheid, wanneer uw gehoorzaamheid zal vervuld zijn. Micha 5:5 : Die zullen het land van Assur afweiden met het zwaard, en het land van Nimrod in deszelfs ingangen. Alzo zal Hij ons redden van Assur, wanneer dezelve in ons land zal komen, en wanneer hij in onze landpale zal treden. Micha 5:8 : Uw hand zal verhoogd zijn boven uw wederpartijders, en al uw vijanden zullen uitgeroeid worden. Psalmen 149:6 : De verheffingen Gods zullen in hun keel zijn; en een tweesnijdend zwaard in hun hand; Psalmen 149:7 : Om wraak te doen over de heidenen, en bestraffingen over de volken; Psalmen 149:8 : Om hun koningen te binden met ketenen, en hun achtbaren met ijzeren boeien; Psalmen 149:9 : Om het beschreven recht over hen te doen. Dit zal de heerlijkheid van al Zijn gunstgenoten zijn. Hallelujah!",
          "text1637": "Om dat al hare woelen ende woeden tegen Godts werck ende kercke vergeefs is: ofte, (als sommige) om de geestlicke macht, die Godt sijner kercke by de predicatie des Euangeliums sal verleenen. Siet 2.Cor. 10.4, 5, 6. ende vergel. bov. 5.5, 8, etc. Psal. 149.6, 7, 8, 9. met d’aenteeck.",
          "text2026": "vanwege al hun macht: Omdat al hun woelen en woeden tegen Gods werk en kerk vergeefs is; of [gelijk sommigen] om de geestelijke macht, die God zijn kerk bij de predikatie van het Evangelie zal verlenen. Zie 2 Kor. 10:4 , 10:5 , 10:6 , en verg. Micha 5:5 , 5:8 , enz.; Ps. 149:6 , 149:7 , 149:8 , 149:9 , met de aantekening. 2 Korinthiërs 10:4 : Want de wapenen van onze krijg zijn niet vleselijk, maar krachtig door God, tot nederwerping van de sterkten; 2 Korinthiërs 10:5 : Omdat wij de overleggingen ter nederwerpen, en alle hoogte, die zich verheft tegen de kennis van God, en alle gedachte gevangen leiden tot de gehoorzaamheid van Christus; 2 Korinthiërs 10:6 : En gereed hebbende, wat dient om te wreken alle ongehoorzaamheid, wanneer uw gehoorzaamheid zal vervuld zijn. Micha 5:5 : Die zullen het land van Assur afweiden met het zwaard, en het land van Nimrod in daarvan ingangen. Zo zal Hij ons redden van Assur, wanneer dezelfde in ons land zal komen, en wanneer hij in onze landpale zal treden. Micha 5:8 : Uw hand zal verhoogd zijn boven uw wederpartijders, en al uw vijanden zullen uitgeroeid worden. Psalmen 149:6 : De verheffingen Gods zullen in hun keel zijn; en een tweesnijdend zwaard in hun hand; Psalmen 149:7 : Om wraak te doen over de heidenen, en bestraffingen over de volken; Psalmen 149:8 : Om hun koningen te binden met ketenen, en hun achtbaren met ijzeren boeien; Psalmen 149:9 : Om het beschreven recht over hen te doen. Dit zal de heerlijkheid van al Zijn gunstgenoten zijn. Hallelujah!"
        },
        {
          "marker": "83",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hand op den mond leggen: Niet kunnende of durvende tegenspreken. Zie Richt. 18:19 ; Job 21:5 . Richteren 18:19 : En zij zeiden tot hem: Zwijg, leg uw hand op uw mond, en ga met ons, en wees ons tot een vader en tot een priester! Is het beter, dat gij een priester zijt voor het huis van een man, of dat gij een priester zijt voor een stam, en een geslacht in Israël? Job 21:5 : Ziet mij aan, en wordt verbaasd, en legt de hand op den mond.",
          "text1637": "Niet konnende ofte dervende tegenspreken. Siet Iud. 18. op vers 19. ende Iob 21. op vers 5.",
          "text2026": "hand op de mond leggen: Niet kunnende of durvende tegenspreken. Zie Richt. 18:19 ; Job 21:5 . Richteren 18:19 : En zij zeiden tot hem: Zwijg, leg uw hand op uw mond, en ga met ons, en wees ons tot een vader en tot een priester! Is het beter, dat u een priester bent voor het huis van een man, of dat u een priester bent voor een stam, en een geslacht in Israël? Job 21:5 : Ziet mij aan, en wordt verbaasd, en legt de hand op de mond."
        },
        {
          "marker": "84",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "doof worden: Van hetgeen zij zullen moeten horen en niet kunnen verdragen; of [gelijk sommigen] de zaken, die zij zullen horen, zullen zo vreemd, wonderlijk en groot zijn, dat hun de oren van het horen, vermits verwondering [om zo te spreken] verdoven zullen.",
          "text1637": "Van ’t gene sy sullen moeten hooren, ende niet en konden verdragen: ofte, (als sommige) de saken, die sy sullen hooren, sullen soo vreemt, wonderlick ende groot zijn, dat haer de ooren van ’t hooren, vermits verwonderinge, (om soo te spreken) verdooven sullen.",
          "text2026": "doof worden: Van wat zij zullen moeten horen en niet kunnen verdragen; of [gelijk sommigen] de zaken, die zij zullen horen, zullen zo vreemd, wonderlijk en groot zijn, dat hun de oren van het horen, vermits verwondering [om zo te spreken] verdoven zullen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִרְא֤וּ",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "גוֹיִם֙",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יֵבֹ֔שׁוּ",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/כֹּ֖ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "גְּבֽוּרָתָ֑/ם",
          "strongs": "H1369",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יָשִׂ֤ימוּ",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "יָד֙",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "פֶּ֔ה",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אָזְנֵי/הֶ֖ם",
          "strongs": "H241",
          "morph": "HNcfdc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "תֶּחֱרַֽשְׁנָה",
          "strongs": "H2790",
          "morph": "HVqi3fp"
        }
      ],
      "text2026_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"81\">81</sup> heidenen zullen het zien, en beschaamd zijn,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"82\">82</sup> vanwege al hun macht; zij zullen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"83\">83</sup> hand op de mond leggen; hun oren zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"84\">84</sup> doof worden.",
      "textSV1888_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"81\">81</sup> heidenen zullen het zien, en beschaamd zijn,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"82\">82</sup> vanwege al hun macht; zij zullen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"83\">83</sup> hand op den mond leggen; hun oren zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"84\">84</sup> doof worden.",
      "text1637_html": "De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"81\">81</sup> heydenen sullen’t sien, ende beschaemt zijn; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"82\">82</sup> van wegen alle hare macht: sy sullen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"83\">83</sup> hant op den mont leggen; hare ooren sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"84\">84</sup> doof worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Zij zullen het stof lekken, als de slang; als kruipende dieren der aarde, zullen zij zich beroeren uit hun sloten; zij zullen met vervaardheid komen tot den HEERE, onzen God, en zullen voor U vrezen.",
      "text1637": "Sy sullen het [l] [85] stof lecken, als de Slange; als [86] kruypende dieren der aerde, sullen sy [87] haer beroeren uyt hare Sloten: sy sullen [88] met vervaertheyt komen tot den HEERE onsen Godt, ende sullen voor [89] u vreesen.",
      "text2026": "Zij zullen het stof likken, als de slang; als kruipende dieren van de aarde, zullen zij zich beroeren uit hun sloten; zij zullen sidderend komen tot JAHWEH, onze God, en zullen voor U vrezen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "l",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 72:9 ; Jes. 49:23 . Psalmen 72:9 : De ingezetenen van dorre plaatsen zullen voor zijn aangezicht knielen, en zijn vijanden zullen het stof lekken. Jesaja 49:23 : En koningen zullen uw voedsterheren zijn, hun vorstinnen uw zoogvrouwen; zij zullen zich voor u buigen met het aangezicht ter aarde, en zij zullen het stof uwer voeten lekken; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, dat zij niet beschaamd zullen worden die Mij verwachten.",
          "text1637": "Psal. 72.9. Iesa. 49.23.",
          "text2026": "Ps. 72:9 ; Jes. 49:23 . Psalmen 72:9 : De ingezetenen van dorre plaatsen zullen voor zijn aangezicht knielen, en zijn vijanden zullen het stof likken. Jesaja 49:23 : En koningen zullen uw voedsterheren zijn, hun vorstinnen uw zoogvrouwen; zij zullen zich voor u buigen met het aangezicht ter aarde, en zij zullen het stof uw voeten likken; en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben, dat zij niet beschaamd zullen worden die Mij verwachten."
        },
        {
          "marker": "85",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "stof lekken, als de slang: Tot een teken van de uiterste vrees en onderwerping, zijnde hun pracht en hoogmoed als ter aarde nedergeworpen, gelijk men in de Oosterse landen zich placht ter aarde neder te buigen, tot een teken van onderwerping en nederigheid. Zie Ps. 72:9 , met de aantekening, en verg. Jes. 49:23 , alwaar desgelijks gezegd wordt van de bekeerde heidenen. Psalmen 72:9 : De ingezetenen van dorre plaatsen zullen voor zijn aangezicht knielen, en zijn vijanden zullen het stof lekken. Jesaja 49:23 : En koningen zullen uw voedsterheren zijn, hun vorstinnen uw zoogvrouwen; zij zullen zich voor u buigen met het aangezicht ter aarde, en zij zullen het stof uwer voeten lekken; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, dat zij niet beschaamd zullen worden die Mij verwachten.",
          "text1637": "Tot een teecken van d’uyterste vreese ende onderwerpinge, zijnde hare pracht ende hoochmoet als ter aerden nedergeworpen, gelijckmen in de oost-landen sich plach ter aerden neder te buygen, tot teecken van onderwerpinge ende nedericheyt. Siet Psal. 72.9. met d’aenteeck. ende vergel. Iesa. 49.23. alwaer diergelijcx geseyt wort van de bekeerde Heydenen.",
          "text2026": "stof likken, als de slang: Tot een teken van de uiterste vrees en onderwerping, zijnde hun pracht en hoogmoed als ter aarde nedergeworpen, gelijk men in de Oosterse landen zich placht ter aarde neder te buigen, tot een teken van onderwerping en nederigheid. Zie Ps. 72:9 , met de aantekening, en verg. Jes. 49:23 , alwaar evenzo gezegd wordt van de bekeerde heidenen. Psalmen 72:9 : De ingezetenen van dorre plaatsen zullen voor zijn aangezicht knielen, en zijn vijanden zullen het stof likken. Jesaja 49:23 : En koningen zullen uw voedsterheren zijn, hun vorstinnen uw zoogvrouwen; zij zullen zich voor u buigen met het aangezicht ter aarde, en zij zullen het stof uw voeten likken; en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben, dat zij niet beschaamd zullen worden die Mij verwachten."
        },
        {
          "marker": "86",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "kruipende dieren der aarde: Of, slangen, wormen der aarde, enz. Zie Deut. 32:24 met de aantekening. Deuteronomium 32:24 : Uitgeteerd zullen zij zijn van honger, opgegeten van den karbonkel en bitter verderf; en Ik zal de tanden der beesten onder hen schikken, met vurig venijn van slangen des stofs.",
          "text1637": "Ofte, slangen, wormen der aerde. etc. Siet Deut. 32.24. met d’aenteeck.",
          "text2026": "kruipende dieren van de aarde: Of, slangen, wormen van de aarde, enz. Zie Deut. 32:24 met de aantekening. Deuteronomium 32:24 : Uitgeteerd zullen zij zijn van honger, opgegeten van de karbonkel en bitter verderf; en Ik zal de tanden van de beesten onder hen schikken, met vurig venijn van slangen van het stof."
        },
        {
          "marker": "87",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zich beroeren uit hun sloten: Dat is, met beroerte, al vrezende, bevende en kruipende uit hunne sloten, of vaste, besloten plaatsen voortkomende [verg. 2 Sam. 22:46 ; Ps. 18:46 , met de aantekening] gelijk slangen, of andere kruipende dieren, uit hare holen voortkruipen. 2 Samuël 22:46 : Vreemden zijn vervallen, en hebben zich aangegord uit hun sloten. Psalmen 18:46 : Vreemden zijn vervallen, en hebben gesidderd uit hun sloten.",
          "text1637": "D. met beroerte, al vreesende, bevende ende kruypende uyt hare sloten, ofte, vaste, beslotene plaetsen voortkomen (vergel. 2.Sam. 22.46. Psal. 18.46. met d’aenteeck.) gelijck Slangen, ofte, andere kruypende dieren, uyt hare holen voortkruypen.",
          "text2026": "zich beroeren uit hun sloten: Dat is, met beroerte, al vrezende, bevende en kruipende uit hun sloten, of vaste, besloten plaatsen voortkomende [verg. 2 Sam. 22:46 ; Ps. 18:46 , met de aantekening] gelijk slangen, of andere kruipende dieren, uit haar holen voortkruipen. 2 Samuël 22:46 : Vreemden zijn vervallen, en hebben zich aangegord uit hun sloten. Psalmen 18:46 : Vreemden zijn vervallen, en hebben gesidderd uit hun sloten."
        },
        {
          "marker": "88",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met vervaardheid komen tot den HEERE, onzen God: Hebr. zij zullen vervaard zijn, of vrezen tot den Heere, enz. gelijk Hos. 3:5 ; zie aldaar, en verg. Hos. 11:10 , 11:11 . Anders: zij zullen vrezen, of vervaard zijn voor den Heere, enz. Hosea 3:5 : Daarna zullen zich de kinderen Israëls bekeren, en zoeken den HEERE, hun God, en David, hun Koning; en zij zullen vrezende komen tot den HEERE en tot Zijn goedheid, in het laatste der dagen. Hosea 11:10 : Zij zullen den HEERE achterna wandelen, Hij zal brullen als een leeuw, wanneer Hij brullen zal, dan zullen de kinderen van de zee af al bevende aankomen. Hosea 11:11 : Zij zullen bevende aankomen als een vogeltje uit Egypte, en als een duif uit het land van Assur; en Ik zal hen doen wonen in hun huizen, spreekt de HEERE.",
          "text1637": "Hebr. sy sullen vervaert zijn, ofte, vreesen tot den Heere, etc. als Hos. 3.5. siet aldaer. ende vergel. Hos. 11. versen 10, 11. And. sy sullen vreesen, ofte, vervaert zijn voor den Heere, etc.",
          "text2026": "met vervaardheid komen tot JAHWEH, onze God: Hebr. zij zullen vervaard zijn, of vrezen tot de Heer, enz. gelijk Hos. 3:5 ; zie daar, en verg. Hos. 11:10 , 11:11 . Anders: zij zullen vrezen, of vervaard zijn voor de Heer, enz. Hosea 3:5 : Daarna zullen zich de kinderen van Israël bekeren, en zoeken JAHWEH, hun God, en David, hun Koning; en zij zullen vrezende komen tot JAHWEH en tot Zijn goedheid, in het laatste van de dagen. Hosea 11:10 : Zij zullen JAHWEH achterna wandelen, Hij zal brullen als een leeuw, wanneer Hij brullen zal, dan zullen de kinderen van de zee af al bevende aankomen. Hosea 11:11 : Zij zullen bevende aankomen als een vogeltje uit Egypte, en als een duif uit het land van Assur; en Ik zal hen doen wonen in hun huizen, spreekt JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "89",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "U vrezen: Versta, [veranderende den persoon, gelijk elders] God zelf, den Messias, dien den profeet met opheffing des harten en verwondering aanspreekt, gelijk in het volgende; of de kerk, met de heerlijkheid en macht van haar Hoofd begenadigd zijnde; verg. Jes. 19:16 , 19:17 , 19:18 , enz. met de aantekening. Jesaja 19:16 : Te dien dage zullen de Egyptenaars zijn als de vrouwen; en zij zullen beven en vrezen vanwege de beweging van de hand des HEEREN der heirscharen, welke Hij tegen hen bewegen zal. Jesaja 19:17 : En het land van Juda zal den Egyptenaren tot een schrik zijn; zo wie het vermelden zal, die zal in zichzelven bevreesd wezen vanwege den raad des HEEREN der heirscharen, dien Hij tegen hen beraadslaagd heeft. Jesaja 19:18 : Te dien dage zullen er vijf steden in Egypteland zijn, sprekende de spraak van Kanaän, en zwerende den HEERE der heirscharen; een zal genoemd zijn een stad der verstoring.",
          "text1637": "Verstaet (veranderende de persone, als elders) Godt selfs, den Messiam, dien de Propheet met opheffinge des herten ende verwonderinge aenspreeckt, als in ’t volgende: ofte, de kercke, met de heerlickheyt ende macht haers hoofts begenadicht zijnde. Vergel. Ies. 19.17, 18, etc. met d’aenteeck.",
          "text2026": "U vrezen: Versta, [veranderende de persoon, gelijk elders] God zelf, de Messias, die de profeet met opheffing van de harten en verwondering aanspreekt, gelijk in het volgende; of de kerk, met de heerlijkheid en macht van haar Hoofd begenadigd zijnde; verg. Jes. 19:16 , 19:17 , 19:18 , enz. met de aantekening. Jesaja 19:16 : Te die dage zullen de Egyptenaars zijn als de vrouwen; en zij zullen beven en vrezen vanwege de beweging van de hand van JAHWEH van de legermachten, welke Hij tegen hen bewegen zal. Jesaja 19:17 : En het land van Juda zal de Egyptenaren tot een schrik zijn; zo wie het vermelden zal, die zal in zichzelven bevreesd wezen vanwege de raad van JAHWEH van de legermachten, die Hij tegen hen beraadslaagd heeft. Jesaja 19:18 : Te die dage zullen er vijf steden in Egypteland zijn, sprekende de spraak van Kanaän, en zwerende JAHWEH van de legermachten; een zal genoemd zijn een stad van de verstoring."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְלַחֲכ֤וּ",
          "strongs": "H3897",
          "morph": "HVpi3mp"
        },
        {
          "woord": "עָפָר֙",
          "strongs": "H6083",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כַּ/נָּחָ֔שׁ",
          "strongs": "H5175",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כְּ/זֹחֲלֵ֣י",
          "strongs": "H2119",
          "morph": "HR/Vqrmpc"
        },
        {
          "woord": "אֶ֔רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "יִרְגְּז֖וּ",
          "strongs": "H7264",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/מִּסְגְּרֹֽתֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H4526",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֤ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֨י/נוּ֙",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "יִפְחָ֔דוּ",
          "strongs": "H6342",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִֽרְא֖וּ",
          "strongs": "H3372",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּֽ/ךָּ",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij zullen het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"85\">85</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> stof likken, als de slang; als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"86\">86</sup> kruipende dieren van de aarde, zullen zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"87\">87</sup> zich beroeren uit hun sloten; zij zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"88\">88</sup> sidderend komen tot JAHWEH, onze God, en zullen voor<sup class=\"note-marker\" data-note=\"89\">89</sup> U vrezen.",
      "textSV1888_html": "Zij zullen het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"85\">85</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> stof lekken, als de slang; als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"86\">86</sup> kruipende dieren der aarde, zullen zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"87\">87</sup> zich beroeren uit hun sloten; zij zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"88\">88</sup> met vervaardheid komen tot den HEERE, onzen God, en zullen voor<sup class=\"note-marker\" data-note=\"89\">89</sup> U vrezen.",
      "text1637_html": "Sy sullen het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"85\">85</sup> stof lecken, als de Slange; als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"86\">86</sup> kruypende dieren der aerde, sullen sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"87\">87</sup> haer beroeren uyt hare Sloten: sy sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"88\">88</sup> met vervaertheyt komen tot den HEERE onsen Godt, ende sullen voor <sup class=\"note-marker\" data-note=\"89\">89</sup> u vreesen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "lekken,",
          "new": "likken,",
          "principe": "V439"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "met vervaardheid",
          "new": "sidderend",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den HEERE, onzen",
          "new": "JAHWEH, onze",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding van het overblijfsel Zijner erfenis voorbij gaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; want Hij heeft lust aan goedertierenheid.",
      "text1637": "Wie is een Godt gelijck ghy, die de ongerechticheyt [m] [90] vergeeft, ende de overtredinge van het [91] overblijfsel sijner erffenisse [92] voorby gaet? hy en [93] houdt sijnen toorn niet in eeuwicheyt, [94] want hy heeft lust aen goedertierenheyt.",
      "text2026": "Wie is een God gelijk U, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding van het overblijfsel van Zijn erfenis voorbij gaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; want Hij heeft lust aan goedertierenheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "m",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 34:6 ; idem v. 7 . Exodus 34:6 : Als nu de HEERE voor zijn aangezicht voorbijging, zo riep Hij: HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid. Exodus 34:7 : Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft; Die den schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen, en aan de kindskinderen, in het derde en vierde lid.",
          "text1637": "Exod. 34.6, 7.",
          "text2026": "Ex. 34:6 ; idem v. 7 . Exodus 34:6 : Als nu JAHWEH voor zijn aangezicht voorbijging, zo riep Hij: JAHWEH, JAHWEH, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid. Exodus 34:7 : Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft; Die de schuldige in geen geval onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid van de vaderen aan de kinderen, en aan de kleinkinderen, in het derde en vierde lid."
        },
        {
          "marker": "90",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, wegneemt; zie Ps. 25:18 . Psalmen 25:18 : Resch. Aanzie mijn ellende, en mijn moeite, en neem weg al mijn zonden.",
          "text1637": "Ofte, wechneemt. Siet Psal. 25. op vers 18.",
          "text2026": "Of, wegneemt; zie Ps. 25:18 . Psalmen 25:18 : Resch. Aanzie mijn ellende, en mijn moeite, en neem weg al mijn zonden."
        },
        {
          "marker": "91",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "overblijfsel Zijner erfenis: Dat is, zijne uitverkorenen, gelovigen, of kerk; zie vers 14 . Micha 7:14 : Gij dan, weid Uw volk met Uw staf, de kudde Uwer erfenis, die alleen woont, in het woud, in het midden van een vruchtbaar land; laat ze weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van ouds.",
          "text1637": "D. sijne uytverkorene, geloovige, ofte, kercke, Siet bov. vers 14.",
          "text2026": "overblijfsel Zijn erfenis: Dat is, zijn uitverkorenen, gelovigen, of kerk; zie vers 14 . Micha 7:14 : U dan, weid Uw volk met Uw staf, de kudde van Uw erfenis, die alleen woont, in het woud, in het midden van een vruchtbaar land; laat ze weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van ouds."
        },
        {
          "marker": "92",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, overziet, niet toerekent, niet aanziet naar zijne gerechtigheid, of in toorn; verg. 2 Sam. 12:13 , met de aantekening. 2 Samuël 12:13 : Toen zeide David tot Nathan: Ik heb gezondigd tegen den HEERE! En Nathan zeide tot David: De HEERE heeft ook uw zonde weggenomen, gij zult niet sterven.",
          "text1637": "D. oversiet, niet toerekent, niet aensiet nae sijne gerechticheyt, oft in toorne. Vergel. 2.Sam. 12.13. met d’aenteeck.",
          "text2026": "Dat is, overziet, niet toerekent, niet aanziet naar zijn gerechtigheid, of in toorn; verg. 2 Sam. 12:13 , met de aantekening. 2 Samuël 12:13 : Toen zei David tot Nathan: Ik heb gezondigd tegen JAHWEH! En Nathan zei tot David: JAHWEH heeft ook uw zonde weggenomen, u zult niet sterven."
        },
        {
          "marker": "93",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid: Verg. Jer. 3:5 , 3:12 , en zie het tegendeel ten aanzien van Gods en zijns volks vijanden, Nah. 1:2 . Jeremia 3:5 : Zal Hij in eeuwigheid den toorn behouden? Zal Hij dien gestadig bewaren? Zie, gij spreekt en doet die boosheden, en neemt de overhand. Jeremia 3:12 : Ga henen, en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, gij afgekeerde Israël! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal den toorn niet in eeuwigheid behouden. Nahum 1:2 : Een ijverig God en een wreker is de HEERE, een wreker is de HEERE, en zeer grimmig; een wreker is de HEERE aan Zijn wederpartijders, en Hij behoudt den toorn Zijn vijanden.",
          "text1637": "Vergel. Ierem. 3.5, 12. ende siet het tegendeel ten aensien van Godts ende sijns volcks vyanden. Nah. 1.1.",
          "text2026": "houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid: Verg. Jer. 3:5 , 3:12 , en zie het tegendeel ten aanzien van Gods en zijns volks vijanden, Nah. 1:2 . Jeremia 3:5 : Zal Hij in eeuwigheid de toorn behouden? Zal Hij die gestadig bewaren? Zie, u spreekt en doet die boosheden, en neemt de overhand. Jeremia 3:12 : Ga heen, en roep deze woorden uit tegen het noorden, en zeg: Bekeer u, u afgekeerde Israël! spreekt JAHWEH, zo zal Ik Mijn toorn op u niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt JAHWEH. Ik zal de toorn niet in eeuwigheid behouden. Nahum 1:2 : Een ijverig God en een wreker is JAHWEH, een wreker is JAHWEH, en zeer grimmig; een wreker is JAHWEH aan Zijn wederpartijders, en Hij behoudt de toorn Zijn vijanden."
        },
        {
          "marker": "94",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "want Hij heeft lust aan goedertierenheid: Of, maar.",
          "text1637": "Ofte, maer.",
          "text2026": "want Hij heeft lust aan goedertierenheid: Of, maar."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִי",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "אֵ֣ל",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כָּמ֗וֹ/ךָ",
          "strongs": "H3644",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "נֹשֵׂ֤א",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "עָוֺן֙",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עֹבֵ֣ר",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HC/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "פֶּ֔שַׁע",
          "strongs": "H6588",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁאֵרִ֖ית",
          "strongs": "H7611",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "נַחֲלָת֑/וֹ",
          "strongs": "H5159",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "הֶחֱזִ֤יק",
          "strongs": "H2388",
          "morph": "HVhp3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/עַד֙",
          "strongs": "H5703",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אַפּ֔/וֹ",
          "strongs": "H639",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "חָפֵ֥ץ",
          "strongs": "H2654",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "חֶ֖סֶד",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הֽוּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Wie is een God gelijk U, Die de ongerechtigheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"90\">90</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> vergeeft, en de overtreding van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"91\">91</sup> overblijfsel van Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"92\">92</sup> erfenis voorbij gaat? Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"93\">93</sup> houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"94\">94</sup> want Hij heeft lust aan goedertierenheid.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"90\">90</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> vergeeft, en de overtreding van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"91\">91</sup> overblijfsel Zijner<sup class=\"note-marker\" data-note=\"92\">92</sup> erfenis voorbij gaat? Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"93\">93</sup> houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"94\">94</sup> want Hij heeft lust aan goedertierenheid.",
      "text1637_html": "Wie is een Godt gelijck ghy, die de ongerechticheyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"90\">90</sup> vergeeft, ende de overtredinge van het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"91\">91</sup> overblijfsel sijner erffenisse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"92\">92</sup> voorby gaet? hy en <sup class=\"note-marker\" data-note=\"93\">93</sup> houdt sijnen toorn niet in eeuwicheyt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"94\">94</sup> want hy heeft lust aen goedertierenheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij,",
          "new": "U,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Zijner",
          "new": "van Zijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Hij zal Zich onzer weder ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden dempen; ja, Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.",
      "text1637": "Hy sal sich onser [95] weder ontfermen; hy sal onse ongerechticheden [96] dempen: Ia ghy sult alle [97] hare sonden in de [98] diepten der zee werpen.",
      "text2026": "Hij zal Zich onzer weer ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden dempen; ja, U zult al hun zonden in de diepten van de zee werpen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "95",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "weder ontfermen: Hebr. Hij zal wederkeren, Hij zal zich onzer ontfermen; verg. Ps. 71:20 , en Ps. 85:7 met de aantekening, idem Num. 11:4 ; Ps. 45:5 . Psalmen 71:20 : Gij, Die mij veel benauwdheden en kwaden hebt doen zien, zult mij weder levend maken, en zult mij weder ophalen uit de afgronden der aarde. Psalmen 85:7 : Zult Gij ons niet weder levend maken, opdat Uw volk zich in U verblijde? Numeri 11:4 : En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israëls wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven? Psalmen 45:5 : En rijd voorspoediglijk in Uw heerlijkheid, op het woord der waarheid en rechtvaardige zachtmoedigheid; en Uw rechterhand zal U vreselijke dingen leren.",
          "text1637": "Hebr. hy sal wederkeeren, hy sal sich onser ontfermen. Vergel. Psal. 71. vers 20. ende 85.7. met d’aenteeck. Item Num. 11. op vers 4. Psal. 45. op vers 5.",
          "text2026": "weer ontfermen: Hebr. Hij zal terugkeren, Hij zal zich onzer ontfermen; verg. Ps. 71:20 , en Ps. 85:7 met de aantekening, idem Num. 11:4 ; Ps. 45:5 . Psalmen 71:20 : U, Die mij veel benauwdheden en kwade hebt doen zien, zult mij weer levend maken, en zult mij weer ophalen uit de afgronden van de aarde. Psalmen 85:7 : Zult U ons niet weer levend maken, opdat Uw volk zich in U verblijde? Numeri 11:4 : En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen van Israël opnieuw, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven? Psalmen 45:5 : En rijd voorspoediglijk in Uw heerlijkheid, op het woord van de waarheid en rechtvaardige zachtmoedigheid; en Uw rechterhand zal U vreselijke dingen leren."
        },
        {
          "marker": "96",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, tenonderbrengen, onderwerpen, zodat zij niet kunnen opkomen of opstaan tegen ons in het gericht; en voorts door zijne Geest de heerschappij en tirannie der zonden [onder welke wij als dienstknechten en slaven verkocht waren] afschaffen, en ons heilig maken en vernieuwen, hier aanvankelijk, hierna volkomenlijk op welke laatste weldaad dit sommigen alleen duiden. Zie Jes. 52:1 ; Rom. 6:7 . Jesaja 52:1 : Waak op, waak op, trek uw sterkte aan, o Sion! trek uw sierlijke klederen aan, o Jeruzalem, gij heilige stad? want in u zal voortaan geen onbesnedene noch onreine meer komen. Romeinen 6:7 : Want die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonde.",
          "text1637": "Ofte, t’onderbrengen, onderwerpen, soo datse niet en konnen opkomen ofte opstaen tegen ons in ’t gerichte; ende voorts door sijnen Geest de heerschappye ende tyrannye der sonden (onder dewelcke wy als dienst-knechten ende slaven verkocht waren) afschaffen, ende ons heylichmaken ende vernieuwen, hier aenvancklick, hierna volkomelick, op welcke laetste weldaet dit sommige alleen duyden. Siet Iesa. 50.1. Rom. capp. 6.7.",
          "text2026": "Of, tenonderbrengen, onderwerpen, zodat zij niet kunnen opkomen of opstaan tegen ons in het gericht; en verder door zijn Geest de heerschappij en tirannie van de zonden [onder welke wij als dienaren en slaven verkocht waren] afschaffen, en ons heilig maken en vernieuwen, hier aanvankelijk, hierna volkomenlijk op welke laatste weldaad dit sommigen alleen duiden. Zie Jes. 52:1 ; Rom. 6:7 . Jesaja 52:1 : Waak op, waak op, trek uw sterkte aan, o Sion! trek uw sierlijke kleren aan, o Jeruzalem, u heilige stad? want in u zal voortaan geen onbesnedene noch onreine meer komen. Romeinen 6:7 : Want die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonde."
        },
        {
          "marker": "97",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hun zonden: Der uitverkorenen en gelovigen.",
          "text1637": "Der uytkorenen ende geloovigen.",
          "text2026": "hun zonden: Van de uitverkorenen en gelovigen."
        },
        {
          "marker": "98",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "diepten der zee werpen: Een schone en zeer troostelijke gelijkenis, betekenende dat onze zonden van God niet aangezien, maar in eeuwige vergetenis gesteld, bedekt en als ongeacht en versmoord zullen zijn; verg. Ps. 103:12 ; Jes. 43:25 ; Jer. 31:34 , 31:37 , enz. Psalmen 103:12 : Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons. Jesaja 43:25 : Ik, Ik ben het, Die uw overtredingen uitdelg, om Mijnentwil, en Ik gedenk uwer zonden niet. Jeremia 31:34 : En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken. Jeremia 31:37 : Zo zegt de HEERE: Indien de hemelen daarboven gemeten, en de fondamenten der aarde beneden doorgrond kunnen worden, zo zal Ik ook het ganse zaad Israëls verwerpen, om alles, wat zij gedaan hebben, spreekt de HEERE.",
          "text1637": "Eene schoone ende seer troostelicke gelijckenisse, beteeckenende dat onse sonden van Godt niet aengesien, maer in eeuwige vergetenisse gestelt, bedeckt, ende als ongeacht ende versmoort sullen zijn. Vergel. Psal.103. vers 12. Iesa. 43.25. Ierem. 31.34, 37, etc.",
          "text2026": "diepten van de zee werpen: Een schone en zeer troostelijke gelijkenis, betekenende dat onze zonden van God niet aangezien, maar in eeuwige vergetenis gesteld, bedekt en als ongeacht en versmoord zullen zijn; verg. Ps. 103:12 ; Jes. 43:25 ; Jer. 31:34 , 31:37 , enz. Psalmen 103:12 : Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons. Jesaja 43:25 : Ik, Ik ben het, Die uw overtredingen uitdelg, om Mijnentwil, en Ik gedenk uw zonden niet. Jeremia 31:34 : En zij zullen niet meer, een iedereen zijn naaste, en een iedereen zijn broer, leren, zeggende: Kent JAHWEH! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt JAHWEH; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hun zonden niet meer gedenken. Jeremia 31:37 : Zo zegt JAHWEH: Als de hemelen daarboven gemeten, en de fondamenten van de aarde beneden doorgrond kunnen worden, zo zal Ik ook het gehele zaad van Israël verwerpen, om alles, wat zij gedaan hebben, spreekt JAHWEH."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יָשׁ֣וּב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "יְרַֽחֲמֵ֔/נוּ",
          "strongs": "H7355",
          "morph": "HVpi3ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "יִכְבֹּ֖שׁ",
          "strongs": "H3533",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "עֲוֺֽנֹתֵ֑י/נוּ",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/תַשְׁלִ֛יךְ",
          "strongs": "H7993",
          "morph": "HC/Vhi2ms"
        },
        {
          "woord": "בִּ/מְצֻל֥וֹת",
          "strongs": "H4688",
          "morph": "HR/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "יָ֖ם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "חַטֹּאותָֽ/ם",
          "strongs": "H2403",
          "morph": "HNcfpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>Hij zal Zich onzer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"95\">95</sup> weer ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"96\">96</sup> dempen; ja, U zult al<sup class=\"note-marker\" data-note=\"97\">97</sup> hun zonden in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"98\">98</sup> diepten van de zee werpen.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Hij zal Zich onzer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"95\">95</sup> weder ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"96\">96</sup> dempen; ja, Gij zult al<sup class=\"note-marker\" data-note=\"97\">97</sup> hun zonden in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"98\">98</sup> diepten der zee werpen.",
      "text1637_html": "Hy sal sich onser <sup class=\"note-marker\" data-note=\"95\">95</sup> weder ontfermen; hy sal onse ongerechticheden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"96\">96</sup> dempen: Ia ghy sult alle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"97\">97</sup> hare sonden in de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"98\">98</sup> diepten der zee werpen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "weder",
          "new": "weer",
          "principe": "V66"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Gij zult Jakob de trouw, Abraham de goedertierenheid geven, die Gij onzen vaderen van oude dagen af gezworen hebt.",
      "text1637": "Ghy sult [99] Iacob de trouwe, Abraham de goedertierenheyt [100] geven; die ghy onsen vaderen van [101] ouden dagen af gesworen hebt.",
      "text2026": "U zult Jakob de trouw, Abraham de goedertierenheid geven, die U onze vaders van oude dagen af gezworen hebt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "99",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Jakob de trouw: Dat is, Jakobs en Abrahams nakomelingen; zie Rom. 9:6 , 9:7 , 9:8 . Of, de trouw, of waarheid van Jakob, de goedertierenheid, of weldadigheid van Abraham, dat is, die Gij hun beloofd hebt. Verg. Jer. 2:2 , en versta hierdoor den Messias, den Middelaar van het genadeverbond, en alles met Hem. Verg. Luk. 1:68 , 1:69 , 1:70 , 1:71 , 1:72 , 1:73 ; Rom. 8:32 ; een heerlijk besluit der profetie, vol van geloof en verwachting van den Messias. Romeinen 9:6 : Doch ik zeg dit niet, alsof het woord Gods ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn. Romeinen 9:7 : Noch omdat zij Abrahams zaad zijn, zijn zij allen kinderen; maar: In Izaak zal u het zaad genoemd worden. Romeinen 9:8 : Dat is, niet de kinderen des vleses, die zijn kinderen Gods; maar de kinderen der beloftenis worden voor het zaad gerekend. Jeremia 2:2 : Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land. Lukas 1:68 : Geloofd zij de Heere, de God Israëls, want Hij heeft bezocht, en verlossing te weeg gebracht Zijn volke; Lukas 1:69 : En heeft een hoorn der zaligheid ons opgericht, in het huis van David, Zijn knecht; Lukas 1:70 : Gelijk Hij gesproken heeft door den mond Zijner heilige profeten, die van het begin der wereld geweest zijn; Lukas 1:71 : Namelijk een verlossing van onze vijanden, en van de hand al dergenen, die ons haten; Lukas 1:72 : Opdat Hij barmhartigheid deed aan onze vaderen, en gedachtig ware aan Zijn heilig verbond; Lukas 1:73 : En aan den eed, dien Hij Abraham, onzen vader, gezworen heeft, om ons te geven. Romeinen 8:32 : Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?",
          "text1637": "D. Iacobs ende Abrahams nakomelingen. Siet Rom. 9.6, 7, 8. ofte, de trouwe, ofte, waerheyt Iacobs, de goedertierenheyt, ofte, weldadicheyt Abrahams. D. die ghy hen belooft hebt, vergel. Ier. 2. op vers 2. ende verstaet hier door, den Messiam, den Middelaer des genaden-verbonts, ende alles met hem. Vergel. Luce 1.68, 69, 70, 71, 72, 73. Rom. 8.22. een heerlick besluyt deser prophetye, vol van geloove ende verwachtinge des Messie.",
          "text2026": "Jakob de trouw: Dat is, Jakobs en Abrahams nakomelingen; zie Rom. 9:6 , 9:7 , 9:8 . Of, de trouw, of waarheid van Jakob, de goedertierenheid, of weldadigheid van Abraham, dat is, die U hun beloofd hebt. Verg. Jer. 2:2 , en versta hierdoor de Messias, de Middelaar van het genadeverbond, en alles met Hem. Verg. Luk. 1:68 , 1:69 , 1:70 , 1:71 , 1:72 , 1:73 ; Rom. 8:32 ; een heerlijk besluit van de profetie, vol van geloof en verwachting van de Messias. Romeinen 9:6 : Maar ik zeg dit niet, alsof het woord van God ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn. Romeinen 9:7 : Noch omdat zij Abrahams zaad zijn, zijn zij alle kinderen; maar: In Izaak zal u het zaad genoemd worden. Romeinen 9:8 : Dat is, niet de kinderen van het vlees, die zijn kinderen van God; maar de kinderen van de beloftenis worden voor het zaad gerekend. Jeremia 2:2 : Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt JAHWEH: Ik gedenk van de weldadigheid uw jeugd, van de liefde uw ondertrouw, toen u Mij nawandelde in de woestijn, in onbezaaid land. Lukas 1:68 : Geloofd zij de Heer, de God van Israël, want Hij heeft bezocht, en verlossing te weeg gebracht Zijn volk; Lukas 1:69 : En heeft een hoorn van de zaligheid ons opgericht, in het huis van David, Zijn knecht; Lukas 1:70 : Gelijk Hij gesproken heeft door de mond Zijn heilige profeten, die van het begin van de wereld geweest zijn; Lukas 1:71 : Namelijk een verlossing van onze vijanden, en van de hand al dergenen, die ons haten; Lukas 1:72 : Opdat Hij barmhartigheid deed aan onze vaderen, en gedachtig ware aan Zijn heilig verbond; Lukas 1:73 : En aan de eed, die Hij Abraham, onze vader, gezworen heeft, om ons te geven. Romeinen 8:32 : Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?"
        },
        {
          "marker": "100",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, leveren; dat is, daarstellen, metterdaad bewijzen en volbrengen.",
          "text1637": "Ofte, leveren. D. daer stellen, metter daet bewijsen, ende volbrengen.",
          "text2026": "Of, leveren; dat is, daarstellen, metterdaad bewijzen en volbrengen."
        },
        {
          "marker": "101",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "oude dagen af gezworen hebt: Hebr. van de dagen der oudheid; dat is, voor langen tijd.",
          "text1637": "Hebr. van de dagen der outheyt. D. voor langen tijt.",
          "text2026": "oude dagen af gezworen hebt: Hebr. van de dagen van de oudheid; dat is, voor lange tijd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תִּתֵּ֤ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "אֱמֶת֙",
          "strongs": "H571",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/יַֽעֲקֹ֔ב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "חֶ֖סֶד",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/אַבְרָהָ֑ם",
          "strongs": "H85",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "נִשְׁבַּ֥עְתָּ",
          "strongs": "H7650",
          "morph": "HVNp2ms"
        },
        {
          "woord": "לַ/אֲבֹתֵ֖י/נוּ",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "מִ֥/ימֵי",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "קֶֽדֶם",
          "strongs": "H6924",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<span class=\"direct-speech\"><i>U zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"99\">99</sup> Jakob de trouw, Abraham de goedertierenheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"100\">100</sup> geven, die U onze vaders van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"101\">101</sup> oude dagen af gezworen hebt.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Gij zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"99\">99</sup> Jakob de trouw, Abraham de goedertierenheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"100\">100</sup> geven, die Gij onzen vaderen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"101\">101</sup> oude dagen af gezworen hebt.",
      "text1637_html": "Ghy sult <sup class=\"note-marker\" data-note=\"99\">99</sup> Iacob de trouwe, Abraham de goedertierenheyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"100\">100</sup> geven; die ghy onsen vaderen van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"101\">101</sup> ouden dagen af gesworen hebt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij onzen vaderen",
          "new": "U onze vaders",
          "principe": "MR-1KR-007"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Klachte der Kercke over haer kleyn getal, ende de algemeyne verdorventheyt van Grooten ende Kleynen, dies Godts straffe voor handen is, vers 1, etc. sy waerschouwt voor vertrouwen op menschen, ende stelt haer vertrouwen op Godt, 5. sy triumpheert door geloove over hare vyandinne, 8. Godt troost haer met sijn toekomstich genaden-werck door den Messiam haren herder, hoe wel Canaan woest sal zijn, 11. waer op de kercke Christum met blijtschap aenspreeckt, 14. Godt belooft haer wonderen, 15. sy propheteert vande beschaminge der vyanden des Euangeliums, 16. verwondert haer over Godts genade, ende verwacht in geloove de komste Christi, 18.",
    "text2026": "Klacht van de kerk over haar klein getal en de algemene verdorvenheid van groten en kleinen, waarom Gods straf voorhanden is, vers 1 enz. zij waarschuwt voor vertrouwen op mensen en stelt haar vertrouwen op God, 5. zij triomfeert door geloof over haar vijandin, 8. God troost haar met zijn toekomstige genadewerk door de Messias, haar herder, hoewel Kanaän woest zal zijn, 11. waarop de kerk Christus met blijdschap aanspreekt, 14. God belooft haar wonderen, 15. zij profeteert van de beschaming van de vijanden van het Evangelie, 16. verwondert zich over Gods genade, en verwacht in geloof de komst van Christus, 18."
  }
}
