{
  "number": 105,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Looft den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.",
      "text1637": "[1] LOvet den HEERE, roept sijnen Name aen, maeckt sijne daden bekent onder de volcken.",
      "text2026": "Loof JAHWEH, roep Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Looft den HEERE: Een groot deel van dezen psalm staat geschreven 1 Kron. 16:8 , hetwelk gezongen is geweest voor de ark des Heeren. 1 Kronieken 16:8 : Looft den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.",
          "text1637": "Een groot deel deses Psalms staet geschreven 1.Chro. 16.8. ’twelck gesongen is geweest voor de Arke des Heeren.",
          "text2026": "Looft JAHWEH: Een groot deel van deze psalm staat geschreven 1 Kron. 16:8 , dat gezongen is geweest voor de ark van de Heer. 1 Kronieken 16:8 : Looft JAHWEH, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הוֹד֣וּ",
          "strongs": "H3034",
          "morph": "HVhv2mp"
        },
        {
          "woord": "לַ֭/יהוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "קִרְא֣וּ",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "בִּ/שְׁמ֑/וֹ",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "הוֹדִ֥יעוּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVhv2mp"
        },
        {
          "woord": "בָ֝/עַמִּ֗ים",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "עֲלִילוֹתָֽי/ו",
          "strongs": "H5949",
          "morph": "HNcfpc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Loof JAHWEH, roep Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Looft den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> LOvet den HEERE, roept sijnen Name aen, maeckt sijne daden bekent onder de volcken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Looft den HEERE, roept",
          "new": "Loof JAHWEH, roep",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderen.",
      "text1637": "Singt hem, psalm-singt hem, spreeckt aendachtelick van alle sijne wonderen.",
      "text2026": "Zing Hem, psalmzingt Hem, spreek aandachtig van al Zijn wonderen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שִֽׁירוּ",
          "strongs": "H7891",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "ל֭/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "זַמְּרוּ",
          "strongs": "H2167",
          "morph": "HVpv2mp"
        },
        {
          "woord": "ל֑/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "שִׂ֝֗יחוּ",
          "strongs": "H7878",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "נִפְלְאוֹתָֽי/ו",
          "strongs": "H6381",
          "morph": "HVNrfpc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zing Hem, psalmzingt Hem, spreek aandachtig van al Zijn wonderen.",
      "text1637_html": "Singt hem, psalm-singt hem, spreeckt aendachtelick van alle sijne wonderen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Zingt",
          "new": "Zing",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "spreekt aandachtelijk",
          "new": "spreek aandachtig",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Roemt u in den Naam Zijner heiligheid; het hart dergenen, die den HEERE zoeken, verblijde zich.",
      "text1637": "[a] Roemt u [2] in den Naem sijner heylicheyt: het herte der gener die den HEERE soecken, verblijde sich.",
      "text2026": "Roem u in de Naam van Zijn heiligheid; het hart van degenen, die JAHWEH zoeken, verblijde zich.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 34:3 . Psalmen 34:3 : Beth. Mijn ziel zal zich beroemen in den HEERE; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn.",
          "text1637": "Psal. 34.3.",
          "text2026": "Ps. 34:3 . Psalmen 34:3 : Beth. Mijn ziel zal zich beroemen in JAHWEH; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in den naam: Of, van den naam zijner heiligheid.",
          "text1637": "Of, van den Name sijner heylicheyt.",
          "text2026": "in de naam: Of, van de naam zijn heiligheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הִֽ֭תְהַלְלוּ",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HVtv2mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/שֵׁ֣ם",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשׁ֑/וֹ",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִ֝שְׂמַ֗ח",
          "strongs": "H8055",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לֵ֤ב",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מְבַקְשֵׁ֬י",
          "strongs": "H1245",
          "morph": "HVprmpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Roem u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> in de Naam van Zijn heiligheid; het hart van degenen, die JAHWEH zoeken, verblijde zich.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Roemt u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> in den Naam Zijner heiligheid; het hart dergenen, die den HEERE zoeken, verblijde zich.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Roemt u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> in den Naem sijner heylicheyt: het herte der gener die den HEERE soecken, verblijde sich.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Roemt",
          "new": "Roem",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Zijner",
          "new": "van Zijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "dergenen,",
          "new": "van degenen,",
          "principe": "V302"
        },
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Vraagt naar den HEERE en Zijn sterkte; zoekt Zijn aangezicht geduriglijk.",
      "text1637": "Vraecht nae den HEERE, ende [3] sijne sterckte: soeckt [4] sijn aengesichte gedurichlick.",
      "text2026": "Vraag naar JAHWEH en Zijn sterkte; zoek Zijn aangezicht steeds.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zijn sterkte: Van welke men een zichtbare getuigenis had in de ark. Zie 2 Kron. 6:41 ; Ps. 78:61 , en de aantekening bij Ps. 63:3 . 2 Kronieken 6:41 : En nu, HEERE God, maak U op tot Uw rust, Gij en de ark Uwer kracht; laat Uw priesters, HEERE God, met heil bekleed worden, en laat Uw gunstgenoten over het goede blijde zijn. Psalmen 78:61 : En Hij gaf Zijn sterkte in de gevangenis, en Zijn heerlijkheid in de hand des wederpartijders. Psalmen 63:3 : Voorwaar, ik heb U in het heiligdom aanschouwd, ziende Uw sterkheid en Uw eer;",
          "text1637": "Van de welcke men een sichtbaer getuygenisse hadde in de Arke. siet 2.Chron. 6.41. Psal. 78.61. ende d’aent. Psal. 63. op vers 3.",
          "text2026": "Zijn sterkte: Van welke men een zichtbare getuigenis had in de ark. Zie 2 Kron. 6:41 ; Ps. 78:61 , en de aantekening bij Ps. 63:3 . 2 Kronieken 6:41 : En nu, JAHWEH God, maak U op tot Uw rust, U en de ark Uw kracht; laat Uw priesters, JAHWEH God, met heil bekleed worden, en laat Uw gunstgenoten over het goede blij zijn. Psalmen 78:61 : En Hij gaf Zijn sterkte in de gevangenis, en Zijn heerlijkheid in de hand van de wederpartijders. Psalmen 63:3 : Werkelijk, ik heb U in het heiligdom aanschouwd, ziende Uw sterkheid en Uw eer;"
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijn aangezicht: Dat is, zijn raad en geboden; 2 Sam. 21:1 . 2 Samuël 21:1 : En er was in Davids dagen een honger, drie jaren, jaar achter jaar; en David zocht het aangezicht des HEEREN. En de HEERE zeide: Het is om Saul en om des bloedhuizes wil, omdat hij de Gibeonieten gedood heeft.",
          "text1637": "D. sijnen raet ende geboden. 2.Sam. 21.1.",
          "text2026": "zijn aangezicht: Dat is, zijn raad en geboden; 2 Sam. 21:1 . 2 Samuël 21:1 : En er was in Davids dagen een honger, drie jaren, jaar achter jaar; en David zocht het aangezicht van JAHWEH. En JAHWEH zei: Het is om Saul en vanwege de bloedhuizes, omdat hij de Gibeonieten gedood heeft."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "דִּרְשׁ֣וּ",
          "strongs": "H1875",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עֻזּ֑/וֹ",
          "strongs": "H5797",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בַּקְּשׁ֖וּ",
          "strongs": "H1245",
          "morph": "HVpv2mp"
        },
        {
          "woord": "פָנָ֣י/ו",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "תָּמִֽיד",
          "strongs": "H8548",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Vraag naar JAHWEH en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Zijn sterkte; zoek<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Zijn aangezicht steeds.",
      "textSV1888_html": "Vraagt naar den HEERE en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Zijn sterkte; zoekt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Zijn aangezicht geduriglijk.",
      "text1637_html": "Vraecht nae den HEERE, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> sijne sterckte: soeckt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> sijn aengesichte gedurichlick.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Vraagt",
          "new": "Vraag",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "zoekt",
          "new": "zoek",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "geduriglijk.",
          "new": "steeds.",
          "principe": "V166"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Gedenkt Zijner wonderen, die Hij gedaan heeft, Zijner wondertekenen, en der oordelen Zijns monds.",
      "text1637": "Gedenckt sijner wonderen, [5] die hy gedaen heeft: sijner wonder-teeckenen, ende [6] der oordeelen sijnes monts.",
      "text2026": "Gedenk van Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft, Zijn wondertekenen, en van de oordelen van Zijn mond.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "die Hij gedaan: Te weten, in Egypte door Mozes en Aäron.",
          "text1637": "T.w. In Egypten, door Mosen ende Aaron.",
          "text2026": "die Hij gedaan: Te weten, in Egypte door Mozes en Aäron."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "der oordelen: Versta hier de plagen van Egypte waarmede God hen tevoren gedreigd had. Het woord oordelen, of gerichten, wordt dikwijls gebruikt voor plagen of straffen; gelijk Rom. 13:2 , en 1 Kor. 11:29 . Romeinen 13:2 : Alzo dat die zich tegen de macht stelt, de ordinantie van God wederstaat; en die ze wederstaan, zullen over zichzelven een oordeel halen. 1 Korinthiërs 11:29 : Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.",
          "text1637": "Verst. hier de plagen van Egypten, daer mede haer Godt te vooren gedreycht hadde. ’t woort oordeelen, ofte Gerichten, wort dickwijls gebruyckt voor plagen ofte straffen, als Rom. 13.2. ende 1.Corint. 11.29.",
          "text2026": "van de oordelen: Versta hier de plagen van Egypte waarmee God hen tevoren gedreigd had. Het woord oordelen, of gerichten, wordt dikwijls gebruikt voor plagen of straffen; gelijk Rom. 13:2 , en 1 Kor. 11:29 . Romeinen 13:2 : Zo dat die zich tegen de macht stelt, de ordinantie van God wederstaat; en die ze wederstaan, zullen over zichzelven een oordeel halen. 1 Korinthiërs 11:29 : Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam van de Heer."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "זִכְר֗וּ",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "נִפְלְאוֹתָ֥י/ו",
          "strongs": "H6381",
          "morph": "HVNrfpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "עָשָׂ֑ה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "מֹ֝פְתָ֗י/ו",
          "strongs": "H4159",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִשְׁפְּטֵי",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HC/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "פִֽי/ו",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Gedenk van Zijn wonderen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> die Hij gedaan heeft, Zijn wondertekenen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> van de oordelen van Zijn mond.",
      "textSV1888_html": "Gedenkt Zijner wonderen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> die Hij gedaan heeft, Zijner wondertekenen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> der oordelen Zijns monds.",
      "text1637_html": "Gedenckt sijner wonderen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> die hy gedaen heeft: sijner wonder-teeckenen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> der oordeelen sijnes monts.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gedenkt Zijner",
          "new": "Gedenk van Zijn",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Zijner",
          "new": "Zijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Zijns monds.",
          "new": "van Zijn mond.",
          "principe": "V201"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Gij zaad van Abraham, Zijn knecht, gij kinderen van Jakob, Zijn uitverkorene!",
      "text1637": "[7] Ghy zaet Abrahams sijnes knechts, ghy kinderen Iacobs [8] sijne uytverkorene.",
      "text2026": "U zaad van Abraham, Zijn knecht, u kinderen van Jakob, Zijn uitverkorene!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij zaad van: Dezelfde woorden van dit vers staan ook 1 Kron. 16:13 . Behalve dat er staat: Gij zaad Israëls, en hier staat: Gij zaad Abrahams. 1 Kronieken 16:13 : Gij, zaad van Israël, Zijn dienaar, gij, kinderen van Jakob, Zijn uitverkorenen!",
          "text1637": "De selve woorden deses vers staen oock 1.Chron. 16.13. Behalven dat daer staet ghy zaet Israëls, ende hier staet, Ghy zaet Abrahams.",
          "text2026": "U zaad van: Dezelfde woorden van dit vers staan ook 1 Kron. 16:13 . Behalve dat er staat: U zaad van Israël, en hier staat: U zaad van Abraham. 1 Kronieken 16:13 : U, zaad van Israël, Zijn dienaar, u, kinderen van Jakob, Zijn uitverkorenen!"
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zijn uitverkorene: Te weten, Gods uitverkorenen.",
          "text1637": "T.w. Godes uyt-verkorene.",
          "text2026": "Zijn uitverkorene: Te weten, Gods uitverkorenen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "זֶ֭רַע",
          "strongs": "H2233",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אַבְרָהָ֣ם",
          "strongs": "H85",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַבְדּ֑/וֹ",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵ֖י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יַעֲקֹ֣ב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּחִירָֽי/ו",
          "strongs": "H972",
          "morph": "HAampc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> U zaad van Abraham, Zijn knecht, u kinderen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Jakob, Zijn uitverkorene!",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Gij zaad van Abraham, Zijn knecht, gij kinderen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Jakob, Zijn uitverkorene!",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Ghy zaet Abrahams sijnes knechts, ghy kinderen Iacobs <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> sijne uytverkorene.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Hij is de HEERE, onze God; Zijn oordelen zijn over de gehele aarde.",
      "text1637": "Hy is de HEERE onse Godt: [9] sijne oordeelen zijn over de geheele aerde.",
      "text2026": "Hij is JAHWEH, onze God; Zijn oordelen zijn over de hele aarde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zijn oordelen zijn: Dat is, Hij oefent zijne gerichten over den gansen aardbodem, dat is over alle natiën en volken, opdat men zijnen naam vertelle op de ganse aarde; Exod. 9:16 . Exodus 9:16 : Maar waarlijk, daarom heb Ik u verwekt, opdat Ik Mijn kracht aan u betoonde, en opdat men Mijn Naam vertelle op de ganse aarde.",
          "text1637": "D. hy oeffent sijne gerichten over den gantschen aerdbodem. D. over alle Natien ende volckeren, op datmen sijnen name vertelle op de gantsche aerde. Exo. 9.16.",
          "text2026": "Zijn oordelen zijn: Dat is, Hij oefent zijn gerichten over de gansen aardbodem, dat is over alle natiën en volken, opdat men zijn naam vertelle op de gehele aarde; Ex. 9:16 . Exodus 9:16 : Maar waarlijk, daarom heb Ik u verwekt, opdat Ik Mijn kracht aan u betoonde, en opdat men Mijn Naam vertelle op de gehele aarde."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ה֭וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֑י/נוּ",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ֝/אָ֗רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁפָּטָֽי/ו",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hij is JAHWEH, onze God;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Zijn oordelen zijn over de hele aarde.",
      "textSV1888_html": "Hij is de HEERE, onze God;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Zijn oordelen zijn over de gehele aarde.",
      "text1637_html": "Hy is de HEERE onse Godt: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> sijne oordeelen zijn over de geheele aerde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "gehele",
          "new": "hele",
          "principe": "V391"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Hij gedenkt Zijns verbonds tot in der eeuwigheid, des woords, dat Hij ingesteld heeft, tot in duizend geslachten;",
      "text1637": "Hy gedenckt [10] sijnes verbonts tot in der eeuwicheyt: des woorts [dat] hy [11] ingestelt heeft [12] tot in duysent geslachten:",
      "text2026": "Hij gedenkt aan Zijn verbond tot in de eeuwigheid, van het woord, dat Hij ingesteld heeft, tot in duizend geslachten;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zijns verbonds: Te weten, dat Hij met ons gemaakt heeft.",
          "text1637": "T.w. dat hy met ons gemaeckt heeft.",
          "text2026": "van Zijn verbond: Te weten, dat Hij met ons gemaakt heeft."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "ingesteld heeft: Hebr. bevolen; dat is, zijne belofte, die zo vast en zeker is alsof het een ingestelde en bevolen wet ware. Zie van het Hebr. woord 2 Sam. 7:11 . 2 Samuël 7:11 : En van dien dag af, dat Ik geboden heb richters te wezen over Mijn volk Israël. Doch u heb Ik rust gegeven van al uw vijanden. Ook geeft u de HEERE te kennen, dat de HEERE u een huis maken zal.",
          "text1637": "Hebr. bevolen. D. sijner belofte, die soo vaste ende seker is, als of het eene ingestelde ende bevolene wet ware. siet van’t hebreeusch woort, 2.Sam. 7. op vers 11.",
          "text2026": "ingesteld heeft: Hebr. bevolen; dat is, zijn belofte, die zo vast en zeker is alsof het een ingestelde en bevolen wet ware. Zie van het Hebr. woord 2 Sam. 7:11 . 2 Samuël 7:11 : En van die dag af, dat Ik geboden heb richters te wezen over Mijn volk Israël. Maar u heb Ik rust gegeven van al uw vijanden. Ook geeft u JAHWEH te kennen, dat JAHWEH u een huis maken zal."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tot in duizend: Dat is, vele geslachten.",
          "text1637": "D. velen geslachten.",
          "text2026": "tot in duizend: Dat is, vele geslachten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "זָכַ֣ר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/עוֹלָ֣ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּרִית֑/וֹ",
          "strongs": "H1285",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "דָּבָ֥ר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "צִ֝וָּ֗ה",
          "strongs": "H6680",
          "morph": "HVpp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/אֶ֣לֶף",
          "strongs": "H505",
          "morph": "HR/Acbsa"
        },
        {
          "woord": "דּֽוֹר",
          "strongs": "H1755",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hij gedenkt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> aan Zijn verbond tot in de eeuwigheid, van het woord, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Hij ingesteld heeft,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> tot in duizend geslachten;",
      "textSV1888_html": "Hij gedenkt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Zijns verbonds tot in der eeuwigheid, des woords, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Hij ingesteld heeft,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> tot in duizend geslachten;",
      "text1637_html": "Hy gedenckt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> sijnes verbonts tot in der eeuwicheyt: des woorts [dat] hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> ingestelt heeft <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> tot in duysent geslachten:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Zijns verbonds",
          "new": "aan Zijn verbond",
          "principe": "V201"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "des woords,",
          "new": "van het woord,",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Des verbonds, dat Hij met Abraham heeft gemaakt, en Zijns eeds aan Izak;",
      "text1637": "[Des verbonts] [13] dat hy met Abraham heeft gemaeckt: ende sijns eedts aen Isaac.",
      "text2026": "Aan het verbond, dat Hij met Abraham heeft gemaakt, en Zijn eed aan Izak;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "dat Hij met: Zie hiervan hetgeen geschreven staat Gen. 15:18 , en Gen. 17:2 , en Gen. 22:16 ; Luk. 1:73 ; Hebr. 6:13 . Genesis 15:18 : Ten zelfden dage maakte de HEERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath: Genesis 17:2 : En Ik zal Mijn verbond stellen tussen Mij en tussen u, en Ik zal u gans zeer vermenigvuldigen. Genesis 22:16 : En zeide: Ik zweer bij Mijzelven, spreekt de HEERE; daarom dat gij deze zaak gedaan hebt, en uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt; Lukas 1:73 : En aan den eed, dien Hij Abraham, onzen vader, gezworen heeft, om ons te geven. Hebreeën 6:13 : Want als God aan Abraham de belofte deed, dewijl Hij bij niemand, die meerder was, had te zweren, zo zwoer Hij bij Zichzelven,",
          "text1637": "Siet hier van ’tgene dat geschreven staet, Genes. 15.18. ende 17.2. ende 22.16. Luc. 1.73. Hebr. 6. vers 13.",
          "text2026": "dat Hij met: Zie hiervan wat geschreven staat Gen. 15:18 , en Gen. 17:2 , en Gen. 22:16 ; Luk. 1:73 ; Hebr. 6:13 . Genesis 15:18 : Ten zelfden dage maakte JAHWEH een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath: Genesis 17:2 : En Ik zal Mijn verbond stellen tussen Mij en tussen u, en Ik zal u geheel zeer vermenigvuldigen. Genesis 22:16 : En zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt JAHWEH; daarom dat u deze zaak gedaan hebt, en uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt; Lukas 1:73 : En aan de eed, die Hij Abraham, onze vader, gezworen heeft, om ons te geven. Hebreeën 6:13 : Want als God aan Abraham de belofte deed, omdat Hij bij niemand, die meerder was, had te zweren, zo zwoer Hij bij Zichzelven,"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "כָּ֭רַת",
          "strongs": "H3772",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אַבְרָהָ֑ם",
          "strongs": "H85",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/שְׁב֖וּעָת֣/וֹ",
          "strongs": "H7621",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/יִשְׂחָֽק",
          "strongs": "H3446",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Aan het verbond, dat Hij met Abraham heeft gemaakt, en Zijn eed aan Izak;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Des verbonds, dat Hij met Abraham heeft gemaakt, en Zijns eeds aan Izak;",
      "text1637_html": "[Des verbonts] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> dat hy met Abraham heeft gemaeckt: ende sijns eedts aen Isaac.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Des verbonds,",
          "new": "Aan het verbond,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Zijns eeds",
          "new": "Zijn eed",
          "principe": "V201"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Welken Hij ook gesteld heeft aan Jakob tot een inzetting, aan Israël tot een eeuwig verbond,",
      "text1637": "[b] Welcken hy oock gestelt heeft aen Iacob tot eene insettinge: [c] aen Israel [14] [tot] een eeuwich verbont.",
      "text2026": "Die Hij ook gesteld heeft aan Jakob tot een inzetting, aan Israël tot een eeuwig verbond,",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "1 Kron. 16:17 . 1 Kronieken 16:17 : Welken Hij ook aan Jakob heeft gesteld tot een inzetting, aan Israël tot een eeuwig verbond;",
          "text1637": "1.Chron. 16.17.",
          "text2026": "1 Kron. 16:17 . 1 Kronieken 16:17 : Welke Hij ook aan Jakob heeft gesteld tot een inzetting, aan Israël tot een eeuwig verbond;"
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Gen. 28:13 ; Gen. 35:11 . Genesis 28:13 : En ziet, de HEERE stond op dezelve en zeide: Ik ben de HEERE, de God van uw vader Abraham, en de God van Izak; dit land, waarop gij ligt te slapen, zal Ik aan u geven, en aan uw zaad. Genesis 35:11 : Voorts zeide God tot hem: Ik ben God de Almachtige! wees vruchtbaar, en vermenigvuldig! Een volk, ja, een hoop der volken zal uit u worden, en koningen zullen uit uw lenden voortkomen.",
          "text1637": "Genes. 28.13. ende 35.11.",
          "text2026": "Gen. 28:13 ; Gen. 35:11 . Genesis 28:13 : En ziet, JAHWEH stond op dezelfde en zei: Ik ben JAHWEH, de God van uw vader Abraham, en de God van Izak; dit land, waarop u ligt te slapen, zal Ik aan u geven, en aan uw zaad. Genesis 35:11 : Verder zei God tot hem: Ik ben El Shaddai! wees vruchtbaar, en vermenigvuldig! Een volk, ja, één hoop van de volken zal uit u worden, en koningen zullen uit uw lenden voortkomen."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tot een eeuwig verbond, : Hebr., בְּרִית, tot een verbond der eeuw.",
          "text1637": "Hebr. Tot een verbont der eeuwe.",
          "text2026": "tot een eeuwig verbond, : Hebr., בְּרִית, tot een verbond van de eeuw."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יַּֽעֲמִידֶ֣/הָ",
          "strongs": "H5975",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "לְ/יַעֲקֹ֣ב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "לְ/חֹ֑ק",
          "strongs": "H2706",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ֝/יִשְׂרָאֵ֗ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "בְּרִ֣ית",
          "strongs": "H1285",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Die Hij ook gesteld heeft aan Jakob tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> inzetting, aan Israël tot een eeuwig verbond,",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Welken Hij ook gesteld heeft aan Jakob tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> inzetting, aan Israël tot een eeuwig verbond,",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Welcken hy oock gestelt heeft aen Iacob tot eene insettinge: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> aen Israel <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> [tot] een eeuwich verbont.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Welken",
          "new": "Die",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Zeggende: Ik zal u geven het land Kanaän, het snoer van ulieder erfdeel.",
      "text1637": "Seggende, [d] Ick sal u geven het lant Canaan, [15] het snoer van u-lieder erfdeel.",
      "text2026": "Zeggende: Ik zal u geven het land Kanaän, het snoer van uw erfdeel.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Gen. 13:15 ; Gen. 15:18 . Genesis 13:15 : Want al dit land, dat gij ziet, zal Ik u geven, en aan uw zaad, tot in eeuwigheid. Genesis 15:18 : Ten zelfden dage maakte de HEERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath:",
          "text1637": "Genes. 13.15. ende 15.18.",
          "text2026": "Gen. 13:15 ; Gen. 15:18 . Genesis 13:15 : Want al dit land, dat u ziet, zal Ik u geven, en aan uw zaad, tot in eeuwigheid. Genesis 15:18 : Ten zelfden dage maakte JAHWEH een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath:"
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het snoer: Zie de aantekening bij Deut. 32:9 , en Ps. 16:6 . Deuteronomium 32:9 : Want des HEEREN deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijner erve. Psalmen 16:6 : De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen; ja, een schone erfenis is mij geworden.",
          "text1637": "Siet d’aenteeck. Deuter. 32.9. ende Psal. 16.6.",
          "text2026": "het snoer: Zie de aantekening bij Deut. 32:9 , en Ps. 16:6 . Deuteronomium 32:9 : Want van JAHWEH deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijn erve. Psalmen 16:6 : De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen; ja, een schone erfenis is mij geworden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לֵ/אמֹ֗ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֗",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶתֵּ֥ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "אֶֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "כְּנָ֑עַן",
          "strongs": "H3667",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "חֶ֝֗בֶל",
          "strongs": "H2256",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "נַחֲלַתְ/כֶֽם",
          "strongs": "H5159",
          "morph": "HNcfsc/Sp2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zeggende:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> <span class=\"god-speaks\"><i>Ik zal u geven het land Kanaän,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> het snoer van uw erfdeel.</i></span>",
      "textSV1888_html": "Zeggende:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Ik zal u geven het land Kanaän,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> het snoer van ulieder erfdeel.",
      "text1637_html": "Seggende, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Ick sal u geven het lant Canaan, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> het snoer van u-lieder erfdeel.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "ulieder",
          "new": "uw",
          "principe": "V311"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Als zij weinig mensen in getal waren, ja, weinig en vreemdelingen daarin;",
      "text1637": "[e] Als sy [16] weynige menschen in getale waren, ja weynich, ende vreemdelingen daer in.",
      "text2026": "Als zij weinig mensen in getal waren, ja, weinig en vreemdelingen daarin;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "1 Kron. 16:19 . 1 Kronieken 16:19 : Als gij weinige mensen in getal waart; ja, weinigen en vreemdelingen daarin.",
          "text1637": "1.Chron. 16.19.",
          "text2026": "1 Kron. 16:19 . 1 Kronieken 16:19 : Als u weinige mensen in getal was; ja, weinigen en vreemdelingen daarin."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. lieden van getal; dat is licht te tellen, telbaar. Zie Gen. 34:30 ; het tegendeel is volk zonder getal; dat is ontelbaar; Ps. 147:5 . Genesis 34:30 : Toen zeide Jakob tot Simeon en tot Levi: Gij hebt mij beroerd, mits mij stinkende te maken onder de inwoners dezes lands, onder de Kanaänieten, en onder de Ferezieten; en ik ben weinig volks in getal; zo zij zich tegen mij verzamelen, zo zullen zij mij slaan, en ik zal verdelgd worden, ik en mijn huis. Psalmen 147:5 : Onze Heere is groot en van veel kracht; Zijns verstands is geen getal.",
          "text1637": "Hebr. luyden van getale, D. licht te tellen, telbaer. Siet Genes. 34. op vers 30. het contrarie is, volck sonder getal, dat is, ontelbaer, Psal. 147.5.",
          "text2026": "Hebr. mensen van getal; dat is licht te tellen, telbaar. Zie Gen. 34:30 ; het tegendeel is volk zonder getal; dat is ontelbaar; Ps. 147:5 . Genesis 34:30 : Toen zei Jakob tot Simeon en tot Levi: U hebt mij beroerd, mits mij stinkende te maken onder de inwoners van deze lands, onder de Kanaänieten, en onder de Ferezieten; en ik ben weinig volks in getal; zo zij zich tegen mij verzamelen, zo zullen zij mij slaan, en ik zal verdelgd worden, ik en mijn huis. Psalmen 147:5 : Onze Heer is groot en van veel kracht; Zijn verstands is geen getal."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בִּֽ֭/הְיוֹתָ/ם",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HR/Vqc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מְתֵ֣י",
          "strongs": "H4962",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "מִסְפָּ֑ר",
          "strongs": "H4557",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כִּ֝/מְעַ֗ט",
          "strongs": "H4592",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/גָרִ֥ים",
          "strongs": "H1481",
          "morph": "HC/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "בָּֽ/הּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Als zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> weinig mensen in getal waren, ja, weinig en vreemdelingen daarin;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Als zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> weinig mensen in getal waren, ja, weinig en vreemdelingen daarin;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Als sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> weynige menschen in getale waren, ja weynich, ende vreemdelingen daer in."
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "En wandelden van volk tot volk, van het ene koninkrijk tot het andere volk;",
      "text1637": "Ende wandelden [17] van volck tot volck: van’t eene Coninckrijcke tot een ander volck.",
      "text2026": "En wandelden van volk tot volk, van het ene koninkrijk tot het andere volk;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van volk tot volk: Te weten, in het land Kanaän, waar zeven machtige natiën in waren; Deut. 7:1 . Hoe de patriarchen daarin gewandeld hebben als vreemdelingen, zie Gen. 12:8 , 12:9 , 12:10 , en Gen. 13:18 , en Gen. 20:1 , en Gen. 23:4 , en Gen. 26:1 , 26:23 , en Gen. 33:19 , en Gen. 35:1 , enz.; Hebr. 11:9 , 11:13 . Deuteronomium 7:1 : Wanneer u de HEERE, uw God, zal gebracht hebben in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; en Hij vele volken voor uw aangezicht zal hebben uitgeworpen, de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaänieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, zeven volken, die meerder en machtiger zijn dan gij; Genesis 12:8 : En hij brak op van daar naar het gebergte, tegen het oosten van Beth-el, en hij sloeg zijn tent op, zijnde Beth-el tegen het westen, en Ai tegen het oosten; en hij bouwde daar den HEERE een altaar, en riep den Naam des HEEREN aan. Genesis 12:9 : Daarna vertrok Abram, gaande en trekkende naar het zuiden. Genesis 12:10 : En er was honger in dat land; zo toog Abram af naar Egypte, om daar als een vreemdeling te verkeren, dewijl de honger zwaar was in dat land. Genesis 13:18 : En Abram sloeg tenten op, en kwam en woonde aan de eikenbossen van Mamre, die bij Hebron zijn; en hij bouwde aldaar den HEERE een altaar. Genesis 20:1 : En Abraham reisde van daar naar het land van het zuiden, en woonde tussen Kades en tussen Sur; en hij verkeerde als vreemdeling te Gerar. Genesis 23:4 : Ik ben een vreemdeling en inwoner bij u; geeft mij een erfbegrafenis bij u, opdat ik mijn dode van voor mijn aangezicht begrave. Genesis 26:1 : En er was honger in dat land, behalve den eersten honger, die in de dagen van Abraham geweest was; daarom toog Izak tot Abimelech, de koning der Filistijnen, naar Gerar. Genesis 26:23 : Daarna toog hij van daar op naar Ber-seba. Genesis 33:19 : En hij kocht een deel des velds, waarop hij zijn tent gespannen had, van de hand der zonen van Hemor, den vader van Sichem, voor honderd stukken gelds. Genesis 35:1 : Daarna zeide God tot Jakob: Maak u op, trek op naar Beth-el, en woon aldaar; en maak daar een altaar dien God, Die u verscheen, toen gij vluchttet voor het aangezicht van uw broeder Ezau. Hebreeën 11:9 : Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land der belofte, als in een vreemd land, en heeft in tabernakelen gewoond met Izak en Jakob, die mede-erfgenamen waren derzelfde belofte. Hebreeën 11:13 : Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren.",
          "text1637": "T.w. In het lant Canaan, daer seven machtige Natyen inne waren, Deut. 7.1. Hoe de Patriarchen daer in gewandelt hebben als vremdelingen, Siet Genes. 12. vers 8. 9, 10. ende 13.18. ende 20.1. ende 23.4. ende 26.1, 23. ende 33.19. ende 35.1, etc. Hebr. 11.9, 13.",
          "text2026": "van volk tot volk: Te weten, in het land Kanaän, waar zeven machtige natiën in waren; Deut. 7:1 . Hoe de patriarchen daarin gewandeld hebben als vreemdelingen, zie Gen. 12:8 , 12:9 , 12:10 , en Gen. 13:18 , en Gen. 20:1 , en Gen. 23:4 , en Gen. 26:1 , 26:23 , en Gen. 33:19 , en Gen. 35:1 , enz.; Hebr. 11:9 , 11:13 . Deuteronomium 7:1 : Wanneer u JAHWEH, uw God, zal gebracht hebben in het land, waar u naar toe gaat, om dat te erven; en Hij vele volken voor uw aangezicht zal hebben uitgeworpen, de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaänieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, zeven volken, die meerder en machtiger zijn dan u; Genesis 12:8 : En hij brak op van daar naar het gebergte, tegen het oosten van Beth-el, en hij sloeg zijn tent op, zijnde Beth-el tegen het westen, en Ai tegen het oosten; en hij bouwde daar JAHWEH een altaar, en riep de Naam van JAHWEH aan. Genesis 12:9 : Daarna vertrok Abram, gaande en trekkende naar het zuiden. Genesis 12:10 : En er was honger in dat land; zo toog Abram af naar Egypte, om daar als een vreemdeling te verkeren, omdat de honger zwaar was in dat land. Genesis 13:18 : En Abram sloeg tenten op, en kwam en woonde aan de eikenbossen van Mamre, die bij Hebron zijn; en hij bouwde daar JAHWEH een altaar. Genesis 20:1 : En Abraham reisde van daar naar het land van het zuiden, en woonde tussen Kades en tussen Sur; en hij verkeerde als vreemdeling te Gerar. Genesis 23:4 : Ik ben een vreemdeling en inwoner bij u; geeft mij een erfbegrafenis bij u, opdat ik mijn dode van voor mijn aangezicht begrave. Genesis 26:1 : En er was honger in dat land, behalve de eerste honger, die in de dagen van Abraham geweest was; daarom toog Izak tot Abimelech, de koning van de Filistijnen, naar Gerar. Genesis 26:23 : Daarna toog hij van daar op naar Ber-seba. Genesis 33:19 : En hij kocht een deel van het veld, waarop hij zijn tent gespannen had, van de hand van de zonen van Hemor, de vader van Sichem, voor honderd stukken gelds. Genesis 35:1 : Daarna zei God tot Jakob: Maak u op, trek op naar Beth-el, en woon daar; en maak daar een altaar die God, Die u verscheen, toen u vluchttet voor het aangezicht van uw broer Ezau. Hebreeën 11:9 : Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land van de belofte, als in een vreemd land, en heeft in tenten gewoond met Izak en Jakob, die mee-erfgenamen waren derzelfde belofte. Hebreeën 11:13 : Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelfde van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַֽ֭/יִּתְהַלְּכוּ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HC/Vtw3mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/גּ֣וֹי",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "גּ֑וֹי",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ֝/מַּמְלָכָ֗ה",
          "strongs": "H4467",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עַ֥ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אַחֵֽר",
          "strongs": "H312",
          "morph": "HAamsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En wandelden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> van volk tot volk, van het ene koninkrijk tot het andere volk;",
      "textSV1888_html": "En wandelden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> van volk tot volk, van het ene koninkrijk tot het andere volk;",
      "text1637_html": "Ende wandelden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> van volck tot volck: van’t eene Coninckrijcke tot een ander volck."
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Hij liet geen mens toe hen te onderdrukken; ook bestrafte Hij koningen om hunnentwil, zeggende:",
      "text1637": "[f] Hy en liet geen mensche toe haer te onderdrucken, oock [18] bestrafte hy Coningen om harent wille, [seggende:]",
      "text2026": "Hij liet geen mens toe hen te onderdrukken; ook bestrafte Hij koningen om hunnentwil, zeggende:",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Gen. 35:5 . Genesis 35:5 : En zij reisden heen; en Gods verschrikking was over de steden, die rondom hen waren, zodat zij de zonen van Jakob niet achterna jaagden.",
          "text1637": "Genes. 35.5.",
          "text2026": "Gen. 35:5 . Genesis 35:5 : En zij reisden heen; en Gods verschrikking was over de steden, die rondom hen waren, zodat zij de zonen van Jakob niet achterna jaagden."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "bestrafte Hij: Te weten, met woorden en ook metterdaad, gelijk Farao, Gen. 12:17 ; Abimelech, Gen. 20:3 , en meer anderen. Genesis 12:17 : Maar de HEERE plaagde Farao met grote plagen, ook zijn huis, ter oorzake van Sarai, Abrams huisvrouw. Genesis 20:3 : Maar God kwam tot Abimelech in een droom des nachts, en Hij zeide tot hem: Zie, gij zijt dood om der vrouwe wil, die gij weggenomen hebt; want zij is met een man getrouwd.",
          "text1637": "T.w. met woorden, ende oock met der daet, als Pharao, Gen. 12.7. Abimelech, Genes. 20.3. ende andere meer.",
          "text2026": "bestrafte Hij: Te weten, met woorden en ook metterdaad, gelijk Farao, Gen. 12:17 ; Abimelech, Gen. 20:3 , en meer anderen. Genesis 12:17 : Maar JAHWEH plaagde Farao met grote plagen, ook zijn huis, ter oorzake van Sarai, Abrams huisvrouw. Genesis 20:3 : Maar God kwam tot Abimelech in een droom van de nacht, en Hij zei tot hem: Zie, u bent dood vanwege de vrouwe, die u weggenomen hebt; want zij is met een man getrouwd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "הִנִּ֣יחַ",
          "strongs": "H3240",
          "morph": "HVhp3ms"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֣ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/עָשְׁקָ֑/ם",
          "strongs": "H6231",
          "morph": "HR/Vqc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יּ֖וֹכַח",
          "strongs": "H3198",
          "morph": "HC/Vhw3ms"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/הֶ֣ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מְלָכִֽים",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> Hij liet geen mens toe hen te onderdrukken; ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> bestrafte Hij koningen om hunnentwil, zeggende:",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> Hij liet geen mens toe hen te onderdrukken; ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> bestrafte Hij koningen om hunnentwil, zeggende:",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> Hy en liet geen mensche toe haer te onderdrucken, oock <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> bestrafte hy Coningen om harent wille, [seggende:]"
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Tast Mijn gezalfden niet aan, en doet Mijn profeten geen kwaad.",
      "text1637": "[19] En tastet [20] mijne gesalfden niet aen, ende en doet mijne [21] Propheten geen quaet.",
      "text2026": "Tas Mijn gezalfde niet aan, en doet Mijn profeten geen kwaad.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De profeet voert met deze woorden God in, toesprekende de koningen en overheden, hen belastende dat zij wel zouden toezien zijne knechten niet te beschadigen.",
          "text1637": "De Prophete voert met dese woorden Godt inne, toesprekende de Coningen ende Overicheden, haer belastende, dat sy wel toesien souden sijne knechten niet te beschadigen.",
          "text2026": "De profeet voert met deze woorden God in, toesprekende de koningen en overheden, hen belastende dat zij wel zouden toezien zijn knechten niet te beschadigen."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Mijn gezalfden: Dat is, die tot mijn dienst geheiligd zijn. Hier wordt vooreerst gesproken van Abraham, Izak en Jakob, onder wie ook andere profeten en dienaren Gods te verstaan zijn.",
          "text1637": "D. die tot mijnen dienst geheyligt zijn. Hier wort voor eerst gesproken van Abraham, Isaac, ende Iacob, onder de welcke oock andere Prophepheten ende Dienaren Godes te verstaen zijn.",
          "text2026": "Mijn gezalfde: Dat is, die tot mijn dienst geheiligd zijn. Hier wordt vooreerst gesproken van Abraham, Izak en Jakob, onder wie ook andere profeten en dienaren van God te verstaan zijn."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Abraham wordt een profeet genoemd, zie de aantekening bij Gen. 20:7 . Genesis 20:7 : Zo geef dan nu dezes mans huisvrouw weder; want hij is een profeet, en hij zal voor u bidden, opdat gij leeft; maar zo gij haar niet wedergeeft, weet, dat gij voorzeker sterven zult, gij, en al wat uwes is!",
          "text1637": "Abraham wort een Prophete genoemt, Genes. 20.7. Siet de aent. aldaer.",
          "text2026": "Abraham wordt een profeet genoemd, zie de aantekening bij Gen. 20:7 . Genesis 20:7 : Zo geef dan nu van deze mans huisvrouw weer; want hij is een profeet, en hij zal voor u bidden, opdat u leeft; maar zo u haar niet wedergeeft, weet, dat u voorzeker sterven zult, u, en al wat uwes is!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַֽל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּגְּע֥וּ",
          "strongs": "H5060",
          "morph": "HVqj2mp"
        },
        {
          "woord": "בִ/מְשִׁיחָ֑/י",
          "strongs": "H4899",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/לִ/נְבִיאַ/י",
          "strongs": "H5030",
          "morph": "HC/R/Ncmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תָּרֵֽעוּ",
          "strongs": "H7489",
          "morph": "HVhj2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Tas<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> Mijn gezalfde niet aan, en doet Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> profeten geen kwaad.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Tast<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> Mijn gezalfden niet aan, en doet Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> profeten geen kwaad.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> En tastet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> mijne gesalfden niet aen, ende en doet mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Propheten geen quaet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Tast",
          "new": "Tas",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "gezalfden",
          "new": "gezalfde",
          "principe": "V490"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Hij riep ook een honger in het land; Hij brak allen staf des broods.",
      "text1637": "[22] Hy riep oock eenen honger in’t [23] lant, [24] hy brack allen staf des broots.",
      "text2026": "Hij riep ook een honger in het land; Hij brak allen staf van het brood.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij riep: Deze manier van spreken staat ook 2 Kon. 8:1 ; honger en dure tijd, gelijk alle andere plagen, zijn boden en uitrichters van Gods bevelen over de zondaars. 2 Koningen 8:1 : Elisa nu had gesproken tot die vrouw, welker zoon hij levend gemaakt had, zeggende: Maak u op, en ga heen, gij en uw huisgezin, en verkeer als vreemdeling, waar gij verkeren kunt; want de HEERE heeft een honger geroepen, die ook in het land zeven jaren komen zal.",
          "text1637": "Dese maniere van spreken staet oock 2.Reg. 8.1. honger ende dieren tijdt, gelijck alle andere plagen, zijn boden ende uytrichters van Godes bevelen over de sondaers.",
          "text2026": "Hij riep: Deze manier van spreken staat ook 2 Kon. 8:1 ; honger en dure tijd, gelijk alle andere plagen, zijn boden en uitrichters van Gods bevelen over de zondaars. 2 Koningen 8:1 : Elisa nu had gesproken tot die vrouw, van wie zoon hij levend gemaakt had, zeggende: Maak u op, en ga heen, u en uw huisgezin, en verkeer als vreemdeling, waar u verkeren kunt; want JAHWEH heeft een honger geroepen, die ook in het land zeven jaren komen zal."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, over het land van Egypte, Kanaän en andere landen, Gen. 41:54 , enz., en Gen. 42:1 . Genesis 41:54 : En de zeven jaren des hongers begonnen aan te komen, gelijk als Jozef gezegd had. En er was honger in al de landen; maar in gans Egypteland was brood. Genesis 42:1 : Toen Jakob zag, dat er koren in Egypte was, zo zeide Jakob tot zijn zonen: Waarom ziet gij op elkander?",
          "text1637": "T.w. Over het lant van Egypten, Canaan, ende andere landen, Genes. 41.54, etc. ende 42.1.",
          "text2026": "Te weten, over het land van Egypte, Kanaän en andere landen, Gen. 41:54 , enz., en Gen. 42:1 . Genesis 41:54 : En de zeven jaren van de honger begonnen aan te komen, gelijk als Jozef gezegd had. En er was honger in al de landen; maar in geheel Egypteland was brood. Genesis 42:1 : Toen Jakob zag, dat er koren in Egypte was, zo zei Jakob tot zijn zonen: Waarom ziet u op elkaar?"
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij brak: Zie Lev. 26:26 . Gelijk een zwak of oud mens met een stok of staf ondersteund wordt, alzo stijft en sterkt het brood des mensen hart; Ps. 104:15 . Leviticus 26:26 : Als Ik u den staf des broods zal gebroken hebben, dan zullen tien vrouwen uw brood in een oven bakken, en zullen uw brood bij het gewicht wedergeven; en gij zult eten, maar niet verzadigd worden. Psalmen 104:15 : En den wijn, die het hart des mensen verheugt, doende het aangezicht blinken van olie; en het brood, dat het hart des mensen sterkt.",
          "text1637": "Siet Levit. 26.26. Gelijck een swack, ofte oudt mensche met eenen stock ofte staf onderstutt wort: alsoo stijft ende sterckt het broot des menschen herte, Psal. 104.15.",
          "text2026": "Hij brak: Zie Lev. 26:26 . Gelijk een zwak of oud mens met een stok of staf ondersteund wordt, zo stijft en sterkt het brood van de mensen hart; Ps. 104:15 . Leviticus 26:26 : Als Ik u de staf van het brood zal gebroken hebben, dan zullen tien vrouwen uw brood in een oven bakken, en zullen uw brood bij het gewicht wedergeven; en u zult eten, maar niet verzadigd worden. Psalmen 104:15 : En de wijn, die het hart van de mensen verheugt, doende het aangezicht blinken van olie; en het brood, dat het hart van de mensen sterkt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּקְרָ֣א",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "רָ֭עָב",
          "strongs": "H7458",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "כָּֽל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מַטֵּה",
          "strongs": "H4294",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "לֶ֥חֶם",
          "strongs": "H3899",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "שָׁבָֽר",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HVqp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Hij riep ook een honger in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> land; Hij brak allen staf van het brood.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Hij riep ook een honger in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> land; Hij brak allen staf des broods.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Hy riep oock eenen honger in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> lant, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> hy brack allen staf des broots.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des broods.",
          "new": "van het brood.",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Hij zond een man voor hun aangezicht henen; Jozef werd verkocht tot een slaaf.",
      "text1637": "Hy sondt eenen man voor haer aengesichte henen: [g] Ioseph wiert verkocht tot een slave.",
      "text2026": "Hij zond een man voor hun aangezicht heen; Jozef werd verkocht tot een slaaf.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "g",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Gen. 37:28 ; idem 37:36 ; Gen. 45:5 . Genesis 37:28 : Als nu de Midianietische kooplieden voorbijtogen, zo trokken en hieven zij Jozef op uit den kuil, en verkochten Jozef aan deze Ismaëlieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte. Genesis 37:36 : En de Midianieten verkochten hem in Egypte, aan Potifar, een hoveling van Farao, overste der trawanten. Genesis 45:5 : Maar nu, weest niet bekommerd, en de toorn ontsteke niet in uw ogen, omdat gij mij hierheen verkocht hebt; want God heeft mij voor uw aangezicht gezonden, tot behoudenis des levens.",
          "text1637": "Genes. 37.28, 36. ende 45.5.",
          "text2026": "Gen. 37:28 ; idem 37:36 ; Gen. 45:5 . Genesis 37:28 : Als nu de Midianietische kooplieden voorbijtogen, zo trokken en hieven zij Jozef op uit de kuil, en verkochten Jozef aan deze Ismaëlieten voor twintig zilverlingen; die brachten Jozef naar Egypte. Genesis 37:36 : En de Midianieten verkochten hem in Egypte, aan Potifar, een hoveling van Farao, overste van de trawanten. Genesis 45:5 : Maar nu, weest niet bekommerd, en de toorn ontsteke niet in uw ogen, omdat u mij hierheen verkocht hebt; want God heeft mij voor uw aangezicht gezonden, tot behoudenis van het leven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָׁלַ֣ח",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנֵי/הֶ֣ם",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אִ֑ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ֝/עֶ֗בֶד",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נִמְכַּ֥ר",
          "strongs": "H4376",
          "morph": "HVNp3ms"
        },
        {
          "woord": "יוֹסֵֽף",
          "strongs": "H3130",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hij zond een man voor hun aangezicht heen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> Jozef werd verkocht tot een slaaf.",
      "textSV1888_html": "Hij zond een man voor hun aangezicht henen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> Jozef werd verkocht tot een slaaf.",
      "text1637_html": "Hy sondt eenen man voor haer aengesichte henen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> Ioseph wiert verkocht tot een slave.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "henen;",
          "new": "heen;",
          "principe": "V67"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Men drukte zijn voeten in den stok; zijn persoon kwam in de ijzers.",
      "text1637": "Men druckte sijne voeten [25] in den stock, [26] sijn persoon quam [in] [27] de ysers.",
      "text2026": "Men drukte zijn voeten in de stok; zijn persoon kwam in de ijzers.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in den stok: Of, boeien. Zie Gen. 39:20 , en Gen. 40:15 . Genesis 39:20 : En Jozefs heer nam hem, en leverde hem in het gevangenhuis, ter plaatse, waar des konings gevangenen gevangen waren; alzo was hij daar in het gevangenhuis. Genesis 40:15 : Want ik ben diefelijk ontstolen uit het land der Hebreën; en ook heb ik hier niets gedaan, dat zij mij in dezen kuil gezet hebben.",
          "text1637": "Of, boeyen. siet Genes. 39.20. ende 40.15.",
          "text2026": "in de stok: Of, boeien. Zie Gen. 39:20 , en Gen. 40:15 . Genesis 39:20 : En Jozefs heer nam hem, en leverde hem in het gevangenhuis, ter plaatse, waar van de koning gevangenen gevangen waren; zo was hij daar in het gevangenhuis. Genesis 40:15 : Want ik ben diefelijk ontstolen uit het land van de Hebreën; en ook heb ik hier niets gedaan, dat zij mij in deze kuil gezet hebben."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijn persoon: Hebr., נַפְשֽׁ, zijne ziel, dat is hijzelf. Zie de aantekening bij Gen. 12:5 . Genesis 12:5 : En Abram nam Sarai, zijn huisvrouw, en Lot, zijns broeders zoon, en al hun have, die zij verworven hadden, en de zielen, die zij verkregen hadden in Haran; en zij togen uit, om te gaan naar het land Kanaän, en zij kwamen in het land Kanaän.",
          "text1637": "Hebr. sijn ziele, D. hy self: siet d’aent. Genes. 12. op vers 5.",
          "text2026": "zijn persoon: Hebr., נַפְשֽׁ, zijn ziel, dat is hijzelf. Zie de aantekening bij Gen. 12:5 . Genesis 12:5 : En Abram nam Sarai, zijn huisvrouw, en Lot, zijns broers zoon, en al hun bezittingen, die zij verworven hadden, en de zielen, die zij verkregen hadden in Haran; en zij togen uit, om te gaan naar het land Kanaän, en zij kwamen in het land Kanaän."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de ijzers: Dat is, in ijzeren boeien. Hebr., בַּרְזֶל, in het ijzer.",
          "text1637": "D. in yseren boeyen. Hebr. in’t yser.",
          "text2026": "de ijzers: Dat is, in ijzeren boeien. Hebr., בַּרְזֶל, in het ijzer."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עִנּ֣וּ",
          "strongs": "H6031",
          "morph": "HVpp3cp"
        },
        {
          "woord": "בַ/כֶּ֣בֶל",
          "strongs": "H3525",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "רגלי/ו",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HNcfdc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בַּ֝רְזֶ֗ל",
          "strongs": "H1270",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בָּ֣אָה",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "נַפְשֽׁ/וֹ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Men drukte zijn voeten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> in de stok;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> zijn persoon kwam<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> in de ijzers.",
      "textSV1888_html": "Men drukte zijn voeten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> in den stok;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> zijn persoon kwam<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> in de ijzers.",
      "text1637_html": "Men druckte sijne voeten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> in den stock, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> sijn persoon quam [in] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> de ysers.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Tot den tijd toe, dat Zijn woord kwam, heeft hem de rede des HEEREN doorlouterd.",
      "text1637": "Ter tijt toe, dat [28] sijn woort [29] quam, heeft hem [30] de reden des HEEREN [31] doorloutert.",
      "text2026": "Tot de tijd toe, dat Zijn woord kwam, heeft hem de rede van JAHWEH doorlouterd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijn woord: Te weten, het woord des Heeren. De zinis: Totdat de tijd vervuld was dat geschieden zou hetgeen God over hem besloten en hem in den droom had te kennen gegeven; Gen. 37:5 , enz., en Gen. 42:9 . Genesis 37:5 : Ook droomde Jozef een droom, dien hij aan zijn broederen vertelde; daarom haatten zij hem nog te meer. Genesis 42:9 : Toen gedacht Jozef aan de dromen, die hij van hen gedroomd had; en hij zeide tot hen: Gij zijt verspieders, gij zijt gekomen om te bezichtigen, waar het land bloot is.",
          "text1637": "T.w. ’t woort des Heeren. De sin is, tot dat de tijt vervult was, dat geschieden soude ’t gene Godt over hem besloten, ende hem in den droom hadde te kennen gegeven, Genes. 36.5, etc. ende 42.9.",
          "text2026": "zijn woord: Te weten, het woord van de Heer. De zinis: Totdat de tijd vervuld was dat gebeuren zou wat God over hem besloten en hem in de droom had te kennen gegeven; Gen. 37:5 , enz., en Gen. 42:9 . Genesis 37:5 : Ook droomde Jozef een droom, die hij aan zijn broers vertelde; daarom haatten zij hem nog te meer. Genesis 42:9 : Toen gedacht Jozef aan de dromen, die hij van hen gedroomd had; en hij zei tot hen: U bent verspieders, u bent gekomen om te bezichtigen, waar het land bloot is."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, vervuld werd; komen voor vervuld worden staat ook 1 Sam. 9:6 ; Job 6:8 ; Jer. 17:15 , en elders. 1 Samuël 9:6 : Hij daarentegen zeide tot hem: Zie toch, er is een man Gods in deze stad, en hij is een geëerd man; al wat hij spreekt, dat komt zekerlijk; laat ons nu derwaarts gaan, misschien zal hij ons onzen weg aanwijzen, op denwelken wij gaan zullen. Job 6:8 : Och, of mijn begeerte kwame, en dat God mijn verwachting gave; Jeremia 17:15 : Ziet, zij zeggen tot mij: Waar is het woord des HEEREN? Laat het nu komen!",
          "text1637": "D. vervult wiert. komen, voor vervult worden, staet oock 1.Sam. 9.6. Iob 6.8. Ier. 17.15. ende elders.",
          "text2026": "Dat is, vervuld werd; komen voor vervuld worden staat ook 1 Sam. 9:6 ; Job 6:8 ; Jer. 17:15 , en elders. 1 Samuël 9:6 : Hij daarentegen zei tot hem: Zie toch, er is een man van God in deze stad, en hij is een geëerd man; al wat hij spreekt, dat komt zekerlijk; laat ons nu daarheen gaan, misschien zal hij ons onze weg aanwijzen, op denwelken wij gaan zullen. Job 6:8 : Och, of mijn begeerte kwame, en dat God mijn verwachting gave; Jeremia 17:15 : Ziet, zij zeggen tot mij: Waar is het woord van JAHWEH? Laat het nu komen!"
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de rede: Te weten, de belofte, die hem God door dromen gedaan had; Gen. 37 .",
          "text1637": "T.w. de beloften die hem Godt door droomen gedaen hadde, Gen. 37.",
          "text2026": "de rede: Te weten, de belofte, die hem God door dromen gedaan had; Gen. 37 ."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, in zwaar kruis en lijden. Zie Ps. 12:7 , en 1 Petr. 1:7 . Psalmen 12:7 : De redenen des HEEREN zijn reine redenen, zilver, gelouterd in een aarden smeltkroes, gezuiverd zevenmaal. 1 Petrus 1:7 : Opdat de beproeving uws geloofs, die veel kostelijker is dan van het goud, hetwelk vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden worde te zijn tot lof, en eer, en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus;",
          "text1637": "T.w. in swaer kruys en lijden. Siet Psal. 12. op vers 7. ende 1.Petr. 1.7.",
          "text2026": "Te weten, in zwaar kruis en lijden. Zie Ps. 12:7 , en 1 Petr. 1:7 . Psalmen 12:7 : De redenen van JAHWEH zijn reine redenen, zilver, gelouterd in een aarden smeltkroes, gezuiverd zevenmaal. 1 Petrus 1:7 : Opdat de beproeving uws geloofs, die veel kostelijker is dan van het goud, dat vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden worde te zijn tot lof, en eer, en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עֵ֥ת",
          "strongs": "H6256",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "בֹּֽא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "דְבָר֑/וֹ",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אִמְרַ֖ת",
          "strongs": "H565",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "צְרָפָֽתְ/הוּ",
          "strongs": "H6884",
          "morph": "HVqp3fs/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Tot de tijd toe, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Zijn woord<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> kwam, heeft hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> de rede van JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> doorlouterd.",
      "textSV1888_html": "Tot den tijd toe, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Zijn woord<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> kwam, heeft hem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> de rede des HEEREN<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> doorlouterd.",
      "text1637_html": "Ter tijt toe, dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> sijn woort <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> quam, heeft hem <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> de reden des HEEREN <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> doorloutert.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "De koning zond, en deed hem ontslaan; de heerser der volken liet hem los.",
      "text1637": "[32] De Coninck sondt, ende dede hem ontslaen: de heerscher der volcken [33] die liet hem los.",
      "text2026": "De koning zond, en deed hem ontslaan; de heerser van de volken liet hem los.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De koning: Te weten, Farao, Gen. 41:14 , en Gen. 45:8 . Genesis 41:14 : Toen zond Farao en riep Jozef en zij deden hem haastelijk uit den kuil komen; en men schoor hem, en men veranderde zijn klederen; en hij kwam tot Farao. Genesis 45:8 : Nu dan, gij hebt mij herwaarts niet gezonden, maar God Zelf, Die mij tot Farao's vader gesteld heeft, en tot een heer over zijn ganse huis, en regeerder in het ganse land van Egypte.",
          "text1637": "T.w. Pharao, Gen. 41.14. ende 45.8.",
          "text2026": "De koning: Te weten, Farao, Gen. 41:14 , en Gen. 45:8 . Genesis 41:14 : Toen zond Farao en riep Jozef en zij deden hem haastig uit de kuil komen; en men schoor hem, en men veranderde zijn kleren; en hij kwam tot Farao. Genesis 45:8 : Nu dan, u hebt mij herwaarts niet gezonden, maar God Zelf, Die mij tot Farao's vader gesteld heeft, en tot een heer over zijn gehele huis, en regeerder in het gehele land van Egypte."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "liet hem los: Hebr. die opende hem; dat is, Hij opende en maakte los de banden en boeien met welke hij gebonden was.",
          "text1637": "Hebr. die opende hem, D. hy opende ende maeckte los de banden ende boeyen met de welcke hy gebonden was.",
          "text2026": "liet hem los: Hebr. die opende hem; dat is, Hij opende en maakte los de banden en boeien met welke hij gebonden was."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָׁ֣לַח",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "מֶ֭לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יַּתִּירֵ֑/הוּ",
          "strongs": "H5425",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מֹשֵׁ֥ל",
          "strongs": "H4910",
          "morph": "HVqrmsc"
        },
        {
          "woord": "עַ֝מִּ֗ים",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/יְפַתְּחֵֽ/הוּ",
          "strongs": "H6605",
          "morph": "HC/Vpw3ms/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> De koning zond, en deed hem ontslaan; de heerser van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> volken liet hem los.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> De koning zond, en deed hem ontslaan; de heerser der volken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> liet hem los.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> De Coninck sondt, ende dede hem ontslaen: de heerscher der volcken <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> die liet hem los.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Hij zette hem tot een heer over zijn huis, en tot een heerser over al zijn goed;",
      "text1637": "Hy [h] sette hem tot een heere over sijn huys: ende tot eenen heerscher over al sijn goet.",
      "text2026": "Hij zette hem tot een heer over zijn huis, en tot een heerser over al zijn goed;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "h",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Gen. 41:40 . Genesis 41:40 : Gij zult over mijn huis zijn, en op uw bevel zal al mijn volk de hand kussen; alleen dezen troon zal ik groter zijn dan gij.",
          "text1637": "Gen. 41.40.",
          "text2026": "Gen. 41:40 . Genesis 41:40 : U zult over mijn huis zijn, en op uw bevel zal al mijn volk de hand kussen; alleen deze troon zal ik groter zijn dan u."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָׂמ֣/וֹ",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqp3ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אָד֣וֹן",
          "strongs": "H113",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/בֵית֑/וֹ",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/מֹשֵׁ֗ל",
          "strongs": "H4910",
          "morph": "HC/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "קִנְיָנֽ/וֹ",
          "strongs": "H7075",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> zette hem tot een heer over zijn huis, en tot een heerser over al zijn goed;",
      "textSV1888_html": "Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> zette hem tot een heer over zijn huis, en tot een heerser over al zijn goed;",
      "text1637_html": "Hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> sette hem tot een heere over sijn huys: ende tot eenen heerscher over al sijn goet."
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "Om zijn vorsten te binden naar zijn lust, en zijn oudsten te onderwijzen.",
      "text1637": "Om [34] sijne Vorsten te binden [35] nae [36] sijnen lust, ende [37] sijne Oudtste [38] te onderwijsen.",
      "text2026": "Om zijn vorsten te binden naar zijn lust, en zijn oudsten te onderwijzen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijn vorsten: Te weten, van den koning Farao.",
          "text1637": "T.w. des Conincks Pharaos.",
          "text2026": "zijn vorsten: Te weten, van de koning Farao."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., נַפְשׁ, naar zijne ziel; dat is, naar zijn lust, wil, believen, goeddunken. Anders, verbinden aan zijne ziel.",
          "text1637": "Hebr. na sijne ziele, D. nae sijnen lust, wille, believen, goetduncken. And. verbinden aen sijne ziele.",
          "text2026": "Hebr., נַפְשׁ, naar zijn ziel; dat is, naar zijn lust, wil, believen, goeddunken. Anders, verbinden aan zijn ziel."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, van den koning; of Jozef.",
          "text1637": "T.w. des Conincx: ofte, Iosephs.",
          "text2026": "Te weten, van de koning; of Jozef."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijn oudsten: Te weten, van den koning Farao; raadsheren en edelen aan zijn hof.",
          "text1637": "T.w. Des Conincks Pharaos Raets-heeren, ende Edele aen sijn hof.",
          "text2026": "zijn oudsten: Te weten, van de koning Farao; raadsheren en edelen aan zijn hof."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "te onderwijzen: Te weten, hoe zij het koren der vruchtbare jaren zouden inzamelen en bewaren, opdat er voorraad zou wezen tegen de kwade jaren; Gen. 41:47 . Genesis 41:47 : En het land bracht voort, in de zeven jaren des overvloeds, bij handvollen.",
          "text1637": "T.w. Hoe sy het koorn der vruchtbare jaren souden insamelen ende bewaren, op datter voor-raedt soude wesen tegen de quade jaren, Genes. 41.47.",
          "text2026": "te onderwijzen: Te weten, hoe zij het koren van de vruchtbare jaren zouden inzamelen en bewaren, opdat er voorraad zou wezen tegen de kwade jaren; Gen. 41:47 . Genesis 41:47 : En het land bracht voort, in de zeven jaren van de overvloeds, bij handvollen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לֶ/אְסֹ֣ר",
          "strongs": "H631",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "שָׂרָ֣י/ו",
          "strongs": "H8269",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/נַפְשׁ֑/וֹ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/זְקֵנָ֥י/ו",
          "strongs": "H2205",
          "morph": "HC/Aampc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְחַכֵּֽם",
          "strongs": "H2449",
          "morph": "HVpi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> zijn vorsten te binden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> naar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> zijn lust, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> zijn oudsten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> te onderwijzen.",
      "textSV1888_html": "Om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> zijn vorsten te binden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> naar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> zijn lust, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> zijn oudsten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> te onderwijzen.",
      "text1637_html": "Om <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> sijne Vorsten te binden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> nae <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> sijnen lust, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> sijne Oudtste <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> te onderwijsen."
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "Daarna kwam Israël in Egypte, en Jakob verkeerde als vreemdeling in het land van Cham.",
      "text1637": "Daerna [39] quam [40] Israël in Egypten, ende Iacob verkeerde als vreemdelinck [41] in’t lant van Cham.",
      "text2026": "Daarna kwam Israël in Egypte, en Jakob verkeerde als vreemdeling in het land van Cham.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van Farao en Jozef geroepen, en van God daartoe vermaand en gesterkt zijnde; Gen. 45:17 , 45:20 , en Gen. 46:3 , 46:4 . Genesis 45:17 : En Farao zeide tot Jozef: Zeg tot uw broederen: Doet dit, laadt uw beesten, en trekt heen, gaat naar het land Kanaän; Genesis 45:20 : En uw oog verschone uw huisraad niet; want het beste van gans Egypteland, dat zal het uwe zijn. Genesis 46:3 : En Hij zeide: Ik ben die God, uws vaders God; vrees niet van af te trekken naar Egypte; want Ik zal u aldaar tot een groot volk zetten. Genesis 46:4 : Ik zal met u aftrekken naar Egypte en Ik zal u doen weder optrekken, mede optrekkende; en Jozef zal zijn hand op uw ogen leggen.",
          "text1637": "Van Pharao ende Ioseph geroepen, ende van Godt daer toe vermaent ende gesterckt zijnde, Genes. 45.17, 20. ende 46.3, 4.",
          "text2026": "Van Farao en Jozef geroepen, en van God daartoe vermaand en gesterkt zijnde; Gen. 45:17 , 45:20 , en Gen. 46:3 , 46:4 . Genesis 45:17 : En Farao zei tot Jozef: Zeg tot uw broers: Doet dit, laadt uw beesten, en trekt heen, gaat naar het land Kanaän; Genesis 45:20 : En uw oog verschone uw huisraad niet; want het beste van geheel Egypteland, dat zal het uw zijn. Genesis 46:3 : En Hij zei: Ik ben die God, uws vaders God; vrees niet van af te trekken naar Egypte; want Ik zal u daar tot een groot volk zetten. Genesis 46:4 : Ik zal met u aftrekken naar Egypte en Ik zal u doen weer optrekken, mee optrekkende; en Jozef zal zijn hand op uw ogen leggen."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Israël in: Te weten, met zijn ganse huisgezin.",
          "text1637": "T.w. met sijn gantsch huysgesin.",
          "text2026": "Israël in: Te weten, met zijn gehele huisgezin."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in het land van Cham: Dat is, in het land, hetwelk de nakomelingen van Cham bezaten; te weten in Egypte. Cham was Mitsraïms; zie Ps. 78:51 . Psalmen 78:51 : En Hij sloeg al het eerstgeborene in Egypte, het beginsel der krachten in de tenten van Cham.",
          "text1637": "D. In’t lant ’t welck de nakomelingen Chams besaten, T.w. in Egypten. Cham was Mitsraims vader, Genes. 10.6. Van den welcken het lant van Egypten genoemt wort Mitsraim. Siet Psal. 78.51.",
          "text2026": "in het land van Cham: Dat is, in het land, dat de nakomelingen van Cham bezaten; te weten in Egypte. Cham was Mitsraïms; zie Ps. 78:51 . Psalmen 78:51 : En Hij sloeg al het eerstgeborene in Egypte, het begin van de krachten in de tenten van Cham."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יָּבֹ֣א",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֣ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִצְרָ֑יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/יַעֲקֹ֗ב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "גָּ֣ר",
          "strongs": "H1481",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אֶֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "חָֽם",
          "strongs": "H2526",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarna<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> kwam<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> Israël in Egypte, en Jakob verkeerde als vreemdeling<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> in het land van Cham.",
      "textSV1888_html": "Daarna<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> kwam<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> Israël in Egypte, en Jakob verkeerde als vreemdeling<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> in het land van Cham.",
      "text1637_html": "Daerna <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> quam <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> Israël in Egypten, ende Iacob verkeerde als vreemdelinck <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> in’t lant van Cham."
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "En Hij deed Zijn volk zeer wassen, en maakte het machtiger dan Zijn tegenpartijders.",
      "text1637": "Ende [i] hy dede sijn volck seer wassen, ende maeckt’et machtiger dan sijne [42] tegenpartijders.",
      "text2026": "En Hij deed Zijn volk zeer groeien, en maakte het machtiger dan Zijn tegenstanders.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "i",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 1:7 ; idem v. 9 . Exodus 1:7 : Zo werden de kinderen Israëls vruchtbaar en wiesen overvloedig, en zij vermeerderden, en werden gans zeer machtig, zodat het land met hen vervuld werd. Exodus 1:9 : Die zeide tot zijn volk: Ziet, het volk der kinderen Israëls is veel, ja, machtiger dan wij.",
          "text1637": "Exod. 1.7, 9.",
          "text2026": "Ex. 1:7 ; idem v. 9 . Exodus 1:7 : Zo werden de kinderen van Israël vruchtbaar en wiesen overvloedig, en zij vermeerderden, en werden geheel zeer machtig, zodat het land met hen vervuld werd. Exodus 1:9 : Die zei tot zijn volk: Ziet, het volk van de kinderen van Israël is veel, ja, machtiger dan wij."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, benauwers.",
          "text1637": "Of, benaeuwers.",
          "text2026": "Of, benauwers."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֶּ֣פֶר",
          "strongs": "H6509",
          "morph": "HC/Vhw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "עַמּ֣/וֹ",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מְאֹ֑ד",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "וַ֝/יַּֽעֲצִמֵ/הוּ",
          "strongs": "H6105",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/צָּרָֽי/ו",
          "strongs": "H6862",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> Hij deed Zijn volk zeer groeien, en maakte het machtiger dan Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> tegenstanders.",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> Hij deed Zijn volk zeer wassen, en maakte het machtiger dan Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> tegenpartijders.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> hy dede sijn volck seer wassen, ende maeckt’et machtiger dan sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> tegenpartijders.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wassen,",
          "new": "groeien,",
          "principe": "V45"
        },
        {
          "old": "tegenpartijders.",
          "new": "tegenstanders.",
          "principe": "V525"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "Hij keerde hun hart om, dat zij Zijn volk haatten, dat zij met Zijn knechten listiglijk handelden.",
      "text1637": "Hy [k] keerde [43] haer herte om, datse sijn volck hateden, [44] datse met sijne knechten [45] listichlick handelden.",
      "text2026": "Hij keerde hun hart om, dat zij Zijn volk haatten, dat zij met Zijn knechten listig handelden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "k",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 1:9 ; idem v. 10 ; idem v. 12 . Exodus 1:9 : Die zeide tot zijn volk: Ziet, het volk der kinderen Israëls is veel, ja, machtiger dan wij. Exodus 1:10 : Komt aan, laat ons wijselijk tegen hetzelve handelen, opdat het niet vermenigvuldige, en het geschiede, als er enige krijg voorvalt, dat het zich ook niet vervoege tot onze vijanden, en tegen ons strijde, en uit het land optrekke. Exodus 1:12 : Maar hoe meer zij het verdrukten, hoe meer het vermeerderde, en hoe meer het wies; zodat zij verdrietig waren vanwege de kinderen Israëls.",
          "text1637": "Exod. 1. versen 9, 10, 12.",
          "text2026": "Ex. 1:9 ; idem v. 10 ; idem v. 12 . Exodus 1:9 : Die zei tot zijn volk: Ziet, het volk van de kinderen van Israël is veel, ja, machtiger dan wij. Exodus 1:10 : Komt aan, laat ons wijselijk tegen hetzelfde handelen, opdat het niet vermenigvuldige, en het geschiede, als er enige krijg voorvalt, dat het zich ook niet vervoege tot onze vijanden, en tegen ons strijde, en uit het land optrekke. Exodus 1:12 : Maar hoe meer zij het verdrukten, hoe meer het vermeerderde, en hoe meer het wies; zodat zij verdrietig waren vanwege de kinderen van Israël."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hun hart om: Te weten, der Egyptenaars. Anders: hun hart keerde zich om, of werd omgekeerd.",
          "text1637": "T.w. Der Egyptenaren. And. haer herte keerde sich om, ofte, wert omgekeert.",
          "text2026": "hun hart om: Te weten, van de Egyptenaars. Anders: hun hart keerde zich om, of werd omgekeerd."
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "dat zij met: Of, dat zij listen aanlegden tegen zijne knechten; te weten, de kinderen Israël.",
          "text1637": "Of, Datse listen aen leyden tegen sijne knechten, T.w. de kinderen Israels.",
          "text2026": "dat zij met: Of, dat zij listen aanlegden tegen zijn knechten; te weten, de kinderen Israël."
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie de aantekening bij Gen. 37:18 . Genesis 37:18 : En zij zagen hem van verre; en eer hij tot hen naderde, sloegen zij tegen hem een listigen raad, om hem te doden.",
          "text1637": "Siet d’aenteeck. op Gen. 37.18.",
          "text2026": "Zie de aantekening bij Gen. 37:18 . Genesis 37:18 : En zij zagen hem van verre; en voordat hij tot hen naderde, sloegen zij tegen hem een listigen raad, om hem te doden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הָפַ֣ךְ",
          "strongs": "H2015",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ֭בָּ/ם",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׂנֹ֣א",
          "strongs": "H8130",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "עַמּ֑/וֹ",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ֝/הִתְנַכֵּ֗ל",
          "strongs": "H5230",
          "morph": "HR/Vtc"
        },
        {
          "woord": "בַּ/עֲבָדָֽי/ו",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> keerde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> hun hart om, dat zij Zijn volk haatten,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> dat zij met Zijn knechten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> listig handelden.",
      "textSV1888_html": "Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> keerde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> hun hart om, dat zij Zijn volk haatten,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> dat zij met Zijn knechten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> listiglijk handelden.",
      "text1637_html": "Hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> keerde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> haer herte om, datse sijn volck hateden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> datse met sijne knechten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> listichlick handelden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "listiglijk",
          "new": "listig",
          "principe": "V172"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 26,
      "textSV1888": "Hij zond Mozes, Zijn knecht, en Aäron, dien Hij verkoren had.",
      "text1637": "Hy [l] sondt Mose sijnen knecht, [ende] Aaron [46] dien hy verkoren hadde.",
      "text2026": "Hij zond Mozes, Zijn knecht, en Aäron, die Hij gekozen had.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "l",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 3:10 ; Exod. 4:12 . Exodus 3:10 : Zo kom nu, en Ik zal u tot Farao zenden, opdat gij Mijn volk (de kinderen Israëls) uit Egypte voert. Exodus 4:12 : En nu ga henen, en Ik zal met uw mond zijn, en zal u leren, wat gij spreken zult.",
          "text1637": "Exo. 3.10. ende 4.12.",
          "text2026": "Ex. 3:10 ; Ex. 4:12 . Exodus 3:10 : Zo kom nu, en Ik zal u tot Farao zenden, opdat u Mijn volk (de kinderen van Israël) uit Egypte voert. Exodus 4:12 : En nu ga heen, en Ik zal met uw mond zijn, en zal u leren, wat u spreken zult."
        },
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "dien Hij: Om te zijn Mozes, mond tot het volk en een profeet aan Farao; Exod. 4:12 , 4:14 , 4:16 , en Exod. 7:1 , 7:2 , 7:3 . Exodus 4:12 : En nu ga henen, en Ik zal met uw mond zijn, en zal u leren, wat gij spreken zult. Exodus 4:14 : Toen ontstak de toorn des HEEREN over Mozes, en Hij zeide: is niet Aäron, de Leviet, uw broeder? Ik weet, dat hij zeer wel spreken zal, en ook, zie, hij zal uitgaan u tegemoet; wanneer hij u ziet, zo zal hij in zijn hart verblijd zijn. Exodus 4:16 : En hij zal voor u tot het volk spreken; en het zal geschieden, dat hij u tot een mond zal zijn, en gij zult hem tot een god zijn. Exodus 7:1 : Toen zeide de HEERE tot Mozes: Zie, Ik heb u tot een God gezet over Farao; en Aäron, uw broeder, zal uw profeet zijn. Exodus 7:2 : Gij zult spreken alles, wat Ik u gebieden zal; en Aäron, uw broeder, zal tot Farao spreken, dat hij de kinderen Israëls uit zijn land trekken laat. Exodus 7:3 : Doch Ik zal Farao's hart verharden; en Ik zal Mijn tekenen en Mijn wonderheden in Egypteland vermenigvuldigen.",
          "text1637": "Om te zijn Mosis mont tot het volck, ende een Propheet aen Pharao, Exod. 4.12, 14, 16. ende 7.1, 2, 3.",
          "text2026": "die Hij: Om te zijn Mozes, mond tot het volk en een profeet aan Farao; Ex. 4:12 , 4:14 , 4:16 , en Ex. 7:1 , 7:2 , 7:3 . Exodus 4:12 : En nu ga heen, en Ik zal met uw mond zijn, en zal u leren, wat u spreken zult. Exodus 4:14 : Toen ontstak de toorn van JAHWEH over Mozes, en Hij zei: is niet Aäron, de Leviet, uw broer? Ik weet, dat hij zeer wel spreken zal, en ook, zie, hij zal uitgaan u tegemoet; wanneer hij u ziet, zo zal hij in zijn hart verblijd zijn. Exodus 4:16 : En hij zal voor u tot het volk spreken; en het zal gebeuren, dat hij u tot een mond zal zijn, en u zult hem tot een god zijn. Exodus 7:1 : Toen zei JAHWEH tot Mozes: Zie, Ik heb u tot een God gezet over Farao; en Aäron, uw broer, zal uw profeet zijn. Exodus 7:2 : U zult spreken alles, wat Ik u gebieden zal; en Aäron, uw broer, zal tot Farao spreken, dat hij de kinderen van Israël uit zijn land trekken laat. Exodus 7:3 : Maar Ik zal Farao's hart verharden; en Ik zal Mijn tekenen en Mijn wonderen in Egypteland vermenigvuldigen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָׁ֭לַח",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "מֹשֶׁ֣ה",
          "strongs": "H4872",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַבְדּ֑/וֹ",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אַ֝הֲרֹ֗ן",
          "strongs": "H175",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "בָּֽחַר",
          "strongs": "H977",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "בּֽ/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> zond Mozes, Zijn knecht, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> Aäron, die Hij gekozen had.",
      "textSV1888_html": "Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> zond Mozes, Zijn knecht, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> Aäron, dien Hij verkoren had.",
      "text1637_html": "Hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> sondt Mose sijnen knecht, [ende] Aaron <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> dien hy verkoren hadde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "verkoren",
          "new": "gekozen",
          "principe": "V594"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 27,
      "textSV1888": "Zij deden onder hen de bevelen Zijner tekenen, en de wonderwerken in het land van Cham.",
      "text1637": "[m] Sy deden onder haer [47] de bevelen sijner teeckenen, ende de wonder-wercken [48] in den lande Chams.",
      "text2026": "Zij deden onder hen de bevelen van Zijn tekenen, en de wonderwerken in het land van Cham.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "m",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 7:9 . Exodus 7:9 : Wanneer Farao tot ulieden spreken zal, zeggende: Doet een wonderteken voor ulieden; zo zult gij tot Aäron zeggen: Neem uw staf, en werp hem voor Farao's aangezicht neder; hij zal tot een draak worden.",
          "text1637": "Exod. 7.9.",
          "text2026": "Ex. 7:9 . Exodus 7:9 : Wanneer Farao tot u spreken zal, zeggende: Doet een wonderteken voor u; zo zult u tot Aäron zeggen: Neem uw staf, en werp hem voor Farao's aangezicht neder; hij zal tot een draak worden."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de bevelen zijner: Hebr., דִּבְרֵי, de woorden zijner tekenen; dat is den last, dien hun God gegeven had om tekenen te doen.",
          "text1637": "Hebr. de woorden sijner teeckenen. D. den last, dien hen Godt gegeven hadde, om teeckenen te doen.",
          "text2026": "de bevelen zijn: Hebr., דִּבְרֵי, de woorden zijn tekenen; dat is de last, die hun God gegeven had om tekenen te doen."
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in het land: Zie boven vers 23 . Psalmen 105:23 : Daarna kwam Israël in Egypte, en Jakob verkeerde als vreemdeling in het land van Cham.",
          "text1637": "Siet bov. vers 23.",
          "text2026": "in het land: Zie boven vers 23 . Psalmen 105:23 : Daarna kwam Israël in Egypte, en Jakob verkeerde als vreemdeling in het land van Cham."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָֽׂמוּ",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בָ֭/ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "דִּבְרֵ֣י",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אֹתוֹתָ֑י/ו",
          "strongs": "H226",
          "morph": "HNcbpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/מֹפְתִ֗ים",
          "strongs": "H4159",
          "morph": "HC/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "חָֽם",
          "strongs": "H2526",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> Zij deden onder hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> de bevelen van Zijn tekenen, en de wonderwerken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> in het land van Cham.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> Zij deden onder hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> de bevelen Zijner tekenen, en de wonderwerken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> in het land van Cham.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> Sy deden onder haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> de bevelen sijner teeckenen, ende de wonder-wercken <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> in den lande Chams.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Zijner",
          "new": "van Zijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 28,
      "textSV1888": "Hij zond duisternis, en maakte het duister; en zij waren Zijn woord niet wederspannig.",
      "text1637": "[49] Hy sondt [50] duysternisse, ende maeckt’et duyster: ende [51] sy en waren [52] sijnen woorde niet wederspannich.",
      "text2026": "Hij zond duisternis, en maakte het duister; en zij waren Zijn woord niet opstandig.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, God.",
          "text1637": "T.w. Godt.",
          "text2026": "Te weten, God."
        },
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit was de negende plaag, welke God over Egypte gezonden heeft, en deze duisternis duurde drie dagen lang; Exod. 10:22 , 10:23 . Exodus 10:22 : Als Mozes zijn hand uitstrekte naar den hemel, werd er een dikke duisternis in het ganse Egypteland, drie dagen. Exodus 10:23 : Zij zagen de een den ander niet; er stond ook niemand op van zijn plaats, in drie dagen; maar bij al de kinderen Israëls was het licht in hun woningen.",
          "text1637": "Dit was de negenste plage welcke Godt over Egypten gesonden heeft, ende dese duysternisse duerde drye dagen lanck, Exod. 10.22, 23.",
          "text2026": "Dit was de negende plaag, welke God over Egypte gezonden heeft, en deze duisternis duurde drie dagen lang; Ex. 10:22 , 10:23 . Exodus 10:22 : Als Mozes zijn hand uitstrekte naar de hemel, werd er een dikke duisternis in het gehele Egypteland, drie dagen. Exodus 10:23 : Zij zagen de één de ander niet; er stond ook niemand op van zijn plaats, in drie dagen; maar bij al de kinderen van Israël was het licht in hun woningen."
        },
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zij waren: Dat is, de wondertekenen geschieden terstond als Hij het woord uitgesproken had. Of, versta dit alzo dat Mozes en Aäron deden hetgeen hun bevolen was, ofschoon het met groot gevaar huns levens scheen vermengd te wezen.",
          "text1637": "D. de wonder-tekenen geschiedden terstont als hy het woort uytgesproken hadde. Ofte verstaet dit alsoo, dat Moses ende Aaron deden het gene dat hen bevolen was, of het schoon met groot perikel hares levens scheen vermengt te wesen.",
          "text2026": "zij waren: Dat is, de wondertekenen gebeuren meteen als Hij het woord uitgesproken had. Of, versta dit zo dat Mozes en Aäron deden wat hun bevolen was, ofschoon het met groot gevaar huns levens scheen vermengd te wezen."
        },
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijn woord niet: Dat is, zijn bevel.",
          "text1637": "D. sijn bevel.",
          "text2026": "zijn woord niet: Dat is, zijn bevel."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָׁ֣לַֽח",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "חֹ֭שֶׁךְ",
          "strongs": "H2822",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יַּחְשִׁ֑ךְ",
          "strongs": "H2821",
          "morph": "HC/Vhw3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "מָ֝ר֗וּ",
          "strongs": "H4784",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "דברו/ו",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> Hij zond<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> duisternis, en maakte het duister; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> zij waren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> Zijn woord niet opstandig.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> Hij zond<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> duisternis, en maakte het duister; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> zij waren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> Zijn woord niet wederspannig.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> Hy sondt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> duysternisse, ende maeckt’et duyster: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> sy en waren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> sijnen woorde niet wederspannich.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederspannig.",
          "new": "opstandig.",
          "principe": "V455"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 29,
      "textSV1888": "Hij keerde hun wateren in bloed, en Hij doodde hun vissen.",
      "text1637": "[53] Hy keerde hare wateren in bloet: ende hy doodde hare visschen.",
      "text2026": "Hij keerde hun wateren in bloed, en Hij doodde hun vissen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "wateren in bloed: Dat was de eerste van de tien plagen van Egypte; Exod. 7:20 ; Ps. 78:44 . De profeet stelt in dezen psalm enige zware plagen, die God in Egypte gedaan heeft, zonder de orde te volgen, die in Exodus staat. Exodus 7:20 : Mozes nu en Aäron deden alzo, gelijk de HEERE geboden had; en hij hief den staf op, en sloeg het water, dat in de rivier was, voor de ogen van Farao, en voor de ogen van zijn knechten; en al het water in de rivier werd in bloed veranderd. Psalmen 78:44 : En hun vloeden in bloed veranderde, en hun stromen, opdat zij niet zouden drinken.",
          "text1637": "Dit was d’eerste van de tien plagen Egypti, Exod. 7.20. Psal. 78.44. de Prophete stelt in desen Psalm eenige der plagen die Godt in Egypten gedaen heeft, sonder te volgen d’ordre die in Exodo staet.",
          "text2026": "wateren in bloed: Dat was de eerste van de tien plagen van Egypte; Ex. 7:20 ; Ps. 78:44 . De profeet stelt in deze psalm enige zware plagen, die God in Egypte gedaan heeft, zonder de orde te volgen, die in Exodus staat. Exodus 7:20 : Mozes nu en Aäron deden zo, gelijk JAHWEH geboden had; en hij hief de staf op, en sloeg het water, dat in de rivier was, voor de ogen van Farao, en voor de ogen van zijn knechten; en al het water in de rivier werd in bloed veranderd. Psalmen 78:44 : En hun vloeden in bloed veranderde, en hun stromen, opdat zij niet zouden drinken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הָפַ֣ךְ",
          "strongs": "H2015",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מֵימֵי/הֶ֣ם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָ֑ם",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ֝/יָּ֗מֶת",
          "strongs": "H4191",
          "morph": "HC/Vhw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "דְּגָתָֽ/ם",
          "strongs": "H1710",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> Hij keerde hun wateren in bloed, en Hij doodde hun vissen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> Hij keerde hun wateren in bloed, en Hij doodde hun vissen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> Hy keerde hare wateren in bloet: ende hy doodde hare visschen."
    },
    {
      "number": 30,
      "textSV1888": "Hun land bracht vorsen voort in overvloed, tot in de binnenste kameren hunner koningen.",
      "text1637": "Haer lant [54] bracht vorschen voort in overvloet, [tot] in de binnenste kameren [55] harer Coningen.",
      "text2026": "Hun land bracht kikkers voort in overvloed, tot in de binnenste kamers van hun koningen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "bracht vorsen: Dit was de tweede plaag; Exod. 8:6 ; Ps. 78:45 . Exodus 8:6 : En Aäron strekte zijn hand uit over de wateren van Egypte, en er kwamen vorsen op en bedekten Egypteland. Psalmen 78:45 : Hij zond een vermenging van ongedierte onder hen, dat hen verteerde, en vorsen, die hen verdierven.",
          "text1637": "Dit was de tweede plage, Exod. 8.3, 6. Psal. 68.45.",
          "text2026": "bracht vorsen: Dit was de tweede plaag; Ex. 8:6 ; Ps. 78:45 . Exodus 8:6 : En Aäron strekte zijn hand uit over de wateren van Egypte, en er kwamen vorsen op en bedekten Egypteland. Psalmen 78:45 : Hij zond een vermenging van ongedierte onder hen, dat hen verteerde, en vorsen, die hen verdierven."
        },
        {
          "marker": "55",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hunner koningen: Versta hier Farao en zijne vorsten; Exod. 8:3 . Exodus 8:3 : Dat de rivier van vorsen zal krielen, die zullen opkomen, en in uw huis komen, en in uw slaapkamer, ja, op uw bed; ook in de huizen uwer knechten, en op uw volk, en in uw bakovens, en in uw baktroggen.",
          "text1637": "Verst. hier Pharao, ende sijne Vorsten, Exod. 8.3.",
          "text2026": "hun koningen: Versta hier Farao en zijn vorsten; Ex. 8:3 . Exodus 8:3 : Dat de rivier van vorsen zal krielen, die zullen opkomen, en in uw huis komen, en in uw slaapkamer, ja, op uw bed; ook in de huizen uw knechten, en op uw volk, en in uw bakovens, en in uw baktroggen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָׁרַ֣ץ",
          "strongs": "H8317",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אַרְצָ֣/ם",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "צְפַרְדְּעִ֑ים",
          "strongs": "H6854",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ֝/חַדְרֵ֗י",
          "strongs": "H2315",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "מַלְכֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hun land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> bracht kikkers voort in overvloed, tot in de binnenste kamers<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> van hun koningen.",
      "textSV1888_html": "Hun land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> bracht vorsen voort in overvloed, tot in de binnenste kameren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> hunner koningen.",
      "text1637_html": "Haer lant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> bracht vorschen voort in overvloet, [tot] in de binnenste kameren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> harer Coningen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "vorsen",
          "new": "kikkers",
          "principe": "V1007"
        },
        {
          "old": "kameren hunner",
          "new": "kamers van hun",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 31,
      "textSV1888": "Hij sprak, en er kwam een vermenging van ongedierte, luizen, in hun ganse landpale.",
      "text1637": "Hy sprack, ende daer quam een vermenginge van [56] ongedierte: [57] luysen, in hare gantsche lant-pale.",
      "text2026": "Hij sprak, en er kwam een vermenging van ongedierte, luizen, in hun hele gebied.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "56",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Als sprinkhanen, kevers en dergelijke. Zie Ps. 78:45 . Dit was de vierde plaag; Exod. 8:24 . Psalmen 78:45 : Hij zond een vermenging van ongedierte onder hen, dat hen verteerde, en vorsen, die hen verdierven. Exodus 8:24 : En de HEERE deed alzo; en er kwam een zware vermenging van ongedierte in het huis van Farao, en in de huizen van zijn knechten, en over het ganse Egypteland; het land werd verdorven van deze vermenging.",
          "text1637": "Als sprinck-hanen, kevers, ende diergelijcke. Siet Psal. 78.45. Dit was de vierde plage, Exod. 8.24.",
          "text2026": "Als sprinkhanen, kevers en dergelijke. Zie Ps. 78:45 . Dit was de vierde plaag; Ex. 8:24 . Psalmen 78:45 : Hij zond een vermenging van ongedierte onder hen, dat hen verteerde, en vorsen, die hen verdierven. Exodus 8:24 : En JAHWEH deed zo; en er kwam een zware vermenging van ongedierte in het huis van Farao, en in de huizen van zijn knechten, en over het gehele Egypteland; het land werd verdorven van deze vermenging."
        },
        {
          "marker": "57",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit was de derde plaag; Exod. 8:17 . Exodus 8:17 : En zij deden alzo; want Aäron strekte zijn hand uit met zijn staf, en sloeg het stof der aarde, en er werden vele luizen aan de mensen, en aan het vee; al het stof der aarde werd luizen, in het ganse Egypteland.",
          "text1637": "Dit was de derde plage, Exo. 8.17.",
          "text2026": "Dit was de derde plaag; Ex. 8:17 . Exodus 8:17 : En zij deden zo; want Aäron strekte zijn hand uit met zijn staf, en sloeg het stof van de aarde, en er werden vele luizen aan de mensen, en aan het vee; al het stof van de aarde werd luizen, in het gehele Egypteland."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָ֭מַר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּבֹ֣א",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "עָרֹ֑ב",
          "strongs": "H6157",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כִּ֝נִּ֗ים",
          "strongs": "H3654",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "גְּבוּלָֽ/ם",
          "strongs": "H1366",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hij sprak, en er kwam een vermenging van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> ongedierte,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> luizen, in hun hele gebied.",
      "textSV1888_html": "Hij sprak, en er kwam een vermenging van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> ongedierte,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> luizen, in hun ganse landpale.",
      "text1637_html": "Hy sprack, ende daer quam een vermenginge van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> ongedierte: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> luysen, in hare gantsche lant-pale.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "ganse landpale.",
          "new": "hele gebied.",
          "principe": "V1199"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 32,
      "textSV1888": "Hij maakte hun regen tot hagel, vlammig vuur in hun land.",
      "text1637": "Hy [58] maeckte haren regen tot hagel, [59] vlammich vyer in haren lande.",
      "text2026": "Hij maakte hun regen tot hagel, vlammig vuur in hun land.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "58",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "regen tot hagel: Dit was de zevende plaag; Exod. 9:23 . Zie ook Ps. 78:47 . Exodus 9:23 : Toen strekte Mozes zijn staf naar den hemel; en de HEERE gaf donder en hagel, en het vuur schoot naar de aarde; en de HEERE liet hagel regenen over Egypteland. Psalmen 78:47 : Hij doodde hun wijnstok door den hagel, en hun wilde vijgebomen door vurigen hagelsteen.",
          "text1637": "Dit was de sevende plage, Exo. 9. vers 23. Siet ooc Psa. 78.47.",
          "text2026": "regen tot hagel: Dit was de zevende plaag; Ex. 9:23 . Zie ook Ps. 78:47 . Exodus 9:23 : Toen strekte Mozes zijn staf naar de hemel; en JAHWEH gaf donder en hagel, en het vuur schoot naar de aarde; en JAHWEH liet hagel regenen over Egypteland. Psalmen 78:47 : Hij doodde hun wijnstok door de hagel, en hun wilde vijgebomen door vurige hagelsteen."
        },
        {
          "marker": "59",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "vlammig vuur: Hebr., אֵשׁ, vuur der vlam; nimmer was dergelijke in Egypte gezien; Exod. 9:24 . Exodus 9:24 : En er was hagel, en vuur in het midden des hagels vervangen; hij was zeer zwaar; desgelijks is in het ganse Egypteland nooit geweest, sedert het tot een volk geweest is.",
          "text1637": "Hebr. Vyer der vlamme. noyt en was dergelijcke in Egypten gesien, Exod. 9.24.",
          "text2026": "vlammig vuur: Hebr., אֵשׁ, vuur van de vlam; nimmer was dergelijke in Egypte gezien; Ex. 9:24 . Exodus 9:24 : En er was hagel, en vuur in het midden van de hagels vervangen; hij was zeer zwaar; evenzo is in het gehele Egypteland nooit geweest, sedert het tot een volk geweest is."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נָתַ֣ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "גִּשְׁמֵי/הֶ֣ם",
          "strongs": "H1653",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בָּרָ֑ד",
          "strongs": "H1259",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֵ֖שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "לֶהָב֣וֹת",
          "strongs": "H3852",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אַרְצָֽ/ם",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> maakte hun regen tot hagel,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> vlammig vuur in hun land.",
      "textSV1888_html": "Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> maakte hun regen tot hagel,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> vlammig vuur in hun land.",
      "text1637_html": "Hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> maeckte haren regen tot hagel, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> vlammich vyer in haren lande."
    },
    {
      "number": 33,
      "textSV1888": "En Hij sloeg hun wijnstok en hun vijgeboom, en Hij brak het geboomte hunner landpalen.",
      "text1637": "Ende [60] hy sloech haren wijnstock ende haren vygeboom, ende hy brack ’tgeboomte harer landt-palen.",
      "text2026": "En Hij sloeg hun wijnstok en hun vijgeboom, en Hij brak het geboomte van hun gebied.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "60",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij sloeg: Te weten, door den hagel en het vuur.",
          "text1637": "T.w. door den hagel ende het vyer.",
          "text2026": "Hij sloeg: Te weten, door de hagel en het vuur."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יַּ֣ךְ",
          "strongs": "H5221",
          "morph": "HC/Vhw3ms"
        },
        {
          "woord": "גַּ֭פְנָ/ם",
          "strongs": "H1612",
          "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/תְאֵנָתָ֑/ם",
          "strongs": "H8384",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וַ֝/יְשַׁבֵּ֗ר",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HC/Vpw3ms"
        },
        {
          "woord": "עֵ֣ץ",
          "strongs": "H6086",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "גְּבוּלָֽ/ם",
          "strongs": "H1366",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> Hij sloeg hun wijnstok en hun vijgeboom, en Hij brak het geboomte van hun gebied.",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> Hij sloeg hun wijnstok en hun vijgeboom, en Hij brak het geboomte hunner landpalen.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> hy sloech haren wijnstock ende haren vygeboom, ende hy brack ’tgeboomte harer landt-palen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hunner landpalen.",
          "new": "van hun gebied.",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 34,
      "textSV1888": "Hij sprak, en er kwamen sprinkhanen en kevers, en dat zonder getal;",
      "text1637": "Hy sprack, ende daer [61] quamen [62] sprinckhanen ende kevers, ende dat sonder getal.",
      "text2026": "Hij sprak, en er kwamen sprinkhanen en kevers, en dat zonder getal;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "61",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit was de achste plaag; Exod. 10:13 ; Ps. 78:46 . Exodus 10:13 : Toen strekte Mozes zijn staf over Egypteland, en de HEERE bracht een oostenwind in dat land, dien gehele dag en dien gansen nacht; het geschiedde des morgens, dat de oostenwind de sprinkhanen opbracht. Psalmen 78:46 : En Hij gaf hun gewas den kruidworm, en hun arbeid den sprinkhaan.",
          "text1637": "Dit was de achtste plage, Exo. 10.13. Psal. 78.46.",
          "text2026": "Dit was de achste plaag; Ex. 10:13 ; Ps. 78:46 . Exodus 10:13 : Toen strekte Mozes zijn staf over Egypteland, en JAHWEH bracht een oostenwind in dat land, die gehele dag en die gansen nacht; het geschiedde van de morgen, dat de oostenwind de sprinkhanen opbracht. Psalmen 78:46 : En Hij gaf hun gewas de kruidworm, en hun arbeid de sprinkhaan."
        },
        {
          "marker": "62",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "sprinkhanen en kevers: Hebr. de sprinkhaan en de kever.",
          "text1637": "Hebr. de sprinckhaen, ende de kever.",
          "text2026": "sprinkhanen en kevers: Hebr. de sprinkhaan en de kever."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָ֭מַר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּבֹ֣א",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אַרְבֶּ֑ה",
          "strongs": "H697",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/יֶ֗לֶק",
          "strongs": "H3218",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֣ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "מִסְפָּֽר",
          "strongs": "H4557",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hij sprak, en er<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> kwamen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> sprinkhanen en kevers, en dat zonder getal;",
      "textSV1888_html": "Hij sprak, en er<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> kwamen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> sprinkhanen en kevers, en dat zonder getal;",
      "text1637_html": "Hy sprack, ende daer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> quamen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> sprinckhanen ende kevers, ende dat sonder getal."
    },
    {
      "number": 35,
      "textSV1888": "Die al het kruid in hun land opaten, ja, aten de vrucht hunner landouwe op.",
      "text1637": "Die al het kruyt in haer lant op aten, ja aten de vrucht harer landouwe op.",
      "text2026": "Die al het kruid in hun land opaten, ja, aten de vrucht van hun akker op.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֹּ֣אכַל",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עֵ֣שֶׂב",
          "strongs": "H6212",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אַרְצָ֑/ם",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וַ֝/יֹּ֗אכַל",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "פְּרִ֣י",
          "strongs": "H6529",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אַדְמָתָֽ/ם",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Die al het kruid in hun land opaten, ja, aten de vrucht van hun akker op.",
      "text1637_html": "Die al het kruyt in haer lant op aten, ja aten de vrucht harer landouwe op.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hunner landouwe",
          "new": "van hun akker",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 36,
      "textSV1888": "Hij versloeg ook alle eerstgeborenen in hun land, de eerstelingen al hunner krachten.",
      "text1637": "[63] Hy versloech oock [64] alle eerstgeboren in haer lant, de [65] eerstelingen aller harer krachten.",
      "text2026": "Hij versloeg ook alle eerstgeborenen in hun land, de eerstelingen al van hun krachten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "63",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij versloeg ook: Dit was de tiende plaag. Zie Exod. 12:23 , 12:29 ; Ps. 78:51 . Exodus 12:23 : Want de HEERE zal doorgaan, om de Egyptenaren te slaan; doch wanneer Hij het bloed zien zal aan den bovendorpel en aan de twee zijposten, zo zal de HEERE de deur voorbijgaan, en den verderver niet toelaten in uw huizen te komen om te slaan. Exodus 12:29 : En het geschiedde ter middernacht, dat de HEERE al de eerstgeborenen in Egypteland sloeg, van den eerstgeborene van Farao af, die op zijn troon zitten zou, tot op den eerstgeborene van den gevangene, die in het gevangenhuis was, en alle eerstgeborenen der beesten. Psalmen 78:51 : En Hij sloeg al het eerstgeborene in Egypte, het beginsel der krachten in de tenten van Cham.",
          "text1637": "Dit was de tiende plage. Siet Exod. 12.23, 29. Ps. 78.51.",
          "text2026": "Hij versloeg ook: Dit was de tiende plaag. Zie Ex. 12:23 , 12:29 ; Ps. 78:51 . Exodus 12:23 : Want JAHWEH zal doorgaan, om de Egyptenaren te slaan; maar wanneer Hij het bloed zien zal aan de bovendorpel en aan de twee zijposten, zo zal JAHWEH de deur voorbijgaan, en de verderver niet toelaten in uw huizen te komen om te slaan. Exodus 12:29 : En het geschiedde ter middernacht, dat JAHWEH al de eerstgeborenen in Egypteland sloeg, van de eerstgeborene van Farao af, die op zijn troon zitten zou, tot op de eerstgeborene van de gevangene, die in het gevangenhuis was, en alle eerstgeborenen van de beesten. Psalmen 78:51 : En Hij sloeg al het eerstgeborene in Egypte, het begin van de krachten in de tenten van Cham."
        },
        {
          "marker": "64",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "alle eerstgeborenen: In dit vers wordt een ding tweemaal, doch met andere woorden gezegd, hetwelk bij de Hebr. zeer gebruikelijk is. Zie boven vers 20 . Psalmen 105:20 : De koning zond, en deed hem ontslaan; de heerser der volken liet hem los.",
          "text1637": "In dit vers wort een dinck tweemael, doch met andere woorden geseyt, het welck by de Hebreen seer gebruyckelick is, Siet bov. vers 20.",
          "text2026": "alle eerstgeborenen: In dit vers wordt een ding tweemaal, maar met andere woorden gezegd, dat bij de Hebr. zeer gebruikelijk is. Zie boven vers 20 . Psalmen 105:20 : De koning zond, en deed hem ontslaan; de heerser van de volken liet hem los."
        },
        {
          "marker": "65",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit is ene beschrijving der eerstgeborenen, gelijk Gen. 49:3 , en Ps. 78:51 . Genesis 49:3 : Ruben! gij zijt mijn eerstgeborene, mijn kracht, en het begin mijner macht; de voortreffelijkste in hoogheid, en de voortreffelijkste in sterkte! Psalmen 78:51 : En Hij sloeg al het eerstgeborene in Egypte, het beginsel der krachten in de tenten van Cham.",
          "text1637": "Dit is een beschrijvinge der eerst-geborenen, als Gen. 49.3. ende Psal. 78.51.",
          "text2026": "Dit is een beschrijving van de eerstgeborenen, gelijk Gen. 49:3 , en Ps. 78:51 . Genesis 49:3 : Ruben! u bent mijn eerstgeborene, mijn kracht, en het begin mijn macht; de voortreffelijkste in hoogheid, en de voortreffelijkste in sterkte! Psalmen 78:51 : En Hij sloeg al het eerstgeborene in Egypte, het begin van de krachten in de tenten van Cham."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יַּ֣ךְ",
          "strongs": "H5221",
          "morph": "HC/Vhw3ms"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בְּכ֣וֹר",
          "strongs": "H1060",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אַרְצָ֑/ם",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "רֵ֝אשִׁ֗ית",
          "strongs": "H7225",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "אוֹנָֽ/ם",
          "strongs": "H202",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> Hij versloeg ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> alle eerstgeborenen in hun land, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> eerstelingen al van hun krachten.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> Hij versloeg ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> alle eerstgeborenen in hun land, de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> eerstelingen al hunner krachten.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> Hy versloech oock <sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> alle eerstgeboren in haer lant, de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> eerstelingen aller harer krachten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hunner",
          "new": "van hun",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 37,
      "textSV1888": "En Hij voerde hen uit met zilver en goud; en onder hun stammen was niemand, die struikelde.",
      "text1637": "Ende hy voerdese uyt [66] met silver ende gout, ende [67] onder hare stammen en was niemant [68] die struyckelde.",
      "text2026": "En Hij voerde hen uit met zilver en goud; en onder hun stammen was niemand, die struikelde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "66",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met zilver: Dat is, met zilveren en gouden vaten; Exod. 12:35 . Exodus 12:35 : De kinderen Israëls nu hadden gedaan naar het woord van Mozes, en hadden van de Egyptenaren geëist zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen.",
          "text1637": "D. met silveren ende goudene vaten. Exod. 12.35.",
          "text2026": "met zilver: Dat is, met zilveren en gouden vaten; Ex. 12:35 . Exodus 12:35 : De kinderen van Israël nu hadden gedaan naar het woord van Mozes, en hadden van de Egyptenaren geëist zilveren vaten, en gouden vaten, en kleren."
        },
        {
          "marker": "67",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "onder hun stammen: Sterk zijnde zeshonderd duizend mannen, behalve de vrouwen en kinderen, Exod. 12:37 , en Exod. 13:18 . Dusdanige belofte werd der kerk Gods ook gedaan; Jes. 33:24 . Exodus 12:37 : Alzo reisden de kinderen Israëls uit van Rameses naar Sukkoth, omtrent zeshonderd duizend te voet, mannen alleen, behalve de kinderkens. Exodus 13:18 : Maar God leidde het volk om, langs den weg van de woestijn der Schelfzee. De kinderen Israëls nu togen bij vijven uit Egypteland. Jesaja 33:24 : En geen inwoner zal zeggen: Ik ben ziek, want het volk, dat daarin woont, zal vergeving van ongerechtigheid hebben.",
          "text1637": "Sterck zijnde 600000 mannen, behalven de vrouwen ende kinderen, Exod. 12.37. ende 13.18. Dusdanige belofte wert der kercke Godes oock gedaen Ies. 33.24.",
          "text2026": "onder hun stammen: Sterk zijnde zeshonderd duizend mannen, behalve de vrouwen en kinderen, Ex. 12:37 , en Ex. 13:18 . Dusdanige belofte werd van de kerk van God ook gedaan; Jes. 33:24 . Exodus 12:37 : Zo reisden de kinderen van Israël uit van Rameses naar Sukkoth, omtrent zeshonderd duizend te voet, mannen alleen, behalve de kinderen. Exodus 13:18 : Maar God leidde het volk om, langs de weg van de woestijn van de Schelfzee. De kinderen van Israël nu togen bij vijven uit Egypteland. Jesaja 33:24 : En geen inwoner zal zeggen: Ik ben ziek, want het volk, dat daarin woont, zal vergeving van ongerechtigheid hebben."
        },
        {
          "marker": "68",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "die struikelde: Te weten, van zwakheid.",
          "text1637": "Te weten, van swackheyt.",
          "text2026": "die struikelde: Te weten, van zwakheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַֽ֭/יּוֹצִיאֵ/ם",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/כֶ֣סֶף",
          "strongs": "H3701",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/זָהָ֑ב",
          "strongs": "H2091",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֖ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "בִּ/שְׁבָטָ֣י/ו",
          "strongs": "H7626",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כּוֹשֵֽׁל",
          "strongs": "H3782",
          "morph": "HVqrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En Hij voerde hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> uit met zilver en goud; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> onder hun stammen was niemand,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> die struikelde.",
      "textSV1888_html": "En Hij voerde hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> uit met zilver en goud; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> onder hun stammen was niemand,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> die struikelde.",
      "text1637_html": "Ende hy voerdese uyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> met silver ende gout, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> onder hare stammen en was niemant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> die struyckelde."
    },
    {
      "number": 38,
      "textSV1888": "Egypte was blijde, als zij uittrokken, want hun verschrikking was op hen gevallen.",
      "text1637": "[n] Egypten was blijde alsse uyttrocken, want [69] hare verschrickinge was op hen gevallen.",
      "text2026": "Egypte was blij, als zij uittrokken, want hun verschrikking was op hen gevallen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "n",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 12:33 . Exodus 12:33 : En de Egyptenaars hielden sterk aan bij het volk, haastende, om die uit het land te drijven; want zij zeiden: Wij zijn allen dood!",
          "text1637": "Exod. 12.33.",
          "text2026": "Ex. 12:33 . Exodus 12:33 : En de Egyptenaars hielden sterk aan bij het volk, haastende, om die uit het land te drijven; want zij zeiden: Wij zijn allen dood!"
        },
        {
          "marker": "69",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hun verschrikking: Dat is, zij hadden een schrik voor de Israëlieten gekregen, zodat zij hen voortdreven en hun hun beste juwelen gaven, Exod. 12:33 , 12:35 ; vrezende dat zij allen van God zouden gedood worden indien zij hen niet lieten trekken. Zie dergelijke manier van spreken Esther 8:17, en Esther 9:2. Exodus 12:33 : En de Egyptenaars hielden sterk aan bij het volk, haastende, om die uit het land te drijven; want zij zeiden: Wij zijn allen dood! Exodus 12:35 : De kinderen Israëls nu hadden gedaan naar het woord van Mozes, en hadden van de Egyptenaren geëist zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen.",
          "text1637": "D. sy hadden eenen schrick voor de Israeliten gekregen, so dat syse voort-dreven, ende hen hare beste juweelen gaven, Exod. 12.33, 35. Vreesende dat sy alle van Godt souden gedoodet worden, indien syse niet en lieten trecken. Siet dergelijcke maniere van spreken Esth. 8.17. ende 9.2.",
          "text2026": "hun verschrikking: Dat is, zij hadden een schrik voor de Israëlieten gekregen, zodat zij hen voortdreven en hun hun beste juwelen gaven, Ex. 12:33 , 12:35 ; vrezende dat zij allen van God zouden gedood worden als zij hen niet lieten trekken. Zie dergelijke manier van spreken Esther 8:17, en Esther 9:2. Exodus 12:33 : En de Egyptenaars hielden sterk aan bij het volk, haastende, om die uit het land te drijven; want zij zeiden: Wij zijn allen dood! Exodus 12:35 : De kinderen van Israël nu hadden gedaan naar het woord van Mozes, en hadden van de Egyptenaren geëist zilveren vaten, en gouden vaten, en kleren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָׂמַ֣ח",
          "strongs": "H8055",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִצְרַ֣יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/צֵאתָ֑/ם",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HR/Vqc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "נָפַ֖ל",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "פַּחְדָּ֣/ם",
          "strongs": "H6343",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> Egypte was blij, als zij uittrokken, want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> hun verschrikking was op hen gevallen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> Egypte was blijde, als zij uittrokken, want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> hun verschrikking was op hen gevallen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> Egypten was blijde alsse uyttrocken, want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> hare verschrickinge was op hen gevallen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "blijde,",
          "new": "blij,",
          "principe": "V407"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 39,
      "textSV1888": "Hij breidde een wolk uit tot een deksel, en vuur om den nacht te verlichten.",
      "text1637": "Hy breydde [70] een wolcke uyt tot een decksel, ende [71] vyer om de nacht te verlichten.",
      "text2026": "Hij breidde een wolk uit tot een deksel, en vuur om de nacht te verlichten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "70",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "een wolk: Te weten, om de Israëlieten voor de hitte der zon te bedekken en te beschermen.",
          "text1637": "T.w. om de Israeliten voor de hitte der sonne te bedecken ende te beschermen.",
          "text2026": "een wolk: Te weten, om de Israëlieten voor de hitte van de zon te bedekken en te beschermen."
        },
        {
          "marker": "71",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, een vurige kolom.",
          "text1637": "D. een vyerige kolomne.",
          "text2026": "Dat is, een vurige kolom."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "פָּרַ֣שׂ",
          "strongs": "H6566",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "עָנָ֣ן",
          "strongs": "H6051",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/מָסָ֑ךְ",
          "strongs": "H4539",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/אֵ֗שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HC/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/הָאִ֥יר",
          "strongs": "H215",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "לָֽיְלָה",
          "strongs": "H3915",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hij breidde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> een wolk uit tot een deksel, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> vuur om de nacht te verlichten.",
      "textSV1888_html": "Hij breidde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> een wolk uit tot een deksel, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> vuur om den nacht te verlichten.",
      "text1637_html": "Hy breydde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> een wolcke uyt tot een decksel, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"71\">71</sup> vyer om de nacht te verlichten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 40,
      "textSV1888": "Zij baden, en Hij deed kwakkelen komen, en Hij verzadigde hen met hemels brood.",
      "text1637": "[72] Sy baden, ende [73] hy dede quackelen komen, ende hy versadichdese [74] met hemels broot.",
      "text2026": "Zij baden, en Hij deed kwartels komen, en Hij verzadigde hen met hemels brood.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "72",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zij baden: Of, het bad; te weten het volk van Israël. Zie Num. 11 , en Ps. 78:27 , 78:28 . Psalmen 78:27 : En regende op hen vlees als stof, en gevleugeld gevogelte als zand der zeeën; Psalmen 78:28 : En deed het vallen in het midden zijns legers, rondom zijn woningen.",
          "text1637": "Of, het badt, T.w. het volck van Israel. Siet Num. 11. ende Psal. 78.27, 28.",
          "text2026": "Zij baden: Of, het bad; te weten het volk van Israël. Zie Num. 11 , en Ps. 78:27 , 78:28 . Psalmen 78:27 : En regende op hen vlees als stof, en gevleugeld gevogelte als zand van de zeeën; Psalmen 78:28 : En deed het vallen in het midden zijns legers, rondom zijn woningen."
        },
        {
          "marker": "73",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij deed: Te weten, God de Heere.",
          "text1637": "T.w. Godt de Heere.",
          "text2026": "Hij deed: Te weten, God de Heer."
        },
        {
          "marker": "74",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met hemels brood: Dat is, met brood, dat uit den hemel, dat is uit de lucht viel. Zie Exod. 16:1 , 16:2 , 16:3 , 16:4 , 16:5 , 16:6 , 16:7 , 16:8 , 16:9 , 16:10 , 16:11 , 16:12 , 16:13 , 16:14 ; Ps. 78:24 , 78:25 . Exodus 16:1 : Toen zij van Elim gereisd waren, zo kwam de ganse vergadering der kinderen Israëls in de woestijn Sin, welke is tussen Elim en tussen Sinaï, aan den vijftienden dag der tweede maand, nadat zij uit Egypteland uitgegaan waren. Exodus 16:2 : En de ganse vergadering der kinderen Israëls murmureerde tegen Mozes en tegen Aäron, in de woestijn. Exodus 16:3 : En de kinderen Israëls zeiden tot hen: Och, dat wij in Egypteland gestorven waren door de hand des HEEREN, toen wij bij de vleespotten zaten, toen wij tot verzadiging brood aten! Want gijlieden hebt ons uitgeleid in deze woestijn, om deze ganse gemeente door den honger te doden. Exodus 16:4 : Toen zeide de HEERE tot Mozes: Zie, Ik zal voor ulieden brood uit den hemel regenen; en het volk zal uitgaan, en verzamelen elke dagmaat op haar dag; opdat Ik het verzoeke, of het in Mijn wet ga, of niet. Exodus 16:5 : En het zal geschieden op den zesden dag, dat zij bereiden zullen hetgeen zij ingebracht zullen hebben; dat zal dubbel zijn boven hetgeen zij dagelijks zullen verzamelen. Exodus 16:6 : Toen zeiden Mozes en Aäron tot al de kinderen Israëls: Aan den avond, dan zult gij weten, dat u de HEERE uit Egypteland uitgeleid heeft; Exodus 16:7 : En morgen, dan zult gij des HEEREN heerlijkheid zien, dewijl Hij uw murmureringen tegen den HEERE gehoord heeft; want wat zijn wij, dat gij tegen ons murmureert? Exodus 16:8 : Voorts zeide Mozes: Als de HEERE ulieden aan den avond vlees te eten zal geven, en aan den morgen brood tot verzadiging, het zal zijn, omdat de HEERE uw murmureringen gehoord heeft, die gij tegen Hem murmureert; want wat zijn wij? Uw murmureringen zijn niet tegen ons, maar tegen den HEERE. Exodus 16:9 : Daarna zeide Mozes tot Aäron: Zeg tot de ganse vergadering der kinderen Israëls: Nadert voor het aangezicht des HEEREN, want Hij heeft uw murmureringen gehoord. Exodus 16:10 : En het geschiedde, als Aäron tot de ganse vergadering der kinderen Israëls sprak, en zij zich naar de woestijn keerden, zo ziet, de heerlijkheid des HEEREN verscheen in de wolk. Exodus 16:11 : Ook heeft de HEERE tot Mozes gesproken, zeggende: Exodus 16:12 : Ik heb de murmureringen van de kinderen Israëls gehoord; spreek tot hen, zeggende: Tussen de twee avonden zult gij vlees eten, en aan den morgen zult gij met brood verzadigd worden; en gij zult weten, dat Ik de HEERE uw God ben. Exodus 16:13 : En het geschiedde aan den avond, dat er kwakkelen opkwamen, en het leger bedekten; en aan den morgen lag de dauw rondom het leger. Exodus 16:14 : Als nu de liggende dauw opgevaren was, zo ziet, over de woestijn was een klein rond ding, klein als de rijm, op de aarde. Psalmen 78:24 : En regende op hen het Man om te eten, en gaf hun hemels koren. Psalmen 78:25 : Een iegelijk at het brood der Machtigen; Hij zond hun teerkost tot verzadiging.",
          "text1637": "D. Met broot dat uyt den hemel, Dat is, uyt de lucht viel. Siet Exod. 16.1, 2... 13, 14. Psal. 78.24, 25.",
          "text2026": "met hemels brood: Dat is, met brood, dat uit de hemel, dat is uit de lucht viel. Zie Ex. 16:1 , 16:2 , 16:3 , 16:4 , 16:5 , 16:6 , 16:7 , 16:8 , 16:9 , 16:10 , 16:11 , 16:12 , 16:13 , 16:14 ; Ps. 78:24 , 78:25 . Exodus 16:1 : Toen zij van Elim gereisd waren, zo kwam de gehele vergadering van de kinderen van Israël in de woestijn Sin, welke is tussen Elim en tussen Sinaï, aan de vijftienden dag van de tweede maand, nadat zij uit Egypteland uitgegaan waren. Exodus 16:2 : En de gehele vergadering van de kinderen van Israël morde tegen Mozes en tegen Aäron, in de woestijn. Exodus 16:3 : En de kinderen van Israël zeiden tot hen: Och, dat wij in Egypteland gestorven waren door de hand van JAHWEH, toen wij bij de vleespotten zaten, toen wij tot verzadiging brood aten! Want u hebt ons uitgeleid in deze woestijn, om deze gehele gemeente door de honger te doden. Exodus 16:4 : Toen zei JAHWEH tot Mozes: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel regenen; en het volk zal uitgaan, en verzamelen elke dagmaat op haar dag; opdat Ik het verzoeke, of het in Mijn wet ga, of niet. Exodus 16:5 : En het zal gebeuren op de zesde dag, dat zij bereiden zullen wat zij ingebracht zullen hebben; dat zal dubbel zijn boven wat zij dagelijks zullen verzamelen. Exodus 16:6 : Toen zeiden Mozes en Aäron tot al de kinderen van Israël: Aan de avond, dan zult u weten, dat u JAHWEH uit Egypteland uitgeleid heeft; Exodus 16:7 : En morgen, dan zult u van JAHWEH heerlijkheid zien, omdat Hij uw murmureringen tegen JAHWEH gehoord heeft; want wat zijn wij, dat u tegen ons mort? Exodus 16:8 : Verder zei Mozes: Als JAHWEH u aan de avond vlees te eten zal geven, en aan de morgen brood tot verzadiging, het zal zijn, omdat JAHWEH uw murmureringen gehoord heeft, die u tegen Hem mort; want wat zijn wij? Uw murmureringen zijn niet tegen ons, maar tegen JAHWEH. Exodus 16:9 : Daarna zei Mozes tot Aäron: Zeg tot de gehele vergadering van de kinderen van Israël: Nadert voor het aangezicht van JAHWEH, want Hij heeft uw murmureringen gehoord. Exodus 16:10 : En het geschiedde, als Aäron tot de gehele vergadering van de kinderen van Israël sprak, en zij zich naar de woestijn keerden, zo ziet, de heerlijkheid van JAHWEH verscheen in de wolk. Exodus 16:11 : Ook heeft JAHWEH tot Mozes gesproken, zeggende: Exodus 16:12 : Ik heb de murmureringen van de kinderen van Israël gehoord; spreek tot hen, zeggende: Tussen de twee avonden zult u vlees eten, en aan de morgen zult u met brood verzadigd worden; en u zult weten, dat Ik JAHWEH uw God ben. Exodus 16:13 : En het geschiedde aan de avond, dat er kwakkelen opkwamen, en het leger bedekten; en aan de morgen lag de dauw rondom het leger. Exodus 16:14 : Als nu de liggende dauw opgevaren was, zo ziet, over de woestijn was een klein rond ding, klein als de rijm, op de aarde. Psalmen 78:24 : En regende op hen het Man om te eten, en gaf hun hemels koren. Psalmen 78:25 : Een iedereen at het brood van de Machtigen; Hij zond hun teerkost tot verzadiging."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָׁאַ֣ל",
          "strongs": "H7592",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּבֵ֣א",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vhw3ms"
        },
        {
          "woord": "שְׂלָ֑ו",
          "strongs": "H7958",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֶ֥חֶם",
          "strongs": "H3899",
          "morph": "HC/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֝מַ֗יִם",
          "strongs": "H8064",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יַשְׂבִּיעֵֽ/ם",
          "strongs": "H7646",
          "morph": "HVhi3ms/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> Zij baden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> Hij deed kwartels komen, en Hij verzadigde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> hen met hemels brood.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> Zij baden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> Hij deed kwakkelen komen, en Hij verzadigde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> hen met hemels brood.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"72\">72</sup> Sy baden, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"73\">73</sup> hy dede quackelen komen, ende hy versadichdese <sup class=\"note-marker\" data-note=\"74\">74</sup> met hemels broot.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "kwakkelen",
          "new": "kwartels",
          "principe": "V1022"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 41,
      "textSV1888": "Hij opende een steenrots, en er vloeiden wateren uit, die gingen door de dorre plaatsen als een rivier.",
      "text1637": "[75] Hy [76] opende een steenrotze, ende daer vloeyden wateren uyt, [die] gingen door [77] de dorre plaetsen [als] een riviere.",
      "text2026": "Hij opende een steenrots, en er vloeiden wateren uit, die gingen door de dorre plaatsen als een rivier.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "75",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, God.",
          "text1637": "T.w. Godt.",
          "text2026": "Te weten, God."
        },
        {
          "marker": "76",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, te Rafidim, Exod. 17:6 , en te Kades, Num. 20:11 . Zie ook Ps. 78:15 . Exodus 17:6 : Zie, Ik zal aldaar voor uw aangezicht op de rotssteen in Horeb staan; en gij zult op den rotssteen slaan, zo zal er water uitgaan, dat het volk drinke. Mozes nu deed alzo voor de ogen der oudsten van Israël. Numeri 20:11 : Toen hief Mozes zijn hand op, en hij sloeg de steenrots tweemaal met zijn staf; en er kwam veel waters uit, zodat de vergadering dronk, en haar beesten. Psalmen 78:15 : Hij kliefde de rotsstenen in de woestijn, en drenkte hen overvloedig, als uit afgronden.",
          "text1637": "T.w. te Raphidim, Exod. 17.6. ende te Kades, Num. 20.11. Siet oock Psal. 78.15.",
          "text2026": "Te weten, te Rafidim, Ex. 17:6 , en te Kades, Num. 20:11 . Zie ook Ps. 78:15 . Exodus 17:6 : Zie, Ik zal daar voor uw aangezicht op de rotssteen in Horeb staan; en u zult op de rotssteen slaan, zo zal er water uitgaan, dat het volk drinke. Mozes nu deed zo voor de ogen van de oudsten van Israël. Numeri 20:11 : Toen hief Mozes zijn hand op, en hij sloeg de steenrots tweemaal met zijn staf; en er kwam veel waters uit, zodat de vergadering dronk, en haar beesten. Psalmen 78:15 : Hij kloof de rotsstenen in de woestijn, en gaf hen overvloedig te drinken, als uit afgronden."
        },
        {
          "marker": "77",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de dorre plaatsen: Door welke de Israëlieten reisden. Waar zij gingen, het water volgde hen na. Zie 1 Kor. 10:4 . 1 Korinthiërs 10:4 : En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus.",
          "text1637": "Door de welcke de Israeliten reysden: Waer sy gingen, het water volchde haer nae. Siet 1.Corint. 10.4.",
          "text2026": "de dorre plaatsen: Door welke de Israëlieten reisden. Waar zij gingen, het water volgde hen na. Zie 1 Kor. 10:4 . 1 Korinthiërs 10:4 : En allen dezelfde geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "פָּ֣תַח",
          "strongs": "H6605",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "צ֭וּר",
          "strongs": "H6697",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּז֣וּבוּ",
          "strongs": "H2100",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "מָ֑יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "הָ֝לְכ֗וּ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/צִּיּ֥וֹת",
          "strongs": "H6723",
          "morph": "HRd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "נָהָֽר",
          "strongs": "H5104",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> opende een steenrots, en er vloeiden wateren uit, die gingen door<sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> de dorre plaatsen als een rivier.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> opende een steenrots, en er vloeiden wateren uit, die gingen door<sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> de dorre plaatsen als een rivier.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"75\">75</sup> Hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"76\">76</sup> opende een steenrotze, ende daer vloeyden wateren uyt, [die] gingen door <sup class=\"note-marker\" data-note=\"77\">77</sup> de dorre plaetsen [als] een riviere."
    },
    {
      "number": 42,
      "textSV1888": "Want Hij dacht aan Zijn heilig woord, aan Abraham, Zijn knecht.",
      "text1637": "Want hy dacht [78] aen sijn heylich woort: [79] aen [o] Abraham sijnen knecht.",
      "text2026": "Want Hij dacht aan Zijn heilig woord, aan Abraham, Zijn knecht.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "78",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "aan Zijn heilig woord: Hebr., דְּבַר, aan het woord zijner heiligheid; dat is aan zijn heilige beloften.",
          "text1637": "Hebr. aen ’t woort sijner heylicheyt, D. aen sijne heylige beloften.",
          "text2026": "aan Zijn heilig woord: Hebr., דְּבַר, aan het woord zijn heiligheid; dat is aan zijn heilige beloften."
        },
        {
          "marker": "o",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Gen. 15:14 . Genesis 15:14 : Doch Ik zal het volk ook rechten, hetwelk zij zullen dienen; en daarna zullen zij uittrekken met grote have.",
          "text1637": "Genes. 15.14.",
          "text2026": "Gen. 15:14 . Genesis 15:14 : Maar Ik zal het volk ook rechte, dat zij zullen dienen; en daarna zullen zij uittrekken met grote bezittingen."
        },
        {
          "marker": "79",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "aan Abraham: Dat is, aan het verbond met Abraham gemaakt. Anderen, tot Abraham [gesproken].",
          "text1637": "D. aen ’tverbondt met Abraham gemaeckt. And. tot Abraham [gesproken].",
          "text2026": "aan Abraham: Dat is, aan het verbond met Abraham gemaakt. Anderen, tot Abraham [gesproken]."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "זָ֭כַר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "דְּבַ֣ר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשׁ֑/וֹ",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶֽת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "אַבְרָהָ֥ם",
          "strongs": "H85",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַבְדּֽ/וֹ",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want Hij dacht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup> aan Zijn heilig woord,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"79\">79</sup> aan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> Abraham, Zijn knecht.",
      "textSV1888_html": "Want Hij dacht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup> aan Zijn heilig woord,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"79\">79</sup> aan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> Abraham, Zijn knecht.",
      "text1637_html": "Want hy dacht <sup class=\"note-marker\" data-note=\"78\">78</sup> aen sijn heylich woort: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"79\">79</sup> aen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> Abraham sijnen knecht."
    },
    {
      "number": 43,
      "textSV1888": "Alzo voerde Hij Zijn volk uit met vrolijkheid, Zijn uitverkorenen met gejuich.",
      "text1637": "[p] Also voerde hy sijn volck uyt met vrolickheyt: [80] sijne uytverkorene met gejuych.",
      "text2026": "Zo voerde Hij Zijn volk uit met vrolijkheid, Zijn uitverkorenen met gejuich.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "p",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 14:8 ; Num. 33:3 . Exodus 14:8 : Want de HEERE verstokte het hart van Farao, den koning van Egypte, dat hij de kinderen Israëls najaagde; doch de kinderen Israëls waren door een hoge hand uitgegaan. Numeri 33:3 : Zij reisden dan van Rameses; in de eerste maand, op den vijftienden dag der eerste maand, des anderen daags van het pascha, togen de kinderen Israëls uit door een hoge hand, voor de ogen van alle Egyptenaren;",
          "text1637": "Exod. 14.8. Num. 33.3.",
          "text2026": "Ex. 14:8 ; Num. 33:3 . Exodus 14:8 : Want JAHWEH verstokte het hart van Farao, de koning van Egypte, dat hij de kinderen van Israël najaagde; maar de kinderen van Israël waren door een hoge hand uitgegaan. Numeri 33:3 : Zij reisden dan van Rameses; in de eerste maand, op de vijftienden dag van de eerste maand, van de anderen daags van het pascha, togen de kinderen van Israël uit door een hoge hand, voor de ogen van alle Egyptenaren;"
        },
        {
          "marker": "80",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zijn uitverkorenen: Te weten, van God; gelijk boven vers 6 . Psalmen 105:6 : Gij zaad van Abraham, Zijn knecht, gij kinderen van Jakob, Zijn uitverkorene!",
          "text1637": "T.w. Godes, als bov. vers 6.",
          "text2026": "Zijn uitverkorenen: Te weten, van God; gelijk boven vers 6 . Psalmen 105:6 : U zaad van Abraham, Zijn knecht, u kinderen van Jakob, Zijn uitverkorene!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יּוֹצִ֣א",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HC/Vhw3ms"
        },
        {
          "woord": "עַמּ֣/וֹ",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְ/שָׂשׂ֑וֹן",
          "strongs": "H8342",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ֝/רִנָּ֗ה",
          "strongs": "H7440",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "בְּחִירָֽי/ו",
          "strongs": "H972",
          "morph": "HAampc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"p\">p</sup> Zo voerde Hij Zijn volk uit met vrolijkheid,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"80\">80</sup> Zijn uitverkorenen met gejuich.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"p\">p</sup> Alzo voerde Hij Zijn volk uit met vrolijkheid,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"80\">80</sup> Zijn uitverkorenen met gejuich.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"p\">p</sup> Also voerde hy sijn volck uyt met vrolickheyt: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"80\">80</sup> sijne uytverkorene met gejuych.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Alzo",
          "new": "Zo",
          "principe": "V42"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 44,
      "textSV1888": "En Hij gaf hun de landen der heidenen, zodat zij in erfenis bezaten den arbeid der volken;",
      "text1637": "Ende [81] hy gaf hen de landen [82] der heydenen, so datse in erffenisse besaten [83] den arbeyt der volckeren.",
      "text2026": "En Hij gaf hun de landen van de heidenen, zodat zij in erfenis bezaten de arbeid van de volken;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "81",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij gaf hun: Zie de Boeken Numeri, Deuteronomium, en Jozua.",
          "text1637": "Siet het Boeck Numerorum, Deuteronomij, ende Iosuae.",
          "text2026": "Hij gaf hun: Zie de Boeken Numeri, Deuteronomium, en Jozua."
        },
        {
          "marker": "82",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "der heidenen: Te weten, der zeven natiën, van welke gesproken wordt Ps. 78:55 . Psalmen 78:55 : En Hij verdreef voor hun aangezicht de heidenen, en deed hen vallen in het snoer hunner erfenis, en deed de stammen Israëls in hun tenten wonen.",
          "text1637": "T.w. der seven Natien, van de welcke gsproken wort Psal. 78.55.",
          "text2026": "van de heidenen: Te weten, van de zeven natiën, van welke gesproken wordt Ps. 78:55 . Psalmen 78:55 : En Hij verdreef voor hun aangezicht de heidenen, en deed hen vallen in het snoer hun erfenis, en deed de stammen van Israël in hun tenten wonen."
        },
        {
          "marker": "83",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "den arbeid: Dat is, de goederen, die de heidense volken met moeite en arbeid verkregen hadden; Deut. 6:10 , 6:11 . Deuteronomium 6:10 : Als het dan zal geschied zijn, dat de HEERE, uw God, u zal hebben ingebracht in dat land, dat Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft, u te zullen geven; grote en goede steden, die gij niet gebouwd hebt, Deuteronomium 6:11 : En huizen, vol van alle goeds, die gij niet gevuld hebt, en uitgehouwen bornputten, die gij niet uitgehouwen hebt, wijngaarden en olijfgaarden, die gij niet geplant hebt, en gij gegeten hebt en verzadigd zijt;",
          "text1637": "Dat is, De goederen die de heydensche volckeren met moeyte ende arbeyt verkregen hadden, Deut. 6.10, 11.",
          "text2026": "de arbeid: Dat is, de goederen, die de heidense volken met moeite en arbeid verkregen hadden; Deut. 6:10 , 6:11 . Deuteronomium 6:10 : Als het dan zal geschied zijn, dat JAHWEH, uw God, u zal hebben ingebracht in dat land, dat Hij uw vaders, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft, u te zullen geven; grote en goede steden, die u niet gebouwd hebt, Deuteronomium 6:11 : En huizen, vol van alle goeds, die u niet gevuld hebt, en uitgehouwen bornputten, die u niet uitgehouwen hebt, wijngaarden en olijfgaarden, die u niet geplant hebt, en u gegeten hebt en verzadigd bent;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּתֵּ֣ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ֭/הֶם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אַרְצ֣וֹת",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "גּוֹיִ֑ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וַ/עֲמַ֖ל",
          "strongs": "H5999",
          "morph": "HC/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "לְאֻמִּ֣ים",
          "strongs": "H3816",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יִירָֽשׁוּ",
          "strongs": "H3423",
          "morph": "HVqi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"81\">81</sup> Hij gaf hun de landen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"82\">82</sup> van de heidenen, zodat zij in erfenis bezaten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"83\">83</sup> de arbeid van de volken;",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"81\">81</sup> Hij gaf hun de landen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"82\">82</sup> der heidenen, zodat zij in erfenis bezaten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"83\">83</sup> den arbeid der volken;",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"81\">81</sup> hy gaf hen de landen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"82\">82</sup> der heydenen, so datse in erffenisse besaten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"83\">83</sup> den arbeyt der volckeren.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 45,
      "textSV1888": "Opdat zij Zijn inzettingen onderhielden, en Zijn wetten bewaarden. Hallelujah!",
      "text1637": "[q] Op dat sy sijne insettingen onderhielden, ende sijne wetten bewaerden. [84] Halelu-Iah.",
      "text2026": "Opdat zij Zijn voorschriften onderhielden, en Zijn wetten bewaarden. Hallelujah!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "q",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 19:4 ; idem v. 5 ; idem v. 6 ; Deut. 4:1 ; idem 4:40 ; Deut. 6:21 ; idem 6:22 ; idem 6:23 ; idem 6:24 ; idem 6:25 . Exodus 19:4 : Gijlieden hebt gezien, wat Ik den Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen, en u tot Mij gebracht heb. Exodus 19:5 : Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn; Exodus 19:6 : En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israëls spreken zult. Deuteronomium 4:1 : Nu dan, Israël! hoor naar de inzettingen en naar de rechten, die ik ulieden lere te doen; opdat gij leeft, en henen inkomt, en erft het land, dat de HEERE, uwer vaderen God, u geeft. Deuteronomium 4:40 : En gij zult houden Zijn inzettingen en Zijn geboden, die ik u heden gebiede, opdat het u en uw kinderen na u welga, en opdat gij de dagen verlengt in het land, dat de HEERE, uw God, u geeft, voor altoos. Deuteronomium 6:21 : Zo zult gij tot uw zoon zeggen: Wij waren dienstknechten van Farao in Egypte; maar de HEERE heeft ons door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd. Deuteronomium 6:22 : En de HEERE gaf tekenen, en grote en kwade wonderen, in Egypte, aan Farao en aan zijn ganse huis, voor onze ogen; Deuteronomium 6:23 : En hij voerde ons van daar uit, opdat Hij ons inbracht, om ons het land te geven, dat Hij onzen vaderen gezworen had. Deuteronomium 6:24 : En de HEERE gebood ons te doen al deze inzettingen, om te vrezen den HEERE, onzen God, ons voor altoos ten goede, om ons in het leven te behouden, gelijk het te dezen dage is. Deuteronomium 6:25 : En het zal ons gerechtigheid zijn, als wij zullen waarnemen te doen al deze geboden, voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, gelijk Hij ons geboden heeft.",
          "text1637": "Exod. 19.4, 5, 6. Deut. 4.1, 40. ende 6.21, 22, 23, 24, 25.",
          "text2026": "Ex. 19:4 ; idem v. 5 ; idem v. 6 ; Deut. 4:1 ; idem 4:40 ; Deut. 6:21 ; idem 6:22 ; idem 6:23 ; idem 6:24 ; idem 6:25 . Exodus 19:4 : Gijlieden hebt gezien, wat Ik de Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen van de adelaars gedragen, en u tot Mij gebracht heb. Exodus 19:5 : Nu dan, als u naarstiglijk Mijn stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult u Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de gehele aarde is Mijn; Exodus 19:6 : En u zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die u tot de kinderen van Israël spreken zult. Deuteronomium 4:1 : Nu dan, Israël! hoor naar de inzettingen en naar de rechte, die ik u lere te doen; opdat u leeft, en heen inkomt, en erft het land, dat JAHWEH, uw vaders God, u geeft. Deuteronomium 4:40 : En u zult houden Zijn inzettingen en Zijn geboden, die ik u heden gebiede, opdat het u en uw kinderen na u welga, en opdat u de dagen verlengt in het land, dat JAHWEH, uw God, u geeft, voor altijd. Deuteronomium 6:21 : Zo zult u tot uw zoon zeggen: Wij waren dienaren van Farao in Egypte; maar JAHWEH heeft ons door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd. Deuteronomium 6:22 : En JAHWEH gaf tekenen, en grote en kwade wonderen, in Egypte, aan Farao en aan zijn gehele huis, voor onze ogen; Deuteronomium 6:23 : En hij voerde ons van daar uit, opdat Hij ons inbracht, om ons het land te geven, dat Hij onze vaders gezworen had. Deuteronomium 6:24 : En JAHWEH gebood ons te doen al deze inzettingen, om te vrezen JAHWEH, onze God, ons voor altijd ten goede, om ons in het leven te behouden, gelijk het te deze dage is. Deuteronomium 6:25 : En het zal ons gerechtigheid zijn, als wij zullen waarnemen te doen al deze geboden, voor het aangezicht van JAHWEH, onzes Gods, gelijk Hij ons geboden heeft."
        },
        {
          "marker": "84",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie de aantekening bij Ps. 104:35 . Psalmen 104:35 : De zondaars zullen van de aarde verdaan worden, en de goddelozen zullen niet meer zijn. Loof den HEERE, mijn ziel! Hallelujah!",
          "text1637": "Siet d’aent. Psal. 104. op vers 35.",
          "text2026": "Zie de aantekening bij Ps. 104:35 . Psalmen 104:35 : De zondaars zullen van de aarde verdaan worden, en de goddelozen zullen niet meer zijn. Loof JAHWEH, mijn ziel! Hallelujah!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בַּ/עֲב֤וּר",
          "strongs": "H5668",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁמְר֣וּ",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "חֻ֭קָּי/ו",
          "strongs": "H2706",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/תוֹרֹתָ֥י/ו",
          "strongs": "H8451",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִנְצֹ֗רוּ",
          "strongs": "H5341",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "הַֽלְלוּ",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HVpv2mp"
        },
        {
          "woord": "יָֽהּ",
          "strongs": "H3050",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"q\">q</sup> Opdat zij Zijn voorschriften onderhielden, en Zijn wetten bewaarden.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"84\">84</sup> Hallelujah!",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"q\">q</sup> Opdat zij Zijn inzettingen onderhielden, en Zijn wetten bewaarden.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"84\">84</sup> Hallelujah!",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"q\">q</sup> Op dat sy sijne insettingen onderhielden, ende sijne wetten bewaerden. <sup class=\"note-marker\" data-note=\"84\">84</sup> Halelu-Iah.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "inzettingen",
          "new": "voorschriften",
          "principe": "V76"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "De Prophete vermaent het volck Godes, Godt te loven ende te prijsen, ten aensien sijner wonderen ende weldaden: met een verhael der getrouwicheyt sijner beloften gedaen ende bewesen aen Abraham, aen Ioseph, ende aen Iacob in Egypten, als oock der wonderheden door ende aen Mose, ende de Israëliten in de woestijne gedaen.",
    "text2026": "De profeet vermaant het volk van God om God te loven en te prijzen, vanwege Zijn wonderen en weldaden; met een verhaal van de getrouwheid van Zijn beloften, gedaan en bewezen aan Abraham, aan Jozef en aan Jakob in Egypte, alsook van de wonderen door en aan Mozes en de Israëlieten in de woestijn gedaan."
  }
}
