{
  "number": 106,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Hallelujah! Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.",
      "text1637": "[1] HAlelu-Iah. [a] Lovet den HEERE, want hy is goet: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt.",
      "text2026": "Hallelujah! Loof JAHWEH, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is in de eeuwigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie de aantekening Ps. 104:35 . Er zijn negen psalmen, die met Hallelujah beginnen; te weten: deze Ps. 106, 111 , 112 , 113 , 135 , 146 , 148 , 149 en 150 . Psalmen 104:35 : De zondaars zullen van de aarde verdaan worden, en de goddelozen zullen niet meer zijn. Loof den HEERE, mijn ziel! Hallelujah!",
          "text1637": "Siet d’aenteeck. Psal. 104. op vers 35. Daer zijn negen psalmen die met halelujah beginnen, T.w. 106. 111. 112. 113. 135. 146. 148. 149. ende 150.",
          "text2026": "Zie de aantekening Ps. 104:35 . Er zijn negen psalmen, die met Hallelujah beginnen; te weten: deze Ps. 106, 111 , 112 , 113 , 135 , 146 , 148 , 149 en 150 . Psalmen 104:35 : De zondaars zullen van de aarde verdaan worden, en de goddelozen zullen niet meer zijn. Loof JAHWEH, mijn ziel! Hallelujah!"
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 107:1 ; Ps. 118:1 ; Ps. 136:1 . Psalmen 107:1 : Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Psalmen 118:1 : Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Psalmen 136:1 : Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid;",
          "text1637": "Psal. 107.1. Psal. 118.1. Psal. 136.1.",
          "text2026": "Ps. 107:1 ; Ps. 118:1 ; Ps. 136:1 . Psalmen 107:1 : Looft JAHWEH, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid. Psalmen 118:1 : Looft JAHWEH, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid. Psalmen 136:1 : Looft JAHWEH, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַֽלְלוּ",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HVpv2mp"
        },
        {
          "woord": "יָ֨הּ",
          "strongs": "H3050",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הוֹד֣וּ",
          "strongs": "H3034",
          "morph": "HVhv2mp"
        },
        {
          "woord": "לַ/יהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "ט֑וֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "כִּ֖י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לְ/עוֹלָ֣ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "חַסְדּֽ/וֹ",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Hallelujah!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Loof JAHWEH, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is in de eeuwigheid.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Hallelujah!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> HAlelu-Iah. <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Lovet den HEERE, want hy is goet: want sijne goedertierenheyt is in der eeuwicheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Looft den HEERE,",
          "new": "Loof JAHWEH,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Wie zal de mogendheden des HEEREN uitspreken, al Zijn lof verkondigen?",
      "text1637": "Wie sal [2] de mogentheden des HEEREN uytspreken? al sijnen lof [3] verkondigen?",
      "text2026": "Wie zal de mogendheden van JAHWEH uitspreken, al Zijn lof verkondigen?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de mogendheden: Dat is, de machtige daden des Heeren, die vers 8 , 106:9 , en elders meer, verhaald worden. Alzo staat er in dit vers lof voor lofwaardige daden. Psalmen 106:8 : Doch Hij verloste hen om Zijns Naams wil, opdat Hij Zijn mogendheid bekend maakte. Psalmen 106:9 : En Hij schold de Schelfzee, zodat zij verdroogde, en Hij deed hen wandelen door de afgronden, als door een woestijn.",
          "text1637": "D. de machtige daden des Heeren, die vers 8, 9. ende elders meer, verhaelt worden. Alsoo stater in dit vers lof, voor lofweerdige daden.",
          "text2026": "de mogendheden: Dat is, de machtige daden van de Heer, die vers 8 , 106:9 , en elders meer, verhaald worden. Zo staat er in dit vers lof voor lofwaardige daden. Psalmen 106:8 : Maar Hij verloste hen vanwege Zijn Naam, opdat Hij Zijn mogendheid bekend maakte. Psalmen 106:9 : En Hij schold de Schelfzee, zodat zij verdroogde, en Hij deed hen wandelen door de afgronden, als door een woestijn."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., יַשְׁמִיעַ, doen horen; dat is, maken dat men hoort. Zie Ps. 26:7 . Psalmen 26:7 : Om te doen horen de stem des lofs, en om te vertellen al Uw wonderen.",
          "text1637": "Hebr. doen hooren, D. maken datmense hoore. Siet Psal. 26. op vers 7.",
          "text2026": "Hebr., יַשְׁמִיעַ, doen horen; dat is, maken dat men hoort. Zie Ps. 26:7 . Psalmen 26:7 : Om te doen horen de stem van de lofs, en om te vertellen al Uw wonderen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִ֗י",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "יְ֭מַלֵּל",
          "strongs": "H4448",
          "morph": "HVpi3ms"
        },
        {
          "woord": "גְּבוּר֣וֹת",
          "strongs": "H1369",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יַ֝שְׁמִ֗יעַ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "תְּהִלָּתֽ/וֹ",
          "strongs": "H8416",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Wie zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> de mogendheden van JAHWEH uitspreken, al Zijn lof<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> verkondigen?",
      "textSV1888_html": "Wie zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> de mogendheden des HEEREN uitspreken, al Zijn lof<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> verkondigen?",
      "text1637_html": "Wie sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> de mogentheden des HEEREN uytspreken? al sijnen lof <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> verkondigen?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Welgelukzalig zijn zij, die het recht onderhouden, die te aller tijd gerechtigheid doet.",
      "text1637": "Welgelucksalich zijnse, [4] die het recht onderhouden: die t’aller tijt gerechticheyt doet.",
      "text2026": "Welgelukzalig zijn zij, die het recht onderhouden, die altijd gerechtigheid doet.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "die het recht: Dat is, die onderhouden hetgeen recht en wel gedaan is. Zie Gen. 18:19 . Genesis 18:19 : Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen, en zij den weg des HEEREN houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat de HEERE over Abraham brenge, hetgeen Hij over hem gesproken heeft.",
          "text1637": "D. die onderhouden ’t gene dat recht ende wel gedaen is. siet Genes. 18. op vers 19.",
          "text2026": "die het recht: Dat is, die onderhouden wat recht en wel gedaan is. Zie Gen. 18:19 . Genesis 18:19 : Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zou bevelen, en zij de weg van JAHWEH houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat JAHWEH over Abraham brenge, wat Hij over hem gesproken heeft."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַ֭שְׁרֵי",
          "strongs": "H835",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "שֹׁמְרֵ֣י",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁפָּ֑ט",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "עֹשֵׂ֖ה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqrmsc"
        },
        {
          "woord": "צְדָקָ֣ה",
          "strongs": "H6666",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "בְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "עֵֽת",
          "strongs": "H6256",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Welgelukzalig zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> zij, die het recht onderhouden, die altijd gerechtigheid doet.",
      "textSV1888_html": "Welgelukzalig zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> zij, die het recht onderhouden, die te aller tijd gerechtigheid doet.",
      "text1637_html": "Welgelucksalich zijnse, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> die het recht onderhouden: die t’aller tijt gerechticheyt doet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "te aller tijd",
          "new": "altijd",
          "principe": "V426"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Gedenk mijner, o HEERE! naar het welbehagen tot Uw volk, bezoek mij met Uw heil;",
      "text1637": "[5] Gedenckt mijner, ô HEERE, [6] nae het wel-behagen [tot] u volck, [7] besoeckt my [8] met u heyl.",
      "text2026": "Gedenk aan mij, o JAHWEH! naar het welbehagen tot Uw volk, bezoek mij met Uw heil;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gedenk mijner: Hij bidt dat hij onder de genade en goeden wil des Heeren, die Hij zijne gemennte toedraagt, moge begrepen zijn.",
          "text1637": "Hy bidt dat hy onder de genade ende goeden wille des Heeren, die hy sijne Gemeente toe-draecht, moge begrepen zijn.",
          "text2026": "Gedenk mijn: Hij bidt dat hij onder de genade en goede wil van de Heer, die Hij zijn gemennte toedraagt, mag begrepen zijn."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "naar het welbehagen: Hebr. in het welbehagen uws volks; dat is dat Gij in uw volk hebt.",
          "text1637": "Hebr. in het welbehagen uwes volcks. Dat is, dat ghy in u volck hebt.",
          "text2026": "naar het welbehagen: Hebr. in het welbehagen uws volks; dat is dat U in uw volk hebt."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "bezoek mij: Dat is, help en verlos mij, gelijk Ps. 8:5 ; Luk. 1:68 , 1:69 . Zie de aantekening bij Gen. 21:1 . Psalmen 8:5 : Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt? Lukas 1:68 : Geloofd zij de Heere, de God Israëls, want Hij heeft bezocht, en verlossing te weeg gebracht Zijn volke; Lukas 1:69 : En heeft een hoorn der zaligheid ons opgericht, in het huis van David, Zijn knecht; Genesis 21:1 : En de HEERE bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en de HEERE deed aan Sara, gelijk als Hij gesproken had.",
          "text1637": "Dat is, helpt ende verlost my, als Psal. 8.5. Luc. 1.68, 69. Siet d’aent. Genes. 21. op vers 1.",
          "text2026": "bezoek mij: Dat is, help en verlos mij, gelijk Ps. 8:5 ; Luk. 1:68 , 1:69 . Zie de aantekening bij Gen. 21:1 . Psalmen 8:5 : Wat is de mens, dat U zijn gedenkt, en de zoon van de mensen, dat U hem bezoekt? Lukas 1:68 : Geloofd zij de Heer, de God van Israël, want Hij heeft bezocht, en verlossing te weeg gebracht Zijn volk; Lukas 1:69 : En heeft een hoorn van de zaligheid ons opgericht, in het huis van David, Zijn knecht; Genesis 21:1 : En JAHWEH bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en JAHWEH deed aan Sara, gelijk als Hij gesproken had."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met uw heil: Dat is, met uw goedertierene hulp en verlossing.",
          "text1637": "D. met uwe goedertierene hulpe ende verlossinge.",
          "text2026": "met uw heil: Dat is, met uw goedertierene hulp en verlossing."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "זָכְרֵ֣/נִי",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בִּ/רְצ֣וֹן",
          "strongs": "H7522",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "עַמֶּ֑/ךָ",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "פָּ֝קְדֵ֗/נִי",
          "strongs": "H6485",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בִּ/ישׁוּעָתֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H3444",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Gedenk aan mij, o JAHWEH!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> naar het welbehagen tot Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> volk, bezoek<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> mij met Uw heil;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Gedenk mijner, o HEERE!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> naar het welbehagen tot Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> volk, bezoek<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> mij met Uw heil;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Gedenckt mijner, ô HEERE, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> nae het wel-behagen [tot] u volck, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> besoeckt my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> met u heyl.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijner,",
          "new": "aan mij,",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Opdat ik aanschouwe het goede Uwer uitverkorenen; opdat ik mij verblijde met de blijdschap Uws volks; opdat ik mij beroeme met Uw erfdeel.",
      "text1637": "Op dat ick [9] aenschouwe het goede uwer uytverkorenen: op dat ick my verblijde [10] met de blijtschap uwes volcks: [11] op dat ick my roeme [12] met u erfdeel.",
      "text2026": "Opdat ik aanschouwe het goede van Uw uitverkorenen; opdat ik mij verblijde met de blijdschap van Uw volk; opdat ik mij beroeme met Uw erfdeel.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. zie in het goede; gelijk Ps. 27:4 , en Ps. 34:13 ; zie de aantekening bij Ps. 22:18 . Psalmen 27:4 : Een ding heb ik van den HEERE begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des HEEREN, om de liefelijkheid des HEEREN te aanschouwen, en te onderzoeken in Zijn tempel. Psalmen 34:13 : Mem. Wie is de man, die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien? Psalmen 22:18 : Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij.",
          "text1637": "Hebr. sie in’t goede. als Psal. 27.4. ende 34.13. Siet d’aent. Psal. 22. op vers 18.",
          "text2026": "Hebr. zie in het goede; gelijk Ps. 27:4 , en Ps. 34:13 ; zie de aantekening bij Ps. 22:18 . Psalmen 27:4 : Een ding heb ik van JAHWEH begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis van JAHWEH, om de liefelijkheid van JAHWEH te aanschouwen, en te onderzoeken in Zijn tempel. Psalmen 34:13 : Mem. Wie is de man, die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien? Psalmen 22:18 : Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met de blijdschap: Dat is, met zulke vreugde en blijdschap als zich uw volk verheugt, wanneer Gij hun lichamelijke of geestelijke weldaden bewijst.",
          "text1637": "Dat is, met sulcke vreucht en blijtschap, als sich u volc verheucht, wanneer ghy haer lichamelicke ofte geestelicke weldaden bewijst.",
          "text2026": "met de blijdschap: Dat is, met zulke vreugde en blijdschap als zich uw volk verheugt, wanneer U hun lichamelijke of geestelijke weldaden bewijst."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "opdat ik mij: Te weten, in den Heere, gelijk Ps. 34:3 . Psalmen 34:3 : Beth. Mijn ziel zal zich beroemen in den HEERE; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn.",
          "text1637": "Te weten, in den Heere. als Psal. 34.3.",
          "text2026": "opdat ik mij: Te weten, in de Heer, gelijk Ps. 34:3 . Psalmen 34:3 : Beth. Mijn ziel zal zich beroemen in JAHWEH; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met uw erfdeel: Dat is, met het volk, hetwelk Gij tot uw erfdeel hebt aangenomen: Ps. 28:9 . Psalmen 28:9 : Verlos Uw volk, en zegen Uw erve, en weid hen, en verhef hen tot in eeuwigheid.",
          "text1637": "D. met het volck het welck ghy tot u erfdeel hebt aengenomen, Psal. 28. vers 9.",
          "text2026": "met uw erfdeel: Dat is, met het volk, dat U tot uw erfdeel hebt aangenomen: Ps. 28:9 . Psalmen 28:9 : Verlos Uw volk, en zegen Uw erve, en weid hen, en verhef hen tot in eeuwigheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לִ/רְא֤וֹת",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ט֘וֹבַ֤ת",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HR/Aafsc"
        },
        {
          "woord": "בְּחִירֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H972",
          "morph": "HAampc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לִ֭/שְׂמֹחַ",
          "strongs": "H8055",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "בְּ/שִׂמְחַ֣ת",
          "strongs": "H8057",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "גּוֹיֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ֝/הִתְהַלֵּ֗ל",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HR/Vtc"
        },
        {
          "woord": "עִם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "נַחֲלָתֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H5159",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Opdat ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> aanschouwe het goede van Uw uitverkorenen; opdat ik mij verblijde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> met de blijdschap van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Uw volk; opdat ik mij beroeme<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> met Uw erfdeel.",
      "textSV1888_html": "Opdat ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> aanschouwe het goede Uwer uitverkorenen; opdat ik mij verblijde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> met de blijdschap Uws<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> volks; opdat ik mij beroeme<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> met Uw erfdeel.",
      "text1637_html": "Op dat ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> aenschouwe het goede uwer uytverkorenen: op dat ick my verblijde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> met de blijtschap uwes volcks: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> op dat ick my roeme <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> met u erfdeel.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "Uws volks;",
          "new": "van Uw volk;",
          "principe": "V200"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Wij hebben gezondigd, mitsgaders onze vaderen, wij hebben verkeerdelijk gedaan; wij hebben goddelooslijk gehandeld.",
      "text1637": "[b] Wy hebben gesondicht, mitsgaders onse vaderen, wy hebben verkeerdelick gedaen, wy hebben godtlooslick gehandelt.",
      "text2026": "Wij hebben gezondigd, en ook onze vaders, wij hebben verkeerd gedaan; wij hebben goddeloos gehandeld.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Levit. 26:40 ; Jer. 3:25 ; Dan. 9:5 . Leviticus 26:40 : Dan zullen zij hun ongerechtigheid belijden, en de ongerechtigheid hunner vaderen met hun overtredingen, waarmede zij tegen Mij overtreden hebben, en ook dat zij met Mij in tegenheid gewandeld hebben. Jeremia 3:25 : Wij liggen in onze schaamte, en onze schande overdekt ons, want wij hebben tegen den HEERE, onzen God, gezondigd, wij en onze vaderen, van onze jeugd aan tot op dezen dag; en wij zijn der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaam geweest. Daniël 9:5 : Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten.",
          "text1637": "Lev. 26.40. Ierem. 3.25. Dan. 9.5.",
          "text2026": "Lev. 26:40 ; Jer. 3:25 ; Dan. 9:5 . Leviticus 26:40 : Dan zullen zij hun ongerechtigheid belijden, en de ongerechtigheid hun vaders met hun overtredingen, waarmee zij tegen Mij overtreden hebben, en ook dat zij met Mij in tegenheid gewandeld hebben. Jeremia 3:25 : Wij liggen in onze schaamte, en onze schande overdekt ons, want wij hebben tegen JAHWEH, onze God, gezondigd, wij en onze vaders, van onze jeugd aan tot op deze dag; en wij zijn van de stem van JAHWEH, onzes Gods, niet gehoorzaam geweest. Daniël 9:5 : Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddeloos gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechte."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "חָטָ֥אנוּ",
          "strongs": "H2398",
          "morph": "HVqp1cp"
        },
        {
          "woord": "עִם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֲבוֹתֵ֗י/נוּ",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "הֶעֱוִ֥ינוּ",
          "strongs": "H5753",
          "morph": "HVhp1cp"
        },
        {
          "woord": "הִרְשָֽׁעְנוּ",
          "strongs": "H7561",
          "morph": "HVhp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Wij hebben gezondigd, en ook onze vaders, wij hebben verkeerd gedaan; wij hebben goddeloos gehandeld.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Wij hebben gezondigd, mitsgaders onze vaderen, wij hebben verkeerdelijk gedaan; wij hebben goddelooslijk gehandeld.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Wy hebben gesondicht, mitsgaders onse vaderen, wy hebben verkeerdelick gedaen, wy hebben godtlooslick gehandelt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mitsgaders",
          "new": "en ook",
          "principe": "V7"
        },
        {
          "old": "vaderen,",
          "new": "vaders,",
          "principe": "MR-1KR-007"
        },
        {
          "old": "verkeerdelijk",
          "new": "verkeerd",
          "principe": "V438"
        },
        {
          "old": "goddelooslijk",
          "new": "goddeloos",
          "principe": "V492"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Onze vaders in Egypte hebben niet gelet op Uw wonderen; zij zijn der menigte Uwer goedertierenheid niet gedachtig geweest; maar zij waren wederspannig aan de zee, bij de Schelfzee.",
      "text1637": "Onse vaders in Egypten en hebben niet gelett [13] op uwe wonderen, sy en zijn de [14] menichte uwer goedertierenheden niet gedachtich geweest: [c] maer [15] sy waren wederspannich aen de zee, [16] by de schelf-zee.",
      "text2026": "Onze vaders in Egypte hebben niet gelet op Uw wonderen; zij zijn van de menigte van Uw goedertierenheid niet gedachtig geweest; maar zij waren opstandig aan de zee, bij de Schelfzee.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "op Uw wonderen: Te weten, die Gij in Egypte gedaan hebt, of die zij van hunne voorouders verstaan hadden, dat God van den beginne af gedaan had.",
          "text1637": "T.w. die ghy in Egypten gedaen hebt: Of, die sy van hare voorouderen verstaen hadden, dat Godt van den aenbeginne gedaen hadde.",
          "text2026": "op Uw wonderen: Te weten, die U in Egypte gedaan hebt, of die zij van hun voorouders verstaan hadden, dat God van de beginne af gedaan had."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, grootte.",
          "text1637": "Of, grootte.",
          "text2026": "Of, grootte."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 14:11 ; idem v. 12 . Exodus 14:11 : En zij zeiden tot Mozes: Hebt gij ons daarom, omdat er in Egypte gans geen graven waren, weggenomen, opdat wij in deze woestijn sterven zouden? Waarom hebt gij ons dat gedaan, dat gij ons uit Egypte uitgevoerd hebt? Exodus 14:12 : Is dit niet het woord, dat wij in Egypte tot u spraken, zeggende: Houd af van ons, en laat ons de Egyptenaren dienen? Want het ware ons beter geweest de Egyptenaren te dienen, dan in deze woestijn te sterven.",
          "text1637": "Exod. 14.11, 12.",
          "text2026": "Ex. 14:11 ; idem v. 12 . Exodus 14:11 : En zij zeiden tot Mozes: Hebt u ons daarom, omdat er in Egypte geheel geen graven waren, weggenomen, opdat wij in deze woestijn sterven zouden? Waarom hebt u ons dat gedaan, dat u ons uit Egypte uitgevoerd hebt? Exodus 14:12 : Is dit niet het woord, dat wij in Egypte tot u spraken, zeggende: Houd af van ons, en laat ons de Egyptenaren dienen? Want het ware ons beter geweest de Egyptenaren te dienen, dan in deze woestijn te sterven."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zij waren: Te weten, eer de Heere hun de Rode zee opende om daardoor te gaan. Zie Exod. 14:11 , 14:12 . Exodus 14:11 : En zij zeiden tot Mozes: Hebt gij ons daarom, omdat er in Egypte gans geen graven waren, weggenomen, opdat wij in deze woestijn sterven zouden? Waarom hebt gij ons dat gedaan, dat gij ons uit Egypte uitgevoerd hebt? Exodus 14:12 : Is dit niet het woord, dat wij in Egypte tot u spraken, zeggende: Houd af van ons, en laat ons de Egyptenaren dienen? Want het ware ons beter geweest de Egyptenaren te dienen, dan in deze woestijn te sterven.",
          "text1637": "Te weten, Eer de Heere hen de roode zee opende, om daer door te passeren. siet Exod. 14.11, 12.",
          "text2026": "zij waren: Te weten, voordat de Heer hun de Rode zee opende om daardoor te gaan. Zie Ex. 14:11 , 14:12 . Exodus 14:11 : En zij zeiden tot Mozes: Hebt u ons daarom, omdat er in Egypte geheel geen graven waren, weggenomen, opdat wij in deze woestijn sterven zouden? Waarom hebt u ons dat gedaan, dat u ons uit Egypte uitgevoerd hebt? Exodus 14:12 : Is dit niet het woord, dat wij in Egypte tot u spraken, zeggende: Houd af van ons, en laat ons de Egyptenaren dienen? Want het ware ons beter geweest de Egyptenaren te dienen, dan in deze woestijn te sterven."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "bij de schelfzee: Anders: bij het biezen meer. Deze zee wordt Hebr. 11:29 genoemd de Rode zee. Hebreeën 11:29 : Door het geloof zijn zij de Rode zee doorgegaan, als door het droge; hetwelk de Egyptenaars, ook verzoekende, zijn verdronken.",
          "text1637": "And. by het biesen-meer. Dese zee wort Hebr. 11.29. genoemt de roode zee.",
          "text2026": "bij de schelfzee: Anders: bij het biezen meer. Deze zee wordt Hebr. 11:29 genoemd de Rode zee. Hebreeën 11:29 : Door het geloof zijn zij de Rode zee doorgegaan, als door het droge; dat de Egyptenaars, ook verzoekende, zijn verdronken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲב֘וֹתֵ֤י/נוּ",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "בְ/מִצְרַ֨יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "הִשְׂכִּ֬ילוּ",
          "strongs": "H7919",
          "morph": "HVhp3cp"
        },
        {
          "woord": "נִפְלְאוֹתֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H6381",
          "morph": "HVNrfpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "זָ֭כְרוּ",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "רֹ֣ב",
          "strongs": "H7230",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "חֲסָדֶ֑י/ךָ",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/יַּמְר֖וּ",
          "strongs": "H4784",
          "morph": "HC/Vhw3mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יָ֣ם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יַם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "סֽוּף",
          "strongs": "H5488",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Onze vaders in Egypte hebben niet gelet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> op Uw wonderen; zij zijn van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> menigte van Uw goedertierenheid niet gedachtig geweest;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> zij waren opstandig aan de zee,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> bij de Schelfzee.",
      "textSV1888_html": "Onze vaders in Egypte hebben niet gelet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> op Uw wonderen; zij zijn der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> menigte Uwer goedertierenheid niet gedachtig geweest;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> zij waren wederspannig aan de zee,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> bij de Schelfzee.",
      "text1637_html": "Onse vaders in Egypten en hebben niet gelett <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> op uwe wondere<i>n</i>, sy en zijn de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> menichte uwer goedertierenheden niet gedachtich geweest: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> maer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> sy ware<i>n</i> wederspannich aen de zee, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> by de schelf-zee.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "wederspannig",
          "new": "opstandig",
          "principe": "V455"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Doch Hij verloste hen om Zijns Naams wil, opdat Hij Zijn mogendheid bekend maakte.",
      "text1637": "Doch hy verlostese om sijnes Naems wille, [d] op dat hy sijne mogentheyt bekent maeckte.",
      "text2026": "Maar Hij verloste hen omwille van Zijn Naam, opdat Hij Zijn mogendheid bekend maakte.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 9:16 . Exodus 9:16 : Maar waarlijk, daarom heb Ik u verwekt, opdat Ik Mijn kracht aan u betoonde, en opdat men Mijn Naam vertelle op de ganse aarde.",
          "text1637": "Exod. 9.16.",
          "text2026": "Ex. 9:16 . Exodus 9:16 : Maar waarlijk, daarom heb Ik u verwekt, opdat Ik Mijn kracht aan u betoonde, en opdat men Mijn Naam vertelle op de gehele aarde."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַֽ֭/יּוֹשִׁיעֵ/ם",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְמַ֣עַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שְׁמ֑/וֹ",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ֝/הוֹדִ֗יעַ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "גְּבוּרָתֽ/וֹ",
          "strongs": "H1369",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar Hij verloste hen omwille van Zijn Naam,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> opdat Hij Zijn mogendheid bekend maakte.",
      "textSV1888_html": "Doch Hij verloste hen om Zijns Naams<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> wil, opdat Hij Zijn mogendheid bekend maakte.",
      "text1637_html": "Doch hy verlostese om sijnes Naems wille, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> op dat hy sijne mogentheyt bekent maeckte.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Doch",
          "new": "Maar",
          "principe": "V1"
        },
        {
          "old": "om Zijns Naams wil,",
          "new": "omwille van Zijn Naam,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "En Hij schold de Schelfzee, zodat zij verdroogde, en Hij deed hen wandelen door de afgronden, als door een woestijn.",
      "text1637": "Ende hy [17] scholdt de schelf-zee, so datse verdroochde: Ende [e] hy dedese wandelen door [18] de afgronden, [19] als [door] eene woestijne.",
      "text2026": "En Hij schold de Schelfzee, zodat zij verdroogde, en Hij deed hen wandelen door de afgronden, als door een woestijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "schold de: Alzo dat Hij het vloeien van hare golven deed ophouden. Zie dergelijke kracht Gods Ps. 18:16 ; Jes. 50:2 ; Nah. 1:4 ; Matth. 8:26 . Psalmen 18:16 : En de diepe kolken der wateren werden gezien, en de gronden der wereld werden ontdekt, van Uw schelden, o HEERE! van het geblaas des winds van Uw neus. Jesaja 50:2 : Waarom kwam Ik, en er was niemand, waarom riep Ik, en niemand antwoordde? Is Mijn hand dus gans kort geworden, dat zij niet verlossen kan, of is er in Mij geen kracht om uit te redden? Ziet, door Mijn schelding maak Ik de zee droog, Ik stel de rivieren tot een woestijn, dat haar vis stinkt, omdat er geen water is, en sterft van dorst. Nahum 1:4 : Hij scheldt de zee, en maakt ze droog, en Hij verdroogt alle rivieren; Basan en Karmel kwelen, ook kweelt de bloem van Libanon. Mattheüs 8:26 : En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij vreesachtig, gij kleingelovigen? Toen stond Hij op, en bestrafte de winden en de zee; en er werd grote stilte.",
          "text1637": "Also dat hy het vloeyen harer golven dede ophouden. Siet dergelijcke kracht Godes, Psal. 18.16. Ies. 50.2. Nah. 1.4. Matt. 8.26.",
          "text2026": "schold de: Zo dat Hij het vloeien van haar golven deed ophouden. Zie dergelijke kracht van God Ps. 18:16 ; Jes. 50:2 ; Nah. 1:4 ; Matt. 8:26 . Psalmen 18:16 : En de diepe kolken van de wateren werden gezien, en de gronden van de wereld werden ontdekt, van Uw schelden, o JAHWEH! van het geblaas van de wind van Uw neus. Jesaja 50:2 : Waarom kwam Ik, en er was niemand, waarom riep Ik, en niemand antwoordde? Is Mijn hand dus geheel kort geworden, dat zij niet verlossen kan, of is er in Mij geen kracht om uit te redden? Ziet, door Mijn schelding maak Ik de zee droog, Ik stel de rivieren tot een woestijn, dat haar vis stinkt, omdat er geen water is, en sterft van dorst. Nahum 1:4 : Hij scheldt de zee, en maakt ze droog, en Hij verdroogt alle rivieren; Basan en Karmel kwelen, ook kweelt de bloem van Libanon. Mattheüs 8:26 : En Hij zei tot hen: Wat bent u vreesachtig, u kleingelovigen? Toen stond Hij op, en bestrafte de winden en de zee; en er werd grote stilte."
        },
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 14:21 ; idem v. 22 ; idem v. 29 ; Jes. 63:11 ; idem v. 12 ; idem v. 13 . Exodus 14:21 : Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd. Exodus 14:22 : En de kinderen Israëls zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechterhand en aan hun linkerhand. Exodus 14:29 : Maar de kinderen Israëls gingen op het droge, in het midden der zee; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechterhand en aan hun linkerhand. Jesaja 63:11 : Nochtans dacht Hij aan de dagen van ouds, aan Mozes en Zijn volk; maar nu, waar is Hij, Die hen uit de zee opgebracht heeft, met de herders Zijner kudde? Waar is Hij, Die Zijn Heiligen Geest in het midden van hen stelde? Jesaja 63:12 : Die den arm Zijner heerlijkheid heeft doen gaan aan de rechterhand van Mozes; Die de wateren voor hunlieder aangezichten kliefde opdat Hij Zich een eeuwigen Naam maakte? Jesaja 63:13 : Die hen leidde door de afgronden; als een paard in de woestijn, struikelden zij niet.",
          "text1637": "Exod. 14.21, 22, 29. Siet oock Iesa. 63.11, 12, 13.",
          "text2026": "Ex. 14:21 ; idem v. 22 ; idem v. 29 ; Jes. 63:11 ; idem v. 12 ; idem v. 13 . Exodus 14:21 : Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed JAHWEH de zee weggaan, door een sterken oostenwind, die gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd. Exodus 14:22 : En de kinderen van Israël zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechterhand en aan hun linkerhand. Exodus 14:29 : Maar de kinderen van Israël gingen op het droge, in het midden van de zee; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechterhand en aan hun linkerhand. Jesaja 63:11 : Nochtans dacht Hij aan de dagen van ouds, aan Mozes en Zijn volk; maar nu, waar is Hij, Die hen uit de zee opgebracht heeft, met de herders Zijn kudde? Waar is Hij, Die Zijn Heilige Geest in het midden van hen stelde? Jesaja 63:12 : Die de arm Zijn heerlijkheid heeft doen gaan de rechterhand van Mozes; Die de wateren voor hun aangezichten kloof opdat Hij Zich een eeuwigen Naam maakte? Jesaja 63:13 : Die hen leidde door de afgronden; als een paard in de woestijn, struikelden zij niet."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de afgronden: Versta hier door de afgronden den grond der zee, in welke zij tussen die beide hopen waters, die in de Schelfzee tegenover elkanders als muren overeind stonden, doorgingen; Exod. 14:22 , en Exod. 15:5 . Exodus 14:22 : En de kinderen Israëls zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechterhand en aan hun linkerhand. Exodus 15:5 : De afgronden hebben hen bedekt; zij zijn in de diepten gezonken als een steen.",
          "text1637": "Verst. hier door de afgronden, den gront der zee, in de welcke zy tusschen die beyde hoopen waters, die inde schelf-zee tegen over malkanderen als mueren over eynde stonden, doorgingen. Exod. 14.22. ende 15.5.",
          "text2026": "de afgronden: Versta hier door de afgronden de grond van de zee, in welke zij tussen die beide hopen waters, die in de Schelfzee tegenover elkanders als muren overeind stonden, doorgingen; Ex. 14:22 , en Ex. 15:5 . Exodus 14:22 : En de kinderen van Israël zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechterhand en aan hun linkerhand. Exodus 15:5 : De afgronden hebben hen bedekt; zij zijn in de diepten gezonken als een steen."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "als door : Hij wil, zeggen dat de grond van het meer tussen die beide overeindstaande wateren zo hard en droog geweest is, alsof het een dorre woestijn geweest ware.",
          "text1637": "Hy wil seggen, dat des meyrs gront tusschen die beyde over-eynde-stande wateren, soo hart ende soo drooge geweest is, als of’t een dorre woestijne geweest ware.",
          "text2026": "als door : Hij wil, zeggen dat de grond van het meer tussen die beide overeindstaande wateren zo hard en droog geweest is, alsof het een dorre woestijn geweest was."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּגְעַ֣ר",
          "strongs": "H1605",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יַם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "ס֭וּף",
          "strongs": "H5488",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/יֶּחֱרָ֑ב",
          "strongs": "H2717",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/יּוֹלִיכֵ֥/ם",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בַּ֝/תְּהֹמ֗וֹת",
          "strongs": "H8415",
          "morph": "HRd/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "כַּ/מִּדְבָּֽר",
          "strongs": "H4057",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> schold de Schelfzee, zodat zij verdroogde, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Hij deed hen wandelen door<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> de afgronden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> als door een woestijn.",
      "textSV1888_html": "En Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> schold de Schelfzee, zodat zij verdroogde, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Hij deed hen wandelen door<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> de afgronden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> als door een woestijn.",
      "text1637_html": "Ende hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> scholdt de schelf-zee, so datse verdroochde: Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> hy dedese wandelen door <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> de afgronden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> als [door] eene woestijne."
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "En Hij verloste hen uit de hand des haters, en Hij bevrijdde hen van de hand des vijands.",
      "text1637": "Ende hy verlostese uyt de hant [20] des haters, ende hy bevrijddese van de hant des vyants.",
      "text2026": "En Hij verloste hen uit de hand van de hater, en Hij bevrijdde hen van de hand van de vijand.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "des haters: Te weten, van Farao en zijn heir, dat de Israëlieten vervolgde: Exod. 14:23 . Exodus 14:23 : En de Egyptenaars vervolgden hen, en gingen in, achter hen, al de paarden van Farao, zijn wagenen en zijn ruiteren, in het midden van de zee.",
          "text1637": "Te weten, Pharaos, ende sijnes heyrs, dat de Israeliten vervolchde, Exod. 14.23.",
          "text2026": "van de haters: Te weten, van Farao en zijn legermacht, dat de Israëlieten vervolgde: Ex. 14:23 . Exodus 14:23 : En de Egyptenaars vervolgden hen, en gingen in, achter hen, al de paarden van Farao, zijn wagens en zijn ruiteren, in het midden van de zee."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַֽ֭/יּוֹשִׁיעֵ/ם",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HC/Vhw3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/יַּ֣ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "שׂוֹנֵ֑א",
          "strongs": "H8130",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ֝/יִּגְאָלֵ֗/ם",
          "strongs": "H1350",
          "morph": "HC/Vqw3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/יַּ֥ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "אוֹיֵֽב",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En Hij verloste hen uit de hand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> van de hater, en Hij bevrijdde hen van de hand van de vijand.",
      "textSV1888_html": "En Hij verloste hen uit de hand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> des haters, en Hij bevrijdde hen van de hand des vijands.",
      "text1637_html": "Ende hy verlostese uyt de hant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> des haters, ende hy bevrijddese van de hant des vyants.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des haters,",
          "new": "van de hater,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "des vijands.",
          "new": "van de vijand.",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "En de wateren overdekten hun wederpartijders; niet een van hen bleef over.",
      "text1637": "[f] Ende de wateren overdeckten hare wederpartijders: niet een van hen en bleeffer over.",
      "text2026": "En de wateren overdekten hun tegenstanders; niet één van hen bleef over.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 14:27 ; Exod. 15:5 . Exodus 14:27 : Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee; en de zee kwam weder, tegen het naken van den morgenstond, tot haar kracht; en de Egyptenaars vluchtten die tegemoet; en de HEERE stortte de Egyptenaars in het midden der zee. Exodus 15:5 : De afgronden hebben hen bedekt; zij zijn in de diepten gezonken als een steen.",
          "text1637": "Exod. 14.27. ende 15.5.",
          "text2026": "Ex. 14:27 ; Ex. 15:5 . Exodus 14:27 : Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee; en de zee kwam weer, tegen het naken van de morgenstond, tot haar kracht; en de Egyptenaars vluchtten die tegemoet; en JAHWEH stortte de Egyptenaars in het midden van de zee. Exodus 15:5 : De afgronden hebben hen bedekt; zij zijn in de diepten gezonken als een steen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְכַסּוּ",
          "strongs": "H3680",
          "morph": "HC/Vpw3mp"
        },
        {
          "woord": "מַ֥יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "צָרֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H6862",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֥ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ֝/הֶ֗ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "נוֹתָֽר",
          "strongs": "H3498",
          "morph": "HVNp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> En de wateren overdekten hun tegenstanders; niet één van hen bleef over.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> En de wateren overdekten hun wederpartijders; niet een van hen bleef over.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> Ende de wateren overdeckten hare wederpartijders: niet een van hen en bleeffer over.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederpartijders;",
          "new": "tegenstanders;",
          "principe": "V93"
        },
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Toen geloofden zij aan Zijn woorden; zij zongen Zijn lof.",
      "text1637": "[g] Doe geloofden sy aen sijne woorden: sy songen sijnen lof.",
      "text2026": "Toen geloofden zij aan Zijn woorden; zij zongen Zijn lof.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "g",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 14:31 ; Exod. 15:1 . Exodus 14:31 : Ook zag Israël de grote hand, die de HEERE aan de Egyptenaren bewezen had; en het volk vreesde den HEERE, en geloofde in den HEERE, en aan Mozes, Zijn knecht. Exodus 15:1 : Toen zong Mozes en de kinderen Israëls den HEERE dit lied, en spraken, zeggende: Ik zal den HEERE zingen; want Hij is hogelijk verheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen.",
          "text1637": "Exod. 14.31. ende 15.1.",
          "text2026": "Ex. 14:31 ; Ex. 15:1 . Exodus 14:31 : Ook zag Israël de grote hand, die JAHWEH aan de Egyptenaren bewezen had; en het volk vreesde JAHWEH, en geloofde in JAHWEH, en aan Mozes, Zijn knecht. Exodus 15:1 : Toen zong Mozes en de kinderen van Israël JAHWEH dit lied, en spraken, zeggende: Ik zal JAHWEH zingen; want Hij is hernstig verheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יַּאֲמִ֥ינוּ",
          "strongs": "H539",
          "morph": "HC/Vhw3mp"
        },
        {
          "woord": "בִ/דְבָרָ֑י/ו",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יָ֝שִׁ֗ירוּ",
          "strongs": "H7891",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "תְּהִלָּתֽ/וֹ",
          "strongs": "H8416",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> Toen geloofden zij aan Zijn woorden; zij zongen Zijn lof.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> Toen geloofden zij aan Zijn woorden; zij zongen Zijn lof.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> Doe geloofden sy aen sijne woorden: sy songen sijnen lof."
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Doch zij vergaten haast Zijn werken, zij verbeidden naar Zijn raad niet.",
      "text1637": "[Doch] [21] sy vergaten haest [22] sijne wercken: sy [23] en verbeydden nae sijnen raedt niet.",
      "text2026": "Maar zij vergaten haast Zijn werken, zij wachtten naar Zijn raad niet.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zij vergaten: Hebr. zij haastten, zij vergaten. Zie Ps. 45:5 . Psalmen 45:5 : En rijd voorspoediglijk in Uw heerlijkheid, op het woord der waarheid en rechtvaardige zachtmoedigheid; en Uw rechterhand zal U vreselijke dingen leren.",
          "text1637": "Hebr. sy haesteden, sy vergaten. Siet Psal. 45. op vers 5.",
          "text2026": "zij vergaten: Hebr. zij haastten, zij vergaten. Zie Ps. 45:5 . Psalmen 45:5 : En rijd voorspoediglijk in Uw heerlijkheid, op het woord van de waarheid en rechtvaardige zachtmoedigheid; en Uw rechterhand zal U vreselijke dingen leren."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zijn werken: Te weten, die de Heere in en aan de Rode zee gedaan had.",
          "text1637": "Te weten, die de Heere in en aen de roode zee gedaen hadde.",
          "text2026": "Zijn werken: Te weten, die de Heer in en aan de Rode zee gedaan had."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "verbeidden naar Zijn raad: Zij wilden naar de raad van God niet wachten met geduld; maar zij murmureerden tegen Hem; Exod. 15:24 , en Exod. 17:2 ; Ps. 78:41 . Exodus 15:24 : Toen murmureerde het volk tegen Mozes, zeggende: Wat zullen wij drinken? Exodus 17:2 : Toen twistte het volk met Mozes, en zeide: Geeft gijlieden ons water, dat wij drinken! Mozes dan zeide tot hen: Wat twist gij met mij? Waarom verzoekt gij den HEERE? Psalmen 78:41 : Want zij kwamen alweder, en verzochten God, en stelden den Heilige Israëls een perk.",
          "text1637": "Sy en wouden nae den raedt Godes niet wachten met gedult: Maer sy murmureerden tegen hem, Exod. 15.24. ende 17.2. Psal. 78.41.",
          "text2026": "verbeidden naar Zijn raad: Zij wilden naar de raad van God niet wachten met geduld; maar zij morden tegen Hem; Ex. 15:24 , en Ex. 17:2 ; Ps. 78:41 . Exodus 15:24 : Toen morde het volk tegen Mozes, zeggende: Wat zullen wij drinken? Exodus 17:2 : Toen twistte het volk met Mozes, en zei: Geeft u ons water, dat wij drinken! Mozes dan zei tot hen: Wat twist u met mij? Waarom verzoekt u JAHWEH? Psalmen 78:41 : Want zij kwamen opnieuw, en verzochten God, en stelden de Heilige van Israël een perk."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִֽ֭הֲרוּ",
          "strongs": "H4116",
          "morph": "HVpp3cp"
        },
        {
          "woord": "שָׁכְח֣וּ",
          "strongs": "H7911",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "מַעֲשָׂ֑י/ו",
          "strongs": "H4639",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "חִ֝כּ֗וּ",
          "strongs": "H2442",
          "morph": "HVpp3cp"
        },
        {
          "woord": "לַ/עֲצָתֽ/וֹ",
          "strongs": "H6098",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Maar zij vergaten haast<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Zijn werken,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> zij wachtten naar Zijn raad niet.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Doch zij vergaten haast<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Zijn werken,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> zij verbeidden naar Zijn raad niet.",
      "text1637_html": "[Doch] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> sy vergaten haest <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> sijne wercken: sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> en verbeydden nae sijnen raedt niet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Doch",
          "new": "Maar",
          "principe": "V1"
        },
        {
          "old": "verbeidden",
          "new": "wachtten",
          "principe": "V323"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Maar zij werden belust met lust in de woestijn, en zij verzochten God in de wildernis.",
      "text1637": "[h] Maer sy werden belust met lust in de woestijne, ende [24] sy versochten Godt in de wildernisse.",
      "text2026": "Maar zij werden belust met lust in de woestijn, en zij verzochten God in de wildernis.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "h",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 16:3 ; Num. 11:4 ; idem v. 6 ; idem v. 33 ; Ps. 78:18 ; 1 Kor. 10:6 . Exodus 16:3 : En de kinderen Israëls zeiden tot hen: Och, dat wij in Egypteland gestorven waren door de hand des HEEREN, toen wij bij de vleespotten zaten, toen wij tot verzadiging brood aten! Want gijlieden hebt ons uitgeleid in deze woestijn, om deze ganse gemeente door den honger te doden. Numeri 11:4 : En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israëls wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven? Numeri 11:6 : Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen! Numeri 11:33 : Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN tegen het volk, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag. Psalmen 78:18 : En zij verzochten God in hun hart, begerende spijs naar hun lust. 1 Korinthiërs 10:6 : En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs als zij lust gehad hebben.",
          "text1637": "Exod. 16.3. Num. 11.4, 6, 33. Psal. 78.26. 1.Corint. 10.6.",
          "text2026": "Ex. 16:3 ; Num. 11:4 ; idem v. 6 ; idem v. 33 ; Ps. 78:18 ; 1 Kor. 10:6 . Exodus 16:3 : En de kinderen van Israël zeiden tot hen: Och, dat wij in Egypteland gestorven waren door de hand van JAHWEH, toen wij bij de vleespotten zaten, toen wij tot verzadiging brood aten! Want u hebt ons uitgeleid in deze woestijn, om deze gehele gemeente door de honger te doden. Numeri 11:4 : En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen van Israël opnieuw, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven? Numeri 11:6 : Maar nu is onze ziel dor, er is niet met al, behalve dit Man voor onze ogen! Numeri 11:33 : Dat vlees was nog tussen hun tanden, voordat het gekauwd was, zo ontstak de toorn van JAHWEH tegen het volk, en JAHWEH sloeg het volk met een zeer grote plaag. Psalmen 78:18 : En zij verzochten God in hun hart, begerende voedsel naar hun lust. 1 Korinthiërs 10:6 : En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, zoals als zij lust gehad hebben."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zij verzochten: Willende zien of Hij machtig was hun vlees te geven in de woestijn.",
          "text1637": "Willende sien, of hy machtich was haer vleesch te geven inde woestijne.",
          "text2026": "zij verzochten: Willende zien of Hij machtig was hun vlees te geven in de woestijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּתְאַוּ֣וּ",
          "strongs": "H183",
          "morph": "HC/Vtw3mp"
        },
        {
          "woord": "תַ֭אֲוָה",
          "strongs": "H8378",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/מִּדְבָּ֑ר",
          "strongs": "H4057",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יְנַסּוּ",
          "strongs": "H5254",
          "morph": "HC/Vpw3mp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֝֗ל",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בִּֽ/ישִׁימֽוֹן",
          "strongs": "H3452",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> Maar zij werden belust met lust in de woestijn, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> zij verzochten God in de wildernis.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> Maar zij werden belust met lust in de woestijn, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> zij verzochten God in de wildernis.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> Maer sy werden belust met lust in de woestijne, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> sy versochten Godt in de wildernisse."
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Toen gaf Hij hun hun begeerte; maar Hij zond aan hun zielen een magerheid.",
      "text1637": "Doe gaf hy hen [25] hare begeerte: maer hy [i] sondt [26] aen hare zielen eene [27] magerheyt.",
      "text2026": "Toen gaf Hij hun hun begeerte; maar Hij zond aan hun zielen een magerheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hun begeerte: Dat is, hetgeen waar zij om gebeden hadden, te weten vlees; Num. 11:31 . Numeri 11:31 : Toen voer een wind uit van den HEERE, en raapte kwakkelen van de zee, en strooide ze bij het leger, omtrent een dagreize herwaarts, en omtrent een dagreize derwaarts, rondom het leger; en zij waren omtrent twee ellen boven de aarde.",
          "text1637": "D. ’t gene daer sy om gebeden hadden, Te weten, Vleesch, Num. 11.31.",
          "text2026": "hun begeerte: Dat is, wat waar zij om gebeden hadden, te weten vlees; Num. 11:31 . Numeri 11:31 : Toen voer een wind uit van JAHWEH, en raapte kwakkelen van de zee, en strooide ze bij het leger, omtrent een dagreize herwaarts, en omtrent een dagreize daarheen, rondom het leger; en zij waren omtrent twee ellen boven de aarde."
        },
        {
          "marker": "i",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Num. 11:20 ; idem v. 33 ; Ps. 78:30 ; idem v. 31 ; Jes. 10:16 . Numeri 11:20 : Tot een gehele maand toe, totdat het uit uw neus uitga, en u tot walging zij; overmits gij den HEERE, Die in het midden van u is, verworpen hebt, en hebt voor Zijn aangezicht geweend, zeggende: Waarom nu zijn wij uit Egypte getogen? Numeri 11:33 : Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN tegen het volk, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag. Psalmen 78:30 : Zij waren nog niet vervreemd van hun lust; hun spijs was nog in hun mond, Psalmen 78:31 : Als Gods toorn tegen hen opging, dat Hij van hun vetsten doodde, en de uitgelezenen van Israël nedervelde. Jesaja 10:16 : Daarom zal de Heere HEERE der heirscharen onder zijn vetten een magerheid zenden; en onder zijn heerlijkheid zal Hij een brand doen branden, als den brand des vuurs.",
          "text1637": "Num. 11.20, 33. Psal. 78.30, 31. Ies. 10.16.",
          "text2026": "Num. 11:20 ; idem v. 33 ; Ps. 78:30 ; idem v. 31 ; Jes. 10:16 . Numeri 11:20 : Tot een gehele maand toe, totdat het uit uw neus uitga, en u tot walging zij; omdat u JAHWEH, Die in het midden van u is, verworpen hebt, en hebt voor Zijn aangezicht geweend, zeggende: Waarom nu zijn wij uit Egypte getogen? Numeri 11:33 : Dat vlees was nog tussen hun tanden, voordat het gekauwd was, zo ontstak de toorn van JAHWEH tegen het volk, en JAHWEH sloeg het volk met een zeer grote plaag. Psalmen 78:30 : Zij waren nog niet vervreemd van hun lust; hun voedsel was nog in hun mond, Psalmen 78:31 : Als Gods toorn tegen hen opging, dat Hij van hun vetsten doodde, en de uitgelezenen van Israël velde neer. Jesaja 10:16 : Daarom zal de Heer JAHWEH van de legermachten onder zijn vetten een magerheid zenden; en onder zijn heerlijkheid zal Hij een brand doen branden, als de brand van het vuur."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "aan hun zielen: Dat is, aan hunne personen; eigenlijk aan hunne lichamen. Alzo staat er ziel voor persoon; Ps. 105:18 . Psalmen 105:18 : Men drukte zijn voeten in den stok; zijn persoon kwam in de ijzers.",
          "text1637": "D. aen hare persoonen: eygentlick aen hare lichamen. alsoo stater ziele voor persoon, Psal. 105.18.",
          "text2026": "aan hun zielen: Dat is, aan hun personen; eigenlijk aan hun lichamen. Zo staat er ziel voor persoon; Ps. 105:18 . Psalmen 105:18 : Men drukte zijn voeten in de stok; zijn persoon kwam in de ijzers."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, tering. Hij wil zeggen, zij aten wel, maar hadden er geen voedsel van; zij zijn van dat vlees niet vet geworden, maar mager, zolang totdat zij eindelijk geheel zijn verteerd geweest.",
          "text1637": "Of, teeringe. hy wil seggen, sy aten wel, maer hadden daer geen voedtsel van, sy en zijn van dat vleesch niet vet geworden, maer mager, so lange tot dat sy eyndelick geheel zijn verteert geweest.",
          "text2026": "Of, tering. Hij wil zeggen, zij aten wel, maar hadden er geen voedsel van; zij zijn van dat vlees niet vet geworden, maar mager, zolang totdat zij eindelijk geheel zijn verteerd geweest."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּתֵּ֣ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ֭/הֶם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "שֶׁאֱלָתָ֑/ם",
          "strongs": "H7596",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יְשַׁלַּ֖ח",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HC/Vpw3ms"
        },
        {
          "woord": "רָז֣וֹן",
          "strongs": "H7332",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/נַפְשָֽׁ/ם",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen gaf Hij hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> hun begeerte; maar Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> zond<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> aan hun zielen een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> magerheid.",
      "textSV1888_html": "Toen gaf Hij hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> hun begeerte; maar Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> zond<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> aan hun zielen een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> magerheid.",
      "text1637_html": "Doe gaf hy hen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> hare begeerte: maer hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> sondt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> aen hare zielen eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> magerheyt."
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "En zij benijdden Mozes in het leger, en Aäron, den heilige des HEEREN.",
      "text1637": "[k] Ende sy benijdden [28] Mose in’t leger: [ende] [28] Aaron [29] den heyligen des HEEREN.",
      "text2026": "En zij benijdden Mozes in het leger, en Aäron, de heilige van JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "k",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Num. 16:2 . Numeri 16:2 : En zij stonden op voor het aangezicht van Mozes, mitsgaders tweehonderd en vijftig mannen uit de kinderen Israëls, oversten der vergadering, de geroepenen der samenkomst, mannen van naam.",
          "text1637": "Num. 16.2, etc.",
          "text2026": "Num. 16:2 . Numeri 16:2 : En zij stonden op voor het aangezicht van Mozes, en ook tweehonderd en vijftig mannen uit de kinderen van Israël, oversten van de vergadering, de geroepenen van de samenkomst, mannen van naam."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Mozes … Aäron: Alzo dat zij tegen hen opstonden, en hen hielden en scholden voor eergierige en opgeblazen mensen.",
          "text1637": "Alsoo dat sy tegens hen opstonden, ende haer hielden en scholden voor eergierige ende opgeblasene menschen.",
          "text2026": "Mozes … Aäron: Zo dat zij tegen hen opstonden, en hen hielden en scholden voor eergierige en hoogmoedig mensen."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "den heilige: Dat is, welken God afgezonderd en geheiligd had tot zijn dienst om hogepriester te zijn; Exod. 29:44 ; Lev. 8:12 , enz.; Num. 16:5 , 16:7 . Exodus 29:44 : En Ik zal de tent der samenkomst heiligen, mitsgaders het altaar; Ik zal ook Aäron en zijn zonen heiligen, opdat zij Mij het priesterambt bedienen. Leviticus 8:12 : Daarna goot hij van de zalfolie op het hoofd van Aäron, en hij zalfde hem, om hem te heiligen. Numeri 16:5 : En hij sprak tot Korach, en tot zijn ganse vergadering, zeggende: Morgen vroeg dan zal de HEERE bekend maken, wie de Zijne, en de heilige is, dien Hij tot Zich zal doen naderen; en wien Hij verkoren zal hebben, dien zal Hij tot Zich doen naderen. Numeri 16:7 : En doet morgen vuur daarin, legt reukwerk daarop voor het aangezicht des HEEREN; en het zal geschieden, dat de man, dien de HEERE verkiezen zal, die zal heilig zijn. Het is te veel voor u, gij, kinderen van Levi!",
          "text1637": "D. den welcken Godt afgesondert ende geheylicht hadde tot sijnen dienst, om hooge Priester te zijn, Exod. 29.44. Lev. 8.12, etc. Num. 16.5, 7.",
          "text2026": "de heilige: Dat is, welke God afgezonderd en geheiligd had tot zijn dienst om hogepriester te zijn; Ex. 29:44 ; Lev. 8:12 , enz.; Num. 16:5 , 16:7 . Exodus 29:44 : En Ik zal de tent van de samenkomst heiligen, en ook het altaar; Ik zal ook Aäron en zijn zonen heiligen, opdat zij Mij het priesterambt bedienen. Leviticus 8:12 : Daarna goot hij van de zalfolie op het hoofd van Aäron, en hij zalfde hem, om hem te heiligen. Numeri 16:5 : En hij sprak tot Korach, en tot zijn gehele vergadering, zeggende: Morgen vroeg dan zal JAHWEH bekend maken, wie de Zijn, en de heilige is, die Hij tot Zich zal doen naderen; en wie Hij gekozen zal hebben, die zal Hij tot Zich doen naderen. Numeri 16:7 : En doet morgen vuur daarin, legt reukwerk daarop voor het aangezicht van JAHWEH; en het zal gebeuren, dat de man, die JAHWEH verkiezen zal, die zal heilig zijn. Het is te veel voor u, u, kinderen van Levi!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְקַנְא֣וּ",
          "strongs": "H7065",
          "morph": "HC/Vpw3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ֭/מֹשֶׁה",
          "strongs": "H4872",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "בַּֽ/מַּחֲנֶ֑ה",
          "strongs": "H4264",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לְ֝/אַהֲרֹ֗ן",
          "strongs": "H175",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "קְד֣וֹשׁ",
          "strongs": "H6918",
          "morph": "HAamsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> En zij benijdden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Mozes in het leger, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Aäron, de heilige van JAHWEH.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> En zij benijdden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Mozes in het leger, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Aäron, den heilige des HEEREN.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"k\">k</sup> Ende sy benijdden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Mose in’t leger: [ende] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Aaron <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> den heyligen des HEEREN.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des HEEREN.",
          "new": "van JAHWEH.",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "De aarde deed zich open, en verslond Dathan, en overdekte de vergadering van Abiram.",
      "text1637": "[l] De aerde dede haer op, ende verslondt Dathan, ende overdeckte [30] de vergaderinge Abirams.",
      "text2026": "De aarde deed zich open, en verslond Dathan, en overdekte de vergadering van Abiram.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "l",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Num. 16:31 ; idem v. 32 ; idem v. 33 ; Deut. 11:6 . Numeri 16:31 : En het geschiedde, als hij geëindigd had al deze woorden te spreken, zo werd het aardrijk, dat onder hen was, gekloofd; Numeri 16:32 : En de aarde opende haar mond, en verslond hen met hun huizen, en allen mensen, die Korach toebehoorden, en al de have. Numeri 16:33 : En zij voeren neder, zij en alles wat hunner was, levend ter helle; en de aarde overdekte hen, en zij kwamen om uit het midden der gemeente. Deuteronomium 11:6 : Daarboven, wat Hij gedaan heeft aan Dathan, en aan Abiram, zonen van Eliab, den zoon van Ruben; hoe de aarde haar mond opendeed, en hen verslond met hun huisgezinnen, en hun tenten, ja, al wat bestond, dat hun aanging, in het midden van gans Israël.",
          "text1637": "Num. 16.31, 32, 33. Deut. 11.6.",
          "text2026": "Num. 16:31 ; idem v. 32 ; idem v. 33 ; Deut. 11:6 . Numeri 16:31 : En het geschiedde, als hij geëindigd had al deze woorden te spreken, zo werd het aarde, dat onder hen was, gekloofd; Numeri 16:32 : En de aarde opende haar mond, en verslond hen met hun huizen, en allen mensen, die Korach toebehoorden, en al de bezittingen. Numeri 16:33 : En zij voeren neder, zij en alles wat hun was, levend ter dodenrijk; en de aarde overdekte hen, en zij kwamen om uit het midden van de gemeente. Deuteronomium 11:6 : Daarboven, wat Hij gedaan heeft aan Dathan, en aan Abiram, zonen van Eliab, de zoon van Ruben; hoe de aarde haar mond opendeed, en hen verslond met hun huisgezinnen, en hun tenten, ja, al wat bestond, dat hun aanging, in het midden van geheel Israël."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de vergadering: Dat is, het volk dat hem aanhing.",
          "text1637": "D. het volck dat hem aenhing.",
          "text2026": "de vergadering: Dat is, het volk dat hem aanhing."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תִּפְתַּח",
          "strongs": "H6605",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "אֶ֭רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/תִּבְלַ֣ע",
          "strongs": "H1104",
          "morph": "HC/Vqw3fs"
        },
        {
          "woord": "דָּתָ֑ן",
          "strongs": "H1885",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ֝/תְּכַ֗ס",
          "strongs": "H3680",
          "morph": "HC/Vpw3fs"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עֲדַ֥ת",
          "strongs": "H5712",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "אֲבִירָֽם",
          "strongs": "H48",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> De aarde deed zich open, en verslond Dathan, en overdekte<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> de vergadering van Abiram.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> De aarde deed zich open, en verslond Dathan, en overdekte<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> de vergadering van Abiram.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"l\">l</sup> De aerde dede haer op, ende verslondt Dathan, ende overdeckte <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> de vergaderinge Abirams."
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "En een vuur brandde onder hun vergadering, een vlam stak de goddelozen aan brand.",
      "text1637": "Ende [m] een vyer brandde [31] onder hare vergaderinge, een vlamme stack de godtloose aen brant.",
      "text2026": "En een vuur brandde onder hun vergadering, een vlam stak de goddelozen aan brand.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "m",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Num. 16:35 ; idem v. 46 . Numeri 16:35 : Daartoe ging een vuur uit van den HEERE, en verteerde die tweehonderd en vijftig mannen, die reukwerk offerden. Numeri 16:46 : En Mozes zeide tot Aäron: Neem het wierookvat, en doe vuur daarin van het altaar, en leg reukwerk daarop, haastelijk gaande tot de vergadering, doe over hen verzoening; want een grote toorn is van voor het aangezicht des HEEREN uitgegaan, de plaag heeft aangevangen.",
          "text1637": "Num. 16.35, 46.",
          "text2026": "Num. 16:35 ; idem v. 46 . Numeri 16:35 : Daartoe ging een vuur uit van JAHWEH, en verteerde die tweehonderd en vijftig mannen, die reukwerk offerden. Numeri 16:46 : En Mozes zei tot Aäron: Neem het wierookvat, en doe vuur daarin van het altaar, en leg reukwerk daarop, haastig gaande tot de vergadering, doe over hen verzoening; want een grote toorn is van voor het aangezicht van JAHWEH uitgegaan, de plaag heeft aangevangen."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "onder hun vergadering: Te weten, tegen Korach en zijner medeschuldigen vergadering.",
          "text1637": "T.w. tegen Korachs ende sijner mede-complicen vergaderinge.",
          "text2026": "onder hun vergadering: Te weten, tegen Korach en zijn medeschuldigen vergadering."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/תִּבְעַר",
          "strongs": "H1197",
          "morph": "HC/Vqw3fs"
        },
        {
          "woord": "אֵ֥שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/עֲדָתָ֑/ם",
          "strongs": "H5712",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לֶ֝הָבָ֗ה",
          "strongs": "H3852",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "תְּלַהֵ֥ט",
          "strongs": "H3857",
          "morph": "HVpi3fs"
        },
        {
          "woord": "רְשָׁעִֽים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> een vuur brandde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> onder hun vergadering, een vlam stak de goddelozen aan brand.",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> een vuur brandde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> onder hun vergadering, een vlam stak de goddelozen aan brand.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"m\">m</sup> een vyer brandde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> onder hare vergaderinge, een vlamme stack de godtloose aen brant."
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Zij maakten een kalf bij Horeb, en zij bogen zich voor een gegoten beeld.",
      "text1637": "[n] Sy maeckten een kalf by [32] Horeb, ende sy bogen haer voor een gegoten beelt.",
      "text2026": "Zij maakten een kalf bij Horeb, en zij bogen zich voor een gegoten beeld.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "n",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 32:4 . Exodus 32:4 : En hij nam ze uit hun hand, en hij bewierp het met een griffie, en hij maakte een gegoten kalf daaruit. Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israël! die u uit Egypteland opgevoerd hebben.",
          "text1637": "Exod. 32.4.",
          "text2026": "Ex. 32:4 . Exodus 32:4 : En hij nam ze uit hun hand, en hij bewierp het met een griffie, en hij maakte een gegoten kalf daaruit. Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israël! die u uit Egypteland opgevoerd hebben."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit is de naam van een berg in de woestijn, anders genoemd de berg Gods; Exod. 3:1 , en 1 Kon. 19:8 , ook Sinaï, Ps. 68:9 . Zie de aantekening bij Deut. 1 ;2. Exodus 3:1 : En Mozes hoedde de kudde van Jethro, zijn schoonvader, den priester in Midian; en hij leidde de kudde achter de woestijn, en hij kwam aan den berg Gods, aan Horeb. 1 Koningen 19:8 : Zo stond hij op, en at, en dronk; en hij ging, door de kracht derzelver spijs, veertig dagen en veertig nachten, tot aan den berg Gods, Horeb. Psalmen 68:9 : Daverde de aarde, ook dropen de hemelen voor Gods aanschijn; zelfs deze Sinaï, voor het aanschijn Gods, des Gods van Israël.",
          "text1637": "Dit is de name eenes berchs in de woestijne, anders genoemt de berch Godes, Exo. 3.1. ende 1.Reg. 19.8. oock Sinai, Psal. 68.9. Siet d’aenteeck. Deut. 1. op vers 2.",
          "text2026": "Dit is de naam van een berg in de woestijn, anders genoemd de berg van God; Ex. 3:1 , en 1 Kon. 19:8 , ook Sinaï, Ps. 68:9 . Zie de aantekening bij Deut. 1 ;2. Exodus 3:1 : En Mozes hoedde de kudde van Jethro, zijn schoonvader, de priester in Midian; en hij leidde de kudde achter de woestijn, en hij kwam aan de berg van God, aan Horeb. 1 Koningen 19:8 : Zo stond hij op, en at, en dronk; en hij ging, door de kracht van die voedsel, veertig dagen en veertig nachten, tot aan de berg van God, Horeb. Psalmen 68:9 : Daverde de aarde, ook dropen de hemel voor Gods aangezicht; zelfs deze Sinaï, voor het aangezicht van God, van God van Israël."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יַעֲשׂוּ",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "עֵ֥גֶל",
          "strongs": "H5695",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/חֹרֵ֑ב",
          "strongs": "H2722",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וַ֝/יִּשְׁתַּחֲו֗וּ",
          "strongs": "H7812",
          "morph": "HC/Vtw3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/מַסֵּכָֽה",
          "strongs": "H4541",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> Zij maakten een kalf bij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Horeb, en zij bogen zich voor een gegoten beeld.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> Zij maakten een kalf bij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Horeb, en zij bogen zich voor een gegoten beeld.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"n\">n</sup> Sy maeckten een kalf by <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Horeb, ende sy bogen haer voor een gegoten beelt."
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "En zij veranderden hun Eer in de gedaante van een os, die gras eet.",
      "text1637": "Ende sy veranderden [33] hare eere in de gedaente van [34] eenen osse, die gras eett.",
      "text2026": "En zij veranderden hun Eer in de gedaante van een os, die gras eet.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hun Eer: Te weten, hunnen God, die hun rechte eer en onwaardeerlijke schat was; gelijk Jer. 2:11 ,; Rom. 1:23 , die zich hun wonderbaarlijk openbaarde, hen tot zijn volk had aangenomen en een verbond met hen gemaakt had. Jeremia 2:11 : Heeft ook een volk de goden veranderd, hoewel dezelve geen goden zijn? Nochtans heeft Mijn volk zijn Eer veranderd in hetgeen geen nut doet. Romeinen 1:23 : En hebben de heerlijkheid des onverderfelijken Gods veranderd in de gelijkenis eens beelds van een verderfelijk mens, en van gevogelte, en van viervoetige en kruipende gedierten.",
          "text1637": "T.w. haren Godt, die hare rechte eere ende onweerdeerlicken schat was, als Ier. 2.11. Rom. 1.23. die sich haer wonderbaerlick openbaerde, haer tot sijn volck hadde aengenomen, ende een verbondt met haer gemaeckt hadde.",
          "text2026": "hun Eer: Te weten, hun God, die hun rechte eer en onwaardeerlijke schat was; gelijk Jer. 2:11 ,; Rom. 1:23 , die zich hun wonderbaarlijk openbaarde, hen tot zijn volk had aangenomen en een verbond met hen gemaakt had. Jeremia 2:11 : Heeft ook een volk de goden veranderd, hoewel dezelfde geen goden zijn? Nochtans heeft Mijn volk zijn Eer veranderd in wat geen nut doet. Romeinen 1:23 : En hebben de heerlijkheid van de onverderfelijken Gods veranderd in de gelijkenis eens beelds van een verderfelijk mens, en van gevogelte, en van viervoetige en kruipende gedierten."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "een os: Dat is, van een kalf.",
          "text1637": "Dat is, eenes Kalfs.",
          "text2026": "een os: Dat is, van een kalf."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יָּמִ֥ירוּ",
          "strongs": "H4171",
          "morph": "HC/Vhw3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "כְּבוֹדָ֑/ם",
          "strongs": "H3519",
          "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תַבְנִ֥ית",
          "strongs": "H8403",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "שׁ֝֗וֹר",
          "strongs": "H7794",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֹכֵ֥ל",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "עֵֽשֶׂב",
          "strongs": "H6212",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zij veranderden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> hun Eer in de gedaante van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> een os, die gras eet.",
      "textSV1888_html": "En zij veranderden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> hun Eer in de gedaante van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> een os, die gras eet.",
      "text1637_html": "Ende sy veranderden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> hare eere in de gedaente van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> eenen osse, die gras eett."
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Zij vergaten God, hun Heiland, Die grote dingen gedaan had in Egypte;",
      "text1637": "Sy vergaten Godes hares heylants, die groote dingen gedaen hadde in Egypten:",
      "text2026": "Zij vergaten God, hun Heiland, Die grote dingen gedaan had in Egypte;",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָׁ֭כְחוּ",
          "strongs": "H7911",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֣ל",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מוֹשִׁיעָ֑/ם",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HVhrmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עֹשֶׂ֖ה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "גְדֹל֣וֹת",
          "strongs": "H1419",
          "morph": "HAafpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מִצְרָֽיִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij vergaten God, hun Heiland, Die grote dingen gedaan had in Egypte;",
      "text1637_html": "Sy vergate<i>n</i> Godes hares heylants, die groote dinge<i>n</i> gedaen hadde in Egypte<i>n</i>:"
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "Wonderdaden in het land van Cham; vreselijke dingen aan de Schelfzee.",
      "text1637": "Wonderdaden [35] in het lant Chams: vreeslicke dingen aen de schelf-zee.",
      "text2026": "Wonderdaden in het land van Cham; vreselijke dingen aan de Schelfzee.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in het land van Cham: Dat is, in Egypte, gelijk Ps. 78:51 , en Ps. 105:23 . Psalmen 78:51 : En Hij sloeg al het eerstgeborene in Egypte, het beginsel der krachten in de tenten van Cham. Psalmen 105:23 : Daarna kwam Israël in Egypte, en Jakob verkeerde als vreemdeling in het land van Cham.",
          "text1637": "D. in Egypten, als Psal. 78.51. ende 105.23.",
          "text2026": "in het land van Cham: Dat is, in Egypte, gelijk Ps. 78:51 , en Ps. 105:23 . Psalmen 78:51 : En Hij sloeg al het eerstgeborene in Egypte, het begin van de krachten in de tenten van Cham. Psalmen 105:23 : Daarna kwam Israël in Egypte, en Jakob verkeerde als vreemdeling in het land van Cham."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נִ֭פְלָאוֹת",
          "strongs": "H6381",
          "morph": "HVNrfpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "חָ֑ם",
          "strongs": "H2526",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "נ֝וֹרָא֗וֹת",
          "strongs": "H3372",
          "morph": "HVNrfpa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יַם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "סֽוּף",
          "strongs": "H5488",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Wonderdaden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> in het land van Cham; vreselijke dingen aan de Schelfzee.",
      "textSV1888_html": "Wonderdaden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> in het land van Cham; vreselijke dingen aan de Schelfzee.",
      "text1637_html": "Wonderdaden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> in het lant Chams: vreeslicke dingen aen de schelf-zee."
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "Dies Hij zeide, dat Hij hen verdelgen zou, ten ware Mozes, Zijn uitverkorene, in de scheure voor Zijn aangezicht gestaan had, om Zijn grimmigheid af te keren, dat Hij hen niet verdierf.",
      "text1637": "[o] Dies hy seyde, dat hyse verdelgen soude, ten ware dat Mose, sijn uytverkoren, [36] in de scheure voor sijn aengesichte gestaen hadde, om sijne grimmicheyt af te keeren, dat hyse niet en verdorf.",
      "text2026": "Daarom Hij zei, dat Hij hen vernietigen zou, tenzij Mozes, Zijn uitverkorene, in de scheure voor Zijn aangezicht gestaan had, om Zijn woede af te keren, dat Hij hen niet verdierf.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "o",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 32:11 ; idem v. 32 ; Deut. 9:13 ; idem 9:14 ; Deut. 10:10 . Exodus 32:11 : Doch Mozes aanbad het aangezicht des HEEREN zijns Gods, en hij zeide: O HEERE! waarom zou Uw toorn ontsteken tegen Uw volk, hetwelk Gij met grote kracht, en met een sterke hand, uit Egypteland uitgevoerd hebt? Exodus 32:32 : Nu dan, indien Gij hun zonden vergeven zult! doch zo niet, zo delg mij nu uit Uw boek, hetwelk Gij geschreven hebt. Deuteronomium 9:13 : Voorts sprak de HEERE tot mij, zeggende: Ik heb dit volk aangemerkt, en zie, het is een hardnekkig volk. Deuteronomium 9:14 : Laat van Mij af, dat Ik hen verdelge, en hun naam van onder den hemel uitdoe; en Ik zal u tot een machtiger en meerder volk maken, dan dit is. Deuteronomium 10:10 : En ik stond op den berg, als de vorige dagen, veertig dagen en veertig nachten; en de HEERE verhoorde mij ook op datzelve maal; de HEERE heeft u niet willen verderven.",
          "text1637": "Exod. 32.11, 32. Deut. 9.13, 14. ende 10.10.",
          "text2026": "Ex. 32:11 ; idem v. 32 ; Deut. 9:13 ; idem 9:14 ; Deut. 10:10 . Exodus 32:11 : Maar Mozes aanbad het aangezicht van JAHWEH zijns Gods, en hij zei: O JAHWEH! waarom zou Uw toorn ontsteken tegen Uw volk, dat U met grote kracht, en met een sterke hand, uit Egypteland uitgevoerd hebt? Exodus 32:32 : Nu dan, als U hun zonden vergeven zult! maar zo niet, zo delg mij nu uit Uw boek, dat U geschreven hebt. Deuteronomium 9:13 : Verder sprak JAHWEH tot mij, zeggende: Ik heb dit volk aangemerkt, en zie, het is een hardnekkig volk. Deuteronomium 9:14 : Laat van Mij af, dat Ik hen verdelge, en hun naam van onder de hemel uitdoe; en Ik zal u tot een machtiger en meerder volk maken, dan dit is. Deuteronomium 10:10 : En ik stond op de berg, als de vorige dagen, veertig dagen en veertig nachten; en JAHWEH verhoorde mij ook op datzelfde maal; JAHWEH heeft u niet willen verderven."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in de scheur: Of, in de reet, breuk, bres, welke hunne zonde Gode geopend had, hun vijand geworden zijnde vanwege hunne zonden, om tot hun verderf tot hen in te komen. Het is een manier van spreken genomen van de krijgslieden, die door reten, scheuren of bressen der muren in de stad komen, Ezech. 22:30 ; maar het ijverig en ernstig gebed van Mozes heeft de bres gestopt; Exod. 32:11 , 32:12 , 32:13 , 32:14 . Ezechiël 22:30 : Ik zocht nu een man uit hen, die den muur mocht toemuren, en voor Mijn aangezicht in de bresse staan voor het land, opdat Ik het niet mocht verderven; maar Ik vond niemand. Exodus 32:11 : Doch Mozes aanbad het aangezicht des HEEREN zijns Gods, en hij zeide: O HEERE! waarom zou Uw toorn ontsteken tegen Uw volk, hetwelk Gij met grote kracht, en met een sterke hand, uit Egypteland uitgevoerd hebt? Exodus 32:12 : Waarom zouden de Egyptenaars spreken, zeggende: In kwaadheid heeft Hij hen uitgevoerd, opdat Hij hen doodde op de bergen, en opdat Hij hen vernielde van den aardbodem? Keer af van de hittigheid Uws toorns, en laat het U over het kwaad Uws volks berouwen. Exodus 32:13 : Gedenk aan Abraham, aan Izak en aan Israël, Uw knechten, aan welke Gij bij Uzelven gezworen hebt, en hebt tot hen gesproken: Ik zal uw zaad vermenigvuldigen als de sterren des hemels; en dit gehele land, waarvan Ik gezegd heb, zal Ik aan ulieder zaad geven, dat zij het erfelijk bezitten in eeuwigheid. Exodus 32:14 : Toen berouwde het den HEERE over het kwaad, hetwelk Hij gesproken had Zijn volk te zullen doen.",
          "text1637": "Of, in de rete, breucke, bresse, de welcke hare sonde Gode geopent hadde, haren vyant geworden zijnde, van wegen hare sonden, om tot haren verderve tot haer in te komen. het is eene maniere van spreken genomen van de krijgslieden, die door reten, scheuren, of bressen der mueren, in de stadt komen, Ezech. 22.30. maer het yverich ende eernstich gebedt Mosis heeft de bresse gestopt, Exod. 32.11...... 14.",
          "text2026": "in de scheur: Of, in de reet, breuk, bres, welke hun zonde voor God geopend had, hun vijand geworden zijnde vanwege hun zonden, om tot hun verderf tot hen in te komen. Het is een manier van spreken genomen van de krijgslieden, die door reten, scheuren of bressen van de muren in de stad komen, Ez. 22:30 ; maar het ijverig en ernstig gebed van Mozes heeft de bres gestopt; Ex. 32:11 , 32:12 , 32:13 , 32:14 . Ezechiël 22:30 : Ik zocht nu een man uit hen, die de muur mocht toemuren, en voor Mijn aangezicht in de bresse staan voor het land, opdat Ik het niet mocht verderven; maar Ik vond niemand. Exodus 32:11 : Maar Mozes aanbad het aangezicht van JAHWEH zijns Gods, en hij zei: O JAHWEH! waarom zou Uw toorn ontsteken tegen Uw volk, dat U met grote kracht, en met een sterke hand, uit Egypteland uitgevoerd hebt? Exodus 32:12 : Waarom zouden de Egyptenaars spreken, zeggende: In kwaadheid heeft Hij hen uitgevoerd, opdat Hij hen doodde op de bergen, en opdat Hij hen vernielde van de aardbodem? Keer af van de hitte Uws toorns, en laat het U over het kwaad Uws volks berouwen. Exodus 32:13 : Gedenk aan Abraham, aan Izak en aan Israël, Uw knechten, aan welke U bij Uzelven gezworen hebt, en hebt tot hen gesproken: Ik zal uw zaad vermenigvuldigen als de sterren van de hemel; en dit gehele land, waarvan Ik gezegd heb, zal Ik aan ulieder zaad geven, dat zij het erfelijk bezitten in eeuwigheid. Exodus 32:14 : Toen berouwde JAHWEH over het kwaad, dat Hij gesproken had Zijn volk te zullen doen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֹּ֗אמֶר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "לְֽ/הַשְׁמִ֫ידָ֥/ם",
          "strongs": "H8045",
          "morph": "HR/Vhc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לוּלֵ֡י",
          "strongs": "H3884",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "מֹ֘שֶׁ֤ה",
          "strongs": "H4872",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְחִיר֗/וֹ",
          "strongs": "H972",
          "morph": "HAamsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "עָמַ֣ד",
          "strongs": "H5975",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "בַּ/פֶּ֣רֶץ",
          "strongs": "H6556",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/פָנָ֑י/ו",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/הָשִׁ֥יב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "חֲ֝מָת֗/וֹ",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מֵֽ/הַשְׁחִֽית",
          "strongs": "H7843",
          "morph": "HR/Vhc"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> Daarom Hij zei, dat Hij hen vernietigen zou, tenzij Mozes, Zijn uitverkorene,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> in de scheure voor Zijn aangezicht gestaan had, om Zijn woede af te keren, dat Hij hen niet verdierf.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> Dies Hij zeide, dat Hij hen verdelgen zou, ten ware Mozes, Zijn uitverkorene,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> in de scheure voor Zijn aangezicht gestaan had, om Zijn grimmigheid af te keren, dat Hij hen niet verdierf.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"o\">o</sup> Dies hy seyde, dat hyse verdelgen soude, ten ware dat Mose, sijn uytverkoren, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> in de scheure voor sijn aengesichte gestaen hadde, om sijne grimmicheyt af te keeren, dat hyse niet en verdorf.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Dies",
          "new": "Daarom",
          "principe": "V333"
        },
        {
          "old": "zeide,",
          "new": "zei,",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "verdelgen",
          "new": "vernietigen",
          "principe": "V375"
        },
        {
          "old": "ten ware",
          "new": "tenzij",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "grimmigheid",
          "new": "woede",
          "principe": "V77"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "Zij versmaadden ook het gewenste land; zij geloofden Zijn woord niet.",
      "text1637": "[p] Sy versmaedden oock [37] het gewenschte lant: [38] sy en geloofden sijn woort niet.",
      "text2026": "Zij versmaadden ook het gewenste land; zij geloofden Zijn woord niet.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "p",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Num. 14:1 ; idem v. 2 . Numeri 14:1 : Toen verhief zich de gehele vergadering, en zij hieven hun stem op, en het volk weende in dienzelven nacht. Numeri 14:2 : En al de kinderen Israëls murmureerden tegen Mozes en tegen Aäron; en de gehele vergadering zeide tot hen: Och, of wij in Egypteland gestorven waren! of, och, of wij in deze woestijn gestorven waren!",
          "text1637": "Num. 14.1, 2.",
          "text2026": "Num. 14:1 ; idem v. 2 . Numeri 14:1 : Toen verhief zich de gehele vergadering, en zij hieven hun stem op, en het volk weende in dienzelven nacht. Numeri 14:2 : En al de kinderen van Israël morden tegen Mozes en tegen Aäron; en de gehele vergadering zei tot hen: Och, of wij in Egypteland gestorven waren! of, och, of wij in deze woestijn gestorven waren!"
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het gewenste: Hebr., אֶרֶץ, het land der begeerte; dat is, het land van Kanaän, hetwelk een schoon gewenst land was, vloeiende van melk en honing, waar ook de vrome voorvaders een grote begeerte toe gehad hadden. Zie Deut. 8:7 , en Deut. 11:10 , 11:11 , 11:12 ; Jer. 3:19 ; Ezech. 20:6 . Deuteronomium 8:7 : Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten; Deuteronomium 11:10 : Want het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven, is niet als Egypteland, van waar gij uitgegaan zijt, hetwelk gij bezaaidet met uw zaad, en bewaterdet met uw gang, als een kruidhof. Deuteronomium 11:11 : Maar het land, waarheen gij overtrekt, om dat te erven, is een land van bergen en van dalen; het drinkt water bij den regen des hemels; Deuteronomium 11:12 : Een land, dat de HEERE, uw God, bezorgt; de ogen des HEEREN, uws Gods, zijn gedurig daarop, van het begin des jaars tot het einde des jaars. Jeremia 3:19 : Ik zeide wel: Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten, en u geven het gewenste land, de sierlijke erfenis van de heirscharen der heidenen? Maar Ik zeide: Gij zult tot Mij roepen: Mijn Vader! en gij zult van achter Mij niet afkeren. Ezechiël 20:6 : Ten zelven dage hief Ik Mijn hand tot hen op, dat Ik hen uit Egypteland uitvoeren zou, in een land, dat Ik voor hen uitgespeurd had, vloeiende van melk en honig, hetwelk het sieraad is van alle landen.",
          "text1637": "Hebr. het lant der begeerte, D. het lant van Canaan, ’twelck een schoon gewenscht lant was, vloeyende van melck ende honich, daer oock de vroome voor-vaders een groote begeerte toe gehadt hadden. Siet Deut. 8.7. ende 11. versen 10, 11, 12. Ier. 3.19. Ezec. 20.6.",
          "text2026": "het gewenste: Hebr., אֶרֶץ, het land van de begeerte; dat is, het land van Kanaän, dat een schoon gewenst land was, vloeiende van melk en honing, waar ook de vrome voorvaders een grote begeerte toe gehad hadden. Zie Deut. 8:7 , en Deut. 11:10 , 11:11 , 11:12 ; Jer. 3:19 ; Ez. 20:6 . Deuteronomium 8:7 : Want JAHWEH, uw God, brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten; Deuteronomium 11:10 : Want het land, waar u naar toe gaat, om dat te erven, is niet als Egypteland, van waar u uitgegaan bent, dat u bezaaide met uw zaad, en bewaterde met uw gang, als een kruidhof. Deuteronomium 11:11 : Maar het land, waarheen u overtrekt, om dat te erven, is een land van bergen en van dalen; het drinkt water bij de regen van de hemel; Deuteronomium 11:12 : Een land, dat JAHWEH, uw God, bezorgt; de ogen van JAHWEH, uws Gods, zijn gedurig daarop, van het begin van de jaar tot het einde van de jaar. Jeremia 3:19 : Ik zei wel: Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten, en u geven het gewenste land, de sierlijke erfenis van de legermachten van de heidenen? Maar Ik zei: U zult tot Mij roepen: Mijn Vader! en u zult van achter Mij niet afkeren. Ezechiël 20:6 : Ten zelven dage hief Ik Mijn hand tot hen op, dat Ik hen uit Egypteland uitvoeren zou, in een land, dat Ik voor hen uitgespeurd had, vloeiende van melk en honig, dat het sieraad is van alle landen."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zij geloofden: Dat is, zij geloofden de beloften Gods niet, dat Hij hen in het beloofde land brengen en daarin bewaren zou; maar uit ongeloof wilden zij weder naar Egypte keren.",
          "text1637": "D. sy en geloofden de beloften Godes niet, dat hy haer in het beloofde lant brengen, ende daer in bewaren soude: maer uyt ongeloove wouden sy weder nae Egypten keeren.",
          "text2026": "zij geloofden: Dat is, zij geloofden de beloften van God niet, dat Hij hen in het beloofde land brengen en daarin bewaren zou; maar uit ongeloof wilden zij weer naar Egypte keren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַֽ֭/יִּמְאֲסוּ",
          "strongs": "H3988",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "חֶמְדָּ֑ה",
          "strongs": "H2532",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "הֶ֝אֱמִ֗ינוּ",
          "strongs": "H539",
          "morph": "HVhp3cp"
        },
        {
          "woord": "לִ/דְבָרֽ/וֹ",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"p\">p</sup> Zij versmaadden ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> het gewenste<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> land; zij geloofden Zijn woord niet.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"p\">p</sup> Zij versmaadden ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> het gewenste<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> land; zij geloofden Zijn woord niet.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"p\">p</sup> Sy versmaedden oock <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> het gewenschte lant: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> sy en geloofden sijn woort niet."
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "Maar zij murmureerden in hun tenten; naar de stem des HEEREN hoorden zij niet.",
      "text1637": "Maer sy murmureerden in hare tenten: [39] nae de stemme des HEEREN en hoordense niet.",
      "text2026": "Maar zij morden in hun tenten; naar de stem van JAHWEH hoorden zij niet.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "naar de stem: Hij geeft te kennen dat het volk onwillig was naar het beloofde land toe te trekken; Deut. 1:32 . Deuteronomium 1:32 : Maar door dit woord geloofdet gij niet aan den HEERE, uw God.",
          "text1637": "Hy geeft te kennen, dat het volck onwillich was nae het beloofde lant toe te trecken. Deut. 1.32.",
          "text2026": "naar de stem: Hij geeft te kennen dat het volk onwillig was naar het beloofde land toe te trekken; Deut. 1:32 . Deuteronomium 1:32 : Maar door dit woord geloofde u niet aan JAHWEH, uw God."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֵּרָגְנ֥וּ",
          "strongs": "H7279",
          "morph": "HC/VNw3mp"
        },
        {
          "woord": "בְ/אָהֳלֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H168",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֝מְע֗וּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ק֣וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar zij morden in hun tenten;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> naar de stem van JAHWEH hoorden zij niet.",
      "textSV1888_html": "Maar zij murmureerden in hun tenten;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> naar de stem des HEEREN hoorden zij niet.",
      "text1637_html": "Maer sy murmureerden in hare tenten: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> nae de stemme des HEEREN en hoordense niet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "murmureerden",
          "new": "morden",
          "principe": "V493"
        },
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 26,
      "textSV1888": "Dies hief Hij tegen hen Zijn hand op, zwerende, dat Hij hen nedervellen zou in de woestijn;",
      "text1637": "Dies [40] [q] hief hy tegen hen sijne hant op [sweerende] dat hyse nedervellen soude in de woestijne.",
      "text2026": "Daarom hief Hij tegen hen Zijn hand op, zwerende, dat Hij hen neervellen zou in de woestijn;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "q",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Num. 14:28 . Numeri 14:28 : Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, indien Ik ulieden zo niet doe, gelijk als gij in Mijn oren gesproken hebt!",
          "text1637": "Num. 14.28.",
          "text2026": "Num. 14:28 . Numeri 14:28 : Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt JAHWEH, als Ik u zo niet doe, gelijk als u in Mijn oren gesproken hebt!"
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hief Hij tegen: Zie de aantekening bij Gen. 14:22 . Doch hoe en wat God tegen dit volk gezworen heeft, zie breder Deut. 2:14 ; Num. 14:21 , 14:23 ; Ps. 95:11 . Genesis 14:22 : Doch Abram zeide tot den koning van Sodom: Ik heb mijn hand opgeheven tot den HEERE, den allerhoogsten God, Die hemel en aarde bezit; Deuteronomium 2:14 : De dagen nu, die wij gewandeld hebben van Kades-barnea, totdat wij over de beek Zered getogen zijn, waren acht en dertig jaren; totdat het ganse geslacht der krijgslieden uit het midden der heirlegers verteerd was, gelijk de HEERE hun gezworen had. Numeri 14:21 : Doch zekerlijk, zo waarachtig als Ik leef, zo zal de ganse aarde met de heerlijkheid des HEEREN vervuld worden! Numeri 14:23 : Zo zij het land, hetwelk Ik aan hun vaderen gezworen heb, zien zullen. Ja, geen van die Mij getergd hebben, zullen dat zien! Psalmen 95:11 : Daarom heb Ik in Mijn toorn gezworen: Zo zij in Mijn rust zullen ingaan!",
          "text1637": "Siet Genes. 14. de aenteeck. op vers 22. Doch hoe ende wat Godt tegen dit volck gesworen hebbe, siet breeder Deut. 2.14. Num. 14. versen 21, 23. Psal. 95.11.",
          "text2026": "hief Hij tegen: Zie de aantekening bij Gen. 14:22 . Maar hoe en wat God tegen dit volk gezworen heeft, zie breder Deut. 2:14 ; Num. 14:21 , 14:23 ; Ps. 95:11 . Genesis 14:22 : Maar Abram zei tot de koning van Sodom: Ik heb mijn hand opgeheven tot JAHWEH, de allerhoogste God, Die hemel en aarde bezit; Deuteronomium 2:14 : De dagen nu, die wij gewandeld hebben van Kades-barnea, totdat wij over de beek Zered getogen zijn, waren acht en dertig jaren; totdat het gehele geslacht van de krijgslieden uit het midden van de heirlegers verteerd was, gelijk JAHWEH hun gezworen had. Numeri 14:21 : Maar zekerlijk, zo waarachtig als Ik leef, zo zal de gehele aarde met de heerlijkheid van JAHWEH vervuld worden! Numeri 14:23 : Zo zij het land, dat Ik aan hun vaders gezworen heb, zien zullen. Ja, geen van die Mij getergd hebben, zullen dat zien! Psalmen 95:11 : Daarom heb Ik in Mijn toorn gezworen: Zo zij in Mijn rust zullen ingaan!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּשָּׂ֣א",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "יָד֣/וֹ",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֑ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/הַפִּ֥יל",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "א֝וֹתָ֗/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/מִּדְבָּֽר",
          "strongs": "H4057",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"q\">q</sup> hief Hij tegen hen Zijn hand op, zwerende, dat Hij hen neervellen zou in de woestijn;",
      "textSV1888_html": "Dies<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"q\">q</sup> hief Hij tegen hen Zijn hand op, zwerende, dat Hij hen nedervellen zou in de woestijn;",
      "text1637_html": "Dies <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"q\">q</sup> hief hy tegen hen sijne hant op [sweerende] dat hyse nedervellen soude in de woestijne.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Dies",
          "new": "Daarom",
          "principe": "V333"
        },
        {
          "old": "nedervellen",
          "new": "neervellen",
          "principe": "V458"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 27,
      "textSV1888": "En dat Hij hun zaad zou nedervellen onder de heidenen, en hen verstrooien zou door de landen.",
      "text1637": "Ende dat hy haer zaet soude nedervellen onder de heydenen, ende [41] haer [r] verstroyen soude door de landen.",
      "text2026": "En dat Hij hun zaad zou neervellen onder de heidenen, en hen verstrooien zou door de landen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hen verstrooien: Dit staat niet bij den eed, dien God gedaan heeft; Num. 14:28 , maar het staat Lev. 26:33 , en Deut. 28:36 . Numeri 14:28 : Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, indien Ik ulieden zo niet doe, gelijk als gij in Mijn oren gesproken hebt! Leviticus 26:33 : Daartoe zal Ik u onder de heidenen verstrooien; en een zwaard achter u uittrekken; en uw land zal woest, en uw steden zullen een woestijn zijn. Deuteronomium 28:36 : De HEERE zal u, mitsgaders uw koning, dien gij over u zult gesteld hebben, doen gaan tot een volk, dat gij niet gekend hebt, noch uw vaderen; en aldaar zult gij dienen andere goden, hout en steen.",
          "text1637": "Dit en staet niet by den eedt dien Godt gedaen heeft, Num. 14.28. maer ’t staet Levit. 26.33. ende Deut. 28.36.",
          "text2026": "hen verstrooien: Dit staat niet bij de eed, die God gedaan heeft; Num. 14:28 , maar het staat Lev. 26:33 , en Deut. 28:36 . Numeri 14:28 : Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt JAHWEH, als Ik u zo niet doe, gelijk als u in Mijn oren gesproken hebt! Leviticus 26:33 : Daartoe zal Ik u onder de heidenen verstrooien; en een zwaard achter u uittrekken; en uw land zal woest, en uw steden zullen een woestijn zijn. Deuteronomium 28:36 : JAHWEH zal u, en ook uw koning, die u over u zult gesteld hebben, doen gaan tot een volk, dat u niet gekend hebt, noch uw vaders; en daar zult u dienen andere goden, hout en steen."
        },
        {
          "marker": "r",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 44:12 ; Ezech. 20:23 . Psalmen 44:12 : Gij geeft ons over als schapen ter spijze, en Gij verstrooit ons onder de heidenen. Ezechiël 20:23 : Ik hief ook Mijn hand tot hen op in de woestijn, dat Ik hen verspreiden zou onder de heidenen, en hen verstrooien in de landen;",
          "text1637": "Psal. 44.12. Ezech. 20.23.",
          "text2026": "Ps. 44:12 ; Ez. 20:23 . Psalmen 44:12 : U geeft ons over als schapen ter voedsel, en U verstrooit ons onder de heidenen. Ezechiël 20:23 : Ik hief ook Mijn hand tot hen op in de woestijn, dat Ik hen verspreiden zou onder de heidenen, en hen verstrooien in de landen;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/לְ/הַפִּ֣יל",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HC/R/Vhc"
        },
        {
          "woord": "זַ֭רְעָ/ם",
          "strongs": "H2233",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/גּוֹיִ֑ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/לְ/זָרוֹתָ֗/ם",
          "strongs": "H2219",
          "morph": "HC/R/Vpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אֲרָצֽוֹת",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En dat Hij hun zaad zou neervellen onder de heidenen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"r\">r</sup> verstrooien zou door de landen.",
      "textSV1888_html": "En dat Hij hun zaad zou nedervellen onder de heidenen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"r\">r</sup> verstrooien zou door de landen.",
      "text1637_html": "Ende dat hy haer zaet soude nedervellen onder de heydenen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"r\">r</sup> verstroyen soude door de landen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "nedervellen",
          "new": "neervellen",
          "principe": "V458"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 28,
      "textSV1888": "Ook hebben zij zich gekoppeld aan Baäl-peor, en zij hebben de offeranden der doden gegeten.",
      "text1637": "Oock hebben sy haer gekoppelt aen [42] [s] Baal-Peor, ende sy hebben [43] de offerhanden der dooden gegeten.",
      "text2026": "Ook hebben zij zich gekoppeld aan Baäl-peor, en zij hebben de offergaven van de doden gegeten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "s",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Num. 25:3 ; Num. 31:16 ; Openb. 2:14 . Numeri 25:3 : Als nu Israël zich koppelde aan Baäl-peor, ontstak de toorn des HEEREN tegen Israël. Numeri 31:16 : Ziet, deze waren, door den raad van Bileam, den kinderen Israëls, om oorzake der overtreding tegen den HEERE te geven, in de zaak van Peor; waardoor die plaag werd onder de vergadering des HEEREN. Openbaring 2:14 : Maar Ik heb enige weinige dingen tegen u, dat gij aldaar hebt, die de lering van Balaäm houden, die Balak leerde den kinderen Israëls een aanstoot voor te werpen, opdat zij zouden afgodenoffer eten en hoereren.",
          "text1637": "Num. 25.3. ende 31.16. Apoc. 2.14.",
          "text2026": "Num. 25:3 ; Num. 31:16 ; Openb. 2:14 . Numeri 25:3 : Als nu Israël zich koppelde aan Baäl-peor, ontstak de toorn van JAHWEH tegen Israël. Numeri 31:16 : Ziet, deze waren, door de raad van Bileam, de kinderen van Israël, om oorzake van de overtreding tegen JAHWEH te geven, in de zaak van Peor; waardoor die plaag werd onder de vergadering van JAHWEH. Openbaring 2:14 : Maar Ik heb enige weinige dingen tegen u, dat u daar hebt, die de lering van Balaäm houden, die Balak leerde de kinderen van Israël een aanstoot voor te werpen, opdat zij zouden afgodenoffer eten en hoereren."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Aldus heet de afgod der Moabieten; Num. 25:3 , 25:5 . Zie de aantekening bij Richt. 2:11 . Numeri 25:3 : Als nu Israël zich koppelde aan Baäl-peor, ontstak de toorn des HEEREN tegen Israël. Numeri 25:5 : Toen zeide Mozes tot de rechters van Israël: Een iedere dode zijn mannen, die zich aan Baäl-peor gekoppeld hebben! Richteren 2:11 : Toen deden de kinderen Israëls, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, en zij dienden de Baäls.",
          "text1637": "Aldus hiet de Afgodt der Moabiten, Num. 25.3, 5. Siet d’aent. Iud. 2. op vers 11.",
          "text2026": "Aldus heet de afgod van de Moabieten; Num. 25:3 , 25:5 . Zie de aantekening bij Richt. 2:11 . Numeri 25:3 : Als nu Israël zich koppelde aan Baäl-peor, ontstak de toorn van JAHWEH tegen Israël. Numeri 25:5 : Toen zei Mozes tot de rechters van Israël: Een iedere dode zijn mannen, die zich aan Baäl-peor gekoppeld hebben! Richteren 2:11 : Toen deden de kinderen van Israël, dat kwaad was in de ogen van JAHWEH, en zij dienden de Baäls."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de offeranden: Dat is, de offeranden, die den doden geofferd waren, te weten, den afgoden, Num. 25:2 , hetwelk niet den dode dingen zijn, gene beweging of gevoel hebbende, Ps. 115:5 , enz,; 1 Kor. 12:2 ; daarentegen wordt de ware God genoemd de levende God; Jer. 10:5 , 10:10 , en 1 Thess. 1:9 . Numeri 25:2 : En zij nodigden het volk tot de slachtofferen harer goden; en het volk at, en boog zich voor haar goden. Psalmen 115:5 : Zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet; 1 Korinthiërs 12:2 : Gij weet, dat gij heidenen waart, tot de stomme afgoden heengetrokken, naar dat gij geleid werdt. Jeremia 10:5 : Zij zijn gelijk een palmboom van dicht werk, maar kunnen niet spreken; zij moeten gedragen worden, want zij kunnen niet gaan; vreest niet voor hen, want zij kunnen geen kwaad doen, ook is er geen goeddoen bij hen. Jeremia 10:10 : Maar de HEERE God is de Waarheid, Hij is de levende God, en een eeuwig Koning; van Zijn verbolgenheid beeft de aarde, en de heidenen kunnen Zijn gramschap niet verdragen. 1 Thessalonicensen 1:9 : Want zijzelven verkondigen van ons, hoedanigen ingang wij tot u hebben, en hoe gij tot God bekeerd zijt van de afgoden, om den levenden en waarachtigen God te dienen;",
          "text1637": "D. de offerhanden die den dooden geoffert waren, Te weten, den Afgoden, Num. cap. 25.2. het welck niet dan doode dingen en zijn, geen bewegen noch gevoelen hebbende, Psal. 115.5, etc. 1.Cor. 12.2. daer en tegen wort de ware Godt genoemt de levendige Godt, Ier. 10.5, 10. ende 1.Thes. 1.9.",
          "text2026": "de offeranden: Dat is, de offeranden, die de doden geofferd waren, te weten, de afgoden, Num. 25:2 , dat niet de dode dingen zijn, gene beweging of gevoel hebbende, Ps. 115:5 , enz,; 1 Kor. 12:2 ; daarentegen wordt de ware God genoemd de levende God; Jer. 10:5 , 10:10 , en 1 Thess. 1:9 . Numeri 25:2 : En zij nodigden het volk tot de slachtofferen haar goden; en het volk at, en boog zich voor haar goden. Psalmen 115:5 : Zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet; 1 Korinthiërs 12:2 : U weet, dat u heidenen was, tot de stomme afgoden heengetrokken, naar dat u geleid werdt. Jeremia 10:5 : Zij zijn gelijk een palmboom van dicht werk, maar kunnen niet spreken; zij moeten gedragen worden, want zij kunnen niet gaan; vreest niet voor hen, want zij kunnen geen kwaad doen, ook is er geen goeddoen bij hen. Jeremia 10:10 : Maar JAHWEH God is de Waarheid, Hij is de levende God, en een eeuwig Koning; van Zijn toorn beeft de aarde, en de heidenen kunnen Zijn toorn niet verdragen. 1 Thessalonicensen 1:9 : Want zijzelven verkondigen van ons, hoedanigen ingang wij tot u hebben, en hoe u tot God bekeerd bent van de afgoden, om de levenden en waarachtigen God te dienen;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ֭/יִּצָּ֣מְדוּ",
          "strongs": "H6775",
          "morph": "HC/VNw3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/בַ֣עַל",
          "strongs": "H1187",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "פְּע֑וֹר",
          "strongs": "H1187",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ֝/יֹּאכְל֗וּ",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "זִבְחֵ֥י",
          "strongs": "H2077",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "מֵתִֽים",
          "strongs": "H4191",
          "morph": "HVqrmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ook hebben zij zich gekoppeld aan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"s\">s</sup> Baäl-peor, en zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> de offergaven van de doden gegeten.",
      "textSV1888_html": "Ook hebben zij zich gekoppeld aan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"s\">s</sup> Baäl-peor, en zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> de offeranden der doden gegeten.",
      "text1637_html": "Oock hebben sy haer gekoppelt aen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"s\">s</sup> Baal-Peor, ende sy hebben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> de offerhanden der dooden gegeten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "offeranden der",
          "new": "offergaven van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 29,
      "textSV1888": "En zij hebben den Heere tot toorn verwekt met hun daden, zodat de plaag een inbreuk onder hen deed.",
      "text1637": "Ende sy hebben [den HEERE] tot toorn verweckt [44] met hare daden, so dat de plage [45] eene inbreucke onder haer dede.",
      "text2026": "En zij hebben de Heere tot toorn verwekt met hun daden, zodat de plaag een inbreuk onder hen deed.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met hun daden: Te weten, met het aanbidden van Baäl-Peor en met de hoererij, die zij met de Moabietische vrouwen bedreven.",
          "text1637": "T.w. met het aenbidden van Baal-Peor, ende met de hoererye die sy met de Moabitische vrouwen bedreven.",
          "text2026": "met hun daden: Te weten, met het aanbidden van Baäl-Peor en met de hoererij, die zij met de Moabietische vrouwen bedreven."
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "een inbreuk: Dodende vier en twintig duizend mannen, Num. 25:9 , hetzij door een engel of anderzins. Immers zijn zij zeer spoedig omgekomen. Numeri 25:9 : Degenen nu, die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend.",
          "text1637": "Doodende 24000 mannen, Num. 25.9. het zy door eenen Engel, of andersins: Immers zijn sy seer subytelick omgekomen.",
          "text2026": "een inbreuk: Dodende vier en twintig duizend mannen, Num. 25:9 , hetzij door een engel of anderzins. Immers zijn zij zeer spoedig omgekomen. Numeri 25:9 : Degenen nu, die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ֭/יַּכְעִיסוּ",
          "strongs": "H3707",
          "morph": "HC/Vhw3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מַֽעַלְלֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H4611",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וַ/תִּפְרָץ",
          "strongs": "H6555",
          "morph": "HC/Vqw3fs"
        },
        {
          "woord": "בָּ֝֗/ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מַגֵּפָֽה",
          "strongs": "H4046",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zij hebben de Heere tot toorn verwekt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> met hun daden, zodat de plaag<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> een inbreuk onder hen deed.",
      "textSV1888_html": "En zij hebben den Heere tot toorn verwekt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> met hun daden, zodat de plaag<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> een inbreuk onder hen deed.",
      "text1637_html": "Ende sy hebben [den HEERE] tot toorn verweckt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> met hare daden, so dat de plage <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> eene inbreucke onder haer dede.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 30,
      "textSV1888": "Toen stond Pinehas op, en hij oefende gericht, en de plaag werd opgehouden.",
      "text1637": "Doe stont Pinehas op, ende [46] hy oeffende gerichte, ende de plage wert opgehouden.",
      "text2026": "Toen stond Pinehas op, en hij oefende gericht, en de plaag werd opgehouden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hij oefende: Dat is, Hij deed uitspraak en straf over de misdaad, waarvan Num. 25:8 , 25:9 , enz. geschreven staat. Numeri 25:8 : En hij ging den Israëlietischen man na in de hoerenwinkel, en doorstak hen beiden, den Israëlietischen man en de vrouw, door hun buik. Toen werd de plaag van over de kinderen Israëls opgehouden. Numeri 25:9 : Degenen nu, die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend.",
          "text1637": "D. hy dede justitie ende straffe over die misdaet, daer van Num. 25.7, 8, etc. geschreven staet.",
          "text2026": "hij oefende: Dat is, Hij deed uitspraak en straf over de misdaad, waarvan Num. 25:8 , 25:9 , enz. geschreven staat. Numeri 25:8 : En hij ging de Israëlietischen man na in de hoerenwinkel, en doorstak hen beiden, de Israëlietischen man en de vrouw, door hun buik. Toen werd de plaag van over de kinderen van Israël opgehouden. Numeri 25:9 : Degenen nu, die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יַּעֲמֹ֣ד",
          "strongs": "H5975",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "פִּֽ֭ינְחָס",
          "strongs": "H6372",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יְפַלֵּ֑ל",
          "strongs": "H6419",
          "morph": "HC/Vpw3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ֝/תֵּעָצַ֗ר",
          "strongs": "H6113",
          "morph": "HC/VNw3fs"
        },
        {
          "woord": "הַ/מַּגֵּפָֽה",
          "strongs": "H4046",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toen stond Pinehas op, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> hij oefende gericht, en de plaag werd opgehouden.",
      "textSV1888_html": "Toen stond Pinehas op, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> hij oefende gericht, en de plaag werd opgehouden.",
      "text1637_html": "Doe stont Pinehas op, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> hy oeffende gerichte, ende de plage wert opgehouden."
    },
    {
      "number": 31,
      "textSV1888": "En het is hem gerekend tot gerechtigheid, van geslacht tot geslacht tot in eeuwigheid.",
      "text1637": "Ende ’t is hem gerekent [47] tot gerechticheyt, van geslachte tot geslachte tot in eeuwicheyt.",
      "text2026": "En het is hem gerekend tot gerechtigheid, van geslacht tot geslacht tot in eeuwigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tot gerechtigheid: Dat is, tot een wettelijke, goede en loffelijke daad, door ingeving van den Heilige Geest, alhoewel buiten zijn gewoon beroep gedaan, God hem zulks genadiglijk beloonde, Num. 25:11 , enz. waardoor hij ook getuigenis verkreeg dat hij een kind Gods was. Numeri 25:11 : Pinehas, de zoon van Eleazar, den zoon van Aäron, den priester, heeft Mijn grimmigheid van over de kinderen Israëls afgewend, dewijl hij Mijn ijver geijverd heeft in het midden derzelve, zodat Ik de kinderen Israëls in Mijn ijver niet vernield heb.",
          "text1637": "Dat is, tot eene wetlicke, goede, ende loflicke daet, door ingeven des Heyligen Geests, al hoe wel buyten sijn ordinaris beroep, gedaen, Godt hem sulcx genadichlick beloonende, Numer. 25.11, etc. waer door hy oock getuychnisse verkreech dat hy een kint Godts was.",
          "text2026": "tot gerechtigheid: Dat is, tot een wettelijke, goede en prijzenswaardige daad, door ingeving van de Heilige Geest, alhoewel buiten zijn gewoon beroep gedaan, God hem zulks genadiglijk beloonde, Num. 25:11 , enz. waardoor hij ook getuigenis verkreeg dat hij een kind van God was. Numeri 25:11 : Pinehas, de zoon van Eleazar, de zoon van Aäron, de priester, heeft Mijn grimmigheid van over de kinderen van Israël afgewend, omdat hij Mijn ijver geijverd heeft in het midden daarvan, zodat Ik de kinderen van Israël in Mijn ijver niet vernield heb."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/תֵּחָ֣שֶׁב",
          "strongs": "H2803",
          "morph": "HC/VNw3fs"
        },
        {
          "woord": "ל֭/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/צְדָקָ֑ה",
          "strongs": "H6666",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/דֹ֥ר",
          "strongs": "H1755",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וָ֝/דֹ֗ר",
          "strongs": "H1755",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En het is hem gerekend<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> tot gerechtigheid, van geslacht tot geslacht tot in eeuwigheid.",
      "textSV1888_html": "En het is hem gerekend<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> tot gerechtigheid, van geslacht tot geslacht tot in eeuwigheid.",
      "text1637_html": "Ende ’t is hem gerekent <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> tot gerechticheyt, van geslachte tot geslachte tot in eeuwicheyt."
    },
    {
      "number": 32,
      "textSV1888": "Zij maakten Hem ook zeer toornig aan het twistwater, en het ging Mozes kwalijk om hunnentwil.",
      "text1637": "[t] Sy maeckten [48] [hem] oock seer toornich aen het twist-water, ende [49] ’t ginck Mosi qualick om harent wille.",
      "text2026": "Zij maakten Hem ook zeer boos aan het twistwater, en het ging Mozes kwalijk om hunnentwil.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "t",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Num. 20:12 ; Ps. 95:8 . Numeri 20:12 : Derhalve zeide de HEERE tot Mozes en tot Aäron: Omdat gijlieden Mij niet geloofd hebt, dat gij Mij heiligdet voor de ogen der kinderen van Israël, daarom zult gijlieden deze gemeente niet inbrengen in het land, hetwelk Ik hun gegeven heb. Psalmen 95:8 : Verhardt uw hart niet, gelijk te Meriba, gelijk ten dage van Massa in de woestijn;",
          "text1637": "Num. 20.12. Psal. 95.8.",
          "text2026": "Num. 20:12 ; Ps. 95:8 . Numeri 20:12 : Daarom zei JAHWEH tot Mozes en tot Aäron: Omdat u Mij niet geloofd hebt, dat u Mij heiligde voor de ogen van de kinderen van Israël, daarom zult u deze gemeente niet inbrengen in het land, dat Ik hun gegeven heb. Psalmen 95:8 : Verhardt uw hart niet, gelijk te Meriba, gelijk op de dag van Massa in de woestijn;"
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hem : Te weten, God.",
          "text1637": "T.w. Godt.",
          "text2026": "Hem : Te weten, God."
        },
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het ging: Alzo dat hem van God gezegd werd dat hij in het land Kanaän niet komen zou, Num. 20:12 . Zie Deut. 1:37 . Numeri 20:12 : Derhalve zeide de HEERE tot Mozes en tot Aäron: Omdat gijlieden Mij niet geloofd hebt, dat gij Mij heiligdet voor de ogen der kinderen van Israël, daarom zult gijlieden deze gemeente niet inbrengen in het land, hetwelk Ik hun gegeven heb. Deuteronomium 1:37 : Ook vertoornde zich de HEERE op mij om uwentwil, zeggende: Gij zult daar ook niet inkomen.",
          "text1637": "Also dat hem van Godt geseyt wert, dat hy in het landt Canaan niet komen en soude, Num. 20.21. Siet Deut. 1.37.",
          "text2026": "het ging: Zo dat hem van God gezegd werd dat hij in het land Kanaän niet komen zou, Num. 20:12 . Zie Deut. 1:37 . Numeri 20:12 : Daarom zei JAHWEH tot Mozes en tot Aäron: Omdat u Mij niet geloofd hebt, dat u Mij heiligde voor de ogen van de kinderen van Israël, daarom zult u deze gemeente niet inbrengen in het land, dat Ik hun gegeven heb. Deuteronomium 1:37 : Ook vertoornde zich JAHWEH op mij om uwentwil, zeggende: U zult daar ook niet inkomen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ֭/יַּקְצִיפוּ",
          "strongs": "H7107",
          "morph": "HC/Vhw3mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מֵ֥י",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "מְרִיבָ֑ה",
          "strongs": "H4808",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יֵּ֥רַע",
          "strongs": "H7489",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ֝/מֹשֶׁ֗ה",
          "strongs": "H4872",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "בַּ/עֲבוּרָֽ/ם",
          "strongs": "H5668",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"t\">t</sup> Zij maakten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> Hem ook zeer boos aan het twistwater, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> het ging Mozes kwalijk om hunnentwil.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"t\">t</sup> Zij maakten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> Hem ook zeer toornig aan het twistwater, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> het ging Mozes kwalijk om hunnentwil.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"t\">t</sup> Sy maeckten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> [hem] oock seer toornich aen het twist-water, en<i>de</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> ’t ginck Mosi qualick om harent wille.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "toornig",
          "new": "boos",
          "principe": "V262"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 33,
      "textSV1888": "Want zij verbitterden zijn geest, zodat hij wat onbedachtelijk voortbracht met zijn lippen.",
      "text1637": "Want sy verbitterden sijnen Geest: so dat hy [50] [wat] onbedachtelick voort-bracht met sijne lippen.",
      "text2026": "Want zij verbitterden zijn geest, zodat hij wat ondoordacht voortbracht met zijn lippen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "wat onbedachtelijk : Te weten, enige woorden, die hij niet had behoren te spreken, want hij bewees enige ongeduldigheid met mistrouwen vermengd, en hij heiligde den Heere niet voor de Israëlieten, gelijk hij schuldig was te doen. Zie Num. 20:10 , 20:12 . Numeri 20:10 : En Mozes en Aäron vergaderden de gemeente voor de steenrots, en hij zeide tot hen: Hoort toch, gij wederspannigen, zullen wij water voor ulieden uit deze steenrots hervoorbrengen? Numeri 20:12 : Derhalve zeide de HEERE tot Mozes en tot Aäron: Omdat gijlieden Mij niet geloofd hebt, dat gij Mij heiligdet voor de ogen der kinderen van Israël, daarom zult gijlieden deze gemeente niet inbrengen in het land, hetwelk Ik hun gegeven heb.",
          "text1637": "Te weten, eenige woorden, die hy niet en hadde behooren te spreken, wat hy bewees eenige onverduldicheyt met een mistrouwen vermengt, ende hy en heylichde den Heere niet voor de Israeliten, gelijck hy schuldich was te doen. Siet Num. 20.10, 12.",
          "text2026": "wat onbedachtelijk : Te weten, enige woorden, die hij niet had behoren te spreken, want hij bewees enige ongeduldigheid met mistrouwen vermengd, en hij heiligde de Heer niet voor de Israëlieten, gelijk hij schuldig was te doen. Zie Num. 20:10 , 20:12 . Numeri 20:10 : En Mozes en Aäron vergaderden de gemeente voor de steenrots, en hij zei tot hen: Hoort toch, u opstandigen, zullen wij water voor u uit deze steenrots hervoorbrengen? Numeri 20:12 : Daarom zei JAHWEH tot Mozes en tot Aäron: Omdat u Mij niet geloofd hebt, dat u Mij heiligde voor de ogen van de kinderen van Israël, daarom zult u deze gemeente niet inbrengen in het land, dat Ik hun gegeven heb."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הִמְר֥וּ",
          "strongs": "H4784",
          "morph": "HVhp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "רוּח֑/וֹ",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ֝/יְבַטֵּ֗א",
          "strongs": "H981",
          "morph": "HC/Vpw3ms"
        },
        {
          "woord": "בִּ/שְׂפָתָֽי/ו",
          "strongs": "H8193",
          "morph": "HR/Ncfdc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want zij verbitterden zijn geest, zodat hij wat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> ondoordacht voortbracht met zijn lippen.",
      "textSV1888_html": "Want zij verbitterden zijn geest, zodat hij wat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> onbedachtelijk voortbracht met zijn lippen.",
      "text1637_html": "Want sy verbitterden sijnen Geest: so dat hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> [wat] onbedachtelick voort-bracht met sijne lippen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "onbedachtelijk",
          "new": "ondoordacht",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 34,
      "textSV1888": "Zij hebben die volken niet verdelgd, die de HEERE hun gezegd had;",
      "text1637": "Sy en hebben [51] die volcken niet verdelcht die de HEERE hen [52] geseyt hadde.",
      "text2026": "Zij hebben die volken niet vernietigd, die JAHWEH hun gezegd had;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "die volken: Te weten, de heidenen, die het land Kanaän bewoonden, gelijk er staat Richt. 1:21 , 1:27 , 1:29 , 1:30 , 1:31 , 1:33 ; hetwelk nochtans God de Heere hun bevolen had; Exod. 23:32 , 23:33 ; Num. 33:52 ; Deut. 7:2 . Richteren 1:21 : Doch de kinderen van Benjamin hebben de Jebusieten, te Jeruzalem wonende, niet verdreven; maar de Jebusieten woonden met de kinderen van Benjamin te Jeruzalem, tot op dezen dag. Richteren 1:27 : En Manasse verdreef Beth-Sean niet, noch haar onderhorige plaatsen, noch Thaänach met haar onderhorige plaatsen, noch de inwoners van Dor met haar onderhorige plaatsen, noch de inwoners van Jibleam met haar onderhorige plaatsen, noch de inwoners van Megiddo met haar onderhorige plaatsen; en de Kanaänieten wilden wonen in hetzelve land. Richteren 1:29 : Ook verdreef Efraïm de Kanaänieten niet, die te Gezer woonden; maar de Kanaänieten woonden in het midden van hem te Gezer. Richteren 1:30 : Zebulon verdreef de inwoners van Kitron niet, noch de inwoners van Nahalol; maar de Kanaänieten woonden in het midden van hem, en waren schatplichtig. Richteren 1:31 : Aser verdreef de inwoners van Acco niet, noch de inwoners van Sidon, noch Achlab, noch Achsib, noch Chelba, noch Afik, noch Rechob; Richteren 1:33 : Nafthali verdreef de inwoners van Beth-Semes niet, noch de inwoners van Beth-Anath, maar woonde in het midden der Kanaänieten, die in het land woonden; doch de inwoners van Beth-Semes en Beth-Anath werden hun schatplichtig. Exodus 23:32 : Gij zult met hen, noch met hun goden, een verbond maken. Exodus 23:33 : Zij zullen in uw land niet wonen, opdat zij u tegen Mij niet doen zondigen; indien gij hun goden dient, het zal u voorzeker tot een valstrik zijn. Numeri 33:52 : Zo zult gij alle inwoners des lands voor uw aangezicht uit de bezitting verdrijven, en al hun beeltenissen verderven; ook zult gij al hun gegotene beelden verderven, en al hun hoogten verdelgen. Deuteronomium 7:2 : En de HEERE, uw God, hen zal gegeven hebben voor uw aangezicht, dat gij ze slaat; zo zult gij hen ganselijk verbannen; gij zult geen verbond met hen maken, noch hun genadig zijn.",
          "text1637": "T.w. die heydenen, die het lant Canaan bewoonden, gelijcker staet Iud. 1.21, 27, 29, 30, 31, 33. het welck nochtans Godt de Heere haer bevolen hadde Exod. 23.32, 33. Num. 33.52. Deut. 7.2.",
          "text2026": "die volken: Te weten, de heidenen, die het land Kanaän bewoonden, gelijk er staat Richt. 1:21 , 1:27 , 1:29 , 1:30 , 1:31 , 1:33 ; dat nochtans God de Heer hun bevolen had; Ex. 23:32 , 23:33 ; Num. 33:52 ; Deut. 7:2 . Richteren 1:21 : Maar de kinderen van Benjamin hebben de Jebusieten, te Jeruzalem wonende, niet verdreven; maar de Jebusieten woonden met de kinderen van Benjamin te Jeruzalem, tot op deze dag. Richteren 1:27 : En Manasse verdreef Beth-Sean niet, noch haar onderhorige plaatsen, noch Thaänach met haar onderhorige plaatsen, noch de inwoners van Dor met haar onderhorige plaatsen, noch de inwoners van Jibleam met haar onderhorige plaatsen, noch de inwoners van Megiddo met haar onderhorige plaatsen; en de Kanaänieten wilden wonen in hetzelfde land. Richteren 1:29 : Ook verdreef Efraïm de Kanaänieten niet, die te Gezer woonden; maar de Kanaänieten woonden in het midden van hem te Gezer. Richteren 1:30 : Zebulon verdreef de inwoners van Kitron niet, noch de inwoners van Nahalol; maar de Kanaänieten woonden in het midden van hem, en waren schatplichtig. Richteren 1:31 : Aser verdreef de inwoners van Acco niet, noch de inwoners van Sidon, noch Achlab, noch Achsib, noch Chelba, noch Afik, noch Rechob; Richteren 1:33 : Nafthali verdreef de inwoners van Beth-Semes niet, noch de inwoners van Beth-Anath, maar woonde in het midden van de Kanaänieten, die in het land woonden; maar de inwoners van Beth-Semes en Beth-Anath werden hun schatplichtig. Exodus 23:32 : U zult met hen, noch met hun goden, een verbond maken. Exodus 23:33 : Zij zullen in uw land niet wonen, opdat zij u tegen Mij niet doen zondigen; als u hun goden dient, het zal u voorzeker tot een valstrik zijn. Numeri 33:52 : Zo zult u alle inwoners van het land voor uw aangezicht uit de bezitting verdrijven, en al hun beeltenissen verderven; ook zult u al hun gegotene beelden verderven, en al hun hoogten verdelgen. Deuteronomium 7:2 : En JAHWEH, uw God, hen zal gegeven hebben voor uw aangezicht, dat u ze slaat; zo zult u hen ganselijk verbannen; u zult geen verbond met hen maken, noch hun genadig zijn."
        },
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "gezegd had: Dat is, bevolen.",
          "text1637": "D. bevolen.",
          "text2026": "gezegd had: Dat is, bevolen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "הִ֭שְׁמִידוּ",
          "strongs": "H8045",
          "morph": "HVhp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הָֽ/עַמִּ֑ים",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֤ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֖ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶֽם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> die volken niet vernietigd, die JAHWEH hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> gezegd had;",
      "textSV1888_html": "Zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> die volken niet verdelgd, die de HEERE hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> gezegd had;",
      "text1637_html": "Sy en hebben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> die volcken niet verdelcht die de HEERE hen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> geseyt hadde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "verdelgd,",
          "new": "vernietigd,",
          "principe": "V375"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 35,
      "textSV1888": "Maar zij vermengden zich met de heidenen, en leerden derzelver werken.",
      "text1637": "Maer [53] [v] sy vermengden haer met de heydenen, ende leerden der selver wercken.",
      "text2026": "Maar zij vermengden zich met de heidenen, en leerden van die werken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "v",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Richt. 2:2 ; Richt. 3:5 ; idem 3:6 . Richteren 2:2 : En ulieden aangaande, gij zult geen verbond maken met de inwoners dezes lands; hun altaren zult gij afbreken. Maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest; waarom hebt gij dit gedaan? Richteren 3:5 : Als nu de kinderen Israëls woonden in het midden der Kanaänieten, der Hethieten, en der Amorieten, en der Ferezieten, en der Hevieten, en der Jebusieten; Richteren 3:6 : Zo namen zij zich derzelver dochters tot vrouwen, en gaven hun dochters aan derzelver zonen; en zij dienden derzelver goden.",
          "text1637": "Iud. 2.2. ende 3.5, 6.",
          "text2026": "Richt. 2:2 ; Richt. 3:5 ; idem 3:6 . Richteren 2:2 : En u aangaande, u zult geen verbond maken met de inwoners van deze lands; hun altaren zult u afbreken. Maar u bent Mijn stem niet gehoorzaam geweest; waarom hebt u dit gedaan? Richteren 3:5 : Als nu de kinderen van Israël woonden in het midden van de Kanaänieten, van de Hethieten, en van de Amorieten, en van de Ferezieten, en van de Hevieten, en van de Jebusieten; Richteren 3:6 : Zo namen zij zich van die dochters tot vrouwen, en gaven hun dochters aan van die zonen; en zij dienden van die goden."
        },
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zij vermengden: Dat is, zij trouwden dier heidense dochters.",
          "text1637": "D. Sy trouwden dier heydenen dochteren.",
          "text2026": "zij vermengden: Dat is, zij trouwden dier heidense dochters."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּתְעָרְב֥וּ",
          "strongs": "H6148",
          "morph": "HC/Vtw3mp"
        },
        {
          "woord": "בַ/גּוֹיִ֑ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וַֽ֝/יִּלְמְד֗וּ",
          "strongs": "H3925",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "מַֽעֲשֵׂי/הֶֽם",
          "strongs": "H4639",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"v\">v</sup> zij vermengden zich met de heidenen, en leerden van die werken.",
      "textSV1888_html": "Maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"v\">v</sup> zij vermengden zich met de heidenen, en leerden derzelver werken.",
      "text1637_html": "Maer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"v\">v</sup> sy vermengden haer met de heydenen, ende leerden der selver wercken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "derzelver",
          "new": "van die",
          "principe": "V82"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 36,
      "textSV1888": "En zij dienden hun afgoden, en zij werden hun tot een strik.",
      "text1637": "Ende sy dienden [54] hare afgoden, ende [55] sy werden hen tot eenen strick.",
      "text2026": "En zij dienden hun afgoden, en zij werden hun tot een strik.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hun afgoden: Zie 1 Sam. 31:9 , en 2 Sam. 5:21 . 1 Samuël 31:9 : En zij hieuwen zijn hoofd af, en zij togen zijn wapenen uit, en zij zonden ze in der Filistijnen land rondom, om te boodschappen in het huis hunner afgoden, en onder het volk. 2 Samuël 5:21 : En zij lieten hun afgoden aldaar; en David en zijn mannen namen ze op.",
          "text1637": "Siet 1.Sam. 31. op vers 9. ende 2.Sam. 5. op vers 21.",
          "text2026": "hun afgoden: Zie 1 Sam. 31:9 , en 2 Sam. 5:21 . 1 Samuël 31:9 : En zij hieuwen zijn hoofd af, en zij togen zijn wapenen uit, en zij zonden ze in het land van de Filistijnen rondom, om te boodschappen in het huis hun afgoden, en onder het volk. 2 Samuël 5:21 : En zij lieten hun afgoden daar; en David en zijn mannen namen ze op."
        },
        {
          "marker": "55",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "werden hun tot een strik: Dat is, die hen ten verderve gereikt hebben, gelijk God hun voorzegd had; Exod. 23:33 ; Deut. 7:16 ; Richt. 2:3 . Het is ene manier van spreken, genomen van de vogelvangers, die de vogels met hunne strikken en netten gevangen hebbende, doden. Exodus 23:33 : Zij zullen in uw land niet wonen, opdat zij u tegen Mij niet doen zondigen; indien gij hun goden dient, het zal u voorzeker tot een valstrik zijn. Deuteronomium 7:16 : Gij zult dan al die volken verteren, die de HEERE, uw God, u geven zal; uw oog zal hen niet verschonen, en gij zult hun goden niet dienen; want dat zoude u een strik zijn. Richteren 2:3 : Daarom heb Ik ook gezegd: Ik zal hen voor uw aangezicht niet uitdrijven; maar zij zullen u aan de zijden zijn, en hun goden zullen u tot een strik zijn.",
          "text1637": "D. die hen ten verderve gereyckt hebben, gelijck Godt haer voorseyt hadde, Exod. 23.33. Deut. 7.16. Iud. 2.3. Tis een maniere van spreken genomen van de vogel-vangers, die de vogelen met hare stricken ende netten gevangen hebbende, dooden.",
          "text2026": "werden hun tot een strik: Dat is, die hen ten verderve gereikt hebben, gelijk God hun voorzegd had; Ex. 23:33 ; Deut. 7:16 ; Richt. 2:3 . Het is een manier van spreken, genomen van de vogelvanger, die de vogels met hun strikken en netten gevangen hebbende, doden. Exodus 23:33 : Zij zullen in uw land niet wonen, opdat zij u tegen Mij niet doen zondigen; als u hun goden dient, het zal u voorzeker tot een valstrik zijn. Deuteronomium 7:16 : U zult dan al die volken verteren, die JAHWEH, uw God, u geven zal; uw oog zal hen niet sparen, en u zult hun goden niet dienen; want dat zou u een strik zijn. Richteren 2:3 : Daarom heb Ik ook gezegd: Ik zal hen voor uw aangezicht niet uitdrijven; maar zij zullen u aan de zijden zijn, en hun goden zullen u tot een strik zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יַּעַבְד֥וּ",
          "strongs": "H5647",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "עֲצַבֵּי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H6091",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּהְי֖וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֣ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/מוֹקֵֽשׁ",
          "strongs": "H4170",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zij dienden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> hun afgoden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> zij werden hun tot een strik.",
      "textSV1888_html": "En zij dienden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> hun afgoden, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> zij werden hun tot een strik.",
      "text1637_html": "Ende sy dienden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> hare afgoden, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> sy werden hen tot eenen strick."
    },
    {
      "number": 37,
      "textSV1888": "Daarenboven hebben zij hun zonen en hun dochteren den duivelen geofferd.",
      "text1637": "[x] Daerenboven hebben sy hare sonen ende hare dochteren [56] den duyvelen op-geoffert.",
      "text2026": "Daarenboven hebben zij hun zonen en hun dochters aan de demonen geofferd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "x",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Levit. 18:21 ; Deut. 12:31 ; 2 Kon. 16:3 ; 2 Kon. 17:17 ; 2 Kon. 21:6 ; 2 Kron. 28:3 ; 2 Kron. 33:6 . Leviticus 18:21 : En van uw zaad zult gij niet geven, om voor den Molech door het vuur te doen gaan; en den Naam uws Gods zult gij niet ontheiligen; Ik ben de HEERE! Deuteronomium 12:31 : Gij zult alzo niet doen den HEERE, uw God; want al wat den HEERE een gruwel is, dat Hij haat, hebben zij hun goden gedaan; want zij hebben ook hun zonen en hun dochteren met vuur verbrand voor hun goden. 2 Koningen 16:3 : Want hij wandelde in den weg der koningen van Israël; ja, hij deed ook zijn zoon door het vuur gaan, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor de kinderen Israëls verdreven had. 2 Koningen 17:17 : Ook deden zij hun zonen en hun dochteren door het vuur gaan, en gebruikten waarzeggerijen, en gaven op vogelgeschrei acht, en verkochten zich, om te doen dat kwaad was in de ogen des HEEREN, om Hem tot toorn te verwekken. 2 Koningen 21:6 : Ja, hij deed zijn zoon door het vuur gaan, en pleegde guichelarij en gaf op vogelgeschrei acht; en hij stelde waarzeggers en duivelskunstenaren; hij deed zeer veel kwaads in de ogen des HEEREN, om Hem tot toorn te verwekken. 2 Kronieken 28:3 : Dezelve rookte ook in het dal des zoons van Hinnom; en hij brandde zijn zonen in het vuur, naar de gruwelen der heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israëls uit de bezitting verdreven had. 2 Kronieken 33:6 : En hij deed zijn zonen door het vuur gaan, in het dal des zoons van Hinnom, en pleegde guichelarij, en gaf op vogelgeschrei acht, en toverde, en hij stelde waarzeggers en duivelskunstenaren; en hij deed zeer veel kwaads in de ogen des HEEREN, om Hem tot toorn te verwekken.",
          "text1637": "Levit. 18.21. Deut. 12.31. 2.Reg. 16.3. ende 17.17. ende 21.6. 2.Chron. 28.3. ende 33.6.",
          "text2026": "Lev. 18:21 ; Deut. 12:31 ; 2 Kon. 16:3 ; 2 Kon. 17:17 ; 2 Kon. 21:6 ; 2 Kron. 28:3 ; 2 Kron. 33:6 . Leviticus 18:21 : En van uw zaad zult u niet geven, om voor de Molech door het vuur te doen gaan; en de Naam uws Gods zult u niet ontheiligen; Ik ben JAHWEH! Deuteronomium 12:31 : U zult zo niet doen JAHWEH, uw God; want al wat JAHWEH een gruwel is, dat Hij haat, hebben zij hun goden gedaan; want zij hebben ook hun zonen en hun dochters met vuur verbrand voor hun goden. 2 Koningen 16:3 : Want hij wandelde in de weg van de koningen van Israël; ja, hij deed ook zijn zoon door het vuur gaan, naar de gruwelen van de heidenen, die JAHWEH voor de kinderen van Israël verdreven had. 2 Koningen 17:17 : Ook deden zij hun zonen en hun dochters door het vuur gaan, en gebruikten waarzeggerijen, en gaven op vogelgeschrei acht, en verkochten zich, om te doen dat kwaad was in de ogen van JAHWEH, om Hem tot toorn te verwekken. 2 Koningen 21:6 : Ja, hij deed zijn zoon door het vuur gaan, en pleegde guichelarij en gaf op vogelgeschrei acht; en hij stelde waarzeggers en duivelskunstenaren; hij deed zeer veel kwaads in de ogen van JAHWEH, om Hem tot toorn te verwekken. 2 Kronieken 28:3 : Dezelfde rookte ook in het dal van de zoon van Hinnom; en hij brandde zijn zonen in het vuur, naar de gruwelen van de heidenen, die JAHWEH voor het aangezicht van de kinderen van Israël uit de bezitting verdreven had. 2 Kronieken 33:6 : En hij deed zijn zonen door het vuur gaan, in het dal van de zoon van Hinnom, en pleegde guichelarij, en gaf op vogelgeschrei acht, en toverde, en hij stelde waarzeggers en duivelskunstenaren; en hij deed zeer veel kwaads in de ogen van JAHWEH, om Hem tot toorn te verwekken."
        },
        {
          "marker": "56",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "den duivelen: Zie de aantekening bij Deut. 32:17 . Deuteronomium 32:17 : Zij hebben aan de duivelen geofferd, niet aan God; aan de goden, die zij niet kenden; nieuwe, die van nabij gekomen waren, voor dewelke uw vaders niet geschrikt hebben.",
          "text1637": "Siet d’aenteeck. Deut. 32.17.",
          "text2026": "de duivelen: Zie de aantekening bij Deut. 32:17 . Deuteronomium 32:17 : Zij hebben aan de duivelen geofferd, niet aan God; aan de goden, die zij niet kenden; nieuwe, die van nabij gekomen waren, voor die uw vaders niet geschrikt hebben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּזְבְּח֣וּ",
          "strongs": "H2076",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "בְּ֭נֵי/הֶם",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "בְּנֽוֹתֵי/הֶ֗ם",
          "strongs": "H1323",
          "morph": "HNcfpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לַ/שֵּֽׁדִים",
          "strongs": "H7700",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"x\">x</sup> Daarenboven hebben zij hun zonen en hun dochters aan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> de demonen geofferd.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"x\">x</sup> Daarenboven hebben zij hun zonen en hun dochteren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> den duivelen geofferd.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"x\">x</sup> Daerenboven hebben sy hare sonen ende hare dochteren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> den duyvelen op-geoffert.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dochteren den duivelen",
          "new": "dochters aan de demonen",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 38,
      "textSV1888": "En zij hebben onschuldig bloed vergoten, het bloed hunner zonen en hunner dochteren, die zij den afgoden van Kanaän hebben opgeofferd; zodat het land door deze bloedschulden is ontheiligd geworden.",
      "text1637": "Ende sy hebben onschuldich bloet vergoten, het bloet harer sonen, ende harer dochteren, die sy den afgoden van Canaan hebben op-geoffert [y] so dat [57] het lant door dese [58] bloetschulden is ontheylicht geworden.",
      "text2026": "En zij hebben onschuldig bloed vergoten, het bloed van hun zonen en van hun dochters, die zij de afgoden van Kanaän hebben opgeofferd; zodat het land door deze bloedschulden is ontheiligd geworden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "y",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Num. 35:33 . Numeri 35:33 : Zo zult gij niet ontheiligen het land, waarin gij zijt; want het bloed ontheiligt het land; en voor het land zal geen verzoening gedaan worden over het bloed, dat daarin vergoten is, dan door het bloed desgenen, die dat vergoten heeft.",
          "text1637": "Num. 35.33.",
          "text2026": "Num. 35:33 . Numeri 35:33 : Zo zult u niet ontheiligen het land, waarin u bent; want het bloed ontheiligt het land; en voor het land zal geen verzoening gedaan worden over het bloed, dat daarin vergoten is, dan door het bloed van degene, die dat vergoten heeft."
        },
        {
          "marker": "57",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het land: Te weten, het land Kanaän.",
          "text1637": "T.w. het lant Canaan.",
          "text2026": "het land: Te weten, het land Kanaän."
        },
        {
          "marker": "58",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., דָם, bloeden; gelijk Ps. 51:16 . Zie de aantekening bij Gen. 4:10 . Psalmen 51:16 : Verlos mij van bloedschulden, o God, Gij, God mijns heils! zo zal mijn tong Uw gerechtigheid vrolijk roemen. Genesis 4:10 : En Hij zeide: Wat hebt gij gedaan? daar is een stem des bloeds van uw broeder, dat tot Mij roept van den aardbodem.",
          "text1637": "Hebr. bloeden, als Psal. 51.16. Siet d’aenteeck. Genes. 4. op vers 10.",
          "text2026": "Hebr., דָם, bloeden; gelijk Ps. 51:16 . Zie de aantekening bij Gen. 4:10 . Psalmen 51:16 : Verlos mij van bloedschulden, o God, U, God mijns heils! zo zal mijn tong Uw gerechtigheid vrolijk roemen. Genesis 4:10 : En Hij zei: Wat hebt u gedaan? daar is een stem van het bloed van uw broer, dat tot Mij roept van de aardbodem."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּֽשְׁפְּכ֨וּ",
          "strongs": "H8210",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "דָ֪ם",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "נָקִ֡י",
          "strongs": "H5355",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "דַּם",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵ֘י/הֶ֤ם",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּֽ/בְנוֹתֵי/הֶ֗ם",
          "strongs": "H1323",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "זִ֭בְּחוּ",
          "strongs": "H2076",
          "morph": "HVpp3cp"
        },
        {
          "woord": "לַ/עֲצַבֵּ֣י",
          "strongs": "H6091",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "כְנָ֑עַן",
          "strongs": "H3667",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/תֶּחֱנַ֥ף",
          "strongs": "H2610",
          "morph": "HC/Vqw3fs"
        },
        {
          "woord": "הָ֝/אָ֗רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/דָּמִֽים",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zij hebben onschuldig bloed vergoten, het bloed van hun zonen en van hun dochters, die zij de afgoden van Kanaän hebben opgeofferd;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"y\">y</sup> zodat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> het land door deze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> bloedschulden is ontheiligd geworden.",
      "textSV1888_html": "En zij hebben onschuldig bloed vergoten, het bloed hunner zonen en hunner dochteren, die zij den afgoden van Kanaän hebben opgeofferd;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"y\">y</sup> zodat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> het land door deze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> bloedschulden is ontheiligd geworden.",
      "text1637_html": "En<i>de</i> sy hebben onschuldich bloet vergoten, het bloet harer sonen, en<i>de</i> harer dochteren, die sy den afgoden van Canaan hebben op-geoffert <sup class=\"note-marker\" data-note=\"y\">y</sup> so dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> het lant door dese <sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> bloetschulden is ontheylicht geworden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hunner",
          "new": "van hun",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "hunner dochteren,",
          "new": "van hun dochters,",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 39,
      "textSV1888": "En zij ontreinigden zich door hun werken, en zij hebben gehoereerd door hun daden.",
      "text1637": "Ende sy ontreynichden haer door hare wercken: ende sy hebben [59] gehoereert door hare daden.",
      "text2026": "En zij ontreinigden zich door hun werken, en zij hebben gehoereerd door hun daden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "59",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta hier geestelijke hoererij, dat is afgoderij. Zie de aantekening bij Lev. 17:7 . Leviticus 17:7 : En zij zullen ook niet meer hun slachtofferen den duivelen, welke zij nahoereren, offeren; dat zal hun een eeuwige inzetting zijn voor hun geslachten.",
          "text1637": "Verstaet hier geestelicke hoererye, D. Afgoderye. Siet d’aenteeck. Lev. 17. op vers 7.",
          "text2026": "Versta hier geestelijke hoererij, dat is afgoderij. Zie de aantekening bij Lev. 17:7 . Leviticus 17:7 : En zij zullen ook niet meer hun slachtofferen de duivelen, welke zij nahoereren, offeren; dat zal hun een eeuwige inzetting zijn voor hun geslachten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּטְמְא֥וּ",
          "strongs": "H2930",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "בְ/מַעֲשֵׂי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H4639",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וַ֝/יִּזְנוּ֗",
          "strongs": "H2181",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מַֽעַלְלֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H4611",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zij ontreinigden zich door hun werken, en zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> gehoereerd door hun daden.",
      "textSV1888_html": "En zij ontreinigden zich door hun werken, en zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> gehoereerd door hun daden.",
      "text1637_html": "Ende sy ontreynichden haer door hare wercken: ende sy hebben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> gehoereert door hare daden."
    },
    {
      "number": 40,
      "textSV1888": "Dies is de toorn des HEEREN ontstoken tegen Zijn volk, en Hij heeft een gruwel gehad aan Zijn erfdeel.",
      "text1637": "Dies is de toorn des HEEREN ontsteken tegen sijn volck: ende hy heeft eenen grouwel gehadt aen [60] sijn erfdeel.",
      "text2026": "Daarom is de toorn van JAHWEH ontstoken tegen Zijn volk, en Hij heeft een gruwel gehad aan Zijn erfdeel.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "60",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zijn erfdeel: Zie de aantekening boven, vers 5.",
          "text1637": "Siet d’aenteeck bov. vers 5.",
          "text2026": "Zijn erfdeel: Zie de aantekening boven, vers 5."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּֽחַר",
          "strongs": "H2734",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אַ֣ף",
          "strongs": "H639",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עַמּ֑/וֹ",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ֝/יְתָעֵ֗ב",
          "strongs": "H8581",
          "morph": "HC/Vpw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "נַחֲלָתֽ/וֹ",
          "strongs": "H5159",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom is de toorn van JAHWEH ontstoken tegen Zijn volk, en Hij heeft een gruwel gehad aan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> Zijn erfdeel.",
      "textSV1888_html": "Dies is de toorn des HEEREN ontstoken tegen Zijn volk, en Hij heeft een gruwel gehad aan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> Zijn erfdeel.",
      "text1637_html": "Dies is de toorn des HEEREN ontsteken tegen sijn volck: ende hy heeft eenen grouwel gehadt aen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> sijn erfdeel.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Dies",
          "new": "Daarom",
          "principe": "V333"
        },
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 41,
      "textSV1888": "En Hij gaf hen in de hand der heidenen, en hun haters heersten over hen.",
      "text1637": "Ende [61] hy gafse in de hant der heydenen: ende hare haters heerschten over haer.",
      "text2026": "En Hij gaf hen in de hand van de heidenen, en hun vijanden heersten over hen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "61",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij gaf hen in: Gelijk te zien is in het Boek der Richteren doorgaans.",
          "text1637": "Als te sien is in het boeck der Richteren doorgaens.",
          "text2026": "Hij gaf hen in: Gelijk te zien is in het Boek van de Richteren doorgaans."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּתְּנֵ֥/ם",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqw3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יַד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "גּוֹיִ֑ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/יִּמְשְׁל֥וּ",
          "strongs": "H4910",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "בָ֝/הֶ֗ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "שֹׂנְאֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H8130",
          "morph": "HVqrmpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> Hij gaf hen in de hand van de heidenen, en hun vijanden heersten over hen.",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> Hij gaf hen in de hand der heidenen, en hun haters heersten over hen.",
      "text1637_html": "En<i>de</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> hy gafse in de hant der heydenen: ende hare haters heerschte<i>n</i> over haer.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "haters",
          "new": "vijanden",
          "principe": "V945"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 42,
      "textSV1888": "En hun vijanden hebben hen verdrukt, en zij zijn vernederd geworden onder hun hand.",
      "text1637": "Ende [62] hare vyanden hebbense verdruckt: ende sy zijn vernedert geworden onder hare hant.",
      "text2026": "En hun vijanden hebben hen verdrukt, en zij zijn vernederd geworden onder hun hand.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "62",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hun vijanden: Te weten, de vijanden, die rondom hen woonden, gelijk hun voorzegd was;",
          "text1637": "T.w. de vyanden, die rontom haer woonden, gelijck hen voorseyt was, Levit. 26.17. Siet de volbrenginge Iud. 3.8, 14. ende 4.2. ende 6.1. ende 10.7, 8, 9. ende 13.1.",
          "text2026": "hun vijanden: Te weten, de vijanden, die rondom hen woonden, gelijk hun voorzegd was;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּלְחָצ֥וּ/ם",
          "strongs": "H3905",
          "morph": "HC/Vqw3mp/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אוֹיְבֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וַ֝/יִּכָּנְע֗וּ",
          "strongs": "H3665",
          "morph": "HC/VNw3mp"
        },
        {
          "woord": "תַּ֣חַת",
          "strongs": "H8478",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יָדָֽ/ם",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> hun vijanden hebben hen verdrukt, en zij zijn vernederd geworden onder hun hand.",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> hun vijanden hebben hen verdrukt, en zij zijn vernederd geworden onder hun hand.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> hare vyanden hebbense verdruckt: ende sy zijn vernedert geworden onder hare hant."
    },
    {
      "number": 43,
      "textSV1888": "Hij heeft hen menigmaal gered; maar zij verbitterden Hem door hun raad, en werden uitgeteerd door hun ongerechtigheid.",
      "text1637": "Hy heeftse menichmael [63] gereddet, maer sy verbitterden [hem] [64] door haren raet, ende werden uytgeteert door hare ongerechticheyt.",
      "text2026": "Hij heeft hen dikwijls gered; maar zij verbitterden Hem door hun raad, en werden uitgeteerd door hun ongerechtigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "63",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, uit de hand hunner vijanden door Ehud, Barak, Gideon, Jetha, Simson, enz.; Richt. 3 , Richt. 4 , Richt. 7 , Richt. 11 , Richt. 15 ; Neh. 9:28 , 9:30 . Nehemia 9:28 : Maar als zij rust hadden, keerden zij weder om kwaad te doen voor Uw aangezicht; zo verliet Gij hen in de hand hunner vijanden, dat zij over hen heersten; als zij zich dan bekeerden, en U aanriepen, zo hebt Gij hen van den hemel gehoord, en hebt hen naar Uw barmhartigheden tot vele tijden uitgerukt. Nehemia 9:30 : Doch Gij vertoogt het vele jaren over hen, en betuigdet tegen hen door Uw Geest, door den dienst Uwer profeten, maar zij neigden het oor niet; daarom hebt Gij hen gegeven in de hand van de volken der landen.",
          "text1637": "T.w. uyt de hant harer vyanden door Ehud, Barak, Gedeon, Ieptha, Samson, etc. Iud. 3. ende 4. ende 7. ende 11. ende 15. Nehem. 9.28, 30.",
          "text2026": "Te weten, uit de hand hun vijanden door Ehud, Barak, Gideon, Jetha, Simson, enz.; Richt. 3 , Richt. 4 , Richt. 7 , Richt. 11 , Richt. 15 ; Neh. 9:28 , 9:30 . Nehemia 9:28 : Maar als zij rust hadden, keerden zij weer om kwaad te doen voor Uw aangezicht; zo verliet U hen in de hand hun vijanden, dat zij over hen heersten; als zij zich dan bekeerden, en U aanriepen, zo hebt U hen van de hemel gehoord, en hebt hen naar Uw barmhartigheden tot vele tijden uitgerukt. Nehemia 9:30 : Maar U vertoogt het vele jaren over hen, en betuigde tegen hen door Uw Geest, door de dienst Uw profeten, maar zij neigden het oor niet; daarom hebt U hen gegeven in de hand van de volken van de landen."
        },
        {
          "marker": "64",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "door hun raad: De zin is, dat zij telkens weder aangingen met zondigen en met moedwilligheid tegen den Heere te bedrijven; Num. 15:39 . Numeri 15:39 : En hij zal ulieden aan de snoertjes zijn, opdat gij het aanziet, en aan al de geboden des HEEREN gedenkt, en die doet; en gij zult naar uw hart, en naar uw ogen niet sporen, die gij zijt nahoererende;",
          "text1637": "De sin is, datse t’elcken weder aengingen met sondigen, ende met moetwillicheyt tegen den Heere te bedrijven, Num. 15.39.",
          "text2026": "door hun raad: De zin is, dat zij telkens weer aangingen met zondigen en met moedwilligheid tegen de Heer te bedrijven; Num. 15:39 . Numeri 15:39 : En hij zal u aan de snoertjes zijn, opdat u het aanziet, en aan al de geboden van JAHWEH gedenkt, en die doet; en u zult naar uw hart, en naar uw ogen niet sporen, die u bent nahoererende;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "פְּעָמִ֥ים",
          "strongs": "H6471",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "רַבּ֗וֹת",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAafpa"
        },
        {
          "woord": "יַצִּ֫ילֵ֥/ם",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HVhi3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ֭/הֵמָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HC/Pp3mp"
        },
        {
          "woord": "יַמְר֣וּ",
          "strongs": "H4784",
          "morph": "HVhi3mp"
        },
        {
          "woord": "בַ/עֲצָתָ֑/ם",
          "strongs": "H6098",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וַ֝/יָּמֹ֗כּוּ",
          "strongs": "H4355",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "בַּ/עֲוֺנָֽ/ם",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hij heeft hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> dikwijls gered; maar zij verbitterden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> Hem door hun raad, en werden uitgeteerd door hun ongerechtigheid.",
      "textSV1888_html": "Hij heeft hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> menigmaal gered; maar zij verbitterden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> Hem door hun raad, en werden uitgeteerd door hun ongerechtigheid.",
      "text1637_html": "Hy heeftse menichmael <sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> gereddet, maer sy verbitterden [hem] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"64\">64</sup> door haren raet, ende werden uytgeteert door hare ongerechticheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "menigmaal",
          "new": "dikwijls",
          "principe": "V711"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 44,
      "textSV1888": "Nochtans zag Hij hun benauwdheid aan, als Hij hun geschrei hoorde.",
      "text1637": "Nochtans sach hy hare benautheyt aen, als hy haer geschrey hoorde.",
      "text2026": "Toch zag Hij hun benauwdheid aan, als Hij hun geschrei hoorde.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ֭/יַּרְא",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "בַּ/צַּ֣ר",
          "strongs": "H6862",
          "morph": "HRd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֑ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ֝/שָׁמְע֗/וֹ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HR/Vqc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "רִנָּתָֽ/ם",
          "strongs": "H7440",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Toch zag Hij hun benauwdheid aan, als Hij hun geschrei hoorde.",
      "text1637_html": "Nochtans sach hy hare benautheyt aen, als hy haer geschrey hoorde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Nochtans",
          "new": "Toch",
          "principe": "V73"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 45,
      "textSV1888": "En Hij dacht tot hun beste aan Zijn verbond, en het berouwde Hem naar de veelheid Zijner goedertierenheden.",
      "text1637": "Ende [65] hy dacht tot haren besten aen sijn verbont, ende [66] ’t beroude hem, nae de veelheyt sijner goedertierenheden.",
      "text2026": "En Hij dacht tot hun beste aan Zijn verbond, en het berouwde Hem naar de veelheid van Zijn goedertierenheden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "65",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij dacht tot: Hebr., בְּרִית, Hij dacht hun aan zijn verbond; zie Gen. 8:1 ; Deut. 30:1 , enz. Genesis 8:1 : En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil. Deuteronomium 30:1 : Voorts zal het geschieden, wanneer al deze dingen over u zullen gekomen zijn, deze zegen of deze vloek, die ik u voorgesteld heb; zo zult gij het weder ter harte nemen, onder alle volken, waarheen u de HEERE, uw God, gedreven heeft;",
          "text1637": "Hebr. hy dacht hen aen sijn verbondt. Siet Genes. 8. op vers 1. Deut. 30.1, etc.",
          "text2026": "Hij dacht tot: Hebr., בְּרִית, Hij dacht hun aan zijn verbond; zie Gen. 8:1 ; Deut. 30:1 , enz. Genesis 8:1 : En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil. Deuteronomium 30:1 : Verder zal het gebeuren, wanneer al deze dingen over u zullen gekomen zijn, deze zegen of deze vloek, die ik u voorgesteld heb; zo zult u het weer ter hart nemen, onder alle volken, waarheen u JAHWEH, uw God, gedreven heeft;"
        },
        {
          "marker": "66",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het berouwde: Te weten, van de straf hun toegezonden; dat is, Hij nam een anderen koers dan Hij tevoren genomen had, en Hij nam hun de straf af. Zie Gen. 6:6 . Genesis 6:6 : Toen berouwde het den HEERE, dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart.",
          "text1637": "T.w. van de straffe hen toegesonden. D. hy nam eenen anderen cours, dan hy te vooren genomen hadde, ende hy nam hen de straffe af. Siet Gen. 6. op vers 6.",
          "text2026": "het berouwde: Te weten, van de straf hun toegezonden; dat is, Hij nam een anderen koers dan Hij tevoren genomen had, en Hij nam hun de straf af. Zie Gen. 6:6 . Genesis 6:6 : Toen berouwde JAHWEH, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּזְכֹּ֣ר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֣ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּרִית֑/וֹ",
          "strongs": "H1285",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ֝/יִּנָּחֵ֗ם",
          "strongs": "H5162",
          "morph": "HC/VNw3ms"
        },
        {
          "woord": "כְּ/רֹ֣ב",
          "strongs": "H7230",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "חסד/ו",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> Hij dacht tot hun beste aan Zijn verbond, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> het berouwde Hem naar de veelheid van Zijn goedertierenheden.",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> Hij dacht tot hun beste aan Zijn verbond, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> het berouwde Hem naar de veelheid Zijner goedertierenheden.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"65\">65</sup> hy dacht tot haren besten aen sijn verbont, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"66\">66</sup> ’t beroude hem, nae de veelheyt sijner goedertierenheden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Zijner",
          "new": "van Zijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 46,
      "textSV1888": "Dies gaf Hij hun barmhartigheid voor het aangezicht van allen, die hen gevangen hadden.",
      "text1637": "[67] Dies gaf hy haer barmherticheyt voor het aengesicht aller diese gevangen hadden.",
      "text2026": "Daarom gaf Hij hun barmhartigheid voor het aangezicht van allen, die hen gevangen hadden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "67",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dies gaf Hij: Hebr., יִּתֵּן, En Hij gaf hun tot ontfermingen. Zie 1 Kon. 8:50 . 1 Koningen 8:50 : En vergeef aan Uw volk, dat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en al hun overtredingen, waarmede zij tegen U zullen overtreden hebben; en geef hun barmhartigheid voor het aangezicht dergenen, die ze gevangen houden, opdat zij zich hunner ontfermen;",
          "text1637": "Hebr. Ende hy gafse tot ontfermingen. Siet 1.Reg. 8. op vers 50.",
          "text2026": "Daarom gaf Hij: Hebr., יִּתֵּן, En Hij gaf hun tot ontfermingen. Zie 1 Kon. 8:50 . 1 Koningen 8:50 : En vergeef aan Uw volk, dat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en al hun overtredingen, waarmee zij tegen U zullen overtreden hebben; en geef hun barmhartigheid voor het aangezicht dergenen, die ze gevangen houden, opdat zij zich hun ontfermen;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּתֵּ֣ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אוֹתָ֣/ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/רַחֲמִ֑ים",
          "strongs": "H7356",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "לִ֝/פְנֵ֗י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שׁוֹבֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H7617",
          "morph": "HVqrmpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> Daarom gaf Hij hun barmhartigheid voor het aangezicht van allen, die hen gevangen hadden.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> Dies gaf Hij hun barmhartigheid voor het aangezicht van allen, die hen gevangen hadden.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"67\">67</sup> Dies gaf hy haer barmherticheyt voor het aengesicht aller diese gevangen hadden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Dies",
          "new": "Daarom",
          "principe": "V333"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 47,
      "textSV1888": "Verlos ons, HEERE, onze God! en verzamel ons uit de heidenen, opdat wij den Naam Uwer heiligheid loven, ons beroemende in Uw lof.",
      "text1637": "Verlost ons HEERE, onse Godt, ende versamelt ons [68] [z] uyt de heydenen, op dat wy [69] den Name uwer heylicheyt loven, [70] ons beroemende in uwen lof.",
      "text2026": "Verlos ons, JAHWEH, onze God! en verzamel ons uit de heidenen, opdat wij de Naam van Uw heiligheid loven, ons beroemende in Uw lof.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "z",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "1 Kron. 16:35 . 1 Kronieken 16:35 : En zegt: Verlos ons, o God onzes heils, en verzamel ons, en red ons van de heidenen, dat wij Uw heiligen Naam loven, en dat wij ons Uws lofs roemen.",
          "text1637": "1.Chron. 16.35.",
          "text2026": "1 Kron. 16:35 . 1 Kronieken 16:35 : En zegt: Verlos ons, o God onzes heils, en verzamel ons, en red ons van de heidenen, dat wij Uw heilige Naam loven, en dat wij ons Uws lofs roemen."
        },
        {
          "marker": "68",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "uit de heidenen: Onder welke vele Israëlieten verspreid waren en woonden, ook velen gevangenen zaten.",
          "text1637": "Onder de welcke vele Israeliten verspreyt waren, ende woonden, oock vele gevangen saten.",
          "text2026": "uit de heidenen: Onder welke vele Israëlieten verspreid waren en woonden, ook velen gevangenen zaten."
        },
        {
          "marker": "69",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "den naam uwer heiligheid: Dat is, uw heiligen naam.",
          "text1637": "D. uwen heyligen name.",
          "text2026": "de naam uw heiligheid: Dat is, uw heilige naam."
        },
        {
          "marker": "70",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "ons beroemende: Dat is, ons verheugende over uwe genade, vanwege welke Gij geroemd en geprezen wordt.",
          "text1637": "D. ons verheugende over uwe genade, van wegen de welcke ghy geroemt ende gepresen wort.",
          "text2026": "ons beroemende: Dat is, ons verheugende over uw genade, vanwege welke U geroemd en geprezen wordt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הוֹשִׁיעֵ֨/נוּ",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HVhv2ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "יְה֘וָ֤ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֗י/נוּ",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/קַבְּצֵ/נוּ֮",
          "strongs": "H6908",
          "morph": "HC/Vpv2ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "מִֽן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּ֫וֹיִ֥ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "לְ֭/הֹדוֹת",
          "strongs": "H3034",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "לְ/שֵׁ֣ם",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשֶׁ֑/ךָ",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ֝/הִשְׁתַּבֵּ֗חַ",
          "strongs": "H7623",
          "morph": "HR/Vtc"
        },
        {
          "woord": "בִּ/תְהִלָּתֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H8416",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Verlos ons, JAHWEH, onze God! en verzamel ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"z\">z</sup> uit de heidenen, opdat wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> de Naam van Uw heiligheid loven,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> ons beroemende in Uw lof.",
      "textSV1888_html": "Verlos ons, HEERE, onze God! en verzamel ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"z\">z</sup> uit de heidenen, opdat wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> den Naam Uwer heiligheid loven,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> ons beroemende in Uw lof.",
      "text1637_html": "Verlost ons HEERE, onse Godt, ende versamelt ons <sup class=\"note-marker\" data-note=\"68\">68</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"z\">z</sup> uyt de heydenen, op dat wy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"69\">69</sup> den Name uwer heylicheyt loven, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"70\">70</sup> ons beroemende in uwen lof.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 48,
      "textSV1888": "Geloofd zij de HEERE, de God Israëls, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid; en al het volk zegge: Amen, Hallelujah!",
      "text1637": "Gelovet zy de HEERE de Godt Israëls, van eeuwicheyt ende tot in eeuwicheyt, ende [aa] al het volck segge, Amen, Halelu-Iah.",
      "text2026": "Geloofd zij JAHWEH, de God van Israël, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid; en al het volk zeg: Amen, Hallelujah!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "1 Kron. 16:36 . 1 Kronieken 16:36 : Geloofd zij de HEERE, de God Israëls, van eeuwigheid tot eeuwigheid! En al het volk zeide: Amen! en het loofde den HEERE.",
          "text1637": "",
          "text2026": "1 Kron. 16:36 . 1 Kronieken 16:36 : Geloofd zij JAHWEH, de God van Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid! En al het volk zei: Amen! en het loofde JAHWEH."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בָּר֤וּךְ",
          "strongs": "H1288",
          "morph": "HVqsmsa"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֨ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֪י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֡ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ֤/עוֹלָ֨ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַ֬ד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "הָ/עוֹלָ֗ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָמַ֖ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/עָ֥ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אָמֵ֗ן",
          "strongs": "H543",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "הַֽלְלוּ",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HVpv2mp"
        },
        {
          "woord": "יָֽהּ",
          "strongs": "H3050",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Geloofd zij JAHWEH, de God van Israël, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid; en al het volk zeg: Amen, Hallelujah!",
      "textSV1888_html": "Geloofd zij de HEERE, de God Israëls, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid; en al het volk zegge: Amen, Hallelujah!",
      "text1637_html": "Gelovet zy de HEERE de Godt Israëls, van eeuwicheyt ende tot in eeuwicheyt, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"aa\">aa</sup> al het volck segge, Amen, Halelu-Iah.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "Israëls,",
          "new": "van Israël,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "zegge:",
          "new": "zeg:",
          "principe": "V401"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Een vermaninge tot lof en prijs des Heeren, met bede om vergevinge der sonden, die het volck Godes bekent gedaen te hebben, als oock hare Vaders, waer by gevoecht wort een kort verhael van der Israëliten wederspannicheyt in de woestijne, ende de barmherticheyt Godes haer bewesen, besluytende met een gebedt ende lof des Heeren.",
    "text2026": "Een vermaning tot lof en prijs van de HEERE, met bede om vergeving van de zonden die het volk van God bekent gedaan te hebben, alsook hun vaders; waarbij gevoegd wordt een kort verhaal van de weerspannigheid van de Israëlieten in de woestijn, en de barmhartigheid van God hun bewezen, besluitend met een gebed en lof van de HEERE."
  }
}
