{
  "number": 109,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van David, voor den opperzangmeester. O God mijns lofs! zwijg niet.",
      "text1637": "EEn [1] Psalm Davids, voor den Opper-sang-meester. ô Godt [2] mijnes lofs, [3] en swijcht niet.",
      "text2026": "Een psalm van David, voor de opperzangmeester. O God van mijn lof! zwijg niet.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "psalm van David: Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.",
          "text1637": "Siet Psal. 4.1.",
          "text2026": "psalm van David: Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Neginoth."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mijns lofs: Dat Gij de materie en stof zijt van mijne lofzangen, en die mij overvloedige oorzaak geeft om U te prijzen, gelijk Exod. 15:2 . Exodus 15:2 : De HEERE is mijn Kracht en Lied, en Hij is mij tot een Heil geweest; deze is mijn God; daarom zal ik Hem een liefelijke woning maken; Hij is mijns vaders God, dies zal ik Hem verheffen!",
          "text1637": "Die ghy de materie ende stoffe zijt van mijne lofsangen, ende die my overvloedige oorsake geeft, om u te prijsen, als Exod. 15.2.",
          "text2026": "mijns lofs: Dat U de materie en stof bent van mijn lofzangen, en die mij overvloedige oorzaak geeft om U te prijzen, gelijk Ex. 15:2 . Exodus 15:2 : JAHWEH is mijn Kracht en Lied, en Hij is mij tot een Heil geweest; deze is mijn God; daarom zal ik Hem een liefelijke woning maken; Hij is van mijn vader God, daarom zal ik Hem verheffen!"
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zwijg niet: Dat is, maar antwoord mij en verhoor dit mijn gebed, en help mij, opdat het metterdaad blijke dat Gij mij verhoord hebt. Alzo ook Ps. 28:1 , en Ps. 35:22 , en Ps. 39:13 , en Ps. 83:2 . Psalmen 28:1 : Een psalm van David. Tot U roep ik, HEERE! mijn Rotssteen, houd U niet als doof van mij af; opdat ik niet, zo Gij U van mij stil houdt, vergeleken worde met degenen, die in den kuil nederdalen. Psalmen 35:22 : HEERE! Gij hebt het gezien, zwijg niet; HEERE! wees niet verre van mij. Psalmen 39:13 : Hoor, HEERE! mijn gebed, en neem mijn geroep ter ore; zwijg niet tot mijn tranen; want ik ben een vreemdeling bij U, een bijwoner, gelijk al mijn vaders. Psalmen 83:2 : O God! zwijg niet, houd U niet als doof, en zijt niet stil, o God!",
          "text1637": "D. maer antwoort my, ende verhoort dit mijn gebedt, ende helpt my, op dat het met der daet blijcke, dat ghy my verhoort hebt. alsoo ooc Psal. 28.1. ende 35.22. ende 39.13. ende 83.2.",
          "text2026": "zwijg niet: Dat is, maar antwoord mij en verhoor dit mijn gebed, en help mij, opdat het metterdaad blijke dat U mij verhoord hebt. Zo ook Ps. 28:1 , en Ps. 35:22 , en Ps. 39:13 , en Ps. 83:2 . Psalmen 28:1 : Een psalm van David. Tot U roep ik, JAHWEH! mijn Rotssteen, houd U niet als doof van mij af; opdat ik niet, zo U U van mij stil houdt, vergeleken worde met degenen, die in de kuil nederdalen. Psalmen 35:22 : JAHWEH! U hebt het gezien, zwijg niet; JAHWEH! wees niet verre van mij. Psalmen 39:13 : Hoor, JAHWEH! mijn gebed, en neem mijn geroep ter ore; zwijg niet tot mijn tranen; want ik ben een vreemdeling bij U, een bijwoner, gelijk al mijn vaders. Psalmen 83:2 : O God! zwijg niet, houd U niet als doof, en zijt niet stil, o God!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ֭/מְנַצֵּחַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָוִ֣ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "מִזְמ֑וֹר",
          "strongs": "H4210",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֥י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "תְ֝הִלָּתִ֗/י",
          "strongs": "H8416",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַֽל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תֶּחֱרַֽשׁ",
          "strongs": "H2790",
          "morph": "HVqj2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> psalm van David, voor de opperzangmeester. O God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> van mijn lof!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> zwijg niet.",
      "textSV1888_html": "Een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> psalm van David, voor den opperzangmeester. O God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> mijns lofs!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> zwijg niet.",
      "text1637_html": "EEn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Psalm Davids, voor den Opper-sang-meester. ô Godt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> mijnes lofs, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> en swijcht niet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "mijns lofs!",
          "new": "van mijn lof!",
          "principe": "V213"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Want de mond des goddelozen en de mond des bedrogs zijn tegen mij opengedaan; zij hebben met mij gesproken met een valse tong.",
      "text1637": "Want de mont des godtloosen, ende [4] de mont des bedrochs, zijn tegen my open gedaen, [5] sy hebben met my gesproken met een valsche tonge.",
      "text2026": "Want de mond van de goddelozen en de mond van het bedrog zijn tegen mij opengedaan; zij hebben met mij gesproken met een valse tong.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de mond des: Dat is, de bedriegelijke mond, verstaande daarbij de bedriegelijke, loze mensen.",
          "text1637": "D. de bedriegelicke mont, verstaende daer by, de bedriechlicke loose menschen.",
          "text2026": "de mond van de: Dat is, de bedriegelijke mond, verstaande daarbij de bedriegelijke, loze mensen."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zij hebben met mij gesproken: Te weten, die bedriegers in Sauls hof en dergelijke anderen; door welken de vijanden van den Heere Christus, en inzonderheid van Juda, zijn afgebeeld.",
          "text1637": "T.w. die bedriegers in Sauls hof, ende diergelijcke andere; door dewelcke de vyanden des Heeren Christi, ende insonderheyt Iudas, zijn afgebeeldt.",
          "text2026": "zij hebben met mij gesproken: Te weten, die bedriegers in Sauls hof en dergelijke anderen; door welke de vijanden van de Heer Christus, en in het bijzonder van Juda, zijn afgebeeld."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "פִ֪י",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "רָשָׁ֡ע",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וּֽ/פִי",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מִ֭רְמָה",
          "strongs": "H4820",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "עָלַ֣/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "פָּתָ֑חוּ",
          "strongs": "H6605",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "דִּבְּר֥וּ",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp3cp"
        },
        {
          "woord": "אִ֝תִּ֗/י",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְשׁ֣וֹן",
          "strongs": "H3956",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "שָֽׁקֶר",
          "strongs": "H8267",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want de mond van de goddelozen en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> de mond van het bedrog zijn tegen mij opengedaan;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> zij hebben met mij gesproken met een valse tong.",
      "textSV1888_html": "Want de mond des goddelozen en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> de mond des bedrogs zijn tegen mij opengedaan;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> zij hebben met mij gesproken met een valse tong.",
      "text1637_html": "Want de mont des godtloosen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> de mont des bedrochs, zijn tegen my open gedaen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> sy hebben met my gesproken met een valsche tonge.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des",
          "new": "van de",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "des bedrogs",
          "new": "van het bedrog",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "En met hatelijke woorden hebben zij mij omsingeld; ja, zij hebben mij bestreden zonder oorzaak.",
      "text1637": "Ende [6] met hatige woorden hebbense my omcingelt, ja [a] sy hebben my bestreden sonder oorsake.",
      "text2026": "En met hatelijke woorden hebben zij mij omsingeld; ja, zij hebben mij bestreden zonder oorzaak.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met hatelijke: Dat is, met woorden, die uit enkel haat en afgunst gesproken zijn. Hebr., שִׂנְאָה, met woorden van den haat.",
          "text1637": "D. met woorden die uyt enckelen haet ende afgunste gesproken zijn. Hebr. met woorden des haets.",
          "text2026": "met hatelijke: Dat is, met woorden, die uit enkel haat en afgunst gesproken zijn. Hebr., שִׂנְאָה, met woorden van de haat."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 69:5 . Psalmen 69:5 : Die mij zonder oorzaak haten, zijn meer dan de haren mijns hoofds; die mij zoeken te vernielen, die mij om valse oorzaken vijand zijn, zijn machtig geworden; wat ik niet geroofd heb, moet ik alsdan wedergeven.",
          "text1637": "Psal. 69.5.",
          "text2026": "Ps. 69:5 . Psalmen 69:5 : Die mij zonder oorzaak haten, zijn meer dan de haar mijns hoofds; die mij zoeken te vernielen, die mij om valse oorzaken vijand zijn, zijn machtig geworden; wat ik niet geroofd heb, moet ik alsdan wedergeven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/דִבְרֵ֣י",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HC/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "שִׂנְאָ֣ה",
          "strongs": "H8135",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "סְבָב֑וּ/נִי",
          "strongs": "H5437",
          "morph": "HVqp3cp/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּֽלָּחֲמ֥וּ/נִי",
          "strongs": "H3898",
          "morph": "HC/VNw3mp/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "חִנָּֽם",
          "strongs": "H2600",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> met hatelijke woorden hebben zij mij omsingeld; ja,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> zij hebben mij bestreden zonder oorzaak.",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> met hatelijke woorden hebben zij mij omsingeld; ja,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> zij hebben mij bestreden zonder oorzaak.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> met hatige woorden hebbense my omcingelt, ja <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> sy hebben my bestreden sonder oorsake."
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Voor mijn liefde, staan zij mij tegen; maar ik was steeds in het gebed.",
      "text1637": "[7] Voor mijne liefde, staense my tegen: [8] maer ick was [steets in] ’t gebedt.",
      "text2026": "Voor mijn liefde, staan zij mij tegen; maar ik was steeds in het gebed.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Voor mijn liefde: Te weten, voor de liefde, waarmede ik hen bemind heb.",
          "text1637": "T.w. voor de liefde daer mede ickse bemint hebbe.",
          "text2026": "Voor mijn liefde: Te weten, voor de liefde, waarmee ik hen bemind heb."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "maar ik was steeds : Hebr., תְפִלָּֽה, mmar ik het gebed. Anders: maar ik [was een man] des gebeds; dat is, ik heb mij tot het gebed begeven. Alzo staat er in Ps. 120 , ik vrede, en Obad. 7 , uw brood, voor mannen die uw brood eten. Het is zoveel, alsof de profeet hier zeide: Het gebed tot God is mijn enige tegenweer en toevlucht geweest, ik heb geen ongeoorloofde middelen bij de hand genomen. Zie Ps. 69:14 . Of, ik heb niet opgehouden voor hen te bidden, die mij zoveel gedaan hebben. Zie Ps. 35:13 . Psalmen 69:14 : Maar mij aangaande, mijn gebed is tot U, o HEERE; er is een tijd des welbehagens, o God! door de grootheid Uwer goedertierenheid; verhoor mij door de getrouwheid Uws heils. Psalmen 35:13 : Mij aangaande daarentegen, als zij krank waren, was een zak mijn kleed; ik kwelde mijn ziel met vasten, en mijn gebed keerde weder in mijn boezem.",
          "text1637": "Hebr. maer ick het gebedt. And. maer ick [was een man] des gebedts. D. Ick hebbe my tot den gebede begeven. alsoo stater Psal. 120. Ick vrede, ende Obad. vers 7. u broot, voor, mannen die u broot eten. Het is soo veel, als of de Prophete hier seyde, ’Tgebedt tot Godt is mijne eenige tegenweere ende toevlucht geweest, Ick en hebbe geene ongeoorloofde middelen by der hant genomen. siet Psal. 69.14. Of, Ick en hebbe niet op gehouden voor haer te bidden, die my soo veel leedts gedaen hebben. siet Psal. 35. vers 13.",
          "text2026": "maar ik was steeds : Hebr., תְפִלָּֽה, mmar ik het gebed. Anders: maar ik [was een man] van het gebed; dat is, ik heb mij tot het gebed begeven. Zo staat er in Ps. 120 , ik vrede, en Obad. 7 , uw brood, voor mannen die uw brood eten. Het is zoveel, alsof de profeet hier zei: Het gebed tot God is mijn enige tegenweer en toevlucht geweest, ik heb geen ongeoorloofde middelen bij de hand genomen. Zie Ps. 69:14 . Of, ik heb niet opgehouden voor hen te bidden, die mij zoveel gedaan hebben. Zie Ps. 35:13 . Psalmen 69:14 : Maar mij aangaande, mijn gebed is tot U, o JAHWEH; er is een tijd van de welbehagens, o God! door de grootheid Uw goedertierenheid; verhoor mij door de getrouwheid Uws heils. Psalmen 35:13 : Mij aangaande daarentegen, als zij ziek waren, was een zak mijn kleed; ik kwelde mijn ziel met vasten, en mijn gebed keerde weer in mijn boezem."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תַּֽחַת",
          "strongs": "H8478",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אַהֲבָתִ֥/י",
          "strongs": "H160",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂטְנ֗וּ/נִי",
          "strongs": "H7853",
          "morph": "HVqi3mp/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/אֲנִ֥י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "תְפִלָּֽה",
          "strongs": "H8605",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Voor mijn liefde, staan zij mij tegen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> maar ik was steeds in het gebed.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Voor mijn liefde, staan zij mij tegen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> maar ik was steeds in het gebed.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Voor mijne liefde, staense my tegen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> maer ick was [steets in] ’t gebedt."
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "En zij hebben mij kwaad voor goed opgelegd, en haat voor mijn liefde.",
      "text1637": "Ende sy hebben my quaet voor goet opgeleyt, ende haet voor mijne liefde.",
      "text2026": "En zij hebben mij kwaad voor goed opgelegd, en haat voor mijn liefde.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יָּ֘שִׂ֤ימוּ",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "עָלַ֣/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "רָ֭עָה",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "תַּ֣חַת",
          "strongs": "H8478",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "טוֹבָ֑ה",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/שִׂנְאָ֗ה",
          "strongs": "H8135",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "תַּ֣חַת",
          "strongs": "H8478",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אַהֲבָתִֽ/י",
          "strongs": "H160",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zij hebben mij kwaad voor goed opgelegd, en haat voor mijn liefde.",
      "text1637_html": "Ende sy hebben my quaet voor goet opgeleyt, ende haet voor mijne liefde."
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Stel een goddeloze over hem, en de satan sta aan zijn rechterhand.",
      "text1637": "[9] Stelt eenen godtloosen over hem, ende [10] de Satan [11] stae aen sijne rechter-hant.",
      "text2026": "Stel een goddeloze over hem, en de satan sta aan zijn rechterhand.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Stel een goddeloze: Dat is, geef een harden, straffen mens last en macht over hem, dat hij zijn dwangmeester en kweller zij, gelijk hij anderen geweest is.",
          "text1637": "Dat is, geeft eenen harden straffen mensche last ende macht over hem, dat hy sijn dwang-meester ende queller zy, gelijck hy anderen geweest is.",
          "text2026": "Stel een goddeloze: Dat is, geef een harden, straffen mens last en macht over hem, dat hij zijn dwangmeester en kweller zij, gelijk hij anderen geweest is."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de satan: Of, wederpartijder. Zie de aantekening bij Job 1:6 . De psalmist wenst dat zijn wederpartijder een aanklager hebbe, die hem in zijn aangezicht voor den Rechter gestadig beschuldige, gelijk de duivel Job gedaan heeft. Job 1:6 : Er was nu een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam.",
          "text1637": "Of, wederpartyder. Siet Iob 1. d’aent. op vers 6. De Psalmist wenscht, dat sijn wederpartijder eenen aenklager hebbe, die hem in sijn aengesichte voor den Richter stedich beschuldige: Gelijck de duyvel Iob gedaen heeft.",
          "text2026": "de satan: Of, wederpartijder. Zie de aantekening bij Job 1:6 . De psalmist wenst dat zijn wederpartijder een aanklager hebbe, die hem in zijn aangezicht voor de Rechter gestadig beschuldige, gelijk de duivel Job gedaan heeft. Job 1:6 : Er was nu een dag, als de kinderen van God kwamen, om zich voor JAHWEH te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "sta aan zijn: Dat is, overwinne hem in het gericht, door stevig drijven en dringen. Anderen nemen dit alzo: De satan sta aan zijne rechterhand; te weten, om hem tegenstand te doen, alzo dat hij zijne rechterhand niet kan gebruiken, dat is dat hij zijne zaken niet bekwamelijk kan uitrichten. Zie Zach. 3:1 , maar onder vs. 31 wordt deze manier van spreken gebruikt voor beschutten en beschermen. Zacharia 3:1 : Daarna toonde Hij mij Josua, den hogepriester, staande voor het aangezicht van den Engel des HEEREN; en de satan stond aan zijn rechterhand, om hem te wederstaan.",
          "text1637": "D. overwinne hem in ’t gerichte, door stedich drijven en dringen. Andere nemen dit alsoo, de Satan stae aen sijne rechterhant, T.w. om hem tegenstant te doen, also dat hy sijne rechterhant niet en kunne gebruycken, D. dat hy sijne saken niet bequamelick en kunne uytrichten. siet Zachar. 3.1. maer ond. vers 31. wort dese maniere van spreken gebruyckt voor beschutten ende beschermen.",
          "text2026": "sta aan zijn: Dat is, overwinne hem in het gericht, door stevig drijven en dringen. Anderen nemen dit zo: De satan sta aan zijn rechterhand; te weten, om hem tegenstand te doen, zo dat hij zijn rechterhand niet kan gebruiken, dat is dat hij zijn zaken niet bekwamelijk kan uitrichten. Zie Zach. 3:1 , maar onder vs. 31 wordt deze manier van spreken gebruikt voor beschutten en beschermen. Zacharia 3:1 : Daarna toonde Hij mij Josua, de hogepriester, staande voor het aangezicht van de Engel van JAHWEH; en de satan stond aan zijn rechterhand, om hem te wederstaan."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַפְקֵ֣ד",
          "strongs": "H6485",
          "morph": "HVhv2ms"
        },
        {
          "woord": "עָלָ֣י/ו",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "רָשָׁ֑ע",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/שָׂטָ֗ן",
          "strongs": "H7854",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יַעֲמֹ֥ד",
          "strongs": "H5975",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְמִינֽ/וֹ",
          "strongs": "H3225",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Stel een goddeloze over hem, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> de satan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> sta aan zijn rechterhand.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Stel een goddeloze over hem, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> de satan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> sta aan zijn rechterhand.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Stelt eenen godtloosen over hem, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> de Satan <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> stae aen sijne rechter-hant."
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Als hij gericht wordt, zo ga hij schuldig uit, en zijn gebed zij tot zonde.",
      "text1637": "Als hy gerichtet wort, so gae hy [12] schuldich uyt, ende [13] sijn [b] gebedt zy tot sonde.",
      "text2026": "Als hij gericht wordt, zo ga hij schuldig uit, en zijn gebed zij tot zonde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "schuldig uit, en: Dat is, hij worde voor goddeloos gekend en geoordeeld. Zie Num. 35:31 . Numeri 35:31 : En gij zult geen verzoening nemen voor de ziel des doodslagers, die schuldig is te sterven; want hij zal zekerlijk gedood worden.",
          "text1637": "D. hy worde voor godtloos gekent ende geoordeelt. siet Num. 35. op vers 31.",
          "text2026": "schuldig uit, en: Dat is, hij worde voor goddeloos gekend en geoordeeld. Zie Num. 35:31 . Numeri 35:31 : En u zult geen verzoening nemen voor de ziel van de moordenaars, die schuldig is te sterven; want hij zal zekerlijk gedood worden."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Spreuk. 15:8 ; Spreuk. 28:9 . Spreuken 15:8 : Het offer der goddelozen is den HEERE een gruwel; maar het gebed der oprechten is Zijn welgevallen. Spreuken 28:9 : Die zijn oor afwendt van de wet te horen, diens gebed zelfs zal een gruwel zijn.",
          "text1637": "Prov. 15.8. ende 28.9.",
          "text2026": "Spr. 15:8 ; Spr. 28:9 . Spreuken 15:8 : Het offer van de goddelozen is JAHWEH een gruwel; maar het gebed van de oprechten is Zijn welgevallen. Spreuken 28:9 : Die zijn oor afwendt van de wet te horen, diens gebed zelfs zal een gruwel zijn."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijn gebed zij: Dat is, hij worde door geen bidden ontslagen van den rechter, die hem heeft verwezen, maar dat hij zijne zaak eer kwader daarmede make en die hem derhalve afgeslagen worde, als zijnde onrechtvaardig. Of men mag hier verstaan het gebed, dat hij tot God doet, in dezen zin, dat God hem dat wil afslaan, dewijl het huichelarij is.",
          "text1637": "D. hy en worde door geen bidden ontslagen van den Richter, die hem heeft verwesen, maer dat hy sijne sake eer quader daer mede make, ende hem derhalven afgeslagen werde, als zijnde onrechtveerdich. Ofte, men mach hier verstaen ’t gebedt dat hy tot Godt doet, in desen sin, dat Godt hem ’t selve wille af-staen, dewijle het huychelisch is.",
          "text2026": "zijn gebed zij: Dat is, hij worde door geen bidden ontslagen van de rechter, die hem heeft verwezen, maar dat hij zijn zaak eer kwader daarmee make en die hem daarom afgeslagen worde, als zijnde onrechtvaardig. Of men mag hier verstaan het gebed, dat hij tot God doet, in deze zin, dat God hem dat wil afslaan, omdat het huichelarij is."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ֭/הִשָּׁ֣פְט/וֹ",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HR/VNc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יֵצֵ֣א",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "רָשָׁ֑ע",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/תְפִלָּת֗/וֹ",
          "strongs": "H8605",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "תִּהְיֶ֥ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "לַֽ/חֲטָאָֽה",
          "strongs": "H2401",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Als hij gericht wordt, zo ga hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> schuldig uit, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> gebed zij tot zonde.",
      "textSV1888_html": "Als hij gericht wordt, zo ga hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> schuldig uit, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> gebed zij tot zonde.",
      "text1637_html": "Als hy gerichtet wort, so gae hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> schuldich uyt, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> sijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> gebedt zy tot sonde."
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Dat zijn dagen weinig zijn; een ander neme zijn ambt;",
      "text1637": "Dat [14] sijne dagen weynich zijn: een ander neme sijn [15] ampt.",
      "text2026": "Dat zijn dagen weinig zijn; een ander neme zijn ambt;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijn dagen weinig: Te weten, de dagen zijns levens. Zie Ps. 55:24 . Psalmen 55:24 : Maar Gij, o God! zult die doen nederdalen in den put des verderfs; de mannen des bloeds en bedrogs zullen hun dagen niet ter helft brengen; ik, daarentegen, zal op U vertrouwen.",
          "text1637": "T.w. de dagen sijnes levens. siet Psal. 55.24.",
          "text2026": "zijn dagen weinig: Te weten, de dagen zijns levens. Zie Ps. 55:24 . Psalmen 55:24 : Maar U, o God! zult die doen nederdalen in de put van het verderf; de mannen van het bloed en bedrogs zullen hun dagen niet ter helft brengen; ik, daarentegen, zal op U vertrouwen."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, officie, opzicht, bediening. Deze woorden van David worden uitgelegd op Judas, wiens ambt of bediening Matthias gegeven werd; Hand. 1:20 . Handelingen 1:20 : Want er staat geschreven in het boek der Psalmen; Zijn woonstede worde woest, en er zij niemand die in dezelve wone. En: Een ander neme zijn opzienersambt.",
          "text1637": "Of, officie, opsicht, bedieninge. Dese woorden Davids worden uytgeleyt op Iudas, wiens ampt ofte bedieninge Matthiae gegeven wiert, Actor. 1.20.",
          "text2026": "Of, officie, opzicht, bediening. Deze woorden van David worden uitgelegd op Judas, wiens ambt of bediening Matthias gegeven werd; Hand. 1:20 . Handelingen 1:20 : Want er staat geschreven in het boek van de Psalmen; Zijn woonstede worde woest, en er zij niemand die in dezelfde woon. En: Een ander neme zijn opzienersambt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִֽהְיֽוּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "יָמָ֥י/ו",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מְעַטִּ֑ים",
          "strongs": "H4592",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "פְּ֝קֻדָּת֗/וֹ",
          "strongs": "H6486",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִקַּ֥ח",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אַחֵֽר",
          "strongs": "H312",
          "morph": "HAamsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> zijn dagen weinig zijn; een ander neme zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> ambt;",
      "textSV1888_html": "Dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> zijn dagen weinig zijn; een ander neme zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> ambt;",
      "text1637_html": "Dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> sijne dagen weynich zijn: een ander neme sijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> ampt."
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Dat zijn kinderen wezen worden, en zijn vrouw weduwe.",
      "text1637": "[16] Dat sijne kinderen weesen worden, ende sijn wijf weduwe.",
      "text2026": "Dat zijn kinderen wezen worden, en zijn vrouw weduwe.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat zijn kinderen: Dit is een van de vloeken der wet; Exod. 22:24 ; Jer. 18:21 . Exodus 22:24 : En Mijn toorn zal ontsteken, en Ik zal ulieden met het zwaard doden; en uw vrouwen zullen weduwen, en uw kinderen zullen wezen worden. Jeremia 18:21 : Daarom, geef hun zonen den honger over, en doe ze wegvloeien door het geweld des zwaards, en laat hun vrouwen van kinderen beroofd en weduwen worden, en laat hun mannen door den dood omgebracht, en hun jongelingen met het zwaard geslagen worden in den strijd.",
          "text1637": "Dit is een van de vloecken der wet, Exod. 22.24. Ierem. 18.21.",
          "text2026": "Dat zijn kinderen: Dit is één van de vloeken van de wet; Ex. 22:24 ; Jer. 18:21 . Exodus 22:24 : En Mijn toorn zal ontsteken, en Ik zal u met het zwaard doden; en uw vrouwen zullen weduwen, en uw kinderen zullen wezen worden. Jeremia 18:21 : Daarom, geef hun zonen de honger over, en doe ze wegvloeien door het geweld van het zwaard, en laat hun vrouwen van kinderen beroofd en weduwen worden, en laat hun mannen door de dood omgebracht, en hun jongelingen met het zwaard geslagen worden in de strijd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִֽהְיוּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "בָנָ֥י/ו",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְתוֹמִ֑ים",
          "strongs": "H3490",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/אִשְׁתּ/וֹ",
          "strongs": "H802",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אַלְמָנָֽה",
          "strongs": "H490",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Dat zijn kinderen wezen worden, en zijn vrouw weduwe.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Dat zijn kinderen wezen worden, en zijn vrouw weduwe.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Dat sijne kinderen weesen worden, ende sijn wijf weduwe."
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "En dat zijn kinderen hier en daar omzwerven, en bedelen, en de nooddruft uit hun verwoeste plaatsen zoeken.",
      "text1637": "Ende dat sijne kinderen [17] hier ende daer omswerven, ende bedelen, ende [den nootdurft] [18] uyt hare verwoeste plaetsen soecken.",
      "text2026": "En dat zijn kinderen hier en daar omzwerven, en bedelen, en de behoefte uit hun verwoeste plaatsen zoeken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hier en daar omzwerven: Hebr. omzwervende omzwerven.",
          "text1637": "Hebr. omswervende omswerven.",
          "text2026": "hier en daar omzwerven: Hebr. omzwervende omzwerven."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "uit hun verwoeste: Anders: vanwege hunne verwoesting; omdat hun eigen land en huizen verwoest zijn.",
          "text1637": "And. Van wegen hare verwoestinge, Dat is, om dat haer eygen lant ende huysen verwoest zijn.",
          "text2026": "uit hun verwoeste: Anders: vanwege hun verwoesting; omdat hun eigen land en huizen verwoest zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/נ֤וֹעַ",
          "strongs": "H5128",
          "morph": "HC/Vqa"
        },
        {
          "woord": "יָנ֣וּעוּ",
          "strongs": "H5128",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "בָנָ֣י/ו",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/שִׁאֵ֑לוּ",
          "strongs": "H7592",
          "morph": "HC/Vpq3cp"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/דָרְשׁ֗וּ",
          "strongs": "H1875",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "מֵ/חָרְבוֹתֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H2723",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En dat zijn kinderen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> hier en daar omzwerven, en bedelen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> de behoefte uit hun verwoeste plaatsen zoeken.",
      "textSV1888_html": "En dat zijn kinderen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> hier en daar omzwerven, en bedelen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> de nooddruft uit hun verwoeste plaatsen zoeken.",
      "text1637_html": "Ende dat sijne kinderen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> hier ende daer omswerven, ende bedelen, ende [den nootdurft] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> uyt hare verwoeste plaetsen soecken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "nooddruft",
          "new": "behoefte",
          "principe": "V1504"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Dat de schuldeiser aansla al wat hij heeft, en dat de vreemden zijn arbeid roven.",
      "text1637": "Dat [19] de schult-eyscher [20] aenslae al dat hy heeft, ende dat de vreemde [21] sijnen arbeyt rooven.",
      "text2026": "Dat de schuldeiser aansla al wat hij heeft, en dat de vreemden zijn arbeid roven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de schuldeiser: Dat is, die wien hij schuldig is. Of versta hier, door den schuldeiser den pander, of executeur.",
          "text1637": "D. die dien hy schuldich is. ofte, Verst. hier door den schult-eysscher den pander, ofte executeur.",
          "text2026": "de schuldeiser: Dat is, die wie hij schuldig is. Of versta hier, door de schuldeiser de pander, of executeur."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "al wat hij heeft: Hebr. verstrikke; dat is, in zijne strikken en geweld, of arrest krijge.",
          "text1637": "Hebr. verstricke, D. in sijne stricken ende gewelt, of arrest krijge.",
          "text2026": "al wat hij heeft: Hebr. verstrikke; dat is, in zijn strikken en geweld, of arrest krijge."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijn arbeid roven: Dat is, hetgeen hij met moeite en arbeid gewonnen heeft. Zie Job 20:18 . Job 20:18 : Den arbeid zal hij wedergeven en niet inslokken; naar het vermogen zijner verandering, zo zal hij van vreugde niet opspringen.",
          "text1637": "D. ’tgene dat hy met moeyte ende arbeyt gewonnen heeft. Siet Iob 20. op vers 18.",
          "text2026": "zijn arbeid roven: Dat is, wat hij met moeite en arbeid gewonnen heeft. Zie Job 20:18 . Job 20:18 : De arbeid zal hij wedergeven en niet inslokken; naar het vermogen zijn verandering, zo zal hij van vreugde niet opspringen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְנַקֵּ֣שׁ",
          "strongs": "H5367",
          "morph": "HVpi3ms"
        },
        {
          "woord": "נ֭וֹשֶׁה",
          "strongs": "H5383",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "ל֑/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָבֹ֖זּוּ",
          "strongs": "H962",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        },
        {
          "woord": "זָרִ֣ים",
          "strongs": "H2114",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "יְגִיעֽ/וֹ",
          "strongs": "H3018",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> de schuldeiser<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> aansla al wat hij heeft, en dat de vreemden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> zijn arbeid roven.",
      "textSV1888_html": "Dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> de schuldeiser<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> aansla al wat hij heeft, en dat de vreemden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> zijn arbeid roven.",
      "text1637_html": "Dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> de schult-eyscher <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> aenslae al dat hy heeft, ende dat de vreemde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> sijnen arbeyt rooven."
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Dat hij niemand hebbe, die weldadigheid over hem uitstrekke, en dat er niemand zij, die zijn wezen genadig zij.",
      "text1637": "Dat hy niemant en hebbe, die weldadicheyt [over hem] uytstrecke, ende datter niemant zy, die sijne weesen genadich zy.",
      "text2026": "Dat hij niemand hebbe, die goedertierenheid over hem uitstrekke, en dat er niemand zij, die zijn wezen genadig zij.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יְהִי",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqj3ms"
        },
        {
          "woord": "ל֭/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מֹשֵׁ֣ךְ",
          "strongs": "H4900",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "חָ֑סֶד",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יְהִ֥י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqj3ms"
        },
        {
          "woord": "ח֝וֹנֵ֗ן",
          "strongs": "H2603",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/יתוֹמָֽי/ו",
          "strongs": "H3490",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dat hij niemand hebbe, die goedertierenheid over hem uitstrekke, en dat er niemand zij, die zijn wezen genadig zij.",
      "text1637_html": "Dat hy niemant en hebbe, die weldadicheyt [over hem] uytstrecke, en<i>de</i> datter niemant zy, die sijne weesen genadich zy.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "weldadigheid",
          "new": "goedertierenheid",
          "principe": "V937"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Dat zijn nakomelingen uitgeroeid worden; hun naam worde uitgedelgd in het andere geslacht.",
      "text1637": "Dat [22] sijne nakomelingen uytgeroeyt worden: haren name worde [23] uytgedelgt [24] in’t ander geslachte.",
      "text2026": "Dat zijn nakomelingen uitgeroeid worden; hun naam worde uitgewist in het andere geslacht.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijn nakomelingen: Anders: zijn laatste, of zijn einde.",
          "text1637": "And. sijn laetste, of, sijn eynde. Siet d’aent. Psal. 37. op vers 37.",
          "text2026": "zijn nakomelingen: Anders: zijn laatste, of zijn einde."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, uitgevaagd, uitgewist. Zie Ps. 37:28 . Psalmen 37:28 : Want de HEERE heeft het recht lief, en zal Zijn gunstgenoten niet verlaten; in eeuwigheid worden zij bewaard; maar het zaad der goddelozen wordt uitgeroeid.",
          "text1637": "Of, uytgevaecht, uytgewischt. siet Psal. 37. vers 28.",
          "text2026": "Of, uitgevaagd, uitgewist. Zie Ps. 37:28 . Psalmen 37:28 : Want JAHWEH heeft het recht lief, en zal Zijn gunstgenoten niet verlaten; in eeuwigheid worden zij bewaard; maar het zaad van de goddelozen wordt uitgeroeid."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in het andere geslacht: Dat is, in het geslacht, dat na dezen komen zal.",
          "text1637": "D. In ’t geslachte dat na desen komen sal.",
          "text2026": "in het andere geslacht: Dat is, in het geslacht, dat na deze komen zal."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְהִֽי",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אַחֲרִית֥/וֹ",
          "strongs": "H319",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/הַכְרִ֑ית",
          "strongs": "H3772",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ד֥וֹר",
          "strongs": "H1755",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אַ֝חֵ֗ר",
          "strongs": "H312",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "יִמַּ֥ח",
          "strongs": "H4229",
          "morph": "HVNi3ms"
        },
        {
          "woord": "שְׁמָֽ/ם",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> zijn nakomelingen uitgeroeid worden; hun naam worde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> uitgewist<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> in het andere geslacht.",
      "textSV1888_html": "Dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> zijn nakomelingen uitgeroeid worden; hun naam worde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> uitgedelgd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> in het andere geslacht.",
      "text1637_html": "Dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> sijne nakomelingen uytgeroeyt worden: haren name worde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> uytgedelgt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> in’t ander geslachte.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "uitgedelgd",
          "new": "uitgewist",
          "principe": "V1213"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "De ongerechtigheid zijner vaderen worde gedacht bij den HEERE, en de zonde zijner moeder worde niet uitgedelgd.",
      "text1637": "De [25] ongerechticheyt sijner vaderen worde gedacht by den HEERE, ende [26] de sonde sijner moeder en worde niet uytgedelcht.",
      "text2026": "De ongerechtigheid van zijn vaders worde gedacht bij JAHWEH, en de zonde van zijn moeder worde niet uitgewist.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de Heere straffe hem niet alleen vanwege zijn eigen, maar ook vanwege de zonden zijner voorvaders. De psalmist ziet hier op de bedreiging van het tweede gebod; Exod. 20:5 . Exodus 20:5 : Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten;",
          "text1637": "Dat is, de Heere straffe hem niet alleen van wegen sijne eygene, maer oock van wegen de sonden sijner voorvaderen. De Psalmist siet hier op het dreygement des tweeden gebodts, Exod. 20.5.",
          "text2026": "Dat is, de Heer straffe hem niet alleen vanwege zijn eigen, maar ook vanwege de zonden zijn voorvaders. De psalmist ziet hier op de bedreiging van het tweede gebod; Ex. 20:5 . Exodus 20:5 : U zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, JAHWEH uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad van de vader bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten;"
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de zonde: Dat is, God straffe hem ook om zijner moeders zonde, gelijk de aantekening bij vers 14 . Psalmen 109:14 : De ongerechtigheid zijner vaderen worde gedacht bij den HEERE, en de zonde zijner moeder worde niet uitgedelgd.",
          "text1637": "D. Godt straffe hem oock om sijnes moeders sonde, als boven.",
          "text2026": "de zonde: Dat is, God straffe hem ook om zijn moeders zonde, gelijk de aantekening bij vers 14 . Psalmen 109:14 : De ongerechtigheid zijn vaders worde gedacht bij JAHWEH, en de zonde zijn moeder worde niet uitgedelgd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִזָּכֵ֤ר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVNi3ms"
        },
        {
          "woord": "עֲוֺ֣ן",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "אֲ֭בֹתָי/ו",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/חַטַּ֥את",
          "strongs": "H2403",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "אִ֝מּ֗/וֹ",
          "strongs": "H517",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּמָּֽח",
          "strongs": "H4229",
          "morph": "HVNj3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> ongerechtigheid van zijn vaders worde gedacht bij JAHWEH, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> de zonde van zijn moeder worde niet uitgewist.",
      "textSV1888_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> ongerechtigheid zijner vaderen worde gedacht bij den HEERE, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> de zonde zijner moeder worde niet uitgedelgd.",
      "text1637_html": "De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> ongerechticheyt sijner vaderen worde gedacht by den HEERE, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> de sonde sijner moeder en worde niet uytgedelcht.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zijner vaderen",
          "new": "van zijn vaders",
          "principe": "MR-1KR-007"
        },
        {
          "old": "den HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "zijner",
          "new": "van zijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "uitgedelgd.",
          "new": "uitgewist.",
          "principe": "V1213"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Dat zij gedurig voor den HEERE zijn; en Hij roeie hun gedachtenis uit van de aarde.",
      "text1637": "Datse [27] geduerich voor den HEERE zijn: [c] ende [28] hy roeye [29] hare gedachtenisse uyt van der aerde.",
      "text2026": "Dat zij steeds voor JAHWEH zijn; en Hij roeie hun herinnering uit van de aarde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "gedurig voor: Te weten, die ongerechtigheid en zonde, waarvan vers 14 gesproken is. Psalmen 109:14 : De ongerechtigheid zijner vaderen worde gedacht bij den HEERE, en de zonde zijner moeder worde niet uitgedelgd.",
          "text1637": "T.w. Die ongerechticheyt ende sonde, daer van vers 14. gesproken is.",
          "text2026": "gedurig voor: Te weten, die ongerechtigheid en zonde, waarvan vers 14 gesproken is. Psalmen 109:14 : De ongerechtigheid zijn vaders worde gedacht bij JAHWEH, en de zonde zijn moeder worde niet uitgedelgd."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Job 18:17 ; Ps. 34:17 . Job 18:17 : Zijn gedachtenis zal vergaan van de aarde, en hij zal geen naam hebben op de straten. Psalmen 34:17 : Pe. Het aangezicht des HEEREN is tegen degenen, die kwaad doen, om hun gedachtenis van de aarde uit te roeien.",
          "text1637": "Psal. 34.17. Iob 18.17.",
          "text2026": "Job 18:17 ; Ps. 34:17 . Job 18:17 : Zijn gedachtenis zal vergaan van de aarde, en hij zal geen naam hebben op de straten. Psalmen 34:17 : Pe. Het aangezicht van JAHWEH is tegen degenen, die kwaad doen, om hun gedachtenis van de aarde uit te roeien."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij roeie: Het tegendeel wordt den godzalige beloofd; Ps. 41:3 , en Ps. 112:6 . Psalmen 41:3 : De HEERE zal hem bewaren, en zal hem bij het leven behouden; hij zal op aarde gelukzalig gemaakt worden. Geef hem ook niet over in zijner vijanden begeerte. Psalmen 112:6 : Caph. Zekerlijk, hij zal in der eeuwigheid niet wankelen; Lamed. de rechtvaardige zal in eeuwige gedachtenis zijn.",
          "text1637": "Het contrarie wort den godtsaligen belooft Psal. 41.3. ende 112.6.",
          "text2026": "Hij roeie: Het tegendeel wordt de godzalige beloofd; Ps. 41:3 , en Ps. 112:6 . Psalmen 41:3 : JAHWEH zal hem bewaren, en zal hem bij het leven behouden; hij zal op aarde gelukzalig gemaakt worden. Geef hem ook niet over in zijn vijanden begeerte. Psalmen 112:6 : Caph. Zekerlijk, hij zal in eeuwigheid niet wankelen; Lamed. de rechtvaardige zal in eeuwige gedachtenis zijn."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hun gedachtenis: Te weten, zijns vaders en zijner moeder.",
          "text1637": "T.w. sijnes vaders, ende sijnes moeders.",
          "text2026": "hun gedachtenis: Te weten, zijns vaders en zijn moeder."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִהְי֣וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "נֶֽגֶד",
          "strongs": "H5048",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "תָּמִ֑יד",
          "strongs": "H8548",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יַכְרֵ֖ת",
          "strongs": "H3772",
          "morph": "HC/Vhi3ms"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "זִכְרָֽ/ם",
          "strongs": "H2143",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> zij steeds voor JAHWEH zijn;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Hij roeie<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> hun herinnering uit van de aarde.",
      "textSV1888_html": "Dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> zij gedurig voor den HEERE zijn;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Hij roeie<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> hun gedachtenis uit van de aarde.",
      "text1637_html": "Datse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> geduerich voor den HEERE zijn: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> hy roeye <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> hare gedachtenisse uyt van der aerde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gedurig",
          "new": "steeds",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gedachtenis",
          "new": "herinnering",
          "principe": "V366"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Omdat hij niet gedacht heeft weldadigheid te doen, maar heeft den ellendigen en den nooddruftigen man vervolgd, en den verslagene van hart, om hem te doden.",
      "text1637": "Om dat hy niet gedacht en heeft weldadicheyt te doen, maer heeft den elendigen ende den nootdurftigen man vervolgt: ende [30] den verslagenen van herte, om [hem] te dooden.",
      "text2026": "Omdat hij niet gedacht heeft goedertierenheid te doen, maar heeft de ellendigen en de armen man vervolgd, en de verslagene van hart, om hem te doden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "den verslagene: Of, den gekrenkte aan het hart.",
          "text1637": "Ofte, den gekrenckten aen’t herte.",
          "text2026": "de verslagene: Of, de gekrenkte aan het hart."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יַ֗עַן",
          "strongs": "H3282",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֤ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "זָכַר֮",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "עֲשׂ֪וֹת",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqc"
        },
        {
          "woord": "חָ֥סֶד",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּרְדֹּ֡ף",
          "strongs": "H7291",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "אִישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "עָנִ֣י",
          "strongs": "H6041",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֭/אֶבְיוֹן",
          "strongs": "H34",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִכְאֵ֨ה",
          "strongs": "H3512",
          "morph": "HC/VNrmsc"
        },
        {
          "woord": "לֵבָ֬ב",
          "strongs": "H3824",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/מוֹתֵֽת",
          "strongs": "H4191",
          "morph": "HR/Voc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Omdat hij niet gedacht heeft goedertierenheid te doen, maar heeft de ellendigen en de armen man vervolgd, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> de verslagene van hart, om hem te doden.",
      "textSV1888_html": "Omdat hij niet gedacht heeft weldadigheid te doen, maar heeft den ellendigen en den nooddruftigen man vervolgd, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> den verslagene van hart, om hem te doden.",
      "text1637_html": "Om dat hy niet gedacht en heeft weldadicheyt te doen, maer heeft den elendigen ende den nootdurftigen man vervolgt: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> den verslagenen van herte, om [hem] te dooden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "weldadigheid",
          "new": "goedertierenheid",
          "principe": "V937"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den nooddruftigen",
          "new": "de armen",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Dewijl hij den vloek heeft liefgehad, dat die hem overkome, en geen lust gehad heeft tot den zegen, zo zij die verre van hem.",
      "text1637": "[31] Dewijle hy den vloeck heeft lief gehadt, dat die hem overkome: ende gee-nen lust gehadt en heeft [32] tot den segen, so zy [33] die verre van hem.",
      "text2026": "Omdat hij de vloek heeft liefgehad, dat die hem overkome, en geen lust gehad heeft tot de zegen, zo zij die verre van hem.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dewijl hij den vloek: Dat is, dewijl hij lust gehad heeft anderen te vloeken, en door zijne goddeloosheid zichzelven den vloek op den hals gehaald heeft.",
          "text1637": "D. dewijle hy lust gehadt heeft andere te vloecken, ende door sijne godtloosheyt sich selven den vloeck op den hals gehaelt heeft.",
          "text2026": "Omdat hij de vloek: Dat is, omdat hij lust gehad heeft anderen te vloeken, en door zijn goddeloosheid zichzelven de vloek op de hals gehaald heeft."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tot den zegen: Dat is, anderen den zegen toe te wensen en godzaliglijk te leven om gezegend te worden. Verg. met deze plaats Spreuk. 8:36 . Spreuken 8:36 : Maar die tegen Mij zondigt, doet zijn ziel geweld aan; allen, die Mij haten, hebben den dood lief.",
          "text1637": "D. anderen den segen toe te wenschen, ende godtsalichlick te leven, om gesegent te worden. Vergel. met dese plaetse, Prov. 8.36.",
          "text2026": "tot de zegen: Dat is, anderen de zegen toe te wensen en godzaliglijk te leven om gezegend te worden. Verg. met deze plaats Spr. 8:36 . Spreuken 8:36 : Maar die tegen Mij zondigt, doet zijn ziel geweld aan; allen, die Mij haten, hebben de dood lief."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "die verre van hem: Te weten, de zegen.",
          "text1637": "T.w. de segen.",
          "text2026": "die verre van hem: Te weten, de zegen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יֶּאֱהַ֣ב",
          "strongs": "H157",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "קְ֭לָלָה",
          "strongs": "H7045",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/תְּבוֹאֵ֑/הוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqw3fs/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "חָפֵ֥ץ",
          "strongs": "H2654",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "בִּ֝/בְרָכָ֗ה",
          "strongs": "H1293",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/תִּרְחַ֥ק",
          "strongs": "H7368",
          "morph": "HC/Vqw3fs"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּֽ/נּוּ",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Omdat hij de vloek heeft liefgehad, dat die hem overkome, en geen lust gehad heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> tot de zegen, zo zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> die verre van hem.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Dewijl hij den vloek heeft liefgehad, dat die hem overkome, en geen lust gehad heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> tot den zegen, zo zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> die verre van hem.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Dewijle hy den vloeck heeft lief gehadt, dat die hem overkome: ende gee-nen lust gehadt en heeft <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> tot den segen, so zy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> die verre van hem.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Dewijl",
          "new": "Omdat",
          "principe": "V2"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "En hij zij bekleed met den vloek, als met zijn kleed, en dat die ga tot in het binnenste van hem als het water, en als de olie in zijn beenderen.",
      "text1637": "Ende hy sy bekleedt met den vloeck, als met sijn kleedt, ende dat die gae tot in het binnenste van hem, als het water, ende als de olye in sijne beenderen.",
      "text2026": "En hij zij bekleed met de vloek, als met zijn kleed, en dat die ga tot in het binnenste van hem als het water, en als de olie in zijn beenderen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּלְבַּ֥שׁ",
          "strongs": "H3847",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "קְלָלָ֗ה",
          "strongs": "H7045",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "כְּ/מַ֫דּ֥/וֹ",
          "strongs": "H4055",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/תָּבֹ֣א",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqw3fs"
        },
        {
          "woord": "כַ/מַּ֣יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קִרְבּ֑/וֹ",
          "strongs": "H7130",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/כַ/שֶּׁ֗מֶן",
          "strongs": "H8081",
          "morph": "HC/Rd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עַצְמוֹתָֽי/ו",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "En hij zij bekleed met de vloek, als met zijn kleed, en dat die ga tot in het binnenste van hem als het water, en als de olie in zijn beenderen.",
      "text1637_html": "Ende hy sy bekleedt met den vloeck, als met sijn kleedt, ende dat die gae tot in het binnenste van hem, als het water, ende als de olye in sijne beenderen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Die zij hem als een kleed, waarmede hij zich bedekt, en tot een gordel, waarmede hij zich steeds omgordt.",
      "text1637": "[34] Die zy hem als een kleedt [daer mede] hy sich bedeckt, ende tot een gordel daer mede hy hem steets gordet.",
      "text2026": "Die zij hem als een kleed, waarmee hij zich bedekt, en tot een gordel, waarmee hij zich steeds omgordt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die zij hem: Te weten, de vloek. Hij bidt dat de vloek, dien hij anderen heeft toegewenst, hem steeds aanhange.",
          "text1637": "T.w. de vloeck. hy bidt, dat de vloeck dien hy anderen heeft toe-gewenscht, steets hem aenhange.",
          "text2026": "Die zij hem: Te weten, de vloek. Hij bidt dat de vloek, die hij anderen heeft toegewenst, hem steeds aanhange."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תְּהִי",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "ל֭/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כְּ/בֶ֣גֶד",
          "strongs": "H899",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יַעְטֶ֑ה",
          "strongs": "H5844",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/לְ/מֵ֗זַח",
          "strongs": "H4206",
          "morph": "HC/R/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "תָּמִ֥יד",
          "strongs": "H8548",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יַחְגְּרֶֽ/הָ",
          "strongs": "H2296",
          "morph": "HVqi3ms/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> Die zij hem als een kleed, waarmee hij zich bedekt, en tot een gordel, waarmee hij zich steeds omgordt.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> Die zij hem als een kleed, waarmede hij zich bedekt, en tot een gordel, waarmede hij zich steeds omgordt.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> Die zy hem als een kleedt [daer mede] hy sich bedeckt, ende tot een gordel daer mede hy hem steets gordet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "waarmede",
          "new": "waarmee",
          "principe": "V479"
        },
        {
          "old": "waarmede",
          "new": "waarmee",
          "principe": "V479"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Dit zij het werkloon mijner tegenstanders van den HEERE, en dergenen, die kwaad spreken tegen mijn ziel.",
      "text1637": "Dit zy [35] het werck-loon mijner tegen-standers van den HEERE, ende der gener [36] die quaet spreken tegen mijne ziele.",
      "text2026": "Dit zij het werkloon van mijn tegenpartijen van JAHWEH, en van degenen, die kwaad spreken tegen mijn ziel.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het werkloon: Hebr., פְּעֻלַּת, het werk of arbeid; dat is, arbeidsloon, of werkloon; gelijk Lev. 19:13 ; Job 7:2 ; Jes. 49:4 ; Ezech. 29:20 . Leviticus 19:13 : Gij zult uw naaste niet bedriegelijk verdrukken, noch beroven; des dagloners arbeidsloon zal bij u niet vernachten tot aan den morgen. Job 7:2 : Gelijk de dienstknecht hijgt naar de schaduw, en gelijk de dagloner verwacht zijn werkloon; Jesaja 49:4 : Doch Ik zeide: Ik heb te vergeefs gearbeid, Ik heb Mijn kracht onnuttelijk en ijdellijk toegebracht; gewisselijk, Mijn recht is bij den HEERE, en Mijn werkloon is bij Mijn God. Ezechiël 29:20 : Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, spreekt de Heere HEERE.",
          "text1637": "Hebr. het werck, of arbeyt. D. arbeyts loon, of werck-loon. als Lev. 19.13. Iob 7.2. Iesa. 49.4. Ezech. 29.20.",
          "text2026": "het werkloon: Hebr., פְּעֻלַּת, het werk of arbeid; dat is, arbeidsloon, of werkloon; gelijk Lev. 19:13 ; Job 7:2 ; Jes. 49:4 ; Ez. 29:20 . Leviticus 19:13 : U zult uw naaste niet bedriegelijk verdrukken, noch beroven; van de dagloners arbeidsloon zal bij u niet overnachten tot aan de morgen. Job 7:2 : Gelijk de dienaar hijgt naar de schaduw, en gelijk de dagloner verwacht zijn werkloon; Jesaja 49:4 : Maar Ik zei: Ik heb te vergeefs gewerkt, Ik heb Mijn kracht onnuttelijk en zinloos toegebracht; gewisselijk, Mijn recht is bij JAHWEH, en Mijn werkloon is bij Mijn God. Ezechiël 29:20 : Tot zijn arbeidsloon, omdat hij tegen haar gediend heeft, heb Ik hem Egypteland gegeven, omdat zij voor Mij gewrocht hebben, spreekt de Heer JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "die kwaad spreken: Dat is, die mij lasteren en smaden.",
          "text1637": "D. die my lasteren ende smaden.",
          "text2026": "die kwaad spreken: Dat is, die mij lasteren en smaden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "זֹ֤את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HPdxfs"
        },
        {
          "woord": "פְּעֻלַּ֣ת",
          "strongs": "H6468",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "שֹׂ֭טְנַ/י",
          "strongs": "H7853",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֵ֣ת",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַ/דֹּבְרִ֥ים",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HC/Td/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "רָ֝֗ע",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִֽׁ/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dit zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> het werkloon van mijn tegenpartijen van JAHWEH, en van degenen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> die kwaad spreken tegen mijn ziel.",
      "textSV1888_html": "Dit zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> het werkloon mijner tegenstanders van den HEERE, en dergenen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> die kwaad spreken tegen mijn ziel.",
      "text1637_html": "Dit zy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> het werck-loon mijner tegen-standers van den HEERE, en<i>de</i> der gener <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> die quaet spreken tege<i>n</i> mijne ziele.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijner tegenstanders",
          "new": "",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "den HEERE,",
          "new": "mijn tegenpartijen van JAHWEH,",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "dergenen,",
          "new": "van degenen,",
          "principe": "V302"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Maar Gij, o HEERE Heere! maak het met mij om Uws Naams wil; dewijl Uw goedertierenheid goed is, verlos mij.",
      "text1637": "Maer ghy, ô HEERE Heere, [37] maecktet met my om uwes Naems wille: dewijle uwe goedertierenheyt goet is, verlost my.",
      "text2026": "Maar U, o JAHWEH Heere! maak het met mij omwille van uw Naam; omdat Uw goedertierenheid goed is, verlos mij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "maak het met: Of, doe [wel]. Verg. Ps. 37:5 , en Ps. 119:65 . Psalmen 37:5 : Gimel. Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken; Psalmen 119:65 : Teth. Gij hebt bij Uw knecht goed gedaan, HEERE, naar Uw woord.",
          "text1637": "Ofte, Doet [wel]. Vergel. Psal. 37.5. ende 119.65.",
          "text2026": "maak het met: Of, doe [wel]. Verg. Ps. 37:5 , en Ps. 119:65 . Psalmen 37:5 : Gimel. Wentel uw weg op JAHWEH, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken; Psalmen 119:65 : Teth. U hebt bij Uw knecht goed gedaan, JAHWEH, naar Uw woord."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַתָּ֤ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְה֘וִ֤ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֗/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עֲֽשֵׂה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "אִ֭תִּ/י",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְמַ֣עַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שְׁמֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "ט֥וֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "חַ֝סְדְּ/ךָ֗",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הַצִּילֵֽ/נִי",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HVhv2ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar U, o JAHWEH Heere!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> maak het met mij omwille van uw Naam; omdat Uw goedertierenheid goed is, verlos mij.",
      "textSV1888_html": "Maar Gij, o HEERE Heere!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> maak het met mij om Uws Naams wil; dewijl Uw goedertierenheid goed is, verlos mij.",
      "text1637_html": "Maer ghy, ô HEERE Heere, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> maecktet met my om uwes Naems wille: dewijle uwe goedertierenheyt goet is, verlost my.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij,",
          "new": "U,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "om Uws Naams wil; dewijl",
          "new": "omwille van uw Naam; omdat",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "Want ik ben ellendig en nooddruftig, en mijn hart is in het binnenste van mij doorwond.",
      "text1637": "Want ick ben elendich ende nootdurftich, ende [38] mijn herte is in’t binnenste van my doorwondet.",
      "text2026": "Want ik ben ellendig en arm, en mijn hart is in het binnenste van mij doorwond.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mijn hart is in: Alsof hij zeide: Ik ben in zulke bangheid en benauwdheid, als zij zijn, die een dodelijke wond in hun hart gekregen hebben.",
          "text1637": "Als of hy seyde, Ic ben in sulcke bangicheyt ende benauwtheyt, als die zijn, die eene doodelicke wonde in haer herte gekregen hebben.",
          "text2026": "mijn hart is in: Alsof hij zei: Ik ben in zulke bangheid en benauwdheid, als zij zijn, die een dodelijke wond in hun hart gekregen hebben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "עָנִ֣י",
          "strongs": "H6041",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶבְי֣וֹן",
          "strongs": "H34",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "אָנֹ֑כִי",
          "strongs": "H595",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/לִבִּ֗/י",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "חָלַ֥ל",
          "strongs": "H2490",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קִרְבִּֽ/י",
          "strongs": "H7130",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want ik ben ellendig en arm, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> mijn hart is in het binnenste van mij doorwond.",
      "textSV1888_html": "Want ik ben ellendig en nooddruftig, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> mijn hart is in het binnenste van mij doorwond.",
      "text1637_html": "Want ick ben elendich ende nootdurftich, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> mijn herte is in’t binnenste van my doorwondet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "nooddruftig,",
          "new": "arm,",
          "principe": "V384"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "Ik ga heen gelijk een schaduw, wanneer zij zich neigt; ik worde omgedreven als een sprinkhaan.",
      "text1637": "Ick gae henen gelijck een schaduwe, [39] wanneerse haer neycht: ick worde [40] omgedreven [41] als een sprinckhaen.",
      "text2026": "Ik ga heen gelijk een schaduw, wanneer zij zich neigt; ik word omgedreven als een sprinkhaan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "wanneer zij zich neigt: Dat is, als zij haast zal ondergaan. Zie de aantekening bij Ps. 102:12 . Psalmen 102:12 : Mijn dagen zijn als een afgaande schaduw, en ik verdor als gras.",
          "text1637": "D. alsse haest sal onder gaen. Siet de aenteeck. Psal. 102. op vers 12.",
          "text2026": "wanneer zij zich neigt: Dat is, als zij haast zal ondergaan. Zie de aantekening bij Ps. 102:12 . Psalmen 102:12 : Mijn dagen zijn als een afgaande schaduw, en ik verdor als gras."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. uitgeschud.",
          "text1637": "Hebr. Uyt geschuddet.",
          "text2026": "Hebr. uitgeschud."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "als een sprinkhaan: Die geen nest of blijvende plaats heeft; maar hij huppelt en springt steeds van de ene plaats tot de andere. Zie Nah. 3:17 , en Job 39:23 . Of, die met den wind verwaaid en verdreven wordt; Exod. 10:19 . Nahum 3:17 : Uw gekroonden zijn als de sprinkhanen, en uw krijgsoversten als de grote kevers, die zich in de heiningmuren legeren in de koude der dagen; wanneer de zon opgaat, zo vliegen zij weg, alzo dat hun plaats onbekend is, waar zij geweest zijn. Job 39:23 : Zult gij het beroeren als een sprinkhaan? De pracht van zijn gesnuif is een verschrikking. Exodus 10:19 : Toen keerde de HEERE een zeer sterken westenwind, die hief de sprinkhanen op, en wierp ze in de Schelfzee; er bleef niet een sprinkhaan over in al de landpalen van Egypte.",
          "text1637": "Die geenen nest noch blijvende plaetse en heeft, maer hy hippelt ende springt steedts van d’eene plaetse tot de andere. Siet Nah. 3.17. ende Iob 39.23. Ofte, Die met den wint verwaeyt ende verdreven wort, Exod. 10.19.",
          "text2026": "als een sprinkhaan: Die geen nest of blijvende plaats heeft; maar hij huppelt en springt steeds van de één plaats tot de andere. Zie Nah. 3:17 , en Job 39:23 . Of, die met de wind verwaaid en verdreven wordt; Ex. 10:19 . Nahum 3:17 : Uw gekroonden zijn als de sprinkhanen, en uw krijgsoversten als de grote kevers, die zich in de heiningmuren legeren in de koude van de dagen; wanneer de zon opgaat, zo vliegen zij weg, zo dat hun plaats onbekend is, waar zij geweest zijn. Job 39:23 : Zult u het beroeren als een sprinkhaan? De pracht van zijn gesnuif is een verschrikking. Exodus 10:19 : Toen keerde JAHWEH een zeer sterken westenwind, die hief de sprinkhanen op, en wierp ze in de Schelfzee; er bleef niet een sprinkhaan over in al het gebied van Egypte."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כְּ/צֵל",
          "strongs": "H6738",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כִּ/נְטוֹת֥/וֹ",
          "strongs": "H5186",
          "morph": "HR/Vqc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "נֶהֱלָ֑כְתִּי",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVNp1cs"
        },
        {
          "woord": "נִ֝נְעַ֗רְתִּי",
          "strongs": "H5287",
          "morph": "HVNp1cs"
        },
        {
          "woord": "כָּֽ/אַרְבֶּֽה",
          "strongs": "H697",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik ga heen gelijk een schaduw,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> wanneer zij zich neigt; ik word<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> omgedreven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> als een sprinkhaan.",
      "textSV1888_html": "Ik ga heen gelijk een schaduw,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> wanneer zij zich neigt; ik worde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> omgedreven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> als een sprinkhaan.",
      "text1637_html": "Ick gae henen gelijck een schaduwe, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> wanneerse haer neycht: ick worde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> omgedreven <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> als een sprinckhaen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "worde",
          "new": "word",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "Mijn knieën struikelen van vasten, en mijn vlees is vermagerd, zodat er geen vet aan is.",
      "text1637": "Mijne knyen struyckelen van vasten, ende mijn vleesch is gemagert, [42] so datter geen vet aen en is.",
      "text2026": "Mijn knieën struikelen van vasten, en mijn vlees is vermagerd, zodat er geen vet aan is.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zodat er geen vet: Dat is, bij gebrek van vet. Alzo staat er Klaagl. 4:9 , van de vruchten; dat is, bij gebrek van vruchten. Gen. 18:28 ; om vijf; dat is, bij gebrek van vijf; 1 Kor. 7:2 . Om de hoererij; dat is, om de hoererij te vermijden. Klaagliederen 4:9 : Teth. De verslagenen van het zwaard zijn gelukkiger dan de verslagenen van den honger; want die vlieten daarhenen, als doorstoken zijnde, omdat er geen vruchten der velden zijn. Genesis 18:28 : Misschien zullen aan de vijftig rechtvaardigen vijf ontbreken; zult Gij dan om vijf de ganse stad verderven? En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven, zo Ik er vijf en veertig zal vinden. 1 Korinthiërs 7:2 : Maar om der hoererijen wil zal een iegelijk man zijn eigen vrouw hebben, en een iegelijke vrouw zal haar eigen man hebben.",
          "text1637": "D. by gebreck van vet. alsoo staeter Thren. 9.4. Van de vruchten, D. by gebreck van vruchten. Genes. 18.28. Om vyve, D. by gebreck van vyve: 1.Corint. 7.2. Om de hoererye, D. om de hoererye te vermijden.",
          "text2026": "zodat er geen vet: Dat is, bij gebrek van vet. Zo staat er Klaagl. 4:9 , van de vruchten; dat is, bij gebrek van vruchten. Gen. 18:28 ; om vijf; dat is, bij gebrek van vijf; 1 Kor. 7:2 . Om de hoererij; dat is, om de hoererij te vermijden. Klaagliederen 4:9 : Teth. De verslagenen van het zwaard zijn gelukkiger dan de verslagenen van de honger; want die stromen daarheen, als doorstoken zijnde, omdat er geen vruchten van de velden zijn. Genesis 18:28 : Misschien zullen aan de vijftig rechtvaardigen vijf ontbreken; zult U dan om vijf de gehele stad verderven? En Hij zei: Ik zal haar niet verderven, zo Ik er vijf en veertig zal vinden. 1 Korinthiërs 7:2 : Maar vanwege de hoererijen zal een iedereen man zijn eigen vrouw hebben, en een iegelijke vrouw zal haar eigen man hebben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בִּ֭רְכַּ/י",
          "strongs": "H1290",
          "morph": "HNcfdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כָּשְׁל֣וּ",
          "strongs": "H3782",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "מִ/צּ֑וֹם",
          "strongs": "H6685",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/בְשָׂרִ֗/י",
          "strongs": "H1320",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כָּחַ֥שׁ",
          "strongs": "H3584",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/שָּֽׁמֶן",
          "strongs": "H8081",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mijn knieën struikelen van vasten, en mijn vlees is vermagerd,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> zodat er geen vet aan is.",
      "textSV1888_html": "Mijn knieën struikelen van vasten, en mijn vlees is vermagerd,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> zodat er geen vet aan is.",
      "text1637_html": "Mijne knyen struyckelen van vasten, ende mijn vleesch is gemagert, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> so datter geen vet aen en is."
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "Nog ben ik hun een smaad; als zij mij zien, zo schudden zij hun hoofd.",
      "text1637": "[43] Noch ben ick hen een smaet: als sy my sien [44] so schudden sy haer hooft.",
      "text2026": "Nog ben ik hun een smaad; als zij mij zien, zo schudden zij hun hoofd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Nog ben ik hun: Dat is, zij bespotten mij in plaats daar zij medelijden over mijne ellende behoorden te hebben.",
          "text1637": "D. sy bespotten my, in plaetse daer sy mede-lijden over mijne elende behoorden te hebben.",
          "text2026": "Nog ben ik hun: Dat is, zij bespotten mij in plaats daar zij medelijden over mijn ellende behoorden te hebben."
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zo schudden zij: Tot een teken van verachting. Zie de aantekening bij 2 Kon. 19:21 . Zie ook Ps. 22:8 ; Job 16:4 ; Matth. 27:39 , 27:40 ; Mark. 15:29 . 2 Koningen 19:21 : Dit is het woord, dat de HEERE over hem gesproken heeft: De jonkvrouw, de dochter van Sion, veracht u, zij bespot u, de dochter van Jeruzalem schudt het hoofd achter u. Psalmen 22:8 : Allen, die mij zien, bespotten mij; zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd, zeggende: Job 16:4 : Zou ik ook, als gijlieden, spreken, indien uw ziel ware in mijner ziele plaats? Zou ik woorden tegen u samenhopen, en zou ik over u met mijn hoofd schudden? Mattheüs 27:39 : En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden. Mattheüs 27:40 : En zeggende: Gij, Die den tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt, verlos Uzelven. Indien Gij de Zone Gods zijt, zo kom af van het kruis. Marcus 15:29 : En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden, en zeggende: Ha! Gij, die den tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt,",
          "text1637": "Tot een teecken van verachtinge. siet d’aenteeck. 2.Reg. 19.21. Siet oock Psal. 22.8. Iob 16.4. Matth. 27.39, 40. Marc. 15.29.",
          "text2026": "zo schudden zij: Tot een teken van verachting. Zie de aantekening bij 2 Kon. 19:21 . Zie ook Ps. 22:8 ; Job 16:4 ; Matt. 27:39 , 27:40 ; Mark. 15:29 . 2 Koningen 19:21 : Dit is het woord, dat JAHWEH over hem gesproken heeft: De jonkvrouw, de dochter van Sion, veracht u, zij bespot u, de dochter van Jeruzalem schudt het hoofd achter u. Psalmen 22:8 : Allen, die mij zien, bespotten mij; zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd, zeggende: Job 16:4 : Zou ik ook, als u, spreken, als uw ziel ware in mijn ziele plaats? Zou ik woorden tegen u samenhopen, en zou ik over u met mijn hoofd schudden? Mattheüs 27:39 : En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden. Mattheüs 27:40 : En zeggende: U, Die de tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt, verlos Uzelven. Als U de Zoon van God bent, zo kom af van het kruis. Marcus 15:29 : En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden, en zeggende: Ha! U, die de tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt,"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/אֲנִ֤י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "הָיִ֣יתִי",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "חֶרְפָּ֣ה",
          "strongs": "H2781",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֑ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יִ֝רְא֗וּ/נִי",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqi3mp/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְנִיע֥וּ/ן",
          "strongs": "H5128",
          "morph": "HVhi3mp/Sn"
        },
        {
          "woord": "רֹאשָֽׁ/ם",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> Nog ben ik hun een smaad; als zij mij zien,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> zo schudden zij hun hoofd.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> Nog ben ik hun een smaad; als zij mij zien,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> zo schudden zij hun hoofd.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> Noch ben ick hen een smaet: als sy my sien <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> so schudden sy haer hooft."
    },
    {
      "number": 26,
      "textSV1888": "Help mij, HEERE, mijn God! verlos mij naar Uw goedertierenheid.",
      "text1637": "Helpt my, HEERE mijn Godt: verlost my nae uwe goedertierenheyt.",
      "text2026": "Help mij, JAHWEH, mijn God! verlos mij naar Uw goedertierenheid.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עָ֭זְרֵ/נִי",
          "strongs": "H5826",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהָ֑/י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "ה֭וֹשִׁיעֵ֣/נִי",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HVhv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כְ/חַסְדֶּֽ/ךָ",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Help mij, JAHWEH, mijn God! verlos mij naar Uw goedertierenheid.",
      "text1637_html": "Helpt my, HEERE mijn Godt: verlost my nae uwe goedertierenheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 27,
      "textSV1888": "Opdat zij weten, dat dit Uw hand is, dat Gij het, HEERE! gedaan hebt.",
      "text1637": "Op dat sy weten, [45] dat dit uwe hant is: [dat] ghy ’t HEERE gedaen hebt.",
      "text2026": "Opdat zij weten, dat dit Uw hand is, dat U het, JAHWEH! gedaan hebt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "dat dit Uw hand is: Dat is, dat de verlossing, die Gij mij bewijst, van U, o mijn God, is komende.",
          "text1637": "D. dat de verlossinge die ghy my bewijst, van u, ô mijn Godt, is komende.",
          "text2026": "dat dit Uw hand is: Dat is, dat de verlossing, die U mij bewijst, van U, o mijn God, is komende."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְֽ֭/יֵדְעוּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יָ֣דְ/ךָ",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "זֹּ֑את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HPdxfs"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֖ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עֲשִׂיתָֽ/הּ",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqp2ms/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Opdat zij weten,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> dat dit Uw hand is, dat U het, JAHWEH! gedaan hebt.",
      "textSV1888_html": "Opdat zij weten,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> dat dit Uw hand is, dat Gij het, HEERE! gedaan hebt.",
      "text1637_html": "Op dat sy weten, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> dat dit uwe hant is: [dat] ghy ’t HEERE gedaen hebt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 28,
      "textSV1888": "Laat hen vloeken, maar zegen Gij; laat hen zich opmaken, maar dat zij beschaamd worden; doch dat zich Uw knecht verblijde.",
      "text1637": "Laetse vloecken, maer segent ghy; laetse haer [46] opmaken, maer datse beschaemt worden: doch dat sich uwe knecht verblijde.",
      "text2026": "Laat hen vloeken, maar zegen U; laat hen zich opmaken, maar dat zij beschaamd worden; maar dat zich Uw knecht verblijde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "opmaken, maar: Te weten, tegen mij.",
          "text1637": "T.w. tegens my.",
          "text2026": "opmaken, maar: Te weten, tegen mij."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְקַֽלְלוּ",
          "strongs": "H7043",
          "morph": "HVpi3mp"
        },
        {
          "woord": "הֵמָּה֮",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַתָּ֪ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2ms"
        },
        {
          "woord": "תְבָ֫רֵ֥ךְ",
          "strongs": "H1288",
          "morph": "HVpi2ms"
        },
        {
          "woord": "קָ֤מוּ",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יֵּבֹ֗שׁוּ",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/עַבְדְּ/ךָ֥",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂמָֽח",
          "strongs": "H8055",
          "morph": "HVqi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat hen vloeken, maar zegen U; laat hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> zich opmaken, maar dat zij beschaamd worden; maar dat zich Uw knecht verblijde.",
      "textSV1888_html": "Laat hen vloeken, maar zegen Gij; laat hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> zich opmaken, maar dat zij beschaamd worden; doch dat zich Uw knecht verblijde.",
      "text1637_html": "Laetse vloecken, maer segent ghy; laetse haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> opmaken, maer datse beschaemt worden: doch dat sich uwe knecht verblijde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij;",
          "new": "U;",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "doch",
          "new": "maar",
          "principe": "V1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 29,
      "textSV1888": "Laat mijn tegenstanders met schande bekleed worden, en dat zij met hun beschaamdheid zich bedekken, als met een mantel.",
      "text1637": "Laet mijne tegenstaenders [47] met schande bekleedt werden: ende datse met [48] hare beschaemtheyt sich bedecken, als met eenen mantel.",
      "text2026": "Laat mijn tegenpartijen met schande bekleed worden, en dat zij met hun beschaamdheid zich bedekken, als met een mantel.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met schande bekleed: Zie de aantekening bij Job 8:22 . Job 8:22 : Uw haters zullen met schaamte bekleed worden; en de tent der goddelozen zal niet meer zijn.",
          "text1637": "Siet d’aenteeck. Iob 9. op vers 22.",
          "text2026": "met schande bekleed: Zie de aantekening bij Job 8:22 . Job 8:22 : Uw haters zullen met schaamte bekleed worden; en de tent van de goddelozen zal niet meer zijn."
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hun beschaamdheid: Te weten, die zij zichzelven met hunne boosheid op den hals gehaald hebben.",
          "text1637": "T.w. die sy haer selven met hare boosheyt op den hals gehaelt hebben.",
          "text2026": "hun beschaamdheid: Te weten, die zij zichzelven met hun boosheid op de hals gehaald hebben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִלְבְּשׁ֣וּ",
          "strongs": "H3847",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "שׂוֹטְנַ֣/י",
          "strongs": "H7853",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כְּלִמָּ֑ה",
          "strongs": "H3639",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יַעֲט֖וּ",
          "strongs": "H5844",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        },
        {
          "woord": "כַ/מְעִ֣יל",
          "strongs": "H4598",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בָּשְׁתָּֽ/ם",
          "strongs": "H1322",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat mijn tegenpartijen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> met schande bekleed worden, en dat zij met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> hun beschaamdheid zich bedekken, als met een mantel.",
      "textSV1888_html": "Laat mijn tegenstanders<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> met schande bekleed worden, en dat zij met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> hun beschaamdheid zich bedekken, als met een mantel.",
      "text1637_html": "Laet mijne tegenstaenders <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> met schande bekleedt werden: ende datse met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> hare beschaemtheyt sich bedecken, als met eenen mantel.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "tegenstanders",
          "new": "tegenpartijen",
          "principe": "V782"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 30,
      "textSV1888": "Ik zal den HEERE met mijn mond zeer loven, en in het midden van velen zal ik Hem prijzen.",
      "text1637": "Ick sal den HEERE met mijnen mont [49] seer loven, ende in’t midden [50] van velen, sal ick hem prijsen.",
      "text2026": "Ik zal JAHWEH met mijn mond zeer loven, en in het midden van velen zal ik Hem prijzen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zeer loven: Dat is, openlijk, met vele woorden, met grote genegenheid.",
          "text1637": "D. opentlick, met vele woorden, met groote genegentheyt.",
          "text2026": "zeer loven: Dat is, openlijk, met vele woorden, met grote genegenheid."
        },
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van velen zal: Of, van de machtigen, of groten.",
          "text1637": "Of, Vande machtige, of groote.",
          "text2026": "van velen zal: Of, van de machtigen, of grote."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "א֘וֹדֶ֤ה",
          "strongs": "H3034",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מְאֹ֣ד",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "בְּ/פִ֑/י",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/ת֖וֹךְ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HC/R/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "רַבִּ֣ים",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "אֲהַֽלְלֶֽ/נּוּ",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HVpi1cs/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik zal JAHWEH met mijn mond<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> zeer loven, en in het midden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> van velen zal ik Hem prijzen.",
      "textSV1888_html": "Ik zal den HEERE met mijn mond<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> zeer loven, en in het midden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> van velen zal ik Hem prijzen.",
      "text1637_html": "Ick sal den HEERE met mijnen mont <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> seer loven, ende in’t midden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> van velen, sal ick hem prijsen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 31,
      "textSV1888": "Want Hij zal den nooddruftige ter rechterhand staan, om hem te verlossen van degenen, die zijn ziel veroordelen.",
      "text1637": "Want hy sal den nootdurftigen [51] ter rechter-hant staen: om [hem] te verlossen van de gene die [52] sijne ziele veroordeelen.",
      "text2026": "Want Hij zal de arme ter rechterhand staan, om hem te verlossen van degenen, die zijn ziel veroordelen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "ter rechterhand staan: Dat is, beschutten, verdedigen, bijstand doen. Zie boven, vers 6 , en Ps. 16:8 ; Hand. 2:25 . Psalmen 109:6 : Stel een goddeloze over hem, en de satan sta aan zijn rechterhand. Psalmen 16:8 : Ik stel den HEERE geduriglijk voor mij, omdat Hij aan mijn rechterhand is, zal ik niet wankelen. Handelingen 2:25 : Want David zegt van Hem: Ik zag den Heere allen tijd voor mij; want Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet bewogen worde.",
          "text1637": "Dat is, beschutten, verdedigen, bystant doen. Siet bov. vers 6. ende Psal. 16.8. Act. 2.25.",
          "text2026": "ter rechterhand staan: Dat is, beschutten, verdedigen, bijstand doen. Zie boven, vers 6 , en Ps. 16:8 ; Hand. 2:25 . Psalmen 109:6 : Stel een goddeloze over hem, en de satan sta aan zijn rechterhand. Psalmen 16:8 : Ik stel JAHWEH geduriglijk voor mij, omdat Hij aan mijn rechterhand is, zal ik niet wankelen. Handelingen 2:25 : Want David zegt van Hem: Ik zag de Heer alle tijd voor mij; want Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet bewogen worde."
        },
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijn ziel veroordelen: Zijne ziel; dat is, hem.",
          "text1637": "Sijne ziele. D. hem.",
          "text2026": "zijn ziel veroordelen: Zijn ziel; dat is, hem."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יַ֭עֲמֹד",
          "strongs": "H5975",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/ימִ֣ין",
          "strongs": "H3225",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "אֶבְי֑וֹן",
          "strongs": "H34",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "לְ֝/הוֹשִׁ֗יעַ",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "מִ/שֹּׁפְטֵ֥י",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HR/Vqrmpc"
        },
        {
          "woord": "נַפְשֽׁ/וֹ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want Hij zal de arme<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> ter rechterhand staan, om hem te verlossen van degenen, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> zijn ziel veroordelen.",
      "textSV1888_html": "Want Hij zal den nooddruftige<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> ter rechterhand staan, om hem te verlossen van degenen, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> zijn ziel veroordelen.",
      "text1637_html": "Want hy sal den nootdurftige<i>n</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> ter rechter-hant staen: om [hem] te verlossen van de gene die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> sijne ziele veroordeelen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den nooddruftige",
          "new": "de arme",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David klaecht over sijne valsche aenclagers, die hem quaet voor goet vergolden, wenschende door prophetische ingevinge, den verstockten, ende haren geslachte, alle ongeluck: Ende Godt biddende om heyl ende verlossinge uyt sijn groote elende, belovende te sullen danckbaer wesen.",
    "text2026": "David klaagt over zijn valse aanklagers, die hem kwaad voor goed vergolden, wensend door profetische ingeving de verstokten en hun geslacht alle ongeluk; en biddend God om heil en verlossing uit zijn grote ellende, belovend dankbaar te zullen zijn."
  }
}