{
  "number": 114,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Toen Israël uit Egypte toog, het huis Jakobs van een volk, dat een vreemde taal had;",
      "text1637": "[a] DOe [1] Israël uyt Egypten tooch: [2] het huys Iacobs van een volck dat [3] een vreemde tale hadde:",
      "text2026": "Toen Israël uit Egypte trok, het huis van Jakob van een volk, dat een vreemde taal had;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 13:3 . Exodus 13:3 : Verder zeide Mozes tot het volk: Gedenkt aan dezen zelfden dag, op welken gijlieden uit Egypte, uit het diensthuis, gegaan zijt; want de HEERE heeft u door een sterke hand van hier uitgevoerd; daarom zal het gedesemde niet gegeten worden.",
          "text1637": "Exod. 13.3.",
          "text2026": "Ex. 13:3 . Exodus 13:3 : Verder zei Mozes tot het volk: Gedenkt aan deze zelfden dag, op welke u uit Egypte, uit het diensthuis, gegaan zijt; want JAHWEH heeft u door een sterke hand van hier uitgevoerd; daarom zal het gedesemde niet gegeten worden."
        },
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Israël uit Egypte toog: Dat is, het volk Israël, de Israëlieten.",
          "text1637": "D. het volck van Israel, de Israeliten.",
          "text2026": "Israël uit Egypte toog: Dat is, het volk Israël, de Israëlieten."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het huis Jakobs: Dat is, het geslacht, de nakomelingen.",
          "text1637": "D. het geslachte, de nakomelingen.",
          "text2026": "het huis van Jakob: Dat is, het geslacht, de nakomelingen."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "een vreemde taal had: Of, onbekende, zeldzame spraak; verstaande daarbij de taal der Egyptenaars. Het woord dat hier in den Hebr. tekst staat, wordt nergens anders dan hier gevonden. De apostel noemt 1 Kor. 14:11 een barbaar, die een vreemde, onbekende spraak gebruikt. 1 Korinthiërs 14:11 : Indien ik dan de kracht der stem niet weet, zo zal ik hem, die spreekt, barbaars zijn; en hij, die spreekt, zal bij mij barbaars zijn.",
          "text1637": "Of, onbekende, seltsame sprake, verstaende daer by de sprake der Egyptenaren. het woort dat hier in den Hebreeuschen text staet, en wort nergens anders als hier gevonden. De Apostel noemt 1.Cor. 14.11. eenen Barbar, die eene vremde onkende sprake gebruyckt.",
          "text2026": "een vreemde taal had: Of, onbekende, zeldzame spraak; verstaande daarbij de taal van de Egyptenaars. Het woord dat hier in de Hebr. tekst staat, wordt nergens anders dan hier gevonden. De apostel noemt 1 Kor. 14:11 een barbaar, die een vreemde, onbekende spraak gebruikt. 1 Korinthiërs 14:11 : Als ik dan de kracht van de stem niet weet, zo zal ik hem, die spreekt, barbaars zijn; en hij, die spreekt, zal bij mij barbaars zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ/צֵ֣את",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "יִ֭שְׂרָאֵל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִ/מִּצְרָ֑יִם",
          "strongs": "H4714",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "בֵּ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יַ֝עֲקֹ֗ב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֵ/עַ֥ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹעֵֽז",
          "strongs": "H3937",
          "morph": "HVqrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Toen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Israël uit Egypte trok,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> het huis van Jakob van een volk, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> een vreemde taal had;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Toen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Israël uit Egypte toog,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> het huis Jakobs van een volk, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> een vreemde taal had;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> DOe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Israël uyt Egypten tooch: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> het huys Iacobs van een volck dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> een vreemde tale hadde:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "toog,",
          "new": "trok,",
          "principe": "V353"
        },
        {
          "old": "Jakobs",
          "new": "van Jakob",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Zo werd Juda tot Zijn heiligdom, Israël Zijn volkomene heerschappij.",
      "text1637": "So wert [4] Iuda [5] tot sijn heylichdom: [6] Israël sijne [7] volkomene heerschappije.",
      "text2026": "Zo werd Juda tot Zijn heiligdom, Israël Zijn volkomen heerschappij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta onder Juda al het volk van Israël.",
          "text1637": "Verst. onder Iuda al het volck van Israel.",
          "text2026": "Versta onder Juda al het volk van Israël."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tot Zijn heiligdom: Te weten, tot des Heeren heiligdom; dat is de Heere heiligde zich het volk Israël toe om zijn bijzonder volk te wezen, waar Hij de Heere en Koning over was. Zie Exod. 6:6 , en Exod. 19:6 . Exodus 6:6 : En Ik zal ulieden tot Mijn volk aannemen, en Ik zal u tot een God zijn; en gijlieden zult bekennen, dat Ik de HEERE uw God ben, Die u uitleide van onder de lasten der Egyptenaren. Exodus 19:6 : En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israëls spreken zult.",
          "text1637": "T.w. tot des Heeren heylichdom. D. de Heere heylichde sich het volck van Israel toe, om sijn bysonder volck te wesen, daer hy Heere ende Coninck over ware. Siet Exod. 6.7. ende 19.6.",
          "text2026": "tot Zijn heiligdom: Te weten, tot van de Heer heiligdom; dat is de Heer heiligde zich het volk Israël toe om zijn bijzonder volk te wezen, waar Hij de Heer en Koning over was. Zie Ex. 6:6 , en Ex. 19:6 . Exodus 6:6 : En Ik zal u tot Mijn volk aannemen, en Ik zal u tot een God zijn; en u zult bekennen, dat Ik JAHWEH uw God ben, Die u uitleide van onder de lasten van de Egyptenaren. Exodus 19:6 : En u zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die u tot de kinderen van Israël spreken zult."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Israël Zijn: Dat is, het volk Israël.",
          "text1637": "D. het volck van Israel.",
          "text2026": "Israël Zijn: Dat is, het volk Israël."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "volkomene heerschappij: Hebr., יִשְׂרָאֵל, zijne heerschappijen. God was tevoren wel Heere over Israël, als over zijn eigen volk; maar in het uitvoeren van hetzelve uit Egypte heeft Hij het allerklaarlijkst doen blijken, en Hij heeft dat volk daardoor vaster aan Hem verbonden. Zie Exod. 6:6 , en Exod. 20:2 . Exodus 6:6 : En Ik zal ulieden tot Mijn volk aannemen, en Ik zal u tot een God zijn; en gijlieden zult bekennen, dat Ik de HEERE uw God ben, Die u uitleide van onder de lasten der Egyptenaren. Exodus 20:2 : Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.",
          "text1637": "Hebr. sijne heerschappien.Godt was te vooren wel Heere over Israel, als over sijn eygen volck: maer in’t uytvoeren des selven uyt Egypten, heeft hy’t alderklaerlickst doen blijcken, ende hy heeft dat volck daer door vaster aen hem verbonden. Siet Exod. 6.6. ende 20.2.",
          "text2026": "volkomen heerschappij: Hebr., יִשְׂרָאֵל, zijn heerschappijen. God was tevoren wel Heer over Israël, als over zijn eigen volk; maar in het uitvoeren van hetzelfde uit Egypte heeft Hij het allerklaarlijkst doen blijken, en Hij heeft dat volk daardoor vaster aan Hem verbonden. Zie Ex. 6:6 , en Ex. 20:2 . Exodus 6:6 : En Ik zal u tot Mijn volk aannemen, en Ik zal u tot een God zijn; en u zult bekennen, dat Ik JAHWEH uw God ben, Die u uitleide van onder de lasten van de Egyptenaren. Exodus 20:2 : Ik ben JAHWEH uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הָיְתָ֣ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֣ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לְ/קָדְשׁ֑/וֹ",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִ֝שְׂרָאֵ֗ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מַמְשְׁלוֹתָֽי/ו",
          "strongs": "H4475",
          "morph": "HNcbpc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo werd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Juda<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> tot Zijn heiligdom,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Israël Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> volkomen heerschappij.",
      "textSV1888_html": "Zo werd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Juda<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> tot Zijn heiligdom,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Israël Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> volkomene heerschappij.",
      "text1637_html": "So wert <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Iuda <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> tot sijn heylichdom: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Israël sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> volkomene heerschappije.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "volkomene",
          "new": "volkomen",
          "principe": "V435"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "De zee zag het, en vlood; de Jordaan keerde achterwaarts.",
      "text1637": "De [8] zee sach’t, ende vloodt: [9] de Iordane keerde achterwaerts.",
      "text2026": "De zee zag het, en vluchtte; de Jordaan keerde achteruit.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta hier de Rode zee, door welke de Israëlieten droogvoets getogen zijn; Exod. 14:21 ; Ps. 77:17 , en Ps. 78:13 . Exodus 14:21 : Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd. Psalmen 77:17 : De wateren zagen U, o God! de wateren zagen U, zij beefden; ook waren de afgronden beroerd. Psalmen 78:13 : Hij kliefde de zee, en deed er hen doorgaan; en de wateren deed Hij staan als een hoop.",
          "text1637": "Verstaet hier de roode zee, door de welcke de Israeliten droochs voets getogen zijn, Exo. 14.21. Psal. 77.17. ende 78.13.",
          "text2026": "Versta hier de Rode zee, door welke de Israëlieten droogvoets getogen zijn; Ex. 14:21 ; Ps. 77:17 , en Ps. 78:13 . Exodus 14:21 : Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed JAHWEH de zee weggaan, door een sterken oostenwind, die gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd. Psalmen 77:17 : De wateren zagen U, o God! de wateren zagen U, zij beefden; ook waren de afgronden beroerd. Psalmen 78:13 : Hij kloof de zee, en deed er hen doorgaan; en de wateren deed Hij staan als één hoop."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de Jordaan keerde: Zie Joz. 3:16 . Jozua 3:16 : Zo stonden de wateren, die van boven afkwamen; zij rezen op een hoop, zeer verre van de stad Adam af, die ter zijde van Sarthan ligt; en die naar de zee des vlakken velds, te weten de Zoutzee, afliepen, vergingen, zij werden afgesneden. Toen trok het volk over, tegenover Jericho.",
          "text1637": "Siet Ios. 3.16.",
          "text2026": "de Jordaan keerde: Zie Joz. 3:16 . Jozua 3:16 : Zo stonden de wateren, die van boven afkwamen; zij rezen op één hoop, zeer verre van de stad Adam af, die ter zijde van Sarthan ligt; en die naar de zee van de vlakken velds, te weten de Zoutzee, afliepen, vergingen, zij werden afgesneden. Toen trok het volk over, tegenover Jericho."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַ/יָּ֣ם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "רָ֭אָה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּנֹ֑ס",
          "strongs": "H5127",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "הַ֝/יַּרְדֵּ֗ן",
          "strongs": "H3383",
          "morph": "HTd/Np"
        },
        {
          "woord": "יִסֹּ֥ב",
          "strongs": "H5437",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/אָחֽוֹר",
          "strongs": "H268",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> zee zag het, en vluchtte;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> de Jordaan keerde achteruit.",
      "textSV1888_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> zee zag het, en vlood;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> de Jordaan keerde achterwaarts.",
      "text1637_html": "De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> zee sach’t, ende vloodt: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> de Iordane keerde achterwaerts.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "vlood;",
          "new": "vluchtte;",
          "principe": "V340"
        },
        {
          "old": "achterwaarts.",
          "new": "achteruit.",
          "principe": "V157"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "De bergen sprongen als rammen, de heuvelen als lammeren.",
      "text1637": "De [10] bergen sprongen als rammen: de heuvelen [11] als lammeren.",
      "text2026": "De bergen sprongen als rammen, de heuvelen als lammeren.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "bergen sprongen: Versta hier, de bergen Sinaï, Horeb en andere in de woestijn, die gesidderd en gebeefd en zich bewogen hebben, vanwege de tegenwoordigheid, van God, als Hij zijne wet gaf; Exod. 19:18 ; Ps. 68:9 ; Hab. 3:6 , 3:10 . Exodus 19:18 : En de ganse berg Sinaï rookte, omdat de HEERE op denzelven nederkwam in vuur; en zijn rook ging op, als de rook van een oven; en de ganse berg beefde zeer. Psalmen 68:9 : Daverde de aarde, ook dropen de hemelen voor Gods aanschijn; zelfs deze Sinaï, voor het aanschijn Gods, des Gods van Israël. Habakuk 3:6 : Hij stond, en mat het land, Hij zag toe, en maakte de heidenen los, en de gedurige bergen zijn verstrooid geworden; de heuvelen der eeuwigheid hebben zich gebogen; de gangen der eeuw zijn Zijne. Habakuk 3:10 : De bergen zagen U, en leden smart; de waterstroom ging door, de afgrond gaf zijn stem, hij hief zijn zijden op in de hoogte.",
          "text1637": "Verst. hier de bergen Sinai, Horeb, ende andere in de woestijne, die gezittert ende gebeeft, ende haer beweecht hebben, van wegen de tegenwoordicheyt Godes, als hy sijne wet gaf, Exod. 19.18. Psal. 68.9. Habac. 3. versen 6, 10.",
          "text2026": "bergen sprongen: Versta hier, de bergen Sinaï, Horeb en andere in de woestijn, die gesidderd en gebeefd en zich bewogen hebben, vanwege de aanwezigheid, van God, als Hij zijn wet gaf; Ex. 19:18 ; Ps. 68:9 ; Hab. 3:6 , 3:10 . Exodus 19:18 : En de gehele berg Sinaï rookte, omdat JAHWEH op dezelfde nederkwam in vuur; en zijn rook ging op, als de rook van een oven; en de gehele berg beefde zeer. Psalmen 68:9 : Daverde de aarde, ook dropen de hemel voor Gods aangezicht; zelfs deze Sinaï, voor het aangezicht van God, van God van Israël. Habakuk 3:6 : Hij stond, en mat het land, Hij zag toe, en maakte de heidenen los, en de gedurige bergen zijn verstrooid geworden; de heuvelen van de eeuwigheid hebben zich gebogen; de gangen van de eeuw zijn Zijn. Habakuk 3:10 : De bergen zagen U, en leden smart; de waterstroom ging door, de afgrond gaf zijn stem, hij hief zijn zijden op in de hoogte."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "als lammeren: Hebr., בְנֵי, gelijk zonen der schapen, of geiten, dat zijn lammeren. Zie ook Ps. 29:6 . Psalmen 29:6 : En Hij doet ze huppelen als een kalf, den Libanon en Sirjon als een jongen eenhoorn.",
          "text1637": "Hebr. als sonen der schapen ofte geyten, dat zijn lammeren. Siet oock Psal. 29.6.",
          "text2026": "als lammeren: Hebr., בְנֵי, gelijk zonen van de schapen, of geiten, dat zijn lammeren. Zie ook Ps. 29:6 . Psalmen 29:6 : En Hij doet ze huppelen als een kalf, de Libanon en Sirjon als een jongen eenhoorn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הֶֽ֭/הָרִים",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "רָקְד֣וּ",
          "strongs": "H7540",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "כְ/אֵילִ֑ים",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "גְּ֝בָע֗וֹת",
          "strongs": "H1389",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "כִּ/בְנֵי",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "צֹֽאן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> bergen sprongen als rammen, de heuvelen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> als lammeren.",
      "textSV1888_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> bergen sprongen als rammen, de heuvelen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> als lammeren.",
      "text1637_html": "De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> bergen sprongen als rammen: de heuvelen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> als lammeren."
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Wat was u, gij zee! dat gij vloodt? gij Jordaan! dat gij achterwaarts keerdet?",
      "text1637": "Wat was u, ghy zee, dat ghy vloodt? ghy [9] Iordane, dat ghy achterwaerts keerdet?",
      "text2026": "Wat was u, u zee! dat u vloodt? u Jordaan! dat u achteruit keerde?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Joz. 3:16 . Jozua 3:16 : Zo stonden de wateren, die van boven afkwamen; zij rezen op een hoop, zeer verre van de stad Adam af, die ter zijde van Sarthan ligt; en die naar de zee des vlakken velds, te weten de Zoutzee, afliepen, vergingen, zij werden afgesneden. Toen trok het volk over, tegenover Jericho.",
          "text1637": "",
          "text2026": "Zie Joz. 3:16 . Jozua 3:16 : Zo stonden de wateren, die van boven afkwamen; zij rezen op één hoop, zeer verre van de stad Adam af, die ter zijde van Sarthan ligt; en die naar de zee van de vlakken velds, te weten de Zoutzee, afliepen, vergingen, zij werden afgesneden. Toen trok het volk over, tegenover Jericho."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מַה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "לְּ/ךָ֣",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הַ֭/יָּם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "תָנ֑וּס",
          "strongs": "H5127",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "הַ֝/יַּרְדֵּ֗ן",
          "strongs": "H3383",
          "morph": "HTd/Np"
        },
        {
          "woord": "תִּסֹּ֥ב",
          "strongs": "H5437",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/אָחֽוֹר",
          "strongs": "H268",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Wat was u, u zee! dat u vloodt? u Jordaan! dat u achteruit keerde?",
      "textSV1888_html": "Wat was u, gij zee! dat gij vloodt? gij Jordaan! dat gij achterwaarts keerdet?",
      "text1637_html": "Wat was u, ghy zee, dat ghy vloodt? ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Iordane, dat ghy achterwaerts keerdet?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij achterwaarts keerdet?",
          "new": "u achteruit keerde?",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Gij bergen, dat gij opsprongt als rammen? gij heuvelen! als lammeren?",
      "text1637": "[10] Ghy bergen, dat ghy opsprongt als rammen: ghy heuvelen [11] als lammeren!",
      "text2026": "U bergen, dat u opsprong als rammen? u heuvelen! als lammeren?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij bergen: Versta hier, de bergen Sinaï, Horeb en andere in de woestijn, die gesidderd en gebeefd en zich bewogen hebben, vanwege de tegenwoordigheid, van God, als Hij zijne wet gaf; Exod. 19:18 ; Ps. 68:9 ; Hab. 3:6 , 3:10 . Exodus 19:18 : En de ganse berg Sinaï rookte, omdat de HEERE op denzelven nederkwam in vuur; en zijn rook ging op, als de rook van een oven; en de ganse berg beefde zeer. Psalmen 68:9 : Daverde de aarde, ook dropen de hemelen voor Gods aanschijn; zelfs deze Sinaï, voor het aanschijn Gods, des Gods van Israël. Habakuk 3:6 : Hij stond, en mat het land, Hij zag toe, en maakte de heidenen los, en de gedurige bergen zijn verstrooid geworden; de heuvelen der eeuwigheid hebben zich gebogen; de gangen der eeuw zijn Zijne. Habakuk 3:10 : De bergen zagen U, en leden smart; de waterstroom ging door, de afgrond gaf zijn stem, hij hief zijn zijden op in de hoogte.",
          "text1637": "",
          "text2026": "U bergen: Versta hier, de bergen Sinaï, Horeb en andere in de woestijn, die gesidderd en gebeefd en zich bewogen hebben, vanwege de aanwezigheid, van God, als Hij zijn wet gaf; Ex. 19:18 ; Ps. 68:9 ; Hab. 3:6 , 3:10 . Exodus 19:18 : En de gehele berg Sinaï rookte, omdat JAHWEH op dezelfde nederkwam in vuur; en zijn rook ging op, als de rook van een oven; en de gehele berg beefde zeer. Psalmen 68:9 : Daverde de aarde, ook dropen de hemel voor Gods aangezicht; zelfs deze Sinaï, voor het aangezicht van God, van God van Israël. Habakuk 3:6 : Hij stond, en mat het land, Hij zag toe, en maakte de heidenen los, en de gedurige bergen zijn verstrooid geworden; de heuvelen van de eeuwigheid hebben zich gebogen; de gangen van de eeuw zijn Zijn. Habakuk 3:10 : De bergen zagen U, en leden smart; de waterstroom ging door, de afgrond gaf zijn stem, hij hief zijn zijden op in de hoogte."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "als lammeren: Hebr., בְנֵי, gelijk zonen der schapen, of geiten, dat zijn lammeren. Zie ook Ps. 29:6 . Psalmen 29:6 : En Hij doet ze huppelen als een kalf, den Libanon en Sirjon als een jongen eenhoorn.",
          "text1637": "",
          "text2026": "als lammeren: Hebr., בְנֵי, gelijk zonen van de schapen, of geiten, dat zijn lammeren. Zie ook Ps. 29:6 . Psalmen 29:6 : En Hij doet ze huppelen als een kalf, de Libanon en Sirjon als een jongen eenhoorn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הֶֽ֭/הָרִים",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "תִּרְקְד֣וּ",
          "strongs": "H7540",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "כְ/אֵילִ֑ים",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "גְּ֝בָע֗וֹת",
          "strongs": "H1389",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "כִּ/בְנֵי",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "צֹֽאן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "U bergen, dat u opsprong als rammen? u heuvelen! als lammeren?",
      "textSV1888_html": "Gij bergen, dat gij opsprongt als rammen? gij heuvelen! als lammeren?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Ghy bergen, dat ghy opsprongt als rammen: ghy heuvelen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> als lammeren!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij opsprongt",
          "new": "u opsprong",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Beef, gij aarde! voor het aangezicht des Heeren, voor het aangezicht van den God Jakobs;",
      "text1637": "[12] Beeft ghy aerde voor het aengesichte des Heeren: voor het aengesichte van den Godt Iacobs.",
      "text2026": "Beef, u aarde! voor het aangezicht van de Heere, voor het aangezicht van de God van Jakob;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Beef, gij aarde: Hij wil zeggen: Gelijk gij ditmaal voor Hem hebt gebeefd, alzo zult gij ook voortaan voor Hem beven, want men is Hem vreze schuldig; Mal. 1:6 . Maleachi 1:6 : Een zoon zal den vader eren, en een knecht zijn heer; ben Ik dan een Vader, waar is Mijn eer? En ben Ik een Heere, waar is Mijn vreze? zegt de HEERE der heirscharen tot u, o priesters, verachters Mijns Naams! Maar gij zegt: Waarmede verachten wij Uw Naam?",
          "text1637": "",
          "text2026": "Beef, u aarde: Hij wil zeggen: Gelijk u ditmaal voor Hem hebt gebeefd, zo zult u ook voortaan voor Hem beven, want men is Hem vreze schuldig; Mal. 1:6 . Maleachi 1:6 : Een zoon zal de vader eren, en een knecht zijn heer; ben Ik dan een Vader, waar is Mijn eer? En ben Ik één Heer, waar is Mijn vreze? zegt JAHWEH van de legermachten tot u, o priesters, verachters Mijns Naams! Maar u zegt: Waarmee verachten wij Uw Naam?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִ/לִּ/פְנֵ֣י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/R/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "אָ֭דוֹן",
          "strongs": "H113",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "ח֣וּלִי",
          "strongs": "H2342",
          "morph": "HVqv2fs"
        },
        {
          "woord": "אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "מִ֝/לִּ/פְנֵ֗י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/R/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "אֱל֣וֹהַּ",
          "strongs": "H433",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יַעֲקֹֽב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Beef, u aarde! voor het aangezicht van de Heere, voor het aangezicht van de God van Jakob;",
      "textSV1888_html": "Beef, gij aarde! voor het aangezicht des Heeren, voor het aangezicht van den God Jakobs;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Beeft ghy aerde voor het aengesichte des Heeren: voor het aengesichte van den Godt Iacobs.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "des Heeren,",
          "new": "van de Heere,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Jakobs;",
          "new": "van Jakob;",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Die den rotssteen veranderde in een watervloed, den keisteen in een waterfontein.",
      "text1637": "[13] Die den rotz-steen veranderde in eenen water-vloet: den key-steen in eene water-fonteyne.",
      "text2026": "Die de rotssteen veranderde in een watervloed, de keisteen in een waterfontein.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die den rotssteen: Dat is, die uit den rotssteen een watervloed heeft doen vloeien. Zie Exod. 17:6 ; Num. 20:11 . Exodus 17:6 : Zie, Ik zal aldaar voor uw aangezicht op de rotssteen in Horeb staan; en gij zult op den rotssteen slaan, zo zal er water uitgaan, dat het volk drinke. Mozes nu deed alzo voor de ogen der oudsten van Israël. Numeri 20:11 : Toen hief Mozes zijn hand op, en hij sloeg de steenrots tweemaal met zijn staf; en er kwam veel waters uit, zodat de vergadering dronk, en haar beesten.",
          "text1637": "",
          "text2026": "Die de rotssteen: Dat is, die uit de rotssteen een watervloed heeft doen vloeien. Zie Ex. 17:6 ; Num. 20:11 . Exodus 17:6 : Zie, Ik zal daar voor uw aangezicht op de rotssteen in Horeb staan; en u zult op de rotssteen slaan, zo zal er water uitgaan, dat het volk drinke. Mozes nu deed zo voor de ogen van de oudsten van Israël. Numeri 20:11 : Toen hief Mozes zijn hand op, en hij sloeg de steenrots tweemaal met zijn staf; en er kwam veel waters uit, zodat de vergadering dronk, en haar beesten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַ/הֹפְכִ֣י",
          "strongs": "H2015",
          "morph": "HTd/Vqrmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/צּ֣וּר",
          "strongs": "H6697",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲגַם",
          "strongs": "H98",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מָ֑יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "חַ֝לָּמִ֗ישׁ",
          "strongs": "H2496",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/מַעְיְנ/וֹ",
          "strongs": "H4599",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מָֽיִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Die de rotssteen veranderde in een watervloed, de keisteen in een waterfontein.",
      "textSV1888_html": "Die den rotssteen veranderde in een watervloed, den keisteen in een waterfontein.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Die den rotz-steen veranderde in eenen water-vloet: den key-steen in eene water-fonteyne.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "De Psalmist vermaen doende van de verlossinge der Israëliten uyt Egypten, vermaent alle creaturen Godt te loven, ende alle menschen, door het exempel der selver.",
    "text2026": "De psalmist, vermelding doend van de verlossing van de Israëlieten uit Egypte, vermaant alle schepselen God te loven, en alle mensen, door hun voorbeeld."
  }
}
