{
  "number": 123,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een lied op Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit.",
      "text1637": "[1] EEn Liedt Hammaaloth. [a] Ick [2] heffe mijne oogen op tot u die in de hemelen sitt.",
      "text2026": "Een lied op Hammaäloth. Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 115:3 . Psalmen 115:3 : Onze God is toch in den hemel, Hij doet al wat Hem behaagt.",
          "text1637": "Psal. 115.3.",
          "text2026": "Ps. 115:3 . Psalmen 115:3 : Onze God is toch in de hemel, Hij doet al wat Hem behaagt."
        },
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "lied op Hammaäloth: Zie Ps. 120:1 . Psalmen 120:1 : Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.",
          "text1637": "Siet Psal. 120.1.",
          "text2026": "lied op Hammaäloth: Zie Ps. 120:1 . Psalmen 120:1 : Een lied op Hammaäloth. Ik heb tot JAHWEH geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hef mijn ogen: Deze woorden worden hier en elders gesteld, meer om onze harten tot het bedenken der hemelse heerlijkheid Gods te verwekken, dan om aan te wijzen dat God alleen in den hemel is of woont; de hemelen der hemelen kunnen de majesteit Gods niet begrijpen.",
          "text1637": "Dese woorden werden hier ende elders gestelt, meer om onse herten tot het bedencken der hemelscher heerlicheyt Godes te verwecken: dan om aen te wijsen dat Godt alleen in den hemel is of woont: De hemelen der hemelen en kunnen de Majesteyt Godes niet begrypen.",
          "text2026": "hef mijn ogen: Deze woorden worden hier en elders gesteld, meer om onze harten tot het bedenken van de hemelse heerlijkheid van God te verwekken, dan om aan te wijzen dat God alleen in de hemel is of woont; de hemel van de hemel kunnen de majesteit van God niet begrijpen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שִׁ֗יר",
          "strongs": "H7892",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הַֽ/מַּ֫עֲל֥וֹת",
          "strongs": "H4609",
          "morph": "HTd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "אֵ֭לֶי/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "נָשָׂ֣אתִי",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "עֵינַ֑/י",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הַ֝/יֹּשְׁבִ֗י",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HTd/Vqrmsc"
        },
        {
          "woord": "בַּ/שָּׁמָֽיִם",
          "strongs": "H8064",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Een lied op Hammaäloth.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Een lied op Hammaaloth.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> EEn Liedt Hammaaloth. <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> heffe mijne oogen op tot u die in de hemelen sitt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Hammaaloth.",
          "new": "Hammaäloth.",
          "principe": "V512"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Zie, gelijk de ogen der knechten zijn op de hand hunner heren; gelijk de ogen der dienstmaagd zijn op de hand harer vrouw; alzo zijn onze ogen op den HEERE, onze God, totdat Hij ons genadig zij.",
      "text1637": "Siet, gelijck de oogen der knechten [3] zijn op de hant harer heeren: gelijck de oogen der dienstmaecht, zijn op de hant harer vrouwe: alsoo zijn onse oogen op den HEERE onsen Godt, [4] tot dat hy ons genadich zy.",
      "text2026": "Zie, gelijk de ogen van de knechten zijn op de hand van hun heren; gelijk de ogen van de dienstmaagd zijn op de hand haar vrouw; zo zijn onze ogen op JAHWEH, onze God, totdat Hij ons genadig zij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijn op de hand: Te weten, als men hun ongelijk doet of zoekt hen te onderdrukken.",
          "text1637": "T.w. alsmen haer ongelijck doet, ofte soeckt te onderdrucken.",
          "text2026": "zijn op de hand: Te weten, als men hun ongelijk doet of zoekt hen te onderdrukken."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "totdat Hij ons: Een exempel, ons vermanende tot een gedurig gebed, totdat wij verhoord worden. Zie Luk. 18:1 , 18:2 , 18:3 , 18:4 , 18:5 , 18:6 , 18:7 ; en Ps. 55:18 . Lukas 18:1 : En Hij zeide ook een gelijkenis tot hen, daartoe strekkende, dat men altijd bidden moet, en niet vertragen; Lukas 18:2 : Zeggende: Er was een zeker rechter in een stad, die God niet vreesde, en geen mens ontzag. Lukas 18:3 : En er was een zekere weduwe in dezelfde stad, en zij kwam tot hem, zeggende: Doe mij recht tegen mijn wederpartij. Lukas 18:4 : En hij wilde voor een langen tijd niet; maar daarna zeide hij bij zichzelven: Hoewel ik God niet vreze, en geen mens ontzie; Lukas 18:5 : Nochtans, omdat deze weduwe mij moeilijk valt, zo zal ik haar recht doen, opdat zij niet eindelijk kome, en mij het hoofd breke. Lukas 18:6 : En de Heere zeide: Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt. Lukas 18:7 : Zal God dan geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen? Psalmen 55:18 : Des avonds, en des morgens, en des middags zal ik klagen en getier maken; en Hij zal mijn stem horen.",
          "text1637": "Een exempel ons vermanende tot geduerigen gebede, tot dat wy verhoort worden. Siet Luc. 18.1……. 7. ende Psal. 55.18.",
          "text2026": "totdat Hij ons: Een exempel, ons vermanende tot een gedurig gebed, totdat wij verhoord worden. Zie Luk. 18:1 , 18:2 , 18:3 , 18:4 , 18:5 , 18:6 , 18:7 ; en Ps. 55:18 . Lukas 18:1 : En Hij zei ook een gelijkenis tot hen, daartoe strekkende, dat men altijd bidden moet, en niet vertragen; Lukas 18:2 : Zeggende: Er was een zeker rechter in een stad, die God niet vreesde, en geen mens ontzag. Lukas 18:3 : En er was een zekere weduwe in die stad, en zij kwam tot hem, zeggende: Doe mij recht tegen mijn tegenstander. Lukas 18:4 : En hij wilde voor een lange tijd niet; maar daarna zei hij bij zichzelven: Hoewel ik God niet vreze, en geen mens ontzie; Lukas 18:5 : Nochtans, omdat deze weduwe mij moeilijk valt, zo zal ik haar recht doen, opdat zij niet eindelijk kome, en mij het hoofd breke. Lukas 18:6 : En de Heer zei: Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt. Lukas 18:7 : Zal God dan geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen? Psalmen 55:18 : Van de avonds, en van de morgen, en van de middags zal ik klagen en getier maken; en Hij zal mijn stem horen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הִנֵּ֨ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "כְ/עֵינֵ֪י",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HR/Ncbdc"
        },
        {
          "woord": "עֲבָדִ֡ים",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יַ֤ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "אֲֽדוֹנֵי/הֶ֗ם",
          "strongs": "H113",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/עֵינֵ֣י",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HR/Ncbdc"
        },
        {
          "woord": "שִׁפְחָה֮",
          "strongs": "H8198",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יַ֪ד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "גְּבִ֫רְתָּ֥/הּ",
          "strongs": "H1404",
          "morph": "HNcfsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "כֵּ֣ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "עֵ֭ינֵי/נוּ",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֑י/נוּ",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "עַ֝֗ד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ/יְּחָנֵּֽ/נוּ",
          "strongs": "H2603",
          "morph": "HTr/Vqi3ms/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zie, gelijk de ogen van de knechten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> zijn op de hand van hun heren; gelijk de ogen van de dienstmaagd zijn op de hand haar vrouw; zo zijn onze ogen op JAHWEH, onze God,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> totdat Hij ons genadig zij.",
      "textSV1888_html": "Zie, gelijk de ogen der knechten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> zijn op de hand hunner heren; gelijk de ogen der dienstmaagd zijn op de hand harer vrouw; alzo zijn onze ogen op den HEERE, onze God,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> totdat Hij ons genadig zij.",
      "text1637_html": "Siet, gelijck de oogen der knechten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> zijn op de hant harer heeren: gelijck de oogen der dienstmaecht, zijn op de hant harer vrouwe: alsoo zijn onse oogen op den HEERE onsen Godt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> tot dat hy ons genadich zy.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "hunner",
          "new": "van hun",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "harer",
          "new": "haar",
          "principe": "V208"
        },
        {
          "old": "alzo",
          "new": "zo",
          "principe": "V42"
        },
        {
          "old": "den HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Zijt ons genadig, o HEERE! zijt ons genadig, want wij zijn der verachting veel te zat.",
      "text1637": "Zijt ons genadich, o HEERE, zijt ons genadich, want [5] wy zijn der verachtinge veel te satt.",
      "text2026": "Wees ons genadig, o JAHWEH! wees ons genadig, want wij zijn van de verachting veel te verzadigd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "wij zijn der: De zin is, wij worden van de stoute wereldskinderen zo veracht, dat wij zeer verdrietig daarover worden en schier niet meer lijden kunnen. Zie de aantekening bij Job 7:4 , en Ps. 88:4 . Job 7:4 : Als ik te slapen lig, dan zeg ik: Wanneer zal ik opstaan, en Hij den avond afgemeten hebben? En ik word zat van woelingen tot aan den schemertijd. Psalmen 88:4 : Want mijn ziel is der tegenheden zat, en mijn leven raakt tot aan het graf.",
          "text1637": "De sin is, wy worden van de stoute werelts-kinderen soo veracht, dat wy seer verdrietich daer over worden, ende schier niet meer lijden en kunnen. Siet d’aent. Iob 7. op vers 4. ende Psal. 88.4.",
          "text2026": "wij zijn van de: De zin is, wij worden van de stoute wereldskinderen zo veracht, dat wij zeer verdrietig daarover worden en schier niet meer lijden kunnen. Zie de aantekening bij Job 7:4 , en Ps. 88:4 . Job 7:4 : Als ik te slapen lig, dan zeg ik: Wanneer zal ik opstaan, en Hij de avond afgemeten hebben? En ik word zat van woelingen tot aan de schemertijd. Psalmen 88:4 : Want mijn ziel is van de tegenheden zat, en mijn leven raakt tot aan het graf."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "חָנֵּ֣/נוּ",
          "strongs": "H2603",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "חָנֵּ֑/נוּ",
          "strongs": "H2603",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "רַ֝֗ב",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "שָׂבַ֥עְנוּ",
          "strongs": "H7646",
          "morph": "HVqp1cp"
        },
        {
          "woord": "בֽוּז",
          "strongs": "H937",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Wees ons genadig, o JAHWEH! wees ons genadig, want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> wij zijn van de verachting veel te verzadigd.",
      "textSV1888_html": "Zijt ons genadig, o HEERE! zijt ons genadig, want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> wij zijn der verachting veel te zat.",
      "text1637_html": "Zijt ons genadich, o HEERE, zijt ons genadich, want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> wy zijn der verachtinge veel te satt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Zijt",
          "new": "Wees",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "HEERE! zijt",
          "new": "JAHWEH! wees",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "zat.",
          "new": "verzadigd.",
          "principe": "V1583"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Onze ziel is veel te zat des spots der weelderigen, der verachting der hovaardigen.",
      "text1637": "Onse ziele is veel te satt des spots [6] der weeldigen, der verachtinge der hooveerdigen.",
      "text2026": "Onze ziel is veel te verzadigd van de spot van de weelderigen, van de verachting van de hoogmoedigen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "der weelderigen: Hebr., der rustigen, of der gerusten; dat is, dergenen, die in rust en weelde in deze wereld zitten en van geen lijden of verdriet weten, en overzulks moedig en moedwillig zijn.",
          "text1637": "Hebr. Der rustigen, of, der gerusten. D. der gener die in ruste ende weelde in deser werelt sitten, ende van geen lijden of verdriet en weten, ende over sulcks moedich ende moetwillich zijn.",
          "text2026": "van de weelderigen: Hebr. van de rustigen, of van de gerusten; dat is, dergenen, die in rust en weelde in deze wereld zitten en van geen lijden of verdriet weten, en overzulks moedig en moedwillig zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "רַבַּת֮",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAafsc"
        },
        {
          "woord": "שָֽׂבְעָה",
          "strongs": "H7646",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "לָּ֪/הּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "נַ֫פְשֵׁ֥/נוּ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "הַ/לַּ֥עַג",
          "strongs": "H3933",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁאֲנַנִּ֑ים",
          "strongs": "H7600",
          "morph": "HTd/Aampa"
        },
        {
          "woord": "הַ֝/בּ֗וּז",
          "strongs": "H937",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/גְאֵ֥יוֹנִֽים",
          "strongs": "H1349",
          "morph": "HR/Aampa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Onze ziel is veel te verzadigd van de spot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> van de weelderigen, van de verachting van de hoogmoedigen.",
      "textSV1888_html": "Onze ziel is veel te zat des spots<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> der weelderigen, der verachting der hovaardigen.",
      "text1637_html": "Onse ziele is veel te satt des spots <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> der weeldigen, der verachtinge der hooveerdigen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zat",
          "new": "verzadigd",
          "principe": "V1583"
        },
        {
          "old": "des spots der",
          "new": "van de spot van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der hovaardigen.",
          "new": "van de hoogmoedigen.",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "De Prophete verklaert sijn geduldich vertrouwen op den Heere, met bede van te mogen verlost worden van de bespottinge der opgeblasenen.",
    "text2026": "De profeet verklaart zijn geduldig vertrouwen op de HEERE, met bede om verlost te mogen worden van de bespotting van de opgeblazenen."
  }
}