{
  "number": 129,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een lied Hammaaloth. Zij hebben mij dikwijls benauwd van mijn jeugd af, zegge nu Israël;",
      "text1637": "[1] EEn Liedt Hammaaloth. [2] Sy hebben my dickwijls benauwt [3] van mijner jeucht af, segge nu [4] Israël:",
      "text2026": "Een lied Hammaäloth. Zij hebben mij dikwijls benauwd van mijn jeugd af, zeg nu Israël;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "lied Hammaäloth: Zie Ps. 120:1 . Psalmen 120:1 : Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.",
          "text1637": "Siet Psal. 120.1.",
          "text2026": "lied Hammaäloth: Zie Ps. 120:1 . Psalmen 120:1 : Een lied op Hammaäloth. Ik heb tot JAHWEH geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zij hebben mij: Te weten, mijne vijanden.",
          "text1637": "T.w. mijne vyanden.",
          "text2026": "Zij hebben mij: Te weten, mijn vijanden."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van mijn jeugd: Dat is, van dien tijd af, toen ik in Egypte van een kleinen hoop volk tot een menigte gewassen ben; of van dien tijd af, toen God met Abraham onzer aller vader een verbond gemaakt heeft. Men kan het ook van Jakob verstaan, die van Ezau is vervolgd geweest van zijne jeugd af.",
          "text1637": "D. van dier tijt af doe ick in Egypten van een kleyn hoopken volcks tot eene groote menichte gewassen ben: Ofte, van dier tijt af, doe Godt met Abraham onser aller Vader een verbont gemaeckt heeft: Men kan het oock van Iacob verstaen, die van Esau is vervolcht geweest van sijner jeucht af.",
          "text2026": "van mijn jeugd: Dat is, van die tijd af, toen ik in Egypte van een kleine hoop volk tot een menigte gewassen ben; of van die tijd af, toen God met Abraham onzer van alle vader een verbond gemaakt heeft. Men kan het ook van Jakob verstaan, die van Ezau is vervolgd geweest van zijn jeugd af."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, het volk Israël, de gemeente Gods, gelijk Ps. 128 .6.",
          "text1637": "D. het volck van Israel, de Gemeynte Godts, als Psal. 128.6.",
          "text2026": "Dat is, het volk Israël, de gemeente van God, gelijk Ps. 128 .6."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שִׁ֗יר",
          "strongs": "H7892",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הַֽ/מַּ֫עֲל֥וֹת",
          "strongs": "H4609",
          "morph": "HTd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "רַ֭בַּת",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAafsc"
        },
        {
          "woord": "צְרָר֣וּ/נִי",
          "strongs": "H6887",
          "morph": "HVqp3cp/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/נְּעוּרַ֑/י",
          "strongs": "H5271",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יֹֽאמַר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqj3ms"
        },
        {
          "woord": "נָ֝א",
          "strongs": "H4994",
          "morph": "HTe"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵֽל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Een lied Hammaäloth.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Zij hebben mij dikwijls benauwd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> van mijn jeugd af, zeg nu<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Israël;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Een lied Hammaaloth.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Zij hebben mij dikwijls benauwd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> van mijn jeugd af, zegge nu<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Israël;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> EEn Liedt Hammaaloth. <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Sy hebben my dickwijls benauwt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> van mijner jeucht af, segge nu <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Israël:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Hammaaloth.",
          "new": "Hammaäloth.",
          "principe": "V512"
        },
        {
          "old": "zegge",
          "new": "zeg",
          "principe": "V401"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Zij hebben mij dikwijls van mijn jeugd af benauwd; evenwel hebben zij mij niet overmocht.",
      "text1637": "Sy hebben my dickwijls van mijner jeucht af benauwt: evenwel en hebben sy my niet overmocht.",
      "text2026": "Zij hebben mij dikwijls van mijn jeugd af benauwd; evenwel hebben zij mij niet overweldigd.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "רַ֭בַּת",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAafsc"
        },
        {
          "woord": "צְרָר֣וּ/נִי",
          "strongs": "H6887",
          "morph": "HVqp3cp/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/נְּעוּרָ֑/י",
          "strongs": "H5271",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "גַּ֝ם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָ֥כְלוּ",
          "strongs": "H3201",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij hebben mij dikwijls van mijn jeugd af benauwd; evenwel hebben zij mij niet overweldigd.",
      "text1637_html": "Sy hebben my dickwijls van mijner jeucht af benauwt: evenwel en hebben sy my niet overmocht.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "overmocht.",
          "new": "overweldigd.",
          "principe": "V519"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Ploegers hebben op mijn rug geploegd; zij hebben hun voren lang getogen.",
      "text1637": "[5] Ploegers [6] hebben op mijnen rugge geploecht: sy hebben hare [7] voren lanck getogen.",
      "text2026": "Ploegers hebben op mijn rug geploegd; zij hebben hun voren lang getogen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta hier door de ploegers de zaaiers der ongerechtigheid; gelijk Job 4:8 . Job 4:8 : Maar gelijk als ik gezien heb: die ondeugd ploegen, en moeite zaaien, maaien dezelve.",
          "text1637": "Verstaet hier door de ploegers, de zaeyers der ongerechticheyt, als Iob 4.8.",
          "text2026": "Versta hier door de ploegers de zaaiers van de ongerechtigheid; gelijk Job 4:8 . Job 4:8 : Maar gelijk als ik gezien heb: die ondeugd ploegen, en moeite zaaien, maaien dezelfde."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hebben op mijn: De zin is: Gelijk een land met den ploeg wordt doorsneden, alzo hebben de boze mensen mij gepijnigd en gemarteld. Verg. Jes. 51:23 . Jesaja 51:23 : Maar Ik zal hem dien, die u bedroefd hebben, in de hand zetten, die tot uw ziel zeiden: Buig u neder, dat wij over u gaan; en gij legdet uw rug neder als aarde, en als een straat dergenen, die daarover gaan.",
          "text1637": "De sin is: Gelijck een lant met den ploech wort door-sneden: Alsoo hebben de boose menschen my gepijnicht ende gemartert. Vergel. Iesa. 51.23.",
          "text2026": "hebben op mijn: De zin is: Gelijk een land met de ploeg wordt doorsneden, zo hebben de boze mensen mij gepijnigd en gemarteld. Verg. Jes. 51:23 . Jesaja 51:23 : Maar Ik zal hem die, die u bedroefd hebben, in de hand zetten, die tot uw ziel zeiden: Buig u neder, dat wij over u gaan; en u legde uw rug neder als aarde, en als een straat dergenen, die daarover gaan."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "voren lang getogen: Of, voor; in het Hebr. is het een en ander; versta door de voren der goddelozen hunne lasteringen en wrevelmoedigheid, die lang geduurd heeft.",
          "text1637": "Of, vore, in’t Hebr. is ’t een en ’t ander: Ende verstaet door de voren der godtloosen, hare lasteringen ende wrevelmoedicheyt, die lange geduert heeft.",
          "text2026": "voren lang getogen: Of, voor; in het Hebr. is het een en ander; versta door de voren van de goddelozen hun lasteringen en wrevelmoedigheid, die lang geduurd heeft."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "גַּ֭בִּ/י",
          "strongs": "H1354",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "חָרְשׁ֣וּ",
          "strongs": "H2790",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "חֹרְשִׁ֑ים",
          "strongs": "H2790",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "הֶ֝אֱרִ֗יכוּ",
          "strongs": "H748",
          "morph": "HVhp3cp"
        },
        {
          "woord": "ל/מענות/ם",
          "strongs": "H4618",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Ploegers<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> hebben op mijn rug geploegd; zij hebben hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> voren lang getogen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Ploegers<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> hebben op mijn rug geploegd; zij hebben hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> voren lang getogen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Ploegers <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> hebben op mijnen rugge geploecht: sy hebben hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> voren lanck getogen."
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "De HEERE, Die rechtvaardig is, heeft de touwen der goddelozen afgehouwen.",
      "text1637": "De HEERE die rechtveerdich is, [8] heeft de touwen der godtloosen afgehouwen.",
      "text2026": "JAHWEH, Die rechtvaardig is, heeft de touwen van de goddelozen afgehouwen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "heeft de touwen: Versta door de touwen der bozen hunne raadslagen en aanslagen, samenspannende om de ploeg der ongerechtigheid te trekken. Zie Jes. 8:18 ; dat is, de Heere heeft ons uit hunne macht verlost en het juk der dienstbaarheid verscheurd. Jesaja 8:18 : Ziet, ik en de kinderen, die mij de HEERE gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israël, van den HEERE der heirscharen, Die op den berg Sion woont.",
          "text1637": "Verstaet door de touwen der boosen, hare raedtslagen ende aenslagen, t’samen-spannende om den ploech der ongerechticheyt te trecken. siet Ies. 5.8. D. de Heere heeft ons uyt hare macht verlost, ende het jock der dienstbaerheyt verscheurt.",
          "text2026": "heeft de touwen: Versta door de touwen van de bozen hun raadslagen en aanslagen, samenspannende om de ploeg van de ongerechtigheid te trekken. Zie Jes. 8:18 ; dat is, de Heer heeft ons uit hun macht verlost en het juk van de dienstbaarheid verscheurd. Jesaja 8:18 : Ziet, ik en de kinderen, die mij JAHWEH gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israël, van JAHWEH van de legermachten, Die op de berg Sion woont."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְהוָ֥ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "צַדִּ֑יק",
          "strongs": "H6662",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "קִ֝צֵּ֗ץ",
          "strongs": "H7112",
          "morph": "HVpp3ms"
        },
        {
          "woord": "עֲב֣וֹת",
          "strongs": "H5688",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "רְשָׁעִֽים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH, Die rechtvaardig is,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> heeft de touwen van de goddelozen afgehouwen.",
      "textSV1888_html": "De HEERE, Die rechtvaardig is,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> heeft de touwen der goddelozen afgehouwen.",
      "text1637_html": "De HEERE die rechtveerdich is, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> heeft de touwen der godtloosen afgehouwen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "De HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Laat hen beschaamd en achterwaarts gedreven worden, allen, die Sion haten.",
      "text1637": "[9] Laetse beschaemt ende achterwaerts gedreven worden, alle die [10] Zion haten.",
      "text2026": "Laat hen beschaamd en achteruit gedreven worden, allen, die Sion haten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Laat hen beschaamd: Dat is, laat de hoop der vijanden, van ons te verdelgen, geen voortgang hebben. Anders: zij zullen, enz., en alzo in vers 6 . Psalmen 129:6 : Laat hen worden als gras op de daken, hetwelk verdort, eer men het uittrekt;",
          "text1637": "D. En laet de hope der vyanden van ons te verdelgen, geenen voortganck hebben. And. Sy sullen, etc. ende alsoo in het volgende vers.",
          "text2026": "Laat hen beschaamd: Dat is, laat de hoop van de vijanden, van ons te verdelgen, geen voortgang hebben. Anders: zij zullen, enz., en zo in vers 6 . Psalmen 129:6 : Laat hen worden als gras op de daken, dat verdort, voordat men het uittrekt;"
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Sion haten: Dat is, het volk Gods, hetwelk te Sion samenkomt om God te dienen.",
          "text1637": "Dat is, het volck Godes, ’t welck te Zion t’samen komt, om Godt te dienen.",
          "text2026": "Sion haten: Dat is, het volk van God, dat te Sion samenkomt om God te dienen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יֵ֭בֹשׁוּ",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִסֹּ֣גוּ",
          "strongs": "H5472",
          "morph": "HC/VNi3mp"
        },
        {
          "woord": "אָח֑וֹר",
          "strongs": "H268",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כֹּ֝֗ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שֹׂנְאֵ֥י",
          "strongs": "H8130",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "צִיּֽוֹן",
          "strongs": "H6726",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Laat hen beschaamd en achteruit gedreven worden, allen, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Sion haten.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Laat hen beschaamd en achterwaarts gedreven worden, allen, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Sion haten.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Laetse beschaemt ende achterwaerts gedreven worden, alle die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Zion haten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "achterwaarts",
          "new": "achteruit",
          "principe": "V157"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Laat hen worden als gras op de daken, hetwelk verdort, eer men het uittrekt;",
      "text1637": "[a] Laetse worden als [11] gras op de [12] daken, ’twelck verdorret [13] eer men het uyt-treckt:",
      "text2026": "Laat hen worden als gras op de daken, dat verdort, voordat men het uittrekt;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Job 8:12 ; Job 40:10 . Job 8:12 : Als het nog in zijn groenigheid is, hoewel het niet afgesneden wordt, nochtans verdort het voor alle gras. Job 40:10 : Zie nu Behemoth, welken Ik gemaakt heb nevens u; hij eet hooi, gelijk een rund.",
          "text1637": "Iob 8.12. ende 40.10.",
          "text2026": "Job 8:12 ; Job 40:10 . Job 8:12 : Als het nog in zijn groenigheid is, hoewel het niet afgesneden wordt, nochtans verdort het voor alle gras. Job 40:10 : Zie nu Behemoth, welke Ik gemaakt heb naast u; hij eet hooi, gelijk een rund."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "gras op de: Zie 1 Kon. 18:5 . 1 Koningen 18:5 : En Achab had gezegd tot Obadja: Trek door het land, tot alle waterfonteinen en tot alle rivieren; misschien zullen wij gras vinden, opdat wij de paarden en de muilezelen in het leven behouden, en niets uitroeien van de beesten.",
          "text1637": "Siet 1.Reg. 18. op vers 5.",
          "text2026": "gras op de: Zie 1 Kon. 18:5 . 1 Koningen 18:5 : En Achab had gezegd tot Obadja: Trek door het land, tot alle waterfonteinen en tot alle rivieren; misschien zullen wij gras vinden, opdat wij de paarden en de muilezelen in het leven behouden, en niets uitroeien van de beesten."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "In het land Kanaän waren de daken der huizen van boven plat, waar gras op wies tussen de glepen [gleeën, reten] of samenvoegingen der stenen en aan de kanten.",
          "text1637": "In het lant Canaan waren de daken der huysen boven plat, daer gras op wies tusschen de glepen of t’samen-voegingen der steenen, ende aen de kanten.",
          "text2026": "In het land Kanaän waren de daken van de huizen van boven plat, waar gras op wies tussen de glepen [gleeën, reten] of samenvoegingen van de stenen en aan de kanten."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "eer men het: Anders: eer men [de sikkel] trekt; te weten, om het gras af te maaien.",
          "text1637": "Anders, Eermen [den sickel] treckt. Te weten, om ’t gras af te maeyen.",
          "text2026": "voordat men het: Anders: voordat men [de sikkel] trekt; te weten, om het gras af te maaien."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִ֭הְיוּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "כַּ/חֲצִ֣יר",
          "strongs": "H2682",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "גַּגּ֑וֹת",
          "strongs": "H1406",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ/קַּדְמַ֖ת",
          "strongs": "H6927",
          "morph": "HTr/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "שָׁלַ֣ף",
          "strongs": "H8025",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יָבֵֽשׁ",
          "strongs": "H3001",
          "morph": "HVqp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Laat hen worden als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> gras op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> daken, dat verdort,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> voordat men het uittrekt;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Laat hen worden als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> gras op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> daken, hetwelk verdort,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> eer men het uittrekt;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Laetse worden als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> gras op de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> daken, ’twelck verdorret <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> eer men het uyt-treckt:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hetwelk",
          "new": "dat",
          "principe": "N6"
        },
        {
          "old": "eer",
          "new": "voordat",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Waarmede de maaier zijn hand niet vult, noch de garvenbinder zijn arm;",
      "text1637": "[14] Waer mede de maeyer sijne [15] hant niet en vult, noch de garven-binder sijnen [16] arm.",
      "text2026": "Waarmee de maaier zijn hand niet vult, noch de schovenbinder zijn arm;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Waarmede de: Hij wil zeggen dat de goddelozen tot hun volkomen wasdom of ouderdom niet komen; of, dat zij tot het uitvoeren hunner boze aanslagen niet geraken kunnen.",
          "text1637": "Hy wil seggen, dat de godtloose tot haren volkomenen wasdom ofte ouderdom niet en komen: Ofte, dat sy tot het uytvoeren harer booser aenslagen niet geraken en kunnen.",
          "text2026": "Waarmee de: Hij wil zeggen dat de goddelozen tot hun volkomen wasdom of ouderdom niet komen; of, dat zij tot het uitvoeren hun boze aanslagen niet geraken kunnen."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., כַפּ, palm.",
          "text1637": "Hebr. palm.",
          "text2026": "Hebr., כַפּ, palm."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, schoot.",
          "text1637": "Of, schoot.",
          "text2026": "Of, schoot."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שֶׁ/לֹּ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTr/Tn"
        },
        {
          "woord": "מִלֵּ֖א",
          "strongs": "H4390",
          "morph": "HVpp3ms"
        },
        {
          "woord": "כַפּ֥/וֹ",
          "strongs": "H3709",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "קוֹצֵ֗ר",
          "strongs": "H7114",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/חִצְנ֥/וֹ",
          "strongs": "H2683",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מְעַמֵּֽר",
          "strongs": "H6014",
          "morph": "HVprmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Waarmee de maaier zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hand niet vult, noch de schovenbinder zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> arm;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Waarmede de maaier zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hand niet vult, noch de garvenbinder zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> arm;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Waer mede de maeyer sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> hant niet en vult, noch de garven-binder sijnen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> arm.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Waarmede",
          "new": "Waarmee",
          "principe": "V479"
        },
        {
          "old": "garvenbinder",
          "new": "schovenbinder",
          "principe": "V520"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "En die voorbijgaan, niet zeggen: De zegen des HEEREN zij bij u! Wij zegenen ulieden in den Naam des HEEREN.",
      "text1637": "Noch die voorby-gaen niet en seggen, De segen des HEEREN zy [17] by u: [18] wy segenen ulieden in den Name des HEEREN.",
      "text2026": "En die voorbijgaan, niet zeggen: De zegen van JAHWEH zij bij u! Wij zegenen u in de Naam van JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "bij u: Of, over, of op u.",
          "text1637": "Of, over, of, op u.",
          "text2026": "bij u: Of, over, of op u."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Wij zegenen: Dat is, wij wensen u den zegen des Heeren, dat is, alle heil en welstand. Alzo plachten de voorbijgangers de maaiers en anderen, die in het veld arbeidden, te groeten. Sommigen nemen deze laatste woorden als een antwoord dergenen, die gezegend werden. Verg. Ps. 118:26 en de aantekening Ruth 2:4 . Psalmen 118:26 : Gezegend zij hij, die daar komt in den Naam des HEEREN! Wij zegenen ulieden uit het huis des HEEREN. Ruth 2:4 : En ziet, Boaz kwam van Bethlehem, en zeide tot de maaiers: De HEERE zij met ulieden! En zij zeiden tot hem: De HEERE zegene u!",
          "text1637": "D. wy wenschen u den segen des Heeren, D. allen heyl ende welstant. Aldus plechten de voor-by-gangers de maeyers ende andre die in ’t velt arbeydden, te groeten. Sommige nemen dese laetste woorden als een antwoorde der gener die gesegent wierden. Vergel. bov. 118.26. met d’aent. Ruth 2.4.",
          "text2026": "Wij zegenen: Dat is, wij wensen u de zegen van de Heer, dat is, alle heil en welstand. Zo plachten de voorbijgangers de maaiers en anderen, die in het veld arbeidden, te groeten. Sommigen nemen deze laatste woorden als een antwoord dergenen, die gezegend werden. Verg. Ps. 118:26 en de aantekening Ruth 2:4 . Psalmen 118:26 : Gezegend zij hij, die daar komt in de Naam van JAHWEH! Wij zegenen u uit het huis van JAHWEH. Ruth 2:4 : En ziet, Boaz kwam van Bethlehem, en zei tot de maaiers: JAHWEH zij met u! En zij zeiden tot hem: JAHWEH zegene u!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אָֽמְר֨וּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "הָ/עֹבְרִ֗ים",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "בִּרְכַּֽת",
          "strongs": "H1293",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֥ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲלֵי/כֶ֑ם",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "בֵּרַ֥כְנוּ",
          "strongs": "H1288",
          "morph": "HVpp1cp"
        },
        {
          "woord": "אֶ֝תְ/כֶ֗ם",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/שֵׁ֣ם",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup>En die voorbijgaan, niet zeggen: <span class=\"direct-speech\"><i>De zegen van JAHWEH zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> bij u!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Wij zegenen u in de Naam van JAHWEH.</i></span>",
      "textSV1888_html": "En die voorbijgaan, niet zeggen: De zegen des HEEREN zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> bij u!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Wij zegenen ulieden in den Naam des HEEREN.",
      "text1637_html": "Noch die voorby-gaen niet en seggen, De segen des HEEREN zy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> by u: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> wy segenen ulieden in den Name des HEEREN.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "ulieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des HEEREN.",
          "new": "van JAHWEH.",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "De verdruckingen Israëls, of der Gemeynte Godes zijn menigerley, maer Godt helptse uyt die alle, ende hare vyanden sullen vergaen.",
    "text2026": "De verdrukkingen van Israël, of van de gemeente van God, zijn velerlei, maar God helpt haar uit die alle, en haar vijanden zullen vergaan."
  }
}