{
  "number": 131,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een lied Hammaaloth, van David. O HEERE! mijn hart is niet verheven, en mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en te wonderlijk.",
      "text1637": "[1] EEn Liedt Hammaaloth, van David. O HEERE, [a] mijn herte en is niet [2] verheven, noch [b] mijne oogen en zijn niet hooge: oock en hebbe ick niet gewandelt in [dingen] my te groot, ende [3] te wonderlick.",
      "text2026": "Een lied Hammaäloth, van David. O JAHWEH! mijn hart is niet verheven, en mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en te wonderlijk.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "lied Hammaäloth: Zie Ps. 120:1 . Psalmen 120:1 : Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.",
          "text1637": "Siet Psal. 120.1.",
          "text2026": "lied Hammaäloth: Zie Ps. 120:1 . Psalmen 120:1 : Een lied op Hammaäloth. Ik heb tot JAHWEH geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "2 Kron. 32:25 ; Spreuk. 16:5 . 2 Kronieken 32:25 : Maar Jehizkia deed gene vergelding, naar de weldaad aan hem geschied, dewijl zijn hart verheven werd; daarom werd over hem, en over Juda en Jeruzalem, een grote toornigheid. Spreuken 16:5 : Al wie hoog is van hart, is den HEERE een gruwel; hand aan hand, zal hij niet onschuldig zijn.",
          "text1637": "2.Chron. 32.25. Prov. 16.5.",
          "text2026": "2 Kron. 32:25 ; Spr. 16:5 . 2 Kronieken 32:25 : Maar Jehizkia deed gene vergelding, naar de weldaad aan hem geschied, omdat zijn hart verheven werd; daarom werd over hem, en over Juda en Jeruzalem, een grote toornigheid. Spreuken 16:5 : Al wie hoog is van hart, is JAHWEH een gruwel; hand aan hand, zal hij niet onschuldig zijn."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, door hovaardij. Zie Deut. 17:20 . Deuteronomium 17:20 : Dat zijn hart zich niet verheffe boven zijn broederen, en dat hij niet afwijke van het gebod, ter rechterhand of ter linkerhand; opdat hij de dagen verlenge in zijn koninkrijk, hij en zijn zonen, in het midden van Israël.",
          "text1637": "T.w. door hoovaerdije. Siet Deut. 17.20.",
          "text2026": "Te weten, door hovaardij. Zie Deut. 17:20 . Deuteronomium 17:20 : Dat zijn hart zich niet verheffe boven zijn broers, en dat hij niet afwijke van het gebod, ter rechterhand of ter linkerhand; opdat hij de dagen verlenge in zijn koninkrijk, hij en zijn zonen, in het midden van Israël."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Spreuk. 6:17 ; Ps. 101:5 . Spreuken 6:17 : Hoge ogen, een valse tong, en handen, die onschuldig bloed vergieten; Psalmen 101:5 : Die zijn naaste in het heimelijke achterklapt; dien zal ik verdelgen; die hoog van ogen is, en trots van hart, die zal ik niet vermogen.",
          "text1637": "Proverb. 6.17. Psal. 101.5.",
          "text2026": "Spr. 6:17 ; Ps. 101:5 . Spreuken 6:17 : Hoge ogen, een valse tong, en handen, die onschuldig bloed vergieten; Psalmen 101:5 : Die zijn naaste in het geheime achterklapt; die zal ik verdelgen; die hoog van ogen is, en trots van hart, die zal ik niet vermogen."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "te wonderlijk: Dat is, te hoge, zware, verborgen dingen, die mijn verstand en macht te boven gaan, gelijk Ps. 139:6 ; of, die mijn ambt en beroeping niet betamen. Hebr. wonderen boven mij. Zie de aantekening bij Job 42:3 . Psalmen 139:6 : De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij. Job 42:3 : Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist.",
          "text1637": "D. te hooge, sware, verborgene dingen, die mijn verstant ende macht te boven gaen, als Psal. 139.6. ofte, die mijn ampt ende beroepinge niet en betamen. Hebr. wonderen boven my. siet d’aenteeck. Iob 42. op vers 3.",
          "text2026": "te wonderlijk: Dat is, te hoge, zware, verborgen dingen, die mijn verstand en macht te boven gaan, gelijk Ps. 139:6 ; of, die mijn ambt en beroeping niet betamen. Hebr. wonderen boven mij. Zie de aantekening bij Job 42:3 . Psalmen 139:6 : De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij. Job 42:3 : Wie is hij, zegt U, die de raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, wat ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שִׁ֥יר",
          "strongs": "H7892",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הַֽ/מַּֽעֲל֗וֹת",
          "strongs": "H4609",
          "morph": "HTd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָ֫וִ֥ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֤ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "גָבַ֣הּ",
          "strongs": "H1361",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ֭בִּ/י",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "רָמ֣וּ",
          "strongs": "H7311",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "עֵינַ֑/י",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "הִלַּ֓כְתִּי",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "בִּ/גְדֹל֖וֹת",
          "strongs": "H1419",
          "morph": "HR/Aafpa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/נִפְלָא֣וֹת",
          "strongs": "H6381",
          "morph": "HC/R/VNrfpa"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּֽ/נִּי",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Een lied Hammaäloth, van David. O JAHWEH!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> mijn hart is niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> verheven, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> te wonderlijk.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Een lied Hammaaloth, van David. O HEERE!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> mijn hart is niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> verheven, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> te wonderlijk.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> EEn Liedt Hammaaloth, van David. O HEERE, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> mijn herte en is niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> verheven, noch <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> mijne oogen en zijn niet hooge: oock en hebbe ick niet gewandelt in [dingen] my te groot, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> te wonderlick.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Hammaaloth,",
          "new": "Hammaäloth,",
          "principe": "V512"
        },
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Zo ik mijn ziel niet heb gezet en stil gehouden, gelijk een gespeend kind bij zijn moeder! Mijn ziel is als een gespeend kind in mij.",
      "text1637": "[4] So ick mijne ziele niet en hebben gesett ende stille gehouden, gelijck een gespeent kint by sijne moeder! mijne ziele is [5] als een gespeent kint in my.",
      "text2026": "Zo ik mijn ziel niet heb gezet en stil gehouden, gelijk een gespeend kind bij zijn moeder! Mijn ziel is als een gespeend kind in mij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zo ik mijn ziel: Dat is, zekerlijk ik heb mijne ziel of mijn gemoed gespeend. Zie gelijke manier van spreken Ps. 89:36 , en Ps. 95:11 , en zie de aantekening bij Gen. 14:23 . Anders: heb ik mijne ziel niet gezet, enz. gelijk een gespeend kind bij zijne moeder. Psalmen 89:36 : Ik heb eens gezworen bij Mijn heiligheid: Zo Ik aan David liege! Psalmen 95:11 : Daarom heb Ik in Mijn toorn gezworen: Zo zij in Mijn rust zullen ingaan! Genesis 14:23 : Zo ik van een draad aan tot een schoenriem toe, ja, zo ik van alles, dat het uwe is, iets neme! opdat gij niet zegt: Ik heb Abram rijk gemaakt!",
          "text1637": "D. sekerlick ick hebbe mijne ziele of gemoet gespeent. siet gelijcke maniere van spreken. Psal. 89.36. ende 95.11. ende siet d’aent. Genes. 14. op vers 3. And. En hebb’ ick mijne ziele niet gesett, etc. gelijck een gespeent kint by sijne moeder?",
          "text2026": "Zo ik mijn ziel: Dat is, zekerlijk ik heb mijn ziel of mijn gemoed gespeend. Zie gelijke manier van spreken Ps. 89:36 , en Ps. 95:11 , en zie de aantekening bij Gen. 14:23 . Anders: heb ik mijn ziel niet gezet, enz. gelijk een gespeend kind bij zijn moeder. Psalmen 89:36 : Ik heb eens gezworen bij Mijn heiligheid: Zo Ik aan David liege! Psalmen 95:11 : Daarom heb Ik in Mijn toorn gezworen: Zo zij in Mijn rust zullen ingaan! Genesis 14:23 : Zo ik van een draad aan tot een schoenriem toe, ja, zo ik van alles, dat het uw is, iets neme! opdat u niet zegt: Ik heb Abram rijk gemaakt!"
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "als een gespeend kind: Hetwelk alle ding van zijne moeder verwacht en geheel aan haar hangt: alzo ben ik nederig, zachtmoedig, eenvoudig. Van de eenvoudigheid der jonge kinderen, zie Matth. 18:1 , 18:2 , 18:3 . Mattheüs 18:1 : Te dierzelfder ure kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende: Wie is toch de meeste in het Koninkrijk der hemelen? Mattheüs 18:2 : En Jezus een kindeken tot Zich geroepen hebbende, stelde dat in het midden van hen; Mattheüs 18:3 : En zeide: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij u niet verandert, en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan.",
          "text1637": "’Twelck alle dinck van sijn moeder verwacht, ende geheelick aen haer hangt: Alsoo ben ick nedrich, sachtmoedich, eenvoudich. Van de eenvuldicheyt der jonge kinderen siet Matth. 18.1, 2, 3.",
          "text2026": "als een gespeend kind: Dat alle ding van zijn moeder verwacht en geheel aan haar hangt: zo ben ik nederig, zachtmoedig, eenvoudig. Van de eenvoudigheid van de jonge kinderen, zie Matt. 18:1 , 18:2 , 18:3 . Mattheüs 18:1 : Op dat moment kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende: Wie is toch de meeste in het Koninkrijk van de hemel? Mattheüs 18:2 : En Jezus een kind tot Zich geroepen hebbende, stelde dat in het midden van hen; Mattheüs 18:3 : En zei: Voorwaar zeg Ik u: Als u u niet verandert, en wordt gelijk de kinderen, zo zult u in het Koninkrijk van de hemel in geen geval ingaan."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "שִׁוִּ֨יתִי",
          "strongs": "H7737",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/דוֹמַ֗מְתִּי",
          "strongs": "H1826",
          "morph": "HC/Vop1cs"
        },
        {
          "woord": "נַ֫פְשִׁ֥/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כְּ֭/גָמֻל",
          "strongs": "H1580",
          "morph": "HR/Vqsmsa"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵ֣י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אִמּ֑/וֹ",
          "strongs": "H517",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כַּ/גָּמֻ֖ל",
          "strongs": "H1580",
          "morph": "HRd/Vqsmsa"
        },
        {
          "woord": "עָלַ֣/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִֽׁ/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Zo ik mijn ziel niet heb gezet en stil gehouden, gelijk een gespeend kind bij zijn moeder! Mijn ziel is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> als een gespeend kind in mij.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Zo ik mijn ziel niet heb gezet en stil gehouden, gelijk een gespeend kind bij zijn moeder! Mijn ziel is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> als een gespeend kind in mij.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> So ick mijne ziele niet en hebben gesett ende stille gehouden, gelijck een gespeent kint by sijne moeder! mijne ziele is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> als een gespeent kint in my.",
      "phraseDiff": []
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Israël hope op den HEERE van nu aan tot in der eeuwigheid.",
      "text1637": "[6] Israël hope op den HEERE van nu aen tot in der eeuwicheyt.",
      "text2026": "Israël hope op JAHWEH van nu aan tot in de eeuwigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, het volk Israël, het volk Gods.",
          "text1637": "D. het volck van Israel, het volck Godes.",
          "text2026": "Dat is, het volk Israël, het volk van God."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יַחֵ֣ל",
          "strongs": "H3176",
          "morph": "HVpv2ms"
        },
        {
          "woord": "יִ֭שְׂרָאֵל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֵֽ֝/עַתָּ֗ה",
          "strongs": "H6258",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Israël hope op JAHWEH van nu aan tot in de eeuwigheid.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Israël hope op den HEERE van nu aan tot in der eeuwigheid.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Israël hope op den HEERE van nu aen tot in der eeuwicheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David betuycht sijne ootmoedicheyt, vermanende de kercke Godes tot vertrouwen op Godt.",
    "text2026": "David betuigt zijn ootmoedigheid en vermaant de Kerk van God tot vertrouwen op God."
  }
}