{
  "number": 137,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij, ook weenden wij, als wij gedachten aan Sion.",
      "text1637": "[1] AEn de [2] Rivieren van [3] Babel, [4] daer saten wy, oock weenden wy, als wy gedachten [5] aen Zion.",
      "text2026": "Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij, ook huilden wij, als wij gedachten aan Sion.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Aan de: Dit zijn de woorden der priesters en der Levietische zangers, wier ambt was God te loven met muziekinstrumenten, gelijk te zien is 1 Kron. 25 . Ja, het schijnt dat de Levieten dezen psalm gemaakt hebben.",
          "text1637": "Dit zijn de woorden der Priesteren ende der Levitische Sangers, welcker ampt was Godt te loven met Musijck-instrumenten, als te sien is, 1.Chron. 25. Ia het schijnt dat de Leviten desen Psalm gemaeckt hebben.",
          "text2026": "Aan de: Dit zijn de woorden van de priester en van de Levietische zangers, wier ambt was God te loven met muziekinstrumenten, gelijk te zien is 1 Kron. 25 . Ja, het schijnt dat de Levieten deze psalm gemaakt hebben."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "In het land van Babylonië zijn vele rivieren, waaronder de Tiger en de Eufraat de voornaamste zijn.",
          "text1637": "In het lant van Babylonien zijn veel Rivieren, waer onder de Tigris ende Euphrates de voornaemste zijn.",
          "text2026": "In het land van Babylonië zijn vele rivieren, waaronder de Tiger en de Eufraat de voornaamste zijn."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, Babylon, de voornaamste stad van Chaldea of Sinear, waar Nimrod geregeerd heeft; zie de aantekening bij Gen. 10:10 . Hierom wordt Babel of Babylonië genoemd het land Nimrods; Micha 5:5 . Zie verder van den naam Babel de aantekening bij Gen. 11:9 . Maar onder de naam Babel moet men hier verstaan de verscheidene landschappen onder de monarchie van Babylonië behorende. Genesis 10:10 : En het beginsel zijns rijks was Babel, en Erech, en Accad, en Calne in het land Sinear. Micha 5:5 : Die zullen het land van Assur afweiden met het zwaard, en het land van Nimrod in deszelfs ingangen. Alzo zal Hij ons redden van Assur, wanneer dezelve in ons land zal komen, en wanneer hij in onze landpale zal treden. Genesis 11:9 : Daarom noemde men haar naam Babel; want aldaar verwarde de HEERE de spraak der ganse aarde, en van daar verstrooide hen de HEERE over de ganse aarde.",
          "text1637": "Of Babylon, de voornaemste Stadt van Chaldea, of Sinear, daer Nimrod geregeert heeft, Gen. 10.10. Siet d’aent. aldaer. Hierom wort Babel of Babylonien genoemt ’t lant Nimrods. Mich. 5. vers 8. Siet voorder van den name Babels, Genes. 11.9. ende de aenteecken. aldaer. Maer onder den name van Babel moetmen hier verstaen de verscheydene Lantschappen onder de Monarchie van Babylonia gehoorende.",
          "text2026": "Of, Babylon, de voornaamste stad van Chaldea of Sinear, waar Nimrod geregeerd heeft; zie de aantekening bij Gen. 10:10 . Hierom wordt Babel of Babylonië genoemd het land Nimrods; Micha 5:5 . Zie verder van de naam Babel de aantekening bij Gen. 11:9 . Maar onder de naam Babel moet men hier verstaan de verscheidene landschappen onder de monarchie van Babylonië behorende. Genesis 10:10 : En het begin zijns rijks was Babel, en Erech, en Accad, en Calne in het land Sinear. Micha 5:5 : Die zullen het land van Assur afweiden met het zwaard, en het land van Nimrod in daarvan ingangen. Zo zal Hij ons redden van Assur, wanneer dezelfde in ons land zal komen, en wanneer hij in onze landpale zal treden. Genesis 11:9 : Daarom noemde men haar naam Babel; want daar verwarde JAHWEH de spraak van de gehele aarde, en van daar verstrooide hen JAHWEH over de gehele aarde."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "daar zaten wij: Dat is, daar woonden wij, buiten ons vaderland verbannen en vreemd zijnde, in grote droefenis.",
          "text1637": "D. daer woonden wy, buyten ons Vaderlant verbannen ende vreemt zijnde, in groote droeffenisse.",
          "text2026": "daar zaten wij: Dat is, daar woonden wij, buiten ons vaderland verbannen en vreemd zijnde, in grote droefenis."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "aan Sion: Te weten, aan de verwoesting van de stad en den tempel van Jeruzalem.",
          "text1637": "T.w. aen de destructie der stadt ende des Tempels van Ierusalem.",
          "text2026": "aan Sion: Te weten, aan de verwoesting van de stad en de tempel van Jeruzalem."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַ֥ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "נַהֲר֨וֹת",
          "strongs": "H5104",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶ֗ל",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֣ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "יָ֭שַׁבְנוּ",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqp1cp"
        },
        {
          "woord": "גַּם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "בָּכִ֑ינוּ",
          "strongs": "H1058",
          "morph": "HVqp1cp"
        },
        {
          "woord": "בְּ֝/זָכְרֵ֗/נוּ",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HR/Vqc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "צִיּֽוֹן",
          "strongs": "H6726",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> rivieren van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Babel,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> daar zaten wij, ook huilden wij, als wij gedachten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> aan Sion.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> rivieren van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Babel,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> daar zaten wij, ook weenden wij, als wij gedachten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> aan Sion.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> AEn de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Rivieren van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Babel, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> daer saten wy, oock weenden wy, als wy gedachten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> aen Zion.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "weenden",
          "new": "huilden",
          "principe": "V96"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Wij hebben onze harpen gehangen aan de wilgen, die daarin zijn.",
      "text1637": "Wy hebben onse harpen [6] gehangen [7] aen de wilgen [8] die daer inne zijn.",
      "text2026": "Wij hebben onze harpen gehangen aan de wilgen, die daarin zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Alzo betuigende dat wij meer tot treuren dat tot spelen of zingen oorzaak hadden en geneigd waren.",
          "text1637": "Alsoo betuygende, dat wy meer tot treuren, dan tot spelen of singen oorsake hadden, ende geneycht waren.",
          "text2026": "Zo betuigende dat wij meer tot treuren dat tot spelen of zingen oorzaak hadden en geneigd waren."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "aan de wilgen: Die gaarne aan den kant der rievieren en wateren wassen.",
          "text1637": "Die geern aen den kant der Rivieren ende wateren wassen.",
          "text2026": "aan de wilgen: Die graag aan de kant van de rievieren en wateren groeien."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "die daarin zijn: Hebr. in het midden van haar; te weten van Babel, of Babylonië. Hij wil zeggen: Wij hebben onze muziekinstrumenten daar gelaten, ja zoveel als ten enenmale verlaten, als geen lust hebbende om dezelve meer te gebruiken; immers hebben wij geen heilige liederen willen zingen noch spelen ter begeerte der goddeloze Babyloniërs, die ons gevankelijk hadden weggevoerd.",
          "text1637": "Hebr. in’t midden van haer, T.w. van Babel, of Babylonien. Hy wil seggen, wy hebben onse Musijck-instrumenten daer gelaten, ja so veel als t’eenemael verlaten, als geenen lust hebbende om de selve meer te gebruycken: Immers en hebben wy geen heylige liederen willen singen noch spelen ter begeerte der godtlooser Babyloniers, die ons gevanckelick hadden wech gevoert.",
          "text2026": "die daarin zijn: Hebr. in het midden van haar; te weten van Babel, of Babylonië. Hij wil zeggen: Wij hebben onze muziekinstrumenten daar gelaten, ja zoveel als ten enenmale verlaten, als geen lust hebbende om dezelfde meer te gebruiken; immers hebben wij geen heilige liederen willen zingen noch spelen ter begeerte van de goddeloze Babyloniërs, die ons gevankelijk hadden weggevoerd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַֽל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עֲרָבִ֥ים",
          "strongs": "H6155",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תוֹכָ֑/הּ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "תָּ֝לִ֗ינוּ",
          "strongs": "H8518",
          "morph": "HVqp1cp"
        },
        {
          "woord": "כִּנֹּרוֹתֵֽי/נוּ",
          "strongs": "H3658",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Wij hebben onze harpen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> gehangen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> aan de wilgen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> die daarin zijn.",
      "textSV1888_html": "Wij hebben onze harpen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> gehangen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> aan de wilgen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> die daarin zijn.",
      "text1637_html": "Wy hebben onse harpen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> gehangen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> aen de wilgen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> die daer inne zijn."
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Als zij, die ons aldaar gevangen hielden, de woorden eens lieds van ons begeerden, en zij, die ons overhoop geworpen hadden, vreugd, zeggende: Zingt ons een van de liederen Sions;",
      "text1637": "Als aldaer die ons gevangen hielden, [9] de woorden eenes Liedts [10] van ons begeerden: ende sy [a] [11] die [12] ons over hoop geworpen hadden, [13] vreucht: [seggende,] Singt ons [een] [14] van de Liederen Zions.",
      "text2026": "Als zij, die ons daar gevangen hielden, de woorden van een lied van ons begeerden, en zij, die ons overhoop geworpen hadden, vreugd, zeggende: Zing ons één van de liederen Sions;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de woorden: Dat is, een lied; alzo staat er; woorden van wonderen, Ps. 145:5 . Dat is, wonderen. Psalmen 145:5 : He. Ik zal uitspreken de heerlijkheid der eer Uwer majesteit, en Uw wonderlijke daden.",
          "text1637": "D. een liedt: Alsoo stater, woorden van wonderen, Psal. 145.5. D. wonderen",
          "text2026": "de woorden: Dat is, een lied; zo staat er; woorden van wonderen, Ps. 145:5 . Dat is, wonderen. Psalmen 145:5 : He. Ik zal uitspreken de heerlijkheid van de eer Uw majesteit, en Uw wonderlijke daden."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van ons begeerden: Te weten, spotsgewijze en ons honende.",
          "text1637": "T.w. spots-wijse, ende ons hoonende.",
          "text2026": "van ons begeerden: Te weten, spotsgewijze en ons honende."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 79:1 . Psalmen 79:1 : Een psalm van Asaf. O God! Heidenen zijn gekomen in Uw erfenis; zij hebben den tempel Uwer heiligheid verontreinigd; zij hebben Jeruzalem tot steenhopen gesteld.",
          "text1637": "Psal. 79.1.",
          "text2026": "Ps. 79:1 . Psalmen 79:1 : Een psalm van Asaf. O God! Heidenen zijn gekomen in Uw erfenis; zij hebben de tempel Uw heiligheid verontreinigd; zij hebben Jeruzalem tot steenhopen gesteld."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders: die ons beroofd hadden.",
          "text1637": "And. die ons berooft hadden.",
          "text2026": "Anders: die ons beroofd hadden."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "ons overhoop: Dat is, onze huizen. Anders: van onze opgehangenen [te weten, harpen] eisten zij vreugde.",
          "text1637": "Dat is, onse huysen. And. van onse opgehangene, (T.w. harpen) eyschten sy vreuchde.",
          "text2026": "ons overhoop: Dat is, onze huizen. Anders: van onze opgehangenen [te weten, harpen] eisten zij vreugde."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "vreugd, zeggende : De rede zou aldus voller zijn: Zij begeerden van ons woorden der vreugde; dat is, dat wij vrolijk zouden zijn.",
          "text1637": "De reden soude aldus volder zijn, Sy begeerden van ons woorden der vreucht. D. dat wy souden vrolick zijn.",
          "text2026": "vreugd, zeggende : De rede zou aldus voller zijn: Zij begeerden van ons woorden van de vreugde; dat is, dat wij vrolijk zouden zijn."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van de liederen Sions: Te weten, van die liederen of psalmen, die men in den tempel placht te zingen en te spelen te ere Gods.",
          "text1637": "T.w. van die Liederen, of Psalmen, diemen in den Tempel pleecht te singen ende te spelen ter eere Godts.",
          "text2026": "van de liederen Sions: Te weten, van die liederen of psalmen, die men in de tempel placht te zingen en te spelen te ere Gods."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֨ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "שְֽׁאֵל֪וּ/נוּ",
          "strongs": "H7592",
          "morph": "HVqp3cp/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "שׁוֹבֵ֡י/נוּ",
          "strongs": "H7617",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "דִּבְרֵי",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "שִׁ֭יר",
          "strongs": "H7892",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/תוֹלָלֵ֣י/נוּ",
          "strongs": "H8437",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "שִׂמְחָ֑ה",
          "strongs": "H8057",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "שִׁ֥ירוּ",
          "strongs": "H7891",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "לָ֝֗/נוּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "מִ/שִּׁ֥יר",
          "strongs": "H7892",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "צִיּֽוֹן",
          "strongs": "H6726",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Als zij, die ons daar gevangen hielden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> de woorden van een lied van ons begeerden, en zij,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> ons overhoop geworpen hadden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> vreugd, zeggende: <span class=\"direct-speech\"><i>Zing ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> één van de liederen Sions;</i></span>",
      "textSV1888_html": "Als zij, die ons aldaar gevangen hielden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> de woorden eens lieds<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> van ons begeerden, en zij,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> ons overhoop geworpen hadden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> vreugd, zeggende: Zingt ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> een van de liederen Sions;",
      "text1637_html": "Als aldaer die ons gevangen hielden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> de woorden eenes Liedts <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> van ons begeerden: ende sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> ons over hoop geworpen hadden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> vreucht: [seggende,] Singt ons [een] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> van de Liederen Zions.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "aldaar",
          "new": "daar",
          "principe": "V36"
        },
        {
          "old": "eens lieds",
          "new": "van een lied",
          "principe": "V735"
        },
        {
          "old": "Zingt",
          "new": "Zing",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Wij zeiden: Hoe zouden wij een lied des HEEREN zingen in een vreemd land?",
      "text1637": "[15] [Wy seyden] Hoe souden wy [16] een Liedt des HEEREN singen [17] in een vreemt lant?",
      "text2026": "Wij zeiden: Hoe zouden wij een lied van JAHWEH zingen in een vreemd land?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Wij zeiden : Dit is het antwoord van het volk Israël, op het verzoek van de Babyloniërs, gevende reden waarom zij weigerden enig lied des Heeren te zingen.",
          "text1637": "Dit is de antwoorde des volcks van Israel, op het versoeck van de Babyloniers, gevende reden waerom sy weygerden eenich liedt des Heeren te singen.",
          "text2026": "Wij zeiden : Dit is het antwoord van het volk Israël, op het verzoek van de Babyloniërs, gevende reden waarom zij weigerden enig lied van de Heer te zingen."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "een lied des HEEREN: Dat is, liederen, die men gewoon is ter ere Gods te zingen, niet tot lust dergenen, die van den waren godsdienst vreemd zijn.",
          "text1637": "D. Liederen, diemen gewoon is ter eere Godes te singen, niet tot lust der gener die van den waren Godts-dienst vreemt zijn.",
          "text2026": "een lied van JAHWEH: Dat is, liederen, die men gewoon is ter ere Gods te zingen, niet tot lust dergenen, die van de waren godsdienst vreemd zijn."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in een vreemd: Te weten, onder de vijanden der kerk Gods, die gewoon zijn den naam Gods te lasteren. Hebr., אַדְמַת, in het land eens vreemden; dat is, der vreemdelingen.",
          "text1637": "T.w. onder de vyanden der Kercke Godes, die gewoon zijn den Name Godes te lasteren. Hebr. In het lant eenes vreemden, D. der vreemdelingen.",
          "text2026": "in een vreemd: Te weten, onder de vijanden van de kerk van God, die gewoon zijn de naam van God te lasteren. Hebr., אַדְמַת, in het land eens vreemden; dat is, van de vreemdelingen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֵ֗יךְ",
          "strongs": "H349",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "נָשִׁ֥יר",
          "strongs": "H7891",
          "morph": "HVqi1cp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "שִׁיר",
          "strongs": "H7892",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַ֝֗ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אַדְמַ֥ת",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "נֵכָֽר",
          "strongs": "H5236",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Wij zeiden: Hoe zouden wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> een lied van JAHWEH zingen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> in een vreemd land?",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Wij zeiden: Hoe zouden wij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> een lied des HEEREN zingen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> in een vreemd land?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> [Wy seyden] Hoe souden wy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> een Liedt des HEEREN singen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> in een vreemt lant?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Indien ik u vergeet, o Jeruzalem! zo vergete mijn rechterhand zichzelve!",
      "text1637": "[18] Indien ick u vergete, ô Ierusalem, so vergetet mijne rechterhant [haer selfs].",
      "text2026": "Als ik u vergeet, o Jeruzalem! zo vergete mijn rechterhand zichzelf!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Indien ik u vergeet: De zin is: Wij zullen ons zingen en spelen sparen, totdat de tijd komt dat Jeruzalem herbouwd wordt en wij wederom in ons land komen, gelijk Gij, Heere, ons dat beloofd hebt; dan zullen wij met onze harten, stemmen en instrumenten vrolijk zingen en U prijzen. Anders: zo mijne rechterhand [u] vergeten zal, verzwijgende de vervloeking. Anders, zo vergete mijne rechterhand [ hare kunst van spelen ].",
          "text1637": "De sin is, wy sullen ons singen en spelen sparen, tot dat de tijt komt, dat Ierusalem herbouwt worde, ende wy wederom in ons lant komen, gelijck ghy, Heere, ons dat belooft hebt, dan sullen wy met onse herten, stemmen, ende instrumenten vrolick singen, ende u prijsen. Anders: So mijne rechterhant [u] vergeten sal, verswijgende de imprecatie. And. So vergete mijne rechterhant [hare konste van spelen].",
          "text2026": "Als ik u vergeet: De zin is: Wij zullen ons zingen en spelen sparen, totdat de tijd komt dat Jeruzalem herbouwd wordt en wij opnieuw in ons land komen, gelijk U, Heer, ons dat beloofd hebt; dan zullen wij met onze harten, stemmen en instrumenten vrolijk zingen en U prijzen. Anders: zo mijn rechterhand [u] vergeten zal, verzwijgende de vervloeking. Anders, zo vergete mijn rechterhand [ haar kunst van spelen ]."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אִֽם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֶשְׁכָּחֵ֥/ךְ",
          "strongs": "H7911",
          "morph": "HVqi1cs/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "יְֽרוּשָׁלִָ֗ם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "תִּשְׁכַּ֥ח",
          "strongs": "H7911",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "יְמִינִֽ/י",
          "strongs": "H3225",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Als ik u vergeet, o Jeruzalem! zo vergete mijn rechterhand zichzelf!",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Indien ik u vergeet, o Jeruzalem! zo vergete mijn rechterhand zichzelve!",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Indien ick u vergete, ô Ierusalem, so vergetet mijne rechterhant [haer selfs].",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Indien",
          "new": "Als",
          "principe": "V41"
        },
        {
          "old": "zichzelve!",
          "new": "zichzelf!",
          "principe": "V527"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Mijn tong kleve aan mijn gehemelte, zo ik aan u niet gedenke, zo ik Jeruzalem niet verheffe boven het hoogste mijner blijdschap!",
      "text1637": "[19] Mijne tonge kleve aen mijn gehemelte, so ick aen u niet en gedencke, [20] so ick Ierusalem niet en verheffe boven het hoochste mijner blijdschap.",
      "text2026": "Mijn tong kleve aan mijn gehemelte, zo ik aan u niet gedenke, zo ik Jeruzalem niet verheffe boven het hoogste van mijn blijdschap!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Mijn tong kleve: Te weten, met welke ik gewoon ben mijnen God lofzangen te zingen; dat is, zo moet ik sprakeloos zijn, gelijk Job 29:10 ; zie ook Ps. 22:16 . Job 29:10 : De stem der vorsten verstak zich, en hun tong kleefde aan hun gehemelte. Psalmen 22:16 : Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, en mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; en Gij legt mij in het stof des doods.",
          "text1637": "T.w. met de welcke ick gewoon ben mijnen Godt lof-sangen te singen. D. so moet ick sprakeloos zijn, als Iob 29.10. siet oock Psal. 22. op vers 16.",
          "text2026": "Mijn tong kleve: Te weten, met welke ik gewoon ben mijn God lofzangen te zingen; dat is, zo moet ik sprakeloos zijn, gelijk Job 29:10 ; zie ook Ps. 22:16 . Job 29:10 : De stem van de vorsten verstak zich, en hun tong kleefde aan hun gehemelte. Psalmen 22:16 : Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, en mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; en U legt mij in het stof van de dood."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zo ik Jeruzalem: Dat is, zo ik den welstand van Jeruzalem en der kerk Gods niet houd en acht voor mijn hoogste vreugde en blijdschap. Voorts, hoogste. Hebr., רֹאשׁ, hoofd; hetwelk ook voor het hoogste of voornaamste gebruikt wordt, Zie de aantekening bij Exod. 30:23 . Exodus 30:23 : Gij nu, neem u de voornaamste specerijen, de zuiverste mirre, vijfhonderd sikkels, en specerijkaneel, half zoveel namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerijkalmus, tweehonderd en vijftig sikkels;",
          "text1637": "D. So ick den welstant van Ierusalem ende der kercke Godes, niet en houde ende achte voor mijne hoochste vreucht ende blijdschap. Voorts, hoochste, Hebr. Hooft, ’t welck oock voor het hoochste ofte principaelste gebruyckt wort, Exod. 30.23. Siet de aenteeck. aldaer.",
          "text2026": "zo ik Jeruzalem: Dat is, zo ik de welstand van Jeruzalem en van de kerk van God niet houd en acht voor mijn hoogste vreugde en blijdschap. Verder, hoogste. Hebr., רֹאשׁ, hoofd; dat ook voor het hoogste of voornaamste gebruikt wordt, Zie de aantekening bij Ex. 30:23 . Exodus 30:23 : U nu, neem u de voornaamste specerijen, de zuiverste mirre, vijfhonderd sikkels, en specerijkaneel, half zoveel namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerijkalmus, tweehonderd en vijftig sikkels;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תִּדְבַּ֥ק",
          "strongs": "H1692",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "לְשׁוֹנִ֨/י",
          "strongs": "H3956",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "לְ/חִכִּ/י֮",
          "strongs": "H2441",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לֹ֪א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֶ֫זְכְּרֵ֥/כִי",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqi1cs/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אַ֭עֲלֶה",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יְרוּשָׁלִַ֑ם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַ֝֗ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "רֹ֣אשׁ",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שִׂמְחָתִֽ/י",
          "strongs": "H8057",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Mijn tong kleve aan mijn gehemelte, zo ik aan u niet gedenke,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> zo ik Jeruzalem niet verheffe boven het hoogste van mijn blijdschap!",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Mijn tong kleve aan mijn gehemelte, zo ik aan u niet gedenke,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> zo ik Jeruzalem niet verheffe boven het hoogste mijner blijdschap!",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Mijne tonge kleve aen mijn gehemelte, so ick aen u niet en gedencke, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> so ick Ierusalem niet en verheffe boven het hoochste mijner blijdschap.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "HEERE! gedenk aan de kinderen van Edom, aan den dag van Jeruzalem; die daar zeiden: Ontbloot ze, ontbloot ze, tot haar fondament toe!",
      "text1637": "HEERE, [b] [21] gedenckt aen de kinderen Edoms, aen [22] den dach Ierusalems, die daer [23] seyden, [24] Ontblootse, Ontblootse [25] tot haer fondament toe.",
      "text2026": "JAHWEH! gedenk aan de kinderen van Edom, aan de dag van Jeruzalem; die daar zeiden: Ontbloot ze, ontbloot ze, tot haar fundament toe!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 49:7 ; Ezech. 25:12 . Jeremia 49:7 : Tegen Edom zegt de HEERE der heirscharen alzo: Is er dan geen wijsheid meer te Theman? Is de raad vergaan van de verstandigen? Is hunlieder wijsheid onnut geworden? Ezechiël 25:12 : Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Edom met enkel wraakgierigheid gehandeld heeft tegen het huis van Juda; en zij zich zeer schuldig gemaakt hebben, dat zij zich aan hen gewroken hebben:",
          "text1637": "Ierem. 49.7. Ezech. 25.12.",
          "text2026": "Jer. 49:7 ; Ez. 25:12 . Jeremia 49:7 : Tegen Edom zegt JAHWEH van de legermachten zo: Is er dan geen wijsheid meer te Theman? Is de raad vergaan van de verstandigen? Is hun wijsheid onnut geworden? Ezechiël 25:12 : Zo zegt de Heer JAHWEH: Omdat Edom met enkel wraakgierigheid gehandeld heeft tegen het huis van Juda; en zij zich zeer schuldig gemaakt hebben, dat zij zich aan hen gewroken hebben:"
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "gedenk aan: Te weten, om hen te straffen. De kinderen van Edom; dat is, de Edomieten zijn altijd vijanden der Israëlieten geweest, en zij waren de Babyloniërs bijgevallen toen Jeruzalem verwoest werd; Ezech. 25:12 . Ezechiël 25:12 : Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat Edom met enkel wraakgierigheid gehandeld heeft tegen het huis van Juda; en zij zich zeer schuldig gemaakt hebben, dat zij zich aan hen gewroken hebben:",
          "text1637": "T.w. om haer te straffen. De kinderen Edoms, D. de Edomiten zijn altijt vyanden der Israeliten geweest, ende sy waren de Babyloniers by-gevallen, doe Ierusalem verdestrueert wert, Ezech. 25.12.",
          "text2026": "gedenk aan: Te weten, om hen te straffen. De kinderen van Edom; dat is, de Edomieten zijn altijd vijanden van de Israëlieten geweest, en zij waren de Babyloniërs bijgevallen toen Jeruzalem verwoest werd; Ez. 25:12 . Ezechiël 25:12 : Zo zegt de Heer JAHWEH: Omdat Edom met enkel wraakgierigheid gehandeld heeft tegen het huis van Juda; en zij zich zeer schuldig gemaakt hebben, dat zij zich aan hen gewroken hebben:"
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "den dag van Jeruzalem: Te weten, den dag der verwoesting van Jeruzalem. Dag voor dag der ellende staat ook Ps. 37:13 ; Ezech. 30:9 ; Hos. 1:11 , enz. Psalmen 37:13 : De HEERE belacht hem, want Hij ziet, dat zijn dag komt. Ezechiël 30:9 : Te dien dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in den dag van Egypte; want ziet, het komt aan! Hosea 1:11 : En de kinderen van Juda, en de kinderen Israëls zullen samenvergaderd worden, en zich een enig hoofd stellen, en uit het land optrekken; want de dag van Jizreël zal groot zijn.",
          "text1637": "T.w. den dach der verwoestinge Ierusalems. Dach, voor dach der elende, staet oock Psal. 37.13. Ezech. 30.9. Hos. 11.11, etc.",
          "text2026": "de dag van Jeruzalem: Te weten, de dag van de verwoesting van Jeruzalem. Dag voor dag van de ellende staat ook Ps. 37:13 ; Ez. 30:9 ; Hos. 1:11 , enz. Psalmen 37:13 : JAHWEH belacht hem, want Hij ziet, dat zijn dag komt. Ezechiël 30:9 : Te die dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in de dag van Egypte; want ziet, het komt aan! Hosea 1:11 : En de kinderen van Juda, en de kinderen van Israël zullen samenvergaderd worden, en zich een enig hoofd stellen, en uit het land optrekken; want de dag van Jizreël zal groot zijn."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, tot de Babyloniërs.",
          "text1637": "Te weten, tot de Babyloniers.",
          "text2026": "Te weten, tot de Babyloniërs."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ontbloot ze: Te weten, de stad en de huizen, die daarin staan; die verstorende en afbrekende tot de fondamenten toe. De Edomieten, vijanden zijnde der Israëlieten, gunden hun wel deze verwoesting van Jeruzalem, ja zij hielpen die bevorderen zoveel zij konden. Dit wordt hun verweten, zie Obad. v. 12 , 1:13 , 1:14 , enz. Obadja 1:12 : Toen zoudt gij niet gezien hebben op den dag uws broeders, den dag zijner vervreemding; noch u verblijd hebben over de kinderen van Juda, ten dage huns ondergangs; noch uw mond groot gemaakt hebben, ten dage der benauwdheid; Obadja 1:13 : Noch ter poorte Mijns volks ingegaan zijn, ten dage huns verderfs; noch gezien hebben, ook gij, op zijn kwaad, ten dage zijns verderfs; noch uw handen uitgestrekt hebben aan zijn heir, ten dage zijns verderfs; Obadja 1:14 : Noch gestaan hebben op de wegscheiding, om zijn ontkomenen uit te roeien; noch zijn overgeblevenen overgeleverd hebben, ten dage der benauwdheid.",
          "text1637": "T.w. de Stadt, ende de huysen die daer in staen, de selve verstoorende ende afbrekende tot de fondamenten toe. De Edomiten vyanden zijnde der Israeliten, gunden hen wel dese verwoestinge Ierusalems, ja sy hielpense bevoorderen, so veel als sy konden. Dit wort hen verweten, Obad. 1. versen 12, 13, 14, etc.",
          "text2026": "Ontbloot ze: Te weten, de stad en de huizen, die daarin staan; die verstorende en afbrekende tot de fondamenten toe. De Edomieten, vijanden zijnde van de Israëlieten, gunden hun wel deze verwoesting van Jeruzalem, ja zij hielpen die bevorderen zoveel zij konden. Dit wordt hun verweten, zie Obad. v. 12 , 1:13 , 1:14 , enz. Obadja 1:12 : Toen zoudt u niet gezien hebben op de dag uws broers, de dag zijn vervreemding; noch u verblijd hebben over de kinderen van Juda, ten dage huns ondergangs; noch uw mond groot gemaakt hebben, op de dag van de benauwdheid; Obadja 1:13 : Noch ter poorte Mijns volks ingegaan zijn, ten dage huns verderfs; noch gezien hebben, ook u, op zijn kwaad, ten dage zijns verderfs; noch uw handen uitgestrekt hebben aan zijn legermacht, ten dage zijns verderfs; Obadja 1:14 : Noch gestaan hebben op de wegscheiding, om zijn ontkomenen uit te roeien; noch zijn overgeblevenen overgeleverd hebben, op de dag van de benauwdheid."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tot haar fondament toe: Hebr. tot het fondament in haar; dat is, zolang als er enig fondament in of aan haar is.",
          "text1637": "Hebr. Tot het fondament in haer, Dat is, soo lange alsser eenich fondament in of aen haer is.",
          "text2026": "tot haar fondament toe: Hebr. tot het fondament in haar; dat is, zolang als er enig fondament in of aan haar is."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "זְכֹ֤ר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֨ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לִ/בְנֵ֬י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "אֱד֗וֹם",
          "strongs": "H123",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵת֮",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "י֤וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְֽרוּשָׁ֫לִָ֥ם",
          "strongs": "H3389",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הָ֭/אֹ֣מְרִים",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "עָ֤רוּ",
          "strongs": "H6168",
          "morph": "HVpv2mp"
        },
        {
          "woord": "עָ֑רוּ",
          "strongs": "H6168",
          "morph": "HVpv2mp"
        },
        {
          "woord": "עַ֝֗ד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/יְס֥וֹד",
          "strongs": "H3247",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בָּֽ/הּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> gedenk aan de kinderen van Edom,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> aan de dag van Jeruzalem; die daar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> zeiden:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> <span class=\"direct-speech\"><i>Ontbloot ze, ontbloot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> ze, tot haar fundament toe!</i></span>",
      "textSV1888_html": "HEERE!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> gedenk aan de kinderen van Edom,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> aan den dag van Jeruzalem; die daar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> zeiden:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Ontbloot ze, ontbloot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> ze, tot haar fondament toe!",
      "text1637_html": "HEERE, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> gedenckt aen de kinderen Edoms, aen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> den dach Ierusalems, die daer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> seyden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Ontblootse, Ontblootse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> tot haer fondament toe.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "fondament",
          "new": "fundament",
          "principe": "V214"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "O dochter van Babel! die verwoest zult worden, welgelukzalig zal hij zijn, die u uw misdaad vergelden zal, die gij aan ons misdaan hebt.",
      "text1637": "[26] O dochter Babels, [27] die verwoest sult worden, [c] [28] welgeluckich sal hy zijn, die u uwe misdaet vergelden sal, die ghy aen ons [29] misdaen hebt.",
      "text2026": "O dochter van Babel! die verwoest zult worden, welgelukzalig zal hij zijn, die u uw misdaad vergelden zal, die u aan ons misdaan hebt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "O dochter van Babel: Dat is, gij Babylonische natie, gelijk Ps. 9:15 ; Jer. 51:33 . Of, gij inwoners van Babylonië. Zie de aantekening bij Hoogl. 2:2 . Psalmen 9:15 : Opdat ik Uw gansen lof in de poorten der dochter van Sion vertelle, dat ik mij verheuge in Uw heil. Jeremia 51:33 : Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: De dochter van Babel is als een dorsvloer, het is tijd, dat men ze trede; nog een weinig, dan zal haar de tijd des oogstes overkomen. Hooglied 2:2 : Gelijk een lelie onder de doornen, alzo is Mijn vriendin onder de dochteren.",
          "text1637": "D. ghy Babylonische natie, als Psal. 9.15. Ierem. 51.33. Of, ghy inwoonders van Babylonien. siet d’aent. Cant. 2. op vers 2.",
          "text2026": "O dochter van Babel: Dat is, u Babylonische natie, gelijk Ps. 9:15 ; Jer. 51:33 . Of, u inwoners van Babylonië. Zie de aantekening bij Hoogl. 2:2 . Psalmen 9:15 : Opdat ik Uw gansen lof in de poorten van de dochter van Sion vertelle, dat ik mij verheuge in Uw heil. Jeremia 51:33 : Want zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: De dochter van Babel is als een dorsvloer, het is tijd, dat men ze trede; nog een weinig, dan zal haar de tijd van de oogst overkomen. Hooglied 2:2 : Gelijk een lelie onder de doornen, zo is Mijn vriendin onder de dochters."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "die verwoest zult: Hebr. gij verwoeste; dat is, die zo zekerlijk zult verwoest worden alsof het nu alreeds geschied ware, dewijl God over u zulks besloten heeft. Of verwoeste; dat is, die waardig zijt en wel verdiend hebt dat gij zoudt verwoest worden, gelijk Ps. 18:4 : ik riep den geprezenen Heere aan; dat is, dien Heere, die prijzenswaardig is. Psalmen 18:4 : Ik riep den HEERE aan, die te prijzen is, en werd verlost van mijn vijanden.",
          "text1637": "Hebr. Ghy verwoestede. D. die soo sekerlick sult verwoest werden, als of het nu alreets geschiet ware, dewijle Godt over u sulcks besloten heeft. Of, verwoestede, D. die weerdich zijt, ende wel verdient hebt, dat ghy soudt verwoest worden, als Psal. 18.4. Ick riep den gepresenen Heere aen, D. dien Heere, die prijsens weerdich is.",
          "text2026": "die verwoest zult: Hebr., u verwoeste; dat is, die zo zekerlijk zult verwoest worden alsof het nu alreeds geschied ware, omdat God over u zulks besloten heeft. Of verwoeste; dat is, die waard zijt en wel verdiend hebt dat u zoudt verwoest worden, gelijk Ps. 18:4 : ik riep de geprezenen Heer aan; dat is, die Heer, die prijzenswaardig is. Psalmen 18:4 : Ik riep JAHWEH aan, die te prijzen is, en werd verlost van mijn vijanden."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jer. 50:15 ; idem v. 29 ; Openb. 18:16 . Jeremia 50:15 : Juicht over haar rondom, zij heeft haar hand gegeven; haar fondamenten zijn gevallen, haar muren zijn afgebroken; want dat is des HEEREN wraak, wreekt u aan haar, doet haar, gelijk als zij gedaan heeft! Jeremia 50:29 : Laat u horen tegen Babel, gij schutters! gij allen, die den boog spant! legert u tegen haar rondom, laat niemand van hen ontkomen; vergeldt haar naar haar werk, doet haar naar alles, wat zij gedaan heeft; want zij heeft trotselijk gehandeld tegen den HEERE, tegen den Heilige Israëls. Openbaring 18:16 : En zeggende: Wee, wee, de grote stad, die bekleed was met fijn lijnwaad, en purper, en scharlaken, en versierd met goud, en met kostelijk gesteente, en met paarlen; want in een ure is zo grote rijkdom verwoest.",
          "text1637": "Ierem. 48.16. ende 50.29. Apoc. 18.16.",
          "text2026": "Jer. 50:15 ; idem v. 29 ; Openb. 18:16 . Jeremia 50:15 : Juicht over haar rondom, zij heeft haar hand gegeven; haar fondamenten zijn gevallen, haar muren zijn afgebroken; want dat is van JAHWEH wraak, wreekt u aan haar, doet haar, gelijk als zij gedaan heeft! Jeremia 50:29 : Laat u horen tegen Babel, u schutters! u allen, die de boog spant! legert u tegen haar rondom, laat niemand van hen ontkomen; vergeldt haar naar haar werk, doet haar naar alles, wat zij gedaan heeft; want zij heeft trotselijk gehandeld tegen JAHWEH, tegen de Heilige van Israël. Openbaring 18:16 : En zeggende: Wee, wee, de grote stad, die bekleed was met fijn lijnwaad, en purper, en scharlaken, en versierd met goud, en met kostelijk gesteente, en met parels; want in een ure is zo grote rijkdom verwoest."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij wil zeggen dat een ieder den verstoorder van Babel gelukwensen en grotelijks bedanken zal, dat hij den Babyloniërs vergolden heeft hetgeen zij wel verdiend hadden. Zie Jes. 13 ; Jer. 50 ,51.",
          "text1637": "Hy wil seggen, dat een yeder den verstoorder van Babel, geluck wenschen, ende grootelicks bedancken sal, dat hy de Babyloniers vergolden heeft, ’t gene dat sy wel verdient hadden. Siet Ies. 13. Ierem. 50. ende 51.",
          "text2026": "Hij wil zeggen dat een ieder de verstoorder van Babel gelukwensen en grotelijks bedanken zal, dat hij de Babyloniërs vergolden heeft wat zij wel verdiend hadden. Zie Jes. 13 ; Jer. 50 ,51."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "misdaan hebt: Of, vergolden hebt. Het Hebr. woord wordt genomen voor weldoen en voor kwaaddoen.",
          "text1637": "Of, vergolden hebt. Het Hebr. woort wert genomen voor weldoen, ende voor quaet doen.",
          "text2026": "misdaan hebt: Of, vergolden hebt. Het Hebr. woord wordt genomen voor weldoen en voor kwaaddoen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בַּת",
          "strongs": "H1323",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "בָּבֶ֗ל",
          "strongs": "H894",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַ/שְּׁד֫וּדָ֥ה",
          "strongs": "H7703",
          "morph": "HTd/Vqsfsa"
        },
        {
          "woord": "אַשְׁרֵ֥י",
          "strongs": "H835",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ/יְשַׁלֶּם",
          "strongs": "H7999",
          "morph": "HTr/Vpi3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ֑/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "גְּ֝מוּלֵ֗/ךְ",
          "strongs": "H1576",
          "morph": "HNcmsc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ/גָּמַ֥לְתְּ",
          "strongs": "H1580",
          "morph": "HTr/Vqp2fs"
        },
        {
          "woord": "לָֽ/נוּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> O dochter van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> Babel! die verwoest zult worden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> welgelukzalig zal hij zijn, die u uw misdaad vergelden zal, die u aan ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> misdaan hebt.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> O dochter van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> Babel! die verwoest zult worden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> welgelukzalig zal hij zijn, die u uw misdaad vergelden zal, die gij aan ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> misdaan hebt.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> O dochter Babels, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> die verwoest sult worden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> welgeluckich sal hy zijn, die u uwe misdaet vergelden sal, die ghy aen ons <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> misdaen hebt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Welgelukzalig zal hij zijn, die uw kinderkens grijpen, en aan de steenrots verpletteren zal.",
      "text1637": "Welgeluckich sal hy zijn, [30] die uwe kinderkens grypen, ende aen de steen-rotse [31] verpletteren sal.",
      "text2026": "Welgelukzalig zal hij zijn, die uw kinderen grijpen, en aan de steenrots verpletteren zal.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "die uw kinderkens: Dat is, die de gestrenge oordelen Gods over u zal oefenen, vanwege uw gruwelijke misdaden. Zie Jes. 13:16 , en zie de aantekening bij Ps. 8:3 . Jesaja 13:16 : Ook zullen hun kinderkens voor hun ogen verpletterd worden; hun huizen zullen geplunderd, en hun vrouwen geschonden worden. Psalmen 8:3 : Uit den mond der kinderkens en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest, om Uwer tegenpartijen wil, om den vijand en wraakgierige te doen ophouden.",
          "text1637": "D. die de gestrenge oordeelen Godes over u sal oeffenen, van wegen uwe grouwelicke misdaden. Siet Ies. 13.16. ende de aenteeck. Psal. 8.2.",
          "text2026": "die uw kinderen: Dat is, die de gestrenge oordelen van God over u zal oefenen, vanwege uw gruwelijke misdaden. Zie Jes. 13:16 , en zie de aantekening bij Ps. 8:3 . Jesaja 13:16 : Ook zullen hun kinderen voor hun ogen verpletterd worden; hun huizen zullen geplunderd, en hun vrouwen geschonden worden. Psalmen 8:3 : Uit de mond van de kinderen en van de zuigelingen hebt U sterkte gegrondvest, om Uw tegenpartijen wil, om de vijand en wraakgierige te doen ophouden."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "verpletteren zal: Namelijk alzo, dat de stukken als gruis verstrooid worden.",
          "text1637": "Namelick alsoo, dat de stucken als gruys verstroyt worden.",
          "text2026": "verpletteren zal: Namelijk zo, dat de stukken als gruis verstrooid worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַשְׁרֵ֤י",
          "strongs": "H835",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ/יֹּאחֵ֓ז",
          "strongs": "H270",
          "morph": "HTr/Vqi3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִפֵּ֬ץ",
          "strongs": "H5310",
          "morph": "HC/Vpq3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶֽת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "עֹ֝לָלַ֗יִ/ךְ",
          "strongs": "H5768",
          "morph": "HNcmpc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַ/סָּֽלַע",
          "strongs": "H5553",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Welgelukzalig zal hij zijn,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> die uw kinderen grijpen, en aan de steenrots<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> verpletteren zal.",
      "textSV1888_html": "Welgelukzalig zal hij zijn,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> die uw kinderkens grijpen, en aan de steenrots<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> verpletteren zal.",
      "text1637_html": "Welgeluckich sal hy zijn, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> die uwe kinderkens grypen, ende aen de steen-rotse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> verpletteren sal.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "kinderkens",
          "new": "kinderen",
          "principe": "V62"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Een bedroefde klachte der Ioden in Babel, over het schampen en spotten harer vyanden, die van hen vrolicke liedekens eyschten: hare bestendige hope tot Godt, mitsgaders een vloeck over Edom ende Babel.",
    "text2026": "Een bedroefde klacht van de Joden in Babel, over het schimpen en spotten van hun vijanden, die van hen vrolijke liedjes eisten; hun bestendige hoop op God, alsook een vloek over Edom en Babel."
  }
}