{
  "number": 139,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van David, voor den opperzangmeester. HEERE! Gij doorgrondt en kent mij.",
      "text1637": "EEn Psalm Davids [1] voor den Opper-sang-meester. HEERE, ghy doorgrondt, ende kent my.",
      "text2026": "Een psalm van David, voor de opperzangmeester. JAHWEH! U doorgrondt en kent mij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "voor den opperzangmeester: Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.",
          "text1637": "Siet Psal. 4.1.",
          "text2026": "voor de opperzangmeester: Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Neginoth."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ֭/מְנַצֵּחַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָוִ֣ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "מִזְמ֑וֹר",
          "strongs": "H4210",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֥ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "חֲ֝קַרְתַּ֗/נִי",
          "strongs": "H2713",
          "morph": "HVqp2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/תֵּדָֽע",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqw2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een psalm van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> David, voor de opperzangmeester. JAHWEH! U doorgrondt en kent mij.",
      "textSV1888_html": "Een psalm van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> David, voor den opperzangmeester. HEERE! Gij doorgrondt en kent mij.",
      "text1637_html": "EEn Psalm Davids <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> voor den Opper-sang-meester. HEERE, ghy doorgrondt, ende kent my.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "HEERE! Gij",
          "new": "JAHWEH! U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten.",
      "text1637": "[2] Ghy weet mijn sitten ende mijn opstaen: [3] Ghy verstaet van verre mijn gedachte.",
      "text2026": "U weet mijn zitten en mijn opstaan; U verstaat van verre mijn gedachten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij weet: De zin is: Al wat ik doe, hetzij ik stilzit, òf opsta, òf ga, Gij weet en ziet het al.",
          "text1637": "De sin is, Al wat ick doe, ’t zy dat ick stille sitte, of opstae, of gae, ghy weet ende siet het al.",
          "text2026": "U weet: De zin is: Al wat ik doe, hetzij ik stilzit, òf opsta, òf ga, U weet en ziet het al."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij verstaat: Alsof hij zeide: Als de gedachten nog verre van mij zijn, eer ik ze zelf bedenk, zo weet Gij ze.",
          "text1637": "Als of hy seyde, Als de gedachte noch verre van my zijn, Dat is, eer ickse selve bedencke, so weet ghyse.",
          "text2026": "U verstaat: Alsof hij zei: Als de gedachten nog verre van mij zijn, voordat ik ze zelf bedenk, zo weet U ze."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "יָ֭דַעְתָּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "שִׁבְתִּ֣/י",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/קוּמִ֑/י",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HC/Vqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּ֥נְתָּה",
          "strongs": "H995",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ֝/רֵעִ֗/י",
          "strongs": "H7454",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵ/רָחֽוֹק",
          "strongs": "H7350",
          "morph": "HR/Aamsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> U weet mijn zitten en mijn opstaan;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> U verstaat van verre mijn gedachten.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Gij weet mijn zitten en mijn opstaan;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Gij verstaat van verre mijn gedachten.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Ghy weet mijn sitten ende mijn opstaen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Ghy verstaet van verre mijn gedachte.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend.",
      "text1637": "Ghy [4] omringt mijn gaen, ende mijn liggen: ende [5] ghy zijt alle mijne wegen gewent.",
      "text2026": "U omringt mijn gaan en mijn liggen; en U bent al mijn wegen gewend.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "omringt mijn gaan: Anders: Gij want, dat is, Gij beproeft en onderzoekt het op het nauwst, gelijk Job 31:4 . Job 31:4 : Ziet Hij niet mijn wegen, en telt Hij niet al mijn treden?",
          "text1637": "And. Ghy wannet, D. ghy beproeft ende ondersoeckt het op’t naeuwste, als Iob 31.4.",
          "text2026": "omringt mijn gaan: Anders: U want, dat is, U beproeft en onderzoekt het op het nauwst, gelijk Job 31:4 . Job 31:4 : Ziet Hij niet mijn wegen, en telt Hij niet al mijn treden?"
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij zijt al mijn: Dat is, Gij hebt kennis van al mijn doen en laten; Gij hebt het door gewoonte bevonden. Het is ene gelijkenis, genomen van de mensen, die door de ervarenheid en gewoonte kennis van een ding krijgen.",
          "text1637": "D. ghy hebt kennisse van al mijn doen ende laten: Ghy hebt het door gewoonte bevonden. ’Tis een gelijckenisse genomen van de menschen, die door d’ervarentheyt ende gewoonte, kennisse van een dinck krijgen.",
          "text2026": "U bent al mijn: Dat is, U hebt kennis van al mijn doen en laten; U hebt het door gewoonte bevonden. Het is een gelijkenis, genomen van de mensen, die door de ervarenheid en gewoonte kennis van een ding krijgen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָרְחִ֣/י",
          "strongs": "H734",
          "morph": "HVqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/רִבְעִ֣/י",
          "strongs": "H7252",
          "morph": "HC/Vqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "זֵרִ֑יתָ",
          "strongs": "H2219",
          "morph": "HVpp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "דְּרָכַ֥/י",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הִסְכַּֽנְתָּה",
          "strongs": "H5532",
          "morph": "HVhp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> omringt mijn gaan en mijn liggen; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> U bent al mijn wegen gewend.",
      "textSV1888_html": "Gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> omringt mijn gaan en mijn liggen; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Gij zijt al mijn wegen gewend.",
      "text1637_html": "Ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> omringt mijn gaen, ende mijn liggen: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> ghy zijt alle mijne wegen gewent.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Als er nog geen woord op mijn tong is, zie, Heere! Gij weet het alles.",
      "text1637": "[6] Alsser [noch] geen woort op mijne tonge en is, siet, HEERE, ghy weet het alles.",
      "text2026": "Als er nog geen woord op mijn tong is, zie, Heere! U weet het alles.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Als er nog : Dat is, eer ik spreek, zo weet Gij al wat ik zal zeggen, want Gij zijt een kenner des harten.",
          "text1637": "D. eer ick spreke, so weet ghy al wat ick sal seggen, want ghy zijt een kender der herten.",
          "text2026": "Als er nog : Dat is, voordat ik spreek, zo weet U al wat ik zal zeggen, want U bent een kenner van de harten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֵ֣ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "מִ֭לָּה",
          "strongs": "H4405",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "בִּ/לְשׁוֹנִ֑/י",
          "strongs": "H3956",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הֵ֥ן",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "יְ֝הוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יָדַ֥עְתָּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "כֻלָּֽ/הּ",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Als er nog geen woord op mijn tong is, zie, Heere! U weet het alles.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Als er nog geen woord op mijn tong is, zie, Heere! Gij weet het alles.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Alsser [noch] geen woort op mijne tonge en is, siet, HEERE, ghy weet het alles.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Gij bezet mij van achteren en van voren, en Gij zet Uw hand op mij.",
      "text1637": "Ghy besett my van achteren ende van vooren: ende [7] ghy sett uwe hant op my.",
      "text2026": "U bezet mij van achteren en van voren, en U zet Uw hand op mij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij zet Uw hand: Dat is, Gij houdt uwe hand op mij, dat ik U niet ontlope; of opdat ik versta dat ik geheel aan uwe voorzienigheid hang.",
          "text1637": "D. ghy houdt uwe hant op my, dat ick u niet en ontloope: Of, op dat ick verstae, dat ick geheelick aen uwe voorsichticheyt hange.",
          "text2026": "U zet Uw hand: Dat is, U houdt uw hand op mij, dat ik U niet ontlope; of opdat ik versta dat ik geheel aan uw voorzienigheid hang."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָח֣וֹר",
          "strongs": "H268",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/קֶ֣דֶם",
          "strongs": "H6924",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "צַרְתָּ֑/נִי",
          "strongs": "H6696",
          "morph": "HVqp2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/תָּ֖שֶׁת",
          "strongs": "H7896",
          "morph": "HC/Vqw2ms"
        },
        {
          "woord": "עָלַ֣/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כַּפֶּֽ/כָה",
          "strongs": "H3709",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "U bezet mij van achteren en van voren, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> U zet Uw hand op mij.",
      "textSV1888_html": "Gij bezet mij van achteren en van voren, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Gij zet Uw hand op mij.",
      "text1637_html": "Ghy besett my van achteren ende van vooren: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> ghy sett uwe hant op my.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij.",
      "text1637": "[8] De kennisse is my te wonderbaer: sy is hooge, [9] ick en kan daer niet by.",
      "text2026": "De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De kennis is mij: Te weten, die kennis, met welke Gij alles weet.",
          "text1637": "T.w. die kennisse met de welcke ghy alles weet.",
          "text2026": "De kennis is mij: Te weten, die kennis, met welke U alles weet."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "ik kan er niet: Te weten, om die te bereiken of te begrijpen.",
          "text1637": "T.w. om die te bereycken, ofte begrijpen.",
          "text2026": "ik kan er niet: Te weten, om die te bereiken of te begrijpen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "פלאיה",
          "strongs": "H6383",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "דַ֣עַת",
          "strongs": "H1847",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּ֑/נִּי",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נִ֝שְׂגְּבָ֗ה",
          "strongs": "H7682",
          "morph": "HVNrfsa"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "א֥וּכַֽל",
          "strongs": "H3201",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "לָֽ/הּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> ik kan er niet bij.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> ik kan er niet bij.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> De kennisse is my te wonderbaer: sy is hooge, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> ick en kan daer niet by."
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvlieden voor Uw aangezicht?",
      "text1637": "[10] Waer soude ick henen gaen voor uwen Geest? ende waer soude ick henen vlieden voor u aengesichte?",
      "text2026": "Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvluchten voor Uw aangezicht?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Waar zou ik heengaan: Dewijl God overal is, zo kan men Hem niet ontvluchten, of ontvlieden.",
          "text1637": "Dewijle Godt over al is, so en kan men hem niet ontvluchten, noch ontvlieden.",
          "text2026": "Waar zou ik heengaan: Omdat God overal is, zo kan men Hem niet ontvluchten, of ontvluchten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָ֭נָ֥ה",
          "strongs": "H575",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אֵלֵ֣ךְ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵ/רוּחֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/אָ֗נָה",
          "strongs": "H575",
          "morph": "HC/Ti"
        },
        {
          "woord": "מִ/פָּנֶ֥י/ךָ",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶבְרָֽח",
          "strongs": "H1272",
          "morph": "HVqi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvluchten voor Uw aangezicht?",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvlieden voor Uw aangezicht?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Waer soude ick henen gaen voor uwen Geest? ende waer soude ick henen vlieden voor u aengesichte?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "heenvlieden",
          "new": "heenvluchten",
          "principe": "V528"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mij in de hel, zie, Gij zijt daar.",
      "text1637": "[a] So ick opvoere ten hemel, ghy zijt daer: of beddede ick my [11] in de helle, siet ghy zijt [daer].",
      "text2026": "Zo ik opvoer ten hemel, U bent daar; of bedde ik mij in het dodenrijk, zie, U bent daar.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Job 26:6 ; Amos 9:2 ; idem v. 3 ; idem v. 4 ; Hebr. 4:13 . Job 26:6 : De hel is naakt voor Hem, en geen deksel is er voor het verderf. Amos 9:2 : Al groeven zij tot in de hel, zo zal Mijn hand ze van daar halen, en al klommen zij in den hemel, zo zal Ik ze van daar doen nederdalen. Amos 9:3 : En al verstaken zij zich op de hoogte van Karmel, zo zal Ik ze naspeuren en van daar halen; en al verborgen zij zich van voor Mijn ogen in den grond van de zee, zo zal Ik van daar een slang gebieden, die zal ze bijten. Amos 9:4 : En al gingen zij in gevangenis voor het aangezicht hunner vijanden, zo zal Ik van daar het zwaard gebieden, dat het hen dode; en Ik zal Mijn oog tegen hen zetten ten kwade, en niet ten goede. Hebreeën 4:13 : En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Desgenen, met Welken wij te doen hebben.",
          "text1637": "Amos. 9.2, 3, 4. Iob 26.6. Hebr. 4.13.",
          "text2026": "Job 26:6 ; Amos 9:2 ; idem v. 3 ; idem v. 4 ; Hebr. 4:13 . Job 26:6 : Het dodenrijk is naakt voor Hem, en geen deksel is er voor het verderf. Amos 9:2 : Al groeven zij tot in het dodenrijk, zo zal Mijn hand ze van daar halen, en al klommen zij in de hemel, zo zal Ik ze van daar doen nederdalen. Amos 9:3 : En al verstaken zij zich op de hoogte van Karmel, zo zal Ik ze naspeuren en van daar halen; en al verborgen zij zich van voor Mijn ogen in de grond van de zee, zo zal Ik van daar een slang gebieden, die zal ze bijten. Amos 9:4 : En al gingen zij in gevangenis voor het aangezicht hun vijanden, zo zal Ik van daar het zwaard gebieden, dat het hen dode; en Ik zal Mijn oog tegen hen zetten ten kwade, en niet ten goede. Hebreeën 4:13 : En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Van Degene, met Welke wij te doen hebben."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in de hel: Zie de aantekening bij Job 26:6 . Job 26:6 : De hel is naakt voor Hem, en geen deksel is er voor het verderf.",
          "text1637": "Siet d’aenteeck. Iob 26. op vers 6.",
          "text2026": "in het dodenrijk: Zie de aantekening bij Job 26:6 . Job 26:6 : Het dodenrijk is naakt voor Hem, en geen deksel is er voor het verderf."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֶסַּ֣ק",
          "strongs": "H5266",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֭מַיִם",
          "strongs": "H8064",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֣ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָ֑תָּה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַצִּ֖יעָה",
          "strongs": "H3331",
          "morph": "HC/Vhh1cs"
        },
        {
          "woord": "שְּׁא֣וֹל",
          "strongs": "H7585",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִנֶּֽ/ךָּ",
          "strongs": "H2005",
          "morph": "HTm/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Zo ik opvoer ten hemel, U bent daar; of bedde ik mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> in het dodenrijk, zie, U bent daar.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> in de hel, zie, Gij zijt daar.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> So ick opvoere ten hemel, ghy zijt daer: of beddede ick my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> in de helle, siet ghy zijt [daer].",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de hel,",
          "new": "het dodenrijk,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Nam ik vleugelen des dageraads, woonde ik aan het uiterste der zee;",
      "text1637": "Name ick [12] vleugelen des dageraets: woonde ick [13] aen ’t uyterste der zee;",
      "text2026": "Nam ik vleugelen van de dageraad, woonde ik aan het uiterste van de zee;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Aldus worden de stralen der opgaande zon genaamd, omdat zij snellijk de gehele lucht als doorvliegen. De profeet wil zeggen: Indien ik in een ogenblik vloog tot de allerverst gelegen plaatsen, gelijk de opgaande zon doet.",
          "text1637": "Aldus worden de stralen der opgaender sonne genaemt, om datse snellick de geheele lucht als doorvliegen. De Propheet wil seggen, Indien ick in eenen oogenblick vloge tot de alder-veerst gelegene plaetsen, gelijck de opgaende sonne doet.",
          "text2026": "Aldus worden de stralen van de opgaande zon genaamd, omdat zij snel de gehele lucht als doorvliegen. De profeet wil zeggen: Als ik in een ogenblik vloog tot de allerverst gelegen plaatsen, gelijk de opgaande zon doet."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "aan het uiterste: Dat is, aan het uiterste einde der wereld; gelijk Ps. 65:6 , en Ps. 72:8 ; Jes. 24:14 . Psalmen 65:6 : Vreselijke dingen zult Gij ons in gerechtigheid antwoorden, o God onzes heils! o Vertrouwen aller einden der aarde, en der verre gelegenen aan de zee! Psalmen 72:8 : En hij zal heersen van de zee tot aan de zee, en van de rivier tot aan de einden der aarde. Jesaja 24:14 : Die zullen hun stem opheffen, zij zullen vrolijk zingen; vanwege de heerlijkheid des HEEREN zullen zij juichen van de zee af.",
          "text1637": "D. aen ’t uyterste eynde der werelt, als Psal. 65.6. ende 72.8. Ies. 24.14.",
          "text2026": "aan het uiterste: Dat is, aan het uiterste einde van de wereld; gelijk Ps. 65:6 , en Ps. 72:8 ; Jes. 24:14 . Psalmen 65:6 : Vreselijke dingen zult U ons in gerechtigheid antwoorden, o God onzes heils! o Vertrouwen van alle einden van de aarde, en van de verre gelegenen aan de zee! Psalmen 72:8 : En hij zal heersen van de zee tot aan de zee, en van de rivier tot aan de einden van de aarde. Jesaja 24:14 : Die zullen hun stem opheffen, zij zullen vrolijk zingen; vanwege de heerlijkheid van JAHWEH zullen zij juichen van de zee af."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶשָּׂ֥א",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "כַנְפֵי",
          "strongs": "H3671",
          "morph": "HNcfdc"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֑חַר",
          "strongs": "H7837",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶ֝שְׁכְּנָ֗ה",
          "strongs": "H7931",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אַחֲרִ֥ית",
          "strongs": "H319",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "יָֽם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Nam ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> vleugelen van de dageraad, woonde ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> aan het uiterste van de zee;",
      "textSV1888_html": "Nam ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> vleugelen des dageraads, woonde ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> aan het uiterste der zee;",
      "text1637_html": "Name ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> vleugelen des dageraets: woonde ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> aen ’t uyterste der zee;",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des dageraads,",
          "new": "van de dageraad,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Ook daar zou Uw hand mij geleiden, en Uw rechterhand zou mij houden.",
      "text1637": "[14] Oock daer soude uwe hant my geleyden: ende uwe rechter hant soude my [15] houden.",
      "text2026": "Ook daar zou Uw hand mij geleiden, en Uw rechterhand zou mij houden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ook daar zou Uw: Daar zou ik ook aan uwe goddelijke bestiering en regering onderwerpen zijn.",
          "text1637": "Daer soude ick oock uwer goddelicker stieringe ende regeringe onderworpen zijn.",
          "text2026": "Ook daar zou Uw: Daar zou ik ook aan uw goddelijke bestiering en regering onderwerpen zijn."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, grijpen.",
          "text1637": "Of, grijpen.",
          "text2026": "Of, grijpen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "גַּם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֭ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "יָדְ/ךָ֣",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "תַנְחֵ֑/נִי",
          "strongs": "H5148",
          "morph": "HVhi3fs/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/תֹאחֲזֵ֥/נִי",
          "strongs": "H270",
          "morph": "HC/Vqi3fs/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְמִינֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H3225",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Ook daar zou Uw hand mij geleiden, en Uw rechterhand zou mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> houden.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Ook daar zou Uw hand mij geleiden, en Uw rechterhand zou mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> houden.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Oock daer soude uwe hant my geleyden: ende uwe rechter hant soude my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> houden."
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Indien ik zeide: De duisternis zal mij immers bedekken; dan is de nacht een licht om mij.",
      "text1637": "Indien ick seyde, de duysternisse sal my immers [16] bedecken: dan [17] is de nacht een licht om my.",
      "text2026": "Als ik zei: De duisternis zal mij immers bedekken; dan is de nacht een licht om mij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "bedekken; dan: Te weten, alzo dat God mij niet vinden zou. Hebr. eigenlijk, vertreden.",
          "text1637": "T.w. alsoo, dat Godt my niet vinden en soude. Hebr. eyg. vertreden.",
          "text2026": "bedekken; dan: Te weten, zo dat God mij niet vinden zou. Hebr. eigenlijk, vertreden."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "is de nacht een: Dat is, ik zal voor uwe ogen zo weinig verborgen zijn, alsof het klaar dag ware. Verg. Job 26:6 , en Hebr. 4:13 . Job 26:6 : De hel is naakt voor Hem, en geen deksel is er voor het verderf. Hebreeën 4:13 : En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Desgenen, met Welken wij te doen hebben.",
          "text1637": "D. ick sal voor uwe oogen soo weynich verborgen zijn, als of het klaer dach ware. Verg. Iob 26.6. ende Hebr. 4.13.",
          "text2026": "is de nacht een: Dat is, ik zal voor uw ogen zo weinig verborgen zijn, alsof het klaar dag ware. Verg. Job 26:6 , en Hebr. 4:13 . Job 26:6 : Het dodenrijk is naakt voor Hem, en geen deksel is er voor het verderf. Hebreeën 4:13 : En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Van Degene, met Welke wij te doen hebben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וָ֭/אֹמַר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "אַךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "חֹ֣שֶׁךְ",
          "strongs": "H2822",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יְשׁוּפֵ֑/נִי",
          "strongs": "H7779",
          "morph": "HVqi3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/לַ֗יְלָה",
          "strongs": "H3915",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "א֣וֹר",
          "strongs": "H216",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "בַּעֲדֵֽ/נִי",
          "strongs": "H1157",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Als ik zei: De duisternis zal mij immers<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> bedekken; dan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> is de nacht een licht om mij.",
      "textSV1888_html": "Indien ik zeide: De duisternis zal mij immers<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> bedekken; dan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> is de nacht een licht om mij.",
      "text1637_html": "Indien ick seyde, de duysternisse sal my immers <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> bedecken: dan <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> is de nacht een licht om my.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Indien",
          "new": "Als",
          "principe": "V41"
        },
        {
          "old": "zeide:",
          "new": "zei:",
          "principe": "W1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Ook verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht.",
      "text1637": "Oock en [18] verduystert de duysternisse voor u niet: maer de nacht lichtt als de dach: [19] de duysternisse is, als het licht.",
      "text2026": "Ook verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, verbergt en bedekt. Verg. Job 34:22 ; Jer. 23:24 . Job 34:22 : Er is geen duisternis, en er is geen schaduw des doods, dat aldaar de werkers der ongerechtigheid zich verbergen mochten. Jeremia 23:24 : Zou zich iemand in verborgene plaatsen kunnen verbergen, dat Ik hem niet zou zien? spreekt de HEERE; vervul Ik niet den hemel en de aarde? spreekt de HEERE.",
          "text1637": "D. en verbercht, en bedeckt. Vergel. Iob 34.22. Ierem. 23.24.",
          "text2026": "Dat is, verbergt en bedekt. Verg. Job 34:22 ; Jer. 23:24 . Job 34:22 : Er is geen duisternis, en er is geen schaduw van de dood, dat daar de werkers van de ongerechtigheid zich verbergen mochten. Jeremia 23:24 : Zou zich iemand in verborgen plaatsen kunnen verbergen, dat Ik hem niet zou zien? spreekt JAHWEH; vervul Ik niet de hemel en de aarde? spreekt JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de duisternis is als: Hebr., חֹשֶׁךְ, gelijk de duisternis, gelijk het licht.",
          "text1637": "Hebr. gelijck de duysternisse gelijck het licht.",
          "text2026": "de duisternis is als: Hebr., חֹשֶׁךְ, gelijk de duisternis, gelijk het licht."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "גַּם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "חֹשֶׁךְ֮",
          "strongs": "H2822",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יַחְשִׁ֪יךְ",
          "strongs": "H2821",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "מִ֫מֶּ֥/ךָ",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ֭/לַיְלָה",
          "strongs": "H3915",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כַּ/יּ֣וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יָאִ֑יר",
          "strongs": "H215",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "כַּ֝/חֲשֵׁיכָ֗ה",
          "strongs": "H2825",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "כָּ/אוֹרָֽה",
          "strongs": "H219",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> de duisternis is als het licht.",
      "textSV1888_html": "Ook<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> de duisternis is als het licht.",
      "text1637_html": "Oock en <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> verduystert de duysternisse voor u niet: maer de nacht lichtt als de dach: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> de duysternisse is, als het licht."
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Want Gij bezit mijn nieren; Gij hebt mij in mijner moeders buik bedekt.",
      "text1637": "Want [20] ghy besitt mijne [21] nieren: Ghy hebt my in mijnes moeders buyck [22] bedeckt.",
      "text2026": "Want U bezit mijn nieren; U hebt mij in van mijn moeders buik bedekt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij bezit mijn: Dat is, Gij hebt mijne nieren in uwe macht, Gij regeert ze.",
          "text1637": "D. Ghy hebt mijne nieren in uwe macht, Ghy regeertse.",
          "text2026": "U bezit mijn: Dat is, U hebt mijn nieren in uw macht, U regeert ze."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, genegenheden, gunsten. Zie de aantekening bij Job 19:27 . Job 19:27 : Denwelken ik voor mij aanschouwen zal, en mijn ogen zien zullen, en niet een vreemde; mijn nieren verlangen zeer in mijn schoot.",
          "text1637": "D. genegentheden, affecten. Siet Iob 19. d’aent. op vers 27.",
          "text2026": "Dat is, genegenheden, gunsten. Zie de aantekening bij Job 19:27 . Job 19:27 : Denwelken ik voor mij aanschouwen zal, en mijn ogen zien zullen, en niet een vreemde; mijn nieren verlangen zeer in mijn schoot."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, met vel, of blaas, waar de kinderen in bewonden liggen in hunner moeder lichaam, dat is, van dien tijd af dat ik in mijner moeder lichaam ontvangen ben.",
          "text1637": "T.w. met vel en vleesch: of, met den helm, of velleken, of blase daer de kinderkens in bewonden liggen in hares moeders lichaem, Dat is, van dier tijt af, dat ick in mijnes moeders lichaem ontfangen ben.",
          "text2026": "Te weten, met vel, of blaas, waar de kinderen in bewonden liggen in hun moeder lichaam, dat is, van die tijd af dat ik in mijn moeder lichaam ontvangen ben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אַ֭תָּה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "קָנִ֣יתָ",
          "strongs": "H7069",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "כִלְיֹתָ֑/י",
          "strongs": "H3629",
          "morph": "HNcfpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תְּ֝סֻכֵּ֗/נִי",
          "strongs": "H5526",
          "morph": "HVqi2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/בֶ֣טֶן",
          "strongs": "H990",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "אִמִּֽ/י",
          "strongs": "H517",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> U bezit mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> nieren; U hebt mij in van mijn moeders buik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> bedekt.",
      "textSV1888_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> Gij bezit mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> nieren; Gij hebt mij in mijner moeders buik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> bedekt.",
      "text1637_html": "Want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> ghy besitt mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> nieren: Ghy hebt my in mijnes moeders buyck <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> bedeckt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken! ook weet het mijn ziel zeer wel.",
      "text1637": "Ick love u, om dat ick op eene heel vreeselicke wijse wonderbaerlick gemaeckt ben, [23] wonderlick zijn uwe werken! oock weet het mijn ziele seer wel.",
      "text2026": "Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken! ook weet het mijn ziel zeer wel.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "wonderlijk zijn: Anders: [ door ] uw wonderlijke werken.",
          "text1637": "And. [door] uwe wonderlicke wercken.",
          "text2026": "wonderlijk zijn: Anders: [ door ] uw wonderlijke werken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֽוֹדְ/ךָ֗",
          "strongs": "H3034",
          "morph": "HVhi1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "עַ֤ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "נוֹרָא֗וֹת",
          "strongs": "H3372",
          "morph": "HVNrfpa"
        },
        {
          "woord": "נִ֫פְלֵ֥יתִי",
          "strongs": "H6395",
          "morph": "HVNp1cs"
        },
        {
          "woord": "נִפְלָאִ֥ים",
          "strongs": "H6381",
          "morph": "HVNrmpa"
        },
        {
          "woord": "מַעֲשֶׂ֑י/ךָ",
          "strongs": "H4639",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/נַפְשִׁ֗/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HC/Ncbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יֹדַ֥עַת",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqrfsa"
        },
        {
          "woord": "מְאֹֽד",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> wonderlijk zijn Uw werken! ook weet het mijn ziel zeer wel.",
      "textSV1888_html": "Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> wonderlijk zijn Uw werken! ook weet het mijn ziel zeer wel.",
      "text1637_html": "Ick love u, om dat ick op eene heel vreeselicke wijse wonderbaerlick gemaeckt ben, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> wonderlick zijn uwe werken! oock weet het mijn ziele seer wel."
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Mijn gebeente was voor U niet verholen, als ik in het verborgene gemaakt ben, en als een borduursel gewrocht ben, in de nederste delen der aarde.",
      "text1637": "[b] Mijn gebeente en was voor u niet verholen, [c] als ick in’t verborgene gemaeckt ben, [ende] [24] als een borduersel gewrocht ben, in de [25] nederste deelen der aerde.",
      "text2026": "Mijn gebeente was voor U niet verborgen, als ik in het verborgene gemaakt ben, en als een borduursel gewerkt ben, in de nederste delen van de aarde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Job 10:8 ; idem v. 10 . Job 10:8 : Uw handen doen mij smart aan, hoewel zij mij gemaakt hebben, te zamen rondom mij zijn zij, en Gij verslindt mij. Job 10:10 : Hebt Gij mij niet als melk gegoten, en mij als een kaas doen runnen?",
          "text1637": "Iob 10.8, 10.",
          "text2026": "Job 10:8 ; idem v. 10 . Job 10:8 : Uw handen doen mij smart aan, hoewel zij mij gemaakt hebben, te zamen rondom mij zijn zij, en U verslindt mij. Job 10:10 : Hebt U mij niet als melk gegoten, en mij als een kaas doen runnen?"
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Pred. 11:5 . Prediker 11:5 : Gelijk gij niet weet, welke de weg des winds zij, of hoedanig de beenderen zijn in den buik van een zwangere vrouw, alzo weet gij het werk Gods niet, Die het alles maakt.",
          "text1637": "Eccles. 11.5.",
          "text2026": "Pred. 11:5 . Prediker 11:5 : Gelijk u niet weet, welke de weg van de wind zij, of hoedanig de beenderen zijn in de buik van een zwangere vrouw, zo weet u het werk van God niet, Die het alles maakt."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "als een borduursel: Dat is, zeer kunstiglijk; namelijk met zenuwen, aderen, pezen en andere gedeelten des lichaams, gelijk een borduurwerker veel stukjes en draadjes van verscheidene verven kunstig en aardig aan elkander voegt, alzo dat er een schoon beeld of ander fraai werk van komt.",
          "text1637": "Dat is, seer konstelick: namelick met senuwen, aderen, pesen, musculen, ende andre gedeelten des lichaems, gelijck een borduyr-wercker veel stucxkens ende draetkens van verscheydene verwen konstelick ende aerdichlick aen malkanderen voecht, also datter een schoon beeldt, ofte ander fraey werck van komt.",
          "text2026": "als een borduursel: Dat is, zeer kunstiglijk; namelijk met zenuwen, aderen, pezen en andere gedeelten van het lichaam, gelijk een borduurwerker veel stukjes en draadjes van verscheidene verven kunstig en aardig aan elkaar voegt, zo dat er een schoon beeld of ander fraai werk van komt."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "nederste delen: Alzo noemt hij de barmoeder, waar de vrucht in geformeerd wordt, of den eersten oorsprong der mensen, Gen. 2:7 . Of hij vergelijkt de baarmoeder bij een graf, waarin de mens vóór de geboorte gelijk begraven ligt. Of men kan verstaan door de nederste delen der aarde, dat hij op de aarde geformeerd is, welke het benedenste deel van de wereld is. Verg. Ef. 4:9 . Genesis 2:7 : En de HEERE God had den mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen den adem des levens; alzo werd de mens tot een levende ziel. Efeziërs 4:9 : Nu dit: Hij is opgevaren; wat is het, dan dat Hij ook eerst is nedergedaald in de nederste delen der aarde?",
          "text1637": "Alsoo noemt hy de baermoeder, daer de vrucht in geformeert wort, Of den eersten oorspronck der menschen, Gen. 2.7. Of, hy vergelijckt de baer-moeder by een graf, daer in de mensche voor de geboorte, gelijck begraven leyt. of men kan verstaen door de nederste deelen der aerden, dat hy op der aerden geformeert zy, welcke het benedenste deel van de werelt is. Vergel. Ephes. 4.9.",
          "text2026": "nederste delen: Zo noemt hij de barmoeder, waar de vrucht in geformeerd wordt, of de eerste oorsprong van de mensen, Gen. 2:7 . Of hij vergelijkt de baarmoeder bij een graf, waarin de mens vóór de geboorte gelijk begraven ligt. Of men kan verstaan door de nederste delen van de aarde, dat hij op de aarde geformeerd is, welke het benedenste deel van de wereld is. Verg. Ef. 4:9 . Genesis 2:7 : En JAHWEH God had de mens geformeerd uit het stof van de aarde, en in zijn neusgaten geblazen de adem van het leven; zo werd de mens tot een levende ziel. Efeziërs 4:9 : Nu dit: Hij is opgevaren; wat is het, dan dat Hij ook eerst is nedergedaald in de nederste delen van de aarde?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "נִכְחַ֥ד",
          "strongs": "H3582",
          "morph": "HVNp3ms"
        },
        {
          "woord": "עָצְמִ֗/י",
          "strongs": "H6108",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ֫מֶּ֥/ךָּ",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "עֻשֵּׂ֥יתִי",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVPp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַ/סֵּ֑תֶר",
          "strongs": "H5643",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "רֻ֝קַּ֗מְתִּי",
          "strongs": "H7551",
          "morph": "HVPp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּֽ/תַחְתִּיּ֥וֹת",
          "strongs": "H8482",
          "morph": "HR/Aafpc"
        },
        {
          "woord": "אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Mijn gebeente was voor U niet verborgen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> als ik in het verborgene gemaakt ben,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> en als een borduursel gewerkt ben, in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> nederste delen van de aarde.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Mijn gebeente was voor U niet verholen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> als ik in het verborgene gemaakt ben,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> en als een borduursel gewrocht ben, in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> nederste delen der aarde.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Mijn gebeente en was voor u niet verhole<i>n</i>, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> als ick in’t verborgene gemaeckt ben, [ende] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> als een borduersel gewrocht ben, in de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> nederste deelen der aerde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "verholen,",
          "new": "verborgen,",
          "principe": "V529"
        },
        {
          "old": "gewrocht",
          "new": "gewerkt",
          "principe": "V88"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Uw ogen hebben mijn ongevormden klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was.",
      "text1637": "Uwe oogen hebben [26] mijnen ongefoormeerden klomp gesien, ende [27] alle dese dingen [28] waren in u boeck geschreven, de dagen alsse geformeert souden worden, [29] doe noch geen van dien en was.",
      "text2026": "Uw ogen hebben mijn ongevormden klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij gevormd zouden worden, toen nog geen van die was.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mijn ongevormden klomp: Dat is, wanneer ik allereerst in mijner moeder lijf ben opgezet geworden, en toen het zaad, waaruit ik voortgekomen ben, een kluwen garen gelijk was, ineengewonden of gewikkeld. Anders, mijn ongevormde substantie, klonter, of embryo. Zie Job 10:10 . Job 10:10 : Hebt Gij mij niet als melk gegoten, en mij als een kaas doen runnen?",
          "text1637": "D. wanneer ick aldereerst in mijnes moeders lijf ben opgesett geworden, ende doe het zaet daer uyt ick voortgekomen ben, een klouwen garens gelijck was, in een gewonden of gewickelt. And. mijne ongeformeerde substantie, clonter, ofte embryo. Siet Iob 10.10.",
          "text2026": "mijn ongevormden klomp: Dat is, wanneer ik allereerst in mijn moeder lijf ben opgezet geworden, en toen het zaad, waaruit ik voortgekomen ben, een kluwen garen gelijk was, ineengewonden of gewikkeld. Anders, mijn ongevormde substantie, klonter, of embryo. Zie Job 10:10 . Job 10:10 : Hebt U mij niet als melk gegoten, en mij als een kaas doen runnen?"
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "al deze dingen: Te weten, al mijne leden in dat kluwen en embryo begrepen.",
          "text1637": "T.w. alle mijne leden in dat klouwen ende embryon begrepen.",
          "text2026": "al deze dingen: Te weten, al mijn leden in dat kluwen en embryo begrepen."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "waren in Uw boek: Dat is, Gij gaaft goede achting op alles wat tot mijne schepping diende; of Gij hebt zowel geweten wat mij wedervaren zou, alsof het voor uwe ogen in een boek geschreven stond; te weten, in het boek van de gedachtenissen uwer voorzienige regering.",
          "text1637": "D. ghy gaeft goede achtinge op alles dat tot mijne scheppinge diende: ofte, ghy hebt soo wel geweten wat my wedervaren soude, als of het voor uwe oogen in een boeck geschreven stonde, T.w. in het Boeck van de memorien uwer voorsichtige regeringe.",
          "text2026": "waren in Uw boek: Dat is, U gaf goede achting op alles wat tot mijn schepping diende; of U hebt zowel geweten wat mij wedervaren zou, alsof het voor uw ogen in een boek geschreven stond; te weten, in het boek van de gedachtenissen uw voorzienige regering."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "toen nog geen van: De psalmist wil zeggen dat God al de delen van zijn lichaam geweten heeft, niet alleen toen zij zijn geformeerd geworden, maar van eeuwigheid. Hij roept de dingen die niet zijn alsof zij waren, zegt de apostel, Rom. 4:17 . Romeinen 4:17 : (Gelijk geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gesteld) voor Hem, aan Welken hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren;",
          "text1637": "De Psalmist wil seggen, dat Godt alle de deelen sijnes lichaems geweten heeft, niet alleen doese zijn geformeert geworden, maer van eeuwicheyt. hy roept de dingen die niet en zijn: als ofse waren, seyt d’Apostel Rom. 4.17.",
          "text2026": "toen nog geen van: De psalmist wil zeggen dat God al de delen van zijn lichaam geweten heeft, niet alleen toen zij zijn geformeerd geworden, maar van eeuwigheid. Hij roept de dingen die niet zijn alsof zij waren, zegt de apostel, Rom. 4:17 . Romeinen 4:17 : (Gelijk geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gesteld) voor Hem, aan Welke hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "גָּלְמִ֤/י",
          "strongs": "H1564",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "רָ֘א֤וּ",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "עֵינֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַֽל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "סִפְרְ/ךָ֮",
          "strongs": "H5612",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כֻּלָּ֪/ם",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יִכָּ֫תֵ֥בוּ",
          "strongs": "H3789",
          "morph": "HVNi3mp"
        },
        {
          "woord": "יָמִ֥ים",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יֻצָּ֑רוּ",
          "strongs": "H3335",
          "morph": "HVPp3cp"
        },
        {
          "woord": "ו/לא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אֶחָ֣ד",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "בָּ/הֶֽם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Uw ogen hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> mijn ongevormden klomp gezien; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> al deze dingen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij gevormd zouden worden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> toen nog geen van die was.",
      "textSV1888_html": "Uw ogen hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> mijn ongevormden klomp gezien; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> al deze dingen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> toen nog geen van die was.",
      "text1637_html": "Uwe oogen hebben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> mijnen ongefoormeerden klomp gesien, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> alle dese dingen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> waren in u boeck geschreven, de dagen alsse geformeert souden worden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> doe noch geen van dien en was.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geformeerd",
          "new": "gevormd",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Daarom, hoe kostelijk zijn mij, o God, Uw gedachten! hoe machtig veel zijn haar sommen!",
      "text1637": "Daeromme, [30] hoe kostelick zijn my, ô Godt uwe gedachten! hoe machtich vele zijn [31] hare sommen!",
      "text2026": "Daarom, hoe kostelijk zijn mij, o God, Uw gedachten! hoe machtig veel zijn haar sommen!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hoe kostelijk: Dat is, hoe onbegrijpelijk is mij uw voorzienige zorg en regering, waardoor Gij alle dingen in uw eeuwigen raad verordineerd en besloten hebt hoe zij geschieden zullen; Ps. 40:6 ; Job 26:14 . Psalmen 40:6 : Gij, o HEERE, mijn God! hebt Uw wonderen en Uw gedachten aan ons vele gemaakt, men kan ze niet in orde bij U verhalen; zal ik ze verkondigen en uitspreken, zo zijn zij menigvuldiger dan dat ik ze zou kunnen vertellen. Job 26:14 : Ziet, dit zijn maar uiterste einden Zijner wegen; en wat een klein stukje der zaak hebben wij van Hem gehoord? Wie zou dan den donder Zijner mogendheden verstaan?",
          "text1637": "D. hoe onbegrijpelick is my uwe voorsichtige sorge, ende regeringe? daer door ghy alle dingen in uwen eeuwigen raedt verordineert ende besloten hebt hoe sy geschieden sullen. Psal. 40.6. Iob 26.14.",
          "text2026": "hoe kostelijk: Dat is, hoe onbegrijpelijk is mij uw voorzienige zorg en regering, waardoor U alle dingen in uw eeuwigen raad verordineerd en besloten hebt hoe zij gebeuren zullen; Ps. 40:6 ; Job 26:14 . Psalmen 40:6 : U, o JAHWEH, mijn God! hebt Uw wonderen en Uw gedachten aan ons vele gemaakt, men kan ze niet in orde bij U verhalen; zal ik ze verkondigen en uitspreken, zo zijn zij menigvuldiger dan dat ik ze zou kunnen vertellen. Job 26:14 : Ziet, dit zijn maar uiterste einden Zijn wegen; en wat een klein stukje van de zaak hebben wij van Hem gehoord? Wie zou dan de donder Zijn mogendheden verstaan?"
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "haar sommen: Hebr., רָאשֵׁי, hare hoofden. Zie de aantekening bij Num. 1:2 . Numeri 1:2 : Neem op de som van de gehele vergadering der kinderen Israëls, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van al wat mannelijk is, hoofd voor hoofd.",
          "text1637": "Hebr. hare hoofden. siet Num. 1. de aent. op vers 2.",
          "text2026": "haar sommen: Hebr., רָאשֵׁי, haar hoofden. Zie de aantekening bij Num. 1:2 . Numeri 1:2 : Neem op de som van de gehele vergadering van de kinderen van Israël, naar hun geslachten, naar het huis hun vaders, in het getal van de namen, van al wat mannelijk is, hoofd voor hoofd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/לִ֗/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HC/R/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מַה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "יָּקְר֣וּ",
          "strongs": "H3365",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "רֵעֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H7454",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֵ֑ל",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מֶ֥ה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "עָ֝צְמוּ",
          "strongs": "H6105",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "רָאשֵׁי/הֶֽם",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> hoe kostelijk zijn mij, o God, Uw gedachten! hoe machtig veel zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> haar sommen!",
      "textSV1888_html": "Daarom,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> hoe kostelijk zijn mij, o God, Uw gedachten! hoe machtig veel zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> haar sommen!",
      "text1637_html": "Daeromme, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> hoe kostelick zijn my, ô Godt uwe gedachten! hoe machtich vele zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> hare sommen!"
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Zoude ik ze tellen? Harer is meer, dan des zands; word ik wakker, zo ben ik nog bij U.",
      "text1637": "Soude ickse tellen? haerder is meer, als des zants: [32] worde ick wacker, so ben ick noch by u.",
      "text2026": "Zou ik ze tellen? Haar is meer, dan van het zand; word ik wakker, zo ben ik nog bij U.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "word ik wakker: Dat is, wanneer ik des morgens ontwaak en uwe werken doorgaans betracht, zo kom ik evenwel niet ten einde, maar blijf altijd bezig met de overlegging derzelfve. Ik ben en blijf met mijne gedachten steeds bij U.",
          "text1637": "D. wanneer ick smorgens ontwake, ende uwe wercken doorgaens betrachte, so en kome ick evenwel niet ten eynde, maer blijve altoos besich met de overlegginge der selve. Ick ben ende blijve met mijne gedachten steets by u.",
          "text2026": "word ik wakker: Dat is, wanneer ik van de morgen ontwaak en uw werken doorgaans betracht, zo kom ik evenwel niet ten einde, maar blijf altijd bezig met de overlegging derzelfve. Ik ben en blijf met mijn gedachten steeds bij U."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶ֭סְפְּרֵ/ם",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HVqi1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מֵ/ח֣וֹל",
          "strongs": "H2344",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יִרְבּ֑וּ/ן",
          "strongs": "H7235",
          "morph": "HVqi3mp/Sn"
        },
        {
          "woord": "הֱ֝קִיצֹ֗תִי",
          "strongs": "H6974",
          "morph": "HVhp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/עוֹדִ֥/י",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HC/D/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עִמָּֽ/ךְ",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zou ik ze tellen? Haar is meer, dan van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> zand; word ik wakker, zo ben ik nog bij U.",
      "textSV1888_html": "Zoude ik ze tellen? Harer is meer, dan des zands;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> word ik wakker, zo ben ik nog bij U.",
      "text1637_html": "Soude ickse tellen? haerder is meer, als des zants: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> worde ick wacker, so ben ick noch by u.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Zoude",
          "new": "Zou",
          "principe": "V50"
        },
        {
          "old": "Harer",
          "new": "Haar",
          "principe": "V208"
        },
        {
          "old": "des zands;",
          "new": "van het zand;",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "O God! dat Gij den goddeloze ombracht! en gij, mannen des bloeds, wijkt van mij!",
      "text1637": "O Godt, dat ghy den godloosen ombracht! ende [33] ghy mannen des bloets, wijckt van my:",
      "text2026": "O God! dat U de goddeloze ombracht! en u, mannen van het bloed, wijkt van mij!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "gij, mannen des bloeds: Hebr. [ mannen der bloeden ]; dat is, die het bloed der onschuldigen zeer wredelijk vergieten. Zie Ps. 5:7 . Psalmen 5:7 : Gij zult de leugensprekers verdoen; van den man des bloeds en des bedrogs heeft de HEERE een gruwel.",
          "text1637": "Hebr. mannen der bloeden] D. die het bloet der onschuldigen seer wreedelick vergieten: Siet Psal. 5.7.",
          "text2026": "u, mannen van het bloed: Hebr. [ mannen van de bloeden ]; dat is, die het bloed van de onschuldigen zeer wredelijk vergieten. Zie Ps. 5:7 . Psalmen 5:7 : U zult de leugensprekers verdoen; van de man van het bloed en van het bedrog heeft JAHWEH een gruwel."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "תִּקְטֹ֖ל",
          "strongs": "H6991",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "אֱל֥וֹהַּ",
          "strongs": "H433",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "רָשָׁ֑ע",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַנְשֵׁ֥י",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HC/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "דָ֝מִ֗ים",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "ס֣וּרוּ",
          "strongs": "H5493",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "מֶֽ/נִּי",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "O God! dat U de goddeloze ombracht! en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> u, mannen van het bloed, wijkt van mij!",
      "textSV1888_html": "O God! dat Gij den goddeloze ombracht! en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> gij, mannen des bloeds, wijkt van mij!",
      "text1637_html": "O Godt, dat ghy den godloosen ombracht! ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> ghy mannen des bloets, wijckt van my:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij den",
          "new": "U de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gij,",
          "new": "u,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "des bloeds,",
          "new": "van het bloed,",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Die van U schandelijk spreken, en Uw vijanden ijdellijk verheffen.",
      "text1637": "Die [34] van u [35] schendelick spreken:[ende] [36] uwe vyanden ydelick verheffen.",
      "text2026": "Die van U schandelijk spreken, en Uw vijanden zinloos verheffen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van U: Anders, tegen U, te weten: O God, en van of tegen allen, die U beminnen.",
          "text1637": "And. tegen u, T.w. ô Godt, ende van of tegen alle die u beminnen.",
          "text2026": "van U: Anders, tegen U, te weten: O God, en van of tegen allen, die U beminnen."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, lasterlijk, arglistiglijk.",
          "text1637": "Of, lasterlick, arch-listelick.",
          "text2026": "Of, lasterlijk, arglistiglijk."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uw vijanden: De zin is: Zij doen niet alleen zelf kwaad, maar zij verheffen en brengen ook tot staat andere booswichten.",
          "text1637": "De sin is, Sy en doen niet alleen selfs quaet, maer sy verheffen ende brengen oock tot staet andre booswichten.",
          "text2026": "Uw vijanden: De zin is: Zij doen niet alleen zelf kwaad, maar zij verheffen en brengen ook tot staat andere booswichten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "יֹ֭אמְרֻ/ךָ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqi3mp/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/מְזִמָּ֑ה",
          "strongs": "H4209",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "נָשֻׂ֖א",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לַ/שָּׁ֣וְא",
          "strongs": "H7723",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עָרֶֽי/ךָ",
          "strongs": "H6145",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> van U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> schandelijk spreken,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> en Uw vijanden zinloos verheffen.",
      "textSV1888_html": "Die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> van U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> schandelijk spreken,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> en Uw vijanden ijdellijk verheffen.",
      "text1637_html": "Die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> van u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> schendelick spreken:[ende] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> uwe vyanden ydelick verheffen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "ijdellijk",
          "new": "zinloos",
          "principe": "V530"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Zou ik niet haten, HEERE! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan?",
      "text1637": "Soude ick niet haten, HEERE, die u haten? ende [37] verdriet hebben in de gene die tegen u opstaen?",
      "text2026": "Zou ik niet haten, JAHWEH! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "verdriet hebben: Of, walg hebben, of een afkeer hebben, of gruwelen.",
          "text1637": "Of, de walge hebben, of eenen afkeer hebben, of grouwelen.",
          "text2026": "verdriet hebben: Of, walg hebben, of een afkeer hebben, of gruwelen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הֲ/לֽוֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTi/Tn"
        },
        {
          "woord": "מְשַׂנְאֶ֖י/ךָ",
          "strongs": "H8130",
          "morph": "HVprmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֥ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶשְׂנָ֑א",
          "strongs": "H8130",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/בִ/תְקוֹמְמֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H8618",
          "morph": "HC/R/Ncmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶתְקוֹטָֽט",
          "strongs": "H6962",
          "morph": "HVri1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zou ik niet haten, JAHWEH! die U haten? en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan?",
      "textSV1888_html": "Zou ik niet haten, HEERE! die U haten? en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan?",
      "text1637_html": "Soude ick niet haten, HEERE, die u haten? ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> verdriet hebben in de gene die tegen u opstaen?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij.",
      "text1637": "Ick hatese [38] met volkomenen haet, [39] tot vyanden zijnse my.",
      "text2026": "Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met volkomen haat: Hebr., שִׂנְאָה, met volmaaktheid des haats.",
          "text1637": "Hebr. met volmaecktheyt des haets.",
          "text2026": "met volkomen haat: Hebr., שִׂנְאָה, met volmaaktheid van de haats."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tot vijanden: Dat is, ik houd hen voor mijne vijanden.",
          "text1637": "D. Ick houdese voor mijne vyanden.",
          "text2026": "tot vijanden: Dat is, ik houd hen voor mijn vijanden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תַּכְלִ֣ית",
          "strongs": "H8503",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "שִׂנְאָ֣ה",
          "strongs": "H8135",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "שְׂנֵאתִ֑י/ם",
          "strongs": "H8130",
          "morph": "HVqp1cs/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ֝/אוֹיְבִ֗ים",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HR/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "הָ֣יוּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik haat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> hen met volkomen haat,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> tot vijanden zijn zij mij.",
      "textSV1888_html": "Ik haat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> hen met volkomen haat,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> tot vijanden zijn zij mij.",
      "text1637_html": "Ick hatese <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> met volkomenen haet, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> tot vyanden zijnse my."
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten.",
      "text1637": "[d] Doorgrondt my, ô Godt, ende kent mijn herte: beproeft my, ende kent mijne gedachten.",
      "text2026": "Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Job 31:6 ; Ps. 26:2 . Job 31:6 : Hij wege mij op, in een rechte weegschaal, en God zal mijn oprechtigheid weten. Psalmen 26:2 : Proef mij, HEERE, en verzoek mij; toets mijn nieren en mijn hart.",
          "text1637": "Iob 31.6. Psal. 26.2.",
          "text2026": "Job 31:6 ; Ps. 26:2 . Job 31:6 : Hij wege mij op, in een rechte weegschaal, en God zal mijn oprechtheid weten. Psalmen 26:2 : Proef mij, JAHWEH, en verzoek mij; toets mijn nieren en mijn hart."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "חָקְרֵ֣/נִי",
          "strongs": "H2713",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵ֭ל",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/דַ֣ע",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לְבָבִ֑/י",
          "strongs": "H3824",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ֝חָנֵ֗/נִי",
          "strongs": "H974",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/דַ֣ע",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "שַׂרְעַפָּֽ/י",
          "strongs": "H8312",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Doorgrondt my, ô Godt, ende kent mijn herte: beproeft my, ende kent mijne gedachten."
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op den eeuwigen weg.",
      "text1637": "Ende siet of by my [40] een schadelicke wech zy: ende leydt my [41] op den eeuwigen wech.",
      "text2026": "En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op de eeuwige weg.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "een schadelijke weg: Of, een smartelijke, of overlastige weg; dat is, of ik den loop mijns levens zet om anderen schade en overlast te doen. Anderen verstaan hier door den schadelijke weg den weg of genegenheid tot afgoderij, omdat het woord afgoden zijn oorsprong heeft van het woord, dat hier gebruikt wordt. Ps. 16:4 . Psalmen 16:4 : De smarten dergenen, die een anderen God begiftigen, zullen vermenigvuldigd worden; ik zal hun drankofferen van bloed niet offeren, en hun namen op mijn lippen niet nemen.",
          "text1637": "Of, eenen smertelicken, of overlastigen wech. D. of ick den cours mijnes levens sette om anderen schade ende overlast te doen. Andre verstaen hier door den schadelicken wech, den wech ofte genegentheyt tot Afgoderye, om dat het woort Afgoden sijnen oorspronck heeft van het woort dat hier gebruyckt wert. Siet Psal. 16.4.",
          "text2026": "een schadelijke weg: Of, een smartelijke, of overlastige weg; dat is, of ik de loop mijns levens zet om anderen schade en overlast te doen. Anderen verstaan hier door de schadelijke weg de weg of genegenheid tot afgoderij, omdat het woord afgoden zijn oorsprong heeft van het woord, dat hier gebruikt wordt. Ps. 16:4 . Psalmen 16:4 : De smarten dergenen, die een anderen God begiftigen, zullen vermenigvuldigd worden; ik zal hun drankofferen van bloed niet offeren, en hun namen op mijn lippen niet nemen."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "op den eeuwigen weg: Hebr. op den weg der eeuwigheid; dat is, die in eeuwigheid bestaan kan, of op den weg, die mij leidt in het eeuwige leven. Of, op den ouden weg. Verg. Jer. 6:16 , en Jer. 18:15 . Jeremia 6:16 : Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen. Jeremia 18:15 : Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, zij roken der ijdelheid; want zij hebben hen doen aanstoten op hun wegen, op de oude paden, opdat zij mochten wandelen in stegen van een weg, die niet opgehoogd is;",
          "text1637": "Hebr. op den wech der eeuwicheyt, D. die in eeuwicheyt bestaen kan: ofte, op den wech die my leyde in het eeuwige leven. ofte; op den ouden wech. Vergel. Ierem. 6.16. ende 18.15.",
          "text2026": "op de eeuwigen weg: Hebr. op de weg van de eeuwigheid; dat is, die in eeuwigheid bestaan kan, of op de weg, die mij leidt in het eeuwige leven. Of, op de ouden weg. Verg. Jer. 6:16 , en Jer. 18:15 . Jeremia 6:16 : Zo zegt JAHWEH: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult u rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen. Jeremia 18:15 : Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, zij roken van de ijdelheid; want zij hebben hen doen aanstoten op hun wegen, op de oude paden, opdat zij mochten wandelen in stegen van een weg, die niet opgehoogd is;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/רְאֵ֗ה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "דֶּֽרֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "עֹ֥צֶב",
          "strongs": "H6090",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בִּ֑/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/נְחֵ֗/נִי",
          "strongs": "H5148",
          "morph": "HC/Vqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/דֶ֣רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zie, of bij mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> een schadelijke weg zij; en leid mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> op de eeuwige weg.",
      "textSV1888_html": "En zie, of bij mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> een schadelijke weg zij; en leid mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> op den eeuwigen weg.",
      "text1637_html": "Ende siet of by my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> een schadelicke wech zy: ende leydt my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> op den eeuwigen wech.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den eeuwigen",
          "new": "de eeuwige",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David roemt en prijst Godes al-wetende, ende over-al-tegenwoordige voorsienicheyt, ende die voor-sorge over hem eer hy yet was: Voorder verklaert hy, dat hy met de boose ende godtloose geen gemeynschap hebben en wil: Eyndelick betuycht hy sijne oprechticheyt.",
    "text2026": "David roemt en prijst Gods alwetende en alom tegenwoordige voorzienigheid, en die voorzorg over hem voordat hij iets was. Verder verklaart hij dat hij met de bozen en goddelozen geen gemeenschap hebben wil. Ten slotte betuigt hij zijn oprechtheid."
  }
}