{
  "number": 141,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van David. HEERE! ik roep U aan, haast U tot mij; neem mijn stem ter ore, als ik tot U roep.",
      "text1637": "EEn Psalm Davids. HEERE, Ickroepe u aen, [1] haest u tot my: neemt [2] mijne stemme ter oore, als ick tot u roepe.",
      "text2026": "Een psalm van David. JAHWEH! ik roep U aan, haast U tot mij; neem mijn stem ter ore, als ik tot U roep.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "haast U tot mij: Te weten, te komen, dat is, kom haastelijk tot mijne hulp.",
          "text1637": "T.w. te komen, dat is, komt haestelick tot mijne hulpe.",
          "text2026": "haast U tot mij: Te weten, te komen, dat is, kom haastig tot mijn hulp."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mijn stem: Dat is, mijn gebed: gelijk in vers 2 . Psalmen 141:2 : Mijn gebed worde gesteld als reukwerk voor Uw aangezicht, de opheffing mijner handen als het avondoffer.",
          "text1637": "D. mijn gebedt: als stracks vers 2.",
          "text2026": "mijn stem: Dat is, mijn gebed: gelijk in vers 2 . Psalmen 141:2 : Mijn gebed worde gesteld als reukwerk voor Uw aangezicht, de opheffing mijn handen als het avondoffer."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִזְמ֗וֹר",
          "strongs": "H4210",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָ֫וִ֥ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "קְ֭רָאתִי/ךָ",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqp1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "ח֣וּשָׁ/ה",
          "strongs": "H2363",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "לִּ֑/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הַאֲזִ֥ינָ/ה",
          "strongs": "H238",
          "morph": "HVhv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "ק֝וֹלִ֗/י",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קָרְאִ/י",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לָֽ/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een psalm van David. JAHWEH! ik roep U aan,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> haast U tot mij; neem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> mijn stem ter ore, als ik tot U roep.",
      "textSV1888_html": "Een psalm van David. HEERE! ik roep U aan,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> haast U tot mij; neem<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> mijn stem ter ore, als ik tot U roep.",
      "text1637_html": "EEn Psalm Davids. HEERE, Ickroepe u aen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> haest u tot my: neemt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> mijne stemme ter oore, als ick tot u roepe.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Mijn gebed worde gesteld als reukwerk voor Uw aangezicht, de opheffing mijner handen als het avondoffer.",
      "text1637": "[3] [a] Mijn gebedt worde gestelt als [4] reuckwerk voor u aengesichte: [5] de opheffinge mijner handen, [als] [6] het avont-offer.",
      "text2026": "Mijn gebed worde gesteld als reukwerk voor Uw aangezicht, de opheffing van mijn handen als het avondoffer.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 29 ; Exod. 30 ; Openb. 5:8 ; Openb. 8:3 . Openbaring 5:8 : En als Het dat boek genomen had, vielen de vier dieren en de vier en twintig ouderlingen voor het Lam neder, hebbende elk citeren en gouden fiolen, zijnde vol reukwerks, welke zijn de gebeden der heiligen. Openbaring 8:3 : En er kwam een andere engel, en stond aan het altaar, hebbende een gouden wierookvat; en hem werd veel reukwerks gegeven, opdat hij het met de gebeden aller heiligen zou leggen op het gouden altaar, dat voor den troon is.",
          "text1637": "Exod. 29. ende 30. Apoc. 5.8. ende 8.3.",
          "text2026": "Ex. 29 ; Ex. 30 ; Openb. 5:8 ; Openb. 8:3 . Openbaring 5:8 : En als Het dat boek genomen had, vielen de vier dieren en de vier en twintig ouderlingen voor het Lam neder, hebbende elk citeren en gouden fiolen, zijnde vol reukwerks, welke zijn de gebeden van de heiligen. Openbaring 8:3 : En er kwam een andere engel, en stond aan het altaar, hebbende een gouden wierookvat; en hem werd veel reukwerks gegeven, opdat hij het met de gebeden van alle heiligen zou leggen op het gouden altaar, dat voor de troon is."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Mijn gebed: Hij wil zeggen: Mijn gebed zij U zo aangenaam als het reukwerk en offeranden, die men U [achtervolgens de inzetting der wet] offert.",
          "text1637": "Hy wil seggen, mijn gebedt zy u soo aengenaem, als het reuck-werck ende de offerhanden, die men u (achtervolgende de insettinge der Wet) offert.",
          "text2026": "Mijn gebed: Hij wil zeggen: Mijn gebed zij U zo aangenaam als het reukwerk en offeranden, die men U [achtervolgens de inzetting van de wet] offert."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, dat gerookt werd op het reukaltaar in den tabernakel; Exod. 30:7 , 30:8 , 30:34 . Exodus 30:7 : En Aäron zal daarop aansteken welriekende specerijen; allen morgen, als hij de lampen wel zal toegericht hebben, zal hij dezelve aansteken. Exodus 30:8 : En als Aäron de lampen aansteken zal, tussen de twee avonden, zal hij dat aansteken; het zal een gedurig reukwerk zijn, voor het aangezicht des HEEREN, bij uw geslachten. Exodus 30:34 : Verder zeide de HEERE tot Mozes: Neem tot u welriekende specerijen, mirresap, en oniche, en galban, deze welriekende specerijen, en zuiveren wierook; dat elk bijzonder zij.",
          "text1637": "T.w. dat geroockt wiert op den reuck-altaer in den Tabernakel, Exod. 30.7, 8, 34.",
          "text2026": "Te weten, dat gerookt werd op het reukaltaar in de tabernakel; Ex. 30:7 , 30:8 , 30:34 . Exodus 30:7 : En Aäron zal daarop aansteken welriekende specerijen; elke morgen, als hij de lampen wel zal gereedgemaakt hebben, zal hij dezelfde aansteken. Exodus 30:8 : En als Aäron de lampen aansteken zal, tussen de twee avonden, zal hij dat aansteken; het zal een gedurig reukwerk zijn, voor het aangezicht van JAHWEH, bij uw geslachten. Exodus 30:34 : Verder zei JAHWEH tot Mozes: Neem tot u welriekende specerijen, mirresap, en oniche, en galban, deze welriekende specerijen, en zuiveren wierook; dat elk bijzonder zij."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de opheffing: Dat is, mijn gebed, hetwelk ik doe met opgeheven handen, of psalmen, gelijk er in het Hebr. staat; omdat men dikwijls in grote devotie of aandacht des gebeds de open handen of palmen naar den hemel toe verheft, als wensende den zegen Gods te ontvangen. Verg. Job 11:13 , en Ps. 44:21 , en Ps. 63:5 , en Ps. 88:10 ; en Klaagl. 2:19 , en Klaagl. 3:41 . Zie ook 1 Kon. 8:22 , en Ps. 28:2 . Job 11:13 : Indien gij uw hart bereid hebt, zo breid uw handen tot Hem uit. Psalmen 44:21 : Zo wij den Naam onzes Gods hadden vergeten, en onze handen tot een vreemden God uitgebreid, Psalmen 63:5 : Alzo zou ik U loven in mijn leven; in Uw Naam zou ik mijn handen opheffen. Psalmen 88:10 : Mijn oog treurt vanwege verdrukking; HEERE! ik roep tot U den gansen dag; ik strek mijn handen uit tot U. Klaagliederen 2:19 : Koph. Maak u op, maak geschrei des nachts in het begin der nachtwaken, stort uw hart uit voor het aangezicht des Heeren als water; hef uw handen tot Hem op voor de ziel uwer kinderkens, die in onmacht gevallen zijn van honger, vooraan op alle straten. Klaagliederen 3:41 : Nun. Laat ons onze harten opheffen, mitsgaders de handen, tot God in den hemel, zeggende: 1 Koningen 8:22 : En Salomo stond voor het altaar des HEEREN, tegenover de ganse gemeente van Israël, en breidde zijn handen uit naar den hemel; Psalmen 28:2 : Hoor de stem mijner smekingen, als ik tot U roep, als ik mijn handen ophef naar de aanspraakplaats Uwer heiligheid.",
          "text1637": "D. mijn gebedt, ’twelck ick doe met opgehevene handen, ofte palmen, gelijck in’t Hebr. staet: om datmen dickwijls in groote devotie ofte aendacht des gebedts, de opene handen ofte palmen nae den hemel toe verheft, als wenschende den segen Godes te ontfangen. Vergel. Iob 11.13. ende Psal. 44.21. ende 63.5. ende 88.10. Thren. 2.19. ende 3.41. Siet oock 1.Reg. 8. op vers 22. ende Psal. 28. op vers 2.",
          "text2026": "de opheffing: Dat is, mijn gebed, dat ik doe met opgeheven handen, of psalmen, gelijk er in het Hebr. staat; omdat men dikwijls in grote devotie of aandacht van het gebed de open handen of palmen naar de hemel toe verheft, als wensende de zegen Gods te ontvangen. Verg. Job 11:13 , en Ps. 44:21 , en Ps. 63:5 , en Ps. 88:10 ; en Klaagl. 2:19 , en Klaagl. 3:41 . Zie ook 1 Kon. 8:22 , en Ps. 28:2 . Job 11:13 : Als u uw hart bereid hebt, zo breid uw handen tot Hem uit. Psalmen 44:21 : Zo wij de Naam onzes Gods hadden vergeten, en onze handen tot een vreemden God uitgebreid, Psalmen 63:5 : Zo zou ik U loven in mijn leven; in Uw Naam zou ik mijn handen opheffen. Psalmen 88:10 : Mijn oog treurt vanwege verdrukking; JAHWEH! ik roep tot U de gansen dag; ik strek mijn handen uit tot U. Klaagliederen 2:19 : Koph. Maak u op, maak geschrei van de nacht in het begin van de nachtwaken, stort uw hart uit voor het aangezicht van de Heer als water; hef uw handen tot Hem op voor de ziel uw kinderen, die in onmacht gevallen zijn van honger, vooraan op alle straten. Klaagliederen 3:41 : Nun. Laat ons onze harten opheffen, en ook de handen, tot God in de hemel, zeggende: 1 Koningen 8:22 : En Salomo stond voor het altaar van JAHWEH, tegenover de gehele gemeente van Israël, en breidde zijn handen uit naar de hemel; Psalmen 28:2 : Hoor de stem mijn smekingen, als ik tot U roep, als ik mijn handen ophef naar de aanspraakplaats Uw heiligheid."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het avondoffer: Dat is, hetwelk alle avonden placht geofferd te worden. Zie Exod. 29:39 , 29:40 , 29:41 , 29:42 ; Num. 28:2 , 28:3 , 28:4 , 28:5 , 28:6 , 28:7 , 28:8 . Exodus 29:39 : Het ene lam zult gij des morgens bereiden; maar het andere lam zult gij bereiden tussen de twee avonden. Exodus 29:40 : Met een tiende deel meelbloem, gemengd met een vierendeel van een hin gestoten olie; en tot drankoffer een vierde deel van een hin wijn, tot het ene lam. Exodus 29:41 : Het andere lam nu zult gij bereiden tussen de twee avonden; gij zult daarmede doen gelijk met het morgenspijsoffer, en gelijk met het drankoffer deszelven, tot een liefelijken reuk; het is een vuuroffer den HEERE. Exodus 29:42 : Het zal een gedurig brandoffer zijn bij uw geslachten, aan de deur van de tent der samenkomst, voor het aangezicht des HEEREN; aldaar zal Ik met ulieden komen, dat Ik aldaar met u spreke. Numeri 28:2 : Gebied den kinderen Israëls, en zeg tot hen: Mijn offerande, Mijn spijze voor Mijn vuurofferen, Mijn liefelijken reuk, zult gij waarnemen, om Mij te offeren op zijn gezetten tijd. Numeri 28:3 : En gij zult tot hen zeggen: Dit is het vuuroffer, hetwelk gij den HEERE offeren zult: twee volkomen eenjarige lammeren des daags, tot een gedurig brandoffer. Numeri 28:4 : Het ene lam zult gij bereiden des morgens; en het andere lam zult gij bereiden tussen de twee avonden. Numeri 28:5 : En een tiende deel ener efa meelbloem ten spijsoffer, gemengd met het vierendeel van een hin van gestoten olie. Numeri 28:6 : Het is het gedurig brandoffer, hetwelk op den berg Sinaï ingesteld was tot een liefelijken reuk, een vuuroffer den HEERE. Numeri 28:7 : En zijn drankoffer zal zijn het vierendeel van een hin, voor het ene lam; in het heiligdom zult gij het drankoffer des sterken dranks den HEERE offeren. Numeri 28:8 : En het andere lam zult gij bereiden tussen de twee avonden; gelijk het spijsoffer des morgens, en gelijk zijn drankoffer zult gij het bereiden, ten vuuroffer des liefelijken reuks den HEERE.",
          "text1637": "D. ’twelck alle avonts placht geoffert te worden. Siet Exod. 29. versen 39, 40, 41, 42. Num. 28.2, 3.... 8.",
          "text2026": "het avondoffer: Dat is, dat alle avonden placht geofferd te worden. Zie Ex. 29:39 , 29:40 , 29:41 , 29:42 ; Num. 28:2 , 28:3 , 28:4 , 28:5 , 28:6 , 28:7 , 28:8 . Exodus 29:39 : Het een lam zult u van de morgen bereiden; maar het andere lam zult u bereiden tussen de twee avonden. Exodus 29:40 : Met een tiende deel meelbloem, gemengd met een vierendeel van een hin gestoten olie; en tot drankoffer een vierde deel van een hin wijn, tot het een lam. Exodus 29:41 : Het andere lam nu zult u bereiden tussen de twee avonden; u zult daarmee doen gelijk met het morgenspijsoffer, en gelijk met het drankoffer dezelfde, tot een liefelijken reuk; het is een vuuroffer JAHWEH. Exodus 29:42 : Het zal een gedurig brandoffer zijn bij uw geslachten, aan de deur van de tent van de samenkomst, voor het aangezicht van JAHWEH; daar zal Ik met u komen, dat Ik daar met u spreke. Numeri 28:2 : Gebied de kinderen van Israël, en zeg tot hen: Mijn offerande, Mijn voedsel voor Mijn vuurofferen, Mijn liefelijken reuk, zult u waarnemen, om Mij te offeren op zijn gezetten tijd. Numeri 28:3 : En u zult tot hen zeggen: Dit is het vuuroffer, dat u JAHWEH offeren zult: twee volkomen eenjarige lammeren van de dag, tot een gedurig brandoffer. Numeri 28:4 : Het een lam zult u bereiden van de morgen; en het andere lam zult u bereiden tussen de twee avonden. Numeri 28:5 : En een tiende deel van een efa meelbloem ten spijsoffer, gemengd met het vierendeel van een hin van gestoten olie. Numeri 28:6 : Het is het gedurig brandoffer, dat op de berg Sinaï ingesteld was tot een liefelijken reuk, een vuuroffer JAHWEH. Numeri 28:7 : En zijn drankoffer zal zijn het vierendeel van een hin, voor het een lam; in het heiligdom zult u het drankoffer van de sterken dranks JAHWEH offeren. Numeri 28:8 : En het andere lam zult u bereiden tussen de twee avonden; gelijk het spijsoffer van de morgen, en gelijk zijn drankoffer zult u het bereiden, ten vuuroffer van de liefelijken reuks JAHWEH."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תִּכּ֤וֹן",
          "strongs": "H3559",
          "morph": "HVNi3fs"
        },
        {
          "woord": "תְּפִלָּתִ֣/י",
          "strongs": "H8605",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "קְטֹ֣רֶת",
          "strongs": "H7004",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/פָנֶ֑י/ךָ",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מַֽשְׂאַ֥ת",
          "strongs": "H4864",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "כַּ֝פַּ֗/י",
          "strongs": "H3709",
          "morph": "HNcfdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִנְחַת",
          "strongs": "H4503",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "עָֽרֶב",
          "strongs": "H6153",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Mijn gebed worde gesteld als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> reukwerk voor Uw aangezicht,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> de opheffing van mijn handen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> als het avondoffer.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Mijn gebed worde gesteld als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> reukwerk voor Uw aangezicht,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> de opheffing mijner handen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> als het avondoffer.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Mijn gebedt worde gestelt als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> reuckwerk voor u aengesichte: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> de opheffinge mijner handen, [als] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> het avont-offer.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "HEERE! zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur mijner lippen.",
      "text1637": "HEERE, [7] settet een wacht voor mijnen mont: [8] behoedet de deure mijner lippen.",
      "text2026": "JAHWEH! zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur van mijn lippen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zet een wacht: Te weten, opdat daar niets onbetamelijks uit ga; dat ik tegen U niet murmurere en dezen mijn angst en benauwdheid, die mij mijne vijanden door hun harde vervolgingen aandoen.",
          "text1637": "T.w. op dat daer niet onbetamelicks uyt en gae: dat ick tegen u niet en murmurere in desen mijnen angst ende benauwtheyt, die my mijne vyanden door hare harde vervolgingen aen doen.",
          "text2026": "zet een wacht: Te weten, opdat daar niets onbetamelijks uit ga; dat ik tegen U niet murmurere en deze mijn angst en benauwdheid, die mij mijn vijanden door hun harde vervolgingen aandoen."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "behoed de deur: Of, een hoede aan, enz.",
          "text1637": "Ofte, een hoede aen, etc.",
          "text2026": "behoed de deur: Of, een hoede aan, enz."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שִׁיתָ֣/ה",
          "strongs": "H7896",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שָׁמְרָ֣ה",
          "strongs": "H8108",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/פִ֑/י",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נִ֝צְּרָ֗/ה",
          "strongs": "H5341",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "דַּ֥ל",
          "strongs": "H1817",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שְׂפָתָֽ/י",
          "strongs": "H8193",
          "morph": "HNcfdc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> zet een wacht voor mijn mond,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> behoed de deur van mijn lippen.",
      "textSV1888_html": "HEERE!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> zet een wacht voor mijn mond,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> behoed de deur mijner lippen.",
      "text1637_html": "HEERE, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> settet een wacht voor mijnen mont: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> behoedet de deure mijner lippen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Neig mijn hart niet tot een kwade zaak, om enigen handel in goddeloosheid te handelen, met mannen, die ongerechtigheid werken; en dat ik niet ete van hun lekkernijen.",
      "text1637": "[9] En neycht mijn herte niet tot een quade sake, om eenigen [10] handel [11] in godtloosheyt te handelen, [12] met mannen die ongerechticheyt wercken: ende [13] dat ick niet en ete van hare leckernijen.",
      "text2026": "Neig mijn hart niet tot een kwade zaak, om enige handel in goddeloosheid te handelen, met mannen, die ongerechtigheid werken; en dat ik niet ete van hun lekkernijen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Neig mijn hart niet: Te weten, door den satan, of mijn eigen verdorven natuur. Want eigenlijk te spreken verzoekt God niemand ten kwade; Jak. 1 ;13,14; 1 Kor. 7:5 ; maar wel de satan; 1 Kron. 21:1 ; verg. met 2 Sam. 24:1 . Alzo ook Matth. 6:13 . 1 Korinthiërs 7:5 : Onttrekt u elkander niet, tenzij dan met beider toestemming voor een tijd, opdat gij u tot vasten en bidden moogt verledigen; en komt wederom bijeen, opdat u de satan niet verzoeke, omdat gij u niet kunt onthouden. 1 Kronieken 21:1 : Toen stond de satan op tegen Israël, en hij porde David aan, dat hij Israël telde. 2 Samuël 24:1 : En de toorn des HEEREN voer voort te ontsteken tegen Israël; en Hij porde David aan tegen henlieden, zeggende: Ga, tel Israël en Juda. Mattheüs 6:13 : En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.",
          "text1637": "T.w. door den Satan, of mijne eygene verdorvene nature. Want eygentlick te spreken en versoeckt Godt niemant ten quaden, Iac. 1.13, 14. 1.Cor. 7.5. Maer wel de Satan, 1.Chron. 21.1. vergeleken met 2.Sam. 24.1. Alsoo oock Matth. 6.13.",
          "text2026": "Neig mijn hart niet: Te weten, door de satan, of mijn eigen verdorven natuur. Want eigenlijk te spreken verzoekt God niemand ten kwade; Jak. 1 ;13,14; 1 Kor. 7:5 ; maar wel de satan; 1 Kron. 21:1 ; verg. met 2 Sam. 24:1 . Zo ook Matt. 6:13 . 1 Korinthiërs 7:5 : Onttrekt u elkaar niet, tenzij dan met beider toestemming voor een tijd, opdat u u tot vasten en bidden mag verledigen; en komt opnieuw bijeen, opdat u de satan niet verzoeke, omdat u u niet kunt onthouden. 1 Kronieken 21:1 : Toen stond de satan op tegen Israël, en hij porde David aan, dat hij Israël telde. 2 Samuël 24:1 : En de toorn van JAHWEH voer voort te ontsteken tegen Israël; en Hij porde David aan tegen henlieden, zeggende: Ga, tel Israël en Juda. Mattheüs 6:13 : En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in eeuwigheid, amen."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, stukken, daden, vonden, praktijken, verzinselen, gelijk Deut. 22:14 , 22:17 . Deuteronomium 22:14 : En haar oorzaak van naspraak zal opleggen, en een kwaden naam over haar uitbrengen, en zeggen: Deze vrouw heb ik genomen, en ben tot haar genaderd, maar heb den maagdom aan haar niet gevonden; Deuteronomium 22:17 : En ziet, hij heeft oorzaak van opspraak gegeven, zeggende: Ik heb den maagdom aan uw dochter niet gevonden; dit nu is de maagdom mijner dochter. En zij zullen het kleed voor het aangezicht van de oudsten der stad uitbreiden.",
          "text1637": "Of, stucken, daden, vonden, practijcken, versierselen, als Deut. 22. versen 14, 17.",
          "text2026": "Of, stukken, daden, vonden, praktijken, verzinselen, gelijk Deut. 22:14 , 22:17 . Deuteronomium 22:14 : En haar oorzaak van naspraak zal opleggen, en een kwade naam over haar uitbrengen, en zeggen: Deze vrouw heb ik genomen, en ben tot haar genaderd, maar heb de maagdom aan haar niet gevonden; Deuteronomium 22:17 : En ziet, hij heeft oorzaak van opspraak gegeven, zeggende: Ik heb de maagdom aan uw dochter niet gevonden; dit nu is de maagdom mijn dochter. En zij zullen het kleed voor het aangezicht van de oudsten van de stad uitbreiden."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in goddeloosheid: Of, goddelooslijk.",
          "text1637": "Of, godtlooselick.",
          "text2026": "in goddeloosheid: Of, goddeloos."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met mannen, die: Dat is, met de hooggeachte lieden.",
          "text1637": "D. met de hooch-geachtte lieden.",
          "text2026": "met mannen, die: Dat is, met de hooggeachte mensen."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "dat ik niet ete: Dat is, dat ik mij niet late verlokken of verleiden door de wellusten en goede dagen, die zij genieten, om die mede te mogen deelachtig worden.",
          "text1637": "D. dat ick my niet en late verlocken ofte verleyden door de wellusten ende goede dagen die sy genieten, om der selver mede te mogen deelachtich worden.",
          "text2026": "dat ik niet ete: Dat is, dat ik mij niet late verlokken of verleiden door de wellusten en goede dagen, die zij genieten, om die mee te mogen deelachtig worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תַּט",
          "strongs": "H5186",
          "morph": "HVhj2ms"
        },
        {
          "woord": "לִבִּ֨/י",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָבָ֪ר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "רָ֡ע",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/הִתְע֘וֹלֵ֤ל",
          "strongs": "H5953",
          "morph": "HR/Vrc"
        },
        {
          "woord": "עֲלִל֨וֹת",
          "strongs": "H5949",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/רֶ֗שַׁע",
          "strongs": "H7562",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אִישִׁ֥ים",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "פֹּֽעֲלֵי",
          "strongs": "H6466",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "אָ֑וֶן",
          "strongs": "H205",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בַל",
          "strongs": "H1077",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אֶ֝לְחַ֗ם",
          "strongs": "H3898",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מַנְעַמֵּי/הֶֽם",
          "strongs": "H4516",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Neig mijn hart niet tot een kwade zaak, om enige<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> handel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> in goddeloosheid te handelen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> met mannen, die ongerechtigheid werken; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> dat ik niet ete van hun lekkernijen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Neig mijn hart niet tot een kwade zaak, om enigen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> handel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> in goddeloosheid te handelen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> met mannen, die ongerechtigheid werken; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> dat ik niet ete van hun lekkernijen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> En neycht mijn herte niet tot een quade sake, om eenigen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> handel <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> in godtloosheyt te handelen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> met mannen die ongerechticheyt wercken: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> dat ick niet en ete van hare leckernijen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "enigen",
          "new": "enige",
          "principe": "V44"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "De rechtvaardige sla mij, het zal weldadigheid zijn; en hij bestraffe mij, het zal olie des hoofds zijn, het zal mijn hoofd niet breken; want nog zal ook mijn gebed voor hen zijn in hun tegenspoeden.",
      "text1637": "De rechtveerdige [14] slae my, ’tsal [15] weldadicheyt zijn, ende hy bestraffe my, [16] ’tsal olye des hoofts zijn, [17] het [18] en sal mijn hooft niet breken: want noch sal oock mijn gebedt [voor hen] zijn in hare tegenspoeden.",
      "text2026": "De rechtvaardige sla mij, het zal goedertierenheid zijn; en hij bestraffe mij, het zal olie van het hoofd zijn, het zal mijn hoofd niet breken; want nog zal ook mijn gebed voor hen zijn in hun tegenslagen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "sla mij: Het Hebr. woord betekent eigenlijk hameren; dat is, met hamers slaan of kloppen, Richt. 5:26 ; Ps. 74:6 . het betekent ook zoveel als iemand ernstiglijk vermanen; Spreuk. 23:35 . Richteren 5:26 : Haar hand sloeg zij aan den nagel, en haar rechterhand aan den hamer der arbeidslieden; en zij klopte Sisera; zij streek zijn hoofd af, als zij zijn slaap had doorgenageld en doorgedrongen. Psalmen 74:6 : Alzo hebben zij nu derzelver graveerselen samen met houwelen en beukhamers in stukken geslagen. Spreuken 23:35 : Men heeft mij geslagen, zult gij zeggen, ik ben niet ziek geweest; men heeft mij gebeukt, ik heb het niet gevoeld; wanneer zal ik opwaken? Ik zal hem nog meer zoeken!",
          "text1637": "Het Hebr. woort beteeckent eygentlick Hameren, dat is, met hameren slaen, of kloppen. Iud. 5.26. Psal. 74.6. Het beteeckent oock so veel als yemant eernstelick vermanen, Prov. 23.35.",
          "text2026": "sla mij: Het Hebr. woord betekent eigenlijk hameren; dat is, met hamers slaan of kloppen, Richt. 5:26 ; Ps. 74:6 . het betekent ook zoveel als iemand ernstiglijk vermanen; Spr. 23:35 . Richteren 5:26 : Haar hand sloeg zij aan de nagel, en haar rechterhand aan de hamer van de arbeidslieden; en zij klopte Sisera; zij streek zijn hoofd af, als zij zijn slaap had doorgenageld en doorgedrongen. Psalmen 74:6 : Zo hebben zij nu van die graveerselen samen met houwelen en beukhamers in stukken geslagen. Spreuken 23:35 : Men heeft mij geslagen, zult u zeggen, ik ben niet ziek geweest; men heeft mij gebeukt, ik heb het niet gevoeld; wanneer zal ik opwaken? Ik zal hem nog meer zoeken!"
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, goedertierenheid, vrienschap, beleefdheid. De zin is: Ik zal de bestraffing van een rechtvaardige voor ene weldaad houden, dewijl het uit goede mening en tot mijn best is geschied. Zie en verg. hiermede Spreuk. 9:8 , en Spreuk. 25:12 , en Spreuk. 27:6 , en Spreuk. 28:23 ; Zach. 13:6 . Spreuken 9:8 : Bestraf den spotter niet, opdat hij u niet hate; bestraf den wijze, en hij zal u liefhebben. Spreuken 25:12 : Een wijs bestraffer bij een horend oor, is een gouden oorsiersel, en een halssieraad van het fijnste goud. Spreuken 27:6 : De wonden des liefhebbers zijn getrouw; maar de kussingen des haters zijn af te bidden. Spreuken 28:23 : Die een mens bestraft, zal achterna gunst vinden, meer dan die met de tong vleit. Zacharia 13:6 : En zo iemand tot hem zegt: Wat zijn deze wonden in uw handen? zo zal hij zeggen: Het zijn de wonden, waarmede ik geslagen ben, in het huis mijner liefhebbers.",
          "text1637": "Of, goedertierenheyt, vrientschap, beleeftheyt. De sin is, Ick sal de bestraffinge van eenen rechtveerdigen voor een weldaet houden, dewijle het uyt goede meeninge, ende tot mijnen besten is geschiedende. Siet ende vergel. hier mede Prov. 9.8. ende 25.12. ende 27.6. ende 28.23. Zach. 13.6.",
          "text2026": "Of, goedertierenheid, vrienschap, beleefdheid. De zin is: Ik zal de bestraffing van een rechtvaardige voor een weldaad houden, omdat het uit goede mening en tot mijn best is geschied. Zie en verg. hiermee Spr. 9:8 , en Spr. 25:12 , en Spr. 27:6 , en Spr. 28:23 ; Zach. 13:6 . Spreuken 9:8 : Bestraf de spotter niet, opdat hij u niet hate; bestraf de wijze, en hij zal u liefhebben. Spreuken 25:12 : Een wijs bestraffer bij een horend oor, is een gouden oorsiersel, en een halssieraad van het fijnste goud. Spreuken 27:6 : De wonden van de liefhebbers zijn getrouw; maar de kussingen van de haters zijn af te bidden. Spreuken 28:23 : Die een mens bestraft, zal achterna gunst vinden, meer dan die met de tong vleit. Zacharia 13:6 : En zo iemand tot hem zegt: Wat zijn deze wonden in uw handen? zo zal hij zeggen: Het zijn de wonden, waarmee ik geslagen ben, in het huis mijn liefhebbers."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "olie des hoofds: Dat is, zeer kostelijke olie. Alzo worden Exod. 30:23 de voortreffelijkste en voornaamste specerijen genoemd hoofdspecerijen; doch het kan hier ook wel in zijn eigen betekenis gehouden worden, te weten, voor olie, waar men het hoofd mede zalft. Verg. Ps. 23:5 . Exodus 30:23 : Gij nu, neem u de voornaamste specerijen, de zuiverste mirre, vijfhonderd sikkels, en specerijkaneel, half zoveel namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerijkalmus, tweehonderd en vijftig sikkels; Psalmen 23:5 : Gij richt de tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegenpartijders; Gij maakt mijn hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende.",
          "text1637": "Dat is, seer kostelicke olye. Alsoo worden Exod. 30.23. de treffelickste ende voornaemste speceryen genoemt hooft-specerien, doch het kan hier oock wel in sijn eygene beteeckenisse gehouden worden, te weten, voor olye daer men het hooft mede salft. Vergel. Psal. 23.5.",
          "text2026": "olie van het hoofd: Dat is, zeer kostelijke olie. Zo worden Ex. 30:23 de voortreffelijkste en voornaamste specerijen genoemd hoofdspecerijen; maar het kan hier ook wel in zijn eigen betekenis gehouden worden, te weten, voor olie, waar men het hoofd mee zalft. Verg. Ps. 23:5 . Exodus 30:23 : U nu, neem u de voornaamste specerijen, de zuiverste mirre, vijfhonderd sikkels, en specerijkaneel, half zoveel namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerijkalmus, tweehonderd en vijftig sikkels; Psalmen 23:5 : U richt de tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegenstanders; U maakt mijn hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, slaan en bestraffen, het overgieten met deze olie. Hetwelk alles mij niet alleen niet zal kwetsen, maar mij zo aangenaam en nuttig zijn als een kostelijke olie.",
          "text1637": "T.w. slaen, ende bestraffen, het overgieten met dese olye. Welcks alles my niet alleene niet en sal quetsen, maer my soo aengenaem ende nut zijn als eene kostelicke olye.",
          "text2026": "Te weten, slaan en bestraffen, het overgieten met deze olie. Dat alles mij niet alleen niet zal kwetsen, maar mij zo aangenaam en nuttig zijn als een kostelijke olie."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zal mijn hoofd niet breken: Of, hij breke die niet af [op] mijn hoofd. De zin is, Hij bestaffe mij maar vrijmoediglijk, zonder schroom of ophouden. Want ofschoon hij voortvaart mij te bestraffen, zo zal ik niet nalaten voor hem te bidden in zijn tegenspoed.",
          "text1637": "Of, hy en breke die niet af [op] mijn hooft: De sin is, hy bestraffe my maer vrymoedelick, sonder schroom of op houden. Want of hy schoon voort vaert my te bestraffen, so en sal ick niet nalaten voor hem te bidden in sijnen tegenspoet.",
          "text2026": "zal mijn hoofd niet breken: Of, hij breke die niet af [op] mijn hoofd. De zin is, Hij bestaffe mij maar vrijmoedig, zonder schroom of ophouden. Want ofschoon hij voortvaart mij te bestraffen, zo zal ik niet nalaten voor hem te bidden in zijn tegenspoed."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יֶֽהֶלְמֵֽ/נִי",
          "strongs": "H1986",
          "morph": "HVqi3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "צַדִּ֨יק",
          "strongs": "H6662",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "חֶ֡סֶד",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/יוֹכִיחֵ֗/נִי",
          "strongs": "H3198",
          "morph": "HC/Vhi3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ֣מֶן",
          "strongs": "H8081",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "רֹ֭אשׁ",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָנִ֣י",
          "strongs": "H5106",
          "morph": "HVhj3ms"
        },
        {
          "woord": "רֹאשִׁ֑/י",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "ע֥וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/תְפִלָּתִ֗/י",
          "strongs": "H8605",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/רָעוֹתֵי/הֶֽם",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "De rechtvaardige<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> sla mij, het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> zal goedertierenheid zijn; en hij bestraffe mij,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> het zal olie van het hoofd zijn,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> zal mijn hoofd niet breken; want nog zal ook mijn gebed voor hen zijn in hun tegenslagen.",
      "textSV1888_html": "De rechtvaardige<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> sla mij, het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> zal weldadigheid zijn; en hij bestraffe mij,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> het zal olie des hoofds zijn,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> zal mijn hoofd niet breken; want nog zal ook mijn gebed voor hen zijn in hun tegenspoeden.",
      "text1637_html": "De rechtveerdige <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> slae my, ’tsal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> weldadicheyt zijn, ende hy bestraffe my, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> ’tsal olye des hoofts zijn, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> en sal mijn hooft niet breken: want noch sal oock mijn gebedt [voor hen] zijn in hare tegenspoeden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "weldadigheid",
          "new": "goedertierenheid",
          "principe": "V937"
        },
        {
          "old": "des hoofds",
          "new": "van het hoofd",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "tegenspoeden.",
          "new": "tegenslagen.",
          "principe": "V325"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Hun rechters zijn aan de zijde der steenrots vrijgelaten geweest, en hebben gehoord mijn redenen, dat zij aangenaam waren.",
      "text1637": "[19] Hare Richters zijn [20] aen de [21] zijde der steenrotze vry gelaten geweest, ende hebben gehoort mijne redenen, datse [22] aengenaem waren.",
      "text2026": "Hun rechters zijn aan de zijde van de steenrots vrijgelaten geweest, en hebben gehoord mijn redenen, dat zij aangenaam waren.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hun rechters: Dit schijnt te zien op de historie 1 Sam. 26:13 , 26:24 , 26:25 , waar David Saul en zijne officieren in zijne macht hebbende, hen nochtans verschoond heeft, en daarna met lieflijke redenen hen van zijne onschuld heeft overtuigd. Anders: Als hunne rechters aan de zijde der steenrotsen afgestort [dat is, jammerlijk omgekomen] zijn, dan zal men horen dat mijne redenen aangenaam zijn. 1 Samuël 26:13 : Toen David over aan gene zijde gekomen was, zo stond hij op de hoogte des bergs van verre, dat er een grote plaats tussen hen was. 1 Samuël 26:24 : En zie, gelijk als te dezen dage uw ziel in mijn ogen is groot geacht geweest, alzo zij mijn ziel in de ogen des HEEREN groot geacht, en Hij verlosse mij uit allen nood. 1 Samuël 26:25 : Toen zeide Saul tot David: Gezegend zijt gij, mijn zoon David; gij zult het ja gewisselijk doen, en gij zult ook gewisselijk de overhand hebben. Toen ging David op zijn weg, en Saul keerde weder naar zijn plaats.",
          "text1637": "Dit schijnt te sien op de historie 1.Sam. 26. versen 13, 24, 25. alwaer David Saul ende sijne officieren in sijne macht hebbende, nochtans verschoont heeft, ende daer na met lieflicke redenen haer van sijn onschult heeft overtuycht. And. Als hare Richters aen de zijden der steenrotsen afgestortet (dat is, jammerlick omgekomen) zijn, dan salmen hooren, dat mijne redenen aengenaem zijn.",
          "text2026": "Hun rechters: Dit schijnt te zien op de historie 1 Sam. 26:13 , 26:24 , 26:25 , waar David Saul en zijn officieren in zijn macht hebbende, hen nochtans verschoond heeft, en daarna met lieflijke redenen hen van zijn onschuld heeft overtuigd. Anders: Als hun rechters aan de zijde van de steenrotsen afgestort [dat is, jammerlijk omgekomen] zijn, dan zal men horen dat mijn redenen aangenaam zijn. 1 Samuël 26:13 : Toen David over aan de overzijde gekomen was, zo stond hij op de hoogte van de berg van verre, dat er een grote plaats tussen hen was. 1 Samuël 26:24 : En zie, gelijk als te deze dage uw ziel in mijn ogen is groot geacht geweest, zo zij mijn ziel in de ogen van JAHWEH groot geacht, en Hij verlosse mij uit allen nood. 1 Samuël 26:25 : Toen zei Saul tot David: Gezegend zijt u, mijn zoon David; u zult het ja gewisselijk doen, en u zult ook gewisselijk de overhand hebben. Toen ging David op zijn weg, en Saul keerde weer naar zijn plaats."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, over.",
          "text1637": "Of, over.",
          "text2026": "Of, over."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de zijde: Hebr., ידֵי, de handen.",
          "text1637": "Hebr. De handen.",
          "text2026": "de zijde: Hebr., ידֵי, de handen."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "aangenaam waren: Of, zoet, lieflijk, niemand kwetesende, en derhalve waardig om aangenoemn te worden. Of, [gelijk sommigen] men zal vernemen, dat mijne gebeden voor de vromen gedaan, in hunne ellende, bij God aangenaam en van Hem verhoord zijn. Dit zesde vers kan ook aldus overgezet en verklaard worden: Hunne regeerders laten zich neder aan de zijde der rotsstenen: hoewel zij mijne redenen gehoord hebben, dat zij lieflijk zijn; dat is, zij loeren op mij en op mijn volk, als wij ons verbergen in de rotsstenen, niettegenstaande zij mij vriendelijke en bescheiden woorden gehoord hebben. Zie 1 Sam. 23:26 , en 1 Sam. 24:3 ; idem 1 Sam. 24:10 , en 1 Sam. 26:3 . 1 Samuël 23:26 : En Saul ging aan deze zijde des bergs, en David en zijn mannen aan gene zijde des bergs. Het geschiedde nu, dat zich David haastte, om te ontgaan van het aangezicht van Saul; en Saul en zijn mannen omsingelden David en zijn mannen, om die te grijpen. 1 Samuël 24:3 : Toen nam Saul drie duizend uitgelezen mannen uit gans Israël, en hij toog heen, om David en zijn mannen te zoeken boven op de rotsstenen der steenbokken. 1 Samuël 24:10 : En David zeide tot Saul: Waarom hoort gij de woorden der mensen, zeggende: Zie, David zoekt uw kwaad? 1 Samuël 26:3 : En Saul legerde zich op den heuvel van Hachila, die voor aan de wildernis is aan den weg, maar David bleef in de woestijn, en zag, dat Saul achter hem kwam naar de woestijn.",
          "text1637": "Of, soete, lieflick, niemant quetsende, ende derhalven waerdich om aengenomen te werden. Ofte (als sommige) men sal vernemen, dat mijne gebeden voor de vroome gedaen, in hare elende, by Godt aengenaem, ende van hem verhoort zijn. Dit seste versken, kan oock aldus overgesett ende verklaert worden: hare Regeerders laten sich neder aen de zijden der rotzsteenen: hoewelse mijne redenen gehoort hebben, datse lieflick zijn, D. sy loeren op my ende op mijn volck, als wy ons verbergen inde rotzsteenen, niet tegenstaende datse mijne vriendelicke ende discrete woorden gehoort hebben. Siet 1.Sam. 23.26. ende 24.3. Item 1.Sam. 24.10. ende 26.3.",
          "text2026": "aangenaam waren: Of, zoet, lieflijk, niemand kwetesende, en daarom waard om aangenoemn te worden. Of, [gelijk sommigen] men zal vernemen, dat mijn gebeden voor de vromen gedaan, in hun ellende, bij God aangenaam en van Hem verhoord zijn. Dit zesde vers kan ook aldus overgezet en verklaard worden: Hun regeerders laten zich neder aan de zijde van de rotsstenen: hoewel zij mijn redenen gehoord hebben, dat zij lieflijk zijn; dat is, zij loeren op mij en op mijn volk, als wij ons verbergen in de rotsstenen, niettegenstaande zij mij vriendelijke en bescheiden woorden gehoord hebben. Zie 1 Sam. 23:26 , en 1 Sam. 24:3 ; idem 1 Sam. 24:10 , en 1 Sam. 26:3 . 1 Samuël 23:26 : En Saul ging aan deze zijde van de berg, en David en zijn mannen aan de overzijde van de berg. Het geschiedde nu, dat zich David haastte, om te ontgaan van het aangezicht van Saul; en Saul en zijn mannen omsingelden David en zijn mannen, om die te grijpen. 1 Samuël 24:3 : Toen nam Saul drie duizend uitgelezen mannen uit geheel Israël, en hij toog heen, om David en zijn mannen te zoeken boven op de rotsstenen van de steenbokken. 1 Samuël 24:10 : En David zei tot Saul: Waarom hoort u de woorden van de mensen, zeggende: Zie, David zoekt uw kwaad? 1 Samuël 26:3 : En Saul legerde zich op de heuvel van Hachila, die voor aan de wildernis is aan de weg, maar David bleef in de woestijn, en zag, dat Saul achter hem kwam naar de woestijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נִשְׁמְט֣וּ",
          "strongs": "H8058",
          "morph": "HVNp3cp"
        },
        {
          "woord": "בִֽ/ידֵי",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbdc"
        },
        {
          "woord": "סֶ֭לַע",
          "strongs": "H5553",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "שֹׁפְטֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HVqrmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/שָׁמְע֥וּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "אֲ֝מָרַ֗/י",
          "strongs": "H561",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "נָעֵֽמוּ",
          "strongs": "H5276",
          "morph": "HVqp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Hun rechters zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> zijde van de steenrots vrijgelaten geweest, en hebben gehoord mijn redenen, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> zij aangenaam waren.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Hun rechters zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> aan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> zijde der steenrots vrijgelaten geweest, en hebben gehoord mijn redenen, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> zij aangenaam waren.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Hare Richters zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> aen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> zijde der steenrotze vry gelaten geweest, ende hebben gehoort mijne redenen, datse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> aengenaem waren.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Onze beenderen zijn verstrooid aan den mond des grafs, gelijk of iemand op de aarde iets gekloofd en verdeeld had.",
      "text1637": "[b] [23] Onse [24] beenderen zijn verstroyt aen den mont des grafs, [25] gelijck of yemant op der aerde [yet] geklooft ende verdeylt hadde.",
      "text2026": "Onze beenderen zijn verstrooid aan de mond van het graf, gelijk of iemand op de aarde iets gekloofd en verdeeld had.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ezech. 37:1 ; idem v. 11 ; idem v. 12 . Ezechiël 37:1 : De hand des HEEREN was op mij, en de HEERE voerde mij uit in den geest, en zette mij neder in het midden ener vallei; dezelve nu was vol beenderen. Ezechiël 37:11 : Toen zeide Hij tot mij: Mensenkind! deze beenderen zijn het ganse huis Israëls; ziet, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord, en onze verwachting is verloren, wij zijn afgesneden. Ezechiël 37:12 : Daarom, profeteer en zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal uw graven openen, en zal ulieden uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk! en Ik zal u brengen in het land Israëls.",
          "text1637": "Ezech. 37. versen 1,......11,12.",
          "text2026": "Ez. 37:1 ; idem v. 11 ; idem v. 12 . Ezechiël 37:1 : De hand van JAHWEH was op mij, en JAHWEH voerde mij uit in de geest, en zette mij neder in het midden van een vallei; dezelfde nu was vol beenderen. Ezechiël 37:11 : Toen zei Hij tot mij: Mensenkind! deze beenderen zijn het gehele huis van Israël; ziet, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord, en onze verwachting is verloren, wij zijn afgesneden. Ezechiël 37:12 : Daarom, profeteer en zeg tot hen: Zo zegt de Heer JAHWEH: Ziet, Ik zal uw graven openen, en zal u uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk! en Ik zal u brengen in het land van Israël."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, mijne en van mijne krijgslieden.",
          "text1637": "Te weten, mijne ende mijner krijchs-lieden.",
          "text2026": "Te weten, mijn en van mijn krijgslieden."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "beenderen zijn: De zin is: Het is met mij en mijn volk schier geheel gedaan, zodat wij als van elkander gehouwen en gekloofd zijn, ja als een hoop dode beenderen schijnen geworden te zijn, die men in de aarde gaat steken.",
          "text1637": "De sin is, ’Tis met my ende mijn volck schier geheel gedaen, soo dat wy als van malkanderen gehouwen ende geklooft zijn, ja als een hoop doode beenderen schijnen geworden te zijn, diemen in de aerde gaet steken.",
          "text2026": "beenderen zijn: De zin is: Het is met mij en mijn volk schier geheel gedaan, zodat wij als van elkaar gehouwen en gekloofd zijn, ja als één hoop dode beenderen schijnen geworden te zijn, die men in de aarde gaat steken."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "gelijk of iemand: Of, gelijk wanneer iemand [hout] hakte en kloofde tegen de aarde; dat is, hetwelk op de aarde ligt, en waarvan de spaanders hier en daar verspreid worden. Anders: gelijk als die het land [of aardrijk] snijdende klieft; te weten, met den ploeg [zo] zijn verdeeld onze beenderen, naar den mond van het graf [of de hel] toe.",
          "text1637": "Of, Als wanneer yemant [hout] hackte ende kloofde tegen d’aerde. dat is, ’t welck op d’aerde leyt, ende daer van de spaenderen hier ende daer verspreyt worden. Anders, Gelijck als die het lant [of aerdrijck] snijdende klieft, te weten, met den ploech, [soo] zijn verdeylt onse beenderen, nae den mont van het graf [of helle] toe.",
          "text2026": "gelijk of iemand: Of, gelijk wanneer iemand [hout] hakte en kloofde tegen de aarde; dat is, dat op de aarde ligt, en waarvan de spaanders hier en daar verspreid worden. Anders: gelijk als die het land [of aarde] snijdende klieft; te weten, met de ploeg [zo] zijn verdeeld onze beenderen, naar de mond van het graf [of het dodenrijk] toe."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כְּמ֤וֹ",
          "strongs": "H3644",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "פֹלֵ֣חַ",
          "strongs": "H6398",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בֹקֵ֣עַ",
          "strongs": "H1234",
          "morph": "HC/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "נִפְזְר֥וּ",
          "strongs": "H6340",
          "morph": "HVNp3cp"
        },
        {
          "woord": "עֲ֝צָמֵ֗י/נוּ",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HNcfpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "לְ/פִ֣י",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "שְׁאֽוֹל",
          "strongs": "H7585",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Onze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> beenderen zijn verstrooid aan de mond van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> graf, gelijk of iemand op de aarde iets gekloofd en verdeeld had.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Onze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> beenderen zijn verstrooid aan den mond des grafs,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> gelijk of iemand op de aarde iets gekloofd en verdeeld had.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Onse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> beenderen zijn verstroyt aen den mont des grafs, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> gelijck of yemant op der aerde [yet] geklooft ende verdeylt hadde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des grafs,",
          "new": "van het graf,",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Doch op U zijn mijn ogen, HEERE, Heere! op U betrouw ik, ontbloot mijn ziel niet.",
      "text1637": "Doch op u zijn mijne oogen, HEERE Heere, op u betrouwe ick, [26] en onbloott [27] mijne ziele niet.",
      "text2026": "Maar op U zijn mijn ogen, JAHWEH, Heere! op U betrouw ik, ontbloot mijn ziel niet.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, van uw hulp en bijstand.",
          "text1637": "T.w. van uwe hulpe ende bystant.",
          "text2026": "Te weten, van uw hulp en bijstand."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mijn ziel niet: Dat is, mijn leven, of mij.",
          "text1637": "Dat is, mijn leven, of, my.",
          "text2026": "mijn ziel niet: Dat is, mijn leven, of mij."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֵלֶ֨י/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהֹוִ֣ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עֵינָ֑/י",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/כָ֥ה",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "חָ֝סִ֗יתִי",
          "strongs": "H2620",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תְּעַ֥ר",
          "strongs": "H6168",
          "morph": "HVpj2ms"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִֽׁ/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar op U zijn mijn ogen, JAHWEH, Heere! op U betrouw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> ik, ontbloot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> mijn ziel niet.",
      "textSV1888_html": "Doch op U zijn mijn ogen, HEERE, Heere! op U betrouw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> ik, ontbloot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> mijn ziel niet.",
      "text1637_html": "Doch op u zijn mijne oogen, HEERE Heere, op u betrouwe ick, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> en onbloott <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> mijne ziele niet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Doch",
          "new": "Maar",
          "principe": "V1"
        },
        {
          "old": "HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Bewaar mij voor het geweld des striks, dien zij mij gelegd hebben, en voor de valstrikken van de werkers der ongerechtigheid.",
      "text1637": "Bewaert my [28] voor’t gewelt des stricks [dien]sy my geleyt hebben: ende [voor] de valstricken der werckers der ongerechticheyt.",
      "text2026": "Bewaar mij voor het geweld van de strik, die zij mij gelegd hebben, en voor de valstrikken van de werkers van de ongerechtigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "voor het geweld des striks: Hebr., ידֵי, voor de handen des striks. Zie Job 5:20 . Job 5:20 : In den honger zal Hij u verlossen van den dood, en in den oorlog van het geweld des zwaards.",
          "text1637": "Hebr. Voor de handen des stricks. Siet Iob 5. op vers 20.",
          "text2026": "voor het geweld van de striks: Hebr., ידֵי, voor de handen van de striks. Zie Job 5:20 . Job 5:20 : In de honger zal Hij u verlossen van de dood, en in de oorlog van het geweld van het zwaard."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָׁמְרֵ֗/נִי",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ֣/ידֵי",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbdc"
        },
        {
          "woord": "פַ֭ח",
          "strongs": "H6341",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יָ֣קְשׁוּ",
          "strongs": "H3369",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לִ֑/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/מֹקְשׁ֗וֹת",
          "strongs": "H4170",
          "morph": "HC/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "פֹּ֣עֲלֵי",
          "strongs": "H6466",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "אָֽוֶן",
          "strongs": "H205",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Bewaar mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> voor het geweld van de strik, die zij mij gelegd hebben, en voor de valstrikken van de werkers van de ongerechtigheid.",
      "textSV1888_html": "Bewaar mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> voor het geweld des striks, dien zij mij gelegd hebben, en voor de valstrikken van de werkers der ongerechtigheid.",
      "text1637_html": "Bewaert my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> voor’t gewelt des stricks [dien]sy my geleyt hebben: ende [voor] de valstricken der werckers der ongerechticheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des striks, dien",
          "new": "van de strik, die",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Dat de goddelozen elk in zijn garen vallen, te zamen, totdat ik zal zijn voorbijgegaan.",
      "text1637": "Dat de godtloose, [29] elck in [30] sijn gaern vallen, t’samen tot dat [31] ick sal zijn voorby-gegaen.",
      "text2026": "Dat de goddelozen elk in zijn garen vallen, samen, totdat ik zal zijn voorbijgegaan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "elk in: Dat is, elk in het garen, dat zij mij en den mijnen gespannen of gelegd hebben.",
          "text1637": "D. elck in het gaern, dat sy my ende den mijnen gespannen ofte geleyt hebben.",
          "text2026": "elk in: Dat is, elk in het garen, dat zij mij en de mijn gespannen of gelegd hebben."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijn garen vallen: Te weten, zijn eigen, of God.",
          "text1637": "T.w. sijn eygen: ofte Godes.",
          "text2026": "zijn garen vallen: Te weten, zijn eigen, of God."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "ik zal zijn voorbijgegaan: Versta, ik en die bij mij zijn. Of, ik, met uwe gunst vergezelschapt zijnde. Of, totdat ik geheellijk passere; dat is, het gevaar ontkomen ben.",
          "text1637": "Verst. ick, ende die by my zijn. of, Ick, met uwe gunste vergeselschapt zijnde. Of, Tot dat ick geheelick passere, dat is, het perijckel ontkomen ben.",
          "text2026": "ik zal zijn voorbijgegaan: Versta, ik en die bij mij zijn. Of, ik, met uw gunst vergezelschapt zijnde. Of, totdat ik geheellijk passere; dat is, het gevaar ontkomen ben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִפְּל֣וּ",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "בְ/מַכְמֹרָ֣י/ו",
          "strongs": "H4364",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "רְשָׁעִ֑ים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "יַ֥חַד",
          "strongs": "H3162",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָ֝נֹכִ֗י",
          "strongs": "H595",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "עַֽד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֶעֱבֽוֹר",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HVqi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dat de goddelozen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> elk in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> zijn garen vallen, samen, totdat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> ik zal zijn voorbijgegaan.",
      "textSV1888_html": "Dat de goddelozen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> elk in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> zijn garen vallen, te zamen, totdat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> ik zal zijn voorbijgegaan.",
      "text1637_html": "Dat de godtloose, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> elck in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> sijn gaern vallen, t’samen tot dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> ick sal zijn voorby-gegaen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "te zamen,",
          "new": "samen,",
          "principe": "V374"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David begeert van Godt te mogen verhoort ende getroost worden, met behoudenisse eener goeder conscientie, verklarende dat hem de straffingen der vroomen aengenaem zijn, ende biddende met een vast vertrouwen, om wrake over sijne wreede vyanden.",
    "text2026": "David begeert van God verhoord en getroost te mogen worden, met behoud van een goed geweten, terwijl hij verklaart dat hem de bestraffingen van de vromen aangenaam zijn, en biddend met een vast vertrouwen om wraak over zijn wrede vijanden."
  }
}