{
  "number": 142,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een onderwijzing van David, een gebed, als hij in de spelonk was.",
      "text1637": "[1] EEn onderwijsinge Davids, een gebedt [2] als hy in de speloncke was.",
      "text2026": "Een onderwijzing van David, een gebed, als hij in de grot was.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "onderwijzing van: Zie Ps. 32:1 . Psalmen 32:1 : Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is.",
          "text1637": "Siet Psal. 32.1.",
          "text2026": "onderwijzing van: Zie Ps. 32:1 . Psalmen 32:1 : Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "als hij in de: David verhaalt hier hoe hij zich gehouden heeft in de spelonk te En-Gedi of Adullam, waarheen hij gevlucht was vanwege Sauls wrede vervolging, 1 Sam. 22:1 , en 1 Sam. 24:4 . 1 Samuël 22:1 : Toen ging David van daar, en ontkwam in de spelonk van Adullam. En zijn broeders hoorden het, en het ganse huis zijns vaders, en kwamen derwaarts tot hem af. 1 Samuël 24:4 : En hij kwam tot de schaapskooien aan den weg, waar een spelonk was; en Saul ging daarin, om zijn voeten te dekken. David nu en zijn mannen zaten aan de zijden der spelonk.",
          "text1637": "David verhaelt hier, hoe hy hem gehouden heeft in de speloncke, te Engedi, ofte Adullam, daer henen hy gevlucht was van wegen Sauls wreede vervolginge, 1.Sam. 22.1. ende 24.4.",
          "text2026": "als hij in de: David verhaalt hier hoe hij zich gehouden heeft in de spelonk te En-Gedi of Adullam, waarheen hij gevlucht was vanwege Sauls wrede vervolging, 1 Sam. 22:1 , en 1 Sam. 24:4 . 1 Samuël 22:1 : Toen ging David van daar, en ontkwam in de spelonk van Adullam. En zijn broers hoorden het, en het gehele huis zijns vaders, en kwamen daarheen tot hem af. 1 Samuël 24:4 : En hij kwam tot de schaapskooien aan de weg, waar een spelonk was; en Saul ging daarin, om zijn voeten te dekken. David nu en zijn mannen zaten aan de zijden van de spelonk."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מַשְׂכִּ֥יל",
          "strongs": "H4905",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָוִ֑ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "בִּ/הְיוֹת֖/וֹ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HR/Vqc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בַ/מְּעָרָ֣ה",
          "strongs": "H4631",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "תְפִלָּֽה",
          "strongs": "H8605",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Een onderwijzing van David, een gebed,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> als hij in de grot was.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Een onderwijzing van David, een gebed,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> als hij in de spelonk was.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> EEn onderwijsinge Davids, een gebedt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> als hy in de speloncke was.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "spelonk",
          "new": "grot",
          "principe": "V86"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Ik riep met mijn stem tot den HEERE; ik smeekte tot den HEERE met mijn stem.",
      "text1637": "Ick riep met mijn stemme tot den HEERE, ick smeeckte tot den HEERE met mijn stemme.",
      "text2026": "Ik riep met mijn stem tot JAHWEH; ik smeekte tot JAHWEH met mijn stem.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ק֭וֹלִ/י",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶזְעָ֑ק",
          "strongs": "H2199",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "ק֝וֹלִ֗/י",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֥ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶתְחַנָּֽן",
          "strongs": "H2603",
          "morph": "HVti1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik riep met mijn stem tot JAHWEH; ik smeekte tot JAHWEH met mijn stem.",
      "text1637_html": "Ick riep met mijn stemme tot den HEERE, ick smeeckte tot den HEERE met mijn stemme.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE;",
          "new": "JAHWEH;",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Ik stortte mijn klacht uit voor Zijn aangezicht; ik gaf te kennen voor Zijn aangezicht mijn benauwdheid.",
      "text1637": "",
      "text2026": "Ik stortte mijn klacht uit voor Zijn aangezicht; ik gaf te kennen voor Zijn aangezicht mijn benauwdheid.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶשְׁפֹּ֣ךְ",
          "strongs": "H8210",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/פָנָ֣י/ו",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "שִׂיחִ֑/י",
          "strongs": "H7879",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "צָ֝רָתִ֗/י",
          "strongs": "H6869",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/פָנָ֥י/ו",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אַגִּֽיד",
          "strongs": "H5046",
          "morph": "HVhi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik stortte mijn klacht uit voor Zijn aangezicht; ik gaf te kennen voor Zijn aangezicht mijn benauwdheid."
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Als mijn geest in mij overstelpt was, zo hebt Gij mijn pad gekend. Zij hebben mij een strik verborgen op den weg, dien ik gaan zou.",
      "text1637": "[a] Als mijn geest in my [3] overstelpt was, so hebt [4] ghy mijn padt gekent: [5] Sy hebben my eenen strick [6] verborgen op den wech dien ick gaen soude.",
      "text2026": "Als mijn geest in mij overstelpt was, zo hebt U mijn pad gekend. Zij hebben mij een strik verborgen op de weg, die ik gaan zou.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 77:4 . Psalmen 77:4 : Dacht ik aan God, zo maakte ik misbaar; peinsde ik, zo werd mijn ziel overstelpt. Sela.",
          "text1637": "Psal. 77.4.",
          "text2026": "Ps. 77:4 . Psalmen 77:4 : Dacht ik aan God, zo maakte ik luid weeklagen; peinsde ik, zo werd mijn ziel overstelpt. Sela."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "overstelpt was: Zie de aantekening bij Ps. 102:1 . Psalmen 102:1 : Een gebed des verdrukten, als hij overstelpt is, en zijn klacht uitstort voor het aangezicht des HEEREN.",
          "text1637": "Siet Psal. 102. d’aenteeck. op vers 1.",
          "text2026": "overstelpt was: Zie de aantekening bij Ps. 102:1 . Psalmen 102:1 : Een gebed van de verdrukten, als hij overstelpt is, en zijn klacht uitstort voor het aangezicht van JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij mijn pad: Gij o Heere. De zin is: Ofschoon ik niet wist waarheen ik mij zou keren of wenden, zo hebt Gij het wel geweten, mij wijzende een weg en middel om aan Sauls bloeddorstige handen te ontkomen.",
          "text1637": "Ghy ô Heere. De sin is, of ick schoon niet en wist waer henen ick my soude keeren ofte wenden, So hebt ghy het wel geweten, my wijsende eenen wech ende middel, om Sauls bloet-dorstige handen te ontkomen.",
          "text2026": "U mijn pad: U o Heer. De zin is: Ofschoon ik niet wist waarheen ik mij zou keren of wenden, zo hebt U het wel geweten, mij wijzende een weg en middel om aan Sauls bloeddorstige handen te ontkomen."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, Saul met zijn bijhebbend volk.",
          "text1637": "T.w. Saul, met sijn by-hebbende volck.",
          "text2026": "Te weten, Saul met zijn bijhebbend volk."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, in het verborgen gelegd.",
          "text1637": "D. in het verborgen geleyt.",
          "text2026": "Dat is, in het verborgen gelegd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ/הִתְעַטֵּ֬ף",
          "strongs": "H5848",
          "morph": "HR/Vtc"
        },
        {
          "woord": "עָלַ֨/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "רוּחִ֗/י",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַתָּה֮",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2ms"
        },
        {
          "woord": "יָדַ֪עְתָּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "נְֽתִיבָ֫תִ֥/י",
          "strongs": "H5410",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אֹֽרַח",
          "strongs": "H734",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "ז֥וּ",
          "strongs": "H2098",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "אֲהַלֵּ֑ךְ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "טָמְנ֖וּ",
          "strongs": "H2934",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "פַ֣ח",
          "strongs": "H6341",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Als mijn geest in mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> overstelpt was, zo hebt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> U mijn pad gekend.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Zij hebben mij een strik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> verborgen op de weg, die ik gaan zou.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Als mijn geest in mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> overstelpt was, zo hebt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Gij mijn pad gekend.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Zij hebben mij een strik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> verborgen op den weg, dien ik gaan zou.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Als mijn geest in my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> overstelpt was, so hebt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> ghy mijn padt gekent: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Sy hebben my eenen strick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> verborgen op den wech dien ick gaen soude.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Ik zag uit ter rechterhand, en ziet, zo was er niemand, die mij kende, er was geen ontvlieden voor mij; niemand zorgde voor mijn ziel.",
      "text1637": "Ick sach uyt ter rechterhant, ende siet so en was daer niemant [7] die my kende, [8] daer en was geen ontvlieden voor my: niemant [9] sorchde [10] voor mijne ziele.",
      "text2026": "Ik zag uit ter rechterhand, en ziet, zo was er niemand, die mij kende, er was geen ontvluchten voor mij; niemand zorgde voor mijn ziel.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "die mij kende: Te weten, om mij hulp en bijstand te doen.",
          "text1637": "T.w. om my hulpe ende bystant te doen.",
          "text2026": "die mij kende: Te weten, om mij hulp en bijstand te doen."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "er was geen ontvlieden voor mij: Hebr. het ontvlieden was van mij verloren of vergaan . Dat is, ik wist niet waarheen dat ik zou vlieden. Vergelijk Job 11:20 . Job 11:20 : Maar de ogen der goddelozen zullen bezwijken, en de toevlucht zal van hen vergaan; en hun verwachting zal zijn de uitblazing der ziel.",
          "text1637": "Hebr. ’t ontvlieden was van my verloren of vergaen. D. ick en wist niet waer henen dat ick soude vlieden. Vergel. Iob 11.20.",
          "text2026": "er was geen ontvluchten voor mij: Hebr. het ontvluchten was van mij verloren of vergaan . Dat is, ik wist niet waarheen dat ik zou vluchten. Vergelijk Job 11:20 . Job 11:20 : Maar de ogen van de goddelozen zullen bezwijken, en de toevlucht zal van hen vergaan; en hun verwachting zal zijn de uitblazing van de ziel."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. zocht, of vraagde naar mijne ziel. Zie de aantekening bij Spreuk. 29:10 . Deut. 11:12 . Verg. 2 Sam. 4:8 . Spreuken 29:10 : Bloedgierige lieden haten den vrome; maar de oprechten zoeken zijn ziel. Deuteronomium 11:12 : Een land, dat de HEERE, uw God, bezorgt; de ogen des HEEREN, uws Gods, zijn gedurig daarop, van het begin des jaars tot het einde des jaars. 2 Samuël 4:8 : En zij brachten het hoofd van Isboseth tot David te Hebron, en zeiden tot den koning: Zie, daar is het hoofd van Isboseth, den zoon van Saul, uw vijand, die uw ziel zocht, alzo heeft de HEERE mijn heer den koning te dezen dage wrake gegeven van Saul en van zijn zaad.",
          "text1637": "Hebr. socht, of, vraechde nae mijne ziele. also Pro. 29.10. siet d’aent. Deut. 11. op vers 12. ende vergel. 2.Sam. 4. op vers 8.",
          "text2026": "Hebr. zocht, of vraagde naar mijn ziel. Zie de aantekening bij Spr. 29:10 . Deut. 11:12 . Verg. 2 Sam. 4:8 . Spreuken 29:10 : Bloedgierige mensen haten de vrome; maar de oprechten zoeken zijn ziel. Deuteronomium 11:12 : Een land, dat JAHWEH, uw God, bezorgt; de ogen van JAHWEH, uws Gods, zijn gedurig daarop, van het begin van de jaar tot het einde van de jaar. 2 Samuël 4:8 : En zij brachten het hoofd van Isboseth tot David te Hebron, en zeiden tot de koning: Zie, daar is het hoofd van Isboseth, de zoon van Saul, uw vijand, die uw ziel zocht, zo heeft JAHWEH mijn heer de koning te deze dage wrake gegeven van Saul en van zijn zaad."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "voor mijn ziel: Dat is, voor mij of vooor mijn leven.",
          "text1637": "D. voor my, of, voor mijn leven.",
          "text2026": "voor mijn ziel: Dat is, voor mij of vooor mijn leven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַבֵּ֤יט",
          "strongs": "H5027",
          "morph": "HVhv2ms"
        },
        {
          "woord": "יָמִ֨ין",
          "strongs": "H3225",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/רְאֵה֮",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵֽין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "לִ֪/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מַ֫כִּ֥יר",
          "strongs": "H5234",
          "morph": "HVhrmsa"
        },
        {
          "woord": "אָבַ֣ד",
          "strongs": "H6",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "מָנ֣וֹס",
          "strongs": "H4498",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּ֑/נִּי",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵ֖ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "דּוֹרֵ֣שׁ",
          "strongs": "H1875",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/נַפְשִֽׁ/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik zag uit ter rechterhand, en ziet, zo was er niemand,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> die mij kende,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> er was geen ontvluchten voor mij; niemand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> zorgde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> voor mijn ziel.",
      "textSV1888_html": "Ik zag uit ter rechterhand, en ziet, zo was er niemand,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> die mij kende,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> er was geen ontvlieden voor mij; niemand<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> zorgde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> voor mijn ziel.",
      "text1637_html": "Ick sach uyt ter rechterhant, ende siet so en was daer niemant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> die my kende, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> daer en was geen ontvlieden voor my: niemant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> sorchde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> voor mijne ziele.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "ontvlieden",
          "new": "ontvluchten",
          "principe": "V533"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Tot U riep ik, o HEERE! ik zeide: Gij zijt mijn Toevlucht, mijn Deel in het land der levenden.",
      "text1637": "[11] Tot u riep ick, ô HEERE: ick seyde, Ghy zijt mijn toevlucht, [12] mijn [b] deel in’t lant der levendigen.",
      "text2026": "Tot U riep ik, o JAHWEH! ik zei: U bent mijn Toevlucht, mijn Deel in het land van de levenden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Tot U riep ik: Te weten, toen ik in zulken nood en benauwdheid was.",
          "text1637": "T.w. doe ick in sulcken noot ende benaeuwtheyt was.",
          "text2026": "Tot U riep ik: Te weten, toen ik in zulken nood en benauwdheid was."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 16:5 . Psalmen 16:5 : De HEERE is het deel mijner erve, en mijns bekers; Gij onderhoudt mijn lot.",
          "text1637": "Psal. 16.5.",
          "text2026": "Ps. 16:5 . Psalmen 16:5 : JAHWEH is het deel mijn erve, en mijns bekers; U onderhoudt mijn lot."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mijn Deel: Mijn erfdeel, waar ik mij op verlaat, zolang als ik in deze wereld leerf. Zie Ps. 27:13 ; Jes. 38:11 , en Jes. 53:8 . Psalmen 27:13 : Zo ik niet had geloofd, dat ik het goede des HEEREN zou zien in het land der levenden, ik ware vergaan. Jesaja 38:11 : Ik zeide: Ik zal den HEERE niet meer zien, den HEERE, in het land der levenden; ik zal de mensen niet meer aanschouwen met de inwoners der wereld. Jesaja 53:8 : Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der levenden; om de overtreding Mijns volks is de plage op Hem geweest.",
          "text1637": "Mijn erfdeel, daer ick my op verlate, so lange als ick in dese werelt leve. Siet Psal. 27.13. Iesa. 38.11. ende 53.8.",
          "text2026": "mijn Deel: Mijn erfdeel, waar ik mij op verlaat, zolang als ik in deze wereld leerf. Zie Ps. 27:13 ; Jes. 38:11 , en Jes. 53:8 . Psalmen 27:13 : Zo ik niet had geloofd, dat ik het goede van JAHWEH zou zien in het land van de levenden, ik ware vergaan. Jesaja 38:11 : Ik zei: Ik zal JAHWEH niet meer zien, JAHWEH, in het land van de levenden; ik zal de mensen niet meer aanschouwen met de inwoners van de wereld. Jesaja 53:8 : Hij is uit de angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land van de levenden; om de overtreding Mijns volks is de plage op Hem geweest."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "זָעַ֥קְתִּי",
          "strongs": "H2199",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵלֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְה֫וָ֥ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אָ֭מַרְתִּי",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "מַחְסִ֑/י",
          "strongs": "H4268",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "חֶ֝לְקִ֗/י",
          "strongs": "H2506",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "הַֽ/חַיִּים",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HTd/Aampa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Tot U riep ik, o JAHWEH! ik zei: U bent mijn Toevlucht,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Deel in het land van de levenden.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Tot U riep ik, o HEERE! ik zeide: Gij zijt mijn Toevlucht,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Deel in het land der levenden.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Tot u riep ick, ô HEERE: ick seyde, Ghy zijt mijn toevlucht, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> deel in’t lant der levendigen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "zeide: Gij zijt",
          "new": "zei: U bent",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Let op mijn geschrei, want ik ben zeer uitgeteerd; red mij van mijn vervolgers, want zij zijn machtiger dan ik.",
      "text1637": "Lett op mijn geschrey, want ick ben seer [13] uytgeteert, [c] reddet my van mijne vervolgers, want sy zijn machtiger dan ick.",
      "text2026": "Let op mijn geschrei, want ik ben zeer uitgeteerd; red mij van mijn vervolgers, want zij zijn machtiger dan ik.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. dun geworden.",
          "text1637": "Hebr. dunne geworden.",
          "text2026": "Hebr. dun geworden."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 41:2 ; Ps. 79:8 ; Ps. 116:6 . Psalmen 41:2 : Welgelukzalig is hij, die zich verstandiglijk gedraagt jegens een ellendige; de HEERE zal hem bevrijden ten dage des kwaads. Psalmen 79:8 : Gedenk ons de vorige misdaden niet; haast U, laat Uw barmhartigheden ons voorkomen; want wij zijn zeer dun geworden. Psalmen 116:6 : De HEERE bewaart de eenvoudigen; ik was uitgeteerd, doch Hij heeft mij verlost.",
          "text1637": "Psal. 41.2. ende 79.8. ende 116.6.",
          "text2026": "Ps. 41:2 ; Ps. 79:8 ; Ps. 116:6 . Psalmen 41:2 : Welgelukzalig is hij, die zich verstandiglijk gedraagt tegenover een ellendige; JAHWEH zal hem bevrijden op de dag van het kwaad. Psalmen 79:8 : Gedenk ons de vorige misdaden niet; haast U, laat Uw barmhartigheden ons voorkomen; want wij zijn zeer dun geworden. Psalmen 116:6 : JAHWEH bewaart de eenvoudigen; ik was uitgeteerd, maar Hij heeft mij verlost."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַקְשִׁ֤יבָ/ה",
          "strongs": "H7181",
          "morph": "HVhv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "אֶֽל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "רִנָּתִ/י֮",
          "strongs": "H7440",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "דַלּ֪וֹתִ֫י",
          "strongs": "H1809",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "מְאֹ֥ד",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "הַצִּילֵ֥/נִי",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HVhv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵ/רֹדְפַ֑/י",
          "strongs": "H7291",
          "morph": "HR/Vqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּ֖י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אָמְצ֣וּ",
          "strongs": "H553",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּֽ/נִּי",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Let op mijn geschrei, want ik ben zeer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> uitgeteerd;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> red mij van mijn vervolgers, want zij zijn machtiger dan ik.",
      "textSV1888_html": "Let op mijn geschrei, want ik ben zeer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> uitgeteerd;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> red mij van mijn vervolgers, want zij zijn machtiger dan ik.",
      "text1637_html": "Lett op mijn geschrey, want ick ben seer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> uytgeteert, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> reddet my van mijne vervolgers, want sy zijn machtiger dan ick."
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Voer mijn ziel uit de gevangenis, om Uw Naam te loven; de rechtvaardigen zullen mij omringen, wanneer Gij wel bij mij zult gedaan hebben.",
      "text1637": "Voert [14] mijne ziele [15] uyt de gevangenisse, om uwen name te loven: [16] de rechtveerdige sullen [17] my omringen, [18] wanneer ghy wel by my sult gedaen hebben.",
      "text2026": "Voer mijn ziel uit de gevangenis, om Uw Naam te loven; de rechtvaardigen zullen mij omringen, wanneer U wel bij mij zult gedaan hebben.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mijn ziel: Dat is, mij, mijn persoon.",
          "text1637": "Dat is, my, mijnen persoon.",
          "text2026": "mijn ziel: Dat is, mij, mijn persoon."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "uit de gevangenis: Hebr. uit de besluiting, te weten, in welke ik met mijn volk als in een gevangenis besloten ben, zijnde van mijne vijanden rondom omsingeld.",
          "text1637": "Hebr. uyt de besluytinge, T.w. in de welcke ick, met mijn volck, als in eene gevangenisse besloten ben, zijnde van mijne vyanden rontom omcingelt.",
          "text2026": "uit de gevangenis: Hebr. uit de besluiting, te weten, in welke ik met mijn volk als in een gevangenis besloten ben, zijnde van mijn vijanden rondom omsingeld."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de rechtvaardigen: De godzaliggen onder het volk Gods.",
          "text1637": "De godtsalige onder het volck Godes.",
          "text2026": "de rechtvaardigen: De godzaliggen onder het volk van God."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, kroonsgewijze mij omsingelen; namelijk om mij met verwondering aan te zien, en om U, o Heere, met mij te loven en te danken voor de wonderlijk verlossing en genade aan mij bewezen.",
          "text1637": "Of, kroons-wijse my omcingelen, namelick, om my met verwonderinge aen te sien, ende om u, ô Heere, met my te loven ende te dancken voor de wonderbaerlicke verlossinge ende genade aen my bewesen.",
          "text2026": "Of, kroonsgewijze mij omsingelen; namelijk om mij met verwondering aan te zien, en om U, o Heer, met mij te loven en te danken voor de wonderlijk verlossing en genade aan mij bewezen."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "wanneer Gij: Dat is, als Gij mij tot rust en tot een gelukkigen stand zult gebracht hebben.",
          "text1637": "D. Als ghy my tot ruste ende tot eenen geluckigen stant sult gebracht hebben.",
          "text2026": "wanneer U: Dat is, als U mij tot rust en tot een gelukkigen stand zult gebracht hebben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ה֘וֹצִ֤יאָ/ה",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVhv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "מִ/מַּסְגֵּ֨ר",
          "strongs": "H4525",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִׁ/י֮",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/הוֹד֪וֹת",
          "strongs": "H3034",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "שְׁ֫מֶ֥/ךָ",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בִּ֭/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יַכְתִּ֣רוּ",
          "strongs": "H3803",
          "morph": "HVhi3mp"
        },
        {
          "woord": "צַדִּיקִ֑ים",
          "strongs": "H6662",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "כִּ֖י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "תִגְמֹ֣ל",
          "strongs": "H1580",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "עָלָֽ/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Voer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> mijn ziel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> uit de gevangenis, om Uw Naam te loven;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> de rechtvaardigen zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> mij omringen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> wanneer U wel bij mij zult gedaan hebben.",
      "textSV1888_html": "Voer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> mijn ziel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> uit de gevangenis, om Uw Naam te loven;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> de rechtvaardigen zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> mij omringen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> wanneer Gij wel bij mij zult gedaan hebben.",
      "text1637_html": "Voert <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> mijne ziele <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> uyt de gevangenisse, om uwen name te loven: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> de rechtveerdige sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> my omringen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> wanneer ghy wel by my sult gedaen hebben.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David zijnde voor Saul gevlucht, ende sich in een speloncke verborgen hebbende, als sijnen geest in hem overstelpt was, so riep hy den Heere om hulpe aen.",
    "text2026": "David, voor Saul gevlucht zijnde en zich in een spelonk verborgen hebbend, riep, toen zijn geest in hem overstelpt was, de HEERE om hulp aan."
  }
}
