{
  "number": 22,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Aijeleth hasschachar.",
      "text1637": "EEn Psalm Davids, voor den [1] Opper-sang-meester, [2] op Aijeleth hasschachar.",
      "text2026": "Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op Aijeleth hasschachar.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.",
          "text1637": "Siet Psal. 4. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Neginoth."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "op Aijeleth hassachar: Of, naar, van, de hinde des dageraads. Sommigen houden het voor een muziekaal instrument, waarop men dezen psalm moest spelen; anderen voor de eerste woorden van een zeker lied, onder de Joden te dien tijde bekend, waarnaar deze psalm gezongen is. Daar zijn er ook, die het aldus uitleggen: in, of tegen de kracht des dageraads; menende dat deze heerlijke profetie van Christus' lijden, dood, opstanding, enz. den priesters en Levieten gegeven is om allen morgen met het aanbreken des dageraads in Gods huis gezongen te worden. Anderen duiden het op Christus, die bij een hert vergeleken wordt, Hoogl. 2:9 , 2:17 ; Hoogl. 8:14 , en des morgens zeer vroeg uit het graf is opgestaan; gelijk de opstanding de morgenstond genoemd wordt, Ps. 49:15 . waarvan de verstandige lezer zal mogen oordelen. Hooglied 2:9 : Mijn Liefste is gelijk een ree, of een welp der herten; ziet, Hij staat achter onzen muur, kijkende uit de vensteren, blinkende uit de traliën. Hooglied 2:17 : Totdat de dag aankomt, en de schaduwen vlieden; keer om, mijn Liefste! wordt Gij gelijk een ree, of een welp der herten, op de bergen van Bether. Hooglied 8:14 : Kom haastelijk, mijn Liefste! en wees Gij gelijk een ree, of gelijk een welp der herten op de bergen der specerijen. Psalmen 49:15 : Men zet hen als schapen in het graf, de dood zal hen afweiden; en de oprechten zullen over hen heersen in dien morgenstond; en het graf zal hun gedaante verslijten, elk uit zijn woning.",
          "text1637": "Ofte, nae, van de hinde des dageraets. Sommige houden’t voor een musicael instrument, daer op men desen Psalm moeste spelen; andere, voor de eerste woorden van een seker Liedt, onder de Ioden te dier tijt bekent, daer nae dese Psalm gesongen zy. Daer zijnder oock die ’t aldus verduytschen: in, ofte, tegen de kracht des dageraets, meynende dat dese heerlicke prophetie van Christi lijden, doot, ende opstandinge, etc. den Priesteren ende Leviten gegeven zy, om alle morgens met het aenbreken des dageraets in Godts huys gesongen te worden. Andere duydent op Christum, die by een hert vergeleken wort, Cant. 2.9, 17. ende 8.14. ende des morgens seer vroech uyt den grave is opgestaen: gelijck de opstandinge de mogenstont genoemt wort. Psal. 49.15. waer van de verstandige Leser sal mogen oordelen.",
          "text2026": "op Aijeleth hassachar: Of, naar, van, de hinde van de dageraads. Sommigen houden het voor een muziekaal instrument, waarop men deze psalm moest spelen; anderen voor de eerste woorden van een zeker lied, onder de Joden te die tijde bekend, waarnaar deze psalm gezongen is. Daar zijn er ook, die het aldus uitleggen: in, of tegen de kracht van de dageraads; menende dat deze heerlijke profetie van Christus' lijden, dood, opstanding, enz. de priesters en Levieten gegeven is om elke morgen met het aanbreken van de dageraads in Gods huis gezongen te worden. Anderen duiden het op Christus, die bij een hert vergeleken wordt, Hoogl. 2:9 , 2:17 ; Hoogl. 8:14 , en van de morgen zeer vroeg uit het graf is opgestaan; gelijk de opstanding de morgenstond genoemd wordt, Ps. 49:15 . waarvan de verstandige lezer zal mogen oordelen. Hooglied 2:9 : Mijn Liefste is gelijk een ree, of een welp van de herten; ziet, Hij staat achter onze muur, kijkende uit de vensteren, blinkende uit de traliën. Hooglied 2:17 : Totdat de dag aankomt, en de schaduwen vluchten; keer om, mijn Liefste! wordt U gelijk een ree, of een welp van de herten, op de bergen van Bether. Hooglied 8:14 : Kom haastig, mijn Liefste! en wees U gelijk een ree, of gelijk een welp van de herten op de bergen van de specerijen. Psalmen 49:15 : Men zet hen als schapen in het graf, de dood zal hen afweiden; en de oprechten zullen over hen heersen in die morgenstond; en het graf zal hun gedaante verslijten, elk uit zijn woning."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ֭/מְנַצֵּחַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אַיֶּ֥לֶת",
          "strongs": "H365",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/שַּׁ֗חַר",
          "strongs": "H7837",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מִזְמ֥וֹר",
          "strongs": "H4210",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָוִֽד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een psalm van David, voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> opperzangmeester,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> op Aijeleth hasschachar.",
      "textSV1888_html": "Een psalm van David, voor den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> opperzangmeester,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> op Aijeleth hasschachar.",
      "text1637_html": "EEn Psalm Davids, voor den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Opper-sang-meester, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> op Aijeleth hasschachar.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, van de woorden mijns brullens?",
      "text1637": "[a] [3] Mijn Godt, mijn Godt, waerom hebt ghy my verlaten? verre zijnde van mijner verlossinge, [van] de woorden mijns [4] brullens?",
      "text2026": "Mijn God, mijn God! waarom hebt U mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, van de woorden van mijn gebrul?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Matth. 27:46 ; Marc. 15:34 . Mattheüs 27:46 : En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten! Marcus 15:34 : En ter negender ure, riep Jezus met een grote stem, zeggende: ELOI, ELOI, LAMMA SABACHTANI, hetwelk is, overgezet zijnde: Mijn God, Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten?",
          "text1637": "Mathh. 27.46. Marc. 15.34.",
          "text2026": "Matt. 27:46 ; Mark. 15:34 . Mattheüs 27:46 : En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt U Mij verlaten! Marcus 15:34 : En ter negender ure, riep Jezus met een grote stem, zeggende: ELOI, ELOI, LAMMA SABACHTANI, dat is, overgezet zijnde: Mijn God, Mijn God! Waarom hebt U Mij verlaten?"
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Mijn God: Hoewel enige dingen in dezen psalm mede op David, als Christus' voorbeeld, bekwamelijk kunnen gepast worden, zo blijkt nochtans klaarlijk uit de vier Evangelisten, dat zij meest allen voornamelijk en eigenlijk in den persoon des Heeren Christus, onzen enigen Messias, zijn vervuld, en dat dienvolgens David door den profetischen geest onzen Heere Christus, als hier zelf tot zijnen Vader sprekende, heeft ingevoerd.",
          "text1637": "Hoe wel eenige dingen in desen Psalm mede op David, als Christi voorbeelt, bequamelick konnen gepast worden, so blijckt nochtans klaerlick uyt de vier Euangelisten, datse meest alle principalick ende eygentlick inde persoon des Heeren Christi, onses eenigen Messiae, zijn vervult, ende dat, dien volgens, David door den prophetische Geest onsen Heere Christum, als hier selfs tot sijnen Vader sprekende, heeft ingevoert.",
          "text2026": "Mijn God: Hoewel enige dingen in deze psalm mee op David, als Christus' voorbeeld, bekwamelijk kunnen gepast worden, zo blijkt nochtans duidelijk uit de vier Evangelisten, dat zij meest allen voornamelijk en eigenlijk in de persoon van de Heer Christus, onze enige Messias, zijn vervuld, en dat dienvolgens David door de profetischen geest onze Heer Christus, als hier zelf tot zijn Vader sprekende, heeft ingevoerd."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit geeft te kennen een schrikkelijke beroerte des harten, voortbrengende een sterk geroep. Verg. Job 3:24 ; Ps. 32:3 en Ps. 38:9 . en zie Matth. 27:46 , Hebr. 5:7 . Dit alles heeft de Heere Christus geleden als onze borg, dragende den toorn Gods vanwege onze zonden en voor dezelve volkomenlijk betalende. Job 3:24 : Want voor mijn brood komt mijn zuchting; en mijn brullingen worden uitgestort als water. Psalmen 32:3 : Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd, in mijn brullen den gansen dag. Psalmen 38:9 : Ik ben verzwakt, en uitermate zeer verbrijzeld; ik brul van het geruis mijns harten. Mattheüs 27:46 : En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten! Hebreeën 5:7 : Die in de dagen Zijns vleses, gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit den dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbende, en verhoord zijnde uit de vreze.",
          "text1637": "Dit geeft te kennen eene schrickelicke beroerte des herten, voortbrengende een sterck geroep. Vergel. Iob 3.24. Psal. 32.3. ende 38.9. ende siet Matt. 27.46. Hebr. 5.7. dit alles heeft de Heere Christus geleden, als onse borge, dragende den toorn Godts van wegen onse sonden, ende voor deselve volcomelick betalende.",
          "text2026": "Dit geeft te kennen een schrikkelijke beroerte van de harten, voortbrengende een sterk geroep. Verg. Job 3:24 ; Ps. 32:3 en Ps. 38:9 . en zie Matt. 27:46 , Hebr. 5:7 . Dit alles heeft de Heer Christus geleden als onze borg, dragende de toorn van God vanwege onze zonden en voor dezelfde volkomenlijk betalende. Job 3:24 : Want voor mijn brood komt mijn zuchting; en mijn brullingen worden uitgestort als water. Psalmen 32:3 : Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd, in mijn brullen de gansen dag. Psalmen 38:9 : Ik ben verzwakt, en bovenmate zeer verbrijzeld; ik brul van het geruis mijns harten. Mattheüs 27:46 : En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt U Mij verlaten! Hebreeën 5:7 : Die in de dagen van Zijn vlees, gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit de dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbende, en verhoord zijnde uit de vreze."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֵלִ֣/י",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵ֭לִ/י",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/מָ֣ה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HR/Ti"
        },
        {
          "woord": "עֲזַבְתָּ֑/נִי",
          "strongs": "H5800",
          "morph": "HVqp2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "רָח֥וֹק",
          "strongs": "H7350",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "מִֽ֝/ישׁוּעָתִ֗/י",
          "strongs": "H3444",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "דִּבְרֵ֥י",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "שַׁאֲגָתִֽ/י",
          "strongs": "H7581",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Mijn God, mijn God! waarom hebt U mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, van de woorden van mijn gebrul<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup>?</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, van de woorden mijns<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> brullens?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Mijn Godt, mijn Godt, waerom hebt ghy my verlaten? verre zijnde van mijner verlossinge, [van] de woorden mijns <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> brullens?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "mijns brullens?",
          "new": "van mijn gebrul?",
          "principe": "V213"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Mijn God! Ik roep des daags, maar Gij antwoordt niet; en des nachts, en ik heb geen stilte.",
      "text1637": "Mijn Godt, ick roepe des daegs, maer ghy en antwoordt niet; ende des nachts, ende [5] ick en hebbe geene stilte.",
      "text2026": "Mijn God! Ik roep overdag, maar U antwoordt niet; en in de nacht, en ik heb geen stilte.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "ik heb geen stilte: Of, voor mij is gene stilte; dat is, ik houd niet op, rust niet te klagen; of, doch ik bekom gene stilte, dat is rust, ofschoon ik roep, mijn lijden houdt niet op.",
          "text1637": "Ofte, voor my is geene stilte. D. ick houde niet op, ruste niet van klagen, ofte, doch ick bekome geene stilte, dat is, ruste, al schoon ick roepe, mijn lijden houdt niet op.",
          "text2026": "ik heb geen stilte: Of, voor mij is gene stilte; dat is, ik houd niet op, rust niet te klagen; of, maar ik bekom gene stilte, dat is rust, ofschoon ik roep, mijn lijden houdt niet op."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֱֽלֹהַ֗/י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶקְרָ֣א",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "י֭וֹמָם",
          "strongs": "H3119",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תַעֲנֶ֑ה",
          "strongs": "H6030",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/לַ֗יְלָה",
          "strongs": "H3915",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "דֽוּמִיָּ֥ה",
          "strongs": "H1747",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mijn God! Ik roep overdag, maar U antwoordt niet; en in de nacht, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> ik heb geen stilte.",
      "textSV1888_html": "Mijn God! Ik roep des daags, maar Gij antwoordt niet; en des nachts, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> ik heb geen stilte.",
      "text1637_html": "Mijn Godt, ick roepe des daegs, maer ghy en antwoordt niet; ende des nachts, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> ick en hebbe geene stilte.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des daags,",
          "new": "overdag,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "des nachts,",
          "new": "in de nacht,",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Doch Gij zijt heilig, wonende onder de lofzangen Israëls.",
      "text1637": "Doch ghy zijt heylich, woonende [onder] de [6] lofsangen Israëls.",
      "text2026": "Maar U bent heilig, wonende onder de lofzangen van Israël.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, in uw huis, hetwelk de plaats is, waar uw volk uwen naam prijst vanwege de genadige hulp en verlossing, die Gij aan hen pleegt te bewijzen. Anders, nochtans zijt Gij heilig, zittende; [dat is, altijd blijvende] o gij lofzangen [de menigerlei of volkomen lof] Israëls. Verg. Deut. 10:21 , Jer. 17:14 . Deuteronomium 10:21 : Hij is uw Lof, en Hij is uw God. Die bij u gedaan heeft deze grote en vreselijke dingen, die uw ogen gezien hebben. Jeremia 17:14 : Genees mij, HEERE! zo zal ik genezen worden, behoud mij, zo zal ik behouden worden; want Gij zijt mijn Lof.",
          "text1637": "D. in u huys, het welcke de plaetse is, daer u volck uwen naem prijst, van wegen de genadige hulpe ende verlossingen, die ghy aen haer pleecht te bewijsen. And. nochtans zijt ghy heylich, sittende, (dat is, altoos blijvende) ô ghy lofsangen (de menigerley ofte volkomen lof) Israëls. Vergel. Deut. 10.21. Ierem. 17.14.",
          "text2026": "Dat is, in uw huis, dat de plaats is, waar uw volk uw naam prijst vanwege de genadige hulp en verlossing, die U aan hen pleegt te bewijzen. Anders, nochtans bent U heilig, zittende; [dat is, altijd blijvende] o u lofzangen [de menigerlei of volkomen lof] Israëls. Verg. Deut. 10:21 , Jer. 17:14 . Deuteronomium 10:21 : Hij is uw Lof, en Hij is uw God. Die bij u gedaan heeft deze grote en vreselijke dingen, die uw ogen gezien hebben. Jeremia 17:14 : Genees mij, JAHWEH! zo zal ik genezen worden, behoud mij, zo zal ik behouden worden; want U bent mijn Lof."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַתָּ֥ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2ms"
        },
        {
          "woord": "קָד֑וֹשׁ",
          "strongs": "H6918",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "י֝וֹשֵׁ֗ב",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmsc"
        },
        {
          "woord": "תְּהִלּ֥וֹת",
          "strongs": "H8416",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵֽל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar U bent heilig, wonende onder de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> lofzangen van Israël.",
      "textSV1888_html": "Doch Gij zijt heilig, wonende onder de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> lofzangen Israëls.",
      "text1637_html": "Doch ghy zijt heylich, woonende [onder] de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> lofsangen Israëls.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Doch Gij zijt",
          "new": "Maar U bent",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Israëls.",
          "new": "van Israël.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Op U hebben onze vaders vertrouwd; zij hebben vertrouwd, en Gij hebt hen uitgeholpen.",
      "text1637": "Op u hebben onse vaders vertrouwt; Sy hebben vertrouwt, ende ghy hebtse uytgeholpen.",
      "text2026": "Op U hebben onze vaders vertrouwd; zij hebben vertrouwd, en U hebt hen uitgeholpen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ֭/ךָ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בָּטְח֣וּ",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "אֲבֹתֵ֑י/נוּ",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "בָּ֝טְח֗וּ",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/תְּפַלְּטֵֽ/מוֹ",
          "strongs": "H6403",
          "morph": "HC/Vpw2ms/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Op U hebben onze vaders vertrouwd; zij hebben vertrouwd, en U hebt hen uitgeholpen.",
      "text1637_html": "Op u hebben onse vaders vertrouwt; Sy hebben vertrouwt, ende ghy hebtse uytgeholpen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Tot U hebben zij geroepen, en zijn uitgered; op U hebben zij vertrouwd, en zijn niet beschaamd geworden.",
      "text1637": "Tot u hebben sy geroepen, ende zijn uytgereddet; [b] op u hebben sy vertrouwt, ende en zijn niet beschaemt geworden.",
      "text2026": "Tot U hebben zij geroepen, en zijn uitgered; op U hebben zij vertrouwd, en zijn niet beschaamd geworden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 25:3 ; Ps. 31:2 ; Jes. 49:23 ; Rom. 9:33 . Psalmen 25:3 : Gimel. Ja, allen, die U verwachten, zullen niet beschaamd worden; zij zullen beschaamd worden, die trouwelooslijk handelen zonder oorzaak. Psalmen 31:2 : Op U, o HEERE! betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; help mij uit door Uw gerechtigheid. Jesaja 49:23 : En koningen zullen uw voedsterheren zijn, hun vorstinnen uw zoogvrouwen; zij zullen zich voor u buigen met het aangezicht ter aarde, en zij zullen het stof uwer voeten lekken; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, dat zij niet beschaamd zullen worden die Mij verwachten. Romeinen 9:33 : Gelijk geschreven is: Ziet, Ik leg in Sion een steen des aanstoots, en een rots der ergernis; en een iegelijk, die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.",
          "text1637": "Psal. 25.3. ende 31.2. Iesa. 49.23. Rom. 9.33.",
          "text2026": "Ps. 25:3 ; Ps. 31:2 ; Jes. 49:23 ; Rom. 9:33 . Psalmen 25:3 : Gimel. Ja, allen, die U verwachten, zullen niet beschaamd worden; zij zullen beschaamd worden, die trouweloos handelen zonder oorzaak. Psalmen 31:2 : Op U, o JAHWEH! betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; help mij uit door Uw gerechtigheid. Jesaja 49:23 : En koningen zullen uw voedsterheren zijn, hun vorstinnen uw zoogvrouwen; zij zullen zich voor u buigen met het aangezicht ter aarde, en zij zullen het stof uw voeten likken; en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben, dat zij niet beschaamd zullen worden die Mij verwachten. Romeinen 9:33 : Gelijk geschreven is: Ziet, Ik leg in Sion een steen van de aanstoot, en een rots van de ergernis; en een iedereen, die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֵלֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "זָעֲק֣וּ",
          "strongs": "H2199",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִמְלָ֑טוּ",
          "strongs": "H4422",
          "morph": "HC/VNp3cp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ךָ֖",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בָטְח֣וּ",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "בֽוֹשׁוּ",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HVqp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Tot U hebben zij geroepen, en zijn uitgered;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> op U hebben zij vertrouwd, en zijn niet beschaamd geworden.",
      "textSV1888_html": "Tot U hebben zij geroepen, en zijn uitgered;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> op U hebben zij vertrouwd, en zijn niet beschaamd geworden.",
      "text1637_html": "Tot u hebben sy geroepen, ende zijn uytgereddet; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> op u hebben sy vertrouwt, ende en zijn niet beschaemt geworden."
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Maar ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen, en veracht van het volk.",
      "text1637": "Maer ick ben een [7] worm, ende geen man; een smaet van menschen, ende veracht [8] van den volcke.",
      "text2026": "Maar ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen, en veracht van het volk.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, gelijk een worm; dat is zeer zwak en krachteloos, gans niet geacht, en als onder voeten getreden, gelijk volgt. Verg. Job 25:6 , Jes. 41:14 . Job 25:6 : Hoeveel te min de mens, die een made is, en des mensen kind, die een worm is! Jesaja 41:14 : Vrees niet, gij wormpje Jakobs, gij volkje Israëls! Ik help u, spreekt de HEERE, en uw Verlosser is de Heilige Israëls!",
          "text1637": "Dat is, gelijck een worm. dat is, seer swack ende krachteloos, gantsch niet geacht, ende als onder voeten getreden, als volgt. Vergel. Iob 25.6. Iesa. 41.14.",
          "text2026": "Dat is, gelijk een worm; dat is zeer zwak en krachteloos, geheel niet geacht, en als onder voeten getreden, gelijk volgt. Verg. Job 25:6 , Jes. 41:14 . Job 25:6 : Hoeveel te min de mens, die een made is, en van de mensen kind, die een worm is! Jesaja 41:14 : Vrees niet, u wormpje Jakobs, u volkje Israëls! Ik help u, spreekt JAHWEH, en uw Verlosser is de Heilige van Israël!"
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van het volk: Hebr. ene verachting des volks.",
          "text1637": "Hebr. een verachte des volcks.",
          "text2026": "van het volk: Hebr., עָֽם, een verachting van het volk."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אָנֹכִ֣י",
          "strongs": "H595",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "תוֹלַ֣עַת",
          "strongs": "H8438",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אִ֑ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "חֶרְפַּ֥ת",
          "strongs": "H2781",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "אָ֝דָ֗ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְז֥וּי",
          "strongs": "H959",
          "morph": "HC/Vqsmsc"
        },
        {
          "woord": "עָֽם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar ik ben een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> worm en geen man, een smaad van mensen, en veracht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> van het volk.",
      "textSV1888_html": "Maar ik ben een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> worm en geen man, een smaad van mensen, en veracht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> van het volk.",
      "text1637_html": "Maer ick ben een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> worm, ende geen man; een smaet van menschen, ende veracht <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> van den volcke."
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Allen, die mij zien, bespotten mij; zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd, zeggende:",
      "text1637": "Alle die my sien, [c] bespotten my; sy [9] steken de lippe uyt, sy [10] schudden den kop; [seggende:]",
      "text2026": "Allen, die mij zien, bespotten mij; zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd, zeggende:",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Matth. 27:39 . Mattheüs 27:39 : En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden.",
          "text1637": "Matth. 27.39.",
          "text2026": "Matt. 27:39 . Mattheüs 27:39 : En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "steken de lip uit: Anders, zij trekken de lip; Hebr., שָׂפָה, eigenlijk, zij openen met de lip.",
          "text1637": "And. sy strecken de lippe. Hebr. eygentlick sy openen met de lippe.",
          "text2026": "steken de lip uit: Anders, zij trekken de lip; Hebr., שָׂפָה, eigenlijk, zij openen met de lip."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie 2 Kon. 19:21 . 2 Koningen 19:21 : Dit is het woord, dat de HEERE over hem gesproken heeft: De jonkvrouw, de dochter van Sion, veracht u, zij bespot u, de dochter van Jeruzalem schudt het hoofd achter u.",
          "text1637": "Siet 2.Reg. 19. op vers 21.",
          "text2026": "Zie 2 Kon. 19:21 . 2 Koningen 19:21 : Dit is het woord, dat JAHWEH over hem gesproken heeft: De jonkvrouw, de dochter van Sion, veracht u, zij bespot u, de dochter van Jeruzalem schudt het hoofd achter u."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "רֹ֭אַ/י",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יַלְעִ֣גוּ",
          "strongs": "H3932",
          "morph": "HVhi3mp"
        },
        {
          "woord": "לִ֑/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יַפְטִ֥ירוּ",
          "strongs": "H6362",
          "morph": "HVhi3mp"
        },
        {
          "woord": "בְ֝/שָׂפָ֗ה",
          "strongs": "H8193",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "יָנִ֥יעוּ",
          "strongs": "H5128",
          "morph": "HVhi3mp"
        },
        {
          "woord": "רֹֽאשׁ",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Allen, die mij zien,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> bespotten mij; zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> steken de lip uit, zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> schudden het hoofd, zeggende:",
      "textSV1888_html": "Allen, die mij zien,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> bespotten mij; zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> steken de lip uit, zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> schudden het hoofd, zeggende:",
      "text1637_html": "Alle die my sien, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> bespotten my; sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> steken de lippe uyt, sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> schudden den kop; [seggende:]"
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Hij heeft het op den HEERE gewenteld, dat Hij hem nu uithelpe, dat Hij hem redde, dewijl Hij lust aan hem heeft!",
      "text1637": "[d] Hy heeft [het] op den HEERE [11] gewentelt, dat hy hem [nu] uythelpe, dat hy hem redde, [12] dewijle hy lust aen hem heeft.",
      "text2026": "Hij heeft het op JAHWEH gewenteld, dat Hij hem nu uithelpe, dat Hij hem redde, omdat Hij lust aan hem heeft!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Matth. 27:43 . Mattheüs 27:43 : Hij heeft op God betrouwd; dat Hij Hem nu verlosse, indien Hij Hem wel wil; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon.",
          "text1637": "Matth. 27.43.",
          "text2026": "Matt. 27:43 . Mattheüs 27:43 : Hij heeft op God betrouwd; dat Hij Hem nu verlosse, als Hij Hem wel wil; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "op den HEERE gewenteld: Hebr., wentelen, of rollen op den HEERE; dat is, hij heeft zichzelven, of zijn weg [gelijk Ps. 37:5 ] of zijne zaak, de uitkomst zijns lijden, den Heere bevolen, opgedragen, opgegeven, [gelijk wij ook gewoon zijn te spreken] vastelijk betrouwende op hem, als wanneer men ergens iets heenrolt, waar het bewaard zal blijven liggen, of iets op iemand schuift, die het wel machtig is op zich te nemen, en te dragen, of te redden. Verg. Ps. 55:23 , Spreuk. 16:3 , 1 Petr. 5:7 , alwaar dergelijke lieflijke manieren van spreken gevonden worden. Psalmen 37:5 : Gimel. Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken; Psalmen 55:23 : Werp uw zorg op den HEERE, en Hij zal u onderhouden; Hij zal in eeuwigheid niet toelaten, dat de rechtvaardige wankele. Spreuken 16:3 : Wentel uw werken op den HEERE, en uw gedachten zullen bevestigd worden. 1 Petrus 5:7 : Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.",
          "text1637": "Hebr. wentelen, ofte, rollen op den HEERE, dat is, hy heeft sich selven, ofte, sijnen wech (als Psal. 37.5.) ofte sijne sake, d’uytkomste sijnslijdens, den Heere bevolen, opgedragen, opgegeven, (als wy oock gewoon zijn te spreken) vastelick betrouwende op hem: als wanneermen yets ergens henen rolt, daer ’t bewaert sal blijven liggen, ofte, yets op yemant schuyft, die het wel machtich is op sich te nemen, ende te dragen, ofte te redden. Vergel. Psal. 55.23. Prov. 16.3. 1.Pet. 5.7. alwaer diergelijcke lieflicke manieren van spreken gevonden worden.",
          "text2026": "op JAHWEH gewenteld: Hebr., wentelen, of rollen op JAHWEH; dat is, hij heeft zichzelven, of zijn weg [gelijk Ps. 37:5 ] of zijn zaak, de uitkomst zijns lijden, de Heer bevolen, opgedragen, opgegeven, [gelijk wij ook gewoon zijn te spreken] vastelijk betrouwende op hem, als wanneer men ergens iets heenrolt, waar het bewaard zal blijven liggen, of iets op iemand schuift, die het wel machtig is op zich te nemen, en te dragen, of te redden. Verg. Ps. 55:23 , Spr. 16:3 , 1 Petr. 5:7 , alwaar dergelijke lieflijke manieren van spreken gevonden worden. Psalmen 37:5 : Gimel. Wentel uw weg op JAHWEH, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken; Psalmen 55:23 : Werp uw zorg op JAHWEH, en Hij zal u onderhouden; Hij zal in eeuwigheid niet toelaten, dat de rechtvaardige wankele. Spreuken 16:3 : Wentel uw werken op JAHWEH, en uw gedachten zullen bevestigd worden. 1 Petrus 5:7 : Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Waarop Hij zich beroemt; alzo spreken zij spottenderwijze.",
          "text1637": "Des hy sich beroemt: alsoo spreken sy spotscher wijse.",
          "text2026": "Waarop Hij zich beroemt; zo spreken zij spottenderwijze."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "גֹּ֣ל",
          "strongs": "H1556",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יְפַלְּטֵ֑/הוּ",
          "strongs": "H6403",
          "morph": "HVpi3ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יַ֝צִּילֵ֗/הוּ",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HVhi3ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כִּ֘י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "חָ֥פֵֽץ",
          "strongs": "H2654",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "בּֽ/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Hij heeft het op JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> gewenteld, dat Hij hem nu uithelpe, dat Hij hem redde,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> omdat Hij lust aan hem heeft!",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Hij heeft het op den HEERE<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> gewenteld, dat Hij hem nu uithelpe, dat Hij hem redde,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> dewijl Hij lust aan hem heeft!",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> Hy heeft [het] op den HEERE <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> gewentelt, dat hy hem [nu] uythelpe, dat hy hem redde, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> dewijle hy lust aen hem heeft.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "dewijl",
          "new": "omdat",
          "principe": "V2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Gij zijt het immers, die mij uit den buik hebt uitgetogen; die mij hebt doen vertrouwen, zijnde aan mijner moeders borsten.",
      "text1637": "[13] Ghy zijt het immers, die my uyt den buyck hebt uytgetogen; die my hebt [14] doen vertrouwen, zijnde aen mijner moeder borsten.",
      "text2026": "U bent het immers, die mij uit de buik hebt uitgetogen; die mij hebt doen vertrouwen, zijnde aan van mijn moeders borsten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij zijt: Dit is een antwoord op de voorgaande spotternij der goddelozen, vol zijnde van vertrouwen.",
          "text1637": "Dit is eene antwoorde op de voorgaende spotterije der godtloosen, vol zijnde van vertrouwen.",
          "text2026": "U bent: Dit is een antwoord op de voorgaande spotternij van de goddelozen, vol zijnde van vertrouwen."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "doen vertrouwen: Anders, in zekerheid, of behoudenis gesteld.",
          "text1637": "And. in sekerheyt, ofte, behoudenisse gestelt.",
          "text2026": "doen vertrouwen: Anders, in zekerheid, of behoudenis gesteld."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "גֹחִ֣/י",
          "strongs": "H1518",
          "morph": "HVqrmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/בָּ֑טֶן",
          "strongs": "H990",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "מַ֝בְטִיחִ֗/י",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HVhrmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שְׁדֵ֥י",
          "strongs": "H7699",
          "morph": "HNcmdc"
        },
        {
          "woord": "אִמִּֽ/י",
          "strongs": "H517",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> U bent het immers, die mij uit de buik hebt uitgetogen; die mij hebt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> doen vertrouwen, zijnde aan van mijn moeders borsten.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Gij zijt het immers, die mij uit den buik hebt uitgetogen; die mij hebt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> doen vertrouwen, zijnde aan mijner moeders borsten.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Ghy zijt het immers, die my uyt den buyck hebt uytgetogen; die my hebt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> doen vertrouwen, zijnde aen mijner moeder borsten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af; van den buik mijner moeder aan zijt Gij mijn God.",
      "text1637": "Op u ben ick [15] geworpen van de baermoeder af; van den buyck mijner moeder aen zijt ghij mijn Godt.",
      "text2026": "Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af; van de buik van mijn moeder aan bent U mijn God.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, uwe zorg en bewaring aanbevolen; ene gelijkenis, genomen van een voedvrouw of voedster, die het nieuwgeboren kind op de knieën of in haar schoot ontvangt en koestert.",
          "text1637": "D. uwe sorge ende bewaringe bevolen: eene gelijckenisse genomen van een vroet-vrouwe ofte eene voetster, die het nieuw geboren kint op de knien, ofte in haren schoot, ontfangt ende koestert.",
          "text2026": "Dat is, uw zorg en bewaring aanbevolen; een gelijkenis, genomen van een voedvrouw of voedster, die het nieuwgeboren kind op de knieën of in haar schoot ontvangt en koestert."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עָ֭לֶי/ךָ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הָשְׁלַ֣כְתִּי",
          "strongs": "H7993",
          "morph": "HVHp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵ/רָ֑חֶם",
          "strongs": "H7358",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/בֶּ֥טֶן",
          "strongs": "H990",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "אִ֝מִּ֗/י",
          "strongs": "H517",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵ֣לִ/י",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אָֽתָּה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Op U ben ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> geworpen van de baarmoeder af; van de buik van mijn moeder aan bent U mijn God.",
      "textSV1888_html": "Op U ben ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> geworpen van de baarmoeder af; van den buik mijner moeder aan zijt Gij mijn God.",
      "text1637_html": "Op u ben ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> geworpen van de baermoeder af; van den buyck mijner moeder aen zijt ghij mijn Godt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "zijt Gij",
          "new": "bent U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Zo wees niet verre van mij, want benauwdheid is nabij; want er is geen helper.",
      "text1637": "So weest niet verre van my, want benaeuwtheyt is nae by; want daer en is geen helper.",
      "text2026": "Zo wees niet verre van mij, want benauwdheid is nabij; want er is geen helper.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּרְחַ֣ק",
          "strongs": "H7368",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "מִ֭מֶּ/נִּי",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "צָרָ֣ה",
          "strongs": "H6869",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "קְרוֹבָ֑ה",
          "strongs": "H7138",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֵ֥ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "עוֹזֵֽר",
          "strongs": "H5826",
          "morph": "HVqrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo wees niet verre van mij, want benauwdheid is nabij; want er is geen helper.",
      "text1637_html": "So weest niet verre van my, want benaeuwtheyt is nae by; want daer en is geen helper."
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Vele varren hebben mij omsingeld, sterke stieren van Basan hebben mij omringd.",
      "text1637": "[16] Vele varren hebben my omcingelt; stercke [17] [stieren] van [18] Basan hebben my [19] omringt.",
      "text2026": "Vele stieren hebben mij omsingeld, sterke stieren van Basan hebben mij omringd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Vele varren: Of, grote, machtige varren. Versta de oversten van het Joodse volk, zijnde als sterke, lijvige, vette ossen en wrede, stotende stieren.",
          "text1637": "Ofte, groote, machtige, varren. verstaet de overste des Ioodschen volcks, zijnde als stercke, lijvige, vette ossen, ende wreede stootende stieren.",
          "text2026": "Vele varren: Of, grote, machtige varren. Versta de oversten van het Joodse volk, zijnde als sterke, lijvige, vette ossen en wrede, stotende stieren."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "stieren : Het Hebr. woord betekent eigenlijk sterken, machtigen, maar wordt ook genomen voor stieren, ossen of bullen, gelijk afgenomen wordt uit Jes. 34:7 . Zie ook Ps. 50:13 en Ps. 68:31 ; Jer. 47:3 [waar het voor sterke guilen genomen wordt] en Jer. 50:11 . Jesaja 34:7 : En de eenhoornen zullen met hen afgaan, en de varren met de stieren; en hun land zal doordronken zijn van het bloed, en hun stof zal van het smeer vet gemaakt worden. Psalmen 50:13 : Zou Ik stierenvlees eten, of bokkenbloed drinken? Psalmen 68:31 : Scheld het wild gedierte des riets, de vergadering der stieren met de kalveren der volken; en dien, die zich onderwerpt met stukken zilvers; Hij heeft de volken verstrooid, die lust hebben in oorlogen. Jeremia 47:3 : Vanwege het geluid van het geklater der hoeven zijner sterke paarden, vanwege het geraas zijner wagenen, en het bulderen zijner raderen; de vaders zien niet om naar de kinderen, vanwege de slappigheid der handen; Jeremia 50:11 : Omdat gij u verblijd hebt, omdat gij van vreugde hebt opgesprongen, gij plunderaars Mijner erfenis! omdat gij geil geworden zijt als een grazige vaars, en hebt gebriest als de sterke paarden;",
          "text1637": "Het Hebr. woort beteeckent eygentlick, stercke, machtige, maer wort oock genomen voor stieren, ossen, ofte bullen, als afgenomen wort uyt Iesa. 34.7. Siet oock Psal. 50.13. ende 68.31. Ierem. 47.3. (alwaer’t voor stercke guylen genomen wort) ende 50.11.",
          "text2026": "stieren : Het Hebr. woord betekent eigenlijk sterken, machtigen, maar wordt ook genomen voor stieren, ossen of bullen, gelijk afgenomen wordt uit Jes. 34:7 . Zie ook Ps. 50:13 en Ps. 68:31 ; Jer. 47:3 [waar het voor sterke guilen genomen wordt] en Jer. 50:11 . Jesaja 34:7 : En de eenhoornen zullen met hen afgaan, en de varren met de stieren; en hun land zal doordronken zijn van het bloed, en hun stof zal van het smeer vet gemaakt worden. Psalmen 50:13 : Zou Ik stierenvlees eten, of bokkenbloed drinken? Psalmen 68:31 : Scheld het wild gedierte van de riets, de vergadering van de stieren met de kalveren van de volken; en die, die zich onderwerpt met stukken zilvers; Hij heeft de volken verstrooid, die lust hebben in oorlogen. Jeremia 47:3 : Vanwege het geluid van het geklater van de hoeven zijn sterke paarden, vanwege het geraas zijn wagens, en het bulderen zijn raderen; de vaders zien niet om naar de kinderen, vanwege de slappigheid van de handen; Jeremia 50:11 : Omdat u u verblijd hebt, omdat u van vreugde hebt opgesprongen, u plunderaars Mijn erfenis! omdat u geil geworden bent als een grazige vaars, en hebt gebriest als de sterke paarden;"
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Deut. 32:14 , Ezech. 39:18 , Hos. 4:16 , Amos 4:1 . Deuteronomium 32:14 : Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet der lammeren en der rammen, die in Bazan weiden, en der bokken, met het vette der nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt gij gedronken. Ezechiël 39:18 : Het vlees der helden zult gij eten, en het bloed van de vorsten der aarde drinken; der rammen, der lammeren, en bokken, en varren, die altemaal gemesten van Basan zijn. Hosea 4:16 : Want Israël is onbandig, als een onbandige koe; nu zal hen de HEERE weiden, als een lam in de ruimte. Amos 4:1 : Hoort dit woord, gij koeien van Basan! gij, die op den berg van Samaria zijt, die de armen verdrukt, die de nooddruftigen verplettert; gij, die tot hunlieder heren zegt: Brengt aan, opdat wij drinken.",
          "text1637": "Siet Deut. 32. op vers 14. ende Ezech. 39.18. Hos. 4.16. Amos 4.1.",
          "text2026": "Zie Deut. 32:14 , Ez. 39:18 , Hos. 4:16 , Amos 4:1 . Deuteronomium 32:14 : Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet van de lammeren en van de rammen, die in Bazan weiden, en van de bokken, met het vette van de nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt u gedronken. Ezechiël 39:18 : Het vlees van de helden zult u eten, en het bloed van de vorsten van de aarde drinken; van de rammen, van de lammeren, en bokken, en varren, die allemaal gemesten van Basan zijn. Hosea 4:16 : Want Israël is onbandig, als een onbandige koe; nu zal hen JAHWEH weiden, als een lam in de ruimte. Amos 4:1 : Hoort dit woord, u koeien van Basan! u, die op de berg van Samaria bent, die de armen verdrukt, die de nooddruftigen verplettert; u, die tot hun heren zegt: Brengt aan, opdat wij drinken."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. alsof men zeide: kroonswijze omgeven, of bezet.",
          "text1637": "Hebr. als ofmen seyde: kroons-wijse omgeven, ofte, besett.",
          "text2026": "Hebr. alsof men zei: kroonswijze omgeven, of bezet."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "סְ֭בָבוּ/נִי",
          "strongs": "H5437",
          "morph": "HVqp3cp/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "פָּרִ֣ים",
          "strongs": "H6499",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "רַבִּ֑ים",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "אַבִּירֵ֖י",
          "strongs": "H47",
          "morph": "HAampc"
        },
        {
          "woord": "בָשָׁ֣ן",
          "strongs": "H1316",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּתְּרֽוּ/נִי",
          "strongs": "H3803",
          "morph": "HVpp3cp/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Vele stieren hebben mij omsingeld, sterke<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> stieren van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Basan hebben mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> omringd.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Vele varren hebben mij omsingeld, sterke<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> stieren van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Basan hebben mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> omringd.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Vele varren hebben my omcingelt; stercke <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> [stieren] van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Basan hebben my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> omringt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "varren",
          "new": "stieren",
          "principe": "V410"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Zij hebben hun mond tegen mij opgesperd, als een verscheurende en brullende leeuw.",
      "text1637": "Sy hebben haren mont tegen my [20] opgesperret; [als] een verscheurende ende brullende leeuw.",
      "text2026": "Zij hebben hun mond tegen mij opgesperd, als een verscheurende en brullende leeuw.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. Job 16:10 ; Klaagl. 2:16 en Klaagl. 3:46 . Job 16:10 : Zij gapen met hun mond tegen mij; zij slaan met smaadheid op mijn kinnebakken; zij vervullen zich te zamen aan mij. Klaagliederen 2:16 : Pe. Al uw vijanden sperren hun mond op over u, zij fluiten en knersen met de tanden, zij zeggen: Wij hebben haar verslonden; dit is immers de dag, dien wij verwacht hebben, wij hebben hem gevonden, wij hebben hem gezien. Klaagliederen 3:46 : Pe. Al onze vijanden hebben hun mond tegen ons opgesperd.",
          "text1637": "Vergel. Iob 16.10. Thren. 2.16. ende 3.46.",
          "text2026": "Verg. Job 16:10 ; Klaagl. 2:16 en Klaagl. 3:46 . Job 16:10 : Zij gapen met hun mond tegen mij; zij slaan met smaadheid op mijn kinnebakken; zij vervullen zich te zamen aan mij. Klaagliederen 2:16 : Pe. Al uw vijanden sperren hun mond op over u, zij fluiten en knersen met de tanden, zij zeggen: Wij hebben haar verslonden; dit is immers de dag, die wij verwacht hebben, wij hebben hem gevonden, wij hebben hem gezien. Klaagliederen 3:46 : Pe. Al onze vijanden hebben hun mond tegen ons opgesperd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "פָּצ֣וּ",
          "strongs": "H6475",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "עָלַ֣/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "פִּי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אַ֝רְיֵ֗ה",
          "strongs": "H738",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "טֹרֵ֥ף",
          "strongs": "H2963",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/שֹׁאֵֽג",
          "strongs": "H7580",
          "morph": "HC/Vqrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij hebben hun mond tegen mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> opgesperd, als een verscheurende en brullende leeuw.",
      "textSV1888_html": "Zij hebben hun mond tegen mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> opgesperd, als een verscheurende en brullende leeuw.",
      "text1637_html": "Sy hebben haren mont tegen my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> opgesperret; [als] een verscheurende ende brullende leeuw."
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Ik ben uitgestort als water, en al mijn beenderen hebben zich vaneen gescheiden; mijn hart is als was, het is gesmolten in het midden mijns ingewands.",
      "text1637": "Ick ben [21] uytgestort als water, ende alle mijne beenderen hebben sich van een gescheyden; mijn herte is als was, ’t is [22] gesmolten in’t midden mijns ingewants.",
      "text2026": "Ik ben uitgestort als water, en al mijn beenderen hebben zich vaneen gescheiden; mijn hart is als was, het is gesmolten in het midden van mijn binnenste.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, mijne krachten vloeien weg als water, dat men uitstort.",
          "text1637": "D. mijne krachten vloeyen wech, als water datmen uytstort.",
          "text2026": "Dat is, mijn krachten vloeien weg als water, dat men uitstort."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Deut. 1:28 en Deut. 20:8 ; Joz. 7:5 en Joz. 14:8 ; Ps. 68:3 . enz. Deuteronomium 1:28 : Waarheen zouden wij optrekken? Onze broeders hebben ons hart doen smelten, zeggende: Het is een volk, groter en langer dan wij; de steden zijn groot, en gesterkt tot in den hemel toe; ook hebben wij daar kinderen der Enakieten gezien. Deuteronomium 20:8 : Daarna zullen de ambtlieden voortvaren te spreken tot het volk, en zeggen: Wie is de man, die vreesachtig en week van hart is? Die ga henen en kere weder naar zijn huis; opdat het hart zijner broederen niet smelte, gelijk zijn hart. Jozua 7:5 : En de mannen van Ai sloegen van dezelven omtrent zes en dertig man, en vervolgden hen van voor de poort tot Schebarim toe, en sloegen hen in een afgang. Toen versmolt het hart des volks, en het werd tot water. Jozua 14:8 : Maar mijn broeders, die met mij opgegaan waren, deden het hart des volks smelten; doch ik volhardde den HEERE, mijn God, na te volgen. Psalmen 68:3 : Gij zult hen verdrijven, gelijk rook verdreven wordt; gelijk was voor het vuur smelt, zullen de goddelozen vergaan van Gods aangezicht.",
          "text1637": "Siet Deut. 1. op vers 28. ende 20.8. ende Iosu. 7.5. ende 14.8. Psal. 68.3, etc.",
          "text2026": "Zie Deut. 1:28 en Deut. 20:8 ; Joz. 7:5 en Joz. 14:8 ; Ps. 68:3 . enz. Deuteronomium 1:28 : Waarheen zouden wij optrekken? Onze broers hebben ons hart doen smelten, zeggende: Het is een volk, groter en langer dan wij; de steden zijn groot, en gesterkt tot in de hemel toe; ook hebben wij daar kinderen van de Enakieten gezien. Deuteronomium 20:8 : Daarna zullen de ambtlieden voortvaren te spreken tot het volk, en zeggen: Wie is de man, die vreesachtig en week van hart is? Die ga heen en kere weer naar zijn huis; opdat het hart zijn broers niet smelte, gelijk zijn hart. Jozua 7:5 : En de mannen van Ai sloegen van dezelven omtrent zes en dertig man, en vervolgden hen van voor de poort tot Schebarim toe, en sloegen hen in een afgang. Toen versmolt het hart van het volk, en het werd tot water. Jozua 14:8 : Maar mijn broers, die met mij opgegaan waren, deden het hart van het volk smelten; maar ik volhardde JAHWEH, mijn God, na te volgen. Psalmen 68:3 : U zult hen verdrijven, gelijk rook verdreven wordt; gelijk was voor het vuur smelt, zullen de goddelozen vergaan van Gods aangezicht."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כַּ/מַּ֥יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "נִשְׁפַּכְתִּי֮",
          "strongs": "H8210",
          "morph": "HVNp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִתְפָּֽרְד֗וּ",
          "strongs": "H6504",
          "morph": "HC/Vtp3cp"
        },
        {
          "woord": "כָּֽל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עַצְמ֫וֹתָ֥/י",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HNcfpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הָיָ֣ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ֭בִּ/י",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כַּ/דּוֹנָ֑ג",
          "strongs": "H1749",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נָ֝מֵ֗ס",
          "strongs": "H4549",
          "morph": "HVNp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ת֣וֹךְ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מֵעָֽ/י",
          "strongs": "H4578",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> uitgestort als water, en al mijn beenderen hebben zich vaneen gescheiden; mijn hart is als was, het is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> gesmolten in het midden van mijn binnenste.",
      "textSV1888_html": "Ik ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> uitgestort als water, en al mijn beenderen hebben zich vaneen gescheiden; mijn hart is als was, het is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> gesmolten in het midden mijns ingewands.",
      "text1637_html": "Ick ben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> uytgestort als water, ende alle mijne beenderen hebben sich van een gescheyden; mijn herte is als was, ’t is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> gesmolten in’t midden mijns ingewants.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijns ingewands.",
          "new": "van mijn binnenste.",
          "principe": "V213"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, en mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; en Gij legt mij in het stof des doods.",
      "text1637": "Mijne kracht is verdroogt als een pot-scherf, ende mijne tonge [23] kleeft aen mijn gehemelte; ende ghy legt my in het stof [24] des doots.",
      "text2026": "Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, en mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; en U legt mij in het stof van de dood.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zodat ik kommerlijk spreek. Zie Job 29:10 . Ps. 137:6 . Ezech. 3:26 . of vanwege droogte en groten dorst. Zie Joh. 19:28 . Job 29:10 : De stem der vorsten verstak zich, en hun tong kleefde aan hun gehemelte. Psalmen 137:6 : Mijn tong kleve aan mijn gehemelte, zo ik aan u niet gedenke, zo ik Jeruzalem niet verheffe boven het hoogste mijner blijdschap! Ezechiël 3:26 : En Ik zal uw tong aan uw gehemelte doen kleven, dat gij stom worden zult, en zult hun niet zijn tot een bestraffenden man; want zij zijn een wederspannig huis. Johannes 19:28 : Hierna Jezus, wetende, dat nu alles volbracht was, opdat de Schrift zou vervuld worden, zeide: Mij dorst.",
          "text1637": "Soo dat ick kommerlick spreke. siet Iob 29.10. Psal. 137.6. Ezech. 3.26. ofte, van wegen droochte ende grooten dorst. Siet Ioh. 19.28.",
          "text2026": "Zodat ik kommerlijk spreek. Zie Job 29:10 . Ps. 137:6 . Ez. 3:26 . of vanwege droogte en grote dorst. Zie Joh. 19:28 . Job 29:10 : De stem van de vorsten verstak zich, en hun tong kleefde aan hun gehemelte. Psalmen 137:6 : Mijn tong kleve aan mijn gehemelte, zo ik aan u niet gedenke, zo ik Jeruzalem niet verheffe boven het hoogste mijn blijdschap! Ezechiël 3:26 : En Ik zal uw tong aan uw gehemelte doen kleven, dat u stom worden zult, en zult hun niet zijn tot een bestraffenden man; want zij zijn een opstandig huis. Johannes 19:28 : Hierna Jezus, wetende, dat nu alles volbracht was, opdat de Schrift zou vervuld worden, zei: Mij dorst."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "des doods: Dat is, in zulken staat, dat ik ben als een dode, dien men zal mogen begraven. Sommigen houden het voor ene gelijkenis, genomen van kampioenen, die uitgeworsteld hebbende en gans krachteloos geworden zijnde, in het stof, als doden, daarheen vallen.",
          "text1637": "D. in sulcken staet, dat ick ben als een doode, diemen sal mogen begraven. Sommige houden’t voor eene gelijckenisse, genomen van Campioenen, die uytgeworstelt hebbende, ende gantsch krachteloos geworden zijnde, in’t stof, als doode, daer henen vallen.",
          "text2026": "van de dood: Dat is, in zulken staat, dat ik ben als een dode, die men zal mogen begraven. Sommigen houden het voor een gelijkenis, genomen van kampioenen, die uitgeworsteld hebbende en geheel krachteloos geworden zijnde, in het stof, als doden, daarheen vallen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יָ֘בֵ֤שׁ",
          "strongs": "H3001",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "כַּ/חֶ֨רֶשׂ",
          "strongs": "H2789",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כֹּחִ֗/י",
          "strongs": "H3581",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ֭/לְשׁוֹנִ/י",
          "strongs": "H3956",
          "morph": "HC/Ncbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֻדְבָּ֣ק",
          "strongs": "H1692",
          "morph": "HVHsmsa"
        },
        {
          "woord": "מַלְקוֹחָ֑/י",
          "strongs": "H4455",
          "morph": "HNcmdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/לַ/עֲפַר",
          "strongs": "H6083",
          "morph": "HC/R/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מָ֥וֶת",
          "strongs": "H4194",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "תִּשְׁפְּתֵֽ/נִי",
          "strongs": "H8239",
          "morph": "HVqi2ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, en mijn tong<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> kleeft aan mijn gehemelte; en U legt mij in het stof<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> van de dood.",
      "textSV1888_html": "Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, en mijn tong<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> kleeft aan mijn gehemelte; en Gij legt mij in het stof<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> des doods.",
      "text1637_html": "Mijne kracht is verdroogt als een pot-scherf, ende mijne tonge <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> kleeft aen mijn gehemelte; ende ghy legt my in het stof <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> des doots.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "des doods.",
          "new": "van de dood.",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Want honden hebben mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorgraven.",
      "text1637": "Want [25] honden hebben my omcingelt, eene vergaderinge der boosdoenders heeft my omgeven; [e] sy hebben mijne handen ende mijne voeten [26] doorgraven.",
      "text2026": "Want honden hebben mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorgraven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta, de hogepriesters en schriftgeleerden, mitsgaders het snode gespuis der Joden en soldaten, die de Heere Christus bij honden vergelijkt, vermits hunne snoodheid, onreinheid en dolle razernij tegen hem. Verg. Job 30:1 . Ps. 59:7 , 59:15 . Spreuk. 26:11 . Matth. 7:6 . Filipp. 3:2 . Openb. 22:15 . Zie ook 2 Sam. 3:8 . Job 30:1 : Maar nu lachen over mij minderen dan ik van dagen, welker vaderen ik versmaad zou hebben, om bij de honden mijner kudde te stellen. Psalmen 59:7 : Tegen den avond keren zij weder, zij tieren als een hond, en zij gaan rondom de stad. Psalmen 59:15 : Laat hen dan tegen den avond wederkeren, laat hen tieren als een hond, en rondom de stad gaan; Spreuken 26:11 : Gelijk een hond tot zijn uitspuwsel wederkeert, alzo herneemt de zot zijn dwaasheid. Mattheüs 7:6 : Geeft het heilige den honden niet, noch werpt uw paarlen voor de zwijnen; opdat zij niet te eniger tijd dezelve met hun voeten vertreden, en zich omkerende, u verscheuren. Filippensen 3:2 : Ziet op de honden, ziet op de kwade arbeiders, ziet op de versnijding. Openbaring 22:15 : Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft, en doet. 2 Samuël 3:8 : Toen ontstak Abner zeer over Isboseths woorden, en zeide: Ben ik dan een hondskop, ik, die tegen Juda, aan het huis van Saul, uw vader, aan zijn broederen en aan zijn vrienden, heden weldadigheid doe, en u niet overgeleverd heb in Davids hand, dat gij heden aan mij onderzoekt de ongerechtigheid ener vrouw?",
          "text1637": "Verst. de Hoogepriesters ende Schriftgeleerde, mitsgaders het snoode gespuys der Ioden ende soldaten, die de Heere Christus by honden vergelijckt, vermits hare snoodicheyt, onreynicheyt, ende dulle rasernije tegen hem. Vergel. Iob 30.1. Psal. 59.7, 15. Prov. 26.11. Mat. 7.6. Phil. 3.2. Apoc. 22.15. siet oock 2.Sam. 3. op vers 8.",
          "text2026": "Versta, de hogepriesters en schriftgeleerden, en ook het snode gespuis van de Joden en soldaten, die de Heer Christus bij honden vergelijkt, vermits hun snoodheid, onreinheid en dolle razernij tegen hem. Verg. Job 30:1 . Ps. 59:7 , 59:15 . Spr. 26:11 . Matt. 7:6 . Filipp. 3:2 . Openb. 22:15 . Zie ook 2 Sam. 3:8 . Job 30:1 : Maar nu lachen over mij minderen dan ik van dagen, van wie vaders ik versmaad zou hebben, om bij de honden mijn kudde te stellen. Psalmen 59:7 : Tegen de avond keren zij weer, zij tieren als een hond, en zij gaan rondom de stad. Psalmen 59:15 : Laat hen dan tegen de avond terugkeren, laat hen tieren als een hond, en rondom de stad gaan; Spreuken 26:11 : Gelijk een hond tot zijn uitspuwsel terugkeert, zo herneemt de zot zijn dwaasheid. Mattheüs 7:6 : Geeft het heilige de honden niet, noch werpt uw parels voor de zwijnen; opdat zij niet te eniger tijd dezelfde met hun voeten vertreden, en zich omkerende, u verscheuren. Filippensen 3:2 : Ziet op de honden, ziet op de kwade arbeiders, ziet op de versnijding. Openbaring 22:15 : Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de moordenaars, en de afgodendienaars, en een iedereen, die de leugen liefheeft, en doet. 2 Samuël 3:8 : Toen ontstak Abner zeer over Isboseths woorden, en zei: Ben ik dan een hondskop, ik, die tegen Juda, aan het huis van Saul, uw vader, aan zijn broers en aan zijn vrienden, heden weldadigheid doe, en u niet overgeleverd heb in Davids hand, dat u heden aan mij onderzoekt de ongerechtigheid van een vrouw?"
        },
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Matth. 27:35 ; Marc. 15:24 ; Lukas 23:33 ; Joh. 19:23 ; idem 19:37 ; Joh. 20:25 . Mattheüs 27:35 : Toen zij nu Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn klederen, het lot werpende; opdat vervuld zou worden, hetgeen gezegd is door den profeet: Zij hebben Mijn klederen onder zich verdeeld, en hebben het lot over Mijn kleding geworpen. Marcus 15:24 : En als zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn klederen, werpende het lot over dezelve, wat een iegelijk wegnemen zou. Lukas 23:33 : En toen zij kwamen op de plaats, genaamd Hoofdschedelplaats, kruisigden zij Hem aldaar, en de kwaaddoeners, den een ter rechterzijde en den ander ter linkerzijde. Johannes 19:23 : De krijgsknechten dan, als zij Jezus gekruist hadden, namen Zijn klederen, (en maakten vier delen, voor elken krijgsknecht een deel) en den rok. De rok nu was zonder naad, van boven af geheel geweven. Johannes 19:37 : En wederom zegt een andere Schrift: Zij zullen zien, in Welken zij gestoken hebben. Johannes 20:25 : De andere discipelen dan zeiden tot hem: Wij hebben den Heere gezien. Doch hij zeide tot hen: Indien ik in Zijn handen niet zie het teken der nagelen, en mijn vinger steke in het teken der nagelen, en steke mijn hand in Zijn zijde, ik zal geenszins geloven.",
          "text1637": "Matt. 27.35. Marc. 15.24. Luc. 23.33. Ioh. 19.23, 37. ende 20.25.",
          "text2026": "Matt. 27:35 ; Mark. 15:24 ; Lukas 23:33 ; Joh. 19:23 ; idem 19:37 ; Joh. 20:25 . Mattheüs 27:35 : Toen zij nu Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn kleren, het lot werpende; opdat vervuld zou worden, wat gezegd is door de profeet: Zij hebben Mijn kleren onder zich verdeeld, en hebben het lot over Mijn kleding geworpen. Marcus 15:24 : En als zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn kleren, werpende het lot over dezelfde, wat een iedereen wegnemen zou. Lukas 23:33 : En toen zij kwamen op de plaats, genaamd Hoofdschedelplaats, kruisigden zij Hem daar, en de kwaaddoeners, de één ter rechterzijde en de ander ter linkerzijde. Johannes 19:23 : De krijgsknechten dan, als zij Jezus gekruist hadden, namen Zijn kleren, (en maakten vier delen, voor elke krijgsknecht een deel) en de rok. De rok nu was zonder naad, van boven af geheel geweven. Johannes 19:37 : En opnieuw zegt een andere Schrift: Zij zullen zien, in Welke zij gestoken hebben. Johannes 20:25 : De andere discipelen dan zeiden tot hem: Wij hebben de Heer gezien. Maar hij zei tot hen: Als ik in Zijn handen niet zie het teken van de nagelen, en mijn vinger steke in het teken van de nagelen, en steke mijn hand in Zijn zijde, ik zal in geen geval geloven."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, zij hebben mijne handen en voeten doornageld.",
          "text1637": "D. sy hebben mijne handen ende voeten doornagelt.",
          "text2026": "Dat is, zij hebben mijn handen en voeten doornageld."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "סְבָב֗וּ/נִי",
          "strongs": "H5437",
          "morph": "HVqp3cp/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כְּלָ֫בִ֥ים",
          "strongs": "H3611",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "עֲדַ֣ת",
          "strongs": "H5712",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "מְ֭רֵעִים",
          "strongs": "H7489",
          "morph": "HVhrmpa"
        },
        {
          "woord": "הִקִּיפ֑וּ/נִי",
          "strongs": "H5362",
          "morph": "HVhp3cp/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כָּ֝/אֲרִ֗י",
          "strongs": "H3738",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יָדַ֥/י",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/רַגְלָֽ/י",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HC/Ncfdc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> honden hebben mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> zij hebben mijn handen en mijn voeten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> doorgraven.",
      "textSV1888_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> honden hebben mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> zij hebben mijn handen en mijn voeten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> doorgraven.",
      "text1637_html": "Want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> honden hebben my omcingelt, eene vergaderinge der boosdoenders heeft my omgeven; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> sy hebben mijne handen ende mijne voeten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> doorgraven."
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij.",
      "text1637": "Alle mijne beenderen soud’ ick konnen [27] tellen; sy schouwen’t aen, sy sien [28] op my.",
      "text2026": "Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Doordien zij aan het kruis zo zijn uitgerekt, dat zij [als uitstekende] zouden geteld kunnen worden.",
          "text1637": "Door dien sy aen’t kruys soo zijn uytgereckt, datse (als uytstekende) souden getelt konnen worden.",
          "text2026": "Doordien zij aan het kruis zo zijn uitgerekt, dat zij [als uitstekende] zouden geteld kunnen worden."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "op mij: Of, aan mij, te weten hun wens, dat is, zij nemen hun lust en vermaak daarin, dat zij mijn lijden met hunne ogen mogen aanschouwen. Verg. Ps. 35:21 ; Ps. 37:34 ; Ps. 54:9 ; Ps. 59:11 ; Ps. 92:12 ; Ps. 118:7 . Psalmen 35:21 : En zij sperren hun mond wijd op tegen mij; zij zeggen: Ha, ha, ons oog heeft het gezien! Psalmen 37:34 : Koph. Wacht op den HEERE, en houd Zijn weg, en Hij zal u verhogen, om de aarde erfelijk te bezitten; gij zult zien, dat de goddelozen worden uitgeroeid. Psalmen 54:9 : Want Hij heeft mij gered uit alle benauwdheid; en mijn oog heeft gezien op mijn vijanden. Psalmen 59:11 : De God mijner goedertierenheid zal mij voorkomen; God zal mij op mijn verspieders doen zien. Psalmen 92:12 : En mijn oog zal mijn verspieders aanschouwen; mijn oren zullen het horen, aangaande de boosdoeners, die tegen mij opstaan. Psalmen 118:7 : De HEERE is bij mij onder degenen, die mij helpen; daarom zal ik mijn lust zien aan degenen, die mij haten.",
          "text1637": "Ofte, aen my, T.w. haren wensch, dat is, sy nemen haren lust ende vermaeck daer in, datse mijn lijden met hare oogen mogen aenschouwen. Vergel. Psal. 35.21. ende 37.34. ende 54.9. ende 59.11. ende 92.12. ende 118.7.",
          "text2026": "op mij: Of, aan mij, te weten hun wens, dat is, zij nemen hun lust en vermaak daarin, dat zij mijn lijden met hun ogen mogen aanschouwen. Verg. Ps. 35:21 ; Ps. 37:34 ; Ps. 54:9 ; Ps. 59:11 ; Ps. 92:12 ; Ps. 118:7 . Psalmen 35:21 : En zij sperren hun mond wijd op tegen mij; zij zeggen: Ha, ha, ons oog heeft het gezien! Psalmen 37:34 : Koph. Wacht op JAHWEH, en houd Zijn weg, en Hij zal u verhogen, om de aarde erfelijk te bezitten; u zult zien, dat de goddelozen worden uitgeroeid. Psalmen 54:9 : Want Hij heeft mij gered uit alle benauwdheid; en mijn oog heeft gezien op mijn vijanden. Psalmen 59:11 : De God mijn goedertierenheid zal mij voorkomen; God zal mij op mijn verspieders doen zien. Psalmen 92:12 : En mijn oog zal mijn verspieders aanschouwen; mijn oren zullen het horen, aangaande de boosdoeners, die tegen mij opstaan. Psalmen 118:7 : JAHWEH is bij mij onder degenen, die mij helpen; daarom zal ik mijn lust zien aan degenen, die mij haten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲסַפֵּ֥ר",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עַצְמוֹתָ֑/י",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HNcfpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הֵ֥מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "יַ֝בִּ֗יטוּ",
          "strongs": "H5027",
          "morph": "HVhi3mp"
        },
        {
          "woord": "יִרְאוּ",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "בִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Al mijn beenderen zou ik kunnen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> tellen; zij schouwen het aan, zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> zien op mij.",
      "textSV1888_html": "Al mijn beenderen zou ik kunnen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> tellen; zij schouwen het aan, zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> zien op mij.",
      "text1637_html": "Alle mijne beenderen soud’ ick konne<i>n</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> tellen; sy schouwen’t aen, sy sien <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> op my."
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.",
      "text1637": "[f] Sy deylen mijne kleederen onder hen, ende werpen het lot over mijn gewaet.",
      "text2026": "Zij delen mijn kleren onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "f",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Lukas 23:34 ; Joh. 19:24 . Lukas 23:34 : En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen. En verdelende Zijn klederen, wierpen zij het lot. Johannes 19:24 : Zij dan zeiden tot elkander: Laat ons dien niet scheuren, maar laat ons daarover loten, wiens die zijn zal; opdat de Schrift vervuld worde, die zegt: Zij hebben Mijn klederen onder zich verdeeld, en over Mijn kleding hebben zij het lot geworpen. Dit hebben dan de krijgsknechten gedaan.",
          "text1637": "Luc. 23.34. Ioh. 19.24.",
          "text2026": "Lukas 23:34 ; Joh. 19:24 . Lukas 23:34 : En Jezus zei: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen. En verdelende Zijn kleren, wierpen zij het lot. Johannes 19:24 : Zij dan zeiden tot elkaar: Laat ons die niet scheuren, maar laat ons daarover loten, wiens die zijn zal; opdat de Schrift vervuld worde, die zegt: Zij hebben Mijn kleren onder zich verdeeld, en over Mijn kleding hebben zij het lot geworpen. Dit hebben dan de krijgsknechten gedaan."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְחַלְּק֣וּ",
          "strongs": "H2505",
          "morph": "HVpi3mp"
        },
        {
          "woord": "בְגָדַ֣/י",
          "strongs": "H899",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֑ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "לְ֝בוּשִׁ֗/י",
          "strongs": "H3830",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יַפִּ֥ילוּ",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVhi3mp"
        },
        {
          "woord": "גוֹרָֽל",
          "strongs": "H1486",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> Zij delen mijn kleren onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"f\">f</sup> Sy deylen mijne kleederen onder hen, ende werpen het lot over mijn gewaet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "klederen",
          "new": "kleren",
          "principe": "V68"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Maar Gij, HEERE! wees niet verre; mijn Sterkte! haast U tot mijn hulp.",
      "text1637": "Maer ghy, HEERE, en weest niet verre; mijne sterckte, haest u tot mijner hulpe.",
      "text2026": "Maar U, JAHWEH! wees niet verre; mijn Sterkte! haast U tot mijn hulp.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּרְחָ֑ק",
          "strongs": "H7368",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "אֱ֝יָלוּתִ֗/י",
          "strongs": "H360",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/עֶזְרָ֥תִ/י",
          "strongs": "H5833",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "חֽוּשָׁ/ה",
          "strongs": "H2363",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar U, JAHWEH! wees niet verre; mijn Sterkte! haast U tot mijn hulp.",
      "text1637_html": "Maer ghy, HEERE, en weest niet verre; mijne sterckte, haest u tot mijner hulpe.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij, HEERE!",
          "new": "U, JAHWEH!",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld des honds.",
      "text1637": "Reddet mijne [29] ziele van den [30] sweerde; mijne [31] eensame van het [32] gewelt des honts.",
      "text2026": "Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld van de hond.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, mijn persoon, of leven, en zo in het volgende. Zie Gen. 12:5 ; Gen. 19:17 . Genesis 12:5 : En Abram nam Sarai, zijn huisvrouw, en Lot, zijns broeders zoon, en al hun have, die zij verworven hadden, en de zielen, die zij verkregen hadden in Haran; en zij togen uit, om te gaan naar het land Kanaän, en zij kwamen in het land Kanaän. Genesis 19:17 : En het geschiedde als zij hen uitgebracht hadden naar buiten, zo zeide Hij: behoud u om uws levens wil; zie niet achter u om, en sta niet op deze ganse vlakte; behoud u naar het gebergte heen, opdat gij niet omkomt.",
          "text1637": "D. mijn persoon, ofte, leven, ende soo in’t volg. siet Gen. 12. op vers 5. ende 19. op vers 17.",
          "text2026": "Dat is, mijn persoon, of leven, en zo in het volgende. Zie Gen. 12:5 ; Gen. 19:17 . Genesis 12:5 : En Abram nam Sarai, zijn huisvrouw, en Lot, zijns broers zoon, en al hun bezittingen, die zij verworven hadden, en de zielen, die zij verkregen hadden in Haran; en zij togen uit, om te gaan naar het land Kanaän, en zij kwamen in het land Kanaän. Genesis 19:17 : En het geschiedde als zij hen uitgebracht hadden naar buiten, zo zei Hij: behoud u om uws levens wil; zie niet achter u om, en sta niet op deze gehele vlakte; behoud u naar het gebergte heen, opdat u niet omkomt."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, van dezen scherpen en bitteren strijd, dit vijandiglijk en dodelijk geweld, deze wrede vervolging en verwonding, ja den dood zelf; gelijk het woord zwaard somtijds genomen wordt voor al zulke gevolgen van zwaard en oorlog. Zie Jer. 25:16 , 25:27 , 25:29 . Ezech. 38:21 , enz. Jeremia 25:16 : Dat zij drinken, en beven, en dol worden, vanwege het zwaard, dat Ik onder hen zal zenden. Jeremia 25:27 : Gij zult dan tot hen zeggen: Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Drinkt, en wordt dronken, en spuwt, en valt neder, dat gij niet weder opstaat, vanwege het zwaard, dat Ik onder u zal zenden. Jeremia 25:29 : Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zoudt gij enigszins onschuldig gehouden worden? Gij zult niet onschuldig worden gehouden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners der aarde, spreekt de HEERE der heirscharen. Ezechiël 38:21 : Want Ik zal het zwaard over hem roepen op al Mijn bergen, spreekt de Heere HEERE; het zwaard van een ieder zal tegen zijn broeder zijn.",
          "text1637": "D. van desen scherpen ende bitteren strijt, dit vyantlick ende dootlick gewelt, dese wreede vervolginge, ende verwondinge, ja den doot selfs: gelijck het woort sweert somtijts genomen wort voor alsulcke gevolgen van sweert ende oorloge. Siet Ier. 25. versen 16, 27, 29. Ezech. 38.21, etc.",
          "text2026": "Dat is, van deze scherpen en bitteren strijd, dit vijandiglijk en dodelijk geweld, deze wrede vervolging en verwonding, ja de dood zelf; gelijk het woord zwaard somtijds genomen wordt voor al zulke gevolgen van zwaard en oorlog. Zie Jer. 25:16 , 25:27 , 25:29 . Ez. 38:21 , enz. Jeremia 25:16 : Dat zij drinken, en beven, en dol worden, vanwege het zwaard, dat Ik onder hen zal zenden. Jeremia 25:27 : U zult dan tot hen zeggen: Zo zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël: Drinkt, en wordt dronken, en spuwt, en valt neder, dat u niet weer opstaat, vanwege het zwaard, dat Ik onder u zal zenden. Jeremia 25:29 : Want ziet, in de stad, die naar Mijn Naam genoemd is, begin Ik te plagen, en zoudt u enigszins onschuldig gehouden worden? U zult niet onschuldig worden gehouden; want Ik roep het zwaard over alle inwoners van de aarde, spreekt JAHWEH van de legermachten. Ezechiël 38:21 : Want Ik zal het zwaard over hem roepen op al Mijn bergen, spreekt de Heer JAHWEH; het zwaard van een ieder zal tegen zijn broer zijn."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, enige, eenlijke; dat is, mijne ziel, die, als een enig kind, [waarvan dit woord ook elders gebruikt wordt, gelijk Gen. 22:2 , Richt. 11:34 . enz.] alleen en van alle hulp ontbloot is. Alzo wordt het Hebr. woord חֶרֶב, ook gebruikt Ps. 35:17 . Verg. Ps. 25:16 en Ps. 68:7 . Genesis 22:2 : En Hij zeide: Neem nu uw zoon, uw enige, dien gij liefhebt, Izak, en ga heen naar het land Moria, en offer hem aldaar tot een brandoffer, op een van de bergen, dien Ik u zeggen zal. Richteren 11:34 : Toen nu Jeftha te Mizpa bij zijn huis kwam, ziet, zo ging zijn dochter uit hem tegemoet, met trommelen en met reien. Zij nu was alleen, een enig kind; hij had uit zich anders geen zoon of dochter. Psalmen 35:17 : HEERE! hoe lang zult Gij toezien? Breng mijn ziel weder van hunlieder verwoestingen, mijn eenzame van de jonge leeuwen. Psalmen 25:16 : Pe. Wend U tot mij, en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig. Psalmen 68:7 : Een God, Die de eenzamen zet in een huisgezin, uitvoert, die in boeien gevangen zijn; maar de afvalligen wonen in het dorre.",
          "text1637": "Ofte, eenige, eenlicke, dat is, mijne ziele, die, als een eenich kint, (waer van dit woort oock elders gebruyckt wort, als Genes. 22.2. Iud. 11.34, etc.) alleen, ende van alle hulpe ontbloot is: alsoo wort het Hebr. woort oock gebruyckt Psal. 35.17. Vergel. oock Psal. 25.16. ende 68.7.",
          "text2026": "Of, enige, eenlijke; dat is, mijn ziel, die, als een enig kind, [waarvan dit woord ook elders gebruikt wordt, gelijk Gen. 22:2 , Richt. 11:34 . enz.] alleen en van alle hulp ontbloot is. Zo wordt het Hebr. woord חֶרֶב, ook gebruikt Ps. 35:17 . Verg. Ps. 25:16 en Ps. 68:7 . Genesis 22:2 : En Hij zei: Neem nu uw zoon, uw enige, die u liefhebt, Izak, en ga heen naar het land Moria, en offer hem daar tot een brandoffer, op één van de bergen, die Ik u zeggen zal. Richteren 11:34 : Toen nu Jeftha te Mizpa bij zijn huis kwam, ziet, zo ging zijn dochter uit hem tegemoet, met trommelen en met reien. Zij nu was alleen, een enig kind; hij had uit zich anders geen zoon of dochter. Psalmen 35:17 : JAHWEH! hoe lang zult U toezien? Breng mijn ziel weer van hun verwoestingen, mijn eenzame van de jonge leeuwen. Psalmen 25:16 : Pe. Wend U tot mij, en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig. Psalmen 68:7 : Een God, Die de eenzamen zet in een huisgezin, uitvoert, die in boeien gevangen zijn; maar de afvalligen wonen in het dorre."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "geweld des honds: Hebr., יַּד, van de hand, zie Job 5:20 ; des honds , dat is, der honden, zie vers 17 . Men kan hier en in het volgende vers. ook verstaan den duivel, die een vorst dezer wereld genoemd en bij een briesende leeuw vergeleken wordt, Joh. 14:30 , Ef. 6:12 , 1 Petr. 5:8 . Zie het volgende vers. Job 5:20 : In den honger zal Hij u verlossen van den dood, en in den oorlog van het geweld des zwaards. Psalmen 22:17 : Want honden hebben mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorgraven. Johannes 14:30 : Ik zal niet meer veel met u spreken; want de overste dezer wereld komt, en heeft aan Mij niets. Efeziërs 6:12 : Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. 1 Petrus 5:8 : Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden;",
          "text1637": "Hebr. van de hant. Siet Iob 5. op vers 20. honts. dat is, der honden, siet op vers 17. men kan hier ende in’t volg. vers oock verstaen den Duyvel, die een Prince deser werelt genoemt, ende by een briesschende leeuw vergeleken wort, Iohan. 14.30. Ephes. 6.12. 1.Pet. 5.8. siet het volgende vers.",
          "text2026": "geweld van de honds: Hebr., יַּד, van de hand, zie Job 5:20 ; van de honds , dat is, van de honden, zie vers 17 . Men kan hier en in het volgende vers. ook verstaan de duivel, die een vorst van deze wereld genoemd en bij een briesende leeuw vergeleken wordt, Joh. 14:30 , Ef. 6:12 , 1 Petr. 5:8 . Zie het volgende vers. Job 5:20 : In de honger zal Hij u verlossen van de dood, en in de oorlog van het geweld van het zwaard. Psalmen 22:17 : Want honden hebben mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorgraven. Johannes 14:30 : Ik zal niet meer veel met u spreken; want de overste van deze wereld komt, en heeft aan Mij niets. Efeziërs 6:12 : Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers van de wereld, van de duisternis van deze eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. 1 Petrus 5:8 : Zijt nuchter, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wie hij zou mogen verslinden;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַצִּ֣ילָ/ה",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HVhv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "מֵ/חֶ֣רֶב",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִׁ֑/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/יַּד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "כֶּ֝֗לֶב",
          "strongs": "H3611",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יְחִידָתִֽ/י",
          "strongs": "H3173",
          "morph": "HAafsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Red mijn ziel van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> het zwaard, mijn eenzame van het geweld van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> hond.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup>",
      "textSV1888_html": "Red<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> ziel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> zwaard, mijn eenzame van het geweld des honds.",
      "text1637_html": "Reddet mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> ziele van den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> sweerde; mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> eensame van het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> gewelt des honts.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des honds.",
          "new": "van de hond.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "Verlos mij uit des leeuwen muil; en verhoor mij van de hoornen der eenhoornen.",
      "text1637": "Verlost my uyt des leeuwen muyl; ende [33] verhoort my van de hoornen der [34] eenhoornen.",
      "text2026": "Verlos mij uit van de leeuwen muil; en verhoor mij van de hoornen van de eenhoornen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, verhoor en verlos mij van de hoornen, enz. Alzo worden dikwijls bij de Hebreën twee woorden onder één verstaan. Verg. Gen. 12:15 , Num. 17:5 . Anders, want Gij hebt mij verhoord, enz.; of, ja Gij hebt mij verhoord. Genesis 12:15 : Ook zagen haar de vorsten van Farao, en prezen haar bij Farao; en die vrouw werd weggenomen naar het huis van Farao. Numeri 17:5 : En het zal geschieden, dat de staf des mans, welke Ik zal verkoren hebben, zal bloeien; en Ik zal stillen de murmureringen van de kinderen Israëls tegen Mij, welke zij tegen ulieden murmureerden.",
          "text1637": "D. verhoort ende verlost my van de hoornen, etc. Alsoo worden dickwijls by den Hebreen twee woorden onder een verstaen. Vergel. Gen. 12. op vers 15. Num. 17. op vers 5. And. want ghy hebt my verhoort, etc. ofte, Ia ghy hebt my verhoort.",
          "text2026": "Dat is, verhoor en verlos mij van de hoornen, enz. Zo worden dikwijls bij de Hebreën twee woorden onder één verstaan. Verg. Gen. 12:15 , Num. 17:5 . Anders, want U hebt mij verhoord, enz.; of, ja U hebt mij verhoord. Genesis 12:15 : Ook zagen haar de vorsten van Farao, en prezen haar bij Farao; en die vrouw werd weggenomen naar het huis van Farao. Numeri 17:5 : En het zal gebeuren, dat de staf van de man, welke Ik zal gekozen hebben, zal bloeien; en Ik zal stillen de murmureringen van de kinderen van Israël tegen Mij, welke zij tegen u morden."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die zeer sterk wild, wreed en ontembaar zijn; Num. 23:22 , Job 39:12 . enz. Numeri 23:22 : God heeft hen uit Egypte uitgevoerd; zijn krachten zijn als van een eenhoorn. Job 39:12 : Zal de eenhoorn u willen dienen? Zal hij vernachten aan uw kribbe?",
          "text1637": "Die seer sterck, wilt, wreet ende onbetemmelick zijn. Num. 23.22. Iob 39.9, etc.",
          "text2026": "Die zeer sterk wild, wreed en ontembaar zijn; Num. 23:22 , Job 39:12 . enz. Numeri 23:22 : God heeft hen uit Egypte uitgevoerd; zijn krachten zijn als van een eenhoorn. Job 39:12 : Zal de eenhoorn u willen dienen? Zal hij overnachten aan uw kribbe?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ה֭וֹשִׁיעֵ/נִי",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HVhv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/פִּ֣י",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "אַרְיֵ֑ה",
          "strongs": "H738",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ/קַּרְנֵ֖י",
          "strongs": "H7161",
          "morph": "HC/R/Ncbdc"
        },
        {
          "woord": "רֵמִ֣ים",
          "strongs": "H7214",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "עֲנִיתָֽ/נִי",
          "strongs": "H6030",
          "morph": "HVqp2ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Verlos mij uit van de leeuwen muil; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> verhoor mij van de hoornen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> de eenhoornen.",
      "textSV1888_html": "Verlos mij uit des leeuwen muil; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> verhoor mij van de hoornen der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> eenhoornen.",
      "text1637_html": "Verlost my uyt des leeuwen muyl; ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> verhoort my van de hoornen der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> eenhoornen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des",
          "new": "van de",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "Zo zal ik Uw Naam mijn broederen vertellen; in het midden der gemeente zal ik U prijzen.",
      "text1637": "So [g] sal ick uwen [35] Naem mijnen broederen vertellen; in’t midden der gemeynte sal ick u prijsen.",
      "text2026": "Zo zal ik Uw Naam aan mijn broeders vertellen; in het midden van de gemeente zal ik U prijzen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "g",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hebr. 2:12 . Hebreeën 2:12 : Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn broederen verkondigen; in het midden der Gemeente zal Ik U lofzingen.",
          "text1637": "Hebr. 2.12.",
          "text2026": "Hebr. 2:12 . Hebreeën 2:12 : Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn broers verkondigen; in het midden van de Gemeente zal Ik U lofzingen."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uwe trouw, waarheid en goedheid roemen bij mijne discipelen, en die door hun woord in mij geloven zullen. Zie Hebr. 2:10 , 2:11 , 2:12 , en verg. Joh. 20:19 , 20:26 , Hand. 1:4 , 1:6 , 1 Kor. 15:6 . Hebreeën 2:10 : Want het betaamde Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welken alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, den oversten Leidsman hunner zaligheid door lijden zou heiligen. Hebreeën 2:11 : Want en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit een; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen. Hebreeën 2:12 : Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn broederen verkondigen; in het midden der Gemeente zal Ik U lofzingen. Johannes 20:19 : Als het dan avond was, op denzelven eersten dag der week, en als de deuren gesloten waren, waar de discipelen vergaderd waren om de vreze der Joden, kwam Jezus en stond in het midden, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden! Johannes 20:26 : En na acht dagen waren Zijn discipelen wederom binnen, en Thomas met hen; en Jezus kwam, als de deuren gesloten waren, en stond in het midden, en zeide: Vrede zij ulieden! Handelingen 1:4 : En als Hij met hen vergaderd was, beval Hij hun, dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten de belofte des Vaders, die gij, zeide Hij, van Mij gehoord hebt. Handelingen 1:6 : Zij dan, die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten? 1 Korinthiërs 15:6 : Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van welken het merendeel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen.",
          "text1637": "Uwe trouwe, waerheyt, ende goedicheyt, roemen by mijne discipulen, ende die door haer woort in my gelooven sullen. siet Hebr. 2.10, 11, 12. ende vergel. Ioh. 20.19, 26. Act. 1.4, 6. 1.Cor. 15.6.",
          "text2026": "Uw trouw, waarheid en goedheid roemen bij mijn discipelen, en die door hun woord in mij geloven zullen. Zie Hebr. 2:10 , 2:11 , 2:12 , en verg. Joh. 20:19 , 20:26 , Hand. 1:4 , 1:6 , 1 Kor. 15:6 . Hebreeën 2:10 : Want het betaamde Hem, om Welke alle dingen zijn, en door Welke alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, de oversten Leidsman hun zaligheid door lijden zou heiligen. Hebreeën 2:11 : Want en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit een; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broers te noemen. Hebreeën 2:12 : Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn broers verkondigen; in het midden van de Gemeente zal Ik U lofzingen. Johannes 20:19 : Als het dan avond was, op dezelfde eerste dag van de week, en als de deuren gesloten waren, waar de discipelen vergaderd waren om de vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in het midden, en zei tot hen: Vrede zij u! Johannes 20:26 : En na acht dagen waren Zijn discipelen opnieuw binnen, en Thomas met hen; en Jezus kwam, als de deuren gesloten waren, en stond in het midden, en zei: Vrede zij u! Handelingen 1:4 : En als Hij met hen vergaderd was, beval Hij hun, dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten de belofte van de Vader, die u, zei Hij, van Mij gehoord hebt. Handelingen 1:6 : Zij dan, die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Heer, zult U in deze tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten? 1 Korinthiërs 15:6 : Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broers op eenmaal, van welke het merendeel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲסַפְּרָ֣ה",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HVph1cs"
        },
        {
          "woord": "שִׁמְ/ךָ֣",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/אֶחָ֑/י",
          "strongs": "H251",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ת֖וֹךְ",
          "strongs": "H8432",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "קָהָ֣ל",
          "strongs": "H6951",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲהַלְלֶֽ/ךָּ",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HVph1cs/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> zal ik Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Naam aan mijn broeders vertellen; in het midden van de gemeente zal ik U prijzen.",
      "textSV1888_html": "Zo<sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> zal ik Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Naam mijn broederen vertellen; in het midden der gemeente zal ik U prijzen.",
      "text1637_html": "So <sup class=\"note-marker\" data-note=\"g\">g</sup> sal ick uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Naem mijnen broederen vertellen; in’t midden der gemeynte sal ick u prijsen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "",
          "new": "aan",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "broederen",
          "new": "broeders",
          "principe": "O22b"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "Gij, die den HEERE vreest! prijst Hem; al gij zaad van Jakob! vereert Hem; en ontziet u voor Hem, al gij zaad van Israël!",
      "text1637": "Ghy die den HEERE vreeset, prijset hem, al ghy zaet Iacobs, vereert hem; ende ontsiet u voor hem, al ghy zaet Israëls.",
      "text2026": "U, die JAHWEH vreest! prijst Hem; al u zaad van Jakob! vereert Hem; en ontziet u voor Hem, al u zaad van Israël!",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִרְאֵ֤י",
          "strongs": "H3373",
          "morph": "HAampc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֨ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הַֽלְל֗וּ/הוּ",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HVpv2mp/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "זֶ֣רַע",
          "strongs": "H2233",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יַעֲקֹ֣ב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כַּבְּד֑וּ/הוּ",
          "strongs": "H3513",
          "morph": "HVpv2mp/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/ג֥וּרוּ",
          "strongs": "H1481",
          "morph": "HC/Vqv2mp"
        },
        {
          "woord": "מִ֝מֶּ֗/נּוּ",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "זֶ֥רַע",
          "strongs": "H2233",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵֽל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "U, die JAHWEH vreest! prijst Hem; al u zaad van Jakob! vereert Hem; en ontziet u voor Hem, al u zaad van Israël!",
      "text1637_html": "Ghy die den HEERE vreeset, prijset hem, al ghy zaet Iacobs, vereert hem; ende ontsiet u voor hem, al ghy zaet Israëls.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij,",
          "new": "U,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "Want Hij heeft niet veracht, noch verfoeid de verdrukking des verdrukten, noch Zijn aangezicht voor hem verborgen; maar Hij heeft gehoord, als die tot Hem riep.",
      "text1637": "Want hy heeft [36] niet veracht, nochte verfoeyt de verdruckinge des verdruckten, noch sijn aengesicht voor hem verborgen; maer hy heeft gehoort, als die tot hem riep.",
      "text2026": "Want Hij heeft niet veracht, noch verfoeid de verdrukking van de verdrukten, noch Zijn aangezicht voor hem verborgen; maar Hij heeft gehoord, als die tot Hem riep.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Alhoewel mijne bedruktheid of ellende zodanig was, dat de mensen mij daarom verachtten en een afkeer van mij hadden, zo heeft God nochtans mij niet verworpen of verfoeid.",
          "text1637": "Alhoewel mijne bedrucktheyt, ofte elende sodanich was, dat de menschen my daerom verachteden ende eenen afkeer van my hadden, so en heeft Godt nochtans daerom my niet verworpen noch verfoeyt.",
          "text2026": "Alhoewel mijn bedruktheid of ellende zodanig was, dat de mensen mij daarom verachtten en een afkeer van mij hadden, zo heeft God nochtans mij niet verworpen of verfoeid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "בָזָ֨ה",
          "strongs": "H959",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֪א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "שִׁקַּ֡ץ",
          "strongs": "H8262",
          "morph": "HVpp3ms"
        },
        {
          "woord": "עֱנ֬וּת",
          "strongs": "H6039",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "עָנִ֗י",
          "strongs": "H6041",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "הִסְתִּ֣יר",
          "strongs": "H5641",
          "morph": "HVhp3ms"
        },
        {
          "woord": "פָּנָ֣י/ו",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּ֑/נּוּ",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וּֽ/בְ/שַׁוְּע֖/וֹ",
          "strongs": "H7768",
          "morph": "HC/R/Vpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלָ֣י/ו",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "שָׁמֵֽעַ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want Hij heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> niet veracht, noch verfoeid de verdrukking van de verdrukten, noch Zijn aangezicht voor hem verborgen; maar Hij heeft gehoord, als die tot Hem riep.",
      "textSV1888_html": "Want Hij heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> niet veracht, noch verfoeid de verdrukking des verdrukten, noch Zijn aangezicht voor hem verborgen; maar Hij heeft gehoord, als die tot Hem riep.",
      "text1637_html": "Want hy heeft <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> niet veracht, nochte verfoeyt de verdruckinge des verdruckten, noch sijn aengesicht voor hem verborgen; maer hy heeft gehoort, als die tot hem riep.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des",
          "new": "van de",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 26,
      "textSV1888": "Van U zal mijn lof zijn in een grote gemeente; ik zal mijn geloften betalen in tegenwoordigheid dergenen, die Hem vrezen.",
      "text1637": "[37] Van u sal mijn lof zijn, in eene groote gemeynte; ick sal mijne [38] geloften betalen [39] in tegenwoordicheyt der gener die hem vreesen.",
      "text2026": "Van U zal mijn lof zijn in een grote gemeente; ik zal mijn geloften betalen in aanwezigheid van degenen, die Hem vrezen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van U: Hebr. uit U; dat is, Gij zult de stof mijns lof zijn.",
          "text1637": "Hebr. uyt u. dat is, ghy sult de materie mijns lofs zijn.",
          "text2026": "Van U: Hebr. uit U; dat is, U zult de stof mijns lof zijn."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van dankbaarheid jegens God.",
          "text1637": "Van danckbaerheyt tegen Godt.",
          "text2026": "Van dankbaarheid tegenover God."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in tegenwoordigheid: Hebr. tegenover degenen, die Hem vrezen.",
          "text1637": "Hebr. tegen over de gene, die hem vreesen.",
          "text2026": "in aanwezigheid: Hebr. tegenover degenen, die Hem vrezen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מֵ֥/אִתְּ/ךָ֗",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/R/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "תְֽהִלָּ֫תִ֥/י",
          "strongs": "H8416",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קָהָ֥ל",
          "strongs": "H6951",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "רָ֑ב",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "נְדָרַ֥/י",
          "strongs": "H5088",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲ֝שַׁלֵּ֗ם",
          "strongs": "H7999",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "נֶ֣גֶד",
          "strongs": "H5048",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְרֵאָֽי/ו",
          "strongs": "H3373",
          "morph": "HAampc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> Van U zal mijn lof zijn in een grote gemeente; ik zal mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> geloften betalen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> in aanwezigheid van degenen, die Hem vrezen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> Van U zal mijn lof zijn in een grote gemeente; ik zal mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> geloften betalen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> in tegenwoordigheid dergenen, die Hem vrezen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> Van u sal mijn lof zijn, in eene groote gemeynte; ick sal mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> geloften betalen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> in tegenwoordicheyt der gener die hem vreesen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "tegenwoordigheid dergenen,",
          "new": "aanwezigheid van degenen,",
          "principe": "V16"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 27,
      "textSV1888": "De zachtmoedigen zullen eten en verzadigd worden; zij zullen den HEERE prijzen, die Hem zoeken; ulieder hart zal in eeuwigheid leven.",
      "text1637": "De [40] sachtmoedige sullen [41] eten, ende versadicht worden, sy sullen den HEERE prijsen, die hem soecken; [42] u lieder herte sal in eeuwicheyt [43] leven.",
      "text2026": "De zachtmoedigen zullen eten en verzadigd worden; zij zullen JAHWEH prijzen, die Hem zoeken; uw hart zal in eeuwigheid leven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 10:17 . Psalmen 10:17 : HEERE! Gij hebt den wens der zachtmoedigen gehoord; Gij zult hun hart sterken, Uw oor zal opmerken;",
          "text1637": "Siet Psal. 10. op vers 17.",
          "text2026": "Zie Ps. 10:17 . Psalmen 10:17 : JAHWEH! U hebt de wens van de zachtmoedigen gehoord; U zult hun hart sterken, Uw oor zal opmerken;"
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Met den Heere Christus en zijne verdiensten door geloof gemeenschap hebben. Verg. Ps. 132:15 , Hoogl. 5:1 , Luk. 1:53 , Joh. 6:54 enz. Psalmen 132:15 : Ik zal haar kost rijkelijk zegenen, haar nooddruftigen zal Ik met brood verzadigen. Hooglied 5:1 : Ik ben in Mijn hof gekomen, o Mijn zuster, o bruid! Ik heb Mijn mirre geplukt met Mijn specerij; Ik heb Mijn honigraten met Mijn honig gegeten; Ik heb Mijn wijn, mitsgaders Mijn melk gedronken. Eet, vrienden! drinkt, en wordt dronken, o liefsten! Lukas 1:53 : Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld; en rijken heeft Hij ledig weggezonden. Johannes 6:54 : Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.",
          "text1637": "Met den Heere Christo ende sijne verdiensten door geloove gemeynschap hebben. Vergel. Psal. 132.15. Cant. 5.1. Luc. 1.53. Iohan. 6.54, etc.",
          "text2026": "Met de Heer Christus en zijn verdiensten door geloof gemeenschap hebben. Verg. Ps. 132:15 , Hoogl. 5:1 , Luk. 1:53 , Joh. 6:54 enz. Psalmen 132:15 : Ik zal haar voedsel rijk zegenen, haar nooddruftigen zal Ik met brood verzadigen. Hooglied 5:1 : Ik ben in Mijn hof gekomen, o Mijn zus, o bruid! Ik heb Mijn mirre geplukt met Mijn specerij; Ik heb Mijn honigraten met Mijn honig gegeten; Ik heb Mijn wijn, en ook Mijn melk gedronken. Eet, vrienden! drinkt, en wordt dronken, o liefsten! Lukas 1:53 : Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld; en rijken heeft Hij leeg weggezonden. Johannes 6:54 : Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "O gij zachtmoedigen, gij die den Heere zoekt.",
          "text1637": "O ghy sachtmoedige, ghy die den Heere soeckt.",
          "text2026": "O u zachtmoedigen, u die de Heer zoekt."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Met geestelijke blijdschap vervuld zijnde. Zie Ps. 69:33 , Joh. 6:54 , enz. Psalmen 69:33 : De zachtmoedigen, dit gezien hebbende, zullen zich verblijden; en gij, die God zoekt, ulieder hart zal leven. Johannes 6:54 : Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.",
          "text1637": "Met geestelicke blijtschap vervult zijnde. Siet Psal. 69.33. Iohan. 16.22.",
          "text2026": "Met geestelijke blijdschap vervuld zijnde. Zie Ps. 69:33 , Joh. 6:54 , enz. Psalmen 69:33 : De zachtmoedigen, dit gezien hebbende, zullen zich verblijden; en u, die God zoekt, ulieder hart zal leven. Johannes 6:54 : Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יֹאכְל֬וּ",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "עֲנָוִ֨ים",
          "strongs": "H6035",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִשְׂבָּ֗עוּ",
          "strongs": "H7646",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        },
        {
          "woord": "יְהַֽלְל֣וּ",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HVpi3mp"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "דֹּ֣רְשָׁ֑י/ו",
          "strongs": "H1875",
          "morph": "HVqrmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְחִ֖י",
          "strongs": "H2421",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לְבַבְ/כֶ֣ם",
          "strongs": "H3824",
          "morph": "HNcmsc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "לָ/עַֽד",
          "strongs": "H5703",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> zachtmoedigen zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> eten en verzadigd worden; zij zullen JAHWEH prijzen, die Hem zoeken;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> uw hart zal in eeuwigheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> leven.",
      "textSV1888_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> zachtmoedigen zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> eten en verzadigd worden; zij zullen den HEERE prijzen, die Hem zoeken;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> ulieder hart zal in eeuwigheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> leven.",
      "text1637_html": "De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> sachtmoedige sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> eten, ende versadicht worden, sy sullen den HEERE prijsen, die hem soecken; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> u lieder herte sal in eeuwicheyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> leven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "ulieder",
          "new": "uw",
          "principe": "V311"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 28,
      "textSV1888": "Alle einden der aarde zullen het gedenken, en zich tot den HEERE bekeren; en alle geslachten der heidenen zullen voor Uw aangezicht aanbidden.",
      "text1637": "[44] Alle [h] eynden der aerde sullen’t gedencken, ende haer tot den HEERE bekeeren; ende alle geslachten der heydenen sullen voor u aengesichte aenbidden.",
      "text2026": "Alle einden van de aarde zullen het gedenken, en zich tot JAHWEH bekeren; en alle geslachten van de heidenen zullen voor Uw aangezicht aanbidden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Profetie van de bekering der heidenen, waarin het woord alle niet moet verstaan worden van alle inwoners der aarde, rijken en armen, hoofd door hoofd, maar van de uitbreiding der gemeente en menigte van Gods volk onder het Nieuwe Testament, uit allerlei natiën, zonder onderscheid, gelijk de zaak zelve uitwijst. Verg. Joh. 10:16 en Joh. 11:52 ; Hand. 2:39 , enz. Johannes 10:16 : Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder. Johannes 11:52 : En niet alleen voor dat volk, maar opdat Hij ook de kinderen Gods, die verstrooid waren, tot een zou vergaderen. Handelingen 2:39 : Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo velen als er de Heere, onze God, toe roepen zal.",
          "text1637": "Prophetie van de bekeeringe der heydenen, waer in het woordeken, alle, niet moet verstaen worden van alle inwoonderen der aerde, rijcke ende arme, hooft voor hooft, maer van de uytbreydinge der gemeynte ende menichte van Godts volck onder den nieuwen Testamente, uyt allerleye natien, sonder onderscheyt, als de sake selfs uytwijst. Vergel. Ioh. 10.16. ende 11.52. Actor. 2.39, etc.",
          "text2026": "Profetie van de bekering van de heidenen, waarin het woord alle niet moet verstaan worden van alle inwoners van de aarde, rijken en armen, hoofd door hoofd, maar van de uitbreiding van de gemeente en menigte van Gods volk onder het Nieuwe Testament, uit allerlei natiën, zonder onderscheid, gelijk de zaak zelve uitwijst. Verg. Joh. 10:16 en Joh. 11:52 ; Hand. 2:39 , enz. Johannes 10:16 : Ik heb nog andere schapen, die van deze stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder. Johannes 11:52 : En niet alleen voor dat volk, maar opdat Hij ook de kinderen van God, die verstrooid waren, tot een zou vergaderen. Handelingen 2:39 : Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo velen als er de Heer, onze God, toe roepen zal."
        },
        {
          "marker": "h",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 2:8 ; Ps. 72:11 ; Ps. 86:9 . Psalmen 2:8 : Eis van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden der aarde tot Uw bezitting. Psalmen 72:11 : Ja, alle koningen zullen zich voor hem nederbuigen, alle heidenen zullen hem dienen. Psalmen 86:9 : Al de heidenen, Heere! die Gij gemaakt hebt, zullen komen, en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen, en Uw Naam eren.",
          "text1637": "Psal. 2.8. ende 72.11. ende 86.9.",
          "text2026": "Ps. 2:8 ; Ps. 72:11 ; Ps. 86:9 . Psalmen 2:8 : Eis van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden van de aarde tot Uw bezitting. Psalmen 72:11 : Ja, alle koningen zullen zich voor hem nederbuigen, alle heidenen zullen hem dienen. Psalmen 86:9 : Al de heidenen, Heer! die U gemaakt hebt, zullen komen, en zullen zich voor Uw aangezicht nederbuigen, en Uw Naam eren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִזְכְּר֤וּ",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָשֻׁ֣בוּ",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אַפְסֵי",
          "strongs": "H657",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִֽשְׁתַּחֲו֥וּ",
          "strongs": "H7812",
          "morph": "HC/Vvi3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ֝/פָנֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כָּֽל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁפְּח֥וֹת",
          "strongs": "H4940",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "גּוֹיִֽם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HNcmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> Alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> einden van de aarde zullen het gedenken, en zich tot JAHWEH bekeren; en alle geslachten van de heidenen zullen voor Uw aangezicht aanbidden.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> Alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> einden der aarde zullen het gedenken, en zich tot den HEERE bekeren; en alle geslachten der heidenen zullen voor Uw aangezicht aanbidden.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> Alle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"h\">h</sup> eynden der aerde sullen’t gedencken, ende haer tot den HEERE bekeeren; ende alle geslachten der heydenen sullen voor u aengesichte aenbidden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 29,
      "textSV1888": "Want het koninkrijk is des HEEREN, en Hij heerst onder de heidenen.",
      "text1637": "Want het Coninckrijcke [45] is des HEEREN; ende hy heerscht onder de heydenen.",
      "text2026": "Want het koninkrijk is van JAHWEH, en Hij heerst onder de heidenen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "is des: Of, komt den Heere toe.",
          "text1637": "Ofte, komt den HEERE toe.",
          "text2026": "is van de: Of, komt de Heer toe."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לַ֭/יהוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "הַ/מְּלוּכָ֑ה",
          "strongs": "H4410",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/מֹשֵׁ֗ל",
          "strongs": "H4910",
          "morph": "HC/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/גּוֹיִֽם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want het koninkrijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> is van JAHWEH, en Hij heerst onder de heidenen.",
      "textSV1888_html": "Want het koninkrijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> is des HEEREN, en Hij heerst onder de heidenen.",
      "text1637_html": "Want het Coninckrijcke <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> is des HEEREN; ende hy heerscht onder de heydenen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN,",
          "new": "van JAHWEH,",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 30,
      "textSV1888": "Alle vetten op aarde zullen eten, en aanbidden; allen, die in het stof nederdalen, zullen voor Zijn aangezicht nederbukken; en die zijn ziel bij het leven niet kan houden.",
      "text1637": "Alle [46] vette op aerden sullen eten, ende aenbidden, alle die [47] in’t stof nederdalen sullen voor sijn aengesichte nederbucken; ende die sijne [48] ziele by’t leven niet en kan houden.",
      "text2026": "Alle vetten op aarde zullen eten, en aanbidden; allen, die in het stof neerdalen, zullen voor Zijn aangezicht neerbuigen; en die zijn ziel bij het leven niet kan houden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, rijken, machtigen, gelijk Ps. 78:31 , Jes. 10:16 , Ezech. 34:20 . De zin is dat er van beiden, rijken en vermogenden, [gelijk Ps. 45:13 en Ps. 72:10 , Jes. 49:23 , enz.] ook armen en ellendigen onder de heidenen zullen zijn, die zich tot Christus zullen bekeren. Zie 1 Kor. 1:26 , enz. Psalmen 78:31 : Als Gods toorn tegen hen opging, dat Hij van hun vetsten doodde, en de uitgelezenen van Israël nedervelde. Jesaja 10:16 : Daarom zal de Heere HEERE der heirscharen onder zijn vetten een magerheid zenden; en onder zijn heerlijkheid zal Hij een brand doen branden, als den brand des vuurs. Ezechiël 34:20 : Daarom zegt de Heere HEERE alzo tot hen: Ziet Ik, ja, Ik zal richten tussen het vette klein vee, en tussen het magere klein vee. Psalmen 45:13 : En de dochter van Tyrus, de rijken onder het volk, zullen uw aangezicht met geschenk smeken. Psalmen 72:10 : De koningen van Tharsis en de eilanden zullen geschenken aanbrengen; de koningen van Scheba en Seba zullen vereringen toevoeren. Jesaja 49:23 : En koningen zullen uw voedsterheren zijn, hun vorstinnen uw zoogvrouwen; zij zullen zich voor u buigen met het aangezicht ter aarde, en zij zullen het stof uwer voeten lekken; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, dat zij niet beschaamd zullen worden die Mij verwachten. 1 Korinthiërs 1:26 : Want gij ziet uw roeping, broeders, dat gij niet vele wijzen zijt naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edelen.",
          "text1637": "D. rijcke, machtige, als Psal. 78.31. Iesa. 10.16. Ezech. 34.20. de sin is, datter van beyden, rijcke ende vermogende, (als Psal. 45.13. ende 72.10. Ies. 49.23, etc.) oock arme ende elendige onder de heydenen sullen zijn, die haer tot Christum sullen bekeeren. siet 1.Cor. 1.26, etc.",
          "text2026": "Dat is, rijken, machtigen, gelijk Ps. 78:31 , Jes. 10:16 , Ez. 34:20 . De zin is dat er van beiden, rijken en vermogenden, [gelijk Ps. 45:13 en Ps. 72:10 , Jes. 49:23 , enz.] ook armen en ellendigen onder de heidenen zullen zijn, die zich tot Christus zullen bekeren. Zie 1 Kor. 1:26 , enz. Psalmen 78:31 : Als Gods toorn tegen hen opging, dat Hij van hun vetsten doodde, en de uitgelezenen van Israël velde neer. Jesaja 10:16 : Daarom zal de Heer JAHWEH van de legermachten onder zijn vetten een magerheid zenden; en onder zijn heerlijkheid zal Hij een brand doen branden, als de brand van het vuur. Ezechiël 34:20 : Daarom zegt de Heer JAHWEH zo tot hen: Ziet Ik, ja, Ik zal richten tussen het vette klein vee, en tussen het magere klein vee. Psalmen 45:13 : En de dochter van Tyrus, de rijken onder het volk, zullen uw aangezicht met geschenk smeken. Psalmen 72:10 : De koningen van Tharsis en de eilanden zullen geschenken aanbrengen; de koningen van Scheba en Seba zullen vereringen toevoeren. Jesaja 49:23 : En koningen zullen uw voedsterheren zijn, hun vorstinnen uw zoogvrouwen; zij zullen zich voor u buigen met het aangezicht ter aarde, en zij zullen het stof uw voeten likken; en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben, dat zij niet beschaamd zullen worden die Mij verwachten. 1 Korinthiërs 1:26 : Want u ziet uw roeping, broers, dat u niet vele wijzen bent naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edelen."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in het: Dat is, die slecht van conditie, òf in de uiterste vernederdheid, òf in nood zijn. Verg. Job 30:19 , Ps. 44:26 en Ps. 113:7 , Jes. 29:4 en Jes. 47:1 , Klaagl. 3:29 . Job 30:19 : Hij heeft mij in het slijk geworpen, en ik ben gelijk geworden als stof en as. Psalmen 44:26 : Want onze ziel is in het stof nedergebogen; onze buik kleeft aan de aarde. Psalmen 113:7 : Die den geringe uit het stof opricht, en den nooddruftige uit den drek verhoogt; Jesaja 29:4 : Dan zult gij vernederd worden, gij zult uit de aarde spreken, en uw spraak zal uit het stof zachtjes voortkomen; en uw stem zal zijn uit de aarde als van een tovenaar, en uw spraak zal uit het stof piepen. Jesaja 47:1 : Daal af, en zit in het stof, gij jonkvrouw, dochter van Babel! zit op de aarde, er is geen troon meer, gij dochter der Chaldeeën! want gij zult niet meer genaamd worden de tedere, noch de wellustige. Klaagliederen 3:29 : Jod. Hij steke zijn mond in het stof, zeggende: Misschien is er verwachting.",
          "text1637": "D. die slecht van conditie, ofte in de uyterste vernedertheyt, ofte noot zijn. Vergel. Iob 30.19. Psal. 44.26. ende 113.7. Ies. 29.4. ende 47.1. Thren. 3.29.",
          "text2026": "in het: Dat is, die slecht van conditie, òf in de uiterste vernederdheid, òf in nood zijn. Verg. Job 30:19 , Ps. 44:26 en Ps. 113:7 , Jes. 29:4 en Jes. 47:1 , Klaagl. 3:29 . Job 30:19 : Hij heeft mij in het slijk geworpen, en ik ben gelijk geworden als stof en as. Psalmen 44:26 : Want onze ziel is in het stof nedergebogen; onze buik kleeft aan de aarde. Psalmen 113:7 : Die de geringe uit het stof opricht, en de nooddruftige uit de drek verhoogt; Jesaja 29:4 : Dan zult u vernederd worden, u zult uit de aarde spreken, en uw spraak zal uit het stof zachtjes voortkomen; en uw stem zal zijn uit de aarde als van een tovenaar, en uw spraak zal uit het stof piepen. Jesaja 47:1 : Daal af, en zit in het stof, u jonkvrouw, dochter van Babel! zit op de aarde, er is geen troon meer, u dochter van de Chaldeeën! want u zult niet meer genaamd worden de tedere, noch de wellustige. Klaagliederen 3:29 : Jod. Hij steke zijn mond in het stof, zeggende: Misschien is er verwachting."
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die in doodsgevaar is, hetzij door hongersnood, krankte, vervolging, of anderzins, idem in zichzelven, vermits zijn zondigen staat, niet dan de dood verdiend heeft, en geen middel of macht heeft om zijne ziel te behouden, zal in deemoedigheid door geloof zijn troost in Christus zoeken en Hem aanhangen, als zijnde de enige toevlucht in alle lichamelijke en geestelijke noden.",
          "text1637": "Die in doots gevaer is, ’tzy door hongers noot, kranckte, vervolginge, ofte andersins, item die in hem selven, vermits sijnen sondigen staet, niet als den doot verdient heeft, ende geen middel noch macht en heeft, om sijne ziele te behouden, sal in demoedicheyt door geloove sijnen troost in Christo soecken, ende hem aenhangen, als zijnde d’eenige toevlucht in alle lichamelicke ende geestelicke nooden.",
          "text2026": "Die in doodsgevaar is, hetzij door hongersnood, krankte, vervolging, of anderzins, idem in zichzelven, vermits zijn zondigen staat, niet dan de dood verdiend heeft, en geen middel of macht heeft om zijn ziel te behouden, zal in deemoedigheid door geloof zijn troost in Christus zoeken en Hem aanhangen, als zijnde de enige toevlucht in alle lichamelijke en geestelijke noden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָכְל֬וּ",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּֽשְׁתַּחֲוּ֨וּ",
          "strongs": "H7812",
          "morph": "HC/Vvw3mp"
        },
        {
          "woord": "כָּֽל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "דִּשְׁנֵי",
          "strongs": "H1879",
          "morph": "HAampc"
        },
        {
          "woord": "אֶ֗רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/פָנָ֣י/ו",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִ֭כְרְעוּ",
          "strongs": "H3766",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יוֹרְדֵ֣י",
          "strongs": "H3381",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "עָפָ֑ר",
          "strongs": "H6083",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/נַפְשׁ֗/וֹ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HC/Ncbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "חִיָּֽה",
          "strongs": "H2421",
          "morph": "HVpp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> vetten op aarde zullen eten, en aanbidden; allen, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> in het stof neerdalen, zullen voor Zijn aangezicht neerbuigen; en die zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> ziel bij het leven niet kan houden.",
      "textSV1888_html": "Alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> vetten op aarde zullen eten, en aanbidden; allen, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> in het stof nederdalen, zullen voor Zijn aangezicht nederbukken; en die zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> ziel bij het leven niet kan houden.",
      "text1637_html": "Alle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> vette op aerden sullen eten, ende aenbidden, alle die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> in’t stof nederdalen sullen voor sijn aengesichte nederbucken; ende die sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> ziele by’t leven niet en kan houden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "nederdalen,",
          "new": "neerdalen,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "nederbukken;",
          "new": "neerbuigen;",
          "principe": "V484"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 31,
      "textSV1888": "Het zaad zal Hem dienen; het zal den HEERE aangeschreven worden tot in geslachten.",
      "text1637": "Het [49] zaet sal hem dienen; ’t sal den Heere [50] aengeschreven worden [51] tot in geslachten.",
      "text2026": "Het zaad zal Hem dienen; het zal JAHWEH aangeschreven worden tot in geslachten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de kinderen en nakomelingen der gelovigen, of een zaad, Christus' zaad; zulks dat er altijd zijn zullen, die den Heere Christus zullen aannemen en dienen, die ook kinderen genoemd worden, die God aan Christus geeft, Hebr. 2:13 , uit Jes. 8:18 , en zijn zaad , Jes. 53:10 . Hebreeën 2:13 : En wederom: Ik zal Mijn betrouwen op Hem stellen. En wederom: Zie daar, Ik en de kinderen, die Mij God gegeven heeft. Jesaja 8:18 : Ziet, ik en de kinderen, die mij de HEERE gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israël, van den HEERE der heirscharen, Die op den berg Sion woont. Jesaja 53:10 : Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.",
          "text1637": "Dat is, de kinderen ende nakomelingen der geloovigen, ofte, een zaet, Christi zaet: sulcx datter altijt zijn sullen, die den Heere Christum sullen aennemen, ende dienen, die oock kinderen genoemt worden, de welcke Godt Christo geeft. Hebr. 2.13. uyt Ies. 8.18. ende, sijn zaet. Iesa. 53.10.",
          "text2026": "Dat is, de kinderen en nakomelingen van de gelovigen, of een zaad, Christus' zaad; zulks dat er altijd zijn zullen, die de Heer Christus zullen aannemen en dienen, die ook kinderen genoemd worden, die God aan Christus geeft, Hebr. 2:13 , uit Jes. 8:18 , en zijn zaad , Jes. 53:10 . Hebreeën 2:13 : En opnieuw: Ik zal Mijn betrouwen op Hem stellen. En opnieuw: Zie daar, Ik en de kinderen, die Mij God gegeven heeft. Jesaja 8:18 : Ziet, ik en de kinderen, die mij JAHWEH gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israël, van JAHWEH van de legermachten, Die op de berg Sion woont. Jesaja 53:10 : Maar het behaagde JAHWEH Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem ziek gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen van JAHWEH zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan."
        },
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of toegerekend worden; dat is, opgeschreven en gerekend onder Christus' volk en kerk. Verg. Ps. 87:4 , 87:5 , 87:6 . Psalmen 87:4 : Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen; ziet, de Filistijn, en de Tyriër, met den Moor, deze is aldaar geboren. Psalmen 87:5 : En van Sion zal gezegd worden: Die en die is daarin geboren; en de Allerhoogste Zelf zal hen bevestigen. Psalmen 87:6 : De HEERE zal hen rekenen in het opschrijven der volken, zeggende: Deze is aldaar geboren. Sela.",
          "text1637": "Ofte, toegerekent worden, dat is, opgeschreven ende gerekent onder Christi volck ende kercke. Vergel. Psal. 87.4, 5, 6.",
          "text2026": "Of toegerekend worden; dat is, opgeschreven en gerekend onder Christus' volk en kerk. Verg. Ps. 87:4 , 87:5 , 87:6 . Psalmen 87:4 : Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen; ziet, de Filistijn, en de Tyriër, met de Moor, deze is daar geboren. Psalmen 87:5 : En van Sion zal gezegd worden: Die en die is daarin geboren; en de Allerhoogste Zelf zal hen bevestigen. Psalmen 87:6 : JAHWEH zal hen rekenen in het opschrijven van de volken, zeggende: Deze is daar geboren. Sela."
        },
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tot in geslachten: Anders, tot een geslacht; dat is, tot, of voor een volk des Heeren. Verg. Ps. 14:5 , God is bij het geslacht der rechtvaardigen, of het rechtvaardig geslacht; dat is, volk. Zie ook onder Ps. 24:6 ; Ps. 73:15 . Verg. Matth. 12:39 , Hand. 2:40 . Psalmen 14:5 : Aldaar zijn zij met vervaardheid vervaard; want God is bij het geslacht des rechtvaardigen. Psalmen 24:6 : Dat is het geslacht dergenen, die naar Hem vragen, die Uw aangezicht zoeken, dat is Jakob! Sela. Psalmen 73:15 : Indien ik zou zeggen: Ik zal ook alzo spreken; ziet, zo zou ik trouweloos zijn aan het geslacht Uwer kinderen. Mattheüs 12:39 : Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken; en hun zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jonas, den profeet. Handelingen 2:40 : En met veel meer andere woorden betuigde hij, en vermaande hen, zeggende: Wordt behouden van dit verkeerd geslacht!",
          "text1637": "And. tot een geslacht. dat is, tot, ofte, voor een volck des Heeren: vergel. Psal. 14.5. Godt is by het geslachte der rechtveerdigen, ofte, het rechtveerdich geslacht, dat is, volck. Siet oock onder Psal. 24.6. ende 73.15. Vergel. Matth. 12.39. Actor. 2.40.",
          "text2026": "tot in geslachten: Anders, tot een geslacht; dat is, tot, of voor een volk van de Heer. Verg. Ps. 14:5 , God is bij het geslacht van de rechtvaardigen, of het rechtvaardig geslacht; dat is, volk. Zie ook onder Ps. 24:6 ; Ps. 73:15 . Verg. Matt. 12:39 , Hand. 2:40 . Psalmen 14:5 : Daar zijn zij met vervaardheid vervaard; want God is bij het geslacht van de rechtvaardigen. Psalmen 24:6 : Dat is het geslacht dergenen, die naar Hem vragen, die Uw aangezicht zoeken, dat is Jakob! Sela. Psalmen 73:15 : Als ik zou zeggen: Ik zal ook zo spreken; ziet, zo zou ik trouweloos zijn aan het geslacht Uw kinderen. Mattheüs 12:39 : Maar Hij antwoordde en zei tot hen: Het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken; en hun zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jona, de profeet. Handelingen 2:40 : En met veel meer andere woorden betuigde hij, en vermaande hen, zeggende: Wordt behouden van dit verkeerd geslacht!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "זֶ֥רַע",
          "strongs": "H2233",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יַֽעַבְדֶ֑/נּוּ",
          "strongs": "H5647",
          "morph": "HVqi3ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְסֻפַּ֖ר",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HVPi3ms"
        },
        {
          "woord": "לַֽ/אדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לַ/דּֽוֹר",
          "strongs": "H1755",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> zaad zal Hem dienen; het zal JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> aangeschreven worden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> tot in geslachten.",
      "textSV1888_html": "Het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> zaad zal Hem dienen; het zal den HEERE<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> aangeschreven worden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> tot in geslachten.",
      "text1637_html": "Het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> zaet sal hem dienen; ’t sal den Heere <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> aengeschreven worden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> tot in geslachten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 32,
      "textSV1888": "Zij zullen aankomen, en Zijn gerechtigheid verkondigen den volke, dat geboren wordt, omdat Hij het gedaan heeft.",
      "text1637": "Sy sullen aenkomen, ende [52] sijne gerechticheyt verkondigen den volcke, dat [53] geboren wort; [i] om dat hy [54] ’t gedaen heeft.",
      "text2026": "Zij zullen aankomen, en Zijn gerechtigheid verkondigen de volk, dat geboren wordt, omdat Hij het gedaan heeft.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zijn gerechtigheid: Door het Evangelie geopenbaard. Zie Rom. 3:21 , 3:22 . enz; Filipp. 3:9 . Of, zijne gerechtigheid; dat is, zijne trouw en waarheid in het houden zijner beloften van de beroeping der heidenen. Romeinen 3:21 : Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten: Romeinen 3:22 : Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid. Filippensen 3:9 : En in Hem gevonden worde, niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof;",
          "text1637": "Door het Euangelium geopenbaert. Siet Rom. 3.21, 22, etc. Phil. 3.9. ofte, sijne gerechticheyt, dat is, sijne trouwe ende waerheyt in’t houden sijner beloften van de beroepinge der heydenen.",
          "text2026": "Zijn gerechtigheid: Door het Evangelie geopenbaard. Zie Rom. 3:21 , 3:22 . enz; Filipp. 3:9 . Of, zijn gerechtigheid; dat is, zijn trouw en waarheid in het houden zijn beloften van de beroeping van de heidenen. Romeinen 3:21 : Maar nu is de rechtvaardigheid van God geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten: Romeinen 3:22 : Namelijk de rechtvaardigheid van God door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid. Filippensen 3:9 : En in Hem gevonden worde, niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof;"
        },
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of geboren zal worden; dat is, hunne kinderen en nakomelingen, die na hun dood een volk Gods zullen uitmaken en door Gods Geest wedergeboren worden.",
          "text1637": "Ofte, geboren sal worden, dat is, haren kinderen ende nakomelingen, die nae haren doot een volck Godts sulen uytmaken, ende door Godts Geest wedergeboren worden.",
          "text2026": "Of geboren zal worden; dat is, hun kinderen en nakomelingen, die na hun dood een volk van God zullen uitmaken en door Gods Geest wedergeboren worden."
        },
        {
          "marker": "i",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 52:11 . Psalmen 52:11 : Ik zal U loven in eeuwigheid, omdat Gij het gedaan hebt; en ik zal Uw Naam verwachten; want hij is goed voor Uw gunstgenoten.",
          "text1637": "Psal. 52.11.",
          "text2026": "Ps. 52:11 . Psalmen 52:11 : Ik zal U loven in eeuwigheid, omdat U het gedaan hebt; en ik zal Uw Naam verwachten; want hij is goed voor Uw gunstgenoten."
        },
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het gedaan heeft: Dit wonderwerk der genade, deze gerechtigheid en zaligheid alleen bereid, gewrocht en uitgevoerd. Anders, omdat Hij [het (te weten) volk] gemaakt heeft; gelijk Ps. 100:3 . Hij heeft ons gemaakt [ en niet wij ] zijn volk, en schapen zijner weide. Psalmen 100:3 : Weet, dat de HEERE is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide.",
          "text1637": "Dit wonder-werck der genade, dese gerechticheyt, ende salicheyt alleen bereyt, gewrocht ende uytgevoert. And. om dat hy [het (te weten volck)] gemaeckt heeft, als Psal. 100.3. hy heeft ons gemaeckt (ende niet wy selven) sijn volck, ende schapen sijner weyde.",
          "text2026": "het gedaan heeft: Dit wonderwerk van de genade, deze gerechtigheid en zaligheid alleen bereid, gewrocht en uitgevoerd. Anders, omdat Hij [het (te weten) volk] gemaakt heeft; gelijk Ps. 100:3 . Hij heeft ons gemaakt [ en niet wij ] zijn volk, en schapen zijn weide. Psalmen 100:3 : Weet, dat JAHWEH is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijn weide."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יָ֭בֹאוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יַגִּ֣ידוּ",
          "strongs": "H5046",
          "morph": "HC/Vhi3mp"
        },
        {
          "woord": "צִדְקָת֑/וֹ",
          "strongs": "H6666",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/עַ֥ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נ֝וֹלָ֗ד",
          "strongs": "H3205",
          "morph": "HVNrmsa"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "עָשָֽׂה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij zullen aankomen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> Zijn gerechtigheid verkondigen de volk, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> geboren wordt,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> omdat Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> het gedaan heeft.",
      "textSV1888_html": "Zij zullen aankomen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> Zijn gerechtigheid verkondigen den volke, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> geboren wordt,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> omdat Hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> het gedaan heeft.",
      "text1637_html": "Sy sullen aenkomen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> sijne gerechticheyt verkondigen den volcke, dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> geboren wort; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"i\">i</sup> om dat hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> ’t gedaen heeft.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den volke,",
          "new": "de volk,",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "Al-hoe-wel in desen Psalm eenige dingen op David (als Christi voorbeelt) konnen geduydt worden, so blijckt nochtans uyt den gantschen inhoudt, ende den Nieuwen Testamente, dat David door den Prophetischen Geest principalick den Heere Christum hier heeft in-gevoert, sprekende van sijn bitter lijden voor sijne kercke, mitsgaders sijne verhooginge, ende toekomende uytbreydinge sijns geestelicken Coninckrijcks door de gantsche werelt, ende des selven geduericheyt, met verhael van de weldaden die wy daer van bekomen, om hem daer voor te dienen, te eeren, ende te dancken.",
    "text2026": "Hoewel in deze psalm sommige dingen op David (als voorbeeld van Christus) geduid kunnen worden, blijkt toch uit de gehele inhoud en uit het Nieuwe Testament dat David door de profetische Geest hoofdzakelijk de Heere Christus hier sprekend heeft ingevoerd, sprekend van Zijn bitter lijden voor Zijn Kerk, alsook van Zijn verhoging en de toekomstige uitbreiding van Zijn geestelijk Koninkrijk door de gehele wereld en van de duurzaamheid daarvan, met vermelding van de weldaden die wij daarvan ontvangen, om Hem daarvoor te dienen, te eren en te danken."
  }
}