{
  "number": 24,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van David. De aarde is des HEEREN, mitsgaders haar volheid, de wereld, en die daarin wonen.",
      "text1637": "EEn Psalm Davids. [a] De aerde is des HEEREN, mitsgaders hare [1] volheyt; de werelt, ende die daer in woonen.",
      "text2026": "Een psalm van David. De aarde is van JAHWEH, en ook haar volheid, de wereld, en die daarin wonen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 19:5 ; Deut. 10:14 ; Job 41:2 ; Ps. 50:12 ; 1 Kor. 10:26 ; idem v. 28 . Exodus 19:5 : Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn; Deuteronomium 10:14 : Ziet, des HEEREN, uws Gods, is de hemel, en de hemel der hemelen, de aarde, en al wat daarin is. Job 41:2 : Wie heeft Mij voorgekomen, dat Ik hem zou vergelden? Wat onder den gansen hemel is, is het Mijne. Psalmen 50:12 : Zo Mij hongerde, Ik zou het u niet zeggen; want Mijn is de wereld en haar volheid. 1 Korinthiërs 10:26 : Want de aarde is des Heeren, en de volheid derzelve. 1 Korinthiërs 10:28 : Maar zo iemand tot ulieden zegt: Dat is afgodenoffer; eet het niet, om desgenen wil, die u dat te kennen gegeven heeft, en om des gewetens wil. Want de aarde is des Heeren, en de volheid derzelve.",
          "text1637": "Exod. 19.5. Deut. 10.14. Iob 41.2. Psal. 50.12. 1.Cor. 10.26, 28.",
          "text2026": "Ex. 19:5 ; Deut. 10:14 ; Job 41:2 ; Ps. 50:12 ; 1 Kor. 10:26 ; idem v. 28 . Exodus 19:5 : Nu dan, als u naarstiglijk Mijn stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult u Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de gehele aarde is Mijn; Deuteronomium 10:14 : Ziet, van JAHWEH, uws Gods, is de hemel, en de hemel van de hemel, de aarde, en al wat daarin is. Job 41:2 : Wie heeft Mij voorgekomen, dat Ik hem zou vergelden? Wat onder de gansen hemel is, is het Mijn. Psalmen 50:12 : Zo Mij hongerde, Ik zou het u niet zeggen; want van Mij is de wereld en haar volheid. 1 Korinthiërs 10:26 : Want de aarde is van de Heer, en de volheid daarvan. 1 Korinthiërs 10:28 : Maar zo iemand tot u zegt: Dat is afgodenoffer; eet het niet, om van degene wil, die u dat te kennen gegeven heeft, en vanwege de gewetens. Want de aarde is van de Heer, en de volheid daarvan."
        },
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, alle schepselen, waarmede de Heere de aarde vervuld heeft. Dat Hij dan uit dit alles, hetwelk Hem door het recht der schepping toekomt, zijn volk tot een bijzonder eigendom voor zich verkiest en op zijn berg huisvest, is zijn bijzondere genade. Verg. Exod. 19:5 ; Deut. 10:14 , 10:15 . Exodus 19:5 : Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn; Deuteronomium 10:14 : Ziet, des HEEREN, uws Gods, is de hemel, en de hemel der hemelen, de aarde, en al wat daarin is. Deuteronomium 10:15 : Alleenlijk heeft de HEERE lust gehad aan uw vaderen, om die lief te hebben, en heeft hun zaad na hen, ulieden, uit al de volken verkoren, gelijk het te dezen dage is.",
          "text1637": "T.w. alle schepselen, waer mede de Heere de aerde vervult heeft. Dat hy dan uyt dit alles, het welcke hem door het recht der scheppinge toekomt, sijn volck tot een bysonder eygendom voor sich verkiest, ende op sijnen berch logeert, is sijne bysondere genade. Verg. Exo. 19.5. Deut. 10.14, 15.",
          "text2026": "Te weten, alle schepselen, waarmee de Heer de aarde vervuld heeft. Dat Hij dan uit dit alles, dat Hem door het recht van de schepping toekomt, zijn volk tot een bijzonder eigendom voor zich verkiest en op zijn berg huisvest, is zijn bijzondere genade. Verg. Ex. 19:5 ; Deut. 10:14 , 10:15 . Exodus 19:5 : Nu dan, als u naarstiglijk Mijn stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult u Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de gehele aarde is Mijn; Deuteronomium 10:14 : Ziet, van JAHWEH, uws Gods, is de hemel, en de hemel van de hemel, de aarde, en al wat daarin is. Deuteronomium 10:15 : Alleen heeft JAHWEH lust gehad aan uw vaders, om die lief te hebben, en heeft hun zaad na hen, u, uit al de volken gekozen, gelijk het te deze dage is."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לְ/דָוִ֗ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "מִ֫זְמ֥וֹר",
          "strongs": "H4210",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לַֽ֭/יהוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מְלוֹאָ֑/הּ",
          "strongs": "H4393",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "תֵּ֝בֵ֗ל",
          "strongs": "H8398",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יֹ֣שְׁבֵי",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vqrmpc"
        },
        {
          "woord": "בָֽ/הּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een psalm van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> David. De aarde is van JAHWEH, en ook haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> volheid, de wereld, en die daarin wonen.",
      "textSV1888_html": "Een psalm van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> David. De aarde is des HEEREN, mitsgaders haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> volheid, de wereld, en die daarin wonen.",
      "text1637_html": "EEn Psalm Davids. <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> De aerde is des HEEREN, mitsgaders hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> volheyt; de werelt, ende die daer in woonen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN, mitsgaders",
          "new": "van JAHWEH, en ook",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Want Hij heeft ze gegrond op de zeeën, en heeft ze gevestigd op de rivieren.",
      "text1637": "Want hy heeftse gegrondt [2] op de [3] zeen, ende heeftse gevesticht op de rivieren.",
      "text2026": "Want Hij heeft ze gegrond op de zeeën, en heeft ze gevestigd op de rivieren.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "op de zeeën: Of, aan de zeeën, en zo in het volgende, aan de rivieren.",
          "text1637": "Ofte, aen de zeen, ende soo in het volgende, aen de rivieren.",
          "text2026": "op de zeeën: Of, aan de zeeën, en zo in het volgende, aan de rivieren."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de rivieren: Dat is, wateren. Zie Gen. 1:10 . Dat wateren onder de aarde zijn, is bekend en blijkt Exod. 20:4 , doch men kan dit alzo verstaan, dat God de aarde, of het droge, heeft doen uitsteken boven de wateren, die tevoren de aarde bedekten, en heeft ze voorts gegrondvest en als bebolwerkt, met, aan en op de wateren, die Hij niettegenstaande dat zij vochtig en vloeiende, van nature onvast en daartoe ondienstig zouden zijn maakt tot een zeer vast fondament des aardbodems, gelijk Hij het licht uit de duisternis voortbrengt; houdende alzo door zijne kracht water en aarde in hun verordineerde plaatsen. Zie verder Ps. 104:5 , 104:6 , 104:7 , 104:8 , en Ps. 136:6 , en verg. Job 26:7 , en Job 38:4 , 38:6 ; Micha 6:2 . Genesis 1:10 : En God noemde het droge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeeën; en God zag, dat het goed was. Exodus 20:4 : Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is. Psalmen 104:5 : Hij heeft de aarde gegrond op haar grondvesten; zij zal nimmermeer noch eeuwiglijk wankelen. Psalmen 104:6 : Gij hadt ze met den afgrond als een kleed overdekt; de wateren stonden boven de bergen. Psalmen 104:7 : Van Uw schelden vloden zij, zij haastten zich weg voor de stem Uws donders. Psalmen 104:8 : De bergen rezen op, de dalen daalden, ter plaatse, die Gij voor hen gegrond hadt. Psalmen 136:6 : Dien, Die de aarde op het water uitgespannen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Job 26:7 : Hij breidt het noorden uit over het woeste; Hij hangt de aarde aan een niet. Job 38:4 : Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt. Job 38:6 : Waarop zijn haar grondvesten nedergezonken, of wie heeft haar hoeksteen gelegd? Micha 6:2 : Hoort, gij bergen! den twist des HEEREN, mitsgaders gij sterke fondamenten der aarde! want de HEERE heeft een twist met Zijn volk, en Hij zal Zich met Israël in recht begeven.",
          "text1637": "D. wateren. Siet Genes. 1. op vers 10. datter wateren onder de aerde zijn, is bekent ende blijckt Exod. 20.4. doch men kan dit alsoo verstaen, dat Godt de aerde, ofte het drooge, heeft doen uyt steken boven de wateren, die te vooren de aerde bedeckten, ende heeftse voorts gegront-vest ende als bebolwerckt, met, aen, ende op de wateren, die hy (niet tegenstaende datse vochtich ende vloeyende, van natueren onvast, ende daer toe ondienstich souden zijn) maeckt tot een seer vast fondament des aerdbodems, gelijck hy het licht uyt duysternisse voortbrengt: houdende alsoo door sijne kracht water ende aerde in hare verordineerde plaetsen. Siet wijders Psal. 104.5, 6, 7, 8. ende 136.6. ende vergel. Iob 26.7. ende 38.4, 6. Mich. 6.2.",
          "text2026": "de rivieren: Dat is, wateren. Zie Gen. 1:10 . Dat wateren onder de aarde zijn, is bekend en blijkt Ex. 20:4 , maar men kan dit zo verstaan, dat God de aarde, of het droge, heeft doen uitsteken boven de wateren, die tevoren de aarde bedekten, en heeft ze verder gegrondvest en als bebolwerkt, met, aan en op de wateren, die Hij niettegenstaande dat zij vochtig en vloeiende, van nature onvast en daartoe ondienstig zouden zijn maakt tot een zeer vast fondament van de aardbodems, gelijk Hij het licht uit de duisternis voortbrengt; houdende zo door zijn kracht water en aarde in hun verordineerde plaatsen. Zie verder Ps. 104:5 , 104:6 , 104:7 , 104:8 , en Ps. 136:6 , en verg. Job 26:7 , en Job 38:4 , 38:6 ; Micha 6:2 . Genesis 1:10 : En God noemde het droge aarde, en de vergadering van de wateren noemde Hij zeeën; en God zag, dat het goed was. Exodus 20:4 : U zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van wat boven in de hemel is, noch van wat onder op de aarde is, noch van wat in de wateren onder de aarde is. Psalmen 104:5 : Hij heeft de aarde gegrond op haar grondvesten; zij zal nimmermeer noch eeuwig wankelen. Psalmen 104:6 : U hadt ze met de afgrond als een kleed overdekt; de wateren stonden boven de bergen. Psalmen 104:7 : Van Uw schelden vloden zij, zij haastten zich weg voor de stem Uws donders. Psalmen 104:8 : De bergen rezen op, de dalen daalden, ter plaatse, die U voor hen gegrond hadt. Psalmen 136:6 : Die, Die de aarde op het water uitgespannen heeft; want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid. Job 26:7 : Hij breidt het noorden uit over het woeste; Hij hangt de aarde aan een niet. Job 38:4 : Waar was u, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, als u kloek van verstand bent. Job 38:6 : Waarop zijn haar grondvesten nedergezonken, of wie heeft haar hoeksteen gelegd? Micha 6:2 : Hoort, u bergen! de twist van JAHWEH, en ook u sterke fondamenten van de aarde! want JAHWEH heeft een twist met Zijn volk, en Hij zal Zich met Israël in recht begeven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "ה֭וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יַמִּ֣ים",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יְסָדָ֑/הּ",
          "strongs": "H3245",
          "morph": "HVqp3ms/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "נְ֝הָר֗וֹת",
          "strongs": "H5104",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יְכוֹנְנֶֽ/הָ",
          "strongs": "H3559",
          "morph": "HVoi3ms/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want Hij heeft ze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> gegrond op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> zeeën, en heeft ze gevestigd op de rivieren.",
      "textSV1888_html": "Want Hij heeft ze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> gegrond op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> zeeën, en heeft ze gevestigd op de rivieren.",
      "text1637_html": "Want hy heeftse gegrondt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> op de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> zeen, ende heeftse gevesticht op de rivieren."
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Wie zal klimmen op den berg des HEEREN, en wie zal staan in de plaats Zijner heiligheid?",
      "text1637": "[b] [4] Wie sal klimmen op den [5] berch des HEEREN? Ende wie sal staen in de plaetse sijner Heylicheyt?",
      "text2026": "Wie zal klimmen op de berg van JAHWEH, en wie zal staan in de plaats van Zijn heiligheid?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 15:1 ; Jes. 33:14 ; idem v. 15 . Psalmen 15:1 : Een psalm van David. HEERE, wie zal verkeren in Uw tent? Wie zal wonen op den berg Uwer heiligheid? Jesaja 33:14 : De zondaren te Sion zijn verschrikt; beving heeft de huichelaren aangegrepen; zij zeggen: Wie is er onder ons, die bij een verterend vuur wonen kan? Wie is er onder ons, die bij een eeuwigen gloed wonen kan? Jesaja 33:15 : Die in gerechtigheden wandelt, en die billijkheden spreekt; die het gewin der onderdrukkingen verwerpt; die zijn handen uitschudt, dat zij geen geschenken behouden; die zijn oor stopt, dat hij geen bloedschulden hore, en zijn ogen toesluit; dat hij het kwade niet aanzie;",
          "text1637": "Psal. 15.1. Iesa. 33.14, 15.",
          "text2026": "Ps. 15:1 ; Jes. 33:14 ; idem v. 15 . Psalmen 15:1 : Een psalm van David. JAHWEH, wie zal verkeren in Uw tent? Wie zal wonen op de berg Uw heiligheid? Jesaja 33:14 : De zondaren te Sion zijn verschrikt; beving heeft de huichelaren aangegrepen; zij zeggen: Wie is er onder ons, die bij een verterend vuur wonen kan? Wie is er onder ons, die bij een eeuwigen gloed wonen kan? Jesaja 33:15 : Die in gerechtigheden wandelt, en die billijkheden spreekt; die het winst van de onderdrukkingen verwerpt; die zijn handen uitschudt, dat zij geen geschenken behouden; die zijn oor stopt, dat hij geen bloedschulden hore, en zijn ogen toesluit; dat hij het kwade niet aanzie;"
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Alsof hij zeide: Hoewel Israël Gods eigendom is, zo zijn nochtans de huichelaars, die wel naar het vlees Israëlieten zijn en in den uiterlijken godsdienst mede verschijnen, geen rechte leden van zijn volk, maar alleen die het geestelijk Israël uitmaken en in het volgende met kentekenen beschreven worden. Verg. Rom. 9:6 , en Rom. 2:28 , 2:29 ; Gal. 6:16 . Romeinen 9:6 : Doch ik zeg dit niet, alsof het woord Gods ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn. Romeinen 2:28 : Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is; noch die is de besnijdenis, die het in het openbaar in het vlees is; Romeinen 2:29 : Maar die is een Jood, die het in het verborgen is, en de besnijdenis des harten, in den geest, niet in de letter, is de besnijdenis; wiens lof niet is uit de mensen, maar uit God. Galaten 6:16 : En zovelen als er naar dezen regel zullen wandelen, over dezelve zal zijn vrede en barmhartigheid, en over het Israël Gods.",
          "text1637": "Als of hy seyde: hoewel Israel Godts eygendom is, so zijn nochtans de huychelaren, die wel nae den vleesche Israeliten zijn, ende in den uyterlicken Godtsdienst mede verschijnen, geen rechte leden van sijn volck, maer alleen die het geestelick Israël uytmaken, ende in’t volgende met kenteeckenen beschreven worden. Vergel. Rom. 9.6. ende 2.28, 29. Gal. 6.16.",
          "text2026": "Alsof hij zei: Hoewel Israël Gods eigendom is, zo zijn nochtans de huichelaars, die wel naar het vlees Israëlieten zijn en in de uiterlijken godsdienst mee verschijnen, geen rechte leden van zijn volk, maar alleen die het geestelijk Israël uitmaken en in het volgende met kentekenen beschreven worden. Verg. Rom. 9:6 , en Rom. 2:28 , 2:29 ; Gal. 6:16 . Romeinen 9:6 : Maar ik zeg dit niet, alsof het woord van God ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn. Romeinen 2:28 : Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is; noch die is de besnijdenis, die het in het openbaar in het vlees is; Romeinen 2:29 : Maar die is een Jood, die het in het verborgen is, en de besnijdenis van de harten, in de geest, niet in de letter, is de besnijdenis; wiens lof niet is uit de mensen, maar uit God. Galaten 6:16 : En zovelen als er naar deze regel zullen wandelen, over dezelfde zal zijn vrede en barmhartigheid, en over het Israël Gods."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 2:6 . Psalmen 2:6 : Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid.",
          "text1637": "Siet Psal. 2. op vers 6.",
          "text2026": "Zie Ps. 2:6 . Psalmen 2:6 : Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, de berg Mijn heiligheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִֽי",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "יַעֲלֶ֥ה",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "בְ/הַר",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִי",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HC/Ti"
        },
        {
          "woord": "יָ֝קוּם",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "בִּ/מְק֥וֹם",
          "strongs": "H4725",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשֽׁ/וֹ",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Wie zal klimmen op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> berg van JAHWEH, en wie zal staan in de plaats van Zijn heiligheid?",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Wie zal klimmen op den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> berg des HEEREN, en wie zal staan in de plaats Zijner heiligheid?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Wie sal klimmen op den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> berch des HEEREN? Ende wie sal staen in de plaetse sijner Heylicheyt?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des HEEREN,",
          "new": "van JAHWEH,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "Zijner",
          "new": "van Zijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Die rein van handen, en zuiver van hart is, die zijn ziel niet opheft tot ijdelheid, en die niet bedriegelijk zweert;",
      "text1637": "Die [6] reyn van handen, ende [7] suyver van herten is, die sijne ziele [8] niet op en heft tot ydelheyt, ende die niet [9] bedriechlick en sweert.",
      "text2026": "Die rein van handen, en zuiver van hart is, die zijn ziel niet opheft tot zinloosheid, en die niet bedrieglijk zweert;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, vreemd van stelen, roven, doodslaan, overspel, enz. Verg. Gen. 20:5 . Genesis 20:5 : Heeft hij zelf mij niet gezegd: Zij is mijn zuster? en zij, ook zij heeft gezegd: Hij is mijn broeder. In oprechtheid mijns harten en in reinheid mijner handen, heb ik dit gedaan.",
          "text1637": "Dat is, vreemt van stelen, rooven, dootslach, overspel, etc. Vergel. Gen. 20. op vers 5.",
          "text2026": "Dat is, vreemd van stelen, roven, doodslaan, overspel, enz. Verg. Gen. 20:5 . Genesis 20:5 : Heeft hij zelf mij niet gezegd: Zij is mijn zus? en zij, ook zij heeft gezegd: Hij is mijn broer. In oprechtheid mijns harten en in reinheid mijn handen, heb ik dit gedaan."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, oprecht, ongeveinsd, in zijn gansen godsdienst.",
          "text1637": "D. oprecht, ongeveynst, in sijnen gantschen Godtsdienst.",
          "text2026": "Dat is, oprecht, ongeveinsd, in zijn gansen godsdienst."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, die zijne ziel niet begeeft tot ijdelheid of valsheid; of die geen begeerte noch verlangen heeft naar ijdelheid. Zie dezelfde manier van spreken Deut. 24:15 ; Jer. 22:27 , en Jer. 44:14 , en verg. Ezech. 24:25 ; Hos. 4:8 . Anders, die mijne ziel; dat is, mij, mijn heiligen naam niet ijdellijk opneemt; dat is, in den mond neemt. Aldus zouden dit Gods eigen woorden zijn, van David hier ingevoegd tot meerderen nadruk. Deuteronomium 24:15 : Op zijn dag zult gij zijn loon geven, en de zon zal daarover niet ondergaan; want hij is arm, en zijn ziel verlangt daarnaar; dat hij tegen u niet roepe tot den HEERE, en zonde in u zij. Jeremia 22:27 : En in het land, naar hetwelk hun ziel verlangt om daar weder te komen, daarhenen zullen zij niet wederkomen. Jeremia 44:14 : Zodat het overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om aldaar als vreemdelingen te verkeren, geen zal hebben, die ontkome, of overblijve; te weten om weder te keren in het land van Juda, waarnaar hun ziel verlangt weder te keren, om aldaar te wonen; maar zij zullen er niet wederkeren, behalve die ontkomen zullen. Ezechiël 24:25 : En gij, mensenkind! zal het niet zijn, ten dage, als Ik van hen zal wegnemen hun sterkte, de vreugde huns sieraads, den lust hunner ogen en het verlangen hunner zielen, hun zonen en hun dochteren; Hosea 4:8 : Zij eten de zonde Mijns volks, en verlangen, een ieder met zijn ziel, naar hun ongerechtigheid.",
          "text1637": "D. die sijn ziele niet en begeeft tot ydelheyt, ofte valscheyt: ofte die geen begeerte noch verlangen heeft nae ydelheydt. siet de selve maniere van spreken, Deut. 24. op vers 15. Ierem. 22.27. ende 44.14. ende vergel. Ezech. 24.25. Hos. 4.8. and. die mijne ziele, (dat is, my, mijnen H. naem). niet ydelick opneemt, dat is, in den mont neemt. Aldus souden dit Godts eygene woorden zijn, van David hier ingevoecht tot meerder nadruck.",
          "text2026": "Dat is, die zijn ziel niet begeeft tot ijdelheid of valsheid; of die geen begeerte noch verlangen heeft naar ijdelheid. Zie dezelfde manier van spreken Deut. 24:15 ; Jer. 22:27 , en Jer. 44:14 , en verg. Ez. 24:25 ; Hos. 4:8 . Anders, die mijn ziel; dat is, mij, mijn heilige naam niet zinloos opneemt; dat is, in de mond neemt. Aldus zouden dit Gods eigen woorden zijn, van David hier ingevoegd tot meerdere nadruk. Deuteronomium 24:15 : Op zijn dag zult u zijn loon geven, en de zon zal daarover niet ondergaan; want hij is arm, en zijn ziel verlangt daarnaar; dat hij tegen u niet roepe tot JAHWEH, en zonde in u zij. Jeremia 22:27 : En in het land, naar dat hun ziel verlangt om daar weer te komen, daarheen zullen zij niet wederkomen. Jeremia 44:14 : Zodat het overblijfsel van Juda, die in Egypteland gekomen zijn, om daar als vreemdelingen te verkeren, geen zal hebben, die ontkome, of overblijve; te weten om weer te keren in het land van Juda, waarnaar hun ziel verlangt weer te keren, om daar te wonen; maar zij zullen er niet terugkeren, behalve die ontkomen zullen. Ezechiël 24:25 : En u, mensenkind! zal het niet zijn, op de dag als Ik van hen zal wegnemen hun sterkte, de vreugde huns sieraads, de lust hun ogen en het verlangen hun zielen, hun zonen en hun dochters; Hosea 4:8 : Zij eten de zonde Mijns volks, en verlangen, een ieder met zijn ziel, naar hun ongerechtigheid."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. tot, in, of met bedrog; dat is, om te bedriegen, niet denkende in zijn hart hetgeen hij zweert met den mond.",
          "text1637": "Hebr. tot, in, ofte, met bedroch. dat is, om te bedriegen, niet denckende in sijn herte, ’t gene hy sweert metten monde.",
          "text2026": "Hebr. tot, in, of met bedrog; dat is, om te bedriegen, niet denkende in zijn hart wat hij zweert met de mond."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נְקִ֥י",
          "strongs": "H5355",
          "morph": "HAamsc"
        },
        {
          "woord": "כַפַּ֗יִם",
          "strongs": "H3709",
          "morph": "HNcfda"
        },
        {
          "woord": "וּֽ/בַר",
          "strongs": "H1249",
          "morph": "HC/Aamsc"
        },
        {
          "woord": "לֵ֫בָ֥ב",
          "strongs": "H3824",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֤ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "נָשָׂ֣א",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לַ/שָּׁ֣וְא",
          "strongs": "H7723",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִׁ֑/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֖א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "נִשְׁבַּ֣ע",
          "strongs": "H7650",
          "morph": "HVNp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/מִרְמָֽה",
          "strongs": "H4820",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> rein van handen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> zuiver van hart is, die zijn ziel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> niet opheft tot zinloosheid, en die niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> bedrieglijk zweert;",
      "textSV1888_html": "Die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> rein van handen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> zuiver van hart is, die zijn ziel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> niet opheft tot ijdelheid, en die niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> bedriegelijk zweert;",
      "text1637_html": "Die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> reyn van handen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> suyver van herten is, die sijne ziele <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> niet op en heft tot ydelheyt, ende die niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> bedriechlick en sweert.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "ijdelheid,",
          "new": "zinloosheid,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "bedriegelijk",
          "new": "bedrieglijk",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Die zal den zegen ontvangen van den HEERE, en gerechtigheid van den God zijns heils.",
      "text1637": "Die sal den segen [10] ontfangen van den HEERE, ende [11] gerechticheyt van den Godt [12] sijns heyls.",
      "text2026": "Die zal de zegen ontvangen van JAHWEH, en gerechtigheid van de God van zijn heil.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of wegdragen, afdragen.",
          "text1637": "Ofte, wechdragen, afdragen.",
          "text2026": "Of wegdragen, afdragen."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de vrucht der gerechtigheid, te weten, tijdelijken zegen en eeuwige heerlijkheid. Zie Jes. 48:18 ; Hos. 10:12 : of hij zal van God, zijn Zaligmaker, ontvangen de weldaden, die Hij zijnene kinderen rechtvaardiglijk uitdeeldt, niet naar hunne verdiensten, maar volgens zijn genadige en getrouwe beloften die Hij naar zijne gerechtigheid houdt; zie Hebr. 6:9 , 6:10 ; 1 Joh. 1:9 . Jesaja 48:18 : Och, dat gij naar Mijn geboden geluisterd hadt! zo zou uw vrede geweest zijn als een rivier, en uw gerechtigheid als de golven der zee. Hosea 10:12 : Zaait u tot gerechtigheid, maait tot weldadigheid; braakt u een braakland; dewijl het tijd is den HEERE te zoeken, totdat Hij kome, en over u de gerechtigheid regene. Hebreeën 6:9 : Maar, geliefden! wij verzekeren ons van u betere dingen, en met de zaligheid gevoegd, hoewel wij alzo spreken. Hebreeën 6:10 : Want God is niet onrechtvaardig dat Hij uw werk zou vergeten, en den arbeid der liefde, die gij aan Zijn Naam bewezen hebt, als die de heiligen gediend hebt en nog dient. 1 Johannes 1:9 : Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid. Johannes 1:9 : Dit was het waarachtige Licht, Hetwelk verlicht een iegelijk mens, komende in de wereld.",
          "text1637": "D. de vrucht der gerechticheyt, te weten, tijdelicken zegen ende eeuwige heerlickheyt. Siet Iesa. 48.18. Hos. 10.12. ofte hy sal van Godt, sijnen Salichmaker, ontfangen de weldaden, die hy sijnen kinderen rechtveerdichlick uytdeelt, niet nae hare verdiensten, maer volgens sijne genadige ende getrouwe beloften, die hy nae sijne gerechticheyt, houdt. Siet Hebr. 6.9, 10. 1.Iohan. 1.9.",
          "text2026": "Dat is, de vrucht van de gerechtigheid, te weten, tijdelijke zegen en eeuwige heerlijkheid. Zie Jes. 48:18 ; Hos. 10:12 : of hij zal van God, zijn Zaligmaker, ontvangen de weldaden, die Hij zijnene kinderen rechtvaardiglijk uitdeeldt, niet naar hun verdiensten, maar volgens zijn genadige en getrouwe beloften die Hij naar zijn gerechtigheid houdt; zie Hebr. 6:9 , 6:10 ; 1 Joh. 1:9 . Jesaja 48:18 : Och, dat u naar Mijn geboden geluisterd hadt! zo zou uw vrede geweest zijn als een rivier, en uw gerechtigheid als de golven van de zee. Hosea 10:12 : Zaait u tot gerechtigheid, maait tot weldadigheid; braakt u een braakland; omdat het tijd is JAHWEH te zoeken, totdat Hij kome, en over u de gerechtigheid regene. Hebreeën 6:9 : Maar, geliefden! wij verzekeren ons van u betere dingen, en met de zaligheid gevoegd, hoewel wij zo spreken. Hebreeën 6:10 : Want God is niet onrechtvaardig dat Hij uw werk zou vergeten, en de arbeid van de liefde, die u aan Zijn Naam bewezen hebt, als die de heiligen gediend hebt en nog dient. 1 Johannes 1:9 : Als wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid. Johannes 1:9 : Dit was het waarachtige Licht, Dat verlicht een iedereen mens, komende in de wereld."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, die zijn Heiland, of Zaligmaker is.",
          "text1637": "Dat is, die sijn Heylant, ofte, Salichmaker is.",
          "text2026": "Dat is, die zijn Heiland, of Zaligmaker is."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִשָּׂ֣א",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "בְ֭רָכָה",
          "strongs": "H1293",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֵ֣ת",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/צְדָקָ֗ה",
          "strongs": "H6666",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֱלֹהֵ֥י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁעֽ/וֹ",
          "strongs": "H3468",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Die zal de zegen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> ontvangen van JAHWEH, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> gerechtigheid van de God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> van zijn heil.",
      "textSV1888_html": "Die zal den zegen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> ontvangen van den HEERE, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> gerechtigheid van den God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> zijns heils.",
      "text1637_html": "Die sal den segen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> ontfangen van den HEERE, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> gerechticheyt van den Godt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> sijns heyls.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "zijns heils.",
          "new": "van zijn heil.",
          "principe": "V201"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Dat is het geslacht dergenen, die naar Hem vragen, die Uw aangezicht zoeken, dat is Jakob! Sela.",
      "text1637": "Dat is ’t geslachte der gener die nae hem vragen, die [13] u aengesichte soecken, [dat] is [14] Iacob, [15] Sela!",
      "text2026": "Dat is het geslacht van degenen, die naar Hem vragen, die Uw aangezicht zoeken, dat is Jakob! Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uw aangezicht: Hij spreekt God aan, tonende zijn vast vertrouwen in de waarheid dezer gewichtige zaak, om de huichelaren, die zich het tegendeel inbeelden, als voor Gods rechterszetel te overtuigen en te beschamen. Voor deze manier van spreken, zie 2 Kron. 7:14 en 11:16 . 2 Kronieken 7:14 : En Mijn volk, over dewelken Mijn Naam genoemd wordt, zich verootmoedigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zich bekeren van hun boze wegen; zo zal Ik uit den hemel horen, en hun zonden vergeven, en hun land genezen. 2 Kronieken 11:16 : Na die kwamen ook uit alle stammen van Israël te Jeruzalem, die hun hart begaven, om den HEERE, den God Israëls, te zoeken, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, offerande deden.",
          "text1637": "Hy spreeckt Godt aen, toonende sijn vast vertrouwen van de waerheyt deser gewichtiger sake, om de huychelaren, die hen contrary inbeelden, als voor Godts richtstoel te overtuygen ende te beschamen. aengaende dese maniere van spreken, siet 2.Chron. 7. op vers 14. ende 11. op vers 6.",
          "text2026": "Uw aangezicht: Hij spreekt God aan, tonende zijn vast vertrouwen in de waarheid van deze gewichtige zaak, om de huichelaren, die zich het tegendeel inbeelden, als voor Gods rechterszetel te overtuigen en te beschamen. Voor deze manier van spreken, zie 2 Kron. 7:14 en 11:16 . 2 Kronieken 7:14 : En Mijn volk, over wie Mijn Naam genoemd wordt, zich verootmoedigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zich bekeren van hun boze wegen; zo zal Ik uit de hemel horen, en hun zonden vergeven, en hun land genezen. 2 Kronieken 11:16 : Na die kwamen ook uit alle stammen van Israël te Jeruzalem, die hun hart begaven, om JAHWEH, de God van Israël, te zoeken, dat zij JAHWEH, de God hun vaders, offerande deden."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, dat zij de rechte kinderen Jakobs, de rechte Israëlieten. Verg. Joh. 1:48 ; Rom. 9:6 . Anders, o Jakob; dat is, o gij ware gemeente, gij geestelijk Israël. Dit is ene zaak wil hij zeggen waarop gij wel moet letten, als zijnde van groot gewicht in het punt van godsdienst, kerende zich alzo van de aanspraak Gods tot de kerk. Johannes 1:48 : Jezus zag Nathanaël tot Zich komen, en zeide van hem: Zie, waarlijk een Israëliet, in welken geen bedrog is. Romeinen 9:6 : Doch ik zeg dit niet, alsof het woord Gods ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn.",
          "text1637": "D. dat zijn de rechte kinderen Iacobs, de rechte Israëliten. Vergel. Ioh. 1.47. Rom. 9.6. And. ô Iacob. dat is ô ghy ware gemeynte, ghy geestelick Israel. Dit is eene sake (wil hy seggen) daer op ghy wel moet letten, als zijnde van grooten gewichte in’t point van Religie, keerende sich alsoo van de aensprake Godts, tot de kercke.",
          "text2026": "Dat is, dat zij de rechte kinderen van Jakob, de rechte Israëlieten. Verg. Joh. 1:48 ; Rom. 9:6 . Anders, o Jakob; dat is, o u ware gemeente, u geestelijk Israël. Dit is een zaak wil hij zeggen waarop u wel moet letten, als zijnde van groot gewicht in het punt van godsdienst, kerende zich zo van de aanspraak Gods tot de kerk. Johannes 1:48 : Jezus zag Nathanaël tot Zich komen, en zei van hem: Zie, waarlijk een Israëliet, in welke geen bedrog is. Romeinen 9:6 : Maar ik zeg dit niet, alsof het woord van God ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela.",
          "text1637": "Siet Psal. 3. op vers 3.",
          "text2026": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "זֶ֭ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HPdxms"
        },
        {
          "woord": "דּ֣וֹר",
          "strongs": "H1755",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "דרש/ו",
          "strongs": "H1875",
          "morph": "HVqrmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מְבַקְשֵׁ֨י",
          "strongs": "H1245",
          "morph": "HVprmpc"
        },
        {
          "woord": "פָנֶ֖י/ךָ",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יַעֲקֹ֣ב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dat is het geslacht van degenen, die naar Hem vragen, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Uw aangezicht zoeken, dat is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Jakob!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Sela.",
      "textSV1888_html": "Dat is het geslacht dergenen, die naar Hem vragen, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Uw aangezicht zoeken, dat is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Jakob!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Sela.",
      "text1637_html": "Dat is ’t geslachte der gener die nae hem vragen, die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> u aengesichte soecken, [dat] is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Iacob, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dergenen,",
          "new": "van degenen,",
          "principe": "V302"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Heft uw hoofden op, gij poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, opdat de Koning der ere inga!",
      "text1637": "Heft uwe [16] hoofden op, ghy [17] Poorten, ende verheft u, ghy [18] eeuwige deuren; op dat de [19] Coninck der eeren ingae.",
      "text2026": "Hef uw hoofden op, u poorten, en verheft u, u eeuwige deuren, opdat de Koning van de ere inga!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, bovenste posten.",
          "text1637": "D. bovenste posten.",
          "text2026": "Dat is, bovenste posten."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Des tempels, dien David van God door den profeet Nathan verstaan had dat zijn zoon Salomo zou bouwen, waarin de ark des verbonds op welke God zijne tegenwoordigheid vertoonde aan hare plaats zou gebracht worden, en alzo God daar zijne woonstede nemen. Waardoor werd afgebeeld de komst van Christus in het vlees en tot zijn kerk, alsmede zijne hemelvaart, waarover zich David in den geest grotelijks verheugt, alzo hem Nathan mede zo uitnemend bericht gedaan had, dat hij niet wist hoe hij God daarvoor genoeg zou danken; 2 Sam. 7 .",
          "text1637": "Des Tempels, dien David van Godt door den Prophete Nathan verstaen hadde dat sijn soon Salomo soude bouwen, daer in de Arke des verbonts (op dewelcke Godt sijne tegenwoordicheyt vertoonde) aen haer plaetse soude gebracht worden, ende alsoo Godt daer als sijne woonstede nemen. Waer door wert afgebeelt de komste Christi in den vleesche, ende tot sijne Kercke, als mede sijne hemel-vaert, waer oversich David in den Geest grootelicx verheugt, also hem Nathan mede soo uytnemenden bericht gedaen hadde, dat hy niet en wiste, hoe hy Godt daer voor genoech soude dancken. 2.Sam. 7.",
          "text2026": "Van de tempels, die David van God door de profeet Nathan verstaan had dat zijn zoon Salomo zou bouwen, waarin de ark van het verbond op welke God zijn aanwezigheid vertoonde aan haar plaats zou gebracht worden, en zo God daar zijn woonstede nemen. Waardoor werd afgebeeld de komst van Christus in het vlees en tot zijn kerk, alsmede zijn hemelvaart, waarover zich David in de geest grotelijks verheugt, zo hem Nathan mee zo uitnemend bericht gedaan had, dat hij niet wist hoe hij God daarvoor genoeg zou danken; 2 Sam. 7 ."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "eeuwige deuren: Hebr., פִּתְחֵי, deuren der eeuwigheid; alzo in het volgende vers 9 ; dat is, die langen tijd zouden blijven in hare plaatsen, daar de vorige tabernakel van de ene plaats op de andere was verdragen en weinig rust gehad had. Maar geduid zijnde op de gemeente der kinderen Gods, tot dewelke God met zijn genade en Geest ingaat, en daarin woont, waarom zij Gods tempel genoemd worden , kan dit de eeuwigdurigheid der kerk Gods betekenen, alsook den hemel zelf, voorzoveel de hemelvaart van Christus hier ook wordt beduid. Zie van het woord eeuwig, Gen. 17:7 , en voorts 1 Kor. 3:16 , en 1 Kor. 6:19 ; Openb. 3:20 . Psalmen 24:9 : Heft uw hoofden op, gij poorten, ja, heft op, gij eeuwige deuren! opdat de Koning der ere inga! Genesis 17:7 : En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u. 1 Korinthiërs 3:16 : Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont? 1 Korinthiërs 6:19 : Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt? Openbaring 3:20 : Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.",
          "text1637": "Hebr. deuren der eeuwicheyt. Alsoo in’t volgende vers, D. die langen tijt souden blijven in hare plaetse, daer de voorige Tabernakel van d’eene plaetse op d’ andere was verdragen, ende weynich ruste gehadt hadde. maer geduydt zijnde op de Gemeynte der kinderen Godts, tot de welcke Godt met sijne genade ende Geest ingaet, ende daerin woont, (daerom sy Godts tempel genoemt worden) kan dit de eeuwich-duericheyt der Kercke Godts beteeckenen, als oock den hemel selve, voor soo vele de Hemel-vaert Christi hier oock wort beduydt. Siet van ’t woort eeuwich, Genes. 17. op vers 7. ende voorts 1.Corinth. 3.16. ende 6.19. Apoc. 3.20.",
          "text2026": "eeuwige deuren: Hebr., פִּתְחֵי, deuren van de eeuwigheid; zo in het volgende vers 9 ; dat is, die lange tijd zouden blijven in haar plaatsen, daar de vorige tabernakel van de één plaats op de andere was verdragen en weinig rust gehad had. Maar geduid zijnde op de gemeente van de kinderen van God, tot die God met zijn genade en Geest ingaat, en daarin woont, waarom zij Gods tempel genoemd worden , kan dit de eeuwigdurigheid van de kerk van God betekenen, alsook de hemel zelf, voorzoveel de hemelvaart van Christus hier ook wordt beduid. Zie van het woord eeuwig, Gen. 17:7 , en verder 1 Kor. 3:16 , en 1 Kor. 6:19 ; Openb. 3:20 . Psalmen 24:9 : Heft uw hoofden op, u poorten, ja, heft op, u eeuwige deuren! opdat de Koning van de ere inga! Genesis 17:7 : En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u. 1 Korinthiërs 3:16 : Weet u niet, dat u Gods tempel bent, en de Geest van God in u woont? 1 Korinthiërs 6:19 : Of weet u niet, dat ulieder lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is, Die u van God hebt, en dat u uws zelfs niet bent? Openbaring 3:20 : Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; als iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "God, die gezegd wordt te wonen tussen de cherubim op de ark, 2 Sam. 6:2 . Waardoor Christus werd afgebeeld, de rechte Koning der heerlijkheid. 2 Samuël 6:2 : En David maakte zich op, en ging heen met al het volk, dat bij hem was, van Baälim-juda, om van daar op te brengen de ark Gods, bij dewelke de Naam wordt aangeroepen, de Naam van den HEERE der heirscharen, Die daarop woont tussen de cherubim.",
          "text1637": "Godt, die geseyt wort te woonen tusschen de Cherubim op de Arke. 2.Sam. 6.2. Waer door Christus wiert afgebeelt, de rechte Coninck der heerlickheyt.",
          "text2026": "God, die gezegd wordt te wonen tussen de cherubim op de ark, 2 Sam. 6:2 . Waardoor Christus werd afgebeeld, de rechte Koning van de heerlijkheid. 2 Samuël 6:2 : En David maakte zich op, en ging heen met al het volk, dat bij hem was, van Baälim-juda, om van daar op te brengen de ark van God, bij die de Naam wordt aangeroepen, de Naam van JAHWEH van de legermachten, Die daarop woont tussen de cherubim."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שְׂא֤וּ",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "שְׁעָרִ֨ים",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "רָֽאשֵׁי/כֶ֗ם",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וְֽ֭/הִנָּשְׂאוּ",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HC/VNv2mp"
        },
        {
          "woord": "פִּתְחֵ֣י",
          "strongs": "H6607",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָ֑ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/יָב֗וֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqi3ms"
        },
        {
          "woord": "מֶ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/כָּבֽוֹד",
          "strongs": "H3519",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hef uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hoofden op, u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> poorten, en verheft u, u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> eeuwige deuren, opdat de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Koning van de ere inga!",
      "textSV1888_html": "Heft uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hoofden op, gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> poorten, en verheft u, gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> eeuwige deuren, opdat de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Koning der ere inga!",
      "text1637_html": "Heft uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hoofden op, ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Poorten, ende verheft u, ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> eeuwige deuren; op dat de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Coninck der eeren ingae.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Heft",
          "new": "Hef",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Wie is de Koning der ere? De HEERE, sterk en geweldig, de HEERE, geweldig in den strijd.",
      "text1637": "Wie is de Coninck der eeren? De HEERE, sterck ende geweldich; De HEERE, geweldich in den strijt.",
      "text2026": "Wie is de Koning van de ere? JAHWEH, sterk en geweldig, JAHWEH, geweldig in de strijd.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִ֥י",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "זֶה֮",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HPdxms"
        },
        {
          "woord": "מֶ֤לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/כָּ֫ב֥וֹד",
          "strongs": "H3519",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עִזּ֣וּז",
          "strongs": "H5808",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/גִבּ֑וֹר",
          "strongs": "H1368",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "יְ֝הוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "גִּבּ֥וֹר",
          "strongs": "H1368",
          "morph": "HAamsc"
        },
        {
          "woord": "מִלְחָמָֽה",
          "strongs": "H4421",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Wie is de Koning van de ere? JAHWEH, sterk en geweldig, JAHWEH, geweldig in de strijd.",
      "text1637_html": "Wie is de Coninck der eeren? De HEERE, sterck ende geweldich; De HEERE, geweldich in den strijt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "De HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Heft uw hoofden op, gij poorten, ja, heft op, gij eeuwige deuren! opdat de Koning der ere inga!",
      "text1637": "Heft uwe hoofden op, ghy Poorten, ja heft op, ghy eeuwige deuren; op dat de Coninck der eeren ingae.",
      "text2026": "Hef uw hoofden op, u poorten, ja, heft op, u eeuwige deuren! opdat de Koning van de ere inga!",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שְׂא֤וּ",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "שְׁעָרִ֨ים",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "רָֽאשֵׁי/כֶ֗ם",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ֭/שְׂאוּ",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HC/Vqv2mp"
        },
        {
          "woord": "פִּתְחֵ֣י",
          "strongs": "H6607",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָ֑ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/יָבֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqi3ms"
        },
        {
          "woord": "מֶ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/כָּבֽוֹד",
          "strongs": "H3519",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hef uw hoofden op, u poorten, ja, heft op, u eeuwige deuren! opdat de Koning van de ere inga!",
      "text1637_html": "Heft uwe hoofden op, ghy Poorten, ja heft op, ghy eeuwige deuren; op dat de Coninck der eeren ingae.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Heft",
          "new": "Hef",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Wie is Hij, deze Koning der ere? De HEERE der heirscharen, Die is de Koning der ere. Sela.",
      "text1637": "Wie is hy, dese Coninck der eeren? De HEERE der [20] heyrscharen; Die is de Coninck der eeren, Sela!",
      "text2026": "Wie is Hij, deze Koning van de ere? JAHWEH van de legermachten, Die is de Koning van de ere. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie 1 Kon. 18:15 . Sommigen verstaan, dat in dezen Psalm, van het vers 7 af, gesproken wordt alleen van de hemelvaart onzes Heeren Jezus Christus. 1 Koningen 18:15 : En Elia zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen! Psalmen 24:7 : Heft uw hoofden op, gij poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, opdat de Koning der ere inga!",
          "text1637": "Siet 1.Reg. 18. op vers 15. Sommige verstaen dat in desen Psalm van’t 7 vers af, gesproken wort alleen vande Hemel-vaert onses Heeren Iesu Christi.",
          "text2026": "Zie 1 Kon. 18:15 . Sommigen verstaan, dat in deze Psalm, van het vers 7 af, gesproken wordt alleen van de hemelvaart onzes Heern Jezus Christus. 1 Koningen 18:15 : En Elia zei: Zo waarachtig als JAHWEH van de legermachten leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen! Psalmen 24:7 : Heft uw hoofden op, u poorten, en verheft u, u eeuwige deuren, opdat de Koning van de ere inga!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִ֤י",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "ה֣וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "זֶה֮",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HPdxms"
        },
        {
          "woord": "מֶ֤לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/כָּ֫ב֥וֹד",
          "strongs": "H3519",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֥ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "צְבָא֑וֹת",
          "strongs": "H6635",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "ה֤וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "מֶ֖לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/כָּב֣וֹד",
          "strongs": "H3519",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "Wie is Hij, deze Koning van de ere? JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> van de legermachten, Die is de Koning van de ere. Sela.",
      "textSV1888_html": "Wie is Hij, deze Koning der ere? De HEERE der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> heirscharen, Die is de Koning der ere. Sela.",
      "text1637_html": "Wie is hy, dese Coninck der eeren? De HEERE der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> heyrscharen; Die is de Coninck der eeren, Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "De HEERE der heirscharen,",
          "new": "JAHWEH van de legermachten,",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David van Godt bericht zijnde, dat Salomo den Tempel soude bouwen, ende de Arke des Verbonts daer in laten brengen, bekent wel Godts recht ende macht over den gantschen aerdbodem, maer verheucht sich aldermeest over Godts bysondere genade, die hy bewijst aen sijne Kercke, welcker lidtmaten David hier beschrijft, ende vermaent dat de Arke (op welcke Godt sijne tegenwoordicheyt vertoonde) weerdichlick ende eerbiedichlick mach worden ontfangen, als wesende dit eene af-beeldinge van de komste des Messiae in den Tabernakel sijns lichaems, ende tot sijne Kercke (zijnde Godts Tempel ende Christi Coninckrijck) waer toe mede gehoort sijne hemel-vaert, om van daer als Coninck der glorie sijne Kercke te regeren.",
    "text2026": "David, door God onderricht zijnde dat Salomo de tempel zou bouwen en de ark van het verbond daarin zou laten brengen, erkent wel Gods recht en macht over de gehele aardbodem, maar verheugt zich allermeest over Gods bijzondere genade die Hij bewijst aan Zijn Kerk, wier lidmaten David hier beschrijft; en hij vermaant dat de ark (waarop God Zijn tegenwoordigheid toonde) waardig en eerbiedig ontvangen mag worden, daar dit een afbeelding is van de komst van de Messias in de tabernakel van Zijn lichaam en tot Zijn Kerk (die Gods tempel en Christus' Koninkrijk is); waartoe ook Zijn hemelvaart behoort, om vandaar als Koning der glorie Zijn Kerk te regeren."
  }
}
