{
  "number": 25,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van David. Aleph. Tot U, o HEERE! hef ik mijn ziel op.",
      "text1637": "[EEn Psalm] Davids. Aleph. Tot u, ô HEERE, [1] hef ick mijne ziele op.",
      "text2026": "Een psalm van David. Aleph. Tot U, o JAHWEH! hef ik mijn ziel op.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hef ik: Door een hartgrondig gebed en verlangen naar uwe hulp. De manier van spreken kan enigzins vergeleken worden met Ps. 24:4 ; alzo Ps. 86:4 . Psalmen 24:4 : Die rein van handen, en zuiver van hart is, die zijn ziel niet opheft tot ijdelheid, en die niet bedriegelijk zweert; Psalmen 86:4 : Verheug de ziel Uws knechts; want tot U, HEERE! verhef ik mijn ziel.",
          "text1637": "Door een hertgrondelick gebedt, ende verlangen nae uwe hulpe. De maniere van spreken kan eenichsins worden vergeleken met Psal. 24. op vers 4. alsoo Psal. 86.4.",
          "text2026": "hef ik: Door een hartgrondig gebed en verlangen naar uw hulp. De manier van spreken kan enigzins vergeleken worden met Ps. 24:4 ; zo Ps. 86:4 . Psalmen 24:4 : Die rein van handen, en zuiver van hart is, die zijn ziel niet opheft tot ijdelheid, en die niet bedriegelijk zweert; Psalmen 86:4 : Verheug de ziel Uws knechts; want tot U, JAHWEH! verhef ik mijn ziel."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לְ/דָוִ֡ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "אֵלֶ֥י/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְ֝הוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִׁ֥/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶשָּֽׂא",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een psalm van David. Aleph. Tot U, o JAHWEH!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> hef ik mijn ziel op.",
      "textSV1888_html": "Een psalm van David. Aleph. Tot U, o HEERE!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> hef ik mijn ziel op.",
      "text1637_html": "[EEn Psalm] Davids. <i>Aleph</i>. Tot u, ô HEERE, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> hef ick mijne ziele op.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Beth. Mijn God! op U vertrouw ik; laat mij niet beschaamd worden; laat mijn vijanden niet van vreugde opspringen over mij.",
      "text1637": "Beth. Mijn Godt, [a] op u vertrouw ick, en laet my niet [2] beschaemt worden; Laet mijne [3] vyanden niet van vreuchde opspringen [4] over my.",
      "text2026": "Beth. Mijn God! op U vertrouw ik; laat mij niet beschaamd worden; laat mijn vijanden niet van vreugde opspringen over mij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 22:6 ; Ps. 31:2 ; Ps. 34:6 . Psalmen 22:6 : Tot U hebben zij geroepen, en zijn uitgered; op U hebben zij vertrouwd, en zijn niet beschaamd geworden. Psalmen 31:2 : Op U, o HEERE! betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; help mij uit door Uw gerechtigheid. Psalmen 34:6 : He. Vau. Zij hebben op Hem gezien, ja, Hem als een waterstroom aangelopen; en hun aangezichten zijn niet schaamrood geworden.",
          "text1637": "Psal. 22.6. ende 31.2. ende 34.6.",
          "text2026": "Ps. 22:6 ; Ps. 31:2 ; Ps. 34:6 . Psalmen 22:6 : Tot U hebben zij geroepen, en zijn uitgered; op U hebben zij vertrouwd, en zijn niet beschaamd geworden. Psalmen 31:2 : Op U, o JAHWEH! betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; help mij uit door Uw gerechtigheid. Psalmen 34:6 : He. Vau. Zij hebben op Hem gezien, ja, Hem als een waterstroom aangelopen; en hun aangezichten zijn niet schaamrood geworden."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat dengenen wedervaart, die in hun hoop en vertrouwen bedrogen worden.",
          "text1637": "Dat den genen wedervaert, die in hare hope ende vertrouwen bedrogen worden.",
          "text2026": "Dat dengenen wedervaart, die in hun hoop en vertrouwen bedrogen worden."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Saul met de zijnen, waarop deze psalm voornamelijk schijnt te slaan.",
          "text1637": "Saul met de sijne, daer op dese Psalm voornemelick schijnt te slaen.",
          "text2026": "Saul met de zijn, waarop deze psalm voornamelijk schijnt te slaan."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "over mij: Of, mijnenthalve, mijnentwege.",
          "text1637": "Ofte, mijnent halven, mijnent wegen.",
          "text2026": "over mij: Of, mijnenthalve, mijnentwege."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֱֽלֹהַ֗/י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ךָ֣",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בָ֭טַחְתִּי",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֵב֑וֹשָׁה",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יַֽעַלְצ֖וּ",
          "strongs": "H5970",
          "morph": "HVqj3mp"
        },
        {
          "woord": "אֹיְבַ֣/י",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Beth. Mijn God!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> op U vertrouw ik; laat mij niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> beschaamd worden; laat mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> vijanden niet van vreugde opspringen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> over mij.",
      "textSV1888_html": "Beth. Mijn God!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> op U vertrouw ik; laat mij niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> beschaamd worden; laat mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> vijanden niet van vreugde opspringen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> over mij.",
      "text1637_html": "<i>Beth</i>. Mijn Godt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> op u vertrouw ick, en laet my niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> beschaemt worden; Laet mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> vyanden niet van vreuchde opspringen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> over my."
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Gimel. Ja, allen, die U verwachten, zullen niet beschaamd worden; zij zullen beschaamd worden, die trouwelooslijk handelen zonder oorzaak.",
      "text1637": "Gimel. Ia, alle die u verwachten, en sullen niet [b] beschaemt worden: sy sullen beschaemt worden, die trouwlooslick handelen sonder oorsake.",
      "text2026": "Gimel. Ja, allen, die U verwachten, zullen niet beschaamd worden; zij zullen beschaamd worden, die trouweloos handelen zonder oorzaak.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 28:16 ; Rom. 10:11 . Jesaja 28:16 : Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik leg een grondsteen in Sion, een beproefden steen, een kostelijken hoeksteen, die wel vast gegrondvest is; wie gelooft, die zal niet haasten. Romeinen 10:11 : Want de Schrift zegt: Een iegelijk, die in Hem gelooft, die zal niet beschaamd worden.",
          "text1637": "Iesa. 28.16. Rom. 10.11.",
          "text2026": "Jes. 28:16 ; Rom. 10:11 . Jesaja 28:16 : Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Ziet, Ik leg een grondsteen in Sion, een beproefden steen, een kostelijke hoeksteen, die wel vast gegrondvest is; wie gelooft, die zal niet haasten. Romeinen 10:11 : Want de Schrift zegt: Een iedereen, die in Hem gelooft, die zal niet beschaamd worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "גַּ֣ם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "קֹ֭וֶי/ךָ",
          "strongs": "H6960",
          "morph": "HVqrmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יֵבֹ֑שׁוּ",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "יֵ֝בֹ֗שׁוּ",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "הַ/בּוֹגְדִ֥ים",
          "strongs": "H898",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "רֵיקָֽם",
          "strongs": "H7387",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "Gimel. Ja, allen, die U verwachten, zullen niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> beschaamd worden; zij zullen beschaamd worden, die trouweloos handelen zonder oorzaak.",
      "textSV1888_html": "Gimel. Ja, allen, die U verwachten, zullen niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> beschaamd worden; zij zullen beschaamd worden, die trouwelooslijk handelen zonder oorzaak.",
      "text1637_html": "<i>Gimel</i>. Ia, alle die u verwachten, en sullen niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> beschaemt worden: sy sullen beschaemt worden, die trouwlooslick handelen sonder oorsake.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "trouwelooslijk",
          "new": "trouweloos",
          "principe": "V463"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Daleth. HEERE! maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden.",
      "text1637": "Daleth. HEERE, [c] maeckt my uwe [5] wegen [6] bekent; leert my uwe paden.",
      "text2026": "Daleth. JAHWEH! maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 27:11 ; Ps. 86:11 ; Ps. 119 . Psalmen 27:11 : HEERE! leer mij Uw weg, en leid mij in het rechte pad, om mijner verspieders wil. Psalmen 86:11 : Leer mij, HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams.",
          "text1637": "Psal. 27.11. ende 86.11. ende 119. doorgaens.",
          "text2026": "Ps. 27:11 ; Ps. 86:11 ; Ps. 119 . Psalmen 27:11 : JAHWEH! leer mij Uw weg, en leid mij in het rechte pad, om mijn verspieders wil. Psalmen 86:11 : Leer mij, JAHWEH! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Gen. 18:19 ; Deut. 32:4 . Genesis 18:19 : Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen, en zij den weg des HEEREN houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat de HEERE over Abraham brenge, hetgeen Hij over hem gesproken heeft. Deuteronomium 32:4 : Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij.",
          "text1637": "Siet Gen. 18. op vers 19. ende Deut. 32. op vers 4.",
          "text2026": "Zie Gen. 18:19 ; Deut. 32:4 . Genesis 18:19 : Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zou bevelen, en zij de weg van JAHWEH houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat JAHWEH over Abraham brenge, wat Hij over hem gesproken heeft. Deuteronomium 32:4 : Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, door uw woord en Heiligen Geest.",
          "text1637": "Te weten, door u woort ende H. Geest.",
          "text2026": "Te weten, door uw woord en Heilige Geest."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "דְּרָכֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הוֹדִיעֵ֑/נִי",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVhv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֹ֖רְחוֹתֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H734",
          "morph": "HNcbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לַמְּדֵֽ/נִי",
          "strongs": "H3925",
          "morph": "HVpv2ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daleth. JAHWEH!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> maak mij Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> wegen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> bekend, leer mij Uw paden.",
      "textSV1888_html": "Daleth. HEERE!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> maak mij Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> wegen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> bekend, leer mij Uw paden.",
      "text1637_html": "<i>Daleth</i>. HEERE, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> maeckt my uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> wegen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> bekent; leert my uwe paden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "He. Vau. Leid mij in Uw waarheid, en leer mij, want Gij zijt de God mijns heils; U verwacht ik den gansen dag.",
      "text1637": "He Vau. Leydt my in uwe [7] waerheyt, ende leert my, want ghy zijt de [8] Godt mijns Heyls; [9] u verwacht ick den gantschen dach.",
      "text2026": "He. Vau. Leid mij in Uw waarheid, en leer mij, want U bent de God van mijn heil; U verwacht ik de hele dag.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "In uw Woord geopenbaard, zie Joh. 17:17 ; of, waarheid; dat is, uw waarachtige en getrouwe beloften, geef dat ik daarop vast vertrouw en mij daarnaar richt, om mij niet door ongeloof of wraakgierigheid te vergrijpen. Johannes 17:17 : Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.",
          "text1637": "In u woort geopenbaert. Siet Ioh. 17.17. ofte, waerheyt, dat is, uwe waerachtige ende getrouwe beloften, geeft dat ick daer op vast vertrouwe, ende my daer nae richte, om my niet door ongeloove ofte wraeckgiericheyt te vergrijpen.",
          "text2026": "In uw Woord geopenbaard, zie Joh. 17:17 ; of, waarheid; dat is, uw waarachtige en getrouwe beloften, geef dat ik daarop vast vertrouw en mij daarnaar richt, om mij niet door ongeloof of wraakgierigheid te vergrijpen. Johannes 17:17 : Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk Ps. 24:5 . Psalmen 24:5 : Die zal den zegen ontvangen van den HEERE, en gerechtigheid van den God zijns heils.",
          "text1637": "Als Psal. 24.5.",
          "text2026": "Gelijk Ps. 24:5 . Psalmen 24:5 : Die zal de zegen ontvangen van JAHWEH, en gerechtigheid van de God zijns heils."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "U verwacht: Dat is, uw genadige hulp en verlossing.",
          "text1637": "D. uwe genadige hulpe ende verlossinge.",
          "text2026": "U verwacht: Dat is, uw genadige hulp en verlossing."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַדְרִ֘יכֵ֤/נִי",
          "strongs": "H1869",
          "morph": "HVhv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַ/אֲמִתֶּ֨/ךָ",
          "strongs": "H571",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/לַמְּדֵ֗/נִי",
          "strongs": "H3925",
          "morph": "HC/Vpv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אַ֭תָּה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁעִ֑/י",
          "strongs": "H3468",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אוֹתְ/ךָ֥",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "קִ֝וִּ֗יתִי",
          "strongs": "H6960",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יּֽוֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "He. Vau. Leid mij in Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> waarheid, en leer mij, want U bent de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> God van mijn heil;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> U verwacht ik de hele dag.",
      "textSV1888_html": "He. Vau. Leid mij in Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> waarheid, en leer mij, want Gij zijt de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> God mijns heils;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> U verwacht ik den gansen dag.",
      "text1637_html": "<i>He Vau</i>. Leydt my in uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> waerheyt, ende leert my, want ghy zijt de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> Godt mijns Heyls; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> u verwacht ick den gantschen dach.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "mijns heils;",
          "new": "van mijn heil;",
          "principe": "V213"
        },
        {
          "old": "den gansen",
          "new": "de hele",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Zain. Gedenk, HEERE! Uwer barmhartigheden en Uwer goedertierenheden, want die zijn van eeuwigheid.",
      "text1637": "Zain. Gedenckt, HEERE, uwer barmherticheden, ende uwer goedertierenheden; want [d] die zijn van [10] eeuwicheyt.",
      "text2026": "Zain. Gedenk, JAHWEH! Uw barmhartigheden en van Uw goedertierenheden, want die zijn van eeuwigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 103:17 ; Ps. 106:1 ; Ps. 107:1 ; Ps. 117:2 ; Ps. 136 ; Jer. 33:11 . Psalmen 103:17 : Maar de goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen, die Hem vrezen, en Zijn gerechtigheid aan kindskinderen; Psalmen 106:1 : Hallelujah! Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Psalmen 107:1 : Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Psalmen 117:2 : Want Zijn goedertierenheid is geweldig over ons, en de waarheid des HEEREN is in der eeuwigheid! Hallelujah! Jeremia 33:11 : De stem der vrolijkheid en de stem der blijdschap, de stem des bruidegoms en de stem der bruid, de stem dergenen, die zeggen: Looft den HEERE der heirscharen, want de HEERE is goed, want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid! de stem dergenen, die lof aanbrengen ten huize des HEEREN; want Ik zal de gevangenis des lands wenden, als in het eerste, zegt de HEERE.",
          "text1637": "Psal. 103.17. ende 106.1. ende 107.1. ende 117.2. ende 136. Ierem. 33.11.",
          "text2026": "Ps. 103:17 ; Ps. 106:1 ; Ps. 107:1 ; Ps. 117:2 ; Ps. 136 ; Jer. 33:11 . Psalmen 103:17 : Maar de goedertierenheid van JAHWEH is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen, die Hem vrezen, en Zijn gerechtigheid aan kleinkinderen; Psalmen 106:1 : Hallelujah! Looft JAHWEH, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid. Psalmen 107:1 : Looft JAHWEH, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid. Psalmen 117:2 : Want Zijn goedertierenheid is geweldig over ons, en de waarheid van JAHWEH is in eeuwigheid! Hallelujah! Jeremia 33:11 : De stem van de vrolijkheid en de stem van de blijdschap, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid, de stem dergenen, die zeggen: Looft JAHWEH van de legermachten, want JAHWEH is goed, want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid! de stem dergenen, die lof aanbrengen in het huis van JAHWEH; want Ik zal de gevangenis van het land wenden, als in het eerste, zegt JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. 2 Tim. 1:9 en Ef. 1:4 . 2 Timotheüs 1:9 : Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus, voor de tijden der eeuwen; Efeziërs 1:4 : Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde;",
          "text1637": "Vergelijckt 2.Tim. 1.9. ende Ephes. 1.4.",
          "text2026": "Verg. 2 Tim. 1:9 en Ef. 1:4 . 2 Timotheüs 1:9 : Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus, voor de tijden van de eeuwen; Efeziërs 1:4 : Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging van de wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "זְכֹר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "רַחֲמֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H7356",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/חֲסָדֶ֑י/ךָ",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כִּ֖י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "מֵ/עוֹלָ֣ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הֵֽמָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zain. Gedenk, JAHWEH! Uw barmhartigheden en van Uw goedertierenheden, want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> die zijn van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> eeuwigheid.",
      "textSV1888_html": "Zain. Gedenk, HEERE! Uwer barmhartigheden en Uwer goedertierenheden, want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> die zijn van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> eeuwigheid.",
      "text1637_html": "<i>Zain</i>. Gedenckt, HEERE, uwer barmherticheden, ende uwer goedertierenheden; want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> die zijn van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> eeuwicheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE! Uwer",
          "new": "JAHWEH! Uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Cheth. Gedenk niet der zonden mijner jonkheid, noch mijner overtredingen; gedenk mijner naar Uw goedertierenheid, om Uwer goedheid wil, o HEERE!",
      "text1637": "Cheth. Gedenckt niet der sonden mijner [11] jonckheyt, noch mijner overtredingen, gedenckt mijner nae uwe goedertierenheyt; om uwer goetheyt wille, ô HEERE.",
      "text2026": "Cheth. Gedenk niet van de zonden van mijn jeugd, noch van mijn overtredingen; gedenk aan mij naar Uw goedertierenheid, omwille van Uw goedheid, o JAHWEH!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. Gen. 8:21 ; Job 13:26 ; Pred. 12:1 ; Jer. 3:25 . Genesis 8:21 : En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb. Job 13:26 : Want Gij schrijft tegen mij bittere dingen; en Gij doet mij erven de misdaden mijner jonkheid. Prediker 12:1 : En gedenk aan uw Schepper in de dagen uwer jongelingschap, eer dat de kwade dagen komen, en de jaren naderen, van dewelke gij zeggen zult: Ik heb geen lust in dezelve. Jeremia 3:25 : Wij liggen in onze schaamte, en onze schande overdekt ons, want wij hebben tegen den HEERE, onzen God, gezondigd, wij en onze vaderen, van onze jeugd aan tot op dezen dag; en wij zijn der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaam geweest.",
          "text1637": "Vergel. Gen. 8.21. Iob 13.26. Eccl. 12.2. Ierem. 3.25.",
          "text2026": "Verg. Gen. 8:21 ; Job 13:26 ; Pred. 12:1 ; Jer. 3:25 . Genesis 8:21 : En JAHWEH rook die liefelijken reuk, en JAHWEH zei in Zijn hart: Ik zal voortaan de aardbodem niet meer vervloeken vanwege de mensen; want het maaksel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb. Job 13:26 : Want U schrijft tegen mij bittere dingen; en U doet mij erven de misdaden mijn jonkheid. Prediker 12:1 : En gedenk aan uw Schepper in de dagen uw jongelingschap, voordat dat de kwade dagen komen, en de jaren naderen, van die u zeggen zult: Ik heb geen lust in dezelfde. Jeremia 3:25 : Wij liggen in onze schaamte, en onze schande overdekt ons, want wij hebben tegen JAHWEH, onze God, gezondigd, wij en onze vaders, van onze jeugd aan tot op deze dag; en wij zijn van de stem van JAHWEH, onzes Gods, niet gehoorzaam geweest."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "חַטֹּ֤אות",
          "strongs": "H2403",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "נְעוּרַ֨/י",
          "strongs": "H5271",
          "morph": "HNcbpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/פְשָׁעַ֗/י",
          "strongs": "H6588",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּ֫זְכֹּ֥ר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "כְּ/חַסְדְּ/ךָ֥",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "זְכָר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַ֑תָּה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְמַ֖עַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "טוּבְ/ךָ֣",
          "strongs": "H2898",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Cheth. Gedenk niet van de zonden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> van mijn jeugd, noch van mijn overtredingen; gedenk aan mij naar Uw goedertierenheid, omwille van Uw goedheid, o JAHWEH!",
      "textSV1888_html": "Cheth. Gedenk niet der zonden mijner<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> jonkheid, noch mijner overtredingen; gedenk mijner naar Uw goedertierenheid, om Uwer goedheid wil, o HEERE!",
      "text1637_html": "<i>Cheth</i>. Gedenckt niet der sonden mijner <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> jonckheyt, noch mijner overtredingen, gedenckt mijner nae uwe goedertierenheyt; om uwer goetheyt wille, ô HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "mijner jonkheid,",
          "new": "van mijn jeugd,",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "mijner",
          "new": "aan mij",
          "principe": "N24"
        },
        {
          "old": "om Uwer goedheid wil,",
          "new": "omwille van Uw goedheid,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Teth. De HEERE is goed en recht; daarom zal Hij de zondaars onderwijzen in den weg.",
      "text1637": "Teth. De HEERE is goet ende recht; daerom sal hy de [12] sondaers onderwijsen in den wech.",
      "text2026": "Teth. JAHWEH is goed en recht; daarom zal Hij de zondaars onderwijzen in de weg.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Over welken Hij zich, naar zijne goedheid, ontfermt tot hunne bekering, en dien Hij naar zijne rechtheid of gerechtigheid den rechten weg wijst, dien Hij den boetvaardigen in zijn Woord heeft voorgeschreven. Verg. vers 9 , 25:12 . Psalmen 25:9 : Jod. Hij zal de zachtmoedigen leiden in het recht, en Hij zal den zachtmoedigen Zijn weg leren. Psalmen 25:12 : Mem. Wie is de man, die den HEERE vreest? Hij zal hem onderwijzen in den weg, dien hij zal hebben te verkiezen.",
          "text1637": "Over dewelcke hy sich, nae sijne goetheyt, ontfermt tot harer bekeeringe, ende die hy nae sijne rechtheyt ofte rechticheyt den rechten wech wijst, dien hy den boetveerdigen in sijn woort heeft voorgeschreven. Vergel. vers 9. ende 12.",
          "text2026": "Over welke Hij zich, naar zijn goedheid, ontfermt tot hun bekering, en die Hij naar zijn rechtheid of gerechtigheid de rechte weg wijst, die Hij de boetvaardigen in zijn Woord heeft voorgeschreven. Verg. vers 9 , 25:12 . Psalmen 25:9 : Jod. Hij zal de zachtmoedigen leiden in het recht, en Hij zal de zachtmoedigen Zijn weg leren. Psalmen 25:12 : Mem. Wie is de man, die JAHWEH vreest? Hij zal hem onderwijzen in de weg, die hij zal hebben te verkiezen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "טוֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָשָׁ֥ר",
          "strongs": "H3477",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כֵּ֤ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "יוֹרֶ֖ה",
          "strongs": "H3384",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "חַטָּאִ֣ים",
          "strongs": "H2400",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/דָּֽרֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Teth. JAHWEH is goed en recht; daarom zal Hij de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> zondaars onderwijzen in de weg.",
      "textSV1888_html": "Teth. De HEERE is goed en recht; daarom zal Hij de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> zondaars onderwijzen in den weg.",
      "text1637_html": "<i>Teth</i>. De HEERE is goet ende recht; daerom sal hy de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> sondaers onderwijsen in den wech.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "De HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Jod. Hij zal de zachtmoedigen leiden in het recht, en Hij zal den zachtmoedigen Zijn weg leren.",
      "text1637": "Iod. Hy sal de [13] sachtmoedige ley-den in’t recht; ende hy sal de sachtmoedige sijnen wech leeren.",
      "text2026": "Jod. Hij zal de zachtmoedigen leiden in het recht, en Hij zal de zachtmoedigen Zijn weg leren.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zachtmoedigen leiden in het recht: Zie Ps. 10:17 ; het woord, recht, of oordeel, schijnt hier verklaard te zijn door Gods weg, gelijk volgt, gelijk ook elders door Gods recht zijn Woord en lering verstaan wordt. Anders zou men dit mogen vergelijken met Jer. 10:24 , alsof de profeet zeide: God zal de zachtmoedigen met oordeel, dat is, rede, maat en zachtmoedigheid leiden, en in alles gunstiglijk en vaderlijk regeren, enz. Zie de aantekening bij Jer. 10:24 , en verg. hier het volgende vers 14 met de aantekening. Psalmen 10:17 : HEERE! Gij hebt den wens der zachtmoedigen gehoord; Gij zult hun hart sterken, Uw oor zal opmerken; Jeremia 10:24 : Kastijd mij, HEERE! doch met mate; niet in Uw toorn, opdat Gij mij niet te niet maakt. Jeremia 10:24 : Kastijd mij, HEERE! doch met mate; niet in Uw toorn, opdat Gij mij niet te niet maakt. Psalmen 25:14 : Samech. De verborgenheid des HEEREN is voor degenen, die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun die bekend te maken.",
          "text1637": "Siet Psal. 10. op vers 17. het woort, recht, ofte, oordeel, schijnt hier verklaert te zijn door Godts wech, als volcht, gelijck oock elders door, Godts recht, sijn woort ende leeringe verstaen wort. and. soudemen dit mogen vergelijcken met Ierem. 10.24. als of de Propheet seyde: Godt sal de sachtmoedige met oordeel, dat is, reden, mate ende discretie leyden, ende in alles gunstichlijck ende vaderlick regeren, etc. siet d’aenteeck. op Ierem. 10.24. ende vergel. hier het volgende vers met d’aenteeck.",
          "text2026": "zachtmoedigen leiden in het recht: Zie Ps. 10:17 ; het woord, recht, of oordeel, schijnt hier verklaard te zijn door Gods weg, gelijk volgt, gelijk ook elders door Gods recht zijn Woord en lering verstaan wordt. Anders zou men dit mogen vergelijken met Jer. 10:24 , alsof de profeet zei: God zal de zachtmoedigen met oordeel, dat is, rede, maat en zachtmoedigheid leiden, en in alles gunstiglijk en vaderlijk regeren, enz. Zie de aantekening bij Jer. 10:24 , en verg. hier het volgende vers 14 met de aantekening. Psalmen 10:17 : JAHWEH! U hebt de wens van de zachtmoedigen gehoord; U zult hun hart sterken, Uw oor zal opmerken; Jeremia 10:24 : Kastijd mij, JAHWEH! maar met mate; niet in Uw toorn, opdat U mij niet te niet maakt. Jeremia 10:24 : Kastijd mij, JAHWEH! maar met mate; niet in Uw toorn, opdat U mij niet te niet maakt. Psalmen 25:14 : Samech. De verborgenheid van JAHWEH is voor degenen, die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun die bekend te maken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יַדְרֵ֣ךְ",
          "strongs": "H1869",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "עֲ֭נָוִים",
          "strongs": "H6035",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "בַּ/מִּשְׁפָּ֑ט",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וִֽ/ילַמֵּ֖ד",
          "strongs": "H3925",
          "morph": "HC/Vpi3ms"
        },
        {
          "woord": "עֲנָוִ֣ים",
          "strongs": "H6035",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "דַּרְכּֽ/וֹ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Jod. Hij zal de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> zachtmoedigen leiden in het recht, en Hij zal de zachtmoedigen Zijn weg leren.",
      "textSV1888_html": "Jod. Hij zal de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> zachtmoedigen leiden in het recht, en Hij zal den zachtmoedigen Zijn weg leren.",
      "text1637_html": "<i>Iod</i>. Hy sal de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> sachtmoedige ley-den in’t recht; ende hy sal de sachtmoedige sijnen wech leeren.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Caph. Alle paden des HEEREN zijn goedertierenheid en waarheid, dengenen, die Zijn verbond en Zijn getuigenissen bewaren.",
      "text1637": "Caph. Alle [14] paden des HEEREN zijn goedertierenheyt, ende [15] waerheyt; den genen, die sijn [16] verbont ende sijne getuygenissen bewaren.",
      "text2026": "Caph. Alle paden van JAHWEH zijn goedertierenheid en waarheid, van hen, die Zijn verbond en Zijn getuigenissen bewaren.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Al wat Hij bij zijn kinderen doet, zijn ganse regering, over hen, is niet dan enkel goedgunstigheid, die Hij naar zijn gewisse beloften aan hen tot hun best bewijst, hoe vreemd dat het dikwijls, ten aanzien van menigerlei kruis, het vlees moge toeschijnen. Verg. Deut. 32:4 ; Rom. 8:28 . Deuteronomium 32:4 : Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij. Romeinen 8:28 : En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn.",
          "text1637": "Al wat hy by sijne kinderen doet, sijne gantsche regeringe over hen, is niet dan enckele goetgunsticheyt, die hy nae sijne gewisse beloften aen hen tot haren besten bewijst, hoe vreemt dat het dickwils, ten aensien van menigerley kruys, den vleesche moge toeschijnen. Deut. 32. op vers 4. ende Rom. 8.28.",
          "text2026": "Al wat Hij bij zijn kinderen doet, zijn gehele regering, over hen, is niet dan enkel goedgunstigheid, die Hij naar zijn gewisse beloften aan hen tot hun best bewijst, hoe vreemd dat het dikwijls, ten aanzien van menigerlei kruis, het vlees mag toeschijnen. Verg. Deut. 32:4 ; Rom. 8:28 . Deuteronomium 32:4 : Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij. Romeinen 8:28 : En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, trouw.",
          "text1637": "Ofte, trouwe.",
          "text2026": "Of, trouw."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die de beloften zijns verbonds met geloof aannemen en daarop een godvruchtig leven leiden. Van het verbond Gods, zie Jer. 31:31 , 31:32 , 31:33 , enz. Hebr. 8:6 , 8:8 , 8:9 , enz. Jeremia 31:31 : Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken; Jeremia 31:32 : Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE; Jeremia 31:33 : Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. Hebreeën 8:6 : En nu heeft Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, hetwelk in betere beloftenissen bevestigd is. Hebreeën 8:8 : Want hen berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israëls, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten; Hebreeën 8:9 : Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage, als Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in dit Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb op hen niet geacht, zegt de Heere.",
          "text1637": "Die de beloften sijns verbonts met geloove aennemen, ende daer op een Godtvruchtich leven leyden. van’t verbondt Godts, Siet Iere. 31.31, 32, 33, etc. Hebr. 8.6, 8, 9, 15.",
          "text2026": "Die de beloften zijns verbonds met geloof aannemen en daarop een godvruchtig leven leiden. Van het verbond Gods, zie Jer. 31:31 , 31:32 , 31:33 , enz. Hebr. 8:6 , 8:8 , 8:9 , enz. Jeremia 31:31 : Ziet, de dagen komen, spreekt JAHWEH, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken; Jeremia 31:32 : Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaders gemaakt heb, op de dag als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt JAHWEH; Jeremia 31:33 : Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt JAHWEH: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. Hebreeën 8:6 : En nu heeft Hij zoveel uitmuntender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, dat in betere beloftenissen bevestigd is. Hebreeën 8:8 : Want hen berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heer, en Ik zal over het huis van Israël, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten; Hebreeën 8:9 : Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaders gemaakt heb, op de dag als Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in dit Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb op hen niet geacht, zegt de Heer."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָרְח֣וֹת",
          "strongs": "H734",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "חֶ֣סֶד",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וֶ/אֱמֶ֑ת",
          "strongs": "H571",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/נֹצְרֵ֥י",
          "strongs": "H5341",
          "morph": "HR/Vqrmpc"
        },
        {
          "woord": "בְ֝רִית֗/וֹ",
          "strongs": "H1285",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/עֵדֹתָֽי/ו",
          "strongs": "H5713",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Caph. Alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> paden van JAHWEH zijn goedertierenheid en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> waarheid, van hen, die Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> verbond en Zijn getuigenissen bewaren.",
      "textSV1888_html": "Caph. Alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> paden des HEEREN zijn goedertierenheid en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> waarheid, dengenen, die Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> verbond en Zijn getuigenissen bewaren.",
      "text1637_html": "<i>Caph</i>. Alle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> paden des HEEREN zijn goedertierenheyt, en<i>de</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> waerheyt; den genen, die sijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> verbont ende sijne getuygenissen bewaren.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "dengenen,",
          "new": "van hen,",
          "principe": "V397"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Lamed. Om Uws Naams wil, HEERE! zo vergeef mijn ongerechtigheid, want die is groot.",
      "text1637": "Lamed. Om uwes Naems wille, HEERE, so vergeeft mijne ongerechticheyt; want die is [17] groot.",
      "text2026": "Lamed. Vanwege uw Naam, JAHWEH! zo vergeef mijn ongerechtigheid, want die is groot.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, menigvuldig.",
          "text1637": "Ofte, menichvuldich.",
          "text2026": "Of, menigvuldig."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לְמַֽעַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שִׁמְ/ךָ֥",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/סָלַחְתָּ֥",
          "strongs": "H5545",
          "morph": "HC/Vqp2ms"
        },
        {
          "woord": "לַ֝/עֲוֺנִ֗/י",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "רַב",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "הֽוּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Lamed. Vanwege uw Naam, JAHWEH! zo vergeef mijn ongerechtigheid, want die is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> groot.",
      "textSV1888_html": "Lamed. Om Uws Naams wil, HEERE! zo vergeef mijn ongerechtigheid, want die is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> groot.",
      "text1637_html": "<i>Lamed</i>. Om uwes Naems wille, HEERE, so vergeeft mijne ongerechticheyt; want die is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> groot.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Om Uws Naams wil, HEERE!",
          "new": "Vanwege uw Naam, JAHWEH!",
          "principe": "V200"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Mem. Wie is de man, die den HEERE vreest? Hij zal hem onderwijzen in den weg, dien hij zal hebben te verkiezen.",
      "text1637": "Mem. [18] Wie is de man, die den HEERE vreest? Hy sal hem onderwijsen inden wech, dien hy sal hebben te [19] verkiesen.",
      "text2026": "Mem. Wie is de man, die JAHWEH vreest? Hij zal hem onderwijzen in de weg, die hij zal hebben te verkiezen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, die den Heere vreest, dien zal Hij, enz. Zie Deut. 20:5 . Deuteronomium 20:5 : Dan zullen de ambtlieden tot het volk spreken, zeggende: Wie is de man, die een nieuw huis heeft gebouwd, en het niet heeft ingewijd? Die ga henen en kere weder naar zijn huis; opdat hij niet misschien sterve in den strijd, en iemand anders dat inwijde.",
          "text1637": "D. die den Heere vreest, dien sal hy, etc. Siet Deut. 20. op vers 5.",
          "text2026": "Dat is, die de Heer vreest, die zal Hij, enz. Zie Deut. 20:5 . Deuteronomium 20:5 : Dan zullen de ambtlieden tot het volk spreken, zeggende: Wie is de man, die een nieuw huis heeft gebouwd, en het niet heeft ingewijd? Die ga heen en kere weer naar zijn huis; opdat hij niet misschien sterve in de strijd, en iemand anders dat inwijde."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, om daarin te wandelen. Verkiezen en beminnen, behagen, zijn elkander zo verwant, dat het ene onder het andere verstaan en daarvoor gebruikt wordt. Zie Jes. 42:1 ; Matth. 12:18 . Verg. ook 2 Sam. 15:15 . Jesaja 42:1 : Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal het recht den heidenen voortbrengen. Mattheüs 12:18 : Ziet, Mijn Knecht, Welken Ik verkoren heb, Mijn Beminde, in Welken Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal Mijn Geest op Hem leggen, en Hij zal het oordeel den heidenen verkondigen. 2 Samuël 15:15 : Toen zeiden de knechten des konings tot den koning: Naar alles, wat mijn heer de koning verkiezen zal, ziet, hier zijn uw knechten.",
          "text1637": "T.w. om daer in te wandelen. verkiesen ende beminnen, behagen, zijn malkanderen so verwant, dat het een onder het ander verstaen ende daer voor gebruyckt wort. Siet Ies. 42.1. Matt. 12.18. Vergel. oock 2.Sam. 15. op vers 15.",
          "text2026": "Te weten, om daarin te wandelen. Verkiezen en beminnen, behagen, zijn elkaar zo verwant, dat het een onder het andere verstaan en daarvoor gebruikt wordt. Zie Jes. 42:1 ; Matt. 12:18 . Verg. ook 2 Sam. 15:15 . Jesaja 42:1 : Ziet, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal het recht de heidenen voortbrengen. Mattheüs 12:18 : Ziet, Mijn Knecht, Welke Ik gekozen heb, Mijn Beminde, in Welke Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal Mijn Geest op Hem leggen, en Hij zal het oordeel de heidenen verkondigen. 2 Samuël 15:15 : Toen zeiden de knechten van de koning tot de koning: Naar alles, wat mijn heer de koning verkiezen zal, ziet, hier zijn uw knechten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִי",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "זֶ֣ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HPdxms"
        },
        {
          "woord": "הָ֭/אִישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יְרֵ֣א",
          "strongs": "H3373",
          "morph": "HAamsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "י֝וֹרֶ֗/נּוּ",
          "strongs": "H3384",
          "morph": "HVhi3ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/דֶ֣רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "יִבְחָֽר",
          "strongs": "H977",
          "morph": "HVqi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mem.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Wie is de man, die JAHWEH vreest? Hij zal hem onderwijzen in de weg, die hij zal hebben te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> verkiezen.",
      "textSV1888_html": "Mem.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Wie is de man, die den HEERE vreest? Hij zal hem onderwijzen in den weg, dien hij zal hebben te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> verkiezen.",
      "text1637_html": "<i>Mem</i>. <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Wie is de man, die den HEERE vreest? Hy sal hem onderwijsen inden wech, dien hy sal hebben te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> verkiesen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Nun. Zijn ziel zal vernachten in het goede, en zijn zaad zal de aarde beërven.",
      "text1637": "Nun. Sijne ziele sal [20] vernachten in ’t goede: ende sijn zaet sal de aerde be-erven.",
      "text2026": "Nun. Zijn ziel zal overnachten in het goede, en zijn zaad zal de aarde beërven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, herbergen, verblijden. De zin is: de godvruchtigen zullen met hun gelovig zaad den zegen des Heeren genieten, niet alleen in het eeuwige en geestelijke, maar ook in het tijdelijke en lichamelijke. Verg. Ps. 1:1 ; dergelijke beloften vindt men zeer veel in dit boek, die nochtans het kruis geenzins uitsluiten, gelijk hier klaarlijk blijkt. Zie vers 16 , 25:17 , enz. Anders, het land; te weten, Kanaän, genoemd het land der belofte, Hebr. 11:9 , Abraham en zijn zaad beloofd, zijnde een voorbeeld en pand van het hemelse Kanaän en in de Schriftuur heerlijk geroemd. Zie verder Ps. 37:29 . Psalmen 1:1 : Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in den raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters; Psalmen 25:16 : Pe. Wend U tot mij, en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig. Psalmen 25:17 : Tsade. De benauwdheden mijns harten hebben zich wijd uitgestrekt; voer mij uit mijn noden. Hebreeën 11:9 : Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land der belofte, als in een vreemd land, en heeft in tabernakelen gewoond met Izak en Jakob, die mede-erfgenamen waren derzelfde belofte. Psalmen 37:29 : De rechtvaardigen zullen de aarde erfelijk bezitten, en in eeuwigheid daarop wonen.",
          "text1637": "Ofte, herbergen, verblijven. de sin is: de Godtvruchtige sullen met haer geloovich zaet den zegen des Heeren genieten, niet alleen in’t eeuwige ende geestelicke, maer oock in het tijdelicke ende lichamelicke. Vergel. Psal. 1. op vers 1. diergelijcke beloften vintmen seer vele in dit boeck, die nochtans het kruys geensins uytsluyten, als hier klaerlick blijckt. Siet versen 16, 17, etc. and. het lant, te weten, Canaan, genoemt het lant van beloften, Hebr. 11.9. Abraham ende sijnen zade belooft, zijnde een voorbeelt ende pant van’t hemelsch Canaan, ende inde Schriftuere heerlick geroemt. siet wijders Psal. 37. op vers 29.",
          "text2026": "Of, herbergen, verblijden. De zin is: de godvruchtigen zullen met hun gelovig zaad de zegen van de Heer genieten, niet alleen in het eeuwige en geestelijke, maar ook in het tijdelijke en lichamelijke. Verg. Ps. 1:1 ; dergelijke beloften vindt men zeer veel in dit boek, die nochtans het kruis geenzins uitsluiten, gelijk hier duidelijk blijkt. Zie vers 16 , 25:17 , enz. Anders, het land; te weten, Kanaän, genoemd het land van de belofte, Hebr. 11:9 , Abraham en zijn zaad beloofd, zijnde een voorbeeld en pand van het hemelse Kanaän en in de Schriftuur heerlijk geroemd. Zie verder Ps. 37:29 . Psalmen 1:1 : Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in de raad van de goddelozen, noch staat op de weg van de zondaren, noch zit in het gestoelte van de spotters; Psalmen 25:16 : Pe. Wend U tot mij, en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig. Psalmen 25:17 : Tsade. De benauwdheden mijns harten hebben zich wijd uitgestrekt; voer mij uit mijn noden. Hebreeën 11:9 : Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land van de belofte, als in een vreemd land, en heeft in tenten gewoond met Izak en Jakob, die mee-erfgenamen waren derzelfde belofte. Psalmen 37:29 : De rechtvaardigen zullen de aarde erfelijk bezitten, en in eeuwigheid daarop wonen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נַ֭פְשׁ/וֹ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ט֣וֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HR/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "תָּלִ֑ין",
          "strongs": "H3885",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/זַרְע֗/וֹ",
          "strongs": "H2233",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִ֣ירַשׁ",
          "strongs": "H3423",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Nun. Zijn ziel zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> overnachten in het goede, en zijn zaad zal de aarde beërven.",
      "textSV1888_html": "Nun. Zijn ziel zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> vernachten in het goede, en zijn zaad zal de aarde beërven.",
      "text1637_html": "<i>Nun</i>. Sijne ziele sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> vernachten in ’t goede: ende sijn zaet sal de aerde be-erven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "vernachten",
          "new": "overnachten",
          "principe": "V416"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Samech. De verborgenheid des HEEREN is voor degenen, die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun die bekend te maken.",
      "text1637": "Samech. De [21] verborgentheyt des HEEREN is voor de gene die hem vreesen; ende sijn verbont, om hen [22] [die] bekent te maken.",
      "text2026": "Samech. De geheim van JAHWEH is voor degenen, die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun die bekend te maken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die Hij in zijn Woord [inzonderheid in het heilige Evangelie, van zijne liefde en genade in den Messias ] geopenbaard heeft, gelijk door het volgende woord, verbond, verklaard wordt. Verg. Spreuk. 3:32 , en zie Rom. 16:25 ; 1 Kor. 2:7 en 1 Kor. 4:1 ; Ef. 3:3 , 3:4 , 3:9 ; Kol. 1:26 , 1:27 ; 1 Tim. 3:9 , 3:16 . Spreuken 3:32 : Want de afwijker is den HEERE een gruwel; maar Zijn verborgenheid is met den oprechte. Romeinen 16:25 : Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest; 1 Korinthiërs 2:7 : Maar wij spreken de wijsheid Gods, bestaande in verborgenheid, die bedekt was, welke God te voren verordineerd heeft tot heerlijkheid van ons, eer de wereld was; 1 Korinthiërs 4:1 : Alzo houde ons een ieder mens, als dienaars van Christus, en uitdelers der verborgenheden Gods. Efeziërs 3:3 : Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid, (gelijk ik met weinige woorden te voren geschreven heb; Efeziërs 3:4 : Waaraan gij, dit lezende, kunt bemerken mijn wetenschap, in deze verborgenheid van Christus), Efeziërs 3:9 : En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de gemeenschap der verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God, Welke alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus; Kolossensen 1:26 : Namelijk de verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen; Kolossensen 1:27 : Aan wie God heeft willen bekend maken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid; 1 Timotheüs 3:9 : Houdende de verborgenheid des geloofs in een rein geweten. 1 Timotheüs 3:16 : En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.",
          "text1637": "Die hy in sijn woort (insonderheyt in den H. Euangelio) van sijne liefde ende genade in den Messia) geopenbaert heeft, als door ’t volgende woort, verbont, verklaert wort. Vergel. Prov. 3.32. ende siet Rom. 16.25. 1.Corint. 2.7. ende 4.1. Ephes. 3.3, 4, 9. Colos. 1.26, 27. 1.Tim. 3.9, 16.",
          "text2026": "Die Hij in zijn Woord [in het bijzonder in het heilige Evangelie, van zijn liefde en genade in de Messias ] geopenbaard heeft, gelijk door het volgende woord, verbond, verklaard wordt. Verg. Spr. 3:32 , en zie Rom. 16:25 ; 1 Kor. 2:7 en 1 Kor. 4:1 ; Ef. 3:3 , 3:4 , 3:9 ; Kol. 1:26 , 1:27 ; 1 Tim. 3:9 , 3:16 . Spreuken 3:32 : Want de afwijker is JAHWEH een gruwel; maar Zijn verborgenheid is met de oprechte. Romeinen 16:25 : Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van de verborgenheid, die van de tijden van de eeuwen verzwegen is geweest; 1 Korinthiërs 2:7 : Maar wij spreken de wijsheid van God, bestaande in verborgenheid, die bedekt was, welke God te voren verordineerd heeft tot heerlijkheid van ons, voordat de wereld was; 1 Korinthiërs 4:1 : Zo houde ons een ieder mens, als dienaren van Christus, en uitdelers van de verborgenheden Gods. Efeziërs 3:3 : Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid, (gelijk ik met weinige woorden te voren geschreven heb; Efeziërs 3:4 : Waaraan u, dit lezende, kunt bemerken mijn wetenschap, in deze verborgenheid van Christus), Efeziërs 3:9 : En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de gemeenschap van de verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God, Welke alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus; Kolossensen 1:26 : Namelijk de verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen; Kolossensen 1:27 : Aan wie God heeft willen bekend maken, welke zij de rijkdom van de heerlijkheid van deze verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus onder u, de Hoop van de heerlijkheid; 1 Timotheüs 3:9 : Houdende de verborgenheid van het geloof in een rein geweten. 1 Timotheüs 3:16 : En buiten allen twijfel, de verborgenheid van de godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "die : Te weten, die verborgenheid en dat verbond, en dat door zijn Woord en Geest.",
          "text1637": "T.w. die verborgentheyt ende dat verbont; ende dat door sijn woort ende Geest.",
          "text2026": "die : Te weten, die verborgenheid en dat verbond, en dat door zijn Woord en Geest."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ס֣וֹד",
          "strongs": "H5475",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לִ/ירֵאָ֑י/ו",
          "strongs": "H3373",
          "morph": "HR/Aampc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/בְרִית֗/וֹ",
          "strongs": "H1285",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/הוֹדִיעָֽ/ם",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HR/Vhc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Samech. De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> geheim van JAHWEH is voor degenen, die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> die bekend te maken.",
      "textSV1888_html": "Samech. De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> verborgenheid des HEEREN is voor degenen, die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> die bekend te maken.",
      "text1637_html": "<i>Samech</i>. De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> verborgentheyt des HEEREN is voor de gene die hem vreesen; ende sijn verbont, om hen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> [die] bekent te maken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "verborgenheid des HEEREN",
          "new": "geheim van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Ain. Mijn ogen zijn geduriglijk op den HEERE, want Hij zal mijn voeten uit het net uitvoeren.",
      "text1637": "Ajin. Mijne [23] oogen zijn geduerichlick op den HEERE; want hy sal mijne voeten uyt het [24] net uytvoeren.",
      "text2026": "Ain. Mijn ogen zijn steeds op JAHWEH, want Hij zal mijn voeten uit het net uitvoeren.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Des geloofs en der hoop. Verg. de aantekening bij Hoogl. 4:9 . Hooglied 4:9 : Gij hebt Mij het hart genomen, Mijn zuster, o bruid! gij hebt Mij het hart genomen, met een van uw ogen, met een keten van uw hals.",
          "text1637": "Des geloofs ende der hope. Vergel. Cant. 4.9. met d’aenteeck.",
          "text2026": "Van de geloofs en van de hoop. Verg. de aantekening bij Hoogl. 4:9 . Hooglied 4:9 : U hebt Mij het hart genomen, Mijn zus, o bruid! u hebt Mij het hart genomen, met één van uw ogen, met een keten van uw hals."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat mijne vijanden leggen om mij te vangen.",
          "text1637": "Dat mijne vyanden leggen om my te vangen.",
          "text2026": "Dat mijn vijanden leggen om mij te vangen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עֵינַ֣/י",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תָּ֭מִיד",
          "strongs": "H8548",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הֽוּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "יוֹצִ֖יא",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "מֵ/רֶ֣שֶׁת",
          "strongs": "H7568",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "רַגְלָֽ/י",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HNcfdc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ain. Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> ogen zijn steeds op JAHWEH, want Hij zal mijn voeten uit het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> net uitvoeren.",
      "textSV1888_html": "Ain. Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> ogen zijn geduriglijk op den HEERE, want Hij zal mijn voeten uit het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> net uitvoeren.",
      "text1637_html": "<i>Ajin</i>. Mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> oogen zijn geduerichlick op den HEERE; want hy sal mijne voeten uyt het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> net uytvoeren.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geduriglijk",
          "new": "steeds",
          "principe": "V166"
        },
        {
          "old": "den HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Pe. Wend U tot mij, en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig.",
      "text1637": "Pe. [25] Wendt u tot my, ende zijt my genadich; want ick ben [26] eensaem ende elendich.",
      "text2026": "Pe. Wend U tot mij, en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, keer uw aangezicht naar mij, volgens de belofte Lev. 26:9 . Leviticus 26:9 : En Ik zal Mij tot u wenden, en zal u vruchtbaar maken, en u vermenigvuldigen; en Mijn verbond zal Ik met u bevestigen.",
          "text1637": "Ofte, keert u aengesicht nae my. volgens de belofte Levit. 26.9.",
          "text2026": "Of, keer uw aangezicht naar mij, volgens de belofte Lev. 26:9 . Leviticus 26:9 : En Ik zal Mij tot u wenden, en zal u vruchtbaar maken, en u vermenigvuldigen; en Mijn verbond zal Ik met u bevestigen."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. Ps. 22:21 . Psalmen 22:21 : Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld des honds.",
          "text1637": "Vergel. Psal. 22.21.",
          "text2026": "Verg. Ps. 22:21 . Psalmen 22:21 : Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld van de honds."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "פְּנֵה",
          "strongs": "H6437",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֥/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/חָנֵּ֑/נִי",
          "strongs": "H2603",
          "morph": "HC/Vqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יָחִ֖יד",
          "strongs": "H3173",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָנִ֣י",
          "strongs": "H6041",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "אָֽנִי",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Pe.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Wend U tot mij, en wees mij genadig, want ik ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> eenzaam en ellendig.",
      "textSV1888_html": "Pe.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Wend U tot mij, en wees mij genadig, want ik ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> eenzaam en ellendig.",
      "text1637_html": "<i>Pe</i>. <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Wendt u tot my, ende zijt my genadich; want ick ben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> eensaem ende elendich."
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Tsade. De benauwdheden mijns harten hebben zich wijd uitgestrekt; voer mij uit mijn noden.",
      "text1637": "Tsade. De benaeuwtheden mijns herten hebben haer [27] wijt uytgestreckt; voert my uyt mijne nooden.",
      "text2026": "Tsade. De benauwdheden van mijn hart hebben zich wijd uitgestrekt; voer mij uit mijn noden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zijn veel en menigerlei, nemen zeer toe. Hebr. eigenlijk, hebbe zich verwijderd.",
          "text1637": "Zijn veel ende menigerley, nemen seer toe. Hebr. eygentlick hebben haer verwijdet.",
          "text2026": "Zijn veel en menigerlei, nemen zeer toe. Hebr. eigenlijk, hebbe zich verwijderd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "צָר֣וֹת",
          "strongs": "H6869",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "לְבָבִ֣/י",
          "strongs": "H3824",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הִרְחִ֑יבוּ",
          "strongs": "H7337",
          "morph": "HVhp3cp"
        },
        {
          "woord": "מִ֝/מְּצֽוּקוֹתַ֗/י",
          "strongs": "H4691",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הוֹצִיאֵֽ/נִי",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVhv2ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Tsade. De benauwdheden van mijn hart hebben zich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> wijd uitgestrekt; voer mij uit mijn noden.",
      "textSV1888_html": "Tsade. De benauwdheden mijns harten hebben zich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> wijd uitgestrekt; voer mij uit mijn noden.",
      "text1637_html": "<i>Tsade</i>. De benaeuwtheden mijns herten hebben haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> wijt uytgestreckt; voert my uyt mijne nooden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijns harten",
          "new": "van mijn hart",
          "principe": "V213"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Resch. Aanzie mijn ellende, en mijn moeite, en neem weg al mijn zonden.",
      "text1637": "Resch. [28] Aensiet mijne elende ende mijne moeyte; ende [29] neemt wech alle mijne sonden.",
      "text2026": "Resch. Aanzie mijn ellende, en mijn moeite, en neem weg al mijn zonden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Aanzie mijn ellende: Genadiglijk en met medelijden, en help mij, gelijk Deut. 26:7 . Zie Gen. 16:13 , enz. Deuteronomium 26:7 : Toen riepen wij tot den HEERE, den God onzer vaderen; en de HEERE verhoorde onze stem en zag onze ellende aan, en onzen arbeid, en onze onderdrukking. Genesis 16:13 : En zij noemde den Naam des HEEREN, Die tot haar sprak: Gij, God des aanziens! want zij zeide: Heb ik ook hier gezien naar Dien, Die mij aanziet?",
          "text1637": "Genadichlick ende met medelijden, ende helpt my, als Deut. 26.7. Siet Genes. 16. op vers 13, etc.",
          "text2026": "Aanzie mijn ellende: Genadiglijk en met medelijden, en help mij, gelijk Deut. 26:7 . Zie Gen. 16:13 , enz. Deuteronomium 26:7 : Toen riepen wij tot JAHWEH, de God onzer vaders; en JAHWEH verhoorde onze stem en zag onze ellende aan, en onze arbeid, en onze onderdrukking. Genesis 16:13 : En zij noemde de Naam van JAHWEH, Die tot haar sprak: U, God van de aanziens! want zij zei: Heb ik ook hier gezien naar Die, Die mij aanziet?"
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "neem weg: Dat is, vergeef. Het Hebr. woord betekent eigenlijk opheffen, dragen, op- of wegnemen, en wordt voorts gebruikt van vergeving der zonden. Verg. Ps. 32:1 , met Rom. 4:7 ; versta, om Christus' wil, die gezegd wordt onze zonden gedragen en weggenomen te hebben, Joh. 1:29 ; 1 Petr. 2:24 . Wat anders is het als iemand gezegd wordt zijn eigen zonden of ongerechtigheid te dragen. Zie daarvan Lev. 5:1 . Psalmen 32:1 : Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is. Romeinen 4:7 : Zeggende: Zalig zijn zij, welker ongerechtigheden vergeven zijn, en welker zonden bedekt zijn; Johannes 1:29 : Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt! 1 Petrus 2:24 : Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt. Leviticus 5:1 : Als nu een mens zal gezondigd hebben, dat hij gehoord heeft een stem des vloeks, waarvan hij getuige is, hetzij dat hij het gezien of geweten heeft; indien hij het niet te kennen geeft, zo zal hij zijn ongerechtigheid dragen.",
          "text1637": "D. vergeeft. het Hebr. woort beteeckent eygentlick, opheffen, dragen, op, ofte, wechnemen, ende wort voorts gebruyckt van vergevinge der sonden, vergel. Psal. 32.1. met Rom. 4.7. verstaet om Christi wille, die geseyt wort onse sonden gedragen ende wechgenomen te hebben. Ioh. 1.29. 1.Pet. 2.24. wat anders is het, als yemant geseyt wort sijne eygene sonden ofte ongerechticheyt te dragen. Siet daer van Levit. 5. op vers 1.",
          "text2026": "neem weg: Dat is, vergeef. Het Hebr. woord betekent eigenlijk opheffen, dragen, op- of wegnemen, en wordt verder gebruikt van vergeving van de zonden. Verg. Ps. 32:1 , met Rom. 4:7 ; versta, om Christus' wil, die gezegd wordt onze zonden gedragen en weggenomen te hebben, Joh. 1:29 ; 1 Petr. 2:24 . Wat anders is het als iemand gezegd wordt zijn eigen zonden of ongerechtigheid te dragen. Zie daarvan Lev. 5:1 . Psalmen 32:1 : Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is. Romeinen 4:7 : Zeggende: Zalig zijn zij, van wie ongerechtigheden vergeven zijn, en van wie zonden bedekt zijn; Johannes 1:29 : Van de anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zei: Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt! 1 Petrus 2:24 : Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, van de zonden afgestorven zijnde, van de gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen u genezen bent. Leviticus 5:1 : Als nu een mens zal gezondigd hebben, dat hij gehoord heeft een stem van de vloeks, waarvan hij getuige is, hetzij dat hij het gezien of geweten heeft; als hij het niet te kennen geeft, zo zal hij zijn ongerechtigheid dragen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "רְאֵ֣ה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "עָ֭נְיִ/י",
          "strongs": "H6040",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/עֲמָלִ֑/י",
          "strongs": "H5999",
          "morph": "HC/Ncbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/שָׂ֗א",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "חַטֹּאותָֽ/י",
          "strongs": "H2403",
          "morph": "HNcfpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Resch.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Aanzie mijn ellende, en mijn moeite, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> neem weg al mijn zonden.",
      "textSV1888_html": "Resch.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Aanzie mijn ellende, en mijn moeite, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> neem weg al mijn zonden.",
      "text1637_html": "<i>Resch</i>. <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Aensiet mijne elende ende mijne moeyte; ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> neemt wech alle mijne sonden."
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Resch. Aanzie mijn vijanden, want zij vermenigvuldigen, en zij haten mij met een wreveligen haat.",
      "text1637": "Resch. [30] Aensiet mijne vyanden want sy [31] vermenichvuldigen; ende sy haten my met eenen [32] wreveligen haet.",
      "text2026": "Resch. Aanzie mijn vijanden, want zij vermenigvuldigen, en zij haten mij met een boosaardige haat.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Aanzie mijn vijanden: Te weten, in toorn. Verg. boven, Ps. 21:10 . Psalmen 21:10 : Gij zult hen zetten als een vurige oven ter tijd Uws toornigen aangezichts; de HEERE zal hen in Zijn toorn verslinden, en het vuur zal hen verteren.",
          "text1637": "T.w. in toorne. Vergel. bov. 21.10.",
          "text2026": "Aanzie mijn vijanden: Te weten, in toorn. Verg. boven, Ps. 21:10 . Psalmen 21:10 : U zult hen zetten als een vurige oven ter tijd Uws toornigen aangezichts; JAHWEH zal hen in Zijn toorn verslinden, en het vuur zal hen verteren."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, zijn, of worden machtig.",
          "text1637": "Ofte, zijn, ofte, worden machtich.",
          "text2026": "Of, zijn, of worden machtig."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "wreveligen haat: Hebr., שִׂנְאַת, haat des wrevels, of gewelds.",
          "text1637": "Hebr. haet des wrevels, ofte, gewelts.",
          "text2026": "wreveligen haat: Hebr., שִׂנְאַת, haat van de wrevels, of gewelds."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "רְאֵֽה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "אוֹיְבַ֥/י",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "רָ֑בּוּ",
          "strongs": "H7231",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/שִׂנְאַ֖ת",
          "strongs": "H8135",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "חָמָ֣ס",
          "strongs": "H2555",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "שְׂנֵאֽוּ/נִי",
          "strongs": "H8130",
          "morph": "HVqp3cp/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Resch.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> Aanzie mijn vijanden, want zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> vermenigvuldigen, en zij haten mij met een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> boosaardige haat.",
      "textSV1888_html": "Resch.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> Aanzie mijn vijanden, want zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> vermenigvuldigen, en zij haten mij met een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> wreveligen haat.",
      "text1637_html": "<i>Resch</i>. <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> Aensiet mijne vyanden want sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> vermenichvuldigen; ende sy haten my met eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> wreveligen haet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wreveligen",
          "new": "boosaardige",
          "principe": "V328"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Schin. Bewaar mijn ziel, en red mij; laat mij niet beschaamd worden, want ik betrouw op U.",
      "text1637": "Schin. Bewaert mijne [33] ziele, ende reddet my; laet my niet beschaemt worden, want ick betrouw’ op u.",
      "text2026": "Schin. Bewaar mijn ziel, en red mij; laat mij niet beschaamd worden, want ik betrouw op U.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, mijn leven. Zie Gen. 19:17 . Genesis 19:17 : En het geschiedde als zij hen uitgebracht hadden naar buiten, zo zeide Hij: behoud u om uws levens wil; zie niet achter u om, en sta niet op deze ganse vlakte; behoud u naar het gebergte heen, opdat gij niet omkomt.",
          "text1637": "D. mijn leven. siet Genes. 19. op vers 17.",
          "text2026": "Dat is, mijn leven. Zie Gen. 19:17 . Genesis 19:17 : En het geschiedde als zij hen uitgebracht hadden naar buiten, zo zei Hij: behoud u om uws levens wil; zie niet achter u om, en sta niet op deze gehele vlakte; behoud u naar het gebergte heen, opdat u niet omkomt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָׁמְרָ֣/ה",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "נַ֭פְשִׁ/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/הַצִּילֵ֑/נִי",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HC/Vhv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֵ֝ב֗וֹשׁ",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "חָסִ֥יתִי",
          "strongs": "H2620",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "בָֽ/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Schin. Bewaar mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> ziel, en red mij; laat mij niet beschaamd worden, want ik betrouw op U.",
      "textSV1888_html": "Schin. Bewaar mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> ziel, en red mij; laat mij niet beschaamd worden, want ik betrouw op U.",
      "text1637_html": "<i>Schin</i>. Bewaert mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> ziele, ende reddet my; laet my niet beschaemt worden, want ick betrouw’ op u."
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Thau. Laat oprechtigheid en vroomheid mij behoeden, want ik verwacht U.",
      "text1637": "Thau. Laet oprechticheyt ende [34] vroomicheyt my behoeden; want ick verwacht’ u.",
      "text2026": "Thau. Laat oprechtheid en vroomheid mij behoeden, want ik verwacht U.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. rechtheid. Hij beroept zich voor God op zijne onschuld en zijn recht tegen zijne vijanden; dewijl hij oprecht en vroom, of richtig, rechtuit, rechtzinnig was voor God en zijne kerk. Zie Ps. 26:1 , en Ps. 7:11 . Psalmen 26:1 : Een psalm van David! Doe mij recht, HEERE! want ik wandel in mijn oprechtigheid; en ik vertrouw op den HEERE, ik zal niet wankelen. Psalmen 7:11 : Mijn schild is bij God, Die de oprechten van hart behoudt.",
          "text1637": "Hebr. rechtheyt. Hy beroept sich voor Godt op sijne onschult, ende sijn recht tegen sijne vyanden: dewijle hy oprecht ende vroom, ofte, richtich, rechtuyt, rechtsinnich was voor Godt ende sijne kercke. siet het eerste vers des volgenden Psalms, ende Psal. 7. op vers 11.",
          "text2026": "Hebr. rechtheid. Hij beroept zich voor God op zijn onschuld en zijn recht tegen zijn vijanden; omdat hij oprecht en vroom, of richtig, rechtuit, rechtzinnig was voor God en zijn kerk. Zie Ps. 26:1 , en Ps. 7:11 . Psalmen 26:1 : Een psalm van David! Doe mij recht, JAHWEH! want ik wandel in mijn oprechtheid; en ik vertrouw op JAHWEH, ik zal niet wankelen. Psalmen 7:11 : Mijn schild is bij God, Die de oprechten van hart behoudt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תֹּם",
          "strongs": "H8537",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/יֹ֥שֶׁר",
          "strongs": "H3476",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יִצְּר֑וּ/נִי",
          "strongs": "H5341",
          "morph": "HVqi3mp/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּ֝֗י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "קִוִּיתִֽי/ךָ",
          "strongs": "H6960",
          "morph": "HVpp1cs/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Thau. Laat oprechtheid en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> vroomheid mij behoeden, want ik verwacht U.",
      "textSV1888_html": "Thau. Laat oprechtigheid en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> vroomheid mij behoeden, want ik verwacht U.",
      "text1637_html": "<i>Thau</i>. Laet oprechticheyt ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> vroomicheyt my behoeden; want ick verwacht’ u.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "oprechtigheid",
          "new": "oprechtheid",
          "principe": "V485"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "O God! verlos Israël uit al zijn benauwdheden.",
      "text1637": "O Godt, verlost [35] Israël uyt alle sijne benauwtheden.",
      "text2026": "O God! verlos Israël uit al zijn benauwdheden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "In welke zwarigheden de vromen geweest zijn ten tijde van Saul, zie daarvan Ps. 10 en Ps. 12 en Ps. 14 , enz.",
          "text1637": "In wat swaricheden de vroome geweest zijn ten tijde van Saul, siet daer van Psal. 10. ende 12. ende 14, etc.",
          "text2026": "In welke zwarigheden de vromen geweest zijn ten tijde van Saul, zie daarvan Ps. 10 en Ps. 12 en Ps. 14 , enz."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "פְּדֵ֣ה",
          "strongs": "H6299",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֱ֭לֹהִים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֑ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִ֝/כֹּ֗ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "צָֽרוֹתָי/ו",
          "strongs": "H6869",
          "morph": "HNcfpc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "O God! verlos<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Israël uit al zijn benauwdheden.",
      "textSV1888_html": "O God! verlos<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Israël uit al zijn benauwdheden.",
      "text1637_html": "O Godt, verlost <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> Israël uyt alle sijne benauwtheden."
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David benaeuwt zijnde van sijne vervolgers, neemt sijne toevlucht tot Godt, bekent sijne sonden, bidt om genade ende vergevinge, ende dat Godt hem sijne wegen wille leeren ende daer in leyden, gelijck hy den sijnen gewoon is te doen, mitsgaders hem van sijne vyanden bevrijden, ende sijne gantsche kercke behouden.",
    "text2026": "David, benauwd zijnde door zijn vervolgers, neemt zijn toevlucht tot God, erkent zijn zonden, bidt om genade en vergeving, en dat God hem Zijn wegen wil leren en daarin leiden, zoals Hij de Zijnen gewoon is te doen; alsook dat Hij hem van zijn vijanden bevrijde en zijn gehele Kerk behoude."
  }
}
