{
  "number": 26,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van David! Doe mij recht, HEERE! want ik wandel in mijn oprechtigheid; en ik vertrouw op den HEERE, ik zal niet wankelen.",
      "text1637": "[EEn Psalm] Davids. [a] Doet my [1] recht, HEERE, want ick wandele in mijne oprechticheyt; ende ick vertrouwe op den HEERE, ick en sal niet wanckelen.",
      "text2026": "Een psalm van David! Doe mij recht, JAHWEH! want ik wandel in mijn oprechtheid; en ik vertrouw op JAHWEH, ik zal niet wankelen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 7:9 . Psalmen 7:9 : De HEERE zal den volken recht doen; richt mij, HEERE, naar mijn gerechtigheid, en naar mijn oprechtigheid, die bij mij is.",
          "text1637": "Psal. 7.9.",
          "text2026": "Ps. 7:9 . Psalmen 7:9 : JAHWEH zal de volken recht doen; richt mij, JAHWEH, naar mijn gerechtigheid, en naar mijn oprechtheid, die bij mij is."
        },
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Tegen mijne vijanden en vervolgers; bewijs metterdaad dat Gij mijne zaak voor rechtvaardig houdt.",
          "text1637": "Tegen mijne vyanden ende vervolgers: bewijst metter daet, dat ghy mijne sake voor rechtveerdich houdt.",
          "text2026": "Tegen mijn vijanden en vervolgers; bewijs metterdaad dat U mijn zaak voor rechtvaardig houdt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לְ/דָוִ֨ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "שָׁפְטֵ֤/נִי",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲ֭נִי",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תֻמִּ֣/י",
          "strongs": "H8537",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הָלַ֑כְתִּי",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/בַ/יהוָ֥ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HC/R/Np"
        },
        {
          "woord": "בָּ֝טַ֗חְתִּי",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֶמְעָֽד",
          "strongs": "H4571",
          "morph": "HVqi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> psalm van David! Doe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> mij recht, JAHWEH! want ik wandel in mijn oprechtheid; en ik vertrouw op JAHWEH, ik zal niet wankelen.",
      "textSV1888_html": "Een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> psalm van David! Doe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> mij recht, HEERE! want ik wandel in mijn oprechtigheid; en ik vertrouw op den HEERE, ik zal niet wankelen.",
      "text1637_html": "[EEn Psalm] Davids. <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Doet my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> recht, HEERE, want ick wandele in mijne oprechticheyt; ende ick vertrouwe op den HEERE, ick en sal niet wanckelen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "oprechtigheid;",
          "new": "oprechtheid;",
          "principe": "V485"
        },
        {
          "old": "den HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Proef mij, HEERE, en verzoek mij; toets mijn nieren en mijn hart.",
      "text1637": "[2] Proeft my, HEERE, ende [3] versoeckt my; toetst mijne nieren, ende mijn herte.",
      "text2026": "Proef mij, JAHWEH, en verzoek mij; toets mijn nieren en mijn hart.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Proef mij: Verg. Ps. 17:3 . Psalmen 17:3 : Gij hebt mijn hart geproefd, des nachts bezocht, Gij hebt mij getoetst. Gij vindt niets; hetgeen ik gedacht heb, overtreedt mijn mond niet.",
          "text1637": "Vergel. Psal. 17. op vers 3.",
          "text2026": "Proef mij: Verg. Ps. 17:3 . Psalmen 17:3 : U hebt mijn hart geproefd, van de nacht bezocht, U hebt mij getoetst. U vindt niets; wat ik gedacht heb, overtreedt mijn mond niet."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "verzoek mij: Zie Gen. 22:1 . Genesis 22:1 : En het geschiedde na deze dingen, dat God Abraham verzocht; en Hij zeide tot hem: Abraham! En hij zeide: Zie, hier ben ik!",
          "text1637": "Siet Genes. 22. op vers 1.",
          "text2026": "verzoek mij: Zie Gen. 22:1 . Genesis 22:1 : En het geschiedde na deze dingen, dat God Abraham verzocht; en Hij zei tot hem: Abraham! En hij zei: Zie, hier ben ik!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּחָנֵ֣/נִי",
          "strongs": "H974",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/נַסֵּ֑/נִי",
          "strongs": "H5254",
          "morph": "HC/Vpv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "צרופ/ה",
          "strongs": "H6884",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "כִלְיוֹתַ֣/י",
          "strongs": "H3629",
          "morph": "HNcfpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/לִבִּֽ/י",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Proef mij, JAHWEH, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> verzoek mij; toets mijn nieren en mijn hart.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Proef mij, HEERE, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> verzoek mij; toets mijn nieren en mijn hart.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Proeft my, HEERE, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> versoeckt my; toetst mijne nieren, ende mijn herte.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Want Uw goedertierenheid is voor mijn ogen, en ik wandel in Uw waarheid.",
      "text1637": "Want uwe goedertierenheyt is voor mijne oogen; ende ick wandele in uwe [4] waerheyt.",
      "text2026": "Want Uw goedertierenheid is voor mijn ogen, en ik wandel in Uw waarheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 25:5 , 25:10 . Psalmen 25:5 : He. Vau. Leid mij in Uw waarheid, en leer mij, want Gij zijt de God mijns heils; U verwacht ik den gansen dag. Psalmen 25:10 : Caph. Alle paden des HEEREN zijn goedertierenheid en waarheid, dengenen, die Zijn verbond en Zijn getuigenissen bewaren.",
          "text1637": "Siet Psal. 25. op vers 5. ende 10.",
          "text2026": "Zie Ps. 25:5 , 25:10 . Psalmen 25:5 : He. Vau. Leid mij in Uw waarheid, en leer mij, want U bent de God mijns heils; U verwacht ik de gansen dag. Psalmen 25:10 : Caph. Alle paden van JAHWEH zijn goedertierenheid en waarheid, dengenen, die Zijn verbond en Zijn getuigenissen bewaren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "חַ֭סְדְּ/ךָ",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/נֶ֣גֶד",
          "strongs": "H5048",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "עֵינָ֑/י",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/הִתְהַלַּ֗כְתִּי",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HC/Vtq1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/אֲמִתֶּֽ/ךָ",
          "strongs": "H571",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want Uw goedertierenheid is voor mijn ogen, en ik wandel in Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> waarheid.",
      "textSV1888_html": "Want Uw goedertierenheid is voor mijn ogen, en ik wandel in Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> waarheid.",
      "text1637_html": "Want uwe goedertierenheyt is voor mijne oogen; ende ick wandele in uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> waerheyt."
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Ik zit niet bij ijdele lieden, en met bedekte lieden ga ik niet om.",
      "text1637": "[b] Ick en sitte niet by [5] ydele lieden; ende met [6] bedeckte lieden en [7] gae ick niet om.",
      "text2026": "Ik zit niet bij ijdele mensen, en met bedekte mensen ga ik niet om.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Job 31:5 ; Ps. 1:1 . Job 31:5 : Zo ik met ijdelheid omgegaan heb, en mijn voet gesneld heeft tot bedriegerij; Psalmen 1:1 : Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in den raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters;",
          "text1637": "Iob 31.5. Psal. 1.1.",
          "text2026": "Job 31:5 ; Ps. 1:1 . Job 31:5 : Zo ik met ijdelheid omgegaan heb, en mijn voet gesneld heeft tot bedriegerij; Psalmen 1:1 : Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in de raad van de goddelozen, noch staat op de weg van de zondaren, noch zit in het gestoelte van de spotters;"
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., מְתֵי, mannen, mensen, of lieden, der ijdelheid, of valsheid.",
          "text1637": "Hebr. mannen, menschen, ofte, lieden der ydelheyt, ofte, valschheyt.",
          "text2026": "Hebr., מְתֵי, mannen, mensen, of mensen, van de ijdelheid, of valsheid."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, dubbele, geveinsde, huichelaars, die met bedekte kwade praktijken omgaan.",
          "text1637": "D. dobbele, geveynsde, huychelaren, die met bedeckte quade practijcken omgaen.",
          "text2026": "Dat is, dubbele, geveinsde, huichelaars, die met bedekte kwade praktijken omgaan."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Alzo wordt Het Hebr. woord ook genomen Joz. 23:7 . Jozua 23:7 : Dat gij niet ingaat tot deze volken: deze, die overgebleven zijn bij ulieden; gedenkt ook niet aan den naam hunner goden, en doet er niet bij zweren, en dient hen niet, en buigt u voor die niet;",
          "text1637": "Alsoo wort het Hebr. woort oock genomen Ios. 23.7.",
          "text2026": "Zo wordt Het Hebr. woord ook genomen Joz. 23:7 . Jozua 23:7 : Dat u niet ingaat tot deze volken: deze, die overgebleven zijn bij u; gedenkt ook niet aan de naam hun goden, en doet er niet bij zweren, en dient hen niet, en buigt u voor die niet;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָ֭שַׁבְתִּי",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "עִם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מְתֵי",
          "strongs": "H4962",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֑וְא",
          "strongs": "H7723",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עִ֥ם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "נַ֝עֲלָמִ֗ים",
          "strongs": "H5956",
          "morph": "HVNrmpa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אָבֽוֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Ik zit niet bij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> ijdele mensen, en met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> bedekte mensen ga<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> ik niet om.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Ik zit niet bij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> ijdele lieden, en met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> bedekte lieden ga<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> ik niet om.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Ick en sitte niet by <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> ydele lieden; ende met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> bedeckte lieden en <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> gae ick niet om.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "lieden,",
          "new": "mensen,",
          "principe": "V10"
        },
        {
          "old": "lieden",
          "new": "mensen",
          "principe": "V10"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Ik haat de vergadering der boosdoeners, en bij de goddelozen zit ik niet.",
      "text1637": "Ick hate de vergaderinge der boosdoenders; ende by de godtloose en sitt ick niet.",
      "text2026": "Ik haat de vergadering van de boosdoeners, en bij de goddelozen zit ik niet.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָׂ֭נֵאתִי",
          "strongs": "H8130",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "קְהַ֣ל",
          "strongs": "H6951",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מְרֵעִ֑ים",
          "strongs": "H7489",
          "morph": "HVhrmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עִם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "רְ֝שָׁעִ֗ים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֵשֵֽׁב",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik haat de vergadering van de boosdoeners, en bij de goddelozen zit ik niet.",
      "text1637_html": "Ick hate de vergaderinge der boosdoenders; ende by de godtloose en sitt ick niet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Ik was mijn handen in onschuld, en ik ga rondom uw altaar, o HEERE!",
      "text1637": "Ick [8] wassche mijne handen in onschult; ende ick gae rontom uwen altaer, ô HEERE:",
      "text2026": "Ik was mijn handen in onschuld, en ik ga rondom uw altaar, o JAHWEH!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij wil zeggen dat hij zijn uiterlijken godsdienst alzo doet, dat hij daarbij ook een heilig leven voert, daar de huichelaars het tegendeel doen. Aangaande het wassen der handen tot een teken van onschuld, zie Deut. 21:6 , en Matth. 27:24 . Sommigen verstaan het van de gewone wassing dergenen, die tot het altaar kwamen, en in den tabernakel ingaande, het altaar enigzins moesten omgaan, gelijk volgt Exod. 40:32 ; beide zien op zuivering van zonden, onschuld en onstraffelijkheid. Verg. Jes. 1:15 , 1:16 ; 1 Tim. 2:8 . Deuteronomium 21:6 : En alle oudsten derzelver stad, die naast aan den verslagene zijn, zullen hun handen wassen over deze jonge koe, die in dat dal de nek doorgehouwen is; Mattheüs 27:24 : Als nu Pilatus zag, dat hij niet vorderde, maar veel meer dat er oproer werd, nam hij water en wies de handen voor de schare, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed dezes Rechtvaardigen; gijlieden moogt toezien. Exodus 40:32 : Als zij ingingen tot de tent der samenkomst, en als zij tot het altaar naderden, zo wiesen zij zich, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had. Jesaja 1:15 : En als gijlieden uw handen uitbreidt, verberg Ik Mijn ogen voor u; ook wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik niet; want uw handen zijn vol bloed. Jesaja 1:16 : Wast u, reinigt u, doet de boosheid uwer handelingen van voor Mijn ogen weg, laat af van kwaad te doen. 1 Timotheüs 2:8 : Ik wil dan, dat de mannen bidden in alle plaatsen, opheffende heilige handen, zonder toorn en twisting.",
          "text1637": "Hy wil seggen, dat hy sijnen uytterlicken Godtsdienst alsoo doet, dat hy daer by oock een heylich leven voere, daer de huychelaers het contrarie doen. Aengaende het wasschen der handen tot een teecken van onschult, Siet Deut. 21.6. ende Matt. 27.24. sommige verstaen’t van de ordinare wasschinge der gener, die tot den Altaer quaemen, (ende in den Tabernakel ingaende den altaer eenichsins mosten omgaen, als volcht.) Exod. 40.32. beyds siet op suyveringe van sonden, onschult ende onstraffelickheyt. Verg. Iesa. 1. versen 15, 16. 1.Tim. 2.8.",
          "text2026": "Hij wil zeggen dat hij zijn uiterlijken godsdienst zo doet, dat hij daarbij ook een heilig leven voert, daar de huichelaars het tegendeel doen. Aangaande het groeien van de handen tot een teken van onschuld, zie Deut. 21:6 , en Matt. 27:24 . Sommigen verstaan het van de gewone wassing dergenen, die tot het altaar kwamen, en in de tabernakel ingaande, het altaar enigzins moesten omgaan, gelijk volgt Ex. 40:32 ; beide zien op zuivering van zonden, onschuld en onstraffelijkheid. Verg. Jes. 1:15 , 1:16 ; 1 Tim. 2:8 . Deuteronomium 21:6 : En alle oudsten van die stad, die naast aan de verslagene zijn, zullen hun handen groeien over deze jonge koe, die in dat dal de nek doorgehouwen is; Mattheüs 27:24 : Als nu Pilatus zag, dat hij niet vorderde, maar veel meer dat er oproer werd, nam hij water en wies de handen voor de schare, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed van deze Rechtvaardigen; u mag toezien. Exodus 40:32 : Als zij ingingen tot de tent van de samenkomst, en als zij tot het altaar naderden, zo wiesen zij zich, gelijk als JAHWEH aan Mozes geboden had. Jesaja 1:15 : En als u uw handen uitbreidt, verberg Ik Mijn ogen voor u; ook wanneer u het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik niet; want uw handen zijn vol bloed. Jesaja 1:16 : Wast u, reinigt u, doet de boosheid uw handelingen van voor Mijn ogen weg, laat af van kwaad te doen. 1 Timotheüs 2:8 : Ik wil dan, dat de mannen bidden in alle plaatsen, opheffende heilige handen, zonder toorn en twisting."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶרְחַ֣ץ",
          "strongs": "H7364",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/נִקָּי֣וֹן",
          "strongs": "H5356",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כַּפָּ֑/י",
          "strongs": "H3709",
          "morph": "HNcfdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/אֲסֹבְבָ֖ה",
          "strongs": "H5437",
          "morph": "HC/Vmh1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "מִזְבַּחֲ/ךָ֣",
          "strongs": "H4196",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> was mijn handen in onschuld, en ik ga rondom uw altaar, o JAHWEH!",
      "textSV1888_html": "Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> was mijn handen in onschuld, en ik ga rondom uw altaar, o HEERE!",
      "text1637_html": "Ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> wassche mijne handen in onschult; ende ick gae rontom uwen altaer, ô HEERE:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Om te doen horen de stem des lofs, en om te vertellen al Uw wonderen.",
      "text1637": "[9] Om te doen hooren de stemme des lofs, ende om te vertellen alle uwe wonderen.",
      "text2026": "Om te doen horen de stem van de lof, en om te vertellen al Uw wonderen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, overluid te zingen, dat men het wel kan horen. Alzo Ps. 66:8 , en Ps. 106:2 ; verg. 1 Kron. 15:16 . Psalmen 66:8 : Looft, gij volken! onzen God; en laat horen de stem Zijns roems. Psalmen 106:2 : Wie zal de mogendheden des HEEREN uitspreken, al Zijn lof verkondigen? 1 Kronieken 15:16 : En David zeide tot de oversten der Levieten, dat zij hun broeders, de zangers, stellen zouden met muziekinstrumenten, met luiten, en harpen, en cimbalen, dat zij zich zouden doen horen, verheffende de stem met blijdschap.",
          "text1637": "D. overluyde te singen datmen’t wel kan hooren. Alsoo Psal. 66.8. ende 106.2. Vergel. 1.Chron. 15.16.",
          "text2026": "Dat is, overluid te zingen, dat men het wel kan horen. Zo Ps. 66:8 , en Ps. 106:2 ; verg. 1 Kron. 15:16 . Psalmen 66:8 : Looft, u volken! onze God; en laat horen de stem van Zijn roem. Psalmen 106:2 : Wie zal de mogendheden van JAHWEH uitspreken, al Zijn lof verkondigen? 1 Kronieken 15:16 : En David zei tot de oversten van de Levieten, dat zij hun broers, de zangers, stellen zouden met muziekinstrumenten, met luiten, en harpen, en cimbalen, dat zij zich zouden doen horen, verheffende de stem met blijdschap."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ֭/שְׁמִעַ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ק֣וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "תּוֹדָ֑ה",
          "strongs": "H8426",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/לְ/סַפֵּ֗ר",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HC/R/Vpc"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "נִפְלְאוֹתֶֽי/ךָ",
          "strongs": "H6381",
          "morph": "HVNrfpc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Om te doen horen de stem van de lof, en om te vertellen al Uw wonderen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Om te doen horen de stem des lofs, en om te vertellen al Uw wonderen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Om te doen hooren de stemme des lofs, ende om te vertellen alle uwe wonderen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des lofs,",
          "new": "van de lof,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "HEERE! ik heb lief de woning van Uw huis, en de plaats des tabernakels Uwer eer.",
      "text1637": "HEERE, ick hebbe lief de wooninge uwes huyses; ende de plaetse des Tabernakels uwer [10] eere.",
      "text2026": "JAHWEH! ik heb lief de woning van Uw huis, en de plaats van de tabernakel Uw eer.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, waarin Gij zelf, die een God der heerlijkheid zijt, woont.",
          "text1637": "D. daerin ghy selfs, die een Godt der heerlickheyt zijt, woont.",
          "text2026": "Dat is, waarin U zelf, die een God van de heerlijkheid zijt, woont."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְֽהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אָ֭הַבְתִּי",
          "strongs": "H157",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "מְע֣וֹן",
          "strongs": "H4583",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "בֵּיתֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/מְק֗וֹם",
          "strongs": "H4725",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁכַּ֥ן",
          "strongs": "H4908",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "כְּבוֹדֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H3519",
          "morph": "HNcbsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH! ik heb lief de woning van Uw huis, en de plaats van de tabernakel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Uw eer.",
      "textSV1888_html": "HEERE! ik heb lief de woning van Uw huis, en de plaats des tabernakels Uwer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> eer.",
      "text1637_html": "HEERE, ick hebbe lief de wooninge uwes huyses; ende de plaetse des Tabernakels uwer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> eere.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "des tabernakels Uwer",
          "new": "van de tabernakel Uw",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Raap mijn ziel niet weg met de zondaren, noch mijn leven met de mannen des bloeds;",
      "text1637": "En [11] raept mijne ziele niet wech met de sondaren; noch mijn leven met de [12] mannen des bloets:",
      "text2026": "Raap mijn ziel niet weg met de zondaren, noch mijn leven met de mannen van het bloed;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., verzamel niet, dat is hier, verzamelende raap niet weg; gelijk men eerst verzamelt hetgeen men daarna op- en wegneemt. De zin is, breng mij niet om met de goddelozen, met wier doen ik toch gene gemeenschap heb, gelijk volgt. Alzo wordt Het Hebr. woord, dat verzamelen betekent, gebruikt voor wegrapen; Gen. 30:23 ; Jes. 4:1 ; Jer. 8:13 , en Jer. 16:5 ; en voorts van sterven, omkomen, het leven verliezen. Zie Richt. 18:25 ; 1 Sam. 15:6 ; Jes. 57:1 ; Ezech. 34:29 . Verg. ook Ps. 28:3 , en Gen. 25:8 . Somtijds wordt het ook gebruikt van gunstig opnemen in huis, of onderdak of deksel nemen, innemen, aannemen. Zie Num. 12:14 ; Joz. 20:4 ; Richt. 19:15 ; Ps. 27:10 ; Jer. 47:6 , en verg. Matth. 23:37 . Genesis 30:23 : En zij werd bevrucht, en baarde een zoon; en zij zeide: God heeft mijn smaadheid weggenomen! Jesaja 4:1 : En te dien dage zullen zeven vrouwen een man aangrijpen, zeggende: Ons brood zullen wij eten, en met onze klederen zullen wij bekleed zijn, laat ons alleenlijk naar uw naam genoemd worden, neem onze smaadheid weg. Jeremia 8:13 : Ik zal hen voorzeker wegrapen, spreekt de HEERE; er zijn geen druiven aan den wijnstok, en geen vijgen aan den vijgeboom, ja, het blad is afgevallen; en de geboden, die Ik hun gegeven heb, die overtreden zij. Jeremia 16:5 : Want zo zegt de HEERE: Ga niet in het huis desgenen, die een rouwmaaltijd houdt, en ga niet henen om te rouwklagen, en heb geen medelijden met hen; want Ik heb van dit volk (spreekt de HEERE) weggenomen Mijn vrede, goedertierenheid en barmhartigheden; Richteren 18:25 : Maar de kinderen van Dan zeiden tot hem: Laat uw stem bij ons niet horen, opdat niet misschien mannen, van bitteren gemoede, op u aanvallen, en gij uw leven verliest, en het leven van uw huis. 1 Samuël 15:6 : En Saul liet den Kenieten zeggen: Gaat weg, wijkt, trekt af uit het midden der Amalekieten, opdat ik u met hen niet wegruime; want gij hebt barmhartigheid gedaan aan al de kinderen Israëls, toen zij uit Egypte opkwamen. Alzo weken de Kenieten uit het midden der Amalekieten. Jesaja 57:1 : De rechtvaardige komt om, en er is niemand, die het ter harte neemt; en de weldadige lieden worden weggeraapt, zonder dat er iemand op let, dat de rechtvaardige weggeraapt wordt voor het kwaad. Ezechiël 34:29 : En Ik zal hun een plant van naam verwekken; en zij zullen niet meer weggeraapt worden door honger in het land, en den smaad der heidenen niet meer dragen. Psalmen 28:3 : Trek mij niet weg met de goddelozen, en met de werkers der ongerechtigheid, die van vrede spreken met hun naasten, maar kwaad is in hun hart. Genesis 25:8 : En Abraham gaf den geest en stierf, in goeden ouderdom, oud en des levens zat, en hij werd tot zijn volken verzameld. Numeri 12:14 : En de HEERE zeide tot Mozes: Zo haar vader smadelijk in haar aangezicht gespogen had, zou zij niet zeven dagen beschaamd zijn? Laat haar zeven dagen buiten het leger gesloten, en daarna aangenomen worden! Jozua 20:4 : Als hij vlucht tot een van die steden, zo zal hij staan aan de deur der stadspoort, en hij zal zijn woorden spreken voor de oren van de oudsten derzelver stad; dan zullen zij hem tot zich in de stad nemen, en hem plaats geven, dat hij bij hen wone. Richteren 19:15 : En zij weken daarheen, dat zij inkwamen, om in Gibea te vernachten. Toen hij nu inkwam, zat hij neder in een straat der stad, want er was niemand, die hen in huis nam, om te vernachten. Psalmen 27:10 : Want mijn vader en mijn moeder hebben mij verlaten, maar de HEERE zal mij aannemen. Jeremia 47:6 : O wee, gij zwaard des HEEREN! Hoe lang zult gij niet stil houden? Vaar in uw schede, rust en wees stil! Mattheüs 23:37 : Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn! hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugels; en gijlieden hebt niet gewild.",
          "text1637": "Hebr. versamelt niet, D. hier, versamelende en raept niet wech, gelijckmen eerst versamelt, datmen daer nae op ende wech neemt. de sin is, brengt my niet om met de godtloose, met welcker doen ick doch geene gemeenschap en hebbe, als volgt. alsoo wort het Hebr. woort, dat versamelen beteeckent, gebruyckt voor wechrapen, Genes. 30.23. Ies. 4.1. Ier. 8.13. ende 16.5. ende voorts van sterven, omkomen, het leven verliesen. Siet Iud. 18. op vers 23. 1.Sam. 15.6. Iesa. 57.1. Ezech. 34.29. Vergel. oock Psal. 28.3. ende Genes. 25. op vers 8. Somtijts wort het oock gebruyckt van gunstich opnemen in huys, ofte onder dack, ofte decksel nemen, innemen, aennemen. Siet Num. 12.14. Iosu. 20.4. Iudic. 19.15. Psal. 27.10. Ier. 47. op vers 6. ende verg. Mat. 23.37.",
          "text2026": "Hebr., verzamel niet, dat is hier, verzamelende raap niet weg; gelijk men eerst verzamelt wat men daarna op- en wegneemt. De zin is, breng mij niet om met de goddelozen, met wier doen ik toch gene gemeenschap heb, gelijk volgt. Zo wordt Het Hebr. woord, dat verzamelen betekent, gebruikt voor wegrapen; Gen. 30:23 ; Jes. 4:1 ; Jer. 8:13 , en Jer. 16:5 ; en verder van sterven, omkomen, het leven verliezen. Zie Richt. 18:25 ; 1 Sam. 15:6 ; Jes. 57:1 ; Ez. 34:29 . Verg. ook Ps. 28:3 , en Gen. 25:8 . Somtijds wordt het ook gebruikt van gunstig opnemen in huis, of onderdak of deksel nemen, innemen, aannemen. Zie Num. 12:14 ; Joz. 20:4 ; Richt. 19:15 ; Ps. 27:10 ; Jer. 47:6 , en verg. Matt. 23:37 . Genesis 30:23 : En zij werd bevrucht, en baarde een zoon; en zij zei: God heeft mijn smaadheid weggenomen! Jesaja 4:1 : En op die dag zullen zeven vrouwen een man aangrijpen, zeggende: Ons brood zullen wij eten, en met onze kleren zullen wij bekleed zijn, laat ons alleen naar uw naam genoemd worden, neem onze smaadheid weg. Jeremia 8:13 : Ik zal hen voorzeker wegrapen, spreekt JAHWEH; er zijn geen druiven aan de wijnstok, en geen vijgen aan de vijgeboom, ja, het blad is afgevallen; en de geboden, die Ik hun gegeven heb, die overtreden zij. Jeremia 16:5 : Want zo zegt JAHWEH: Ga niet in het huis van degene, die een rouwmaaltijd houdt, en ga niet heen om te rouwklagen, en heb geen medelijden met hen; want Ik heb van dit volk (spreekt JAHWEH) weggenomen Mijn vrede, goedertierenheid en barmhartigheden; Richteren 18:25 : Maar de kinderen van Dan zeiden tot hem: Laat uw stem bij ons niet horen, opdat niet misschien mannen, van bitteren gemoede, op u aanvallen, en u uw leven verliest, en het leven van uw huis. 1 Samuël 15:6 : En Saul liet de Kenieten zeggen: Gaat weg, wijkt, trekt af uit het midden van de Amalekieten, opdat ik u met hen niet wegruime; want u hebt barmhartigheid gedaan aan al de kinderen van Israël, toen zij uit Egypte opkwamen. Zo weken de Kenieten uit het midden van de Amalekieten. Jesaja 57:1 : De rechtvaardige komt om, en er is niemand, die het ter hart neemt; en de weldadige mensen worden weggeraapt, zonder dat er iemand op let, dat de rechtvaardige weggeraapt wordt voor het kwaad. Ezechiël 34:29 : En Ik zal hun een plant van naam verwekken; en zij zullen niet meer weggeraapt worden door honger in het land, en de smaad van de heidenen niet meer dragen. Psalmen 28:3 : Trek mij niet weg met de goddelozen, en met de werkers van de ongerechtigheid, die van vrede spreken met hun naasten, maar kwaad is in hun hart. Genesis 25:8 : En Abraham gaf de geest en stierf, in goede ouderdom, oud en van het leven zat, en hij werd tot zijn volken verzameld. Numeri 12:14 : En JAHWEH zei tot Mozes: Zo haar vader smadelijk in haar aangezicht gespogen had, zou zij niet zeven dagen beschaamd zijn? Laat haar zeven dagen buiten het leger gesloten, en daarna aangenomen worden! Jozua 20:4 : Als hij vlucht tot één van die steden, zo zal hij staan de deur van de stadspoort, en hij zal zijn woorden spreken voor de oren van de oudsten van die stad; dan zullen zij hem tot zich in de stad nemen, en hem plaats geven, dat hij bij hen woon. Richteren 19:15 : En zij weken daarheen, dat zij inkwamen, om in Gibeä te overnachten. Toen hij nu inkwam, zat hij neder in een straat van de stad, want er was niemand, die hen in huis nam, om te overnachten. Psalmen 27:10 : Want mijn vader en mijn moeder hebben mij verlaten, maar JAHWEH zal mij aannemen. Jeremia 47:6 : O wee, u zwaard van JAHWEH! Hoe lang zult u niet stil houden? Vaar in uw schede, rust en wees stil! Mattheüs 23:37 : Jeruzalem, Jeruzalem! u, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn! hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, zoals een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugels; en u hebt niet gewild."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mannen des bloeds: Hebr. der bloede, dat is, bloedgierigen, moorddadigen, gelijk Ps. 5:7 . Zie aldaar. Psalmen 5:7 : Gij zult de leugensprekers verdoen; van den man des bloeds en des bedrogs heeft de HEERE een gruwel.",
          "text1637": "Hebr. der bloeden. dat is, bloetgierige, moortdadige, als Psal. 5.7. Siet aldaer.",
          "text2026": "mannen van het bloed: Hebr. van de bloede, dat is, bloedgierigen, moorddadigen, gelijk Ps. 5:7 . Zie daar. Psalmen 5:7 : U zult de leugensprekers verdoen; van de man van het bloed en van het bedrog heeft JAHWEH een gruwel."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תֶּאֱסֹ֣ף",
          "strongs": "H622",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "עִם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "חַטָּאִ֣ים",
          "strongs": "H2400",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִׁ֑/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/עִם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "אַנְשֵׁ֖י",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "דָמִ֣ים",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "חַיָּֽ/י",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Raap<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> mijn ziel niet weg met de zondaren, noch mijn leven met de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> mannen van het bloed;",
      "textSV1888_html": "Raap<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> mijn ziel niet weg met de zondaren, noch mijn leven met de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> mannen des bloeds;",
      "text1637_html": "En <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> raept mijne ziele niet wech met de sondaren; noch mijn leven met de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> mannen des bloets:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des bloeds;",
          "new": "van het bloed;",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "In welker handen schandelijk bedrijf is, en welker rechterhand vol geschenken is.",
      "text1637": "[13] In welcker handen schendelick bedrijf is; ende welcker rechter-hant vol geschencken is.",
      "text2026": "In wier handen schandelijk bedrijf is, en wier rechterhand vol geschenken is.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "In welker handen: Dat is, die schelmstukken, of boze arglistige, praktijken, onderhanden hebben; verg. Job 11:14 , met de aantekening. Job 11:14 : Indien er ondeugd in uw hand is, doe die verre weg; en laat het onrecht in uw tenten niet wonen.",
          "text1637": "D. die schelm-stucken, ofte boose archlistige practijcken onder handen hebben. Vergel. Iob 11.14. met d’aenteeck.",
          "text2026": "Van Wie handen: Dat is, die schelmstukken, of boze arglistige, praktijken, onderhanden hebben; verg. Job 11:14 , met de aantekening. Job 11:14 : Als er ondeugd in uw hand is, doe die verre weg; en laat het onrecht in uw tenten niet wonen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "בִּ/ידֵי/הֶ֥ם",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbdc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "זִמָּ֑ה",
          "strongs": "H2154",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וִֽ֝/ימִינָ֗/ם",
          "strongs": "H3225",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מָ֣לְאָה",
          "strongs": "H4390",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "שֹּֽׁחַד",
          "strongs": "H7810",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> In wier handen schandelijk bedrijf is, en wier rechterhand vol geschenken is.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> In welker handen schandelijk bedrijf is, en welker rechterhand vol geschenken is.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> In welcker handen schendelick bedrijf is; ende welcker rechter-hant vol geschencken is.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "welker",
          "new": "wier",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "welker",
          "new": "wier",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Maar ik wandel in mijn oprechtigheid, verlos mij dan en wees mij genadig.",
      "text1637": "Maer ick wandele in mijne oprechticheyt; verlost my [dan], ende zijt my genadich.",
      "text2026": "Maar ik wandel in mijn oprechtheid, verlos mij dan en wees mij genadig.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ֭/אֲנִי",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/תֻמִּ֥/י",
          "strongs": "H8537",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵלֵ֗ךְ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "פְּדֵ֣/נִי",
          "strongs": "H6299",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/חָנֵּֽ/נִי",
          "strongs": "H2603",
          "morph": "HC/Vqv2ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar ik wandel in mijn oprechtheid, verlos mij dan en wees mij genadig.",
      "text1637_html": "Maer ick wandele in mijne oprechticheyt; verlost my [dan], ende zijt my genadich.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "oprechtigheid,",
          "new": "oprechtheid,",
          "principe": "V485"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Mijn voet staat op effen baan; ik zal den HEERE loven in de vergaderingen.",
      "text1637": "Mijn voet staet op [14] effener bane; Ick sal den HEERE loven in de [15] vergaderingen.",
      "text2026": "Mijn voet staat op effen baan; ik zal JAHWEH loven in de vergaderingen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "op effen baan: Hebr. in, of op het rechte, effene, platte. Alzo wordt het Hebr. woord (betekenende rechtheid, of rechtigheid, gesteld tegen krom, oneffen , Jes. 40:4 ,) voor plat, vlak, effen land genomen, Deut. 3:10 ; Jer. 21:13 . Jesaja 40:4 : Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvelen zullen vernederd worden; en wat krom is, dat zal recht, en wat hobbelachtig is, dat zal tot een vallei gemaakt worden. Deuteronomium 3:10 : Al de steden des platten lands, en het ganse Gilead, en het ganse Bazan, tot Salcha en Edreï toe; steden des koninkrijks van Og in Bazan. Jeremia 21:13 : Ziet, Ik wil aan u, gij inwoneres des dals, gij rots van het plein! spreekt de HEERE; gijlieden, die zegt: Wie zou tegen ons afkomen, of wie zou komen in onze woningen?",
          "text1637": "Hebr. in, ofte, op het rechte, effene, platte. alsoo wort het Hebr. woort (beteeckenende rechtheyt, ofte, richticheyt, gestelt tegen, krom, oneffen. Iesa. 40.4.) voor plat, vlack, effen lant genomen Deut. 3.10. Ierem. 21.13.",
          "text2026": "op effen baan: Hebr. in, of op het rechte, effene, platte. Zo wordt het Hebr. woord (betekenende rechtheid, of rechtigheid, gesteld tegen krom, oneffen , Jes. 40:4 ,) voor plat, vlak, effen land genomen, Deut. 3:10 ; Jer. 21:13 . Jesaja 40:4 : Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvelen zullen vernederd worden; en wat krom is, dat zal recht, en wat hobbelachtig is, dat zal tot een vallei gemaakt worden. Deuteronomium 3:10 : Al de steden van de platten lands, en het gehele Gilead, en het gehele Bazan, tot Salcha en Edreï toe; steden van het koninkrijk van Og in Bazan. Jeremia 21:13 : Ziet, Ik wil aan u, u inwoneres van het dal, u rots van het plein! spreekt JAHWEH; u, die zegt: Wie zou tegen ons afkomen, of wie zou komen in onze woningen?"
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij wil zeggen dat hij, vertrouwende op de goede uitkomst alsof zij voor ogen ware, niet alleen in het geheim, maar ook in het openbaar voor de gemeente, God zal danken, dat Hij hem in zovele gevaren en aanvechtingen naar ziel en lichaam bewaard, en ten aanzien van beide als op een effen en zekere baan zal hebben gesteld.",
          "text1637": "Hy wil seggen, dat hy vertrouwende op de goede uytkomste, als ofse voor oogen ware, niet alleen in het heymelick, maer oock in’t openbaer, voor de Gemeynte, Godt sal dancken, dat hy hem in soo vele perijckelen ende aenvechtingen nae ziele ende lichaem bewaert, ende ten aensien van beyden als op eene effene ende sekere bane sal hebben gestelt.",
          "text2026": "Hij wil zeggen dat hij, vertrouwende op de goede uitkomst alsof zij voor ogen ware, niet alleen in het geheim, maar ook in het openbaar voor de gemeente, God zal danken, dat Hij hem in zovele gevaren en aanvechtingen naar ziel en lichaam bewaard, en ten aanzien van beide als op een effen en zekere baan zal hebben gesteld."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "רַ֭גְלִ/י",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָֽמְדָ֣ה",
          "strongs": "H5975",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "בְ/מִישׁ֑וֹר",
          "strongs": "H4334",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ֝/מַקְהֵלִ֗ים",
          "strongs": "H4721",
          "morph": "HR/Ncbpa"
        },
        {
          "woord": "אֲבָרֵ֥ךְ",
          "strongs": "H1288",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mijn voet staat op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> effen baan; ik zal JAHWEH loven in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> vergaderingen.",
      "textSV1888_html": "Mijn voet staat op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> effen baan; ik zal den HEERE loven in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> vergaderingen.",
      "text1637_html": "Mijn voet staet op <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> effener bane; Ick sal den HEERE loven in de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> vergaderingen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David bidt Godt om recht tegen sijne vyanden, betuygende voor hem sijne oprechticheyt, onschult ende Godtsalicheyt: ende sich versekerende van verhooringe, belooft Gode danckbaerheyt.",
    "text2026": "David bidt God om recht tegen zijn vijanden, terwijl hij voor Hem zijn oprechtheid, onschuld en godzaligheid betuigt; en zich verzekerend van verhoring, belooft hij God dankbaarheid."
  }
}