{
  "number": 28,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van David. Tot U roep ik, HEERE! mijn Rotssteen, houd U niet als doof van mij af; opdat ik niet, zo Gij U van mij stil houdt, vergeleken worde met degenen, die in den kuil nederdalen.",
      "text1637": "[EEn Psalm] Davids. Tot u roep ick, HEERE; mijn rotzsteen, [1] houdt u niet als doof van my af: [a] op dat ick niet, [so] ghy u van my stille houdt, vergeleken en worde met de [b] gene die in den [2] kuyl nederdalen.",
      "text2026": "Een psalm van David. Tot U roep ik, JAHWEH! mijn Rotssteen, houd U niet als doof van mij af; opdat ik niet, zo U Zich van mij stil houdt, vergeleken word met degenen, die in de kuil neerdalen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, zwijg niet, wees niet stil van mij; versta, U of uwe oren van mij afwendende, van mij aflatende, zonder te spreken of mij te antwoorden, en met de daad te bewijzen dat Gij mij verhoort. Verg. deze manier van spreken met 1 Kon. 22:3 ; 1 Sam. 7:8 ; Job 13:13 , menselijk van God gesproken, die gezegd wordt zich als doof te houden en te zwijgen en niet te antwoorden, als Hij met dadelijke hulp nog niet betoont dat Hij de gebeden der zijnen verhoord heeft. Anders, houd U niet als doof tegen mij en zo terstond, tegen mij stil houdt, enz. Verg. Job 13:13 , met de aantekening. 1 Koningen 22:3 : Dat de koning van Israël tot zijn knechten zeide: Weet gij, dat Ramoth in Gilead onze is? En wij zijn stil, zonder dat te nemen uit de hand van den koning van Syrië. 1 Samuël 7:8 : En de kinderen Israëls zeiden tot Samuël: Zwijg niet van onzentwege, dat gij niet zoudt roepen tot den HEERE, onzen God, opdat Hij ons verlosse uit de hand der Filistijnen. Job 13:13 : Houdt stil van mij, opdat ik spreke, en er ga over mij, wat het zij. Job 13:13 : Houdt stil van mij, opdat ik spreke, en er ga over mij, wat het zij.",
          "text1637": "Ofte, swijgt niet, zijt niet stille van my: verst. u, ofte, uwe ooren van my afwendende, van my aflatende, sonder te spreken, ofte my te antwoorden, ende met der daet te bewijsen dat ghy my verhoort. Vergel. dese maniere van spreken met 1.Reg. 22. op vers 3. 1.Sam. 7.8. Iob 13.13. menschelick van Godt gesproken, die geseyt wort sich als doof te houden, ende te swijgen ende niet te antwoorden, als hy met datelicke hulpe noch niet en betoont, dat hy de gebeden der sijnen verhoort heeft. And. houdt u niet als doof tegen my: ende soo terstont, tegen my stille houdt, etc. Vergel. Iob 13.13. met d’aent.",
          "text2026": "Of, zwijg niet, wees niet stil van mij; versta, U of uw oren van mij afwendende, van mij aflatende, zonder te spreken of mij te antwoorden, en met de daad te bewijzen dat U mij verhoort. Verg. deze manier van spreken met 1 Kon. 22:3 ; 1 Sam. 7:8 ; Job 13:13 , menselijk van God gesproken, die gezegd wordt zich als doof te houden en te zwijgen en niet te antwoorden, als Hij met dadelijke hulp nog niet betoont dat Hij de gebeden van de zijn verhoord heeft. Anders, houd U niet als doof tegen mij en zo meteen, tegen mij stil houdt, enz. Verg. Job 13:13 , met de aantekening. 1 Koningen 22:3 : Dat de koning van Israël tot zijn knechten zei: Weet u, dat Ramoth in Gilead onze is? En wij zijn stil, zonder dat te nemen uit de hand van de koning van Syrië. 1 Samuël 7:8 : En de kinderen van Israël zeiden tot Samuël: Zwijg niet van onzentwege, dat u niet zoudt roepen tot JAHWEH, onze God, opdat Hij ons verlosse uit de hand van de Filistijnen. Job 13:13 : Houdt stil van mij, opdat ik spreke, en er ga over mij, wat het zij. Job 13:13 : Houdt stil van mij, opdat ik spreke, en er ga over mij, wat het zij."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 143:7 . Psalmen 143:7 : Verhoor mij haastelijk, HEERE! mijn geest bezwijkt; verberg Uw aangezicht niet van mij, want ik zou gelijk worden dengenen, die in den kuil dalen.",
          "text1637": "Psal. 143.7.",
          "text2026": "Ps. 143:7 . Psalmen 143:7 : Verhoor mij haastig, JAHWEH! mijn geest bezwijkt; verberg Uw aangezicht niet van mij, want ik zou gelijk worden dengenen, die in de kuil dalen."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 30:4 . Psalmen 30:4 : HEERE! Gij hebt mijn ziel uit het graf opgevoerd; Gij hebt mij bij het leven behouden, dat ik in den kuil niet ben nedergedaald.",
          "text1637": "Psal. 30.4.",
          "text2026": "Ps. 30:4 . Psalmen 30:4 : JAHWEH! U hebt mijn ziel uit het graf opgevoerd; U hebt mij bij het leven behouden, dat ik in de kuil niet ben nedergedaald."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, in het graf, gelijk doden. Of, gelijk verbijsterde beesten en mensen ergens in een kuil of groef vallen en omkomen.",
          "text1637": "D. in’t graf, als doode. ofte, gelijck verbijsterde beesten ende menschen ergens in eenen kuyl ofte groeve vallen ende omkomen.",
          "text2026": "Dat is, in het graf, gelijk doden. Of, gelijk verbijsterde beesten en mensen ergens in een kuil of groef vallen en omkomen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לְ/דָוִ֡ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "אֵ֘לֶ֤י/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֨ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶקְרָ֗א",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "צוּרִ/י֮",
          "strongs": "H6697",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַֽל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תֶּחֱרַ֪שׁ",
          "strongs": "H2790",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "מִ֫מֶּ֥/נִּי",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "פֶּן",
          "strongs": "H6435",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "תֶּֽחֱשֶׁ֥ה",
          "strongs": "H2814",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּ֑/נִּי",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/נִמְשַׁ֗לְתִּי",
          "strongs": "H4911",
          "morph": "HC/VNq1cs"
        },
        {
          "woord": "עִם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "י֥וֹרְדֵי",
          "strongs": "H3381",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "בֽוֹר",
          "strongs": "H953",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een psalm van David. Tot U roep ik, JAHWEH! mijn Rotssteen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> houd U niet als doof van mij af;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> opdat ik niet, zo U Zich van mij stil houdt, vergeleken word met degenen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> die in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> kuil neerdalen.",
      "textSV1888_html": "Een psalm van David. Tot U roep ik, HEERE! mijn Rotssteen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> houd U niet als doof van mij af;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> opdat ik niet, zo Gij U van mij stil houdt, vergeleken worde met degenen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> die in den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> kuil nederdalen.",
      "text1637_html": "[EEn Psalm] Davids. Tot u roep ick, HEERE; mijn rotzsteen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> houdt u niet als doof van my af: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> op dat ick niet, [so] ghy u van my stille houdt, vergeleken en worde met de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> gene die in den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> kuyl nederdalen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "Zich",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "worde",
          "new": "word",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "nederdalen.",
          "new": "neerdalen.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Hoor de stem mijner smekingen, als ik tot U roep, als ik mijn handen ophef naar de aanspraakplaats Uwer heiligheid.",
      "text1637": "Hoort de stemme mijner smeeckingen, als ick tot u roepe; als ick mijne [3] handen opheffe [4] nae de aenspraeck-plaetse uwer heylicheyt.",
      "text2026": "Hoor de stem van mijn smekingen, als ik tot U roep, als ik mijn handen ophef naar de aanspraakplaats van Uw heiligheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk dikwijls in het bidden geschiedt tot een teken van opheffing des harten tot God en verwachting eens zegens van Hem, door den Messias. Verg. 1 Kon. 8:22 ; Ps. 88:10 , en Ps. 141:2 ; Klaagl. 2:19 , en Klaagl. 3:41 . 1 Koningen 8:22 : En Salomo stond voor het altaar des HEEREN, tegenover de ganse gemeente van Israël, en breidde zijn handen uit naar den hemel; Psalmen 88:10 : Mijn oog treurt vanwege verdrukking; HEERE! ik roep tot U den gansen dag; ik strek mijn handen uit tot U. Psalmen 141:2 : Mijn gebed worde gesteld als reukwerk voor Uw aangezicht, de opheffing mijner handen als het avondoffer. Klaagliederen 2:19 : Koph. Maak u op, maak geschrei des nachts in het begin der nachtwaken, stort uw hart uit voor het aangezicht des Heeren als water; hef uw handen tot Hem op voor de ziel uwer kinderkens, die in onmacht gevallen zijn van honger, vooraan op alle straten. Klaagliederen 3:41 : Nun. Laat ons onze harten opheffen, mitsgaders de handen, tot God in den hemel, zeggende:",
          "text1637": "Als dickwils in het bidden geschiede, tot een teecken van opheffinge des herten tot Godt, ende verwachtinge eens segens van hem, door den Messia. Verg. 1.Reg.8. op vers 22. Psal. 88.10. ende 141.2. Thre. 2.19. ende 3.41.",
          "text2026": "Gelijk dikwijls in het bidden geschiedt tot een teken van opheffing van de harten tot God en verwachting eens zegens van Hem, door de Messias. Verg. 1 Kon. 8:22 ; Ps. 88:10 , en Ps. 141:2 ; Klaagl. 2:19 , en Klaagl. 3:41 . 1 Koningen 8:22 : En Salomo stond voor het altaar van JAHWEH, tegenover de gehele gemeente van Israël, en breidde zijn handen uit naar de hemel; Psalmen 88:10 : Mijn oog treurt vanwege verdrukking; JAHWEH! ik roep tot U de gansen dag; ik strek mijn handen uit tot U. Psalmen 141:2 : Mijn gebed worde gesteld als reukwerk voor Uw aangezicht, de opheffing mijn handen als het avondoffer. Klaagliederen 2:19 : Koph. Maak u op, maak geschrei van de nacht in het begin van de nachtwaken, stort uw hart uit voor het aangezicht van de Heer als water; hef uw handen tot Hem op voor de ziel uw kinderen, die in onmacht gevallen zijn van honger, vooraan op alle straten. Klaagliederen 3:41 : Nun. Laat ons onze harten opheffen, en ook de handen, tot God in de hemel, zeggende:"
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "naar de aanspraakplaats: Dat is, naar uw heilige aanspraakplaats, waar de ark des verbonds is, een voorbeeld van den Messias. Zie 1 Kon. 6:5 . 1 Koningen 6:5 : En rondom aan den wand van het huis bouwde hij kameren, aan de wanden van het huis rondom, beide van den tempel en van de aanspraakplaats. Alzo maakte hij zijkameren rondom.",
          "text1637": "D. nae uwe heylige aenspraeck-plaetse, daer de Arke des verbonts is een voorbeelt van den Messia. Siet 1.Reg. 6. op vers 5.",
          "text2026": "naar de aanspraakplaats: Dat is, naar uw heilige aanspraakplaats, waar de ark van het verbond is, een voorbeeld van de Messias. Zie 1 Kon. 6:5 . 1 Koningen 6:5 : En rondom aan de wand van het huis bouwde hij kamers, aan de wanden van het huis rondom, zowel van de tempel als van de aanspraakplaats. Zo maakte hij zijkameren rondom."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שְׁמַ֤ע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "ק֣וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "תַּ֭חֲנוּנַ/י",
          "strongs": "H8469",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/שַׁוְּעִ֣/י",
          "strongs": "H7768",
          "morph": "HR/Vpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵלֶ֑י/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/נָשְׂאִ֥/י",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יָ֝דַ֗/י",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "דְּבִ֥יר",
          "strongs": "H1687",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשֶֽׁ/ךָ",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hoor de stem van mijn smekingen, als ik tot U roep, als ik mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> handen ophef<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> naar de aanspraakplaats van Uw heiligheid.",
      "textSV1888_html": "Hoor de stem mijner smekingen, als ik tot U roep, als ik mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> handen ophef<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> naar de aanspraakplaats Uwer heiligheid.",
      "text1637_html": "Hoort de stemme mijner smeeckingen, als ick tot u roepe; als ick mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> handen opheffe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> nae de aenspraeck-plaetse uwer heylicheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Trek mij niet weg met de goddelozen, en met de werkers der ongerechtigheid, die van vrede spreken met hun naasten, maar kwaad is in hun hart.",
      "text1637": "En [5] treckt my niet wech met de godtloose, ende met de werckers der ongerechticheyt, [c] die van vrede spreken met hare naesten; maer quaet is in haer herte.",
      "text2026": "Trek mij niet weg met de goddelozen, en met de werkers van de ongerechtigheid, die van vrede spreken met hun naasten, maar kwaad is in hun hart.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Trek mij niet weg: Dat is, breng mij niet om, trek mij niet naar het graf met, enz. Verg. Ps. 26:9 , en zie Job 21:33 , en Job 24:22 ; Ezech. 32:20 ; alwaar Het Hebr. woord רָעָה, in dezelfde betekenis gebruikt wordt. Psalmen 26:9 : Raap mijn ziel niet weg met de zondaren, noch mijn leven met de mannen des bloeds; Job 21:33 : De kluiten des dals zijn hem zoet, en hij trekt na zich alle mensen; en dergenen, die voor hem geweest zijn, is geen getal. Job 24:22 : Ook trekt hij de machtigen door zijn kracht; staat hij op, zo is men des levens niet zeker. Ezechiël 32:20 : In het midden der verslagenen van het zwaard zullen zij vallen; zij is aan het zwaard overgegeven; trek haar henen met al haar menigte.",
          "text1637": "D. brengt my niet om, treckt my niet nae ’t graf met etc. Vergel. Psal. 26. op vers 9. ende siet Iob 21.33. ende 24.22. Ezech. 32.20. alwaer het Hebr. woort in de selve beteeckeninge gebruyckt wort.",
          "text2026": "Trek mij niet weg: Dat is, breng mij niet om, trek mij niet naar het graf met, enz. Verg. Ps. 26:9 , en zie Job 21:33 , en Job 24:22 ; Ez. 32:20 ; alwaar Het Hebr. woord רָעָה, in dezelfde betekenis gebruikt wordt. Psalmen 26:9 : Raap mijn ziel niet weg met de zondaren, noch mijn leven met de mannen van het bloed; Job 21:33 : De kluiten van het dal zijn hem zoet, en hij trekt na zich alle mensen; en dergenen, die voor hem geweest zijn, is geen getal. Job 24:22 : Ook trekt hij de machtigen door zijn kracht; staat hij op, zo is men van het leven niet zeker. Ezechiël 32:20 : In het midden van de verslagenen van het zwaard zullen zij vallen; zij is aan het zwaard overgegeven; trek haar heen met al haar menigte."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 12:3 ; Jer. 9:8 . Psalmen 12:3 : Zij spreken valsheid, een ieder met zijn naaste, met vleiende lippen; zij spreken met een dubbel hart. Jeremia 9:8 : Hun tong is een moordpijl, zij spreekt bedrog; een ieder spreekt met zijn naaste van vrede met zijn mond, maar in zijn binnenste legt hij zijn lagen.",
          "text1637": "Psal. 12.3. Ierem. 9.8.",
          "text2026": "Ps. 12:3 ; Jer. 9:8 . Psalmen 12:3 : Zij spreken valsheid, een ieder met zijn naaste, met vleiende lippen; zij spreken met een dubbel hart. Jeremia 9:8 : Hun tong is een moordpijl, zij spreekt bedrog; een ieder spreekt met zijn naaste van vrede met zijn mond, maar in zijn binnenste legt hij zijn lage."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּמְשְׁכֵ֣/נִי",
          "strongs": "H4900",
          "morph": "HVqj2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עִם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "רְשָׁעִים֮",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עִם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "פֹּ֪עֲלֵ֫י",
          "strongs": "H6466",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "אָ֥וֶן",
          "strongs": "H205",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "דֹּבְרֵ֣י",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֭לוֹם",
          "strongs": "H7965",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "עִם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "רֵֽעֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H7453",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/רָעָ֗ה",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "בִּ/לְבָבָֽ/ם",
          "strongs": "H3824",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Trek<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> mij niet weg met de goddelozen, en met de werkers van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> ongerechtigheid, die van vrede spreken met hun naasten, maar kwaad is in hun hart.",
      "textSV1888_html": "Trek<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> mij niet weg met de goddelozen, en met de werkers der ongerechtigheid,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> die van vrede spreken met hun naasten, maar kwaad is in hun hart.",
      "text1637_html": "En <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> treckt my niet wech met de godtloose, ende met de werckers der ongerechticheyt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> die van vrede spreken met hare naesten; maer quaet is in haer herte.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Geef hun naar hun doen, en naar de boosheid hunner handelingen; geef hun naar hunner handen werk; doe hun vergelding tot hen wederkeren.",
      "text1637": "Geeft hen nae haer doen, ende nae de boosheyt harer handelingen; geeft hen nae harer handen werck; doet hare vergeldinge tot haer wederkeeren.",
      "text2026": "Geef hun naar hun doen, en naar de boosheid van hun handelingen; geef hun naar van hun handen werk; doe hun vergelding tot hen terugkeren.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תֶּן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֣ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/פָעֳלָ/ם֮",
          "strongs": "H6467",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/כְ/רֹ֪עַ",
          "strongs": "H7455",
          "morph": "HC/R/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מַֽעַלְלֵ֫י/הֶ֥ם",
          "strongs": "H4611",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/מַעֲשֵׂ֣ה",
          "strongs": "H4639",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יְ֭דֵי/הֶם",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbdc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "תֵּ֣ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֑ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "הָשֵׁ֖ב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVhv2ms"
        },
        {
          "woord": "גְּמוּלָ֣/ם",
          "strongs": "H1576",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶֽם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Geef hun naar hun doen, en naar de boosheid van hun handelingen; geef hun naar van hun handen werk; doe hun vergelding tot hen terugkeren.",
      "text1637_html": "Geeft hen nae haer doen, ende nae de boosheyt harer handelingen; geeft hen nae harer handen werck; doet hare vergeldinge tot haer wederkeeren.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hunner",
          "new": "van hun",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "hunner",
          "new": "van hun",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "wederkeren.",
          "new": "terugkeren.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Omdat zij niet letten op de daden des HEEREN, noch op het werk Zijner handen, zo zal Hij hen afbreken en zal hen niet bouwen.",
      "text1637": "Om datse niet en letten op de daden des HEEREN, noch op het werck sijner handen; so sal hyse afbreken ende en salse niet [6] bouwen.",
      "text2026": "Omdat zij niet letten op de daden van JAHWEH, noch op het werk van Zijn handen, zo zal Hij hen afbreken en zal hen niet bouwen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, die niet verhogen tot een vasten of duurzamen staat; idem, niet voortplanten of hun geslacht uitbreiden. Verg. Gen. 16:2 ; Job 22:23 ; Jer. 24:6 , en Jer. 31:28 ; idem Spreuk. 14:1 . Genesis 16:2 : Zo zeide Sarai tot Abram: Zie toch, de HEERE heeft mij toegesloten, dat ik niet bare; ga toch in tot mijn dienstmaagd, misschien zal ik uit haar gebouwd worden. En Abram hoorde naar de stem van Sarai. Job 22:23 : Zo gij u bekeert tot den Almachtige, gij zult gebouwd worden; doe het onrecht verre van uw tenten. Jeremia 24:6 : En Ik zal Mijn oog op hen stellen ten goede, en zal hen wederbrengen in dit land; en Ik zal hen bouwen, en niet afbreken; en zal hen planten, en niet uitrukken. Jeremia 31:28 : En het zal geschieden, gelijk als Ik over hen gewaakt heb, om uit te rukken, en af te breken, en te verstoren, en te verderven, en kwaad aan te doen; alzo zal Ik over hen waken, om te bouwen en te planten, spreekt de HEERE. Spreuken 14:1 : Elke wijze vrouw bouwt haar huis; maar die zeer dwaas is, breekt het af met haar handen.",
          "text1637": "D. die niet verhoogen tot eenen vasten ofte duersamen staet, item, niet voortplanten, ofte haer geslachte uyt breyden. Vergel. Gen. 16. op vers 2. Iob 22. op vers 23. Ier. 24.6. ende 31.28. item Prov. 14. op vers 1.",
          "text2026": "Dat is, die niet verhogen tot een vasten of duurzamen staat; idem, niet voortplanten of hun geslacht uitbreiden. Verg. Gen. 16:2 ; Job 22:23 ; Jer. 24:6 , en Jer. 31:28 ; idem Spr. 14:1 . Genesis 16:2 : Zo zei Sarai tot Abram: Zie toch, JAHWEH heeft mij toegesloten, dat ik niet bare; ga toch in tot mijn dienstmaagd, misschien zal ik uit haar gebouwd worden. En Abram hoorde naar de stem van Sarai. Job 22:23 : Zo u u bekeert tot de Almachtige, u zult gebouwd worden; doe het onrecht verre van uw tenten. Jeremia 24:6 : En Ik zal Mijn oog op hen stellen ten goede, en zal hen wederbrengen in dit land; en Ik zal hen bouwen, en niet afbreken; en zal hen planten, en niet uitrukken. Jeremia 31:28 : En het zal gebeuren, gelijk als Ik over hen gewaakt heb, om uit te rukken, en af te breken, en te verstoren, en te verderven, en kwaad aan te doen; zo zal Ik over hen waken, om te bouwen en te planten, spreekt JAHWEH. Spreuken 14:1 : Elke wijze vrouw bouwt haar huis; maar die zeer dwaas is, breekt het af met haar handen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לֹ֤א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָבִ֡ינוּ",
          "strongs": "H995",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "פְּעֻלֹּ֣ת",
          "strongs": "H6468",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "מַעֲשֵׂ֣ה",
          "strongs": "H4639",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יָדָ֑י/ו",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbdc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יֶ֝הֶרְסֵ֗/ם",
          "strongs": "H2040",
          "morph": "HVqi3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יִבְנֵֽ/ם",
          "strongs": "H1129",
          "morph": "HVqi3ms/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Omdat zij niet letten op de daden van JAHWEH, noch op het werk van Zijn handen, zo zal Hij hen afbreken en zal hen niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> bouwen.",
      "textSV1888_html": "Omdat zij niet letten op de daden des HEEREN, noch op het werk Zijner handen, zo zal Hij hen afbreken en zal hen niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> bouwen.",
      "text1637_html": "Om datse niet en letten op de daden des HEEREN, noch op het werck sijner handen; so sal hyse afbreken ende en salse niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> bouwen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN,",
          "new": "van JAHWEH,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "Zijner",
          "new": "van Zijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft de stem mijner smekingen gehoord.",
      "text1637": "[7] Gelooft zy de HEERE; want hy heeft de stemme mijner smeeckingen gehoort.",
      "text2026": "Geloofd zij JAHWEH, want Hij heeft de stem van mijn smekingen gehoord.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., בָּרוּךְ, gezegend.",
          "text1637": "Hebr. gesegent.",
          "text2026": "Hebr., בָּרוּךְ, gezegend."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בָּר֥וּךְ",
          "strongs": "H1288",
          "morph": "HVqsmsa"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֝מַע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "ק֣וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "תַּחֲנוּנָֽ/י",
          "strongs": "H8469",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Geloofd zij JAHWEH, want Hij heeft de stem van mijn smekingen gehoord.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft de stem mijner smekingen gehoord.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Gelooft zy de HEERE; want hy heeft de stemme mijner smeeckingen gehoort.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "De HEERE is mijn Sterkte en mijn Schild; op Hem heeft mijn hart vertrouwd, en ik ben geholpen; dies springt mijn hart van vreugde, en ik zal Hem met mijn gezang loven.",
      "text1637": "De HEERE is mijne sterckte, ende mijn schilt, op hem heeft mijn herte vertrouwt, ende ick ben geholpen; dies springt mijn herte van vreuchde, ende ick sal hem met mijn gesanck loven.",
      "text2026": "JAHWEH is mijn Sterkte en mijn Schild; op Hem heeft mijn hart vertrouwd, en ik ben geholpen; daarom springt mijn hart van vreugde, en ik zal Hem met mijn gezang loven.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְהוָ֤ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עֻזִּ֥/י",
          "strongs": "H5797",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/מָגִנִּ/י֮",
          "strongs": "H4043",
          "morph": "HC/Ncbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בּ֤/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בָטַ֥ח",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִבִּ֗/י",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/נֶ֫עֱזָ֥רְתִּי",
          "strongs": "H5826",
          "morph": "HC/VNp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/יַּעֲלֹ֥ז",
          "strongs": "H5937",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "לִבִּ֑/י",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּֽ/מִ/שִּׁירִ֥/י",
          "strongs": "H7892",
          "morph": "HC/R/Ncbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲהוֹדֶֽ/נּוּ",
          "strongs": "H3034",
          "morph": "HVhi1cs/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH is mijn Sterkte en mijn Schild; op Hem heeft mijn hart vertrouwd, en ik ben geholpen; daarom springt mijn hart van vreugde, en ik zal Hem met mijn gezang loven.",
      "text1637_html": "De HEERE is mijne sterckte, ende mijn schilt, op hem heeft mijn herte vertrouwt, ende ick ben geholpen; dies springt mijn herte van vreuchde, ende ick sal hem met mijn gesanck loven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "De HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "dies",
          "new": "daarom",
          "principe": "V333"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "De HEERE is hunlieder Sterkte, en Hij is de Sterkheid der verlossingen Zijns Gezalfden.",
      "text1637": "De HEERE is [8] haerlieder sterckte, ende hy is de sterckheyt der [9] verlossingen sijns Gesalfden.",
      "text2026": "JAHWEH is hun Sterkte, en Hij is de Sterkheid van de verlossingen Zijn Gezalfde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Niet alleen mijne, maar ook zijner ganse kerk, van alle gelovigen.",
          "text1637": "Niet alleen mijne, maer oock sijner gantscher kercke, aller geloovigen.",
          "text2026": "Niet alleen mijn, maar ook zijn gehele kerk, van alle gelovigen."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, behoudenissen, overwinningen zijns gezalfden; dat is die mij, zijn gezalfde, door zijne sterkte, zo menigmaal heeft verlost, of de sterkte der verlossingen, of des volkomen heils; [dat is, de volkomen heilzame sterkte] in het gezalfde; te weten, den Messias, den Heere Christus, door David afgebeeld.",
          "text1637": "Ofte, behoudenissen, overwinningen sijns Gesalfden. D. die my, sijnen gesalfden, door sijne sterckte soo menichmael heeft verlost, ofte, de sterckte der verlossingen, ofte des volcomenen heyls, (dat is, de volkomene heylsame sterckte) is sijn Gesalfde. te weten, de Messias, de Heere Christus, door David afgebeeldt.",
          "text2026": "Of, behoudenissen, overwinningen zijns gezalfde; dat is die mij, zijn gezalfde, door zijn sterkte, zo dikwijls heeft verlost, of de sterkte van de verlossingen, of van de volkomen heils; [dat is, de volkomen heilzame sterkte] in het gezalfde; te weten, de Messias, de Heer Christus, door David afgebeeld."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְהוָ֥ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עֹֽז",
          "strongs": "H5797",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לָ֑/מוֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מָ֘ע֤וֹז",
          "strongs": "H4581",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יְשׁוּע֖וֹת",
          "strongs": "H3444",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "מְשִׁיח֣/וֹ",
          "strongs": "H4899",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "הֽוּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> hun Sterkte, en Hij is de Sterkheid van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> de verlossingen Zijn Gezalfde.",
      "textSV1888_html": "De HEERE is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> hunlieder Sterkte, en Hij is de Sterkheid der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> verlossingen Zijns Gezalfden.",
      "text1637_html": "De HEERE is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> haerlieder sterckte, ende hy is de sterckheyt der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> verlossingen sijns Gesalfden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "De HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "hunlieder",
          "new": "hun",
          "principe": "V329"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Zijns Gezalfden.",
          "new": "Zijn Gezalfde.",
          "principe": "V201"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Verlos Uw volk, en zegen Uw erve, en weid hen, en verhef hen tot in eeuwigheid.",
      "text1637": "[10] Verlost u volck ende segent u erve; ende [11] weydtse, ende [12] verheftse tot inder eeuwicheyt.",
      "text2026": "Verlos Uw volk, en zegen Uw erfenis, en weid hen, en verhef hen tot in eeuwigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, behoud, geef heil.",
          "text1637": "Ofte, behoudt, geeft heyl.",
          "text2026": "Of, behoud, geef heil."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk een herder zijne schapen. Zie Ps. 32 .",
          "text1637": "Als een herder sijne schapen. Siet Psal. 23.",
          "text2026": "Gelijk een herder zijn schapen. Zie Ps. 32 ."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "verhef hen: Of, draag hen.",
          "text1637": "Ofte, draechtse.",
          "text2026": "verhef hen: Of, draag hen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הוֹשִׁ֤יעָ/ה",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HVhv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "עַמֶּ֗/ךָ",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/בָרֵ֥ךְ",
          "strongs": "H1288",
          "morph": "HC/Vpv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "נַחֲלָתֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H5159",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וּֽ/רְעֵ֥/ם",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HC/Vqv2ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/נַשְּׂאֵ֗/ם",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HC/Vpv2ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הָ/עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Verlos Uw volk, en zegen Uw erfenis, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> weid hen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> verhef hen tot in eeuwigheid.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Verlos Uw volk, en zegen Uw erve, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> weid hen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> verhef hen tot in eeuwigheid.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Verlost u volck ende segent u erve; ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> weydtse, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> verheftse tot inder eeuwicheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "erve,",
          "new": "erfenis,",
          "principe": "V368"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David bidt seer vyerichlick voor sich selven, ende tegen sijne vyanden, welcker godtloosheyt hy beschrijft: ende gevoelende de vrucht sijns gebedts, looft hy Godt, ende bidt om de behoudenisse der gantscher Kercke.",
    "text2026": "David bidt zeer vurig voor zichzelf en tegen zijn vijanden, wier goddeloosheid hij beschrijft; en de vrucht van zijn gebed voelend, looft hij God en bidt om het behoud van de gehele Kerk."
  }
}