{
  "number": 30,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm, een lied der inwijding van Davids huis.",
      "text1637": "EEn Psalm, een [1] liedt der inwyinge van Davids huys.",
      "text2026": "Een psalm, een lied van de inwijding van Davids huis.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, gezang; [zie Ps. 48:1 ], om gespeeld en gezongen te worden bij de inwijding van Davids hof, alsof hij van de overwinning tegen Absalom te Jeruzalem was wedergekomen en, in zijn koninkrijk hersteld zijnde, zijn hof van Absaloms gruwelen zuiverde, 2 Sam. 20:3 , waarvan de meeste uitleggers dit verstaan, gelijk het ook op den inhoud ven dezen psalm bekwamelijk past. Sommigen nochtans menen dat David God hier dankt voor de verlossing van een dodelijke krankheid, uit vers 3 , 30:10 . Verg. met Ps. 6:5 , van de inwijding. Zie Deut. 20:5 . Psalmen 48:1 : Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach. 2 Samuël 20:3 : Toen nu David in zijn huis te Jeruzalem kwam, nam de koning de tien vrouwen, zijn bijwijven, die hij gelaten had, om het huis te bewaren, en deed ze in een huis van bewaring, en onderhield ze, maar ging tot haar niet in. En zij waren opgesloten tot op den dag van haarlieder dood, levende als weduwen. Psalmen 30:3 : HEERE, mijn God! ik heb tot U geroepen, en Gij hebt mij genezen. Psalmen 30:10 : Wat gewin is er in mijn bloed, in mijn nederdalen tot de groeve? Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen? Psalmen 6:5 : Keer weder, HEERE, red mijn ziel; verlos mij, om Uwer goedertierenheid wil. Deuteronomium 20:5 : Dan zullen de ambtlieden tot het volk spreken, zeggende: Wie is de man, die een nieuw huis heeft gebouwd, en het niet heeft ingewijd? Die ga henen en kere weder naar zijn huis; opdat hij niet misschien sterve in den strijd, en iemand anders dat inwijde.",
          "text1637": "Ofte, gesanck, (Siet Psal. 48. op vers 1.) om gespeelt ende gesongen te worden by de inwyinge van Davids hof, als hy van de victorie tegen Absalom te Ierusalem was wedergekomen, ende, in sijn Coninckrijck herstelt zijnde, sijn hof van Absaloms grouwelen suyverde: 2.Sam. 20.3. waer van de meeste uytleggers dit verstaen, gelijck het oock op den inhout deses Psalms bequamelick past. sommige nochtans meynen, dat David Godt hier danckt voor de verlossinge van eene dootlicke krancheyt, uyt vers 3. ende 10. vergeleken met Psal. 6.5. van de inwyinge siet Deuter. 20. op vers 5.",
          "text2026": "Of, gezang; [zie Ps. 48:1 ], om gespeeld en gezongen te worden bij de inwijding van Davids hof, alsof hij van de overwinning tegen Absalom te Jeruzalem was wedergekomen en, in zijn koninkrijk hersteld zijnde, zijn hof van Absaloms gruwelen zuiverde, 2 Sam. 20:3 , waarvan de meeste uitleggers dit verstaan, gelijk het ook op de inhoud ven deze psalm bekwamelijk past. Sommigen nochtans menen dat David God hier dankt voor de verlossing van een dodelijke ziekte, uit vers 3 , 30:10 . Verg. met Ps. 6:5 , van de inwijding. Zie Deut. 20:5 . Psalmen 48:1 : Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach. 2 Samuël 20:3 : Toen nu David in zijn huis te Jeruzalem kwam, nam de koning de tien vrouwen, zijn bijwijven, die hij gelaten had, om het huis te bewaren, en deed ze in een huis van bewaring, en onderhield ze, maar ging tot haar niet in. En zij waren opgesloten tot op de dag van haarlieder dood, levende als weduwen. Psalmen 30:3 : JAHWEH, mijn God! ik heb tot U geroepen, en U hebt mij genezen. Psalmen 30:10 : Wat winst is er in mijn bloed, in mijn nederdalen tot de groeve? Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen? Psalmen 6:5 : Keer weer, JAHWEH, red mijn ziel; verlos mij, om Uw goedertierenheid wil. Deuteronomium 20:5 : Dan zullen de ambtlieden tot het volk spreken, zeggende: Wie is de man, die een nieuw huis heeft gebouwd, en het niet heeft ingewijd? Die ga heen en kere weer naar zijn huis; opdat hij niet misschien sterve in de strijd, en iemand anders dat inwijde."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִזְמ֡וֹר",
          "strongs": "H4210",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "שִׁיר",
          "strongs": "H7892",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "חֲנֻכַּ֖ת",
          "strongs": "H2598",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/בַּ֣יִת",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָוִֽד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een psalm, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> lied van de inwijding van Davids huis.",
      "textSV1888_html": "Een psalm, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> lied der inwijding van Davids huis.",
      "text1637_html": "EEn Psalm, een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> liedt der inwyinge van Davids huys.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Ik zal U verhogen, HEERE, want Gij hebt mij opgetrokken, en mijn vijanden over mij niet verblijd.",
      "text1637": "Ick sal u [2] verhoogen, HEERE, want ghy hebt my [3] opgetrocken, ende mijne vyanden [4] over my niet verblijdt.",
      "text2026": "Ik zal U verhogen, JAHWEH, want U hebt mij opgetrokken, en mijn vijanden over mij niet verblijd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, hogelijk roemen.",
          "text1637": "D. hoochlick roemen.",
          "text2026": "Dat is, hernstig roemen."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk men iets ophaalt of optrekt uit een bornput, gelijk men doet wanneer men water put, waarvan het Hebr. woord gebruikt wordt, Exod. 2:19 . Dit ziet op de grote noden, waarin David te dien tijde gestoken was. Exodus 2:19 : Toen zeiden zij: Een Egyptisch man heeft ons verlost uit de hand der herderen; en hij heeft ook overvloedig voor ons geput, en de kudde gedrenkt.",
          "text1637": "Gelijckmen yets ophaelt ofte optreckt uyt eenen bornput, alsmen doet, wanneermen water putt, waer van het Hebr. woort gebruyckt wort, Exod. 2.19. Dit siet op de groote nooden, daer in David te dier tijt gesteken hadde.",
          "text2026": "Gelijk men iets ophaalt of optrekt uit een bornput, gelijk men doet wanneer men water put, waarvan het Hebr. woord gebruikt wordt, Ex. 2:19 . Dit ziet op de grote noden, waarin David te die tijde gestoken was. Exodus 2:19 : Toen zeiden zij: Een Egyptisch man heeft ons verlost uit de hand van de herderen; en hij heeft ook overvloedig voor ons geput, en de kudde gedrenkt."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "over mij: Of tegen mij, gelijk Ps. 27:2 ; zie aldaar. Psalmen 27:2 : Als de bozen, mijn tegenpartijen, en mijn vijanden tegen mij, tot mij naderden, om mijn vlees te eten, stieten zij zelven aan, en vielen.",
          "text1637": "Ofte, tegen my, als Psal. 27.2. siet aldaer.",
          "text2026": "over mij: Of tegen mij, gelijk Ps. 27:2 ; zie daar. Psalmen 27:2 : Als de bozen, mijn tegenpartijen, en mijn vijanden tegen mij, tot mij naderden, om mijn vlees te eten, stieten zij zelven aan, en vielen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲרוֹמִמְ/ךָ֣",
          "strongs": "H7311",
          "morph": "HVoi1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "דִלִּיתָ֑/נִי",
          "strongs": "H1802",
          "morph": "HVpp2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "שִׂמַּ֖חְתָּ",
          "strongs": "H8055",
          "morph": "HVpp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֹיְבַ֣/י",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik zal U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> verhogen, JAHWEH, want U hebt mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> opgetrokken, en mijn vijanden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> over mij niet verblijd.",
      "textSV1888_html": "Ik zal U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> verhogen, HEERE, want Gij hebt mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> opgetrokken, en mijn vijanden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> over mij niet verblijd.",
      "text1637_html": "Ick sal u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> verhoogen, HEERE, want ghy hebt my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> opgetrocken, ende mijne vyanden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> over my niet verblijdt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "HEERE, mijn God! ik heb tot U geroepen, en Gij hebt mij genezen.",
      "text1637": "HEERE, mijn Godt; ick hebbe tot u geroepen, ende ghy hebt my [5] genesen.",
      "text2026": "JAHWEH, mijn God! ik heb tot U geroepen, en U hebt mij genezen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, mijn leven van doodsgevaar verlost, gelijk in het volgende verklaard wordt. Alzo worden allerlei plagen en ellenden bij krankten en wonden, en de geestelijke en lichamelijke verlossing of herstelling bij genezing of gezondmaking in de Heilige Schrift dikwijls vergeleken. Zie Deut. 32:39 ; Ps. 103:3 , en Ps. 147:3 ; Jes. 6:10 , en Jes. 19:22 ; Jer. 8:15 , en Jer. 33:6 ; Hos. 7:1 , en Hos. 11:3 . Deuteronomium 32:39 : Ziet nu, dat Ik, Ik DIE ben, en geen God met Mij, Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel; en er is niemand, die uit Mijn hand redt! Psalmen 103:3 : Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest; Psalmen 147:3 : Hij geneest de gebrokenen van hart, en Hij verbindt hen in hun smarten. Jesaja 6:10 : Maak het hart dezes volks vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen, opdat het niet zie met zijn ogen, noch met zijn oren hore, noch met zijn hart versta, noch zich bekere, en Hij het geneze. Jesaja 19:22 : En de HEERE zal de Egyptenaars dapper slaan, en genezen; en zij zullen zich tot den HEERE bekeren, en Hij zal Zich van hen verbidden laten, en Hij zal hen genezen. Jeremia 8:15 : Men wacht naar vrede, maar er is niets goeds, naar tijd van genezing, maar ziet, er is verschrikking. Jeremia 33:6 : Zie, Ik zal haar de gezondheid en de genezing doen rijzen, en zal henlieden genezen, en zal hun openbaren overvloed van vrede en waarheid. Hosea 7:1 : Terwijl Ik Israël genees, zo wordt Efraïms ongerechtigheid ontdekt, mitsgaders de boosheden van Samaria; want zij werken valsheid; en de dief gaat er in, de bende der straatschenders stroopt daar buiten. Hosea 11:3 : Ik nochtans leerde Efraïm gaan; Hij nam ze op Zijn armen, maar zij bekenden niet, dat Ik ze genas.",
          "text1637": "D. mijn leven van doots perijckel verlost, als in’t volgende verclaert wort. Alsoo worden allerleye plagen ende elenden by krancken ende wonden, ende de geestelicke ende lichamelicke verlossinge ofte herstellinge, by genesinge ofte gesontmakinge in de heylige Schrift dickwils vergeleken. Siet Deut. 32.39. Psal. 103.3. ende 147.3. Ies. 6.10. ende 19.22. Ierem. 8.15. ende 33.6. Hos. 7.1. ende 11.3.",
          "text2026": "Dat is, mijn leven van doodsgevaar verlost, gelijk in het volgende verklaard wordt. Zo worden allerlei plagen en ellenden bij krankten en wonden, en de geestelijke en lichamelijke verlossing of herstelling bij genezing of gezondmaking in de Heilige Schrift dikwijls vergeleken. Zie Deut. 32:39 ; Ps. 103:3 , en Ps. 147:3 ; Jes. 6:10 , en Jes. 19:22 ; Jer. 8:15 , en Jer. 33:6 ; Hos. 7:1 , en Hos. 11:3 . Deuteronomium 32:39 : Ziet nu, dat Ik, Ik DIE ben, en geen God met Mij, Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel; en er is niemand, die uit Mijn hand redt! Psalmen 103:3 : Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw ziekten geneest; Psalmen 147:3 : Hij geneest de gebrokenen van hart, en Hij verbindt hen in hun smarten. Jesaja 6:10 : Maak het hart van deze volks vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen, opdat het niet zie met zijn ogen, noch met zijn oren hore, noch met zijn hart versta, noch zich bekere, en Hij het geneze. Jesaja 19:22 : En JAHWEH zal de Egyptenaars dapper slaan, en genezen; en zij zullen zich tot JAHWEH bekeren, en Hij zal Zich van hen verbidden laten, en Hij zal hen genezen. Jeremia 8:15 : Men wacht naar vrede, maar er is niets goeds, naar tijd van genezing, maar ziet, er is verschrikking. Jeremia 33:6 : Zie, Ik zal haar de gezondheid en de genezing doen rijzen, en zal henlieden genezen, en zal hun openbaren overvloed van vrede en waarheid. Hosea 7:1 : Terwijl Ik Israël genees, zo wordt Efraïms ongerechtigheid ontdekt, en ook de boosheden van Samaria; want zij werken valsheid; en de dief gaat er in, de bende van de straatschenders stroopt daar buiten. Hosea 11:3 : Ik nochtans leerde Efraïm gaan; Hij nam ze op Zijn armen, maar zij bekenden niet, dat Ik ze genas."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְהוָ֥ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהָ֑/י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שִׁוַּ֥עְתִּי",
          "strongs": "H7768",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵ֝לֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/תִּרְפָּאֵֽ/נִי",
          "strongs": "H7495",
          "morph": "HC/Vqw2ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH, mijn God! ik heb tot U geroepen, en U hebt mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> genezen.",
      "textSV1888_html": "HEERE, mijn God! ik heb tot U geroepen, en Gij hebt mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> genezen.",
      "text1637_html": "HEERE, mijn Godt; ick hebbe tot u geroepen, ende ghy hebt my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> genesen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "HEERE! Gij hebt mijn ziel uit het graf opgevoerd; Gij hebt mij bij het leven behouden, dat ik in den kuil niet ben nedergedaald.",
      "text1637": "HEERE, ghy hebt mijne ziele uyt het [6] graf opgevoert; ghy hebt my by ’tleven behouden, [7] dat ick inden kuyl niet ben nedergedaelt.",
      "text2026": "JAHWEH! U hebt mijn ziel uit het graf opgevoerd; U hebt mij bij het leven behouden, dat ik in de kuil niet ben neergedaald.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, hel; dat is, grote angsten en benauwdheden. Van het Hebr. woord שְׁאוֹל, Scheol, zie Gen. 37:35 . Genesis 37:35 : En al zijn zonen, en al zijn dochteren maakten zich op, om hem te troosten; maar hij weigerde zich te laten troosten, en zeide: Want ik zal, rouw bedrijvende, tot mijn zoon in het graf nederdalen. Alzo beweende hem zijn vader.",
          "text1637": "Ofte, helle. dat is, groote angsten ende benauwtheden. Van’t Hebr. woort Scheol, siet Gen. 37. op vers 35.",
          "text2026": "Of, dodenrijk; dat is, grote angsten en benauwdheden. Van het Hebr. woord שְׁאוֹל, Scheol, zie Gen. 37:35 . Genesis 37:35 : En al zijn zonen, en al zijn dochters maakten zich op, om hem te troosten; maar hij weigerde zich te laten troosten, en zei: Want ik zal, rouw bedrijvende, tot mijn zoon in het graf nederdalen. Zo beweende hem zijn vader."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "dat ik: Of aldus: Opdat ik niet ware onder degenen, die in den kuil nederdalen. Verg. Ps. 28:1 . Psalmen 28:1 : Een psalm van David. Tot U roep ik, HEERE! mijn Rotssteen, houd U niet als doof van mij af; opdat ik niet, zo Gij U van mij stil houdt, vergeleken worde met degenen, die in den kuil nederdalen.",
          "text1637": "Ofte aldus: op dat ick niet en ware onder de gene die inden kuyl nederdalen. Vergel. Psal. 28.1.",
          "text2026": "dat ik: Of aldus: Opdat ik niet was onder degenen, die in de kuil nederdalen. Verg. Ps. 28:1 . Psalmen 28:1 : Een psalm van David. Tot U roep ik, JAHWEH! mijn Rotssteen, houd U niet als doof van mij af; opdat ik niet, zo U U van mij stil houdt, vergeleken worde met degenen, die in de kuil nederdalen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְֽהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הֶֽעֱלִ֣יתָ",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HVhp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִן",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שְׁא֣וֹל",
          "strongs": "H7585",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִׁ֑/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "חִ֝יִּיתַ֗/נִי",
          "strongs": "H2421",
          "morph": "HVpp2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מ/יורדי",
          "strongs": "H3381",
          "morph": "HR/Vqrmpc"
        },
        {
          "woord": "בֽוֹר",
          "strongs": "H953",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH! U hebt mijn ziel uit het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> graf opgevoerd; U hebt mij bij het leven behouden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> dat ik in de kuil niet ben neergedaald.",
      "textSV1888_html": "HEERE! Gij hebt mijn ziel uit het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> graf opgevoerd; Gij hebt mij bij het leven behouden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> dat ik in den kuil niet ben nedergedaald.",
      "text1637_html": "HEERE, ghy hebt mijne ziele uyt het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> graf opgevoert; ghy hebt my by ’tleven behouden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> dat ick inden kuyl niet ben nedergedaelt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE! Gij",
          "new": "JAHWEH! U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "nedergedaald.",
          "new": "neergedaald.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Psalmzingt den HEERE, gij Zijn gunstgenoten! en zegt lof ter gedachtenis Zijner heiligheid.",
      "text1637": "Psalm-singet den HEERE, ghy sijne [8] gunst-genooten, ende [a] segget lof ter gedachtenisse sijner [9] heylicheyt.",
      "text2026": "Psalmzing JAHWEH, u Zijn gunstgenoten! en zegt lof ter herinnering van Zijn heiligheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 4:4 . Psalmen 4:4 : Weet toch, dat de HEERE Zich een gunstgenoot heeft afgezonderd; de HEERE zal horen, als ik tot Hem roep.",
          "text1637": "Siet Psal. 4. op vers 4.",
          "text2026": "Zie Ps. 4:4 . Psalmen 4:4 : Weet toch, dat JAHWEH Zich een gunstgenoot heeft afgezonderd; JAHWEH zal horen, als ik tot Hem roep."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 97:12 . Psalmen 97:12 : Gij rechtvaardigen! verblijdt u in den HEERE, en spreekt lof ter gedachtenis Zijner heiligheid.",
          "text1637": "Psal. 97.12.",
          "text2026": "Ps. 97:12 . Psalmen 97:12 : U rechtvaardigen! verblijdt u in JAHWEH, en spreekt lof ter gedachtenis Zijn heiligheid."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, zijne werken en weldaden aan mij en mijn volk bewezen, waarin Hij zijne heiligheid laat lichten.",
          "text1637": "D. sijner wercken ende weldaden aen my ende sijn volck bewesen, daer in hy sijne heylicheyt laet lichten.",
          "text2026": "Dat is, zijn werken en weldaden aan mij en mijn volk bewezen, waarin Hij zijn heiligheid laat lichten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "זַמְּר֣וּ",
          "strongs": "H2167",
          "morph": "HVpv2mp"
        },
        {
          "woord": "לַ/יהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "חֲסִידָ֑י/ו",
          "strongs": "H2623",
          "morph": "HAampc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/הוֹד֗וּ",
          "strongs": "H3034",
          "morph": "HC/Vhv2mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/זֵ֣כֶר",
          "strongs": "H2143",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "קָדְשֽׁ/וֹ",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Psalmzing JAHWEH, u Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> gunstgenoten! en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> zegt lof ter herinnering van Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> heiligheid.",
      "textSV1888_html": "Psalmzingt den HEERE, gij Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> gunstgenoten! en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> zegt lof ter gedachtenis Zijner<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> heiligheid.",
      "text1637_html": "Psalm-singet den HEERE, ghy sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> gunst-genooten, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> segget lof ter gedachtenisse sijner <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> heylicheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Psalmzingt den HEERE, gij",
          "new": "Psalmzing JAHWEH, u",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gedachtenis Zijner",
          "new": "herinnering van Zijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Want een ogenblik is er in Zijn toorn, maar een leven in Zijn goedgunstigheid; des avonds vernacht het geween, maar des morgens is er gejuich.",
      "text1637": "Want een [10] oogenblick isser in sijnen toorn, [maer] een [11] leven in sijne goetgunsticheyt: des avonts vernacht het geween; maer des morgens isser gejuych.",
      "text2026": "Want een ogenblik is er in Zijn toorn, maar een leven in Zijn goedgunstigheid; 's avonds overnacht het geween, maar 's morgens is er gejuich.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de straffen en kastijdingen zijner kinderen, gerekend zijnde tegen de weldadigheden, die Hij hun, inzonderheid naar de ziel, bewijst, bevindt het zich dat hun ganse leven overvloeit van weldaden, en dat de straffen door zijne genade alzo verzacht, gematigd en afgebroken worden, dat zij zeer kort mogen genoemd worden, als David in Absaloms vervolging had ondervonden en in het volgende verklaart, niettegenstaande anderzins zijn kruis en vervolging onder Sauls regering lang geduurd had, waarover hij dikwijls in de Psalmen klaagt. Verg. Ps. 37:10 ; Jes. 17:14 , en Jes. 54:8 ; 2 Kor. 4:17 . Psalmen 37:10 : Vau. En nog een weinig, en de goddeloze zal er niet zijn; en gij zult acht nemen op zijn plaats, maar hij zal er niet wezen. Jesaja 17:14 : Ten tijde des avonds, ziet, zo is er verschrikking, eer het morgen is, is hij er niet meer. Dit is het deel dergenen, die ons beroven, en het lot dergenen, die ons plunderen. Jesaja 54:8 : In een kleinen toorn heb Ik Mijn aangezicht van u een ogenblik verborgen; maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij uwer ontfermen, zegt de HEERE, uw Verlosser. 2 Korinthiërs 4:17 : Want onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbij gaat, werkt ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid;",
          "text1637": "D. de straffen ende castijdingen sijner kinderen, gerekent zijnde tegen de weldaden, die hy hen, insonderheyt nae de ziele, bewijst, bevint het sich, dat haer gantsche leven overvloeyt van weldaden, ende dat de straffen door sijne genade alsoo versacht, gematicht ende afgebroken worden, datse seer kort mogen genoemt worden, als David in Absaloms vervolginge hadde ondervonden, ende in’t volgende verklaert, niet tegenstaende, dat andersins sijn kruys ende vervolginge onder Sauls regeringe lange geduert hadde, daer over hy dickwils in de Psalmen klaeght. Vergel. Psal. 37.10. Ies. 17.14. ende 54.8. 2.Cor. 4.17.",
          "text2026": "Dat is, de straffen en kastijdingen zijn kinderen, gerekend zijnde tegen de weldadigheden, die Hij hun, in het bijzonder naar de ziel, bewijst, bevindt het zich dat hun gehele leven overvloeit van weldaden, en dat de straffen door zijn genade zo verzacht, gematigd en afgebroken worden, dat zij zeer kort mogen genoemd worden, als David in Absaloms vervolging had ondervonden en in het volgende verklaart, niettegenstaande anderzins zijn kruis en vervolging onder Sauls regering lang geduurd had, waarover hij dikwijls in de Psalmen klaagt. Verg. Ps. 37:10 ; Jes. 17:14 , en Jes. 54:8 ; 2 Kor. 4:17 . Psalmen 37:10 : Vau. En nog een weinig, en de goddeloze zal er niet zijn; en u zult acht nemen op zijn plaats, maar hij zal er niet wezen. Jesaja 17:14 : Ten tijde van de avond, ziet, zo is er verschrikking, voordat het morgen is, is hij er niet meer. Dit is het deel dergenen, die ons beroven, en het lot dergenen, die ons plunderen. Jesaja 54:8 : In een kleine toorn heb Ik Mijn aangezicht van u een ogenblik verborgen; maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij uw ontfermen, zegt JAHWEH, uw Verlosser. 2 Korinthiërs 4:17 : Want onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbij gaat, werkt ons een geheel zeer uitnemend eeuwig gewicht van de heerlijkheid;"
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Leven, wordt hier gesteld tegen een ogenblik, gelijk avond tegen den morgen.",
          "text1637": "Leven, wort hier gestelt tegen, een oogenblick, gelijck avont tegen den morgen.",
          "text2026": "Leven, wordt hier gesteld tegen een ogenblik, gelijk avond tegen de morgen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "רֶ֨גַע",
          "strongs": "H7281",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/אַפּ/וֹ֮",
          "strongs": "H639",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "חַיִּ֪ים",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בִּ/רְצ֫וֹנ֥/וֹ",
          "strongs": "H7522",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בָּ֭/עֶרֶב",
          "strongs": "H6153",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יָלִ֥ין",
          "strongs": "H3885",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "בֶּ֗כִי",
          "strongs": "H1065",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לַ/בֹּ֥קֶר",
          "strongs": "H1242",
          "morph": "HC/Rd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "רִנָּֽה",
          "strongs": "H7440",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> ogenblik is er in Zijn toorn, maar een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> leven in Zijn goedgunstigheid; 's avonds overnacht het geween, maar 's morgens is er gejuich.",
      "textSV1888_html": "Want een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> ogenblik is er in Zijn toorn, maar een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> leven in Zijn goedgunstigheid; des avonds vernacht het geween, maar des morgens is er gejuich.",
      "text1637_html": "Want een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> oogenblick isser in sijnen toorn, [maer] een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> leven in sijne goetgunsticheyt: des avonts vernacht het geween; maer des morgens isser gejuych.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des",
          "new": "'s",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "vernacht",
          "new": "overnacht",
          "principe": "V416"
        },
        {
          "old": "des",
          "new": "'s",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Ik zeide wel in mijn voorspoed: Ik zal niet wankelen in eeuwigheid.",
      "text1637": "Ick seyde wel in mijnen [12] voorspoet; Ick en sal niet wanckelen in eeuwicheyt.",
      "text2026": "Ik zei wel in mijn voorspoed: Ik zal niet wankelen in eeuwigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Als ik in goede rust zat van al mijne vijanden, beeldde ik mij in dat mij geen ongeval zou overkomen. Verg. Job 29:18 , 29:19 , 29:20 , enz. Job 29:18 : En ik zeide: Ik zal in mijn nest den geest geven, en ik zal de dagen vermenigvuldigen als het zand. Job 29:19 : Mijn wortel was uitgebreid aan het water, en dauw vernachtte op mijn tak. Job 29:20 : Mijn heerlijkheid was nieuw bij mij, en mijn boog veranderde zich in mijn hand.",
          "text1637": "Als ick in goede ruste satt van alle mijne vyanden, beeld’ ick my in, dat my geen ongeval meer soude overkomen. Vergel. Iob 29. versen 18, 19, 20, etc.",
          "text2026": "Als ik in goede rust zat van al mijn vijanden, beeldde ik mij in dat mij geen ongeval zou overkomen. Verg. Job 29:18 , 29:19 , 29:20 , enz. Job 29:18 : En ik zei: Ik zal in mijn nest de geest geven, en ik zal de dagen vermenigvuldigen als het zand. Job 29:19 : Mijn wortel was uitgebreid aan het water, en dauw overnachtte op mijn tak. Job 29:20 : Mijn heerlijkheid was nieuw bij mij, en mijn boog veranderde zich in mijn hand."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ֭/אֲנִי",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "אָמַ֣רְתִּי",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְ/שַׁלְוִ֑/י",
          "strongs": "H7959",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּל",
          "strongs": "H1077",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֶמּ֥וֹט",
          "strongs": "H4131",
          "morph": "HVNi1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik zei wel in mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> voorspoed: Ik zal niet wankelen in eeuwigheid.",
      "textSV1888_html": "Ik zeide wel in mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> voorspoed: Ik zal niet wankelen in eeuwigheid.",
      "text1637_html": "Ick seyde wel in mijnen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> voorspoet; Ick en sal niet wanckelen in eeuwicheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zeide",
          "new": "zei",
          "principe": "W1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Want, HEERE! Gij hadt mijn berg door Uw goedgunstigheid vastgezet; maar toen Gij Uw aangezicht verborgt, werd ik verschrikt.",
      "text1637": "[Want], HEERE, [13] ghy hadt mijnen berch door uwe goetgunsticheyt vast gesett: [maer doe] ghy u aengesicht [14] verberchdet, wierd’ ick [15] verschrickt.",
      "text2026": "Want, JAHWEH! U had mijn berg door Uw goedgunstigheid vastgezet; maar toen U Uw aangezicht verborgt, werd ik verschrikt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij hadt: Hebr., עֹז, Gij hadt op mijnen berg strekte doen staan. de zin is, omdat God zijn rijk bevestigd had, meende hij niet dat hem zou bejegenen hetgeen hem nochtans door Absalom zo haastelijk overkwam. Door zijn berg kan men verstaan zijn koninkrijk [verg. Dan. 2:35 , 2:44 ] en koninklijke hoogheid, of den berg Zion, waar hij zijn koninklijk hof hield. Daniël 2:35 : Toen werden te zamen vermaald het ijzer, leem, koper, zilver en goud, en zij werden gelijk kaf van de dorsvloeren des zomers, en de wind nam ze weg, en er werd geen plaats voor dezelve gevonden; maar de steen, die het beeld geslagen heeft, werd tot een groten berg, alzo dat hij de gehele aarde vervulde. Daniël 2:44 : Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk verwekken, dat in der eeuwigheid niet zal verstoord worden; en dat Koninkrijk zal aan geen ander volk overgelaten worden; het zal al die koninkrijken vermalen, en te niet doen, maar zelf zal het in alle eeuwigheid bestaan.",
          "text1637": "Hebr. Ghy hadt op mijnen berch sterckte doen staen. de sin is, om dat Godt sijn Rijck bevesticht hadde, meynde hy niet dat hem soude bejegenen, het gene hem nochtans door Absalom soo haestichlick overquam. Door sijnen berch kan men verstaen sijn Coninckrijck (vergel. Dan. 2.35, 44). ende Conincklicke hoocheyt, ofte, den berch Zion, daer hy sijn Conincklick hof hieldt.",
          "text2026": "U hadt: Hebr., עֹז, U hadt op mijn berg strekte doen staan. de zin is, omdat God zijn rijk bevestigd had, meende hij niet dat hem zou bejegenen wat hem nochtans door Absalom zo haastig overkwam. Door zijn berg kan men verstaan zijn koninkrijk [verg. Dan. 2:35 , 2:44 ] en koninklijke hoogheid, of de berg Zion, waar hij zijn koninklijk hof hield. Daniël 2:35 : Toen werden te zamen vermaald het ijzer, leem, koper, zilver en goud, en zij werden gelijk kaf van de dorsvloeren van de zomers, en de wind nam ze weg, en er werd geen plaats voor dezelfde gevonden; maar de steen, die het beeld geslagen heeft, werd tot een grote berg, zo dat hij de gehele aarde vervulde. Daniël 2:44 : Maar in de dagen van die koningen zal de God van de hemel een Koninkrijk verwekken, dat in eeuwigheid niet zal verstoord worden; en dat Koninkrijk zal aan geen ander volk overgelaten worden; het zal al die koninkrijken vermalen, en te niet doen, maar zelf zal het in alle eeuwigheid bestaan."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, als gij uw vorige gunst om mijner zonden wil wat ophieldt [verg. Deut. 31:17 ], en mij door mijn zoon van Jeruzalem verdreeft, toen was ik te zeer verslagen. Verg. Ps. 72:14 . Deuteronomium 31:17 : Zo zal Mijn toorn te dien dage tegen hetzelve ontsteken, en Ik zal hen verlaten, en Mijn aangezicht van hen verbergen, dat zij ter spijze zijn, en vele kwaden en benauwdheden zullen het treffen; dat het te dien dage zal zeggen: Hebben mij deze kwaden niet getroffen, omdat mijn God in het midden van mij niet is? Psalmen 72:14 : Hij zal hun zielen van list en geweld bevrijden, en hun bloed zal dierbaar zijn in zijn ogen.",
          "text1637": "Dat is, als ghy uwe voorige gunste om mijner sonden wille wat ophielt, (vergel. Deut. 31. op vers 17) ende my door mijnen sone van Ierusalem verdreeft, doe was ick te seer verslagen. Vergel. Psal. 31.23. ende 116.11.",
          "text2026": "Dat is, als u uw vorige gunst om mijn zonden wil wat ophieldt [verg. Deut. 31:17 ], en mij door mijn zoon van Jeruzalem verdreeft, toen was ik te zeer verslagen. Verg. Ps. 72:14 . Deuteronomium 31:17 : Zo zal Mijn toorn op die dag tegen hetzelfde ontsteken, en Ik zal hen verlaten, en Mijn aangezicht van hen verbergen, dat zij ter voedsel zijn, en vele kwade en benauwdheden zullen het treffen; dat het op die dag zal zeggen: Hebben mij deze kwade niet getroffen, omdat mijn God in het midden van mij niet is? Psalmen 72:14 : Hij zal hun zielen van list en geweld bevrijden, en hun bloed zal dierbaar zijn in zijn ogen."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, ontsteld, beroerd.",
          "text1637": "Ofte, ontstelt, beroert.",
          "text2026": "Of, ontsteld, beroerd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְֽהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בִּ/רְצוֹנְ/ךָ֮",
          "strongs": "H7522",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הֶעֱמַ֪דְתָּה",
          "strongs": "H5975",
          "morph": "HVhp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְֽ/הַרְרִ֫/י",
          "strongs": "H2042",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עֹ֥ז",
          "strongs": "H5797",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הִסְתַּ֥רְתָּ",
          "strongs": "H5641",
          "morph": "HVhp2ms"
        },
        {
          "woord": "פָנֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הָיִ֥יתִי",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "נִבְהָֽל",
          "strongs": "H926",
          "morph": "HVNrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want, JAHWEH!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> U had mijn berg door Uw goedgunstigheid vastgezet; maar toen U Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> aangezicht verborgt, werd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> ik verschrikt.",
      "textSV1888_html": "Want, HEERE!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Gij hadt mijn berg door Uw goedgunstigheid vastgezet; maar toen Gij Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> aangezicht verborgt, werd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> ik verschrikt.",
      "text1637_html": "[Want], HEERE, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> ghy hadt mijnen berch door uwe goetgunsticheyt vast gesett: [maer doe] ghy u aengesicht <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> verberchdet, wierd’ ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> verschrickt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE! Gij hadt",
          "new": "JAHWEH! U had",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Tot U, HEERE! riep ik, en ik smeekte tot den HEERE:",
      "text1637": "Tot u, HEERE, riep ick; ende ick smeeckte tot den HEERE:",
      "text2026": "Tot U, JAHWEH! riep ik, en ik smeekte tot JAHWEH:",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֵלֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶקְרָ֑א",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "אֲ֝דֹנָ֗/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶתְחַנָּֽן",
          "strongs": "H2603",
          "morph": "HVti1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Tot U, JAHWEH! riep ik, en ik smeekte tot JAHWEH:",
      "text1637_html": "Tot u, HEERE, riep ick; ende ick smeeckte tot den HEERE:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den HEERE:",
          "new": "JAHWEH:",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Wat gewin is er in mijn bloed, in mijn nederdalen tot de groeve? Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen?",
      "text1637": "Wat gewin isser in mijn [16] bloet? in mijn nederdalen tot de groeve? [17] sal u het stof loven? sal’t uwe waerheyt verkondigen?",
      "text2026": "Wat winst is er in mijn bloed, in mijn neerdalen tot de groeve? Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, in mijn dood, dat mij Absalom en de zijnen om het leven brengen. Verg. Ps. 72:14 . Psalmen 72:14 : Hij zal hun zielen van list en geweld bevrijden, en hun bloed zal dierbaar zijn in zijn ogen.",
          "text1637": "D. in mijnen doot, dat my Absalom ende de sijne om’t leven brengen. Vergel. Psal. 72.14.",
          "text2026": "Dat is, in mijn dood, dat mij Absalom en de zijn om het leven brengen. Verg. Ps. 72:14 . Psalmen 72:14 : Hij zal hun zielen van list en geweld bevrijden, en hun bloed zal dierbaar zijn in zijn ogen."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zal U: Verg. Ps. 6:6 . Psalmen 6:6 : Want in den dood is Uwer geen gedachtenis; wie zal U loven in het graf?",
          "text1637": "Vergel. Psal. 6. op vers 6.",
          "text2026": "Zal U: Verg. Ps. 6:6 . Psalmen 6:6 : Want in de dood is Uw geen gedachtenis; wie zal U loven in het graf?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מַה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "בֶּ֥צַע",
          "strongs": "H1215",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/דָמִ/י֮",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/רִדְתִּ֪/י",
          "strongs": "H3381",
          "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶ֫ל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֥חַת",
          "strongs": "H7845",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "הֲ/יוֹדְ/ךָ֥",
          "strongs": "H3034",
          "morph": "HTi/Vhi3ms/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "עָפָ֑ר",
          "strongs": "H6083",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הֲ/יַגִּ֥יד",
          "strongs": "H5046",
          "morph": "HTi/Vhi3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲמִתֶּֽ/ךָ",
          "strongs": "H571",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Wat winst is er in mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> bloed, in mijn neerdalen tot de groeve?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen?",
      "textSV1888_html": "Wat gewin is er in mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> bloed, in mijn nederdalen tot de groeve?<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen?",
      "text1637_html": "Wat gewin isser in mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> bloet? in mijn nederdalen tot de groeve? <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> sal u het stof loven? sal’t uwe waerheyt verkondigen?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gewin",
          "new": "winst",
          "principe": "V624"
        },
        {
          "old": "nederdalen",
          "new": "neerdalen",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Hoor, HEERE! en wees mij genadig; HEERE! wees mij een Helper.",
      "text1637": "Hoort, HEERE, ende zijt my genadich; HEERE, weest my een helper.",
      "text2026": "Hoor, JAHWEH! en wees mij genadig; JAHWEH! wees mij een Helper.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שְׁמַע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֥ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/חָנֵּ֑/נִי",
          "strongs": "H2603",
          "morph": "HC/Vqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְ֝הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הֱֽיֵה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "עֹזֵ֥ר",
          "strongs": "H5826",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hoor, JAHWEH! en wees mij genadig; JAHWEH! wees mij een Helper.",
      "text1637_html": "Hoort, HEERE, ende zijt my genadich; HEERE, weest my een helper.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Gij hebt mij mijn weeklage veranderd in een rei; Gij hebt mijn zak ontbonden, en mij met blijdschap omgord;",
      "text1637": "[18] Ghy hebt my mijne wee-klage verandert in eene reye; ghy hebt mijnen [19] sack ontbonden, ende my met blijtschap omgordet.",
      "text2026": "U hebt mij mijn weeklage veranderd in een rei; U hebt mijn zak ontbonden, en mij met blijdschap omgord;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij hebt mij mijn: David verhaalt hier hoe God zijn smeken genadelijk verhoord en hem wonderlijk verlost heeft.",
          "text1637": "David verhaelt hier, hoe Godt sijn smeecken genadichlick verhoort, ende hem wonderlick verlost hebbe.",
          "text2026": "U hebt mij mijn: David verhaalt hier hoe God zijn smeken genadelijk verhoord en hem wonderlijk verlost heeft."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Gen. 37:34 , en verg. 2 Sam. 15:30 . Genesis 37:34 : Toen scheurde Jakob zijn klederen, en legde een zak om zijn lenden; en hij bedreef rouw over zijn zoon vele dagen. 2 Samuël 15:30 : En David ging op door den opgang der olijven, opgaande en wenende, en het hoofd was hem bewonden; en hij zelf ging barrevoets; ook had al het volk, dat met hem was, een iegelijk zijn hoofd bedekt, en zij gingen op, opgaande en wenende.",
          "text1637": "Siet Genes. 37. op vers 34. ende vergel. 2.Sam. 15.30.",
          "text2026": "Zie Gen. 37:34 , en verg. 2 Sam. 15:30 . Genesis 37:34 : Toen scheurde Jakob zijn kleren, en legde een zak om zijn lenden; en hij bedreef rouw over zijn zoon vele dagen. 2 Samuël 15:30 : En David ging op door de opgang van de olijven, opgaande en wenende, en het hoofd was hem bewonden; en hij zelf ging barrevoets; ook had al het volk, dat met hem was, een iedereen zijn hoofd bedekt, en zij gingen op, opgaande en wenende."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הָפַ֣כְתָּ",
          "strongs": "H2015",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִסְפְּדִ/י֮",
          "strongs": "H4553",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/מָח֪וֹל",
          "strongs": "H4234",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ֥/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "פִּתַּ֥חְתָּ",
          "strongs": "H6605",
          "morph": "HVpp2ms"
        },
        {
          "woord": "שַׂקִּ֑/י",
          "strongs": "H8242",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/תְּאַזְּרֵ֥/נִי",
          "strongs": "H247",
          "morph": "HC/Vpw2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שִׂמְחָֽה",
          "strongs": "H8057",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> U hebt mij mijn weeklage veranderd in een rei; U hebt mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> zak ontbonden, en mij met blijdschap omgord;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Gij hebt mij mijn weeklage veranderd in een rei; Gij hebt mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> zak ontbonden, en mij met blijdschap omgord;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Ghy hebt my mijne wee-klage verandert in eene reye; ghy hebt mijnen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> sack ontbonden, ende my met blijtschap omgordet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Opdat mijn eer U psalmzinge, en niet zwijge. HEERE, mijn God! in eeuwigheid zal ik U loven.",
      "text1637": "Op dat [mijne] [20] eere u psalm-singe, ende niet en swijge: HEERE, mijn Godt, in eeuwicheyt sal ick u loven.",
      "text2026": "Opdat mijn eer U psalmzinge, en niet zwijge. JAHWEH, mijn God! in eeuwigheid zal ik U loven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "eer U: Zie Gen. 49:6 . Genesis 49:6 : Mijn ziel kome niet in hun verborgen raad; mijn eer worde niet verenigd met hun vergadering! want in hun toorn hebben zij de mannen doodgeslagen, en in hun moedwil hebben zij de ossen weggerukt.",
          "text1637": "Siet Genes. 49. op vers 6.",
          "text2026": "eer U: Zie Gen. 49:6 . Genesis 49:6 : Mijn ziel kome niet in hun verborgen raad; mijn eer worde niet verenigd met hun vergadering! want in hun toorn hebben zij de mannen doodgeslagen, en in hun moedwil hebben zij de ossen weggerukt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לְמַ֤עַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְזַמֶּרְ/ךָ֣",
          "strongs": "H2167",
          "morph": "HVpi3ms/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כָ֭בוֹד",
          "strongs": "H3519",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יִדֹּ֑ם",
          "strongs": "H1826",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֥ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱ֝לֹהַ֗/י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/עוֹלָ֥ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אוֹדֶֽ/ךָּ",
          "strongs": "H3034",
          "morph": "HVhi1cs/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Opdat mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> eer U psalmzinge, en niet zwijge. JAHWEH, mijn God! in eeuwigheid zal ik U loven.",
      "textSV1888_html": "Opdat mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> eer U psalmzinge, en niet zwijge. HEERE, mijn God! in eeuwigheid zal ik U loven.",
      "text1637_html": "Op dat [mijne] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> eere u psalm-singe, ende niet en swijge: HEERE, mijn Godt, in eeuwicheyt sal ick u loven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": null
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David danckt Godt voor sijne verlossinge uyt doodtlicke perijckelen, ende vermaent de kercke om ’t selve met hem te doen, van wegen Godts onbegrijplicke goedertierenheyt, die hy in sijn eygen persoon merckelick hebbe ondervonden: als hy door een gantsch onverwachten haestigen ende schricklicken overval seer ontsett ende verbaest zijnde, op sijn bidden oock seer wonderbaerlick ende haestichlick van Godt verlost is.",
    "text2026": "David dankt God voor zijn verlossing uit dodelijke gevaren, en vermaant de Kerk om hetzelfde met hem te doen, vanwege Gods onbegrijpelijke goedertierenheid, die hij in zijn eigen persoon duidelijk had ondervonden; toen hij door een geheel onverwachte, plotselinge en schrikwekkende overval zeer ontsteld en verbijsterd zijnde, op zijn bidden ook zeer wonderbaar en spoedig door God verlost is."
  }
}
