{
  "number": 31,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van David, voor den opperzangmeester.",
      "text1637": "EEn Psalm Davids: voor den [1] Opper-sang-meester.",
      "text2026": "Een psalm van David, voor de opperzangmeester.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.",
          "text1637": "Siet Psal. 4. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Neginoth."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ/מְנַצֵּ֗חַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "מִזְמ֥וֹר",
          "strongs": "H4210",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָוִֽד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een psalm van David, voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> opperzangmeester.",
      "textSV1888_html": "Een psalm van David, voor den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> opperzangmeester.",
      "text1637_html": "EEn Psalm Davids: voor de<i>n</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Opper-sang-meester.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Op U, o HEERE! betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; help mij uit door Uw gerechtigheid.",
      "text1637": "Op u, ô HEERE, [a] betrouw ick, en laet my niet beschaemt worden in eeuwicheyt; helpt my uyt door uwe [2] gerechticheyt.",
      "text2026": "Op U, o JAHWEH! betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; help mij uit door Uw gerechtigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 22:6 ; Ps. 25:2 ; idem 25:3 ; Ps. 71:1 ; idem 71:2 ; Jes. 49:23 . Psalmen 22:6 : Tot U hebben zij geroepen, en zijn uitgered; op U hebben zij vertrouwd, en zijn niet beschaamd geworden. Psalmen 25:2 : Beth. Mijn God! op U vertrouw ik; laat mij niet beschaamd worden; laat mijn vijanden niet van vreugde opspringen over mij. Psalmen 25:3 : Gimel. Ja, allen, die U verwachten, zullen niet beschaamd worden; zij zullen beschaamd worden, die trouwelooslijk handelen zonder oorzaak. Psalmen 71:1 : Op U, o HEERE! betrouw ik; laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid. Psalmen 71:2 : Red mij door Uw gerechtigheid, en bevrijd mij; neig Uw oor tot mij, en verlos mij. Jesaja 49:23 : En koningen zullen uw voedsterheren zijn, hun vorstinnen uw zoogvrouwen; zij zullen zich voor u buigen met het aangezicht ter aarde, en zij zullen het stof uwer voeten lekken; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, dat zij niet beschaamd zullen worden die Mij verwachten.",
          "text1637": "Psal. 22.6. ende 25.2, 3. ende 71.1, 2. Iesa 49.23",
          "text2026": "Ps. 22:6 ; Ps. 25:2 ; idem 25:3 ; Ps. 71:1 ; idem 71:2 ; Jes. 49:23 . Psalmen 22:6 : Tot U hebben zij geroepen, en zijn uitgered; op U hebben zij vertrouwd, en zijn niet beschaamd geworden. Psalmen 25:2 : Beth. Mijn God! op U vertrouw ik; laat mij niet beschaamd worden; laat mijn vijanden niet van vreugde opspringen over mij. Psalmen 25:3 : Gimel. Ja, allen, die U verwachten, zullen niet beschaamd worden; zij zullen beschaamd worden, die trouweloos handelen zonder oorzaak. Psalmen 71:1 : Op U, o JAHWEH! betrouw ik; laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid. Psalmen 71:2 : Red mij door Uw gerechtigheid, en bevrijd mij; neig Uw oor tot mij, en verlos mij. Jesaja 49:23 : En koningen zullen uw voedsterheren zijn, hun vorstinnen uw zoogvrouwen; zij zullen zich voor u buigen met het aangezicht ter aarde, en zij zullen het stof uw voeten likken; en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben, dat zij niet beschaamd zullen worden die Mij verwachten."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die vereist dat Gij uw woord houdt en mijn rechtvaardige zaak voorstaat, gelijk Ps. 71:2 . Psalmen 71:2 : Red mij door Uw gerechtigheid, en bevrijd mij; neig Uw oor tot mij, en verlos mij.",
          "text1637": "Die vereyscht, dat ghy u woort houdet, ende mijne rechtveerdige sake voorstaet. als Psal. 71.2.",
          "text2026": "Die vereist dat U uw woord houdt en mijn rechtvaardige zaak voorstaat, gelijk Ps. 71:2 . Psalmen 71:2 : Red mij door Uw gerechtigheid, en bevrijd mij; neig Uw oor tot mij, en verlos mij."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ/ךָ֖",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "חָ֭סִיתִי",
          "strongs": "H2620",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֵב֣וֹשָׁה",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/עוֹלָ֑ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/צִדְקָתְ/ךָ֥",
          "strongs": "H6666",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "פַלְּטֵֽ/נִי",
          "strongs": "H6403",
          "morph": "HVpv2ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Op U, o JAHWEH!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; help mij uit door Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> gerechtigheid.",
      "textSV1888_html": "Op U, o HEERE!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; help mij uit door Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> gerechtigheid.",
      "text1637_html": "Op u, ô HEERE, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> betrouw ick, en laet my niet beschaemt worden in eeuwicheyt; helpt my uyt door uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> gerechticheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Neig Uw oor tot mij, red mij haastelijk; wees mij tot een sterke Rotssteen, tot een zeer vast Huis, om mij te behouden.",
      "text1637": "Neycht uwe oore tot my, reddet my haestelick, weest my tot eenen [3] stercken rotzsteen: tot een [4] seer vast huys, om my te behouden.",
      "text2026": "Neig Uw oor tot mij, red mij met spoed; wees mij tot een sterke Rotssteen, tot een zeer vast Huis, om mij te behouden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "sterke Rotssteen: Hebr. rotssteen der sterkte.",
          "text1637": "Hebr. rotzsteen der sterckte.",
          "text2026": "sterke Rotssteen: Hebr. rotssteen van de sterkte."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zeer vast Huis: Hebr., בֵית, huis, of plaats der vastigheden of vestingen.",
          "text1637": "Hebr. huys, ofte, plaetse der vasticheden, ofte, vestingen.",
          "text2026": "zeer vast Huis: Hebr., בֵית, huis, of plaats van de vastigheden of vestingen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַטֵּ֤ה",
          "strongs": "H5186",
          "morph": "HVhv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלַ֨/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אָזְנְ/ךָ֮",
          "strongs": "H241",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מְהֵרָ֪ה",
          "strongs": "H4120",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "הַצִּ֫ילֵ֥/נִי",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HVhv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הֱיֵ֤ה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לִ֨/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְֽ/צוּר",
          "strongs": "H6697",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מָ֭עוֹז",
          "strongs": "H4581",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/בֵ֥ית",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מְצוּד֗וֹת",
          "strongs": "H4686",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/הוֹשִׁיעֵֽ/נִי",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HR/Vhc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Neig Uw oor tot mij, red mij met spoed; wees mij tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> sterke Rotssteen, tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> zeer vast Huis, om mij te behouden.",
      "textSV1888_html": "Neig Uw oor tot mij, red mij haastelijk; wees mij tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> sterke Rotssteen, tot een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> zeer vast Huis, om mij te behouden.",
      "text1637_html": "Neycht uwe oore tot my, reddet my haestelick, weest my tot eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> stercken rotzsteen: tot een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> seer vast huys, om my te behouden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "haastelijk;",
          "new": "met spoed;",
          "principe": "V56"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Want Gij zijt mijn Steenrots en mijn Burg; leid mij dan, en voer mij, om Uws Naams wil.",
      "text1637": "Want ghy zijt mijn steenrotzse, ende mijne burcht; Leydt my dan, ende [5] voert my om uwes Naems wille.",
      "text2026": "Want U bent mijn Steenrots en mijn Burg; leid mij dan, en voer mij, omwille van Uw Naam.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk een herder zijne schapen. Alzo boven Ps. 23:2 . Psalmen 23:2 : Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren.",
          "text1637": "Als een herder sijne schapen. Alsoo boven Psal. 23.2.",
          "text2026": "Gelijk een herder zijn schapen. Zo boven Ps. 23:2 . Psalmen 23:2 : Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "סַלְעִ֣/י",
          "strongs": "H5553",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/מְצוּדָתִ֣/י",
          "strongs": "H4686",
          "morph": "HC/Ncbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אָ֑תָּה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/לְמַ֥עַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "שִׁ֝מְ/ךָ֗",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "תַּֽנְחֵ֥/נִי",
          "strongs": "H5148",
          "morph": "HVhi2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּֽ/תְנַהֲלֵֽ/נִי",
          "strongs": "H5095",
          "morph": "HC/Vpi2ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want U bent mijn Steenrots en mijn Burg; leid mij dan, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> voer mij, omwille van Uw Naam.",
      "textSV1888_html": "Want Gij zijt mijn Steenrots en mijn Burg; leid mij dan, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> voer mij, om Uws Naams wil.",
      "text1637_html": "Want ghy zijt mijn steenrotzse, ende mijne burcht; Leydt my dan, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> voert my om uwes Naems wille.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "om Uws Naams wil.",
          "new": "omwille van Uw Naam.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Doe mij uitgaan uit het net, dat zij voor mij verborgen hebben, want Gij zijt mijn Sterkte.",
      "text1637": "Doet my uytgaen uyt het net, dat sy voor my [6] verborgen hebben; want ghy zijt mijne sterckte.",
      "text2026": "Doe mij uitgaan uit het net, dat zij voor mij verborgen hebben, want U bent mijn Sterkte.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, in het verborgene of heimelijke gelegd hebben.",
          "text1637": "D. in het verborgen, ofte heymelick geleyt hebben.",
          "text2026": "Dat is, in het verborgene of geheime gelegd hebben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תּוֹצִיאֵ֗/נִי",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVhi2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵ/רֶ֣שֶׁת",
          "strongs": "H7568",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "ז֭וּ",
          "strongs": "H2098",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "טָ֣מְנוּ",
          "strongs": "H2934",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לִ֑/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אַ֝תָּה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "מָֽעוּזִּֽ/י",
          "strongs": "H4581",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Doe mij uitgaan uit het net, dat zij voor mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> verborgen hebben, want U bent mijn Sterkte.",
      "textSV1888_html": "Doe mij uitgaan uit het net, dat zij voor mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> verborgen hebben, want Gij zijt mijn Sterkte.",
      "text1637_html": "Doet my uytgaen uyt het net, dat sy voor my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> verborgen hebben; want ghy zijt mijne sterckte.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "In Uw hand beveel ik mijn geest; Gij hebt mij verlost, HEERE, Gij, God der waarheid!",
      "text1637": "[b] In uwe hant beveel ick mijnen [7] geest, ghy hebt my verlost, HEERE, ghy Godt der [8] waerheyt.",
      "text2026": "In Uw hand beveel ik mijn geest; U hebt mij verlost, JAHWEH, U, God van de waarheid!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Lukas 23:46 . Lukas 23:46 : En Jezus, roepende met grote stemme, zeide: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En als Hij dat gezegd had, gaf Hij den geest.",
          "text1637": "Luc. 23.46.",
          "text2026": "Lukas 23:46 . Lukas 23:46 : En Jezus, roepende met grote stemme, zei: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En als Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, mijne ziel beveel ik uwe macht, bewaring, zorg en opzicht.",
          "text1637": "D. mijne ziele bevele ick uwe macht, bewaringe, sorge ende opsicht.",
          "text2026": "Dat is, mijn ziel beveel ik uw macht, bewaring, zorg en opzicht."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, trouw; dat is, Gij waarachtige, of getrouwe God, die uwe beloften, aan mij gedaan, gehouden hebt.",
          "text1637": "Ofte, trouwe, dat is, ghy waerachtige, ofte, getrouwe Godt, die ghy uwe beloften, aen my gedaen, gehouden hebt.",
          "text2026": "Of, trouw; dat is, U waarachtige, of getrouwe God, die uw beloften, aan mij gedaan, gehouden hebt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ/יָדְ/ךָ֮",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אַפְקִ֪יד",
          "strongs": "H6485",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "ר֫וּחִ֥/י",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "פָּדִ֖יתָה",
          "strongs": "H6299",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "אוֹתִ֥/י",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֣ל",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֱמֶֽת",
          "strongs": "H571",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> In Uw hand beveel ik mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> geest; U hebt mij verlost, JAHWEH, U, God van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> de waarheid!",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> In Uw hand beveel ik mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> geest; Gij hebt mij verlost, HEERE, Gij, God der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> waarheid!",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> In uwe hant beveel ick mijnen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> geest, ghy hebt my verlost, HEERE, ghy Godt der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> waerheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "HEERE, Gij,",
          "new": "JAHWEH, U,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Ik haat degenen, die op valse ijdelheden acht nemen, en ik betrouw op den HEERE.",
      "text1637": "Ick hate de gene, die op [9] valsche ydelheden acht nemen; ende ick betrouwe op den HEERE.",
      "text2026": "Ik haat degenen, die op valse zinloosheden acht nemen, en ik betrouw op JAHWEH.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, nietige; Hebr., ijdelheden der valsheid of nietigheid. Hij bedoelt die op vleselijke en afgodische hulp vertrouwen. Zie Deut. 32:21 ; 1 Kon. 16:26 ; 2 Kon. 17:15 ; Ps. 62:11 ; Jer. 2:5 , en Jer. 8:19 , en Jer. 10:15 , en Jer. 14:22 , en Jer. 23:16 ; Rom. 1:21 . Verg. Lev. 19:4 . Deuteronomium 32:21 : Zij hebben Mij tot ijver verwekt door hetgeen geen God is; zij hebben Mij tot toorn verwekt door hun ijdelheden; Ik dan zal hen tot ijver verwekken door diegenen, die geen volk zijn; door een dwaas volk zal Ik hen tot toorn verwekken. 1 Koningen 16:26 : En hij wandelde in alle wegen van Jerobeam, den zoon van Nebat, en in zijn zonden, waarmede hij Israël had doen zondigen, verwekkende den HEERE, den God Israëls, tot toorn, door hun ijdelheden. 2 Koningen 17:15 : Daartoe verwierpen zij Zijn inzettingen, en Zijn verbond, dat Hij met hun vaderen gemaakt had, en Zijn getuigenissen, die Hij tegen hen betuigd had, en wandelden de ijdelheid na, dat zij ijdel werden, en achter de heidenen, die rondom hen waren, van dewelke de HEERE hun geboden had, dat zij niet zouden doen gelijk die. Psalmen 62:11 : Vertrouwt niet op onderdrukking, noch op roverij; wordt niet ijdel, als het vermogen overvloedig aanwast, en zet er het hart niet op. Jeremia 2:5 : Zo zegt de HEERE: Wat voor onrecht hebben uw vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn, en hebben de ijdelheid nagewandeld, en zij zijn ijdel geworden? Jeremia 8:19 : Ziet, de stem van het geschrei der dochteren mijns volks is uit zeer verren lande: Is dan de HEERE niet te Sion, is haar koning niet bij haar? Waarom hebben zij Mij vertoornd met hun gesneden beelden, met ijdelheden der vreemden? Jeremia 10:15 : IJdelheid zijn zij, een werk van verleidingen; ten tijde hunner bezoeking zullen zij vergaan. Jeremia 14:22 : Zijn er onder de ijdelheden der heidenen, die doen regenen, of kan de hemel druppelen geven? Zijt Gij die niet, o HEERE, onze God? Daarom zullen wij op U wachten, want Gij doet al die dingen. Jeremia 23:16 : Zo zegt de HEERE der heirscharen: Hoort niet naar de woorden der profeten, die u profeteren; zij maken u ijdel; zij spreken het gezicht huns harten, niet uit des HEEREN mond. Romeinen 1:21 : Omdat zij, God kennende, Hem als God niet hebben verheerlijkt of gedankt; maar zijn verijdeld geworden in hun overleggingen en hun onverstandig hart is verduisterd geworden; Leviticus 19:4 : Gij zult u tot de afgoden niet keren, en u geen gegoten goden maken; Ik ben de HEERE, uw God!",
          "text1637": "Ofte, nietige, Hebr. ydelheden der valscheyt, ofte, nieticheyt. hy verstaet, die op vleeschelicke ende Afgodische hulpe vertrouwen. siet Deut. cap. 32.21. 1.Reg. 16.26. 2.Reg. 17.15. Psal. 62.11. Ierem. 2.5. ende 8.19. ende 10.15. ende 14.22. ende 23.16. Rom. 1.21. Vergel. Lev. 19. op vers 4.",
          "text2026": "Of, nietige; Hebr., ijdelheden van de valsheid of nietigheid. Hij bedoelt die op vleselijke en afgodische hulp vertrouwen. Zie Deut. 32:21 ; 1 Kon. 16:26 ; 2 Kon. 17:15 ; Ps. 62:11 ; Jer. 2:5 , en Jer. 8:19 , en Jer. 10:15 , en Jer. 14:22 , en Jer. 23:16 ; Rom. 1:21 . Verg. Lev. 19:4 . Deuteronomium 32:21 : Zij hebben Mij tot ijver verwekt door wat geen God is; zij hebben Mij tot toorn verwekt door hun ijdelheden; Ik dan zal hen tot ijver verwekken door diegenen, die geen volk zijn; door een dwaas volk zal Ik hen tot toorn verwekken. 1 Koningen 16:26 : En hij wandelde in alle wegen van Jerobeam, de zoon van Nebat, en in zijn zonden, waarmee hij Israël had doen zondigen, verwekkende JAHWEH, de God van Israël, tot toorn, door hun ijdelheden. 2 Koningen 17:15 : Daartoe verwierpen zij Zijn inzettingen, en Zijn verbond, dat Hij met hun vaders gemaakt had, en Zijn getuigenissen, die Hij tegen hen betuigd had, en wandelden de ijdelheid na, dat zij ijdel werden, en achter de heidenen, die rondom hen waren, van die JAHWEH hun geboden had, dat zij niet zouden doen gelijk die. Psalmen 62:11 : Vertrouwt niet op onderdrukking, noch op roverij; wordt niet ijdel, als het vermogen overvloedig aanwast, en zet er het hart niet op. Jeremia 2:5 : Zo zegt JAHWEH: Wat voor onrecht hebben uw vaders aan Mij gevonden, dat zij verre van Mij geweken zijn, en hebben de ijdelheid nagewandeld, en zij zijn ijdel geworden? Jeremia 8:19 : Ziet, de stem van het geschrei van de dochters mijns volks is uit zeer ver land: Is dan JAHWEH niet te Sion, is haar koning niet bij haar? Waarom hebben zij Mij vertoornd met hun gesneden beelden, met ijdelheden van de vreemden? Jeremia 10:15 : IJdelheid zijn zij, een werk van verleidingen; ten tijde hun bezoeking zullen zij vergaan. Jeremia 14:22 : Zijn er onder de ijdelheden van de heidenen, die doen regenen, of kan de hemel druppelen geven? Zijt U die niet, o JAHWEH, onze God? Daarom zullen wij op U wachten, want U doet al die dingen. Jeremia 23:16 : Zo zegt JAHWEH van de legermachten: Hoort niet naar de woorden van de profeten, die u profeteren; zij maken u ijdel; zij spreken het gezicht huns harten, niet uit de mond van JAHWEH. Romeinen 1:21 : Omdat zij, God kennende, Hem als God niet hebben verheerlijkt of gedankt; maar zijn verijdeld geworden in hun overleggingen en hun onverstandig hart is verduisterd geworden; Leviticus 19:4 : U zult u tot de afgoden niet keren, en u geen gegoten goden maken; Ik ben JAHWEH, uw God!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָׂנֵ֗אתִי",
          "strongs": "H8130",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "הַ/שֹּׁמְרִ֥ים",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "הַבְלֵי",
          "strongs": "H1892",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֑וְא",
          "strongs": "H7723",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ֝/אֲנִ֗י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֥ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בָּטָֽחְתִּי",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HVqp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik haat degenen, die op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> valse zinloosheden acht nemen, en ik betrouw op JAHWEH.",
      "textSV1888_html": "Ik haat degenen, die op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> valse ijdelheden acht nemen, en ik betrouw op den HEERE.",
      "text1637_html": "Ick hate de gene, die op <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> valsche ydelheden acht nemen; ende ick betrouwe op den HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "ijdelheden",
          "new": "zinloosheden",
          "principe": "V258"
        },
        {
          "old": "den HEERE.",
          "new": "JAHWEH.",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Ik zal mij verheugen en verblijden in Uw goedertierenheid, omdat Gij mijn ellende hebt aangezien, en mijn ziel in benauwdheden gekend;",
      "text1637": "Ick sal my verheugen ende verblijden in uwe goedertierenheyt, omdat ghy mijne elende hebt [10] aengesien, [ende] mijne ziele in benautheden [11] gekent.",
      "text2026": "Ik zal mij verheugen en verblijden in Uw goedertierenheid, omdat U mijn ellende hebt aangezien, en mijn ziel in benauwdheden gekend;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Gen. 16:13 . Genesis 16:13 : En zij noemde den Naam des HEEREN, Die tot haar sprak: Gij, God des aanziens! want zij zeide: Heb ik ook hier gezien naar Dien, Die mij aanziet?",
          "text1637": "Siet Genes. 16. op vers 13.",
          "text2026": "Zie Gen. 16:13 . Genesis 16:13 : En zij noemde de Naam van JAHWEH, Die tot haar sprak: U, God van de aanziens! want zij zei: Heb ik ook hier gezien naar Die, Die mij aanziet?"
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Mij niet versmaad, maar bemind en verzord. Verg. Gen. 18:19 ; Ps. 1:6 . Genesis 18:19 : Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen, en zij den weg des HEEREN houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat de HEERE over Abraham brenge, hetgeen Hij over hem gesproken heeft. Psalmen 1:6 : Want de HEERE kent den weg der rechtvaardigen; maar de weg der goddelozen zal vergaan.",
          "text1637": "My niet versmaet, maer bemint ende besorcht. Vergel. Genes. 18. op vers 19. ende Psal. 1. op vers 6.",
          "text2026": "Mij niet versmaad, maar bemind en verzord. Verg. Gen. 18:19 ; Ps. 1:6 . Genesis 18:19 : Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zou bevelen, en zij de weg van JAHWEH houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat JAHWEH over Abraham brenge, wat Hij over hem gesproken heeft. Psalmen 1:6 : Want JAHWEH kent de weg van de rechtvaardigen; maar de weg van de goddelozen zal vergaan."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָגִ֥ילָה",
          "strongs": "H1523",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶשְׂמְחָ֗ה",
          "strongs": "H8055",
          "morph": "HC/Vqh1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/חַ֫סְדֶּ֥/ךָ",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "רָ֭אִיתָ",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "עָנְיִ֑/י",
          "strongs": "H6040",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יָ֝דַ֗עְתָּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/צָר֥וֹת",
          "strongs": "H6869",
          "morph": "HR/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִֽׁ/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik zal mij verheugen en verblijden in Uw goedertierenheid, omdat U mijn ellende hebt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> aangezien, en mijn ziel in benauwdheden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> gekend;",
      "textSV1888_html": "Ik zal mij verheugen en verblijden in Uw goedertierenheid, omdat Gij mijn ellende hebt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> aangezien, en mijn ziel in benauwdheden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> gekend;",
      "text1637_html": "Ick sal my verheugen ende verblijden in uwe goedertierenheyt, omdat ghy mijne elende hebt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> aengesien, [ende] mijne ziele in benautheden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> gekent.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "En mij niet hebt overgeleverd in de hand des vijands; Gij hebt mijn voeten doen staan in de ruimte.",
      "text1637": "Ende en hebt my niet [12] overgelevert inde hant des vyants: ghy hebt mijne voeten doen staen in de ruymte.",
      "text2026": "En mij niet hebt overgeleverd in de hand van de vijand; U hebt mijn voeten doen staan in de ruimte.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, besloten; gelijk elders.",
          "text1637": "Ofte, besloten. als elders.",
          "text2026": "Of, besloten; gelijk elders."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "הִ֭סְגַּרְתַּ/נִי",
          "strongs": "H5462",
          "morph": "HVhp2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יַד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "אוֹיֵ֑ב",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "הֶֽעֱמַ֖דְתָּ",
          "strongs": "H5975",
          "morph": "HVhp2ms"
        },
        {
          "woord": "בַ/מֶּרְחָ֣ב",
          "strongs": "H4800",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "רַגְלָֽ/י",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HNcfdc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "En mij niet hebt overgeleverd in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> de hand van de vijand; U hebt mijn voeten doen staan in de ruimte.",
      "textSV1888_html": "En mij niet hebt overgeleverd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> in de hand des vijands; Gij hebt mijn voeten doen staan in de ruimte.",
      "text1637_html": "Ende en hebt my niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> overgelevert inde hant des vyants: ghy hebt mijne voeten doen staen in de ruymte.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des vijands; Gij",
          "new": "van de vijand; U",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Wees mij genadig, HEERE! want mij is bange; van verdriet is doorknaagd mijn oog, mijn ziel en mijn buik.",
      "text1637": "Zijt my genadich, HEERE, want my is bange: [13] van verdriet is doorknaecht mijn’ ooge, mijne ziele, ende mijn buyck.",
      "text2026": "Wees mij genadig, JAHWEH! want mij is bange; van verdriet is doorknaagd mijn oog, mijn ziel en mijn buik.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van verdriet: Gelijk Ps. 6:8 . Psalmen 6:8 : Mijn oog is doorknaagd van verdriet, is veroud, vanwege al mijn tegenpartijders.",
          "text1637": "Als Psal. 6.8.",
          "text2026": "van verdriet: Gelijk Ps. 6:8 . Psalmen 6:8 : Mijn oog is doorknaagd van verdriet, is veroud, vanwege al mijn tegenstanders."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "חָנֵּ֥/נִי",
          "strongs": "H2603",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָה֮",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "צַ֫ר",
          "strongs": "H6887",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ֥/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָשְׁשָׁ֖ה",
          "strongs": "H6244",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "בְ/כַ֥עַס",
          "strongs": "H3708",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עֵינִ֗/י",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִׁ֥/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/בִטְנִֽ/י",
          "strongs": "H990",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Wees mij genadig, JAHWEH! want mij is bange;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> van verdriet is doorknaagd mijn oog, mijn ziel en mijn buik.",
      "textSV1888_html": "Wees mij genadig, HEERE! want mij is bange;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> van verdriet is doorknaagd mijn oog, mijn ziel en mijn buik.",
      "text1637_html": "Zijt my genadich, HEERE, want my is bange: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> van verdriet is doorknaecht mijn’ ooge, mijne ziele, ende mijn buyck.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Want mijn leven is verteerd van droefenis, en mijn jaren van zuchten; mijn kracht is vervallen door mijn ongerechtigheid, en mijn beenderen zijn doorknaagd.",
      "text1637": "Want mijn leven is verteert van droeffenisse, ende mijne jaren van suchten; mijne kracht is [14] vervallen door mijne [15] ongerechticheyt: ende mijne beenderen zijn doorknaecht:",
      "text2026": "Want mijn leven is verteerd van droefenis, en mijn jaren van zuchten; mijn kracht is vervallen door mijn ongerechtigheid, en mijn beenderen zijn doorknaagd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Als wanneer iemand door onvermogen en zwakheid struikelt en daarheen valt. Verg. Ps. 109:24 , en zie het tegendeel Ps. 105:37 . Psalmen 109:24 : Mijn knieën struikelen van vasten, en mijn vlees is vermagerd, zodat er geen vet aan is. Psalmen 105:37 : En Hij voerde hen uit met zilver en goud; en onder hun stammen was niemand, die struikelde.",
          "text1637": "Als wanneer yemant door onvermogen ende swackheyt struyckelt ende daer henen valt. Verg. Psal. 109.24. ende siet het contrarie, Psalm 105.37.",
          "text2026": "Als wanneer iemand door onvermogen en zwakheid struikelt en daarheen valt. Verg. Ps. 109:24 , en zie het tegendeel Ps. 105:37 . Psalmen 109:24 : Mijn knieën struikelen van vasten, en mijn vlees is vermagerd, zodat er geen vet aan is. Psalmen 105:37 : En Hij voerde hen uit met zilver en goud; en onder hun stammen was niemand, die struikelde."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, straf mijner ongerechtigheid. Zie Gen. 4:13 , en Gen. 19:15 , en verg. Num. 14:33 ; Jer. 51:6 . Genesis 4:13 : En Kaïn zeide tot den HEERE: Mijn misdaad is groter, dan dat zij vergeven worde. Genesis 19:15 : En als de dageraad opging, drongen de engelen Lot aan, zeggende: Maak u op, neem uw huisvrouw, en uw twee dochteren, die voorhanden zijn, opdat gij in de ongerechtigheid dezer stad niet omkomt. Numeri 14:33 : En uw kinderen zullen gaan weiden in deze woestijn, veertig jaren, en zullen uw hoererijen dragen, totdat uw dode lichamen verteerd zijn in deze woestijn. Jeremia 51:6 : Vliedt uit het midden van Babel, en redt, een iegelijk zijn ziel; wordt niet uitgeroeid in haar ongerechtigheid; want dit is de tijd der wraak des HEEREN, Die haar de verdienste betaalt.",
          "text1637": "D. straffe mijner ongerechticheyt. siet Genes. 4. vers 13. ende 19. op vers 15. ende vergel. Num. 14. op vers 33. Ier. 51. op vers 6.",
          "text2026": "Dat is, straf mijn ongerechtigheid. Zie Gen. 4:13 , en Gen. 19:15 , en verg. Num. 14:33 ; Jer. 51:6 . Genesis 4:13 : En Kaïn zei tot JAHWEH: Mijn misdaad is groter, dan dat zij vergeven worde. Genesis 19:15 : En als de dageraad opging, drongen de engelen Lot aan, zeggende: Maak u op, neem uw huisvrouw, en uw twee dochters, die voorhanden zijn, opdat u in de ongerechtigheid van deze stad niet omkomt. Numeri 14:33 : En uw kinderen zullen gaan weiden in deze woestijn, veertig jaren, en zullen uw hoererijen dragen, totdat uw dode lichamen verteerd zijn in deze woestijn. Jeremia 51:6 : Vliedt uit het midden van Babel, en redt, een iedereen zijn ziel; wordt niet uitgeroeid in haar ongerechtigheid; want dit is de tijd van de wraak van JAHWEH, Die haar de verdienste betaalt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "כָל֪וּ",
          "strongs": "H3615",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בְ/יָג֡וֹן",
          "strongs": "H3015",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "חַיַּ/י֮",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/שְׁנוֹתַ֪/י",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/אֲנָ֫חָ֥ה",
          "strongs": "H585",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "כָּשַׁ֣ל",
          "strongs": "H3782",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "בַּ/עֲוֺנִ֣/י",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כֹחִ֑/י",
          "strongs": "H3581",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/עֲצָמַ֥/י",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָשֵֽׁשׁוּ",
          "strongs": "H6244",
          "morph": "HVqp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want mijn leven is verteerd van droefenis, en mijn jaren van zuchten; mijn kracht is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> vervallen door mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> ongerechtigheid, en mijn beenderen zijn doorknaagd.",
      "textSV1888_html": "Want mijn leven is verteerd van droefenis, en mijn jaren van zuchten; mijn kracht is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> vervallen door mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> ongerechtigheid, en mijn beenderen zijn doorknaagd.",
      "text1637_html": "Want mijn leven is verteert van droeffenisse, ende mijne jaren van suchten; mijne kracht is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> vervallen door mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> ongerechticheyt: ende mijne beenderen zijn doorknaecht:"
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Vanwege al mijn wederpartijders ben ik, ook mijn naburen, grotelijks tot een smaad geworden, en mijn bekenden tot een schrik; die mij op de straten zien, vlieden van mij weg.",
      "text1637": "Van wegen alle mijne wederpartijders ben ick, [c] oock mijnen nabueren, [16] grootelicx tot eenen smaet geworden, ende mijnen bekenden tot eenen schrick: die my op der straten sien, [17] vlieden van my wech.",
      "text2026": "Vanwege al mijn tegenstanders ben ik, ook mijn buren, enorm tot een smaad geworden, en mijn bekenden tot een schrik; die mij op de straten zien, vluchten van mij weg.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Job 19:13 ; Ps. 38:12 . Job 19:13 : Mijn broeders heeft Hij verre van mij gedaan; en die mij kennen, zekerlijk, zij zijn van mij vervreemd. Psalmen 38:12 : Mijn liefhebbers en mijn vrienden staan van tegenover mijn plage, en mijn nabestaanden staan van verre.",
          "text1637": "Iob 19.13. Psal. 38.12.",
          "text2026": "Job 19:13 ; Ps. 38:12 . Job 19:13 : Mijn broers heeft Hij verre van mij gedaan; en die mij kennen, zekerlijk, zij zijn van mij vervreemd. Psalmen 38:12 : Mijn liefhebbers en mijn vrienden staan van tegenover mijn plage, en mijn nabestaanden staan van verre."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. zeer.",
          "text1637": "Hebr. seer.",
          "text2026": "Hebr. zeer."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "vlieden van mij weg: Opdat zij bij mijne wederpartijders niet verdacht mogen worden, alsof zij mijne zaak toegedaan of mijne vrienden waren.",
          "text1637": "Op datse by mijne wederpartijders niet suspect mogen worden, als ofse mijne sake toegedaen, ofte mijne vrienden waren.",
          "text2026": "vluchten van mij weg: Opdat zij bij mijn wederpartijders niet verdacht mogen worden, alsof zij mijn zaak toegedaan of mijn vrienden waren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִ/כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "צֹרְרַ֨/י",
          "strongs": "H6887",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הָיִ֪יתִי",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "חֶרְפָּ֡ה",
          "strongs": "H2781",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לִ/שֲׁכֵנַ֨/י",
          "strongs": "H7934",
          "morph": "HC/R/Aampc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מְאֹד֮",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "וּ/פַ֪חַד",
          "strongs": "H6343",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/מְיֻדָּ֫עָ֥/י",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HR/VPsmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "רֹאַ֥/י",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/ח֑וּץ",
          "strongs": "H2351",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נָדְד֥וּ",
          "strongs": "H5074",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּֽ/נִּי",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Vanwege al mijn tegenstanders ben ik,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> ook mijn buren,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> enorm tot een smaad geworden, en mijn bekenden tot een schrik; die mij op de straten zien,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> vluchten van mij weg.",
      "textSV1888_html": "Vanwege al mijn wederpartijders ben ik,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> ook mijn naburen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> grotelijks tot een smaad geworden, en mijn bekenden tot een schrik; die mij op de straten zien,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> vlieden van mij weg.",
      "text1637_html": "Van wegen alle mijne wederpartijders ben ick, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> oock mijne<i>n</i> nabueren, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> grootelicx tot eenen smaet geworden, ende mijnen bekenden tot eenen schrick: die my op der straten sien, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> vlieden van my wech.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederpartijders",
          "new": "tegenstanders",
          "principe": "V93"
        },
        {
          "old": "naburen, grotelijks",
          "new": "buren, enorm",
          "principe": "V283"
        },
        {
          "old": "vlieden",
          "new": "vluchten",
          "principe": "V340"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Ik ben uit het hart vergeten als een dode; ik ben geworden als een bedorven vat.",
      "text1637": "Ick ben uyt het herte vergeten, als een doode; Ick ben geworden als een [18] bedorven vat.",
      "text2026": "Ik ben uit het hart vergeten als een dode; ik ben geworden als een bedorven voorwerp.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of vergaande, verloren gaande, ten naastenbij bedorven, dat men gans weinig of niet acht, als nergens meer nut toe zijnde. Verg. Deut. 26:5 ; Ps. 119:176 ; idem Jer. 22:28 . Deuteronomium 26:5 : Dan zult gij voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, betuigen en zeggen: Mijn vader was een bedorven Syriër, en hij toog af naar Egypte, en verkeerde aldaar als vreemdeling met weinig volks; maar hij werd aldaar tot een groot, machtig en menigvuldig volk. Psalmen 119:176 : Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten. Jeremia 22:28 : Is dan deze man Chonia een veracht, verstrooid, afgodisch beeld? Of is hij een vat, waaraan men geen lust heeft? Waarom zijn hij en zijn zaad uitgeworpen, ja, weggeworpen in een land, dat zij niet kennen?",
          "text1637": "Ofte, vergaende, verlooren gaende. ten naesten by bedorven, datmen gantsch weynich ofte niet en acht, als nergens meer nut toe zijnde. Vergel. Deut. 26.5. Psal. 119.176. item Ierem. 22.28.",
          "text2026": "Of vergaande, verloren gaande, ten naastenbij bedorven, dat men geheel weinig of niet acht, als nergens meer nut toe zijnde. Verg. Deut. 26:5 ; Ps. 119:176 ; idem Jer. 22:28 . Deuteronomium 26:5 : Dan zult u voor het aangezicht van JAHWEH, uws Gods, betuigen en zeggen: Mijn vader was een bedorven Syriër, en hij toog af naar Egypte, en verkeerde daar als vreemdeling met weinig volks; maar hij werd daar tot een groot, machtig en menigvuldig volk. Psalmen 119:176 : Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten. Jeremia 22:28 : Is dan deze man Chonia een veracht, verstrooid, afgodisch beeld? Of is hij een vat, waaraan men geen lust heeft? Waarom zijn hij en zijn zaad uitgeworpen, ja, weggeworpen in een land, dat zij niet kennen?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נִ֭שְׁכַּחְתִּי",
          "strongs": "H7911",
          "morph": "HVNp1cs"
        },
        {
          "woord": "כְּ/מֵ֣ת",
          "strongs": "H4191",
          "morph": "HR/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/לֵּ֑ב",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הָ֝יִ֗יתִי",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּ/כְלִ֥י",
          "strongs": "H3627",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֹבֵֽד",
          "strongs": "H6",
          "morph": "HVqrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik ben uit het hart vergeten als een dode; ik ben geworden als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> bedorven voorwerp.",
      "textSV1888_html": "Ik ben uit het hart vergeten als een dode; ik ben geworden als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> bedorven vat.",
      "text1637_html": "Ick ben uyt het herte vergeten, als een doode; Ick ben geworden als een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> bedorven vat.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "vat.",
          "new": "voorwerp.",
          "principe": "V1649"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Want ik hoorde de naspraak van velen; vreze is van rondom, dewijl zij te zamen tegen mij raadslaan; zij denken mijn ziel te nemen.",
      "text1637": "Want ick hoorde de [19] nasprake [20] van velen; vreese is van rontsomme, dewyle sy t’samen tegen my raetslaen: sy [21] dencken mijne [22] ziele te nemen.",
      "text2026": "Want ik hoorde de naspraak van velen; vrees is van rondom, omdat zij samen tegen mij raadslaan; zij denken mijn ziel te nemen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, faamroving, lastering, kwaadspreken. Verg. Jer. 20:10 . Jeremia 20:10 : Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven; al mijn vredegenoten nemen acht op mijn hinking; zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, dan zullen wij hem overmogen, en onze wraak van hem nemen.",
          "text1637": "Ofte, faem-roovinge, lasteringe, quaetspreken. Vergel. Ierem. 20.10.",
          "text2026": "Of, faamroving, lastering, kwaadspreken. Verg. Jer. 20:10 . Jeremia 20:10 : Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven; al mijn vredegenoten nemen acht op mijn hinking; zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, dan zullen wij hem overmogen, en onze wraak van hem nemen."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van velen: Of, der groten.",
          "text1637": "Ofte, der Grooten.",
          "text2026": "van velen: Of, van de grote."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, praktizeren, maken aanslagen om, enz.",
          "text1637": "Ofte, Practiseren, maken aenslagen, om, etc.",
          "text2026": "Of, praktizeren, maken aanslagen om, enz."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, mijn leven. Of aldus: Als zij tezamen tegen mij raadslaan, zo denken zij mijne ziel te nemen.",
          "text1637": "D. mijn leven. ofte aldus: als sy t’samen tegen my raetslaen, so dencken sy mijne ziele te nemen.",
          "text2026": "Dat is, mijn leven. Of aldus: Als zij tezamen tegen mij raadslaan, zo denken zij mijn ziel te nemen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "שָׁמַ֨עְתִּי",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "דִּבַּ֥ת",
          "strongs": "H1681",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "רַבִּים֮",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "מָג֪וֹר",
          "strongs": "H4032",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/סָּ֫בִ֥יב",
          "strongs": "H5439",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/הִוָּסְדָ֣/ם",
          "strongs": "H3245",
          "morph": "HR/VNc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יַ֣חַד",
          "strongs": "H3162",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "עָלַ֑/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/קַ֖חַת",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִׁ֣/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "זָמָֽמוּ",
          "strongs": "H2161",
          "morph": "HVqp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want ik hoorde de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> naspraak<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> van velen; vrees is van rondom, omdat zij samen tegen mij raadslaan; zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> denken mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> ziel te nemen.",
      "textSV1888_html": "Want ik hoorde de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> naspraak<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> van velen; vreze is van rondom, dewijl zij te zamen tegen mij raadslaan; zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> denken mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> ziel te nemen.",
      "text1637_html": "Want ick hoorde de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> nasprake <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> van velen; vreese is van rontsomme, dewyle sy t’samen tegen my raetslaen: sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> dencken mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> ziele te nemen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "vreze",
          "new": "vrees",
          "principe": "V991"
        },
        {
          "old": "dewijl",
          "new": "omdat",
          "principe": "V2"
        },
        {
          "old": "te zamen",
          "new": "samen",
          "principe": "V374"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Maar ik vertrouw op U, o HEERE! Ik zeg: Gij zijt mijn God.",
      "text1637": "Maer ick vertrouw’ op u, o HEERE; ick segge, Ghy zijt mijn Godt.",
      "text2026": "Maar ik vertrouw op U, o JAHWEH! Ik zeg: U bent mijn God.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/אֲנִ֤י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָלֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בָטַ֣חְתִּי",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אָ֝מַ֗רְתִּי",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהַ֥/י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אָֽתָּה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar ik vertrouw op U, o JAHWEH! Ik zeg: U bent mijn God.",
      "text1637_html": "Maer ick vertrouw’ op u, o HEERE; ick segge, Ghy zijt mijn Godt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Mijn tijden zijn in Uw hand; red mij van de hand mijner vijanden, en van mijn vervolgers.",
      "text1637": "Mijne [23] tijden zijn in uwe hant; reddet my van de hant mijner vyanden, ende van mijne vervolgers.",
      "text2026": "Mijn tijden zijn in Uw hand; red mij van de hand van mijn vijanden, en van mijn vervolgers.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, mijn leven en al mijn wedervaren; hoe het mij ook zou mogen gaan, ik weet dat het alles aan U hangt, dat Gij het alles regeert, en dat het niets is in mijner vijanden macht.",
          "text1637": "D. mijn leven ende al mijn wedervaren: hoe’t my oock soude mogen gaen, ick weet dat het alles aen u hangt, dat ghy’t alles regeert, ende dat het niet en is in mijner vyanden macht.",
          "text2026": "Dat is, mijn leven en al mijn wedervaren; hoe het mij ook zou mogen gaan, ik weet dat het alles aan U hangt, dat U het alles regeert, en dat het niets is in mijn vijanden macht."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ/יָדְ/ךָ֥",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "עִתֹּתָ֑/י",
          "strongs": "H6256",
          "morph": "HNcbpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הַצִּ֘ילֵ֤/נִי",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HVhv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/יַּד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "א֝וֹיְבַ֗/י",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/מֵ/רֹדְפָֽ/י",
          "strongs": "H7291",
          "morph": "HC/R/Vqrmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> tijden zijn in Uw hand; red mij van de hand van mijn vijanden, en van mijn vervolgers.",
      "textSV1888_html": "Mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> tijden zijn in Uw hand; red mij van de hand mijner vijanden, en van mijn vervolgers.",
      "text1637_html": "Mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> tijden zijn in uwe hant; reddet my van de hant mijner vyanden, ende van mijne vervolgers.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Laat Uw aangezicht over Uw knecht lichten; verlos mij door Uw goedertierenheid.",
      "text1637": "Laet u [24] aengesicht over uwen knecht lichten; verlost my door uwe goedertierenheyt.",
      "text2026": "Laat Uw aangezicht over Uw knecht lichten; verlos mij door Uw goedertierenheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Num. 6:25 , 6:26 . Numeri 6:25 : De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig! Numeri 6:26 : De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede!",
          "text1637": "Siet Num. 6. op versen 25. 26.",
          "text2026": "Zie Num. 6:25 , 6:26 . Numeri 6:25 : JAHWEH doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig! Numeri 6:26 : JAHWEH verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הָאִ֣ירָ/ה",
          "strongs": "H215",
          "morph": "HVhv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "פָ֭נֶי/ךָ",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עַבְדֶּ֑/ךָ",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "ה֖וֹשִׁיעֵ֣/נִי",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HVhv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְ/חַסְדֶּֽ/ךָ",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> aangezicht over Uw knecht lichten; verlos mij door Uw goedertierenheid.",
      "textSV1888_html": "Laat Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> aangezicht over Uw knecht lichten; verlos mij door Uw goedertierenheid.",
      "text1637_html": "Laet u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> aengesicht over uwe<i>n</i> knecht lichten; verlost my door uwe goedertierenheyt."
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "HEERE! laat mij niet beschaamd worden, want ik roep U aan; laat de goddelozen beschaamd worden, laat hen zwijgen in het graf.",
      "text1637": "HEERE, laet my niet beschaemt worden, want ick roep u aen; Laet de godtloose beschaemt worden, laetse swijgen in’t [25] graf.",
      "text2026": "JAHWEH! laat mij niet beschaamd worden, want ik roep U aan; laat de goddelozen beschaamd worden, laat hen zwijgen in het graf.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat zij, van de aarde weggenomen zijnde, hun kwade praktijken, lasteringen en geweld moeten laten achterstaan. Anders, laat hen afgesneden, of uitgeroeid worden ten grave; gelijk hHet Hebr. woord ook genomen wordt, Ps. 49:13 , 49:21 , enz. Psalmen 49:13 : De mens nochtans, die in waarde is, blijft niet; hij wordt gelijk als de beesten, die vergaan. Psalmen 49:21 : De mens, die in waarde is, en geen verstand heeft, wordt gelijk als de beesten, die vergaan.",
          "text1637": "Datse van der aerden wechgenomen zijnde, hare quade practijcken, lasteringen, ende gewelt moeten laten aenstaen. And. laetste afgesneden, ofte, uytgeroeyt worden ten grave: gelijck het Hebr. woort oock genomen wort Psal. 49.13, 21, etc.",
          "text2026": "Dat zij, van de aarde weggenomen zijnde, hun kwade praktijken, lasteringen en geweld moeten laten achterstaan. Anders, laat hen afgesneden, of uitgeroeid worden ten grave; gelijk hHet Hebr. woord ook genomen wordt, Ps. 49:13 , 49:21 , enz. Psalmen 49:13 : De mens nochtans, die in waarde is, blijft niet; hij wordt gelijk als de beesten, die vergaan. Psalmen 49:21 : De mens, die in waarde is, en geen verstand heeft, wordt gelijk als de beesten, die vergaan."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְֽהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֵ֭בוֹשָׁה",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "קְרָאתִ֑י/ךָ",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqp1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יֵבֹ֥שׁוּ",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "רְ֝שָׁעִ֗ים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "יִדְּמ֥וּ",
          "strongs": "H1826",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׁאֽוֹל",
          "strongs": "H7585",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH! laat mij niet beschaamd worden, want ik roep U aan; laat de goddelozen beschaamd worden, laat hen zwijgen in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> het graf.",
      "textSV1888_html": "HEERE! laat mij niet beschaamd worden, want ik roep U aan; laat de goddelozen beschaamd worden, laat hen zwijgen in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> het graf.",
      "text1637_html": "HEERE, laet my niet beschaemt worden, want ick roep u aen; Laet de godtloose beschaemt worden, laetse swijgen in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> graf.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Laat de valse lippen stom worden, die hard spreken tegen den rechtvaardige, in hoogmoed en verachting.",
      "text1637": "Laet de [26] valsche lippen stom worden, die hardt spreken tegen den rechtveerdigen, in hoochmoet ende verachtinge.",
      "text2026": "Laat de valse lippen stom worden, die hard spreken tegen de rechtvaardige, in hoogmoed en verachting.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., שִׂפְתֵי, lippen der valsheid. Zie Ps. 12:3 , en Ps. 27:12 , enz. Psalmen 12:3 : Zij spreken valsheid, een ieder met zijn naaste, met vleiende lippen; zij spreken met een dubbel hart. Psalmen 27:12 : Geef mij niet over in de begeerte mijner tegenpartijders; want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan, mitsgaders die wrevel uitblaast.",
          "text1637": "Hebr. lippen der valscheyt. Siet Psal. 12.5. ende 27.12, etc.",
          "text2026": "Hebr., שִׂפְתֵי, lippen van de valsheid. Zie Ps. 12:3 , en Ps. 27:12 , enz. Psalmen 12:3 : Zij spreken valsheid, een ieder met zijn naaste, met vleiende lippen; zij spreken met een dubbel hart. Psalmen 27:12 : Geef mij niet over in de begeerte mijn tegenstanders; want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan, en ook die wrevel uitblaast."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תֵּ֥אָלַ֗מְנָה",
          "strongs": "H481",
          "morph": "HVNi3fp"
        },
        {
          "woord": "שִׂפְתֵ֫י",
          "strongs": "H8193",
          "morph": "HNcfdc"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֥קֶר",
          "strongs": "H8267",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/דֹּבְר֖וֹת",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HTd/Vqrfpa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "צַדִּ֥יק",
          "strongs": "H6662",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "עָתָ֗ק",
          "strongs": "H6277",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/גַאֲוָ֥ה",
          "strongs": "H1346",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/בֽוּז",
          "strongs": "H937",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> valse lippen stom worden, die hard spreken tegen de rechtvaardige, in hoogmoed en verachting.",
      "textSV1888_html": "Laat de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> valse lippen stom worden, die hard spreken tegen den rechtvaardige, in hoogmoed en verachting.",
      "text1637_html": "Laet de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> valsche lippen stom worden, die hardt spreken tegen den rechtveerdigen, in hoochmoet ende verachtinge.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "O, hoe groot is Uw goed, dat Gij weggelegd hebt voor degenen, die U vrezen; dat Gij gewrocht hebt voor degenen, die op U betrouwen, in de tegenwoordigheid der mensenkinderen!",
      "text1637": "[d] O hoe [27] groot is u goet, dat ghy wechgeleyt hebt voor de gene die u vreesen! [dat] ghy gewrocht hebt voor de gene die op u betrouwen, [28] in de tegenwoordicheyt der menschen kinderen!",
      "text2026": "O, hoe groot is Uw goed, dat U weggelegd hebt voor degenen, die U vrezen; dat U gewerkt hebt voor degenen, die op U betrouwen, in de aanwezigheid van de mensenkinderen!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Jes. 64:4 ; 1 Kor. 2:9 . Jesaja 64:4 : Ja, van ouds heeft men het niet gehoord, noch met oren vernomen, en geen oog heeft het gezien, behalve Gij, o God! wat Hij doen zal dien, die op Hem wacht. 1 Korinthiërs 2:9 : Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben.",
          "text1637": "Iesa. 64.4. 1.Cor. 2.9.",
          "text2026": "Jes. 64:4 ; 1 Kor. 2:9 . Jesaja 64:4 : Ja, van ouds heeft men het niet gehoord, noch met oren vernomen, en geen oog heeft het gezien, behalve U, o God! wat Hij doen zal die, die op Hem wacht. 1 Korinthiërs 2:9 : Maar gelijk geschreven is: Wat het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart van de mensen niet is opgeklommen, wat God bereid heeft die, die Hem liefhebben."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, menigvuldig. Dit ziet wel op het goede, dat God den zijnen in het algemeen naar ziel en lichaam bereidt en voor hen, als in ene schatkamer opgesloten heeft, om daaruit ter bekwamer en bestemder tijd tot hun best voor den dag te brengen en hun te doen genieten; maar spruit uit overdenking van een bijzondere en onverwachte wonderlijke verlossing aan David bewezen, als hij in een zeer groot gevaar was van overvallen te worden, en niet kon gedenken dat God zulk een verlossing voor hem bereid had, als hem wedervoer; waarover hij aldus met verwondering uitroept.",
          "text1637": "Ofte, menichfuldich. Dit siet wel op het goet, dat Godt den sijnen in het gemeyn, nae ziele ende lichaem, bereyt ende voor hen, als in eene schat-kamer, opgesloten heeft, om daer uyt ter bequamer ende bestemder tijt tot haren besten voor den dach te brengen, ende hen te doen genieten; maer spruyt uyt overdenckinge van eene bysondere ende onverwachte wonderlicke verlossinge aen David bewesen, als hy in een seer groot perijckel was van overvallen te worden, ende niet en konde gedencken, dat Godt sulck eene verlossinge voor hem bereyt hadde, als hem wedervoer: waer over hy aldus met verwonderinge uyt roept.",
          "text2026": "Of, menigvuldig. Dit ziet wel op het goede, dat God de zijn in het algemeen naar ziel en lichaam bereidt en voor hen, als in een schatkamer opgesloten heeft, om daaruit ter bekwamer en bestemder tijd tot hun best voor de dag te brengen en hun te doen genieten; maar spruit uit overdenking van een bijzondere en onverwachte wonderlijke verlossing aan David bewezen, als hij in een zeer groot gevaar was van overvallen te worden, en niet kon gedenken dat God zulk een verlossing voor hem bereid had, als hem wedervoer; waarover hij aldus met verwondering uitroept."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in de: Hebr. tegenover, voor; dat is, in het aanschouwen van al de wereld, openbaar makende der vromen onschuld, en met uw wonderlijke onvoorziene hulp bewijzende dat zij U lief zijn, die tot U hunne toevlucht nemen met gelovige gebeden.",
          "text1637": "Hebr. tegen over, voor. dat is, in het aenschouwen van al de werelt openbaer makende der vroomen onschult, ende met uwe wonderlicke onvoorsiene hulpe bewijsende dat sy u lief zijn, die tot u haren toevlucht nemen met geloovige gebeden.",
          "text2026": "in de: Hebr. tegenover, voor; dat is, in het aanschouwen van al de wereld, openbaar makende van de vromen onschuld, en met uw wonderlijke onvoorziene hulp bewijzende dat zij U lief zijn, die tot U hun toevlucht nemen met gelovige gebeden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מָ֤ה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "רַֽב",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "טוּבְ/ךָ֮",
          "strongs": "H2898",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "צָפַ֪נְתָּ",
          "strongs": "H6845",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "לִּֽ/ירֵ֫אֶ֥י/ךָ",
          "strongs": "H3373",
          "morph": "HR/Aampc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "פָּ֭עַלְתָּ",
          "strongs": "H6466",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "לַ/חֹסִ֣ים",
          "strongs": "H2620",
          "morph": "HRd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "בָּ֑/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "נֶ֝֗גֶד",
          "strongs": "H5048",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵ֣י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אָדָם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> O, hoe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> groot is Uw goed, dat U weggelegd hebt voor degenen, die U vrezen; dat U gewerkt hebt voor degenen, die op U betrouwen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> in de aanwezigheid van de mensenkinderen!",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> O, hoe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> groot is Uw goed, dat Gij weggelegd hebt voor degenen, die U vrezen; dat Gij gewrocht hebt voor degenen, die op U betrouwen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> in de tegenwoordigheid der mensenkinderen!",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> O hoe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> groot is u goet, dat ghy wechgeleyt hebt voor de gene die u vreesen! [dat] ghy gewrocht hebt voor de gene die op u betrouwen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> in de tegenwoordicheyt der menschen kinderen!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij gewrocht",
          "new": "U gewerkt",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "tegenwoordigheid der",
          "new": "aanwezigheid van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Gij verbergt hen in het verborgene Uws aangezichts voor de hoogmoedigheden des mans; Gij versteekt hen in een hut voor den twist der tongen.",
      "text1637": "Ghy verberchtse in’t verborgene [29] uwes aengesichts voor de [30] hoochmoedicheden [31] des mans; ghy versteecktse in eene hutte voor den [32] twist der tongen.",
      "text2026": "U verbergt hen in het verborgene van Uw aangezicht voor de hoogmoedigheden van de man; U versteekt hen in een hut voor de twist van de tongen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Door betoning van uw vaderlijke gunst en genade tegenwoordigheid, vertroost en behoudt Gij hen op een wonderlijke verborgen wijze, waarvan de wereld geen verstand heeft, zelfs dikwijls in verborgen schuilplaatsen, waar Gij hen heenleidt, het oog op hen hebt, hen bezorgt en beschut. Dit is aan David wel gebleken. Zie ook 1 Kon. 18:4 , en 1 Kon. 19:4 , 19:5 , 19:9 , 19:11 , enz.; Hebr. 11:38 . Verg. ook Ps. 27:5 , en Ps. 32:7 . 1 Koningen 18:4 : Want het geschiedde, als Izebel de profeten des HEEREN uitroeide, dat Obadja honderd profeten nam, en verborg ze bij vijftig man in een spelonk, en onderhield hen met brood en water. 1 Koningen 19:4 : Maar hij zelf ging henen in de woestijn een dagreis, en kwam, en zat onder een jeneverboom; en bad, dat zijn ziel stierve, en zeide: Het is genoeg; neem nu, HEERE, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen. 1 Koningen 19:5 : En hij leide zich neder, en sliep onder een jeneverboom; en ziet, toen roerde hem een engel aan, en zeide tot hem: Sta op, eet; 1 Koningen 19:9 : En hij kwam aldaar in een spelonk, en vernachtte aldaar; en ziet, het woord des HEEREN geschiedde tot hem, en zeide tot hem: Wat maakt gij hier, Elia? 1 Koningen 19:11 : En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des HEEREN. En ziet, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor den HEERE henen; doch de HEERE was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; de HEERE was ook in de aardbeving niet; Hebreeën 11:38 : (Welker de wereld niet waardig was) hebben in woestijnen gedoold, en op bergen, en in spelonken, en in holen der aarde. Psalmen 27:5 : Want Hij versteekt mij in Zijn hut, ten dage des kwaads; Hij verbergt mij in het verborgene Zijner tent; Hij verhoogt mij op een rotssteen. Psalmen 32:7 : Gij zijt mij een Verberging; Gij behoedt mij voor benauwdheid; Gij omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding. Sela.",
          "text1637": "Door betooninge van uwe vaderlicke gunste ende genadige tegenwoordicheyt, vertroost ende behout ghyse op eene wonderlicke verborgene wijse, waer van de werelt geen verstant en heeft, selfs dickwijls in verborgene schuyl-plaetsen, daer ghyse henen leydt, het ooge op haer hebt, besorchtse ende beschutse. Dit is aen David wel gebleken. Siet oock 1.Reg. 18.4. ende 19. versen 4, 5, 9, 11, etc. Hebr. 11.38. Vergel. oock Psal. 27.5. ende 32.7.",
          "text2026": "Door betoning van uw vaderlijke gunst en genade aanwezigheid, vertroost en behoudt U hen op een wonderlijke verborgen wijze, waarvan de wereld geen verstand heeft, zelfs dikwijls in verborgen schuilplaatsen, waar U hen heenleidt, het oog op hen hebt, hen bezorgt en beschut. Dit is aan David wel gebleken. Zie ook 1 Kon. 18:4 , en 1 Kon. 19:4 , 19:5 , 19:9 , 19:11 , enz.; Hebr. 11:38 . Verg. ook Ps. 27:5 , en Ps. 32:7 . 1 Koningen 18:4 : Want het geschiedde, als Izebel de profeten van JAHWEH uitroeide, dat Obadja honderd profeten nam, en verborg ze bij vijftig man in een spelonk, en onderhield hen met brood en water. 1 Koningen 19:4 : Maar hij zelf ging heen in de woestijn een dagreis, en kwam, en zat onder een jeneverboom; en bad, dat zijn ziel stierve, en zei: Het is genoeg; neem nu, JAHWEH, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaders. 1 Koningen 19:5 : En hij legde zich neder, en sliep onder een jeneverboom; en ziet, toen roerde hem een engel aan, en zei tot hem: Sta op, eet; 1 Koningen 19:9 : En hij kwam daar in een spelonk, en overnachtte daar; en ziet, het woord van JAHWEH geschiedde tot hem, en zei tot hem: Wat maakt u hier, Elia? 1 Koningen 19:11 : En Hij zei: Ga uit, en sta op deze berg, voor het aangezicht van JAHWEH. En ziet, JAHWEH ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor JAHWEH heen; maar JAHWEH was in de wind niet; en na deze wind een aardbeving; JAHWEH was ook in de aardbeving niet; Hebreeën 11:38 : (Van wie de wereld niet waard was) hebben in woestijnen gedoold, en op bergen, en in spelonken, en in holen van de aarde. Psalmen 27:5 : Want Hij versteekt mij in Zijn hut, op de dag van het kwaad; Hij verbergt mij in het verborgene Zijn tent; Hij verhoogt mij op een rotssteen. Psalmen 32:7 : U bent mij een Verberging; U behoedt mij voor benauwdheid; U omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding. Sela."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, verbintenissen, samenkoppelingen, doorvlochten en doornaaide praktijken, of ruwe aanslagen.",
          "text1637": "Ofte, verbintenissen, t’samen-koppelingen, doorvlochtene, doornaeyde practijcken, ofte, rouwe aenslagen.",
          "text2026": "Of, verbintenissen, samenkoppelingen, doorvlochten en doornaaide praktijken, of ruwe aanslagen."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "des mans: Hierdoor kan men een groot en machtig persoon, als Saul, verstaan; of men kan het nemen, des mans; dat is, des mensen, der mensen, of een iegenlijk.",
          "text1637": "Hier door kanmen een groot ende machtich persoon, als Saul, verstaen: ofte men kan’t nemen, des mans, dat is, des menschen, der menschen, ofte, eens yegelicken.",
          "text2026": "van de man: Hierdoor kan men een groot en machtig persoon, als Saul, verstaan; of men kan het nemen, van de man; dat is, van de mensen, van de mensen, of een iegenlijk."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, twistige tongen, die den vromen steeds allerlei verdriet, moeite en gevaar berokkenen met achterklap en valse beschuldigingen. Zie Ps. 35:11 . Psalmen 35:11 : Wrevelige getuigen staan er op; hetgeen ik niet weet, eisen zij van mij.",
          "text1637": "D. twistige tongen, die den vroomen steets allerley verdriet, moeyte, ende perijckel berockenen met achterklap ende valsche beschuldingen. Siet Psal. 35.11.",
          "text2026": "Dat is, twistige tongen, die de vromen steeds allerlei verdriet, moeite en gevaar berokkenen met achterklap en valse beschuldigingen. Zie Ps. 35:11 . Psalmen 35:11 : Wrevelige getuigen staan er op; wat ik niet weet, eisen zij van mij."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תַּסְתִּירֵ֤/ם",
          "strongs": "H5641",
          "morph": "HVhi2ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/סֵ֥תֶר",
          "strongs": "H5643",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "פָּנֶי/ךָ֮",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מֵֽ/רֻכְסֵ֫י",
          "strongs": "H7407",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "אִ֥ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "תִּצְפְּנֵ֥/ם",
          "strongs": "H6845",
          "morph": "HVqi2ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/סֻכָּ֗ה",
          "strongs": "H5521",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/רִ֥יב",
          "strongs": "H7379",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "לְשֹׁנֽוֹת",
          "strongs": "H3956",
          "morph": "HNcbpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "U verbergt hen in het verborgene<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> van Uw aangezicht voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> hoogmoedigheden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> van de man; U versteekt hen in een hut voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> twist van de tongen.",
      "textSV1888_html": "Gij verbergt hen in het verborgene<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Uws aangezichts voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> hoogmoedigheden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> des mans; Gij versteekt hen in een hut voor den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> twist der tongen.",
      "text1637_html": "Ghy verberchtse in’t verborgene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> uwes aengesichts voor de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> hoochmoedicheden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> des mans; ghy versteecktse in eene hutte voor den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> twist der tongen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Uws aangezichts",
          "new": "van Uw aangezicht",
          "principe": "V200"
        },
        {
          "old": "des mans; Gij",
          "new": "van de man; U",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft Zijn goedertierenheid aan mij wonderlijk gemaakt, mij voerende als in een vaste stad.",
      "text1637": "[33] Gelooft zy de HEERE, want hy heeft sijne goedertierenheyt aen my wonderlick [34] gemaeckt, [my voerende als] in eene [35] vaste stadt.",
      "text2026": "Geloofd zij JAHWEH, want Hij heeft Zijn goedertierenheid aan mij wonderlijk gemaakt, mij voerende als in een versterkte stad.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., בָּרוּךְ, gezegend.",
          "text1637": "Hebr. gesegent.",
          "text2026": "Hebr., בָּרוּךְ, gezegend."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, op een wonderbare wijze aan mij bewezen. Verg. Ps. 4:4 ; zie het tegendeel Deut. 28:59 . Psalmen 4:4 : Weet toch, dat de HEERE Zich een gunstgenoot heeft afgezonderd; de HEERE zal horen, als ik tot Hem roep. Deuteronomium 28:59 : Zo zal de HEERE uw plagen wonderlijk maken, mitsgaders de plagen van uw zaad; het zullen grote en gewisse plagen, en boze en gewisse krankten zijn.",
          "text1637": "D. op eene wonderbare wijse aen my bewesen. Vergel. Psal. 4.4. siet het contrarie Deut. 28.59.",
          "text2026": "Dat is, op een wonderbare wijze aan mij bewezen. Verg. Ps. 4:4 ; zie het tegendeel Deut. 28:59 . Psalmen 4:4 : Weet toch, dat JAHWEH Zich een gunstgenoot heeft afgezonderd; JAHWEH zal horen, als ik tot Hem roep. Deuteronomium 28:59 : Zo zal JAHWEH uw plagen wonderlijk maken, en ook de plagen van uw zaad; het zullen grote en gewisse plagen, en boze en gewisse krankten zijn."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "vaste stad: Hebr. stad der vastigheid; hij wil zeggen dat God hem zowel bewaard heeft in het open veld, waar hij omsingeld scheen te wezen en niet te kunnen ontkomen, alsof hij in een sterke vaste stad geweest ware.",
          "text1637": "Hebr. stadt der vasticheyt: hy wil seggen, dat hem Godt soo wel bewaert heeft in’t open velt, daer hy omcingelt scheen te wesen, ende niet te konnen ontkomen, als of hy in eene stercke vaste stadt geweest ware.",
          "text2026": "vaste stad: Hebr. stad van de vastheid; hij wil zeggen dat God hem zowel bewaard heeft in het open veld, waar hij omsingeld scheen te wezen en niet te kunnen ontkomen, alsof hij in een sterke vaste stad geweest was."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בָּר֥וּךְ",
          "strongs": "H1288",
          "morph": "HVqsmsa"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הִפְלִ֘יא",
          "strongs": "H6381",
          "morph": "HVhp3ms"
        },
        {
          "woord": "חַסְדּ֥/וֹ",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ֝֗/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עִ֣יר",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "מָצֽוֹר",
          "strongs": "H4692",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Geloofd zij JAHWEH, want Hij heeft Zijn goedertierenheid aan mij wonderlijk gemaakt, mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> voerende als in een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> versterkte stad.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft Zijn goedertierenheid aan mij wonderlijk gemaakt, mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> voerende als in een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> vaste stad.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Gelooft zy de HEERE, want hy heeft sijne goedertierenheyt aen my wonderlick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> gemaeckt, [my voerende als] in eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> vaste stadt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "vaste",
          "new": "versterkte",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "Ik zeide wel in mijn haasten: Ik ben afgesneden van voor Uw ogen; dan nog hoordet Gij de stem mijner smekingen, als ik tot U riep.",
      "text1637": "Ick [36] seyde wel in mijn [37] haesten; Ick ben [39[38]] afgesneden van voor uwe oogen: dan noch hoordet ghy de stemme mijner smeeckingen als ick tot u riep.",
      "text2026": "Ik zei wel in mijn haast: Ik ben afgesneden van voor Uw ogen; dan nog hoorde U de stem van mijn smekingen, als ik tot U riep.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, bij mijzelven, dat is, ik dacht.",
          "text1637": "T.w. by my selven, D. ick dachte.",
          "text2026": "Te weten, bij mijzelf, dat is, ik dacht."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit schijnt te zien op de historie, 1 Sam. 23:26 ; alwaar hetzelfde Hebr. woord van Davids haasten gebruikt wordt, dat hier staat; indien God het te dien tijde niet zeer wonderbaarlijk voorzien had zo was het naar alle gedachten met David gedaan geweest. Zie de aangehaalde plaatsen. 1 Samuël 23:26 : En Saul ging aan deze zijde des bergs, en David en zijn mannen aan gene zijde des bergs. Het geschiedde nu, dat zich David haastte, om te ontgaan van het aangezicht van Saul; en Saul en zijn mannen omsingelden David en zijn mannen, om die te grijpen.",
          "text1637": "Dit schijnt te sien op de historie 1.Sam. 23.26. alwaer’t selve Hebr. woort van Davids haesten gebruyckt wort, dat hier staet: indien het Godt te dier tijt niet seer wonderbaerlick versien en hadde, so was het nae alle apparentie met David gedaen geweest: Siet de aengetogene plaetse.",
          "text2026": "Dit schijnt te zien op de historie, 1 Sam. 23:26 ; alwaar hetzelfde Hebr. woord van Davids haasten gebruikt wordt, dat hier staat; als God het te die tijde niet zeer wonderbaarlijk voorzien had zo was het naar alle gedachten met David gedaan geweest. Zie de aangehaalde plaatsen. 1 Samuël 23:26 : En Saul ging aan deze zijde van de berg, en David en zijn mannen aan de overzijde van de berg. Het geschiedde nu, dat zich David haastte, om te ontgaan van het aangezicht van Saul; en Saul en zijn mannen omsingelden David en zijn mannen, om die te grijpen."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Het gevaar was zo groot en klaar voor ogen, en de ontkoming naar menselijk oordeel zo onmogelijk en ongelooflijk, dat ik door menselijke zwakheid en verbaasdheid dacht: nu ziet God niet meer op mij. Dat hij nochtans, niettegenstaande deze verbaasdheid, tot God in dezen nood zeer smekend gebeden heeft, getuigt het volgende. Verg. Ps. 116:11 ; Jona 2:4 . Psalmen 116:11 : Ik zeide in mijn haasten: Alle mensen zijn leugenaars. Jona 2:4 : En ik zeide: Ik ben uitgestoten van voor Uw ogen; nochtans zal ik den tempel Uwer heiligheid weder aanschouwen.",
          "text1637": "",
          "text2026": "Het gevaar was zo groot en klaar voor ogen, en de ontkoming naar menselijk oordeel zo onmogelijk en ongelooflijk, dat ik door menselijke zwakheid en verbaasdheid dacht: nu ziet God niet meer op mij. Dat hij nochtans, niettegenstaande deze verbaasdheid, tot God in deze nood zeer smekend gebeden heeft, getuigt het volgende. Verg. Ps. 116:11 ; Jona 2:4 . Psalmen 116:11 : Ik zei in mijn haasten: Alle mensen zijn leugenaars. Jona 2:4 : En ik zei: Ik ben uitgestoten van voor Uw ogen; nochtans zal ik de tempel Uw heiligheid weer aanschouwen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/אֲנִ֤י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "אָ֘מַ֤רְתִּי",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְ/חָפְזִ֗/י",
          "strongs": "H2648",
          "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נִגְרַזְתִּי֮",
          "strongs": "H1629",
          "morph": "HVNp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/נֶּ֪גֶד",
          "strongs": "H5048",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "עֵ֫ינֶ֥י/ךָ",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אָכֵ֗ן",
          "strongs": "H403",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֭מַעְתָּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "ק֥וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "תַּחֲנוּנַ֗/י",
          "strongs": "H8469",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/שַׁוְּעִ֥/י",
          "strongs": "H7768",
          "morph": "HR/Vpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵלֶֽי/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> zei wel in mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> haast: Ik ben afgesneden van voor Uw ogen; dan nog hoorde U de stem van mijn smekingen, als ik tot U riep.",
      "textSV1888_html": "Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> zeide wel in mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> haasten: Ik ben afgesneden van voor Uw ogen; dan nog hoordet Gij de stem mijner smekingen, als ik tot U riep.",
      "text1637_html": "Ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> seyde wel in mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> haesten; Ick ben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39[38]\">39[38]</sup> afgesneden van voor uwe oogen: dan noch hoordet ghy de stemme mijner smeeckingen als ick tot u riep.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zeide",
          "new": "zei",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "haasten:",
          "new": "haast:",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "hoordet Gij",
          "new": "hoorde U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "Hebt den HEERE lief, gij, al Zijn gunstgenoten! want de HEERE behoedt de gelovigen, en vergeldt overvloediglijk dengene, die hoogmoed bedrijft.",
      "text1637": "Hebbet den HEERE lief, ghy alle sijne [39] gunst-genooten; [want] de HEERE behoedt de [40] geloovige, ende vergeldt overvloedelick den genen die hoochmoet bedrijft.",
      "text2026": "Heb JAHWEH lief, u, al Zijn gunstgenoten! want JAHWEH behoedt de gelovigen, en vergeldt overvloedig degene, die hoogmoed bedrijft.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 4:4 . Psalmen 4:4 : Weet toch, dat de HEERE Zich een gunstgenoot heeft afgezonderd; de HEERE zal horen, als ik tot Hem roep.",
          "text1637": "Siet Psal. 4. op vers 4.",
          "text2026": "Zie Ps. 4:4 . Psalmen 4:4 : Weet toch, dat JAHWEH Zich een gunstgenoot heeft afgezonderd; JAHWEH zal horen, als ik tot Hem roep."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, getrouwen, waarachtigen. Anders, bewaart getrouwigheden. Zie Ps. 12:2 . Psalmen 12:2 : Behoud, o HEERE; want de goedertierene ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen.",
          "text1637": "Ofte, getrouwe, waerachtige. And. bewaert getrouwicheden. Siet Psal. 12. op vers 2.",
          "text2026": "Of, getrouwen, waarachtigen. Anders, bewaart getrouwigheden. Zie Ps. 12:2 . Psalmen 12:2 : Behoud, o JAHWEH; want de goedertierene ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֶֽהֱב֥וּ",
          "strongs": "H157",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כָּֽל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "חֲסִ֫ידָ֥י/ו",
          "strongs": "H2623",
          "morph": "HAampc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֱ֭מוּנִים",
          "strongs": "H539",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "נֹצֵ֣ר",
          "strongs": "H5341",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מְשַׁלֵּ֥ם",
          "strongs": "H7999",
          "morph": "HC/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יֶ֝֗תֶר",
          "strongs": "H3499",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "עֹשֵׂ֥ה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqrmsc"
        },
        {
          "woord": "גַאֲוָֽה",
          "strongs": "H1346",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Heb JAHWEH lief, u, al Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> gunstgenoten! want JAHWEH behoedt de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> gelovigen, en vergeldt overvloedig degene, die hoogmoed bedrijft.",
      "textSV1888_html": "Hebt den HEERE lief, gij, al Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> gunstgenoten! want de HEERE behoedt de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> gelovigen, en vergeldt overvloediglijk dengene, die hoogmoed bedrijft.",
      "text1637_html": "Hebbet den HEERE lief, ghy alle sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> gunst-genooten; [want] de HEERE behoedt de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> geloovige, ende vergeldt overvloedelick den genen die hoochmoet bedrijft.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Hebt den HEERE",
          "new": "Heb JAHWEH",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gij,",
          "new": "u,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "overvloediglijk dengene,",
          "new": "overvloedig degene,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "Zijt sterk, en Hij zal ulieder hart versterken, allen gij, die op den HEERE hoopt!",
      "text1637": "[e] [41] Zijt sterck, ende hy sal u lieder herte verstercken; alle ghy die op den HEERE hopet.",
      "text2026": "Wees sterk, en Hij zal uw hart versterken, u allen, die op JAHWEH hoopt!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 27:14 . Psalmen 27:14 : Wacht op den HEERE, zijt sterk, en Hij zal uw hart versterken, ja, wacht op den HEERE.",
          "text1637": "Psal. 27.14.",
          "text2026": "Ps. 27:14 . Psalmen 27:14 : Wacht op JAHWEH, zijt sterk, en Hij zal uw hart versterken, ja, wacht op JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zijt sterk: Gelijk Ps. 27:14 , aldaar. Psalmen 27:14 : Wacht op den HEERE, zijt sterk, en Hij zal uw hart versterken, ja, wacht op den HEERE.",
          "text1637": "Als Psal. 27.14. siet aldaer.",
          "text2026": "Zijt sterk: Gelijk Ps. 27:14 , daar. Psalmen 27:14 : Wacht op JAHWEH, zijt sterk, en Hij zal uw hart versterken, ja, wacht op JAHWEH."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "חִ֭זְקוּ",
          "strongs": "H2388",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יַאֲמֵ֣ץ",
          "strongs": "H553",
          "morph": "HC/Vhi3ms"
        },
        {
          "woord": "לְבַבְ/כֶ֑ם",
          "strongs": "H3824",
          "morph": "HNcmsc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ֝/מְיַחֲלִ֗ים",
          "strongs": "H3176",
          "morph": "HTd/Vprmpa"
        },
        {
          "woord": "לַ/יהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Wees sterk, en Hij zal uw hart versterken, u allen, die op JAHWEH hoopt!",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Zijt sterk, en Hij zal ulieder hart versterken, allen gij, die op den HEERE hoopt!",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> Zijt sterck, ende hy sal u lieder herte verstercken; alle ghy die op de<i>n</i> HEERE hopet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Zijt",
          "new": "Wees",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "ulieder",
          "new": "uw",
          "principe": "V311"
        },
        {
          "old": "allen gij,",
          "new": "u allen,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David bidt Godt seer vyerichlick om behoudenisse, volgens sijn vertrouwen, dat hy alleen op hem stelt: om oorsake van blijdschap te hebben, in plaetse van sijn tegenwoordich bitter lijden, dat hem vrienden ende vyanden, met woorden ende wercken, aendoen. ende gevoelende de vrucht sijns gebedts, roemt hy Godts voor-sorge ende goedertierenheyt over alle geloovige, ende bysonderlick over hem selven.",
    "text2026": "David bidt God zeer vurig om behoud, overeenkomstig zijn vertrouwen dat hij alleen op Hem stelt, om reden van blijdschap te hebben in plaats van zijn tegenwoordig bitter lijden, dat vrienden en vijanden hem met woorden en werken aandoen. En de vrucht van zijn gebed voelend, roemt hij Gods voorzorg en goedertierenheid over alle gelovigen, en in het bijzonder over hemzelf."
  }
}
