{
  "number": 35,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van David. Twist, HEERE! met mijn twisters; strijd met mijn bestrijders.",
      "text1637": "[EEn Psalm] Davids. [1] Twist, HEERE, met mijne twisters; strijdt met mijne bestrijders.",
      "text2026": "Een psalm van David. Twist, JAHWEH! met mijn twisters; strijd met mijn bestrijders.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, pleit, recht, dat is, neem Gij mijne zaak op U, en voer mijn recht uit tegen mijne wederpartijders, betonende metterdaad dat het niet mijne, maar uw eigen zaak is; zie onder Ps. 43:1 , en Ps. 74:22 , en Ps. 119:154 ; Jes. 49:24 ; Jer. 50:34 , en Jer. 51:36 , enz. Psalmen 43:1 : Doe mij recht, o God! en twist Gij mijn twistzaak; bevrijd mij van het ongoedertieren volk, van den man des bedrogs en des onrechts. Psalmen 74:22 : Sta op, o God! twist Uw twistzaak; gedenk der smaadheid, die U van den dwaze wedervaart den ganse dag. Psalmen 119:154 : Twist mijn twistzaak, en verlos mij, maak mij levend, naar Uw toezegging. Jesaja 49:24 : Zou ook een machtige de vangst ontnomen worden, of zouden de gevangenen eens rechtvaardigen ontkomen? Jeremia 50:34 : Maar hun Verlosser is sterk, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; Hij zal hun twist zekerlijk twisten, opdat Hij het land in rust brenge, maar de inwoners van Babel beroere. Jeremia 51:36 : Daarom, zo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal uw twist twisten, en uw wraak wreken; en Ik zal haar zee droog maken, en haar springader opdrogen.",
          "text1637": "Ofte, pleyt, recht. dat is, neemt ghy mijne sake op u, ende voert mijn recht uyt tegen mijne wederpartijders, betoonende metter daet, dat het niet mijne, maer uwe eygene sake is. Siet ond. Psal. 43.1. ende 74.22. ende 119.154. Iesa. 49.25. Ierem. 50.34. ende 51.36, etc.",
          "text2026": "Of, pleit, recht, dat is, neem U mijn zaak op U, en voer mijn recht uit tegen mijn wederpartijders, betonende metterdaad dat het niet mijn, maar uw eigen zaak is; zie onder Ps. 43:1 , en Ps. 74:22 , en Ps. 119:154 ; Jes. 49:24 ; Jer. 50:34 , en Jer. 51:36 , enz. Psalmen 43:1 : Doe mij recht, o God! en twist U mijn twistzaak; bevrijd mij van het ongoedertieren volk, van de man van het bedrog en van de onrechts. Psalmen 74:22 : Sta op, o God! twist Uw twistzaak; gedenk van de smaadheid, die U van de dwaze wedervaart de gehele dag. Psalmen 119:154 : Twist mijn twistzaak, en verlos mij, maak mij levend, naar Uw toezegging. Jesaja 49:24 : Zou ook een machtige de vangst ontnomen worden, of zouden de gevangenen eens rechtvaardigen ontkomen? Jeremia 50:34 : Maar hun Verlosser is sterk, JAHWEH van de legermachten is Zijn Naam; Hij zal hun twist zekerlijk twisten, opdat Hij het land in rust brenge, maar de inwoners van Babel beroere. Jeremia 51:36 : Daarom, zo zegt JAHWEH: Ziet, Ik zal uw twist twisten, en uw wraak wreken; en Ik zal haar zee droog maken, en haar springader opdrogen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לְ/דָוִ֨ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "רִיבָ֣/ה",
          "strongs": "H7378",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "יְרִיבַ֑/י",
          "strongs": "H3401",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ֝חַ֗ם",
          "strongs": "H3898",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "לֹֽחֲמָֽ/י",
          "strongs": "H3898",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> psalm van David. Twist, JAHWEH! met mijn twisters; strijd met mijn bestrijders.",
      "textSV1888_html": "Een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> psalm van David. Twist, HEERE! met mijn twisters; strijd met mijn bestrijders.",
      "text1637_html": "[EEn Psalm] Davids. <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Twist, HEERE, met mijne twisters; strijdt met mijne bestrijders.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Grijp het schild en de rondas, en sta op tot mijn hulp.",
      "text1637": "Grijpt den schilt ende rondasse, ende staet op tot mijner hulpe.",
      "text2026": "Grijp het schild en het grote schild, en sta op tot mijn hulp.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַחֲזֵ֣ק",
          "strongs": "H2388",
          "morph": "HVhv2ms"
        },
        {
          "woord": "מָגֵ֣ן",
          "strongs": "H4043",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/צִנָּ֑ה",
          "strongs": "H6793",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/ק֗וּמָ/ה",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HC/Vqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עֶזְרָתִֽ/י",
          "strongs": "H5833",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Grijp het schild en het grote schild, en sta op tot mijn hulp.",
      "text1637_html": "Grijpt den schilt ende rondasse, ende staet op tot mijner hulpe.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de rondas,",
          "new": "het grote schild,",
          "principe": "V1236"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "En breng de spies voort, en sluit den weg toe, mijn vervolgers tegemoet; zeg tot mijn ziel: Ik ben uw Heil.",
      "text1637": "Ende [2] brengt de spiesse voort, ende [3] sluyt [den wech] toe, [4] mijne vervolgers te gemoete, [5] segt tot mijne ziele, Ick ben u [6] heyl.",
      "text2026": "En breng de speer voort, en sluit de weg toe, mijn vervolgers tegemoet; zeg tot mijn ziel: Ik ben uw Heil.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, vel, trek uit, breng uit.",
          "text1637": "Ofte, vellet, treckt uyt, brengt uyt.",
          "text2026": "Of, vel, trek uit, breng uit."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. Segor. Hetwelk sommigen menen te wezen de naam van een krijgswapen.",
          "text1637": "Hebr. Segor. het welck sommige meynen te wesen den name van een krijchswapen.",
          "text2026": "Hebr. Segor. Dat sommigen menen te wezen de naam van een krijgswapen."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mijn vervolgers tegemoet: Dat is, kom mijnen vervolgers voor, ga hen tegemoet en sluit hun den pas.",
          "text1637": "D. komt mijne vervolgers voor, gaetse te gemoete, ende sluyt haer den pas.",
          "text2026": "mijn vervolgers tegemoet: Dat is, kom mijn vervolgers voor, ga hen tegemoet en sluit hun de pas."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Betuig dit door uw Heiligen Geest in mij. Verg. Rom. 8:16 . Romeinen 8:16 : Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.",
          "text1637": "Betuycht dit door uwen heyligen Geest in my. Vergel. Rom. 8.16.",
          "text2026": "Betuig dit door uw Heilige Geest in mij. Verg. Rom. 8:16 . Romeinen 8:16 : Dezelfde Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen van God zijn."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, verlossing, behoudenis; dat is, uw verlosser, behouder.",
          "text1637": "Ofte, verlossinge, behoudenisse. dat is, uwe verlosser, behouder.",
          "text2026": "Of, verlossing, behoudenis; dat is, uw verlosser, behouder."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הָ֘רֵ֤ק",
          "strongs": "H7324",
          "morph": "HC/Vhv2ms"
        },
        {
          "woord": "חֲנִ֣ית",
          "strongs": "H2595",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ֭/סְגֹר",
          "strongs": "H5462",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/קְרַ֣את",
          "strongs": "H7125",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "רֹדְפָ֑/י",
          "strongs": "H7291",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֱמֹ֥ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ֝/נַפְשִׁ֗/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְֽשֻׁעָתֵ֥/ךְ",
          "strongs": "H3444",
          "morph": "HNcfsc/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "אָֽנִי",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> breng de speer voort, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> sluit de weg toe,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> mijn vervolgers tegemoet;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> zeg tot mijn ziel: Ik ben uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Heil.",
      "textSV1888_html": "En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> breng de spies voort, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> sluit den weg toe,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> mijn vervolgers tegemoet;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> zeg tot mijn ziel: Ik ben uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Heil.",
      "text1637_html": "Ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> brengt de spiesse voort, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> sluyt [den wech] toe, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> mijne vervolgers te gemoete, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> segt tot mijne ziele, Ick ben u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> heyl.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "spies",
          "new": "speer",
          "principe": "V326"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Laat hen beschaamd en te schande worden, die mijn ziel zoeken; laat hen achterwaarts gedreven en schaamrood worden, die kwaad tegen mij bedenken.",
      "text1637": "[a] Laetse beschaemt ende te schande worden, die mijne [7] ziele soecken; laetse achterwaerts gedreven, ende schaem-root worden, [8] die quaet tegen my bedencken.",
      "text2026": "Laat hen beschaamd en te schande worden, die mijn ziel zoeken; laat hen achteruit gedreven en schaamrood worden, die kwaad tegen mij bedenken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 40:15 ; Ps. 70:3 . Psalmen 40:15 : Laat hen te zamen beschaamd en schaamrood worden, die mijn ziel zoeken, om die te vernielen; laat hen achterwaarts gedreven worden, en te schande worden, die lust hebben aan mijn kwaad. Psalmen 70:3 : Laat hen beschaamd en schaamrood worden, die mijn ziel zoeken; laat hen achterwaarts gedreven en te schande worden, die lust hebben aan mijn kwaad.",
          "text1637": "Psal. 40.15. ende 70.3.",
          "text2026": "Ps. 40:15 ; Ps. 70:3 . Psalmen 40:15 : Laat hen te zamen beschaamd en schaamrood worden, die mijn ziel zoeken, om die te vernielen; laat hen achterwaarts gedreven worden, en te schande worden, die lust hebben aan mijn kwaad. Psalmen 70:3 : Laat hen beschaamd en schaamrood worden, die mijn ziel zoeken; laat hen achterwaarts gedreven en te schande worden, die lust hebben aan mijn kwaad."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "ziel zoeken: Dat is, naar mijn leven staan. Zie 2 Sam. 4:8 . 2 Samuël 4:8 : En zij brachten het hoofd van Isboseth tot David te Hebron, en zeiden tot den koning: Zie, daar is het hoofd van Isboseth, den zoon van Saul, uw vijand, die uw ziel zocht, alzo heeft de HEERE mijn heer den koning te dezen dage wrake gegeven van Saul en van zijn zaad.",
          "text1637": "D. nae mijn leven staen. siet 2.Sam. 4. op vers 8.",
          "text2026": "ziel zoeken: Dat is, naar mijn leven staan. Zie 2 Sam. 4:8 . 2 Samuël 4:8 : En zij brachten het hoofd van Isboseth tot David te Hebron, en zeiden tot de koning: Zie, daar is het hoofd van Isboseth, de zoon van Saul, uw vijand, die uw ziel zocht, zo heeft JAHWEH mijn heer de koning te deze dage wrake gegeven van Saul en van zijn zaad."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "die kwaad tegen mij bedenken: Hebr., רָעָתִֽ, die mijn kwaad [dat is ellende, verdrukking, ondergang] denken, voorhebben.",
          "text1637": "Hebr. die mijn quaet (dat is, elende, verdruckinge, onderganck) dencken, voor hebben.",
          "text2026": "die kwaad tegen mij bedenken: Hebr., רָעָתִֽ, die mijn kwaad [dat is ellende, verdrukking, ondergang] denken, voorhebben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יֵבֹ֣שׁוּ",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִכָּלְמוּ֮",
          "strongs": "H3637",
          "morph": "HC/VNi3mp"
        },
        {
          "woord": "מְבַקְשֵׁ֪י",
          "strongs": "H1245",
          "morph": "HVprmpc"
        },
        {
          "woord": "נַ֫פְשִׁ֥/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יִסֹּ֣גוּ",
          "strongs": "H5472",
          "morph": "HVNi3mp"
        },
        {
          "woord": "אָח֣וֹר",
          "strongs": "H268",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יַחְפְּר֑וּ",
          "strongs": "H2659",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        },
        {
          "woord": "חֹ֝שְׁבֵ֗י",
          "strongs": "H2803",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "רָעָתִֽ/י",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Laat hen beschaamd en te schande worden, die mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> ziel zoeken; laat hen achteruit gedreven en schaamrood worden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> die kwaad tegen mij bedenken.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Laat hen beschaamd en te schande worden, die mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> ziel zoeken; laat hen achterwaarts gedreven en schaamrood worden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> die kwaad tegen mij bedenken.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Laetse beschaemt ende te schande worden, die mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> ziele soecken; laetse achterwaerts gedreven, ende schaem-root worden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> die quaet tegen my bedencken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "achterwaarts",
          "new": "achteruit",
          "principe": "V157"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Laat hen worden als kaf voor den wind, en de Engel des HEEREN drijve hen weg.",
      "text1637": "Laetse worden als [b] caf voor den wint; ende de Engel des HEEREN drijvese wech.",
      "text2026": "Laat hen worden als kaf voor de wind, en de Engel van JAHWEH drijve hen weg.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Job 21:18 ; Ps. 1:4 ; Jes. 29:5 ; Hosea 13:3 . Job 21:18 : Dat zij gelijk stro worden voor den wind, en gelijk kaf, dat de wervelwind wegsteelt; Psalmen 1:4 : Alzo zijn de goddelozen niet, maar als het kaf, dat de wind henendrijft. Jesaja 29:5 : En de menigte uwer vreemde soldaten zal zijn gelijk dun stof, en de menigte der tirannen als voorbijvliegend kaf; en het zal in een ogenblik haastelijk geschieden. Hosea 13:3 : Daarom zullen zij zijn als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die henengaat; als kaf van den dorsvloer, en als rook uit den schoorsteen wordt weggestormd.",
          "text1637": "Iob 21.18. Psal. 1.4. Iesa. 29.5. Hos. 13.3.",
          "text2026": "Job 21:18 ; Ps. 1:4 ; Jes. 29:5 ; Hosea 13:3 . Job 21:18 : Dat zij gelijk stro worden voor de wind, en gelijk kaf, dat de wervelwind wegsteelt; Psalmen 1:4 : Zo zijn de goddelozen niet, maar als het kaf, dat de wind henendrijft. Jesaja 29:5 : En de menigte uw vreemde soldaten zal zijn gelijk dun stof, en de menigte van de tirannen als voorbijvliegend kaf; en het zal in een ogenblik haastig gebeuren. Hosea 13:3 : Daarom zullen zij zijn als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die heengaat; als kaf van de dorsvloer, en als rook uit de schoorsteen wordt weggestormd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִֽהְי֗וּ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/מֹ֥ץ",
          "strongs": "H4671",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנֵי",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "ר֑וּחַ",
          "strongs": "H7307",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מַלְאַ֖ךְ",
          "strongs": "H4397",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "דּוֹחֶֽה",
          "strongs": "H1760",
          "morph": "HVqrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat hen worden als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> kaf voor de wind, en de Engel van JAHWEH drijve hen weg.",
      "textSV1888_html": "Laat hen worden als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> kaf voor den wind, en de Engel des HEEREN drijve hen weg.",
      "text1637_html": "Laetse worden als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> caf voor den wint; ende de Engel des HEEREN drijvese wech.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Hun weg zij duister en gans slibberig; en de Engel des HEEREN vervolge hen.",
      "text1637": "Haer wech sy [9] duyster ende gantsch slibberich: ende de Engel des HEEREN vervolgese.",
      "text2026": "Hun weg zij duister en geheel spiegelglad; en de Engel van JAHWEH vervolge hen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "duister en gans slibberig: Hebr., חֹשֶׁךְ, duisternis en slibberigheden; dat zij niet kunnen voortkomen om mij te achterhalen. Verg. Jer. 23:12 . Jeremia 23:12 : Daarom zal hun weg hun zijn als zeer gladde plaatsen in de donkerheid; zij zullen aangedreven worden en daarin vallen; want Ik zal een kwaad over hen brengen in het jaar hunner bezoeking, spreekt de HEERE.",
          "text1637": "Hebr. duysternisse ende slibbericheden: datse niet konnen voortkomen, om my te achterhalen. Vergel. Ierem. 23.12.",
          "text2026": "duister en geheel slibberig: Hebr., חֹשֶׁךְ, duisternis en slibberigheden; dat zij niet kunnen voortkomen om mij te achterhalen. Verg. Jer. 23:12 . Jeremia 23:12 : Daarom zal hun weg hun zijn als zeer gladde plaatsen in de donkerheid; zij zullen aangedreven worden en daarin vallen; want Ik zal een kwaad over hen brengen in het jaar hun bezoeking, spreekt JAHWEH."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְֽהִי",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqj3ms"
        },
        {
          "woord": "דַרְכָּ֗/ם",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "חֹ֥שֶׁךְ",
          "strongs": "H2822",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/חֲלַקְלַקּ֑וֹת",
          "strongs": "H2519",
          "morph": "HC/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מַלְאַ֥ךְ",
          "strongs": "H4397",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יְ֝הוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "רֹדְפָֽ/ם",
          "strongs": "H7291",
          "morph": "HVqrmsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hun weg zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> duister en geheel spiegelglad; en de Engel van JAHWEH vervolge hen.",
      "textSV1888_html": "Hun weg zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> duister en gans slibberig; en de Engel des HEEREN vervolge hen.",
      "text1637_html": "Haer wech sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> duyster ende gantsch slibberich: ende de Engel des HEEREN vervolgese.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gans slibberig;",
          "new": "geheel spiegelglad;",
          "principe": "V327"
        },
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Want zij hebben zonder oorzaak de groeve van hun net voor mij verborgen; zij hebben zonder oorzaak gegraven voor mijn ziel.",
      "text1637": "Want sy hebben [10] sonder oorsake de groeve [11] hares nets voor my verborgen; sy hebben sonder oorsake [12] gegraven voor mijne ziele.",
      "text2026": "Want zij hebben zonder oorzaak de groeve van hun net voor mij verborgen; zij hebben zonder oorzaak gegraven voor mijn ziel.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zonder oorzaak: Hebr. tevergeefs, om niet; dat is, zonder reden. Alzo in het volgende, en onder vers 19 , en elders. Zie Job 2:3 . Psalmen 35:19 : Laat hen zich niet verblijden over mij, die mij om valse oorzaken vijanden zijn; noch wenken met de ogen, die mij zonder oorzaak haten. Job 2:3 : En de HEERE zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man, oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad; en hij houdt nog vast aan zijn oprechtigheid, hoewel gij Mij tegen hem opgehitst hebt, om hem te verslinden zonder oorzaak.",
          "text1637": "Hebr. te vergeefs, om niet. dat is, sonder reden, alsoo in’t volgende, ende ond. vers 19. ende elders. siet Iob 2. op vers 3.",
          "text2026": "zonder oorzaak: Hebr. tevergeefs, om niet; dat is, zonder reden. Zo in het volgende, en onder vers 19 , en elders. Zie Job 2:3 . Psalmen 35:19 : Laat hen zich niet verblijden over mij, die mij om valse oorzaken vijanden zijn; noch wenken met de ogen, die mij zonder oorzaak haten. Job 2:3 : En JAHWEH zei tot de satan: Hebt u ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man, oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad; en hij houdt nog vast aan zijn oprechtheid, hoewel u Mij tegen hem opgehitst hebt, om hem te verslinden zonder oorzaak."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hun net: Dat is, waarin zij hun net gelegd hebben; ene gelijkenis van vogelvangers en jagers genomen. De zin is, zij hebben mijn leven lagen gelegd, boze en listige aanslagen tegen mij uitgedacht, die dikwijls bij netten worden vergeleken. Zie boven, Ps. 9:16 , en Ps. 10:9 , en Ps. 25:15 , en Ps. 31:5 , en Ps. 141:10 , enz. Psalmen 9:16 : De heidenen zijn gezonken in de groeve, die zij gemaakt hadden; hunlieder voet is gevangen in het net, dat zij verborgen hadden. Psalmen 10:9 : Hij legt lagen in een verborgen plaats, gelijk een leeuw in zijn hol; hij legt lagen, om den ellendige te roven; hij rooft den ellendige, als hij hem trekt in zijn net. Psalmen 25:15 : Ain. Mijn ogen zijn geduriglijk op den HEERE, want Hij zal mijn voeten uit het net uitvoeren. Psalmen 31:5 : Doe mij uitgaan uit het net, dat zij voor mij verborgen hebben, want Gij zijt mijn Sterkte. Psalmen 141:10 : Dat de goddelozen elk in zijn garen vallen, te zamen, totdat ik zal zijn voorbijgegaan.",
          "text1637": "D. daer in sy haer net geleyt hebben: eene gelijckenisse van vogel-vangers ende jagers genomen. De sin is, sy hebben mijn leven lagen geleyt, boose ende listige aenslagen tegen my gepractiseert, die dickwijls by netten worden vergeleken. Siet bov. Psal. 9.16. ende 10.9. ende 25.15. ende 31.7, 8. ende 141.10, etc.",
          "text2026": "hun net: Dat is, waarin zij hun net gelegd hebben; een gelijkenis van vogelvanger en jagers genomen. De zin is, zij hebben mijn leven lage gelegd, boze en listige aanslagen tegen mij uitgedacht, die dikwijls bij netten worden vergeleken. Zie boven, Ps. 9:16 , en Ps. 10:9 , en Ps. 25:15 , en Ps. 31:5 , en Ps. 141:10 , enz. Psalmen 9:16 : De heidenen zijn gezonken in de groeve, die zij gemaakt hadden; hun voet is gevangen in het net, dat zij verborgen hadden. Psalmen 10:9 : Hij legt lagen in een verborgen plaats, gelijk een leeuw in zijn hol; hij legt lage, om de ellendige te roven; hij rooft de ellendige, als hij hem trekt in zijn net. Psalmen 25:15 : Ain. Mijn ogen zijn geduriglijk op JAHWEH, want Hij zal mijn voeten uit het net uitvoeren. Psalmen 31:5 : Doe mij uitgaan uit het net, dat zij voor mij verborgen hebben, want U bent mijn Sterkte. Psalmen 141:10 : Dat de goddelozen elk in zijn garen vallen, te zamen, totdat ik zal zijn voorbijgegaan."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, een kuil, uit Ps. 7:16 . Psalmen 7:16 : Hij heeft een kuil gedolven, en dien uitgegraven, maar hij is gevallen in de groeve, die hij gemaakt heeft.",
          "text1637": "T.w. eenen kuyl, uyt Psal. 7.16.",
          "text2026": "Te weten, een kuil, uit Ps. 7:16 . Psalmen 7:16 : Hij heeft een kuil gedolven, en die uitgegraven, maar hij is gevallen in de groeve, die hij gemaakt heeft."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "חִנָּ֣ם",
          "strongs": "H2600",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "טָֽמְנוּ",
          "strongs": "H2934",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לִ֭/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שַׁ֣חַת",
          "strongs": "H7845",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "רִשְׁתָּ֑/ם",
          "strongs": "H7568",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "חִ֝נָּ֗ם",
          "strongs": "H2600",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "חָפְר֥וּ",
          "strongs": "H2658",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לְ/נַפְשִֽׁ/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> zonder oorzaak de groeve<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> van hun net voor mij verborgen; zij hebben zonder oorzaak<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> gegraven voor mijn ziel.",
      "textSV1888_html": "Want zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> zonder oorzaak de groeve<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> van hun net voor mij verborgen; zij hebben zonder oorzaak<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> gegraven voor mijn ziel.",
      "text1637_html": "Want sy hebben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> sonder oorsake de groeve <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> hares nets voor my verborgen; sy hebben sonder oorsake <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> gegraven voor mijne ziele."
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "De verwoesting overkome hem, dat hij het niet wete, en zijn net, dat hij verborgen heeft, vange hemzelven; hij valle daarin met verwoesting.",
      "text1637": "De [13] verwoestinge overkome [14] hem, [15] dat hy ’t niet en wete, ende sijn net, dat hy verborgen heeft, vange hem selven; hy valle daerin [16] met verwoestinge.",
      "text2026": "De verwoesting overkome hem, dat hij het niet wete, en zijn net, dat hij verborgen heeft, vange hemzelf; hij valle daarin met verwoesting.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Het Hebr. woord betekent ene verwoesting, die met geraas, gedruis, rumoer en grote onstuimigheid overkomt.",
          "text1637": "Het Hebr. Woort beteeckent eene verwoestinge, die met geraes, gedruys, rumoer, ende groote ongestuymicheyt overkomt.",
          "text2026": "Het Hebr. woord betekent een verwoesting, die met geraas, gedruis, rumoer en grote onstuimigheid overkomt."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Mijn vervolger.",
          "text1637": "Mijnen vervolger.",
          "text2026": "Mijn vervolger."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "dat hij het niet wete: Dat is, onvoorziens, waar hij het gans niet meent of verwacht.",
          "text1637": "D. onversiens, daer hy’t gantsch niet en meent, ofte verwacht.",
          "text2026": "dat hij het niet wete: Dat is, onvoorziens, waar hij het geheel niet meent of verwacht."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met verwoesting: Dat is alzo, dat hij voorts verwoest en vernield worde. Anders, als er verwoesting is, hij valle daarin.",
          "text1637": "D. alsoo, dat hy voorts verwoest ende vernielt worde. and. alsser verwoestinge is, hy valle daer in.",
          "text2026": "met verwoesting: Dat is zo, dat hij verder verwoest en vernield worde. Anders, als er verwoesting is, hij valle daarin."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תְּבוֹאֵ֣/הוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi3fs/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "שׁוֹאָה֮",
          "strongs": "H7722",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יֵ֫דָ֥ע",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/רִשְׁתּ֣/וֹ",
          "strongs": "H7568",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "טָמַ֣ן",
          "strongs": "H2934",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "תִּלְכְּד֑/וֹ",
          "strongs": "H3920",
          "morph": "HVqi3fs/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ֝/שׁוֹאָ֗ה",
          "strongs": "H7722",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "יִפָּל",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "בָּֽ/הּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> verwoesting overkome<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> hem,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> dat hij het niet wete, en zijn net, dat hij verborgen heeft, vange hemzelf; hij valle daarin<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> met verwoesting.",
      "textSV1888_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> verwoesting overkome<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> hem,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> dat hij het niet wete, en zijn net, dat hij verborgen heeft, vange hemzelven; hij valle daarin<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> met verwoesting.",
      "text1637_html": "De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> verwoestinge overkome <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> hem, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> dat hy ’t niet en wete, ende sijn net, dat hy verborgen heeft, vange hem selven; hy valle daerin <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> met verwoestinge.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hemzelven;",
          "new": "hemzelf;",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Zo zal mijn ziel zich verheugen in den HEERE; zij zal vrolijk zijn in Zijn heil.",
      "text1637": "So sal mijne ziele haer verheugen in den HEERE; sy zal vrolick zijn in sijn heyl.",
      "text2026": "Zo zal mijn ziel zich verheugen in JAHWEH; zij zal vrolijk zijn in Zijn heil.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ֭/נַפְשִׁ/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HC/Ncbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תָּגִ֣יל",
          "strongs": "H1523",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/יהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "תָּ֝שִׂישׂ",
          "strongs": "H7797",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "בִּ/ישׁוּעָתֽ/וֹ",
          "strongs": "H3444",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zal mijn ziel zich verheugen in JAHWEH; zij zal vrolijk zijn in Zijn heil.",
      "text1637_html": "So sal mijne ziele haer verheugen in den HEERE; sy zal vrolick zijn in sijn heyl.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE;",
          "new": "JAHWEH;",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Al mijn beenderen zullen zeggen: HEERE, wie is U gelijk! U, Die den ellendige redt van dien, die sterker is dan hij, en den ellendige en nooddruftige van zijn berover.",
      "text1637": "[17] Alle mijne beenderen sullen seggen; HEERE, wie is u gelijck! die ghy den elendigen reddet van dien die stercker is dan hy; ende den elendigen ende nootdurftigen van sijnen beroover.",
      "text2026": "Al mijn beenderen zullen zeggen: JAHWEH, wie is U gelijk! U, Die de ellendige redt van die, die sterker is dan hij, en de ellendige en arme van zijn berover.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Al mijn beenderen: Dat is, ik zal uit al mijne binnenste kracht, of met al het vermogen mijns lichaams, U roemen. Verg. Ps. 51:10 . Psalmen 51:10 : Doe mij vreugde en blijdschap horen; dat de beenderen zich verheugen, die Gij verbrijzeld hebt.",
          "text1637": "D. ick sal uyt alle mijne binnenste kracht, ofte met al het vermogen mijns lichaems, u roemen. Vergel. Psal. 51. op vers 10.",
          "text2026": "Al mijn beenderen: Dat is, ik zal uit al mijn binnenste kracht, of met al het vermogen mijns lichaams, U roemen. Verg. Ps. 51:10 . Psalmen 51:10 : Doe mij vreugde en blijdschap horen; dat de beenderen zich verheugen, die U verbrijzeld hebt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כָּ֥ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עַצְמוֹתַ֨/י",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HNcfpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תֹּאמַרְנָה֮",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqi3fp"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִ֥י",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "כָ֫מ֥וֹ/ךָ",
          "strongs": "H3644",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מַצִּ֣יל",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HVhrmsa"
        },
        {
          "woord": "עָ֭נִי",
          "strongs": "H6041",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/חָזָ֣ק",
          "strongs": "H2389",
          "morph": "HR/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּ֑/נּוּ",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָנִ֥י",
          "strongs": "H6041",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/אֶבְי֗וֹן",
          "strongs": "H34",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/גֹּזְלֽ/וֹ",
          "strongs": "H1497",
          "morph": "HR/Vqrmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Al mijn beenderen zullen zeggen: JAHWEH, wie is U gelijk! U, Die de ellendige redt van die, die sterker is dan hij, en de ellendige en arme van zijn berover.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Al mijn beenderen zullen zeggen: HEERE, wie is U gelijk! U, Die den ellendige redt van dien, die sterker is dan hij, en den ellendige en nooddruftige van zijn berover.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Alle mijne beenderen sullen seggen; HEERE, wie is u gelijck! die ghy den elendigen reddet van dien die stercker is dan hy; ende den elendigen ende nootdurftigen van sijnen beroover.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "dien,",
          "new": "die,",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "nooddruftige",
          "new": "arme",
          "principe": "V384"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Wrevelige getuigen staan er op; hetgeen ik niet weet, eisen zij van mij.",
      "text1637": "[18] Wrevelige getuygen staender op; ’tgene [19] ich niet en weet, eysschen sy van my.",
      "text2026": "Valse getuigen staan er op; wat ik niet weet, eisen zij van mij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Wrevelige getuigen: Hebr., עֵדֵי, getuigen des wrevels; of des gewelds; dat is, die mij met valsheid pogen te verdrukken en met geweld doen overvallen.",
          "text1637": "Hebr. getuygen des wrevels, ofte, gewelts. dat is, die my met valscheyt pogen te verdrucken, ende met gewelt doen overvallen.",
          "text2026": "Wrevelige getuigen: Hebr., עֵדֵי, getuigen van de wrevels; of van het geweld; dat is, die mij met valsheid pogen te verdrukken en met geweld doen overvallen."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "ik niet weet: Dat is, zij leggen mij ten laste, des ik mij niet bewust ben.",
          "text1637": "D. sy leggen my te laste, des ick my niet bewust en ben.",
          "text2026": "ik niet weet: Dat is, zij leggen mij ten laste, van de ik mij niet bewust ben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְ֭קוּמוּ/ן",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HVqi3mp/Sn"
        },
        {
          "woord": "עֵדֵ֣י",
          "strongs": "H5707",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "חָמָ֑ס",
          "strongs": "H2555",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָ֝דַ֗עְתִּי",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁאָלֽוּ/נִי",
          "strongs": "H7592",
          "morph": "HVqi3mp/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Valse getuigen staan er op; wat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> ik niet weet, eisen zij van mij.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Wrevelige getuigen staan er op; hetgeen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> ik niet weet, eisen zij van mij.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Wrevelige getuygen staender op; ’tgene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> ich niet en weet, eysschen sy van my.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Wrevelige",
          "new": "Valse",
          "principe": "V328"
        },
        {
          "old": "hetgeen",
          "new": "wat",
          "principe": "V4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Zij vergelden mij kwaad voor goed, de beroving mijner ziel.",
      "text1637": "Sy vergelden my quaet voor goet, [20] de beroovinge mijner ziele.",
      "text2026": "Zij vergelden mij kwaad voor goed, de beroving van mijn ziel.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, zij zoeken mij van mijn leven te beroven.",
          "text1637": "D. sy soecken my van mijn leven te berooven.",
          "text2026": "Dat is, zij zoeken mij van mijn leven te beroven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְשַׁלְּמ֣וּ/נִי",
          "strongs": "H7999",
          "morph": "HVpi3mp/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "רָ֭עָה",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "תַּ֥חַת",
          "strongs": "H8478",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "טוֹבָ֗ה",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁכ֣וֹל",
          "strongs": "H7908",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/נַפְשִֽׁ/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij vergelden mij kwaad voor goed,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> de beroving van mijn ziel.",
      "textSV1888_html": "Zij vergelden mij kwaad voor goed,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> de beroving mijner ziel.",
      "text1637_html": "Sy vergelden my quaet voor goet, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> de beroovinge mijner ziele.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Mij aangaande daarentegen, als zij krank waren, was een zak mijn kleed; ik kwelde mijn ziel met vasten, en mijn gebed keerde weder in mijn boezem.",
      "text1637": "My daerentegen aengaende, als sy kranck waren, was een [21] sack mijn kleet, ick quelde mijne ziele met vasten, ende mijn gebedt [22] keerde weder in mijnen boesem.",
      "text2026": "Wat mij betreft daarentegen, als zij ziek waren, was een zak mijn kleed; ik kwelde mijn ziel met vasten, en mijn gebed keerde weer in mijn boezem.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zak mijn kleed: Dat is, ik droeg rouw over hen. Zie Gen. 37:34 . Genesis 37:34 : Toen scheurde Jakob zijn klederen, en legde een zak om zijn lenden; en hij bedreef rouw over zijn zoon vele dagen.",
          "text1637": "D. ick droech rouwe over hen. siet Gen. 37. op vers 34.",
          "text2026": "zak mijn kleed: Dat is, ik droeg rouw over hen. Zie Gen. 37:34 . Genesis 37:34 : Toen scheurde Jakob zijn kleren, en legde een zak om zijn lenden; en hij bedreef rouw over zijn zoon vele dagen."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "keerde weder in mijn boezem: Dat is, ik herhaalde dikwijls in stilte en bij mijzelven mijn gebed voor hen. Hij wil zeggen dat hij het oprecht en wèl met hen gemeend heeft. Anders, mijn gebed kere weder in mijnen boezem, of schoot; dat is, mij wedervare zulks, gelijk ik voor hen gebeden heb.",
          "text1637": "D. ick wederhaelde dickwijls in stilte ende by my selven mijn gebedt voor hen. Hy wil seggen, dat hy ’t oprechtelick ende wel met hen gemeynt hebbe. And. mijn gebedt keere weder in mijnen boesem, ofte, schoot. dat is, my wedervare sulcx, als ick voor hen gebeden hebbe.",
          "text2026": "keerde weer in mijn boezem: Dat is, ik herhaalde dikwijls in stilte en bij mijzelf mijn gebed voor hen. Hij wil zeggen dat hij het oprecht en wèl met hen gemeend heeft. Anders, mijn gebed kere weer in mijn boezem, of schoot; dat is, mij wedervare zulks, gelijk ik voor hen gebeden heb."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/אֲנִ֤י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/חֲלוֹתָ֡/ם",
          "strongs": "H2470",
          "morph": "HR/Vqc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְב֬וּשִׁ/י",
          "strongs": "H3830",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שָׂ֗ק",
          "strongs": "H8242",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "עִנֵּ֣יתִי",
          "strongs": "H6031",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַ/צּ֣וֹם",
          "strongs": "H6685",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִׁ֑/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/תְפִלָּתִ֗/י",
          "strongs": "H8605",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "חֵיקִ֥/י",
          "strongs": "H2436",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תָשֽׁוּב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqi3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Wat mij betreft daarentegen, als zij ziek waren, was een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> zak mijn kleed; ik kwelde mijn ziel met vasten, en mijn gebed<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> keerde weer in mijn boezem.",
      "textSV1888_html": "Mij aangaande daarentegen, als zij krank waren, was een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> zak mijn kleed; ik kwelde mijn ziel met vasten, en mijn gebed<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> keerde weder in mijn boezem.",
      "text1637_html": "My daerentegen aengaende, als sy kranck ware<i>n</i>, was een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> sack mijn kleet, ick quelde mijne ziele met vasten, ende mijn gebedt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> keerde weder in mijnen boesem.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Mij aangaande",
          "new": "Wat mij betreft",
          "principe": "V389"
        },
        {
          "old": "krank",
          "new": "ziek",
          "principe": "V46"
        },
        {
          "old": "weder",
          "new": "weer",
          "principe": "V66"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Ik ging steeds, alsof het een vriend, alsof het mij een broeder geweest ware; ik ging gebukt in het zwart, als een, die over zijn moeder treurt.",
      "text1637": "Ick [23] ginck steets, als of het een vrient, als of het my een broeder geweest ware; ick ginck gebuckt [24] in’t swart, als een die over [sijne] moeder treurt.",
      "text2026": "Ik ging steeds, alsof het een vriend, alsof het mij een broer geweest was; ik ging gebukt in het zwart, als een, die over zijn moeder treurt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "ging steeds, …: Dat is, ik hield en gedroeg mij niet anders dan of zij van mijn naaste bloedvrienden geweest waren. Anders, ik ging steeds [tot hen] als [tot] enz. Dat is, ik bezocht hen dagelijks.",
          "text1637": "D. ick hieldt ende droech my niet anders, als of sy van mijne naeste bloetvrienden geweest waren. anders, ick ginck steets [tot hen], als [tot], etc. dat is, ick besochtse dagelicks.",
          "text2026": "ging steeds, …: Dat is, ik hield en gedroeg mij niet anders dan of zij van mijn naaste bloedvrienden geweest waren. Anders, ik ging steeds [tot hen] als [tot] enz. Dat is, ik bezocht hen dagelijks."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in het zwart: Dat is, in het zwart gekleed, gelijk de rouwdragenden gewoon zijn te doen. Alzo Ps. 38:7 , en Ps. 42:10 , en Ps. 43:2 . Zie ook Job 5:11 . Psalmen 38:7 : Ik ben krom geworden, ik ben uitermate zeer nedergebogen; ik ga den gansen dag in het zwart. Psalmen 42:10 : Ik zal zeggen tot God: Mijn Steenrots! waarom vergeet Gij mij? Waarom ga ik in het zwart, vanwege des vijands onderdrukking? Psalmen 43:2 : Want Gij zijt de God mijner sterkte; waarom verstoot Gij mij dan? Waarom ga ik steeds in het zwart, vanwege des vijands onderdrukking? Job 5:11 : Om de vernederden te stellen in het hoge; dat de rouwdragenden door heil verheven worden.",
          "text1637": "Dat is, in ’t swart gekleet, als de rouw-dragende gewoon zijn te doen. alsoo Psal. 38.7. ende 42.10. ende 43.2. Siet oock Iob 5. op vers 11.",
          "text2026": "in het zwart: Dat is, in het zwart gekleed, gelijk de rouwdragenden gewoon zijn te doen. Zo Ps. 38:7 , en Ps. 42:10 , en Ps. 43:2 . Zie ook Job 5:11 . Psalmen 38:7 : Ik ben krom geworden, ik ben bovenmate zeer nedergebogen; ik ga de gansen dag in het zwart. Psalmen 42:10 : Ik zal zeggen tot God: Mijn Steenrots! waarom vergeet U mij? Waarom ga ik in het zwart, vanwege de onderdrukking van de vijand? Psalmen 43:2 : Want U bent de God mijn sterkte; waarom verstoot U mij dan? Waarom ga ik steeds in het zwart, vanwege de onderdrukking van de vijand? Job 5:11 : Om de vernederden te stellen in het hoge; dat de rouwdragenden door heil verheven worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כְּ/רֵֽעַ",
          "strongs": "H7453",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כְּ/אָ֣ח",
          "strongs": "H251",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ֭/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הִתְהַלָּ֑כְתִּי",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVtp1cs"
        },
        {
          "woord": "כַּ/אֲבֶל",
          "strongs": "H57",
          "morph": "HR/Aamsc"
        },
        {
          "woord": "אֵ֝֗ם",
          "strongs": "H517",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "קֹדֵ֥ר",
          "strongs": "H6937",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "שַׁחֽוֹתִי",
          "strongs": "H7817",
          "morph": "HVqp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> ging steeds, alsof het een vriend, alsof het mij een broer geweest was; ik ging gebukt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> in het zwart, als een, die over zijn moeder treurt.",
      "textSV1888_html": "Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> ging steeds, alsof het een vriend, alsof het mij een broeder geweest ware; ik ging gebukt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> in het zwart, als een, die over zijn moeder treurt.",
      "text1637_html": "Ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> ginck steets, als of het een vrient, als of het my een broeder geweest ware; ick ginck gebuckt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> in’t swart, als een die over [sijne] moeder treurt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "broeder",
          "new": "broer",
          "principe": "O22a"
        },
        {
          "old": "ware;",
          "new": "was;",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Maar als ik hinkte, waren zij verblijd, en verzamelden zich; zij verzamelden zich tot mij als geslagenen, en ik merkte niets; zij scheurden hun klederen, en zwegen niet stil.",
      "text1637": "Maer als ick [25] hinckte, waren sy verblijt, ende versamelden sich; sy versamelden sich tot my [26] [als] geslagene, ende ick en [27] merckte niets; sy scheurden [hare kleederen], ende en [28] swegen niet stil.",
      "text2026": "Maar als ik hinkte, waren zij verblijd, en verzamelden zich; zij verzamelden zich tot mij als geslagenen, en ik merkte niets; zij scheurden hun kleren, en zwegen niet stil.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is als mijne zaken kwalijk gingen, dat het scheen alsof ik zou moeten struikelen en vallen. Alzo Ps. 38:18 ; Jer. 20:10 . Verg. Job 12:5 . Psalmen 38:18 : Want ik ben tot hinken gereed, en mijn smart is steeds voor mij. Jeremia 20:10 : Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven; al mijn vredegenoten nemen acht op mijn hinking; zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, dan zullen wij hem overmogen, en onze wraak van hem nemen. Job 12:5 : Hij is een verachte fakkel, naar de mening desgenen, die gerust is; hij is gereed met den voet te struikelen.",
          "text1637": "D. als mijne saken qualick gingen, dat het scheen, als of ick soude moeten struyckelen ende vallen. alsoo Psal. 38.18. Iere. 20.10. Vergel. Iob. 12.5.",
          "text2026": "Dat is als mijn zaken kwalijk gingen, dat het scheen alsof ik zou moeten struikelen en vallen. Zo Ps. 38:18 ; Jer. 20:10 . Verg. Job 12:5 . Psalmen 38:18 : Want ik ben tot hinken gereed, en mijn smart is steeds voor mij. Jeremia 20:10 : Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven; al mijn vredegenoten nemen acht op mijn hinking; zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, dan zullen wij hem overmogen, en onze wraak van hem nemen. Job 12:5 : Hij is een verachte fakkel, naar de mening van degene, die gerust is; hij is gereed met de voet te struikelen."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "als geslagenen: Te weten, aan de voeten; gelijk enigen dit nemen. Dat is, zich houdende alsof zij lam waren en van rouw over mijn ongeluk hinkten. Zie 2 Sam. 4:4 , en 2 Sam. 9:3 , alwaar deze woorden alzo bij het woord geslagen gevonden worden, van Mefiboseth; of versta, geslagene, dat is, verslagen zijnde [van geest,] uit Jes. 66:2 , blijvende de zin gelijk, of, als [mede] geslagene. Want zij wilden met hun lichamelijke gebaren [als hinken en klederen te scheuren ] te kennen geven dat zij bemoeid en bekommerd waren over Davids lijden, doch valselijk en als huichelaars. Anders worden deze woorden aldus overgezet: fielten, of boeven, [die voor zulken bekend waren, dat zij slagen of geselen verdiend hadden, dat is, het snoodste gespuis onder het volk, daar toe opgerokkend zijnde]; verzamelden zich tegen mij, die ik niet kende; [en vervolgens nimmer leed gedaan had] zij scheurden [de keel] op [dat is, plaagden en spotten] en hielden niet op. Beide overzettingen hebben een goeden zin, hoewel hetgeen in den tekst gesteld is, naast met de eigenschap der Hebr., spraak schijnt overeen te komen; waarvan de verstandige lezer kan oordelen. 2 Samuël 4:4 : En Jonathan, Sauls zoon, had een zoon, die geslagen was aan beide voeten; vijf jaren was hij oud als het gerucht van Saul en Jonathan uit Jizreël kwam; en zijn voedster hem opnam, en vluchtte; en het geschiedde, als zij haastte, om te vluchten, dat hij viel en kreupel werd; en zijn naam was Mefiboseth. 2 Samuël 9:3 : En de koning zeide: Is er nog iemand van het huis van Saul, dat ik Gods weldadigheid bij hem doe? Toen zeide Ziba tot den koning: Er is nog een zoon van Jonathan, die geslagen is aan beide voeten. Jesaja 66:2 : Want Mijn hand heeft al deze dingen gemaakt, en al deze dingen zijn geweest, spreekt de HEERE; maar op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft.",
          "text1637": "T.w. aen de voeten. als eenige dit nemen. Dat is, haer houdende, als of sy lam waren, ende van rouwe over mijn ongeluck hinckten. Siet 2.Sam. 4.4. ende 9.3. alwaer dese woorden alsoo by het woort, geslagen, gevonden worden, van Mephiboseth: ofte verstaet, geslagene, D. verslagen zijnde [van geeste], uyt Iesa. 66.2. blijvende den sin gelijck, ofte, als [mede] geslagene. want sy met hare lichamelicke gebeerden (als hincken ende kleederen te scheuren) wilden te kennen geven, datse bemoeyt ende bekommert waren over Davids lijden, doch valschelick ende als huychelaers. And. worden dese woorden aldus overgeset: Fielten: ofte, boeven, (die voor sulcke bekent waren, datse slagen ofte geesselen verdient hadden, dat is, het snootste gespuys onder den volcke, daer toe opgerockent zijnde:) versamelden hen tegen my, die ick niet en kende, (ende volgens noyt leet gedaen en hadde) sy scheurden [de kele] op (Dat is, gabberden ende spotteden) ende hielden niet op. beyde oversettingen hebben eenen goeden sin, hoewel ’t gene in den Text gestelt is, naest met de eygenschap der hebreeuscher sprake schijnt over een te komen: waer van de verstandige leser kan oordeelen.",
          "text2026": "als geslagenen: Te weten, aan de voeten; gelijk enige dit nemen. Dat is, zich houdende alsof zij lam waren en van rouw over mijn ongeluk hinkten. Zie 2 Sam. 4:4 , en 2 Sam. 9:3 , alwaar deze woorden zo bij het woord geslagen gevonden worden, van Mefiboseth; of versta, geslagene, dat is, verslagen zijnde [van geest,] uit Jes. 66:2 , blijvende de zin gelijk, of, als [mee] geslagene. Want zij wilden met hun lichamelijke gebaren [als hinken en kleren te scheuren ] te kennen geven dat zij bemoeid en bekommerd waren over Davids lijden, maar valselijk en als huichelaars. Anders worden deze woorden aldus overgezet: fielten, of boeven, [die voor zulken bekend waren, dat zij slagen of geselen verdiend hadden, dat is, het snoodste gespuis onder het volk, daar toe opgerokkend zijnde]; verzamelden zich tegen mij, die ik niet kende; [en vervolgens nimmer leed gedaan had] zij scheurden [de keel] op [dat is, plaagden en spotten] en hielden niet op. Beide overzettingen hebben een goede zin, hoewel wat in de tekst gesteld is, naast met de eigenschap van de Hebr., spraak schijnt overeen te komen; waarvan de verstandige lezer kan oordelen. 2 Samuël 4:4 : En Jonathan, Sauls zoon, had een zoon, die geslagen was aan beide voeten; vijf jaren was hij oud als het gerucht van Saul en Jonathan uit Jizreël kwam; en zijn voedster hem opnam, en vluchtte; en het geschiedde, als zij haastte, om te vluchten, dat hij viel en kreupel werd; en zijn naam was Mefiboseth. 2 Samuël 9:3 : En de koning zei: Is er nog iemand van het huis van Saul, dat ik Gods weldadigheid bij hem doe? Toen zei Ziba tot de koning: Er is nog een zoon van Jonathan, die geslagen is aan beide voeten. Jesaja 66:2 : Want Mijn hand heeft al deze dingen gemaakt, en al deze dingen zijn geweest, spreekt JAHWEH; maar op deze zal Ik zien, op de arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "merkte niets: Te weten, niets kwaads, ik dacht niet dat zij huichelden en mij bedrogen maar meende dat zij het van harte deden.",
          "text1637": "T.w. niet quaets, ick dachte niet dat sy huychelden ende my bedrogen, maer meynde dat sy’t van herten deden.",
          "text2026": "merkte niets: Te weten, niets kwaads, ik dacht niet dat zij huichelden en mij bedrogen maar meende dat zij het van hart deden."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zwegen niet stil: Maar troostten mij, weenden over mij. Of, doch zij zwegen niet; maar achter mijn rug toonden zij genoeg hoe zij het meenden, gelijk volgt.",
          "text1637": "Maer troosteden my, weenden over my. ofte, doch sy en swegen niet: maer achter mijnen rugge toonden sy genoech hoe sy’t meynden, als volgt.",
          "text2026": "zwegen niet stil: Maar troostten mij, weenden over mij. Of, maar zij zwegen niet; maar achter mijn rug toonden zij genoeg hoe zij het meenden, gelijk volgt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/בְ/צַלְעִ/י֮",
          "strongs": "H6761",
          "morph": "HC/R/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שָׂמְח֪וּ",
          "strongs": "H8055",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/נֶאֱ֫סָ֥פוּ",
          "strongs": "H622",
          "morph": "HC/VNp3cp"
        },
        {
          "woord": "נֶאֶסְפ֬וּ",
          "strongs": "H622",
          "morph": "HVNp3cp"
        },
        {
          "woord": "עָלַ֣/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נֵ֭כִים",
          "strongs": "H5222",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יָדַ֑עְתִּי",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "קָֽרְע֥וּ",
          "strongs": "H7167",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "דָֽמּוּ",
          "strongs": "H1826",
          "morph": "HVqp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar als ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> hinkte, waren zij verblijd, en verzamelden zich; zij verzamelden zich tot mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> als geslagenen, en ik merkte niets; zij scheurden hun kleren, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> zwegen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> niet stil.",
      "textSV1888_html": "Maar als ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> hinkte, waren zij verblijd, en verzamelden zich; zij verzamelden zich tot mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> als geslagenen, en ik merkte niets; zij scheurden hun klederen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> zwegen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> niet stil.",
      "text1637_html": "Maer als ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> hinckte, waren sy verblijt, ende versamelden sich; sy versamelden sich tot my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> [als] geslagene, ende ick en <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> merckte niets; sy scheurden [hare kleederen], ende en <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> swegen niet stil.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "klederen,",
          "new": "kleren,",
          "principe": "V68"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Onder de huichelende spotachtige tafelbroeders knersten zij over mij met hun tanden.",
      "text1637": "Onder de huychelsche [29] spotachtige tafel-broers, knersten sy over my met hare tanden.",
      "text2026": "Onder de huichelende spotachtige tafelbroeders knersten zij over mij met hun tanden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "spotachtige tafelbroeders: Of, smetbroeders, tafellikkers. Hebr. eigenlijk, spotters van den koek, of koekspotters. [Hebr. spotting van den koek ]; dat is, die hunne gebaren en tongen om een stuk broods, of smets, [gelijk men zegt] verkopen, sprekende en doende alles naar het believen desgenen, die hun buik vult, waarom ook het Hebreeuwse woord bij sommigen voorts genomen wordt voor boetsmakers, spotvogels. Hij wil zeggen: Als zij bij dit hun volkje zijn, dan uiten zij de bitterheid huns harten tegen mij, wensende mij alles kwaads en verdrietig zijnde dat het nog zo lang met mij duurt. Van het knarsen met de tanden, zie Job 16:9 . Job 16:9 : Zijn toorn verscheurt, en Hij haat mij; Hij knerst over mij met Zijn tanden; mijn wederpartijder scherpt zijn ogen tegen mij.",
          "text1637": "Ofte, smets-broeders, tellieur-leckers. Hebr. eygentlick: spotters van de koeck. ofte, koeck-spotters. (Hebr. spottinge der koecke) D. die hare gebeerden ende tongen om een stuck broots, ofte, smets, (als men seyt) verkoopen, sprekende ende doende alles nae het believen des genen, die haer den balch vult, daerom oock het Hebreeusch woort by sommige voorts genomen wort voor boets-makers, speel-vogels. Hy wil seggen: als sy by dit haer volcxken zijn, dan uyteren sy de bitterheyt hares herten tegen my, wenschende my alles quaets, ende verdrietich zijnde dat het noch soo lange met my duert. van het knerssen met de tanden, siet Iob 16. op vers 9.",
          "text2026": "spotachtige tafelbroers: Of, smetbroers, tafellikkers. Hebr. eigenlijk, spotters van de koek, of koekspotters. [Hebr. spotting van de koek ]; dat is, die hun gebaren en tongen om een stuk broods, of smets, [gelijk men zegt] verkopen, sprekende en doende alles naar het believen van degene, die hun buik vult, waarom ook het Hebreeuwse woord bij sommigen verder genomen wordt voor boetsmakers, spotvogels. Hij wil zeggen: Als zij bij dit hun volkje zijn, dan uiten zij de bitterheid huns harten tegen mij, wensende mij alles kwaads en verdrietig zijnde dat het nog zo lang met mij duurt. Van het knarsen met de tanden, zie Job 16:9 . Job 16:9 : Zijn toorn verscheurt, en Hij haat mij; Hij knerst over mij met Zijn tanden; mijn wederpartijder scherpt zijn ogen tegen mij."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ֭/חַנְפֵי",
          "strongs": "H2611",
          "morph": "HR/Aampc"
        },
        {
          "woord": "לַעֲגֵ֣י",
          "strongs": "H3934",
          "morph": "HAampc"
        },
        {
          "woord": "מָע֑וֹג",
          "strongs": "H4580",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "חָרֹ֖ק",
          "strongs": "H2786",
          "morph": "HVqa"
        },
        {
          "woord": "עָלַ֣/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שִׁנֵּֽי/מוֹ",
          "strongs": "H8127",
          "morph": "HNcbdc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Onder de huichelende<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> spotachtige tafelbroeders knersten zij over mij met hun tanden.",
      "textSV1888_html": "Onder de huichelende<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> spotachtige tafelbroeders knersten zij over mij met hun tanden.",
      "text1637_html": "Onder de huychelsche <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> spotachtige tafel-broers, knersten sy over my met hare tanden."
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "HEERE! hoe lang zult Gij toezien? Breng mijn ziel weder van hunlieder verwoestingen, mijn eenzame van de jonge leeuwen.",
      "text1637": "Heere, hoe lange sult ghy toesien? Brengt mijne ziele weder van haerlieder verwoestingen; mijne [30] eensame van de jonge leeuwen.",
      "text2026": "JAHWEH! hoe lang zult U toezien? Breng mijn ziel weer van hun verwoestingen, mijn eenzame van de jonge leeuwen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verst, mijn ziel; gelijk Ps. 22:21 ; zie aldaar. Psalmen 22:21 : Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld des honds.",
          "text1637": "Verstaet mijne ziele: als Psal. 22.21. Siet aldaer.",
          "text2026": "Verst, mijn ziel; gelijk Ps. 22:21 ; zie daar. Psalmen 22:21 : Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld van de honds."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲדֹנָ/י֮",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כַּ/מָּ֪ה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HR/Ti"
        },
        {
          "woord": "תִּ֫רְאֶ֥ה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "הָשִׁ֣יבָ/ה",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVhv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "נַ֭פְשִׁ/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/שֹּׁאֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H7722",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מִ֝/כְּפִירִ֗ים",
          "strongs": "H3715",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "יְחִידָתִֽ/י",
          "strongs": "H3173",
          "morph": "HAafsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH! hoe lang zult U toezien? Breng mijn ziel weer van hun verwoestingen, mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> eenzame van de jonge leeuwen.",
      "textSV1888_html": "HEERE! hoe lang zult Gij toezien? Breng mijn ziel weder van hunlieder verwoestingen, mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> eenzame van de jonge leeuwen.",
      "text1637_html": "Heere, hoe lange sult ghy toesien? Brengt mijne ziele weder van haerlieder verwoestingen; mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> eensame van de jonge leeuwen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "weder",
          "new": "weer",
          "principe": "V66"
        },
        {
          "old": "hunlieder",
          "new": "hun",
          "principe": "V329"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Zo zal ik U loven in de grote gemeente; onder machtig veel volks zal ik U prijzen.",
      "text1637": "[c] So sal ick u loven in de groote Gemeynte; onder machtich veel volcx sal ick u prijsen.",
      "text2026": "Zo zal ik U loven in de grote gemeente; onder machtig veel volk zal ik U prijzen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 40:10 ; idem 40:11 ; Ps. 111:1 . Psalmen 40:10 : Ik boodschap de gerechtigheid in de grote gemeente; zie, mijn lippen bedwing ik niet; HEERE! Gij weet het. Psalmen 40:11 : Uw gerechtigheid bedek ik niet in het midden mijns harten; Uw waarheid en Uw heil spreek ik uit; Uw weldadigheid en Uw trouw verheel ik niet in de grote gemeente. Psalmen 111:1 : Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.",
          "text1637": "Psal. 40.10, 11. ende 111.5.",
          "text2026": "Ps. 40:10 ; idem 40:11 ; Ps. 111:1 . Psalmen 40:10 : Ik boodschap de gerechtigheid in de grote gemeente; zie, mijn lippen bedwing ik niet; JAHWEH! U weet het. Psalmen 40:11 : Uw gerechtigheid bedek ik niet in het midden mijns harten; Uw waarheid en Uw heil spreek ik uit; Uw weldadigheid en Uw trouw verheel ik niet in de grote gemeente. Psalmen 111:1 : Hallelujah! Aleph. Ik zal JAHWEH loven van ganser hart; Beth. In de raad en vergadering van de oprechten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "א֭וֹדְ/ךָ",
          "strongs": "H3034",
          "morph": "HVhi1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קָהָ֣ל",
          "strongs": "H6951",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "רָ֑ב",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עַ֖ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עָצ֣וּם",
          "strongs": "H6099",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "אֲהַֽלְלֶֽ/ךָּ",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HVpi1cs/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Zo zal ik U loven in de grote gemeente; onder machtig veel volk zal ik U prijzen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Zo zal ik U loven in de grote gemeente; onder machtig veel volks zal ik U prijzen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> So sal ick u loven in de groote Gemeynte; onder machtich veel volcx sal ick u prijsen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "volks",
          "new": "volk",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Laat hen zich niet verblijden over mij, die mij om valse oorzaken vijanden zijn; noch wenken met de ogen, die mij zonder oorzaak haten.",
      "text1637": "Laetse hen niet verblijden over my, die my om [31] valsche oorsaken vyant zijn; [noch] [32] wencken met de oogen, [d] die my [33] sonder oorsake haten.",
      "text2026": "Laat hen zich niet verblijden over mij, die mij om valse oorzaken vijanden zijn; noch wenken met de ogen, die mij zonder oorzaak haten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "valse oorzaken: Hebr. leugen, of, valsheid, valselijk; Dat is, om de valse oorzaken, gelijk Ps. 38:20 , en Ps. 69:5 . Psalmen 38:20 : Maar mijn vijanden zijn levende, worden machtig; en die mij om valse oorzaken haten, worden groot. Psalmen 69:5 : Die mij zonder oorzaak haten, zijn meer dan de haren mijns hoofds; die mij zoeken te vernielen, die mij om valse oorzaken vijand zijn, zijn machtig geworden; wat ik niet geroofd heb, moet ik alsdan wedergeven.",
          "text1637": "Hebr. leugen, ofte, valscheyt, valschelick. dat is, om valsche oorsaken als Psal. 38.20. ende 69.5.",
          "text2026": "valse oorzaken: Hebr. leugen, of, valsheid, valselijk; Dat is, om de valse oorzaken, gelijk Ps. 38:20 , en Ps. 69:5 . Psalmen 38:20 : Maar mijn vijanden zijn levende, worden machtig; en die mij om valse oorzaken haten, worden groot. Psalmen 69:5 : Die mij zonder oorzaak haten, zijn meer dan de haar mijns hoofds; die mij zoeken te vernielen, die mij om valse oorzaken vijand zijn, zijn machtig geworden; wat ik niet geroofd heb, moet ik alsdan wedergeven."
        },
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Joh. 15:25 . Johannes 15:25 : Maar dit geschiedt, opdat het woord vervuld worde, dat in hun wet geschreven is: Zij hebben mij zonder oorzaak gehaat.",
          "text1637": "Iohan. 15.25.",
          "text2026": "Joh. 15:25 . Johannes 15:25 : Maar dit geschiedt, opdat het woord vervuld worde, dat in hun wet geschreven is: Zij hebben mij zonder oorzaak gehaat."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "wenken met de ogen: Dat is, mij spijtig en spotachtig aanzien, mij dreigende, alsof zij wilden zeggen: Men zal u haast leren, enz. Verg. Spreuk. 6:13 , en Spreuk. 10:10 . Spreuken 6:13 : Wenkt met zijn ogen, spreekt met zijn voeten, leert met zijn vingeren; Spreuken 10:10 : Die met het oog wenkt, richt smart aan; en een dwaas van lippen zal omgeworpen worden.",
          "text1637": "D. my spijtich ende spotachtich aensien, my dreygende, als of sy wilden seggen: men sal ’t u haest leeren, etc. Vergel. Prov. 6.13. ende 10.10.",
          "text2026": "wenken met de ogen: Dat is, mij spijtig en spotachtig aanzien, mij dreigende, alsof zij wilden zeggen: Men zal u haast leren, enz. Verg. Spr. 6:13 , en Spr. 10:10 . Spreuken 6:13 : Wenkt met zijn ogen, spreekt met zijn voeten, leert met zijn vingeren; Spreuken 10:10 : Die met het oog wenkt, richt smart aan; en een dwaas van lippen zal omgeworpen worden."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zonder oorzaak: Gelijk boven vers 7 . Psalmen 35:7 : Want zij hebben zonder oorzaak de groeve van hun net voor mij verborgen; zij hebben zonder oorzaak gegraven voor mijn ziel.",
          "text1637": "Als bov. vers 7.",
          "text2026": "zonder oorzaak: Gelijk boven vers 7 . Psalmen 35:7 : Want zij hebben zonder oorzaak de groeve van hun net voor mij verborgen; zij hebben zonder oorzaak gegraven voor mijn ziel."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַֽל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂמְחוּ",
          "strongs": "H8055",
          "morph": "HVqj3mp"
        },
        {
          "woord": "לִ֣/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֹיְבַ֣/י",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ֑קֶר",
          "strongs": "H8267",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "שֹׂנְאַ֥/י",
          "strongs": "H8130",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "חִ֝נָּ֗ם",
          "strongs": "H2600",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "יִקְרְצוּ",
          "strongs": "H7169",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "עָֽיִן",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat hen zich niet verblijden over mij, die mij om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> valse oorzaken vijanden zijn;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> noch wenken met de ogen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> die mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> zonder oorzaak haten.",
      "textSV1888_html": "Laat hen zich niet verblijden over mij, die mij om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> valse oorzaken vijanden zijn;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> noch wenken met de ogen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> die mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> zonder oorzaak haten.",
      "text1637_html": "Laetse hen niet verblijden over my, die my om <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> valsche oorsaken vyant zijn; [noch] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> wencken met de oogen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> die my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> sonder oorsake haten."
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Want zij spreken niet van vrede, maar zij bedenken bedriegelijke zaken tegen de stillen in het land.",
      "text1637": "Want sy en spreken niet van vrede, maer sy bedencken [34] bedriechlicke saken tegen de [35] stille in den lande.",
      "text2026": "Want zij spreken niet van vrede, maar zij bedenken bedriegelijke zaken tegen de stillen in het land.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "bedriegelijke zaken: Hebr., דִּבְרֵי, woorden, of zaken van bedriederijen, of listen.",
          "text1637": "Hebr. woorden, ofte, saken van bedriegeryen, ofte, listen.",
          "text2026": "bedriegelijke zaken: Hebr., דִּבְרֵי, woorden, of zaken van bedriederijen, of listen."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "stillen in het land: Hebr. stillen des lands, of der aarde, Dat is, vreedzamen, die gaarne in stilte zouden leven en God dienen, zonder iemand enig kwaad te willen of te doen, hetwelk der vromen aard is.",
          "text1637": "Hebr. stille des lants, ofte, der aerde. dat is vreedsame, die geern in stilte souden leven, ende Godt dienen, sonder yemanden eenich quaet te willen, ofte te doen, het welcke der vroomen aert is.",
          "text2026": "stillen in het land: Hebr., אֶרֶץ, stillen van het land, of van de aarde, Dat is, vreedzamen, die graag in stilte zouden leven en God dienen, zonder iemand enig kwaad te willen of te doen, dat van de vromen aard is."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "שָׁל֗וֹם",
          "strongs": "H7965",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יְדַ֫בֵּ֥רוּ",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַ֥ל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "רִגְעֵי",
          "strongs": "H7282",
          "morph": "HAampc"
        },
        {
          "woord": "אֶ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "דִּבְרֵ֥י",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "מִ֝רְמוֹת",
          "strongs": "H4820",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "יַחֲשֹׁבֽוּ/ן",
          "strongs": "H2803",
          "morph": "HVqi3mp/Sn"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want zij spreken niet van vrede, maar zij bedenken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> bedriegelijke zaken tegen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> stillen in het land.",
      "textSV1888_html": "Want zij spreken niet van vrede, maar zij bedenken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> bedriegelijke zaken tegen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> stillen in het land.",
      "text1637_html": "Want sy en spreken niet van vrede, maer sy bedencken <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> bedriechlicke saken tegen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> stille in den lande."
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "En zij sperren hun mond wijd op tegen mij; zij zeggen: Ha, ha, ons oog heeft het gezien!",
      "text1637": "Ende sy sperren haren mont wijt op tegen my; sy seggen, [36] ha, ha; onse ooge heeft’et gesien.",
      "text2026": "En zij sperren hun mond wijd op tegen mij; zij zeggen: Ha, ha, ons oog heeft het gezien!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ha, ha: Dat is, zo, dat gaat wel; nu zien wij met lust, waar wij lang naar gewenst hebben. Verg. Ps. 22:18 en zie Job 39:28 . Psalmen 22:18 : Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij. Job 39:28 : In het volle geklank der bazuin, zegt het: Heah! en ruikt den krijg van verre, den donder der vorsten en het gejuich.",
          "text1637": "Dat is, soo soo, dat gaet wel: nu sien wy met lust, daer wy lange nae gewenscht hebben. Vergel. Psal. 22. op vers 18. ende siet Iob 39. op vers 28.",
          "text2026": "Ha, ha: Dat is, zo, dat gaat wel; nu zien wij met lust, waar wij lang naar gewenst hebben. Verg. Ps. 22:18 en zie Job 39:28 . Psalmen 22:18 : Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij. Job 39:28 : In het volle geklank van de bazuin, zegt het: Heah! en ruikt de krijg van verre, de donder van de vorsten en het gejuich."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יַּרְחִ֥יבוּ",
          "strongs": "H7337",
          "morph": "HC/Vhw3mp"
        },
        {
          "woord": "עָלַ֗/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "פִּ֫י/הֶ֥ם",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אָ֭מְרוּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "הֶאָ֣ח",
          "strongs": "H1889",
          "morph": "HTj"
        },
        {
          "woord": "הֶאָ֑ח",
          "strongs": "H1889",
          "morph": "HTj"
        },
        {
          "woord": "רָאֲתָ֥ה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "עֵינֵֽי/נוּ",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zij sperren hun mond wijd op tegen mij; zij zeggen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> Ha, ha, ons oog heeft het gezien!",
      "textSV1888_html": "En zij sperren hun mond wijd op tegen mij; zij zeggen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> Ha, ha, ons oog heeft het gezien!",
      "text1637_html": "Ende sy sperren haren mont wijt op tegen my; sy seggen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> ha, ha; onse ooge heeft’et gesien."
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "HEERE! Gij hebt het gezien, zwijg niet; HEERE! wees niet verre van mij.",
      "text1637": "HEERE, ghy hebt het gesien; en swijgt niet: Heere, en weest niet verre van my.",
      "text2026": "JAHWEH! U hebt het gezien, zwijg niet; JAHWEH! wees niet verre van mij.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "רָאִ֣יתָה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אַֽל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תֶּחֱרַ֑שׁ",
          "strongs": "H2790",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲ֝דֹנָ֗/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּרְחַ֥ק",
          "strongs": "H7368",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּֽ/נִּי",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH! U hebt het gezien, zwijg niet; JAHWEH! wees niet verre van mij.",
      "text1637_html": "HEERE, ghy hebt het gesien; en swijgt niet: Heere, en weest niet verre van my.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE! Gij",
          "new": "JAHWEH! U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "Ontwaak en word wakker tot mijn recht; mijn God en HEERE! tot mijn twistzaak.",
      "text1637": "Ontwaeckt ende wort wacker [37] tot mijn recht; mijn Godt ende Heere, tot mijne twist-sake.",
      "text2026": "Ontwaak en word wakker tot mijn recht; mijn God en JAHWEH! tot mijn rechtszaak.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tot mijn recht: Om mij tegen mijne vijanden en vervolgers recht te doen; zolang Gij dat niet doet, houdt Gij U als een die slaapt.",
          "text1637": "Om my tegen mijne vyanden ende vervolgers recht te doen: so lange ghy dat niet en doet, houdt ghy u als een die slaept.",
          "text2026": "tot mijn recht: Om mij tegen mijn vijanden en vervolgers recht te doen; zolang U dat niet doet, houdt U U als een die slaapt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הָעִ֣ירָ/ה",
          "strongs": "H5782",
          "morph": "HVhv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "וְ֭/הָקִיצָ/ה",
          "strongs": "H6974",
          "morph": "HC/Vhv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "לְ/מִשְׁפָּטִ֑/י",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהַ֖/י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/אדֹנָ֣/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/רִיבִֽ/י",
          "strongs": "H7379",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ontwaak en word wakker<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> tot mijn recht; mijn God en JAHWEH! tot mijn rechtszaak.",
      "textSV1888_html": "Ontwaak en word wakker<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> tot mijn recht; mijn God en HEERE! tot mijn twistzaak.",
      "text1637_html": "Ontwaeckt ende wort wacker <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> tot mijn recht; mijn Godt ende Heere, tot mijne twist-sake.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "twistzaak.",
          "new": "rechtszaak.",
          "principe": "V393"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "Doe mij recht naar Uw gerechtigheid, HEERE, mijn God! en laat hen zich over mij niet verblijden.",
      "text1637": "Doet my recht nae uwe [38] gerechticheyt: HEERE, mijn Godt; ende en laetse hen over my niet verblijden.",
      "text2026": "Doe mij recht naar Uw gerechtigheid, JAHWEH, mijn God! en laat hen zich over mij niet verblijden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die vereist dat Gij mijn gerechtige zaak voorstaat.",
          "text1637": "Die vereyscht dat ghy mijne gerechtige sake voorstaet.",
          "text2026": "Die vereist dat U mijn gerechtige zaak voorstaat."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָׁפְטֵ֣/נִי",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כְ֭/צִדְקְ/ךָ",
          "strongs": "H6664",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֥ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהָ֗/י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂמְחוּ",
          "strongs": "H8055",
          "morph": "HVqj3mp"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Doe mij recht naar Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> gerechtigheid, JAHWEH, mijn God! en laat hen zich over mij niet verblijden.",
      "textSV1888_html": "Doe mij recht naar Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> gerechtigheid, HEERE, mijn God! en laat hen zich over mij niet verblijden.",
      "text1637_html": "Doet my recht nae uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> gerechticheyt: HEERE, mijn Godt; ende en laetse hen over my niet verblijden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "Laat hen niet zeggen in hun hart: Heah, onze ziel! laat hen niet zeggen: Wij hebben hem verslonden!",
      "text1637": "Laetse niet seggen in haer herte; [39] Heah, onse ziele! laetse niet seggen, Wy hebben hem verslonden!",
      "text2026": "Laat hen niet zeggen in hun hart: Heah, onze ziel! laat hen niet zeggen: Wij hebben hem verslonden!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Heah, onze ziel: Alsof zij zeiden: Moed! weest nu vrolijk, o, onze ziel, want wij zien onzen lust aan hem. Zie boven, vers 21 . Psalmen 35:21 : En zij sperren hun mond wijd op tegen mij; zij zeggen: Ha, ha, ons oog heeft het gezien!",
          "text1637": "Als of sy seyden: couragie, weest nu vrolick, ô onse ziele, want wy sien onsen lust aen hem. siet boven vers 21.",
          "text2026": "Heah, onze ziel: Alsof zij zeiden: Moed! weest nu vrolijk, o, onze ziel, want wij zien onze lust aan hem. Zie boven, vers 21 . Psalmen 35:21 : En zij sperren hun mond wijd op tegen mij; zij zeggen: Ha, ha, ons oog heeft het gezien!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יֹאמְר֣וּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqj3mp"
        },
        {
          "woord": "בְ֭/לִבָּ/ם",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "הֶאָ֣ח",
          "strongs": "H1889",
          "morph": "HTj"
        },
        {
          "woord": "נַפְשֵׁ֑/נוּ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יֹ֝אמְר֗וּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqj3mp"
        },
        {
          "woord": "בִּֽלַּעֲנֽוּ/הוּ",
          "strongs": "H1104",
          "morph": "HVpp1cp/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat hen niet zeggen in hun hart:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> Heah, onze ziel! laat hen niet zeggen: Wij hebben hem verslonden!",
      "textSV1888_html": "Laat hen niet zeggen in hun hart:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> Heah, onze ziel! laat hen niet zeggen: Wij hebben hem verslonden!",
      "text1637_html": "Laetse niet seggen in haer herte; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> Heah, onse ziele! laetse niet seggen, Wy hebben hem verslonden!"
    },
    {
      "number": 26,
      "textSV1888": "Laat hen beschaamd en te zamen schaamrood worden, die zich in mijn kwaad verblijden; laat hen met schaamte en schande bekleed worden, die zich tegen mij groot maken.",
      "text1637": "Laetse beschaemt ende te samen schaem-root worden, die hen in mijn quaet verblijden; laetse met schaemte ende schande [40] bekleedt worden, die hen tegen my [41] groot maken.",
      "text2026": "Laat hen beschaamd en samen schaamrood worden, die zich in mijn kwaad verblijden; laat hen met schaamte en schande bekleed worden, die zich tegen mij groot maken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "bekleed worden: Zie Job 8:22 . Job 8:22 : Uw haters zullen met schaamte bekleed worden; en de tent der goddelozen zal niet meer zijn.",
          "text1637": "Siet Iob 8. op vers 22.",
          "text2026": "bekleed worden: Zie Job 8:22 . Job 8:22 : Uw haters zullen met schaamte bekleed worden; en de tent van de goddelozen zal niet meer zijn."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "groot maken: Zichzelven zoeken groot te maken met mijn verdrukking en ondergang, of die zich zo trots en stout tegen mij gedragen, snoevende met woorden en werken. Zie deze manier van spreken, Jer. 48:26 , 48:42 ; Ezech. 35:13 ; Obadje vs. 12 ; Ps. 38:17 , en Ps. 55:13 , en verder Job 19:5 , met de aantekening. Jeremia 48:26 : Maak hem dronken, omdat hij zich groot gemaakt heeft tegen den HEERE; zo zal Moab met de handen klappen in zijn uitspuwsel, en hij zelf zal ook ter belaching zijn. Jeremia 48:42 : Want Moab zal verdelgd worden, dat hij geen volk zij, omdat hij zich groot gemaakt heeft tegen den HEERE. Ezechiël 35:13 : Alzo hebt gij u met uw mond tegen Mij groot gemaakt, en uw woorden tegen Mij vermenigvuldigd; Ik heb het gehoord. Obadja 1:12 : Toen zoudt gij niet gezien hebben op den dag uws broeders, den dag zijner vervreemding; noch u verblijd hebben over de kinderen van Juda, ten dage huns ondergangs; noch uw mond groot gemaakt hebben, ten dage der benauwdheid; Psalmen 38:17 : Want ik zeide: Dat zij zich toch over mij niet verblijden! Wanneer mijn voet zou wankelen, zo zouden zij zich tegen mij groot maken. Psalmen 55:13 : Want het is geen vijand, die mij hoont, anders zou ik het hebben gedragen; het is mijn hater niet, die zich tegen mij groot maakt, anders zou ik mij voor hem verborgen hebben. Job 19:5 : Indien gijlieden waarlijk u verheft tegen mij, en mijn smaad tegen mij drijft;",
          "text1637": "Haer selven soecken groot te maken met mijne verdruckinge ende onderganck: ofte die haer soo trots ende stout tegen my dragen, braverende met woorden ende wercken. siet dese maniere van spreken, Ierem. 48.26, 42. Ezech. 35.13. Obad. 12. ende Psal. 38.17. ende 55.13. ende wijders Iob 19.5. met d’aent.",
          "text2026": "groot maken: Zichzelven zoeken groot te maken met mijn verdrukking en ondergang, of die zich zo trots en stout tegen mij gedragen, snoevende met woorden en werken. Zie deze manier van spreken, Jer. 48:26 , 48:42 ; Ez. 35:13 ; Obadje vs. 12 ; Ps. 38:17 , en Ps. 55:13 , en verder Job 19:5 , met de aantekening. Jeremia 48:26 : Maak hem dronken, omdat hij zich groot gemaakt heeft tegen JAHWEH; zo zal Moab met de handen klappen in zijn uitspuwsel, en hij zelf zal ook ter belaching zijn. Jeremia 48:42 : Want Moab zal verdelgd worden, dat hij geen volk zij, omdat hij zich groot gemaakt heeft tegen JAHWEH. Ezechiël 35:13 : Zo hebt u u met uw mond tegen Mij groot gemaakt, en uw woorden tegen Mij vermenigvuldigd; Ik heb het gehoord. Obadja 1:12 : Toen zoudt u niet gezien hebben op de dag uws broers, de dag zijn vervreemding; noch u verblijd hebben over de kinderen van Juda, ten dage huns ondergangs; noch uw mond groot gemaakt hebben, op de dag van de benauwdheid; Psalmen 38:17 : Want ik zei: Dat zij zich toch over mij niet verblijden! Wanneer mijn voet zou wankelen, zo zouden zij zich tegen mij groot maken. Psalmen 55:13 : Want het is geen vijand, die mij hoont, anders zou ik het hebben gedragen; het is mijn hater niet, die zich tegen mij groot maakt, anders zou ik mij voor hem verborgen hebben. Job 19:5 : Als u waarlijk u verheft tegen mij, en mijn smaad tegen mij drijft;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יֵ֘בֹ֤שׁוּ",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יַחְפְּר֨וּ",
          "strongs": "H2659",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        },
        {
          "woord": "יַחְדָּו֮",
          "strongs": "H3162",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "שְׂמֵחֵ֪י",
          "strongs": "H8056",
          "morph": "HAampc"
        },
        {
          "woord": "רָעָ֫תִ֥/י",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יִֽלְבְּשׁוּ",
          "strongs": "H3847",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "בֹ֥שֶׁת",
          "strongs": "H1322",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/כְלִמָּ֑ה",
          "strongs": "H3639",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "הַֽ/מַּגְדִּילִ֥ים",
          "strongs": "H1431",
          "morph": "HTd/Vhrmpa"
        },
        {
          "woord": "עָלָֽ/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat hen beschaamd en samen schaamrood worden, die zich in mijn kwaad verblijden; laat hen met schaamte en schande<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> bekleed worden, die zich tegen mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> groot maken.",
      "textSV1888_html": "Laat hen beschaamd en te zamen schaamrood worden, die zich in mijn kwaad verblijden; laat hen met schaamte en schande<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> bekleed worden, die zich tegen mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> groot maken.",
      "text1637_html": "Laetse beschaemt ende te samen schaem-root worden, die hen in mijn quaet verblijden; laetse met schaemte ende schande <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> bekleedt worden, die hen tegen my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> groot maken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "te zamen",
          "new": "samen",
          "principe": "V374"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 27,
      "textSV1888": "Laat hen vrolijk zingen en verblijd zijn, die lust hebben tot mijn gerechtigheid; en laat hen geduriglijk zeggen: Groot gemaakt zij de HEERE, Die lust heeft tot den vrede Zijns knechts!",
      "text1637": "Laetse vrolick singen ende verblijdt zijn, die [42] lust hebben tot mijne gerechticheyt, ende laetse geduerichlick seggen; Groot gemaeckt zy de HEERE, die lust heeft tot de [43] vrede sijns knechts.",
      "text2026": "Laat hen vrolijk zingen en verblijd zijn, die lust hebben tot mijn gerechtigheid; en laat hen steeds zeggen: Groot gemaakt zij JAHWEH, Die lust heeft tot de vrede van Zijn knecht!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "lust hebben tot mijn gerechtigheid: Dat is, die mijn rechtvaardige zaak hartelijk zijn toegedaan, biddende om een blijde uitkomst, voor welke zij u mogen danken en grootmaken.",
          "text1637": "Dat is, die mijne rechtveerdige sake hertelick zijn toe-gedaen, biddende om eene blijde uytkomste, voor de welcke sy u mogen dancken ende groot maken.",
          "text2026": "lust hebben tot mijn gerechtigheid: Dat is, die mijn rechtvaardige zaak hartelijk zijn toegedaan, biddende om een blij uitkomst, voor welke zij u mogen danken en grootmaken."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "vrede Zijns knechts: Dat is, tot de verlossing en het welvaren van David, die zijn dienstknecht is. Zie Gen. 37:14 . Genesis 37:14 : En hij zeide tot hem: Ga toch heen, zie naar den welstand van uw broederen, en naar den welstand van de kudde, en breng mij een woord wederom. Zo zond hij hem uit het dal Hebron, en hij kwam te Sichem.",
          "text1637": "D. tot de verlossinge ende het welvaren van David, die sijn dienstknecht is. siet Genes. 37. op vers 14.",
          "text2026": "vrede Zijn knechts: Dat is, tot de verlossing en het welvaren van David, die zijn dienaar is. Zie Gen. 37:14 . Genesis 37:14 : En hij zei tot hem: Ga toch heen, zie naar de welstand van uw broers, en naar de welstand van de kudde, en breng mij een woord opnieuw. Zo zond hij hem uit het dal Hebron, en hij kwam te Sichem."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יָרֹ֣נּוּ",
          "strongs": "H7442",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִשְׂמְחוּ֮",
          "strongs": "H8055",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        },
        {
          "woord": "חֲפֵצֵ֪י",
          "strongs": "H2655",
          "morph": "HAampc"
        },
        {
          "woord": "צִ֫דְקִ֥/י",
          "strongs": "H6664",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/יֹאמְר֣וּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        },
        {
          "woord": "תָ֭מִיד",
          "strongs": "H8548",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יִגְדַּ֣ל",
          "strongs": "H1431",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הֶ֝/חָפֵ֗ץ",
          "strongs": "H2655",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁל֣וֹם",
          "strongs": "H7965",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עַבְדּֽ/וֹ",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat hen vrolijk zingen en verblijd zijn, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> lust hebben tot mijn gerechtigheid; en laat hen steeds zeggen: Groot gemaakt zij JAHWEH, Die lust heeft tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> vrede van Zijn knecht!",
      "textSV1888_html": "Laat hen vrolijk zingen en verblijd zijn, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> lust hebben tot mijn gerechtigheid; en laat hen geduriglijk zeggen: Groot gemaakt zij de HEERE, Die lust heeft tot den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> vrede Zijns knechts!",
      "text1637_html": "Laetse vrolick singen ende verblijdt zijn, die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> lust hebben tot mijne gerechticheyt, ende laetse geduerichlick seggen; Groot gemaeckt zy de HEERE, die lust heeft tot de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> vrede sijns knechts.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geduriglijk",
          "new": "steeds",
          "principe": "V166"
        },
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Zijns knechts!",
          "new": "van Zijn knecht!",
          "principe": "V201"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 28,
      "textSV1888": "Zo zal mijn tong vermelden Uw gerechtigheid, en Uw lof den gansen dag.",
      "text1637": "So sal mijne tonge vermelden uwe gerechticheyt; [ende] uwen lof den gantschen dach.",
      "text2026": "Zo zal mijn tong vermelden Uw gerechtigheid, en Uw lof de hele dag.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ֭/לְשׁוֹנִ/י",
          "strongs": "H3956",
          "morph": "HC/Ncbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תֶּהְגֶּ֣ה",
          "strongs": "H1897",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "צִדְקֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H6664",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ֝/יּוֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "תְּהִלָּתֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H8416",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zal mijn tong vermelden Uw gerechtigheid, en Uw lof de hele dag.",
      "text1637_html": "So sal mijne tonge vermelden uwe gerechticheyt; [ende] uwen lof den gantschen dach.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den gansen",
          "new": "de hele",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David bidt Godt seer vyerichlick, dat hy sijne sake wille aennemen ende voor hem tegen sijne vyanden strijden, op dat hy hem daer voor moge loven ende dancken: beschrijft sijner vyanden lagen, valscheyt, ondanckbaerheyt, ende vertwijfelde boosheyt, begeerende rechtveerdige wrake, tot Godes eere, sijner behoudenisse, ende aller vroomen blijdschap.",
    "text2026": "David bidt God zeer vurig dat Hij zijn zaak wil aannemen en voor hem tegen zijn vijanden strijden, opdat hij Hem daarvoor mag loven en danken; hij beschrijft de lagen, valsheid, ondankbaarheid en wanhopige boosheid van zijn vijanden, terwijl hij rechtvaardige wraak begeert, tot eer van God, tot zijn behoud en tot blijdschap van alle vromen."
  }
}
