{
  "number": 36,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van David, den knecht des HEEREN, voor den opperzangmeester.",
      "text1637": "[EEn Psalm] Davids, des knechts des HEEREN; voor den [1] Opper-sang-meester.",
      "text2026": "Een psalm van David, de knecht van JAHWEH, voor de opperzangmeester.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.",
          "text1637": "Siet Psal. 4. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Neginoth."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ/מְנַצֵּ֬חַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/עֶֽבֶד",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֬ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָוִֽד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een psalm van David, de knecht van JAHWEH, voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> opperzangmeester.",
      "textSV1888_html": "Een psalm van David, den knecht des HEEREN, voor den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> opperzangmeester.",
      "text1637_html": "[EEn Psalm] Davids, des knechts des HEEREN; voor den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Opper-sang-meester.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des HEEREN,",
          "new": "van JAHWEH,",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "De overtreding des goddelozen spreekt in het binnenste van mijn hart: Er is geen vreze Gods voor zijn ogen.",
      "text1637": "[2] De overtredinge des godtloosen spreeckt in ’t binnenste van mijn herte: Daer en is geene vreese Godts voor sijne oogen.",
      "text2026": "De overtreding van de goddelozen spreekt in het binnenste van mijn hart: Er is geen vrees voor God voor zijn ogen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De overtreding: Dat is, als ik het boos en zorgeloos wezen en doen der goddelozen aanmerk en overweeg, zo word ik gedrongen bij mijzelven zo zeker te geloven dat zij geen vrees noch schrik voor God hebben, alsof de goddelozen zulks met ronde woorden zeiden; zo klaar blijkt de goddeloosheid in hunne werken, hetwelk mij wee doet in het binnenste van mijn hart.",
          "text1637": "D. als ick het boos ende sorgeloos wesen ende doen der godtloosen aenmercke ende overwege, so word ick gedrongen by my selven soo seker te gelooven, datse geen vreese noch schrick voor Godt en hebben, als of de godtloose sulcks met ronde woorden uytseyden: soo claer blijckt de godtloosheyt in hare wercken, het welcke my wee doet in het binnenste van mijn herte.",
          "text2026": "De overtreding: Dat is, als ik het boos en zorgeloos wezen en doen van de goddelozen aanmerk en overweeg, zo word ik gedrongen bij mijzelf zo zeker te geloven dat zij geen vrees noch schrik voor God hebben, alsof de goddelozen zulks met ronde woorden zeiden; zo klaar blijkt de goddeloosheid in hun werken, dat mij wee doet in het binnenste van mijn hart."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נְאֻֽם",
          "strongs": "H5002",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "פֶּ֣שַׁע",
          "strongs": "H6588",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לָ֭/רָשָׁע",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HRd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קֶ֣רֶב",
          "strongs": "H7130",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "לִבִּ֑/י",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵֽין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "פַּ֥חַד",
          "strongs": "H6343",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֱ֝לֹהִ֗ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/נֶ֣גֶד",
          "strongs": "H5048",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "עֵינָֽי/ו",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> De overtreding van de goddelozen spreekt in het binnenste van mijn hart: Er is geen vrees voor God voor zijn ogen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> De overtreding des goddelozen spreekt in het binnenste van mijn hart: Er is geen vreze Gods voor zijn ogen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> De overtredinge des godtloosen spreeckt in ’t binnenste van mijn herte: Daer en is geene vreese Godts voor sijne oogen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des",
          "new": "van de",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "vreze Gods",
          "new": "vrees voor God",
          "principe": "V225"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Want hij vleit zichzelven in zijn ogen, als men zijn ongerechtigheid bevindt, die te haten is.",
      "text1637": "Want hy vleyt sich selven in sijne oogen; [3] alsmen sijne ongerechticheyt bevindt, [die] te haten is.",
      "text2026": "Want hij vleit zichzelf in zijn ogen, als men zijn ongerechtigheid vindt, die te haten is.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "als men zijn ongerechtigheid bevindt: Of, totdat men zijne ongerechtigheid bevindt, die te haten, of hatelijk is. Dat is, al wordt zijne boosheid gans openbaar en als handtastelijk, zulks dat zij van een ieder gehaat wordt, evenwel behaagt en pluimstrijkt hij zichzelven in het boze en gaat er immer in voort; anders; als hij zijne ongerechtigheid, dat is, zijn boos voornemen volbrengt, of verkrijgt, die hij behoorde te haten; dat is, als het hem naar zijnen zin gaat, zo dunkt hem dat zijn doen goed is, hoewel hij een afschrik daarvan behoorde te hebben.",
          "text1637": "Ofte, tot datmen sijne ongerechticheyt bevindt, [die] te haten, ofte, hatelick [is]. dat is, al wort sijne boosheyt gantsch openbaer ende als hantgrijpelick, sulcx datse van eenen yederen gehaet wort, effenwel behaecht ende pluymstrijckt hy sich selven in’t boose, ende gaetter immer in voort. and. als hy sijne ongerechticheyt, dat is, (sijn boos voornemen) volbrengt, ofte, verkrijgt, die hy behoorde te haten, dat is, als het hem nae sijnen sin gaet, so dunckt hem, dat sijn doen goet is, hoewel hy een af-schrick daer van behoorde te hebben.",
          "text2026": "als men zijn ongerechtigheid bevindt: Of, totdat men zijn ongerechtigheid bevindt, die te haten, of hatelijk is. Dat is, al wordt zijn boosheid geheel openbaar en als handtastelijk, zulks dat zij van een ieder gehaat wordt, evenwel behaagt en pluimstrijkt hij zichzelven in het boze en gaat er immer in voort; anders; als hij zijn ongerechtigheid, dat is, zijn boos voornemen volbrengt, of verkrijgt, die hij behoorde te haten; dat is, als het hem naar zijn zin gaat, zo denkt hem dat zijn doen goed is, hoewel hij een afschrik daarvan behoorde te hebben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הֶחֱלִ֣יק",
          "strongs": "H2505",
          "morph": "HVhp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלָ֣י/ו",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עֵינָ֑י/ו",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HR/Ncbdc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/מְצֹ֖א",
          "strongs": "H4672",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "עֲוֺנ֣/וֹ",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/שְׂנֹֽא",
          "strongs": "H8130",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want hij vleit zichzelf in zijn ogen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> als men zijn ongerechtigheid vindt, die te haten is.",
      "textSV1888_html": "Want hij vleit zichzelven in zijn ogen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> als men zijn ongerechtigheid bevindt, die te haten is.",
      "text1637_html": "Want hy vleyt sich selven in sijne oogen; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> alsmen sijne ongerechticheyt bevindt, [die] te haten is.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zichzelven",
          "new": "zichzelf",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "bevindt,",
          "new": "vindt,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "De woorden zijns monds zijn onrecht en bedrog; hij laat na te verstaan tot weldoen.",
      "text1637": "De woorden sijns monts zijn [4] onrecht ende bedroch; [5] hy laet na te verstaen tot weldoen.",
      "text2026": "De woorden van zijn mond zijn onrecht en bedrog; hij laat na te verstaan tot weldoen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "onrecht en bedrog: Dat is, ondeugdelijk, schadelijk en bedriegelijk, of strekkende tot verdriet, schenderij en bedrog der vromen.",
          "text1637": "D. ondeuchdelick, schadelick, ende bedriechlick, ofte, streckende tot verdriet, schenderye ende bedroch der vroomen.",
          "text2026": "onrecht en bedrog: Dat is, ondeugdelijk, schadelijk en bedriegelijk, of strekkende tot verdriet, schenderij en bedrog van de vromen."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hij laat na: Dat is, hij wil zich van nieumand laten onderwijzen tot enige verbetering zijns levens, hij is vertwijfeld, hardnekkig en ongevoelig.",
          "text1637": "D. hy wil sich van niemant laten onderwijsen, tot eenige verbeteringe sijns levens, hy is vertwijfelt hertneckig, ende ongevoelich.",
          "text2026": "hij laat na: Dat is, hij wil zich van nieumand laten onderwijzen tot enige verbetering zijns levens, hij is vertwijfeld, hardnekkig en ongevoelig."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "דִּבְרֵי",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "פִ֭י/ו",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אָ֣וֶן",
          "strongs": "H205",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִרְמָ֑ה",
          "strongs": "H4820",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "חָדַ֖ל",
          "strongs": "H2308",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/הַשְׂכִּ֣יל",
          "strongs": "H7919",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "לְ/הֵיטִֽיב",
          "strongs": "H3190",
          "morph": "HR/Vhc"
        }
      ],
      "text2026_html": "De woorden van zijn mond zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> onrecht en bedrog;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> hij laat na te verstaan tot weldoen.",
      "textSV1888_html": "De woorden zijns monds zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> onrecht en bedrog;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> hij laat na te verstaan tot weldoen.",
      "text1637_html": "De woorden sijns monts zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> onrecht ende bedroch; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> hy laet na te verstaen tot weldoen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zijns monds",
          "new": "van zijn mond",
          "principe": "V201"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Hij bedenkt onrecht op zijn leger; hij stelt zich op een weg, die niet goed is; het kwaad verwerpt hij niet.",
      "text1637": "Hy bedenckt onrecht op sijn leger; hy stelt sich op eenen wech, die niet goet en is; het quaet en verwerpt hy niet.",
      "text2026": "Hij bedenkt onrecht op zijn bed; hij stelt zich op een weg, die niet goed is; het kwaad verwerpt hij niet.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָ֤וֶן",
          "strongs": "H205",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יַחְשֹׁ֗ב",
          "strongs": "H2803",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "עַֽל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁכָּ֫ב֥/וֹ",
          "strongs": "H4904",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִ֭תְיַצֵּב",
          "strongs": "H3320",
          "morph": "HVti3ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֣רֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "ט֑וֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "רָ֝֗ע",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִמְאָֽס",
          "strongs": "H3988",
          "morph": "HVqi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hij bedenkt onrecht op zijn bed; hij stelt zich op een weg, die niet goed is; het kwaad verwerpt hij niet.",
      "text1637_html": "Hy bedenckt onrecht op sijn leger; hy stelt sich op eenen wech, die niet goet en is; het quaet en verwerpt hy niet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "leger;",
          "new": "bed;",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "O HEERE! Uw goedertierenheid is tot in de hemelen; Uw waarheid tot de bovenste wolken toe.",
      "text1637": "[6] O HEERE, [a] uwe goedertierenheyt is [tot] in de hemelen; uwe waerheyt tot de bovenste wolcken toe.",
      "text2026": "O JAHWEH! Uw goedertierenheid is tot in de hemelen; Uw waarheid tot de bovenste wolken toe.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "O HEERE: Tegen al het woelen en woeden der goddelozen, mitsgaders zijn hartzeer, dat hij daaruit schepte, troost en verkwikt zich de profeet met betrachting van Gods onbegrijpelijke, ondoorgrondelijke en bestendige goedheid, trouw en gerechtigheid, die Hij bewijst in de regering zo van alles in het algemeen, als van zijn volk in het bijzonder, dat Hij, niettegenstaande der goddelozen vijandschap, overvloediglijk begenadigt en van hunner vijanden rechtvaardigen en eindelijken ondergang verzekert.",
          "text1637": "Tegen al het woelen ende woeden der godtloosen, mitsgaders sijn hertzeer dat hy daer uyt schepte, troost ende verquickt sich de Propheet met betrachtinge van Godts onbegrijpelicke, ondoorgrondelicke ende bestandige goedicheyt, trouwe, ende gerechticheyt, die hy bewijst in de regeringe soo van alles in het gemeyn, als van sijn volck in het bysonder, dat hy, niet tegenstaende der godtloosen vyantschap, overvloedichlick begenadicht, ende van harer vyanden rechtveerdigen ende eyntlicken onderganck versekert.",
          "text2026": "O JAHWEH: Tegen al het woelen en woeden van de goddelozen, en ook zijn hartzeer, dat hij daaruit schepte, troost en verkwikt zich de profeet met betrachting van Gods onbegrijpelijke, ondoorgrondelijke en bestendige goedheid, trouw en gerechtigheid, die Hij bewijst in de regering zo van alles in het algemeen, als van zijn volk in het bijzonder, dat Hij, niettegenstaande van de goddelozen vijandschap, overvloediglijk begenadigt en van hun vijanden rechtvaardigen en eindelijken ondergang verzekert."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 57:11 ; Ps. 108:5 . Psalmen 57:11 : Want Uw goedertierenheid is groot tot aan de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken. Psalmen 108:5 : Want Uw goedertierenheid is groot tot boven de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken.",
          "text1637": "Psal. 57.11. ende 108.5.",
          "text2026": "Ps. 57:11 ; Ps. 108:5 . Psalmen 57:11 : Want Uw goedertierenheid is groot tot aan de hemel, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken. Psalmen 108:5 : Want Uw goedertierenheid is groot tot boven de hemel, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/הַ/שָּׁמַ֣יִם",
          "strongs": "H8064",
          "morph": "HR/Td/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "חַסְדֶּ֑/ךָ",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֱ֝מֽוּנָתְ/ךָ֗",
          "strongs": "H530",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שְׁחָקִֽים",
          "strongs": "H7834",
          "morph": "HNcmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> O JAHWEH!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Uw goedertierenheid is tot in de hemelen; Uw waarheid tot de bovenste wolken toe.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> O HEERE!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Uw goedertierenheid is tot in de hemelen; Uw waarheid tot de bovenste wolken toe.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> O HEERE, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> uwe goedertierenheyt is [tot] in de hemelen; uwe waerheyt tot de bovenste wolcken toe.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Uw gerechtigheid is als de bergen Gods, Uw oordelen zijn een grote afgrond; HEERE! Gij behoudt mensen en beesten.",
      "text1637": "Uwe gerechticheyt is als de bergen [7] Godts, uwe oordeelen zijn een grooten [8] afgront: HEERE, ghy behoudt [9] menschen ende beesten.",
      "text2026": "Uw gerechtigheid is als de bergen van God, Uw oordelen zijn een grote afgrond; JAHWEH! U behoudt mensen en beesten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, gelijk de allergrootste en allerhoogste bergen. Zie van deze manier van spreken Gen. 13:10 . De zin is dat Gods gerechtigheid zich alom vertoont, bestendig en vast is, ook ons begrip verre teboven gaande. Zie vers 11 . Genesis 13:10 : En Lot hief zijn ogen op, en hij zag de ganse vlakte der Jordaan, dat zij die geheel bevochtigde; eer de HEERE Sodom en Gomorra verdorven had, was zij als de hof des HEEREN, als Egypteland, als gij komt te Zoar. Psalmen 36:11 : Strek Uw goedertierenheid uit over degenen, die U kennen, en Uw gerechtigheid over de oprechten van hart.",
          "text1637": "Dat is, als de aldergrootste ende alderhoochste bergen. Siet van dese maniere van spreken Genes. 13. op vers 10. de sin is, dat Godts gerechticheyt haer alomme vertoont, bestandich ende vast is, oock ons begrijp verre te boven gaende. Siet op vers 11.",
          "text2026": "Dat is, gelijk de allergrootste en allerhoogste bergen. Zie van deze manier van spreken Gen. 13:10 . De zin is dat Gods gerechtigheid zich alom vertoont, bestendig en vast is, ook ons begrip verre teboven gaande. Zie vers 11 . Genesis 13:10 : En Lot hief zijn ogen op, en hij zag de gehele vlakte van de Jordaan, dat zij die geheel bevochtigde; eer JAHWEH Sodom en Gomorra verdorven had, was zij als de hof van JAHWEH, als Egypteland, als u komt te Zoar. Psalmen 36:11 : Strek Uw goedertierenheid uit over degenen, die U kennen, en Uw gerechtigheid over de oprechten van hart."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, uw raad en regering, of wijze van doen, die Gij houdt zo in de uitverkorenen en verworpenen, is ondoorgrondelijk. Zie Rom. 11:33 . Romeinen 11:33 : O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!",
          "text1637": "Dat is, uwen raedt, ende regeringe, ofte, wijse van doen, die ghy houdt soo in’t gemeyn, als in het bysonder over de uytverkorene ende verworpene, is ondoorgrondelick. Siet Rom. 11.33.",
          "text2026": "Dat is, uw raad en regering, of wijze van doen, die U houdt zo in de uitverkorenen en verworpenen, is ondoorgrondelijk. Zie Rom. 11:33 . Romeinen 11:33 : O diepte van de rijkdoms, zowel van de wijsheid als van de kennis van God, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!"
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. mens en beest. Zie Matth. 5:45 ; 1 Tim. 4:10 , en Job 39:1 , enz., Ps. 147:9 . Mattheüs 5:45 : Opdat gij moogt kinderen zijn uws Vaders, Die in de hemelen is; want Hij doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. 1 Timotheüs 4:10 : Want hiertoe arbeiden wij ook, en worden versmaad, omdat wij gehoopt hebben op den levenden God, Die een Behouder is aller mensen, maar allermeest der gelovigen. Job 39:1 : Zult gij voor den ouden leeuw roof jagen, of de graagheid der jonge leeuwen vervullen? Psalmen 147:9 : Die het vee zijn voeder geeft; aan de jonge raven, als zij roepen.",
          "text1637": "Hebr. mensch ende beest. Siet Matth. 5.45. 1.Tim. 4.10. ende Iob 39.1, etc. Psal. 147.9.",
          "text2026": "Hebr. mens en beest. Zie Matt. 5:45 ; 1 Tim. 4:10 , en Job 39:1 , enz., Ps. 147:9 . Mattheüs 5:45 : Opdat u mag kinderen zijn uws Vaders, Die in de hemel is; want Hij doet Zijn zon opgaan over bozen en goede, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. 1 Timotheüs 4:10 : Want hiertoe arbeiden wij ook, en worden versmaad, omdat wij gehoopt hebben op de levenden God, Die een Behouder is van alle mensen, maar allermeest van de gelovigen. Job 39:1 : Zult u voor de ouden leeuw roof jagen, of de graagheid van de jonge leeuwen vervullen? Psalmen 147:9 : Die het vee zijn voeder geeft; aan de jonge raven, als zij roepen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "צִדְקָֽתְ/ךָ֨",
          "strongs": "H6666",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כְּֽ/הַרְרֵי",
          "strongs": "H2042",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "אֵ֗ל",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ֭שְׁפָּטֶ/ךָ",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "תְּה֣וֹם",
          "strongs": "H8415",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "רַבָּ֑ה",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "אָ֤דָֽם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְהֵמָ֖ה",
          "strongs": "H929",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "תוֹשִׁ֣יעַ",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HVhi2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Uw gerechtigheid is als de bergen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> van God, Uw oordelen zijn een grote<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> afgrond; JAHWEH! U behoudt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> mensen en beesten.",
      "textSV1888_html": "Uw gerechtigheid is als de bergen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Gods, Uw oordelen zijn een grote<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> afgrond; HEERE! Gij behoudt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> mensen en beesten.",
      "text1637_html": "Uwe gerechticheyt is als de bergen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Godts, uwe oordeelen zijn een grooten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> afgront: HEERE, ghy behoudt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> menschen ende beesten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gods,",
          "new": "van God,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "HEERE! Gij",
          "new": "JAHWEH! U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Hoe dierbaar is Uw goedertierenheid, o God! Dies de mensenkinderen onder de schaduw Uwer vleugelen toevlucht nemen.",
      "text1637": "Hoe dierbaer is uwe goedertierenheyt, o Godt! dies de menschen kinderen onder de [10] schaduwe uwer vleugelen toevlucht nemen.",
      "text2026": "Hoe dierbaar is Uw goedertierenheid, o God! Daarom de mensenkinderen onder de schaduw van Uw vleugelen toevlucht nemen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ruth 2:12 . en verg. met deze plaats Job 36:11 . met de aantekening. Ruth 2:12 : De HEERE vergelde u uw daad en uw loon zij volkomen, van den HEERE, den God Israëls, onder Wiens vleugelen gij gekomen zijt om toevlucht te nemen! Job 36:11 : Indien zij horen, en Hem dienen, zo zullen zij hun dagen eindigen in het goede, en hun jaren in liefelijkheden.",
          "text1637": "Siet Ruth 2. op vers 12. ende vergel. met dese plaetse Iob 36.11. met d’aenteeck.",
          "text2026": "Zie Ruth 2:12 . en verg. met deze plaats Job 36:11 . met de aantekening. Ruth 2:12 : JAHWEH vergelde u uw daad en uw loon zij volkomen, van JAHWEH, de God van Israël, onder Wiens vleugelen u gekomen bent om toevlucht te nemen! Job 36:11 : Als zij horen, en Hem dienen, zo zullen zij hun dagen eindigen in het goede, en hun jaren in liefelijkheden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מַה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "יָּקָ֥ר",
          "strongs": "H3368",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "חַסְדְּ/ךָ֗",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹ֫הִ֥ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְנֵ֥י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HC/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֑ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/צֵ֥ל",
          "strongs": "H6738",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "כְּ֝נָפֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H3671",
          "morph": "HNcfdc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יֶחֱסָיֽוּ/ן",
          "strongs": "H2620",
          "morph": "HVqi3mp/Sn"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hoe dierbaar is Uw goedertierenheid, o God! Daarom de mensenkinderen onder de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> schaduw van Uw vleugelen toevlucht nemen.",
      "textSV1888_html": "Hoe dierbaar is Uw goedertierenheid, o God! Dies de mensenkinderen onder de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> schaduw Uwer vleugelen toevlucht nemen.",
      "text1637_html": "Hoe dierbaer is uwe goedertierenheyt, o Godt! dies de menschen kinderen onder de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> schaduwe uwer vleugelen toevlucht nemen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Dies",
          "new": "Daarom",
          "principe": "V333"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Zij worden dronken van de vettigheid Uws huizes; en Gij drenkt hen uit de beek Uwer wellusten.",
      "text1637": "Sy worden [11] droncken van de vet-ticheyt uwes huyes; ende ghy drencktse [uyt] de beke uwer wellusten.",
      "text2026": "Zij worden dronken van de overvloed van Uw huis; en U laat hen drinken uit de beek van Uw hartstochten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta hier, de geestelijke spijs en drank der ziel. Zie Jes. 25:6 , en 65:13, en 66:11. en verg. Ps. 63:6 ; Ps. 65:5 . Jer. 31:12 , 31:14 ; Jer. 50:19 , idem het Hooglied van Salomo. Jesaja 25:6 : En de HEERE der heirscharen zal op dezen berg allen volken een vetten maaltijd maken, een maaltijd van reinen wijn, van vet vol mergs, van reine wijnen, die gezuiverd zijn. Psalmen 63:6 : Mijn ziel zou als met smeer en vettigheid verzadigd worden, en mijn mond zou roemen met vrolijk zingende lippen. Psalmen 65:5 : Welgelukzalig is hij, dien Gij verkiest, en doet naderen, dat hij wone in Uw voorhoven; wij zullen verzadigd worden met het goed van Uw huis, met het heilige van Uw paleis. Jeremia 31:12 : Dies zullen zij komen, en op de hoogte van Sion juichen, en toevloeien tot des HEEREN goed, tot het koren, en tot den most, en tot de olie, en tot de jonge schapen en runderen; en hun ziel zal zijn als een gewaterde hof, en zij zullen voortaan niet meer treurig zijn. Jeremia 31:14 : En Ik zal de ziel der priesteren met vettigheid dronken maken; en Mijn volk zal met Mijn goed verzadigd worden, spreekt de HEERE. Jeremia 50:19 : En Ik zal Israël weder tot zijn woning brengen, en hij zal weiden op den Karmel en op den Basan; en zijn ziel zal op het gebergte van Efraïm en Gilead verzadigd worden.",
          "text1637": "Verst. hier, de geestelicke spijse ende dranck der ziele. siet Iesa. 25.6. ende 65.13. ende 66.11. ende vergel. Psal. 63.6. ende 64.5. Ierem. 21.14. ende 31.14. item het hooge Liedt Salomonis.",
          "text2026": "Versta hier, de geestelijke voedsel en drank van de ziel. Zie Jes. 25:6 , en 65:13, en 66:11. en verg. Ps. 63:6 ; Ps. 65:5 . Jer. 31:12 , 31:14 ; Jer. 50:19 , idem het Hooglied van Salomo. Jesaja 25:6 : En JAHWEH van de legermachten zal op deze berg alle volken een vetten maaltijd maken, een maaltijd van reinen wijn, van vet vol mergs, van reine wijnen, die gezuiverd zijn. Psalmen 63:6 : Mijn ziel zou als met smeer en vettigheid verzadigd worden, en mijn mond zou roemen met vrolijk zingende lippen. Psalmen 65:5 : Welgelukzalig is hij, die U verkiest, en doet naderen, dat hij woon in Uw voorhoven; wij zullen verzadigd worden met het goed van Uw huis, met het heilige van Uw paleis. Jeremia 31:12 : Daarom zullen zij komen, en op de hoogte van Sion juichen, en toevloeien tot de goed van JAHWEH, tot het koren, en tot de most, en tot de olie, en tot de jonge schapen en runderen; en hun ziel zal zijn als een gewaterde hof, en zij zullen voortaan niet meer treurig zijn. Jeremia 31:14 : En Ik zal de ziel van de priesters met vettigheid dronken maken; en Mijn volk zal met Mijn goed verzadigd worden, spreekt JAHWEH. Jeremia 50:19 : En Ik zal Israël weer tot zijn woning brengen, en hij zal weiden op de Karmel en op de Basan; en zijn ziel zal op het gebergte van Efraïm en Gilead verzadigd worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִ֭רְוְיֻ/ן",
          "strongs": "H7301",
          "morph": "HVqi3mp/Sn"
        },
        {
          "woord": "מִ/דֶּ֣שֶׁן",
          "strongs": "H1880",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "בֵּיתֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/נַ֖חַל",
          "strongs": "H5158",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "עֲדָנֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H5730",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "תַשְׁקֵֽ/ם",
          "strongs": "H8248",
          "morph": "HVhi2ms/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij worden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> dronken van de overvloed van Uw huis; en U laat hen drinken uit de beek van Uw hartstochten.",
      "textSV1888_html": "Zij worden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> dronken van de vettigheid Uws huizes; en Gij drenkt hen uit de beek Uwer wellusten.",
      "text1637_html": "Sy worden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> droncken van de vet-ticheyt uwes huyes; ende ghy drencktse [uyt] de beke uwer wellusten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "vettigheid Uws huizes;",
          "new": "overvloed van Uw huis;",
          "principe": "V200"
        },
        {
          "old": "Gij drenkt",
          "new": "U laat",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "drinken",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Uwer wellusten.",
          "new": "van Uw hartstochten.",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Want bij U is de fontein des levens; in Uw licht zien wij het licht.",
      "text1637": "Want by u is de fonteyn des [12] levens: in [13] u licht sien wy het licht.",
      "text2026": "Want bij U is de fontein van het leven; in Uw licht zien wij het licht.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, een levende en altoosdurende fontein, waardoor de ziel geestelijk leeft, overvloediglijk gelaafd, onderhouden en verkwikt wordt. Verg. Joh. 4:14 ; Joh. 7:38 , 7:39 . Jer. 2:13 ; Jer. 17:13 . Johannes 4:14 : Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven. Johannes 7:38 : Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien. Johannes 7:39 : (En dit zeide Hij van den Geest, Denwelken ontvangen zouden, die in Hem geloven; want de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet verheerlijkt was.) Jeremia 2:13 : Want Mijn volk heeft twee boosheden gedaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden. Jeremia 17:13 : O HEERE, Israëls Verwachting! allen, die U verlaten, zullen beschaamd worden; en die van mij afwijken, zullen in de aarde geschreven worden; want zij verlaten den HEERE, den Springader des levenden waters.",
          "text1637": "D. eene levendige, ende altoos duerende fonteyne, waer door de ziele geestelick leeft, overvloedichlic gelaeft, onderhouden, ende verquickt wort. Verg. Ioh. 4.14. ende 7.38, 39. ende Ier. 2.13. ende 17.13.",
          "text2026": "Dat is, een levende en altoosdurende fontein, waardoor de ziel geestelijk leeft, overvloediglijk gelaafd, onderhouden en verkwikt wordt. Verg. Joh. 4:14 ; Joh. 7:38 , 7:39 . Jer. 2:13 ; Jer. 17:13 . Johannes 4:14 : Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, die zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven. Johannes 7:38 : Die in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt, stromen van de levenden waters zullen uit zijn buik vloeien. Johannes 7:39 : (En dit zei Hij van de Geest, Denwelken ontvangen zouden, die in Hem geloven; want de Heilige Geest was nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.) Jeremia 2:13 : Want Mijn volk heeft twee boosheden gedaan; Mij, de Springader van de levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden. Jeremia 17:13 : O JAHWEH, Israëls Verwachting! allen, die U verlaten, zullen beschaamd worden; en die van mij afwijken, zullen in de aarde geschreven worden; want zij verlaten JAHWEH, de Springader van de levenden waters."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "uw licht: Dat is, als Gij ons door uw Heiligen Geest verlicht, en uw vaderlijk aanschijn in den Messias vertoont, dan bekomen wij het rechte verstand van uwe genadewerken en genieten een levenden troost en hartelijke blijdschap. Verg. Job 29:3 . Ps. 4:6 , 4:7 ; Ps. 27:1 , met de aantekening, Jes. 9:1 . Jak. 1:17 . idem voor zoveel dit de heerlijkheid des eeuwigen levens mede aangaat; Ps. 16:11 ; Ps. 17:15 . idem Zach. 14:6 , 14:7 . Kol. 1:12 . Openb. 21:11 , 21:23 ; Openb. 22:5 . Job 29:3 : Toen Hij Zijn lamp deed schijnen over mijn hoofd, en ik bij Zijn licht de duisternis doorwandelde; Psalmen 4:6 : Offert offeranden der gerechtigheid, en vertrouwt op den HEERE. Psalmen 4:7 : Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o HEERE! Psalmen 27:1 : Een psalm van David. De HEERE is mijn Licht en mijn Heil, voor wien zou ik vrezen? De HEERE is mijns levens kracht, voor wien zou ik vervaard zijn? Jesaja 9:1 : Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen. Jakobus 1:17 : Alle goede gave, en alle volmaakte gifte is van boven, van den Vader der lichten afkomende, bij Welken geen verandering is, of schaduw van omkering. Psalmen 16:11 : Gij zult mij het pad des levens bekend maken; verzadiging der vreugde is bij Uw aangezicht; liefelijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk. Psalmen 17:15 : Maar ik zal Uw aangezicht in gerechtigheid aanschouwen, ik zal verzadigd worden met Uw beeld, als ik zal opwaken. Zacharia 14:6 : En het zal te dien dage geschieden, dat er niet zal zijn het kostelijk licht, en de dikke duisternis. Zacharia 14:7 : Maar het zal een enige dag zijn, die den HEERE bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen. Kolossensen 1:12 : Dankende den Vader, Die ons bekwaam gemaakt heeft, om deel te hebben in de erve der heiligen in het licht; Openbaring 21:11 : En zij had de heerlijkheid Gods, en haar licht was den allerkostelijksten steen gelijk, namelijk als den steen Jaspis, blinkende gelijk kristal. Openbaring 21:23 : En de stad behoeft de zon en de maan niet, dat zij in dezelve zouden schijnen; want de heerlijkheid Gods heeft haar verlicht, en het Lam is haar Kaars. Openbaring 22:5 : En aldaar zal geen nacht zijn, en zij zullen geen kaars noch licht der zon van node hebben; want de Heere God verlicht hen; en zij zullen als koningen heersen in alle eeuwigheid.",
          "text1637": "D. als ghy ons door uwen Heyligen Geest verlicht, ende u vaderlick aenschijn in den Messia vertoont, dan bekomen wy ’t rechte verstant van uwe genaden-wercken, ende genieten eenen levendigen troost ende hertlicke blijtschap. Vergel. Iob 29.3. Psal. 4.6, 7. ende 27.1. met d’aenteeck. Ies. 9.2. Iac. 1.17. item, voor soo veel dit de heerlickheyt des eeuwigen levens mede aengaet, Psal. 16. op vers 11. ende 17.15. item Zach. 14.6, 7. Col. 1.12. Apoc. 21.11, 23. ende 22.5.",
          "text2026": "uw licht: Dat is, als U ons door uw Heilige Geest verlicht, en uw vaderlijk aangezicht in de Messias vertoont, dan bekomen wij het rechte verstand van uw genadewerken en genieten een levenden troost en hartelijke blijdschap. Verg. Job 29:3 . Ps. 4:6 , 4:7 ; Ps. 27:1 , met de aantekening, Jes. 9:1 . Jak. 1:17 . idem voor zoveel dit de heerlijkheid van de eeuwigen levens mee betreft; Ps. 16:11 ; Ps. 17:15 . idem Zach. 14:6 , 14:7 . Kol. 1:12 . Openb. 21:11 , 21:23 ; Openb. 22:5 . Job 29:3 : Toen Hij Zijn lamp deed schijnen over mijn hoofd, en ik bij Zijn licht de duisternis doorwandelde; Psalmen 4:6 : Offert offeranden van de gerechtigheid, en vertrouwt op JAHWEH. Psalmen 4:7 : Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef U over ons het licht Uws aangezichts, o JAHWEH! Psalmen 27:1 : Een psalm van David. JAHWEH is mijn Licht en mijn Heil, voor wie zou ik vrezen? JAHWEH is mijns levens kracht, voor wie zou ik vervaard zijn? Jesaja 9:1 : Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw van de dood, over dezelfde zal een licht schijnen. Jakobus 1:17 : Alle goede gave, en alle volmaakte gifte is van boven, van de Vader van de lichten afkomende, bij Welke geen verandering is, of schaduw van omkering. Psalmen 16:11 : U zult mij het pad van het leven bekend maken; verzadiging van de vreugde is bij Uw aangezicht; liefelijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwig. Psalmen 17:15 : Maar ik zal Uw aangezicht in gerechtigheid aanschouwen, ik zal verzadigd worden met Uw beeld, als ik zal opwaken. Zacharia 14:6 : En het zal op die dag gebeuren, dat er niet zal zijn het kostelijk licht, en de dikke duisternis. Zacharia 14:7 : Maar het zal een enige dag zijn, die JAHWEH bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal gebeuren, ten tijde van de avond, dat het licht zal wezen. Kolossensen 1:12 : Dankende de Vader, Die ons bekwaam gemaakt heeft, om deel te hebben in de erve van de heiligen in het licht; Openbaring 21:11 : En zij had de heerlijkheid van God, en haar licht was de allerkostelijksten steen gelijk, namelijk als de steen Jaspis, blinkende gelijk kristal. Openbaring 21:23 : En de stad behoeft de zon en de maan niet, dat zij in dezelfde zouden schijnen; want de heerlijkheid van God heeft haar verlicht, en het Lam is haar Kaars. Openbaring 22:5 : En daar zal geen nacht zijn, en zij zullen geen kaars noch licht van de zon nodig hebben; want de Heer God verlicht hen; en zij zullen als koningen heersen in alle eeuwigheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "עִ֭מְּ/ךָ",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מְק֣וֹר",
          "strongs": "H4726",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "חַיִּ֑ים",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ֝/אוֹרְ/ךָ֗",
          "strongs": "H216",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "נִרְאֶה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqi1cp"
        },
        {
          "woord": "אֽוֹר",
          "strongs": "H216",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want bij U is de fontein van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> het leven; in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Uw licht zien wij het licht.",
      "textSV1888_html": "Want bij U is de fontein des<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> levens; in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Uw licht zien wij het licht.",
      "text1637_html": "Want by u is de fonteyn des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> levens: in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> u licht sien wy het licht.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des levens;",
          "new": "van het leven;",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Strek Uw goedertierenheid uit over degenen, die U kennen, en Uw gerechtigheid over de oprechten van hart.",
      "text1637": "[14] Streckt uwe goedertierenheyt uyt over de gene die u kennen; ende uwe [15] gerechticheyt over de oprechte van herten.",
      "text2026": "Strek Uw goedertierenheid uit over degenen, die U kennen, en Uw gerechtigheid over de oprechten van hart.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, ga voort, verleng, vervolg . Verg. Jer. 31:3 . Jeremia 31:3 : De HEERE is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.",
          "text1637": "Ofte, continueert, verlengt, vervolcht. Vergel. Ierem. 31. op vers 3.",
          "text2026": "Of, ga voort, verleng, vervolg . Verg. Jer. 31:3 . Jeremia 31:3 : JAHWEH is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uw gerechtigheid: Die medebrengt dat Gij uwe beloften houdt, die oprecht van harte zijn beschermt, hunne vijanden straft, en alzo alles [niettegenstaande het goddeloze gewoel] in goede richtigheid houdt.",
          "text1637": "Die medebrengt, dat ghy uwe beloften houdet, die recht van herten zijn beschermet, hare vyanden straffet, ende alsoo alles (niet tegenstaende der godtloosen gewoel) in goede richticheyt houdet.",
          "text2026": "Uw gerechtigheid: Die medebrengt dat U uw beloften houdt, die oprecht van hart zijn beschermt, hun vijanden straft, en zo alles [niettegenstaande het goddeloze gewoel] in goede richtigheid houdt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מְשֹׁ֣ךְ",
          "strongs": "H4900",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "חַ֭סְדְּ/ךָ",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/יֹדְעֶ֑י/ךָ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HR/Vqrmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/צִדְקָֽתְ/ךָ֗",
          "strongs": "H6666",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/יִשְׁרֵי",
          "strongs": "H3477",
          "morph": "HR/Aampc"
        },
        {
          "woord": "לֵֽב",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Strek Uw goedertierenheid uit over degenen, die U kennen, en Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> gerechtigheid over de oprechten van hart.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Strek Uw goedertierenheid uit over degenen, die U kennen, en Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> gerechtigheid over de oprechten van hart.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Streckt uwe goedertierenheyt uyt over de gene die u kennen; ende uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> gerechticheyt over de oprechte van herten."
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "De voet der hovaardigen kome niet over mij, en de hand der goddelozen doe mij niet omzwerven.",
      "text1637": "De voet der [16] hoovaerdigen en kome niet over my; ende de hant der godtloosen en doe my niet [17] omswerven.",
      "text2026": "De voet van de hoogmoedigen kome niet over mij, en de hand van de goddelozen doe mij niet omzwerven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., der hovaardij; dat is, der hovaardigen, [zie Job 35:13 ] die mij onder de voeten zoeken te treden, of den voet mij op den nek te zetten. Job 35:13 : Gewisselijk zal God de ijdelheid niet verhoren, en de Almachtige zal die niet aanschouwen.",
          "text1637": "Hebr. der hoovaerdye, dat is, der hoovaerdigen, (siet Iob 35. op vers 13.) die my onder voeten soecken te treden, ofte den voet my op den necke te setten.",
          "text2026": "Hebr., van de hovaardij; dat is, van de hovaardigen, [zie Job 35:13 ] die mij onder de voeten zoeken te treden, of de voet mij op de nek te zetten. Job 35:13 : Gewisselijk zal God de ijdelheid niet verhoren, en de Almachtige zal die niet aanschouwen."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, verjagen mij niet.",
          "text1637": "Ofte, en verjage my niet.",
          "text2026": "Of, verjagen mij niet."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תְּ֭בוֹאֵ/נִי",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqj3fs/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "רֶ֣גֶל",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "גַּאֲוָ֑ה",
          "strongs": "H1346",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יַד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HC/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "רְ֝שָׁעִ֗ים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תְּנִדֵֽ/נִי",
          "strongs": "H5110",
          "morph": "HVhj3fs/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "De voet van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> de hoogmoedigen kome niet over mij, en de hand van de goddelozen doe mij niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> omzwerven.",
      "textSV1888_html": "De voet der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hovaardigen kome niet over mij, en de hand der goddelozen doe mij niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> omzwerven.",
      "text1637_html": "De voet der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hoovaerdigen en kome niet over my; ende de hant der godtloosen en doe my niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> omswerven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der hovaardigen",
          "new": "van de hoogmoedigen",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Aldaar zijn de werkers der ongerechtigheid gevallen; zij zijn nedergestoten, en kunnen niet weder opstaan.",
      "text1637": "[18] Aldaer zijn de werckers der ongerechticheyt gevallen; sy zijn nedergestooten, ende en konnen niet weder opstaen.",
      "text2026": "Daar zijn de werkers van de ongerechtigheid gevallen; zij zijn neergestoten, en kunnen niet meer opstaan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, waar zij nu de vromen zochten en meenden neder te vellen; of alsdan. Verg. boven Ps. 14:5 , en de aantekening aldaar. Psalmen 14:5 : Aldaar zijn zij met vervaardheid vervaard; want God is bij het geslacht des rechtvaardigen.",
          "text1637": "T.w. daer sy nu den vroomen sochten ende meenden neder te vellen: ofte alsdan. vergelijckt bov. Psal. 14.5. ende d’aenteeck. aldaer.",
          "text2026": "Te weten, waar zij nu de vromen zochten en meenden neder te vellen; of alsdan. Verg. boven Ps. 14:5 , en de aantekening daar. Psalmen 14:5 : Daar zijn zij met vervaardheid vervaard; want God is bij het geslacht van de rechtvaardigen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָׁ֣ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "נָ֭פְלוּ",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "פֹּ֣עֲלֵי",
          "strongs": "H6466",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "אָ֑וֶן",
          "strongs": "H205",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "דֹּ֝ח֗וּ",
          "strongs": "H1760",
          "morph": "HVPp3cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יָ֥כְלוּ",
          "strongs": "H3201",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "קֽוּם",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HVqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Daar zijn de werkers van de ongerechtigheid gevallen; zij zijn neergestoten, en kunnen niet meer opstaan.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Aldaar zijn de werkers der ongerechtigheid gevallen; zij zijn nedergestoten, en kunnen niet weder opstaan.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Aldaer zijn de werckers der ongerechticheyt gevallen; sy zijn nedergestooten, ende en konnen niet weder opstaen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Aldaar",
          "new": "Daar",
          "principe": "V36"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "nedergestoten,",
          "new": "neergestoten,",
          "principe": "V335"
        },
        {
          "old": "weder",
          "new": "meer",
          "principe": "V1523"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David seer ontstelt zijnde over de grouwelicke godtloosheyt der boosen, verwondert sich dies te meer over de grondeloose wijsheyt, gerechticheyt, ende goedertierenheyt des Heeren, die in sulcke eene verwerringe alle schepselen in ordre houdende, sich bewijst eenen seer gunstigen Heylant sijner Kerkcke, om welcker (als oock sijn eygen) behoudenisse, David Godt biddet, ende voorseyt der godtloosen val.",
    "text2026": "David, zeer ontsteld zijnde over de gruwelijke goddeloosheid van de bozen, verwondert zich des te meer over de grondeloze wijsheid, gerechtigheid en goedertierenheid van de HEERE, Die in zulk een verwarring alle schepselen in orde houdt en Zich een zeer gunstig Heiland van Zijn Kerk betoont; om wier (en ook zijn eigen) behoud David tot God bidt, en hij voorzegt de val van de goddelozen."
  }
}
