{
  "number": 37,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van David. Aleph. Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen.",
      "text1637": "[EEn Psalm] Davids. [1] Aleph. [a] En ontsteeckt u niet over de [2] boosdoenders: en benijdtse niet die onrecht doen.",
      "text2026": "Een psalm van David. Aleph. Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Spreuk. 23:17 ; Spreuk. 24:1 . Spreuken 23:17 : Uw hart zij niet nijdig over de zondaren; maar zijt te allen dage in de vreze des HEEREN. Spreuken 24:1 : Zijt niet nijdig over de boze lieden, en laat u niet gelusten, om bij hen te zijn.",
          "text1637": "Prov. 23.17. ende 24.1.",
          "text2026": "Spr. 23:17 ; Spr. 24:1 . Spreuken 23:17 : Uw hart zij niet nijdig over de zondaren; maar zijt te alle dage in de vrees voor JAHWEH. Spreuken 24:1 : Zijt niet nijdig over de boze mensen, en laat u niet gelusten, om bij hen te zijn."
        },
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van het Hebr., אַל, A, b, zie op den titel van den 25en Psalm. Ps. 25 .",
          "text1637": "Van’t Hebreeusch A.B. siet op den tijtel van den 25. Psalm.",
          "text2026": "Van het Hebr., אַל, A, b, zie op de titel van de 25en Psalm. Ps. 25 ."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die op aarde voorspoedig en gelukkig zijn, gelijk in het volgende verklaard wordt; waaruit blijkt dat de schooe beloften, die in dezen psalm en elders den vromen gedaan worden, den tijdelijken voorspeod der bozen en het kruis of tegenspoed der vromen niet uitsluiten; zodat deze psalm [gelijk ook ander] bijzonderlijk dient om de ergenis, die de vromen daaruit zouden mogen scheppen, voor te komen. Zie ook Ps. 34:13 . Maar in dit alles blijft Gods zegen over de vromen en de vloek op de goddelozen, zodat die eeuwiglijk zalig, en deze integendeel eeuwig verloren zullen zijn. Verg. Job 9:23 . Ps. 73:2 . enz. Psalmen 34:13 : Mem. Wie is de man, die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien? Job 9:23 : Als de gesel haastelijk doodt, bespot Hij de verzoeking der onschuldigen. Psalmen 73:2 : Maar mij aangaande, mijn voeten waren bijna uitgeweken; mijn treden waren bijkans uitgeschoten.",
          "text1637": "Die op aerden voorspoedich ende geluckich zijn, als in’t volgende verklaert wort: waer uyt blijckt, dat de schoone beloften, die in desen Psalm ende elders den vroomen gedaen worden, den tijdelicken voorspoet der boosen, ende het kruys ofte tegenspoet der vroomen, niet uytsluyten: gemerckt desen Psalm (als oock andere) bysonderlick dienen, om de ergernisse, die de vroome daer uyt souden mogen scheppen, voor te komen. Siet oock Psal. 34. op vers 13. maer in desen allen blijft Godts segen over de vroome, ende de vloeck op de godtloose, sulcks dat die eeuwichlick salich, ende dese ter contrarie eeuwich verloren sullen zijn. Vergel. Iob 9. op vers 23. ende Ps. 73.2, etc.",
          "text2026": "Die op aarde voorspoedig en gelukkig zijn, gelijk in het volgende verklaard wordt; waaruit blijkt dat de schooe beloften, die in deze psalm en elders de vromen gedaan worden, de tijdelijke voorspeod van de bozen en het kruis of tegenspoed van de vromen niet uitsluiten; zodat deze psalm [gelijk ook ander] bijzonderlijk dient om de ergenis, die de vromen daaruit zouden mogen scheppen, voor te komen. Zie ook Ps. 34:13 . Maar in dit alles blijft Gods zegen over de vromen en de vloek op de goddelozen, zodat die eeuwig zalig, en deze integendeel eeuwig verloren zullen zijn. Verg. Job 9:23 . Ps. 73:2 . enz. Psalmen 34:13 : Mem. Wie is de man, die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien? Job 9:23 : Als de gesel haastig doodt, bespot Hij de verzoeking van de onschuldigen. Psalmen 73:2 : Maar mij aangaande, mijn voeten waren bijna uitgeweken; mijn treden waren bijkans uitgegleden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לְ/דָוִ֨ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּתְחַ֥ר",
          "strongs": "H2734",
          "morph": "HVtj2ms"
        },
        {
          "woord": "בַּ/מְּרֵעִ֑ים",
          "strongs": "H7489",
          "morph": "HRd/Vhrmpa"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תְּ֝קַנֵּ֗א",
          "strongs": "H7065",
          "morph": "HVpj2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עֹשֵׂ֥י",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HR/Vqrmpc"
        },
        {
          "woord": "עַוְלָֽה",
          "strongs": "H5766",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> psalm van David. Aleph.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Ontsteek u niet over de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen.",
      "textSV1888_html": "Een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> psalm van David. Aleph.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Ontsteek u niet over de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen.",
      "text1637_html": "[EEn Psalm] Davids. <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> <i>Aleph</i>. <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> En ontsteeckt u niet over de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> boosdoenders: en benijdtse niet die onrecht doe<i>n</i>."
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Want als gras zullen zij haast worden afgesneden, en als de groene grasscheutjes zullen zij afvallen.",
      "text1637": "Want als gras sullen sy haest worden afgesneden; ende als de [3] groene gras-scheutkens sullen sy [4] afvallen.",
      "text2026": "Want als gras zullen zij haast worden afgesneden, en als de groene grasscheutjes zullen zij afvallen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., דֶּשֶׁא, de groente van het jonge gras.",
          "text1637": "Hebr. de groente van ’t jonge gras.",
          "text2026": "Hebr., דֶּשֶׁא, de groente van het jonge gras."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, verwelken, gelijk de afvallende bladeren; gelijk Ps. 1:3 . zie aldaar. Psalmen 1:3 : Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken.",
          "text1637": "Ofte, verwelcken, gelijck d’afvallende bladeren: als Psal. 1.3. siet aldaer.",
          "text2026": "Of, verwelken, gelijk de afvallende bladeren; gelijk Ps. 1:3 . zie daar. Psalmen 1:3 : Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "כֶ֭/חָצִיר",
          "strongs": "H2682",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מְהֵרָ֣ה",
          "strongs": "H4120",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "יִמָּ֑לוּ",
          "strongs": "H5243",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/כְ/יֶ֥רֶק",
          "strongs": "H3418",
          "morph": "HC/R/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "דֶּ֝֗שֶׁא",
          "strongs": "H1877",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יִבּוֹלֽוּ/ן",
          "strongs": "H5034",
          "morph": "HVqi3mp/Sn"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want als gras zullen zij haast worden afgesneden, en als de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> groene grasscheutjes zullen zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> afvallen.",
      "textSV1888_html": "Want als gras zullen zij haast worden afgesneden, en als de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> groene grasscheutjes zullen zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> afvallen.",
      "text1637_html": "Want als gras sullen sy haest worden afgesneden; ende als de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> groene gras-scheutkens sullen sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> afvallen."
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Beth. Vertrouw op den HEERE, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u met getrouwigheid.",
      "text1637": "Beth. Vertrouwt op den HEERE, ende doet het goede; [5] bewoont de aerde, ende [6] voedt u [met] getrouwicheyt.",
      "text2026": "Beth. Vertrouw op JAHWEH, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u met getrouwigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, zo zult gij de aarde in het algemeen, en het land Kanaän [dat een voolbeeld was van het hemelse] in het bijzonder, bewonen en u voeden, of gevoed worden, enz. alzo vers 27 , en elders. Zulke beloften, gebiedenderwijze gesproken, zijn zeer krachtig, als voerende de vromen in dadelijke genieting en bezit van hetgeen beloofd wordt. Verg. Spreuk. 3:3 . Psalmen 37:27 : Samech. Wijk af van het kwade, en doe het goede, en woon in eeuwigheid. Spreuken 3:3 : Dat de goedertierenheid en de trouw u niet verlaten; bind ze aan uw hals, schrijf ze op de tafel uws harten.",
          "text1637": "D. so sult ghy de aerde int gemeyn, ende ’t lant Canaan (dat een voor-beelt was van’t hemelsche) in’t bysonder, bewoonen, ende u voeden, ofte, gevoet worden, etc. alsoo vers 27. ende elders. Sulcke beloften gebiedender-wijse uytgesproken, zijn seer krachtich, als voerende de vroome in datelicke genietinge ende besit van ’t gene belooft wort. Vergel. Prov. 3. op vers 3.",
          "text2026": "Dat is, zo zult u de aarde in het algemeen, en het land Kanaän [dat een voolbeeld was van het hemelse] in het bijzonder, bewonen en u voeden, of gevoed worden, enz. zo vers 27 , en elders. Zulke beloften, gebiedenderwijze gesproken, zijn zeer krachtig, als voerende de vromen in dadelijke genieting en bezit van wat beloofd wordt. Verg. Spr. 3:3 . Psalmen 37:27 : Samech. Wijk af van het kwade, en doe het goede, en woon in eeuwigheid. Spreuken 3:3 : Dat de goedertierenheid en de trouw u niet verlaten; bind ze aan uw hals, schrijf ze op de tafel uws harten."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. weid u, of wordt geweid; dat is, de Heere zal u getrouwelijk voeden, naar zijne beloften, gelijk in het volgende verklaard wordt. Of, onderhoud uzelven met de overdenking van Gods getrouwe beloften, die niet feilen. Sommigen nemen het Hebr. woord emuna voor zekerheid, bestendigheid; dat is, ene bestendige en vaste staat dien God den vromen toezegt, zelfs in het midden van het kruis, waar der goddelozen vreugde als gras des velds haast verdwijnt. Verg. Spreuk. 2:7 . Spreuken 2:7 : Hij legt weg voor de oprechten een bestendig wezen; Hij is een Schild dengenen, die oprechtelijk wandelen;",
          "text1637": "Hebr. weyt u, ofte wort geweydet, dat is, de Heere sal u getrouwelick voeden, nae sijne beloften, gelijck in’t volg. verklaert wort. ofte, onderhoudt u selven met d’overdenckinge van Godts getrouwe beloften, die niet en feylen. Sommige nemen het hebreeusch woort Emuna voor sekerheyt, bestandicheyt, dat is, eenen bestandigen ende vasten staet, dien Godt den vroomen toeseyt, selfs in’t midden van’t kruys, daer der godtloosen vreuchde als gras des velts haest verdwijnt. Vergel. Prov. 2. op vers 7.",
          "text2026": "Hebr. weid u, of wordt geweid; dat is, de Heer zal u getrouwelijk voeden, naar zijn beloften, gelijk in het volgende verklaard wordt. Of, onderhoud uzelven met de overdenking van Gods getrouwe beloften, die niet falen. Sommigen nemen het Hebr. woord emuna voor zekerheid, bestendigheid; dat is, een bestendige en vaste staat die God de vromen toezegt, zelfs in het midden van het kruis, waar van de goddelozen vreugde als gras van het veld haast verdwijnt. Verg. Spr. 2:7 . Spreuken 2:7 : Hij legt weg voor de oprechten een bestendig wezen; Hij is een Schild dengenen, die oprecht wandelen;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּטַ֣ח",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "בַּֽ֭/יהוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וַ/עֲשֵׂה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "ט֑וֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁכָן",
          "strongs": "H7931",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶ֝֗רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/רְעֵ֥ה",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֱמוּנָֽה",
          "strongs": "H530",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Beth. Vertrouw op JAHWEH, en doe het goede;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> bewoon de aarde, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> voed u met getrouwigheid.",
      "textSV1888_html": "Beth. Vertrouw op den HEERE, en doe het goede;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> bewoon de aarde, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> voed u met getrouwigheid.",
      "text1637_html": "<i>Beth</i>. Vertrouwt op den HEERE, ende doet het goede; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> bewoont de aerde, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> voedt u [met] getrouwicheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "En verlustig u in den HEERE, zo zal Hij u geven de begeerten uws harten.",
      "text1637": "Ende verlust u inden HEERE; so sal hy u geven de begeerten uwes herten.",
      "text2026": "En verlustig u in JAHWEH, zo zal Hij u geven de begeerten van uw hart.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הִתְעַנַּ֥ג",
          "strongs": "H6026",
          "morph": "HC/Vtv2ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִֽתֶּן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ֝/ךָ֗",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁאֲלֹ֥ת",
          "strongs": "H4862",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "לִבֶּֽ/ךָ",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "En verlustig u in JAHWEH, zo zal Hij u geven de begeerten van uw hart.",
      "text1637_html": "Ende verlust u inden HEERE; so sal hy u geven de begeerten uwes herte<i>n</i>.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "uws harten.",
          "new": "van uw hart.",
          "principe": "V200"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Gimel. Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken;",
      "text1637": "Gimel. [b] [7] Wentelt uwen wech op den HEERE; ende vertrouwt op hem, hy sal’t [8] maken;",
      "text2026": "Gimel. Wentel uw weg op JAHWEH, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 22:9 ; Ps. 55:23 ; Spreuk. 16:3 ; Matth. 6:25 ; Lukas 12:22 ; 1 Petr. 5:7 . Psalmen 22:9 : Hij heeft het op den HEERE gewenteld, dat Hij hem nu uithelpe, dat Hij hem redde, dewijl Hij lust aan hem heeft! Psalmen 55:23 : Werp uw zorg op den HEERE, en Hij zal u onderhouden; Hij zal in eeuwigheid niet toelaten, dat de rechtvaardige wankele. Spreuken 16:3 : Wentel uw werken op den HEERE, en uw gedachten zullen bevestigd worden. Mattheüs 6:25 : Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding? Lukas 12:22 : En Hij zeide tot Zijn discipelen: Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten zult, noch voor het lichaam, waarmede gij u kleden zult. 1 Petrus 5:7 : Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.",
          "text1637": "Psal. 22.9. ende 55.23. Prov. 16.3. Matt. 6.25. Luc. 12.22. 1.Pet. 5.7.",
          "text2026": "Ps. 22:9 ; Ps. 55:23 ; Spr. 16:3 ; Matt. 6:25 ; Lukas 12:22 ; 1 Petr. 5:7 . Psalmen 22:9 : Hij heeft het op JAHWEH gewenteld, dat Hij hem nu uithelpe, dat Hij hem redde, omdat Hij lust aan hem heeft! Psalmen 55:23 : Werp uw zorg op JAHWEH, en Hij zal u onderhouden; Hij zal in eeuwigheid niet toelaten, dat de rechtvaardige wankele. Spreuken 16:3 : Wentel uw werken op JAHWEH, en uw gedachten zullen bevestigd worden. Mattheüs 6:25 : Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat u eten, en wat u drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmee u u kleden zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding? Lukas 12:22 : En Hij zei tot Zijn discipelen: Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat u eten zult, noch voor het lichaam, waarmee u u kleden zult. 1 Petrus 5:7 : Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, rol uwen weg; dat is, draag al uw voornemen en doen, zorg, bekommernis, den Heere op, beveel het Hem; zie Ps. 22:9 . en verg. Matth. 6:25 . enz. en Luk. 12:22 . enz. Psalmen 22:9 : Hij heeft het op den HEERE gewenteld, dat Hij hem nu uithelpe, dat Hij hem redde, dewijl Hij lust aan hem heeft! Mattheüs 6:25 : Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding? Lukas 12:22 : En Hij zeide tot Zijn discipelen: Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten zult, noch voor het lichaam, waarmede gij u kleden zult.",
          "text1637": "Ofte, rolt uwen wech. dat is, draecht al u voornemen ende doen, sorge, becommernisse, den Heere op, beveelt het hem. Siet Psal. 22. op vers 9. ende vergel. Matth. 6.25, etc. Luc. 12.22. etc.",
          "text2026": "Of, rol uw weg; dat is, draag al uw voornemen en doen, zorg, bekommernis, de Heer op, beveel het Hem; zie Ps. 22:9 . en verg. Matt. 6:25 . enz. en Luk. 12:22 . enz. Psalmen 22:9 : Hij heeft het op JAHWEH gewenteld, dat Hij hem nu uithelpe, dat Hij hem redde, omdat Hij lust aan hem heeft! Mattheüs 6:25 : Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat u eten, en wat u drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmee u u kleden zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding? Lukas 12:22 : En Hij zei tot Zijn discipelen: Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat u eten zult, noch voor het lichaam, waarmee u u kleden zult."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, uitvoeren, uitrichten.",
          "text1637": "Ofte, uytvoeren, uytrichten.",
          "text2026": "Of, uitvoeren, uitrichten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "גּ֣וֹל",
          "strongs": "H1556",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "דַּרְכֶּ֑/ךָ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְטַ֥ח",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "עָ֝לָ֗י/ו",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/ה֣וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HC/Pp3ms"
        },
        {
          "woord": "יַעֲשֶֽׂה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Gimel.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Wentel uw weg op JAHWEH, en vertrouw op Hem; Hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> het maken;",
      "textSV1888_html": "Gimel.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem; Hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> het maken;",
      "text1637_html": "<i>Gimel</i>. <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Wentelt uwen wech op den HEERE; ende vertrouwt op hem, hy sal’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> maken;",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "En zal uw gerechtigheid doen voortkomen als het licht, en uw recht als den middag.",
      "text1637": "Ende sal uwe gerechticheyt doen voortkomen als het [9] licht; ende u recht als den middach.",
      "text2026": "En zal uw gerechtigheid doen voortkomen als het licht, en uw recht als de middag.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Der zon, of des daags, dat is, dat zij zo klaar blijke als de zon op den hellen middag schijnt. Verg. Job 5:14 . Job 5:14 : Des daags ontmoeten zij de duisternis, en gelijk des nachts tasten zij in den middag.",
          "text1637": "Der Sonne, ofte des daechs, dat is, datse soo klaer blijcke, als de Sonne op den hellen middach schijnt. Vergel. Iob 5. op vers 14.",
          "text2026": "Van de zon, of van de dag, dat is, dat zij zo klaar blijke als de zon op de hellen middag schijnt. Verg. Job 5:14 . Job 5:14 : Van de daags ontmoeten zij de duisternis, en gelijk van de nacht tasten zij in de middag."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/הוֹצִ֣יא",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HC/Vhp3ms"
        },
        {
          "woord": "כָ/א֣וֹר",
          "strongs": "H216",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "צִדְקֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H6664",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/מִשְׁפָּטֶ֗/ךָ",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כַּֽ/צָּהֳרָֽיִם",
          "strongs": "H6672",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zal uw gerechtigheid doen voortkomen als het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> licht, en uw recht als de middag.",
      "textSV1888_html": "En zal uw gerechtigheid doen voortkomen als het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> licht, en uw recht als den middag.",
      "text1637_html": "Ende sal uwe gerechticheyt doen voortkomen als het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> licht; ende u recht als den middach.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Daleth. Zwijg den HEERE, en verbeid Hem; ontsteek u niet over dengene, wiens weg voorspoedig is; over een man, die listige aanslagen uitvoert.",
      "text1637": "Daleth. [10] Swijcht den HEERE, ende [11] verbeydt hem, ontsteeckt u niet over den genen, [12] wiens wech voorspoedich is, over eenen man, die listige aenslagen [13] uyt voert.",
      "text2026": "Daleth. Zwijg voor JAHWEH, en verbeid Hem; ontsteek u niet over degene, wiens weg voorspoedig is; over een man, die listige aanslagen uitvoert.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, murmureer niet tegen den Heere, maar neem het op met geduld. Zie van zulk stilzwijgen, of stilte des gedulds en der hoop, Ps. 39:10 ; Ps. 62:2 , 62:6 ; Ps. 65:2 . Jes. 30:15 . Klaagl. 3:26 , 3:27 , 3:28 . Zef. 1:7 . Psalmen 39:10 : Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan. Psalmen 62:2 : Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil. Psalmen 62:6 : Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode; want van Hem is mijn verwachting. Psalmen 65:2 : De lofzang is in stilheid tot U, o God! in Sion; en U zal de gelofte betaald worden. Jesaja 30:15 : Want alzo zegt de Heere HEERE, de Heilige Israëls: Door wederkering en rust zoudt gijlieden behouden worden, in stilheid en in vertrouwen zou uw sterkte zijn; doch gij hebt niet gewild. Klaagliederen 3:26 : Teth. Het is goed, dat men hope, en stille zij op het heil des HEEREN. Klaagliederen 3:27 : Teth. Het is goed voor een man, dat hij het juk in zijn jeugd draagt. Klaagliederen 3:28 : Jod. Hij zitte eenzaam, en zwijge stil, omdat Hij het hem opgelegd heeft. Zefanja 1:7 : Zwijgt voor het aangezicht des Heeren HEEREN; want de dag des HEEREN is nabij; want de HEERE heeft een slachtoffer bereid, Hij heeft Zijn genoden geheiligd.",
          "text1637": "D. murmureert niet tegen den Heere, maer neemt het op met gedult. Siet van sulck stilswijgen, ofte stilte des gedults ende der hope, Psal. 39.10. ende 62.2, 6. ende 65.2. Thren. 3.26, 27, 28. Ies. 30.15. Zephan. 1.7.",
          "text2026": "Dat is, mor niet tegen de Heer, maar neem het op met geduld. Zie van zulk stilzwijgen, of stilte van de gedulds en van de hoop, Ps. 39:10 ; Ps. 62:2 , 62:6 ; Ps. 65:2 . Jes. 30:15 . Klaagl. 3:26 , 3:27 , 3:28 . Zef. 1:7 . Psalmen 39:10 : Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want U hebt het gedaan. Psalmen 62:2 : Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil. Psalmen 62:6 : Maar u, o mijn ziel! zwijg voor God; want van Hem is mijn verwachting. Psalmen 65:2 : De lofzang is in stilheid tot U, o God! in Sion; en U zal de gelofte betaald worden. Jesaja 30:15 : Want zo zegt de Heer JAHWEH, de Heilige van Israël: Door wederkering en rust zoudt u behouden worden, in stilheid en in vertrouwen zou uw sterkte zijn; maar u hebt niet gewild. Klaagliederen 3:26 : Teth. Het is goed, dat men hope, en stille zij op het heil van JAHWEH. Klaagliederen 3:27 : Teth. Het is goed voor een man, dat hij het juk in zijn jeugd draagt. Klaagliederen 3:28 : Jod. Hij zitte eenzaam, en zwijge stil, omdat Hij het hem opgelegd heeft. Zefanja 1:7 : Zwijgt voor het aangezicht van de Heer JAHWEH; want de dag van JAHWEH is nabij; want JAHWEH heeft een slachtoffer bereid, Hij heeft Zijn genodigden geheiligd."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders, draagt smart om zijnentwil.",
          "text1637": "And. draecht smerte om sijnen’t wille.",
          "text2026": "Anders, draagt smart om zijnentwil."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, wiens voornemen en doel wel gelukt, al deugt het niet.",
          "text1637": "D. wiens voornemen ende doen wel geluckt, al en deucht het niet.",
          "text2026": "Dat is, wiens voornemen en doel wel gelukt, al deugt het niet."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. doet.",
          "text1637": "Hebr. doet.",
          "text2026": "Hebr. doet."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "דּ֤וֹם",
          "strongs": "H1826",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לַ/יהוָה֮",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִתְח֪וֹלֵ֫ל",
          "strongs": "H2342",
          "morph": "HC/Vrv2ms"
        },
        {
          "woord": "ל֥/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּ֭תְחַר",
          "strongs": "H2734",
          "morph": "HVtj2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מַצְלִ֣יחַ",
          "strongs": "H6743",
          "morph": "HR/Vhrmsc"
        },
        {
          "woord": "דַּרְכּ֑/וֹ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ֝/אִ֗ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עֹשֶׂ֥ה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "מְזִמּֽוֹת",
          "strongs": "H4209",
          "morph": "HNcfpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daleth.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Zwijg voor JAHWEH, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> verbeid Hem; ontsteek u niet over degene,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> wiens weg voorspoedig is; over een man, die listige aanslagen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> uitvoert.",
      "textSV1888_html": "Daleth.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Zwijg den HEERE, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> verbeid Hem; ontsteek u niet over dengene,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> wiens weg voorspoedig is; over een man, die listige aanslagen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> uitvoert.",
      "text1637_html": "<i>Daleth</i>. <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Swijcht den HEERE, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> verbeydt hem, ontsteeckt u niet over den genen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> wiens wech voorspoedich is, over eenen man, die listige aenslagen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> uyt voert.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE,",
          "new": "voor JAHWEH,",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "dengene,",
          "new": "degene,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "He. Laat af van toorn, en verlaat de grimmigheid; ontsteek u niet, immers niet, om kwaad te doen.",
      "text1637": "He. Laet af van toorne, ende verlaet de grimmicheyt: en ontsteeckt u niet, immers [niet] om [14] quaet te doen.",
      "text2026": "He. Laat af van toorn, en verlaat de woede; ontsteek u niet, immers niet, om kwaad te doen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, alzo dat gij u zoudt vergrijpen met twijfeling aan Gods voorzienigheid en trouw, of met alval, dat gij der goddelozen exempel zoudt begeren te volgen, omdat bij hen alles voor den wind schijnt te zijn. Zie Ps. 125:3 . Psalmen 125:3 : Want de scepter der goddeloosheid zal niet rusten op het lot der rechtvaardigen; opdat de rechtvaardigen hun handen niet uitstrekken tot onrecht.",
          "text1637": "Dat is, alsoo, dat ghy u soudt vergrijpen met twijffelinge aen Godts voorsichticheyt ende trouwe, ofte met afval, dat ghy der godtloosen exempel soudt begeeren te volgen, om dat by hen alles voor den wint schijnt te zijn. Siet Psal. 125.3.",
          "text2026": "Dat is, zo dat u u zoudt vergrijpen met twijfeling aan Gods voorzienigheid en trouw, of met alval, dat u van de goddelozen exempel zoudt begeren te volgen, omdat bij hen alles voor de wind schijnt te zijn. Zie Ps. 125:3 . Psalmen 125:3 : Want de scepter van de goddeloosheid zal niet rusten op het lot van de rechtvaardigen; opdat de rechtvaardigen hun handen niet uitstrekken tot onrecht."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הֶ֣רֶף",
          "strongs": "H7503",
          "morph": "HVhv2ms"
        },
        {
          "woord": "מֵ֭/אַף",
          "strongs": "H639",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/עֲזֹ֣ב",
          "strongs": "H5800",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "חֵמָ֑ה",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּ֝תְחַ֗ר",
          "strongs": "H2734",
          "morph": "HVtj2ms"
        },
        {
          "woord": "אַךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "לְ/הָרֵֽעַ",
          "strongs": "H7489",
          "morph": "HR/Vhc"
        }
      ],
      "text2026_html": "He. Laat af van toorn, en verlaat de woede; ontsteek u niet, immers niet, om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> kwaad te doen.",
      "textSV1888_html": "He. Laat af van toorn, en verlaat de grimmigheid; ontsteek u niet, immers niet, om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> kwaad te doen.",
      "text1637_html": "<i>He</i>. Laet af van toorne, ende verlaet de grimmicheyt: en ontsteeckt u niet, immers [niet] om <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> quaet te doen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "grimmigheid;",
          "new": "woede;",
          "principe": "V77"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Want de boosdoeners zullen uitgeroeid worden, maar die den HEERE verwachten, die zullen de aarde erfelijk bezitten.",
      "text1637": "Want de boosdoenders sullen uytgeroeyt worden; maer die den HEERE verwachten, die sullen de aerde erflick besitten.",
      "text2026": "Want de boosdoeners zullen uitgeroeid worden, maar die JAHWEH verwachten, die zullen de aarde erfelijk bezitten.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "מְ֭רֵעִים",
          "strongs": "H7489",
          "morph": "HVhrmpa"
        },
        {
          "woord": "יִכָּרֵת֑וּ/ן",
          "strongs": "H3772",
          "morph": "HVNi3mp/Sn"
        },
        {
          "woord": "וְ/קֹוֵ֥י",
          "strongs": "H6960",
          "morph": "HC/Vqrmpc"
        },
        {
          "woord": "יְ֝הוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הֵ֣מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "יִֽירְשׁוּ",
          "strongs": "H3423",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want de boosdoeners zullen uitgeroeid worden, maar die JAHWEH verwachten, die zullen de aarde erfelijk bezitten.",
      "text1637_html": "Want de boosdoenders sullen uytgeroeyt worden; maer die den HEERE verwachten, die sullen de aerde erflick besitte<i>n</i>.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Vau. En nog een weinig, en de goddeloze zal er niet zijn; en gij zult acht nemen op zijn plaats, maar hij zal er niet wezen.",
      "text1637": "Vau. Ende noch een [15] weynich, ende de godtloose en salder niet zijn; ende ghy sult acht nemen op sijne [16] plaetse, maer [17] hy en salder niet wesen.",
      "text2026": "Vau. En nog een weinig tijd, en de goddeloze zal er niet zijn; en u zult acht nemen op zijn plaats, maar hij zal er niet wezen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij zal maar een korte tijd de vromen kwellen. Zie Ps. 30:6 . Psalmen 30:6 : Want een ogenblik is er in Zijn toorn, maar een leven in Zijn goedgunstigheid; des avonds vernacht het geween, maar des morgens is er gejuich.",
          "text1637": "Hy sal maer eenen korten tijt de vrome quellen. siet Psal. 30. op vers 6.",
          "text2026": "Hij zal maar een korte tijd de vromen kwellen. Zie Ps. 30:6 . Psalmen 30:6 : Want een ogenblik is er in Zijn toorn, maar een leven in Zijn goedgunstigheid; van de avond overnacht het geween, maar van de morgen is er gejuich."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Waar hij stond, bloeiende als een schone boom, onder, vers 35 , 37:36 . Psalmen 37:35 : Resch. Ik heb gezien een gewelddrijvenden goddeloze, die zich uitbreidde als een groene inlandse boom. Psalmen 37:36 : Maar hij ging door, en zie, hij was er niet meer; en ik zocht hem, maar hij werd niet gevonden.",
          "text1637": "Daer hy stont, bloeyende als een schoone boom, ond. versen 35, 36.",
          "text2026": "Waar hij stond, bloeiende als een schone boom, onder, vers 35 , 37:36 . Psalmen 37:35 : Resch. Ik heb gezien een gewelddrijvenden goddeloze, die zich uitbreidde als een groene inlandse boom. Psalmen 37:36 : Maar hij ging door, en zie, hij was er niet meer; en ik zocht hem, maar hij werd niet gevonden."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hij zal: Of, zij; te weten, zijne plaats; dat is zijne woning, hijzelf met al zijn staat en heerlijkheid. Zie Job 7:10 . met de aantekening. Job 7:10 : Hij zal niet meer wederkeren tot zijn huis, en zijn plaats zal hem niet meer kennen.",
          "text1637": "Ofte, sy, T.w. sijne plaetse, dat is, sijne wooninge, hy selfs met allen sijnen staet ende heerlickheyt. siet Iob 7.10. met d’aent.",
          "text2026": "hij zal: Of, zij; te weten, zijn plaats; dat is zijn woning, hijzelf met al zijn staat en heerlijkheid. Zie Job 7:10 . met de aantekening. Job 7:10 : Hij zal niet meer terugkeren tot zijn huis, en zijn plaats zal hem niet meer kennen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/ע֣וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HC/D"
        },
        {
          "woord": "מְ֭עַט",
          "strongs": "H4592",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֣ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "רָשָׁ֑ע",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִתְבּוֹנַ֖נְתָּ",
          "strongs": "H995",
          "morph": "HC/Vrp2ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מְקוֹמ֣/וֹ",
          "strongs": "H4725",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵינֶֽ/נּוּ",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Vau. En nog een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> weinig tijd, en de goddeloze zal er niet zijn; en u zult acht nemen op zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> plaats, maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> hij zal er niet wezen.",
      "textSV1888_html": "Vau. En nog een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> weinig, en de goddeloze zal er niet zijn; en gij zult acht nemen op zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> plaats, maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> hij zal er niet wezen.",
      "text1637_html": "<i>Vau</i>. Ende noch een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> weynich, ende de godtloose en salder niet zijn; ende ghy sult acht nemen op sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> plaetse, maer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> hy en salder niet wesen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "weinig,",
          "new": "weinig tijd,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "De zachtmoedigen daarentegen zullen de aarde erfelijk bezitten, en zich verlustigen over groten vrede.",
      "text1637": "De [18] sachtmoedige daerentegen sullen de [c] aerde erflick besitten; ende hen verlusten over [19] grooten vrede.",
      "text2026": "De zachtmoedigen daarentegen zullen de aarde erfelijk bezitten, en zich verheugen over grote vrede.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 10:15 . Psalmen 10:15 : Breek den arm des goddelozen en bozen; zoek zijn goddeloosheid, totdat Gij haar niet vindt.",
          "text1637": "Siet Psal. 10. op vers 47.",
          "text2026": "Zie Ps. 10:15 . Psalmen 10:15 : Breek de arm van de goddelozen en bozen; zoek zijn goddeloosheid, totdat U haar niet vindt."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Matth. 5:5 . Mattheüs 5:5 : Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beërven.",
          "text1637": "Matth. 5.5.",
          "text2026": "Matt. 5:5 . Mattheüs 5:5 : Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aarde beërven."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. grootheid, of, veelheid van vrede; dat is, grote welvaart, veelvoudige welstand, voornamelijk in het geestelijke. Verg. Jes. 48:18 . en zie Gen. 37:14 . Jesaja 48:18 : Och, dat gij naar Mijn geboden geluisterd hadt! zo zou uw vrede geweest zijn als een rivier, en uw gerechtigheid als de golven der zee. Genesis 37:14 : En hij zeide tot hem: Ga toch heen, zie naar den welstand van uw broederen, en naar den welstand van de kudde, en breng mij een woord wederom. Zo zond hij hem uit het dal Hebron, en hij kwam te Sichem.",
          "text1637": "Hebr. grootheyt, ofte, veelheyt van vrede. dat is, grooten welvaert, veelvoudigen welstant, principalick in ’t geestelicke. Vergel. Iesa. 48.18. ende siet Genes. 37. op vers 14.",
          "text2026": "Hebr. grootheid, of, veelheid van vrede; dat is, grote welvaart, veelvoudige welstand, voornamelijk in het geestelijke. Verg. Jes. 48:18 . en zie Gen. 37:14 . Jesaja 48:18 : Och, dat u naar Mijn geboden geluisterd hadt! zo zou uw vrede geweest zijn als een rivier, en uw gerechtigheid als de golven van de zee. Genesis 37:14 : En hij zei tot hem: Ga toch heen, zie naar de welstand van uw broers, en naar de welstand van de kudde, en breng mij een woord opnieuw. Zo zond hij hem uit het dal Hebron, en hij kwam te Sichem."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/עֲנָוִ֥ים",
          "strongs": "H6035",
          "morph": "HC/Aampa"
        },
        {
          "woord": "יִֽירְשׁוּ",
          "strongs": "H3423",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/הִתְעַנְּג֗וּ",
          "strongs": "H6026",
          "morph": "HC/Vtq3cp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "רֹ֥ב",
          "strongs": "H7230",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "שָׁלֽוֹם",
          "strongs": "H7965",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> zachtmoedigen daarentegen zullen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> aarde erfelijk bezitten, en zich verheugen over<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> grote vrede.",
      "textSV1888_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> zachtmoedigen daarentegen zullen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> aarde erfelijk bezitten, en zich verlustigen over<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> groten vrede.",
      "text1637_html": "De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> sachtmoedige daerentegen sullen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> aerde erflick besitten; ende hen verlusten over <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> grooten vrede.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "verlustigen",
          "new": "verheugen",
          "principe": "V133"
        },
        {
          "old": "groten",
          "new": "grote",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Zain. De goddeloze bedenkt listige aanslagen tegen den rechtvaardige, en hij knerst over hem met zijn tanden.",
      "text1637": "Zain. De godtloose bedenckt listige aenslagen tegen den rechtveerdigen; ende hy [20] knerst over hem met sijne tanden.",
      "text2026": "Zain. De goddeloze bedenkt listige aanslagen tegen de rechtvaardige, en hij knerst over hem met zijn tanden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk Ps. 35:16 . Zie aldaar. Psalmen 35:16 : Onder de huichelende spotachtige tafelbroeders knersten zij over mij met hun tanden.",
          "text1637": "Als Psal. 35.16. siet aldaer.",
          "text2026": "Gelijk Ps. 35:16 . Zie daar. Psalmen 35:16 : Onder de huichelende spotachtige tafelbroers knersten zij over mij met hun tanden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "זֹמֵ֣ם",
          "strongs": "H2161",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "רָ֭שָׁע",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/צַּדִּ֑יק",
          "strongs": "H6662",
          "morph": "HRd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/חֹרֵ֖ק",
          "strongs": "H2786",
          "morph": "HC/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "עָלָ֣י/ו",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "שִׁנָּֽי/ו",
          "strongs": "H8127",
          "morph": "HNcbdc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zain. De goddeloze bedenkt listige aanslagen tegen de rechtvaardige, en hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> knerst over hem met zijn tanden.",
      "textSV1888_html": "Zain. De goddeloze bedenkt listige aanslagen tegen den rechtvaardige, en hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> knerst over hem met zijn tanden.",
      "text1637_html": "<i>Zain</i>. De godtloose bedenckt listige aenslagen tegen den rechtveerdigen; ende hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> knerst over hem met sijne tanden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "De HEERE belacht hem, want Hij ziet, dat zijn dag komt.",
      "text1637": "De Heere [21] belacht hem, want hy siet dat [22] sijn dach komt.",
      "text2026": "JAHWEH belacht hem, want Hij ziet, dat zijn dag komt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 2:4 . Psalmen 2:4 : Die in den hemel woont, zal lachen; de HEERE zal hen bespotten.",
          "text1637": "Siet Psal. 2. op vers 4.",
          "text2026": "Zie Ps. 2:4 . Psalmen 2:4 : Die in de hemel woont, zal lachen; JAHWEH zal hen bespotten."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijn dag: De dag der wraak des Heeren, of de dag van des goddelozen verdrf en ondergang, hem door Gods rechtvaardig oordeel toegelegd. Zie Job 18:20 . Jer. 17:18 ; Jer. 18:17 . Ezech. 7:10 , 7:12 ; Ezech. 27:27 ; Ezech. 30:2 , 30:3 , 30:9 ; Ezech. 32:10 . Hos. 1:11 . Anders wordt ook iemands dag bloot genomen voor des mensen strefdag, gelijk Job 15:32 ; alsook des mensen tijd, Pred. 7:17 . Job 18:20 : Over zijn dag zullen de nakomelingen verbaasd zijn, en de ouden met schrik bevangen worden. Jeremia 17:18 : Laat mijn vervolgers beschaamd worden, maar laat mij niet beschaamd worden; laat hen verschrikt worden, maar laat mij niet verschrikt worden; breng over hen den dag des kwaads, en verbreek hen met een dubbele verbreking. Jeremia 18:17 : Als een oostenwind zal Ik hen verstrooien voor het aangezicht des vijands; Ik zal hun den nek en niet het aangezicht laten zien, ten dage huns verderfs. Ezechiël 7:10 : Ziet, de dag, ziet, de morgenstond is gekomen, de morgenstond is voortgekomen, de roede heeft gebloeid, de hovaardij heeft gegroend. Ezechiël 7:12 : De tijd is gekomen, de dag is genaakt; de koper zij niet blijde, en de verkoper bedrijve geen rouw; want een brandende toorn is over de gehele menigte van het land. Ezechiël 27:27 : Uw goed, en uw marktwaren, uw onderlinge koophandel, uw zeelieden, en uw schippers; die uw breuken verbeteren, en die onderlingen handel met u drijven, en al uw krijgslieden, die in u zijn, zelfs met uw ganse gemeente, die in het midden van u is, zullen vallen in het hart der zeeën, ten dage van uw val. Ezechiël 30:2 : Mensenkind! profeteer, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Huilt: Ach die dag! Ezechiël 30:3 : Want de dag is nabij, ja, de dag des HEEREN is nabij, een wolkige dag, het zal der heidenen tijd zijn. Ezechiël 30:9 : Te dien dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in den dag van Egypte; want ziet, het komt aan! Ezechiël 32:10 : En Ik zal maken, dat zich vele volken over u ontzetten, en hun koningen zullen de haren over u te berge staan, als Ik Mijn zwaard zal zwaaien voor hun aangezichten; en zij zullen elk ogenblik sidderen, een ieder voor zijn ziel, ten dage uws vals. Hosea 1:11 : En de kinderen van Juda, en de kinderen Israëls zullen samenvergaderd worden, en zich een enig hoofd stellen, en uit het land optrekken; want de dag van Jizreël zal groot zijn. Job 15:32 : Als zijn dag nog niet is, zal hij vervuld worden; want zijn tak zal niet groenen. Prediker 7:17 : Wees niet al te goddeloos, noch wees al te dwaas; waarom zoudt gij sterven buiten uw tijd?",
          "text1637": "De dach der wrake des Heeren, ofte, de dach van des godtloosen verderf ende onderganck, hem door Godts rechtveerdich oordeel toegeleyt. siet Iob 18.20. Ierem. 17.18. ende 18.17. Ezech. 7.10, 12. ende 27.27. ende 30.2, 3, 9. ende 32.10. Hos. 1.11. anders wort oock yemants dach slechtelick genomen voor ’s menschen sterf-dach, als Iob 15.32. als oock des menschen tijt. Eccl. 7.18.",
          "text2026": "zijn dag: De dag van de wraak van de Heer, of de dag van de goddelozen verdrf en ondergang, hem door Gods rechtvaardig oordeel toegelegd. Zie Job 18:20 . Jer. 17:18 ; Jer. 18:17 . Ez. 7:10 , 7:12 ; Ez. 27:27 ; Ez. 30:2 , 30:3 , 30:9 ; Ez. 32:10 . Hos. 1:11 . Anders wordt ook iemands dag bloot genomen voor van de mensen strefdag, gelijk Job 15:32 ; alsook van de mensen tijd, Pred. 7:17 . Job 18:20 : Over zijn dag zullen de nakomelingen verbaasd zijn, en de ouden met schrik bevangen worden. Jeremia 17:18 : Laat mijn vervolgers beschaamd worden, maar laat mij niet beschaamd worden; laat hen verschrikt worden, maar laat mij niet verschrikt worden; breng over hen de dag van het kwaad, en verbreek hen met een dubbele verbreking. Jeremia 18:17 : Als een oostenwind zal Ik hen verstrooien voor het aangezicht van de vijand; Ik zal hun de nek en niet het aangezicht laten zien, ten dage huns verderfs. Ezechiël 7:10 : Ziet, de dag, ziet, de morgenstond is gekomen, de morgenstond is voortgekomen, de roede heeft gebloeid, de hovaardij heeft gegroend. Ezechiël 7:12 : De tijd is gekomen, de dag is genaakt; de koper zij niet blij, en de verkoper bedrijve geen rouw; want een brandende toorn is over de gehele menigte van het land. Ezechiël 27:27 : Uw goed, en uw marktwaren, uw onderlinge koophandel, uw zeelieden, en uw schippers; die uw breuken verbeteren, en die onderlingen handel met u drijven, en al uw krijgslieden, die in u zijn, zelfs met uw gehele gemeente, die in het midden van u is, zullen vallen in het hart van de zeeën, op de dag van uw val. Ezechiël 30:2 : Mensenkind! profeteer, en zeg: Zo zegt de Heer JAHWEH: Huilt: Ach die dag! Ezechiël 30:3 : Want de dag is nabij, ja, de dag van JAHWEH is nabij, een wolkige dag, het zal van de heidenen tijd zijn. Ezechiël 30:9 : Te die dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht in schepen uitvaren, om het zorgeloze Morenland te verschrikken; en er zal grote smart bij hen zijn, als in de dag van Egypte; want ziet, het komt aan! Ezechiël 32:10 : En Ik zal maken, dat zich vele volken over u ontzetten, en hun koningen zullen de haar over u te berge staan, als Ik Mijn zwaard zal zwaaien voor hun aangezichten; en zij zullen elk ogenblik sidderen, een ieder voor zijn ziel, ten dage uws vals. Hosea 1:11 : En de kinderen van Juda, en de kinderen van Israël zullen samenvergaderd worden, en zich een enig hoofd stellen, en uit het land optrekken; want de dag van Jizreël zal groot zijn. Job 15:32 : Als zijn dag nog niet is, zal hij vervuld worden; want zijn tak zal niet groenen. Prediker 7:17 : Wees niet al te goddeloos, noch wees al te dwaas; waarom zoudt u sterven buiten uw tijd?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂחַק",
          "strongs": "H7832",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "ל֑/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "רָ֝אָ֗ה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יָבֹ֥א",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "יוֹמֽ/וֹ",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> belacht hem, want Hij ziet, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> zijn dag komt.",
      "textSV1888_html": "De HEERE<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> belacht hem, want Hij ziet, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> zijn dag komt.",
      "text1637_html": "De Heere <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> belacht hem, want hy siet dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> sijn dach komt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "De HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Cheth. De goddelozen hebben het zwaard uitgetrokken, en hun boog gespannen, om den ellendige en nooddruftige neder te vellen, om te slachten, die oprecht van weg zijn.",
      "text1637": "Cheth. De godtloose hebben ’tsweert [23] uytgetrocken, ende haren boge [24] gespannen, om den [25] elendigen ende nootdurftigen neder te vellen; om te slachten, die oprecht van [26] wege zijn.",
      "text2026": "Cheth. De goddelozen hebben het zwaard uitgetrokken, en hun boog gespannen, om de ellendige en arme neer te vellen, om te slachten, die oprecht van weg zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. geopend; omdat de schede door het uittrekken van het zwaard geopend wordt.",
          "text1637": "Hebr. geopent: om dat de scheyde door’t uyttrecken des sweerts geopent wort.",
          "text2026": "Hebr. geopend; omdat de schede door het uittrekken van het zwaard geopend wordt."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. getreden. Zie Ps. 7:13 . Psalmen 7:13 : Indien hij zich niet bekeert, zo zal Hij Zijn zwaard wetten; Hij heeft Zijn boog gespannen, en dien bereid.",
          "text1637": "Hebr. getreden: Siet Psal. 7.13.",
          "text2026": "Hebr. getreden. Zie Ps. 7:13 . Psalmen 7:13 : Als hij zich niet bekeert, zo zal Hij Zijn zwaard wetten; Hij heeft Zijn boog gespannen, en die bereid."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Deze titels der vromen verklaren de belofte, die hun God hier doet. Zie vs. 1, en verg. vers 16 , 37:19 , 37:21 , 37:25 , 37:26 . Psalmen 37:16 : Teth. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen. Psalmen 37:19 : Zij zullen niet beschaamd worden in den kwaden tijd, en in de dagen des hongers zullen zij verzadigd worden. Psalmen 37:21 : Lamed. De goddeloze ontleent en geeft niet weder; maar de rechtvaardige ontfermt zich, en geeft. Psalmen 37:25 : Nun. Ik ben jong geweest, ook ben ik oud geworden, maar heb niet gezien den rechtvaardige verlaten, noch zijn zaad zoekende brood. Psalmen 37:26 : Den gansen dag ontfermt hij zich, en leent; en zijn zaad is tot zegening.",
          "text1637": "Dese tijtelen der vroomen verklaren de beloften, die hen Godt hier doet. Siet op vers 1. ende vergel. versen 16, 19, 21, 25, 26.",
          "text2026": "Deze titels van de vromen verklaren de belofte, die hun God hier doet. Zie vs. 1, en verg. vers 16 , 37:19 , 37:21 , 37:25 , 37:26 . Psalmen 37:16 : Teth. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen. Psalmen 37:19 : Zij zullen niet beschaamd worden in de kwade tijd, en in de dagen van de honger zullen zij verzadigd worden. Psalmen 37:21 : Lamed. De goddeloze ontleent en geeft niet weer; maar de rechtvaardige ontfermt zich, en geeft. Psalmen 37:25 : Nun. Ik ben jong geweest, ook ben ik oud geworden, maar heb niet gezien de rechtvaardige verlaten, noch zijn zaad zoekende brood. Psalmen 37:26 : De gansen dag ontfermt hij zich, en leent; en zijn zaad is tot zegening."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "weg zijn: Dat is, van leven en wandel; alzo vers 23 . Psalmen 37:23 : Mem. De gangen deszelven mans worden van den HEERE bevestigd; en Hij heeft lust aan zijn weg.",
          "text1637": "D. van leven ende wandel. alsoo vers 23.",
          "text2026": "weg zijn: Dat is, van leven en wandel; zo vers 23 . Psalmen 37:23 : Mem. De gangen dezelfde mans worden van JAHWEH bevestigd; en Hij heeft lust aan zijn weg."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "חֶ֤רֶב",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "פָּֽתְח֣וּ",
          "strongs": "H6605",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "רְשָׁעִים֮",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "וְ/דָרְכ֪וּ",
          "strongs": "H1869",
          "morph": "HC/Vqp3cp"
        },
        {
          "woord": "קַ֫שְׁתָּ֥/ם",
          "strongs": "H7198",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ֭/הַפִּיל",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "עָנִ֣י",
          "strongs": "H6041",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶבְי֑וֹן",
          "strongs": "H34",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "לִ֝/טְב֗וֹחַ",
          "strongs": "H2873",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁרֵי",
          "strongs": "H3477",
          "morph": "HAampc"
        },
        {
          "woord": "דָֽרֶךְ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Cheth. De goddelozen hebben het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> zwaard uitgetrokken, en hun boog<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> gespannen, om de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> ellendige en arme neer te vellen, om te slachten, die oprecht van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> weg zijn.",
      "textSV1888_html": "Cheth. De goddelozen hebben het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> zwaard uitgetrokken, en hun boog<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> gespannen, om den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> ellendige en nooddruftige neder te vellen, om te slachten, die oprecht van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> weg zijn.",
      "text1637_html": "<i>Cheth</i>. De godtloose hebben ’tsweert <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> uytgetrocken, ende haren boge <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> gespannen, om den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> elendigen ende nootdurftigen neder te vellen; om te slachten, die oprecht van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> wege zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "nooddruftige neder",
          "new": "arme neer",
          "principe": "V354"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Maar hun zwaard zal in hunlieder hart gaan; en hun bogen zullen verbroken worden.",
      "text1637": "[Maer] haer [27] sweert sal in haerlieder herte gaen; ende hare bogen sullen verbroken worden.",
      "text2026": "Maar hun zwaard zal in hun hart gaan; en hun bogen zullen verbroken worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, hunne aanslagen zullen tot hun eigen verderf strekken.",
          "text1637": "D. hare aenslagen sullen tot haer eygen verderf strecken.",
          "text2026": "Dat is, hun aanslagen zullen tot hun eigen verderf strekken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "חַ֭רְבָּ/ם",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "תָּב֣וֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "בְ/לִבָּ֑/ם",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/קַשְּׁתוֹתָ֗/ם",
          "strongs": "H7198",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "תִּשָּׁבַֽרְנָה",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HVNi3fp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> hun zwaard zal in hun hart gaan; en hun bogen zullen verbroken worden.",
      "textSV1888_html": "Maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> hun zwaard zal in hunlieder hart gaan; en hun bogen zullen verbroken worden.",
      "text1637_html": "[Maer] haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> sweert sal in haerlieder herte gaen; ende hare bogen sullen verbroken worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hunlieder",
          "new": "hun",
          "principe": "V329"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Teth. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen.",
      "text1637": "Teth. Het weynige, dat de rechtveerdige heeft, is [28] beter als den [29] overvloet veler godtloosen.",
      "text2026": "Teth. Het weinig, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed van vele goddelozen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Als rechtvaardig bezeten en godvruchtelijk gebruikt.",
          "text1637": "Als rechtveerdichlick beseten, ende Godtvruchtichlick gebruyckt.",
          "text2026": "Als rechtvaardig bezeten en godvruchtelijk gebruikt."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. eigenlijk, veelheid, menigte; te weten, van goederen, dat is, rijkdom, gelijk Pred. 5:9 . Prediker 5:9 : Die het geld liefheeft, wordt van het geld niet zat; en wie den overvloed liefheeft, wordt van het inkomen niet zat. Dit is ook ijdelheid.",
          "text1637": "Hebr. eygentlick, veelheyt, menichte, te weten, van goederen. dat is, rijckdom, als Eccl. 5.9.",
          "text2026": "Hebr. eigenlijk, veelheid, menigte; te weten, van goederen, dat is, rijkdom, gelijk Pred. 5:9 . Prediker 5:9 : Die het geld liefheeft, wordt van het geld niet zat; en wie de overvloed liefheeft, wordt van het inkomen niet zat. Dit is ook ijdelheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "טוֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "מְ֭עַט",
          "strongs": "H4592",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/צַּדִּ֑יק",
          "strongs": "H6662",
          "morph": "HRd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ֝/הֲמ֗וֹן",
          "strongs": "H1995",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "רְשָׁעִ֥ים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "רַבִּֽים",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAampa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Teth. Het weinig, dat de rechtvaardige heeft, is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> beter dan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> overvloed van vele goddelozen.",
      "textSV1888_html": "Teth. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> beter dan de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> overvloed veler goddelozen.",
      "text1637_html": "<i>Teth</i>. Het weynige, dat de rechtveerdige heeft, is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> beter als den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> overvloet veler godtloosen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "weinige,",
          "new": "weinig,",
          "principe": "V1518"
        },
        {
          "old": "veler",
          "new": "van vele",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Want de armen der goddelozen zullen verbroken worden; maar de HEERE ondersteunt de rechtvaardigen.",
      "text1637": "Want de [30] armen der godtloosen sullen verbroken worden: maer de HEERE ondersteunt de rechtveerdige.",
      "text2026": "Want de armen van de goddelozen zullen verbroken worden; maar JAHWEH ondersteunt de rechtvaardigen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, hunne macht, middelen en geweld. Zie Job 22:8 . Job 22:8 : Maar was er een man van geweld, voor dien was het land, en een aanzienlijk persoon woonde daarin.",
          "text1637": "D. hare macht, middelen, ende gewelt. siet Iob 22. op vers 8.",
          "text2026": "Dat is, hun macht, middelen en geweld. Zie Job 22:8 . Job 22:8 : Maar was er een man van geweld, voor die was het land, en een aanzienlijk persoon woonde daarin."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "זְרוֹע֣וֹת",
          "strongs": "H2220",
          "morph": "HNcbpc"
        },
        {
          "woord": "רְ֭שָׁעִים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "תִּשָּׁבַ֑רְנָה",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HVNi3fp"
        },
        {
          "woord": "וְ/סוֹמֵ֖ךְ",
          "strongs": "H5564",
          "morph": "HC/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "צַדִּיקִ֣ים",
          "strongs": "H6662",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> armen van de goddelozen zullen verbroken worden; maar JAHWEH ondersteunt de rechtvaardigen.",
      "textSV1888_html": "Want de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> armen der goddelozen zullen verbroken worden; maar de HEERE ondersteunt de rechtvaardigen.",
      "text1637_html": "Want de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> armen der godtloosen sullen verbroken worden: maer de HEERE ondersteunt de rechtveerdige.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Jod. De HEERE kent de dagen der oprechten; en hun erfenis zal in eeuwigheid blijven.",
      "text1637": "Iod. De HEERE [31] kent de [32] dagen der [33] oprechten: ende hare erffenisse sal in eeuwicheyt [34] blijven.",
      "text2026": "Jod. JAHWEH kent de dagen van de oprechten; en hun erfenis zal in eeuwigheid blijven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De HEERE: Verg. Ps. 1:6 . Psalmen 1:6 : Want de HEERE kent den weg der rechtvaardigen; maar de weg der goddelozen zal vergaan.",
          "text1637": "Vergel. Psal. 1. op vers 6.",
          "text2026": "JAHWEH: Verg. Ps. 1:6 . Psalmen 1:6 : Want JAHWEH kent de weg van de rechtvaardigen; maar de weg van de goddelozen zal vergaan."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, den staat huns levens, hoe zij hun tijd doorbrengen, in kruis, vroomheid en geduld. Verg. Ps. 31:16 . Psalmen 31:16 : Mijn tijden zijn in Uw hand; red mij van de hand mijner vijanden, en van mijn vervolgers.",
          "text1637": "D. den staet hares levens, hoe sy haren tijt doorbrengen, in kruys, vroomicheyt ende gedult. Verg. Psa. 31. op vers 16.",
          "text2026": "Dat is, de staat huns levens, hoe zij hun tijd doorbrengen, in kruis, vroomheid en geduld. Verg. Ps. 31:16 . Psalmen 31:16 : Mijn tijden zijn in Uw hand; red mij van de hand mijn vijanden, en van mijn vervolgers."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Gen. 6:9 . alzo onder vers 37 . Genesis 6:9 : Dit zijn de geboorten van Noach. Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten. Noach wandelde met God. Psalmen 37:37 : Schin. Let op den vrome, en zie naar den oprechte; want het einde van dien man zal vrede zijn.",
          "text1637": "Siet Gen. 6. op vers 9. alsoo ond. vers 37.",
          "text2026": "Zie Gen. 6:9 . zo onder vers 37 . Genesis 6:9 : Dit zijn de geboorten van Noach. Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten. Noach wandelde met God. Psalmen 37:37 : Schin. Let op de vrome, en zie naar de oprechte; want het einde van die man zal vrede zijn."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. zijn; alzo Jer. 17:8 ; Jer. 27:22 ; Jer. 32:5 . Dan. 1:21 ; enz. Jeremia 17:8 : Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen. Jeremia 27:22 : Naar Babel zullen zij gebracht worden, en aldaar zullen zij zijn, tot den dag toe, dat Ik ze bezoeken zal, spreekt de HEERE; dan zal Ik ze opvoeren, en zal ze wederbrengen tot deze plaats. Jeremia 32:5 : En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en aldaar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt de HEERE; ofschoon gijlieden tegen de Chaldeeën strijdt, gij zult toch geen geluk hebben.) Daniël 1:21 : En Daniël bleef tot het eerste jaar van den koning Kores toe.",
          "text1637": "Hebr. zijn. alsoo Ierem. 17.8. ende 27.22. ende 32.5. Dan. 1.21, etc.",
          "text2026": "Hebr. zijn; zo Jer. 17:8 ; Jer. 27:22 ; Jer. 32:5 . Dan. 1:21 ; enz. Jeremia 17:8 : Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen. Jeremia 27:22 : Naar Babel zullen zij gebracht worden, en daar zullen zij zijn, tot de dag toe, dat Ik ze bezoeken zal, spreekt JAHWEH; dan zal Ik ze opvoeren, en zal ze wederbrengen tot deze plaats. Jeremia 32:5 : En hij zal Zedekia naar Babel voeren, en daar zal hij zijn, totdat Ik hem bezoek, spreekt JAHWEH; ofschoon u tegen de Chaldeeën strijdt, u zult toch geen geluk hebben.) Daniël 1:21 : En Daniël bleef tot het eerste jaar van de koning Kores toe."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יוֹדֵ֣עַ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יְמֵ֣י",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "תְמִימִ֑ם",
          "strongs": "H8549",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/נַחֲלָתָ֗/ם",
          "strongs": "H5159",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/עוֹלָ֥ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "תִּהְיֶֽה",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Jod. JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> kent de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> dagen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> de oprechten; en hun erfenis zal in eeuwigheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> blijven.",
      "textSV1888_html": "Jod. De HEERE<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> kent de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> dagen der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> oprechten; en hun erfenis zal in eeuwigheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> blijven.",
      "text1637_html": "<i>Iod</i>. De HEERE <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> kent de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> dagen der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> oprechten: ende hare erffenisse sal in eeuwicheyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> blijven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "De HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Zij zullen niet beschaamd worden in den kwaden tijd, en in de dagen des hongers zullen zij verzadigd worden.",
      "text1637": "Sy sullen niet beschaemt worden in den [35] quaden tijt; ende in de dagen des hongers sullen sy versadicht worden.",
      "text2026": "Zij zullen niet beschaamd worden in de kwade tijd, en in de dagen van de honger zullen zij verzadigd worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "kwade tijd: Of, tentijde des kwaads; dat is, als allerlei ongeval en ellenden omgaan, gelijk volgt van den honger.",
          "text1637": "Ofte, ter tijt des quaets. D. als allerley ongeval ende elenden omgaen, gelijck volgt van den honger.",
          "text2026": "kwade tijd: Of, tentijde van het kwaad; dat is, als allerlei ongeval en ellenden omgaan, gelijk volgt van de honger."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יֵ֭בֹשׁוּ",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עֵ֣ת",
          "strongs": "H6256",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "רָעָ֑ה",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בִ/ימֵ֖י",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HC/R/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "רְעָב֣וֹן",
          "strongs": "H7459",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂבָּֽעוּ",
          "strongs": "H7646",
          "morph": "HVqi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij zullen niet beschaamd worden in de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> kwade tijd, en in de dagen van de honger zullen zij verzadigd worden.",
      "textSV1888_html": "Zij zullen niet beschaamd worden in den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> kwaden tijd, en in de dagen des hongers zullen zij verzadigd worden.",
      "text1637_html": "Sy sullen niet beschaemt worden in den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> quaden tijt; ende in de dagen des hongers sullen sy versadicht worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den kwaden",
          "new": "de kwade",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des hongers",
          "new": "van de honger",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Caph. Maar de goddelozen zullen vergaan, en de vijanden des HEEREN zullen verdwijnen, als het kostelijkste der lammeren; met den rook zullen zij verdwijnen.",
      "text1637": "Caph. Maer de godtloose sullen vergaen; ende de vyanden des HEEREN sullen verdwijnen, als het [36] costelicxte der lammeren; met den roock sullen sy verdwijnen.",
      "text2026": "Caph. Maar de goddelozen zullen vergaan, en de vijanden van JAHWEH zullen verdwijnen, als het kostelijkste van de lammeren; met de rook zullen zij verdwijnen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "dat is, het vette, dat men houdt voor het beste en kostelijkste, en naar de wet Gods in de offeranden met vuur moest verteerd worden, waarop de profeet in deze gelijkenis schijnt te zien. Zie Lev. 3:10 , 3:11 , 3:14 , 3:15 , 3:16 . Of, de kostelijkste lammeren. Hebr. de kostelijkste der lammeren. Anders, het kostelijkste der velden, of weiden; omdat hHet Hebr. woord elders alzo ook genomen wordt. Leviticus 3:10 : Ook beide de nieren, en het vet, dat daaraan is, dat aan de weekdarmen is; en het net over de lever met de nieren, zal hij afnemen. Leviticus 3:11 : En de priester zal dat aansteken op het altaar; het is een spijs des vuuroffers den HEERE. Leviticus 3:14 : Dan zal hij daarvan zijn offerande offeren, een vuuroffer den HEERE; het vet bedekkende het ingewand, en al het vet, dat aan het ingewand is; Leviticus 3:15 : Mitsgaders de beide nieren, en het vet, dat daaraan is, dat aan de weekdarmen is; en het net over de lever, met de nieren, zal hij afnemen. Leviticus 3:16 : En de priester zal die aansteken op het altaar; het is een spijs des vuuroffers, tot een liefelijken reuk; alle vet zal des HEEREN zijn.",
          "text1637": "D. het vette, datmen houdt voor’t beste ende kostelickste, ende nae de Wet Godts in de offerhanden met vyer moeste verteert worden, waer op de Propheet in dese gelijckenisse schijnt te sien. siet Lev. 3. versen 10, 11, 14, 15, 16. ofte: de kostelickste lammeren. Hebr. de kostelicke, ofte, het kostelicke der lammeren. And. het kostelicke der velden, ofte weyden: om dat het Hebr. woort elders alsoo oock genomen wort.",
          "text2026": "dat is, het vette, dat men houdt voor het beste en kostelijkste, en naar de wet van God in de offeranden met vuur moest verteerd worden, waarop de profeet in deze gelijkenis schijnt te zien. Zie Lev. 3:10 , 3:11 , 3:14 , 3:15 , 3:16 . Of, de kostelijkste lammeren. Hebr. de kostelijkste van de lammeren. Anders, het kostelijkste van de velden, of weiden; omdat hHet Hebr. woord elders zo ook genomen wordt. Leviticus 3:10 : Ook beide de nieren, en het vet, dat daaraan is, dat aan de weekdarmen is; en het net over de lever met de nieren, zal hij afnemen. Leviticus 3:11 : En de priester zal dat aansteken op het altaar; het is een voedsel van de vuuroffers JAHWEH. Leviticus 3:14 : Dan zal hij daarvan zijn offerande offeren, een vuuroffer JAHWEH; het vet bedekkende het ingewand, en al het vet, dat aan het ingewand is; Leviticus 3:15 : En ook de beide nieren, en het vet, dat daaraan is, dat aan de weekdarmen is; en het net over de lever, met de nieren, zal hij afnemen. Leviticus 3:16 : En de priester zal die aansteken op het altaar; het is een voedsel van de vuuroffers, tot een liefelijken reuk; alle vet zal van JAHWEH zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "רְשָׁעִ֨ים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "יֹאבֵ֗דוּ",
          "strongs": "H6",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֹיְבֵ֣י",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HC/Vqrmpc"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ/יקַ֣ר",
          "strongs": "H3368",
          "morph": "HR/Aamsc"
        },
        {
          "woord": "כָּרִ֑ים",
          "strongs": "H3733",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "כָּל֖וּ",
          "strongs": "H3615",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בֶ/עָשָׁ֣ן",
          "strongs": "H6227",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כָּֽלוּ",
          "strongs": "H3615",
          "morph": "HVqp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Caph. Maar de goddelozen zullen vergaan, en de vijanden van JAHWEH zullen verdwijnen, als het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> kostelijkste van de lammeren; met de rook zullen zij verdwijnen.",
      "textSV1888_html": "Caph. Maar de goddelozen zullen vergaan, en de vijanden des HEEREN zullen verdwijnen, als het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> kostelijkste der lammeren; met den rook zullen zij verdwijnen.",
      "text1637_html": "<i>Caph</i>. Maer de godtloose sullen vergaen; en<i>de</i> de vyanden des HEEREN sullen verdwijne<i>n</i>, als het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> costelicxte der lammeren; met den roock sullen sy verdwijne<i>n</i>.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des HEEREN",
          "new": "van JAHWEH",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "Lamed. De goddeloze ontleent en geeft niet weder; maar de rechtvaardige ontfermt zich, en geeft.",
      "text1637": "Lamed. De godtloose ontleent ende en geeft niet weder; maer de rechtveerdige [37] ontfermt sich, ende geeft.",
      "text2026": "Lamed. De goddeloze ontleent en geeft niet weer; maar de rechtvaardige ontfermt zich, en geeft.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, handelt goediglijk, gunstiglijk, liberalijk.",
          "text1637": "Ofte, handelt goedichlick, gunstichlick, liberalick.",
          "text2026": "Of, handelt goediglijk, gunstiglijk, liberalijk."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לֹוֶ֣ה",
          "strongs": "H3867",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "רָ֭שָׁע",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יְשַׁלֵּ֑ם",
          "strongs": "H7999",
          "morph": "HVpi3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/צַדִּ֗יק",
          "strongs": "H6662",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "חוֹנֵ֥ן",
          "strongs": "H2603",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/נוֹתֵֽן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Lamed. De goddeloze ontleent en geeft niet weer; maar de rechtvaardige<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> ontfermt zich, en geeft.",
      "textSV1888_html": "Lamed. De goddeloze ontleent en geeft niet weder; maar de rechtvaardige<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> ontfermt zich, en geeft.",
      "text1637_html": "<i>Lamed</i>. De godtloose ontleent ende en geeft niet weder; maer de rechtveerdige <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> ontfermt sich, ende geeft.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "weder;",
          "new": "weer;",
          "principe": "V66"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "Want zijn gezegenden zullen de aarde erfelijk bezitten; maar zijn vervloekten zullen uitgeroeid worden.",
      "text1637": "Want [38] sijne gesegende sullen de aerde erflick besitten; maer sijne vervloeckte sullen uytgeroeyt worden.",
      "text2026": "Want zijn gezegenden zullen de aarde erfelijk bezitten; maar zijn vervloekten zullen uitgeroeid worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijn gezegenden: Dat is, die van den HEERE gezegend zijn; alzo terstond, zijn vervloekten, dat is, die van Hem vervloekt zijn, vers 20 , alwaar gesproken is van de vijanden des HEEREN. Zie Matth. 25:34 , 25:41 . en aangaande de manier van spreken, verg. Ps. 69:27 , 69:34 . Jes. 16:4 . Psalmen 37:20 : Caph. Maar de goddelozen zullen vergaan, en de vijanden des HEEREN zullen verdwijnen, als het kostelijkste der lammeren; met den rook zullen zij verdwijnen. Mattheüs 25:34 : Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechterhand zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beërft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld. Mattheüs 25:41 : Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linkerhand zijn: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is. Psalmen 69:27 : Want zij vervolgen, dien Gij geslagen hebt; en maken een praat van de smart Uwer verwonden. Psalmen 69:34 : Want de HEERE hoort de nooddruftigen, en Hij veracht Zijn gevangenen niet. Jesaja 16:4 : Laat mijn verdrevenen onder u verkeren, o Moab! wees gij hun een schuilplaats voor het aangezicht des verstoorders; want de onderdrukker heeft een einde, de verstoring is te niet geworden, de vertreders zijn van de aarde verdaan.",
          "text1637": "D. die van den HEERE gesegent zijn: alsoo terstont, sijne vervloeckte, dat is, die van hem vervloeckt zijn, uyt vers 20. alwaer gesproken is van de vyanden des HEEREN. Siet Matth. 25.34, 41. ende aengaende de maniere van spreken, vergel. Psal. 69.27, 34. Iesa. 16.4.",
          "text2026": "zijn gezegenden: Dat is, die van JAHWEH gezegend zijn; zo meteen, zijn vervloekten, dat is, die van Hem vervloekt zijn, vers 20 , alwaar gesproken is van de vijanden van JAHWEH. Zie Matt. 25:34 , 25:41 . en aangaande de manier van spreken, verg. Ps. 69:27 , 69:34 . Jes. 16:4 . Psalmen 37:20 : Caph. Maar de goddelozen zullen vergaan, en de vijanden van JAHWEH zullen verdwijnen, als het kostelijkste van de lammeren; met de rook zullen zij verdwijnen. Mattheüs 25:34 : Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechterhand zijn: Komt, u gezegenden van Mijn Vader! beërft dat Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging van de wereld. Mattheüs 25:41 : Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linkerhand zijn: Gaat weg van Mij, u vervloekten, in het eeuwige vuur, dat de duivel en zijn engelen bereid is. Psalmen 69:27 : Want zij vervolgen, die U geslagen hebt; en maken een praat van de smart Uw verwonden. Psalmen 69:34 : Want JAHWEH hoort de nooddruftigen, en Hij veracht Zijn gevangenen niet. Jesaja 16:4 : Laat mijn verdrevenen onder u verkeren, o Moab! wees u hun een schuilplaats voor het aangezicht van de verstoorders; want de onderdrukker heeft een einde, de verstoring is te niet geworden, de vertreders zijn van de aarde verdaan."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "מְ֭בֹרָכָי/ו",
          "strongs": "H1288",
          "morph": "HVPsmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִ֣ירְשׁוּ",
          "strongs": "H3423",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/מְקֻלָּלָ֗י/ו",
          "strongs": "H7043",
          "morph": "HC/VPsmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִכָּרֵֽתוּ",
          "strongs": "H3772",
          "morph": "HVNi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> zijn gezegenden zullen de aarde erfelijk bezitten; maar zijn vervloekten zullen uitgeroeid worden.",
      "textSV1888_html": "Want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> zijn gezegenden zullen de aarde erfelijk bezitten; maar zijn vervloekten zullen uitgeroeid worden.",
      "text1637_html": "Want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> sijne gesegende sullen de aerde erflick besitten; maer sijne vervloeckte sullen uytgeroeyt worden."
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "Mem. De gangen deszelven mans worden van den HEERE bevestigd; en Hij heeft lust aan zijn weg.",
      "text1637": "Mem. De [39] gangen [desselven] [40] mans worden van den HEERE [41] bevesticht; ende hy heeft lust aen sijnen wech.",
      "text2026": "Mem. De gangen dezelfde mans worden van JAHWEH bevestigd; en Hij heeft lust aan zijn weg.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, treden, stappen.",
          "text1637": "Ofte, treden, stappen.",
          "text2026": "Of, treden, stappen."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die van den Heere gezegend is, uit het voorgaande vers 22 , of des rechtvaardigen, uit vers 21 . Psalmen 37:22 : Want zijn gezegenden zullen de aarde erfelijk bezitten; maar zijn vervloekten zullen uitgeroeid worden. Psalmen 37:21 : Lamed. De goddeloze ontleent en geeft niet weder; maar de rechtvaardige ontfermt zich, en geeft.",
          "text1637": "Die van den Heere gesegent is, uyt het voorgaende vers, ofte, des rechtveerdigen, uyt vers 21.",
          "text2026": "Die van de Heer gezegend is, uit het voorgaande vers 22 , of van de rechtvaardigen, uit vers 21 . Psalmen 37:22 : Want zijn gezegenden zullen de aarde erfelijk bezitten; maar zijn vervloekten zullen uitgeroeid worden. Psalmen 37:21 : Lamed. De goddeloze ontleent en geeft niet weer; maar de rechtvaardige ontfermt zich, en geeft."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, gestierd, gericht; dat is, Hij regeert en zegent zijn voornemen, en of hij somtijds aan het vallen mocht geraken, zo bewaart Hij hem toch dat hij niet ten enenmale vervalle; maar richt hem weder op, gelijk volgt.",
          "text1637": "Ofte, gestiert, gerichtet. dat is, hy regeert ende segent sijn voornemen: ende of hy somtijts aen’t vallen mochte geraken, so bewaert hy hem doch, dat hy niet t’eenemael en vervalle: maer richt hem weder op, als volcht.",
          "text2026": "Of, gestierd, gericht; dat is, Hij regeert en zegent zijn voornemen, en of hij somtijds aan het vallen mocht geraken, zo bewaart Hij hem toch dat hij niet ten enenmale vervalle; maar richt hem weer op, gelijk volgt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מֵ֭/יְהוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "מִֽצְעֲדֵי",
          "strongs": "H4703",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "גֶ֥בֶר",
          "strongs": "H1397",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כּוֹנָ֗נוּ",
          "strongs": "H3559",
          "morph": "HVOp3cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/דַרְכּ֥/וֹ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HC/Ncbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יֶחְפָּֽץ",
          "strongs": "H2654",
          "morph": "HVqi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mem. De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> gangen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> dezelfde mans worden van JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> bevestigd; en Hij heeft lust aan zijn weg.",
      "textSV1888_html": "Mem. De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> gangen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> deszelven mans worden van den HEERE<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> bevestigd; en Hij heeft lust aan zijn weg.",
      "text1637_html": "<i>Mem</i>. De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> gangen [desselven] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> mans worden van den HEERE <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> bevesticht; ende hy heeft lust aen sijnen wech.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "deszelven",
          "new": "dezelfde",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "Als hij valt, zo wordt hij niet weggeworpen, want de HEERE ondersteunt zijn hand.",
      "text1637": "Als hy [42] valt, so en wort hy niet wech geworpen: want de HEERE ondersteunt sijne hant.",
      "text2026": "Als hij valt, zo wordt hij niet weggeworpen, want JAHWEH ondersteunt zijn hand.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. Spreuk. 24:16 . Spreuken 24:16 : Want de rechtvaardige zal zevenmaal vallen, en opstaan; maar de goddelozen zullen in het kwaad nederstruikelen.",
          "text1637": "Vergel. Prov. 24.16.",
          "text2026": "Verg. Spr. 24:16 . Spreuken 24:16 : Want de rechtvaardige zal zevenmaal vallen, en opstaan; maar de goddelozen zullen in het kwaad nederstruikelen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יִפֹּ֥ל",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יוּטָ֑ל",
          "strongs": "H2904",
          "morph": "HVHi3ms"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יְ֝הוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "סוֹמֵ֥ךְ",
          "strongs": "H5564",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "יָדֽ/וֹ",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Als hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> valt, zo wordt hij niet weggeworpen, want JAHWEH ondersteunt zijn hand.",
      "textSV1888_html": "Als hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> valt, zo wordt hij niet weggeworpen, want de HEERE ondersteunt zijn hand.",
      "text1637_html": "Als hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> valt, so en wort hy niet wech geworpen: want de HEERE ondersteunt sijne hant.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "Nun. Ik ben jong geweest, ook ben ik oud geworden, maar heb niet gezien den rechtvaardige verlaten, noch zijn zaad zoekende brood.",
      "text1637": "Nun. Ick ben [43] jonck geweest, oock ben ick oudt geworden, maer en hebbe niet gesien den rechtveerdigen verlaten; nochte sijn [44] zaet soeckende broot.",
      "text2026": "Nun. Ik ben jong geweest, ook ben ik oud geworden, maar heb niet gezien de rechtvaardige verlaten, noch zijn zaad zoekende brood.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, een jongeling. Zie Jer. 1:6 . Jeremia 1:6 : Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! zie, ik kan niet spreken, want ik ben jong.",
          "text1637": "Ofte, een jongelinck, siet Ierem. 1. op vers 6.",
          "text2026": "Of, een jongeling. Zie Jer. 1:6 . Jeremia 1:6 : Toen zei ik: Ach, Heer JAHWEH! zie, ik kan niet spreken, want ik ben jong."
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, zijne kinderen en nakomelingen, alzo vers 26 , 37:28 , tenware het God beliefde naar zijn vrij en vaderlijk welbehagen zijne kinderen met armoede en hongersnood tot zijne eer en hun best te beproeven en oefenen, waarin Hij hen nochtans niet verlaat, maar allermeest bijstaat en sterkt, zodat zij vergenoegd en als verzadigd zijn. Zie vers 1 , 37:14 , idem vers 19 , en verg. Luk. 16:20 , 16:21 . 2 Kor. 11:27 . Filipp. 4:11 . Hebr. 11:37 . Psalmen 37:26 : Den gansen dag ontfermt hij zich, en leent; en zijn zaad is tot zegening. Psalmen 37:28 : Want de HEERE heeft het recht lief, en zal Zijn gunstgenoten niet verlaten; in eeuwigheid worden zij bewaard; maar het zaad der goddelozen wordt uitgeroeid. Psalmen 37:1 : Een psalm van David. Aleph. Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen. Psalmen 37:14 : Cheth. De goddelozen hebben het zwaard uitgetrokken, en hun boog gespannen, om den ellendige en nooddruftige neder te vellen, om te slachten, die oprecht van weg zijn. Psalmen 37:19 : Zij zullen niet beschaamd worden in den kwaden tijd, en in de dagen des hongers zullen zij verzadigd worden. Lukas 16:20 : En er was een zeker bedelaar, met name Lazarus, welke lag voor zijn poort vol zweren; Lukas 16:21 : En begeerde verzadigd te worden van de kruimkens, die van de tafel des rijken vielen; maar ook de honden kwamen en lekten zijn zweren. 2 Korinthiërs 11:27 : In arbeid en moeite, in waken menigmaal, in honger en dorst, in vasten menigmaal, in koude en naaktheid. Filippensen 4:11 : Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek; want ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben. Hebreeën 11:37 : Zijn gestenigd geworden, in stukken gezaagd, verzocht, door het zwaard ter dood gebracht; hebben gewandeld in schaapsvellen en in geitenvellen; verlaten, verdrukt, kwalijk gehandeld zijnde;",
          "text1637": "D. sijne kinderen ende nakomelingen. alsoo versen 26, 28. ten ware het Gode beliefde nae sijn vry ende vaderlick welbehagen sijnen kinderen met armoede ende hongers noot tot sijner eere, ende haren besten te beproeven ende oeffenen, daer in hy haer nochtans niet verlaet, maer aldermeest bystaet ende sterckt, sulcks datse vernoecht ende als versadicht zijn. Siet op vers 1. ende 14. item vers 19. ende vergel. Luc. 16.20, 21. 2.Cor. 11.27. Phil. 4.11. Hebr. 11.37.",
          "text2026": "Dat is, zijn kinderen en nakomelingen, zo vers 26 , 37:28 , tenware het God beliefde naar zijn vrij en vaderlijk welbehagen zijn kinderen met armoede en hongersnood tot zijn eer en hun best te beproeven en oefenen, waarin Hij hen nochtans niet verlaat, maar allermeest bijstaat en sterkt, zodat zij tevreden en als verzadigd zijn. Zie vers 1 , 37:14 , idem vers 19 , en verg. Luk. 16:20 , 16:21 . 2 Kor. 11:27 . Filipp. 4:11 . Hebr. 11:37 . Psalmen 37:26 : De gansen dag ontfermt hij zich, en leent; en zijn zaad is tot zegening. Psalmen 37:28 : Want JAHWEH heeft het recht lief, en zal Zijn gunstgenoten niet verlaten; in eeuwigheid worden zij bewaard; maar het zaad van de goddelozen wordt uitgeroeid. Psalmen 37:1 : Een psalm van David. Aleph. Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen. Psalmen 37:14 : Cheth. De goddelozen hebben het zwaard uitgetrokken, en hun boog gespannen, om de ellendige en nooddruftige neder te vellen, om te slachten, die oprecht van weg zijn. Psalmen 37:19 : Zij zullen niet beschaamd worden in de kwade tijd, en in de dagen van de honger zullen zij verzadigd worden. Lukas 16:20 : En er was een zeker bedelaar, met name Lazarus, welke lag voor zijn poort vol zweren; Lukas 16:21 : En begeerde verzadigd te worden van de kruimkens, die van de tafel van de rijken vielen; maar ook de honden kwamen en lekten zijn zweren. 2 Korinthiërs 11:27 : In arbeid en moeite, in waken dikwijls, in honger en dorst, in vasten dikwijls, in koude en naaktheid. Filippensen 4:11 : Niet dat ik dit zeg vanwege gebrek; want ik heb geleerd tevreden te zijn in wat ik ben. Hebreeën 11:37 : Zijn gestenigd geworden, in stukken gezaagd, verzocht, door het zwaard ter dood gebracht; hebben gewandeld in schaapsvellen en in geitenvellen; verlaten, verdrukt, kwalijk gehandeld zijnde;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נַ֤עַר",
          "strongs": "H5288",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הָיִ֗יתִי",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "גַּם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "זָ֫קַ֥נְתִּי",
          "strongs": "H2204",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "רָ֭אִיתִי",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "צַדִּ֣יק",
          "strongs": "H6662",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "נֶעֱזָ֑ב",
          "strongs": "H5800",
          "morph": "HVNrmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/זַרְע֗/וֹ",
          "strongs": "H2233",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מְבַקֶּשׁ",
          "strongs": "H1245",
          "morph": "HVprmsa"
        },
        {
          "woord": "לָֽחֶם",
          "strongs": "H3899",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Nun. Ik ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> jong geweest, ook ben ik oud geworden, maar heb niet gezien de rechtvaardige verlaten, noch zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> zaad zoekende brood.",
      "textSV1888_html": "Nun. Ik ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> jong geweest, ook ben ik oud geworden, maar heb niet gezien den rechtvaardige verlaten, noch zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> zaad zoekende brood.",
      "text1637_html": "<i>Nun</i>. Ick ben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> jonck geweest, oock ben ick oudt geworden, maer en hebbe niet gesien den rechtveerdigen verlaten; nochte sijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> zaet soeckende broot.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 26,
      "textSV1888": "Den gansen dag ontfermt hij zich, en leent; en zijn zaad is tot zegening.",
      "text1637": "Den gantschen dach ontfermt hy sich, ende leent; ende sijn zaet is [45] tot segeninge.",
      "text2026": "De hele dag ontfermt hij zich, en leent; en zijn zaad is tot zegening.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tot zegening: Of, in zegening; dat is, wordt van God gezegend, ervende den zegen Abrahams. Verg. Gen. 12:2 . idem 1 Petr. 3:9 . Genesis 12:2 : En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen! 1 Petrus 3:9 : Vergeldt niet kwaad voor kwaad, of schelden voor schelden, maar zegent daarentegen; wetende, dat gij daartoe geroepen zijt, opdat gij zegening zoudt beërven.",
          "text1637": "Ofte, in segeninge. dat is, wort van Godt gesegent, ervende den segen Abrahams. Vergelijckt Genes. 12. op vers 2. item 1.Pet. 3.9.",
          "text2026": "tot zegening: Of, in zegening; dat is, wordt van God gezegend, ervende de zegen Abrahams. Verg. Gen. 12:2 . idem 1 Petr. 3:9 . Genesis 12:2 : En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen! 1 Petrus 3:9 : Vergeldt niet kwaad voor kwaad, of schelden voor schelden, maar zegent daarentegen; wetende, dat u daartoe geroepen bent, opdat u zegening zoudt beërven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ֭/יּוֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "חוֹנֵ֣ן",
          "strongs": "H2603",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מַלְוֶ֑ה",
          "strongs": "H3867",
          "morph": "HC/Vhrmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/זַרְע֗/וֹ",
          "strongs": "H2233",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/בְרָכָֽה",
          "strongs": "H1293",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "De hele dag ontfermt hij zich, en leent; en zijn zaad is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> tot zegening.",
      "textSV1888_html": "Den gansen dag ontfermt hij zich, en leent; en zijn zaad is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> tot zegening.",
      "text1637_html": "Den gantsche<i>n</i> dach ontfermt hy sich, en<i>de</i> leent; ende sijn zaet is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> tot segeninge.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Den gansen",
          "new": "De hele",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 27,
      "textSV1888": "Samech. Wijk af van het kwade, en doe het goede, en woon in eeuwigheid.",
      "text1637": "Samech. Wijckt af van het quade, ende doet het goede; ende [46] woont in eeuwicheyt.",
      "text2026": "Samech. Wijk af van het kwade, en doe het goede, en woon in eeuwigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie op vers 3 . Psalmen 37:3 : Beth. Vertrouw op den HEERE, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u met getrouwigheid.",
          "text1637": "Siet op vers 3.",
          "text2026": "Zie op vers 3 . Psalmen 37:3 : Beth. Vertrouw op JAHWEH, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u met getrouwigheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ס֣וּר",
          "strongs": "H5493",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "מֵ֭/רָע",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HR/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/עֲשֵׂה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "ט֗וֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/שְׁכֹ֥ן",
          "strongs": "H7931",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Samech. Wijk af van het kwade, en doe het goede, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> woon in eeuwigheid.",
      "textSV1888_html": "Samech. Wijk af van het kwade, en doe het goede, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> woon in eeuwigheid.",
      "text1637_html": "<i>Samech</i>. Wijckt af van het quade, ende doet het goede; ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> woont in eeuwicheyt."
    },
    {
      "number": 28,
      "textSV1888": "Want de HEERE heeft het recht lief, en zal Zijn gunstgenoten niet verlaten; in eeuwigheid worden zij bewaard; maar het zaad der goddelozen wordt uitgeroeid.",
      "text1637": "Want de HEERE heeft het recht lief, ende sal sijne [47] gunstgenooten niet verlaten; in eeuwicheyt wordense bewaert; maer het [48] zaet der godtloosen wort uytgeroeyt.",
      "text2026": "Want JAHWEH heeft het recht lief, en zal Zijn gunstgenoten niet verlaten; in eeuwigheid worden zij bewaard; maar het zaad van de goddelozen wordt uitgeroeid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 4:4 . Psalmen 4:4 : Weet toch, dat de HEERE Zich een gunstgenoot heeft afgezonderd; de HEERE zal horen, als ik tot Hem roep.",
          "text1637": "Siet Psal. 4. op vers 4.",
          "text2026": "Zie Ps. 4:4 . Psalmen 4:4 : Weet toch, dat JAHWEH Zich een gunstgenoot heeft afgezonderd; JAHWEH zal horen, als ik tot Hem roep."
        },
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Job 18:19 . Ps. 21:11 ; Ps. 109:13 . Job 18:19 : Hij zal geen zoon, noch neef hebben onder zijn volk; en niemand zal in zijn woningen overig zijn. Psalmen 21:11 : Gij zult hun vrucht van de aarde verdoen, en hun zaad van de kinderen der mensen. Psalmen 109:13 : Dat zijn nakomelingen uitgeroeid worden; hun naam worde uitgedelgd in het andere geslacht.",
          "text1637": "Siet Iob 18.19. Psal. 21.11. ende 109.13.",
          "text2026": "Zie Job 18:19 . Ps. 21:11 ; Ps. 109:13 . Job 18:19 : Hij zal geen zoon, noch neef hebben onder zijn volk; en niemand zal in zijn woningen overig zijn. Psalmen 21:11 : U zult hun vrucht van de aarde verdoen, en hun zaad van de kinderen van de mensen. Psalmen 109:13 : Dat zijn nakomelingen uitgeroeid worden; hun naam worde uitgedelgd in het andere geslacht."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֨ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֹ֘הֵ֤ב",
          "strongs": "H157",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁפָּ֗ט",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יַעֲזֹ֣ב",
          "strongs": "H5800",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "חֲ֭סִידָי/ו",
          "strongs": "H2623",
          "morph": "HAampc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/עוֹלָ֣ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נִשְׁמָ֑רוּ",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HVNp3cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/זֶ֖רַע",
          "strongs": "H2233",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "רְשָׁעִ֣ים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "נִכְרָֽת",
          "strongs": "H3772",
          "morph": "HVNp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want JAHWEH heeft het recht lief, en zal Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> gunstgenoten niet verlaten; in eeuwigheid worden zij bewaard; maar het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> zaad van de goddelozen wordt uitgeroeid.",
      "textSV1888_html": "Want de HEERE heeft het recht lief, en zal Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> gunstgenoten niet verlaten; in eeuwigheid worden zij bewaard; maar het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> zaad der goddelozen wordt uitgeroeid.",
      "text1637_html": "Want de HEERE heeft het recht lief, ende sal sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> gunstgenooten niet verlaten; in eeuwicheyt wordense bewaert; maer het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> zaet der godtloosen wort uytgeroeyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 29,
      "textSV1888": "De rechtvaardigen zullen de aarde erfelijk bezitten, en in eeuwigheid daarop wonen.",
      "text1637": "[49] De rechtveerdige sullen de [50] aer-de erflick besitten; ende in eeuwicheyt daer op woonen.",
      "text2026": "De rechtvaardigen zullen de aarde erfelijk bezitten, en in eeuwigheid daarop wonen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De rechtvaardigen: Dit vers begint niet van de letter Ajin, gelijk naar de orde van het Hebr. A, B, zou zijn.",
          "text1637": "Dit versken en begint niet van de letter Ajin, gelijck het nae d’ordre van ’t Hebreeusch A.B. soude zijn.",
          "text2026": "De rechtvaardigen: Dit vers begint niet van de letter Ajin, gelijk naar de orde van het Hebr. A, B, zou zijn."
        },
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hoewel zij vreemdelingen op aarde zijn, nochtans zullen zij in het land der beloften, [zijnde een pand van het hemelse] en voorts waar zij op aarde zijn, in het midden van de ongerustheid der goddelozen en de onzekerheid des levens, onder de vaderlijke bescherming en het toezicht Gods, door het geloof, vertrouwen en de zalige hoop, een bestendigen, zekeren en gerusten staat hebben, als rechte bezitters en erfgenamen van alle zegeningen Abrahams in den eniggeboren Zoon Gods, den Messias; Rom. 8:17 ; Gal. 3:14 . Romeinen 8:17 : En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden. Galaten 3:14 : Opdat de zegening van Abraham tot de heidenen komen zou in Christus Jezus, en opdat wij de belofte des Geestes verkrijgen zouden door het geloof.",
          "text1637": "Hoewelse vreemdelingen op aerden zijn, nochtans sullense in’t lant der beloften, (zijnde een pant van’t hemelsche) ende voorts, waerse op aerden zijn, in’t midden van de ongerusticheyt der godtloosen, ende d’onsekerheyt des levens, onder de vaderlicke bescherminge ende toesicht Godes, door ’t geloove, vertrouwen, ende de salige hope, eenen bestendigen, sekeren ende gerusten staet hebben, als rechte besitters, ende erfgenamen aller segeningen Abrahams in den eenich geborenen Sone Godts, den Messia. Rom. 8.37. Galat. 3.14.",
          "text2026": "Hoewel zij vreemdelingen op aarde zijn, nochtans zullen zij in het land van de beloften, [zijnde een pand van het hemelse] en verder waar zij op aarde zijn, in het midden van de ongerustheid van de goddelozen en de onzekerheid van het leven, onder de vaderlijke bescherming en het toezicht Gods, door het geloof, vertrouwen en de zalige hoop, een bestendigen, zekeren en gerusten staat hebben, als rechte bezitters en erfgenamen van alle zegeningen Abrahams in de eniggeboren Zoon van God, de Messias; Rom. 8:17 ; Gal. 3:14 . Romeinen 8:17 : En als wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en mee-erfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden. Galaten 3:14 : Opdat de zegening van Abraham tot de heidenen komen zou in Christus Jezus, en opdat wij de belofte van de Geest verkrijgen zouden door het geloof."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "צַדִּיקִ֥ים",
          "strongs": "H6662",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "יִֽירְשׁוּ",
          "strongs": "H3423",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִשְׁכְּנ֖וּ",
          "strongs": "H7931",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        },
        {
          "woord": "לָ/עַ֣ד",
          "strongs": "H5703",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עָלֶֽי/הָ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> De rechtvaardigen zullen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> aarde erfelijk bezitten, en in eeuwigheid daarop wonen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> De rechtvaardigen zullen de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> aarde erfelijk bezitten, en in eeuwigheid daarop wonen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> De rechtveerdige sullen de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> aer-de erflick besitten; ende in eeuwicheyt daer op woonen."
    },
    {
      "number": 30,
      "textSV1888": "Pe. De mond des rechtvaardigen vermeldt wijsheid, en zijn tong spreekt het recht.",
      "text1637": "Pe. De mont des rechtveerdigen vermeldt wijsheyt; ende sijne tonge spreeckt [51] het recht.",
      "text2026": "Pe. De mond van de rechtvaardigen vermeldt wijsheid, en zijn tong spreekt het recht.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het recht: Of, wat recht is. Zie Job 34:4 . Job 34:4 : Laat ons kiezen voor ons, wat recht is; laat ons kennen onder ons wat goed is.",
          "text1637": "Ofte, wat recht is. Siet Iob 34.op vers 4.",
          "text2026": "het recht: Of, wat recht is. Zie Job 34:4 . Job 34:4 : Laat ons kiezen voor ons, wat recht is; laat ons kennen onder ons wat goed is."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "פִּֽי",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "צַ֭דִּיק",
          "strongs": "H6662",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "יֶהְגֶּ֣ה",
          "strongs": "H1897",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "חָכְמָ֑ה",
          "strongs": "H2451",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/לְשׁוֹנ֗/וֹ",
          "strongs": "H3956",
          "morph": "HC/Ncbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "תְּדַבֵּ֥ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpi3fs"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁפָּֽט",
          "strongs": "H4941",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Pe. De mond van de rechtvaardigen vermeldt wijsheid, en zijn tong spreekt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> het recht.",
      "textSV1888_html": "Pe. De mond des rechtvaardigen vermeldt wijsheid, en zijn tong spreekt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> het recht.",
      "text1637_html": "<i>Pe</i>. De mont des rechtveerdigen vermeldt wijsheyt; ende sijne tonge spreeckt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> het recht.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des",
          "new": "van de",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 31,
      "textSV1888": "De wet zijns Gods is in zijn hart; zijn gangen zullen niet slibberen.",
      "text1637": "[d] De wet sijns Godts is in sijn [52] herte; sijne gangen en [53] sullen niet slibberen.",
      "text2026": "De wet van zijn God is in zijn hart; zijn gangen zullen niet slibberen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 40:9 ; Jes. 51:7 . Psalmen 40:9 : Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden mijns ingewands. Jesaja 51:7 : Hoort naar Mij, gijlieden, die de gerechtigheid kent, gij volk, in welks hart Mijn wet is! vreest niet de smaadheid van den mens, en voor hun smaadredenen ontzet u niet.",
          "text1637": "Psal. 40.9. Iesa. 51.7.",
          "text2026": "Ps. 40:9 ; Jes. 51:7 . Psalmen 40:9 : Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden mijns ingewands. Jesaja 51:7 : Hoort naar Mij, u, die de gerechtigheid kent, u volk, in welks hart Mijn wet is! vreest niet de smaadheid van de mens, en voor hun smaadredenen ontzet u niet."
        },
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. Deut. 6:6 . Jer. 31:33 . Hebr. 8:10 . Deuteronomium 6:6 : En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn. Jeremia 31:33 : Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. Hebreeën 8:10 : Want dit is het verbond, dat Ik met het huis Israëls maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.",
          "text1637": "Vergel. Deut. 6.6. Ierem. 31.33. Hebr. 8.10.",
          "text2026": "Verg. Deut. 6:6 . Jer. 31:33 . Hebr. 8:10 . Deuteronomium 6:6 : En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn. Jeremia 31:33 : Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt JAHWEH: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. Hebreeën 8:10 : Want dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israël maken zal na die dagen, zegt de Heer: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn."
        },
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. zal niet waggelen, of slibberen; dat is, niet een zijner gangen zal slibberen of wankelen; dat is, hij zal voor misval en verderf, of voor afval van Gods wet behoed worden. Verg. het volgende en voorgaande. vers 30 , en vers 32 . Psalmen 37:30 : Pe. De mond des rechtvaardigen vermeldt wijsheid, en zijn tong spreekt het recht. Psalmen 37:32 : Tsade. De goddeloze loert op den rechtvaardige, en zoekt hem te doden.",
          "text1637": "Hebr. en sal niet waggelen, ofte, slibberen. dat is, niet een sijner gangen sal slibberen, ofte, wanckelen. dat is, hy sal voor misval, ende verderf, ofte voor afval van Godts Wet behoedt worden: vergel. het volgende ende voorgaende.",
          "text2026": "Hebr. zal niet waggelen, of slibberen; dat is, niet een zijn gangen zal slibberen of wankelen; dat is, hij zal voor misval en verderf, of voor afval van Gods wet behoed worden. Verg. het volgende en voorgaande. vers 30 , en vers 32 . Psalmen 37:30 : Pe. De mond van de rechtvaardigen vermeldt wijsheid, en zijn tong spreekt het recht. Psalmen 37:32 : Tsade. De goddeloze loert op de rechtvaardige, en zoekt hem te doden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תּוֹרַ֣ת",
          "strongs": "H8451",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהָ֣י/ו",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/לִבּ֑/וֹ",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לֹ֖א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִמְעַ֣ד",
          "strongs": "H4571",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "אֲשֻׁרָי/ו",
          "strongs": "H838",
          "morph": "HNcfpc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> De wet van zijn God is in zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> hart; zijn gangen zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> niet slibberen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> De wet zijns Gods is in zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> hart; zijn gangen zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> niet slibberen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> De wet sijns Godts is in sijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> herte; sijne gangen en <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> sullen niet slibberen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zijns Gods",
          "new": "van zijn God",
          "principe": "V201"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 32,
      "textSV1888": "Tsade. De goddeloze loert op den rechtvaardige, en zoekt hem te doden.",
      "text1637": "Tzade. De godtloose loert op den rechtveerdigen; ende soeckt hem te dooden.",
      "text2026": "Tsade. De goddeloze loert op de rechtvaardige, en zoekt hem te doden.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "צוֹפֶ֣ה",
          "strongs": "H6822",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "רָ֭שָׁע",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/צַּדִּ֑יק",
          "strongs": "H6662",
          "morph": "HRd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/מְבַקֵּ֗שׁ",
          "strongs": "H1245",
          "morph": "HC/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/הֲמִית/וֹ",
          "strongs": "H4191",
          "morph": "HR/Vhc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Tsade. De goddeloze loert op de rechtvaardige, en zoekt hem te doden.",
      "text1637_html": "<i>Tzade</i>. De godtloose loert op den rechtveerdigen; ende soeckt hem te dooden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 33,
      "textSV1888": "Maar de HEERE laat hem niet in zijn hand; en Hij verdoemt hem niet, als hij geoordeeld wordt.",
      "text1637": "[Maer] De HEERE en laet hem niet in sijne hant: ende hy en verdoemt hem niet, als hy [54] geoordeelt wort.",
      "text2026": "Maar JAHWEH laat hem niet in zijn hand; en Hij verdoemt hem niet, als hij geoordeeld wordt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Als hij voor recht gesteld wordt, zal hij een gunstigen en genadigen God hebben.",
          "text1637": "Als hy voor recht gestelt wort, sal hy eenen gunstigen ende genadigen Godt hebben.",
          "text2026": "Als hij voor recht gesteld wordt, zal hij een gunstigen en genadigen God hebben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יַעַזְבֶ֣/נּוּ",
          "strongs": "H5800",
          "morph": "HVqi3ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְ/יָד֑/וֹ",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יַ֝רְשִׁיעֶ֗/נּוּ",
          "strongs": "H7561",
          "morph": "HVhi3ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/הִשָּׁפְטֽ/וֹ",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HR/VNc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar JAHWEH laat hem niet in zijn hand; en Hij verdoemt hem niet, als hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> geoordeeld wordt.",
      "textSV1888_html": "Maar de HEERE laat hem niet in zijn hand; en Hij verdoemt hem niet, als hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> geoordeeld wordt.",
      "text1637_html": "[Maer] De HEERE en laet hem niet in sijne hant: ende hy en verdoemt hem niet, als hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> geoordeelt wort.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 34,
      "textSV1888": "Koph. Wacht op den HEERE, en houd Zijn weg, en Hij zal u verhogen, om de aarde erfelijk te bezitten; gij zult zien, dat de goddelozen worden uitgeroeid.",
      "text1637": "Koph. Wacht op den HEERE, ende houdt sijnen wech, ende hy sal u verhoogen om de aerde erflick te besitten; ghy sult [55] sien, dat de godtloose worden uytgeroeyt.",
      "text2026": "Koph. Wacht op JAHWEH, en houd Zijn weg, en Hij zal u verhogen, om de aarde erfelijk te bezitten; u zult zien, dat de goddelozen worden uitgeroeid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "55",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Met lust en vreugde in den Heere; of, als de goddelozen worden uitgeroeid, zult gij het aanzien.",
          "text1637": "Met lust ende vreuchde in den Heere: ofte, Als de godtloose worden uytgeroeyt, sult ghy’t aensien.",
          "text2026": "Met lust en vreugde in de Heer; of, als de goddelozen worden uitgeroeid, zult u het aanzien."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "קַוֵּ֤ה",
          "strongs": "H6960",
          "morph": "HVpv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֨ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וּ/שְׁמֹ֬ר",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "דַּרְכּ֗/וֹ",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וִֽ֭/ירוֹמִמְ/ךָ",
          "strongs": "H7311",
          "morph": "HC/Voi3ms/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/רֶ֣שֶׁת",
          "strongs": "H3423",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/הִכָּרֵ֖ת",
          "strongs": "H3772",
          "morph": "HR/VNc"
        },
        {
          "woord": "רְשָׁעִ֣ים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "תִּרְאֶֽה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqi2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Koph. Wacht op JAHWEH, en houd Zijn weg, en Hij zal u verhogen, om de aarde erfelijk te bezitten; u zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> zien, dat de goddelozen worden uitgeroeid.",
      "textSV1888_html": "Koph. Wacht op den HEERE, en houd Zijn weg, en Hij zal u verhogen, om de aarde erfelijk te bezitten; gij zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> zien, dat de goddelozen worden uitgeroeid.",
      "text1637_html": "<i>Koph</i>. Wacht op den HEERE, ende houdt sijnen wech, ende hy sal u verhoogen om de aerde erflick te besitten; ghy sult <sup class=\"note-marker\" data-note=\"55\">55</sup> sien, dat de godtloose worden uytgeroeyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 35,
      "textSV1888": "Resch. Ik heb gezien een gewelddrijvenden goddeloze, die zich uitbreidde als een groene inlandse boom.",
      "text1637": "Resch. Ick hebbe gesien eenen [56] gewelt-drijvenden [57] godtloosen; die sich [58] uytbreydde, als een groene [59] inlantsche boom.",
      "text2026": "Resch. Ik heb gezien een gewelddrijvenden goddeloze, die zich uitbreidde als een groene inlandse boom.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "56",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, verschrikkelijke tiran.",
          "text1637": "Ofte, verschrickelicken, Tyran.",
          "text2026": "Of, verschrikkelijke tiran."
        },
        {
          "marker": "57",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hoedanig geweest zijn, Saul, Doëg, Absalom, Achitofel, enz.",
          "text1637": "Hoedanige geweest zijn, Saul, Doëg, Absalom, Achitophel, etc.",
          "text2026": "Hoedanig geweest zijn, Saul, Doëg, Absalom, Achitofel, enz."
        },
        {
          "marker": "58",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, zich ontdoende. Hebr. eigenlijk, zich ontblotende; omdat de stam, die tevoren, [als de takken klein en dicht aan elkander rondom het bovenste van den stam waren] als bedekt was, daarna, als de takken groot worden en zich uitbreiden, ontbloot wordt.",
          "text1637": "Ofte, sich ontdoende. Hebr. eygentlick, sich ontblootende: om dat de stam, die te vooren, (als de tacxkens kleyn ende dicht aen malkanderen rontom het bovenste des stams waren) als bedeckt was, daer na, als de tacken groot worden, ende haer uytbreyden, ontbloot wort.",
          "text2026": "Of, zich ontdoende. Hebr. eigenlijk, zich ontblotende; omdat de stam, die tevoren, [als de takken klein en dicht aan elkaar rondom het bovenste van de stam waren] als bedekt was, daarna, als de takken groot worden en zich uitbreiden, ontbloot wordt."
        },
        {
          "marker": "59",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, zelfs gewassen, die niet elders gebracht en overgeplant is, maar uit zijn eigen natuurlijken grond is opgekomen, daarop staande gebleven, en gemeenlijk langer duurt en beter groeit dan een die verplant is. Het Hebr. woord betekent ook een inboorling, gesteld tegen een vreemdeling, Exod. 12:19 . Lev. 16:29 . sommigen verstaan hier een laurierboom, anderen een cederboom, doch de eigen betekent van het woord is in den tekst gevolgd. Exodus 12:19 : Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde, want al wie het gedesemde eten zal, dezelve ziel zal uit de vergadering van Israël uitgeroeid worden, hij zij een vreemdeling of een ingeborene des lands. Leviticus 16:29 : En dit zal voor u tot een eeuwige inzetting zijn: gij zult in de zevende maand, op den tienden der maand, uw zielen verootmoedigen, en geen werk doen, inboorling noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert.",
          "text1637": "Ofte, selfs-gewassen, die niet van elders gebracht ende overgeplant is, maer uyt sijnen eygenen natuerlicken gront is opgekomen: daer op staende gebleven, ende gemeenlick langer duert ende beter groeyt als een die verplant is. het hebreeusch woort beteeckent oock eenen inboorlinck, gestelt tegen eenen vreemdelinck. Exod. 12.19. Levit. 16.29. Sommige verstaen hier eenen Lauwerboom, andere eenen ceder-boom, doch de eygene beteeckeninge van ’t woort is in den text gevolcht.",
          "text2026": "Of, zelfs gewassen, die niet elders gebracht en overgeplant is, maar uit zijn eigen natuurlijken grond is opgekomen, daarop staande gebleven, en gemeenlijk langer duurt en beter groeit dan een die verplant is. Het Hebr. woord betekent ook een inboorling, gesteld tegen een vreemdeling, Ex. 12:19 . Lev. 16:29 . sommigen verstaan hier een laurierboom, anderen een cederboom, maar de eigen betekent van het woord is in de tekst gevolgd. Exodus 12:19 : Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde, want al wie het gedesemde eten zal, dezelfde ziel zal uit de vergadering van Israël uitgeroeid worden, hij zij een vreemdeling of een ingeborene van het land. Leviticus 16:29 : En dit zal voor u tot een eeuwige inzetting zijn: u zult in de zevende maand, op de tienden van de maand, uw zielen verootmoedigen, en geen werk doen, inboorling noch vreemdeling, die in het midden van u als vreemdeling verkeert."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "רָ֭אִיתִי",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "רָשָׁ֣ע",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "עָרִ֑יץ",
          "strongs": "H6184",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/מִתְעָרֶ֗ה",
          "strongs": "H6168",
          "morph": "HC/Vtrmsa"
        },
        {
          "woord": "כְּ/אֶזְרָ֥ח",
          "strongs": "H249",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "רַעֲנָֽן",
          "strongs": "H7488",
          "morph": "HAamsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Resch. Ik heb gezien een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> gewelddrijvenden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> goddeloze, die zich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> uitbreidde als een groene<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> inlandse boom.",
      "textSV1888_html": "Resch. Ik heb gezien een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> gewelddrijvenden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> goddeloze, die zich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> uitbreidde als een groene<sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> inlandse boom.",
      "text1637_html": "<i>Resch</i>. Ick hebbe gesien eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"56\">56</sup> gewelt-drijvende<i>n</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"57\">57</sup> godtloosen; die sich <sup class=\"note-marker\" data-note=\"58\">58</sup> uytbreydde, als een groene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"59\">59</sup> inlantsche boom."
    },
    {
      "number": 36,
      "textSV1888": "Maar hij ging door, en zie, hij was er niet meer; en ik zocht hem, maar hij werd niet gevonden.",
      "text1637": "Maer hy [60] ginck door, ende siet hy en wasser niet [meer]; ende ick sochte hem, maer hy en wert niet gevonden.",
      "text2026": "Maar hij ging door, en zie, hij was er niet meer; en ik zocht hem, maar hij werd niet gevonden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "60",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "ging door: Dat is, hij verdween haastelijk als een doorgaande wolk, die in korten tijd verdwijnt. Anders, men ging er voorbij, enz.",
          "text1637": "D. hy verdween haestelick, als eene doorgaende wolcke, die in korten tijt verdwijnt. and. men gincker voor by, etc.",
          "text2026": "ging door: Dat is, hij verdween haastig als een doorgaande wolk, die in korte tijd verdwijnt. Anders, men ging er voorbij, enz."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ֭/יַּֽעֲבֹר",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/הִנֵּ֣ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HC/Tm"
        },
        {
          "woord": "אֵינֶ֑/נּוּ",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וָֽ֝/אֲבַקְשֵׁ֗/הוּ",
          "strongs": "H1245",
          "morph": "HC/Vpw1cs/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "נִמְצָֽא",
          "strongs": "H4672",
          "morph": "HVNp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> ging door, en zie, hij was er niet meer; en ik zocht hem, maar hij werd niet gevonden.",
      "textSV1888_html": "Maar hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> ging door, en zie, hij was er niet meer; en ik zocht hem, maar hij werd niet gevonden.",
      "text1637_html": "Maer hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"60\">60</sup> ginck door, ende siet hy en wasser niet [meer]; ende ick sochte hem, maer hy en wert niet gevonden."
    },
    {
      "number": 37,
      "textSV1888": "Schin. Let op den vrome, en zie naar den oprechte; want het einde van dien man zal vrede zijn.",
      "text1637": "Schin. Lett op den vroomen, ende siet nae den [61] oprechten; want het [62] eynde van [dien] man sal vrede zijn.",
      "text2026": "Schin. Let op de vrome, en zie naar de oprechte; want het einde van die man zal vrede zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "61",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. rechten, richtigen, enz. Zie boven Ps. 7:11 . Psalmen 7:11 : Mijn schild is bij God, Die de oprechten van hart behoudt.",
          "text1637": "Hebr. rechten, richtigen, etc. siet bov. Psal. 7. op vers 11.",
          "text2026": "Hebr. rechte, richtigen, enz. Zie boven Ps. 7:11 . Psalmen 7:11 : Mijn schild is bij God, Die de oprechten van hart behoudt."
        },
        {
          "marker": "62",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "einde van: Hebr. achterste, uiterste, laatste. Verg. Deut. 32:20 ; Spreuk. 14:12 . Dat is, hij zal ten laatste welvaren, het zal hem eindelijk welgaan; dat zult gij bevinden zo gij daarop acht geeft. Anders, want daar is loon voor den vreedzamen man. Sommigen verstaan het van de nakomelingen, alzo in het volgende. Verg. Ps. 109:13 . Ex. 31:17. Deuteronomium 32:20 : En Hij zeide: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een gans verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is. Spreuken 14:12 : Er is een weg, die iemand recht schijnt; maar het laatste van dien zijn wegen des doods. Psalmen 109:13 : Dat zijn nakomelingen uitgeroeid worden; hun naam worde uitgedelgd in het andere geslacht.",
          "text1637": "Hebr. achterste, uyterste, laetste. Vergel. Deut. 32. op vers 20. Prov. 14. op vers 12. dat is, hy sal ten laetsten welvaren, ’t sal hem eyndelick welgaen: dat sult ghy bevinden, so ghy daer op acht geeft, and. want daer is loon voor den vreedsamen man. sommige verstaen’t van de nakomelingen, alsoo in’t volgende, vergel. Psal. 109. op vers 13. Ierem. 31. op vers 17.",
          "text2026": "einde van: Hebr. achterste, uiterste, laatste. Verg. Deut. 32:20 ; Spr. 14:12 . Dat is, hij zal ten laatste welvaren, het zal hem eindelijk welgaan; dat zult u bevinden zo u daarop acht geeft. Anders, want daar is loon voor de vreedzamen man. Sommigen verstaan het van de nakomelingen, zo in het volgende. Verg. Ps. 109:13 . Ex. 31:17. Deuteronomium 32:20 : En Hij zei: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hun einde zal wezen; want zij zijn een geheel verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is. Spreuken 14:12 : Er is een weg, die iemand recht schijnt; maar het laatste van die zijn wegen van de dood. Psalmen 109:13 : Dat zijn nakomelingen uitgeroeid worden; hun naam worde uitgedelgd in het andere geslacht."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שְׁמָר",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "תָּ֭ם",
          "strongs": "H8535",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/רְאֵ֣ה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        },
        {
          "woord": "יָשָׁ֑ר",
          "strongs": "H3477",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אַחֲרִ֖ית",
          "strongs": "H319",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/אִ֣ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "שָׁלֽוֹם",
          "strongs": "H7965",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Schin. Let op de vrome, en zie naar de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> oprechte; want het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> einde van die man zal vrede zijn.",
      "textSV1888_html": "Schin. Let op den vrome, en zie naar den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> oprechte; want het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> einde van dien man zal vrede zijn.",
      "text1637_html": "<i>Schin</i>. Lett op den vroomen, ende siet nae den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"61\">61</sup> oprechten; want het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"62\">62</sup> eynde van [dien] man sal vrede zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 38,
      "textSV1888": "Maar de overtreders worden te zamen verdelgd; het einde der goddelozen wordt uitgeroeid.",
      "text1637": "Maer de overtreders worden te samen verdelcht: het [63] eynde der godtloosen wort uytgeroeyt.",
      "text2026": "Maar de overtreders worden samen vernietigd; het einde van de goddelozen wordt uitgeroeid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "63",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "einde der goddelozen: Dat is, de goddelozen worden ten laatste uitgeroeid, gelijk een boom met wortel en al.",
          "text1637": "D. de godtloose worden ten laetsten uytgeroeyt, gelijck een boom met wortel met al.",
          "text2026": "einde van de goddelozen: Dat is, de goddelozen worden ten laatste uitgeroeid, gelijk een boom met wortel en al."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּֽ֭/פֹשְׁעִים",
          "strongs": "H6586",
          "morph": "HC/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "נִשְׁמְד֣וּ",
          "strongs": "H8045",
          "morph": "HVNp3cp"
        },
        {
          "woord": "יַחְדָּ֑ו",
          "strongs": "H3162",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אַחֲרִ֖ית",
          "strongs": "H319",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "רְשָׁעִ֣ים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "נִכְרָֽתָה",
          "strongs": "H3772",
          "morph": "HVNp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar de overtreders worden samen vernietigd; het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> einde van de goddelozen wordt uitgeroeid.",
      "textSV1888_html": "Maar de overtreders worden te zamen verdelgd; het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> einde der goddelozen wordt uitgeroeid.",
      "text1637_html": "Maer de overtreders worden te samen verdelcht: het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"63\">63</sup> eynde der godtloosen wort uytgeroeyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "te zamen verdelgd;",
          "new": "samen vernietigd;",
          "principe": "V374"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 39,
      "textSV1888": "Thau. Doch het heil der rechtvaardigen is van den HEERE; hun Sterkte ter tijd van benauwdheid.",
      "text1637": "Thau. Doch het heyl der rechtveerdigen is van den HEERE; hare sterckte ter tijt van benaeuwtheyt.",
      "text2026": "Thau. Maar het heil van de rechtvaardigen is van JAHWEH; hun Sterkte in de tijd van benauwdheid.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/תְשׁוּעַ֣ת",
          "strongs": "H8668",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "צַ֭דִּיקִים",
          "strongs": "H6662",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "מָֽ֝עוּזָּ֗/ם",
          "strongs": "H4581",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עֵ֣ת",
          "strongs": "H6256",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "צָרָֽה",
          "strongs": "H6869",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Thau. Maar het heil van de rechtvaardigen is van JAHWEH; hun Sterkte in de tijd van benauwdheid.",
      "text1637_html": "<i>Thau</i>. Doch het heyl der rechtveerdigen is van den HEERE; hare sterckte ter tijt van benaeuwtheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Doch",
          "new": "Maar",
          "principe": "V1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "den HEERE;",
          "new": "JAHWEH;",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "ter",
          "new": "in de",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 40,
      "textSV1888": "En de HEERE zal hen helpen, en zal hen bevrijden; Hij zal ze bevrijden van de goddelozen, en zal ze behouden; want zij betrouwen op Hem.",
      "text1637": "Ende de HEERE salse helpen, ende salse bevrijden; hy salse bevrijden van de godtloose, ende salse behouden: want sy betrouwen op hem.",
      "text2026": "En JAHWEH zal hen helpen, en zal hen bevrijden; Hij zal ze bevrijden van de goddelozen, en zal ze behouden; want zij betrouwen op Hem.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַֽ/יַּעְזְרֵ֥/ם",
          "strongs": "H5826",
          "morph": "HC/Vqw3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/יְפַ֫לְּטֵ֥/ם",
          "strongs": "H6403",
          "morph": "HC/Vpw3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יְפַלְּטֵ֣/ם",
          "strongs": "H6403",
          "morph": "HVpi3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מֵ֭/רְשָׁעִים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HR/Aampa"
        },
        {
          "woord": "וְ/יוֹשִׁיעֵ֑/ם",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HC/Vhi3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "חָ֥סוּ",
          "strongs": "H2620",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בֽ/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "En JAHWEH zal hen helpen, en zal hen bevrijden; Hij zal ze bevrijden van de goddelozen, en zal ze behouden; want zij betrouwen op Hem.",
      "text1637_html": "Ende de HEERE salse helpen, ende salse bevrijden; hy salse bevrijden van de godtloose, ende salse behouden: want sy betrouwen op hem.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David onderwijst ende sterckt de geloovige tegen het tijdelick geluck der godtloosen, ende vermaentse hare godtloosheyt niet nae te volgen, maer heylichlick te leven, ende Godt te vertrouwen: om dat der godtloosen geluck kort, ende het eynde onsalich ende vervloeckt is, daer Godt ter contrarie sijne kinderen, in alles wat hen overkomt, met sijne vaderlicke gunste vergeselschapt, ende hen een salich eynde verleent.",
    "text2026": "David onderwijst en sterkt de gelovigen tegen het tijdelijk geluk van de goddelozen, en vermaant hen hun goddeloosheid niet na te volgen, maar heilig te leven en God te vertrouwen; omdat het geluk van de goddelozen kort en het einde onzalig en vervloekt is, terwijl God daarentegen Zijn kinderen, in alles wat hen overkomt, met Zijn vaderlijke gunst vergezelt en hun een zalig einde verleent."
  }
}
