{
  "number": 38,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van David, om te doen gedenken.",
      "text1637": "EEn Psalm Davids, om te doen [1] gedencken.",
      "text2026": "Een psalm van David, om te doen gedenken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Aan de grote benauwdheid, waarin hij was geweest, en aan de genade des Heeren, die hem daaruit verlost had. Verg. Ps. 132:1 . Jes. 63:7 . Psalmen 132:1 : Een lied Hammaaloth. O HEERE! gedenk aan David, aan al zijn lijden; Jesaja 63:7 : Ik zal de goedertierenheden des HEEREN vermelden, den veelvoudigen lof des HEEREN, naar alles, wat de HEERE ons heeft bewezen, en de grote goedigheid aan het huis van Israël, die Hij hun bewezen heeft, naar Zijn barmhartigheden, en naar de veelheid Zijner goedertierenheden.",
          "text1637": "Aen de groote benauwtheyt, daer in hy was geweest, ende aen de genade des Heeren, die hem daer uyt verlost hadde. Vergel. Psal. 132.1. ende Ies. 63.7.",
          "text2026": "Aan de grote benauwdheid, waarin hij was geweest, en aan de genade van de Heer, die hem daaruit verlost had. Verg. Ps. 132:1 . Jes. 63:7 . Psalmen 132:1 : Een lied Hammaäloth. O JAHWEH! gedenk aan David, aan al zijn lijden; Jesaja 63:7 : Ik zal de goedertierenheden van JAHWEH vermelden, de veelvoudigen lof van JAHWEH, naar alles, wat JAHWEH ons heeft bewezen, en de grote goedigheid aan het huis van Israël, die Hij hun bewezen heeft, naar Zijn barmhartigheden, en naar de veelheid Zijn goedertierenheden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִזְמ֖וֹר",
          "strongs": "H4210",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָוִ֣ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "לְ/הַזְכִּֽיר",
          "strongs": "H2142",
          "morph": "HR/Vhc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een psalm van David, om te doen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> gedenken.",
      "textSV1888_html": "Een psalm van David, om te doen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> gedenken.",
      "text1637_html": "EEn Psalm Davids, om te doen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> gedencken."
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "O HEERE! straf mij niet in Uw groten toorn, en kastijd mij niet in Uw grimmigheid.",
      "text1637": "[a] O HEERE, [2] en straft my niet in uwen [3] grooten toorn; ende kastijdt my niet in uwe grimmicheyt.",
      "text2026": "O JAHWEH! straf mij niet in Uw grote toorn, en straf mij niet in Uw woede.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 6:2 . Psalmen 6:2 : O HEERE, straf mij niet in Uw toorn, en kastijd mij niet in Uw grimmigheid!",
          "text1637": "Psal. 6.2.",
          "text2026": "Ps. 6:2 . Psalmen 6:2 : O JAHWEH, straf mij niet in Uw toorn, en kastijd mij niet in Uw grimmigheid!"
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "straf mij niet: Vergelijk Psalm 6 .",
          "text1637": "Vergel. Psal. 6.",
          "text2026": "straf mij niet: Vergelijk Psalm 6 ."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "groten toorn: Of, verbolgenheid .",
          "text1637": "Ofte, verbolgentheyt.",
          "text2026": "grote toorn: Of, toorn ."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְֽהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קֶצְפְּ/ךָ֥",
          "strongs": "H7110",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "תוֹכִיחֵ֑/נִי",
          "strongs": "H3198",
          "morph": "HVhi2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּֽ/בַ/חֲמָתְ/ךָ֥",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HC/R/Ncfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "תְיַסְּרֵֽ/נִי",
          "strongs": "H3256",
          "morph": "HVpi2ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> O JAHWEH!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> straf mij niet in Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> grote toorn, en straf mij niet in Uw woede.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> O HEERE!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> straf mij niet in Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> groten toorn, en kastijd mij niet in Uw grimmigheid.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> O HEERE, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> en straft my niet in uwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> grooten toorn; ende kastijdt my niet in uwe grimmicheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "groten",
          "new": "grote",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "kastijd",
          "new": "straf",
          "principe": "V787"
        },
        {
          "old": "grimmigheid.",
          "new": "woede.",
          "principe": "V77"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Want Uw pijlen zijn in mij gedaald, en Uw hand is op mij nedergedaald.",
      "text1637": "Want uwe [4] pijlen zijn in my [5] gedaelt, ende uwe hant is op my nedergedaelt.",
      "text2026": "Want Uw pijlen zijn in mij gedaald, en Uw hand is op mij neergedaald.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Door de pijlen en de hand Gods verstaat hij hier zijn zware krankte. Zie Deut. 32:23 , Job 6:4 . Deuteronomium 32:23 : Ik zal kwaden over hen hopen; Mijn pijlen zal Ik op hen verschieten. Job 6:4 : Want de pijlen des Almachtigen zijn in mij, welker vurig venijn mijn geest uitdrinkt; de verschrikkingen Gods rusten zich tegen mij.",
          "text1637": "Door de pijlen ende de hant Godts verstaet hy hier sijne sware kranckte. siet Deut. 32. op vers 23. ende Iob 6. op vers 4.",
          "text2026": "Door de pijlen en de hand van God verstaat hij hier zijn zware krankte. Zie Deut. 32:23 , Job 6:4 . Deuteronomium 32:23 : Ik zal kwade over hen hopen; Mijn pijlen zal Ik op hen verschieten. Job 6:4 : Want de pijlen van de Almachtigen zijn in mij, van wie vurig venijn mijn geest uitdrinkt; de verschrikkingen Gods rusten zich tegen mij."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, zij zijn alzo in mij geschoten, dat zij diep zijn ingedrongen.",
          "text1637": "D. sy zijn alsoo in my geschoten, datse diep zijn in gedrongen.",
          "text2026": "Dat is, zij zijn zo in mij geschoten, dat zij diep zijn ingedrongen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "חִ֭צֶּי/ךָ",
          "strongs": "H2671",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "נִ֣חֲתוּ",
          "strongs": "H5181",
          "morph": "HVNp3cp"
        },
        {
          "woord": "בִ֑/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/תִּנְחַ֖ת",
          "strongs": "H5181",
          "morph": "HC/Vqw3fs"
        },
        {
          "woord": "עָלַ֣/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יָדֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> pijlen zijn in mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> gedaald, en Uw hand is op mij neergedaald.",
      "textSV1888_html": "Want Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> pijlen zijn in mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> gedaald, en Uw hand is op mij nedergedaald.",
      "text1637_html": "Want uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> pijlen zijn in my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> gedaelt, ende uwe hant is op my nedergedaelt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "nedergedaald.",
          "new": "neergedaald.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Er is niets geheels in mijn vlees, vanwege Uw gramschap; er is geen vrede in mijn beenderen, vanwege mijn zonde.",
      "text1637": "Daer is niet geheels in mijn vleesch, van wegen uwe gramschap: daer is geen [6] vrede in mijne beenderen, van wegen mijne sonde.",
      "text2026": "Er is niets geheels in mijn vlees, vanwege Uw toorn; er is geen vrede in mijn beenderen, vanwege mijn zonde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, geen rust, geen ophouden van pijn in mijn lichaam. Verg. Ps. 35:10 ; Ps. 51:10 . Psalmen 35:10 : Al mijn beenderen zullen zeggen: HEERE, wie is U gelijk! U, Die den ellendige redt van dien, die sterker is dan hij, en den ellendige en nooddruftige van zijn berover. Psalmen 51:10 : Doe mij vreugde en blijdschap horen; dat de beenderen zich verheugen, die Gij verbrijzeld hebt.",
          "text1637": "D. geene ruste, geen ophouden van pijne in mijn lichaem. Vergel. Psal. 51. op vers 10. ende 35. op vers 10.",
          "text2026": "Dat is, geen rust, geen ophouden van pijn in mijn lichaam. Verg. Ps. 35:10 ; Ps. 51:10 . Psalmen 35:10 : Al mijn beenderen zullen zeggen: JAHWEH, wie is U gelijk! U, Die de ellendige redt van die, die sterker is dan hij, en de ellendige en nooddruftige van zijn berover. Psalmen 51:10 : Doe mij vreugde en blijdschap horen; dat de beenderen zich verheugen, die U verbrijzeld hebt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֵין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "מְתֹ֣ם",
          "strongs": "H4974",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בִּ֭/בְשָׂרִ/י",
          "strongs": "H1320",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/פְּנֵ֣י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "זַעְמֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H2195",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֵין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "שָׁל֥וֹם",
          "strongs": "H7965",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ֝/עֲצָמַ֗/י",
          "strongs": "H6106",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/פְּנֵ֥י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "חַטָּאתִֽ/י",
          "strongs": "H2403",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Er is niets geheels in mijn vlees, vanwege Uw toorn; er is geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> vrede in mijn beenderen, vanwege mijn zonde.",
      "textSV1888_html": "Er is niets geheels in mijn vlees, vanwege Uw gramschap; er is geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> vrede in mijn beenderen, vanwege mijn zonde.",
      "text1637_html": "Daer is niet geheels in mijn vleesch, van wegen uwe gramschap: daer is geen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> vrede in mijne beenderen, van wegen mijne sonde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gramschap;",
          "new": "toorn;",
          "principe": "V17"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Want mijn ongerechtigheden gaan over mijn hoofd; als een zware last zijn zij mij te zwaar geworden.",
      "text1637": "Want mijne ongerechticheden [7] gaen over mijn hooft; als een sware last, zijnse my te swaer geworden.",
      "text2026": "Want mijn ongerechtigheden gaan over mijn hoofd; als een zware last zijn zij mij te zwaar geworden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "gaan over mijn hoofd: Gelijk de waterbaren, die tot over iemands hoofd gaan, gelijk Ps. 42:8 . Aldus vergroot de profeet zijne zonden, mitsgaders hare straffen. Verg. Ps. 40:13 . Psalmen 42:8 : De afgrond roept tot den afgrond, bij het gedruis Uwer watergoten; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengegaan. Psalmen 40:13 : Want kwaden, tot zonder getal toe, hebben mij omgeven; mijn ongerechtigheden hebben mij aangegrepen, dat ik niet heb kunnen zien; zij zijn menigvuldiger dan de haren mijns hoofds, en mijn hart heeft mij verlaten.",
          "text1637": "Gelijck de waterbaren, die tot over yemants hooft gaen, als Psal. 42.8. Aldus vergroot de Propheet sijne sonden, mitsgaders der selver straffen. Vergel. Psal. 40.13.",
          "text2026": "gaan over mijn hoofd: Gelijk de waterbaren, die tot over iemands hoofd gaan, gelijk Ps. 42:8 . Aldus vergroot de profeet zijn zonden, en ook haar straffen. Verg. Ps. 40:13 . Psalmen 42:8 : De afgrond roept tot de afgrond, bij het gedruis Uw watergoten; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengegaan. Psalmen 40:13 : Want kwade, tot zonder getal toe, hebben mij omgeven; mijn ongerechtigheden hebben mij aangegrepen, dat ik niet heb kunnen zien; zij zijn menigvuldiger dan de haar mijns hoofds, en mijn hart heeft mij verlaten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֣י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "עֲ֭וֺנֹתַ/י",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָבְר֣וּ",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "רֹאשִׁ֑/י",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כְּ/מַשָּׂ֥א",
          "strongs": "H4853",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כָ֝בֵ֗ד",
          "strongs": "H3515",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "יִכְבְּד֥וּ",
          "strongs": "H3513",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּֽ/נִּי",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want mijn ongerechtigheden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> gaan over mijn hoofd; als een zware last zijn zij mij te zwaar geworden.",
      "textSV1888_html": "Want mijn ongerechtigheden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> gaan over mijn hoofd; als een zware last zijn zij mij te zwaar geworden.",
      "text1637_html": "Want mijne ongerechticheden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> gaen over mijn hooft; als een sware last, zijnse my te swaer geworden."
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Mijn etterbuilen stinken, zij zijn vervuild, vanwege mijn dwaasheid.",
      "text1637": "Mijne etter-buylen stincken, sy zijn vervuylt, van wegen mijne [8] dwaesheyt.",
      "text2026": "Mijn etterbuilen stinken, zij zijn vervuild, vanwege mijn dwaasheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, onbedachtzaamheid, onbezonnenheid, onvoorzichtigheid: waardoor hij zijne zonden en gebreken verstaat. Verg. vers 4 , en onder, Ps. 69:6 . Psalmen 38:4 : Er is niets geheels in mijn vlees, vanwege Uw gramschap; er is geen vrede in mijn beenderen, vanwege mijn zonde. Psalmen 69:6 : O God! Gij weet van mijn dwaasheid, en mijn schulden zijn voor U niet verborgen.",
          "text1637": "Ofte, onbedachtheyt, onbesonnenheyt, onvoorsichticheyt, waer door hy sijne sonden ende gebreken verstaet. Vergel. vers 4. ende ond. Psal. 69.6.",
          "text2026": "Of, onbedachtzaamheid, onbezonnenheid, onvoorzichtigheid: waardoor hij zijn zonden en gebreken verstaat. Verg. vers 4 , en onder, Ps. 69:6 . Psalmen 38:4 : Er is niets geheels in mijn vlees, vanwege Uw toorn; er is geen vrede in mijn beenderen, vanwege mijn zonde. Psalmen 69:6 : O God! U weet van mijn dwaasheid, en mijn schulden zijn voor U niet verborgen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הִבְאִ֣ישׁוּ",
          "strongs": "H887",
          "morph": "HVhp3cp"
        },
        {
          "woord": "נָ֭מַקּוּ",
          "strongs": "H4743",
          "morph": "HVNp3cp"
        },
        {
          "woord": "חַבּוּרֹתָ֑/י",
          "strongs": "H2250",
          "morph": "HNcfpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ֝/פְּנֵ֗י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "אִוַּלְתִּֽ/י",
          "strongs": "H200",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mijn etterbuilen stinken, zij zijn vervuild, vanwege mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> dwaasheid.",
      "textSV1888_html": "Mijn etterbuilen stinken, zij zijn vervuild, vanwege mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> dwaasheid.",
      "text1637_html": "Mijne etter-buylen stincken, sy zijn vervuylt, van wegen mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> dwaesheyt."
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Ik ben krom geworden, ik ben uitermate zeer nedergebogen; ik ga den gansen dag in het zwart.",
      "text1637": "Ick ben [9] krom geworden, ick ben uyttermaten seer nedergebogen; [b] ick gae den gantschen dach in’t [10] swart.",
      "text2026": "Ik ben krom geworden, ik ben bovenmate zeer neergebogen; ik ga de hele dag in het zwart.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, misstaltig, ongestalte.",
          "text1637": "Ofte, mis-staltich, ongestalt.",
          "text2026": "Of, misstaltig, ongestalte."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 42:10 ; Ps. 43:2 . Psalmen 42:10 : Ik zal zeggen tot God: Mijn Steenrots! waarom vergeet Gij mij? Waarom ga ik in het zwart, vanwege des vijands onderdrukking? Psalmen 43:2 : Want Gij zijt de God mijner sterkte; waarom verstoot Gij mij dan? Waarom ga ik steeds in het zwart, vanwege des vijands onderdrukking?",
          "text1637": "Psal. 42.10. ende 43.2.",
          "text2026": "Ps. 42:10 ; Ps. 43:2 . Psalmen 42:10 : Ik zal zeggen tot God: Mijn Steenrots! waarom vergeet U mij? Waarom ga ik in het zwart, vanwege de onderdrukking van de vijand? Psalmen 43:2 : Want U bent de God mijn sterkte; waarom verstoot U mij dan? Waarom ga ik steeds in het zwart, vanwege de onderdrukking van de vijand?"
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 35:14 . Dit kan men duiden op de uiterlijke rouwtekenen in kleding en inwendigen rouw des harten. Of, zwart, ziende op de mismaaktheid van zijn lichaam vanwege zijn ziekte. Psalmen 35:14 : Ik ging steeds, alsof het een vriend, alsof het mij een broeder geweest ware; ik ging gebukt in het zwart, als een, die over zijn moeder treurt.",
          "text1637": "Siet Psal. 35. op vers 14. dit kanmen duyden op d’uyterlicke rouw-teeckenen in kleedinge, ende inwendige rouwe des herten. ofte, swart, siende op de mismaecktheyt van sijn lichaem van wegen sijne sieckte.",
          "text2026": "Zie Ps. 35:14 . Dit kan men duiden op de uiterlijke rouwtekenen in kleding en inwendigen rouw van de harten. Of, zwart, ziende op de mismaaktheid van zijn lichaam vanwege zijn ziekte. Psalmen 35:14 : Ik ging steeds, alsof het een vriend, alsof het mij een broer geweest was; ik ging gebukt in het zwart, als een, die over zijn moeder treurt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נַעֲוֵ֣יתִי",
          "strongs": "H5753",
          "morph": "HVNp1cs"
        },
        {
          "woord": "שַׁחֹ֣תִי",
          "strongs": "H7817",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מְאֹ֑ד",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ֝/יּ֗וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "קֹדֵ֥ר",
          "strongs": "H6937",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "הִלָּֽכְתִּי",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVpp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> krom geworden, ik ben bovenmate zeer neergebogen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> ik ga de hele dag in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> het zwart.",
      "textSV1888_html": "Ik ben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> krom geworden, ik ben uitermate zeer nedergebogen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> ik ga den gansen dag in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> het zwart.",
      "text1637_html": "Ick ben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> krom geworden, ick ben uyttermaten seer nedergebogen; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> ick gae den gantschen dach in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> swart.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "uitermate",
          "new": "bovenmate",
          "principe": "V613"
        },
        {
          "old": "nedergebogen;",
          "new": "neergebogen;",
          "principe": "V378"
        },
        {
          "old": "den gansen",
          "new": "de hele",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Want mijn darmen zijn vol van een verachtelijke plage, en er is niets geheels in mijn vlees.",
      "text1637": "Want mijne dermen zijn vol van [11] verachtelicke [plage]: ende daer en is niet geheels in mijn vleesch.",
      "text2026": "Want mijn darmen zijn vol van een verachtelijke plaag, en er is niets geheels in mijn vlees.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "verachtelijke plage : Anders, brand, alsof zij geroosterd en voorts verdord waren.",
          "text1637": "And. brant. als ofse geroostet ende voorts verdorret waren.",
          "text2026": "verachtelijke plage : Anders, brand, alsof zij geroosterd en verder verdord waren."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "כְ֭סָלַ/י",
          "strongs": "H3689",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מָלְא֣וּ",
          "strongs": "H4390",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "נִקְלֶ֑ה",
          "strongs": "H7033",
          "morph": "HVNrmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֥ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "מְ֝תֹ֗ם",
          "strongs": "H4974",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בִּ/בְשָׂרִֽ/י",
          "strongs": "H1320",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want mijn darmen zijn vol van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> een verachtelijke plaag, en er is niets geheels in mijn vlees.",
      "textSV1888_html": "Want mijn darmen zijn vol van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> een verachtelijke plage, en er is niets geheels in mijn vlees.",
      "text1637_html": "Want mijne dermen zijn vol van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> verachtelicke [plage]: ende daer en is niet geheels in mijn vleesch.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "plage,",
          "new": "plaag,",
          "principe": "V380"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Ik ben verzwakt, en uitermate zeer verbrijzeld; ik brul van het geruis mijns harten.",
      "text1637": "Ick ben verswackt, ende uyttermaten seer gebrijselt: ick [12] brulle van het [13] geruysch mijns herten.",
      "text2026": "Ik ben verzwakt, en bovenmate zeer verbrijzeld; ik brul van het geruis van mijn hart.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "ik brul: Ik roep als een leeuw.",
          "text1637": "Ick roepe sterck, als een leeuw.",
          "text2026": "ik brul: Ik roep als een leeuw."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, briesen; dat is, gelijk een leeuw briest, of de zee bruist; [waar van het Hebr. woord ook genoemen wordt, Jes. 5:30 .] alzo is mijn hart zeer onrustig en woelende. Anders, zuchten. Jesaja 5:30 : En zij zullen tegen hetzelve te dien dage bruisen, als het bruisen der zee. Dan zal men de aarde aanzien, maar ziet, er zal duisternis en benauwdheid zijn, en het licht zal verduisterd worden in hun verwoestingen.",
          "text1637": "Ofte, briesschen. dat is, gelijck een leeuw briescht, ofte de zee bruyst, (waer van het Hebr. woort oock genomen wort Iesa. 5.30.) alsoo is mijn herte seer onrustich ende woelende. And. suchten.",
          "text2026": "Of, briesen; dat is, gelijk een leeuw briest, of de zee bruist; [waar van het Hebr. woord ook genoemen wordt, Jes. 5:30 .] zo is mijn hart zeer onrustig en woelende. Anders, zuchten. Jesaja 5:30 : En zij zullen tegen hetzelfde op die dag bruisen, als het bruisen van de zee. Dan zal men de aarde aanzien, maar ziet, er zal duisternis en benauwdheid zijn, en het licht zal verduisterd worden in hun verwoestingen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נְפוּג֣וֹתִי",
          "strongs": "H6313",
          "morph": "HVNp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/נִדְכֵּ֣יתִי",
          "strongs": "H1794",
          "morph": "HC/VNp1cs"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מְאֹ֑ד",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֝אַ֗גְתִּי",
          "strongs": "H7580",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִֽ/נַּהֲמַ֥ת",
          "strongs": "H5100",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "לִבִּֽ/י",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik ben verzwakt, en bovenmate zeer verbrijzeld; ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> brul van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> geruis van mijn hart.",
      "textSV1888_html": "Ik ben verzwakt, en uitermate zeer verbrijzeld; ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> brul van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> geruis mijns harten.",
      "text1637_html": "Ick ben verswackt, ende uyttermaten seer gebrijselt: ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> brulle van het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> geruysch mijns herten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "uitermate",
          "new": "bovenmate",
          "principe": "V613"
        },
        {
          "old": "mijns harten.",
          "new": "van mijn hart.",
          "principe": "V213"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "HEERE! voor U is al mijn begeerte; en mijn zuchten is voor U niet verborgen.",
      "text1637": "Heere, voor u is alle mijne begeerte: ende mijn suchten es is voor u niet verborgen.",
      "text2026": "JAHWEH! voor U is al mijn begeerte; en mijn zuchten is voor U niet verborgen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲֽדֹנָ/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נֶגְדְּ/ךָ֥",
          "strongs": "H5048",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "תַּאֲוָתִ֑/י",
          "strongs": "H8378",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/אַנְחָתִ֗/י",
          "strongs": "H585",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִמְּ/ךָ֥",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "נִסְתָּֽרָה",
          "strongs": "H5641",
          "morph": "HVNp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH! voor U is al mijn begeerte; en mijn zuchten is voor U niet verborgen.",
      "text1637_html": "Heere, voor u is alle mijne begeerte: ende mijn suchten es is voor u niet verborgen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Mijn hart keert om en om, mijn kracht heeft mij verlaten; en het licht mijner ogen, ook zij zelven zijn niet bij mij.",
      "text1637": "Mijn herte [14] keert om end’ om; mijne [15] kracht heeft my verlaten: ende het licht mijner oogen, oock [16] sy selve, en zijn niet by my.",
      "text2026": "Mijn hart keert om en om, mijn kracht heeft mij verlaten; en het licht van mijn ogen, ook zij zelf zijn niet bij mij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "keert om: Of, klopt.",
          "text1637": "Ofte, klopt.",
          "text2026": "keert om: Of, klopt."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. Ps. 40:13 . Psalmen 40:13 : Want kwaden, tot zonder getal toe, hebben mij omgeven; mijn ongerechtigheden hebben mij aangegrepen, dat ik niet heb kunnen zien; zij zijn menigvuldiger dan de haren mijns hoofds, en mijn hart heeft mij verlaten.",
          "text1637": "Vergel. Psal. 40.13.",
          "text2026": "Verg. Ps. 40:13 . Psalmen 40:13 : Want kwade, tot zonder getal toe, hebben mij omgeven; mijn ongerechtigheden hebben mij aangegrepen, dat ik niet heb kunnen zien; zij zijn menigvuldiger dan de haar mijns hoofds, en mijn hart heeft mij verlaten."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zij zelven: Te weten, mijne ogen; hij wil zeggen dat zijn gezicht zeer verdorven is, alsof hij [om zo te spreken] geen ogen had. Of, versta, zij zelve, voor de kracht en het licht zijner ogen.",
          "text1637": "T.w. mijne oogen: hy wil seggen, dat sijn gesichte seer verdorven zy, als of hy (om soo te spreken) geene oogen en hadde. Ofte verstaet, sy selve, voor de kracht ende ’t licht sijner oogen.",
          "text2026": "zij zelven: Te weten, mijn ogen; hij wil zeggen dat zijn gezicht zeer verdorven is, alsof hij [om zo te spreken] geen ogen had. Of, versta, zij zelve, voor de kracht en het licht zijn ogen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לִבִּ֣/י",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "סְ֭חַרְחַר",
          "strongs": "H5503",
          "morph": "HVjp3ms"
        },
        {
          "woord": "עֲזָבַ֣/נִי",
          "strongs": "H5800",
          "morph": "HVqp3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כֹחִ֑/י",
          "strongs": "H3581",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/אוֹר",
          "strongs": "H216",
          "morph": "HC/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "עֵינַ֥/י",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "גַּם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "הֵ֝֗ם",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "אֵ֣ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אִתִּֽ/י",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mijn hart<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> keert om en om, mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> kracht heeft mij verlaten; en het licht van mijn ogen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> ook zij zelf zijn niet bij mij.",
      "textSV1888_html": "Mijn hart<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> keert om en om, mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> kracht heeft mij verlaten; en het licht mijner ogen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> ook zij zelven zijn niet bij mij.",
      "text1637_html": "Mijn herte <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> keert om end’ om; mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> kracht heeft my verlaten: ende het licht mijner oogen, oock <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> sy selve, en zijn niet by my.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "zelven",
          "new": "zelf",
          "principe": "V753"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Mijn liefhebbers en mijn vrienden staan van tegenover mijn plage, en mijn nabestaanden staan van verre.",
      "text1637": "Mijne liefhebbers, ende mijne vrienden staen [17] van tegen over mijne plage; ende mijne nae-bestaende staen van verre.",
      "text2026": "Mijn liefhebbers en mijn vrienden staan van tegenover mijn plaag, en mijn nabestaanden staan van verre.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, zij houden zich van mij af, mijne ellende als van verre aanziende; waaruit sommigen afnemen dat het de pestilentie of immers enige andere besmettelijke of vuile krankheid geweest is.",
          "text1637": "D. sy houden haer van my af, mijne elende als van verre aensiende: waer uyt sommige afnemen, dat het de pestilentie, ofte immers eenige andere besmettelicke ofte vuyle kranckheyt geweest zy.",
          "text2026": "Dat is, zij houden zich van mij af, mijn ellende als van verre aanziende; waaruit sommigen afnemen dat het de pestilentie of immers enige andere besmettelijke of vuile ziekte geweest is."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֹֽהֲבַ֨/י",
          "strongs": "H157",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/רֵעַ֗/י",
          "strongs": "H7453",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/נֶּ֣גֶד",
          "strongs": "H5048",
          "morph": "HR/R"
        },
        {
          "woord": "נִגְעִ֣/י",
          "strongs": "H5061",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יַעֲמֹ֑דוּ",
          "strongs": "H5975",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/קְרוֹבַ֗/י",
          "strongs": "H7138",
          "morph": "HC/Aampc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵ/רָחֹ֥ק",
          "strongs": "H7350",
          "morph": "HR/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "עָמָֽדוּ",
          "strongs": "H5975",
          "morph": "HVqp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mijn liefhebbers en mijn vrienden staan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> van tegenover mijn plaag, en mijn nabestaanden staan van verre.",
      "textSV1888_html": "Mijn liefhebbers en mijn vrienden staan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> van tegenover mijn plage, en mijn nabestaanden staan van verre.",
      "text1637_html": "Mijne liefhebbers, ende mijne vrienden staen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> van tegen over mijne plage; en<i>de</i> mijne nae-bestaende staen van verre.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "plage,",
          "new": "plaag,",
          "principe": "V380"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "En die mijn ziel zoeken, leggen mij strikken; en die mijn kwaad zoeken, spreken verdervingen, en zij overdenken den gansen dag listen.",
      "text1637": "[18] Ende die [19] mijne ziele soecken, leggen [my] stricken, ende die mijn quaet soecken, spreken [20] verdervingen; ende sy overdencken den gantschen dach listen.",
      "text2026": "En die mijn ziel zoeken, leggen mij strikken; en die mijn kwaad zoeken, spreken verdervingen, en zij overdenken de hele dag listen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "En die: Hij wil zeggen: Boven al dat houden mijne tegenpartijders niet op mij te vervolgen; vrienden verlaten mij en vijanden vervolgen mij.",
          "text1637": "Hy wil seggen: boven al dat, en houden mijne tegenpartijen niet op my te vervolgen: vrienden verlaten my, ende vyanden vervolgen my.",
          "text2026": "En die: Hij wil zeggen: Boven al dat houden mijn tegenstanders niet op mij te vervolgen; vrienden verlaten mij en vijanden vervolgen mij."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mijn ziel: Dat is, naar mijn leven staan. Zie Exod. 4:19 , 2 Sam. 4:8 . Exodus 4:19 : Ook zeide de HEERE tot Mozes in Midian: Ga heen, keer weder in Egypte, want al de mannen zijn dood, die uw ziel zochten. 2 Samuël 4:8 : En zij brachten het hoofd van Isboseth tot David te Hebron, en zeiden tot den koning: Zie, daar is het hoofd van Isboseth, den zoon van Saul, uw vijand, die uw ziel zocht, alzo heeft de HEERE mijn heer den koning te dezen dage wrake gegeven van Saul en van zijn zaad.",
          "text1637": "D. nae mijn leven staen. siet Exo. 4. op vers 19. ende 2.Sam. 4. op vers 8.",
          "text2026": "mijn ziel: Dat is, naar mijn leven staan. Zie Ex. 4:19 , 2 Sam. 4:8 . Exodus 4:19 : Ook zei JAHWEH tot Mozes in Midian: Ga heen, keer weer in Egypte, want al de mannen zijn dood, die uw ziel zochten. 2 Samuël 4:8 : En zij brachten het hoofd van Isboseth tot David te Hebron, en zeiden tot de koning: Zie, daar is het hoofd van Isboseth, de zoon van Saul, uw vijand, die uw ziel zocht, zo heeft JAHWEH mijn heer de koning te deze dage wrake gegeven van Saul en van zijn zaad."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, allerlei verdriet, argheid, rampzaligheid.",
          "text1637": "Ofte, allerley verdriet, archeyt, rampsalicheyt.",
          "text2026": "Of, allerlei verdriet, argheid, rampzaligheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יְנַקְשׁ֤וּ",
          "strongs": "H5367",
          "morph": "HC/Vpw3mp"
        },
        {
          "woord": "מְבַקְשֵׁ֬י",
          "strongs": "H1245",
          "morph": "HVprmpc"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִׁ֗/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/דֹרְשֵׁ֣י",
          "strongs": "H1875",
          "morph": "HC/Vqrmpc"
        },
        {
          "woord": "רָ֭עָתִ/י",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "דִּבְּר֣וּ",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp3cp"
        },
        {
          "woord": "הַוּ֑וֹת",
          "strongs": "H1942",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/מִרְמ֗וֹת",
          "strongs": "H4820",
          "morph": "HC/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יּ֥וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יֶהְגּֽוּ",
          "strongs": "H1897",
          "morph": "HVqi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> die mijn ziel zoeken, leggen mij strikken; en die mijn kwaad zoeken, spreken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> verdervingen, en zij overdenken de hele dag listen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> En<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> die mijn ziel zoeken, leggen mij strikken; en die mijn kwaad zoeken, spreken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> verdervingen, en zij overdenken den gansen dag listen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> Ende die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> mijne ziele soecken, leggen [my] stricken, ende die mijn quaet soecken, spreken <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> verdervingen; ende sy overdencken den gantschen dach listen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den gansen",
          "new": "de hele",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Ik daarentegen ben als een dove, ik hoor niet, en als een stomme, die zijn mond niet opendoet.",
      "text1637": "Ick daerentegen ben als een doove, ick en hoore niet, ende als een stomme, [die] sijnen mont niet op en doet.",
      "text2026": "Ik daarentegen ben als een dove, ik hoor niet, en als een stomme, die zijn mond niet opendoet.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "כְ֭/חֵרֵשׁ",
          "strongs": "H2795",
          "morph": "HR/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֶשְׁמָ֑ע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/כְ/אִלֵּ֗ם",
          "strongs": "H483",
          "morph": "HC/R/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִפְתַּח",
          "strongs": "H6605",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "פִּֽי/ו",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik daarentegen ben als een dove, ik hoor niet, en als een stomme, die zijn mond niet opendoet.",
      "text1637_html": "Ick daerentegen ben als een doove, ick en hoore niet, ende als een stomme, [die] sijnen mont niet op en doet."
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Ja, ik ben als een man, die niet hoort, en in wiens mond geen tegenredenen zijn.",
      "text1637": "Ia ick ben als een man, die niet en hoort, ende in wiens mont geene [21] tegenredenen en zijn.",
      "text2026": "Ja, ik ben als een man, die niet hoort, en in wie de mond geen tegenredenen zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Alsof ik schuldig ware en geen stof had om mij te verantwoorden.",
          "text1637": "Als of ick schuldich was, ende geene stoffe hadde om my te verantwoorden.",
          "text2026": "Alsof ik schuldig ware en geen stof had om mij te verantwoorden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וָ/אֱהִ֗י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "כְּ֭/אִישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "שֹׁמֵ֑עַ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֥ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "בְּ֝/פִ֗י/ו",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "תּוֹכָחֽוֹת",
          "strongs": "H8433",
          "morph": "HNcfpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ja, ik ben als een man, die niet hoort, en in wie de mond geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> tegenredenen zijn.",
      "textSV1888_html": "Ja, ik ben als een man, die niet hoort, en in wiens mond geen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> tegenredenen zijn.",
      "text1637_html": "Ia ick ben als een man, die niet en hoort, ende in wiens mont geene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> tegenredenen en zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wiens",
          "new": "wie de",
          "principe": "V312"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Want op U, HEERE! hoop ik; Gij zult verhoren, HEERE, mijn God!",
      "text1637": "Want op u, HEERE, hoop’ ick: ghy sult verhooren, Heere mijn Godt.",
      "text2026": "Want op U, JAHWEH! hoop ik; U zult verhoren, JAHWEH, mijn God!",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֣",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הוֹחָ֑לְתִּי",
          "strongs": "H3176",
          "morph": "HVhp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֥ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "תַ֝עֲנֶ֗ה",
          "strongs": "H6030",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהָֽ/י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want op U, JAHWEH! hoop ik; U zult verhoren, JAHWEH, mijn God!",
      "text1637_html": "Want op u, HEERE, hoop’ ick: ghy sult verhooren, Heere mijn Godt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Want ik zeide: Dat zij zich toch over mij niet verblijden! Wanneer mijn voet zou wankelen, zo zouden zij zich tegen mij groot maken.",
      "text1637": "Want ick [22] seyde; Dat sy hen doch over my niet en verblijden! wanneer mijn voet soude wanckelen, so souden sy hen tegen my [23] groot maken.",
      "text2026": "Want ik zei: Dat zij zich toch over mij niet verblijden! Wanneer mijn voet zou wankelen, zo zouden zij zich tegen mij groot maken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, bij mijzelven, dat is, ik dacht, of ik zeide; te weten, in mijn gebed tot U.",
          "text1637": "T.w. by my selven, dat is, ick dachte. ofte, ick seyde. te weten, in mijn gebedt tot u.",
          "text2026": "Te weten, bij mijzelf, dat is, ik dacht, of ik zei; te weten, in mijn gebed tot U."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "groot maken: Gelijk Ps. 35:26 . Zie aldaar. Psalmen 35:26 : Laat hen beschaamd en te zamen schaamrood worden, die zich in mijn kwaad verblijden; laat hen met schaamte en schande bekleed worden, die zich tegen mij groot maken.",
          "text1637": "Als Psal. 35.26. siet aldaer.",
          "text2026": "groot maken: Gelijk Ps. 35:26 . Zie daar. Psalmen 35:26 : Laat hen beschaamd en te zamen schaamrood worden, die zich in mijn kwaad verblijden; laat hen met schaamte en schande bekleed worden, die zich tegen mij groot maken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אָ֭מַרְתִּי",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "פֶּן",
          "strongs": "H6435",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂמְחוּ",
          "strongs": "H8055",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "לִ֑/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מ֥וֹט",
          "strongs": "H4131",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "רַ֝גְלִ֗/י",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָלַ֥/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הִגְדִּֽילוּ",
          "strongs": "H1431",
          "morph": "HVhp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> zei: Dat zij zich toch over mij niet verblijden! Wanneer mijn voet zou wankelen, zo zouden zij zich tegen mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> groot maken.",
      "textSV1888_html": "Want ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> zeide: Dat zij zich toch over mij niet verblijden! Wanneer mijn voet zou wankelen, zo zouden zij zich tegen mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> groot maken.",
      "text1637_html": "Want ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> seyde; Dat sy hen doch over my niet en verblijden! wanneer mijn voet soude wanckelen, so souden sy hen tegen my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> groot maken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zeide:",
          "new": "zei:",
          "principe": "W1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Want ik ben tot hinken gereed, en mijn smart is steeds voor mij.",
      "text1637": "[24] Want ick ben tot hincken gereet: ende mijne smerte is steedts voor my.",
      "text2026": "Want ik ben tot hinken gereed, en mijn smart is steeds voor mij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, dewijl ik toch zo gesteld ben, dat ik naar menselijke waarschijnlijkheid onder dezen last zou moeten bezwijken, zo is het te meer nodig dat Gij mij helpt, om mijnen vijanden gene oorzaak van vreugde te geven. Verg. Ps. 35:15 . Job 12:5 . met de aantekening. Psalmen 35:15 : Maar als ik hinkte, waren zij verblijd, en verzamelden zich; zij verzamelden zich tot mij als geslagenen, en ik merkte niets; zij scheurden hun klederen, en zwegen niet stil. Job 12:5 : Hij is een verachte fakkel, naar de mening desgenen, die gerust is; hij is gereed met den voet te struikelen.",
          "text1637": "D. dewijle ick doch soo gestelt ben, dat ick nae menschelicke apparentie onder desen last soude moeten beswijcken, so is’t te meer noodich, dat ghy my helpet, om mijnen vyanden geene oorsake van vreuchde te geven. Vergel. Psal. 35.15. ende Iob 12.5. met d’aenteeck.",
          "text2026": "Dat is, omdat ik toch zo gesteld ben, dat ik naar menselijke waarschijnlijkheid onder deze last zou moeten bezwijken, zo is het te meer nodig dat U mij helpt, om mijn vijanden gene oorzaak van vreugde te geven. Verg. Ps. 35:15 . Job 12:5 . met de aantekening. Psalmen 35:15 : Maar als ik hinkte, waren zij verblijd, en verzamelden zich; zij verzamelden zich tot mij als geslagenen, en ik merkte niets; zij scheurden hun kleren, en zwegen niet stil. Job 12:5 : Hij is een verachte fakkel, naar de mening van degene, die gerust is; hij is gereed met de voet te struikelen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֲ֭נִי",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/צֶ֣לַע",
          "strongs": "H6761",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נָכ֑וֹן",
          "strongs": "H3559",
          "morph": "HVNrmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מַכְאוֹבִ֖/י",
          "strongs": "H4341",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נֶגְדִּ֣/י",
          "strongs": "H5048",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תָמִֽיד",
          "strongs": "H8548",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Want ik ben tot hinken gereed, en mijn smart is steeds voor mij.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Want ik ben tot hinken gereed, en mijn smart is steeds voor mij.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> Want ick ben tot hincken gereet: ende mijne smerte is steedts voor my."
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Want ik maak U mijn ongerechtigheid bekend, ik ben bekommerd vanwege mijn zonde.",
      "text1637": "[c] Want ick make [u] mijne ongerechticheyt bekent: Ick ben bekommert van wegen mijne sonde.",
      "text2026": "Want ik maak U mijn ongerechtigheid bekend, ik ben bezorgd vanwege mijn zonde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 32:5 . Psalmen 32:5 : Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zeide: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor den HEERE; en Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde. Sela.",
          "text1637": "Psal. 32.5.",
          "text2026": "Ps. 32:5 . Psalmen 32:5 : Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zei: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor JAHWEH; en U vergaaft de ongerechtigheid mijn zonde. Sela."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "עֲוֺנִ֥/י",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַגִּ֑יד",
          "strongs": "H5046",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶ֝דְאַ֗ג",
          "strongs": "H1672",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵֽ/חַטָּאתִֽ/י",
          "strongs": "H2403",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Want ik maak U mijn ongerechtigheid bekend, ik ben bezorgd vanwege mijn zonde.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Want ik maak U mijn ongerechtigheid bekend, ik ben bekommerd vanwege mijn zonde.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Want ick make [u] mijne ongerechticheyt bekent: Ick ben bekommert van wegen mijne sonde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "bekommerd",
          "new": "bezorgd",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Maar mijn vijanden zijn levende, worden machtig; en die mij om valse oorzaken haten, worden groot.",
      "text1637": "Maer mijne vyanden zijn [25] levende, worden machtich: ende die my om valsche oorzaken haten, worden [26] groot.",
      "text2026": "Maar mijn vijanden zijn levende, worden machtig; en die mij om valse oorzaken haten, worden groot.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijn levende, worden machtig: Of, worden al levende machtig. Hij wil zeggen: Terwijl ik beladen ben met bekommernis en smart, leven zij in voorspoed, wellust en onbekommerd, worden vet, grof en sterk; gelijk David elders dikwijls klaagt.",
          "text1637": "Ofte, worden al levende machtich: hy wil seggen: terwijlen ick beladen ben met bekommernisse ende smerte, leven sy in voorspoet, wel-lust ende onbekommert, worden vet, grof ende sterck: gelijck David elders dickwils klaecht.",
          "text2026": "zijn levende, worden machtig: Of, worden al levende machtig. Hij wil zeggen: Terwijl ik beladen ben met bekommernis en smart, leven zij in voorspoed, wellust en onbekommerd, worden vet, grof en sterk; gelijk David elders dikwijls klaagt."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, vermenigvuldigd.",
          "text1637": "Ofte, vermenichvuldicht.",
          "text2026": "Of, vermenigvuldigd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְֽ֭/אֹיְבַ/י",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HC/Vqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "חַיִּ֣ים",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "עָצֵ֑מוּ",
          "strongs": "H6105",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/רַבּ֖וּ",
          "strongs": "H7231",
          "morph": "HC/Vqp3cp"
        },
        {
          "woord": "שֹׂנְאַ֣/י",
          "strongs": "H8130",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שָֽׁקֶר",
          "strongs": "H8267",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar mijn vijanden zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> levende, worden machtig; en die mij om valse oorzaken haten, worden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> groot.",
      "textSV1888_html": "Maar mijn vijanden zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> levende, worden machtig; en die mij om valse oorzaken haten, worden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> groot.",
      "text1637_html": "Maer mijne vyanden zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> levende, worden machtich: ende die my om valsche oorzaken haten, worden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> groot."
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "En die kwaad voor goed vergelden, staan mij tegen, omdat ik het goede najaag.",
      "text1637": "Ende die quaet voor goet vergelden, [27] staen my tegen; om dat ick het goede najage.",
      "text2026": "En die kwaad voor goed vergelden, staan mij tegen, omdat ik het goede nastreef.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "staan mij tegen: Gelijk satans; welken naam de duivel heeft van dit Hebr. woord Verg. 2 Sam. 19:22 . en zie Job 1:6 . 2 Samuël 19:22 : Maar David zeide: Wat heb ik met ulieden te doen, gij zonen van Zeruja! Dat gij mij heden ten satan zoudt zijn? Zou heden iemand gedood worden in Israël? Want weet ik niet, dat ik heden koning geworden ben over Israël? Job 1:6 : Er was nu een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam.",
          "text1637": "Als Satans, welcken naem de Duyvel heeft van dit hebreeusch woort. Vergel. 2.Sam. 19. op vers 22. ende siet Iob 1. op vers 6.",
          "text2026": "staan mij tegen: Gelijk satans; welke naam de duivel heeft van dit Hebr. woord Verg. 2 Sam. 19:22 . en zie Job 1:6 . 2 Samuël 19:22 : Maar David zei: Wat heb ik met u te doen, u zonen van Zeruja! Dat u mij heden ten satan zoudt zijn? Zou heden iemand gedood worden in Israël? Want weet ik niet, dat ik heden koning geworden ben over Israël? Job 1:6 : Er was nu een dag, als de kinderen van God kwamen, om zich voor JAHWEH te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/מְשַׁלְּמֵ֣י",
          "strongs": "H7999",
          "morph": "HC/Vprmpc"
        },
        {
          "woord": "רָ֭עָה",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "תַּ֣חַת",
          "strongs": "H8478",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "טוֹבָ֑ה",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "יִ֝שְׂטְנ֗וּ/נִי",
          "strongs": "H7853",
          "morph": "HVqi3mp/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תַּ֣חַת",
          "strongs": "H8478",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "רדופ/י",
          "strongs": "H7291",
          "morph": "HVqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "טֽוֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En die kwaad voor goed vergelden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> staan mij tegen, omdat ik het goede nastreef.",
      "textSV1888_html": "En die kwaad voor goed vergelden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> staan mij tegen, omdat ik het goede najaag.",
      "text1637_html": "Ende die quaet voor goet vergelden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> staen my tegen; om dat ick het goede najage.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "najaag.",
          "new": "nastreef.",
          "principe": "V379"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "Verlaat mij niet, o HEERE, mijn God! wees niet verre van mij.",
      "text1637": "En verlaet my niet, ô HEERE: mijn Godt, en weest niet verre van my.",
      "text2026": "Verlaat mij niet, o JAHWEH, mijn God! wees niet verre van mij.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תַּֽעַזְבֵ֥/נִי",
          "strongs": "H5800",
          "morph": "HVqj2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱ֝לֹהַ֗/י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּרְחַ֥ק",
          "strongs": "H7368",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּֽ/נִּי",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Verlaat mij niet, o JAHWEH, mijn God! wees niet verre van mij.",
      "text1637_html": "En verlaet my niet, ô HEERE: mijn Godt, en weest niet verre van my.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "Haast U tot mijn hulp, HEERE, mijn Heil!",
      "text1637": "Haest u tot mijner hulpe; Heere, mijn heyl.",
      "text2026": "Haast U tot mijn hulp, JAHWEH, mijn Heil!",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "ח֥וּשָׁ/ה",
          "strongs": "H2363",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "לְ/עֶזְרָתִ֑/י",
          "strongs": "H5833",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲ֝דֹנָ֗/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תְּשׁוּעָתִֽ/י",
          "strongs": "H8668",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Haast U tot mijn hulp, JAHWEH, mijn Heil!",
      "text1637_html": "Haest u tot mijner hulpe; Heere, mijn heyl.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": null
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David zijnde in eene sware kranckte, ofte, grooten jammer, verhaelt ende beklaecht sijne elende, veroorsaeckt door sijne sonden: bidt Godt angstelick om vergevinge, genade ende hulpe, leggende hem voor, de ontrouwicheyt sijner vrienden, ende wreetheyt sijner vyanden.",
    "text2026": "David, in een zware ziekte of grote ellende zijnde, verhaalt en beklaagt zijn ellende, veroorzaakt door zijn zonden; hij bidt God angstig om vergeving, genade en hulp, terwijl hij Hem de ontrouw van zijn vrienden en de wreedheid van zijn vijanden voorlegt."
  }
}