{
  "number": 39,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van David, voor den opperzangmeester, voor Jeduthun.",
      "text1637": "EEn Psalm Davids: voor den [1] Oppersangmeester, voor [2] Ieduthun.",
      "text2026": "Een psalm van David, voor de opperzangmeester, voor Jeduthun.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.",
          "text1637": "Siet Psal. 4. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Neginoth."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van dezen, zie 1 Kron. 16:41 , 16:42 . en 25:1,3. 1 Kronieken 16:41 : En met hen Heman en Jeduthun, en de overige uitgelezenen, die met namen uitgedrukt zijn om den HEERE te loven; want Zijn goedertierenheid is tot in der eeuwigheid. 1 Kronieken 16:42 : Met hen dan waren Heman en Jeduthun, met trompetten en cimbalen voor degenen, die zich lieten horen, en met instrumenten der muziek Gods; maar de zonen van Jeduthun waren aan de poort.",
          "text1637": "Van desen siet, 1.Chron. 16.41, 42. ende 25.1, 3.",
          "text2026": "Van deze, zie 1 Kron. 16:41 , 16:42 . en 25:1,3. 1 Kronieken 16:41 : En met hen Heman en Jeduthun, en de overige uitgelezenen, die met namen uitgedrukt zijn om JAHWEH te loven; want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. 1 Kronieken 16:42 : Met hen dan waren Heman en Jeduthun, met trompetten en cimbalen voor degenen, die zich lieten horen, en met instrumenten van de muziek Gods; maar de zonen van Jeduthun waren aan de poort."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ/מְנַצֵּ֥חַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "ל/ידיתון",
          "strongs": "H3038",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "מִזְמ֥וֹר",
          "strongs": "H4210",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָוִֽד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een psalm van David, voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> opperzangmeester, voor<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Jeduthun.",
      "textSV1888_html": "Een psalm van David, voor den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> opperzangmeester, voor<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Jeduthun.",
      "text1637_html": "EEn Psalm Davids: voor de<i>n</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Oppersangmeester, voor <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Ieduthun.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Ik zeide: Ik zal mijn wegen bewaren, dat ik niet zondige met mijn tong; ik zal mijn mond met een breidel bewaren, terwijl de goddeloze nog tegenover mij is.",
      "text1637": "Ick seyde; Ick sal [3] mijne wegen bewaren, dat ick niet en sondige met mijne tonge, ick sal mijnen mont met eenen [4] breydel bewaren; terwijlen de godtloose noch tegen over my is.",
      "text2026": "Ik zei: Ik zal mijn wegen bewaren, dat ik niet zondige met mijn tong; ik zal mijn mond met een breidel bewaren, terwijl de goddeloze nog tegenover mij is.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mijn wegen bewaren: Dat is, ik zal naarstiglijk en scherpelijk op mijn doen letten. Zie 1 Kon. 2:4 . 1 Koningen 2:4 : Opdat de HEERE bevestige Zijn woord, dat Hij over mij gesproken heeft, zeggende: Indien uw zonen hun weg bewaren, om voor Mijn aangezicht trouwelijk, met hun ganse hart en met hun ganse ziel te wandelen, zo zal geen man, zeide Hij, u afgesneden worden van den troon Israëls.",
          "text1637": "D. ick sal neerstichlick ende scherplick op mijn doen letten. Siet 1.Reg. 2. op vers 4.",
          "text2026": "mijn wegen bewaren: Dat is, ik zal naarstiglijk en scherpelijk op mijn doen letten. Zie 1 Kon. 2:4 . 1 Koningen 2:4 : Opdat JAHWEH bevestige Zijn woord, dat Hij over mij gesproken heeft, zeggende: Als uw zonen hun weg bewaren, om voor Mijn aangezicht trouwelijk, met hun gehele hart en met hun gehele ziel te wandelen, zo zal geen man, zei Hij, u afgesneden worden van de troon van Israël."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, muilkorf, muilband; ene gelijkenis, genomen van de beesten, dien men den mond toesluit opdat zij niet bijten of eten; het Hebr. woord komt van een woord, dat van het muilbanden der ossen gebruikt wordt; Deut. 25:4 . Hij wil zeggen dat hij zich ten enenmale wil bedwingen om niet tegen God uit ongeduldigheid te murmureren, of iets onbetamelijks van van zijne vijanden te spreken, zolang het God beliefde, dat zij aldus op hem loerden en in voorspoed voor zijn ogen en rondom hem zweefden. Deuteronomium 25:4 : Een os zult gij niet muilbanden, als hij dorst.",
          "text1637": "Ofte, muyl-korf, muyl-bant. eene gelijckenisse genomen van de beesten, diemen den mont besluyt, op datse niet en bijten ofte eten: het Hebr. woort komt van een woort, dat van het muyl-banden der ossen gebruyckt wort Deut. 25.4. hy wil seggen, dat hy sich t’eenemael wilde bedwingen, om niet tegen Godt uyt onverduldicheyt te murmureren, ofte yets onbetaemlicks van sijne vyanden te spreken, soo lange het Gode geliefde, dat sy aldus op hem loerden, ende in voorspoet voor sijne oogen ende romtomme hem sweefden.",
          "text2026": "Of, muilkorf, muilband; een gelijkenis, genomen van de beesten, die men de mond toesluit opdat zij niet bijten of eten; het Hebr. woord komt van een woord, dat van het muilbanden van de ossen gebruikt wordt; Deut. 25:4 . Hij wil zeggen dat hij zich ten enenmale wil bedwingen om niet tegen God uit ongeduldigheid te morren, of iets onbetamelijks van van zijn vijanden te spreken, zolang het God beliefde, dat zij aldus op hem loerden en in voorspoed voor zijn ogen en rondom hem zweefden. Deuteronomium 25:4 : Een os zult u niet muilbanden, als hij dorst."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָמַ֗רְתִּי",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶֽשְׁמְרָ֣ה",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "דְרָכַ/י֮",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵ/חֲט֪וֹא",
          "strongs": "H2398",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "בִ/לְשׁ֫וֹנִ֥/י",
          "strongs": "H3956",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶשְׁמְרָ֥ה",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/פִ֥/י",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מַחְס֑וֹם",
          "strongs": "H4269",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/עֹ֖ד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "רָשָׁ֣ע",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/נֶגְדִּֽ/י",
          "strongs": "H5048",
          "morph": "HR/R/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik zei: Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> mijn wegen bewaren, dat ik niet zondige met mijn tong; ik zal mijn mond met een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> breidel bewaren, terwijl de goddeloze nog tegenover mij is.",
      "textSV1888_html": "Ik zeide: Ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> mijn wegen bewaren, dat ik niet zondige met mijn tong; ik zal mijn mond met een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> breidel bewaren, terwijl de goddeloze nog tegenover mij is.",
      "text1637_html": "Ick seyde; Ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> mijne wegen bewaren, dat ick niet en sondige met mijne tonge, ick sal mijnen mont met eene<i>n</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> breydel bewaren; terwijlen de godtloose noch tegen over my is.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zeide:",
          "new": "zei:",
          "principe": "W1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Ik was verstomd door stilzwijgen, ik zweeg van het goede; maar mijn smart werd verzwaard.",
      "text1637": "Ick was verstomt [door] stilswijgen, ick sweech van het [5] goede; maer mijne smerte wert [6] verswaert.",
      "text2026": "Ik was verstomd door stilzwijgen, ik zweeg van het goede; maar mijn smart werd verzwaard.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Daar ik goede redenen had om mijne onschuld en de gerechtigheid mijner zaak te kennen te geven.",
          "text1637": "Daer ick goede redenen hadde, om mijne onschult ende de gerechticheyt mijner sake te kennen te geven.",
          "text2026": "Daar ik goede redenen had om mijn onschuld en de gerechtigheid mijn zaak te kennen te geven."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. verstoord, beroerd; dat is, ik werd niet dan te meer onrust.",
          "text1637": "Hebr. verstoort, beroert, dat is, ick wert niet dan te meer ontrust.",
          "text2026": "Hebr. verstoord, beroerd; dat is, ik werd niet dan te meer onrust."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נֶאֱלַ֣מְתִּי",
          "strongs": "H481",
          "morph": "HVNp1cs"
        },
        {
          "woord": "ד֭וּמִיָּה",
          "strongs": "H1747",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "הֶחֱשֵׁ֣יתִי",
          "strongs": "H2814",
          "morph": "HVhp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/טּ֑וֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HR/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/כְאֵבִ֥/י",
          "strongs": "H3511",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נֶעְכָּֽר",
          "strongs": "H5916",
          "morph": "HVNp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik was verstomd door stilzwijgen, ik zweeg van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> goede; maar mijn smart werd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> verzwaard.",
      "textSV1888_html": "Ik was verstomd door stilzwijgen, ik zweeg van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> goede; maar mijn smart werd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> verzwaard.",
      "text1637_html": "Ick was verstomt [door] stilswijgen, ick sweech van het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> goede; maer mijne smerte wert <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> verswaert."
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Mijn hart werd heet in mijn binnenste, een vuur ontbrandde in mijn overdenking; toen sprak ik met mijn tong:",
      "text1637": "Mijn herte wert heet in mijn binnenste, een vyer ontbrandde in mijne [7] overdenc-kinge; [doe] sprack ick met mijne tonge:",
      "text2026": "Mijn hart werd heet in mijn binnenste, een vuur ontbrandde in mijn overdenking; toen sprak ik met mijn tong:",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Als ik overdacht het groot ongelijk en geweld, dat mij werd aangedaan, barstte ik ten laatste uit door menselijke zwakheid, waarvoor ik mij nochtans vastelijk voorgenomen had te wachten, vers 2 . Psalmen 39:2 : Ik zeide: Ik zal mijn wegen bewaren, dat ik niet zondige met mijn tong; ik zal mijn mond met een breidel bewaren, terwijl de goddeloze nog tegenover mij is.",
          "text1637": "Als ick overdachte het groot ongelijck ende gewelt dat my wierde aengedaen, berstede ick ten laetsten uyt door menschelicke swacheyt, waer voor ick my nochtans vastelick voorgenomen hadde te wachten vers 2.",
          "text2026": "Als ik overdacht het groot ongelijk en geweld, dat mij werd aangedaan, barstte ik ten laatste uit door menselijke zwakheid, waarvoor ik mij nochtans vastelijk voorgenomen had te wachten, vers 2 . Psalmen 39:2 : Ik zei: Ik zal mijn wegen bewaren, dat ik niet zondige met mijn tong; ik zal mijn mond met een breidel bewaren, terwijl de goddeloze nog tegenover mij is."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "חַם",
          "strongs": "H2552",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִבִּ֨/י",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קִרְבִּ֗/י",
          "strongs": "H7130",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/הֲגִיגִ֥/י",
          "strongs": "H1901",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תִבְעַר",
          "strongs": "H1197",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "אֵ֑שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "דִּ֝בַּ֗רְתִּי",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "בִּ/לְשֽׁוֹנִ/י",
          "strongs": "H3956",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mijn hart werd heet in mijn binnenste, een vuur ontbrandde in mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> overdenking; toen sprak ik met mijn tong:",
      "textSV1888_html": "Mijn hart werd heet in mijn binnenste, een vuur ontbrandde in mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> overdenking; toen sprak ik met mijn tong:",
      "text1637_html": "Mijn herte wert heet in mijn binnenste, een vyer ontbrandde in mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> overdenc-kinge; [doe] sprack ick met mijne tonge:"
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "HEERE! maak mij bekend mijn einde, en welke de mate mijner dagen zij; dat ik wete, hoe vergankelijk ik zij.",
      "text1637": "HEERE, [8] maeckt my bekent mijn eynde, ende welcke de [9] mate mijner dagen zy; dat ick wete, hoe [10] verganckelick ick zy.",
      "text2026": "JAHWEH! maak mij bekend mijn einde, en wat de maat van mijn dagen is; dat ik wete, hoe vergankelijk ik ben.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "maak mij bekend mijn einde: Dit verstaan sommigen alzo, dat David, (gelijk Job) verdrietig zijnde over zijn lijden, begeerd heeft te sterven. Anderen menen, dat hij door dit gebed en de volgende betrachtingen, zijn menselijke zwakte overwonnen, en zijn murmureren gestilt heeft.",
          "text1637": "Dit verstaen sommige alsoo, dat David, (gelijck Iob) verdrietich zijnde over sijn lijden, begeert hebbe te sterven. Andere meynen, dat hy door dit gebedt ende de volgende betrachtinge, sijne menschelicke swackheyt overwonnen, ende sijn murmureren gestilt hebbe.",
          "text2026": "maak mij bekend mijn einde: Dit verstaan sommigen zo, dat David, (gelijk Job) verdrietig zijnde over zijn lijden, begeerd heeft te sterven. Anderen menen, dat hij door dit gebed en de volgende betrachtingen, zijn menselijke zwakte overwonnen, en zijn morren gestilt heeft."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hoe lang, of hoe weinig tijds ik op aarde nog te leven heb.",
          "text1637": "Hoe lange, ofte, hoe weynich tijts ick op aerden noch te leven hebbe.",
          "text2026": "Hoe lang, of hoe weinig tijds ik op aarde nog te leven heb."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., eigenlijk alsof men zeide: Hoe ophoudelijk ik [zij]; dat is, hoe vast ik ophouden zal te leven, hoe kort mijn leven, of ik van leven zij.",
          "text1637": "Hebr. eygentlick, als of men seyde: hoe ophoudelick ick [zy], dat is, hoe haest ick ophouden sal te leven, hoe kort mijn leven, ofte ick van leven zy.",
          "text2026": "Hebr., eigenlijk alsof men zei: Hoe ophoudelijk ik [zij]; dat is, hoe vast ik ophouden zal te leven, hoe kort mijn leven, of ik van leven zij."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הוֹדִ֘יעֵ֤/נִי",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVhv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֨ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "קִצִּ֗/י",
          "strongs": "H7093",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִדַּ֣ת",
          "strongs": "H4060",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "יָמַ֣/י",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מַה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "הִ֑יא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3fs"
        },
        {
          "woord": "אֵ֝דְעָ֗ה",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "מֶה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "חָדֵ֥ל",
          "strongs": "H2310",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "אָֽנִי",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> maak mij bekend mijn einde, en wat de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> maat van mijn dagen is; dat ik wete, hoe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> vergankelijk ik ben.",
      "textSV1888_html": "HEERE!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> maak mij bekend mijn einde, en welke de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> mate mijner dagen zij; dat ik wete, hoe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> vergankelijk ik zij.",
      "text1637_html": "HEERE, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> maeckt my bekent mijn eynde, ende welcke de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> mate mijner dagen zy; dat ick wete, hoe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> verganckelick ick zy.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "welke",
          "new": "wat",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "mate mijner",
          "new": "maat van mijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "zij;",
          "new": "is;",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "zij.",
          "new": "ben.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Zie, Gij hebt mijn dagen een handbreed gesteld, en mijn leeftijd is als niets voor U; immers is een ieder mens, hoe vast hij staat, enkel ijdelheid. Sela.",
      "text1637": "Siet, ghy hebt mijne dagen [11] een hant breet gestelt, ende mijn leef-tijdt is als niets voor u; immers [a] is een yeder mensche, [hoe] [12] vast hy staet, [13] enckel ydelheyt, [14] Sela!",
      "text2026": "Zie, U hebt mijn dagen een handbreed gesteld, en mijn leeftijd is als niets voor U; immers is een ieder mens, hoe vast hij staat, enkel zinloosheid. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "een handbreed: Hebr. handbreedte.",
          "text1637": "Hebr. hant-breden.",
          "text2026": "een handbreed: Hebr. handbreedte."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 62:10 ; Ps. 144:4 . Psalmen 62:10 : Immers zijn de gemene lieden ijdelheid, de grote lieden zijn leugen; in de weegschaal opgewogen, zouden zij samen lichter zijn dan de ijdelheid. Psalmen 144:4 : De mens is der ijdelheid gelijk; zijn dagen zijn als een voorbijgaande schaduw.",
          "text1637": "Psal. 62.10. ende 144.4.",
          "text2026": "Ps. 62:10 ; Ps. 144:4 . Psalmen 62:10 : Immers zijn de gemene mensen ijdelheid, de grote mensen zijn leugen; in de weegschaal opgewogen, zouden zij samen lichter zijn dan de ijdelheid. Psalmen 144:4 : De mens is van de ijdelheid gelijk; zijn dagen zijn als een voorbijgaande schaduw."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ofschoon hij in eer, voorspoed, vermogen en middelen op het hoogste bloeit. Verg. Jak. 4:14 . en boven, Ps. 30:7 , 30:8 . Jakobus 4:14 : Gij, die niet weet, wat morgen geschieden zal, want hoedanig is uw leven? Want het is een damp, die voor een weinig tijds gezien wordt, en daarna verdwijnt. Psalmen 30:7 : Ik zeide wel in mijn voorspoed: Ik zal niet wankelen in eeuwigheid. Psalmen 30:8 : Want, HEERE! Gij hadt mijn berg door Uw goedgunstigheid vastgezet; maar toen Gij Uw aangezicht verborgt, werd ik verschrikt.",
          "text1637": "Al schoon hy in eere, voorspoet, vermogen ende middelen op ’t hoochste bloeyt. Vergel. Iacob. 4.14. ende bov. Psa. 30.7, 8.",
          "text2026": "Ofschoon hij in eer, voorspoed, vermogen en middelen op het hoogste bloeit. Verg. Jak. 4:14 . en boven, Ps. 30:7 , 30:8 . Jakobus 4:14 : U, die niet weet, wat morgen gebeuren zal, want hoedanig is uw leven? Want het is een damp, die voor een weinig tijds gezien wordt, en daarna verdwijnt. Psalmen 30:7 : Ik zei wel in mijn voorspoed: Ik zal niet wankelen in eeuwigheid. Psalmen 30:8 : Want, JAHWEH! U hadt mijn berg door Uw goedgunstigheid vastgezet; maar toen U Uw aangezicht verborgt, werd ik verschrikt."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. alle, of de ganse ijdelheid, dat is, niets dan ijdelheid.",
          "text1637": "Hebr. alle, ofte, de gantsche ydelheyt. D. niet dan ydelheyt.",
          "text2026": "Hebr. alle, of de gehele ijdelheid, dat is, niets dan ijdelheid."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela.",
          "text1637": "Siet Psal. 3. op vers 3.",
          "text2026": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הִנֵּ֤ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "טְפָח֨וֹת",
          "strongs": "H2947",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "נָ֘תַ֤תָּה",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "יָמַ֗/י",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/חֶלְדִּ֣/י",
          "strongs": "H2465",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כְ/אַ֣יִן",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נֶגְדֶּ֑/ךָ",
          "strongs": "H5048",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אַ֥ךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "כָּֽל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הֶ֥בֶל",
          "strongs": "H1892",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָ֝דָ֗ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "נִצָּ֥ב",
          "strongs": "H5324",
          "morph": "HVNrmsa"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zie, U hebt mijn dagen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> een handbreed gesteld, en mijn leeftijd is als niets voor U; immers<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> is een ieder mens,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> hoe vast hij staat,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> enkel zinloosheid.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Sela.",
      "textSV1888_html": "Zie, Gij hebt mijn dagen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> een handbreed gesteld, en mijn leeftijd is als niets voor U; immers<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> is een ieder mens,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> hoe vast hij staat,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> enkel ijdelheid.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Sela.",
      "text1637_html": "Siet, ghy hebt mijne dagen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> een hant breet gestelt, ende mijn leef-tijdt is als niets voor u; immers <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> is een yeder mensche, [hoe] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> vast hy staet, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> enckel ydelheyt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "ijdelheid.",
          "new": "zinloosheid.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Immers wandelt de mens als in een beeld, immers woelen zij ijdellijk; men brengt bijeen, en men weet niet, wie het naar zich nemen zal.",
      "text1637": "Immers wandelt de [15] mensche [als] in een [16] beeldt, immers woelense ydelick: [17] men brengt by een, ende men weet niet wie’t nae sich nemen sal.",
      "text2026": "Immers wandelt de mens als in een beeld, immers woelen zij zinloos; men brengt bijeen, en men weet niet, wie het naar zich nemen zal.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., אִישׁ, de man, of een ieder; gelijk dikwijls elders.",
          "text1637": "Hebr. de man, ofte, een yeder. als dickwijls elders.",
          "text2026": "Hebr., אִישׁ, de man, of een ieder; gelijk dikwijls elders."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, gelijkenis, schijn; dat is, hij schijnt wat te zijn en is niets inderdaad, gelijk ene schilderij, figuur, of schaduw, of een schijnsel en beeld, in den droom voortkomende.",
          "text1637": "Ofte, gelijckenisse, schijn. dat is, hy schijnt wat te zijn, ende is niets in der daet, gelijck eene schilderye, figure, ofte schaduwe, ofte een schijnsel ende beelt, in den droom voor-komende.",
          "text2026": "Of, gelijkenis, schijn; dat is, hij schijnt wat te zijn en is niets inderdaad, gelijk een schilderij, figuur, of schaduw, of een schijnsel en beeld, in de droom voortkomende."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "men brengt: Te weten, vele goederen. Verg. Pred. 2:18 , 2:19 . Prediker 2:18 : Ik haatte ook al mijn arbeid, dien ik bearbeid had onder de zon, dat ik dien zou achterlaten aan een mens, die na mij wezen zal. Prediker 2:19 : Want wie weet, of hij wijs zal zijn, of dwaas? Evenwel zal hij heersen over al mijn arbeid, dien ik bearbeid heb en dien ik wijselijk beleid heb onder de zon. Dat is ook ijdelheid.",
          "text1637": "T.w. vele goederen. Vergel. Eccles. 2.18, 19.",
          "text2026": "men brengt: Te weten, vele goederen. Verg. Pred. 2:18 , 2:19 . Prediker 2:18 : Ik haatte ook al mijn arbeid, die ik bearbeid had onder de zon, dat ik die zou achterlaten aan een mens, die na mij wezen zal. Prediker 2:19 : Want wie weet, of hij wijs zal zijn, of dwaas? Evenwel zal hij heersen over al mijn arbeid, die ik bearbeid heb en die ik wijselijk beleid heb onder de zon. Dat is ook ijdelheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/צֶ֤לֶם",
          "strongs": "H6754",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יִֽתְהַלֶּךְ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVti3ms"
        },
        {
          "woord": "אִ֗ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אַךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "הֶ֥בֶל",
          "strongs": "H1892",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יֶהֱמָי֑וּ/ן",
          "strongs": "H1993",
          "morph": "HVqi3mp/Sn"
        },
        {
          "woord": "יִ֝צְבֹּ֗ר",
          "strongs": "H6651",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יֵדַ֥ע",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "מִי",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "אֹסְפָֽ/ם",
          "strongs": "H622",
          "morph": "HVqrmsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Immers wandelt de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> mens als in een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> beeld, immers woelen zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> zinloos; men brengt bijeen, en men weet niet, wie het naar zich nemen zal.",
      "textSV1888_html": "Immers wandelt de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> mens als in een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> beeld, immers woelen zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> ijdellijk; men brengt bijeen, en men weet niet, wie het naar zich nemen zal.",
      "text1637_html": "Immers wandelt de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> mensche [als] in een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> beeldt, immers woelense ydelick: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> men brengt by een, ende men weet niet wie’t nae sich nemen sal.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "ijdellijk;",
          "new": "zinloos;",
          "principe": "V530"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "En nu, wat verwacht ik, o HEERE! Mijn hoop, die is op U.",
      "text1637": "Ende nu, wat verwacht’ ick, ô Heere? mijne hope, die is op u.",
      "text2026": "En nu, wat verwacht ik, o JAHWEH! Mijn hoop, die is op U.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/עַתָּ֣ה",
          "strongs": "H6258",
          "morph": "HC/D"
        },
        {
          "woord": "מַה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "קִּוִּ֣יתִי",
          "strongs": "H6960",
          "morph": "HVpp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֑/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תּ֝וֹחַלְתִּ֗/י",
          "strongs": "H8431",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֣",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הִֽיא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "En nu, wat verwacht ik, o JAHWEH! Mijn hoop, die is op U.",
      "text1637_html": "Ende nu, wat verwacht’ ick, ô Heere? mijne hope, die is op u.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Verlos mij van al mijn overtredingen; en stel mij niet tot een smaad des dwazen.",
      "text1637": "Verlost my van alle mijne overtredingen: en stelt my niet tot eenen smaet des [18] dwasen.",
      "text2026": "Verlos mij van al mijn overtredingen; en stel mij niet tot een smaad van de dwazen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hierdoor verstaan sommigen Absalom, die door enkel dwaze jeugdelijke regeerzucht zijn goede vader vervolgde; gelijk zij ook het volgende vers 10 en het begin van dezen psalm passen op Simeï's vloeken, waartegen hij zich hield alsof hij stom ware geweest. Psalmen 39:10 : Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan.",
          "text1637": "Hier door verstaen sommige Absalom, die door enckele dwase jeuchdelicke regeer-sucht, sijnen goeden vader vervolchde: gelijck sy oock het volgende versken, ende het begin deses Psalms passen op Simeïs vloecken, waer tegen hy sich hielde, als of hy stom ware geweest.",
          "text2026": "Hierdoor verstaan sommigen Absalom, die door enkel dwaze jeugdelijke regeerzucht zijn goede vader vervolgde; gelijk zij ook het volgende vers 10 en het begin van deze psalm passen op Simeï's vloeken, waartegen hij zich hield alsof hij stom ware geweest. Psalmen 39:10 : Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want U hebt het gedaan."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִ/כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "פְּשָׁעַ֥/י",
          "strongs": "H6588",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הַצִּילֵ֑/נִי",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HVhv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "חֶרְפַּ֥ת",
          "strongs": "H2781",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "נָ֝בָ֗ל",
          "strongs": "H5036",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תְּשִׂימֵֽ/נִי",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqj2ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Verlos mij van al mijn overtredingen; en stel mij niet tot een smaad van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> de dwazen.",
      "textSV1888_html": "Verlos mij van al mijn overtredingen; en stel mij niet tot een smaad des<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> dwazen.",
      "text1637_html": "Verlost my van alle mijne overtredingen: en stelt my niet tot eenen smaet des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> dwasen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des",
          "new": "van de",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan.",
      "text1637": "Ick ben verstomt, ick en sal mijnen mont niet op doen; want [19] ghy hebt het gedaen.",
      "text2026": "Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want U hebt het gedaan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gij hebt: Verg. 2 Sam. 12:10 , 12:11 , 12:12 ; 2 Sam. 16:10 . 2 Samuël 12:10 : Nu dan, het zwaard zal van uw huis niet afwijken tot in eeuwigheid; daarom dat gij Mij veracht hebt, en de huisvrouw van Uria, den Hethiet, genomen hebt, dat zij u ter vrouwe zij. 2 Samuël 12:11 : Zo zegt de HEERE: Zie, Ik zal kwaad over u verwekken uit uw huis, en zal uw vrouwen nemen voor uw ogen, en zal haar aan uw naaste geven; die zal bij uw vrouwen liggen, voor de ogen dezer zon. 2 Samuël 12:12 : Want gij hebt het in het verborgen gedaan; maar Ik zal deze zaak doen voor gans Israël, en voor de zon. 2 Samuël 16:10 : Maar de koning zeide: Wat heb ik met u te doen, gij zonen van Zeruja? Ja, laat hem vloeken; want de HEERE toch heeft tot hem gezegd: Vloek David; wie zou dan zeggen: Waarom hebt gij alzo gedaan?",
          "text1637": "Vergel. 2.Sam. 12.10, 11, 12. ende 16.10.",
          "text2026": "U hebt: Verg. 2 Sam. 12:10 , 12:11 , 12:12 ; 2 Sam. 16:10 . 2 Samuël 12:10 : Nu dan, het zwaard zal van uw huis niet afwijken tot in eeuwigheid; daarom dat u Mij veracht hebt, en de huisvrouw van Uria, de Hethiet, genomen hebt, dat zij u ter vrouwe zij. 2 Samuël 12:11 : Zo zegt JAHWEH: Zie, Ik zal kwaad over u verwekken uit uw huis, en zal uw vrouwen nemen voor uw ogen, en zal haar aan uw naaste geven; die zal bij uw vrouwen liggen, voor de ogen van deze zon. 2 Samuël 12:12 : Want u hebt het in het verborgen gedaan; maar Ik zal deze zaak doen voor geheel Israël, en voor de zon. 2 Samuël 16:10 : Maar de koning zei: Wat heb ik met u te doen, u zonen van Zeruja? Ja, laat hem vloeken; want JAHWEH toch heeft tot hem gezegd: Vloek David; wie zou dan zeggen: Waarom hebt u zo gedaan?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נֶ֭אֱלַמְתִּי",
          "strongs": "H481",
          "morph": "HVNp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֶפְתַּח",
          "strongs": "H6605",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "פִּ֑/י",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּ֖י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "עָשִֽׂיתָ",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> U hebt het gedaan.",
      "textSV1888_html": "Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Gij hebt het gedaan.",
      "text1637_html": "Ick ben verstomt, ick en sal mijnen mont niet op doen; want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> ghy hebt het gedaen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Neem Uw plage van op mij weg, ik ben bezweken van de bestrijding Uwer hand.",
      "text1637": "Neemt uwe plage van op my wech: ick ben besweken van de [20] bestrijdinge uwer hant.",
      "text2026": "Neem Uw plaag van op mij weg, ik ben bezweken van de bestrijding van Uw hand.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Omdat Gij mij met uw strafbare hand aldus bekrijgt, of dezen oorlog aandoet.",
          "text1637": "Omdat ghy my met uwe strafbare hant aldus bekrijcht, ofte dese oorloge aendoet.",
          "text2026": "Omdat U mij met uw strafbare hand aldus bekrijgt, of deze oorlog aandoet."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הָסֵ֣ר",
          "strongs": "H5493",
          "morph": "HVhv2ms"
        },
        {
          "woord": "מֵ/עָלַ֣/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/R/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נִגְעֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H5061",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִ/תִּגְרַ֥ת",
          "strongs": "H8409",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "יָ֝דְ/ךָ֗",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲנִ֣י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "כָלִֽיתִי",
          "strongs": "H3615",
          "morph": "HVqp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Neem Uw plaag van op mij weg, ik ben bezweken van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> bestrijding van Uw hand.",
      "textSV1888_html": "Neem Uw plage van op mij weg, ik ben bezweken van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> bestrijding Uwer hand.",
      "text1637_html": "Neemt uwe plage van op my wech: ick ben besweken van de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> bestrijdinge uwer hant.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "plage",
          "new": "plaag",
          "principe": "V380"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Kastijdt Gij iemand met straffingen om de ongerechtigheid, zo doet Gij zijn bevalligheid smelten als een mot; immers is een ieder mens ijdelheid. Sela.",
      "text1637": "Castijdt ghy yemant met straffingen om de ongerechticheyt, so doet ghy sijne [21] bevallicheyt smelten als eene motte; Immers is een yeder mensche ydelheyt, Sela!",
      "text2026": "Straft U iemand met straffingen om de ongerechtigheid, zo doet U zijn aantrekkingskracht smelten als een mot; immers is een ieder mens zinloosheid. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, al wat lieflijk, fraai, schoon en begeerlijk in hem is, doet Gij in der haast vergaan, gelijk een mot haast, ja meteen aangetast, verwreven en teniet is. Verg. Job 4:19 ; Job 13:28 . Jes. 50:9 ; Jes. 51:8 . Hos. 5:12 . Job 4:19 : Hoeveel te min op degenen, die lemen huizen bewonen, welker grondslag in het stof is? Zij worden verbrijzeld voor de motten. Job 13:28 : En hij veroudert als een verrotting, als een kleed, dat de mot opeet. Jesaja 50:9 : Ziet, de Heere HEERE helpt Mij, wie is het, die Mij zal verdoemen? Ziet, zij zullen altemaal als een kleed verouden, de mot zal hen eten. Jesaja 51:8 : Want de mot zal ze opeten als een kleed, en het schietwormpje zal ze opeten als wol; maar Mijn gerechtigheid zal in eeuwigheid zijn, en Mijn heil van geslacht tot geslachten. Hosea 5:12 : Daarom zal Ik Efraïm zijn als een mot, en den huize van Juda als een verrotting.",
          "text1637": "D. al wat lieflijck, fraey, schoon ende begeerlijck in hem is, doet ghy in der haest vergaen, gelijck eene motte haest, ja met eenen aentast, verwreven ende te niete is. Vergel. Iob 4.19. ende 13.28. Iesa. 50.9. ende 51.8. Hos. 5.12.",
          "text2026": "Dat is, al wat lieflijk, fraai, schoon en begeerlijk in hem is, doet U in van de haast vergaan, gelijk een mot haast, ja meteen aangetast, verwreven en teniet is. Verg. Job 4:19 ; Job 13:28 . Jes. 50:9 ; Jes. 51:8 . Hos. 5:12 . Job 4:19 : Hoeveel te min op degenen, die lemen huizen bewonen, van wie grondslag in het stof is? Zij worden verbrijzeld voor de motten. Job 13:28 : En hij veroudert als een verrotting, als een kleed, dat de mot opeet. Jesaja 50:9 : Ziet, de Heer JAHWEH helpt Mij, wie is het, die Mij zal verdoemen? Ziet, zij zullen allemaal als een kleed verouden, de mot zal hen eten. Jesaja 51:8 : Want de mot zal ze opeten als een kleed, en het schietwormpje zal ze opeten als wol; maar Mijn gerechtigheid zal in eeuwigheid zijn, en Mijn heil van geslacht tot geslachten. Hosea 5:12 : Daarom zal Ik Efraïm zijn als een mot, en de huize van Juda als een verrotting."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּֽ/תוֹכָ֘ח֤וֹת",
          "strongs": "H8433",
          "morph": "HR/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עָוֺ֨ן",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "יִסַּ֬רְתָּ",
          "strongs": "H3256",
          "morph": "HVpp2ms"
        },
        {
          "woord": "אִ֗ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/תֶּ֣מֶס",
          "strongs": "H4529",
          "morph": "HC/Vhw2ms"
        },
        {
          "woord": "כָּ/עָ֣שׁ",
          "strongs": "H6211",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "חֲמוּד֑/וֹ",
          "strongs": "H2530",
          "morph": "HVqsmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אַ֤ךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "הֶ֖בֶל",
          "strongs": "H1892",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֣ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "Straft U iemand met straffingen om de ongerechtigheid, zo doet U zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> aantrekkingskracht smelten als een mot; immers is een ieder mens zinloosheid. Sela.",
      "textSV1888_html": "Kastijdt Gij iemand met straffingen om de ongerechtigheid, zo doet Gij zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> bevalligheid smelten als een mot; immers is een ieder mens ijdelheid. Sela.",
      "text1637_html": "Castijdt ghy yemant met straffingen om de ongerechticheyt, so doet ghy sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> bevallicheyt smelten als eene motte; Immers is een yeder mensche ydelheyt, Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Kastijdt Gij",
          "new": "Straft U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "bevalligheid",
          "new": "aantrekkingskracht",
          "principe": "V381"
        },
        {
          "old": "ijdelheid.",
          "new": "zinloosheid.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Hoor, HEERE! mijn gebed, en neem mijn geroep ter ore; zwijg niet tot mijn tranen; want ik ben een vreemdeling bij U, een bijwoner, gelijk al mijn vaders.",
      "text1637": "Hoort, HEERE, mijn gebedt, ende neemt mijn geroep ter ooren, [22] swijgt niet tot mijne tranen: want [b] ick ben een [23] vreemdelinck by u; een bywoonder, gelijck alle mijne [24] vaders.",
      "text2026": "Hoor, JAHWEH! mijn gebed, en neem mijn geroep ter ore; zwijg niet tot mijn tranen; want ik ben een vreemdeling bij U, een bijwoner, gelijk al mijn vaders.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, wees niet doof, houdt U niet of Gij doof waart tot al mijn geween, dat ik met uitstorting van tranen voor U doe.",
          "text1637": "Ofte, weest niet doof, houdt u niet of ghy doof waert tot al mijn geween, dat ick met uytstortinge van tranen voor u doe.",
          "text2026": "Of, wees niet doof, houdt U niet of U doof was tot al mijn geween, dat ik met uitstorting van tranen voor U doe."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Levit. 25:23 ; 1 Kron. 29:15 ; Ps. 119:19 ; Hebr. 11:13 ; 1 Petr. 2:11 . Leviticus 25:23 : Het land ook zal niet voor altoos verkocht worden; want het land is het Mijne, dewijl gij vreemdelingen en bijwoners bij Mij zijt. 1 Kronieken 29:15 : Want wij zijn vreemdelingen en bijwoners voor Uw aangezicht, gelijk al onze vaders; onze dagen op aarde zijn als een schaduw, en er is geen verwachting. Psalmen 119:19 : Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden voor mij niet. Hebreeën 11:13 : Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren. 1 Petrus 2:11 : Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel;",
          "text1637": "Levit.25.23. 1.Chro. 29.15. Psal. 119.19. Hebr. 11.13. 1.Pet. 2.11.",
          "text2026": "Lev. 25:23 ; 1 Kron. 29:15 ; Ps. 119:19 ; Hebr. 11:13 ; 1 Petr. 2:11 . Leviticus 25:23 : Het land ook zal niet voor altijd verkocht worden; want het land is het Mijn, omdat u vreemdelingen en bijwoners bij Mij bent. 1 Kronieken 29:15 : Want wij zijn vreemdelingen en bijwoners voor Uw aangezicht, gelijk al onze vaders; onze dagen op aarde zijn als een schaduw, en er is geen verwachting. Psalmen 119:19 : Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden voor mij niet. Hebreeën 11:13 : Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelfde van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren. 1 Petrus 2:11 : Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat u u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel;"
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "En dienvolgens heb ik van doen dat Gij mij voorstaat, geleidt en helpt, totdat ik kom in het hemelse Kanaän, waar het burgerschap en het vaderland der gelovigen is. Zie Hebr. 11:13 , 11:14 , 11:15 , 11:16 . Filipp. 3:20 . Hebreeën 11:13 : Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren. Hebreeën 11:14 : Want die zulke dingen zeggen, betonen klaarlijk, dat zij een vaderland zoeken. Hebreeën 11:15 : En indien zij aan dat vaderland gedacht hadden, van hetwelk zij uitgegaan waren, zij zouden tijd gehad hebben, om weder te keren; Hebreeën 11:16 : Maar nu zijn zij begerig naar een beter, dat is, naar het hemelse. Daarom schaamt Zich God hunner niet, om hun God genaamd te worden; want Hij had hun een stad bereid. Filippensen 3:20 : Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;",
          "text1637": "Ende dien volgens heb ick van doen,dat ghy my voorstaet, geleydet, ende helpet, tot dat ick kome in ’t hemelsch Canaan, daer de burgerschap ende het vaderlant der geloovigen is. Siet Hebr. 11. versen 13, 14, 15, 16. Philip. 3.20.",
          "text2026": "En dienvolgens heb ik van doen dat U mij voorstaat, geleidt en helpt, totdat ik kom in het hemelse Kanaän, waar het burgerschap en het vaderland van de gelovigen is. Zie Hebr. 11:13 , 11:14 , 11:15 , 11:16 . Filipp. 3:20 . Hebreeën 11:13 : Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelfde van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren. Hebreeën 11:14 : Want die zulke dingen zeggen, betonen duidelijk, dat zij een vaderland zoeken. Hebreeën 11:15 : En als zij aan dat vaderland gedacht hadden, van dat zij uitgegaan waren, zij zouden tijd gehad hebben, om weer te keren; Hebreeën 11:16 : Maar nu zijn zij begerig naar een beter, dat is, naar het hemelse. Daarom schaamt Zich God hun niet, om hun God genaamd te worden; want Hij had hun een stad bereid. Filippensen 3:20 : Maar onze wandel is in de hemel, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heer Jezus Christus;"
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, voorvaders, voorouders.",
          "text1637": "D. voor-vaders, voor-ouders.",
          "text2026": "Dat is, voorvaders, voorouders."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שִֽׁמְעָ֥/ה",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "תְפִלָּתִ֨/י",
          "strongs": "H8605",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֡ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/שַׁוְעָתִ֨/י",
          "strongs": "H7775",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הַאֲזִינָ/ה֮",
          "strongs": "H238",
          "morph": "HVhv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "אֶֽל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "דִּמְעָתִ֗/י",
          "strongs": "H1832",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אַֽל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תֶּ֫חֱרַ֥שׁ",
          "strongs": "H2790",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "גֵ֣ר",
          "strongs": "H1616",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אָנֹכִ֣י",
          "strongs": "H595",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "עִמָּ֑/ךְ",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "תּ֝וֹשָׁ֗ב",
          "strongs": "H8453",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כְּ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲבוֹתָֽ/י",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hoor, JAHWEH! mijn gebed, en neem mijn geroep ter ore;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> zwijg niet tot mijn tranen; want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> ik ben een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> vreemdeling bij U, een bijwoner, gelijk al mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> vaders.",
      "textSV1888_html": "Hoor, HEERE! mijn gebed, en neem mijn geroep ter ore;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> zwijg niet tot mijn tranen; want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> ik ben een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> vreemdeling bij U, een bijwoner, gelijk al mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> vaders.",
      "text1637_html": "Hoort, HEERE, mijn gebedt, ende neemt mijn geroep ter ooren, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> swijgt niet tot mijne tranen: want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> ick be<i>n</i> een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> vreemdelinck by u; een bywoonder, gelijck alle mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> vaders.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Wend U van mij af, dat ik mij verkwikke, eer dat ik heenga, en ik niet meer zij.",
      "text1637": "[25] Wendt u van my af, dat ick my verquicke, eer dan ick henen gae, ende ick [26] niet [meer] en zy.",
      "text2026": "Wend U van mij af, dat ik mij verkwik, voordat ik heenga, en ik niet meer zij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, houd op van mij aldus te kastijden, opdat ik niet bezwijke, en maar enigzins ademhale om mijn strfdag, door uwe genade in rust te verwachten. Verg. Ps. 27:13 . Psalmen 27:13 : Zo ik niet had geloofd, dat ik het goede des HEEREN zou zien in het land der levenden, ik ware vergaan.",
          "text1637": "D. hout op van my aldus te kastijden, op dat ick niet en beswijcke, ende maer eenichsins aessem hale om mijnen sterfdach, door uwe genade, in ruste te verwachten. Vergel. Psal. 27.13.",
          "text2026": "Dat is, houd op van mij aldus te kastijden, opdat ik niet bezwijke, en maar enigzins ademhale om mijn strfdag, door uw genade in rust te verwachten. Verg. Ps. 27:13 . Psalmen 27:13 : Zo ik niet had geloofd, dat ik het goede van JAHWEH zou zien in het land van de levenden, ik ware vergaan."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "niet meer zij: Te weten, in dit leven, op aarde. Zie Job 3:16 . Job 3:16 : Of als een verborgene misdracht, zou ik niet zijn; als de kinderkens, die het licht niet gezien hebben.",
          "text1637": "Te weten, in dit leven, op aerden. Siet Iob 3. op vers 16.",
          "text2026": "niet meer zij: Te weten, in dit leven, op aarde. Zie Job 3:16 . Job 3:16 : Of als een verborgen misdracht, zou ik niet zijn; als de kinderen, die het licht niet gezien hebben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הָשַׁ֣ע",
          "strongs": "H8159",
          "morph": "HVhv2ms"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּ֣/נִּי",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַבְלִ֑יגָה",
          "strongs": "H1082",
          "morph": "HC/Vhh1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/טֶ֖רֶם",
          "strongs": "H2962",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "אֵלֵ֣ךְ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵינֶֽ/נִּי",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Wend U van mij af, dat ik mij verkwik, voordat ik heenga, en ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> niet meer zij.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Wend U van mij af, dat ik mij verkwikke, eer dat ik heenga, en ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> niet meer zij.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Wendt u van my af, dat ick my verquicke, eer dan ick henen gae, ende ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> niet [meer] en zy.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "verkwikke, eer dat",
          "new": "verkwik, voordat",
          "principe": "V32"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David voorgenomen hebbende sich met wercken ofte woorden niet te vergrijpen, over der godtloosen voorspoet, ofte sijne elende, bekent nochtans in menschelicke swackheyt vervallen te zijn. doch sich beter bedenckende ende de nieticheyt des menschen, ende sijns levens, betrachtende, stelt sijne hope in Godt, dien hy bidt om vergevinge sijner sonden, ende genade in sijn vreemdelingschap, ende lijden.",
    "text2026": "David, zich voorgenomen hebbend zich met werken of woorden niet te vergrijpen over de voorspoed van de goddelozen of zijn eigen ellende, erkent toch in menselijke zwakheid vervallen te zijn. Maar zich beter bedenkend en de nietigheid van de mens en van zijn leven overdenkend, stelt hij zijn hoop op God, Die hij bidt om vergeving van zijn zonden en om genade in zijn vreemdelingschap en lijden."
  }
}
