{
  "number": 41,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van David, voor den opperzangmeester.",
      "text1637": "EEn Psalm Davids: voor den [1] Opper-sang-meester.",
      "text2026": "Een psalm van David, voor de opperzangmeester.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.",
          "text1637": "Siet Psal. 4. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Neginoth."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ/מְנַצֵּ֗חַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "מִזְמ֥וֹר",
          "strongs": "H4210",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָוִֽד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een psalm van David, voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> opperzangmeester.",
      "textSV1888_html": "Een psalm van David, voor den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> opperzangmeester.",
      "text1637_html": "EEn Psalm Davids: voor de<i>n</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Opper-sang-meester.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Welgelukzalig is hij, die zich verstandiglijk gedraagt jegens een ellendige; de HEERE zal hem bevrijden ten dage des kwaads.",
      "text1637": "Welgelucksalich is hy, die sich verstandichlick draecht tegen eenen [2] elendigen: De HEERE sal hem bevrijden ten dage des [3] quaets.",
      "text2026": "Welgelukzalig is hij, die zich verstandig gedraagt tegenover een ellendige; JAHWEH zal hem bevrijden op de dag van het kwaad.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Het Hebr. woord דָּל, wordt dal betekent een dunne, magere, uitgeteerde van vermogen, zo van het lichaam, dat is, een kranke, als der goederen en middelen, dat is, een arme. [Zie Job 5:15 ]. Hier schijnt het gebruikt te worden van een kranke; want David krank geweest zijnde, of [zo sommigen] nog enigzins zijnde, en ondervonden hebbende hoe wèl het hem deed, dat hem vrome lieden met oprecht en godzalig medelijden trouwhartiglijk bezocht en getroost hadden, en hoe wee het hem integendeel deed, dat de huichelaars, hem met een vals hart bezoekende, achter zijn rug zeer schandelijk van hem geoordeeld en gesproken hadden en nog dede, heeft de vromen met dezen psalm heiliglijk willen bedanken en zijn valse vrienden en bedekte vijanden beschamen. Job 5:15 : Maar Hij verlost den behoeftige van het zwaard, van hun mond, en van de hand des sterken.",
          "text1637": "Het Hebr. woordeken, dal, beteeckent eenen dunnen, mageren, uyt-geteerden van vermogen, soo des lichaems, dat is, eenen krancken, als der goederen ende middelen. dat is, eenen armen. (Siet Iob 5. op vers 15.) hier schijnt het gebruyckt te worden van eenen krancken: want David kranck geweest zijnde, ofte (soo sommige meynen) noch eenichsins zijnde, ende ondervonden hebbende, hoe wel het hem dede, dat hem vroome lieden met een oprecht ende Godtsalich medelijden trouhertichlick besocht ende getroost hadden, ende hoe wee het hem ter contrarie dede, dat de huychelaers hem met een valsch herte besoeckende, achter rugge seer schandelick van hem geoordeelt ende gesproken hadden, ende noch deden, heeft de vroome met desen Psalm heylichlick willen bedancken, ende sijne valsche vrienden, ende bedeckte vyanden, beschaemen.",
          "text2026": "Het Hebr. woord דָּל, wordt dal betekent een dunne, magere, uitgeteerde van vermogen, zo van het lichaam, dat is, een zieke, als van de goederen en middelen, dat is, een arme. [Zie Job 5:15 ]. Hier schijnt het gebruikt te worden van een zieke; want David ziek geweest zijnde, of [zo sommigen] nog enigzins zijnde, en ondervonden hebbende hoe wèl het hem deed, dat hem vrome mensen met oprecht en godzalig medelijden trouwhartiglijk bezocht en getroost hadden, en hoe wee het hem integendeel deed, dat de huichelaars, hem met een vals hart bezoekende, achter zijn rug zeer schandelijk van hem geoordeeld en gesproken hadden en nog dede, heeft de vromen met deze psalm heiliglijk willen bedanken en zijn valse vrienden en bedekte vijanden beschamen. Job 5:15 : Maar Hij verlost de behoeftige van het zwaard, van hun mond, en van de hand van de sterken."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "des kwaads: Dat is, in tijd van ongeval, tegenspoed.",
          "text1637": "Dat is, in tijt van ongeval, tegenspoet.",
          "text2026": "van het kwaad: Dat is, in tijd van ongeval, tegenspoed."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַ֭שְׁרֵי",
          "strongs": "H835",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מַשְׂכִּ֣יל",
          "strongs": "H7919",
          "morph": "HVhrmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "דָּ֑ל",
          "strongs": "H1800",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/י֥וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "רָ֝עָ֗ה",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "יְֽמַלְּטֵ֥/הוּ",
          "strongs": "H4422",
          "morph": "HVpi3ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Welgelukzalig is hij, die zich verstandig gedraagt tegenover een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> ellendige; JAHWEH zal hem bevrijden op de dag van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> het kwaad.",
      "textSV1888_html": "Welgelukzalig is hij, die zich verstandiglijk gedraagt jegens een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> ellendige; de HEERE zal hem bevrijden ten dage des<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> kwaads.",
      "text1637_html": "Welgelucksalich is hy, die sich verstandichlick draecht tegen eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> elendigen: De HEERE sal hem bevrijden ten dage des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> quaets.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "verstandiglijk",
          "new": "verstandig",
          "principe": "V174"
        },
        {
          "old": "jegens",
          "new": "tegenover",
          "principe": "V656"
        },
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "ten dage des kwaads.",
          "new": "op de dag van het kwaad.",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "De HEERE zal hem bewaren, en zal hem bij het leven behouden; hij zal op aarde gelukzalig gemaakt worden. Geef hem ook niet over in zijner vijanden begeerte.",
      "text1637": "De HEERE sal hem bewaren, ende sal hem by’t [4] leven behouden, hy sal op [5] aerden gelucksalich gemaeckt worden: [6] En geeft hem oock niet over in sijner vyanden [7] begeerte.",
      "text2026": "JAHWEH zal hem bewaren, en zal hem bij het leven behouden; hij zal op aarde gelukzalig gemaakt worden. Geef hem ook niet over aan de begeerte van zijn vijanden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "leven behouden: Of, verkwikken, gezond maken. Want het Hebr. woord [dat eigenlijk levendmaken betekent] wordt alzo ook genomen.",
          "text1637": "Ofte, verquicken, gesont maken. want het hebreeusch woort (dat eygentlick levendich-maken beteeckent) alsoo oock genomen wort.",
          "text2026": "leven behouden: Of, verkwikken, gezond maken. Want het Hebr. woord [dat eigenlijk levendmaken betekent] wordt zo ook genomen."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "gelukzalig gemaakt: Verg. 1 Tim. 4:8 . Of, voor gelukzalig gehouden, geroemd worden. 1 Timotheüs 4:8 : Want de lichamelijke oefening is tot weinig nut; maar de godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbende de belofte des tegenwoordigen en des toekomenden levens.",
          "text1637": "Vergel. 1.Tim. 4.8. ofte, voor gelucksalich gehouden, geroemt worden.",
          "text2026": "gelukzalig gemaakt: Verg. 1 Tim. 4:8 . Of, voor gelukzalig gehouden, geroemd worden. 1 Timotheüs 4:8 : Want de lichamelijke oefening is tot weinig nut; maar de godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbende de belofte van de tegenwoordigen en van de toekomenden levens."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, Gij zult hem niet overgeven, enz. David spreekt hier God aan.",
          "text1637": "Ofte, ghy sult hem niet overgeven, etc. David spreeckt hier Godt aen.",
          "text2026": "Of, U zult hem niet overgeven, enz. David spreekt hier God aan."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., נֶפֶשׁ, ziel; dat is hier begeerte, lust wil. Zie Ps. 27:12 . Psalmen 27:12 : Geef mij niet over in de begeerte mijner tegenpartijders; want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan, mitsgaders die wrevel uitblaast.",
          "text1637": "Hebr. ziele, dat is hier, begeerte, lust, wille. Siet Psal. 27. op vers 12.",
          "text2026": "Hebr., נֶפֶשׁ, ziel; dat is hier begeerte, lust wil. Zie Ps. 27:12 . Psalmen 27:12 : Geef mij niet over in de begeerte mijn tegenstanders; want valse getuigen zijn tegen mij opgestaan, en ook die wrevel uitblaast."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְהוָ֤ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁמְרֵ֣/הוּ",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HVqi3ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וִֽ֭/יחַיֵּ/הוּ",
          "strongs": "H2421",
          "morph": "HC/Vpi3ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יאשר",
          "strongs": "H833",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַֽל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תִּ֝תְּנֵ֗/הוּ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqj2ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/נֶ֣פֶשׁ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "אֹיְבָֽי/ו",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmpc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH zal hem bewaren, en zal hem bij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> het leven behouden; hij zal op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> aarde gelukzalig gemaakt worden.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Geef hem ook niet over aan de begeerte van zijn vijanden.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup>",
      "textSV1888_html": "De HEERE zal hem bewaren, en zal hem bij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> het leven behouden; hij zal op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> aarde gelukzalig gemaakt worden.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Geef hem ook niet over in zijner vijanden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> begeerte.",
      "text1637_html": "De HEERE sal hem bewaren, ende sal hem by’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> leven behouden, hy sal op <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> aerden gelucksalich gemaeckt worden: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> En geeft hem oock niet over in sijner vyanden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> begeerte.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "De HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "in zijner vijanden begeerte.",
          "new": "aan de begeerte van zijn vijanden.",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "De HEERE zal hem ondersteunen op het ziekbed; in zijn krankheid verandert Gij zijn ganse leger.",
      "text1637": "De HEERE sal hem ondersteunen op het [8] sieck-bedde; in sijne kranckheyt [9] verandert ghy sijn gantsch leger.",
      "text2026": "JAHWEH zal hem ondersteunen op het ziekbed; in zijn ziekte verandert U zijn hele bed.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, bed, of koets der flauwigheid, zwakheid, matigheid.",
          "text1637": "Ofte, bedde, ofte koetse der flaeuwicheyt, swackheyt, matticheyt.",
          "text2026": "Of, bed, of koets van de flauwigheid, zwakheid, matigheid."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, hebt Gij veranderd; dat is, Gij, o God, zult zijne krankte zo zeker ten beste veranderen, alsof ik het alrede geschied zag; op profetische wijze gesproken. Of, Gij keert, of wendt zijn ganse leger; dat is, Gij zijt hem inplaats van alle menselijke hulp, die men een kranke placht aan te doen.",
          "text1637": "Ofte, hebt ghy verandert. D. ghy, ô Godt, sult sijne kranckte soo seker ten besten veranderen, als of ick ’t alreedts geschiet sage: Prophetischer wijse gesproken. ofte: ghy keert, ofte wendet sijn gantsche leger. D. ghy zijt hem in plaetse van alle menschelicke hulpe, die men een krancke plach aen te doen.",
          "text2026": "Of, hebt U veranderd; dat is, U, o God, zult zijn krankte zo zeker ten beste veranderen, alsof ik het al geschied zag; op profetische wijze gesproken. Of, U keert, of wendt zijn gehele leger; dat is, U bent hem inplaats van alle menselijke hulp, die men een zieke placht aan te doen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְֽהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "יִ֭סְעָדֶ/נּוּ",
          "strongs": "H5582",
          "morph": "HVqi3ms/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עֶ֣רֶשׂ",
          "strongs": "H6210",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "דְּוָ֑י",
          "strongs": "H1741",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מִ֝שְׁכָּב֗/וֹ",
          "strongs": "H4904",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "הָפַ֥כְתָּ",
          "strongs": "H2015",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְ/חָלְיֽ/וֹ",
          "strongs": "H2483",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH zal hem ondersteunen op het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> ziekbed; in zijn ziekte<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> verandert U zijn hele bed.",
      "textSV1888_html": "De HEERE zal hem ondersteunen op het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> ziekbed; in zijn krankheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> verandert Gij zijn ganse leger.",
      "text1637_html": "De HEERE sal hem ondersteunen op het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> sieck-bedde; in sijne kranckheyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> verandert ghy sijn gantsch leger.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "De HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "krankheid",
          "new": "ziekte",
          "principe": "V46"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "ganse leger.",
          "new": "hele bed.",
          "principe": "V3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Ik zeide: O HEERE! wees mij genadig; genees mijn ziel, want ik heb tegen U gezondigd.",
      "text1637": "Ick [10] seyde; ô HEERE, zijt my genadich; geneest mijne ziele, want ick hebbe tegen u gesondicht.",
      "text2026": "Ik zei: O JAHWEH! wees mij genadig; genees mijn ziel, want ik heb tegen U gezondigd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, in mijne krankte; Anders, ik zeg.",
          "text1637": "Te weten, in mijne kranckte: and. ick segge.",
          "text2026": "Te weten, in mijn krankte; Anders, ik zeg."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲֽנִי",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "אָ֭מַרְתִּי",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "חָנֵּ֑/נִי",
          "strongs": "H2603",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "רְפָאָ֥/ה",
          "strongs": "H7495",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "נַ֝פְשִׁ֗/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "חָטָ֥אתִי",
          "strongs": "H2398",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "לָֽ/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> zei: O JAHWEH! wees mij genadig; genees mijn ziel, want ik heb tegen U gezondigd.",
      "textSV1888_html": "Ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> zeide: O HEERE! wees mij genadig; genees mijn ziel, want ik heb tegen U gezondigd.",
      "text1637_html": "Ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> seyde; ô HEERE, zijt my genadich; geneest mijne ziele, want ick hebbe tegen u gesondicht.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zeide:",
          "new": "zei:",
          "principe": "W1"
        },
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Mijn vijanden spreken kwaad van mij, zeggende: Wanneer zal hij sterven, en zijn naam vergaan?",
      "text1637": "[11] Mijne vyanden spreken quaet van my, [seggende,] Wanneer sal hy sterven, ende sijn naem vergaen?",
      "text2026": "Mijn vijanden spreken kwaad van mij, zeggende: Wanneer zal hij sterven, en zijn naam vergaan?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Mijn vijanden: Dit en het volgende nemen sommigen alzo, dat David hier wijders verhaalt wat hij van zijn wedervaren ten tijde zijner krankheid voor God geklaagd en gezegd heeft, en dienvolgens zetten zij het over, spraken, en zo in de twee volgende verzen.",
          "text1637": "Dit ende het volgende nemen sommige alsoo, dat David hier wijders verhaelt, wat hy van sijn wedervaren ter tijt sijner kranckheyt voor Godt geklaecht ende geseyt hebbe, ende dien volgens setten sy’t over, spraken: ende soo in 2. volgende versen.",
          "text2026": "Mijn vijanden: Dit en het volgende nemen sommigen zo, dat David hier verder verhaalt wat hij van zijn wedervaren ten tijde zijn ziekte voor God geklaagd en gezegd heeft, en dienvolgens zetten zij het over, spraken, en zo in de twee volgende verzen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אוֹיְבַ֗/י",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יֹאמְר֣וּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "רַ֣ע",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "לִ֑/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מָתַ֥י",
          "strongs": "H4970",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "יָ֝מ֗וּת",
          "strongs": "H4191",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָבַ֥ד",
          "strongs": "H6",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "שְׁמֽ/וֹ",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Mijn vijanden spreken kwaad van mij, zeggende: Wanneer zal hij sterven, en zijn naam vergaan?",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Mijn vijanden spreken kwaad van mij, zeggende: Wanneer zal hij sterven, en zijn naam vergaan?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Mijne vyanden spreken quaet van my, [seggende,] Wanneer sal hy sterven, ende sijn naem vergaen?"
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "En zo iemand van hen komt, om mij te zien, hij spreekt valsheid; zijn hart vergadert zich onrecht; gaat hij uit naar buiten, hij spreekt er van.",
      "text1637": "Ende so [yemant van hen] komt om [my] te [12] sien, hy spreeckt [13] valscheyt, sijn herte vergadert sich [14] onrecht; [15] gaet hy uyt nae buyten, hy spreeckter van.",
      "text2026": "En zo iemand van hen komt, om mij te zien, hij spreekt valsheid; zijn hart verzamelt zich onrecht; gaat hij uit naar buiten, hij spreekt er van.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, om mij te bezoeken, te zien hoe het met mij is.",
          "text1637": "D. om my te besoecken, te sien hoe ’t met my is.",
          "text2026": "Dat is, om mij te bezoeken, te zien hoe het met mij is."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij houdt zich of hij het van harte wel meende, maar denkt mij alles kwaads toe, dat hij uitspreekt als hij van mij is, bij zijns gelijken.",
          "text1637": "Hy gelaet sich of hy het van herten wel meynde, maer denckt my alles quaets toe, dat hy uyt-spreeckt, als hy van my is, by sijns gelijcken.",
          "text2026": "Hij houdt zich of hij het van hart wel meende, maar denkt mij alles kwaads toe, dat hij uitspreekt als hij van mij is, bij zijns gelijken."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, ondeugd, ongerechtigheid, verdriet, boosheid.",
          "text1637": "Ofte, ondeucht, ongerechticheyt, verdriet, boosheyt.",
          "text2026": "Of, ondeugd, ongerechtigheid, verdriet, boosheid."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "gaat hij uit: Of, gaat uit, buiten spreekt hij er van.",
          "text1637": "Ofte, gaet hy uyt, buyten spreeckt hyder van.",
          "text2026": "gaat hij uit: Of, gaat uit, buiten spreekt hij er van."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC/C"
        },
        {
          "woord": "בָּ֤א",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/רְא֨וֹת",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֤וְא",
          "strongs": "H7723",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יְדַבֵּ֗ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpi3ms"
        },
        {
          "woord": "לִבּ֗/וֹ",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִקְבָּץ",
          "strongs": "H6908",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אָ֥וֶן",
          "strongs": "H205",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "ל֑/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יֵצֵ֖א",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לַ/ח֣וּץ",
          "strongs": "H2351",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יְדַבֵּֽר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpi3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "En zo iemand van hen komt, om mij te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> zien, hij spreekt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> valsheid; zijn hart verzamelt zich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> onrecht;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> gaat hij uit naar buiten, hij spreekt er van.",
      "textSV1888_html": "En zo iemand van hen komt, om mij te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> zien, hij spreekt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> valsheid; zijn hart vergadert zich<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> onrecht;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> gaat hij uit naar buiten, hij spreekt er van.",
      "text1637_html": "Ende so [yemant van hen] komt om [my] te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> sien, hy spreeckt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> valscheyt, sijn herte vergadert sich <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> onrecht; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> gaet hy uyt nae buyten, hy spreeckter van.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "vergadert",
          "new": "verzamelt",
          "principe": "V318"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Al mijn haters mompelen te zamen tegen mij; ze bedenken tegen mij, hetgeen mij kwaad is, zeggende:",
      "text1637": "Alle mijne haters [16] mompelen t’samen tegen my, sy bedencken tegen my [17] ’t gene my quaet is, [seggende]:",
      "text2026": "Al mijn vijanden mompelen samen tegen mij; ze bedenken tegen mij, wat mij kwaad is, zeggende:",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zij spreken met elkander stilletjes en binnensmonds, gelijk men zegt. Alzo wordt hetzelfde woord gebruikt, 2 Sam. 12:19 . 2 Samuël 12:19 : Maar David zag, dat zijn knechten mompelden; zo merkte David, dat het kind dood was. Dies zeide David tot zijn knechten: Is het kind dood? En zij zeiden: Het is dood.",
          "text1637": "Sy spreken met malkanderen stillekens ende binnens monts, als men seyt: alsoo wort het selve woort gebruyckt. 2.Sam. 12.19.",
          "text2026": "Zij spreken met elkaar stilletjes en binnensmonds, gelijk men zegt. Zo wordt hetzelfde woord gebruikt, 2 Sam. 12:19 . 2 Samuël 12:19 : Maar David zag, dat zijn knechten mompelden; zo merkte David, dat het kind dood was. Daarom zei David tot zijn knechten: Is het kind dood? En zij zeiden: Het is dood."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders, zij bedenken over mij kwaad; [dat] mij tegen [is].",
          "text1637": "And. sy bedencken over my quaet, [dat] my tegen [is].",
          "text2026": "Anders, zij bedenken over mij kwaad; [dat] mij tegen [is]."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יַ֗חַד",
          "strongs": "H3162",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "עָלַ֣/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יִ֭תְלַחֲשׁוּ",
          "strongs": "H3907",
          "morph": "HVti3mp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שֹׂנְאָ֑/י",
          "strongs": "H8130",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָלַ֓/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יַחְשְׁב֖וּ",
          "strongs": "H2803",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "רָעָ֣ה",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Al mijn vijanden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> mompelen samen tegen mij; ze bedenken tegen mij,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> wat mij kwaad is, zeggende:",
      "textSV1888_html": "Al mijn haters<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> mompelen te zamen tegen mij; ze bedenken tegen mij,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> hetgeen mij kwaad is, zeggende:",
      "text1637_html": "Alle mijne haters <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> mompelen t’samen tegen my, sy bedencken tegen my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> ’t gene my quaet is, [seggende]:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "haters",
          "new": "vijanden",
          "principe": "V945"
        },
        {
          "old": "te zamen",
          "new": "samen",
          "principe": "V374"
        },
        {
          "old": "hetgeen",
          "new": "wat",
          "principe": "V4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Een Belialsstuk kleeft hem aan; en hij, die nederligt, zal niet weder opstaan.",
      "text1637": "Een Belials stuck [18] kleeft hem aen: ende hy die nederleyt, en sal niet [19] weder opstaen.",
      "text2026": "Een vervloekt iets kleeft hem aan; en hij, die neerligt, zal niet weer opstaan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "kleeft hem aan: Of, benauwt hem. Zij willen zeggen: Hij heeft ergens Belials- of schelmstuk, boevenstuk, bedreven, waarom hij met deze Belialsplaag [waarvan sommigen dit verstaan] beleden is, dies moet hij voort; gelijk Jobs vrienden hem als een goddelozen om zijn vreemd lijden veroordelen. Van het woord Belial, zie Deut. 13:13 . en verg. 2 Sam. 22:5 . Deuteronomium 13:13 : Er zijn mannen, Belials-kinderen, uit het midden van u uitgegaan, en hebben de inwoners hunner stad aangedreven, zeggende: Laat ons gaan, en dienen andere goden, die gij niet gekend hebt; 2 Samuël 22:5 : Want baren des doods hadden mij omvangen; beken Belials verschrikten mij.",
          "text1637": "Ofte, benauwt hem. Sy willen seggen: hy heeft ergens een Belials, ofte schelm-stuck, boeven-stuck, bedreven, daerom hy met dese Belials plage (waer van sommige dit verstaen) beladen is, dies moet hy nu voort: gelijck Iobs vrienden, hem als eenen Godtloosen, om sijn vreemt lijden veroordeelden. van het woort Belial siet Deut. 13. op vers 13. ende vergel. 2.Sam. 22.5.",
          "text2026": "kleeft hem aan: Of, benauwt hem. Zij willen zeggen: Hij heeft ergens Belials- of schelmstuk, boevenstuk, bedreven, waarom hij met deze Belialsplaag [waarvan sommigen dit verstaan] beleden is, daarom moet hij voort; gelijk Jobs vrienden hem als een goddelozen om zijn vreemd lijden veroordelen. Van het woord Belial, zie Deut. 13:13 . en verg. 2 Sam. 22:5 . Deuteronomium 13:13 : Er zijn mannen, Belials-kinderen, uit het midden van u uitgegaan, en hebben de inwoners hun stad aangedreven, zeggende: Laat ons gaan, en dienen andere goden, die u niet gekend hebt; 2 Samuël 22:5 : Want baren van de dood hadden mij omvangen; beken Belials verschrikten mij."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "niet weder: Hebr. niet toedoen, of voortvaren op te staan.",
          "text1637": "Hebr. niet toedoen, ofte, voortvaren op te staen.",
          "text2026": "niet weer: Hebr. niet toedoen, of voortvaren op te staan."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "דְּֽבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בְּ֭לִיַּעַל",
          "strongs": "H1100",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יָצ֣וּק",
          "strongs": "H3332",
          "morph": "HVqsmsa"
        },
        {
          "woord": "בּ֑/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HC/Tr"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֝כַ֗ב",
          "strongs": "H7901",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יוֹסִ֥יף",
          "strongs": "H3254",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/קֽוּם",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HR/Vqc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een vervloekt iets<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> kleeft hem aan; en hij, die neerligt, zal niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> weer opstaan.",
      "textSV1888_html": "Een Belialsstuk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> kleeft hem aan; en hij, die nederligt, zal niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> weder opstaan.",
      "text1637_html": "Een Belials stuck <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> kleeft hem aen: ende hy die nederleyt, en sal niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> weder opstaen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Belialsstuk",
          "new": "vervloekt iets",
          "principe": "V386"
        },
        {
          "old": "nederligt,",
          "new": "neerligt,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "weder",
          "new": "weer",
          "principe": "V66"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Zelfs de man mijns vredes, op welken ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft de verzenen tegen mij grotelijks verheven.",
      "text1637": "Selfs [20] de man mijnes vredes, op welcken ick vertrouwde, [a] die mijn [21] broot at, heeft de verssene tegen my [22] grootelicx verheven.",
      "text2026": "Zelfs de man van mijn vrede, op wie ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft de hiel tegen mij enorm verheven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de man: Dat is, mijn vredegenoot, bondgenoot, met wien ik in vrede leefde. Verg. 2 Sam. 8:10 , Jer. 20:10 ; idem Ps. 55:21 . 2 Samuël 8:10 : Zo zond Thoi zijn zoon Joram tot den koning David, om hem te vragen naar zijn welstand, en om hem te zegenen, vanwege dat hij tegen Hadad-ezer gekrijgd en hem geslagen had, (want Hadad-ezer voerde steeds krijg tegen Thoi); en in zijn hand waren zilveren vaten, en gouden vaten, en koperen vaten; Jeremia 20:10 : Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven; al mijn vredegenoten nemen acht op mijn hinking; zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, dan zullen wij hem overmogen, en onze wraak van hem nemen. Psalmen 55:21 : Hij slaat zijn handen aan degenen, die vrede met Hem hadden; hij ontheiligt Zijn verbond.",
          "text1637": "D. mijn vrede-genoot, bont-genoot, met welcken ick in vrede leefde. Vergel. 2.Sam. 8. op vers 10. Ierem. 20. op vers 10. item, Psal. 55. op vers 21.",
          "text2026": "de man: Dat is, mijn vredegenoot, bondgenoot, met wie ik in vrede leefde. Verg. 2 Sam. 8:10 , Jer. 20:10 ; idem Ps. 55:21 . 2 Samuël 8:10 : Zo zond Thoi zijn zoon Joram tot de koning David, om hem te vragen naar zijn welstand, en om hem te zegenen, vanwege dat hij tegen Hadad-ezer gekrijgd en hem geslagen had, (want Hadad-ezer voerde steeds krijg tegen Thoi); en in zijn hand waren zilveren vaten, en gouden vaten, en koperen vaten; Jeremia 20:10 : Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven; al mijn vredegenoten nemen acht op mijn hinking; zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, dan zullen wij hem overmogen, en onze wraak van hem nemen. Psalmen 55:21 : Hij slaat zijn handen aan degenen, die vrede met Hem hadden; hij ontheiligt Zijn verbond."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Joh. 13:18 . Johannes 13:18 : Ik zeg niet van u allen: Ik weet, welke Ik uitverkoren heb; maar dit geschiedt, opdat de Schrift vervuld worde: Die met Mij het brood eet, heeft tegen Mij zijn verzenen opgeheven.",
          "text1637": "Ioh. 13.18.",
          "text2026": "Joh. 13:18 . Johannes 13:18 : Ik zeg niet van u allen: Ik weet, welke Ik uitverkoren heb; maar dit geschiedt, opdat de Schrift vervuld worde: Die met Mij het brood eet, heeft tegen Mij zijn verzenen opgeheven."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Met mij dagelijks ter tafel ging, en met mij zeer gemeenzaamlijk leefde.",
          "text1637": "Met my dagelicks ter tafel ginck, ende met my seer gemeensaemlick leefde.",
          "text2026": "Met mij dagelijks ter tafel ging, en met mij zeer gemeenzaamlijk leefde."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "grotelijks verheven: Hebr., הִגְדִּיל, groot gemaakt. Het is ene gelijkenis, genomen van de beesten, die met de hielen achteruitslaan en iemand kwetsen. De zin is: Hij heeft zich dartel, trouweloos en ondankbaar twegen mij opgesteld, om mij met list of geweld onder de voeten te werpen. Verg. Deut. 32:15 . Deze woorden worden ook op den verrader Judas en den Here Christus [wiens voorbeeld David was] toegepast, Joh. 13:18 . gelijk meer andere redenen in dezen psalm op Christus geduid worden. Deuteronomium 32:15 : Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde den Rotssteen zijns heils. Johannes 13:18 : Ik zeg niet van u allen: Ik weet, welke Ik uitverkoren heb; maar dit geschiedt, opdat de Schrift vervuld worde: Die met Mij het brood eet, heeft tegen Mij zijn verzenen opgeheven.",
          "text1637": "Hebr. groot gemaekt. ’t is eene gelijckenisse genomen van de beesten, die met de hielen achter uyt slaen, ende yemanden quetsen. de sin is, hy heeft sich dertelijck, trouwlooslick, ende ondanckbaerlick tegen my opgestelt, om my met list ofte gewelt onder voeten te werpen. Vergel. Deut. 32.15. Dese woorden worden oock op den verrader Iudam ende den Heere Christum (wiens voorbeelt David was) gepast. Ioh. 13.18. gelijck meer andere redenen in desen Psalm op Christum geduydt worden.",
          "text2026": "grotelijks verheven: Hebr., הִגְדִּיל, groot gemaakt. Het is een gelijkenis, genomen van de beesten, die met de hielen achteruitslaan en iemand kwetsen. De zin is: Hij heeft zich dartel, trouweloos en ondankbaar twegen mij opgesteld, om mij met list of geweld onder de voeten te werpen. Verg. Deut. 32:15 . Deze woorden worden ook op de verrader Judas en de Here Christus [wiens voorbeeld David was] toegepast, Joh. 13:18 . gelijk meer andere redenen in deze psalm op Christus geduid worden. Deuteronomium 32:15 : Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (u bent vet, u bent dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde de Rotssteen zijns heils. Johannes 13:18 : Ik zeg niet van u allen: Ik weet, welke Ik uitverkoren heb; maar dit geschiedt, opdat de Schrift vervuld worde: Die met Mij het brood eet, heeft tegen Mij zijn verzenen opgeheven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "גַּם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "אִ֤ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שְׁלוֹמִ֨/י",
          "strongs": "H7965",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "בָּטַ֣חְתִּי",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "ב֭/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אוֹכֵ֣ל",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "לַחְמִ֑/י",
          "strongs": "H3899",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הִגְדִּ֖יל",
          "strongs": "H1431",
          "morph": "HVhp3ms"
        },
        {
          "woord": "עָלַ֣/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָקֵֽב",
          "strongs": "H6119",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zelfs<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> de man van mijn vrede, op wie ik vertrouwde,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> die mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> brood at, heeft de hiel tegen mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> enorm verheven.",
      "textSV1888_html": "Zelfs<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> de man mijns vredes, op welken ik vertrouwde,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> die mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> brood at, heeft de verzenen tegen mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> grotelijks verheven.",
      "text1637_html": "Selfs <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> de man mijnes vredes, op welcken ick vertrouwde, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> die mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> broot at, heeft de verssene tegen my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> grootelicx verheven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijns vredes,",
          "new": "van mijn vrede,",
          "principe": "V213"
        },
        {
          "old": "welken",
          "new": "wie",
          "principe": "N6"
        },
        {
          "old": "verzenen",
          "new": "hiel",
          "principe": "V387"
        },
        {
          "old": "grotelijks",
          "new": "enorm",
          "principe": "V388"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Maar Gij, o HEERE! wees mij genadig, en richt mij op; en ik zal het hun vergelden.",
      "text1637": "Maer ghy, ô HEERE, zijt my genadich, ende richt my op: ende ick sal’t hen [23] vergelden.",
      "text2026": "Maar U, o JAHWEH! wees mij genadig, en richt mij op; en ik zal het hun vergelden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Als hun heer zijnde en gesteld tot bestraffing der bozen en bescherming der vromen, zal ik hen volgens mijn ambt en hunne verdiensten behandelen. Want alhoewel Gij recht hebt mij te kastijden, zo hebbe zij toch geen recht of reden om met mij, hun goedigen heer zo trouweloos en vals te handelen.",
          "text1637": "Als haer Heer zijnde, ende gestelt tot straffe der boosen ende bescherminge der vroomen, sal ickse, volgens mijn ampt ende hare verdiensten, tracteren. want of ghy wel recht hebt my te castijden, so hebben sy doch geen recht noch reden om met my, haren goedigen Heere, soo trouwlooslick ende valschlick te handelen.",
          "text2026": "Als hun heer zijnde en gesteld tot bestraffing van de bozen en bescherming van de vromen, zal ik hen volgens mijn ambt en hun verdiensten behandelen. Want alhoewel U recht hebt mij te kastijden, zo hebbe zij toch geen recht of reden om met mij, hun goedigen heer zo trouweloos en vals te handelen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַתָּ֤ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "חָנֵּ֥/נִי",
          "strongs": "H2603",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/הֲקִימֵ֑/נִי",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HC/Vhv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/אֲשַׁלְּמָ֥ה",
          "strongs": "H7999",
          "morph": "HC/Vph1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶֽם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar U, o JAHWEH! wees mij genadig, en richt mij op; en ik zal het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> hun vergelden.",
      "textSV1888_html": "Maar Gij, o HEERE! wees mij genadig, en richt mij op; en ik zal het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> hun vergelden.",
      "text1637_html": "Maer ghy, ô HEERE, zijt my genadich, ende richt my op: ende ick sal’t hen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> vergelden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij,",
          "new": "U,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Hierbij weet ik, dat Gij lust aan mij hebt, dat mijn vijand over mij niet zal juichen.",
      "text1637": "Hier by [24] weet ick, dat ghy lust aen my hebt; dat mijn vyant over my niet en sal [25] juychen.",
      "text2026": "Hierbij weet ik, dat U lust aan mij hebt, dat mijn vijand over mij niet zal juichen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "weet ik: Of, heb ik gemerkt.",
          "text1637": "Ofte, heb ick gemerckt.",
          "text2026": "weet ik: Of, heb ik gemerkt."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat Gij, mij verlossende, mijn vijand de oorzaak van een groot vreugdegeschrei over mijn ondergang [dien hij wenst] beneemt.",
          "text1637": "Dat ghy my verlossende, mijnen vyant d’ oorsake van een groot vreuchden-geschrey over mijnen onderganck (dien hy wenscht) beneemt.",
          "text2026": "Dat U, mij verlossende, mijn vijand de oorzaak van een groot vreugdegeschrei over mijn ondergang [die hij wenst] beneemt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ/זֹ֣את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HR/Pdxfs"
        },
        {
          "woord": "יָ֭דַעְתִּי",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "חָפַ֣צְתָּ",
          "strongs": "H2654",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "בִּ֑/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָרִ֖יעַ",
          "strongs": "H7321",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "אֹיְבִ֣/י",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָלָֽ/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hierbij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> weet ik, dat U lust aan mij hebt, dat mijn vijand over mij niet zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> juichen.",
      "textSV1888_html": "Hierbij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> weet ik, dat Gij lust aan mij hebt, dat mijn vijand over mij niet zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> juichen.",
      "text1637_html": "Hier by <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> weet ick, dat ghy lust aen my hebt; dat mijn vyant over my niet en sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> juychen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Want mij aangaande, Gij onderhoudt mij in mijn oprechtigheid, en Gij stelt mij voor Uw aangezicht in eeuwigheid.",
      "text1637": "Want my aengaende, ghy [26] onderhoudt my in mijne oprechticheyt; ende ghy [27] stelt my voor u aengesichte in eeuwicheyt.",
      "text2026": "Want wat mij betreft, U onderhoudt mij in mijn oprechtheid, en U stelt mij voor Uw aangezicht in eeuwigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, hebt mij onderhouden, of ondersteund, en hebt mij gesteld, enz.",
          "text1637": "Ofte, hebt my onderhouden, ofte, onderstutt, ende hebt my gestelt, etc.",
          "text2026": "Of, hebt mij onderhouden, of ondersteund, en hebt mij gesteld, enz."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Om mij als onder uw ogen, opzicht en vaderlijke zorg steeds te hebben, en mij genadiglijk te behouden, dat ik U hier als koning mag dienen en hierna uwe heerlijkheid aanschouwen in eeuwigheid.",
          "text1637": "Om my als onder uwe oogen, opsicht ende vaderlicke sorge steets te hebben, ende my genadichlick te behouden, dat ick u hier als Coninck mach dienen, ende hier na uwe heerlickheyt aenschouwen in eeuwicheyt.",
          "text2026": "Om mij als onder uw ogen, opzicht en vaderlijke zorg steeds te hebben, en mij genadiglijk te behouden, dat ik U hier als koning mag dienen en hierna uw heerlijkheid aanschouwen in eeuwigheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/אֲנִ֗י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ֭/תֻמִּ/י",
          "strongs": "H8537",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תָּמַ֣כְתָּ",
          "strongs": "H8551",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "בִּ֑/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/תַּצִּיבֵ֖/נִי",
          "strongs": "H5324",
          "morph": "HC/Vhw2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/פָנֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want wat mij betreft, U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> onderhoudt mij in mijn oprechtheid, en U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> stelt mij voor Uw aangezicht in eeuwigheid.",
      "textSV1888_html": "Want mij aangaande, Gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> onderhoudt mij in mijn oprechtigheid, en Gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> stelt mij voor Uw aangezicht in eeuwigheid.",
      "text1637_html": "Want my aengaende, ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> onderhoudt my in mijne oprechticheyt; ende ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> stelt my voor u aengesichte in eeuwicheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "",
          "new": "wat",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "aangaande, Gij",
          "new": "betreft, U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "oprechtigheid,",
          "new": "oprechtheid,",
          "principe": "V485"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Geloofd zij de HEERE, de God Israëls, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid! Amen, ja, amen.",
      "text1637": "[29[28]] Gelooft zy de HEERE, de Godt Israëls, van der eeuwicheyt, ende tot inder eeuwicheyt, [30[29]] Amen, ja [31[30]] Amen.",
      "text2026": "Geloofd zij JAHWEH, de God van Israël, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid! Amen, ja, amen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., בָּרוּךְ, gezegend.",
          "text1637": "",
          "text2026": "Hebr., בָּרוּךְ, gezegend."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie van dit woord Num. 5:22 . Numeri 5:22 : Dat ditzelve water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in uw ingewand inga, om den buik te doen zwellen, en de heup te doen vervallen! Dan zal die vrouw zeggen: Amen, amen!",
          "text1637": "",
          "text2026": "Zie van dit woord Num. 5:22 . Numeri 5:22 : Dat ditzelfde water, dat de vervloeking medebrengt, in uw ingewand inga, om de buik te doen zwellen, en de heup te doen vervallen! Dan zal die vrouw zeggen: Amen, amen!"
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Deze herhaling van het woord Amen beduidt hier een zeer vast vertrouwen en hartelijken ijver van den profeet, dienende om dergelijke in de harten der vromen te verwekken.",
          "text1637": "",
          "text2026": "Deze herhaling van het woord Amen beduidt hier een zeer vast vertrouwen en hartelijken ijver van de profeet, dienende om dergelijke in de harten van de vromen te verwekken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בָּ֘ר֤וּךְ",
          "strongs": "H1288",
          "morph": "HVqsmsa"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֨ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹ֘הֵ֤י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֗ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מֵֽ֭/הָ/עוֹלָם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Td/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַ֥ד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "הָ/עוֹלָ֗ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אָ֘מֵ֥ן",
          "strongs": "H543",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "וְ/אָמֵֽן",
          "strongs": "H543",
          "morph": "HC/D"
        }
      ],
      "text2026_html": "Geloofd zij JAHWEH, de God van Israël, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid! Amen, ja, amen.",
      "textSV1888_html": "Geloofd zij de HEERE, de God Israëls, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid! Amen, ja, amen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29[28]\">29[28]</sup> Gelooft zy de HEERE, de Godt Israëls, van der eeuwicheyt, ende tot inder eeuwicheyt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30[29]\">30[29]</sup> Amen, ja <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31[30]\">31[30]</sup> Amen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "Israëls,",
          "new": "van Israël,",
          "principe": null
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David in eene sware kranckheyt, ofte andere benaeuwtheyt, vervallen zijnde, beschrijft den zegen, dien de gene van Godt ontfangen sal, die sich godtsalichlick ende metlijdichlick draegt tegen den bedruckten. bidt Godt om genade, ende klaegt seer beweechlick over de bitterheyt sijner valsche vrienden, bysonderlick over d’ontrouwe eenes vrients, die een voorbeelt was van den verrader Iudas: doch versekert sich van Godes gunst, ende looft hem hertelick.",
    "text2026": "David, in een zware ziekte of andere benauwdheid vervallen zijnde, beschrijft de zegen die degene van God ontvangen zal die zich godzalig en barmhartig gedraagt tegenover de bedrukte; hij bidt God om genade en klaagt zeer aangrijpend over de bitterheid van zijn valse vrienden, in het bijzonder over de ontrouw van één vriend, die een voorbeeld was van de verrader Judas; maar hij verzekert zich van Gods gunst en looft Hem hartelijk."
  }
}