{
 "number": 42,
 "verses": [
  {
   "number": 1,
   "textSV1888": "Een onderwijzing, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.",
   "text1637": "[1] EEn’ onderwijsinge: voor den [2] Opper-sang-meester, onder de [3] kinderen van Korah.",
   "text2026": "Een onderwijzing, voor de opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "1",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie Ps. 32:1 . Anders, ene onderwijzing der kinderen van Korach, voor den opperzangmeester; en zo in enige volgende psalmen. Psalmen 32:1 : Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is.",
     "text1637": "Siet Psal. 32. op vers 1. And. een onderwijsinge der kinderen van Korah: voor den Opper-sang-meester. ende soo in eenige volgende Psalmen.",
     "text2026": "Zie Ps. 32:1 . Anders, een onderwijzing van de kinderen van Korach, voor de opperzangmeester; en zo in enige volgende psalmen. Psalmen 32:1 : Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is."
    },
    {
     "marker": "2",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie Ps. 4:1 . Dit moet men alzo verstaan, dat de profeet dezen psalm ten tijde van zijn vluchten voor Saul [naar het meeste gevoelen] gemaakt hebbende, naderhand, als hij koning en de ark in Zion was, gegeven heeft om in Gods huis gezongen te worden. Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.",
     "text1637": "Siet Psal. 4. op vers 1. dit moetmen alsoo verstaen, dat de Propheet dese Psalm ter tijt sijns vluchtens voor Saul (nae het meeste gevoelen) gemaeckt zijnde, naderhant, als hy Coninck, ende de Arke in Zion was, gegeven heeft, om in Godts Huys gesongen te worden.",
     "text2026": "Zie Ps. 4:1 . Dit moet men zo verstaan, dat de profeet deze psalm ten tijde van zijn vluchten voor Saul [naar het meeste gevoelen] gemaakt hebbende, naderhand, als hij koning en de ark in Zion was, gegeven heeft om in Gods huis gezongen te worden. Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Neginoth."
    },
    {
     "marker": "3",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "kinderen van Korach: Dat is, nakomelingen van Korach, wiens oproer en ondergang beschreven wordt, Num. 16 . Deze Korach was een kindskind van Kahath, zoon van Levi. Wie nu onder de Kahathieten opperzangmeester bij Davids tijd in Gods huis geweest is, zie daarvan 1 Kron. 6:33 . 1 Kronieken 6:33 : Dezen nu zijn ze, die daar stonden met hun zonen; van de zonen der Kahathieten, Heman de zanger, de zoon van Joël, den zoon van Samuël,",
     "text1637": "D. nakomelingen van Korah, wiens oproer ende onderganck beschreven wort Num. 16. Dese Korah was een kints kint van Kahat, sone van Levi. wie nu onder de Kahathiten Opper-sang-meester by Davids tijt in Godts Huys geweest zy, siet daer van 1.Chron. 6.33.",
     "text2026": "kinderen van Korach: Dat is, nakomelingen van Korach, wiens oproer en ondergang beschreven wordt, Num. 16 . Deze Korach was een kindskind van Kahath, zoon van Levi. Wie nu onder de Kahathieten opperzangmeester bij Davids tijd in Gods huis geweest is, zie daarvan 1 Kron. 6:33 . 1 Kronieken 6:33 : Deze nu zijn ze, die daar stonden met hun zonen; van de zonen van de Kahathieten, Heman de zanger, de zoon van Joël, de zoon van Samuël,"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "לַ/מְנַצֵּ֗חַ",
     "strongs": "H5329",
     "morph": "HRd/Vprmsa"
    },
    {
     "woord": "מַשְׂכִּ֥יל",
     "strongs": "H4905",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "לִ/בְנֵי",
     "strongs": "H1121",
     "morph": "HR/Ncmpc"
    },
    {
     "woord": "קֹֽרַח",
     "strongs": "H7141",
     "morph": "HNp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Een onderwijzing, voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> opperzangmeester, onder de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> kinderen van Korach.",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Een onderwijzing, voor den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> opperzangmeester, onder de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> kinderen van Korach.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> EEn’ onderwijsinge: voor den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Opper-sang-meester, onder de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> kinderen van Korah.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 2,
   "textSV1888": "Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen, alzo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!",
   "text1637": "Gelijck een [4] hert [5] schreeuwt nae de water-stroomen; alsoo schreeuwt mijne ziele tot u, ô Godt.",
   "text2026": "Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "4",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, hinde; omdat het bijvoegde woord in het Hebr., in het vrouwelijk geslacht gesteld is, hoewel de Hebreën anderzins ook een eigen woord hebben, dat hinde, betekent.",
     "text1637": "Ofte, hinde: om dat het bygevoechde woort in’t Hebreeus in ’t vrouwelick geslachte gestelt is, hoe wel de Hebreen andersins oock een eygen woort hebben, dat een hinde beteeckent.",
     "text2026": "Of, hinde; omdat het bijvoegde woord in het Hebr., in het vrouwelijk geslacht gesteld is, hoewel de Hebreën anderzins ook een eigen woord hebben, dat hinde, betekent."
    },
    {
     "marker": "5",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Het Hebr. woord wordt alleenlijk gevonden hier en in Joël 1:20 , alwaar het den beesten des velds in het algemeen wordt toegeëigend om uit te drukken hun geschreeuw of geroep, dat elk beest op zijne wijze maakt wanneer zij groten dorst hebben en naar water verlangen, uit welke oorzaak de dorst ook mag veroorzaakt wezen, hetzij door gebrek aan water in het algemeen, of door grote hitte wanneer zij gejaagd zijn, enz., gelijk David in zijn ballingschap wel terecht, als het wild, van Saul is omgejaagd, waarin hem nochtans meest verdroot dat hij van den openbaren reinen godsdienst beroofd was, gelijk in het volgende verklaard wordt. Joël 1:20 : Ook schreeuwt elk beest des velds tot U; want de waterstromen zijn uitgedroogd, en een vuur heeft de weiden der woestijn verteerd.",
     "text1637": "Het Hebr. woort wort alleenlick gevonden hier, ende Ioel 1.20. alwaer het den beesten des velts in het gemeyn wort toe-ge-eygent, om uyt te drucken haer geschreeuw, ofte geroep, dat elck beest op sijne wijse maect, wanneerse grooten dorst hebben, ende nae water verlangen, uyt wat oorsake den dorst oock mach wesen veroorsaeckt, het zy door gebreck van water in’t gemeyn, ofte door uytdrooginge der rivieren, ofte door groote hitte, wanneerse gejaegt zijn, etc. gelijck David in sijn ballingschap wel te rechte, als een wilt, van Saul is om-gejaegt, daer in hem nochtans meest verdroot dat hy van den openbaren reynen Godts-dienst berooft was, als in ’t volgende verklaert wort.",
     "text2026": "Het Hebr. woord wordt alleen gevonden hier en in Joël 1:20 , alwaar het de beesten van het veld in het algemeen wordt toegeëigend om uit te drukken hun geschreeuw of geroep, dat elk beest op zijn wijze maakt wanneer zij grote dorst hebben en naar water verlangen, uit welke oorzaak de dorst ook mag veroorzaakt wezen, hetzij door gebrek aan water in het algemeen, of door grote hitte wanneer zij gejaagd zijn, enz., gelijk David in zijn ballingschap wel terecht, als het wild, van Saul is omgejaagd, waarin hem nochtans meest verdroot dat hij van de openbaren reinen godsdienst beroofd was, gelijk in het volgende verklaard wordt. Joël 1:20 : Ook schreeuwt elk beest van het veld tot U; want de waterstromen zijn uitgedroogd, en een vuur heeft de weiden van de woestijn verteerd."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "כְּ/אַיָּ֗ל",
     "strongs": "H354",
     "morph": "HR/Ncbsa"
    },
    {
     "woord": "תַּעֲרֹ֥ג",
     "strongs": "H6165",
     "morph": "HVqi3fs"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "אֲפִֽיקֵי",
     "strongs": "H650",
     "morph": "HNcmpc"
    },
    {
     "woord": "מָ֑יִם",
     "strongs": "H4325",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "כֵּ֤ן",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "נַפְשִׁ֨/י",
     "strongs": "H5315",
     "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "תַעֲרֹ֖ג",
     "strongs": "H6165",
     "morph": "HVqi3fs"
    },
    {
     "woord": "אֵלֶ֣י/ךָ",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהִֽים",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Gelijk een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> hert<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!",
   "textSV1888_html": "Gelijk een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> hert<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> schreeuwt naar de waterstromen, alzo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!",
   "text1637_html": "Gelijck een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> hert <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> schreeuwt nae de water-stroomen; alsoo schreeuwt mijne ziele tot u, ô Godt.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "alzo",
     "new": "zo",
     "principe": "V42"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 3,
   "textSV1888": "Mijn ziel dorst naar God, naar den levenden God; wanneer zal ik ingaan, en voor Gods aangezicht verschijnen?",
   "text1637": "[a] Mijne ziele [6] dorstet nae Godt, nae den levendigen Godt: wanneer sal ick [7] ingaen, ende voor Godts aengesichte verschijnen?",
   "text2026": "Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God; wanneer zal ik ingaan, en voor Gods aangezicht verschijnen?",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "a",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Ps. 63:2 . Psalmen 63:2 : O God! Gij zijt mijn God! ik zoek U in den dageraad; mijn ziel dorst naar U; mijn vlees verlangt naar U, in een land, dor en mat, zonder water.",
     "text1637": "Psal. 63.2.",
     "text2026": "Ps. 63:2 . Psalmen 63:2 : O God! U bent mijn God! ik zoek U in de dageraad; mijn ziel dorst naar U; mijn vlees verlangt naar U, in een land, dor en mat, zonder water."
    },
    {
     "marker": "6",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, verlangt uitermate zeer. Verg. Ps. 63:2 . Jes. 55:1 . Joh. 7:37 . Openb. 22:17 . Psalmen 63:2 : O God! Gij zijt mijn God! ik zoek U in den dageraad; mijn ziel dorst naar U; mijn vlees verlangt naar U, in een land, dor en mat, zonder water. Jesaja 55:1 : O alle gij dorstigen! komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk! Johannes 7:37 : En op den laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Openbaring 22:17 : En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.",
     "text1637": "D. verlangt uytermaten seer. Verg. Psal. 63.2. Ies. 55.1. Ioh. 7.37. Apoc. 22.17.",
     "text2026": "Dat is, verlangt bovenmate zeer. Verg. Ps. 63:2 . Jes. 55:1 . Joh. 7:37 . Openb. 22:17 . Psalmen 63:2 : O God! U bent mijn God! ik zoek U in de dageraad; mijn ziel dorst naar U; mijn vlees verlangt naar U, in een land, dor en mat, zonder water. Jesaja 55:1 : O alle u dorstigen! komt tot de wateren, en u, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk! Johannes 7:37 : En op de laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Openbaring 22:17 : En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water van het leven om niet."
    },
    {
     "marker": "7",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "In het huis des Heeren, waar de openbare godsdienst verricht wordt, en waar de ark des verbonds is, waarop God woont; 2 Sam. 6:2 . 2 Samuël 6:2 : En David maakte zich op, en ging heen met al het volk, dat bij hem was, van Baälim-juda, om van daar op te brengen de ark Gods, bij dewelke de Naam wordt aangeroepen, de Naam van den HEERE der heirscharen, Die daarop woont tussen de cherubim.",
     "text1637": "In ’t Huys des Heeren, daer de openbare Godts-dienst verricht wort, ende daer de Arke des verbonts is, daer op Godt woont, 2.Sam. 6.2.",
     "text2026": "In het huis van de Heer, waar de openbare godsdienst verricht wordt, en waar de ark van het verbond is, waarop God woont; 2 Sam. 6:2 . 2 Samuël 6:2 : En David maakte zich op, en ging heen met al het volk, dat bij hem was, van Baälim-juda, om van daar op te brengen de ark van God, bij die de Naam wordt aangeroepen, de Naam van JAHWEH van de legermachten, Die daarop woont tussen de cherubim."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "צָמְאָ֬ה",
     "strongs": "H6770",
     "morph": "HVqp3fs"
    },
    {
     "woord": "נַפְשִׁ֨/י",
     "strongs": "H5315",
     "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לֵ/אלֹהִים֮",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HR/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "לְ/אֵ֪ל",
     "strongs": "H410",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "חָ֥י",
     "strongs": "H2416",
     "morph": "HAamsa"
    },
    {
     "woord": "מָתַ֥י",
     "strongs": "H4970",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "אָב֑וֹא",
     "strongs": "H935",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "וְ֝/אֵרָאֶ֗ה",
     "strongs": "H7200",
     "morph": "HC/VNi1cs"
    },
    {
     "woord": "פְּנֵ֣י",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HNcbpc"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהִֽים",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpa"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Mijn ziel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> dorst naar God, naar de levende God; wanneer zal ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> ingaan, en voor Gods aangezicht verschijnen?",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Mijn ziel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> dorst naar God, naar den levenden God; wanneer zal ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> ingaan, en voor Gods aangezicht verschijnen?",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Mijne ziele <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> dorstet nae Godt, nae den levendigen Godt: wanneer sal ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> ingaen, ende voor Godts aengesichte verschijnen?",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den levenden",
     "new": "de levende",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 4,
   "textSV1888": "Mijn tranen zijn mij tot spijs dag en nacht; omdat zij den gansen dag tot mij zeggen: Waar is uw God?",
   "text1637": "[b] Mijne tranen zijn my tot [8] spijse dach ende nacht; om dat sy den gantschen dach tot my seggen, [9] waer is uwe Godt?",
   "text2026": "Mijn tranen zijn mij tot voedsel dag en nacht; omdat zij de hele dag tot mij zeggen: Waar is uw God?",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "b",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Ps. 80:6 . Psalmen 80:6 : Gij spijst hen met tranenbrood, en drenkt hen met tranen uit een drieling.",
     "text1637": "Psal. 80.6.",
     "text2026": "Ps. 80:6 . Psalmen 80:6 : U spijst hen met tranenbrood, en drenkt hen met tranen uit een drieling."
    },
    {
     "marker": "8",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebr., לֶחֶם, brood; dat is, ik voed en verzadig mij met tranen, gelijk een ander met spijs. Verg. Ps. 80:6 . Psalmen 80:6 : Gij spijst hen met tranenbrood, en drenkt hen met tranen uit een drieling.",
     "text1637": "Hebr. broot. D. ick voede ende versadige my met tranen, gelijck een ander met spijse. Vergel. Psal. 80.6.",
     "text2026": "Hebr., לֶחֶם, brood; dat is, ik voed en verzadig mij met tranen, gelijk een ander met voedsel. Verg. Ps. 80:6 . Psalmen 80:6 : U spijst hen met tranenbrood, en drenkt hen met tranen uit een drieling."
    },
    {
     "marker": "9",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, waar is nu de hulp van uwen God, op wien gij u verlaten hebt? alzo onder, vers 11 . enz. Psalmen 42:11 : Met een doodsteek in mijn beenderen honen mij mijn wederpartijders, als zij den gansen dag tot mij zeggen: Waar is uw God?",
     "text1637": "D. waer is nu de hulpe van uwen Godt, op welcken ghy u verlaten hebt? alsoo ond. vers 11, etc.",
     "text2026": "Dat is, waar is nu de hulp van uw God, op wie u u verlaten hebt? zo onder, vers 11 . enz. Psalmen 42:11 : Met een doodsteek in mijn beenderen honen mij mijn wederpartijders, als zij de gansen dag tot mij zeggen: Waar is uw God?"
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "הָֽיְתָה",
     "strongs": "H1961",
     "morph": "HVqp3fs"
    },
    {
     "woord": "לִּ֬/י",
     "strongs": "",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "דִמְעָתִ֣/י",
     "strongs": "H1832",
     "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לֶ֭חֶם",
     "strongs": "H3899",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "יוֹמָ֣ם",
     "strongs": "H3119",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "וָ/לָ֑יְלָה",
     "strongs": "H3915",
     "morph": "HC/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "בֶּ/אֱמֹ֥ר",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc"
    },
    {
     "woord": "אֵלַ֥/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ֝/יּ֗וֹם",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אַיֵּ֥ה",
     "strongs": "H346",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהֶֽי/ךָ",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Mijn tranen zijn mij tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> voedsel dag en nacht; omdat zij de hele dag tot mij zeggen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Waar is uw God?",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Mijn tranen zijn mij tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> spijs dag en nacht; omdat zij den gansen dag tot mij zeggen:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Waar is uw God?",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Mijne tranen zijn my tot <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> spijse dach ende nacht; om dat sy den gantschen dach tot my seggen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> waer is uwe Godt?",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "spijs",
     "new": "voedsel",
     "principe": "V526"
    },
    {
     "old": "den gansen",
     "new": "de hele",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 5,
   "textSV1888": "Ik gedenk daaraan, en stort mijn ziel uit in mij, omdat ik placht heen te gaan onder de schare, en met hen te treden naar Gods huis, met een stem van vreugdegezang en lof, onder de feesthoudende menigte.",
   "text1637": "Ick gedencke daer aen, ende storte mijne ziele uyt [10] in my: om dat ick plach henen te gaen onder de schare, [ende] met hen [11] te treden nae Godes huys, met eene stemme van vreuchden-gesanck, ende lof, [onder] de Feest-houdende menichte.",
   "text2026": "Ik gedenk daaraan, en stort mijn ziel uit in mij, omdat ik was gewend heen te gaan onder de menigte, en met hen te treden naar Gods huis, met een stem van vreugdegezang en lof, onder de feesthoudende menigte.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "10",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "in mij: Of, bij mijzelven; dat is, ik verga, bezwijk, mijne krachten begeven mij, mijn hart smelt weg, breekt mij [gelijk men zegt] van verdriet. Verg. Job 30:16 . Klaagl. 2:12 . Anders wordt door de uitstorting des harten ook verstaan de uitting van alle gedachten en begeerte door het gebed, gelijk 1 Sam. 1:15 . Ps. 62:9 . Job 30:16 : Daarom stort zich nu mijn ziel in mij uit; de dagen des druks grijpen mij aan. Klaagliederen 2:12 : Lamed. Als zij tot hun moeders zeggen: Waar is koren en wijn, als zij op de straten der stad in onmacht zinken, als de verslagenen; als zich hun ziel uitschudt in den schoot hunner moeders. 1 Samuël 1:15 : Doch Hanna antwoordde en zeide: Neen, mijn heer! ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterken drank gedronken; maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des HEEREN. Psalmen 62:9 : Vertrouw op Hem te aller tijd, o gij volk! Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht. Sela.",
     "text1637": "Ofte, by my selven. dat is, ick vergae, beswijcke, mijne krachten begeven my, mijn herte smelt wech, breeckt my (alsmen seyt) van verdriet. Vergel. Iob 30.16. Thren. 2.12. And. wort door de uytstortinge des herten, oock verstaen de uyteringe aller gedachten, ende begeerten door’t gebedt, als 1.Sam. 1.15. Psal. 62.9.",
     "text2026": "in mij: Of, bij mijzelf; dat is, ik verga, bezwijk, mijn krachten begeven mij, mijn hart smelt weg, breekt mij [gelijk men zegt] van verdriet. Verg. Job 30:16 . Klaagl. 2:12 . Anders wordt door de uitstorting van de harten ook verstaan de uitting van alle gedachten en begeerte door het gebed, gelijk 1 Sam. 1:15 . Ps. 62:9 . Job 30:16 : Daarom stort zich nu mijn ziel in mij uit; de dagen van de druks grijpen mij aan. Klaagliederen 2:12 : Lamed. Als zij tot hun moeders zeggen: Waar is koren en wijn, als zij op de straten van de stad in onmacht zinken, als de verslagenen; als zich hun ziel uitschudt in de schoot hun moeders. 1 Samuël 1:15 : Maar Hanna antwoordde en zei: Nee, mijn heer! ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterken drank gedronken; maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht van JAHWEH. Psalmen 62:9 : Vertrouw op Hem te van alle tijd, o u volk! Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht. Sela."
    },
    {
     "marker": "11",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "te treden: Of, zediglijk, statiglijk, zachtjes treden. Het Hebr. woord wordt alleenlijk hier en in Jes. 38:15 . gevonden, betekenende, naar het meeste gevoelen, hetgeen hier gesteld is. Anders wakker heen te treden. Jesaja 38:15 : Wat zal ik spreken? Gelijk Hij het mij heeft toegezegd, alzo heeft Hij het gedaan; ik zal nu al zoetjes voorttreden al mijn jaren, vanwege de bitterheid mijner ziel.",
     "text1637": "Ofte, zedichlick, statelick, sachtkens treden. Het Hebr. woort wort alleenlick hier ende Ies. 38.15. gevonden, beteeckenende nae’t meeste gevoelen, ’t gene hier gestelt is. and. wacker henen te treden.",
     "text2026": "te treden: Of, zediglijk, statiglijk, zachtjes treden. Het Hebr. woord wordt alleen hier en in Jes. 38:15 . gevonden, betekenende, naar het meeste gevoelen, wat hier gesteld is. Anders wakker heen te treden. Jesaja 38:15 : Wat zal ik spreken? Gelijk Hij het mij heeft toegezegd, zo heeft Hij het gedaan; ik zal nu al zoetjes voorttreden al mijn jaren, vanwege de bitterheid mijn ziel."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אֵ֤לֶּה",
     "strongs": "H428",
     "morph": "HPdxcp"
    },
    {
     "woord": "אֶזְכְּרָ֨ה",
     "strongs": "H2142",
     "morph": "HVqh1cs"
    },
    {
     "woord": "וְ/אֶשְׁפְּכָ֬ה",
     "strongs": "H8210",
     "morph": "HC/Vqh1cs"
    },
    {
     "woord": "עָלַ֨/י",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "נַפְשִׁ֗/י",
     "strongs": "H5315",
     "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "כִּ֤י",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "אֶֽעֱבֹ֨ר",
     "strongs": "H5674",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "בַּ/סָּךְ֮",
     "strongs": "H5519",
     "morph": "HRd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אֶדַּדֵּ֗/ם",
     "strongs": "H1718",
     "morph": "HVti1cs/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "עַד",
     "strongs": "H5704",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "בֵּ֥ית",
     "strongs": "H1004",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹ֫הִ֥ים",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpa"
    },
    {
     "woord": "בְּ/קוֹל",
     "strongs": "H6963",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "רִנָּ֥ה",
     "strongs": "H7440",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "וְ/תוֹדָ֗ה",
     "strongs": "H8426",
     "morph": "HC/Ncfsa"
    },
    {
     "woord": "הָמ֥וֹן",
     "strongs": "H1995",
     "morph": "HNcmsa"
    },
    {
     "woord": "חוֹגֵֽג",
     "strongs": "H2287",
     "morph": "HVqrmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Ik gedenk daaraan, en stort mijn ziel uit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> in mij, omdat ik was gewend heen te gaan onder de menigte, en met hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> te treden naar Gods huis, met een stem van vreugdegezang en lof, onder de feesthoudende menigte.",
   "textSV1888_html": "Ik gedenk daaraan, en stort mijn ziel uit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> in mij, omdat ik placht heen te gaan onder de schare, en met hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> te treden naar Gods huis, met een stem van vreugdegezang en lof, onder de feesthoudende menigte.",
   "text1637_html": "Ick gedencke daer aen, ende storte mijne ziele uyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> in my: om dat ick plach henen te gaen onder de schare, [ende] met hen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> te treden nae Godes huys, met eene stemme van vreuchden-gesanck, ende lof, [onder] de Feest-houdende menichte.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "placht",
     "new": "was gewend",
     "principe": "V392"
    },
    {
     "old": "schare,",
     "new": "menigte,",
     "principe": "V234"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 6,
   "textSV1888": "Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en zijt onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven voor de verlossingen Zijns aangezichts.",
   "text1637": "[c] Wat [12] buycht ghy u neder, ô mijne ziele, ende zijt onrustich in my? hoopt op Godt, want ick sal hem noch loven, [13] voor de verlossingen sijns [14] aengesichts.",
   "text2026": "Wat buigt u zich neer, o mijn ziel! en bent onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven voor de verlossingen van Zijn aangezicht.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "c",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Ps. 43:5 . Psalmen 43:5 : Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.",
     "text1637": "Psal. 43.5.",
     "text2026": "Ps. 43:5 . Psalmen 43:5 : Wat buigt u u neder, o mijn ziel! en wat bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God."
    },
    {
     "marker": "12",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, zijt nedergebogen. Hier beschrijft David zijn geestelijken strijd, dien hij in zijn kruis gehad heeft.",
     "text1637": "Ofte, zijt neder-gebogen. hier beschrijft David sijnen geestelicken inwendigen strijt, dien hy in dit sijn kruys gehadt heeft.",
     "text2026": "Of, zijt nedergebogen. Hier beschrijft David zijn geestelijken strijd, die hij in zijn kruis gehad heeft."
    },
    {
     "marker": "13",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "loven voor de: Of, ik zal Hem nog loven, zijn aangezicht, [dat is, zijn genadige tegenwoordigheid] [is] een gewisse, of menigvuldige behoudenis.",
     "text1637": "Ofte, ick sal hem noch loven: sijn aengesicht. (dat is, sijne genadige tegenwoordicheyt) [is] eene gewisse, ofte, menichvuldige behoudenisse.",
     "text2026": "loven voor de: Of, ik zal Hem nog loven, zijn aangezicht, [dat is, zijn genadige aanwezigheid] [is] een gewisse, of menigvuldige behoudenis."
    },
    {
     "marker": "14",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, die van zijn genadige tegenwoordigheid zullen voortkomen, die Hij volgens zijn woord aan mij bewijzen zal.",
     "text1637": "D. die van sijne genadige tegenwoordicheyt sullen voortkomen, die hy noch volgens sijn woort aen my bewijsen sal.",
     "text2026": "Dat is, die van zijn genadige aanwezigheid zullen voortkomen, die Hij volgens zijn woord aan mij bewijzen zal."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "מַה",
     "strongs": "H4100",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "תִּשְׁתּ֬וֹחֲחִ֨י",
     "strongs": "H7817",
     "morph": "HVri2fs"
    },
    {
     "woord": "נַפְשִׁ/י֮",
     "strongs": "H5315",
     "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "וַ/תֶּהֱמִ֪י",
     "strongs": "H1993",
     "morph": "HC/Vqw2fs"
    },
    {
     "woord": "עָ֫לָ֥/י",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "הוֹחִ֣ילִי",
     "strongs": "H3176",
     "morph": "HVhv2fs"
    },
    {
     "woord": "לֵֽ֭/אלֹהִים",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HR/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "כִּי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "ע֥וֹד",
     "strongs": "H5750",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אוֹדֶ֗/נּוּ",
     "strongs": "H3034",
     "morph": "HVhi1cs/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְשׁוּע֥וֹת",
     "strongs": "H3444",
     "morph": "HNcfpc"
    },
    {
     "woord": "פָּנָֽי/ו",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HNcbpc/Sp3ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Wat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> buigt u zich neer, o mijn ziel! en bent onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> voor de verlossingen van Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> aangezicht.",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Wat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> buigt gij u neder, o mijn ziel! en zijt onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> voor de verlossingen Zijns<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> aangezichts.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Wat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> buycht ghy u neder, ô mijne ziele, ende zijt onrustich in my? hoopt op Godt, want ick sal hem noch loven, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> voor de verlossingen sijns <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> aengesichts.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "gij",
     "new": "",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "neder,",
     "new": "zich neer,",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "zijt",
     "new": "bent",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "Zijns aangezichts.",
     "new": "van Zijn aangezicht.",
     "principe": "V201"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 7,
   "textSV1888": "O mijn God! mijn ziel buigt zich neder in mij, daarom gedenk ik Uwer uit het land van de Jordaan, en Hermon, uit het klein gebergte.",
   "text1637": "ô Mijn Godt, mijne ziele buycht haer neder in my, daer om gedencke ick uwer uyt het lant der [15] Iordane, ende [16] Hermonim uyt het [17] kleyn geberchte.",
   "text2026": "O mijn God! mijn ziel buigt zich neer in mij, daarom gedenk ik aan U uit het land van de Jordaan, en Hermon, uit het klein gebergte.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "15",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Sommigen verstaan dat David hier ziet op drie landpalen van Kanaän, willende zeggen, waarheen hij ook zou mogen gejagen worden, dat hij niettemin God overal gedenkt en tot Hem toevlucht neemt, hetzij in het oosten van Kanaän, waar de Jordaan is, hetzij in het noorden, waar de bergen Libanon en Hermon zijn, hetzij in het zuiden, waar Juda met kleine bergen, als de noordelijke zijde, besloten is. Ondertussen kan dit ook een reden zijn van zijn verslagenheid, dat hij inplaats van den godsdienst bij te wonene, [gelijk hij tevoren gewoon was te doen] aldus moet omzwerven in de uiterste palen van Israël. Waarom sommigen dit overzetten: omdat ik Uwer gedenke.",
     "text1637": "Sommige verstaen dat David hier siet op drie lantpalen van Canaan, willende seggen, waer henen hy oock soude mogen gejaecht worden, dat hy niet te min Godes over al gedencke, ende tot hem toevlucht neme, ’t zy in’t oosten van Canaan, daer de Iordane is, ’t zy in’t noorden, daer de bergen Libanus ende Hermon zijn, ’t zy in’t zuyden, daer Iuda met kleyner bergen, als de noortsche zijde, beslooten is. Ondertusschen kan dit oock een reden zijn sijner verslagentheyt, dat hy in plaetse van den Godts-dienst by te woonen, (gelijck hy te voren gewoon was te doen) aldus moet omswerven in de uyterste palen van Israel. daerom sommige dit oversetten, om dat ick uwer gedencke.",
     "text2026": "Sommigen verstaan dat David hier ziet op drie gebied van Kanaän, willende zeggen, waarheen hij ook zou mogen gejagen worden, dat hij niettemin God overal gedenkt en tot Hem toevlucht neemt, hetzij in het oosten van Kanaän, waar de Jordaan is, hetzij in het noorden, waar de bergen Libanon en Hermon zijn, hetzij in het zuiden, waar Juda met kleine bergen, als de noordelijke zijde, besloten is. Ondertussen kan dit ook een reden zijn van zijn verslagenheid, dat hij inplaats van de godsdienst bij te wonene, [gelijk hij tevoren gewoon was te doen] aldus moet omzwerven in de uiterste palen van Israël. Waarom sommigen dit overzetten: omdat ik Uw gedenke."
    },
    {
     "marker": "16",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Dat is, de bergen Hermons, of der Hermonieten; dat is, die aan dat gebergte wonen. Zie van Hermon Deut. 3:8 . Deuteronomium 3:8 : Zo namen wij te dier tijd het land uit de hand van de twee koningen der Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan waren, van de beek Arnon tot den berg Hermon toe;",
     "text1637": "D. de bergen Hermons, ofte, der Hermoniten, dat is, die aen dat geberchte woonen. Siet van Hermon Deut. 3.8.",
     "text2026": "Dat is, de bergen Hermons, of van de Hermonieten; dat is, die aan dat gebergte wonen. Zie van Hermon Deut. 3:8 . Deuteronomium 3:8 : Zo namen wij in die tijd het land uit de hand van de twee koningen van de Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan waren, van de beek Arnon tot de berg Hermon toe;"
    },
    {
     "marker": "17",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "klein gebergte: Anders, uit het gebergte Mitsar, houdende dit voor een eigen naam van zeker gebergte.",
     "text1637": "And. uyt het geberchte Mitsar, houdende dit voor eenen eygenen naem van seker geberchte.",
     "text2026": "klein gebergte: Anders, uit het gebergte Mitsar, houdende dit voor een eigen naam van zeker gebergte."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אֱֽלֹהַ֗/י",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "עָלַ/י֮",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "נַפְשִׁ֪/י",
     "strongs": "H5315",
     "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "תִשְׁתּ֫וֹחָ֥ח",
     "strongs": "H7817",
     "morph": "HVri3fs"
    },
    {
     "woord": "עַל",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "כֵּ֗ן",
     "strongs": "H3651",
     "morph": "HTm"
    },
    {
     "woord": "אֶ֭זְכָּרְ/ךָ",
     "strongs": "H2142",
     "morph": "HVqi1cs/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "מֵ/אֶ֣רֶץ",
     "strongs": "H776",
     "morph": "HR/Ncbsc"
    },
    {
     "woord": "יַרְדֵּ֑ן",
     "strongs": "H3383",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "וְ֝/חֶרְמוֹנִ֗ים",
     "strongs": "H2769",
     "morph": "HC/Np"
    },
    {
     "woord": "מֵ/הַ֥ר",
     "strongs": "H2022",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "מִצְעָֽר",
     "strongs": "H4706",
     "morph": "HNcmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "O mijn God! mijn ziel buigt zich neer in mij, daarom gedenk ik aan U uit het land van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> de Jordaan, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Hermon, uit het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> klein gebergte.",
   "textSV1888_html": "O mijn God! mijn ziel buigt zich neder in mij, daarom gedenk ik Uwer uit het land van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> de Jordaan, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Hermon, uit het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> klein gebergte.",
   "text1637_html": "ô Mijn Godt, mijne ziele buycht haer neder in my, daer om gedencke ick uwer uyt het lant der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Iordane, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> Hermonim uyt het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> kleyn geberchte.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "neder",
     "new": "neer",
     "principe": "V354"
    },
    {
     "old": "Uwer",
     "new": "aan U",
     "principe": "N7"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 8,
   "textSV1888": "De afgrond roept tot den afgrond, bij het gedruis Uwer watergoten; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengegaan.",
   "text1637": "[18] D’afgront roept tot den afgront, by’t [19] gedruys uwer [20] water-goten: alle uwe baren ende uwe golven zijn over my henen gegaen.",
   "text2026": "De afgrond roept tot de afgrond, bij het geluid van Uw watergoten; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengegaan.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "18",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "De afgrond: Of, afgrond aan afgrond roept; dat is, de ene afgrond volgt op den anderen; het ene gevaar is niet over, of het andere komt er op. De profeet wil zeggen dat hem God zoveel lijden toezendt, dat hij als een, die bij groot onweder in een onstuimige en verbolgen zee vaart, waar het niet anders schijnt dan alsof hij slag op slag van de hoogte in den afgrond zal nederzinken. Verg. Ps. 107:24 , 107:25 , 107:26 . enz. Psalmen 107:24 : Die zien de werken des HEEREN, en Zijn wonderwerken in de diepte. Psalmen 107:25 : Als Hij spreekt, zo doet Hij een stormwind opstaan, die haar golven omhoog verheft. Psalmen 107:26 : Zij rijzen op naar den hemel; zij dalen neder tot in de afgronden; hun ziel versmelt van angst.",
     "text1637": "Ofte, afgront aen afgront roept. dat is, d’een afgrondt volcht op den anderen: ’t een perijckel is niet over, of het ander komter op. De Prophete wil seggen, dat hem Godt soo veel lijdens toesendt, dat hy is als een, die by groot onweder in eene onstuymige ende verbolgene zee vaert, daer’t niet anders schijnt, als of hy slach op slach van de hoochte in den afgront sal nedersincken. Vergel. Psal. 107.24, 25, 26, etc.",
     "text2026": "De afgrond: Of, afgrond aan afgrond roept; dat is, de één afgrond volgt op de anderen; het een gevaar is niet over, of het andere komt er op. De profeet wil zeggen dat hem God zoveel lijden toezendt, dat hij als een, die bij groot onweer in een onstuimige en toornig zee vaart, waar het niet anders schijnt dan alsof hij slag op slag van de hoogte in de afgrond zal nederzinken. Verg. Ps. 107:24 , 107:25 , 107:26 . enz. Psalmen 107:24 : Die zien de werken van JAHWEH, en Zijn wonderwerken in de diepte. Psalmen 107:25 : Als Hij spreekt, zo doet Hij een stormwind opstaan, die haar golven omhoog verheft. Psalmen 107:26 : Zij rijzen op naar de hemel; zij dalen neder tot in de afgronden; hun ziel versmelt van angst."
    },
    {
     "marker": "19",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Hebr., קוֹל, eigenlijk stem; maar het Hebr. woord wordt van allerlei geluid gebruikt.",
     "text1637": "Hebr. eygentlick, stemme: maer het hebreeusch woort wort van allerley geluyt gebruyckt.",
     "text2026": "Hebr., קוֹל, eigenlijk stem; maar het Hebr. woord wordt van allerlei geluid gebruikt."
    },
    {
     "marker": "20",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Versta, geweldigen regen, die van den wind gedreven zijnde, zulks een gedruis en bruisen maakt als sterk lopende wateren, die door kanalen of sluizen van de hoogte in de laagte nederstorten.",
     "text1637": "Verst. geweldigen regen, die van den wint gedreven zijnde, sulcken gedruys ende bruysen maeckt, als sterckloopende wateren, die door canalen ofte sluysen van de hoochte in de leechte nederstorten.",
     "text2026": "Versta, geweldigen regen, die van de wind gedreven zijnde, zulks een gedruis en bruisen maakt als sterk lopende wateren, die door kanalen of sluizen van de hoogte in de laagte nederstorten."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "תְּהֽוֹם",
     "strongs": "H8415",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "אֶל",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR"
    },
    {
     "woord": "תְּה֣וֹם",
     "strongs": "H8415",
     "morph": "HNcbsa"
    },
    {
     "woord": "ק֭וֹרֵא",
     "strongs": "H7121",
     "morph": "HVqrmsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/ק֣וֹל",
     "strongs": "H6963",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "צִנּוֹרֶ֑י/ךָ",
     "strongs": "H6794",
     "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "כָּֽל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "מִשְׁבָּרֶ֥י/ךָ",
     "strongs": "H4867",
     "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "וְ֝/גַלֶּ֗י/ךָ",
     "strongs": "H1530",
     "morph": "HC/Ncmpc/Sp2ms"
    },
    {
     "woord": "עָלַ֥/י",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "עָבָֽרוּ",
     "strongs": "H5674",
     "morph": "HVqp3cp"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> De afgrond roept tot de afgrond, bij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> het geluid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> van Uw watergoten; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengegaan.",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> De afgrond roept tot den afgrond, bij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> het gedruis Uwer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> watergoten; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengegaan.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> D’afgront roept tot den afgront, by’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> gedruys uwer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> water-goten: alle uwe baren ende uwe golven zijn over my henen gegaen.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "Uwer",
     "new": "van Uw",
     "principe": "N7"
    },
    {
     "old": "gedruis",
     "new": "geluid",
     "principe": "V908"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 9,
   "textSV1888": "Maar de HEERE zal des daags Zijn goedertierenheid gebieden, en des nachts zal Zijn lied bij mij zijn; het gebed tot den God mijns levens.",
   "text1637": "[21] [Maer] de HEERE sal des daechs sijne goedertierenheyt [22] gebieden, ende des nachts sal [23] sijn liedt by my zijn; het gebedt tot den Godt [24] mijns levens.",
   "text2026": "Maar JAHWEH zal overdag Zijn goedertierenheid gebieden, en in de nacht zal Zijn lied bij mij zijn; het gebed tot de God van mijn leven.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "21",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Maar : Alsof hij zeide: Dit is het alleen; dat mij dag en nacht behoudt; zonder dat ware ik een verloren man.",
     "text1637": "Als of hy seyde: dit ist alleen, dat my by dage en by nachte behoudt, sonder dat ware ick een verloren man.",
     "text2026": "Maar : Alsof hij zei: Dit is het alleen; dat mij dag en nacht behoudt; zonder dat ware ik een verloren man."
    },
    {
     "marker": "22",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zie van deze manier van spreken Lev. 25:21 . en verg. Ps. 44:5 . Leviticus 25:21 : Zo zal Ik Mijn zegen gebieden over u in het zesde jaar, dat het de inkomst voor drie jaren zal voortbrengen. Psalmen 44:5 : Gij Zelf zijt mijn Koning, o God! gebied de verlossingen Jakobs.",
     "text1637": "Siet van dese maniere van spreken Lev. 25. op vers 21. ende vergel. Psal. 44.5.",
     "text2026": "Zie van deze manier van spreken Lev. 25:21 . en verg. Ps. 44:5 . Leviticus 25:21 : Zo zal Ik Mijn zegen gebieden over u in het zesde jaar, dat het de inkomst voor drie jaren zal voortbrengen. Psalmen 44:5 : U Zelf bent mijn Koning, o God! gebied de verlossingen Jakobs."
    },
    {
     "marker": "23",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Zijn lied: Dat is, van Hem, die mij altoos oorzaak geeft om Hem te danken en te bidden. Verg. Job 35:10 . Jes. 30:29 . Job 35:10 : Maar niemand zegt: Waar is God, mijn Maker, die de psalmen geeft in den nacht? Jesaja 30:29 : Er zal een lofzang bij ulieden zijn, gelijk in den nacht, wanneer het feest geheiligd wordt; en blijdschap des harten, gelijk van een, die met pijpen wandelt, om te komen tot den berg des HEEREN, tot den Rotssteen van Israël.",
     "text1637": "Dat is, van hem, die my altoos oorsake geeft om hem te dancken, ende te bidden. Vergel. Iob 35.10. Iesa. 30.29.",
     "text2026": "Zijn lied: Dat is, van Hem, die mij altijd oorzaak geeft om Hem te danken en te bidden. Verg. Job 35:10 . Jes. 30:29 . Job 35:10 : Maar niemand zegt: Waar is God, mijn Maker, die de psalmen geeft in de nacht? Jesaja 30:29 : Er zal een lofzang bij u zijn, gelijk in de nacht, wanneer het feest geheiligd wordt; en blijdschap van de harten, gelijk van een, die met pijpen wandelt, om te komen tot de berg van JAHWEH, tot de Rotssteen van Israël."
    },
    {
     "marker": "24",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "mijns levens: Dat is, die mij wonderbaarlijk bij het leven houdt en in alle gevaren bewaart.",
     "text1637": "D. die my wonderbaerlick by ’t leven hout, ende in alle perijckelen bewaert.",
     "text2026": "mijns levens: Dat is, die mij wonderbaarlijk bij het leven houdt en in alle gevaren bewaart."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "יוֹמָ֤ם",
     "strongs": "H3119",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "יְצַוֶּ֬ה",
     "strongs": "H6680",
     "morph": "HVpi3ms"
    },
    {
     "woord": "יְהוָ֨ה",
     "strongs": "H3068",
     "morph": "HNp"
    },
    {
     "woord": "חַסְדּ֗/וֹ",
     "strongs": "H2617",
     "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "וּ֭/בַ/לַּיְלָה",
     "strongs": "H3915",
     "morph": "HC/Rd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "שיר/ה",
     "strongs": "H7892",
     "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "עִמִּ֑/י",
     "strongs": "H5973",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "תְּ֝פִלָּ֗ה",
     "strongs": "H8605",
     "morph": "HNcfsa"
    },
    {
     "woord": "לְ/אֵ֣ל",
     "strongs": "H410",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "חַיָּֽ/י",
     "strongs": "H2416",
     "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
    }
   ],
   "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Maar JAHWEH zal overdag Zijn goedertierenheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> gebieden, en in de nacht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> zal Zijn lied bij mij zijn; het gebed tot de God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> van mijn leven.",
   "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Maar de HEERE zal des daags Zijn goedertierenheid<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> gebieden, en des nachts zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Zijn lied bij mij zijn; het gebed tot den God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> mijns levens.",
   "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> [Maer] de HEERE sal des daechs sijne goedertierenheyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> gebieden, ende des nachts sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> sijn liedt by my zijn; het gebedt tot den Godt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> mijns levens.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "de HEERE",
     "new": "JAHWEH",
     "principe": "G1"
    },
    {
     "old": "des daags",
     "new": "overdag",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "des nachts",
     "new": "in de nacht",
     "principe": "N3"
    },
    {
     "old": "den",
     "new": "de",
     "principe": "N1"
    },
    {
     "old": "mijns levens.",
     "new": "van mijn leven.",
     "principe": "V213"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 10,
   "textSV1888": "Ik zal zeggen tot God: Mijn Steenrots! waarom vergeet Gij mij? Waarom ga ik in het zwart, vanwege des vijands onderdrukking?",
   "text1637": "Ick sal seggen tot Godt, [25] Mijne steen-rotzse, waerom [26] vergeet ghy my? waerom gae ick [d] [27] in’t swart, van wegen des vyants onderdruckinge?",
   "text2026": "Ik zal zeggen tot God: Mijn Steenrots! waarom vergeet U mij? Waarom ga ik in het zwart, vanwege de onderdrukking van de vijand?",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "25",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Mijn Steenrots: Dat is, bij God, die mijn steenrots [dat is, toevlucht en bescherming] is, zal ik deze vrijheid gebruiken, dat ik Hem aldus klagelijk aanspreek.",
     "text1637": "D. by Godt, die mijne steenrotze (dat is, toevlucht ende bescherminge) is, sal ick dese vryicheyt gebruycken, dat ick hem aldus klaechlick aenspreke.",
     "text2026": "Mijn Steenrots: Dat is, bij God, die mijn steenrots [dat is, toevlucht en bescherming] is, zal ik deze vrijheid gebruiken, dat ik Hem aldus klagelijk aanspreek."
    },
    {
     "marker": "26",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Uit de voorgaande woorden van geloof blijkt dat dit geen woorden van ongeloof zijn, maar dezen zin hebben: dewijl ik geloof dat Gij mijn sterkte zijt, waarom zoudt Gij mij dan vergeten? dat is, uwe hulp opschorten alsof Gij mij hadt vergeten. Verg. Ps. 43:2 . Gen. 8:1 . Psalmen 43:2 : Want Gij zijt de God mijner sterkte; waarom verstoot Gij mij dan? Waarom ga ik steeds in het zwart, vanwege des vijands onderdrukking? Genesis 8:1 : En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil.",
     "text1637": "Uyt de voorgaende woorden van geloove, blijckt dat dit geen woorden van ongeloove zijn, maer desen sin hebben: dewijl ick geloove dat ghy mijne sterckte zijt, waerom soudt ghy my dan vergeten? dat is, uwe hulpe opschorten, als of ghy my hadt vergeten. Vergel. Psal. 43.2. ende Genes. 8. op vers 1.",
     "text2026": "Uit de voorgaande woorden van geloof blijkt dat dit geen woorden van ongeloof zijn, maar deze zin hebben: omdat ik geloof dat U mijn sterkte bent, waarom zoudt U mij dan vergeten? dat is, uw hulp opschorten alsof U mij hadt vergeten. Verg. Ps. 43:2 . Gen. 8:1 . Psalmen 43:2 : Want U bent de God mijn sterkte; waarom verstoot U mij dan? Waarom ga ik steeds in het zwart, vanwege de onderdrukking van de vijand? Genesis 8:1 : En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil."
    },
    {
     "marker": "d",
     "type": "crossref",
     "textSV1888": "Ps. 35:14 ; Ps. 38:7 ; Ps. 43:2 . Psalmen 35:14 : Ik ging steeds, alsof het een vriend, alsof het mij een broeder geweest ware; ik ging gebukt in het zwart, als een, die over zijn moeder treurt. Psalmen 38:7 : Ik ben krom geworden, ik ben uitermate zeer nedergebogen; ik ga den gansen dag in het zwart. Psalmen 43:2 : Want Gij zijt de God mijner sterkte; waarom verstoot Gij mij dan? Waarom ga ik steeds in het zwart, vanwege des vijands onderdrukking?",
     "text1637": "Psal. 35.14. ende 38.7. ende 43.2.",
     "text2026": "Ps. 35:14 ; Ps. 38:7 ; Ps. 43:2 . Psalmen 35:14 : Ik ging steeds, alsof het een vriend, alsof het mij een broer geweest was; ik ging gebukt in het zwart, als een, die over zijn moeder treurt. Psalmen 38:7 : Ik ben krom geworden, ik ben bovenmate zeer nedergebogen; ik ga de gansen dag in het zwart. Psalmen 43:2 : Want U bent de God mijn sterkte; waarom verstoot U mij dan? Waarom ga ik steeds in het zwart, vanwege de onderdrukking van de vijand?"
    },
    {
     "marker": "27",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "in het zwart: Zie Ps. 35:14 . Psalmen 35:14 : Ik ging steeds, alsof het een vriend, alsof het mij een broeder geweest ware; ik ging gebukt in het zwart, als een, die over zijn moeder treurt.",
     "text1637": "Siet bov. Psal. 35. op vers 14.",
     "text2026": "in het zwart: Zie Ps. 35:14 . Psalmen 35:14 : Ik ging steeds, alsof het een vriend, alsof het mij een broer geweest was; ik ging gebukt in het zwart, als een, die over zijn moeder treurt."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "אוֹמְרָ֤ה",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HVqh1cs"
    },
    {
     "woord": "לְ/אֵ֥ל",
     "strongs": "H410",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "סַלְעִ/י֮",
     "strongs": "H5553",
     "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לָ/מָ֪ה",
     "strongs": "H4100",
     "morph": "HR/Ti"
    },
    {
     "woord": "שְׁכַ֫חְתָּ֥/נִי",
     "strongs": "H7911",
     "morph": "HVqp2ms/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "לָֽ/מָּה",
     "strongs": "H4100",
     "morph": "HR/Ti"
    },
    {
     "woord": "קֹדֵ֥ר",
     "strongs": "H6937",
     "morph": "HVqrmsa"
    },
    {
     "woord": "אֵלֵ֗ךְ",
     "strongs": "H3212",
     "morph": "HVqi1cs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/לַ֣חַץ",
     "strongs": "H3906",
     "morph": "HR/Ncmsc"
    },
    {
     "woord": "אוֹיֵֽב",
     "strongs": "H341",
     "morph": "HVqrmsa"
    }
   ],
   "text2026_html": "Ik zal zeggen tot God:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Mijn Steenrots! waarom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> vergeet U mij? Waarom ga ik in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> het zwart, vanwege de onderdrukking van de vijand?",
   "textSV1888_html": "Ik zal zeggen tot God:<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Mijn Steenrots! waarom<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> vergeet Gij mij? Waarom ga ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> in het zwart, vanwege des vijands onderdrukking?",
   "text1637_html": "Ick sal seggen tot Godt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Mijne steen-rotzse, waerom <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> vergeet ghy my? waerom gae ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> in’t swart, van wegen des vyants onderdruckinge?",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "Gij",
     "new": "U",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "des vijands onderdrukking?",
     "new": "de onderdrukking van de vijand?",
     "principe": "N3"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 11,
   "textSV1888": "Met een doodsteek in mijn beenderen honen mij mijn wederpartijders, als zij den gansen dag tot mij zeggen: Waar is uw God?",
   "text1637": "Met eene [28] dootsteke in mijne beenderen hoonen my mijne wederpartijders: als sy den gantschen dach tot my seggen, Waer is uwe Godt?",
   "text2026": "Met een doodsteek in mijn beenderen honen mij mijn tegenstanders, als zij de hele dag tot mij zeggen: Waar is uw God?",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "28",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "Of, zwaard, moordpriem. Hebr. doding, en voorts [omdat zij instrumenten zijn, waarmede iemand gedood wordt] een zwaard, moordpriem, enz. Hij wil zeggen dat hem zulks zo wee doet, alsof zij hem met een zwaard of moordpriem doorstaken of in zijn hart staken. Want de beenderen worden alzo voor het lichaam, het binneste en de vastigheid, sterkte, vermogen en gezondheid des mensen genomen. Zie Job 7:15 . Ps. 35:10 . Job 7:15 : Zodat mijn ziel de verworging kiest; den dood meer dan mijn beenderen. Psalmen 35:10 : Al mijn beenderen zullen zeggen: HEERE, wie is U gelijk! U, Die den ellendige redt van dien, die sterker is dan hij, en den ellendige en nooddruftige van zijn berover.",
     "text1637": "Ofte, sweert, moort-priem, Hebr. doodinge, ende voorts (om datse instrumenten zijn, waer mede yemandt gedoot wort) een sweert, moort-priem, etc. hy wil seggen, dat hem sulcks soo wee doet, als offe hem met een sweert ofte moortpriem doorstaken, ofte in sijn herte staken. want de beenderen alsoo voor’t lichaem, het binnenste, ende de vasticheyt, sterckte, vermogen, ende gesontheyt des menschen genomen worden. siet Iob 7. op vers 15. ende Psal. 35. op vers 10.",
     "text2026": "Of, zwaard, moordpriem. Hebr. doding, en verder [omdat zij instrumenten zijn, waarmee iemand gedood wordt] een zwaard, moordpriem, enz. Hij wil zeggen dat hem zulks zo wee doet, alsof zij hem met een zwaard of moordpriem doorstaken of in zijn hart staken. Want de beenderen worden zo voor het lichaam, het binneste en de vastheid, sterkte, vermogen en gezondheid van de mensen genomen. Zie Job 7:15 . Ps. 35:10 . Job 7:15 : Zodat mijn ziel de verworging kiest; de dood meer dan mijn beenderen. Psalmen 35:10 : Al mijn beenderen zullen zeggen: JAHWEH, wie is U gelijk! U, Die de ellendige redt van die, die sterker is dan hij, en de ellendige en nooddruftige van zijn berover."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "בְּ/רֶ֤צַח",
     "strongs": "H7524",
     "morph": "HR/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "בְּֽ/עַצְמוֹתַ֗/י",
     "strongs": "H6106",
     "morph": "HR/Ncfpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "חֵרְפ֥וּ/נִי",
     "strongs": "H2778",
     "morph": "HVpp3cp/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "צוֹרְרָ֑/י",
     "strongs": "H6887",
     "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "בְּ/אָמְרָ֥/ם",
     "strongs": "H559",
     "morph": "HR/Vqc/Sp3mp"
    },
    {
     "woord": "אֵלַ֥/י",
     "strongs": "H413",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "כָּל",
     "strongs": "H3605",
     "morph": "HNcmsc"
    },
    {
     "woord": "הַ֝/יּ֗וֹם",
     "strongs": "H3117",
     "morph": "HTd/Ncmsa"
    },
    {
     "woord": "אַיֵּ֥ה",
     "strongs": "H346",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "אֱלֹהֶֽי/ךָ",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
    }
   ],
   "text2026_html": "Met een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> doodsteek in mijn beenderen honen mij mijn tegenstanders, als zij de hele dag tot mij zeggen: Waar is uw God?",
   "textSV1888_html": "Met een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> doodsteek in mijn beenderen honen mij mijn wederpartijders, als zij den gansen dag tot mij zeggen: Waar is uw God?",
   "text1637_html": "Met eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> dootsteke in mijne beenderen hoonen my mijne wederpartijders: als sy den gantschen dach tot my seggen, Waer is uwe Godt?",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "wederpartijders,",
     "new": "tegenstanders,",
     "principe": "V93"
    },
    {
     "old": "den gansen",
     "new": "de hele",
     "principe": "N1"
    }
   ]
  },
  {
   "number": 12,
   "textSV1888": "Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.",
   "text1637": "Wat buycht ghy u neder, o mijne ziele, ende wat zijt ghy onrustich in my? Hoopt op Godt, want ick sal hem noch loven; hy is de [29] menichvuldige verlossinge mijns aengesichts, ende mijn Godt.",
   "text2026": "Wat buigt u zich neer, o mijn ziel! en wat bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de veelvuldige Verlossing van mijn aangezicht, en mijn God.",
   "marginNotes": [
    {
     "marker": "29",
     "type": "explanatory",
     "textSV1888": "menigvuldige Verlossing: Hebr., יְשׁוּעֹת, verlossing. Boven vers 6 , heeft hij gezegd dat zijn heil, zijne verlossing of behoudenis van Gods aangezicht kwam, of in zijn lieflijk aanschijn bestond; hier zegt hij nu dat God de behoudenis van zijn [van des profeten] aangezicht is; dat is, waarop hij ziet, of, die hem dagelijks voor ogen komt. Hij schijnt te willen zeggen dat hem God alzo steeds verlost en behoudt, dat het ogenschijnlijk is, dat hij het klaarlijk voor zijn ogen ziet, buiten dat zou hij telkens verloren zijn. Psalmen 42:6 : Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en zijt onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven voor de verlossingen Zijns aangezichts.",
     "text1637": "Hebr. verlossingen. bov. vers 6. heeft hy geseyt, dat sijn heyl, sijne verlossinge, ofte behoudenisse van Godts aengesichte quam, ofte, in sijn lieflick aenschijn bestondt: hier seyt hy nu, dat Godt de behoudenisse sijns (des Propheten) aengesichts zy, dat is, daer op hy siet, ofte, die hem dagelicks voor oogen komt. hy schijnt te willen seggen, dat hem Godt alsoo steets verlost ende behoudt, dat het oogenschijnlick is, dat hy’t klaerlick voor sijne oogen siet, buyten dat soude hy t’elckens verloren zijn.",
     "text2026": "menigvuldige Verlossing: Hebr., יְשׁוּעֹת, verlossing. Boven vers 6 , heeft hij gezegd dat zijn heil, zijn verlossing of behoudenis van Gods aangezicht kwam, of in zijn lieflijk aangezicht bestond; hier zegt hij nu dat God de behoudenis van zijn [van de profeten] aangezicht is; dat is, waarop hij ziet, of, die hem dagelijks voor ogen komt. Hij schijnt te willen zeggen dat hem God zo steeds verlost en behoudt, dat het ogenschijnlijk is, dat hij het duidelijk voor zijn ogen ziet, buiten dat zou hij telkens verloren zijn. Psalmen 42:6 : Wat buigt u u neder, o mijn ziel! en zijt onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven voor de verlossingen van Zijn aangezicht."
    }
   ],
   "grondtekst": [
    {
     "woord": "מַה",
     "strongs": "H4100",
     "morph": "HTi"
    },
    {
     "woord": "תִּשְׁתּ֬וֹחֲחִ֨י",
     "strongs": "H7817",
     "morph": "HVri2fs"
    },
    {
     "woord": "נַפְשִׁ/י֮",
     "strongs": "H5315",
     "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "וּֽ/מַה",
     "strongs": "H4100",
     "morph": "HC/Ti"
    },
    {
     "woord": "תֶּהֱמִ֪י",
     "strongs": "H1993",
     "morph": "HVqi2fs"
    },
    {
     "woord": "עָ֫לָ֥/י",
     "strongs": "H5921",
     "morph": "HR/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "הוֹחִ֣ילִי",
     "strongs": "H3176",
     "morph": "HVhv2fs"
    },
    {
     "woord": "לֵֽ֭/אלֹהִים",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HR/Ncmpa"
    },
    {
     "woord": "כִּי",
     "strongs": "H3588",
     "morph": "HC"
    },
    {
     "woord": "ע֣וֹד",
     "strongs": "H5750",
     "morph": "HD"
    },
    {
     "woord": "אוֹדֶ֑/נּוּ",
     "strongs": "H3034",
     "morph": "HVhi1cs/Sp3ms"
    },
    {
     "woord": "יְשׁוּעֹ֥ת",
     "strongs": "H3444",
     "morph": "HNcfpc"
    },
    {
     "woord": "פָּ֝נַ֗/י",
     "strongs": "H6440",
     "morph": "HNcbpc/Sp1cs"
    },
    {
     "woord": "וֵֽ/אלֹהָֽ/י",
     "strongs": "H430",
     "morph": "HC/Ncmpc/Sp1cs"
    }
   ],
   "text2026_html": "Wat buigt u zich neer, o mijn ziel! en wat bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> veelvuldige Verlossing van mijn aangezicht, en mijn God.",
   "textSV1888_html": "Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.",
   "text1637_html": "Wat buycht ghy u neder, o mijne ziele, ende wat zijt ghy onrustich in my? Hoopt op Godt, want ick sal hem noch loven; hy is de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> menichvuldige verlossinge mijns aengesichts, ende mijn Godt.",
   "phraseDiff": [
    {
     "old": "gij",
     "new": "",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "neder,",
     "new": "zich neer,",
     "principe": null
    },
    {
     "old": "zijt gij",
     "new": "bent u",
     "principe": "A1"
    },
    {
     "old": "menigvuldige",
     "new": "veelvuldige",
     "principe": "V394"
    },
    {
     "old": "mijns aangezichts,",
     "new": "van mijn aangezicht,",
     "principe": "V213"
    }
   ]
  }
 ],
 "chapterIntro": {
  "text1637": "De Prophete klaecht bitterlick, in sijne ballingschap, over het ontbeeren des openbaren Godts-diensts, ende de Godts-lasteringen sijner vyanden, waer door sijn geest overstelpt wort: Doch hy verweckt sijne ziele weder tot eene vaste hope, ende vertrouwen op Godts genade.",
  "text2026": "De profeet klaagt bitter, in zijn ballingschap, over het ontberen van de openbare godsdienst en over de godslasteringen van zijn vijanden, waardoor zijn geest overstelpt wordt; maar hij wekt zijn ziel weer op tot een vaste hoop en vertrouwen op Gods genade."
 }
}
