{
  "number": 43,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Doe mij recht, o God! en twist Gij mijn twistzaak; bevrijd mij van het ongoedertieren volk, van den man des bedrogs en des onrechts.",
      "text1637": "DOet my recht, o Godt, ende [1] twist ghy mijne twist-sake: bevrijdt my van het ongoedertieren volck, van den [2] man des bedrochs ende des onrechts.",
      "text2026": "Doe mij recht, o God! en twist U mijn rechtszaak; bevrijd mij van het ongoedertieren volk, van de man van het bedrog en van het onrecht.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 35:1 . Psalmen 35:1 : Een psalm van David. Twist, HEERE! met mijn twisters; strijd met mijn bestrijders.",
          "text1637": "Siet Psal. 35. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 35:1 . Psalmen 35:1 : Een psalm van David. Twist, JAHWEH! met mijn twisters; strijd met mijn bestrijders."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "man des bedrogs: Die met list en onrecht, of verkeerdheid, mij vervolgt en zoekt te overvallen; zodanige zijn geweest Saul met zijne raadslieden en Absalom, enz. Verg. Ps. 5:7 . Psalmen 5:7 : Gij zult de leugensprekers verdoen; van den man des bloeds en des bedrogs heeft de HEERE een gruwel.",
          "text1637": "Die met list ende onrecht, ofte, verkeertheyt, my vervolgt ende soeckt te overvallen: sodanige zijn geweest, Saul met sijne raets-lieden, ende Absolom met Achitophel, etc. Verg. Psal. 5. op vers 7.",
          "text2026": "man van het bedrog: Die met list en onrecht, of verkeerdheid, mij vervolgt en zoekt te overvallen; zodanige zijn geweest Saul met zijn raadslieden en Absalom, enz. Verg. Ps. 5:7 . Psalmen 5:7 : U zult de leugensprekers verdoen; van de man van het bloed en van het bedrog heeft JAHWEH een gruwel."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָׁפְטֵ֤/נִי",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֨ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/רִ֘יבָ֤/ה",
          "strongs": "H7378",
          "morph": "HC/Vqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "רִיבִ֗/י",
          "strongs": "H7379",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/גּ֥וֹי",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "חָסִ֑יד",
          "strongs": "H2623",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "מֵ֤/אִישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מִרְמָ֖ה",
          "strongs": "H4820",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עַוְלָ֣ה",
          "strongs": "H5766",
          "morph": "HC/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "תְפַלְּטֵֽ/נִי",
          "strongs": "H6403",
          "morph": "HVpi2ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Doe mij recht, o God! en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> twist U mijn rechtszaak; bevrijd mij van het ongoedertieren volk, van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> man van het bedrog en van het onrecht.",
      "textSV1888_html": "Doe mij recht, o God! en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> twist Gij mijn twistzaak; bevrijd mij van het ongoedertieren volk, van den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> man des bedrogs en des onrechts.",
      "text1637_html": "DOet my recht, o Godt, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> twist ghy mijne twist-sake: bevrijdt my van het ongoedertiere<i>n</i> volck, van den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> man des bedrochs ende des onrechts.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "twistzaak;",
          "new": "rechtszaak;",
          "principe": "V393"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "des bedrogs",
          "new": "van het bedrog",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "des onrechts.",
          "new": "van het onrecht.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Want Gij zijt de God mijner sterkte; waarom verstoot Gij mij dan? Waarom ga ik steeds in het zwart, vanwege des vijands onderdrukking?",
      "text1637": "Want ghy zijt de Godt mijner sterckte; waerom verstoot ghy my [dan]? waerom gae ick steets [a] [3] in’t swart, van wegen des vyants onderdruckinge?",
      "text2026": "Want U bent de God van mijn sterkte; waarom verstoot U mij dan? Waarom ga ik steeds in het zwart, vanwege de onderdrukking van de vijand?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 35:14 ; Ps. 38:7 ; Ps. 42:10 . Psalmen 35:14 : Ik ging steeds, alsof het een vriend, alsof het mij een broeder geweest ware; ik ging gebukt in het zwart, als een, die over zijn moeder treurt. Psalmen 38:7 : Ik ben krom geworden, ik ben uitermate zeer nedergebogen; ik ga den gansen dag in het zwart. Psalmen 42:10 : Ik zal zeggen tot God: Mijn Steenrots! waarom vergeet Gij mij? Waarom ga ik in het zwart, vanwege des vijands onderdrukking?",
          "text1637": "Psal. 35.14. ende 38.7. ende 42.10.",
          "text2026": "Ps. 35:14 ; Ps. 38:7 ; Ps. 42:10 . Psalmen 35:14 : Ik ging steeds, alsof het een vriend, alsof het mij een broer geweest was; ik ging gebukt in het zwart, als een, die over zijn moeder treurt. Psalmen 38:7 : Ik ben krom geworden, ik ben bovenmate zeer nedergebogen; ik ga de gansen dag in het zwart. Psalmen 42:10 : Ik zal zeggen tot God: Mijn Steenrots! waarom vergeet U mij? Waarom ga ik in het zwart, vanwege de onderdrukking van de vijand?"
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in het zwart: Zie Ps. 35:14 . Psalmen 35:14 : Ik ging steeds, alsof het een vriend, alsof het mij een broeder geweest ware; ik ging gebukt in het zwart, als een, die over zijn moeder treurt.",
          "text1637": "Siet Psal. 35. op vers 14.",
          "text2026": "in het zwart: Zie Ps. 35:14 . Psalmen 35:14 : Ik ging steeds, alsof het een vriend, alsof het mij een broer geweest was; ik ging gebukt in het zwart, als een, die over zijn moeder treurt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֤ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "מָֽעוּזִּ/י֮",
          "strongs": "H4581",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/מָ֪ה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HR/Ti"
        },
        {
          "woord": "זְנַ֫חְתָּ֥/נִי",
          "strongs": "H2186",
          "morph": "HVqp2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לָֽ/מָּה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HR/Ti"
        },
        {
          "woord": "קֹדֵ֥ר",
          "strongs": "H6937",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶתְהַלֵּ֗ךְ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVti1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/לַ֣חַץ",
          "strongs": "H3906",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "אוֹיֵֽב",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want U bent de God van mijn sterkte; waarom verstoot U mij dan? Waarom ga ik steeds in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> het zwart, vanwege de onderdrukking van de vijand?",
      "textSV1888_html": "Want Gij zijt de God mijner sterkte; waarom verstoot Gij mij dan? Waarom ga ik steeds<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> in het zwart, vanwege des vijands onderdrukking?",
      "text1637_html": "Want ghy zijt de Godt mijner sterckte; waerom verstoot ghy my [dan]? waerom gae ick steets <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> in’t swart, van wegen des vyants onderdruckinge?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "des vijands onderdrukking?",
          "new": "de onderdrukking van de vijand?",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Zend Uw licht en Uw waarheid, dat die mij leiden; dat zij mij brengen tot den berg Uwer heiligheid, en tot Uw woningen;",
      "text1637": "Sendt u [4] licht, ende uwe [5] waerheyt, dat die my leyden; datse my brengen tot den [6] berch uwer heylicheyt, ende tot uwe [7] wooningen:",
      "text2026": "Zend Uw licht en Uw waarheid, dat die mij leiden; dat zij mij brengen tot de berg van Uw heiligheid, en tot Uw woningen;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, het licht uws aanschijns [gelijk dikwijls, en onder Ps. 44:4 ], of, uwe gunst en liefde, waardoor de duisternis mijner droefheid en ellende verdreven wordt. Zie Ps. 27:1 . Psalmen 44:4 : Want zij hebben het land niet geërfd door hun zwaard, en hun arm heeft hun geen heil gegeven; maar Uw rechterhand, en Uw arm, en het licht Uws aangezichts, omdat Gij een welbehagen in hen hadt. Psalmen 27:1 : Een psalm van David. De HEERE is mijn Licht en mijn Heil, voor wien zou ik vrezen? De HEERE is mijns levens kracht, voor wien zou ik vervaard zijn?",
          "text1637": "T.w. het licht uwes aenschijns (als dickwijls, ende ond. Psal. 44.4.) ofte, uwe gunste ende liefde, waer door de duysternisse mijner droefheyt ende elende verdreven worden. Siet Psal. 27. op vers 1.",
          "text2026": "Te weten, het licht uws aangezichts [gelijk dikwijls, en onder Ps. 44:4 ], of, uw gunst en liefde, waardoor de duisternis mijn verdriet en ellende verdreven wordt. Zie Ps. 27:1 . Psalmen 44:4 : Want zij hebben het land niet geërfd door hun zwaard, en hun arm heeft hun geen heil gegeven; maar Uw rechterhand, en Uw arm, en het licht Uws aangezichts, omdat U een welbehagen in hen hadt. Psalmen 27:1 : Een psalm van David. JAHWEH is mijn Licht en mijn Heil, voor wie zou ik vrezen? JAHWEH is mijns levens kracht, voor wie zou ik vervaard zijn?"
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uwer beloften, die Gij mij gedaan hebt.",
          "text1637": "Uwer beloften, die ghy my gedaen hebt.",
          "text2026": "Uw beloften, die U mij gedaan hebt."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "berg uwer heiligheid: Omdat dit gemeenlijk van den berg Zion [zie Ps. 2:6 ] genomen wordt, verstaan sommigen dat deze psalm niet bij Sauls tijd, [want de tabernakel was toen daar nog niet] maar in een volgenden tijd gemaakt is, als ten tijde van Absaloms vervolging, enz. Psalmen 2:6 : Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid.",
          "text1637": "Om dat dit gemeenlick van den berch Zion (Siet Psal. 2.6.) genomen wort, verstaen sommige, dat dese Psalm niet by Sauls tijt, (want de Tabernakel doe noch daer niet en was) maer in eenen volgenden tijt gemaeckt is, als ten tijde van Absaloms vervolginge, etc.",
          "text2026": "berg uw heiligheid: Omdat dit gemeenlijk van de berg Zion [zie Ps. 2:6 ] genomen wordt, verstaan sommigen dat deze psalm niet bij Sauls tijd, [want de tabernakel was toen daar nog niet] maar in een volgenden tijd gemaakt is, als ten tijde van Absaloms vervolging, enz. Psalmen 2:6 : Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, de berg Mijn heiligheid."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, tabernakelen ; omdat dit woord hier staat in het getal van velen, menen sommigen dat zulks ziet op de verscheidene plaatsen van den godsdienst, bij Sauls en Davids tijd. De plaats van Mozes' tabernakel was te Nob, en daarna te Gibion; 1 Sam. 21:1 ; 1 Kon. 3:4 , en 1 Kron. 16:39 . De plaats der ark was te Kirriath Jearim, totdat David haar vandaar haalde in Zion, 1 Sam. 7:1 , 7:2 , en 2 Sam. 6:3 , 6:4 . Anderen verstaan dat het eenvoudiglijk ziet op de verscheidene woningen van Gods hius, als het allerheiligste, heilige en den voorhof, enz. Verg. Ps. 46:5 , en Ps. 84:2 . 1 Samuël 21:1 : Toen kwam David te Nob, tot den priester Achimelech; en Achimelech kwam bevende David tegemoet, en hij zeide tot hem: Waarom zijt gij alleen, en geen man met u? 1 Koningen 3:4 : En de koning ging naar Gibeon, om aldaar te offeren, omdat die hoogte groot was; duizend brandofferen offerde Salomo op dat altaar. 1 Kronieken 16:39 : En den priester Zadok, en zijn broederen, de priesters, voor den tabernakel des HEEREN op de hoogte, welke te Gibeon is; 1 Samuël 7:1 : Toen kwamen de mannen van Kirjath-jearim, en haalden de ark des HEEREN op, en zij brachten ze in het huis van Abinadab, op den heuvel; en zij heiligden zijn zoon Eleazar, dat hij de ark des HEEREN bewaarde. 1 Samuël 7:2 : En het geschiedde, van dien dag af, dat de ark des Heeren te Kirjath-jearim bleef, en de dagen werden twintig jaren; en het ganse huis van Israël klaagde den HEERE achterna. 2 Samuël 6:3 : En zij voerden de ark Gods op een nieuwen wagen, en haalden ze uit het huis van Abinadab, dat op een heuvel is; en Uza en Ahio, zonen van Abinadab, leidden den nieuwen wagen. 2 Samuël 6:4 : Toen zij hem nu uit het huis van Abinadab, dat op den heuvel is, met de ark Gods, wegvoerden, zo ging Ahio voor de ark henen. Psalmen 46:5 : De beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods, het heiligdom der woningen des Allerhoogsten. Psalmen 84:2 : Hoe liefelijk zijn Uw woningen, o HEERE der heirscharen!",
          "text1637": "Ofte, Tabernakelen, om dat dit woort hier staet in’t getal van velen, meynen sommige, dat sulcks hier siet op de verscheydene plaetsen des Godtsdiensts, by Sauls, ende Davids tijt. De plaetse van Moses Tabernakel was te Nob, ende daer nae te Gibeon. 1.Sam. 21.1. ende 1.Reg. 3.4. ende 1.Chron. 16.39. De plaetse der Arke was te Kiriath Iearim, tot dat David deselve van daer haelde in Zion. 1.Sam. 7.1, 2. ende 2.Sam. 6.3, 4. Andere verstaen, dat het eenvoudichlick siet op de verscheydene wooningen van Godts huys, als het alderheylichste, heylige, ende den voorhof, etc. Vergel. Psal. 46.5. ende 84.2.",
          "text2026": "Of, tenten ; omdat dit woord hier staat in het getal van velen, menen sommigen dat zulks ziet op de verscheidene plaatsen van de godsdienst, bij Sauls en Davids tijd. De plaats van Mozes' tabernakel was te Nob, en daarna te Gibion; 1 Sam. 21:1 ; 1 Kon. 3:4 , en 1 Kron. 16:39 . De plaats van de ark was te Kirriath Jearim, totdat David haar vandaar haalde in Zion, 1 Sam. 7:1 , 7:2 , en 2 Sam. 6:3 , 6:4 . Anderen verstaan dat het eenvoudiglijk ziet op de verscheidene woningen van Gods hius, als het allerheiligste, heilige en de voorhof, enz. Verg. Ps. 46:5 , en Ps. 84:2 . 1 Samuël 21:1 : Toen kwam David te Nob, tot de priester Achimelech; en Achimelech kwam bevende David tegemoet, en hij zei tot hem: Waarom bent u alleen, en geen man met u? 1 Koningen 3:4 : En de koning ging naar Gibeon, om daar te offeren, omdat die hoogte groot was; duizend brandofferen offerde Salomo op dat altaar. 1 Kronieken 16:39 : En de priester Zadok, en zijn broers, de priesters, voor de tabernakel van JAHWEH op de hoogte, welke te Gibeon is; 1 Samuël 7:1 : Toen kwamen de mannen van Kirjath-jearim, en haalden de ark van JAHWEH op, en zij brachten ze in het huis van Abinadab, op de heuvel; en zij heiligden zijn zoon Eleazar, dat hij de ark van JAHWEH bewaarde. 1 Samuël 7:2 : En het geschiedde, van die dag af, dat de ark van de Heer te Kirjath-jearim bleef, en de dagen werden twintig jaren; en het gehele huis van Israël klaagde JAHWEH achterna. 2 Samuël 6:3 : En zij voerden de ark van God op een nieuwen wagen, en haalden ze uit het huis van Abinadab, dat op een heuvel is; en Uza en Ahio, zonen van Abinadab, leidden de nieuwen wagen. 2 Samuël 6:4 : Toen zij hem nu uit het huis van Abinadab, dat op de heuvel is, met de ark van God, wegvoerden, zo ging Ahio voor de ark heen. Psalmen 46:5 : De beekjes van de rivier zullen verblijden de stad van God, het heiligdom van de woningen van de Allerhoogste. Psalmen 84:2 : Hoe liefelijk zijn Uw woningen, o JAHWEH van de legermachten!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שְׁלַח",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "אוֹרְ/ךָ֣",
          "strongs": "H216",
          "morph": "HNcbsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וַ֭/אֲמִתְּ/ךָ",
          "strongs": "H571",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הֵ֣מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "יַנְח֑וּ/נִי",
          "strongs": "H5148",
          "morph": "HVhi3mp/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְבִיא֥וּ/נִי",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVhi3mp/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "הַֽר",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "קָ֝דְשְׁ/ךָ֗",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁכְּנוֹתֶֽי/ךָ",
          "strongs": "H4908",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zend Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> licht en Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> waarheid, dat die mij leiden; dat zij mij brengen tot de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> berg van Uw heiligheid, en tot Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> woningen;",
      "textSV1888_html": "Zend Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> licht en Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> waarheid, dat die mij leiden; dat zij mij brengen tot den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> berg Uwer heiligheid, en tot Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> woningen;",
      "text1637_html": "Sendt u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> licht, ende uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> waerheyt, dat die my leyden; datse my brengen tot den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> berch uwer heylicheyt, ende tot uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> wooningen:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "En dat ik inga tot Gods altaar, tot den God der blijdschap mijner verheuging, en U met de harp love, o God, mijn God!",
      "text1637": "Ende dat ick ingae tot Godts [8] altaer, tot den Godt [9] des blijtschaps mijner verheuginge, ende u met de harpe love, o Godt, mijn Godt!",
      "text2026": "En dat ik inga tot Gods altaar, tot de God van de blijdschap van mijn verheuging, en U met de harp love, o God, mijn God!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Het brandofferaltaar.",
          "text1637": "Den brand-offers Altaer.",
          "text2026": "Het brandofferaltaar."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "der blijdschap: Dat is, die mij oorzaak geeft van zonderlinge grote vreugde, inwendiglijk in mijn hart en uitwendiglijk in gebaren van blijdschap.",
          "text1637": "D. die my oorsake geeft van sonderlinge groote vreuchde, inwendichlick in mijn herte, ende uytwendichlick in gebeerden van blijdschap.",
          "text2026": "van de blijdschap: Dat is, die mij oorzaak geeft van zonderlinge grote vreugde, inwendiglijk in mijn hart en uitwendiglijk in gebaren van blijdschap."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אָב֤וֹאָה",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HC/Vqh1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מִזְבַּ֬ח",
          "strongs": "H4196",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֗ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֵל֮",
          "strongs": "H410",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שִׂמְחַ֪ת",
          "strongs": "H8057",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "גִּ֫ילִ֥/י",
          "strongs": "H1524",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אוֹדְ/ךָ֥",
          "strongs": "H3034",
          "morph": "HC/Vhi1cs/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְ/כִנּ֗וֹר",
          "strongs": "H3658",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֥ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהָֽ/י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "En dat ik inga tot Gods<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> altaar, tot de God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> van de blijdschap van mijn verheuging, en U met de harp love, o God, mijn God!",
      "textSV1888_html": "En dat ik inga tot Gods<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> altaar, tot den God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> der blijdschap mijner verheuging, en U met de harp love, o God, mijn God!",
      "text1637_html": "Ende dat ick ingae tot Godts <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> altaer, tot den Godt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> des blijtschaps mijner verheuginge, ende u met de harpe love, o Godt, mijn Godt!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.",
      "text1637": "[b] [10] Wat buycht ghy u neder, o mijne ziele, ende wat zijt ghy onrustich in my? hoopt op Godt, want ick sal hem noch loven; hy is de [11] menichvuldige verlossinge mijns aengesichts, ende mijn Godt.",
      "text2026": "Wat buigt u zich neer, o mijn ziel! en wat bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de veelvuldige Verlossing van mijn aangezicht, en mijn God.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 42:6 ; idem v. 12 . Psalmen 42:6 : Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en zijt onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven voor de verlossingen Zijns aangezichts. Psalmen 42:12 : Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.",
          "text1637": "Psal. 42.6, 12.",
          "text2026": "Ps. 42:6 ; idem v. 12 . Psalmen 42:6 : Wat buigt u u neder, o mijn ziel! en zijt onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven voor de verlossingen van Zijn aangezicht. Psalmen 42:12 : Wat buigt u u neder, o mijn ziel! en wat bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uit de gelijkheid der woorden, die in dezenen den voorgaanden psalm gevonden wordt, nemen enigen af dat deze psalmen beiden op één tijd, of immers in gelijken toestand van David gemaakt zijn, als wanneer hij moest vluchten, eerst voor Saul en daarna voor Absalom.",
          "text1637": "Uyt de gelijckheyt der woorden die in desen ende den voorgaenden Psalm gevonden wort, nemen eenige af, dat dese Psalmen beyde op eenen tijt, ofte immers in gelijcken toestant van David gemaeckt zijn, als wanneer hy moest vluchten eerst voor Saul, ende daer na voor Absalom.",
          "text2026": "Uit de gelijkheid van de woorden, die in dezenen de voorgaanden psalm gevonden wordt, nemen enige af dat deze psalmen beiden op één tijd, of immers in gelijken toestand van David gemaakt zijn, als wanneer hij moest vluchten, eerst voor Saul en daarna voor Absalom."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "menigvuldige Verlossing: Gelijk Ps. 42:12 ; zie de aantekening aldaar. Psalmen 42:12 : Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.",
          "text1637": "Als Psal. 42.12. Siet d’aenteeck. aldaer.",
          "text2026": "menigvuldige Verlossing: Gelijk Ps. 42:12 ; zie de aantekening daar. Psalmen 42:12 : Wat buigt u u neder, o mijn ziel! en wat bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מַה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "תִּשְׁתּ֬וֹחֲחִ֨י",
          "strongs": "H7817",
          "morph": "HVri2fs"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִׁ/י֮",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּֽ/מַה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HC/Ti"
        },
        {
          "woord": "תֶּהֱמִ֪י",
          "strongs": "H1993",
          "morph": "HVqi2fs"
        },
        {
          "woord": "עָ֫לָ֥/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הוֹחִ֣ילִי",
          "strongs": "H3176",
          "morph": "HVhv2fs"
        },
        {
          "woord": "לֵֽ֭/אלֹהִים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "ע֣וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אוֹדֶ֑/נּוּ",
          "strongs": "H3034",
          "morph": "HVhi1cs/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְשׁוּעֹ֥ת",
          "strongs": "H3444",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "פָּ֝נַ֗/י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וֵֽ/אלֹהָֽ/י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HC/Ncmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Wat buigt u zich neer, o mijn ziel! en wat bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> veelvuldige Verlossing van mijn aangezicht, en mijn God.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Wat buycht ghy u neder, o mijne ziele, ende wat zijt ghy onrustich in my? hoopt op Godt, want ick sal hem noch loven; hy is de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> menichvuldige verlossinge mijns aengesichts, ende mijn Godt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "neder,",
          "new": "zich neer,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "zijt gij",
          "new": "bent u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "menigvuldige",
          "new": "veelvuldige",
          "principe": "V394"
        },
        {
          "old": "mijns aangezichts,",
          "new": "van mijn aangezicht,",
          "principe": "V213"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David bidt om recht tegen sijne wreede ende archlistige vyanden: klaegt Godt sijnen noot, begeert genadige vervullinge sijner beloften, ende richt sijne verslagene ziele op door geloove ende vertrouwen.",
    "text2026": "David bidt om recht tegen zijn wrede en arglistige vijanden; hij klaagt God zijn nood, begeert genadige vervulling van Zijn beloften, en richt zijn verslagen ziel op door geloof en vertrouwen."
  }
}
