{
  "number": 46,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een lied op Alamoth, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.",
      "text1637": "EEn [1] Liedt [2] Alamoth: voor den [3] Opper-sang-meester, onder de [4] kinderen van Korah.",
      "text2026": "Een lied op Alamoth, voor de opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. Ps. 48:1 . Psalmen 48:1 : Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach.",
          "text1637": "Vergel. Psal. 48. op vers 1.",
          "text2026": "Verg. Ps. 48:1 . Psalmen 48:1 : Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Het is onzeker wat dit woord betekent. Sommigen houden het [gelijk andere dergelijke woorden] voor een muzikaal instrument, of een begin van een zeker lied; anderen, omdat het Hebr. woord בְנֵי, maagden betekent verborgen te zijn, vertalen het: maagden [stem], alsof de mening was dat deze psalm met een fijne en reine stem (gelijk maagden veel hebben) moest gezongen worden. Dit zelfde woord wordt ook gevonden in het verhaal van de muziek van den godsdienst, 1 Kron. 15:20 , en schijnt aldaar gesteld te zijn tegen een luide, hoge, of grove muziek. Zie de aantekening bij 1 Kron. 15:20 . 1 Kronieken 15:20 : En Zecharja, en Aziël, en Semiramoth, en Jehiël, en Unni, en Eliab, en Maäseja, en Benaja, met luiten op Alamoth. 1 Kronieken 15:20 : En Zecharja, en Aziël, en Semiramoth, en Jehiël, en Unni, en Eliab, en Maäseja, en Benaja, met luiten op Alamoth.",
          "text1637": "’Tis onseker, wat dit woort beteeckent. Sommige houden’t (gelijck andere dierlijcke woorden) voor een musicael instrument, ofte, een begin van seker liedt. Andere (om dat het Hebr. woort, maegden beteeckent, komende van een ander, dat beteeckent, verborgen te zijn) verduytschen’t, maegden-[stemme], als of de meyninge was, dat dese Psalm met eene fijne ende reyne stemme (gelijck de maechden veel hebben) moeste gesongen worden. Dit selve woort wort oock gevonden in’t verhael van de Musijcke des Godts-diensts. 1.Chron. 15.20. ende schijnt aldaer gestelt te zijn tegen eene luyde, hooge, ofte, grove musijcke. Siet de aenteeck. aldaer.",
          "text2026": "Het is onzeker wat dit woord betekent. Sommigen houden het [gelijk andere dergelijke woorden] voor een muzikaal instrument, of een begin van een zeker lied; anderen, omdat het Hebr. woord בְנֵי, maagden betekent verborgen te zijn, vertalen het: maagden [stem], alsof de mening was dat deze psalm met een fijne en reine stem (gelijk maagden veel hebben) moest gezongen worden. Dit zelfde woord wordt ook gevonden in het verhaal van de muziek van de godsdienst, 1 Kron. 15:20 , en schijnt daar gesteld te zijn tegen een luide, hoge, of grove muziek. Zie de aantekening bij 1 Kron. 15:20 . 1 Kronieken 15:20 : En Zecharja, en Aziël, en Semiramoth, en Jehiël, en Unni, en Eliab, en Maäseja, en Benaja, met luiten op Alamoth. 1 Kronieken 15:20 : En Zecharja, en Aziël, en Semiramoth, en Jehiël, en Unni, en Eliab, en Maäseja, en Benaja, met luiten op Alamoth."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.",
          "text1637": "Siet Psal. 4. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Neginoth."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 42:1 . Psalmen 42:1 : Een onderwijzing, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.",
          "text1637": "Siet Psal. 42. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 42:1 . Psalmen 42:1 : Een onderwijzing, voor de opperzangmeester, onder de kinderen van Korach."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ/מְנַצֵּ֥חַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/בְנֵי",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "קֹ֑רַח",
          "strongs": "H7141",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עַֽל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עֲלָמ֥וֹת",
          "strongs": "H5961",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "שִֽׁיר",
          "strongs": "H7892",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> lied<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> op Alamoth, voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> opperzangmeester, onder de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> kinderen van Korach.",
      "textSV1888_html": "Een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> lied<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> op Alamoth, voor den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> opperzangmeester, onder de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> kinderen van Korach.",
      "text1637_html": "EEn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Liedt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Alamoth: voor den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Opper-sang-meester, onder de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> kinderen van Korah.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden.",
      "text1637": "Godt is ons eene toevlucht, ende sterckte: hy is [5] krachtelick [6] bevonden eene hulpe in benaeutheden.",
      "text2026": "God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtig bevonden een Hulp in benauwdheden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. zeer. Of, aldus: een zeer vindelijke; (dat is gerede, tegenwoordige) hulp in benauwdheden.",
          "text1637": "Hebr. seer. ofte aldus: eene seer vindelicke, (D. gereede, tegenwoordige) hulpe in benaeutheden.",
          "text2026": "Hebr. zeer. Of, aldus: een zeer vindelijke; (dat is gerede, tegenwoordige) hulp in benauwdheden."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders, genoegzaam. Zie Num. 11:22 . Numeri 11:22 : Zullen dan voor hen schapen en runderen geslacht worden, dat voor hen genoeg zij? zullen al de vissen der zee voor hen verzameld worden, dat voor hen genoeg zij?",
          "text1637": "And. genoechsaem. Siet Num. 11. op vers 22.",
          "text2026": "Anders, genoegzaam. Zie Num. 11:22 . Numeri 11:22 : Zullen dan voor hen schapen en runderen geslacht worden, dat voor hen genoeg zij? zullen al de vissen van de zee voor hen verzameld worden, dat voor hen genoeg zij?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֣ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "לָ֭/נוּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "מַחֲסֶ֣ה",
          "strongs": "H4268",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/עֹ֑ז",
          "strongs": "H5797",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עֶזְרָ֥ה",
          "strongs": "H5833",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "בְ֝/צָר֗וֹת",
          "strongs": "H6869",
          "morph": "HR/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "נִמְצָ֥א",
          "strongs": "H4672",
          "morph": "HVNrmsa"
        },
        {
          "woord": "מְאֹֽד",
          "strongs": "H3966",
          "morph": "HD"
        }
      ],
      "text2026_html": "God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> krachtig<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> bevonden een Hulp in benauwdheden.",
      "textSV1888_html": "God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> krachtelijk<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> bevonden een Hulp in benauwdheden.",
      "text1637_html": "Godt is ons eene toevlucht, ende sterckte: hy is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> krachtelick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> bevonden eene hulpe in benaeutheden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "krachtelijk",
          "new": "krachtig",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Daarom zullen wij niet vrezen, al veranderde de aarde haar plaats, en al werden de bergen verzet in het hart der zeeën;",
      "text1637": "Daerom sullen wy niet vreesen, al veranderde [7] de aerde [hare plaetse], ende al wierden de bergen verset in’t [8] herte van de zeen:",
      "text2026": "Daarom zullen wij niet vrezen, al veranderde de aarde haar plaats, en al werden de bergen verzet in het hart van de zeeën;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de aarde: Of, al veranderde Hij [te weten, God] de aarde [van plaats]. Door deze figuurlijke redenen wordt afgemaald het schrikkelijk gewoel en geraas der vijanden van Gods kerk, die Hij wel toelaat gruwelijk en geweldiglijk te razen, alsof zij alles zouden bederven en verslinden, maar behoudt ondertussen zijn kerk wonderbaarlijk, boven mening en tegen dank hunner vijanden.",
          "text1637": "Ofte, al verandert hy (T.w. Godt) de aerde [van plaetse]. Door dese figuerlicke redenen wort afgemaelt het schricklick gewoel ende geraes der vyanden van Godts kercke, die hy wel toelaet grouwelick ende geweldichlick te rasen, als ofse alles souden verderven ende verslinden, maer behoudt ondertusschen sijne Kercke wonderbaerlick, boven meyninge ende tegen danck harer vyanden.",
          "text2026": "de aarde: Of, al veranderde Hij [te weten, God] de aarde [van plaats]. Door deze figuurlijke redenen wordt afgemaald het schrikkelijk gewoel en geraas van de vijanden van Gods kerk, die Hij wel toelaat gruwelijk en geweldiglijk te razen, alsof zij alles zouden bederven en verslinden, maar behoudt ondertussen zijn kerk wonderbaarlijk, boven mening en tegen dank hun vijanden."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, in het midden. Zie Exod. 15:8 , en Deut. 4:11 . Exodus 15:8 : En door het geblaas van Uw neus zijn de wateren opgehoopt geworden; de stromen hebben overeind gestaan, als een hoop; de afgronden zijn stijf geworden in het hart der zee. Deuteronomium 4:11 : En gijlieden naderdet en stondt beneden dien berg; (die berg nu brandde van vuur, tot aan het midden des hemels; er was duisternis, wolken en donkerheid).",
          "text1637": "D. in ’t midden. Siet Exod. 15. op vers 8. ende Deut. 4. op vers 11.",
          "text2026": "Dat is, in het midden. Zie Ex. 15:8 , en Deut. 4:11 . Exodus 15:8 : En door het geblaas van Uw neus zijn de wateren opgehoopt geworden; de stromen hebben overeind gestaan, als één hoop; de afgronden zijn stijf geworden in het hart van de zee. Deuteronomium 4:11 : En u naderde en stondt beneden die berg; (die berg nu brandde van vuur, tot aan het midden van de hemel; er was duisternis, wolken en donkerheid)."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "כֵּ֣ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "נִ֭ירָא",
          "strongs": "H3372",
          "morph": "HVqi1cp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/הָמִ֣יר",
          "strongs": "H4171",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/מ֥וֹט",
          "strongs": "H4131",
          "morph": "HC/R/Vqc"
        },
        {
          "woord": "הָ֝רִ֗ים",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/לֵ֣ב",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "יַמִּֽים",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HNcmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Daarom zullen wij niet vrezen, al veranderde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> de aarde haar plaats, en al werden de bergen verzet in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> het hart van de zeeën;",
      "textSV1888_html": "Daarom zullen wij niet vrezen, al veranderde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> de aarde haar plaats, en al werden de bergen verzet in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> het hart der zeeën;",
      "text1637_html": "Daerom sullen wy niet vreesen, al veranderde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> de aerde [hare plaetse], ende al wierden de bergen verset in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> herte van de zeen:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Laat haar wateren bruisen, laat ze beroerd worden; laat de bergen daveren, door derzelver verheffing! Sela.",
      "text1637": "Laet [9] hare wateren bruysen, laetse [10] beroert worden: Laet de bergen daveren, door [11] der selver verheffinge, [12] Sela!",
      "text2026": "Laat haar wateren bruisen, laat ze beroerd worden; laat de bergen daveren, door van die verheffing! Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, der zeeën.",
          "text1637": "T.w. der zeen.",
          "text2026": "Te weten, van de zeeën."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, troebel worden, [waarop het Hebr. woord ziet] gelijk in grote stormen pleegt te geschieden. Zie van het Hebr. woord Job 16:16 . Job 16:16 : Mijn aangezicht is gans bemodderd van wenen, en over mijn oogleden is des doods schaduw.",
          "text1637": "D. troubel worden, (daer op het Hebr. woort siet) als in groote tempeesten pleecht te geschieden. Siet van ’t Hebr. woort, Iob 16. op vers 16.",
          "text2026": "Dat is, troebel worden, [waarop het Hebr. woord ziet] gelijk in grote stormen pleegt te gebeuren. Zie van het Hebr. woord Job 16:16 . Job 16:16 : Mijn aangezicht is geheel bemodderd van wenen, en over mijn oogleden is van de dood schaduw."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de opzwelling der zee. Men kan het ook op God duiden, aldus: vermits zijne hoogheid, of, verheffing; gelijk Deut. 33:26 . Zie aldaar de aantekening. Deuteronomium 33:26 : Niemand is er gelijk God, o Jeschurun! Die op den hemel vaart tot uw hulp, en met Zijn hoogheid op de bovenste wolken.",
          "text1637": "Dat is, de opswellinge der zee. men kan ’t oock op Godt duyden, aldus: vermits sijne hoocheyt, ofte, verheffinge, als Deut. 33.26. siet aldaer d’aenteeck.",
          "text2026": "Dat is, de opzwelling van de zee. Men kan het ook op God duiden, aldus: vermits zijn hoogheid, of, verheffing; gelijk Deut. 33:26 . Zie daar de aantekening. Deuteronomium 33:26 : Niemand is er gelijk God, o Jeschurun! Die op de hemel vaart tot uw hulp, en met Zijn hoogheid op de bovenste wolken."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela.",
          "text1637": "Siet Psal. 3. op vers 3.",
          "text2026": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יֶהֱמ֣וּ",
          "strongs": "H1993",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "יֶחְמְר֣וּ",
          "strongs": "H2560",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "מֵימָ֑י/ו",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִֽרְעֲשֽׁוּ",
          "strongs": "H7493",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "הָרִ֖ים",
          "strongs": "H2022",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/גַאֲוָת֣/וֹ",
          "strongs": "H1346",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> haar wateren bruisen, laat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> ze beroerd worden; laat de bergen daveren, door<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> van die verheffing!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Sela.",
      "textSV1888_html": "Laat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> haar wateren bruisen, laat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> ze beroerd worden; laat de bergen daveren, door<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> derzelver verheffing!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Sela.",
      "text1637_html": "Laet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> hare wateren bruysen, laetse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> beroert worden: Laet de bergen daveren, door <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> der selver verheffinge, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "derzelver",
          "new": "van die",
          "principe": "V82"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "De beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods, het heiligdom der woningen des Allerhoogsten.",
      "text1637": "De [13] beecxkens der [14] Riviere, sullen verblijden de [15] stadt Godes; [16] het heylichdom der wooningen des Alderhoochsten.",
      "text2026": "De beekjes van de rivier zullen verblijden de stad van God, het heiligdom van de woningen van de Allerhoogste.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. eigenlijk verdelingen; gelijk Ps. 1:3 . Dat is, armen, stromen en beken, die uit de rivier lopen of afgeleid worden, of ook, die in de rivier lopen. Psalmen 1:3 : Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken.",
          "text1637": "Hebr. eygentlick, verdeylingen, als Psal. 1.3. dat is, armen, stroomen ende beecxkens, die uyt de riviere loopen ofte afgeleydt worden, ofte oock, die in de riviere loopen.",
          "text2026": "Hebr. eigenlijk verdelingen; gelijk Ps. 1:3 . Dat is, armen, stromen en beken, die uit de rivier lopen of afgeleid worden, of ook, die in de rivier lopen. Psalmen 1:3 : Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Al is de rivier van Jeruzalem [gelijk Gion, Siloah, en andere] niet zo groot en wijd als wel andere. Zie 2 Kon. 5:12 , en verg. Jes. 8:6 , en 2 Kon. 20:20 ; 2 Kron. 32:30 , enz. Het schijnt dat de profeet wil zeggen, bij manier van tegenstelling: Als de vijanden gelijk een schrikkelijke onstuimige zee alzo razen, gaat de rivier met hare beken fijn, stil en lieflijk in Gods stad, waar men ook in stilte op Gods bijstand vertrouwt. 2 Koningen 5:12 : Zijn niet Abana en Farpar, de rivieren van Damaskus, beter dan alle wateren van Israël; zou ik mij in die niet kunnen wassen en rein worden? Zo wendde hij zich, en toog weg met grimmigheid. Jesaja 8:6 : Dewijl dit volk veracht de wateren van Siloa, die zachtjes gaan, en er vreugde is bij Rezin en den zoon van Remalia; 2 Koningen 20:20 : Het overige nu der geschiedenissen van Hizkia, en al zijn macht, en hoe hij den vijver en den watergang gemaakt heeft, en water in de stad gebracht heeft, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda? 2 Kronieken 32:30 : Doch Jehizkia stopte ook den opperuitgang der wateren van Gihon, en leidde ze recht af beneden naar het westen der stad Davids; want Jehizkia had voorspoed in al zijn werk.",
          "text1637": "Al is de Riviere van Ierusalem (als Gihon, Siloë, ende andere) niet soo groot ende wijt, als wel andere. Siet 2.Reg. 5.12. ende vergel. Iesa. 8.6. ende 2.Reg. 20.20. 2.Chron. 32.30, etc. ’Tschijnt dat de Propheet wil seggen, by maniere van tegenstellinge: als de vyanden gelijck eene schrickelicke onstuymige zee alsoo rasen, gaet de Riviere met hare beecxkens fijn stille ende lieflick in Godes stadt, alwaer men oock in stilte op Godts bystant vertrouwt.",
          "text2026": "Al is de rivier van Jeruzalem [gelijk Gion, Siloah, en andere] niet zo groot en wijd als wel andere. Zie 2 Kon. 5:12 , en verg. Jes. 8:6 , en 2 Kon. 20:20 ; 2 Kron. 32:30 , enz. Het schijnt dat de profeet wil zeggen, bij manier van tegenstelling: Als de vijanden gelijk een schrikkelijke onstuimige zee zo razen, gaat de rivier met haar beken fijn, stil en lieflijk in Gods stad, waar men ook in stilte op Gods bijstand vertrouwt. 2 Koningen 5:12 : Zijn niet Abana en Farpar, de rivieren van Damascus, beter dan alle wateren van Israël; zou ik mij in die niet kunnen groeien en rein worden? Zo wendde hij zich, en toog weg met grimmigheid. Jesaja 8:6 : Omdat dit volk veracht de wateren van Siloa, die zachtjes gaan, en er vreugde is bij Rezin en de zoon van Remalia; 2 Koningen 20:20 : Het overige nu van de geschiedenissen van Hizkia, en al zijn macht, en hoe hij de vijver en de watergang gemaakt heeft, en water in de stad gebracht heeft, zijn die niet geschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Juda? 2 Kronieken 32:30 : Maar Jehizkia stopte ook de opperuitgang van de wateren van Gihon, en leidde ze recht af beneden naar het westen van de stad van David; want Jehizkia had voorspoed in al zijn werk."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta, Jeruzalem, voorts Gods kerk.",
          "text1637": "Verst. Ierusalem, ende voorts Godts kercke.",
          "text2026": "Versta, Jeruzalem, verder Gods kerk."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het heiligdom: Anders, de stad Gods, van den Heilige: [gelijk God dikwijls in de Schriftuur genoemd wordt de Heilige ] de woningen des Allerhoogsten; of, des Heiligen, der woningen, enz.",
          "text1637": "And.de stadt Godts, des heyligen; (gelijck Godt dickwils in de Schriftuere genoemt wort de heylige) de wooningen des Alderhoochsten. ofte, des heyligen, der wooningen, etc.",
          "text2026": "het heiligdom: Anders, de stad van God, van de Heilige: [gelijk God dikwijls in de Schriftuur genoemd wordt de Heilige ] de woningen van de Allerhoogste; of, van de Heiligen, van de woningen, enz."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נָהָ֗ר",
          "strongs": "H5104",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "פְּלָגָ֗י/ו",
          "strongs": "H6388",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְשַׂמְּח֥וּ",
          "strongs": "H8055",
          "morph": "HVpi3mp"
        },
        {
          "woord": "עִיר",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֑ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "קְ֝דֹ֗שׁ",
          "strongs": "H6918",
          "morph": "HAamsc"
        },
        {
          "woord": "מִשְׁכְּנֵ֥י",
          "strongs": "H4908",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "עֶלְיֽוֹן",
          "strongs": "H5945",
          "morph": "HAamsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> beekjes van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> de rivier zullen verblijden de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> stad van God,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> het heiligdom van de woningen van de Allerhoogste.",
      "textSV1888_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> beekjes der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> rivier zullen verblijden de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> stad Gods,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> het heiligdom der woningen des Allerhoogsten.",
      "text1637_html": "De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> beecxkens der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Riviere, sullen verblijden de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> stadt Godes; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> het heylichdom der wooningen des Alderhoochsten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Gods,",
          "new": "van God,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "des Allerhoogsten.",
          "new": "van de Allerhoogste.",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen; God zal haar helpen in het aanbreken van den morgenstond.",
      "text1637": "Godt is in’t midden van [17] haer, sy en sal niet wanckelen; Godt salse helpen in’t [18] aenbreken des morgenstonts.",
      "text2026": "God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen; God zal haar helpen in het aanbreken van de morgenstond.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "haar, zij: Te weten, de stad Gods.",
          "text1637": "T.w. der Stadt Godts.",
          "text2026": "haar, zij: Te weten, de stad van God."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, vroeg, tijdelijk.",
          "text1637": "D. vroech, tijdelick.",
          "text2026": "Dat is, vroeg, tijdelijk."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֣ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ֭/קִרְבָּ/הּ",
          "strongs": "H7130",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "בַּל",
          "strongs": "H1077",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּמּ֑וֹט",
          "strongs": "H4131",
          "morph": "HVNi3fs"
        },
        {
          "woord": "יַעְזְרֶ֥/הָ",
          "strongs": "H5826",
          "morph": "HVqi3ms/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "אֱ֝לֹהִ֗ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנ֥וֹת",
          "strongs": "H6437",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "בֹּֽקֶר",
          "strongs": "H1242",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "God is in het midden van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> haar, zij zal niet wankelen; God zal haar helpen in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> het aanbreken van de morgenstond.",
      "textSV1888_html": "God is in het midden van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> haar, zij zal niet wankelen; God zal haar helpen in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> het aanbreken van den morgenstond.",
      "text1637_html": "Godt is in’t midden van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> haer, sy en sal niet wanckelen; Godt salse helpen in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> aenbreken des morgenstonts.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "De heidenen raasden, de koninkrijken bewogen zich; Hij verhief Zijn stem, de aarde versmolt.",
      "text1637": "De heydenen raesden, de Coninck-rijcken beweechden sich; [19] hy verhief sijne [20] stemme, de aerde [21] versmolt.",
      "text2026": "De heidenen raasden, de koninkrijken bewogen zich; Hij verhief Zijn stem, de aarde versmolt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij verhief: Te weten, de Heere. Hebr., נָתַן, gaf.",
          "text1637": "T.w. de Heere. Hebr. gaf.",
          "text2026": "Hij verhief: Te weten, de Heer. Hebr., נָתַן, gaf."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hierdoor kan men verstaan den donder. Zie boven Ps. 29:3 , en verg. 1 Sam. 7:10 . Psalmen 29:3 : De stem des HEEREN is op de wateren, de God der ere dondert; de HEERE is op de grote wateren. 1 Samuël 7:10 : En het geschiedde, toen Samuël dat brandoffer offerde, zo kwamen de Filistijnen aan ten strijde tegen Israël; en de HEERE donderde te dien dage met een groten donder over de Filistijnen, en Hij verschrikte hen, zodat zij verslagen werden voor het aangezicht van Israël.",
          "text1637": "Hier door kanmen verstaen den donder. Siet bov. Psal. 29. op vers 3. ende verg. 1.Sam 7. vers 10.",
          "text2026": "Hierdoor kan men verstaan de donder. Zie boven Ps. 29:3 , en verg. 1 Sam. 7:10 . Psalmen 29:3 : De stem van JAHWEH is op de wateren, de God van de ere dondert; JAHWEH is op de grote wateren. 1 Samuël 7:10 : En het geschiedde, toen Samuël dat brandoffer offerde, zo kwamen de Filistijnen aan ten strijde tegen Israël; en JAHWEH donderde op die dag met een grote donder over de Filistijnen, en Hij verschrikte hen, zodat zij verslagen werden voor het aangezicht van Israël."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Manier van spreken, in de Schriftuur gebruikelijk, om uit te drukken de nietigheid aller schepselen, inzonderheid der hoogmoedige mensen, die zich tegen Gods majesteit opstellen, wien hart en moed ontvatl en als was versmelt, wanneer Hij enigzins zijn hand uitstrekt. Verg. Deut. 1:28 . Deuteronomium 1:28 : Waarheen zouden wij optrekken? Onze broeders hebben ons hart doen smelten, zeggende: Het is een volk, groter en langer dan wij; de steden zijn groot, en gesterkt tot in den hemel toe; ook hebben wij daar kinderen der Enakieten gezien.",
          "text1637": "Maniere van spreken, in de Schriftuere gebruycklick, om uyt te drucken de nieticheyt aller schepselen, insonderheyt der hoochmoedige menschen, die haer tegen Godts Majesteyt opstellen, den welcken hert ende moet ontvalt, ende als was versmelt, wanneer hy eenichsins sijne hant uyt-streckt. Verg. Deut. 1. op vers 28.",
          "text2026": "Manier van spreken, in de Schriftuur gebruikelijk, om uit te drukken de nietigheid van alle schepselen, in het bijzonder van de hoogmoedige mensen, die zich tegen Gods majesteit opstellen, wie hart en moed ontvatl en als was versmelt, wanneer Hij enigzins zijn hand uitstrekt. Verg. Deut. 1:28 . Deuteronomium 1:28 : Waarheen zouden wij optrekken? Onze broers hebben ons hart doen smelten, zeggende: Het is een volk, groter en langer dan wij; de steden zijn groot, en gesterkt tot in de hemel toe; ook hebben wij daar kinderen van de Enakieten gezien."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הָמ֣וּ",
          "strongs": "H1993",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "ג֭וֹיִם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מָ֣טוּ",
          "strongs": "H4131",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "מַמְלָכ֑וֹת",
          "strongs": "H4467",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "נָתַ֥ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ֝/קוֹל֗/וֹ",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "תָּמ֥וּג",
          "strongs": "H4127",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "De heidenen raasden, de koninkrijken bewogen zich;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Hij verhief Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> stem, de aarde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> versmolt.",
      "textSV1888_html": "De heidenen raasden, de koninkrijken bewogen zich;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Hij verhief Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> stem, de aarde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> versmolt.",
      "text1637_html": "De heydenen raesden, de Coninck-rijcken beweechden sich; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> hy verhief sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> stemme, de aerde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> versmolt."
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.",
      "text1637": "De HEERE der [22] heyrscharen is met ons: De Godt Iacobs is ons een hooch vertreck, Sela!",
      "text2026": "JAHWEH van de legermachten is met ons; de God van Jakob is ons een Vesting. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie 1 Kon. 18:15 . 1 Koningen 18:15 : En Elia zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!",
          "text1637": "Siet 1.Reg. 18. op vers 15.",
          "text2026": "Zie 1 Kon. 18:15 . 1 Koningen 18:15 : En Elia zei: Zo waarachtig als JAHWEH van de legermachten leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "צְבָא֣וֹת",
          "strongs": "H6635",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "עִמָּ֑/נוּ",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "מִשְׂגָּֽב",
          "strongs": "H4869",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לָ֝/נוּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֖י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יַעֲקֹ֣ב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH van de legermachten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> is met ons; de God van Jakob is ons een Vesting. Sela.",
      "textSV1888_html": "De HEERE der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.",
      "text1637_html": "De HEERE der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> heyrscharen is met ons: De Godt Iacobs is ons een hooch vertreck, Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "De HEERE der heirscharen",
          "new": "JAHWEH van de legermachten",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Hoog Vertrek.",
          "new": "Vesting.",
          "principe": "V404"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Komt, aanschouwt de daden des HEEREN, Die verwoestingen op aarde aanricht.",
      "text1637": "Komet, aenschouwet de daden des HEEREN; die verwoestingen op aerden [23] aenrecht:",
      "text2026": "Kom, aanschouw de daden van JAHWEH, Die verwoestingen op aarde aanricht.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, heeft aangericht, of gemaakt, aangesteld. Verg. de geschiedenissen 2 Kon. 18 en 2 Kon. 19 2 Kron. 14 en 2 Kron. 20 idem 2 Sam. 10 .",
          "text1637": "Ofte, heeft aengerecht, ofte, gemaeckt, aengestelt. Vergel. de Historien 2.Reg. capp. 18. 19. 2.Chro. 14. ende 20. item 2.Sam. 10.",
          "text2026": "Of, heeft aangericht, of gemaakt, aangesteld. Verg. de geschiedenissen 2 Kon. 18 en 2 Kon. 19 2 Kron. 14 en 2 Kron. 20 idem 2 Sam. 10 ."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לְֽכוּ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "חֲ֭זוּ",
          "strongs": "H2372",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "מִפְעֲל֣וֹת",
          "strongs": "H4659",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "שָׂ֖ם",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "שַׁמּ֣וֹת",
          "strongs": "H8047",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Kom, aanschouw de daden van JAHWEH, Die verwoestingen op aarde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> aanricht.",
      "textSV1888_html": "Komt, aanschouwt de daden des HEEREN, Die verwoestingen op aarde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> aanricht.",
      "text1637_html": "Komet, aenschouwet de daden des HEEREN; die verwoestingen op aerden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> aenrecht:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Komt, aanschouwt",
          "new": "Kom, aanschouw",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "des HEEREN,",
          "new": "van JAHWEH,",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde der aarde, den boog verbreekt, en de spies aan twee slaat, de wagenen met vuur verbrandt.",
      "text1637": "Die d’oorlogen doet ophouden tot aen’t eynde der [24] aerden, den boge verbreeckt, ende de spiesse ontwee slaet; de wagenen met vyer verbrandt.",
      "text2026": "Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde van de aarde, de boog verbreekt, en de speer aan twee slaat, de wagens met vuur verbrandt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders, des lands; dat is in het ganse Joodse land, zover zich dat uitstrekt naar Gods belofte. Zie Ps. 44:4 ; anderzins is het ook in het algemeen waarachtig, dat God degene is, die in de ganse wereld verwoesting door zijn rechtvaardig oordeel aanricht en vrede geeft, als het Hem belieft. Zie Jes. 45:7 . Psalmen 44:4 : Want zij hebben het land niet geërfd door hun zwaard, en hun arm heeft hun geen heil gegeven; maar Uw rechterhand, en Uw arm, en het licht Uws aangezichts, omdat Gij een welbehagen in hen hadt. Jesaja 45:7 : Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak den vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al deze dingen.",
          "text1637": "And. des lants. D. in’t gantsche Ioodsche lant, soo verre sich dat uytstreckt nae Godts belofte. siet Psal. 44.4. Andersins is ’t oock in’t gemeyn waerachtich, dat Godt de gene is, die inde gantsche werelt verwoestinge door sijn rechtveerdich oordeel aenrecht, ende vrede geeft, als ’t hem belieft. Siet Iesa. 45.7.",
          "text2026": "Anders, van het land; dat is in het gehele Joodse land, zover zich dat uitstrekt naar Gods belofte. Zie Ps. 44:4 ; anderzins is het ook in het algemeen waarachtig, dat God degene is, die in de gehele wereld verwoesting door zijn rechtvaardig oordeel aanricht en vrede geeft, als het Hem belieft. Zie Jes. 45:7 . Psalmen 44:4 : Want zij hebben het land niet geërfd door hun zwaard, en hun arm heeft hun geen heil gegeven; maar Uw rechterhand, en Uw arm, en het licht Uws aangezichts, omdat U een welbehagen in hen hadt. Jesaja 45:7 : Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak de vrede en schep het kwaad, Ik, JAHWEH, doe al deze dingen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מַשְׁבִּ֥ית",
          "strongs": "H7673",
          "morph": "HVhrmsa"
        },
        {
          "woord": "מִלְחָמוֹת֮",
          "strongs": "H4421",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "קְצֵ֪ה",
          "strongs": "H7097",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "הָ֫/אָ֥רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "קֶ֣שֶׁת",
          "strongs": "H7198",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "יְ֭שַׁבֵּר",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HVpi3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/קִצֵּ֣ץ",
          "strongs": "H7112",
          "morph": "HC/Vpq3ms"
        },
        {
          "woord": "חֲנִ֑ית",
          "strongs": "H2595",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "עֲ֝גָל֗וֹת",
          "strongs": "H5699",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרֹ֥ף",
          "strongs": "H8313",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אֵֽשׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> van de aarde, de boog verbreekt, en de speer aan twee slaat, de wagens met vuur verbrandt.",
      "textSV1888_html": "Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> aarde, den boog verbreekt, en de spies aan twee slaat, de wagenen met vuur verbrandt.",
      "text1637_html": "Die d’oorlogen doet ophouden tot aen’t eynde der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> aerden, den boge verbreeckt, ende de spiesse ontwee slaet; de wagenen met vyer verbrandt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "spies",
          "new": "speer",
          "principe": "V326"
        },
        {
          "old": "wagenen",
          "new": "wagens",
          "principe": "V405"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Laat af, en weet, dat Ik God ben; Ik zal verhoogd worden onder de heidenen, Ik zal verhoogd worden op de aarde.",
      "text1637": "[25] Latet af, ende wetet, dat ick Godt ben; Ick sal verhoocht worden onder de [26] heydenen, Ick sal verhoocht worden op der aerden.",
      "text2026": "Laat af, en weet, dat Ik God ben; Ik zal verhoogd worden onder de heidenen, Ik zal verhoogd worden op de aarde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Laat af: Dit spreekt God zelf tot de vijanden en vervolgers zijner kerk, die meenden dat zij alleen met mensen te doen hadden.",
          "text1637": "Dit spreeckt Godt selfs tot de vyanden ende vervolgers sijner kercke, die meynden, datse alleen met menschen te doen hadden.",
          "text2026": "Laat af: Dit spreekt God zelf tot de vijanden en vervolgers zijn kerk, die meenden dat zij alleen met mensen te doen hadden."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ik zal tonen [zo gij niet aflaat] dat mijne macht niet besloten is binnen de grenzen van het Joodse land, maar dat Ik daar buiten onder alle heidenen ook Heere en Rechter ben, en zal door mijne oordelen mijnen naam alom grootmaken.",
          "text1637": "Ick sal toonen (so ghy niet aflaet) dat mijne macht niet besloten is binnen de palen van ’t Ioodsche lant, maer dat ick daer buyten onder alle heydenen oock Heer ende Richter ben, ende sal door mijne oordeelen mijnen naem alomme groot-maken.",
          "text2026": "Ik zal tonen [zo u niet aflaat] dat mijn macht niet besloten is binnen de grenzen van het Joodse land, maar dat Ik daar buiten onder alle heidenen ook Heer en Rechter ben, en zal door mijn oordelen mijn naam alom grootmaken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַרְפּ֣וּ",
          "strongs": "H7503",
          "morph": "HVhv2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ֭/דְעוּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqv2mp"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אָנֹכִ֣י",
          "strongs": "H595",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֑ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אָר֥וּם",
          "strongs": "H7311",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּ֝/גּוֹיִ֗ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אָר֥וּם",
          "strongs": "H7311",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup><span class=\"god-speaks\"><i> Laat af, en weet, dat Ik God ben; Ik zal verhoogd worden onder de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> heidenen, Ik zal verhoogd worden op de aarde.</i></span>",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Laat af, en weet, dat Ik God ben; Ik zal verhoogd worden onder de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> heidenen, Ik zal verhoogd worden op de aarde.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> Latet af, ende wetet, dat ick Godt ben; Ick sal verhoocht worden onder de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> heydenen, Ick sal verhoocht worden op der aerden."
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.",
      "text1637": "De HEERE der [27] heyrscharen is met ons; De Godt Iacobs is ons een hooch vertreck, Sela!",
      "text2026": "JAHWEH van de legermachten is met ons; de God van Jakob is ons een Vesting. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie 1 Kon. 18:15 . 1 Koningen 18:15 : En Elia zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!",
          "text1637": "Siet 1.Reg. 18. op vers 15.",
          "text2026": "Zie 1 Kon. 18:15 . 1 Koningen 18:15 : En Elia zei: Zo waarachtig als JAHWEH van de legermachten leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְהוָ֣ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "צְבָא֣וֹת",
          "strongs": "H6635",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "עִמָּ֑/נוּ",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "מִשְׂגָּֽב",
          "strongs": "H4869",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לָ֝/נוּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֖י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יַעֲקֹ֣ב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "JAHWEH van de legermachten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> is met ons; de God van Jakob is ons een Vesting. Sela.",
      "textSV1888_html": "De HEERE der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.",
      "text1637_html": "De HEERE der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> heyrscharen is met ons; De Godt Iacobs is ons een hooch vertreck, Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "De HEERE der heirscharen",
          "new": "JAHWEH van de legermachten",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Hoog Vertrek.",
          "new": "Vesting.",
          "principe": "V404"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "De Prophete beschrijft het vertrouwen ende den sekeren staet der kercke onder de bescherminge des Heeren, die hy aen haer met eene wonderbare verlossinge bewesen hadde: vermanende eenen yederen om dit werck Godts, ende andere diergelicke, te betrachten, tot grootmakinge sijns H. Naems.",
    "text2026": "De profeet beschrijft het vertrouwen en de zekere staat van de Kerk onder de bescherming van de HEERE, Die Hij aan haar met een wonderbare verlossing bewezen had; hij vermaant iedereen om dit werk van God, en andere dergelijke, te overdenken, tot grootmaking van Zijn heilige Naam."
  }
}