{
  "number": 49,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.",
      "text1637": "EEn Psalm: voor den [1] Opper-sang-meester, onder de [2] kinderen van Korah.",
      "text2026": "Een psalm, voor de opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.",
          "text1637": "Siet Psal. 4. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Neginoth."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 42:1 . Psalmen 42:1 : Een onderwijzing, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.",
          "text1637": "Siet Psal. 42. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 42:1 . Psalmen 42:1 : Een onderwijzing, voor de opperzangmeester, onder de kinderen van Korach."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ/מְנַצֵּ֬חַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/בְנֵי",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "קֹ֬רַח",
          "strongs": "H7141",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִזְמֽוֹר",
          "strongs": "H4210",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een psalm, voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> opperzangmeester, onder de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> kinderen van Korach.",
      "textSV1888_html": "Een psalm, voor den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> opperzangmeester, onder de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> kinderen van Korach.",
      "text1637_html": "EEn Psalm: voor den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Opper-sang-meester, onder de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> kinderen van Korah.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Hoort dit, alle gij volken! neemt ter ore, alle inwoners der wereld,",
      "text1637": "Hoort dit, alle ghy volcken: neemt ter ooren, alle inwoonders der werelt.",
      "text2026": "Hoor dit, alle u volken! neem ter ore, alle inwoners van de wereld,",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שִׁמְעוּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "זֹ֭את",
          "strongs": "H2063",
          "morph": "HPdxfs"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָֽ/עַמִּ֑ים",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "הַ֝אֲזִ֗ינוּ",
          "strongs": "H238",
          "morph": "HVhv2mp"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יֹ֥שְׁבֵי",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "חָֽלֶד",
          "strongs": "H2465",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hoor dit, alle u volken! neem ter ore, alle inwoners van de wereld,",
      "text1637_html": "Hoort dit, alle ghy volcken: neemt ter ooren, alle inwoonders der werelt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Hoort",
          "new": "Hoor",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "neemt",
          "new": "neem",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Zowel slechten als aanzienlijken, te zamen rijk en arm!",
      "text1637": "Soo wel [3] slechte als aensienlicke, t’samen rijck ende arm.",
      "text2026": "Zowel eenvoudigen als aanzienlijken, zowel rijk als arm!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. mensenzoon, of, kinderen, ook manszonen. Zie Ps. 4:3 . Psalmen 4:3 : Gij, mannen, hoe lang zal mijn eer tot schande zijn? Hoe lang zult gij de ijdelheid beminnen, de leugen zoeken? Sela.",
          "text1637": "Hebr. oock menschen sonen, ofte, kinderen, oock mans sonen. Siet Psal. 4. op vers 3.",
          "text2026": "Hebr. mensenzoon, of, kinderen, ook manszonen. Zie Ps. 4:3 . Psalmen 4:3 : U, mannen, hoe lang zal mijn eer tot schande zijn? Hoe lang zult u de ijdelheid beminnen, de leugen zoeken? Sela."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "גַּם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵ֣י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אָ֭דָם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "גַּם",
          "strongs": "H1571",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵי",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אִ֑ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יַ֝֗חַד",
          "strongs": "H3162",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "עָשִׁ֥יר",
          "strongs": "H6223",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶבְיֽוֹן",
          "strongs": "H34",
          "morph": "HC/Aamsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zowel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> eenvoudigen als aanzienlijken, zowel rijk als arm!",
      "textSV1888_html": "Zowel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> slechten als aanzienlijken, te zamen rijk en arm!",
      "text1637_html": "Soo wel <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> slechte als aensienlicke, t’samen rijck ende arm.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "slechten",
          "new": "eenvoudigen",
          "principe": "V408"
        },
        {
          "old": "te zamen",
          "new": "zowel",
          "principe": "V374"
        },
        {
          "old": "en",
          "new": "als",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Mijn mond zal enkel wijsheid spreken, en de overdenking mijns harten zal vol verstand zijn.",
      "text1637": "Mijn mont sal [4] enckel wijsheyt spreken: ende de overdenckinge mijns herten sal [5] vol verstants zijn.",
      "text2026": "Mijn mond zal enkel wijsheid spreken, en de overdenking van mijn hart zal vol verstand zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. wijsheden.",
          "text1637": "Hebr. wijsheden.",
          "text2026": "Hebr. wijsheden."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. verstandigheden zijn.",
          "text1637": "Hebr. verstandicheden zijn.",
          "text2026": "Hebr. verstandigheden zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "פִּ֭/י",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְדַבֵּ֣ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpi3ms"
        },
        {
          "woord": "חָכְמ֑וֹת",
          "strongs": "H2454",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/הָג֖וּת",
          "strongs": "H1900",
          "morph": "HC/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "לִבִּ֣/י",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תְבוּנֽוֹת",
          "strongs": "H8394",
          "morph": "HNcfpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Mijn mond zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> enkel wijsheid spreken, en de overdenking van mijn hart zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> vol verstand zijn.",
      "textSV1888_html": "Mijn mond zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> enkel wijsheid spreken, en de overdenking mijns harten zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> vol verstand zijn.",
      "text1637_html": "Mijn mont sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> enckel wijsheyt spreken: ende de overdenckinge mijns herten sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> vol verstants zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijns harten",
          "new": "van mijn hart",
          "principe": "V213"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Ik zal mijn oor neigen tot een spreuk; ik zal mijn verborgene rede openen op de harp.",
      "text1637": "[a] Ick sal mijn’ oore neygen tot eene spreucke: Ick sal mijn [6] verborgen reden openen op de [7] harpe.",
      "text2026": "Ik zal mijn oor neigen tot een spreuk; ik zal mijn verborgen rede openen op de harp.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 78:2 ; Matth. 13:35 . Psalmen 78:2 : Ik zal mijn mond opendoen met spreuken; ik zal verborgenheden overvloediglijk uitstorten, van ouds her; Mattheüs 13:35 : Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door den profeet, zeggende: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen; Ik zal voortbrengen dingen, die verborgen waren van de grondlegging der wereld.",
          "text1637": "Psal. 78.2. Mat. 13.35.",
          "text2026": "Ps. 78:2 ; Matt. 13:35 . Psalmen 78:2 : Ik zal mijn mond opendoen met spreuken; ik zal verborgenheden overvloediglijk uitstorten, van ouds her; Mattheüs 13:35 : Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door de profeet, zeggende: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen; Ik zal voortbrengen dingen, die verborgen waren van de grondlegging van de wereld."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, raadsel. Zie Richt. 14:12 , en 1 Kon. 10:1 . Richteren 14:12 : Simson dan zeide tot hen: Ik zal nu ulieden een raadsel te raden geven; indien gij mij dat in de zeven dagen dezer bruiloft wel zult verklaren en uitvinden, zo zal ik ulieden geven dertig fijne lijnwaadsklederen, en dertig wisselklederen. 1 Koningen 10:1 : En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, aangaande den Naam des HEEREN, kwam zij, om hem met raadselen te verzoeken.",
          "text1637": "Ofte, raetsel. siet Iudic. 14. op vers 12. ende 1.Reg. 10. op vers 1.",
          "text2026": "Of, raadsel. Zie Richt. 14:12 , en 1 Kon. 10:1 . Richteren 14:12 : Simson dan zei tot hen: Ik zal nu u een raadsel te raden geven; als u mij dat in de zeven dagen van deze bruiloft wel zult verklaren en uitvinden, zo zal ik u geven dertig fijne lijnwaadsklederen, en dertig wisselklederen. 1 Koningen 10:1 : En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, aangaande de Naam van JAHWEH, kwam zij, om hem met raadselen te verzoeken."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders, cither.",
          "text1637": "And. cither.",
          "text2026": "Anders, cither."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַטֶּ֣ה",
          "strongs": "H5186",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/מָשָׁ֣ל",
          "strongs": "H4912",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אָזְנִ֑/י",
          "strongs": "H241",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֶפְתַּ֥ח",
          "strongs": "H6605",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ֝/כִנּ֗וֹר",
          "strongs": "H3658",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "חִידָתִֽ/י",
          "strongs": "H2420",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Ik zal mijn oor neigen tot een spreuk; ik zal mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> verborgen rede openen op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> harp.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Ik zal mijn oor neigen tot een spreuk; ik zal mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> verborgene rede openen op de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> harp.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Ick sal mijn’ oore neygen tot eene spreucke: Ick sal mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> verborgen reden openen op de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> harpe.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "verborgene",
          "new": "verborgen",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Waarom zou ik vrezen in kwade dagen, als de ongerechtigen, die op de hielen zijn, mij omringen?",
      "text1637": "Waerom soud’ick vreesen in [8] quade dagen, [als] de [9] ongerechtige die op de hielen zijn, my omringen?",
      "text2026": "Waarom zou ik vrezen in kwade dagen, als de ongerechtigen, die op de hielen zijn, mij omringen?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "kwade dagen: Hebr., בִּ, dagen des kwaads; dat is tijd van tegenspoed en verdriet.",
          "text1637": "Hebr. dagen des quaets. D. tijt van tegenspoet ende verdriet.",
          "text2026": "kwade dagen: Hebr., בִּ, dagen van het kwaad; dat is tijd van tegenspoed en verdriet."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., עֲוֺן, de ongerechtigheid mijner hielen mij omringt. Of versta, de ongerechtigheid en boosheid mijner vijanden, die mij ten onrechte vervolgen en zo op de hielen zijn dat zij mij somtijds als omsingeld hebben. Hierop slaat de ganse psalm, dat de vromen mogen getroost en goedsmoeds zijn tegen de macht en trotsheid hunner goddelozen vervolgers.",
          "text1637": "Hebr. de ongerechticheyt mijner hielen my omringt. ongerechticheyt, d. de ongerechtige. ofte verstaet de ongerechticheyt ende boosheyt mijner vyanden, die my t’onrechte vervolgen, ende soo op de hielen zijn, datse my somtijts als omcingelt hebben. hier op slaet dese gantsche Psalm, dat de vrome mogen getroost ende goets-moets zijn tegen de macht ende trotzicheyt harer godtloose vervolgeren.",
          "text2026": "Hebr., עֲוֺן, de ongerechtigheid mijn hielen mij omringt. Of versta, de ongerechtigheid en boosheid mijn vijanden, die mij ten onrechte vervolgen en zo op de hielen zijn dat zij mij somtijds als omsingeld hebben. Hierop slaat de gehele psalm, dat de vromen mogen getroost en goedsmoeds zijn tegen de macht en trotsheid hun goddelozen vervolgers."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לָ֣/מָּה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HR/Ti"
        },
        {
          "woord": "אִ֭ירָא",
          "strongs": "H3372",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בִּ֣/ימֵי",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "רָ֑ע",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "עֲוֺ֖ן",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "עֲקֵבַ֣/י",
          "strongs": "H6120",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְסוּבֵּֽ/נִי",
          "strongs": "H5437",
          "morph": "HVqi3ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Waarom zou ik vrezen in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> kwade dagen, als de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> ongerechtigen, die op de hielen zijn, mij omringen?",
      "textSV1888_html": "Waarom zou ik vrezen in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> kwade dagen, als de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> ongerechtigen, die op de hielen zijn, mij omringen?",
      "text1637_html": "Waerom soud’ick vreesen in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> quade dagen, [als] de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> ongerechtige die op de hielen zijn, my omringen?"
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Aangaande degenen, die op hun goed vertrouwen; en op de veelheid huns rijkdoms roemen;",
      "text1637": "Aengaende de gene die op haer goet vertrouwen, ende op de veelheyt hares rijckdoms roemen;",
      "text2026": "Inzake degenen, die op hun goed vertrouwen; en op de veelheid van hun rijkdom roemen;",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַ/בֹּטְחִ֥ים",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "חֵילָ֑/ם",
          "strongs": "H2428",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/רֹ֥ב",
          "strongs": "H7230",
          "morph": "HC/R/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "עָ֝שְׁרָ֗/ם",
          "strongs": "H6239",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יִתְהַלָּֽלוּ",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HVti3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Inzake degenen, die op hun goed vertrouwen; en op de veelheid van hun rijkdom roemen;",
      "text1637_html": "Aengaende de gene die op haer goet vertrouwen, ende op de veelheyt hares rijckdoms roemen;",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Aangaande",
          "new": "Inzake",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "huns rijkdoms",
          "new": "van hun rijkdom",
          "principe": "V205"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Niemand van hen zal zijn broeder immermeer kunnen verlossen; hij zal Gode zijn rantsoen niet kunnen geven;",
      "text1637": "Niemant van hen sal [sijnen] [10] broeder [11] immermeer konnen verlossen: hy sal [12] Gode sijn [13] ransoen niet konnen geven:",
      "text2026": "Niemand van hen zal zijn broer immermeer kunnen verlossen; hij zal voor God zijn losprijs niet kunnen geven;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, bloedverwant, vriend, dien hij gaarne bij het leven zou houden, en ongaarne laten sterven, indien het in zijn macht was te keren.",
          "text1637": "D. bloetverwant, vrient, dien hy geerne by’t leven soude houden, ende ongeern laten sterven, indien ’t in sijne macht was te keeren.",
          "text2026": "Dat is, bloedverwant, vriend, die hij graag bij het leven zou houden, en ongaarne laten sterven, als het in zijn macht was te keren."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., verlossende verlossen; dat is, immermeer of enigzins verlossen of rantsoeneren.",
          "text1637": "Hebr. verlossende verlossen. D. immermeer ofte eenichsins verlossen ofte ransoeneren.",
          "text2026": "Hebr., verlossende verlossen; dat is, immermeer of enigzins verlossen of rantsoeneren."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Den Heere van leven en dood, wien de mens den dood schuldig is; Gen. 2:17 , en Gen. 3:19 ; Rom. 5:12 , enz., en Rom. 6:23 . Genesis 2:17 : Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven. Genesis 3:19 : In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren. Romeinen 5:12 : Daarom, gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben. Romeinen 6:23 : Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere.",
          "text1637": "Den Heere des levens ende doots, dien de mensche den doot schuldich is. Gen. 2.17. ende 3.19. Rom. 5.12, etc. ende 6.23.",
          "text2026": "De Heer van leven en dood, wie de mens de dood schuldig is; Gen. 2:17 , en Gen. 3:19 ; Rom. 5:12 , enz., en Rom. 6:23 . Genesis 2:17 : Maar van de boom van de kennis van de goeds en van het kwaad, daarvan zult u niet eten; want op de dag als u daarvan eet, zult u de dood sterven. Genesis 3:19 : In het zweet uws aangezichts zult u brood eten, totdat u tot de aarde terugkeert, omdat u daaruit genomen bent; want u bent stof, en u zult tot stof terugkeren. Romeinen 5:12 : Daarom, gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en zo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welke allen gezondigd hebben. Romeinen 6:23 : Want de bezoldiging van de zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heer."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, zoengeld.",
          "text1637": "Ofte, soengelt.",
          "text2026": "Of, zoengeld."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָ֗ח",
          "strongs": "H251",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "פָדֹ֣ה",
          "strongs": "H6299",
          "morph": "HVqa"
        },
        {
          "woord": "יִפְדֶּ֣ה",
          "strongs": "H6299",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אִ֑ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִתֵּ֖ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אלֹהִ֣ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "כָּפְרֽ/וֹ",
          "strongs": "H3724",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Niemand van hen zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> zijn broer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> immermeer kunnen verlossen; hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> voor God zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> losprijs niet kunnen geven;",
      "textSV1888_html": "Niemand van hen zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> zijn broeder<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> immermeer kunnen verlossen; hij zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Gode zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> rantsoen niet kunnen geven;",
      "text1637_html": "Niemant van hen sal [sijnen] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> broeder <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> immermeer konnen verlossen: hy sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Gode sijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> ransoen niet konnen geven:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "broeder",
          "new": "broer",
          "principe": "O22a"
        },
        {
          "old": "Gode",
          "new": "voor God",
          "principe": "V467"
        },
        {
          "old": "rantsoen",
          "new": "losprijs",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "(Want de verlossing hunner ziel is te kostelijk, en zal in eeuwigheid ophouden);",
      "text1637": "(Want de [14] verlossinge harer [15] ziele is te [16] kostelick, ende [17] sal in eeuwicheyt ophouden):",
      "text2026": "(Want de verlossing van hun ziel is te kostelijk, en zal in eeuwigheid ophouden);",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, rantsoen, lossing, loskoping, losgeld.",
          "text1637": "Ofte, ransoen, lossinge, loskoopinge, losgelt.",
          "text2026": "Of, rantsoen, lossing, loskoping, losgeld."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, huns levens. Zie Gen. 19:17 . Genesis 19:17 : En het geschiedde als zij hen uitgebracht hadden naar buiten, zo zeide Hij: behoud u om uws levens wil; zie niet achter u om, en sta niet op deze ganse vlakte; behoud u naar het gebergte heen, opdat gij niet omkomt.",
          "text1637": "D. hares levens. Siet Genes. 19. op vers 17.",
          "text2026": "Dat is, huns levens. Zie Gen. 19:17 . Genesis 19:17 : En het geschiedde als zij hen uitgebracht hadden naar buiten, zo zei Hij: behoud u om uws levens wil; zie niet achter u om, en sta niet op deze gehele vlakte; behoud u naar het gebergte heen, opdat u niet omkomt."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders, te zwaar; dat is, onmogelijk, gelijk Dan. 2:11 . Daniël 2:11 : Want de zaak die de koning begeert, is te zwaar; en er is niemand anders, die dezelve voor den koning te kennen kan geven, dan de goden, welker woning bij het vlees niet is.",
          "text1637": "And. te swaer. D. onmogelick, als Dan. 2.11.",
          "text2026": "Anders, te zwaar; dat is, onmogelijk, gelijk Dan. 2:11 . Daniël 2:11 : Want de zaak die de koning begeert, is te zwaar; en er is niemand anders, die dezelfde voor de koning te kennen kan geven, dan de goden, van wie woning bij het vlees niet is."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zal in: Dat is, nimmermeer geschieden, zal in eeuwigheid moeten achterblijven.",
          "text1637": "D. nemmermeer geschieden, sal in eeuwicheyt moeten achter blijven.",
          "text2026": "zal in: Dat is, nimmermeer gebeuren, zal in eeuwigheid moeten achterblijven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ֭/יֵקַר",
          "strongs": "H3365",
          "morph": "HC/Vqi3ms"
        },
        {
          "woord": "פִּדְי֥וֹן",
          "strongs": "H6306",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "נַפְשָׁ֗/ם",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/חָדַ֥ל",
          "strongs": "H2308",
          "morph": "HC/Vqq3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/עוֹלָֽם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "(Want de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> verlossing van hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> ziel is te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> kostelijk, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> zal in eeuwigheid ophouden);",
      "textSV1888_html": "(Want de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> verlossing hunner<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> ziel is te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> kostelijk, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> zal in eeuwigheid ophouden);",
      "text1637_html": "(Want de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> verlossinge harer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> ziele is te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> kostelick, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> sal in eeuwicheyt ophouden):",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hunner",
          "new": "van hun",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Dat hij ook voortaan geduriglijk zou leven, en de verderving niet zien.",
      "text1637": "Dat hy [18] oock voortaen [19] geduerichlick soude leven, [ende] de [20] verdervinge niet sien.",
      "text2026": "Dat hij ook voortaan steeds zou leven, en de verderving niet zien.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk hij voor anderen den dood niet kan afkopen, alzo kan hij het voor zichzelven ook niet doen.",
          "text1637": "Gelijck hy voor andere den doot niet kan afkoopen, alsoo en kan hy’t voor sich selven oock niet doen.",
          "text2026": "Gelijk hij voor anderen de dood niet kan afkopen, zo kan hij het voor zichzelven ook niet doen."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, altoos,eeuwiglijk.",
          "text1637": "Ofte, altoos, eeuwichlick.",
          "text2026": "Of, altijd,eeuwig."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 16:10 . Psalmen 16:10 : Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie.",
          "text1637": "Siet Psal. 16. op vers 10.",
          "text2026": "Zie Ps. 16:10 . Psalmen 16:10 : Want U zult mijn ziel in het dodenrijk niet verlaten; U zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וִֽ/יחִי",
          "strongs": "H2421",
          "morph": "HC/Vqj3ms"
        },
        {
          "woord": "ע֥וֹד",
          "strongs": "H5750",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "לָ/נֶ֑צַח",
          "strongs": "H5331",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֖א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִרְאֶ֣ה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/שָּֽׁחַת",
          "strongs": "H7845",
          "morph": "HTd/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dat hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> ook voortaan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> steeds zou leven, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> verderving niet zien.",
      "textSV1888_html": "Dat hij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> ook voortaan<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> geduriglijk zou leven, en de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> verderving niet zien.",
      "text1637_html": "Dat hy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> oock voortaen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> geduerichlick soude leven, [ende] de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> verdervinge niet sien.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "geduriglijk",
          "new": "steeds",
          "principe": "V166"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Want hij ziet, dat de wijzen sterven, dat te zamen een dwaas en een onvernuftige omkomen, en hun goed anderen nalaten.",
      "text1637": "[21] Want hy siet, dat de wijse sterven, dat t’samen een dwaes ende [22] onvernuftige omkomen; ende haer goet anderen nalaten.",
      "text2026": "Want hij ziet, dat de wijzen sterven, dat samen een dwaas en een onvernuftige omkomen, en hun goed anderen nalaten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders, men ziet zekerlijk, of men ziet toch.",
          "text1637": "And. men siet sekerlick, ofte, men siet doch.",
          "text2026": "Anders, men ziet zekerlijk, of men ziet toch."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "een onvernuftige: Of, beestelijke; dat is, die als een onvernuftig dier onverstandig is, of die brandt en gedreven wordt van onbezonnen driftige bewegingen. Verg. Ps. 73:22 , en Ps. 92:7 , en Ps. 94:8 ; Spreuk. 30:2 2 Petr. 2:12 ; Judas 1:10. Psalmen 73:22 : Toen was ik onvernuftig, en wist niets; ik was een groot beest bij U. Psalmen 92:7 : Een onvernuftig man weet er niet van, en een dwaas verstaat ditzelve niet; Psalmen 94:8 : Aanmerkt, gij onvernuftigen onder het volk! en gij dwazen! wanneer zult gij verstandig worden? Spreuken 30:2 : Voorwaar, ik ben onvernuftiger dan iemand; en ik heb geen mensenverstand; 2 Petrus 2:12 : Maar deze, als onredelijke dieren, die de natuur volgen, en voortgebracht zijn om gevangen en gedood te worden, dewijl zij lasteren, hetgeen zij niet verstaan, zullen in hun verdorvenheid verdorven worden;",
          "text1637": "Ofte, beestlicke, dat is, die als een onvernuftich dier onverstandich is, ofte die brandt ende gedreven wort van onbesonnene furieuse bewegingen. Vergel. Psal. 73.22. ende 92.7. ende 94.8. Prov. 30.2. 2.Pet. 2.12. Iudae vers 10.",
          "text2026": "een onvernuftige: Of, beestelijke; dat is, die als een onvernuftig dier onverstandig is, of die brandt en gedreven wordt van onbezonnen driftige bewegingen. Verg. Ps. 73:22 , en Ps. 92:7 , en Ps. 94:8 ; Spr. 30:2 2 Petr. 2:12 ; Judas 1:10. Psalmen 73:22 : Toen was ik onvernuftig, en wist niets; ik was een groot beest bij U. Psalmen 92:7 : Een onvernuftig man weet er niet van, en een dwaas verstaat ditzelfde niet; Psalmen 94:8 : Aanmerkt, u onvernuftigen onder het volk! en u dwazen! wanneer zult u verstandig worden? Spreuken 30:2 : Werkelijk, ik ben onvernuftiger dan iemand; en ik heb geen mensenverstand; 2 Petrus 2:12 : Maar deze, als onredelijke dieren, die de natuur volgen, en voortgebracht zijn om gevangen en gedood te worden, omdat zij lasteren, wat zij niet verstaan, zullen in hun verdorvenheid verdorven worden;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יִרְאֶ֨ה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "חֲכָ֘מִ֤ים",
          "strongs": "H2450",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "יָמ֗וּתוּ",
          "strongs": "H4191",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "יַ֤חַד",
          "strongs": "H3162",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "כְּסִ֣יל",
          "strongs": "H3684",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/בַ֣עַר",
          "strongs": "H1198",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "יֹאבֵ֑דוּ",
          "strongs": "H6",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עָזְב֖וּ",
          "strongs": "H5800",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "לַ/אֲחֵרִ֣ים",
          "strongs": "H312",
          "morph": "HR/Aampa"
        },
        {
          "woord": "חֵילָֽ/ם",
          "strongs": "H2428",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Want hij ziet, dat de wijzen sterven, dat samen een dwaas en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> een onvernuftige omkomen, en hun goed anderen nalaten.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Want hij ziet, dat de wijzen sterven, dat te zamen een dwaas en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> een onvernuftige omkomen, en hun goed anderen nalaten.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Want hy siet, dat de wijse sterven, dat t’samen een dwaes ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> onvernuftige omkomen; ende haer goet anderen nalaten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "te zamen",
          "new": "samen",
          "principe": "V374"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Hun binnenste gedachte is, dat hun huizen zullen zijn in eeuwigheid, hun woningen van geslacht tot geslacht; zij noemen de landen naar hun namen.",
      "text1637": "[23] Hare binnenste-gedachte is, dat hare huysen sullen zijn in eeuwicheyt, hare wooningen [24] van geslachte tot geslachte: [25] sy noemen de landen nae hare namen.",
      "text2026": "Hun binnenste gedachte is, dat hun huizen zullen zijn in eeuwigheid, hun woningen van geslacht tot geslacht; zij noemen de landen naar hun namen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. hun binnenste.",
          "text1637": "Hebr. haer binnenste.",
          "text2026": "Hebr. hun binnenste."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van geslacht: Hebr., דֹר, in geslacht en geslacht.",
          "text1637": "Hebr. in geslachte ende geslachte.",
          "text2026": "van geslacht: Hebr., דֹר, in geslacht en geslacht."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zij noemen: Anders, zij roemen, of roepen uit hun namen in de landen.",
          "text1637": "And. sy roemen, ofte, roepen uyt hare namen in den landen.",
          "text2026": "zij noemen: Anders, zij roemen, of roepen uit hun namen in de landen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "קִרְבָּ֤/ם",
          "strongs": "H7130",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בָּתֵּ֨י/מוֹ",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְֽ/עוֹלָ֗ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ֭שְׁכְּנֹתָ/ם",
          "strongs": "H4908",
          "morph": "HNcmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/דֹ֣ר",
          "strongs": "H1755",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/דֹ֑ר",
          "strongs": "H1755",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "קָֽרְא֥וּ",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "בִ֝/שְׁמוֹתָ֗/ם",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵ֣י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֲדָמֽוֹת",
          "strongs": "H127",
          "morph": "HNcfpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Hun binnenste gedachte is, dat hun huizen zullen zijn in eeuwigheid, hun woningen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> van geslacht tot geslacht;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> zij noemen de landen naar hun namen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Hun binnenste gedachte is, dat hun huizen zullen zijn in eeuwigheid, hun woningen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> van geslacht tot geslacht;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> zij noemen de landen naar hun namen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Hare binnenste-gedachte is, dat hare huysen sullen zijn in eeuwicheyt, hare wooningen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> van geslachte tot geslachte: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> sy noemen de landen nae hare namen."
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "De mens nochtans, die in waarde is, blijft niet; hij wordt gelijk als de beesten, die vergaan.",
      "text1637": "De mensche nochtans, [die] in [26] weerde is, en [27] blijft niet: hy wort gelijck als de beesten, [die] [28] vergaen.",
      "text2026": "De mens toch, die in waarde is, blijft niet; hij wordt gelijk als de beesten, die vergaan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "En geen verstand heeft, gelijk vers 21 , zijnde in zijn hogen staat zulk een dwaas, gelijk tevoren beschreven is. Zie vers 7 , 49:12 . Psalmen 49:21 : De mens, die in waarde is, en geen verstand heeft, wordt gelijk als de beesten, die vergaan. Psalmen 49:7 : Aangaande degenen, die op hun goed vertrouwen; en op de veelheid huns rijkdoms roemen; Psalmen 49:12 : Hun binnenste gedachte is, dat hun huizen zullen zijn in eeuwigheid, hun woningen van geslacht tot geslacht; zij noemen de landen naar hun namen.",
          "text1637": "Ende geen verstant en heeft, als vers 21. zijnde in sijnen hoogen staet sulck een dwaes, als vooren beschreven is. Siet versen 7, 12.",
          "text2026": "En geen verstand heeft, gelijk vers 21 , zijnde in zijn hogen staat zulk een dwaas, gelijk tevoren beschreven is. Zie vers 7 , 49:12 . Psalmen 49:21 : De mens, die in waarde is, en geen verstand heeft, wordt gelijk als de beesten, die vergaan. Psalmen 49:7 : Aangaande degenen, die op hun goed vertrouwen; en op de veelheid huns rijkdoms roemen; Psalmen 49:12 : Hun binnenste gedachte is, dat hun huizen zullen zijn in eeuwigheid, hun woningen van geslacht tot geslacht; zij noemen de landen naar hun namen."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. eigenlijk: zal niet vernachten. Maar het Hebr. woord wordt voorts genomen voor herbergen, verblijven, verkeren.",
          "text1637": "Hebr. eygentl. en sal niet vernachten. maer het Hebr. woort wort voorts genomen, voor herbergen, verblijven, verkeeren.",
          "text2026": "Hebr. eigenlijk: zal niet overnachten. Maar het Hebr. woord wordt verder genomen voor herbergen, verblijven, verkeren."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, afgesneden, uitgeroeid worden. De gelijkheid bestaat in den dood, die den goddelozen en beesten gemeen is, en gelijk in het aanzien van het domme en beestelijke onverstand, waarin de goddelozen sterven alsof zij beesten waren. Van de onsterflijkheid der menselijke ziel wordt op andere plaatsen gesproken.",
          "text1637": "Ofte, afgesneden, uytgeroeyt worden. de gelijckheyt bestaet in den doot, die den godtloosen ende beesten gemeyn is, ende gelijck in ’t aensien des dommen ende beestelicken onverstants, daerin de godtloose sterven, als ofse beesten waren. van de onsterflickheyt der menschlicker ziele wort op andere plaetsen gesproken.",
          "text2026": "Of, afgesneden, uitgeroeid worden. De gelijkheid bestaat in de dood, die de goddelozen en beesten gemeen is, en gelijk in het aanzien van het domme en beestelijke onverstand, waarin de goddelozen sterven alsof zij beesten waren. Van de onsterflijkheid van de menselijke ziel wordt op andere plaatsen gesproken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אָדָ֣ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בִּ֭/יקָר",
          "strongs": "H3366",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּל",
          "strongs": "H1077",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יָלִ֑ין",
          "strongs": "H3885",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "נִמְשַׁ֖ל",
          "strongs": "H4911",
          "morph": "HVNp3ms"
        },
        {
          "woord": "כַּ/בְּהֵמ֣וֹת",
          "strongs": "H929",
          "morph": "HRd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "נִדְמֽוּ",
          "strongs": "H1820",
          "morph": "HVNp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "De mens toch, die in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> waarde is, blijft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> niet; hij wordt gelijk als de beesten,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> die vergaan.",
      "textSV1888_html": "De mens nochtans, die in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> waarde is, blijft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> niet; hij wordt gelijk als de beesten,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> die vergaan.",
      "text1637_html": "De mensche nochtans, [die] in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> weerde is, en <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> blijft niet: hy wort gelijck als de beesten, [die] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> vergaen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "nochtans,",
          "new": "toch,",
          "principe": "V73"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Deze hun weg is een dwaasheid van hen; nochtans hebben hun nakomelingen een welbehagen in hun woorden. Sela.",
      "text1637": "Desen haren [29] wech is eene [30] dwaesheyt van hen: nochtans hebben hare nakomelingen een welbehagen in hare [31] woorden, [32] Sela!",
      "text2026": "Deze hun weg is een dwaasheid van hen; toch hebben hun nakomelingen een welbehagen in hun woorden. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "weg is: Dat is, manier van doen, leven en wandel. Zie Gen. 6:12 . Genesis 6:12 : Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.",
          "text1637": "D. maniere van doen, leven, ende wandel. Siet Genes. 6. op vers 12.",
          "text2026": "weg is: Dat is, manier van doen, leven en wandel. Zie Gen. 6:12 . Genesis 6:12 : Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde."
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders, hoop; dat is, hetgeen waarop zij hun hoop en vertrouwen stellen. Omdat het Hebr. woord strijdige dingen betekent, somtijds dwaasheid, ongestadigheid, lichtvaardigheid, somtijds hoop, bestendigheid, vertrouwen; gelijk het Hebr. woord berech, zegenen, somtijds vloeken, en bij ons het woord hel, somtijds klaar, licht, luchtig ]betekent, somtijds de uiterste duisternis, en dergelijke meer, zo in onze als andere talen.",
          "text1637": "And. hope: D. ’tgene daer op sy hare hope ende vertrouwen stellen, om dat het Hebr. woort strijdige dingen beteeckent, somtijts dwaesheyt, ongestadicheyt, lichtveerdicheyt, somtijts hope, bestandicheyt, vertrouwen: gelijck het Hebr. woort berech, segenen, somtijts vloecken, ende by ons het woordeken, hel, somtijts klaer, licht, luchtich beteeckent, somtijts de uyterste duysternisse; ende diergelicke meer, soo in onse, als andere spraken.",
          "text2026": "Anders, hoop; dat is, wat waarop zij hun hoop en vertrouwen stellen. Omdat het Hebr. woord strijdige dingen betekent, somtijds dwaasheid, ongestadigheid, lichtvaardigheid, somtijds hoop, bestendigheid, vertrouwen; gelijk het Hebr. woord berech, zegenen, somtijds vloeken, en bij ons het woord dodenrijk, somtijds klaar, licht, luchtig ]betekent, somtijds de uiterste duisternis, en dergelijke meer, zo in onze als andere talen."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., הֶם, mond; dat is, zeggen, leren, bevelen, gelijk de mond dikwijls genomen wordt voor hetgeen er uit gaat. De zin is: Zij doen na, gelijk de anderen voorgadaan hunner voorzaten behoorden te verfoeien.",
          "text1637": "Hebr. mont. dat is, seggen, leere, bevelen, gelijck de mont dickwils genomen wort voor’t gene daer uyt gaet: de sin is: sy doen na, gelijck de andere voor gedaen hebben, in plaetse datse de dwaesheyt harer voorsaten behoorden te verfoeyen.",
          "text2026": "Hebr., הֶם, mond; dat is, zeggen, leren, bevelen, gelijk de mond dikwijls genomen wordt voor wat er uit gaat. De zin is: Zij doen na, gelijk de anderen voorgadaan hun voorzaten behoorden te verfoeien."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela.",
          "text1637": "Siet Psal. 3. op vers 3.",
          "text2026": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "זֶ֣ה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HPdxms"
        },
        {
          "woord": "דַ֭רְכָּ/ם",
          "strongs": "H1870",
          "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כֵּ֣סֶל",
          "strongs": "H3689",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לָ֑/מוֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַחֲרֵי/הֶ֓ם",
          "strongs": "H310",
          "morph": "HC/R/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/פִי/הֶ֖ם",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יִרְצ֣וּ",
          "strongs": "H7521",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "Deze hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> weg is een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> dwaasheid van hen; toch hebben hun nakomelingen een welbehagen in hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> woorden.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Sela.",
      "textSV1888_html": "Deze hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> weg is een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> dwaasheid van hen; nochtans hebben hun nakomelingen een welbehagen in hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> woorden.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Sela.",
      "text1637_html": "Desen hare<i>n</i> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> wech is eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> dwaesheyt van hen: nochtans hebben hare nakomelingen een welbehagen in hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> woorden, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "nochtans",
          "new": "toch",
          "principe": "V73"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Men zet hen als schapen in het graf, de dood zal hen afweiden; en de oprechten zullen over hen heersen in dien morgenstond; en het graf zal hun gedaante verslijten, elk uit zijn woning.",
      "text1637": "Men [33] setse als [34] schapen in ’t [35] graf, de doot salse [36] afweyden; ende de oprechte sullen over hen [37] heerschen in dien [38] morgenstont: ende het graf sal hare [39] gedaente [40] verslijten, [elck] uyt sijne [41] wooninge.",
      "text2026": "Men zet hen als schapen in het graf, de dood zal hen afweiden; en de oprechten zullen over hen heersen in die morgenstond; en het graf zal hun gedaante verslijten, elk uit zijn woning.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. zij zetten, of stellen, leggen; te weten hen, de goddelozen rijken, dat is, men zet hen, of zij worden gezet gelijk elders dikwijls.",
          "text1637": "Hebr. sy setten, ofte, stellen, leggen, te weten, hen, de godtloose rijcke. dat is, men setse, ofte, sy worden gesett, als elders dickwils.",
          "text2026": "Hebr. zij zetten, of stellen, leggen; te weten hen, de goddelozen rijken, dat is, men zet hen, of zij worden gezet gelijk elders dikwijls."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die men bij menigten samenstuwt in de kooien, inplaats dat tevoren de ganse wereld voor de gedachten der goddelozen nauwelijks genoeg was.",
          "text1637": "Diemen by menichten t’samen stouwt in de koyen: in plaetse dat te vooren de gantsche werelt voor de gedachten der godtloosen naeulicks genoech en was.",
          "text2026": "Die men bij menigten samenstuwt in de kooien, inplaats dat tevoren de gehele wereld voor de gedachten van de goddelozen nauwelijks genoeg was."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., שְׁאוֹל, scheol, en zo in het volgende. Zie Gen. 37:35 . Genesis 37:35 : En al zijn zonen, en al zijn dochteren maakten zich op, om hem te troosten; maar hij weigerde zich te laten troosten, en zeide: Want ik zal, rouw bedrijvende, tot mijn zoon in het graf nederdalen. Alzo beweende hem zijn vader.",
          "text1637": "Hebr. Scheol. ende soo in’t volgende. Siet Genes. 37. op vers 35.",
          "text2026": "Hebr., שְׁאוֹל, scheol, en zo in het volgende. Zie Gen. 37:35 . Genesis 37:35 : En al zijn zonen, en al zijn dochters maakten zich op, om hem te troosten; maar hij weigerde zich te laten troosten, en zei: Want ik zal, rouw bedrijvende, tot mijn zoon in het graf nederdalen. Zo beweende hem zijn vader."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, verteren, slijten. Zie van het Hebr. woord Job 24:21 . Anders, weiden; dat is, hun heer, meester en regent zijn. Job 24:21 : De onvruchtbare, die niet baart, teert hij af, en aan de weduwe doet hij niets goeds.",
          "text1637": "D. verteeren, slijten. siet van ’t Hebreeusch woort, Iob 24. op vers 21. And. weyden, dat is, haer Heer, Meester, ende Regent zijn.",
          "text2026": "Dat is, verteren, slijten. Zie van het Hebr. woord Job 24:21 . Anders, weiden; dat is, hun heer, meester en regent zijn. Job 24:21 : De onvruchtbare, die niet baart, teert hij af, en aan de weduwe doet hij niets goeds."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "In Christus hun hoofd, onder wiens voeten alle vijanden, als tot een voetbank, zullen worden nedergeworpen; Ps. 110:1 ; 1 Kor. 15:25 . Psalmen 110:1 : Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten. 1 Korinthiërs 15:25 : Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben.",
          "text1637": "In Christo haer hooft, onder wiens voeten alle vyanden, als tot eenen voetbanck, sullen worden nedergeworpen. Psal. 110.1. 1.Cor. 15.25.",
          "text2026": "In Christus hun hoofd, onder wiens voeten alle vijanden, als tot een voetbank, zullen worden nedergeworpen; Ps. 110:1 ; 1 Kor. 15:25 . Psalmen 110:1 : Een psalm van David. JAHWEH heeft tot mijn Heer gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uw voeten. 1 Korinthiërs 15:25 : Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben."
        },
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Als zij uit hun slaap zullen ontwaken ter zalige opstanding, door de kracht van hun Hoofd Jezus Christus.",
          "text1637": "Als sy uyt haren slaep sullen ontwaken ter saliger opstandinge, door de kracht hares hoofts Iesu Christi.",
          "text2026": "Als zij uit hun slaap zullen ontwaken ter zalige opstanding, door de kracht van hun Hoofd Jezus Christus."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, gestalte. Anders hunne rots, sterkte, waarop zij zich verlieten.",
          "text1637": "Ofte, gestalte. And. hare rotse, sterckte, daer op sy haer verlieten.",
          "text2026": "Of, gestalte. Anders hun rots, sterkte, waarop zij zich verlieten."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. eigenlijk, verouden.",
          "text1637": "Hebr. eygentlick, verouden.",
          "text2026": "Hebr. eigenlijk, verouden."
        },
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, weggerukt zijnde. Hoewel hij daarvan zulke dwaze gedachten had. Zie vs. 12. Anders aldus: Want hunlieder [der oprechten] Rotssteen [de Messias ] [is], om het graf te vernielen, dat het hun [Hebr. hem, dat is, niemand der vromen, geen van hen] geen woonstede zij, of uit zijne [des grafs] woning, als wanneer men een vijand in zijn eigen leger overweldigt.",
          "text1637": "T.w. wechgeruckt zijnde. hoewel hy daer van sulcke dwase gedachten hadde. Siet vers 12. And. aldus: want haerlieder (der oprechten) Rotzsteen (de Messias) [is] om het graf te vernielen, dat het hen (Hebr. hem. D. niemanden der vroomen, geenen van hen) geenen woonstede en zy: ofte, uyt sijne (des grafs) wooninge, als wanneermen eenen vyant in sijn eygen leger overweldicht.",
          "text2026": "Te weten, weggerukt zijnde. Hoewel hij daarvan zulke dwaze gedachten had. Zie vs. 12. Anders aldus: Want hun [van de oprechten] Rotssteen [de Messias ] [is], om het graf te vernielen, dat het hun [Hebr. hem, dat is, niemand van de vromen, geen van hen] geen woonstede zij, of uit zijn [van het graf] woning, als wanneer men een vijand in zijn eigen leger overweldigt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כַּ/צֹּ֤אן",
          "strongs": "H6629",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/שְׁא֣וֹל",
          "strongs": "H7585",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "שַׁתּוּ֮",
          "strongs": "H8371",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "מָ֤וֶת",
          "strongs": "H4194",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יִ֫רְעֵ֥/ם",
          "strongs": "H7462",
          "morph": "HVqi3ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יִּרְדּ֘וּ",
          "strongs": "H7287",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "בָ֤/ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יְשָׁרִ֨ים",
          "strongs": "H3477",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "לַ/בֹּ֗קֶר",
          "strongs": "H1242",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "ו/ציר/ם",
          "strongs": "H6736",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/בַלּ֥וֹת",
          "strongs": "H1086",
          "morph": "HR/Vpc"
        },
        {
          "woord": "שְׁא֗וֹל",
          "strongs": "H7585",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִ/זְּבֻ֥ל",
          "strongs": "H2073",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֽ/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Men<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> zet hen als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> schapen in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> graf, de dood zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> hen afweiden; en de oprechten zullen over hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> heersen in die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> morgenstond; en het graf zal hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> gedaante<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> verslijten, elk uit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> zijn woning.",
      "textSV1888_html": "Men<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> zet hen als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> schapen in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> graf, de dood zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> hen afweiden; en de oprechten zullen over hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> heersen in dien<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> morgenstond; en het graf zal hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> gedaante<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> verslijten, elk uit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> zijn woning.",
      "text1637_html": "Men <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> setse als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> schapen in ’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> graf, de doot salse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> afweyden; ende de oprechte sullen over hen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> heerschen in dien <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> morgenstont: ende het graf sal hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> gedaente <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> verslijten, [elck] uyt sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> wooninge.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dien",
          "new": "die",
          "principe": "N4"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Maar God zal mijn ziel van het geweld des grafs verlossen, want Hij zal mij opnemen. Sela.",
      "text1637": "[42] Maer Godt sal mijne [43] ziele van [44] ’t gewelt des grafs verlossen: [45] want hy sal my opnemen, Sela!",
      "text2026": "Maar God zal mijn ziel van het geweld van het graf verlossen, want Hij zal mij opnemen. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, zekerlijk, ziende op de overzetting straks in het voorgaande vermeld.",
          "text1637": "Ofte, sekerlick, siende op de oversettinge stracx in’t voorgaende vermeldt.",
          "text2026": "Of, zekerlijk, ziende op de overzetting straks in het voorgaande vermeld."
        },
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. Ps. 16:10 . Hoewel hier gezien wordt op de volkomen verlossing van alle leden van Christus, naar ziel en lichaam, hetwelk een ieder gelovige zich toeëigent, gelijk hier geschiedt. Psalmen 16:10 : Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie.",
          "text1637": "Vergel. Psal. 16. op vers 10. hoewel hier gesien wort op de volkomene verlossinge aller leden Christi, nae lichaem ende ziele, het welcke een yeder geloovige sich toe-eygent, als hier geschiet.",
          "text2026": "Verg. Ps. 16:10 . Hoewel hier gezien wordt op de volkomen verlossing van alle leden van Christus, naar ziel en lichaam, dat een ieder gelovige zich toeëigent, gelijk hier geschiedt. Psalmen 16:10 : Want U zult mijn ziel in het dodenrijk niet verlaten; U zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie."
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. uit, of van de hand, alzo Hos. 13:14 . Zie Job 5:20 , en Ps. 22:21 . Hosea 13:14 : Doch Ik zal hen van het geweld der hel verlossen, Ik zal ze vrijmaken van den dood: o dood! waar zijn uw pestilentien? hel! waar is uw verderf? Berouw zal van Mijn ogen verborgen zijn, Job 5:20 : In den honger zal Hij u verlossen van den dood, en in den oorlog van het geweld des zwaards. Psalmen 22:21 : Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld des honds.",
          "text1637": "Hebr. uyt, ofte, van de hant. alsoo Hose. 13.14. Siet Iob 5. op vers 20. ende Psal. 22.21.",
          "text2026": "Hebr. uit, of van de hand, zo Hos. 13:14 . Zie Job 5:20 , en Ps. 22:21 . Hosea 13:14 : Maar Ik zal hen van het geweld van het dodenrijk verlossen, Ik zal ze vrijmaken van de dood: o dood! waar zijn uw pestilentien? dodenrijk! waar is uw verderf? Berouw zal van Mijn ogen verborgen zijn, Job 5:20 : In de honger zal Hij u verlossen van de dood, en in de oorlog van het geweld van het zwaard. Psalmen 22:21 : Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld van de honds."
        },
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "want Hij: Of, wanneer Hij mij zal opnemen. Zie Joh. 14:3 ; 1 Thess. 4:14 , 4:17 . Johannes 14:3 : En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kome Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben. 1 Thessalonicensen 4:14 : Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, weder brengen met Hem. 1 Thessalonicensen 4:17 : Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.",
          "text1637": "Ofte, wanneer hy my sal opnemen. Siet Ioh 14.3. 1.Thes. 4.14, 17.",
          "text2026": "want Hij: Of, wanneer Hij mij zal opnemen. Zie Joh. 14:3 ; 1 Thess. 4:14 , 4:17 . Johannes 14:3 : En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kome Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat u ook zijn mag, waar Ik ben. 1 Thessalonicensen 4:14 : Want als wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, zo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, weer brengen met Hem. 1 Thessalonicensen 4:17 : Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, de Heer tegemoet, in de lucht; en zo zullen wij altijd met de Heer wezen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֗ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יִפְדֶּ֣ה",
          "strongs": "H6299",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "נַ֭פְשִׁ/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִֽ/יַּד",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "שְׁא֑וֹל",
          "strongs": "H7585",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּ֖י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יִקָּחֵ֣/נִי",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqi3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> Maar God zal mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> ziel van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> het geweld van het graf verlossen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> want Hij zal mij opnemen. Sela.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> Maar God zal mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> ziel van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> het geweld des grafs verlossen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> want Hij zal mij opnemen. Sela.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> Maer Godt sal mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> ziele van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> ’t gewelt des grafs verlossen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> want hy sal my opnemen, Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des grafs",
          "new": "van het graf",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Vrees niet, wanneer een man rijk wordt, wanneer de eer van zijn huis groot wordt;",
      "text1637": "En [46] vreest niet wanneer een man rijck wort; wanneer de eere van sijn huys [47] groot wort.",
      "text2026": "Vrees niet, wanneer een man rijk wordt, wanneer de eer van zijn huis groot wordt;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versla u niet, bezwijk niet, wordt niet kleinmoedig of wantrouwend, als de goddelozen machtig worden.",
          "text1637": "En verslaet u niet, beswijckt niet, wort niet kleynmoedich, ofte wantrouwende, als de godtloose machtich worden.",
          "text2026": "Versla u niet, bezwijk niet, wordt niet kleinmoedig of wantrouwend, als de goddelozen machtig worden."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, vermenigvuldigt, vermeerdert.",
          "text1637": "Ofte, vermenichvuldicht, vermeerdert.",
          "text2026": "Of, vermenigvuldigt, vermeerdert."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּ֭ירָא",
          "strongs": "H3372",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יַעֲשִׁ֣ר",
          "strongs": "H6238",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "אִ֑ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יִ֝רְבֶּה",
          "strongs": "H7235",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "כְּב֣וֹד",
          "strongs": "H3519",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "בֵּיתֽ/וֹ",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Vrees<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> niet, wanneer een man rijk wordt, wanneer de eer van zijn huis<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> groot wordt;",
      "textSV1888_html": "Vrees<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> niet, wanneer een man rijk wordt, wanneer de eer van zijn huis<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> groot wordt;",
      "text1637_html": "En <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> vreest niet wanneer een man rijck wort; wanneer de eere van sijn huys <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> groot wort."
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Want hij zal in zijn sterven niet met al medenemen, zijn eer zal hem niet nadalen.",
      "text1637": "Want hy en sal in sijn sterven niet met allen mede nemen: sijne eere en sal hem niet nae dalen.",
      "text2026": "Want hij zal in zijn sterven niet met al meenemen, zijn eer zal hem niet nadalen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "בְ֭/מוֹת/וֹ",
          "strongs": "H4194",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִקַּ֣ח",
          "strongs": "H3947",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "הַ/כֹּ֑ל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יֵרֵ֖ד",
          "strongs": "H3381",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אַחֲרָ֣י/ו",
          "strongs": "H310",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כְּבוֹדֽ/וֹ",
          "strongs": "H3519",
          "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want hij zal in zijn sterven niet met al meenemen, zijn eer zal hem niet nadalen.",
      "text1637_html": "Want hy en sal in sijn sterven niet met allen mede nemen: sijne eere en sal hem niet nae dalen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "medenemen,",
          "new": "meenemen,",
          "principe": "V599"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Hoewel hij zijn ziel in zijn leven zegent, en zij u loven, omdat gij uzelven goed doet;",
      "text1637": "Hoewel hy sijne [48] ziele in sijn leven segent; ende [49] sy u loven, [50] om dat ghy u selven goet doet:",
      "text2026": "Hoewel hij zijn ziel in zijn leven zegent, en zij u loven, omdat u uzelf goed doet;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, zichzelven voor gelukkig houdt, zie Deut. 29:19 . Sommigen verstaan het van zijn weeldirig en overdadig leven, gelijk in het volgende gezegd wordt, en Luk. 12:19 , en Luk. 16:25 . Deuteronomium 29:19 : En het geschiede, als hij de woorden dezes vloeks hoort, dat hij zichzelven zegene in zijn hart, zeggende: Ik zal vrede hebben, wanneer ik schoon naar mijns harten goeddunken zal wandelen, om den dronkene te doen tot den dorstige. Lukas 12:19 : En ik zal tot mijn ziel zeggen: Ziel! gij hebt vele goederen, die opgelegd zijn voor vele jaren, neem rust, eet, drink, wees vrolijk. Lukas 16:25 : Maar Abraham zeide: Kind, gedenk, dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus desgelijks het kwade; en nu wordt hij vertroost, en gij lijdt smarten.",
          "text1637": "D. hem selven voor geluckich hout. Siet Deut. 29. op vers 19. Sommige verstaen’t van sijn weeldich ende overdadich leven, als in’t volgende geseyt wort, ende Luce 12.19. ende 16.25.",
          "text2026": "Dat is, zichzelven voor gelukkig houdt, zie Deut. 29:19 . Sommigen verstaan het van zijn weeldirig en overdadig leven, gelijk in het volgende gezegd wordt, en Luk. 12:19 , en Luk. 16:25 . Deuteronomium 29:19 : En het geschiede, als hij de woorden van deze vloeks hoort, dat hij zichzelven zegene in zijn hart, zeggende: Ik zal vrede hebben, wanneer ik schoon naar mijns harten goeddunken zal wandelen, om de dronkene te doen tot de dorstige. Lukas 12:19 : En ik zal tot mijn ziel zeggen: Ziel! u hebt vele goederen, die opgelegd zijn voor vele jaren, neem rust, eet, drink, wees vrolijk. Lukas 16:25 : Maar Abraham zei: Kind, gedenk, dat u uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus evenzo het kwade; en nu wordt hij vertroost, en u lijdt smarten."
        },
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zij u: De dwaze kinderen der wereld u [gij dwazen rijken] loven en prijzen.",
          "text1637": "De dwase werelts-kinderen u (ghy dwase rijcke) loven ende prijsen.",
          "text2026": "zij u: De dwaze kinderen van de wereld u [u dwazen rijken] loven en prijzen."
        },
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, wanneer gij, enz.",
          "text1637": "Ofte, wanneer ghy, etc.",
          "text2026": "Of, wanneer u, enz."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "נַ֭פְשׁ/וֹ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/חַיָּ֣י/ו",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְבָרֵ֑ךְ",
          "strongs": "H1288",
          "morph": "HVpi3ms"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/יוֹדֻ֗/ךָ",
          "strongs": "H3034",
          "morph": "HC/Vhi3mp/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "תֵיטִ֥יב",
          "strongs": "H3190",
          "morph": "HVhi2ms"
        },
        {
          "woord": "לָֽ/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hoewel hij zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> ziel in zijn leven zegent, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> zij u loven,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> omdat u uzelf goed doet;",
      "textSV1888_html": "Hoewel hij zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> ziel in zijn leven zegent, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> zij u loven,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> omdat gij uzelven goed doet;",
      "text1637_html": "Hoewel hy sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> ziele in sijn leven segent; ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> sy u loven, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> om dat ghy u selven goet doet:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij uzelven",
          "new": "u uzelf",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Zo zal zij toch komen tot het geslacht harer vaderen; tot in eeuwigheid zullen zij het licht niet zien.",
      "text1637": "So sal [51] sy [doch] komen tot het geslachte harer [52] vaderen: Tot in eeuwicheyt en sullen sy het [53] licht niet sien.",
      "text2026": "Zo zal zij toch komen tot het geslacht haar vaders; tot in eeuwigheid zullen zij het licht niet zien.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zij toch : Te weten, de ziel, waarvan in het voorgaande vers 19 , gesproken, dat is, hij zelf. Psalmen 49:19 : Hoewel hij zijn ziel in zijn leven zegent, en zij u loven, omdat gij uzelven goed doet;",
          "text1637": "T.w. de ziele, waer van in’t voorgaende vers gesproken, D. hy self.",
          "text2026": "zij toch : Te weten, de ziel, waarvan in het voorgaande vers 19 , gesproken, dat is, hij zelf. Psalmen 49:19 : Hoewel hij zijn ziel in zijn leven zegent, en zij u loven, omdat u uzelven goed doet;"
        },
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zijner voorvaders, die in het graf en ter helle zijn gevaren: gelijk de gelovigen tot hunne medeleden vergaderd worden. Zie Gen. 15:15 , en Gen. 25:8 , 25:17 . Sommigen verstaan dit vers alzo, dat deze goddelozen niet langer zullen leven op aarde, gelijk hunne voorvaders, dat zij geen eeuwig leven op aarde zullen hebben. Genesis 15:15 : En gij zult tot uw vaderen gaan met vrede; gij zult in goeden ouderdom begraven worden. Genesis 25:8 : En Abraham gaf den geest en stierf, in goeden ouderdom, oud en des levens zat, en hij werd tot zijn volken verzameld. Genesis 25:17 : En dit zijn de jaren des levens van Ismaël, honderd zeven en dertig jaren; en hij gaf den geest, en stierf, en hij werd verzameld tot zijn volken.",
          "text1637": "Sijner voorvaderen, die in’t graf ende ter hellen zijn gevaren: gelijck de geloovige tot hare mede-leden vergadert worden. Siet Gen. 15.15. ende 25.8, 17. sommige verstaen dit vers alsoo, dat dese godtloose niet langer sullen leven op aerden, als hare voorvaders, datse geen eeuwich leven op aerden en sullen hebben.",
          "text2026": "Zijn voorvaders, die in het graf en ter dodenrijk zijn gevaren: gelijk de gelovigen tot hun medeleden vergaderd worden. Zie Gen. 15:15 , en Gen. 25:8 , 25:17 . Sommigen verstaan dit vers zo, dat deze goddelozen niet langer zullen leven op aarde, gelijk hun voorvaders, dat zij geen eeuwig leven op aarde zullen hebben. Genesis 15:15 : En u zult tot uw vaders gaan met vrede; u zult in goede ouderdom begraven worden. Genesis 25:8 : En Abraham gaf de geest en stierf, in goede ouderdom, oud en van het leven zat, en hij werd tot zijn volken verzameld. Genesis 25:17 : En dit zijn de jaren van het leven van Ismaël, honderd zeven en dertig jaren; en hij gaf de geest, en stierf, en hij werd verzameld tot zijn volken."
        },
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. Ps. 36:10 ; maar zij [de goddelozen, tevoren beschreven] zullen uitgeworpen worden in de uiterste duisternis; Matth. 8:12 . Psalmen 36:10 : Want bij U is de fontein des levens; in Uw licht zien wij het licht. Mattheüs 8:12 : En de kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; aldaar zal wening zijn, en knersing der tanden.",
          "text1637": "Verg. Psal. 36. op vers 10. maer sy (de godtloose vooren beschreven) sullen uytgeworpen worden in de uyterste duysternisse. Matth. 8.12.",
          "text2026": "Verg. Ps. 36:10 ; maar zij [de goddelozen, tevoren beschreven] zullen uitgeworpen worden in de uiterste duisternis; Matt. 8:12 . Psalmen 36:10 : Want bij U is de fontein van het leven; in Uw licht zien wij het licht. Mattheüs 8:12 : En de kinderen van het Koninkrijk zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal gehuil zijn, en knersing van de tanden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תָּ֭בוֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "דּ֣וֹר",
          "strongs": "H1755",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֲבוֹתָ֑י/ו",
          "strongs": "H1",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "נֵ֝֗צַח",
          "strongs": "H5331",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִרְאוּ",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "אֽוֹר",
          "strongs": "H216",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> zij toch komen tot het geslacht haar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> vaders; tot in eeuwigheid zullen zij het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> licht niet zien.",
      "textSV1888_html": "Zo zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> zij toch komen tot het geslacht harer<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> vaderen; tot in eeuwigheid zullen zij het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> licht niet zien.",
      "text1637_html": "So sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> sy [doch] komen tot het geslachte harer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> vaderen: Tot in eeuwicheyt en sullen sy het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> licht niet sien.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "harer vaderen;",
          "new": "haar vaders;",
          "principe": "MR-1KR-007"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "De mens, die in waarde is, en geen verstand heeft, wordt gelijk als de beesten, die vergaan.",
      "text1637": "De mensche, [die] in weerde is, ende geen verstant en heeft, wort gelijck als de beesten [die] vergaen.",
      "text2026": "De mens, die in waarde is, en geen verstand heeft, wordt gelijk als de beesten, die vergaan.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָדָ֣ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בִּ֭/יקָר",
          "strongs": "H3366",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יָבִ֑ין",
          "strongs": "H995",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "נִמְשַׁ֖ל",
          "strongs": "H4911",
          "morph": "HVNp3ms"
        },
        {
          "woord": "כַּ/בְּהֵמ֣וֹת",
          "strongs": "H929",
          "morph": "HRd/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "נִדְמֽוּ",
          "strongs": "H1820",
          "morph": "HVNp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "De mens, die in waarde is, en geen verstand heeft, wordt gelijk als de beesten, die vergaan.",
      "text1637_html": "De mensche, [die] in weerde is, ende geen verstant en heeft, wort gelijck als de beesten [die] vergaen.",
      "phraseDiff": []
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "De Prophete, hebbende alle menschen vermaent tot op-merckinge, maeckt eene tegen-stellinge van het ydel vertrouwen der wereltsche menschen op haren rijckdom, macht, ende eere in dit verganckelick leven; ende van het heylich vertrouwen der geloovigen op Godt, die haer uyt den dooden sal op-wecken ende het eeuwich leven schencken: vermanende daerom alle geloovige, niet te vreesen voor den rijckdom ofte macht van eenich wereltsch mensche.",
    "text2026": "De profeet, alle mensen vermaand hebbend tot opmerkzaamheid, maakt een tegenstelling tussen het ijdele vertrouwen van de wereldse mensen op hun rijkdom, macht en eer in dit vergankelijke leven, en het heilige vertrouwen van de gelovigen op God, Die hen uit de doden zal opwekken en het eeuwige leven schenken; daarom vermaant hij alle gelovigen niet te vrezen voor de rijkdom of macht van enig werelds mens."
  }
}
