{
  "number": 56,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, op Jonath Elem Rechokim; als de Filistijnen hem gegrepen hadden te Gath.",
      "text1637": "[1] EEn gouden kleynoot Davids, voor den Opper-sang-meester, op [2] Ionath Elem Rechokim: [a] als de Philistijnen hem gegrepen hadden te Gath.",
      "text2026": "Een gouden kleinood van David, voor de opperzangmeester, op Jonath Elem Rechokim; als de Filistijnen hem gegrepen hadden te Gath.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester: Zie Ps. 4:1 , en Ps. 16:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth. Psalmen 16:1 : Een gouden kleinood van David. Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U.",
          "text1637": "Siet Psal. 16 op vers 1. ende 4. op vers 1.",
          "text2026": "Een gouden kleinood van David, voor de opperzangmeester: Zie Ps. 4:1 , en Ps. 16:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Neginoth. Psalmen 16:1 : Een gouden kleinood van David. Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Jonath Elem: Dit houden sommigen voor een begin van zeker lied, bij de Joden te dien tijde bekend, op welke wijze deze psalm gezongen is. Anderen zetten het aldus over: Van de stome duif, [Hebr. duif der stomheid] in verre plaatsen; waardoor David zichzelven zou verstaan, zijnde te dien tijde als ene duif, die uit hare plaats verre verjaagd zijnde, treurt en geen geluid slaat. Verg. Ps. 55:7 , idem aldus: van de drukking van de vergadering [of] der rots dergenen die verre [vervreemd] zijn, te weten, van God en zijn volk, namelijk de Filistijnen, die David een smadelijken dood zou aandoen. Psalmen 55:7 : Zodat ik zeg: Och, dat mij iemand vleugelen, als ener duive, gave! ik zou henenvliegen, waar ik blijven mocht.",
          "text1637": "Dit houden sommige voor een begin van seker liedt, by den Ioden te dier tijt bekent, op welcks wijse dese Psalm gesongen zy. Andere setten’t aldus over: Vande stomme duyve (Hebr. Duyve der stomheyt) in verre plaetsen. waer door David hem selven soude verstaen, wesende te dier tijt als eene duyve, die uyt hare plaetse verre verjaecht zijnde, treurt ende geen geluyt en slaet. Vergel. Psal. 55.7. item aldus: van de verdruckinge der vergaderinge (ofte, des rots) der gener, die verre (vervreemt) zijn, T.w. van Godt ende sijn volck, N. de Philistijnen, die David gevangen hadden, ende voor haren Coninck Achis brachten, niet twijfelende, ofte die soude last geven, datmen David eenen smadelicken doot soude aendoen.",
          "text2026": "Jonath Elem: Dit houden sommigen voor een begin van zeker lied, bij de Joden te die tijde bekend, op welke wijze deze psalm gezongen is. Anderen zetten het aldus over: Van de stome duif, [Hebr. duif van de stomheid] in verre plaatsen; waardoor David zichzelven zou verstaan, zijnde te die tijde als een duif, die uit haar plaats verre verjaagd zijnde, treurt en geen geluid slaat. Verg. Ps. 55:7 , idem aldus: van de drukking van de vergadering [of] van de rots dergenen die verre [vervreemd] zijn, te weten, van God en zijn volk, namelijk de Filistijnen, die David een smadelijken dood zou aandoen. Psalmen 55:7 : Zodat ik zeg: Och, dat mij iemand vleugelen, als van een duif, gave! ik zou henenvliegen, waar ik blijven mocht."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "1 Sam. 21:12 ; idem v. 13 ; idem v. 14 . 1 Samuël 21:12 : En David leide deze woorden in zijn hart; en hij was zeer bevreesd voor het aangezicht van Achis, den koning van Gath. 1 Samuël 21:13 : Daarom veranderde hij zijn gelaat voor hun ogen, en hij maakte zichzelven gek onder hun handen; en hij bekrabbelde de deuren der poort, en hij liet zijn zever in zijn baard aflopen. 1 Samuël 21:14 : Toen zeide Achis tot zijn knechten: Ziet, gij ziet, dat de man razende is, waarom hebt gij hem tot mij gebracht?",
          "text1637": "1.Sam. 21. versen 12, 13, 14.",
          "text2026": "1 Sam. 21:12 ; idem v. 13 ; idem v. 14 . 1 Samuël 21:12 : En David legde deze woorden in zijn hart; en hij was zeer bevreesd voor het aangezicht van Achis, de koning van Gath. 1 Samuël 21:13 : Daarom veranderde hij zijn gelaat voor hun ogen, en hij maakte zichzelven gek onder hun handen; en hij bekrabbelde de deuren van de poort, en hij liet zijn zever in zijn baard aflopen. 1 Samuël 21:14 : Toen zei Achis tot zijn knechten: Ziet, u ziet, dat de man razende is, waarom hebt u hem tot mij gebracht?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ/מְנַצֵּ֤חַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "י֬וֹנַת",
          "strongs": "H3123",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "אֵ֣לֶם",
          "strongs": "H482",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "רְ֭חֹקִים",
          "strongs": "H7350",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָוִ֣ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "מִכְתָּ֑ם",
          "strongs": "H4387",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בֶּֽ/אֱחֹ֨ז",
          "strongs": "H270",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "אֹת֖/וֹ",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "פְלִשְׁתִּ֣ים",
          "strongs": "H6430",
          "morph": "HNgmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/גַֽת",
          "strongs": "H1661",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Een gouden kleinood van David, voor de opperzangmeester, op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Jonath Elem Rechokim;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> als de Filistijnen hem gegrepen hadden te Gath.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Jonath Elem Rechokim;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> als de Filistijnen hem gegrepen hadden te Gath.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> EEn gouden kleynoot Davids, voor den Opper-sang-meester, op <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Ionath Elem Rechokim: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> als de Philistijnen hem gegrepen hadden te Gath.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Wees mij genadig, o God! want de mens zoekt mij op te slokken; den gansen dag dringt mij de bestrijder.",
      "text1637": "Zijt my genadich, ô Godt, want de [3] mensch [4] soeckt my op te slocken: den gantschen dach [5] dringt my de bestrijder.",
      "text2026": "Wees mij genadig, o God! want de mens zoekt mij op te slokken; de hele dag dringt mij de bestrijder.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Saul met de zijnen aan de ene zijde, en nu ook de Filistijnen aan de andere zijde, zodat hij nergens veilig was.",
          "text1637": "Saul met de sijne aen d’eene zijde, ende nu oock de Philistijnen aen d’andere zijde, so dat hy nergens veylich was.",
          "text2026": "Saul met de zijn aan de één zijde, en nu ook de Filistijnen aan de andere zijde, zodat hij nergens veilig was."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zoekt mij op te slokken: Hebr. slokt, of slorpt mij op, of heeft mij opgeslokt, ingezwolgen; dat is, zoekt mij als een wild dier te verslinden, òf, het scheelt niet veel, of hij doet het, het schort aan hem niet. Alzo in het volgende vers. Verg. Neh. 6:9 , 6:14 , en onder Ps. 57:4 . Anders: hijgt of gaapt, snakt naar mij, vervolgt mij, al hijgende; dat is, haakt, verlangt en tracht zeer vuriglijk daarnaar, dat hij mij zou mogen vernielen. Alzo wordt het Hebr. woord ook genomen Job 7:2 ; Pred. 1:5 , en onder Ps. 119:131 . Nehemia 6:9 : Want zij allen zochten ons vreesachtig te maken, zeggende: Hun handen zullen van het werk aflaten, dat het niet zal gedaan worden; nu dan, sterk mijn handen! Nehemia 6:14 : Gedenk, mijn God, aan Tobia en aan Sanballat, naar deze zijn werken; en ook aan de profetes Noadja, en aan de andere profeten, die mij gezocht hebben vreesachtig te maken. Psalmen 57:4 : Hij zal van den hemel zenden, en mij verlossen, te schande makende dengene, die mij zoekt op te slokken. Sela. God zal Zijn goedertierenheid en Zijn waarheid zenden. Job 7:2 : Gelijk de dienstknecht hijgt naar de schaduw, en gelijk de dagloner verwacht zijn werkloon; Prediker 1:5 : Ook rijst de zon op, en de zon gaat onder, en zij hijgt naar haar plaats, waar zij oprees. Psalmen 119:131 : Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.",
          "text1637": "Hebr. slockt, ofte, slorpt my op, ofte, heeft my opgeslockt, ingeswelcht. D. soeckt my als een wilt dier te verslinden, ofte, ’t scheelt niet veel, ofte hy doet het, het schort aen hem niet. alsoo in’t volgende vers Vergel. Neh. 6. op versen 9, 14. ende ond. 57.4. And. hijcht oft, gaept, snackt nae my, vervolcht my al hijgende. D. haeckt, verlangt ende tracht seer vyerichlick daer nae, dat hy my soude mogen vernielen: alsoo wort ’t Hebr. woort ooc genomen Iob 7.2. Eccl. 1.5. ende ond. Psal. 119.131.",
          "text2026": "zoekt mij op te slokken: Hebr. slokt, of slorpt mij op, of heeft mij opgeslokt, ingezwolgen; dat is, zoekt mij als een wild dier te verslinden, òf, het scheelt niet veel, of hij doet het, het schort aan hem niet. Zo in het volgende vers. Verg. Neh. 6:9 , 6:14 , en onder Ps. 57:4 . Anders: hijgt of gaapt, snakt naar mij, vervolgt mij, al hijgende; dat is, haakt, verlangt en tracht zeer vuriglijk daarnaar, dat hij mij zou mogen vernielen. Zo wordt het Hebr. woord ook genomen Job 7:2 ; Pred. 1:5 , en onder Ps. 119:131 . Nehemia 6:9 : Want zij allen zochten ons vreesachtig te maken, zeggende: Hun handen zullen van het werk aflaten, dat het niet zal gedaan worden; nu dan, sterk mijn handen! Nehemia 6:14 : Gedenk, mijn God, aan Tobia en aan Sanballat, naar deze zijn werken; en ook aan de profetes Noadja, en aan de andere profeten, die mij gezocht hebben vreesachtig te maken. Psalmen 57:4 : Hij zal van de hemel zenden, en mij verlossen, te schande makende dengene, die mij zoekt op te slokken. Sela. God zal Zijn goedertierenheid en Zijn waarheid zenden. Job 7:2 : Gelijk de dienaar hijgt naar de schaduw, en gelijk de dagloner verwacht zijn werkloon; Prediker 1:5 : Ook rijst de zon op, en de zon gaat onder, en zij hijgt naar haar plaats, waar zij oprees. Psalmen 119:131 : Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "dringt mij: Of, strijdende dringt hij mij.",
          "text1637": "Ofte, strijdende dringt hy my.",
          "text2026": "dringt mij: Of, strijdende dringt hij mij."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "חָנֵּ֣/נִי",
          "strongs": "H2603",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֱ֭לֹהִים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "שְׁאָפַ֣/נִי",
          "strongs": "H7602",
          "morph": "HVqp3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֱנ֑וֹשׁ",
          "strongs": "H582",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ֝/יּ֗וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לֹחֵ֥ם",
          "strongs": "H3898",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "יִלְחָצֵֽ/נִי",
          "strongs": "H3905",
          "morph": "HVqi3ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Wees mij genadig, o God! want de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> mens<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> zoekt mij op te slokken; de hele dag<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> dringt mij de bestrijder.",
      "textSV1888_html": "Wees mij genadig, o God! want de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> mens<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> zoekt mij op te slokken; den gansen dag<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> dringt mij de bestrijder.",
      "text1637_html": "Zijt my genadich, ô Godt, want de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> mensch <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> soeckt my op te slocken: den gantschen dach <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> dringt my de bestrijder.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den gansen",
          "new": "de hele",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Mijn verspieders zoeken mij den gansen dag op te slokken; want ik heb veel bestrijders, o Allerhoogste!",
      "text1637": "[6] Mijne verspieders soecken [my] den gantschen dach op te slocken: want ick hebbe vele bestrijders, [7] ô Alderhoochste!",
      "text2026": "Mijn spionnen zoeken mij de hele dag op te slokken; want ik heb veel bestrijders, o Allerhoogste!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Mijn verspieders: Die op mijne gangen loeren.",
          "text1637": "Die op mijne gangen loeren.",
          "text2026": "Mijn verspieders: Die op mijn gangen loeren."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "o Allerhoogste: Alzo wordt het Hebr., מָרֽוֹם, woord marom ook van God gebruikt, Ps. 92:9 ; Micha . 6:6. Anders, [in] hoogheid; dat is, hoogmoediglijk, trotselijk, of op het hoogste. Psalmen 92:9 : Maar Gij zijt de Allerhoogste in eeuwigheid de HEERE!",
          "text1637": "Alsoo wort het Hebr. woort Marom oock van Godt gebruyckt, Psal. 92.9. Mich. 6.6. anders [in] hoocheyt, dat is, hoochmoedichlick, trotselick, ofte, op’t hoochste.",
          "text2026": "o Allerhoogste: Zo wordt het Hebr., מָרֽוֹם, woord marom ook van God gebruikt, Ps. 92:9 ; Micha . 6:6. Anders, [in] hoogheid; dat is, hoogmoediglijk, trotselijk, of op het hoogste. Psalmen 92:9 : Maar U bent de Allerhoogste in eeuwigheid JAHWEH!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שָׁאֲפ֣וּ",
          "strongs": "H7602",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "שׁ֭וֹרְרַ/י",
          "strongs": "H8324",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/יּ֑וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "רַבִּ֨ים",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "לֹחֲמִ֖ים",
          "strongs": "H3898",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "לִ֣/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מָרֽוֹם",
          "strongs": "H4791",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Mijn spionnen zoeken mij de hele dag op te slokken; want ik heb veel bestrijders,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> o Allerhoogste!",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Mijn verspieders zoeken mij den gansen dag op te slokken; want ik heb veel bestrijders,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> o Allerhoogste!",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Mijne verspieders soecken [my] den gantschen dach op te slocken: want ick hebbe vele bestrijders, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> ô Alderhoochste!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "verspieders",
          "new": "spionnen",
          "principe": "V363"
        },
        {
          "old": "den gansen",
          "new": "de hele",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Ten dage, als ik zal vrezen, zal ik op U vertrouwen.",
      "text1637": "Ten dage [als] ick sal [8] vreesen, sal ick op u vertrouwen.",
      "text2026": "Op de dag als ik zal vrezen, zal ik op U vertrouwen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ik zal de vrees [wil hij zeggen] door vertrouwen op U overwinnen.",
          "text1637": "Ick sal de vreese (wil hy seggen) door vertrouwen op u, overwinnen.",
          "text2026": "Ik zal de vrees [wil hij zeggen] door vertrouwen op U overwinnen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "י֥וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אִירָ֑א",
          "strongs": "H3372",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲ֝נִ֗י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HPp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵלֶ֥י/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶבְטָֽח",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HVqi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Op de dag als ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> zal vrezen, zal ik op U vertrouwen.",
      "textSV1888_html": "Ten dage, als ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> zal vrezen, zal ik op U vertrouwen.",
      "text1637_html": "Ten dage [als] ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> vreesen, sal ick op u vertrouwen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Ten dage,",
          "new": "Op de dag",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "In God zal ik Zijn woord prijzen; ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zoude mij vlees doen?",
      "text1637": "In Godt sal ick sijn [9] woort prijsen; ick vertrouwe op Godt, ick en sal niet vreesen: wat soude my [10] vleesch doen?",
      "text2026": "In God zal ik Zijn woord prijzen; ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zou mij vlees doen?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, zijn waarachtige en vaste beloften, die mijn geloof ondersteunen en mij in al mijn lijden vertroosten; ofschoon zij niet zullen achterblijven, dat ik mij daarover verheug en roem in den Heere. Aldus sterkt zich David in zijnen nood.",
          "text1637": "D. sijne waerachtige ende vaste beloften, die mijn geloof ondersteunen, ende my in al mijn lijden vertroosten: ofse schoon niet datelick en worden vervult, so weet ick dan noch soo sekerlick datse niet sullen achter blijven, dat ick my oock daer over verheuge ende roeme in den Heere, aldus sterckt sich David in sijne noot.",
          "text2026": "Dat is, zijn waarachtige en vaste beloften, die mijn geloof ondersteunen en mij in al mijn lijden vertroosten; ofschoon zij niet zullen achterblijven, dat ik mij daarover verheug en roem in de Heer. Aldus sterkt zich David in zijn nood."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Een broos en vergankelijk mens, en die maar vlees en bloed is. Verg. Ps. 78:39 ; Jes. 31:3 , en Jes. 40:6 ; Jer. 17:5 ; ook 2 Kron. 32:8 ; idem Gen. 6:12 . Psalmen 78:39 : En Hij dacht, dat zij vlees waren, een wind, die henengaat en niet wederkeert. Jesaja 31:3 : Want de Egyptenaren zijn mensen, en geen God, en hun paarden zijn vlees, en geen geest; en de HEERE zal Zijn hand uitstrekken, dat de helper struikelen zal, en die geholpen wordt, zal nedervallen, en zij zullen al te zamen te niet komen. Jesaja 40:6 : Een stem zegt: Roept! En hij zegt: Wat zal ik roepen? Alle vlees is gras, en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds. Jeremia 17:5 : Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt! 2 Kronieken 32:8 : Met hem is een vleselijke arm, maar met ons is de HEERE, onze God, om ons te helpen, en om onze krijgen te krijgen. En het volk steunde op de woorden van Jehizkia, den koning van Juda. Genesis 6:12 : Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.",
          "text1637": "Een broos ende vergancklick mensche, ende die maer vleesch ende bloet is. Vergel. Psal. 78.39. Iesa. 31.3. ende 40.6. Ierem. 17.5. oock 2.Chron. 32. op vers 8. item Genes. 6. op vers 12.",
          "text2026": "Een broos en vergankelijk mens, en die maar vlees en bloed is. Verg. Ps. 78:39 ; Jes. 31:3 , en Jes. 40:6 ; Jer. 17:5 ; ook 2 Kron. 32:8 ; idem Gen. 6:12 . Psalmen 78:39 : En Hij dacht, dat zij vlees waren, een wind, die heengaat en niet terugkeert. Jesaja 31:3 : Want de Egyptenaren zijn mensen, en geen God, en hun paarden zijn vlees, en geen geest; en JAHWEH zal Zijn hand uitstrekken, dat de helper struikelen zal, en die geholpen wordt, zal nedervallen, en zij zullen al te zamen te niet komen. Jesaja 40:6 : Een stem zegt: Roept! En hij zegt: Wat zal ik roepen? Alle vlees is gras, en al zijn goedertierenheid als een bloem van het veld. Jeremia 17:5 : Zo zegt JAHWEH: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van JAHWEH afwijkt! 2 Kronieken 32:8 : Met hem is een vleselijke arm, maar met ons is JAHWEH, onze God, om ons te helpen, en om onze krijgen te krijgen. En het volk steunde op de woorden van Jehizkia, de koning van Juda. Genesis 6:12 : Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בֵּ/אלֹהִים֮",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲהַלֵּ֪ל",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "דְּבָ֫ר֥/וֹ",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בֵּ/אלֹהִ֣ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "בָּ֭טַחְתִּי",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אִירָ֑א",
          "strongs": "H3372",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "מַה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "יַּעֲשֶׂ֖ה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "בָשָׂ֣ר",
          "strongs": "H1320",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "In God zal ik Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> woord prijzen; ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zou mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> vlees doen?",
      "textSV1888_html": "In God zal ik Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> woord prijzen; ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zoude mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> vlees doen?",
      "text1637_html": "In Godt sal ick sijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> woort prijsen; ick vertrouwe op Godt, ick en sal niet vreesen: wat soude my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> vleesch doen?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "zoude",
          "new": "zou",
          "principe": "V50"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Den gansen dag verdraaien zij mijn woorden; al hun gedachten zijn tegen mij ten kwade.",
      "text1637": "Den gantschen dach [11] verdraeyen sy mijne woorden: alle hare gedachten zijn tegen my ten quade.",
      "text2026": "De hele dag verdraaien zij mijn woorden; al hun gedachten zijn tegen mij ten kwade.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders, bekommeren zij mijne zaken. Het Hebr. woord דְּבָרַ, betekent smart, pijn, bekommernis aandoen, en ook formeren, fatsoeneren [zie Job 10:8 ], hetwelk een pottenbakker aan het leem met draaien en drukken doet; alzo schijnt David te willen zeggen dat zij hem verdriet aandoen met dagelijkse verkering en verdraaiing zijner woorden, die zij [om zo te spreken] een geheel ander fatsoen geven en met geweld in een valsen zin duiden om hem zwart te maken. Job 10:8 : Uw handen doen mij smart aan, hoewel zij mij gemaakt hebben, te zamen rondom mij zijn zij, en Gij verslindt mij.",
          "text1637": "And. bekommeren sy mijne saken. het Hebr. woort beteeckent smerte, pijne, bekommernisse aendoen, ende oock formeren, fatsoneren, (siet Iob 10. op vers 8.) het welcke een pottebacker aen’t leem met draeyen ende drucken doet: alsoo schijnt David te willen seggen, dat sy hem verdriet aendoen met dagelicxe verkeeringe end verdraeyinge sijner woorden, die sy (om soo te spreken) een geheel ander fatsoen geven, ende met gewelt in eenen valschen sin duyden, om hem swart te maken.",
          "text2026": "Anders, bekommeren zij mijn zaken. Het Hebr. woord דְּבָרַ, betekent smart, pijn, bekommernis aandoen, en ook formeren, fatsoeneren [zie Job 10:8 ], dat een pottenbakker aan het leem met draaien en drukken doet; zo schijnt David te willen zeggen dat zij hem verdriet aandoen met dagelijkse verkering en verdraaiing zijn woorden, die zij [om zo te spreken] een geheel ander fatsoen geven en met geweld in een valsen zin duiden om hem zwart te maken. Job 10:8 : Uw handen doen mij smart aan, hoewel zij mij gemaakt hebben, te zamen rondom mij zijn zij, en U verslindt mij."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ֭/יּוֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "דְּבָרַ֣/י",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְעַצֵּ֑בוּ",
          "strongs": "H6087",
          "morph": "HVpi3mp"
        },
        {
          "woord": "עָלַ֖/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "מַחְשְׁבֹתָ֣/ם",
          "strongs": "H4284",
          "morph": "HNcfpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לָ/רָֽע",
          "strongs": "H7451",
          "morph": "HRd/Aamsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "De hele dag<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> verdraaien zij mijn woorden; al hun gedachten zijn tegen mij ten kwade.",
      "textSV1888_html": "Den gansen dag<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> verdraaien zij mijn woorden; al hun gedachten zijn tegen mij ten kwade.",
      "text1637_html": "Den gantschen dach <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> verdraeyen sy mijne woorden: alle hare gedachten zijn tegen my ten quade.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Den gansen",
          "new": "De hele",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Zij rotten samen, zij versteken zich, zij passen op mijn hielen; als die op mijn ziel wachten.",
      "text1637": "Sy rotten te samen, sy [12] versteken sich, sy passen op mijne hielen: als die op mijne [13] ziele wachten.",
      "text2026": "Zij spannen samen, zij versteken zich, zij passen op mijn hielen; als die op mijn ziel wachten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Om in het verborgene te loeren op mijne wegen en gangen, of zij mij ergens konden betrappen en mijn leven mij benemen, waarnaar zij met verwachting verlangen.",
          "text1637": "Om in’t verborgen te loeren op mijne wegen ende gangen, ofse my ergens konden betrappen, ende mijn leven my benemen, waer nae sy met verwachtinge verlangen.",
          "text2026": "Om in het verborgene te loeren op mijn wegen en gangen, of zij mij ergens konden betrappen en mijn leven mij benemen, waarnaar zij met verwachting verlangen."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, leven. Zie Gen. 19:17 . Genesis 19:17 : En het geschiedde als zij hen uitgebracht hadden naar buiten, zo zeide Hij: behoud u om uws levens wil; zie niet achter u om, en sta niet op deze ganse vlakte; behoud u naar het gebergte heen, opdat gij niet omkomt.",
          "text1637": "D. leven. siet Genes. 19. op vers 17.",
          "text2026": "Dat is, leven. Zie Gen. 19:17 . Genesis 19:17 : En het geschiedde als zij hen uitgebracht hadden naar buiten, zo zei Hij: behoud u om uws levens wil; zie niet achter u om, en sta niet op deze gehele vlakte; behoud u naar het gebergte heen, opdat u niet omkomt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יָג֤וּרוּ",
          "strongs": "H1481",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "יצפינו",
          "strongs": "H6845",
          "morph": "HVhi3mp"
        },
        {
          "woord": "הֵ֭מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "עֲקֵבַ֣/י",
          "strongs": "H6119",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁמֹ֑רוּ",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "כַּ֝/אֲשֶׁ֗ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HR/Tr"
        },
        {
          "woord": "קִוּ֥וּ",
          "strongs": "H6960",
          "morph": "HVpp3cp"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִֽׁ/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij spannen samen, zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> versteken zich, zij passen op mijn hielen; als die op mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> ziel wachten.",
      "textSV1888_html": "Zij rotten samen, zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> versteken zich, zij passen op mijn hielen; als die op mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> ziel wachten.",
      "text1637_html": "Sy rotten te samen, sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> versteken sich, sy passen op mijne hielen: als die op mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> ziele wachten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "rotten",
          "new": "spannen",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Zouden zij om hun ongerechtigheid vrijgaan? Stort de volken neder in toorn, o God!",
      "text1637": "[14] Souden sy om [hare] ongerechticheyt vrygaen? Stort de [15] volcken neder in toorne, ô Godt.",
      "text2026": "Zouden zij om hun ongerechtigheid vrijgaan? Stort de volken neer in toorn, o God!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, zult Gij hen in [hunne] ongerechtigheid laten omkomen? dat is, ongestraft laten? Anders: het vrij gaan [strekt] hun tot onrecht, of overlast, dat is, uwe lankmoedigheid [dat Gij hen nog niet straft] misbruiken zij tot alle kwaad: Daarom stort, enz.",
          "text1637": "Ofte, sult ghyse in [hare] ongerechticheyt laten ontkomen? dat is, ongestraft laten? and. het vrygaen [streckt] hen tot onrecht, ofte, overlast, dat is, uwe lanckmoedicheyt (dat ghyse noch niet en straft) misbruycken sy tot alle quaet: daerom stort, etc.",
          "text2026": "Of, zult U hen in [hun] ongerechtigheid laten omkomen? dat is, ongestraft laten? Anders: het vrij gaan [strekt] hun tot onrecht, of overlast, dat is, uw lankmoedigheid [dat U hen nog niet straft] misbruiken zij tot alle kwaad: Daarom stort, enz."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, dezen, die alzo handelen.",
          "text1637": "T.w. dese, die alsoo handelen.",
          "text2026": "Te weten, deze, die zo handelen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אָ֥וֶן",
          "strongs": "H205",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "פַּלֶּט",
          "strongs": "H6405",
          "morph": "HVpv2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ֑/מוֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ֝/אַ֗ף",
          "strongs": "H639",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עַמִּ֤ים",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "הוֹרֵ֬ד",
          "strongs": "H3381",
          "morph": "HVhv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִֽים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Zouden zij om hun ongerechtigheid vrijgaan? Stort de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> volken neer in toorn, o God!",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Zouden zij om hun ongerechtigheid vrijgaan? Stort de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> volken neder in toorn, o God!",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Souden sy om [hare] ongerechticheyt vrygaen? Stort de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> volcken neder in toorne, ô Godt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "neder",
          "new": "neer",
          "principe": "V354"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Gij hebt mijn omzwerven geteld; leg mijn tranen in uw fles; zijn zij niet in Uw register?",
      "text1637": "Ghy hebt mijn [16] omswerven getelt; legt mijne [17] tranen in uwe [18] vlessche: en zijnse niet in u [19] register?",
      "text2026": "U hebt mijn omzwerven geteld; leg mijn tranen in uw fles; zijn zij niet in Uw register?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hoe dikwijls ik, nu hier dan daar, heb moeten heenvluchten. Zie wijders Job 14:16 . Job 14:16 : Maar nu telt Gij mijn treden; Gij bewaart mij niet om mijner zonden wil.",
          "text1637": "Hoe dickwils ick hebbe moeten nu hier dan daer henen vluchten Siet wijders Iob 14. op vers 16.",
          "text2026": "Hoe dikwijls ik, nu hier dan daar, heb moeten heenvluchten. Zie verder Job 14:16 . Job 14:16 : Maar nu telt U mijn treden; U bewaart mij niet om mijn zonden wil."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. traan; dat is, elkeen mijner tranen.",
          "text1637": "Hebr. trane. D. elck eene mijner tranen.",
          "text2026": "Hebr. traan; dat is, elk mijn tranen."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, lederen zak; menselijk van God gesproken, om te verklaren dat God de tranen dergenen, die ten onrechte verdrukt worden, inacht neemt en in waarde houdt, om te zijner tijd recht te doen. Verg. Deut. 32:34 . De beide Hebr. woorden betekenende omzwerven en fles, hebben een aardige gelijkheid. Deuteronomium 32:34 : Is dat niet bij Mij opgesloten, verzegeld in Mijn schatten?",
          "text1637": "Ofte, lederen sack. menschelick van Godt gesproken, om te verklaren, dat Godt de tranen der gener, die t’onrechte verdruckt worden, in acht neemt, ende in weerden houdt, om te sijner tijt recht te doen. Vergel. Deut. 32.34. de beyde Hebr. woorden beteeckenende om-swerven, ende vlessche, hebben een aerdige gelijckheyt.",
          "text2026": "Of, leren zak; menselijk van God gesproken, om te verklaren dat God de tranen dergenen, die ten onrechte verdrukt worden, inacht neemt en in waarde houdt, om op zijn tijd recht te doen. Verg. Deut. 32:34 . De beide Hebr. woorden betekenende omzwerven en fles, hebben een aardige gelijkheid. Deuteronomium 32:34 : Is dat niet bij Mij opgesloten, verzegeld in Mijn schatten?"
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, boek, rekening; ik weet zekerlijk [wil hij zeggen] dat Gij hen optekent en niet zult vergeten; manier van vragen, bij de Hebreën dikwijls gebruikt wanneer men iets buiten allen twijfel stelt.",
          "text1637": "Ofte, boeck, rekeninge: ick weet sekerlick (wil hy seggen) dat ghyse opteeckent ende niet en sult vergeten. maniere van vragen, by den Hebr. dickwijls gebruyckt, wanneermen yets buyten allen twijfel stelt.",
          "text2026": "Of, boek, rekening; ik weet zekerlijk [wil hij zeggen] dat U hen optekent en niet zult vergeten; manier van vragen, bij de Hebreën dikwijls gebruikt wanneer men iets buiten allen twijfel stelt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נֹדִ/י֮",
          "strongs": "H5112",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "סָפַ֪רְתָּ֫ה",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "אָ֥תָּה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "שִׂ֣ימָ/ה",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "דִמְעָתִ֣/י",
          "strongs": "H1832",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְ/נֹאדֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H4997",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הֲ֝/לֹ֗א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTi/Tn"
        },
        {
          "woord": "בְּ/סִפְרָתֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H5612",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "U hebt mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> omzwerven geteld; leg mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> tranen in uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> fles; zijn zij niet in Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> register?",
      "textSV1888_html": "Gij hebt mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> omzwerven geteld; leg mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> tranen in uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> fles; zijn zij niet in Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> register?",
      "text1637_html": "Ghy hebt mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> omswerven getelt; legt mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> tranen in uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> vlessche: en zijnse niet in u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> register?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Dan zullen mijn vijanden achterwaarts keren, ten dage als ik roepen zal; dit weet ik, dat God met mij is.",
      "text1637": "Dan sullen mijne vyanden achterwaerts keeren, ten dage als ick [20] roepen sal: Dit weet ick, dat Godt [21] met my is.",
      "text2026": "Dan zullen mijn vijanden achteruit keren, op de dag als ik roepen zal; dit weet ik, dat God met mij is.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk boven Ps. 4:2 . Psalmen 4:2 : Als ik roep, verhoor mij, o God mijner gerechtigheid! In benauwdheid hebt Gij mij ruimte gemaakt; wees mij genadig, en hoor mijn gebed.",
          "text1637": "Als bov. Psal. 4.2.",
          "text2026": "Gelijk boven Ps. 4:2 . Psalmen 4:2 : Als ik roep, verhoor mij, o God mijn gerechtigheid! In benauwdheid hebt U mij ruimte gemaakt; wees mij genadig, en hoor mijn gebed."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "met mij: Of, voor mij, of mijne is; hoe ongezien mijne zaken ook mogen schijnen. Anders, dit weet ik, want God is voor mij.",
          "text1637": "Ofte, voor my, ofte, mijne is: hoe ongesien mijne saken oock mogen schijnen. And. dit weet ick; want Godt is voor my.",
          "text2026": "met mij: Of, voor mij, of van Mij is; hoe ongezien mijn zaken ook mogen schijnen. Anders, dit weet ik, want God is voor mij."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָ֥֨ז",
          "strongs": "H227",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "יָ֘שׁ֤וּבוּ",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "אוֹיְבַ֣/י",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אָ֭חוֹר",
          "strongs": "H268",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/י֣וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶקְרָ֑א",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "זֶה",
          "strongs": "H2088",
          "morph": "HPdxms"
        },
        {
          "woord": "יָ֝דַ֗עְתִּי",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֥ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dan zullen mijn vijanden achteruit keren, op de dag als ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> roepen zal; dit weet ik, dat God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> met mij is.",
      "textSV1888_html": "Dan zullen mijn vijanden achterwaarts keren, ten dage als ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> roepen zal; dit weet ik, dat God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> met mij is.",
      "text1637_html": "Dan sullen mijne vyanden achterwaerts keeren, ten dage als ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> roepen sal: Dit weet ick, dat Godt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> met my is.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "achterwaarts",
          "new": "achteruit",
          "principe": "V157"
        },
        {
          "old": "ten dage",
          "new": "op de dag",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "In God zal ik het woord prijzen; in den HEERE zal ik het woord prijzen.",
      "text1637": "In Godt sal ick het [22] woort prijsen: In den HEERE sal ick het woort prijsen.",
      "text2026": "In God zal ik het woord prijzen; in JAHWEH zal ik het woord prijzen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven op vers 5 . Psalmen 56:5 : In God zal ik Zijn woord prijzen; ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zoude mij vlees doen?",
          "text1637": "Siet bov. op vers 5.",
          "text2026": "Zie boven op vers 5 . Psalmen 56:5 : In God zal ik Zijn woord prijzen; ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zou mij vlees doen?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בֵּֽ֭/אלֹהִים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲהַלֵּ֣ל",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "דָּבָ֑ר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ֝/יהוָ֗ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "אֲהַלֵּ֥ל",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "דָּבָֽר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "In God zal ik het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> woord prijzen; in JAHWEH zal ik het woord prijzen.",
      "textSV1888_html": "In God zal ik het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> woord prijzen; in den HEERE zal ik het woord prijzen.",
      "text1637_html": "In Godt sal ick het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> woort prijsen: In den HEERE sal ick het woort prijsen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zou mij de mens doen?",
      "text1637": "Ich vertrouwe op Godt, ick en sal niet vreesen: [b] wat soude my [23] de mensche doen?",
      "text2026": "Ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zou mij de mens doen?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 118:6 . Psalmen 118:6 : De HEERE is bij mij, ik zal niet vrezen; wat zal mij een mens doen?",
          "text1637": "Psal. 118.6.",
          "text2026": "Ps. 118:6 . Psalmen 118:6 : JAHWEH is bij mij, ik zal niet vrezen; wat zal mij een mens doen?"
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "de mens: Alsof hij zeide: een broos schepsel, dat van de aarde gemaakt is. Verg. boven vers 5 . Psalmen 56:5 : In God zal ik Zijn woord prijzen; ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zoude mij vlees doen?",
          "text1637": "Als of hy seyde: eene broose creature, die van aerde gemaeckt is. Vergel. bov. vers 5.",
          "text2026": "de mens: Alsof hij zei: een broos schepsel, dat van de aarde gemaakt is. Verg. boven vers 5 . Psalmen 56:5 : In God zal ik Zijn woord prijzen; ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zou mij vlees doen?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בֵּֽ/אלֹהִ֣ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "בָּ֭טַחְתִּי",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אִירָ֑א",
          "strongs": "H3372",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "מַה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "יַּעֲשֶׂ֖ה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אָדָ֣ם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> wat zou mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> de mens doen?",
      "textSV1888_html": "Ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> wat zou mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> de mens doen?",
      "text1637_html": "Ich vertrouwe op Godt, ick en sal niet vreesen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> wat soude my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> de mensche doen?"
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "O God! op mij zijn Uw geloften; ik zal U dankzeggingen vergelden;",
      "text1637": "O Godt, [24] op my zijn uwe geloften: ick sal u [25] danck-seggingen vergelden.",
      "text2026": "O God! op mij zijn Uw geloften; ik zal U dankzeggingen vergelden;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "op mij: Dat is, ik heb mij aan U verplicht met geloften, dat ik U dankbaarheid zal bewijzen, wanneer Gij uwe beloften naar uw woord aan mij zult hebben volbracht. Verg. Ps. 66:13 . Psalmen 66:13 : Ik zal met brandofferen in Uw huis gaan; ik zal U mijn geloften betalen,",
          "text1637": "D. ick heb my aen u verplicht met geloften, dat ick u sal danckbaerheyt bewijsen, wanneer ghy uwe beloften nae u woort aen my sult hebben volbracht. Vergel. Psal. 66.13.",
          "text2026": "op mij: Dat is, ik heb mij aan U verplicht met geloften, dat ik U dankbaarheid zal bewijzen, wanneer U uw beloften naar uw woord aan mij zult hebben volbracht. Verg. Ps. 66:13 . Psalmen 66:13 : Ik zal met brandofferen in Uw huis gaan; ik zal U mijn geloften betalen,"
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, dankofferen, lofofferen.",
          "text1637": "Ofte, danck-offeren, lof-offeren.",
          "text2026": "Of, dankofferen, lofofferen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עָלַ֣/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֣ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "נְדָרֶ֑י/ךָ",
          "strongs": "H5088",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲשַׁלֵּ֖ם",
          "strongs": "H7999",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "תּוֹדֹ֣ת",
          "strongs": "H8426",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "לָֽ/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "O God!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> op mij zijn Uw geloften; ik zal U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> dankzeggingen vergelden;",
      "textSV1888_html": "O God!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> op mij zijn Uw geloften; ik zal U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> dankzeggingen vergelden;",
      "text1637_html": "O Godt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> op my zijn uwe geloften: ick sal u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> danck-seggingen vergelden."
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Want Gij hebt mijn ziel gered van den dood; ook niet mijn voeten van aanstoot, om voor Gods aangezicht te wandelen in het licht der levenden?",
      "text1637": "Want ghy hebt mijne ziele gereddet van den doot: [26] oock niet mijne voeten van aenstoot, om voor [27] Godts aengesicht te wandelen in het [28] licht der levendigen?",
      "text2026": "Want U hebt mijn ziel gered van de dood; ook niet mijn voeten van aanstoot, om voor Gods aangezicht te wandelen in het licht van de levenden?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "ook niet: Ene vraag, gelijk boven vers 9 . Psalmen 56:9 : Gij hebt mijn omzwerven geteld; leg mijn tranen in uw fles; zijn zij niet in Uw register?",
          "text1637": "Eene vrage als bov. vers 9.",
          "text2026": "ook niet: Een vraag, gelijk boven vers 9 . Psalmen 56:9 : U hebt mijn omzwerven geteld; leg mijn tranen in uw fles; zijn zij niet in Uw register?"
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, voor uw aangezicht.",
          "text1637": "D. voor u aengesicht.",
          "text2026": "Dat is, voor uw aangezicht."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat de mensen genieten, die op aarde leven. Verg. Ps. 116:9 , en Ps. 27:13 ; Job 33:28 , 33:30 . Psalmen 116:9 : Ik zal wandelen voor het aangezicht des HEEREN, in de landen der levenden. Psalmen 27:13 : Zo ik niet had geloofd, dat ik het goede des HEEREN zou zien in het land der levenden, ik ware vergaan. Job 33:28 : Maar God heeft mijn ziel verlost, dat zij niet voere in het verderf, zodat mijn leven het licht aanziet. Job 33:30 : Opdat hij zijn ziel afkere van het verderf, en hij verlicht worde met het licht der levenden.",
          "text1637": "Dat de menschen genieten, die op aerden leven. Vergel. Psal. 116.9. ende Psal. 27. op vers 13. Iob 33.28, 30.",
          "text2026": "Dat de mensen genieten, die op aarde leven. Verg. Ps. 116:9 , en Ps. 27:13 ; Job 33:28 , 33:30 . Psalmen 116:9 : Ik zal wandelen voor het aangezicht van JAHWEH, in de landen van de levenden. Psalmen 27:13 : Zo ik niet had geloofd, dat ik het goede van JAHWEH zou zien in het land van de levenden, ik ware vergaan. Job 33:28 : Maar God heeft mijn ziel verlost, dat zij niet voere in het verderf, zodat mijn leven het licht aanziet. Job 33:30 : Opdat hij zijn ziel afkere van het verderf, en hij verlicht worde met het licht van de levenden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הִצַּ֪לְתָּ",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HVhp2ms"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִׁ֡/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/מָּוֶת֮",
          "strongs": "H4194",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "הֲ/לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTi/Tn"
        },
        {
          "woord": "רַגְלַ֗/י",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HNcfdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ֫/דֶּ֥חִי",
          "strongs": "H1762",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ֭/הִֽתְהַלֵּךְ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HR/Vtc"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנֵ֣י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֑ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ֝/א֗וֹר",
          "strongs": "H216",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "הַֽ/חַיִּֽים",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HTd/Ncbpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want U hebt mijn ziel gered van de dood;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> ook niet mijn voeten van aanstoot, om voor<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> Gods aangezicht te wandelen in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> licht van de levenden?",
      "textSV1888_html": "Want Gij hebt mijn ziel gered van den dood;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> ook niet mijn voeten van aanstoot, om voor<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> Gods aangezicht te wandelen in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> licht der levenden?",
      "text1637_html": "Want ghy hebt mijne ziele gereddet van den doot: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> oock niet mijne voeten van aenstoot, om voor <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> Godts aengesicht te wandelen in het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> licht der levendigen?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David door Sauls gestadige vervolginge in handen der Philistijnen gekomen zijnde, klaecht tot Godt over al sijn lijden, weenen ende swerven, bidt om genade ende sijner vyanden straffe, roemt Godts woort, vertrouwt op de vervullinge, ende belooft daer voor danckbaerheyt.",
    "text2026": "David, door Sauls voortdurende vervolging in handen van de Filistijnen gekomen zijnde, klaagt tot God over al zijn lijden, wenen en zwerven; hij bidt om genade en om bestraffing van zijn vijanden, roemt Gods Woord, vertrouwt op de vervulling, en belooft daarvoor dankbaarheid."
  }
}
