{
  "number": 58,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Al-tascheth.",
      "text1637": "[1] EEn gouden kleynoot Davids: voor den Opper-sang-meester, Al-tascheth.",
      "text2026": "Een gouden kleinood van David, voor de opperzangmeester, Al-tascheth.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "gouden kleinood: Gelijk Ps. 57:1 . Psalmen 57:1 : Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Al-tascheth; als hij voor Sauls aangezicht vlood in de spelonk.",
          "text1637": "Als Psal. 57.1.",
          "text2026": "gouden kleinood: Gelijk Ps. 57:1 . Psalmen 57:1 : Een gouden kleinood van David, voor de opperzangmeester, Al-tascheth; als hij voor Sauls aangezicht vluchtte in de spelonk."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ/מְנַצֵּ֥חַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H516",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תַּשְׁחֵ֗ת",
          "strongs": "H516",
          "morph": "HVhi2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָוִ֥ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "מִכְתָּֽם",
          "strongs": "H4387",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Een gouden kleinood van David, voor de opperzangmeester, Al-tascheth.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Al-tascheth.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> EEn gouden kleynoot Davids: voor den Opper-sang-meester, Al-tascheth.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Spreekt gijlieden waarlijk gerechtigheid, gij, vergadering? Oordeelt gij billijkheden, gij, mensenkinderen?",
      "text1637": "Spreeckt ghylieden waerlick gerechticheyt, ghy [2] vergaderinge? oordeelt ghy [3] billickheden, ghy [4] menschen kinderen?",
      "text2026": "Spreekt u werkelijk gerechtigheid, u, vergadering? Oordeelt u eerlijk, u, mensenkinderen?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, rot; verstaande de vergadering van des konings Sauls rechters of raadsheren, zijn krijgsraad, die inplaats van recht en billijkheid te oordelen, Saul tegen den onschuldigen David met alle bitterheid ophitsten; waarom de Geest des Heeren hun alhier zulke slechte titels geeft.",
          "text1637": "Ofte, rot: verstaende het collegie van des Conincks Sauls Richteren ofte Raetsheeren, sijnen Krijchs-raet, die in plaetse van recht ende billickheyt te oordeelen, Saul tegen den onschuldigen David met alle bitterheyt ophitsten; daerom de Geest des Heeren haer alhier sulcke slechte tijtelen geeft.",
          "text2026": "Of, rot; verstaande de vergadering van de koning Sauls rechters of raadsheren, zijn krijgsraad, die inplaats van recht en billijkheid te oordelen, Saul tegen de onschuldigen David met alle bitterheid ophitsten; waarom de Geest van de Heer hun alhier zulke slechte titels geeft."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, rechtmatigheden, gelijk Ps. 9:9 . Psalmen 9:9 : En Hij Zelf zal de wereld richten in gerechtigheid, en de volken oordelen in rechtmatigheden.",
          "text1637": "Ofte, rechtmaticheden. als Psal. 9.9, etc.",
          "text2026": "Of, rechtmatigheden, gelijk Ps. 9:9 . Psalmen 9:9 : En Hij Zelf zal de wereld richten in gerechtigheid, en de volken oordelen in rechtmatigheden."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, Adamskinderen.",
          "text1637": "Ofte, Adams kinderen.",
          "text2026": "Of, Adamskinderen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַֽ/אֻמְנָ֗ם",
          "strongs": "H552",
          "morph": "HTi/D"
        },
        {
          "woord": "אֵ֣לֶם",
          "strongs": "H482",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "צֶ֭דֶק",
          "strongs": "H6664",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "תְּדַבֵּר֑וּ/ן",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpi2mp/Sn"
        },
        {
          "woord": "מֵישָׁרִ֥ים",
          "strongs": "H4339",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "תִּ֝שְׁפְּט֗וּ",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HVqi2mp"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵ֣י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אָדָֽם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Spreekt u werkelijk gerechtigheid, u,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> vergadering? Oordeelt u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> billijkheden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> u, mensenkinderen?",
      "textSV1888_html": "Spreekt gijlieden waarlijk gerechtigheid, gij,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> vergadering? Oordeelt gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> billijkheden,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> gij, mensenkinderen?",
      "text1637_html": "Spreeckt ghylieden waerlick gerechticheyt, ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> vergaderinge? oordeelt ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> billickheden, ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> menschen kinderen?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gijlieden waarlijk",
          "new": "u werkelijk",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "gij,",
          "new": "u,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij billijkheden, gij,",
          "new": "u eerlijk, u,",
          "principe": "V1569"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Ja, gij werkt ongerechtigheden in het hart; gij weegt het geweld uwer handen op de aarde.",
      "text1637": "Ia ghy [5] wercket ongerechticheden in’t herte; ghy [6] weget het gewelt uwer handen op der aerden.",
      "text2026": "Ja, u werkt ongerechtigheden in het hart; u weegt het geweld van uw handen op de aarde.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, bedenkt verkeerdheden, slimmigheden, schalkheden.",
          "text1637": "Ofte, practizeert verkeertheden, slimmicheden, schalckheden.",
          "text2026": "Of, bedenkt verkeerdheden, slimmigheden, schalkheden."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Inplaats van de weegschaal uwer vonnissen recht te houden, [gelijk het betaamde] doet gij onrecht overwegen om de onschuldigen te verdrukken.",
          "text1637": "In plaetse van de weech-schale uwer vonnissen recht te houden, (gelijck het betaemde) doet ghy onrecht over wegen, om d’onschuldige te verdrucken.",
          "text2026": "Inplaats van de weegschaal uw vonnissen recht te houden, [gelijk het betaamde] doet u onrecht overwegen om de onschuldigen te verdrukken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַף",
          "strongs": "H637",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/לֵב֮",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "עוֹלֹ֪ת",
          "strongs": "H5766",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "תִּפְעָ֫ל֥וּ/ן",
          "strongs": "H6466",
          "morph": "HVqi2mp/Sn"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אָ֡רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "חֲמַ֥ס",
          "strongs": "H2555",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יְ֝דֵי/כֶ֗ם",
          "strongs": "H3027",
          "morph": "HNcbdc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "תְּפַלֵּֽסֽוּ/ן",
          "strongs": "H6424",
          "morph": "HVpi2mp/Sn"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ja,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> u werkt ongerechtigheden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> in het hart; u weegt het geweld van uw handen op de aarde.",
      "textSV1888_html": "Ja,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> gij werkt ongerechtigheden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> in het hart; gij weegt het geweld uwer handen op de aarde.",
      "text1637_html": "Ia ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> wercket ongerechticheden in’t herte; ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> weget het gewelt uwer handen op der aerden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "uwer",
          "new": "van uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "De goddelozen zijn vervreemd van de baarmoeder aan; de leugensprekers dolen van moeders buik aan.",
      "text1637": "De godtloose zijn [7] vervreemdt van de baer-moeder aen: de leugen-sprekers [8] doolen van [9] [moeders] buyck aen.",
      "text2026": "De goddelozen zijn vervreemd van de baarmoeder aan; de leugensprekers dolen van moeders buik aan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, van God; en zijn van bozen aard, dien zij niet konden afleggen of laten. Verg. Jes. 48:8 . Jesaja 48:8 : Ook hebt gij ze niet gehoord, ook hebt gij ze niet geweten, ook van toen af is uw oor niet geopend geweest; want Ik heb geweten, dat gij gans trouwelooslijk handelen zoudt, en dat gij van den buik af een overtreder genaamd zijt.",
          "text1637": "T.w. van Godt, ende zijn van boosen aert, dien sy niet konnen afleggen, ofte laten. Vergel. Ies. 48.8.",
          "text2026": "Te weten, van God; en zijn van bozen aard, die zij niet konden afleggen of laten. Verg. Jes. 48:8 . Jesaja 48:8 : Ook hebt u ze niet gehoord, ook hebt u ze niet geweten, ook van toen af is uw oor niet geopend geweest; want Ik heb geweten, dat u geheel trouweloos handelen zoudt, en dat u van de buik af een overtreder genaamd bent."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "In kwade wegen, den rechten weg niet ingaande.",
          "text1637": "In quade wegen, niet ingaende den rechten wech.",
          "text2026": "In kwade wegen, de rechte weg niet ingaande."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "moeders buik: Dit woord wordt elders daarbij gevoegd. Zie Richt. 16:17 . Verg. met Richt. 13:5 , 13:7 , en Joh. 3:10 . Richteren 16:17 : Zo verklaarde hij haar zijn ganse hart, en zeide tot haar: Er is nooit een scheermes op mijn hoofd gekomen, want ik ben een Nazireër Gods van mijn moeders buik af; indien ik geschoren wierd, zo zou mijn kracht van mij wijken, en ik zou zwak worden, en wezen als alle de mensen. Richteren 13:5 : Want zie, gij zult zwanger worden, en een zoon baren, op wiens hoofd geen scheermes zal komen; want dat knechtje zal een Nazireër Gods zijn, van moeders buik af; en hij zal beginnen Israël te verlossen uit der Filistijnen hand. Richteren 13:7 : Maar Hij zeide tot mij: Zie, gij zult zwanger worden, en een zoon baren; zo drink nu geen wijn noch sterken drank, en eet niets onreins; want dat knechtje zal een Nazireër Gods zijn, van moeders buik af tot op den dag zijns doods. Johannes 3:10 : Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zijt gij een leraar van Israël, en weet gij deze dingen niet?",
          "text1637": "Dit woort wort elders daer by gevoecht. siet Iudic. 16.17. Vergel. met Cap. 13.5, 7 ende Iob 3. op vers 10.",
          "text2026": "moeders buik: Dit woord wordt elders daarbij gevoegd. Zie Richt. 16:17 . Verg. met Richt. 13:5 , 13:7 , en Joh. 3:10 . Richteren 16:17 : Zo verklaarde hij haar zijn gehele hart, en zei tot haar: Er is nooit een scheermes op mijn hoofd gekomen, want ik ben een Nazireër Gods van mijn moeders buik af; als ik geschoren wierd, zo zou mijn kracht van mij wijken, en ik zou zwak worden, en wezen als alle de mensen. Richteren 13:5 : Want zie, u zult zwanger worden, en een zoon baren, op wiens hoofd geen scheermes zal komen; want dat knechtje zal een Nazireër Gods zijn, van moeders buik af; en hij zal beginnen Israël te verlossen uit van de Filistijnen hand. Richteren 13:7 : Maar Hij zei tot mij: Zie, u zult zwanger worden, en een zoon baren; zo drink nu geen wijn noch sterken drank, en eet niets onreins; want dat knechtje zal een Nazireër Gods zijn, van moeders buik af tot op de dag zijns doods. Johannes 3:10 : Jezus antwoordde en zei tot hem: Zijt u een leraar van Israël, en weet u deze dingen niet?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "זֹ֣רוּ",
          "strongs": "H2114",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "רְשָׁעִ֣ים",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "מֵ/רָ֑חֶם",
          "strongs": "H7358",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "תָּע֥וּ",
          "strongs": "H8582",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "מִ֝/בֶּ֗טֶן",
          "strongs": "H990",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "דֹּבְרֵ֥י",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "כָזָֽב",
          "strongs": "H3577",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "De goddelozen zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> vervreemd van de baarmoeder aan; de leugensprekers<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> dolen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> moeders buik aan.",
      "textSV1888_html": "De goddelozen zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> vervreemd van de baarmoeder aan; de leugensprekers<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> dolen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> moeders buik aan.",
      "text1637_html": "De godtloose zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> vervreemdt van de baer-moeder aen: de leugen-sprekers <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> doolen van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> [moeders] buyck aen."
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Zij hebben vurig venijn, naar gelijkheid van vurig slangenvenijn; zij zijn als een dove adder, die haar oren toestopt;",
      "text1637": "Sy hebben [a] vyerich venijn, nae gelijckheyt van vyerich slangen-venijn: sy zijn als een doove adder, [die] haer oore toestopt:",
      "text2026": "Zij hebben vurig venijn, naar gelijkheid van vurig slangenvenijn; zij zijn als een dove adder, die haar oren toestopt;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 140:4 . Psalmen 140:4 : Zij scherpen hun tong, als een slang; heet addervergift is onder hun lippen. Sela.",
          "text1637": "Psal. 140.4.",
          "text2026": "Ps. 140:4 . Psalmen 140:4 : Zij scherpen hun tong, als een slang; heet addervergift is onder hun lippen. Sela."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "חֲמַת",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "לָ֗/מוֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כִּ/דְמ֥וּת",
          "strongs": "H1823",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "חֲמַת",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "נָחָ֑שׁ",
          "strongs": "H5175",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כְּמוֹ",
          "strongs": "H3644",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "פֶ֥תֶן",
          "strongs": "H6620",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "חֵ֝רֵ֗שׁ",
          "strongs": "H2795",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "יַאְטֵ֥ם",
          "strongs": "H331",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אָזְנֽ/וֹ",
          "strongs": "H241",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> vurig venijn, naar gelijkheid van vurig slangenvenijn; zij zijn als een dove adder, die haar oren toestopt;",
      "textSV1888_html": "Zij hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> vurig venijn, naar gelijkheid van vurig slangenvenijn; zij zijn als een dove adder, die haar oren toestopt;",
      "text1637_html": "Sy hebben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> vyerich venijn, nae gelijckheyt van vyerich slangen-venijn: sy zijn als een doove adder, [die] haer oore toestopt:"
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Opdat zij niet hore naar de stem der belezers, desgenen, die ervaren is met bezweringen om te gaan.",
      "text1637": "[10] Op datse niet en hoore nae de stemme der [11] belesers, des genen die [12] ervaren is met [13] besweringen omme te gaen.",
      "text2026": "Opdat zij niet hore naar de stem van de belezers, van degene, die ervaren is met bezweringen om te gaan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, die niet hoort.",
          "text1637": "Ofte, die niet en hoort.",
          "text2026": "Of, die niet hoort."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. eigenlijk mompelaars, omdat de tovenaars en bezweerders binnensmonds spreken en murmelen.",
          "text1637": "Hebr. eygentl. Mompelaers, om dat de tooveraers ende besweerders binnens monts spreken, ende murmelen.",
          "text2026": "Hebr. eigenlijk mompelaars, omdat de tovenaars en bezweerders binnensmonds spreken en murmelen."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, gellerd, listig, kloek. Hebr., מְחֻכָּֽם, wijs gemaakt. Verg. 2 Sam. 13:3 . 2 Samuël 13:3 : Doch Amnon had een vriend, wiens naam was Jonadab, een zoon van Simea, Davids broeder; en Jonadab was een zeer wijs man.",
          "text1637": "Ofte, geleert, listich, kloeck. Hebr. wijsgemaeckt. Vergel. 2.Sam. 13. op vers 3.",
          "text2026": "Of, gellerd, listig, kloek. Hebr., מְחֻכָּֽם, wijs gemaakt. Verg. 2 Sam. 13:3 . 2 Samuël 13:3 : Maar Amnon had een vriend, wiens naam was Jonadab, een zoon van Simea, Davids broer; en Jonadab was een zeer wijs man."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. koppelende, koppelingen; gelijk Deut. 18:11 . Deze gruwelen worden van den Heiligen Geest geenzins voor goed erkend, gelijk Deut. 18:10 , 18:11 , 18:12 , blijkt; maar wordt algemene gelijkenis daarvan genomen, om de hardnekkigheid en ongezeggelijkheid van Davids en aller vromen vijanden levendig af te malen. Alzo wordt ene gelijkenis genomen van een dief, Openb. 16:15 , enz., van den onrechtvaardigen rechter, Luk. 18:1 , 18:2 , 18:6 , 18:7 ; van den onrechtvaardigen rentmeester , Luk. 16 enz. Deuteronomium 18:11 : Of een bezweerder, die met bezwering omgaat, of die een waarzeggenden geest vraagt, of een duivelskunstenaar, of die de doden vraagt. Deuteronomium 18:10 : Onder u zal niet gevonden worden, die zijn zoon of zijn dochter door het vuur doet doorgaan, die met waarzeggerijen omgaat, een guichelaar, of die op vogelgeschrei acht geeft, of tovenaar. Deuteronomium 18:11 : Of een bezweerder, die met bezwering omgaat, of die een waarzeggenden geest vraagt, of een duivelskunstenaar, of die de doden vraagt. Deuteronomium 18:12 : Want al wie zulks doet, is den HEERE een gruwel; en om dezer gruwelen wil verdrijft hen de HEERE, uw God, voor uw aangezicht, uit de bezitting. Openbaring 16:15 : Ziet, Ik kom als een dief. Zalig is hij, die waakt en zijn klederen bewaart, opdat hij niet naakt wandele, en men zijn schaamte niet zie. Lukas 18:1 : En Hij zeide ook een gelijkenis tot hen, daartoe strekkende, dat men altijd bidden moet, en niet vertragen; Lukas 18:2 : Zeggende: Er was een zeker rechter in een stad, die God niet vreesde, en geen mens ontzag. Lukas 18:6 : En de Heere zeide: Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt. Lukas 18:7 : Zal God dan geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen?",
          "text1637": "Hebr. koppelende koppelingen, als Deut. 18.11. Dese grouwelen en worden vanden H. Geest geensins voor goet gekent, als Deut. 18. versen 10, 11, 12 blijckt: maer wort alleen eene gelijckenisse daer van genomen, om de hartneckicheyt ende ongeseggelickheyt van Davids ende aller vroomen vyanden levendich af te malen. Alsoo wort eene gelijckenisse genomen van eenen dief, Apoc. cap. 16.15, etc. van den onrechtveerdigen Richter, Luc. 18.1, 2, 6, 7. van den onrechtveerdigen Rentmeester, Luce 16, etc.",
          "text2026": "Hebr., koppelende, koppelingen; gelijk Deut. 18:11 . Deze gruwelen worden van de Heilige Geest geenzins voor goed erkend, gelijk Deut. 18:10 , 18:11 , 18:12 , blijkt; maar wordt algemene gelijkenis daarvan genomen, om de hardnekkigheid en ongezeggelijkheid van Davids en van alle vromen vijanden levendig af te malen. Zo wordt een gelijkenis genomen van een dief, Openb. 16:15 , enz., van de onrechtvaardigen rechter, Luk. 18:1 , 18:2 , 18:6 , 18:7 ; van de onrechtvaardigen rentmeester , Luk. 16 enz. Deuteronomium 18:11 : Of een bezweerder, die met bezwering omgaat, of die een waarzeggenden geest vraagt, of een duivelskunstenaar, of die de doden vraagt. Deuteronomium 18:10 : Onder u zal niet gevonden worden, die zijn zoon of zijn dochter door het vuur doet doorgaan, die met waarzeggerijen omgaat, een guichelaar, of die op vogelgeschrei acht geeft, of tovenaar. Deuteronomium 18:11 : Of een bezweerder, die met bezwering omgaat, of die een waarzeggenden geest vraagt, of een duivelskunstenaar, of die de doden vraagt. Deuteronomium 18:12 : Want al wie zulks doet, is JAHWEH een gruwel; en om van deze gruwelen wil verdrijft hen JAHWEH, uw God, voor uw aangezicht, uit de bezitting. Openbaring 16:15 : Ziet, Ik kom als een dief. Zalig is hij, die waakt en zijn kleren bewaart, opdat hij niet naakt wandele, en men zijn schaamte niet zie. Lukas 18:1 : En Hij zei ook een gelijkenis tot hen, daartoe strekkende, dat men altijd bidden moet, en niet vertragen; Lukas 18:2 : Zeggende: Er was een zeker rechter in een stad, die God niet vreesde, en geen mens ontzag. Lukas 18:6 : En de Heer zei: Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt. Lukas 18:7 : Zal God dan geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֣ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִ֭שְׁמַע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/ק֣וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מְלַחֲשִׁ֑ים",
          "strongs": "H3907",
          "morph": "HVprmpa"
        },
        {
          "woord": "חוֹבֵ֖ר",
          "strongs": "H2266",
          "morph": "HVqrmsc"
        },
        {
          "woord": "חֲבָרִ֣ים",
          "strongs": "H2267",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מְחֻכָּֽם",
          "strongs": "H2449",
          "morph": "HVPsmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Opdat zij niet hore naar de stem van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> de belezers, van degene, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> ervaren is met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> bezweringen om te gaan.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Opdat zij niet hore naar de stem der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> belezers, desgenen, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> ervaren is met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> bezweringen om te gaan.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Op datse niet en hoore nae de stemme der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> belesers, des genen die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> ervaren is met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> besweringen omme te gaen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "desgenen,",
          "new": "van degene,",
          "principe": "O14"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "O God! verbreek hun tanden in hun mond; breek af de baktanden der jonge leeuwen, o HEERE!",
      "text1637": "O Godt, verbreeckt hare [14] tanden in haren mont: [15] breeckt af de back-tanden der jonge leeuwen, o HEERE.",
      "text2026": "O God! verbreek hun tanden in hun mond; breek af de baktanden van de jonge leeuwen, o JAHWEH!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de macht om kwaad te doen en de vromen te beschadigen. Zie Job 29:17 . Job 29:17 : En ik verbrak de baktanden des verkeerden, en wierp den roof uit zijn tanden.",
          "text1637": "D. de macht om quaet te doen, ende de vroome te beschadigen. Siet Iob 29. op. vers 17.",
          "text2026": "Dat is, de macht om kwaad te doen en de vromen te beschadigen. Zie Job 29:17 . Job 29:17 : En ik verbrak de baktanden van de verkeerden, en wierp de roof uit zijn tanden."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zoals men een gebouw afbreekt, of omrukt.",
          "text1637": "Alsomen een gebouw afbreeckt, ofte omruckt.",
          "text2026": "Zoals men een gebouw afbreekt, of omrukt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֱֽלֹהִ֗ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "הֲרָס",
          "strongs": "H2040",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "שִׁנֵּ֥י/מוֹ",
          "strongs": "H8127",
          "morph": "HNcbdc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/פִ֑י/מוֹ",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מַלְתְּע֥וֹת",
          "strongs": "H4459",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "כְּ֝פִירִ֗ים",
          "strongs": "H3715",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "נְתֹ֣ץ",
          "strongs": "H5422",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "O God! verbreek hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> tanden in hun mond;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> breek af de baktanden van de jonge leeuwen, o JAHWEH!",
      "textSV1888_html": "O God! verbreek hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> tanden in hun mond;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> breek af de baktanden der jonge leeuwen, o HEERE!",
      "text1637_html": "O Godt, verbreeckt hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> tanden in haren mont: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> breeckt af de back-tanden der jonge leeuwen, o HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Laat hen smelten als water, laat hen daarhenen drijven; legt hij zijn pijlen aan, laat hen zijn, alsof zij afgesneden waren.",
      "text1637": "Laetse [16] smelten als water, laetse daer henen drijven: [17] leyt [18] hy sijne pijlen aen, laetse zijn, als ofse [19] afgesneden waren.",
      "text2026": "Laat hen smelten als water, laat hen daarheen drijven; legt hij zijn pijlen aan, laat hen zijn, alsof zij afgesneden waren.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is wegvloeien, gelijk iets, dat gesmolten is, daarheen vloeit. Anders, zij zullen verworpen worden, zij zullen als water weggeen, en zo in het volgende.",
          "text1637": "D. wechvloeyen, gelijck yets, dat gesmolten is, daer henen vloeyt. And. sy sullen verworpen worden, sy sullen als water wech gaen, etc. ende soo in’t volgende.",
          "text2026": "Dat is wegvloeien, gelijk iets, dat gesmolten is, daarheen vloeit. Anders, zij zullen verworpen worden, zij zullen als water weggeen, en zo in het volgende."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. zal hij, of hij zal zijne pijlen treden; dat is, den boog spannen en zijne pijlen daarop leggen. Alzo Ps. 64:4 . Psalmen 64:4 : Die hun tong scherpen als een zwaard, een bitter woord aanleggen als hun pijl;",
          "text1637": "Hebr. sal hy, ofte, hy sal sijne pijlen treden. D. den boge spannen ende sijne pijlen daer op leggen. alsoo Psal. 64.4.",
          "text2026": "Hebr. zal hij, of hij zal zijn pijlen treden; dat is, de boog spannen en zijn pijlen daarop leggen. Zo Ps. 64:4 . Psalmen 64:4 : Die hun tong scherpen als een zwaard, een bitter woord aanleggen als hun pijl;"
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hij zijn: Te weten, elkeen van mijn goddeloze vijanden. Alzo in het begin van vers 10 , en voorts in vers 11 . Psalmen 58:10 : Eer dan uw potten den doornstruik gewaar worden, zal Hij hem als levend, als in heten toorn wegstormen. Psalmen 58:11 : De rechtvaardige zal zich verblijden, als hij de wraak aanschouwt; hij zal zijn voeten wassen in het bloed des goddelozen.",
          "text1637": "Te weten, elck een mijner godtloose vyanden: alsoo in ’t begin van ’t 10. ende voorts in’t 11. vers.",
          "text2026": "hij zijn: Te weten, elk van mijn goddeloze vijanden. Zo in het begin van vers 10 , en verder in vers 11 . Psalmen 58:10 : Eer dan uw potten de doornstruik gewaar worden, zal Hij hem als levend, als in heten toorn wegstormen. Psalmen 58:11 : De rechtvaardige zal zich verblijden, als hij de wraak aanschouwt; hij zal zijn voeten groeien in het bloed van de goddelozen."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "En vervolgens, verstompt, zodat zij niet kunnen doordringen, of beschadigen. Anders, laat hen zijn als korenaren, of stoppelen, stro; dat is, licht en krachteloos.",
          "text1637": "Ende volgens, verstompt, soo datse niet konnen doordringen, ofte beschadigen. And. laetse zijn als koorn-ayren, ofte, stoppelen, stroo. Dat is, licht ende krachteloos.",
          "text2026": "En vervolgens, verstompt, zodat zij niet kunnen doordringen, of beschadigen. Anders, laat hen zijn als korenaren, of stoppelen, stro; dat is, licht en krachteloos."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִמָּאֲס֣וּ",
          "strongs": "H3988",
          "morph": "HVNi3mp"
        },
        {
          "woord": "כְמוֹ",
          "strongs": "H3644",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "מַ֭יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יִתְהַלְּכוּ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVti3mp"
        },
        {
          "woord": "לָ֑/מוֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יִדְרֹ֥ךְ",
          "strongs": "H1869",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "חצ/ו",
          "strongs": "H2671",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כְּמ֣וֹ",
          "strongs": "H3644",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יִתְמֹלָֽלוּ",
          "strongs": "H4135",
          "morph": "HVti3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hen smelten als water, laat hen daarheen drijven;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> legt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> hij zijn pijlen aan, laat hen zijn, alsof zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> afgesneden waren.",
      "textSV1888_html": "Laat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hen smelten als water, laat hen daarhenen drijven;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> legt<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> hij zijn pijlen aan, laat hen zijn, alsof zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> afgesneden waren.",
      "text1637_html": "Laetse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> smelten als water, laetse daer henen drijven: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> leyt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> hy sijne pijlen aen, laetse zijn, als ofse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> afgesneden waren.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "daarhenen",
          "new": "daarheen",
          "principe": "V223"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Laat hem henengaan, als een smeltende slak; laat hen, als ener vrouwe misdracht, de zon niet aanschouwen.",
      "text1637": "Laet hem henen gaen, als eene [20] smeltende slecke: [21] laetse, [als] eener vrouwen [22] misdracht, de Sonne niet aenschouwen.",
      "text2026": "Laat hem heengaan, als een smeltende slak; laat hen, als de miskraam van een vrouw, de zon niet aanschouwen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., תֶּמֶס, een slak der smelting.",
          "text1637": "Hebr. eene slecke der smeltinge.",
          "text2026": "Hebr., תֶּמֶס, een slak van de smelting."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "laat hen: Alle goddeloze vijanden.",
          "text1637": "Alle godtloose vyanden.",
          "text2026": "laat hen: Alle goddeloze vijanden."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, misval. Zie Job 3:16 ; Pred. 6:3 . Job 3:16 : Of als een verborgene misdracht, zou ik niet zijn; als de kinderkens, die het licht niet gezien hebben. Prediker 6:3 : Indien een man honderd kinderen gewon, en vele jaren leefde, zodat de dagen zijner jaren veel waren, doch zijn ziel niet verzadigd werd van het goed, en hij ook geen begrafenis had; ik zeg, dat een misdracht beter is dan hij.",
          "text1637": "Ofte, misval. siet Iob 3.16. Eccles. 6.3.",
          "text2026": "Of, misval. Zie Job 3:16 ; Pred. 6:3 . Job 3:16 : Of als een verborgen misdracht, zou ik niet zijn; als de kinderen, die het licht niet gezien hebben. Prediker 6:3 : Als een man honderd kinderen verwekte, en vele jaren leefde, zodat de dagen zijn jaren veel waren, maar zijn ziel niet verzadigd werd van het goed, en hij ook geen begrafenis had; ik zeg, dat een misdracht beter is dan hij."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כְּמ֣וֹ",
          "strongs": "H3644",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שַׁ֭בְּלוּל",
          "strongs": "H7642",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "תֶּ֣מֶס",
          "strongs": "H8557",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יַהֲלֹ֑ךְ",
          "strongs": "H1980",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "נֵ֥פֶל",
          "strongs": "H5309",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֵ֝֗שֶׁת",
          "strongs": "H802",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "בַּל",
          "strongs": "H1077",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "חָ֥זוּ",
          "strongs": "H2372",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "שָֽׁמֶשׁ",
          "strongs": "H8121",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat hem heengaan, als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> smeltende slak;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> laat hen, als de miskraam van een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> vrouw, de zon niet aanschouwen.",
      "textSV1888_html": "Laat hem henengaan, als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> smeltende slak;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> laat hen, als ener<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> vrouwe misdracht, de zon niet aanschouwen.",
      "text1637_html": "Laet hem henen gaen, als eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> smeltende slecke: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> laetse, [als] eener vrouwen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> misdracht, de Sonne niet aenschouwen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "henengaan,",
          "new": "heengaan,",
          "principe": "V679"
        },
        {
          "old": "ener vrouwe misdracht,",
          "new": "de miskraam van een vrouw,",
          "principe": "V434"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Eer dan uw potten den doornstruik gewaar worden, zal Hij hem als levend, als in heten toorn wegstormen.",
      "text1637": "Eer dan uwe [23] potten den [24] doorn-struyck [25] gewaer worden, sal [26] hy hem als [27] levendich, als [in] heeten toorne wechstormen.",
      "text2026": "Voordat uw potten de doornstruik bemerken, zal Hij hem als levend, als in hete toorn wegstormen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Het Hebr. woord [zoals het hier gevonden wordt] heeft in de Heilige Schrift meest de betekenis van potten, of ketels.",
          "text1637": "Het Hebreeusch woort (soo alst hier gevonden wort) heeft in de H. Schrift meest de beteeckeninge van potten, ofte ketels.",
          "text2026": "Het Hebr. woord [zoals het hier gevonden wordt] heeft in de Heilige Schrift meest de betekenis van potten, of ketels."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is het vuur der doornen, dat daaronder gestookt is. De zin van dit vs. [dat wel verscheidenlijk, doch blijvende den zin enerlei, wordt overgezet] os: dat God de vijanden zeer haastiglijk en onvoorziens, als in een groot onweder, zal wegrapen en verdoen, eer zij hun goddeloze praktijken zullen hebben uitgewrocht. Verg. Ps. 55:24 . Psalmen 55:24 : Maar Gij, o God! zult die doen nederdalen in den put des verderfs; de mannen des bloeds en bedrogs zullen hun dagen niet ter helft brengen; ik, daarentegen, zal op U vertrouwen.",
          "text1637": "Dat is, het vyer der doornen, dat daer onder gestoockt is. De sin deses verskens (dat wel verscheydentlick, doch blijvende den sin eenderley, wort overgesett) is: dat Godt de vyanden seer haestelick ende onvoorsiens, als in een groot onweder, sal wechrapen ende verdoen, eer sy hare godtloose practijcken sullen hebben uytgewrocht. Vergel. Psal. 55.24.",
          "text2026": "Dat is het vuur van de doornen, dat daaronder gestookt is. De zin van dit vs. [dat wel verscheidenlijk, maar blijvende de zin enerlei, wordt overgezet] os: dat God de vijanden zeer haastiglijk en onvoorziens, als in een groot onweer, zal wegrapen en verdoen, voordat zij hun goddeloze praktijken zullen hebben uitgewrocht. Verg. Ps. 55:24 . Psalmen 55:24 : Maar U, o God! zult die doen nederdalen in de put van het verderf; de mannen van het bloed en bedrogs zullen hun dagen niet ter helft brengen; ik, daarentegen, zal op U vertrouwen."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "gewaar worden: Hebr. merken, verstaan, dat is, eer zij eens terdege warm worden en het vuur [gelijk men spreekt] rieken. Verg. Richt. 16:9 ; Jer. 17:8 , enz.; Job 8:18 . Dit kan men zo nemen dat de profeet de huisgenoten des goddelozen tot een schrik, of de vromen tot een troost, aldus aanspreekt: uwe potten, enz. Richteren 16:9 : De achterlage nu zat bij haar in een kamer. Zo zeide zij tot hem: De Filistijnen over u, Simson! Toen verbrak hij de zelen, gelijk als een snoertje van grof vlas verbroken wordt, als het vuur riekt. Alzo werd zijn kracht niet bekend. Jeremia 17:8 : Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen. Job 8:18 : Maar als God hem verslindt uit zijn plaats, zo zal zij hem loochenen, zeggende: Ik heb u niet gezien.",
          "text1637": "Hebr. mercken, verstaen. D. eerse eens ter degen warm worden ende het vyer (alsmen spreeckt) riecken. Vergel. Iudic. 16.9. Ierem. 17.8, etc. Iob 8. op vers 18. Dit kan men soo nemen, dat de Propheet het gesinde des godtloosen, tot eenen schrick, ofte, de vroome, tot eenen troost, aldus aenspreeckt: uwe potten, etc.",
          "text2026": "gewaar worden: Hebr. merken, verstaan, dat is, voordat zij eens terdege warm worden en het vuur [gelijk men spreekt] rieken. Verg. Richt. 16:9 ; Jer. 17:8 , enz.; Job 8:18 . Dit kan men zo nemen dat de profeet de huisgenoten van de goddelozen tot een schrik, of de vromen tot een troost, aldus aanspreekt: uw potten, enz. Richteren 16:9 : De achterlage nu zat bij haar in een kamer. Zo zei zij tot hem: De Filistijnen over u, Simson! Toen verbrak hij de zelen, gelijk als een snoertje van grof vlas verbroken wordt, als het vuur ruikt. Zo werd zijn kracht niet bekend. Jeremia 17:8 : Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen. Job 8:18 : Maar als God hem verslindt uit zijn plaats, zo zal zij hem loochenen, zeggende: Ik heb u niet gezien."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zal Hij hem: God zal elkeen der goddelozen, enz. als vers 8 ; of dat Hij hem, enz. biddende en wensender wijze. Psalmen 58:8 : Laat hen smelten als water, laat hen daarhenen drijven; legt hij zijn pijlen aan, laat hen zijn, alsof zij afgesneden waren.",
          "text1637": "Godt sal elck eenen der godtloosen, etc. als op vers 8. ofte, dat hy hem, etc. biddende ende wenschender wijse.",
          "text2026": "zal Hij hem: God zal elk van de goddelozen, enz. als vers 8 ; of dat Hij hem, enz. biddende en wensender wijze. Psalmen 58:8 : Laat hen smelten als water, laat hen daarheen drijven; legt hij zijn pijlen aan, laat hen zijn, alsof zij afgesneden waren."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, zeer haast, gelijk aan Korach, enz. geschiedde; zie ook Ps. 55:16 . Anders, zowel het rauwe als het aangebrande; dat is, gelijk een zware storm de vleespotten, met al wat er in is, zo rauw en koud als heet, zou omverwerpen, alzo, enz. Sommigen aldus: Eer men uwe doornen; [dat is, schadelijke praktijken] zal gevoelen, [zijnde doornen] van een doornstruik; [dat is, zeer scherp stekende] zal Hij zowel de verse als de aangebrande of verdroogde [te weten, doorn, dat is, den een met den ander, jongen en ouden] in onweder wegrapen. Verg. 2 Sam. 23:6 , 23:7 . Psalmen 55:16 : Dat hun de dood als een schuldeiser overvalle, dat zij als levend ter helle nederdalen; want boosheden zijn in hun woning, in het binnenste van hen. 2 Samuël 23:6 : Maar de mannen Belials zullen altemaal zijn als doornen, die weggeworpen worden, omdat men ze met de hand niet kan vatten; 2 Samuël 23:7 : Maar een iegelijk, die ze zal aantasten, voorziet zich met ijzer en het hout ener spies; en zij zullen ganselijk met vuur verbrand worden ter zelver plaats.",
          "text1637": "Dat is, seer haest, als aen Korah, etc. geschiedde: siet oock Psal. 55.16 anders, soo wel het raeuwe, als het aengebrande. dat is, gelijck eenen swaren storm de vleesch-potten, met al watter in is, soo raeuw ende kout, als heet, soude om verre smijten, alsoo, etc. sommige aldus: eer men uwe doornen (dat is, schadelicke practijcken) sal gevoelen, [zijnde doornen) van eenen doorn-struyck, dat is, (seer scherp steeckende) sal hy soo wel de versche als de aengebrande, ofte, verdroochde (te weten, doorne, dat is, den eenen met den anderen, jongen ende ouden) in onweder wech rapen. Vergel. 2.Sam. 23. versen 6, 7.",
          "text2026": "Dat is, zeer haast, gelijk aan Korach, enz. geschiedde; zie ook Ps. 55:16 . Anders, zowel het rauwe als het aangebrande; dat is, gelijk een zware storm de vleespotten, met al wat er in is, zo rauw en koud als heet, zou omverwerpen, zo, enz. Sommigen aldus: Voordat men uw doornen; [dat is, schadelijke praktijken] zal gevoelen, [zijnde doornen] van een doornstruik; [dat is, zeer scherp stekende] zal Hij zowel de verse als de aangebrande of verdroogde [te weten, doorn, dat is, de één met de ander, jongen en ouden] in onweer wegrapen. Verg. 2 Sam. 23:6 , 23:7 . Psalmen 55:16 : Dat hun de dood als een schuldeiser overvalle, dat zij als levend ter dodenrijk nederdalen; want boosheden zijn in hun woning, in het binnenste van hen. 2 Samuël 23:6 : Maar de mannen Belials zullen allemaal zijn als doornen, die weggeworpen worden, omdat men ze met de hand niet kan vatten; 2 Samuël 23:7 : Maar een iedereen, die ze zal aantasten, voorziet zich met ijzer en het hout van een spies; en zij zullen ganselijk met vuur verbrand worden ter zelver plaats."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ/טֶ֤רֶם",
          "strongs": "H2962",
          "morph": "HR/D"
        },
        {
          "woord": "יָבִ֣ינוּ",
          "strongs": "H995",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "סִּֽירֹתֵי/כֶ֣ם",
          "strongs": "H5518",
          "morph": "HNcbpc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אָטָ֑ד",
          "strongs": "H329",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כְּמוֹ",
          "strongs": "H3644",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "חַ֥י",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "כְּמוֹ",
          "strongs": "H3644",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "חָ֝ר֗וֹן",
          "strongs": "H2740",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂעָרֶֽ/נּוּ",
          "strongs": "H8175",
          "morph": "HVqi3ms/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Voordat uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> potten de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> doornstruik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> bemerken, zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Hij hem als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> levend, als in hete toorn wegstormen.",
      "textSV1888_html": "Eer dan uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> potten den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> doornstruik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> gewaar worden, zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> Hij hem als<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> levend, als in heten toorn wegstormen.",
      "text1637_html": "Eer dan uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> potten den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> doorn-struyck <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> gewaer worden, sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> hy hem als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> levendich, als [in] heeten toorne wechstormen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Eer dan",
          "new": "Voordat",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "gewaar worden,",
          "new": "bemerken,",
          "principe": "V1190"
        },
        {
          "old": "heten",
          "new": "hete",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "De rechtvaardige zal zich verblijden, als hij de wraak aanschouwt; hij zal zijn voeten wassen in het bloed des goddelozen.",
      "text1637": "De rechtveerdige sal sich verblijden, als hy de [28] wrake aenschouwt: hy sal sijne voeten [29] wasschen in het bloet des godtloosen.",
      "text2026": "De rechtvaardige zal zich verblijden, als hij de wraak aanschouwt; hij zal zijn voeten wassen in het bloed van de goddelozen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gods, dat is zijn rechtvaardig oordeel over de goddelozen.",
          "text1637": "Godts, D. fijn rechtveerdich oordeel over de godtloose.",
          "text2026": "Gods, dat is zijn rechtvaardig oordeel over de goddelozen."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit betekent de grootheid der nederlaag. Verg. Ps. 68:24 ; Openb. 14:20 . Psalmen 68:24 : Opdat gij uw voet, ja, de tong uwer honden, moogt steken in het bloed van de vijanden, van een iegelijk van hen. Openbaring 14:20 : En de wijnpersbak werd buiten de stad getreden, en er is bloed uit den wijnpersbak gekomen, tot aan de tomen der paarden, duizend zeshonderd stadiën ver.",
          "text1637": "Dit beteeckent de grootheyt der nederlage. Vergel. Psal. 68.24. Apoc. 14.20.",
          "text2026": "Dit betekent de grootheid van de nederlaag. Verg. Ps. 68:24 ; Openb. 14:20 . Psalmen 68:24 : Opdat u uw voet, ja, de tong uw honden, mag steken in het bloed van de vijanden, van een iedereen van hen. Openbaring 14:20 : En de wijnpersbak werd buiten de stad getreden, en er is bloed uit de wijnpersbak gekomen, tot aan de tomen van de paarden, duizend zeshonderd stadiën ver."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִשְׂמַ֣ח",
          "strongs": "H8055",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "צַ֭דִּיק",
          "strongs": "H6662",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "חָזָ֣ה",
          "strongs": "H2372",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "נָקָ֑ם",
          "strongs": "H5359",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "פְּעָמָ֥י/ו",
          "strongs": "H6471",
          "morph": "HNcfpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִ֝רְחַ֗ץ",
          "strongs": "H7364",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/דַ֣ם",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/רָשָֽׁע",
          "strongs": "H7563",
          "morph": "HTd/Aamsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "De rechtvaardige zal zich verblijden, als hij de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> wraak aanschouwt; hij zal zijn voeten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> wassen in het bloed van de goddelozen.",
      "textSV1888_html": "De rechtvaardige zal zich verblijden, als hij de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> wraak aanschouwt; hij zal zijn voeten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> wassen in het bloed des goddelozen.",
      "text1637_html": "De rechtveerdige sal sich verblijden, als hy de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> wrake aenschouwt: hy sal sijne voeten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> wasschen in het bloet des godtloosen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des",
          "new": "van de",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "En de mens zal zeggen: Immers is er vrucht voor den rechtvaardige; immers is er een God, Die op de aarde richt.",
      "text1637": "Ende de mensch sal seggen; Immers isser [30] vrucht voor den rechtveerdigen: Immers isser een Godt, die op der aerden [31] richtet.",
      "text2026": "En de mens zal zeggen: Immers is er vrucht voor de rechtvaardige; immers is er een God, Die op de aarde richt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, een troostelijke uitkomst en genadige vergelding, voor degenen die God vrezen en om Zijn Naam onschuldig lijden; dewelke hen zo lief en aangenaam is als een zoete vrucht, die zij na hun arbeid en moeite genieten. Vergel. Hebr. 12:11 , Jak. 3:18 , Openb. 14:13 , en zie Spr. 1:31 . Hebreeën 12:11 : En alle kastijding als die tegenwoordig is, schijnt geen zaak van vreugde, maar van droefheid te zijn; doch daarna geeft zij van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid dengenen, die door dezelve geoefend zijn. Jakobus 3:18 : En de vrucht der rechtvaardigheid wordt in vrede gezaaid voor degenen, die vrede maken. Openbaring 14:13 : En ik hoorde een stem uit den hemel, die tot mij zeide: Schrijf, zalig zijn de doden, die in den Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen met hen. Spreuken 1:31 : Zo zullen zij eten van de vrucht van hun weg, en zich verzadigen met hun raadslagen.",
          "text1637": "D. eene troostelicke uytkomste, ende genadige vergeldinge, voor de gene die Godt vreesen, ende om sijnen name onschuldichlick lijden: de welcke hen soo lief ende aengenaem is, als eene soete vrucht, die sy na haren arbeyt ende moeyte genieten. Vergel. Hebr. 12.11. Iac. 3.18. Apoc. 14.13. ende siet Prov. 1. op vers 31.",
          "text2026": "Dat is, een troostelijke uitkomst en genadige vergelding, voor degenen die God vrezen en om Zijn Naam onschuldig lijden; die hen zo lief en aangenaam is als een zoete vrucht, die zij na hun arbeid en moeite genieten. Vergel. Hebr. 12:11 , Jak. 3:18 , Openb. 14:13 , en zie Spr. 1:31 . Hebreeën 12:11 : En alle kastijding als die tegenwoordig is, schijnt geen zaak van vreugde, maar van verdriet te zijn; maar daarna geeft zij van zich een vreedzame vrucht van de gerechtigheid dengenen, die door dezelfde geoefend zijn. Jakobus 3:18 : En de vrucht van de rechtvaardigheid wordt in vrede gezaaid voor degenen, die vrede maken. Openbaring 14:13 : En ik hoorde een stem uit de hemel, die tot mij zei: Schrijf, zalig zijn de doden, die in de Heer sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen met hen. Spreuken 1:31 : Zo zullen zij eten van de vrucht van hun weg, en zich verzadigen met hun raadslagen."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., אֱלֹהִים, Elohim die richten . Zie hiervan Gen. 20:13 . Genesis 20:13 : En het is geschied, als God mij uit mijns vaders huis deed dwalen, zo sprak ik tot haar: Dit zij uw weldadigheid, die gij bij mij doen zult; aan alle plaatsen waar wij komen zullen, zeg van mij: Hij is mijn broeder!",
          "text1637": "Hebr. Elohim die richten, siet hier van Gen. 20. op vers 13.",
          "text2026": "Hebr. Elohim (אֱלֹהִים) die richten . Zie hiervan Gen. 20:13 . Genesis 20:13 : En het is geschied, als God mij uit van mijn vader huis deed dwalen, zo sprak ik tot haar: Dit zij uw weldadigheid, die u bij mij doen zult; aan alle plaatsen waar wij komen zullen, zeg van mij: Hij is mijn broer!"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/יֹאמַ֣ר",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HC/Vqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אָ֭דָם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אַךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "פְּרִ֣י",
          "strongs": "H6529",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/צַּדִּ֑יק",
          "strongs": "H6662",
          "morph": "HRd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "אַ֥ךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "יֵשׁ",
          "strongs": "H3426",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "אֱ֝לֹהִ֗ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "שֹׁפְטִ֥ים",
          "strongs": "H8199",
          "morph": "HVqrmpa"
        },
        {
          "woord": "בָּ/אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En de mens zal zeggen: Immers is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> er vrucht voor de rechtvaardige; immers is er een God, Die op de aarde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> richt.",
      "textSV1888_html": "En de mens zal zeggen: Immers is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> er vrucht voor den rechtvaardige; immers is er een God, Die op de aarde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> richt.",
      "text1637_html": "Ende de mensch sal seggen; Immers isser <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> vrucht voor den rechtveerdigen: Immers isser een Godt, die op der aerden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> richtet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David verwijt Sauls Raets-heeren ende hovelingen hare onrechtveerdicheyt, godtloosheyt ende verstocktheyt, ende bidt Godt, dat hy hare macht breke, ende make datse in hare raetslagen hastelick vergaen ende verdwijnen, tot sijner eere, ende der vroomen vreuchde.",
    "text2026": "David verwijt Sauls raadsheren en hovelingen hun onrechtvaardigheid, goddeloosheid en verstoktheid, en bidt God dat Hij hun macht breke en make dat zij in hun raadslagen spoedig vergaan en verdwijnen, tot Zijn eer en tot vreugde van de vromen."
  }
}
