{
  "number": 59,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Al-tascheth; toen Saul gezonden had, die zijn huis bewaren zouden, om hem te doden.",
      "text1637": "[1] EEn gouden kleynoot Davids, voor den Opper-sang-meester, Al-tascheth: [a] doe Saul gesonden hadde, die [sijn] huys bewaren souden, om hem te [2] dooden.",
      "text2026": "Een gouden kleinood van David, voor de opperzangmeester, Al-tascheth; toen Saul gezonden had, die zijn huis bewaren zouden, om hem te doden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Een gouden kleinood: Zie Ps. 57:1 . Psalmen 57:1 : Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Al-tascheth; als hij voor Sauls aangezicht vlood in de spelonk.",
          "text1637": "Siet Psal. 57. op vers 1.",
          "text2026": "Een gouden kleinood: Zie Ps. 57:1 . Psalmen 57:1 : Een gouden kleinood van David, voor de opperzangmeester, Al-tascheth; als hij voor Sauls aangezicht vluchtte in de spelonk."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "1 Sam. 19:11 . 1 Samuël 19:11 : Maar Saul zond boden heen tot Davids huis, dat zij hem bewaarden, en dat zij hem des morgens doodden. Dit gaf Michal, zijn huisvrouw, David te kennen, zeggende: Indien gij uw ziel dezen nacht niet behoedt, zo zult gij morgen gedood worden.",
          "text1637": "1.Sam. 19.11.",
          "text2026": "1 Sam. 19:11 . 1 Samuël 19:11 : Maar Saul zond boden heen tot Davids huis, dat zij hem bewaarden, en dat zij hem van de morgen doodden. Dit gaf Michal, zijn huisvrouw, David te kennen, zeggende: Als u uw ziel deze nacht niet behoedt, zo zult u morgen gedood worden."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Maar David, door Gods genadige regering, door Michal door het venster uitgelaten en ontkomen was. 1 Sam. 19:12 . 1 Samuël 19:12 : En Michal liet David door een venster neder, en hij ging heen, en vluchtte, en ontkwam.",
          "text1637": "Maer David, door Godts genadige regeringe, van Michal ter venster uytgelaten ende ontkomen was. 1.Sam. 19.12.",
          "text2026": "Maar David, door Gods genadige regering, door Michal door het venster uitgelaten en ontkomen was. 1 Sam. 19:12 . 1 Samuël 19:12 : En Michal liet David door een venster neder, en hij ging heen, en vluchtte, en ontkwam."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ/מְנַצֵּ֣חַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H516",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תַּשְׁחֵת֮",
          "strongs": "H516",
          "morph": "HVhi2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָוִ֪ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "מִ֫כְתָּ֥ם",
          "strongs": "H4387",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בִּ/שְׁלֹ֥חַ",
          "strongs": "H7971",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "שָׁא֑וּל",
          "strongs": "H7586",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַֽ/יִּשְׁמְר֥וּ",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "הַ֝/בַּ֗יִת",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HTd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לַ/הֲמִיתֽ/וֹ",
          "strongs": "H4191",
          "morph": "HR/Vhc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Een gouden kleinood van David, voor de opperzangmeester, Al-tascheth;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> toen Saul gezonden had, die zijn huis bewaren zouden, om hem te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> doden.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Al-tascheth;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> toen Saul gezonden had, die zijn huis bewaren zouden, om hem te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> doden.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> EEn gouden kleynoot Davids, voor den Opper-sang-meester, Al-tascheth: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> doe Saul gesonden hadde, die [sijn] huys bewaren souden, om hem te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> dooden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Red mij van mijn vijanden, o mijn God! stel mij in een hoog vertrek voor degenen, die tegen mij opstaan.",
      "text1637": "Reddet my van mijne vyanden, o mijn Godt: stelt my in een [3] hooch vertreck voor de gene die tegen my opstaen.",
      "text2026": "Red mij van mijn vijanden, o mijn God! stel mij in een vesting voor degenen, die tegen mij opstaan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "een hoog vertrek: Waar ik vrij en behouden zij.",
          "text1637": "Daer ick vry ende behouden zy.",
          "text2026": "een vesting: Waar ik vrij en behouden zij."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַצִּילֵ֖/נִי",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HVhv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אֹיְבַ֥/י",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HR/Vqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהָ֑/י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִּ/מִתְקוֹמְמַ֥/י",
          "strongs": "H6965",
          "morph": "HR/Vrrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תְּשַׂגְּבֵֽ/נִי",
          "strongs": "H7682",
          "morph": "HVpi2ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Red mij van mijn vijanden, o mijn God! stel mij in een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> vesting voor degenen, die tegen mij opstaan.",
      "textSV1888_html": "Red mij van mijn vijanden, o mijn God! stel mij in een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> hoog vertrek voor degenen, die tegen mij opstaan.",
      "text1637_html": "Reddet my van mijne vyanden, o mijn Godt: stelt my in een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> hooch vertreck voor de gene die tegen my opstaen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "hoog vertrek",
          "new": "vesting",
          "principe": "V404"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Red mij van de werkers der ongerechtigheid, en verlos mij van de mannen des bloeds.",
      "text1637": "Reddet my van de werckers der ongerechticheyt: ende verlost my van de [4] mannen des bloets.",
      "text2026": "Red mij van de werkers van de ongerechtigheid, en verlos mij van de mannen van het bloed.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mannen des bloeds: Zie Ps. 5:7 . Psalmen 5:7 : Gij zult de leugensprekers verdoen; van den man des bloeds en des bedrogs heeft de HEERE een gruwel.",
          "text1637": "Siet Psal. 5. op vers 7.",
          "text2026": "mannen van het bloed: Zie Ps. 5:7 . Psalmen 5:7 : U zult de leugensprekers verdoen; van de man van het bloed en van het bedrog heeft JAHWEH een gruwel."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַ֭צִּילֵ/נִי",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HVhv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ/פֹּ֣עֲלֵי",
          "strongs": "H6466",
          "morph": "HR/Vqrmpc"
        },
        {
          "woord": "אָ֑וֶן",
          "strongs": "H205",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּֽ/מֵ/אַנְשֵׁ֥י",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HC/R/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "דָ֝מִ֗ים",
          "strongs": "H1818",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "הוֹשִׁיעֵֽ/נִי",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HVhv2ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Red mij van de werkers van de ongerechtigheid, en verlos mij van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> mannen van het bloed.",
      "textSV1888_html": "Red mij van de werkers der ongerechtigheid, en verlos mij van de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> mannen des bloeds.",
      "text1637_html": "Reddet my van de werckers der ongerechticheyt: ende verlost my van de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> mannen des bloets.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "des bloeds.",
          "new": "van het bloed.",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Want zie, zij leggen mijner ziel lagen; sterken rotten zich tegen mij; zonder mijn overtreding, en zonder mijn zonde, o HEERE!",
      "text1637": "Want siet, sy leggen mijner [5] ziele lagen, stercke rotten sich tegen my: [6] sonder mijne overtredinge, ende sonder mijne sonde, o HEERE.",
      "text2026": "Want zie, zij leggen voor mijn ziel hinderlagen; sterken rotten zich tegen mij; zonder mijn overtreding, en zonder mijn zonde, o JAHWEH!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, persoon, of leven.",
          "text1637": "D. persoon, ofte, leven.",
          "text2026": "Dat is, persoon, of leven."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zonder dat ik tegen hen gezondigd, of hun iets misdaan heb, buiten al mijne schuld.",
          "text1637": "Sonder dat ick tegen haer gesondicht, ofte haer yets misdaen hebbe, buyten alle mijne schult.",
          "text2026": "Zonder dat ik tegen hen gezondigd, of hun iets misdaan heb, buiten al mijn schuld."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הִנֵּ֪ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "אָֽרְב֡וּ",
          "strongs": "H693",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לְ/נַפְשִׁ֗/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יָג֣וּרוּ",
          "strongs": "H1481",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "עָלַ֣/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עַזִ֑ים",
          "strongs": "H5794",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "פִשְׁעִ֖/י",
          "strongs": "H6588",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "חַטָּאתִ֣/י",
          "strongs": "H2403",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want zie, zij leggen voor mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> ziel hinderlagen; sterken rotten zich tegen mij;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> zonder mijn overtreding, en zonder mijn zonde, o JAHWEH!",
      "textSV1888_html": "Want zie, zij leggen mijner<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> ziel lagen; sterken rotten zich tegen mij;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> zonder mijn overtreding, en zonder mijn zonde, o HEERE!",
      "text1637_html": "Want siet, sy leggen mijner <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> ziele lagen, stercke rotten sich tegen my: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> sonder mijne overtredinge, ende sonder mijne sonde, o HEERE.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijner",
          "new": "voor mijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "lagen;",
          "new": "hinderlagen;",
          "principe": "V343"
        },
        {
          "old": "HEERE!",
          "new": "JAHWEH!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Zij lopen en bereiden zich zonder mijn misdaad; waak op mij tegemoet, en zie.",
      "text1637": "Sy loopen ende [7] bereyden sich, sonder [mijne] misdaet: waeckt op [8] my te gemoete, ende [9] siet.",
      "text2026": "Zij lopen en bereiden zich zonder mijn misdaad; waak op mij tegemoet, en zie.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Tot mijne vervolging.",
          "text1637": "Tot mijner vervolginge.",
          "text2026": "Tot mijn vervolging."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mij tegemoet: Dat is, om mij ter rechter tijd en plaats te helpen en te ontzetten.",
          "text1637": "D. om my ter rechter tijt ende plaetse te helpen, ende te ontsetten.",
          "text2026": "mij tegemoet: Dat is, om mij ter rechter tijd en plaats te helpen en te ontzetten."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "In welke nood ik zat of welk kwaad zij al tegen mij aanleggen.",
          "text1637": "In wat noot ick steke, ofte wat quaet sy al tegen my aenleggen.",
          "text2026": "In welke nood ik zat of welk kwaad zij al tegen mij aanleggen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּֽלִי",
          "strongs": "H1097",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "עָ֭וֺן",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "יְרוּצ֣וּ/ן",
          "strongs": "H7323",
          "morph": "HVqi3mp/Sn"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִכּוֹנָ֑נוּ",
          "strongs": "H3559",
          "morph": "HC/Vri3mp"
        },
        {
          "woord": "ע֖וּרָ/ה",
          "strongs": "H5782",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "לִ/קְרָאתִ֣/י",
          "strongs": "H7125",
          "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/רְאֵה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HC/Vqv2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij lopen en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> bereiden zich zonder mijn misdaad; waak op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> mij tegemoet, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> zie.",
      "textSV1888_html": "Zij lopen en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> bereiden zich zonder mijn misdaad; waak op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> mij tegemoet, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> zie.",
      "text1637_html": "Sy loopen ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> bereyden sich, sonder [mijne] misdaet: waeckt op <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> my te gemoete, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> siet."
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Ja, Gij HEERE, God der heirscharen, God Israëls! ontwaak, om al deze heidenen te bezoeken; wees niemand van hen genadig, die trouwelooslijk ongerechtigheid bedrijven. Sela.",
      "text1637": "Ia ghy, HEERE Godt der [10] heyrscharen, Godt Israëls, ontwaeckt, om alle dese [11] heydenen te [12] besoecken: en zijt [13] niemant van hen genadich, die trouwlooslick ongerechticheyt bedrijven, [14] Sela!",
      "text2026": "Ja, U JAHWEH, God van de legermachten, God van Israël! ontwaak, om al deze heidenen te bezoeken; wees niemand van hen genadig, die trouweloos ongerechtigheid bedrijven. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie 1 Kon. 18:15 . 1 Koningen 18:15 : En Elia zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!",
          "text1637": "Siet 1.Reg. 18. op vers 15.",
          "text2026": "Zie 1 Kon. 18:15 . 1 Koningen 18:15 : En Elia zei: Zo waarachtig als JAHWEH van de legermachten leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!"
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Bastaard-Israëlieten, die den heidenen in barbaarse boosheid en bitterheid gelijk zijn. Verg. Gen. 21:1 . Genesis 21:1 : En de HEERE bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en de HEERE deed aan Sara, gelijk als Hij gesproken had.",
          "text1637": "Bastaert-Israeliten, die den heydenen in barbarische boosheyt ende bitterheyt gelijck zijn. Vergel. Psal. 54. op vers 5.",
          "text2026": "Bastaard-Israëlieten, die de heidenen in barbaarse boosheid en bitterheid gelijk zijn. Verg. Gen. 21:1 . Genesis 21:1 : En JAHWEH bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en JAHWEH deed aan Sara, gelijk als Hij gesproken had."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, straffen. Zie Gen. 21:1 . Genesis 21:1 : En de HEERE bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en de HEERE deed aan Sara, gelijk als Hij gesproken had.",
          "text1637": "D. straffen. Siet Genes. 21. op vers 1.",
          "text2026": "Dat is, straffen. Zie Gen. 21:1 . Genesis 21:1 : En JAHWEH bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en JAHWEH deed aan Sara, gelijk als Hij gesproken had."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. Wees geen ongerechtige trouwbrekers genadig.",
          "text1637": "Hebr. zijt niet ge-nadich allen die, etc. ofte aldus: En zijt geene ongerechtige trouw-brekers genadich.",
          "text2026": "Hebr. Wees geen ongerechtige trouwbrekers genadig."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela.",
          "text1637": "Siet Psal. 3 op vers 3.",
          "text2026": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַתָּ֤ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָֽה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֥ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "צְבָא֡וֹת",
          "strongs": "H6635",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹ֘הֵ֤י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵ֗ל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הָקִ֗יצָ/ה",
          "strongs": "H6974",
          "morph": "HVhv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְקֹ֥ד",
          "strongs": "H6485",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "כָּֽל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הַ/גּוֹיִ֑ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HTd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תָּחֹ֨ן",
          "strongs": "H2603",
          "morph": "HVqj2ms"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "בֹּ֖גְדֵי",
          "strongs": "H898",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "אָ֣וֶן",
          "strongs": "H205",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ja, U JAHWEH, God van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> de legermachten, God van Israël! ontwaak, om al deze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> heidenen te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> bezoeken; wees<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> niemand van hen genadig, die trouweloos ongerechtigheid bedrijven.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Sela.",
      "textSV1888_html": "Ja, Gij HEERE, God der<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> heirscharen, God Israëls! ontwaak, om al deze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> heidenen te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> bezoeken; wees<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> niemand van hen genadig, die trouwelooslijk ongerechtigheid bedrijven.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Sela.",
      "text1637_html": "Ia ghy, HEERE Godt der <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> heyrscharen, Godt Israëls, ontwaeckt, om alle dese <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> heydenen te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> besoecken: en zijt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> niemant van hen genadich, die trouwlooslick ongerechticheyt bedrijven, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij HEERE,",
          "new": "U JAHWEH,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "der heirscharen,",
          "new": "van de legermachten,",
          "principe": "N2"
        },
        {
          "old": "Israëls!",
          "new": "van Israël!",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "trouwelooslijk",
          "new": "trouweloos",
          "principe": "V463"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Tegen den avond keren zij weder, zij tieren als een hond, en zij gaan rondom de stad.",
      "text1637": "Tegen den avont [15] keeren sy weder, sy tieren als een [16] hont, ende sy gaen rontom de stadt.",
      "text2026": "Tegen de avond keren zij weer, zij tieren als een hond, en zij gaan rondom de stad.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Als zij mij den ganse dag gezocht en niet gevonden hebben, of, zij keren ginds en weder om mij ergens te betrappen.",
          "text1637": "Als sy my den gantschen dach gesocht ende niet gevonden hebben. ofte: sy keeren gins ende weder, om my ergens te betrappen.",
          "text2026": "Als zij mij de gehele dag gezocht en niet gevonden hebben, of, zij keren ginds en weer om mij ergens te betrappen."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die blaft en groot getier maakt als hij een wild najaagt, of raast en huilt om eten als hem hongert en hij niets krijgt. Zie vers 15 , 59:16 , en verg. Ps. 22:17 . Psalmen 59:15 : Laat hen dan tegen den avond wederkeren, laat hen tieren als een hond, en rondom de stad gaan; Psalmen 59:16 : Laat hen zelfs omzwerven om spijs; en laat hen vernachten, al zijn zij niet verzadigd. Psalmen 22:17 : Want honden hebben mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorgraven.",
          "text1637": "Die blaft ende groot getier maeckt als hy een wilt na-jaecht, ofte, raest ende huylt om eten, als hem hongert, ende hy niet en krijcht.",
          "text2026": "Die blaft en groot getier maakt als hij een wild najaagt, of raast en huilt om eten als hem hongert en hij niets krijgt. Zie vers 15 , 59:16 , en verg. Ps. 22:17 . Psalmen 59:15 : Laat hen dan tegen de avond terugkeren, laat hen tieren als een hond, en rondom de stad gaan; Psalmen 59:16 : Laat hen zelfs omzwerven om voedsel; en laat hen overnachten, al zijn zij niet verzadigd. Psalmen 22:17 : Want honden hebben mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorgraven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יָשׁ֣וּבוּ",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "לָ֭/עֶרֶב",
          "strongs": "H6153",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יֶהֱמ֥וּ",
          "strongs": "H1993",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "כַ/כָּ֗לֶב",
          "strongs": "H3611",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וִ/יס֥וֹבְבוּ",
          "strongs": "H5437",
          "morph": "HC/Vmi3mp"
        },
        {
          "woord": "עִֽיר",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Tegen de avond<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> keren zij weer, zij tieren als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hond, en zij gaan rondom de stad.",
      "textSV1888_html": "Tegen den avond<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> keren zij weder, zij tieren als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hond, en zij gaan rondom de stad.",
      "text1637_html": "Tegen den avont <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> keeren sy weder, sy tieren als een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> hont, ende sy gaen rontom de stadt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "weder,",
          "new": "weer,",
          "principe": "V66"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Zie, zij storten overvloediglijk uit met hun mond; zwaarden zijn op hun lippen; want wie hoort het?",
      "text1637": "Siet, sy [17] storten overvloedichlick uyt met haren mont; [b] sweerden zijn op hare lippen: [c] want [18] wie hoort’et?",
      "text2026": "Zie, zij storten overvloedig uit met hun mond; zwaarden zijn op hun lippen; want wie hoort het?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, gieten, bobbelen, of borrelen uit allerlei lasterredenen van mij. Van het Hebr. woord חֲרָבוֹת, , zie Ps. 19:3 , en verg. Jer. 6:7 , en onder vers 13 , vers 13 . Psalmen 19:3 : De dag aan den dag stort overvloediglijk spraak uit, en de nacht aan den nacht toont wetenschap. Jeremia 6:7 : Gelijk een bornput zijn water opgeeft, alzo geeft zij haar boosheid op; geweld en verstoring wordt in haar gehoord, weedom en plaging is steeds voor Mijn aangezicht. Psalmen 59:13 : Om de zonde huns monds, om het woord hunner lippen; en laat hen gevangen worden in hun hoogmoed; en om den vloek, en om de leugen, die zij vertellen. Psalmen 59:13 : Om de zonde huns monds, om het woord hunner lippen; en laat hen gevangen worden in hun hoogmoed; en om den vloek, en om de leugen, die zij vertellen.",
          "text1637": "Ofte, gieten, bobbelen, ofte, borrelen uyt allerleye laster-rede van my. van het Hebr. woort siet Psal. 19. op vers 3. ende vergel. Ier. 6.7. ende ond. vers 13.",
          "text2026": "Of, gieten, bobbelen, of borrelen uit allerlei lasterredenen van mij. Van het Hebr. woord חֲרָבוֹת, , zie Ps. 19:3 , en verg. Jer. 6:7 , en onder vers 13 , vers 13 . Psalmen 19:3 : De dag aan de dag stort overvloediglijk spraak uit, en de nacht aan de nacht toont wetenschap. Jeremia 6:7 : Gelijk een bornput zijn water opgeeft, zo geeft zij haar boosheid op; geweld en verstoring wordt in haar gehoord, weedom en plaging is steeds voor Mijn aangezicht. Psalmen 59:13 : Om de zonde huns monds, om het woord hun lippen; en laat hen gevangen worden in hun hoogmoed; en om de vloek, en om de leugen, die zij vertellen. Psalmen 59:13 : Om de zonde huns monds, om het woord hun lippen; en laat hen gevangen worden in hun hoogmoed; en om de vloek, en om de leugen, die zij vertellen."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 55:22 ; Ps. 57:5 . Psalmen 55:22 : Zijn mond is gladder dan boter, maar zijn hart is krijg; zijn woorden zijn zachter dan olie, maar dezelve zijn blote zwaarden. Psalmen 57:5 : Mijn ziel is in het midden der leeuwen, ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, welker tanden spiesen en pijlen zijn, en hun tong een scherp zwaard.",
          "text1637": "Psal. 55.22. ende 57.5.",
          "text2026": "Ps. 55:22 ; Ps. 57:5 . Psalmen 55:22 : Zijn mond is gladder dan boter, maar zijn hart is krijg; zijn woorden zijn zachter dan olie, maar dezelfde zijn blote zwaarden. Psalmen 57:5 : Mijn ziel is in het midden van de leeuwen, ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, van wie tanden spiesen en pijlen zijn, en hun tong een scherp zwaard."
        },
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 10:11 ; Ps. 94:7 . Psalmen 10:11 : Hij zegt in zijn hart: God heeft het vergeten, Hij heeft Zijn aangezicht verborgen, Hij ziet niet in eeuwigheid. Psalmen 94:7 : En zeggen: De HEERE ziet het niet, en de God van Jakob merkt het niet.",
          "text1637": "Psal. 10.11. ende 94.7.",
          "text2026": "Ps. 10:11 ; Ps. 94:7 . Psalmen 10:11 : Hij zegt in zijn hart: God heeft het vergeten, Hij heeft Zijn aangezicht verborgen, Hij ziet niet in eeuwigheid. Psalmen 94:7 : En zeggen: JAHWEH ziet het niet, en de God van Jakob merkt het niet."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "wie hoort: Dit zijn de woorden der vijanden, waarmede zij te kennen geven dat zij door geen vreze Gods wederhouden worden, sprekende al wat zij willen, alsof er geen God ware, die het hoorde. Zie Ps. 10:11 , en Ps. 94:7 . Psalmen 10:11 : Hij zegt in zijn hart: God heeft het vergeten, Hij heeft Zijn aangezicht verborgen, Hij ziet niet in eeuwigheid. Psalmen 94:7 : En zeggen: De HEERE ziet het niet, en de God van Jakob merkt het niet.",
          "text1637": "Dit zijn de woorden der vyanden, waermede sy te kennen geven, datse door geene vreese Godts wederhouden worden, sprekende al wat sy willen, als offer geen Godt en ware, die ’t hoorde. siet Psal. 10.11. ende 94.7.",
          "text2026": "wie hoort: Dit zijn de woorden van de vijanden, waarmee zij te kennen geven dat zij door geen vrees voor God wederhouden worden, sprekende al wat zij willen, alsof er geen God ware, die het hoorde. Zie Ps. 10:11 , en Ps. 94:7 . Psalmen 10:11 : Hij zegt in zijn hart: God heeft het vergeten, Hij heeft Zijn aangezicht verborgen, Hij ziet niet in eeuwigheid. Psalmen 94:7 : En zeggen: JAHWEH ziet het niet, en de God van Jakob merkt het niet."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הִנֵּ֤ה",
          "strongs": "H2009",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "יַבִּ֘יע֤וּ/ן",
          "strongs": "H5042",
          "morph": "HVhi3mp/Sn"
        },
        {
          "woord": "בְּ/פִי/הֶ֗ם",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "חֲ֭רָבוֹת",
          "strongs": "H2719",
          "morph": "HNcfpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/שִׂפְתוֹתֵי/הֶ֑ם",
          "strongs": "H8193",
          "morph": "HR/Ncfpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "מִ֥י",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "שֹׁמֵֽעַ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zie, zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> storten overvloedig uit met hun mond;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> zwaarden zijn op hun lippen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> wie hoort het?",
      "textSV1888_html": "Zie, zij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> storten overvloediglijk uit met hun mond;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> zwaarden zijn op hun lippen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> want<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> wie hoort het?",
      "text1637_html": "Siet, sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> storten overvloedichlick uyt met haren mont; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> sweerden zijn op hare lippen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> want <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> wie hoort’et?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "overvloediglijk",
          "new": "overvloedig",
          "principe": "V167"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Maar Gij, HEERE! zult hen belachen; Gij zult alle heidenen bespotten.",
      "text1637": "Maer ghy, HEERE, [d] sultse [19] belacchen: ghy sult alle [20] heydenen bespotten.",
      "text2026": "Maar U, JAHWEH! zult hen belachen; U zult alle heidenen bespotten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 2:4 . Psalmen 2:4 : Die in den hemel woont, zal lachen; de HEERE zal hen bespotten.",
          "text1637": "Psal. 2.4.",
          "text2026": "Ps. 2:4 . Psalmen 2:4 : Die in de hemel woont, zal lachen; JAHWEH zal hen bespotten."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 2:4 . Psalmen 2:4 : Die in den hemel woont, zal lachen; de HEERE zal hen bespotten.",
          "text1637": "Siet Psal. 2. op vers 4.",
          "text2026": "Zie Ps. 2:4 . Psalmen 2:4 : Die in de hemel woont, zal lachen; JAHWEH zal hen bespotten."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie vers 6 . Psalmen 59:6 : Ja, Gij HEERE, God der heirscharen, God Israëls! ontwaak, om al deze heidenen te bezoeken; wees niemand van hen genadig, die trouwelooslijk ongerechtigheid bedrijven. Sela.",
          "text1637": "Siet op vers 6.",
          "text2026": "Zie vers 6 . Psalmen 59:6 : Ja, U JAHWEH, God van de legermachten, God van Israël! ontwaak, om al deze heidenen te bezoeken; wees niemand van hen genadig, die trouweloos ongerechtigheid bedrijven. Sela."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HC/Pp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "תִּשְׂחַק",
          "strongs": "H7832",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ֑/מוֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "תִּ֝לְעַ֗ג",
          "strongs": "H3932",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "גּוֹיִֽם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HNcmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar U, JAHWEH!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> hen belachen; U zult alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> heidenen bespotten.",
      "textSV1888_html": "Maar Gij, HEERE!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> hen belachen; Gij zult alle<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> heidenen bespotten.",
      "text1637_html": "Maer ghy, HEERE, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> sultse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> belacchen: ghy sult alle <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> heydenen bespotten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij, HEERE!",
          "new": "U, JAHWEH!",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Tegen zijn sterkte zal ik op U wachten; want God is mijn Hoog Vertrek.",
      "text1637": "[Tegen] [21] sijne sterckte, sal ick [op] u wachten: want Godt is mijn hooch-vertreck.",
      "text2026": "Tegen zijn sterkte zal ik op U wachten; want God is mijn Vesting.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zijn sterkte: Van mijn vijand Saul, die mij veel te machtig en te sterk is, zodat ik hem niet kan wederstaan; dat alles zal ik U bevelen en met geduld wacht houden, verbreidende en uit- en omziende naar uwe hulp en bescherming, waaronder ik veiliger ben dan of ik in een hoog vast slot verzekerd ware. Verg. onder vers 17 , 59:18 . Psalmen 59:17 : Maar ik zal Uw sterkte zingen, en des morgens Uw goedertierenheid vrolijk roemen, omdat Gij mij een Hoog Vertrek zijt geweest, en een Toevlucht ten dage, als mij bange was. Psalmen 59:18 : Van U, o mijn Sterkte! zal ik psalmzingen; want God is mijn Hoog Vertrek, de God mijner goedertierenheid.",
          "text1637": "Mijns vyants, Sauls, die my veel te machtich ende te sterck is, sulcks dat ick hem niet en kan wederstaen: dat alles sal ick u bevelen, ende met gedult wacht houden, verbeydende ende uyt ofte omsiende nae uwe hulpe ende bescherminge, daer onder ick veyliger ben, als of ick in een hooch vast slot versekert ware. Vergel. ond. vers 17, 18.",
          "text2026": "zijn sterkte: Van mijn vijand Saul, die mij veel te machtig en te sterk is, zodat ik hem niet kan wederstaan; dat alles zal ik U bevelen en met geduld wacht houden, verbreidende en uit- en omziende naar uw hulp en bescherming, waaronder ik veiliger ben dan of ik in een hoog vast slot verzekerd ware. Verg. onder vers 17 , 59:18 . Psalmen 59:17 : Maar ik zal Uw sterkte zingen, en van de morgen Uw goedertierenheid vrolijk roemen, omdat U mij een Vesting bent geweest, en een Toevlucht op de dag als mij bange was. Psalmen 59:18 : Van U, o mijn Sterkte! zal ik psalmzingen; want God is mijn Vesting, de God mijn goedertierenheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עֻ֭זּ/וֹ",
          "strongs": "H5797",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶשְׁמֹ֑רָה",
          "strongs": "H8104",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֱ֝לֹהִ֗ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מִשְׂגַּבִּֽ/י",
          "strongs": "H4869",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Tegen zijn sterkte zal ik op U wachten; want God is mijn Vesting.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> Tegen zijn sterkte zal ik op U wachten; want God is mijn Hoog Vertrek.",
      "text1637_html": "[Tegen] <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> sijne sterckte, sal ick [op] u wachten: want Godt is mijn hooch-vertreck.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Hoog Vertrek.",
          "new": "Vesting.",
          "principe": "V404"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "De God mijner goedertierenheid zal mij voorkomen; God zal mij op mijn verspieders doen zien.",
      "text1637": "De Godt [22] mijner goedertierenheyt sal my [23] voorkomen: Godt sal my [24] op mijne verspieders doen sien.",
      "text2026": "De God van mijn goedertierenheid zal mij voorkomen; God zal mij op mijn spionnen doen zien.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mijner goedertierenheid: Of, mijner weldadigheid; dat is, mijn goedertierene of weldadige God, die mij gunstig of wèl genegen en zijne goedertierenheid aan mij bewezen heeft. Verg. Jer. 2:2 , met de aantekening. Jeremia 2:2 : Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land.",
          "text1637": "Ofte, mijner weldadicheyt. dat is, mijn goedertieren ofte weldadige Godt, die my gunstich ofte wel genegen is, ende sijne goedertierenheyt aen my bewesen heeft. Vergel. Ierem. 2.2. met d’aenteeckeninge.",
          "text2026": "mijn goedertierenheid: Of, mijn weldadigheid; dat is, mijn goedertierene of weldadige God, die mij gunstig of wèl genegen en zijn goedertierenheid aan mij bewezen heeft. Verg. Jer. 2:2 , met de aantekening. Jeremia 2:2 : Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt JAHWEH: Ik gedenk van de weldadigheid uw jeugd, van de liefde uw ondertrouw, toen u Mij nawandelde in de woestijn, in onbezaaid land."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, bejegenen, ontmoeten; dat is, ter rechter tijd goedertierenlijk helpen.",
          "text1637": "Ofte, bejegenen, ontmoeten, dat is, ter rechter tijt goedertierentlick helpen.",
          "text2026": "Of, bejegenen, ontmoeten; dat is, ter rechter tijd goedertierenlijk helpen."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, aan; te weten, mijnen wens, of zijne wraak. Zie Ps. 54:9 , en Ps. 22:18 . Psalmen 54:9 : Want Hij heeft mij gered uit alle benauwdheid; en mijn oog heeft gezien op mijn vijanden. Psalmen 22:18 : Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij.",
          "text1637": "Ofte, aen, Te weten, mijnen wensch, ofte, sijne wrake. Siet Psal. 5.4. op vers 9. ende 22. op vers 18.",
          "text2026": "Of, aan; te weten, mijn wens, of zijn wraak. Zie Ps. 54:9 , en Ps. 22:18 . Psalmen 54:9 : Want Hij heeft mij gered uit alle benauwdheid; en mijn oog heeft gezien op mijn vijanden. Psalmen 22:18 : Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֣י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "חסד/ו",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְקַדְּמֵ֑/נִי",
          "strongs": "H6923",
          "morph": "HVpi3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֱ֝לֹהִ֗ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יַרְאֵ֥/נִי",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVhi3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְ/שֹׁרְרָֽ/י",
          "strongs": "H8324",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "De God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> van mijn goedertierenheid zal mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> voorkomen; God zal mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> op mijn spionnen doen zien.",
      "textSV1888_html": "De God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> mijner goedertierenheid zal mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> voorkomen; God zal mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> op mijn verspieders doen zien.",
      "text1637_html": "De Godt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> mijner goedertierenheyt sal my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> voorkomen: Godt sal my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> op mijne verspieders doen sien.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "verspieders",
          "new": "spionnen",
          "principe": "V363"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Dood hen niet, opdat mijn volk het niet vergete; doe hen omzwerven door Uw macht, en werp hen neder, o Heere, ons Schild!",
      "text1637": "En [25] doodtse niet, op dat mijn volck [het] niet en vergete; doetse [26] omsweven door uwe macht, ende [27] werptse neder: o Heere, onse schilt,",
      "text2026": "Dood hen niet, opdat mijn volk het niet vergete; doe hen omzwerven door Uw macht, en werp hen neer, o Heere, ons Schild!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Breng hen niet tevens en schielijk om, maar verdeel uwe oordelen op tijden en malen, opdat mijn volk [waarover Gij mij tot koning gezalfd hebt, of mijne landslieden] de menigvuldigheid uwer straffen voor en na aanschouwende, des te beter daaraan gedenken en daardoor geleerd worden.",
          "text1637": "Brengtse niet t’seffens ende schielick om, maer verdeylt uwe oordelen op tijden ende malen, op dat ick mijn volck (daer over ghy my tot Coninck gesalft hebt, ofte mijne lants-lieden) de menichvuldicheyt uwer straffen voor ende na aenschouwende, dies te beter daer aen gedencke, ende daer door geleert worde.",
          "text2026": "Breng hen niet tevens en schielijk om, maar verdeel uw oordelen op tijden en malen, opdat mijn volk [waarover U mij tot koning gezalfd hebt, of mijn landslieden] de menigvuldigheid uw straffen voor en na aanschouwende, van de te beter daaraan gedenken en daardoor geleerd worden."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Tot een schouwspel.",
          "text1637": "Tot een spectakel.",
          "text2026": "Tot een schouwspel."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "werp hen neder: Of, doe hen nederdalen, uit hunne staat en eer, waarop zij zich trotselijk verlatende, zoveel kwwads voornemen en bedrijven.",
          "text1637": "Ofte, doetse nederdalen, uyt haren staet ende eere, daer op sy haer trotzelick verlatende, soo veel quaets voornemen ende bedrijven.",
          "text2026": "werp hen neder: Of, doe hen nederdalen, uit hun staat en eer, waarop zij zich trotselijk verlatende, zoveel kwwads voornemen en bedrijven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תַּהַרְגֵ֤/ם",
          "strongs": "H2026",
          "morph": "HVqj2ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "פֶּֽן",
          "strongs": "H6435",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁכְּח֬וּ",
          "strongs": "H7911",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "עַמִּ֗/י",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הֲנִיעֵ֣/מוֹ",
          "strongs": "H5128",
          "morph": "HVhv2ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "בְ֭/חֵילְ/ךָ",
          "strongs": "H2428",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וְ/הוֹרִידֵ֑/מוֹ",
          "strongs": "H3381",
          "morph": "HC/Vhv2ms/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מָֽגִנֵּ֣/נוּ",
          "strongs": "H4043",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָֽ/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dood<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> hen niet, opdat mijn volk het niet vergete; doe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> hen omzwerven door Uw macht, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> werp hen neer, o Heere, ons Schild!",
      "textSV1888_html": "Dood<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> hen niet, opdat mijn volk het niet vergete; doe<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> hen omzwerven door Uw macht, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> werp hen neder, o Heere, ons Schild!",
      "text1637_html": "En <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> doodtse niet, op dat mijn volck [het] niet en vergete; doetse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> omsweven door uwe macht, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> werptse neder: o Heere, onse schilt,",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "neder,",
          "new": "neer,",
          "principe": "V354"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Om de zonde huns monds, om het woord hunner lippen; en laat hen gevangen worden in hun hoogmoed; en om den vloek, en om de leugen, die zij vertellen.",
      "text1637": "[28] [Om] de sonde hares monts, [om] het woort harer lippen; ende laetse gevangen worden in haren hoochmoet: ende om den vloeck, ende om de leugen, [die] sy [29] vertellen.",
      "text2026": "Om de zonde van hun mond, om het woord van hun lippen; en laat hen gevangen worden in hun hoogmoed; en om de vloek, en om de leugen, die zij vertellen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Om : Omdat er niet dan zonde te weten, trots spreken, vloeken en liegen over mij] uit hunne mond gaat. Sommigen voegen deze woorden bij het woord vergeten in het voorgaande vers 12 , in dezen zin: Opdat mijn volk niet vergete hoe trots zij plgen te spreken en hoe zij daarover varen; te weten, dat zij daarin alzo gevangen worden, dat men van hun vloeken en liegen [de oorzaak hunner straf] niet genoeg kan vertellen. Anders: de zonde huns monds [is] het woord hunner lippen; laat hen dan, enz.; dat is, het is al leugen wat zij spreken; daarom, enz. Psalmen 59:12 : Dood hen niet, opdat mijn volk het niet vergete; doe hen omzwerven door Uw macht, en werp hen neder, o Heere, ons Schild!",
          "text1637": "Om datter niet als sonde (te weten, trots spreken, vloecken ende liegen over my) uyt haren monde gaet. sommige voegen dese woorden by het woort vergete, in’t voorgaende vers, in desen sin: op dat mijn volck niet en vergete, hoe trots sy plegen te spreken. ende hoe sy daer over varen, te weten, datse daer in alsoo gevangen worden, datmen van haer vloecken ende liegen (d’oorsake harer straffe) niet genoech en kan vertellen. and. de sonde hares monts [is] het woort haerder lippen: laetse dan, etc. dat is, ’t is al leugen dat sy spreken: daerom, etc.",
          "text2026": "Om : Omdat er niet dan zonde te weten, trots spreken, vloeken en liegen over mij] uit hun mond gaat. Sommigen voegen deze woorden bij het woord vergeten in het voorgaande vers 12 , in deze zin: Opdat mijn volk niet vergete hoe trots zij plgen te spreken en hoe zij daarover varen; te weten, dat zij daarin zo gevangen worden, dat men van hun vloeken en liegen [de oorzaak hun straf] niet genoeg kan vertellen. Anders: de zonde huns monds [is] het woord hun lippen; laat hen dan, enz.; dat is, het is al leugen wat zij spreken; daarom, enz. Psalmen 59:12 : Dood hen niet, opdat mijn volk het niet vergete; doe hen omzwerven door Uw macht, en werp hen neder, o Heer, ons Schild!"
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die zij dagelijks in hunne redenen zonder schroom bij menigten uitsmuiten, gelijk boven vers 8 . Anders: zij zullen van den vloek en van de magerheid vertellen. Psalmen 59:8 : Zie, zij storten overvloediglijk uit met hun mond; zwaarden zijn op hun lippen; want wie hoort het?",
          "text1637": "Die sy dagelicx in hare propoosten sonder schroom by menichten uytsmijten, als bov. vers 8. and. sy sullen van den vloeck ende van de magerheyt vertellen.",
          "text2026": "Die zij dagelijks in hun redenen zonder schroom bij menigten uitsmuiten, gelijk boven vers 8 . Anders: zij zullen van de vloek en van de magerheid vertellen. Psalmen 59:8 : Zie, zij storten overvloediglijk uit met hun mond; zwaarden zijn op hun lippen; want wie hoort het?"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "חַטַּאת",
          "strongs": "H2403",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "פִּ֗י/מוֹ",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "דְּֽבַר",
          "strongs": "H1697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "שְׂפָ֫תֵ֥י/מוֹ",
          "strongs": "H8193",
          "morph": "HNcfdc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יִלָּכְד֥וּ",
          "strongs": "H3920",
          "morph": "HC/VNi3mp"
        },
        {
          "woord": "בִ/גְאוֹנָ֑/ם",
          "strongs": "H1347",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ/מֵ/אָלָ֖ה",
          "strongs": "H423",
          "morph": "HC/R/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ/כַּ֣חַשׁ",
          "strongs": "H3585",
          "morph": "HC/R/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יְסַפֵּֽרוּ",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HVpi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Om de zonde van hun mond, om het woord van hun lippen; en laat hen gevangen worden in hun hoogmoed; en om de vloek, en om de leugen, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> zij vertellen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> Om de zonde huns monds, om het woord hunner lippen; en laat hen gevangen worden in hun hoogmoed; en om den vloek, en om de leugen, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> zij vertellen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> [Om] de sonde hares monts, [om] het woort harer lippen; ende laetse gevangen worden in haren hoochmoet: ende om den vloeck, ende om de leugen, [die] sy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> vertellen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "huns monds,",
          "new": "van hun mond,",
          "principe": "V205"
        },
        {
          "old": "hunner",
          "new": "van hun",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Verteer hen in grimmigheid; verteer hen, dat zij er niet zijn, en laat hen weten, dat God Heerser is in Jakob, ja, tot aan de einden der aarde. Sela.",
      "text1637": "[30] Verteertse in grimmicheyt, verteertse, datser niet en zijn, ende laetse [31] weten, dat Godt heerscher is in [32] Iacob, [ja] tot aen de eynden der aerde, Sela!",
      "text2026": "Verteer hen in woede; verteer hen, dat zij er niet zijn, en laat hen weten, dat God Heerser is in Jakob, ja, tot aan de einden van de aarde. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Allengskens door verscheidenen plagen, uit verg. van vers 12 . Psalmen 59:12 : Dood hen niet, opdat mijn volk het niet vergete; doe hen omzwerven door Uw macht, en werp hen neder, o Heere, ons Schild!",
          "text1637": "Allencxkens door verscheyden plagen, uyt vergelijckinge van vers 12.",
          "text2026": "Allengskens door verscheidenen plagen, uit verg. van vers 12 . Psalmen 59:12 : Dood hen niet, opdat mijn volk het niet vergete; doe hen omzwerven door Uw macht, en werp hen neder, o Heer, ons Schild!"
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, gewaarworden, bevinden.",
          "text1637": "D. gewaer worden, bevinden.",
          "text2026": "Dat is, gewaarworden, bevinden."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in Jakob: Onder Gods volk, Israël.",
          "text1637": "Onder Godts volck, Israel.",
          "text2026": "in Jakob: Onder Gods volk, Israël."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כַּלֵּ֥ה",
          "strongs": "H3615",
          "morph": "HVpv2ms"
        },
        {
          "woord": "בְ/חֵמָה֮",
          "strongs": "H2534",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "כַּלֵּ֪ה",
          "strongs": "H3615",
          "morph": "HVpv2ms"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/אֵ֫ינֵ֥/מוֹ",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/יֵדְע֗וּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֱ֭לֹהִים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מֹשֵׁ֣ל",
          "strongs": "H4910",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/יַעֲקֹ֑ב",
          "strongs": "H3290",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "לְ/אַפְסֵ֖י",
          "strongs": "H657",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> Verteer hen in woede; verteer hen, dat zij er niet zijn, en laat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> hen weten, dat God Heerser is in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Jakob, ja, tot aan de einden van de aarde. Sela.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> Verteer hen in grimmigheid; verteer hen, dat zij er niet zijn, en laat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> hen weten, dat God Heerser is in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Jakob, ja, tot aan de einden der aarde. Sela.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> Verteertse in grimmicheyt, verteertse, datser niet en zijn, ende laetse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> weten, dat Godt heerscher is in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> Iacob, [ja] tot aen de eynden der aerde, Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "grimmigheid;",
          "new": "woede;",
          "principe": "V77"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Laat hen dan tegen den avond wederkeren, laat hen tieren als een hond, en rondom de stad gaan;",
      "text1637": "[33] Laetse dan tegen den avont wederkeeren, laetse tieren als een hont, ende rontom de stadt gaen.",
      "text2026": "Laat hen dan tegen de avond terugkeren, laat hen tieren als een hond, en rondom de stad gaan;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hier herhaalt de profeet vast dezelfde woorden, die boven vers 7 . staan, maar spottenderwijze, uit een heilig vast vertrouwen van Gods rechtvaardige vergelding, die zijne vijanden zou wedervare. Psalmen 59:7 : Tegen den avond keren zij weder, zij tieren als een hond, en zij gaan rondom de stad.",
          "text1637": "Hier wederhaelt de Propheet vast de selve woorden, die bov. vers 7 staen, maer spottender wijse, uyt een heylich vast vertrouwen van Godes rechtveerdige vergeldinge, die sijnen vyanden soude wedervaren.",
          "text2026": "Hier herhaalt de profeet vast dezelfde woorden, die boven vers 7 . staan, maar spottenderwijze, uit een heilig vast vertrouwen van Gods rechtvaardige vergelding, die zijn vijanden zou wedervare. Psalmen 59:7 : Tegen de avond keren zij weer, zij tieren als een hond, en zij gaan rondom de stad."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/יָשׁ֣וּבוּ",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HC/Vqi3mp"
        },
        {
          "woord": "לָ֭/עֶרֶב",
          "strongs": "H6153",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יֶהֱמ֥וּ",
          "strongs": "H1993",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "כַ/כָּ֗לֶב",
          "strongs": "H3611",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וִ/יס֥וֹבְבוּ",
          "strongs": "H5437",
          "morph": "HC/Vmi3mp"
        },
        {
          "woord": "עִֽיר",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Laat hen dan tegen de avond terugkeren, laat hen tieren als een hond, en rondom de stad gaan;",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Laat hen dan tegen den avond wederkeren, laat hen tieren als een hond, en rondom de stad gaan;",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> Laetse dan tegen den avont wederkeeren, laetse tieren als een hont, ende rontom de stadt gaen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "wederkeren,",
          "new": "terugkeren,",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Laat hen zelfs omzwerven om spijs; en laat hen vernachten, al zijn zij niet verzadigd.",
      "text1637": "Laetse selfs [34] omsweven [35] om spijse: ende laetse [36] vernachten al en zijnse niet versadicht.",
      "text2026": "Laat hen zelfs omzwerven om voedsel; en laat hen overnachten, al zijn zij niet verzadigd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk vers 12 . Psalmen 59:12 : Dood hen niet, opdat mijn volk het niet vergete; doe hen omzwerven door Uw macht, en werp hen neder, o Heere, ons Schild!",
          "text1637": "Als vers 12.",
          "text2026": "Gelijk vers 12 . Psalmen 59:12 : Dood hen niet, opdat mijn volk het niet vergete; doe hen omzwerven door Uw macht, en werp hen neder, o Heer, ons Schild!"
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "om spijs: Hebr. om te eten.",
          "text1637": "Hebr. om te eten.",
          "text2026": "om voedsel: Hebr. om te eten."
        },
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie het tegendeel Spreuk. 19:23 . Anders: murmureren, huilen, grijnzen, zo zij niet verzadigd zijn; omdat het Hebr. woord in beide betekenissen gevonden wordt. Spreuken 19:23 : De vreze des HEEREN is ten leven; want men zal verzadigd zijnde vernachten; met het kwaad zal men niet bezocht worden.",
          "text1637": "Siet het tegendeel Prov. 19.23. And. murmureren, huylen, grijnzen, sose niet versadicht en zijn: om dat het Hebr. woort in beyde beteeckeningen gevonden wort.",
          "text2026": "Zie het tegendeel Spr. 19:23 . Anders: morren, huilen, grijnzen, zo zij niet verzadigd zijn; omdat het Hebr. woord in beide betekenissen gevonden wordt. Spreuken 19:23 : De vrees voor JAHWEH is ten leven; want men zal verzadigd zijnde overnachten; met het kwaad zal men niet bezocht worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הֵ֭מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "ינועו/ן",
          "strongs": "H5128",
          "morph": "HVqi3mp/Sn"
        },
        {
          "woord": "לֶ/אֱכֹ֑ל",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "לֹ֥א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִ֝שְׂבְּע֗וּ",
          "strongs": "H7646",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּלִֽינוּ",
          "strongs": "H3885",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> zelfs<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> omzwerven om voedsel; en laat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> hen overnachten, al zijn zij niet verzadigd.",
      "textSV1888_html": "Laat hen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> zelfs<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> omzwerven om spijs; en laat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> hen vernachten, al zijn zij niet verzadigd.",
      "text1637_html": "Laetse selfs <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> omsweven <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> om spijse: ende laetse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> vernachten al en zijnse niet versadicht.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "spijs;",
          "new": "voedsel;",
          "principe": "V526"
        },
        {
          "old": "vernachten,",
          "new": "overnachten,",
          "principe": "V416"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Maar ik zal Uw sterkte zingen, en des morgens Uw goedertierenheid vrolijk roemen, omdat Gij mij een Hoog Vertrek zijt geweest, en een Toevlucht ten dage, als mij bange was.",
      "text1637": "Maer ick sal [37] uwe sterckte singen, ende des morgens uwe goedertierenheyt vrolick roemen; om dat ghy my een hooch vertreck zijt geweest: ende eene toevlucht ten dage, als my bange was.",
      "text2026": "Maar ik zal Uw sterkte zingen, en 's morgens Uw goedertierenheid vrolijk roemen, omdat U mij een Vesting bent geweest, en een Toevlucht op de dag als ik bang was.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uw sterkte: Gesteld tegen des vijands sterkte, boven vers 10 , alzo in het volgende vers 18 . Psalmen 59:10 : Tegen zijn sterkte zal ik op U wachten; want God is mijn Hoog Vertrek. Psalmen 59:18 : Van U, o mijn Sterkte! zal ik psalmzingen; want God is mijn Hoog Vertrek, de God mijner goedertierenheid.",
          "text1637": "Gestelt tegen des vyants sterckte, bov. vers 10. alsoo in ’t volgende vers.",
          "text2026": "Uw sterkte: Gesteld tegen van de vijand sterkte, boven vers 10 , zo in het volgende vers 18 . Psalmen 59:10 : Tegen zijn sterkte zal ik op U wachten; want God is mijn Vesting. Psalmen 59:18 : Van U, o mijn Sterkte! zal ik psalmzingen; want God is mijn Vesting, de God mijn goedertierenheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/אֲנִ֤י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "אָשִׁ֣יר",
          "strongs": "H7891",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "עֻזֶּ/ךָ֮",
          "strongs": "H5797",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/אֲרַנֵּ֥ן",
          "strongs": "H7442",
          "morph": "HC/Vpi1cs"
        },
        {
          "woord": "לַ/בֹּ֗קֶר",
          "strongs": "H1242",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "חַ֫סְדֶּ֥/ךָ",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הָיִ֣יתָ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "מִשְׂגָּ֣ב",
          "strongs": "H4869",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ֑/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/מָנ֗וֹס",
          "strongs": "H4498",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/י֣וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "צַר",
          "strongs": "H6862",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> Uw sterkte zingen, en 's morgens Uw goedertierenheid vrolijk roemen, omdat U mij een Vesting bent geweest, en een Toevlucht op de dag als ik bang was.",
      "textSV1888_html": "Maar ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> Uw sterkte zingen, en des morgens Uw goedertierenheid vrolijk roemen, omdat Gij mij een Hoog Vertrek zijt geweest, en een Toevlucht ten dage, als mij bange was.",
      "text1637_html": "Maer ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> uwe sterckte singen, ende des morgens uwe goedertierenheyt vrolick roemen; om dat ghy my een hooch vertreck zijt geweest: ende eene toevlucht ten dage, als my bange was.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des",
          "new": "'s",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Hoog Vertrek zijt",
          "new": "Vesting bent",
          "principe": "V404"
        },
        {
          "old": "ten dage,",
          "new": "op de dag",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "mij bange",
          "new": "ik bang",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Van U, o mijn Sterkte! zal ik psalmzingen; want God is mijn Hoog Vertrek, de God mijner goedertierenheid.",
      "text1637": "[38] Van u, o mijne sterckte, sal ick psalm-singen: want Godt is mijn hooch vertreck, de Godt [39] mijner goedertierenheyt.",
      "text2026": "Van U, o mijn Sterkte! zal ik psalmzingen; want God is mijn Vesting, de God van mijn goedertierenheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van U: Alzo wordt het Hebr. woord אֵלֶי, el somtijds genomen. Zie Job 42:7 , en boven Ps. 2:7 . Anders, mijn sterkte is bij U, [dies] zal ik U, enz. Job 42:7 : Het geschiedde nu, nadat de HEERE die woorden tot Job gesproken had, dat de HEERE tot Elifaz, den Themaniet, zeide: Mijn toorn is ontstoken tegen u, en tegen uw twee vrienden, want gijlieden hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job. Psalmen 2:7 : Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.",
          "text1637": "Alsoo wort ’t Hebr. woordeken el somtijts genomen. siet Iob 42. op vers 7. ende bov. Psal. 2. op vers 7. and. mijne sterckte is by u, [dies] sal ick u, etc.",
          "text2026": "Van U: Zo wordt het Hebr. woord אֵלֶי, el somtijds genomen. Zie Job 42:7 , en boven Ps. 2:7 . Anders, mijn sterkte is bij U, [daarom] zal ik U, enz. Job 42:7 : Het geschiedde nu, nadat JAHWEH die woorden tot Job gesproken had, dat JAHWEH tot Elifaz, de Themaniet, zei: Mijn toorn is ontstoken tegen u, en tegen uw twee vrienden, want u hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job. Psalmen 2:7 : Ik zal van het besluit verhalen: JAHWEH heeft tot Mij gezegd: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mijner goedertierenheid: Gelijk boven vers 11 . Psalmen 59:11 : De God mijner goedertierenheid zal mij voorkomen; God zal mij op mijn verspieders doen zien.",
          "text1637": "Als bov. vers 11.",
          "text2026": "mijn goedertierenheid: Gelijk boven vers 11 . Psalmen 59:11 : De God mijn goedertierenheid zal mij voorkomen; God zal mij op mijn verspieders doen zien."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עֻ֭זִּ/י",
          "strongs": "H5797",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֵלֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲזַמֵּ֑רָה",
          "strongs": "H2167",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֥ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מִ֝שְׂגַּבִּ֗/י",
          "strongs": "H4869",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֥י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "חַסְדִּֽ/י",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> Van U, o mijn Sterkte! zal ik psalmzingen; want God is mijn Vesting, de God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> van mijn goedertierenheid.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> Van U, o mijn Sterkte! zal ik psalmzingen; want God is mijn Hoog Vertrek, de God<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> mijner goedertierenheid.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> Van u, o mijne sterckte, sal ick psalm-singen: want Godt is mijn hooch vertreck, de Godt <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> mijner goedertierenheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Hoog Vertrek,",
          "new": "Vesting,",
          "principe": "V404"
        },
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David in perijckel zijnde, dat Sauls officieren hem souden grijpen ende dooden, bidt Godt om verlossinge, verhaelt sijne onschult, ende sijner vyanden bloetdorsticheyt ende rasernye, waer tegen hy stelt sijn vertrouwen op Godt, dien hy bidt, dat hyse anderen tot eenen spiegel sijner wrake voorstelle, haren hoochmoet dempe, ende in elende verandere: ende belooft Gode danckbaerheyt.",
    "text2026": "David, in gevaar zijnde dat Sauls officieren hem zouden grijpen en doden, bidt God om verlossing; hij verhaalt zijn onschuld en de bloeddorstigheid en razernij van zijn vijanden, waartegen hij zijn vertrouwen op God stelt, Die hij bidt dat Hij hen anderen tot een spiegel van Zijn wraak voorstelle, hun hoogmoed temme en in ellende verandere; en hij belooft God dankbaarheid."
  }
}
