{
  "number": 60,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een gouden kleinood van David tot lering, voor den opperzangmeester, op Schusan Eduth;",
      "text1637": "EEn [1] gouden kleynoot Davids, [2] tot leeringe: voor den [3] Opper-sang-meester, op [4] Schuschan Eduth.",
      "text2026": "Een gouden kleinood van David tot onderwijzing, voor de opperzangmeester, op Schusan Eduth;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Een gouden kleinood: Zie Ps. 16:1 . Psalmen 16:1 : Een gouden kleinood van David. Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U.",
          "text1637": "Siet Psal. 16. op vers 1.",
          "text2026": "Een gouden kleinood: Zie Ps. 16:1 . Psalmen 16:1 : Een gouden kleinood van David. Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "tot lering: Hebr. om te leren; dat is Gods kerk te onderwijzen van hetgeen in dezen psalm begrepen is.",
          "text1637": "Hebr. om te leeren, D. Godts kercke te onderwijsen van ’tgene in desen Psalm begrepen is.",
          "text2026": "tot lering: Hebr. om te leren; dat is Gods kerk te onderwijzen van wat in deze psalm begrepen is."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.",
          "text1637": "Siet Psal. 4. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Neginoth."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Schusan Eduth: Dit wordt bij sommigen overgezet zessnarig instrument der getuigenis, verstaande door getuigenis de ark der getuigenis, waarin de twee tafelen der wet lagen, genaamd de getuigenis, Exod. 40:5 -20; voor welke deze psalm in het voorhof der priesters zou gezongen worden. Zie wijders van het Hebr. woord שׁוּשַׁן, Schusan, Ps. 45:1 . Exodus 40:5 : En gij zult het gouden altaar ten reukwerk voor de ark der getuigenis zetten; dan zult gij het deksel van de deur des tabernakels ophangen. Psalmen 45:1 : Een onderwijzing, een lied der liefde, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach, op Schoschannim.",
          "text1637": "Dit wort by sommigen overgesett: ses-snarich instrument der getuychenisse, verstaende door Getuychenisse, de Arke der getuychenisse, daer in de twee Tafelen der wet lagen, genaemt de Getuygenisse, Exod. 40.5, 20. voor de welcke desen Psalm in den voor-hof der priesteren soude gesongen worden. Siet wijders van het Hebr. woort Schuschan, Psal. 45. op vers 1.",
          "text2026": "Schusan Eduth: Dit wordt bij sommigen overgezet zessnarig instrument van het getuigenis, verstaande door getuigenis de arkvan het getuigeniss, waarin de twee tafelen van de wet lage, genaamd de getuigenis, Ex. 40:5 -20; voor welke deze psalm in het voorhof van de priester zou gezongen worden. Zie verder van het Hebr. woord שׁוּשַׁן, Schusan, Ps. 45:1 . Exodus 40:5 : En u zult het gouden altaar ten reukwerk voor de arvan het getuigenisis zetten; dan zult u het deksel van de deur van de tabernakel ophangen. Psalmen 45:1 : Een onderwijzing, een lied van de liefde, voor de opperzangmeester, onder de kinderen van Korach, op Schoschannim."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ֭/מְנַצֵּחַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שׁוּשַׁ֣ן",
          "strongs": "H7802",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עֵד֑וּת",
          "strongs": "H7802",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "מִכְתָּ֖ם",
          "strongs": "H4387",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָוִ֣ד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "לְ/לַמֵּֽד",
          "strongs": "H3925",
          "morph": "HR/Vpc"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> gouden kleinood van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> David tot onderwijzing, voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> opperzangmeester, op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Schusan Eduth;",
      "textSV1888_html": "Een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> gouden kleinood van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> David tot lering, voor den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> opperzangmeester, op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Schusan Eduth;",
      "text1637_html": "EEn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> gouden kleynoot Davids, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> tot leeringe: voor den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> Opper-sang-meester, op <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Schuschan Eduth.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "lering,",
          "new": "onderwijzing,",
          "principe": "V273"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Als hij gevochten had met de Syriërs van Mesopotamië, en met de Syriërs van Zoba; en Joab wederkwam, en de Edomieten sloeg in het Zoutdal, twaalf duizend.",
      "text1637": "[a] Als hy gevochten hadde met de [5] Syriers van Mesopotamien, ende met de Syriers van [6] Zoba: ende [7] Ioab [8] weder quam, ende de Edomiten [9] sloech in’t Sout-dal; twaelf duysent.",
      "text2026": "Als hij gevochten had met de Syriërs van Mesopotamië, en met de Syriërs van Zoba; en Joab wederkwam, en de Edomieten sloeg in het Zoutdal, twaalf duizend.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "2 Sam. 8:3 ; idem v. 13 ; 1 Kron. 18:3 ; idem v. 12 . 2 Samuël 8:3 : David sloeg ook Hadad-ezer, den zoon van Rechob, den koning van Zoba, toen hij heen toog, om zijn hand te wenden naar de rivier Frath. 2 Samuël 8:13 : Ook maakte zich David een naam, als hij wederkwam, nadat hij de Syriërs geslagen had, in het Zoutdal, achttien duizend. 1 Kronieken 18:3 : David sloeg ook Hadar-ezer, den koning van Zoba, naar Hamath toe, toen hij heentoog, om zijn hand te stellen aan de rivier Frath. 1 Kronieken 18:12 : Ook sloeg Abisai, de zoon van Zeruja, de Edomieten in het Zoutdal, achttien duizend.",
          "text1637": "2.Sam. 8.3, 13. 1.Chron. 18.3, 12.",
          "text2026": "2 Sam. 8:3 ; idem v. 13 ; 1 Kron. 18:3 ; idem v. 12 . 2 Samuël 8:3 : David sloeg ook Hadad-ezer, de zoon van Rechob, de koning van Zoba, toen hij heen toog, om zijn hand te wenden naar de rivier Frath. 2 Samuël 8:13 : Ook maakte zich David een naam, als hij wederkwam, nadat hij de Syriërs geslagen had, in het Zoutdal, achttien duizend. 1 Kronieken 18:3 : David sloeg ook Hadar-ezer, de koning van Zoba, naar Hamath toe, toen hij heentoog, om zijn hand te stellen aan de rivier Frath. 1 Kronieken 18:12 : Ook sloeg Abisai, de zoon van Zeruja, de Edomieten in het Zoutdal, achttien duizend."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Syriërs van Mesopotamië: Hebr. Aram [dat is Syrië] der twee rivieren; dat is Mesopotamië. Zie Gen. 24:10 . Genesis 24:10 : En die knecht nam tien kemelen van zijns heren kemelen, en toog heen; en al het goed zijns heren was in zijn hand; en hij maakte zich op, en toog heen naar Mesopotamië, naar de stad van Nahor.",
          "text1637": "Hebr. Aram (D. Syrien) der twee rivieren. D. Mesopotamien. siet Gen. 24. op vers 10.",
          "text2026": "Syriërs van Mesopotamië: Hebr. Aram [dat is Syrië] van de twee rivieren; dat is Mesopotamië. Zie Gen. 24:10 . Genesis 24:10 : En die knecht nam tien kamelen van zijns heren kamelen, en toog heen; en al het goed zijns heren was in zijn hand; en hij maakte zich op, en toog heen naar Mesopotamië, naar de stad van Nahor."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie 2 Sam. 8:3 . 2 Samuël 8:3 : David sloeg ook Hadad-ezer, den zoon van Rechob, den koning van Zoba, toen hij heen toog, om zijn hand te wenden naar de rivier Frath.",
          "text1637": "Siet 2.Sam. 8. op vers 3.",
          "text2026": "Zie 2 Sam. 8:3 . 2 Samuël 8:3 : David sloeg ook Hadad-ezer, de zoon van Rechob, de koning van Zoba, toen hij heen toog, om zijn hand te wenden naar de rivier Frath."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "2 Sam. 8:13 , staat geschreven dat David in het Zoutdal achttien duizend verslagen heeft; en 1 Kron. 18:12 wordt dat aan Abisaï toegeschreven. Hier wordt verhaald dat Joab twaalf duizend aldaar geslagen heeft. Zo dit geen andere slag geweest is, kan men deze drie plaatsen alzo vergelijken, dat David [als koning] door deze zijne twee krijgsoversten op verscheidene malen [als in twee of meer tochten] zoveel Edomieten daar geslagen heeft, dat zij tezamen uitmaken het getal van achtien duizend, waarvan Joab twaalf duizend geslagen heeft. 2 Samuël 8:13 : Ook maakte zich David een naam, als hij wederkwam, nadat hij de Syriërs geslagen had, in het Zoutdal, achttien duizend. 1 Kronieken 18:12 : Ook sloeg Abisai, de zoon van Zeruja, de Edomieten in het Zoutdal, achttien duizend.",
          "text1637": "2.Sam. 8.13. staet geschreven, dat David in’t Sout-dal 18000 verslagen heeft: ende 1.Chron. 18.12. wort het selve Abisai toegeschreven. hier wort verhaelt dat Ioab 12000 aldaer geslagen heeft. So dit geen ander slach geweest en is, kanmen dese drie plaetsen alsoo vergelijcken, dat David (als Coninck) door dese sijne twee krijchs-oversten op verscheyden malen (als in twee ofte meer tochten) soo veel Edomiten aldaer geslagen heeft, datse t’samen uytmaken het getal van 18000, waer van Ioab 12000 geslagen hebbe.",
          "text2026": "2 Sam. 8:13 , staat geschreven dat David in het Zoutdal achttien duizend verslagen heeft; en 1 Kron. 18:12 wordt dat aan Abisaï toegeschreven. Hier wordt verhaald dat Joab twaalf duizend daar geslagen heeft. Zo dit geen andere slag geweest is, kan men deze drie plaatsen zo vergelijken, dat David [als koning] door deze zijn twee krijgsoversten op verscheidene malen [als in twee of meer tochten] zoveel Edomieten daar geslagen heeft, dat zij tezamen uitmaken het getal van achtien duizend, waarvan Joab twaalf duizend geslagen heeft. 2 Samuël 8:13 : Ook maakte zich David een naam, als hij wederkwam, nadat hij de Syriërs geslagen had, in het Zoutdal, achttien duizend. 1 Kronieken 18:12 : Ook sloeg Abisai, de zoon van Zeruja, de Edomieten in het Zoutdal, achttien duizend."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van den krijg tegen de Syriërs, terugkerende naar de zuidergrenszen van Kanaän om te strijden tegen de Edomieten, die aldaar woonden. Toen maakte David dezen psalm. Verg. onder vers 11 , 60:12 , 60:13 , waarop de overwinning gevolgd is. Psalmen 60:11 : Wie zal mij voeren in een vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom? Psalmen 60:12 : Zult Gij het niet zijn, o God! Die ons verstoten hadt, en niet uittoogt, o God! met onze heirkrachten? Psalmen 60:13 : Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid, want 's mensen heil is ijdelheid.",
          "text1637": "Van den krijch tegen de Syriers, weder te rugge keerende nae de Suyder grenzen van Canaan, om te strijden tegen de Edomiten, die aldaer woonden. Doe maeckte David desen Psalm. Vergel. ond. versen 11, 12, 13. waerop de victorie gevolcht is.",
          "text2026": "Van de krijg tegen de Syriërs, terugkerende naar de zuidergrenszen van Kanaän om te strijden tegen de Edomieten, die daar woonden. Toen maakte David deze psalm. Verg. onder vers 11 , 60:12 , 60:13 , waarop de overwinning gevolgd is. Psalmen 60:11 : Wie zal mij voeren in een vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom? Psalmen 60:12 : Zult U het niet zijn, o God! Die ons verstoten hadt, en niet uittrokt, o God! met onze heirkrachten? Psalmen 60:13 : Geef U ons hulp uit de benauwdheid, want 's mensen heil is ijdelheid."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Anders, geslagen had, menende dat David dezen psalm gemaakt heeft na de victorie.",
          "text1637": "And. geslagen hadde, meynende, dat David desen Psalm gemaeckt heeft na de victorie.",
          "text2026": "Anders, geslagen had, menende dat David deze psalm gemaakt heeft na de victorie."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בְּ/הַצּוֹת֨/וֹ",
          "strongs": "H5327",
          "morph": "HR/Vhc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶ֥ת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "אֲרַ֣ם",
          "strongs": "H763",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "נַהֲרַיִם֮",
          "strongs": "H763",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "אֲרַ֪ם",
          "strongs": "H760",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "צ֫וֹבָ֥ה",
          "strongs": "H760",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יָּ֤שָׁב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HC/Vqw3ms"
        },
        {
          "woord": "יוֹאָ֗ב",
          "strongs": "H3097",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וַ/יַּ֣ךְ",
          "strongs": "H5221",
          "morph": "HC/Vhw3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HTo"
        },
        {
          "woord": "אֱד֣וֹם",
          "strongs": "H123",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/גֵיא",
          "strongs": "H1516",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "מֶ֑לַח",
          "strongs": "H4417",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "שְׁנֵ֖ים",
          "strongs": "H8147",
          "morph": "HAcmda"
        },
        {
          "woord": "עָשָׂ֣ר",
          "strongs": "H6240",
          "morph": "HAcmsa"
        },
        {
          "woord": "אָֽלֶף",
          "strongs": "H505",
          "morph": "HAcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Als hij gevochten had met de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Syriërs van Mesopotamië, en met de Syriërs van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Zoba; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Joab<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> wederkwam, en de Edomieten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> sloeg in het Zoutdal, twaalf duizend.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Als hij gevochten had met de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Syriërs van Mesopotamië, en met de Syriërs van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Zoba; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Joab<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> wederkwam, en de Edomieten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> sloeg in het Zoutdal, twaalf duizend.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Als hy gevochten hadde met de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> Syriers van Mesopotamien, ende met de Syriers van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> Zoba: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> Ioab <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> weder quam, ende de Edomiten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> sloech in’t Sout-dal; twaelf duysent."
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "O God! Gij hadt ons verstoten, Gij hadt ons gescheurd, Gij zijt toornig geweest; keer weder tot ons.",
      "text1637": "O Godt, [b] ghy hadt ons [10] verstooten, ghy hadt ons gescheurt, ghy zijt toornich geweest, [11] keert weder tot ons.",
      "text2026": "O God! U had ons verstoten, U had ons gescheurd, U bent boos geweest; keer weer tot ons.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 44:10 . Psalmen 44:10 : Maar nu hebt Gij ons verstoten en te schande gemaakt, dewijl Gij met onze krijgsheiren niet uittrekt.",
          "text1637": "Psal. 44.10.",
          "text2026": "Ps. 44:10 . Psalmen 44:10 : Maar nu hebt U ons verstoten en te schande gemaakt, omdat U met onze legers niet uittrekt."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit ziet op de nederlagen en verwoestingen, die Israël geleden had, zo ten tijde als Saul met zijne zonen en het ganse heirleger verslagen was van de Filistijnen, [zie 1 Sam. 31:6 , 31:7 ], als op den gevolgden langen inlandsen krijg tussen het huis van Saul en David, 2 Sam. 3:1 ; idem de voorgaande ellende, die Israël dikwijls overkomen waren in de laatste tijden der richters, Richt. 13:1 , en Richt. 15:11 ; 1 Sam. 4:2 , 4:10 , 4:11 , en 1 Sam. 13:19 . 1 Samuël 31:6 : Alzo stierf Saul, en zijn drie zonen, en zijn wapendrager, ook al zijn mannen, te dienzelven dage te gelijk. 1 Samuël 31:7 : Als de mannen van Israël, die aan deze zijde van het dal waren, en die aan deze zijde der Jordaan waren, zagen, dat de mannen van Israël gevloden waren, en dat Saul en zijn zonen dood waren, zo verlieten zij de steden, en zij vloden. Toen kwamen de Filistijnen en woonden daarin. 2 Samuël 3:1 : En er was een lange krijg tussen het huis van Saul, en tussen het huis van David. Doch David ging en werd sterker; maar die van het huis van Saul gingen en werden zwakker. Richteren 13:1 : En de kinderen Israëls voeren voort te doen, dat kwaad was in de ogen des HEEREN; zo gaf de HEERE hen in de hand der Filistijnen veertig jaren. Richteren 15:11 : Toen kwamen drie duizend mannen af uit Juda tot het hol der rots Etam, en zeiden tot Simson: Wist gij niet, dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt gij ons dan dit gedaan? En hij zeide tot hen: Gelijk als zij mij gedaan hebben, alzo heb ik hunlieden gedaan. 1 Samuël 4:2 : En de Filistijnen stelden zich in slagorden, om Israël te ontmoeten; en als zich de strijd uitspreidde, zo werd Israël voor der Filistijnen aangezicht geslagen; want zij sloegen in de slagorden in het veld omtrent vier duizend man. 1 Samuël 4:10 : Toen streden de Filistijnen, en Israël werd geslagen, en zij vloden een iegelijk in zijn tenten; en er geschiedde een zeer grote nederlaag, zodat er van Israël vielen dertig duizend voetvolks. 1 Samuël 4:11 : En de ark Gods werd genomen, en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, stierven. 1 Samuël 13:19 : En er werd geen smid gevonden in het ganse land van Israël; want de Filistijnen hadden gezegd: Opdat de Hebreën geen zwaard noch spies maken.",
          "text1637": "Dit siet op de nederlagen ende verwoestingen, die Israel geleden hadde soo ten tijde als Saul met sijne sonen ende het gantsche heyr-leger verslagen was van de Philistijnen, (Siet 1.Sam. 31.6, 7.) als den gevolchden langen inlantschen krijch tusschen den huyse Sauls ende Davids, 2.Sam. capit. 3.1. item de voorgaende elenden, die Israel dickwijls over-gekomen waren in de laetste tijden der Richteren. Iud. 13.1. ende 15.11. 1.Sam. 4.2, 10, 11. ende 13.19.",
          "text2026": "Dit ziet op de nederlagen en verwoestingen, die Israël geleden had, zo ten tijde als Saul met zijn zonen en het gehele heirleger verslagen was van de Filistijnen, [zie 1 Sam. 31:6 , 31:7 ], als op de gevolgden lange inlandsen krijg tussen het huis van Saul en David, 2 Sam. 3:1 ; idem de voorgaande ellende, die Israël dikwijls overkomen waren in de laatste tijden van de richters, Richt. 13:1 , en Richt. 15:11 ; 1 Sam. 4:2 , 4:10 , 4:11 , en 1 Sam. 13:19 . 1 Samuël 31:6 : Zo stierf Saul, en zijn drie zonen, en zijn wapendrager, ook al zijn mannen, te dienzelven dage te gelijk. 1 Samuël 31:7 : Als de mannen van Israël, die aan deze zijde van het dal waren, en die aan deze zijde van de Jordaan waren, zagen, dat de mannen van Israël gevlucht waren, en dat Saul en zijn zonen dood waren, zo verlieten zij de steden, en zij vloden. Toen kwamen de Filistijnen en woonden daarin. 2 Samuël 3:1 : En er was een lange krijg tussen het huis van Saul, en tussen het huis van David. Maar David ging en werd sterker; maar die van het huis van Saul gingen en werden zwakker. Richteren 13:1 : En de kinderen van Israël voeren voort te doen, dat kwaad was in de ogen van JAHWEH; zo gaf JAHWEH hen in de hand van de Filistijnen veertig jaren. Richteren 15:11 : Toen kwamen drie duizend mannen af uit Juda tot het hol van de rots Etam, en zeiden tot Simson: Wist u niet, dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt u ons dan dit gedaan? En hij zei tot hen: Gelijk als zij mij gedaan hebben, zo heb ik hunlieden gedaan. 1 Samuël 4:2 : En de Filistijnen stelden zich in slagorden, om Israël te ontmoeten; en als zich de strijd uitspreidde, zo werd Israël voor van de Filistijnen aangezicht geslagen; want zij sloegen in de slagorden in het veld omtrent vier duizend man. 1 Samuël 4:10 : Toen streden de Filistijnen, en Israël werd geslagen, en zij vloden een iedereen in zijn tenten; en er geschiedde een zeer grote nederlaag, zodat er van Israël vielen dertig duizend voetvolks. 1 Samuël 4:11 : En de ark van God werd genomen, en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, stierven. 1 Samuël 13:19 : En er werd geen smid gevonden in het gehele land van Israël; want de Filistijnen hadden gezegd: Opdat de Hebreën geen zwaard noch spies maken."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "keer weder tot ons: Of, Gij zult weder tot ons keren. Dezen troost kon David scheppen uit de victorie, die God bereids verleend had tegen de Syriërs, en voorts uit de oorzaak onder vers 8 verhaald. Psalmen 60:8 : God heeft gesproken in Zijn heiligdom; dies zal ik van vreugde opspringen; ik zal Sichem delen, en het dal van Sukkoth zal ik afmeten.",
          "text1637": "Ofte, ghy sult weder tot ons keeren. desen troost konde David scheppen uyt de victorie, die Godt bereedts verleent hadde tegen de Syriers, ende voorts uyt d’oorsake ond. vers 8. verhaelt.",
          "text2026": "keer weer tot ons: Of, U zult weer tot ons keren. Deze troost kon David scheppen uit de victorie, die God bereids verleend had tegen de Syriërs, en verder uit de oorzaak onder vers 8 verhaald. Psalmen 60:8 : God heeft gesproken in Zijn heiligdom; daarom zal ik van vreugde opspringen; ik zal Sichem delen, en het dal van Sukkoth zal ik afmeten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֱ֭לֹהִים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "זְנַחְתָּ֣/נוּ",
          "strongs": "H2186",
          "morph": "HVqp2ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "פְרַצְתָּ֑/נוּ",
          "strongs": "H6555",
          "morph": "HVqp2ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "אָ֝נַ֗פְתָּ",
          "strongs": "H599",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "תְּשׁ֣וֹבֵ֥ב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVoi2ms"
        },
        {
          "woord": "לָֽ/נוּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "O God!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> U had ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> verstoten, U had ons gescheurd, U bent boos geweest;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> keer weer tot ons.",
      "textSV1888_html": "O God!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> Gij hadt ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> verstoten, Gij hadt ons gescheurd, Gij zijt toornig geweest;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> keer weder tot ons.",
      "text1637_html": "O Godt, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> ghy hadt ons <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> verstooten, ghy hadt ons gescheurt, ghy zijt toornich geweest, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> keert weder tot ons.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij hadt",
          "new": "U had",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij hadt",
          "new": "U had",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij zijt toornig",
          "new": "U bent boos",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "weder",
          "new": "weer",
          "principe": "V66"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Gij hebt het land geschud, Gij hebt het gespleten; genees zijn breuken, want het wankelt.",
      "text1637": "Ghy hebt het lant [12] geschuddet, ghy hebt het gespleten: geneest sijne breucken, want het wanckelt.",
      "text2026": "U hebt het land geschud, U hebt het gespleten; genees zijn breuken, want het wankelt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ene gelijkenis, genomen van de aardbeving, die het aardrijk doet scheuren en vele ellenden veroorzaakt. De zin is: Gij hadt den staat des lands schrikkelijk veranderd. Verg. Hagg. 2:7 , 2:8 , met Hebr. 12:26 , 12:27 , en Ezech. 31:16 . Haggai 2:7 : Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog eens, een weinig tijds zal het zijn; en Ik zal de hemelen, en de aarde, en de zee, en het droge doen beven. Haggai 2:8 : Ja, Ik zal al de heidenen doen beven, en zij zullen komen tot den Wens aller heidenen, en Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen, zegt de HEERE der heirscharen. Hebreeën 12:26 : Wiens stem toen de aarde bewoog; maar nu heeft Hij verkondigd, zeggende: Nog eenmaal zal Ik bewegen niet alleen de aarde, maar ook den hemel. Hebreeën 12:27 : En dit woord: Nog eenmaal, wijst aan de verandering der bewegelijke dingen, als welke gemaakt waren, opdat blijven zouden de dingen, die niet bewegelijk zijn. Ezechiël 31:16 : Van het geluid zijns vals deed Ik de heidenen beven, als Ik hem ter helle deed nederdalen, met degenen, die in den kuil nederdalen; en alle bomen van Eden, de keur en het beste van Libanon, alle bomen, die water drinken, troostten zich in het onderste der aarde.",
          "text1637": "Eene gelijckenisse genomen van de aerdbevinge, die het aerdrijck doet scheuren, ende vele elenden veroorsaeckt. De sin is, ghy hadt den staet des lants schrickelick verandert. Vergel. Hagg. 2.6, 7. met Hebr. 12.26, 27. ende Ezech. 31.16.",
          "text2026": "Een gelijkenis, genomen van de aardbeving, die het aarde doet scheuren en vele ellenden veroorzaakt. De zin is: U hadt de staat van het land schrikkelijk veranderd. Verg. Hagg. 2:7 , 2:8 , met Hebr. 12:26 , 12:27 , en Ez. 31:16 . Haggai 2:7 : Want zo zegt JAHWEH van de legermachten: Nog eens, een weinig tijds zal het zijn; en Ik zal de hemel, en de aarde, en de zee, en het droge doen beven. Haggai 2:8 : Ja, Ik zal al de heidenen doen beven, en zij zullen komen tot de Wens van alle heidenen, en Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen, zegt JAHWEH van de legermachten. Hebreeën 12:26 : Wiens stem toen de aarde bewoog; maar nu heeft Hij verkondigd, zeggende: Nog eenmaal zal Ik bewegen niet alleen de aarde, maar ook de hemel. Hebreeën 12:27 : En dit woord: Nog eenmaal, wijst aan de verandering van de bewegelijke dingen, als welke gemaakt waren, opdat blijven zouden de dingen, die niet bewegelijk zijn. Ezechiël 31:16 : Van het geluid zijns vals deed Ik de heidenen beven, als Ik hem ter dodenrijk deed nederdalen, met degenen, die in de kuil nederdalen; en alle bomen van Eden, de keur en het beste van Libanon, alle bomen, die water drinken, troostten zich in het onderste van de aarde."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הִרְעַ֣שְׁתָּה",
          "strongs": "H7493",
          "morph": "HVhp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶ֣רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "פְּצַמְתָּ֑/הּ",
          "strongs": "H6480",
          "morph": "HVqp2ms/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "רְפָ֖/ה",
          "strongs": "H7495",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "שְׁבָרֶ֣י/הָ",
          "strongs": "H7667",
          "morph": "HNcmpc/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "כִי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "מָֽטָה",
          "strongs": "H4131",
          "morph": "HVqp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "U hebt het land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> geschud, U hebt het gespleten; genees zijn breuken, want het wankelt.",
      "textSV1888_html": "Gij hebt het land<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> geschud, Gij hebt het gespleten; genees zijn breuken, want het wankelt.",
      "text1637_html": "Ghy hebt het lant <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> geschuddet, ghy hebt het gespleten: geneest sijne breucken, want het wanckelt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Gij hebt Uw volk een harde zaak doen zien; Gij hebt ons gedrenkt met zwijmelwijn.",
      "text1637": "Ghy hebt uwen volcke eene [13] harde sake doen [14] sien, ghy hebt ons gedrenckt met [15] swijmel-wijn.",
      "text2026": "U hebt Uw volk een harde zaak doen zien; U hebt ons gedrenkt met zwijmelwijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "harde zaak: Gelijk onder anderen geweest is de ark Gods van de Filistijnen was veroverd, Israël dikwijls verslagen, zelfs hun koning Saul met het ganse leger, enz.",
          "text1637": "Als onder anderen geweest is, dat de Arke Godts van de Philistijnen was verovert, Israel dickwijls verslagen, selfs haren Coninck Saul met het gantsche leger, etc.",
          "text2026": "harde zaak: Gelijk onder anderen geweest is de ark van God van de Filistijnen was veroverd, Israël dikwijls verslagen, zelfs hun koning Saul met het gehele leger, enz."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, gevoelen, ondervinden, Gij hebt hen hard aangetast. Zie Job 7:7 . Job 7:7 : Gedenk, dat mijn leven een wind is; mijn oog zal niet wederkomen, om het goede te zien.",
          "text1637": "D. gevoelen, ondervinden, ghy hebtse hardt aengetast. Siet Iob 7. op vers 7.",
          "text2026": "Dat is, gevoelen, ondervinden, U hebt hen hard aangetast. Zie Job 7:7 . Job 7:7 : Gedenk, dat mijn leven een wind is; mijn oog zal niet wederkomen, om het goede te zien."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, wijn der siddering, schudding; dat is, Gij hebt ons zo overvallen met uwe straffen, dat wij als van onze zinnen en allen moed beroofd waren, gelijk mensen, die van zeer sterken wijn dronken zijnde, zwijmelen, beven en sidderen. Zie Jes. 51:17 , 51:20 , 51:21 , 51:22 , en verg. Nah. 2:3 ; waar het verwante Hebr. woord gebruikt wordt van het schudden, beven en drillen der spiesen. Jesaja 51:17 : Waak op, waak op, sta op, Jeruzalem! gij, die gedronken hebt van de hand des HEEREN den beker Zijner grimmigheid; den droesem van den beker der zwijmeling hebt gij gedronken, ja, uitgezogen. Jesaja 51:20 : Uw kinderen zijn in bezwijming gevallen, zij liggen vooraan op alle straten, gelijk een wilde os in het net; zij zijn vol van de grimmigheid des HEEREN, van de schelding uws Gods. Jesaja 51:21 : Daarom hoort nu dit, gij bedrukten! en gij dronkenen, maar niet van wijn! Jesaja 51:22 : Alzo zegt de Heere, de HEERE en uw God, Die Zijns volks zaak twisten zal: Zie, Ik neem den beker der zwijmeling van uw hand, den droesem van den beker Mijner grimmigheid; gij zult dien voortaan niet meer drinken. Nahum 2:3 : De schilden zijner helden zijn rood gemaakt, de kloeke mannen zijn scharlakenvervig; de wagens zijn in het vuur der fakkelen, ten dage als hij zich bereidt; en de spiesen worden geschud.",
          "text1637": "Ofte, wijn der zitteringe, schuddinge. D. ghy hebt ons soo overvallen met uwe straffen, dat wy als van onse sinnen ende allen moet berooft waren, gelijck menschen, die van seer stercken wijn droncken zijnde, swijmelen, beven ende zitteren. Siet Ies. 51.17, 20, 21, 22. ende vergel. Nah. 2.3. alwaer het verwant Hebr. woort gebruyckt wort van het schudden, beven ende drillen der spiessen.",
          "text2026": "Of, wijn van de siddering, schudding; dat is, U hebt ons zo overvallen met uw straffen, dat wij als van onze zinnen en allen moed beroofd waren, gelijk mensen, die van zeer sterken wijn dronken zijnde, zwijmelen, beven en sidderen. Zie Jes. 51:17 , 51:20 , 51:21 , 51:22 , en verg. Nah. 2:3 ; waar het verwante Hebr. woord gebruikt wordt van het schudden, beven en drillen van de spiesen. Jesaja 51:17 : Waak op, waak op, sta op, Jeruzalem! u, die gedronken hebt van de hand van JAHWEH de beker Zijn grimmigheid; de droesem van de beker van de zwijmeling hebt u gedronken, ja, uitgezogen. Jesaja 51:20 : Uw kinderen zijn in bezwijming gevallen, zij liggen vooraan op alle straten, gelijk een wilde os in het net; zij zijn vol van de grimmigheid van JAHWEH, van de schelding uws Gods. Jesaja 51:21 : Daarom hoort nu dit, u bedrukten! en u dronkenen, maar niet van wijn! Jesaja 51:22 : Zo zegt de Heer, JAHWEH en uw God, Die van Zijn volk zaak twisten zal: Zie, Ik neem de beker van de zwijmeling van uw hand, de droesem van de beker Mijn grimmigheid; u zult die voortaan niet meer drinken. Nahum 2:3 : De schilden zijn helden zijn rood gemaakt, de kloeke mannen zijn scharlakenvervig; de wagens zijn in het vuur van de fakkelen, op de dag als hij zich bereidt; en de spiesen worden geschud."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הִרְאִ֣יתָה",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVhp2ms"
        },
        {
          "woord": "עַמְּ/ךָ֣",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "קָשָׁ֑ה",
          "strongs": "H7186",
          "morph": "HAafsa"
        },
        {
          "woord": "הִ֝שְׁקִיתָ֗/נוּ",
          "strongs": "H8248",
          "morph": "HVhp2ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "יַ֣יִן",
          "strongs": "H3196",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "תַּרְעֵלָֽה",
          "strongs": "H8653",
          "morph": "HNcfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "U hebt Uw volk een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> harde zaak doen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> zien; U hebt ons gedrenkt met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> zwijmelwijn.",
      "textSV1888_html": "Gij hebt Uw volk een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> harde zaak doen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> zien; Gij hebt ons gedrenkt met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> zwijmelwijn.",
      "text1637_html": "Ghy hebt uwen volcke eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> harde sake doen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> sien, ghy hebt ons gedrenckt met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> swijmel-wijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Maar nu hebt Gij dengenen, die U vrezen, een banier gegeven, om die op te werpen, vanwege de waarheid. Sela.",
      "text1637": "[Maer [16] nu] hebt ghy den genen, die u vreesen, eene [17] baniere gegeven, om [die] op te werpen; [18] van wegen de waerheyt; Sela!",
      "text2026": "Maar nu hebt U van hen, die U vrezen, een banier gegeven, om die op te werpen, vanwege de waarheid. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "nu : In dit vers spreekt de profeet van de weldaad Gods in dezen tijd zijn volk bewezen.",
          "text1637": "In dit vers spreeckt de Propheet van de weldaet Godts in desen tijt sijnen volcke bewesen.",
          "text2026": "nu : In dit vers spreekt de profeet van de weldaad Gods in deze tijd zijn volk bewezen."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Makende mij, tot der vromen troost en verlossing, ten koning, en ons verlenende dzen triomf van victorie. Verg. Ps. 20:6 . Psalmen 20:6 : Wij zullen juichen over Uw heil, en de vaandelen opsteken in den Naam onzes Gods. De HEERE vervulle al uw begeerten.",
          "text1637": "Makende my, tot der vroomen troost ende verlossinge, ten Coninck, ende ons verleenende desen triumph van victorie: vergel. Psal. 20.5.",
          "text2026": "Makende mij, tot van de vromen troost en verlossing, ten koning, en ons verlenende dzen triomf van victorie. Verg. Ps. 20:6 . Psalmen 20:6 : Wij zullen juichen over Uw heil, en de vaandelen opsteken in de Naam onzes Gods. JAHWEH vervulle al uw begeerten."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Om te tonen dat Gij waarachtig zijt in uwe beloften, waarvan wijders in het volgende.",
          "text1637": "Om te toonen dat ghy waerachtich zijt in uwe beloften, waer van wijders in’t volgende.",
          "text2026": "Om te tonen dat U waarachtig bent in uw beloften, waarvan verder in het volgende."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "נָ֘תַ֤תָּה",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "לִּ/ירֵאֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H3373",
          "morph": "HR/Aampc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "נֵּ֭ס",
          "strongs": "H5251",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/הִתְנוֹסֵ֑ס",
          "strongs": "H5127",
          "morph": "HR/Vrc"
        },
        {
          "woord": "מִ֝/פְּנֵ֗י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "קֹ֣שֶׁט",
          "strongs": "H7189",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar nu hebt U van hen, die U vrezen, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> banier gegeven, om die op te werpen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> vanwege de waarheid. Sela.",
      "textSV1888_html": "Maar nu hebt Gij dengenen, die U vrezen, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> banier gegeven, om die op te werpen,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> vanwege de waarheid. Sela.",
      "text1637_html": "[Maer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> nu] hebt ghy den genen, die u vreesen, eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> baniere gegeven, om [die] op te werpen; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> van wegen de waerheyt; Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij dengenen,",
          "new": "U van hen,",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Opdat Uw beminden zouden bevrijd worden; geef heil door Uw rechterhand, en verhoor ons.",
      "text1637": "[c] [19] Op dat uwe beminde souden bevrijdt worden: [20] geeft heyl [door] uwe rechter hant, ende verhoort [21] ons.",
      "text2026": "Opdat Uw geliefden zouden bevrijd worden; geef heil door Uw rechterhand, en verhoor ons.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Ps. 108:7 . Psalmen 108:7 : Opdat Uw beminden bevrijd worden; geef heil door Uw rechterhand, en verhoor ons.",
          "text1637": "Psal. 108.7, etc.",
          "text2026": "Ps. 108:7 . Psalmen 108:7 : Opdat Uw beminden bevrijd worden; geef heil door Uw rechterhand, en verhoor ons."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit vers en al de volgende tot het einde van dezen psalm worden herhaald Ps. 108:7 , enz. Zie ook aldaar. Psalmen 108:7 : Opdat Uw beminden bevrijd worden; geef heil door Uw rechterhand, en verhoor ons.",
          "text1637": "Dit vers ende alle de volgende tot het eynde deses Psalms, worden wederhaelt Psal. 108.7, etc. Siet oock aldaer.",
          "text2026": "Dit vers en al de volgende tot het einde van deze psalm worden herhaald Ps. 108:7 , enz. Zie ook daar. Psalmen 108:7 : Opdat Uw beminden bevrijd worden; geef heil door Uw rechterhand, en verhoor ons."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. Ps. 20:5 , 20:6 , 20:7 , en Ps. 21:2 , 21:3 . Psalmen 20:5 : Hij geve u naar uw hart, en vervulle al uw raad. Psalmen 20:6 : Wij zullen juichen over Uw heil, en de vaandelen opsteken in den Naam onzes Gods. De HEERE vervulle al uw begeerten. Psalmen 20:7 : Alsnu weet ik, dat de HEERE Zijn Gezalfde behoudt; Hij zal Hem verhoren uit den hemel Zijner heiligheid; het heil Zijner rechterhand zal zijn met mogendheden. Psalmen 21:2 : O HEERE! de koning is verblijd over Uw sterkte; en hoezeer is hij verheugd over Uw heil! Psalmen 21:3 : Gij hebt hem zijns harten wens gegeven, en de uitspraak zijner lippen hebt Gij niet geweerd. Sela.",
          "text1637": "Vergelijckt Psal. 20.5, 6, 7. ende 21.2, 3.",
          "text2026": "Verg. Ps. 20:5 , 20:6 , 20:7 , en Ps. 21:2 , 21:3 . Psalmen 20:5 : Hij geve u naar uw hart, en vervulle al uw raad. Psalmen 20:6 : Wij zullen juichen over Uw heil, en de vaandelen opsteken in de Naam onzes Gods. JAHWEH vervulle al uw begeerten. Psalmen 20:7 : Alsnu weet ik, dat JAHWEH Zijn Gezalfde behoudt; Hij zal Hem verhoren uit de hemel Zijn heiligheid; het heil Zijn rechterhand zal zijn met mogendheden. Psalmen 21:2 : O JAHWEH! de koning is verblijd over Uw sterkte; en hoezeer is hij verheugd over Uw heil! Psalmen 21:3 : U hebt hem zijns harten wens gegeven, en de uitspraak zijn lippen hebt U niet geweerd. Sela."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of mij.",
          "text1637": "Ofte, my.",
          "text2026": "Of mij."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לְ֭מַעַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יֵחָלְצ֣וּ/ן",
          "strongs": "H2502",
          "morph": "HVNi3mp/Sn"
        },
        {
          "woord": "יְדִידֶ֑י/ךָ",
          "strongs": "H3039",
          "morph": "HAampc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "הוֹשִׁ֖יעָ/ה",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HVhv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "יְמִֽינְ/ךָ֣",
          "strongs": "H3225",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "ו/ענ/נו",
          "strongs": "H6032",
          "morph": "HC/Vqv2ms/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Opdat Uw geliefden zouden bevrijd worden;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> geef heil door Uw rechterhand, en verhoor<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> ons.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Opdat Uw beminden zouden bevrijd worden;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> geef heil door Uw rechterhand, en verhoor<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> ons.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Op dat uwe beminde souden bevrijdt worden: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> geeft heyl [door] uwe rechter hant, ende verhoort <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> ons.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "beminden",
          "new": "geliefden",
          "principe": "V785"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "God heeft gesproken in Zijn heiligdom; dies zal ik van vreugde opspringen; ik zal Sichem delen, en het dal van Sukkoth zal ik afmeten.",
      "text1637": "Godt heeft gesproken in sijn [22] Heylichdom; [dies] sal ick van vreuchde opspringen, ick sal [23] Sichem deylen; ende het dal [23] Succoth sal ick afmeten.",
      "text2026": "God heeft gesproken in Zijn heiligdom; daarom zal ik van vreugde opspringen; ik zal Sichem delen, en het dal van Sukkoth zal ik afmeten.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Waar de ark des verbonds was, die David nu te Zion gehaald had, 2 Sam. 6 ; hij schijnt te willen zeggen dat hij God [eer hij deze oorlogen aanving] naar zijn raad vragende, een zeer gunstig antwoord van tussen de cherubim ontvangen had, volgens hetwelk hij nu, deze victorie verkregen hebbende, zeer verheugd was en een goed vertrouwen had van al de rest. Anders, door, of bij zijne heiligheid; zulks dat het een zeker en vast woord is, als van den heiligen God gesproken zijnde.",
          "text1637": "Daer de Arke des verbonts was, die David nu te Zion gehaelt hadde. 2.Sam. 6. hy schijnt te willen seggen, dat hy Godt (eer hy dese oorlogen aenvinck) nae sijne wijse raet vragende, eene seer gunstige antwoorde van tusschen de Cherubim ontfangen hadde, volgens de welcke hy nu dese victorie verkregen hebbende, seer verheucht was, ende een goet vertrouwen hadde van al de reste. And. door, ofte, by sijne heylicheyt, sulcks dat het een seker ende vast woort zy, als van den Heyligen Godt gesproken zijnde.",
          "text2026": "Waar de ark van het verbond was, die David nu te Zion gehaald had, 2 Sam. 6 ; hij schijnt te willen zeggen dat hij God [voordat hij deze oorlogen aanving] naar zijn raad vragende, een zeer gunstig antwoord van tussen de cherubim ontvangen had, volgens dat hij nu, deze victorie verkregen hebbende, zeer verheugd was en een goed vertrouwen had van al de rest. Anders, door, of bij zijn heiligheid; zulks dat het een zeker en vast woord is, als van de heiligen God gesproken zijnde."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van Sichem en Sukkoth, zie Gen. 12:6 , en Gen. 33:17 ; Richt. 8:5 . Hij wil zeggen dat hij van deze en de volgende plaatsen volkomen heer en bezitter zal zijn, aan beide zijden van de Jordaan. Genesis 12:6 : En Abram is doorgetogen in dat land, tot aan de plaats Sichem, tot aan het eikenbos More; en de Kanaänieten waren toen ter tijd in dat land. Genesis 33:17 : Maar Jakob reisde naar Sukkoth, en bouwde een huis voor zich, en maakte hutten voor zijn vee; daarom noemde hij den naam dier plaats Sukkoth. Richteren 8:5 : En hij zeide tot de lieden van Sukkoth: Geeft toch enige bollen broods aan het volk, dat mijn voetstappen volgt, want zij zijn moede; en ik jaag Zebah en Tsalmuna, de koningen der Midianieten, achterna.",
          "text1637": "Van Sichem ende Succoth. Siet Gen. 12 op vers 6. ende 33. op vers 17. Iudic 8. op vers 5. hy wil seggen, dat hy van dese ende de volgende plaetsen volkomen heer ende besitter sal zijn, aen beyde zijden vande Iordane.",
          "text2026": "Van Sichem en Sukkoth, zie Gen. 12:6 , en Gen. 33:17 ; Richt. 8:5 . Hij wil zeggen dat hij van deze en de volgende plaatsen volkomen heer en bezitter zal zijn, aan beide zijden van de Jordaan. Genesis 12:6 : En Abram is doorgetogen in dat land, tot aan de plaats Sichem, tot aan het eikenbos More; en de Kanaänieten waren toen ter tijd in dat land. Genesis 33:17 : Maar Jakob reisde naar Sukkoth, en bouwde een huis voor zich, en maakte hutten voor zijn vee; daarom noemde hij de naam dier plaats Sukkoth. Richteren 8:5 : En hij zei tot de mensen van Sukkoth: Geeft toch enige bollen broods aan het volk, dat mijn voetstappen volgt, want zij zijn moe; en ik jaag Zebah en Tsalmuna, de koningen van de Midianieten, achterna."
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Van Sichem en Sukkoth, zie Gen. 12:6 , en Gen. 33:17 ; Richt. 8:5 . Hij wil zeggen dat hij van deze en de volgende plaatsen volkomen heer en bezitter zal zijn, aan beide zijden van de Jordaan. Genesis 12:6 : En Abram is doorgetogen in dat land, tot aan de plaats Sichem, tot aan het eikenbos More; en de Kanaänieten waren toen ter tijd in dat land. Genesis 33:17 : Maar Jakob reisde naar Sukkoth, en bouwde een huis voor zich, en maakte hutten voor zijn vee; daarom noemde hij den naam dier plaats Sukkoth. Richteren 8:5 : En hij zeide tot de lieden van Sukkoth: Geeft toch enige bollen broods aan het volk, dat mijn voetstappen volgt, want zij zijn moede; en ik jaag Zebah en Tsalmuna, de koningen der Midianieten, achterna.",
          "text1637": "",
          "text2026": "Van Sichem en Sukkoth, zie Gen. 12:6 , en Gen. 33:17 ; Richt. 8:5 . Hij wil zeggen dat hij van deze en de volgende plaatsen volkomen heer en bezitter zal zijn, aan beide zijden van de Jordaan. Genesis 12:6 : En Abram is doorgetogen in dat land, tot aan de plaats Sichem, tot aan het eikenbos More; en de Kanaänieten waren toen ter tijd in dat land. Genesis 33:17 : Maar Jakob reisde naar Sukkoth, en bouwde een huis voor zich, en maakte hutten voor zijn vee; daarom noemde hij de naam dier plaats Sukkoth. Richteren 8:5 : En hij zei tot de mensen van Sukkoth: Geeft toch enige bollen broods aan het volk, dat mijn voetstappen volgt, want zij zijn moe; en ik jaag Zebah en Tsalmuna, de koningen van de Midianieten, achterna."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֤ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "דִּבֶּ֥ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/קָדְשׁ֗/וֹ",
          "strongs": "H6944",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֶ֫עְלֹ֥זָה",
          "strongs": "H5937",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "אֲחַלְּקָ֥ה",
          "strongs": "H2505",
          "morph": "HVph1cs"
        },
        {
          "woord": "שְׁכֶ֑ם",
          "strongs": "H7927",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/עֵ֖מֶק",
          "strongs": "H6010",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "סֻכּ֣וֹת",
          "strongs": "H5523",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אֲמַדֵּֽד",
          "strongs": "H4058",
          "morph": "HVpi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "God heeft gesproken in Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> heiligdom; daarom zal ik van vreugde opspringen; ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Sichem delen, en het dal van Sukkoth zal ik afmeten.",
      "textSV1888_html": "God heeft gesproken in Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> heiligdom; dies zal ik van vreugde opspringen; ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Sichem delen, en het dal van Sukkoth zal ik afmeten.",
      "text1637_html": "Godt heeft gesproken in sijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> Heylichdom; [dies] sal ick van vreuchde opspringen, ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Sichem deylen; ende het dal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> Succoth sal ick afmeten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dies",
          "new": "daarom",
          "principe": "V333"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Gilead is mijn, en Manasse is mijn, en Efraïm is de sterkte mijns hoofds; Juda is mijn wetgever.",
      "text1637": "Gilead is mijn, ende Manasse is mijn, ende Ephraim is de [24] sterckte mijns hoofts: Iuda is mijn [25] wet-gever.",
      "text2026": "Gilead is van mij, en Manasse is van mij, en Efraïm is de sterkte van mijn hoofd; Juda is mijn wetgever.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de voornaamste sterkte van mijn rijk; of, als mijne hoornen. Zie Deut. 33:17 . Deuteronomium 33:17 : Hij heeft de heerlijkheid des eerstgeborenen zijns osses, en zijn hoornen zijn hoornen des eenhoorns; met dezelve zal hij de volken te zamen stoten tot aan de einden des lands. Dezen nu zijn de tien duizenden van Efraïm, en dezen zijn de duizenden van Manasse!",
          "text1637": "D. mijne Conincklicke sit-plaetse. Siet Gen. 49. op vers 10.",
          "text2026": "Dat is, de voornaamste sterkte van mijn rijk; of, als mijn hoornen. Zie Deut. 33:17 . Deuteronomium 33:17 : Hij heeft de heerlijkheid van de eerstgeborenen zijns osses, en zijn hoornen zijn hoornen van de eenhoorns; met dezelfde zal hij de volken te zamen stoten tot aan de einden van het land. Deze nu zijn de tien duizenden van Efraïm, en deze zijn de duizenden van Manasse!"
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, mijn koninklijke zitplaats. Zie Gen. 49:10 . Genesis 49:10 : De schepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn.",
          "text1637": "",
          "text2026": "Dat is, mijn koninklijke zitplaats. Zie Gen. 49:10 . Genesis 49:10 : De schepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Hem zullen de volken gehoorzaam zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לִ֤/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "גִלְעָ֨ד",
          "strongs": "H1568",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/לִ֬/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HC/R/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מְנַשֶּׁ֗ה",
          "strongs": "H4519",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ֭/אֶפְרַיִם",
          "strongs": "H669",
          "morph": "HC/Np"
        },
        {
          "woord": "מָע֣וֹז",
          "strongs": "H4581",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "רֹאשִׁ֑/י",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְ֝הוּדָ֗ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מְחֹֽקְקִ/י",
          "strongs": "H2710",
          "morph": "HVprmsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Gilead is van mij, en Manasse is van mij, en Efraïm is de sterkte van mijn hoofd; Juda is mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> wetgever.",
      "textSV1888_html": "Gilead is mijn, en Manasse is mijn, en Efraïm is de sterkte mijns hoofds; Juda is mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> wetgever.",
      "text1637_html": "Gilead is mijn, ende Manasse is mijn, ende Ephraim is de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> sterckte mijns hoofts: Iuda is mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> wet-gever.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijn,",
          "new": "van mij,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "mijn,",
          "new": "van mij,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "mijns hoofds;",
          "new": "van mijn hoofd;",
          "principe": "V213"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn schoen werpen! juich over mij, o gij Palestina!",
      "text1637": "Moab is mijn [26] waschpot; op Edom sal ick mijn [27] schoe werpen: [28] juycht over my, o ghy Palestina.",
      "text2026": "Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn schoen werpen! juich over mij, o u Palestina!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, ik zal de Moabieten en andere vreemde vijandelijke volken zo vernederen, dat ik hen tot mijn slechtste en verachtelijkste diensten zal gebruiken. Verg. 2 Sam. 8:2 . Hebr., סִיר, pot mijner wassing. 2 Samuël 8:2 : Ook sloeg hij de Moabieten, en mat hen met een snoer, doende hen ter aarde nederliggen; en hij mat met twee snoeren om te doden, en met een vol snoer om in het leven te laten. Alzo werden de Moabieten David tot knechten, brengende geschenken.",
          "text1637": "D. ick salse onderbrengen, besitten, erven, ende als onder mijne voeten leggen. Vergel. Ruth 4. op vers 7 ende Iudic. 5.21.",
          "text2026": "Dat is, ik zal de Moabieten en andere vreemde vijandelijke volken zo vernederen, dat ik hen tot mijn slechtste en verachtelijkste diensten zal gebruiken. Verg. 2 Sam. 8:2 . Hebr., סִיר, pot mijn wassing. 2 Samuël 8:2 : Ook sloeg hij de Moabieten, en mat hen met een snoer, doende hen ter aarde nederliggen; en hij mat met twee snoeren om te doden, en met een vol snoer om in het leven te laten. Zo werden de Moabieten David tot knechten, brengende geschenken."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, ik zal hen tenonder brengen, bezitten, erven en als onder mijne voeten leggen. Verg. Ruth 4:7 , en Richt. 5:21 . Ruth 4:7 : Nu was dit van ouds een gewoonheid in Israël, bij de lossing en bij de verwisseling, om de ganse zaak te bevestigen, zo trok de man zijn schoen uit en gaf die aan zijn naaste; en dit was tot een getuigenis in Israël. Richteren 5:21 : De beek Kison wentelde hen weg, de beek Kedumin, de beek Kison; vertreed, o mijn ziel! de sterken.",
          "text1637": "Dit spreeckt hy spotscher wijse tot de trotse Philistijnen, die gewoon waren Israel te beschimpen, willende seggen, dat hy ter contrarie over haer sal triumpheren ende juychen, gelijck hy dese woorden verklaert in de wederhalinge Psal. 108.10.",
          "text2026": "Dat is, ik zal hen tenonder brengen, bezitten, erven en als onder mijn voeten leggen. Verg. Ruth 4:7 , en Richt. 5:21 . Ruth 4:7 : Nu was dit van ouds een gewoonheid in Israël, bij de lossing en bij de verwisseling, om de gehele zaak te bevestigen, zo trok de man zijn schoen uit en gaf die aan zijn naaste; en dit was tot een getuigenis in Israël. Richteren 5:21 : De beek Kison wentelde hen weg, de beek Kedumin, de beek Kison; vertreed, o mijn ziel! de sterken."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dit spreekt hij spottenderwijze tot de trotse Filistijnen, die gewoon waren Israël te beschimpen, willende zeggen dat hij integendeel over hen zal triomferen en juichen, gelijk hij deze woorden verklaart in de herhaling Ps. 108:10 . Psalmen 108:10 : Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn schoen werpen; over Palestina zal ik juichen.",
          "text1637": "",
          "text2026": "Dit spreekt hij spottenderwijze tot de trotse Filistijnen, die gewoon waren Israël te beschimpen, willende zeggen dat hij integendeel over hen zal triomferen en juichen, gelijk hij deze woorden verklaart in de herhaling Ps. 108:10 . Psalmen 108:10 : Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn schoen werpen; over Palestina zal ik juichen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מוֹאָ֤ב",
          "strongs": "H4124",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "סִ֬יר",
          "strongs": "H5518",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "רַחְצִ֗/י",
          "strongs": "H7366",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֱ֭דוֹם",
          "strongs": "H123",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "אַשְׁלִ֣יךְ",
          "strongs": "H7993",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "נַעֲלִ֑/י",
          "strongs": "H5275",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָ֝לַ֗/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "פְּלֶ֣שֶׁת",
          "strongs": "H6429",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "הִתְרֹעָֽעִֽי",
          "strongs": "H7321",
          "morph": "HVrv2fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> schoen werpen!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> juich over mij, o u Palestina!",
      "textSV1888_html": "Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> schoen werpen!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> juich over mij, o gij Palestina!",
      "text1637_html": "Moab is mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> waschpot; op Edom sal ick mijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> schoe werpen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> juycht over my, o ghy Palestina.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Wie zal mij voeren in een vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?",
      "text1637": "[29] Wie sal my voeren in eene [30] vaste stadt? wie sal my leyden tot in Edom?",
      "text2026": "Wie zal mij voeren in een versterkte stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Wie zal mij voeren: Een manier van wensen, te kenne gevende de zwarigheid, die, naar de natuur der zaak, daarin gelegen was, dat hij de vaste steden, die tegen hem waren, of [gelijk sommigen menen] bijzonderlijk der Ammonieten hofdstad Rabba [waarvan 2 Sam. 12:26 , 12:29 , enz.] zou mogen winnen. 2 Samuël 12:26 : Joab nu krijgde tegen Rabba der kinderen Ammons; en hij nam de koninklijke stad in. 2 Samuël 12:29 : Toen verzamelde David al dat volk, en toog naar Rabba; en hij krijgde tegen haar, en nam ze in.",
          "text1637": "Hebr. stadt der vasticheyt.",
          "text2026": "Wie zal mij voeren: Een manier van wensen, te kenne gevende de zwarigheid, die, naar de natuur van de zaak, daarin gelegen was, dat hij de vaste steden, die tegen hem waren, of [gelijk sommigen menen] bijzonderlijk van de Ammonieten hofdstad Rabba [waarvan 2 Sam. 12:26 , 12:29 , enz.] zou mogen winnen. 2 Samuël 12:26 : Joab nu krijgde tegen Rabba van de kinderen Ammons; en hij nam de koninklijke stad in. 2 Samuël 12:29 : Toen verzamelde David al dat volk, en toog naar Rabba; en hij krijgde tegen haar, en nam ze in."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "vaste stad: Hebr., עַד, stad der vastigheid.",
          "text1637": "",
          "text2026": "vaste stad: Hebr., עַד, stad van de vastheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִ֣י",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "יֹ֭בִלֵ/נִי",
          "strongs": "H2986",
          "morph": "HVhi3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עִ֣יר",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "מָצ֑וֹר",
          "strongs": "H4692",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ֖י",
          "strongs": "H4310",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "נָחַ֣/נִי",
          "strongs": "H5148",
          "morph": "HVqp3ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֱדֽוֹם",
          "strongs": "H123",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Wie zal mij voeren in een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> versterkte stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?",
      "textSV1888_html": "Wie zal mij voeren in een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Wie sal my voeren in eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> vaste stadt? wie sal my leyden tot in Edom?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "vaste",
          "new": "versterkte",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Zult Gij het niet zijn, o God! Die ons verstoten hadt, en niet uittoogt, o God! met onze heirkrachten?",
      "text1637": "Sult ghy’t niet zijn, o Godt, [die] ons verstooten hadt? ende niet uyt en toocht, o Godt, met onse heyrkrachten?",
      "text2026": "Zult U het niet zijn, o God! Die ons verstoten had, en niet uittrokt, o God! met onze legermachten?",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הֲ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTi/Tn"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֣ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "זְנַחְתָּ֑/נוּ",
          "strongs": "H2186",
          "morph": "HVqp2ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תֵצֵ֥א",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HVqi2ms"
        },
        {
          "woord": "אֱ֝לֹהִ֗ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/צִבְאוֹתֵֽי/נוּ",
          "strongs": "H6635",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zult U het niet zijn, o God! Die ons verstoten had, en niet uittrokt, o God! met onze legermachten?",
      "text1637_html": "Sult ghy’t niet zijn, o Godt, [die] ons verstoote<i>n</i> hadt? ende niet uyt en toocht, o Godt, met onse heyrkrachten?",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "hadt,",
          "new": "had,",
          "principe": "V206"
        },
        {
          "old": "uittoogt,",
          "new": "uittrokt,",
          "principe": "V431"
        },
        {
          "old": "heirkrachten?",
          "new": "legermachten?",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid, want 's mensen heil is ijdelheid.",
      "text1637": "Geeft ghy ons hulpe [31] uyt de benaeutheyt: want ’smenschen [32] heyl is [33] ydelheyt.",
      "text2026": "Geef U ons hulp uit de benauwdheid, want 's mensen heil is zinloosheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "uit de: Dat is, door welke wij uit onze benauwdheid mogen raken.",
          "text1637": "Ofte, verlossinge, behoudenisse.",
          "text2026": "uit de: Dat is, door welke wij uit onze benauwdheid mogen raken."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "heil is: Of, verlossing, behoudenis.",
          "text1637": "Ofte, leugen, D. men wortter mede bedrogen, men komter mede te kort, als met een leugen ofte ydel dinck, wanneer men sich in den noot daer op verlaet. Vergel. Psal. 4. op vers 3.",
          "text2026": "heil is: Of, verlossing, behoudenis."
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, leugen; dat is, men wordt er mede bedrogen, men komt er mede tekort, als met een leugen of ijdel ding, wanneer men zich in den nood daarop verlaat. Verg. Ps. 4:3 . Psalmen 4:3 : Gij, mannen, hoe lang zal mijn eer tot schande zijn? Hoe lang zult gij de ijdelheid beminnen, de leugen zoeken? Sela.",
          "text1637": "",
          "text2026": "Of, leugen; dat is, men wordt er mee bedrogen, men komt er mee tekort, als met een leugen of ijdel ding, wanneer men zich in de nood daarop verlaat. Verg. Ps. 4:3 . Psalmen 4:3 : U, mannen, hoe lang zal mijn eer tot schande zijn? Hoe lang zult u de ijdelheid beminnen, de leugen zoeken? Sela."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הָֽבָ/ה",
          "strongs": "H3051",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "לָּ֣/נוּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "עֶזְרָ֣ת",
          "strongs": "H5833",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "מִ/צָּ֑ר",
          "strongs": "H6862",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/שָׁ֗וְא",
          "strongs": "H7723",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "תְּשׁוּעַ֥ת",
          "strongs": "H8668",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "אָדָם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Geef U ons hulp uit de benauwdheid, want 's<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> mensen heil is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> zinloosheid.",
      "textSV1888_html": "Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid, want 's<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> mensen heil is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> ijdelheid.",
      "text1637_html": "Geeft ghy ons hulpe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> uyt de benaeutheyt: want ’smenschen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> heyl is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> ydelheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "ijdelheid.",
          "new": "zinloosheid.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "In God zullen wij kloeke daden doen, en Hij zal onze wederpartijders vertreden.",
      "text1637": "In Godt sullen wy [34] kloecke daden doen: ende hy sal onse wederpartijders vertreden.",
      "text2026": "In God zullen wij kloeke daden doen, en Hij zal onze tegenstanders vertreden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "kloeke daden: Hebr. kloekheid, dapperheid.",
          "text1637": "",
          "text2026": "kloeke daden: Hebr. kloekheid, dapperheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בֵּֽ/אלֹהִ֥ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "נַעֲשֶׂה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqi1cp"
        },
        {
          "woord": "חָ֑יִל",
          "strongs": "H2428",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/ה֗וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HC/Pp3ms"
        },
        {
          "woord": "יָב֥וּס",
          "strongs": "H947",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "צָרֵֽי/נוּ",
          "strongs": "H6862",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "In God zullen wij kloeke daden doen, en Hij zal onze tegenstanders vertreden.",
      "textSV1888_html": "In God zullen wij kloeke daden doen, en Hij zal onze wederpartijders vertreden.",
      "text1637_html": "In Godt sullen wy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> kloecke daden doen: ende hy sal onse wederpartijders vertreden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "wederpartijders",
          "new": "tegenstanders",
          "principe": "V93"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David victorie van Godt verkregen hebbende tegen sijne vyanden, vergelijckt, tot Godes lof, den voorigen elendigen toestant des lants met den tegenwoordigen onder sijn Coninckrijck: triumpheert over Godts bystant ende beloften, met bidden ende vertrouwen van vordere vervullinge tegen de reste sijner vyanden.",
    "text2026": "David, overwinning van God verkregen hebbend tegen zijn vijanden, vergelijkt, tot Gods lof, de vroegere ellendige toestand van het land met de tegenwoordige onder zijn koninkrijk; hij triomfeert over Gods bijstand en beloften, met bidden en vertrouwen op verdere vervulling tegen de rest van zijn vijanden."
  }
}
