{
  "number": 61,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.",
      "text1637": "[EEn Psalm] Davids: voor den Opper-sang-meester, op [1] Neginath.",
      "text2026": "Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Neginoth.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie van het Hebr. woord dat hier staat in het getal van een, Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.",
          "text1637": "Siet van het Hebreeusch woort, dat hier staet in ’t getal van eenen, Psal. 4. op vers 1.",
          "text2026": "Zie van het Hebr. woord dat hier staat in het getal van een, Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Neginoth."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ/מְנַצֵּ֬חַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "עַֽל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "נְגִינַ֬ת",
          "strongs": "H5058",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָוִֽד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> de Neginoth.",
      "textSV1888_html": "Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> de Neginoth.",
      "text1637_html": "[EEn Psalm] Davids: voor den Opper-sang-meester, op <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Neginath.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "O God! hoor mijn geschrei, merk op mijn gebed.",
      "text1637": "O Godt, hoort mijn geschrey, merckt op mijn gebedt.",
      "text2026": "O God! hoor mijn geschrei, merk op mijn gebed.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שִׁמְעָ֣/ה",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "אֱ֭לֹהִים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "רִנָּתִ֑/י",
          "strongs": "H7440",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "הַ֝קְשִׁ֗יבָ/ה",
          "strongs": "H7181",
          "morph": "HVhv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "תְּפִלָּתִֽ/י",
          "strongs": "H8605",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "O God! hoor mijn geschrei, merk op mijn gebed.",
      "text1637_html": "O Godt, hoort mijn geschrey, merckt op mijn gebedt."
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Van het einde des lands roep ik tot U als mijn hart overstelpt is; leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn.",
      "text1637": "Van het [2] eynde des lants roep ick tot u, als mijn herte [3] overstelpt is: Leydt my op eenen rotz-steen, [die] my [4] te hooge soude zijn.",
      "text2026": "Van het einde van het land roep ik tot U als mijn hart overstelpt is; leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, uiterste, waarheen hij voor Absalom heeft moeten vluchten, 2 Sam. 17:24 , waarop sommigen dezen psalm passen. 2 Samuël 17:24 : David nu kwam te Mahanaim, en Absalom toog over de Jordaan, hij en alle mannen van Israël met hem.",
          "text1637": "Ofte, uyterste, daer henen hy voor Absalom heeft moeten vluchten. 2.Sam. 17.24. waer op sommige desen Psalm passen.",
          "text2026": "Of, uiterste, waarheen hij voor Absalom heeft moeten vluchten, 2 Sam. 17:24 , waarop sommigen deze psalm passen. 2 Samuël 17:24 : David nu kwam te Mahanaim, en Absalom toog over de Jordaan, hij en alle mannen van Israël met hem."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, overdekt, te weten met angst, benauwdheid, zorg en bekommernis. Verg. Ps. 77:4 , en Ps. 102:1 , en Ps. 107:5 , en Ps. 142:4 , en Ps. 143:4 , idem Klaagl. 2:11 , 2:12 , 2:19 . Psalmen 77:4 : Dacht ik aan God, zo maakte ik misbaar; peinsde ik, zo werd mijn ziel overstelpt. Sela. Psalmen 102:1 : Een gebed des verdrukten, als hij overstelpt is, en zijn klacht uitstort voor het aangezicht des HEEREN. Psalmen 107:5 : Zij waren hongerig, ook dorstig; hun ziel was in hen overstelpt. Psalmen 142:4 : Als mijn geest in mij overstelpt was, zo hebt Gij mijn pad gekend. Zij hebben mij een strik verborgen op den weg, dien ik gaan zou. Psalmen 143:4 : Daarom wordt mijn geest overstelpt in mij, mijn hart is verbaasd in het midden van mij. Klaagliederen 2:11 : Caph. Mijn ogen zijn verteerd door tranen, mijn ingewand wordt beroerd; mijn lever is ter aarde uitgeschud, vanwege de breuk der dochter mijns volks; omdat het kind en de zuigeling op de straten der stad in onmacht zinken; Klaagliederen 2:12 : Lamed. Als zij tot hun moeders zeggen: Waar is koren en wijn, als zij op de straten der stad in onmacht zinken, als de verslagenen; als zich hun ziel uitschudt in den schoot hunner moeders. Klaagliederen 2:19 : Koph. Maak u op, maak geschrei des nachts in het begin der nachtwaken, stort uw hart uit voor het aangezicht des Heeren als water; hef uw handen tot Hem op voor de ziel uwer kinderkens, die in onmacht gevallen zijn van honger, vooraan op alle straten.",
          "text1637": "Ofte, overdeckt, te weten, met angst, benaeuwtheyt, sorge ende bekommernisse: vergel. Psal. 77.4. ende 102.1. ende 107.5. ende 142.4. ende 143.4. item, Thren. 2.11, 12, 19.",
          "text2026": "Of, overdekt, te weten met angst, benauwdheid, zorg en bekommernis. Verg. Ps. 77:4 , en Ps. 102:1 , en Ps. 107:5 , en Ps. 142:4 , en Ps. 143:4 , idem Klaagl. 2:11 , 2:12 , 2:19 . Psalmen 77:4 : Dacht ik aan God, zo maakte ik luid weeklagen; peinsde ik, zo werd mijn ziel overstelpt. Sela. Psalmen 102:1 : Een gebed van de verdrukten, als hij overstelpt is, en zijn klacht uitstort voor het aangezicht van JAHWEH. Psalmen 107:5 : Zij waren hongerig, ook dorstig; hun ziel was in hen overstelpt. Psalmen 142:4 : Als mijn geest in mij overstelpt was, zo hebt U mijn pad gekend. Zij hebben mij een strik verborgen op de weg, die ik gaan zou. Psalmen 143:4 : Daarom wordt mijn geest overstelpt in mij, mijn hart is verbaasd in het midden van mij. Klaagliederen 2:11 : Caph. Mijn ogen zijn verteerd door tranen, mijn ingewand wordt beroerd; mijn lever is ter aarde uitgeschud, vanwege de breuk van de dochter mijns volks; omdat het kind en de zuigeling op de straten van de stad in onmacht zinken; Klaagliederen 2:12 : Lamed. Als zij tot hun moeders zeggen: Waar is koren en wijn, als zij op de straten van de stad in onmacht zinken, als de verslagenen; als zich hun ziel uitschudt in de schoot hun moeders. Klaagliederen 2:19 : Koph. Maak u op, maak geschrei van de nacht in het begin van de nachtwaken, stort uw hart uit voor het aangezicht van de Heer als water; hef uw handen tot Hem op voor de ziel uw kinderen, die in onmacht gevallen zijn van honger, vooraan op alle straten."
        },
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "te hoog: Dat is, in een verzekerde plaats, waar ik niet zou kunnen in of op komen dan door uwe kracht.",
          "text1637": "D. in eene versekerde plaetse, daer ick niet soude konnen in ofte op komen, als door uwe kracht.",
          "text2026": "te hoog: Dat is, in een verzekerde plaats, waar ik niet zou kunnen in of op komen dan door uw kracht."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מִ/קְצֵ֤ה",
          "strongs": "H7097",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֨רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "אֵלֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֶ֭קְרָא",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/עֲטֹ֣ף",
          "strongs": "H5848",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "לִבִּ֑/י",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּ/צוּר",
          "strongs": "H6697",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יָר֖וּם",
          "strongs": "H7311",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "מִמֶּ֣/נִּי",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "תַנְחֵֽ/נִי",
          "strongs": "H5148",
          "morph": "HVhi2ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> einde van het land roep ik tot U als mijn hart<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> overstelpt is; leid mij op een rotssteen, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> mij te hoog zou zijn.",
      "textSV1888_html": "Van het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> einde des lands roep ik tot U als mijn hart<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> overstelpt is; leid mij op een rotssteen, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> mij te hoog zou zijn.",
      "text1637_html": "Van het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> eynde des lants roep ick tot u, als mijn herte <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> overstelpt is: Leydt my op eenen rotz-steen, [die] my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> te hooge soude zijn.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "des lands",
          "new": "van het land",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Want Gij zijt mij een Toevlucht geweest, een sterke Toren voor den vijand.",
      "text1637": "Want ghy zijt my eene toevlucht geweest, een [5] stercke toren [6] voor den vyant.",
      "text2026": "Want U bent mij een Toevlucht geweest, een sterke Toren voor de vijand.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "sterke Toren: Hebr., עֹז, toren der sterkte.",
          "text1637": "Hebr. toren der sterckte.",
          "text2026": "sterke Toren: Hebr., עֹז, toren van de sterkte."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "voor den vijand: Hebr., פְּנֵי, van het aangezicht des vijands; dat is, om mij voor of tegen hem te verzekeren en te beschermen.",
          "text1637": "Hebr. van het aengesichte des vyants. dat is, om my voor, ofte, tegen hem te versekeren, ende te beschermen.",
          "text2026": "voor de vijand: Hebr., פְּנֵי, van het aangezicht van de vijand; dat is, om mij voor of tegen hem te verzekeren en te beschermen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "הָיִ֣יתָ",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "מַחְסֶ֣ה",
          "strongs": "H4268",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ֑/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִגְדַּל",
          "strongs": "H4026",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "עֹ֝֗ז",
          "strongs": "H5797",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מִ/פְּנֵ֥י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "אוֹיֵֽב",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want U bent mij een Toevlucht geweest, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> sterke Toren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> voor de vijand.",
      "textSV1888_html": "Want Gij zijt mij een Toevlucht geweest, een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> sterke Toren<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> voor den vijand.",
      "text1637_html": "Want ghy zijt my eene toevlucht geweest, een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> stercke toren <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> voor den vyant.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij zijt",
          "new": "U bent",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Ik zal in Uw hut verkeren in eeuwigheden; ik zal mijn toevlucht nemen in het verborgene Uwer vleugelen. Sela.",
      "text1637": "Ick sal in uwe [7] hutte verkeeren [in] eeuwicheden: Ick sal [8] mijn toevlucht nemen in ’t [9] verborgene uwer vleugelen, [10] Sela!",
      "text2026": "Ik zal in Uw hut verkeren in eeuwigheden; ik zal mijn toevlucht nemen in het verborgene van Uw vleugelen. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, in uw heiligen tabernakel een lange tijd, en voorts in den hemel, dooe de tabernakel afgebeeld, in alle eeuwigheid. Zie onder vers 6 . Psalmen 61:6 : Want Gij, o God! hebt gehoord naar mijn geloften; Gij hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die Uw Naam vrezen.",
          "text1637": "D. in uwen heyligen Tabernakel eenen langen tijt, ende voorts in den hemel, door den Tabernakel afgebeelt, in alle eeuwicheyt. Siet onder op vers 6.",
          "text2026": "Dat is, in uw heiligen tabernakel een lange tijd, en verder in de hemel, dooe de tabernakel afgebeeld, in alle eeuwigheid. Zie onder vers 6 . Psalmen 61:6 : Want U, o God! hebt gehoord naar mijn geloften; U hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die Uw Naam vrezen."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "toevlucht nemen: Of, toevlucht hebben.",
          "text1637": "Ofte, toevlucht hebben.",
          "text2026": "toevlucht nemen: Of, toevlucht hebben."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat de Schrift elders verklaart door de schaduw der vleugelen. Zie Ruth 2:12 , en boven Ps. 57:2 . Ruth 2:12 : De HEERE vergelde u uw daad en uw loon zij volkomen, van den HEERE, den God Israëls, onder Wiens vleugelen gij gekomen zijt om toevlucht te nemen! Psalmen 57:2 : Wees mij genadig, o God! Wees mij genadig, want mijn ziel betrouwt op U, en ik neem mijn toevlucht onder de schaduw Uwer vleugelen, totdat de verdervingen zullen voorbij zijn gegaan.",
          "text1637": "Dat de Schriftuere elders verklaert, door de schaduwe der vleugelen. Siet Ruth cap. 2. op vers 12. ende boven 57.2.",
          "text2026": "Dat de Schrift elders verklaart door de schaduw van de vleugelen. Zie Ruth 2:12 , en boven Ps. 57:2 . Ruth 2:12 : JAHWEH vergelde u uw daad en uw loon zij volkomen, van JAHWEH, de God van Israël, onder Wiens vleugelen u gekomen bent om toevlucht te nemen! Psalmen 57:2 : Wees mij genadig, o God! Wees mij genadig, want mijn ziel betrouwt op U, en ik neem mijn toevlucht onder de schaduw Uw vleugelen, totdat de verdervingen zullen voorbij zijn gegaan."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela.",
          "text1637": "Siet Psal. 3. op vers 3.",
          "text2026": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָג֣וּרָה",
          "strongs": "H1481",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "בְ֭/אָהָלְ/ךָ",
          "strongs": "H168",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָמִ֑ים",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אֶֽחֱסֶ֨ה",
          "strongs": "H2620",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בְ/סֵ֖תֶר",
          "strongs": "H5643",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "כְּנָפֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H3671",
          "morph": "HNcfdc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "סֶּֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik zal in Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> hut verkeren in eeuwigheden; ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> zal mijn toevlucht nemen in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> verborgene van Uw vleugelen.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Sela.",
      "textSV1888_html": "Ik zal in Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> hut verkeren in eeuwigheden; ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> zal mijn toevlucht nemen in het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> verborgene Uwer vleugelen.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Sela.",
      "text1637_html": "Ick sal in uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> hutte verkeeren [in] eeuwicheden: Ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> mijn toevlucht nemen in ’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> verborgene uwer vleugelen, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Want Gij, o God! hebt gehoord naar mijn geloften; Gij hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die Uw Naam vrezen.",
      "text1637": "Want ghy, o Godt, hebt gehoort nae mijne [11] geloften: ghy hebt [my] gegeven de [12] erffenisse der gener, die uwen Naem vreesen.",
      "text2026": "Want U, o God! heb gehoord naar mijn geloften; U hebt mij gegeven de erfenis van degenen, die Uw Naam vrezen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, mijne gebeden, die ik U met beloften van dankbaarheid heb voorgedragen, gelijk de heiligen plegen te doen. Zie Gen. 28:20 ; Richt. 11:30 , 11:31 ; Ps. 116:18 , en Ps. 132:2 , en onder vers 9 . Genesis 28:20 : En Jakob beloofde een gelofte, zeggende: Wanneer God met mij geweest zal zijn, en mij behoed zal hebben op dezen weg, dien ik reize, en mij gegeven zal hebben brood om te eten, en klederen om aan te trekken; Richteren 11:30 : En Jeftha beloofde den HEERE een gelofte, en zeide: Indien Gij de kinderen Ammons ganselijk in mijn hand zult geven; Richteren 11:31 : Zo zal het uitgaande, dat uit de deur van mijn huis mij tegemoet zal uitgaan, als ik met vrede van de kinderen Ammons wederkom, dat zal des HEEREN zijn, en ik zal het offeren ten brandoffer. Psalmen 116:18 : Ik zal mijn gelofte den HEERE betalen, nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk. Psalmen 132:2 : Dat hij den HEERE gezworen heeft, den Machtige Jakobs gelofte gedaan heeft, zeggende: Psalmen 61:9 : Zo zal ik Uw Naam psalmzingen in eeuwigheid; opdat ik mijn geloften betale, dag bij dag.",
          "text1637": "Dat is, mijne gebeden, die ick u met geloften van danckbaerheyt hebbe voorgedragen, als de heyligen plegen te doen. Siet Genes. 28.20. Iud. 11.30, 31. ende Psal. 132.2. ende 116.18. ende ond. vers 9.",
          "text2026": "Dat is, mijn gebeden, die ik U met beloften van dankbaarheid heb voorgedragen, gelijk de heiligen plegen te doen. Zie Gen. 28:20 ; Richt. 11:30 , 11:31 ; Ps. 116:18 , en Ps. 132:2 , en onder vers 9 . Genesis 28:20 : En Jakob beloofde een gelofte, zeggende: Wanneer God met mij geweest zal zijn, en mij behoed zal hebben op deze weg, die ik reize, en mij gegeven zal hebben brood om te eten, en kleren om aan te trekken; Richteren 11:30 : En Jeftha beloofde JAHWEH een gelofte, en zei: Als U de kinderen Ammons ganselijk in mijn hand zult geven; Richteren 11:31 : Zo zal het uitgaande, dat uit de deur van mijn huis mij tegemoet zal uitgaan, als ik met vrede van de kinderen Ammons wederkom, dat zal van JAHWEH zijn, en ik zal het offeren ten brandoffer. Psalmen 116:18 : Ik zal mijn gelofte JAHWEH betalen, nu, in de aanwezigheid van al Zijn volk. Psalmen 132:2 : Dat hij JAHWEH gezworen heeft, de Machtige Jakobs gelofte gedaan heeft, zeggende: Psalmen 61:9 : Zo zal ik Uw Naam psalmzingen in eeuwigheid; opdat ik mijn geloften betale, dag bij dag."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hij ziet naar het land Kanaän, waarover hem God, met beloften zijner beschutting, tot koning had gesteld, vertrouwende dat Hij hem dienvolgens daaruit niet zou verstoten, gelijk ook niet van het erfdeel des hemelsen Kanaäns, waarvan het aardse een voorbeeld en pand was. Zie Hebr. 11:8 , 11:10 , 11:13 , 11:14 , 11:15 , 11:16 . Hebreeën 11:8 : Door het geloof is Abraham, geroepen zijnde, gehoorzaam geweest, om uit te gaan naar de plaats, die hij tot een erfdeel ontvangen zou; en hij is uitgegaan, niet wetende, waar hij komen zou. Hebreeën 11:10 : Want hij verwachtte de stad, die fondamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is. Hebreeën 11:13 : Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren. Hebreeën 11:14 : Want die zulke dingen zeggen, betonen klaarlijk, dat zij een vaderland zoeken. Hebreeën 11:15 : En indien zij aan dat vaderland gedacht hadden, van hetwelk zij uitgegaan waren, zij zouden tijd gehad hebben, om weder te keren; Hebreeën 11:16 : Maar nu zijn zij begerig naar een beter, dat is, naar het hemelse. Daarom schaamt Zich God hunner niet, om hun God genaamd te worden; want Hij had hun een stad bereid.",
          "text1637": "Hy siet op het lant Canaan, daer over hem Godt, met beloften sijner beschuttinge, tot Coninck hadde gestelt, vertrouwende, dat hy hem, dien volgens, daer uyt niet en soude verstooten, als oock niet van het erfdeel des hemelschen Canaans, waer van het aerdsche een voorbeelt ende pant was. Siet Hebr. 11. versen 8, 10, 13, 14, 15, 16.",
          "text2026": "Hij ziet naar het land Kanaän, waarover hem God, met beloften zijn beschutting, tot koning had gesteld, vertrouwende dat Hij hem dienvolgens daaruit niet zou verstoten, gelijk ook niet van het erfdeel van de hemelsen Kanaäns, waarvan het aardse een voorbeeld en pand was. Zie Hebr. 11:8 , 11:10 , 11:13 , 11:14 , 11:15 , 11:16 . Hebreeën 11:8 : Door het geloof is Abraham, geroepen zijnde, gehoorzaam geweest, om uit te gaan naar de plaats, die hij tot een erfdeel ontvangen zou; en hij is uitgegaan, niet wetende, waar hij komen zou. Hebreeën 11:10 : Want hij verwachtte de stad, die fondamenten heeft, van wie Kunstenaar en Bouwmeester God is. Hebreeën 11:13 : Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelfde van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren. Hebreeën 11:14 : Want die zulke dingen zeggen, betonen duidelijk, dat zij een vaderland zoeken. Hebreeën 11:15 : En als zij aan dat vaderland gedacht hadden, van dat zij uitgegaan waren, zij zouden tijd gehad hebben, om weer te keren; Hebreeën 11:16 : Maar nu zijn zij begerig naar een beter, dat is, naar het hemelse. Daarom schaamt Zich God hun niet, om hun God genaamd te worden; want Hij had hun een stad bereid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֱ֭לֹהִים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "שָׁמַ֣עְתָּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "לִ/נְדָרָ֑/י",
          "strongs": "H5088",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נָתַ֥תָּ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְ֝רֻשַּׁ֗ת",
          "strongs": "H3425",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "יִרְאֵ֥י",
          "strongs": "H3373",
          "morph": "HAampc"
        },
        {
          "woord": "שְׁמֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want U, o God! heb gehoord naar mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> geloften; U hebt mij gegeven de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> erfenis van degenen, die Uw Naam vrezen.",
      "textSV1888_html": "Want Gij, o God! hebt gehoord naar mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> geloften; Gij hebt mij gegeven de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> erfenis dergenen, die Uw Naam vrezen.",
      "text1637_html": "Want ghy, o Godt, hebt gehoort nae mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> geloften: ghy hebt [my] gegeven de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> erffenisse der gener, die uwen Naem vreesen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij,",
          "new": "U,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "hebt",
          "new": "heb",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "dergenen,",
          "new": "van degenen,",
          "principe": "V302"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Gij zult dagen tot des konings dagen toedoen; zijn jaren zullen zijn als van geslacht tot geslacht;",
      "text1637": "Ghy [13] sult dagen [14] tot des [15] Conincks dagen toedoen: sijne jaren, sullen zijn als van [16] geslachte tot geslachte.",
      "text2026": "U zult dagen tot de dagen van de koning toedoen; zijn jaren zullen zijn als van geslacht tot geslacht;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, doe toe; biddenderwijze, en alzo in het volgende.",
          "text1637": "Ofte, doet toe, biddender wijse, ende alsoo in’t volgende.",
          "text2026": "Of, doe toe; biddenderwijze, en zo in het volgende."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, boven, op.",
          "text1637": "Ofte, boven, op.",
          "text2026": "Of, boven, op."
        },
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verstaande zichzelven [niettegenstaande de vijanden voorhadden hem het leven te benemen] en bijzonder den Heere Christus zijnen Zonen naar het vlees, wiens voorbeeld hij was. Verg. 2 Sam. 7:13 , 7:16 ; Ps. 72 en Ps. 89:21 , 89:30 , 89:37 , 89:38 . 2 Samuël 7:13 : Die zal Mijn Naam een huis bouwen; en Ik zal den stoel zijns koninkrijks bevestigen tot in eeuwigheid. 2 Samuël 7:16 : Doch uw huis zal bestendig zijn, en uw koninkrijk tot in eeuwigheid, voor uw aangezicht; uw stoel zal vast zijn tot in eeuwigheid. Psalmen 89:21 : Ik heb David, Mijn knecht, gevonden; met Mijn heilige olie heb Ik hem gezalfd; Psalmen 89:30 : En Ik zal zijn zaad in eeuwigheid zetten, en zijn troon als de dagen der hemelen. Psalmen 89:37 : Zijn zaad zal in der eeuwigheid zijn, en zijn troon zal voor Mij zijn gelijk de zon. Psalmen 89:38 : Hij zal eeuwiglijk bevestigd worden, gelijk de maan; en de Getuige in den hemel is getrouw. Sela.",
          "text1637": "Verstaende hem selven (niet tegenstaende de vyanden hem voor hadden het leven te benemen) ende bysonderlick den Heere Christum sijnen sone nae den vleesche, wiens voorbeelt hy was. Vergel. 2.Sam. 7.13, 16. Psal. 72. ende 89.21, 30, 37, 38.",
          "text2026": "Verstaande zichzelven [niettegenstaande de vijanden voorhadden hem het leven te benemen] en bijzonder de Heer Christus zijn Zonen naar het vlees, wiens voorbeeld hij was. Verg. 2 Sam. 7:13 , 7:16 ; Ps. 72 en Ps. 89:21 , 89:30 , 89:37 , 89:38 . 2 Samuël 7:13 : Die zal Mijn Naam een huis bouwen; en Ik zal de stoel zijns koninkrijks bevestigen tot in eeuwigheid. 2 Samuël 7:16 : Maar uw huis zal bestendig zijn, en uw koninkrijk tot in eeuwigheid, voor uw aangezicht; uw stoel zal vast zijn tot in eeuwigheid. Psalmen 89:21 : Ik heb David, Mijn knecht, gevonden; met Mijn heilige olie heb Ik hem gezalfd; Psalmen 89:30 : En Ik zal zijn zaad in eeuwigheid zetten, en zijn troon als de dagen van de hemel. Psalmen 89:37 : Zijn zaad zal in eeuwigheid zijn, en zijn troon zal voor Mij zijn gelijk de zon. Psalmen 89:38 : Hij zal eeuwig bevestigd worden, gelijk de maan; en de Getuige in de hemel is getrouw. Sela."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., דֹר, geslacht en geslacht; dat is, in alle geslachten.",
          "text1637": "Hebr. geslachte ende geslachte. dat is, in alle geslachten.",
          "text2026": "Hebr., דֹר, geslacht en geslacht; dat is, in alle geslachten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יָמִ֣ים",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְמֵי",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "מֶ֣לֶךְ",
          "strongs": "H4428",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "תּוֹסִ֑יף",
          "strongs": "H3254",
          "morph": "HVhi2ms"
        },
        {
          "woord": "שְׁ֝נוֹתָ֗י/ו",
          "strongs": "H8141",
          "morph": "HNcfpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "כְּמוֹ",
          "strongs": "H3644",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "דֹ֥ר",
          "strongs": "H1755",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/דֹֽר",
          "strongs": "H1755",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> zult dagen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> tot de dagen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> de koning toedoen; zijn jaren zullen zijn als van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> geslacht tot geslacht;",
      "textSV1888_html": "Gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> zult dagen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> tot des<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> konings dagen toedoen; zijn jaren zullen zijn als van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> geslacht tot geslacht;",
      "text1637_html": "Ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> sult dagen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> tot des <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Conincks dagen toedoen: sijne jaren, sullen zijn als van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> geslachte tot geslachte.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "des konings",
          "new": "de",
          "principe": "N3"
        },
        {
          "old": "",
          "new": "van de koning",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Hij zal eeuwiglijk voor Gods aangezicht zitten; bereid goedertierenheid en waarheid, dat zij hem behoeden.",
      "text1637": "Hy sal eeuwichlick voor Godts aengesichte [17] sitten: [18] bereydt goedertierenheyt ende waerheyt, datse hem behoeden.",
      "text2026": "Hij zal eeuwig voor Gods aangezicht zitten; bereid goedertierenheid en waarheid, dat zij hem behoeden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Regerende op zijnen troon. Zie Ps. 29:10 ; Luk. 1:32 , 1:33 ; Hand. 2:30 . Psalmen 29:10 : De HEERE heeft gezeten over den watervloed; ja, de HEERE zit, Koning in eeuwigheid. Lukas 1:32 : Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven. Lukas 1:33 : En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid, en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn. Handelingen 2:30 : Alzo hij dan een profeet was, en wist, dat God hem met ede gezworen had, dat hij uit de vrucht zijner lenden, zoveel het vlees aangaat, den Christus verwekken zou, om Hem op zijn troon te zetten;",
          "text1637": "Regnerende op sijnen throon. Siet Psal. 29.10. Luc. 1.32, 33. Actor. 2.30.",
          "text2026": "Regerende op zijn troon. Zie Ps. 29:10 ; Luk. 1:32 , 1:33 ; Hand. 2:30 . Psalmen 29:10 : JAHWEH heeft gezeten over de watervloed; ja, JAHWEH zit, Koning in eeuwigheid. Lukas 1:32 : Deze zal groot zijn, en de Zoon van de Allerhoogste genaamd worden; en God, de Heer, zal Hem de troon van Zijn vader David geven. Lukas 1:33 : En Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn in eeuwigheid, en Zijn Koninkrijks zal geen einde zijn. Handelingen 2:30 : Zo hij dan een profeet was, en wist, dat God hem met ede gezworen had, dat hij uit de vrucht zijn lenden, zoveel het vlees betreft, de Christus verwekken zou, om Hem op zijn troon te zetten;"
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, beschik, bestel; gelijk zijn toegeleid en voorbereid deel. In het Hebr., מַן, wordt hetzelfde woord man gebruikt, als voor het hemelse man, waarmede God Israëlspijzigde in de woestijn, gelijk met een voorbereide spijs.",
          "text1637": "Ofte, beschickt, bestelt, als sijn toegeleyt ende voorbereyt deel: in’t Hebr. wort het selve woordeken, Man, gebruyckt, dat het hemelsch Man hadde, daer mede Godt Israel spijsichde in de woestijne, als met eene voorbereyde spijse.",
          "text2026": "Of, beschik, bestel; gelijk zijn toegeleid en voorbereid deel. In het Hebr., מַן, wordt hetzelfde woord man gebruikt, als voor het hemelse man, waarmee God Israëlspijzigde in de woestijn, gelijk met een voorbereide voedsel."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יֵשֵׁ֣ב",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "ע֭וֹלָם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנֵ֣י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֑ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "חֶ֥סֶד",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וֶ֝/אֱמֶ֗ת",
          "strongs": "H571",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "מַ֣ן",
          "strongs": "H4487",
          "morph": "HVpv2ms"
        },
        {
          "woord": "יִנְצְרֻֽ/הוּ",
          "strongs": "H5341",
          "morph": "HVqi3mp/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hij zal eeuwig voor Gods aangezicht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> zitten;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> bereid goedertierenheid en waarheid, dat zij hem behoeden.",
      "textSV1888_html": "Hij zal eeuwiglijk voor Gods aangezicht<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> zitten;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> bereid goedertierenheid en waarheid, dat zij hem behoeden.",
      "text1637_html": "Hy sal eeuwichlick voor Godts aengesichte <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> sitten: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> bereydt goedertierenheyt ende waerheyt, datse hem behoeden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "eeuwiglijk",
          "new": "eeuwig",
          "principe": "V54"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Zo zal ik Uw Naam psalmzingen in eeuwigheid; opdat ik mijn geloften betale, dag bij dag.",
      "text1637": "So sal ick uwen Name psalm-singen in eeuwicheyt: [19] op dat ick mijne [20] geloften betale, [21] dach by dach.",
      "text2026": "Zo zal ik Uw Naam psalmzingen in eeuwigheid; opdat ik mijn geloften betale, dag bij dag.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, mits betalende, enz.",
          "text1637": "Ofte, mits betalende, etc.",
          "text2026": "Of, mits betalende, enz."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven vers 6 , en Job 22:27 . Psalmen 61:6 : Want Gij, o God! hebt gehoord naar mijn geloften; Gij hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die Uw Naam vrezen. Job 22:27 : Gij zult tot Hem ernstiglijk bidden, en Hij zal u verhoren; en gij zult uw geloften betalen.",
          "text1637": "Siet bov. vers 6. ende Iob 22. op vers 27.",
          "text2026": "Zie boven vers 6 , en Job 22:27 . Psalmen 61:6 : Want U, o God! hebt gehoord naar mijn geloften; U hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die Uw Naam vrezen. Job 22:27 : U zult tot Hem ernstiglijk bidden, en Hij zal u verhoren; en u zult uw geloften betalen."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "dag bij dag: Hebr., יוֹם, dag dag; dat is, dag bij dag, dagelijks. Zie Gen. 39:10 ; idem Ps. 68:20 ; Jes. 58:2 . Genesis 39:10 : En het geschiedde, als zij Jozef dag op dag aansprak, en hij naar haar niet hoorde, om bij haar te liggen, en bij haar te zijn; Psalmen 68:20 : Geloofd zij de Heere; dag bij dag overlaadt Hij ons. Die God is onze Zaligheid. Sela. Jesaja 58:2 : Hoewel zij Mij dagelijks zoeken, en een lust hebben aan de kennis Mijner wegen, als een volk, dat gerechtigheid doet en het recht zijns Gods niet verlaat, vragen zij Mij naar de rechten der gerechtigheid; zij hebben een lust tot God te naderen;",
          "text1637": "Hebr. dach dach. dat is, dach by dach, dagelicks. Siet Genes. 39. op vers 10. item Psal. 68.20. Iesa. 58.2.",
          "text2026": "dag bij dag: Hebr., יוֹם, dag dag; dat is, dag bij dag, dagelijks. Zie Gen. 39:10 ; idem Ps. 68:20 ; Jes. 58:2 . Genesis 39:10 : En het geschiedde, als zij Jozef dag op dag aansprak, en hij naar haar niet hoorde, om bij haar te liggen, en bij haar te zijn; Psalmen 68:20 : Geloofd zij de Heer; dag bij dag overlaadt Hij ons. Die God is onze Zaligheid. Sela. Jesaja 58:2 : Hoewel zij Mij dagelijks zoeken, en een lust hebben aan de kennis Mijn wegen, als een volk, dat gerechtigheid doet en het recht zijns Gods niet verlaat, vragen zij Mij naar de rechte van de gerechtigheid; zij hebben een lust tot God te naderen;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כֵּ֤ן",
          "strongs": "H3651",
          "morph": "HTm"
        },
        {
          "woord": "אֲזַמְּרָ֣ה",
          "strongs": "H2167",
          "morph": "HVph1cs"
        },
        {
          "woord": "שִׁמְ/ךָ֣",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לָ/עַ֑ד",
          "strongs": "H5703",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "לְֽ/שַׁלְּמִ֥/י",
          "strongs": "H7999",
          "morph": "HR/Vpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נְדָרַ֗/י",
          "strongs": "H5088",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "י֣וֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "יֽוֹם",
          "strongs": "H3117",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zo zal ik Uw Naam psalmzingen in eeuwigheid;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> opdat ik mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> geloften betale,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> dag bij dag.",
      "textSV1888_html": "Zo zal ik Uw Naam psalmzingen in eeuwigheid;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> opdat ik mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> geloften betale,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> dag bij dag.",
      "text1637_html": "So sal ick uwen Name psalm-singen in eeuwicheyt: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> op dat ick mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> geloften betale, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> dach by dach."
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David gevlucht ende in groot perijckel zijnde, bidt om verlossinge, nae zijn geloove, ende Godts voorgaende weldaden: vertrouwende dat Godt hem hier sijn leven sal verlengen, ende hier na het eeuwige schencken, om des Messie wille, van wiens onverganckelick Coninckrijck hy propheteert, met belofte van danckbaerheyt.",
    "text2026": "David, gevlucht en in groot gevaar zijnde, bidt om verlossing, naar zijn geloof en Gods voorgaande weldaden; vertrouwend dat God hem hier zijn leven zal verlengen en hierna het eeuwige zal schenken, om de Messias' wil, van Wiens onvergankelijk Koninkrijk hij profeteert, met belofte van dankbaarheid."
  }
}
