{
  "number": 62,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van David, voor den opperzangmeester, over Jeduthun.",
      "text1637": "EEn Psalm Davids voor den Opper-sang-meester over [1] Ieduthun.",
      "text2026": "Een psalm van David, voor de opperzangmeester, over Jeduthun.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, het geslacht en de orde van Jeduthun, of aan Jeduthun, als zijnde een opperzangmeester, gelijk Ps. 39:1 . Zie aldaar. Psalmen 39:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, voor Jeduthun.",
          "text1637": "D. het geslachte ende orden van Ieduthun, ofte, aen Ieduthun, als zijnde een Opper-sang-meester, als Psal. 39.1. siet aldaer.",
          "text2026": "Dat is, het geslacht en de orde van Jeduthun, of aan Jeduthun, als zijnde een opperzangmeester, gelijk Ps. 39:1 . Zie daar. Psalmen 39:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, voor Jeduthun."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ/מְנַצֵּ֥חַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "עַֽל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "יְדוּת֗וּן",
          "strongs": "H3038",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "מִזְמ֥וֹר",
          "strongs": "H4210",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָוִֽד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een psalm van David, voor de opperzangmeester, over<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Jeduthun.",
      "textSV1888_html": "Een psalm van David, voor den opperzangmeester, over<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Jeduthun.",
      "text1637_html": "EEn Psalm Davids voor den Opper-sang-meester over <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Ieduthun.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil.",
      "text1637": "[2] Immers is mijne ziele stil tot Godt: van hem is mijn heyl.",
      "text2026": "Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Immers is: Of, nochtans, evenwel is mijne ziel zwijgende, of, mijne ziel zwijgt Gode, voor God; alsof hij zeide: Het ga hoe het gaat, ik zal niet laten in gebeden, geduld en vertrouwen Gods heil en hulp te verwachten; niettegenstaande Hij mij schijnt te verlaten, dewijl mijne vijanden mij zo bitterlijk steeds vervolgen. Verg. Ps. 37:7 , en onder vers 6 ; aldus breekt David uit met woorden van vertrouwen, nadat hij in zijn gemoed een groten strijd gehad had. Verg. Ps. 73:1 , enz. Psalmen 37:7 : Daleth. Zwijg den HEERE, en verbeid Hem; ontsteek u niet over dengene, wiens weg voorspoedig is; over een man, die listige aanslagen uitvoert. Psalmen 62:6 : Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode; want van Hem is mijn verwachting. Psalmen 73:1 : Een psalm van Asaf. Immers is God Israël goed, dengenen, die rein van harte zijn.",
          "text1637": "Ofte, nochtans, evenwel is mijne ziele swijgende, ofte, mijne ziele swijgt Gode, voor Godt. als of hy seyde: het ga hoe het gae, ick en sal niet laten in gebeden, gedult ende vertrouwen, Godts heyl ende hulpe te verwachten: niet tegenstaende dat hy my schijnt te verlaten, dewijle mijne vyanden my soo bitterlick steets vervolgen. Verg. Psal. 37 op vers 7. ende ond. vers 6. aldus breeckt David uyt met woorden van vertrouwen, na dat hy in sijn gemoet eenen grooten strijt gehadt hadde. Vergel. Psal. 73.1, etc.",
          "text2026": "Immers is: Of, nochtans, evenwel is mijn ziel zwijgende, of, mijn ziel zwijgt voor God, voor God; alsof hij zei: Het ga hoe het gaat, ik zal niet laten in gebeden, geduld en vertrouwen Gods heil en hulp te verwachten; niettegenstaande Hij mij schijnt te verlaten, omdat mijn vijanden mij zo bitterlijk steeds vervolgen. Verg. Ps. 37:7 , en onder vers 6 ; aldus breekt David uit met woorden van vertrouwen, nadat hij in zijn gemoed een grote strijd gehad had. Verg. Ps. 73:1 , enz. Psalmen 37:7 : Daleth. Zwijg JAHWEH, en verbeid Hem; ontsteek u niet over dengene, wiens weg voorspoedig is; over een man, die listige aanslagen uitvoert. Psalmen 62:6 : Maar u, o mijn ziel! zwijg voor God; want van Hem is mijn verwachting. Psalmen 73:1 : Een psalm van Asaf. Immers is God Israël goed, dengenen, die rein van hart zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַ֣ךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֱ֭לֹהִים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "דּֽוּמִיָּ֣ה",
          "strongs": "H1747",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִׁ֑/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ֝מֶּ֗/נּוּ",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "יְשׁוּעָתִֽ/י",
          "strongs": "H3444",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Immers is mijne ziele stil tot Godt: van hem is mijn heyl."
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Immers is Hij mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek, ik zal niet grotelijks wankelen.",
      "text1637": "Immers is hy mijn rotz-steen, ende mijn heyl: mijn hooch vertreck, ick en sal niet [3] grootelicx wanckelen.",
      "text2026": "Immers is Hij mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Vesting, ik zal niet enorm wankelen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Niet alzo, dat ik ten enenmale zou vervallen en verloren gaan. Zie Ps. 15:5 , en voorts 1 Kor. 10:13 , en 2 Kor. 4:9 . Psalmen 15:5 : Die zijn geld niet geeft op woeker, en geen geschenk neemt tegen den onschuldige. Die deze dingen doet, zal niet wankelen in eeuwigheid. 1 Korinthiërs 10:13 : Ulieden heeft geen verzoeking bevangen dan menselijke; doch God is getrouw, Die u niet zal laten verzocht worden boven hetgeen gij vermoogt; maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven, opdat gij ze kunt verdragen. 2 Korinthiërs 4:9 : Vervolgd, doch niet daarin verlaten; nedergeworpen, doch niet verdorven;",
          "text1637": "Niet alsoo, dat ick teenemael soude vervallen ende verloren gaen. Siet Psal. 15 op vers 5. ende voorts 2.Cor. 4.9. ende 1.Cor. 10.13.",
          "text2026": "Niet zo, dat ik ten enenmale zou vervallen en verloren gaan. Zie Ps. 15:5 , en verder 1 Kor. 10:13 , en 2 Kor. 4:9 . Psalmen 15:5 : Die zijn geld niet geeft op woeker, en geen geschenk neemt tegen de onschuldige. Die deze dingen doet, zal niet wankelen in eeuwigheid. 1 Korinthiërs 10:13 : Ulieden heeft geen verzoeking bevangen dan menselijke; maar God is getrouw, Die u niet zal laten verzocht worden boven wat u vermoogt; maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven, opdat u ze kunt verdragen. 2 Korinthiërs 4:9 : Vervolgd, maar niet daarin verlaten; nedergeworpen, maar niet verdorven;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "ה֣וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "צ֭וּרִ/י",
          "strongs": "H6697",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וִֽ/ישׁוּעָתִ֑/י",
          "strongs": "H3444",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ֝שְׂגַּבִּ֗/י",
          "strongs": "H4869",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֶמּ֥וֹט",
          "strongs": "H4131",
          "morph": "HVNi1cs"
        },
        {
          "woord": "רַבָּֽה",
          "strongs": "H7227",
          "morph": "HAafsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Immers is Hij mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Vesting, ik zal niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> enorm wankelen.",
      "textSV1888_html": "Immers is Hij mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek, ik zal niet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> grotelijks wankelen.",
      "text1637_html": "Immers is hy mijn rotz-steen, ende mijn heyl: mijn hooch vertreck, ick en sal niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> grootelicx wanckelen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Hoog Vertrek,",
          "new": "Vesting,",
          "principe": "V404"
        },
        {
          "old": "grotelijks",
          "new": "enorm",
          "principe": "V388"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Hoe lang zult gijlieden kwaad aanstichten tegen een man? Gij allen zult gedood worden; gij zult zijn als een ingebogen wand, een aangestoten muur.",
      "text1637": "[4] Hoe lange sult ghylieden [5] quaet aenstichten tegen eenen [6] man? ghy alle sult [7] gedoodet worden: ghy sult zijn als een [8] ingebogen wandt, een aengestooten [9] muer.",
      "text2026": "Hoe lang zult u kwaad aanstichten tegen een man? U allen zult gedood worden; u zult zijn als een ingebogen wand, een aangestoten muur.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hoe lang: Hier spreekt hij zijne vervolgers aan.",
          "text1637": "Hier spreeckt hy sijne vervolgers aen.",
          "text2026": "Hoe lang: Hier spreekt hij zijn vervolgers aan."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Het Hebr. woord [dat alleenlijk hier gevonden wordt] betekent allerlei kwade praktijken tot iemands verdriet en verderf te bedenken en in het werk te stellen.",
          "text1637": "Het Hebr. woort (dat alleenlick hier gevonden wort) beteeckent allerleye quade pracijcken tot yemants verdriet ende verderf te bedencken, ende in’t werck te stellen.",
          "text2026": "Het Hebr. woord [dat alleen hier gevonden wordt] betekent allerlei kwade praktijken tot iemands verdriet en verderf te bedenken en in het werk te stellen."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, mij, alsof hij zeide: tegen één enigen man, den onschuldigen en goeden David, die u niets heeft misdaan, ja zich als een man en held voor Saul en Gods volk gekweten heeft. Verg. Jer. 5:1 . Jeremia 5:1 : Gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op haar straten, of gij iemand vindt, of er een is, die recht doet, die waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn.",
          "text1637": "Te weten, my, als of hy seyde, tegen eenen eenigen man, den onschuldigen ende goeden David, die u niets heeft misdaen, Ia sich als een man ende helt voor Saul ende Godts volck gequeten heeft. Vergel. Ierem. 5.1.",
          "text2026": "Te weten, mij, alsof hij zei: tegen één enige man, de onschuldigen en goede David, die u niets heeft misdaan, ja zich als een man en held voor Saul en Gods volk gekweten heeft. Verg. Jer. 5:1 . Jeremia 5:1 : Gaat om door de wijken van Jeruzalem, en ziet nu toe, en verneemt, en zoekt op haar straten, of u iemand vindt, of er een is, die recht doet, die waarheid zoekt, zo zal Ik haar genadig zijn."
        },
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De vervulling hiervan kan men afnemen uit de slag, waarin Saul met de zijnen gebleven is; 1 Sam. 31 .",
          "text1637": "De vervullinge hier van kanmen afnemen uyt den slach, daer in Saul met de sijne gebleven is. 1.Sam. 31.",
          "text2026": "De vervulling hiervan kan men afnemen uit de slag, waarin Saul met de zijn gebleven is; 1 Sam. 31 ."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Die zich neigt tot den val.",
          "text1637": "Die sich neycht tot den val.",
          "text2026": "Die zich neigt tot de val."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Versta, die van losse stenen tot een heining [als om wijngaarden en anderzins tot een scheiding, zie Num. 22:24 ; Spreuk. 24:31 ,] is opgehoopt, en aangestoten zijnde, lichtelijk wordt omgestort. Deze gelijkenis beduidt een haastigen en zwaren val. Zie Jes. 30:13 ; Ezech. 13:13 , 13:14 . Numeri 22:24 : Maar de Engel des HEEREN stond in een pad der wijngaarden, zijnde een muur aan deze, en een muur aan gene zijde. Spreuken 24:31 : En ziet, hij was gans opgeschoten van distelen; zijn gedaante was met netelen bedekt, en zijn stenen scheidsmuur was afgebroken. Jesaja 30:13 : Daarom zal ulieden deze misdaad zijn gelijk een vallende scheur, uitwaarts gebogen in een hogen muur, welks breuk haastelijk in een ogenblik komen zal. Ezechiël 13:13 : Daarom alzo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal hem door een groten stormwind in Mijn grimmigheid splijten, en er zal een overstelpende plasregen zijn in Mijn toorn, en grote hagelstenen in Mijn grimmigheid, om dien te verdoen. Ezechiël 13:14 : Zo zal Ik den wand afbreken, dien gijlieden met loze kalk gepleisterd hebt, en zal hem ter aarde nederwerpen, dat zijn grond zal ontdekt worden; alzo zal de stad vallen, en gij zult in het midden van haar omkomen; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.",
          "text1637": "Verstaet die van losse steenen tot eene heyninge (als om wijngaerden, ende andersins tot eene scheydinge, siet Num. 22.24. Prov. 24.31.) is opgehoopt, ende aengestooten zijnde, lichtelick wort omgestort. Dese gelijckenisse beduyt eenen haestigen ende swaren val. Siet Iesa. 30.13, Ezech. 13.13, 14.",
          "text2026": "Versta, die van losse stenen tot een heining [als om wijngaarden en anderzins tot een scheiding, zie Num. 22:24 ; Spr. 24:31 ,] is opgehoopt, en aangestoten zijnde, lichtelijk wordt omgestort. Deze gelijkenis beduidt een haastigen en zwaren val. Zie Jes. 30:13 ; Ez. 13:13 , 13:14 . Numeri 22:24 : Maar de Engel van JAHWEH stond in een pad van de wijngaarden, zijnde een muur aan deze, en een muur aan de overzijde. Spreuken 24:31 : En ziet, hij was geheel opgeschoten van distelen; zijn gedaante was met netelen bedekt, en zijn stenen scheidsmuur was afgebroken. Jesaja 30:13 : Daarom zal u deze misdaad zijn gelijk een vallende scheur, uitwaarts gebogen in een hogen muur, welks breuk haastig in een ogenblik komen zal. Ezechiël 13:13 : Daarom zo zegt de Heer JAHWEH: Ja, Ik zal hem door een grote stormwind in Mijn grimmigheid splijten, en er zal een overstelpende plasregen zijn in Mijn toorn, en grote hagelstenen in Mijn grimmigheid, om die te verdoen. Ezechiël 13:14 : Zo zal Ik de wand afbreken, die u met loze kalk gepleisterd hebt, en zal hem ter aarde nederwerpen, dat zijn grond zal ontdekt worden; zo zal de stad vallen, en u zult in het midden van haar omkomen; en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אָ֤נָה",
          "strongs": "H575",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "תְּהֽוֹתְת֣וּ",
          "strongs": "H2050",
          "morph": "HVoi2mp"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אִישׁ֮",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "תְּרָצְּח֪וּ",
          "strongs": "H7523",
          "morph": "HVpi2mp"
        },
        {
          "woord": "כֻ֫לְּ/כֶ֥ם",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "כְּ/קִ֥יר",
          "strongs": "H7023",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נָט֑וּי",
          "strongs": "H5186",
          "morph": "HVqsmsa"
        },
        {
          "woord": "גָּ֝דֵ֗ר",
          "strongs": "H1447",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הַ/דְּחוּיָֽה",
          "strongs": "H1760",
          "morph": "HTd/Vqsfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Hoe lang zult u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> kwaad aanstichten tegen een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> man? U allen zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> gedood worden; u zult zijn als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> ingebogen wand, een aangestoten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> muur.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Hoe lang zult gijlieden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> kwaad aanstichten tegen een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> man? Gij allen zult<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> gedood worden; gij zult zijn als een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> ingebogen wand, een aangestoten<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> muur.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> Hoe lange sult ghylieden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> quaet aenstichten tegen eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> man? ghy alle sult <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> gedoodet worden: ghy sult zijn als een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> ingebogen wandt, een aengestooten <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> muer.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gijlieden",
          "new": "u",
          "principe": "A2"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Zij raadslagen slechts, om hem van zijn hoogheid te verstoten; zij hebben behagen in leugen; met hun mond zegenen zij; maar met hun binnenste vloeken zij. Sela.",
      "text1637": "Sy raetslagen slechts om [10] [hem] van sijne hoocheyt te verstooten: sy hebben behagen in leugen, met [11] haren mont [12] segenen sy, maer met haer [13] binnenste vloecken sy, [14] Sela!",
      "text2026": "Zij raadslagen slechts, om hem van zijn hoogheid te verstoten; zij hebben behagen in leugen; met hun mond zegenen zij; maar met hun binnenste vloeken zij. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "hem : Mij, David, dien God tot de koninklijke hoogheid verkoren en gezalfd heeft.",
          "text1637": "My, David, dien Godt tot de Conincklicke hoocheyt verkoren ende gesalft heeft.",
          "text2026": "hem : Mij, David, die God tot de koninklijke hoogheid gekozen en gezalfd heeft."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. zijnen; dat is, elkeen van hen doet zo.",
          "text1637": "Hebr. sijnen. dat is, elck een van hen doet soo.",
          "text2026": "Hebr. zijn; dat is, elk van hen doet zo."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. Ps. 5:10 , en zie 2 Sam. 8:10 , en Job 31:20 . Psalmen 5:10 : Want in hun mond is niets rechts, hun binnenste is enkel verderving, hun keel is een open graf, met hun tong vleien zij. 2 Samuël 8:10 : Zo zond Thoi zijn zoon Joram tot den koning David, om hem te vragen naar zijn welstand, en om hem te zegenen, vanwege dat hij tegen Hadad-ezer gekrijgd en hem geslagen had, (want Hadad-ezer voerde steeds krijg tegen Thoi); en in zijn hand waren zilveren vaten, en gouden vaten, en koperen vaten; Job 31:20 : Zo zijn lenden mij niet gezegend hebben, toen hij van de vellen mijner lammeren verwarmd werd;",
          "text1637": "Verg. Psal. 5.10. ende siet. Sam 8. op vers 10. ende Iob 31. op vers 20.",
          "text2026": "Verg. Ps. 5:10 , en zie 2 Sam. 8:10 , en Job 31:20 . Psalmen 5:10 : Want in hun mond is niets rechts, hun binnenste is enkel verderving, hun keel is een open graf, met hun tong vleien zij. 2 Samuël 8:10 : Zo zond Thoi zijn zoon Joram tot de koning David, om hem te vragen naar zijn welstand, en om hem te zegenen, vanwege dat hij tegen Hadad-ezer gekrijgd en hem geslagen had, (want Hadad-ezer voerde steeds krijg tegen Thoi); en in zijn hand waren zilveren vaten, en gouden vaten, en koperen vaten; Job 31:20 : Zo zijn lenden mij niet gezegend hebben, toen hij van de vellen mijn lammeren verwarmd werd;"
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is hun hart.",
          "text1637": "D. haer herte.",
          "text2026": "Dat is hun hart."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela.",
          "text1637": "Siet Psal. 3. op vers 3.",
          "text2026": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַ֤ךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "מִ/שְּׂאֵת֨/וֹ",
          "strongs": "H7613",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יָעֲצ֣וּ",
          "strongs": "H3289",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "לְ/הַדִּיחַ֮",
          "strongs": "H5080",
          "morph": "HR/Vhc"
        },
        {
          "woord": "יִרְצ֪וּ",
          "strongs": "H7521",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "כָ֫זָ֥ב",
          "strongs": "H3577",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/פִ֥י/ו",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יְבָרֵ֑כוּ",
          "strongs": "H1288",
          "morph": "HVpi3mp"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/בְ/קִרְבָּ֗/ם",
          "strongs": "H7130",
          "morph": "HC/R/Ncmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "יְקַלְלוּ",
          "strongs": "H7043",
          "morph": "HVpi3mp"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zij raadslagen slechts, om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> hem van zijn hoogheid te verstoten; zij hebben behagen in leugen; met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> hun mond<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> zegenen zij; maar met hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> binnenste vloeken zij.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Sela.",
      "textSV1888_html": "Zij raadslagen slechts, om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> hem van zijn hoogheid te verstoten; zij hebben behagen in leugen; met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> hun mond<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> zegenen zij; maar met hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> binnenste vloeken zij.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Sela.",
      "text1637_html": "Sy raetslagen slechts om <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> [hem] van sijne hoocheyt te verstooten: sy hebben behagen in leugen, met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> haren mont <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> segenen sy, maer met haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> binnenste vloecken sy, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> Sela!"
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode; want van Hem is mijn verwachting.",
      "text1637": "Doch ghy, o mijne ziele, [15] swijcht Gode: want van hem is mijne [16] verwachtinge.",
      "text2026": "Maar u, o mijn ziel! zwijg voor God; want van Hem is mijn verwachting.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie boven vers 2 . Psalmen 62:2 : Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil.",
          "text1637": "Siet boven op vers 2.",
          "text2026": "Zie boven vers 2 . Psalmen 62:2 : Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, ik verwacht van Hem mijn heil, gelijk vers 2 . Psalmen 62:2 : Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil.",
          "text1637": "D. ick verwacht van hem mijn heyl. als vers 2.",
          "text2026": "Dat is, ik verwacht van Hem mijn heil, gelijk vers 2 . Psalmen 62:2 : Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַ֣ךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "לֵ֭/אלֹהִים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "דּ֣וֹמִּי",
          "strongs": "H1826",
          "morph": "HVqv2fs"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִׁ֑/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "מִ֝מֶּ֗/נּוּ",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "תִּקְוָתִֽ/י",
          "strongs": "H8615",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar u, o mijn ziel!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> zwijg voor God; want van Hem is mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> verwachting.",
      "textSV1888_html": "Doch gij, o mijn ziel!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> zwijg Gode; want van Hem is mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> verwachting.",
      "text1637_html": "Doch ghy, o mijne ziele, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> swijcht Gode: want van hem is mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> verwachtinge.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Doch gij,",
          "new": "Maar u,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gode;",
          "new": "voor God;",
          "principe": "V467"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Hij is immers mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek; ik zal niet wankelen.",
      "text1637": "Hy is immers mijn rotz-steen, ende mijn heyl: mijn hooch vertreck, ick en sal niet wanckelen.",
      "text2026": "Hij is immers mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Vesting; ik zal niet wankelen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "ה֣וּא",
          "strongs": "H1931",
          "morph": "HPp3ms"
        },
        {
          "woord": "צ֭וּרִ/י",
          "strongs": "H6697",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וִֽ/ישׁוּעָתִ֑/י",
          "strongs": "H3444",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ֝שְׂגַּבִּ֗/י",
          "strongs": "H4869",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "אֶמּֽוֹט",
          "strongs": "H4131",
          "morph": "HVNi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hij is immers mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Vesting; ik zal niet wankelen.",
      "text1637_html": "Hy is immers mijn rotz-steen, ende mijn heyl: mijn hooch vertreck, ick en sal niet wanckelen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Hoog Vertrek;",
          "new": "Vesting;",
          "principe": "V404"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "In God is mijn Heil en mijn Eer; de Rotssteen mijner sterkte, mijn Toevlucht is in God.",
      "text1637": "In Godt is mijn heyl ende mijne eere: de [17] rotz-steen mijner sterckte, mijne toevlucht, is in Godt.",
      "text2026": "In God is mijn Heil en mijn Eer; de Rotssteen van mijn sterkte, mijn Toevlucht is in God.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, mijn sterke rotssteen.",
          "text1637": "D. mijne stercke rotzsteen.",
          "text2026": "Dat is, mijn sterke rotssteen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֱ֭לֹהִים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁעִ֣/י",
          "strongs": "H3468",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/כְבוֹדִ֑/י",
          "strongs": "H3519",
          "morph": "HC/Ncbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "צוּר",
          "strongs": "H6697",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "עֻזִּ֥/י",
          "strongs": "H5797",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מַ֝חְסִ֗/י",
          "strongs": "H4268",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בֵּֽ/אלֹהִֽים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "In God is mijn Heil en mijn Eer; de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Rotssteen van mijn sterkte, mijn Toevlucht is in God.",
      "textSV1888_html": "In God is mijn Heil en mijn Eer; de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> Rotssteen mijner sterkte, mijn Toevlucht is in God.",
      "text1637_html": "In Godt is mijn heyl ende mijne eere: de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> rotz-steen mijner sterckte, mijne toevlucht, is in Godt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Vertrouw op Hem te aller tijd, o gij volk! Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht. Sela.",
      "text1637": "Vertrouwet op hem t’aller tijt, o ghy [18] volck; stortet u lieder [19] herte uyt voor sijn aengesichte: Godt is ons eene toevlucht, Sela!",
      "text2026": "Vertrouw op Hem altijd, o u volk! Stort uw hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, des Heeren, namelijk Israël.",
          "text1637": "T.w. des Heeren, namelick Israel.",
          "text2026": "Te weten, van de Heer, namelijk Israël."
        },
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de begeerten uws harten, gebeden met tranen. Verg. 1 Sam. 1:15 ; Klaagl. 2:19 , en Ps. 42:5 . 1 Samuël 1:15 : Doch Hanna antwoordde en zeide: Neen, mijn heer! ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterken drank gedronken; maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des HEEREN. Klaagliederen 2:19 : Koph. Maak u op, maak geschrei des nachts in het begin der nachtwaken, stort uw hart uit voor het aangezicht des Heeren als water; hef uw handen tot Hem op voor de ziel uwer kinderkens, die in onmacht gevallen zijn van honger, vooraan op alle straten. Psalmen 42:5 : Ik gedenk daaraan, en stort mijn ziel uit in mij, omdat ik placht heen te gaan onder de schare, en met hen te treden naar Gods huis, met een stem van vreugdegezang en lof, onder de feesthoudende menigte.",
          "text1637": "D. de begeerten uwes herten, gebeden met tranen. Vergelijckt 1.Sam. 1.15. Thren. 2.19. ende Psal. 42. op vers 5.",
          "text2026": "Dat is, de begeerten uws harten, gebeden met tranen. Verg. 1 Sam. 1:15 ; Klaagl. 2:19 , en Ps. 42:5 . 1 Samuël 1:15 : Maar Hanna antwoordde en zei: Nee, mijn heer! ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterken drank gedronken; maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht van JAHWEH. Klaagliederen 2:19 : Koph. Maak u op, maak geschrei van de nacht in het begin van de nachtwaken, stort uw hart uit voor het aangezicht van de Heer als water; hef uw handen tot Hem op voor de ziel uw kinderen, die in onmacht gevallen zijn van honger, vooraan op alle straten. Psalmen 42:5 : Ik gedenk daaraan, en stort mijn ziel uit in mij, omdat ik placht heen te gaan onder de schare, en met hen te treden naar Gods huis, met een stem van vreugdegezang en lof, onder de feesthoudende menigte."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בִּטְח֘וּ",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "ב֤/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "עֵ֨ת",
          "strongs": "H6256",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "עָ֗ם",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "שִׁפְכֽוּ",
          "strongs": "H8210",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/פָנָ֥י/ו",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְבַבְ/כֶ֑ם",
          "strongs": "H3824",
          "morph": "HNcmsc/Sp2mp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֖ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "מַחֲסֶה",
          "strongs": "H4268",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לָּ֣/נוּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "Vertrouw op Hem altijd, o u<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> volk!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> Stort uw hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht. Sela.",
      "textSV1888_html": "Vertrouw op Hem te aller tijd, o gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> volk! Stort ulieder<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht. Sela.",
      "text1637_html": "Vertrouwet op hem t’aller tijt, o ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> volck; stortet u lieder <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> herte uyt voor sijn aengesichte: Godt is ons eene toevlucht, Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "te aller tijd,",
          "new": "altijd,",
          "principe": "V426"
        },
        {
          "old": "gij",
          "new": "u",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "ulieder",
          "new": "uw",
          "principe": "V311"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Immers zijn de gemene lieden ijdelheid, de grote lieden zijn leugen; in de weegschaal opgewogen, zouden zij samen lichter zijn dan de ijdelheid.",
      "text1637": "Immers zijn de [20] gemeyne lieden ydelheyt, de groote lieden zijn [21] leugen: [22] in de weechschale opgewogen, souden sy t’samen [lichter] zijn dan d’ydelheyt.",
      "text2026": "Immers zijn de gemene mensen zinloosheid, de grote mensen zijn leugen; in de weegschaal opgewogen, zouden zij samen lichter zijn dan de zinloosheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "gemene lieden: Hebr., בְּנֵֽי, de zonen of kinderen des mensen, en daarna, zonen of kinderen des mans. Zie hiervan Ps. 4:3 . Psalmen 4:3 : Gij, mannen, hoe lang zal mijn eer tot schande zijn? Hoe lang zult gij de ijdelheid beminnen, de leugen zoeken? Sela.",
          "text1637": "Hebr. de sonen, ofte, kinderen des menschen, ende daer na, sonen ofte kinderen des mans. Siet hier van Psal. 4. op vers 3.",
          "text2026": "gemene mensen: Hebr., בְּנֵֽי, de zonen of kinderen van de mensen, en daarna, zonen of kinderen van de man. Zie hiervan Ps. 4:3 . Psalmen 4:3 : U, mannen, hoe lang zal mijn eer tot schande zijn? Hoe lang zult u de ijdelheid beminnen, de leugen zoeken? Sela."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, beiden, kleinen en groten, zijn een gans nietig en bedriegelijk ding. Zie Job 15:31 . Job 15:31 : Hij betrouwe niet op ijdelheid, waardoor hij verleid wordt; want ijdelheid zal zijn vergelding wezen.",
          "text1637": "D. beyde, kleyne ende groote, zijn een gantsch nietich, ende bedriechlick dinck. siet Iob 15. op vers 31.",
          "text2026": "Dat is, beiden, kleine en grote, zijn een geheel nietig en bedriegelijk ding. Zie Job 15:31 . Job 15:31 : Hij betrouwe niet op ijdelheid, waardoor hij verleid wordt; want ijdelheid zal zijn vergelding wezen."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in de weegschaal: Of, in de weegschaal zouden zij tezamen opgaan boven, of meer dan ijdelheid; dat is, de ijdelheid zou overwegen, zij zouden minder wegen dan ijdelheid.",
          "text1637": "Ofte, in de waechschale souden sy t’samen opgaen boven, ofte, meer dan ydelheyt. D. de ydelheyt op d’eene ende sy alle op de andere schale geleyt zijnde, de ydelheyt soude overwegen, sy souden min wegen als ydelheyt.",
          "text2026": "in de weegschaal: Of, in de weegschaal zouden zij tezamen opgaan boven, of meer dan ijdelheid; dat is, de ijdelheid zou overwegen, zij zouden minder wegen dan ijdelheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַ֤ךְ",
          "strongs": "H389",
          "morph": "HTa"
        },
        {
          "woord": "הֶ֥בֶל",
          "strongs": "H1892",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵֽי",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אָדָם֮",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כָּזָ֪ב",
          "strongs": "H3577",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵ֫י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אִ֥ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/מֹאזְנַ֥יִם",
          "strongs": "H3976",
          "morph": "HR/Ncmda"
        },
        {
          "woord": "לַ/עֲל֑וֹת",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "הֵ֝֗מָּה",
          "strongs": "H1992",
          "morph": "HPp3mp"
        },
        {
          "woord": "מֵ/הֶ֥בֶל",
          "strongs": "H1892",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יָֽחַד",
          "strongs": "H3162",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Immers zijn de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> gemene mensen zinloosheid, de grote mensen zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> leugen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> in de weegschaal opgewogen, zouden zij samen lichter zijn dan de zinloosheid.",
      "textSV1888_html": "Immers zijn de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> gemene lieden ijdelheid, de grote lieden zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> leugen;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> in de weegschaal opgewogen, zouden zij samen lichter zijn dan de ijdelheid.",
      "text1637_html": "Immers zijn de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> gemeyne lieden ydelheyt, de groote lieden zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> leugen: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> in de weechschale opgewogen, souden sy t’samen [lichter] zijn dan d’ydelheyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "lieden ijdelheid,",
          "new": "mensen zinloosheid,",
          "principe": "V10"
        },
        {
          "old": "lieden",
          "new": "mensen",
          "principe": "V10"
        },
        {
          "old": "ijdelheid.",
          "new": "zinloosheid.",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Vertrouwt niet op onderdrukking, noch op roverij; wordt niet ijdel, als het vermogen overvloedig aanwast, en zet er het hart niet op.",
      "text1637": "Vertrouwet niet op [23] onderdruckinge, noch op rooverye, en wordet niet [24] ydel; als [25] ’t vermogen [26] overvloedich aenwast, en setter het herte niet op.",
      "text2026": "Vertrouw niet op onderdrukking, noch op roverij; wordt niet ijdel, als het vermogen overvloedig aanwast, en zet er het hart niet op.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat gij iemand met list of geweld zoudt verdrukken en pogen te verwoesten. Zie Jes. 30:12 . Jesaja 30:12 : Daarom, zo zegt de Heilige Israëls: Omdat gijlieden dit woord verwerpt, en vertrouwt op onderdrukking en verkeerdheid, en steunt daarop:",
          "text1637": "Dat ghy yemanden met list ofte gewelt sout verdrucken ende pogen te ruineren. Siet Ies. 30.1.",
          "text2026": "Dat u iemand met list of geweld zoudt verdrukken en pogen te verwoesten. Zie Jes. 30:12 . Jesaja 30:12 : Daarom, zo zegt de Heilige van Israël: Omdat u dit woord verwerpt, en vertrouwt op onderdrukking en verkeerdheid, en steunt daarop:"
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uzelven bedriegende en bij anderen voor dwaas geacht, omdat gij u op ijdele dingen verlaat. Verg. Ps. 31:7 . Psalmen 31:7 : Ik haat degenen, die op valse ijdelheden acht nemen, en ik betrouw op den HEERE.",
          "text1637": "U selven bedriegende, ende by anderen voor dwase geacht, om dat ghy u op ydele dingen verlaet. Vergel. Psal. 31. op vers 7.",
          "text2026": "Uzelven bedriegende en bij anderen voor dwaas geacht, omdat u u op ijdele dingen verlaat. Verg. Ps. 31:7 . Psalmen 31:7 : Ik haat degenen, die op valse ijdelheden acht nemen, en ik betrouw op JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "het vermogen: Rijkdom en macht.",
          "text1637": "Rijckdom ende macht.",
          "text2026": "het vermogen: Rijkdom en macht."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Als een kruid, dat in menigte opkomt en voorspruit. Verg. Ps. 92:15 ; Spreuk. 10:31 . Psalmen 92:15 : In den grijzen ouderdom zullen zij nog vruchten dragen; zij zullen vet en groen zijn, Spreuken 10:31 : De mond des rechtvaardigen brengt overvloediglijk wijsheid voort; maar de tong der verkeerdheden zal uitgeroeid worden.",
          "text1637": "Als een kruyt dat in menichte opkomt ende voortspruyt. Vergel. Psal. 92.15 ende Prov. 10.31.",
          "text2026": "Als een kruid, dat in menigte opkomt en voorspruit. Verg. Ps. 92:15 ; Spr. 10:31 . Psalmen 92:15 : In de grijzen ouderdom zullen zij nog vruchten dragen; zij zullen vet en groen zijn, Spreuken 10:31 : De mond van de rechtvaardigen brengt overvloediglijk wijsheid voort; maar de tong van de verkeerdheden zal uitgeroeid worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּבְטְח֣וּ",
          "strongs": "H982",
          "morph": "HVqj2mp"
        },
        {
          "woord": "בְ/עֹשֶׁק֮",
          "strongs": "H6233",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בְ/גָזֵ֪ל",
          "strongs": "H1498",
          "morph": "HC/R/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תֶּ֫הְבָּ֥לוּ",
          "strongs": "H1891",
          "morph": "HVqj2mp"
        },
        {
          "woord": "חַ֤יִל",
          "strongs": "H2428",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "יָנ֑וּב",
          "strongs": "H5107",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תָּשִׁ֥יתוּ",
          "strongs": "H7896",
          "morph": "HVqj2mp"
        },
        {
          "woord": "לֵֽב",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Vertrouw niet op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> onderdrukking, noch op roverij; wordt niet ijdel, als het vermogen overvloedig aanwast, en zet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> er<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> het hart niet op.",
      "textSV1888_html": "Vertrouwt niet op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> onderdrukking, noch op roverij; wordt niet ijdel, als het vermogen overvloedig aanwast, en zet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> er<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> het hart niet op.",
      "text1637_html": "Vertrouwet niet op <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> onderdruckinge, noch op rooverye, en wordet niet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> ydel; als <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> ’t vermogen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> overvloedich aenwast, en setter het herte niet op.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Vertrouwt",
          "new": "Vertrouw",
          "principe": "V1158"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "God heeft een ding gesproken, ik heb dit tweemaal gehoord: dat de sterkte Godes is.",
      "text1637": "Godt heeft [27] een dinck gesproken, ick hebbe dit [28] tweemael gehoort, dat de sterckte [29] Godes is.",
      "text2026": "God heeft één ding gesproken, ik heb dit tweemaal gehoord: dat de sterkte van God is.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "één ding: Of, eenmaal; als een zeker ongetwijfeld woord, eens vooral, waarvan alle profeten hetzelfde betuigen, te weten dat God alleen almachtig is, en daarentegen de macht der groten op aarde [gelijk gezegd] maar ijdelheid is.",
          "text1637": "Ofte, eenmael. Als een seker ongetwijfelt woort, eens voor al, waer van alle Propheten het selve betuygen, te weten, dat Godt alleen almachtich is, ende daer tegen de macht der Grooten op aerden (als geseyt) maer ydelheyt en is.",
          "text2026": "één ding: Of, eenmaal; als een zeker ongetwijfeld woord, eens vooral, waarvan alle profeten hetzelfde betuigen, te weten dat God alleen almachtig is, en daarentegen de macht van de grote op aarde [gelijk gezegd] maar ijdelheid is."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, menigmaal, een zeker getal voor het onzekere, naar het gebruik der Schrift.",
          "text1637": "D. menichmael, een seker getal voor het onseker, nae het gebruyck der Schrifture.",
          "text2026": "Dat is, dikwijls, een zeker getal voor het onzekere, naar het gebruik van de Schrift."
        },
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Godes is: Of, God toekomt, toebehoort; dat Hij sterkte heeft, te weten, om bozen te bedwingen en te straffen; gelijk Hij ook goedertierenheid heeft met sterkte [gelijk volgt] om den zijnen wel te geven.",
          "text1637": "Ofte, Godt toekomt, toebehoort, dat hy sterckte heeft. te weten, om boose te bedwingen, ende te straffen: gelijck hy oock goedertierenheyt heeft met sterckte (als volgt) om den sijnen wel te doen, ende alsoo eenen yederen het sijne te geven.",
          "text2026": "Godes is: Of, God toekomt, toebehoort; dat Hij sterkte heeft, te weten, om bozen te bedwingen en te straffen; gelijk Hij ook goedertierenheid heeft met sterkte [gelijk volgt] om de zijn wel te geven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַחַ֤ת",
          "strongs": "H259",
          "morph": "HAcfsa"
        },
        {
          "woord": "דִּבֶּ֬ר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HVpp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֗ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "שְׁתַּֽיִם",
          "strongs": "H8147",
          "morph": "HAcfda"
        },
        {
          "woord": "ז֥וּ",
          "strongs": "H2098",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "שָׁמָ֑עְתִּי",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "כִּ֥י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "עֹ֝֗ז",
          "strongs": "H5797",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אלֹהִֽים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "God heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> één ding gesproken, ik heb dit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> tweemaal gehoord: dat de sterkte<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> van God is.",
      "textSV1888_html": "God heeft<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> een ding gesproken, ik heb dit<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> tweemaal gehoord: dat de sterkte<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Godes is.",
      "text1637_html": "Godt heeft <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> een dinck gesproken, ick hebbe dit <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> tweemael gehoort, dat de sterckte <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> Godes is.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "een",
          "new": "één",
          "principe": "V735"
        },
        {
          "old": "Godes",
          "new": "van God",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "En de goedertierenheid, o Heere! is Uwe; want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn werk.",
      "text1637": "Ende de goedertierenheyt, o Heere, [30] is uwe: [a] [31] want ghy sult eenen yegelijcken vergelden nae sijn werck.",
      "text2026": "En de goedertierenheid, o Heere! is van U; want U zult ieder vergelden naar zijn werk.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "is Uwe: Of, komt U toe, Gij hebt haar.",
          "text1637": "Ofte, komt u toe, ghy hebtse.",
          "text2026": "is Uw: Of, komt U toe, U hebt haar."
        },
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Job 34:11 ; Spreuk. 24:12 ; Jer. 32:19 ; Ezech. 7:27 ; Ezech. 33:20 ; Matth. 16:27 ; Rom. 2:6 ; 2 Kor. 5:10 ; Efez. 6:8 ; Kolos. 3:25 ; 1 Petr. 1:17 ; Openb. 22:12 . Job 34:11 : Want naar het werk des mensen vergeldt Hij hem, en naar eens ieders weg doet Hij het hem vinden. Spreuken 24:12 : Wanneer gij zegt: Ziet, wij weten dat niet; zal Hij, Die de harten weegt, dat niet merken? En Die uwe ziel gadeslaat, zal Hij het niet weten? Want Hij zal den mens vergelden naar zijn werk. Jeremia 32:19 : Groot van raad en machtig van daad; want Uw ogen zijn open over alle wegen der mensenkinderen, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, en naar de vrucht zijner handelingen. Ezechiël 7:27 : De koning zal rouw bedrijven, en de vorsten zullen met verwoesting bekleed zijn, en de handen van het volk des lands zullen beroerd zijn; Ik zal hun doen naar hun weg, en met hun rechten zal Ik ze richten; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben. Ezechiël 33:20 : Nog zegt gij: De weg des HEEREN is niet recht; Ik zal ulieden richten, een ieder naar zijn wegen, o huis Israëls! Mattheüs 16:27 : Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij een iegelijk vergelden naar zijn doen. Romeinen 2:6 : Welke een iegelijk vergelden zal naar zijn werken; 2 Korinthiërs 5:10 : Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad. Efeziërs 6:8 : Wetende, dat zo wat goed een iegelijk gedaan zal hebben, hij datzelve van den Heere zal ontvangen, hetzij dienstknecht, hetzij vrije. Kolossensen 3:25 : Maar die onrecht doet, die zal het onrecht dragen, dat hij gedaan heeft; en er is geen aanneming des persoons. 1 Petrus 1:17 : En indien gij tot een Vader aanroept Dengene, Die zonder aanneming des persoons oordeelt naar eens iegelijks werk, zo wandelt in vreze den tijd uwer inwoning; Openbaring 22:12 : En zie, Ik kom haastiglijk; en Mijn loon is met Mij, om een iegelijk te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn.",
          "text1637": "Iob 34.11. Proverb. 24.12. Ier. 32.19. Ezech. 7.27. ende 33.20. Matth. 16.27. Rom. 2.6. 2.Corinth. 5.10. Ephes. 6.8. Col. 3.25. 1.Pet. 1.17 Apoc. 22.12.",
          "text2026": "Job 34:11 ; Spr. 24:12 ; Jer. 32:19 ; Ez. 7:27 ; Ez. 33:20 ; Matt. 16:27 ; Rom. 2:6 ; 2 Kor. 5:10 ; Efez. 6:8 ; Kolos. 3:25 ; 1 Petr. 1:17 ; Openb. 22:12 . Job 34:11 : Want naar het werk van de mensen vergeldt Hij hem, en naar van een ieder weg doet Hij het hem vinden. Spreuken 24:12 : Wanneer u zegt: Ziet, wij weten dat niet; zal Hij, Die de harten weegt, dat niet merken? En Die uw ziel gadeslaat, zal Hij het niet weten? Want Hij zal de mens vergelden naar zijn werk. Jeremia 32:19 : Groot van raad en machtig van daad; want Uw ogen zijn open over alle wegen van de mensenkinderen, om een iedereen te geven naar zijn wegen, en naar de vrucht zijn handelingen. Ezechiël 7:27 : De koning zal rouw bedrijven, en de vorsten zullen met verwoesting bekleed zijn, en de handen van het volk van het land zullen beroerd zijn; Ik zal hun doen naar hun weg, en met hun rechte zal Ik ze richten; en zij zullen weten, dat Ik JAHWEH ben. Ezechiël 33:20 : Nog zegt u: De weg van JAHWEH is niet recht; Ik zal u richten, een ieder naar zijn wegen, o huis van Israël! Mattheüs 16:27 : Want de Zoon van de mensen zal komen in de heerlijkheid Zijn Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij een iedereen vergelden naar zijn doen. Romeinen 2:6 : Welke een iedereen vergelden zal naar zijn werken; 2 Korinthiërs 5:10 : Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, opdat een iedereen wegdrage, wat door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad. Efeziërs 6:8 : Wetende, dat zo wat goed een iedereen gedaan zal hebben, hij datzelfde van de Heer zal ontvangen, hetzij dienaar, hetzij vrije. Kolossensen 3:25 : Maar die onrecht doet, die zal het onrecht dragen, dat hij gedaan heeft; en er is geen aanneming van de persoon. 1 Petrus 1:17 : En als u tot een Vader aanroept Dengene, Die zonder aanneming van de persoon oordeelt naar van een ieder werk, zo wandelt in vreze de tijd uw inwoning; Openbaring 22:12 : En zie, Ik kom haastiglijk; en Mijn loon is met Mij, om een iedereen te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, zekerlijk, voorwaar.",
          "text1637": "Ofte, sekerlick, voorwaer.",
          "text2026": "Of, zekerlijk, werkelijk."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וּ/לְ/ךָֽ",
          "strongs": "",
          "morph": "HC/R/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "חָ֑סֶד",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֨ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "תְשַׁלֵּ֖ם",
          "strongs": "H7999",
          "morph": "HVpi2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/אִ֣ישׁ",
          "strongs": "H376",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "כְּֽ/מַעֲשֵֽׂ/הוּ",
          "strongs": "H4639",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "En de goedertierenheid, o Heere!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> is van U;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> want U zult ieder vergelden naar zijn werk.",
      "textSV1888_html": "En de goedertierenheid, o Heere!<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> is Uwe;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn werk.",
      "text1637_html": "Ende de goedertierenheyt, o Heere, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> is uwe: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> want ghy sult eenen yegelijcken vergelden nae sijn werck.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Uwe;",
          "new": "van U;",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "een iegelijk",
          "new": "ieder",
          "principe": "V5"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David betuycht veelvoudichlick sijne gerustheyt in Godt, tegen alle de raetslagen ende practijcken sijner vyanden, ende vermaent alle geloovige van gelijcken te doen: aftreckende haer vertrouwen van menschen, ende alle ydele, bedriechlicke, ende onrechtveerdige middelen, ende vertrouwende alleen op Godt, die, volgens sijn woort, alleen machtich, barmhertich, ende rechtveerdich is.",
    "text2026": "David betuigt veelvuldig zijn gerustheid in God, tegen alle raadslagen en praktijken van zijn vijanden, en vermaant alle gelovigen evenzo te doen; hen aftrekkend van hun vertrouwen op mensen en alle ijdele, bedrieglijke en onrechtvaardige middelen, en hen ertoe brengend alleen op God te vertrouwen, Die, overeenkomstig Zijn Woord, alleen machtig, barmhartig en rechtvaardig is."
  }
}
