{
  "number": 66,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een lied, een psalm, voor den opperzangmeester. Juicht Gode, gij ganse aarde!",
      "text1637": "EEn [1] Liedt, een Psalm: voor den [2] Opper-sang-meester. Iuychet Gode, ghy gantsche [3] aerde.",
      "text2026": "Een lied, een psalm, voor de opperzangmeester. Juich voor God, u gehele aarde!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 48:1 . Psalmen 48:1 : Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach.",
          "text1637": "Siet Psal. 48 op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 48:1 . Psalmen 48:1 : Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.",
          "text1637": "Siet Psal. 4. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Neginoth."
        },
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "ganse aarde: Dat is, alle inwoners der aarde, waarom ook het woord juicht in het getal van velen in het Hebr. gesteld is; alzo vers 4 , en Ps. 98:4 , en Ps. 110:1 , en elders dikwijls. Psalmen 66:4 : De ganse aarde aanbidde U, en psalmzinge U; zij psalmzinge Uw Naam. Sela. Psalmen 98:4 : Juicht den HEERE, gij ganse aarde! roept uit van vreugde, en zingt vrolijk, en psalmzingt. Psalmen 110:1 : Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.",
          "text1637": "D. alle inwoonders der aerde, daerom oock het woort Iuychet in ’t getal van velen in ’t Hebr. gestelt is: alsoo vers 4. ende Psal. 98.4. ende 100.1. ende elders dickwijls.",
          "text2026": "gehele aarde: Dat is, alle inwoners van de aarde, waarom ook het woord juicht in het getal van velen in het Hebr. gesteld is; zo vers 4 , en Ps. 98:4 , en Ps. 110:1 , en elders dikwijls. Psalmen 66:4 : De gehele aarde aanbidde U, en psalmzinge U; zij psalmzinge Uw Naam. Sela. Psalmen 98:4 : Juicht JAHWEH, u gehele aarde! roept uit van vreugde, en zingt vrolijk, en psalmzingt. Psalmen 110:1 : Een psalm van David. JAHWEH heeft tot mijn Heer gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uw voeten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ֭/מְנַצֵּחַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "שִׁ֣יר",
          "strongs": "H7892",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "מִזְמ֑וֹר",
          "strongs": "H4210",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הָרִ֥יעוּ",
          "strongs": "H7321",
          "morph": "HVhv2mp"
        },
        {
          "woord": "לֵ֝/אלֹהִים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָֽרֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> lied, een psalm, voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> opperzangmeester. Juich voor God, u gehele<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> aarde!",
      "textSV1888_html": "Een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> lied, een psalm, voor den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> opperzangmeester. Juicht Gode, gij ganse<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> aarde!",
      "text1637_html": "EEn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Liedt, een Psalm: voor den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Opper-sang-meester. Iuychet Gode, ghy gantsche <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> aerde.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Juicht Gode, gij ganse",
          "new": "Juich voor God, u gehele",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Psalmzingt de eer Zijns Naams; geeft eer Zijn lof.",
      "text1637": "Psalm-singet de eere sijns Naems: [4] gevet eere, sijnen lof.",
      "text2026": "Psalmzing de eer van Zijn Naam; geef eer Zijn lof.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. stelt; gelijk Joz. 7:19 , geeft [Hebr. stelt ] den HEERE de eer. Dit kan men aldus verstaan: geeft [Hem] eer [door] zijnen lof, of te weten zijnen lof. Of, maakt zijnen lof heerlijk, dat is, prijst Hem op het hoogste. Of, stelt houdt het voor de grootste eer dat gij God looft, laat al uw lof daartoe strekken. Jozua 7:19 : Toen zeide Jozua tot Achan: Mijn zoon! Geef toch den HEERE, den God van Israël, de eer, en doe voor Hem belijdenis; en geef mij toch te kennen, wat gij gedaan hebt, verberg het voor mij niet.",
          "text1637": "Hebr. stellet, als Ios. 7.19. geeft (Hebr. stelt) den HEERE d’eere. dit kanmen aldus verstaen: geeft [hem] eere [door] sijnen lof, ofte, T.w. sijnen lof, ofte, maeckt sijnen lof heerlick, D. prijst hem op ’thoochste, ofte, stelt, houdt het, voor de grootste eere, dat ghy Godt lovet, laet allen uwen lof daer toe strecken.",
          "text2026": "Hebr. stelt; gelijk Joz. 7:19 , geeft [Hebr. stelt ] JAHWEH de eer. Dit kan men aldus verstaan: geeft [Hem] eer [door] zijn lof, of te weten zijn lof. Of, maakt zijn lof heerlijk, dat is, prijst Hem op het hoogste. Of, stelt houdt het voor de grootste voordat dat u God looft, laat al uw lof daartoe strekken. Jozua 7:19 : Toen zei Jozua tot Achan: Mijn zoon! Geef toch JAHWEH, de God van Israël, de eer, en doe voor Hem belijdenis; en geef mij toch te kennen, wat u gedaan hebt, verberg het voor mij niet."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "זַמְּר֥וּ",
          "strongs": "H2167",
          "morph": "HVpv2mp"
        },
        {
          "woord": "כְבֽוֹד",
          "strongs": "H3519",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "שְׁמ֑/וֹ",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "שִׂ֥ימוּ",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "כָ֝ב֗וֹד",
          "strongs": "H3519",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "תְּהִלָּתֽ/וֹ",
          "strongs": "H8416",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Psalmzing de eer van Zijn Naam;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> geef eer Zijn lof.",
      "textSV1888_html": "Psalmzingt de eer Zijns Naams;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> geeft eer Zijn lof.",
      "text1637_html": "Psalm-singet de eere sijns Naems: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> gevet eere, sijnen lof.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Psalmzingt",
          "new": "Psalmzing",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "Zijns Naams; geeft",
          "new": "van Zijn Naam; geef",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Zegt tot God: Hoe vreselijk zijt Gij in Uw werken! Om de grootheid Uwer sterkte zullen zich Uw vijanden geveinsdelijk aan U onderwerpen.",
      "text1637": "Segget tot Godt, Hoe vreeslick zijt ghy [in] uwe wercken? om de [5] grootheyt uwer sterckte sullen sich uwe vyanden u [6] geveynsdelick onderwerpen.",
      "text2026": "Zeg tot God: Hoe vreselijk bent U in Uw werken! Om de grootheid van Uw sterkte zullen zich Uw vijanden geveinst aan U onderwerpen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, veelheid.",
          "text1637": "Ofte, veelheyt.",
          "text2026": "Of, veelheid."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. liegen, veinzen, huichelen, gelijk Deut. 33:29 , en 2 Sam. 22:45 , zie aldaar. Deuteronomium 33:29 : Welgelukzalig zijt gij, o Israël! wie is u gelijk? gij zijt een volk, verlost door den HEERE, het Schild uwer hulp, en Die een Zwaard is uwer hoogheid; daarom zullen zich uw vijanden geveinsdelijk aan u onderwerpen, en gij zult op hun hoogten treden! 2 Samuël 22:45 : Vreemden hebben zich mij geveinsdelijk onderworpen; zo haast als hun oor van mij hoorde, hebben zij mij gehoorzaamd.",
          "text1637": "Hebr. liegen, veynsen, huychelen, als Deuter. 33.29. ende 2.Sam. 22.45. siet aldaer.",
          "text2026": "Hebr. liegen, veinzen, huichelen, gelijk Deut. 33:29 , en 2 Sam. 22:45 , zie daar. Deuteronomium 33:29 : Welgelukzalig zijt u, o Israël! wie is u gelijk? u bent een volk, verlost door JAHWEH, het Schild uw hulp, en Die een Zwaard is uw hoogheid; daarom zullen zich uw vijanden geveinst aan u onderwerpen, en u zult op hun hoogten treden! 2 Samuël 22:45 : Vreemden hebben zich mij geveinst onderworpen; zo haast als hun oor van mij hoorde, hebben zij mij gehoorzaamd."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אִמְר֣וּ",
          "strongs": "H559",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "לֵ֭/אלֹהִים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "מַה",
          "strongs": "H4100",
          "morph": "HTi"
        },
        {
          "woord": "נּוֹרָ֣א",
          "strongs": "H3372",
          "morph": "HVNrmsa"
        },
        {
          "woord": "מַעֲשֶׂ֑י/ךָ",
          "strongs": "H4639",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/רֹ֥ב",
          "strongs": "H7230",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "עֻ֝זְּ/ךָ֗",
          "strongs": "H5797",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְֽכַחֲשׁ֖וּ",
          "strongs": "H3584",
          "morph": "HVpi3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֣",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֹיְבֶֽי/ךָ",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmpc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Zeg tot God: Hoe vreselijk bent U in Uw werken! Om de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> grootheid van Uw sterkte zullen zich Uw vijanden geveinst aan U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> onderwerpen.",
      "textSV1888_html": "Zegt tot God: Hoe vreselijk zijt Gij in Uw werken! Om de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> grootheid Uwer sterkte zullen zich Uw vijanden geveinsdelijk aan U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> onderwerpen.",
      "text1637_html": "Segget tot Godt, Hoe vreeslick zijt ghy [in] uwe wercken? om de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> grootheyt uwer sterckte sullen sich uwe vyanden u <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> geveynsdelick onderwerpen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Zegt",
          "new": "Zeg",
          "principe": "V1158"
        },
        {
          "old": "zijt Gij",
          "new": "bent U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "geveinsdelijk",
          "new": "geveinst",
          "principe": "V429"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "De ganse aarde aanbidde U, en psalmzinge U; zij psalmzinge Uw Naam. Sela.",
      "text1637": "De [7] gantsche aerde [8] aenbidde u, ende psalm-singe u, sy psalm-singe uwen Name, [9] Sela!",
      "text2026": "De hele aarde aanbidde U, en psalmzinge U; zij psalmzinge Uw Naam. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, inwoners der ganse aarde, gelijk vers 1 . Psalmen 66:1 : Een lied, een psalm, voor den opperzangmeester. Juicht Gode, gij ganse aarde!",
          "text1637": "D. inwoonders der gantscher aerde, als vers 1.",
          "text2026": "Dat is, inwoners van de gehele aarde, gelijk vers 1 . Psalmen 66:1 : Een lied, een psalm, voor de opperzangmeester. Juicht voor God, u gehele aarde!"
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. eigenlijk, buige zich voor U. Zie Gen. 24:26 . Genesis 24:26 : Toen neigde die man zijn hoofd, en aanbad den HEERE;",
          "text1637": "Hebr. eygentlick, buyge haer voor u. siet Genes. 24. op vers 26.",
          "text2026": "Hebr. eigenlijk, buige zich voor U. Zie Gen. 24:26 . Genesis 24:26 : Toen neigde die man zijn hoofd, en aanbad JAHWEH;"
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela.",
          "text1637": "Siet Psal. 3. op vers 3.",
          "text2026": "Zie Ps. 3:3 . Psalmen 3:3 : Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "הָ/אָ֤רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HTd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁתַּחֲו֣וּ",
          "strongs": "H7812",
          "morph": "HVvi3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ֭/ךָ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וִֽ/יזַמְּרוּ",
          "strongs": "H2167",
          "morph": "HC/Vpi3mp"
        },
        {
          "woord": "לָ֑/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "יְזַמְּר֖וּ",
          "strongs": "H2167",
          "morph": "HVpi3mp"
        },
        {
          "woord": "שִׁמְ/ךָ֣",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> hele aarde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> aanbidde U, en psalmzinge U; zij psalmzinge Uw Naam.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Sela.",
      "textSV1888_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> ganse aarde<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> aanbidde U, en psalmzinge U; zij psalmzinge Uw Naam.<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Sela.",
      "text1637_html": "De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> gantsche aerde <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> aenbidde u, ende psalm-singe u, sy psalm-singe uwen Name, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "ganse",
          "new": "hele",
          "principe": "V3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Komt en ziet Gods daden; Hij is vreselijk van werking aan de mensenkinderen.",
      "text1637": "Komet ende siet Godts daden: hy is vreeslick van werckinge aen de menschen kinderen.",
      "text2026": "Kom en ziet Gods daden; Hij is vreselijk van werking aan de mensenkinderen.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לְכ֣וּ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "וּ֭/רְאוּ",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HC/Vqv2mp"
        },
        {
          "woord": "מִפְעֲל֣וֹת",
          "strongs": "H4659",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֑ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "נוֹרָ֥א",
          "strongs": "H3372",
          "morph": "HVNrmsc"
        },
        {
          "woord": "עֲ֝לִילָ֗ה",
          "strongs": "H5949",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "בְּנֵ֥י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "אָדָֽם",
          "strongs": "H120",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Kom en ziet Gods daden; Hij is vreselijk van werking aan de mensenkinderen.",
      "text1637_html": "Komet ende siet Godts daden: hy is vreeslick van werckinge aen de menschen kinderen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Komt",
          "new": "Kom",
          "principe": "V1158"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "Hij heeft de zee veranderd in het droge; zij zijn te voet doorgegaan door de rivier; daar hebben wij ons in Hem verblijd.",
      "text1637": "[a] Hy heeft de [10] zee verandert in’t drooge; sy zijn te voete doorgegaen door de [b] [11] Riviere: daer hebben [12] wy ons in hem verblijdt.",
      "text2026": "Hij heeft de zee veranderd in het droge; zij zijn te voet doorgegaan door de rivier; daar hebben wij ons in Hem verblijd.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Exod. 14:21 . Exodus 14:21 : Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd.",
          "text1637": "Exod. 14.21, etc.",
          "text2026": "Ex. 14:21 . Exodus 14:21 : Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed JAHWEH de zee weggaan, door een sterken oostenwind, die gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat deel van de Schelfzee of de Rode zee, waar de kinderen Israëls droogvoets doorgingen; Exod. 14 .",
          "text1637": "Dat deel van de schelf-zee, ofte het roode meer, daer de kinderen Israels droochs voets doorgingen. Exod. Capit. 14..",
          "text2026": "Dat deel van de Schelfzee of de Rode zee, waar de kinderen van Israël droogvoets doorgingen; Ex. 14 ."
        },
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Joz. 3:14 . Jozua 3:14 : En het geschiedde, toen het volk vertrok uit zijn tenten, om over de Jordaan te gaan, zo droegen de priesters de ark des verbonds voor het aangezicht des volks.",
          "text1637": "Ios. 3.14, etc.",
          "text2026": "Joz. 3:14 . Jozua 3:14 : En het geschiedde, toen het volk vertrok uit zijn tenten, om over de Jordaan te gaan, zo droegen de priesters de ark van het verbond voor het aangezicht van het volk."
        },
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "De Jordaan, gelijk Israël eerstdoor Jozua in het beloofde land gebracht werd; Joz. 3 .",
          "text1637": "De Iordane, als Israel eerst door Iosua in ’t beloofde lant gebracht wert. Ios. 3.",
          "text2026": "De Jordaan, gelijk Israël eerstdoor Jozua in het beloofde land gebracht werd; Joz. 3 ."
        },
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "wij ons: Zij eigenen zichzelven toe wat hunnen voorvaders geschied was, volgens de leer, Rom. 15:4 . Verg. Hos. 12:5 . Romeinen 15:4 : Want al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven, opdat wij, door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften, hoop hebben zouden. Hosea 12:5 : Ja, hij gedroeg zich vorstelijk tegen den Engel, en overmocht Hem; hij weende en smeekte Hem. Te Beth-el vond hij Hem, en aldaar sprak Hij met ons;",
          "text1637": "Sy eygenen haer selven toe, dat haren voorvaderen geschiet was, volgens de leere Rom. 15.4. Vergel. Hos. 12.5.",
          "text2026": "wij ons: Zij eigenen zichzelven toe wat hun voorvaders geschied was, volgens de leer, Rom. 15:4 . Verg. Hos. 12:5 . Romeinen 15:4 : Want al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven, opdat wij, door volharding en vertroosting van de Schriften, hoop hebben zouden. Hosea 12:5 : Ja, hij gedroeg zich vorstelijk tegen de Engel, en overweldigd Hem; hij weende en smeekte Hem. Te Beth-el vond hij Hem, en daar sprak Hij met ons;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הָ֤פַךְ",
          "strongs": "H2015",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "יָ֨ם",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְֽ/יַבָּשָׁ֗ה",
          "strongs": "H3004",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "בַּ֭/נָּהָר",
          "strongs": "H5104",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "יַֽעַבְר֣וּ",
          "strongs": "H5674",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "בְ/רָ֑גֶל",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֝֗ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "נִשְׂמְחָה",
          "strongs": "H8055",
          "morph": "HVqh1cp"
        },
        {
          "woord": "בּֽ/וֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Hij heeft de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> zee veranderd in het droge; zij zijn te voet doorgegaan door de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> rivier; daar hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> wij ons in Hem verblijd.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Hij heeft de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> zee veranderd in het droge; zij zijn te voet doorgegaan door de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup><sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> rivier; daar hebben<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> wij ons in Hem verblijd.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Hy heeft de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> zee verandert in’t drooge; sy zijn te voete doorgegaen door de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> Riviere: daer hebben <sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> wy ons in hem verblijdt."
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Hij heerst eeuwiglijk met Zijn macht; Zijn ogen houden wacht over de heidenen; laat de afvalligen niet verhoogd worden. Sela.",
      "text1637": "Hy heerscht eeuwichlick met sijne macht; [c] sijne oogen houden [13] wacht over de heydenen: en laet de afvallige [14] niet verhoocht worden, Sela!",
      "text2026": "Hij heerst eeuwig met Zijn macht; Zijn ogen houden wacht over de heidenen; laat de afvalligen niet verhoogd worden. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "2 Kron. 16:9 ; Job 28:24 ; Ps. 33:13 . 2 Kronieken 16:9 : Want den HEERE aangaande, Zijn ogen doorlopen de ganse aarde, om Zich sterk te bewijzen aan degenen, welker hart volkomen is tot Hem; gij hebt hierin zottelijk gedaan; want van nu af zullen oorlogen tegen u zijn. Job 28:24 : Want Hij schouwt tot aan de einden der aarde, Hij ziet onder al de hemelen. Psalmen 33:13 : De HEERE schouwt uit den hemel, en ziet alle mensenkinderen.",
          "text1637": "2.Chron. 16.9. Iob 28.24. Psal. 33.13.",
          "text2026": "2 Kron. 16:9 ; Job 28:24 ; Ps. 33:13 . 2 Kronieken 16:9 : Want JAHWEH aangaande, Zijn ogen doorlopen de gehele aarde, om Zich sterk te bewijzen aan degenen, van wie hart volkomen is tot Hem; u hebt hierin zottelijk gedaan; want van nu af zullen oorlogen tegen u zijn. Job 28:24 : Want Hij schouwt tot aan de einden van de aarde, Hij ziet onder al de hemel. Psalmen 33:13 : JAHWEH schouwt uit de hemel, en ziet alle mensenkinderen."
        },
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Gelijk een wachter, die van een hogen toren de wacht houdt en op alles naarstig toeziet.",
          "text1637": "Als een wachter, die van eenen hoogen toren de wacht houdt, ende op alles neerstig toesiet.",
          "text2026": "Gelijk een wachter, die van een hogen toren de wacht houdt en op alles naarstig toeziet."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "niet verhoogd: Of, de affalligen, of wederstrevigen, zullen niet verhoogd worden voor zichzelven, of, zullen zichzelven niet verheffen; dat is, ofschoon zij zich tegen God stellen en onder Hem niet willen buigen, zo zullen zij toch voor Hem en tegen Hem niet staande blijven tot hun voordeel en der vromen nadeel.",
          "text1637": "Ofte, de afvallige, ofte, wederstrevige, en sullen niet verhoocht worden voor haer selven, ofte, en sullen haer selven niet verheffen. D. of sy haer schoon tegen Godt stellen, ende onder hem niet willen buygen, so sullen sy doch voor hem ende tegen hem niet staende blijven, tot haren voordeel ende der vroomen nadeel.",
          "text2026": "niet verhoogd: Of, de affalligen, of wederstrevigen, zullen niet verhoogd worden voor zichzelven, of, zullen zichzelven niet verheffen; dat is, ofschoon zij zich tegen God stellen en onder Hem niet willen buigen, zo zullen zij toch voor Hem en tegen Hem niet staande blijven tot hun voordeel en van de vromen nadeel."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מֹ֘שֵׁ֤ל",
          "strongs": "H4910",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בִּ/גְבוּרָת֨/וֹ",
          "strongs": "H1369",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "עוֹלָ֗ם",
          "strongs": "H5769",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "עֵ֭ינָי/ו",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בַּ/גּוֹיִ֣ם",
          "strongs": "H1471",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "תִּצְפֶּ֑ינָה",
          "strongs": "H6822",
          "morph": "HVqi3fp"
        },
        {
          "woord": "הַ/סּוֹרְרִ֓ים",
          "strongs": "H5637",
          "morph": "HTd/Vqrmpa"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "ירימו",
          "strongs": "H7311",
          "morph": "HVhj3mp"
        },
        {
          "woord": "לָ֣/מוֹ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "Hij heerst eeuwig met Zijn macht;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Zijn ogen houden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> wacht over de heidenen; laat de afvalligen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> niet verhoogd worden. Sela.",
      "textSV1888_html": "Hij heerst eeuwiglijk met Zijn macht;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Zijn ogen houden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> wacht over de heidenen; laat de afvalligen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> niet verhoogd worden. Sela.",
      "text1637_html": "Hy heerscht eeuwichlick met sijne macht; <sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> sijne oogen houden <sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> wacht over de heydenen: en laet de afvallige <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> niet verhoocht worden, Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "eeuwiglijk",
          "new": "eeuwig",
          "principe": "V54"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Looft, gij volken! onzen God; en laat horen de stem Zijns roems.",
      "text1637": "[15] Lovet, ghy volcken, onsen Godt: ende latet hooren de stemme sijns roems.",
      "text2026": "Loof, u volken! onze God; en laat horen de stem van Zijn roem.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. zegent.",
          "text1637": "Hebr. segent.",
          "text2026": "Hebr. zegent."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בָּרְכ֖וּ",
          "strongs": "H1288",
          "morph": "HVpv2mp"
        },
        {
          "woord": "עַמִּ֥ים",
          "strongs": "H5971",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהֵ֑י/נוּ",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/הַשְׁמִ֗יעוּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HC/Vhv2mp"
        },
        {
          "woord": "ק֣וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "תְּהִלָּתֽ/וֹ",
          "strongs": "H8416",
          "morph": "HNcfsc/Sp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Loof, u volken! onze God; en laat horen de stem van Zijn roem.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Looft, gij volken! onzen God; en laat horen de stem Zijns roems.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> Lovet, ghy volcken, onsen Godt: ende latet hooren de stemme sijns roems.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Looft, gij",
          "new": "Loof, u",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "onzen",
          "new": "onze",
          "principe": "N8"
        },
        {
          "old": "Zijns roems.",
          "new": "van Zijn roem.",
          "principe": "V201"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Die onze zielen in het leven stelt, en niet toelaat, dat onze voet wankele.",
      "text1637": "Die onse [16] zielen in’t leven stelt: ende niet toelaet dat [17] onsen voet wanckele.",
      "text2026": "Die onze zielen in het leven stelt, en niet toelaat, dat onze voet wankele.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, die ons gelijk als in het leven wederbrengt, daar wij als dood waren. Verg. Ps. 30:4 . Psalmen 30:4 : HEERE! Gij hebt mijn ziel uit het graf opgevoerd; Gij hebt mij bij het leven behouden, dat ik in den kuil niet ben nedergedaald.",
          "text1637": "D. die ons gelijck als in’t leven wederbrengt, daer wy als doot waren. Vergel. Psal. 30.4.",
          "text2026": "Dat is, die ons gelijk als in het leven wederbrengt, daar wij als dood waren. Verg. Ps. 30:4 . Psalmen 30:4 : JAHWEH! U hebt mijn ziel uit het graf opgevoerd; U hebt mij bij het leven behouden, dat ik in de kuil niet ben nedergedaald."
        },
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "onze voet wankele: Hebr., רַגְלֵֽ, eigenlijk, onzen voet overgeeft tot wankelen, of wankeling. Zie Ps. 15:5 . Psalmen 15:5 : Die zijn geld niet geeft op woeker, en geen geschenk neemt tegen den onschuldige. Die deze dingen doet, zal niet wankelen in eeuwigheid.",
          "text1637": "Hebr. eygentlick: onsen voet niet overgeeft tot wanckelen, ofte, wanckelinge. siet Psal. 15. op vers 5.",
          "text2026": "onze voet wankele: Hebr., רַגְלֵֽ, eigenlijk, onze voet overgeeft tot wankelen, of wankeling. Zie Ps. 15:5 . Psalmen 15:5 : Die zijn geld niet geeft op woeker, en geen geschenk neemt tegen de onschuldige. Die deze dingen doet, zal niet wankelen in eeuwigheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַ/שָּׂ֣ם",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HTd/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "נַ֭פְשֵׁ/נוּ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "בַּֽ/חַיִּ֑ים",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HRd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "נָתַ֖ן",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לַ/מּ֣וֹט",
          "strongs": "H4132",
          "morph": "HRd/Vqc"
        },
        {
          "woord": "רַגְלֵֽ/נוּ",
          "strongs": "H7272",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Die onze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> zielen in het leven stelt, en niet toelaat, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> onze voet wankele.",
      "textSV1888_html": "Die onze<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> zielen in het leven stelt, en niet toelaat, dat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> onze voet wankele.",
      "text1637_html": "Die onse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> zielen in’t leven stelt: ende niet toelaet dat <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> onsen voet wanckele."
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Want Gij hebt ons beproefd, o God! Gij hebt ons gelouterd, gelijk men het zilver loutert;",
      "text1637": "Want ghy hebt ons [18] beproeft, ô Godt: ghy hebt ons geloutert, gelijck men ’tsilver loutert.",
      "text2026": "Want U hebt ons beproefd, o God! U hebt ons gelouterd, gelijk men het zilver loutert;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Door zwaar lijden. Verg. Jes. 48:10 ; Ezech. 22:19 , 22:20 , 22:21 , 22:22 ; Zach. 13:9 ; Mal. 3:3 ; 1 Petr. 1:6 , 1:7 . Jesaja 48:10 : Ziet, Ik heb u gelouterd, doch niet als zilver, Ik heb u gekeurd in den smeltkroes der ellende. Ezechiël 22:19 : Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gijlieden allen tot schuim geworden zijt, daarom ziet, Ik zal u in het midden van Jeruzalem vergaderen. Ezechiël 22:20 : Gelijk zilver, of koper, of ijzer, of lood, of tin in het midden eens ovens vergaderd wordt, om het vuur daarover op te blazen, opdat men het smelte; alzo zal Ik ulieden vergaderen in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid daar laten, en smelten. Ezechiël 22:21 : Ja, Ik zal u bijeenbrengen, en zal op u blazen in het vuur Mijner verbolgenheid, dat gij in het midden van haar zult gesmolten worden. Ezechiël 22:22 : Gelijk het zilver in het midden des ovens gesmolten wordt, alzo zult gijlieden in het midden van haar gesmolten worden; en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, Mijn grimmigheid over u uitgegoten heb. Zacharia 13:9 : En Ik zal dat derde deel in het vuur brengen, en Ik zal het louteren, gelijk men zilver loutert, en Ik zal het beproeven, gelijk men goud beproeft; het zal Mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren; Ik zal zeggen: Het is Mijn volk; en het zal zeggen: De HEERE is mijn God. Maleachi 3:3 : En Hij zal zitten, louterende, en het zilver reinigende, en Hij zal de kinderen van Levi reinigen, en Hij zal ze doorlouteren als goud, en als zilver; dan zullen zij den HEERE spijsoffer toebrengen in gerechtigheid. 1 Petrus 1:6 : In welke gij u verheugt, nu een weinig tijds (zo het nodig is) bedroefd zijnde door menigerlei verzoekingen; 1 Petrus 1:7 : Opdat de beproeving uws geloofs, die veel kostelijker is dan van het goud, hetwelk vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden worde te zijn tot lof, en eer, en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus;",
          "text1637": "Door swaer lijden. Vergel. Ies. 48.10. Eze. 22.19, 20, 21, 22. Zach. 13.9. Mal. 3.3. 1.Pet. 1.6, 7.",
          "text2026": "Door zwaar lijden. Verg. Jes. 48:10 ; Ez. 22:19 , 22:20 , 22:21 , 22:22 ; Zach. 13:9 ; Mal. 3:3 ; 1 Petr. 1:6 , 1:7 . Jesaja 48:10 : Ziet, Ik heb u gelouterd, maar niet als zilver, Ik heb u gekeurd in de smeltkroes van de ellende. Ezechiël 22:19 : Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Omdat u allen tot schuim geworden bent, daarom ziet, Ik zal u in het midden van Jeruzalem vergaderen. Ezechiël 22:20 : Gelijk zilver, of koper, of ijzer, of lood, of tin in het midden eens ovens vergaderd wordt, om het vuur daarover op te blazen, opdat men het smelte; zo zal Ik u vergaderen in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid daar laten, en smelten. Ezechiël 22:21 : Ja, Ik zal u bijeenbrengen, en zal op u blazen in het vuur Mijn toorn, dat u in het midden van haar zult gesmolten worden. Ezechiël 22:22 : Gelijk het zilver in het midden van de ovens gesmolten wordt, zo zult u in het midden van haar gesmolten worden; en u zult weten, dat Ik, JAHWEH, Mijn grimmigheid over u uitgegoten heb. Zacharia 13:9 : En Ik zal dat derde deel in het vuur brengen, en Ik zal het louteren, gelijk men zilver loutert, en Ik zal het beproeven, gelijk men goud beproeft; het zal Mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren; Ik zal zeggen: Het is Mijn volk; en het zal zeggen: JAHWEH is mijn God. Maleachi 3:3 : En Hij zal zitten, louterende, en het zilver reinigende, en Hij zal de kinderen van Levi reinigen, en Hij zal ze doorlouteren als goud, en als zilver; dan zullen zij JAHWEH spijsoffer toebrengen in gerechtigheid. 1 Petrus 1:6 : In welke u u verheugt, nu een weinig tijds (zo het nodig is) bedroefd zijnde door menigerlei verzoekingen; 1 Petrus 1:7 : Opdat de beproeving uws geloofs, die veel kostelijker is dan van het goud, dat vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden worde te zijn tot lof, en eer, en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "בְחַנְתָּ֥/נוּ",
          "strongs": "H974",
          "morph": "HVqp2ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֑ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "צְ֝רַפְתָּ֗/נוּ",
          "strongs": "H6884",
          "morph": "HVqp2ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "כִּ/צְרָף",
          "strongs": "H6884",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "כָּֽסֶף",
          "strongs": "H3701",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want U hebt ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> beproefd, o God! U hebt ons gelouterd, gelijk men het zilver loutert;",
      "textSV1888_html": "Want Gij hebt ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> beproefd, o God! Gij hebt ons gelouterd, gelijk men het zilver loutert;",
      "text1637_html": "Want ghy hebt ons <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> beproeft, ô Godt: ghy hebt ons geloutert, gelijck men ’tsilver loutert.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "Gij hadt ons in het net gebracht; Gij hadt een engen band om onze lenden gelegd;",
      "text1637": "Ghy hadt ons in’t [19] net gebracht: ghy hadt eenen [20] engen bant om onse lendenen geleyt.",
      "text2026": "U had ons in het net gebracht; U had een strakke band om onze middel gelegd;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in het net gebracht: Met verdriet verstrikt; ene gelijkenis van jagers en vissers, dikwijls gebruikt in de Schriftuur.",
          "text1637": "Met verdriet verstrickt: eene gelijckenisse van jagers ende visschers, dickwijls gebruyckt in de Schrifture.",
          "text2026": "in het net gebracht: Met verdriet verstrikt; een gelijkenis van jagers en vissers, dikwijls gebruikt in de Schriftuur."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Bedrang en dwang onzer vijanden.",
          "text1637": "Bedrang ende dwanck onser vyanden.",
          "text2026": "Bedrang en dwang onzer vijanden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הֲבֵאתָ֥/נוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVhp2ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "בַ/מְּצוּדָ֑ה",
          "strongs": "H4686",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "שַׂ֖מְתָּ",
          "strongs": "H7760",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "מוּעָקָ֣ה",
          "strongs": "H4157",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "בְ/מָתְנֵֽי/נוּ",
          "strongs": "H4975",
          "morph": "HR/Ncmdc/Sp1cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "U had ons in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> het net gebracht; U had een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> strakke band om onze middel gelegd;",
      "textSV1888_html": "Gij hadt ons in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> het net gebracht; Gij hadt een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> engen band om onze lenden gelegd;",
      "text1637_html": "Ghy hadt ons in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> net gebracht: ghy hadt eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> engen bant om onse lendenen geleyt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij hadt",
          "new": "U had",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "Gij hadt",
          "new": "U had",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "engen",
          "new": "strakke",
          "principe": "V676"
        },
        {
          "old": "lenden",
          "new": "middel",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "Gij hadt den mens op ons hoofd doen rijden; wij waren in het vuur en in het water gekomen; maar Gij hebt ons uitgevoerd in een overvloeiende verversing.",
      "text1637": "Ghy hadt den mensche op ons [21] hooft doen rijden; wy waren in’t [22] vyer ende in’t water gekomen: maer ghy hebt ons uytgevoert in eene [23] overvloeyende ververschinge.",
      "text2026": "U had de mens op ons hoofd doen rijden; wij waren in het vuur en in het water gekomen; maar U hebt ons uitgevoerd in een overvloeiende verversing.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, ons behandeld als slaven en beesten, die men berijdt en als met voeten treedt. Of, als een algemene weg, waarover elkeen gaat en rijdt. Verg. Jes. 51:23 . Jesaja 51:23 : Maar Ik zal hem dien, die u bedroefd hebben, in de hand zetten, die tot uw ziel zeiden: Buig u neder, dat wij over u gaan; en gij legdet uw rug neder als aarde, en als een straat dergenen, die daarover gaan.",
          "text1637": "D. ons gehandelt als slaven, ende beesten, diemen berijdt ende als met voeten treedt. ofte, als eenen gemeynen wech daer over elck een gaet ende rijdt. Vergel. Ies. 51.23.",
          "text2026": "Dat is, ons behandeld als slaven en beesten, die men berijdt en als met voeten treedt. Of, als een algemene weg, waarover elk gaat en rijdt. Verg. Jes. 51:23 . Jesaja 51:23 : Maar Ik zal hem die, die u bedroefd hebben, in de hand zetten, die tot uw ziel zeiden: Buig u neder, dat wij over u gaan; en u legde uw rug neder als aarde, en als een straat dergenen, die daarover gaan."
        },
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, allerlei groot kruis, waarin geen uitkomst scheen te zijn. Verg. Jes. 43:2 ; Ezech. 15:6 , 15:7 , en zie 2 Sam. 22:17 , en Job 15:34 . Jesaja 43:2 : Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken. Ezechiël 15:6 : Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Gelijk als het hout des wijnstoks is onder het hout des wouds, hetwelk Ik aan het vuur overgeef, opdat het verteerd worde, alzo zal Ik de inwoners van Jeruzalem overgeven. Ezechiël 15:7 : Want Ik zal Mijn aangezicht tegen hen zetten; als zij van het ene vuur uitgaan, zal het andere vuur hen verteren; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn aangezicht tegen hen gesteld zal hebben. 2 Samuël 22:17 : Hij zond van de hoogte, Hij nam mij, Hij trok mij op uit grote wateren. Job 15:34 : Want de vergadering der huichelaren wordt eenzaam, en het vuur verteert de tenten der geschenken.",
          "text1637": "D. allerley groot kruys, daer in geene uytkomste scheen te zijn. Vergel. Iesa. 43.2. Ezech. 15.6, 7. ende siet 2.Sam. 22. op vers 17. ende Iob 15. op vers 34.",
          "text2026": "Dat is, allerlei groot kruis, waarin geen uitkomst scheen te zijn. Verg. Jes. 43:2 ; Ez. 15:6 , 15:7 , en zie 2 Sam. 22:17 , en Job 15:34 . Jesaja 43:2 : Wanneer u zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer u door het vuur zult gaan, zult u niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken. Ezechiël 15:6 : Daarom, zo zegt de Heer JAHWEH: Gelijk als het hout van de wijnstok is onder het hout van de woud, dat Ik aan het vuur overgeef, opdat het verteerd worde, zo zal Ik de inwoners van Jeruzalem overgeven. Ezechiël 15:7 : Want Ik zal Mijn aangezicht tegen hen zetten; als zij van het een vuur uitgaan, zal het andere vuur hen verteren; en u zult weten, dat Ik JAHWEH ben, als Ik Mijn aangezicht tegen hen gesteld zal hebben. 2 Samuël 22:17 : Hij zond van de hoogte, Hij nam mij, Hij trok mij op uit grote wateren. Job 15:34 : Want de vergadering van de huichelaren wordt eenzaam, en het vuur verteert de tenten van de geschenken."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, in ene plaats, die overvloediglijk ververst. Hetzelfde Hebr. woord staat ook in Ps. 23:5 . Psalmen 23:5 : Gij richt de tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegenpartijders; Gij maakt mijn hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende.",
          "text1637": "Ofte, in eene plaetse, die overvloedichlick ververscht, het selve Hebr. woort staet oock Psal. 23.5.",
          "text2026": "Of, in een plaats, die overvloediglijk ververst. Hetzelfde Hebr. woord staat ook in Ps. 23:5 . Psalmen 23:5 : U richt de tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegenstanders; U maakt mijn hoofd vet met olie, mijn beker is overvloeiende."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הִרְכַּ֥בְתָּ",
          "strongs": "H7392",
          "morph": "HVhp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֱנ֗וֹשׁ",
          "strongs": "H582",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "לְ/רֹ֫אשֵׁ֥/נוּ",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "בָּֽאנוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqp1cp"
        },
        {
          "woord": "בָ/אֵ֥שׁ",
          "strongs": "H784",
          "morph": "HRd/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וּ/בַ/מַּ֑יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HC/Rd/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "וַ֝/תּוֹצִיאֵ֗/נוּ",
          "strongs": "H3318",
          "morph": "HC/Vhw2ms/Sp1cp"
        },
        {
          "woord": "לָֽ/רְוָיָֽה",
          "strongs": "H7310",
          "morph": "HRd/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "U had de mens op ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> hoofd doen rijden; wij waren in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> het vuur en in het water gekomen; maar U hebt ons uitgevoerd in een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> overvloeiende verversing.",
      "textSV1888_html": "Gij hadt den mens op ons<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> hoofd doen rijden; wij waren in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> het vuur en in het water gekomen; maar Gij hebt ons uitgevoerd in een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> overvloeiende verversing.",
      "text1637_html": "Ghy hadt den mensche op ons <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> hooft doen rijden; wy waren in’t <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> vyer ende in’t water gekomen: maer ghy hebt ons uytgevoert in eene <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> overvloeyende ververschinge.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij hadt den",
          "new": "U had de",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Ik zal met brandofferen in Uw huis gaan; ik zal U mijn geloften betalen,",
      "text1637": "Ick sal met brandofferen in u huys gaen: ick sal u mijne geloften betalen,",
      "text2026": "Ik zal met brandoffers in Uw huis gaan; ik zal U mijn geloften betalen,",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָב֣וֹא",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בֵיתְ/ךָ֣",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "בְ/עוֹל֑וֹת",
          "strongs": "H5930",
          "morph": "HR/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשַׁלֵּ֖ם",
          "strongs": "H7999",
          "morph": "HVpi1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֣",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "נְדָרָֽ/י",
          "strongs": "H5088",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik zal met brandoffers in Uw huis gaan; ik zal U mijn geloften betalen,",
      "text1637_html": "Ick sal met brandofferen in u huys gaen: ick sal u mijne geloften betalen,",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "brandofferen",
          "new": "brandoffers",
          "principe": "V1173"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Die mijn lippen hebben geuit, en mijn mond heeft uitgesproken, als mij bange was.",
      "text1637": "Die mijne lippen hebben ge-uytet, ende mijn mont heeft uytgesproken als my bange was.",
      "text2026": "Die mijn lippen hebben geuit, en mijn mond heeft uitgesproken, als mij bange was.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "פָּצ֥וּ",
          "strongs": "H6475",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "שְׂפָתָ֑/י",
          "strongs": "H8193",
          "morph": "HNcfdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/דִבֶּר",
          "strongs": "H1696",
          "morph": "HC/Vpp3ms"
        },
        {
          "woord": "פִּ֝֗/י",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בַּ/צַּר",
          "strongs": "H6862",
          "morph": "HRd/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Die mijn lippen hebben geuit, en mijn mond heeft uitgesproken, als mij bange was.",
      "text1637_html": "Die mijne lippen hebben ge-uytet, ende mijn mont heeft uytgesproken als my bange was."
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Brandofferen van mergbeesten zal ik U offeren, met rookwerk van rammen; ik zal runderen met bokken bereiden. Sela.",
      "text1637": "Brandofferen van [24] merch-beesten sal ick u offeren, met [25] roock-werck van rammen: ick sal [26] runderen met bocken [27] bereyden, Sela!",
      "text2026": "Brandofferen van vetgemeste dieren zal ik U offeren, met rookwerk van rammen; ik zal runderen met bokken bereiden. Sela.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. eigenlijk alsof men zeide, mergachtig; dat is, die vol merg zijn.",
          "text1637": "Hebr. eygentl. als ofmen seyde merchachtige, D. die vol merchs zijn.",
          "text2026": "Hebr. eigenlijk alsof men zei, mergachtig; dat is, die vol merg zijn."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, het vette van rammen of hamels, dat men aanstak om te roken. Zie Lev. 3:9 , 3:10 , 3:11 ; verg. Lev. 1:10 , 1:11 , 1:12 , 1:13 . Leviticus 3:9 : Daarna zal hij van dat dankoffer een vuuroffer den HEERE offeren; zijn vet, den gehelen staart, dien hij dicht aan de ruggegraat zal afnemen, en het vet bedekkende het ingewand, en al het vet, dat aan het ingewand is; Leviticus 3:10 : Ook beide de nieren, en het vet, dat daaraan is, dat aan de weekdarmen is; en het net over de lever met de nieren, zal hij afnemen. Leviticus 3:11 : En de priester zal dat aansteken op het altaar; het is een spijs des vuuroffers den HEERE. Leviticus 1:10 : En indien zijn offerande is van klein vee, van schapen of van geiten, ten brandoffer, zal hij een volkomen mannetje offeren. Leviticus 1:11 : En hij zal dat slachten aan de zijde van het altaar noordwaarts, voor het aangezicht des HEEREN; en de zonen van Aäron, de priesters, zullen zijn bloed rondom op het altaar sprengen. Leviticus 1:12 : Daarna zal hij het in zijn stukken delen, mitsgaders zijn hoofd en zijn smeer; en de priester zal die schikken op het hout, dat op het vuur is, hetwelk op het altaar is. Leviticus 1:13 : Doch het ingewand en de schenkelen zal men met water wassen; en de priester zal dat alles offeren en aansteken op het altaar; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE.",
          "text1637": "D. het vette van rammen, ofte, hamelen, dat men aenstack om te roocken. siet Levit. 3.9, 10, 11. Vergel. met Lev. 1. versen 10, 11, 12, 13.",
          "text2026": "Dat is, het vette van rammen of hamels, dat men aanstak om te roken. Zie Lev. 3:9 , 3:10 , 3:11 ; verg. Lev. 1:10 , 1:11 , 1:12 , 1:13 . Leviticus 3:9 : Daarna zal hij van dat dankoffer een vuuroffer JAHWEH offeren; zijn vet, de heel staart, die hij dicht aan de ruggegraat zal afnemen, en het vet bedekkende het ingewand, en al het vet, dat aan het ingewand is; Leviticus 3:10 : Ook beide de nieren, en het vet, dat daaraan is, dat aan de weekdarmen is; en het net over de lever met de nieren, zal hij afnemen. Leviticus 3:11 : En de priester zal dat aansteken op het altaar; het is een voedsel van de vuuroffers JAHWEH. Leviticus 1:10 : En als zijn offerande is van klein vee, van schapen of van geiten, ten brandoffer, zal hij een volkomen mannetje offeren. Leviticus 1:11 : En hij zal dat slachten aan de zijde van het altaar noordwaarts, voor het aangezicht van JAHWEH; en de zonen van Aäron, de priesters, zullen zijn bloed rondom op het altaar sprengen. Leviticus 1:12 : Daarna zal hij het in zijn stukken delen, en ook zijn hoofd en zijn smeer; en de priester zal die schikken op het hout, dat op het vuur is, dat op het altaar is. Leviticus 1:13 : Maar het ingewand en de schenkelen zal men met water groeien; en de priester zal dat alles offeren en aansteken op het altaar; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk JAHWEH."
        },
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., בָקָר, rund.",
          "text1637": "Hebr. rundt.",
          "text2026": "Hebr., בָקָר, rund."
        },
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Een offer, gelijk dikwijls in de boeken van Mozes.",
          "text1637": "Ten offer, als dickwijls in de boecken Mosis.",
          "text2026": "Een offer, gelijk dikwijls in de boeken van Mozes."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עֹ֘ל֤וֹת",
          "strongs": "H5930",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "מֵחִ֣ים",
          "strongs": "H4220",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אַעֲלֶה",
          "strongs": "H5927",
          "morph": "HVhi1cs"
        },
        {
          "woord": "לָּ֭/ךְ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2fs"
        },
        {
          "woord": "עִם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "קְטֹ֣רֶת",
          "strongs": "H7004",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "אֵילִ֑ים",
          "strongs": "H352",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אֶ֥עֱשֶֽׂה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqi1cs"
        },
        {
          "woord": "בָקָ֖ר",
          "strongs": "H1241",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "עִם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עַתּוּדִ֣ים",
          "strongs": "H6260",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "סֶֽלָה",
          "strongs": "H5542",
          "morph": "HTj"
        }
      ],
      "text2026_html": "Brandofferen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> vetgemeste dieren zal ik U offeren, met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> rookwerk van rammen; ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> runderen met bokken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> bereiden. Sela.",
      "textSV1888_html": "Brandofferen van<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> mergbeesten zal ik U offeren, met<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> rookwerk van rammen; ik zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> runderen met bokken<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> bereiden. Sela.",
      "text1637_html": "Brandofferen van <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> merch-beesten sal ick u offeren, met <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> roock-werck van rammen: ick sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> runderen met bocken <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> bereyden, Sela!",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mergbeesten",
          "new": "vetgemeste dieren",
          "principe": "V430"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Komt, hoort toe, o allen gij, die God vreest, en ik zal vertellen, wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.",
      "text1637": "Komt, hoort toe, o alle ghy die Godt vreest, ende ick sal vertellen wat hy aen mijne ziele gedaen heeft.",
      "text2026": "Kom, hoor toe, o allen u, die God vreest, en ik zal vertellen, wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לְכֽוּ",
          "strongs": "H3212",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "שִׁמְע֣וּ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqv2mp"
        },
        {
          "woord": "וַ֭/אֲסַפְּרָה",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HC/Vph1cs"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "יִרְאֵ֣י",
          "strongs": "H3373",
          "morph": "HAampc"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֑ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֖ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "עָשָׂ֣ה",
          "strongs": "H6213",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/נַפְשִֽׁ/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HR/Ncbsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Kom, hoor toe, o allen u, die God vreest, en ik zal vertellen, wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.",
      "text1637_html": "Komt, hoort toe, o alle ghy die Godt vreest, ende ick sal vertellen wat hy aen mijne ziele gedaen heeft.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Komt, hoort",
          "new": "Kom, hoor",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "gij,",
          "new": "u,",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Ik riep tot Hem met mijn mond, en Hij werd verhoogd onder mijn tong.",
      "text1637": "Ick riep tot hem met mijnen monde: ende hy wert verhoocht [28] onder mijne tonge.",
      "text2026": "Ik riep tot Hem met mijn mond, en Hij werd verhoogd onder mijn tong.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "onder mijn tong: Dat is, [gelijk sommigen verstaan] in mijn hart, in mijn binnenste gedeelte. Want de goddelozen hebben Gods lof wel op de tong, maar dieper gaat hij niet. Anderen nemen het in dezen zin: mijn mond zal vol zijn van zijnen lof. Verg. Ps. 10:7 . Psalmen 10:7 : Zijn mond is vol van vloek, en bedriegerijen, en list; onder zijn tong is moeite en ongerechtigheid.",
          "text1637": "D. (als sommige verstaen) in mijn herte, in mijne binnenste partijen. want de godtloose hebben Godts lof wel op de tonge, maer dieper en gaetse niet. Andere nemen’t in desen sin: mijn mont sal vol zijn van sijnen lof. Vergel. Psal. 10.7.",
          "text2026": "onder mijn tong: Dat is, [gelijk sommigen verstaan] in mijn hart, in mijn binnenste gedeelte. Want de goddelozen hebben Gods lof wel op de tong, maar dieper gaat hij niet. Anderen nemen het in deze zin: mijn mond zal vol zijn van zijn lof. Verg. Ps. 10:7 . Psalmen 10:7 : Zijn mond is vol van vloek, en bedriegerijen, en list; onder zijn tong is moeite en ongerechtigheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֵלָ֥י/ו",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "פִּֽ/י",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "קָרָ֑אתִי",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/רוֹמַ֗ם",
          "strongs": "H7318",
          "morph": "HC/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "תַּ֣חַת",
          "strongs": "H8478",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "לְשׁוֹנִֽ/י",
          "strongs": "H3956",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik riep tot Hem met mijn mond, en Hij werd verhoogd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> onder mijn tong.",
      "textSV1888_html": "Ik riep tot Hem met mijn mond, en Hij werd verhoogd<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> onder mijn tong.",
      "text1637_html": "Ick riep tot hem met mijnen monde: ende hy wert verhoocht <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> onder mijne tonge."
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "Had ik naar ongerechtigheid met mijn hart gezien, de Heere zou niet gehoord hebben.",
      "text1637": "Hadde ick [29] nae ongerechticheyt met mijn herte gesien, de Heere en soude [30] niet gehoort hebben.",
      "text2026": "Had ik naar ongerechtigheid met mijn hart gezien, de Heere zou niet gehoord hebben.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "naar ongerechtigheid: Dat is, mij tot den dienst van ongerechtigheid overgegeven. Verg. Job 31:26 ; Hab. 1:13 . Anders, had ik ongerechtigheid in mijn hart gezien; dat is, voorgenomen. Job 31:26 : Zo ik het licht aangezien heb, wanneer het scheen, of de maan heerlijk voortgaande; Habakuk 1:13 : Gij zijt te rein van ogen, dan dat Gij het kwade zoudt zien, en de kwelling kunt Gij niet aanschouwen; waarom zoudt Gij aanschouwen die trouwelooslijk handelen? Waarom zoudt Gij zwijgen, als de goddeloze dien verslindt, die rechtvaardiger is dan hij?",
          "text1637": "D. my tot dienst van ongerechticheyt over-gegeven. Vergel. Iob 31.26. Hab. 1.13. And. hadd ick ongerechticheyt in mijn herte gesien. D. voorgenomen.",
          "text2026": "naar ongerechtigheid: Dat is, mij tot de dienst van ongerechtigheid overgegeven. Verg. Job 31:26 ; Hab. 1:13 . Anders, had ik ongerechtigheid in mijn hart gezien; dat is, voorgenomen. Job 31:26 : Zo ik het licht aangezien heb, wanneer het scheen, of de maan heerlijk voortgaande; Habakuk 1:13 : U bent te rein van ogen, dan dat U het kwade zoudt zien, en de kwelling kunt U niet aanschouwen; waarom zoudt U aanschouwen die trouweloos handelen? Waarom zoudt U zwijgen, als de goddeloze die verslindt, die rechtvaardiger is dan hij?"
        },
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "niet gehoord hebben: Want Hij hoort geen zondaars noch huichelaars, Job 27:8 , 27:9 ; Spreuk. 15:29 , enz., Joh. 9:31 . Job 27:8 : Want wat is de verwachting des huichelaars, als hij zal gierig geweest zijn, wanneer God zijn ziel zal uittrekken? Job 27:9 : Zal God zijn geroep horen, als benauwdheid over hem komt? Spreuken 15:29 : De HEERE is ver van de goddelozen; maar het gebed der rechtvaardigen zal Hij verhoren. Johannes 9:31 : En wij weten, dat God de zondaars niet hoort; maar zo iemand godvruchtig is, en Zijn wil doet, dien hoort Hij.",
          "text1637": "Want hy en hoort geen sondaers nochte huychelaers, Ioh. 9.31. Iob 27.8, 9. Prov. 15.29, etc.",
          "text2026": "niet gehoord hebben: Want Hij hoort geen zondaars noch huichelaars, Job 27:8 , 27:9 ; Spr. 15:29 , enz., Joh. 9:31 . Job 27:8 : Want wat is de verwachting van de huichelaar, als hij zal gierig geweest zijn, wanneer God zijn ziel zal uittrekken? Job 27:9 : Zal God zijn geroep horen, als benauwdheid over hem komt? Spreuken 15:29 : JAHWEH is ver van de goddelozen; maar het gebed van de rechtvaardigen zal Hij verhoren. Johannes 9:31 : En wij weten, dat God de zondaars niet hoort; maar zo iemand godvruchtig is, en Zijn wil doet, die hoort Hij."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָ֭וֶן",
          "strongs": "H205",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אִם",
          "strongs": "H518",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "רָאִ֣יתִי",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְ/לִבִּ֑/י",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לֹ֖א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁמַ֣ע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqi3ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָֽ/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Had ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> naar ongerechtigheid met mijn hart gezien, de Heere zou<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> niet gehoord hebben.",
      "textSV1888_html": "Had ik<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> naar ongerechtigheid met mijn hart gezien, de Heere zou<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> niet gehoord hebben.",
      "text1637_html": "Hadde ick <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> nae ongerechticheyt met mijn herte gesien, de Heere en soude <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> niet gehoort hebben.",
      "phraseDiff": []
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Maar zeker, God heeft gehoord; Hij heeft gemerkt op de stem mijns gebeds.",
      "text1637": "Maer seker, Godt heeft gehoort: hy heeft gemerckt op de stemme mijns gebedts.",
      "text2026": "Maar zeker, God heeft gehoord; Hij heeft gemerkt op de stem van mijn gebed.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אָ֭כֵן",
          "strongs": "H403",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "שָׁמַ֣ע",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֑ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "הִ֝קְשִׁ֗יב",
          "strongs": "H7181",
          "morph": "HVhp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְּ/ק֣וֹל",
          "strongs": "H6963",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "תְּפִלָּתִֽ/י",
          "strongs": "H8605",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar zeker, God heeft gehoord; Hij heeft gemerkt op de stem van mijn gebed.",
      "text1637_html": "Maer seker, Godt heeft gehoort: hy heeft gemerckt op de stemme mijns gebedts.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijns gebeds.",
          "new": "van mijn gebed.",
          "principe": "V213"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Geloofd zij God, Die mijn gebed niet heeft afgewend, noch Zijn goedertierenheid van mij.",
      "text1637": "[31] Gelooft zy Godt, die mijn gebedt niet en heeft afgewendt, nochte sijne goedertierenheyt van my.",
      "text2026": "Geloofd zij God, Die mijn gebed niet heeft afgewend, noch Zijn goedertierenheid van mij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., בָּרוּךְ, gezegend.",
          "text1637": "Hebr. gesegent.",
          "text2026": "Hebr., בָּרוּךְ, gezegend."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "בָּר֥וּךְ",
          "strongs": "H1288",
          "morph": "HVqsmsa"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֑ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "לֹֽא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "הֵסִ֘יר",
          "strongs": "H5493",
          "morph": "HVhp3ms"
        },
        {
          "woord": "תְּפִלָּתִ֥/י",
          "strongs": "H8605",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/חַסְדּ֗/וֹ",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HC/Ncmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "מֵ/אִתִּֽ/י",
          "strongs": "H854",
          "morph": "HR/R/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Geloofd zij God, Die mijn gebed niet heeft afgewend, noch Zijn goedertierenheid van mij.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Geloofd zij God, Die mijn gebed niet heeft afgewend, noch Zijn goedertierenheid van mij.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> Gelooft zy Godt, die mijn gebedt niet en heeft afgewendt, nochte sijne goedertierenheyt van my."
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "De Propheet vermaent eenen yegelicken tot Godts lof, over sijne wonderbare werken, bysonderlick over de verlossingen sijner kercke uyt allerleye nooden, daer mede hyse beproeft, daer neffens als een patroon van recht bidden ende dancken, voorstellende sijn eygen exempel ende ondervindinge.",
    "text2026": "De profeet vermaant iedereen tot Gods lof, over Zijn wonderbare werken, in het bijzonder over de verlossingen van Zijn Kerk uit allerlei nood, waarmee Hij haar beproeft; daarbij stelt hij, als een voorbeeld van recht bidden en danken, zijn eigen voorbeeld en ondervinding voor."
  }
}
