{
  "number": 69,
  "verses": [
    {
      "number": 1,
      "textSV1888": "Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Schoschannim.",
      "text1637": "[EEn Psalm] Davids: voor den [1] Opper-sang-meester, op [2] Schoschannim.",
      "text2026": "Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op Schoschannim.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "1",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.",
          "text1637": "Siet Psal. 4. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 4:1 . Psalmen 4:1 : Een psalm van David, voor de opperzangmeester, op de Neginoth."
        },
        {
          "marker": "2",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 45:1 . Psalmen 45:1 : Een onderwijzing, een lied der liefde, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach, op Schoschannim.",
          "text1637": "Siet Psal. 45. op vers 1.",
          "text2026": "Zie Ps. 45:1 . Psalmen 45:1 : Een onderwijzing, een lied van de liefde, voor de opperzangmeester, onder de kinderen van Korach, op Schoschannim."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "לַ/מְנַצֵּ֬חַ",
          "strongs": "H5329",
          "morph": "HRd/Vprmsa"
        },
        {
          "woord": "עַֽל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "שׁוֹשַׁנִּ֬ים",
          "strongs": "H7799",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/דָוִֽד",
          "strongs": "H1732",
          "morph": "HR/Np"
        }
      ],
      "text2026_html": "Een psalm van David, voor de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> opperzangmeester, op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Schoschannim.",
      "textSV1888_html": "Een psalm van David, voor den<sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> opperzangmeester, op<sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Schoschannim.",
      "text1637_html": "[EEn Psalm] Davids: voor den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"1\">1</sup> Opper-sang-meester, op <sup class=\"note-marker\" data-note=\"2\">2</sup> Schoschannim.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 2,
      "textSV1888": "Verlos mij, o God! want de wateren zijn gekomen tot aan de ziel.",
      "text1637": "Verlost my, o Godt: want de [3] wateren zijn gekomen tot aen de ziele.",
      "text2026": "Verlos mij, o God! want de wateren zijn gekomen tot aan de ziel.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "3",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, overgrote gevaren dreigen mij het leven te benemen; zie 2 Sam. 22:17 , alzo vers 3 , 69:15 , 69:16 . 2 Samuël 22:17 : Hij zond van de hoogte, Hij nam mij, Hij trok mij op uit grote wateren. Psalmen 69:3 : Ik ben gezonken in grondeloze modder, waar men niet kan staan; ik ben gekomen in de diepten der wateren, en de vloed overstroomt mij. Psalmen 69:15 : Ruk mij uit het slijk, en laat mij niet verzinken; laat mij gered worden van mijn haters, en uit de diepten der wateren. Psalmen 69:16 : Laat de watervloed mij niet overstromen, en laat de diepte mij niet verslinden; en laat den put zijn mond over mij niet toesluiten.",
          "text1637": "D. overgroote perijckelen dreygen my het leven te benemen. siet 2.Sam. 22. op vers 17. alsoo versen 3, 15, 16.",
          "text2026": "Dat is, overgrote gevaren dreigen mij het leven te benemen; zie 2 Sam. 22:17 , zo vers 3 , 69:15 , 69:16 . 2 Samuël 22:17 : Hij zond van de hoogte, Hij nam mij, Hij trok mij op uit grote wateren. Psalmen 69:3 : Ik ben gezonken in grondeloze modder, waar men niet kan staan; ik ben gekomen in de diepten van de wateren, en de vloed overstroomt mij. Psalmen 69:15 : Ruk mij uit het slijk, en laat mij niet verzinken; laat mij gered worden van mijn haters, en uit de diepten van de wateren. Psalmen 69:16 : Laat de watervloed mij niet overstromen, en laat de diepte mij niet verslinden; en laat de put zijn mond over mij niet toesluiten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הוֹשִׁיעֵ֥/נִי",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HVhv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֑ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "בָ֖אוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "מַ֣יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "עַד",
          "strongs": "H5704",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "נָֽפֶשׁ",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Verlos mij, o God! want de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> wateren zijn gekomen tot aan de ziel.",
      "textSV1888_html": "Verlos mij, o God! want de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> wateren zijn gekomen tot aan de ziel.",
      "text1637_html": "Verlost my, o Godt: want de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"3\">3</sup> wateren zijn gekomen tot aen de ziele."
    },
    {
      "number": 3,
      "textSV1888": "Ik ben gezonken in grondeloze modder, waar men niet kan staan; ik ben gekomen in de diepten der wateren, en de vloed overstroomt mij.",
      "text1637": "Ick ben gesoncken in [4] grondeloose modder, [5] daermen niet en kan staen: ick ben gekomen in de diepten der wateren, ende de vloet [6] overstroomt my.",
      "text2026": "Ik ben gezonken in grondeloze modder, waar men niet kan staan; ik ben gekomen in de diepten van de wateren, en de vloed overstroomt mij.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "4",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "grondeloze modder: Hebr. modder der grondeloosheid, of diepte.",
          "text1637": "Hebr. modder der grondeloosheyt, ofte, diepte.",
          "text2026": "grondeloze modder: Hebr. modder van de grondeloosheid, of diepte."
        },
        {
          "marker": "5",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. en daar is [om zo te spreken] gene standing; dat is, geen vastigheid, grond; ik zink er al dieper en dieper in.",
          "text1637": "Hebr. ende daer en is (om soo te spreken) geene standige, D. geene vasticheyt, gront, ick sincker al dieper ende dieper in.",
          "text2026": "Hebr. en daar is [om zo te spreken] gene standing; dat is, geen vastheid, grond; ik zink er al dieper en dieper in."
        },
        {
          "marker": "6",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, dreigt mij weg te rukken. Hier wordt gebruikt het woord Schibboleth, waarvan Richt. 12:6 ; alzo onder, vers 16 . Richteren 12:6 : Zo zeiden zij tot hem: Zeg nu Schibboleth; maar hij zeide: Sibbolet, en kon het alzo niet recht spreken; zo grepen zij hem, en versloegen hem aan de veren van de Jordaan, dat te dier tijd van Efraïm vielen twee en veertig duizend. Psalmen 69:16 : Laat de watervloed mij niet overstromen, en laat de diepte mij niet verslinden; en laat den put zijn mond over mij niet toesluiten.",
          "text1637": "D. dreycht my wech te rucken. hier wort gebruyckt het woort Schibboleth, waer van Iudic. 12. op vers 6. alsoo onder vers 16.",
          "text2026": "Dat is, dreigt mij weg te rukken. Hier wordt gebruikt het woord Schibboleth, waarvan Richt. 12:6 ; zo onder, vers 16 . Richteren 12:6 : Zo zeiden zij tot hem: Zeg nu Schibboleth; maar hij zei: Sibbolet, en kon het zo niet recht spreken; zo grepen zij hem, en versloegen hem aan de veren van de Jordaan, dat in die tijd van Efraïm vielen twee en veertig duizend. Psalmen 69:16 : Laat de watervloed mij niet overstromen, en laat de diepte mij niet verslinden; en laat de put zijn mond over mij niet toesluiten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "טָבַ֤עְתִּי",
          "strongs": "H2883",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "בִּ/יוֵ֣ן",
          "strongs": "H3121",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "מְ֭צוּלָה",
          "strongs": "H4688",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֵ֣ין",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "מָעֳמָ֑ד",
          "strongs": "H4613",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "בָּ֥אתִי",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְ/מַעֲמַקֵּי",
          "strongs": "H4615",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "מַ֝֗יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/שִׁבֹּ֥לֶת",
          "strongs": "H7641",
          "morph": "HC/Ncfsa"
        },
        {
          "woord": "שְׁטָפָֽתְ/נִי",
          "strongs": "H7857",
          "morph": "HVqp3fs/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik ben gezonken in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> grondeloze modder,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> waar men niet kan staan; ik ben gekomen in de diepten van de wateren, en de vloed<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> overstroomt mij.",
      "textSV1888_html": "Ik ben gezonken in<sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> grondeloze modder,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> waar men niet kan staan; ik ben gekomen in de diepten der wateren, en de vloed<sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> overstroomt mij.",
      "text1637_html": "Ick ben gesoncken in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"4\">4</sup> grondeloose modder, <sup class=\"note-marker\" data-note=\"5\">5</sup> daermen niet en kan staen: ick ben gekomen in de diepten der wateren, ende de vloet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"6\">6</sup> overstroomt my.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 4,
      "textSV1888": "Ik ben vermoeid van mijn roepen, mijn keel is ontstoken, mijn ogen zijn bezweken, daar ik ben hopende op mijn God.",
      "text1637": "Ick ben vermoeyt van mijn roepen, mijn keel is ontsteken, mijne oogen zijn besweken: daer ick ben hopende op mijnen Godt.",
      "text2026": "Ik ben vermoeid van mijn roepen, mijn keel is ontstoken, mijn ogen zijn bezweken, daar ik ben hopende op mijn God.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יָגַ֣עְתִּי",
          "strongs": "H3021",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְ/קָרְאִ/י֮",
          "strongs": "H7121",
          "morph": "HR/Vqc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נִחַ֪ר",
          "strongs": "H2787",
          "morph": "HVNp3ms"
        },
        {
          "woord": "גְּר֫וֹנִ֥/י",
          "strongs": "H1627",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "כָּל֥וּ",
          "strongs": "H3615",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "עֵינַ֑/י",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מְ֝יַחֵ֗ל",
          "strongs": "H3176",
          "morph": "HVprmsa"
        },
        {
          "woord": "לֵ/אלֹהָֽ/י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik ben vermoeid van mijn roepen, mijn keel is ontstoken, mijn ogen zijn bezweken, daar ik ben hopende op mijn God.",
      "text1637_html": "Ick ben vermoeyt van mijn roepen, mijn keel is ontsteken, mijne oogen zijn besweken: daer ick ben hopende op mijnen Godt."
    },
    {
      "number": 5,
      "textSV1888": "Die mij zonder oorzaak haten, zijn meer dan de haren mijns hoofds; die mij zoeken te vernielen, die mij om valse oorzaken vijand zijn, zijn machtig geworden; wat ik niet geroofd heb, moet ik alsdan wedergeven.",
      "text1637": "Die my [7] sonder oorsake haten, zijn meer dan de hayren mijns hoofts; die my soecken te [8] vernielen, die my om [9] valsche oorsaken vyant zijn, zijn machtich geworden: [10] dat ick niet gerooft en hebbe, moet ick alsdan wedergeven.",
      "text2026": "Die mij zonder oorzaak haten, zijn meer dan de haar van mijn hoofd; die mij zoeken te vernielen, die mij om valse oorzaken vijand zijn, zijn machtig geworden; wat ik niet geroofd heb, moet ik dan wedergeven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "7",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zonder oorzaak: Hebr. tevergeefs, omniet.",
          "text1637": "Hebr. te vergeefs, om niet.",
          "text2026": "zonder oorzaak: Hebr. tevergeefs, omniet."
        },
        {
          "marker": "8",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. die mij vernielen; dat is, zoeken te vernielen, uit te roeien, neder te smijten, die daarmede steeds bezig zijn, het schort aan hen niet, wil hij zeggen. Verg. Ps. 56:2 . Psalmen 56:2 : Wees mij genadig, o God! want de mens zoekt mij op te slokken; den gansen dag dringt mij de bestrijder.",
          "text1637": "Hebr. die my vernielen, dat is, soecken te vernielen, uyt te roeyen, neder te smijten, die daermede steets besich zijn, het schort aen haer niet, wil hy seggen. Vergel. Psal. 56. op vers 2.",
          "text2026": "Hebr. die mij vernielen; dat is, zoeken te vernielen, uit te roeien, neder te smijten, die daarmee steeds bezig zijn, het schort aan hen niet, wil hij zeggen. Verg. Ps. 56:2 . Psalmen 56:2 : Wees mij genadig, o God! want de mens zoekt mij op te slokken; de gansen dag dringt mij de bestrijder."
        },
        {
          "marker": "9",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. [om] leugen, valsheid.",
          "text1637": "Hebr. [om] leugen, valscheyt.",
          "text2026": "Hebr. [om] leugen, valsheid."
        },
        {
          "marker": "10",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "wat ik: David wil zeggen dat hij, onschuldig zijnde, nochtans als een schuldige of misdadiger wordt behandeld. Dit moet ook op Christus geduid worden, die niet zijn eigen, maar onze zonden heeft gedragen; Jes. 53:4 , 53:5 , 53:6 , 53:7 , 53:8 ; 1 Petr. 2:24 , en 1 Petr. 3:18 . Sommigen duiden het op den Heere Christus in dezen in, dat Hij het onrecht heeft moeten lijden, omdat Hij gezegd had dat Hij Gods Zoon was, daar Hij in der waarheid Gods eigen en eeuwige Zoon was, eenswezens met den Vader en geen geroofde godheid hebbende; zie Joh. 19:7 , en Filipp. 2:6 . Jesaja 53:4 : Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was. Jesaja 53:5 : Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Jesaja 53:6 : Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen. Jesaja 53:7 : Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. Jesaja 53:8 : Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der levenden; om de overtreding Mijns volks is de plage op Hem geweest. 1 Petrus 2:24 : Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt. 1 Petrus 3:18 : Want Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen; Die wel is gedood in het vlees, maar levend gemaakt door den Geest; Johannes 19:7 : De Joden antwoordden hem: Wij hebben een wet, en naar onze wet moet Hij sterven, want Hij heeft Zichzelven Gods Zoon gemaakt. Filippensen 2:6 : Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn;",
          "text1637": "David wil seggen, dat hy onschuldich zijnde, nochtans als een schuldige ofte misdadige wort gehandelt. Dit moet oock op Christum geduydt worden, die niet sijne eygene, maer onse sonden, heeft gedragen, Ies. 53.4, 5, 6, 7, 8. 1.Pet. 2.24. ende 3.18. Sommige duyden’t op den Heere Christum in desen sin, dat hy ’t onrecht heeft moeten lijden, om dat hy geseyt hadde, dat hy Godts Sone was, daer hy in der waerheyt Godts eygen ende eeuwige Sone was, eens wesens met den Vader, ende geene geroofde Godtheyt hebbende. Siet Phil. 2.6. ende Ioh. 19.7.",
          "text2026": "wat ik: David wil zeggen dat hij, onschuldig zijnde, nochtans als een schuldige of misdadiger wordt behandeld. Dit moet ook op Christus geduid worden, die niet zijn eigen, maar onze zonden heeft gedragen; Jes. 53:4 , 53:5 , 53:6 , 53:7 , 53:8 ; 1 Petr. 2:24 , en 1 Petr. 3:18 . Sommigen duiden het op de Heer Christus in deze in, dat Hij het onrecht heeft moeten lijden, omdat Hij gezegd had dat Hij Gods Zoon was, daar Hij in van de waarheid Gods eigen en eeuwige Zoon was, eenswezens met de Vader en geen geroofde godheid hebbende; zie Joh. 19:7 , en Filipp. 2:6 . Jesaja 53:4 : Waarlijk, Hij heeft onze ziekten op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; maar wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was. Jesaja 53:5 : Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Jesaja 53:6 : Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iedereen naar zijn weg; maar JAHWEH heeft onzer van alle ongerechtigheid op Hem doen aanlopen. Jesaja 53:7 : Als dezelfde geëist werd, toen werd Hij verdrukt; maar Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijn scheerders, zo deed Hij Zijn mond niet open. Jesaja 53:8 : Hij is uit de angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land van de levenden; om de overtreding Mijns volks is de plage op Hem geweest. 1 Petrus 2:24 : Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, van de zonden afgestorven zijnde, van de gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen u genezen bent. 1 Petrus 3:18 : Want Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen; Die wel is gedood in het vlees, maar levend gemaakt door de Geest; Johannes 19:7 : De Joden antwoordden hem: Wij hebben een wet, en naar onze wet moet Hij sterven, want Hij heeft Zichzelven Gods Zoon gemaakt. Filippensen 2:6 : Die in de gestalte van God zijnde, geen roof geacht heeft voor God even gelijk te zijn;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "רַבּ֤וּ",
          "strongs": "H7231",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "מִ/שַּׂעֲר֣וֹת",
          "strongs": "H8185",
          "morph": "HR/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "רֹאשִׁ/י֮",
          "strongs": "H7218",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שֹׂנְאַ֪/י",
          "strongs": "H8130",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "חִ֫נָּ֥ם",
          "strongs": "H2600",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "עָצְמ֣וּ",
          "strongs": "H6105",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "מַ֭צְמִיתַ/י",
          "strongs": "H6789",
          "morph": "HVhrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "אֹיְבַ֣/י",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שֶׁ֑קֶר",
          "strongs": "H8267",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁ֥ר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "גָ֝זַ֗לְתִּי",
          "strongs": "H1497",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "אָ֣ז",
          "strongs": "H227",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "אָשִֽׁיב",
          "strongs": "H7725",
          "morph": "HVhi1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Die mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> zonder oorzaak haten, zijn meer dan de haar van mijn hoofd; die mij zoeken te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> vernielen, die mij om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> valse oorzaken vijand zijn, zijn machtig geworden;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> wat ik niet geroofd heb, moet ik dan wedergeven.",
      "textSV1888_html": "Die mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> zonder oorzaak haten, zijn meer dan de haren mijns hoofds; die mij zoeken te<sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> vernielen, die mij om<sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> valse oorzaken vijand zijn, zijn machtig geworden;<sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> wat ik niet geroofd heb, moet ik alsdan wedergeven.",
      "text1637_html": "Die my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"7\">7</sup> sonder oorsake haten, zijn meer dan de hayren mijns hoofts; die my soecken te <sup class=\"note-marker\" data-note=\"8\">8</sup> vernielen, die my om <sup class=\"note-marker\" data-note=\"9\">9</sup> valsche oorsaken vyant zijn, zijn machtich geworden: <sup class=\"note-marker\" data-note=\"10\">10</sup> dat ick niet gerooft en hebbe, moet ick alsdan wedergeven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "haren mijns hoofds;",
          "new": "haar van mijn hoofd;",
          "principe": "V213"
        },
        {
          "old": "alsdan",
          "new": "dan",
          "principe": "V196"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 6,
      "textSV1888": "O God! Gij weet van mijn dwaasheid, en mijn schulden zijn voor U niet verborgen.",
      "text1637": "O Godt, ghy weet van mijne [11] dwaesheyt: ende mijne schulden en zijn voor u niet verborgen.",
      "text2026": "O God! U weet van mijn dwaasheid, en mijn schulden zijn voor U niet verborgen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "11",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of ik schuldig ben aan de zonden en boze stukken, die zij mij ten laste leggen; het ongelijk, dat zij mij aandoen, is U bekend. Alzo Job 16:18 . Aarde bedek mijn bloed niet; te weten, indien ik het mocht vergoten hebben. Verg. Ps. 38:6 . Job 16:18 : O, aarde! bedek mijn bloed niet; en voor mijn geroep zij geen plaats. Psalmen 38:6 : Mijn etterbuilen stinken, zij zijn vervuild, vanwege mijn dwaasheid.",
          "text1637": "Of ick schuldich ben aen de sonden ende boose stucken, die sy my te laste leggen: het ongelijck, dat sy my aendoen, is u bekent, alsoo Iob 16.18. Aerde en bedeckt mijn bloet niet, T.w. indien ick ’t mochte vergoten hebben. Vergel. Psal. 38.6.",
          "text2026": "Of ik schuldig ben aan de zonden en boze stukken, die zij mij ten laste leggen; het ongelijk, dat zij mij aandoen, is U bekend. Zo Job 16:18 . Aarde bedek mijn bloed niet; te weten, als ik het mocht vergoten hebben. Verg. Ps. 38:6 . Job 16:18 : O, aarde! bedek mijn bloed niet; en voor mijn geroep zij geen plaats. Psalmen 38:6 : Mijn etterbuilen stinken, zij zijn vervuild, vanwege mijn dwaasheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֱֽלֹהִ֗ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "יָ֭דַעְתָּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "לְ/אִוַּלְתִּ֑/י",
          "strongs": "H200",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/אַשְׁמוֹתַ֗/י",
          "strongs": "H819",
          "morph": "HC/Ncfpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִמְּ/ךָ֥",
          "strongs": "H4480",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "לֹא",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "נִכְחָֽדוּ",
          "strongs": "H3582",
          "morph": "HVNp3cp"
        }
      ],
      "text2026_html": "O God! U weet van mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> dwaasheid, en mijn schulden zijn voor U niet verborgen.",
      "textSV1888_html": "O God! Gij weet van mijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> dwaasheid, en mijn schulden zijn voor U niet verborgen.",
      "text1637_html": "O Godt, ghy weet van mijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"11\">11</sup> dwaesheyt: ende mijne schulden en zijn voor u niet verborgen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 7,
      "textSV1888": "Laat hen door mij niet beschaamd worden, die U verwachten, o Heere, HEERE der heirscharen, laat hen door mij niet te schande worden, die U zoeken, o God Israëls!",
      "text1637": "[12] Laetse door my niet beschaemt worden, die u verwachten, ô Heere, HEERE der heyrscharen: laetse door my niet te schande worden, die u soecken, ô Godt Israëls.",
      "text2026": "Laat hen door mij niet beschaamd worden, die U verwachten, o Heere, JAHWEH van de legermachten, laat hen door mij niet te schande worden, die U zoeken, o God van Israël!",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "12",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Laat hen: De vromen [wil hij zeggen], die het met mij houden en een goede uitkomst mijner zaken, volgens uw woord, verwachten en beschaamd zouden uitkomen, zo Gij mij verliet; nu is mijne zaak niet alleen hunne zaak, maar ook uwe zaak, dewijl ik en zij ons tezamen aan U en uw woord houden, daarom, enz.",
          "text1637": "De vroome (wil hy seggen) die ’t met my houden, ende eene goede uytkomste mijner saken, volgens u woort, verwachten, ende beschaemt souden uytkomen, so ghy my verliet: nu is mijne sake niet alleen hare sake, maer oock uwe sake, dewijle ick ende sy ons t’samen aen u ende u woort houden, daerom, etc.",
          "text2026": "Laat hen: De vromen [wil hij zeggen], die het met mij houden en een goede uitkomst mijn zaken, volgens uw woord, verwachten en beschaamd zouden uitkomen, zo U mij verliet; nu is mijn zaak niet alleen hun zaak, maar ook uw zaak, omdat ik en zij ons tezamen aan U en uw woord houden, daarom, enz."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יֵ֘בֹ֤שׁוּ",
          "strongs": "H954",
          "morph": "HVqj3mp"
        },
        {
          "woord": "בִ֨/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "קֹוֶי/ךָ֮",
          "strongs": "H6960",
          "morph": "HVqrmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲדֹנָ֥/י",
          "strongs": "H136",
          "morph": "HNcmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְהוִ֗ה",
          "strongs": "H3069",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "צְבָ֫א֥וֹת",
          "strongs": "H6635",
          "morph": "HNcbpa"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִכָּ֣לְמוּ",
          "strongs": "H3637",
          "morph": "HVNj3mp"
        },
        {
          "woord": "בִ֣/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מְבַקְשֶׁ֑י/ךָ",
          "strongs": "H1245",
          "morph": "HVprmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֱ֝לֹהֵ֗י",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂרָאֵֽל",
          "strongs": "H3478",
          "morph": "HNp"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Laat hen door mij niet beschaamd worden, die U verwachten, o Heere, JAHWEH van de legermachten, laat hen door mij niet te schande worden, die U zoeken, o God van Israël!",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Laat hen door mij niet beschaamd worden, die U verwachten, o Heere, HEERE der heirscharen, laat hen door mij niet te schande worden, die U zoeken, o God Israëls!",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"12\">12</sup> Laetse door my niet beschaemt worden, die u verwachten, ô Heere, HEERE der heyrscharen: laetse door my niet te schande worden, die u soecken, ô Godt Israëls.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE der heirscharen,",
          "new": "JAHWEH van de legermachten,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Israëls!",
          "new": "van Israël!",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 8,
      "textSV1888": "Want om Uwentwil draag ik versmaadheid; schande heeft mijn aangezicht bedekt.",
      "text1637": "Want om uwent wille draech ick versmaetheyt: schande heeft mijn aengesichte bedeckt.",
      "text2026": "Want om Uwentwil draag ik versmaadheid; schande heeft mijn aangezicht bedekt.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "עָ֭לֶי/ךָ",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "נָשָׂ֣אתִי",
          "strongs": "H5375",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "חֶרְפָּ֑ה",
          "strongs": "H2781",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "כִּסְּתָ֖ה",
          "strongs": "H3680",
          "morph": "HVpp3fs"
        },
        {
          "woord": "כְלִמָּ֣ה",
          "strongs": "H3639",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "פָנָֽ/י",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want om Uwentwil draag ik versmaadheid; schande heeft mijn aangezicht bedekt.",
      "text1637_html": "Want om uwent wille draech ick versmaetheyt: schande heeft mijn aengesichte bedeckt."
    },
    {
      "number": 9,
      "textSV1888": "Ik ben mijn broederen vreemd geworden, en onbekend aan mijner moeders kinderen.",
      "text1637": "[13] Ick ben mijnen broederen vreemt geworden: ende onbekent mijner moeder kinderen.",
      "text2026": "Ik ben mijn broers vreemd geworden, en onbekend aan mijn moeders kinderen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "13",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Ik ben: Dat is, niemand wil mij kennen, zelfs ook niet mijn naaste vrienden. Verg. Job 19:13 , 19:14 , 19:15 , 19:16 , en vers 9 , Ps. 27:10 met de aantekeningen. Job 19:13 : Mijn broeders heeft Hij verre van mij gedaan; en die mij kennen, zekerlijk, zij zijn van mij vervreemd. Job 19:14 : Mijn nabestaanden houden op, en mijn bekenden vergeten mij. Job 19:15 : Mijn huisgenoten en mijn dienstmaagden achten mij voor een vreemde; een uitlander ben ik in hun ogen. Job 19:16 : Ik riep mijn knecht, en hij antwoordde niet; ik smeekte met mijn mond tot hem. Psalmen 69:9 : Ik ben mijn broederen vreemd geworden, en onbekend aan mijner moeders kinderen. Psalmen 27:10 : Want mijn vader en mijn moeder hebben mij verlaten, maar de HEERE zal mij aannemen.",
          "text1637": "D. niemant wil my kennen, selfs oock niet mijne naeste vrienden. Vergel. Iob 19.13, 14, 15, 16. ende bov. Psal. 27.10. met d’aenteeck.",
          "text2026": "Ik ben: Dat is, niemand wil mij kennen, zelfs ook niet mijn naaste vrienden. Verg. Job 19:13 , 19:14 , 19:15 , 19:16 , en vers 9 , Ps. 27:10 met de aantekeningen. Job 19:13 : Mijn broers heeft Hij verre van mij gedaan; en die mij kennen, zekerlijk, zij zijn van mij vervreemd. Job 19:14 : Mijn nabestaanden houden op, en mijn bekenden vergeten mij. Job 19:15 : Mijn huisgenoten en mijn dienstmaagden achten mij voor een vreemde; een uitlander ben ik in hun ogen. Job 19:16 : Ik riep mijn knecht, en hij antwoordde niet; ik smeekte met mijn mond tot hem. Psalmen 69:9 : Ik ben mijn broers vreemd geworden, en onbekend aan mijn moeders kinderen. Psalmen 27:10 : Want mijn vader en mijn moeder hebben mij verlaten, maar JAHWEH zal mij aannemen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "מ֭וּזָר",
          "strongs": "H2114",
          "morph": "HVHsmsa"
        },
        {
          "woord": "הָיִ֣יתִי",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/אֶחָ֑/י",
          "strongs": "H251",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/נָכְרִ֗י",
          "strongs": "H5237",
          "morph": "HC/Aamsa"
        },
        {
          "woord": "לִ/בְנֵ֥י",
          "strongs": "H1121",
          "morph": "HR/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "אִמִּֽ/י",
          "strongs": "H517",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Ik ben mijn broers vreemd geworden, en onbekend aan mijn moeders kinderen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Ik ben mijn broederen vreemd geworden, en onbekend aan mijner moeders kinderen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"13\">13</sup> Ick ben mijnen broederen vreemt geworden: ende onbekent mijner moeder kinderen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "broederen",
          "new": "broers",
          "principe": "O22b"
        },
        {
          "old": "mijner",
          "new": "mijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 10,
      "textSV1888": "Want de ijver van Uw huis heeft mij verteerd; en de smaadheden dergenen, die U smaden, zijn op mij gevallen.",
      "text1637": "[a] Want den yver [14] van u huys heeft my verteert: ende de smaetheden der gener die u smaden, zijn op my gevallen.",
      "text2026": "Want de ijver van Uw huis heeft mij verteerd; en de smaadheden van degenen, die U smaden, zijn op mij gevallen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "a",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Joh. 2:17 ; Rom. 15:3 . Johannes 2:17 : En Zijn discipelen werden indachtig, dat er geschreven is: De ijver van Uw huis heeft mij verslonden. Romeinen 15:3 : Want ook Christus heeft Zichzelven niet behaagd, maar gelijk geschreven is: De smadingen dergenen, die U smaden, zijn op Mij gevallen.",
          "text1637": "Iohan 2.17. Rom. 15.3.",
          "text2026": "Joh. 2:17 ; Rom. 15:3 . Johannes 2:17 : En Zijn discipelen werden indachtig, dat er geschreven is: De ijver van Uw huis heeft mij verslonden. Romeinen 15:3 : Want ook Christus heeft Zichzelven niet behaagd, maar gelijk geschreven is: De smadingen dergenen, die U smaden, zijn op Mij gevallen."
        },
        {
          "marker": "14",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "van Uw huis: Dat is, tot, of voor uw huis. Dit wordt geduld op onzen Heere Christus; Joh. 2:17 , en Rom. 15:3 . Johannes 2:17 : En Zijn discipelen werden indachtig, dat er geschreven is: De ijver van Uw huis heeft mij verslonden. Romeinen 15:3 : Want ook Christus heeft Zichzelven niet behaagd, maar gelijk geschreven is: De smadingen dergenen, die U smaden, zijn op Mij gevallen.",
          "text1637": "D. tot, ofte, voor u huys. Dit wort geduydt op onsen Heere Christum. Ioh. 2.17. ende Rom. 15. vers 3.",
          "text2026": "van Uw huis: Dat is, tot, of voor uw huis. Dit wordt geduld op onze Heer Christus; Joh. 2:17 , en Rom. 15:3 . Johannes 2:17 : En Zijn discipelen werden indachtig, dat er geschreven is: De ijver van Uw huis heeft mij verslonden. Romeinen 15:3 : Want ook Christus heeft Zichzelven niet behaagd, maar gelijk geschreven is: De smadingen dergenen, die U smaden, zijn op Mij gevallen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "קִנְאַ֣ת",
          "strongs": "H7068",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "בֵּיתְ/ךָ֣",
          "strongs": "H1004",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲכָלָ֑תְ/נִי",
          "strongs": "H398",
          "morph": "HVqp3fs/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וְ/חֶרְפּ֥וֹת",
          "strongs": "H2781",
          "morph": "HC/Ncfpc"
        },
        {
          "woord": "ח֝וֹרְפֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H2778",
          "morph": "HVqrmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "נָפְל֥וּ",
          "strongs": "H5307",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "עָלָֽ/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Want de ijver<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> van Uw huis heeft mij verteerd; en de smaadheden van degenen, die U smaden, zijn op mij gevallen.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Want de ijver<sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> van Uw huis heeft mij verteerd; en de smaadheden dergenen, die U smaden, zijn op mij gevallen.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"a\">a</sup> Want den yver <sup class=\"note-marker\" data-note=\"14\">14</sup> van u huys heeft my verteert: ende de smaetheden der gener die u smaden, zijn op my gevallen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dergenen,",
          "new": "van degenen,",
          "principe": "V302"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 11,
      "textSV1888": "En ik heb geweend in het vasten mijner ziel; maar het is mij geworden tot allerlei smaad.",
      "text1637": "Ende ick hebbe geweent [15] in’t vasten mijner ziele: maer ’t is my geworden tot [16] allerley smaet.",
      "text2026": "En ik heb geweend in het vasten van mijn ziel; maar het is mij geworden tot allerlei smaad.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "15",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "in het: Of, met. De zin is: Als ik mijne ziel, of persoon, met vasten pijnigde of kwelde. Verg. Ps. 35:13 . Psalmen 35:13 : Mij aangaande daarentegen, als zij krank waren, was een zak mijn kleed; ik kwelde mijn ziel met vasten, en mijn gebed keerde weder in mijn boezem.",
          "text1637": "Ofte, met. de sin is, als ick mijne ziele, ofte persoon, met vasten pijnichde ofte quelde. Vergel. Psal. 35.13.",
          "text2026": "in het: Of, met. De zin is: Als ik mijn ziel, of persoon, met vasten pijnigde of kwelde. Verg. Ps. 35:13 . Psalmen 35:13 : Mij aangaande daarentegen, als zij ziek waren, was een zak mijn kleed; ik kwelde mijn ziel met vasten, en mijn gebed keerde weer in mijn boezem."
        },
        {
          "marker": "16",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. smaadheden.",
          "text1637": "Hebr. Smaetheden.",
          "text2026": "Hebr. smaadheden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וָ/אֶבְכֶּ֣ה",
          "strongs": "H1058",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "בַ/צּ֣וֹם",
          "strongs": "H6685",
          "morph": "HRd/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִׁ֑/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וַ/תְּהִ֖י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw3fs"
        },
        {
          "woord": "לַ/חֲרָפ֣וֹת",
          "strongs": "H2781",
          "morph": "HR/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "לִֽ/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "En ik heb geweend<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> in het vasten van mijn ziel; maar het is mij geworden tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> allerlei smaad.",
      "textSV1888_html": "En ik heb geweend<sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> in het vasten mijner ziel; maar het is mij geworden tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> allerlei smaad.",
      "text1637_html": "Ende ick hebbe geweent <sup class=\"note-marker\" data-note=\"15\">15</sup> in’t vasten mijner ziele: maer ’t is my geworden tot <sup class=\"note-marker\" data-note=\"16\">16</sup> allerley smaet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "mijner",
          "new": "van mijn",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 12,
      "textSV1888": "En ik heb een zak tot mijn kleed aangedaan; maar ik ben hun tot een spreekwoord geworden.",
      "text1637": "Ende ick heb eenen [17] sack tot mijn kleet [18] aengedaen: maer ick ben hen tot een spreeckwoort geworden.",
      "text2026": "En ik heb een zak tot mijn kleed aangedaan; maar ik ben hun tot een spreekwoord geworden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "17",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Gen. 37:34 . Genesis 37:34 : Toen scheurde Jakob zijn klederen, en legde een zak om zijn lenden; en hij bedreef rouw over zijn zoon vele dagen.",
          "text1637": "Siet Genes. 37. op vers 34.",
          "text2026": "Zie Gen. 37:34 . Genesis 37:34 : Toen scheurde Jakob zijn kleren, en legde een zak om zijn lenden; en hij bedreef rouw over zijn zoon vele dagen."
        },
        {
          "marker": "18",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., אֶתְּנָ, gegeven.",
          "text1637": "Hebr. gegeven.",
          "text2026": "Hebr., אֶתְּנָ, gegeven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וָ/אֶתְּנָ֣/ה",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqw1cs/Sh"
        },
        {
          "woord": "לְבוּשִׁ֣/י",
          "strongs": "H3830",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שָׂ֑ק",
          "strongs": "H8242",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וָ/אֱהִ֖י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HC/Vqw1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/הֶ֣ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/מָשָֽׁל",
          "strongs": "H4912",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En ik heb een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> zak tot mijn kleed<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> aangedaan; maar ik ben hun tot een spreekwoord geworden.",
      "textSV1888_html": "En ik heb een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> zak tot mijn kleed<sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> aangedaan; maar ik ben hun tot een spreekwoord geworden.",
      "text1637_html": "Ende ick heb eenen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"17\">17</sup> sack tot mijn kleet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"18\">18</sup> aengedaen: maer ick ben hen tot een spreeckwoort geworden."
    },
    {
      "number": 13,
      "textSV1888": "Die in de poort zitten, klappen van mij; en ik ben een snarenspel dergenen, die sterken drank drinken.",
      "text1637": "Die in de poorte [19] sitten, klappen van my: ende ick ben een [20] snarenspel der gener die [21] stercken dranck drincken.",
      "text2026": "Die in de poort zitten, klappen van mij; en ik ben een snarenspel van degenen, die sterke drank drinken.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "19",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Waar men het gericht houdt en het volk bijeenkomt. Zie Gen. 22:17 . Genesis 22:17 : Voorzeker zal Ik u grotelijks zegenen, en uw zaad zeer vermenigvuldigen, als de sterren des hemels, en als het zand, dat aan den oever der zee is; en uw zaad zal de poort zijner vijanden erfelijk bezitten.",
          "text1637": "Daermen’t gerichte houdt, ende ’t volck by een komt. siet Genes. 22. op vers 17.",
          "text2026": "Waar men het gericht houdt en het volk bijeenkomt. Zie Gen. 22:17 . Genesis 22:17 : Voorzeker zal Ik u grotelijks zegenen, en uw zaad zeer vermenigvuldigen, als de sterren van de hemel, en als het zand, dat aan de oever van de zee is; en uw zaad zal de poort zijn vijanden erfelijk bezitten."
        },
        {
          "marker": "20",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, speellieden. Zie Job 30:9 , met de aantekeningen. Job 30:9 : Maar nu ben ik hun een snarenspel geworden, en ik ben hun tot een klapwoord.",
          "text1637": "Ofte, speel-liedeken. siet Iob 30.9. met d’aenteeckeninge.",
          "text2026": "Of, speellieden. Zie Job 30:9 , met de aantekeningen. Job 30:9 : Maar nu ben ik hun een snarenspel geworden, en ik ben hun tot een klapwoord."
        },
        {
          "marker": "21",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "sterken drank: Hebr. Schechar. Zie Lev. 10:10 . Dat is, der dronkaards. Hij wil zeggen dat zij in hun dronken gelagen spotliederen voor hem zongen en speelden. Leviticus 10:10 : En om onderscheid te maken tussen het heilige en tussen het onheilige, en tussen het onreine en tussen het reine;",
          "text1637": "Hebr. Schechar. siet Levit. 10. op vers 22. dat is, der dronckaerts. hy wil seggen, datse in hare dronckene gelagen spot-liedekens van hem songen ende speelden.",
          "text2026": "sterken drank: Hebr. Schechar. Zie Lev. 10:10 . Dat is, van de dronkaards. Hij wil zeggen dat zij in hun dronken gelagen spotliederen voor hem zongen en speelden. Leviticus 10:10 : En om onderscheid te maken tussen het heilige en tussen het onheilige, en tussen het onreine en tussen het reine;"
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יָשִׂ֣יחוּ",
          "strongs": "H7878",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "בִ֭/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יֹ֣שְׁבֵי",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֑עַר",
          "strongs": "H8179",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/נְגִינ֗וֹת",
          "strongs": "H5058",
          "morph": "HC/Ncfpa"
        },
        {
          "woord": "שׁוֹתֵ֥י",
          "strongs": "H8354",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "שֵׁכָֽר",
          "strongs": "H7941",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Die in de poort<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> zitten, klappen van mij; en ik ben een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> snarenspel van degenen, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> sterke drank drinken.",
      "textSV1888_html": "Die in de poort<sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> zitten, klappen van mij; en ik ben een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> snarenspel dergenen, die<sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> sterken drank drinken.",
      "text1637_html": "Die in de poorte <sup class=\"note-marker\" data-note=\"19\">19</sup> sitten, klappen van my: ende ick ben een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"20\">20</sup> snarenspel der gener die <sup class=\"note-marker\" data-note=\"21\">21</sup> stercken dranck drincken.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dergenen,",
          "new": "van degenen,",
          "principe": "V302"
        },
        {
          "old": "sterken",
          "new": "sterke",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 14,
      "textSV1888": "Maar mij aangaande, mijn gebed is tot U, o HEERE; er is een tijd des welbehagens, o God! door de grootheid Uwer goedertierenheid; verhoor mij door de getrouwheid Uws heils.",
      "text1637": "Maer [22] my aengaende, mijn gebedt is tot u, ô HEERE; daer is een [23] tijt des welbehagens, o Godt, door de [24] grootheyt uwer goedertierenheyt: verhoort my door de [25] getrouwicheyt uwes heyls.",
      "text2026": "Maar wat mij betreft, mijn gebed is tot U, o JAHWEH; er is een tijd van het welbehagen, o God! door de grootheid van Uw goedertierenheid; verhoor mij door de getrouwheid van Uw heil.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "22",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mij aangaande: Alsof hij zeide: Ik weet in al deze mijne zwarigheden geen andere toevlucht dan tot U.",
          "text1637": "Als of hy seyde: ick en weet in alle dese mijne swaricheden geene andere toevlucht als tot u.",
          "text2026": "mij aangaande: Alsof hij zei: Ik weet in al deze mijn zwarigheden geen andere toevlucht dan tot U."
        },
        {
          "marker": "23",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Besloten in uw wijzen en zeer genadigen raad, waarin Gij de tijden en minuten hebt geordineerd, wanneer Gij metterdaad wilt en zult bewijzen welke gunst Gij uwen kinderen toedraagt. Anders, [in] den tijd des welbehagens verhoor mij, o God, naar, enz. Verg. Jes. 49:8 ; 2 Kor. 6:2 . Jesaja 49:8 : Alzo zegt de HEERE: In dien tijd des welbehagens heb Ik U verhoord, en ten dage des heils heb Ik U geholpen; en Ik zal U bewaren, en Ik zal U geven tot een verbond des volks, om het aardrijk op te richten, om de verwoeste erfenissen te doen beërven; 2 Korinthiërs 6:2 : Want Hij zegt: In den aangenamen tijd heb Ik u verhoord, en in den dag der zaligheid heb Ik u geholpen. Ziet, nu is het de welaangename tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid!",
          "text1637": "Besloten in uwen wijsen ende seer genadigen raedt, waerinne ghy de tijden ende minuten hebt geordineert, wanneer ghy metter daet wilt ende sult bewijsen, wat gunste ghy uwen kinderen toedraecht. and. [in] den tijt des welbehagens verhoort my, ô Godt, nae, etc. Vergel. Iesa. 49.8. 2.Cor. 6.2.",
          "text2026": "Besloten in uw wijzen en zeer genadigen raad, waarin U de tijden en minuten hebt bestemd, wanneer U metterdaad wilt en zult bewijzen welke gunst U uw kinderen toedraagt. Anders, [in] de tijd van de welbehagens verhoor mij, o God, naar, enz. Verg. Jes. 49:8 ; 2 Kor. 6:2 . Jesaja 49:8 : Zo zegt JAHWEH: In die tijd van de welbehagens heb Ik U verhoord, en op de dag van het heil heb Ik U geholpen; en Ik zal U bewaren, en Ik zal U geven tot een verbond van het volk, om het aarde op te richten, om de verwoeste erfenissen te doen beërven; 2 Korinthiërs 6:2 : Want Hij zegt: In de aangenamen tijd heb Ik u verhoord, en in de dag van de zaligheid heb Ik u geholpen. Ziet, nu is het de welaangename tijd, ziet, nu is het de dag van de zaligheid!"
        },
        {
          "marker": "24",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, veelheid.",
          "text1637": "Ofte, veelheyt.",
          "text2026": "Of, veelheid."
        },
        {
          "marker": "25",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, heilzame trouw, die vereist dat Gij naar uwe beloften mij hoort en helpt.",
          "text1637": "Dat is, heylsame trouwe, die vereyscht dat ghy nae uwe beloften my hooret ende helpet.",
          "text2026": "Dat is, heilzame trouw, die vereist dat U naar uw beloften mij hoort en helpt."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/אֲנִ֤י",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "תְפִלָּתִֽ/י",
          "strongs": "H8605",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "לְ/ךָ֨",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֡ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "עֵ֤ת",
          "strongs": "H6256",
          "morph": "HNcbsc"
        },
        {
          "woord": "רָצ֗וֹן",
          "strongs": "H7522",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֥ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/רָב",
          "strongs": "H7230",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "חַסְדֶּ֑/ךָ",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "עֲ֝נֵ֗/נִי",
          "strongs": "H6030",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בֶּ/אֱמֶ֥ת",
          "strongs": "H571",
          "morph": "HR/Ncfsc"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁעֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H3468",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> wat mij betreft, mijn gebed is tot U, o JAHWEH; er is een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> tijd van het welbehagen, o God! door de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> grootheid van Uw goedertierenheid; verhoor mij door de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> getrouwheid van Uw heil.",
      "textSV1888_html": "Maar<sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> mij aangaande, mijn gebed is tot U, o HEERE; er is een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> tijd des welbehagens, o God! door de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> grootheid Uwer goedertierenheid; verhoor mij door de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> getrouwheid Uws heils.",
      "text1637_html": "Maer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"22\">22</sup> my aengaende, mijn gebedt is tot u, ô HEERE; daer is een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"23\">23</sup> tijt des welbehagens, o Godt, door de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"24\">24</sup> grootheyt uwer goedertierenheyt: verhoort my door de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"25\">25</sup> getrouwicheyt uwes heyls.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "",
          "new": "wat",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "aangaande,",
          "new": "betreft,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "HEERE;",
          "new": "JAHWEH;",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "des welbehagens,",
          "new": "van het welbehagen,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "Uws heils.",
          "new": "van Uw heil.",
          "principe": "V200"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 15,
      "textSV1888": "Ruk mij uit het slijk, en laat mij niet verzinken; laat mij gered worden van mijn haters, en uit de diepten der wateren.",
      "text1637": "Ruckt my uyt den [26] slijck, ende laet my niet versincken: laet my gereddet worden van mijne haters, ende uyt de diepten der wateren.",
      "text2026": "Ruk mij uit het slijk, en laat mij niet verzinken; laat mij gered worden van mijn vijanden, en uit de diepten van de wateren.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "26",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Verg. Ps. 40:3 , en Job 30:19 . Psalmen 40:3 : En Hij heeft mij uit een ruisenden kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten op een rotssteen gesteld, Hij heeft mijn gangen vastgemaakt. Job 30:19 : Hij heeft mij in het slijk geworpen, en ik ben gelijk geworden als stof en as.",
          "text1637": "Vergel. Psal. 40.3. ende Iob 30.19.",
          "text2026": "Verg. Ps. 40:3 , en Job 30:19 . Psalmen 40:3 : En Hij heeft mij uit een ruisenden kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten op een rotssteen gesteld, Hij heeft mijn gangen vastgemaakt. Job 30:19 : Hij heeft mij in het slijk geworpen, en ik ben gelijk geworden als stof en as."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "הַצִּילֵ֣/נִי",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HVhv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ֭/טִּיט",
          "strongs": "H2916",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "אֶטְבָּ֑עָה",
          "strongs": "H2883",
          "morph": "HVqh1cs"
        },
        {
          "woord": "אִנָּצְלָ֥ה",
          "strongs": "H5337",
          "morph": "HVNh1cs"
        },
        {
          "woord": "מִ֝/שֹּֽׂנְאַ֗/י",
          "strongs": "H8130",
          "morph": "HR/Vqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/מִ/מַּֽעֲמַקֵּי",
          "strongs": "H4615",
          "morph": "HC/R/Ncmpc"
        },
        {
          "woord": "מָֽיִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ruk mij uit het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> slijk, en laat mij niet verzinken; laat mij gered worden van mijn vijanden, en uit de diepten van de wateren.",
      "textSV1888_html": "Ruk mij uit het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> slijk, en laat mij niet verzinken; laat mij gered worden van mijn haters, en uit de diepten der wateren.",
      "text1637_html": "Ruckt my uyt den <sup class=\"note-marker\" data-note=\"26\">26</sup> slijck, ende laet my niet versincken: laet my gereddet worden van mijne haters, ende uyt de diepten der wateren.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "haters,",
          "new": "vijanden,",
          "principe": "V945"
        },
        {
          "old": "der",
          "new": "van de",
          "principe": "N2"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 16,
      "textSV1888": "Laat de watervloed mij niet overstromen, en laat de diepte mij niet verslinden; en laat den put zijn mond over mij niet toesluiten.",
      "text1637": "Laet my de watervloet niet overstroomen, ende laet de diepte my niet verslinden: noch en laet den put sijnen mont over my niet toesluyten.",
      "text2026": "Laat de watervloed mij niet overstromen, en laat de diepte mij niet verslinden; en laat de put zijn mond over mij niet toesluiten.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "תִּשְׁטְפֵ֤/נִי",
          "strongs": "H7857",
          "morph": "HVqj3fs/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "שִׁבֹּ֣לֶת",
          "strongs": "H7641",
          "morph": "HNcfsc"
        },
        {
          "woord": "מַ֭יִם",
          "strongs": "H4325",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תִּבְלָעֵ֣/נִי",
          "strongs": "H1104",
          "morph": "HVqj3fs/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מְצוּלָ֑ה",
          "strongs": "H4688",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תֶּאְטַר",
          "strongs": "H332",
          "morph": "HVqj3fs"
        },
        {
          "woord": "עָלַ֖/י",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "בְּאֵ֣ר",
          "strongs": "H875",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "פִּֽי/הָ",
          "strongs": "H6310",
          "morph": "HNcmsc/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat de watervloed mij niet overstromen, en laat de diepte mij niet verslinden; en laat de put zijn mond over mij niet toesluiten.",
      "text1637_html": "Laet my de watervloet niet overstroomen, ende laet de diepte my niet verslinden: noch en laet den put sijnen mont over my niet toesluyten.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den",
          "new": "de",
          "principe": "N1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 17,
      "textSV1888": "Verhoor mij, o HEERE, want Uw goedertierenheid is goed; zie mij aan naar de grootheid Uwer barmhartigheden.",
      "text1637": "Verhoort my, o HEERE, want uwe goedertierenheyt is [27] goet: siet my aen nae de [28] grootheyt uwer barmherticheden.",
      "text2026": "Verhoor mij, o JAHWEH, want Uw goedertierenheid is goed; zie mij aan naar de grootheid van Uw barmhartigheden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "27",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, lieflijk, nuttig, troostelijk. Verg. Ps. 63:4 . Psalmen 63:4 : Want Uw goedertierenheid is beter dan het leven; mijn lippen zouden U prijzen.",
          "text1637": "Dat is, lieflick, nuttich, troostelick. vergelijckt Psal. 63. vers 4.",
          "text2026": "Dat is, lieflijk, nuttig, troostelijk. Verg. Ps. 63:4 . Psalmen 63:4 : Want Uw goedertierenheid is beter dan het leven; mijn lippen zouden U prijzen."
        },
        {
          "marker": "28",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, veelheid.",
          "text1637": "Ofte, veelheyt.",
          "text2026": "Of, veelheid."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "עֲנֵ֣/נִי",
          "strongs": "H6030",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יְ֭הוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "כִּי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "ט֣וֹב",
          "strongs": "H2896",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "חַסְדֶּ֑/ךָ",
          "strongs": "H2617",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כְּ/רֹ֥ב",
          "strongs": "H7230",
          "morph": "HR/Ncbsc"
        },
        {
          "woord": "רַ֝חֲמֶ֗י/ךָ",
          "strongs": "H7356",
          "morph": "HNcmpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "פְּנֵ֣ה",
          "strongs": "H6437",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "אֵלָֽ/י",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Verhoor mij, o JAHWEH, want Uw goedertierenheid is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> goed; zie mij aan naar de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> grootheid van Uw barmhartigheden.",
      "textSV1888_html": "Verhoor mij, o HEERE, want Uw goedertierenheid is<sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> goed; zie mij aan naar de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> grootheid Uwer barmhartigheden.",
      "text1637_html": "Verhoort my, o HEERE, want uwe goedertierenheyt is <sup class=\"note-marker\" data-note=\"27\">27</sup> goet: siet my aen nae de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"28\">28</sup> grootheyt uwer barmherticheden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "HEERE,",
          "new": "JAHWEH,",
          "principe": null
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 18,
      "textSV1888": "En verberg Uw aangezicht niet van Uw knecht, want mij is bange; haast U, verhoor mij.",
      "text1637": "Ende en verbercht u aengesichte niet van uwen knecht: want my is bange; haest u, verhoort my.",
      "text2026": "En verberg Uw aangezicht niet van Uw knecht, want mij is bange; haast U, verhoor mij.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "תַּסְתֵּ֣ר",
          "strongs": "H5641",
          "morph": "HVhj2ms"
        },
        {
          "woord": "פָּ֭נֶי/ךָ",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HNcbpc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "מֵֽ/עַבְדֶּ֑/ךָ",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HR/Ncmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "צַר",
          "strongs": "H6887",
          "morph": "HVqp3ms"
        },
        {
          "woord": "לִ֝֗/י",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "מַהֵ֥ר",
          "strongs": "H4118",
          "morph": "HVpv2ms"
        },
        {
          "woord": "עֲנֵֽ/נִי",
          "strongs": "H6030",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "En verberg Uw aangezicht niet van Uw knecht, want mij is bange; haast U, verhoor mij.",
      "text1637_html": "Ende en verbercht u aengesichte niet van uwen knecht: want my is bange; haest u, verhoort my."
    },
    {
      "number": 19,
      "textSV1888": "Nader tot mijn ziel, bevrijd ze; verlos mij om mijner vijanden wil.",
      "text1637": "Naedert tot mijne ziele, bevrijdtse: verlost my [29] om mijner vyanden wille.",
      "text2026": "Nader tot mijn ziel, bevrijd ze; verlos mij vanwege mijn vijanden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "29",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "om mijner: Omdat zij zo wreed, bitter en omverzoenlijk zijn, of, opdat zij geen roem over mijnen ondergang dragen, tot oneer van uw heiligen naam.",
          "text1637": "Om datse soo wreet, bitter ende onversoenlick zijn, ofte, op datse geenen roem over mijnen onderganck dragen tot oneere uwer H. naems.",
          "text2026": "om mijn: Omdat zij zo wreed, bitter en omverzoenlijk zijn, of, opdat zij geen roem over mijn ondergang dragen, tot oneer van uw heilige naam."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "קָרְבָ֣/ה",
          "strongs": "H7126",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "נַפְשִׁ֣/י",
          "strongs": "H5315",
          "morph": "HNcbsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "גְאָלָ֑/הּ",
          "strongs": "H1350",
          "morph": "HVqv2ms/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "לְמַ֖עַן",
          "strongs": "H4616",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֹיְבַ֣/י",
          "strongs": "H341",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "פְּדֵֽ/נִי",
          "strongs": "H6299",
          "morph": "HVqv2ms/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Nader tot mijn ziel, bevrijd ze; verlos<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> mij vanwege mijn vijanden.",
      "textSV1888_html": "Nader tot mijn ziel, bevrijd ze; verlos<sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> mij om mijner vijanden wil.",
      "text1637_html": "Naedert tot mijne ziele, bevrijdtse: verlost my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"29\">29</sup> om mijner vyanden wille.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "om mijner vijanden wil.",
          "new": "vanwege mijn vijanden.",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 20,
      "textSV1888": "Gij weet mijn versmaadheid, en mijn schaamte, en mijn schande; al mijn benauwers zijn voor U.",
      "text1637": "Ghy weet [30] mijne versmaetheyt, ende mijne schaemte, ende mijne schande: alle mijne benauwers zijn [31] voor u.",
      "text2026": "U weet mijn versmaadheid, en mijn schaamte, en mijn schande; al mijn benauwers zijn voor U.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "30",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "mijn versmaadheid: Die ik van mijne vijanden moet lijden zonder mijne schuld. Verg. vers 6 . Psalmen 69:6 : O God! Gij weet van mijn dwaasheid, en mijn schulden zijn voor U niet verborgen.",
          "text1637": "Die ick van mijne vyanden moet lijden sonder mijne schult. Vergel. vers 6.",
          "text2026": "mijn versmaadheid: Die ik van mijn vijanden moet lijden zonder mijn schuld. Verg. vers 6 . Psalmen 69:6 : O God! U weet van mijn dwaasheid, en mijn schulden zijn voor U niet verborgen."
        },
        {
          "marker": "31",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "voor U: Zijn U bekend, voor uwe ogen niet verborgen.",
          "text1637": "Zijn u bekent, voor uwe oogen niet verborgen.",
          "text2026": "voor U: Zijn U bekend, voor uw ogen niet verborgen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אַתָּ֤ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "יָדַ֗עְתָּ",
          "strongs": "H3045",
          "morph": "HVqp2ms"
        },
        {
          "woord": "חֶרְפָּתִ֣/י",
          "strongs": "H2781",
          "morph": "HNcfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ֭/בָשְׁתִּ/י",
          "strongs": "H1322",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וּ/כְלִמָּתִ֑/י",
          "strongs": "H3639",
          "morph": "HC/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "נֶ֝גְדְּ/ךָ֗",
          "strongs": "H5048",
          "morph": "HR/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "כָּל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "צוֹרְרָֽ/י",
          "strongs": "H6887",
          "morph": "HVqrmpc/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "U weet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> mijn versmaadheid, en mijn schaamte, en mijn schande; al mijn benauwers zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> voor U.",
      "textSV1888_html": "Gij weet<sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> mijn versmaadheid, en mijn schaamte, en mijn schande; al mijn benauwers zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> voor U.",
      "text1637_html": "Ghy weet <sup class=\"note-marker\" data-note=\"30\">30</sup> mijne versmaetheyt, ende mijne schaemte, ende mijne schande: alle mijne benauwers zijn <sup class=\"note-marker\" data-note=\"31\">31</sup> voor u.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Gij",
          "new": "U",
          "principe": "A1"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 21,
      "textSV1888": "De versmaadheid heeft mijn hart gebroken, en ik ben zeer zwak; en ik heb gewacht naar medelijden, maar er is geen; en naar vertroosters, maar heb ze niet gevonden.",
      "text1637": "De versmaetheyt heeft mijn herte gebroken, ende ick ben seer swack: ende ick hebbe gewacht nae medelijden, maer daer en is geen; ende nae vertroosters, maer en hebse niet gevonden.",
      "text2026": "De versmaadheid heeft mijn hart gebroken, en ik ben zeer zwak; en ik heb gewacht naar medelijden, maar er is geen; en naar vertroosters, maar heb ze niet gevonden.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "חֶרְפָּ֤ה",
          "strongs": "H2781",
          "morph": "HNcfsa"
        },
        {
          "woord": "שָֽׁבְרָ֥ה",
          "strongs": "H7665",
          "morph": "HVqp3fs"
        },
        {
          "woord": "לִבִּ֗/י",
          "strongs": "H3820",
          "morph": "HNcmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "וָֽ/אָ֫נ֥וּשָׁ/ה",
          "strongs": "H5136",
          "morph": "HC/Vqw1cs/Sh"
        },
        {
          "woord": "וָ/אֲקַוֶּ֣ה",
          "strongs": "H6960",
          "morph": "HC/Vpw1cs"
        },
        {
          "woord": "לָ/נ֣וּד",
          "strongs": "H5110",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "וָ/אַ֑יִן",
          "strongs": "H369",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/לַ/מְנַחֲמִ֗ים",
          "strongs": "H5162",
          "morph": "HC/Rd/Vprmpa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "מָצָֽאתִי",
          "strongs": "H4672",
          "morph": "HVqp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "De versmaadheid heeft mijn hart gebroken, en ik ben zeer zwak; en ik heb gewacht naar medelijden, maar er is geen; en naar vertroosters, maar heb ze niet gevonden.",
      "text1637_html": "De versmaetheyt heeft mijn herte gebroken, ende ick ben seer swack: ende ick hebbe gewacht nae medelijden, maer daer en is geen; ende nae vertroosters, maer en hebse niet gevonden."
    },
    {
      "number": 22,
      "textSV1888": "Ja, zij hebben mij gal tot mijn spijs gegeven; en in mijn dorst hebben zij mij edik te drinken gegeven.",
      "text1637": "Ia [b] sy hebben my [32] galle tot mijne spijse gegeven: ende in mijnen dorst, hebbense my edick te drincken gegeven.",
      "text2026": "Ja, zij hebben mij gal tot mijn voedsel gegeven; en in mijn dorst hebben zij mij azijn te drinken gegeven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "b",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Matth. 27:34 ; idem v. 48 ; Marc. 15:23 ; Joh. 19:28 ; idem v. 29 . Mattheüs 27:34 : Gaven zij Hem te drinken edik met gal gemengd; en als Hij dien gesmaakt had, wilde Hij niet drinken. Mattheüs 27:48 : En terstond een van hen toe lopende, nam een spons, en die met edik gevuld hebbende, stak ze op een rietstok, en gaf Hem te drinken. Marcus 15:23 : En zij gaven Hem gemirreden wijn te drinken; maar Hij nam dien niet. Johannes 19:28 : Hierna Jezus, wetende, dat nu alles volbracht was, opdat de Schrift zou vervuld worden, zeide: Mij dorst. Johannes 19:29 : Daar stond dan een vat vol ediks, en zij vulden een spons met edik, en omlegden ze met hysop, en brachten ze aan Zijn mond.",
          "text1637": "Matth. 27.34, 48. Marc. 15.23. Ioh. 19.28, 29.",
          "text2026": "Matt. 27:34 ; idem v. 48 ; Mark. 15:23 ; Joh. 19:28 ; idem v. 29 . Mattheüs 27:34 : Gaven zij Hem te drinken edik met gal gemengd; en als Hij die gesmaakt had, wilde Hij niet drinken. Mattheüs 27:48 : En meteen één van hen toe lopende, nam een spons, en die met edik gevuld hebbende, stak ze op een rietstok, en gaf Hem te drinken. Marcus 15:23 : En zij gaven Hem gemirreden wijn te drinken; maar Hij nam die niet. Johannes 19:28 : Hierna Jezus, wetende, dat nu alles volbracht was, opdat de Schrift zou vervuld worden, zei: Mij dorst. Johannes 19:29 : Daar stond dan een vat vol ediks, en zij vulden een spons met edik, en omlegden ze met hysop, en brachten ze aan Zijn mond."
        },
        {
          "marker": "32",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, venijn, vergiftig kruid; iets dat bovenmate bitter en zeer schadelijk was. Zie Deut. 29:18 , en Deut. 32:32 ; Klaagl. 3:19 ; Hos. 10:4 ; Amos 6:12 . Door het water daarvan wordt bittere ellende beduid; Jer. 8:14 , en Jer. 9:15 , en Jer. 23:15 . Deuteronomium 29:18 : Dat onder ulieden niet zij een man, of vrouw, of huisgezin, of stam, die zijn hart heden wende van den HEERE, onzen God, om te gaan dienen de goden dezer volken; dat onder ulieden niet zij een wortel, die gal en alsem drage; Deuteronomium 32:32 : Want hun wijnstok is uit den wijnstok van Sodom, en uit de velden van Gomorra; hun wijndruiven zijn vergiftige wijndruiven; zij hebben bittere bezien. Klaagliederen 3:19 : Zain. Gedenk aan mijn ellende en aan mijn ballingschap, aan den alsem en galle. Hosea 10:4 : Zij hebben woorden gesproken, valselijk zwerende in het verbond maken; daarom zal het oordeel als een vergiftig kruid groenen, op de voren der velden. Amos 6:12 : Zullen ook paarden rennen op een steenrots? Zal men ook daarop met runderen ploegen? Want gijlieden hebt het recht in gal verkeerd, en de vrucht der gerechtigheid in alsem. Jeremia 8:14 : Waarom blijven wij zitten? Verzamelt u, en laat ons ingaan in de vaste steden, en aldaar stilzwijgen; immers heeft ons de HEERE, onze God, doen stilzwijgen, en ons met gallewater gedrenkt, omdat wij tegen den HEERE gezondigd hebben. Jeremia 9:15 : Daarom zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls, alzo: Ziet, Ik zal dit volk spijzen met alsem, en Ik zal hen drenken met gallewater; Jeremia 23:15 : Daarom zegt de HEERE der heirscharen van deze profeten alzo: Ziet, Ik zal hen met alsem spijzigen, en met gallewater drenken; want van Jeruzalems profeten is de huichelarij uitgegaan in het ganse land.",
          "text1637": "Ofte, venijn, vergiftich kruyt, yets dat boven maten bitter ende seer schadelijck was. Siet Deut. 29.18. en de 32.32. Thren. 3.19. Hose. 10.4. Amos 6.12. door’t water daer van, wort bittere elende beduydt, Ierem. 8.14. ende 9.15. ende 23.15.",
          "text2026": "Of, venijn, vergiftig kruid; iets dat bovenmate bitter en zeer schadelijk was. Zie Deut. 29:18 , en Deut. 32:32 ; Klaagl. 3:19 ; Hos. 10:4 ; Amos 6:12 . Door het water daarvan wordt bittere ellende beduid; Jer. 8:14 , en Jer. 9:15 , en Jer. 23:15 . Deuteronomium 29:18 : Dat onder u niet zij een man, of vrouw, of huisgezin, of stam, die zijn hart heden wende van JAHWEH, onze God, om te gaan dienen de goden van deze volken; dat onder u niet zij een wortel, die gal en alsem drage; Deuteronomium 32:32 : Want hun wijnstok is uit de wijnstok van Sodom, en uit de velden van Gomorra; hun wijndruiven zijn vergiftige wijndruiven; zij hebben bittere bezien. Klaagliederen 3:19 : Zain. Gedenk aan mijn ellende en aan mijn ballingschap, aan de alsem en galle. Hosea 10:4 : Zij hebben woorden gesproken, valselijk zwerende in het verbond maken; daarom zal het oordeel als een vergiftig kruid groenen, op de voren van de velden. Amos 6:12 : Zullen ook paarden rennen op een steenrots? Zal men ook daarop met runderen ploegen? Want u hebt het recht in gal verkeerd, en de vrucht van de gerechtigheid in alsem. Jeremia 8:14 : Waarom blijven wij zitten? Verzamelt u, en laat ons ingaan in de vaste steden, en daar stilzwijgen; immers heeft ons JAHWEH, onze God, doen stilzwijgen, en ons met gallewater gedrenkt, omdat wij tegen JAHWEH gezondigd hebben. Jeremia 9:15 : Daarom zegt JAHWEH van de legermachten, de God van Israël, zo: Ziet, Ik zal dit volk spijzen met alsem, en Ik zal hen drenken met gallewater; Jeremia 23:15 : Daarom zegt JAHWEH van de legermachten van deze profeten zo: Ziet, Ik zal hen met alsem spijzigen, en met gallewater drenken; want van Jeruzalems profeten is de huichelarij uitgegaan in het gehele land."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ/יִּתְּנ֣וּ",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HC/Vqw3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/בָרוּתִ֣/י",
          "strongs": "H1267",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "רֹ֑אשׁ",
          "strongs": "H7219",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ֝/לִ/צְמָאִ֗/י",
          "strongs": "H6772",
          "morph": "HC/R/Ncmsc/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "יַשְׁק֥וּ/נִי",
          "strongs": "H8248",
          "morph": "HVhi3mp/Sp1cs"
        },
        {
          "woord": "חֹֽמֶץ",
          "strongs": "H2558",
          "morph": "HNcmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ja,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> zij hebben mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> gal tot mijn voedsel gegeven; en in mijn dorst hebben zij mij azijn te drinken gegeven.",
      "textSV1888_html": "Ja,<sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> zij hebben mij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> gal tot mijn spijs gegeven; en in mijn dorst hebben zij mij edik te drinken gegeven.",
      "text1637_html": "Ia <sup class=\"note-marker\" data-note=\"b\">b</sup> sy hebben my <sup class=\"note-marker\" data-note=\"32\">32</sup> galle tot mijne spijse gegeven: ende in mijnen dorst, hebbense my edick te drincken gegeven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "spijs",
          "new": "voedsel",
          "principe": "V526"
        },
        {
          "old": "edik",
          "new": "azijn",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 23,
      "textSV1888": "Hun tafel worde voor hun aangezicht tot een strik, en tot volle vergelding tot een valstrik.",
      "text1637": "[c] Hare [33] tafel worde voor haer aengesicht tot een strick, ende tot [34] volle vergeldinge tot een valstrick.",
      "text2026": "Hun tafel worde voor hun aangezicht tot een strik, en tot volle vergelding tot een valstrik.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "c",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Rom. 11:9 . Romeinen 11:9 : En David zegt: Hun tafel worde tot een strik, en tot een val, en tot een aanstoot, en tot een vergelding voor hen.",
          "text1637": "Rom. 11.9.",
          "text2026": "Rom. 11:9 . Romeinen 11:9 : En David zegt: Hun tafel worde tot een strik, en tot een val, en tot een aanstoot, en tot een vergelding voor hen."
        },
        {
          "marker": "33",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, spijs, drank en wat tot des mensen onderhoud en verkwikking zou dienen; waarmede de goddelozen dikwijls tot hun verderf verstrikt en gevangen worden. Zie Rom. 11:9 , en verg. 2 Kor. 2:15 , 2:16 . Deze en de volgende gebeden en wensingen zijn profetieën van lichamelijke en geestelijke, tijdelijke en eeuwige straffen, die den verstokten vijanden Gods, van zijne kerk, en bijzonderlijk van onzen Heere Jezus Christus, zouden overkomen. Romeinen 11:9 : En David zegt: Hun tafel worde tot een strik, en tot een val, en tot een aanstoot, en tot een vergelding voor hen. 2 Korinthiërs 2:15 : Want wij zijn Gode een goede reuk van Christus, in degenen, die zalig worden, en in degenen, die verloren gaan; 2 Korinthiërs 2:16 : Dezen wel een reuk des doods ten dode; maar genen een reuk des levens ten leven. En wie is tot deze dingen bekwaam?",
          "text1637": "Dat is, spijse, dranck, ende wat tot des menschen onderhoudt ende verquickinge soude dienen: waermede de godtloose dickwijls tot haer verderf verstrickt ende gevangen worden. siet Rom. 11.9. ende vergel. 2.Cor. 2.15, 16. dese ende de volgende gebeden ende wenschingen zijn prophetyen van lichamelicke ende geestelicke, tijtlicke ende eeuwige straffen, die den verstockten vyanden Godts, sijner kercke, ende bysonderlick onses Heeren Iesu Christi, souden overkomen.",
          "text2026": "Dat is, voedsel, drank en wat tot van de mensen onderhoud en verkwikking zou dienen; waarmee de goddelozen dikwijls tot hun verderf verstrikt en gevangen worden. Zie Rom. 11:9 , en verg. 2 Kor. 2:15 , 2:16 . Deze en de volgende gebeden en wensingen zijn profetieën van lichamelijke en geestelijke, tijdelijke en eeuwige straffen, die de verstokten vijanden Gods, van zijn kerk, en bijzonderlijk van onze Heer Jezus Christus, zouden overkomen. Romeinen 11:9 : En David zegt: Hun tafel worde tot een strik, en tot een val, en tot een aanstoot, en tot een vergelding voor hen. 2 Korinthiërs 2:15 : Want wij zijn voor God een goede reuk van Christus, in degenen, die zalig worden, en in degenen, die verloren gaan; 2 Korinthiërs 2:16 : Deze wel een reuk van de dood ten dode; maar genen een reuk van het leven ten leven. En wie is tot deze dingen bekwaam?"
        },
        {
          "marker": "34",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "volle vergelding: Hebr. vergelding; dat is, tot Gods volle wederwraak, van hetgeen zij in vers 23 gezegd worden gedaan te hebben. Anders: hetgeen tot vrede, of welstand zou dienen, [worde, of zij hun] tot een val. Psalmen 69:23 : Hun tafel worde voor hun aangezicht tot een strik, en tot volle vergelding tot een valstrik.",
          "text1637": "Hebr. vergeldingen: dat is, tot Godts volle weder-wrake, van ’t gene sy in’t voorgaende vers geseyt worden gedaen te hebben. and. ’t gene tot vrede, ofte, welstant soude dienen, [worde, ofte, zy hen] tot eene valle.",
          "text2026": "volle vergelding: Hebr. vergelding; dat is, tot Gods volle wederwraak, van wat zij in vers 23 gezegd worden gedaan te hebben. Anders: wat tot vrede, of welstand zou dienen, [worde, of zij hun] tot een val. Psalmen 69:23 : Hun tafel worde voor hun aangezicht tot een strik, en tot volle vergelding tot een valstrik."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְהִֽי",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqj3ms"
        },
        {
          "woord": "שֻׁלְחָנָ֣/ם",
          "strongs": "H7979",
          "morph": "HNcmsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לִ/פְנֵי/הֶ֣ם",
          "strongs": "H6440",
          "morph": "HR/Ncbpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "לְ/פָ֑ח",
          "strongs": "H6341",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/לִ/שְׁלוֹמִ֥ים",
          "strongs": "H7965",
          "morph": "HC/R/Ncmpa"
        },
        {
          "woord": "לְ/מוֹקֵֽשׁ",
          "strongs": "H4170",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> tafel worde voor hun aangezicht tot een strik, en tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> volle vergelding tot een valstrik.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> tafel worde voor hun aangezicht tot een strik, en tot<sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> volle vergelding tot een valstrik.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"c\">c</sup> Hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"33\">33</sup> tafel worde voor haer aengesicht tot een strick, ende tot <sup class=\"note-marker\" data-note=\"34\">34</sup> volle vergeldinge tot een valstrick."
    },
    {
      "number": 24,
      "textSV1888": "Laat hun ogen duister worden, dat zij niet zien; en doe hun lenden gedurig waggelen.",
      "text1637": "Laet hare [d] oogen duyster worden, datse niet en sien: ende doet hare [35] lendenen geduerichlick waggelen.",
      "text2026": "Laat hun ogen duister worden, dat zij niet zien; en doe hun middel steeds waggelen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "d",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Rom. 11:10 ; Jes. 6:9 ; Jes. 29:10 ; Jes. 44:18 . Romeinen 11:10 : Dat hun ogen verduisterd worden, om niet te zien; en verkrom hun rug allen tijd. Jesaja 6:9 : Toen zeide Hij: Ga henen, en zeg tot dit volk: Horende hoort, maar verstaat niet, en ziende ziet, maar merkt niet. Jesaja 29:10 : Want de HEERE heeft over ulieden uitgegoten een geest des diepen slaaps, en Hij heeft uw ogen toegesloten; de profeten, en uw hoofden, en de zieners heeft Hij verblind. Jesaja 44:18 : Zij weten niet, en verstaan niet, want het heeft hun ogen bestreken, dat zij niet zien, en hun harten, dat zij niet verstaan.",
          "text1637": "Rom. 11.10. Iesa. 6.9. ende 29.10. ende 44.18.",
          "text2026": "Rom. 11:10 ; Jes. 6:9 ; Jes. 29:10 ; Jes. 44:18 . Romeinen 11:10 : Dat hun ogen verduisterd worden, om niet te zien; en verkrom hun rug alle tijd. Jesaja 6:9 : Toen zei Hij: Ga heen, en zeg tot dit volk: Horende hoort, maar verstaat niet, en ziende ziet, maar merkt niet. Jesaja 29:10 : Want JAHWEH heeft over u uitgegoten een geest van de diepen slaaps, en Hij heeft uw ogen toegesloten; de profeten, en uw hoofden, en de zieners heeft Hij verblind. Jesaja 44:18 : Zij weten niet, en verstaan niet, want het heeft hun ogen bestreken, dat zij niet zien, en hun harten, dat zij niet verstaan."
        },
        {
          "marker": "35",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat zij onsterkt en krachteloos zijn.",
          "text1637": "Datse onsterck ende krachteloos zijn.",
          "text2026": "Dat zij onsterkt en krachteloos zijn."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תֶּחְשַׁ֣כְנָה",
          "strongs": "H2821",
          "morph": "HVqi3fp"
        },
        {
          "woord": "עֵ֭ינֵי/הֶם",
          "strongs": "H5869",
          "morph": "HNcbdc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "מֵ/רְא֑וֹת",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HR/Vqc"
        },
        {
          "woord": "וּ֝/מָתְנֵ֗י/הֶם",
          "strongs": "H4975",
          "morph": "HC/Ncmdc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "תָּמִ֥יד",
          "strongs": "H8548",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "הַמְעַֽד",
          "strongs": "H4571",
          "morph": "HVhv2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> ogen duister worden, dat zij niet zien; en doe hun middel<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> steeds waggelen.",
      "textSV1888_html": "Laat hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> ogen duister worden, dat zij niet zien; en doe hun lenden<sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> gedurig waggelen.",
      "text1637_html": "Laet hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"d\">d</sup> oogen duyster worden, datse niet en sien: ende doet hare <sup class=\"note-marker\" data-note=\"35\">35</sup> lendenen geduerichlick waggelen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "lenden gedurig",
          "new": "middel steeds",
          "principe": null
        }
      ]
    },
    {
      "number": 25,
      "textSV1888": "Stort over hen Uw gramschap uit; en de hittigheid Uws toorns grijpe hen aan.",
      "text1637": "Stort over hen uwe gramschap uyt: ende de hitticheyt uwes toorns [36] grijpese aen.",
      "text2026": "Stort over hen Uw toorn uit; en de hitte van Uw toorn grijpe hen aan.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "36",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat zij uwen toorn gevoelen.",
          "text1637": "Datse uwen toorn gevoelen.",
          "text2026": "Dat zij uw toorn gevoelen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "שְׁפָךְ",
          "strongs": "H8210",
          "morph": "HVqv2ms"
        },
        {
          "woord": "עֲלֵי/הֶ֥ם",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "זַעְמֶ֑/ךָ",
          "strongs": "H2195",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "וַ/חֲר֥וֹן",
          "strongs": "H2740",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "אַ֝פְּ/ךָ֗",
          "strongs": "H639",
          "morph": "HNcmsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יַשִּׂיגֵֽ/ם",
          "strongs": "H5381",
          "morph": "HVhi3ms/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Stort over hen Uw toorn uit; en de hitte van Uw toorn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> grijpe hen aan.",
      "textSV1888_html": "Stort over hen Uw gramschap uit; en de hittigheid Uws toorns<sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> grijpe hen aan.",
      "text1637_html": "Stort over hen uwe gramschap uyt: ende de hitticheyt uwes toorns <sup class=\"note-marker\" data-note=\"36\">36</sup> grijpese aen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gramschap",
          "new": "toorn",
          "principe": "V17"
        },
        {
          "old": "hittigheid Uws toorns",
          "new": "hitte van Uw toorn",
          "principe": "V200"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 26,
      "textSV1888": "Hun paleis zij verwoest; in hun tenten zij geen inwoner.",
      "text1637": "[e] Haer [37] palleys zy verwoest: in hare tenten en zy geen inwoonder.",
      "text2026": "Hun paleis zij verwoest; in hun tenten zij geen inwoner.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "e",
          "type": "crossref",
          "textSV1888": "Hand. 1:20 . Handelingen 1:20 : Want er staat geschreven in het boek der Psalmen; Zijn woonstede worde woest, en er zij niemand die in dezelve wone. En: Een ander neme zijn opzienersambt.",
          "text1637": "Actor. 1.20.",
          "text2026": "Hand. 1:20 . Handelingen 1:20 : Want er staat geschreven in het boek van de Psalmen; Zijn woonstede worde woest, en er zij niemand die in dezelfde woon. En: Een ander neme zijn opzienersambt."
        },
        {
          "marker": "37",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Of, burg, kasteel, slot, heerlijke magnifieke bouwwerken.",
          "text1637": "Ofte, burcht, kasteel, slot, heerlicke magnifijcke timmeragien.",
          "text2026": "Of, burg, kasteel, slot, heerlijke magnifieke bouwwerken."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תְּהִי",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqi3fs"
        },
        {
          "woord": "טִֽירָתָ֥/ם",
          "strongs": "H2918",
          "morph": "HNcfsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "נְשַׁמָּ֑ה",
          "strongs": "H8074",
          "morph": "HVNrfsa"
        },
        {
          "woord": "בְּ֝/אָהֳלֵי/הֶ֗ם",
          "strongs": "H168",
          "morph": "HR/Ncmpc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יְהִ֥י",
          "strongs": "H1961",
          "morph": "HVqj3ms"
        },
        {
          "woord": "יֹשֵֽׁב",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HVqrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> paleis zij verwoest; in hun tenten zij geen inwoner.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Hun<sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> paleis zij verwoest; in hun tenten zij geen inwoner.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"e\">e</sup> Haer <sup class=\"note-marker\" data-note=\"37\">37</sup> palleys zy verwoest: in hare tenten en zy geen inwoonder."
    },
    {
      "number": 27,
      "textSV1888": "Want zij vervolgen, dien Gij geslagen hebt; en maken een praat van de smart Uwer verwonden.",
      "text1637": "Want sy vervolgen dien ghy [38] geslagen hebt: ende [39] maken een praet van de smerte [40] uwer verwondden.",
      "text2026": "Want zij vervolgen, die U geslagen hebt; en maken een praat van de smart van Uw verwonden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "38",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, dien Gij vaderlijk kastijdt en beproeft, dien zoeken zij voorts op het lijf te vallen en te vernielen. Verg. wijders [onze Heere Christus aangaande] Jes. 53:4 , 53:5 ; Matth. 26:31 . Jesaja 53:4 : Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was. Jesaja 53:5 : Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Mattheüs 26:31 : Toen zeide Jezus tot hen: Gij zult allen aan Mij geërgerd worden in dezen nacht; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen der kudde zullen verstrooid worden.",
          "text1637": "D. dien ghy vaderlick kastijdt ende beproeft, dien soecken sy voorts op ’t lijf te vallen ende te vernielen. Vergel. wijders (onsen Heere Christum aengaende) Iesa. 53.4, 5. Matth. 26.31.",
          "text2026": "Dat is, die U vaderlijk kastijdt en beproeft, die zoeken zij verder op het lijf te vallen en te vernielen. Verg. verder [onze Heer Christus aangaande] Jes. 53:4 , 53:5 ; Matt. 26:31 . Jesaja 53:4 : Waarlijk, Hij heeft onze ziekten op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; maar wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was. Jesaja 53:5 : Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Mattheüs 26:31 : Toen zei Jezus tot hen: U zult allen aan Mij geërgerd worden in deze nacht; want er is geschreven: Ik zal de Herder slaan, en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden."
        },
        {
          "marker": "39",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "maken een praat: Dat is, zij schimpen en spotten er mede.",
          "text1637": "D. sy schimpen ende spotten daer mede.",
          "text2026": "maken een praat: Dat is, zij schimpen en spotten er mee."
        },
        {
          "marker": "40",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Uwer verwonden: Dat is, die Gij om uwentwil, om uws naams wil, laat lijden. Verg. onder vers 34 , en aangaande de manier van spreken Ps. 37:22 . Psalmen 69:34 : Want de HEERE hoort de nooddruftigen, en Hij veracht Zijn gevangenen niet. Psalmen 37:22 : Want zijn gezegenden zullen de aarde erfelijk bezitten; maar zijn vervloekten zullen uitgeroeid worden.",
          "text1637": "D. die ghy om uwent wille, om uwes Naems wille, laet lijden. Vergel. ond. vers 34. ende aengaende de maniere van spreken, Psal. 37.22.",
          "text2026": "Uw verwonden: Dat is, die U om uwentwil, om uws naams wil, laat lijden. Verg. onder vers 34 , en aangaande de manier van spreken Ps. 37:22 . Psalmen 69:34 : Want JAHWEH hoort de nooddruftigen, en Hij veracht Zijn gevangenen niet. Psalmen 37:22 : Want zijn gezegenden zullen de aarde erfelijk bezitten; maar zijn vervloekten zullen uitgeroeid worden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אַתָּ֣ה",
          "strongs": "H859",
          "morph": "HPp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֲשֶׁר",
          "strongs": "H834",
          "morph": "HTr"
        },
        {
          "woord": "הִכִּ֣יתָ",
          "strongs": "H5221",
          "morph": "HVhp2ms"
        },
        {
          "woord": "רָדָ֑פוּ",
          "strongs": "H7291",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "מַכְא֖וֹב",
          "strongs": "H4341",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "חֲלָלֶ֣י/ךָ",
          "strongs": "H2491",
          "morph": "HAampc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "יְסַפֵּֽרוּ",
          "strongs": "H5608",
          "morph": "HVpi3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want zij vervolgen, die U<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> geslagen hebt; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> maken een praat van de smart<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> van Uw verwonden.",
      "textSV1888_html": "Want zij vervolgen, dien Gij<sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> geslagen hebt; en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> maken een praat van de smart<sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> Uwer verwonden.",
      "text1637_html": "Want sy vervolgen dien ghy <sup class=\"note-marker\" data-note=\"38\">38</sup> geslagen hebt: ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"39\">39</sup> maken een praet van de smerte <sup class=\"note-marker\" data-note=\"40\">40</sup> uwer verwondden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "dien Gij",
          "new": "die U",
          "principe": "N4"
        },
        {
          "old": "Uwer",
          "new": "van Uw",
          "principe": "N7"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 28,
      "textSV1888": "Doe misdaad tot hun misdaad, en laat hen niet komen tot Uw gerechtigheid.",
      "text1637": "[41] Doet misdaet tot hare misdaet: ende en laetse niet komen tot uwe [42] gerechticheyt.",
      "text2026": "Doe misdaad tot hun misdaad, en laat hen niet komen tot Uw gerechtigheid.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "41",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr., geef, stel; dat is, laat hen vallen van de ene zonde in de andere, geef hen over in een verkeerden zin, enz. Zie Rom. 1:24 , 1:28 , en Rom. 11:8 ; 1 Thess. 2:16 , en 2 Thess. 2:11 ; idem Matth. 23:22 . Sommigen verstaan door misdaad, de straf der misdaad; alsof hij zeide: Doe straf tot hunne straf. Romeinen 1:24 : Daarom heeft God hen ook overgegeven in de begeerlijkheden hunner harten tot onreinigheid, om hun lichamen onder elkander te onteren; Romeinen 1:28 : En gelijk het hun niet goed gedacht heeft God in erkentenis te houden, zo heeft God hen overgegeven in een verkeerden zin, om te doen dingen, die niet betamen; Romeinen 11:8 : (Gelijk geschreven is: God heeft hun gegeven een geest des diepen slaaps; ogen om niet te zien, en oren om niet te horen) tot op den huidigen dag. 1 Thessalonicensen 2:16 : En verhinderen ons te spreken tot de heidenen, dat zij zalig mochten worden; opdat zij te allen tijd hun zonden vervullen zouden. En de toorn is over hen gekomen tot het einde. 2 Thessalonicensen 2:11 : En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven; Mattheüs 23:22 : En wie zweert bij den hemel, die zweert bij den troon Gods, en bij Dien, Die daarop zit.",
          "text1637": "Hebr. geeft, stelt. Dat is, laetste vallen van d’eene sonde in d’andere, geeftse over in eenen verkeerden sin, etc. siet Rom. 1. versen 24, 28. ende 11.8. 1.Thessal. 2.16. ende 2.Thessal. 2. vers 11. Item, Mat. 23.32. sommige verstaen door misdaet, de straffe des misdaet, als of hy seyde; doet straffe tot hare straffe.",
          "text2026": "Hebr., geef, stel; dat is, laat hen vallen van de één zonde in de andere, geef hen over in een verkeerden zin, enz. Zie Rom. 1:24 , 1:28 , en Rom. 11:8 ; 1 Thess. 2:16 , en 2 Thess. 2:11 ; idem Matt. 23:22 . Sommigen verstaan door misdaad, de straf van de misdaad; alsof hij zei: Doe straf tot hun straf. Romeinen 1:24 : Daarom heeft God hen ook overgegeven in de begeerlijkheden hun harten tot onreinigheid, om hun lichamen onder elkaar te onteren; Romeinen 1:28 : En gelijk het hun niet goed gedacht heeft God in erkentenis te houden, zo heeft God hen overgegeven in een verkeerden zin, om te doen dingen, die niet betamen; Romeinen 11:8 : (Gelijk geschreven is: God heeft hun gegeven een geest van de diepen slaaps; ogen om niet te zien, en oren om niet te horen) tot op de huidigen dag. 1 Thessalonicensen 2:16 : En verhinderen ons te spreken tot de heidenen, dat zij zalig mochten worden; opdat zij altijd hun zonden vervullen zouden. En de toorn is over hen gekomen tot het einde. 2 Thessalonicensen 2:11 : En daarom zal God hun zenden een kracht van de dwaling, dat zij de leugen zouden geloven; Mattheüs 23:22 : En wie zweert bij de hemel, die zweert bij de troon van God, en bij Die, Die daarop zit."
        },
        {
          "marker": "42",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat zij voor U niet worden gerechtvaardigd en vrijgesproken van hunne zonden. Zie Rom. 10:3 ; Filipp. 3:9 ; Joh. 12:39 , 12:40 , maar, niet gelovende, in hunne zonde sterven; Joh. 8:24 . Romeinen 10:3 : Want alzo zij de rechtvaardigheid Gods niet kennen, en hun eigen gerechtigheid zoeken op te richten, zo zijn zij der rechtvaardigheid Gods niet onderworpen. Filippensen 3:9 : En in Hem gevonden worde, niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof; Johannes 12:39 : Daarom konden zij niet geloven, dewijl Jesaja wederom gezegd heeft: Johannes 12:40 : Hij heeft hun ogen verblind, en hun hart verhard; opdat zij met de ogen niet zien, en met het hart niet verstaan, en zij bekeerd worden, en Ik hen geneze. Johannes 8:24 : Ik heb u dan gezegd, dat gij in uw zonden zult sterven; want indien gij niet gelooft, dat Ik Die ben, gij zult in uw zonden sterven.",
          "text1637": "Datse voor u niet worden gerechtveerdicht, ende vry-gesproken van hare sonden. Siet Rom. 10.3. Philip. 3.9. Ioh. 12. versen 39, 40. maer, niet geloovende, in hare sonden sterven, Ioh. 8.24.",
          "text2026": "Dat zij voor U niet worden gerechtvaardigd en vrijgesproken van hun zonden. Zie Rom. 10:3 ; Filipp. 3:9 ; Joh. 12:39 , 12:40 , maar, niet gelovende, in hun zonde sterven; Joh. 8:24 . Romeinen 10:3 : Want zo zij de rechtvaardigheid van God niet kennen, en hun eigen gerechtigheid zoeken op te richten, zo zijn zij van de rechtvaardigheid van God niet onderworpen. Filippensen 3:9 : En in Hem gevonden worde, niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof; Johannes 12:39 : Daarom konden zij niet geloven, omdat Jesaja opnieuw gezegd heeft: Johannes 12:40 : Hij heeft hun ogen verblind, en hun hart verhard; opdat zij met de ogen niet zien, en met het hart niet verstaan, en zij bekeerd worden, en Ik hen geneze. Johannes 8:24 : Ik heb u dan gezegd, dat u in uw zonden zult sterven; want als u niet gelooft, dat Ik Die ben, u zult in uw zonden sterven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "תְּֽנָ/ה",
          "strongs": "H5414",
          "morph": "HVqv2ms/Sh"
        },
        {
          "woord": "עָ֭וֺן",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbsa"
        },
        {
          "woord": "עַל",
          "strongs": "H5921",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "עֲוֺנָ֑/ם",
          "strongs": "H5771",
          "morph": "HNcbsc/Sp3mp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HC/Tn"
        },
        {
          "woord": "יָ֝בֹ֗אוּ",
          "strongs": "H935",
          "morph": "HVqj3mp"
        },
        {
          "woord": "בְּ/צִדְקָתֶֽ/ךָ",
          "strongs": "H6666",
          "morph": "HR/Ncfsc/Sp2ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> Doe misdaad tot hun misdaad, en laat hen niet komen tot Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> gerechtigheid.",
      "textSV1888_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> Doe misdaad tot hun misdaad, en laat hen niet komen tot Uw<sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> gerechtigheid.",
      "text1637_html": "<sup class=\"note-marker\" data-note=\"41\">41</sup> Doet misdaet tot hare misdaet: ende en laetse niet komen tot uwe <sup class=\"note-marker\" data-note=\"42\">42</sup> gerechticheyt."
    },
    {
      "number": 29,
      "textSV1888": "Laat hen uitgedelgd worden uit het boek des levens, en met de rechtvaardigen niet aangeschreven worden.",
      "text1637": "Laetse [43] uytgedelcht worden uyt het boeck [44] des levens: ende met de rechtveerdige niet aengeschreven worden.",
      "text2026": "Laat hen uitgewist worden uit het boek van het leven, en met de rechtvaardigen niet aangeschreven worden.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "43",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, [gelijk de volgende woorden verklaren] doe blijken dat zij niet behoren tot het getal uwer uitverkorenen en bij U daaronder niet zijn aangeschreven, hoewel zij bij zichzelven en andere mensen voor uw volk worden gehouden en daaronder gerekend, maar snijd Gij hen af, enz. Alzo worden Job 39:20 ontbloten van wijsheid en des verstands niet mededelen, door elkander verklaard. Zodat en hier bekwamelijk kan genomen worden voor dat is. Zie hiervan wijders Exod. 32:32 , 32:33 , en verg. Ps. 22:31 , en Ps. 87:6 ; idem Jes. 4:4 ; Ezech. 13:9 ; Rom. 11:20 . Job 39:20 : Want God heeft haar van wijsheid ontbloot, en heeft haar des verstands niet medegedeeld. Exodus 32:32 : Nu dan, indien Gij hun zonden vergeven zult! doch zo niet, zo delg mij nu uit Uw boek, hetwelk Gij geschreven hebt. Exodus 32:33 : Toen zeide de HEERE tot Mozes: Dien zou Ik uit Mijn boek delgen, die aan Mij zondigt. Psalmen 22:31 : Het zaad zal Hem dienen; het zal den HEERE aangeschreven worden tot in geslachten. Psalmen 87:6 : De HEERE zal hen rekenen in het opschrijven der volken, zeggende: Deze is aldaar geboren. Sela. Jesaja 4:4 : Als de Heere zal afgewassen hebben den drek der dochteren van Sion, en de bloedschulden van Jeruzalem zal verdreven hebben uit derzelver midden, door den Geest des oordeels, en door den Geest der uitbranding. Ezechiël 13:9 : En Mijn hand zal zijn tegen de profeten, die ijdelheid zien, en leugen voorzeggen; zij zullen in de vergadering Mijns volks niet zijn, en in het schrift van het huis Israëls niet geschreven worden, en in het land Israëls niet komen; en gij zult weten, dat Ik de Heere HEERE ben. Romeinen 11:20 : Het is wel; zij zijn door ongeloof afgebroken, en gij staat door het geloof. Zijt niet hooggevoelende, maar vrees.",
          "text1637": "D. (als de volgende woorden verklaren) doet blijcken, datse niet en gehooren tot het getal uwer uytverkorenen, ende by u daer onder niet en zijn aen geschreven, hoewel sy by haer selven ende andere menschen voor u volck worden gehouden, ende daer onder gerekent, maer snijt ghyse af, etc. Alsoo worden Iob 39.20. ontblooten van wijsheyt, ende, des verstants niet mede-deylen, door malkanderen verklaert. So dat ende hier bequamelick can genomen worden, voor, dat is. Siet hier van wijders Exo. 32. op vers 32, 33. ende vergel. Psal. 22.31. ende 87.6. item Iesa. 4.3. Ezech. 13.9. Rom. 11.20.",
          "text2026": "Dat is, [gelijk de volgende woorden verklaren] doe blijken dat zij niet behoren tot het getal uw uitverkorenen en bij U daaronder niet zijn aangeschreven, hoewel zij bij zichzelven en andere mensen voor uw volk worden gehouden en daaronder gerekend, maar snijd U hen af, enz. Zo worden Job 39:20 ontbloten van wijsheid en van de verstand niet mededelen, door elkaar verklaard. Zodat en hier bekwamelijk kan genomen worden voor dat is. Zie hiervan verder Ex. 32:32 , 32:33 , en verg. Ps. 22:31 , en Ps. 87:6 ; idem Jes. 4:4 ; Ez. 13:9 ; Rom. 11:20 . Job 39:20 : Want God heeft haar van wijsheid ontbloot, en heeft haar van de verstand niet medegedeeld. Exodus 32:32 : Nu dan, als U hun zonden vergeven zult! maar zo niet, zo delg mij nu uit Uw boek, dat U geschreven hebt. Exodus 32:33 : Toen zei JAHWEH tot Mozes: Die zou Ik uit Mijn boek delgen, die aan Mij zondigt. Psalmen 22:31 : Het zaad zal Hem dienen; het zal JAHWEH aangeschreven worden tot in geslachten. Psalmen 87:6 : JAHWEH zal hen rekenen in het opschrijven van de volken, zeggende: Deze is daar geboren. Sela. Jesaja 4:4 : Als de Heer zal afgewassen hebben de drek van de dochters van Sion, en de bloedschulden van Jeruzalem zal verdreven hebben uit van die midden, door de Geest van het oordeel, en door de Geest van de uitbranding. Ezechiël 13:9 : En Mijn hand zal zijn tegen de profeten, die ijdelheid zien, en leugen voorzeggen; zij zullen in de vergadering Mijns volks niet zijn, en in het schrift van het huis van Israël niet geschreven worden, en in het land van Israël niet komen; en u zult weten, dat Ik de Heer JAHWEH ben. Romeinen 11:20 : Het is wel; zij zijn door ongeloof afgebroken, en u staat door het geloof. Zijt niet hooggevoelende, maar vrees."
        },
        {
          "marker": "44",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "des levens: Of, der levenden.",
          "text1637": "Ofte, der levendigen.",
          "text2026": "van het leven: Of, van de levenden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יִ֭מָּחֽוּ",
          "strongs": "H4229",
          "morph": "HVNi3mp"
        },
        {
          "woord": "מִ/סֵּ֣פֶר",
          "strongs": "H5612",
          "morph": "HR/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "חַיִּ֑ים",
          "strongs": "H2416",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "וְ/עִ֥ם",
          "strongs": "H5973",
          "morph": "HC/R"
        },
        {
          "woord": "צַ֝דִּיקִ֗ים",
          "strongs": "H6662",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "אַל",
          "strongs": "H408",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "יִכָּתֵֽבוּ",
          "strongs": "H3789",
          "morph": "HVNj3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Laat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> hen uitgewist worden uit het boek<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> van het leven, en met de rechtvaardigen niet aangeschreven worden.",
      "textSV1888_html": "Laat<sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> hen uitgedelgd worden uit het boek<sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> des levens, en met de rechtvaardigen niet aangeschreven worden.",
      "text1637_html": "Laetse <sup class=\"note-marker\" data-note=\"43\">43</sup> uytgedelcht worden uyt het boeck <sup class=\"note-marker\" data-note=\"44\">44</sup> des levens: ende met de rechtveerdige niet aengeschreven worden.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "uitgedelgd",
          "new": "uitgewist",
          "principe": "V1213"
        },
        {
          "old": "des levens,",
          "new": "van het leven,",
          "principe": "N3"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 30,
      "textSV1888": "Doch ik ben ellendig en in smart; Uw heil, o God! zette mij in een hoog vertrek.",
      "text1637": "Doch ick ben elendich ende in smerte: u heyl, o Godt, sette my in een hooch vertreck.",
      "text2026": "Maar ik ben ellendig en in smart; Uw heil, o God! zette mij in een vesting.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וַ֭/אֲנִי",
          "strongs": "H589",
          "morph": "HC/Pp1cs"
        },
        {
          "woord": "עָנִ֣י",
          "strongs": "H6041",
          "morph": "HAamsa"
        },
        {
          "woord": "וְ/כוֹאֵ֑ב",
          "strongs": "H3510",
          "morph": "HC/Vqrmsa"
        },
        {
          "woord": "יְשׁוּעָתְ/ךָ֖",
          "strongs": "H3444",
          "morph": "HNcfsc/Sp2ms"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֣ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "תְּשַׂגְּבֵֽ/נִי",
          "strongs": "H7682",
          "morph": "HVpi3fs/Sp1cs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Maar ik ben ellendig en in smart; Uw heil, o God! zette mij in een vesting.",
      "text1637_html": "Doch ick ben elendich ende in smerte: u heyl, o Godt, sette my in een hooch vertreck.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Doch",
          "new": "Maar",
          "principe": "V1"
        },
        {
          "old": "hoog vertrek.",
          "new": "vesting.",
          "principe": "V404"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 31,
      "textSV1888": "Ik zal Gods Naam prijzen met gezang, en Hem met dankzegging grootmaken.",
      "text1637": "Ick sal Godts Name prijsen met gesanck; ende hem met dancksegginge groot maken.",
      "text2026": "Ik zal Gods Naam prijzen met gezang, en Hem met dankzegging grootmaken.",
      "marginNotes": [],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "אֲהַֽלְלָ֣ה",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HVph1cs"
        },
        {
          "woord": "שֵׁם",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֣ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "בְּ/שִׁ֑יר",
          "strongs": "H7892",
          "morph": "HR/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "וַ/אֲגַדְּלֶ֥/נּוּ",
          "strongs": "H1431",
          "morph": "HC/Vph1cs/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "בְ/תוֹדָֽה",
          "strongs": "H8426",
          "morph": "HR/Ncfsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "Ik zal Gods Naam prijzen met gezang, en Hem met dankzegging grootmaken.",
      "text1637_html": "Ick sal Godts Name prijsen met gesanck; ende hem met dancksegginge groot maken."
    },
    {
      "number": 32,
      "textSV1888": "En het zal den HEERE aangenamer zijn dan een os, of een gehoornde var, die de klauwen verdeelt.",
      "text1637": "Ende ’tsal den HEERE [45] aengenamer zijn dan een [46] osse, [ofte] een gehoornde varre, die [de [47] klaeuwen] verdeelt.",
      "text2026": "En het zal JAHWEH aangenamer zijn dan een os, of een gehoornde stier, die de klauwen verdeelt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "45",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. beter; dat is, bevalliger.",
          "text1637": "Hebr. beter, dat is, bevalliger.",
          "text2026": "Hebr. beter; dat is, bevalliger."
        },
        {
          "marker": "46",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, offeranden van beesten. Zie Ps. 40:7 , en Ps. 50:13 , 50:14 , 50:15 . Psalmen 40:7 : Gij hebt geen lust gehad aan slachtoffer en spijsoffer; Gij hebt mij de oren doorboord; brandoffer en zondoffer hebt Gij niet geëist. Psalmen 50:13 : Zou Ik stierenvlees eten, of bokkenbloed drinken? Psalmen 50:14 : Offert Gode dank, en betaalt den Allerhoogste uw geloften. Psalmen 50:15 : En roept Mij aan in den dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eren.",
          "text1637": "D. offerhanden van beesten. Siet Psal. 40.7. ende 50.13, 14, 15.",
          "text2026": "Dat is, offeranden van beesten. Zie Ps. 40:7 , en Ps. 50:13 , 50:14 , 50:15 . Psalmen 40:7 : U hebt geen lust gehad aan slachtoffer en spijsoffer; U hebt mij de oren doorboord; brandoffer en zondoffer hebt U niet geëist. Psalmen 50:13 : Zou Ik stierenvlees eten, of bokkenbloed drinken? Psalmen 50:14 : Offert voor God dank, en betaalt de Allerhoogste uw geloften. Psalmen 50:15 : En roept Mij aan in de dag van de benauwdheid; Ik zal er u uithelpen, en u zult Mij eren."
        },
        {
          "marker": "47",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Lev. 11:3 . Leviticus 11:3 : Al wat onder de beesten den klauw verdeelt, en de kloof der klauwen in tweeën klieft, en herkauwt, dat zult gij eten.",
          "text1637": "Siet Levit. 11. op vers 2.",
          "text2026": "Zie Lev. 11:3 . Leviticus 11:3 : Al wat onder de beesten de klauw verdeelt, en de kloof van de klauwen in tweeën klieft, en herkauwt, dat zult u eten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/תִיטַ֣ב",
          "strongs": "H3190",
          "morph": "HC/Vqi3fs"
        },
        {
          "woord": "לַֽ֭/יהוָה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HR/Np"
        },
        {
          "woord": "מִ/שּׁ֥וֹר",
          "strongs": "H7794",
          "morph": "HR/Ncmsa"
        },
        {
          "woord": "פָּ֗ר",
          "strongs": "H6499",
          "morph": "HNcmsa"
        },
        {
          "woord": "מַקְרִ֥ן",
          "strongs": "H7160",
          "morph": "HVhrmsa"
        },
        {
          "woord": "מַפְרִֽיס",
          "strongs": "H6536",
          "morph": "HVhrmsa"
        }
      ],
      "text2026_html": "En het zal JAHWEH<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> aangenamer zijn dan een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> os, of een gehoornde stier, die de<sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> klauwen verdeelt.",
      "textSV1888_html": "En het zal den HEERE<sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> aangenamer zijn dan een<sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> os, of een gehoornde var, die de klauwen verdeelt.",
      "text1637_html": "Ende ’tsal den HEERE <sup class=\"note-marker\" data-note=\"45\">45</sup> aengenamer zijn dan een <sup class=\"note-marker\" data-note=\"46\">46</sup> osse, [ofte] een gehoornde varre, die [de <sup class=\"note-marker\" data-note=\"47\">47</sup> klaeuwen] verdeelt.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "den HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "N1"
        },
        {
          "old": "var,",
          "new": "stier,",
          "principe": "V410"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 33,
      "textSV1888": "De zachtmoedigen, dit gezien hebbende, zullen zich verblijden; en gij, die God zoekt, ulieder hart zal leven.",
      "text1637": "De [48] sachtmoedige dit gesien hebbende, sullen sich verblijden: ende ghy die Godt soeckt, u lieder herte sal leven.",
      "text2026": "De zachtmoedigen, dit gezien hebbende, zullen zich verblijden; en u, die God zoekt, uw hart zal leven.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "48",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Ps. 10:17 , en Ps. 22:27 . Psalmen 10:17 : HEERE! Gij hebt den wens der zachtmoedigen gehoord; Gij zult hun hart sterken, Uw oor zal opmerken; Psalmen 22:27 : De zachtmoedigen zullen eten en verzadigd worden; zij zullen den HEERE prijzen, die Hem zoeken; ulieder hart zal in eeuwigheid leven.",
          "text1637": "Siet Psal. 10. op vers 17. ende 22. op vers 27.",
          "text2026": "Zie Ps. 10:17 , en Ps. 22:27 . Psalmen 10:17 : JAHWEH! U hebt de wens van de zachtmoedigen gehoord; U zult hun hart sterken, Uw oor zal opmerken; Psalmen 22:27 : De zachtmoedigen zullen eten en verzadigd worden; zij zullen JAHWEH prijzen, die Hem zoeken; ulieder hart zal in eeuwigheid leven."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "רָא֣וּ",
          "strongs": "H7200",
          "morph": "HVqp3cp"
        },
        {
          "woord": "עֲנָוִ֣ים",
          "strongs": "H6035",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "יִשְׂמָ֑חוּ",
          "strongs": "H8055",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "דֹּרְשֵׁ֥י",
          "strongs": "H1875",
          "morph": "HVqrmpc"
        },
        {
          "woord": "אֱ֝לֹהִ֗ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וִ/יחִ֥י",
          "strongs": "H2421",
          "morph": "HC/Vqi3ms"
        },
        {
          "woord": "לְבַבְ/כֶֽם",
          "strongs": "H3824",
          "morph": "HNcmsc/Sp2mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> zachtmoedigen, dit gezien hebbende, zullen zich verblijden; en u, die God zoekt, uw hart zal leven.",
      "textSV1888_html": "De<sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> zachtmoedigen, dit gezien hebbende, zullen zich verblijden; en gij, die God zoekt, ulieder hart zal leven.",
      "text1637_html": "De <sup class=\"note-marker\" data-note=\"48\">48</sup> sachtmoedige dit gesien hebbende, sullen sich verblijden: ende ghy die Godt soeckt, u lieder herte sal leven.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "gij,",
          "new": "u,",
          "principe": "A1"
        },
        {
          "old": "ulieder",
          "new": "uw",
          "principe": "V311"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 34,
      "textSV1888": "Want de HEERE hoort de nooddruftigen, en Hij veracht Zijn gevangenen niet.",
      "text1637": "Want de HEERE hoort de nootdurftige: ende hy en veracht sijne [49] gevangene niet.",
      "text2026": "Want JAHWEH hoort de armen, en Hij veracht Zijn gevangenen niet.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "49",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Hebr. gebondenen; dat is, zijn getrouwe knechten, die Hij om zijns naams wil laat lijden. Verg. Ef. 3:1 , en boven vers 27 . Efeziërs 3:1 : Om deze oorzaak ben ik Paulus de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen zijt. Psalmen 69:27 : Want zij vervolgen, dien Gij geslagen hebt; en maken een praat van de smart Uwer verwonden.",
          "text1637": "Hebr. gebondene. dat is, sijne getrouwe knechten, die hy om sijns naems wille laet lijden: vergel. Ephes. 3.1. ende bov. vers 27.",
          "text2026": "Hebr. gebondenen; dat is, zijn getrouwe knechten, die Hij om zijns naams wil laat lijden. Verg. Ef. 3:1 , en boven vers 27 . Efeziërs 3:1 : Om deze oorzaak ben ik Paulus de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen bent. Psalmen 69:27 : Want zij vervolgen, die U geslagen hebt; en maken een praat van de smart Uw verwonden."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּֽי",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "שֹׁמֵ֣עַ",
          "strongs": "H8085",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "אֶל",
          "strongs": "H413",
          "morph": "HR"
        },
        {
          "woord": "אֶבְיוֹנִ֣ים",
          "strongs": "H34",
          "morph": "HAampa"
        },
        {
          "woord": "יְהוָ֑ה",
          "strongs": "H3068",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֶת",
          "strongs": "H853",
          "morph": "HC/To"
        },
        {
          "woord": "אֲ֝סִירָ֗י/ו",
          "strongs": "H615",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "לֹ֣א",
          "strongs": "H3808",
          "morph": "HTn"
        },
        {
          "woord": "בָזָֽה",
          "strongs": "H959",
          "morph": "HVqp3ms"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want JAHWEH hoort de armen, en Hij veracht Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> gevangenen niet.",
      "textSV1888_html": "Want de HEERE hoort de nooddruftigen, en Hij veracht Zijn<sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> gevangenen niet.",
      "text1637_html": "Want de HEERE hoort de nootdurftige: ende hy en veracht sijne <sup class=\"note-marker\" data-note=\"49\">49</sup> gevangene niet.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "de HEERE",
          "new": "JAHWEH",
          "principe": "G1"
        },
        {
          "old": "nooddruftigen,",
          "new": "armen,",
          "principe": "V384"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 35,
      "textSV1888": "Dat Hem prijzen de hemel en de aarde, de zeeën, en al wat daarin wriemelt.",
      "text1637": "Dat hem prijsen, den hemel, ende de aerde; de zeen, ende al wat daer in [50] wriemelt.",
      "text2026": "Dat Hem prijzen de hemel en de aarde, de zeeën, en al wat daarin wriemelt.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "50",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Zie Gen. 1:21 . Genesis 1:21 : En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.",
          "text1637": "Siet Genes. 1. op vers 21.",
          "text2026": "Zie Gen. 1:21 . Genesis 1:21 : En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "יְֽ֭הַלְלוּ/הוּ",
          "strongs": "H1984",
          "morph": "HVpi3mp/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "שָׁמַ֣יִם",
          "strongs": "H8064",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וָ/אָ֑רֶץ",
          "strongs": "H776",
          "morph": "HC/Ncbsa"
        },
        {
          "woord": "יַ֝מִּ֗ים",
          "strongs": "H3220",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "וְֽ/כָל",
          "strongs": "H3605",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "רֹמֵ֥שׂ",
          "strongs": "H7430",
          "morph": "HVqrmsa"
        },
        {
          "woord": "בָּֽ/ם",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3mp"
        }
      ],
      "text2026_html": "Dat Hem prijzen de hemel en de aarde, de zeeën, en al wat daarin<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> wriemelt.",
      "textSV1888_html": "Dat Hem prijzen de hemel en de aarde, de zeeën, en al wat daarin<sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> wriemelt.",
      "text1637_html": "Dat hem prijsen, den hemel, ende de aerde; de zeen, ende al wat daer in <sup class=\"note-marker\" data-note=\"50\">50</sup> wriemelt."
    },
    {
      "number": 36,
      "textSV1888": "Want God zal Sion verlossen, en de steden van Juda bouwen; en aldaar zullen zij wonen, en haar erfelijk bezitten;",
      "text1637": "Want Godt sal [51] Zion verlossen, ende de steden van Iuda bouwen: ende aldaer sullen [52] sy woonen, ende [53] haer erflick besitten:",
      "text2026": "Want God zal Sion verlossen, en de steden van Juda bouwen; en daar zullen zij wonen, en haar erfelijk bezitten;",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "51",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, zijne kerk. Zie Ps. 2:6 . Psalmen 2:6 : Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid.",
          "text1637": "D. sijne Kercke. Siet Psal. 2. op vers 6.",
          "text2026": "Dat is, zijn kerk. Zie Ps. 2:6 . Psalmen 2:6 : Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, de berg Mijn heiligheid."
        },
        {
          "marker": "52",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "zij wonen: Te weten, de zachtmoedigen, die God zoeken, zijne knechten en liefhebbers, vers 33 , en in vers 37 . Psalmen 69:33 : De zachtmoedigen, dit gezien hebbende, zullen zich verblijden; en gij, die God zoekt, ulieder hart zal leven. Psalmen 69:37 : En het zaad Zijner knechten zal haar beërven; en de liefhebbers Zijns Naams zullen daarin wonen.",
          "text1637": "T.w. de sachtmoedige, die Godt soecken, sijne knechten ende liefhebbers. vers 33. ende in’t volgende.",
          "text2026": "zij wonen: Te weten, de zachtmoedigen, die God zoeken, zijn knechten en liefhebbers, vers 33 , en in vers 37 . Psalmen 69:33 : De zachtmoedigen, dit gezien hebbende, zullen zich verblijden; en u, die God zoekt, ulieder hart zal leven. Psalmen 69:37 : En het zaad Zijn knechten zal haar beërven; en de liefhebbers van Zijn Naam zullen daarin wonen."
        },
        {
          "marker": "53",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Te weten, Sion, en zo in vers 37 . Psalmen 69:37 : En het zaad Zijner knechten zal haar beërven; en de liefhebbers Zijns Naams zullen daarin wonen.",
          "text1637": "T.w. Zion: ende soo in’t volgende vers.",
          "text2026": "Te weten, Sion, en zo in vers 37 . Psalmen 69:37 : En het zaad Zijn knechten zal haar beërven; en de liefhebbers van Zijn Naam zullen daarin wonen."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "כִּ֤י",
          "strongs": "H3588",
          "morph": "HC"
        },
        {
          "woord": "אֱלֹהִ֨ים",
          "strongs": "H430",
          "morph": "HNcmpa"
        },
        {
          "woord": "י֘וֹשִׁ֤יעַ",
          "strongs": "H3467",
          "morph": "HVhi3ms"
        },
        {
          "woord": "צִיּ֗וֹן",
          "strongs": "H6726",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ֭/יִבְנֶה",
          "strongs": "H1129",
          "morph": "HC/Vqi3ms"
        },
        {
          "woord": "עָרֵ֣י",
          "strongs": "H5892",
          "morph": "HNcfpc"
        },
        {
          "woord": "יְהוּדָ֑ה",
          "strongs": "H3063",
          "morph": "HNp"
        },
        {
          "woord": "וְ/יָ֥שְׁבוּ",
          "strongs": "H3427",
          "morph": "HC/Vqq3cp"
        },
        {
          "woord": "שָׁ֝֗ם",
          "strongs": "H8033",
          "morph": "HD"
        },
        {
          "woord": "וִ/ירֵשֽׁוּ/הָ",
          "strongs": "H3423",
          "morph": "HC/Vqq3cp/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "Want God zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> Sion verlossen, en de steden van Juda bouwen; en daar zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> zij wonen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> haar erfelijk bezitten;",
      "textSV1888_html": "Want God zal<sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> Sion verlossen, en de steden van Juda bouwen; en aldaar zullen<sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> zij wonen, en<sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> haar erfelijk bezitten;",
      "text1637_html": "Want Godt sal <sup class=\"note-marker\" data-note=\"51\">51</sup> Zion verlossen, ende de steden van Iuda bouwen: ende aldaer sullen <sup class=\"note-marker\" data-note=\"52\">52</sup> sy woonen, ende <sup class=\"note-marker\" data-note=\"53\">53</sup> haer erflick besitten:",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "aldaar",
          "new": "daar",
          "principe": "V36"
        }
      ]
    },
    {
      "number": 37,
      "textSV1888": "En het zaad Zijner knechten zal haar beërven; en de liefhebbers Zijns Naams zullen daarin wonen.",
      "text1637": "Ende het [54] zaet sijner knechten sal haer be-erven; ende de liefhebbers sijns Naems sullen daer in woonen.",
      "text2026": "En het zaad van Zijn knechten zal haar beërven; en de liefhebbers van Zijn Naam zullen daarin wonen.",
      "marginNotes": [
        {
          "marker": "54",
          "type": "explanatory",
          "textSV1888": "Dat is, de nakomelingen. Zie Ps. 22:31 . Psalmen 22:31 : Het zaad zal Hem dienen; het zal den HEERE aangeschreven worden tot in geslachten.",
          "text1637": "D. de nakomelingen. Siet Psal. 22. op vers 31.",
          "text2026": "Dat is, de nakomelingen. Zie Ps. 22:31 . Psalmen 22:31 : Het zaad zal Hem dienen; het zal JAHWEH aangeschreven worden tot in geslachten."
        }
      ],
      "grondtekst": [
        {
          "woord": "וְ/זֶ֣רַע",
          "strongs": "H2233",
          "morph": "HC/Ncmsc"
        },
        {
          "woord": "עֲ֭בָדָי/ו",
          "strongs": "H5650",
          "morph": "HNcmpc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִנְחָל֑וּ/הָ",
          "strongs": "H5157",
          "morph": "HVqi3mp/Sp3fs"
        },
        {
          "woord": "וְ/אֹהֲבֵ֥י",
          "strongs": "H157",
          "morph": "HC/Vqrmpc"
        },
        {
          "woord": "שְׁ֝מ֗/וֹ",
          "strongs": "H8034",
          "morph": "HNcmsc/Sp3ms"
        },
        {
          "woord": "יִשְׁכְּנוּ",
          "strongs": "H7931",
          "morph": "HVqi3mp"
        },
        {
          "woord": "בָֽ/הּ",
          "strongs": "",
          "morph": "HR/Sp3fs"
        }
      ],
      "text2026_html": "En het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> zaad van Zijn knechten zal haar beërven; en de liefhebbers van Zijn Naam zullen daarin wonen.",
      "textSV1888_html": "En het<sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> zaad Zijner knechten zal haar beërven; en de liefhebbers Zijns Naams zullen daarin wonen.",
      "text1637_html": "Ende het <sup class=\"note-marker\" data-note=\"54\">54</sup> zaet sijner knechten sal haer be-erven; ende de liefhebbers sijns Naems sullen daer in woonen.",
      "phraseDiff": [
        {
          "old": "Zijner",
          "new": "van Zijn",
          "principe": "N7"
        },
        {
          "old": "Zijns Naams",
          "new": "van Zijn Naam",
          "principe": "V201"
        }
      ]
    }
  ],
  "chapterIntro": {
    "text1637": "David (mitsgaders de Heere Christus ondersijn voorbeelt) klaecht tot Godt over sijn menichvuldich swaer lijden, bidt vyerichlick om verlossinge, geeft sijne verstockte vyanden over ten rechtveerdigen verderve, ende prijst Godt voor de behoudenisse sijner kercke.",
    "text2026": "David (en de Heere Christus onder zijn voorbeeld) klaagt tot God over zijn veelvuldig zwaar lijden, bidt vurig om verlossing, geeft zijn verstokte vijanden over aan rechtvaardig verderf, en prijst God voor het behoud van Zijn Kerk."
  }
}
